Bode van Romswinckel NN (mogelijk Claes van Ronzwijnkel alias Bode), tr. NN Claes van Ronzwijnkel alias Bode, begr. Amersfoort 05-05-1590 1. Jan Bode, brouwer, tr. NN 1. Herman Jansz Bode, tr. Amersfoort 21-11-1609 Rijcklant Teunisdr In 1618 wordt Evert van Butzeler namens Herman Jansz Bode beleend met Veenschoten. Octrooi om te testeren (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 132; 13-02-1618). 1. Sophia Harmen Bodensdr, ov. voor 1642, tr. ca. 1636 Cornelis van Ingen, notaris te Amersfoort In 1619 worden Evert van Butzeler, Jan Gerritsz Bode en Jacob van Westrenen, mombers van de onmondige Sophia Herman Bodensdr beleend na dode van Herman Jansz Bode met de helft van Veenschooten. De wederhelft is van Jan Gerritsz Bode. 1630 (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 136; 11-03-1619). In 1637 maken Cornelis van Ingen, notaris te Amersfoort x Sophia Bode (huw. voorw. 01-06-1636) hun testament op de langstlevende (Notarieel Amersfoort 005a001; 14-06- 1637). In 1637 wordt Cornelis van Ingen, namens zijn vrouw Sophia Boode "met leediger handt" beleend met de helft van Veenschoten 1630 (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 197; 17-06-1637). In 1637 wordt Cornelis van Ingen x Sophia Boode, beleend met de helft van Veenschoten. Octrooi om te testeren 1630 (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 197vo; 17-06-1637). In 1642 wordt Cornelis van Ingen, weduwnaar van Sophia Harmans Boode, namens zijn onmondige zoon Harman van Ingen beleend met de helft van Veenschoten. De andere helft is beleend aan Steven Bode 1630 (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 216vo; 06-06-1642). In 1643 verkopen Rutgen Aerts, weduwe van Herman van Strijlant voor de ene helft; Cornelis van Ingen, notaris, als weduwnaar van Sophia Bode van Romswinckel voor de ander helft aan Lubbert Evertsz, smid en Weijmtgen Gerardts zijn vrouw en hun erven een huis, hof en hofstede met berg aan de Kampstraat tot op Achter de Kamp. Belending: Jacobgen Paschies, weduwe laatst van Johan Bode van Romswinckel (Transportregisters Amersfoort 436, fol. 19; 02-06-1643). 1. Harmen van Ingen (1642 onmondig) 2. Ariaentgen Jan Bodendr, tr. Amersfoort (gerecht) 1588 Evert Goirts van Butzeler, brouwer, ov. okt. 1629 Zie genealogie Butselaar. 2. Gerrit Bode, volgt II II Gerrit Bode, tr. NN 1. Jan Gerritsz Bode van Romswinckel d Oude, ov. 1630/1631, tr. Amersfoort 22-11-1608 Jacobgen Jan Paesschiersdr, wed. Aert Bartholomeuszn, dr. van Jan Passchiersz en Weijmtgen/Weijndelmoet Jacobs. Jacobgen Jan Paesschiersdr, tr. (3) Peter Veen Jan Bode van Roemsweijckel en Jacobgen zijn vrouw lenen 100 gulden aan Aeltgen Gerrits en haar zoon Gerrit Henrickss (Transportregisters Amersfoort 436-13; 07-08-1610). Testament Jan Bode van Romswinckel d Oude. Hij herroept alle voorgaande disposities en disponeert uit kracht van de brieve van octroy als volgt:
