SPAANS LES 12 Español



Vergelijkbare documenten
SPAANS HERHALINGLES 3 Español

SPAANS LES 13 Español

SPAANS LES 6 Español

SPAANS LES 7 Español

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord

SPAANS LES 2 Español

SPAANS HERHALINGLES 1 Español

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS LES 4 Español

SPAANS LES 1 Español

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

SPAANS LES 10 Español

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 6

Reizen Wonen Koken & genieten Cultuur & vermaak

Keuzevak Spaans voor beginners 1 - Extra oefeningen

SPAANS LES 8 Español

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

SPAANS LES 5 Español

Spaans voor zelfstudie

SPAANS LES 11 Español

Sí, claro! 1.1. Instaptoets. Opgaven. 4. En un hotel. 1. En un viaje. Perdón, ustedes francés? No, sólo inglés. Hola, cómo? Ernesto, y tú?

oferta De appels zijn in de a. Ze zijn vandaag extra goedkoop. de arm brazo Ik kan vandaag niet zo goed schrijven, want ik heb pijn in mijn a.

SPAANS LES 3 Español

SPAANS HERHALINGLES 2 Español

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

EXTRA STENCIL 3 SUBJUNTIVO

Persoonlijke correspondentie Brief

1OEFENINGEN bij WERKWOORDEN (boek CAMINOS 1, PAG.133 e.v.)

Serie Crímenes al sol. Pasión mortal

cuál? cuál es su número de reserva? a ver... acento, el alfabeto, el apellido, el apellidos, los aquí tiene arroba, la ascensor, el baño, el

RUDOLF RASCH: DUIZEND BRIEVEN OVER MUZIEK VAN, AAN EN ROND CONSTANTIJN HUYGENS - Chièze aan Huygens 30 augustus B -

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 7. TalencentrumBarneveld.nl

lombricita De jongste mag beginnen en een passend kaartje aan het openingskaartje leggen. Als je niet kan moet je een kaartje uit de pot pakken.

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Om hulp vragen. Vragen of iemand Engels spreekt

A escribir! Periode 2. Schrijfopdrachten Spaans mavo 4

Reizen Uit Eten. Uit Eten - Bij de ingang. Uit Eten - Eten bestellen

Sí, claro! 1.2. Instaptoets. Opgaven. 1. Dos amigos miran el plano de Sevilla. 4. En la oficina de turismo.

Magie en musica kleur en zweet. Zingen, lachen en huilen: ze vermengen meng hun dromen meng pijn en vreugde houd van het leven!

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

Reizen Accommodatie. Accommodatie - Vinden. Accommodatie - Boeking. Om de weg naar je accommodatie vragen

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Reizen Uit Eten. Uit Eten - Bij de ingang. Uit Eten - Eten bestellen

Woordenlijst Nederlands Spaans

Reizen Accommodatie. Accommodatie - Vinden. Accommodatie - Boeking. Om de weg naar je accommodatie vragen

Reizen Accommodatie. Accommodatie - Vinden. Accommodatie - Boeking. Om de weg naar je accommodatie vragen

Waar in de Bijbel vraagt God aan Abraham om een opmerkelijk offer? Genesis 22. Abraham wordt door God op de proef gesteld!

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 9. TalencentrumBarneveld.nl.

Zakelijke correspondentie

Quisiera una habitación

k ga naar school Voy al colegio

Reizen Algemeen. Algemeen - Belangrijkste benodigdheden. Algemeen - Conversatie. Vous pouvez m'aider, s'il vous plaît?

SUBJUNTIVO. B. Tú + vos. 1. empezar 2. salir 3. decir 4. hacer 5. oír 6. encontrar 7. venir 8. poder 9. conocer 10. vivir

BIJBELS GRIEKS HERHALING 2

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 4. TalencentrumBarneveld.nl

Uitwerking Tareas Spaans 3. Qué has hecho hoy?

