Adviezen bij insulinepomptherapie
|
|
|
- Dina Moens
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Interne Geneeskunde Adviezen bij insulinepomptherapie Deze folder is bestemd voor mensen met diabetes die gebruik maken van een insulinepomp. De informatie is aanvullend op de mondelinge informatie die u van de internist, diëtist of diabetesverpleegkundige heeft ontvangen. Voor het gebruik van de insulinepomp krijgt u ook persoonlijke instructies. Waarom een insulinepomp Mensen met diabetes hebben regelmatig verdeeld over de dag insuline nodig. Het is in de praktijk zo dat de vraag naar insuline piek- en dalmomenten kent. Soms is er extra insuline nodig, bijvoorbeeld na een maaltijd. Het is ook mogelijk dat er veel minder insuline wordt gevraagd, zoals tijdens lichamelijke inspanning. Van de persoon die intensieve insuline therapie volgt wordt verwacht dat hij een soort manager is van zijn bloedglucose-regulatie. Dit kan met behulp van een insulinepomp. Hoe werkt de insulinepomp Bij insulinepomp therapie wordt insuline toegediend met behulp van een uitwendig draagbaar insulinepompje. Met behulp van dit pompje wordt een met insuline gevulde ampul heel langzaam leeg gedrukt. De ampul is via een infusieset (slangetje) verbonden met een naaldje in het onderhuidse vetweefsel. De infusieset blijft niet langer dan 2 á 3 dagen zitten, dit ter voorkoming van huidirritatie. De insuline wordt door het pompje afgegeven volgens een vooraf ingesteld programma, dat per uur kan variëren. Deze hoeveelheid insuline wordt de basale dosis genoemd. Als er een maaltijd wordt gebruikt kan opdracht aan de pomp worden gegeven om extra insuline af te geven, de bolus afgifte. Een bolus kan op ieder moment worden toegediend. Het grote voordeel is dat er continu insuline wordt afgegeven. Doordat het insuline afgiftepatroon de fysiologie meer benadert, lukt het met insulinepomp therapie vaak beter om de diabetes te reguleren. Starten met insulinepomptherapie Het instellen op de pomp varieert per persoon. Vaak duurt het zes tot acht weken voordat de juiste basale insulinedosering is gevonden. In deze periode kunnen de bloedglucose waarden variëren. Daarna kan de diëtist voor u berekenen wat de juiste koolhydraat/insuline-verhoudingen zijn
2 Koolhydraatratio en insulinegevoeligheid Berekening koolhydraatratio: 500 gedeeld door de totale dagdosering insuline die wordt gebruikt. In overleg met de diëtist en de diabetesverpleegkundigen wordt de persoonlijke koolhydraatratio berekend. Dat is de hoeveelheid koolhydraten die kan worden ingenomen per eenheid insuline. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de insulinegevoeligheid: de mate waarmee 1 eenheid kortwerkende insuline de bloedglucose verlaagt. Berekening insuline-gevoeligheidsfactor: 100 gedeeld door de totale dagdosering insuline die wordt gebruikt. Voedingsadvies In principe geldt bij pomptherapie hetzelfde voedingsadvies als bij intensieve insuline therapie met de pen. Het afstemmen van de insuline dosering op de voeding (met name op de hoeveelheid koolhydraten) is een voorwaarde voor een goede regulatie. Om de voeding en de insuline dosering goed op elkaar af te stemmen is bij het starten met pomptherapie verwijzing naar de diëtist noodzakelijk. Hiervoor moeten een aantal gegevens voor handen zijn: Bloedglucose waarden: nuchter, voor en na de maaltijden en voor het slapen gaan. Insulinedosering over de dag. Koolhydraten in de maaltijden, dranken en tussendoortjes. Geleverde inspanningen en eventueel de aanwezigheid van ziekte of stress factoren. Soorten bolussen Een bolus is de afgifte van extra insuline. Er zijn verschillende bolussen: Standaardbolus: Soms is deze bolus in twee fasen in te stellen, namelijk de snelle en de scroll bolus. Dit verschil slaat op de stappen waarmee de bolus ingesteld kan worden. Respectievelijk met stappen van 0,1 tot 2 E. De afgiftetijd is voor beiden gelijk. Vertraagde bolus/ Square wave: hierbij wordt de bolus over een bepaalde periode afgegeven. Toepassing: langdurige maaltijden, bijv. uit eten gaan, gourmetten, barbecue. De bolus zou ook gebruikt kunnen worden bij mensen die een vertraagde maagontlediging hebben waardoor de koolhydraten veel trager worden opgenomen. Multiwave bolus/ Dual wave: dit is een combinatie van een normale bolus gecombineerd met een vertraagde bolus. Een gedeelte van de ingestelde bolus wordt als normaal afgegeven en een ander gedeelte vertraagd over een bepaalde tijd. Toepassing: pastagerechten en pizza, nasi/bami, gefrituurde en gebakken gerechten. Boluswizard/boluscalculator: dit is een rekenprogramma dat in sommige pompen aanwezig is, waarin de persoonlijke gegevens ingevoerd moeten
