Bitumineuze dakbedekking

Vergelijkbare documenten
bitumineuze dakbedekking

kunststof dakbedekking

Dakgoten en hemelwaterafvoeren

Enkelvoudige felsplaatbekledingen

Glazen bouwstenen met mortel

Gevelonderhoudsinstallaties

CONTROLEPLAN Gasinstallaties. Over dit controleplan

dakgoten en hemelwaterafvoeren

Prefab houten dakelementen

CONTROLEPLAN Wandtegelwerk. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Natuursteen. Over dit controleplan

Prefab betonnen wandelementen

CONTROLEPLAN Binnenriolering. Over dit controleplan

enkelvoudige felsplaatbekledingen

CONTROLEPLAN Voegvulling met kit. Over dit controleplan

Nebiprofa B.V. TECHNISCHE BEPALINGEN EN WERKBESCHRIJVING

CONTROLEPLAN Vloersystemen. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Panelenplafonds. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Vloertegelwerk. Over dit controleplan

glazen bouwstenen met mortel

CONTROLEPLAN dakpannen. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN gasinstallaties. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Prefab betonvloeren. Over dit controleplan

Structurele beglazing

CONTROLEPLAN binnenriolering. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Vliesgevels. Over dit controleplan

Icopal Universal Verwerkingsrichtlijnen

prefab houten dakelementen

CONTROLEPLAN Sanitair. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN prefab damwanden. Over dit controleplan

buitengevelisolatiesystemen

CONTROLEPLAN Glasvliesweefsel. Over dit controleplan

meerbladig isolerend glas

NEN 6050 Brandveilig werken op het dak

CONTROLEPLAN prefab betonvloeren. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Regelinstallaties. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN buitenriolering. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN sanitair. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Gipsblokken gelijmd. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Voegwerk. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN Koelinstallaties. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN natuursteen. Over dit controleplan

Gehechte morteldekvloeren

CONTROLEPLAN vloersystemen. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN vloertegelwerk. Over dit controleplan

A-Verschoor Dakbedekkingen Fax GS Pernis-Rotterdam K.v.K. R dam

prefab betonnen wandelementen

CONTROLEPLAN staalskelet. Over dit controleplan

Brandbestrijdingsinstallaties

morteldekvloeren op isolatie

CONTROLEPLAN voegvulling met kit. Over dit controleplan

CONTROLEPLAN wandtegelwerk. Over dit controleplan

Montagehandleiding. Voordat u start met het plaatsen van het Twist-Fix lijnsysteem, controleer of de volgende artikelen aanwezig zijn:

CONTROLEPLAN vloerbedekkingen. Over dit controleplan

Instortingsgevaar van lichtgewicht dakconstructies

Rijksvastgoedbedrijf Product Informatieblad ; Toegang; lichtkoepel of -straat versie 3.0

Ventilatie- & luchtbehandelingsinstallaties

UNILIN ISOLATIEPLATEN PIR Voor platte daken

Kozijnen, ramen en deuren van hout

CONTROLEPLAN lamellenplafonds. Over dit controleplan

Gebouwbeheersystemen

UNILIN PIR ISOLATIEPLATEN Voor platte daken 2017

CONTROLEPLAN panelenplafonds. Over dit controleplan

Accountgegevens Opdrachtnummer: CAS S9J3W2 Contractnummer: Systeemnummer: 1087LH

kozijnen, ramen en deuren

Blz 1/13. BIIG No Flame Verwerkingsrichtlijnen

AANVRAAGFORMULIER VERZEKERDE PROJECT (DAK)GARANTIE

INSPECTIE DAKBEDEKKING

Cosmofin. Cosmofin. Het waterdichte systeem voor vlakke en hellende daken

Rijksvastgoedbedrijf Product Informatieblad ; Veiligheidsvoorziening; ankerinrichting op massief beton versie 3.0

Monarplan PVC Het waterdichte systeem voor vlakke en hellende daken

CONTROLEPLAN tourniquets. Over dit controleplan

in het werk gestort beton

CONTROLEPLAN gipsblokken gelijmd. Over dit controleplan

TECHNISCHE OMSCHRIJVING

S XL. Verwerkingsvoorschriften dakrandopstand. IsoniQ MURA S XL i.c.m. gestucte buitengevel. Legenda