Wonen. In deze les leert u

SPAANS LES 9 Español

BIJBELS GRIEKS LES 8

Zakelijke correspondentie Brief

januari el/un coche el/un gato la/una casa la/una chica la/una mesa

Rutinas de clase Lenguaje para la clase de español

Inhoud. Inleiding... 11

Academisch schrijven Inleiding

1 Introducción a la Ortografía: El acento y la tilde Spelling: klemtoon en geschreven accent

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

EL ABANICO CURSUSSEN SPAANS ROTTERDAM STUDIEGIDS

Immigratie Documenten

antes antes de así cada cambiar camino, el cruzar cuarta calle, la cumpleaños, el a la derecha a la izquierda a qué hora abre?

Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.

Hoofdstuk 2. Contact maken, inlichtingen verstrekken en onderhandelen

HANDLEIDING DEEL 2 hoofdstuk 4 t/m 6

Voor aanvang viering: GvL nr. 446 God heeft het eerste woord

6.5-De werkwoorden ser en estar

GOD TEST ABRAHAM S LIEFDE

Jongens en Guillaume, aan tafel!

Nederlands Español. Handige zinnen en woorden om u snel op weg te helpen in Spanje

Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1

Inmigración Documentos

Zakelijke correspondentie Brief

Op het potje Al bacín

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 7

Caminos nieuw 1. Instaptoets

naam :.. nr. : klas :.. computer :..

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel

- 1 - Abrahams geloof op de proef gesteld. We gaan lezen in Genesis 22:1 waar boven staat: "Het offer van Abraham".

Cursus Spaans. = taalavontuur

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

Honduras??? 1. Waar ligt Honduras? 2. Kleur de vlag van Honduras in de juiste kleuren. Weet je ook wat de 5 sterren op de vlag betekenen?

Transcriptie:

pagina:1 12-1 Bijna de laatste les! In deze les maken we een begin aan het lezen van een tekst uit de Bijbel. Een uiterst leerzame tekst met veel werkwoorden in diverse tijden. Verder maakt u hier ook kennis met de gebiedende wijs. Opnieuw: Veel succes! 12-2 Een tekst! (U hoeft deze tekst niet te vertalen!) Dios ordena a Abraham que sacrifique a Isaac 1 Aconteció después de estas cosas, que Dios probó a Abraham. Le dijo: Abraham. Este respondió: Aquí estoy. Y Dios le dijo: Toma ahora a tu hijo, tu único, Isaac, a quien amas, vete a tierra de Moriah y ofrécelo allí en holocausto sobre uno de los montes que yo te diré. 2 Abraham se levantó muy de mañana, ensilló su asno, tomó consigo a dos de sus siervos y a Isaac, su hijo. Después cortó leña para el holocausto, se levantó y fue al lugar que Dios le había dicho. Wordt vervolgd! In deel 1 van de tekst vinden we al 10 verschillende werkwoordsvormen. Drie keer staat er achter een vorm "imperativo". De imperativo is de gebiedende wijs: neem!, ga! offer! 1. aconteció - van acontecer (= gebeuren) - het gebeurde - indefinido 2. probó - van probar (= beproeven) - hij beproefde - indefinido 3. dijo - van decire (= zeggen) - hij zei - indefinido 4. respondió - van responder (= antwoorden) - indefinido 5. estoy - van estar (= zijn, zich bevinden) - ik ben - presente 6. toma - van tomar (= nemen) - neem! imperativo 7. amas - van amar (= liefhebben) - jij hebt lief - presente 8. vete - van ir (= gaan) - ga! - imperativo 9. ofrécelo - van ofrécer (= o.a. offeren) - offer hem! - imperativo 10. diré - van decire (= zeggen) - ik zal zeggen - futuro

