BIJBELS GRIEKS LES 5



Vergelijkbare documenten
BIJBELS GRIEKS LES 8

BIJBELS GRIEKS LES 4

BIJBELS GRIEKS HERHALING 1

BIJBELS GRIEKS LES 3

BIJBELS GRIEKS LES 10

BIJBELS GRIEKS LES 7

Wie is er nou blind? Het evangelie naar Johannes 9:

Dopen - in het Nieuwe Testament

Jezus volgen! Echt? Het evangelie naar Johannes 6: dinsdag 2 juni 2015

Boek1. Les 1. Dit is het verhaal van Maria. Dit is het verhaal van de engel. Dit is het verhaal van Jezus.

Om wie gaat het? Het evangelie naar Johannes 3:22-4:2. dinsdag 10 maart 2015

Jezus, het licht van de wereld

Geheimenissen. In 1 Tim. 3:16a staat: En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees.

BIJBELS GRIEKS LES 11

Getuigend christen zijn (1)

1 Korintiёrs 1:9. Marcus 10:45. Handelingen 4:12. Johannes 17:3. 1 Korintiёrs 3:16. Johannes 15:9,10. Psalm 32:8

verzoeking = verleiden om verkeerde dingen te doen dewijl = omdat wederstand doen = tegenstand bieden de overhand behouden= de overwinning behalen

De bruiloft van het Lam

Zondag 28 gaat over het Heilig Avondmaal (1)

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten

Wat is uw diepste verlangen is

Het evangelie volgens Johannes

God dus we kunnen zeggen dat het Woord er altijd is geweest. Johannes 1:1/18

Waarom was het noodzakelijk dat Jezus stierf?

BIJBELS GRIEKS LES 2

6 Stefanus gevangengenomen

Mag ik jou een vraag stellen?

Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk daarvan zijn?

BIJBELS GRIEKS LES 9

Bijbelstudieweekend Vierhouten 12 oktober 2014 Ds. Ferdinand van den Bosch

BIJBELS GRIEKS HERHALING 2

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

EEN PAAR BELANGRIJKE VRAGEN

Alpha Cursus IGGDS DE HOEKSTEN Woensdag 22 april 2015 Restaurant Algorfa Bijeenkomst 12 Waarom en hoe zou ik het anderen vertellen?

Een geopende hemel. Opb. 4:1 Hierna had ik een visioen. Er stond een deur open in de hemel.

In het voetspoor van...

Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes

Boek voor beginnende Bijbellezers. Wegwijs. in de Bijbelboodschap. Nieuwe Testament. Arthur Hale en Jan Koert Davids

Wat zegt de Bijbel over het eeuwige leven? Hoopt u of weet u waar u de eeuwigheid zult doorbrengen?

Het belang van het profetisch woord. De Bijbel open

Wat is de waarde van de profetieën die de Bijbel elk mens aanreikt?

Het wonder van het kruis. De omwisseling aan het kruis

Memoriseer elke dag een tekst. Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.

Tussen hemelvaart & Pinksteren. Wachten op het beloofde

De gelijkenis van het huis op de rots en op het zand.

Is Jezus de Enige Weg? Is het christendom de enig ware religie?

Het eeuwige Woord. Het evangelie naar Johannes 1:1-18. dinsdag 13 januari

BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 1. Les 1 - De oorsprong van de Bijbel. In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling

Het belang van het profetisch woord. De Bijbel open

2 Kor. 4:10. We kunnen zeggen, dat dit de wetmatigheid van een wip is.

GODS GEZIN. Studielessen voor 4-7 jarigen

De Bijbel open (22-06)

Niveau 3 - Les 8: Het juiste gebruik van Gods wet Don Krow

In deze studie wordt nagegaan wat in het Nieuwe Testament bedoeld wordt met het Griekse werkwoord dat in het Nederlands vertaald wordt met: geloven.

Inleiding over het kernwoord zonde

Handelingen 1 : 1 Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theófilus, over alles wat Jezus begonnen is te doen én te onderwijzen

De doop in de Heilige Geest

Zondag 46 gaat over : Onze Vader, Die in de hemelen zijt.

IN GESPREK MET Nieuwe Testament

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Kingdom Faith Cursus Het geschenk van God

Het Koninkrijk Gods. Synopsis van de evangeliën volgens Matteüs 8, 19, 20 en 22, Marcus 10, Lukas 10, 17 en 18 en Johannes 6

Waarom zou ik geloven?

het Woord was bij God en het Woord was God. Christus, Eerstgeborene van heel de schepping

Een stukje hemel op aarde

Preek 8 mei 2016 met Hemelvaart afbeeldingen

God leren kennen. BijbelGespreksGroep (BGG)

Waar in de Bijbel vraagt God aan Abraham om een opmerkelijk offer? Genesis 22. Abraham wordt door God op de proef gesteld!

