HANDLEIDING besturing deurbesturing voor: Industriële deuren met brandmeld-contact HW V 1.1 SW V 1.2 NL.
Inhoudsopgave 1 Omschrijving besturing 2 2 Veiligheidsvoorschriften 4 3 Montage 5 4 Aansluiten 6 5 in bedrijf nemen 14 6 menu 17 7 meldingen 24 8 Overzicht besturingsprint 27 Lees deze handleiding aandachtig door en bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 1
1 Omschrijving besturing De is een besturing welke (in combinatie met een elektrische aandrijving, voorzien van digitale eindafstelling, van GfA of Kostal) bedoeld is voor industriële deuren welke moeten sluiten in geval van een calamiteit. In combinatie met een noodstroomvoorziening kan de deur bij spanningsuitval nog worden gesloten. De bewegingen van de open en sluitrichtingen bij normaal bedrijf kunnen via het menu als dodeman of automatische beweging (puls) worden ingesteld. De bediening is mogelijk met de knoppen op de kast en door middel van externe op-stop-neer bediening. Ook kan dit door middel van een impuls bediening. Er is een ingang aanwezig om de bedieningen in of uit te schakelen. Op de deksel is een twee kleuren LED aanwezig welke groen is bij normaal bedrijf en rood wordt in geval van een storing, brand of spanningsuitval. De melding van de oorzaak van de rode LED wordt dan op het display op de besturingsprint van de weergegeven. De besturing kan worden uitgerust met noodstroomvoorziening zodat de deur nog kan sluiten als de netvoeding uitvalt. Bij brand of als de accu s van de noodstroomvoorziening bijna leeg zijn zal de deur worden gesloten. Er is een test functie aanwezig waarmee de deur op de noodstroomvoorziening dicht kan worden gestuurd om te testen of dit correct werkt. Door middel van een vluchtknop kan de deur, als de vaste voeding nog aanwezig is en de accu s van de noodstroomvoorziening voldoende capaciteit hebben, nog worden geopend bij calamiteit. Ook is in te stellen dat de deur nog met de open knop open kan en bij het loslaten hiervan de deur weer direct sluit. Dit laatste kan ook alleen als de netvoeding nog aanwezig is en de capaciteit van de accu s nog voldoende is. Bij normaal bedrijf zakt de deur totdat eindschakelaar dicht bereikt is. Bij brand of lage accu spanning kan worden ingesteld of de deur stopt bij de normale eindschakelaar dicht of tot de eindschakelaar overclose doorloopt. De positie van eindschakelaar overclose is via het menu in te stellen. Deze dient achter eindschakelaar dicht te worden ingesteld zodat de deur verder dicht gaat dan bij normaal bedrijf. Als de deur in beweging is, schakelt een potentiaalvrij wisselcontact waarop een sirene of andere signalering kan worden aangesloten. Tevens schakelt deze wanneer in het menu is gekozen om een voorwaarschuwing af te geven voordat de deur gaat sluiten. Deze stopt als de deur stopt met bewegen. Bij brand of bijna lege accu van de noodstroom voorziening schakelt er ook een potentiaalvrij wisselcontact waarop ook een sirene of andere signalering kan worden aangesloten. Verder zijn er nog diverse uitgangen aanwezig met één gemeenschappelijke common voor diverse meldingen door te kunnen geven. Het is mogelijk om een onderloopbeveiliging aan te sluiten. Dit kan een onderloopbeveiliging zijn door middel van luchtdrukcontact (i.c.m. 1,2KΩ), 8,2KΩ onderlooplijst of opto sensoren. Als bij normaal bedrijf voor automatisch sluiten is gekozen zal de deur stoppen en volledig openen of alleen stoppen bij bekrachtiging van de onderloopbeveiliging. Bij brand kan de onderloopbeveiliging actief blijven, of worden uitgeschakeld. Via het menu is de wachttijd voor de deur verder zakt na het activeren van de onderloopbeveiliging instelbaar. Wanneer de voeding nog aanwezig is kan er ook voor worden gekozen om de deur volledig te laten openen en dan opnieuw te laten sluiten bij bekrachtiging van de onderloop bij brand of lage accu capaciteit. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 2
Als de beveiliging wordt bekrachtig wanneer de vooreindschakelaar dicht bereikt is kan in het menu worden gekozen of deze dan alleen stopt daarop, of dat de onderloop dan wordt uitgeschakeld en doorloopt tot eindschakelaar dicht. De fotocelbeveiliging werkt alleen bij normaal bedrijf en de deur zal hierbij stoppen als deze wordt onderbroken. Door de knop sluiten los te laten en opnieuw in te drukken gaat de deur verder met sluiten. De fotocel wordt bij brand uitgeschakeld. In het menu kan een onderhoudscyclusteller worden geactiveerd. Als deze is geactiveerd en het aantal ingestelde cyclussen is bereikt wordt de led afwisselend rood en groen. Op het display verschijnt een melding. Bij onderbreken van het calimiteiten/brandmeld contact of als de accu s bijna leeg zijn (en de optie sluiten hierbij is gekozen) sluit de deur automatisch en dit kan zonder beveilging! De benodigde netvoeding bedraagt: 1N~230Vac +/- 10% (fase + nul + aarde) Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 3