pagina:2 De vertaling van deel 1 wordt nu: ( Bestudeer deze tekst goed!) Aconteció después de estas cosas, que Dios probó a Abraham. Het gebeurde na deze dingen, dat God Abraham bepoefde. Le dijo: Abraham. Hij zei tegen hem: Abraham. Este respondió: Aquí estoy. Die antwoordde: Hier ben ik. Y Dios le dijo: Toma ahora a tu hijo, tu único, Isaac, a quien amas, vete a tierra En God zei tegen hem: Neem nu je zoon, je enige, Izak, die je liefhebt, ga naar het land de Moriah y ofrécelo allí en holocausto sobre uno de los montes que yo te diré. Moria en offer hem daar tot en brandoffer op een van de bergen die Ik je zeggen zal. Oefening "Lijntrekken" dijo 1 1 hier amas 2 2 daar aquí 3 3 hij zei respondió 4 4 ik zal zeggen allí 5 5 neem hijo 6 6 hij antwoordde diré 7 7 je hebt lief toma 8 8 zoon 12-3 De gebiedende wijs enkelvoud formeel Let op: usted wordt vaak als volgt afgekort: Ud. habl-e usted - spreek! Tegen iemand die met " usted " aanspreekt. com-a usted - eet! Tegen iemand die met " usted " aanspreekt. abr-a usted - open! Tegen iemand die met " usted " aanspreekt. Compre Ud. el libro = Koop het boek. Traiga Ud. la comida = Breng het voedsel. Abra Ud. la ventana = Open het raam. meervoud formeel Let op: ustedes wordt vaak als volgt afgekort: Uds. habl-en ustedes - spreek! Tegen personen die met " usted " aanspreekt. com-an ustedes - eet! Tegen personen die met " usted " aanspreekt. abr-an ustedes - open! Tegen personen die met " usted " aanspreekt. Samenvatting. De gebiedende wijs (formeel) wordt als volgt gevormd: Werkwoorden op ar : uitgang e + usted of uitgang en + ustedes Werkwoorden op -er of -ir: uitgang a + usted of uitgang an + ustedes

pagina:3 enkelvoud - informeel habla - spreek! Tegen iemand die je met " tú " aanspreekt. come - eet! Tegen iemand die je met " tú " aanspreekt. abre - open! Tegen iemand die je met " tú " aanspreekt. Compralo = Koop het Escribe la carta = Schrijf de brief. Habla más lentamente = Spreek langzamer Abre el sobre = Open de envelop Come la patata = Eet de patat meervoud - informeel hablan - spreek! Tegen personen die je met " tú " aanspreekt. comen - eet! Tegen personen die je met " tú " aanspreekt. abren - open! Tegen personen die je met " tú " aanspreekt. Samenvatting. De gebiedende wijs (informeel) wordt als volgt gevormd: Werkwoorden op ar : uitgang a of uitgang an Werkwoorden op -er of -ir: uitgang e of uitgang en 12-4 We lezen het tweede deel van de tekst De werkwoorden zijn schuingedrukt! Abraham se levantó muy de mañana, ensilló su asno (ezel), tomó consigo (bij zich) a dos de sus siervos (knechten) y a Isaac (Izak), su hijo. Después (daarna) cortó leña (hout) para el holocausto, se levantó y fue al lugar que Dios le había dicho. se levantó = hij stond op; ensilló = hij zadelde; tomó = hij nam; cortó = hij hakte; se fue = hij ging; había dicho = hij had gezegd. Oefening. Vertaal dit deel van de tekst. Vergelijk de vertaling daarna met de vertaling aan het einde van de les. 12-5 Een dialoogje Probeer dit gesprekje te volgen. U krijgt nog de volgende woorden: saber = weten; A ver = even kijken (stopwoord); Ah, si = ah, ja (stopwoord); lejos = ver; tiene que tomar = je moet nemen; seguir = volgen/ doorlopen; hasta = tot; el semáforo = het verkeerslicht; torcer = draaien A. Perdone, sabe usted si hay un supermarcado por aquí? B. A ver...ah, si, no está lejos. Tiene que tomar la segunda calle a la derecha, luego seguir hasta el semáforo y allí torcer a la izquierda. A. Muchos gracias B. De nada