3 worden om de juiste bolus te berekenen. Deze gegevens zijn de insuline/ koolhydraatverhoudingen en de insulinegevoeligheid factoren. Wanneer u de gemeten glucosewaarde en/of de hoeveelheid koolhydraten die u wilt gaan eten invoert, dan berekent de pomp voor u de (advies)bolus. Er wordt tevens rekening gehouden met de eventuele hoeveelheid insuline die nog werkzaam is in het lichaam. Tijdelijk aanpassen van het basaal-profiel Het basaal-profiel kan tijdelijk worden aangepast zonder de pomp te moeten herprogrammeren. Dit aanpassen kan zowel naar hogere als lagere waarden. Toepassen (tijdelijke) basaalverhoging In de volgende situaties is de kans groot op een ontregeling met te hoge bloedglucose waarden: bij ziekte, infectie, verandering lichamelijke activiteit, menstruatiecyclus, tijdelijk gebruik van bepaalde medicatie (bijv. Prednison) en stressperiodes. NB: De basaalverhoging wordt pas na 1,5-2 uur gemerkt. Toepassen (tijdelijke) basaalverlaging In onderstaande situaties bestaat de kans op te lage bloedglucose waarden: bij sporten, lichamelijke activiteit, gebruik van alcohol, periodes tijdens de menstruatiecyclus en stressperiodes. Bij sport kan het nodig zijn om zowel de basaalstand aan te passen als extra koolhydraten te eten. (zie schema 1: Leidraad bij inspanning). De diëtist of diabetes-verpleegkundige kan hierover adviseren. NB: De basaalverlaging heeft direct effect. Checklist bij diverse omstandigheden 1. Het verwisselen van de naald/katheter Een goede lichaamshygiëne en handen wassen vóór het verwisselen is voldoende. Gebruik geen alcohol om de huid te desinfecteren. Gebruik voor de huid een PH-neutrale zeep en/of PH-neutrale bodylotion. Pleisterresten verwijderen met babyolie. Het inbrengen van de naald bij voorkeur in een zittende houding. Gebruik de totale oppervlakte van de buik, echter niet te dicht bij de navel en onder de ribbenboog. Probeer zoveel mogelijk af te wisselen. Indien wenselijk zijn ook andere lichaamsdelen mogelijk. Bespreek dit met de diabetesverpleegkundige. Bij voorkeur infusieset wisselen vóór de maaltijd. Na inbrengen van de naald een bolus geven van EH (afh. van het type naald). Bij een stugge huid vergemakkelijkt het inbrengen door de naald in de koelkast te bewaren (alleen bij teflon-naaldjes). Controleer altijd 1 uur na het inbrengen van de naald de bloedglucosewaarde. NB: Een infusieset en reservoir mogen niet langer dan drie dagen gebruikt worden.
4 2. Infectie/puspukkels insteekopening insulinepomp/pleisterirritatie Bij puspukkels: Eventueel naald en/of pleister testen op de huid van de arm, om allergie uit te sluiten. Indien roodheid rondom insteekopening en/of koorts overleg met diabetesverpleegkundige (evt huisarts). Handen wassen. Huid schoonmaken met alcohol, een paar streken van boven naar beneden, ruim over het injectiegebied. Dan aan de lucht laten drogen en niet meer aankomen met de handen. Nieuwe naald inbrengen en evt. de catheterslang overzetten. Als laatste de vuile naald verwijderen uit de huid. Eventueel Bactroban zalf op de geïrriteerde insteekopening. Hiervoor is wel een recept nodig. Bij pleisterirritatie: Of Tegaderm/Opsite IV2000 als bescherming op de huid aanbrengen en daar doorheen prikken en de pleister erop vast plakken (recept noodzakelijk of bestellen bij een postorderbedrijf met een machtiging). Of Cavilon spray (zonder recept bij apotheek verkrijgbaar, evt. machtiging aanvragen bij de ziektekostenverzekering) aanbrengen op de schone huid, even laten drogen en naald en pleister aanbrengen. 3. Hypoglycemie (oorzaken opsporen) Pomp: Naald te diep ingebracht (bijv. in een spier). Huidproblemen, wisselende opname tgv lipodystrofie. Te hoge bolus toegediend. Te hoge basaalstand. Overigen: Te weinig koolhydraten gegeten. Te veel energieverbruik (bijv. sport). Emoties/ stress. Te snel opeenvolgende bolus. Hormonale invloeden (bijvoorbeeld menstruatie). Medicamenten. Ziekte. Actie: Hypo oplossen met behulp van Dextro-energy (± 4 tabletten) en eventueel extra koolhydraten zoals gebruikelijk (± 20 gram koolhydraten bijv. 1 boterham of 1 stuk fruit). Persoonlijk advies: Eventueel basaalstand tijdelijk reduceren. Bij een forse hypo (bloedglucose< 3,0 mmol/l) de pomp eventueel 2 uur stopzetten, dan weer aansluiten bij een bloedglucose boven de 7 mmol/l.
