Insulinepomptherapie; patchpomp
|
|
|
- Elisabeth ten Hart
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Insulinepomptherapie; patchpomp U heeft van uw internist en /of diabetesverpleegkundige het advies gekregen over te gaan op insulinepomptherapie omdat de instelling van uw diabetes niet goed is ondanks optimale zelfregulatie. Er kan zo nodig een sensormeting worden gedaan waarbij de bloedglucosewaarden gedurende een aantal dagen continue gemeten worden. De uitslag van de sensormeting geeft een richtlijn voor de basisinstelling van de pomp. De aanvraag van de pomp U maakt samen met uw diabetesverpleegkundige een keuze voor een insulinepomp die het beste bij u past (gebruiksgemak, vormgeving, kleur) en er wordt een proefpatchpomp geplaatst. Er wordt een aanvraagformulier ingevuld, dat door uw internist wordt ondertekend. Het aanvraagformulier wordt vervolgens opgestuurd naar de pompfirma/ ziektekostenverzekeraar. U maakt een afspraak met de diëtist voor het optimaal in kunnen schatten van het aantal koolhydraten in uw voeding. U maakt ook een afspraak met de oogarts als de vorige controle langer dan 6 maanden geleden is. De instructie van de pomp De pompfirma neemt contact met u op om een afspraak te maken voor een pompinstructie. Dit kan zowel thuis als op de polikliniek in het ziekenhuis plaatsvinden. U meldt deze datum bij de diabetesverpleegkundige. Wanneer u de instructie heeft ontvangen gaat u eerst thuis droog oefenen met de pomp. Bijvoorbeeld: het veranderen van de basaalstand en het geven van een bolus. Laatste consult voor de start Alle handelingen worden nog een keer doorgenomen. De diabetesverpleegkundige vertelt u welke materialen u moet bestellen en waar u dat het beste kunt doen. Er wordt met de internist overlegd over de basaalstand bij het starten met de pomp. U kunt de maaltijdbolus berekenen aan de hand van de koolhydraatratio en de correctiebolus. (schema zelfregulatie). De startdatum wordt bepaald. Het is verstandig om uw werkzaamheden bij de start van de pomptherapie een aantal dagen op een laag pitje te zetten! De bloedglucosewaarden kunnen de eerste dagen namelijk anders zijn dan u normaal gewend bent. Ook zal uw lichaam soms moeten wennen aan deze manier van insuline toedienen. Wordt de langzaam werkende insuline normaal aan het eind van de middag of s avonds gespoten, dan de avond voorafgaand aan het starten met pomptherapie de helft van de normale dosering spuiten. Wordt de langzaam werkende insuline altijd s morgens gespoten dan stopt u daarmee op de dag van het starten met pomptherapie. U spuit in overleg met uw diabetesverpleegkundige eventueel nog wel snelwerkende insuline voor de maaltijd. Dit is afhankelijk van het tijdstip 1/5
2 waarop u een afspraak op de polikliniek heeft. Het starten met de pomp U start bij voorkeur aan het begin van de week. De pomp wordt startklaar gemaakt en aangesloten. Vlak voor, en 2 uur na het inbrengen van een nieuw infuussysteem altijd bloedglucosecontrole! De naald kan mogelijk niet goed zitten! De eerste dagen moet u voor en na de maaltijden uw bloedsuiker prikken en is er regelmatig telefonisch contact met de diabetesverpleegkundige of de internist. De basaalstand en de koolhydraatratio worden zo nodig bijgesteld. Het aanbrengen van de patchpomp wordt zo nodig die week nogmaals op de polikliniek samen met de diabetesverpleegkundige gedaan. U krijgt richtlijnen hoe te handelen bij sterk verhoogde bloedsuikerwaarden. Bovendien krijgt u een telefoonnummer waar u indien nodig buiten kantoortijden gebruik van kunt maken wanneer er een voor u niet oplosbaar probleem met uw bloedsuikerwaarden is. Het vervolg De eerste weken na de start is er nog een aantal keren contact met de diabetesverpleegkundige of internist, om de instellingen te optimaliseren. In een van de volgende consulten komt het geven van een vertraagde bolus aan de orde. Bloedglucosecontrole Bloedglucosecontrole doet u: Na plaatsing van een nieuwe patchpomp: 2 uur na het inbrengen. Na plaatsing van een nieuwe patchpomp: 2 uur na het inbrengen. Dagelijks minimaal 4 keer, voor de maaltijden en voor het slapen. Bij stabiele instelling: 1 keer per week een 7 punts dagcurve (voor de maaltijden en 2 