Hij vermaakt aan Steven Bode van Romswinckel (zijn broer), of bij diens overlijden, zijn nalatende geboorte, het halve erf en goed te Veenschoten met al zijn toebehoren, gelegen in de kerspel van Scherpenzeel, tegenwoordig in gebruik bij Beert Janzn. Uitgezonderd de halve keuter met 2 margen heetvelt daarnaast, die hij vermaakt aan Gerrit Bode (oudste zoon van Steven Bode). Hij wil dat Steven Bode uit het voornoemde erf en goed aan Jan Bode van Romswinckel de jonge en aan Claes Bode van Romswinkel (zijn broers) elk 600 gulden zal betalen, of aan hun nalatende geboorte, hetgeen hij bij deze legateert. Steven zal dit halve erf en goed niet mogen verkopen of bezwaren, maar het zal na zijn dood vererven op zijn kinderen. Al zijn verdere goederen, geen uitgezonderd, vermaakt hij bij egale portie aan: Steven Bode, Jan Bode de jonge en Claes Bode, elk voor een derde deel, of aan hun nalatende geboorte, zijn broers hiermede instituerende tot zijn erfgenamen, onder voldoening van zijn doodschulden en navolgende legaten, elk voor 1/3 part. Hij legateert aan: - Margaretha Bode van Romswinckel (zijn zuster), 25 gulden jaarlijks, zolang zij leeft en langer niet; na haar dood zullen de erfgenamen daarvoor 400 gulden betalen aan Gerrit Bode, de oudste zoon van Steven Bode; - de armen, 12 gulden jaarlijks, ten eeuwigen dagen door comparantes naesten in den bloede uit te betalen, aan de behoeftigste armen die zij kunnen vinden, met voorkeur voor de armen in den bloede zo die er zijn; - de 4 kinderen van zaliger Aert Bartholomeuszn. uit het eerste huwelijk van comparantes huysvrouw, alle inboedel, huysraad, juwelen, provisie van eetwaar en brant, uitgezonderd het gereede geld, een zilveren beker (afkomstig van Marrichgen Jacob Roelofszn.) en 2 zilveren kroezen of wijnroemers die zuilen toekomen aan de geinstitueerde erfgenamen, indien hij die bij leven nog niet heeft weggegeven; - Gerrit Stevenzn. Bode, zijn clederen Hij wil nog dat Steven Bode na de dood van Margareta, zijn leven lang zal genieten de lijftocht van de voornoemde 400 gulden, die hij aan Gerrit Stevenzn. Bode gelegateerd heeft. Acte ter woonplaats van Steven Bode. Getuigen: Gerrit van Schadijck (Schadick), mr. Peter van Schadijck en Broenis van Meervelt (als getuigen en leenmannen en geërfden in de Veluwe, die naast de comparant mede hebben ondertekend "tot meerder vasticheuyt"). (Brieve van octroy: 11-03-1619 door Jr. Johan van Scherpenzeel (leenheer); (AE; Notarieel, not. J. van Ingen AT002a003 folio 85-86vo; 28-02-1629). Aerent Bertolomeussen, otr. Amersfoort 12-11-1594 Jacopgen Jansdr, van Amersfoort. Jan Bode van Roemsweijckel en Jacobgen zijn vrouw lenen 100 gulden aan Aeltgen Gerrits en haar zoon Gerrit Henrickss (Transportregisters Amersfoort 436-13; 07-08-1610). In 1619 wordt Jan Gerritsz Bode beleend na dode van zijn neef Herman Jansz Bode met de helft van Veenschooten, gebruikt door Beert Johansz. De wederhelft behoort Sophia Herman Bodensdr. Jan vraagt vervolgens octrooi om te testeren. (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 135vo; 11-03-1619). Verkopers: voor de ene helft: Jan Bode; voor de andere helft: het onmundige kind van Herman Bode (waarvoor de mombers optreden). Koper: Willem Elisz. (coster tot Barnevelt). Verkoop bij openbare opslag van het eiken-, essen- en elzen houtgewas, staande op het Erff Veenschoten. Ingezet door Willem Elisz. (coster tot Barnevelt) voor 171 gulden, die ook koper is gebleven. (AE; Notarieel, not. E. van Mulenborch AT003b001; fol. 60; 03-12-1619). Verkopers van houtgewas: Jan Bode en de mombers van het onmundige