2 Veiligheidsvoorschriften: Lees deze handleiding goed door alvorens aan te vangen met werkzaamheden aan deze besturing. Controleer de schroefverbindingen voor deze besturing in bedrijf wordt genomen. LET OP: Alvorens aanvang van werkzaamheden aan deze besturing, dient eerst de netvoeding te worden verbroken en de polen van de accu s worden losgemaakt. Het uitvoeren van werkzaamheden aan deze besturing onder spanning is levensgevaarlijk & kan ernstig letsel veroorzaken! Alleen gekwalificeerd personeel met juiste uitrusting en kennis zijn toegelaten om aan deze besturing werkzaamheden uit te voeren. Onder gekwalificeerd personeel wordt verstaan: personen welke vertrouwd zijn met het installeren, configureren, inbedrijfsname & werking van elektrisch aangedreven deur-, poortinstallaties. Zij dienen in staat te zijn de complete installatie te beoordelen, mogelijke gevaren te herkennen en de nodige beveiligingen aan te brengen. Veiligheidsrelevante voorschriften Een veilig gebruik van deze besturing kan alleen worden gegarandeerd wanneer deze wordt gebruikt als waarvoor bedoeld. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade welke is ontstaan door externe componenten of het niet naleven van deze instructies. Modificaties zijn uitsluitend toegestaan in overeenstemming met de fabrikant. Indien modificaties worden toegepast zonder toestemming van de fabrikant, is de verklaring van de fabrikant niet geldig. Bij installatie, inbedrijfsname, onderhoud en controle van de besturing dienen de voor het specifieke geval van toepassing zijnde veiligheids- en ongevallen-preventievoorschriften in acht te worden genomen. Pas uitsluitend veiligheidsproducten (als: onderloopbeveiligingen en fotocellen toe welke voldoen aan de geldende normen. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 4
3 Montage Voor een degelijke, professionele montage van deze besturing dienen o.a. de volgende punten gecontroleerd en nagezien te worden: De besturing dient in een goede, degelijke behuizing te zijn gemonteerd welke voldoet aan de nodige eisen t.b.v. de situatie ter plaatse. Om aan de benodigde IP-waarde te voldoen, dienen eventueel de kabeldoorgangen te worden vervangen. Eventueel dienen verdere afdichtingsmaatregelen getroffen te worden. PVC geïsoleerde bekabeling dient alleen in binnenruimten te worden toegepast. De fase van de voeding (1N~230Vac-50Hz, +/-10%) dient tegen kortsluiting en overbelasting te zijn gezekerd met een zekering. In geval van een voedingsleiding met een 3 polige 16A CEE stekker (fase, nul & aarde) geldt: monteer een 16A. wandcontactdoos in de directe nabijheid van de besturing en zeker de voeding af conform geldende normen/richtlijnen. Controleer na montage van de besturing en de voedingsleiding met wandcontactdoos of de schroefverbindingen degelijk zijn aangedraaid en of alles op de juiste wijze is aangesloten. In geval van een aansluiting op de installatie geldt het volgende: Sluit de besturing aan middels een vaste voedingsleiding aan en zeker de voeding af zoals eerder aangegeven. Ter onderbreking van de voeding dient een meerpolige schakelaar in de directe nabijheid van de besturing gemonteerd te zijn welke alle polen dient te onderbreken bij uitschakeling. Let op: de toegepaste schakelaar dient een contactopening te hebben welke voldoet aan de overspanning categorie III t.b.v. volledige scheiding. Er dient een gevaren analyse van de complete installatie door de installateur ter plaatse opgesteld te worden. Let hierbij op de betreffende deur of poort goed beveiligd is en dat deze geen beknellingsgevaar voor personen of objecten kan vormen. De installatie moet tenminste voldoen aan de Europese en plaatselijke geldende wetgevingen en normen. Conform de Europese wetgeving dient een automatische deur of poort te voldoen aan de Machine richtlijn 2006/42/EC en in het bijzonder de volgende standaarden: EN 12445; EN 12453; EN 12635 and EN 13241-1, welke een verklaring van conformiteit mogelijk maakt. De deur of poort moet tegen het voorbij lopen van de eindafstelling worden beschermd door middel van veiligheidseindschakelaars, mechanische aanslagen of andere veiligheidssystemen. De technische gegevens van eventueel toegepaste externe componenten zoals bijv.: fotocellen, verkeerslichten of inductielusdetectoren dienen gecontroleerd te worden. Deze mogen de max. toelaatbare belasting van de besturing niet overschrijden. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 5
4 Aansluiten De netvoeding (1N~230Vac) wordt aangesloten op klemmenstrook X1 (zie Figuur 1). Op X1 wordt tevens de ingaande voeding voor de noodstroomvoorziening aangesloten. Op klemmenstrook X2 wordt de uitgaande voeding van de noodstroomvoorziening aangesloten (zie Figuur 2). Wordt er geen noodstroomvoorziening gebruikt, sluit dan de vaste voeding ook aan op X2 (L en N). Sluit de aarde aan op X16! Figuur 1 Aansluiten netvoeding Figuur 2 Aansluiten met noodstroomvoorziening links, zonder noodstroomvoorziening rechts Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 6
