Examenprogramma machinist. machinistenvergunning bevoegdheidsbewijs

Vergelijkbare documenten
Examenprogramma. Rangeerder

Examenprogramma machinist. machinistenvergunning bevoegdheidsbewijs

Examenprogramma. Rangeerder

Examenprogramma. Rangeerder Goederen en Reizigers

Examenprogramma. Wagencontroleur

VVRV cluster Bevoegdheidseisen, taken en verantwoordelijkheden machinist, versie maart 2019

Examenprogramma. Wagencontroleur

Vakkennis Machinist Cluster 2: Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden machinist

Vakbekwaamheidseisen vervoer gevaarlijke stoffen. voor de wagencontroleur

Cluster 2 Bevoegdheidseisen, taken en verantwoordelijkheden machinist

Taalexamenprogramma veiligheidsfunctionarissen:

Examenprogramma. Wagencontroleur

Examenprogramma. Veiligheidscommunicatie

Examenprogramma Treindienstleider volledig bevoegd

Taalexamenprogramma veiligheidsfunctionarissen: machinisten. wagencontroleurs. rangeerders. treindienstleiders

Examenprogramma Treindienstleider volledig bevoegd

Taalexamenprogramma. veiligheidsfunctionarissen:

Examenreglement Stichting VVRV

Examenprogramma Treindienstleider minimaal bevoegd

Examenprogramma: Veiligheidscommunicatie

in combinatie met

Vakkennis wijzigingsdocument Op de website VVRV update

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Kwalificatiedossier Treindienstleider

Praktijkexamen Rangeerder

Beoordelingsformulier Proeve van Bekwaamheid

Examenprogramma Junior-dienstregelingsplanner

Examenprogramma Machinist Reizigers/Goederen Rijden op ERTMS baanvakken

Concept t.b.v. internetconsultatie maart april nd Besluit van

Emplacementsbeveiliging PLC Interlocking

Certificeringschema: Veiligheidspersoon tram (vhp-tram)

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Certificeringschema Begeleider Buiten Dienst gesteld spoor (BBD)

Certificeringschema Begeleider Buiten Dienst gesteld spoor (BBD) module technische vaardigheden (BBD-plus)

Certificeringschema: Veiligheidscommunicatie

Kerntaak 1: Bereidt het rangeren, besturen en begeleiden van spoorvoertuigen voor

Vakkennis Machinist Cluster 7: Gereedmaken en vertrekken

Certificeringschema: Werkzoneleider Veiligheid (WLV)

Verkennend onderzoek naar de aanname, opleiding en begeleiding van machinisten van Arriva

Certificeringschema:

Wegbekendheid/kennis van de lijn machinist

Certificeringschema: Ontwerpen (eenvoudige) Tijdelijke. Voorzieningen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

VVRV cluster Rijden, rangeren en wegzetten, versie maart 2019

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Regeling tarieven Spoorwegwet 2012 wordt als volgt gewijzigd:

Examenprogramma Praktijkexaminator. machinist reizigers/goederen

Vakkennis Machinist Cluster 8: Rijden, rangeren en wegzetten

Emplacementsbeveiliging EBS+ op SIMIS-W

Examenprogramma. examinator

RnV-NORMBLAD P-022 KOPIE. Spoorwegveiligheid. Vakbekwaamheidsnormen voor het vervoer van Gevaarlijke Stoffen. Colofon

Machinist. 1 Deze regelgeving: Is een aanvulling op het NedTrain Handboek Machinist/rangeerder NedTrain uitgave januari 2011

RV uursrapportage bijna botsing na STS passage te Utrecht op 25 april 2012

Vakkennis Machinist. Cluster 8 Rijden, rangeren en wegzetten. Huidige versie: Versie 4.0 vraag-antwoord structuur (IB, HB, IvdS, RvS, MV)

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA DEN HAAG

Vragenset open vragen PB lijst kennis van de lijn/wegexamen V4 Traject:A-B vice versa Naam PEX: Naam kandidaat: Datum:

RnV-NORMBLAD P-014 KOPIE. Spoorwegveiligheid. Algemene bepalingen voor personeel in het railverkeerssysteem. Colofon

Certificeringschema: Installatieverantwoordelijke Baan

Vakbekwaamheidseisen (VBE) Kennis van de lijn baanvak Haarlem-Leiden v

RICHTLIJNEN. (Voor de EER relevante tekst)

Spoorwegveiligheid. Beremming en Remproeven

Certificeringschema: Emplacementsbeveiliging EBS Periferie

Vakkennis Machinist Cluster 7: Gereedmaken en vertrekken

Certificeringschema: Werkplekbeveiliger Ontwerpende Taken

Vakbekwaamheidseisen (VBE) Kennis van de lijn baanvak Zwolle-Amersfoort v

Formulierenboek. Directeur ProRail VL Kees van Dijk / Wilco van der Wolf. Herman Tijsma. Definitief. Van Auteurs. Projectleider

Bevindingen thema onderzoek vakbekwaamheid machinisten DOSV

Examen Werkplekbeveiliging Ontwerpende taken Exameninformatie voor de kandidaat

Certificeringschema: Emplacementsbeveiliging. NX 68 inclusief LCE

NIEUW Invoering vakbekwaamheid voor de categorie D vanaf 10 september 2008

Certificeringschema: Installatieverantwoordelijke Baan

In de artikelen 6, eerste lid, 8, eerste lid, 9, eerste en tweede lid, en 10, wordt Onze Minister vervangen door: de minister.

