werkzaam in ziekenhuizen
|
|
|
- Erika de Veer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen
2 VOORWOORD Voor u ligt de Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen (Modelinstructie). In augustus 1998 is de brochure onder de naam Instructie assistent-geneeskundigen werkzaam in ziekenhuizen voor het eerst uitgegeven. In de tweede uitgave is de naam assistent-geneeskundige veranderd in die van arts in opleiding tot specialist (aios). De Modelinstructie is op initiatief van de LAD tot stand gekomen in overleg met de Orde, KNMG, LHV, LVAG en NVZ. Hiermee is gevolg gegeven aan de besluiten van het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) en het College voor Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde (CHVG) en de Registratiecommissies van de KNMG. De naam assistent-geneeskundige in opleiding tot medisch specialist (agio), huisarts in opleiding (haio) en verpleeghuisarts in opleiding (vaio) zijn gewijzigd in die van arts in opleiding tot specialist (aios). Het doel was en is nog steeds: invulling geven aan de op grond van de Kwaliteitswet Zorginstellingen bestaande verplichting van de ziekenhuisorganisatie zorg te dragen voor een verantwoorde zorgverlening en voor adequate randvoorwaarden daarvoor. Een van die randvoorwaarden is blijkens onder andere de jurisprudentie een Modelinstructie voor arts(en) in opleiding tot (medisch) specialist. Ter ondersteuning van de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist, de medisch specialisten en de ziekenhuizen hebben de bovengenoemde organisaties de Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen opgesteld, waarbij rekening is gehouden met zowel de bestaande wet- en regelgeving als met de op dit onderwerp betrekking hebbende jurisprudentie. Deze Modelinstructie is naar het oordeel van de betrokken organisaties een evenwichtig document, waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist zorgvuldig staan omschreven. Onverlet de eigen verantwoordelijkheid van de ziekenhuisorganisatie voor de precieze inhoud van een instructieregeling wordt deze Modelinstructie inmiddels door de ziekenhuisorganisaties toegepast. Dit geldt voor zowel de Algemene ziekenhuizen als voor de Universitair Medische Centra (UMC s). In het Kaderbesluit van het Centraal College Medische Specialismen is opgenomen dat de ziekenhuizen deze Modelinstructie vóór de aanvang van de opleiding aan de arts in opleiding tot (medisch) specialist verstrekken. Wij zijn ervan overtuigd dat deze Modelinstructie een bijdrage levert aan het optimaliseren van de afbakening van de verantwoordelijkheden tussen de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist enerzijds en de medisch specialist(en) en de ziekenhuisorganisatie anderzijds. Utrecht, september 2006
3 CONSIDERANS Overwegende, dat: * de arts bevoegd is tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst en als zodanig een eigen medische verantwoordelijkheid heeft; * de arts die op grond van een arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling werkzaam is, verplicht is de overeengekomen werkzaamheden naar beste vermogen te verrichten en zich daarbij te gedragen naar de door of vanwege de raad van bestuur/directie gegeven aanwijzingen; * aanwijzingen met betrekking tot werkzaamheden in het kader van de zorgverlening al dan niet in verband met de opleiding gegeven worden door de opleider en overige behandelend medisch specialisten die een overeenkomst hebben met het ziekenhuis, onverlet het hierboven vermelde omtrent de door of vanwege de raad van bestuur/directie gegeven aanwijzingen; * de verantwoordelijkheid tot supervisie bij de zorgverlening niet alleen gedragen wordt door de opleider, maar door alle medisch specialisten en/of andere artsen die betrokken zijn bij de zorgverlening waaraan de arts deelneemt; * er in beginsel geen onderscheid is in supervisie van de artsen in opleiding en de artsen niet in opleiding; * het uit een oogpunt van duidelijkheid voor zowel artsen al dan niet in opleiding, medisch specialisten en andere artsen, patiënten als ziekenhuis, gewenst is te beschikken over een instructie, waarin de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van deze artsen zijn omschreven; * voor de arts in opleiding tot (medisch) specialist de opleidingseisen gelden, zoals vastgesteld door het CCMS of het CHVG, en de Modelinstructie dan wel een instructie die voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld ingevolge deze Modelinstructie; * de Modelinstructie dan wel een instructie die voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld ingevolge deze Modelinstructie onverbrekelijk zijn verbonden met de arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling van de arts; is tussen de LAD, KNMG, Orde, LVAG, LHV en NVZ de volgende Modelinstructie overeengekomen:
4 1. BEGRIPSBEPALINGEN In deze Modelinstructie wordt verstaan onder: a. arts: de arts die al dan niet in het kader van de opleiding tot (medisch) specialist (aios) onder functionele verantwoordelijkheid van de betrokken medisch specialisten en/of andere artsen deelneemt aan de zorgverlening; b. superviserend arts: degene die op basis van binnen het ziekenhuis gemaakte afspraken in voorkomende gevallen moet worden aangemerkt als functioneel leidinggevende/opdrachtgever. Dit kan zijn: 1. degene die de medische verantwoordelijkheid draagt voor de zorgverlening aan de patiënt in kwestie (veelal de behandelend medisch specialist) óf 2. een medisch specialist ingeschreven als opleider c.q. plaatsvervangend opleider in het register van de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC). 2. ALGEMENE BEPALINGEN 2.1 De arts is verplicht, onverlet zijn/haar eigen medische verantwoordelijkheid, de hem/haar opgedragen werkzaamheden in het kader van de zorgverlening en/of de opleiding naar beste vermogen te verrichten, met inachtneming van: - geldend recht; - door of vanwege de raad van bestuur/directie vastgestelde regelingen; - vigerende medische protocollen/richtlijnen; - de eventueel bij de opdracht gegeven aanwijzingen. 2.2 De arts ontvangt bij zijn/haar indiensttreding: - een taak-functieomschrijving; - een verwijzing naar de protocollen/richtlijnen van het betreffend medisch specialisme; - (een verwijzing naar) de in het ziekenhuis geldende regelingen die relevant zijn voor zijn/haar functioneren en waaraan hij/zij wordt geacht zich te conformeren; - een binnen het betreffende medisch specialisme geldende roostersystematiek, aan de hand waarvan de arts wordt ingedeeld op de diverse afdelingen; - een overzicht van de voor de betrokken arts in opleiding tot specialist verplichte gezamenlijke besprekingen met medisch specialisten en/of andere medewerkers, die bij de zorgverlening zijn betrokken. - deze Modelinstructie dan wel een instructie die voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld ingevolge deze Modelinstructie. 2.3 De superviserend arts bepaalt periodiek, na overleg met de arts, aan de hand van: - het stadium van de opleiding/ervaring van de betrokken arts; - de concrete bekwaamheid van de arts; - de opleidingseisen van het CCMS of het CHVG, tot het verrichten van welke handelingen de arts zelfstandig in staat mag worden geacht en welke handelingen onder leiding (van een
5 medisch specialist) moeten worden verricht. De superviserend arts legt dit overeenkomstig de binnen het ziekenhuis gebruikelijke wijze schriftelijk vast. Waar van toepassing in het kader van de functie en/of opleiding, draagt de superviserend arts er zorg voor dat hij/zij op de hoogte blijft van de vorderingen van de arts. 2.4 De arts is verplicht bij twijfel over zijn/haar eigen bekwaamheid te overleggen met de superviserend arts. 2.5 Voor overleg met de arts is te allen tijde een superviserend arts bereikbaar. Indien de arts van oordeel is dat de superviserend arts naar het ziekenhuis dient te komen, zal hij/zij dit expliciet verzoeken aan de superviserend arts. 2.6 De arts overlegt met de behandelend medisch specialist wie welke informatie aan de patiënt verstrekt. 2.7 De arts heeft het recht op grond van ernstige gewetensbezwaren te weigeren een bepaalde handeling te verrichten. De superviserend arts beslist vervolgens over de verdere behandeling van de patiënt. Bij indiensttreding meldt de arts eventuele gewetensbezwaren, zodat daarmee rekening gehouden kan worden. 