2. Arbeidsrelatie tussen de reservist en Defensie



Vergelijkbare documenten
Hoofdstuk XIX Reservepersoneel en sociale zekerheid en pensioenen

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van:

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING

Overgangsbepalingen. Was u in dienst voor 1 januari 2018? Dan gelden er voor u extra regels:

(VNQ) Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad. 16 maart TAZ/U Lbr:18^10 CvA/LOGA 18/ College voor Arbeidszaken

Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015

uw kenmerk Lbr

Voorwoord 13. De geschiedenis van het ABP 17

Bijlage: Vergelijking WIA en Appa

Inhoudsopgave. pagina

(Tijdelijk) Arbeidsongeschikt

(Tijdelijk) Arbeidsongeschikt

Gouverneur van de Nederlandse Antillen personeel en organisatie. Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Aanvullend reglement. Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag)

Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid. IPAP Defensie

Bijzonder Militair NabestaandenPensioen

Invaliditeitspensioen. voor gewezen militairen

Cijferbijlage. Inhoud Algemeen 2

Gemeente Amsterdam College van burgemeester en wethouders. Hamervoordracht voor de collegevergadering van 8

Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht

Vrijwillige voortzetting bij ontslag en tijdens Ziektewet vóór 1 juli 2017

Arbeids- ongeschikt. Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen?

WGA-hiaatreglement. Inhoudsopgave

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Aanvullend reglement Pensioenopbouw boven salarisgrens (laag)

Vrijwillige voortzetting bij ontslag en tijdens Ziektewet vóór 1 juli 2017

1 Privatisering van het ABP

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Invaliditeitspensioen voor gewezen militairen

TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK

Let op: Alle vermelde uitkeringen zijn bruto bedragen per jaar. Hierover moeten dus nog premies en belasting worden betaald.

Inleiding. Arbeidsongeschiktheid en werk. Arbeidsongeschiktheid en pensioen

ECCVA/U CvA/LOGA 10/17 Lbr. 10/086

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Pensioenovereenkomst (inclusief pensioenovereenkomst voor beroepsmilitairen)

Toelichting bij uw Uniform Pensioenoverzicht 2018

Jouw Delta Lloyd Pensioen in het kort

Arbeidsongeschikt. Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen?

Bovenwettelijke uitkeringsregeling bij werkloosheid SVB 2015

1. Op de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die wordt ontslagen wegens:

FACTSHEET Arbeid & Recht

REGLEMENT SENIORENREGELING GROOTHANDEL IN BLOEMBOLLEN 2019

Langdurig arbeidsongeschikt. VOP0034_arbeidsongeschikt-2.indd :36

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht

Jeugdzorg Zie artikel 3.10 van de cao.

DienstenCentrum Re-integratie. Verlaten van Defensie en Re-integratie

Een verantwoorde hypotheek

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Circulaire. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Inkomen bij arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en ziekte

Uw inkomen bij arbeidsongeschiktheid

Uw inkomen bij arbeidsongeschiktheid

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht

Reglement Regeling Vervroegd Uittreden voor werknemers die na 30 juni 1937 en voor 1 januari 1950 zijn geboren

De Minister van Binnenlandse Zaken

Wijzigingen Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA) i.v.m. de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Versie 17 mei 2016

Uw persoonlijke gegevens De heer X. Deelnemer Geboren op: 2 januari 1972 Deelnemersnummer: Uw partner Y. Partner Geboren op: 5 februari 1975

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Let op: Alle vermelde uitkeringen zijn bruto bedragen per jaar. Hierover moeten dus nog premies en belasting worden betaald.

STICHTING PENSIOENFONDS VAN DE METALEKTRO AANVULLEND REGLEMENT. Pensioenopbouw boven de Salarisgrens (hoog) voor het personeel van <naam onderneming>

Anw: uitkering bij overlijden

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht

Wat is pensioen? Pensioen is inkomen voor als u later stopt met werken. Pensioen is ook inkomen voor uw nabestaanden als u overlijdt.

19. REGLEMENT SENIORENREGELING GROOTHANDEL IN BLOEMBOLLEN 2019

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH

BEWAAR UW PENSIOENOVERZICHT ZORGVULDIG. LEES OOK DE TOELICHTING. DEZE IS ONDERDEEL VAN HET UNIFORM PENSIOENOVERZICHT.

