4. Installatiegegevens Gecontroleerd zijn de elektrische installaties welke zich bevinden in het pand Dirk Hogenraadstraat 224 te Den Haag. Installatie Stelsel TT Bijzonderheden: 1. Een groepenkast bevindt zich in het restaurant t.h.v. linker voor gevel genaamd GK1 2. De hoofd aansluiting is 3 X 50 Amp. beveiligd. 3. Er bevindt zich beneden in de kelder van het gebouw naast de trap een groepenkast GK2 4. Er bevindt zich een groepenkast op de 1 e verdieping in de keuken GK3 De Verdeler GK1 GK2 GK3 1 hoofdschakelaar 63 Amp 1 hoofdschakelaar 63 Amp 1 hoofdschakelaar 63 Amp 13 Automaten B16 Amp 4 DII groepen 3 x 16 en 1 x 10 Amp 8 DII groepen 16 Amp 1 Krachtautomaten C20 Amp. 4 DII krachtgroepen 16 Amp 7 DII krachtgroepen 16 en 32Amp Geen aardlekschakelaars 1 krachtgroep 32 Amp Aanleg installatie: 1985 Aanleg Hoofdaansluiting: 1985 Aanleg Groepenkast:? Geïnspecteerde installatie(delen) De gehele gebouw gebonden installatie is visueel geïnspecteerd, tot zover mogelijk was. 6
5. Onderzoeksmethoden 5.1 Gehanteerde normen De inspectie is uitgevoerd op basis van: NEN 1010: 2e druk: 1962 NEN 3140: 3e druk: 1998 NEN-EN 50110: 1e druk: 1998 NEN-EN-IEC 60439: 2004 Overige van toepassing zijnde product normen 5.2 Doel van de inspectie Het doel van het uitvoeren van de inspectie van de elektrische installatie, elektrische uitrusting van machines en elektrische apparatuur is het controleren of de installatie voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. Bij de uitvoering van de inspectie is aandacht geschonken aan: De veiligheid van mensen en levende welke door bescherming tegen de invloed van elektrische schok en verbranding; Bescherming tegen schade aan eigendommen ten gevolge van brand en hitte ten gevolge van een defect in een installatie; De vaststelling dat de installatie niet is beschadigd of aangetast ten koste van de veiligheid en De vaststelling van de aanwezigheid van defecten in de installatie en afwijkingen van de eisen van de norm die aanleiding kunnen geven tot gevaar. 5.3 Visuele inspectie De visuele inspectie aan de in hoofdstuk 5 genoemde installatie(delen) is uitgevoerd om vast te stellen dat het vast aangesloten materieel: de verschillende (installatie)delen eenduidig herkenbaar zijn; het elektrisch materiaal ten minste in overeenstemming is met de installatie-eisen; de vrije ruimten en vluchtwegen goed toegankelijk zijn; de verbindingen van de zichtbare beschermingsleidingen in orde zijn; de juiste beveiligingstoestellen aanwezig zijn en juist zijn ingesteld; de veiligheidsketens in orde zijn; de aanwezige meetinstrumenten, signaallampen en dergelijke functioneren. 7
5.4 Inspectie door meting en beproeving Bij inspectie door meting en beproeving aan de in hoofdstuk 5 genoemde installatie(delen) wordt nagegaan of wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot: het ononderbroken zijn van de beschermingsleidingen en hun aansluitingen; de isolatieweerstand in ieder afzonderlijk deel van de installatie; de veilige scheiding van stroomketens; de isolatieweerstand van isolerende wanden en vloeren; de aardverspreidingsweerstand van aardelektroden; de weerstand van beschermingsleidingen; de impedantie van de foutstroom keten in het stroomstelsel; de aanspreekstroom en tijd van aardlekbeveiligingen; de goede werking van de uitschakelcontacten van schakelende beveiligingstoestellen tegen overstroom; de maatregelen tegen te hoge temperatuur bij normaal bedrijf; de juiste werking van veiligheidsketens. 