INHOUD. Handleiding Museumnorm
|
|
|
- Melissa Jacobs
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handleiding Museum INHOUD Reikwijdte Museum... 2 Beooordelingskader museumregistraties... 3 Categorieën... 3 Categorieën conformiteit... 3 Groeimodel voor overgangsperiode naar vernieuwde toetscriteria per 1/1/ Beoordeling deelvragen eisen... 4 Minimale eisen voor voorlopige registratie, registratie en herijking in TABEL 1: Minimaal niveau bij registratie en herijking, periode TABEL 2: Minimaal niveau bij voorlopige registratie... 5 TABEL 3: Museum inclusief categorie-indeling eisen... 5 Versiebeheer: overzicht mutaties...25 Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 1/25
2 Handleiding Museum Inleiding De Museum is het product van de werkgroep en en de werkgroep Toetsing en Registratie van het project Herziening Museumregister. Het uitgangspunt van de werkgroepen is steeds geweest dat leren en verbeteren op basis van zelfreflectie centraal dient te staan. De Museum gaat daarom over wat een kwaliteitsmuseum moet doen, niet over hoe het dat moet doen. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat een instelling op vaste tijden en gedurende regelmatige periodes open moet zijn, maar dat er geen eis wordt gesteld aan het aantal openingsuren. Instellingen dienen hier, beredeneerd en onderbouwd, zelf invulling aan te geven. Deze insteek is consequent doorgevoerd en maakt dat de vernieuwde flexibel en schaalbaar is: ze kan door een grote diversiteit aan instellingen worden toegepast. Reikwijdte Museum Als grondslag voor de reikwijdte van de vernieuwde is de ICOM-definitie van een museum gebruikt: Een museum is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen. ICOM (International Council of Museums) 2006, Nederlandse Vertaling. Elke instelling in Nederland die voldoet aan deze definitie en de toetscriteria van de Museum komt in aanmerking voor opname in het Museumregister Nederland, ongeacht of deze instelling zichzelf museum noemt. Voor instellingen met een combinatie van museale en niet-museale functies geldt dat alleen de onderdelen die voldoen aan deze definitie en de toetscriteria van de in aanmerking komen voor registratie. De Museum is een specifiek museale standaard voor kwaliteit en is aanvullend op algemeen geldende gedragsregels en wet- en regelgeving. De Museum is onderverdeeld in de volgende twaalf thema's: 1. Rechtspositie, bestuur en beleid 2. Kwaliteitssysteem 3. Financiële middelen 4. Voorzieningen en Veiligheidszorg 5. Toegankelijkheid 6. Personeel 7. beleid, verwerven en afstoten 8. registreren en behouden 9. Onderzoek 10. Presentatie 11. Communicatie en Marketing 12. Educatie Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 2/25
3 Handleiding Museum Beooordelingskader museumregistraties Categorieën Voor de beoordeling van instellingen aan de hand van de Museum zijn de toetscriteria in vier categorieën verdeeld (zie hieronder en tabel 3, derde kolom): A: Voormalige eisen voor voorlopige registratie B: Aangepaste toetscriteria C: Nieuwe toetscriteria #: Kengetallen Deze indeling in categorieën berust in de eerste plaats op een vergelijking van de voormalige toetscriteria en de vernieuwde Museum per Voor categorie A geldt dat alle in het Museumregister opgenomen instellingen reeds eerder aangetoond hebben aan deze tetoetscriteria voldoen. Voor de bij de herziening van het Museumregister aangepaste en toegevoegde toetscriteria (categorie B en C) wordt ruimte geboden om er naar toe te werken, net zoals er voor nieuwe instellingen ruimte is om te groeien van voorlopige registratie naar een 'volledige' registratie. De vierde categorie (#) betreft vragen met betrekking tot kengetallen, zoals aantal bezoekers/ medewerkers en openingstijden. Hierop wordt niet getoetst. Deze data wordt verzameld om de resultaten van geregistreerde instellingen te kunnen vergelijken. Categorieën conformiteit Bij de beoordeling van het voldoen aan een eis wordt uitgegaan van drie categorieën qua conformiteit: Omschrijving conformiteit Categorie conformiteit De instelling voldoet aan de gestelde eis van de Museum + De instelling voldoet formeel niet aan de gestelde eis van de Museum, maar heeft de intentie uitgesproken en aannemelijk gemaakt er binnen afzienbare tijd aan te zullen voldoen. De instelling voldoet niet aan de gestelde eis van de Museum en heeft niet de intentie uitgesproken en aannemelijk gemaakt er binnen afzienbare tijd aan te zullen voldoen. +/- - Groeimodel voor overgangsperiode naar vernieuwde toetscriteria per 1/1/2012 De minimale eisen voor registratie en herijking worden gedurende de overgangsperiode naar de vernieuwde toetscriteria per 1/1/2012 jaarlijks geëvalueerd, onder meer aan de hand van de behaalde resultaten door alle geregistreerde instellingen, en zo nodig aangepast. De groeimodellen zoals weergegeven in tabel 1 en 2 geven inzicht in de beoogde groei gedurende de periode 2012 tot en met Hierbij gaat het in tabel 1 om de minimale eisen bij herijking van reeds in het Museumregister opgenomen instellingen en in tabel 2 om de minimale eisen voor voorlopige registratie van nieuw te registeren musea en de beoogde groei in de drie volgende jaren na het behalen van een voorlopige registratie. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 3/25
4 Handleiding Museum Per categorie toetscriteria (eerste kolom, tabel 1 en 2) wordt aangegeven aan hoeveel toetscriteria (kolommen "in % criteria" en in aantal criteria, tabel 1 en 2) voldaan moet worden met gespecificeerde conformiteitcategorie (kolom "categorie conformiteit", tabel 1 en 2). Deze aantallen en categorien qua conformiteit berusten op de uitgangspunten zoals vermeld in de kolom Groei naar conformiteit + vanaf 2012 in tabel 1. Voor de toetscriteria waar in het lopende jaar volledig aan voldaan moet worden geldt conformiteitniveau +. Voor de beoordeling van de haalbaarheid van het op termijn kunnen voldoen aan de eisen worden ook de toetscriteria meegeteld waarvoor de conformiteitcategorie +/- behaald wordt. De achterliggende gedachte hierbij is dat er bijvoorbeeld al wel een concept aanwezig, maar dat goedkeuring en implementatie nog moeten plaatsvinden. Beoordeling deelvragen eisen De derde kolom van tabel 3 geeft per eis uit de Museum aan tot welke categorie van het deze gerekend wordt (categorie A/ B/ C/ #). In de tweede kolom wordt aangegeven welke vragen uit de vragenlijst van het Museumregister betrekking hebben op de betreffende toetscriteria. In sommige gevallen wordt het toetscriterium behandeld door middel van gekoppelde vragen, zoals bij vraag 1.3a en 1.3b. Hier wordt eerst gevraagd naar de aanwezigheid van een strategisch beleid dat goedgekeurd is door het bevoegd gezag van de instelling (vraag 1.3a) en bij vraag 1.3b wordt gevraagd naar het toetsen van de toepassing van het strategisch beleid door middel van voortgangsrapportages en jaarverslagen. Voor wat betreft de telling in de kolommen "in aantal criteria " van tabel 1 en 2 tellen vraag 1.3a en 1.3b als één. In de derde kolom staat ook slechts eenmaal de categorie vermeld, en niet bij elke subvraag afzonderlijk. Minimale eisen voor voorlopige registratie, registratie en herijking in 2013 Hieronder volgt een samenvatting van tabel 1 en 2 m.b.t. de minimale eisen in 2013 voor registratie en herijking en voor voorlopige registratie: Een instelling wordt GEREGISTREERD of HERIJKT indien sprake is van: Voldoet 100% aan ICOM museumdefinitie, conformiteitcategorie: + Voldoet 100% aan de categorie A toetscriteria met conformiteitcategorie: + Voldoet aan minimaal 75% van de categorie B toetscriteria met conformiteit: + Voldoet aan minimaal 25% van de categorie B toetscriteria met conformiteit: +/- Voldoet aan minimaal 15% van de categorie C toetscriteria met conformiteit: + Een nieuwe instelling wordt VOORLOPIG GEREGISTREERD indien sprake is van: Voldoet 100% aan ICOM museumdefinitie, conformiteitcategorie: + Voldoet 100% aan de categorie A toetscriteria met conformiteitcategorie: + Voldoet aan minimaal 33% van de categorie B toetscriteria met conformiteit: +/- Voldoet aan minimaal 15% van de categorie C toetscriteria met conformiteit: +/- In incidentele gevallen kan op basis van gefundeerde motivatie afgeweken worden van bovenstaande kwantitatieve criteria om tot een registratiebesluit te komen. In dergelijke gevallen behaalt of behoudt de betreffende instelling de registratie ONDER VOORWAARDE dat de tekortkomingen binnen een door het Museumregister te bepalen periode opgelost worden. In alle overige gevallen wordt een instelling NIET GEREGISTREERD. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 4/25
