NT00152_742 Nadere Toegang op inv. nr 742 uit het archief van het Stadsbestuur Rhenen, 1337-1851 (152) H.J. Postema September 2014
Inleiding In het archief van het stadsbestuur Rhenen bevind zich ook een aantal inventarisnummers met stukken van de kerkmeesters. Dit document bevat regesten van diverse stukken ingekomen bij de kerkmeesters over de periode 1588-1803. 2
Regesten 1588 Extract van akte van 7-1-1577. Sententie van Aelbert Verweij als gemachtigde van Johan de Keijser, cameraar-kerkmeester, contra Geurt Jansz en Jacob van Rhenen. De kerkmeesters hebben begin november 1566 besteed een zand gelegen bij Remmerden binnen de kerkenhoeve, strekkende tot in de Rijn toe recht tegenover der Greuningenland. Dat bestek heeft meer dan een jaar rustig gelegen. De gedaagde wordt gecondemneerd 12 gulden, die de kerk daardoor schade geleden had, te betalen. 18-9-1588 Johan de Keijser (52) en Joachim Stevensz (69), mede-schepenen, mitsgaders Geertruijdt de Cruijff (60), inwoonster van Rhenen, verklaren ten gerechtelijk verzoek van Aernt van Eck, cameraerkerkmeester te Rhenen, bij hun gedane eed, dat het kleiland waarover een rechtzaak is tussen de kerk van Rhenen en die Bengers als erfgenamen van Jorden van Eck, een grote, merkelijke, lange tijd van de bovenste kerk krib waar de kerk het zand heeft doen besteken, en dat de kerk nog een hele weiweerd heeft liggen tussen dit kleiland en het land tussen de kerk ter eenre en de Bengers ter andere zijde. Zij verklaren dat het land tussen de bovenste krib van de kerk en het hof tegenover het huis van de kerk geenszins gemeenschap heeft met het kleiland tussen de kerk en Bengers. 17-6-1592 Enige tijd geleden is er een rechtzaak geweest tussen de kerkmeesters van de Cunerakerk en Johan Roelofse als man van zijn vrouw, geassisteerd met Rochus van Dulcken, Reijer van Hattem, Gerrit Noest, Johan van Ewick, schout te Lienden, en Jan van Wijck vanwege de onmondige kinderen van zaliger Adriaen Willemsz, waarvoor Johan Roelofsz en Rochus van Dulcken zich sterkmaken, beroerende het gewin bij Adriaen Willemsz gemaakt op 12 morgen land in de Marsch, genaamd den Borrenkamp, die de kerk uit krachte van dit verwin voor 11 jaren heeft moeten abandoneren en missen. Deze kwestie is door tussenspraak van Herman Scharpinck, burgemeester van Rhenen, mr. Willem van Oosterzee, kerkendienaar, en Pelgrom Cornelisz, schepen, daartoe door de kerkmeesters verzocht aan de ene kant en Reijer van Hattem, Gerrit Noest, Johan van Ewick en Johan van Wijck aan de andere kant geaccordeerd dat Jan Roelofsz en Rochus van Dulcken ieder zullen overgeven aan de kerk dit genoemde verwin. Daarvoor zal de kerk hen betalen 300 gulden. Als kerkmeesters tekenen Andries van Bemmel, Jan Toll en Aelbert Verweij. 3
19-10-1593 Extract van 6-9-1593. Op het verzoekschrift van de kerkmeesters contra Dulcken ordonneren de partijen alsnog te dupliceren. 19-7-1611 Magistraat en kerkmeesters accorderen met Aelbert Kiespennen?, orgelmaker, nopende het onderhouden van het orgel dat nu in behoorlijke reparatie is gebracht. De orgelmaker zal eens per jaar naar Rhenen komen om het orgel te visiteren en de gebreken te repareren. 15-11-1613 Om misverstand te voorkomen tussen de kerkmeesters en Balthasar van de Vecht, dijkgraaf, mitsgaders Cunegunda van Weeze, wed. van Sparwoude, nopens het vervolgen van een bepaald zand liggende voor de Remmerdenweerd, strekkende tot aan de waard van deze dijkgraaf en juffr. van Weeze, zo is het dat zij accorderen dat zij een kribbe zullen leggen op gezamenlijke kosten en gezamenlijk onderhoud. 29-7-1623 Brief van Jacobus van Amstel van Mijnden heeft bezwaar tegen het leggen van een krib in de weerd van Remmerden. 13-11-1623 Alzo de kerkmeesters op ernstig verzoek van Conradus Bresser na enige moeilijkheden de erfgenamen van diens moeder, Josina Cnippinck, hebben geconsenteerd dat haar lichaam op het koor, bij haar man Coenraet Knippinck, mag worden gelegd, mits betalende de gerechtigheid daartoe staande. Hij bedankt de kerkmeesters. 8-1642 Verzoekschrift aan het Hof van Gelderland. Antoni Bos verklaart dat de heemraden en dijkgraven van de Marsch hem hebben geciteerd zijn landrecht te verbeuren omdat hij zeker brug of vonder die zij daar gelegd zouden hebben, zou hebben weggenomen. Antoni is kerkmeester te Rhenen. Met een akte van 1-8-1642 dat Antoni op 26-7- 1642 deze burg, door Cornelis Cornelisz van Schoonhoven gelegd over de Clinckwetering ten einde de weijde van Pauwels Cornelisz Taets, met geweld heeft afgebroken. 1699 Kopie van boedelinventaris van 4-6-1695 van de goederen van Gerrit van Grootvelt gehuwd met Belitje van Wees, zoals zij die aan de kerk te Rhenen hebben overgegeven. Het gaat om paarden, koeien, schapen, winter- en zomerkoorn, huisraad en vlees. 19-3-1789 Brief van diaken Jan Claasen Kruimel uit Beekbergen aan de diakenen. Hij stuurt de weduwe van Gerrit Hendriks met haar kind. Het kind zal door Beekbergen worden onderhouden. 20-8-1799 Brief van Paulus le Congé, sergeant-majoor in de compagnie 4, 2 e bataljon, 6 e halve brigade te Groningen, aan ds. Taaij, predikant te Rhenen, en de kerkenraad aldaar. Onlangs heeft hij gehoord dat 4
Wilmina Wouterina van Noort wil trouwen, terwijl zij trouwbeloften heeft gedaan aan Paulus. 3-2-1802 Brief van A. Meere uit Utrecht aan kerkmeester Merkelbag te Rhenen. Hij heeft van secretarus Budding een verzoek gekregen om naar Rhenen te komen om het orgel te stemmen, wat volgens de organist nodig is. Meere gelooft niet dat het orgel ontstemd is, behalve de Trompet en de Vox Humana. Ook kan het zijn een of ander Clarien blijft hangen. Dat is een kleinigheid dat de organist ook wel kan verhelpen. Hij wil graag meer informatie. 13-11-1802 Brief van Gerrit Maree uit Utrecht aan kerk- en weesmeester Merkelbag. Hij heeft met zijn kinderen zes weken ziek gelegen en vraagt om onderstand in zijn bittere armoede. 11-12-1802 Brief van G. Meree uit Utrecht aan Merkelbag. Hij heeft geen antwoord gekregen op zijn vorige brief. 9-9-1803 Brief van Jan Daalen aan Merkelbag, rentmeester van het gast- en weeshuis te Rhenen. Hij vraagt om onderstand. 5