5.5 De steekproef In overleg met de beheerder is gekozen voor: Een inspectie op basis van een wiskundig juist bepaalde steekproef, welke staat beschreven in tabel W.1 van de NEN 3140 3e druk. De uitgevoerde steekproef heeft betrekking op: verlichtingsarmaturen in een systeemplafond; wandcontactdozen voor algemeen gebruik; enkelpolige schakelaars; installatie-automaten in een schakel- en verdeelinrichting ten behoeve van gelijksoortige groepen. 5.6 Gehanteerde inspectiestandaard en resultaten: De inspectie is uitgevoerd door vakbekwame personen conform de gestelde eisen in de van toepassing zijnde normen; De visuele inspectie is uitgevoerd aan de hand van standaard inspectielijsten, voorafgaand aan de inspectie door meting en beproeving; De meetresultaten zijn vastgelegd op standaard meetstaten; Eventuele opmerkingen en defecten naar aanleiding van de uitgevoerde inspectie zijn vermeld in hoofdstuk 7 en 8 van deze rapportage met de indicatie tijd voor vernieuwing of vervanging. 8
5.7 Gebruikte meetinstrumenten De inspecties door meting en beproeving worden uitgevoerd met geschikte en gekalibreerde meetinstrumenten. Instrumenten Serienummer Gekalibreerd Inspecteur Fluke-117 installatietester 31230400WS 01-08-2015 PK Fluke-376 leakage current clamp meter 30990170WS 01-08-2015 PK Unitest CHB 3 Aardlekstroomtester 06090145 18-10-2015 PK Warmtebeeldcamera Fluke VT04 14020001 01-08-2015 PK De genoemde meetinstrumenten worden volgens de Criteria voor Toezicht één maal per jaar gekalibreerd. 5.8 Onderscheid opmerkingen/defecten Geconstateerde gebreken / opmerkingen worden gecategoriseerd als: Defecten (def.): gebreken/fouten in de elektrische installatie die afwijken van de installatie eisen NEN 1010 of andere van toepassing zijnde productnormen. De defecten kunnen een brand- of levensgevaarlijke situatie opleveren of een stagnatie van het arbeidsproces in het gebouw en elektrische installatie; Opmerkingen (opm.): overige constateringen die niet onder de categorie defecten vallen. 9
6. Opmerkingen van a. Schakel- en verdeelinrichtingen a. Schakel- en verdeelinrichtingen: V001 Foto's van de schakel- en verdeelinrichting. Inspectierapport laagspanningsinstallaties 1. De deur waar de Hoofdverdeler zit, heeft geen sticker van laagspanning en hoofdafsluiter water. 2. De ruimte dient schoon en leeg te zijn. 3. De groepen verklaring is niet aanwezig. 4. Er is geen aardlekschakelaar aanwezig 2P 3 fase 0,03 mamp 40Amp. 5. De verdeelinrichting is niet overzichtelijk kan compacter worden uitgevoerd. 6. Er worden verschillende type automaten gebruikt. 7. VD draad loopt door de kast, open aan de zijkant 8. 1 automaat toont een kortsluiting, een slechte aansluititng. Met thermo grafische opname is er geen temperatuur verhoging te zien, dit van wege dat men niet volledig in bedrijf was, er was geen volledige productie op moment van opname. Foto s van groepenkast GK2 en GK3 1. Deze groepenkast bevindt zich niet in een afgesloten kast met een indicatie erop. 2. Groepen verklaring niet aanwezig. 