5 Handleiding Museum TABEL 1: Minimaal niveau bij registratie en herijking, periode Groei naar categorie "+" qua conformiteit vanaf 2012 categorie conformiteit Registratie/ herijking in jaar: Vereist aantal / % toetscriteria conform de in kolom "categorie conformiteit" gespecificeerde categorie: in % criteria in aantal criteria in % criteria in aantal criteria in % criteria in aantal criteria in % criteria in aantal criteria ICOM museumdefinitie 1 100% + 100% 1 100% 1 100% 1 100% 1 A Basisvoorwaarden voorlopige registratie (<1/1/2012) B Aangepaste toetscriteria 18 C Nieuwe toetscriteria % + 100% % % % 10 50% + 50% 9 75% % % 18 50% over 2 jaar (25% groei p/j) 45% over 3 jaar (15% groei p/j) +/- 25% 4 25% 5 0% 0 0% 0 + 0% 0 15% 4 30% 8 45% 12 +/- 15% 4 0% 0 0% 0 0% 0 # Vragen m.b.t. kengetallen e.d % # 100% 4 100% 4 100% 4 100% 4 TELLING CRITERIA (excl. subvragen) TABEL 2: Minimaal niveau bij voorlopige registratie categorie conformiteit in % criteria in aantal criteria Navolgende jaren: ICOM museumdefinitie % 1 A Basisvoorwaarden voorlopige registratie (<1/1/2012) % 10 B Aangepaste toetscriteria 18 C Nieuwe toetscriteria % 0 +/- 33% 6 + 0% 0 +/- 15% 4 # Vragen m.b.t. kengetallen e.d. 4 # 100% 4 TELLING CRITERIA (excl. subvragen) Na voorlopige registratie moet binnen drie jaar voldaan worden aan het niveau van registratie/ herijking (conform groeimodel, tabel 1) TABEL 3: Museum inclusief categorie-indeling eisen Zie navolgende pagina's. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 5/25 Versie: V1.1 Datum: 15 december 2011
6 Museum Rechtspositie, bestuur en beleid Rechtspositie, bestuur en beleid 1.1 A Een museum heeft een geschreven beginselverklaring, statuut of ander document inzake de rechtspositie en het niet op winst gerichte karakter van het museum. Dit document is consistent en actueel. 1.2 C Een museum waarborgt aantoonbaar dat het goed bestuurd wordt, met adequaat toezicht en transparante verantwoording. Toelichting 1 Het museum dient de rechtspositie en het niet op winst-gerichte karakter van het museum aan te tonen. Een museum is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst. Publiekrechtelijke rechtspersonen (overheden), stichtingen en verenigingen voldoen aan deze bepaling. Personenvennootschappen, naamloze vennootschappen en besloten vennotschappen zijn in beginsel niet geschikt als rechtsvorm voor musea, maar als aangetoond kan worden dat de continuïteit van het museum is gewaarborgd kan hier een uitzondering op gemaakt worden. Nevenactiviteiten als museumwinkel en horecavoorzieningen mogen zijn ondergebracht in een N.V. of B.V. Het krachtens wetsduiding gericht zijn op het maken van winst is overigens iets anders dan het maken van winst op zich: ook stichtingen en verenigingen mogen winst maken en die gebruiken overeenkomstig de statutaire doelstelling. Voeg hier een document toe waaruit de rechtspositie en het niet op winst-gerichte karakter van het museum blijkt, bijvoorbeeld een statuut of geschreven beginselverklaring. Overheidsmusea, musea in kerken, universiteiten en ziekenhuizen die het originele document betreffende de juridische status niet kunnen achterhalen, kunnen volstaan met een officiële schriftelijke verklaring van de betreffende overheid of instantie. 2 Het museum dient aan te tonen dat het goed bestuurd wordt, naar voorbeeld van de Code Cultural Governance. De CCG is een leidraad om goed, verantwoord en transparant bestuur en toezicht in musea tot stand te laten komen. In de code worden aanbevelingen gedaan over goed bestuur en de drie besturingsmodellen die het meest voorkomen bij instellingen in de culturele sector. Alle Principes en Best Practice-bepalingen per besturingsmodel en informatie om deze te implementeren zijn opgenomen. Bovendien zijn hierbij per besturingsmodel voorbeeldstatuten en reglementen beschikbaar. Het museum dient te beschrijven hoe het de Code Cultural Governance toepast of uit te leggen waarom men ervan afwijkt wanneer dat het geval is. Dit kan blijken uit een beleidsplan of een apart reglement voor directie, bestuur of raad van toezicht. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 6/25
7 Museum Rechtspositie, bestuur en beleid 1.3a B Een museum heeft een geschreven strategisch beleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een missie, een visie, een strategie en doelstellingen. Toelichting 3 Het museum dient te beschikken over een strategisch beleid. Dit wordt doorgaans beschreven in een meerjarenbeleidsplan of strategisch meerjarenplan. Het dient tenminste de missie, visie, doelstellingen en een strategie beschreven te beschrijven. Het wordt aanbevolen de beleidsperiodiciteit van het beleid samen te laten vallen met reguliere beleidstermijnen van gemeente, provincie of rijk en in ieder geval vast te leggen. Het bevoegd gezag dient het beleid goedgekeurd te hebben. Het bevoegd gezag is: bestuur of raad van toezicht van het museum of bevoegd gezag van gemeente, provincie of rijk. 1. Een missie beschrijft beknopt, herkenbaar en eenduidig geformuleerd de bestaansgrond van een organisatie. Een missie wordt voor de lange termijn geformuleerd. 2. Een visie beschrijft het gewenste toekomstbeeld van een organisatie in relatie tot haar omgeving en het veranderingstraject dat op lange termijn nodig is om daar te komen. Een visie wordt afgeleid van, en is in overeenstemming met de missie. 3. De doelstellingen van een organisatie vormen de brug tussen het strategisch denken en het praktisch doen. Doelstellingen beschrijven tastbare resultaten die men nastreeft om de missie, visie en strategie van de organisatie te verwezenlijken en horen SMART geformuleerd te zijn: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. 4. De strategie beschrijft hoe de in de visie gestelde doelen op lange termijn bereikt gaan worden en vormt het uitgangspunt voor beslissingen op korte termijn. Rechtspositie, bestuur en beleid 1.3b 3 Het museum dient de toepassing van het strategisch beleid te toetsen door middel van voortgangsrapportages en jaarverslagen. Het wordt aanbevolen de periodiciteit samen te laten vallen met reguliere beleidstermijnen van gemeente, provincie of rijk en in ieder geval vast te leggen. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 7/25
8 Museum Rechtspositie, bestuur en beleid Rechtspositie, bestuur en beleid Rechtspositie, bestuur en beleid 1.3c A Een museum heeft een geschreven strategisch beleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een missie, een visie, een strategie en doelstellingen. Toelichting 3 Het museum dient te beschikken over een geschreven missie, die beknopt, herkenbaar en eenduidig geformuleerd de bestaansgrond van de organisatie beschrijft. Een missie wordt voor de lange termijn geformuleerd. De missie maakt onderdeel uit van het strategisch beleid. 1.3d A 3 Het museum dient te beschikken over een geschreven visie die het gewenste toekomstbeeld van een organisatie beschrijft in relatie tot haar omgeving en het veranderingstraject dat op lange termijn nodig is om daar te komen. Een visie wordt afgeleid van, en is in overeenstemming met de missie. De visie maakt onderdeel uit van het strategisch beleid. 1.3e B 3 Het museum dient te beschikken over geschreven strategische doelstellingen. De doelstellingen van een organisatie vormen de brug tussen het strategisch op middellang termijn denken en het praktisch doen op korte termijn. Doelstellingen beschrijven tastbare resultaten die men nastreeft om de missie, visie en strategie van de organisatie te verwezenlijken en horen SMART geformuleerd te zijn: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. De strategische doelstellingen maken onderdeel uit van het strategisch beleid. Kwaliteits systeem 2.0 B Een museum dient de Ethische Code voor musea als richtlijn voor museaal handelen te onderschrijven en dient te waarborgen dat medewerkers (betaald en onbetaald) vertrouwd zijn met de Ethische Code. 19a Het museum dient de Ethische Code voor musea als richtlijn voor museaal handelen te onderschrijven en dient te waarborgen dat medewerkers (betaald en onbetaald) vertrouwd zijn met de Ethische Code. Dit kan blijken door onderschrijving van de Ethische Code in statuten en beleidsplan, in arbeids- en vrijwilligersovereenkomsten, het personeelshandboek en agendering van periodieke bespreking en in de introductie voor nieuwe personeelsleden/vrijwilligers. Kwaliteits systeem 2.1a C Een museum heeft een kwaliteitssysteem en past dit toe. Dit systeem is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en geëvalueerd en heeft in ieder geval betrekking op mensen, middelen en primaire processen. 4 Het museum dient te beschikken over een kwaliteitssysteem dat bestaat uit een cyclus die een continue verbeteringsproces waarborgt. Het systeem dient betrekking te hebben op de bedrijfsvoering en primaire museale taken zoals collectiebeheer, registratie en documentatie, publiek en presentatie. Het kwaliteitssysteem valt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur of de raad van toezicht. Het wordt aanbevolen als kwaliteitssysteem de Plan-Do-Check-Act (PDCA) methode toe te passen. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 8/25
9 Museum Kwaliteits systeem Toelichting 2.1b 4 Het museum dient te beschikken over een kwaliteitssysteem en dit toe te passen, dit kan blijken uit het beleidsplan of jaarverslag. Kwaliteits systeem 2.1c C Een museum voert periodiek een risicoanalyse uit en neemt maatregelen ter minimalisering van de daarin benoemde risico s, in ieder geval op het gebied van mensen, middelen en primaire processen. De resultaten van deze analyse worden schriftelijk vastgelegd. 5 Het museum dient te beschikken over een kwaliteitssysteem waarin periodiek risicoanalyses worden toegepast op het gebied van mensen, middelen en primaire processen. Bij een risicoanalyse worden bedreigingen benoemd en wordt per bedreiging gekeken naar de kans op optreden en de gevolgen die dat zou hebben: risico = kans x effect. Aan de hand van de risicoanalyse kan bepaald worden in hoeverre risico s reeds beperkt zijn tot een aanvaardbaar niveau en welke risico s aanvullende aandacht vergen. Met behulp van een kosten-batenanalyse kan vervolgens bepaald worden hoe de kosten van maatregelen zich verhouden tot het risico. Wanneer de kosten van de maatregelen om een risico te beperken hoger zijn dan de mogelijke schade, kan bijvoorbeeld besloten worden het risico te accepteren. Kwaliteits systeem 2.1d C 5 Het museum dient maatregelen te nemen ter minimalisering van risico s op het gebied van mensen, middelen en primaire processen. Op grond van een risicoanalyse kunnen maatregelen in verschillende categorieën worden genomen: - Preventie: het voorkomen dat iets gebeurt of het verminderen van de kans dat het gebeurt; - Repressie: het beperken van de schade wanneer een bedreiging optreedt; - Correctie: het instellen van maatregelen die worden geactiveerd zodra iets is gebeurd om het effect hiervan (deels) terug te draaien; - Acceptatie: geen maatregelen, men accepteert de kans en het mogelijke gevolg van een bedreiging. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 9/25
