EIM onderdeel van Panteia
|
|
|
- Daniël Gerritsen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 EIM onderdeel van Panteia Toonbankbetalingsverkeer in 2009 Onderzoek voor Bedrijf & Beleid
2
3 Toonbankbetalingsverkeer in 2009 Nulmeting van de kosten van het toonbankbetaling sverkeer in het kader van de evaluatie zoals overeeng ekomen in de Nadere Overeenkomst bij Convenant Betaling sverkeer 2005 Frans Pleijster Arjan Ruis Zoetermeer, mei 2011
4 Dit onderzoek is gefinancierd door de Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen. EIM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. The responsibility for the contents of this report lies with EIM. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen. EIM does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.
5 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 5 1 Inleiding Achtergrond, doel en afbakening Aanpak van het onderzoek Opbouw rapport 13 2 Kostenmodel Inleiding De kostenposten Interne en externe kosten van betalen Vaste en variabele kosten 19 3 Kenmerken inkomend betalingsverkeer Inleiding Afbakening van de toonbankinstellingen Acceptatiegraad betaalmiddelen Aantal verkooptransacties in toonbankinstellingen Relatief belang van de betaalmiddelen 27 4 Kosten en opbrengsten betalingsverkeer Totale kosten betalingsverkeer Interne en externe kosten van betalen Vaste en variabele kosten van betalen Kosten per transactie en kostendruk Opbrengsten betalingsverkeer Vergelijking voor alle toonbankinstellingen Besparingsmogelijkheden 47 5 Factsheets Inleiding De 11 factsheets 49 6 Kosten van betalen in Bijlagen I Onderzoeksmethodiek en verantwoording 64 II De vragenlijst 69 III Kostenbegrippen 85 IV Aantal bedrijven en verkooppunten 91 3
6 4
7 Managementsamenvatting Achtergrond en opdracht Vertegenwoordigers van banken en gezamenlijke toonbankinstellingen zijn op 17 november 2005 het Convenant Betalingsverkeer overeengekomen. In het kader van dit Convenant is de Stichting Bevorderen Efficient Betalen (hierna te noemen De Stichting) gevormd. De samenwerkingsafspraken zijn in de zogenoemde Nadere Overeenkomst van mei 2009 aangevuld met nieuwe afspraken. De afspraken gaan over het veiliger en efficiënter maken van het betalingsverkeer. Partijen hebben afgesproken te doen wat in hun vermogen ligt om hiertoe een bijdrage te leveren. Dit zowel via het Vierjarenprogramma (1 januari 2009 tot en met 31 december 2012) van de gezamenlijke Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen als door eigen activiteiten. In 2013 worden de resultaten geëvalueerd. De Stichting heeft opdracht gegeven de kosten te meten die voor de ondernemer verbonden zijn aan het accepteren van de verschillende betalingsmethoden in Over het jaar 2012 zal opnieuw een meting worden uitgevoerd (de eenmeting) teneinde na te gaan wat de ontwikkeling is geweest van het kostenniveau van het toonbankbetalingsverkeer voor individuele ondernemingen tussen 2009 en Aanpak van het onderzoek De kern van het onderzoek vormt een telefonische enquête onder ondernemers, behorende tot het MKB op vestigingsniveau. Hierbij is informatie verkregen van in totaal 979 kleine en middelgrote bedrijven over hun inkomende betalingsverkeer en de kosten die zij daarvoor maken. Verder is er een schriftelijke enquête gehouden onder de (zeer) grote detailhandelsondernemingen op concernniveau. Hieraan hebben in totaal 29 grootwinkelbedrijven in de gevestigde detailhandel deelgenomen. Dit is aangevuld met gegevens die van de banken, De Nederlandsche Bank en Currence zijn verkregen. Tot slot heeft een tijdregistratie op locatie plaatsgevonden ten behoeve van het bepalen van de frontofficetijd (betaaltijd) per transactie naar betaalmethode. In 20 vestigingen is de betaaltijd gemeten voor in totaal transacties. Afbakening Het onderzoek richt zich in zijn geheel op toonbanktransacties die plaatsvinden in de sectoren detailhandel, horeca, ambulante handel en tankstations. Toonbanktransacties die plaatsvinden in andere sectoren dan deze vier zijn niet opgenomen in het onderzoek. Dit betekent ook dat contante betalingen, pinbetalingen, chipknipbetalingen en creditcardbetalingen die gedaan zijn in andere sectoren dan genoemde 4 buiten het kader van het onderzoek vallen. Het onderzoek dekt naar schatting 85 procent van alle toonbankbestedingen en daarmee naar schatting ook 85 procent van alle betalingen die samenhangen met toonbankbestedingen. 5
8 Uitkomsten van het onderzoek Kenmerken van het inkomende betalingsverkeer In vergelijking met 2006 is de acceptatie van pinnen als betaalmiddel zowel bij de gevestigde detailhandel als bij de horeca duidelijk gestegen. De betaalpas 1 wordt nu geaccepteerd door alle grootwinkelbedrijven, door meer dan 90 procent van het MKB in de detailhandel, 100 procent van de tankstations en meer dan 60 procent van de ondernemingen in de horeca. De acceptatie van de betaalpas in de ambulante handel blijft laag (net boven de 20 procent). 2 Het totale aantal toonbanktransacties bij de ondernemingen die vallen onder het bestek van dit onderzoek, bedraagt ruim 5,5 miljard. Hiervan bestaat 67 procent uit contante transacties en 27 procent uit pinbetalingen. In vergelijking tot 2006 ligt het totaal aantal transacties bij toonbankinstellingen 4 procent lager, dit mede als gevolg van een daling in het volume van de bestedingen. Tussen 2006 en 2009 is het aandeel van de pinbetalingen aanmerkelijk gegroeid (van 20 procent naar 27 procent) en is het belang van contante betalingen sterk teruggelopen (van circa 73 procent naar 67 procent). De verschillen tussen de onderzochte sectoren zijn groot. In de detailhandel gaat het om 3,9 miljard betalingen, waarvan 64 procent contante transacties en 32 procent transacties met de pinpas. In de tankstations gaat het om 0,6 miljard transacties waarvan in vergelijking met de gevestigde detailhandel naar verhouding minder contante transacties (54 procent). De elektronische transacties gaan bij de tankstations voornamelijk met de pinpas (27 procent) en met de tankpassen (14 procent). Het aantal betalingen in de horeca bedraagt 0,8 miljard waarvan maar liefst 84 procent contant plaatsvindt en nog maar 9 procent met de betaalpas. Het aantal transacties in de ambulante handel bedroeg in ,2 miljard, waarvan 92 procent contant en 5 procent met de betaalpas. De bestedingen die worden gedaan met pinbetalingen, zijn in 2009 opgelopen tot 49 miljard. De contante bestedingen bedroegen in miljard en lagen daarmee voor het eerst onder het niveau van de omzet met pinbetalingen. Wel nam de gemiddelde omvang van de pinbetalingen af, mede door het succes van de campagne Klein bedrag? Pinnen mag! (Van gemiddeld 40 euro voor de horeca en de detailhandel in 2006 naar gemiddeld 33 euro in 2009). Gelet op de omzetverdeling zijn er eveneens grote verschillen tussen de onderzochte sectoren. In de detailhandel bedroeg de contante om- 1 Met de betaalpas wordt de binnen Nederland gebruikte PINdebetcard bedoeld. In dit rapport zullen de begrippen betaalpas en pinpas naast elkaar worden gebruikt voor dezelfde soort betalingen (met de pinpas). 2 Let wel: dit is gebaseerd op de gegevens uit de gehouden ondernemersenquête. Berekeningen op basis van de plaatsing van betaalautomaten laten een lagere penetratiegraad zien van de betaalpas bij de ambulante handel en de horeca. 6
9 zet 31,5 miljard euro (41 procent van de totale detailhandelsbestedingen) en de omzet behaald met pinbetalingen 40,0 miljard euro (52 procent). In de tankstations gaat het om respectievelijk 4,7 miljard euro en 5,4 miljard euro (respectievelijk 34 procent en 39 procent van de bestedingen bij tankstations). In de horeca gaat het om respectievelijk 7,9 miljard euro en 3,4 miljard euro (respectievelijk 58 procent en 25 procent van de horecabestedingen). Tot slot was in de ambulante handel de contante omzet 1,6 miljard euro en de pinomzet 0,3 miljard euro (respectievelijk 83 procent en 14 procent van de bestedingen bij de ambulante handel). De kosten van het betalingsverkeer De totale kosten van betalingsverkeer bij alle toonbankinstellingen die vallen binnen het kader van het onderzoek, bedroegen in miljoen euro. Hiervan wordt het grootste deel (circa 65 procent) gedragen door de detailhandel. De horeca neemt circa 22 procent voor haar rekening, de ambulante handel ruim 4 procent en de tankstations ongeveer 9 procent. Naar betaalmethode bezien komt 64 procent van de kosten van betalen voor rekening van de contante betalingen en 25 procent voor rekening van de pinbetalingen. De creditcard is goed voor 9 procent van de kosten en de tankpas ten slotte is goed voor 2 procent van de kosten. Het restant wordt gedragen door overige betalingen (buitenlandse debetcard, cadeaubonnen, overboekingen, betalingen via internet, retourbonnen en emballagebonnen, acceptgiro e.d.). Deze vormen van betalen vallen verder buiten het kader van het onderzoek. Tussen 2006 en 2009 zijn de totale kosten van betalen met circa 3 procent gedaald. Deze daling is vooral het gevolg van de daling van het aantal contante betalingen (-10 procent) ten gunste van het betalen met de pinpas (+22 procent). De totale kosten voor betalen met de pinpas zijn gestegen met circa 19 procent, maar dit wordt voor het overgrote deel verklaard uit de stijging van het aantal pinbetalingen. Diverse tarieven zijn tussen 2006 en 2009 gestegen. In het bijzonder de tarieven die in rekening worden gebracht voor het afstorten van contant geld en voor de telecommunicatie zijn gestegen. Daarnaast zijn ook de personeelskosten en het uurloon van de ondernemer substantieel gestegen, hetgeen onmiddellijk zijn weerslag heeft op de kosten van het betalingsverkeer waarbij veel personele handelingen een rol spelen. Tegenover deze stijging staan ook weer kostendalingen. Zo zijn de afschrijvingskosten per betaalterminal aanmerkelijk verminderd (o.m. door de subsidie die is gegeven voor de aanschaf van deze producten) en zijn efficiëntieverbeteringen mogelijk gebleken, waarbij bespaard is op de benodigde frontoffice- en backofficetijd. Ook de kosten die banken per transactie in rekening brengen voor de afhandeling van pintransacties zijn gedaald. In termen van de omzet inclusief BTW en accijnzen bedragen de kosten van betalingen circa 1,2 procent. Kijken we naar individuele sectoren, dan zien we dat de totale kosten van het betalen voor de detailhandel voor miljoen euro bedroegen (1,1 procent van de consumptieve bestedingen in de detail- 7
10 handel). Voor de tankstations ging het om 107 miljoen euro (0,8 procent van de bestedingen in deze sector), voor de horeca bedroegen de totale betalingskosten 271 miljoen euro (2,0 procent van de bestedingen bij de horeca) en voor de ambulante handel zijn de vergelijkende waarden 56 miljoen euro en 2,9 procent. Per transactie zijn de kosten van contant betalen en/of betalen met de pinpas voor de sectoren detailhandel en horeca tussen 2006 en 2009 licht gestegen (met nog geen 1 procent). In vergelijking met de ontwikkeling van de prijsontwikkeling van consumptiegoederen over de periode (stijging bijna 5 procent) is de stijging van de kosten per transactie zeer beperkt gebleven. De marginale kosten voor een transactie van een gemiddelde omvang (2009: 19,33 euro) bedragen voor contante betalingen 23 cent en voor pinbetalingen 16 cent. Een verschuiving van contant naar pin zal daarom voor veel toonbankinstellingen een duidelijke kostenbesparing kunnen betekenen. Besparingsmogelijkheden De kosten van betalen worden in belangrijke mate bepaald door de backoffice- en frontofficekosten. Dit betekent dat de belangrijkste besparingen gezocht moeten worden in een verhoging van de efficiëntie in de interne verwerking van de transacties en de behandeling van de betalingen aan de kassa. Daar het aandeel contante betalingen nog steeds aanzienlijk is, vormt de verdere vermindering van het aantal contante betalingen en een daarmee samengaande stijging van het aantal pinbetalingen een mogelijkheid tot verdere besparing op de betalingskosten. De besparingen op macroniveau (voor alle toonbankinstellingen tezamen) zullen daarbij evenwel beperkt blijven gezien het beperkte verschil in totale kosten per transactie, zoals blijkt uit de verwachting van de hoogte van de kosten van betalen in 2012 (-3 procent bij een gelijkblijvend totaal aantal betalingen, maar met een aanmerkelijk hoger aandeel pinbetalingen). Daarnaast zijn besparingen mogelijk door een verdere omschakeling van analoge communicatieverbinding voor betalen naar breedbandverbinding. Ook een slimmer systeem van tariferen (voordeel bij stijging van het aantal pintransacties en pakketaanbiedingen zoals door banken vanaf 2011 wordt aangeboden) zal mits ondernemers hierop voldoende inhaken en het aantal pintransacties blijft stijgen een gunstig effect hebben op de kosten van het betalingsverkeer. 8
11 1 Inleiding 1.1 Achtergrond, doel en afbakening Evaluatie is afgesproken in Nadere Overeenkomst Achtergrond: de Nadere Overeenkomst en het vierjarenplan Vertegenwoordigers van banken en gezamenlijke toonbankinstellingen zijn op 17 november 2005 het Convenant Betalingsverkeer overeengekomen. In het kader van dit Convenant is de Stichting Bevorderen Efficient Betalen (hierna te noemen De Stichting) gevormd. De samenwerkingsafspraken zijn in de zogenoemde Nadere Overeenkomst van mei 2009 aangevuld met nieuwe afspraken. Onderdeel daarvan is het Vierjarenplan waarin de afspraken zijn geconcretiseerd naar activiteiten. In artikel 11 van de Nadere Overeenkomst wordt aangegeven dat er in 2013 (voor 1 september 2013) een Evaluatie zal plaatsvinden. Het gaat hierbij zowel om een evaluatie van de resultaten van het Vierjarenplan als om een onderzoek naar de ontwikkelingen van het toonbankbetalingsverkeer in Nederland in de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2012 (hierna: het Onderzoek ). De Evaluatie is bedoeld om vast te stellen of de gemaakte afspraken zijn nagekomen en waartoe de samenwerking en de concrete activiteiten in de periode hebben geleid. Doel van het onderzoek Betalingskosten op dezelfde manier meten als in 2006 De Stichting heeft EIM opdracht gegeven de kosten voor 2009 te meten, die voor de ondernemer verbonden zijn aan het accepteren van toonbankbetalingsmethoden. Deze meting dient voort te bouwen op de kostenmeting die EIM in opdracht van de Stichting en DNB heeft uitgevoerd voor het jaar , in het bijzonder door dezelfde methode van meten en kostenindeling te gebruiken. De meting moet dienen als nulmeting in het kader van het Onderzoek. Over het jaar 2012 zal opnieuw een meting worden uitgevoerd (de eenmeting) teneinde na te gaan wat tussen 2009 en 2012 de ontwikkeling is geweest van het kostenniveau van het toonbankbetalingsverkeer voor individuele ondernemingen. 1 Stichting BEB (2009). Versneld naar een nog veiliger en efficiënter betalingsverkeer. Vierjarenplan Leidschendam. 2 Zie EIM Het toonbankbetalingsverkeer in Nederland; Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht, EIM 21 december Zie ook 9
12 Afbakening Contante betalingen, pinbetalingen, chipknipbetalingen en creditcardbetalingen Het onderzoek moet inzicht geven in de samenstelling en hoogte van de kosten die in 2009 voor ondernemers waren verbonden aan transacties in het kader van het toonbankbetalingsverkeer die gedaan worden met verschillende vormen van betalen, te weten: contante betalingen, pinbetalingen 1, creditcardbetalingen en chipknipbetalingen. De kosten verbonden aan andere betalingsvormen zoals bankoverschrijving achteraf, automatische incasso e.d. vallen buiten het bestek van het onderzoek. Deze kosten worden niet gemeten. De kosten worden in beeld gebracht op drie niveaus: macro: de totale kosten voor alle toonbankinstellingen meso: de kosten per sector of betalingscluster daarbinnen micro: de kosten per methode en per transactie Meting voor 2009 met vergelijking t.o.v Het onderzoek betreft het jaar De onderzoeksuitkomsten resulteren in een overzicht van de kosten voor het jaar 2009 en een vergelijking van deze kosten met het jaar 2006 (waar mogelijk). Het onderzoek wordt alleen onder toonbankinstellingen gedaan Het onderzoek betreft de kosten die bedrijven maken met als kernactiviteit het leveren van producten en diensten aan consumenten op basis van direct klantcontact vanuit een vaste of ambulante locatie (winkel, restaurant, marktkraam). Deze groep van bedrijven wordt aangeduid als toonbankinstellingen. In het kader van het onderzoek zullen de toonbankinstellingen worden onderverdeeld in de volgende sectoren: (1) gevestigde detailhandel food- en non-foodproducten, (2) ambulante handel, (3) horeca en (4) benzinestations met en zonder shop. Andere branches waar consumenten producten of diensten met toonbankbetaalmiddelen afrekenen (zoals openbaar vervoer, toeristische attracties en dienstverlening) worden niet meegenomen. Betalingsclusters Meting vindt plaats voor 4 sectoren met onderverdeling naar 12 betalingsclusters Binnen de onderscheiden sectoren zijn betalingsclusters aan te geven die kunnen worden afgeleid van kenmerken van het betalingsgedrag. In het navolgende overzicht zijn de betalingsclusters aangeduid die in lijn zijn met het onderzoek over de betalingskosten van 2006 en die zullen worden aangehouden voor het onderzoek van In tabel 1 is de verdeling van de toonbankinstellingen naar sector en betalingscluster daarbinnen opgenomen. Alleen bespreking van tankstations met shop Het lag in de bedoeling binnen de tankstations een onderscheid te maken naar tankstations met shop en zonder shop. Het aantal waarnemingen binnen de laatste groep was echter dermate beperkt dat het niet mogelijk is gebleken om deze groep als een afzonderlijk cluster te onderscheien. Waar in dit rapport gesproken wordt over tankstations worden steeds de tankstations met shop bedoeld. 1 Met de begeleidingscommissie van het onderzoek is afgesproken dat voor de meting van de kosten over 2009 EMV-betalingen niet zullen worden meegenomen, omdat in 2009 nog vrijwel geen betalingen hebben plaatsgevonden met behulp van kaarten die voorzien zijn van een EMV-chip en betaalautomaten die EMV-chips lezen. 10
13 Tabel 1 Clusterindeling Sector Betalingscluster 1. Detailhandel 1 grootschalige niet-gespecialiseerde detailhandel met hoge aankoopfrequentie en grote aankoopbedragen, zoals supermarkten, warenhuizen, bouwmarkten 2 gespecialiseerde food detailhandel met relatief lage aankoopfrequentie en lage transactiebedragen, zoals kaasen delicatessenzaken, slagers, bakkers, groentespeciaalzaken 3 non-food speciaalzaken met relatief lage transactiebedragen, maar een hoge aankoopfrequentie, zoals drogisterijen en tabaks- en gemakszaken 4 non-food speciaalzaken met hoge transactiebedragen maar een lage aankoopfrequentie), zoals modezaken, schoenenzaken, sportzaken 5 non-food speciaalzaken met (ook) levering op bestelling zoals keuken- en meubelzaken 2. Ambulante handel 6 in food 7 in non-food 3. Horeca 8 drankverstrekkende bedrijven (cafés, discotheken, clubs) 9 spijsverstrekkende bedrijven (cafetaria s, lunchrooms, ijssalons, fastservice) 10 maaltijdverstrekkende bedrijven (restaurants) 11 logiesverstrekkende bedrijven (hotels, pensions, conferentieoorden) 4. Tankstations 12 pompstations met shop Bron: EIM, Meting voor zowel grootbedrijf als MKB op het niveau van de afzonderlijke vestiging Binnen de toonbankinstellingen zijn zowel de grote bedrijven (het grootwinkelbedrijf in de gevestigde detailhandel (GWB)) als het midden- en kleinbedrijf (MKB) onderzocht. Grote bedrijven omvatten alle vestigingen van ondernemingen die op ondernemingsniveau meer dan 100 werkzame personen tellen. Als referentie-eenheid geldt de afzonderlijke vestiging. Aan ondernemingen binnen het MKB met meer dan één vestiging en franchiseorganisaties is gevraagd informatie te bieden op het niveau van een bepaalde vestiging. De grote ondernemingen (zoals het grootwinkelbedrijf en oliemaatschappijen) is gevraagd de informatie te geven over het betalingsverkeer in Nederland voor de onderneming als geheel. 1.2 Aanpak van het onderzoek Het onderzoek is opgebouwd uit de volgende stappen: 1 Actualisering van het kostenmodel 2 Dataverzameling 3 Kostenberekeningen 4 Opstellen beschrijving modelondernemers 11
14 Actualisering van het kostenmodel Actualisering op randtotalen, tarieven en meetmethode Het door EIM in 2007 gebruikte kostenmodel (voor de 2006-meting) is toegepast voor de meting van de kosten van Het destijds gehanteerde model is geactualiseerd wat betreft de randtotalen die zijn opgenomen in het model, de tarieven waartegen bepaalde activiteiten worden gewaardeerd en de wijze van meting. Daar de datavergaring in 2006 zich niet uitstrekte over de sectoren ambulante handel en tankstations en dit in het onderhavige onderzoek wel het geval is, is de meting van de kosten nu ook afgestemd op de specifieke kenmerken van de sectoren ambulante handel en tankstations. Dataverzameling bij ondernemers Datavergaring bij MKB en GB op het vestigings- en concernniveau en op het niveau van de afzonderlijke transactie Het verzamelen van de data de benodigde input voor het rekenmodel heeft plaatsgevonden door middel van: Een telefonische enquête onder ondernemers, behorende tot het MKB op vestigingsniveau. Hierbij is informatie verkregen van in totaal 979 kleine en middelgrote bedrijven. Een schriftelijke enquête onder de (zeer) grote detailhandelsondernemingen en benzinemaatschappijen op concernniveau. Hieraan hebben in totaal 29 grootwinkelbedrijven in de gevestigde detailhandel deelgenomen. Grote bedrijven in de andere sectoren hebben geen informatie verstrekt. Tijdregistratie op locatie ten behoeve van het bepalen van de frontofficetijd (betaaltijd) per transactie naar betaalmethode. In 20 vestigingen is de betaaltijd gemeten voor in totaal transacties (inclusief 57 waarnemingen die zijn verkregen door middel van meting door mysterieshoppers). De steekproefsamenstelling voor het MKB en GB is weergegeven in tabel 2. Voor een uitgebreidere onderzoeksverantwoording wordt verwezen naar bijlage I. Voor de gehanteerde vragenlijsten wordt verwezen naar bijlage II. Tabel 2 Respons naar sector Gevestigde detailhandel Ambulante detailhandel Tankstations Horeca aantal clusters netto respons MKB respons GB 29 Bron: EIM,
