pagina 1 van 5 REINIGING EN ONTSMETTING VAN ENDOSCOPEN K. Vermaelen (AZ St.Jozef, Mechelen), L. Van Hove (AZ St.Jozef, Turnhout), P. Hofkens (AZ St.Jozef, Turnhout), J. Paulussen (AZ St.Elisabeth, Herentals), J. Vanpellicom (AZ Stuyvenberg, Antwerpen), H. Van den Eynde (AZ St.Elisabeth, Antwerpen), B. Raeymaekers (UZ Antwerpen) DEFINITIE VAN BEGRIPPEN EN INVENTARISATIE VAN MIDDELEN Belangrijk : Prionen zijn niet inbegrepen! Steriliteitseisen Definitie Middelen Materialen Aanwending bij Vrij van Steriel vegetatieve bacteriën fungi virussen tuberkelbacillen sporen Droge of vochtige warmte (autoclavering) Ethyleenoxidesterilisatie peracetic acid 0,35%-10min chloride-dioxide-10min glutaaraldehyde 2%-10u Kritische of Semikritische penetratie in steriele holten doorbreken van huid of slijmvliesbarriere High Level Disinfection idem "steriel", doch sporen niet inbegrepen glutaaraldehyde 2% minstens 20min* peracetic acid 0,2%-5min Chlorine dioxide-5min Semikritische contact met intacte slijmvliezen, geen penetratie van huid of slijmvliesbarriere *60-120 min i.g.v. avium intracellulaire of resist. Mycobact. PROCEDURE 1. Reiniging en ontsmetting 1.1. De onmiddellijke reiniging en spoelen onmiddellijk na elke procedure indrogen van secreties, vervuiling van omgeving (bij bv. transport van scoop) voorkomen afdrogen van buitenkant met compres of absorberend papier aspiratie van interne kanalen en overvloedig spoelen met leiding water, d.m.v. spuit 1.2. Lektest en doorgankelijkheidstest uitvoeren Absoluut noodzakelijk voor reiniging 1.3. De grondige reiniging een absolute must!!! onmiddellijk na voorafgaandelijke reiniging verwijdering van alle materiaal (secreties en bloed) door mechanische en fysico-chemische werking van het gebruikte detergens. De goede reiniging is essentieel voor een efficiënte sterilisatie / High level desinfectie onderdompeling in de detergensoplossing met aspiratie van de kanalen
pagina 2 van 5 opmerkingen onmiddellijke manuele reiniging met aangepaste hulpmiddelen (borstels, wissers, compressen) van alle kanalen, hendeltjes,... het detergens : geen poedervorm en geen aldehyde, vloeibaar en enzymatisch de voorschriften van de fabrikant van het detergens nauwkeurig volgen, zowel naar verdunning, temperatuur en hardheid van het water detergens oplossing bij voorkeur vernieuwen voor elke wasbeurt ; ze moet in alle kanalen doordringen, zonder luchtbellen het gebruikte materiaal (borstels, wissers en bak) moet aangepast zijn aan de endoscoop, gereinigd en gedesinfecteerd na elk gebruik de methoden dienen aangepast te worden aan elk apparaat 1.4. De spoeling verwijderen van alle organische resten, evenals detergens resten. Deze kunnen interfereren met de gebruikte desinfectie methode de spoeling moet onmiddellijk aansluiten op de "detergens-fase" en gebeurt best overvloedig, met leidingwater 1.5. Lektest Lektest voor desinfectie is aangeraden 1.6. De desinfectie opmerkingen na elke procedure; na de grondige reiniging en spoeling apparaat vrijmaken van pathogene kiemen, door onderdompeling in een bactericide, fungicide, tuberculocide en virucide oplossing, zonder detergens activiteit. Het huidige, meest gebruikte, referentieproduct is "glutaaraldehyde 2%"-oplossing. Andere producten (zie tabel 1) mogen eveneens gebruikt worden, als ze aan de criteria voldoen : High level desinfectans, veilig voor het instrument en personeel. de volledige onderdompeling van de scoop, met opvulling van alle kanalen gedurende 20 minuten!! voor 