Tilburg University. Ziek en toch aan het werk Montebovi, Saskia. Published in: Nederlands Juristenblad

Vergelijkbare documenten
Het opschorten van de handel op de Amsterdamse Effectenbeurs Kabir, M.R.

Tilburg University. Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing. Publication date: 1999

Tilburg University. Hoe psychologisch is marktonderzoek? Verhallen, T.M.M.; Poiesz, Theo. Published in: De Psycholoog. Publication date: 1988

Tilburg University. Technieken van kwalitatief onderzoek 1 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H. Published in: Tijdschrift voor Marketing

Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P.

Tilburg University. Energiebesparing door gedragsverandering van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Psychologie. Publication date: 1982

Tilburg University. Huishoudelijk gedrag en stookgasverbruik van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Economisch Statistische Berichten

Begrip image kent in wetenschap allerlei uiteenlopende definities Verhallen, T.M.M.

Procrustes analyse (1) Steenkamp, J.E.B.M.; van Trijp, J.C.M.; Verhallen, T.M.M.

Tilburg University. Huisvuilscheidingsproeven in Nederland Pieters, Rik; Verhallen, T.M.M. Published in: Beswa-Revue. Publication date: 1985

Tilburg University. Canonische analyse in markt- en marketingonderzoek Kuylen, A.A. A.; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing

Tilburg University Het voorkomen van merkverwarring General rights Take down policy

Tilburg University. Technieken van kwalitatief onderzoek 2 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H.P. Published in: Tijdschrift voor Marketing

De invloed van preferente beschermingsaandelen op aandelenkoersen Cantrijn, A.L.R.; Kabir, M.R.

Tilburg University. Economische psychologie Verhallen, T.M.M. Published in: De Psycholoog. Publication date: Link to publication

De wet van de grote(re) getallen Jacobs, Daan; van Zuydam, Sabine; van Ostaaijen, Julien; de Brouwer, Leon

Tilburg University. Domein-specifieke marktsegmentatie van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Handboek marketing, 3e ed.

Tilburg University. Deelname aan huisvuilscheidingproeven Pieters, Rik; Verhallen, T.M.M. Published in: Toegepaste sociale psychologie 1

Published in: Onderwijs Research Dagen 2013 (ORD2013), mei 2013, Brussel, Belgie

Tilburg University. Publication date: Link to publication

Welke factoren beïnvloeden het gezamenlijk leren door leraren? Een systematische literatuurreview Thurlings, M.C.G.; den Brok, P.J.

De spaarder Alessie, R.J.M.; Camphuis, H.; Kapteyn, A.; Klijn, F.; Verhallen, T.M.M.

ITEM Grenseffectenrapportage Sociale Zekerheid

Tilburg University. Chapters 1-7 Bouckaert, L.; Sels, A.T.H.

Tilburg University. Psychologisch marktonderzoek Verhallen, T.M.M. Publication date: Link to publication

Tilburg University. De portefeuillekeuze van Nederlandse huishoudens Das, J.W.M.; van Soest, Arthur

Tilburg University. Succesmaatstaven voor beursondernemingen Kabir, M.R.; Douma, S.W. Published in: Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie

Tilburg University. Publication date: Link to publication

Tilburg University. De Wet Gelijke Behandeling E-handtekeningen Koops, Bert Jaap. Published in: Informatie : Maandblad voor de Informatievoorziening

Tilburg University. Boekbespreking R.J. van der Weijden van Dijck, G. Published in: Tijdschrift voor Insolventierecht

Mr. C. Asser's handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht, Algemeen deel [2] Asser, C.; Vranken, J.B.M.

Koerseffecten van aandelenemissies aan de Amsterdamse Effectenbeurs Arts, P.; Kabir, M.R.

Over de restspanningen die optreden na het koud richten van een zwak gekromde as Esmeijer, W.L.

Tilburg University. Omgaan met verschillen Kroon, Sjaak; Vallen, A.L.M.; Van den Branden, K. Published in: Omgaan met verschillen

Hoe schadevergoeding kan leiden tot gevoelens van erkenning en gerechtigheid Mulder, J.D.W.E.

Tilburg University. Wat in het vak zit verzuurt niet Oei, T.I. Published in: Mededelingenblad van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse

Wij zijn de toekomst : Jos Lichtenberg over Eco-Cities

Verbeteringsvoorstel ten aanzien van de akoestiek van de zaal in het gemeenschapshuis " De Klosterhof" te Arcen Deelen, van, Eric

Een klaverbladknoop in de vorm van een ruimtelijke negenhoek met rechte hoeken en diëdrische symmetrie

Van 'gastarbeider' tot 'Nederlander' Prins, Karin Simone

Oriënterend booronderzoek

Tilburg University. De Trusted Third Party bestaat niet Koops, Bert Jaap. Published in: Informatie : Maandblad voor de Informatievoorziening

Bouwen op een gemeenschappelijk verleden aan een succesvolle toekomst Welling, Derk Theodoor

De exergetische gebouwschil

"Draaiboek" onderwijssysteem "Analyse van werktuigkundige constructies"

Beperken van de WGA kosten

Tilburg University. Werkgevers bezorgd over langer doorwerken Oude Mulders, Jaap; Henkens, Kene; van Dalen, Harry

Tilburg University. Internationaal marketingonderwijs Verhallen, T.M.M.; de Freytas, W.H.J. Published in: Tijdschrift voor Marketing

Onderzoek rapport Lenting & Partners

Gepubliceerd: 01/01/1997. Document Version Uitgevers PDF, ook bekend als Version of Record. Link to publication

Dynamics of inner ear pressure change with emphasis on the cochlear aqueduct Laurens-Thalen, Elisabeth Othilde

Sekseverschillen op de werkvloer

Bedieningsvoorschrift en schema video recording

Citation for published version (APA): Holwerda, A. (2013). Work outcome in young adults with disabilities Groningen: s.n.

Het binnen planning en budget realiseren van werkzaamheden in een buitendienststelling bij zowel spoor- als wegverkeer door de projectorganisatie

Eindhoven University of Technology MASTER

University of Groningen. Inferior or superior Carmona Rodriguez, Carmen

Bepaling van de sterkte en de stijfheid van werktuigkundige constructies met behulp van de methode der eindige elementen

University of Groningen. De afkoelingsperiode in faillissement Aa, Maria Josepha van der

Thermische comfortonderzoek nabij de balie in Flux Technische Universiteit Eindhoven van Aarle, M.A.P.; Diepens, J.F.L.

University of Groningen. Vrije en reguliere scholen vergeleken Steenbergen, Hilligje

Het schatten van marktpenetratie en marktaandeel

Tilburg University. Toegang tot proefschriften Tjong Tjin Tai, Eric. Published in: Nederlands Juristenblad. Document version: Peer reviewed version

Bepaling van de sterkte en de stijfheid van werktuigkundige constructies met behulp van de methode der eindige elementen

Een toepassing van de elementgenerator volgens rapport PRGL-SYST R71-2, 71-1 Schoofs, A.J.G.