15 Kostenberekeningen Kostenberekeningen voor alle toonbankinstellingen, naar sector en naar betaalmethode De kostenberekeningen betreffen de navolgende onderdelen: De berekening van de kosten per betaalmethode voor alle toonbankinstellingen tezamen, naar sector en naar betaalmethode. Hierbij zijn de kosten ingedeeld naar de kostencategorieën die benoemd zijn in bijlage III. De ontwikkeling van de betalingskosten tussen 2006 en 2009 per betaalmethode voor alle toonbankinstellingen tezamen en naar betalingscluster. De schatting van de kosten van betalen per betaalmethode voor alle toonbankinstellingen samen in 2012, indien de doelstelling ten aanzien van het aantal elektronische (debet)betaaltransacties wordt gehaald (2,7 miljard pinbetalingen in 2012). Modelondernemers in het MKB als spiegel Opstellen beschrijving modelondernemers Voor het opstellen van de beschrijvingen van de modelondernemers zijn de 12 clusters gebruikt. Van deze modelondernemers zijn beschrijvingen gemaakt. In deze beschrijvingen komt aan de orde wat de kosten van het betalingsverkeer zijn en hoe de ondernemer de betaalmiddelen efficiënter kan inzetten. De modelondernemers vormen een referentiekader voor de MKB-ondernemers om de eigen situatie wat betreft betalingsverkeer en kosten van betalen aan te spiegelen. Deze beschrijvingen zullen vanaf de zomer van 2011 worden gepubliceerd als praktijkvoorbeelden op De praktijkvoorbeelden die daarop nu gepubliceerd staan zijn gebaseerd op het vorige kostenonderzoek. Rekenmodel kosten individueel Rekenmodule voor ondernemers om zelf de eigen kosten van betalen te berekenen Op basis van de gegevens die verkregen zijn met het onderzoek en de 12 cases zal een rekeninstrument worden gemaakt waarmee ondernemers zelf een indicatie kunnen krijgen van de eigen huidige kosten van betalen en van de besparingen die zij kunnen realiseren wanneer het aandeel pinbetalingen bij hen (sterk) stijgt. Deze rekenmodule zal vanaf de zomer van 2011 te vinden op De rekenmodule die nu online staat is gebaseerd op de kostengegevens over Opbouw rapport De opbouw van het rapport na dit inleidende hoofdstuk is als volgt: In hoofdstuk 2 wordt het gehanteerde kostenmodel besproken. In hoofdstuk 3 staat het inkomende betalingsverkeer centraal. In hoofdstuk 4 worden de kosten en opbrengsten van het betalingsverkeer besproken. Hoofdstuk 5 biedt de factsheets van de kosten van betalen voor alle toonbankinstellingen, voor de onderscheiden sectoren en voor de onderscheiden betaalmiddelen. Hoofdstuk 6 ten slotte geeft de raming weer van de kosten van betalen voor het jaar
16
17 2 Kostenmodel 2.1 Inleiding Centraal in het onderzoek staan de kosten van het inkomend betalingsverkeer Het onderzoek richt zich op de kosten van het inkomende betalingsverkeer voor toonbankinstellingen. Dit is het betalingsverkeer tussen de klant en de ondernemer. Het uitgaande betalingsverkeer de transacties tussen de ondernemers en hun leveranciers en zakelijke dienstverleners blijft buiten beschouwing, met uitzondering van die betalingen die voor het faciliteren van ontvangsten nodig zijn (banktarieven, telecomkosten etc.). De kosten die de ondernemer maakt in samenhang met het inkomende betalingsverkeer kennen een grote verscheidenheid naar componenten die de uiteindelijke hoogte van de kosten van betalen bepalen. Wil er evenwichtig beleid kunnen worden gevoerd dat zich richt op het beheersen dan wel terugdringen van de hoogte van de betalingskosten, dan is het noodzakelijk een goed inzicht te krijgen in de samenstelling van de kosten. In dit hoofdstuk wordt de samenstelling van de kosten gepresenteerd. Allereerst worden de afzonderlijke kostenposten aangegeven. Vervolgens worden verschillende indelingsmogelijkheden voor de kosten van betalen belicht. Dit inzicht is vooral van belang om te kunnen zien hoe kosten reageren op verandering in transacties (vaste versus variabele kosten), waar besparingen mogelijk zijn (arbeidskosten, kapitaalskosten) of welke actor deze besparingen zou kunnen doorvoeren (interne kosten, externe kosten). 2.2 De kostenposten In totaal worden 14 verschillende kostenposten onderscheiden In dit onderzoek wordt onder kosten van het betalingsverkeer bij toonbankinstellingen verstaan: de kosten van toonbankinstellingen die samenhangen met het gebruik van door hen geaccepteerde toonbankbetaalmiddelen. In het kostenmodel uit 2007 zijn door EIM 14 verschillende kostenposten onderscheiden rond het inkomende betalingsverkeer. Dit kostenschema is overgenomen voor het onderhavige onderzoek. In tabel 3 zijn deze kostenposten weergegeven en onderverdeeld naar kosten die algemeen van aard zijn, dat wil zeggen gemaakt worden ongeacht de betaalmethode (algemene kosten) en kostenposten die uitsluitend gemaakt worden voor contante betalingen of elektronische betalingen. In 2006 werden de kosten als gevolg van rentederving door valutering nog gerekend tot de algemene kosten. Voor deze meting hebben wij de rentederving door valutering volledig geplaatst onder de kosten voor elektronisch betalingsverkeer. De rentederving als gevolg van het aanhouden van kasgeld hebben wij nu afzonderlijk benoemd onder de kosten van contante betalingen. Deze indeling is in overeenstemming met de in 2006 doorgevoerde analyselijn. 15
18 Tabel 3 Indeling betalingskosten naar betaalmethode (contant versus elektronisch) Algemene kosten Kosten contante betalingen Kosten elektronische betalingen backofficekosten kosten wisselgeld kosten betaalautomaten frontofficekosten kosten geldtransport kosten datacommunicatie kosten afstorten geld kosten rentederving bij afstorten geld kosten rentederving kasgeld bankkosten pinnen en chippen kosten creditcardmaatschappijen rentederving door valutering kosten geldverzekering kosten randapparatuur Bron: EIM, Algemene kostenposten In bijlage III wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de verschillende kostenbegrippen. Hieronder wordt aangegeven welke databronnen gebruikt zijn bij het berekenen van de kostenposten uit tabel 3. Algemene kosten zijn niet op voorhand toe te rekenen aan een bepaalde betaalmethode Algemene kosten zijn kosten die niet op voorhand kunnen worden toegerekend aan een bepaalde betaalmethode. Veelal gaat het daarbij om administratieve zaken en handelingen die wel gebonden zijn aan de afhandeling van transacties, maar die pas achteraf kunnen worden toegerekend op basis van een bepaalde verdeelsleutel (zoals het aandeel van een bepaalde betaalmethode in alle betalingen of de inschatting van de tijd die een bepaalde handeling voor een bepaalde betaalmethode in beslag zal nemen). Als algemene kosten worden onderscheiden backofficeen frontofficekosten. Voor een omschrijving van wat tot deze kosten wordt gerekend, wordt verwezen naar bijlage III. Voor het berekenen van de backofficekosten is gebruikgemaakt van de uitkomsten van de enquête onder ondernemers van toonbankinstellingen. Door te vragen hoeveel tijd de ondernemers gemiddeld per week besteedden aan backofficeactiviteiten, konden de backofficekosten worden berekend. 1 Voor het vaststellen van de frontofficekosten is door EIM een apart onderzoek gehouden onder 20 vestigingen van toonbankinstellingen (zie paragraaf 2.3). Onder frontofficekosten worden verstaan de personeelskosten die verbonden zijn aan het feitelijke afrekenen. EIM heeft de gemiddelde tijd per afrekenmoment geregistreerd en deze vermenigvuldigd met het gemiddelde bruto uurloon van kassapersoneel (14,81 euro) 2. 1 Hierbij is gerekend met een gemiddeld bruto ondernemersuurloon voor ondernemers van toonbankinstellingen van 32,73. Voor 2006 werd gerekend met een bruto ondernemersuurloon van 30,39. 2 Voor 2006 werd gerekend met een gemiddeld uurloon van 13,75. 16
19 Er zijn negen verschillende kostenposten die samenhangen met contant geld Kostenposten rond contant geld Naast de twee algemene kostensoorten worden in tabhel 3 nog zeven verschillende kostenposten (derhalve in totaal negen kostenposten) onderscheiden, die samenhangen met betalingen met contant geld. De mate waarin ondernemers worden geconfronteerd met deze kostenposten is berekend op basis van de uitkomsten van de enquête. Deze uitkomsten vormden het ene onderdeel van de berekeningswijze. De zogenaamde parameterwaarden externe gegevens waarmee de uitkomsten uit de enquête werden vermenigvuldigd vormden het andere onderdeel. Om een voorbeeld te geven: in de enquête is aan de ondernemers gevraagd hoeveel wisselgeld zij bij hun bank haalden en hoe vaak. Uit gegevens van de verschillende banken is bekend welke provisie de banken in 2009 hanteerden bij het opnemen van wisselgeld. Door het een met het ander te vermenigvuldigen, konden de kosten van wisselgeldopnames worden berekend 1. De rentederving als gevolg van het aanhouden van kasgeld is berekend door uit te gaan van de gemiddelde dagelijkse geldvoorraad en die te waarderen tegen een voor 2009 geldend debet rentepercentage voor zakelijke betaalrekeningen (rekening courant) van 0,5 procent. Er zijn zeven verschillende kostenposten aan te geven voor elektronisch geld Kostenposten rond elektronisch geld Naast de twee algemene kostensoorten worden in tabel 3 vijf verschillende kostenposten onderscheiden (totaal derhalve zeven kostenposten) die samenhangen met elektronisch geld. De toelichting die hierboven is gegeven (in de eerste alinea van paragraaf 2.2.2), geldt ook voor deze kostenposten. Zo is bijvoorbeeld in de enquête gevraagd naar het aantal betaalautomaten in de onderneming en of men gebruikmaakte van een onderhoudscontract. Dit aantal is vervolgens vermenigvuldigd met een parameterwaarde voor de aanschaf van een betaalautomaat, de afschrijvingstermijn en de kosten van een onderhoudscontract. Voor het berekenen van de totale kosten van het inkomende betalingsverkeer van de toonbankinstellingen worden de uitkomsten van deze kostenposten bij elkaar opgeteld. De rentederving als gevolg van valutering is berekend op basis van externe gegevens van banken met betrekking tot het aantal valuteringsdagen dat zij hanteren 2. Het rentepercentage waartegen wordt verrekend, 1 De gehanteerde tarieven waarmee de bancaire kosten (voor alle betalingsvormen) zijn berekend, zijn de standaardtarieven die banken aanbieden ("venstertarieven"). In de praktijk zullen met name grote afnemers met grote volumes via onderhandelingen een lager tarief weten te bedingen, waarbij de pintransacties onderdeel zijn van een geheel van verschillende diensten die deze klanten afnemen. Daardoor zullen in de praktijk de kosten voor pintransacties lager liggen en het verschil met contante betalingen dus groter zijn dan in dit rapport vermeld 2 De valutering is door de banken met de invoering van de richtlijn betaaldiensten (PSD) per 1 november 2009 door de banken afgebouwd daar deze richtlijn valutering niet meer toestaat. 17
20 is vastgesteld op 0,5 procent (rente op zakelijke betaalrekeningen anno 2009). 2.3 Interne en externe kosten van betalen Interne kosten ontstaan binnen de onderneming zelf Interne kosten Interne kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die in de onderneming zelf ontstaan als gevolg van de acceptatie van betaalmiddelen. Het gaat daarbij om de kosten die een ondernemer zelf maakt wanneer hij bijvoorbeeld pinbetalingen van de klant accepteert. In het kostenmodel worden acht interne kostencomponenten onderscheiden. In tabel 4 worden deze onderscheiden naar de verschillende betaalmiddelen. Tabel 4 Indeling interne kosten naar betaalmethode Kosten Contant Pinpas Chipknip Creditcard/Tankpas Frontofficekosten X X X X Backofficekosten X X X X Kosten eigen geldvervoer Geldderving (diefstal, fraude) Kosten van rentederving kasgeld Kosten rentederving bij afstorten contant geld X X X X Vaste kosten betaalapparatuur X X X X Vaste kosten randapparatuur (kassa e.d.) X X X X Bron: EIM, Uit tabel 4 blijkt dat vier interne kostencomponenten alleen gelden voor contant geld. De andere vier gelden voor alle betaalmiddelen. Tot de interne kosten worden ook de afschrijving op en het onderhoud van betaal- en randapparatuur gerekend. Opgemerkt dient te worden dat niet alle interne kostencomponenten ook als zodanig door de ondernemer als kostenpost gepercipieerd hoeven te worden. Veel ondernemers zullen bijvoorbeeld de frontofficekosten, backofficekosten en kosten van het eigen geldvervoer opvatten als activiteiten die horen bij het bredere takenpakket dat te maken heeft met het ondernemerschap. Externe kosten betreffen diensten aan de ondernemingen en worden door derden aan de onderneming in rekening gebracht Externe kosten Externe kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die de ondernemer met betrekking tot het betalingsverkeer gefactureerd krijgt van externe partijen, zoals financiële instellingen, verzekeraars, geldtransportbedrijven en telecomleveranciers. Om een concreet voorbeeld te geven: de facturen die de ondernemer van KPN krijgt omdat hij een ADSL-verbinding heeft voor zijn betaalautomaten. 18
21 In het kostenmodel worden negen externe kostencomponenten onderscheiden. In tabel 5 worden deze ingedeeld naar de verschillende betaalmiddelen. Tabel 5 laat een gevarieerder beeld zien dan tabel 4 Alleen de rentederving als gevolg van valutering geldt voor alle betaalmiddelen. Opgemerkt dient te worden dat al deze kostencomponenten (misschien met uitzondering van de rentederving als gevolg van valutering) ook als zodanig door de ondernemer als kostenpost gepercipieerd zullen worden, omdat hij daarvoor rekeningen ontvangt. Tabel 5 Indeling externe kosten naar betaalmethode Kosten Contant Pinpas Chipknip Creditcard/Tankpas Rentederving a.g.v. valutering X X X X Afstortkosten contant geld Wisselgeld kosten aan de bank Professioneel geldtransport X X X Pinkosten aan bank X Chipknipkosten aan bank X Creditcardkosten X Telecommunicatiekosten X X X Verzekeringskosten X Bron: EIM, Bij de interne kosten kan de individuele ondernemer via een efficiëntere bedrijfsvoering zijn kosten drukken. Bij de externe kosten kan de ondernemer zijn kosten drukken door de juiste keuzes te maken, bijvoorbeeld voor het type dataverbinding of door een all-in-betaalpakket te kiezen dat bij zijn situatie past en door voor zover mogelijk te onderhandelen over tarieven. 2.4 Vaste en variabele kosten Veel toonbankinstellingen bieden de klant verschillende mogelijkheden om te betalen. Een belangrijke vraag is dan of het aantrekkelijk is als klanten zo veel mogelijk gebruikmaken van hun pinpas. Het gaat daarbij om wat de kosten van een extra pintransactie zijn in vergelijking met die van een contante betaling. Deze marginale kosten zijn te berekenen aan de hand van een opsplitsing van de totale kosten in vaste en variabele kosten. (zie tabel 6). 19
22 Tabel 6 Indeling kosten van betalen naar vast en variabel 1 Variabel Variabel Elektro- Kostencomponenten Vast transactie omzet Contant nisch Backoffice contant X Backoffice elektronisch 100 X Frontoffice 100 X X Rentederving 100 X X Valutering 100 X X Eigen geldtransport 100 X Afschrijvingskosten kassalade 100 X Afschrijvingskosten valsgelddetector 100 X Afschrijvingskosten kluis/brandkast 100 X Wisselgeld 100 X Geldderving 100 X Professioneel geldtransport 100 X Afstorten contant geld 100 X Verzekeringskosten 100 X Betaalapparatuur pinnen 93 7 X Abonnementskosten pinnen 93 7 X Abonnement telecommunicatie pinnen 100 X Tariefkosten pinnen 100 X Tarief telecommunicatie pinnen 100 X Betaalapparatuur chipknip 92 8 X Abonnementskosten chipknip 92 8 X Abonnement telecommunicatie chipknip 100 X Tariefkosten chipknip 100 X Tarief telecommunicatie chipknip 100 X Batchverwerking chipkniptransacties 100 X Betaalapparatuur creditcard 93 7 X Abonnement telecommun. creditcard 100 X Tarief telecommunicatie creditcard 100 X Provisie creditcardmaatschappijen 100 X Bron: EIM, De verdeling van sommige kostenposten naar vast en variabel is de resultante van de toewijzing van onderdelen binnen deze kostencomponenten naar vaste en variabele kosten en de uitkomsten van de kostenberekeningen op basis van deze toewijzing. 20
23 Variabele kosten veranderen als gevolg van aantal transacties of hoogte van het transactiebedrag Vaste kosten zijn per definitie onafhankelijk van het aantal transacties en van de omzet. Voor variabele kosten geldt dit niet. Variabele kosten kunnen samenhangen met het al of niet uitvoeren van de transactie. In dat geval spreken we van transactiegerelateerde variabele kosten. Ze kunnen ook afhankelijk zijn van het transactiebedrag. In dat geval spreken we van omzetgerelateerde variabele kosten. Bij het onderscheid tussen vast en variabel is de veronderstelling over de tijdshorizon van belang. Op lange termijn hebben immers alle kosten een variabel karakter. In deze studie is gekozen voor een middellange tijdshorizon van 7 jaar voor alle investeringen in betaalapparatuur zoals kassa, betaalterminals, en tankzuilen met geïntegreerde betaalterminals. Bij een kortere horizon zal een groter deel van de kosten een vast karakter hebben, bij een langere horizon een kleiner deel. Tabel 6 geeft voor alle onderscheiden kostencomponenten de gebruikte opdeling in vaste en variabele kosten. De laatste twee kolommen geven aan of de kostencomponenten van toepassing zijn voor contante of elektronische betalingen. De variabele kosten van een pinbetaling zijn vooral transactiegerelateerd. Dit geeft aan dat de kosten van een extra pinbetaling van 25 euro niet veel zullen verschillen van die van een pinbetaling van 50 euro. Bij contante betalingen zijn de omzetgerelateerde variabele kosten relatief belangrijk. Met grotere transacties zijn immers doorgaans meer bankbiljetten gemoeid, waardoor de variabele kosten toenemen met het transactiebedrag. Sommige kostenposten zijn opgebouwd uit een vast en een variabel deel Uit tabel 6 blijkt dat voor verschillende kostencomponenten geldt dat ze niet volledig een vast of een variabel karakter hebben. De kosten van een betaalterminal zijn bijvoorbeeld voor 93 procent vast en voor 7 procent transactiegerelateerd variabel. Extra pintransacties kunnen immers deels via de al aanwezige betaalapparatuur worden verwerkt, maar als het aantal transacties toeneemt, zullen ook extra investeringen in betaalterminals noodzakelijk zijn. Backofficekosten zijn in het kostenmodel niet voor 100 procent als vaste kostenpost opgevoerd. Een aantal activiteiten, zoals het bedrijfsklaar maken van de kassa s, komt weliswaar elke dag terug ongeacht de hoogte van de omzet of het aantal transacties, maar een belangrijk deel van de noodzakelijke activiteiten, zoals het op peil houden van wisselgeld, is direct gerelateerd aan het aantal transacties. De in het kader van deze studie uitgevoerde enquête geeft aan dat 15 procent van de backofficekosten van contante betalingen een vast karakter heeft. Van de variabele kosten is het overgrote deel omzetgerelateerd. 21
24
25 3 Kenmerken inkomend betalingsverkeer 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de acceptatie van de betaalvormen door toonbankinstellingen en het gebruik van de vijf vormen door consumenten voor aankopen bij toonbankinstellingen (inkomend betalingsverkeer). In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het inkomende betalingsverkeer bij de toonbankinstellingen anno 2009 beschreven. Voor meer informatie over de ontwikkelingen sinds 2006 voor de sectoren detailhandel en horeca wordt verwezen naar de factsheets die zijn opgenomen in hoofdstuk 5. 1 In dit hoofdstuk wordt eerst de afbakening van de toonbankinstellingen binnen het kader van het onderzoek besproken. Vervolgens wordt de acceptatie van de vijf betaalmiddelen in het toonbankbetalingsverkeer besproken, te weten: contant geld, pinpas, chipknip, creditcard en tankpas. Vervolgens gaan we in op het aantal toonbanktransacties van de onderscheiden sectoren binnen de toonbankinstellingen. Het hoofdstuk behandelt verder het belang van de diverse betaalmiddelen, zowel voor het aantal verkooptransacties als voor de consumptieve bestedingen. Het hoofdstuk sluit af met enige bespiegelingen over besparingsmogelijkheden. Alle cijfers die in dit hoofdstuk worden genoemd in de tekst en in de tabellen hebben betrekking op het jaar 2009, tenzij nadrukkelijk anders vermeld. 3.2 Afbakening van de toonbankinstellingen De focus ligt op toonbanktransacties bij toonbankinstellingen Het onderzoek betreft de kosten van betalen van toonbanktransacties bij toonbankinstellingen. Onder toonbankinstellingen vallen alle bedrijven in de detailhandel, horeca, ambulante handel en de tankstations die over de toonbank producten verkopen aan de consument. Transacties die door toonbankinstellingen niet over de toonbank worden gedaan (zoals verkoop via de eigen webshop of de verkoop door postorderbedrijven) vallen buiten de optiek van dit onderzoek. Institutionele domein: toonbanktransacties zijn hoofdactiviteit Ook vallen buiten het onderzoek die bedrijven die wel toonbanktransacties hebben, maar niet als onderdeel van de eigen hoofdactiviteit (het institutionele domein), zoals recreatieparken, musea, vervoersbedrijven, shops van caravanbedrijven, verenigingen, apothekers etc. Deze bedrijven worden niet aangemerkt als toonbankinstellingen. 1 Een vergelijking met 2006 wordt in dit hoofdstuk slechts op een enkel punt geboden, mede omdat in het rapport over het onderzoek over 2006 niet op alle punten vergelijkbare informatie wordt geboden. Voor zover vergelijking op sectorniveau mogelijk is (detailhandel en horeca), verwijzen wij naar de factsheets per sector in hoofdstuk 5. 23