3. Er ontbreekt een pas moer van een groep. 4. Groepen zijn niet de juiste waardes beveiligd. 5. Geen Aardlekschakelaar. 6. Groepenkast heeft sporen van vocht. 7. Groepenkast is gedateerd. 8. Deze groepenkast bevindt zich op de 1 e verdieping tussen een aantal planken. 9. Bevindt zich niet in een afgesloten ruimte met indicatie erop. 10 geen groepen verklaring aanwezig 11 groepen zijn niet met de juiste waardes beveiligd. 12 geen aardlekschakelaar. 13 groepenkast is gedateerd. 10
7. Opmerkingen van b. Achterliggende installaties 1. Verdeel inrichting ruimte dient schoon en geordend te zijn, geen loshangende kabels. 2. In het hok waar de verdeel inrichting zich bevind zit een wandcontact doos waar een stekker in zit welke niet volgens norm is aangesloten. 3. In de ruimte van de verdeel inrichting komt er een bekabeling welke niet volledig veilig is, geen lasdoos. 4. In de ruimte van de verdeel inrichting bevindt zich een apparatuur welke niet meer in gebruik zijn, deze dienen te worden verwijdert.. 5. In de ruimte van de verdeel inrichting zit een wandcontactdoos welke niet voldoet aan de norm. 6. In de ruimte van de verdeel inrichting zit eel lasdoos welke niet op juiste wijze is afgedicht. 7. Naast de verdeel inrichting bevindt zich een wandcontactdoos welke niet volgens norm is aangesloten en er ontbreekt de montage plaat. 8. Voor de verdeel inrichting bevind zich een kook eiland waar een afzuigkap zit waarvan de verlichting niet volgens norm is aangesloten, geen juiste doorvoering. 9. Op de wand zit een schakelaar gemonteerd welke met een kroonsteen is verbonden, niet toegestaan. 10. Kabel is niet volgens norm bevestigd, zit met spijkerklips op de vloer gespijkerd.
11 Ter hoogte van de uitgifte balie bevindt zich een tafeldoos welke niet gebruikt mag worden, niet volgens norm, Geen randaarde. 12 Tegen over de uitgifte balie bevind zich een 4 voud wandcontactdoos welke niet voldoet aan de norm, geen randaarde, ontbreekt een montage plaat. 13 Gebruik van verlengsnoeren met stekkerblokken is niet toe gestaan, dienen vast aansluitpunten te zijn. 14 Een tafeldoos welke niet op de juiste wijze is aangesloten, dit dienen vast aansluitpunten te worden. 15 In het restaurant raamzijde rechts zit los. 16 Wandcontactdoos in de hal ontbreekt een spatklep. 17 kelder verdieping bevindt zich verlichting welke niet voldoet aan de norm voor deze type ruimtes. 18 kelder verdieping open lasdoos. 19 Wandcontactdoos niet volgens norm aangesloten, montageplaat ontbreekt VD draad zichtbaar. 20 Uit een lasdoos verkeerde type bedrading en kroonsteen. 21 Verlichting niet op de juiste wijze gemonteerd, voldoet niet aan de norm. 22 Losse kabel niet volgens norm bevestigd, geen lasdoos. 23 De kabel van de verlichting niet op de juiste wijze gemonteerd. 24 Verlichting niet op de juiste wijze aangesloten, dit is niet volgens norm, verlichting voldoet niet aan de norm welke voor kelder ruimtes gelden. 25 Verlichting voldoet niet aan de geldende norm voor deze ruimtes, los hangende buis. 26 Kabel dient deugdelijk te worden bevestigd, middels buis, of verwijdert te worden uit de kabeldoos.