Mensen met een verstandelijke handicap en sexueel misbruik Kooij, D.G.

University of Groningen

AFKORTINGEN INLEIDING 15

Hergebruik moet vanzelfsprekend worden

Periode Protocol Actie

University of Groningen. Hulp op maat voor leerlingen met leerproblemen in het vmbo Mombarg, Remo

Zorgen rondom IVF Boekaar, J.; Riemersma, M.

University of Groningen

3.8 RE-INTEGRATIEVERPLICHTINGEN VAN WERKGEVER EN WERKNEMER

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.

Werkwijzer Handelen van de bedrijfsarts op verzoek van eigenrisicodragers WGA

Water in wijn: de wijziging van passende arbeid in bedongen arbeid

University of Groningen. Eerste Hulp vaker ter plaatse Verhage, Vera

Tilburg University. Wij zullen doorgaan... Oei, T.I. Published in: Mededelingenblad Nederlandse Vereniging voor psychoanalyse. Publication date: 2012

64 hoogleraren Rotman, P.; van Witteloostuijn, Arjen; de Zeeuw, Aart; Zoeteman, Bastiaan; a., e.

Ziekte en verzuim in de praktijk. Het kader. Wet Verbetering Poortwachter 1. Breda, 24 maart 2009

Klanttevredenheidsonderzoek afdeling Sociale Zaken Westerveld?

Improving the properties of polymer blends by reactive compounding van der Wal, Douwe Jurjen

University of Groningen

Tilburg University. De kans om een tenniswedstrijd te winnen Klaassen, F.J.G.M.; Magnus, J.R. Published in: STAtOR. Publication date: 2008

Sociale Zaken Loondoorbetaling bij ziekte

University of Groningen. Re-integratie volgens plan Faber, Karin Andrea

University of Groningen. Zorgvermijding en zorgverlamming Schout, Hendrik Gerrit

Een model voor personeelsbesturing van Donk, Dirk

Tilburg University. Vereenzelviging en het ontnemen van vermogenswinsten Vranken, J.B.M.

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Procesevaluatie van het Navigator project Jager, John Mike

Eindhoven University of Technology MASTER. Een brug dichtbij de ontwikkeling van een micronetwerk. Ploegmakers, R.F.C.

Nierpatiënten Vereniging Nederland. Biedt perspectief!

Laat maar zitten Janssen, Janine Hubertina Lambertha Joseph

Onder druk : Multidisciplinaire richtlijn Werkdruk

Productontwikkeling en comfortverbetering van naoorlogse woningbouw haalbaarheidsonderzoek naar de toepassing van polymeren op vloeren

Citation for published version (APA): Scheepstra, A. J. M. (1998). Leerlingen met Downs syndroom in de basisschool Groningen: s.n.

Tilburg University. Nekt personeelsgebrek Brabantse economie? van Schaik, A.B.T.M. Published in: Brabant Provincie Magazine. Publication date: 2000

Neuroanatomical changes in patients with loss of visual function Prins, Doety

Transcriptie:

Tilburg University Ziek en toch aan het werk Montebovi, Saskia Published in: Nederlands Juristenblad Document version: Publisher's PDF, also known as Version of record Publication date: 2018 Link to publication Citation for published version (APA): Montebovi, S. (2018). Ziek en toch aan het werk: Re-integratie bij arbeidsongeschiktheid. Hoe ver reiken onze Nederlandse en Europese regels. Nederlands Juristenblad, 2018(29), 2152-2159. [1510]. General rights Copyright and moral rights for the publications made accessible in the public portal are retained by the authors and/or other copyright owners and it is a condition of accessing publications that users recognise and abide by the legal requirements associated with these rights. - Users may download and print one copy of any publication from the public portal for the purpose of private study or research - You may not further distribute the material or use it for any profit-making activity or commercial gain - You may freely distribute the URL identifying the publication in the public portal Take down policy If you believe that this document breaches copyright, please contact us providing details, and we will remove access to the work immediately and investigate your claim. Download date: 27. mrt. 2019

1510 Wetenschap Ziek en toch aan het werk Re-integratie bij arbeidsongeschiktheid. Hoe ver reiken onze Nederlandse en Europese regels? Saskia Montebovi 1 In Nederland vormen de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA een kloppend en sluitend systeem. Bovendien ligt bij beide regelingen de focus sterk op privatisering en re-integratie. De Nederlandse wetgever heeft echter weinig tot geen oog gehad voor grensoverschrijdende ziektesituaties. En dus moet de zieke werknemer die in het buitenland woont zijn heil ook vinden in Europese regels. Maar dat wringt, want in tegenstelling tot de omvangrijke Nederlandse re-integratieregels bij arbeidsongeschiktheid zijn de Europese regels heel beperkt. Slechts twee korte artikelen uit de coördinatieverordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG bieden aanknopingspunten voor lidstaten, werkgevers en werknemers in grensoverschrijdende situaties waar re-integratie kan en soms moet. Om een metafoor te gebruiken: we hebben een kapstok met twee kleine haakjes waar een hele zware jas aan moet worden opgehangen. Werkt dit? 1. Inleiding Nederland als re-integratieland. 2 Wij zijn ermee vertrouwd, andere lidstaten (nog) niet zo; tenminste niet met re-integratie bij arbeidsongeschiktheid. Het belang ervan wordt tegenwoordig wel onderkend door Europa en andere lidstaten, maar de uitwerking en evaluatie laten nog even op zich wachten. 3 In deze bijdrage wordt daarom vooral gefocust op twee Nederlandse regelingen en hun effecten voor grensoverschrijdende werknemers en hun werkgevers. 4 Het gaat om de regeling bij kortdurende arbeidsongeschiktheid (artikel 7:629 BW) en de regeling bij langdurige arbeidsongeschiktheid (WIA). Beide regelingen verschillen grondig van elkaar maar staan tegelijk ook dicht bij elkaar. Voor de werknemer die lang ziek blijft, kan de loondoorbetaling (artikel 7:629 BW) namelijk overgaan in de WIA én blijft ook de re-integratieverplichting bestaan, zeker bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid. Voor de grensoverschrijdende arbeidsongeschiktheidssituaties zoeken we aansluiting bij de coördinatieverordeningen. Die blijken veel minder aandacht te hebben voor re-integratie bij ziekte of arbeidsongeschiktheid dan de Nederlandse regels. Hoofdvraag is of de twee beknopte regels uit de coördinatieverordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG 5 voldoende houvast bieden aan de zieke of deels arbeidsgeschikte werknemers die in een andere lidstaat wonen en in Nederland werken bij één of zelfs meerdere werkgevers. Daaraan gekoppelde vragen zijn: werkt de Nederlandse re-integratiewetgeving ook buiten de nationale context zoals ze is bedoeld? En hoe verhoudt deze zich tot het vrije verkeer van werknemers, de sociale inclusie en de Europese integratie? Eerst bespreek ik het belang van re-integratie (par. 2). Daarna komen de Nederlandse re-integratieregels aan bod (par. 3). Waarom heeft Nederland zo n uitgebreid arsenaal aan re-integratieregels en welke zijn dat? Vervolgens bekijken we de Europese regels die gelden bij grensoverschrijdende werksituaties (par. 4). Daarna ligt de focus op de juridische beperkingen en de oplossingen (par. 5). Ik richt me hier op de oplossingen voor de in het buitenland wonende werknemer die moet re-integreren tijdens de eerste 104 weken ziekte en tijdens zijn WGA-uitkering. 6 Die oplossingen liggen zowel in het Nederlandse recht (de zware jas) als in het Europese coördinatierecht (de kleine kapstokhaakjes). In de conclusie vat ik samen en kijk ook even vooruit (par. 6). In deze bijdrage spreek ik verder van ziekte en arbeidsongeschiktheid in plaats van kortdurende arbeidsongeschiktheid en langdurige arbeidsongeschiktheid. In de eerste periode staat de loondoorbetalingsverplichting van artikel 7:629 BW centraal, in de tweede periode de WGA-uitkering. De Ziektewet (ZW) en de andere WIA-uitkering (IVA) laat ik hier buiten beschouwing. Uitgangspunt in deze bijdrage is steeds de situatie waarbij zowel de arbeidsovereenkomst als de sociale zekerheid Nederlands zijn. 7 Het belang van dit artikel en het daaraan voorafgaande onderzoek 8 is tweevoudig. Enerzijds wijs ik op abstracte knelpunten zoals: interpretatieprobleem van de wettekst, wetslacune, afwijkende praktijkoplossingen, 2152 NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29