Beslissend inzicht Waar gaat het om? Preek n.a.v. Johannes 3:22-36

Zondag 25, vraag en antwoord 65, 66, 67 en 68.

De Bijbel open (12-10)

HOE KAN IK TOT BEKERING KOMEN?

DE HEILIGE GEEST OVERTUIGD VAN RECHTVAARDIGHEID

Niveau 1 - Les 14: De kracht van een geestvervuld leven Don Krow

Sterker dan de dood Paasprogramma 2016 Groep 1 t/m 4 Joh. Bogermanschool Houten

1) Gered worden is net zo gemakkelijk als een cadeau krijgen (Johannes 1:12)

ZONDAG -voorbereiding op het Heilig Avondmaal- Heilig Avondmaal houden

1) De ongelovige is blind gemaakt door Satan (2 Korintiërs 4:4).

1. Gods eigendom. Op Toonhoogte 265

waarheid is. De genade vergeeft maar maakt ook vrij van de zonde zoals in Romeinen 6:14 staat: Een eeuwig gewicht van heerlijkheid 2 Cor.

HET ONTSTAAN VAN DE EERSTE GEMEENTE

BIJBELSE INTRODUCTIELES

Noordhorn. februari Gods 12 toekomstplannen Het boek Openbaring

Nieuwe geboorte in het koninkrijk. les 1 FOLLOW

WAT EEN BLINDE MAN ZAG. Serie: Op weg naar Pasen Tekst: Johannes 9


Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2)

Gemeente van de Here Jezus,

Vijf redenen waarom dit waar is

de doop Matt. 28: 16 -eind

Wondertekenen in het Johannesevangelie

Want: In Hem (Jezus) hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade.

Philadelphiadienst Zondag 8 november 2015 Dorpskerk Bodegraven Aanvang: uur

Vanwaar Hij komen zal. Geschreven door D. J. Steensma zaterdag, 09 april :19

Transcriptie:

Pagina:1 5.1 De Aoristus (2) De verleden tijd kan in het Nederlands op twee manieren gevormd worden. 1. betalen - betaalde; koken - kookte. We noemen dit zwakke werkwoorden. 2. kijken - keek; vragen -vroeg. Dit zijn sterke werkwoorden. In het Grieks kennen we een zwakke en een sterke aoristus. De zwakke aoristus kennen we al: enz. Een voorbeeld van de sterke aoristus vindt u in de onderstaande tabel. De sterke aoristus op -ov. Een voorbeeld. werpen ik wierp ik heb/had geworpen jij wierp jij hebt/had geworpen hij, zij, het wierp hij, zij, het heeft/had geworpen wij wierpen wij hebben/hadden geworpen jullie wierpen jullie hebben/hadden geworpen zij wierpen zij hebben/hadden geworpen - De uitgangen hoeft u niet meer te leren. Het zijn de uitgangen van het imperfectum. Veel voorkomende sterke aoristi (op -ov) zijn: praesens aoristus betekenis zeggen zien komen, gaan vluchten nemen, krijgen vinden leiden, voeren zondigen hebben onderricht krijgen participia aoristus mnl.nom.ev. mnl.acc.ev. mnl.nom.ev. mnl.acc.ev. infinitief. aor.:

Pagina:2 voorbeelden: = wij wierpen, wij hebben/hadden geworpen = jij vluchtte, jij bent/was gevlucht = hij zei, hij heeft/had gezegd = begrijpen = aannemen = hij begreep, hij heeft/had begrepen = ik naam aan, ik heb/had aangenomen; zij.. enz. aannemen, aan te nemen (geen augment!) Oefenopdracht 1 Vertaal: a. e. a. f. b. g. c. h. Opdracht 1 Vertaal: a. e. b. f. d. g. (2x) 5.2 De schrijvers van de Evangeliën: Lukas De schrijver van het Evangelie van Lukas spreekt van zichzelf, maar zonder zijn naam te noemen. In de opschriften van oude handschriften van dit Evangelie staat steeds Lukas' naam. In heel de kerkelijke traditie werd dit Evangelie dan ook aan Lukas toegeschreven. In vers 2 van het eerste hoofdstuk wordt duidelijk dat Lukas niet tot degene behoort die met Jezus omgingen. We lezen daar: "Gelijk ons overgeleverd hebben, die van de beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn." Uit Kol. 4:14 blijkt dat Lukas arts was. Hij was een bijzondere vriend van Paulus. Ongetwijfeld was hij het ook die Paulus vergezelde op zijn tweede zendingreis, op zijn derde zendingsreis en op zijn reis naar Rome. Ook was Lukas aanwezig bij het schrijven van de brieven aan de Kolossensen, Filemon en Timotheus (tweede brief). Lukas' Evangelie vertoont dan ook duidelijk de invloed van de Paulinische geest. Hij gebruikt veel woorden die Paulus vaak gebruikte. Dit Evangelie is was duidelijk bestemd voor heidenchristenen. Dit blijkt o.a. uit de opmerkingen die voor Joden-christenen overbodig waren (bijv. 1:26; 2:4; 4:31). Naar het oordeel van de meeste geleerden is dit Evangelie kort na het jaar 70 geschreven.

