Rassenonderzoek Camelina sativa (deder)

Vergelijkbare documenten
Gebruik Bokashi in de akkerbouw. 26 maart 2015, Gerard Meuffels

Teelt en saldo van deder

Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien.

Bestrijding van slakken in graszaad, 2004

Inkomensvergelijking vezelgewassen versus graan. Auteur(s): Pieter de Wolf, Lubbert van den Brink en Joanneke Spruijt

Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia

Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen.

Resultaten onderzoek Gerard Meuffels. Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

Satellietbedrijf Graveland

Cultuur- en gebruikswaardeonderzoek industriespinazie 2002 Voorjaarszaai. H. de Putter

Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2004

Gebruik kalkstikstof in witte asperge

Effect van borium op de hardheid van uien. L. van den Brink

Verbetering ketenresultaat door beter uitgangsmateriaal bruine bonen. Ing. R.D. Timmer

Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Het effect van N-bemesting op de (energie)opbrengst van wintertarwe

Energieboerderij. Eindrapportage

Interactie Moddus en Actirob

Onderzoek naar de gevoeligheid van aardappelrassen voor kringerigheid, op percelen met Trichodorus primitivus besmet met tabaksratelvirus.

BODEMBREED INTERREG Resultaten veldonderzoek 2009 nateelt groenbemesters

Bestrijding van slakken in wintertarwe, 2005

Grondbewerking voor Zetmeelaardappelen

Wintergerst als groenbemester en stikstofvanggewas. W.C.A. van Geel & H.A.G. Verstegen

Rassenonderzoek sojabonen op lössgrond

Precisieplant tulp. Basis voor precisielandbouw. A.H.M.C. Baltissen, H. Gude, A. van der Lans, A. Haaster

DLV Plant. Kg/ha Eiwit (%) 7,5 8,8 7,9 8,7 9,2 9,1 7,6. Kg/hl 69,7 70,9 70,1 68,3 68,2 67,1 67,4

Gebruik ORGAplus organische meststoffen in aardbeien. Auteur(s) Jos Wilms en Gerard Meuffels (PPO-Vredepeel)

Duurzaam elektrisch beregenen. Joanneke Spruijt en Harm Jan Russchen PPO-RAPPORT 649

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw

BIO BASED ECONOMY WERKT!

Verbetering ketenresultaat door beter uitgangsmateriaal bruine bonen. Ing. R.D. Timmer

Knelpuntenrapportage nieuwe teelten

Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe biologische teelt

Behoud meerjarig proefveld organische bemesting

Begeleidingscommissie Bodem Vredepeel. 15 december 2015 Janjo de Haan, Harry Verstegen, Marc Kroonen

Raseigenschappen biologische aardappelen. Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal (VBU) KW0826 Door: Douwe Werkman

Het Wortelrapport 2017 De effecten van de toepassing van mycorrhiza, schimmels en bacteriën op de groei van wortels

Effect bemesting op ziekteontwikkeling in stamslabonen industrieteelt. A. Evenhuis, H. Verstegen, J.A.M. Wilms & C.G. Topper

Satellietbedrijf Tiems

Bemesting van tulp in de broeierij

Bestrijding van koolvlieg in radijs

N-systemen in wintertarwe

BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)

22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot

Pootgoedvermeerdering zetmeelaardappelen

Bemestingsonderzoek Grasland voor paarden voor de sloot

Groeiregulatie in Engels raaigras

Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Bodem in Balans?

Bedrijfseconomische evaluatie van de toepassing van warmwaterbehandeling

Invloed van de stikstofgift op kwaliteit en opbrengst in zaaiuien. rapport / publicatie. nr

Bemestingsonderzoek Akker-/tuinbouw perceel 5

Chemische onkruidbestrijding asperge

Bemestingsproef snijmaïs Beernem

26 Demoveld Energiegewassen Kw0630

Ruwvoeravond. Passen alternatieve gewassen bij u?

Beproeving mineralenconcentraten en spuiwater in diverse gewassen. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Inhoud

25 jaar biologische teelt op zandgrond: waar staan we nu?

Onderzoek naar effect van zaad primen en vroeg zaaien op opbrengst cichorei; verslag 2006 en eindverslag. Ir. L. van den Brink

Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. SPNA Precisiezaai wintertarwe

Warmwaterbehandeling van Allium tegen krokusknolaaltje

Hoe maak je een bemestingsplan binnen de gebruiksnormen

Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw. Teeltoptimalisatie winterkoolzaad

Inventarisatie omstandigheden optreden zwarte vlekken in peen

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw

Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia

Structuur tot de bodem uitgezocht. Gjalt Jan Feersma Hoekstra Christiaan Bondt

TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN

Aan de slag met erosie

Bemesting in maïs. Oktober 2011

MAISTEELT 2019: DE SUCCESFACTOREN!

Teelt de grond uit Zomerbloemen

Voorkomen wateroverlast Teelt de grond uit bloembollen. Casper Slootweg en Henk Gude

Zaaizaad ontsmetting en bemesting in wintertarwe. Oktober 2011

Warmwaterbehandeling Crocus Grote Gele

FOSFAAT NATUURLIJK FOSFAAT NATUURLIJKE MAÏSMESTSTOF NATUURLIJK FOSFAAT

Teelt van lelies in goten in de grond in Drenthe, 2012

Beheersing Rhizoctonia in zetmeelaardappelen

Transcriptie:

Rassenonderzoek Camelina sativa (deder) Resultaten onderzoek 2010 en 2011 G.J.H.M (Gerard) Meuffels M.P.J (Marcel) van der Voort Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten PPO nr. 3250034802 Maart 2012 VP 1638 / VP 1719