uur na de maaltijden). Praktische informatie bij de patchpomp Pomp Voorkom grote temperatuurverschillen. Insuline mag niet bevriezen. Stel de pomp ook niet bloot aan direct zonlicht. Zorg dat u uw huidige standen altijd ergens noteert voor het geval alle gegevens verloren gaan na een storing van de afstandbediening. Voorraad thuis Patchpompjes Insuline voor pomp (flacon10cc of penfill) Insuline voor de insulinepen en naalden (12 mm) Batterijen Voldoende zelfcontrolemateriaal (strips en lancetten) Glucagon (let op vervaldatum) Naald Voor het plaatsen van de patchpomp hoeft u de huid niet te desinfecteren, alcohol droogt de huid uit. Voor het inbrengen van de naald van de patchpomp moet u de handen wassen met water en zeep. Onder normale omstandigheden kan een patchpomp twee a drie dagen op dezelfde 2/5
3 plaats blijven zitten, maar maximaal drie dagen. Het advies is om twee uur na het inbrengen van een nieuwe patchpomp uw bloedglucose te controleren, zodat u zeker weet dat deze goed is ingebracht. Ontstaat er tijdens het aanprikken een bloedinkje in de patchpomp dan moet u een nieuw systeem nemen. Verwissel de patchpomp niet s avonds na i.v.m. de gebruikelijke extra bloedglucosecontrole twee uur na het verwisselen van het infuussysteem. Indien er regelmatig huidproblemen/infecties zijn en dit niet op te vangen is met betere hygiëne kan Bactroban zalf gebruikt worden nadat de patchpomp is verwijderd. Insteekplaats Doet de insteekplaats pijn, breng dan de naald op een nieuwe plaats in. Probeer zoveel mogelijk te wisselen. Wordt de huid rondom de naald rood, warm en gezwollen? Dan kan dat door een plaatselijke infectie komen. Breng dan een nieuwe naald op een andere plaats in. Gebruik geen geparfumeerde zeep of lotion op de huid van uw buik, maar ph neutrale producten. (bv. Bepanthencrème). Insuline Insuline verliest zijn werkzaamheid als het bevriest. Als dit gebeurd moet u de insuline weggooien. Temperaturen tot 40 graden Celsius zijn geen probleem. Echter als de ampullen gedurende drie á vier weken op deze temperatuur zijn bewaard, begint het zijn werkzaamheid te verliezen en kunnen ze beter worden weggegooid. Stel de insuline in de ampul nooit bloot aan direct zonlicht, onafhankelijk van de temperatuur. Reizen/vakantie Voordat u op vakantie gaat is het verstandig contact op te nemen met de internist of diabetesverpleegkundige. Sluit naast een reisverzekering een waardeverzekering af voor de pomp(en). Neem de tweede pomp mee (eventueel te regelen via de firma, ruim van te voren aanvragen!). Neem insuline mee in de insulinepennen (snel- en langwerkende insuline). Zorg voor voldoende reservematerialen, ook batterijen. Zorg voor voldoende insuline. Neem de pomphandleidingskaart of boekje mee. Zorg voor glucagon. Zorg voor een medische verklaring, waarin vermeld staat dat u een insulinepomp gebruikt. Bij vliegvakanties: vergeet niet de tijd van het vakantieland te programmeren. Neem ORS mee om bij eventuele diarree en overgeven uitdroging te voorkomen. Dit is o.a. te koop bij de apotheek. Sporten/lichamelijke inspanning Controleer altijd voor het sporten de bloedglucose. Is deze boven de 15 mmol/l, zorg er dan eerst voor dat deze daalt met behulp van extra insuline voor u begint met het sporten. Zie hiervoor het zelfregulatieschema. Houd met sporten ook rekening met de duur en de intensiteit van de sport. Stel zonodig de tijdelijke basaalsnelheid in. Controleer na afloop ook altijd de bloedglucose en houd er rekening mee dat de geleverde inspanning nog uren kan nawerken met als gevolg een nachtelijke hypo. Ook hier kan de tijdelijke basaalsnelheid nuttig zijn. U kunt er ook voor kiezen om de bolus voorafgaand aan het sporten te verlagen. Op het strand: Bescherm uw pomp tegen zand, water en tegen hitte. U kunt er ook voor kiezen om de patchpomp een dag 3/5