Kwaliteitsrichtlijn metalen gevels en daken 2010

Project : VvE Sporenburg XIII, Ertskade 121 t/m 139 en Seinwachterstraat 102 t/m 120, Amsterdam

1 Firestone EPDM Daksystemen

CONTROLEPLAN Metal stud wanden. Over dit controleplan

structurele beglazing

CONTROLEPLAN Stukadoorswerk. Over dit controleplan

Transcriptie:

CONTROLEPLAN 33.33 Bitumineuze dakbedekking www.controleplannen.nl Inhoud Over dit controleplan A Organisatie P2 B Techniek P7 C Inspectielijst P9 Het dak wordt wel de vijfde gevel genoemd. In dat geval is een bitumineus plat dak de minst duurzame gevel. Dakbedekkingen worden tot op heden niet langer gegarandeerd dan de overige gevels, namelijk maximaal 10 jaar. In tegenstelling tot een gemetselde gevel die moeiteloos 50 jaar meegaat is dakbedekking veel kwetsbaarder. Met het juiste onderhoud kan een goed aangebrachte dakbedekking echter zeker 20 jaar functioneel blijven, zeker nu de laatste jaren veel gewapende dakbedekkingen worden toegepast. In de afgelopen decennia zijn we geconfronteerd met schadegevallen aan daken ten gevolge van stormen. Veel dakbedekkingen werden door de wind compleet losgetrokken van hun ondergrond. Om het gewicht te beperken werden concessies gedaan aan de opbouw van de dakbedekking. Ook werden fouten gemaakt in de dimensionering van het afschot waardoor de afvoer van het regenwater niet gegarandeerd was. Als er dan ook te weinig noodoverlopen aanwezig waren, kon het voorkomen dat de gehele dakconstructie bezweek. Reden genoeg om het proces voor de bouwbegeleider goed in beeld te brengen. pagina 1-11

A Organisatie Inhoudsopgave CONTROLEPLAN BITUMINEUZE DAKBEDEKKING 33.33 I. ONTWERP II. FINANCIËN III. REGELGEVING IV. ORGANISATIE V. PLANNING 1. Afschot platte daken 1. Afhandeling meer- en 1. Begeleiding BDA 1. Tekeningenplanning - Indicatieplanning 2. Belasting platte minderwerk 2. Bouwbesluit 2. Fase werktekeningen, daken 3. Materialisering platte daken 4. Detaillering platte daken 2. Werkzaamheden derden op het dak 3. Bouwvergunning 4. V&G-plan ontwerpfase 5. V&G-plan uitvoeringsfase dakafschotplan en details 3. Isolatieplatentekening en berekeningen 4. Berekeningen 5. Installaties op het platte dak 6. Waterafvoer platte daken 7. Noodoverlopen 8. Fase bestek en bestektekeningen 6. Garantieverklaring 7. Certificaten en attesten 5. Verzekerde garantie 6. Bemonstering 7. Noodoverlopen 8. Werkplan aannemer 9. Melding verzekering 10. Planning 11. Werkzaamheden derden 12. Hemelwaterafvoer 13. Gemineraliseerde dakbedekking 14. Onderhoud I. Ontwerp INLEIDING - De basis van de dakbedekking wordt gelegd in het bestek en de bestektekeningen. Problemen tijdens de uitvoering en zeker tijdens de exploitatiefase vinden vaak hier hun oorsprong. Om de onvolkomenheden van het bestek en de bestektekeningen tijdens de bouwfase op te lossen, wordt de opdrachtgever vaak geconfronteerd met meerwerk. De opdrachtgever moet dan bijbetalen voor iets waarvan hij van mening is dat hij dat al gekocht had. De bouwbegeleider die betrokken is in de fase dat bestek en tekeningen nog moeten worden afgerond, vindt hieronder een aantal aandachtspunten. 1. Afschot platte daken: een afschot van 16:1000 (16mm per strekkende meter) van de uiteindelijke dakbedekking, dus in de eindsituatie. Vastgelegd moet worden waarmee dit afschot gerealiseerd gaat worden. Het is mogelijk om de dakvloer van beton op dit afschot af te werken, maar bij een tweedimensionaal afschot is dit uitvoeringstechnisch een lastige zaak. Ook het aanbrengen van een zand-cementdekvloer met afschot is mogelijk. Wel zal dit extra gewicht en extra droogtijd met zich mee brengen. Tenslotte is het toepassen van afschotisolatieplaten een vaak toegepaste techniek. Een stalen dakconstructie met stalen dakplaten kan voor weinig geld met het juiste afschot in het werk worden gesteld. Dit vergt een tijdige voorbereiding. 2. Belasting platte daken: het moet de ontwerper duidelijk voor ogen staan welke functies de platte daken krijgen. Het gewicht van een daktuin is vele malen hoger dan het gewicht van een mossedumdak. De architect kan hiervoor te rade gaan bij collega's in de tuinarchitectuur of leveranciers. De constructeur moet al bij de berekening van de hoofddraagconstructie de beschikking hebben over de correcte gewichten per m 2. 3. Materialisering platte daken: bij toepassing van daktuinen of mossedumdaken kan het beste een scheiding worden gemaakt tussen de dakbedekking en de extra lagen (worteldoek) die bij een daktuin behoren. Ook in de aanbesteding van de werken is deze scheiding zeer praktisch, mits de verschillende materialen op elkaar zijn pagina 2-11