2% glutaaraldehyde, of 5 minuten voor perazijnzuur 0,35%, of 5 minuten voor Chlorine dioxide richtlijnen van de fabrikant dienen nauwkeurig gevolg te worden (bereiding, gebruikswijze en duur, concentratiecontrole(strips), voorzorgen voor personeel, etc...) het product dient te voldoen aan de Europese richtlijn (93/42 EEG van 14/06/93 in voege vanaf 15/06/98) voor medische hulpmiddelen (CE-markering). De aktivator is nu ook van een groene vloeistof voorzien. P.S. : aanwezigheid van oppervlakte-actieve stoffen kan het afspoelen bemoeilijken. 1.7. De eindspoeling verwijderen van alle resten van het desinfectans, zonder het resultaat teniet te dien. De desinfecterende producten zijn toxisch voor huid en slijmvliezen en dienen dus absoluut goed verwijderd te worden. de spoeling moet overvloedig gebeuren, met handschoenen voor éénmalig gebruik, al of niet steriel, afhankelijk van het. Het water is steriel. Als de endoscoop niet onmiddellijk gebruikt wordt, moet hij met alcohol 70 doorgespoeld en met perslucht, via steriele filter, drooggeblazen worden. 1.8. Opslag opslag na spoelen met alcohol 70 en droogblazen, beveiligd tegen iedere vorm van microbiële besmetting, hangend, om stase te voorkomen van vloeistoffen, in afgesloten stofvrije kast. bij opslag van meer dan 12 uur moet opnieuw desinfectie door onderdompeling van 10 minuten, met spoeling plaatsgrijpen, d.i. ook vóór aanvang van de dagtaak. 1.9. Reiniging en desinfectie van accessoires zorgvuldige reiniging, bij voorkeur in ultrasone bad, en sterilisatie of "high level disinfection". Ook hier is het belangrijk te verwijzen naar de instructies van de fabrikant. Sommige materialen mogen niet in bepaalde producten of ultrasone toestellen. de materialen voor invasieve manipulatie (biopsietangen) moeten gesteriliseerd worden en steriel verpakt
pagina 3 van 5 zijn. materiaal voor éénmalig gebruik verdient sterk de voorkeur. Bijtringen, canules,... geautoclaveerd en steriel verpakt per patiënt. Waterpotje en slang éénmaal per dag gereinigd en geautoclaveerd. 2. Veiligheid van het personeel 2.1. Specifieke opleiding enkel specifiek opgeleid personeel mag de handeling uitvoeren geschreven instructies, degelijke opleiding en regelmatige bijscholing bekend met instrument en risico's van toxiciteit/infectiositeit bewust van het belang van procedure goede kennis van de algemene voorzorgsmaatregelen 2.2. Lokalen apart lokaal in de nabijheid van het endoscopielokaal goed verlucht, aangepaste inrichting (wasbakken, opslagkasten, afzuiging, verluchting, oogspoeling) (afzuiging naar onder voor glutaaraldehyde) scheiding van vuile en propere zijde 2.3. Toebehoren beschermende bril, masker, handschoenen en plastiek overschort urgentieprocedure en uitrusting 2.4. Speciale maatregelen hepatitis B vaccinatie verplicht!! een regelmatige follow-up door de arbeidsgeneeskundige dienst op blootstelling aan toxische en infectieuze agentia (Cuti-test frequenties, irritatie van ogen, luchtwegen, e.a.), van lokalen (arbeidsomstandigheden!!) en luchtkwaliteit. 