Regeling spoorverkeer

Het rijbewijs voor motor en motorscooter. Het rijbewijs voor motor en motorscooter maart

VVRV cluster Veiligheidscommunicatie, versie maart 2019

Gegevens kandidaat: Kandidaat-nummer: Naam + voorletter(s): Geboortedatum: Geboorteplaats: Bedrijf: Bedrijfsonderdeel:

NOTA VAN TOELICHTING. Algemeen

Certificeringschema V&G-coördinator Ontwerpfase

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Informatiebulletin Spoorwegpersoneel. overzicht van de gewijzigde wetgeving voor spoorwegpersoneel

Certificeringschema: Ontwerper Tijdelijke Voorzieningen

CHECKLIST STS VOOR DE TREINDIENSTLEIDER

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds De Regeling tarieven Spoorwegwet 2012 wordt als volgt gewijzigd:

Certificeringschema voor de taak: leider lokale veiligheid metro

Praktijkbeoordeling taak Voorman kabelinfra spoorse kabels

Wijziging Besluit spoorwegpersoneel 2011 in verband met de toedeling van bevoegdheden aan spoorwegondernemingen

Regeling spoorverkeer

Gelet op de artikelen 16, 16b, onderdeel c, en 16 c, onderdeel c, van het Besluit bedrijfsvergunning en veiligheidscertificaat hoofdspoorwegen;

Vakbekwaamheidseisen (VBE) Kennis van de lijn Leiden-Haarlem v

VVRV cluster Voorbereiden, gereedmaken en vertrekken, versie maart 2019

Certificeringschema: Beoordelen Infrabeschikbaarheid bij WBI-/TSB-aanvragen

Regeling ter uitvoering van de artikelen 21, 26, 27 en 39 van het Besluit spoorwegpersoneel (Regeling spoorwegpersoneel)

Praktijkbeoordeling taak veiligheidspersoon metro (vhp-metro)

Machinist reizigersvervoer Beroepscompetentieprofiel 2010

Certificeringschema: Veiligheidsman-Grenswachter

Examen Werkplekbeveiliging Uitvoerende taken Exameninformatie voor de kandidaat

Vakkennis Machinist. Cluster 7 Voorbereiden, gereedmaken en vertrekken

BASISPRINCIPES VAN DE SEININRICHTING

Werkelijke praktijktoets. Technisch Leider Baan. Stappenplan voor de kandidaat

examenreglement VVRV

ALGEMEEN REGLEMENT VAN HET PERSONEEL EN DE SOCIALE DIENSTEN BUNDEL TUCHTREGLEMENT

Transcriptie:

Examenprogramma machinist machinistenvergunning bevoegdheidsbewijs Versie 1.0, vastgesteld op 25 juli 2013, geverifieerd door het ministerie I&M en positief bekrachtigd in april 2016 Update versie 1.3, 12 april 2017, vastgesteld door beheergroep VVRV De Minister Infrastructuur en Milieu, namens deze: de directeur de stichting Veiligheid en Vakmanschap Railvervoer (VVRV) P.C.M. der Hoeven

Inhoud 1 Inleiding en beschrijving de taak... 3 2 Vakbekwaamheidseisen... 5 2.1 Module vergunning (module 1)... 5 2.2 Modules bevoegdheidsbewijs... 5 2.3 Vakbekwaamheidseisen per module... 6 Module 1 Vergunning... 7 Module 2 Algemeen (machinist Reizigers en Goederen)... 9 Module 3 Machinist Reizigers BB en VB... 11 Module 4 Machinist Goederen BB en VB... 15 Module 5 Veiligheidscommunicatie... 18 Module 6 Rijden op ERMS baanvakken... 18 3 Beoordeling de vakbekwaamheid... 19 3.1 oelatingsvoorwaarden voor het examenprogramma... 19 3.2 beoordeling... 19 3.3 Normering en cesuur... 20 Versiebeheer Versie datum Aard de wijzigingen Gewijzigd door Goedgekeurd door 1.0 25 juli 2013 1 e goedgekeurde versie Directie VVRV Verificatie door IL& 1.1 1 juni 2016 Adresregel aangepast; Inge Bochardt Beheergroep mcn module algemeen ipv basiskennis; theorieexamen ipv kennistoets; secr VVRV ipv BC; signalerende kleding ipv waarschuwingskleding. Rangeeretiketten 11 en 14 verwijderd. Leer-werktraject verwijderd. Informatie over aantal vragen per module en weging toegevoegd. oegevoegd dat module reizigers of goederen moet worden overgedaan als er meer dan een jaar tussen theorie- en praktijkexamen zit. 1.2 18 sep 2016 oegangsbewijs verwijderd. Weg-/matkennis Inge Bochardt Beheergroep mcn aangepast. 1.3 12 april 2017 Par 3.2 in overeenstemming gebracht met Uitvoeringsregels Praktijkexamen Mcn Inge Bochardt Directie VVRV

1 Inleiding en beschrijving de taak Inleiding Richtlijn 2007/59/EG het Europees Parlement en de Raad betreft de certificering machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem de Europese Gemeenschap besturen. De richtlijn is verwerkt in de Spoorwegwet, het Besluit spoorwegpersoneel 2011 (BSP 2011) en de Regeling spoorwegpersoneel 2011. Machinisten dienen te beschikken over een machinistenvergunning en een bevoegdheidsbewijs voor materieel en infrastructuur: - Een machinistenvergunning wordt verstrekt door de Minister Infrastructuur en Milieu (lees: de Inspectie Leefomgeving en ransport) als aan drie criteria is voldaan: a. leeftijdscriterium; b. eisen inzake algemene kennis en vaardigheden (bijlage IV Europese richtlijn); c. medisch en psychologisch goedgekeurd. - Een bevoegdheidsbewijs wordt verstrekt door het eigen bedrijf als aan drie criteria is voldaan: a. taalbeheersing; b. eisen inzake specifieke vakkennis inzake spoorvoertuigen en hoofdspoorweginfrastructuur (bijlage V en VI Europese richtlijn); c. bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid. Het examenprogramma in dit document is het in artikel 6, eerste lid, het BSP 2011 vermelde, door de minister vastgestelde examenprogramma voor machinisten. Het examen wordt uitgevoerd door VVRV, namens de Minister Infrastructuur en Milieu. Het met goed gevolg doorlopen het examenprogramma is noodzakelijk voor de verlening een machinistenvergunning en een bevoegdheidsbewijs. De taak de machinist De machinist heeft als taak het zelfstandig, verantwoordelijk en veilig besturen spoorvoertuigen. In afwijkende situaties aan het materieel of de railinfrastructuur (storingen/calamiteiten) neemt de machinist (veiligheids)maatregelen, waarbij communicatie en rapportage groot belang zijn. De machinist kent de relete wet - en regelgeving en is in staat om in bekende en onverwachte situaties naar deze regelgeving te handelen. Het BSP 2011 onderscheidt in artikel 1 twee categorieën spoorvoertuigen: Categorie A: rangeerlocomotieven, werktreinen, onderhoudsspoorwagons en alle andere locomotieven die gebruikt worden voor het rangeren; Categorie B: spoorvoertuigen voor het vervoer reizigers en voor het vervoer goederen. In het BSP 2011 worden in artikel 3 de volgende typen machinist onderscheiden: 1 De machinist met volledige bevoegdheid (VB) is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden alle typen spoorvoertuigen categorie A en B. 2 De machinist met beperkte bevoegdheid (BB) is bevoegd tot het op hoofdspoorwegen besturen en begeleiden een of meerdere typen spoorvoertuigen categorie A met een maximum rijsnelheid 40 km per uur. Voor de machinist reizigers BB wordt onder categorie A ook begrepen het rijden met reizigersmaterieel met een rijsnelheid maximaal 40 km per uur.