afgestemd. Het gebouw wordt zelfstandig waterdicht gemaakt, los van de werkzaamheden van de tuinen die vaak op een later tijdstip gewenst zijn. Bij de materialisering moeten bewuste keuzes gemaakt worden tussen bitumineuze of kunststof bedekkingen, losliggend en geballast of vastgemaakt aan de ondergrond, isolatie op of onder de bedekking, beloopbaar, gedeeltelijk of niet beloopbaar, doorvoeringen, systeem van waterafvoer en noodafvoer. 4. Detaillering platte daken: al tijdens het ontwerp moet worden nagedacht over een dakafschotplan. Het laagste punt van het dak is bepalend voor alle overige details, bijvoorbeeld dakopstanden, deuren die op het dak uitkomen en in te werken loodvoorzieningen. Vuistregel voor opstandhoogtes zijn voor de dakrand 120 mm en bij opgaand werk 170 mm. In samenwerking met de constructeur kan dan worden gezocht naar de meest effectieve opbouw van de constructie waarmee het afschot kan worden gerealiseerd. 5. Installaties op het platte dak: denk bijvoorbeeld aan een glazenwasinstallatie. Deze moet in bestek en bestektekeningen een plaats krijgen. Een losliggend railsysteem vraagt een stevige isolatieplaat die Fig. 1 Al tijdens het ontwerp moet nagedacht worden over de detaillering elders op het dak niet nodig behoeft te zijn. Een berekening is noodzakelijk. Ook moeten toegangspaden worden meegenomen in het ontwerp, niet alleen naar de opstelplaats van de glazenwasinstallatie maar ook naar ventilatiemotoren, luchtbehandelingskasten en andere zaken waaraan soms onderhoud moet geschieden. 6. Waterafvoer platte daken: in deze fase moet worden nagedacht over het toepassen van een vacuümsysteem (bijvoorbeeld Pluvia) of een traditioneel systeem waarbij grotere afmetingen van de afvoer en riolering nodig zijn. 7. Noodoverlopen: de architect moet op de tekeningen aangeven waar de noodoverlopen moeten worden gepositioneerd. Latere berekeningen moeten aantonen hoeveel noodoverlopen nodig zijn en wat de afmetingen hiervan moeten zijn. Soms wordt er ook voor gekozen om de gehele dakrand - met lage opstand - als noodoverloop te ontwerpen. 8. Fase bestek en bestektekeningen: hierna kunnen de tekeningen en het bestek voor wat betreft dit onderdeel worden afgerond. II. Financiën INLEIDING - Met name bij dakbedekkingen wil er helaas nog wel eens sprake zijn van bestekswijzigingen. Het komt voor dat een bestek voorschrijft dat een nadere beoordeling van het daktechnisch adviesbureau, bijvoorbeeld BDA, een uitgewerkt plan van de dakdekker moet beoordelen en goedkeuren. Niet in alle gevallen is het dan vanzelfsprekend dat de eventuele meerkosten, die kunnen ontstaan door opmerkingen van het adviesbureau, voor rekening van de aannemer zijn. Als in het bestek een verkeerde dakrol is aangegeven en de aannemer is geen nalatigheid te verwijten, dan kunnen stevige discussies ontstaan over de meerkosten. Ook voorgestelde verbeteringen kunnen ten laste komen van de opdrachtgever. 1. Afhandeling meer- en minderwerk: eventueel meer- en minderwerk moet zijn afgehandeld alvorens de materialen worden besteld. pagina 3-11