De voeding voor de frequentie regelaar (1N~230Vac) wordt aangesloten op X15 (zie Figuur 3). Sluit de aarde aan op X16! Figuur 3 Aansluiten voeding frequentieregelaar De 3 fasen (3~230Vac) van de motor worden rechtstreeks op de frequentieregelaar (U-V-W) aangesloten terwijl de elektrische rem van de motor, middels een gelijkrichter, wordt aangesloten op klemmenstrook X14 (zie Figuur 4). Sluit de aarde aan op X16! Let op! Zorg ervoor dat de motor in driehoek staat. De uitgang van de frequentie regelaar is 3~230VAC. Figuur 4 Aansluiten motor Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 7
De aansturing van de frequentieregelaar wordt op klemmenstrook X13 aangesloten (zie Figuur 5). Figuur 5 Aansluiten aansturing frequentieregelaar De digitale eindschakelaar (DES) wordt op klemmenstrook X5 aangesloten (zie Figuur 6). Let op! Er kunnen twee typen encoders worden aangesloten, te weten van: Kostal en GFA. Voordat deze worden uitgewisseld is dient de besturing eerst naar fabrieksinstellingen te worden gereset door middel van parameter 9.5 instelling 1! Maak dan de installatie spanningsloos en wissel daarna pas de encoders uit voor een encoder van een ander type! Figuur 6 Aansluiten digitale eindschakelaar Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 8
Op klemmenstrook X7 kan een externe op-stop-neer bediening worden aangesloten (zie Figuur 7). Op X8 kan de dekselbediening inclusief controle led worden ingestoken. Wanneer X7 niet wordt gebruikt, moeten aansluitingen 1 en 2 voor de stopfunctie met een draadbrug worden doorverbonden. Figuur 7 Aansluiten op-stop-neer bediening Er kan een fotocel worden aangesloten op klemmenstrook X3 (zie Figuur 8). Tevens is op klemmenstrook X3 ook een aansluiting voor een 24Vdc voeding aanwezig voor voeding van een fotocel of eventuele andere accessoires als bijv.: een ontvanger. Deze kan tot 500mA worden belast. Als er geen fotocel wordt aangesloten, moet deze ingang worden doorverbonden met een draadbrug. Figuur 8 Aansluiten fotocel Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 9
Op klemmenstrook X9 kan een sleutelschakelaar op klemmen 7 en 8 worden aangesloten (zie Figuur 9) welke op de deksel wordt geplaatst waarmee de bediening in- en uit kan worden geschakeld. Wanneer deze sleutelschakelaar niet wordt gebruikt moet deze ingang worden doorverbonden met een draadbrug om de bediening te laten werken. Op klemmen 5 en 6 kan het potentiaalvrije N.C./verbreekcontact van de brandmeldcentrale of rookmelder worden aangesloten die wordt onderbroken in geval van brand/calamiteit. Indien deze ingang niet wordt gebruikt, dan moet deze worden doorverbonden met een draadbrug. Op klemmen 3 en 4 kan een vluchtknop worden aangesloten welke kan worden gebruikt om de deur te open bij brand/calamiteit. Op klemmen 1 en 2 kan een impulsgever als bijv.: trekschakelaar worden aangesloten welke de deur zowel kan openen als kan sluiten. Figuur 9 Aansluiten klem X9 Figuur 9.2 Aansluiten rook/brandmelders klem X9 (voeding: X3) Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 10
Op klemmenstrook X4 kan een onderloopbeveiliging worden aangesloten (zie Figuur 10). Dit kan een onderloopbeveiliging door middel van luchtdruk (DW-contact) in combinatie met een 1,2KΩ weerstand of door middel van elektrische knellijst met een weerstand van 8,2KΩ weerstand (elektrische knellijst) zijn. Het is tevens mogelijk een beveiliging middels opto sensoren aan te sluiten. Figuur 10 Aansluiten onderloopbeveiliging Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 11
Op klemmenstrook X11 zijn twee uitgangen als potentiaalvrije wisselcontacten aanwezig (zie Figuur 11). Eén hiervan is Sirene, deze schakelt wanneer de deur in beweging is. De andere is Alarm, deze schakelt als de BMC ingang actief is of als de accu van de noodstroomvoorziening bijna leeg is. Figuur 11 Uitgangen alarm en sirene Op klemmenstrook X10 zijn 8 uitgangen als potentiaalvrij N.O./maakcontact met één common/gemeenschappelijke aansluiting (zie Figuur 12). Deze uitgangen geven 8 meldingen door, te weten: 2. Eindschakelaar open bereikt (deur/rolluik open) 3. Eindschakelaar dicht bereikt (deur/rolluik dicht) 4. Overclose eindschakelaar bereikt 5. Veiligheidsketen van de motor onderbroken (thermo contact onderbroken of noodbediening actief) 6. Testfunctie actief 7. Onderloopbeveiliging geactiveerd defect (kan in het menu worden veranderd naar fotocel of beide) 8. Lage accu spanning noodstroomvoorziening 9. Geen vaste netvoeding aanwezig, noodstroomvoorziening actief (schakelt alleen al er een noodstroomvoorziening aanwezig is en actief is) Figuur 12 Melding op klem X10 Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 12
De RS232 aansluiting van de noodstroomvoorziening (indien aanwezig) wordt aangesloten op klemmenstrook X12 (zie Figuur 13). Aansluiting 5 is de common/-. Aansluiting 8 is lage batterij spanning en aansluiting 9 is spanningsuitval/geen netvoeding aanwezig. Figuur 13 RS232 aansluiting UPS Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 13