Machinisten profielen De bovenaangehaalde indeling in machinist VB en BB is uitgewerkt in profielen gericht op het rijden met spoorvoertuigen voor het vervoer personen en voor het vervoer goederen. Daardoor ontstaan de onderstaande vier profielen. Bij de profielen is aangegeven welke, in hoofdstuk 3 beschreven, modules met voldoende resultaat moeten zijn afgelegd. Voor de modules waarvoor de kandidaat een voldoende resultaat heeft behaald krijgt de kandidaat een certificaat. Machinist Reizigers BB (categorie A) o module 1 Vergunning o module 2 Algemeen o module 3 Machinist reizigers BB/VB met praktijkexamen reizigers BB o module 5 Veiligheidscommunicatie Machinist Reizigers VB (categorie A en B) o modules genoemd bij machinist reizigers BB met praktijkexamen machinist reizigers VB Machinist Goederen BB (categorie A) o module 1 Vergunning o module 2 Algemeen o module 4 Machinist goederen BB/VB met praktijkexamen goederen BB o module 5 Veiligheidscommunicatie Machinist Goederen VB (categorie A en B) o modules genoemd bij machinist goederen BB met praktijkexamen machinist goederen VB Machinisten die moeten gaan rijden op baanvakken met ERMS-beveiliging moeten de certificaten 'Rijden op ERMS-baanvakken' (module 6) behalen. De taakaspecten die gebonden zijn aan een spoorwegonderneming (kennis de bedrijfsorganisatie en het veiligheidsmanagementsysteem de spoorwegonderneming) of aan een specifieke inzet op bijzondere lijnen (bijvoorbeeld museumlijnen) of lokaalspoorwegen maken conform het BSP 2011 geen deel uit dit examenprogramma.

2 Vakbekwaamheidseisen 2.1 Module vergunning (module 1) De vakbekwaamheidseisen uit de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, het BSP 2011 genoemde bijlage IV richtlijn 2007/59/EG, zijn verwerkt in module 1 dit examenprogramma (zie paragraaf 2.3). Een certificaat voor deze module is vereist voor het verkrijgen een machinistenvergunning. 2.2 Modules bevoegdheidsbewijs De in bijlagen V en VI richtlijn 2007/59/EG opgenomen eisen voor de kennis het rollend materieel en de hoofdspoorweginfrastructuur zijn in de modules 2 t/m 6 opgenomen, alsmede ook verdiepende elementen uit bijlage IV. De beoordeling de specifieke eisen met betrekking tot de kennis bijzondere, plaatselijke seinen en aspecten die samenhangen met de plaats en waarneming de seinen per baanvak of emplacement wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid de eigen vervoerder. Dit geldt ook voor de beoordeling de geschiktheid voor het bedienen meerdere typen materieel na het slagen voor het initiële examenprogramma Per module wordt na slagen een certificaat verstrekt. Als alle vereiste certificaten zijn behaald kan de spoorwegonderneming een bevoegdheidsbewijs verstrekken. In de Uitvoeringsregels Praktijkexamen Machinist zijn de actuele, operationele afspraken vastgelegd. De eisen voor het certificaat Rijden op ERMS-baanvakken zijn opgenomen in module 6. De eisen zijn onder andere gebaseerd op paragraaf 3 bijlage A1 de SI Exploitatie en de operational rules/gebruikersprocessen. In dit examenprogramma worden de navolgende modules voor het bevoegdheidsbewijs onderscheiden: Module 2 Algemeen (voor de machinist Reizigers en Goederen) In deze module zijn de vakbekwaamheidseisen opgenomen die zijn gericht op algemene kennis het Nederlandse spoorwegnet: seinstelsel, regelgeving, onregelmatigheden en verstoringen. Module 3 Machinist Reizigers BB en VB Voor de reizigersmachinist BB en VB wordt geen onderscheid gemaakt in de vakbekwaamheidseisen met uitzondering de rijvaardigheid op het type materieel (A en B). Dit verschil is herkenbaar in het praktijkexamen. Module 4 Machinist Goederen BB en VB Voor de goederenmachinist BB en VB wordt geen onderscheid gemaakt in de vakbekwaamheidseisen met uitzondering de rijvaardigheid op het type materieel (A en B). Dit verschil is herkenbaar in het praktijkexamen. Module 5 Veiligheidscommunicatie (voor de machinist Reizigers en Goederen) De vakbekwaamheidseisen staan in het examenprogramma ' Veiligheidscommunicatie'. In dit programma is bijlage C de SI Exploitatie verwerkt. De in het examenprogramma Veiligheidscommunicatie vermelde eisen zijn toepassing voor alle in het BSP 2011 genoemde veiligheidsfuncties.

Module 6 Rijden op ERMS-baanvakken (reizigers en goederen) Aanvullende module voor machinisten die op ERMS-baanvakken gaan rijden. Buitenlandse machinisten Buitenlandse machinisten zijn reeds in het bezit een EU-vergunning. Voor een bevoegdheidsbewijs op het Nederlandse net moeten zij beschikken over een certificaat alle hiervoor genoemde modules voor het bevoegdheidsbewijs voor de Nederlandse machinist. Voor, aantoonbaar, in het land herkomst verworven bekwaamheden kan vrijstelling toetsing worden verkregen. Deze vrijstelling geldt niet voor de module Veiligheidscommunicatie. oelichting Het examenprogramma is modulair opgebouwd zodat een machinist die zijn bevoegdheid wil uitbreiden alleen een examen hoeft te doen voor de aanvullende eisen het gewenste certificaat. Een machinist die zakt voor één de modules hoeft alleen het (praktijk)examen die module over te doen. Het is mogelijk om voor meerdere modules in één sessie een theorie-examen af te leggen. 2.3 Vakbekwaamheidseisen per module In deze paragraaf zijn per module de vakbekwaamheidseisen en de beoordelingscriteria in tabellen weergegeven. De linkerkolom bevat de nummering de vakbekwaamheidseisen en criteria, de middelste kolom de omschrijving en de rechterkolom de wijze examinering. De wijze examinering is in hoofdstuk 3 uitvoeriger beschreven. De wijze examinering is in de tabellen met een code aangegeven. De betekenis de codes is: heorie-examen: een beoordeling kennis en inzicht door middel bijvoorbeeld meerkeuzevragen, meer antwoordvragen en invulvragen Praktijkexamen: een beoordeling het handelen en gedragsaspecten door een door VVRV gecertificeerde praktijkexaminator.