26 Productdomein: consumptieve uitgaven aan detailhandelsproducten, horecadiensten en tankshopproducten Het onderzoek richt zich op betalingen door consumenten bij toonbankinstellingen voor goederen en diensten. Niet alle categorieën van consumptieve bestedingen vallen evenwel binnen het kader van het onderzoek (het product/dienstdomein). In het bijzonder vallen hierbuiten bestedingen voor bijvoorbeeld energie, huur, de aanschaf van vervoermiddelen, vervoersbewijzen, de reparatie van goederen e.d. Zij behoren niet tot het detailhandelsassortiment, de dienstverlening van horecabedrijven en/of het verkoopterrein van tankstations. Uitgaven die worden gedaan bij toonbankinstellingen voor producten en diensten buiten het zogeheten detailhandelsassortiment worden wel aangemerkt als toonbankbestedingen in het kader van het onderzoek, zoals de verkoop van vervoersbewijzen (strippenkaart) bij de tabakszaak. Transacties tussen bedrijven onderling met een van de onderscheiden betaalmethoden vallen volledig buiten het onderzoek. Het onderzoeksdomein bestrijkt 106 miljard euro aan bestedingen Rekening houdend met deze afbakening kan mede op basis van gegevens van het CBS worden vastgesteld dat 41 procent van alle consumptieve bestedingen (oftewel 106 miljard euro) valt onder het onderzoeksdomein. Dit komt overeen met 85 procent van de totale toonbankbestedingen. In tabel 7 is aangegeven hoe de bestedingen binnen het onderzoeksdomein zijn afgeleid van de totale consumptieve bestedingen. Tabel 7 Van consumptieve bestedingen tot bestedingen bij toonbankinstellingen, 2009 (afgeronde waarden) waarde in miljarden procenten procenten Totale consumptieve bestedingen /- bestedingen buiten productdomein toonbankinstellingen = bestedingen bij toonbankinstellingen binnen productdomein bestedingen bij toonbankinstellingen buiten productdomein 2 1 = totale bestedingen bij toonbankinstellingen /- bestedingen bij niet-institutionele detailhandel /- bestedingen bij postorderbedrijven, webshops e.d. 7 3 = bestedingen bij toonbankinstellingen binnen institutionele domein Bron: EIM, Acceptatiegraad betaalmiddelen In figuur 1 is de acceptatiegraad van onderscheiden betaalmethoden bij de toonbankinstellingen weergegeven naar sector, met uitzondering van contant geld. De acceptatiegraad daarvan is voor elke sector 100 procent. De categorie tankpas is onderverdeeld naar de gebruikelijk pasvormen die worden aangeboden door bezoekers van tankstations (passen van leasemaatschappijen en van oliemaatschappijen, truckercards en local service cards). pinpas is nu gemeengoed Uit figuur 1 komt naar voren dat de pinpas binnen de detailhandel door een duidelijke meerderheid van de winkeliers wordt geaccepteerd. Bin- 24
27 nen het GWB accepteert iedere keten de pinpas. In de horeca wordt de pinpas bij meer dan 60 procent van alle horecagelegenheden geaccepteerd. Vergeleken met 2006 is er zowel in de (MKB) detailhandel als in de horeca sprake van een duidelijke stijging van de acceptatiegraad van pinpassen. 1 Figuur 1 Acceptatiegraad van betaalmethoden naar sector, % 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Detailhandel MKB Detailhandel GWB Ambulante handel Horeca Pompstations Pinpas Chipknip Creditcard Kaart van leasemaatschappij Kaart van oliemaatschappij Local service card Intern. truckercard (DKV, UTA) Bron: EIM, De chipknip is minder populair dan de pinpas. Dit betaalmiddel wordt inmiddels door een minderheid van de toonbankinstellingen geaccepteerd. In de praktijk wordt de chipknip nog slechts incidenteel aangeboden als betaalmiddel. De meeste grootwinkelbedrijven in de detailhandel en de meeste tankstations accepteren creditcards. In de andere sectoren ligt de acceptatiegraad duidelijk lager. Het totale aantal betalingen dat de facto in toonbankinstellingen met de creditcard wordt verricht, is echter relatief beperkt (zie paragraaf 3.4). 1 De acceptatiegraad van de verschillende betaalmethoden en de ontwikkeling daarvan is gebaseerd op de antwoorden van de ondernemers die hebben deelgenomen aan de enquête over kosten van betalen voor het jaar 2009 of Wanneer wordt uitgegaan van de geplaatste betaalautomaten, dan blijkt evenwel de acceptatiegraad mogelijk lager te liggen dan aan de enquête kan worden ontleend. Voor 2009 zou dan bij de horeca een acceptatiegraad van ongeveer 50% kunnen worden vastgesteld en bij de ambulante handel een acceptatiegraad van ongeveer 10%). 25
28 Tankpassen zijn er in vele variëteiten. De cards van de leasemaatschappijen worden nagenoeg in alle tankstations geaccepteerd. Internationale truckercards worden door ongeveer de helft van de tankstations geaccepteerd. Dit hangt uiteraard ook samen met de omstandigheid dat truckercards vooral interessant zijn voor tankstations die zijn gelegen aan doorgaande en gangbare routes voor truckers. 3.4 Aantal verkooptransacties in toonbankinstellingen Hierna wordt het aantal betalingen naar betaalmethode gepresenteerd. Ook wordt de totale en gemiddelde waarde van deze transacties weergeven. De gegevens zijn gebaseerd op de verkregen informatie van de steekproef onder de MKB-toonbankbedrijven in de onderscheiden sectoren, alsmede op de ontvangen gegevens uit de steekproef onder de grootwinkelbedrijven in de gevestigde detailhandel (zie ook Bijlage I). De informatie uit de steekproef is opgehoogd tot op landelijk niveau, waarbij de ophoging gebaseerd is op of gespiegeld is aan informatie van externe bronnen over de totale bestedingen naar sector en clusters daarbinnen (CBS, HBD, EIM), de geregistreerde betalingen met pinnen en met chipknip naar sector en clusters (Currence) en de inschattingen van de contante betalingen in het totaal en naar sector daarbinnen (van De Nederlandsche Bank en Currence). Totale aantal toonbanktransacties 5,5 miljard transacties Op basis van een analyse van verkregen data wordt het totale aantal toonbanktransacties geschat op 5,5 miljard (waarvan 3,9 miljard in de detailhandel). Deze 5,5 miljard transacties waren in 2009 goed voor een bestedingsbedrag van 106 miljard euro. Daarmee correspondeert een gemiddeld transactiebedrag van 19,33 euro. In tabel 8 is de verdeling van het aantal en de waarde van de transacties naar sector gegeven. Tabel 8 Transacties en consumptieve bestedingen naar sector Aantal toon- Consumptieve banktransacties bestedingen Gemiddeld Sector (x 1 miljoen) (x 1 miljard) transactiebedrag Gevestigde detailhandel (GWB) ,1 20,90 Gevestigde detailhandel (MKB) ,7 18,73 Ambulante detailhandel 190 1,9 10,23 Horeca ,5 16,34 Tankstations ,8 23,34 Alle toonbankinstellingen ,2 19,33 Bron: EIM,
29 3.5 Relatief belang van de betaalmiddelen In tabel 9 is weergegeven hoe de samenstelling van het toonbankbetalingsverkeer voor alle toonbankinstellingen er in 2009 uitzag. Een onderscheid is gemaakt naar het aantal transacties en naar de omzet die met de verschillende betaalmiddelen is gerealiseerd. Tabel 9 laat zien dat de in doorsnee kleinere betalingen worden gerealiseerd door middel van contante betalingen. De gemiddelde waarde van de contante betalingen en van de pinbetalingen komen wel steeds dichter bij elkaar te liggen, vooral ook omdat de betaling van kleine bedragen met de pinpas sinds 2008 sterk wordt gestimuleerd. Tabel 9 Verdeling van alle toonbanktransacties naar betaalmiddel Transacties (%) Waarde van de transacties (%) Gemiddelde waarde per transactie Contant 67,0% 43,1% 12,43 Pin 27,1% 46,5% 33,21 Chipknip 0,2% 0,0% 3,38 Creditcard 1,1% 3,4% 61,71 Tankpassen 1,5% 2,4% 30,07 Overig 3,1% 4,6% 20,17 Totaal 100,0% 100,0% 19,33 Bron: EIM, Contante betalingen Contant betalen loopt duidelijk terug Uit tabel 9 valt af te lezen dat het grootste deel van de betalingen bij de toonbankinstellingen in Nederland nog steeds plaatsvindt met contant geld (67 procent). Wanneer een korte vergelijking wordt gemaakt met 2006 valt wel op dat er bij zowel de detailhandel als de horeca (dit zijn de sectoren waarmee een vergelijking kan worden doorgevoerd op basis van het eerdere onderzoek naar kosten van betalen) sprake is van een aanmerkelijke daling van het aantal contante betalingen en van een sterke toename van het aantal pinbetalingen. De daling in de contante betalingen is vooral het gevolg van de omschakeling van contante betalingen naar pinbetalingen, de daling in het volume van de aankopen bij de detailhandel en de horeca en de stijging van de gemiddelde waarde van de contante betalingen. Het aandeel pinbetalingen steeg in de detailhandel van 26 naar 32 procent en in de horeca van 4 naar 9 procent. Voor alle toonbankinstellingen binnen de sectoren waarop het onderzoek gericht is, daalde het aantal contante betalingen 10 procent van 4,1 miljard in 2006 tot 3,7 miljard in Pinbetalingen Pinnen in horeca en detailhandel stijgt spectaculair Het pinnen wordt van jaar tot jaar belangrijker. Vooral de groei van het aantal pinbetalingen in de gevestigde detailhandel is opmerkelijk. Zo werden in 2009 bijna 1,5 miljard transacties met de pinpas verricht in de toonbankinstellingen, waarvan 1,24 miljard bij de gevestigde detailhan- 27
30 del. 1 Ter vergelijking: in 2006 is binnen de gevestigde detailhandel de grens van 1 miljard pinbetalingen overschreden. 2 Chipknipbetalingen De chipknip is nagenoeg verwenen uit het betaalbeeld De chipknip wordt tegenwoordig vrijwel uitsluitend gebruikt voor betalen in kantines, voor parkeren en voor aankopen bij verkoopautomaten. Bij de toonbankinstellingen wordt nauwelijks nog betaald met de chipknip. De merkeigenaar van chipknip, Currence, heeft medio 2007 besloten om de chipknip niet verder te promoten voor gebruik in de zogenoemde bemande toonbankomgevingen. Creditcardbetalingen Creditcards vooral voor grote uitgaven Het totale aantal creditcardbetalingen bedraagt iets meer dan 58 miljoen. De gemiddelde betaling per creditcard is naar waarde bezien ruim drie maal zo hoog als de gemiddelde transactiewaarde voor alle betaalmiddelen. De creditcard wordt dan ook binnen de gevestigde detailhandel voornamelijk gebruikt bij duurdere en/of luxere aankopen zoals juweliersartikelen, woninginrichting en kleding. Binnen de horeca zien we dat de creditcard vooral veel wordt gebruikt bij de logiesverstrekkers (hotels), hetgeen eveneens een verklaring is voor het hogere transactiebedrag bij betaling met creditcards. Tankpassen Gebruik tankpas normaal bij tankstations Betalen met de tankpas kan bij vrijwel elk tankstation. Dat geldt in het bijzonder voor cards van leasemaatschappijen. Inmiddels worden bijna 84 miljoen betalingen met de tankpas verricht bij toonbankinstellingen. 3 De gemiddelde betaalgrootte bedraagt 30 euro. Dit is duidelijk hoger dan de gemiddelde betaalgrootte per transactie, berekend over alle transacties bij de tankstations, hetgeen uiteraard het gevolg is van de veelal grotere betalingen voor brandstof per tankbeurt. Overige betaalmiddelen Bij de overige betaalmiddelen kan worden gedacht aan overschrijvingen, betalen op rekening, betaling in termijnen op kredietbasis, internetbetalingen, betalingen met emballagebonnen (bij supermarkten e.d.), tegoedbonnen, betalingen met cadeaubonnen, Airmiles en andere spaartegoeden. 1 De registratie van Currence laat zien dat tussen 2006 en 2009 het totale aantal pinbetalingen groeide van 1,45 miljard in 2006 tot bijna 1,95 miljard in Ook Currence ziet een toename van het relatieve belang van pinbetalingen bij alle toonbankinstellingen: van 30 procent in 2006 tot 38 procent in Deze toename ging geheel ten koste van het aandeel contante betalingen. Het aandeel contante betalingen liep volgens Currence bij alle toonbankinstellingen terug van 65 procent in 2006 naar 57 procent in Bron voor 2009: EIM, 2011 en voor 2006 Het toonbankbetalingsverkeer in Nederland EIM, Hierbij zijn de zogenaamde onbemande tankstations niet meegeteld. Van deze aankoopplaatsen kon onvoldoende informatie worden verkregen om een verantwoorde inschatting te maken van het betalingsverkeer bij deze aankoopplaatsen. 28
31 4 Kosten en opbrengsten betalingsverkeer In dit hoofdstuk worden de kosten en opbrengsten van het betalingsverkeer voor de detailhandel, ambulante handel, horeca en tankstations gepresenteerd. Hiertoe wordt stilgestaan bij de verschillende kostencomponenten waaruit de kosten worden berekend. Een onderscheid zal worden gemaakt naar interne en externe kosten en naar vaste en variabele kosten. Het onderzoek focust op het inkomende betalingsverkeer: het betalingsverkeer tussen de klant en de ondernemer. Het uitgaande betalingsverkeer de transacties tussen de ondernemers en hun leveranciers en zakelijke dienstverleners blijft buiten beschouwing, met uitzondering van betalingen die nodig zijn voor het faciliteren van ontvangsten (banktarieven, telecomkosten etc.). Alle cijfers die in dit hoofdstuk worden genoemd in de tekst en in de tabellen hebben betrekking op het jaar 2009, tenzij nadrukkelijk anders vermeld. 4.1 Totale kosten betalingsverkeer Kosten van inkomend betalingsverkeer bedragen ruim 1,2 miljard euro in 2009 Tabel 10 toont de totale kosten van het inkomende betalingsverkeer in De totale kosten bedragen ruim 1,2 miljard euro. Gelet op het niveau van de consumptieve bestedingen zijn de kosten van het inkomende betalingsverkeer relatief hoog in de ambulante handel en de horeca. Dit komt onder meer doordat er in verhouding veel contante betalingen in deze sectoren plaatsvinden. Daarnaast wordt er in de horeca ook betrekkelijk vaak met creditcard betaald. De kosten van betalen zijn relatief laag bij de tankstations. Dit komt onder andere doordat er veel transacties per vestiging plaatsvinden. Hierdoor ontstaan schaalvoordelen. Zo kunnen bijvoorbeeld de kosten van een betaalterminal en de backofficekosten over relatief veel transacties worden uitgesmeerd. Tabel 10 Totale kosten inkomend betalingsverkeer in verhouding tot totale bestedingen naar sector Totale kosten inkomend betalingsverkeer (x 1 miljoen) Consumptieve bestedingen (x 1 miljard) Totale kosten in % consumptieve bestedingen Gevestigde detailhandel ,8 1,05% Ambulante handel 56 1,9 2,87% Horeca ,5 2,00% Tankstations ,8 0,77% Totaal toonbankinstellingen ,2 1,17% Bron: EIM,
32 Kosten per transactie het hoogst in de horeca De totale kosten per transactie zijn weergegeven in tabel 11. De kosten per transactie voor alle toonbankinstellingen tezamen bedragen 23 cent. De kosten per transactie zijn benedengemiddeld in de detailhandel en bij de tankstations. De horeca kent de hoogste kosten per transactie, vooral als gevolg van de relatief sterke mate waarin de horeca creditcards accepteert. Tabel 11 Totale kosten inkomend betalingsverkeer in verhouding tot alle transacties naar sector Totale kosten inkomend betalingsverkeer (x 1 miljoen) Totaal aantal transacties (x 1 miljoen) Gemiddelde kosten per transactie Gevestigde detailhandel ,21 Ambulante handel ,29 Horeca ,33 Tankstations ,18 Totaal toonbankinstellingen ,23 Bron: EIM, Gemiddelde kosten pinnen 1 cent lager dan contant De gemiddelde kosten per transactie naar betaalmethode zijn opgenomen in tabel 12. Contante transacties kosten gemiddeld 22 cent. Een pintransactie is met gemiddeld 21 cent iets goedkoper. Betalingen met creditcard zijn gemiddeld het duurst met maar liefst 1,88 euro per transactie. In paragraaf 4.4 zal nader worden ingegaan op de gemiddelde kosten per transactie. Tabel 12 Totale kosten inkomend betalingsverkeer naar betaalmethode Totale kosten inkomend betalingsverkeer (x 1 miljoen) Totaal aantal transacties (x 1 miljoen) Totale kosten per transactie Contant ,22 Pin ,21 Chipknip ,24 Creditcard ,88 Tankpassen ,24 Bron: EIM, Interne en externe kosten van betalen In paragraaf 2.3 zijn de begrippen interne en externe kosten geïntroduceerd. Ter herinnering worden de twee begrippen nogmaals kort toegelicht. Interne kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die in de onderneming zelf ontstaan als gevolg van de acceptatie van betaal- 30
33 middelen. Het gaat daarbij om de kosten die een ondernemer zelf maakt wanneer hij een specifieke vorm van betalen van de klant accepteert. Externe kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die de ondernemer met betrekking tot het betalingsverkeer gefactureerd krijgt van externe partijen, zoals financiële instellingen 1, verzekeraars, geldtransportbedrijven en telecomleveranciers. In tabel 13 zijn de totale kosten uitgesplitst naar interne en externe kosten voor de vier sectoren. Binnen de interne kosten is onderscheid gemaakt naar de drie grootste kostenposten: backofficekosten, frontofficekosten en eigen geldtransport. Bij de externe kosten is onderscheid gemaakt naar bancaire kosten (afstorten contant geld, bankkosten wisselgeld, valutering, bankkosten pin & chipknip) en niet-bancaire kosten. Onder de niet-bancaire kosten zijn naast o.m. de kosten van creditcardmaatschappijen ook de kosten opgenomen die benzinemaatschappijen in rekening brengen voor het betalen met een tankcard aan de pompshophouder. Dit kan expliciet de vorm hebben van een heffing per getankte liter brandstof, dan wel impliciet verdisconteerd zijn in het taploon dat aan pomphouders wordt vergoed voor elke liter die betaald wordt met een tankpas. Tabel 13 Verdeling interne en externe kosten naar sector Gevestigde Ambulan- Tank- detailhandel te handel Horeca stations Totaal Totale kosten (x 1 miljoen) interne kosten externe kosten Verdeling interne kosten (%) - backoffice 30% 27% 47% 19% 33% - frontoffice 47% 31% 26% 68% 43% - eigen geldtransport 9% 28% 17% 3% 11% - overige interne kosten 14% 15% 11% 11% 13% Verdeling externe kosten (%) - bancaire kosten 52% 83% 47% 27% 49% - overige externe kosten 48% 17% 53% 73% 51% Bron: EIM, De gehanteerde tarieven waarmee de bancaire kosten zijn berekend, zijn de standaard tarieven die banken aanbieden ("venstertarieven"). In de praktijk zullen met name grote afnemers met grote volumes via onderhandelingen een lager tarief weten te bedingen, waarbij de pintransacties onderdeel zijn van een geheel van verschillende diensten die deze klanten afnemen. Daardoor zullen in de praktijk de kosten voor pintransacties lager liggen en het verschil met contante betalingen dus groter zijn dan in dit rapport vermeld 31
34 Interne kosten verantwoordelijk voor ruim 2/3 van de totale kosten In alle sectoren blijken de interne kosten hoger dan de externe kosten. Voor alle toonbankinstellingen samen ligt het aandeel van de interne kosten op 69 procent. De interne kosten zijn relatief gezien het hoogst in de ambulante handel en het laagst binnen de tankstations. Verschillen tussen de sectoren hebben vooral te maken met de verdeling tussen contante betalingen en elektronische betalingen. Hoe meer contant wordt afgerekend, hoe hoger het aandeel interne kosten in de totale kosten. Grote verschillen in kostenstructuur tussen sectoren Gelet op de verdeling van de interne kosten valt op dat de back- en frontofficekosten het grootste deel van de interne kosten voor hun rekening nemen. Tussen de sectoren zijn duidelijke verschillen waar te nemen. Zo is het aandeel van de backofficekosten relatief hoog in de horeca, maar juist relatief laag bij de tankstations. Voor het aandeel van de frontofficekosten geldt het omgekeerde. Dit hangt direct samen met het aantal transacties dat per onderneming wordt gedaan. Bij de tankstations is er sprake van een zeer groot aantal transacties op vestigingsniveau waardoor de backoffice zeer efficiënt is ingericht om de vele transacties te verwerken (het schaalvoordeel van de vele transacties). Voor de horeca geldt het omgekeerde. Ook de verdeling van de externe kosten verschilt aanzienlijk per sector. In de ambulante handel worden de externe kosten vooral bepaald door de bancaire kosten. Bij de overige sectoren ligt het aandeel bancaire kosten een stuk lager. Dit komt doordat deze sectoren veel meer dan de ambulante handel geconfronteerd worden met overige externe kosten, zoals kosten van professioneel geldtransport, datacommunicatiekosten en kosten die samenhangen met creditcardbetalingen. Ook binnen deze posten kunnen verschillen naar sector optreden, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop de verbinding voor verwerking van elektronische betalingen wordt gedaan (analoog, ADSL). Analoog is al snel duurder, aangezien bij analoge aansluitingen een tarief per transactie (= inbelmoment) wordt berekend. Contant betalen betekent veel interne backofficekosten Tabel 14 toont de verdeling van de interne en externe kosten naar betaalmiddel. Net als bij de uitsplitsing naar sector zijn ook hier grote verschillen te zien. Het aandeel van de interne kosten is bijvoorbeeld erg hoog bij contante betalingen, terwijl de totale kosten bij creditcardbetalingen vooral worden bepaald door de externe kosten. 32