Rassenonderzoek Camelina sativa (deder) Resultaten onderzoek 2010 en 2011 G.J.H.M (Gerard) Meuffels M.P.J (Marcel) van der Voort Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten PPO nr. 3250034802 Maart 2012 VP 1638 / VP 1719

2012 Wageningen, Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) onderzoeksinstituut Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DLO. Voor nadere informatie gelieve contact op te nemen met: DLO in het bijzonder onderzoeksinstituut Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroenten. DLO is niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen die kunnen ontstaan bij gebruik van gegevens uit deze uitgave. PPO-publicatienr. 506 OPDRACHTGEVER: Projectnummer: 3250180000 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroenten Adres : Vredeweg 1c : 5816 AJ Vredepeel Tel. : 0478-538240 Fax : 0478-538249 E-mail : gerard.meuffels@wur.nl Internet : www.ppo.wur.nl Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 2

Inhoudsopgave 1 SAMENVATTING... 5 2 INLEIDING... 7 2.1 Algemeen... 7 2.2 Deder als alternatief energiegewas... 7 3 PROEFOPZET... 9 3.1 Aanleg en uitvoering van de proef in 2010.... 9 3.2 Aanleg en uitvoering van de proef in 2011.... 10 3.3 Statistische verwerking... 10 4 RESULTATEN... 11 4.1 Opkomst van het gewas 2010.... 11 4.2 Opkomst van het gewas 2011.... 11 4.3 Stand van het gewas 2010.... 12 4.4 Opbrengst en kwaliteit 2010.... 12 4.5 Opbrengst en kwaliteit 2011.... 13 5 VETZUURSAMENSTELLING... 15 6 RESULTATEN MEETLAT BEREKENING VOOR DEDER... 17 6.1 Energie- en broeikasgasbalans... 17 7 SALDOBEREKENING DEDER... 19 8 CONCLUSIES.... 21 LITERATUURLIJST... 23 BIJLAGE I. PERCEELGEGEVENS 2010-2011... 25 BIJLAGE II. PROEFVELDSCHEMA... 27 BIJLAGE III. VETZUURSAMENSTELLING DEDER RASSEN.... 29 BIJLAGE IV. FOTO S PROEFVELD GEDURENDE HET GROEISEIZOEN... 37 BIJLAGE V. SALDOBEREKENING DEDER 2010 EN 2011... 39 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 3

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 4

1 Samenvatting In het project Energieboerderij wordt naast aandacht aan de energiegewassen koolzaad, mais en suikerbieten ook aandacht besteed aan alternatieve gewassen, die interessant kunnen zijn voor energieproductie en daarbij een positieve energiebalans (input versus output aan energie) combineren met een verminderde uitstoot aan broeikasgassen. Uit een strokenvergelijking uitgevoerd in 2009 op PPO locatie Vredepeel en studies in het buitenland blijkt, dat het gewas deder (Camelina Sativa) een interessant oliehoudend gewas is voor de productie van biobrandstoffen. Doordat de olie beter toepasbaar is onder koudere omstandigheden lijkt dederolie geschikt voor de vliegtuigindustrie. Een aantal testen met vliegtuigmotoren op dederolie lieten zien dat de prestatie gelijk was aan fossiele brandstof. Daarnaast werd een reductie aan broeikasgassen berekend van 84% ten opzichte van fossiele brandstof. In 2010 is op PPO locatie Vredepeel een rassenonderzoek uitgevoerd met vier rassen deder (zomer variëteiten). De rassen werden in vier herhalingen uitgezaaid. In het onderzoek zijn de rassen Ligena, Calena, Morgensonne en Blaine Creek onderzocht. De zaadopbrengst van de verschillende rassen was lager dan de opbrengst van het ras Ligena dat een jaar eerder in de demonstratiestroken een opbrengst gaf van 2.900 kg/ha (ds. 91%). De zaadopbrengst van de rassen varieerde in 2010 tussen de 1.600 en 2.000 kg/ha (ds. 91%). Hierbij werd een opbrengst aan ruw vet van 570 tot 700 kg/ha gerealiseerd. Hiermee ligt de opbrengst aan ruw vet lager dan bij een gemiddelde opbrengst aan koolzaad. De lage opbrengst kan veroorzaakt zijn door de slechte opkomst. Ondanks dat er uitgezaaid is op 500 kiemkrachtige zaden per m², werden na opkomst slechts 120-170 planten per m² geteld. In 2011 waren de zaadopbrengsten duidelijk hoger dan in 2010. De zaadopbrengsten varieerde tussen de 4.250 en 4.435 kg/ha. Tussen de rassen kon in 2011 geen duidelijk verschil in opbrengst worden waargenomen. Opgemerkt moet worden dat de proef in 2011 vier keer is beregend met 30 mm water per beregeningsbeurt. Ook is de proef in 2011 anderhalve maand eerder gezaaid. In 2011 lijkt de opbrengst aan ruw vet (olie) per hectare vergelijkbaar te zijn met de teelt van koolzaad (eveneens beregend). De teelt van deder lijkt vooralsnog makkelijk uitvoerbaar. Zo lijkt weinig input aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk en is het oogstrisico (uitval van zaden) kleiner. In het onderzoek is gekozen om de bemesting uit te voeren met kunstmeststoffen. Mogelijk dat bemesting met organische mest voor zaai het gewas van voldoende mineralen kan voorzien. Voor een verdere teeltoptimalisatie van deder is vervolgonderzoek gewenst. De energie- en broeikasgasbalans voor deder laat perspectief zien voor deze teelt als biobrandstof. In 2011 werd inclusief beregening van het gewas een broeikasgasemissiereductie van 67% behaald. Hiermee wordt ruimschoots aan de NTA 8080 eis (tenminste 50%) voldaan. De saldoberekeningen voor deder geven een beeld van de economische kant van de teelt. Deder is een laag salderend gewas. In 2011 was het saldo 1.046,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 785,- per ha voor saldo loonwerk. Hiermee is het potentieel ook een economisch haalbare teelt. De concurrentie met koolzaad lijkt een stap te ver. De huidige markt voor koolzaad laat aanzienlijk stijgende prijzen zien, met navenant stijgende financiële opbrengsten. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 5