Module 1 Vergunning 1.1 De verschillende onderdelen/aspecten het railverkeerssysteem en de taken en verantwoordelijkheden de machinist kennen. Bekend zijn met wet- en regelgeving voor zover relet voor de taak de machinist 1.1.1 De kandidaat kan: aangeven uit welke elementen de infrastructuur bestaat en wat de functie is de infrastructuurelementen: baan, wissels, overwegen, bijzondere elementen als beweegbare brug, flyovers, kruisingen, energievoorziening (bovenleiding en derde rail); uitleggen wat verstaan wordt onder centraal bediend gebied, niet centraal bediend gebied, in dienstzijnd spoor, buitendienstgesteld spoor en wat rijden in deze gebieden betekent voor de bevoegdheid de machinist; uitleggen wat bedoeld wordt met energiezuinig/milieubewust rijden; het doel en de toepassing en (in hoofdlijnen) de principes achter verschillende beveiligingssystemen aangeven (in de trein en als infrastructuurelement); het verschil tussen cabinesignalering en signalen langs de baan en het begrip tijd/ ruimteslot. 1.1.2 De kandidaat kan: aangeven dat er wetten, regels en voorschriften zijn voor de uitvoering zijn taak (bijvoorbeeld met betrekking tot veilig rijden, energiezuinig rijden, gevaarlijke stoffen, onregelmatigheden, calamiteiten, communicatie. Hij weet dat er EU-regels zijn en nationale spoorwetgeving, lokale regelgeving, handboeken en materieelgidsen. Hij weet dat de verschillende voor de machinist bedoelde- documenten spoorwegondernemingen een vertaling zijn bovengenoemde wetgeving en regels, bijvoorbeeld handboek machinist, routeboek/spoorwijzer, dienstregeling, tijdelijke snelheidsbeperking; aangeven dat hij zelf verantwoordelijk is voor het raadplegen actuele regelgeving, voorschriften, richtlijnen en bedrijfsspecifieke informatie. oelichting: hij hoeft de regels inhoudelijk nog niet te kennen. 1.1.3 De kandidaat kan: aangeven wat zijn plaats is in de keten (binnen het railverkeerssysteem), kent de (grenzen de) verantwoordelijkheden de machinist en is zich bewust het belang zijn taak voor vervoer en veiligheid; de taken en verantwoordelijkheden beschrijven functionarissen waarmee hij samenwerkt; treindienstleider,

storingsmonteur, wagencontroleur, rangeerder, (spoorweg)politie, hulppersoneel de trein; beoordelen in welke situaties hij met welke functionaris contact opneemt en wie hij een opdracht of bevel. 1.1.4 De kandidaat kan aangeven welke exploitatiemethoden er binnen het railverkeerssysteem zijn en wat dit betekent voor de taak de machinist: - hoofdnet; - rangeerterreinen en bedrijfsterreinen (terminals en overige sites). 1.2 Bekend zijn met de risico s het spoorverkeer bij de uitvoering de taak machinist en de verschillende methoden om die risico s te beperken 1.2.1 De kandidaat kan aangeven wat de risico s het spoorverkeer zijn en de maatregelen om die risico s te beperken. Risico s: aanrijdgevaar en botsgevaar; elektrocutiegevaar; gevaarlijke stoffen; brand; ontsporing; rijden door tunnels. Maatregelen voor risicobeperking: onderkennen risico s; treffen veiligheidsmaatregelen; toepassen waarschuwingssystemen (rookdetector, hotboxdetector); anticiperen op het ontstaan gevaarlijke situaties; binnen tijd/ruimteslot blijven; regels voor veiligheidscommunicatie. 1.2.2 De kandidaat kan: uitleggen wat wordt verstaan onder veilig gaan en staan langs en op het spoor; het profiel vrije ruimte en rode meetgebied; aangeven welke bevoegdheden voor de machinist belang zijn (vergunning, bevoegdheidsbewijs werkgever, materieel- en wegbekendheid); nut en noodzaak de persoonlijke uitrusting (beschermingsmiddelen) aangeven en welke beschermingsmiddelen wanneer verplicht zijn; het principe veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten met gevaarlijke stoffen toelichten. Weet het bestaan oranje kenmerkingsbord/gevi/un-code.

1.3 Kennis hebben de samenstelling treinen en de aspecten krachtvoertuigen en materieel 1.3.1 De kandidaat kan: aangeven welke elementen een rol spelen bij de samenstelling treinen en waarom die een rol spelen: - tractievormen; - snelheid en beremming; - treinlengte, belading en profiel; - losse locomotief versus trein; aangeven op welke wijze hij informatie kan verzamelen over de treinsamenstelling en het soort vervoer (treincategorie). 1.3.2 De kandidaat kan: krachtvoertuigen herkennen en hun soort benoemen: - elektrische tractie; - dieselelektrisch; - dieselhydraulisch; - reizigersmaterieel; - goederenmaterieel; uitleggen wat wordt verstaan onder trein gereed voor vertrek ; de on board elementen de beveiligingssystemen herkennen en benoemen; op hoofdlijnen de veiligheidsaspecten aangeven beweegbare delen aan voertuigen en remsystemen; factoren herkennen die invloed zijn op versnellen en remmen; de functie aangeven de volgende elementen: - vering en koppeling; - loopwerk; - veiligheidsvoorzieningen; - tractieketen, motoren en transmissie. Module 2 Algemeen (machinist Reizigers en Goederen) 2.1 De betekenis geven seinen/borden die voor de machinist die rijdt op het Nederlandse net relet zijn, inclusief seinen die de rangeerder/begeleider kan geven. De regelgeving en documenten noemen die toepassing zijn op het rijden treinen. De vereiste handeling aangeven bij de diverse seinbeelden, regels en documenten 2.1.1 De kandidaat kan beschrijven welke handeling hij als machinist moet uitvoeren bij het waarnemen een sein uit de Regeling Spoorverkeer, bijlage 4 bij artikel 24 (het seinenboek). Welke seinen dit betreft staat vermeld in een apart overzicht.