belemmerd doel en de niet-toepassing van de letterlijke wettekst. 9 Voordeel en doel hiervan zijn dat deze knelpuntcategorieën ook toepasbaar zijn in andere lidstaten waar activering, privatisering en re-integratie eveneens aanwezig zijn of overwogen worden. Anderzijds wijs ik De aanpak van het ziekteverzuim is in Nederland stapsgewijs op werkgevers afgewenteld op de concrete knelpunten, direct gelieerd aan de Nederlandse regelingen die wellicht te veel gericht zijn op een nationale werk- en re-integratiesituatie. 2. Het belang van re-integratie De begrippen re-integratie, activering en participatie worden vaak als inwisselbaar gezien. Dat klopt in grote mate. 10 Bovendien speelt sinds 1994 privatisering ook een belangrijke rol in de Nederlandse sociale zekerheid. 11 In deze bijdrage beperk ik me tot het begrip re-integratie, zijnde de terugkeer van zieke en arbeidsongeschikte werknemers naar betaalde arbeid, en dat in relatie tot een buitenlandse woonsituatie. Met de leuze werk boven uitkering benadrukt de overheid dat het welfare model plaatsmaakt voor het workfare model. Re-integratie is alom aanwezig in het Nederlandse sociaal recht. Een fameus moment in de Nederlandse re-integratiegeschiedenis is de invoering van de Wet verbetering poortwachter in 2002. 12 Op dat moment wordt re-integratie linksom en rechtsom in de Nederlandse ziekteregelingen geïntroduceerd. 13 Het staat buiten kijf dat door arbeid en re-integratie ook de zelfredzaamheid van mensen gestimuleerd wordt. 14 Het Sociaal en Cultureel Planbureau omschrijft het als volgt: ( ) Werken is nodig voor de samenleving en goed voor het individu, zelfs als dat beperkt is in zijn mogelijkheden, zo zijn de regels van het vernieuwde arbeidsethos. 15 Kortom, het belang van re-integratie bij ziekte en arbeidsongeschiktheid in Nederland blijkt uit het groeiend aantal regels, deels in de publiekrechtelijke sociale zekerheid (de ZW en de WIA), deels in de privaatrechtelijke sociale zekerheid (o.a. artikel 7:629, 7:658a en 7:660a BW). 3. De Nederlandse regels (de zware jas) In de loop der jaren is het pakket aan regels, rechten en plichten bij ziekte en arbeidsongeschiktheid in Nederland sterk uitgebreid. Goed zicht op deze regels is nodig voor een goed begrip van de complexiteit ervan bij grensoverschrijdende arbeid. Eerst komt de ziekteperiode, geregeld vanuit het BW, aan bod en daarna de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, geregeld vanuit de WIA. 3.1. Loondoorbetaling De aanpak van het ziekteverzuim is in Nederland stapsgewijs op werkgevers afgewenteld via het Burgerlijk Wetboek, eerst met een loondoorbetaling van maximaal zes weken (1994), later 52 weken (1996) en nu 104 weken (sinds 2004). De overheid zette in op de herijking van de verhouding tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid en die kon het best bereikt worden via een hogere arbeidsdeelname en een activerende sociale zekerheid. 16 En dat ging gepaard met steeds meer regels. Primaat van verzuimbegeleiding en re-integratie 17 Feit is dat werkgever én werknemer actief betrokken worden bij ziekteverzuim en tot elkaar veroordeeld zijn. Zij moeten met elkaar het ziekteverzuim regelen en kunnen bepaalde problemen niet meer afwentelen op het collectief. 18 Ook kan ieder van hen financieel worden gesanctioneerd bij niet of niet voldoende re-integreren. De wetgever benadrukt dat hij kiest voor een activerend stelsel, niet alleen voor de beheersbaarheid van de kosten van het publieke stelsel, maar ook vanuit sociale overwegingen. 19 Auteur 4. Dit artikel is gebaseerd op het proefschrift van de auteur, S.H.M. Montebovi, Activering en privatisering in de Nederlandse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling in grensoverschrijdende situaties (diss. Tilburg), Apeldoorn/Antwerpen: Maklu 2016. 5. Verordening 883/2004/EG (basisverordening) en Verordening 987/2009/EG (toepassingsverordening), zie eur-lex.europa.eu. 6. WGA-uitkering staat voor werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (hoofdstuk 7 wet WIA). De wet WIA onderscheidt de WGA-uitkering en de IVAuitkering (voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten). 7. Voor situaties met een buitenlandse arbeidsovereenkomst en mogelijke IPR- conflicten (Rome I), zie Montebovi 2016, p. 168-195. 8. Zie proefschrift Montebovi 2016. 9. Zie Montebovi 2016, p. 400-401. 10. Voor het subtiele onderscheid, zie o.a. Montebovi 2016, p. 37-53. Zie voor definitie van re-integratie ook o.a. G.A. Diebels, Re-integratie van de zieke werknemer (diss. Tilburg), 2014. 11. G.J.J. Heerma van Voss & S. Klosse, Arbeidsrechtelijke sociale zekerheid: wat is dat eigenlijk?, in: M. Herweijer, G.J. Vonk & W.A. Zondag (red.), Sociale zekerheid voor het oog van de meester. Opstellen voor prof. mr. F.M. Noordam, Deventer: Kluwer 2006, p. 160. 12. Wet verbetering poortwachter, Stb. 2001, 628 (Kamerstukken 27678). Deze verzamelwet voerde wijzigingen door in o.a. Boek 7 BW, ZW, WW, WAO, WIA en Arbeidsomstandighedenwet. 13. Aanzet tot re-integratiemaatregelen volgt uit Rapport Buurmeijer 1993, p. 411-412. 14. Zie ook: SCP, Minder verzorgingsstaat, meer eigen verantwoordelijkheid?, Sociaal en Cultureel Rapport, 2012, p. 95-97. 15. SCP 2012, p. 324. 16. Kamerstukken II 1993/94, 23715, 11, p. 3-4; H. Akveld & B. Hermans, De Wulbz: een historische vergissing?, Sociaal recht 1996-2, p. 31. 1. Mr. dr. S.H.M. Montebovi is universitair docent (Europees) socialezekerheidsrecht aan Tilburg University en Maastricht University. Noten 2. Zie ook F.M. Noordam, Prothesen en scheerzeep. Honderd jaar re-integratie en activering, in: A.Ph.C.M. Jaspers e.a.(red.), De gemeenschap is aansprakelijk... Honderd jaar sociale verzekering 1901-2001: Koninklijke Vermande, 2001, p. 129. 3. Zie voor Europa (art. 27 en 87 Verordening 987/2009/EG en Europese pijler van sociale rechten); zie voor de lidstaten bijvoorbeeld tress, European report 2011, www.tress-network.org, p. 6 en zie ook recent België (par. 6 conclusie). 17. Zie par. 1 van Beleidsregels beoordelingskader poortwachter. 18. Zie o.a. art. 7:629 lid 12 BW. 19. Kamerstukken II 1995/96, 24439, 3, p. 3. NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29 2153