35 Tabel 14 Verdeling interne en externe kosten naar betaalmiddel Contant Pin Chipknip Creditcard Tankpas Totale kosten (x 1 miljoen) interne kosten externe kosten Verdeling interne kosten (%) - backoffice 39% 12% 12% 43% 3% - frontoffice 36% 64% 58% 48% 86% - eigen geldtransport 15% 0% 0% 0% 0% - overige interne kosten 10% 24% 30% 10% 11% Verdeling externe kosten (%) - bancaire kosten 66% 64% 76% 0% 5% - overige externe kosten 34% 36% 24% 95% Bron: EIM, Kosten elektronische betalingen minder bepaald door backofficeactiviteiten Veel meer dan bij contante betalingen, worden de interne kosten bij betalingen met pinpas, chipknip, creditcard en vooral met tankpassen gevormd door de frontofficekosten. 1 Het aandeel van de backofficekosten in de interne kosten is relatief hoog voor contante en creditcardbetalingen. Dit komt vooral ook omdat de administratie en logistieke afhandeling van contante betalingen relatief veel arbeid met zich mee brengt. Ook de administratieve verwerking van creditcards weegt zwaar. 4.3 Vaste en variabele kosten van betalen In de vorige paragraaf is onderscheid gemaakt tussen interne en externe kosten. De kosten van betalen kunnen eveneens worden uitgesplitst in vaste en variabele kosten. In paragraaf 2.4 is al een uitgebreide toelichting gegeven op deze begrippen. Vaste kosten relatief laag bij tankstations Tabel 15 en tabel 16 geven de kostenopdeling in vast en variabel weer voor de vier sectoren en voor het totaal van de toonbankinstellingen. De vaste kosten zijn gemiddeld verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van de totale kosten, maar dit aandeel verschilt sterk naar sector. In de ambulante handel en de horeca is het aandeel van de vaste kosten met respectievelijk 28 en 23 procent relatief hoog. Bij de tankstations is dit aandeel met 8 procent betrekkelijk laag. De vaste kosten in de detailhandel hebben een aandeel van 17 procent. Veel transacties zorgen voor relatief lage vaste kosten. Dit is bijvoorbeeld terug te zien bij de tankstations, waar naar verhouding veel transacties per vestiging zijn. 1 Voor wat betreft de frontofficetijd naar sector en betaalmiddel wordt verwezen naar bijlage I. 33
36 De variabele kosten worden onderscheiden in transactiegerelateerde en omzetgerelateerde kosten. In de detailhandel en bij de tankstations is het aandeel transactiegerelateerde kosten hoger dan het aandeel omzetgerelateerde kosten. In de ambulante handel en de horeca geldt het omgekeerde. Dit komt doordat in deze sectoren relatief veel contante betalingen worden gedaan en voor de horeca ook nog veel creditcardbetalingen. De kosten verbonden aan deze betaalvormen, hangen voor een belangrijk deel af van de hoogte van de totale geldomzet of van de hoogte van het transactiebedrag (creditcards). Tabel 15 Vaste en variabele kosten naar sector (x 1 miljoen) Gevestigde Ambulan- Tanksta- detailhandel te handel Horeca tions Totaal Vaste kosten Variabel transactiegerelateerd Variabel omzetgerelateerd Totaal Bron: EIM, Tabel 16 Aandeel vaste en variabele kosten naar sector Gevestigde Ambulante Tank- detailhandel handel Horeca stations Totaal Vaste kosten 17% 28% 23% 9% 18% Variabel transactiegerelateerd 48% 33% 32% 53% 45% Variabel omzetgerelateerd 34% 38% 45% 38% 37% Totaal Bron: EIM, Kosten pin, chipknip en tankpassen sterk transactiegerelateerd Verschillen tussen sectoren ontstaan vooral door de wijze waarop consumenten betalen. In de horeca wordt naar verhouding bijvoorbeeld vaak met creditcard betaald. De kosten van creditcardbetalingen zijn voornamelijk omzetgerelateerd (zie tabel 17 en tabel 18), waardoor ook de omzetgerelateerde kosten in de horeca relatief hoog zijn. Eenzelfde soort redenering gaat op voor het aandeel transactiegerelateerde kosten bij de tankstations, gezien het hoge aandeel transactiegerelateerde kosten van tankpassen. De kosten van pin- en chipknipbetalingen zijn voor het grootste deel variabel transactiegerelateerd (denk aan frontofficekosten, maar ook aan tariefkosten i.v.m. datacommunicatie en tariefkosten die de banken hanteren voor pin- en chipknipbetalingen). Omzetgerelateerde kosten zijn er niet. Contante betalingen kennen daarentegen wel een sterke omzetgerelateerde kostenpost. Dit wordt vooral veroorzaakt door de kosten van professioneel geldtransport, het afstorten van contant geld en de backof- 34
37 ficekosten met betrekking tot het legen en opmaken van de kassa s en het verzendklaar maken van de dag- of weekopbrengsten. Tabel 17 Vaste en variabele kosten naar betaalmiddel (x 1 miljoen) Contant Pin Chipknip Creditcard Tankpas Vaste kosten Variabel transactiegerelateerd Variabel omzetgerelateerd Totaal Bron: EIM, Tabel 18 Aandeel vaste en variabele kosten naar betaalmiddel Contant Pin Chipknip Creditcard Tankpas Vaste kosten 20% 20% 39% 2% 6% Variabel transactiegerelateerd 34% 80% 61% 17% 46% Variabel omzetgerelateerd 46% 0% 0% 81% 48% Totaal Bron: EIM, Kosten per transactie en kostendruk In paragraaf 4.1 is al kort ingegaan op de kosten per transactie. In deze paragraaf zal hier uitgebreider bij worden stilgestaan. Daarnaast worden ook de marginale kosten per transactie en de relatieve kostendruk besproken. Creditcard veruit het duurst Betalingen met creditcard zijn per transactie in alle sectoren duidelijk duurder dan met de overige betaalmiddelen. Dit komt vooral door de hoogte van de provisie (een percentage van het transactiebedrag) die betaald moet worden aan de creditcardmaatschappij. Per sector verschillen de kosten voor creditcards wel, doordat er in bepaalde sectoren gemiddeld een lagere provisie wordt betaald. Het gemiddelde provisiepercentage is bijvoorbeeld relatief hoog in de ambulante handel. De gemiddelde waarde van de transacties is naar verhouding echter laag, waardoor de totale kosten per transactie gedrukt worden. (zie ook tabel 19). 35
38 Tabel 19 Gemiddelde kosten per transactie naar betaalmiddel en sector Gevestigde detailhandel Ambulante handel Horeca Tankstations Totaal Contant 0,20 0,29 0,30 0,14 0,22 Pin 0,20 0,42 0,33 0,15 0,21 Chipknip 0,24 0,45 0,29 0,17 0,24 Creditcard 2,36 1,14 2,32 0,85 1,88 Tankpassen ,24 0,24 Totaal 0,21 0,29 0,33 0,18 0,23 Bron: EIM, Voor alle toonbankinstellingen samen liggen de kosten van een pintransactie gemiddeld 1 cent lager dan de kosten van een contante transactie. Binnen de sectoren gaat dit evenwel niet op. De totale kosten van een pintransactie worden sterk bepaald door de kosten van een pintransactie in de detailhandel en bij de tankstations. 1 De totale kosten van een contante transactie worden daarentegen sterk beïnvloed door de kosten van een contante transactie in de horeca en de ambulante handel. 2 Het gewogen gemiddelde van de kosten per pintransactie (over alle sectoren berekend) valt hierdoor lager uit dan het gewogen gemiddelde van de kosten per contante transactie. De marginale kosten zijn de kosten die gepaard gaan met een extra transactie Zoals gezegd hangen de huidige kosten per transactie onder andere samen met het aantal transacties ofwel met het gebruik van het betreffende betaalmiddel. Hierdoor liggen de gemiddelde kosten van een contante transactie in de horeca bijvoorbeeld lager dan de gemiddelde kosten van een pintransactie. Het is daarom goed om ook te kijken naar de marginale kosten van een betaling. Aan de hand van de eerder genoemde variabele kosten kunnen deze marginale kosten worden berekend. Marginale kosten pinnen duidelijk lager dan contant Tabel 20 toont de marginale kosten naar betaalmiddel en naar sector. De marginale kosten naar de verschillende betaalmiddelen binnen een sector zijn berekend aan de hand van het gemiddelde transactiebedrag binnen die sector. Anders dan op basis van de gemiddelde kosten per transactie is uit tabel 20 duidelijk op te maken dat extra pinbetalingen in de meeste gevallen goedkoper zijn voor de ondernemer dan contante betalingen. De ambulante handel vormt hierop als enige een uitzondering. Dit komt onder meer door het feit dat de front- en backofficekosten bij pintransacties in de ambulante handel relatief hoog zijn. Dit duidt op een weinig efficiënte behandeling van de pintransacties in de ambulante handel. Een pintransactie duurt gemiddeld langer dan in de overige sectoren en de tijd die besteed wordt aan backofficekosten omtrent pinbetalingen is relatief hoog in relatie tot het aantal pintransacties. 1 Het aandeel pintransacties in de detailhandel en de tankstations in het totale aantal pintransacties is 94%. 2 Het aandeel contante transacties in de horeca en de ambulante handel in het totale aantal contante transacties is 24%. 36
39 Onderstaande gegevens laten zien dat er door verschuiving van contant naar pin besparingen kunnen worden gerealiseerd. Tabel 20 Marginale kosten per transactie naar betaalmiddel en sector Gevestigde detailhandel Ambulante handel Horeca Tankstations Totaal Contant 0,21 0,22 0,28 0,16 0,23 Pin 0,16 0,26 0,22 0,14 0,16 Chipknip 0,15 0,25 0,15 0,13 0,15 Creditcard 0,99 0,59 0,76 0,49 0,79 Tankpassen ,20 0,20 Gemiddeld bedrag 19,80 10,23 16,34 23,34 19,33 * Let wel: de marginale kosten naar betaalmiddel binnen een sector zijn berekend aan de hand van het gemiddelde transactiebedrag over alle betaalmethoden voor de betreffende sector. Bron: EIM, Op basis van de berekende kosten naar betaalmiddel kan ook de relatieve kostendruk worden berekend. Hieronder wordt verstaan: de totale kosten van een betaalmiddel, uitgedrukt als percentage van de omzet die met dat betaalmiddel is gerealiseerd. Om een voorbeeld te geven: de totale kosten voor de gevestigde detailhandel voor contant betalen bedroegen in miljoen euro. De omzet vergaard met contant betalen in de gevestigde detailhandel bedroeg 31,5 miljard euro. Deling levert een relatieve kostendruk op van 1,54 procent (zie tabel 21). Relatieve kostendruk contant 2 tot 3 keer zo hoog als voor pin Tabel 21 toont de relatieve kostendruk voor de verschillende betaalmiddelen naar sector. Uit de tabel blijkt dat de relatieve kostendruk voor pinbetalingen in de meeste gevallen beduidend lager is dan die voor de overige betaalmiddelen. De kosten van pinnen zijn in verhouding tot de omzet die met pinnen wordt behaald aanzienlijk lager dan de kosten van bijvoorbeeld contant geld in verhouding tot de omzet die met contant geld wordt binnengehaald. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat er gemiddeld veel grotere bedragen met de pinpas worden afgerekend en dat er (nagenoeg) geen omzetgerelateerde kosten zijn voor pinbetalingen. 37
40 Tabel 21 Relatieve kostendruk: kosten per betaalmiddel in procenten van de omzet (incl. BTW) per betaalmiddel verdeeld naar sector en betaalmiddel Gevestigde detailhandel Ambulante handel Horeca Tankstations Totaal Contant 1,54% 3,16% 2,64% 0,97% 1,73% Pin 0,63% 1,37% 0,74% 0,46% 0,62% Chipknip 7,35% 6,74% 6,78% 2,67% 7,23% Creditcard 3,75% 5,10% 2,94% 1,80% 3,04% Tankpassen ,80% 0,80% Totaal 1,05% 2,87% 2,00% 0,77% 1,17% Bron: EIM, Ongeveer een op de drie ondernemers wil dat er meer gepind wordt Tot slot wordt de tevredenheid van ondernemers met de huidige samenstelling van het eigen betalingsverkeer besproken. Uit tabel 22 blijkt dat binnen de toonbankinstellingen ruim een op de drie ondernemers ontevreden is met de huidige samenstelling. De ontevredenheid is relatief groot binnen de tankstations en de horeca. In de ambulante handel zijn daarentegen relatief veel ondernemers tevreden met de huidige samenstelling. Aan degenen die ontevreden zijn, is gevraagd wat zij anders zouden willen zien t.a.v. de samenstelling van het betalingsverkeer in hun onderneming. Veruit het grootste deel van hen gaf aan dat ze een verschuiving naar meer pinnen zouden willen. Dit omdat het goedkoper en veiliger is. Tot de categorie anders behoren vooral ondernemers die aangeven dat er minder met de creditcard betaald zou moeten worden. Als reden wordt veelal de hoge kosten van creditcardbetalingen opgegeven. Tabel 22 Tevredenheid met de samenstelling van het eigen betalingsverkeer, kleine en middelgrote toonbankinstellingen naar sector Gevestigde Ambulante Tankstati- detailhandel handel Horeca ons Totaal Tevreden 65% 79% 60% 51% 65% Ontevreden 35% 21% 40% 49% 35% Oordeel van degenen die niet tevreden zijn Gewenst: meer pinnen 94% 77% 79% 71% 85% Gewenst: meer contant 1% 15% 12% 8% 5% Gewenst: anders 5% 8% 9% 21% 10% Bron: EIM, Opbrengsten betalingsverkeer Naast de kosten van het betalingsverkeer voor toonbankinstellingen bestaan er ook opbrengsten voor de ondernemers. In het kader van dit on- 38
41 derzoek wordt verstaan onder opbrengsten van toonbankbetalingsverkeer voor toonbankinstellingen: de expliciet in rekening gebrachte kosten van het toonbankbetalingsverkeer door toonbankinstellingen aan hun afnemers. In de praktijk betekent dit dat het voornamelijk gaat om de kosten die toonbankinstellingen in rekening brengen voor pinbetalingen onder een bepaald bedrag en voor creditcardbetalingen. In de markt is een duidelijke afname van de toeslagen te constateren, mede door de campagne Klein bedrag? Pinnen mag! Opbrengsten van pinbetalingen Op basis van de telefonische enquête onder de MKB-ondernemers is het gedrag van de ondernemers in kaart gebracht ten aanzien van het in rekening brengen van een extra bijdrage bij pinnen onder een bepaald bedrag (zie tabel 23). Het blijkt dat 4 procent van de MKB-ondernemers die pinbetalingen accepteren, aangeeft een opslag op het te betalen bedrag te berekenen in geval van kleine transactiebedragen. In de horeca en bij de tankstations wordt relatief het vaakst een opslag toegepast. De meeste ondernemers die een opslag hanteren, doen dit bij betalingen onder de 10 euro. Sommige ondernemers hanteren een lagere (5 euro) of hogere grens (15 of 20 euro). Consumenten moeten dan in de meeste gevallen 25 cent betalen. Een klein deel van de ondernemers hanteert een iets lager tarief (10, 15 of 20 cent). Een enkele ondernemer vraagt een opslag boven de 25 cent (veelal 50 cent). Tabel 23 Gedrag ondernemers t.a.v. pinnen onder bepaald bedrag Aandeel accepte- Gevraagde Geschatte rende onderne- Onder welk gemiddelde opbrengst mers dat bijdrage bedrag bijdrage per (x 1 mil- vraagt (gemiddeld) transactie joen) Gevestigde detailhandel 3% 8,54 0,20 1,62 Ambulante handel 4% 5,00 0,25 0,02 Horeca 7% 8,44 0,26 0,36 Tankstations 11% 8,91 0,25 0,52 Totaal toonbankinstellingen 4% 8,55 0,21 2,51 Bron: EIM, Maximale opbrengsten pinbetalingen geraamd op 2,5 miljoen euro Op basis van gegevens van Currence is het aandeel betalingen geschat dat onder de betalingsgrens ligt. Hiermee zijn de opbrengsten van pinbetalingen bepaald voor de verschillende sectoren. De totale opbrengsten voor de toonbankinstellingen worden geraamd op 2,5 miljoen euro. Opgemerkt dient te worden dat het hier gaat om de maximale opbrengsten. In de praktijk komt het regelmatig voor dat een ondernemer weliswaar een bordje bij de kassa heeft staan, maar het bedrag niet doorrekent aan de klant. Vermoedelijk gebruiken ondernemers de bordjes vooral om klanten bij echt kleine betalingen te sturen naar contant geld. 39
42 4.5.2 Opbrengsten creditcardbetalingen Ook met creditcardbetalingen worden opbrengsten gegenereerd door ondernemers die creditcardbetalingen accepteren. Een deel van hen hanteert namelijk een toeslag bij betalingen met creditcard. In de meeste gevallen gaat het om een vast percentage. In tabel 24 is het aandeel creditcardaccepterende ondernemers weergegeven dat een toeslag berekent. Binnen de toonbankinstellingen gaat het om 6 procent van de ondernemers bij wie betaald kan worden met een creditcard. Naar sector bezien is dit aandeel relatief hoog in de ambulante handel. Bij tankstations wordt naar verhouding het minst vaak een toeslag berekend. Maximale opbrengsten uit creditcardbetalingen geraamd op ruim 5 miljoen euro De totale opbrengsten uit creditcardbetalingen worden geschat op ruim 5 miljoen euro (dit is circa 0,1 procent van de totale transactiewaarde van betalingen met creditcards). Ook hierbij geldt, net als bij de raming van de opbrengsten uit pinbetalingen, dat het gaat om de maximale opbrengsten, aangezien een deel van de ondernemers wel aangeeft een toeslag te hanteren maar dit in de praktijk niet altijd doet. Tabel 24 Gedrag ondernemers t.a.v. creditcardbetalingen Aandeel accepterende ondernemers dat bijdrage vraagt Geschatte opbrengst (x 1 miljoen) Gevestigde detailhandel 6% 2,56 Ambulante handel 16% 0,05 Horeca 7% 1,79 Tankstations 4% 0,75 Totaal toonbankinstellingen 6% 5,15 Bron: EIM, Vergelijking voor alle toonbankinstellingen De meting van de kosten van betalen voor het jaar 2009 is gebeurd op dezelfde basis als de meting voor Dit maakt een vergelijking van de kosten van betalen voor het jaar 2009 met 2006 goed mogelijk naar sector en naar betaalmethode. Een verschil tussen de meting van 2009 en 2006 is wel dat voor 2009 ook de kosten van betalen voor de ambulante handel en de tankstations zijn gemeten door middel van een telefonische enquête onder ondernemers, terwijl er in 2006 sprake was van een rekentechnische update op basis van gegevens uit In onderstaande tabellen wordt de ontwikkeling van de kosten van betalen tussen 2006 en 2009 weergegeven op enkele hoofdpunten voor alle sectoren tezamen en voor de sectoren detailhandel en horeca afzonderlijk 1. 1 Geen vergelijking is opgenomen voor de ontwikkelingen in kosten tussen 2009 en 2006 voor de sectoren ambulante handel en tankstations gezien de verschillen in meetmethoden tussen beide jaren voor deze sectoren. Voor zover uitspraken worden gedaan voor alle sectoren tezamen moeten deze als minder hard worden aangemerkt als voor de sectoren detailhandel en horeca afzonderlijk. 40
43 4.6.1 Ontwikkeling van het inkomende betalingsverkeer Tabel 25 Inkomend betalingsverkeer naar sector (miljoenen transacties) Alle toonbanktransacties * Mutatie (%) Gevestigde detailhandel % Horeca % Totale aantal betalingen (inclusief overige betaalmethoden) % Bron: EIM, Tabel 26 Samenstelling transacties betalingsverkeer naar betaalmethode (in miljoenen transacties en in %) Type betaalmiddel samenstelling 2009 (x 1 miljoen) in% samenstelling 2006 (x 1 miljoen) in % Contant % % Pin % % Chipknip 11 0% 20 0% Creditcard 58 1% 38 1% Tankpassen % 46 1% Totale betalingen (exclusief overige betaalmethoden) Bron: EIM, Toelichting ontwikkeling betaling naar methode duidelijke daling contante betalingen versus sterke stijging daling pinbetalingen Aantal en verdeling betalingen Tabel 25 laat zien dat het totale aantal betalingen met circa 4 procent is gedaald. Tabel 26 toont de ontwikkeling naar betaalmiddel. In het bijzonder is er sprake van een daling van het aantal contante betalingen (met 10 procent) en een stijging van het aantal pinbetalingen (met 22 procent). De daling van de contante betalingen is vooral het gevolg van de omschakeling van contant naar betalen met pin, van de vermindering van de verkoopvolumes in de detailhandel en de horeca en van een gemiddeld hogere waarde van contante betalingen (vooral ook omdat ook steeds meer kleine bedragen worden gepind). Ook is er sprake van een toename van het gebruik van de tankpas. Dit lijkt vooral het gevolg van de toegenomen bestedingen bij de tankstations 21 Opgemerkt moet worden dat in de berekeningen over 2006 de tankpas niet als afzonderlijk betaalmiddel is doorgerekend maar is opgenomen onder de groep overige betalingen. Onderzoek uit 2009 leert dat deze overige betalingen grotendeels gelijk te stellen zijn aan betaling met de tankpas. Voor de vergelijking tussen 2006 en 2009 is aangenomen dat dit ook voor 2006 daadwerkelijk het geval is geweest. 41
