Plaatsen van een pacemaker Inleiding U komt binnenkort naar het MCL voor het plaatsen van een pacemaker. De pacemaker wordt tijdens een kleine ingreep onder de huid in de borststreek geplaatst. In deze brochure kunt u lezen hoe de gang van zaken is rondom deze procedure. Is uw pacemaker/elektrode aan vervanging toe? Lees meer hierover in het hoofdstuk Bij vervanging (blz. 8). Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen? Stel deze dan aan uw cardioloog of verpleegkundig consulent cardiologie. De pacemaker Een pacemaker is een klein elektronisch apparaat. De pacemaker stimuleert het hart door regelmatig een elektrisch stroomstootje af te geven, hier voelt u verder niets van. De pacemaker bestaat uit een behuizing met batterij en elektronica. Daarnaast zijn er een of twee pacemakerdraden (elektroden) die er voor zorgen dat het stroomstootje in het hart terechtkomt. Soms worden er ook drie draden gebruikt. De pacemaker helpt uw hart bij het behouden van een zo normaal mogelijk hartritme. Na de ingreep blijft u in principe nog één nacht in het ziekenhuis. Het kan zijn dat u op de avond voor de behandeling al wordt opgenomen, dit wordt dan aan u doorgegeven. Voorbereiding Alle patiënten die op de afdeling hartkatheterisatie een onderzoek of behandeling ondergaan, worden vooraf gezien op het verpleegkundig spreekuur. Tijdens dit spreekuur controleert de verpleegkundige uw gegevens, geeft u informatie en er is gelegenheid om vragen te stellen. Daarnaast krijgt u ook een afspraak voor het medicatiespreekuur. Hier wordt uw medicatiegebruik doorgenomen en vastgelegd. U ontvangt hiervoor een uitnodiging. Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen Bij het gebruik van Acenocoumarol of Fenprocoumon geven wij u uitleg over het (tijdelijk) aanpassen van het antistollingsmiddel. Geeft u de datum van de behandeling zo spoedig mogelijk door aan de trombosedienst? De trombosedienst kan met uw behandelend cardioloog overleggen hoe de dosering van het antistollingsmiddel moet worden aangepast. Heeft u geen uitleg gekregen? Neem dan contact op met de trombosedienst. Stop niet zelf zomaar met de medicatie. DOAC/NOAC-medicatie wordt soms gestopt. Dit is echter afhankelijk van: Welke medicatie u gebruikt. De aard van de ingreep. Uw nierfunctie. U krijgt hierover uitleg bij het plannen van de behandeling. 1
Andere medicijnen Gebruikt u plastabletten? Neem deze na de behandeling in. Overige medicijnen kunt u gewoon innemen, tenzij de cardioloog anders met u heeft besproken. Wat neemt u mee? Uw zorgpasje (bewijs van inschrijving van uw zorgverzekering). Geldig ID-bewijs (paspoort, identiteitskaart of rijbewijs). Uw medicijnen die u thuis gebruikt in de originele verpakking. Spullen voor de overnachting, zoals nachtkleding, toiletartikelen. Sokken (het is vrij koud op de behandelkamer). Iets te lezen e.d. Overige U krijgt thuis bericht over datum en tijdstip van de opname. Bent u overgevoelig voor antibiotica? Meld dit dan aan uw arts of verpleegkundige. Heeft u koorts of koorts gehad vlak voor opname? Meld dit dan, u heeft dan een verhoogde kans op een infectie. Wilt u uw sieraden en andere waardevolle spullen thuis laten? Dan raken deze ook niet kwijt. Opname Wanneer u overdag wordt opgenomen gaat u eerst naar het laboratorium voor bloedafname (route 27). Hierna meldt u zich op de afgesproken tijd bij de opnamebalie van het MCL. Een gastvrouw/-heer van de UVV (Unie van Vrijwilligers) kan u eventueel naar de ontvangstruimte van de afdeling cardiologie brengen. Wordt u s avonds opgenomen, dan kunt u zich melden op de afdeling cardiologie. Bloedafname wordt dan daar geregeld. De verpleegkundige ontvangt u, controleert uw gegevens, geeft aanvullende informatie en doet