Toen mijn vader een struik werd

Vergelijkbare documenten
Toen mijn vader een struik werd

Voor Indigo en Nhimo Papahoorjeme_bw.indd :02

Edward van de Vendel. De grote verboden zolder

Hans Kuyper. F-Side Story. Tekeningen Annet Schaap. leopold / amsterdam

De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters.

Bart Moeyaert Broere. De oudste, de stilste, de echtste, de verste, de liefste, de snelste, en ik

Edward van de Vendel Toen kwam Sam. Met tekeningen van Philip Hopman

De gebroeders Leeuwenhart

Verloren grond. Murat Isik. in makkelijke taal


Het geluk van de sprinkhaan

De eekhoorn kon niet slapen. Hij liep van zijn deur om zijn tafel heen naar zijn kast, bleef daar even staan, aarzelde of hij de kast zou opendoen,

Dros Ella druk Q :53 Pagina 1 Het boek van Ella

Mannetje Jas. Maar op een dag kon hij er niet meer tegen. Hij wilde het eindelijk eens warm hebben. Hij kleedde zich dik aan en ging de deur uit

Het mannetje van Plar Anne Cassidy. Met tekeningen van Tony Ross

Ahlberg en Tellegen :29 Pagina 1. Brieven aan bijna niemand anders

Bart Moeyaert. Blote handen

KOOS MEINDERTS NAAR HET NOORDEN MET ILLUSTRATIES VAN ANNETTE FIENIEG

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1

2015 Marianne Busser en Ron Schröder 2015 Illustraties: ivan en ilia 2015 Moon, Amsterdam Ontwerp omslag en binnenwerk: Petra Gerritsen

Weg met die krokodil!

Louis van Dievel. De onderbroek

Tommie, Dik en Esmeralda

Het raam achter het gordijn stond op een kier. Uit de nacht kwamen geluiden de kamer van Dolfje binnen. Tsjirpende krekels, brullende kikkers,

De eekhoorn. œ œ œ œ œ. Ó Œ œ œ. œ œ œ œ. œ j. œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ. œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ. œ J. - hoorn, de eek - hoorn eet.


Niet in slaap vallen hoor!

Verhaal: Jozef en Maria

Sammie en de echte beste vriendin

Ankie. het meisje uit de bossen van Karoetsja. Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin. blad 1

God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6. De berg op Genesis 22:1-8. God heeft me heel gelukkig gemaakt! Ze noemden hun zoon Izak. Dat betekent: lachen.


in het holst van de nacht

Het olifantenboekje. het eigenwijze Fantje. C.A. Leembruggen. Zie voor verantwoording:

"Afraid of the Dead ( The Escape ) Hoofdstuk 5"

»05« Het marktplein. Nog nooit had hij zijn boterham zo snel opgegeten. Mam, Erika en Lien hadden hem verbaasd aangekeken.

Roodkapje en haar zieke voorleesoma

Juf Waz Noenka op de vlucht

Hoe ik talent voor het leven kreeg

Extra Materiaal groep 1-2

De steen die verhalen vertelt.

Karel Eykman & Margreet de Heer Zodat het je goed gaat Tien geboden voor nu

gans e n broer Moeyaert Dendooven met tekeningen van

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al

Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december Kerstverhaal

2

Toen ze buiten stond, knipperde Sabien met haar ogen. Overal zag ze sneeuw en ijs, zelfs op de vijver en op de heuvel.

Ander werk van Wolf Erlbruch bij Querido. Ander werk van Bart Moeyaert

DE VURIGE HOUTHAKKER

Het lam. Arna van Deelen

Paul van Loon. Dolfje Weerwolfje. Tekeningen Hugo van Look. Leopold / Amsterdam

Er waren eens vier kleine konijntjes. Ze heetten Flopsie, Mopsie, Wipstaart

1 Kussen over mijn hoofd

Eerste druk, september Tiny Rutten

De kleine wildebras. Th. Storm. Magda Stomps. Zie voor verantwoording:

Toen ze opkeek, zag ze dat ze niet meer alleen was. Bij de koeien stond een jongen met een stok. Hij had blond haar, dat rood leek in het late


Parking - N E Je ziet hier een bord op het hek. Zet beide GROTE letters om in cijfers. Dit is A=... en B=...

Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: <Katelyne>

Rindert Kromhout. Die dag in augustus. met tekeningen van. Annemarie van Haeringen. Leopold / Amsterdam

Vivian den Hollander. Kaarsjes. blazen. met illustraties van Alex de Wolf. Uitgeverij Ploegsma Amsterdam

Paul van Loon. Allemaal Onzin. Tekeningen Hugo van Look. Leopold / Amsterdam


ISBN Daniel Nesquens Sergio Mora Tattoo-papa De Vier Windstreken. De Vier Windstreken

Het Drakenfeestje Tekst Mathias Dellaert Illustraties Siri Austvik

Het Drakenfeestje. Tekst Mathias Dellaert Illustraties Siri Austvik

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

Stomme trutten. Qatar, Qatar!, giechelen de meisjes voor het huis aan de overkant. Kelly heeft gelijk. Nu zijn ze op de fiets.

De epilepsie van Annemarie Als je hersens soms op hol slaan

Voor Cootje. de vuurtoren

De brief voor de koning

Lucie en hare moeder

Kijk nog eens in het boek op bladzijde 80 naar Werkwoorden in een andere tijd.

Nooit had zijn moeder over haar vader gesproken en nu hij dood was, moest ze de hele dag huilen.

WAT ALS... Junior journalist culinair

Dit boekje is van... Meneertje Kietel_Binnen.indd :20 Meneertje Kietel_Binnen.indd :05


Q Amsterdam Antwerpen Em. Querido s Kinderboeken Uitgeverij

Marta Todorow Edward Skubisz. Illustraties Agnieszka Traczyńska. Vertrouwen. Kleine verhalen over grote zaken

Eerste druk, april Piety Alkema Illustraties: Studio Roede te Grootegast en Piety Alkema

Ria Massy. De taart van Tamid

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

Liedbijlage. Groepen 1-3. Cd Pyramide 2008-I, track 66. Groepen 3-4. Cd Pyramide 2008-I, track 67

2016 Marianne Busser en Ron Schröder 2016 Illustraties: ivan en ilia 2016 Moon, Amsterdam Ontwerp omslag en binnenwerk: Petra Gerritsen

Klein Kontakt. Jarigen. in april zijn:


Anna Woltz. Mijn bijzonder rare week met Tess

Op hun knieën blijven ze wachten op het antwoord van Maria. Maar het beeld zegt niets terug.

Boekverslag Nederlands Met mijn ogen dicht door Maren Stoffels

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

Om een of andere reden zijn ze daar allebei heel tevreden

Prent 1 : Klaslokaal. De kinderen zingen rond de kerstboom.

Je gaat een toets maken over begrijpend lezen. Maak vraag 1 tot en met 9. Lees de teksten nog niet.

Transcriptie:

Toen mijn vader een struik werd

Joke van Leeuwen ontving voor haar œuvre: Theo Thijssenprijs 2000 Gouden Ganzenveer 2010 Andere kinderboeken van Joke van Leeuwen: De Appelmoesstraat is anders (1978) Een huis met zeven kamers (1979) Gouden Penseel, Zilveren Griffel De Metro van Magnus (1981) Zilveren Griffel Sus en Jum (1985) Deesje (1985) Gouden Griffel, Zilveren Penseel, Deutscher Jugendliteraturpreis Het verhaal van Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden (1987) We zijn allang begonnen, maar nu begint het echt (1988) Zilveren Griffel Duizend dingen achter deuren (1988) Wijd weg (1991) Dit boek heet anders (1992) Het weer en de tijd (1993) De wereld is krom, maar mijn tanden staan recht (1995) Twee beleefde dieven (1996) Iep! (1996) Woutertje Pieterse Prijs, Gouden Uil, Jonge Gouden Uil, Zilveren Griffel Bezoekjaren (1998) Woutertje Pieterse Prijs, Jenny Smelik ibby-prijs Kukel (1998) Zilveren Griffel Ozo Heppie (2000) Kweenie (2003) Die 7 Besten Bücher Slopie (2004) Waarom een buitenboordmotor eenzaam is (2004) Zilveren Griffel Ga je mee naar Toejeweetwel? (2005) Heb je mijn zusje gezien? (2006) Gouden Penseel, Zilveren Griffel Een halve hond heel denken (2008) Zilveren Griffel