5 4. Hypoglycemisch coma Pomp uitzetten of loskoppelen. Thuis 1 mg Glucagon volgens voorschrift injecteren. Huisarts/HAP waarschuwen. Pomp weer aansluiten indien de bloedglucose waarde > 7 mmol/l is. Eventueel basale/bolusdosis aanpassen in overleg met de internist. Tracht de oorzaak te achterhalen! 5. Hyperglycemie (oorzaken opsporen) Pomp: Pomp in de stopstand. Indien van toepassing vastzittende aandrijfstang. Foutieve instelling van de basaalstand of maaltijdbolussen. Motor/batterijen onvoldoende werking (pomp geeft hiervoor een alarm). Insulineampul leeg/lucht/defect (pomp geeft bij leeg en defect een alarm). Katheter losgeraakt/leeg/grote luchtbellen/verstopt/ niet ontlucht na loskoppelen (pomp geeft hiervoor geen alarm). Naald los/infiltraat insteekplaats/te oppervlakkig/ verstopt (uiteindelijk wel een alarm bij een obstructie). Overigen: Ga na of er te veel koolhydraten gebruikt zijn. Minder lichaamsbeweging dan gebruikelijk. Menstruatiecyclus of gebruik pil. Medicatie (bv prednison, injectie in gewricht). Ziekte/koorts. Roodheid bij de katheter insteekopening. Pomp te lang afgekoppeld geweest. Stress. Actie: Pomp + toebehoren controleren. Eventueel vervangen reservoir/naald/batterijen regel, dus iedere 2 uur 4 tot 6 EH insuline extra, bij een bloedglucose >15 mmol/l = 4 EH extra bolus, bij een bloedglucose > 20 mmol/l = 6 EH extra bolus. Hiervan één keer met de pomp bijbolussen, daarna met de pen en met gebruik van 12 mm naalden om in de spier te kunnen injecteren. Na stabilisatie (glucose < mmol/l) iedere 3-4 uur bloedglucose controleren. Goed drinken, bij misselijkheid evt. Motilium of Primperan zetpil op voorschrift. Indien geen of onvoldoende effect: bellen met diabetespoli of dienstdoende internist via de receptie van het ziekenhuis. Risico op ketoacidose is groter bij insulinepomptherapie. Indien mogelijk ketonen meten in urine of bloed. Persoonlijk advies: Eventueel de basaal stand tijdelijk verhogen. (Let op: basale snelheid terug brengen naar oorspronkelijke stand)
6 Handige tips/leefregels: 1. Douchen/bad (naar keuze) Pomp afkoppelen en dopje op de naald doen, pomp in stopstand. Pomp afkoppelen en gewoon door laten lopen. Pomp aangesloten laten en in het douchezakje doen. Na douchen afspoelen met leiding water en afdrogen. 2. Sauna (pomp altijd afkoppelen) Dopje op de naald doen. Niet langer dan 2-3 uur zonder de pomp, evt. van te voren een extra bolus toedienen ter overbrugging. Nadien de bloedglucose meten en zonodig nog een extra bolus toedienen. 3. Vliegen Indien u gefouilleerd wordt, vertel dat u een pomp draagt. Neem een ingevulde douaneverklaring mee. Houd rekening met tijdverschillen, overleg met de diabetesverpleegkundige hoe u hiermee om moet gaan. Vergeet niet bij terugkomst de tijd weer aan te passen. 4. Elektromagnetische velden Indien u een MRI-scan moet ondergaan, moet de pomp afkoppeld worden. Kom niet te dicht bij radarinstallaties of bepaalde ruimtes in elektriciteitscentrales. De controlepoortjes in winkels of op vliegvelden geven geen probleem. 5. Zomer- en wintertijd Net als alle klokken en wekkers, dient ook de tijd van de pomp en bloedglucose meter goed ingesteld te zijn. U dient dit handmatig te wijzigen. 6. Strandvakantie De pomp na het ontbijt afkoppelen en voor het avondeten aansluiten. Om de drie á vier uur of kortwerkende insuline spuiten met de pen of kortdurend de pomp aansluiten en een bolus toedienen. Kijk uit met zand! 7. Zwemmen Extra bolus ter overbrugging, daarna de pomp afkoppelen. Dopje op de infusieset doen. Indien nodig een extra bolus tussendoor. De insulinepompen worden spatwaterdicht afgeleverd door de fabriek. Door gebruik kunnen er eventueel defecten ontstaan. Ons advies is dan ook om niet te zwemmen met de pomp.
7 8. Sporten Afhankelijk van de soort sport en de duur van de sport moet er worden gehandeld. Belangrijk is de eerste tijd voor, tijdens en na de sport de bloedglucose meten. Aan de hand daarvan afspreken met de diabetesverpleegkundige hoeveel KH en hoeveel reductie van insuline (bolus of basaal) in voorkomende gevallen nodig is. Bij hoge bloedglucose waarden voor het sporten, eerst de bloedglucose normaliseren, bij onvoldoende insuline kunt u een keto-acodise ontwikkelen. Intensief sporten kan nachtelijke hypo s veroorzaken. Overleg of insulinereductie nodig is in de nacht. De pomp altijd afkoppelen bij een team- of contactsport. Voor het afkoppelen kan er indien nodig nog een bolus gegeven worden. De pomp kan 2-3 uur afgekoppeld blijven. Voor aansluiten weer de bloedglucose meten. 8.a Adviezen bij inspanning Bij sporten of (huishoudelijk)werk wordt de bloedglucose waarde beïnvloed door de volgende factoren: duur en type van de inspanning, tijdstip van de dag, bloedglucose waarde bij aanvang, hoeveelheid van de genuttigde koolhydraten en hoeveelheid werkzame insuline die aanwezig is in het lichaam. Bij lichamelijke activiteit is het belangrijk de insulinedosering aan te passen aan de inspanningsduur. Dit kan ook eventueel door (tijdelijk) de basaal stand te verlagen. Daarnaast kan het van belang zijn om extra koolhydraten te nemen. Zie schema Leidraad bij inspanning. 8.b Na het sporten Tijdens het sporten maakt het lichaam gebruik van energiereserves die opgeslagen zijn in de lever en de spieren. Na het sporten worden deze opslagplaatsen opnieuw met energie gevuld door de opname van glucose uit het bloed. Deze opname wordt nog versterkt door de toegenomen gevoeligheid voor insuline van het lichaam. Afhankelijk van de inspanning kan dit effect van de spieren en de lever een aantal uren duren. Daardoor is de kans op een hypo na het sporten groter. Vraag uw diëtist en/of diabetesverpleegkundige om advies over het omgaan met inspanning.