2. Werkzaamheden derden op het dak: het kan zijn dat een nevenaannemer op de afgewerkte dakbedekking nog werkzaamheden gaat verrichten voordat het project is opgeleverd. Denk bijvoorbeeld aan een nevenaannemer voor de daktuinen. In dat geval moet de dakbedekking opgenomen worden en de eventuele opmerkingen moeten zijn verholpen voordat de nevenaannemer het werk overgedragen krijgt. Let wel, hier is geen sprake van een deeloplevering. Eventuele herstelwerkzaamheden veroorzaakt door die nevenaannemer zijn voor rekening van deze nevenaannemer. III. Regelgeving INLEIDING - Het bestek is maatgevend voor het van toepassing zijn van NEN-bladen. Echter, het Bouwbesluit heeft een aantal NEN-bladen standaard van toepassing verklaard. Daarnaast worden veelal de voorschriften van Vebidak van toepassing verklaard, alsook de BDA uitvoerings- en detailregels zoals opgenomen in het BDA-dakboek. Tenslotte kennen de toe te passen materialen ook nog eens hun eigen verwerkingsvoorschriften. Voor de (veel gevraagde) coderingen van de verschillende soorten dakbedekking verwijzen wij naar informatie van de branchevereniging. 1. Begeleiding BDA: in overleg met de bouwdirectie moet vooraf worden afgesproken of inschakeling van BDA noodzakelijk is. Zij zijn gespecialiseerd in de regelgeving en de uitvoering van dakdekkerswerkzaamheden. 2. Bouwbesluit: de berekeningen moeten voldoen aan het Bouwbesluit. De constructeur is verantwoordelijk voor de controle hiervan en, na goedkeuring, voor indiening bij Bouw- en Woningtoezicht. 3. Bouwvergunning: ook hierin kunnen nadere eisen zijn gesteld aan de dakbedekking. De bouwbegeleider zal dit controleren. 4. V&G-plan ontwerpfase: de architect moet rekening houden met een eindsituatie waarbij dakinspectie en onderhoud op een veilige manier mogelijk moeten zijn. Denk aan voldoende hoge borstweringen of vaste punten waaraan iemand zich met een lifeline kan vastmaken. 5. V&G-plan uitvoeringsfase: de dakdekker moet het V&G-plan uitvoeringsfase aanvullen op haar activiteiten als onderaannemer van de hoofdaannemer, of als nevenaannemer. Juist voor deze werkzaamheden kan het erg belangrijk zijn, denk aan dakrandbeveiligingen en de beschikbaarheid van blusmiddelen. In dit kader kunnen ook anderen dit V&G-plan aanvullen, bijvoorbeeld als er sprake is van daktuinen. 6. Garantieverklaring: voordat de dakdekker met haar werkzaamheden aanvangt, moet een garantieverklaring worden overhandigd. Met name de onderhoudsbepalingen die hierbij worden gesteld moeten binnen de besteksuitgangspunten blijven. 7. Certificaten en attesten: bij de bemonstering moeten de benodigde verklaringen aanwezig zijn. IV. Organisatie INLEIDING - Een detailplanning van de werkzaamheden op het dak is in sommige gevallen zeer wenselijk. Nadat de aannemer de ruwbouw op hoogte heeft, wil men zo snel mogelijk het gebouw waterdicht maken om met de afbouw geen last meer te hebben van het regenwater. Dit botst met het streven om, nadat de dakbedekking gereed is, niemand meer op het dak toe te laten ter bescherming van de dakbedekking. Alle partijen hebben dan belang bij een fijne afstemming van werkzaamheden. Wel moet de fijnafstemming plaatsvinden voordat de dakdekker toe is aan de eerste laag dakbedekking. Het werken op daken is een risicovolle bewerking. Ten eerste werkt men op (grote) hoogte en ten tweede werkt men met vuur. Daarom is een geactualiseerd V&G-plan noodzakelijk. 1. Tekeningenplanning: binnen de reguliere afspraken over de tekeningenstroom moet aandacht worden geschonken aan de dakafschottekening van de architect, de daksparingentekening en de isolatietekeningen van de leverancier. Deze moeten aanwezig en goedgekeurd zijn voordat materialen kunnen worden besteld. Ook een tekening van de bliksembeveiligingsinstallatie of van een glazenwasinstallatie moet aanwezig zijn voordat pagina 4-11