4 niet te dragen. U spuit dan elke twee tot vier uur een hoeveelheid snelwerkende insuline met de insulinepen. De hoeveelheid is afhankelijk van de basale insuline en de koolhydraten die worden genomen. Verzekering Vraag de leverancier waar u de diabeteshulpmiddelen besteld of zij garanderen dat u een nieuwe insulinepomp krijgt bij diefstal/ verlies of als de pomp kapot is. Als dit niet gegarandeerd wordt dan is het verstandig om na te gaan of uw insulinepomp is verzekert via uw lopende verzekering of dat u een aparte verzekering afsluit voor uw insulinepomp. Dit kan bijvoorbeeld via DVN (diabetes Vereniging Nederland) Controle bloedglucose Dagelijks minimaal vier keer, voor de maaltijden en voor het slapen. Na plaatsing van een nieuwe naald: twee uur na het inbrengen. Bij stabiele instelling: één keer per week een zeven-punts dagcurve (Nuchter, na het ontbijt, voor de lunch, na de lunch, voor het diner, na het diner, voor het slapen). Aan de bloedglucosewaarden voor de maaltijd kunt u zien of de basisinstelling de uren ervoor goed is geweest: de nuchtere bloedglucose geeft een beeld van de basisinstelling in de nacht, zo ook de waarde om 3.00 uur. De bloedsuiker 1,5 uur na de maaltijd geeft aan of de maaltijdbolus goed is geweest. Zijn de bloedglucosewaarden langere tijd op hetzelfde tijdstip niet goed, dan moet de hoeveelheid insuline, basaal of bolus, worden bijgesteld. Ontregeling bloedglucosewaarden Bij bloedsuikers hoger dan 15 mmol/l en lager dan 4 mmol/l moet er actie worden ondernomen. Hoge glucosewaarden Bij hoge bloedsuikers proberen de oorzaak van de hoge bloedsuikers te achterhalen. Een mogelijkheid van de hoge bloedsuikers kan zijn door: Mechanisch probleem van de insulinepomp. Lege batterijen. Pompreservoir is leeg, is kapot of er zit lucht in het systeem. De patchpomp is losgeraakt, niet goed gevuld met insuline of doordat deze verstopt is. De patchpomp die los is geschoten, door een infiltraat bij de insteekplaats of doordat deze te oppervlakkig is ingebracht. Of de naald zit verstopt. Overige oorzaken van een te hoge bloedsuikers kunnen zijn: Foutieve aanpassing bolus/basaal Voedingsfouten. Minder lichaamsbeweging. Hormonaal (menstruatiecyclus). Verandering medicamenten. Ziekte, stress. Maatregelen bij hoge bloedsuikers Bij braken contact opnemen met het ZGT. Veel water drinken. Controleer of de bolusafgifte is gedaan: bolushistorie en dagtotalen bekijken. Check en vervang patchpomp. Corrigeer 1 keer de bloedsuiker via de boluscalculator. Na 2 uur opnieuw zelfcontrole bloedglucose. Als de bloedglucose niet is gedaald, dan met de insulinepen insuline spuiten; intramusculair met 12 mm naald via regel. 4/5
5 Uitleg regel: 2-elke 2 uur bloedsuiker meten 4-bloedsuiker >15 mmol/l 4 EH snelwerkende insuline spuiten 6-bloedsuiker >20 mmol/l 6 EH snelwerkende insuline spuiten. Bij blijvende onverklaarbare hoge bloedsuikers zo mogelijk ketonen meten (ketonen > 3 = bellen) en contact opnemen met poli Interne Geneeskunde (zie contactgegevens). Na stabilisatie na 3-4 uur nogmaals de bloedglucose controleren. Contactgegevens Heeft u diabetes gerelateerde problemen? U mag ZGT altijd bellen. U hoeft dus niet de huisartsenpost te bellen. Diabetes polikliniek interne geneeskunde ZGT locatie Almelo Telefoonnummer [email protected] ZGT locatie Hengelo Telefoonnummer [email protected] Lage bloedsuikers Bij lage bloedsuikers proberen de oorzaak van de lage bloedsuikers te achterhalen. Een mogelijkheid van de lage bloedsuikers kan zijn door: Foutieve aanpassing bolus/basaal. Voedingsfouten. Meer lichaamsbeweging. Hormonaal (menstruatiecyclus). Verandering medicamenten. Ziekte, stress. Emoties. Wisselende insulineresorptie (sauna, zonnen, warm bad). Uitslapen zonder verandering van de basaalstand. Buiten kantoortijden kunt u bellen naar Spoedeisende hulp (SEH) telefoonnummer Bij een technische storing van uw insulinepomp moet u bellen met de betreffende firma. Maatregelen bij lage bloedsuikers Bij bloedglucose lager dan 3.6 mmol/l de basaal tijdelijk verlagen. 15 gram dextro of 25 ml onverdunde ranja drinken. Na 20 minuten opnieuw meten, als de bloedsuiker nog onder de 3,6 mmol/l is dan bovenstaande herhalen. Bloedglucose tussen de 4-6 mmol/l: dan 10-15gr langzame koolhydraten eten of de maaltijd nemen. Oorzaak hypo nagaan en eventueel oplossen. 5/5
Insulinepomptherapie. Interne geneeskunde
Insulinepomptherapie U heeft van uw internist en /of diabetesverpleegkundige het advies gekregen over te gaan op insulinepomptherapie omdat de instelling van uw diabetes niet goed is ondanks optimale zelfregulatie.
