Online Seminar Pensioen mr. Allard Bekius 23 april 2018
Inhoudsopgave 1. Verplichte deelneming pensioenfonds 2. Wijziging van de pensioenregeling 3. Het pensioenontslagbeding 4. Wijziging van de WOR 5. Welbewust instemmen
Verplichte deelneming pensioenfonds I Nederland kent géén wettelijke pensioenplicht. Maar de verplichtstellingsbeschikking vestigt een wettelijke pensioenplicht in de bedrijfstak tot welke de beschikking zijn werkingssfeer uitstrekt. De verplichtstellingsbeschikking geeft aan wat de werkingssfeer is. De werkingssfeer omschrijft enerzijds de bedrijfsactiviteiten, die behoren tot de bedrijfstak waarvoor het fonds is opgericht en anderzijds wie als deelnemer aan het fonds wordt aangemerkt.
Verplichte deelneming pensioenfonds II De uitleg van bepalingen over de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds gebeurt aan de hand van de cao-norm. De tekst van de verplichtstelling is het uitgangspunt. Andere bronnen die een omschrijving inhouden van de bedrijfstak waar ook de verplichtstelling voor is bedoeld, kunnen daarbij gezichtspunten opleveren om tot een bepaalde uitleg te komen.
Verplichte deelneming pensioenfonds III Een werkgever die onder de verplichtstelling valt, kan een vrijstelling verzoeken. Het Vrijstellings- en Boetebesluit Wet Bpf 2000 kent verplichte vrijstellingsgronden: het tijdig treffen van een eigen pensioenregeling; groepsvorming; eigen cao; nettopensioen; onvoldoende beleggingsrendement; Naast het verplicht verlenen van vrijstelling kan het bedrijfstakpensioenfonds vrijstelling verlenen, de zogenaamde vrijwillige vrijstelling.
Verplichte deelneming pensioenfonds IV Het is aan de werkgever om te onderzoeken of de verplichtstelling op hem van toepassing is. Het bedrijfstakpensioenfonds kan ook zelf actief onderzoek doen: via het Handelsregister met behulp van de sectorcode; door het bekijken van de website van de werkgever; werkingssfeeronderzoek; het opsturen van vragenlijsten. Doe de BPF check!
Verplichte deelneming pensioenfonds V Het bedrijfstakpensioenfonds kan ook premies over het verleden invorderen. Ongeacht de vraag of de werkgever wellicht een andere pensioenregeling voor zijn werknemers had en daar premies voor heeft betaald. Er is nog geen eenduidigheid in de jurisprudentie over de vraag of het bedrijfstakpensioenfonds premies maximaal over de afgelopen vijf jaar of over de afgelopen twintig jaar kan vorderen.
Verplichte deelneming pensioenfonds VI De niet meewerkende werkgever loopt het risico dat het bedrijfstakpensioenfonds ambtshalve overgaat tot het opleggen van premienota s. De werkgever kan in rechte opkomen tegen de verplichte deelneming.
Verplichte deelneming pensioenfonds VII Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen zijn bij wet verplicht om te werken met een doorsneepremie, op deze manier is solidariteit tot stand gebracht. Voor iedere deelnemer wordt eenzelfde premie betaald, onafhankelijk van geslacht, leeftijd en gezondheid en elke deelnemer ontvangt eenzelfde pensioenopbouw. Uit het regeerakkoord blijkt dat deze systematiek wordt afgeschaft. Deelnemers gaan een opbouw ontvangen die past bij de ingelegde premie.
Verplichte deelneming pensioenfonds VIII Ieder van de bestuurders is hoofdelijk aansprakelijk voor de bijdragen ter zake van deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds, tenzij: de rechtspersoon het bedrijfstakpensioenfonds tijdig informeert dat deze niet in staat is te betalen én het niet betalen van de premie niet te wijten is aan kennelijk onredelijk bestuur.
