Kortcyclische arbeid, Op de teller!
1 Doel Doel van dit instrument is inzicht bieden in de prevalentie (mate van voorkomen) en de effecten van kortcylische arbeid. Dit laat toe een duidelijke definiëring van de context te maken, waarbinnen verder wordt gewerkt in deze intrumentenbox. 2 Methodiek Onderstaande data zijn het resultaat van analyses van het FLOW-team op data, afkomstig van de Europese enquête naar de arbeidsomstandigheden (European Working Conditions Survey - EWCS). Dit survey-onderzoek is in 199 van start gegaan en geeft sindsdien een beeld van de arbeidsomstandigheden in Europa met als doel: de arbeidsomstandigheden van zowel werknemers als zelfstandig ondernemers in heel Europa op een vergelijkbare basis te beoordelen en te kwantificeren; verbanden tussen verschillende aspecten van arbeidsomstandigheden te analyseren; risicogroepen en punten van zorg, maar ook van gebieden waarop vooruitgang wordt geboekt, te identificeren; trends te volgen en daartoe homogene indicatoren te leveren; een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van Europees beleid. De vragenlijst van de enquête is sinds de eerste editie aanzienlijk in omvang toegenomen, omdat men een breed beeld wilde krijgen van de alledaagse werkelijkheid van mannen en vrouwen op het werk. Gendermainstreaming is een belangrijk aandachtspunt geweest in recente herzieningen van de vragenlijst. Onderwerpen die aan de orde komen in de huidige enquête zijn onder meer de contractuele afspraken met werknemers, de werktijden, de werkorganisatie, opleidingsmogelijkheden, fysieke en psychosociale risicofactoren, gezondheid en veiligheid op het werk, de balans werk-privéleven, werknemersparticipatie, het inkomen uit arbeid, de gezondheid van werknemers én voor ons project zeer belangrijk de mate van kortcycliciteit van jobs. In elke enquêteronde is een aselecte steekproef van werkenden (werknemers en zelfstandig ondernemers) persoonlijk geïnterviewd. Met de uitbreidingen van de EU is het geografische gebied waarin de enquête wordt afgenomen, ook uitgebreid. In de eerste EWCS in 199 werden werknemers in EC12 bevraagd. In de laatste, vijfde ronde van de EWCS in 1, werden bijna 44 werknemers geïnterviewd in 34 landen EU-27, Noorwegen, Kroatië, de Voormalige
Joegoslavische Republiek Macedonië, Turkije, Albanië, Montenegro en Kosovo. Hierdoor is deze golf de meest uitgebreide tot dusver in termen van geografische spreiding. In het jaar 1 was de steekproefgrootte in de meeste landen 1. Uitzonderingen waren Duitsland en Turkije (waar 2 respondenten werden bevraagd) en Italië, Polen en het Verenigd Koninkrijk (met een steekproefomvang van 1 5 respondenten). Bovendien besloot men in drie landen om grotere nationale steekproeven te financieren, waardoor de steekproefomvang 4 bedraagt in België, 3 in Frankrijk en 1 in Slovenië. De verhoging van het aantal ondervraagden heeft geleid tot een meer volledige dekking van sectoren en beroepen. De betrouwbaarheidsintervallen worden hierdoor kleiner en betrouwbaarheid van de resultaten groter. De data worden aangereikt vanuit een viertal hoeken: 1. Was de verhouding van kortcyclische arbeid binnen het totaal in een Europese context? 2. Wat is de evolutie? 3. Wat is het profiel van de medewerkers die kortcyclische arbeid beoefenen? 4. Wat zijn de voornaamste gevolgen van kortcyclische arbeid?