Bijbels Grieks Pagina:3 Opdracht 2 e. Leer: kennen; = gaan; = afdalen; = omhooggaan, opgaan; sterven Vertaal de volgende imperfectum-vormen en aoristus-vormen. Zet er imp. of aor. achter. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. 5.4 Grieks in het Nederlands (2) namen Er zijn ook eigennamen die uit het Grieks komen. Van rots komen de namen Peter, Petra en Petrus. Van het woordje God komen de namen Thea en Theo. Filip en Filippus komen van = paardenvriend. bestaat uit twee woorden namelijk = de vriend en = het paard. Zo komt de naam Irene van = de vrede en André van = dapper. Van = de beschermer komen de namen Alexander en Alexandra. Dat er zoveel woorden en namen uit het Grieks komen had u waarschijnlijk niet vermoed. 5.5 Klassieke achtergrond-informatie: Naar de onderwereld In les 3 vertelden we van het rijk van Hades, de onderwereld. In de Griekse literatuur komt dit onderwerp regelmatig aan de orde. Zo daalde de Griekse held Herakles af naar de onderwereld om daar de hond Kerberos, de bewaker van de onderwereld, te vangen. Toen Odysseus na de oorlog met Troje zijn moeizame thuisreis maakte, bezocht hij ook het rijk van Hades. Hij ontmoette daar onder andere zijn moeder en Agamemnon. Daar, in de diepste diepten, zag hij Tantalos, die de geheimen van de goden had verraden en zijn eigen zoon had geslacht. Voor straf stond hij tot zijn lippen in het water, maar als hij wilde drinken, zakte het weg. Boven zijn hoofd hingen de heerlijkste vruchten, maar als hij ze wilde plukken, waaiden ze van hem vandaan. Links Odysseus en rechts de god Hermes

Pagina:4 5.6 Het persoonlijk voornaamwoord hij De woordjes hij, van hem, hem zult u dikwijls tegenkomen. U vindt ze in de onderstaande tabel. Verwart u het woordje niet met betekent die, deze, dit. Voorbeelden naamval 3-e ps. mnl. betekenis nom. hij gen. van hem dat. aan/voor hem acc. hem = het woord van hem of zijn woord deze zei tegen hem 5.7 Johannes 1: 1-14 U gaat zo een gedeelte van Johannes 1 lezen. Daarvoor moet u eerst nog wat woorden leren. Zorg dat u ze kent voordat u Johannes 1 gaat lezen! Nieuwe woorden + gen. = alle (dingen) = = door, vanwege, via = zonder = niets = zenden = opdat = het getuigenis ( = getuigen) = gen. ev. van = verlichten = eigen(e) = de macht = aannemen = maar = de naam = het bloed (gen.mv. ) = wil (gen. ev. ) = het vlees (gen.ev. ) = de man (gen. ev. ) U gaat nu 14 verzen uit het Johannes-evangelie gaan lezen. Achter woorden die u nog niet kunt vertalen staat de betekenis. Probeer de tekst voor uzelf te vertalen. U hoeft de

Pagina:5 vertaling niet in te sturen! Als u er echt niet uit komt, mag u even spieken in uw Bijbel. Eventuele vragen kunt u insturen. 1. (bij) Let op: 2. 3. (zijn gemaakt), (is gemaakt (dat) (gemaakt is). 4. 5. 6. (er was) gezonden (door) 7. (tot) (hij getuigen zou) (over) (zij zouden geloven) 8. (die [man] ) (invoegen: hij was gezonden ) (hij zou getuigen) (over) 9. (dat) (komende) 10. (is gemaakt) (heeft gekend). 11. (het Zijne) (de Zijnen) 12. (zovelen) (hij heeft gegeven) (te worden) (die) 13. (die) (noch) (noch) (geboren zijn). 14. (is geworden) (heeft gewoond) (ons). Ik hoop dat het niet is tegengevallen. Hoe het lezen ook ging, leest u na een week deze perikoop nog eens. Leer dan opnieuw de woorden waarvan u de betekenis niet meer kende!