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 6

2 Inleiding 2.1 Algemeen Deze rapportage is onderdeel van het project Energieboerderij. Het project Energieboerderij heeft als doel om de duurzaamheid van in Nederland geproduceerde biomassa inzichtelijk te maken en te verbeteren. In plaats van het rekenen met gegevens uit de literatuur worden op praktijkbedrijven gegevens verzameld en geanalyseerd. Deze informatie vormt de basis voor het berekenen van duurzaamheidskengetallen en het optimaliseren van energieteelten. Achtergrond van het project is de discussie over de oplossingsrichtingen voor het energievraagstuk en de bijdrage van hernieuwbare grondstoffen (in het bijzonder energieteelten) daaraan kunnen leveren. De initiatiefnemers van Energieboerderij hanteren als uitgangspunt dat de energieteelt dient te voldoen aan de duurzaamheidscriteria zoals vastgelegd in de EU richtlijn voor energie uit hernieuwbare grondstoffen (RED). Ook de regionale impact van meer energieteelten dient inzichtelijk te zijn. Uitgangspunt daarbij is dat alle berekeningen en resultaten eenduidig en transparant zijn voor alle betrokkenen en geïnteresseerden. Er is in Energieboerderij gewerkt met een drietal in de praktijk functionerende ketens. De ketens dienen als basis voor de verzameling van bruikbare praktijkcijfers. Het betreft de volgende ketens: 1. Maïsteelt vergisting - elektriciteit 2. Suikerbietenteelt vergisting elektriciteit 3. Koolzaad - PPO/biodiesel Per keten is een groep ondernemers betrokken waar een van de bovengenoemde gewassen is geteeld. In de keten zijn teelt en verwerking gevolgd (registratie) en de benodigde metingen uitgevoerd. Met deze gegevens is over een periode van 4 jaar de duurzaamheid van het energiegewas voor de totale keten bepaald. Daarnaast zijn van elk gewas jaarlijks proefvelden en zogenaamde best practice demo s aangelegd waarin teeltvarianten zijn vergeleken en de invloed op de duurzaamheid is bepaald. De verzamelde praktijkcijfers en de cijfers van de proefvelden en de demo s zijn met de verschillende telersgroepen besproken, met als doel vast te stellen waar de verbeterpunten liggen. De duurzaamheid is bepaald met een, in het project ontwikkelde, meetlat voor energie-efficiency en broeikasgasemissiereductie. Energieboerderij is een initiatief van Vereniging Innovatief Platteland. De uitvoering is in handen van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (Wageningen UR), IRS en Cultus Agro advies. Het project wordt mogelijk gemaakt door de volgende organisaties: Ministerie van EL&I, Wageningen UR, provincie Limburg, LLTB, Productschap Akkerbouw, Cosun en IRS, Argos Oil, Attero, Carnola, Vitelia, HAS Kennistransfer en OCI-Nitrogen. 2.2 Deder als alternatief energiegewas Naast onderzoek aan de energiegewassen koolzaad, energiemais en suikerbieten wordt in het project Energieboerderij gezocht naar alternatieve energiegewassen, die in potentie een zelfde of mogelijk hogere energieproductie per hectare kunnen halen en mogelijk nog belangrijkere een zelfde of zelfs gunstigere energiebalans en reductie aan broeikasgassen geven ten opzichte van de drie referentie teelten. Een gewas, dat de laatste jaren vaak genoemd wordt als interessant energiegewas is deder (Camelina Sativa (L.). Dit gewas, in Nederland ook wel bekend onder de naam huttentut, staat in de belangstelling vanwege de lage input aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast geeft deder ook nog een goede opbrengst en bevat het zaad een redelijk hoog oliegehalte. Uit de literatuur blijkt dat de olie van deder beter bestand is tegen koude omstandigheden in vergelijking tot koolzaadolie, waardoor de brandstof Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 7

uit deze olie geschikt lijkt voor de vliegtuigindustrie. Afgelopen jaren zijn dan ook verschillende testvluchten uitgevoerd met vliegtuigen, waarbij een of meerdere motoren liepen op olie van deder. Uit onderzoek van de Michigan Technology University bleek dat motoren op dederolie even goed presteren als motoren op fossiele brandstof. Daarbij werd een broeikasgasreductie berekend van 84% in het voordeel van dederolie. In het kader van de Energieboerderij is in 2009 op PPO locatie Vredepeel een strokenvergelijking aangelegd bestaande uit verschillende plots met energiegewassen. In deze vergelijking lag een plot met deder. In 2009 werd een zaadopbrengst behaald van 2.900 kg/ha (ds. 91%) met een ruw vet percentage in de droge stof van 34. De veredeling van deder is de laatste jaren in de belangstelling komen te staan. Er bestaan winter- en zomerrassen. In Europa zijn geen cijfers beschikbaar van onafhankelijk rassenonderzoek. In 2010 en 2011 is gekozen om in het kader van de Energieboerderij een rassenonderzoek aan te leggen bestaande uit 4 deder rassen (zomervariëteiten). Het zaaizaad was afkomstig van kwekers uit Duitsland, Oostenrijk en Noord Amerika. In dit verslag worden de resultaten van het rassenonderzoek in 2010 en 2011 besproken. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 8