nog wat onderzoeken. Ook wordt er een hartfilmpje (ECG) gemaakt. U krijgt een infuus in uw arm aan de zijde waar ook de pacemaker wordt geplaatst. U heeft een opnamegesprek met een arts-assistent of physician assistant. U wordt dan ook lichamelijk onderzocht. Voor deze ingreep is het noodzakelijk dat u nuchter bent. Dit betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niet meer mag eten, drinken en roken. U krijgt hierover apart informatie. Wordt u s middags geholpen, dan mag u nog een licht ontbijt nemen. De behandeling Voorbereiding implantatie Staat de ingreep in de ochtend gepland, dan wordt u op tijd gewekt. U kunt zich wassen en krijgt hierna een operatiejasje aan. U kunt uw eigen medicijnen innemen, behalve eventuele plastabletten en bloedverdunners. Ongeveer een half uur voor de ingreep wordt u naar de Holding HCK gebracht of de Holding-verpleegkundige komt bij u langs. U krijgt antibiotica via het infuus om het risico op wondinfecties zo klein mogelijk te houden. Eventueel kunt u ook een rustgevend 2
tabletje krijgen. Wanneer u aan de beurt bent, gaat u in bed naar de hartkatheterisatiekamer. Het is verstandig om van tevoren nog naar het toilet te gaan. Implantatie De implantatie gebeurt op de hartkatheterisatiekamer. De volgende mensen zijn aanwezig om de implantatie zo goed en zo veilig mogelijk uit te voeren: Een cardioloog. Twee hartkatheterisatielaboranten. Een pacemakertechnicus van het MCL. Eventueel een technicus van de firma. U gaat op de tafel liggen. De operatieplek wordt (indien nodig) geschoren en daarna gedesinfecteerd. Vervolgens krijgt u een steriel laken over u heen. De cardioloog begint met het geven van plaatselijke verdoving. Houdt u veel pijn? Dan kan de cardioloog u ook via het infuus pijnstilling laten geven. De cardioloog maakt een snee van 5 tot 10 centimeter op de plek waar de pacemaker moet komen. Daar wordt een holte onder de huid gemaakt, waarin de pacemaker wordt geplaatst. Vervolgens wordt elektrodraad of draden naar de juiste plek in het hart geschoven. De uiteinden van de dra(a)d(en) haken vast aan de binnenzijde van de hartwand. De andere kant van de elektrodraden worden aan de kop van de pacemaker vastgemaakt. Hierna wordt de pacemaker onder de huid geplaatst, waarna de huid wordt gesloten met enkele hechtingen. Hiervoor wordt oplosbaar hechtmateriaal gebruikt. Hierna wordt het wondgebied schoongemaakt en afgeplakt met een speciale pleister. Soms wordt de wond ook geplakt. Tijdens de hele behandeling houden wij uw hartritme en bloeddruk in de gaten. Als u iets onaangenaams voelt (pijn op de borst, misselijkheid, jeuk e.d.) zeg dit dan meteen. Nazorg Na de implantatie Na de behandeling gaat u voor de eerste nazorg naar de Verkoever HCK. Wanneer u zich goed voelt en er zich geen complicaties voordoen, gaat u weer terug naar de verpleegafdeling. Daar ontvangt u aanvullende informatie en hoort u ook hoe lang u in bed moet blijven. De verpleegkundige van de afdeling controleert de wond, bloeddruk en temperatuur en maakt een hartfilmpje (ECG). Ook krijgt u voor de tweede keer antibiotica. U wordt aangesloten op de telemetrie (draagbare monitor). De wond kan een beetje pijn doen, hier kunt u een pijnstiller voor vragen. Als alles goed gaat, mag u de volgende morgen naar huis. U mag niet zelf naar huis autorijden. Voordat u naar huis gaat wordt er nog een röntgencontrolefoto gemaakt om de juiste plek van de geleidingsdraad goed in beeld te hebben. Ook controleert de pacemakertechnicus uw pacemaker en krijgt u een pasje mee met de gegevens over uw pacemaker. 3