5 In bedrijf nemen Na het inschakelen van de netvoeding kan de deur met de drukknoop op de print dodeman* bediend worden. De draairichting moet overeen komen met de toetsen. Wanneer dit niet het geval is, dient de netvoeding verbroken te worden en 2 fasen (U en V) op de uitgang van de frequentieregelaar worden gewisseld. Na controle van de draairichting kunnen de eindposities ingesteld worden. Voor het instellen moet de besturing eerst zijn richting in stellen. Stuur hiervoor de besturing ongeveer 4 seconden een willekeurige richting op. Na het instellen van de eindposities kan de besturing via het menu naar wens worden geconfigureerd. Een belangrijke parameter om te configureren is de deurmodus (0.1). Laat deze parameter op 1 staan voor volledig dodeman bediening of zet deze op 2 voor puls bediend openen en dodeman sluiten of op 3 voor puls bediend openen en sluiten. DISPLAY : Beweging open eindpositie open beweging dicht eindpositie dicht geen eindposities Voor eindschakelaar Instellen van de eindposities open en dicht 1. Deur of poort met de pijl-toetsen en op de besturingsprint naar de gewenste positie open sturen. De bovenste verticale segmenten knipperen ondertussen (afb. 1). 2. De STOP/OK toets op de besturingsprint ca. 3 seconden indrukken tot de bovenste verticale segmenten doven en de onderste verticale segmenten gaan branden (afb. 2). 3. Deur of poort met de pijl-toetsen en op de besturingsprint naar de gewenste positie dicht sturen. De onderste verticale segmenten knipperen ondertussen (afb. 3). 4. De STOP/OK toets op de besturingsprint ca. 3 seconden indrukken tot de weergave verandert zoals hierboven (afb. 4) is aangegeven. De deur of poort kan nu dodeman* bediend worden. Fijn-afstelling en verplaatsen van de afstelling van de eindposities kan later eenvoudig via het menu (1.1 t/m 1.9). * Dodeman bediening: De deur of poort beweegt zolang de een pijl-toets wordt ingedrukt Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 14
Automatisch of dodeman bedrijf De deur loopt dodeman open en dicht als de besturing is ingesteld op fabrieksinstellingen. Indien gewenst kan de deur automatisch open lopen door parameter 0.1 op 2 te zetten in het menu. Automatisch open en dicht kan worden ingesteld door parameter 0.1 op 3 in te stellen. Beveiligingen Het is mogelijk op de besturing een onderloopbeveiliging aan te sluiten. Dit kan door middel van opto sensoren, luchtdrukcontact (i.c.m. 1,2KΩ) of een 8,2KΩ elektrische knellijst. Deze kan op X4 worden aangesloten. Met parameter 0.2 kan worden gekozen of deze automatisch wordt gedetecteerd of de aangesloten beveiliging vast kan worden ingesteld. Bij keuze automatische detectie dient de beveiliging met het opstarten van de besturing aanwezig te zijn en mag deze ook niet onderbroken of geactiveerd zijn. De beveiliging wordt dan alleen bij het opstarten gedetecteerd. Als er geen beveiliging wordt gedetecteerd met het opstarten verschijnt foutmelding 2.0 op het display. Als er is gekozen voor dodeman sluiten bij normaal bedrijf, zal er éénmalig foutmelding 2.0 verschijnen. Als er is gekozen voor automatisch sluiten, zal dit continue worden herhaald. Bij parameter 0.3 kan worden ingesteld wat de functie van de onderloopbeveiliging is bij normaal bedrijf. In geval van fabrieksinstellingen stopt de deur en gaat deze daarna volledig open. Via optie 2 kan worden gekozen om alleen te stoppen als de onderloop wordt bekrachtigd. Hierna moet een nieuw commando worden gegeven om de deur verder in beweging te zetten. Bij parameter 0.4 kan de functie worden ingesteld van de onderloopbeveiliging bij sluiten tijdens brand als ervoor gekozen is om te sluiten bij lage accuspanning van de noodstroomvoorziening (parameter 3.7 ingesteld op 2). Bij de fabrieksinstelling is de onderloop uitgeschakeld. Bij optie 2 stopt de deur met zakken en wacht, een op parameter 0.5 ingestelde tijd, en sluit dan verder. Bij optie 3 gaat de deur, indien de vaste voeding nog aanwezig is, volledig open wacht dan de op parameter 0.5 ingestelde tijd en sluit dan opnieuw. Als de netvoeding niet aanwezig is, stop de deur alleen en sluit na de op parameter 0.5 ingestelde tijd verder. Met parameter 3.6 kan worden gekozen om de onderloop bij brand uit te schakelen als deze niet aanwezig of onderbroken is als de BMC ingang actief word. Bij parameter 3.5 kan worden kozen om het aantal keren stoppen door de onderloopbeveiliging te beperken. Als hiervoor is gekozen, kan bij parameter 1.9 worden geselecteerd of de onderloopbeveiliging wordt genegeerd als het maximaal aantal pogingen is bereikt (dus zonder onderloop verder sluiten), of dat de deur 2 seconde terug opent en dan stopt. Er is naast de onderloopbeveiliging ook een mogelijkheid om een fotocel aan te sluiten. Deze werkt alleen bij normaal bedrijf als er voor gekozen is om automatisch te sluiten. De deur zal dan stoppen als deze geactiveerd wordt en daarna volledig worden open gestuurd. Bij brand wordt de fotocel uitgeschakeld. Impuls functie Op de besturing is een impuls ingang aanwezig. Indien een richting dodeman is, moet de impuls worden vastgehouden in die richting. Wanneer deze dan wordt losgelaten stopt de aandrijving. Als er dan weer wordt gedrukt, wordt de andere richting actief. Als er voor automatisch openen is gekozen loopt de deur volgens fabrieksinstellingen door totdat deze eindschakelaar open heeft bereikt en kan daarna pas door de impuls ingang terug omlaag Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 15