10 Museum Kwaliteits systeem 2.2a C Een museum beschrijft schriftelijk en periodiek zijn belanghebbenden en houdt rekening met hun belangen bij de uitvoering van de primaire bedrijfsprocessen. Toelichting 6 Het museum dient de belanghebbenden van het museum te beschrijven. Belanghebbenden zijn in ieder geval bezoekers en financiers. Meer specifiek kunnen werknemers, overheden, fondsen, sponsors, collega-instellingen, bezoekers als groep en omwonenden belanghebbenden zijn. Zij kunnen bijvoorbeeld worden ingedeeld op basis van hun relatie met de organisatie: - Belanghebbenden die zich binnen de organisatie bevinden worden dan aangeduid met interne belanghebbenden (bijvoorbeeld werknemers). - Externe belanghebbenden zijn logischerwijs alle belanghebbenden van buitenaf (bijvoorbeeld subsidiënten en concurrenten). - De invloed die belanghebbenden kunnen uitoefenen op de organisatie vormt een alternatieve manier om belanghebbenden te benoemen: - Belanghebbenden die van redelijk tot groot direct belang zijn voor een organisatie noemt men Primaire belanghebbenden (bijvoorbeeld werknemers, leveranciers en lokale overheden). - Secundaire belanghebbenden zijn belanghebbenden die geen direct belang hebben bij de organisatie maar wel van invloed kunnen zijn op het bedrijf (bijvoorbeeld internationale organisaties, de Europese Unie en media). - Er kan ook een matrix gemaakt worden van belanghebbenden door de eigenschappen permanent (>1 jaar), tijdelijk (<1 jaar) en potentieel toe te voegen. Kwaliteits systeem 2.2b C 6 Het museum dient rekening te houden met de belanghebbenden bij het opstellen van het museale beleid. Dit kan blijken uit het strategisch meerjarenplan of beleidsplan. Kwaliteits systeem 2.2c C Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd. 7 Het museum dient belanghebbenden te betrekken bij de evaluatie van producten en resultaten. Musea zijn altijd in interactie met groepen/instellingen die belang hebben bij het museum en kunnen daarom hun kwaliteit alleen vaststellen en aantonen in relatie tot deze belanghebbenden. Het evalueren van producten en resultaten kan bijvoorbeeld door het uitvoeren van bezoekertevredenheidsonderzoek maar kan ook door bronnen te gebruiken als bezoekcijfers, gastenboeken, klachten, complimenten of recensies. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 10/25
11 Museum Kwaliteits systeem 2.3 C Een museum past periodiek zelfevaluatie toe en volgt de uitkomsten daarvan op. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd. Toelichting 8 Het museum dient periodiek zelfevaluatie toe te passen en de resultaten hiervan dienen schriftelijk vastgelegd te worden in een jaarverslag of notulen van bestuursvergaderingen. Financiële middelen Financiële middelen 3.1a A Een museum legt op professionele manier verantwoording af over alle financiële middelen en heeft een sluitende begroting en een jaarrekening. De jaarrekening bestaat in ieder geval uit de balans, de winst- en verliesrekening en een toelichting daarop. De jaarrekening heeft een akkoordverklaring conform de statuten. 9 Het museum dient te beschikken over een sluitende begroting voor het lopende boekjaar of over voldoende reserves om het voorzienbare tekort op te vangen. De begroting geeft een overzicht van alle verwachte inkomsten en uitgaven over een bepaalde periode. 3.1b A 9 Het museum dient te beschikken over een jaarrekening van het laatst afgesloten boekjaar. De jaarrekening dient te bestaan uit balans, winst- en verliesrekening en toelichting daarop. De balans geeft een overzicht van de bezittingen, schulden en het eigen vermogen van een organisatie over een bepaalde periode. De winst- en verliesrekening, ook resultatenrekening of exploitatierekening genoemd, geeft een overzicht van de opbrengsten en kosten van organisatie over een bepaalde periode. Het exploitatiesaldo betreft het eindsaldo van de winst- en verliesrekening. De jaarrekening dient vastgesteld te zijn door het bevoegd gezag: bestuur of raad van toezicht van het museum of bevoegd gezag van gemeente, provincie of rijk. Financiële middelen 3.1c B 9 Het museum dient te beschikken over een toelichting op afwijkingen tussen de oorspronkelijke begroting voor het boekjaar en de jaarrekening. Dit kan blijken uit een toelichting bij de jaarrekening of door middel van een afzonderlijke verschillenanalyse. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 11/25
12 Museum Financiële middelen Voorzieningen en Veiligheidszorg 3.2 B Een museum beschikt aantoonbaar over een financiële basis die de continuïteit van het museum zo waarborgt dat het museum zijn functies, zoals bepaald in de museumdefinitie, kan uitvoeren, onafhankelijk van activering van de collectie op de balans. 4.1a C Een museum heeft een passende omgeving om zijn functies, zoals bepaald in de museumdefinitie, uit te kunnen voeren. Toelichting 10 Het museum dient te beschikken over sluitende meerjarenbegrotingen of over voldoende reserves om het voorzienbare tekort op te vangen. Gebruikelijk is een termijn van 3-5 jaar aan te houden voor de meerjarenbegroting, gelijklopend met de termijn van het beleidsplan. 11 Het museum dient te beschikken over passende huisvesting voor de functies die het uit moet voeren zoals omschreven in de ICOM-museumdefinitie. Het kan voorkomen dat een museum geen vaste tentoonstellingsruimte heeft. Dit is geen belemmering voor registratie mits er een structureel tentoonstellingsbeleid op schrift staat, tentoonstellingen onder eigen naam geschieden en als zodanig voor het publiek herkenbaar zijn, in tentoonstellingsruimte(n) die voldoen aan de basiseisen van behoud en beheer. Voorzieningen en Veiligheidszorg 4.1b C 11 Het museum dient te beschikken over een op schrift gesteld verbeterplan voor huisvesting wanneer deze niet passend is. In dit document dient beschreven te zijn welke knelpunten er op het terrein van de huisvesting zijn en hoe, en binnen welke termijn, deze opgelost zullen worden. Voorzieningen en Veiligheidszorg 4.2a C Een museum heeft geschreven bezoekvoorwaarden en stelt deze ter hand. Deze voorwaarden zijn consistent en 12 Het museum dient te beschikken over geschreven bezoekvoorwaarden. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 12/25
13 Museum Voorzieningen en Veiligheidszorg Toelichting 4.2b C worden periodiek geactualiseerd. 12 Het museum dient te beschikken over bezoekvoorwaarden die openbaar zijn gemaakt. Bezoekvoorwaarden zijn alleen geldig als ze ter hand gesteld worden. Dat wil zeggen dat het museum de bezoeker een redelijke mogelijkheid moet geven om kennis te nemen van de voorwaarden. Dit kan bijvoorbeeld door ze op de website te plaatsen en of een duidelijk zichtbaar bord bij de entree waarop staat dat er bezoekvoorwaarden gelden die ter inzage bij de balie liggen. Voorzieningen en Veiligheidszorg 4.3a B Een museum heeft een geschreven beveiligings- en veiligheidsbeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een procedure voor risicoanalyse, bedrijfshulpverlening, collectiehulpverlening en incidentenregistratie. Het wordt aanbevolen bezoekvoorwaarden te deponeren bij de Kamer van Koophandel. Dit kan in het geval van een dispuut met een bezoeker aantonen dat de voorwaarden van toepassing waren op het moment van bezoek. Bovendien is het een manier om de bezoekvoorwaarden openbaar te maken. De inhoud en de geldigheid van de bezoekvoorwaarden worden bij deponeren niet gecontroleerd. 13 Het museum dient te beschikken over een veiligheids- en beveiligingsbeleid en dient periodiek een risico-inventarisatie en - analyse uit te voeren om reële risico s in kaart te brengen. Vanuit deze analyse treft het museum beredeneerd en onderbouwd beveiligings- en veiligheidsmaatregelen om de collectie in de vaste opstelling, in presentaties, in werk en opslagruimten en tijdens transport te beschermen tegen diefstal of beschadiging en tegen risico s als waterschade, brand, vandalisme etc. In de procedure voor Collectiehulpverlening (CHV) staan de organisatie en procedures van de CHV beschreven, zoals richtlijnen voor het hanteren, verpakken en transporteren van objecten, al dan niet beschadigd, in het geval van een calamiteit én tijdens de vervolgacties. De incidentenregistratie dient te voldoen aan de invulvelden die in DICE (Database Incidenten Cultureel Erfgoed) gebruikt worden. Voorzieningen en Veiligheidszorg 4.3b 13 Het museum dient te beschikken over een veiligheids- en beveiligingsbeleid dat wordt toegepast. Dit kan blijken uit functieomschrijvingen, werkinstructies, evaluatieverslagen, jaarverslagen en notulen. Toegankelijkheid 5.1 # Een museum is fysiek voor iedereen 14 Het museumgebouw dient bij voorkeur toegankelijk te zijn voor Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 13/25