Joke van Leeuwen Toen mijn vader een struik werd Amsterdam Antwerpen Em. Querido s Uitgeverij bv 2010

www.queridokinderboeken.nl www.jokevanleeuwen.com Copyright tekst en illustraties 2010 Joke van Leeuwen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Em. Querido s Uitgeverij bv, Singel 262, 1016 ac Amsterdam. Omslag Brigitte Slangen isbn 978 90 451 1084 4 / nur 283

1 Ik dacht in die tijd nooit dat het daar ergens anders was. Het was overal ergens anders, behalve waar we woonden. Iedereen kon zonder moeite mijn naam uitspreken. Waar ik nu woon, kunnen ze dat niet. Ze kunnen de letter k niet zeggen. De eerste die hier mijn naam wilde uitspreken brak bijna zijn tong. Voorlopig zeg ik maar dat ik Toda heet. Dat zijn de laatste letters van mijn lange voornaam met vier keer een k erin. Ik woonde met mijn vader in een kleine stad. Ik vond die stad groot genoeg. Mijn moeder woonde niet bij ons. Ik kende haar eigenlijk niet zo goed. Ik had een fotootje, waarop ze stond te lachen.

Soms praatte ik met haar door de telefoon, maar dan wist ik niet goed wat ik moest zeggen. Ze zei dat ze me miste, maar ik begreep niet waarom ze dan niet kwam. Mijn vader zei dat ze was weggegaan vlak voor ik één jaar werd. En dat was niet om mij, zei hij, maar omdat ze het allemaal niet aankon. Hij vertelde niet wát ze allemaal niet aankon. Ik heb het ook nog nooit gevraagd. Voordat mijn vader een struik werd, was hij banketbakker. Hij stond s morgens om vier uur op om twintig soorten gebakjes te maken en drie soorten taarten. Overdag verkocht hij die en dan werden ze opgegeten. De volgende ochtend moest hij weer om vier uur opstaan om twintig soorten gebakjes en drie soorten taarten maken. Hij zei dat ik maar beter geen bakker kon worden. Ik kon maar beter iets verkopen wat niet meteen werd opgegeten. Maar zijn werk rook zo lekker. Op een avond nam hij me bij zich op schoot en zei dat de mensen haast geen gebakjes meer kochten. Het ging niet goed met ons land. In het zuiden waren gevechten aan de gang tussen de enen en de anderen. Hier nog niet, zei hij, maar als ze zo doorgingen kon het hier ook beginnen. Hij zei dat mijn oma een poosje bij mij in huis zou komen wonen. Hijzelf moest weg om de enen te verdedigen tegen de anderen, hoewel hij ook vrienden had die nu bij de anderen hoorden. Maar het moest, zei hij, hoewel hij veel liever gebakjes maakte. Hij liet me een donkergroen, dun boek zien. Het 6

heette Wat Elke Soldaat Moet Weten. Eén hoofdstuk ging over camoufleren. Dat woord kende ik toen nog niet. Kamoefleren, zei mijn vader, dat is jezelf onherkenbaar maken. Je moet je verdekt kunnen opstellen. Er stond een plaatje bij van een soldaat die zich had verkleed als struik. Op een andere bladzij stonden een heleboel eretekens afgebeeld. Die werden op het uniform geborduurd van wie ergens heel goed in was, door iemand die heel goed was in borduren. Soldaten kregen een ereteken van wol en generaals een van gouddraad. Toen mijn vader vertrok, kwam mijn oma. Ze zette de suikerpot op een andere plek dan waar die hoorde en legde een deken over de bank, zodat de bank het benauwd kreeg. Ik vertelde haar dat mijn vader zich 7

als een struik moest verkleden. Dat deed hij vast alleen maar als hij in het bos was, zei ze. Niet midden in de stad of zo. Als je midden op straat ging zitten doen of je een struik was, dan viel je juist op. Ik dacht na over hoe hij zich in een stad zou moeten camoufleren. Misschien moest hij dan net doen of hij een brievenbus was of een stilstaande auto. Of een boom op de stoep. Op school had ik wel eens moeten doen of ik een boom was, maar zonder dat ik er echte takken en bladeren bij mocht gebruiken. Dan is het heel moeilijk om niet op een mens te blijven lijken. Mijn armen wezen naar het plafond, als twee dikke takken met tien kleine takjes eraan. Voor de zekerheid zei ik erbij: Ritsel, ritsel. Een meisje uit mijn klas kon verbazend goed dieren en dingen nadoen. Maar toch bleef ze op zichzelf lijken.