Spanje Lithouwen Frankrijk Luxemburg Finland Verenigd Koninkrijk Slovenië Portugal Ierland Bulgarije Belgie Griekenland Tsjechië Duitsland IJsland Kroatië Zweden Italië Oostenrijk Malta Denemarken Roemenië Slovakije Nederland Letland Hongarije Cyprus Polen Eu15 Eu27 3 Instrument 1. Hoe verhoudt kortcylische arbeid in de totale arbeidsomgeving? % 9% % 7% % 5% % 3% % 1% % Geen kortcyclisch arbeid Kortcyclische arbeid van minder dan tien minuten Kortcyclische arbeid van minder dan één België bevindt zich bij de kopgroep. België (45,3%) zit in de EU bij de landen met het meeste kort-cyclische arbeid. Nederland bevindt zich bij de landen met weinig zeer repetitieve arbeid
Procentueel aantal jobs met repetitieve taken van minder dan één België en Nederland scoren bijna altijd procentueel lager op het aantal kort-cyclisch jobs dan de EU27 en eu15 Hoewel kortcyclische arbeid en de bijhorende problemen volledig van de beleidsagenda verdwenen is, toont bovenstaand grafiek aan dat het probleem nog massaal verspreid is. In bijna alle EU-landen treft KCA meer dan 3% van de werknemers. In tal van landen verrichten zelfs % of meer van de werknemers KCA. 2. Hoe evolueert kortcylische arbeid taken van minder dan 1 9 7 5 3 België Nederland EU15 EU27 1 5 1
taken van minder dan 1 taken van minder dan 1 minuten 9 7 5 3 1 1991 1995 5 1 België EU15 EU27 Nederland Nederland kent een continue procentuele daling van zeer kort-cyclische arbeid De trend van kort-cyclisch arbeid (<1min) in Nederland is dalend maar minder sterk dan deze van <1 België kent sinds 5 een zeer sterk procentuele stijging van kort-cyclische en van zeer kort-cyclische arbeid
Allochtoon Autochtoon Allochtoon Autochtoon Allochtoon Autochtoon Allochtoon Autochtoon 3. Wat is het profiel van de medewerker? In wat volgt zullen we zien dat KCA niet billijk verdeeld is. De klassieke scheidslijnen op de arbeidsmarkt laten zich ook inzake KCA gelden. 3.1. Autochtoon Allochtoon: 1ste en 2de generatie migranten doen overal meer kortcyclische arbeid dan etnische dominante groep Nederland heeft een zeer grote etnische kloof in vergelijking met EU27, EU15 en zelfs België bij kortcyclische arbeid van minder dan 1 minuten. Maar zeer weinig zeer kortcyclische arbeid. 9 7 5 3 1 taken van minder dan 1 taken van minder dan 1 België Nederland EU15 EU27
Pre-primary Lager secundair Bachelor Pre-primary Lager secundair Post-secundair Master Lagere school Hoger secundair Bachelor Pre-primary Lager secundair Post-secundair Master 3.2. Scholingsgraad: In de EU27 en de EU15 zien we dat lagere opleiding leidt tot meer kortcyclische arbeid Nederland heeft een zeer gelijke verdeling van zeer kortcyclische arbeid over het opleidingsniveau heen 9 7 5 3 1 taken van minder dan 1 taken van minder dan 1 België Nederland EU15 EU27
Pre-primary Lager secundair Bachelor Pre-primary Lager secundair Post-secundair Master Lagere school Hoger secundair Bachelor Pre-primary Lager secundair Post-secundair Master 9 7 5 3 1 taken van minder dan 1 minuten taken van minder dan 1 België Nederland EU15 EU27 3.3. Sector: Minder kortcyclische arbeid in openbare sector Evenveel in secundaire als in tertiaire sector van kortcyclische arbeid=>onderscheid steeds minder goed. Tertiaire sector incorporeert ook arbeid uit de secundaire sector (Edgell).
Tertaire Tertaire Tertaire Tertaire Tertaire taken van minder dan 1 taken van minder dan 1 België Nederland EU15 EU27 Nederland
Tertaire (zonder Tertaire (zonder Tertaire (zonder Tertaire (zonder Tertaire (zonder 9 7 5 3 1 taken van minder dan 1 minuten taken van minder dan 1 België Nederland EU15 EU27 Nederland 3.4. Gender: Mannen doen meer zeer kort-cyclische arbeid dan vrouwen in de EU15, België en Nederland Industriële arbeid is meer mannelijk? Maar we zagen net dat industriële sector niet meer kort-cyclische arbeid in zich heeft
Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw 9 7 5 3 1 taken van minder dan 1 taken van minder dan 1 België Nederland EU15 EU27