ONDERZOEKSGROEP EXPLOIT1\ TIEPROB~EMEN L 6

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ONDERZOEKSGROEP EXPLOIT1\ TIEPROB~EMEN L 6"

Transcriptie

1 ONDERZOEKSGROEP EXPLOIT1\ TIEPROB~EMEN L 6

2 ~.,ç:- ~..00 W O -Jee.,t..-.J IIIl1illlilJlIlIlIllHlllfliJl ll/lillilli!!hiii Hili/ IIUi/lilli/iJI!11 1/1/1 ililllllllll ll lllll!ilil 1111/ 1111/1 I11I 1 illlll,llllll llllll llill 1IIIIiIJlIII.IIIIIIIIIIIIIIIJII JIIIII IIIIII. II"jl lllll lllllllllll/ i li ll Jl UI! ft I 1I ii 1I1 111 lijlillul TH-VRIJE-BELEIDSRUIMTEONDERZOEK (DREIGENDE) SLOOP VAN NAOORLOGSE WONINGEN: OORZAKEN, LESSEN, PREVENTIE ) deel 2 BETONSCHADE;ooRZAKEN,HERSTEL EN FINANCIELE KONSEKWENTIES een trendrapport P. Groetelaers Delftse Universitaire Pers BIBLIOTHEEK TU Delft P c I ----_/

3 Delftse Universitaire Pers Mijnbouwplein R T Delft tel (015) J I CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK, DEN HAAG Groetelaers, P. Betonschade: oorzaken, herstel en financiële konsekwenties: een trendrapport / P. Groetelaers. - Delft: Delftse Universitaire Pers «Dreigende) sloop van naoorlogse woningen; dl. 2) TH-Vrije-beleidsruimteonderzoek. - Met lito opg. ISBN SISO UDC Trefw.: betonschade Copyright 1985 P. Groetelaers No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the Delft University Press, The Netherlands.

4 INHOUD PAG. o. 1. Î2'J! ~ ( 3~ ~ ( INLEIDING 1 BETON, GEWAPEND BETON 3 BETONSCHADE 7 ~eiding 7 SOOrtenbetonschade 7 ()orzakenbetonschade 8 Fysische aa.ntasting 8 Mechanische aa.ntasting 10 Chemische aa.ntasting 10 CORROSIE VAN HET 8ETONST AAL 15 TECHNISCHE ASPEKT EN VAN HERSTEL VAN 8ETON- SCHADE 19 Het vaststellen van de omvang van de schade 19 Reparatiemogelijkheden 21 ~eiding 21 Voorbewerkingen 22 Reparatiemethoden 25 Vervangen van beton (-elementen) 35 EEN VooR8EELD UIT DE PRAKTIJK: HERSTEL 8ETON SCHADE AAN DE E8A-FLATS IN ZOETERMEER 39 Inleicfing 39 De omvang van de betonschade 39 Het initiatief tot de reparatie van het beton 41 De uitvoering. 42 Bouwplaatsinrichting 42 Het slopen en vervangen van de platen 42 De reparatie van de consoles 45 Kosten en financiering 45 FINANCIERING EN SU8SIDIERING VAN HERSTEL VAN 8ETONSCHADE 81J WONING80UW 47 AJgerneen systeern 47 Terugploegen van uitkeringsgelden 49 Reikwijdte van de regelingen 55 SLOTOPMERKINGEN 59 /

5 BIJLAGE I: Overzicht van de rechtsvorderingen die de opdrachtgever kan instellen 63 BIJLAGE n: Uit Bouwwereld 80 (1984), nr april, pp BIJLAGE ID: Uit Bouwwereld 80 (1984), nr april, pp BIJLAGE IV: Literatuur

6 / O.INLEIDING Sinds eind 1983 is een aantal medewerkers van de Afdeling der Bouwkunde van de Technische Hogeschool Delft, bezig met een onderzoek naar de ontwikkelingen in een toenemend aantal naoorlogse woningkomplexen, die geteisterd worden door excessieve exploitatieproblemen. Dit onderzoek "(Dreigende) sloop van naoorlogse woningen: oorzaken, lessen, preventie" wordt gefinancierd uit de zogenaamde 'vrije beleidsruimte' van de Technische Hogeschool. In relatie tot dit onderzoek, dat een looptijd heeft van vier jaar, wordt ook kontraktresearch uitgevoerd, om de relatie tussen theorie en praktijk te vergroten. Anno 1985 bestaat bijna driekwart van de Nederlandse woningvoorraad uit naoorlogse woningen. Een aantal na 1945 gerealiseerde komplexen is inmiddels om 'volkshuisvestingsredenen' gesloopt. Een veel groter aantal komplexen verkeert in grote exploitatieproblemen. Soms weet men met deze problemen geen raad, soms ook heeft men ambitieuze plannen ontwikkeld om de moeilijkheden het hoofd te bieden. De symptomen van deze moeilijkheden zijn vaak pluriform. Er kunnen zich in de desbetreffende komplexen sociale problemen voordoen waarvan vandalisme en hinderlijk woongedrag voorbeelden zijn en/of problemen van financiële aard zoals leegstand en huurachterstand. Meestal spelen ook technische problemen een rol. In dit working paper wordt een van die technische problemen, n.l. dat van de betonschade, besproken. Naast hoofdstukken over schade-oorzaken, herstelmogelijkheden en financiële konsekwenties, worden aan de hand van een komplex flats te Zoetermeer bouwtechnische, bestuurlijke en juridische aspekten besproken van omvangrijke betonherstelwerkzaamheden in dit hoogbouwkomplex. Bij het samenstellen van dit working paper zijn veel opmerkingen bij en aanvullingen op eerdere concepten van medeonderzoekers en konsulenten verwerkt. Met name prof.ir A.J. Hogeslag heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd bij het samenstellen van de eerste vier hoofdstukken. -1-

7 -2-

8 1. BETON, GEWAPEND BETON Alvorens een uiteenzetting te geven over betonschade en betonherstel presenteren wij eerst een kort hoofdstuk over beton en beton-eigenschappen. Beton is een bros, steenachtig materiaal dat ontstaat door verharding van betonspecie. Betonspecie is een mengsel van cement, toeslagmaterialen (zand en grind) en water. De verharding is een scheikundige reaktie hetgeen betekent dat de samenstelling van de betonspecie volgens precieze richtlijnen moet gebeuren. De sterkte van beton is hiervan afhankelijk. Cement is een hydraulisch bindmiddel, d.w.z. dat het een stof is die tezamen met water reageert en na reaktie een waterbestendige massa vormt. In ons land worden hoofdzakelijk portlandcement en hoogovencement toegepast. Er bestaan ook nog andere cementsoorten voor speciale toepassingen (niet in de woningbouw). De grondstoffen voor portlandcement zijn mergel, klei en een ijzerhoudende toeslag. De grondstoffen voor hoogovencement zijn portlandcementklinker, hoogovenslak en gips. Bij de reaktie van hoogovencement met water wordt minder warmte ontwikkeld dan bij de reaktie van portlandcement met water. Hoogovencement is ook kalkarmer dat portlandcement. Beton met hoogovencement heeft daardoor een wat grotere weerstand tegen voor beton agressieve milieus. Bij de verharding (reaktie van cement met water) ontstaat vrije kalk in de beton. Dit is van belang omdat dit bestanddeel aan vrije kalk in beton gevoelig is voor aantasting door bijvoorbeeld zuren! Als toeslagmateriaal voor beton komen in aanmerking: natuurlijk-gewonnen toeslagmaterialen zoals zand en grind voor normale beton, natuurlijkgewonnen lichte toeslagmaterialen voor lichtbeton en tenslotte kunstmatig vervaardigde toeslagstoffen. De toeslagmaterialen moeten een bepaalde korrelgrootteverdeling (fijnheidsmodulus) hebben en mogen geen verontreiniging bevatten die hinderlijke bijverschijnselen kunnen veroorzaken (zoals klei en organische stoffen). Water heeft een tweedelige funktie in beton: 1. reaktie met cement; 2. de nodige verwerkbaarheid van de betonspecie tot stand brengen. Het is noodzakelijk dat het water schoon en zuiver is. In het algemeen is leidingwater goed bruikbaar. De verhouding tussen de hoeveelheid water en de hoeveelheid cement (water-cementfaktor) is van groot belang voor de kwaliteit van beton (sterkte en dichtheid). -3-

9 Aller lei hulpstoffen kunnen aan de mortel of betonspecie worden toegevoegd om een of meer eigenschappen van de betonspecie of van het beton (na verharding) te wijzigen. Dergelijke hulpstoffen zijn bijvoorbeeld: - luchtbelvormers voor verbetering van de verwerkbaarheid van de specie en ter verbetering van de vorstbestendigheid van beton (nadeel: minder grote sterkte); - versnellers of vertragers be invloeden de binding van cement, en daardoor de snelheid van het verharden van beton. Een bekende versneller is calciumchloride waarmee zeer voorzichtig omgesprongen moet worden. Hierop komen we nog terug; - dichtheidsmiddelen die de capillaire poriën in beton verminderen of onderbreken; - Kleurstoffen voor het wijzigen van de kleur van beton. Beton kan goed druk opnemen, maar de treksterkte bedraagt nog niet 1/10 van de druksterkte. Door staalstaven in het beton toe te passen, die de trekspanningen opnemen, kan men de geringe treksterkte van beton compenseren. Het staal moet daarom op de juiste plaats (waar trekspanningen optreden) in de beton aangebracht worden. Men spreekt dan van gewapend beton. Men kan ook tevoren druk introduceren in beton waar trekkrachten verwacht worden door de belasting. Men spreekt dan van voorgespannen beton: dit, komt in de woningbouw minder vaak voor. De samenwerking tussen beton en staal is optimaal als het staal door het alkalisch milieu van beton tegen corrosie beschermd wordt. Van belang is hiervoor in eerste instantie dat de beton dekking (d.i. het laagje beton tussen de buitenkant van het beton en de buitenkant van de wapeningsstaaf) voldoende groot is en de beton erin een goede dichtheid. In de volgende hoofdstukken wordt o.a. beschreven wat er allemaal kan gebeuren indien dat niet het geval is. -4-.

10 bouw voor de eeuwen bouwin beton '.lw: ;: ~ I, '.',, 1"1 b lflgt:r!::\. '.fan g(!. dr:: (;~de lef: ~ m e!'; ViJl; h()ul, V(ln rrmrgr.!, vf.l!11jj'"er, e:n '1LW ~,t il<!l: wam r; ~ '~1 a!!"\c0.!l :1(: m~;! ~ f. i::(: t iu,!> van gebouwd... Er. nu, in onze ~!%W, i~ ~~: (jal) d r~ 1 pr<ld~t! Qf! t 0 \1~...!~;a:m! na: t!~ I D ~ ;: 8CW!l i j.,! c~.." ij!! kan:> g (;!~ f j tm ï :;r;llq men,'all v()rrr;~!, WiWf men w).::! 1~;.. v'c:: l ( i;i ~,,1',,,,,;( i3wl i(cr; êm~i(;~ r... 8cu.'{ :rl!)c!gn Hf, m <.lak l lw tj e:to!l!tibt cement Vjl!) (ie r,00q!i!t' kwi::!ilr::il (i!"l -.' ;~r. ; ~t)~, :;i\i : ;t Noder/andt> CE/mi'lJt g6ijfi ZffKertioid: IJ kent (j!~ oor3p:r)/)g! Advertenties uit de jaren zestig/zeventig -5-

11 VOORPATRIMONIUM-VOORZI1TER GEEN NIEUWS Betonrot erfenis van revolutiebouu

12 20 BETONSCHADE 2.1. Inleiding Hoewel door velen is beweerd dat beton onderhoudloos duurzaam is, blijkt zeker de laatste tijd dat beton wel degelijk onderhoud behoeft. kan. Er is op heel wat plaatsen schade aan beton gekonstateerd, maar er is ook goede beton, waarmee niets aan de hand is. Sommige soorten schade zijn altijd al voorgekomen in beton en zijn ook gerepareerd. De laatste tijd is betonschade meer in de belangstelling gekomen door bijvoorbeeld verontrustende berichten van de Nationale Woningraad en vooral door het gebruik van het woord "betonrot" in de pers. In het volgende zal blijken dat het woord betonrot een onjuiste benaming is Soorten betonschade Betonschade manifesteert zich in de vorm van het afspringen van hoeken in het beton, het afspringen van schollen, scheurvorming, verkleuring, roestvorming, uitgesleten plekken enz. Al deze vormen van schade kunnen kom bi naties van oorzaken hebben. De Commissie Rationalisatie Beleggingsobjekten heeft de volgende lijst van schademogelijkheden opgesteld: 1. erosie van het betonopppervlak 2. kalkafzetting 3. algen en mosaangroei 4. zoutvorming 5. haarscheuren 6. bredere scheuren 7. grindnesten, gietgallen 8. roestplekken 9. vochtplekken 10. doorbuigen en vervorming van de constructie 11. stortnaden 12. onvoldoende afschot en afwatering 13. aanwezigheid van loodslabben van onjuiste afmeting 14. mechanische beschadigingen 15. toestand en detaillering van aansluitingen. In deze lijst zijn oorzaken en mogelijke gevolgen door elkaar genoemd. In de volgende paragraaf zullen wij de oorzaken en gevolgen proberen te scheiden. Deze lijst kan nog worden aangevuld met schade, die slechts met behulp van bepaalde gereedschappen en instrumenten kan worden vastgesteld, te -7-

13 weten: 16. schade door coatings (indien aanwezig) 17. schade door dilatatievoegen 18. poreusheid - permeabiliteit 19. te hoog vochtgehalte 20. 'bomijs' 21. onvoldoende betondekking 22. afname alkaliteit 23. roestvorming van de wapening 24. te geringe druksterkte Al met al een hele lijst, waarop wel kritiek mogelijk is (sommige hier genoemde schade mogelijkheden zijn identiek of gevolg van elkaar). In de volgende paragraaf wordt enige ordening gebracht in de lijst door de soorten en oorzaken van betonschade systematisch te beschrijven Oorzaken van betonschade D-e meest voorkomende soorten van betonschade zijn in drie groepen te verdelen: 1. Fysische aantasting; 2. Mechanische aantasting; 3. Chemische aantasting. Binnen elk van deze drie groepen kunnen de oorzaken liggen bij: a. ontwerpfouten; b. uitvoeringsfouten; c. fouten bij gebruik; d. fouten bij beheer en onderhoud. In veel gevallen zijn ook kom bi naties van oorzaken aan te wijzen voor de gekonstateerde schade. Uit een groot aantal literatuur bronnen haalden wij de volgende schadeoorzaken die wij gerubriceerd hebben volgens de hierboven genoemde schadesoorten Fysische aantasting Temperatuurverschillen en vorst-dooi worden als de meest voorkomende bouwfysische oorzaken van betonschade beschreven. temperatuurverschillen in betonkonstrukties kunnen worden veroorzaakt door de verschillen in temperatuur ten gevolge van zomer en winter, maar ook van dag en nacht, van binnen en buiten, of van zon- en schaduwzijde. Deze temperatuurverschillen hebben vervormingen tot gevolg. Indien deze vervormingen niet of onvoldoende in dilatatievoegen opgevangen kunnen worden, ontstaan er spanningen in de konstruktie die tot scheurvorming kunnen leiden. Door koudebruggen tussen binnen en buiten ontstaat kondens en vochttransport, dat in bepaalde gevallen schadelijk kan zijn. -8-

14 vorst-dooi Water zet ongeveer 10% uit bij bevriezing. Ingeval vers gestort beton bevriest, ontstaan grotere holle ruimtes en scheuren in het beton. Verhard beton is minder gevoelig voor vorst, mits de kritische verzadigingsgraad niet wordt overschreden, hetgeen inhoudt dat de volumevergroting van het bevroren water opgenomen kan worden in holle watervrije ruimtes. Indien deze ruimtes eveneens verzadigd zijn met water, zal het beton kapot vriezen. Ontwerpfouten die fysische aantastingen kunnen veroorzaken zijn bijvoorbeeld: te weinig dilataties; onvoldoende isolatie waardoor koudebruggen kunnen ontstaan of waardoor beton ongelijk kan vervormen (bijv. zon-, schad.uwzijde). Uitvoeringsfouten zijn bijvoorbeeld: foutieve water-cement faktor Afhankelijk van de hoeveelheid cement in de mortel moet voor de verharding een bepaalde minimum hoeveelheid water worden toegevoegd. Deze I hoeveelheid is echter onvoldoende om de massa ook verwerkbaar te maken. Daarom wordt in de praktijk dikwijls meer water dan deze chemisch nodige hoeveelheid toegevoegd. Dit chemisch niet gebonden water zal later deels uit het materiaal verdampen, waardoor holle ruimten (poriën) ontstaan. De verhouding tussen de hoeveelheid gebruikt water en de hoeveelheid cement in het beton noemt men de water-cementfaktor (w.c.f.). De water"';cementfaktor is uiterst belangrijk voor de sterkte en de dichtheid van beton. foutieve verdichting Door foutieve verdichting kunnen grindnesten ontstaan en bestaat de kans dat de wapening onvoldoende wordt opgesloten in het beton. Verdichten gebeurt met trilnaalden in het beton of met trilmotoren op de mal. Door te lang trillen kunnen grindnesten ontstaan en er kunnen door te slappe mallen grindbiggel op een bepaalde afstand van het oppervlak van de bekisting blijven. Hierdoor ontstaat tussen het grind en de mal een overmaat aan water en cement. Daardoor wordt het beton in de buitenste laag extra gevoelig voor krimp en bij onvoldoende nabehandeling sterk poreus. In geval van vries-dooi en overschrijding van de kritische verzadigingsgraad ' kunnen vooral deze plekken stuk vriezen: het zgn. 'scaling-effekt'. Dit kan vooral voorkomen in de fase van de uitvoering. Na verharding is de kans hierop in ons klimaat vrij klein. te veel wapening Soms liggen wapeningstaven zo dicht op elkaar dat het grind er niet tusliendoor kan bij het storten. Het gevolg is een buitenste betonlaag met een overmaat aan water en cement, dan wel zelfs het ontbreken van de betondekking. gebruik van stoom om de verharding te versnellen Om de verharding van beton te versnellen werd vaak de mal met stoom ver- -9-

15 hit. Te hoge verhitting leidt ertoe dat te veel water in de beton mortel verdampt: het verhardingsproces vindt onvoldoende plaats, waardoor minder sterkte en grotere porositeit ontstaat. Tegenwoordig komt het gebruik van stoom om de verharding te versnellen nauwelijks meer voor. Een bekende uitvoeringsfout is voorts het te vroeg ontkisten, waardoor scheurvorming en/of ontoelaatbare doorbuiging ontstaat. Fouten bij gebruik, beheer en onderhoud behoeven nauwelijks een beschrijving. Schade door slecht onderhoud treedt al snel op, vooral bij die onderdelen van konstrukties waarbij bijvoorbeeld de vorst vrij spel heeft. Een voorbeeld van fysische aantasting zijn de vier Haagse flats áan de Melis Stokelaan die gebouwd zijn in een glij bekisting. De ontwerpfout die hierbij gemaakt is, houdt in dat het beton niet van buiten geïsoleerd is. De gevel aan de zonzijde zet meer uit en krimpt meer dan de andere gevels en vooral de aanslui tende binnenwanden. Hierdoor ontstaan scheuren, die in de loop der tijd steeds ernstiger geworden., Mechanische aantasting In de kategorie mechanische aantasting zijn vooral slijtage, zettingen en brand te noemen (sommigen zullen brand ook als chemische oorzaak noemen). slijtage Slijtage van wegen, bedrijfsvloeren, etc. zettingverschillen Vormverandering door ongelijke zettingen, als gevolg van belastingverschillen, verschillen in funderingsgrondslag, mankementen in de fundering, etc. brand Temperaturen tot C kan ieder beton opnemen zonder kwaliteitsverlies. Er kunnen echter wel scheuren ontstaan. Afhankelijk van het soort toeslagmateriaal en het vochtgehalte van het beton, kunnen bij hogere temperaturen schollen afspringen. stootbelastingen bijvoorbeeld ten gevolge van aanrijdingen. De oorzaken van de mechanische aantastingen zullen meestal gelegen zijn in uitvoerings- en gebruiksfouten. Slijtage wordt vooral veroorzaakt door te intensief gebruik of te zware belasting Chemische aantasting De chemische aantasting van beton is meestal de belangrijkste soort van betonschade; vooral omdat bijna alle hiervoor genoemde schadesoorten bij het uitblijven van reparatie, chemische aantastingen nog bevorderen. Bijna alle chemische aantastingen bespoedigen uiteindelijk de corrosie van het betonstaal. Dit gaat gepaard met volumetoename waardoor scheurvor- -10-

16 ,.'.... ming ontstaat en het beton uit elkaar wordt gedrukt. In hoofdstuk 1 werd reeds aangegeven dat de samenwerking tussen beton en betonstaal optimaal is door het alkalisch milieu in het beton dat een corrosieproces verhindert. De meest voorkomende chemische aantastingen zijn carbonatatie en chloride-aantasting. Daarnaast komt ook sulfatatie voor. carbonatatie Het carbonatatieproces is het proces waarbij kooldioxyde uit de lucht met water (door de luchtvochtigheid) reageert met de kalk in het beton tot calciumcarbonaat. Deze reaktie heeft twee gevolgen: 1. De alkaliteit van beton wordt verlaagd van ph = 13 tot circa ph = 9. (*) 2. De vorming van calciumcarbonaat gaat gepaard met volumetoename. Dit proces begint aan het oppervlak. Nadat alle kalk aan het oppervlak is omgezet, vindt dit omzettingsproces steeds dieper in het beton plaats. Omdat CO 2 -gas via de poriën het beton zal binnendringen, maakt het verschil of het 5eton vochtig of droog is. In vochtig beton zullen de poriën in het beton met meer water gevuld zijn, zodat COTgas slechts langzaam kan binnendringen. De oplosbaarheid van gassen in water is beperkt. In droog beton zijn de poriën minder gevuld met water, zodat COTgas gemakkelijker zal binnendringen. De carbonatatiesnelheid neemt toe naarmate het beton droger wordt. Bij lage relatieve vochtigheden is echter te weinig water aanwezig om het oxydatieproces snel te laten verlopen. De grootste carbonatatiesnelheid in beton vindt plaats bij een relatieve vochtigheid van ongeveer 50%. In de praktijk blijkt dat in betonnen konstrukties de regenzijde vaak een geringere carbonatatiediepte vertoont dan bijvoorbeeld een beschut betonoppervlak. In een binnenklimaat worden doorgaans de grootste carbonatatiesnelheden aangetroffen, omdat daar de relatieve vochtisheid la,_ is dan buiten. Roestvorming zal binnen echter nog niet optreden omdat de relatieve vochtigheid daarvoor (nog) te laag is. Bij beschut beton buiten is. dat anders. De relatieve vochtigheid is hier meestal hoger en de poriin zijn minder gevuld met water, waardoor CO 2 gas erin kan binnendrin,en. Naast de genoemde faktoren die van invloed zijn op de carbonatatiesnelheid, zijn ook de poreusheid van het beton (w/c faktor) en de cementsoort van belang. De cabonatatiesnelheid en -diepte kan aan de hand van deze faktoren berekend worden. Door met een kleur indicator; bijvoorbeeld fenolftale ine, een vers breukvlak ~ I te bespuiten, kan men duidelijk zien tot welke diepte het carbonatatieproces is 'gevorderd. Niet-gecarbonateerd beton kleurt roze tot roo4, terwijl gecarbonateerd beton niet verkleurt. Indien de dekking volledi, i,.ecarbonateerd en de wapening in de gecarbonateerde zone komt te liuen, kan corrosie van de wapening plaats vinden. (*) De ph-waarde van een oplossing is de negatieve logaritme van de waterstofionenconcentratie in die oplossing: een oplossing met ph = 7 is neutraal, ph > 7 is alkalisch, ph < 7 is zuur. De ph van vers beton bedraagt 12,5. '1, 1-11-

17 Carbonatatie treedt dus altijd op en 'hoeft' niet tot schade te leiden. Carbonatatie wordt daarom als een niet-agressieve aantasting gezien. Het proces kan wel aanzienlijk worden versneld door ontwerp- en uit voeringsfouten waardoor te poreuze beton ontstaat of door slecht onderhoud (van reeds te poreuze beton). Ook scheurvorming leidt tot toename van de carbonatatie. Te weinig beton dekking leidt tot 'eerdere' aantasting van de wapening. chloride-aantasting De aanwezigheid van chloride in het beton kan eveneens tot corrosie van de wapening aanleiding geven. Chloride kan zijn binnengedrongen vanuit de omgeving (onder maritieme omstandigheden of bij gebruik van dooizouten) of bij de betonfabricage reeds aanwezig zijn. Daarbij kan gedacht worden aan toevoeging van calciumchloride (CaCI 2 ) als verhardingsversneller of chloride dat als verontreiniging in de samenstellende componenten van de betonspecie aanwezig is. Indien chloride rond de wapening in voldoende mate aanwezig is, wordt de wapening gedepassifeerd. Hierdoor kan, ondanks de nog aanwezige hoge alkaliteit, corrosie plaatsvinden. Chlorideaantasting is een agressieve aantasting. De chloride-aantasting is zo gevaarlijk en kan zo moeilijk worden afgeremd, dat vele deskundigen afraden chloriden te gebruiken in beton. In juli 1984 is de nieuwe norm NEN 3880 "Voorschriften Beton VB 1974/1984" verschenen. In de norm zijn twee nieuwe artikelen opgenomen over het maximaal toelaatbare gehalte aan chloriden in beton. Dit met het oog op de bescherming:. van de wapening tegen corrosie. Het maximale gehalte aan chloriden (Q ) in gewapend beton mag ten hoogste 0,3% (m/m) bedragen van de hoeveelheid cement. In voorgesparmen beton is het maximale gehalte op 0,1% (m/m) gesteld. In oude voorschriften was men niet zo streng met het gehalte aan chloriden. Ook bij de uitvoering zijn vaak fouten gemaakt. Bij de samenstelling van de betonspecie is het toelaatbare gehalte chloriden nog wel eens overschreden. Als de porositeit van beton groot is, kunnen chloriden uit de lucht (zout uit de zee) of dooiiout, snel het beton aantasten. sulfatatie Naast carbonatatie als belangrijke oorzaak van betonschade kennen we ook sulfatatie. Ook hier is prake van de reaktie van een gas dat met water een zuur vormt. Bij sulfatatie gaat het om 50 T gas, dat vrijkomt bij sommige brandstoffen als kolen, huisbrandolie, diese[olie e.d. 502 lost op in water en vormt daarmee zwavelig zuur. Dit zwavelig zuur wordt gemakkelijk in zwavelzuur omgezet en reageert, met de vrije kalk uit het beton, tot calciumsulfaat. Het zwavelzuur tast zelfs het ontstane calciumcarbonaat aan, waardoor weer CO 2 vrijkomt, dat verder reageert met de vrije kalk. Zowel calciumsulfiet als caliumsulfaat kunnen kristalwater opnemen. Daardoor ontstaat volumevergoting c.q. het afspringen van beton. De ontstane sulfaten betekenen tevens een bedreiging voor het nog gezonde beton. Er kan opzwelling ontstaan, ook wel de beton bacil genoemd. De sulfaten tasten de gehydrateerde kalk aan en vormen ettringiet, dat kristalwater opneemt. De daarmee gepaard gaande volumevergroting bedraagt maar liefst -12-