Mijn vader mocht takjes en bladeren gebruiken. Dat had ik gezien in dat donkergroene boek. Op die manier zou de vijand hem vast niet herkennen. Die zou denken: dat is een struik. Of hij zou gewoon voorbijlopen zonder iets te denken. Want meestal als je langs een struik loopt, blijf je gewoon doorlopen zonder te denken: dat is een struik. De vijand zou in elk geval niet zomaar op een struik gaan schieten, dacht ik. Trouwens, als mijn vader zich heel goed zou camoufleren, zouden zelfs de vogels het misschien niet eens zien. Die zouden dan een nest bouwen op zijn hoofd en daar eitjes gaan zitten uitbroeden. Maar als de vijand nu ook zo n boek had waarin werd uitgelegd hoe hij zich moest camoufleren? En als ze dan allemaal struiken waren geworden? Hoe wisten ze dan wie bij de enen hoorde en wie bij de anderen? Over zulke vragen dacht ik veel na, maar ik praatte er niet over met mijn oma, hoewel zij al een keer een oorlog had meegemaakt. Ze had een oorlog meegemaakt en was helemaal heel gebleven. Ze knuffelde me en zei: Je vader is al een grote man, maar hij is en blijft mijn kind. En dan keek ze door het raam de straat in, alsof hij ieder moment terug kon komen.

2 Mijn oma was geduldig. Soms haalde ze de schuifspelden uit haar lange haren en mocht ik op haar hoofd andere kapsels maken. Intussen zat ze dan stilletjes met haar ogen dicht op de bank. Soms zei ze wel dat ik te hard trok en dat ze graag over tien jaar nog haren op haar hoofd wilde hebben. Als ik klaar was, bekeek ze zichzelf lachend in de spiegel. Maar daarna deed ze haar kapsel weer zoals altijd. 10

s Nachts lagen alle schuifspelden op een rijtje op haar nachtkastje en liet ze haar haren over haar kussen golven. Dat zag ik toen ik op een nacht bij haar in bed kroop. Ik durfde niet in mijn eigen bed te blijven. Buiten hoorde ik harde knallen en ik zag lichtflitsen over het behang schieten. Mijn oma zei dat de oorlog ook naar ons was gekomen en dat we beter beneden in de bakkerij konden gaan liggen. We namen het dekbed en twee kussens mee. Beneden spreidde mijn oma de deken die over de bank had gelegen uit op de vloer onder de werktafel. Het leek of het heel zacht had gesneeuwd, maar het was meel dat nog op de vloer lag. De ovendeur stond open, als een groot zwart oog. Aan de straatkant zaten net onder het plafond twee raampjes. Als het buiten licht was, kon je de schoenen zien van wie langsliep. De tuin lag lager dan de straat, aan die kant kon mijn vader altijd even naar buiten lopen als hij het te warm kreeg van de oven. Mijn oma probeerde een liedje voor me te zingen. Haar stem was wiebelig. Ze zong een ouderwets lied- 11

je over gras en bomen. Ik vroeg wanneer de knallen zouden ophouden, maar dat wist ze niet. Misschien als het hard gaat regenen, zei ik. Dan gaan ze wel naar binnen. Ik hoopte maar dat het hard ging regenen. Ik denk dat ik wel een uur wakker lag. Eindelijk hielden de knallen op en viel ik in slaap. Toen we onze ogen weer opendeden, was het al helemaal licht. Mijn oma kon haast niet meer overeind komen, zo stijf was ze geworden van de harde, koude vloer. Aan het ontbijt bromde ze almaar tegen de marmeladepot dat niemand eens normaal kon doen. Ze dacht vast aan mijn vader, omdat hij haar kind was. Ik dacht weer na over camoufleren. Ik had me graag ergens verdekt willen opstellen, zodat de vijand nooit te weten zou komen waar ik was. Niemand zou dat te weten komen. Als de vijand naar me zou vragen, zouden de mensen zeggen: O, die? We hebben geen idee waar ze is. We weten zelfs niet meer hoe ze eruitziet. Misschien zouden ze me op den duur helemaal vergeten. Dan zou ik almaar ergens verstopt zitten en kwam er niemand langs om te zeggen: Kom maar tevoorschijn, hoor, het is weer vrede. Ik mocht niet naar buiten. Ik zag dat mijn oma naar iemand probeerde te bellen, maar onze telefoon deed het niet. Ze zei dat ze daarom ergens anders het een en ander ging regelen. Ik moest rustig thuis blijven zitten en niemand binnenlaten. 12

Haar gezicht stond strak. Het leek wel of haar vel zou verkruimelen als ze zou gaan lachen. Toen ze weg was, zat ik op de bank, waar geen deken meer overheen hing. Nu zouden er geen gewone dagen meer komen om gewone dingen te doen. En geen gewone nachten om gewoon te slapen en daarna gewoon wakker te worden. Ik zat twee uur lang op de bank iets gewoons te willen gaan doen. Toen hoorde ik de bel. Mijn lijf zat meteen vol spelden van de schrik. Misschien stond de vijand voor de deur. De bel bleef maar gaan, alsof de vijand wist dat ik thuis was, al deed ik of ik niet bestond. Soms was het vier tellen stil en dan begon het gerinkel weer. Ik kon niet meer rustig blijven zitten. Misschien moest ik de voordeur barricaderen. Maar dan kon mijn oma er niet meer in als ze thuiskwam. Voorzichtig sloop ik naar de gang. De deur zat 13

goed dicht. Ik zou hem op slot kunnen doen. Er zaten twee stevige sloten op. Terwijl ik dat bedacht, hoorde ik door de brievenbus: Doe alsjeblieft open! Dat was de vijand niet, dat was mijn oma. Hoorde je me niet roepen? zei ze toen ze binnen stond. Ik had de sleutel vergeten. Ik mocht van u de deur niet opendoen. Ja, dat is waar. Haar schuifspelden zaten niet meer waar ze hoorden. Ik moest op de bank gaan zitten, want ze had me iets te zeggen, zei mijn oma. Ze zei dat ik hier beter niet kon blijven. Het was te gevaarlijk geworden. En mij mocht niets overkomen, omdat ik het kind van haar kind was. Ze had contact gehad met mijn moeder, zei ze. Omdat die in het buurland woonde, waar geen oorlog was, kon ik daar maar het beste heen gaan. Mijn moeder zou me met open armen ontvangen. Maar ik wil liever bij papa blijven, zei ik. Dat begreep mijn oma wel. Het was tijdelijk, zei ze. Als het gevaar geweken was, kon ik terugkomen. Ik vroeg of ze dan niet meeging. Nee, dat kon niet, zei mijn oma. Ze moest op het huis passen, anders zouden er anderen in gaan wonen. Die zouden alles inpikken wat mijn vader nog bezat. Maar ik hoefde me geen zorgen over haar te maken. Zij had al een keer een oorlog meegemaakt. 14

Zijn er daar waar ik naartoe moet geen aardbevingen of overstromingen? vroeg ik. Anders kan ik net zo goed thuisblijven. Nee, die waren er niet, zei mijn oma. En dit was de beste oplossing in deze omstandigheden. Ik zag wel aan haar dat ze deze omstandigheden heel graag had veranderd in andere omstandigheden. Maar dat kon ze niet. Je bent niet alleen, zei mijn oma. Dat hebben ze me op het hart gedrukt. Je wordt tot het laatst begeleid. En er gaan nog meer kinderen naar veiliger oorden. Overmorgen vertrekt er een bus. We zaten een poosje naast elkaar zonder wat te zeggen. Toen trok ze me naar zich toe en hield me in haar armen alsof ze me nooit zou laten gaan. Ik kon haast niet meer ademen. 15

3 Het enige wat ik mee kon nemen was wat er in mijn schoudertas paste. Dat waren vier onderbroeken, twee T-shirts, een broek, een trui, mijn toiletspullen, een rol droge koekjes, een flesje water, een schrift en een pen. De rest moest ik achterlaten. Mijn oma zei dat ze er goed op zou passen. In het schrift schreef ze het adres van mijn moeder en ze plakte haar foto erbij. Ze plakte ook een foto van mijn vader in het schrift. En een kopie van zijn paspoort, waar mijn naam in stond. Ze had geen foto van zichzelf bij zich. Daarom maakte ze een tekeningetje van haar hoofd, maar ze kan niet zo goed tekenen. Ze kraste zichzelf wel drie keer door.