44 en de toename van het gebruik van de tankpas om de tankbeurt te betalen. Toelichting ontwikkelingen betalingen naar sector lichte volume daling transacties bij detailhandel Detailhandel Tabel 25 laat zien dat er sprake is van een daling van het aantal transacties in de detailhandel (met 5%). Oorzaken van deze ontwikkeling: de daling in het volume van de bestedingen bij de detailhandel (-/- 1,5 procent). De consument is minder producten gaan kopen, met name omdat de stijging van de kosten van levensonderhoud (in doorsnee met meer dan 5 procent) de consument hebben genoopt een om minder producten te kopen. Daarnaast heeft de consument ook in lichte mate meer producten per keer afgerekend hetgeen kan worden afgeleid uit de toename van de gemiddelde waarde per transactie. Deze toename bedraagt bijna 9 procent en is daarmee duidelijk groter is dan de prijsstijging voor alle consumptiegoederen en diensten in dezelfde periode (bijna 5 procent). Duidelijke volumedaling transacties bij de horeca Horeca Tabel 25 laat verder zien dat er sprake is van een duidelijke daling van het aantal transacties in de horeca (met 18%). De belangrijkste oorzaak hiervan is het feit dat de consument mede door de economische crisis duidelijk minder is gaan besteden bij de horeca. In vergelijking tot 2006 lag het volume van de bestedingen in de horeca (berekend nadat de waardeverandering van de bestedingen in de horeca is gecorrigeerd voor prijsstijgingen van horecadiensten over de periode ) ruim 11% beneden het niveau van Uit de informatie blijkt verder dat het gemiddelde bedrag per betaling is toegenomen met 21 procent, hetgeen duidelijk meer is dan de prijsstijging van de horecadiensten tussen 2006 en 2009 (+ 12 procent). Dit kan er op duiden consumenten vooral minder kleine uitgaven bij de horeca hebben gedaan De ontwikkeling van de kosten van betalen: de parameters Voor de ontwikkeling van de kosten van betalen zijn verschillende zaken van belang: het aantal transacties Bij gelijkblijvende kosten per transactie stijgen/dalen de totale kosten van betalen in dezelfde mate waarin het aantal betalingen verandert. de efficiëntie in de verwerking van de betalingen Naarmate bepaalde processen sneller of juist langzamer verlopen, zal er sprake zijn van een toename of afname van de kosten per transactie en daarmee van de totale kosten bij gelijkblijvende transactievolumes. de loonkosten waartegen de activiteiten van de ondernemer en zijn personeel worden verrekend Dit is vooral van belang voor de ontwikkeling van de backoffice- en 42
45 frontofficekosten. Indien het tijdsbeslag voor deze activiteiten per transactie ongewijzigd blijft, dan stijgen de kosten hiervan nog als gevolg van een stijging van de loonkosten per uur voor de werkzaamheden van de ondernemer en zijn personeel. de tarieven die aan de ondernemer in rekening worden gebracht Een stijging of daling van de kosten van betalen is ook het gevolg van verandering in tarieven voor diensten van derden (telefoonmaatschappijen, banken). De belangrijkste posten die tussen 2006 en 2009 zijn veranderd, zijn opgenomen in tabel 27. Tabel 27 Indicaties van de belangrijkste tarief- en hoeveelheidsveranderingen voor 2009 t.o.v per kostencomponent Omschrijving Indicatieve verandering Totale aantal betalingstransacties -/- 4% Totale waarde van de betalingstransacties + 5% Uurloon ondernemer/medewerker + 7% Rentepercentage voor berekening rentederving van 0,6 naar 0,5% Tarieven voor afstorten contant geld Tarieven voor wisselgeld + 25% per storting + 10% per rol Tarief bankkosten voor pinbetalingen per transactie -/- 10% Tarieven datacommunicatie vast (ADSL abonnement) + 40% Tarieven datacommunicatie variabel (analoge verbinding) + 6% Provisie creditcard per omzet nagenoeg ongewijzigd Prijzen betaalapparatuur na korting -/- 7% Frontofficetijd per transactie gemiddeld - 10% Uren besteed aan backoffice (cash) - 13% Uren besteed aan backoffice pin + 15% Bron: EIM, Uit tabel 27 blijkt dat er vooral sprake is van: vermindering van het aantal betalingstransacties; efficiëntieverbeteringen wat betreft de benodigde front- en backofficetijden, in het bijzonder voor pin; daling van kosten van betaalterminals; stijging van uurloon voor waardering in van de front- en backofficetijden; stijging van de verschillende tarieven die gehanteerd zijn voor verrekening van de afhandeling van contante betalingen door banken. daling van de tarieven die gehanteerd voor de behandeling van card (lees pin) betalingen door banken; een daling van de kosten van betaalapparatuur. 43
46 De ontwikkeling van de kosten zelf naar sector Tabel 28 laat de ontwikkeling zien van de kosten van betalen naar sector en tabel 29 naar betaalmiddel. Tabel 28 Kosten van betalen naar sectoren sector 2009 (x 1 miljoen) 2006 (x 1 miljoen) mutatie (%) Detailhandel % Horeca % Totaal beide sectoren % Alle sectoren % Bron: EIM, Totale kosten van betalen zijn licht gedaald tussen 2006 en 2009 Toelichting Over het geheel genomen is er sprake van een daling van de kosten van betaling (totaal) met 3 procent. De daling verschilt naar sector. De sterke daling in de ambulante handel en de horeca is een rechtstreeks gevolg van de daling van het aantal transacties in beide sectoren. De stijging van de betalingskosten in de tankstations kan voor het overgrote deel worden verklaard uit het sterk toegekomen aantal transacties. De lichte stijging van de kosten van betalen bij de detailhandel kan voor een deel worden verklaard uit het feit dat de daling van het aantal contante transacties wel gepaard zal gaan met een daling van de eraan verbonden variabele kosten maar niet met een daling van de eraan verbonden vaste kosten. 44
47 De ontwikkeling van de kosten naar betaalmethode Tabel 29 De ontwikkeling van de kosten naar betaalmethode Type betaalmiddel 2009 (x 1 miljoen) 2006 (x 1 miljoen) mutatie (%) Contant % Pin % Creditcard % Totaal voor deze vormen % Bron: EIM, Tegenover de krachtige daling kosten contant staat een veel geringere stijging voor de kosten van pin Toelichting Naar vorm van betalen bezien is het alleen goed mogelijk om de kosten voor contant, pin en creditcard 22 te vergelijken, omdat het onderzoek uit 2006 geen mogelijkheden biedt om de kosten van het betalen met tankpassen voor deze jaren te vergelijken: Contante betalingen De ontwikkeling van de kosten van contante betalingen is voor het grootste deel te verklaren uit de daling van het aantal contante transacties en daarnaast uit de versnelde afhandeling van de contante transacties aan de kassa en van de administratieve/logistieke verwerking van de transacties. Pinbetalingen De ontwikkeling van de kosten van pinbetalingen is voor het grootste deel te verklaren uit de stijging van het aantal pintransacties. Dat deze stijging relatief minder groot is dan de toename van het aantal transacties, wordt deels verklaard uit het feit dat vaste kosten niet of minder sterk zijn meegegroeid en deels uit een verbetering van de afhandeling van pintransacties aan de kassa (de benodigde frontofficetijd voor de afhandeling van pintransacties ligt in 2009 iets beneden het niveau van 2006). Creditcard De kosten van de creditcard zijn gedaald, vooral omdat het gemiddelde bestedingsbedrag van de creditcard is gedaald waardoor per creditcardbetaling ook minder kosten worden gemaakt. Deze kosten zijn immers voor het grootste deel afhankelijk van het percentage van het transactiebedrag waartegen de vergoeding voor het gebruik van de creditcard wordt berekend. 22 Het geringe aantal betalingen met chipknip in de waarnemingen maakt het niet goed mogelijk om nog een vergelijking van de totale kosten voor de chipknip tussen 2006 en 2009 door te voeren. 45
48 De ontwikkeling van de kosten per transactie Tabel 30 ten slotte laat de ontwikkeling zien van de kosten per transactie voor pinbetalingen en contante betalingen binnen de detailhandel en de horeca. Tabel 30 De ontwikkeling van de kosten per transactie contant 2009 contant 2006 pin 2009 pin 2006 Detailhandel 0,20 0,18 0,20 0,20 Horeca 0,30 0,29 0,33 0,34 Bron: EIM, Toelichting De cijfers maken duidelijk dat per transactie bezien de kosten voor contante betalingen zijn gestegen en voor pin zijn gedaald. De stijging van de kosten voor contant betalen is vooral toe te wijzen aan de daling van het aantal contante betalingen waardoor de vaste kosten sterker drukken op het resterende aantal betalingen. De kosten van pinbetalingen daarentegen dalen omdat de vaste lasten nu drukken op een groter aantal betalingen. Daarbij is er wel sprake van een zekere compensatie van deze daling door de stijging van veel tarieven waartegen de activiteiten worden verrekend. Over het geheel genomen zijn de kosten per transactie in 2009 vrijwel gelijk aan De stijging bedraagt nog geen 1 procent. Dit stijgingspercentage is belangrijk lager dan de stijging van de prijzen van consumptiegoederen in diezelfde periode (met bijna 5 procent). Ontwikkeling van de kostendruk Tabel 31 Relatieve kostendruk: kosten in procenten van de omzet (incl. BTW) naar betaalmiddel en sector ontwikkeling gevestigde detailhandel Horeca Contant 1,5% 1,9% 2,6% 3,1% Pin 0,6% 0,5% 0,7% 0,6% Chipknip 7,4% 2,2% 6,8% 5,8% Creditcard 3,8% 3,4% 2,9% 2,9% Bron: EIM, De relatieve kostendruk van alle betaalmiddelen tezamen is gedaald In totaliteit daalde de relatieve kostendruk van alle vier betaalmiddelen tezamen in de detailhandel en horeca (bij elkaar genomen) van 1,3 procent in 2006 tot 1,2 procent in De ontwikkeling van de relatieve kostendruk laat zien de kosten van het betalen met pin nu wat zwaarder wegen op de totale omzet die betaald is met gebruik van de pinpas. Dit komt met name ook omdat nu veel meer dan voorheen kleine bedragen gepind worden waardoor de transactiegerelateerde variabele kosten wat 46
49 zwaarder drukken. Deze stijging wordt meer dan goed gemaakt met de daling van de relatieve kostendruk van contante betalingen als gevolg van de veranderingen in het betalingsgedrag, daarnaast heeft natuurlijk de snellere afhandeling van contante betalingen ook geleid tot mindere betalingskosten voor contant en daarmee tot een lagere kostendruk van de contante betalingen. 4.7 Besparingsmogelijkheden In het bovenstaande zijn de kosten van betalen in beeld gebracht en zijn verklaringen gegeven voor de verschillen in hoogte van de kosten tussen sectoren en tussen betaalmethoden. De beschouwingen geven aanknopingspunten voor mogelijke besparingen op de kosten van betalen in de toekomst. De kosten van betalen worden in belangrijke mate bepaald door de backoffice- en frontofficekosten. Dit betekent dat de belangrijkste besparingen moeten worden gezocht in een verhoging van de efficiëntie in de interne verwerking van de transacties en de behandeling van de betalingen aan de kassa. In het bijzonder geldt dit voor de ambulante handel en de horeca waar de afhandeling van transacties relatief minder efficiënt plaatsvindt. Daar het aandeel contante betalingen nog steeds aanzienlijk is, vormt de verdere vermindering van het aantal contante betalingen en een daarmee samengaande stijging van het aantal pinbetalingen een mogelijkheid tot verdere besparing in de betalingskosten. De duidelijk lagere marginale kosten per transactie voor pinbetalingen laten zien dat hiermee voor de ondernemer winst te behalen is. Daarnaast zijn besparingen mogelijk in een verdere omschakeling van analoge communicatieverbinding voor betalen naar breedbandverbinding. Ook een slimmer systeem van tariferen (voordeel bij stijging van het aantal pintransacties en pakketaanbiedingen zoals door banken vanaf 2011 wordt aangeboden) zal mits ondernemers hierop voldoende inhaken en het aantal pintransacties blijft stijgen een gunstig effect hebben op de kosten van het betalingsverkeer. 47
50
51 5 Factsheets 5.1 Inleiding Samengevatte informatie in 11 factsheets In dit hoofdstuk worden factsheets geboden waarin de belangrijkste uitkomsten van de meting van de kosten van betalen zijn opgenomen voor alle toonbankinstellingen samen, voor elk van de onderscheiden sectoren en voor de belangrijkste onderscheiden betaalmethoden. Daarnaast is een factsheet met een uitsplitsing van de kosten per transactie naar betaalmiddel opgenomen. In het totaal zijn 11 factsheets opgenomen. De informatie in de factsheets wordt zonder verder commentaar geboden. Voor een toelichting op de wijze van berekening van de kosten en meting van de kosten wordt verwezen naar de eerdere hoofdstukken in dit rapport en de bijlagen bij dit rapport. 5.2 De 11 factsheets De volgende factsheets zijn opgenomen: 1 Betalingskosten 2009 voor alle toonbankinstellingen 2 Betalingskosten 2009 voor de totale detailhandel, met vergelijking Betalingskosten voor de ambulante handel 4 Betalingskosten voor de totale horeca, met vergelijking Betalingskosten voor de tankstations met shop 6 Betalingskosten van contante betalingen 7 Betalingskosten van pinbetalingen 8 Betalingskosten van chipknipbetalingen 9 Betalingskosten van creditcardbetalingen 10 Betalingskosten van tankpasbetalingen 11 Breakdown kosten per transactie naar betaalmiddel marginale kosten In de tabellen zijn voor elke sector de marginale kosten opgenomen per betaalmiddel. Opgemerkt moet worden dat de hoogte van deze marginale betalingen is berekend voor een betaling die gelijk is aan de gemiddelde betaling in een sector ongeacht de betaalmethode. Daar de hoogte van de kosten per transactie, in het bijzonder voor contant, voor creditcards en voor tankpassen, ook sterk afhankelijk is van de waarde van de afzonderlijken transactie (de kosten zijn omzetgerelateerd variabel ) kan dit ertoe leiden dat de gemiddelde kosten van een transactie (bijvoorbeeld bij contante betalingen) lager zijn dan de marginale kosten. Dit komt omdat de transactiewaarde die geldt voor het bedrag waarover de gemiddelde kosten zijn berekend sterk lager is dan het bedrag waarover de marginale kosten zijn berekend (zie ook de behandeling van de marginale kosten in paragraaf 4.4) 49
52 Factsheet 1 Totaal Toonbankinstellingen 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % Contant % Pin % Chipknip 11 0% Creditcard 58 1% Tankpas 84 2% Overig 172 3% Totaal Waarde transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % Contant % PIN % Chipknip 38 0% Creditcard % Tankpas % Overig % Totaal Totale kosten van betalingsverkeer 2009 x 1 miljoen % Totale kosten van betalen waarvan vaste kosten % - waarvan variabel omzetgerelateerd % - waarvan variabel transactiegerelateerd % - waarvan interne kosten % - waarvan externe kosten % x 1 miljoen % Totale interne kosten waarvan frontofficekosten % - waarvan backofficekosten % - waarvan eigen geldtransport 95 11% - waarvan overige % x 1 miljoen % Totale externe kosten waarvan bancaire kosten % - waarvan professioneel geldtransport 52 13% - waarvan overige 69 18% Totale en marginale kosten per transactie 2009 Naar betaalmiddel totaal marginaal* Contant 0,22 0,23 Pin 0,21 0,16 Chipknip 0,24 0,15 Creditcard 1,88 0,79 Tankpas 0,24 0,19 Totaal (incl. overige betaalmiddelen) 0,23 * Let wel: het betreft de marginale kosten bij een gemiddelde transactie à 19,33 50
53 Factsheet 2 Totaal gevestigde Detailhandel 2009 en 2006 Samenstelling inkomend betalingsverkeer Aantal transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % x 1 miljoen % Contant % % Pin % % Chipknip 10 0% 16 0% Creditcard 26 1% 21 1% Overig 117 3% 45 1% Totaal Waarde transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % x 1 miljoen % Contant % % PIN % % Chipknip 32 0% 150 0% Creditcard % % Overig % % Totaal Totale kosten van betalingsverkeer x 1 miljoen % x 1 miljoen % Totale kosten van betalen waarvan vaste kosten % % - waarvan variabel omzetgerelateerd % % - waarvan variabel transactiegerelateerd % % - waarvan interne kosten % % - waarvan externe kosten % % x 1 miljoen % x 1 miljoen % Totale interne kosten waarvan frontofficekosten % % - waarvan backofficekosten % % - waarvan eigen geldtransport 48 9% 65 11% - waarvan overige 75 14% 57 10% x 1 miljoen % x 1 miljoen % Totale externe kosten waarvan bancaire kosten % % - waarvan professioneel geldtransport 40 15% % - waarvan overige 42 16% Naar betaalmiddel totaal marginaal* totaal marginaal** Contant 0,20 0,21 0,18 0,21 Pin 0,20 0,16 0,20 0,16 Chipknip 0,24 0,15 0,14 - Creditcard 2,36 0,99 2,70 - Totaal (contant, pin, chipknip en creditcard) 0,21 * Let wel: het betreft de marginale kosten bij een gemiddelde transactie à 19,80 ** Let wel: het betreft de marginale kosten bij een gemiddelde transactie à 18, Totale en marginale kosten per transactie Totale kosten naar betaalmiddel Naar betaalmiddel x 1 miljoen x 1 miljoen Contant Pin Chipknip 2 3 Creditcard Totaal (contant, pin, chipknip en creditcard)
54 Factsheet 3 Totaal Ambulante handel 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % Contant % Pin 9 5% Chipknip 0,1 0% Creditcard 0,4 0% Overig 5 3% Totaal 190 Waarde transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % Contant % PIN % Chipknip 0,4 0% Creditcard 10 1% Overig 58 3% Totaal Totale kosten van betalingsverkeer x 1 miljoen % Totale kosten van betalen 56 - waarvan vaste kosten 16 28% - waarvan variabel omzetgerelateerd 21 38% - waarvan variabel transactiegerelateerd 19 33% - waarvan interne kosten 45 81% - waarvan externe kosten 11 19% x 1 miljoen % Totale interne kosten 45 - waarvan frontofficekosten 14 31% - waarvan backofficekosten 12 27% - waarvan eigen geldtransport 13 28% - waarvan overige 7 15% x 1 miljoen % Totale externe kosten 11 - waarvan bancaire kosten 8 80% - waarvan professioneel geldtransport 0,5 4% - waarvan overige 2 16% Totale en marginale kosten per transactie 2009 Naar betaalmiddel totaal marginaal* Contant 0,29 0,22 Pin 0,42 0,26 Chipknip 0,45 0,25 Creditcard 1,14 0,59 Totaal (incl. overige betaalmiddelen) 0,29 * Let wel: het betreft de marginale kosten bij een gemiddelde transactie à 10,
55 Factsheet 4 Totaal Horeca 2009 en 2006 Samenstelling inkomend betalingsverkeer Aantal transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % x 1 miljoen % Contant % % Pin 77 9% 40 4% Chipknip 1 0% 0 0% Creditcard 14 2% 10 1% Overig 37 4% 51 5% Totaal Waarde transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % x 1 miljoen % Contant % % PIN % % Chipknip 5 0% - 0% Creditcard % % Overig % % Totaal Totale kosten van betalingsverkeer x 1 miljoen % x 1 miljoen % Totale kosten van betalen ,00 - waarvan vaste kosten 63 23% 72,91 23% - waarvan variabel omzetgerelateerd % 148,99 47% - waarvan variabel transactiegerelateerd 86 32% 95,10 30% - waarvan interne kosten % 248,00 78% - waarvan externe kosten 73 27% 69,00 22% x 1 miljoen % x 1 miljoen % Totale interne kosten ,00 - waarvan frontofficekosten 51 26% 64,00 26% - waarvan backofficekosten 93 47% 133,00 54% - waarvan eigen geldtransport 33 17% 38,00 15% - waarvan overige 22 11% 13,00 5% x 1 miljoen % x 1 miljoen % Totale externe kosten 73 69,00 - waarvan bancaire kosten 56 77% 24,00 35% - waarvan professioneel geldtransport 6 8% 45,00 65% - waarvan overige 11 14% Naar betaalmiddel totaal marginaal* totaal marginaal** Contant 0,30 0,28 0,29 0,27 Pin 0,33 0,22 0,34 0,20 Chipknip 0,29 0,15 0,28 - Creditcard 2,32 0,76 3,72 - Totaal (incl. overige betaalmiddelen) 0,33 * Let wel: het betreft de marginale kosten bij een gemiddelde transactie à 16,34 ** Let wel: het betreft de marginale kosten bij een gemiddelde transactie à 13, Totale en marginale kosten per transactie Totale kosten naar betaalmiddel Naar betaalmiddel x 1 miljoen x 1 miljoen Contant Pin Chipknip 0 - Creditcard Totaal (contant, pin, chipknip en creditcard)
56 Factsheet 5 Totaal Tankstations 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % Contant % Pin % Chipknip 0,0 0% Creditcard 18 3% Tankpas 84 14% Overig 13 2% Totaal 592 Waarde transacties naar betaalmiddel x 1 miljoen % Contant % PIN % Chipknip 0,3 0% Creditcard 838 6% Tankpas % Overig 367 3% Totaal Totale kosten van betalingsverkeer 2009 x 1 miljoen % Totale kosten van betalen waarvan vaste kosten 9 9% - waarvan variabel omzetgerelateerd 41 38% - waarvan variabel transactiegerelateerd 56 53% - waarvan interne kosten 64 60% - waarvan externe kosten 42 40% x 1 miljoen % Totale interne kosten 64 - waarvan frontofficekosten 43 68% - waarvan backofficekosten 12 19% - waarvan eigen geldtransport 2 3% - waarvan overige 7 11% x 1 miljoen % Totale externe kosten 42 - waarvan bancaire kosten 23 53% - waarvan professioneel geldtransport 5 11% - waarvan overige 15 35% Totale en marginale kosten per transactie 2009 Naar betaalmiddel totaal marginaal* Contant 0,14 0,16 Pin 0,15 0,14 Chipknip 0,17 0,13 Creditcard 0,85 0,49 Tankpas 0,24 0,20 Totaal (incl. overige betaalmiddelen) 0,18 * Let wel: het betreft de marginale kosten bij een gemiddelde transactie à 23,34 54
57 Factsheet 6 Contant 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel % Ambulante handel 176 5% Horeca % Tankstations 318 9% Totaal Waarde transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel % Ambulante handel % Horeca % Tankstations % Totaal Totale kosten van contante betalingen 2009 x 1 miljoen % Totale kosten van betalen waarvan vaste kosten % - waarvan variabel omzetgerelateerd % - waarvan variabel transactiegerelateerd % - waarvan interne kosten % - waarvan externe kosten % x 1 miljoen % Totale interne kosten waarvan frontofficekosten % - waarvan backofficekosten % - waarvan eigen geldtransport 95 15% - waarvan overige 64 10% x 1 miljoen % Totale externe kosten waarvan bancaire kosten % - waarvan professioneel geldtransport 52 34% - waarvan overige - 0% Naar sector x 1 miljoen % Detailhandel % Ambulante handel 51 6% Horeca % Tankstations 46 6% Totaal 792 Totale kosten per contante transactie 2009 Naar sector kosten in Detailhandel 0,20 Ambulante handel 0,29 Horeca 0,30 Tankstations 0,14 Totaal 0,22 55