met de uitvoering kan worden gestart. 2. Fase werktekeningen, dakafschotplan en details: binnen deze fase moet de werktekening gemaakt worden waarop het afschot tot in detail is weergegeven. Ook alle aansluitdetails inzake de daken moeten in deze fase hun beslag krijgen. De bouwbegeleider kan hierbij aangeven welke details nog extra gewenst zijn. 3. Isolatieplatentekening en berekeningen: als afsluiting van deze fase moet de dakdekker of de leverancier van de afschotisolatieplaten een werktekening maken met hierop duidelijk zichtbaar hoe de afschotplaten moeten worden aangebracht. 4. Berekeningen: de dakdekker moet op tijd een berekening verschaffen waaruit blijkt dat hij voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Het gaat om windbelastingberekening voor de bevestiging van de dakbedekking dan wel bij losliggende bedekkingen. De berekening wordt ter goedkeuring aangeboden aan de hoofdconstructeur die tevens verantwoordelijk is voor indiening bij Bouw- en Woningtoezicht. Daarnaast wordt soms een bouwfysische controleberekening gevraagd inzake de garantie voor handhaving van de isolatiewaarde. 5. Verzekerde garantie: het bestek kan aangeven dat de garantie van het dak moet worden verzekerd. Het doel hiervan is dat de garantietermijn via een verzekeringsmaatschappij doorloopt, mocht de dakdekker of de aannemer failliet gaan. Als een verzekerde garantie wordt gevraagd, dan moet de verzekeringsmaatschappij op de hoogte worden gesteld van de aanvang van de dakdekkerswerkzaamheden. Dit behoort tot de verantwoordelijkheid van de dakdekker, maar kan worden besproken met de aannemer. 6. Bemonstering: er kunnen veel onderdelen worden bemonsterd als het gaat om de dakbedekking. Zo zijn er veel fabrikanten die dakbedekking produceren onder hun eigen merknaam. Wel moet altijd een standaardcodering worden gehanteerd. Dakbedekking moet worden geleverd met een attest. Ook isolatie, parkers, volgringen en doorvoeringen enz. moeten tijdig worden bemonsterd zodat goedkeuring van de bouwdirectie kan worden verkregen. 7. Noodoverlopen: de architect heeft op de bestektekeningen de plaatsen aangegeven waar noodoverlopen kunnen komen te zitten. De dakdekker moet een berekening maken van de benodigde cm 2 noodoverlopen. Bij toepassing van een vacuümsysteem kan de leverancier van dit systeem dit ook verzorgen. Controle moet gebeuren door de constructeur. In overleg met de constructeur moeten de hoogtes van de noodoverlopen worden vastgesteld. De constructeur kan aangeven of bij een verstopte hemelwaterafvoer de maximale waterbelasting niet wordt overschreden. Bij voorkeur kan één noodoverloop op een direct in het oog springende plaats worden aangebracht, zodat men gelijk wordt geattendeerd op de verstopping, bijvoorbeeld boven een hoofdentree. 8. Werkplan aannemer: juist voor dit onderdeel zou iedere aannemer een werkplan moeten opstellen, of het nu wordt geëist via het bestek of niet. Zaken als uitvoeringsplanning, veiligheid en tussentijdse overdracht kunnen hierin uitstekend worden uitgewerkt. Een tussentijdse overdracht is aan de orde indien derden, bijvoorbeeld een tuinaannemer of installateur, werkzaamheden moeten uitvoeren voor de oplevering. In dit kader wijzen wij ook op de mogelijkheid van BDA om een risico-inventarisatie en evaluatie uit te voeren. 9. Werkzaamheden derden: mochten er werkzaamheden worden uitgevoerd door derden, bijvoorbeeld het aanbrengen van bliksembeveilingsinstallatie, dan moeten afspraken worden gemaakt over de tijdelijke overdracht. Nadat de dakdekker gereed is met zijn werkzaamheden, wordt dit dak onder water gezet om vast te stellen of het dak waterdicht is. Vervolgens wordt een overdrachtsformulier ingevuld en ondertekend. De dakdekker van de aannemer verklaart dat de werkzaamheden gereed zijn en de nevenaannemer accepteer het dak zoals dat er bij ligt, eventueel met een aantal 'opleveringspunten'. Het dak wordt vervolgens gedurende de benodigde tijd ter beschikking gesteld aan de nevenaannemer. Deze blijft gedurende de periode dat hij daar werkzaam is, verantwoordelijk voor de dakbedekking. In de meeste gevallen zullen de werkzaamheden van de nevenaannemer gereed moeten zijn tegen de tijd dat het project wordt opgeleverd. Verwacht men veel logistieke problemen met deze constructie, dan moet worden overwogen om het werk van de nevenaannemer pas na oplevering uit te voeren. 10. Hemelwaterafvoer: op het moment dat de eerste laag dakbedekking wordt aangebracht, zal de HWA gaan functioneren. Het regenwater zal dan moeten worden afgevoerd via het gemeenteriool. Dan moet wel de aansluiting zijn gerealiseerd. 11. Gemineraliseerde dakbedekking: bij deze (meestal een vaste) dakbedekking, komt in de beginperiode vrij veel pagina 5-11

