PCPOW Bestuurs- en managementstatuut 140201 (Website) 1 PCPOW Bestuurs- en managementstatuut 1. Inleiding 1. Dit bestuurs- en managementstatuut beschrijft de formele verhoudingen binnen Stichting PCPO Westland met betrekking tot het College van Bestuur, de Raad van Toezicht en de directeuren. 2. Dit statuut wordt vastgesteld door het College van Bestuur en behoeft het positief advies van het directeurenberaad, de instemming c.q. het positief advies van de GMR en de goedkeuring van de Raad van Toezicht. 3. Dit statuut maakt deel uit van het huishoudelijk reglement van de stichting. 2. Begripsbepalingen In dit statuut wordt verstaan onder: College van Bestuur: het bestuur van Stichting PCPO Westland (CvB); Decentraal Georganiseerd Overleg: overleg met de vertegenwoordigende vakbonden en het CvB inzake personeelsaangelegenheden zoals verwoord in de onderwijs cao-po (DGO); Directeur: de directeur van een (speciale) basisschool; Directeurenberaad: overlegorgaan van de directeuren onder voorzitterschap van de voorzitter van het college van bestuur (DIRB); Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad: samengestelde raad vanuit het totaal aan MR en van de scholen, bestaande uit ouders en personeelsleden (GMR); Managementafspraken: het document waarin de afspraken tussen het college van bestuur en de directeur zijn vastgelegd. Mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van bestuur besluiten te nemen; Mandateren: het machtigen van de directeur tot het uitoefenen van bevoegdheden in naam en onder verantwoordelijkheid van het college van bestuur; Medezeggenschapsraad: de samengestelde raad bestaande uit ouders en personeelsleden volgens de Wet op de medezeggenschap in het onderwijs (MR); Personeel: werknemers van Stichting PCPO Westland; Raad van Toezicht: het orgaan dat onafhankelijk toezicht houdt op het college van bestuur (RvT); Statuut: het reglement waarin de taken en bevoegdheden zijn vastgesteld. 3. College van Bestuur 1. De stichting heeft een CvB, waarvan het aantal leden wordt bepaald door de RvT. 2. Behoudens het bepaalde in artikel 4.1 en met inachtneming van artikel 4.2 is het CvB belast met het bestuur van de stichting. 3. Het CvB is bevoegd de stichting in en buiten rechte te vertegenwoordigen. 4. Het CvB benoemt, schorst en ontslaat de werknemers met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 4.2.k van dit statuut. 4. Raad van Toezicht 1. De RvT is belast met en bevoegd tot het nemen van de volgende besluiten: a. het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden van het CvB overeenkomstig de daartoe bij huishoudelijk reglement vastgestelde procedure, alsmede het in verband daarmee voeren van gerechtelijke procedures; b. het nemen van tijdelijke bestuursmaatregelen bij ontstentenis van het CvB; c. het benoemen van een externe accountant; d. het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden van het CvB. 2. De navolgende besluiten van het CvB zijn eerst rechtsgeldig nadat zij door de RvT zijn goedgekeurd:
PCPOW Bestuurs- en managementstatuut 140201 (Website) 2 a. besluiten inzake het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, en inzake het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor derden sterk maakt of zich tot zekerheid voor een schuld van een derde verbindt; b. besluiten tot het vaststellen of wijzigen van de statuten van de stichting; c. besluiten tot fusie, overdracht of ontbinding van de stichting; d. besluiten tot het vaststellen en wijzigen van de begroting, de jaarrekening, het jaarverslag en het treasurystatuut van de stichting; e. besluiten tot vaststelling van het strategisch beleidsplan van de stichting; f. besluiten tot vaststelling, aanvulling of wijziging van het huishoudelijk reglement en het managementstatuut voor directeuren van scholen; g. besluiten tot splitsing, overdracht of fusie van scholen welke staan onder het beheer van de stichting; h. besluiten tot oprichting van een school; i. besluiten inzake ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; j. besluiten inzake de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; k. besluiten inzake het ongevraagd ontslag van een directeur van een school; l. besluiten inzake het voeren van juridische procedures. 3. De RvT onthoudt in de vorige lid genoemde besluiten slechts dan zijn goedkeuring, indien de besluiten naar zijn oordeel in strijd zijn met de toepasselijke wettelijke regelingen, met de statuten, het huishoudelijk reglement, dan wel in geval die besluiten naar zijn oordeel niet in redelijkheid hadden kunnen worden genomen. 4. De RvT is belast met het toezicht op het CvB. Hij gaat daarbij na of de handelingen en besluiten van het CvB in strijd zijn met de toepasselijke wettelijke regelingen, de statuten, het huishoudelijk reglement, dan wel of die besluiten naar zijn oordeel niet in redelijkheid hadden kunnen worden genomen. Indien zulks naar zijn oordeel het geval is doet de RvT daarvan gemotiveerd mededeling aan het CvB. 5. De RvT, in de persoon van de voorzitter en een lid, voert periodiek functionerings- en beoordelingsgesprekken met de leden van het CvB. 5. Directeuren 5.1 Mandaat 1. Het CvB mandateert de volgende bevoegdheden aan de directeur: de bevoegdheden als genoemd in cao-po, bijlage VII.A; de overige bevoegdheden die zijn toegekend. 2. De directeur kan vervolgens aan personeelsleden die onder zijn verantwoordelijkheid vallen bevoegdheden submandateren, tenzij het CvB anders heeft bepaald. 3. Het CvB kan na overleg met de directeur nadere aanwijzingen en richtlijnen geven voor de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden en taken moeten worden uitgeoefend. 4. Het CvB kan de mandatering van bevoegdheden en taken intrekken. 5.2 Verantwoording en werkwijze 1. De directeur is verantwoording schuldig aan het CvB inzake de wijze waarop taken en bevoegdheden worden uitgeoefend. 2. De directeur stelt jaarlijks in overleg met het CvB de managementafspraken op. 3. De directeur neemt bij de uitvoering van zijn werkzaamheden de regels in acht die voortvloeien uit de besluiten van het CvB en die zijn opgenomen in dit statuut, de statuten van de stichting en het (gemeenschappelijk) medezeggenschapsreglement.
PCPOW Bestuurs- en managementstatuut 140201 (Website) 3 5.3 Beleid 1. De directeur is belast met de leiding van de school en het toezicht op de dagelijkse gang van zaken binnen de school. 2. De directeur is belast met het verwezenlijken van de grondslag en de doelstellingen van de stichting, alsmede het toezicht op de goede uitvoering van het door het CvB vastgestelde beleid. 3. De directeur is belast met de uitvoering en bekendmaking van besluiten van het CvB, specifiek de school betreffende. Voorts is de directeur betrokken bij de voorbereiding van deze besluiten. 4. De voorbereiding en de uitvoering van het algemeen beleid is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van het CvB, terwijl de vertaling van dit beleid in al zijn facetten op schoolniveau de verantwoordelijkheid is van de directeur. 5.4 Belangenbehartiging 1. De directeur behartigt in gemandateerde zaken de belangen van de school bij publiek- en privaatrechtelijke instellingen, waaronder begrepen het houden van toezicht op de naleving van overeenkomsten ter zake, die door het CvB met deze instellingen zijn gesloten. 2. De directeur onderhoudt afhankelijk van het verleende mandaat externe contacten met betrekking tot aangelegenheden die de school direct betreffen. De directeur kan in voorkomende gevallen personen aanwijzen die deze contacten namens hem verzorgen. 3. De directeur van de school vertegenwoordigt de stichting bij de medezeggenschapsraad. 5.5 Planvorming 1. De directeur stelt met betrekking tot de school plannen op ten behoeve van de volgende beleidsgebieden: onderwijs; leerlingen; personeel; kwaliteitszorg; beheer en organisatie. 2. De directeur legt de plannen, genoemd in dit statuut, ter beoordeling en vaststelling voor aan het CvB. 5.6 Kwaliteit van het onderwijs 1. De directeur bewaakt en bevordert de kwaliteit van het onderwijs. 2. De directeur stelt na overleg met het personeel het schoolplan, het schoolontwikkelingsplan, het nascholingsplan, de schoolgids, de begroting en de overige beleidsdocumenten op. 3. De directeur draagt zorg voor evaluatie van het onderwijs en neemt die op in het schooljaarverslag en schoolgids. 4. De directeur bevordert de onderwijskundige coördinatie, afstemming en samenwerking binnen de school. 5. De directeur stelt ter bevordering van de deskundigheid van het personeel een nascholingsplan op. 5.7 Leerlingenbeleid 1. De directeur is binnen de door het CvB vastgestelde kaders en met inachtneming van de wettelijke voorschriften belast met de toelating, inschrijving en uitschrijving van leerlingen. 2. Verwijdering en schorsing van een leerling vindt alleen plaats door de directeur na en in overleg met het CvB en nadat aan de in een aparte regeling vastgestelde zorgvuldigheidseisen is voldaan.
PCPOW Bestuurs- en managementstatuut 140201 (Website) 4 5.8 Personeelsbeleid 1. De directeur is verantwoordelijk voor met de voorbereiding en uitvoering van het personeelsbeleid. 2. De directeur is verantwoordelijk voor het selecteren van nieuwe personeelsleden waarbij de regeling rond mobiliteit als basis dient. 3. De directeur is verantwoordelijk voor het voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken met de personeelsleden. 4. De directeur stelt jaarlijks een concept-meerjarenformatieplan op met betrekking tot de kwantitatieve personele formatie en legt dit ter vaststelling voor aan het CvB. 5. De directeur is in overleg met het CvB bevoegd tot het treffen van disciplinaire maatregelen ten aanzien van de personeelsleden. 6. De directeur is verantwoordelijk voor de toelating en begeleiding van studenten die elders in opleiding zijn. 5.9 Beheer en organisatie 1. Voorafgaande aan de jaarlijkse vaststelling van de stichtingsbegroting stelt de directeur vóór 1 november de concept-schoolbegroting op en legt deze ter vaststelling voor aan het CvB. 2. De directeur is bevoegd uitgaven te doen tot het beloop van de bedragen in de vastgestelde begroting. 3. De directeur stelt jaarlijks ten aanzien van de post vervanging materiële goederen een conceptmeerjareninvesteringsplan op en legt dit ter vaststelling voor aan het CvB. 5.10 Huisvesting 1. De directeur draagt zorg voor het doelmatig beheer van de roerende en onroerende zaken behorend tot het schoolgebouw. 2. De directeur levert een bijdrage aan het opstellen van het meerjarenonderhoudsplan van zijn school en de uitvoering daarvan. 5.11 Directeurenberaad 1. De directeuren vormen een DIRB onder voorzitterschap van de voorzitter van het CvB. 2. Het DIRB is een adviesorgaan ten behoeve van het CvB. 3. Het DIRB vergadert minimaal acht keer per jaar en verder zo vaak als door tenminste drie leden of door het CvB gewenst wordt. 4. Binnen het DIRB wordt de beleidsontwikkeling behandeld, c.q. voorbereid. 5. In het DIRB vindt afstemming plaats van die zaken, die van belang zijn voor een goede uitvoering van het vastgestelde beleid. 6. Ten behoeve van de vaststelling van de adviezen en de afstemming wordt er een verslag gemaakt. 7. Het CvB kan een vertegenwoordiging van het DIRB uitnodigen deel te nemen aan het opstellen en voorbereiden van de agenda van het DIRB. 5.12 Rapportage 1. De directeur rapporteert en legt verantwoording af over de algemene gang van zaken in de school aan het CvB tijdens het reguliere werkoverleg. 2. De directeur rapporteert twee keer per jaar schriftelijk aan het CvB volgens een daartoe vastgesteld format. 3. De directeur stelt vóór 15 mei de concept-managementafspraken op voor het aanstaande cursusjaar en legt dat ter vaststelling voor aan het CvB. 4. De directeur werkt conform de vastgestelde managementafspraken. De managementafspraken worden uiterlijk 1 oktober vastgesteld. 5. De directeur stelt vóór 1 oktober van het volgend schooljaar het schooljaarverslag op volgens een daartoe vastgesteld format.
PCPOW Bestuurs- en managementstatuut 140201 (Website) 5 6. Het schooljaarverslag bevat een overzicht van de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens en een overzicht van de verrichte werkzaamheden in relatie met de beleidsplannen. 5.13 Functionerings- en beoordelingsgesprek 1. Het CvB houdt jaarlijks een functionerings- en/of een beoordelingsgesprek met de directeur. Het CvB draagt zorg voor de schriftelijke vastlegging. 5.14 Looptijd 1. Dit statuut treedt in werking op 1 september 2010 en komt in de plaats van het statuut van 19 december 2006. 2. Het is in beginsel voor onbepaalde tijd vastgesteld. 3. Intrekking of wijziging van dit statuut geschiedt bij afzonderlijk besluit van het CvB en behoeft het positief advies van het directeurenberaad, de instemming c.q. het positief advies van de GMR en de goedkeuring van de RvT. Aldus vastgesteld door het College van Bestuur PCPOW te Naaldwijk, d.d. 3 november 2010