18 2 tot 3 maal de oorspronkelijke molecuulgrootte. Er zijn nog meer gassen, die aantasting kunnen veroorzaken. Alle gassen die met water zuren kunnen vormen, kunnen een belangrijk aandeel hebben in aantastingen van beton (bijvoorbeeld stikstofoxyde NO x is/wordt minstens zo belangrijk als 502 door de vorming van salpeterzuur). 5ulfaataantastingen Komen meer voor bij waterbouwkundige werken in zeewater. Zeewater bevat een aanzienlijke concentratie aan sulfaten. Ook grond en grondwater bevatten dikwijls sulfaten. In rioolbuizen kunnen bij aanwezigheid van zwavelhoudende verbindingen eveneens sulfaten worden gevormd. In de woningbouw komt sulfatie maar weinig voor. Carbonatatiedieptemeting (foto: Sikkens). Kalkuitbloeling als gevolg van schetrvorming en waterdoorstroming (foto: Sikkens). Kontroleren van de druksterkte met een Schmidthamer (foto: Sikkens). Dilatatie loopt niet door en de oplegging van de vloer op de balk is niet vrij beweegbaar (foto: Afd. der Bouwkunde, TH-Delft). Wapeningdetector voor het bepalen van de betondekking (foto: Sikkens). -13-

19 Dilatatie loopt niet door en de oplegging van de vloer op de balk is niet vrij beweegbaar (foto: Afd. der Bouwkunde, TH-Delft). Hellingbaan aangetast door dooizouten (foto: Afd. der Bouwkunde, TH-Delft). -14-

20 3. CORROSIE VAN HET BETONSTAAL Zoals reeds gezegd kunnen alle hiervoor genoemde aantastingen uiteindelijk tot corrosie van de wapening leiden met als gevolg een mogelijke gevaarlijke. sterktevermindering. Er komen twee soorten van corrosie voor; egale corrosie en putcorrosie. Indien een wapeningsstaaf in gecarbonateerd beton komt te liggen en er voldoende water en zuurstof aanwezig zijn, zal het staal egaal over het hele staaloppervlak corroderen. Schade uit zich door scheuren in het beton en door het afdrukken van de dekking. Het volume van gecorrodeerd staal is + 10 x het volume van niet gecorrodeerd staal. Bij egale corrosie bedraagcde corrosiesnelheid in het gecarbonateerde beton ongeveer 0,01 tot 0,09 mm per jaar. Als corrosie plaatsvindt door de aanwezigheid van chloride in beton, zal een corrosievorm optreden waarbij plaatselijk op de staaf sprake is van sterke aantasting. Er ontstaat een 'put' in het staal en deze corrosievorm wordt dan ook putcorrosie genoemd. In plaats van egale aantasting corrodeert het ijzer op slechts enkele plaatsen. Een snelle vermindering van de staafdiameter is het gevolg. Er behoeft aan het betonoppervlak nog geen scheurvorming op te treden. Dit maakt putcorrosie een verraderlijke vorm van corrosie. Naast de genoemde faktoren die corrosie initiëren, ijn voor de voortgang van het corrosieproces zoals gezegd, zuurstof en water noodzakelijk. Ontbreekt een van deze faktoren, dan zal het corrosieproces nauwelijks meer optreden. Twee belangrijke chemische reakties bepalen het corrosieproces. Dit is enerzijds de oxydatiereaktie van ijzer: Fe --+ Fe eijzer ijzerionen electronen I Het staal 'lost op' onder de vorming van ijzerionen en electronen. Dit wordt een oxydatieproces genoemd en vindt plaats aan de anode. De electronen moeten worden weggenomen. Dit wordt gedaan door zuurstof waarbij met water hydroxyde-ionen worden gevormd: O 2 zul~rstof + 2H 0 2 water + 4e- ~ electronen 4 OHhydroxyde Dit proces wordt een reductiereaktie genoemd en vindt plaats aan de kathode. De electronen bewegen in het staal van de anode naar kathode, zo- -15-

21 I dat er een kleine stroom door het metaal loopt. Bij een corrosieproces moet er een gesloten stroomkring bestaan. Dit betekent dat er in het beton, in het poriewater, ook een stroompje zal lopen. Dit is een ionenstroom. Nu is ook duidelijk waarom zuurstof en vocht noodzakelijk zijn om het corrosieproces gaande te houden. Bij afwezigheid van zuurstof kunnen de vrijgekomen electronen niet worden opgenomen en stopt het proces. Als het beton droog is, is de elektrische weerstand zo hoog dat er geen noemenswaardige ionenstroom kan lopen. Bij het roesten reageren de ijzerionen (Fe 2 +) en de hydroxyde-ionen (OH-). met elkaar onder vorming van het zeer slecht oplosbare ijzerhydroxyde (Fe(OH)2) dat ' dan ook neerslaat. Bij verdere reaktie met zuurstof wordt xfeo.yfe zH 2 0 gevormd, de welbekende roodbruine roest. Roest belemmert wel de toevoer van zuurstof, maar stopt deze niet. Het soortelijk volume ervan is 2 à 3 maal zo groot als dat van ijzer. Staal kan door roestvorming dan ook in beton zulke hoge trekspanningen veroorzaken dat het materiaal kan gaan scheuren. In een later stadium kan roest de betondekking doen afsplijten. Roest aan de onderzijde van gajerijplaten door calciumchloridetoevoeging. -16-

22 Betonschade aan een balkonrand door roestende wapening (foto: Bofimex Almere). Betoncilincler; de betondekking is door roestende wapening afgedrukt (foto: O.W. de Meer, 1983). Egale corrosie (foto: SIM, ArkeO, -17-

23 -18- Ernstige betonschade aan de flats te Zaandijk (foto: BIM, ArkeO.

24 4. TECHNISCHE ASPEKTEN VAN HERSTEL. VAN BETONSCHADE De wijze waarop betonschade moet worden hersteld, hangt sterk af van de oorzaak en de omvang van de schade. In dit hoofdstuk wordt daarom zowel het repareren als het vervangen van beton beschreven Het vaststellen van de omvang van de schade Detectiemethoden van wapeningscorrosie bestaan voornamelijk uit visuele waarnemingen aangevuld met laboratoriumonderzoek. De carbonatatiediepte en de betondekking worden bepaald bij inspecties, scheuren worden opgemeten en de mate van corrosie wordt vastgesteld. Daarnaast kunnen in het laboratorium de betonsamenstelling en de kwaliteit worden bepaald, bovendien kan het chloridegehalte worden vastgesteld. In het algemeen vindt geen corrosie plaats bij lage chloridepercentages. Het chloridegehalte wordt bepaald ten opzichte van de cementmassa. Bij lagere chloridegehal 'ten dan 0,3% ten opzichte van de cementmassa is de kans op corrosie betrekkelijk gering, maar deze is aanwezig. Bevindt zich meer dan 1% chloride ten opzichte van de cementmassa in het beton, dan bestaat er een grote kans op corrosie. In het tussenliggende gebied is de kans op corrosie niet precies bekend, maar deze neemt toe bij toename van het chloridegehalte. In hoofdstuk 3 meldden we al dat volgens de nieuwste voorschriften het maximale gehalte aan chloriden in gewapend beton ten hoogste 0,3% (m/m) mag bèdragen van de hoeveelheid cement. In voorgespannen beton is het maximum gehalte op 0,1 % (m/m) gesteld. De meeste onderzoekmethoden zijn destruktief: er zullen monsters van het beton moeten worden genomen en deze dienen te worden geanalyseerd. Een niet-destruktieve onderzoeksmethode berust op het meten van de elektrische stromen die het gevolg zijn van het corrosieproces. Daarbij worden de spanningsverschillen van de wapening ten opzichte van een referentiespanning (potentiaal) bepaald. Met een referentie-electrode wordt een vochtig betonoppervlak afgetast waarna de potentiaal van de wapening wordt geregistreerd. De waarde van de potentiaal en de onderlinge verschillen duiden plaatsen aan waar corrosie plaatsvindt zonder dat dit aan het betonoppervlak reeds te zien behoeft te zijn.. Een andere niet-destruktieve methode om schade vast te stellen aan de wapening is het maken van röntgenfoto's. Deze mèthode is echter vrij kostbaar; in bewoonde gebouwen kan het afschermen van straling extra problemen opleveren. -19-

25 Röntgenfoto van een gesprongen voorgespannen kabel (toto: Röntgen Technische Dienst b.v. Rotterdam). -20-

26 4.2. Reparatiemogelijkheden Inleiding Over het repareren van betonschade zijn diverse rapporten verschenen. De vraag di~ gesteld wordt door. eigenaren en beheerders van woningen waar: aan betonschade gerepareerd moet worden, luidt: "Welke garantie kan worden gegeven dat de reparaties deskundig en kwalitatief goed worden uitgevoerd?" Een aantal betonreparatiebedrijven heeft daarom de VBR opgericht. VBR staat voor Vereniging Betonreparatiebedrijven. Het is een overkoepelende organisatie, die kennis en ervaring bundelt van een groot aantal in het repareren van beton en betonkonstrukties gespecialiseerde bedrijven. De VBR is opgericht in De VBR pretendeert dat de leden voldoen aan hoge eisen van vakbekwaamheid. Zij hanteren uniforme, uitgebreide garantiebepalingen. Door middel van een gezamenlijk gevormd waarborgfonds bieden zij de zekerheid dat die garantie kan worden gerealiseerd. De aangesloten ondernemingen werken met het VBR-garantiecertificaat en voeren het VBR-vignet. Ook verschillende "coating"bedrijven zijn inmiddels bezig met het oprichten van een vergelijkbare organisatie. Alvorens op specifieke reparatiemethoden in te gaan maken wij enkele algemene opmerkingen over reparatiemogelijkheden. Op grond van de theorie van het corrosieproces in beton is een aantal mogelijkheden aan te geven om het corrosieproces te stoppen c.q. het beton te repareren. Indien wapeningscorrosie wordt gekonstateerd, dient allereerst de oorzaak van de schade te worden vastgesteld. Is er sprake van corrosie ten gevolge van carbonatatie, dan zal verwijderen van de losse betondelen en, na ontroesten van de staven, het herstellen van het alkalisch milieu rond de wapening voldoende zijn. Een tweede principe berust op het volledig afsluiten van zuurstof en vocht. Is de schade een gevolg van de aanwezigheid van chloride, dan is reparatie veel moeilijker uit te voeren. Chloride-ionen kunnen' namelijk niet snel uit het beton worden verwijderd. Vervanging van de konstruktie is dan de enige oplossing. Chloridehoudend beton verwijderen, is vaak alleen zinvol indien chloride is binnengedrongen vanuit de omgeving. Er hoeft dan slechts een schil van beton verwijderd te worden. Preventieve maatregelen dienen genomen te worden indien bekend is dat de betonkonstruktie wordt blootgesteldaan een agressief milieu. Naast het verhogen van de betondekking kan het beton worden gecoat met een dichte coating of kunnen de wapeningsstaven van een dichte coating worden voorzien. De beste en goedkoopste maatregel is het gebruik van goed dicht beton met voldoende dekking, zonder toevoeging van chloride. Dan behoeft niet gevreesd te worden voor een vroegtijdige beëindiging van de levensduur van gewapend betonnen konstrukties. -21-

27 \ Voorbewerkingen Alvorens men tot repareren kan overgaan, moet men eerst het oppervlak van het (beschadigde) beton verbeteren. Middelen om het oppervlak te verbeteren zijn volgens het CUR-rapport 91: a. mechanische middelen (borstelen, opruwen, afbikken, boucharderen, gritstralen, afschrapen, spuiten met water onder druk); b. zuurbehandeling; c. oplosmiddelen; d. vlam stralen. a. mechanische middelen Een zachte poreuze oppervlaktelaag kan het beste worden verwijderd met mechanische middelen. Kleinere oppervlakken kunnen met handgereedschap worden behandeld (staalborstel), grotere met machinaal gereedschap. De naaldenbikhamer is geschikt voor behandeling van kleinere oppervlakken, evenals het boucharderen. Gritstralen biedt de mogelijkheid tot zowel licht opruwen van een oppervlak, als het verwijderen van dikkere lagen. Een nadeel is het ver weg springen van het straalmiddel, waardoor beschermende voorzieningen voor de direkte omgeving nodig kunnen zijn. Toch is gritstralen de meest toegepaste methode voor oppervlaktereiniging van beton. Afschrapen kan worden toegepast bij horizontale oppervlakken met verrijdbare machines die zijn voorzien van om een horizontale as roterende staalborstels of met stalen beitels bezette cilinders. Perslucht is geschikt voor het verw~deren van losse delen en stof. Water k~ onder matige druk (0,8 à 1 N/mm ) tot zeer hoge druk (25 à 30 N/mm ) worden verspoten. Aan, water onder matige druk wordt meestal een toeslag toegevoegd, bijvoorbeeld zand. Losse delen en stof kunnen op deze wijze wor~en verwijderd, evenals sterk hechtende oppervlakteverontreinigingen. Met water onder zeer hoge druk kunnen zelfs dikke lagen beton van slechte kwaliteit worden weggespoten. Een voordeel van stralen met water is de betrekkelijk geringe overlast voor de omgeving. Er vliegt geen grit in het rond, terwijl het losgespoten materiaal door het water wordt 'gebonden'. b.zuurbehandeling Voor het verwijderen van een cementhuid of voor het opruwen van een te glad betonoppervlak wordt wel gebruik gemaakt van een behandeling met verdund zoutzuur. Voordat het zoutzuur op een betonoppervlak mag worden aangebracht, moet dit zijn verzadigd met water om te sterke opzuiging van de zoutzuuroplossing te voorkomen. Het oppervlak moet worden nagespoeld met zeer veel water. Nadelen van deze chemische methode zijn de agressiviteit van zoutzuur voor de verwerker en het gevaar voor aantasting van de wapening en het beton. Het gevaar voor de verwerker kan grotendeels worden opgeheven door gebruik van (duurder) fosforzuur in plaats van zoutzuur. Zuurbehandelingen zijn weinig milieuvriendelijk en zouden derhalve verboden moeten worden. c. Oplosmiddelen Voor het reinigen van vervuilde betonoppervlakken kan gebruik worden gemaakt van fysisch of chemisch werkende middelen (oplosmiddelen, zepen, -22-

28 e.d.). Bij gebruik van deze middelen zullen echter doorgaans resten van de opgeloste of chemisch omgezette verontr:einiging achterblijven en een ongunstige invloed uitoefenen op de hechting van later aan te brengen spuitbeton of zelfs kan goede beton weer aangetast worden door de chemische werking van het oplosmiddel zelf. Reinigingspasta's die een organisch oplosmiddel bevatten, kunnen worden toegepast voor verwijdering van oppervlakkige, niet in het beton gedrongen verontreinigingen. De verontreiniging wordt door de pasta geabsorbeerd en zo vrijwel geheel verwijderd. Deze pasta's zijn echter duur in het gebruik. Dieper doorgedrongen verontreinigingen kunnen soms vrijwel geheel worden verwijderd met een grote overmaat van oplosmiddel (water, stoom voor het oplossen van b.v. suiker, vetten e.d.). Indien dit vanwege de kosten niet mogelijk is (b.v. bij gebruik van dure organische oplosmiddelen zoals ammoniak, terpentine, trichlooretheen e.d.) of indien verontreinigingen zeer diep in het beton zijn doorgedrongen, kan beter een thermische of mechanische behandeling worden toegepast, waarbij een toplaag van voldoende dikte wordt verwijderd. Met betrekking tot de vervuiling en het schoonmaken van gevels wordt er door een internationaal samengestelde technische kommissie TC-62 van de RILEM (reunion internationale des laboratoires d'essais et de recherches sur les materiaux et les constructions) (*) "Soiling and cleaning of facades" een studie gemaakt. In deze studie wordt behalve het verwijderen van agressie-. ve stoffen ook het schoonmaken uit een oogpunt van esthetica resp. het schoonmaken van gevels voor verdere behandeling onder de loupe genomen. Tot op dit moment onderscheidt deze kommissie drie manieren van schoonmaken: - wassen: Water wordt met kracht tegen de gevel gespoten en neemt zo het vuil mee. Voor hardnekkig vuil kan ook heet water of stoom gebruikt worden of er kan een hoeveelheid grit aan het water toegevoegd worden; - chemisch reinigen: Hierbij worden chemicaliën zoals hydrofluoride, ammonium bifloride of zuren in water gebruikt. Het chemisch reinigen vergt veel voorzorgsmaatregelen en ook een goede nabehandeling; - mechanisch reinigen: Hiertoe zijn te rekenen het droog en nat stralen, borstelen, schuren, slijpen en kartelen. d. Vlamstralen Vlamstralen is het bewerken van de ondergrond met een krachtige vlam. Het werkingsprincipe berust op de, zogeheten, 'thermische schok'. Het te b~werken oppervlak wordt nameli&k kortstondig blootgesteld aan een vlam met een temperatuur van ca C. Naast deze hoge temperatuur moet de vlam ook een zeer gekoncentreerde warmte leveren. Het juiste mengsel van acetyleen met zuurstof levert een vlam die bij uitstek aan deze eisen voldoet. Door het schokeffekt - de kombinatie van de hoge temperatuur, de warmtekoncentratie en de korte duur - springt van het te bewerken materiaal alleen de bovenlaag los. Het onderliggende kernmateriaal blijft absoluut onaangetast. (*) Secretariaat: ir. K.L. Pwa, T.H. Delft Afd. Civiele Techniek, Postbus 5048, 2600 GA Delft -23-

29 Gritstralen. Stofloze straajunit (foto: Straal techniek International BV, Dordrecht). Vlamstralen (foto: AG A-gas, Amsterdam; BIM, Arkel). -24-

30 De meest geëigende toepassingen zijn: - Het verwijderen van oude coatings en verven; met name chloorrubberverven laten zich gemakkelijk verwijderen. - Het voorbewerken van beton voor reparaties; slechte reparatiedelen worden onherroepelijk losgemaakt; scheuren en vervuilde delen worden schoon en opgeruwd. - Het verfraaien van beton; als er goede toeslagmaterialen zijn gebruikt, zal vlam stralen een bijzonder effekt aan het oppervlak geven. De vlam straal-techniek levert een schoon, ruwen droog oppervlak, waarop direkt mortels en coatings kunnen worden aangebracht. Door de hoge temperatuur worden oude lagen verf, coatings en dergelijke tegelijk verbrand met het afspringen van het bovenste betonlaagje. Als ze zeer hard zijn, worden ze mét het afspringende betonlaagje verwijderd. Ook verontreinigingen, zoals oliën en vetten verbranden mee. De warmte zorgt er tevens voor dat alle vocht verdampt, zodat het oppervlak na het vlamstralen kurkdroog is. Vlamstralen is niet alleen een kwalitatief zeer goede techniek, het is ook een schone en een efficiënte techniek, ten opzichte van verschillende andere methoden: - Er worden voor het stralen geen hinderlijke hulp- of toevoegmiddelen gebruikt. - Vlamstralen veroorzaakt relatief weinig lawaai. - Het vereist geen afdekvoorzieningen. - Er zijn minimale investeringskosten voor apparatuur mee gemoeid. - 'Nabewerking', in de vorm van het schoonmaken van de totale omgeving, is niet nodig. Na het vlamstralen moet het bewerkte oppervlak altijd geborsteld worden! Dat kan eenvoudig met een staalborstel gebeuren. Door de hoge vlamtemperatuur zal een deel van de toplaag (zandkorrels e.a.) verglazen en achterblijven als kleine bolletjes. Deze verminderen de hechting van mortels en moeten daarom worden verwijderd Reparatiemethoden In het CUR-VB-rapport 90 (vervangen of repareren van beschadigde konstrukties) wordt een overzicht gegeven van reparatiemethoden en de daarbij te gebruiken materialen. In dit schema (zie pag. 26) worden ook een aantal oppervlakte-behandelingen genoemd. Deze oppervlakte-behandelingen kunnen niet alleen als bescherming maar ook als verfraaiing dienen. Voor reparaties kunnen twee soorten mortels gebruikt worden: cementgebonden mortels of kunstharsgebonden mortels. Cementgebonden mortels Cementgebonden reparatiematerialen herstellen het alkalisch milieu rondom aanwezige wapening en zijn niet dampdicht, waardoor reparatie het beton niet afsluit en dampdrukopbouw achter de reparatie wordt voorkomen. De uitzettingscoëfficienten van ondergrond en reparatie zijn nagenoeg gelijk. Kunstharsgebonden materialen moeten een waterdichte reparatie geven en -25-

31 Reparatiemethoden en daarbij te gebruiken materialen (Bron: CUR-VB rapport 90) methode aanstorten pleisteren spuitbeton impregneren verzegelen coaten materialen gewone betonsamenstelling of betonsamenstelling met fijner grind a. traditionele cement- 1.:lIldmortels b. kunsthars-cementmortels (cementmortel waaraan een betrekkelijk geringe hoeveelheid kunsthil l's - veelal in de vorm van een dispersie - wordt toegevoegd) c. zuivere kunstharsmortels (compounds) cement, zand en grind bij impregneren en verzegelen: gewoonlijk worden oplosmiddelhoudende kunstharsen gebruikt: bij coaten: gewoonlijk oplosmiddelvrije verfsystemen opmerkingen De aan te brengen laag moet dikker dan de betondekking zijn. Bekisting meestal noodzakelijk. Uitvoering betrekkelijk eenvoudig en goedkoop. Voor een goede dichtheid is een cement rijke mortel vereist. Er is geen bekisting nodig. Uitvm:ring is eenvoudig, goedkoop bij niet te uitgebreide oppervlakteschaden. Een probleem is voldoende hechting. De kunsthars geeft verbetering van de aanhechting en van andere morteleigenschappen. Deze gemodificeerde mortels zijn duurder dan de traditionele mortels. Veelal wordt de kruip vergroot, terwijl soms ook de sterkte nadelig wordt beïnvloed. Niet alle dispersies zijn geschikt voor een vochtige conditie. Voor de bescherming van de wapening moet de mortel volkomen dicht zijn, omdat het nieuwe milieu niet alkalisch is. Bij chemische belasting is een anti-corrosie behandeling van de wapening gewenst. Uitvoering is duur ten gevolge van de dure grondstor. Daarom veelal alleen toepassing op moeilijk bereikbare plaatsen of bij kleine oppervlaktereparaties. Ten gevolge van de wijze van aanbrengen wordt een sterke, dichte en goed op de ondergrond hechtende beton verkregen. Gezien de benodigde apparatuur zal slechts uitgebreide schade in aanmerking komen. Uitermate geschikt voor het opnieuw aanbrengen of vergroten van de betondekking. Oppervlaktebehandelingen die het oppervlak geheel of ten dele afsluiten, zodat het indringen in het beton van agressieve stoffen wordt belemmerd. Impregneren heeft vaak tot doel de poriën te blokkeren en de poriënwanden waterafstotend te maken. Dij verzegelen wordt het impregneren verder doorgezet, waardoor een oppervlaktelaag wordt gevormd. Onder coatings worden dichte oppervlaktelagen verstaan. Er is geen bekisting nodig. injecteren meestal kunstharsen die na Het onder druk inbrengen van laag visceuze vloeistoffen het uitharden de gewenste in scheuren of grindnesten. Meestal moet eigenschappen moeten worden geïnjecteerd om lekkage via scheuren tegen bezitten te gaan. Indien het geïnjecteerde beton wordt belast, moeten kunstharsen met een zeer goede aanhechting en met voldoende treksterkte worden gebruikt _ afdichten van ~cheuren sterk deformecrbare elastische kunstharsen Vooral bij bewegende scheuren is dit de meest effectieve methode. Mogelijkheden: formeren van een voeg ter plaatse van de scheur of de scheur overbruggen met een vervorm baar membraan. -26-

32 de wapening afsluiten van vocht en zuurstof, waardoor deze niet verder roest. De reparatie sluit het beton af, waardoor dampdrukopbouw in het capillair systeem kan ontstaan, wat op den duur de reparatie los kan drukken, immers het alkalisch milieu wordt niet hersteld. De uitzettingscoëfficienten van kunsthars materialen verschillen met die van beton. Ook is er een verschil in E-modules; onder spanningen wordt dus verschillend gereageerd. Voor cementgebonden reparatie moet de ondergrond liefst 24 uur lang nat worden gehouden, terwijl voor kunstharsreparaties de ondergrond zo droog mogelijk dient te zijn. Het nat houden van de ondergrond heeft een tweeledig doel. In de eerste plaats zal een vochtige ondergrond geen water onttrekken aan de reparatiemortel en in de tweede plaats kan de ondergrond door wateropname iets zwellen en zo - bij later drogen van de reparatie - de krimpspanning iets reduceren. Op het moment van aanbrengen van de reparatiemortel mag geen water op het oppervlak aanwezig zijn; het oppervlak moet zogenaamd "dofnat" zijn. Bij het aanbrengen van de reparatiemortel kan met een cementrijke aanbrandlaag verbetering in de aanhechting worden bereikt, eventueel met toevoeging van een kunstharsdispersie. Wat echter het allerbelangrijkste is bij reparaties met cementgebonden produkten, is het nat houden van de reparatie gedurende ten minste 7 dagen. Het gebruik van de zogenaamde "curing compounds" is wel het minste wat men kan doen, maar vooral bij kleine reparatie-oppervlakken is nat houden beter. Bij de cementgebonden mortels zijn drie wijzen van verwerking mogelijk: - pleisteren - aanstorten van beton - spuitbeton. Pleisteren komt meestal voor bij kleine reparaties aan beton. Hiervoor wordt handgereedschap gebruikt. Problemen hierbij zijn wel het realiseren van een goede dichtheid en de hechting. Het aanstorten van beton komt meestal voor bij grote of diepe beschadigingen. Bij deze reparatiemethode is een bekisting nodig. De betonsamenstelling is dezelfde als die van normaal beton of eventueel met fijner grind. Spuitbeton is een specie die met behulp van gecomprimeerde lucht via een transportleiding en een spuitkop met tamelijk hoge snelheid op een ondergrond wordt gespoten en die daardoor tevens wordt verdicht. Spuitbeton kan in dunne lagen worden opgebracht op betonoppervlakken in elke stand, in het algemeen zonder dat een bekisting noodzakelijk is. Grotere dikten worden verkregen door meer lagen over elkaar te spuiten. Bij reparatiewerk wordt doorgaans spuitbeton toegepast met een maximale korrelgrootte van 5 mm (= grof betonzand); meestal wordt een hoog cementgehalte aangehouden. -27-