leislag vrij. Voorkomen moet worden dat deze via de afvoerpunten in het rioleringstelsel verdwijnt. 12. Onderhoud: na oplevering gaat de onderhoudsperiode in en tegelijkertijd de garantieperiode. In dat kader moet een onderhoudsadvies worden opgesteld en zo mogelijk moet een onderhoudsofferte worden aangeboden aan de opdrachtgever of gebruiker. V. Indicatieplanning Het bijgevoegde planningsformulier is als voorbeeld ingevuld en geeft een indicatie weer van het proces, zoals dat zou kunnen verlopen. De bouwbegeleider kan zo voor ieder project snel zien waar hij staat in het proces. Nr. Activiteit (in aantal weken) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 1. Bestek en bestektekeningen gereed 2. Werktekeningen en details 3. Bemonstering 4. Werkplan 5. V&G-plan 6. Tekening afschotisolatie 7. Uitvoering 1e waterkerende laag 8. Uitvoering definitieve bedekking 9. Relatie project 10. Ruwbouw hoog, dak gereed 11. Overige werkzaamheden op dak gereed pagina 6-11

B Techniek Inhoudsopgave AANDACHTSPUNTEN CONTROLEPLAN BITUMINEUZE DAKBEDEKKING 33.33 1. Keuring ondergrond 2. Aanbrengen dampremmende laag 3. Keuring materialen 4. Aanbrengen isolatie 5. Aanbrengen dakbedekking 6. Aanbrengen ballastlaag 7. Dakdoorbrekingen 8. Controle werkzaamheden 9. Noodoverstorten Aandachtspunten INLEIDING - Omdat eventuele problemen van een platdak pas zichtbaar worden na de oplevering, wordt in dit controleplan veel aandacht besteed aan de platte daken. De problemen hoeven niet altijd te ontstaan door de dakbedekking, maar hebben uiteindelijk wel invloed op de waterdichtheid van een gebouw. Veel problemen hebben te maken met een te lichte onderconstructie. Stalen daken die te licht zijn geconstrueerd, verkeerd of geen afschot, slecht of geen onderhoud aan dakbedekking of het openhouden van regenwaterafvoeren hebben, zijn de meest voorkomende problemen. 1. Keuring ondergrond: voordat met het aanbrengen van de dakbedekking kan worden aangevangen moet de ondergrond gekeurd worden. In dit kader verstaan we onder dakbedekking ook het isolatiepakket. Als het afschot wordt bepaald door de ondergrond, dan wordt aanbevolen om een hoogtemeting te (laten) verrichten om te beoordelen of het afschot voldoet. Als men dit nalaat en er blijft water staan op de dakbedekking, dan is dit zeer moeilijk oplosbaar. 2. Aanbrengen dampremmende laag: uit praktische overwegingen kan het verstandig zijn om als eerste laag een waterdichte dampremmende laag aan te brengen in de vorm van een gebitumineerde polyester mat. Dit in plaats van een PE-folie. Het aanbrengen van de definitieve dakbedekking kan dan op een later tijdstip plaatsvinden om de aannemer gelegenheid te geven voor bouwkundige zaken zoals een dakopbouw voor installaties. De extra kosten die hiermee gemoeid kunnen zijn moeten opwegen tegen de beschermende maatregelen die de aannemer moet treffen bij het werken vanaf een definitieve dakbedekking. Dit is een uitvoeringskwestie waarvoor de opdrachtgever geen meerwerk kan krijgen. 3. Keuring materialen: aangevoerde materialen moeten voldoen aan de goedgekeurde bemonstering. Het lijkt een open deur, maar het blijkt noodzakelijk te zijn. De gebruikte coderingen voor dakrollen zijn te ingewikkeld om zomaar klakkeloos aan te nemen dat het juiste materiaal is aangevoerd. Ook bij isolatiematerialen is deze keuring nodig. Bij toepassing van PS-isolatie moet worden nage- Fig. 2 Het bestek geeft de R-waarde aan van de isolatie pagina 7-11