8 Schema Leidraad bij inspanning Duur en type inspanning Glucosewaarde voor inspanning Insuline aanpassing voor inspanning Extra Koolhydraten <30 minuten lichte inspanning < 5 mmol/l > 5 mmol/l halveren normale dosis gram geen minuten matige inspanning < 5 mmol/l 5 10 mmol/l mmol/l overslaan halveren normale dosis gram 15 gram geen > 1 uur matige inspanning < 5 mmol/l 5 10 mmol/l mmol/l overslaan halveren halveren 45 gram p.u gram p.u. 15 gram p.u. Voorbeelden gram koolhydraten: 1 boterham (met hartig beleg) 1 portie fruit (zie fruitlijst) 1 plak ontbijtkoek 4-5 Dextro Energy tabletten Voorbeelden 30 gram koolhydraten: 1 banaan 1 krentenbol 1 snee suikerbrood 1 pakje sultana (3 stuks) 1 boterham met vruchtenhagel Voorbeelden 45 gram koolhydraten: 1 flesje AA drink High-energy / Extran Energy 2 pistoletjes (met hartig beleg) 1 Snelle Jelle kruidkoek of rozijnenkoek Zuwe Hofpoort Ziekenhuis Polanerbaan GN Woerden T I
9 Vragen of problemen Overdag: Diabetesverpleegkundigen T Dagelijks telefonisch spreekuur van uur [email protected] Diëtetiek T Mail: [email protected] Internist via de receptie bellen T In de avonduren/weekend: Bij spoed: Huisartsenpost T Afdeling Spoedeisende Hulp via de receptie T U wordt dan doorverbonden met de dienstdoende internist. Andere handige nummers: Service nummer Accucheck T Service nummer Medtronic T Interessante websites Informatie over het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis vindt u op Zoek op specialisme Interne Geneeskunde. U vindt daar foto s van de artsen en ook links naar de websites van patiëntenorganisaties en het pompnet. Bronvermelding Deze informatiefolder is afkomstig van de afdeling Dietetiek en de Diabetespolikliniek van het Zuwe Hofpoort Ziekenhuis, gebaseerd op informatie van de Diabetes Vereniging Nederland. December 2012 Zuwe Hofpoort Ziekenhuis Polanerbaan GN Woerden T I
Praktische informatie voor insulinepompgebruikers
Praktische informatie voor insulinepompgebruikers Deze folder bevat praktische informatie voor de insulinepompgebruikers. Hoe te handelen bij: Het verwisselen van de naald/katheter - Haal een ampul insuline
Informatie voor de insulinepompgebruiker
Informatie voor de insulinepompgebruiker Inhoudsopgave Algemene zaken bij gebruik van de insulinepomp blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte) lage glucose blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte)
Informatie voor omnipodgebruikers
Informatie voor omnipodgebruikers Deze folder bevat praktische informatie voor de omnipod-gebruiker. Met het woord pod in deze folder bedoelen we het apparaatje (insulinereservoir, canule en pomp ineen)
Insulinepomptherapie Adviezen en instructies.
Insulinepomptherapie Adviezen en instructies www.nwz.nl Inhoud Bereikbaarheid diabetesteam 3 Pomp met infusie-set of pod met PDM 4 Hypoglykemie - hypo 4 Hyperglykemie - hyper 5 Wat doet u bij een defecte
Insulinepomptherapie. Adviezen en instructies. gemini-ziekenhuis.nl
Insulinepomptherapie Adviezen en instructies gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Bereikbaarheid diabetesteam 3 Pomp met infusie-set of pod met PDM 3 Hypoglykemie - hypo 4 Hyperglykemie - hyper 4 Geen effect
Informatie voor de omnipodgebruiker
Informatie voor de omnipodgebruiker Inhoudsopgave Informatie voor de omnipodgebruiker blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte) lage glucose blz 4 Hoe te handelen bij een (onverwachte) hoge glucose blz
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepomp
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepomp U gaat overstappen van een behandeling met insuline injecties op een insulinepomp. De insulinepomp, CSII, is een hulpmiddel voor mensen met diabetes die
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepatchpomp
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepatchpomp U gaat overstappen van een behandeling met insuline injecties op een insulinepatchpomp. De insulinepomp, CSII, is een hulpmiddel voor mensen met diabetes
Informatie voor de omnipodgebruiker
Informatie voor de omnipodgebruiker Inhoudsopgave Algemene zaken bij gebruik van de omnipod blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte) lage glucose blz 4 Hoe te handelen bij een (onverwachte) hoge glucose
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes en insulinepomp. Algemene informatie voor kind en ouders
Kind met diabetes en insulinepomp Algemene informatie voor kind en ouders KIND MET DIABETES EN INSULINEPOMP ALGEMENE INFORMATIE VOOR KIND EN OUDERS INLEIDING Een insulinepomp is een apparaatje dat gebruikt
INSULINEPOMP MEDTRONIC (Smart Guard 640G)
INSULINEPOMP MEDTRONIC (Smart Guard 640G) 1. De insulinepomp Een insulinepomp is een klein, draagbaar apparaatje dat 24 uur per dag snelwerkende insuline afgeeft. Het heeft ongeveer de afmetingen van een
De poliklinische instelling van de insulinepomp
De poliklinische instelling van de insulinepomp Inleiding. Je hebt Diabetes mellitus en gaat hiervoor een insulinepomp gebruiken. De kinderdiabetesverpleegkundige heeft je informatie gegeven over de instellingsfase
Sporten met diabetes
Sporten met diabetes Inleiding Sport en beweging hebben invloed op de bloedsuikerwaarden. Voor iedereen is de invloed hiervan op de diabetesregulatie anders. In deze folder leest u een aantal basisadviezen
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes en intensieve therapie. Algemene informatie voor kind en ouders
Kind met diabetes en intensieve therapie Algemene informatie voor kind en ouders KIND MET DIABETES EN INTENSIEVE THERAPIE ALGEMENE INFORMATIE VOOR KIND EN OUDERS INLEIDING Je bent voor de behandeling van
INSULINEPOMP OMNIPOD. Het infuussysteem:
INSULINEPOMP OMNIPOD De insulinepomp Het Omnipod systeem bestaat uit 2 delen, nl de pod en een Personal Diabetes Manager (hierna genoemd als PDM) De PDM is tevens de bloedsuikermeter. In de pod zit een
Insulinepomp- therapie bij kinderen
Insulinepomp- therapie bij kinderen Algemene informatie voor ouders en kind Insulinepomptherapie Insulinepomptherapie is één van de behandelmethodes van diabetes mellitus. Het moet gezien worden als een
Handleiding voor de insulinepomp Voor kinderen
Handleiding voor de insulinepomp Voor kinderen Albert Schweitzer ziekenhuis maart 2013 pavo 0953 Inleiding Jij gaat starten met je insulinepomptherapie. Je hebt inmiddels al veel informatie en adviezen
Insulinepomp- therapie bij kinderen
Insulinepomp- therapie bij kinderen Algemene informatie voor ouders en kind Insulinepomptherapie Insulinepomptherapie is één van de behandelmethodes van diabetes mellitus. Het moet gezien worden als een
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij intensieve therapie
Zelfregulatie bij intensieve therapie ZELFREGULATIE BIJ INTENSIEVE THERAPIE INLEIDING Deze folder geeft u algemene richtlijnen over zelfregulatie bij intensieve insulinetherapie. Zelfregulatie is het zelfstandig
Insulinepomptherapie. Interne geneeskunde
Insulinepomptherapie U heeft van uw internist en /of diabetesverpleegkundige het advies gekregen over te gaan op insulinepomptherapie omdat de instelling van uw diabetes niet goed is ondanks optimale zelfregulatie.
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie? 3 Voorkomen van hypoglycemie bij lichamelijke
Wat je moet weten over je insulinepomp
Wat je moet weten over je insulinepomp gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Hoe kun je de diabetesverpleegkundige en dokter bereiken? 3 Pomp met infusie-set of pod met PDM 4 Zo verwissel je de infusie-set,
PATIËNTENINFORMATIE INFORMATIE BIJ OVERWEGING INSULINEPOMPTHERAPIE
PATIËNTENINFORMATIE INFORMATIE BIJ OVERWEGING INSULINEPOMPTHERAPIE 2 INFORMATIE BIJ OVERWEGING INSULINEPOMPTHERAPIE Algemeen Middels deze folder wil Maasstad Ziekenhuis u informeren over insulinepomptherapie.
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Wat te doen bij ontregeling van een kind met diabetes mellitus en een insulinepomp
Wat te doen bij ontregeling van een kind met diabetes mellitus en een insulinepomp WAT TE DOEN BIJ ONTREGELING VAN EEN KIND MET DIABETES MELLITUS EN EEN INSULINEPOMP INLEIDING Het toedienen van de juiste
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose. 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie? 3 Bijstel-schema hypoglycemie 4 Voorkomen
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie 3 Voorkomen van hypoglycemie bij lichamelijke
Handleiding voor gebruikers insulinepomp. Voor volwassenen
Handleiding voor gebruikers insulinepomp Voor volwassenen Inleiding U gaat starten met een insulinepomptherapie en heeft inmiddels al veel informatie en adviezen gekregen. Om alles thuis nog eens rustig
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij pomptherapie
Zelfregulatie bij pomptherapie ZELFREGULATIE BIJ POMPTHERAPIE INLEIDING Deze folder geeft u algemene richtlijnen over zelfregulatie. Zelfregulatie is het zelfstandig aanpassen van de bolusinsuline aan
Sporten met diabetes. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op
Sporten met diabetes Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding Sport en beweging hebben invloed op de bloedsuikerwaarden. Voor iedereen is de invloed hiervan op de diabetesregulatie
Zelfregulatie voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes die één of meerdere malen per dag insuline spuiten
Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes die één of meerdere malen per dag insuline spuiten i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft
Diabetesvoorlichting FLEXIBELE INSULINETHERAPIE
Diabetesvoorlichting FLEXIBELE INSULINETHERAPIE WAT IS FLEXIBELE INSULINETHERAPIE? Bij flexibele insulinetherapie spuit u vier keer per dag insuline. Een keer langwerkende insuline en drie keer snelwerkende
Insulinepomptherapie Adviezen bij ontregeling
In deze brochure worden punten beschreven waarop u moet letten als u een insulinepomp gebruikt. De diabetesverpleegkundige heeft dit met u besproken. In deze brochure kunt u de informatie nalezen. Hoge
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose. 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie? 3 Bijregel-schema hypoglycemie 4
Diabetespoli. Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus
Diabetespoli Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus 1 Zelfregulatie is voor mensen met diabetes die: drie keer per dag (ultra)kortwerkende insuline spuiten voor de maaltijd en één keer langwerkende insuline
VOORBEREIDEN POMPTHERAPIE
VOORBEREIDEN POMPTHERAPIE 1176 Inhoudsopgave Starten met een pomp... 3 Voor- en nadelen van een insulinepomp... 3 Insulinepomptherapie... 4 Voorwaarden... 4 Gang van zaken: start pomptraject... 5 Dagelijks
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Insulinepomptherapie bij diabetes mellitus
Insulinepomptherapie bij diabetes mellitus INSULINEPOMPTHERAPIE BIJ DIABETES MELLITUS VOORBEREIDING OP DE INSULINEPOMPTHERAPIE WAT IS EEN INSULINEPOMP? Een insulinepomp is een klein apparaatje met snelwerkende
Insulinepomptherapie; patchpomp
Insulinepomptherapie; patchpomp U heeft van uw internist en /of diabetesverpleegkundige het advies gekregen over te gaan op insulinepomptherapie omdat de instelling van uw diabetes niet goed is ondanks
Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden. 3 Maatregelen bij hoge bloedglucosewaarden: 5 6. Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden.