27 Verlichting in de kelder voldoet niet aan de geldende norm via lasklemmen een hangt peertje. 28 Bul-eye ontbreekt het glas van. 29 Wartel kabeldoos niet op de juiste wijze afgedicht. 30 Geen juiste gebruik van een verlichting armatuur, voldoet niet aan de norm. 31 Een wandcontactdoos gebruikt welke niet is voorzien van randaarde, niet volgens norm is. Inspectierapport laagspanningsinstallaties 32 Bul-eye voldoet niet de norm. 33 Gebruik van schakelmateriaal zonder montage platen, niet volgens norm. 34 Bul-eye voldoet niet aan de norm. 35 Bul-eye voldoet niet aan de norm. 36 Ventilator hangt los, bekabeling hangt los, lasdoos open, geen veilige situatie, niet volgens norm. 37 Wandcontactdoos montageplaat ontbreekt, bekabeling dient volgens norm te worden bevestigd. 38 Wandcontactdoos aan het plafond voldoet niet aan de norm. 39 TL verlichting is niet de juiste uitvoering, dient spatwater dicht te zijn, kelderruimte. 40 1 e verdieping verlichting koelcel niet de juiste verlichting dient spatwaterdicht te zijn. 41 1 verdieping wcd aan de straat kant zit los naast koelcel 42 1 e verdieping wandcontactdoos verlengsnoer met stekkerblok niet volgens norm. 43 1 e verdieping grote keuken verlichting armatuur met zak dicht gebonden, niet volgens norm. 44 1 e verdieping grote keuken wandcontact dozen zijn niet spatwaterdicht uit gevoerd, valt onder natte ruimtes. 45 1 e verdieping grote keuken wandcontactdoos naast werkbank VMVL bedraad niet volgens norm.. 46 De verlichting spoelkeuken is niet volgens norm, natte ruimtes, dient spat waterdicht te zijn. 47 Kabel van de afzuigkap doorvoering heeft geen wartel, nit volgens norm. 48 De verlichting van de zolder is niet volgens norm, vochtige ruimtes. 49 1 e verdieping bij de groepenkast steek er draad uit een buis niet veilig.
8. Om aan Norm te voldoen. Om installaties aan de norm te laten voldoen, dienen de volgende punten binnen n bepaalde tijdsbestek te zijn verholpen, dan wel verbeterd. Er vanuit gaande dat in eerste instantie, hier leken werkzaam zijn, dan wel in aanraking kunnen komen met geconstateerde feiten, dient er overleg plaats te vinden met de beheerder van de installatie, welke in deze eindverantwoordelijk is voor een veilige installatie. Dit geldt ook als het hier betreft openbare ruimtes waar derden kunnen komen dan wel ophouden. Schakel- en verdeelinrichting Bij brandverwachting: per direct veilig stellen, op zeer korte termijn, dan wel in overleg met de beheerder. Bij gevaar voor letsel: per direct veilig stellen, dan wel in overleg met de beheerder binnen 2 tot 3 weken verhelpen. Bij het niet voldoen aan de norm: dient in overleg met de beheerder dit te worden verholpen binnen 2 maanden. Bij overige constateringen dient in overleg met de beheerder dit te worden verholpen binnen 3 maanden tot een maximum 1 jaar. Achterliggende installaties Bij brandverwachting: per direct veilig stellen, op zeer korte termijn, dan wel in overleg met de beheerder. Bij gevaar voor letsel: per direct veilig stellen, dan wel in overleg met de beheerder binnen 2 tot 3 weken verhelpen. Bij het niet voldoen aan de norm: dient in overleg met de beheerder dit te worden verholpen binnen 2 maanden. Bij overige constateringen dient in overleg met de beheerder dit te worden verholpen binnen 3 maanden tot een maximum 1 jaar. NB. Na herstelwerkzaamheden, dient / dienen de installatie onderdelen herkeurd te worden. 14