Y. van Veelen
Wijziging van de pensioenregeling I De Pensioenwet verplicht een werkgever niet om een pensioenregeling aan te gaan met zijn werknemers. Contractsvrijheid is het uitgangspunt. De Pensioenwet vult de pensioenregeling wel aan door de dwingende plicht tot onderbrenging van de pensioenregeling bij een pensioenuitvoerder door de werkgever. Op deze wijze blijft het pensioenvermogen buiten het ondernemingsrisico. Deze verplichting zorgt ervoor dat een faillissement van de werkgever er niet toe leidt dat er geen pensioen meer is.
Wijziging van de pensioenregeling II Een werkgever kan zonder instemming van de werknemer de pensioenregeling wijzigen, indien de bevoegdheid daartoe schriftelijk in de pensioenregeling is opgenomen. Er moet sprake zijn van een zodanig zwaarwichtig belang van de werkgever dat het belang van de werknemer, dat door de wijziging zou worden geschaad, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
Wijziging van de pensioenregeling III De arbeidsvoorwaarde pensioen mag alleen eenzijdig worden gewijzigd, indien de werkgever daarvoor zwaarwichtige belangen kan aantonen. Een fiscale wetswijziging levert niet automatisch een zwaarwichtig belang op voor de werkgever. Dat belang moet vervolgens worden afgewogen tegen het belang van de werknemer. Vanzelfsprekend is een eenzijdige wijziging van de pensioenregeling niet mogelijk, indien dat in strijd is met de cao of de Pensioenwet.
Wijziging van de pensioenregeling IV Het arbeidsovereenkomstenrecht kent in art. 7:613 BW een met art. 19 Pensioenwet vergelijkbaar wijzigingsbeding. Materieelrechtelijk bestaat er geen verschil tussen beide wijzigingsbedingen. Indien men gebruik maakt van de pensioenfondsroute kwalificeert de wijziging niet als eenzijdig ex art. 7:613 BW en art. 19 Pensioenwet. Misbruik van bevoegdheid. In strijd handelen met art. 105 lid 2 Pensioenwet.
Het pensioenontslagbeding In het pensioenontslagbeding is de leeftijd opgenomen waarop de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. AOW-leeftijd of de pensioengerechtigde leeftijd? Aangesloten moet worden bij de objectieve AOW-leeftijd voor het begrip pensioengerechtigde leeftijd. Volgens normaal spraakgebruik wordt met pensioengerechtigde leeftijd de AOW-leeftijd bedoeld. Geen transitievergoeding als arbeidsovereenkomst eindigt AOW-leeftijd. HR: géén leeftijdsdiscriminatie! Neem duidelijk in de arbeidsovereenkomst op dat de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bedoeld.
Wijziging van de WOR I Per 1 oktober 2016 is het instemmingsrecht van de OR met betrekking tot pensioenen uitgebreid. De OR heeft nu ook instemmingsrecht bij wijziging van de pensioenregeling. De instemming van de OR bindt individuele werknemers niet, maar instemming van de OR is een belangrijke aanwijzing dat sprake is van een rechtsgeldige eenzijdige wijziging. Er bestaat geen instemmingsrecht, indien een en ander is geregeld bij cao.
Wijziging van de WOR II De meest in het oog springende wijziging is het feit dat in artikel 27 WOR de uitvoeringsovereenkomst gelijk wordt gesteld met de pensioenovereenkomst wanneer het vaststellen, wijzigen of beëindigen daarvan invloed heeft op de pensioenovereenkomst.
Welbewust instemmen Voor een geldige wijziging van het pensioen moet sprake zijn van een welbewuste instemming van een werknemer. Wat welbewust, is nog niet duidelijk. Wel bewust is in ieder geval niet hetzelfde als ondubbelzinnig. Het advies is om er goed rekenschap van te geven dat de werknemers inderdaad begrijpen wat de wijziging van de pensioenovereenkomst voor hen betekent.
Vragen/opmerkingen? Volg ons op Twitter: @NysinghArbeid Of kijk op www.nysingh.nl/arbeidsrecht