Wetenschap Gary Colet Photography / Getty Images Een zieke werknemer zal samen met zijn werkgever zowat continu bezig moeten zijn met de terugkeer naar het arbeidsproces. Gaat het lukken? Vanaf wanneer? In welke functie? Voor hoeveel uren? De wetgever eist onder andere dat acht weken na de eerste ziektedag een plan van aanpak op tafel ligt waarin werkgever en werknemer bepalen welke re-integratieactiviteiten wanneer worden opgepakt en wanneer deze worden geëvalueerd. 20 Wat de duur van de loondoorbetalingsplicht betreft, schiet Nederland torenhoog boven andere lidstaten uit. Waar deze werkgeversverplichting in de meeste EU-landen is beperkt tot enkele weken, geldt in Nederland een maximale verplichting van twee jaar en ook een opzegverbod tijdens ziekte. Bijgevolg blijven werknemer en werkgever lange tijd met elkaar verbonden, financieel en contractueel. In landen waar de ziektebetalingen al na een paar weken worden overgenomen door ziekenfondsen of gelijkaardige instellingen, is de band tussen de werkgever en zijn zieke werknemer al snel verzwakt of zelfs helemaal doorgeknipt. De werkgever heeft in dat geval ook geen (direct) financieel belang bij de inzet van de ziek gemelde werknemer. En daarmee is meteen ook de zwakke plek in het ziektedossier blootgelegd: de reintegratie van de zieke werknemer. Als de re-integratie de werkgever financieel of contractueel niet (te veel) belast, zal de werkgever ook niet genegen zijn zich in te zetten voor re-integrerende werknemers. Hij richt zich liever op zijn kerntaak: zijn bedrijf of organisatie goed draaiende houden. Het is precies die wederzijdse afhankelijkheid tussen de zieke werknemer en zijn werkgever in Nederland die zo uniek is. De basis ligt in art. 7:629 BW; de uitwerking ervan in tientallen andere regels, zowel in het BW als daarbuiten. Denk bijvoorbeeld aan de loonopschorting (artikel 7:629 lid6 BW), de regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar, de re-integratieverplichtingen van werkgever (artikel 7:658a BW) en werknemer (artikel 7:660a BW) of de loonsanctie (artikel 25 lid9 WIA). 21 In Nederland horen al deze regels als vanzelfsprekend tot de loondoorbetalingsfiguur, omdat ze er een rechtstreekse en voldoende relevante band mee hebben. 22 Toch kan men zich afvragen waar de grens ligt van deze uitbreidingen en verfijningen van de loondoorbetalingsverplichting. In het buitenland kijkt men hoofdschuddend naar deze ontwikkeling. Vanuit België laat Van Langendonck zich kritisch uit over de mercantiel georiënteerde Nederlanders die sterk geloven in marktwerking, ook in de sociale zekerheid. 23 Ook Cornelissen & Van Limberghen kaarten aan dat het bestaande Nederlandse ziekteregelingensysteem het vrije verkeer voor werknemers hindert. Niet alleen is de maximale 104 weken durende loondoorbetaling een brug te ver, ook de Ziektewet functioneert niet voldoende als vangnet regeling in situaties waar een buitenlandse arbeidsovereenkomst geldt in combinatie met Nederlands sociale zekerheidsrecht. 24 Voor buitenstaanders is deze enorm uitgedijde figuur vaak ongrijpbaar en onbegrijpelijk. 25 Maar ook in Nederland is er kritiek. Goudswaard, De Kam & Sterks riepen in 2000 al op om de voordelen en de bezwaren van vergaande privatisering regelmatig tegen elkaar af te blijven wegen. 26 2154 NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29