2.1.2 De kandidaat kan de regels voor het rijden treinen weergeven voor de volgende handelingen: voorbereiden; vertrekken; rijden en remmen; aankomen; wegzetten het materieel. 2.1.3 De kandidaat kan: aangeven welke voorschriften (landelijk, lokaal, procedures, centraal en niet centraal bediend gebied) toepassing zijn in situaties die een machinist (in het algemeen) kan tegenkomen; bij aangeboden situaties aangeven hoe hij op basis de voorschriften moet handelen. oelichting: deze eis betreft geen situaties die gebonden zijn aan het rijden met specifiek materieel (bijvoorbeeld onderhoudsmaterieel) of aan specifiek vervoer (bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen). 2.1.4 De kandidaat kan aangeven hoe hij moet handelen bij de seinen die de rangeerder/begeleider aan hem geeft. 2.1.5 De kandidaat kan aangeven: welke (gevaar)seinen hij, hoe en wanneer, moet geven; wie hij (gevaar)seinen kan ontgen (bijv. derden die een stopteken geven) en hoe hij hierop moet reageren. 2.1.6 De kandidaat kan het doel en de betekenis onderstaande documenten benoemen en de bijbehorende handeling: - materieelgids/storingsgids; - handboek machinist; - routeboek; - dienstregeling; - tijdelijke snelheidsbeperking; - wagenlijst; - rembrief. 2.2 Onregelmatigheden aan rollend materieel detecteren, lokaliseren en melden 2.2.1 Kan de in de storingsgids beschreven storingen aan materieel herkennen, benoemen en melden aan de juiste personen.

2.3 Aangeven welke (veiligheids)maatregelen genomen moeten worden bij storingen aan materieel of infrastructuur (seinen, wissels etc.). Aangeven hoe te handelen bij calamiteiten: een aanrijding met een ander spoorvoertuig, een wegvoertuig, een object of personen, brand in het railvoertuig of de rijtuigen 2.3.1 De kandidaat kan aangeven welke maatregelen genomen moeten worden in bijzondere situaties: - ontsporing; - aanrijding/botsing met personen, rail- en wegvoertuigen, objecten; - defecten aan de infra. 2.3.2 De kandidaat kan aangeven hoe de meldprocedure bij een incident met gevaarlijke stoffen op de juiste wijze ( meldkaartje gevaarlijke stoffen ) moet worden toegepast, kan de gevaren een calamiteit met gevaarlijke stoffen benoemen (UN, GEVI, gevaaretiketten) en kan aangeven hoe in het algemeen- te handelen. 2.3.3 De kandidaat kan aangeven hoe te handelen bij een calamiteit in een tunnel volgens afhandelingregels de infrabeheerders zowel bij reizigers- als bij goederenmaterieel. Module 3 Machinist Reizigers BB en VB Het verschil in de eisen voor de machinist Reizigers VB en BB is alleen gelegen in het type materieel (A of B) en de snelheid waarmee hij gaat rijden. Dat verschil komt tot uitdrukking in het praktijkexamen. 3.1 Reizigersmaterieel controleren en de geschiktheid voor veilig vervoer vaststellen (voorbereiden op de dienst) 3.1.1 De kandidaat voert operationele materieeltechnische controles en beproevingen uit aan het materieel. 3.1.2 De kandidaat schakelt bevoegde personen in wanneer bij controle een situatie wordt geconstateerd, die niet op grond eigen expertise of bevoegdheid afdoende beoordeeld kan worden. 3.1.3 De kandidaat verantwoordt waarom op grond uitgevoerde controles het besluit genomen is dat het spoorvoertuig al dan niet geschikt bevonden is voor veilig vervoer.

3.2 Rangeren met reizigersmaterieel ten behoeve het samenstellen treinen 3.2.1 De kandidaat bepaalt hoe, gegeven de eigenschappen het spoorvoertuig (maximum snelheid, remkarakteristieken trein en voertuig) en de eigenschappen de railinfrastructuur, op een technisch beheerste en verantwoorde manier met het spoorvoertuig gerangeerd moet worden. 3.2.2 De kandidaat voert ten behoeve zijn rangeertaak bedieningshandelingen in het voertuig uit op een technisch beheerste en verantwoorde wijze. 3.2.3 De kandidaat voert operationele controles uit bij het koppelen en ontkoppelen delen het spoorvoertuig/de trein en koppelt/ontkoppelt uit de cabine. 3.2.4 De kandidaat brengt een trein voor of rangeert deze af en maakt effectieve keuzes die een bijdrage leveren aan een tijdig, regelmatig en veilig verloop de rangeerbewegingen. 3.2.5 De kandidaat past op correcte wijze de toepassing zijnde veiligheidsprocedures toe; geeft zo nodig aanwijzingen die bijdragen aan een tijdig, veilig en regelmatig verloop de rangeerbeweging of volgt deze op. 3.2.6 De kandidaat begeleidt in voorkomende gevallen op correcte wijze een trein over in dienst zijnd spoor (piloteren). 3.2.7 De kandidaat bedient wissels, grendels en ontspoorblokken op niet centraal bediend gebied (NCBG). 3.3 Reizigersmaterieel rijden volgens wettelijke voorschriften, geldende seinbeelden en regelgeving en/of aanwijzingen treindienstleiders, LWB of andere relete personen 3.3.1 De kandidaat bepaalt hoe, gegeven de eigenschappen het spoorvoertuig (maximum snelheid, remkarakteristieken trein en voertuig) en de eigenschappen de railinfrastructuur, op een technisch beheerste en verantwoorde manier met het spoorvoertuig gereden moet worden. 3.3.2 De kandidaat kan de verschillen aangeven bij vertrekprocedures met en zonder treinpersoneel. 3.3.3 De kandidaat voert de vertrekprocedures uit zowel met als zonder treinpersoneel.