Voordelen van een insulinepomp: verbetering van bloedglucosewaarden meer vrijheid door eenvoudig bijsturen van uw bloedglucose meer vrijheid in het eetpatroon minder schommelingen waardoor u zich wat beter
Insulinepomptherapie
Insulinepomptherapie In deze brochure kunt u alles lezen over InsulInepomptherapIe en een goed beeld krijgen van de voor- en nadelen. ook worden begrippen die te maken hebben met InsulInepomptherapIe uitgelegd.
Hypo- en hyperglycaemie
Hoofdstuk 4 Hypo- en hyperglycaemie 4.1 Inleiding Normaal schommelt het bloedglucosegehalte tussen 4 en 8 mmo/l. Bij mensen met diabetes mellitus is een waarde tussen de 4 en de 10 mmol/l acceptabel. Bij
Zelfregulatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!
Zelfregulatie U heft suikerziekte (diabetes mellitus) en gebruikt daarvoor twee of vier maal per dag insuline. In overleg met uw arts heeft u besloten dat u zelf uw diabetes mellitus gaat regelen (zelfregulatie).
Diabetesvoorlichting Flexibele Insuline Therapie
Diabetesvoorlichting Flexibele Insuline Therapie (met Humalog of Novorapid als maaltijdinsuline) Voordelen van Flexibele insuline therapie Er wordt een natuurlijk ritme nagestreefd van extra insuline aanbod
Zelfregulatie voor mensen met diabetes die een insulinepomp gebruiken
Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor mensen met diabetes die een insulinepomp gebruiken i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze brochure geeft u algemene en veilige richtlijnen
Werkboek Diabetes en zelfregulatie
Werkboek Diabetes en zelfregulatie Inleiding Dit werkboek is bedoeld voor diabetespatiënten die in overleg met hun diabetesverpleegkundige gaan werken met zelfregulatie. Het doel van zelfregulatie is het
Praktische adviezen bij een 1 maal daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 1 maal daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose 3 Wat te doen bij een hypo (
Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus
Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus Zelfregulatie voor mensen met diabetes die: drie keer per dag (ultra)kortwerkende insuline spuiten voor de maaltijd en één keer langwerkende insuline voor de nacht.
voorbereiding op behandeling voor diabetespatiënten
voorbereiding op behandeling voor diabetespatiënten Inhoud 1. Behandeling s morgens: vanaf 24.00 uur nuchter... 3 2. Behandeling s middags: nuchter of licht ontbijt... 5 3. Behandeling s morgens: nuchter
PATIËNTEN INFORMATIE. Pompeducatie. bij insulinepomptherapie
PATIËNTEN INFORMATIE Pompeducatie bij insulinepomptherapie 2 PATIËNTENINFORMATIE Inhoud 1. Thuis dient u in voorraad te hebben... 5 2. Bloedglucosecontroles... 5 3. Hyperglycaemie > 13,9 mmol/l (hoge bloedglucosewaarden)...
Zelfcontrole bij diabetes
Zelfcontrole bij diabetes Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding De arts heeft met u gesproken over het belang om zelf uw bloedglucosewaarden te controleren en zo nodig
Richtlijnen bij insulinepomptherapie
INTERNE GENEESKUNDE Richtlijnen bij insulinepomptherapie versie: insuline-resistentie (INT-124 uitgave februari 2009) Inleiding Voor u ligt de brochure Richtlijnen bij insulinepomptherapie. Deze brochure
Hoofdstuk 4 Hypo- en hyperglycemie
Hoofdstuk 4 Hypo- en hyperglycemie 4.1 Inleiding Normaal gesproken schommelt het bloedglucosegehalte tussen 4 en 8 mmo/l. Bij mensen met Diabetes Mellitus is een waarde tussen de 4 en de 10 mmol/l acceptabel.
INSULINEPOMPTHERAPIE. Richtlijnen
INSULINEPOMPTHERAPIE Richtlijnen 1 MD Richtlijnen insulinepomptherapie.indd 1 03-12-2008 10:10:14 IN DEZE RICHTLIJNEN KUNT U ALLES LEZEN OVER INSULINEPOMPTHERAPIE EN EEN GOED BEELD KRIJGEN VAN DE VOOR-
www.diabetesopschool.nl
Informatie begeleiding schoolkamp Deze informatie is bestemd voor mensen die een schoolkamp begeleiden waaraan een kind met diabetes deelneemt. Als begeleiders weten hoe zij moeten handelen in bepaalde
Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus. Interne geneeskunde
Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus Interne geneeskunde Inhoudsopgave Zelfregulatie...5 De werking van insuline...6 HBA1C waarde...9 Algemene adviezen voor zelfregulatie...9 Verschijnselen van hypo- en
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens voorbereiding voor gastroscopie die vóór 12.00 uur plaatsvindt
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens voorbereiding voor gastroscopie die vóór 12.00 uur plaatsvindt Diabetespolikliniek Beter voor elkaar 2 Inleiding U heeft deze folder ontvangen zodat u uw diabetesmedicatie
Diabetes, sport en voeding
Diabetes, sport en voeding Als u diabetes mellitus heeft, dan kan er veel verbeteren door u lichamelijk in te spannen. Hierdoor verbeteren bijvoorbeeld: uw insulinegevoeligheid en daardoor uw glucosewaarden;
Interne Geneeskunde Diabetesverpleegkundigen
Zelfregulatie voor mensen die drie keer per dag kortwerkende insuline voor de maaltijd en één keer (middel)langwerkende insuline spuiten en zo nodig bloedglucose verlagende tabletten gebruiken Zelfregulatie
Richtlijnen bij insulinepomptherapie
INTERNE GENEESKUNDE Richtlijnen bij insulinepomptherapie versie: insuline-afhankelijke diabetes mellitus (INT-123 uitgave februari 2009) Inleiding Voor u ligt de brochure Richtlijnen bij insulinepomptherapie.