Statutory continued payment by employer in case of sickness of employee Country: France ** Ireland Estonia Czech Republic Cyprus Portugal Lithuania Slovakia Sweden Denmark Latvia Finland Spain Belgium Norway Hungary Switzerland Malta Slovenia Iceland Belgium Poland Germany Italy Austria Luxembourg * UK Netherlands 0 20 40 60 80 100 120 Number of weeks: Figuur 1: Loondoorbetalingsverplichting in weken in EU-lidstaten. 27 3.2. WGA Wie na 104 weken nog steeds arbeidsongeschikt is, komt in aanmerking voor de poortwachterstoets door het UWV. Kort gezegd komt het erop neer dat het UWV na een grondige keuring bepaalt op welk spoor de zieke werknemer wordt gezet als de loondoorbetalingsverplichting ophoudt. Drie opties staan open. Ten eerste, een klein percentage van de zieke werknemers wordt toegelaten tot de IVA-uitkering (80-100% arbeidsongeschiktheid) en is vrijgesteld van re-integratie. 28 Ten tweede, een ander deel van de zieke werknemers wordt geacht minder dan 35% arbeidsongeschikt te zijn en heeft geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering maar moet zelf op de arbeidsmarkt proberen te overleven. De derde groep zieke werknemers kan een beroep doen op de WGA-uitkering en wordt van daaruit nog steeds gestimuleerd om te re-integreren. De prikkel zit hem erin dat eigen inkomsten uit arbeid deels behouden blijven naast de WGA-uitkering. 29 Ook hiervoor bedacht de overheid een mooie leuze: werken loont. Werk gaat boven uitkering De Nederlandse regering benadrukt dat werkhervatting van belang is voor personen met arbeidsbeperkingen, voor de samenleving als geheel en voor de economie. 30 Het gaat niet (meer) in de eerste plaats om het verzekeren 20. Regeling procesgang eerste en tweede Research Handbook on European Social C.G.M. Sterks, Sociale zekerheid op het sickness naar continued payment by the ziektejaar, art. 4. Security Law, Cheltenham/UK, Nothhamp- breukvlak van twee eeuwen, Alphen aan employer. En zie ook OESO (OECD), Sick- 21. Zie voor een overzicht van regels: Mon- ton/ma/usa: Edward Elgar Publishing den Rijn: Samson; Deventer: Kluwer 2000, ness, Disability and Work: Breaking the tebovi 2016, p. 113-114. 2015, p.344-384. p. 50. Barriers. A Synthesis of Findings across 22. Zie voor meer informatie rondom het 25. Zie ook OESO (OECD), Sickness, Dis- 27. Bron: R. Knegt & M. Westerveld, Sick- OECD Countries, Paris: OECD 2010, table criterium: Montebovi 2016, p. 91-114. ability and Work: Breaking the Barriers ness and Disability: Going Dutch as a Cure 5.1 p. 128-129. Deze laatste bron vermeldt 23. J. Van Langendonck, De tongen van (vol.3) Denmark, Ireland, Finland and the for a Dutch Disease, in: R. Knegt (ed.), overzichtelijk of en hoe lang de werkgever Aesopus. Actieve tewerkstellingspolitiek: Netherlands, Paris: OECD 2008. En zie ook The Employment contract as an Exclusiona- loon moet doorbetalen bij ziekte, in 30 het beste en het slechtste dat er bestaat, in: www.missoc.org : zoek via Comparative ry Device: An Analysis on the Basis of 25 landen wereldwijd. R. Janvier, Y. Jorens & A. Van Regenmortel Tables bij sickness naar continued pay- Years of Development in the Netherlands, 28. Art. 4 en 47 WIA. (red.), Josse van Steenberge (ereboek), ment by the employer. Hieruit blijkt ook Antwerp-Oxford-Portland: Intersentia 29. Art. 5 en 61 WIA. Brugge: Die Keure 2009, p. 82. hoe Nederland afwijkt wat betreft de duur 2008, p. 82. Deze grafiek uit 2008 is nog 30. Kamerstukken II 2004/05, 30034, 3, 24. R. Cornelissen & G. Van Limberghen, en omvang van de loondoorbetaling bij steeds actueel. Voor een uitgebreide lan- onder 1 en 2.1. Social security for mobile workers and ziekte. denvergelijking binnen de EU zie ook www. labour law, in: F. Pennings & G. Vonk (ed.), 26. K.P. Goudswaard, C.A. de Kam & missoc.org; zoek via Comparative Tables bij NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29 2155

Wetenschap van arbeidsongeschiktheid maar om het activeren van arbeidsgeschiktheid. 31 Samengevat, bij zowel de loondoorbetaling bij ziekte als bij de arbeidsongeschiktheidsuitkering worden serieuze financiële en re-integratie-inspanningen verwacht van werkgever en werknemer. 32 Het Nederlandse pakket aan re-integratieregels is met andere woorden een ferm zware jas geworden. 4. De Europese regels (de kapstokhaakjes) Duidelijk is geworden dat de Nederlandse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregels zijn toegespitst op re-integratie. Dat kan niet gezegd worden van de Europese regels uit de coördinatieverordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG. Deze verordeningen zijn van toepassing zodra binnen de EU de grens wordt overgestoken voor werk, wonen of zorg. Dan moet worden bepaald welke socialezekerheidswetgeving van toepassing is. De verordeningen laten de nationale socialezekerheidsstelsels ongemoeid maar wijzen wel aan welk van de betrokken nationale stelsels de toepasselijke wetgeving wordt. Kortweg komt het erop neer dat het werklandbeginsel geldt bij werken in één land en wonen in een ander land. Als er twee of meerdere werklanden zijn dan zal óf het woonlandbeginsel of het werklandbeginsel en soms het zetellandbeginsel gelden, afhankelijk van een aantal factoren die van geval tot geval getoetst worden. Iemand die bijvoorbeeld twee van de vijf werkdagen thuis werkt, zal voor de sociale zekerheid onder de wetgeving van zijn woonland vallen. Werkt die persoon slechts één dag van de vijf thuis of werkt hij nog voor andere werkgevers, dan zal opnieuw getoetst moeten worden van welke lidstaat de toepasselijke socialezekerheidswetgeving wordt aangewezen. Van belang is te weten dat zodra de Nederlandse socialezekerheidswetgeving de toepasselijke wetgeving is, en er dus ook premies verschuldigd zijn, dan ook de Nederlandse regeling bij ziekte geldt. Dat kan merkwaardig klinken gezien het arbeidsrechtelijke karakter van de loondoorbetaling. Toch hoeft dat niet meer in twijfel te worden getrokken, op grond van rechtspraak en wetgeving. 33 In een nationale context heeft de loondoorbetalingsverplichting dus een civielrechtelijk karakter; in een grensoverschrijdende context daarentegen behoort ze tot de sociale zekerheid. Vandaar ook de primaire link met de coördinatieverordeningen 883/2004/EG en 987/2009/EG en niet met de Rome I-verordening. De onderstaande figuur vat deze juridische wrijving op een bondige wijze samen. De loondoorbetalingsplicht bij ziekte Volgens Nederlands recht Volgens Europees recht Kwalificatie Arbeidsrecht Sociale zekerheid Juridische grondslag Art. 7:629 lid 1 BW Art. 3 lid 2 VO 883/2004 Figuur 2: De verschillende juridische kwalificatie van de Nederlandse loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (Montebovi). Slechts twee artikelen in die verordeningen refereren, beknopt en algemeen, naar mogelijke activiteiten ter bevordering van de terugkeer naar de arbeidsmarkt. Het woord re-integratie valt niet. 34 Het gaat om artikel 27 en 87 van toepassingsverordening 987/2009/EG. Artikel 27 lid 4 Toepassingsverordening luidt: [ ] de werkgever en/ of het bevoegde orgaan kan de werknemer oproepen deel te nemen aan activiteiten om de terugkeer naar het arbeidsproces te bevorderen en te ondersteunen. En artikel 87 lid 5 bepaalt: De bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van twee of meer lidstaten kunnen specifieke bepalingen en procedures vaststellen ter verbetering van de gedeeltelijke of volledige geschiktheid voor de arbeidsmarkt van rechthebbenden of aanvragers en hun deelname aan trajecten of programma s in de lidstaat waar zij wonen of verblijven die zijn gericht op verbetering van de geschiktheid voor de arbeidsmarkt. 5. Juridische knelpunten en oplossingen Spannend is de analyse van dit schrille contrast tussen de uitgebreide Nederlandse regelingen en de twee beknopte verordeningsregels. Een grensoverschrijdende zieke werknemer én zijn werkgever hebben namelijk met zowel het Nederlandse als het Europese recht te maken. De Nederlandse regels zijn soms zo specifiek en zo toegeschreven naar een nationale situatie dat de toepassing ervan buiten de landsgrenzen niet duidelijk of niet mogelijk is. Tel daarbij het gemis aan Europese regels rondom re-integratie en duidelijk is dat partijen in een lastig parket zitten. Dat schaadt niet alleen de rechtsgelijkheid maar ook de rechtszekerheid. Gebruik maken van het vrije verkeer van werknemers wordt op die manier een exercitie voor de durvers en de doorzetters. In een nationale context heeft de loondoorbetalingsverplichting een civielrechtelijk karakter; in een grensoverschrijdende context behoort ze tot de sociale zekerheid Mijn hypothese is dat Nederland op een geheel eigen wijze té snel té veel en té grote wijzigingen heeft doorgevoerd die niet altijd lijken te passen in het Europeesrechtelijk kader. Het is namelijk voor de zieke of arbeidsongeschikte werknemer én zijn werkgever moeilijk te bepalen of en hoe de Nederlandse regels (moeten) worden toegepast in een buitenlandsituatie en hoe ook de controle, re-integratie en sanctie lopen. De wetgever noch het UWV bieden hier veel steun. Hierna bespreek ik een aantal concrete knelpunten die volgen uit de Nederlandse regeling bij ziekte en bij arbeidsongeschiktheid in grensoverschrijdende situaties en uit het gemis aan Europese regelgeving. 35 Ook reik ik oplossingen aan. 2156 NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29