3.3.4 De kandidaat voert bedieningshandelingen uit op een technisch beheerste en verantwoorde wijze bij vertrekken, rijden op emplacementen, rijden in stations, rijden op de vrije baan, over wissels, remmen, bij materieeltechnische onregelmatigheden en bij het wegzetten het materieel. 3.3.5 De kandidaat versnelt en remt, rekening houdend met eigenschappen het spoorvoertuig en de railinfrastructuur. Stemt het rijgedrag goed af op de te volgen rijweg (met kennis de infra-inrichtingen die de rijsnelheid bepalen) en de te verwachten seinen. Rijdt anticiperend. In afwijkende/onbekende situaties gaat hij defensief rijden. 3.3.6 De kandidaat volgt continu en alert de aanwijzingen het beveiligingssysteem op, interpreteert en past toe, gegeven de eigenschappen het spoorvoertuig en het baanvak waarin gereden wordt. Hij kan daarbij aangeven hoe te handelen bij de geldende seinbeelden en regelgeving (zie bijlage welke seinen dit betreft). 3.3.7 De kandidaat rijdt met een snelheid waarbij in alle situaties de veiligheid, de dienstregeling en de karakteristieken het spoorvoertuig geborgd zijn. Daarnaast worden de punctualiteit en het energiezuinig rijden goed toegepast. 3.3.8 De kandidaat benoemt het belang op tijd rijden en energiezuinig rijden voor de onderneming en de reizigers. 3.3.9 De kandidaat: laat aan het eind de rit/dienst het spoorvoertuig in dienstvaardige staat en geborgd (geremd) achter en meldt zich af volgens de voorschriften; voert controles uit volgens de materieelgids; bepaalt zo nodig noodzakelijke activiteiten om de trein weer in bedrijfsvaardige staat te krijgen; meldt deze activiteiten aan de juiste personen.

3.4 Veiligheidsmaatregelen nemen bij calamiteiten en bij storingen aan het reizigersmaterieel en de infrastructuur 3.4.1 De kandidaat kan in aangeboden situaties bijzondere voorvallen (ontsporing, aanrijding/botsing) aangeven: wat de ernst het voorval is en wat de vereiste acties zijn en de juiste keuze maken in volgorde afhandeling; treinverkeer veilig stellen, redden mens en dier, omgeving en lading; wat de te volgen (meld)procedure is voor de afhandeling de onregelmatigheid en wie hij moet informeren over relete aspecten de onregelmatigheid; wat de relete zaken de situatie zijn en hoe hij het voorval volgens de voorschriften moet melden aan de treindienstleider en de verantwoordelijke het eigen bedrijf in verband met aanpassingen (bijsturing) wachtdienst etc. 3.4.2 De kandidaat laat in zijn gedrag zien dat hij zich bewust is de mogelijke gevaren bij calamiteiten, kan omgaan met de stress en doet wat hem wordt verwacht. 3.4.3 De kandidaat kan in gegeven voorbeeldsituaties aangeven hoe te handelen bij een calamiteit/incident in tunnels, op bruggen en viaducten of langs de vrije baan. Evacuatie reizigers, in overleg met treinpersoneel en volgens afhandelingscenario s de infrabeheerders. 3.5 De taak met de juiste werkhouding uitvoeren en adequaat gedrag laten zien, ook in afwijkende situaties 3.5.1 De kandidaat houdt in complexe, afwijkende situaties overzicht, stelt prioriteiten, maakt de juiste keuzes en gaat adequaat om met de spanning die daarbij komt kijken. 3.5.2 De kandidaat kijkt bij calamiteiten en onregelmatigheden naar zijn eigen rol, ziet de grenzen eigen mogelijkheden en capaciteiten, handelt op basis daar en schaalt op tijd op. Op tijd wil zeggen: zodra hij aan ziet komen dat de grenzen zijn bevoegdheid of expertise worden overschreden, of als de calamiteit een omg zou kunnen gaan krijgen die niet meer met zijn vermogens en binnen zijn bevoegdheden te regelen is. 3.5.3 De kandidaat meldt onregelmatigheden en onvolkomenheden aan de treindienstleider en/of de eigen organisatie. Dit mede op basis het zich medeverantwoordelijk voelen voor het gehele vervoersproces (zaken willen zien en er ook voor kiezen er iets mee te doen, te handelen). 3.5.4 De kandidaat blijft zich actief op de hoogte stellen veranderingen die belang zijn voor een veilige taakuitvoering.

3.5.5 De kandidaat past de regelgeving toe, anticipeert op de gegeven situatie en wijkt af de regelgeving als dat nodig is om gevaar af te wenden. Module 4 Machinist Goederen BB en VB Het verschil in de eisen voor de machinist Goederen VB en BB is alleen gelegen in het type materieel (A of B) en de snelheid waarmee hij gaat rijden. Dat verschil komt tot uitdrukking in het praktijkexamen. 4.1 Goederenmaterieel controleren en de geschiktheid voor veilig vervoer vaststellen (voorbereiden op de dienst) 4.1.1 De kandidaat: kan aangeven welke aspecten voor vertrek belang zijn; maakt de locomotief gereed en voert controles uit; voert de check uit op de voorwaarden om te mogen vertrekken (check dienstvaardige staat): - wagenlijst (kent de inhoud en controleert; realiseert zich wat hij rijdt); - relatie tussen beremmingsstaat en trein; - relatie tussen loc, trein en infra; - is de verplichte schriftelijke instructie op de trein aanwezig (raadplegen voor wat betreft bijzonderheden de te treffen maatregelen, RID 5.4.3); - is de technische controle uitgevoerd door de wagencontroleur; - zijn de treindocumenten aanwezig (bijvoorbeeld RID/VSG, informatie betreffende vervoer gevaarlijke stoffen, vrachtbrief + bijlagen); meldt zich voor vertrek gereed bij de treindienstleider. 4.1.2 De kandidaat schakelt bevoegde personen in wanneer bij controle een situatie wordt geconstateerd, die niet op grond eigen expertise of bevoegdheid afdoende beoordeeld kan worden. 4.1.3 De kandidaat verantwoordt waarom op grond uitgevoerde controles het besluit genomen is dat het spoorvoertuig al dan niet geschikt bevonden is voor veilig vervoer. 4.2 Rangeren met goederenmaterieel ten behoeve het samenstellen treinen en het begeleiden spoorvoertuigen op emplacementen 4.2.1 De kandidaat controleert voor aang de rangeerbeweging of de wagens geborgd zijn door handrem, keggen en/of andere voor dit doel gebruikte materialen en verwijdert deze.