Weer naar huis Het is heel belangrijk dat u de komende zes weken uw linkerarm niet boven de schouder heft. Ook mag u geen zware dingen tillen. Het duurt namelijk ongeveer zes weken voordat de draden goed vastgegroeid zijn en de wond genezen is. Let er op dat u uw schouder wel blijft gebruiken, zodat deze soepel blijft. De avond na implantatie mag u eventueel weer beginnen met de bloedverdunners, dit wordt met u besproken. De plek waar de pacemaker is geplaatst, blijft een paar dagen gevoelig. U mag hier paracetamol voor innemen. Krijgt u klachten als duizelingen, bonzend hoofd, langzame pols, koorts, voortdurende hik of problemen met de wond? Neem dan contact op met de secretaresse van uw cardioloog. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de dokterswacht. Autorijden U mag de eerste week na de ingreep niet autorijden, omdat de wond moet genezen en u moet wennen aan de pacemaker. Dat u een pacemaker draagt, wordt niet met een aparte code vermeld op uw rijbewijs (zoals bij ICD-dragers). U bent echter bij een ongeval alleen juridisch gedekt als het CBR ervan op de hoogte is, dat u een pacemaker draagt. Dat kunt u laten weten via een zogenaamde vrijwillige melding. Daarvoor moet u gebruik maken van een gezondheidsverklaring die u kunt krijgen op het gemeentehuis of kunt invullen via mijncbr.nl. Hieraan zijn kosten verbonden. Wanneer u beroepschauffeur bent, mag u tot twee weken na de implantatie niet rijden. Om toestemming te krijgen voor rijden als beroepschauffeur in een vrachtwagen of bus is altijd een rapport uw behandelend cardioloog nodig. Wondbehandeling Bij een wond gesloten met oplosbare hechtingen: De wond wordt afgedekt met een pleister, de Tegaderm Absorbent. Deze kan vijf dagen blijven zitten. Met deze pleister kunt u gewoon douchen (niet over de wond wrijven). Na vijf dagen mag u de pleister voorzichtig van de huid verwijderen. Eventueel met de handsproeier de pleister nat maken om het loslaten te vergemakkelijken. Bij (heftige) jeuk mag de pleister er eerder af. Als de wond droog is, hoeft er geen pleister meer op. Bij een wond gesloten met huidweefsellijm: De lijm bedekt de wond, dit ziet er uit als een korstje. Hier niet aan krabben of peuteren. Als u last heeft van de wond door schuren van kleding, dan kunt u eventueel de wond bedekken met een pleister of gaasje. Dit moet wel iedere 24 uur verschoond worden. Houd de wond schoon en droog. U mag wel voorzichtig douchen, de huid rondom de wond daarna voorzichtig droog deppen, niet wrijven. De lijm zal na ongeveer 10 dagen vanzelf loslaten. Algemeen: De eerste week niet baden. De eerst twee weken niet zwemmen of naar de sauna. 4
Bij overlijden In geval van overlijden zal de begrafenisondernemer de pacemaker verwijderen. Dit is wettelijk verplicht. Mogelijke risico s Een uitgebreide beschrijving van de mogelijke risico s staat in de brochure van de Hartstichting. Bij vervanging De gemiddelde pacemaker gaat zes tot acht jaar mee. Bij de controles wordt steeds gekeken hoe lang de pacemaker nog meekan. Als de batterij bijna leeg is, heeft u een geheel nieuwe pacemaker nodig. De cardioloog sluit de nieuwe pacemaker dan aan op de oude geleidingsdraden. De geleidingsdraden gaan meestal veel langer mee dan de pacemaker. Maar soms worden deze ook vervangen. De oude draad blijft meestal zitten. De opname verloopt zoals hiervoor is beschreven. Na de vervanging mag u, als alles goed is gegaan, dezelfde dag weer naar huis. Vragen Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze folder? Neem dan contact op met de polikliniek cardiologie of bespreek dit met uw cardioloog. www.mcl.nl www.hartstichting.nl www.harteraad.nl Hartstichting informatielijn 0900 3000 300 (maandag vrijdag van 9.00 13.00 uur, 0,45 per gesprek) Telefoonnummer van de polikliniek cardiologie 058 286 62 20 Op werkdagen tussen 8.30 en 16.30 uur MCL december 2018 Docnr. 23526 (10) 5