Toetsprotocol leerjaar 1, 2 en 3H/V
Inleiding In voorliggend toetsprotocol zijn de rechten en plichten van zowel leerling als docent vastgelegd met betrekking tot voorbereiding, afname en beoordeling van toetsen. Dit toetsprotocol betreft leerjaar 1, 2, 3 H/V. Afspraken over toetsen die in leerjaar 3T en 4T meetellen voor het examendossier zijn vastgelegd in het PTA en vallen onder het schoolexamenreglement. Geldigheid Dit toetsprotocol blijft geldig tot de volgende versie wordt vastgesteld. Voorgaande versies van het toetsprotocol komen daarmee te vervallen. Begrippenlijst Toets Toetsvorm Fraude Geoorloofd verzuim Ongeoorloofd verzuim Wegingsfactor Leerlijn (curriculum) PTA Periode Werkwijzer Taakkaart een controlemoment tijdens het leerproces een controlemanier tijdens het leerproces het op ongeoorloofde wijze trachten het toetsresultaat te beïnvloeden verzuim met geldige reden, die gecommuniceerd is met school verzuim zonder geldige reden, of een reden die niet gecommuniceerd is met school de mate waarin een toetsresultaat meeweegt in het gemiddelde cijfer voor een vak het geheel van leerstof en vaardigheden voor een vak/ leergebied Programma van Toetsing en Afsluiting;; een overzicht van toetsen die horen bij het Schoolexamen (SE) het schooljaar is verdeeld in 4 periodes. Iedere periode kent ongeveer tien lesweken. een overzicht per periode van de leerstof, de toetsen e.d. per vak een overzicht van de leerstof, de toetsen e.d. per periode van 4 weken Functie van een toets Een toets is een controlemoment tijdens het leerproces waarin wordt vastgesteld: - de mate waarin de leerling een bepaalde vaardigheid bezit;; - of de leerling zich in een bepaalde vaardigheid heeft ontwikkeld;; - de mate waarin de leerling bepaalde kennis bezit;; - of mate waarin de leerling zijn/haar kennis heeft vergroot;; - of er sprake is van risico op achterstanden. Bovendien is een toets een middel voor de docent zijn/haar eigen manier van lesgeven te evalueren of een instrument om feedback te geven aan leerlingen, zodat ze kunnen leren van hun fouten.
Toetsvormen De kennis en vaardigheden van een leerling kunnen o.a. op de volgende wijze worden getoetst: a. Mondeling: I. leesbeurt II. individuele overhoring III. presentatie b. Schriftelijk: I. (deel)toets II. verslag III. werkstuk IV. werkboekcijfer c. Praktische opdracht en Handelingsdeel: I. Werkstuk II. Leesdossier III. Practicum IV. Veldwerk V. Opdracht Sport en beweging, Kunst & Cultuur VI. Ict-opdracht vii Tekening VII. Film/video/PowerPoint VIII. (kunst)voorwerp/maaltijd Wegingsfactoren Aan elke toets wordt door de docent een wegingsfactor meegegeven. Een toets kan respectievelijk 1, 2, 3 of 4 keer meetellen voor het eindcijfer. De wegingsfactoren worden opgenomen in de werkwijzers. Kennismakingsperiode Periode 1 van het eerste leerjaar is de kennismakingsperiode. Deze is bedoeld om een soepele overgang tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs te bewerkstelligen. Leerlingen in klas 1 die van de basisschool komen, moeten wennen aan onze manier van toetsen. Dit kan bij elk vak verschillen. In de praktijk betekent dit dat alle docenten hun manier van werken en hun toetsvormen aan de nieuwe leerlingen duidelijk maken. Toetsen die tijdens de kennismakingsperiode (periode 1) zijn gemaakt, hebben een wegingsfactor van maximaal 2. Toetsoverzicht Per periode van 4 weken wordt via de taakkaart voor alle vakken een toetsoverzicht verstrekt waarin staat op welke dag welke toets plaatsvindt. Op het toetsrooster staan alle toetsen, met uitzondering van toetsen die onverwacht worden gegeven. Deze toetsen staan als leerwerk op de taakkaart.