3 Proefopzet 3.1 Aanleg en uitvoering van de proef in 2010. Op onderzoek locatie Vredepeel van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving is in 2010 een rassenonderzoek uitgevoerd in het gewas deder (Camelina sativa). In totaal werden 4 rassen onderzocht op opbrengst en kwaliteit. De proef werd aangelegd als een gewarde blokkenproef in vier herhalingen. In tabel 1 worden de rassen vermeld welke zijn uitgezaaid in 2010. Tabel 1. Overzicht van de rassen uitgezaaid in 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Veredelaar Duizendkorrel- Kiemkracht Zaaizaad (kg/ha) Gewicht (gram) A Ligena DSV 1.25 84% 7.4 kg/ha B Calena Saatbau Linz 1.12 94% 6.0 kg/ha C Morgensonne Dreschflegel 1.2 80% 7.5 kg/ha D Blaine Creek Great Plains 1.2 90% 6.7 kg/ha Als voorvrucht werden in 2009 op het perceel schorseneren verbouwd. De bemesting werd uitgevoerd volgens het bemestingsadvies van de veredelingsbedrijven. Op 26 april 2010 werd 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) gestrooid. Op 27 april 2010 werd 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg P 2 O 5 /ha) en 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K 2 O/ha) gestrooid. De meststoffen werden toegepast met een pneumatische kunstmeststrooier. Op 26 mei 2010 werden de rassen gezaaid met een bandzaaimachine uitgerust voor het zaaien van proefvelden. De rijafstand van deze zaaimachine bedraagt 12 cm. De rassen werden uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². In tabel 1is de zaaizaadhoeveelheid omgerekend per hectare weergegeven. De plots, waarop de rassen werden ingezaaid, hadden een bruto afmeting van 3 meter bij 12 meter. In het gewas deder zijn in Nederland geen gewasbeschermingsmiddelen toegelaten. Door de snelle ontwikkeling heeft het gewas een snelle grondbedekking, waardoor onkruid redelijk beheersbaar is gebleven. Op 3 september 2010 is de deder geoogst met een maaidorser uitgerust voor het oogsten van proefvelden. Per plot werd een oppervlak van 1.5 meter bij 10 meter gedorst. Per plot werd de zaadopbrengst bepaald en werd een monster genomen. Dit monster werd door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 9

3.2 Aanleg en uitvoering van de proef in 2011. In 2011 is de rassenproef nogmaals herhaald op onderzoekslocatie Vredepeel van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving. Dezelfde rassen (zelfde zaaizaad) zijn in vier herhalingen aangelegd (tabel 1). Op het perceel werden als voorvrucht consumptieaardappelen geteeld. De bemesting werd uitgevoerd volgens het bemestingsadvies van de veredelingsbedrijven. Eind maart werd voor het ploegen 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K 2 O) toegepast. Op 5 april 2011 werd 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) en 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg/ha P 2 O 5 ) gestrooid. De meststoffen werden toegepast met een pneumatische kunstmeststrooier. Op 5 april 2011 werden de rassen gezaaid met een pneumatische zaaimachine. Dit is anderhalve maand eerder dan in 2010. De rijafstand was 15 cm. De rassen werden uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². In tabel 1 is de zaaizaadhoeveelheid omgerekend per hectare weergegeven. De plots, waarop de rassen werden ingezaaid, hadden een bruto afmeting van 3 meter bij 12 meter. In tegenstelling tot 2010 is het perceel vier keer beregend met een watergift van 30 mm water. De beregening werd uitgevoerd met een beregeningshaspel voorzien van sproeikanon. De beregening vond plaats op 20 mei, 1 juni, 14 juni en 4 juli. Op 1 augustus 2011werd het gewas geoogst met een maaidorser uitgerust voor het oogsten van proefvelden. Per plot werd een oppervlak van 3 meter bij 10 meter gedorst. Per plot werd de zaadopbrengst bepaald en werd een monster genomen. Dit monster werd door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. Bijlage I: Perceelsgegevens 2010 en 2011 Bijlage II: Proefveldschema 2010 en 2011 Bijlage III: Vetzuursamenstelling bepaald in 2010 Bijlage IV: Foto s proefveld 2010 en 2011 3.3 Statistische verwerking De proef is aangelegd als een gewarde blokkenproef in vier herhalingen. De gegevens zijn verwerkt met het statistische programma Genstat for Windows, 14 Th edition. Met behulp van variatieanalyse werd getoetst of sprake was van een significant behandelingseffect. Hierbij werd volgens de F-toets de overschrijdingskans berekend (F-prob.). Daarna werd volgens de T-toets bij 5% onbetrouwbaarheid de l.s.d. (kleinste significante verschil) berekend. In onderstaand overzicht staat een omschrijving bij de F-prob. om aan te geven hoe significant een resultaat is. Tabel 2: Beschrijving statistische toets. F-probability Omschrijving 0.05 <P< 0.10 indicatie voor een verschil 0.01 <P< 0.05 significant verschil 0.001 <P< 0.01 sterk significant verschil <P< 0.001 zeer sterk significant verschil Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 10