14 Museum 5.1a C toegankelijk. Als een museum niet toegankelijk kan zijn voor mensen met een beperking mag deze eis beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. Beperkingen in toegankelijkheid worden gecommuniceerd aan publiek. Toelichting mindervaliden, bijvoorbeeld voor personen in een rolstoel door de aanwezigheid van liften, rolstoel, stoelliften e.d. Als een museumgebouw niet toegankelijk is voor mensen met een beperking mag deze eis beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. Beperkingen in toegankelijkheid worden altijd gecommuniceerd aan het publiek. Toegankelijkheid 5.1b C 14 Indien het museumgebouw beperkt toegankelijk is, dient men dit te communiceren. Dit kan door op de website en bij de entree aan te geven dat het museum beperkt toegankelijk is voor mindervaliden. Toegankelijkheid 5.2a # Een museum is toegankelijk op vaste tijden en gedurende regelmatige periodes die beredeneerd en onderbouwd gerelateerd zijn aan mensen, middelen en primaire processen. 15 Het museum dient gedurende vaste tijden en regelmatige periodes toegankelijk te zijn voor het publiek. Het aantal uren, de tijden en periodes dat een museum geopend is, hebben invloed op de mate van toegankelijkheid voor bezoekers en dient daarom weloverwogen tot stand te komen. Toegankelijkheid 5.2b B 15 Het museum dient de tijden en periodes waarop het toegankelijk is, beredeneerd en onderbouwd te hebben vastgesteld, in relatie tot de verschillende belanghebbenden, middelen en processen. Toegankelijkheid 5.3a B Een museum maakt de collectie en informatie met betrekking tot de collectie voor iedereen toegankelijk, mede door digitale ontsluiting, met inachtneming van beperkingen die voortvloeien uit eisen van vertrouwelijkheid en veiligheid van de objecten. 16 Het museum dient zorg te dragen voor toegankelijkheid van collecties en collectie-informatie. Er bestaan verschillende mogelijkheden om toegang tot de collectie(informatie) te verlenen: fysiek (bezoek), handmatig (kaartensysteem), geautomatiseerd (collectie-informatiesysteem), met of zonder toegevoegde afbeelding van object. Toegankelijkheid 5.3b C 16 Het is van belang dat de digitale ontsluiting volgens gangbare standaarden uitgevoerd wordt, daarom wordt het aanbevolen DE BASIS van Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) als leidraad te gebruiken bij het digitaal toegankelijk maken van de collectie. DE BASIS (Digitaal Erfgoed: Bouwen Aan Succesvolle ICT- Strategie) bestaat uit een set van minimale aanbevelingen voor de digitalisering van erfgoed en maakt onderdeel uit van het ICTregister van DEN. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 14/25
15 Museum Toegankelijkheid 5.3c C Een museum maakt de collectie en informatie met betrekking tot de collectie voor iedereen toegankelijk, mede door digitale ontsluiting, met inachtneming van beperkingen die voortvloeien uit eisen van vertrouwelijkheid en veiligheid van de objecten. Toelichting 16 Het museum dient te beschikken over een informatieplan, indien de collectie en collectie-informatie niet digitaal ontsloten zijn. In het plan staat welke middelen er nodig zijn voor digitale ontsluiting op termijn met een planning. Toegankelijkheid 5.3d C 16 Het museum dient vertrouwelijke gegevens in acht te nemen bij de ontsluiting van gegevens, bijvoorbeeld gegevens van bruikleengevers, objectwaarde etc. Personeel Personeel 6.1a 6.1b # C Een museum heeft, als het met betaalde krachten werkt, een geschreven personeelsbeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval een HRM cyclus en een scholingsbeleid. 17 Het museum dient te beschikken over een consistent op schrift gesteld personeelsbeleid, met een helder en actueel organogram, daarvan afgeleide functiebeschrijvingen en waarderingen, een arbeidsvoorwaardenregeling, een personeelsadministratie en een HRM cyclus. Een HRM cyclus beschrijft de aandachtsgebieden gedurende de instroom, doorstroom en uitstroom van personeel waaronder in ieder geval werving en selectie, ontwikkeling (beleid en budget op het gebied van scholing), prestaties (functioneringsgesprekken) en beoordelingen (beoordelingsgesprekken) vallen, beschikbaarheid vertrouwenspersoon en ziekteverzuimregistratie. Personeel 6.1c 17 Het museum dient het personeelsbeleid toe te passen. Dit kan blijken uit het personeelshandboek, beleidsplan, intern jaarverslag of notulen van bestuursvergaderingen. Personeel Personeel 6.2a 6.2b # C Een museum heeft, als het met vrijwilligers werkt, een geschreven vrijwilligersbeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval de wederzijdse rechten en plichten van vrijwilligers. 18 Het museum dient te beschikken over een geschreven vrijwilligersbeleid dat de wederzijdse rechten en plichten beschrijft met daarbij ook aandacht voor ontwikkeling (beleid en budget op het gebied van scholing) en prestaties (functioneringsgesprekken). Het wordt aanbevolen de publicatie Het Museum als Vrijwilligersorganisatie van Movisie als leidraad te gebruiken. Personeel 6.2c 18 Het museum dient het vrijwilligersbeleid toe te passen. Dit kan blijken uit het personeelshandboek, beleidsplan, intern jaarverslag of notulen van bestuursvergaderingen. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 15/25
16 Museum Personeel 6.3 B Een museum waarborgt dat medewerkers en vrijwilligers vertrouwd zijn met de voor hun functie relevante wetgeving op internationaal, nationaal en lokaal niveau. 19b Toelichting Het museum dient te waarborgen dat medewerkers (betaald en onbetaald) van de voor hun functie relevante wetgeving op internationaal, nationaal en lokaal niveau op de hoogte zijn en zich daaraan houden. Het wordt aanbevolen gebruik te maken van de verwijzingen naar relevante wet- en regelgeving in SPECTRUM. Waarborging is mogelijk door opname in arbeids- en vrijwilligersovereenkomsten, personeelshandboek, introductie voor nieuwe personeelsleden/vrijwilligers. Personeel 6.4 C Een museum waarborgt dat medewerkers en vrijwilligers alle vertrouwelijke informatie die zij uit hoofde van hun functie verkrijgen beschermen en vertrouwelijk behandelen. 20 Het museum dient te waarborgen dat medewerkers (betaald en onbetaald) alle vertrouwelijk informatie die zij uit hoofde van hun functie verkrijgen beschermen en vertrouwelijk behandelen. Vertrouwelijke informatie is die informatie die het museum of daar werkzame personen schade kan berokkenen zowel materieel als immaterieel. Voorbeelden: informatie over beveiliging, waarde van objecten, eigendom van objecten, strategische informatie. beleid, verwerven en afstoten beleid, verwerven en afstoten 7.1 A Een museum heeft een geschreven collectiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en is gericht op verwerven, registreren, behouden, onderzoeken en afstoten van de collectie. 7.2a B Een museum heeft een geschreven verwervingsprocedure die voldoet aan de en 22 en 23 en past deze toe. Deze procedure is consistent en wordt periodiek geactualiseerd. Waarborging is mogelijk door opname in arbeids- en vrijwilligersovereenkomsten, personeelshandboek, introductie voor nieuwe personeelsleden/vrijwilligers. 21 Het museum dient te beschikken over een geschreven collectiebeleid dat is gericht op verwerven, registreren, behouden, onderzoeken en afstoten van de collectie. Het wordt aanbevolen De handreiking voor het schrijven van een collectieplan van het ICN (RCE) en LCM als leidraad te gebruiken bij het opstellen van collectiebeleid. Daarnaast wordt aanbevolen SPECTRUM als leidraad te gebruiken bij het voeren van goed collectiemanagement. 22 Het museum dient te beschikken over een geschreven verzamelbeleid, dat zowel het verwerven als het afstoten van objecten, de methode van verwerving en de beoogde financieringswijze beschrijft. Dit kan blijken uit het collectieplan. Uitzondering: Musea met een gesloten collectie, die niet meer actief verzamelen, mogen hier negatief antwoorden. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 16/25
17 Museum beleid, verwerven en afstoten Toelichting 7.2b 22 Het museum dient het verzamelbeleid toe te passen. Dit kan blijken uit een jaarverslag. beleid, verwerven en afstoten 7.2c C Een museum doet voorafgaande aan de verwerving van een object een uiterste poging om zeker te stellen dat het legaal verworven is en stelt met uiterste zorgvuldigheid geschreven en zo volledig mogelijk de geschiedenis van een verworven object vast. 23 Het museum dient te beschikken over een geschreven procedure voor herkomstonderzoek bij verwerving van objecten. Verwerven kan door aankoop, schenking, langdurige bruikleen (meer dan 5 jaar), legaat, erfstelling, vondst of ruil. Een museum doet voorafgaande aan de verwerving van een object een uiterste poging om zeker te stellen dat het legaal verworven is en stelt met uiterste zorgvuldigheid schriftelijk en zo volledig mogelijk de geschiedenis van een verworven object vast. Een object mag niet via inbeslagneming verworven zijn in, of geëxporteerd zijn uit, het land van herkomst of enig tussenliggend land waar het mogelijkerwijs rechtmatig werd bezeten (inclusief het land van het museum). Bij het vaststellen van de volledige geschiedenis van een object gaat het om de geschiedenis vanaf de ontdekking of vervaardiging tot op heden. Denk hierbij ook aan verdragen en wetgeving zoals: CITES, UNESCO en richtlijn WOII. Het wordt aanbevolen de procedure voor verwerving van SPECTRUM als leidraad te gebruiken. beleid, verwerven en afstoten 7.2d 23 Het museum dient de verwervingsprocedure toe te passen. Dit kan blijken uit een jaarverslag. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 17/25