Voorwaarden WIA Bodem werkgever. Inhoudsopgave

Pensioenovereenkomst (inclusief pensioenovereenkomst voor beroepsmilitairen)

AANVULLENDE PENSIOENREGELING

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

WERKNEMERSINFORMATIE

Cijferbijlage. Inhoud Algemeen 2

Voorwaarden. WIA AO minder dan 35%-werkgever Inkomensverzekeringen FGD-A

Reglement arbeidsongeschiktheidspensioen Stichting Voorzieningsfonds Getronics

========= ===== * Recht op suppletie 13:2 t/m 13:5. * Suppletie 13:6 t/m 13:11. * Betaling van de suppletie 13:12 en 13:13

Uw AOW en Anw als u uit Nederland vertrekt

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht

versie Arbeidsmobiliteit en ABP pensioen

Rapport. Doorrekening kosten beëindiging Stichting Personeel de Stroming. 4 november 2013 Ernst 8; Young - Human Capital

Brochure Anw-hiaatverzekering van Pensioenfonds ANWB

Brochure Anw-hiaatverzekering van Pensioenfonds ANWB

Brochure Anw-hiaatverzekering van Pensioenfonds ANWB

Anw: uitkering bij overlijden

Leeswijzer Uniform Pensioenoverzicht 2017 Deelnemers Uitkeringsovereenkomst

Als u buiten Nederland woont of werkt: vrijwillige verzekering voor AOW en Anw

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 5 Vaststelling en betaling van de verschuldigde premies 4

Algemene uitgangspunten

ARBEIDS- ONGESCHIKTHEID Alles goed geregeld

I. VERKLARINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 1, ONDER L), VAN VERORDENING (EG) NR. 883/2004 DE DATUM VANAF WELKE DE VERORDENING VAN TOEPASSING ZAL ZIJN

Aanvullend reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (hoog)

Transcriptie:

INFORMATIE BETREFFENDE ARBEIDSVOORWAARDEN EN RECHTSPOSITIE RESERVEPERSONEEL TIJDENS OEFENING, INZET EN VREDESMISSIE Hoofdstuk XIX Reservepersoneel en sociale zekerheid en pensioenen 1. Inleiding Reservisten zullen in veel gevallen ook een civiele werkgever of (andere) overheidswerkgever hebben. Omdat werkgevers geen wettelijke verplichting hebben om hun werknemer in de gelegenheid te stellen om als reservist actief te zijn, zal de werknemer vooraf met zijn civiele werkgever afspraken moeten maken omtrent zijn beschikbaarheid als reservist. In dat geval kan de reservist op basis van vrijwilligheid naast zijn arbeidsovereenkomst met zijn civiele werkgever of aanstelling bij een (andere) overheidswerkgever, die gewoon doorloopt, een arbeidsrelatie als reservist met Defensie aangaan. 2. Arbeidsrelatie tussen de reservist en Defensie Een reservist wordt op vrijwillige basis aangesteld als militair ambtenaar bij de krijgsmacht om niet-doorlopend in werkelijke dienst te zijn (artikel 4 van het AMAR). Er is sprake van een publiekrechtelijke aanstelling, waarbij de rechtspositie van de militair ambtenaar, zoals bijvoorbeeld het Inkomstenbesluit militairen (IBM), op de reservist van toepassing is. De rechtspositie van de militair in werkelijke dienst is van toepassing zodra en voor zolang de reservist in werkelijke dienst is. De militaire rechtspositie maakt dan ook in de regel geen onderscheid tussen beroepspersoneel en reservepersoneel en is bepalend voor de inhoud van de arbeidsrelatie die de reservist met Defensie heeft. Voor bepaalde reservisten, zoals medisch specialisten die werkzaam zijn in relatieziekenhuizen, bestaat er daarnaast ook een contractuele relatie tussen Defensie en de civiele werkgever van de reservist. Hierna volgt een aantal arbeidsvoorwaarden van de reservist in relatie tot sociale zekerheid en pensioenen. 3. Reservist en ziektekosten Militaire ambtenaren nemen verplicht deel aan de ziektekostenverzekering militairen die wordt uitgevoerd door de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK). De SZVK heeft ter uitvoering van het grootste deel van de verzekeringstaken een contract met Univé Verzekeringen. Univé Verzekeringen treedt op als feitelijk uitvoerend ziektekostenverzekeraar (Zie verder hoofdstuk XVII onder punt C.). Of de reservist