4 Resultaten 4.1 Opkomst van het gewas 2010. De rassen werden uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². Op 23 juni 2010 werd per plot op 2 plekken van 0.25 m² het aantal planten geteld. In tabel 3 zijn de resultaten van deze telling weergegeven. Tabel 3: Gemiddeld aantal deder planten per m² geteld op 23 juni 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Gem. aantal planten per m² A Ligena 120 B Calena 162 C Morgensonne 131 D Blaine Creek 172 Wat opvalt, is dat ondanks het uitzaaien van 500 zaden per m² uiteindelijk maar weinig planten per m² staan. Een groot deel van het zaad lijkt dus niet gekiemd te zijn. 4.2 Opkomst van het gewas 2011. Net als in 2010 zijn de rassen in 2011 uitgezaaid op 500 kiemkrachtige zaden per m². Op 12 mei 2011 zijn per plot op 2 plekken van 0.25 m² het aantal planten geteld. In tabel 4 zijn de resultaten van deze telling weergegeven. Tabel 4: Gemiddeld aantal deder planten per m² geteld op 12 mei 2011 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Gem. aantal planten per m² A Ligena 75 (a..) B Calena 119.5 (.b.) C Morgensonne 83.5 (ab.) D Blaine Creek 189.5 (..c) P (0.05) <0.01 LSD 40.6 In 2011 hadden de rassen Ligena en Morgensonne gemiddeld een minder dichte stand. Het ras Blain Creek daarentegen had gemiddeld het meeste aantal planten per m². Ondanks het uitzaaien van 500 zaden per m² was ook in 2011 het uiteindelijke aantal planten per m² een stuk lager. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 11

4.3 Stand van het gewas 2010. Op 13 juli 2010 is een waarneming uitgevoerd, waarbij het gewas gescoord is op bodembedekking, bloei en aantasting door ziekten. In tabel 5 is de gemiddelde bodembedekking op 13 juli 2010 voor de verschillende rassen weergegeven. Tabel 5: Gemiddelde procentuele bodembedekking door het gewas gescoord op 13 juli 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Object Ras Gemiddelde bodembedekking (%) A Ligena 68 (a..) B Calena 79 (.b.) C Morgensonne 75 (ab.) D Blaine Creek 95 (..c) P (0.05) <0.01 LSD 8.6 Tussen de rassen bestaat een groot verschil in bodembedekking. Het ras Ligena heeft een gemiddelde bodembedekking van 68% terwijl het ras Blaine Creek een gemiddelde bodembedekking heeft van 95% en daarmee bijna volledig de grond bedekt heeft. Op 13 juli 2010 en 30 juli 2010 was tussen de rassen een verschil in bloei waarneembaar. In tabel 6 is het gemiddelde percentage planten in bloei weergegeven. Tabel 6: Het gemiddelde percentage planten in bloei gescoord op 13 juli en 30 juli 2010 op het proefperceel in Vredepeel. Gemiddeld percentage planten in Object Ras bloei 13 juli 30 juli A Ligena 14 100 B Calena 6 85 C Morgensonne 5 75 D Blaine Creek 4 70 Het ras Ligena bloeit het eerste en staat op 30 juli 2010 volledig in bloei. Het ras Blaine Creek staat het laatste in bloei maar het verschil met het ras Morgensonne is klein. Bij de waarneming op 13 juli 2010 en 30 juli 2010 is eveneens gescoord op aantasting door ziekten. De rassen vertoonden allemaal een lichte aantasting door meeldauw. 4.4 Opbrengst en kwaliteit 2010. Op 3 september2010 zijn de rassen geoogst en van iedere plot is de zaadopbrengst bepaald. Door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen is van ieder plot een monster geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. In tabel 7 zijn de resultaten van de zaadopbrengst, de opbrengst aan ruw vet en ruw eiwit per hectare weergegeven. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 12

Tabel 7: Gemiddelde zaadopbrengst (91% ds.), droge stofgehalte en gemiddelde opbrengst aan ruw eiwit en ruw vet. Object Ras Gem. zaadopbrengst Gem. drogestof Gem. ruw eiwit Gem. ruw vet kg/ha (bij 91% ds.) (%) (kg/ha) (kg/ha) A Ligena 1.629 a. 90.4 393 a.. 570 B Calena 1.994.b 89.9 503..c 703 C Morgensonne 1.996.b 89.8 499..c 662 D Blaine Creek 1.790 ab 89.6 447.b. 615 P (0.05) 0.014 niet significant 0.003 Niet significant LSD 226-51.02 Uit de resultaten blijkt, dat het ras Ligena in 2010 een gemiddeld significant lager opbrengst geeft dan de rassen Calena en Morgensonne. Het verschil tussen de rassen Calena, Morgensonne en Blaine Creek is niet significant. De rassen Calena en Morgensonne hebben een significant hogere opbrengst aan ruw eiwit in vergelijking tot de rassen Ligena en Blaine Creek. Het ras Blaine Creek heeft een significant hogere opbrengst aan ruw eiwit dan het ras Ligena, dat de laagste opbrengst aan ruw eiwit heeft. Tussen de rassen kon geen duidelijk verschil in ruw vet worden waargenomen. Het ras Calena heeft daarbij wel de hoogste opbrengst aan ruw vet per hectare. 4.5 Opbrengst en kwaliteit 2011. Op 1 augustus 2011 zijn de rassen geoogst en van iedere plot is de zaadopbrengst bepaald. Door Grond- Gewas- en Milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen is van ieder plot een monster geanalyseerd op percentage ruw vet en ruw eiwit in de droge stof. In tabel 8 zijn de resultaten van de zaadopbrengst, de opbrengst aan ruw vet en ruw eiwit per hectare weergegeven. Tabel 8: Gemiddelde zaadopbrengst (91% ds.) droge stofgehalte en gemiddelde opbrengst aan ruw eiwit en ruw vet. Object Ras Gem. zaadopbrengst Gem. drogestof Gem. ruw eiwit Gem. ruw vet kg/ha (bij 91% ds.) (%) (kg/ha) (kg/ha) A Ligena 4304.1 94.4 940.5 1673.8 B Calena 4261.6 93.5 883.2 1703.9 C Morgensonne 4432.0 94.3 947.9 1714.2 D Blaine Creek 4259.2 95.0 930.2 1646.8 De zaadopbrengsten en de opbrengst aan ruw vet en ruw eiwit waren in 2011 duidelijk beter dan in 2010. Tussen de rassen kon geen duidelijk verschil in zaadopbrengst en opbrengst aan ruw eiwit en ruw vet worden waargenomen. Het ras Morgensonne gaf net als in 2010 de hoogste zaadopbrengst. Wel is de proef in tegenstelling tot 2010 beregend (vier beregeningsbeurten met 30 mm water per beurt). Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 13