pagina:4 Oefening "Lijntrekken" de nada 1 1 draaien semáforo 2 2 ver a ver 3 3 geen dank seguir 4 4 verkeerslicht saber 5 5 volgen, doorlopen lejos 6 6 even kijken torcer 7 7 tot hasta 8 8 weten 12-6 Indefinido (2) Nog enkele opmerkingen over de indefinido: In les 11 hebt u gelezen: De indefinido wordt gebruikt om te vertellen wat er gebeurde of wat iemand deed. Het gaat om een afgesloten handeling of een gebeurtenis in het verleden. Daarom staat er in deze zinnen ook vaak een van de volgende tijdsaanduidingen: ayer (gisteren), anteayer (eergisteren); la semana pasada (de vorige week); hace un mes (een maand geleden) el año pasado (het vorig jaar). De indefinido wordt niet altijd met de onvoltooid verledentijd vertaald. Ook wel eens met de voltooid tegenwoordige tijd of de voltooid verledentijd. Zie het volgende zinnetje: Anoche comí en un restaurante = Gisteravond heb ik in een restaurant gegeten. ("heb gegeten" is de voltooid tegenwoordige tijd) 12-7 Voorzetsels 1. a = naar 2. ante = voor 3. con = met 4. contra = tegen 5. de = van, vanaf 6. desde = sinds, vanaf 7. durante= tijdens 8. en = in, op 9. entre = tussen 10. hasta = tot 11. para = voor, om te 12. según = volgens 13. sin = zonder 14. sobre = boven, over 15. tras = na, achter

pagina:5 Hier volgen nog wat zinnetjes met voorzetsels. In sommige zinnen staat een ander voorzetsel dan u misschien verwacht had. Vamos a Italia en coche = Wij gaan met de auto naar Italië. Juan ha venido en avión = Juan is met het vlieftuig gekomen. Nos fuimos en bicicleta al centro = Wij gingen met / op de fiets naar het centrum. Nosotros luchamos por la paz = Wij vechten voor de vrede. Vamos a Munich pasando por Bamberg = Wij reizen over Bamberg naar München. Estos coches vienen del Japón = Deze autos komen uit Japan. Tomó consigo a dos de sus siervos y a Isaac = Hij nam bij zich twee van zijn knechten Él no está muy contento consigo. = Hij is met zichzelf niet erg tevreden. 12-8 Uit de krant (ELMUNDO); Lees deze tekst! Let op: asaltara en prendiera: imperfecto subjuntivo (Zie les 13!) Al menos 18 personas murieron de madrugada 1 en una serie coordinada de ataques a autobuses y puestos 2 de policía en Río de Janeiro. En el ataque más grave, por lo menos seis pasajeros de un autobús murieron después de que una banda 3 de pistoleros 4 los asaltara 5 y le prendiera fuego 6 al vehículo. 1. de madrugada = vroeg in de morgen 2. el puesto = de post 3. una banda = een georganiseerde groep 4. pistoleros = bandieten 5. asaltar = overvallen 6. prendiera = hier: aanstak Controle Minstens 18 personen werden...1... bij een aanslagen op...2... en...3.... Bij de meest ernstige aanslag kwamen...4... om, nadat een groep...5... hen overviel en hun...6... Oefening asaltar 1 1 bandieten el puesto 2 2 zij kwamen om de madrugada 3 3 overvallen el ataque 4 4 nadat pistoleros 5 5 vroeg in de morgen después de 6 6 het voertuig murieron 7 7 de post el vehículo 8 8 aanslag

pagina:6 12-9 Eindoefeningen (1) Vertaal: Toma ahora a tu hijo. Escribe la carta. Compre Ud. el libro Hablen Uds. lentamente (2) Vertaal: Juan ha venido en avión Nosotros luchamos por la paz Él no está muy contento consigo Vamos a Munich pasando por Bamberg Abraham se levantó muy de mañana (3) Vertaal in het Spaans Spreek langzamer Weet u of er een supermarkt is? Hartelijk dank Wij gaan met de auto naar Italië. Wij gingen met de fiets naar het centrum Wij zijn met het vliegtuig gekomen (4) Vul in: el vehíc...l... = het voe... el p...est... = de po... el sem...f...r... = het verk... el h... = de zoon la v...nt...n... = het r... la c...m...d... = het vo... el p...st...l...r... = de ba...