worden gestuurd. Door paramater 2.2 om te zetten naar instelling 2 kan de deur ook worden gestopt tijdens het open lopen door de impuls ingang nogmaals te activeren. En bij een volgende activatie van de impuls ingang zal de deur dodeman naar benden lopen zolang de impuls ingang actief blijft. BM-functie Als het BMC (Brand Meld Contact) wordt geactiveerd zal de deur sluiten. Bij de standaard fabrieksinstelling zakt de deur totdat deze eindschakelaar dicht heeft bereikt. Wanneer de deur verder moet zakken dan eindschakelaar dicht kan de optionele overclose eindschakelaar worden gebruikt. Hiervoor moet parameter 3.1 op instelling 2 worden gezet. De normale open knop kan met parameter 3.3 worden in- of uitgeschakeld als de BM functie actief is. Als deze actief is zal de deur bij het indrukken dodeman open lopen en bij het loslaten gaat deze direct weer dicht. De BM-functie kan worden verlengd nadat de BMC ingang terug gesloten is. Dit is instelbaar met parameter 3.4 van 0 t/m 240 seconden. Er is een ingang aanwezig om een vluchtknop aan te sluiten. Door bediening van deze knop wordt de deur geopend en als de wachttijd, welke bij parameter 3.2 instelbaar is van 1 t/m 240 seconden, verlopen is weer sluiten. Tijdens deze wachttijd kan de knop dicht worden gebruikt om de deur direct te sluiten. LET OP: Wanneer de netvoeding is uitgevallen kan de deur niet geopend worden! Er kan worden gekozen bij het openen van de deur met de vluchtknop of normale open knop tijdens brand of dit volledig open is, of een ingestelde tussenpositie. Deze positie kan bij parameter en 1.7 worden ingesteld en met parameter 1.6 worden geactiveerd. Het activeren kan pas als bij parameter 1.7 een positie ingesteld is. Testfunctie en spanningsuitval Als de testfunctie actief is zal er een melding op het display verschijnen en zal de rode led oplichten. Bij spanningsuitval als er een noodstroomvoorziening aanwezig is zal de rode led tevens oplichten. De voeding schakelt om naar de noodstroomvoorziening en de deur kan alleen nog maar worden gesloten en niet meer worden geopend. De testfunctie is ervoor bedoeld om te controleren of de deur nog op de noodstroomvoorziening sluit. Lage accu spanning noodstroomvoorziening Als de noodstroomvoorziening een te lage accu spanning heeft, wordt dit doorgegeven door middel van de RS232 aansluiting van de UPS naar de besturing. Er wordt dan een melding gegeven op het display en de rode led op de besturing zal gaan branden. Bij standaardfabrieksinstellingen zal de deur dan ook sluiten. Als dit niet wenselijk is kan dit worden uitgeschakeld door middel van parameter 3.7. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 16
Meldingen Op de besturing is een potentiaalvrij wisselcontact aanwezig waarop een sirene of waarschuwingslamp kan worden aangesloten. Dit contact schakelt als de deur in beweging is. Verder is er nog een potentiaal vrij wisselcontact, alarm, dat schakelt als de BMC ingang actief is of als ervoor gekozen is om de deur te sluiten bij een lage accuspanning van de noodstroomvoorziening. Er zijn 8 meldingen die een gezamenlijke common hebben en verder allemaal als potentiaalvrij N.O./maak- contact zijn uitgevoerd. Dit zijn de volgende meldingen: -Eindschakelaar open bereikt -Eindschakelaar dicht bereikt - Overclose eindschakelaar bereikt -Veiligheidsketen motor onderbroken -Testfunctie actief -Onderloopbeveiliging geactiveerd/defect, instelbaar met parameter 2.3 of er alleen melding wordt gegeven van de onderloopbeveiliging of alleen van de fotocel of beide. -Lage accuspanning noodstroomvoorziening -Geen netvoeding aanwezig (werkt alleen als er een noodstroomvoorziening aanwezig is) Onderhoudsteller In het menu kan, met parameter 8.7, een onderhoudsteller worden geactiveerd. Met parameter 8.5 kan dan het aantal deuropeningen (per 1.000) worden ingesteld voordat er een onderhoudsmelding wordt gegeven. Wanneer deze teller bij nul komt gaat de Led op de deksel wisselend rood en groen knipperen (als er geen foutmelding actief is) en op het display verschijnt de melding C.S.. 6 Menu Instellingen kunnen worden gemaakt door middel van een menu. Op de print bevinden zich rechts naast het display 3 drukknoppen te weten:, en stop/ok (zie afbeelding). Deze werken in normaal bedrijf als op-stop-neer bediening. Het menu kan worden geopend door de knop stop/ok circa 3 seconden in te drukken. Er kan dan door de parameters worden gescrold met knoppen en. Als de juiste parameter is bereikt kan deze worden geopend door op stop/ok te drukken. Dan kan deze met de knoppen en worden gewijzigd. Om weer terug te gaan naar het menu en de wijziging te bevestigen druk kort op stop/ok. Om het menu te verlaten ga dan naar parameter 0.0 en druk kort op stop/ok. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 17
