Directie Regionale Zaken uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 13-02-2009 DRZZ/2009-2069 22-06-2009 onderwerp doorkiesnummer bijlagen Vergunning Nb-wet uitzaaien uit IRL en VK geïmporteerde scheldpdieren 070-8883285 2 Geachte heer, Bij brief van 13 februari 2009 heeft u mij verzocht om u een vergunning te verlenen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nb-wet 1998) voor het uitzaaien van uit Ierland en het Verenigd Koninkrijk geïmporteerde schelpdieren in het Natura-2000 gebied Oosterschelde tot en met 30 april 2011. Procedureel Uw brief heb ik ontvangen op 20 februari 2009 en ik heb de ontvangst daarvan bevestigd per brief van 11 maart 2009 met het kenmerk (DRZZ/2009-1043). Uw aanvraag heb ik rondgestuurd voor zienswijzen conform artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht en artikel 44 Nb-wet 1998. U heeft bij uw aanvraag uw belang gemotiveerd, zoals voorgeschreven in artikel 41 lid 1 van de Nb-wet 1998. Bevoegdheid tot vergunningverlening In overeenstemming met artikel 19d lid 1 Nb-wet 1998 is het niet toegestaan om zonder vergunning [ ] van onze minister, projecten of handelingen te realiseren of te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. In het vierde lid van artikel 19d staat: bij algemene maatregel van bestuur kunnen projecten of andere handelingen of categorieën van gebieden worden aangewezen waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door Onze Minister. Deze algemene maatregel van bestuur is het besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998. In artikel 2 sub l van dit besluit is neergelegd: uitoefening
22-06-2009 DRZZ/2009-2069 2 van niet-handmatige schaal- en schelpdiervisserij, het invangen van mosselzaad, schelpdiercultures en het uitzetten van mosselen daaronder begrepen. Dit betekent dat onze minister bevoegd is een besluit te nemen aangaande het uitzaaien van geïmporteerde schelpdieren in Natura-2000 gebied Oosterschelde. Namens de minister zijn de directeur en de MT-leden van de Directie Regionale Zaken Zuid onder meer gemandateerd om te beslissen en stukken te ondertekenen conform artikel 19d lid1 Nb-wet 1998. Dit is neergelegd in het mandaatbesluit van 1 juni 2004 (kenmerk nr. TRCJZ/2004/3457). Daarmee ben ik bevoegd om op uw aanvraag te beslissen. Besluit Op grond van de door u aangeleverde passende beoordeling heb ik mij ervan verzekerd dat door het uitzaaien van uit Ierland en het Verenigd Koninkrijk geïmporteerde schelpdieren de natuurlijke kenmerken van het Natura-2000 gebied Oosterschelde niet zullen worden aangetast. Deze conclusie geldt alleen onder de door mij specifiek hiertoe opgestelde voorschriften. Om die reden verleen ik u de gevraagde vergunning. In bijlage 1 vindt u de inhoud van de aanvraag, mijn overwegingen, het juridisch kader, een weergave van de diverse zienswijzen en adviezen en mijn reactie hierop. Bijlage 2 bevat de door u aangeleverde passende beoordeling. Bijlage 3 bevat de monitoring, opgesteld door de Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Alle bijlagen maken integraal onderdeel uit van onderhavige vergunning. Voorschriften en beperkingen Ter bescherming van de in het Natura-2000 gebied Oosterschelde aanwezige natuurlijke kenmerken en (kwalificerende) waarden verbind ik aan deze vergunning de volgende voorschriften: 1) Als vergunninghouder wordt aangemerkt de. 2) De vergunning kan uitsluitend gebruikt worden door de vergunninghouder en haar leden of door in opdracht van de vergunninghouder handelende personen. De vergunninghouder en haar leden blijven verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de vergunning. 3) De in het vorige voorschrift genoemde personen dienen bij werkzaamheden een kopie van de beschikking en een kopie van het besluit zoals genoemd in voorschrift 6 op eerste verzoek te tonen aan de daartoe bevoegde ambtenaren. 4) Elk half jaar dienen alle herkomstgebieden, zoals omschreven in de overwegingen gemonitord te zijn. De monitoring geschiedt door representatieve monsters te nemen in ieder herkomstgebied boven zowel de mosselbedden als de