Gebruik maken van het vrije verkeer van werknemers wordt op die manier een exercitie voor de durvers en de doorzetters 5.1. Juridische knelpunten tijdens de loondoorbetalingsperiode (artikel 7:629 BW) Een eerste knelpunt ligt bij de medische controle. Een werknemer die ziek is, richt zich hiervoor meestal tot een arts in zijn woonland. Die medische controle op zich is zelden een probleem. Wat wel een probleem is, is het verslag ervan. Van de meeste EU-lidstaten is bekend dat die medische verslagen niet één op één bruikbaar zijn voor het Nederlandse ziekteregistratiesysteem. Een Nederlandse werkgever zoekt in het verslag vooral naar de belastbaarheid van zijn zieke werknemer; dat is hij verplicht vanuit de wet. De buitenlandse artsen daarentegen leggen veelal het zwaartepunt bij de ziekte en bijhorende beperktheid tot arbeid in plaats van bij de overblijvende arbeidscapaciteit. Hoe dit op te lossen? Een werkgever kan een second opinion inzetten en bijvoorbeeld een Nederlandse arts naar het buitenland sturen om zo ook een Nederlands medisch verslag te verkrijgen. Of de werkgever maakt gebruik van de optie om specifieke informatie op te vragen bij het geneeskundige onderzoek. 36 Hij kan zo bijvoorbeeld expliciet vragen om de belastbaarheid van de werknemer te bepalen of re-integratie-activiteiten voor te stellen. Hier mag trouwens worden opgemerkt dat de Duitse medische verslagen door hun gedetailleerdheid wel goed inpasbaar en interpretabel zijn in het Nederlandse systeem en zij de Nederlandse werkgever en zijn arts dus voldoende inzicht bieden in de overblijvende arbeidscapaciteiten van de zieke werknemer. Uitgezonderd de Duitse doktersverslagen is een Nederlandse werkgever er dus bij gebaat om op eigen initiatief bij de buitenlandse arts te vragen naar een verslag dat dieper ingaat op de re-integratiemogelijkheden van zijn zieke werknemer. Een tweede knelpunt is de beperkte informatievoorziening door de overheid tijdens de loondoorbetalingsperiode en het risico op gebrekkige re-integratie-uitvoering door de werkgever. Sinds de privatisering van de Ziektewet ligt de verantwoordelijkheid voor de correcte, tijdige uitvoering van de loondoorbetaling volledig bij werkgever en werknemer. Dat kan al complex zijn voor de Nederlandse werkgever, laat staan voor de buitenlandse werkgever en/of werknemer die onder de Nederlandse wet vallen. Bovendien gaat het niet alleen om het gebrek aan informatie door de overheid maar ook om de gevolgen ervan. De werkgever wordt immers verplicht een wet uit te voeren (namelijk maximaal 104 weken loondoorbetaling en re-integratie), zonder steun van een publiekrechtelijke instantie, en wordt na die 104 weken wel beoordeeld en eventueel gesanctioneerd door het UWV als publiekrechtelijke instantie. Dit knelpunt kan sterk verminderd worden door transparante UWV-regels over de beoordelingscriteria bij de poortwachterstoets na 104 weken en door de aanwijzing van een centraal informatiepunt voor werkgevers die dolen in de Nederlandse wettenjungle. Wellicht is een orgaan zoals UWV een optie, gezien het UWV die leidende rol wel heeft bij de Ziektewet. Het is namelijk te simpel om te stellen dat iedereen de Nederlandse wet van a tot z moet kennen en dat ook de buitenlandse werkgever de zware jas past. Een derde knelpunt ligt bij het gebrek aan aanwijsregels en aanknopingspunten voor de re-integratie. Zo is onder meer niet duidelijk in welke lidstaat en in welke vorm de re-integratie moet worden ingezet. 37 Gezien het werklandbeginsel lijkt het werkland ook bij re-integratie het meest aangewezen, maar in sommige gevallen gebeurt dat beter in het woonland. Dat zal van geval tot geval moeten worden bepaald, door werkgever en werknemer. De variatie is mogelijk eindeloos. Een werknemer bijvoorbeeld die langere tijd ziek is, kan terug naar zijn woonland duizenden kilometers verderop en daar herstellen en proberen te re-integreren, of niet. Een andere werknemer kan alleen re-integratie-activiteiten binnen de bedrijfsmuren oppakken en zal, als zijn gezondheid het toelaat, moeten reizen voor zijn beperkte werktijd tijdens ziekte. Nog een andere werknemer woont weliswaar over de grens maar is als grensarbeider prima in staat om voor re-integratie naar de Nederlandse werkgever te reizen. Gezien het aantal variabelen in dit soort werk-woonsituaties is het onmogelijk een allesomvattende regel te formuleren maar ik vraag van zowel de Nederlandse als Europese wetgever meer richtlijnen om zo deze wetslacune in te vullen. In de relatie werknemer-werkgever is het namelijk niet fair en realistisch om ervan uit te gaan dat beide partijen altijd in goed overleg en in een gelijkwaardige positie de re-integratieplaats en -activiteit bepalen aan de hand van de weinige tot geen regels. Het vierde knelpunt ligt in het sanctierecht. Volgens artikel 7:629a BW en artikel 32 wet SUWI is het UWVdeskundigenoordeel verplicht bij een rechtsgang in geval van stagnerende re-integratie. Tot voor kort werd dit door sommige Nederlandse werkgevers en rechters letterlijk geïnterpreteerd waardoor rechtsvorderingen onterecht werden afgewezen omdat ze waren ondersteund door een gelijkwaardig buitenlands deskundigenoordeel in plaats van het UWV-oordeel. Gelukkig is ondertussen de strikt nationale interpretatie geweken voor de Europese. 38 Zo 31. Kamerstukken II 2004/05, 30034, 3, onder 2.2.3; zie ook www.uwv.nl/werkgevers en www.uwv.nl/particulieren. 32. De werknemer met WGA-uitkering valt na de loongerelateerde uitkering terug op een lagere uitkering die sterk afhankelijk is van de inzet van zijn restverdiencapaciteit. Hoe meer hij verdient, naast zijn uitkering, hoe hoger zijn maandinkomen: zie art. 59-62 WIA. Voor de re-integratieaanpak van UWV, zie art. 39 WIA. 33. Paletta I-arrest, C-45/90 en officiële erkenning door Nederland: Kamerstukken II 1995/96, 24439, 3, 11b. 34. In de Engelse en Franse versie heeft men het over participation. 35. Voor een uitgebreider overzicht, zie Montebovi 2016. 36. Deze regel is nieuw sinds 2010: art. 87, lid1, tweede volzin, Verordening 987/2009/ EG. 37. Voor discussie, zie Montebovi 2016, p. 133 e.v. 38. ECLI:NL:GHARL:2014:2831; ECLI:NL:GHSHE:2014:451; ECLI:NL:RBLIM:2017:6169. NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29 2157