Parameter Omschrijving Instellingen 0.0 Menu verlaten Verlaat het menu door op stop/ok te drukken 0.1 Keuze beweging dodeman of automatisch (standaard instelling:.1).1 Dodeman open, dodeman sluiten.2 Automatisch open, dodeman sluiten.3 Automatisch open, 0.2 Keuze type onderloop (standaard instelling:.1) 0.3 Keuze functie knelbeveiliging bij normaal bedrijf (standaard instelling:.1) 0.4 Keuze knelbeveiliging bij brand (standaard instelling:.1) 0.5 Tijd opnieuw sluiten bij brand na activering onderloop (standaard instelling: 3 s.) 0.6 Keuze functie vooreindschakelaar dicht (standaard instelling:.1) 0.7 Retourtijd knelbeveiliging sluitrichting (standaard instelling:.0) automatisch sluiten.1 Automatisch detecteren.2 Keuze opto sensoren.3 keuze 1K2 DW/luchtdruk contact.4 keuze 8K2 elektrische knellijst.5 Geen onderloop.1 stoppen en de deur/het rolluik volledig terug open sturen.2 Stoppen als knelbeveiliging wordt geactiveerd en pas na opnieuw indrukken sluit knop verder gaan.1 Knelbeveiliging uitschakelen.2 Stoppen als knelbeveiliging wordt geactiveerd en na ingestelde tijd (parameter 0.5) verder gaan met sluiten..3 Als voeding nog aanwezig is volledig open gaan, en als voeding niet aanwezig is stoppen en na ingestelde tijd (parameter 0.5) opnieuw sluiten 2 t/m 60 seconden.1 Stoppen op bekrachtiging onderloop.2 Onderloop uitschakelen/negeren.0 Sneller.1.2.3 Langzamer Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 18
Parameter Omschrijving Instellingen 1.1 Eindpositie open Gewenste eindpositie open instellen. De deur naar eindpositie open sturen en dan de stop/ok knop op de print drukken om te bevestigen of op stop knop op deksel om te annuleren. 1.2 Eindpositie dicht Gewenste eindpositie dicht instellen. De deur naar eindpositie dicht sturen en dan de stop/ok knop op de print drukken om te bevestigen of op stop knop op deksel om te annuleren. 1.3 Fijn-afstelling eindpositie open Open positie naar boven of beneden bijstellen. +/- 0 t/m 9. 1.4 Fijn-afstelling eindpositie dicht Sluit positie naar boven of beneden bijstellen. +/- 0 t/m 9. 1.5 Vooreindpositie dicht bijstellen Vooreindpositie dicht positie naar boven of beneden bijstellen. +/- 0 t/m 9. 1.6 Halve opening voor vluchten bij brand in/uit schakelen (kan pas worden veranderd als parameter 1.7 ingesteld is).1 Uitgeschakeld, deur gaat bij vluchten bij brand volledig open.2 Ingeschakeld, deur gaat bij vluchten bij brand naar de positie de bij parameter 1.7 is 1.7 Halve opening voor vluchten bij brand 1.9 Fijn-afstelling overclose eindschakelaar ingesteld. Gewenste eindpositie half open bij vluchten brand instellen. De deur naar de gewenste positie sturen en dan de stop/ok knop op de print drukken om te bevestigen of op stop knop op deksel om te annuleren. Overclose positie naar boven of beneden bijstellen. +/- 0 t/m 9. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 19
Parameter Omschrijving 2.1 Naloopcorrectie (standaard instelling:.1) 2.2 Functie impuls ingang bij keuze parameter 0.1 op automatisch openen (standaard instelling:.1) 2.3 Automatisch sluiten tijd bij normaal bedrijf. (standaard instelling: 0) 2.4 Functie fotocel tijdens aftellen automatisch sluiten tijd bij normaal bedrijf. (standaard instelling:.0) 2.5 Aantal heropeningen bij automatisch sluiten en bekrachtiging onderloop (standaard instelling: 2) 2.7 Voorwaarschuwing voor sluiten bij normaal bedrijf (standaard instelling: 0 s.) 2.8 Voorwaarschuwing voor sluiten bij brand of lege accu (standaard instelling: 0 s.) Instellingen.1 Uitgeschakeld.2 Ingeschakeld.1 niet te stoppen bij openrichting.2 te stoppen in openrichting 0 = uitgeschakeld 1 t/m 240 seconden.0 Tijd wordt opnieuw gestart bij onderbreking fotocel.1 Na onderbreking fotocel zal de deur na 3 seconde sluiten ongeacht de tijd die nog over is 1 t/m 10 0 t/m 60 Seconden 0 t/m 60 Seconden Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 20
Parameter Omschrijving 3.1 Keuze eindschakelaar dicht bij brand (standaard instelling:.1) 3.2 Automatisch sluiten tijd bij gebruik vluchtknop bij brand (standaard instelling: 1 s.) 3.3 Functie normale openknop bij brand (standaardinstelling.1) 3.4 BM functie verlengen nadat BMC actief is geweest (standaard instelling: 0 s.) 3.5 Aantal pogingen voordat onderloop wordt genegeerd bij sluiten bij brand als onderloop actief is. 0 = aantal pogingen oneindig. (standaard instelling: 0) 3.6 Onderloop negeren als deze niet wordt gedetecteerd bij actief worden BMC 3.7 Functie bij lage accuspanning (standaard instelling:.2) 3.8 Stopknop bij brand (standaard instelling:.1) 3.9 Als bij parameter 0.4 op.3 is ingesteld en vaste voeding nog aanwezig is en parameter 3.5 niet op 0 ingesteld is. Dan kan hierbij worden gekozen of de deur na de maximaal aantal heropeningen door de onderloop deze negeert en zonder onderloop dicht loopt of twee seconde terug wordt gestuurd en stopt (standaardinstelling:.1) Instellingen.1 Normale eindschakelaar dicht gebruiken.2 Overclose eindschakelaar gebruiken 1 t/m 240 seconden.1 Open knop uitgeschakeld.2 Dodeman open bij indrukken en direct terug dicht na loslaten 0 t/m 140 seconden 0 t/m 10 pogingen.1 Inschakelen deur sluit zonder beveiliging.2 Uitschakelen deur blijft open staan.1 Alleen melding geven.2 Deur laten sluiten en melding geven.1 Stopknop inschakelen bij brand. Deur stopt bij indrukken en sluitbeweging gaat verder bij loslaten..2 Stopknop uitschakelen bij brand.1 Verder dicht lopen zonder onderloopbeveiliging.2 Twee seconde terug open lopen en stoppen 3. Stoppen Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 21