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 14

5 Vetzuursamenstelling Na de oogst is in 2010 van ieder ras een mengmonster gemaakt van de herhalingen. Deze monsters zijn door Pre-Mervo Kwaliteitsdienst geanalyseerd op vetzuursamenstelling. In bijlage III zijn de resultaten van deze meting weergegeven. Uit de waarnemingen is af te leiden dat deder een hoog gehalte aan meervoudige onverzadigde vetzuren bevat en daarmee in beginsel goed voor de gezondheid. De waarde hiervan voor bijv. veevoer wordt nog nader in kaart gebracht. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 15

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 16

6 Resultaten meetlat berekening voor deder 6.1 Energie- en broeikasgasbalans In de onderstaande tabel zijn de resultaten voor 2010 en 2011 van de teelt van deder op proefvelden bij PPO Vredepeel opgenomen. De proefveld resultaten zijn berekend met de Energieboerderij meetlat (Van der Voort et al., 2012). Tabel 9.: Resultaten dederteelt teeltseizoen 2010 en 2011 Jaar Opbrengst vers (ton/ha) Opbrengst koolzaadolie (ton/ha) Opbrengst kolzaadkoek (ton/ha) Uitgangsmateriaal (kg CO 2 -eq./ha) Organische mest (kg CO 2 -eq./ha) Anorganische mest (kg CO 2 -eq./ha) Gewasbeschermings-middelen (kg CO 2 -eq./ha) Energieverbruik (diesel) (kg CO 2 -eq./ha) Lachgasemissie (IPCC) (kg CO 2 -eq./ha) Mechanisatie (indirect) (kg CO 2 -eq./ha) Energierendement (%) Broeikasgasrendement (%) 2010 1,8 0,5 1,3 6-741 - 322 1558 69 70 24 2011 4,3 1,5 2,9 6-741 - 325 1558 70 86 67 Beide teeltseizoenen kenden een vergelijkbare teelt. Het enig verschil is de uitgevoerde beregening in 2011. Grootste verschil tussen de beide jaren is de opbrengst. Teeltseizoen 2010 kende een slechte opkomst en hierdoor een tegenvallende opbrengst. Ondanks deze lage opbrengst scoort de deder voor dit jaar als nog een respectabele 24%. Het lagere behoefte aan inputs, onder andere bemesting en bespuitingen zorgen voor deze score. De dederteelt in 2010 scoorde tevens beter als alle low-input varianten van de koolzaadrassenproeven 2009/2010. Teeltseizoen 2011 kende een goede opbrengst en een goede score op de energie- en de broeikasgasbalans. De 67% is ruim boven de gestelde 50% voor biobrandstoffen. Voor het broeikasgasrendement is een richtlijn vastgesteld in de NTA 8080 van 50% als minimumeis voor transportbrandstoffen (par. 5.2.1, NTA 8080:2009). De teelt van deder biedt perspectief voor goede scores op de energie- en broeikasgasbalans. Het verlagen van de (kunst)mestgift of vervangen van kunstmest door dierlijke mest kan het resultaat zeker verbeteren. Zeker als de opbrengst behaald in 2011 geen uitzondering betreft, is deder een serieus alternatief voor de koolzaadteelt. Het is echter te voorbarig om op basis van deze twee jaar aan proeven een definitieve conclusie te trekken. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 17

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 18

7 Saldoberekening deder Naast een beoordeling van de beide jaren en proefvelden op energie- en broeikasgasbalans, is tevens een economische beoordeling van beide jaren gemaakt. Tabel 10: Saldo 2010 en 2011 per hectare in Euro 2010 2011 Hoofdproduct 691,- 1.610,- Bijproduct 0,- 0,- Bruto-geld opbrengst 691,- 1.610,- Toegerekende kosten 489,- 564,- Saldo eigen mechanisatie 202,- 1.046,- Kosten loonwerk 261,- 261,- Saldo loonwerk -59,- 785,- In de bijlage V zijn de volledige saldoberekeningen opgenomen. De prijzen zijn gebaseerd op de KWIN 2009. De bovenstaande saldoberekeningen zijn met de prijs voor biobrandstof toepassing van de olie. Dit houdt in een prijs van 0,65 per liter dederolie. Afhankelijk van het gebruiksdoel kunnen hogere prijzen worden gevraagd. De biobrandstoftoepassing geeft naar verhouding de laagste prijs voor de dederolie (Van der Voort et al, 2010). De bovenstaande saldi zijn daarom het minimum. Het stro is in de proeven niet geoogst. Dit kan een extra 350,- per hectare betekenen (Van der Voort et al, 2010). De markt voor koolzaad kent momenteel goede prijzen (Hamburg: 0,49 per kilogram). Hierdoor stijgt het saldo voor winterkoolzaad tot ongeveer 1.383,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 1.108,- per ha voor saldo loonwerk (betreft bewerking cijfers KWIN 2009 (eigen bewerking voor kosten loonwerk)- zie ook Van der Voort, 2010). Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 19