gaan of deze brandvertragend is en voldoet aan de vereiste drukvastheid. De eventuele ballastlaag van grind moet worden gekeurd aangezien deze meestal niet is bemonsterd. 4. Aanbrengen isolatie: het bestek geeft ofwel een gemiddelde R-waarde ofwel een minimale R-waarde aan. Dit maakt nogal wat verschil in dikte. Ook is het belangrijk om na te gaan of het afschot moet worden uitgevoerd in één of twee richtingen. Denk bij het aanbrengen van isolatie aan een verdiept gedeelte ter plaatse van een regenwaterafvoer. Bij isolatie die wordt bevestigd aan de ondergrond, bijvoorbeeld bij stalen dakplaten, geeft een berekening aan hoeveel parkers nodig zijn per m 2. Indien de onderzijde van een stalen dak in het zicht komt, moeten visuele eisen worden gesteld aan deze parkers. De parkers zelf en de schotels waarmee de isolatie wordt vastgehouden, moeten voldoen aan de berekening van de dakdekker. Al deze materialen zijn getest en voorzien van een attest. 5. Aanbrengen dakbedekking: bij losliggende systemen met dakballast kan het zijn dat een eerste laag omgekeerd moet worden aangebracht voor een volledige branding met de toplaag. Het bestek geeft hier uitsluitsel over. Ook een eventuele extra coating (MEC staat voor: Met Extra Coating) kan zijn voorgeschreven. De meeste zorg moet worden besteed aan de randafwerkingen, bij dakopstanden en aansluitingen bij dakdoorbrekingen. 6. Aanbrengen ballastlaag: schoon gewassen grind is noodzakelijk en moet in afmetingen conform het bestek zijn. Bij hoge gebouwen is grover grind nodig dan bij lagere gebouwen. Bij daken waar men zicht op heeft, bijvoorbeeld bij hoger gebouwde kantoren, wil men soms een gekleurde ballastlaag toepassen. Los van looppaden naar bijvoorbeeld installaties op het dak, geeft een uitgevoerde windberekening aan dat deze ballast op bepaalde plaatsen moet worden uitgevoerd in zware betontegels. Met name op de hoeken van gebouwen komt dit voor. 7. Dakdoorbrekingen: bij bitumineuze dakbedekkingen mogen geen plakplaten van kunststof worden toegepast. Uitsluitend aluminium en RVS komen in aanmerking. Bovendien moeten deze plakplaten worden voorgestreken met een bitumenvoorsmeermiddel. 8. Controle werkzaamheden: het kan voorkomen dat extra toezicht op de dakbedekkingswerkzaamheden plaats vindt. Zo kan een verzekeringsmaatschappij langskomen voor een kwaliteitscontrole, vanuit de achtergrond dat zij de dakbedekking voor de garantieperiode moeten verzekeren. Soms is een extra controle van een adviseur (BDA) gewenst. 9. Noodoverstorten: voorkomen moet worden dat noodoverstorten dicht komen te zitten doordat grind in de afvoeren kan komen. Hiervoor kan een bolrooster worden aangebracht. Handige internetsites: www.dakpromotie.nl: website van Stichting Dakpromotie, een stichting die wil informeren over verschillende type daken. Daarom veel informatie en links naar leveranciers www.vebidak.nl: website van Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland. Onder het kopje 'vakrichtlijn' zeer veel informatie over bitumineuze dakbedekking pagina 8-11