Parameter Omschrijving 4.1 Bij brand, keuze deur direct volledig dicht of eerst tussen stop bij extra eindschakelaar (S6) maken en daarna bij 4.2 instelde tijd verder sluiten (niet mogelijk als parameter 3.1 op 2 staat!) (standaard instelling:.1) 4.2 Wachttijd bij tussenstop als parameter 4.2 op.2 ingesteld is (standaard instelling: 1 s.) Parameter Omschrijving 5.1 Functie sirene uitgang (standaard instelling:.1) 5.2 Functie (potentiaalvrij N.C. contact met gemeenschappelijke Common) melding beveiliging onderbroken/defect (standaard instelling:.1) Instellingen.1 Deur direct volledig dicht.2 Tussenstop bij extra eindschakelaar 1 t/m 240 seconden Instellingen.1 Schakelt tijdens voorwaarschuwing en als de deur in beweging is.2 Schakelt alleen als de deur in beweging is.3 Schakelt alleen bij brandmelding, rookmelding of lage accu spanning tijdens voorwaarschuwing en als de deur in beweging is.4 Schakelt alleen bij brandmelding, rookmelding of lage accu spanning als de deur in beweging is.1 Alleen melding voor onderloopbeveiliging onderbroken/defect.2 Alleen melding fotocel onderbroken/defect.3 Melding fotocel en onderloopbeveiliging onderbroken/defect Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 22
Parameter Omschrijving 8.5 Aantal cycli voor onderhoud per 1000 cycli instelbaar van 1.000 (= 1)tot en met 99.000 (= 99) 8.7 Onderhoudsteller in- of uitschakelen 8.9 Weergave onderhoudscyclusteller Instellingen 1 t/m 99.1 Uitgeschakeld.2 Ingeschakeld Onderhoudscyclusteller wordt weergegeven. Deze telt af van de ingestelde waarde naar 0. Bij nul wordt een melding gegeven om onderhoud te plegen. Parameter Omschrijving Instellingen 9.1 Cyclusteller Aantal volledig gemaakte openingen van de deur. 9.2 Laatste twee foutmeldingen Hier worden de laatste twee foutmeldingen die zijn veroorzaakt weergegeven. 9.3 Programmeringsveranderingen Het aantal veranderingen in het menu wordt weergegeven. 9.4 Aflezen software versie Software versie wordt weergegeven 9.5 Reset naar fabrieksinstellingen.0 geen reset uitvoeren terug naar menu.1 reset uitvoeren besturing opnieuw opstarten Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 23
7 Meldingen Wanneer de 24Vdc voeding wordt overbelast, dooft de punt in het midden op het display uit. Wanneer de bediening wordt uitgeschakeld, licht het punt rechts op het display aan. 7.1 Statusmeldingen Melding Omschrijving E 1.1 Bediening open actief E 1.2 Bediening stop actief E 1.3 Bediening dicht actief E 1.4 BMC ingang actief/onderbroken E 1.5 Vluchtknop actief E 1.6 Testfunctie actief C.S. Onderhoudscyclus bereikt (pleeg onderhoud aan de deur en stel parameter 8.5 opnieuw in) 7.2 Foutmeldingen Melding Omschrijving Aanbeveling/uitleg F 1.3 Thermo contact of noodhandbediening motor geactiveerd Indien de motor thermisch overbelast uitgeschakeld is, laat deze dan afkoelen. Indien de noodhandbediening van de motor geactiveerd is, deactiveer deze dan. Controleer het circuit tussen X5 klemmen (+24V en thermo). Dit moet een gesloten circuit zijn. F 2.0 Geen onderloop aanwezig Deze melding wordt gegeven als er voor gekozen is om de onderloopbeveiliging automatisch te detecteren. Wanneer tijdens het opstarten van de besturing de onderloopbeveiliging niet wordt gedetecteerd zal eenmalig deze melding verschijnen. Als er wel een onderloop is aangesloten controleer dan of deze juist is aangesloten op klem X11. De ogen van opto sensoren moeten elkaar zien met het opstarten van de besturing. Een 1K2 of 8K2 weerstand moet aanwezig zijn op de klemmen bij opstarten van de besturing. Stel eventueel het type onderloop handmatig in via het menu. F 2.1 Fotocel geactiveerd De fotocellen zijn onderbroken. Dit kan zijn door het passeren van de deur. Als deze melding blijft controleer dan of de fotocel goed uitgelijnd is en dat de lens schoon is. Controleer het elektrisch circuit dat is aangesloten op X9. Als de fotocellen niet onderbroken zijn moet het elektrisch circuit op X9 (1& 2) gesloten zijn. Als er geen fotocellen worden gebruikt, plaats dan een draadbrug onder deze aansluiting. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 24