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 20

8 Conclusies. In 2009 werd op PPO Vredepeel in een strokenvergelijking voor het eerst deder uitgezaaid. In deze vergelijking werd van het ras Ligena een zaadopbrengst behaald van 2.900 kg/ha (ds. 91%) met een opbrengst aan ruw vet van 900 kg/ha. De zaadopbrengst van de rassen varieerde in 2010 tussen de 1.600 en 2.000 kg/ha (ds. 91%). Hierbij werd een opbrengst aan ruw vet van 570 tot 700 kg/ha gerealiseerd. Hiermee ligt de opbrengst aan ruw vet lager dan bij een gemiddelde opbrengst aan koolzaad. Een verklaring voor de lage opbrengst kan veroorzaakt zijn door de slechtere opkomst. Ondanks dat er uitgezaaid is op 500 kiemkrachtige zaden per m², werden slechts 120-170 planten per m² geteld. In 2011 waren de zaadopbrengsten duidelijk hoger dan in 2010. De zaadopbrengsten varieerde tussen de 4.250 en 4.435 kg/ha. Tussen de rassen kon in 2011 geen duidelijk verschil in opbrengst worden waargenomen. Opgemerkt moet worden dat de proef in 2011 vier keer is beregend met 30 mm water per beregeningsbeurt. Ook is de proef bijna anderhalve maand eerder gezaaid dan in 2010 (26 mei 2010 en 5 april 2011). In 2011 lijkt de opbrengst aan ruw vet (olie) per hectare vergelijkbaar te zijn met de teelt van koolzaad (eveneens beregend). De teelt van deder lijkt vooralsnog makkelijk uitvoerbaar. Zo lijkt weinig input aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen noodzakelijk en is het oogstrisico (uitval van zaden) kleiner. In het onderzoek is gekozen om de bemesting uit te voeren met kunstmeststoffen. Mogelijk dat bemesting met organische mest voor zaai het gewas van voldoende mineralen kan voorzien. Voor een verdere teeltoptimalisatie van deder is vervolgonderzoek gewenst. De energie- en broeikasgasbalans voor deder laat perspectief zien voor teelt als biobrandstof. In 2010 is door slechte zaadopkomst een lagere opbrengst gerealiseerd. Met een broeikasgasbalans van 26% scoorde deder wel hoger als de low-input koolzaadrassenproeven in 2009/2010. In 2011 werd inclusief beregening van het gewas een broeikasgasbalans van 67% behaald. Hiermee wordt ruimschoots aan de NTA 8080 eis voldaan van 50%. De saldoberekeningen voor deder geven een beeld van de economische kant van de teelt. Deder is een laag salderend gewas. In 2010 was het saldo 202,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en -59,- per ha voor saldo loonwerk. Dit is wel bij de tegenvallende opbrengst. In 2011 was het saldo 1.046,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 785,- per ha voor saldo loonwerk. Hiermee is het potentieel ook een economisch haalbare teelt en scoort dit gewas opvallend goed voor een dergelijk fijn zaadgewas. De concurrentie met koolzaad lijkt een stap te ver. De huidige markt voor koolzaad laat aanzienlijk stijgende prijzen zien, met navenante financiële opbrengsten. Hierdoor stijgt het saldo voor winterkoolzaad tot ongeveer 1.383,- per ha voor saldo eigen mechanisatie en 1.108,- per ha voor saldo loonwerk. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 21

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 22

Literatuurlijst Den Hartog, L. (2010). Verkenning teelt en afzet dederzaad, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Interne memo, Lelystad, 18 juni 2010 Meuffels, G.J.H.M, Van der Voort M.P.J. (2011). Onderzoek zaaidichtheid winterkoolzaad, resultaten onderzoek 2010-2011. PPO publicatienr. 3250034804, p 17. Meuffels, G.J.H.M, Van der Voort M.P.J. (2011). Onderzoek zaaitechniek winterkoolzaad, resultaten onderzoek 2010-2011. PPO publicatienr. 3250034804, p 20. Van der Voort, M.P.J., Den Hartog, L. (2010). Teelt en saldo van deder; Camelina sativa (deder) als alternatieve teelt. PPO Publicatienr. 32500348, p 23. Van der Voort, M.P.J., Stilma, E.S.C.(2012). Beschrijving meetlat Energieboerderij voor energiegebruik en broeikasgasemissies, Toelichting van gehanteerde rekenregels en methoden, PPO Publicatienr. 32500348-01 (KWIN) Schreuder, Remco, Leeuwen, Michaela van, Spruijt, Joanneke, Voort, Marcel van der, Asperen, Paulien van, Hendriks-Goossens, Vivian, Kwantitatieve Informatie, Akkerbouw en Vollegrondsgroenteteelt 2009, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, PPO 383, ISSN 1571-3059, juli 2009 Websites: http://www.hort.purdue.edu/newcrop/ncnu07/pdfs/pilgeram129-131.pdf http://www.energienieuws.net/artikel/biobrandstof_als_een_alternatief_voor_vliegtuigen_ http://www.dsv-saaten.de/andere_kulturen/leindotter/sorten/ligena.html Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 23

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 24

Bijlage I. Perceelgegevens 2010-2011 Perceelgegevens algemeen 2010 Perceel Vredepeel 44 Gewas Deder Ras Diverse Voorvrucht Schorseneren Grondbewerking Ploegen met vorenpakker Zaaidatum 26 mei 2011 Zaaizaadhoeveelheid 500 zaden per m² (rekening houdend met DKG en kiemkracht) 26 april: 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) gestrooid. Bemestingstijdstippen 27 april: 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg P 2 O 5 /ha) 27 april: 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K 2 O/ha) Oogstdatum 3 september 2010 Bodemvruchtbaarheid perceel 2010 Datum monstername 30-11-2007 Grondsoort Zandgrond Stikstof totaal (mg N/kg) 1472 C/N ratio 20 N-leverend vermogen (kg N/ha) 50 P-PAE (mg P/kg) 2.5 P-AL (mg P 2O 5/100g) 43 Zwavel totaal (mg S/kg) 272 S-leverend vermogen (kg S/ha) 8 S-aanvoer (incl. SLV) (kg S/ha) 14 Kalium (mg K/kg) 47 K-getal 11 Magnesium (mg Mg/kg) 107 Natrium (mg Na/kg) <6 Zuurgraad (ph) 5.2 Organische stof (%) 5.0 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 25