33 Reparatie m.b.v. spuitbetoo (foto: BIM, Arken. -28-

34 Gebruikelijke mengsels 1:3 à 1:5 in volumedelen (afhankelijk van de fijnheidsmodulus) blijken te voldoen. De watercementfaktor (wcf) is doorgaans laag: gewoonlijk tussen 0,35 en 0,40. Er bestaan twee betonspuitmethoden, namelijk de droge methode en de natte methode. In beide gevallen wordt gebruik gemaakt van een doseerinrichting, van waaruit de specie door een slang naar de spuitkop wordt gevoerd. Bij de droge methode, die in Nederland het meest toegepast wordt, wordt de vrij droge specie met behulp van gekomprimeerde lucht naar de spuitkop getransporteerd. Vlak voordat de specie de spuitkop verlaat, wordt het aanmaakwater toegevoegd. De hoeveelheid aanmaakwater wordt geregeld door de spuiter. Voordat met het spuitwerk begonnen wordt, moeten andere materialen (glas, hout, aluminium, etc) in de omgeving die schade kunnen oplopen, afgedekt worden. Dit afdekken moet ook gebeuren als vóór het spuiten gestraald wordt. Als met het spuiten wordt begonnen, springt het meeste toeslagmateriaal met aanhangend cement terug. Op die manier wordt een cementrijk laagje opgebouwd met wat fijn materiaal. Als eenmaal een zekere dikte is opgebracht, wordt de hoeveelheid terugslag minder. Deze hoeveelheid is afhankelijk van: - de grootste korrelafmeting, de korrelverdeling en de verhouding cementtoeslagmateriaal; - de spuitsnelheid; - de spuitrichting, de afstand van de spuit tot het te bespuiten vlak en de hoek waaronder de specie het oppervlak treft; - de soort en de hoeveelheid wapening. Bij het spuiten speelt uiteraard de vakbekwaamheid van de spuiter een grote rol. Terugslag mag nooit worden ingespoten en evenmin opnieuw worden verwerkt, want daardoor wordt de kwaliteit van het spuitwerk nadelig be invloed. Bij het verspuiten van hoekige of kantige konstrukties moeten vaak voorzorgen worden genomen om al te groot materiaalverlies te voorkomen, en (indien gewenst) ook om bestaande hoeken en kanten scherp af te werken (bijvoorbeeld met behulp van bekistingslatten of geleidelatten). Een gevaar is hierbij vaak weer het insluiten van de terugslag (bijvoorbeeld in inspringende hoeken). In diepe gaten wordt altijd een belangrijke hoeveelheid terugslag ingespoten, hoe men de spuit ook hanteert. Zo mogelijk moeten deze gaten dan ook schuin worden uitgehakt. Bij het inspuiten van wapening ontstaan gemakkelijk slecht gevulde plekken achter de wapening. Door vakkundig spui ten kan dit echter worden voorkomen. De oppervlaktelaag van spuitbeton is vrij ruw van aanzien. Het verdient de voorkeur dit oppervlak zo te laten. Bij afwerkingen, vooral bij het afreien of het gebruik van troffels, is de kans op verstoren van de aanhechting tussen het spuitbeton en de wapening of de ondergrond erg groot en zullen veelal scheuren worden getrokken. Indien men een gladder oppervlak wil hebben, kan nagespoten worden met een fijne specie. Het nagespoten laagje kan dan met een spaan gelijkmatig worden verdeeld en vlakgestreken, waarbij overigens ook de grootste voorzichtigheid betracht moet worden. Beter kan het oppervlak vlakker worden gemaakt door oneffenheden weg te snijden met een stalen spaan of een snijdraad. Vooral bij reparaties is het zeer belangrijk dat zowel vóór, tijdens als na -29-

35 het aanbrengen van het nieuwe beton maatregelen worden getroffen ter bescherming tegen weersinvloeden. Teneinde uitdroging te voorkomen moet het spuitbeton gedurende ten minste zeven dagen vochtig worden gehouden (besproeien pas circa acht uur na het aanbrengen). Kunstharsgebonden mortels Voor reparatie met kunstharsgebonden mortels wordt vrijwel uitsluitend gewerkt met in de fabriek samengestelde en verpakte mortels. Deze mortels zijn vaak afgestemd op een speciale toepassing. Zo heeft iedere leverancier een steeds groeiende reeks produkten, waaruit het soms moeilijk kiezen is. De meest gebruikte mortels zijn op basis van epoxy- of soms polyurethaanharsen. Deze harsen hebben bij de uitharding een geringe krimp, terwijl een groot gedeelte van deze krimp optreedt tijdens de gelering van hars. Veelal bestaat de mortel uit twee, soms uit drie komponenten. Wanneer twee komponenten worden geleverd, is de ene komponent een mengsel van kunsthars en toeslagmateriaal en de andere komponent de harder, al of niet gemengd met vulstof. Bij het drie-komponentensysteem worden hars, harder en toeslagstoffen apart geleverd. Bij het mengen worden in dit laatste geval eerst de beide vloeistoffen, hars, en harder, goed gemengd en direkt daarna de toeslagstoffen bijgemengd. Kunstharsreparatiemateriaal moet bij voorkeur op een tenminste winddroog betonoppervlak aangebracht worden. De hechting is dan in het algemeen beter dan de treksterkte van het beton. Water op het oppervlak verhindert in de eerste plaats een intensief kontakt tussen kunsthars en beton en in de tweede plaats kan het de reaktie van de kunsthars verstoren. Als laagste temperatuur, waarbij in het algemeen een kunstharsmortel suksesvol kan worden verwerkt, wordt 5 - looe aangehouden. Op technisch gebied biedt kunstharsgebonden materiaal meer mogelijkheden dan cementgebonden materiaal. Dit is onder meer een gevolg van de grote verscheidenheid aan bindmiddelen, waaruit een keuze kan worden gemaakt. Hierdoor kan vaak worden tegemoet gekomen aan eisen waaraan in het "cementtijdperk" niet of moeilijk kon worden voldaan. Dergelijke eisen zijn bijvoorbeeld: vervormbaarheid, aanbrengen in zeer dunne lagen, geschikt voor het vullen van nauwe scheuren, een zodanige hechting aan het beton dat de konstruktie zich onder alle omstandigheden gedraagt als één geheel, grote sterkte, geen of weinig krimp, bestandheid tegen een groot aantal chemicaliën, zoals zuren, suiker, etc. Daartegenover staan echter ook bepaalde nadelen, zoals afhankelijkheid van de komponenten, de lastige verwerking, de agressiviteit en brandgevaarlijkheid; benevens de uitharding, de temperatuur- en vochtgevoeligheid van kunstharsen, afhankelijk van de samenstelling. Uit konstruktief oogpunt zijn vooral de lage elasticiteitsinodulus en de hoge kruip van kunstharsgebonden materiaal duidelijke nadelen. Daarom worden kunstharsgebonden mortels vaak niet geschikt geacht voor de meest voorkomende betonreparaties. Opgemerkt moet worden dat de mate van optreden van de voor- en nadelen veelal afhankelijk is vàn de toegevoegde hoeveelheid en het type bind- -30-

36 middel. Een nadeel is ook de hoge prijs van kunstharsen. Daarom zal in gevallen waarin veel materiaal nodig is, moeten worden overwogen of een cementgebonden materiaal kan worden toegepast. Kunstharsgebonden reparatiemateriaal (ook wel compound genoemd) bestaat uit bindmiddelen en toeslagstoffen. De bindmiddelen worden onderscheiden in thermoharders en thermoplasten. Zowel thermoharders als thermoplasten worden zelfstandig als bindmiddel toegepast; voor toevoegingen aan cementspecies worden alleen thermoplasten gebruikt. Bij ther moharders is de uithardingsreaktie exotherm, dat wil zeggen: tijdens de reaktie wordt warmte ontwikkeld. Een reparatiemateriaal op basis van thermohardende kunsthars bestaat in elk geval uit een kunsthars en een harder. Daarnaast wordt soms een katalysator aan het mengsel toegevoegd om de chemische reaktie te starten en een versneller om deze sneller te doen plaats vinden. Ook zullen vaak vulstoffen en toeslagstoffen aanwezig zijn om de eigenschappen van het eindprodukt te verbeteren en/of dit goedkoper te maken en soms oplosmiddelen, extenders of andere hulpstoffen om het mengsel beter verwerkbaar te maken, dan wel om de flexibiliteit van het eindprodukt te verhogen. I De verhardingsreaktie verloopt sneller en vollediger naarmate de temperatuur hoger is; beneden een bepaalde temperatuur (voor de meeste kunstharsen tussen OOC en 5 0 C) vindt de reaktie slechts langzaam en onvolledig plaats. Wanneer echter de temperatuur daarna stijgt, wordt toch alsnog de volledige reaktie bereikt. De tijd die na het mengen beschikbaar is voor de verwerking (potlife) is bij kunstharsen beperkt. Door de fabrikanten wordt meestal de potlife van een bepaald hars-harder mengsel bij 20 0 C opgegeven, al dan niet met opgave van de hoeveelheid compound en de eventuele aanwezigheid van toevoegingen. De uithardingstijd of -duur is de tijd die een compound na verwerking nodig heeft om zo volledig mogelijk uit te harden. De bepaling van de potlife en de uithardingstijd van kunstharscompounds is nergens genormaliseerd. Bij opgaven in brochures en dergelijke moet men zich dus steeds afvragen hoe deze waarden zijn bepaald. Thermoharders die in reparatiemortels ondermeer worden toegepast zijn: - polyestherharsen (UP-harsen); - epoxyharsen (EP-harsen); - polyurethaanharsen (PUR-harsen); - polymetacrylaatharsen (PMA-harsen); - polysulfideharsen. Het voert te ver om in te gaan op de verschillende eigenschappen, voor- en nadelen van deze bindmiddelen. Epoxyharsmortels worden wat dit betreft het meest toegepast bij betonreparatie. In "Bouwwereld" nummer 6 van 16 maart 1979 worden de verschillende eigenschappen van epoxyharsmortels besproken. De vulstoffen in een kunstharscompound hebben doorgaans een gunstige invloed op bepaalde eigenschappen daarvan en daarnaast een prijsverlagend effekt. Zo heeft korrelige toeslag (bijvoorbeeld zand) in een kunstharscompound een gunstige invloed op de uithardingskrimp, de thermische uitzetting, de hardheid en de slijtweerstand, terwijllangvezelige vulstoffen (bij-, voorbeeld glasvezels) een gunstige invloed hebben op de scheur- en slagsterkte. Naar gelang de verwerking kan men onderscheid maken tussen -31-

37 gietcompourids (met een laag vulstofgehajte) en troffelcompounds (met een hoog vulstofgehalte). De eerste kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor het dichten van scheuren die niet meer werken, door persen. Troffelcompounds gedragen zich als een min of meer stijve mortel. Kunstharsmortels worden aangebracht door middel van pleisteren of spuiten en als selfleveling compounds (uiteraard alleen op horizontale vlakken). Meestal worden kant en klare systemen gebruikt. k Volgens CUR-rapport 110 dienen voor de oppervlakte-behandelingen de volgende termen te worden gebezigd: Impregneren: Verven: Coaten: het inbrengen van materiaal in de poriën van een betonoppervlak, waarbij ook op het oppervlak een laag kan achterblijven. het aanbrengen van materiaal, hoofdzakelijk bovenop het oppervlak, waarbij kleur en dekkend vermogen eerste vereisten zijn. Wanneer meer lagen van verschillend materiaal worden aangebracht, wordt ook gesproken van verfsystemen. het aanbrengen van één of meer lagen op het oppervlak met als voornaamste taak: bescherming van het beton en de wapening tegen agressieve invloeden; dit in tegenstelling tot de Angelsaksische vakliteratuur, waarin elke oppervlaktelaag een coating wordt genoemd. Impregneren Onder impregneren wordt verstaan het onder invloed van capillaire werking laten opzuigen van een kunsthars(oplossing). Na verdamping van het oplosmiddel is het in- en uitwendige oppervlak bezet met een zeer dun harslaagje. De poriënwanden zijn echter slechts bekleed en niet gevuld, zodat het beton blijft ademen. De impregnering kan worden herhaald, waarbij de poriën in het oppervlak steeds verder gevuld raken. Een impregnering kan verschillende oogmerken hebben, zoals: - het waterafstotend maken van betonoppervlakken; - het verhogen van de samenhang van een betonoppervlak ten einde de slijtvastheid te verhogen, de stofvorming te verminderen of de reinigbaarheid te verbeteren; - het vormen van een hechte ondergrond voor later aan te brengen lagen. Verven en coaten Verf is een verzamelnaam voor oppervlaktebehandelingsmaterialen die in vloeibare toestand in één of meer dunne lagen op een ondergrond worden aangebracht ter verfraaiing en/of bescherming. Bepaalde soorten verf zijn goed bestand tegen chemische aantasting en worden daarom toegepast voor de bescherming van beton. Worden ter verhoging van zowel de zekerheid van een volledige afdichting als de weerstand tegen mechanische invloeden grote laagdikten toegepast, dan is er sprake van een coating (laagdikte 200um). Verven en coatings zijn niet volkomen dicht. Voor beschermende toepassingen op beton zijn dan met name van belang de doorlaatbaarheid voor gassen (waterdamp, koolzuurgas en zuurstof) en vloeistoffen (water met daarin op- -32-

38 geloste stoffen als chloriden en sulfaten enz.). Over doorlaatbaarheid voor waterdamp is uitgebreide literatuur voorhanden, voor andere, schadelijke stoffen is dit echter veel minder het geval. ' Injekteren Een speciale behandeling van scheuren in beton is het zogenaamde injekteren. Starre scheuren vanaf 0,1 à 0,2 mm breedte, kunnen worden geïnjekteerd met een kunsthars. Bij droge en schone scheurflanken ontstaat een uitstekende hechting. De hechtsterkte zal in het algemeen groter zijn dan de treksterkte van het beton. De hechtsterkte wordt echter aanzienlijk beïnvloed door de aanwezigheid van vocht. Bij vochtige konstrukties is het aan te bevelen vergelijkende proeven te doen om de vochtgevoeligheid van de hars te bepalen. Ook voor het vullend injekteren van lekkende scheuren zijn harsen beschikbaar. Het dichten van bewegende scheuren met een elastisch blijvende hars is nog niet mogelijk. De injektiedruk moet altijd worden gekontroleerd. Als de injektiedruk te hoog oploopt, zal een scheur zich voortplanten en kan bijvoorbeeld een schol uit een betondek worden gedrukt. Injekteren kan als volgt worden uitgevoerd: - via boorgaten die het scheurvlak schuin doorsnijden; - vanaf de oppervlakte rechtstreeks in de scheur. Bij injektie via boorgaten wordt geïnjekteerd totdat de vloeistof uit de scheur naar bui ten treedt. Bij injektie vanaf het oppervlak wordt de scheur aan het oppervlak tijdelijk afgeplakt en wordt per opening zolang geinjekteerd totdat de vloeistof uit de eerstvolgende opening naar buiten komt. Op de bovenste opening kan een slangetje worden geplaatst waarmee nazakken van de injektiehars kan worden gekonstateerd. Voor het kontroleren van de gemengde injektievloeistof (viscositeit en uitharding) kan men laten proefspuiten. ' Met kunsthars gemodificeerde cementgebonden mortels In het CUR-VB rapport 110 "reparaties van betonconstructies deel 3" wordt uitgebreid ingegaan op de werking van cementgebonden mortels met kunstharstoevoegingen. In het kort kan gezegd worden dat deze mortels vanaf het begin van de jaren zestig in gebruik zijn geraakt. Naast een aantal voordelen boven cement- en kunstharsmortels is er het nadeel dat de effektieve levensduur van de mortel met kunsthars-toevoeging sterk wordt bepaald door de alkaligevoeligheid van de kunsthars. Vele kunstharsen kunnen aangetast worden ten gevolge van een alkalisch milieu bij de aanwezigheid van vocht. Deze aantasting wordt verzepen genoemd. Hoewel tegenwoordig kunstharsen bestaan die minder gevoelig zijn voor verzepen, wordt in het dokumentatiemateriaal van leveranciers gewoonlijk toepassing in vochtige kondities ontraden. De voornaamste toepassing voor dergelijk mortels zijn afwerklagen, zoals pleisterlagen, dekvloeren, tegelzetspecies en reparatiemortels. -33-

39 Injekteren van scheuren (foto: Sc!cE publikatie 5). Bikken (foto: Probouw, Gorinchem). Pleisteren (foto: Brui! Arnhem groep)

40 Het meest recent worden epoxy of acrylaat gemodificeerde cement-zandmortels gebruikt. Zij zijn duurzamer dan de mortels gemodificeerd met andere kunstharsen. Ten opzichte van traditionele cement-zandmortel worden eigenschappen als druksterkte, treksterkte, vorstbestendigheid en waterdichtheid verbeterd, terwijl minder krimp zou optreden. In het algemeen kan worden gesteld dat cement-zandmortels gemodificeerd met niet-verzeepbare kunstharsen goed kunnen worden toegepast voor (kleine) reparaties van gewapend beton. De cementcomponent zorgt voor het betonstaal-beschermende alkalische milieu. De kunstharscomponent vergroot de dichtheid van de reparatiemortel die daardoor langzamer carbonateert. Overigens overheersen in de gemodificeerde mortels de eigenschappen van de traditionele cement-zandmortels, zodat verder gemakshalve wordt volstaan met een verwijzing naar literatuur over deze mortels. Deze mortels worden meestal toegepast bij kleine reparatie werken en met handgereedschap Vervangen van beton (-elementen) Soms kan het goedkoper zijn om betonnen elementen geheel te vervangen. Het meest bekend zijn: - het vervangen van galerij- en balkonplaten; - het vervangen van dragende consoles. In Engeland zijn ook al veel gevelplaten van beton vervangen. Het vervangen van galerij- en balkonplaten kan als volgt beschreven worden: - Indien de plaat alleen rust op twee consoles, wordt hij eenvoudig weggenomen en de nieuwe prefab plaat wordt geplaatst. Indien de gevel op de plaat rust, moet eerst de gevel opgehangen worden aan de bovenliggende consoles (meestal wordt hiervoor een staalkonstruktie gebruikt). Daarna w~rdt de oude plaat weggenomen, de nieuwe geplaatst en de gevel weer gesteld. Indien de plaat is aangestort, moet er een zaag aan te pas komen. De nieuwe plaat wordt dan of anders gedimensioneerd, waardoor aanstorten niet meer nodig is, of er worden nieuwe stekeinden gelijmd in voorgeboorde gaten waardoor aanstorten wel mogelijk is. Voor het vervangen van consoles bestaat ook een aantal mogelijkheden, afhankelijk van de toestand van de oude consoles. Men kan gebruik maken van het ter plaatse storten van consoles of het aanbrengen van prefab consoles. In ieder geval worden altijd onderstempelingen gebruikt die de balkon- of galerij platen tijdelijk dragen, als die niet vervangen behoeven te worden. Bij het ter plekke storten van nieuwe consoles zijn de volgende oplossingen denkbaar: - Indien het beton van de console aangetast is, terwijl de wapening nog in een goede staat is, wordt het beton tussen de wapening weggekapt. De wapening wordt schoongemaakt. Er wordt een bekistingsmal aangebracht waarin het nieuwe beton wordt gestort. -35-

41 Scheuren evenwijdig met de wapening zijn gevaarlijk (foto: BIM, Arke!). Het beton is weggehakt en in de (later te vervangen) gajerijplaat is een gat gehakt voor het ter plaatse storten van een nieuwe console (foto: [\J~I, Arke!). De bekisting voor de nieuw te storten console is aangebracht (foto: BIM, Arke!). Het vullen van de mal via het gat in de galerijplaten (foto: BIM, Arke!). -36-

42 - Indien behalve het beton ook de wapening-aangetast is, moet er geheel of gedeeltelijk nieuwe wapening aangebracht worden. Indien de wapening die uit de gevel komt, nog te gebruiken is voor aanhechting van nieuwe wapening (met de volgens de voorschriften vereiste overlap) kan een nieuwe wapening aan die stekeinden bevestigd worden en kan verder gehandeld worden als hiervoor. - Indien de wapening in het geheel niet te gebruiken is, moeten er in de wand waaraan de consoles moeten worden bevestigd, diepe gaten wordèn geboord. In deze gaten worden dan de stekeinden van de wapening "gelijmd" waarna weer gehandeld wordt als hiervoor. Bij het aanbrengen van prefab consoles zijn er twee mogelijkheden: - Er kan gebruik gemaakt worden van nog goede stekeinden van de oude wapening waaroverheen de nieuwe console geschoven kan worden. In de prefab console zitten gaten, die met een speciale mortel worden volgegoten (geperst). Ook op het hechtvlak tussen wand en de console wordt deze speciale mortel aangebracht. Indien de oude wapening niet meer gebruikt kan worden, moeten er weer nieuwe gaten geboord worden in de wand waaraan de console bevestigd moet worden. Hierin worden dan nieuwe stekeinden gelijmd en verder wordt gehandeld als hiervoor beschreven. Het vervangen van betonelementen is op zich technisch niet zo'n probleem. De problemen die zich bij het vervangen kunnen voordoen, ontstaan als de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan bewoonde woningen (vooral bij flats). De toegankelijkheid van de woningen moet gegarandeerd blijven. In het volgende hoofdstuk wordt een voorbeeld van betonherstel in de praktijk beschreven. Hierin komt dat probleem naar voren. De oplossingen die hier zijn gekozen, zijn niet overal toepasbaar maar dit voorbeeld geeft wel aan waaraan gedacht moet worden bij betonreparaties en vervanging van betonelementen aan bewoonde gebouwen. Een aangetaste console. Het (slechte) beton is weggekapt. -37-

43 De stekeinden die overblijven. Een prefab console met gaten voor de stekeinden. Het plaatsen van een prefab console. De console is op haar plaats gebracht. Via gaten in de zijkant wcx'den de holtes, waarin de stekeinden zitten, volgegoten (geperst} met een speciale mortel. -38-

44 ,. EEN VOORBEELD UIT DE PRAKTIJK: HERSTEL BETONSCHADE AAN DE EBA-FLATS IN ZOETERMEER.5.1. Inleiding In dit hoofdstuk worden de herstelwerkzaamheden beschreven van betonschade aan een kompleks van 560 flatwoningen (woningwet) in de wijk Palenstein te Zoetermeer. Deze flats zijn gebouwd in de jaren De 560 woningen zijn gebouwd in 4 blokken van elk 10 hoog op een onderbouw. De blokken tellen resp en 80 woningen. De konstruktie bestaat uit in het werk gestorte wanden met prefab ingestorte consoles. De vloerelementen, balkons en galerij platen zijn prefab. De voor- en achtergevels bestaan uit vurenhouten kozijnen in traditioneel metselwerk. Dit metselwerk staat op de galerij-/balkonplaten. Het komplex bevat kamerwoningen en 20 6-kamerwoningen. De woningen zijn ontwerpen door architekt Zanstra te Amsterdam en worden beheerd door de Woningfederatie Zoetermeer (WFZ), voor de eigenaren: de drie Zoetermeerse Woningbouwverenigingen. De kale. huur voor een 5- kamerwoning bedroeg per f 397,78/mnd.; de servicekosten à 172,75/mnd. In de servicekosten zijn ook de stookkosten begrepen. Stookkosten worden verdeeld naar rato van de oppervlakte. In de loop der jaren heeft de Woningfederatie de volgende verbeteringen aangebracht: 1. Naisolatie uitgevoerd in 1977: spouwmuur van borstwering en eindgevel gevuld met rockwool. E~el glas is vervangen door dubbel glas, bij het vaste glas groter dan 1 m 2. C. V.-installatie is verbeterd Entrees begane grond zijn afgesloten (elektrische deuropener). 4. Gerilsaneerde balkon- en galerij hekken zijn vervangen door aluminium hekken. '.2. De omvang van de betonschade Omstreeks 1981/1982 bleek dat er nog meer gerepareerd moest worden aan de flats. In de balkons, galerij platen, de betonranden, de kopgevels en de consoles bleek niet-geringe betonschade zichtbaar te worden. De Wdnlri'gfederatie Zoetermeer heeft, om na te gaan op welke wijze deze schade' h~rsteld moest worden, een onderzoek laten uitvoeren door het Adviesburo Intron naar de omvang van de schade en de mogelijke wijze van reparatie. -39-

45 8.70 galerij = It) N.. sik sik balkon Plattesrond vijfkamerflat. Doorsnede. Aanzicht van een van de flatgebouwen. -40-

46 In een toelichtingsboekje voor de bewoners over het hoe en wat van de nodige werkzaamheden aan de flats, geeft de federatie aan wat er precies aan de hand is. "De flatgebouwen EBA 560 zijn eigenlijk 'kinderen van hun tijd', namelijk de zestiger jaren. In die tijd werden grote bouwstromen opgezet om een halt toe te roepen aan de enorme woningnood. Dat betekende tempo, tempo. Veel bedrijven waren dan ook bezig met het ontwikkelen van produktiemethoden die dat snelle bouwproces mogelijk moesten maken. In een aantal gevallen is de aandacht voor kwaliteit en duurzaamheid hierdoor afgenomen. Dit is ook het geval bij de voor uw flats gebruikte galerij- en balkonplaten. Deze platen zijn in een betonfabriek gemaakt en daarna op het werk snel gemonteerd. Als ze op het werk gemaakt waren, had de bouw veel langer geduurd. De betonfabriek heeft waarschijnlijk om de platen snel hard te laten worden met stoom gewerkt. Ook kon hierdoor per plaat enkele kilo's cement bespaard worden. Misschien is ook de verdichting van het beton niet helemaal goed geweest. Het is allemaal niet precies meer te achterhalen wat er gebeurd is. Wel weten we zeker dat de beton erg poreus is. Hierdoor neemt ze veel water op, net als een spons. In de winter bevriest dit en springen er stukjes van het beton. De wapening komt dan vrij te liggen en gaat roesten. Door dit roesten springen er weer stukjes beton af en zo gaat het steeds verder en sneller. De lucht bevat koolzuurgas. Dit maakt het regenwater zuur. Deze zuren dringen in de poreuze beton en bevorderen het roestproces van de wapening. Dit afspringen van betonscherven en roesten van de wapening heeft u allemaal wel gezien". Op 2 augustus 1982 vraagt ook de dienst Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Zoetermeer (die via bouwinspekteurs regelmatig kontroles houdt) naar aanleiding van het rapport van Intron aan de Woningfederatie, wanneer en hoe herstel zal plaatsvinden. Bouw- en Woningtoezicht had het rapport van Intron ter kennisneming ontvangen van de Woningfederatie Het initiatief tot de reparatie van het beton Uit het Intron-rapport, dat op verscheen, bleek dat reparatie van de galerij platen en de consoles met enige spoed gestart moest worden. Er dreigde nog geen gevaar voor de bewoners, maar de aantastingen van de wapening zouden snel kunnen leiden tot een verslechtering van de situatie. De Woningfederatie heeft toen aan vijf bedrijven een prijsopgave gevraagd voor reparatie van het beton én/of het eventueel vervangen van betonnen elementen. Eind mei 1982 waren deze prijzen bekend. Eén bedrijf (BIMeO) heeft daarbij niet alleen een offerte uitgebracht voor herstelwerkzaamheden, maar ook voor totale vernieuwing van bepaalde onderdelen. Uiteindelijk bleek vernieuwing de beste oplossing te zijn, maar daarvoor moesten wel gesprekken gevoerd worden met het Ministerie van -41-