Melding Omschrijving Aanbeveling/uitleg F 2.2 Onderloopbeveiliging tijdens Controleer of er een obstakel in de deur opening automatisch sluiten op parameter 2.5 ingesteld aantal pogingen gedaan aanwezig is. Als dat zo is verwijder deze en geef een en nieuw commando om de deur te sluiten. Als dat niet zo is controleer dan of de onderloopbeveiliging nog in orde is of en vooreindschakelaar dicht juist F 2.4 F 2.5 F 2.6 F 2.7 F 2.8 8K2 Onderloopbeveiliging geactiveerd 8K2 onderloopbeveiliging defect 1K2 Onderloopbeveiliging geactiveerd 1K2 onderloopbeveiliging defect 1K2 onderloopbeveiligingstest negatief afgesteld is. De 8K2 onderloopbeveiliging is geactiveerd, dit kan zijn door een obstakel in de deur opening. Als er geen obstakel in de deur opening aanwezig is en deze melding blijft verschijnen controleer dan of de weerstand van de lijst op klem X11 (GND en 1K2/8K2 ingang) nog 8,2KOhm is controleer de weerstand van de lijst op klem X11 (GND en 1K2/8K2 ingang) nog 8,2KOhm is. Controleer de spiraalsnoer op een eventuele kabelbreuk. De 8K2 onderloopbeveiliging is geactiveerd, dit kan zijn door een op stakel in de deur opening. Als er geen obstakel in de deur opening aanwezig is en deze melding blijft verschijnen controleer dan of de weerstand van de lijst op klem X11 (GND en 1K2/8K2 ingang) nog 1,2KOhm is Controleer of de weerstand van de lijst op klem X11 (GND en 1K2/8K2 ingang) nog 1,2KOhm is. Controleer de spiraalsnoer op een eventuele kabelbreuk. Controleer of de weerstand van de lijst op klem X11 (GND en 1K2/8K2 ingang) nog 1,2KOhm is. Controleer de spiraalsnoer op een eventuele kabelbreuk. Controleer of de vooreindschakelaar juist is afgesteld en of het onderlooprubber voldoende wordt ingedrukt als de deur gesloten is. F 2.9 Opto sensor geactiveerd De opto onderloopbeveiliging is onderbroken. Dit kan door een obstakel in de deur opening. Als dit niet het geval is en deze melding blijft verschijnen, controleer dan of de ogen elkaar nog zien. Controleer ook de aansluitingen op X11 (+12V en voor de 12V voeding en opto ingang voor het signaal). Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 25
Melding Omschrijving Aanbeveling/uitleg F 3.1 Nood eindschakelaar geactiveerd Buiten bereik van eindschakelaars. Het kan zijn dat de noodbediening gebruikt is. Breng de motor met handbediening terug binnen het bereik van de eindschakelaars. F 5.1 Fout in Rom geheugen Rom geheugen check is mislukt. Start de besturing opnieuw op. Mocht dit niet lukken, wissel dan de besturing uit. F 5.5 DES (digitale eindschakelaar) fout Kan niet communiceren met digitale eindschakelaar. Controleer de aansluitingen van de digitale eindschakelaar op X5. Controleer de voeding voor de DES tussen X5 klemmen +12V en GND. Controleer de verbindingen X5 klemmen A en B. Wissel de digitale eindschakelaar van de motor uit indien deze defect is. F 5.6 Fout in deurbeweging Controleer de deur mechanisch. Controleer of de motor wordt aangestuurd door de frequentieregelaar. En kijk of de frequentieregelaar geen foutmelding aangeeft. Indien deze een foutmelding aangeeft, raadpleeg de handleiding van de frequentieregelaar en los deze storing eerst op. Controleer de ingestelde snelheden op de frequentieregelaar. Zet deze eventueel omhoog indien deze niet de maximum van 50 HZ hebben bereikt. F 5.7 Fout in draairichting De draairichting is na het aanleren van de eindposities gewisseld. Controleer of de deur met de op knop openloopt. Indien dit het geval is, reset de besturing dan naar fabrieksinstelling met parameter 9.5 van het menu. En leer de eindposities opnieuw in. Indien de motor de verkeerde kan oploopt, verwissel dan aansluiting U en W bij de frequentieregelaar om de draairichting van de motor te veranderen. F 7.0 Geen netvoeding aanwezig Deze melding wordt weergegeven als de netvoeding niet aanwezig is. De besturing werkt dan alleen nog op de accu s. De deur kan nu niet meer worden bediend. Deze zal alleen nog zakken als het brandmeld contact wordt geactiveerd. F 7.1 Lage accu spanning of 24V overbelast Deze melding wordt weergegeven als de spanning van de accu s onder het, in het menu ingestelde, niveau komt of als de voeding inzakt door overbelasting. Als de netvoeding aanwezig is en er geen storing is brandt de LED op de deksel groen. Wanneer er een storing optreedt, het BM-contact actief is of de testfunctie actief is, brandt deze rood. Indien de onderhoudscyclusteller afgelopen is knippert deze afwisselend rood en groen. Pleeg dan onderhoud aan de deur en besturing. En zet dan parameter 8.5 op de gewenste stand zodat de onderhoudsteller opnieuw kan beginnen. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 26
8 Overzicht besturingsprint Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 27
Uw installateur: RDA B.V. Parallelweg 3b 5165 RE Waspik T +31 (0) 416 66 00 44 E info@rda-bv.nl www.rda-bv.nl Dit symbool (doorgekruiste vuilnisbak) betekent dat de eindgebruiker apart van het huishoudelijk afval, voor de verwijdering van dit product dient te zorgen. Het doel van de identificatie met het betreffende symbool is de verwijdering van elektrische en elektronische huishoudelijke apparaten als onsorteerbaar afval tot een minimum te beperken, zodat belasting op het milieu en de gezondheid kan worden vermeden. Bewaar deze handleiding met bijlagen zorgvuldig! 28