Perceelgegevens algemeen 2011 Perceel Gewas Ras Voorvrucht Grondbewerking Middenpeelweg Deder (Camelina Sativa) divers Consumptieaardappelen (vroeg) Ploegen met vorenpakker Zaaidatum 5 april 2011 Zaaizaadhoeveelheid 500 zaden per m² (rekening houdend met DKG en kiemkracht) 5 april 2011: 370 kg/ha KAS (=100 kg N/ha) gestrooid. Bemestingstijdstippen 5 april 2011: 170 kg/ha Tripelsuperfosfaat (=77 kg P2O5/ha) Eind maart 2011: 230 kg/ha Kali-60 (=138 kg K2O/ha) 20 mei 2011 Beregening 1 juni 2011 14 juni 2011 30 mm water 4 juli 2011 Oogstdatum 1 augustus 2011 Bodemvruchtbaarheid perceel 2011 Datum monstername 9 februari 2011 Grondsoort Zandgrond Stikstof totaal (mg N/kg) 940 Nmin 0-60 cm (kg/ha) 29 P-PAE (mg P/kg) 5.5 P-AL (mg P 2O 5/100g) 80 Pw-waarde 73 Zwavel totaal (mg S/kg) 210 S-leverend vermogen (kg S/ha) 7 S-aanvoer (incl. SLV) (kg S/ha) 13 K-beschikbaar (mg K/kg) 65 K-getal 16 Magnesium (mg Mg/kg) 106 Natrium (mg Na/kg) 6 Zuurgraad (ph) 5.3 Organische stof (%) 3.5 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 26

Bijlage II. Proefveldschema Objecten Object Ras DKG Kiemkracht Zaaizaad (kg/ha) A Ligena 1.25 gr 84% 7.4 kg/ha B Calena 1.12 gr 94% 6.0 kg/ha C Morgensonne 1.2 gr 80% 7.5 kg/ha D Blaine Creek 1.2 gr 90% 6.7 kg/ha Proefveldschema 2010. D C 8 16 II B A 7 15 6 14 A B IV C 5 13 D B 4 12 A I D C 3 11 2 10 C D III A 1 9 pad 12 m 12 m B 3 m Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 27

Proefveldschema 2011. 12 meter B 16 3 m IV A 15 C 14 D 13 B 12 III A 11 D 10 C 9 A 8 II C 7 D 6 B 5 B 4 I D 3 C 2 A 1 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 28

Bijlage III. Vetzuursamenstelling deder rassen. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 29

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 30

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 31

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 32

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 33

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 34

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 35

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 36

Bijlage IV. Foto s proefveld gedurende het groeiseizoen Afbeelding 1: Gewas op 13 juli vlak waarbij de eerste bloei zichtbaar is. Afbeelding 2: Zaadhuizen van de dederplant (5 augustus 2010) Afbeelding 3. Aantasting door meeldauw van de dederplant (13 juli 2010) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 37

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 38

Bijlage V. Saldoberekening deder 2010 en 2011 Saldo deder 2010 Deder Hoeveelheid Eenheid Prijs in EUR Bedrag in EUR Hoofdproduct 1.852 Kg 0,37 691,00 Bijproduct 0 Kg 0,10 0,00 Bruto geldopbrengst 691,00 Uitgangsmateriaal Zaaizaad 7 Kg 12,50 88,00 Bemesting Kalkammonsalpeter 100 Kg N 0,94 94,00 Tripelsuperfosfaat 77 Kg P 2 O 5 1,07 82,00 Kali 60 (chloorhoudend) 138 Kg K 2 O 0,51 70,00 Energie Brandstof, smeermiddelen 71 Ltr 1,00 71,00 Overige productgebonden kosten Berekende rente 5,30% 10,00 Verzekering 975 EUR 0,08% 8,00 Productschapsheffing 1 Ha 3,60 4,00 N-mineraalmonster 0,2 stuks 34,00 7,00 Drogen bij derden 1852 Kg 0,03 56,00 Toegerekende kosten 489,00 Saldo eigen mechanisatie 202,00 Loonwerk Stamdorsen 1 Ha 261,00 261,00 Oogst stro, oprolpers 0 Ha 165,00 0,00 Totaal loonwerk (incl. rente) 261,00 Saldo loonwerk -59,00 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 39

Saldo deder 2011 Deder Hoeveelheid Eenheid Prijs in EUR Bedrag in EUR Hoofdproduct 4.314 Kg 0,37 1.610,00 Bijproduct 0 Kg 0,10 0,00 Bruto geldopbrengst 1.610,00 Uitgangsmateriaal Zaaizaad 7 Kg 12,50 88,00 Bemesting Kalkammonsalpeter 100 Kg N 0,94 94,00 Tripelsuperfosfaat 77 Kg P 2 O 5 1,07 82,00 Kali 60 (chloorhoudend) 138 Kg K 2 O 0,51 70,00 Energie Brandstof, smeermiddelen 72 Ltr 1,00 72,00 Overige productgebonden kosten Berekende rente 5,30% 10,00 Verzekering 975 EUR 0,08% 8,00 Productschapsheffing 1 Ha 3,60 4,00 N-mineraalmonster 0,2 stuks 34,00 7,00 Drogen bij derden 4314 Kg 0,03 129,00 Toegerekende kosten 564,00 Saldo eigen mechanisatie 1.046,00 Loonwerk Stamdorsen 1 Ha 261,00 261,00 Oogst stro, oprolpers 0 Ha 165,00 0,00 Totaal loonwerk (incl. rente) 261,00 Saldo loonwerk 785,00 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 40