22-06-2009 DRZZ/2009-2069 3 oesterbedden. De monitoring geschiedt volgens de eisen, zoals neergelegd in bijlage 3, die opgesteld is door de Wageningen Universiteit en Researchcentrum. 5) De monsters van het monitoren worden per gebied onderzocht door een wetenschappelijk en onafhankelijk instituut. De resultaten van dit onderzoek worden verwerkt in een risicoanalyse. Deze resultaten en de risicoanalyse per gebied worden toegestuurd aan het ministerie van LNV, Directie Regionale Zaken Zuid, t.a.v. het Nb-wetteam, binnen 24 uur nadat de resultaten bekend zijn geworden van de monitoring zoals omschreven in voorschrift 4. De resultaten van de monitoring dienen halfjaarlijks vóór 1 juli en vóór 1 november van het lopende jaar in het bezit te zijn van de regiodirecteur Zuid, t.a.v. het Nb-wetteam. Naar aanleiding van deze resultaten zal het ministerie van LNV, de Directie Regionale Zaken Zuid ieder half jaar dit besluit heroverwegen en indien nodig aanpassen op de manier zoals omschreven is in bijlage 1 van dit besluit. De eerste resultaten en risico analyse dienen in het bezit te zijn van de regiodirecteur Zuid vóór 1 juli 2009. 6) Indien de aanvrager schelpdieren wenst uit te zaaien in Natura-2000 gebied Oosterschelde vanuit een gebied waar invasieve exoten voorkomen, zal de aanvrager afdoende maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat invasieve exoten in Natura-2000 gebied de Oosterschelde worden geïntroduceerd. De aanvrager zal per invasieve exoot dienen aan te geven welke maatregelen hij gaat nemen en dient te bewijzen dat deze maatregelen afdoende zijn, zoals omschreven in bijlage 1 van dit besluit. 7) Er mogen door de vergunninghouder uitsluitend schelpdieren of schelpdierzaad uitgezaaid worden op de verwaterpercelen, mosselpercelen of oesterpercelen in de Oosterschelde, zoals genoemd in de aanvraag. 8) Naast de monitoring zal door de aanvrager ook ieder jaar een rapportage worden opgesteld waarin wordt aangegeven hoeveel schelpdieren er per herkomstgebied zijn uitgezaaid in de Oosterschelde. Dit betreft zowel mosselen als oesters, zoals omschreven in bijlage 1 van dit besluit. Daarnaast zal de rapportage een totaalbeeld dienen te geven van de exoten die zijn aangetroffen per herkomstgebied. Dit betreft ook de niet-invasieve exoten. Deze rapportage zal vóór 15 december van het lopende jaar in het bezit zijn van de regiodirecteur Zuid, of diens rechtsopvolger, t.a.v. het Nb-wetteam. 9) De vergunninghouder is verplicht om onverwijld melding te maken van de aanwezigheid van invasieve exoten in geïmporteerde big bags, of in de herkomstgebieden, zodra hij daarvan op de hoogte is, dan wel daar vermoedens van heeft aan de regiodirecteur Zuid van het ministerie van LNV of diens rechtsopvolger, t.a.v. het Nb-wetteam. 10) Geluidsapparatuur anders dan ten behoeve van communicatiedoeleinden is niet toegestaan. 11) Verstoring van de in de Oosterschelde aanwezige beschermde natuurwaarden tijdens het uitzaaien van het geïmporteerde schelpdieren dient tot een minimum te worden beperkt: groepen vogels mogen niet dichter dan tot een afstand van 500 m. benaderd worden en zeehonden niet dichter dan tot een afstand van 1500 m. 12) Het is niet toegestaan afval in het gebied achter te laten. 13) De vergunninghouder is redelijkerwijs verplicht alle door of namens de regiodirecteur Zuid te geven aanwijzingen onverwijld op te volgen.