De poliklinische instelling van de insulinepomp
De poliklinische instelling van de insulinepomp Inleiding. Je hebt Diabetes mellitus en gaat hiervoor een insulinepomp gebruiken. De kinderdiabetesverpleegkundige heeft je informatie gegeven over de instellingsfase
Praktische informatie voor insulinepompgebruikers
Praktische informatie voor insulinepompgebruikers Deze folder bevat praktische informatie voor de insulinepompgebruikers. Hoe te handelen bij: Het verwisselen van de naald/katheter - Haal een ampul insuline
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepatchpomp
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepatchpomp U gaat overstappen van een behandeling met insuline injecties op een insulinepatchpomp. De insulinepomp, CSII, is een hulpmiddel voor mensen met diabetes
Informatie voor de insulinepompgebruiker
Informatie voor de insulinepompgebruiker Inhoudsopgave Algemene zaken bij gebruik van de insulinepomp blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte) lage glucose blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte)
Informatie. Insulinepomptherapie begeleidingstraject
Informatie Insulinepomptherapie begeleidingstraject Inleiding U heeft diabetes mellitus en u heeft een insulinepomp of gaat hiervoor een insulinepomp gebruiken. De diabetesverpleegkundige heeft u informatie
Informatie voor de omnipodgebruiker
Informatie voor de omnipodgebruiker Inhoudsopgave Informatie voor de omnipodgebruiker blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte) lage glucose blz 4 Hoe te handelen bij een (onverwachte) hoge glucose blz
Informatie voor de omnipodgebruiker
Informatie voor de omnipodgebruiker Inhoudsopgave Algemene zaken bij gebruik van de omnipod blz 3 Hoe te handelen bij een (onverwachte) lage glucose blz 4 Hoe te handelen bij een (onverwachte) hoge glucose
Insulinepomptherapie Adviezen en instructies.
Insulinepomptherapie Adviezen en instructies www.nwz.nl Inhoud Bereikbaarheid diabetesteam 3 Pomp met infusie-set of pod met PDM 4 Hypoglykemie - hypo 4 Hyperglykemie - hyper 5 Wat doet u bij een defecte
INSULINEPOMP OMNIPOD. Het infuussysteem:
INSULINEPOMP OMNIPOD De insulinepomp Het Omnipod systeem bestaat uit 2 delen, nl de pod en een Personal Diabetes Manager (hierna genoemd als PDM) De PDM is tevens de bloedsuikermeter. In de pod zit een
Handleiding voor de insulinepomp Voor kinderen
Handleiding voor de insulinepomp Voor kinderen Albert Schweitzer ziekenhuis maart 2013 pavo 0953 Inleiding Jij gaat starten met je insulinepomptherapie. Je hebt inmiddels al veel informatie en adviezen
Insulinepomptherapie. Adviezen en instructies. gemini-ziekenhuis.nl
Insulinepomptherapie Adviezen en instructies gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Bereikbaarheid diabetesteam 3 Pomp met infusie-set of pod met PDM 3 Hypoglykemie - hypo 4 Hyperglykemie - hyper 4 Geen effect
Informatie voor omnipodgebruikers
Informatie voor omnipodgebruikers Deze folder bevat praktische informatie voor de omnipod-gebruiker. Met het woord pod in deze folder bedoelen we het apparaatje (insulinereservoir, canule en pomp ineen)
INSULINEPOMP MEDTRONIC (Smart Guard 640G)
INSULINEPOMP MEDTRONIC (Smart Guard 640G) 1. De insulinepomp Een insulinepomp is een klein, draagbaar apparaatje dat 24 uur per dag snelwerkende insuline afgeeft. Het heeft ongeveer de afmetingen van een
PATIËNTEN INFORMATIE. Pompeducatie. bij insulinepomptherapie
PATIËNTEN INFORMATIE Pompeducatie bij insulinepomptherapie 2 PATIËNTENINFORMATIE Inhoud 1. Thuis dient u in voorraad te hebben... 5 2. Bloedglucosecontroles... 5 3. Hyperglycaemie > 13,9 mmol/l (hoge bloedglucosewaarden)...
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij pomptherapie
Zelfregulatie bij pomptherapie ZELFREGULATIE BIJ POMPTHERAPIE INLEIDING Deze folder geeft u algemene richtlijnen over zelfregulatie. Zelfregulatie is het zelfstandig aanpassen van de bolusinsuline aan
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepomp
Aandachtspunten bij gebruik van een insulinepomp U gaat overstappen van een behandeling met insuline injecties op een insulinepomp. De insulinepomp, CSII, is een hulpmiddel voor mensen met diabetes die
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Insulinepomptherapie bij diabetes mellitus
Insulinepomptherapie bij diabetes mellitus INSULINEPOMPTHERAPIE BIJ DIABETES MELLITUS VOORBEREIDING OP DE INSULINEPOMPTHERAPIE WAT IS EEN INSULINEPOMP? Een insulinepomp is een klein apparaatje met snelwerkende
Diabetes mellitus insulinepomp therapie
Diabetes mellitus insulinepomp therapie Inleiding Deze brochure geeft u informatie over de Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) ook wel insulinepomp therapie genoemd: wie komt er voor in aanmerking,
Praktische handleiding voor de gebruiker van de insulinepomp
Praktische handleiding voor de gebruiker van de insulinepomp Insulinepomp Een insulinepomp is een elektronisch toedieningssysteem voor insuline. Met de pomp wordt getracht het fysiologische insuline-afgiftepatroon
VOORBEREIDEN POMPTHERAPIE
VOORBEREIDEN POMPTHERAPIE 1176 Inhoudsopgave Starten met een pomp... 3 Voor- en nadelen van een insulinepomp... 3 Insulinepomptherapie... 4 Voorwaarden... 4 Gang van zaken: start pomptraject... 5 Dagelijks
PATIËNTEN INFORMATIE. Reizen met diabetes. Vakantietips en paklijst
PATIËNTEN INFORMATIE Reizen met diabetes Vakantietips en paklijst Vakantietips 1. Advies voor de diabetesmaterialen Neem voor de vakantieperiode ruim voldoende materiaal mee (zie paklijst). Verdeel uw
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes en insulinepomp. Algemene informatie voor kind en ouders
Kind met diabetes en insulinepomp Algemene informatie voor kind en ouders KIND MET DIABETES EN INSULINEPOMP ALGEMENE INFORMATIE VOOR KIND EN OUDERS INLEIDING Een insulinepomp is een apparaatje dat gebruikt
Handleiding voor gebruikers insulinepomp. Voor volwassenen
Handleiding voor gebruikers insulinepomp Voor volwassenen Inleiding U gaat starten met een insulinepomptherapie en heeft inmiddels al veel informatie en adviezen gekregen. Om alles thuis nog eens rustig
PATIËNTENINFORMATIE INFORMATIE BIJ OVERWEGING INSULINEPOMPTHERAPIE
PATIËNTENINFORMATIE INFORMATIE BIJ OVERWEGING INSULINEPOMPTHERAPIE 2 INFORMATIE BIJ OVERWEGING INSULINEPOMPTHERAPIE Algemeen Middels deze folder wil Maasstad Ziekenhuis u informeren over insulinepomptherapie.