pagina:7 12-10 Eindopdracht Vul in: Tom... (ev.) ahora a tu hijo. Compr... Uds. el libro. Abr... Ud. la ventana. Escrib... (mv.) la carta. Ofréc... allí. (Offer hem daar.) Vertaal in het Spaans: Minstens 3 personen kwamen om. God beproefde Abraham. Spreek langzamer. Weet u of er een supermarkt in de buurt is? Abraham zadelt zijn ezel. Wij gaan met de auto naar Italië. Deze autos komen uit Japan. "Lijntrekken" dijo 1 1 draaien semáforo 2 2 ver a ver 3 3 geen dank seguir 4 4 verkeerslicht saber 5 5 ik zal zeggen lejos 6 6 even kijken torcer 7 7 voedsel comida 8 8 weten diré 9 9 hij zei de nada 10 10 volgen Einde van deze les!

pagina:8 ANTWOORDEN Lijntrekken 12-2 1-3; 2-7; 3-1; 4-6; 5-2; 6-8; 7-4; 8-5 Vertaling tweede deel van de tekst 12-4 Abraham stond vroeg in de morgen op, zadelde zijn ezel, nam twee knechten en Izak, zijn zoon, bij zich. Daarna hakte hij het hout voor het brandoffer, stond op en ging naar de plaats diegod tegen hem gezegd had. Vertaling dialoog 12-5 Sorry, weet u of er een supermarkt in de buurt is? Even kijken. Ah ja, het is niet niet ver. Je moet de tweede straat rechts nemen, vervolgens doorlopen tot het verkeerslicht en daar afslaan naar links. Hartelijk bedankt. Geen dank. Lijntrekken 12-5 1-3; 2-4; 3-6; 4-5; 5-8; 6-2; 7-1; 8-7 Controle of de tekst begrepen is. 12-8 1. gedood; 2./3. bussen/politieposten; 4 minstens zes personen; 5 bandieten 6. voertuig in brand gestoken Lijntrekken 12-8 1-3; 2-7; 3-5; 4-8; 5-1; 6-4; 7-2; 8-6 Eindoefeningen 12-9 Toma ahora a tu hijo. Escribe la carta. Compre Ud. el libro Hablen Uds. lentamente = Neem nu uw zoon. = Schrijf de brief. = Koopt u het boek. = Spreekt u langzaam. Juan ha venido en avión = Juan is met het vlieftuig gekomen. Nosotros luchamos por la paz = Wij vechten voor de vrede. Él no está muy contento consigo = Hij is niet erg tevreden met zichzelf. Vamos a Munich pasando por Bamberg = Wij reizen over Bamberg naar München. Abraham se levantó muy de mañana = Abraham stond vroeg in de morgen op. Spreekt u (ev.) langzamer. = Hable usted lentamente. Weet u of er een supermarkt in de buurt is? = Sabe usted si hay un supermarcado por aquí. Hartelijk dank = Muchos gracias. Wij gaan met de auto naar Italië. = Vamos a Italia en coche. Wij gingen met de fiets naar het centrum = Nos fuimos en bicicleta al centro. Wij zijn met het vliegtuig gekomen = Juan hemos venido en avión.

pagina:9 el vehículo = het voertuig el puesto = de post el semáforo = het verkeerslicht el hijo = de zoon la ventana = het raam la comida = het voedsel el pistolero = de bandiet 12-10 Eindopdracht Vul in: Toma (ev.) ahora a tu hijo. Compren Uds. el libro. Abra Ud. la ventana. Escriben (mv.) la carta. Ofrécelo allí. (Offer hem daar.) Vertaal in het Spaans: Minstens tres personen kwamen om = Al menos tres personas murieron. God beproefde Abraham = Dios probó a Abraham. Spreek langzamer = Habla más lentamente. Weet u of er een supermarkt in de buurt is? = Sabe usted si hay un supermarcado por aquí? Abraham zadelt zijn ezel = Abram ensilla su asno. Wij gaan met de auto naar Italië = Vamos a Italia en coche. Deze autos komen uit Japan = Estos coches vienen del Japón. "Lijntrekken" 1-9; 2-4; 3-6; 4-10; 5-8; 6-2; 7-1; 8-7; 9-5; 10-3