3. Administratie 3.1. Planning planning van ingrepen, van bestaffing, van lokalen en van materialen is essentieel 3.2. Registratie logboek met volledig traceerbaar circuit, met het oog op kwaliteit, infectiepreventie, schadeclaims,... Hierin moet minstens terug te vinden zijn : scoopidentificatie, een patiëntenregister, een endoscopist ID, een verpleegkundige ID, een reinigings- en desinfectiecyclus ID. 4. Microbiologische follow-up Routinematige microbiologische controle wordt niet aangeraden. Dit zou tevens een vals gevoel van veiligheid geven, daar een aantal bacteriën niet routinematig worden opgespoord, zoals Mycobacterium tuberculosis en Helicobacter pylori, virussen evenmin. Doch er zijn zeker een aantal fasen waar dit wel nuttig is: bij overschakeling op een nieuwe techniek of toestel bij vermoeden van epidemieën blits controles (o.a. bij vermoeden van onvoldoende compliance wegens bv. tijdsdruk) spoelcircuits en spoelwater bij automaten regelmatige drinkwatercontroles op Mycobacterium cheiloni Bij correcte uitvoering van bovengenoemde maatregelen is er geen argument voor systematische controle. Deze zou bovendien extreem duur zijn
pagina 4 van 5 omdat enkel de moleculaire technieken in staat zijn resten van virus of mycobacteriën op te sporen.!! Cave voor vals negatieven. 5. Klinische aandachtspunten De pre-endoscopisch besmette patiënt is best op voorhand gekend en post-endoscopische besmetting wordt best onderkend (informatie uitwisseling tussen endoscopist en behandelende arts!) Verder dient de endoscopist op de hoogte te zijn van bloedingsgevaar, allergieën, immuundeficiënties en endocarditis risico's. Richtlijnen bij de aanschaf van was- en desinfectieapparatuur voor flexibele endoscopen L. VAN HOOF (AZ St.Jozef, Turnhout) Het proces moet ten minste bestaan uit de fasen: reinigen, spoelen, desinfecteren, naspoelen met kiemvrij water en eventueel drogen (zo de endoscoop niet binnen de 4 uur opnieuw wordt gebruikt) Door middel van zowel technische als microbiologische validatie moet de effectiviteit en de betrouwbaarheid zijn aangetoond per type apparatuur, desinfectans en de endoscoop waarvoor de apparatuur geschikt wordt geacht. De apparatuur moet zijn voorzien van één of meer programma's waarvan de procesparameters (temperatuur, tijd en dosering) slechts door daartoe geautoriseerd personeel kunnen gewijzigd worden. Aan de buitenzijde van de apparatuur moet kunnen afgelezen worden welke fase het programma aan het uitvoeren is. Indien het proces temperatuurgevoelig is, moet de apparatuur uitgerust zijn met een thermische voeler voor procesbewaking. De apparatuur moet bij voorkeur uitgerust zijn met een automatische detectie van verstoppingen en lekkage Het volledige endoscopen-compartiment moet via een automatisch uit te voeren programma ontsmet kunnen worden (vb. met warm water (80 C) circulatie). In de aan- en afvoerslangen mag geen vloeistof achterblijven. Op de apparatuur moet zijn aangegeven voor welke endoscopen de apparatuur geschikt is en hoe de endoscopen, op een veilige wijze, moeten worden aangesloten. De apparatuur moet zijn voorzien van een beveiliging waarmee wordt voorkomen dat in de kanalen een te grote druk ontstaat. De beveiliging moet zijn gebaseerd op de specificaties van de leverancier van de endoscoop. De endoscoopdesinfector moet zo zijn geconstrueerd en geprogrammeerd dat alle te reinigen en te desinfecteren kanalen continu worden doorgespoeld. Verder moet het contactoppervlak van de endoscoop met de apparatuur minimaal zijn, zodat een optimaal contac met het desinfectans gewaarborgd wordt. Het programma van de endoscopendesinfector moet zijn voorzien van een naspoelfase die de concentratie van het desinfectans tot een toxicologisch aanvaardbaar niveau terugbrengt. Het spoelen gebeurt met een ruime hoeveelheid steriel water. Het moet technisch mogelijk zijn een staal, voor controle van de kwaliteit van het spoelwater, te nemen. Wanneer een