9. Bepaling inspectie-interval Bepaling van de inspectiefrequentie van installatie(delen) (Bijlage V van NEN 3140 3e druk) Factor Keuzemogelijkheden Punt Score Uitsluitend elektrotechnisch opgeleide persoon 1 Personen die de installatie gebruiken Niet elektrotechnisch opgeleide persoon 3 leek 8 8 Leerlingen, cursisten, studenten, practicanten 10 Aanzienlijk beter dan de jongste normen 1 Voldoet aan de jongste normen 2 Kwaliteit van de installatie Voldoet aan de jongste normen en aanvullende veiligheidsvoorzingen. 4 15 Voldoet aan de normen van aanleg 7 Voldoet niet aan de normen van aanleg 15 Schoon, droog, geen brand- of explosiegevaar 1 Schoon, droog, geen brand- of explosiegevaar, houdt het gebruik van transport of zwaar 4 Omgeving waar de installatie wordt materiaal in. 7 gebruikt Niet schoon en droog, of brand- of explosie- en 7 corrosiegevaar. Zwaar industrieel, waarin voortdurend gevaar aanwezig is 10 Mate van toezicht door Regelmatig 5 installatieverantwoordelijke Sporadisch 1 1 Letselschade bij falen Kan alleen uitvoerenden treffen 2 Ook andere treffen 10 10 Nimmer gebleken van enig gevaar t.g.v. een defect. 1 Ervaring met betrekking tot (bijna) Gebleken van gevaar t.g.v. een defect. 2 ongevallen in de afgelopen tien jaar Een ongeval met geringe verwondingen. 5 2 Een ernstig ongeval voorkomen 10 Een dodelijk ongeval voorkomen 20 Punten totaal 43 Derhalve adviseert Installatiebureau P. Kunst een inspectie-interval van: Visuele inspectie: Schakel- en verdeelinrichtingen 1 maal per 5 jaar; Aansluitingen per ruimte 1 maal per 5 jaar; Visuele inspectie en beproeving: Noodverlichting 1 maal per jaar conform gebruiksbesluit; Visuele inspectie en Inspectie door meting en beproeving: De gehele installatie 1 maal per 5 jaar;
10. Bijlage I: Aanbevelingen t.b.v. opmerkingen Op grond van de geconstateerde gebreken en opmerkingen die volgen uit de inspecties van de elektrotechnische installatie wordt aanbevolen. Deze aanbevelingen zijn bedoeld als voorbeeld en zijn niet bindend. De definitieve oplossing dient te worden bepaald door de installateur in samenspraak met de installatieverantwoordelijke. a. Verdeel inrichting a. Schakel- en verdeelinrichtingen: V001 1. De groepenkast op de BG dient vernieuwd te worden, naar 1 kast. 2. Een groepenverklaring van de verdeel inrichting in de huidige situatie. 3. Buiten zijde van de deur dient een sticker geplaatst te worden met herkenning van elektra 4. De gehele verdeel inrichting dient te worden voorzien van aardlekschakelaars. 5. De verdeelinrichting in de kelder dient vervangen te worden naar een verdeel inrichting van de huidige norm 6. De verdeelinrichting in de kelder dient te worden voorzien van een groepenverklaring 7. De verdeelinrichting in de kelder dient in een afgesloten ruimte met voldoende ventilatie te worden gebracht. 8. De verdeel inrichting op de 1 e verdieping dient te worden vervangen naar de huidige norm. 9. De verdeelinrichting op de 1 e verdieping dient in een afgesloten ruimte met voldoende ventilatie te worden gebracht. 10. De verdeelinrichting op de 1 e verdieping dient te worden voorzien van een groepen verklaring. b. Achterliggende installatie. 1. De kast van de verdeelinrichting op de BG dient schoon te zijn en vrij van obstakels, en vrij van toegang. 2. Aansluitpunten waar kroonsteen verbindingen zitten dienen verwijdert te worden en een vast aansluitpunt te worden voorzien. 3. schakelmateriaal dient volgens norm te worden aan gesloten. 4. Wandcontactdozen dienen te zijn voorzien van randaarde. 5. Verlengsnoer dient te worden verwijdert, en een extra aansluitpunt te worden gemaakt, indien mogelijk de oude te herstellen. 6. Vluchtweg dient ter alle tijden bereikbaar te zijn, vrij van obstakels en te branden 7. Kabels dienen in goot te worden uit gevoerd. 8. Kroonstenen dienen verwijdert te worden. 9. Verlichting in natte en vochtige ruimtes dient spatwaterdicht te worden uit gevoerd. 10. De kelder verdieping dient de gehele elektrische installatie verbetert te worden. 16