18 Museum beleid, verwerven en afstoten 7.3a B Een museum heeft een geschreven afstotingsprocedure die voldoet aan de en 24, 25 en 26 en past deze toe. De afstotingsprocedure mag niet in strijd zijn met de LAMO. Het afstotingsbeleid is consistent en wordt periodiek geactualiseerd. Toelichting 24 Het museum dient te beschikken over een geschreven afstotingsprocedure en deze procedure mag niet in strijd zijn met de LAMO. Uitzondering: wanneer een museum nooit (meer) afstoot kan de procedure volstaan met: dat komt niet voor. Ook wanneer objecten aanvaard worden onder de voorwaarde van mogelijke afstoting, mogen zij beschouwd worden als niet opgenomen in de collectie. De eisen gelden in dat geval niet voor de betreffende objecten. Het wordt aanbevolen de Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (LAMO) te gebruiken en SPECTRUM. beleid, verwerven en afstoten beleid, verwerven en afstoten beleid, verwerven en afstoten 7.3b 24 Het museum dient de afstotingsprocedure toe te passen. Dit kan blijken uit een beleidsplan, jaarverslag, werkinstructies of een procedurehandboek. 7.4a B Een museum neemt een besluit tot afstoting uitsluitend op inhoudelijke gronden, na afweging van de volledige cultuurhistorische waarde van het object, de aard ervan (al dan niet vervangbaar), de juridische positie en het mogelijke 25 Het museum dient een besluit tot afstoting uitsluitend op inhoudelijke gronden te nemen, na afweging van de volledige cultuurhistorische waarde van het object, de aard ervan (al dan niet vervangbaar), de juridische positie en het mogelijke verlies van publiek vertrouwen dat hieruit zou kunnen voortvloeien. 7.4b B verlies van publiek vertrouwen dat hieruit zou kunnen voortvloeien. De beslissing tot afstoten wordt genomen door het bevoegd gezag van het museum. 25 De beslissing tot afstoten dient genomen te worden door het bevoegd gezag van het museum. Bevoegd gezag is: bestuur of raad van toezicht van het museum of bevoegd gezag van gemeente, provincie of rijk. beleid, verwerven en afstoten 7.4c B Een museum legt schriftelijk alle beslissingen inzake afstoting vast en beschrijft hierbij de objecten en de afstotingsprocedure. 26 Het museum dient alle beslissingen inzake afstoting schriftelijk vast te leggen en hierbij de objecten en de afstotingsprocedure te beschrijven. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 18/25
19 Museum registreren en behouden 8.1a B Een museum heeft een geschreven registratieprocedure die voldoet aan de eisen 27 en 28 en past deze toe. Deze procedure is consistent en wordt periodiek geactualiseerd. Toelichting 27 Het museum dient te beschikken over een geschreven registratieprocedure en een register van in- en uitgaande stukken. Register van in- en uitgaande stukken: met objectbenaming, datum van binnenkomst of uitgaan, reden van binnenkomt of uitgaan, naam en adresgegevens bijbehorend persoon, naam medewerker museum. Registratiesysteem volgens minimale standaard: naam van de instelling, inventarisnummer, objectnaam, verwervingsgegevens (aankoop, schenking of bruikleen, van wie en wanneer) en standplaats. Het wordt aanbevolen om SPECTRUM te gebruiken bij de registratieprocedure. registreren en behouden 8.1b 27 Het museum dient de registratieprocedure toe te passen. Dit kan blijken uit een voorbeeldrecord van het registratiesysteem, een jaarverslag, werkinstructie of procedurehandboek. registreren en behouden 8.2a A Een museum waarborgt dat alle objecten en bijbehorende informatie te allen tijde identificeerbaar, traceerbaar en overdraagbaar zijn. Als er een registratieachterstand is heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. 28 Alle objecten dienen geregistreerd te zijn middels een registratiesysteem volgens de minimale standaard: naam van de instelling, inventarisnummer, objectnaam, verwervingsgegevens (aankoop, schenking of bruikleen, van wie en wanneer) en standplaats. De registratie kan handmatig of geautomatiseerd zijn. Het wordt aanbevolen om SPECTRUM te gebruiken bij de registratieprocedure. registreren en behouden 8.2b 28 Indien niet alle objecten geregistreerd zijn, dient het museum te beschikken over een schriftelijk registratieplan waarin beschreven staat hoe en op welke termijn de achterstand weggewerkt zal worden. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 19/25
20 Museum registreren en behouden 8.3a C Een museum heeft een geschreven procedure voor conservering en restauratie die voldoet aan de eisen 29 en 30 en past deze toe. Dit beleid is consistent en wordt periodiek geactualiseerd. Toelichting 29 Het museum dient te beschikken over een geschreven procedure voor conservering en restauratie. Hierin dient aandacht te worden besteed aan: preventieve conservering (de bescherming van objecten tegen factoren als licht, klimaat, stof, plaagdieren en het bewaren van collectie in voor de collectie geschikte materialen), actieve conservering (ingrepen om verslechtering van de conditie van het object te voorkomen door handelingen aan het object zelf) en restauratie (herstellen van een reeds ontstane beschadiging door een bevoegd restaurator). Dit kan blijken uit het collectieplan of procedurehandboek. registreren en behouden 8.3b 29 Het museum dient de procedure voor conservering en restauratie toe te passen. Dit kan blijken uit een werkinstructie, functiebeschrijving en een geoormerkt budget. registreren en behouden 8.3c B Een museum zorgt dat de collectie geconserveerd is. Hiertoe houdt het museum aantoonbaar en periodiek bij of handelingen ter conservering of restauratie nodig zijn. Indien nodig worden deze handelingen uitgevoerd binnen de voor de conservering van het object noodzakelijke termijn. Als de nodige handelingen ter conservering of restauratie niet binnen de voor de conservering van het object noodzakelijke termijn worden uitgevoerd heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde handelingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. 30 Het museum dient periodiek te inventariseren of en zo ja, welke handelingen ter conservering en restauratie nodig zijn. Dit kan het museum doen door middel van een periodieke steekproef en door deze verantwoordelijkheid op te nemen in een werkinstructie. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 20/25
21 Museum registreren en behouden registreren en behouden 8.4a A Een museum zorgt dat de collectie in omstandigheden verkeert die voor de preventieve conservering noodzakelijk zijn. Hiertoe houdt het museum aantoonbaar en periodiek bij of er aanpassingen nodig zijn aan de omstandigheden, in ieder geval op basis van recent gemeten gegevens over klimaat en licht voor zover deze voor de collectie relevant zijn. Indien nodig worden aanpassingen gedaan binnen de voor de preventieve conservering van het object noodzakelijke termijn. Als de nodige aanpassingen aan de omstandigheden niet worden uitgevoerd binnen de voor de preventieve conservering noodzakelijke termijn heeft het museum een geschreven plan waarin Toelichting 31 Het museum dient doorlopend het museale klimaat te meten in alle museale ruimtes en dient van iedere ruimte per seizoen een representatieve steekproef te kunnen overleggen. Onder klimaat wordt verstaan temperatuur en relatieve luchtvochtigheid. Het wordt aanbevolen De Richtlijnen voor het Museale Binnenklimaat van het Klimaatnetwerk als leidraad te gebruiken voor het creëren en handhaven van een beredeneerd en onderbouwd binnenklimaat. Als de nodige aanpassingen aan de omstandigheden niet worden uitgevoerd binnen de voor de preventieve conservering noodzakelijke termijn heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde aanpassingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. 8.4b B beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde aanpassingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. 31 Het museum dient een analyse toe te voegen van de klimaatbeheersing (een interpretatie van de bij voorgaande vraag bijgevoegde meetgegevens), inclusief plan van aanpak voor het verhelpen van eventuele zwakke punten. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 21/25