kind van Herman Bode. Betreft verkoop van houtgewas, staande op 't Erff Veenschoten, rondom en binnen de Camp lants genaamd die Pijrick, aangewezen door de bruiker van dat Erff. Ingezet door Goort Hartgers. voor 150 gulden, die ook koper is gebleven voor de som waarop hij heeft ingezet. (AE; Notarieel, not. E. van Mulenborch AT003b001, fol. 179; 30-11-1621). Getuigen: Evert van Butseler en Jan bode van Romsweynckel ("geerft den Veluwen") (AE; Notarieel, not. J. van Ingen AT002a003 fol. 55vo; 18-07-1628). In 1629 verkoopt Jan Bode van Romswiijnkel zijn stalhouderij genaamd De Prins aan de Camp (Not. Amersfoort, not. G. van Mulenborch AT006a001, nr. 42; 23-01-1629). In 1630 wordt Steven Gerritsz Boede beleend na dode van zijn broer Jan Gerritsen Boede met de helft van Veenschoeten. De wederhelft is van Sophia Harmen Boedendr (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 182; 09-10-1630). In 1631 koopt Jan Bode van Romswiijnkel twee morgen buiten de Arnhemse poort (Transportregisters Amersfoort 436-15; 11-01-1631). Henric Brekens en zijn vrouw Margareta Antonis Vastrixdochter voor de ene helft met Dirk Matheuss, notaris en als gemachtigde van Thomas Anthonisz Vastrix, voor de andere helft. Als erfgenamen van Thonis Willemsz Vastrix en zijn vrouw Gijsbertgen Maesdochter. verkopen aan Johan Breker en zijn vrouw Hendrickgen van Enschede, een hof met huis en plantsoen gelegen buiten de Triesgenspoort [Sint-Andriespoort], waaraan belend Jacobgen Paschiers, weduwe van Johan Bode en Johan Baptista Bollan, tafelhouder (Transportregisters Amersfoort 436-17, fol. 148 08-12-1634).
In 1637 koopt Jacobgen Paschieren weduwe van Johan Bode van Roomswinkel een huis buiten de Kamppoort (Transportregisters Amersfoort 436-18; 26-04-1637). Testament Jan Bode van Romswinckel d'oude, sieckelick van lichaem. Hij vermaakt aan Steven Bode van Romswinckel (zijn broer), of bij diens overlijden, zijn nalatende geboorte, het halve erf en goed te Veenschoten met al zijn toebehoren, gelegen in de kerspel van Scherpenzeel, tegenwoordig in gebruik bij Beert Janzn. Uitgezonderd de halve keuter met 2 margen heetvelt daarnaast, die hij vermaakt aan Gerrit Bode (oudste zoon van Steven Bode). Hij wil dat Steven Bode uit het voornoemde erf en goed aan Jan Bode van Romswinckel de jonge en aan Claes Bode van Romswinkel (zijn broers) elk 600 gulden zal betalen, of aan hun nalatende geboorte, hetgeen hij bij deze legateert. Steven zal dit halve erf en goed niet mogen verkopen of bezwaren, maar het zal na zijn dood vererven op zijn kinderen. Al zijn verdere goederen, geen uitgezonderd, vermaakt hij bij egale portie aan: Steven Bode, Jan Bode de jonge en Claes Bode, elk voor een derde deel, of aan hun nalatende geboorte, zijn broers hiermede instituerende tot zijn erfgenamen, onder voldoening van zijn doodschulden en navolgende legaten, elk voor 1/3 part. Hij legateert aan: - Margaretha Bode van Romswinckel (zijn zuster), 25 gulden jaarlijks, zolang zij leeft en langer niet; na haar dood zullen de erfgenamen daarvoor 400 gulden betalen aan Gerrit Bode, de oudste zoon van Steven Bode; - de armen, 12 gulden jaarlijks, ten eeuwigen dagen door comparantes naesten in den bloede uit te betalen, aan de behoeftigste armen