4.2.2 De kandidaat bepaalt hoe, gegeven de eigenschappen het spoorvoertuig (maximum snelheid, remkarakteristieken trein en voertuig) en de eigenschappen de railinfrastructuur (maximum snelheid en ligging), op een technisch beheerste en verantwoorde manier met het spoorvoertuig gereden moet worden. 4.2.3 De kandidaat voert bedieningshandelingen uit op een technisch beheerste en verantwoorde wijze bij het rijden op niet beveiligde emplacementen, over niet vergrendelde wissels en niet gecontroleerde wissels zoals BROM-wissel, ontspoorblokken. Hij kan daarbij aangeven hoe te handelen bij de geldende seinbeelden en regelgeving. 4.2.4 De kandidaat voert operationele controles uit bij het koppelen en ontkoppelen delen het spoorvoertuig. 4.2.5 De kandidaat koppelt of ontkoppelt treinsamenstellingen en maakt op een verantwoorde wijze effectieve keuzes die een bijdrage leveren aan een tijdig, regelmatig en veilig verloop de rangeerbewegingen. Aandachtspunten: hij houdt rekening met veiligheidskritische aspecten met betrekking tot de beremming (luchtslangen, remkranen) en overbuffering; hij houdt rekening met de eigen veiligheid; hij draagt de persoonlijke beschermingsmiddelen; hij voert het fysieke werk correct uit; hij let op veilige afstand de wagens met ontplofbare stoffen klasse 1, 2 en 3 (ADR/RID) (gebruik schutwagen); hij kent de rangeeretiketten in het RID en handelt ernaar (13, 15). 4.2.6 De kandidaat begeleidt in voorkomende gevallen op correcte wijze een voertuig over indienstzijnd spoor (piloteren, bewaken overweg). 4.3 Goederentreinen besturen volgens wettelijke voorschriften, geldende seinbeelden/regelgeving en/of aanwijzingen treindienstleiders of andere relete personen 4.3.1 De kandidaat voert bedieningshandelingen uit op een technisch beheerste en verantwoorde wijze bij vertrekken, rijden op emplacementen, rijden in stations, rijden op de vrije baan, over wissels, remmen, bij materieeltechnische onregelmatigheden en bij het wegzetten het materieel. 4.3.2 De kandidaat toont het juiste (anticiperende en defensieve) rijgedrag op basis inzicht in de relatie tussen de rij- en remkarakteristieken de loc, de actuele snelheid, het gewicht de trein en de dienstregeling (treinpad).

4.3.3 De kandidaat kiest de juiste snelheid op grond dienstregeling, karakteristieken het spoorvoertuig en gewicht de trein. Hij toont inzicht in zijn speelruimte in de dienstregeling, anticipeert op seinen en de te rijden route. Hij houdt rekening met de situatie waarin hij rijdt; bijvoorbeeld net achter een stoptrein rijden. 4.3.4 De kandidaat laat zien dat hij economisch kan rijden op basis inzicht in de factoren die dat bepalen. Hij houdt een snelheid aan die bijdraagt aan een regelmatig verloop de rit. 4.3.5 De kandidaat volgt continu en alert de aanwijzingen het beveiligingssysteem op, interpreteert en past toe, gegeven de eigenschappen het spoorvoertuig en het baanvak waarin gereden wordt. Hij kan daarbij aangeven hoe te handelen bij de geldende seinbeelden en regelgeving (zie bijlage welke seinen dit betreft). 4.3.6 De kandidaat: laat aan het eind de rit/dienst het spoorvoertuig in dienstvaardige staat en geborgd (geremd) achter en meldt zich af volgens de voorschriften; voert controles uit volgens de materieelgids; bepaalt zo nodig noodzakelijke activiteiten om de trein weer in bedrijfsvaardige staat te krijgen; meldt deze activiteiten aan de juiste personen. 4.3.7 De kandidaat maakt juiste keuzes op grond inzicht in procedures, voorschriften en de consequenties die de keuzes hebben voor veiligheid en een effectief en efficiënt verloop de taken. 4.3.8 De kandidaat maakt op basis inzicht in de achtergronden de regelgeving verantwoorde keuzes in situaties waarin verschillende voorschriften toepassing kunnen zijn. 4.4 Veiligheidsmaatregelen nemen bij calamiteiten en bij storingen aan het goederenmaterieel en de railinfra 4.4.1 De kandidaat kan in gegeven voorbeeldsituaties aangeven hoe te reageren op bijzondere voorvallen (ontsporing, aanrijding/botsing): wat de ernst het voorval is en wat de vereiste acties zijn en de juiste keuze maken in volgorde afhandeling; treinverkeer veilig stellen, redden mens en dier, omgeving en lading; wat de te volgen (meld)procedure is voor de afhandeling de onregelmatigheid en wie hij moet informeren over relete aspecten de onregelmatigheid; wat de relete zaken de situatie zijn en hoe hij het voorval volgens de voorschriften moet melden aan de treindienstleider en de verantwoordelijke het eigen bedrijf in verband met aanpassingen (bijsturing) wachtdienst etc.

4.4.2 De kandidaat kan in gegeven voorbeeldsituaties aangeven hoe te handelen bij een calamiteit/incident met gevaarlijke stoffen: gebruikt daarbij het instructiekaartje; handelt op basis de aanduiding de gevaarindicatie gevaarlijke stoffen (UN, GEVI en gevaaretiketten); weegt de actiemogelijkheden af en maakt een keuze, rekening houdend met het type lading. 4.4.3 De kandidaat laat in zijn gedrag zien dat hij zich bewust is de mogelijke gevaren bij calamiteiten, kan omgaan met de stress en doet wat hem wordt verwacht. 4.5 De taak met de juiste werkhouding uitvoeren en adequaat gedrag laten zien, ook in afwijkende situaties 4.5.1 De kandidaat houdt in complexe, afwijkende situaties overzicht, stelt prioriteiten, maakt de juiste keuzes en gaat adequaat om met de spanning die daarbij komt kijken. 4.5.2 De kandidaat meldt onregelmatigheden en onvolkomenheden aan de treindienstleider en/of de eigen organisatie. Dit mede op basis het zich medeverantwoordelijk voelen voor het gehele vervoersproces (zaken willen zien en er ook voor kiezen er iets mee te doen, te handelen). Module 5 Veiligheidscommunicatie De vakbekwaamheidseisen staan vermeld in het examenprogramma veiligheidscommunicatie. De kandidaat ontgt na slagen voor het examen het certificaat Veiligheidscommunicatie. Dit certificaat is tevens geldig voor andere veiligheidsfuncties (rangeerder, wagencontroleur en treindienstleider). Wie al een certificaat Veiligheidscommunicatie heeft behaald voor een andere veiligheidsfunctie krijgt vrijstelling. Module 6 Rijden op ERMS-baanvakken Machinisten die op baanvakken gaan rijden met ERMS-beveiliging moeten beschikken over de certificaten het examenprogramma voor het profiel machinist Goederen of Reizigers en daarnaast voldoen aan de vakbekwaamheidseisen voor de certificaten ERMS. Zie hiervoor de vakbekwaamheidseisen voor ERMS.