11. Bijlage II: Meetgegevens schakel- en verdeelinrichting Groepenkast Spanning Fase-Fase Fase-Nul Fase-Aarde Draaiveld 388 226 224 Rechts Impedantie Circuit (Ω) Kortsluitstroom (A) Net (Ω) Kortsluitstroom (A) 1,57 Ω 333 Amp 0.63 Ω 622 Amp Vermogen Fase 1 Fase 2 Fase 3 Nul 0,4 Amp 1,8 Amp 10,4 Amp 3,4 Amp Meetresultaten Isolatieweerstand Verdeler Project 20160114001 Object Purmerweg 57 Inspectie datum 14-01--2016 Inspecteur Paul Kunst Groep: Type en In[A] R iso [MΩ] L1-PE L2-PE L3-PE N-PE beveiliging 1 B 16 8,41MΩ 28,5MΩ 2 B 16 340MΩ 60,1MΩ 3 B 16 319MΩ 332MΩ 4 B 16 500MΩ 500MΩ 5 B 16 38,9MΩ 39,9MΩ 6 B 16 7,4MΩ 7,8MΩ 7 B 16 500MΩ 500MΩ 8 B16 17,4MΩ 18,2MΩ 9 B16 500MΩ 500MΩ 10 B16 500MΩ 500MΩ 11 B16 500MΩ 500MΩ 12 B16 1,8MΩ 1,3MΩ.Veel was nog aangesloten achter de beveiliging automaten, waardoor en geen juiste meeting is verricht. 17
Meetresultaten Aardlekbeveiliging Verdeler Project 20160314001 Object Purmerweg 57 Inspectie datum 14-03-2016 Inspecteur ALS. Paul Kunst Type Iⁿ I ⁿ t I Testknop A / AC / B [A] [ma] [ms] [ma] J / N meterkast 310 310 620 620 1550 1550 Meetresultaten aardlekbeveiliging niet kunnen uitvoeren i.v.m. deze niet aanwezig is in hoofd verdeel inrichting. 18
12. Bijlage III: Toelichting op het inspectierapport Deze bijlage hoort bij het inspectierapport voor bestaande laagspanningsinstallaties. In deze bijlage bevinden zich de volgende onderwerpen: Toelichting op het inspectierapport; Informatie met betrekking tot de visuele inspectie; Informatie met betrekking tot metingen en beproevingen; Informatie met betrekking tot het bepalen van de tijd tussen twee inspecties; Informatie met betrekking tot het bepalen van de steekproef; Toelichting Het inspectierapport is van toepassing op het inspecteren van bestaande laagspanningsinstallaties. De goede of juiste werking van de gehele installatie, als mede een laag energieverbruik en een storingsvrije uitvoering maakt nadrukkelijk geen deel uit van deze veiligheidsinspectie. Het inspectierapport is speciaal bedoeld voor diegene die verantwoordelijk is voor de veiligheid binnen het bedrijf waar de installatie zich bevindt, zoals de installatie verantwoordelijke. Het rapport moet worden ondertekend door diegene die de inspectie uitvoert. Dit moet een vakbekwaam persoon zijn met inspectie ervaring. Visuele inspectie Een visuele inspectie kan alleen worden uitgevoerd door een vakbekwaam persoon die inzicht heeft in de wijze waarop de installatie wordt gebruikt. Een goede visuele inspectie maakt duidelijk aan welke veiligheidsfacetten extra aandacht moet worden gegeven bij het meten en beproeven. Bij de visuele inspectie moet steeds een relatie worden gelegd tussen het gebruik van de installatie en de invloeden van de omgeving zoals, stof, vocht, hoge temperaturen, gassen, dampen, mechanische belasting of de toegankelijkheid van de installatie voor leken enzovoorts. Voor een goede beoordeling is het noodzakelijk de installatieschema s en tekeningen te kennen. Alleen dan is te beoordelen of alle