Insulinepomp- therapie bij kinderen
Insulinepomp- therapie bij kinderen Algemene informatie voor ouders en kind Insulinepomptherapie Insulinepomptherapie is één van de behandelmethodes van diabetes mellitus. Het moet gezien worden als een
Diabetes mellitus insulinepomp therapie
Diabetes mellitus insulinepomp therapie Inleiding Deze brochure geeft u informatie over de Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) ook wel insulinepomp therapie genoemd: wie komt er voor in aanmerking,
Diabetesvoorlichting Flexibele Insuline Therapie
Diabetesvoorlichting Flexibele Insuline Therapie (met Humalog of Novorapid als maaltijdinsuline) Voordelen van Flexibele insuline therapie Er wordt een natuurlijk ritme nagestreefd van extra insuline aanbod
Sporten met diabetes
Sporten met diabetes Inleiding Sport en beweging hebben invloed op de bloedsuikerwaarden. Voor iedereen is de invloed hiervan op de diabetesregulatie anders. In deze folder leest u een aantal basisadviezen
Sporten met diabetes. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op
Sporten met diabetes Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding Sport en beweging hebben invloed op de bloedsuikerwaarden. Voor iedereen is de invloed hiervan op de diabetesregulatie
Insulinepomptherapie Adviezen bij ontregeling
In deze brochure worden punten beschreven waarop u moet letten als u een insulinepomp gebruikt. De diabetesverpleegkundige heeft dit met u besproken. In deze brochure kunt u de informatie nalezen. Hoge
Insulinepomp- therapie bij kinderen
Insulinepomp- therapie bij kinderen Algemene informatie voor ouders en kind Insulinepomptherapie Insulinepomptherapie is één van de behandelmethodes van diabetes mellitus. Het moet gezien worden als een
Zelfregulatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!
Zelfregulatie U heft suikerziekte (diabetes mellitus) en gebruikt daarvoor twee of vier maal per dag insuline. In overleg met uw arts heeft u besloten dat u zelf uw diabetes mellitus gaat regelen (zelfregulatie).
Zelfregulatie voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes die één of meerdere malen per dag insuline spuiten
Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes die één of meerdere malen per dag insuline spuiten i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij intensieve therapie
Zelfregulatie bij intensieve therapie ZELFREGULATIE BIJ INTENSIEVE THERAPIE INLEIDING Deze folder geeft u algemene richtlijnen over zelfregulatie bij intensieve insulinetherapie. Zelfregulatie is het zelfstandig
Zelfregulatieschema voor intensieve insulinetherapie
Zelfregulatieschema voor intensieve insulinetherapie Bij elke controle bij de diabetesverpleegkundige meebrengen DATUM: BASISSCHEMA Voor ontbijt Voor lunch Voor diner Eenheden Insuline 0 Kortwerkend (KW):
Zelfcontrole bij diabetes
Zelfcontrole bij diabetes Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding De arts heeft met u gesproken over het belang om zelf uw bloedglucosewaarden te controleren en zo nodig
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Wat te doen bij ontregeling van een kind met diabetes mellitus en een insulinepomp
Wat te doen bij ontregeling van een kind met diabetes mellitus en een insulinepomp WAT TE DOEN BIJ ONTREGELING VAN EEN KIND MET DIABETES MELLITUS EN EEN INSULINEPOMP INLEIDING Het toedienen van de juiste
Bloedglucose In overleg met uw diabetesteam zal worden bepaald hoe vaak u uw bloedglucose moet controleren.