58 Factsheet 7 Pin 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel % Ambulante handel 9 1% Horeca 77 5% Tankstations % Totaal Waarde transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel % Ambulante handel 267 1% Horeca % Tankstations % Totaal Totale kosten van pinbetalingen 2009 x 1 miljoen % Totale kosten van betalen waarvan vaste kosten 63 20% - waarvan variabel omzetgerelateerd - 0% - waarvan variabel transactiegerelateerd % - waarvan interne kosten % - waarvan externe kosten % x 1 miljoen % Totale interne kosten waarvan frontofficekosten % - waarvan backofficekosten 22 12% - waarvan eigen geldtransport - 0% - waarvan overige 43 24% x 1 miljoen % Totale externe kosten waarvan bancaire kosten 81 64% - waarvan professioneel geldtransport - - waarvan overige 45 36% Naar sector x 1 miljoen % Detailhandel % Ambulante handel 4 1% Horeca 25 8% Tankstations 25 8% Totaal 308 Totale kosten per pintransactie 2009 Naar sector kosten in Detailhandel 0,20 Ambulante handel 0,42 Horeca 0,33 Tankstations 0,15 Totaal 0,21 56
59 Factsheet 8 Chipknip 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 9,9 89% Ambulante handel 0,1 1% Horeca 1,1 10% Tankstations 0,0 0% Totaal 11,2 Waarde transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 32 86% Ambulante handel 0 1% Horeca 5 13% Tankstations 0 1% Totaal 38 Totale kosten van Chipknipbetalingen 2009 x 1 miljoen % Totale kosten van betalen 2,7 - waarvan vaste kosten 1,1 39% - waarvan variabel omzetgerelateerd 0,0 0% - waarvan variabel transactiegerelateerd 1,7 61% - waarvan interne kosten 1,2 44% - waarvan externe kosten 1,5 56% x 1 miljoen % Totale interne kosten 1,2 - waarvan frontofficekosten 0,7 58% - waarvan backofficekosten 0,1 12% - waarvan eigen geldtransport - 0% - waarvan overige 0,4 30% x 1 miljoen % Totale externe kosten 1,5 - waarvan bancaire kosten 1,2 76% - waarvan professioneel geldtransport - - waarvan overige 0,4 24% Naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 2,4 87% Ambulante handel 0,0 1% Horeca 0,3 12% Tankstations 0,0 0% Totaal 2,7 Totale kosten per Chipkniptransactie 2009 Naar sector kosten in Detailhandel 0,24 Ambulante handel 0,45 Horeca 0,29 Tankstations 0,17 Totaal 0,24 57
60 Factsheet 9 Creditcard 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 26 44% Ambulante handel 0 1% Horeca 14 25% Tankstations 18 31% Totaal 58 Waarde transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel % Ambulante handel 10 0% Horeca % Tankstations % Totaal Totale kosten van Creditcardbetalingen 2009 x 1 miljoen % Totale kosten van betalen waarvan vaste kosten 3 2% - waarvan variabel omzetgerelateerd 88 81% - waarvan variabel transactiegerelateerd 18 17% - waarvan interne kosten 19 17% - waarvan externe kosten 90 83% x 1 miljoen % Totale interne kosten 19 - waarvan frontofficekosten 9 48% - waarvan backofficekosten 8 43% - waarvan eigen geldtransport - 0% - waarvan overige 2 10% x 1 miljoen % Totale externe kosten 90 - waarvan bancaire kosten - 0% - waarvan professioneel geldtransport - - waarvan overige 90 Naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 60 55% Ambulante handel 1 0% Horeca 33 30% Tankstations 15 14% Totaal 109 Totale kosten per Creditcardtransactie 2009 Naar sector kosten in Detailhandel 2,36 Ambulante handel 1,14 Horeca 2,32 Tankstations 0,85 Totaal 1,88 58
61 Factsheet 10 Tankpassen 2009 Samenstelling inkomend betalingsverkeer 2009 Aantal transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 0% Ambulante handel 0% Horeca 0% Tankstations 84 Totaal 84 Waarde transacties naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 0% Ambulante handel 0% Horeca 0% Tankstations Totaal Totale kosten van betalingen met Tankpassen 2009 x 1 miljoen % Totale kosten van betalen 20,3 - waarvan vaste kosten 1,3 6% - waarvan variabel omzetgerelateerd 9,7 48% - waarvan variabel transactiegerelateerd 9,3 46% - waarvan interne kosten 9,1 45% - waarvan externe kosten 1,5 7% x 1 miljoen % Totale interne kosten 9,1 - waarvan frontofficekosten 7,8 86% - waarvan backofficekosten 0,3 3% - waarvan eigen geldtransport - 0% - waarvan overige 1,0 11% x 1 miljoen % Totale externe kosten 1,5 - waarvan bancaire kosten 0,1 5% - waarvan professioneel geldtransport - - waarvan overige 1,4 95% Naar sector x 1 miljoen % Detailhandel 0% Ambulante handel 0% Horeca 0% Tankstations 20,3 Totaal 20,3 Totale kosten per tankpastransactie 2009 Naar sector kosten in Detailhandel Ambulante handel Horeca Tankstations 0,24 Totaal 0,24 59
62 Factsheet 11 Breakdown kosten per transactie naar betaalmiddel Contant Pin Chipknip Creditcard Tankpas -cent -cent -cent -cent -cent Totale kosten per transactie 21,5 20,7 24,4 187,8 24,2 gelddiefstal & vals geld 0, professioneel geldtransport 1, eigen geldtransport 2, afstorten contant geld 2, wisselgeld 0, backoffice 6,8 1,5 1,3 13,8 0,3 frontoffice 6,2 7,9 6,2 15,4 9,3 betaalapparatuur - 2,9 3,2 3,1 1,2 datacommunicatie - 3,0 3,3 3,6 1,7 bankkosten pin & chip - 5,4 10,4-0,1 valutering 0, toeslag tankpassen ,6 rentederving 0,0-0,0 - - extra apparatuur 1, creditcardkosten ,9 - Contant Pin Chipknip Creditcard Tankpas % % % % % Totale kosten per transactie gelddiefstal & vals geld 3% professioneel geldtransport 7% eigen geldtransport 12% afstorten contant geld 12% wisselgeld 1% backoffice 32% 7% 5% 7% 1% frontoffice 29% 38% 25% 8% 38% betaalapparatuur - 14% 13% 2% 5% datacommunicatie - 15% 14% 2% 7% bankkosten pin & chip - 26% 43% - 0% valutering 0% toeslag tankpassen % rentederving 0% - 0% - - extra apparatuur 5% creditcardkosten % - 60
63 6 Kosten van betalen in 2012 Uitgangspunten berekening Aantal pinbetalingen bij toonbankinstellingen naar 2,1 miljard in 2012 In het Vierjarenplan van de Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen wordt aangegeven dat een van de doelen van de Stichting het te bereiken totale aantal pintransacties over 2012 betreft, te weten: 2,7 miljard elektronische betalingen. Ten opzichte van 2009 betekent dit een stijging van 39 procent. Ervan uitgaande dat deze stijging ook zal plaatsvinden voor de elektronische debetbetalingen bij de toonbankinstellingen binnen het onderzoeksdomein, dan bedraagt het aantal pintransacties in 2012 bij deze instellingen bijna 2,1 miljard. Hieronder wordt aangegeven wat de kosten zijn van betalen bij de toonbankinstellingen indien in 2012 een aantal van 2,1 miljard betalingen wordt bereikt (een stijging met 41 procent). De uitgangspunten voor deze berekening zijn opgenomen in tabel
64 Tabel 32 Uitgangspunten berekening Onderdeel Uitgangspunt aantal transacties In 2012 zijn er totaal 2,7 miljard pintransacties. Het aandeel toonbankinstellingen in pintransacties blijft gelijk: 2,1 miljard pintransacties bij de toonbankinstellingen in Er zijn in 2012 geen chipkniptransacties meer. Deze zullen volledig worden vervangen door pinbetalingen. De verder groei van de pintransacties in aantallen (anders dan de stijging veroorzaakt door het wegvallen van chipkniptransacties) gaat volledig samen met een vermindering het aantal contante transacties.. De overige betalingsvormen blijven bij deze berekening buiten beschouwing. betalingskosten De tarieven wijzigen niet verder. De vaste kosten per betaalmethode wijzigen niet met een daling of stijging van het aantal transacties voor de onderscheiden betaalmethoden (met uitzondering van de chipkniptransacties). Wij gaan er daarbij vanuit dat de stijging van het aantal pintransacties (met circa 41) en de daarmee corresponderende daling van het aantal contante transacties (met 15 procent) binnen de gegeven periode van 3 jaar geen aanleiding vormen tot een stijging of daling van de investeringen in betaalapparatuur. Daar de chipkniptransacties in 2012 gelijk zijn aan nul zullen er in 2012 ook geen kosten meer zijn die toegerekend kunnen worden aan chipkniptransacties. De omzet van alle transacties is in 2012 gelijk aan De grotere omzet van pinbetaling gaat volledig ten laste van de contante betalingen en van de chipknipbetalingen. De gemiddelde waarde van de nieuwe pinbetalingen is gelijk aan de gemiddelde waarde van alle transacties nu. Deze waarde ligt tussen de huidige gemiddelde waarde voor pinbetalingen en de huidige gemiddelde waarde voor contante betalingen. De omzetgerelateerde variabele kosten veranderen met de omzetveranderingen voor pinbetalingen en contante betalingen. De transactiegerelateerd variabele kosten veranderen met de verandering in aantal transacties voor pinbetalingen en contante betalingen. Bron: EIM,
65 Resultaten van de berekening Besparing in miljard In tabel 33 en tabel 34 zijn de uitkomsten weergegeven van de berekening voor de hoogte van de kosten van betalen in 2012 als het aantal van 2,1 miljard pinbetalingen bij de toonbankinstellingen wordt bereikt in In totaliteit valt dan een besparing vast te stellen van 38 miljoen oftewel 3,4 procent van de betalingskosten die in 2009 zijn gemaakt voor contante, pin- en chipknipbetalingen. Deze berekening is gedaan onder de veronderstelling dat de hoogte van de vaste kosten niet verandert met uitzondering van de vaste kosten voor chipkniptransacties die nu gelijk zijn aan nul) procent minder betalingskosten in 2012 Wanneer rekening wordt gehouden met alle kosten van betalingen (derhalve ook die voor de overige betaalmethoden), dan bedraagt de besparing 3,0 procent van de totale betaalkosten (1.242 miljard in 2009) Tabel 33 Betalingen in 2009 en 2012, resultaten kwantitatief Transacties Transacties 2009 Mutatie 2012 Samenstelling (x 1 miljoen) (%) (x 1 miljoen) 2012 (%) Contant % % Pin % % Chipknip % Bron: EIM, Tabel 34 Betalingskosten in 2012 en besparing Kosten betalen in 2012 voor Kosten (x 1 miljoen) Aandeel (%) Kosten per transactie Contant ,71% 0,22 Pin ,51% 0,19 Chipknip 0 0,00% Totaal (exclusief overige methoden) ,00% 0,23 Kosten Besparing Daar er sprake is van zeer grote volumemutaties is het niet uitgesloten dat de ook de vaste kosten zullen gaan veranderen. Wij hebben dan ook eveneens de kostenverandering berekend als verondersteld wordt dat de vaste kosten ook voor pintransacties en constante transacties evenredig veranderen met de stijging resp. daling van het aantal transacties gedaan met deze betaalmethoden. Ook dan blijkt de besparing 38 miljoen. 63
66 BIJLAGE I Onderzoeksmethodiek en verantwoording DATAVERZAMELING Ten behoeve van dit onderzoek is een telefonische enquête gehouden onder ondernemers in de gevestigde detailhandel, ambulante handel, horeca en tankstations. Met inachtneming van de gewenste betrouwbaarheid en nauwkeurigheid is de omvang vastgesteld op 979 ondernemers: 374 uit de detailhandel (5 clusters), 146 uit de ambulante handel (2 clusters), 309 uit de horeca (4 clusters) en 150 uit de tankstations (2 clusters). Het veldwerk heeft plaatsgevonden in november Alle benaderde ondernemers hebben eerst een aankondigingsbrief ontvangen over het onderzoek, met in een bijlage bij die brief de belangrijkste vragen uit de enquête. In totaal zijn er ondernemers benaderd. De adressen van de horecaondernemers zijn aangeleverd door het Bedrijfschap Horeca en Catering. De adressen van de ondernemers uit de detailhandel (ambulant en gevestigd) en de tankstations zijn getrokken uit het zogenaamde DMCDbedrijvenbestand van DataSelect. Met in totaal 979 ondernemers is een compleet gesprek gevoerd. 24 Naast deze telefonische enquête is via de Raad Nederlandse Detailhandel en de VNPI een schriftelijke vragenlijst uitgezet onder de grootwinkelbedrijven (GWB) en de leden van de VNPI. In totaal hebben 29 GWB in de detailhandel de vragenlijst ingevuld en teruggestuurd. 25 Steekproefplan en -resultaat Het uitgangspunt bij de dataverzameling was 75 complete gesprekken per cluster. Er zijn in totaal 13 clusters onderscheiden. Daar het niet mogelijk is gebleken om een substantieel aantal waarnemingen te doen binnen het cluster onbemande tankstations, is dit cluster verder buiten beschouwing gebleven in de analyse. Wel zijn er 150 waarnemingen geweest in het cluster bemande tankstations (in plaats van de streefwaarde 75 per cluster). 24 Daarnaast is buiten de enquête om nog schriftelijke informatie verkregen van twee grotere leden van de Bèta. De gegevens van deze leden zijn verwerkt in de analyse van het MKB in de sector tankstations. 25 Uiteindelijk zijn in de analyse de volledige gegevens van 29 leden van de RND gebruikt. Deze vertegenwoordigen gezamenlijk ruim vestigingen en hebben een omzet van ongeveer 15 miljard euro (14% van de totale consumptieve bestedingen in 2006). Van de overige leden zijn alleen een aantal bruikbare gegevens verwerkt in onderdelen van dit rapport. 64
67 In totaal zijn er met 979 ondernemers complete gesprekken zijn gevoerd. Helaas konden (of wilden) niet alle ondernemers hun omzetgegevens geven en/of de verdeling van het gemiddelde aantal transacties over de verschillende betaalmiddelen. Ook waren er ondernemers bij die uiteindelijk niet in de onderscheiden clusters pasten. Na de opschoningsronde bleven er 932 ondernemers over, die zowel hun omzetgegevens hadden opgegeven als de verdeling van het aantal transacties naar de verschillende betaalmiddelen. Voor de detailhandel zijn in het uiteindelijke databestand ook de resultaten van de RND-enquête toegevoegd. Van de ingevulde vragenlijsten konden er uiteindelijk 29 aan het databestand worden toegevoegd. Representativiteit en betrouwbaarheid De gegevens die in het rapport gepresenteerd zijn, zijn voor een groot deel gebaseerd op de uitkomsten van de enquête onder 979 ondernemers in het MKB en op de schriftelijke enquête onder 29 grootwinkelbedrijven. Omdat er gewerkt wordt met een steekproef van ondernemers (en niet het ondervragen van de gehele populatie) zijn de uitkomsten in dit rapport onderhevig aan de wetten van de statistiek. In dit kader is het begrip betrouwbaarheid van groot belang. Alvorens hierop in te gaan, wordt stilgestaan bij het begrip representativiteit. Representativiteit De kwaliteit van de berekeningen hangt in grote mate af van de representativiteit van de steekproef. Anders geformuleerd: de steekproef moet een goede afspiegeling zijn van de beoogde doelgroep. Voor de detailhandel is ervoor gekozen om ondernemers aselect te trekken uit het zogenaamde telefonische DMCD-bestand (waarin alle detaillisten zitten), voor de horeca zijn aselect adressen getrokken uit het adressenbestand van het Bedrijfschap Horeca en Catering, voor de ambulante handel en de tankstations is gebruikgemaakt van de DMCD van DataSelect Representativiteit heeft verder te maken met de wijze van vraagstelling. De keuze voor een telefonische enquête in plaats van een schriftelijke of internetenquête leidt over het algemeen tot een betere representativiteit. Immers, bij een schriftelijke of internetenquête moeten respondenten via een brief of wellicht worden overgehaald tot deelname. Dit kan selectiviteit tot gevolg hebben. Bij de telefonische benadering ligt dit anders. De interviewer is zonder expliciete vermelding van de inhoud van het onderzoek toch goed in staat ondernemers bereid te vinden tot deelname. Omdat de respons bij een schriftelijke of internetenquête beduidend lager is dan bij een telefonische enquête, is de kans op selectieve respons hiermee per definitie groter. Hoewel de mate van representativiteit niet exact kan worden aangegeven er zijn immers geen vergelijkbare data vormt de keuze van een 65
68 telefonische enquête met aselecte trekking van de steekproef ons inziens hiervoor een voldoende voorwaarde. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid Nauw verbonden met de term representativiteit is het statistische begrip betrouwbaarheid. De mate van betrouwbaarheid wordt doorgaans door de onderzoeker of opdrachtgever zelf vastgesteld. Meestal wordt uitgegaan van 95% betrouwbaarheid. De betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de antwoorden uit een steekproef nemen toe naarmate de steekproefomvang toeneemt. Afhankelijk van de scheefheid van het antwoordenpatroon ligt de nauwkeurigheid (foutenmarge) bij een steekproefomvang van 375 ondernemers (bij een gekozen betrouwbaarheidsniveau van 95%) tussen de 1 procent en 5,1 procent, bij een steekproefomvang van 300 ondernemers tussen de 1,1 procent en 5,7 procent en bij een steekproefomvang van 150 ondernemers tussen de 1,5 procent en 8,0 procent. 26 Betrouwbaarheidsinterval Op grond van wat men in de steekproef vindt, wil men uitspraken doen over de gehele populatie. Hiertoe is het begrip betrouwbaarheidsinterval van belang. Dit interval geeft het gebied van waarden aan, waarbinnen de werkelijke waarde in de populatie ligt. Meestal wordt een waarschijnlijkheid van 95% gebruikt. Het betrouwbaarheidsinterval zegt iets over de nauwkeurigheid van de gevonden steekproefwaarden. Ze is afhankelijk van de gekozen omvang van de steekproef en van de homogeniteit van de antwoorden. Om een voorbeeld te geven: uit de enquête is het totaal aantal minuten berekend dat ondernemers kwijt zijn met backofficekosten. Voor de horeca was dit 150 minuten. De betrouwbaarheidsinterval voor deze uitkomst is 12 procent. 27 Met andere woorden: met 95% betrouwbaarheid ligt de gevonden waarde voor de horeca tussen de 132 en 168 minuten. Interpretatie Het is ondoenlijk om bij iedere kostenberekening de foutenmarge weer te geven. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat op de oorspronkelijke uitkomsten uit de enquête diverse aanvullende berekeningen worden toegepast. Om het bovenstaande voorbeeld aan te halen: de geregistreerde backofficeminuten worden in het kostenmodel vermenigvuldigd met een vooraf vastgesteld bruto-ondernemersloon. 26 De foutenmarge geeft aan hoe een bepaald antwoordenpatroon in de steekproef zich bij een gekozen betrouwbaarheidsniveau (doorgaans 95%) vertaalt naar de totale populatie. De foutenmarge wordt berekend via de formule: σ x p.(100-p)/n. Voorbeeld: stel dat binnen een steekproef van 350 ondernemers, 60% ja antwoordt op een vraag. We leggen het betrouwbaarheidsniveau op 95%. In dit geval is n=375, σ=1.96, p=60 en q=50 (100-50). Invulling van de formule geeft dan een foutenmarge van 5,1%. 27 Dit hoge percentage komt doordat de variatie in de antwoorden hoog was. 66
69 Globaal kan men wel zeggen dat gezien de gegeven steekproefomvang, de foutenmarge bij de detailhandel en bij de horeca in de orde van grootte ligt van 5 procent. Voor de ambulante handel en voor de tankstations is dit 7 procent. Opbouw van de vragenlijsten De telefonische vragenlijst bestond uit enkele blokken van samenhangende vragen. De vragenlijst begon met een inventarisatie van de verschillende betaalmiddelen die in 2009 geaccepteerd werden in de onderneming. Verder is gevraagd naar de bank waarmee men het zakelijke betalingsverkeer in 2009 afhandelde. Het tweede blok vragen betrof de week- en jaaromzet in 2009, het gemiddelde aantal klanten per week in 2009, het gemiddelde aankoopbedrag in 2009 en de verdeling van de betalende klanten naar de geaccepteerde betaalmiddelen. Met andere woorden, hoeveel procent gebruikt contant geld om af te rekenen, hoeveel de pinpas. De antwoorden op dit blok vragen vormden de input voor de herweging (zie hieronder) en de basis voor de berekening van het aantal transacties in Nederland (zie hoofdstuk 2). Na dit tweede blok vragen is ingezoomd op de wijze waarop men in het bedrijf omgaat met contant geld. Aan de orde kwamen: het aantal kassa s, kluizen, valsgelddetectoren, frequentie van afstorten van geld, wijze van afstorten, omgang met wisselgeld, geldderving en geldverzekering. Voor de omgang met elektronische betaalmiddelen is gevraagd naar het aantal vaste en mobiele betaalautomaten, het soort verbinding dat men gebruikt en of men klanten laat betalen voor pinnen of het gebruik van de creditcard. De vragenlijst eindigde met een uitgebreide inventarisatie van de backofficekosten. Van zeven activiteiten werd gevraagd hoeveel minuten het per week kostte. Om de variabiliteit van deze kostenpost te kunnen vaststellen, is van de twee belangrijkste tijdrovende backofficeposten gevraagd of men dacht dat deze zouden veranderen wanneer de omzet zou veranderen. In bijlage II is de gebruikte telefonische vragenlijst weergegeven. Herweging De uitkomsten van de telefonische enquête en van de schriftelijke enquête onder het GWB zijn herwogen op basis van de opgegeven jaaromzetten (inclusief BTW) van De omzetgegevens van het CBS uit 2009 vormen hierbij het ijkpunt. 67
70 Frontofficekosten Om de frontofficekosten te kunnen vaststellen, heeft in de maand januari 2011 bij 21 of 20 winkels een directe meting op locatie plaatsgevonden van de tijd die per transactie nodig was om een betaling uit te voeren en af te ronden. Medewerkers van het bureau Student XL hebben onder auspiciën van EIM geregistreerd hoeveel tijd er lag tussen het moment waarop kenbaar werd gemaakt wat het totaal af te rekenen bedrag is en het moment waarop kassabon, wisselgeld, betaalpas, spaarprogramma s en eventuele andere bescheiden in ontvangst werden genomen (einde van de kassahandeling). In onderstaande tabel worden de uitkomsten van de tijdmeting geboden naar sector en betaalmiddel. In het totaal zijn er transacties gemeten, waarvan contante betalingen betrof, 780 pinbetalingen, 48 creditcardbetalingen en 50 betalingen met tankpas. Gemiddelde betalingstijd in seconden (mediaan) per transactie naar sector en betaalmiddel januari Gevestigde detailhandel Ambulante handel Horeca Tankstations Alle toonbankinstellingen Contant ,1 Pin ,1 Chipknip ,0 Credit 37, , ,0 Tankpassen ,5 22,5 68