veiligheidsmaatregelen zijn genomen en of alle veiligheidsvoorzieningen juist worden toegepast. Metingen en beproevingen Metingen en beproeving worden uitgevoerd door vakbekwame of voldoend onderrichte personen. Voor het meten aan elektrische installaties moeten passende en veilige meetinstrumenten worden gebruikt. Deze instrumenten moeten worden gecontroleerd voor en, indien noodzakelijk, na gebruik. Wanneer er risico bestaat dat niet geïsoleerde actieve delen worden aangeraakt, moet het personeel dat de metingen uitvoert, persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken en voorzorgsmaatregelen nemen tegen direct aanrakingsgevaar en de gevolgen van kortsluiting en vlambogen. Beproeving omvat alle handelingen die zijn bedoeld om de goede werking of de elektrische, mechanische of thermische toestand van een elektrische installatie te controleren. De beproeving van een installatie die spanningsloos is gemaakt, moet worden uitgevoerd volgens de regels die gelden voor spanningsloos werken. Externe factoren die het resultaat van de metingen beïnvloeden moeten steeds worden geregistreerd. Ook is het van belang dat wordt aangegeven welk meetinstrument is toegepast
Tijd tussen twee inspecties De tijd tussen twee opeenvolgende inspecties van elektrische installaties wordt bepaald door: De personen die de installatie gebruiken; De kwaliteit van de installatie; De omgeving; De mate van toezicht; De letselschade bij falen; De ervaring met betrekking tot (bijna) ongevallen. Het bepalen van de steekproef Bij de kwaliteitscontrole van producten is een steekproef gebruikelijk. Men wil zekerheid dat een product aan de opgegeven specificaties voldoet. Bij veiligheidsinspecties wil men ook zekerheid. Een inspectie op basis van een wiskundig juist bepaalde steekproef geeft die zekerheid. De installatieverantwoordelijke geeft aan welke theoretische risico's men wil nemen voor de verschillende installaties en de verschillende onderdelen van de installatie. Voor een juiste beoordeling van dit theoretische risico is inzicht nodig in de wiskundige achtergrond van de steekproefmethode, in de kwaliteit van de elektrotechnische installatie en in de gevaren die aan het gebruik van de installatie zijn verbonden. De omvang van de partij is de verzameling van op dezelfde wijze gemonteerde producten waaruit de steekproef moet worden genomen en goedgekeurd om te bepalen of aan de goedkeuringscriteria wordt voldaan. De minimale omvang van de steekproef wordt bepaald door tabel W.1 welke staat beschreven in de NEN 3140. Conclusie: De gekeurde installatie niet voldoet aan de huidige norm zijnde de verdeel inrichtingen. De achterliggende installatie voldoet niet aan de eisen. De elektrische installatie dient bij wijziging of aanpassing te voldoen aan hetgeen bepaald is in het bouwbesluit. Hierin staat dat bij wijziging de elektrische installatie moet voldoen aan NEN 1010 rechtens verkregen niveau, N.B.: dit is het absolute minimumniveau, advies is om een hoger veiligheidsniveau na te streven, zoals het toepassen van aardlekbeveiliging en de juiste verdeelinrichting. Direct te motiveren vanuit de ARBO-verantwoordelijkheid van de werkgever richting werknemers c.q. aansprakelijkheid van eigenaar richting huurder: betreffende installatie voldoet niet meer aan de algemeen erkende stand der techniek van dit moment, en bij een elektrisch ongeval kan wellicht nalatigheid worden verweten). Aannemende dat de bestemming van het gebouw onveranderd blijft. 20