Uitstel van toetsen Vooraf geplande toetsen gaan in principe altijd door en kunnen alleen worden uitgesteld in overleg met en na toestemming van de schoolleiding. Wanneer een docent ziek is op de dag dat voor zijn vak de afname van een toets stond gepland, mailt hij de toets - gemeld, maar in ieder geval vóór 08.00 uur naar de administratie en de pedagogisch medewerker. Hierbij wordt het volgende vermeld: 1. Het aantal leerlingen dat de toets moet maken 2. De toegestane hulpmiddelen 3. De duur van de toets 4. Welke leerlingen vanwege dyslexie recht hebben op extra tijd De ontvanger stuurt een ontvangstbevestiging naar de afwezige docent en zorgt er vervolgens voor dat de toets op school tijdig in de juiste aantallen wordt vermenigvuldigd. De toets wordt vervolgens volgens lesrooster afgenomen door een vervanger. Deze vervanger levert na afloop de toets in bij de administratie. Bij afwezigheid van een docent anders dan door ziekte (bijvoorbeeld het volgen van een studiedag of cursus) zorgt deze docent er zelf voor dat de geplande toets wordt vermenigvuldigd en met vermelding van eerdere genoemde punten 1 t/m 4 tijdig op school bij de administratie klaar ligt ter afname volgens rooster. Correctie en registratie Binnen 10 schooldagen na de toets ontvangt de leerling zijn/haar cijfer en is het cijfer in het cijferprogramma opgeslagen. Voor de persoonlijk mentor is dit onmisbare informatie om de prestaties goed te kunnen volgen. Bovendien heeft de leerling een goed overzicht van de stand van zaken en kunnen ook ouder(s)/verzorger(s) steeds op de hoogte zijn van de voortgang van hun kind. De leerling krijgt, voor zover het geen schoolexamenwerk betreft, de beoordeelde toets terug. Betreft het schoolexamenwerk, dan krijgt de leerling inzage in de beoordeelde toets die vervolgens weer moet worden ingeleverd. Herkansing Een leerling mag elke 20 weken voor elk vak een herkansing doen voor een reeds eerder gemaakte toets. Het hoogste cijfer telt. Fraude In geval van fraude wordt de toets gewaardeerd met een 1,0. Frauduleus werk kan niet worden ingehaald of herkanst. Gemist werk Gemist werk moet zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 2 werkweken na het geplande toetsmoment zijn ingehaald. Het initiatief hiervoor ligt bij de leerling. Met langdurig zieke leerlingen wordt in overleg een planning gemaakt die afwijkend mag zijn van hetgeen hierboven is beschreven.
Gemist werk wordt met een 1.1 geregistreerd in het cijferprogramma. Na het inhalen van de gemiste toets komt daar het daadwerkelijk behaalde cijfer te staan. Indien een leerling ongeoorloofd afwezig was tijdens een toets dan is de leerling zelf verantwoordelijk voor het maken van een afspraak met de docent om het gemiste werk in te halen. Ongeoorloofd gemist werk dat wordt ingehaald, mag niet worden herkanst. Inhalen Gemiste toetsen worden ingehaald op woensdagmiddag het 8 e uur (huiswerkuur). De vakdocent draagt zorg voor een correcte en tijdige aanlevering van de toets bij de collega die het huiswerkuur begeleidt. Werkstukken Voor een in te leveren werkstuk wordt met de docent een uiterste inleverdatum afgesproken. Eerder inleveren mag altijd. Bij ziekte van een leerling op de inleverdag, levert de leerling op de dag van betermelding het werk alsnog in. Het te laat inleveren van een werkstuk levert puntenaftrek op: één punt voor elke werkdag dat er door de leerling te laat is ingeleverd. Aantal toetsen Om een duidelijk beeld van de vorderingen van een leerling te kunnen geven, baseert de docent zich op voldoende cijfers. Hierbij wordt een balans gevonden tussen het bieden van voldoende kansen enerzijds en het waken voor overbelasting anderzijds. We hanteren de volgende afspraken over het aantal toetsen / cijfers: Max. per dag Max. per week minimaal per rapportperiode klas 1-1 repetitie - 3 repetities - klas 2-1 repetitie - 4 repetities minimaal 2 cijfers - per rapportperiode Klas 3-1 repetitie - 5 repetities -