71 BIJLAGE II De vragenlijst Inleiding In deze bijlage zijn de vragenlijsten opgenomen zoals deze zijn gehanteerd voor het midden- en kleinbedrijf (vragenlijst MKB) en voor het grootbedrijf (vragenformulier GB). In de bijlage zijn de versies voor de benzinestations opgenomen, omdat deze de meest uitgebreide opsomming biedt van gemeten/gevraagde betaalmogelijkheden. Met uitzondering van enkele redactionele zaken en de indeling in betaalmogelijkheden en de investering in elektronische betaalapparatuur zijn de versies zoals gebruikt voor de detailhandel, de horeca en de ambulante handel identiek aan deze vragenlijsten. Wel geldt dat de vragenlijst voor het grootbedrijf alleen is toegezonden aan de (zeer) grote ondernemingen in de detailhandel voor zover aangesloten bij de Raad Nederlandse Detailhandel en onder de tankstations (voor zover aangesloten bij de VNPI). In de enquête onder het MKB zijn de vragen gesteld op het niveau van de benaderde vestiging afzonderlijk. Bij de enquête onder het grootbedrijf zijn de vragen gesteld voor de organisatie als geheel. Vragenlijst MKB Versie voor pompstations 28 Vraag 01 Uit hoeveel vestigingen of filialen bestaat uw onderneming? Aantal: Vraag 02 Is dit de hoofdvestiging of een nevenvestiging? 1: Hoofdvestiging 2: Nevenvestiging 3: Anders, te weten 4: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 03 Hoeveel personen zijn er momenteel 15 uur of meer per week werkzaam in uw bedrijf/vestiging? Aantal: Vraag 04 Is dit een tankstation met shop of zonder shop? 1: Met shop 2: Zonder shop 28 Om snel te kunnen zien welke zaken aan de orde zijn gesteld door middel van vragen, is in deze versie van de vragenlijst de intro van het gesprek niet meegenomen. Ook zijn speciale intro s (zoals deze bij sommige thema s zijn gehanteerd) niet meegenomen en zijn de aanwijzingen voor de enquêteur alsmede bijzondere coderingsaanwijzingen (bij weet niet/wil niet zeggen/niet van toepassing ) achterwege gelaten. Verder zijn speciale controlevragen weggelaten. 69
72 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 05 Maakt uw bedrijf/vestiging deel uit van een samenwerkingsverband, van een keten of van geen van beide? 1: Ja, samenwerkingsverband/inkooporganisatie 2: Ja, (winkel)keten 3: Nee, geen van beide 4: Anders, te weten 5: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 06 Ik noem u nu enkele betaalmiddelen. Met welke daarvan konden klanten in 2009 bij u betalen? Was dat met Meerdere antwoorden mogelijk 1: Contant geld (euro's) 2: Buitenlands contant geld (Eng. ponden, dollars etc.) 3: Pinpas 4: Buitenlandse pas die geschikt is om mee te pinnen (Maestro) 5: Chipknip 6: Creditcard 7: Op rekening/overschrijvingen via rekening 8: Kaarten van leasemaatschappijen (Travelcard, Multi Tank Card) 9: Internationale truckercards (DKV, UTA) 10: Cards van oliemaatschappijen 11: Local service cards 12: Andere betaalwijzen, namelijk 13: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 07 Als vraag 06 = 6 Welke TYPE creditcards accepteert u allemaal? Is dat Meerdere antwoorden mogelijk 1: Mastercard 2: VISA Card 3: American Express (AMEX) 4: Diners Club Card 5: Andere typen creditcards, namelijk 6: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 08 Welke TYPE buitenlandse passen om mee te pinnen accepteert u allemaal? Is dat: Meerdere antwoorden mogelijk 1: Maestro 2: V-Pay 3: Andere typen buitenlandse passen om mee te pinnen, namelijk 4: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 09 Via welke bank handelde u (of uw hoofdkantoor) uw zakelijke betalingsverkeer vorig jaar, in 2009, hoofdzakelijk af? Was dat de 1: ABN-AMRO 2: Fortis Bank 3: ING Bank 4: Royal Bank of Scotland 5: Rabobank 6: SNS Bank 7: Andere bank, namelijk 8: Weet niet 9: Wil niet zeggen 70
73 Vraag 10 Zou u een schatting kunnen geven van de gemiddelde totale weekomzet, inclusief BTW, in 2009? Gemiddelde weekomzet in euro: Vraag 11 Zou u een schatting kunnen geven van de gemiddelde weekomzet aan brandstof (benzine, diesel en lpg), inclusief BTW, in 2009? Gemiddelde weekomzet in euro: Vraag 12 Zou u een schatting kunnen geven van de gemiddelde weekomzet aan shopverkopen, inclusief BTW, in 2009? Gemiddelde weekomzet in euro: Vraag 13 En zou u een schatting kunnen geven van het gemiddelde aantal transacties per week in 2009? Gemiddeld aantal transacties per week: Vraag 14 Zou u een schatting kunnen geven van de samenstelling van uw klantenkring naar brandstof en shopaankopen? % rekent uitsluitend brandstof af % % rekent uitsluitend shopverkopen af % % rekent brandstof en shopverkopen af % (dit kunnen ook klanten zijn die twee afzonderlijke betalingen verrichten) % totaal % Vraag 15 Zou u een schatting kunnen geven van het gemiddelde aankoopbedrag per transactie in 2009? Vraag 16 En zou u een schatting kunnen geven van het gemiddelde aankoopbedrag per transactie voor brandstof (benzine, diesel en lpg) in 2009? Vraag 17 En zou u een schatting kunnen geven van het gemiddelde aankoopbedrag per transactie voor shopverkopen in 2009? Vraag 18 Hoeveel bedroeg de totale jaaromzet, inclusief BTW, van uw vestiging in 2009? Omzet 2009: Vraag 19 En hoeveel bedroeg de totale jaaromzet aan brandstof, inclusief BTW, in 2009? Omzet brandstof 2009: 71
74 Vraag 20 En hoeveel bedroeg de totale jaaromzet aan shopverkopen, inclusief BTW, in 2009? Omzet shopverkopen 2009: Vraag 21 Hoeveel procent van de betalende klanten gebruikte in 2009 om af te rekenen voor? % Contant geld (euro's en buitenlands) % % Pin, inclusief Maestro % % Buitenlandse pas om mee te pinnen (Maestro, V-pay) % % Chipknip % % Creditcard % % Een overschrijving via rekening % % Kaarten leasemaatschappijen (Travelcard, Multi Tank Card) % % Internationale truckercards (DKV, UTA) % % Cards van oliemaatschappijen % % Local service cards % % Op een andere wijze betaald % % totaal % Vraag 22 Hoeveel procent van de omzet in 2009 was afkomstig van klanten die betaalden met % Contant geld (euro's en buitenlands) % % Pin, inclusief Maestro % % Buitenlandse pas om mee te pinnen (Maestro, V-pay) % % Chipknip % % Creditcard % % Een overschrijving via rekening % % Kaarten leasemaatschappijen (Travelcard, Multi Tank Card) % % Internationale truckercards (DKV, UTA) % % Cards van oliemaatschappijen % % Local service cards % % Op een andere wijze betaald % % totaal % Vraag 23 Hoeveel kassa's waren er vorig jaar in 2009 in uw bedrijf/vestiging? Aantal kassa's: Vraag 24 Heeft u deze kassa s gekocht, gehuurd of gekregen? 1: Gekocht 2: Gehuurd 3: Gekregen 4: Anders, namelijk 5: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 25 Beschikt u in uw bedrijf/vestiging of thuis over een of meerdere kluizen om de dag- of weekomzet tijdelijk in te bewaren? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen 72
75 Vraag 26 Als vraag 25 = 1 Hoeveel van deze kluizen heeft u in uw bedrijf/vestiging of thuis? Aantal kluizen: Vraag 27 Als vraag 25 = 1 Heeft u deze kluizen gekocht, gehuurd of gekregen? 1: Gekocht 2: Gehuurd 3: Gekregen 4: Anders, namelijk 5: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 28 Beschikt u in uw bedrijf/vestiging of thuis over een of meerdere apparaten om eurobiljetten te controleren op echtheid? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 29 Als vraag 28 = 1 Hoeveel van deze apparaten heeft u in uw bedrijf/vestiging of thuis? Aantal apparaten: Vraag 30 Als vraag 28 = 1 Heeft u deze apparaten gekocht, gehuurd of gekregen? 1: Gekocht 2: Gehuurd 3: Gekregen 4: Anders, namelijk 5: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 31 Hoeveel kluisjes heeft u in uw bedrijf/vestiging bij de kassa om grote eurobiljetten in op te bergen? Aantal kluizen: Vraag 32 Wordt de weekomzet bij u afgehaald door een professionele waardetransporteur of brengt u het zelf weg? 1: Via een professionele waardetransporteur (bijv. Brinks, G4S) 2: Zelf 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 33 Als vraag 32 = 1 Maakt u gebruik van een cash management systeem (zoals CASH 360 van G4S), inclusief de lease van een speciale kluis? 1: Ja, voor alle kassa s 2: Ja, maar niet voor alle kassa s 3: Nee 4: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 34 Hoe biedt u de bankbiljetten meestal aan uw bank aan? Is dat 1: In een sealbag/kasetui 2: Losse biljetten 3: Anders, namelijk 4: Weet niet/wil niet zeggen 73
76 Vraag 35 Als vraag 34 = 2 Brengt u het geld doorgaans naar de balie van de bank, naar de geld- of afstortautomaat van de bank, naar de nachtkluis of naar een sealbagautomaat van de bank? 1: Balie van de bank (kas) 2: Geld- of afstortautomaat van de bank 3: Nachtkluis 4: Sealbagautomaat van de bank 5: Weet niet/w.n.z. Vraag 36 Als vraag 32 = 2 Hoeveel keer per week stort u het contante geld van uw bedrijf/vestiging af? Als vraag 32 = 1 Hoeveel keer per week wordt het contante geld door de waardetransporteur opgehaald? Aantal afstortingen per week: Vraag 37 Als vraag 32 = 2 Door wie wordt het contante geld doorgaans afgestort? 1: Ondernemer/eigenaar 2: Bedrijf/vestigingsleider 3: Ander personeelslid 4: Anders, namelijk 5: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 38 Als vraag 32 = 2 Hoe biedt u de bankbiljetten meestal aan uw bank aan? Is dat 1: Gekopt, gesorteerd en gebundeld (= schone storting) 2: Ongesorteerd door elkaar (= vuile storting) 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 39 Als vraag 32 = 2 Hoeveel tijd, uitgedrukt in minuten, bent u of uw personeel gemiddeld kwijt om het geld af te storten bij uw bank? Het gaat om de ENKELE reistijd met het vervoermiddel dat doorgaans daarvoor wordt gebruikt. Aantal minuten: Vraag 40 Als vraag 32 = 2 Hoeveel geld wordt gemiddeld per keer afgestort? Bedrag in euro: Vraag 41 Als vraag 32 = 1 Hoeveel geld wordt gemiddeld per keer afgehaald door de transporteur? Bedrag in euro: Vraag 42 Hoeveel procent van de contante geldomzet van uw bedrijf/vestiging stort u NIET af, maar gebruikt u voor het contant betalen van leveranciers, personeel, privé-uitgaven e.d.? Percentage: % Vraag 43 Als vraag 32 = 1 Wat heeft u in 2009 betaald aan de door u gebruikte professionele waardetransporteur, zoals Brinks en G4S? Bedrag in euro: 74
77 Vraag 44 Als vraag 24 = 1 Hoeveel sealbags gebruikt u gemiddeld per maand? Aantal: Vraag 45 Alleen stellen als met pin of contant kan worden betaald In het algemeen is het zo dat het gemiddelde pinbedrag hoger ligt dan het gemiddelde bedrag bij contante betalingen. Is dat bij uw bedrijf/vestiging ook het geval? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/w.n.z. Vraag 46 Als betaling met contant geld mogelijk is (zie vraag 06) Zou u een schatting kunnen geven van het gemiddelde aankoopbedrag van transacties die met contant geld zijn betaald? Bedrag in euro: Vraag 47 Als betaling met pin mogelijk is (zie vraag 06) Zou u een schatting kunnen geven van het gemiddelde aankoopbedrag van transacties die met een pinpas zijn betaald? Bedrag in euro: Vraag 48 Als betaling met creditcard mogelijk is (zie vraag 06) Zou u een schatting kunnen geven van het gemiddelde aankoopbedrag van transacties die met een creditcard zijn betaald? Bedrag in euro: Vraag 49 Als betaling met creditcard mogelijk is (zie vraag 06) Hoeveel procent van de creditcardomzet in 2009 was afkomstig van klanten die betaalden met een % Mastercard % % VISA Card % % American Express % % Diners Club Card % % via overige creditcards % % totaal % Vraag 50 Hoeveel provisie heeft u in 2009 betaald aan creditcardmaatschappijen voor de betalingen die zijn gedaan met creditcards? Provisie betaald in euro: Vraag 51 Hoeveel provisie heeft u in 2009 betaald aan creditcardmaatschappijen voor de betalingen die zijn gedaan met creditcards? Provisie in %: 75
78 Vraag 52 Hoe komt u in uw bedrijf/vestiging aan wisselgeld? Is dat Meerdere antwoorden mogelijk 1: Van de bank of postkantoor aan de balie 2: Van de bank, via de muntrollenautomaat 3: Van de bank, via de professionele waardetransporteur 4: Niet via de bank, maar via mijn klanten 5: Niet via de bank, maar van andere ondernemers 6: Niet via de bank, maar 7: Niet van toepassing, we gebruiken geen wisselgeld 8: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 53 Moet u provisie betalen voor het wisselgeld dat uw bedrijf/vestiging nodig heeft? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 54 Als vraag 53 = 1 Hoe vaak per maand haalt u wisselgeld op of laat u het bezorgen? Aantal keer per maand: Vraag 55 Als vraag 53 = 1 En voor welk bedrag per keer haalt u wisselgeld op of laat u het bezorgen? Bedrag in euro: Vraag 56 Heeft u een geldverzekering afgesloten? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 57 Heeft u in 2009 te maken gehad met vals geld en/of gelddiefstal door derden of eigen personeel? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 58 Als vraag 57 = 1 Hoeveel euro bent u in 2009 kwijtgeraakt door vals geld en gelddiefstal? We bedoelen het geld dat niet is teruggekregen via de verzekering. Bedrag in euro: Vraag 59 tot en met 82 als betaald kan worden met pin, chip of creditcard Vraag 59 Hoeveel VASTE betaalautomaten had u in 2009 in uw bedrijf/vestiging? Aantal vaste automaten: Vraag 60 Als vraag 59 > 0 En hoeveel van deze betaalautomaten waren geïntegreerd in een tankzuil op het buitenterrein? Aantal: 76
79 Vraag 61 Hoeveel van de vaste betaalautomaten zijn er in eigendom, hoeveel zijn er gehuurd en hoeveel zijn er geleased? In eigendom Gehuurd Geleased totaal Vraag 62 Van wat voor soort verbinding maakte u in 2009 in uw bedrijf/vestiging gebruik bij het betalen met de vaste betaalautomaten? Was dat 1: Via een gewone, analoge telefoonlijn (ook PSTN) 2: Via een ISDN-verbinding 3: Via een internetverbinding (ADSL, VPN) 4: Via een kabelverbinding 5: Via een glasvezelverbinding 6: Ander soort verbinding, namelijk 7: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 63 En hoeveel MOBIELE betaalautomaten had u in 2009 in uw bedrijf/vestiging? Aantal mobiele automaten: Vraag 64 Hoeveel van de mobiele betaalautomaten zijn er in eigendom, hoeveel zijn er gehuurd en hoeveel zijn er geleased? In eigendom Gehuurd Geleased totaal Vraag 65 Heeft u een onderhoudscontract voor deze betaalautomaten? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 66 Als vraag 62 = 3, 4 of 5 Wordt de ADSL-/kabel-/glasvezelverbinding alleen gebruikt voor pinnen of ook voor andere zaken zoals internet en het alarm? 1: Alleen voor pinnen 2: Ook voor andere zaken 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 67 Konden klanten in 2009 bij u extra geld opnemen bij het pinnen? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 68 Als vraag 67 = 1 Hoeveel geld werd er in 2009 gemiddeld per week extra opgenomen? Bedrag in euro: 77
80 Vraag 69 Laat u de klanten betalen wanneer ze beneden een bepaald bedrag willen pinnen? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 70 Als vraag 69 = 1 Onder welk bedrag is dat dan? Bedrag in euro: Vraag 71 Als vraag 69 = 1 En welk bedrag moet men dan betalen? Bedrag in euro: Vraag 72 Als vraag 69 = 1 Hoeveel bedraagt het totale bedrag dat u in 2009 bij uw klanten in rekening heeft gebracht voor het pinnen? Bedrag in euro: Vraag 73 Als creditcardbetalingen mogelijk zijn Brengt u de klanten een bedrag in rekening wanneer ze willen betalen via een creditcard? 1: Ja, altijd 2: Ja, alleen beneden een bepaald bedrag 3: Ja, alleen boven een bepaald bedrag 4: Nee 5: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 74 Als vraag 73 = 2 of 3 Onder/boven welk bedrag is dat dan? Bedrag in euro: Vraag 75 Als vraag 73 = 1, 2 of 3 Wat moet men betalen als men wil betalen per creditcard? Is dat 1: Een vast bedrag per transactie 2: Een vast percentage per transactie 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 76 Als vraag 75 = 1 En welk bedrag moet men dan betalen? Bedrag in euro: Vraag 77 Als vraag 75 = 2 Hoe hoog is dit percentage? Percentage: Vraag 78 Als vraag 73 = 1,2 of 3 Hoeveel bedraagt het totale bedrag dat u in 2009 bij uw klanten in rekening heeft gebracht voor het betalen met een creditcard? Bedrag in euro: 78
81 Vraag 79 Als betalingen met pinpas mogelijk zijn Heeft u in 2009 last gehad van fraude bij elektronische betalingen via de pinpas? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet 4: Wil niet zeggen Vraag 80 Als vraag 79 = 1 Kunt u een schatting geven van de financiële schade in 2009 door fraude via de pinpas? Bedrag in euro: Vraag 81 Als betalingen met creditcard mogelijk zijn Heeft u in 2009 last gehad van fraude bij elektronische betalingen via de creditcard? 1: Ja 2: Nee 3: Weet niet 4: Wil niet zeggen Vraag 82 Als vraag 81 = 1 Kunt u een schatting geven van de financiële schade in 2009 door fraude via de creditcard? Bedrag in euro: Vraag 83 tot en met 87 als betalen met contant geld mogelijk is Vraag 83 Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan het 's ochtends bedrijfs-/vestigingsklaar maken van de kassa's? Tijd in minuten: Vraag 84 Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan het 's avonds legen en opmaken van de kassa's? Tijd in minuten: Vraag 85 Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan het verzendklaar maken van de dag- en/of weekopbrengsten? Tijd in minuten: Vraag 86 Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan het op peil houden van het wisselgeld? Tijd in minuten: Vraag 87 Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan het aanvullen van de kassarollen? Tijd in minuten: Vraag 88 Als elektronisch betalen mogelijk is Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan het aanvullen van de printrollen van de betaalautomaten? 79
82 Tijd in minuten: Vraag 89 Als betalen met creditcard mogelijk is Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan de administratie rondom creditcardbetalingen, zoals het bewaren van de bonnetjes? Tijd in minuten: Vraag 90 Als betalen met pin mogelijk is Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan de administratie rondom pinbetalingen, zoals het bewaren van de bonnetjes? Tijd in minuten: Vraag 91 Besteedt u verder nog tijd aan andere backofficeactiviteiten rondom het betalingsverkeer die ik nog niet heb genoemd? 1: Ja, namelijk 2: Nee 3: Weet niet/w.n.z. Vraag 92 Als vraag 91 = 1 Hoeveel minuten besteedt u gemiddeld per week aan deze overige activiteiten? Tijd in minuten: Vraag 93 Heeft u in uw bedrijf/vestiging nog andere apparatuur die u speciaal heeft aangeschaft voor de beveiliging van uw geld? Gedacht kan worden aan Meerdere antwoorden mogelijk 1: Camerasystemen/beveiligingsapparatuur 2: Verdwijndozen 3: Kokersystemen om geld weg te sluizen 4: Speciale telruimten 5: Anders, namelijk 6: Nee 7: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 94 Als betalen met verschillende betaalmiddelen mogelijk is Eerder in het vraaggesprek heeft u aangegeven hoe uw klanten in 2009 gebruik hebben gemaakt van de verschillende betaalmiddelen. Bent u tevreden met de huidige verdeling of zou u liever een andere verdeling over de betaalmiddelen willen hebben? 1: Tevreden 2: Liever een andere verdeling 3: Weet niet/wil niet zeggen Vraag 95 Als vraag 94 = 2 Wat voor verdeling zou u dan liever willen hebben? Vraag 96 Wat is uw functie binnen uw bedrijf/vestiging? 1: Eigenaar 2: Directeur 3: Partner van eigenaar/directeur 4: Filiaal- of bedrijfs-/vestigingsleider 5: Anders, namelijk 6: Wil niet zeggen Afsluiting 80
83 Vragenlijst Grootbedrijf 1. Hoeveel verkooptransacties (= betalende klanten) heeft u per maand?.. 2. Hoeveel bedraagt het gemiddelde bedrag per verkooptransactie? 3. Welke van de hierna genoemde betaalwijzen accepteert u? (u kunt hier meer dan 1 antwoord aankruisen) 2009 contant geld (incl. buitenlands contant geld) creditcard (Eurocard, VISA, etc.) vaste klantenkaart pinbetalingen Maestrobetalingen/V-pay betalingen chipknipbetalingen overschrijvingen via rekening kaarten van leasemaatschappijen (Travelcard, Multi Tank Card) internationale truckercards cards van oliemaatschappijen local service cards internetbetalingen anders, namelijk. 4. Welk aandeel in het totale aantal verkooptransacties hebben de hierna genoemde betaalwijzen? 2009 contant geld (incl. buitenlands contant geld)...% creditcard (Eurocard, VISA, etc.)...% vaste klantenkaart...% pinbetalingen...% Maestrobetalingen/V-pay betalingen...% chipknipbetalingen...% overschrijvingen via rekening...% kaarten van leasemaatschappijen (Travelcard, Multi Tank Card) % 81
84 internationale truckercards % cards van oliemaatschappijen % local service cards...% internetbetalingen % anders, namelijk....% 5. Welk aandeel in de totale omzet (incl. BTW) hebben de hierna genoemde betaalwijzen? 2009 contant geld (incl. buitenlands contant geld)...% creditcard (Eurocard, VISA, etc.)...% vaste klantenkaart...% pinbetalingen...% Maestrobetalingen/V-pay betalingen...% chipknipbetalingen...% overschrijvingen via rekening...% kaarten van leasemaatschappijen (Travelcard, Multi Tank % Card) internationale truckercards % cards van oliemaatschappijen % local service cards...% internetbetalingen % anders, namelijk...% 6. Kunt u aangegeven hoe de betalingen zijn verdeeld naar grootteklasse van de betalingen in % voor de onderneming als geheel? 2009 bedragen tot 10.% bedragen van 10 tot 50. % bedragen van 50 tot 200 % bedragen van 200 of meer % totaal 100 % 7. Wat was de totale detailhandelsomzet (in euro s en inclusief BTW) van uw onderneming/werkmaatschappij in 2009, verdeeld naar shop en brandstoffen? 82