Wetenschap blijkt dat kennis van zaken soms pas na verloop van jaren tot de juiste interpretatie en uitvoering leiden. De werknemers die vóór deze rechterlijke uitspraken wel een buitenlands deskundigenoordeel voorlegden, liepen jammer genoeg tegen deze discriminatie en belemmering van het vrije verkeer aan. Een ander knelpunt wordt ervaren wanneer een werknemer tegelijk meerdere werkgevers en meerdere werklanden heeft. Het is niet moeilijk om zich voor te stellen dat bij de ene werkgever anders wordt omgegaan met re-integratie dan bij de andere en dat sommige werkgevers zich zelfs onttrekken aan de loondoorbetalingsplicht waardoor de zieke werknemer meerdere keren getroffen wordt: en door ziekte én door inkomensonzekerheid én door onzekerheid over zijn rechtspositie. Deze complexere werksituaties blijven hier verder buiten beschouwing; nochtans zijn het omwille van de nieuwe vormen van arbeidsmigratie geen ingebeelde of overtrokken verhalen. 39 Voor de hierboven aangehaalde knelpunten, in grensoverschrijdende situaties, biedt ook een verkorting van de maximale 104 weken loondoorbetalingsplicht een uitkomst. U ziet, oplossingen liggen hier vooral in het Nederlandse systeem en minder bij de verordeningen. De Nederlandse jas mag wat lichter worden gemaakt en past dan ook makkelijker aan de Europese kapstok. 5.2. Juridische knelpunten bij arbeidsongeschiktheid (WGA) Een eerste tekortkoming bij de WGA-uitkering voor werknemers in grensoverschrijdende situaties, blijkt al bij de poortwachterstoets. Zoals artikel 65 WIA voorschrijft, moet bij de aanvraag voor een WIA-uitkering het re-integratieverslag worden voorgelegd aan het UWV. Het is op grond van dit verslag dat het UWV alle re-integratie-activiteiten van de afgelopen twee jaar beoordeelt en beslist over de al dan niet toekenning van een WIA-uitkering. Nu valt op dat het UWV geen strikte naleving eist van deze De praktijk blijkt hier geruisloos anders te lopen dan de verordening en rechtspraak voorstaan voorwaarde voor de personen die voorheen in Nederland gewerkt hebben maar het laatst in het buitenland verzekerd zijn en daar arbeidsongeschikt worden. Dat onderscheid tussen laatst buitenlands verzekerden en Nederlands verzekerden is misschien wel te verdedigen vanuit praktische en financiële uitvoerbaarheid maar is niet gemotiveerd of kenbaar gemaakt in transparant beleid. Mijn conclusie is dat de re-integratiehandhaving voor en door het UWV minder urgent lijkt in grensoverschrijdende situaties. De verordeningen bieden voor deze tekortkoming ook geen aanknopingspunt. Een tweede aandachtspunt ligt bij de herbeoordeling van in België wonende WGA-gerechtigden. Volgens het arrest Voeten en Beckers hoort die herbeoordeling primair in het woonland te gebeuren, maar mag daarvan afgeweken worden als betrokkenen goed worden ingelicht en instemmen. 40 In de uitnodigingsbrief naar zijn WGAklanten in België wijst het UWV erop dat de keuring bij een ziekenfondsarts in woonland België verschilt van de Nederlandse keuringswijze met als mogelijk gevolg dat de WGA-gerechtigden alsnog verzocht worden naar Nederland te komen voor de herbeoordeling omdat het Belgische keuringsverslag niet past in de Nederlandse werkwijze. In de meerderheid van de gevallen stemmen de WGA-gerechtigden die wonen in België daarom toe met een keuring in Nederland. 41 De praktijk blijkt hier geruisloos anders te lopen dan de verordening en rechtspraak voorstaan. Het gaat hier met andere woorden om een van de abstracte knelpunten waarvan sprake in de inleiding (onder 1.) en waarbij de wet en de praktijkoplossing niet synchroon lopen. Een derde knelpunt is direct gelinkt aan de re-integratie. Buitenlandse werkgevers durven geen re-integratie van een gedeeltelijk arbeidsgeschikte met een WGA-uitkering op te pakken. Dan is een parttime baan makkelijker te vergeven aan iemand zonder die moeilijke WGA-pet op. Bovendien zit in de WGA ook een werkloosheidscomponent. Die combinatie arbeidsongeschiktheid en werkloosheid is uniek in Europa en schrikt daarom ook af. De oplossing aan Nederlandse zijde ligt in een loskoppeling van beide risico s of minder vergaand een aangepast beleid. UWV zou de nationale regels in een grensoverschrijdende context anders kunnen toepassen (en motiveren). Een transparant UWV-beleid over de precieze beoordeling van de gedane re-integratie-activiteiten in het buitenland is gewenst. Uiteraard is de redelijkheid 42 ook hier leidend maar het blijft gissen naar hoe het UWV dat beoordelingscriterium exact hanteert en welke middelen ingezet worden om de zieke werknemer en/of de buitenlandse arbeidsmarktsituatie te beoordelen. Gezien het toenemende internationale arbeidsverkeer, is meer inzicht in de UWV-beoordeling geen overbodige luxe. Op Europees niveau kan men kiezen voor een nieuw arbeidsmarktbeleid waarbij niet meer alle eigen uitkerings gerechtigden ongeacht hun woonplaats worden gevolgd, maar waarbij iedere lidstaat zich richt op alle personen op die nationale arbeidsmarkt, dit is exclusief de eigen uitkeringsgerechtigden die in een andere lidstaat wonen. 43 Bovenstaande knelpunten en mogelijke oplossingen geven niet alle maar wel de belangrijkste pijnpunten met bijhorende oplossingsrichtingen weer. 44 We bekijken nu welke conclusie, hoop en lering we hieruit kunnen trekken. 6. Conclusie en blik op de toekomst In grensoverschrijdende situaties ontbreken regels voor re-integratie bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Zowel nationale als Europese regels gericht op deze grensoverschrijdende re-integratie zijn nochtans nodig omdat in een groeiend aantal lidstaten activeringsmaatregelen worden genomen. Re-integratie of activering is een prominent paradigma in Europa en vereist een Europese aanpak. 45 Het bepalen van de bevoegde staat en de coördinatie van deze activeringsmaatregelen zijn maar enkele van de burning issues in de moderne sociale zekerheid. 46 Terugkijkend naar het Nederlandse stelsel mag gecon- 2158 NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29