bepaalde waterkwaliteit wordt vereist moet dit duidelijk zijn aangegeven op het aansluitpunt voor de watervoorziening. Wanneer het desinfectans achtereenvolgens voor meer processen wordt toegepast, moet worden voorzien in een systeem dat zichtbare vervuiling van het desinfectans voorkomt. Tijdens de opeenvolgende cycli mag geen noemenswaardige verdunning van het hergebruikte desinfectans optreden. Dit wordt aangetoond door validatie van een vastgesteld aantal processen. De endoscoopdesinfector moet voorzien zijn van een procesteller ten behoeve van het periodieke onderhoud en om controle op het verbruik, verdunning en vervanging van het desinfectans mogelijk te maken. Het endoscopencompartiment moet gedurende de volledige cyclus mechanisch vergrendeld zijn. Bij ontgrendeling tijdens een cyclus moet voortzetting van de cyclus onmogelijk zijn. De apparatuur moet hermetisch kunnen gesloten worden zodat geen dampen van desinfectans kunnen ontsnappen. In geval van onderbreking van een proces of een technische storing moet dit door een duidelijke indicatie op de apparatuur worden aangegeven, waarbij bij voorkeur de aard van de storing wordt vermeld. De apparatuur moet voorzien zijn van een systeem waarmee controle op overdosering van desinfectans en reinigingsmiddel mogelijk is. Chemicaliëncontainers moeten op een voor de gebruiker eenvoudige en veilige wijze kunnen worden verwisseld of aangevuld. De leidingen en containers moeten op een duidelijke wijze zijn gekenmerkt. Indien reiniging van demonteerbare onderdelen in de endoscopendesinfector niet mogelijk is, moet dit zowel in de gebruiksaanwijzing als op de apparatuur worden vermeld. De onderdelen van de desinfector die met vloeistof in aanmerking komen, moeten bestand zijn tegen de te gebruiken chemicaliën. De afwerking van de apparatuur en de beladingsmiddelen moet zodanig zijn dat deze zelfreinigend en zelfafwaterend zijn. De apparatuur moet zo zijn geconstrueerd dat water uit het wascompartiment niet kan terugstromen naar het watertoevoersysteem. De apparatuur moet bij voorkeur voorzien kunnen worden van een barcodescanner zodat het medico-legale bewijs van desinfectie kan geleverd worden. De apparatuur en het desinfectans dienen CE gekeurd te zijn.
pagina 5 van 5 Literatuurlijst 1. BEH 22/1996, Recommandations pour la désinfection des endoscopes 2. American Society for gastrointestinal endoscopy. (http://www.asge.org) 3. BSG.Cleaning and Disinfection of Equipment for Gastrointestinal Endoscopy. Disinfectants. (http://www.bsg.org.uk/guidelines/equip3.html) 4. BSG. Cleaning and Disinfection of Equipment for Gastrointestinal Endoscopy. BSG Working Party Report 1997. The Report of a Working Party of the British Societ of Gastroenterology Endoscopy Committee. (http://www.bsg.org.uk/guidelines/equipment.html) 5. Het onderhoud van endoscopisch materiaal en de preventie van infecties - Brochure van de Hoge Gezondheidsraad 6. Martin MA, Reichelderder M. APIC Guideline for infection prevention and control in flexible endoscopy. Association for Professionals in Infection Control and Epidemiology, Inc.; 1991, 1992 and 1993 APIC Guidelines Committee 7. Bijsluiter CIDEX (Johnson & Johnson) - Geactiveerde Glutaaraldehyde Oplossing. 8. U.S. Government Printing Office: 1985-554-436/24441. Guidelines: Nosocomial Infections Table 2: Methods of Assuring Adequate Processing and Safe Use of Medical Devices Section 2: Cleaning, Disinfecting, and Sterilizing Patient-Care Equipment Update: 3/07/2003