Pagina:6 Opdracht 3 Doe met de volgende woorden uit Johannes 1: 1-14 als in het voorbeeld. voorbeelden: = mnl. acc. ev. van = wereld = imp. 3-e ps. ev. van = zijn a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. 5.8 Twee nieuwe verbuigingsgroepen de discipel, de leerling. Hoe verbuigen we de woorden op? nom. ev. nom. mv. gen. ev. gen. mv. dat. ev. dat. mv. acc. ev. acc. mv. Leer de volgende woorden. Ze behoren tot dezelfde verbuigingsgroep. = de rechter = de heerser = de profeet = de doper = de tollenaar = de dief = de leugenaar = de huichelaar de stad. Hoe verbuigen we dit soort woorden? nom. ev. nom. mv. gen. ev. gen. mv. dat. ev. dat. mv. acc. ev. acc. mv.

Pagina:7 Leer de volgende woorden. Ze behoren tot dezelfde verbuigingsgroep = de vergeving = de kracht = de spijs = het gebed = het oordeel = het geloof Voorbeelden: (Let op de verbuigingen!) = de grote stad; = ik zag de grote stad = de grote troon = ik zag de grote troon = ik zag de heilige stad. = van stad tot stad ( + gen. en + acc.) 5.9 Verbuiging van In de bovenstaande voorbeelden kwamen we vormen tegen van het onregelmatige bijvoegelijke naamwoord groot. Hier volgen alle vormen. Oefenopdracht 2 naamval mnl. vrl. onz. nom. ev.!! gen. ev. dat. ev. acc. ev.!! nom. mv. gen. mv. dat. mv. acc. mv. Zet het Nederlandse woord in het Grieks en vertaal de zinnetjes. a. grote b. de dief. c. grote d. geloof ; e. de steden. f. groot g. grote

Pagina:8 Als slot van deze les lezen we een stukje uit het bijbelboek Openbaringen. Dit gedeelte is - zoals u zult merken- aangepast. Nieuwe woorden. Leer deze woorden! = wit = klein, = voor; dit voorzetsel wordt gevolgd door de genitivus = nieuw komt van = voorbijgaan = ik maak, ik doe Opdracht 4 (inzenden) vertaal 1.. 2., (staande) (werden geopend). 3. (meer). 4. (part.prs.vrl.ev.acc.) 5. * = alle (dingen) = (nieuwe) dingen Dus: Ik maak alle dingen tot nieuwe dingen Ik maak alles nieuw. Einde van deze les. Ga niet verder voordat u de les grondig kent!

Pagina:9 Antwoorden oefenopdrachten Opdracht 1 a. hij zag, hij heeft/had gezien b. wij namen, wij hebben/hadden genomen. c. jij vond, jij hebt/had gevonden ( of u vond...) d. jullie wierpen, jullie hebben/hadden geworpen (of u mv! wierp...) e. ik begreep, ik heb/had begrepen; zij begrepen, zij hebben/hadden begrepen f. jullie namen aan, jullie hebben/ hadden aangenomen (zie d.) g. (te) gaan, (te) komen h. wij zondigden, wij hebben/ hadden gezondigd Opdracht 2 a. (een) grote kracht b. Ik zag de dief c. En ik hoorde een grote (luide) stem uit de hemel d. Heb jij geloof? (of Hebt u...) e. Hij zag de steden. f. Ik kreeg een groot geschenk. g. Jullie zagen grote beesten. ( U mv. zag... ) Antwoorden opdrachten Opdracht 1 a. hij zei; hij heeft / had gezegd b. jullie zeiden; jullie hebben / hadden gezegd c. wij vluchtten; wij zijn / waren gevlucht d. hij kwam; hij is / was gekomen hij ging; hij is / was gegaan e. wij leidden; wij hebben /hadden geleid f. ik zondigde; ik heb/had gezondigd Opdracht 2 a. ik offerde enz. aor. b. jij maakte los imp. c. wij brachten binnen imp. d. wij hielden tegen enz. aor. e. jij stierf imp. f. jullie kenden imp. g. ik geloofde imp. h. jullie hoorden imp. a. hij onderwees enz. aor. j. ik ging omhoog zij gingen omhoog imp. k. wij gingen imp. l. zij maakten los enz. aor.

Pagina:10 Opdracht 3 a. mnl.acc.ev.van =God. b. vrl.gen.ev.van = vlees c. vrl.acc.ev. van = getuigenis d. vrl.dat.ev. van = duisternis e. vrl.acc.ev.van = macht f. prs. 3-e ev. van = gaan g. aor. 3-e ev. van = gaan/komen h. prs. 3-e ev. van = schijnen a. aor. 1-e ev. 3-e mv. van = aannemen j. prs. 3-e mv. van = geloven Opdracht 4 1. En ik zag een grote witte troon. 2. En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God en de boeken werden geopend. 3. En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde: De eerste hemel en de eerste aarde was niet meer. 4. En ik, Johannes, zag de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel. 5. En ik hoorde een grote stem: Ik maak alle dingen nieuw. Maak ook de extra oefening!