85 2009 shopomzet 2009 brandstofomzet. 8. Maakt u gebruik van een cash management systeem (zoals CASH 360 van G4S), inclusief de lease van een speciale kluis? ja, voor alle vestigingen ja, maar voor een gedeelte van alle vestigingen, namelijk.% geen van de vestigingen weet niet 9. Wat zijn de totale kosten voor professioneel geldtransport (zonder cash management systeem) van uw onderneming/werkmaatschappij (optelsom van alle facturen uit 2009)? Wat zijn de totale kosten voor het cash management systeem van uw onderneming/werkmaatschappij (optelsom van alle facturen uit 2009)? Hoeveel geld werd er in 2009 in totaal gecashbackt? (Met cashbacken bedoelen we dat klanten contant geld kunnen opnemen bij het afrekenen met de pinpas). Wanneer u geen totaalbedrag kunt geven, kunt u dan aangeven welk percentage van de omzet die gedaan is met pin, kan worden toegerekend aan cashbacken? 2009 of.% 12. Welk rentepercentage ontvangt u op uw rekening-courant? % Hoe lang duurt de periode (gemeten in dagen) tussen het moment waarop de professionele geldtransporteur het contante geld bij de vestigingen ophaalt en het moment waarop dit bedrag staat bijgeschreven op de rekening? dagen: 83
86 14. Beschikken de vestigingen over een ruimte die alleen bestemd is voor het tellen van het contante geld? ja, alle vestigingen ja, een gedeelte van de vestigingen, namelijk.% geen van de vestigingen weet niet 84
87 BIJLAGE III Kostenbegrippen Kosten van het betalingsverkeer: Onder kosten van het betalingsverkeer bij toonbankinstellingen worden verstaan: de kosten van toonbankinstellingen die samenhangen met het gebruik van door hen geaccepteerde betaalmiddelen. In het kostenmodel worden de kosten van het betalingsverkeer verdeeld naar interne en externe kosten. Interne kosten Interne kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die in de onderneming zelf ontstaan als gevolg van het accepteren van toonbankbetaalmiddelen. In het kostenmodel worden zeven interne kostencomponenten onderscheiden: frontofficekosten, backofficekosten, kosten van het eigen geldvervoer, kosten van geldderving, kosten ten gevolge van rentederving bij het afstorten van contant geld, vaste kosten van betaalapparatuur en vaste kosten van randapparatuur. Externe kosten Externe kosten worden in het kostenmodel gedefinieerd als kosten die de ondernemer met betrekking tot het betalingsverkeer gefactureerd krijgt van externe partijen, zoals financiële instellingen, verzekeraars, geldtransportbedrijven, leveranciers van betaalterminals en telecomleveranciers. In het kostenmodel worden acht externe kostencomponenten onderscheiden: bankkosten, kosten van professioneel geldtransport, rentederving als gevolg van valutering, pinkosten aan bank, chipknipkosten aan bank, creditcardkosten, telecommunicatiekosten en verzekeringskosten. In het kostenmodel zijn de kosten van het betalingsverkeer ook verdeeld naar vaste kosten, naar variabele, transactiegerelateerde kosten en naar variabele, omzetgerelateerde kosten. Vaste kosten In het kostenmodel worden onder vaste kosten die kosten verstaan, die niet in omvang veranderen wanneer het aantal transacties of de omzet verandert. Het gaat hierbij om: het eigen geldtransport, abonnement telecommunicatie pinnen, abonnement telecommunicatie chip, batchverwerking chipkniptransacties en abonnement telecommunicatie creditcard. Verder gaat het om een deel van de afschrijvingskosten van de kassalade, afschrijvingskosten valsgelddetector, afschrijvingskosten kluis, betaalapparatuur pinnen, abonnementskosten betaalapparatuur pinnen, betaalapparatuur chip, abonnementskosten betaalapparatuur chip, betaalapparatuur creditcard en de backofficekosten. Variabele, transactiegerelateerde kosten Naast vaste kosten worden in het kostenmodel variabele, transactiegerelateerde kosten onderscheiden. Dit zijn kosten die per transactie vast 85
88 zijn maar wel in omvang veranderen wanneer het aantal transacties dat met een bepaald betaalmiddel wordt betaald, toe- of afneemt. Deze kosten zijn daarentegen niet afhankelijk van de hoogte van het bedrag dat wordt afgerekend. Het gaat hierbij om: frontofficekosten, kosten voor wisselgeld, tariefkosten pinnen, tarief telecommunicatie pinnen, tariefkosten chipknip, tarief telecommunicatie chip en tarief telecommunicatie creditcard. Verder gaat het om een deel van de afschrijvingskosten kassalade, afschrijvingskosten valsgelddetector, afschrijvingskosten kluis, betaalapparatuur pinnen, abonnementskosten betaalapparatuur pinnen, betaalapparatuur chip, abonnementskosten betaalapparatuur chip, betaalapparatuur creditcard en backofficekosten. Variabele, omzetgerelateerde kosten Verder worden in het kostenmodel variabele, omzetgerelateerde kosten onderscheiden. Hierbij gaat het om kosten die afhankelijk zijn van de hoogte van het afgerekende bedrag. Als het af te rekenen bedrag wijzigt, veranderen deze kosten ook. Het gaat hierbij om: rentederving als gevolg van valutering, kosten ten gevolge van rentederving bij het afstorten van contant geld, geldderving, professioneel geldtransport, afstorten contant geld, verzekeringskosten en provisie creditcardmaatschappijen. Verder gaat het om een deel van de backofficekosten. Hieronder staan alle kostenposten vermeld die zowel op contant als op elektronisch geld betrekking hebben. Backofficekosten Personeelskosten verbonden aan het 's ochtends bedrijfsklaar maken van de kassa's, aan het 's avonds legen en opmaken van de kassa's, aan het verzendklaar maken van de dag- en/of weekopbrengsten, aan het op peil houden van het wisselgeld, aan het aanvullen van de kassarollen, aan het aanvullen van de printrollen van de betaalautomaten, aan de administratie rondom creditcardbetalingen, zoals het bewaren van de bonnetjes, en aan andere betalingsverkeergerelateerde backofficeactiviteiten. Frontofficekosten De in geld uitgedrukte tijd (personeelskosten) die verbonden is aan het feitelijke afrekenen, dat wil zeggen de tijd tussen het moment waarop aan de consument kenbaar is gemaakt wat het totaal af te rekenen bedrag is en het moment waarop de consument kassabon, wisselgeld, betaalpas, Airmiles, zegels en eventuele andere bescheiden in ontvangst heeft genomen (einde van de kassahandeling). Rentederving Gemiste rente-inkomsten over het ontvangen geld dat niet direct wordt afgestort bij de bank. Valutering Gemiste rente-inkomsten ten gevolge van het door de bank voor de berekening van creditrente buiten beschouwing laten van de periode tussen de transactiedatum en de datum van bijschrijving op de rekening. 86
89 Hieronder staan alle kostenposten vermeld die betrekking hebben op contant betalen. Eigen geldtransport De in geld uitgedrukte tijd (minuten x personeelskosten) die besteed wordt aan het naar de bank brengen van het in het bedrijf ontvangen contante geld. Afschrijvingskosten betaalapparatuur contant geld Afschrijvingskosten voor aanwezige kassalades, valsgelddetectoren en kluizen of brandkasten. Wisselgeldprovisies Door banken in rekening gebrachte kosten, verbonden aan het betrekken van wisselgeld bij de banken ten behoeve van contante betalingen. Geldderving (inclusief fouten bij het teruggeven van wisselgeld) Diefstal en/of roof van geld door klanten, personeel, leveranciers en/of andere bezoekers van de winkel. Voorts negatieve kasverschillen als gevolg van het teruggeven van te veel wisselgeld. Professioneel geldtransport De kosten die worden gemaakt voor het uitbesteden van het vervoer van geld aan professionele geldtransportbedrijven (Brinks, Geldnet). Afstorten contant geld Kosten die moeten worden gemaakt voor het afstorten van contant geld bij de bank. Verzekeringskosten Door verzekeraars in rekening gebrachte premies voor geldverzekeringen. Hieronder staan alle kostenposten vermeld die betrekking hebben op pinbetalingen. Afschrijvings- en onderhoudskosten betaalautomaten Vast bedrag per jaar per betaalautomaat. Abonnementskosten betaalautomaten Vaste maandtarieven voor gebruik betaalapparatuur aan de bank. Abonnementskosten datacommunicatie Vaste maandtarieven voor datacommunicatie via het analoge net, IDSN en ADSL aan KPN. Tariefkosten pinbetalingen De door banken in rekening gebrachte kosten voor autorisatie en verwerking van pinbetalingen (tarieven per transactie) inclusief de daarin verdisconteerde staffelkortingen. Tariefkosten datacommunicatie pinbetalingen 87
90 De door KPN in rekening gebrachte kosten voor datacommunicatie (per transactie) in verband met pinbetalingen via het analoge net, IDSN en ADSL. Hieronder staan alle kostenposten vermeld die betrekking hebben op chipknipbetalingen. Afschrijvings- en onderhoudskosten betaalautomaten Vast bedrag per jaar per betaalautomaat. Abonnementskosten betaalautomaten (pinnen, chippen, creditcard) Vaste maandtarieven voor gebruik betaalapparatuur aan de bank. Abonnementskosten datacommunicatie Vaste maandtarieven voor datacommunicatie via het analoge net, IDSN en ADSL aan KPN. Tariefkosten chipknipbetalingen De door banken in rekening gebrachte kosten voor autorisatie en verwerking van chipknipbetalingen (tarieven per transactie) inclusief de daarin verdisconteerde staffelkortingen. Tariefkosten datacommunicatie chipknipbetalingen De door KPN in rekening gebrachte kosten voor datacommunicatie (per transactie) in verband met chipknipbetalingen via het analoge net, IDSN en ADSL. Kosten Batchverwerking chipkniptransacties Kosten die door KPN in rekening worden gebracht ten behoeve van datacommunicatie van chiptransacties die als batches aan de banken worden aangeboden. Hieronder staan alle kostenposten vermeld die betrekking hebben op creditcardbetalingen. Afschrijvings- en onderhoudskosten betaalautomaten (pinnen, chippen, creditcard) Vast bedrag per jaar per betaalautomaat. Abonnementskosten datacommunicatie (pinnen, chippen, creditcard) Vaste maandtarieven voor datacommunicatie via het analoge net, IDSN en ADSL aan KPN. Tariefkosten datacommunicatie creditcardbetalingen De door KPN in rekening gebrachte kosten voor datacommunicatie (per transactie) in verband met creditcardbetalingen via het analoge net, IDSN en ADSL. Provisie creditcardmaatschappijen De bedragen die ondernemers aan creditcardmaatschappijen betalen over de waarde van de met creditcards afgerekende transactiebedragen. 88
91 89
92
93 BIJLAGE IV Aantal bedrijven en verkooppunten In de onderstaande tabel is weergegeven hoeveel ondernemingen en vestigingen er op 1 januari 2009 actief waren in de gevestigde detailhandel, de ambulante handel, de horeca en de benzinehandel. De gegevens over de gevestigde detailhandel, de ambulante handel en de tankstations zijn afkomstig van het CBS en het Hoofdbedrijfschap Detailhandel. Het aantal ondernemingen en vestigingen is afhankelijk van de gehanteerde definitie. Het CBS gaat uit van de aantallen op basis van de hoofdactiviteit (detailhandel, ambulante handel). De gegevens over de horeca zijn afkomstig van het Bedrijfschap Horeca en Catering. De gegevens over de tankstations met shop zijn geschat op basis van gegevens die zijn verkregen van de BOVAG. Deze gegevens over 2009 zijn gebruikt als kernwaarden voor dit onderzoek. Aantal actieve ondernemingen en vestigingen per 1 januari 2009 Sector aantal ondernemingen aantal vestigingen gevestigde detailhandel ambulante handel horeca tankstations met shop Bron: CBS en Bedrijfschap Horeca en Catering. 91
94 EIM onderdeel van Panteia Onderzoek voor Bedrijf & Beleid BREDEWATER 26 POSTBUS AA ZOETERMEER T F E.
Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2012
Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2012 Frans Pleijster Arjan Ruis Zoetermeer, juni 2013 Dit onderzoek is gefinancierd door de Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen. De verantwoordelijkheid voor
Kosten van het toonbankbetalingsverkeer
Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2014 In opdracht van de Stichting Bevorderen Efficiënt Betalen Johan Snoei, Ruud Hoevenagel, Jaap Wils en Kees Brammer Zoetermeer, 1 juli 2015 Inhoudsopgave Managementsamenvatting
Kosten van het toonbankbetalingsverkeer
Kosten van het toonbankbetalingsverkeer in 2017 Marianne van Marwijk; Melanie de Ruiter; Paul van der Zeijden Zoetermeer, 6 september 2018 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 5 1 Inleiding 11 1.1 Convenant
MKB-index april 2017
MKB-index april 2017 Zoetermeer, 4 mei 2017 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en
Pin-only in de supermarkt
Pin-only in de supermarkt Onderzoek naar de kosten van betalen bij invoering van pin-only kassa's in supermarkten drs. Frans Pleijster Arjan Ruis MSc. Zoetermeer, 8 december 2011 Dit onderzoek is uitgevoerd
5 Cluster 4: winkels in non-food, hoog transactiebedrag
5 Cluster 4: winkels in non-food, hoog transactiebedrag 5.1 Typering van het cluster Winkels in non-food met een hoog transactiebedrag zijn vooral te vinden in de modesector, in de bruin- en witgoedsector,
De stand van Mediation in Nederland
De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.
12 Cluster 11: Horeca, hotel-restaurant
12 Cluster 11: Horeca, hotel-restaurant 12.1 Typering van het cluster Tot dit cluster behoren de hotel-restaurants en de hotels (hotels en pensions zonder vrij toegankelijk restaurant). Nederland telt
13 Cluster 12: de benzineservicestations
13 Cluster 12: de benzineservicestations 13.1 Typering van het cluster Tot dit cluster behoren alle tankstations in Nederland met de daarbij behorende winkels (tankshop). Nederland telt circa 2.200 benzineservicestations,
2 Cluster 1: Grote bedragen, veel transacties
2 Cluster 1: Grote bedragen, veel transacties 2.1 Typering van het cluster Het cluster 'grote bedragen, veel transacties' omvat de detailhandelsbranches warenhuizen, bouwmarkten en supermarkten. Zij hebben
4 Cluster 3: winkels in non-food, laag transactiebedrag
4 Cluster 3: winkels in non-food, laag transactiebedrag 4.1 Typering van het cluster Winkels in non-food met een laag transactiebedrag zijn er in vele verschijningsvormen. Als uitgegaan wordt van de standaardindeling
Het betalingsverkeer: Wil je bij me pinnen?
Deze casusopdracht gaat over het betalingsverkeer in supermarkten. Voor het beantwoorden van de vragen moet je gebruik maken van de drie informatiebronnen die na de vragen staan gegeven. In informatiebron
9 Cluster 8: Horeca, drankverstrekkers
9 Cluster 8: Horeca, drankverstrekkers 9.1 Typering van het cluster Nederland telt ongeveer 11.000 cafés, die behoren tot ruim 9.600 ondernemi n- gen. Kenmerkend voor de cafés is gewoonlijk de kleine schaal
Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016
Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016 Uitgave januari 2016 Rapport uitgebracht aan: Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart W. van der Geest C11540/2016/0188 Zoetermeer, 29 januari 2016
8 Cluster 7: Ambulante handel, non-food
8 Cluster 7: Ambulante handel, non-food 8.1 Typering van het cluster Het cluster omvat alle bedrijven die als hoofdactiviteit op de markt non-foodproducten verkopen zoals kleding, schoeisel, beeld- en
December 2014 Betalen aan de kassa 2013
December 2014 Betalen aan de kassa 2013 Betalen aan de kassa 2013 Betalen aan de kassa 2013 Uitkomsten DNB/Betaalvereniging Nederland onderzoek naar het gebruik van contant geld en de pinpas in Nederland
Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT
Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud
11 Cluster 10: Horeca, maaltijdverstrekkers
11 Cluster 10: Horeca, maaltijdverstrekkers 11.1 Typering van het cluster Onder de verzamelnaam maaltijdverstrekkers vallen de restaurants in al hun verschijningsvormen: van eetcafé en fastfoodrestaurant
BNA Conjunctuurmeting
BNA Conjunctuurmeting September 2011 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66 F 020 555 36
7 Cluster 6: Ambulante handel: voedingsmiddelen
7 Cluster 6: Ambulante handel: voedingsmiddelen 7.1 Typering van het cluster Het cluster omvat alle bedrijven die als hoofdactiviteit op de markt food producten verkopen zoals vlees, vis, groenten en fruit,
Praktijkvoorbeeld kosten betalingsverkeer Tabaks- en Gemakswinkel
Praktijkvoorbeeld kosten betalingsverkeer Tabaks- en Gemakswinkel Het bedrijf De gemakswinkel die wij bezochten, is gevestigd in een kern van een middelgrote gemeente. De winkel opereert in een samenwerkingsverband.
Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv
Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud
Pin-only in het MKB. O n derzoek naar de kosten van be talen b ij. d rogis te r ijen, k le d ingz aken, restaur a n ts e n tank s tat ions
Pin-only in het MKB O n derzoek naar de kosten van be talen b ij i n v oering van pin - o n ly k assa s bij d rogis te r ijen, k le d ingz aken, restaur a n ts e n tank s tat ions drs. Frans Pleijster
3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties
3 Cluster 2: Lage bedragen, beperkt aantal transacties 3.1 Typering van het cluster Winkels in food met een laag transactiebedrag zijn vooral de versspeciaalzaken. Als uitgegaan wordt van de standaardindeling
6 Cluster 5: detailhandel non-food ook op bestelling
6 Cluster 5: detailhandel non-food ook op bestelling 6.1 Typering van het cluster Winkels in non-food met veel bestellingen die bij aflevering, direct daarna of direct daaraan voorafgaand worden betaald,
Het toonbankbetalingsverkeer in. Nederland. Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht
Het toonbankbetalingsverkeer in Nederland Kosten en opbrengsten van toonbankinstellingen in kaart gebracht Ruud Hoevenagel Jacqueline Snijders Renate de Vree Zoetermeer, 21 december 2007 Dit onderzoek
Tevredenheidsonderzoek Fox AOB
Tevredenheidsonderzoek 2015 Fox AOB Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Fox AOB De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting
10 Cluster 9: Horeca, spijsverstrekkers
10 Cluster 9: Horeca, spijsverstrekkers 10.1 Typering van het cluster Onder de verzamelnaam spijsverstrekkers valt een grotere variëteit aan horecabedrijven die zich richten op de snelle hap: de cafetaria's,
Contant geld: gedrag en beleving van retailers
Contant geld: gedrag en beleving van retailers Uitkomsten DNB onderzoek, in samenwerking met Panteia, naar het gedrag en de beleving van retailers ten aanzien van contant geld Retailers zijn een belangrijke
Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid
Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat
Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht
Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij
Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl
Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid
Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse
Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Minirapportage ir. C.C. van de Graaff drs. W.H.J. Verhoeven drs. P. Vroonhof K. Bakker Zoetermeer, 18 september 2002 Dit onderzoek is uitgevoerd
Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V.
Tevredenheidsonderzoek 2015 Wajong Talenten B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Wajong Talenten B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers
Conjunctuurpeiling BNA. Voorjaar René Vogels
Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2014 René Vogels Zoetermeer, 22 april 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning
Tevredenheidsonderzoek Jobcoach Company
Tevredenheidsonderzoek 2014 Jobcoach Company Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Jobcoach Company De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of
Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV
Tevredenheidsonderzoek 2015 AM Werk Reïntegratie BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van AM Werk Reïntegratie BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van
De oudere starter in Nederland Quick Service
De oudere starter in Nederland Quick Service Heleen Stigter Zoetermeer, januari 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie
Tevredenheidsonderzoek totaal inburgering bv
Tevredenheidsonderzoek 2015 totaal inburgering bv Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van totaal inburgering bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers
Tevredenheidsonderzoek 2014 / Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland
Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland De verantwoordelijkheid
Betalen aan de kassa 2016
Betalen aan de kassa 2016 Uitkomsten DNB/Betaalvereniging Nederland onderzoek naar het gebruik van contant geld en de pinpas in Nederland in 2016 1 Gebruik van betaalmiddelen 2010-2016 Grafiek 1a Totale
Van goede naar betere dienstverlening. Tevredenheids- en behoefteonderzoek voor het Vervangingsfonds en Participatiefonds
Van goede naar betere dienstverlening Tevredenheids- en behoefteonderzoek voor het Vervangingsfonds en Participatiefonds Inge van den Ende, Mandy Goes en Roxanne de Vreede Zoetermeer, 26 april 2018 De
Concept Ruil. begrippen giraal geld contante betalingen indirecte ruil chartaal geld betalingsverkeer directe ruil kosten (betalingsverkeer)
DIGITALE LESBRIEF CONTANTE BETALINGEN GETELD Doelgroep: SLU: 4 havo, 4 vwo 1 lesuur, exclusief huiswerkopdracht Concept Ruil begrippen giraal geld contante betalingen indirecte ruil chartaal geld betalingsverkeer
Betalingsverkeer op locatie
Betalingsverkeer op locatie 10 casestudies over het betalingsverkeer in detailhandel, horeca en tankstations drs. Frans Pleijster Zoetermeer, 21 augustus 2008 Dit onderzoek is gefinancierd door de Stichting