Pompdagboek 2 POMPDAGBOEK Als Mediq Direct Diabetes richten wij ons volledig op mensen met diabetes. Wij leveren een compleet assortiment op het gebied van diabeteshulpmiddelen, insuline en overige doorlopende
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes en intensieve therapie. Algemene informatie voor kind en ouders
Kind met diabetes en intensieve therapie Algemene informatie voor kind en ouders KIND MET DIABETES EN INTENSIEVE THERAPIE ALGEMENE INFORMATIE VOOR KIND EN OUDERS INLEIDING Je bent voor de behandeling van
Insuline pomptherapie. Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII)
Insuline pomptherapie Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) Deze brochure geeft u informatie over de Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) ook wel insulinepomptherapie genoemd: u leest wie er
Diabetes Mellitus Insulinepomptherapie
Diabetes Mellitus Insulinepomptherapie Inleiding Deze brochure geeft u informatie over de Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII), ook wel insulinepomptherapie genoemd: wie komt er voor in aanmerking,
Insuline pomptherapie. Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII)
Insuline pomptherapie Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) Deze brochure geeft u informatie over de Continu Subcutane Insuline Infusie (CSII) ook wel insulinepomptherapie genoemd: u leest wie er in
Diabetespatiënt. adviezen na een hernia-operatie. leefregels bij gebruik van insulinepomp. ZorgSaam
Diabetespatiënt adviezen na een hernia-operatie leefregels bij gebruik van insulinepomp ZorgSaam 1 2 Leefregels bij het gebruik van een insulinepomp Wat u moet weten bij insulinepomptherapie. U heeft van
Patiënteninformatie. Insulinepompwijzer. Informatie over belangrijke aspecten bij de start van insulinepomptherapie
Patiënteninformatie Insulinepompwijzer Informatie over belangrijke aspecten bij de start van insulinepomptherapie Inhoudsopgave Bladzijde Inleiding 5 Materiaalkeuze 5 Voorbereiding 6 Het oefenen met de
Als u diabetes hebt en nuchter moet zijn voor een onderzoek of operatie
Informatie voor patiënten Als u diabetes hebt en nuchter moet zijn voor een onderzoek of operatie insuline z Vooraf 1 U hebt diabetes mellitus (suikerziekte) en komt binnenkort naar het ziekenhuis voor
Instructie voor diabetespatiënten die een operatie ondergaan
Instructie voor diabetespatiënten die een operatie ondergaan Inleiding Binnenkort wordt u opgenomen in het TweeSteden Ziekenhuis vanwege een operatie. Tijdens de opname kunnen uw bloedsuikers gaan schommelen.
Richtlijnen bij insulinepomptherapie
INTERNE GENEESKUNDE Richtlijnen bij insulinepomptherapie versie: insuline-resistentie (INT-124 uitgave februari 2009) Inleiding Voor u ligt de brochure Richtlijnen bij insulinepomptherapie. Deze brochure
Wat te doen bij een hyperglycaemie 3 Zelfregulatie 3 Wat zijn de streefwaarden voor bloedglucose? 4 Aandachtspunten bij het bijreguleren 11 13
Bij een hyper is er een te hoge bloedglucose, vaak boven de 10 mmol/l. U kunt dezelfde waarschuwingssignalen ondervinden als in de periode voordat de diagnose werd gesteld. De meest opvallende verschijnselen:
Informatie. Diabetes en nuchter zijn voor onderzoek of operatie. Richtlijnen insuline
Informatie Diabetes en nuchter zijn voor onderzoek of operatie Richtlijnen insuline Inleiding U heeft diabetes mellitus en gebruikt hiervoor insuline. Binnenkort heeft u een afspraak in het ziekenhuis
www.diabetesopschool.nl
Informatie begeleiding schoolkamp Deze informatie is bestemd voor mensen die een schoolkamp begeleiden waaraan een kind met diabetes deelneemt. Als begeleiders weten hoe zij moeten handelen in bepaalde
Voorbereiding onderzoek voor diabetespatiënten
Voorbereiding onderzoek voor diabetespatiënten Interne Geneeskunde Inhoudsopgave Hoofdstuk Pagina 1. Behandeling in de ochtend: vanaf 24.00 uur nuchter 5 2. Behandeling in de middag: nuchter of licht
hoe bereidt u zich voor op het onderzoek?
hoe bereidt u zich voor op het onderzoek? richtlijnen voor patiënten: met diabetes mellitus () die voor het onderzoek nuchter moeten zijn Waarom deze folder? Deze folder is bestemd voor patiënten met diabetes
Zelfregulatie voor mensen met diabetes die een insulinepomp gebruiken
Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor mensen met diabetes die een insulinepomp gebruiken i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze brochure geeft u algemene en veilige richtlijnen
Diabetesverpleegkundige
Interne Geneeskunde Diabetes Diabetesverpleegkundige i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Een diabetesverpleegkundige is een verpleegkundige die gespecialiseerd is in diabetes. Zij begeleidt
PATIËNTEN INFORMATIE. Diabetes en sport
PATIËNTEN INFORMATIE Diabetes en sport 2 PATIËNTENINFORMATIE Waarom aan beweging doen? Het Maasstad Ziekenhuis vindt het belangrijk om u te motiveren tot beweging/sport. Een actieve leefstijl is voor iedereen
Voorbereiding op een operatie bij diabetes
Voorbereiding op een operatie bij diabetes Binnenkort wordt u opgenomen in het Radboudumc vanwege een operatie. Tijdens de opname kunnen uw bloedsuikers gaan schommelen. Dit komt omdat u nuchter moet
Heb je na het lezen van het boekje nog vragen? Stel die vragen dan aan je ouders, de kinderarts of de kinderdiabetesverpleegkundige.
Wat moet je doen bij een hypo of hyper? Deze folder is geschreven voor kinderen met diabetes en hun ouders/ verzorgers. Als je diabetes hebt, dan zijn er een aantal belangrijke regels waar je naar moet
Diabetespoli. Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus
Diabetespoli Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus 1 Zelfregulatie is voor mensen met diabetes die: drie keer per dag (ultra)kortwerkende insuline spuiten voor de maaltijd en één keer langwerkende insuline
Wat je moet weten over je insulinepomp
Wat je moet weten over je insulinepomp gemini-ziekenhuis.nl Inhoudsopgave Hoe kun je de diabetesverpleegkundige en dokter bereiken? 3 Pomp met infusie-set of pod met PDM 4 Zo verwissel je de infusie-set,
voorbereiding op behandeling voor diabetespatiënten
voorbereiding op behandeling voor diabetespatiënten Inhoud 1. Behandeling s morgens: vanaf 24.00 uur nuchter... 3 2. Behandeling s middags: nuchter of licht ontbijt... 5 3. Behandeling s morgens: nuchter
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens laxeervoorbereiding met Kleanprep of Picoprep voor colonoscopie die vóór uur plaatsvindt
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens laxeervoorbereiding met Kleanprep of Picoprep voor colonoscopie die vóór 12.00 uur plaatsvindt Diabetespolikliniek Beter voor elkaar 2 Inleiding U heeft deze folder
Voorbereiding onderzoek bij diabetes
00 Voorbereiding bij diabetes Insuline Interne geneeskunde Diabetespoli Binnenkort heeft u een afspraak voor een, waarvoor u gedurende langere tijd niets mag eten. Omdat u bekend bent met Diabetes Mellitus,
Werkboek Diabetes en zelfregulatie
Werkboek Diabetes en zelfregulatie Inleiding Dit werkboek is bedoeld voor diabetespatiënten die in overleg met hun diabetesverpleegkundige gaan werken met zelfregulatie. Het doel van zelfregulatie is het
Richtlijnen bij insulinepomptherapie
INTERNE GENEESKUNDE Richtlijnen bij insulinepomptherapie versie: insuline-afhankelijke diabetes mellitus (INT-123 uitgave februari 2009) Inleiding Voor u ligt de brochure Richtlijnen bij insulinepomptherapie.
Diabetescentrum. Locatie VUmc. Insulinepomptherapie
Diabetescentrum Locatie VUmc Insulinepomptherapie Amsterdam UMC Diabetescentrum 3 Inhoud Algemene doelstelling van insulinepomptherapie: Een verbeterde glucoseregulatie en een verhoging van de kwaliteit
Diabetes en zelfregulatie. Werkboek
Informatie Diabetes en zelfregulatie Werkboek Inleiding Dit werkboek is bedoeld voor diabetespatiënten die in overleg met hun diabetesverpleegkundige gaan werken met zelfregulatie. Het doel van zelfregulatie
Kinderen met diabetes die een operatie ondergaan. Instructie voor ouders
Kinderen met diabetes die een operatie ondergaan Instructie voor ouders Inhoudsopgave Instructie voor ouders van kinderen met diabetes die een operatie ondergaan...4 Contact diabetesteam...4 Afspraak
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens voorbereiding voor gastroscopie die vóór 12.00 uur plaatsvindt
Aanpassen diabetesmedicatie tijdens voorbereiding voor gastroscopie die vóór 12.00 uur plaatsvindt Diabetespolikliniek Beter voor elkaar 2 Inleiding U heeft deze folder ontvangen zodat u uw diabetesmedicatie
Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus
Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus Zelfregulatie voor mensen met diabetes die: drie keer per dag (ultra)kortwerkende insuline spuiten voor de maaltijd en één keer langwerkende insuline voor de nacht.
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose. 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie? 3 Bijstel-schema hypoglycemie 4 Voorkomen
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. De diabeteszorg in het Refaja ziekenhuis
De diabeteszorg in het Refaja ziekenhuis DE DIABETESZORG IN HET REFAJA ZIEKENHUIS INLEIDING Diabetes mellitus is een veel voorkomende chronische ziekte die gekenmerkt wordt door een te hoge bloedglucosewaarde.
Wat te doen bij hoge bloedglucosewaarden. 3 Maatregelen bij hoge bloedglucosewaarden: 5 6. Wat te doen bij lage bloedglucosewaarden.