47 VROM i.v.m. de financiering. De gesprekken over een eventuele subsidie voor dit betonherstel duurden erg lang. Pas in mei 1983 kon een (voorlopige) opdracht gegeven worden voor de herstel- en vervangingswerkzaamheden. BIMCO was vast begonnen met het maken van nieuwe tekeningen van de bestaande en de nieuwe toestand. De aanwezige tekeningen van de bestaande toestand bleken niet te kloppen met wat er werkelijk gebouwd was. Voordat met meten e.d. op de galerijen kon worden begonnen, moesten de bewoners geinformeerd worden over wat hen te wachten stond. Er werd een persbericht gemaakt, aan alle bewoners werd een brochure uitgereikt eh er werd een aantal bewonersbijeenkomsten gepland. In juni is een definitieve versie van het bestek (ontstaan na overleg tussen Bouw- en Woningtoezicht, BIMCO en W.F.Z.) aan alle leden van het bouw team gezonden. ' 5.4. De uitvoering Bouwplaatsinrichting Tussen de flats wordt een bouwterreintje ingericht voor keten en opslag van elementen. Gedeelten van de beplanting rond de flats moeten tijdelijk weggehaald worden. Er komt een grote kraan die op een tijdelijke rijbaan rijdt, evenals de vrachtwagens die oude platen afvoeren en nieuwe brengen. Voor de ingangen worden speciale tunnels gebouwd om bewoners en bezoekers van de flats te beschermen tegen eventueel vallende stukjes beton e.d Het slopen en vervangen van de platen Het systeem is als volgt: Telkens worden over de-hele hoogte van het gebouw een aantal oude platen naast elkaar van boven naar beneden door de kraan weggehaald. Hierna worden de nieuwe platen van beneden naar boven gelegd. Aan de galerijzijde is de gang van zaken als volgt: Bij het trappenhuis wordt op elke verdieping een doorgang gemaakt naar de balkonzijde. Van de balkons worden alle tussen-windschermen weggenomen. De balkons worden voorzien van een tijdelijke galerij verlichting en aan beide einden wordt in de laatste balkonplaat een gat gezaagd waarin een noodtrap geplaatst wordt. Dat betekent dat de balkondeur tijdelijk als voordeur gaat fungeren en de balkons de funktie van de galerijen overnemen. In tijdelijke huisnummers wordt voorzien, evenals in cilindersloten op de balkondeuren. De galerijen worden ontoegankelijk gemaakt en alle draaiende ramen en deuren worden aan de buitenzijde vergrendeld. Omdat het gevelmetselwerk op de betonnen platen rust, moet dit opgevangen worden om de platen er onder uit te kunnen halen. Met een ophangkonstruktie wordt de metselwerkborstwering opgehangen aan de uitstekende dragers (consoles) van de bovenliggende galerij. Hierna worden de regenwaterafvoeren en de hekken gedemonteerd. Nu worden de platen weggenomen. De consoles blijven -in -42-

48 Cilindersloten in de balkondeuren. Noodverlichting. Extra deur om de balkonzijde vanuit de hal te kunnen bereiken. -43-

49 De gevel moet losgemaakt worden van de galerijplaten (foto: Afd. der Bouw.kunde, TH-Delft). De gevel wordt opgehangen aan de bovenliggende consoles (foto: Afd. der Bouwkunde, TH-Delft). De oude gajerijplaten worden weggehaald (foto: Afd. der Bouwkunde, TH-Delft). -44-

50 principe gehandhaafd en worden voor zover nodig gerepareerd of vervangen. Ook de bovenste platen, die van het dak, worden vernieuwd. Om wateroverlast te voorkomen worden tijdelijk maatregelen genomen. Na de montage van de nieuwe elementen worden de hekken geplaatst, de regenwaterafvoeren aangebracht en het metselwerk hersteld. De ramen en deuren worden ontgrendeld en de galerij kan weer worden gebruikt. Hierna wordt op een soortgelijke manier de balkonzijde aangepakt. De aannemer haalt de door de bewoners aangebrachte zonneschermen weg en plaatst deze weer terug. Aangezien het tijdelijk gemis van een balkon tot problemen kan leiden voor het drogen van de was, heeft de Woningfederatie gedurende de uitvoeringsperiode droogtrommels in het gebouw opgesteld. Gelijktijdig met het vervangen van de platen worden de ondersteuningskonstrukties en de betonnen banden in de kopgevels gerepareerd en geverfd De reparatie van de consoles Bij het begin van de werkzaamheden was men van mening dat de consoles allemaal sterk genoeg waren. Slechts enkele consoles zouden gerepareerd moeten worden. Bij het loshakken van loszittende delen beton bleek echter dat de consoles er toch slechter aan toe waren dan men aanvankelijk had aangenomen. De carbonatatiediepte blijkt groter dan was verwacht. De meeste consoles worden gerepareerd en voorzien van een epoxyverf. Op de bovenzijde wordt glijvilt aangebracht. In de consoles aan de balkonzijde worden schroefhulzen aangebracht voor het ophangen van drooglijnen. Deze reparaties worden een maal per jaar gekontroleerd en onderhouden. De andere consoles worden vervangen door nieuwe prefab consoles Kosten en financiering De kosten van de hele operatie waren begroot op f ,- per woning. Voor het totale projekt dus meer dan 7 miljoen gulden. Omdat hier sprake was van een calamiteit, waardoor de instandhouding onmiddellijk werd bedreigd is er een subsidie bij de Rijksoverheid aangevraagd. Overigens moeten de kosten betaald worden uit de algemene bedrijfsreserve van de woningfederatie. Voor de bewoners heeft de omvangrijke ingreep behalve ongerief tijdens het werk geen gevolgen. De huren worden niet verhoogd. Uiteindelijk blijken de meerkosten voor het extra vervangen van consoles, het meerwerk aan de andere consoles (waarvan men dacht dat ze niet gerepareerd hoefden te worden), het dichtzetten van de insnoeringen, het gewijzigde verfsysteem, voorzieningen voor waslijnen en het opnieuw aanbrengen van kitvoegen e.d. nog zo'n half miljoen extra te hebben gekost. Met ingang van wordt een andere regeling m.b.t. de subsidiëring van o.a. betonherstel toegepast. Hierover meer in het volgende hoofdstuk /

51 Het vervangen van balkonplaten (foto: Afd. der Bouwkunde, TH-Delft). -46-

52 6. FINANCIERING EN SUBSIDIERING VAN HERSTEL VAN BETON SCHADE BIJ WONINGBOUW 6.1. Algemeen Herstel van betonschade wordt gezien als groot-onderhoud. Voor grootonderhoud van woningen jonger dan 25 jaar bestaat geen financiering of subsidiëring van rijkswege. De kosten ervan moeten geheel uit het onderhoudsfonds resp. de algemene bedrijfsreserve (ABR) van de korporatie betaald worden. De ABR wordt gevoed uit de huuropbrengst, en eventuele bijdragen in de exploitatie. In de exploitatie-opzet wordt rekening gehouden met normbedragen voor periodiek onderhoud. Zo wordt verondersteld dat de exploitatie de eerste 25 jaar sluitend is. Na 25 jaar kunnen opnieuw subsidies worden toegekend, voor een grootonderhoudsbeurt, voor technisch herstel en voor verbeteringen van het woonkomfort. Ook herstel van betonschade valt vanaf het 25e jaar onder de voorzieningen, die in het kader van deze regeling subsidiabel zijn. Binnen de eerste 25 jaar worden slechts bij uitzondering subsidies gegeven voor technisch herstel. Dat is alleen het geval wanneer er sprake is van een calamiteit, waardoor de instandhouding onmiddellijk wordt bedreigd. Of dat bij beton schade het geval is, wordt van geval tot geval bezien. Normaal gesproken zal binnen de eerste 25 exploitatiejaren het onderhoudsfonds of de algemene bedrijfsreserve aangewend moeten worden voor onderhoud of herstel van beton. Op 1 januari 1984 is een nieuwe subsidieregeling in werking getreden voor herstel of verbetering van na-oorlogse woningen van gemeenten en van woningcorporaties (het zogenaamde systeem). Ook deze nieuwe regeling geldt - behoudens de al genoemde uitzondering - alleen voor woningen die minstens 25 jaar oud zijn. Alleen wanneer gebruik wordt gemaakt van de zgn. "terugploeg"-regeling kunnen woningen jonger dan 25 jaar worden aangepakt systeem Herstel van betonschade wordt, zoals reeds eerder genoemd, gerekend tot het groot-onderhoud waarover dus geen huurverhoging in rekening mag worden gebracht. Vaak gaat groot-onderhoud ook gepaard met verbetering van de woningen. Verbetering kan wel aanleiding geven tot huurverhoging. Per 1 januari 1984 (MG 83-57) is de nieuwe regeling voor groot-onderhoud en verbetering van woningwetwoningen van kracht geworden. De belangrijkste wijziging t.o.v. de oude regeling betreft een nieuw huurverhogingsstelsel gebaseerd op een schijvensysteem in plaats van de oude zgn. 2 t procentsregeling. Bij het. -47-

53 nieuwe schijvensysteem wordt een hoger percentage huurverhoging toegepast, naarmate de verbeteringskosten hoger zijn. Er zijn drie schijven met een jaarhuurverhoging van 1, 2 en 3 p~ocent. Bij groot-onderhoud en verbetering van na-oorlogse korporatie- en gemeentewoningen, die ouder zijn dan 25 jaar, zal het Rijk voortaan éénderde van de kosten voor zijn rekening nemen. De rest moeten corporaties of gemeenten uit eigen middelen betalen of lenen op de kapitaalmarkt. Inmiddels is, om dat lenen te vergemakkelijken, een waarborgfonds in het leven geroepen door NWR, NCIV en ABP, waarin het Rijk met een eenmalige bijdrage van f 30 miljoen deelneemt. De kosten voor verbetering van na-oorlogse woningen mogen maximaal 50 procent van de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningen bedragen. De termijn waarna opnieuw subsidie kan worden aangevraagd bedraagt minimaal 25 jaar. Bij de voor-oorlogse woningen mogen de verbeteringskosten oplopen tot 80 procent van de nieuwbouwkosten. Hierbij zal het Rijk de jaarlijkse kapitaalslasten geheel vergoeden, voorzover de 1-2-3%-huurverhoging niet toereikend is. De afschrijvingstermijn is vastgesteld op 1 jaar per twee procentpunten. Dit betekent dat bij verbeteringskosten van bijvoorbeeld 40 procent van de nieuwbouwkosten een termijn geldt van 20 jaar waarbinnen geen nieuwe subsidieaanvraag kan worden gedaan. Ook bij de huurverhogingsberekening wordt uitgegaan van het percentage dat de verbeteringskosten bedraagt van de nieuwbouwkosten. De eerste 20 procentpunten geven een jaarlijkse huurverhoging van 1 procent van de verbeteringskosten, de volgende 30 procentpunten een verhoging van 2 procent en de laatste 30 procentpunten een verhoging van 3 procent. Zijn bijvoorbeeld de verbeteringskosten f ,- en de vergelijkbare nieuwbouwkosten f ,-, dan is de huurverhoging 1 procent over f ,- (20 procent van f ), 2 procent over f ,- (30 procent van f ) én 3 procent over het resterende bedrag van f 5.000,-. In verband met de zeer grote aantallen subsidie-aanvragen in verhouding tot het beschikbare begrotingsbedrag geldt er voor deze subsidieregeling voor gemeenten en woningkorporaties een kontingentering: per jaar kan per gemeente slechts een tevoren door het Rijk bepaald aantal woningen tegen een vastgesteld maximaal budget worden aangepakt. Binnen de gemeente bepaalt het gemeentebestuur voor welke woningen het kontingent gebruikt zal worden. Ook voor herstel van partikuliere woningen, jonger dan 25 jaar, geeft het Rijk geen subsidies. Voor partikuliere woningen ouder dan 25 jaar geldt de subsidieregeling, neergelegd in de circulaire MG van 6 december Deze regeling is vergelijkbaar met de regeling, die geldt voor komplexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten. De regeling heet: "Regeling geldelijke steun voorzieningen aan partikuliere huurwoningen 1985". In de regeling wordt de geldelijke steun aan de gemeenten geregeld. De gemeenten hebben de mogelijkheid het toepassingsbereik van de regeling te bepalen en voorwaarden te stellen. De geldelijke steun van het Rijk aan de gemeente wordt verstrekt in de vorm van bijdragen-ineens en jaarlijkse bijdragen. Voor naoorlogse partikuliere huurwoningen ouder dan 25 jaar bestaat de rijksbijdrage-ineens uit -48-

54 één derde deel van de kosten. Voor' vóóroorlogse partikuliere huurwoningen bestaat de rijksbijdrage uit jaarlijkse bijdragen in het tekort dat optreedt als gevolg van het treffen van voorzieningen. De jaarlijkse bijdrage in het eerste jaar bij vóóroorlogse huurwoningen wordt als volgt bepaald. De annuitaire last van de door de gemeente goedgekeurde geraamde kosten van de getroffen voorzieningen, dan wel van de lagere werkelijke kosten, wordt verminderd met een bedrag konform het systeem. De looptijd van de jaarlijkse bijdrage bedraagt in jaren de helft van het percentage dat de door de gemeente goedgekeurde geraamde kosten van de voorzieningen belopen van de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningen. (Zijn bijvoorbeeld de geraamde kosten f en de bouwkosten van vergelijkbare nieuwbouw f , dan be'draagt de looptijd van de jaarlijkse bijdrage t x 16000/80000 x 100 = 10 jaar). Voor partikuliere huurwoningen gaan dezelfde kostengrenzen gelden als in de woningwetsektor De termijnen waarna weer subsidie voor het treffen van voorzieningen aan partikuliere huurwoningen kan worden aangevraagd zijn dezelfde als in de woningwetsektor Terzake van de kosten van preventie en herstel van betonschade kan aan de huurder géén huurverhoging in rekening worden gebracht. Dit laat evenwel onverlet dat, indien voorafgaande aan het herstel jaarlijkse huurverhogingen zijn opgeschort vanwege de ernst van de aantasting, deze opgeschorte huurverhogingen alsnog in overleg tussen de verhuurder en huurder kunnen worden overeengekomen met ingang van de datum van het herstel. Wanneer de huurder met een dergelijke huurverhoging niet instemt, zal desgevraagd de huurkommissie een uitspraak doen. Daarbij zal de huurkommissie gebonden zijn aan het maximale huurverhogingspercentage dat geldt in het kader van de huurharmonisatie. Ook in de nieuwe regelingen wordt een uitzondering gemaakt m.b.t. de leeftijdsgrens van 25 jaar. Voor woningen waaraan zulke ernstige bouwtechnische gebreken kleven, dat de instandhouding van de woningen in gevaar wordt gebracht, kan toch geldelijke steun uit 's Rijks kas worden verleend Terugploegen van uitkeringsgelden Op 14 februari 1984 is een tijdelijke subsidieregeling in werking getreden, die bekostigd wordt uit de gelden die de regering beschikbaar heeft gesteld ter stimulering van de werkgelegenheid. Deze regeling geldt voor woningen van toegelaten instellingen en gemeenten ook als deze jonger dan 25 jaar zijn. De normaal geldende termijn om voor verbetering of groot-onderhoud in aanmerking te komen, is dus niet van toepassing. In deze regeling die als de "terugploegregeling" bekend staat (MG 84-03), worden de voorwaarden aangegeven die aan het verstrekken van financiële steun worden verbonden: 1. de projekten moeten additioneel zijn; 2. de projekten dienen tijdelijk van aard te zijn; 3. de konkurrentieverhoudingen mogen niet doorkruist worden; -49-

55 Flats in Zandvoort, 10 jaar oud. De bewoner-eigenaren draaien op voor het vervangen van alle beton (c0nsoles, galerijplaten, balkons en dakranden) aan de buitenkant van hun flat. Kosten gemiddeld per woning: , - à ,- (foto: Afd. der Bouwkunde TH-Delft). -50-

56 4. a. de projekten dienen te worden uitgevoerd met tenminste 70% langdurig werklozen, die door de bemiddeling van het Gewestelijk Arbeidsbureau zijn aangetrokken; hiertoe worden niet gerekend diegenen die zijn betrokken bij de direktievoering van de opdrachtgever. Onder langdurig werklozen worden in dit kader verstaan diegenen die bij aanvraag van het projekt in principe 1 jaar of langer als werkzoekenden bij een Gewestelijk Arbeidsburau staan ingeschreven. Tevens dient voor 80% van die werknemers de z.g. 'referte-eis' te gelden, dat wil zeggen dat de werknemers langer dan 130 aaneengesloten werkdagen bij de desbetreffende projekten betrokken moeten zijn; b. de werkgever (aannemer resp. onderaannemer) dient terzake van de personeelsbezetting van het projekt vroegtijdig, dat wil zeggen vóór de feitelijke aanvang van het werk in overleg te treden met de direkteur van het Gewestelijk Arbeidsbureau, binnen wiens gebied het projekt zal worden uitgevoerd; c. bij beëindiging van het dienstverband van de onder a. bedoelde personen is de werkgever (aannemer resp. onderaannemer) verplicht hiervan het Gewestelijk Arbeidsbureau direkt in kennis te stellen; d. eventuele geschillen die terzake van a. en b. tussen de werkgever (aannemer resp. onderaannemer) en het Gewestelijk Arbeidsbureau rijzen, worden met uitsluiting van iedere andere instantie beslist door de hoofdinspekteur-direkteur voor de Arbeidsvoorziening van de provincie waaronder het desbetreffende Gewestelijk Arbeidsbureau ressorteert, geh'oord de aan dit bureau verbonden Commissie van Advies, waarin werkgevers- en werknemersorganisaties paritair zijn vertegenwoordigd; e. het uit te voeren projekt mag niet leiden tot verdringing van reguliere werknemers; f. uitvoering van projekten in eigen beheer door de opdrachtgevers is niet toegestaan. De uitvoering van een projekt mag derhalve niet geschieden in strijd met het bepaalde in artikel 3 van het Vestigingsbesluit bouwnijverheidsbedrijven 1958; De voorwaarden, vermeld onder 4, a t/m e, dienen in het bestek te worden opgenomen. Ook wordt aangegeven wat de Staatssekretaris in deze regeling verstaat onder groot-onderhoud. Als groot-onderhoud in het kader van deze regeling worden, mits de kosten daarvan niet hoger zijn dan 30% van de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningwetwoningen, de volgende werkzaamheden aanvaard: a. herstel van fundering; b. herstel of vervanging van dragende wanden, van gevels, van buitenkozijnen en van ramen en deuren; c. opheffen van optrekkend en/of doorslaand vocht en van overmatig condensvocht, voorzover dit condensvocht wordt veroorzaakt door de bouwkundige konstruktie; d. herstel of vervanging van dakkonstrukties inkl. dakbedekking, goten en hemel waterafvoer; e. herstel dan wel vervanging van vloerkonstrukties, trappen, balkons en -51-

57 galerijen; f. herstel of vervanging van rookkanalen binnen- en buitendaks; g. herstel of vervanging van de binnenhuisriolering, sanitair en keukenblok, incl. de aansluiting van het sanitair; h. herstel of vervanging van gas- en waterleidingen, incl. vervanging van kranen; j. herstel of vervanging van de elektrische installatie in de bestaande omvang. Wanneer hiervoor genoemde werkzaamheden gepaard gaan met voorzieningen, die vóór de uitvoering daarvan niet aanwezig waren (zoals het aanbrengen van warmte- en/of geluidsisolatie, het aanbrengen van extra sanitair of luxe keukenblok, het aanbrengen van warmte- en/of geluidsisolatie, het aanbrengen van extra kastruimte, uitbreiding capaciteit gasleiding, etc.) of met vervanging dpor materialen en/of onderdelen, die het niveau sober en doelmatig te boven gaan, wordt het plan uitsluitend als subsidiabel groot-onderhoud geaksepteerd, indien de extra kosten van die voorzieningen, materialen of onderdelen buiten de aanvraag om geldelijke steun worden gehouden. Over een eventuele huurverhoging hiervoor zal tevoren - behoudens bij een aanschrijving krachtens artikel 25 van de woningwet - tussen verhuurder en huurder overeenstemming moeten worden bereikt. In een schema dat als bijlage bij MG 84-3 is gevoegd, wordt aangegeven wanneer en hoeveel subsidie volgens deze regeling en MG kan worden verstrekt. -52-

58 A..Ca.pl en 'l'óócooc'l09 won....,." (incl".i.ef.. ngekoc:bt pactlculiec be.lt).. an tcllegelaten inat.eludqlen en,... "t." I VI 'uj I reqeh n9: qroot~nde,ho"d en verbetenn9: Me al-si ouderdom van lsoort il'l9 cee plkoaten ult ddelde Ite".!;n v rn. de vonlnqen drukt ln, in., t.erin9 ",.e' aubsidie bouwkoaten per vonin, kan voresen n- g e,e.ct,ekolmn vóóe 1-1-'CS gcoot-oncserhoud v.'bet.ein9.,e'9.ujkba- 9cvr,d r.. ni e""bou,",... i... l )0', I, ldd.les t.'o.ooo.-.. xl.aal 80' 'én ja., pee Z' van de bouwko.ten I.van ver,elijkbare nieuvbou".,ba Leli.e.yat hn.nc1e,i"9 "eck9.1e,enheids-1 toep sif\9.ndere voorw rden aub.teller.gel1",." v.cad,!l tu n annuitaire rljtaleni", ~t lening.,.n l un en 0. t>.ten v.".." derden,al1 n...",,_kocht evenluele huurverhoc)lnv ct. part.bedt. 100\ tijk.d l- het 1.2.)... y., d v. " 1"9 in,,.,antle) j '11'II bijdragen ~f ei,.n.ldd.len _ec: ~~~~~~~-r----~~---1~ ~ ~ t~----~----~~--~----~ " ~----~--~--~~~ vec~te'i~ lextr.~vec"gele- 9~~eedCJe.. o_n bljdl ~ge lneen. "'.n 2/).an eigen aldda1en bf 1eni"9 additionele pco- gevin9:,enheld.gelden voor 1-1- I CS 9coot-ondec- a.xi... 1 lot in becjin.e1,ee" d. ko.ten. van derden (ondec.oge11j- jecten1,een con- vechui.- an hecht- 198C/.,85: houd 1) telw.1jn... ke g.,.ntie v.n het W r- c:urrenthve,va1- cic:hti ft9sltosten: t1c en,e.idde14 betaliftcj: soa na be.chik- borg fond.).ing; geen ver- huurgevenni""sbijtg 8l-46.ci l ki"9.~ drlnging r.guhe- 4r.ge: f.10.ooo,- SOa!l. gerae4.. 14i",. re verkne_urh~ contactpersonen bij 9. arbeidainten- vonin9veebecerin9:,-- indien wordt. vold n n de voorw rden v.n deze cet)eu",.n, onder aiteit: ain. 70\ tijdelijke buisve.- 1.nqdutig verkl~ tinq: J zen :eoo~~!;:~ing " TerU9Plo.,.cti. 1, reedge.. o.en l,root-onde,-... i l lot...c. 10\ van in bec)inael I,H. bijd:.ge i,..en. v.n 2/) v.n eigen aid4elen bf lenin9 zie hierbovenrte- v.,.. te-i.olatie be- 191" v6óc 1-1-'CS houd 2) de bouwko.- telcujn de k.,.ten. van decaan (onder li0gelij- ven. 80. cefecte-.taande vonil'lgen ten v.n ve,- -- ke 9aranti. v.n bet Wa.r- eis t v. 1ngeverbeter i"9.. xi al 80\ geujkbare bet&&.ing: 50' n. be.ch1k- bor,fondl' zette la"9d.verk- i 2) nieuvbouv k1ng: lozen: S' an 50. ""UI ge,ee4.. 1di",. het totaal a.nt.l a.c.a.ple.en ~rl.ot.e woningen n to.,elat.e" lnetel11d1je.. en ~.. ten Croot-ondeehoud alni... l 25 9root-onda,- i l 10\ n. aini S en ve'betering' j r oud houd jaar " tig 1) t.lo.ooo.- t,a-werk9.1.- tjenhe lel.ge1den 1984/191S. tig U-U e_ NG IJ-C' verbltert",.. xi... l SQ. " 4ez.,.. elilllj 1. ill be9inael ni.t. n toepee.lag op '109.ani..,." bi 'dra,e ineen an 1/ 1 v.n eigen.iddele" bf leni", de koeten. v.n derden londer -ogeuj ,-- ke,a,antle v.n het... r- Mt.l!"" na,e,ee4.. lding bo.,toncla, d. hierboven ln bij vóóroor- 109 woningen Tecu9ploe,ac:ue I 1n oeqln.el,root-onder \ Soa v.n 19.. I,ee- leet- boud 2, de It:Iouwko.- ti:ldegu _... _----- te" van.e,-.erbetering... i.. al Soa,elljk... e 2, ni "wbouw in be'ln.el,... tee"' bijèraqe ineena n 1/) yan.igen.iddelen br leni"9 zie hierboven in d. ~oaten..an derden (onder li0geuj- de kolod bij ke,arantte... an het Waa,-.cSórooe 109ae bet4llt",. soa na beachili. bor,fonda) won1ngen U"" 50'.M,er ld;", zie hiecl>owe_ i_.1 kolo. bij vóóroor- 109a. voniftgen ) 4a, icldelde ko.ten pet woni", dlenen te,..inete t.s.ooo.- te bedra,en " d. oe.id koet.n per vontnq zijn niet aan een aini.,.,ebonden

59 Een vergelijkbaar schema werd in MG opgenomen m.b.t. voorzieningen aan partikuliere huurwoningen. Schema van het nieuwe subsidie en financieringssysteem na-oorlogse particuliere huurwoningen -. Voorzieningen kosten van de ingreep uitgedrukt in een % van de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningen Uitsluitend bepaalde voorzieningen Overige voorzieningen maximaal 30% maximaal 50% vóóroorlogse particuliere huurwoningen termijn waarna opnieuw subsidie kan worden aangevreegd minimaal 25 jeer subsidie in % van de kosten 33'13% d.m.v. een bijdrage ineens financiering eigen middelen; of lening van derden ; Voorzieningen Uitsluitend bepaalde voorzieningen Overige voorzieningen Investeringskosten uitgedrukt in % van de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningen Maximaal 30% maximaal 80% alschrljvlngstermijn/ termijn wearna weer subsidie kan worden aangevraagd één jeer per twee procent van de bouwkosten van vergelljkbare nieuwe woningen subsidie 1 ()()%.dekking d.m.v. jaarlijkse bildragen (minus 20% bij belastingplichtige eigenaren): van het verschil tussen de annunalre last en het bedrag conform het 1,2,3-systeem ) financiering I eigen middelen; of leningen van derden (100% rijksdeelneming In gemeentegarantle) 0) het systeem kosten van Ingreep in % van de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningen schijf 0-20 schijf schijf vermindering op de bijdrage In het Ie jaar Ie )aar In % van de kosten') I) bij het treffen van uitsluitend bepaalde voorzieningen tot een maximum van 30% van de bouwkosten van vergelijkbare nieuwe woningen, vindt deze vermindering niet plaats