aanspraken ontleent aan de ziektekostenverzekering krijgsmacht, waar hij verplicht bij is aangesloten, is afhankelijk van de vraag voor welke periode de reservist aaneengesloten in werkelijke dienst wordt opgeroepen. a. Voor een aaneengesloten periode van minder dan 100 dagen in werkelijke dienst Indien de reservist voor een periode van minder dan 100 dagen aaneengesloten in werkelijke dienst wordt opgeroepen of naar verwachting zal verblijven, ontleent hij geen aanspraken aan de ziektekostenverzekering militairen (artikel 90a van het AMAR). De reservist heeft daarvoor in de plaats aanspraak op geneeskundige verzorging (in natura) door of vanwege de militaire geneeskundige diensten (artikel 90c van het AMAR). De reservist moet dan ook zijn voor hem en eventueel zijn gezin lopende particuliere ziektekostenverzekering tijdens zijn verblijf in werkelijke dienst aanhouden. Het is in dat geval ook ter beoordeling van de civiele werkgever of de reservist in die situatie aanspraak blijft behouden op een mogelijke werkgeversbijdrage in de premie van de particuliere ziektekostenverzekering. Op de bezoldiging van de reservist wordt de premie voor de ziektekostenverzekering krijgsmacht ingehouden. Ter compensatie heeft de reservist voor iedere dag dat hij in werkelijke dienst is, aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van de ziektekostenverzekering (artikel 90c van het AMAR). Deze tegemoetkoming is opgenomen in de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie (IRBAD)(Zie verder hoofdstuk XVII onder punt D.). b. Voor een aaneengesloten periode van 100 dagen of langer in werkelijke dienst Indien de reservist (naar verwachting) voor een periode langer dan 100 dagen aaneengesloten in werkelijke dienst wordt opgeroepen, wordt hij aangemeld bij SZVK en ontleent hij aanspraken aan de ziektekostenverzekering militairen. Deze aanmelding en aanspraken gelden niet voor gezinsleden van de reservist. Zij blijven voor hun ziektekosten verzekerd bij de eigen ziektekostenverzekeraar. 4. Reservist en ziekte en arbeidsongeschiktheid a. Uitgangspunt Uitgangspunt is dat de arbeidsovereenkomst bij de civiele werkgever of aanstelling bij de overheidswerkgever gedurende de periode in werkelijke dienst niet wordt beëindigd maar blijft voortbestaan. b. Reservist in werkelijke dienst en ziekte Gedurende de periode dat de reservist (nog) in werkelijke dienst verblijft en hij ziek is of hem een ongeval is overkomen, is de (start van de) reïntegratie van de reservist een verantwoordelijkheid van Defensie. Voor de reservist geldt overigens bij Defensie geen ontslagbeschermingstermijn bij ziekte van 2 jaren (Zie verder hoofdstuk VII). Dit betekent dat het verblijf in werkelijke dienst ondanks de ziekte op enig moment zal eindigen.