die zij kunnen vinden, met voorkeur voor de armen in den bloede zo die er zijn; - de 4 kinderen van zaliger Aert Bartholomeuszn. uit het eerste huwelijk van comparantes huysvrouw, alle inboedel, huysraad, juwelen, provisie van eetwaar en brant, uitgezonderd het gereede geld, een zilveren beker (afkomstig van Marrichgen Jacob Roelofszn.) en 2 zilveren kroezen of wijnroemers die zuilen toekomen aan de geinstitueerde erfgenamen, indien hij die bij leven nog niet heeft weggegeven; - Gerrit Stevenzn. Bode, zijn clederen. Hij wil nog dat Steven Bode na de dood van Margareta, zijn leven lang zal genieten de lijftocht van de voornoemde 400 gulden, die hij aan Gerrit Stevenzn. Bode gelegateerd heeft. (Not. Amersfoort, J. van Ingen AT 002a003 fol. 85-86vo; 28-02-1629). In 1641 verkoopt Jan Boode van Romswijnckel, Majoor, testataire momber van Peeter WIllemsz Soes en van Anna Rutgers weduwe van haar genoemde minderjarige zoon aan Cornelis van Ingen, notaris, en Sophia Bode van Romswijnckel zijn vrouw en hun erven een huis, hof en hofstede in de Langestraat (Transportregisters Amersfoort 436-19; 01-07-1641). 2. Steven Gerritsz Bode van Romswinckel, volgt III 3. Jan/Johan Gerritsz Bode van Romswinckel de Jonge, tr. Leusden 25-01-1618 (otr. Amersfoort 19-01-1618) Ermgert Gerritsdr 4. Claes Gerritsz Bode van Romswinckel, tr. Amersfoort 26-09-1620 Alit Ruijsch, geb. Amersfoort In 1620 laten Claes Gerritsz Bode (getuigen: Jan Bode den ouden Gerrits zoon en Steven Bode Gerrits zoon) en Alidt Ruijsch huw. voorw. maken. Claes brengt in: 4 dammaten land gelegen in de Haer, achter de Haersche Koije; 800 Carolus gulden aan geld, die Petri ad Cathedram (= 22 februari) aanstaande zullen komen uit de verkoop van 2 dammaten land aan Jan van der Burch en Jan Rutgers; 1/5 deel van 3 dammaten land en uiterdijk daaraan behorende, gelegen in de Slaech, en gekomen van Marritgen Claes Bode dr., waarvan de andere 4 delen toebehoren aan de broeders en zuster van de bruidegom. Dit land ligt gemeen in 10 dammaten met Steven Coothenberch. (AE; Notarieel, not. E. van Mulenborch AT003b001 fol. 130; 13-09-1620). Nicolaes Bode van Romswijnckel (tekent: Claes Bode) is getuige (AE; Notarieel, not. J. van Ingen AT002a003 fol. 225vo; 03-08-1631). 5. Margaretha Gerrits Bode van Romswinckel In 1611 verkoopt Margareta Gerrit Bode van Romswijnckels, met Peter van Davelaer haar momber, aan Jan Bode van Romswijnckel den ouden, Steven, Jan de Jonge en Claes, zonen van zaliger Gerrit bode van Romswijnckel haar broers een vierde deel land buiten de Kamppoort aan het stenen kruis (Transportregisters Amersfoort 436-13; 24-01-1611). III Steven Gerritsz Bode van Romswinckel, otr. Amersfoort 08-02-1615 (att. naar Hoevelaken) Eva/Aefgen Jans Passchiersdr/Paesschens