Voordelen van een insulinepomp: verbetering van bloedglucosewaarden meer vrijheid door eenvoudig bijsturen van uw bloedglucose meer vrijheid in het eetpatroon minder schommelingen waardoor u zich wat beter
Dit is een korte beschrijving van de insulinetherapie. Voor uitwerking en verdere informatie zie de bijlage met het volledige protocol.
Insuline protocol Auteur: Kaderhuisarts diabetes Daniel Tavenier Datum: September 2014 Dit is een korte beschrijving van de insulinetherapie. Voor uitwerking en verdere informatie zie de bijlage met het
Ik ben voel ziek me niet lekker
Diabetesstrip Ik ben voel ziek me niet lekker Ik voel Ik me ben niet ziek lekker. Ik voel me moe, moet vaak plassen en veel drinken, zie wazig en val af. 2 Gluky heeft diabetes Naar het ziekenhuis Naar
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 2 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose. 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie? 3 Bijregel-schema hypoglycemie 4
Fouten bij insulinetherapie S & B 20 febr. en 21 maart Frank Visser (Kaderarts Diabetes) en Kirsten Dijkstra,diabetesverpleegkundige
Fouten bij insulinetherapie S & B 20 febr. en 21 maart 2017 Frank Visser (Kaderarts Diabetes) en Kirsten Dijkstra,diabetesverpleegkundige Injectie vergeten Telefoon op HAP vanuit verzorgingshuis om 22.00
Interne Geneeskunde Diabetesverpleegkundigen
Zelfregulatie voor mensen die drie keer per dag kortwerkende insuline voor de maaltijd en één keer (middel)langwerkende insuline spuiten en zo nodig bloedglucose verlagende tabletten gebruiken Zelfregulatie
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie 3 Voorkomen van hypoglycemie bij lichamelijke
Voorlichting insulinepomptherapie
Voorlichting insulinepomptherapie Van oriëntatie tot start Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding Samen met uw internist en diabetesverpleegkundige heeft u besloten
Voorbereiding of nuchter voor een onderzoek? Hoe gaat u daarmee om als u diabetes heeft? Diabetes met insuline
Voorbereiding of nuchter voor een onderzoek? Hoe gaat u daarmee om als u diabetes heeft? Diabetes met insuline Inleiding Binnenkort hebt u een afspraak voor een onderzoek in het ziekenhuis waarvoor u nuchter
Aandachtspunten bij pompgebruik.
Aandachtspunten bij pompgebruik. 1. Algemeen. Zorg er altijd voor een noodkit bij te hebben met daarin het volgende: Reservekatheter, reservespuit, reservenaald, serter, reservebatterijen en insuline voor
Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes
Kind met diabetes KIND MET DIABETES INLEIDING Bij uw kind is diabetes mellitus geconstateerd door de kinderarts. Uw kind zal in de meeste gevallen een paar dagen worden opgenomen op de kinderafdeling.
Continue glucose monitoring (CGM)
Continue glucose monitoring (CGM) Continue glucose monitoring (CGM) is een geavanceerd hulpmiddel om bloedsuikerwaarden te monitoren. Een apparaat meet elke 5 minuten de bloedsuiker in het onderhuidse
Zelfregulatie voor mensen met diabetes die één keer per dag insuline spuiten
Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor mensen met diabetes die één keer per dag insuline spuiten i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft u algemene en veilige richtlijnen
PATIËNTEN INFORMATIE. Informatie bij overweging insulinepomptherapie
PATIËNTEN INFORMATIE Informatie bij overweging insulinepomptherapie Algemeen Door middel van deze folder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over insulinepomptherapie. U ontvangt deze informatie,
Diabetes en ketonen. Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op
Diabetes en ketonen Naar het ziekenhuis? Lees eerst de informatie op www.asz.nl/brmo. Inleiding Mensen met diabetes type 1 hebben een grotere kans op het krijgen van een zogeheten ketoacidose. Bij een
PATIËNTEN INFORMATIE. Diabetes en sport
PATIËNTEN INFORMATIE Diabetes en sport Waarom aan beweging doen? Het Maasstad Ziekenhuis vindt het belangrijk om u te motiveren tot beweging/sport. Een actieve leefstijl is voor iedereen gezond. Een half
Informatie voor patiënten. Als u diabetes hebt en nuchter moet zijn voor een onderzoek of operatie
Informatie voor patiënten Als u diabetes hebt en nuchter moet zijn voor een onderzoek of operatie z U hebt diabetes mellitus (suikerziekte) en komt binnenkort naar het ziekenhuis voor een onderzoek of
Maak kennis met het diabetesteam van Maasziekenhuis Pantein
Maak kennis met het diabetesteam van Maasziekenhuis Pantein Diabetes mellitus (kortweg diabetes) is een chronische ziekte. Dat betekent dat u voor langere tijd voor deze ziekte behandeld moet worden. Bij
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime
Praktische adviezen bij een 4 keer daags insulineregime Inhoudsopgave Bladzijde Streefwaarden voor de bloedglucose 3 Bijstelregels 3 Wat te doen bij een hypoglycemie? 3 Voorkomen van hypoglycemie bij lichamelijke