60 6.4. Reikwijdte van de regelingen Met name vanuit kringen van de woningkorporaties wordt kritiek geleverd op de reikwijdte van de regelingen. Drs A.N.M. van den Berg van de NWR gaf in een lezing tijdens het konfrontatiekollege "Exploitatieproblemen naoorlogse woningen" (23 en 24 mei 1984) aan dat de problematiek van het opknappen van woningen omvangrijker is dan de regelingen van de overheid doen vermoeden: "- Het aantal naoorlogse woningen dat een grote onderhoudsbeurt nodig heeft is momenteel veel groter dan een aantal jaren terug. Dat komt deels door de al opgelopen achterstand, deels door het feit dat vanaf halverwege de vijftiger jaren de bouwproductie opliep, hetgeen zich nu uit in een groeiend aantal op te knappen woningen. Daarbij komt dan dat er nogal wat woningen uit met name de zestiger jaren zijn die nu gebreken van bouwtechnische aard vertonen. Deels betreft het de gevolgen van bepaalde bouwsystemen (vliesgevels, koudebruggen, dakconstructies). Ook betonschade kan in dit opzicht genoemd worden. Dit alles wordt dan aangevuld met problemen die nauwelijks of soms geheel niet met bouwtechnische gebreken van doen hebben, doch te maken hebben met sociale factoren als woonmilieu, woonlasten, huurachterstanden, matige waardering van bepaalde woningtypen etc. De problematiek van de etagebouw, in het bijzonder de middelhoge en hoge galerijflats, domineert momenteel. Algemeen probleem is, dat de corporaties en evenzeer de gemeentelijke woningbedrijven vaak onvoldoende financiële middelen hebben om de problemen aan te pakken. Dat betekent dat men veelal aangewezen is op overheidssteun. Daarbij doen zich de volgende moeilijkheden voor: De bestaande subsidieregeling voor verbetering of groot onderhoud van naoorlogse woningen is alleen van toepassing op woningen die vijfentwintig jaar of ouder zijn. Diverse van de eerder aangestipte problemen - denk aan de hoogbouw - doen zich voor bij woningen jonger dan vijfentwintig jaar. Daarvoor bestaat dus geen subsidieregeling. Het tweede probleem is gelegen in het feit dat het aantal woningen, ouder dan vijfentwintig jaar, dat jaarlijks met overheidssteun aangepakt I kan worden te gering is gezien de behoefte. Het verbeteringsprogramma van dit soort woningen is onlangs opwaarts bijgesteld tot per jaar. De behoefte gaat daar echter boven uit. De omvang van die behoefte hangt onder meer samen met het aantal gebouwde woningen zo'n vijfentwintig jaar geleden. In de jaren 1956 tot en met 1965 zijn er woningwetwoningen gebouwd, dus gemiddeld bijna per jaar. Vanuit het huidige verbeteringsprogramma van per jaar moet niet alleen deze leeftijdsgroep uit de voorraad worden opgeknapt, ook de opgelopen achterstand moet vanuit dit jaarcontingent verbeterd worden. Ten derde konstateren wij dat, indien de corporatie met behulp van de verbeteringsregeling hun woningen ouder dan vijfentwintig jaar opknappen dit, ondanks de subsidie, toch regelmatig financiële problemen oplevert". -55-

61 Volgens Van den Berg heeft dit laatste te maken met problemen met de fondsvorming ten behoeve van het onderhoud. "De explpitatie door de corporaties is sterk gebonden aan door de overheid vastgestelde regels. Een complex van besluiten, beschikkingen en circulaires stelt grenzen aan het corporatiebeleid. Ten aanzien van het onderhoud heeft de overheid een bedrag per woning vl'lstgesteld dat door de corporatie jaarlijks ten laste van de exploitatierekening gestort moet worden in het onderhoudsfonds woningen en woongebouwen. Aldus wordt een voorziening opgebouwd waaruit het onderhoud kan worden bekostigd. Ook bij het vaststellen van de jaarlijkse objectsubsidie voor huurwoningen baseert de overheid zich wat betreft de onderhoudskosten op deze norm. Belangrijk punt is nu dat die onderhoudsnorm, momenteel f 572,- per naoorlogse woning per jaar, lang niet voldoende is voor het dekken van alle onderhoud dat gedurende de totale levensduur noodzakelijk is. Sterker nog, de overheid heeft zelf kenbaar gemaakt dat uit de norm uitsluitend het zogenaamde "normonderhoud" mag worden bekostigd. Dat omvat lang niet alle onderhoud! De laatste jaren vindt er onderzoek plaats, onder andere door de landelijke centrales van woningcorporaties, naar de toereikendheid van de norm. Ten behoeve van dit onderzoek heeft het ministerie het uit de norm te bekostigen onderhoud nader gekonkretiseerd. Als volgt: "Norm onderhoud omvat de dagelijkse onderhoudsactiviteiten, alsmede die onderhoudsactiviteiten die regelmatig met een beperkte tijdsinterval, vijf à zeven jaar terugkeren". Een en ander betekent ondermeer dat onderhoudsactiviteiten met een cyclus langer dan zeven jaar niet uit de norm gedekt zouden mogen worden. Overigens, ook al zou dat wél mogen, dan zou de norm daar in het geheel geen ruimte voor bieden". In het geval van verbetering kan een deel van de kosten gedekt worden uit een huurverhoging. Van den Berg geeft in een rekenvoorbeeld aan dat er exploitatietekorten kunnen optreden. "Voor een naoorlogse woning die voor f ,- wordt verbeterd, ontvangt de corporatie een bijdrage van f ,- ineens. Er resteert dus een investering voor de corporatie van f ,-. Als de ingreep aangemerkt moet worden als een verbetering vindt er een huurverhoging plaats. ( ) Die methodiek levert bij een investering van f ,- een huurverhoging op van f 400,- per jaar. Een kostendekkende huurverhoging van de investering die de corporatie moet opbrengen (de f ,-) zou echter f 2.000,- per jaar bedragen. Er resteert in dit voorbeeld in het eerste jaar dus een exploitatietekort van f 1.600,-. Afhankelijk van de huurstijging en de ontwikkeling van de exploitatielasten zal dit op den duur geringer worden. De tekortsituatie zal echter wel jarenlang voortduren". Tenslotte vraagt hij zich af of de door de overheid gekozen uniforme benadering wel zo gelukkig is. "De vraag is of gegeven de door de overheid gekozen macro-economische benadering, de uniforme aanpak wel zo gelukkig is. De feitelijke onderhoudsuitgaven per jaar zullen per corporatie immers zeer bepaald worden -56-

62 door het specifieke woningbezit. Corporaties met relatief veel oude woningen zullen relatief meer moeten spenderen aan onderhoud. Bij een bedrijfseconimsche invulling van de norm zal dit geen probleem behoeven op te leveren. Daarbij is de norm afgestemd op de gehele levenscyclus of een groot deel daarvan. Binnen de zienswijze die de overheid momenteel aanhangt zou norm differentiatie ons inziens overwogen moeten worden. Vooral het kenmerk 'leeftijd' van het woningbezit zou ons inziens als differentiatiegrondslag in aanmerking komen. Momenteel wordt een onderzoek verricht naar de wenselijkheid en de mogelijkheid van differentiatie van de onderhoudsnorm. Dit onderzoek wordt verricht door het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Op basis van dit onderzoek zal mogelijke differentiatie van de norm te zijner tijd nader bezien moeten worden". (*) Voor de aanpak van de jongere woningvoorraad zal op grote schaal de ABR van de woningcorporaties aangesproken moeten worden. Van den Berg zegt daarover: "De ABR is echter niet onbegrensd en zal de komende jaren fors onder druk komen te staan. Dit wordt veroorzaakt door factoren die merendeels te maken hebben met de naoorlogse woningvoorraad. - J\llereerst zitten we nog jarenlang met de financiële consequenties van de oude, per 1 januari 1984 afgeschafte, verbeteringsregeling. Mogelijke exploitatietekorten van onder die regeling verbeterde complexen komen voor de helft ten laste van de corporatie, dus ten laste van de ABR. - Ten tweede zal de nieuwe verbeteringsregeling een beroep op de ABR met zich meebrengen. Dit beslag op de ABR zal, naar wij inschatten, omvangrijker zijn dan het beslag dat uit de oude verbeteringsregeling voortkomt. Daarbij speelt de groei van het aantal te vernieuwen naoorlogse woningen en eveneens de wijziging die in de subsidiëringsopzet is doorgevoerd per 1 januari Ten derde zullen er op grote schaal onderhoudsactiviteiten verricht moeten worden waarin de onderhoudsnorm niet voorziet. - Ten vierde zullen er naar verwachting veel onvoorziene kapitaalsuitgaven gedaan moeten worden. Op betonschade is al gewezen. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat het momenteel om bedragen van 300 tot 500 miljoen schade zou gaan". Van den Berg komt tenslotte tot de konklusie dat de terugploegregeling, mits die ook in de komende jaren van kracht blijft, enig soelaas kan bieden, maar er moeten aanvullende subsidieregelingen komen: "Een structurelere 'aanpak van de naoorlogse problematiek vergt een structerele reguliere aanvullende maatregel voor corporaties in een moeilijke positie. Zolang die structurele maatregel er nog niet is kan de terugploegregeling, als noodvoorziening, goede diensten bewijzen". (*) Deze studie is inmiddels afgerond en gepubliceerd. -57-

63 In het recent gepubliceerde "diepte-onderzoek" van NWR en NCIV ("Onderhoudsaktiviteiten bij het beheer door woningcorporaties") wordt deze stelling verder onderbouwd en uitgewerkt. Een voorbeeld van aantasting door vervuiling. De balkons fungeren als wateropvanger en houden de onderliggende borstweringen in de regenschaduw. Plaatselijk wordt de gevel schoongespoeld met als gevolg scherpe contrasten tussen vervuilde en schoongespoelde gevelgedeelten. De verticale ribben veranderen niets aan dit beeld. Met een aanpassing van het bovenranddetail kan worden voorkomen dat er water over de gevel stroomt (foto: Afd. der Bouwkunde, TH-Delft). -58-

64 7. SLOTOPMERKINGEN Beton heeft altijd bekend gestaan als een onverwoestbaar materiaal. De Romeinen kenden het al als een duurzaam materiaal. Nadat door de Fransman Monier het gewapend beton 'uitgevonden' was, meende men met een zeer sterk en onderhoudsarm bouwmateriaal te doen te hebben. (Beton kan niet rotten zoals bijv. hout). Vooral wanneer iele konstrukties in beton worden gemaakt, wanneer de dekking te gering is en er te veel haast bij de bouw wordt gemaakt, blijkt dat beton wel degelijk schade kan oplopen. Er zijn inmiddels twee onderzoeken gedaan naar de omvang van de schade aan beton in de woningbouw in Nederland. Beide onderzoeken zijn niet uitputtend; aan deze onderzoeken ligt een groot aantal aannamen ten grondslag. De Nationale Woningraad (NWR) hield een enquête bij 127 leden-woningkorporaties waarin men komt tot een kostenbedrag voor herstel van beton in de komende drie tot vijf jaar van 350 tot 400 miljoen gulden. De Stichting voor onderzoek voorschriften en kwaliteitseisen op het gebied van beton, (CUR-VB) heeft een inventarisatie gemaakt van de schade-omvang van het in de periode aan de buitenlucht blootgesteld betonoppervlak in de woningbouw en komt tot een totaal schadebedrag van 383 miljoen gulden (interval: miljoen gulden). Het gaat hierbij om kosten om pure betonschade te herstellen. Schade ter plaatse van aansluitingen tussen beton en andere konstruktiedelen (b.v. betonplaten-galerij hekken; betonplaten-gevelkonstruktie, etc.) blijft geheel buiten beschouwing. Voorts gaat het alleen om betonschade aan de buitenzijde van het woongebouw. Eventuele schade aan beton die niet aan de buitenlucht is blootgesteld, wordt niet meegeteld. Tenslotte gaat het om de kosten van de reparatie van de direkte schade. Kosten die daarbuiten gemaakt moeten worden, zijn niet gerekend. Tot dat soort kosten behoren de extra uitgaven die de eigenaar moet maken om: - de bewoners voor te lichten; - de veiligheid van de bewoners te waarborgen (als ze in de woning kunnen blijven tijdens de reparaties): vergrendeling van ramen en/of deuren; bescherming tegen vallend gesteente en stof; vluchtwegen garanderen. - de toegankelijkheid van de woningen te waarborgen: noodgalerijen; noodverlichting; rolstoel/brancard faciliteiten. - de bewoonbaarheid van de woning te waarborgen: -59-

65 voorzieningen voor het drogen van de was (als het balkon gerepareerd moeten worden); extra berging voor spullen van de bewoner; extra planning/verschuiving van reparatiewerkzaamheden bij woningen waarvan de bewoners overdag moeten slapen (vanwege ploegendienst). - verhuis- en herinrichtingskosten te vergoeden aan die bewoners die vanwege de reparaties hun huis uit moeten. I Het zou ons niet verbazen als de werkelijke bedragen aanzienlijk hoger zullen zijn. Tot nu toe zijn wij nog geen enkel projekt tegengekomen waar de schade gelijk was aan de bij eerste inspektie opgemeten schade. In deze projekten waar sprake was van betonschadeherstel bleek de schade achteraf groter (en gevaarlijker) dan aanvankelijk was voorzien. Er kan met grote zekerheid gesteld worden dat de eigenaar van de woningen opdraait voor de schade, hoewel er wettelijke mogelijkheden zijn om de bouwer de schade te laten dragen (binnen 5 jaar na oplevering). Een van de problemen is echter dat die bouwers en die betonfabrikanten, die veelal de oorzaak zijn van de opgetreden betonschade, in veel gevallen niet meer 'bestaan' en zo ze nog wel bestaan is het leveren van de bewijslast zeer moeilijk. In bijlage I geven wij een overzicht van rechtsvorderingen die de opdrachtgever kan instellen t.a.v. bouwparticipanten zoals die door de CUR-VB werd gepubliceerd in het rapport "Onderzoek naar aansprakelijkheid voor schade aan betonoppervlakken" (CUR-VB rapport 117). Het is duidelijk dat de kiem voor de meeste betonschade is gelegd tijdens de bouw. Wij menen dat het toezicht op de uitvoering vaak onvoldoende is geweest; vreemd genoeg zal het toezicht vanuit de overheid bij de reparatiewerkzaamheden geheel kunnen ontbreken. Voor het verrichten van onderhoud.is immers geen bouwvergunning nodig. Het ware te overwegen dat het overheidstoezicht op de uitvoering van bouwen verbouwen onderhoud aanzienlijk wordt uitgebreid, i.v.m. de aanzienlijke subsidies die het Rijk aan de volkshuisvesting verstrekt en het bijzondere karakter van het uitvoeren van betonreparaties en andere grootonderhoudswerkzaamheden. Ook van opdrachtgeverszijde zou meer toezicht moeten plaatsvinden. Men zou hierbij kunnen denken aan toezicht, betaald door de opdrachtgever, uit te voeren door bijvoorbeeld konstrukteurs, adviseurs, overkoepelende organen van corporaties of door onafhankelijke instituten. In Bouwwereld 1984 nr. 9 werd een aantal organisaties en instellingen opgesomd die de nodige deskundigheid op het gebied van betonschade in huis hebben. Wellicht is het mogelijk door of via deze organisaties een goede kontrole op betonkonstrukties en betonreparaties te regelen. In bijlage 11 is de lijst uit dit vakblad opgenomen. In bijlage 111 is een aantal artikelen die handelen over preventie en herstel van betonschade opgenomen; deze lijst werd ook gepubliceerd in genoemd vakblad. -60-

66 In de literatuurlijst zijn verder nog die publikaties opgenomen die niet in bijlage 111 genoemd zijn maar die wel gebruikt zijn voor het samenstellen van dit rapport. -61-

67 -62-

68 BIJLAGE I: OVERZICHT VAN DE RECHTSVORDERINGEN DIE DE OP DRACHTGEVER KAN INSTELLEN ("Iv<-rl,i<:ht I. R~cht5... ord("ring(>n dit> rlt" opctrachtll:,c"y" k.1n in<lltell('n 1"1\ aojn7,îrn van 11(' bouwparticip.iiit<,n aangf'$prokt'n partij architect mo~("lijk~ r~chtsyordforin~~n w~~(>ns wanprt>st3tie: A. actie o.k.v, stand.1ardrereling (i.h.b. art. n ".R.) bc~rkinr('n in ctro rrp'elinren y(>l(> beperkinat"n, o,a. "ernstige foutlt, tien iaar, schadevergoedins tot max. i honorarium hc~rking('n in de- jur Îsprudt"ntif' pral.;ti"t ~ h(' wa3rcic." van rlc vordrringrn door aanzienlijkt- aansprakelijkheidsbeoperkink~ niet Itroot constructeur aannemer 8. indie-n leen standa.rdre~elina toepasselijk: de al~em(>ne.l~tie o. ~.Y. hrot ".W. wegens onrechtmltise dîlad: actie o.g.v. art e.v. 8.,... we~en, wanprestatie: A. actie o.k.v. standaardrekr Iing (i.h.b. art. 12 R.V.O.I.) 8. indirn s~n uandaardrese Iing toepasselijk, de algemene actie o.s.y. het 8."". wegens onrechtmatige däad: actie o.g.v. art 01 e.y. B.". wezens wanprestatie: A. actie o.g.v. standaardregeling (j.h.b. art. 12 U.".V.) I. juncto art. I'" 8.". 2. i.g.v. een verborgen gebrek B. indien s~ standaardreselins toepasselijkt I. alsemene actie o.g.v. het 8.". 2. actie o.g.v. art. 164' 8.". (Indien niet uitgesloten in de overeenkomst) vele beperkinken t onder me-er "recmstre-eksegevolg-schade", viii iaar t schadevergoedink tot honorarium Ki. -I.g.v. "geheel of gedeeltelijk vergaan" - gedul"ende tien jaar A.2. -enke definitie van verborgen gebrek - gedurende viii jaar I.g. v. "geheel of gedeeltelijk vergaan" -gedurende tien jaar - zware bewijslast - waar borsnormkarakter van art. IH M.I\.V. nog niet vastsesteld.. contractuele aansprakeli jkheidsbeperkingen tussen partijen gelden ook hier - zware b4!wijslast -waarborgnormkarakter van art. IH "1.8. V. nog niet vastgesteld -contractuele aansprakelijkheidsbeperkingen tussen partijen selden ook hier A.I. -aueen kans i.g.v. instorting or drei... Kende instorting, voor sprake zijn yan dreislns strenge criteria -In beginsel alleen m.b. t. verborgen gebreken, doch met Sesubjectlveerde verzachting alleen kans I.g.v. instorting -alleen m.b.t. verborgen gebreken hanst af van de tussen partijen «emaakte specifieke bedinaen -m~stal wordt machtneming van IH M.B. v. al via het contract verplicht gesteld en is deze vordering ex art daardoor uittteslaren -indien wel mogrlijk waarde de door de zware bewijslast niet groot door de aanzlenhjke aansprakelljkheidsbe ~kingen niet 8root, echter door K.I.v.l. aan let gegeven tot matiging d.m.v. goede trouw hangt af van de tussen partijen gemaakte specifieke bedingen -meestal wordt inachtnemins van IH M.8.V. al via het contract verplicht Besteld en is deze vordering ex art *01 daardoor uitgesloten - indien wel mogelijk ",a.rde door de zware bewijslast niet groot A. I. door de eis van (dreigende) instortins alleen van waarde in extreme Kevallen ".2. gezien de aard yan de gebreken die tot betonaantasdng lelden In beginsel waardevol mits binnen de korte termijn van vijf jaar Ingesteld hangt af van de tussen partijen Kemaakte specifieke bedingen 6.2. door de eis van (dreigende) instorting alleen van. waarde in extreme gevallen Wf"~f'n5 onrf'chtmatl~e rlaad: ArtifO o.«.v. rt. 1'01 v. 11.". -7.ware b;wij~la~f - wrrrborttnormkarakter van art. 153 M.R.V. nog niet vastbesteld -contrac tuele aansprakelijkheidsbeperkjngen tussen partijen gelden ook hier -mf'e~tal wordt In :trhtnf'mln«vliin 151 M.R. V. al via het contact verplicht BMteld en is deze vordering ex art. ',.01 daar door uitbesloten - indien wel mogelijk waarde door de zware bewijslast niet groot De X.V. I,jl en de X.B. bëvatten geen bepahngen omtrent aansprakehjkheld na de oplevering, dus dan geen speciale actie. -63-

69 Overzicht I. Rechtsvorderingen die-df> opdrachtgever kan insteijen ten aanzien van de bouwparticipanten (vervolg) aangesproken parlij bouwondernemer Iwik.,,1 toez,chthöudënd overheid_l_ mogelijke rechtsvorderingen wegens wanprestatie: A.. actie o.g. v. standaardregelinl li.h.b rt. 17 A.V.l I. junclo.rt. I'" 8.W. 2. i.a.v. een verbotsen aebtek l. i.a.v. loepasselijkheid van Carantieregeling C.I.W. in unvullina op A.I en A..2 een larantie voor deuadelijkheid con.. ructie etc. bëperk,ncen In dë regelingen A. i. ais bij de aannemer 1\.2. als bij de aannemff A.l.'.r."llet... mljn 6 jaar, inlunde dri~ manden na oplevffing 8. indien leen Itandaardregelinl~..Is bij de. aannemer toepasselijk:.is bij de Hnnemer. wqens OIVechtmatlge da.dt als bij de aannemer weaens wanprestatie: A.I. indien slandaardverkoof>' voorwaarden toepasselijk: een actie op srond durvan, anders de alsemene actie o.g. v. het R.W. A.2 ctie O.l.V. arl. Il,. B.W.: overgang van de vorderingsrechten op de fabrikant die de aannemer had bedongen, naar de opdrachtgever. welens onrechtmauge daad:.clle O.l.V rt e.v. 8. W.-"produklen n.prakelijkheid" wegens onrechtmatige dä.d actie o.g.v. art. 1'01 e. v. B.W. I.g.v. vorderlo& wegens schending van een rechtsplicht: de arl. uil hel VI.v.Sr, die zeer expliciet zijn sch.delijk karakter van de materialen, bedrog, etc. bë~kll\f(en 10 de Jurisprudentie A. i. als bij de aannemer praktl$che waarde van de vordc.-rinrc.-n Á. i. ah bij de aärlnerner A.2. als bij de ".nnemer. R.v.A. neemt hier echtft' toerder ~ verborken Kebrek... n. Oe vijf j..;,r g"an pas in na K4r"ntietermijn van jaar.." jaar A..l. waardevol; in vgt. mei actie wegens verborgen gebrek een 9 m.anden langere termijn (61 jur) B..ls bij de aannemer B. als bij de."noemer als bij dë aannemer A.2. alleen kwalitatieve rechten, die uitdrukkelijk bedongen zijn. Contractuele aansprakejijkheidsbeperkingen jegens de aannemer gelden ook hier '.g. Y. vordërlng wegens strijd met de zor&vuldigheidsnorm. produkten moeten gevaar voor lijlol loed opleveren. Soms echter ook kans indien leen sprake van gevaar, maar dan dient er een omstandigheid te zijn als valse schijn opwekkende reclame alleen kans In bijzondere omstandigheden, met name als opzette Ii jk of roekeloos onjuist adviezen zijn gegeven zw;,re bewijslast als bij dë aannemer A.I. meestal lever I dë 1","1- kant aan de aamemer, die alsdan voor de deugdelijkheid van de maleri.len jegens de opdrachtgever unsprakelijk is: zie daarvoor bij de aannemer A.2. onbekend: de vorderingsmogelijkheden Zijn beperkl lot hetgeen de aannemer heeft bedongen. I.hOa. van secunda.r belang, nl. als er geen of leen kansrijke verhaalsmogelijkheid op de aamemer is. De vordering.mogelijkheid is aan sterke beperkingen uit wet resp. jurisprudentie ~rworpen. V.w.b. een aspect is bewijslast ver licht: eiser hoeft leen schuld Ie bewijzen gerang, slechts In zeer uitcesproken gevallen van onrechtmallg overheidshandelen aan de Of"de en dan nog moeilijk aan de bewijsvereisten te yoldoen -64-

70 t'v"'ukht 2. I"t'( : htword~rin~~n van d~ 0l"volgt'IIr1(' t'igt'naar te'n aanlicn van lijn r('('htsvoorj?an~t'r ton de' bouwparticipanten dall~f"'prt)k("n partij IfiORe'1i 1 kp rp(>ht!yoroc-ringf"n tx-pnkingen in de- juris- prlldl"ntic tx'pc!'rkinrt'n in dl'" rc"gc"lingen praktische- waarde van de vordf'rinr("fl voorlltaand eirf!naar... ('~Pn\ wanpre.. tatie-: actie o.~.v, 15"0 e.v. A.W. inzak~ verborgen Re'breken (indien niet uitgesloten in ~ ov~eenkomst) korte terrnijn mc"e-.. tai niet relevant: de rechtsvoorganger sluit in het koopcontract zijn aansprakelijkheid voor gebreken gewoonlijk uit bo'jwpartit7ipantf!'n...,e~ens wanprc'stati~; A.I. actie o.g.v. art. J"" R."'.-ov~rgang van ~ ret;huvofde' ringsrechten die de rechtsvoorganger op ~ bou... participan.. ten had bedongen, naar de opvolgende eigenaar A.2. actie o.g. v. cessie (overdracht) van rechtsvorderingen door de rechtsvoor. ganger A.I. alleen kwalitatieve rechten, die uitdrukkelijk bedongen 7.ijn. Contractuele aansprakelijkheidsbeperkingen jegens de rechtsvoor.. ganger gelden ook hier. A.I. - vordering als hier bedoeld nol niet ingesteld - waarde is afhankelijk van de inhoud der overlegene rechtsvorderingen, echter grotere kans dat de termijn voor de vordering al is verstreken A.2. afhankelijk van de inhoud der gecedeerde rechtsvorderingen wegens onrechtmatige daad: lietle o.g.v. art e.v '. zie bij de onderscheiden partijen zie bij de onderschel- -architect, constructeur en den partijen aannemer -fabrikant -toezichthoudend oyerheickorbaan -65-

71 -66-

72 ,-...: BIJLAGE ll: Uit Bouwwereld 80 (1984), nr.9, 27 april, pp Organisaties en instellingen Wie doet wat op het gebied van betonreparatie in Nederland? Een gedeelte van dit antwoord kunt u vinden in de overzichten elders in dit nummer, die gedetailleerd aangeven wie wat levert op het gebied van betonbescherming en betonreparatie. Daarnaast zijn er nog een aantal Instellingen, verenigingen en organisaties die onder andere deskundigheid op het gebied van betonschade hebben aan te bieden. Daarbij vindt u zowel organisaties die de belangen behartigen van woningbouwv~reniglngen, als ook verenigingen van bedrijven. Ook onafhankelijke onderzoeks- en keuringsintituten hebben vaak veel meer deskundigheid in huis dan men denkt. De selectie op deze pagina's zal niet voor 100 % compleet zijn; ongetwijfeld kunnen de organisaties u in elk geval op het goede spoor zetten bij vóórkomende problemen van betonschade. Betonvereniging Taken en activiteiten van de Betonvereniging op het gebied van voorkómen en herstel van betonschade zijn: - Hetgeven van onafhankelijke voorlichting op alle gebieden die met de toepassing van beton te maken hebben, onder andere via de in het voo (jaar 1984 georganiseerde voorlichtingsbijeenkomsten, waarvan de laatste zal plaats- vinden op 8 mei aanstaande (zie elders in dit nummer). - Het doorverwijzen naar gespecialiseerde adviesbureaus op dit gebied indien concrete gevallen moeten worden behandeld. - Het organiseren van een cursus 'Onderhoud en reparatie van beton', d ie in september van dit jaar begint. - Het opzetten van een erkenningsregeling voor betonreparatiebedrijven, in overleg metde Stichting KOMO en de Vereniging van Betonreparatiebedrijven. Inf.: Secretariaat van de Betonvereniging, postbus 61,2700 AB Zoetermeer. Tel. (079) Bouwcentrum Techno - Beantwoording van telefonische en schriftelijkevragen; - Het beoordelen van manifeste schade door corrosie, aantasting, ontwerpfouten~ujtvoeringsfouten en dergelijke; - Het vaststellen van de schadevrije levensduur van betonconstructies; - Adviezen ten aanzien van herstel, bescherming en preventief onderhoud; - Cursus betonreparatie voor MTS/HTS-niveau. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in cooperatie met Bouwcentrum-Woningbouw en met Bouwcentrum / Opleid i ngen. Inf.: Bouwcentrm Techno, postbus 299,3000 AG Rotterdam. Tel. (01 0) COT Onderzoek en advisering met betrekking tot het voorkómen en herstellen van betonschade aan gebouwen: Bouwwereld 80 (1984) - nr. 9 (27 april) -67-

73 - Bepaling betonkwaliteit conform art van NEN Onderzoek met behulp van een t~rugslaghamer in combinatie met een beproeving op een drukbank van geboorde cilinders. - Analyseren betonsamenstelling. Bepaling van het percentage ingemengde of ingedrongen chloriden aan de hand van de geboorde cilinders. Eventueel een gedetailleerd vervolgonderzoek. - Carbonatatie, betondekking en kwaliteit betonhuid. Op een groot aantal meetpunten worden carbonatatiediepte, betöndekking en de kwaliteit van de betonhuid bepaald. Het vaststellen van de carbonatatiediepte vindt plaats met behulp van fenolftaleine. De betondekking wordt geïnspecteerd door het betonoppervlak af te tasten met een wapeningsdetector. De kwaliteit van de betonhuid onderzoekt men met behulp van een terugslaghamer. - Inspectie scheuren. Bij scheuren die breder zijn dan O,2mm voert men ook een carbonatatiemeting uit. - Visuele beoordeling: plaatsen waar reeds corrosie van wapeningsstaal is opgetreden of de betondekking is afgedrukt, grindnesten en scheurv~r~ing, mechanische enl of fysische beschadigingen, hoedanigheid van coating op beton, kwaliteit en hoedanigheid van dekvloeren op balcons, bouwkundige details die van invloed zijn op de duurzaamheid van de betonconstructie. - Hersteladvies op basis van de onderzoeksresultaten. - Rapportage. De waarnemingen tijdens het onderzoek, de resultaten van de bepalingen in het eigen laboratorium en het hersteladvies worden vastgelegd in een overzichtelijke rapportage, voorzien van foto's. Inl.:Stichting Centrum voor Oppervlaktetechnologie, postbus 98,2050 AB Overveen. Tel. (023) KOMO De Stichting Kwaliteitsverklaringen - Organisatie voor Materialen en Onderdelen voor de bouw KOMO levert een nuttige bijdrage aan d" bouwkwaliteit. vim uit het oogpunt van betonschade is hel begrip preventie van toepassing. De keuringsinstituten behandelen met het KOMO-bureau de aanvragen van kwaliteitsverklaringen en zij voeren de controles bij de fabrieken van keurmerkprodukten uit. Die keuringsinstituten zijn KIWA, Bouwcentrum, Stichting Keuringsbureau Hout SKH, en de Stichting Betonmortelcontrole BMC. Ook werkt het KOMO nauw samen met het Nederlands Normalisatie Instituut omdat het van mening is, dat de NEN-normen de meest gerede grondslagen zijn voor kwaliteitsverklaringen. Inf,:KOMO, postbus 240, 2280 AE Rijswijk. Tel. (070) NCIVBV De advisering en voorlichting richt zich in hoofdzaak op de leden Iwoningcorporaties en hun ta-. ken. In dat kader kan het NCIV ook ingeschakeld worden bij de technische beoordeling van woningcomplexen. Die beoordeling strekt zich in principe uit tot alle toegepaste bouwmaterialen, dus ook beton. In voorkomende gevallen betrekt men er laboratoria of andere specialistische instanties bij, uiteraard na toestemming van de opdrachtgever. In andere gevallen acht het NCIV het verantwoord om zonder inschakeling van derden advies te verschaffen, rekening houdend met alle aspecten van beheer. Een vergelijking met de rol van huisarts dringt zich hierbij op. Hetzelfde geldt voor de voorbereiding en begeleiding van onderhouds- en verbeteringswerkzaamheden. Aldus verworven praktijkervaring wordt bovendien ten nutte gemaakt bij kennisoverdracht, zowel bij opleidingen voor leden als voor derden, alsmede in de sfeer van belangenbehartiging wanneer knelpunten aan de orde worden gesteld en besproken bij de Rijksoverheid. Inf.: Nederlands Christelijk Instituut voor Volkshuisvesting NCIV BV, postbus 55, 3730 AB De Bilt. (030) Nationale Woningraad NWR De Nationate Woningraad is een betangenbehartigingsorganisatie op het terrein van de volkshuisvesting. Bij deze organisatie zijn ruim 700 woningcorporaties en gemeenten aangesloten. Zij beheren in totaal rond 1,1 miljoen woningen in ons land, dat wil zeggen 20 % van de hele woningvoorraad of ruim 45 % van alle huurwoningen. Ten behoeve van haar leden verzorgt de NWR: - Een algemene belangenbehartiging, onder andere bij overheidsinstanties en overkoepelende commissies. - Dienstverlening en advies op onder andere sociaal, organisatorisch, juridisch, bouwtechnisch, administratief en financieel-economisch gebied. De NWR is een vereniging met als hoogste orgaan de verenigingsraad. Het hoofdkantoor is gevestigd in Almere. In totaal heeft de NWR 550 medewerkers in dienst, merendeels specialisten op de verschillende terreiren van advies en dienstverlening. Inl.: Nationale Woningraad, postbus 50051, 1305 AB Almere. Tel. (03240) TNO De Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek is een onafhankelijke organisatie, die nauw samenwerkt met de overheid en allerlei maatschappelijke groeperingen. In deze organisatie verricht een groot aantal afdelin- -68-

74 gen en werkgroepen, ver deeld over elf TNO-instituten, onderzoek, waiirvan de resultaten belangrijk zijn voor de bouwwereld. Bij voorbeeld voor architecten, aann emers, ingenieursbureaus, producenten van bouwmaterialen, toeleve rin g'sbedrijven, overh E;idsinstanties en opdrachtgevers of bewoners van gebouwen. Ten aa nzien van beton sc hade kunnen we noemen: ontwerp en realisatie van bouwwerken, kwaliteit van bouwmaterialen en bouwprocessen, kwaliteitsbewaking en keuring. In het algemeen dat alle werkzaamheden vanaf de gewone keuring van materialen tot en met de meest geavanceerde onderzoeken tot de mogelijkheden behoren. Een overzicht van de TNOinstituten en de werkgebieden is op aanvraag verkrijgbaar. De instituten die werkzaam zijn op gebied van bouwen en wonen worden gecoördineerd door de Plancommissie Bouwresearch. Inl.: Plancommissie Bouwresearch TNO, postbus 238,2600 AE Delft. Tel. (015) VBN De Vereniging van Betonmortelfabrikanten in Nederland VBN is een branche-organisatie, waarbij nagenoeg alle betonmortelfabrikanten zijn aangesloten. Een belangrijke activiteit van de laatste jaren is het Structuurproject betonmortelindustrie. Het doel hiervan is te komen tot een aan de tijd aangepaste structuur van de bedrijfstak. Hierdoor wordt continuïteit gegeven aan de levering van een hoogwaardig kwaliteitsprodukt, omringd doorwaarborgen en serviceverlening. De uitkomsten hebben voornamelijk betrekking op een branche-informatiesysteem, innovatie, kwaliteits- en certifceringsbeleid, marktaanpassing. Mede op initiatief van de VBN werd er in 1962 een controle-apparaat in het leven geroepen onder supervisie van de Betonvereniging. Recent uitgegeven brochures van de VBN : 'Wat iedereen zou moeten weten over beton', 'Beton, techniek en kwaliteit' en 'Veel meer denken en doen in beton'. Inl.: Vereniging van Betonmortelfabrikanten in Nederland VBN, Koningin Julianaweg 122, 2264 BE leidschendam. Tel. (070) VBR Devereniging Betonreparatiebedrijven VBR stelt zich ten doel de kwaliteit van het repareren van beton in het algemeen te bewerkstellingen en te verbeteren, zomede de gemeenschappelijke belangen van haar leden te behartigen. Zij tracht dat doel onder andere te bereiken door: - Bevorderen, garanderen en verbreiden van de nodige deskundigheid en know-how op het gebied van betonreparatie. - Samen te werken en overleg te plegen met de Nederlandse Betonvereniging en andere organisaties, instituten en commissies met een gelijk of aanverwant doel. De VBR heeft inmiddels een standaard garantieverklaring vastgesteld, die door de leden aan de cliënten wordt overhandigd (garantie van vijf jaar op uitgevoerde werkzaamheden, binnenkort verzekerd door een waarborgfonds). Op verzoek verzorgt men voorlichting en lezingen op het gebied betonschade. Op de ledenlijst van VBR van 15 maart 1984 komen veertien betonreparatiebedrijven voor. Inf.: Vereniging Betonreparatiedjt;drijven, Gattenbroekerlaan 5, 3445 EG Woerden. VHB VHB is de afkorting van Vereniging van fabrikanten en leveranciers van Hulpstoffen voor mortel en Beton; de vereniging heeft negen bedrijven als lid. Deze bedrijven zijn fabrikanten en leveranciers van hulpstoffen in Nederland. Doel van de vereniging is het bevorderen van het vertrouwen van haar afnemers in de kwaliteit en de werking van hulpstoffen. De VHB neemt deel aan het werk van diverse technische commissies(normcommlssle ' HUlpstoffen' en 'Betonrnortel'). De VHB-Ieden hebben afspraken gemaakt om te komen tot een eensluidende informatie op hun etiketten. Daarbij is rekening gehouden met de eisen in NEN 3532 en Met ingang van 1982 heeft men E;en ee; nsluidende kleurcode ingevoerd voor de verschillende groepen hulpstoffen, zoals omschreven in NEN 3532 (kleurcodekaart op aanvraag verkrijgbaar, evenals een produktenoverzicht 1984). Inl.: Secretariaat VHB, postbus 85512, 2508 CE Den Haag. Tel. (070) VLB Op 7 februari 1984 is de Vereniging van Leveranciers van Betonreparatie-en Beschermingsprodukten opgericht door een vijftal bedrijven (Alkatoll Systeem, Cugla, Kiwitz BV, Van Neerbos Betonchemie en Sika). De doelstelling luidt: het bevorderen van doelmatig, kwalitatief hoogwaar dig en dus duurzaam, herstellen en beschermen van cementgebonden en steenachtige materialen. Dat doel wil men bereiken door: - Het opstellen van algemene richtlijnen voor toepassing en verwerking van produkten en systemen ter realisering van de doelstelling. - Het bevorderen van de toepassing van kwaliteitsprodukten, die bijdragen aan de realisering van genoemde doelstelling. Bedrijven die willen toetreden tot VlB moeten voldoen aan een aantal voorwaarden. Inl.: Vereniging van Leveranciers van Betonreparatie-en Beschermingprodukten VlB, p.a.: Ing. H. Veldhoen, Spaandonk 55, 4907 ZK Oosterhout. Tel. (01620)

75 VNC t'ontechnologie en betonberekeneri. - Uitgeven van vakbladen zoals Cement, Betoniek en Betonwegennieuws. - Uitgeven van gerichte folders en brochures, ondermeer in de sectoren woningbouw en wegenbouw. - Verstrekken van informatie en adviezen over dimensioneringsvraagstukken. Inf.: Vereniging Nederlandse Cementindustrie VNC, postbus 3011,5203 DA 's-hertogenbosch. Tel. (073) De Vereniging Nederlandse Cementindustrie VNC behartigt de gemeenschappelijke belangen van de ENCI NV en de CEMIJ BVen ontplooit activiteiten die moeten leiden tot een betere en ruimere tóepassing van beton in Nederland. Binnen de activiteiten Marktontwikkeling en Promotie verleent VNC een aantal diensten: - Verstrekken van specifieke informatie; hiervoor is onder andere een ruime bibliotheek aanwezig. - Uitgeven van vakboeken over ondermeer be- -70-

76 BIJLAGE m: Uit Bouwwereld 80 (1984), nr. 9, 27 april. pp Rapporten en artikelen over betonschade In de artikelen in dit nummer, die handelen over de preventie en het herstel van betonschade, treft u een aantal aspecten aan die van belang zijn bij dit onderwerp. Daarnaast zijn er in de loop der jaren in talloze tijdschriften, publicaties en rapporten de meeste andere aspecten besproken. We hebben voor u een selectie gemaakt uit al deze uitgaven. Mocht u op grond hiervan vragen hebben, dan zullen de desbetreffende auteurs u ongetwijfeld kunnen helpen. Overigens zijn er nog tal van andere organisaties die deskundig zijn op het gebied van betonschade. U moet hierbij denken aan constructie-adviseurs, onderhoudsdeskundigen, raadgevende ingenieursbureaus, uitvoerende bouwbedrijven met een onderzoeksafdeling en adviesbureaus voor bouwconstructies. Betoniek Afleveringen van 'Betoniek' over aantasting van beton, maatregelen voor duurzaam beton en reparatie van betonschade. Achter de titel staat het desbetreffende nummer van de aflevering vermeid. - Chemische aantasting van beton (3/3); - Sulfaataantasting (3/9); - Roesten van wapening (3/26); - Repareren van beton (4/18); - Afvalwater (4/28); -Injecteren van scheuren (4/30); - Zwavelzuuraantasting (5/1); - Beton en regenwater (5 / 11); - Chemische invloeden op beton (5/13); - De rol van chloride (6/1); - Hoe poreus is betdn (6/3); - Permeabiliteit (6/6); - Duurzaam bouwen en onderhouden (6/8); - Carbonatatie (6 / 11 ); - Betonreparatie is geen confectiewerk (6/12); - Chloridepenetratie (6/ 13). Int.: Betoniek postbus 3011, 5203 DA 's-hertogenbosch. Tel. (073) Vakblad De Bouwadviseur - 'Betonschade: zin en onzin', E. G. Hesp. Inf,: De Bouwadviseur, postbus 119, 2700 AC Zoetermeer. Tel. (079) Vakblad Bouwwereld - 'Reparatie van beton', W. Bassie. 1979, nr 'Vorstschade aan betonoppervlakken " P. D. Steijaert. 1979, nr 'Aanbevelingen voor onderzoek mortels', G. Wesseling. 1979, nr 'Reparatie van beton in de uitvoeringsfase', C. Debets. 1980, nr 'Reparatie van beton door specialisten', C. Debets. 1080, nr 'Bescherming van beton tegen chemische aantasting', G. van Veen. 1983, nr 'Corrosie van gewapend beton 1', A. J. M. Siemes. 1983, nr 'Corrosie van gewapend beton 11', A. J. M. Siemes. 1983, nr. 22. Inf.: Bouwwereld, postbus 4,7000 BA Doetinchem. Tel. (08340) Vakblad Cement Artikelen in CEMENT (vanaf 1975) die handelen over aantasting van beton, maatregelen voor duurzaam beton en reparatie van beton schade. - 'Vorst-dooizoutschades aan betonoppervlakken ', A. R. Kopen P. E. Vogelaar, 1975, nr. 4 - 'Beton bij afvalzuiveringsinstallaties',j. S. Kuyper. 1976, nr 'Spanningscorrosie in voorspanstaal', P. C. Kreijger. 1976, nr 'De zaak Monoliet', H. van Dusschoten. 1977, nr 'Erosie van beton', H. W. Reinhardt. 1978, nr 'Bescherming tegen corrosie bij voorspanning zonder aanhechting', C. F. Etienne. 1978, nr 'Versterken en repareren van betonconstructies', 1980, nr 'Reparatie van brandschade aan een gewapend-betonplaat', D. van Gemert. 1980, nr 'Aantasting van beton bij transport enbehan- -71-

77 deling van afvalwater', H. L. Dorussen. 1980, nr 'Duurzaamheid van beton met hoogovencement in zeewatermilieu rond warme landen', E. M. M. G. Niël. 1980, nr 'Betonreparatie in devs', W. Bassie. 1982, nr 'Corrosie bij rioolwaterzuiveringsinstallaties', M. L. C. M. Henckensen J. G. A. van Hulst. 1983, nr 'Zelfs beton vraag aandacht', W. R. de Sitter. 1983, nr 'Reparatie van betonconstructies', J. H. Köhne. 1983, nr 'Corrosiedetectie in zeewater', J. I. de Lange. 1984, nr 'Akoestische inspectie van offshore constructies', K. Verhuist nr. 3. Inl.:Cement, postbus 3011,5203 DA 's-hertogenbosch. Tel. (073) CUR-VB-rapporten Verschenen rapporten op het gebied van betonschade: - 'Vorstbestandheid van beton', nr. 64, 1 20,-. - 'Reparaties van betonconstructies, deel I : vervangen of repareren van beschadigde constructies', nr. 90, 1 22,50. - 'Reparaties van betonconstructies, deel 11 : pleisteren, aanstorten, spuiten', nr. 91, t 30,-. - 'Reparaties van betonconstructies, deel 111 : reparatie en bescherming d.m.v. kunstharsen ', nr. ll0,162,50. - 'Beton en alvplwater', nr. 96, f 52,50. - 'Erosie van beton', nr ,50. - 'Duurzaamheid maritieme constructies', nr. 100, 135,-. - 'Corrosiebescherming bij voorspanning zonder aanhechting', nr. 105, t 65,-. S&E-publlcatles - 'Reparaties aan betonconstructies', nr. 5, 126,-. - 'Preventie en herstel betonschade', nr. 9, t 26,-. CUR-VB/IRO/MaTS-rapporten - 'Corrosie van wapening in gewapend-betonconstructies', nr. 81-1, 115,-. - "Verzinkt staal in beton van buitengaatse constructies', nr. 84-2, t 15,-. - 'Corrosiebescherming van eindverankeringen van voorspanelementen in oft shore-constructies', nr. 84-4, t 25,-. Inl.: CUR-VB-rapporten, S&E-publicaties en CUR-VB / IRO/MaTS-rapporten kunt u bestellen door overmaking van het verschuldigde bedrag op girorekening t.n.v. de Betonvereniging te Zoetermeer, onder vermelding van het gewenste rapport. Voor alle bestellingen geldt, dat indien een rekening is gewenst, t 7,50 administratiekosten in rekening wordt gebracht. Elsma's Schilderblad - 'Betonschade; begrippen en achtergronden', D. W. de Meer. 1983, nr 'Reparatie van Betonconstructies', J. van Rooy. 1983, nr 'Onderzoek naar kwaliteit betonreparaties', W. Bassie. 1983, nr. 37/ 38. Inf.: Eisma Uitgeverij BV, Celsiusweg 3'7, 8912 AM Leeuwarden. Tel. (058) Vakblad Kleur In de serie 'Bescherming en sanering van betonkonstrukties', geschreven door J. W. de Wit, zijn er de volgende afleveringen verschenen: - 'Wat is gewapend beton?' (januari 1983). - 'Faktoren die een rol spelen bij het ontstaan van betonschade' (februari 1983). - 'Aantasting van gewapend beton in de atmosfeer' (maart 1983). - 'Eisen aan betonbeschermende produkten' (april 1983). -:- 'Werkgebied dat nieuwe eisen stelt' (mei 1983). - 'Verhalen over beton' (juni 1983). - 'Aantasting en renovatie van betonkonstrukties in de Bondsrepupliek Duitsland ' (september 1983). - 'Voorbeeld van goede aanpak van betonreparatie ' (oktober 1983). - 'Problemen' (november 1983). - 'Het voorbereiden van de ondergrond' (december 1983). - '.Nog een v?orbeeld van betonreparatiemoge IIJkheden' (Januari 1984). - 'Waar gaan we naar toe?' (februa ri 1984). - 'Het vlamstralen als voorbewerking' (maart 1984). - 'Het stellen van de diagnose' (april 1984) In het voorjaar zullen nog enkele afleveringen verschijnen in deze serie. Inf.: Stichting Osag, postbus CK Den Haag. Tel. (020) Vakblad PT -Bouwtechniek - 'Reparatie van doorbuigende en gescheurde betonconstructies met opgelijmde wapening', D. van Gemert. 1983, nr 'Het onderhoud van betonconstructies in de woningbouw', W. Bassie. 1983, nr. 5. Inf.: PT-Bouwtechniek, postbus 235,2280 AE Rijswijk. Tel. (070) Vakblad PT-Civlele Techniek -, 'Reparatie en bescherming van beton', P. D. Steyaart. 1983, nr. 10. Inl.: PT -Civiele Techniek, postbus 235, 2280 AE Rijswijk. Tel. (070) Woningraad - 'Beton in de problemen', E. J. M. de G root. 1983,nr 'Betonaantasting en aansprakelijkheid', W. H. -72-

78 E. Vogels'. 1983, nr. 13. Inf.! Nationale Woningraad, postbus 50051,1305 AB Almere. Tel. (03240) Rapporten algemeen - Brochure 'Goed betonwerk', februari Uitgave Betonvereniging, postbus 61, 2700 AB Zoetermeer. Tel. (079) 'Reparaties van cementgebonden materialen (hoofdzakelijk spuitbeton)', P. W. van de Haar en W. Bassie. Rapport IBBC-TNO nr. BI-74-54, IBBC-TNO, postbus 49,2600 AA Delft. Tel. (015) 'De duurzaamheid van beton - met nadruk op schoon beton'. Rapport IBBC-TNO nr. BI IBBC-TNO, postbus 49, 2600AA Delft. Tel. (015) 'Woningverbetering deel6: bouwkundige oplossingen voor het verbeteren van buitenwanden; verbetering van gesloten gedeelten bij traditionele woningbouw', Bassie, Geurts. Uitgave Bouwcentrum november 'Woningverbetering deelt voor niet-traditionele woningbouw. Inf.: Bouwcentrum Boekhandel, Weena 700, 3014 DA Rotlerdam. Tel. (01 0) 'Beton in de buitenlucht, onbeperkt houdbaar?', W. R. de Sitter. Uitgave Hollandsche Betongroep NV, Rijswijk 'Aantasting en duurzaamheid van steenachtig~ bouwmaterialen', syllabus van de gelijknamige leergang van de Stichting PDOB, november Berlageweg 1, 2628 CR Delft. Tel. (015) 'Schadegevallen bij uitkragende balkons en galerijen'. Onderzoek afgesloten in Int.: Stichting Bouwresearch, Weena 740, 3014 DA Rotterdam. Tel. (010) 'Behandeling en preventie van betonrot'. Syllabus van de studiedag op 15 december Samsom Uitgeverij. postbus 4,2400 MA Alphen aan den Rijn. Tel. (01720) 'Behoud door onderhoud'. Sigma Congres op 5apri Inf.: Sigma Coatings, Amsterdamseweg 14, 1422 AD Uithoorn. Tel. (02975) KOMO-overzicht kwaliteitsverklaringen op betongebied, januari Int.: Stichting KOMO, postbus 240, 2280 AE Rijswijk. Tel. (070) 'Calciumchloride in beton', C. V.d. Fliert en C. de Kuijper. ENCI-prijsvraag 1959, uitgave Inf,: Vereniging Nederlandse Cementi.ndustrie VNC, postbus 3011,5203 DA 's-hertogenbosch. Tel. (073) Bouwbulletin van Sikkens BV met als thema 'Betonreparatie en -bescherming'. Inf.: Sikkens BV, Sector Bouwverven, postbus 3, 2170 BA Sassenheim. Tel. (01711) 'Betonschade aan woongebouwen', bijlage bij bouwdagblad 'Cobouw', dinsdag 20 september1983. Inf.: Cobouw, postbus34, 2501 AG Den Haag. Tel. (070)

79 BIJLAGE IV: Literatuur Algemeen Dagblad, 1983, Geen extern geld voor aanpak betonrot, 13 september. Algemeen Dagblad, 1984, Betonrot kost minder geld, 1 mei. Armbrust, F.J., 1984, Betonschade en onderhoudsplanning, Bouwwereld, 80, nr. 9, 27 april, pp Arnhemse Courant, 1983, Zure regen oorzaak betonrot, 30 juli. Bais, J.J., W Bassie, J.W.M. Kok en A. Poel, 1983, Woningverbetering deel 7, Bouwkundige oplossingen voor het verbeteren van buitenwanden: verbeteren van gevels bij niet-traditionele woningbouw, Rotterdam (Bouwcentrum), augustus. Bassie, W, 1971, Betonreparatie deel 1: Reparatie met cementgebonden materialen, Documentatie Bouwwezen, Rotterdam (Bouwcentrum). Bassie, W, 1972, Betonreparatie deel 2: Reparatie met kunstharsgebonden materiaal, Documentatie Bouwwezen, Rotterdam (Bouwcentrum). Bassie, W, 1973, Kunstharsen bij betonreparatie (I) en (IO, Cement, nr. 1 en 2. Bassie, W, 1979, Reparatie van beton, Bouwwereld, 75, 16 maart, nr. 6. Bassie, W, 1982, Een achterstand in kennis van en ervaring met gevelbehandeling, Bouw, 37, nr. 4, pp Bassie, W, 1982, Kwaliteit betonreparaties in de woningbouw, Bouwwereld, 78, nr. 25, pp

80 Bauer, C., 1984, Betonsanierung; Aktuelles und längerfristiges Problem zugleich, Gemeimütziges Wohnungswesen, nr. 3, pp Betonvereniging, 1983, Beton in de woningbouw, Zoetermeer (5 & E publikatie 6). Boom, G.H. van en J.W. Kamerling (red), 1977, Construeren in gewapend beton 1, Amsterdam/Brussel (Elsevier). Bouw, 1983, Vereniging beton reparateurs, 38, nr. 22, p. 6. Bouwcentrum, Betonreparatie, deel 1: Repareren met cementgebonden materialen, deel 2: Reparatie met kunstharsgebonden materiaal. Documentatie Bouwwezen. Bouwhandel, 1984, Betonreparatie is geen confectiewerk, nr. 3, pp Bouwwereld, 1984, Produkten voor bescherming en reparatie van beton, nr 80, 27 april, pp Cobouw, 1983, Prof. ir Hartman-KMA: betonschade ook gevolg van aanbestedingswijze, 8 september. Cobouw, 1983, Betonschade aan woongebouwen, thema-bijlage, 20 september. Cobouw, 1983, Aansprakelijkheid van aannemer bij beton schade moeilijk aantoonbaar, 20 september. Cobouw, 1983, "We zullen nog vele jaren met betonschade te kampen hebben", 20 september. Cobouw, 1983, Betondag in teken van duurzaamheid, 17 november. Cobouw, 1983, Betonschade is een mondiaal probleem, 5 december. Cobouw, 1984, Betondag (div. artikelen), 15 november

81 Cobouw, 1984, Noorden heeft unieke "ombudsman beton", 16 januari. Cobouw, 1984, Studiedag over bescherming van beton, 20 januari. Cobouw, 1984, Kwaliteit staat voorop; betonreparatie leidt tot nieuwe groep: vlb, 17 februari. Cobouw, 1984, Enschedese wethouder: Betonschade zal ons nog lang geld blijven kosten, 16 maart. Cobouw, 1984, Betonschade: meeste geld nodig voor preventie, 1 mei. Cobouw, 1984, NWR waarschuwt: kwaliteit herstel bepaalt lokale omvang betonschade, 3 mei. Cobouw, 1984, Engels onderzoek na klachten over prefab betonelementen, 16 augustus. Economisch Dagblad, 1983, Betonrot, wat doe je eraan en hoe voorkom je het, 8 november. Eisma's schildersblad, 1983, Betonnummer, 85, nr. 12, 12 oktober. Financieel Dagblad, 1983, HBG begint betonreparatiebedrijf, 6 september. Gelderlander/De Stem 1983, Betonrot slaat grote gaten in begrotingen, 6 augustus. Gemeente Management, 1984, Betonschade-oorzaken, 14 september, pag Gollin, R., 1984, Betonrot brengt woningcorporatie in moeilijkheden, Haagsche Courant, 8 september. Groen, M., 1983, "Betonrot" bestaat niet maar rot wel, Parool, 17 augustus. Grunau, E.B., 1984, Betonschäden und Sanierung, Baugewerbe, nr. 16, pp

82 Haarlems Dagblad, 1984, Betonschade in woningbouw is zeer omvangrijk, 26 april. Haarlems Dagblad, 1984, Zorgen om bouwkundige gebreken, vallend gesteente bij wonîligen in Meerwijk, 2 juli. Haferland, F.C.A., 1982, Corrosie van het wapeningsstaal bij in het zicht blijvend beton, Bouw, 37, nr. 5, pp Hartman, J.A.H. en A.S.G. Bruggeling, 1983, Zin en onzin over betonrot en rot beton, lezingen, 26 oktober. Het betondispuut, Civiele Techniek. Jonker, K., 1984, Betonrot: strop van 400 miljoen. Haagsche Courant, 25 april. J ungschleger, I., 1983, Bouwpatholoog: Beton is de mooiste natuursteen, De Volkskrant, oktober. Klein, T, 1983, Betonrot is al 40 jaar bekend, De Volkskrant, 1 oktober. Klein, T., 1983, Schade door betonrot groter dan aangenomen, De Volkskrant, 2 september. Knip, K., 1983, Beton: het eeuwige leven duurt een paar jaar korter, NRC-Handelsblad, 6 augustus. Lange, H. de, 1983, Betonrot nieuwe naam voor een oude kwaal, Trouw, 5 december. Leerdam, B.F. van en L.G.W. Verhoef. 1984, Kijk op gevels van beton, 's Hertogenbosch (VNC). Leidsch Dagblad, 1983, Nationale Woningraad wil extra geld van Rijk, Betonrot bedreigt veel flats, 28 juli. Leidsch Dagblad, 1983, Onderzoek: betonrot blijkt mee te vallen, 17 augustus. Luitwieler, J.A., 1984, Duurzaamheid van betonconstructies. Bouwwereld, 80, nr. 9, 27 april, pp

83 Luitwieler, J.A. en W. Buist, 1984, Beton als bouwmateriaal, Bouwhandel, nr. 3, pp Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 1983, Over half jaar meer bekend over betonrot. Persbericht nr. 117, 12 september. Nationale Woningraad,. 1983, "Betonrot" in naoorlogse woningkomplexen, Almere, Nationale Woningraad, 1983, Beton in problemen, september. \ Nationale Woningraad, 1984, Oorzaken en aanpak van betonschade, Almere (NWR). Nieuwsblad van het Noorden, 1984, Voorlichting betonschade, 5 januari. NRC-Handelsblad, 1983, Schade bedraagt vele miljoenen, tienduizenden woningen aangetast door betonrot, 28 juli. NWR/NCIV, 1976, Onderzoek onderhoud corporatiewoningen, Amsterdam/de Bilt. NWR/NCIV, 1979, Onderhoudskosten en onderhoudsnorm, Amsterdam/de Bilt. NWR/NéIV, 1984, Onderhoudskosten bij woningcorporaties, Almere/de Bilt. NWR/NCIV, Onderhoudsaktiviteiten bij het beheer door woningcorporaties. 1981, deel 1 Literatwrstudie 1981, deel 2 Organisatie, uitvoering en regelgeving 1982, deel 3 Bestaande onderhoudsbegrippen en de afbakening van onderhoud en beheer 1984, deel " Diepte-onderzoek: De ontwikkeling van partiële onderhoudsbegippen 1984, deel 5 De financiële dekkingsmiddelen 1984, deel 6 Samenvatting Pree, W.A. de, 1983, Kamervragen en antwoorden t.a.v. betonrot, 3 augustus. Put, H., 1983, (beton-technoloog), Betonrot is rot beton, De Volkskrant, 8 oktober

84 Reformatorisch Dagblad, 1983, Ook betonrot aan flats in Boskoop, 2 augustus. Ruffert, G., 1984, Nicht alles liegt am sauern Regen, Baugewerbe, 64, nr. 14, juli, pp Samsom Seminars, 1983, Behandeling en preventie van betonrot, een intensieve studiedag op in het nederlands congresgebouw te Den Haag (brochure). Schellevis, J., 1984, Normdifferentiatie - een onderzoek naar de mogelijkheid tot differentiatie van de onderhoudsnorm voor woningwet - en daarmee gelijkgestelde corporatiewoningen, Amsterdam (EIB), oktober. Sikkens Bouwbulletin, 1983, Betonreparatie en betonbescherming, oktober (themanummer). Si tter, W.R. de, 1983, Zelfs beton vraagt aandacht, HBG-INFO, nr. 2 pp Spi ts, P.L., 1983, Beton in de woningbouw, Cement, 35, nr. 5. Stern De, 1983, Ook flats Breda door "betonrot" aangetast, 4 augustus. Stichting commissie voor uitvoering van research ingesteld door de Betonvereniging, 1977, Reparatie van betonconstructies: deel 1: vervangen of repareren van beschadigde constructies, CUR YB-rapport 90, deel 2: pleisteren, aanstorten, spuiten, CUR YB-rapport 91, deel 3: reparatie en bescherming door middel van kunstharsen, CUR YB-rapport 110, Zoetermeer. Stichting voor onderzoek voorschriften en kwaliteitseisen op het gebied van beton, ' 1982, Verontreiniging in toeslagmaterialen voor beton, CUR YB-rapport 104, Zoetermeer. Stichting voor onderzoek voorschriften en kwaliteitseisen op het gebied van beton, 1984, Inventarisatie schade-omvang van de in de periode aan de buitenlucht blootgesteld betonoppervlak in de woningbouw, CUR VBrapport 118, Zoetermeer.. Stichting voor onderzoek voorschriften en kwaliteitseisen op het gebied van beton, 1984, Onderzoek naar aansprakelijkheid voor schade aan betonoppervlakken, CUR YB-rapport 117, Zoetermeer

85 Stichting voor onderzoek, voorschriften en kwaliteitseisen op het gebied van beton, 1984,8etondekking CUR VB-rapport 113, Zoetermeer (Beton vereniging). Streekblad voor Midden Zuid-Holland, 1984, Reparatie "Betonrotflats" duurt nog enkele maanden, 4 mei. De Telegraaf, 1983, Betonrot sloopt vele duizenden huizen en flats, Nationale Woningraad slaat alarm, 28 juli. De Telegraaf, 1983, School op instorten door betonrot, 27 oktober. De Telegraaf, 1983, Kleine betonreparaties makkelijk zelf uit te voeren, 5 november. De Telegraaf, 1984, Waarborg herstel betonschade, initiatief van verfinstituut TNO, 28 april. Trouw, 1983, Volkshuisvesting stelt eigen onderzoek in. Van betonwoningen zeker _kwart onveilig, 28 september. Trouw, 1983, Directeur Nationale Woningraad noemt zaak "dramatisch". Betonrot: nationale ramp?, 28 september. Trouw, 1983, Risi,co ond~skundig herstel van betonrot, 18 november. Utrechts Nieuwsblad, 1983, Bolidt is betonrot en betonleven te snel. af, 30 december. Vereniging Nederlandse Cementindustrie, 1984, Beton in de woningbouw, bimenspouwbladen, 's-hertogenbosch. Vis, H., 1984, "Het is een ramp zo'n rot nat huis", Zwolsche Courant, 25 januari. Vogels, W.H.E., 1984, Betonaantasting en aansprakelijkheid, Woningraad, 26 juni, p. 5. Volkshuisvesting Aktueel, Betonrot in flatgebouwen, nr. 15/16, 16 augustus. De Volkskrant, 1983, Gedeelte Tilburgse school ontruimd wegens betonrot, 27 oktober

86 De Volkskrant, 1984, "herstel schade aan flats door betonrot kost maar 71 miljoen", 1 mei. Westerlaken, G., 1983, Betonrot woekert maar door, Leidsch Dagblad, 6 oktober. Winden, N.G.B. van en J. Bijen, 1984, Beoordeling schade betonconstructies- reparatietechnieken, Bouwhandel, nr. 3, pp Winden, N.G.B. van en J. Bijen, 1984, Schadebeoordeling en reparatietechnieken, Bouwwereld, 80, nr. 9, 27 april, pp Winschoter Courant, 1983, Betonrot tast zevenhonderd woningen in Stadskanaal aan, 30 augustus. Wit, G. de, 1983, Wat u zelf kunt doen aan "betonrot", De Telegraaf, 13 augustus. Wit, G. de, 1983, "Betonrot" is te lang onderschat, De Telegraaf, 6 augustus. Wit, J. W.-de, 1983, Voorbeeld van goede aanpak van betonreparatie: bescherming en sanering van betonkonstrukties, Kleur, 1, nr. 9 (oktober), pp Woningfederatie Zoetermeer, 1983, Toelichting Betonrenovatie, vervanging van de galerij- en balkonplaten van de 560 EBA-flats in de wijk Palenstein te Zoetermeer, Zoetermeer (WFZ). Woningraad, 1983, Betonschade bedraagt vele honderden miljoenen, nr. 16, 25 oktober, p Woningraad, 1984, NWR-seminar: Oorzaken en aanspraak betonschade, probleem met veel haken en ogen, no. 10, 8 juni, pp Zoetermeersche Courant, 1984, Onderzoek naar betonrot loopt nog, 31 januari

87

aantasting van beton door vorst en dooizouten

aantasting van beton door vorst en dooizouten aantasting van beton door vorst en dooizouten Kenmerkend voor de Belgische winters zijn de veelvuldige afwisselingen van vriezen en dooien. Deze cyclische temperatuurschommelingen zijn zeer belastend voor

Nadere informatie

Cement en water vormen cementlijm

Cement en water vormen cementlijm Nabehandelen De nazorg van vers gestort betonwerk wordt nabehandelen genoemd. Doel van het nabehandelen is om het water in het verhardende beton vast te houden en niet te laten verdampen. De kwaliteit

Nadere informatie

Productinformatieblad

Productinformatieblad Krimparme gietmortel Five Star 190 voor het ondergieten van staalconstructies en betonelementen. Deze mortel voldoet aan CUR-Aanbeveling 24 en waar van toepassing aan NEN-EN 206-1. Unieke formule, bouwt

Nadere informatie

Alkali-silica-reactie (A.S.R.) een exotische ziekte?

Alkali-silica-reactie (A.S.R.) een exotische ziekte? Alkali-silica-reactie (A.S.R.) een exotische ziekte? 1. Wat is A.S.R.? A.S.R. is een expansieve reactie tussen alkaliën in het beton, water en reactief silica (mineraal) dat in het toeslagmateriaal voorkomt.

Nadere informatie

Productinformatieblad

Productinformatieblad Krimparme Ondersabelings- en Troffelmortel Five Star 180 voor het onderstoppen van staalconstructies en betonelementen. Deze mortel voldoet aan CUR-Aanbeveling 24 en waar van toepassing aan NEN-EN 206-1.

Nadere informatie

Betonherstelling in theorie

Betonherstelling in theorie Betonherstelling in theorie ing. Josse Jacobs Laboratorium Betontechnologie Technologisch Adviseur Herstellen van Beton ir. Niki Caubergs Laboratorium Betontechnologie Technologisch Adviseur Speciale betonsoorten

Nadere informatie

Het Total Wall Concept (scheur)herstel systeem

Het Total Wall Concept (scheur)herstel systeem Reparatie methoden Het Total Wall Concept (scheur)herstel systeem Hierbij informeren wij u over de Total Wall Concept herstel methode voor gescheurd metselwerk. Door middel van het Total Wall Concept (TWC)

Nadere informatie

VII. Calciumsulfaatgebonden dekvloeren

VII. Calciumsulfaatgebonden dekvloeren VII Calciumsulfaatgebonden dekvloeren 1 Algemeen 60 1.1 Definitie, toepassing en soorten Een dekvloer is volgens NEN-EN 13813 een bouwdeel dat vervaardigd wordt op een dragende constructie of op een daarop

Nadere informatie

DATA SHEET 956 TEKNOPLAST PRIMER 7

DATA SHEET 956 TEKNOPLAST PRIMER 7 www.teknos.com DATA SHEET 956 TEKNOPLAST PRIMER 7 11 01.02.2008 Epoxy Primer VERF TYPE TEKNOPLAST PRIMER 7 is een oplosmiddeldragende epoxy primer in twee delen met een lage inhoud oplosmiddel. GEBRUIK

Nadere informatie

12.1 Indeling volgens NEN-EN 1008

12.1 Indeling volgens NEN-EN 1008 12 Aanmaakwater 12 Aanmaakwater is een essentiële grondstof voor beton; zonder water geen hydratatie. Het is daarom belangrijk dat het aanmaakwater geen verontreinigingen bevat die: het hydratatieproces

Nadere informatie

Beton. college Utrecht maart 2010 HKU. Beton Tadao Ando

Beton. college Utrecht maart 2010 HKU. Beton Tadao Ando Beton college Utrecht maart 2010 HKU Beton Tadao Ando 1 14-03-2011 Lengte: 2460 meter Breed: 32 meter Hoogte: 343 4 meter beton gieten in 3 dagen Glijbekisting Architect: Norman Foster 127.000 m3 beton

Nadere informatie

Vervormingseigenschappen

Vervormingseigenschappen Vervormingseigenschappen Betonconstructies kunnen niet uitsluitend worden ontworpen op druk- en treksterkte. Vervormingen spelen ook een belangrijke rol, vooral doorbuiging. Beheersing van de vervorming

Nadere informatie

Is de bestaande gevel, een bouwsteen voor de toekomst?

Is de bestaande gevel, een bouwsteen voor de toekomst? Is de bestaande gevel, een bouwsteen voor de toekomst? ir. M. (Maaike) Ebberink 11 oktober 2012 Constructief oogpunt 2 1 Bron: www.nu.nl 3 4 2 GEBOUWVOORRAAD Woningvoorraad peildatum 1 januari 2009: 7.104.518

Nadere informatie

CPS-ZF Zinkfolie. Algemeen. Belangrijkste eigenschappen. 250 micron dikke en 99,9% zuivere zinkfolie voorzien van een ion-geleidende lijmlaag.

CPS-ZF Zinkfolie. Algemeen. Belangrijkste eigenschappen. 250 micron dikke en 99,9% zuivere zinkfolie voorzien van een ion-geleidende lijmlaag. CPS-ZF Zinkfolie 250 micron dikke en 99,9% zuivere zinkfolie voorzien van een ion-geleidende lijmlaag. Algemeen CPS-ZF Zinkfolie is een opofferende galvanische anode specifiek ontworpen voor het bieden

Nadere informatie

Beton. HST 8 verharding.

Beton. HST 8 verharding. HST 8. 1. Wat is het verschil tussen bindingstijd en verhardingstijd van beton? Bindingstijd: de tijd die nodig is om de boel te binden (dat alles aan elkaar hecht en dat het nog verwerkbaar is). Verhardingstijd:

Nadere informatie

Voorbehandeling van vloeren 1341

Voorbehandeling van vloeren 1341 INLEIDING Kunstharsvloeren zijn afwerkvloeren die op een draagvloer of een dekvloer worden aangebracht. Er zijn veel soorten draag- en dekvloeren waarop een kunststofvloer kan worden aangebracht. De meest

Nadere informatie

Eero Saarinen, JFK airport

Eero Saarinen, JFK airport Eero Saarinen, JFK airport Beto college Utrecht maart 2010 HKU Beton Tadao Ando Beton Beton Lengte: 2460 meter Breed: 32 meter Hoogte: 343 4 meter beton gieten in 3 dagen Glijbekisting Architect: Norman

Nadere informatie

Instructie onderhoud balkons

Instructie onderhoud balkons Instructie onderhoud balkons 1. Geschiedenis van de balkons. 2. Wat zijn de meest voorkomende balkonconstructie. 3. Wat voor type schades zijn herkenbaar. 4. Hoe dient het onderhoud te worden uitgevoerd.

Nadere informatie

Vorst en dooizouten. Figuur 1 Invloed van de verzadigingsgraad van beton op de bestandheid tegen vorst (A.M. Neville)

Vorst en dooizouten. Figuur 1 Invloed van de verzadigingsgraad van beton op de bestandheid tegen vorst (A.M. Neville) Vorst en dooizouten Beton wordt veel gebruikt als materiaal voor bestratingen (stenen, blokken, tegels), terreinverhardingen en wegverhardingen (gesloten betonverhardingen). Vorst en dooizouten zijn dan

Nadere informatie

BETONSCHADE DOOR CHLORIDEN

BETONSCHADE DOOR CHLORIDEN BETONSCHADE DOOR CHLORIDEN Betonschade Beton is een robuust materiaal, sterk en duurzaam. Indien goed ontworpen en uitgevoerd, zijn betonproducten en betonconstructies zeer goed bestand tegen een veelheid

Nadere informatie

Technische Avond Ra 4. Conservering

Technische Avond Ra 4. Conservering Technische Avond Ra 4 Conservering In deze presentatie Inleiding Algemeen Nieuw of bestaand casco Voorbehandeling Schooperen Verf Scoutingvlet Inleiding Wie zijn wij Onderhoud een à Mogelijkheden en afweging

Nadere informatie

Hoofdstuk. Inhoud Bladzijde. 15 Betonsanering 304 308

Hoofdstuk. Inhoud Bladzijde. 15 Betonsanering 304 308 Hoofdstuk Inhoud Bladzijde 15 Betonsanering 304 308 Betonsanering 15 Basisprincipes De bouwstof beton heeft zich door zijn bijzondere eigenschappen op alle gebieden in de bouw gevestigd als een betrouwbare

Nadere informatie

Wand- en plafondafwerking Hoogwaardig multifunctioneel spuitpleistersysteem

Wand- en plafondafwerking Hoogwaardig multifunctioneel spuitpleistersysteem OMSCHRIJVING OPMERKING Het Brander Crystal-spuitpleistersysteem is een systeem voor het doeltreffend en economisch repareren, egaliseren en afwerken van vlakke, gladde ondergronden binnen. Het systeem

Nadere informatie

Sigma Flexidur 4825 Houtrenovatie systemen

Sigma Flexidur 4825 Houtrenovatie systemen INLEIDING Voor het effectief en duurzaam herstellen van aangetast hout heeft Sigma Coatings het Sigma Flexidur Houtrenovatie systeem. De Sigma Flexidur houtreparatieproducten zijn gebaseerd op tweecomponenten

Nadere informatie

Rolith Chemicals. Bestaat sinds 1977. Sinds november 2003 onderdeel van de Pearl Paint Group te Lelystad. Rolith bouwchemie

Rolith Chemicals. Bestaat sinds 1977. Sinds november 2003 onderdeel van de Pearl Paint Group te Lelystad. Rolith bouwchemie Rolith Chemicals Bestaat sinds 1977 Sinds november 2003 onderdeel van de Pearl Paint Group te Lelystad Waarom Rolith producten! Producten ontwikkeld i.s.m. baksteenindustrie (al sinds 1988!) Alle producten

Nadere informatie

Bouwen in Beton BOUBIBdc1. Scheurvorming in beton Docent: M.Roos

Bouwen in Beton BOUBIBdc1. Scheurvorming in beton Docent: M.Roos Bouwen in Beton BOUBIBdc1 Scheurvorming in beton Docent: M.Roos Scheurvorming Toetsing scheurwijdte Stromingschema scheurwijdte Scheurvorming Op buiging belaste gewapende betonelementen scheuren onder

Nadere informatie

Wand- en plafondafwerking Multifunctioneel sierpleistersysteem

Wand- en plafondafwerking Multifunctioneel sierpleistersysteem OMSCHRIJVING ALGEMENE ASPECTEN Branderbriljant is een multifunctioneel sierpleistersysteem, bedoeld om vlakke, gladde ondergronden te repareren, te egaliseren en op een industriële wijze decoratief af

Nadere informatie

Terrazzovloer info Wat is Terrazzo Hoe wordt het gemaakt? Uitgewassen of geschuurd

Terrazzovloer info Wat is Terrazzo Hoe wordt het gemaakt? Uitgewassen of geschuurd Terrazzovloer info Hierbij wordt het product terrazzo nader toegelicht met de bedoeling dat de eindgebruikers weten wat ze van terrazzo en het aanbrengen daarvan mogen verwachten. De in deze publicatie

Nadere informatie

Wand- en plafondafwerking 4934 Systeem met spuitpleisterafwerking

Wand- en plafondafwerking 4934 Systeem met spuitpleisterafwerking Brander Afbouwprodukten 1/ 5 april 2004 OMSCHRIJVING ALGEMENE ASPECTEN Branderspack S is een spuitpleister voor het doeltreffend en economisch afwerken van vlakke, gladde ondergronden binnen. De spuitpleister

Nadere informatie

Epoxy Steel. Product. Volumes. Eigenschappen. Beperkingen

Epoxy Steel. Product. Volumes. Eigenschappen. Beperkingen Supersnelle, 2-component epoxylijm in metaalgrijze kleur voor extra sterke hechtingen, afdichtingen en reparaties van metalen: staal, ijzer, aluminium, koper, brons, enz., maar ook beton, hout en kunststof.

Nadere informatie

CEMENTSLUIER OP GLAS. Oorzaak, preventie en reinigingsmethode

CEMENTSLUIER OP GLAS. Oorzaak, preventie en reinigingsmethode CEMENTSLUIER OP GLAS Oorzaak, preventie en reinigingsmethode Dit document geeft achtergrond informatie over de diverse oorzaken van het ontstaan van cementsluier op glas, de preventieve maatregelen die

Nadere informatie

1 Voorbereiden van de werkplek.

1 Voorbereiden van de werkplek. Algemene kwaliteitseisen: Minimale hechtingstreksterkte van de ondergrond > 1,5 N/mm 2 Minimale temperatuur van de ondergrond: 3 C boven het dauwpunt Maximaal vochtgehalte ondergrond < 4% Verwerkingstemperatuur

Nadere informatie

Is mijn galerij of balkon wel veilig genoeg? Wat gebeurt daar in dat beton? Over schademechanismen en onderzoekstechnieken

Is mijn galerij of balkon wel veilig genoeg? Wat gebeurt daar in dat beton? Over schademechanismen en onderzoekstechnieken Is mijn galerij of balkon wel veilig genoeg? Wat gebeurt daar in dat beton? Over schademechanismen en onderzoekstechnieken Martin de Jonker Voorzitter VABOR Mederapporteur CUR-Publicatie 248 Aanleiding:

Nadere informatie

Wand-, plafond- en gevelafwerking 4941 Watergedragen muurverfsystemen

Wand-, plafond- en gevelafwerking 4941 Watergedragen muurverfsystemen Brander Afbouwprodukten 1/6 november 1998 OMSCHRIJVING ALGEMENE ASPECTEN Brander watergedragen muurverfsystemen kunnen, afhankelijk van het type muurverf, gekozen worden om technische of esthetische redenen.

Nadere informatie

SPECIALE EIGENSCHAPPEN TEKNOHEAT 650 A geeft een zilverachtige laag die een hitte tot +650 C kan verdragen.

SPECIALE EIGENSCHAPPEN TEKNOHEAT 650 A geeft een zilverachtige laag die een hitte tot +650 C kan verdragen. www.teknos.com GEGEVENS BLAD 1175 TEKNOHEAT 650 A 14.08.2006 Silicone Aluminium Verf VERF TYPE TEKNOHEAT 650 A is een silicone aluminium verf. GEBRUIK Wordt gebruikt op hete oppervlakken zowel binnen als

Nadere informatie

Wand-, plafond- en gevelafwerking Sierpleistersystemen

Wand-, plafond- en gevelafwerking Sierpleistersystemen OMSCHRIJVING Brander sierpleisters zijn bedoeld om vlakke ondergronden op een decoratieve wijze te beschermen en te verfraaien. De sierpleistersystemen zijn, afhankelijk van het type sierpleister, buiten

Nadere informatie

Productinformatieblad

Productinformatieblad webermix 6 in 1 is een kant-en-klare mortel geschikt voor diverse toepassingen Metselen, voegen, stucadoren, vloersmeren, tegels leggen Ook geschikt voor metselen glazen bouwstenen Veelzijdig inzetbare

Nadere informatie

17-12-2013 RENOVATIE VAN PARKEERGARAGES RENOVATIE VAN PARKEERGARAGES. Renovatie van Parkeergarages. Christian Carlie. Agenda.

17-12-2013 RENOVATIE VAN PARKEERGARAGES RENOVATIE VAN PARKEERGARAGES. Renovatie van Parkeergarages. Christian Carlie. Agenda. Renovatie van Parkeergarages Christian Carlie Tebecon B.V. Innovatiesachter de slagboom? UITDAGINGEN achter de slagboom! Agenda Even voorstellen Even voorstellen Schadebeelden in parkeergarages Stappenplan

Nadere informatie

Belang van goede hechting bij betonherstel. Prof. dr. ir. Stijn Matthys dr. ir. Elke Gruyaert

Belang van goede hechting bij betonherstel. Prof. dr. ir. Stijn Matthys dr. ir. Elke Gruyaert Belang van goede hechting bij betonherstel Prof. dr. ir. Stijn Matthys dr. ir. Elke Gruyaert Vakgroep Bouwkundige Constructies FEREB studiedag 05/02/2015 Belang van goede hechting bij betonherstel Introductie

Nadere informatie

De beantwoording van de categorieën A, B en C steeds op een nieuw vel papier beginnen.

De beantwoording van de categorieën A, B en C steeds op een nieuw vel papier beginnen. Deelexamen : Betononderhoudskundige Datum : 16 april 2015 Tijd : 14.00 16.30 uur (150 minuten) Het examen bestaat uit drie gedeelten met een totaal van 13 vragen: categorie A (5 vragen), categorie B (4

Nadere informatie

Wapeningscorrosie door chloriden

Wapeningscorrosie door chloriden Wapeningscorrosie door chloriden In gewapend beton is het wapeningsstaal normaal gesproken goed beschermd tegen corrosie. Dankzij het sterk alkalische milieu in beton, wordt op het wapeningsstaal een dunne

Nadere informatie

Kathodische bescherming in een notedop

Kathodische bescherming in een notedop in een notedop ir. Bram Dooms Labo Betontechnologie Kathodische bescherming (KB) voor de bouwsector 23/02/2017 1 Corrosie van staal Ijzer komt in de natuur voor onder stabiele vorm: metaaloxides (bv. Fe

Nadere informatie

Oriënterend onderzoek vloercoating op betonnen vloeren

Oriënterend onderzoek vloercoating op betonnen vloeren Tab 4 Steenachtig Titel Oorspronkelijke titel Auteur Bron Oriënterend onderzoek vloercoating op betonnen vloeren Idem Verf Advies Centrum Intern rapport Inleiding De vloeren van een parkeergarage zijn

Nadere informatie

ALGEMENE GARANTIE INHOUD. 1) ALUMINIUM MATERIALEN a) Garantie voor 10 jaar b) Samenstelling c) Toleranties d) Onderhoudshandleiding

ALGEMENE GARANTIE INHOUD. 1) ALUMINIUM MATERIALEN a) Garantie voor 10 jaar b) Samenstelling c) Toleranties d) Onderhoudshandleiding INHOUD 1) ALUMINIUM MATERIALEN 2) RVS-MATERIALEN 3) MATERIALEN VAN STAAL 4) RUBBERPRODUCTEN a) Garantie voor 1 jaar 5) POEDERGECOATE OPPERVLAKKEN b) Onderhoudshandleiding 1) ALUMINIUM MATERIALEN Alle door

Nadere informatie

Binnendeuren en kozijnen Verwerkings- en onderhoudsvoorschriften

Binnendeuren en kozijnen Verwerkings- en onderhoudsvoorschriften 1 INLEIDING... 2 2 ONTVANGST/OPSLAG OP DE BOUWPLAATS... 2 3 TRANSPORT... 2 4 PLAATSINGSVOORWAARDEN OP DE BOUWPLAATS... 2 5 VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN... 2 5.1 BASISDEUREN... 2 5.1.1 Sparingen... 2 5.1.2

Nadere informatie

OPSTIJGEND VOCHT. Rewah nv. Sinds 1985 uw specialist in de ontwikkeling van producten voor vochtbestrijding

OPSTIJGEND VOCHT. Rewah nv. Sinds 1985 uw specialist in de ontwikkeling van producten voor vochtbestrijding OPSTIJGEND VOCHT Rewah nv Sinds 1985 uw specialist in de ontwikkeling van producten voor vochtbestrijding Diagnose: opstijgend vocht! - Vlekvorming - Geurhinder - Vochtig pleisterwerk - Schimmels - Zoutuitbloeiingen

Nadere informatie

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam Copyright SBR, Rotterdam Vervormingen in gevelconstructies Vermijden van schade Copyright SBR, Rotterdam Copyright SBR, Rotterdam Vervormingen in g'evelconstructies Vermijden van schade 68 Stichting Bouwresearch

Nadere informatie

Belangrijker nog HS PROTECT BOUW beschermt uw relatie met uw klant!

Belangrijker nog HS PROTECT BOUW beschermt uw relatie met uw klant! HS PROTECT BOUW is een luchtdrogende coating ter bescherming van ramen en profielen tijdens constructiewerken, transport en opslag. De coating kan eenvoudig worden aangebracht met een spuitpistool, verfrol

Nadere informatie

Contopp Versneller 10 Compound 6

Contopp Versneller 10 Compound 6 DIN EN 13813 Screed material and floor screeds - Screed materials - Properties and requirements Contopp Versneller 10 To e p a s s i n g s g e b i e d e n Contopp Versneller 10 is een pasteuze hulpstof,

Nadere informatie

Kathodische Bescherming met opofferingsanodes

Kathodische Bescherming met opofferingsanodes Kathodische Bescherming met opofferingsanodes Bert Kriekemans Fortius Diest, België [email protected] Kathodische Bescherming (KB) Het principe van Kathodische Bescherming is niet nieuw. Het idee was eerst

Nadere informatie

VERWERKINGSADVIES MOXILON 200 TOPICAL SEALER BETONVERDICHTING voor betonvloeren en horizontale delen

VERWERKINGSADVIES MOXILON 200 TOPICAL SEALER BETONVERDICHTING voor betonvloeren en horizontale delen Voorbereidingen Voor een goed resultaat van de werking van Moxilon 200 Topical Sealer is het van belang dat het product volledig in het oppervlak kan indringen. Het te behandelen oppervlak dient schoon,

Nadere informatie

STABILITEIT. scheuren in gebouwen

STABILITEIT. scheuren in gebouwen STABILITEIT scheuren in gebouwen Uit analyse van de TV s (2011, zelfstandige woningen): - 27 % van de onderzochte niet-conforme woningen minstens 1 ernstig of zeer ernstig stabiliteitsprobleem; - 7 % met

Nadere informatie

Liquid Rubber: de keuze van de professional!

Liquid Rubber: de keuze van de professional! Behandeling afdichten binnenkant kelder HighBuild S-200 Begin met een droge, schone en geëgaliseerde ondergrond waarin de grootste gaten en scheuren van tevoren zijn afgedicht en oneffenheden zijn verwijderd.

Nadere informatie

Editie september 2009 Memento verpakt cement

Editie september 2009 Memento verpakt cement Editie september 2009 Memento verpakt cement [email protected] - www.enci.nl Overzicht ENCI verpakt cement Cementbenaming Portlandcement 42,5 N Portlandcement 52,5 R Wit portlandcement Wit portlandkalksteencement

Nadere informatie

Bijscholing betontechnologie 7 november 2014. Jaap van Eldik, Senior Betontechnologisch Adviseur Mebin B.V.

Bijscholing betontechnologie 7 november 2014. Jaap van Eldik, Senior Betontechnologisch Adviseur Mebin B.V. Bijscholing betontechnologie Jaap van Eldik, Senior Betontechnologisch Adviseur Mebin B.V. Onderwerpen Beton Regelgeving Sterkteklassen Milieuklassen Rekenvoorbeeld Sterkteontwikkeling Krimpgedrag Beton

Nadere informatie

Materiaalkunde tentamen

Materiaalkunde tentamen Materiaalkunde tentamen Dit tentamen is met veel moeite een keertje uitgetypt door mij. Waarschijnlijk heb je er wel iets aan. Mocht je nu ook een keer zo gek zijn om een tentamen een keer uit te typen;

Nadere informatie

Betonrenovatie. ir. Bram Dooms Adjunct labohoofd Betontechnologie. Onderhoud van gebouwen Betonrenovatie 02/06/2016 1

Betonrenovatie. ir. Bram Dooms Adjunct labohoofd Betontechnologie. Onderhoud van gebouwen Betonrenovatie 02/06/2016 1 Betonrenovatie ir. Bram Dooms Adjunct labohoofd Betontechnologie Onderhoud van gebouwen Betonrenovatie 02/06/2016 1 Betonrenovatie Toestand Proactief - onderhoud Reactief - herstelling Minimale toestand

Nadere informatie

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 8

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 8 Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 8 Samenvatting door Dylan 748 woorden 30 december 2016 5,8 4 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Nova Scheikunde Paragraaf 1 Gemeenschappelijke eigenschappen metalen:

Nadere informatie

basis college bouwkunde bok5

basis college bouwkunde bok5 basis college bouwkunde bok5 lesweek 7 gevels Instituut Bouwkunde & Civiele Techniek docent: ir.m.marynissen beëindiging gemetselde muren muurafdekker met minimaal 40mm overstek en voorzien van een waterhol

Nadere informatie

Verwijder de beschermfolie net voor de oplevering en u biedt uw eindklant steeds opnieuw vloeren met dezelfde glans en kwaliteit als in uw showroom.

Verwijder de beschermfolie net voor de oplevering en u biedt uw eindklant steeds opnieuw vloeren met dezelfde glans en kwaliteit als in uw showroom. HS PROTECT FLOOR is een luchtdrogende coating ter bescherming van vloeren tijdens constructiewerken, transport en opslag. De coating kan eenvoudig worden aangebracht met een spuitpistool, verfrol of borstel.

Nadere informatie

TECHNISCHE FICHE. Leempleisters van Wanlin. Samenstelling van de pleistermaterialen. Verpakking en opslag. Fysieke eigenschappen.

TECHNISCHE FICHE. Leempleisters van Wanlin. Samenstelling van de pleistermaterialen. Verpakking en opslag. Fysieke eigenschappen. Leempleisters van Wanlin Samenstelling van de pleistermaterialen Zand, zuivere leem van Wanlin, gehakseld stro. Verpakking en opslag Het pleistermateriaal Argibase is verkrijgbaar in twee varianten: Argibase-D

Nadere informatie

Productinformatieblad

Productinformatieblad weber.mix 6 in 1 is een kant-en-klare mortel geschikt voor diverse toepassingen. Ideale oplossing voor renovatieklussen en verbouwingen Vloer & wand Binnen & buiten Veelzijdig inzetbare mortel welke geschikt

Nadere informatie

NIEUW. Rigips TopStuc. Stap-voor-stap handleiding. Zelf stukadoren is nu gemakkelijker dan ooit door de unieke receptuur van Rigips TopStuc.

NIEUW. Rigips TopStuc. Stap-voor-stap handleiding. Zelf stukadoren is nu gemakkelijker dan ooit door de unieke receptuur van Rigips TopStuc. NIEUW Rigips TopStuc Stap-voor-stap handleiding Zelf stukadoren is nu gemakkelijker dan ooit door de unieke receptuur van Rigips TopStuc. www.rigips.nl DOE - HET - ZELF MET RIGIPS. DAN ZIT HET ZO! Stukadoren

Nadere informatie

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam Het buitenspouwblad Het buitenspouwblad 84 Stichting Bouwresearch K1uwer Technische Boeken B.V. - Deventer - AntWerpen Ten Hagen B.V. - Den Háag Het doel van de Stichting is het coördineren, stimuleren

Nadere informatie

Rewah nv OPSTIJGEND VOCHT. Nabehandeling. Hebt u nog vragen? Sinds 1985 uw specialist in de ontwikkeling van producten voor vochtbestrijding

Rewah nv OPSTIJGEND VOCHT. Nabehandeling. Hebt u nog vragen? Sinds 1985 uw specialist in de ontwikkeling van producten voor vochtbestrijding Nabehandeling Wat na het injecteren? Na het injecteren moet het product de tijd krijgen om in te dringen in de poriën van de mortel en de steen, alsook om te polymeriseren, dus uit te harden en de waterafstotende

Nadere informatie

Gegevensblad 1144 TEKNODUR COMBI 3430

Gegevensblad 1144 TEKNODUR COMBI 3430 www.teknos.com Gegevensblad 1144 TEKNODUR COMBI 3430 01.02.2008 Polyurethaan Verf VERF TYPE TEKNODUR COMBI 3430 is een anti-corrosie gepigmenteerd polyurethaan verf in twee delen met een laag oplosmiddelgehalte,

Nadere informatie

VLOEIBAAR RUBBER VAN DUURZAME KWALITEIT VOOR LUCHT-, WATERAFDICHTING EN BESCHERMING

VLOEIBAAR RUBBER VAN DUURZAME KWALITEIT VOOR LUCHT-, WATERAFDICHTING EN BESCHERMING VLOEIBAAR RUBBER VAN DUURZAME KWALITEIT VOOR LUCHT-, WATERAFDICHTING EN BESCHERMING Liquid Rubber Europe levert beschermende milieuvriendelijke vloeibare coatings voor een breed scala aan toepassingen.

Nadere informatie

a) Benoem de verschillende weefsels van een loofboom die je tegenkomt als je de stam horizontaal doorzaagt. Geef tevens de functie van elk weefsel.

a) Benoem de verschillende weefsels van een loofboom die je tegenkomt als je de stam horizontaal doorzaagt. Geef tevens de functie van elk weefsel. Technische Universiteit Eindhoven Faculteit Bouwkunde Capaciteitsgroep FAGO FAGO/Lamers/Van Schaijk Zet op elk blad uw naam enldentiitsnummer. - Tentamen: Vakcode: Datum: Tijd: Materiaalkunde 2 75100 12

Nadere informatie

DIKLAGIGE, OPLOSMIDDELVRIJE, FLEXIBELE, 2-COMPONENTEN BITUMINEUZE EMULSIE COATING, POLYMEER GEMODIFICEERD

DIKLAGIGE, OPLOSMIDDELVRIJE, FLEXIBELE, 2-COMPONENTEN BITUMINEUZE EMULSIE COATING, POLYMEER GEMODIFICEERD TECHNISCHE FICHE DIKLAGIGE, OPLOSMIDDELVRIJE, FLEXIBELE, 2-COMPONENTEN BITUMINEUZE EMULSIE COATING, POLYMEER GEMODIFICEERD PRODUCTOMSCHRIJVING is een 2-componenten coating, oplosmiddelvrij en vezelversterkt,

Nadere informatie

Beamix Vloervlak Egalisatie 770

Beamix Vloervlak Egalisatie 770 Beamix Vloervlak Egalisatie 770 Slechte ondergrond & Hout TOEPASSING Vezelversterkte gietvloer voor op slechte ondergronden, hout en vloerverwarming. Ideaal op (stabiele) houten (verdiepings)vloeren. Bij

Nadere informatie

Voorbereiding wand en vloer. Wanden/vloer binnen:

Voorbereiding wand en vloer. Wanden/vloer binnen: Voorbereiding wand en vloer Wanden/vloer binnen: Ondergrond moet vrij zijn van lagen die de hechting kunnen verminderen zoals stof, vuil, olie, vet en losse delen. Wanden met als ondergrond gestukadoorde

Nadere informatie

hout Zo kunt u zelf Overzicht producten Stappenplannen

hout Zo kunt u zelf Overzicht producten Stappenplannen hout Zo kunt u zelf houtproblemen Productinformatie oplossen Overzicht producten Stappenplannen Houtvuller Heeft u een beschadigde deur of een verrot kozijn? In deze folder vindt u hulp om de meest voorkomende

Nadere informatie

Waterdichting. Pas weber.dry inject toe. Controleer op waterdoorslag naar bovenliggende verdieping of fundering.

Waterdichting. Pas weber.dry inject toe. Controleer op waterdoorslag naar bovenliggende verdieping of fundering. binnen toepassen Controleer op waterdoorslag naar bovenliggende verdieping of fundering. Nee Bestaat de ondergrond uit baksteen, betonsteen of betonblokken? Ja Ja Pas weber.dry inject toe. A Controleer

Nadere informatie

Plus zuurbestendig beton

Plus zuurbestendig beton Plus zuurbestendig beton Het cementvrije beton dat hoge weerstand biedt tegen zuren, zouten en sulfaten De plussen van zuurbestendig beton Economisch alternatief PLUS zuurbestendig beton is een economisch

Nadere informatie

Lijmen in de bouw. deel 5. Copyright SBR, Rotterdam

Lijmen in de bouw. deel 5. Copyright SBR, Rotterdam Lijmen in de bouw deel 5 LJ Auteur ir. Th. J. van den Boom, TNO Bouw, Rijswijk Deze publikatie kwam tot stand in samenwerking met Triam Kennismanagement, bureau voor advies, ontwerp en produktie te Papendrecht.

Nadere informatie

Reinigen van metselwerk en beton met de hoge drukreiniger. Jaap Koek J. Koek Gevelconsultancy B.V.

Reinigen van metselwerk en beton met de hoge drukreiniger. Jaap Koek J. Koek Gevelconsultancy B.V. Reinigen van metselwerk en beton met de hoge drukreiniger Jaap Koek J. Koek Gevelconsultancy B.V. De dagelijkse praktijk: een gevel is vervuild, en nu? De dagelijkse praktijk: een gevel is vervuild, en

Nadere informatie

Onderzoek betonkwaliteit silo s Zeeburgereiland

Onderzoek betonkwaliteit silo s Zeeburgereiland Silo s Zeeburgereiland te Amsterdam Onderzoek betonkwaliteit silo s Zeeburgereiland code: V0891 Silo s Zeeburgereiland te Amsterdam Onderzoek betonkwaliteit silo s Zeeburgereiland 11 december 2008 datum:

Nadere informatie

ABG CONSULTING. DIAGNOSE van betonschade. ir. Hugo WILDEMEERSCH. BETON een uniek bouwmateriaal

ABG CONSULTING. DIAGNOSE van betonschade. ir. Hugo WILDEMEERSCH. BETON een uniek bouwmateriaal ABG CONSULTING DIAGNOSE van betonschade ir. Hugo WILDEMEERSCH BETON een uniek bouwmateriaal ONTWERPNORMEN STERKTE - STABILITEIT Bij de oprichting kan veel mislopen voorbeeld ASR Alkali - silicareactie

Nadere informatie

Sigma Coltura EP Impregnating Primer. Blik basis en verharder, samen 2 liter. Blik basis en verharder, samen 10 liter.

Sigma Coltura EP Impregnating Primer. Blik basis en verharder, samen 2 liter. Blik basis en verharder, samen 10 liter. OMSCHRIJVING Oplosmiddelvrije, tweecomponenten, semi-transparante primer voor buiten en binnen op basis van epoxy. GEBRUIKSDOEL Primerlaag in Sigma Coltura vloerafwerkingssystemen. Kleeflaag ten behoeve

Nadere informatie

Checklist Coatings / afdichtingen met kunsthars

Checklist Coatings / afdichtingen met kunsthars Checklist Coatings / afdichtingen met kunsthars Medewerker: Datum: 1.) Objectgegevens: Firma / Naam: Adres: Postcode: Telefoon: Contactpersoon: Plaats: Fax: E-Mail: Objectnaam: Aannemer: hoogbouw laagbouw

Nadere informatie

Epoxy Rapid. Product. Volumes. Eigenschappen. Toepassingsgebied. Beperkingen

Epoxy Rapid. Product. Volumes. Eigenschappen. Toepassingsgebied. Beperkingen Supersnelle, transparante, 2-component epoxylijm voor extra sterke hechting, afdichting en reparaties voor keramiek, aardewerk, edelsteen, glas, hout, kunststof, ivoor. Volumes 24 ml Eigenschappen Voor

Nadere informatie

CLAASSEN. Schilderwerken. Onderhoud Nieuwbouw Beglazing. Onderhouds advies schilderwerk

CLAASSEN. Schilderwerken. Onderhoud Nieuwbouw Beglazing. Onderhouds advies schilderwerk Onderhouds advies schilderwerk U bent langer verzekerd van een goede bescherming door regelmatig onderhoud te plegen. Indien u zelf dit onderhoud gaat uitvoeren hebben wij hiervoor een onderhoudsadvies

Nadere informatie

INFOFICHE EB002 WITTE VLEKKEN OP BESTRATINGSPRODUCTEN

INFOFICHE EB002 WITTE VLEKKEN OP BESTRATINGSPRODUCTEN EBEMA NV Dijkstraat 3 Oostmalsesteenweg 204 B-3690 Zutendaal B -2310 Rijkevorsel T +32(0)89 61 00 11 T +32(0)3 312 08 47 F +32(0)89 61 31 43 F +32(0)3 311 77 00 www.ebema.com www.stone-style.com www.megategels.com

Nadere informatie

IPERCO lijmen. Introductie

IPERCO lijmen. Introductie IPERCO lijmen Introductie Het is aan te raden de basis begrippen te kennen voor een goede lijmverbinding. Doormiddel van deze handleiding geven wij u inzicht in het vulcaniseren en het noodzakelijk uit

Nadere informatie

Lijm & Kit. Nummer 24

Lijm & Kit. Nummer 24 Nummer 24 Art.nr. 912689 Lijmen en kitten indelen naar gebruiksdoel is nauwelijks mogelijk, want iedere moderne lijm of kit heeft een veelheid aan gebruiksdoelen. Welke lijm bij uitstek geschikt is voor

Nadere informatie

Technische informatie

Technische informatie OMSCHRIJVING TOEPASSING VOORNAAMSTE KENMERKEN KLEUR GLANSGRAAD VERPAKKING Transparante sealer voor vloeren binnen is een transparante sealer voor vloeren binnen op basis van alkydhars die diep in de ondergrond

Nadere informatie

LM310 Tegelmortel. wit. Productomschrijving. Toepassing. Speciale eigenschappen. Leveringsvorm. Houdbaarheid/opslag.

LM310 Tegelmortel. wit. Productomschrijving. Toepassing. Speciale eigenschappen. Leveringsvorm. Houdbaarheid/opslag. LM310 Tegelmortel wit Productomschrijving Witte tegelmortel met kalk en dichte toeslagmiddelen en additieven welke stabiliteit, sterkte en de verwerkingsstabiliteit bevorderen. Toepassing Tegelmortel LM310

Nadere informatie

Hoofdstuk 5. Uiterlijk van beton. De kleur van beton. Uiterlijk van beton in voorschriften. Veel voorkomende onvolkomenheden

Hoofdstuk 5. Uiterlijk van beton. De kleur van beton. Uiterlijk van beton in voorschriften. Veel voorkomende onvolkomenheden Hoofdstuk 5 Uiterlijk van beton De kleur van beton Uiterlijk van beton in voorschriften Veel voorkomende onvolkomenheden 1 De kleur van beton Uiterlijk van beton kleur van beton is som van kleur van kleine

Nadere informatie

1052 Universal. Product. Volumes. Eigenschappen. Toepassingsgebied

1052 Universal. Product. Volumes. Eigenschappen. Toepassingsgebied Product Gebruiksklare, tolueenvrije spuitbare contactlijm, roze of transparant, op basis van polychloropreen (Neopreen ). Volumes 20 l Eigenschappen Gebruiksklaar, op spuit viscositeit Onmiddellijk vast

Nadere informatie

Handleiding verwerking Beton Ciré Originale

Handleiding verwerking Beton Ciré Originale Handleiding verwerking Beton Ciré Originale Pagina 1 - Versie 09 Inhoud: - Wat is Beton Ciré Originale - Voorbereiding Ondergrond o Wanden o Vloeren o Meubels en aanrechtbladen - Aanbrengen en afwerken

Nadere informatie

Met de cementdekvloer heeft ú het voor het zeggen

Met de cementdekvloer heeft ú het voor het zeggen Met de cementdekvloer heeft ú het voor het zeggen Wat is een dekvloer en waar heb je hem voor nodig? Een dekvloer wordt op de draagvloer, die het draagvermogen van de constructie levert, aangebracht om:

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Beton in de kist

Hoofdstuk 4: Beton in de kist Hoofdstuk 4: Beton in de kist Horizontale speciedruk Gewogen rijpheid Temperatuurbeheersing Nabehandeling Ontkisten 1 Horizontale speciedruk op bekisting Hydrostatisch drukverloop Reactie cement met water

Nadere informatie

Hygroscopische eigenschappen

Hygroscopische eigenschappen 2013/12 Hout Hygroscopische eigenschappen Hout en vocht Hout is een natuurproduct dat na droging en verwerking gevoelig blijft voor vocht. Dit betekent dat het kan uitzetten en krimpen. Gebeurt dit ongelijkmatig,

Nadere informatie

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam : Ventilatie en energieverlies van woningen Enkele bouwkundige details Ventilatie en energieverlies van woningen Enkele bouwkundige details 85 Stichting Bouwresearch Kluwer Technische Boeken B.V. - Deventer

Nadere informatie

10 Hulpstoffen en toevoegingen

10 Hulpstoffen en toevoegingen 10 Hulpstoffen en toevoegingen 10.1 Definitie Een hulpstof is een stof die, als regel bij een toevoeging in hoeveelheden gelijk aan of minder dan 5% (m/m) van de cementhoeveelheid, een significante wijziging

Nadere informatie

Wand- en plafondafwerking Multifunctioneel sierpleistersysteem

Wand- en plafondafwerking Multifunctioneel sierpleistersysteem OMSCHRIJVING OPMERKING Brander Briljant is een multifunctioneel sierpleistersysteem, bedoeld om vlakke, gladde ondergronden te repareren, te egaliseren en op een industriële wijze decoratief af te werken.

Nadere informatie

ONDERZOEK METHODIEK GEVELREINIGING DSM KANTOOR TE HEERLEN

ONDERZOEK METHODIEK GEVELREINIGING DSM KANTOOR TE HEERLEN ONDERZOEK METHODIEK GEVELREINIGING DSM KANTOOR TE HEERLEN eindrapport Opdrachtgever / Client ARCADIS AQUMEN facility management BV t.a.v. de heer M. Kersten Postbus 80009 5600 JZ EINDHOVEN Ons kenmerk

Nadere informatie

Handleiding werken met een mal Handleiding Het werken met een polyester mal.

Handleiding werken met een mal Handleiding Het werken met een polyester mal. Handleiding Het werken met een polyester mal. Hoekseize 3 8711 HR WORKUM tel.: 0515-543556 [email protected] www.polymat.nl. Het werken met een polyester mal. 1. Info vooraf 2. Mallen bouw en plug. 3. het

Nadere informatie