In 1630 wordt Steven Gerritsz Boede beleend na dode van zijn broer Jan Gerritsen Boede met de helft van Veenschoeten. De wederhelft is van Sophia Harmen Boedendr (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 182; 09-10-1630). In 1639 leent Steven Gerritsen Boode f 1000,= van Henrick Henricksen Oirboir, momber van het onmondige kind van zal. Evert Jansen x Jannitgen Jans, wonende op Landtaes. Onderpand: de helft van Veenschoeten. Vorige belening 09-10-1630. Henrick wordt mede beleend met Veenschoeten (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 210; 26-08-1639). In 1640 verkopen Steven Bode van Roemswinckel en zijn vrouw Eva Jan Paschiersdr. Een huisje bij de Bloemendalsepoort (Transportregisters Amersfoort 436-19; 12-10-1640). In 1642 wordt Steven Boode van Romswinckel x Eva van Passchiersdr beleend met de helft van Veenschoten. Hij vraagt bevestiging van hun testament, gepasseerd op 10-12-1641 voor notaris Reijnier van Ingen te Amersfoort (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 217vo; 06-06-1642). In 1652 leent Steven Gerritsz Bode f 200,= van Geurt Thonisz, momber van het onmondige kind van zal. Evert Jansz x Jannitgen Jans, wonende op Landaes. Onderpand: de helft van Veenschoten, waarmee hij is beleend op 09-10-1630 (Leenboek Huis Scherpenzeel 141 fol. 237; 12-07-1652). In 1656 verkopen Steven Bode van Romswinckel x Aafgen Passchiers aan Cornelis Sinapius, schout van Leusden de helft van Veenschoten "met de helft van de ceuten, timmeringe ende plantagie", waarvan de wederhelft behoort aan Cornelis van Ingen, notaris, voor f 2700,= boven de lasten van f 1200,= gevestigd in deze helft. Dus totaal voor f 3900,= (Notarieel Amersfoort 011b001; 08-05-1656). Johan Bode van Romswinckel namens Steven Bode van Romswinckel x Aefhgen Paesschens. Volmacht gepasseerd voor Everard van Schadick en Cornelis Caen, leenmannen, op 11-05-1656 in Amersfoort. Cornelis Smapius, schout van Leusden wordt beleend met de helft van Veenschoten "mitte keuterplaetse" (De Lucht), bewoond door Willem Hendricksz. De andere helft behoort Cornelis van Ingen (Leenboek Huis Scherpenzeel 142 fol. 11; 20-03-1657). 1. Gerrit Stevensz Bode van Romswinckel, ged. Amersfoort 21-12-1615, otr. Amersfoort 11-04-1640 (att. naar Baarn) Margarita van Geijn, van Baarn 1. Johan Bode van Romswinckel, ged. Barneveld 07-03-1641, tr. Barneveld 20-10- 1678 Gerritje Hendricks van Geitenbeek, geb. Woudenberg ca. 1658, dr. van Hendrick Fredericksen van Geitenbeek In 1683 laat Evertje Frederiksdr van Geijtenbeek haar testament maken waarbij haar neef Jan van Romswinckel drie hofjes aan de Knaapstraat krijgt (Huis Amerongen 1183; 01-07-1683. Bel. Holevoet nr. 29a). In 1684 eist Jan Bode van Romswinckel namens (zijn tante) Evertjen van Geitenbeeck betaling van 99 gulden van Jan Aertsen van Lambalgen wegens 11 jaar hofpacht van twee hoven in de Knaepstraet (Recht. Arch. Scherpenzeel 3; 17-03-1684). In 1684 eist 1. Grietje Bode, ged. Barneveld 27-10-1679 2. Gerrit Bode, ged. Barneveld 24-02-1684 3. Maas Bode, ged. Barneveld 07-05-1687 2. Stijntje Bode van Romswinckel, ged. Barneveld 16-10-1642 3. Weijmtje Bode van Romswinckel, ged. Barneveld 29-09-1645 4. Dirk Bode van Romswinckel, ged. Barneveld 24-01-1647, tr. Barneveld 27-04-1679 Gerharda Dirks van Dompseler 5. Passchier Bode van Romswinckel, ged. Barneveld 26-12-1648 6. Maas Bode van Romswinckel, ged. Barneveld 15-01-1651 7. Diewertje Bode van Romswinckel, ged. Barneveld 11-12-1653 2. Johan Stevensz Bode van Romswinckel, ged. Amersfoort 03-04-1618, tr. Amersfoort (gerecht) 29-10-1658 Maria van Achteveld 1. Steven Bode, ged. Amersfoort 21-07-1659 2. Stephanus Bode, ged. Amersfoort 29-06-1660
Samengesteld door: Henk van Woudenberg