22 Museum registreren en behouden registreren en behouden Onderzoeken Onderzoeken 8.5a A Een museum zorgt dat de collectie in omstandigheden verkeert die voor de preventieve conservering noodzakelijk zijn. Hiertoe houdt het museum aantoonbaar en periodiek bij of er aanpassingen nodig zijn aan de omstandigheden, in ieder geval op basis van recent gemeten gegevens over klimaat en licht voor zover deze voor de collectie relevant zijn. Indien nodig worden aanpassingen gedaan binnen de voor de preventieve conservering van het object noodzakelijke termijn. Als de nodige aanpassingen aan de omstandigheden niet worden uitgevoerd binnen de voor de preventieve conservering noodzakelijke termijn heeft het museum een geschreven plan waarin Toelichting 31 Het museum dient lichtmetingen uit te voeren zodra er een lichtplan veranderd is, maar dient in ieder geval jaarlijks in alle ruimten metingen te verrichten. De grenzen aan de toegestane waarden zijn afhankelijk van de kwetsbaarheid van objecten voor licht. Uitgangspunt zijn de Lichtlijnen van ICN (RCE). Indien nodig worden aanpassingen gedaan binnen de voor de preventieve conservering van het object noodzakelijke termijn. Als de nodige aanpassingen aan de omstandigheden niet worden uitgevoerd binnen de voor de preventieve conservering noodzakelijke termijn heeft het museum een geschreven plan waarin beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde aanpassingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. 8.5b B beredeneerd en onderbouwd wordt omschreven hoe en op welke termijn deze achterstand wordt weggewerkt. Als door de aard van de collectie of het gebouw bepaalde aanpassingen niet mogelijk zijn mogen deze beredeneerd en onderbouwd worden uitgesloten. 31 Het museum dient hier een analyse bij te voegen van de lichtbeheersing (een interpretatie van de bij voorgaande vraag bijgevoegde meetgegevens, hulpmiddel voor berekening: Tabel belichtingsduur), inclusief plan van aanpak voor het verhelpen van eventuele zwakke punten. 9.1a A Een museum zorgt er aantoonbaar voor dat er onderzoek naar de collectie gedaan wordt en waarborgt de overdracht van onderzoeksresultaten, kennis en vaardigheden met betrekking tot de collectie. 32 Het museum dient onderzoek naar de collectie te verrichten. Hiertoe wordt niet alleen wetenschappelijk onderzoek gerekend, maar ook: onderzoek met betrekking tot de geschiedenis van een object, onderzoek ten behoeve van de collectieregistratie, wisseltentoonstellingen, publicaties, verwijzing naar recent gedaan onderzoek en gevonden documentatie toevoegen aan het registratiesysteem. 9.1b C 32 Het museum dient de onderzoeksresultaten bekend te maken. Dit kan door bekendmaking in een expositie, publicatie, website, vakblad etc. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 22/25
23 Museum Communicatie, presentatie en educatie Communicatie, presentatie en educatie Communicatie, presentatie en educatie 10.1a C Een museum heeft een geschreven presentatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken. Toelichting 33 Communicatie, presentatie en educatie liggen in elkaars verlengde, vormen een samenhangend geheel en horen goed op elkaar afgestemd zijn. Het museum dient te beschikken over een geschreven tentoonstellingsbeleid met betrekking tot de in het beleidsplan gestelde doelen, toegespitst op bestaande en gewenste doelgroepen met een beschrijving van de middelen. Dit kan blijken uit een beleidsplan. 10.1b 33 Het museum dient het tentoonstellingsbeleid toe te passen. Dit kan blijken uit het jaarverslag. 10.1c C 33 Het museum dient periodiek het tentoonstellingsbeleid te evalueren. Evaluatie kan plaatsvinden door analyse van bezoekcijfers, lezen van reacties in gastenboek op specifieke tentoonstelling, betrekken van recensies bij evaluatie etc. Communicatie, presentatie en educatie 11.1a C Een museum heeft een geschreven communicatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken. 34 Communicatie, presentatie en educatie liggen in elkaars verlengde, vormen een samenhangend geheel en horen goed op elkaar afgestemd zijn. Het museum dient te beschikken over een geschreven communicatie- en marketingbeleid met in ieder geval aandacht voor: het doel dat men wil behalen bij bestaande doelgroepen en gewenste doelgroepen en de middelen die ingezet kunnen worden om deze doelen te bereiken. Het museum kan onderzoek doen naar de doelgroep door het hanteren van een gastenboek, verrichten van marktonderzoek/publieksonderzoek, analyse van publiekscijfers, definiëren van publieksprofielen etc. Communicatie, presentatie en educatie 11.1b 34 Het museum dient het communicatie- en marketingbeleid toe te passen. Dit kan blijken uit het jaarverslag. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 23/25
24 Museum Toelichting Communicatie, presentatie en educatie 11.1c C Een museum heeft een geschreven communicatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken. 34 Het museum dient periodiek het communicatie- en marketingbeleid te evalueren. Evaluatie kan plaatsvinden door analyse van publiekscijfers, lezen van reacties in gastenboek, evalueren van media-aandacht etc. Communicatie, presentatie en educatie Communicatie, presentatie en educatie Communicatie, presentatie en educatie 12.1a C Een museum heeft een geschreven educatiebeleid en past dit toe. Dit beleid is consistent, wordt periodiek geactualiseerd en beschrijft in ieder geval doel, doelgroepen en middelen. De resultaten van 7 (Een museum evalueert periodiek zijn producten en resultaten en betrekt daarbij de belanghebbenden van deze producten en resultaten. De resultaten van deze evaluatie worden schriftelijk vastgelegd) worden hierbij betrokken. 35 Communicatie, presentatie en educatie liggen in elkaars verlengde, vormen een samenhangend geheel en horen goed op elkaar afgestemd zijn. Het museum dient te beschikken over een geschreven educatiebeleid, dat betrekking heeft tot de in het beleidsplan gestelde doelen, toegespitst op bestaande en gewenste doelgroepen met een beschrijving van de middelen. Educatie betreft het gehele scala aan publieksbegeleiding, inclusief volwasseneneducatie en alle toegepaste overdrachtsvormen. Dit kan blijken uit een beleidsplan. 12.1b 35 Het museum dient het educatiebeleid toe te passen. Dit kan blijken uit het jaarverslag. 12.1c C 35 Het museum dient periodiek het educatiebeleid te evalueren. Evaluatie kan plaatsvinden door analyse van bezoekcijfers, lezen van reacties in gastenboek, betrekken van recensies bij evaluatie, gebruikersonderzoek etc. Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 24/25
25 Handleiding Museum Versiebeheer: overzicht mutaties Datum Locatie Omschrijving mutatie pagina 2-5 Aanpassing terminologie: eisen -> toetscriteria, conformiteitniveau -> conformiteitcategorie pagina 4-5, tabel 1 en tabel toetscriterium 6.3a, nummer 19 Aanpassing in opzet en titels van tabel 1 en 2 en toelichting op deze tabellen. NB: geen wijziging van vereisten voor (voorlopige) registratie en herijking. Aanpassing formulering i.v.m. te beperkte reikwijdte: een museum dient de Ethische code voor musea zowel op medewerkerniveau als op instellingsniveau toe te passen (toevoeging: onderschrijving op instellingsniveau van Ethische code als richtlijn voor museaal handelen) pagina 8 Verplaatsing van toetscriterium 6.3a (nummer 19) van pagina 16 naar pagina 8 onder vermelding van toetscriterium 2.0 (i.p.v. 6.3a, tevens wijziging van 6.3b in 6.3 wegens vervallen 6.3a en omnummering van nummer 19 in 19a (toetscriterium 2.0) en 19b (toetscriterium 6.3)) Pagina 18 Toetscriterium 7.3a, nummer 24: Het museum dient te beschikken over een geschreven afstotingsprocedure (aangevuld per 2013 met:) en deze procedure mag niet in strijd zijn met LAMO pagina 25 Toevoeging: overzicht mutaties per 1 februari Bestandsnaam: Handleiding-en.pdf 25/25
Vragenlijst Museumregister
1. Rechtspositie, bestuur en beleid 1.0 Is uw instelling een museum in de zin van de ICOM museumdefinitie? 1.1 Beschikt het museum over een document waaruit de rechtspositie en het niet op winst-gerichte
Handleiding normen met toelichting. Bestandsnaam: Handleiding-Normen.pdf 1/24 Versie: 1.0 Datum: 5 september 2011. Toelichting. Vraag.
Handleiding en met toelichting Rechtspositie, bestuur en beleid Rechtspositie, bestuur en beleid 1.1 Een museum heeft een geschreven beginselverklaring, statuut of ander document inzake de rechtspositie
Criteria voor goed museaal handelen
Uitgangspunten norm U verklaart dat uw museum: De ICOM definitie als uitgangspunt neemt voor uw museaal handelen. De Ethische code onderschrijft. De LAMO volgt bij het afstoten van uw collectie. BEDRIJFSVOERING
Reglement museumregistratie
Reglement museumregistratie Stichting Het Nederlands Museumregister 1. Inleiding 'Een museum is een permanente instelling ten dienste van de gemeenschap en haar ontwikkeling, toegankelijk voor het publiek,
MNU. Een tandje hoger BELEIDSPLAN
MNU Een tandje hoger BELEIDSPLAN 2013 2016 1. Rechtspositie, bestuur en beleid 1.1. Juridische entiteit Statuten (bijlage) 1.2. Bestuur De stichting MNU heeft een rechtsgeldig samengesteld bestuur, dat
Aanmeldingsformulier voor opname in het Nederlands Museumregister
Aanmeldingsformulier voor opname in het Nederlands Museumregister Stichting Het Nederlands Museumregister Aanwijzingen bij het invullen 1. Lees bij elke vraag eerst de toelichting. De vragen treft u aan
PEIL SNEL een Quick Scan Collectiebeheer voor musea
PEIL SNEL een Quick Scan Collectiebeheer voor musea Erfgoedhuis Zuid-Holland Breestraat 59, Leiden T 071 513 3739 F 071 5134144 E [email protected] www.erfgoedhuis-zh.nl INTRODUCTIE Met PEIL SNEL
Position Paper: Governance in het Stedelijk Museum Amsterdam, zoals ontwikkeld tussen
Position Paper: Governance in het Stedelijk Museum Amsterdam, zoals ontwikkeld tussen 2015-2018 1. Inleiding Dit position paper heeft ten doel op hoofdlijnen weer te geven op welke wijze het Stedelijk
Reglement Museumregistratie
INHOUDSOPGAVE 1. Beheer van het Museumregister... 2 1.1 Stichting... 2 1.2 Bestuur... 2 1.3 Auditoren... 2 1.4 Adviescommissie Museumregistratie... 2 2. Voorwaarden voor opname in het Museumregister...