c. Reservist uit werkelijke dienst en ziekte i. Ziekmelding en reïntegratie De reservist die niet meer in werkelijke dienst verblijft en zijn arbeid bij zijn civiele werkgever wegens ziekte (nog) niet kan hervatten, dient zich bij zijn civiele werkgever ziek te melden. De reservist met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (dan wel een aanstelling voor onbepaalde tijd) heeft in de regel een ontslagbeschermingstermijn van 2 jaren bij zijn civiele werkgever. De civiele werkgever is vanaf dat moment ook verantwoordelijk voor de reïntegratie (Zie verder hoofdstuk VI). ii. Bijzondere uitkering terzake van derving van inkomsten uit arbeid Indien er sprake is van dienstverband, een ziekte of gebrek dat verband houdt met de uitoefening van de militaire dienst, en de reservist is tijdelijk niet in staat de inkomsten te verwerven, die hij uit hoofde van zijn beroep of bedrijf gemiddeld verdiende of zou kunnen verdienen, heeft hij aanspraak op een bijzondere uitkering van Defensie (artikel 124 van het AMAR). Deze maandelijkse uitkering duurt behoudens bijzondere gevallen ten hoogste 2 jaar. De hoogte van de uitkering is gelijk aan het verschil tussen hetgeen hij daadwerkelijk aan inkomsten heeft en de inkomsten die hij uit hoofde van zijn beroep of bedrijf gemiddeld verdiende. Indien deze inkomsten niet kunnen worden vastgesteld, wordt gekeken naar de inkomsten die hij zou kunnen verdienen met arbeid die voor zijn krachten en bekwaamheid is berekend. De aanspraak op deze uitkering bestaat niet indien de reservist uit andere hoofde aanspraak heeft op inkomsten. Onder inkomsten wordt, met uitzondering van de bovenwettelijke invaliditeitsvoorzieningen (Zie verder onder punt c. van dit hoofdstuk), verstaan: wettelijke sociale zekerheidsuitkering(en), particuliere verzekeringen bij arbeidsongeschiktheid, loon van de civiele werkgever, bovenwettelijke uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid. Aangezien de civiele werkgever in de regel een wettelijke loondoorbetalingsverplichting bij ziekte heeft, zal deze uitkering in veel gevallen niet tot uitkering komen. d. Voorzieningen van Defensie bij arbeidsongeschiktheid en invaliditeit i. Wettelijke uitkering bij arbeidsongeschiktheid Bij ziekte en arbeidsongeschiktheid kan de reservist in eerste instantie terugvallen op de wettelijke werknemersverzekeringen, zoals de Ziektewet (ZW)(Zie verder hoofdstuk II) en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) (Zie verder hoofdstuk III). Deze wettelijke werknemersverzekeringen gelden zowel voor werknemers in het bedrijfsleven als voor al het overheidspersoneel. ii. Bovenwettelijke uitkeringen van Defensie bij arbeidsongeschiktheid en invaliditeit Defensie heeft ten aanzien van de wettelijke sociale zekerheid een aantal aanvullende bovenwettelijke voorzieningen tot stand gebracht. Deze voorzieningen zien met name op de situatie waarbij de reservist in werkelijke dienst ten gevolge van de uitoefening van de militaire dienst ziek is geworden of een ongeval is overkomen.

Voor de hoogte van de uitkering is het belang of er sprake is van dienstverband. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen arbeidsongeschiktheid met dienstverband (bedrijfsongeval tijdens vredessituaties) en invaliditeit met dienstverband (ongeval met dienstverband tijdens buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden). 1. Verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen Indien er sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband (Zie verder hoofdstuk VIII) heeft de reservist in aanvulling op zijn wettelijke uitkering op grond van de WIA afhankelijk van de invulling van zijn resterende verdiencapaciteit recht op een verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen. Het reguliere arbeidsongeschiktheidspensioen wordt met 10% verhoogd. 2. Invaliditeitspensioen en bijzondere invaliditeitsverhoging (smartengeld) Indien er sprake is van invaliditeit met dienstverband (Zie verder hoofdstuk VIII onder D) heeft de reservist afhankelijk van de mate van invaliditeit recht op een invaliditeitspensioen. Het invaliditeitspensioen bedraagt afhankelijk van de mate van invaliditeit maximaal 100%. Indien er recht bestaat op een invaliditeitspensioen kan tevens recht op de bijzondere invaliditeitsverhoging bestaan. Deze bijzondere invaliditeitsverhoging wordt ook wel smartengeld genoemd en bedraagt maximaal 40% (Zie verder hoofdstuk VIII onder D). 3. Berekeningsgrondslag van de uitkeringen De berekeningsgrondslag van het (verhoogd) arbeidsongeschiktheidspensioen en het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging worden gebaseerd op het bedrag aan inkomsten dat de reservist in het jaar voorafgaande aan het einde van zijn werkelijke dienst uit hoofde van zijn beroep of bedrijf zou hebben kunnen genieten indien hij niet in werkelijke dienst zou zijn geweest. iii. Voorzieningenregeling Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (VMOD) Defensie kent een aparte regeling waarin een aantal aanvullende voorzieningen is opgenomen die zijn bedoeld voor (onder andere) de reservist die tijdens buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden als gevolg van de uitoefening van de militaire dienst invalide is geraakt (Zie verder hoofdstuk XVIII onder punt F). e. Ontslag wegens blijvende dienstongeschiktheid Indien de reservist niet meer aan de inzetbaarheidseisen als militair kan voldoen, kan dit leiden tot blijvende dienstongeschiktheid (Zie verder hoofdstuk IV). Dienstongeschiktheid geeft aan dat de militair om medische redenen niet meer geschikt is voor het vervullen van de militaire dienst. Dienst(on)geschiktheid wordt door Defensie zelf beoordeeld. In voorkomend geval zal de reservist ontslag wegens dienstongeschiktheid worden verleend. Let op: De reservist ontleent geen aanspraken aan de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector defensie (Zie verder hoofdstuk VIII.). f. Arbeidsongeschiktheid en invaliditeit en de civiele werkgever

De civiele werkgever van de reservist ontvangt in de regel geen vergoeding van Defensie indien zijn werknemer (en reservist) arbeidsongeschikt dan wel invalide raakt. Indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door fouten van Defensie, dan heeft de civiele werkgever de mogelijkheid om Defensie daarvoor aansprakelijk te stellen en een schadeclaim bij Defensie in te dienen. Dit uitgangspunt is overigens hetzelfde als bij andere vrijwilligerswerkzaamheden ten behoeve van het algemeen belang, zoals bijvoorbeeld de vrijwillige brandweer of de reservepolitie. In die gevallen ontvangt de civiele werkgever evenmin een vergoeding. 5. Reservist en ouderdoms- en nabestaandenpensioen a. Wettelijke uitkering bij ouderdom en overlijden Bij ouderdom en overlijden kan de reservist dan wel zijn nabestaanden in eerste instantie terugvallen op de wettelijke volksverzekeringen, de Algemene Ouderdomswet (AOW)(Zie verder hoofdstuk XV onder B) respectievelijk de Algemene Nabestaandenwet (ANW)(Zie verder hoofdstuk XVI onder A). b. Bovenwettelijke voorzieningen van Defensie bij ouderdom en overlijden i. Reservistenpensioen 'oude stijl' en opkomsttoelage Tot 1 januari 1999 gold voor reservisten een (pensioen)stelsel dat voor een zeer beperkte groep reservisten en onder zeer strikte randvoorwaarden voorzag in een diensttijdpensioen. Dit wordt ook wel het reservistenpensioen 'oude stijl' genoemd. Op 1 januari 1999 is dit reservistenpensioen 'oude stijl' afgeschaft en ter compensatie is de zogenoemde opkomsttoelage ingevoerd. Voor iedere dag dat de reservist in werkelijke dienst was, bestond vanaf dat moment recht op deze opkomsttoelage. De opkomsttoelage was bedoeld om vrijwillig een eigen individuele particuliere pensioenvoorziening te treffen. ii. Reservistenpensioen 'nieuwe stijl', de Kaderwet militaire pensioenen Op 1 juni 2001 is de Kaderwet militaire pensioenen (Zie verder hoofdstuk XIV) in werking getreden. De opkomsttoelage is, ondanks de inwerkingtreding van de Kaderwet militaire pensioenen, gehandhaafd. Op basis van de Kaderwet militaire pensioen bouwen reservisten vanaf 1 juni 2001, voor iedere dag dat zij in werkelijke dienst zijn en bezoldiging hebben ontvangen, op dezelfde wijze als beroepsmilitairen een aanvullend ouderdomspensioen (Zie verder hoofdstuk XV onder punt C) en aanvullend nabestaandenpensioen (Zie verder hoofdstuk XVI) op. Dit wordt ook wel het reservistenpensioen 'nieuwe stijl' genoemd. De opbouw van het (gewone) aanvullende ouderdoms- en nabestaandenpensioen vindt plaats op basis van het pensioenreglement van het ABP. Omdat reservisten niet doorlopend in werkelijke dienst zijn, wordt door het ABP overigens maar één maal in de zes jaar een pensioenoverzicht toegezonden. 1. Bovenwettelijk aanvullend ouderdomspensioen Het door de reservist opgebouwde ouderdomspensioen komt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd als aanvulling op wettelijke uitkering op grond van de AOW tot uitkering. Het aanvullende ouderdomspensioen voor militairen is gebaseerd op een gemitigeerd eindloonstelsel Zie verder hoofdstuk XIII onder punt C).

Voor de uiteindelijke berekening van het ouderdomspensioen worden alle dagen waarop de reservist in werkelijke dienst is geweest en waarvoor de pensioenbijdrage op zijn bezoldiging is ingehouden bij elkaar opgeteld en herleid tot pensioenjaren. Vervolgens wordt aan de hand van de pensioengrondslag de hoogte van het aanvullende ouderdomspensioen vastgesteld. De berekeningsgrondslag wordt gebaseerd op zijn inkomsten als reservist. 2. Bovenwettelijk aanvullend nabestaandenpensioen a. Overlijden zonder dienstverband Indien de reservist komt te overlijden en er is geen verband met de uitoefening van de militaire dienst hebben zijn nabestaanden op basis van het Pensioenreglement van het ABP recht op een aanvullend nabestaandenpensioen. Dit aanvullend nabestaandenpensioen geeft een aanvulling op wettelijke uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW) of ANW-compensatie (Zie verder hoofdstuk XVI onder A respectievelijk B). De hoogte van het aanvullend nabestaandenpensioen voor de overblijvende partner wordt afgeleid van het fictieve ouderdomspensioen. Er wordt berekend wat het ouderdomspensioen zou zijn geweest op 65-jarige leeftijd. Het nabestaandenpensioen voor de overblijvende partner bedraagt 5/7 van het ouderdomspensioen. Voor halfwezen en wezen is de hoogte 1/7 respectievelijk 2/7 van het opgebouwde ouderdomspensioen. Let op: Het niveau van het aanvullend nabestaandenpensioen bij overlijden na 65 jaar voor aanspraken die vanaf 1 januari 2004 worden opgebouwd, is teruggebracht van 5/7 naar 5/14 van het ouderdomspensioen. Tot 1 januari 2005 bestond de eenmalige mogelijkheid om door middel van het PartnerPlusPensioen van Loyalis Verzekeringen een aanvulling van het nabestaandenpensioen tot het oude niveau te realiseren. Omdat het nabestaandenpensioen wordt afgeleid van het ouderdomspensioen, is ook het nabestaandenpensioen gebaseerd op zijn inkomsten als reservist. b. Overlijden met dienstverband Indien de reservist komt te overlijden en er is sprake van verband met de uitoefening van de militaire dienst hebben zijn nabestaanden aanspraak op een hoger aanvullend nabestaandenpensioen. Het hogere aanvullende nabestaandenpensioen wordt niet afgeleid van het (fictieve) ouderdomspensioen maar van het berekende invaliditeitspensioen (Zie onder punt 4 c van dit hoofdstuk). Indien er sprake is van overlijden als gevolg van een bedrijfsongeval tijdens vredessituaties wordt het nabestaandenpensioen afgeleid van een arbeidsongeschiktheidspensioen in geval van een bedrijfsongeval. Indien er sprake is van overlijden als gevolg van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden wordt het nabestaandenpensioen afgeleid van het invaliditeitspensioen berekend

naar een mate van invaliditeit van 100%. De overblijvende partner heeft in dat geval aanspraak op 5/7 van het aldus berekende invaliditeitspensioen. De berekeningsgrondslag van het hogere nabestaandenpensioen wordt gebaseerd op het bedrag aan inkomsten dat de reservist in het jaar voorafgaande aan het einde van zijn werkelijke dienst uit hoofde van zijn beroep of bedrijf zou hebben kunnen genieten indien hij niet in werkelijke dienst zou zijn geweest. Zie ook het hierna volgende schema: Overlijden Overlijden zonder dienstverband Berekening aanvullend nabestaandenpensioen voor de overblijvende partner Overlijden voor 65 jaar 5/7 van het fictieve ouderdomspensioen Overlijden na 65 jaar (5/7 tot 1 januari 2004 en 5/14 na 1 januari 2004) van het fictieve ouderdomspensioen Overlijden als gevolg van bedrijfsongeval tijdens vredessituaties Overlijden als gevolg van buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden 5/7 van het arbeidsongeschiktheidspensioen in geval van een bedrijfsongeval 5/7 van het invaliditeitspensioen berekend naar een mate van invaliditeit van 100% Let op: Bij een overlijden na 65 jaar en in verband met de uitoefening van de militaire dienst blijft vooralsnog het niveau van het nabestaandenpensioen 5/7. c. Pensioenopbouw bij Defensie en bij de civiele werkgever In veel gevallen zal de reservist ook op basis van een pensioenvoorziening bij zijn civiele werkgever ouderdoms- en nabestaandenpensioen opbouwen. De opbouw van die pensioenrechten enerzijds en de pensioenopbouw bij Defensie anderzijds staan geheel los van elkaar en zullen in voorkomend geval onafhankelijk van elkaar tot uitkering komen.