3 Beoordeling de vakbekwaamheid VVRV voert namens de Minister Infrastructuur en Milieu de beoordeling (lees: examinering) uit waarmee wordt vastgesteld dat de kandidaat voldoet aan de noodzakelijke vakbekwaamheidseisen. 3.1 oelatingsvoorwaarden voor het examenprogramma Om toegelaten te worden tot de theorie-examens gelden de volgende voorwaarden. De kandidaat: heeft een opleiding gevolgd bij een erkend opleidingsinstituut; beheerst de Nederlandse taal op het niveau zoals omschreven in artikel 5 het BSP 2011 (de kandidaat kan naar het oordeel de spoorwegonderneming de voor de uitoefening de betrokken functie gebruikelijke procescommunicatie voeren en begrijpen. Dit komt overeen met niveau B1 het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor alen/2f de commissie Meijerink: praktische situaties met een onvoorzien aspect aankunnen; situaties en ervaringen kunnen omschrijven; een eenvoudige conversatie kunnen voeren. Om toegelaten te worden tot de praktijkexamens gelden de volgende extra voorwaarden. De kandidaat: is in dienst een spoorwegonderneming met een bedrijfsvergunning en veiligheidsattest voor het Nederlandse spoorwegnet of: indien niet in dienst een spoorwegonderneming- organiseert zijn praktijkexamen via een spoorwegonderneming met een bedrijfsvergunning en veiligheidsattest voor het Nederlandse spoorwegnet. Zie voor verdere toelichting over de voorwaarden voor toelating tot het examen en de afgifte voor de vergunning/bevoegdheidsbewijs de website VVRV. 3.2 beoordeling heorie-examen () Kennis en inzicht worden getoetst in een theorie-examen op de computer door middel meerkeuze vragen, meer antwoordvragen en invulvragen en in de vorm kleine casussen (ongeveer 30 vragen voor de module vergunning, 50 vragen voor de module algemeen en 25 vragen voor de module reizigers of goederen). Het examen is gericht op het kennen de regelgeving en procedures, het inzicht in de processen en de keten waarin de kandidaat werkt en het weten hoe te handelen. Bij het examen mag een rekenmachine worden gebruikt. Het digitale theorie-examen wordt georganiseerd door VVRV. De kandidaat kan op één dag voor meerdere modules de examens doen. Praktijkexamen () De vervoerder meldt uiterlijk zeven werkdagen voorafgaand aan het geplande praktijkexamen zowel de aspirant machinist als de betrokken praktijkexaminator aan bij het secretariaat VVRV en geeft daarbij aan op welke dag, tijden en lokatie het praktijkexamen start en eindigt. Praktijkexamens worden uitgevoerd aan de hand de beoordelingslijst VVRV. Deze wordt na afloop naar VVRV gestuurd/geüpload.

Het praktijkexamen kan slechts worden afgenomen als de kandidaat geslaagd is voor de theorieexamens Vergunning, Algemeen (voorheen Basiskennis genaamd) en machinist Reizigers en/of Goederen, het simulatie-examen Veiligheidscommunicatie en de betreffende weg- en materieelexamens. Het praktijkexamen moet bij voorkeur plaatsvinden binnen 6 maanden na het slagen voor het theorieexamen. Het praktijkexamen moet uiterlijk binnen een jaar na slagen zijn afgenomen. Als dat niet mogelijk is moet het theorie-examen machinist Reizigers of Goederen opnieuw worden afgelegd. In het praktijkexamen moeten situaties voorkomen die een goede afrondende beoordeling mogelijk maken. Het praktijkexamen omvat het rijden op een baanvak en materieelsoort waarvoor de kandidaat al weg- en materieelbekendheid heeft opgedaan (zie Uitvoeringsregels Praktijkexamen Machinist) en in een dienstuitvoering die qua complexiteit overeenkomt met zijn toekomstige taak. Voor de examenrit machinist Goederen geldt als eis een locomotief én minimaal 10-15 wagens (onderhoudsmachines/zelfrijdend gereedschap uitgezonderd). Het praktijkexamen duurt als geheel 5-7 uur. Daar wordt door de kandidaat ca 3-4 uur effectief gereden. Van de kandidaat wordt verwacht dat hij kan: aangeven wat hij gaat doen (te ondernemen stappen, waarop hij gaat letten en waarom); laten zien dat hij de taken in de praktijk correct uitvoert; reflecteren op de wijze waarop hij zijn werk uitvoert. De kandidaat moet bij de te beoordelen rit in het bezit zijn : signalerende kleding en veiligheidsschoenen (voor de functie aangewezen schoenen) en de door de opdrachtgever/vervoerder aangewezen persoonlijke uitrusting; een geldig legitimatiebewijs; eventueel een toegangspas (voor bijvoorbeeld Kijfhoek). Als één deze zaken niet aanwezig is kan het praktijkexamen geen doorgang vinden. Voor de uitvoering het praktijkexamen zijn Uitvoeringsregels en een Leidraad/ Instructie beschikbaar. 3.3 Normering en cesuur De kandidaat is geslaagd voor het theorie-examen als 80% de totaal te behalen score per module is behaald. De vragen kennen een weging: 1, 2 of 3 punten. Een onvoldoende score voor één de modules kan niet worden gecompenseerd door een voldoende voor een andere module. De kandidaat is voor het praktijkexamen geslaagd als hij de naar de mening de praktijkexaminator alle taken voldoende kan uitvoeren.