Beleidsplan. Streekmuseum Oudheidkamer Reeuwijk 2013-2018
Beleidsplan Streekmuseum Oudheidkamer Reeuwijk 2013-2018 1 1. Inleiding Pagina 3 2. Doelstellingen 3 3. Collectie 4 4. Tentoonstellingen 4 5. Organisatie 5 6. Samenvatting 6 2 1. INLEIDING Voor u ligt
Reglement Bestuur HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
Reglement Bestuur HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN Artikel 1 - begrippen Bestuur : bestuur van de RPO zoals bedoeld in artikel 2.60b van de Mediawet; Bestuurder : lid en tevens voorzitter van het Bestuur; Raad van
Directiereglement Voorgesteld door de directie op: 14 juni 2011 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011
Directiereglement Voorgesteld door de directie op: 14 juni 2011 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit Reglement is opgesteld
Beheer van de rijkscollectie
Beheer van de rijkscollectie De Nederlandse Staat is verantwoordelijk voor een omvangrijke collectie roerend erfgoed. In de Erfgoedwet wordt deze rijkscollectie de museale cultuurgoederen van de Staat
Keramiekmuseum Princessehof Leeuwarden Verwervingsprocedure
1. Verwerving Deze procedure is opgezet aan de hand van SPECTRUM-N: Standaard voor collectiemanagement in musea, versie 1.0 (2008). Omschrijving Het beheren en documenteren van de overwegingen bij potentiële
4. Bij voorkeur zal de raad van toezicht van Stichting P60 bij de werving van nieuwe toezichthouders buiten het eigen netwerk zoeken.
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Opgesteld door de voorzitter op 25.03.2013 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 27.05.2013 te Amstelveen HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit
NMV Museumcongres 2011 Musea en onderzoek
NMV Museumcongres 2011 Musea en onderzoek 1. In welk museum werkt u? 61 2. Type museum? Kunst 36,1% 22 Cultuurhistorisch 47,5% 29 Natuurhistorisch 3,3% 2 Bedrijf en techniek 6,6% 4 Wetenschap 3,3% 2 Volkenkundig
Bestuursreglement SLAK
Bestuursreglement SLAK Leeswijzer In de statuten van Stichting Atelierbeheer SLAK zijn de taken en bevoegdheden van het Bestuur vastgelegd (in de artikelen 4, 5 en 6) evenals die van de Raad van Toezicht
Directiereglement Waarborgfonds voor de Zorgsector
Directiereglement Waarborgfonds voor de Zorgsector Inleiding De Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (hierna aangeduid als: 'WFZ') wordt bestuurd door een eenhoofdige directie (hierna aangeduid als:
REGLEMENT DIRECTIE - De directie van de stichting: Stichting SOS-Kinderdorpen Nederland, statutair gevestigd te Amsterdam (hierna: "de stichting");
REGLEMENT DIRECTIE - De directie van de stichting: Stichting SOS-Kinderdorpen Nederland, statutair gevestigd te Amsterdam (hierna: "de stichting"); in aanmerking genomen het volgende: A) de statutaire
Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten van Stichting Vocallis.
BESTUURSREGLEMENT Vastgesteld door het bestuur op 6 mei 2015. Hoofdstuk I. Algemeen. Artikel 1. Begrippen en terminologie. Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten
Beleidsplan Andere Tijden. Museum Zaanse Tijd, het museum van het Nederlandse uurwerk
Beleidsplan 2017-2021 Andere Tijden Museum Zaanse Tijd, het museum van het Nederlandse uurwerk 30 maart 2017 1 1. Uitgangspunten 1.1. De ICOM-definitie van een museum wordt door het bestuur onderschreven.
Best Practice-bepalingen 0.1 Met enige regelmaat wordt een zorgvuldige analyse gemaakt van het gewenste besturingsmodel.
Bijlage Code Cultural Goverance: Principes en uitwerkingen Nummer Principe De organen van de culturele instelling zijn verantwoordelijk voor de keuze van het besturingsmodel en de naleving van deze code.
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT STICHTING THEATER DAKOTA
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT STICHTING THEATER DAKOTA Cultural Governance in Theater Dakota Vastgesteld door het bestuur van de Stichting Cultuuranker Escamp op: 26 november 2012 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel
Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak
Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5
het bevorderen van de kwaliteit van DVN, door realisering van de doelen van DVN, juiste besteding van middelen en efficiënte bedrijfsvoering;
Code Goed Bestuur DVN vastgesteld in de Ledenraad van 6 oktober 2012 Vooraf DVN heeft een aantal kernwaarden vastgelegd rondom de houding, gedragingen en cultuur van de vereniging DVN. Deze zijn uitgewerkt
T O E Z I C H T S K A D E R
T O E Z I C H T S K A D E R Eindversie; vastgesteld door bestuur SWV PO de Meierij d.d. 4 februari 2016 Preambule Het Toezichthoudend bestuur past de Code Goed Onderwijsbestuur toe zoals deze is opgesteld
REGLEMENT DIRECTIE/RAAD VAN BESTUUR FONDS VOOR CULTUURPARTICIPATIE
REGLEMENT DIRECTIE/RAAD VAN BESTUUR FONDS VOOR CULTUURPARTICIPATIE Vastgesteld door het bestuur op: 4 juni 2014 Goedgekeurd door de raad van toezicht op: 4 juni 2014 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen
Dit reglement is vastgesteld door de raad van commissarissen van Woningbouwvereniging Habeko wonen op 8 juli 2008.
Bestuursreglement Dit reglement is vastgesteld door de raad van commissarissen van Woningbouwvereniging Habeko wonen op 8 juli 2008. Artikel 1 Status en inhoud van het reglement 1. Dit reglement is opgesteld
Reglement van de Raad van Toezicht
Van de besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 11 lid 4 van de statuten van de stichting tot vaststelling van het onderstaande Reglement van de Raad
Toets uw eigen continuïteitsplan
Inspectiebericht Inspectie Openbare Orde en Veiligheid Jaargang 6, nummer 1 (maart 2010) 9 Toets uw eigen continuïteitsplan Deze vragenlijst is een gecomprimeerde en op onderdelen aangepaste versie van
Governance Code 2018
Governance Code 2018 Stichting Federatie van Zorginstellingen ALGEMEEN 1. De Governance Code 2018, kortweg de code, is tot stand gekomen op initiatief van Stichting Federatie van Zorginstellingen. De code
Model procedure tentoonstellen
Model procedure tentoonstellen Proceseigenaar: Hoofd Publiek / Projectleider tentoonstellen Akkoord door: Functie: Datum: 101125 DEF Qmus Model PRO Tentoonstellen.doc Pagina 1 van
Uitbestedingsbeleid Stichting Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V.
Uitbestedingsbeleid Stichting Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V. [geldend vanaf 1 juni 2015, PB15-220] Artikel 1 Definities De definities welke in dit uitbestedingsbeleid worden gebruikt zijn nader
Stichting Kunst in het Kerkje Velp/Grave
Bestuurs- reglement Stichting Kunst in het Kerkje Velp/Grave 1/9 BESTUURSREGLEMENT Stichting Kunst in het Kerkje Velp/Grave Het bestuur van de Stichting Kunst in het Kerkje, gevestigd te Grave, besluit
Concretere eisen om te (kunnen) voldoen aan relevante wet- en regelgeving zijn specifiek benoemd
>>> Overgang Maatstaf 2016 Onderstaand overzicht bevat de selectie van de geheel nieuwe eisen uit de Maatstaf 2016 en de eisen waarbij extra of andere accenten zijn gelegd, inclusief een korte toelichting.
Agenda. Wat is een collectie? Onderverdeling collecties Wat is een collectieplan? Wat is een collectieplan niet Overlopen van de verschillende stappen
BASISPRESENTATIE Agenda Wat is een collectie? Onderverdeling collecties Wat is een collectieplan? Wat is een collectieplan niet Overlopen van de verschillende stappen Wat is een collectie? Gestructureerd
Bestuursreglement Stichting Regionaal Opleidingencentrum ID College versie 20 januari 2015
Bestuursreglement Stichting Regionaal Opleidingencentrum ID College versie 20 januari 2015 Goedgekeurd door de Raad van Toezicht d.d. 20 januari 2015 1 Bestuursreglement Stichting Regionaal Opleidingencentrum
Uitbestedingsbeleid Stichting Pensioenfonds NIBC
Uitbestedingsbeleid Stichting Pensioenfonds NIBC Vastgesteld 11 november 2016 Artikel 1 Doel van het uitbestedingsbeleid 1.1 Het bestuur streeft de doelstellingen van het pensioenfonds na met betrekking
Checklist voor controle (audit) NEN 4000
Rigaweg 26, 9723 TH Groningen T: (050) 54 45 112 // F: (050) 54 45 110 E: [email protected] // www.precare.nl Checklist voor controle (audit) NEN 4000 Nalooplijst hoofdstuk 4 Elementen in de beheersing van
De Raad van Toezicht voert tenminste jaarlijks met de Raad van Bestuur een functionering en beoordelingsgesprek. (in de maand september)
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN RAAD VAN TOEZICHT ALERIMUS 1. Taak en werkwijze: De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het besturen door de Raad van Bestuur en op de algemene gang van zaken in
Reglement raad van toezicht Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011
Reglement raad van toezicht Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit Reglement is opgesteld ingevolge artikel 14 en 15 van de
Informatiebeveiligings- en privacy beleid. Haagsche Schoolvereeniging
Informatiebeveiligings- en privacy beleid Haagsche Schoolvereeniging 1 INLEIDING... 3 1.1 INFORMATIEBEVEILIGING EN PRIVACY... 3 2 DOEL EN REIKWIJDTE... 3 3 UITGANGSPUNTEN... 4 3.1 ALGEMENE BELEIDSUITGANGSPUNTEN...