22-06-2009 DRZZ/2009-2069 4 14) Indien een vergunninghouder voornemens is activiteiten c.q. werkzaamheden in afwijking van deze vergunning te (laten) uitvoeren, dan dient hij dit minimaal tien werkdagen voor uitvoering schriftelijk te melden aan de regiodirecteur (t.a.v. het Nb-wet team). Uitvoering van deze afwijking kan slechts plaatsvinden met voorafgaande schriftelijke instemming van de regiodirecteur. 15) Van opgetreden incidenten, waaronder verstaan worden alle gebeurtenissen waarbij onbedoeld schadelijke stoffen vrijkomen, dan wel waardoor anderszins schade aan het betrokken beschermde gebied kan worden toegebracht, dient onverwijld melding te worden gedaan aan de regiodirecteur (t.a.v. het Nb-wet team), onder overlegging van alle relevante gegevens. 16) Onverlet artikel 43, lid 2, van de Nb-wet 1998 kunnen de voorschriften verbonden aan dit besluit worden gewijzigd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag uit eigen waarneming of anderszins blijkt dat de activiteiten meetbare nadelige gevolgen voor het betrokken beschermde gebied hebben, anders dan die welke bij het nemen van dit besluit op basis van de op dat moment beschikbare informatie verwacht werden en deze effecten door het wijzigen van de voorschriften kunnen worden voorkomen of gemitigeerd. 17) Onverlet artikel 43, lid 2, van de Nb-wet 1998 geldt dat, indien met betrekking tot de toepasselijke wetgeving op enig moment mocht blijken dat de activiteiten zodanige schade aan de kenmerken en waarden van het betrokken beschermde gebied dreigt toe te brengen dat hieraan door het geven van aanwijzingen of het stellen van aanvullende voorschriften redelijkerwijs niet kan worden tegemoet gekomen, dan zal de vergunning door of namens mij worden ingetrokken. 18) Alvorens tot wijziging van vergunningvoorschriften dan wel intrekking van de vergunning over te gaan, wordt de vergunninghouder in de gelegenheid gesteld haar zienswijze naar voren te brengen. 19) Deze vergunning is geldig vanaf 1 juli 2009, indien op dat moment de monitoringsresultaten, zoals omschreven in voorschrift 4 en 5, in het bezit zijn van de regiodirecteur Zuid, t.a.v. het Nb-wetteam. Indien hieraan niet is voldaan is de vergunning niet geldig. De vergunning is geldig tot en met 30 april 2011. Het niet naleven van deze voorwaarden en voorschriften kan, naast eventuele strafvervolging, intrekking van de vergunning tot gevolg hebben. Bezwaar Tegen dit besluit staat op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een dergelijk bezwaarschrift dient binnen zes weken na dagtekening van deze beschikking te worden ingediend bij: De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Dienst Regelingen Afdeling Recht & Rechtsbescherming Postbus 20401 2500 EK s Gravenhage
22-06-2009 DRZZ/2009-2069 5 Het bezwaar dient te zijn ondertekend en moet tenminste de volgende elementen bevatten: a) de naam en het adres van de indiener; b) de dagtekening; c) een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is, en d) de gronden van bezwaar. Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen. Kennisgeving Conform artikel 42, lid 3, van de Nb-wet 1998, zijn afschriften van deze vergunning verzonden aan: LNV directie Visserij, LNV directie Natuur, LNV Dienst Regelingen, LNV Directie Juridische Zaken, de provincie Zeeland, de gemeenten Goes, Kapelle, Noord- Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen, Rijkswaterstaat Zeeland, Productschap Vis, P.O. Mosselcultuur, de Faunabescherming, Zeeuwse Milieufederatie, Vogelbescherming Nederland en de A.I.D. Groendesk te De Meern. Op grond van artikel 42, lid 3, van de Nb-wet 1998 en artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur zal het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onderhavig besluit openbaar maken. De besluiten op grond van de Nb-wet 1998, waaronder onderhavige, zullen, onder anonimisering van de persoonsgegevens, geplaatst worden op www.minlnv.nl. DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, voor deze, DE REGIODIRECTEUR ZUID Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Inhoudelijke overwegingen Passende Beoordeling Monitoring opgesteld door de Wageningen Universiteit en Researchcentrum