cludeerd worden dat het Nederlandse stelsel bij ziekte en arbeidsongeschiktheid de grensoverschrijdende re-integratie in zekere mate belemmert. Elk juridisch knelpunt of vacuüm gekoppeld aan de Nederlandse en Europese regels, zorgt in ieder geval voor rechtsonzekerheid. Cornelissen & Van Limberghen verwijten de Nederlandse overheid onvoldoende rekening te houden met artikel 45 en 48 VWEU. Niet alleen hoort men het eigen recht te interpreteren in het licht van deze artikelen maar ook moet Nederland het principe van loyale samenwerking (artikel 4 VEU) naleven. 47 Hierbij aansluitend wijs ik op de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid om haar veeleisende en uitgebreide regelingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid (beter) begrijpelijk en toegankelijk te maken voor grensoverschrijders. Dat kan door betere informatievoorziening en ook door samenwerkingsovereenkomsten met andere lidstaten, in aanvulling op de coördinatieregels die (nog) ontbreken. Een beter begrip van elkaars rechtsstelsel en het soms naar elkaar toegroeien van de stelsels zorgen zo voor een betere afstemming van de re-integratie voor de grensoverschrijdende werknemer en zijn werkgever. Vanuit de Europese hoek hoeven we voorlopig niet te rekenen op een uitbreiding of wijziging van de verordeningsregels voor re-integratie bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. In het wijzigingsvoorstel voor Verordening 883/2004/EG en 987/2009EG, dat in 2018 op de onderhandelingstafel ligt, is daarover namelijk niets opgenomen. 48 Vanuit de Nederlandse regering daarentegen zijn wel signalen afgegeven die wijzen op aanpassing van het huidige stelsel van verplichtingen bij arbeidsongeschiktheid. De regering belooft minder verplichtingen voor de loondoorbetaling bij ziekte een verkorting van de maximale 104 weken loondoorbetalingsverplichting is aangekondigd! en meer maatregelen voor de banenkans van WIA-gerechtigden. 49 Ook beweegt in België het een en ander rondom reintegratie bij arbeidsongeschiktheid. Omdat tussen Nederland en België relatief veel grensverkeer voorkomt, is het interessant en nodig te volgen wat in België verandert. Sinds 2017 heeft men daar, geïnspireerd onder meer Oplossingen liggen vooral in het Nederlandse systeem en minder bij de verordeningen door de Nederlandse regels, de re-integratie bij arbeidsongeschiktheid heroverwogen, verder uitgewerkt en ingevoerd. 50 Werknemers en werkgevers worden gestimuleerd om het return-to-work-beleid van de Belgische overheid op te pakken. Het beleid is minder dwingend dan in Nederland en bevat meer uitzonderingen. De resultaten van deze nieuwe aanpak zijn nog pril en moeilijk te evalueren. Zolang een Europese aanpak ontbreekt, zou Nederland zijn eigen regels met een grensoverschrijdende bril opnieuw moeten bekijken én vooral ook zorgen voor een adequate informatie-uitwisseling over de eigen(aardig) heden van het Nederlandse stelsel. 51 Zo kan worden voorkomen dat het vertrouwen in de socialezekerheidscoördinatie wordt geschaad en kan worden gestreefd naar een optimale werking van het vrije verkeer van werknemers, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid, sociale inclusie en Europese integratie. De Nederlandse jas kan wat minder zwaar en de Europese haakjes mogen wat groter en/of wat talrijker. 39. Zie o.a. Klosse & Rauws, Arbeidsrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend werken, in: Verschueren (red.), Werken over de grens België-Nederland. Sociaal- en fiscaalrechtelijke grensconflicten, Antwerpen-Cambridge: Intersentia 2011, p. 59-114; Montebovi 2016, p. 143-167. 40. Arrest Voeten en Beckers, C-279/97. België, Breda. res, p. 25. 46. tress, European report 2011, p. 6. 47. Cornelissen & Van Limberghen 2015, p. 374-375. 48. Zie voorstel EC aan het Europees Parlement en de Raad COM(2016)0815; zie EP 2016-0397 (COD). 49. Regeerakkoord, 10 oktober 2017, p. 24. Vooral voor kleine werkgevers weegt de loondoorbetaling en de re-integratieplicht zwaar door. 50. Koninklijk Besluit 28 oktober 2016 tot wijziging van het KB van 28 mei 2013, BS 24 november 2016. 51. tress, thematic report 2012, The coordination of benefits with activation measures, p. 30-31. 42. Regeling beleidsregels beoordelingskader poortwachter. 43. Zie Montebovi 2016, p. 340 e.v. en p. 394. 44. Voor meer knelpunten en discussie: zie Montebovi 2016. 45. tress, thematic report 2012, The coordination of benefits with activation measu- 41. Bron: UWV, team Bijzondere Zaken NEDERLANDS JURISTENBLAD 7-9-2018 AFL. 29 2159