www.bda.nl: website van de BDA-groep C Inspectielijst CONTROLEPLAN BITUMINEUZE DAKBEDEKKING 33.33 Project: Locatie: Opzichter: Inspectiedatum: Nr. Activiteit Akkoord Niet akkoord N.v.t. A. Administratief 1. Controle belastingen bij het toepassen van daktuinen 2. Wateraccumulatieberekening uitgevoerd conform de NEN 6702 3. Is er voor dit onderdeel een tekeningenroulatieschema vastgesteld 4. Is er voor dit onderdeel een gegevensbehoefteschema vastgesteld 5. Is er een werkplan geëist voor dit onderwerp 6. Zijn de vereiste bestektekeningen en berekeningen ingediend ter controle 7. Zijn de vereiste werk-/productietekeningen en berekeningen ingediend ter controle 8. Zijn er attesten, certificaten of garanties geëist 9. Is een startbespreking wenselijk voor dit onderdeel 10. Is dit onderdeel opgenomen in het V&G-plan uitvoering 11. Zijn alle betrokkenen daarvan op de hoogte 12. Zijn alle bestekseisen bekend en juist geïnterpreteerd 13. Is er bemonstering nodig voor dit onderdeel B. Voorbereiding 14. Afschot in constructie (staal- of zandcementvloer) 15. Afschot in isolatie (afschotisolatie platen) 16. Gegarandeerd afschot 16 mm/m1 17. Berekening en bepaling plaats HWA 18. Berekening en bepaling plaats noodafvoeren 19. Rondom gegarandeerde opstand van minimaal 120 mm 20. Planning en routing afgestemd op overige werkzaamheden 21. Concept onderhoudsvoorwaarden 22. Windberekening uitgevoerd en ballast bepaald 23. Is er een werkplan ingediend ter controle 24. Is het werkplan goedgekeurd 25. Is het werkplan op de bouw aanwezig 26. Zijn bestektekeningen en berekeningen goedgekeurd zonder voorbehoud pagina 9-11

Nr. Activiteit Akkoord Niet akkoord N.v.t. 27. Zijn de goedgekeurde bestektekeningen en berekeningen op de bouw aanwezig 28. Zijn de vereiste werk-/productietekeningen en berekeningen goedgekeurd 29. Zijn de vereiste werk-/productietekeningen en berekeningen op de bouw aanwezig 30. Zijn de attesten, certificaten of garanties ingediend ter controle 31. Zijn de attesten, certificaten of garanties goedgekeurd zonder voorbehoud 32. Zijn de attesten, certificaten of garanties op de bouw aanwezig 33. Zijn er bijzondere omstandigheden uit VCA-oogpunt 34. Is de bemonstering aangeleverd op de bouw, en is deze kompleet 35. Is de bemonstering goedgekeurd en vastgesteld naar alle betrokken partijen 36. Is een (detail)planning voor dit onderdeel wenselijk 37. Is de (detail)planning realistisch en haalbaar 38. Is de opslag van materialen goed geregeld (bescherming) C. Uitvoering 39. Start werkzaamheden gemeld bij verzekering 40. Maatvoeringcontrole afschot ondergrond 41. Ondergrond voldoende droog en glad 42. Dampremmende laag geheel gesloten 43. Alle loodvoorzieningen reeds aangebracht 44. Controle dakbedekking voor aanbrengen ballast 45. Tijdelijke onderbrekingen waterdicht gemaakt 46. Geen werkzaamheden meer op afgewerkt dak D. Nacontrole 47. Indien werkzaamheden op afgewerkte dakbedekking, bescherming aanbrengen 48. Voldoende veiligheidsvoorzieningen voor veilig onderhoud 49. Onderhoudsaanbieding aanwezig 50. Onderhoudsvoorwaarden bekend 51. Is de kwaliteit beoordeeld en akkoord bevonden 52. Zijn alle gegevens op de juiste wijze in de revisiestukken verwerkt Eventuele opmerkingen: pagina 10-11

Vervolg opmerkingen: pagina 11-11