2.8 De arts dient onverlet de regeling binnen het ziekenhuis onverwijld de superviserend arts op de hoogte te brengen van iedere gebeurtenis al dan niet veroorzaakt door menselijk handelen of nalaten bij onderzoek, behandeling, verpleging of verzorging van de patiënt(en), welke tot een schadelijk gevolg voor de patiënt(en) heeft geleid, dan wel naar algemene ervaringsregels had zullen leiden, indien dit niet voorkomen was door een toevallige gebeurtenis of door een tevoren niet gepland ingrijpen. De superviserend arts ziet toe op melding bij de Meldingscommissie Incidenten Patiëntenzorg (MIP)/de commissie voor Fouten, Ongevallen en Near Accidents (FONA)/de commissie voor (melding van) Fouten, Ongevallen en Bijna-Ongevallen (FOBO) in de medische zorg, conform de in het ziekenhuis vigerende regeling. 2.9 In geval van stages bij (een) ander(e) medisch(e) specialisme(n) kan (de verantwoordelijkheid voor) de supervisie en daarmede de verantwoordelijkheid worden gedelegeerd aan de stageverlenende medisch specialist(en) en worden daaromtrent afspraken gemaakt. 3. WERKVERDELING 3.1 De superviserend arts en/of de daarvoor binnen het ziekenhuis verantwoordelijke(n) draagt (dragen) zorg voor een rooster voor de arts, dat tijdig onder hen dient te worden verspreid en aan de hand waarvan de werkzaamheden in het kader van de zorgverlening op de verschillende afdelingen worden verdeeld onder en opgedragen aan de arts. 3.2 Het rooster dient te voldoen aan de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit en de toepasselijke rechtspositieregeling(en). 3.3 De arts woont diverse soorten (patiënten)besprekingen bij, die naar het oordeel van de superviserend arts van belang zijn voor de functie en/of opleiding. De arts neemt, conform de opleidingseisen, tenminste deel aan
6 patiëntenbesprekingen, klinische conferenties en refereerbijeenkomsten in het ziekenhuis en in overleg met de opleider aan die welke worden gehouden in een opleidingsinrichting waarmee een samenwerkingsverband bestaat. 4. OPDRACHTEN 4.1 De superviserend arts geeft de arts alleen die opdrachten waarvan hij/zij redelijkerwijs mag aannemen dat de arts beschikt over de bekwaamheid, die is vereist voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten. 4.2 De arts aanvaardt alleen opdrachten indien hij/zij redelijkerwijs mag aannemen dat hij/zij beschikt over de bekwaamheid, die is vereist voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten. 4.3 Indien de arts aangeeft dat bepaalde opdrachten zijn/haar bekwaamheid te boven gaat, zal de superviserend arts voor de noodzakelijke begeleiding zorgdragen dan wel de opdrachten zelf uit (laten) voeren. 4.4 De superviserend arts draagt er zorg voor dat hij/zij op de hoogte blijft van de toestand van de door de arts behandelde patiënten. 4.5 De arts kan opdrachten geven aan verpleegkundigen, volgens bestaand vanwege raad van bestuur/directie, medisch specialisten en/of verpleegkundige leiding vastgesteld beleid. 5. MEDISCHE HANDELINGEN 5.1 De arts is gerechtigd alle medische handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn in het kader van de zorgverlening, voor zover hij/zij redelijkerwijs mag aannemen dat hij/zij over de daartoe benodigde bekwaamheid beschikt. In geval van twijfel en/of indien de toestand van de patiënt daartoe aanleiding geeft is hij/zij verplicht met de superviserend arts overleg te voeren. De arts pleegt in ieder geval overleg met de superviserend arts over (dreigende) complicaties, abnormaal verloop van het genezingsproces en bijzondere uitslagen. 5.2 Voor het verrichten van een aantal medische handelingen kan het gewenst zijn dat de arts deze uitsluitend uitvoert onder leiding van de superviserend arts. 5.3 De arts treedt in beginsel zelfstandig op in het kader van de zorgverlening aan de patiënten met inachtneming van de vigerende protocollen/richtlijnen ter zake. De arts voert overleg met de superviserend arts in geval van twijfel en meer in het bijzonder indien de toestand van de patiënt daartoe aanleiding geeft. 5.4 De arts doet aan de superviserend arts melding van overleden patiënten. 5.5 De arts neemt slechts beslissingen tot opname, overplaatsing of ontslag van een patiënt na verkregen toestemming van de superviserend arts, tenzij de gezondheidstoestand van de patiënt overleg niet toelaat.
7 5.6 Over doorverwijzing naar een medisch specialist van een ander specialisme en terugverwijzing naar de huisarts overlegt de arts met de superviserend arts, behalve indien de vigerende protocollen/richtlijnen hierin op andere wijze voorzien. 5.7 Het aanvragen en verrichten van een intercollegiaal consult wordt gedaan door een medisch specialist dan wel door de arts in opdracht van een medisch specialist. 6. SPOEDEISENDE HULP 6.1 De arts pleegt zo spoedig mogelijk overleg met de superviserend arts over alle meervoudig getraumatiseerde patiënten. 6.2 De arts meldt terstond bij de superviserend arts de (telefonische) mededeling omtrent de komst van een patiënt die mogelijk in een levensbedreigende situatie verkeert. 7. VERSLAGLEGGING/MEDISCH DOSSIER Onverlet de verplichting in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) voor de behandelend specialist, houdt de arts een dossier/status conform de binnen het ziekenhuis gebruikelijke procedures bij met betrekking tot de behandeling van de patiënt. Dit wil zeggen, dat hij/zij aantekeningen maakt over de gegevens omtrent de gezondheidstoestand van de patiënt, de uitgevoerde handelingen en van de aan de patiënt gegeven informatie. Hij/zij neemt andere stukken, bevattende zodanige gegevens, daarin op, een en ander voor zover dit voor een goede zorgverlening van de patiënt noodzakelijk is. 8. SLOTBEPALINGEN 8.1 Indien de arts van de Modelinstructie afwijkt dient, indien de omstandigheden dit toelaten, te allen tijde overleg plaats te vinden met de superviserend arts. 8.2 In alle gevallen met betrekking tot de zorgverlening van een patiënt door een arts, waarin de Modelinstructie niet voorziet, beslist de superviserend arts.
8
Instructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in het Westfriesgasthuis
Instructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in het Westfriesgasthuis VOORWOORD Voor u ligt de Instructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in
MODELINSTRUCTIE ARTS AL DAN NIET IN OPLEIDING TOT (MEDISCH) SPECIALIST WERKZAAM IN HET ERASMUS MC
Projectcode Versie Definitief Datum 25 februari 2014 auteur Prof. dr. M. De Hoog E.A.J. Schoonen, MSc Beheerder Centrale Opleidingscommissie Erasmus MC Opdrachtgever Raad van Bestuur Erasmus MC MODELINSTRUCTIE
Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist
Deze Modelinstructie is een evenwichtig document waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist zorgvuldig staan omschreven. Modelinstructie
Instructie assistent-geneeskundigen. werkzaam in de zorg voor mensen. met een verstandelijke handicap
Instructie assistent-geneeskundigen werkzaam in de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap Instructie assistent-geneeskundigen werkzaam in de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap.
NVAVG: instructie arts al dan niet in opleiding tot specialist werkzaam in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
NVAVG: instructie arts al dan niet in opleiding tot specialist werkzaam in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking Voorwoord Voor u ligt de Instructie arts werkzaam in de zorg voor mensen
MODELINSTRUCTIE AIOS EN ANIOS WERKZAAM IN EEN ZORGINSTELLING
MODELINSTRUCTIE AIOS EN ANIOS WERKZAAM IN EEN ZORGINSTELLING JANUARI 2017 2 WOORD VOORAF In 2006 is de Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot medisch specialist werkzaam in ziekenhuizen tot
Instructie supervisie a(n)ios werkzaam in het LUMC
Inleiding In het Leids Universitair Medisch centrum (LUMC) worden artsen opgeleid tot medisch specialist (aios). De aard van de opleiding brengt met zich mee dat een belangrijk deel van de opleiding van
Instructie voor de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist in het AMC
Instructie voor de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist in het AMC Oktober 2009 1 Instructie voor de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist in het AMC In het AMC worden
Oktober Verantwoordelijkheidsverdeling in de zorg
Oktober 2018 Verantwoordelijkheidsverdeling in de zorg Verantwoordelijkheidsverdeling in de zorg 1. Inleiding De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de inspectie) ziet toe op de naleving van een
Reglement Meldingscommissie Incidenten Patiëntenzorg Stichting Flebologisch Centrum Groeneweg te Grave
Reglement Meldingscommissie Incidenten Patiëntenzorg Stichting Flebologisch Centrum Groeneweg te Grave Stichting Flebologisch Centrum Grave S&W consultants Veenendaal 1 Reglement Meldingscommissie Incidenten
INSTITUUTSREGLEMENT OPLEIDING TOT SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE
INSTITUUTSREGLEMENT OPLEIDING TOT SPECIALIST OUDERENGENEESKUNDE De opleidings- en erkenningseisen voor het specialisme ouderengeneeskunde zijn vastgelegd in het Kaderbesluit CHVG (hierna: Kaderbesluit)
(BELEIDSREGEL AIOS ALS EERSTE BEHANDELAAR/OPERATEUR)
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst MEDISCH SPECIALISTEN REGISTRATIE COMMISSIE Besluit van 3 maart 2006 houdende de vaststelling van de beleidsregel die de MSRC bij de
De anesthesioloog en de snijdend specialist zijn tezamen verantwoordelijk voor de preoperatieve zorg.
ANESTHESIOLOGISCHE ZORGVERLENING (2004) PREOPERATIEVE ZORG De anesthesioloog en de snijdend specialist zijn tezamen verantwoordelijk voor de preoperatieve zorg. Doel Het doel van het anesthesiologische
Instituutsreglement OPLEIDINGSINSTITUUT IGT
Instituutsreglement OPLEIDINGSINSTITUUT IGT HOOFDSTUK A Artikelen bij het Kaderbesluit CHVG en het Besluit IGT Artikel 1 Opleiding bij erkende specialisten, profielartsen en instellingen Bij artikel B.1
College Geneeskundige Specialismen
College Geneeskundige Specialismen Besluit van 9 november 2016 houdende de wijziging van de volgende besluiten: Besluit spoedeisende geneeskunde van 9 januari 2013; Besluit ziekenhuisgeneeskunde van 11
College Geneeskundige Specialismen
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST College Geneeskundige Specialismen Besluit van 12 september 2012 houdende de voorwaarden voor het experiment voor de erkenning van
Regeling betreffende de verantwoordelijkheden van assistenten en radiologen
Regeling betreffende de verantwoordelijkheden van assistenten en radiologen Dr. L.M. Kingma, radioloog Medisch Centrum Haaglanden Locatie Westeinde, Den Haag. Na de formele fusie van het Ziekenhuis Westeinde
Aanvullende informatie over Taakherschikking. Verschillende verpleegkundige disciplines
Aanvullende informatie over Taakherschikking Verschillende verpleegkundige disciplines Juli 2012 Aanvullende informatie over Taakherschikking Verschillende verpleegkundige disciplines Inleiding Zowel Verenso
Instituutsreglement Huisartsopleiding UMCG
Instituutsreglement Huisartsopleiding UMCG Pagina 2 van 18 Instituutsreglement Huisartsopleiding UMCG, ingangsdatum Vastgesteld door de RGS d.d. 28 december 2015 Pagina 3 van 18 Voorwoord De opleidings-
Functiebeschrijving Hoofd Opleidingsinstituut Huisartsgeneeskunde LUMC
Functiebeschrijving Hoofd Opleidingsinstituut Huisartsgeneeskunde LUMC Functiebeschrijving hoofd opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde LUMC, pagina 1 Hoofd Opleidingsinstituut Huisartsgeneeskunde Leids
Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor:
Inleiding Patiënten worden in het ziekenhuis regelmatig door meerdere medisch specialisten tegelijk behandeld. In het verleden is verschillende malen geconstateerd dat de onderlinge verantwoordelijkheden
Algemene Voorwaarden (levering en betaling van zorg) Artikel 1. Definities
Algemene Voorwaarden (levering en betaling van zorg) Artikel 1. Definities 1.1 Patiënt: onder Patiënt wordt in deze Algemene Voorwaarden verstaan een patiënt en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger inzake
BELEIDSREGEL BR/CU Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s
BELEIDSREGEL BR/CU-2020 Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit
BESLUIT CHVG no. 5 2000 EISEN EN VOORWAARDEN VOOR DE ERKENNING VAN OPLEIDERS, OPLEI- DINGSINRICHTINGEN EN OPLEIDINGSINSTITUTEN HUISARTSGENEESKUNDE
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst COLLEGE VOOR HUISARTSGENEESKUNDE EN VERPLEEGHUISGENEESKUNDE BESLUIT CHVG no. 5 2000 EISEN EN VOORWAARDEN VOOR DE ERKENNING VAN OPLEIDERS,
Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5
Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5 (Tekst geldend op: 19 02 2015) Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 4. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling in deze
Voorbehouden en risicovolle handelingen bij de chronisch beademde zorgvrager
Voorbehouden en risicovolle handelingen bij de chronisch beademde zorgvrager Informatie over de Wet BIG voor de zorgverlener 1. Inleiding Als professionele zorgverlener voor een zorgvrager die chronisch
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst CENTRAAL COLLEGE MEDISCHE SPECIALISMEN BESLUIT CCMS no. 5-2000 OPLEIDINGSEISEN PATHOLOGIE 1 Het Centraal College Medische Specialismen,
Volksgezondheidswetgeving GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST
GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST 13 Geneeskundige behandelingsovereenkomst (P.B. 2000, no. 118) Landsverordening van de 23ste oktober 2000 houdende vaststelling van de tekst van Boek 7 van het Burgerlijk
Besluit van 14 december 2016 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme cardiologie
Besluit van 14 december 2016 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme cardiologie (Besluit cardiologie) Het College Geneeskundige Specialismen, gelet op artikel 14, tweede
2. Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:
Artikel 446 1. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling - in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst - is de overeenkomst waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon,
REGLEMENT VOOR DE SOLLICITATIECOMMISSIE Opleiding tot specialist ouderengeneeskunde
REGLEMENT VOOR DE SOLLICITATIECOMMISSIE Opleiding tot specialist ouderengeneeskunde Inleiding De sollicitatiecommissie is door het hoofd van het opleidingsinstituut belast met het selecteren en voordragen
BEVOEGDHEID EN BEKWAAMHEID RADIOLOGISCHE
BEVOEGDHEID EN BEKWAAMHEID RADIOLOGISCHE VERRICHTINGEN Inleiding De Wet BIG regelt de beroepsuitoefening op het gebied van de individuele gezondheidszorg. In de Wet BIG worden 8 beroepen onderscheiden
Privacyreglement
Privacyreglement De Verwerking van Persoonsgegevens is aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) onder nummer m1602696. Persoonsgegevens in een vorm die het mogelijk maakt de Betrokkene
RECHTEN EN PLICHTEN RECHTEN
RECHTEN EN PLICHTEN RECHTEN Recht op informatie Recht om informatie te weigeren Recht op toestemming geven Recht op een second opinion Recht op een medisch dossier Recht op inzage van uw dossier PLICHTEN
Klokkenluidersregeling
Klokkenluidersregeling Inhoudsopgave Artikel 1. Begripsbepalingen 3 Artikel 2. Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer c.q. melder 4 Artikel 3. Interne melding 4 Artikel 4. Vastlegging van
nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)
nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming
KLOKKENLUIDERSREGELING HOGESCHOOL IPABO AMSTERDAM/ALKMAAR
KLOKKENLUIDERSREGELING HOGESCHOOL IPABO AMSTERDAM/ALKMAAR Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Hoofdstuk 2: Interne procedure Hoofdstuk 3: Melding aan de Commissie Klokkenluiders Hoofdstuk 4: Rechtsbescherming
PROFESSIONEEL STATUUT VOOR DE MEDISCH SPECIALISTEN IN DIENSTVERBAND IN ZIEKENHUIZEN
BIJLAGE II PROFESSIONEEL STATUUT VOOR DE MEDISCH SPECIALISTEN IN DIENSTVERBAND IN ZIEKENHUIZEN Preambule Overwegende dat: 1. de professionele autonomie van de medisch specialist in dienstverband moet worden
Klachtenreglement WIJeindhoven
Klachtenreglement WIJeindhoven 1 Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijvingen... 3 Artikel 3 Wraking en verschoning... 3 Artikel 4 Indiening van de klacht... 4 Artikel 5 Behandeling van de klacht... 4
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013 Het bevoegd gezag van [GEMEENTE OF ORGANISATIE INVULLEN]; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
Taken. ntwoo rdelijk heden. en vera
Taken en vera ntwoo rdelijk heden Taken en verantwoordelijkheden in de praktijkopleiding tot gezondheidszorgpsycholoog en gezondheidszorgpsycholoogspecialist Kamer Gezondheidszorgpsycholoog College Specialismen
Artikel 9.34 Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek
INHOUD Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 KIESREGLEMENT UNIVERSITEITSRAAD UNIVERSITEIT UTRECHT Algemeen Centraal stembureau Kiesrecht Kandidaatstelling
REGLEMENT VOOR HET CONCILIUM VAN DE NVOG
REGLEMENT VOOR HET CONCILIUM VAN DE NVOG Versie 1.0 Datum Goedkeuring 19-09-2007 Methodiek Consensus based Discipline Verantwoording NVOG Artikel 1 Het Concilium Obstetricum et Gynaecologicum, hierna te
3 In op die behandelingsovereenkomst betrekking hebbende aangelegenheden is de minderjarige bekwaam in en buiten rechte op te treden.
Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 1 De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling - in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst - is de overeenkomst
Klokkenluidersregeling
Datum Van Doorkiesnummer Aan. E-mail Kopie aan. Blad 1/5 - Klokkenluiderregeling Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: medewerker: degene die al
INSTITUUTSREGLEMENT Opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde LUMC
INSTITUUTSREGLEMENT Opleiding tot Specialist Ouderengeneeskunde LUMC HOOFDSTUK A Artikelen bij het Kaderbesluit CHVG en het Besluit specialisme ouderengeneeskunde Artikel 1 Opleiding bij erkende specialisten
In bovengenoemd kader bespreken we hieronder de posities van de betrokkenen bij de postdoctorale opleiding tot psychotherapeut.
1 Verantwoordelijkheden in de praktijkopleiding tot psychotherapeut Vastgesteld door de Kamer Psychotherapeut d.d. 20 augustus 2007. Ons kenmerk: KPT/07.052. Inhoud: 1. Kader 2. Definitie posities en opleidingsverantwoordelijkheden
MELDREGELING VERMOEDEN MISSTANDEN. Een regeling voor het op een veilige manier melden van misstanden
MELDREGELING VERMOEDEN MISSTANDEN Een regeling voor het op een veilige manier melden van misstanden Versie 3, november 2018 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Artikel 1. Definities... 4 Artikel 2. Informatie,
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst MEDISCH SPECIALISTEN REGISTRATIE COMMISSIE
Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst MEDISCH SPECIALISTEN REGISTRATIE COMMISSIE Besluit van 10 december 2004 strekkende tot vaststelling van beleidsregels die de MSRC
Modelovereenkomst Huisartsengroep - Verzorgingshuis 2009
Modelovereenkomst Huisartsengroep - Verzorgingshuis 2009 De ondergetekenden: De huisartsen Naam adres AGB Naam adres AGB Etc. die tezamen deelnemen aan: De huisartsengroep: (naam) Hierna te noemen "de
Rechten en plichten van de patiënt
Rechten en plichten van de patiënt 2 Deze folder geeft een overzicht van de belangrijkste rechten en plichten van u als patiënt en van uw zorgverlener. In de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
Recht op informatie. Hoofdbehandelaar. Toestemming voor een behandeling of onderzoek
Rechten en plichten Weet u wat uw rechten zijn? Als patiënt heeft u bijvoorbeeld recht op informatie over behandelingen en onderzoeken. Ook heeft u recht op inzage in uw dossier. In de Wet op de Geneeskundige
KLACHTENREGELING RELIM
KLACHTENREGELING RELIM Landgraaf, 2011 1 KLACHTENREGELING RELIM Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. Relim: Relim, door het Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid Limburg aangewezen voor de uitvoering van de
De Jonge Orde parttime werken
PARTTIME werken 2 3 inhoud Relevante wet- en regelgeving 4 Kaderbesluit 6 Geldende cao 8 Ouderschapsverlof 14 Diensten 19 Opleidingsfonds 19 conclusie 19 inleiding In Nederland is parttime werken in uiteenlopende
Besluit van (datum) houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme orthopedie
Besluit van (datum) houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme orthopedie (Besluit orthopedie) Het College Geneeskundige Specialismen, gelet op artikel 14, tweede lid, onder
GEDRAGSCODE. Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen
GEDRAGSCODE Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen Het College gerechtelijk deskundigen, met inachtneming van artikel 51k, eerste lid van de Wet deskundige in strafzaken (Stb. 2009, 33; hierna de
Modelprocedure. mogelijk disfunctionerend. specialist ouderengeneeskunde
Modelprocedure mogelijk disfunctionerend specialist ouderengeneeskunde Inhoudsopgave 1. Inleiding en toelichting 3 2. Definitie en afbakening disfunctioneren 3 3. Status modelprocedure 4 Artikel 1 Definities
Klokkenluidersregeling Reinaerde. WerkWijzer
Algemeen Klokkenluiden is het melden van het vermoeden van een misstand in de organisatie. Deze regeling draagt eraan bij dat er bij zorgvuldig omgegaan wordt met een (vermoeden van een) misstand. In deze
PROFESSIONEEL STATUUT VOOR DE ACADEMISCH MEDISCH SPECIALIST
PROFESSIONEEL STATUUT VOOR DE ACADEMISCH MEDISCH SPECIALIST Overwegende dat: 1. het academisch ziekenhuis op grond van wet en regelgeving, waaronder de WHW, als instelling onder meer taken heeft op het
Herregistratie: De actualiteiten. Mr. Vivienne Schelfhout-van Deventer KNMG
Herregistratie: De actualiteiten Mr. Vivienne Schelfhout-van Deventer KNMG Systeem Wet BIG Arts specialist BIG-register specialisten-register Ministerie VWS (CIBG) KNMG (CGS &RGS) Herregistratie BIG-register
Reglement Cliëntenraad BovenIJ ziekenhuis
Reglement Cliëntenraad BovenIJ ziekenhuis Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In dit reglement wordt verstaan onder: a. Ziekenhuis: het BovenIJ ziekenhuis te Amsterdam b. De Cliëntenraad: de Cliëntenraad van
Samenwerkingsovereenkomst cliëntenraad BovenIJ Ziekenhuis
Samenwerkingsovereenkomst cliëntenraad BovenIJ Ziekenhuis Partijen: stichting BovenIJ Ziekenhuis te Amsterdam ten deze vertegenwoordigd door de heer mr. R.R.M. Berendsen, nader te noemen: de directie En
Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand (Klokkenluidersregeling Medelijk Dalton Lyceum)
IVIPGD12012031408250212 GD1 14.03.2012 0212 Klokkenluidersregeling Stedelijk Dalton Lyceum Regeling Regeling inzake het omgaan met een vermoeden van een ernstige misstand (Klokkenluidersregeling Medelijk