www.diabetesopschool.nl
Afsprakenbrief insulinepomp Beste leerkracht en/of begeleider*, Ons kind,, heeft diabetes type 1. Het is belangrijk dat ons kind op school goed begeleid wordt. In bijgaande documenten staat de belangrijkste
Zelfregulatieschema voor intensieve insulinetherapie
Zelfregulatieschema voor intensieve insulinetherapie Bij elke controle bij de diabetesverpleegkundige meebrengen DATUM: BASISSCHEMA Voor ontbijt Voor lunch Voor diner Eenheden Insuline 0 Kortwerkend (KW):
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens laxeervoorbereiding met Kleanprep of Picoprep voor colonoscopie die vóór uur plaatsvindt
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens laxeervoorbereiding met Kleanprep of Picoprep voor colonoscopie die vóór 12.00 uur plaatsvindt Diabetespolikliniek Beter voor elkaar 2 Inleiding U heeft deze folder
Diabetes en zelfregulatie. Werkboek
Informatie Diabetes en zelfregulatie Werkboek Inleiding Dit werkboek is bedoeld voor diabetespatiënten die in overleg met hun diabetesverpleegkundige gaan werken met zelfregulatie. Het doel van zelfregulatie
Lichaamsbeweging en sport
Hoofdstuk 6B Lichaamsbeweging en sport 6b.1 Inleiding Regelmatig bewegen heeft een positieve invloed op de gezondheid. En het zorgt voor ontspanning en plezier. Dit geldt voor iedereen, dus ook voor mensen
PATIËNTEN INFORMATIE. Reizen met diabetes. Vakantietips en paklijst
PATIËNTEN INFORMATIE Reizen met diabetes Vakantietips en paklijst Vakantietips 1. Advies voor de diabetesmaterialen Neem voor de vakantieperiode ruim voldoende materiaal mee (zie paklijst). Verdeel uw
STELLING. Soorten koolhydraten. Koolhydraten en glucose. Voeding en glycemische regulatie: het advies aan de patient PROGRAMMA:
Voeding en glycemische regulatie: het advies aan de patient Kirsten Berk Voeding bij CVRM en diabetes - 12 februari 2013 Diëtist in het diabetesteam van het Erasmus MC Promotieonderzoek bij de afdeling
Voeding en glycemische regulatie: het advies aan de patient
Voeding en glycemische regulatie: het advies aan de patient Kirsten Berk Voeding bij CVRM en diabetes - 12 februari 2013 Diëtist in het diabetesteam van het Erasmus MC Promotieonderzoek bij de afdeling
Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Tussen uur en uur en uur en uur
DIABETES DAGBOEK E I G E N A A R D I A B E T E S D A G B O E K Naam Adres Contactpersoon Telefoon E-mail O V E R L E G Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Naam huisarts
Informatie. Insulinepomptherapie begeleidingstraject
Informatie Insulinepomptherapie begeleidingstraject Inleiding U heeft diabetes mellitus en u heeft een insulinepomp of gaat hiervoor een insulinepomp gebruiken. De diabetesverpleegkundige heeft u informatie
Onderzoek bloedglucose
Onderzoek Continu sensor IPro2 gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Bereikbaarheid diabetesteam 3 Het onderzoek met de continu sensor (Ipro2) 3 Bloedmeter 4 Zo vult u de daglijsten in 5 Wat mag wel en niet
Kinderen met diabetes samen onze zorg! vzw Hippo & Friends
Kinderen met diabetes samen onze zorg! vzw Hippo & Friends www.hippoandfriends.com Informatie voor leraren en zorgverleners Leerkrachten en zorgverleners komen waarschijnlijk op een bepaald punt in aanraking
Bloedglucose In overleg met uw diabetesteam zal worden bepaald hoe vaak u uw bloedglucose moet controleren.
Pompdagboek 2 POMPDAGBOEK Als Mediq Direct Diabetes richten wij ons volledig op mensen met diabetes. Wij leveren een compleet assortiment op het gebied van diabeteshulpmiddelen, insuline en overige doorlopende
Insuline pomptherapie. Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII)
Insuline pomptherapie Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) Deze brochure geeft u informatie over de Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) ook wel insulinepomptherapie genoemd: u leest wie er
Continu bloedglucosemeting Met behulp van de ipro2
U krijgt binnenkort een onderzoek voor het meten van de bloedwaarden. Dit gebeurt met een sensor die onder de huid wordt ingebracht, de ipro. De ipro meet meerdere dagen achter elkaar, elke minuten uw
Diabetes en ketonen. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op
Diabetes en ketonen Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding Mensen met diabetes type 1 hebben een grotere kans op het krijgen van een zogeheten ketoacidose. Bij een
Wat te doen bij een hyperglycaemie 3 Zelfregulatie 3 Wat zijn de streefwaarden voor bloedglucose? 4 Aandachtspunten bij het bijreguleren 11 13
Bij een hyper is er een te hoge bloedglucose, vaak boven de 10 mmol/l. U kunt dezelfde waarschuwingssignalen ondervinden als in de periode voordat de diagnose werd gesteld. De meest opvallende verschijnselen:
INTENSIEVE INSULINETHERAPIE
INTENSIEVE INSULINETHERAPIE Op de diabetespolikliniek van het Sint Franciscus Gasthuis wordt gewerkt met verschillende insulinetherapieën. In deze folder wordt de intensieve insulinetherapie besproken.
Patiënteninformatie. Insulinepompwijzer. Informatie over belangrijke aspecten bij de start van insulinepomptherapie
Patiënteninformatie Insulinepompwijzer Informatie over belangrijke aspecten bij de start van insulinepomptherapie Inhoudsopgave Bladzijde Inleiding 5 Materiaalkeuze 5 Voorbereiding 6 Het oefenen met de
PATIËNTEN INFORMATIE. Informatie bij overweging insulinepomptherapie
PATIËNTEN INFORMATIE Informatie bij overweging insulinepomptherapie Algemeen Door middel van deze folder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over insulinepomptherapie. U ontvangt deze informatie,
Zelfregulatie voor mensen met diabetes die één keer per dag insuline spuiten
Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor mensen met diabetes die één keer per dag insuline spuiten i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft u algemene en veilige richtlijnen
De inwendige pomp. Pomp ja of nee? Intraperitoneale insuline-pomp. Langerhans Cursus Utrecht, dec 2012. Insuline pompen: CSII Start en aanpassing
Langerhans Cursus Utrecht, dec 2012 Insuline pompen: CSII Start en aanpassing M.H.J. Dekkers, Elkerliek, Helmond & Deurne Jan Evert Heeg, internist, Isala Klinieken, Zwolle Intraperitoneale insuline-pomp
Adviezen voor sport en beweging bij diabetes
Adviezen voor sport en beweging bij diabetes Inleiding Lichaamsbeweging is erg gezond, ook als u diabetes heeft. Wel gelden er bij diabetes een aantal adviezen rond sport en beweging. De diabetesverpleegkundige
Glucose in beweging door beweging. Yvonne Krul internist in opleiding
Glucose in beweging door beweging Yvonne Krul internist in opleiding Vraag 1 Jongen van 18 jaar met type 1 diabetes speelt aankomend weekend kampioenswedstrijd voor de voetbal. Wat adviseert u t.a.v. de
PATIËNTEN INFORMATIE. Diabetes en sport
PATIËNTEN INFORMATIE Diabetes en sport 2 PATIËNTENINFORMATIE Waarom aan beweging doen? Het Maasstad Ziekenhuis vindt het belangrijk om u te motiveren tot beweging/sport. Een actieve leefstijl is voor iedereen
Diabetescentrum. Locatie VUmc. Insulinepomptherapie
Diabetescentrum Locatie VUmc Insulinepomptherapie Amsterdam UMC Diabetescentrum 3 Inhoud Algemene doelstelling van insulinepomptherapie: Een verbeterde glucoseregulatie en een verhoging van de kwaliteit
Als u diabetes hebt en nuchter moet zijn voor een onderzoek of operatie
Informatie voor patiënten Als u diabetes hebt en nuchter moet zijn voor een onderzoek of operatie insuline z Vooraf 1 U hebt diabetes mellitus (suikerziekte) en komt binnenkort naar het ziekenhuis voor
Heb je na het lezen van het boekje nog vragen? Stel die vragen dan aan je ouders, de kinderarts of de kinderdiabetesverpleegkundige.
Wat moet je doen bij een hypo of hyper? Deze folder is geschreven voor kinderen met diabetes en hun ouders/ verzorgers. Als je diabetes hebt, dan zijn er een aantal belangrijke regels waar je naar moet
Beweging en diabetes. Informatiebrochure Beweging en Diabetes
Beweging en diabetes Informatiebrochure Beweging en Diabetes Items: Sporten en lichaam Hypo voorkomen Nog meer opletten Richtlijnen Algemeen Advies Samengevat Fysiogroep I Bewegen en zeker het beoefenen
Het leven van alledag met een insulinepomp
Het leven van alledag met een insulinepomp Inleiding Je hebt diabetes mellitus en gaat mogelijk over op een insulinepomp of je hebt al een insulinepomp. De kinderdiabetesverpleegkundige heeft je informatie
Aandachtspunten bij pompgebruik.
Aandachtspunten bij pompgebruik. 1. Algemeen. Zorg er altijd voor een noodkit bij te hebben met daarin het volgende: Reservekatheter, reservespuit, reservenaald, serter, reservebatterijen en insuline voor
1. Wat doe je bij een hypo of hyper? 2 2. Bloedglucosewaarde prikken 2 3. Hoe merk je dat je bloedglucosewaarde te hoog
1. In dit boekje lees je wat je moet doen als je een hypo of hyper hebt. Het is goed om dit boekje overal mee naartoe te nemen. Lees het ook zelf goed door! Heb je vragen? Stel die aan je ouders, kinderarts
Zelfregulatie voor mensen met diabetes die combinatieinsuline
Interne Geneeskunde Diabetes i Zelfregulatie voor mensen met diabetes die combinatieinsuline gebruiken Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft u algemene en veilige richtlijnen
Praktische handleiding voor de gebruiker van de insulinepomp
Praktische handleiding voor de gebruiker van de insulinepomp Insulinepomp Een insulinepomp is een elektronisch toedieningssysteem voor insuline. Met de pomp wordt getracht het fysiologische insuline-afgiftepatroon