REGLEMENT BESTUUR LOKAAL FONDS HENGELO
REGLEMENT BESTUUR LOKAAL FONDS HENGELO ARTIKEL 1 DEFINITIES In dit reglement wordt verstaan onder: - Bestuur : het bestuur van de Stichting, zijnde het orgaan dat de dagelijkse en algemene leiding over
REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK Inclusief bijlage stroomschema besluitvorming
1 Begripsbepaling REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR KINDERRIJK Inclusief bijlage stroomschema besluitvorming 1.1 In dit reglement van de Raad van Bestuur wordt verstaan: a) KinderRijk: Stichting KinderRijk gevestigd
Vragenlijst zakelijke werking goed bestuur
Vragenlijst zakelijke werking goed bestuur 13.07.2017 Disclaimer Dit is een voorlopige versie van de vragenlijst voor aanvragen van werkingssubsidies. Gebruik dit document niet voor uw subsidieaanvraag.
KENNISBANK - ORGANISATIE
KENNISBANK - ORGANISATIE MODEL DIRECTIEREGLEMENT STICHTING MEER DAN VOETBAL Samenvatting Het bestuur stelt een profiel voor de directie op, waarin de omvang van de directie en de vereiste kwaliteiten van
Instruerend Bestuur Quickscan en checklist
Instruerend Bestuur Quickscan en checklist Stade Advies BV Kwaliteit van samenleven Quickscan Instruerend Bestuur (0 = onbekend; 1 = slecht; 2 = onvoldoende; 3 = voldoende; 4 = goed; 5 = uitstekend) 1.
Meetlat Projectplanning, monitoring & evaluatie
Meetlat Projectplanning, monitoring & evaluatie Managementsamenvatting/advies: Meetlat met toetscriteria Toetscriterium 1. Kansen en bedreigingen, behoefte- en omgevingsanalyse Door een analyse te maken
Reglement bestuur Stichting Havensteder
Reglement bestuur Stichting Havensteder Dit reglement is krachtens artikel 7 lid 3 van de statuten door het bestuur van Stichting Havensteder vastgesteld op 6 september 2011, na goedkeuring door de raad
Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing?
Bewaren van digitale informatie: hoe kom je tot een goede beslissing? Hans Hofman Nationaal Archief Netherlands NCDD Planets dag Den Haag, 14 december 2009 Overzicht Wat is het probleem? Wat is er nodig?
Reglement intern toezicht
Reglement intern toezicht De raad van toezicht van de Stichting Scala College en Coenecoop College besluit gelet op richtlijn 23 van de Code Goed Onderwijsbestuur VO d.d. 4 juni 2015 en artikel 2 lid 1
E. (Edward) Moolenburgh Directeur. VBS, september VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 1
E. (Edward) Moolenburgh Directeur VBS, september 2018 VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 1 INHOUD VBS Verbindend voor diversiteit in onderwijs 2 1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een scheiding
Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit
Reglement College van Bestuur Onderwijsstichting Esprit Amsterdam, vastgesteld, na goedkeuring door de Raad van Toezicht op 4 december 2015, door het College van Bestuur in haar vergadering van 7 december
Bestuursreglement Zadkine
Bestuursreglement Zadkine Dit reglement dient tot nadere uitwerking van artikel 6 lid 5 van de statuten van de Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs Zadkine Algemeen Artikel 1 In dit reglement wordt
Programma van Eisen voor de Call Verkenning Nationale Museale Voorziening Slavernijverleden
Gedeelde geschiedenis amsterdam.nl/gedeeldegeschiedenis Verkenning Nationale Museale Voorziening Slavernijverleden Inleiding De keuze voor een Call Vereiste gegevens Planning Procedure toetsing en beoordeling
Bestuursreglement voor de Nederlandse Uitdaging
Bestuursreglement voor de Nederlandse Uitdaging Vastgesteld door het bestuur op: 30 december 2014 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge
Reglement Raad van Toezicht. Diabetes Fonds
Diabetes Fonds Amersfoort, 1 september 2006 Stichting Diabetes Fonds Preambule In dit reglement wordt de positie van de Raad van Toezicht van de Stichting Diabetes Fonds (hierna te noemen: stichting) omschreven
Aan de raad, Beslispunt: Waar gaat dit voorstel over?
Agendapunt : 5. Voorstelnummer : 05-027 Raadsvergadering : 12 mei 2011 Naam opsteller : Astrid van Mierlo Informatie op te vragen bij : Astrid van Mierlo Portefeuillehouders : Hetty Hafkamp Onderwerp:
NORMEN KWALITEITSLABEL SOCIAAL WERK
NORMEN KWALITEITSLABEL SOCIAAL WERK Opzet De normen zijn afgeleid van de vastgestelde Kwaliteitswaarden van de branche Sociaal Werk. Ze zijn ingedeeld in drie hoofdgroepen, die de opzet van deze Branchecode
Dit reglement is vastgesteld door de Raad van Toezicht van stichting Bibliotheek Kerkrade e.o. en treedt in de plaats van alle voorgaande reglementen.
Reglement Raad van Bestuur Stichting Bibliotheek Kerkrade e.o. Dit reglement is vastgesteld door de Raad van Toezicht van stichting Bibliotheek Kerkrade e.o. en treedt in de plaats van alle voorgaande
Inhoudsopgave van een levend Schoolplan: (dat tevens voldoet aan de wettelijke eisen, zie hiervoor de bijlage)
Inhoudsopgave van een levend Schoolplan: (dat tevens voldoet aan de wettelijke eisen, zie hiervoor de bijlage) In het schoolplan staan twee zaken beschreven: hoe de school invulling geeft aan een aantal
Reglement Raad van Toezicht Coöperatie Zorgaanbieders Midden Nederland
Reglement Raad van Toezicht Coöperatie Zorgaanbieders Midden Nederland Versie 1 Vastgesteld 14 oktober 2016 Reglement raad van toezicht Coöperatie Zorgaanbieders Midden Nederland U.A. Vastgesteld door
Overdrachtsovereenkomst
Overdrachtsovereenkomst Overdrachtsovereenkomst ten behoeve van de collectie archeologie 1, onderdeel van de museale collecties van de gemeente Hilversum, aan de Provincie Noord-Holland. De ondergetekenden:
BESTUURSREGLEMENT. Voor [naam betreffende stichting/vennootschap]
BESTUURSREGLEMENT Voor [naam betreffende stichting/vennootschap] 1 Inleiding 1.1 Dit bestuursreglement is een reglement in de zin van art. [...] van de statuten van [naam betreffende stichting/vennootschap]
BESTUURSREGLEMENT. Vastgesteld in de vergadering van de Raad van Commissarissen op 10 maart Bestuursreglement Wonen Midden-Delfland
BESTUURSREGLEMENT Vastgesteld in de vergadering van de Raad van Commissarissen op 10 maart 2010 2 Vaststelling en reikwijdte reglement Artikel 1 Vaststelling en reikwijdte 1. Dit reglement is een uitwerking
Informatiebeveiligingsbeleid
Stichting Werken in Gelderland Versiebeheer Eigenaar: Review: Bestuur juni 2019 Versie Status Aangepast Datum Door 0.1 Concept Versiebeheer 31-5-2018 Privacyzaken, Michel Rijnders 1.0 Vastgesteld Vastgesteld
Het informatieplan: instrument voor een succesvolle omgang met je digitale. collecties en archieven. #informatieplan
Het informatieplan: instrument voor een succesvolle omgang met je digitale collecties en archieven #informatieplan Het informatieplan: instrument voor een succesvolle omgang met je digitale collecties
ANBI gegevens DAF museum
Het DAF museum is een stichting met als naam, De Vrienden van het DAF museum. Het fiscaal nummer van het DAF museum: NL 8046.33.988.B.01 Contactgegevens: DAF museum Straat: Tongelresestraat 27 Plaats:
GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES
GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES November 2006 1 GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES PRINCIPES I. Naleving en handhaving van de code Het bestuur 1 en de raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor
Zelfevaluatie Kwaliteitslabel Sociaal Werk
Zelfevaluatie Kwaliteitslabel Sociaal Werk Kerngegevens Gegevens organisatie Gegevens zelfevaluatie Naam en adres organisatie Zelfevaluatie ingevuld op [Datum] Scope [werkzaamheden, onderdelen en locaties
Model procedure registratie & documentatie
Model procedure registratie & documentatie Proceseigenaar: Hoofd collectie Akkoord door: Functie: Datum: 101125 DEF Qmus Model PRO Registratie en Documentatie.doc Pagina 1 1. Doel
Toezichtkader Bestuur
Toezichtkader Bestuur Vastgesteld bestuur CBO Zeist e.o. : 12 november 2013 Vastgesteld GMR : 19 november 2013 Inhoudsopgave 1. Vooraf... 2 1.2 Wat zijn de ontwikkelingen... 2 2. Taken van het bestuur...
Toezichtkader Raad van Commissarissen. Stichting Woningcorporatie Plicht Getrouw. Identificatie:
Toezichtkader Raad van Commissarissen Stichting Woningcorporatie Plicht Getrouw Identificatie: Versie: februari 2019 Vastgesteld in vergadering RvC d.d.: 18 februari 2019 Gecommuniceerd met Bestuur: februari
Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling.
Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling. 1. Sociaal beleid in breder verband Ontwikkelen beleid: een complex proces Het ontwikkelen en implementeren van beleid voor preventie en aanpak van grensoverschrijdend
Aanvullend Reglement Raad van Toezicht Vastgesteld door de Raad van Toezicht d.d. (2 oktober 2012)
Aanvullend Reglement Raad van Toezicht Vastgesteld door de Raad van Toezicht d.d. (2 oktober 2012) Algemeen De raad van toezicht van de Stichting Gereformeerde Scholengroep, statutair gevestigd te Groningen,
Raad van Toezicht Marketing Drenthe
Algemeen functieprofiel i Raad van Toezicht Marketing Drenthe versie 1.0 RBe okt 2017 Inleiding De Raad van Toezicht is een belangrijk intern toezichthoudend orgaan van Marketing Drenthe. Het is daarom
Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1
Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe
