Inventarisatie stadiumonderzoek Cymbidium
|
|
|
- Simon Claes
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Inventarisatie stadiumonderzoek Cymbidium Consultancy-onderzoek Arca Kromwijk Rapport GTB-1111
2 Referaat NL In een oriënterend consultancy-onderzoek is informatie over stadiumonderzoek bij Cymbidium verzameld en op verschillende tijdstippen oriënterend stadiumonderzoek uitgevoerd onder een binoculair. Een ongedifferentieerd groeipunt is plat en de bladeren staan recht tegenover elkaar. In dit stadium is nog niet te zien of de okselknop een scheut of een bloemtak gaat vormen. Een generatief groeipunt komt omhoog en vormt spiraalsgewijs rondom het groeipunt, elke 144 graden, een bractee met een bloem. In de onderzochte okselknoppen kleiner dan 3,5 cm zijn in april, mei, november 2009 en februari, maart, april en mei 2010 alleen ongedifferentieerde groeipunten gevonden. In één okselknop van circa 4 cm was wel duidelijk al een aangelegde bloemtak zichtbaar. Tussenliggende stadia zijn niet gevonden. Als knoppen 4 cm groot zijn, kunnen telers zonder preparatie al bijna zien of het een generatieve of vegetatieve knop is. Abstract UK Information is collected about the development of axillary buds of Cymbidium and at different times growing points of some axillary buds were studied microscopically. An undifferentiated growing point is flat and the leaves are opposite. At this stage it is not possible to see whether it will develop into a new shoot or into a flower stalk. In a reproductive bud the meristematic tissue becomes elongated and bracts with flowers are formed around the growing point at an angle of 144 degrees. In axillary buds smaller than 3.5 cm in April, May and November 2009 and February, March, April and May 2010 only undifferentiated growing points were found. In one axillary bud of approximately 4 cm long the development of a flower stalk was clearly visible. As axillary buds are 4 cm long, growers can almost see whether it will be a generative or vegetative bud without preparation Wageningen, Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) Wageningen UR Glastuinbouw Adres : Violierenweg 1, 2665 MV Bleiswijk : Postbus 20, 2665 ZG Bleiswijk Tel. : Fax : [email protected] Internet :
3 Inhoudsopgave Samenvatting 5 1 Inleiding Probleemstelling Doel 7 2 Materiaal en methode 9 3 Resultaten literatuurstudie 11 4 Resultaten stadiumonderzoek Stadiumonderzoek Stadiumonderzoek Conclusies en discussie Conclusies Discussie 23 6 Literatuur 25 3
4 4
5 Samenvatting Uit eerder onderzoek bij Cymbidium is gebleken dat een lagere temperatuur van week 44 t/m week 7 een hogere productie geeft bij vroegbloeiende Cymbidiums in het najaar. Van het achterliggende mechanisme van deze reactie is echter nog weinig bekend. Met stadiumonderzoek kan mogelijk meer bekend worden over het bloeimechanisme bij Cymbidium, waardoor de teelt meer gericht gestuurd kan worden. Daarom is op verzoek van de landelijke commissie Cymbidium en met financiering van het Productschap Tuinbouw een consultancy-onderzoek uitgevoerd naar stadiumonderzoek bij Cymbidium. In dit oriënterende onderzoek is in de literatuur gezocht naar bestaande kennis en informatie over stadiumonderzoek bij Cymbidium en op verschillende tijdstippen is oriënterend stadiumonderzoek aan okselknoppen van Cymbidiumscheuten uitgevoerd. Uit de literatuurstudie bleek dat het eindgroeipunt van een Cymbidium scheut na een min of meer vast aantal bladeren stopt en daarna geen nieuwe bladeren meer afsplitst. De stengel verdikt zich sterk en vormt een pseudobulb. Uit de okselknoppen in de bladoksels van de bladeren kunnen nieuwe scheuten of bloemtakken uit gaan lopen. Een ongedifferentieerd groeipunt in een okselknop van Cymbidium is plat en de bladeren staan recht tegenover elkaar. In dit stadium is nog niet te zien of de knop een scheut of een bloemtak gaat worden omdat zowel vegetatieve als generatieve okselknoppen beide eerst ongeveer 15 bladprimordia maken die tegenover elkaar staan. Een generatief groeipunt komt daarna omhoog en vormt spiraalsgewijs rondom het groeipunt elk 144 graden een schutblad met een bloem. Dit is het eerste herkenbare generatieve stadium. In eerder onderzoek bij laatbloeiende cultivars werden ongeveer tegelijkertijd met het moment dat de okselknoppen gingen zwellen en groeien en aan de plant zichtbaar werden, ook de eerste generatieve groeipunten gevonden in de okselknoppen. In het oriënterende stadiumonderzoek zijn in de onderzochte okselknoppen tot 3,5 cm in april, mei, november 2009 en februari, maart, april en mei 2010 geen duidelijke generatieve groeipunten gevonden. Er waren alleen ongedifferentieerde groeipunten zichtbaar onder een binoculair en daardoor was nog niet zichtbaar of de okselknoppen een scheut of een bloemtak zouden gaan geven. In één okselknop van circa 4 cm lang was op 9 april 2009 al wel duidelijk een aangelegde bloemtak zichtbaar. Dit was waarschijnlijk een voortijdig gevormde bloemtak die bij de cultivar Beauty Fred nr. 60 soms gevormd wordt. Tussenliggende stadia zijn niet gevonden. Als knoppen al 4 cm groot zijn, is bijna zonder microscoop al te zien of het een generatieve of vegetatieve knop is. 5
6 6
7 1 Inleiding 1.1 Probleemstelling Uit het laatste bloei-onderzoek bij Cymbidium (Kromwijk, 2008) is gebleken dat een lagere temperatuur van week 44 t/m week 7 een hogere productie geeft bij vroegbloeiende Cymbidiums. Het achterliggende mechanisme van deze reactie is echter nog niet bekend. In theorie zijn verschillende mogelijkheden denkbaar: door lage temperatuur vindt bloemknopinductie plaats. bloemknoppen zijn al aangelegd voor de kouperiode, maar blijven in rust. Door lage temperatuur wordt knoprust doorbroken en kunnen bloemstelen gaan strekken/uitgroeien (zoals bv. bij tulp). door lage temperatuur gaan okselknoppen uitgroeien en pas later in uitgroeiende okselknop vindt bloemknopaanleg plaats (zoals bv. Phalaenopsis). Om het bloeitijdstip van Cymbidium nog beter te kunnen sturen is meer inzicht gewenst in het achterliggende mechanisme. Met stadiumonderzoek kan mogelijk meer bekend worden over het achterliggende mechanisme. Als met behulp van stadiumonderzoek eerder vastgesteld kan worden in welke stadium het gewas zich bevindt, kan de teelt daarmee meer gericht gestuurd worden. Om inzicht te krijgen in hoeverre stadiumonderzoek hier meer duidelijkheid over kan geven is op verzoek van de landelijke commissie Cymbidium een inventarisatie uitgevoerd naar de mogelijkheden van stadiumonderzoek bij Cymbidium. Dit consultancy-onderzoek is gefinancierd door het Productschap Tuinbouw. 1.2 Doel Oriëntatie op de mogelijkheden om met behulp van stadiumonderzoek meer inzicht te krijgen in het bloeimechanisme van Cymbidium. Als meer inzicht in het bloeimechanisme wordt meer verkregen, kan dit ook meer inzicht geven in de stuurbaarheid van de teelt van Cymbidium. 7
8 8
9 2 Materiaal en methode Na goedkeuring van de financieringsaanvraag is in april en mei 2009 in de literatuur gezocht naar bestaande kennis en informatie over stadiumonderzoek bij Cymbidium (zie hoofdstuk 3). In april en mei 2009 is ook gestart met het oriënterend stadiumonderzoek aan okselknoppen van enkele Cymbidium scheuten op verschillende tijdstippen om inzicht te krijgen wanneer de groeipunten in de okselknoppen generatief worden en vast te leggen op foto s. November 2009 zijn okselknoppen geprepareerd en onderzocht samen met een teler die veel ervaring heeft met de preparatie van okselknoppen voor de weefselkweekvermeerdering van Cymbidium. Op verzoek van de BCO-Cymbidium zijn in februari, maart, april en mei 2010 opnieuw okselknoppen van een aantal scheuten uit de praktijk onderzocht om te zien hoe vroeg in het jaar de eerste generatieve ontwikkelingsstadia zichtbaar worden onder een binoculair (zie hoofdstuk 4). 9
10 10
11 3 Resultaten literatuurstudie Blacquière en Uitermark (2000) hebben in een literatuurstudie een beschrijving gemaakt van de morfologie, anatomie en fysiologie van Cymbidium. Cymbidium groeit monopodiaal. Dit houdt in dat de hoofdas steeds door groeit en potentiële zijtakken (oksels) meestal blijven zitten. Het hoofdgroeipunt van een Cymbidiumscheut stopt na een min of meer vast aantal bladeren en daarna worden geen nieuwe bladeren meer afgesplitst. De stengel verdikt zich sterk en vormt een pseudobulb. Het verschil met een echte bol is dat bij een bol de bladstelen of bladscheden verdikken en bij Cymbidium verdikt de stengel. De bladeren aan een scheut staan in twee recht tegenover elkaar staande rijen (180 graden), waardoor de scheuten een min of meer platte vorm hebben. Okselknoppen in de bladoksels van de bladeren kunnen later uit gaan lopen en nieuwe scheuten of bloemtakken vormen. De bloeiwijze is een monopodiaal groeiende bloemsteel met gesteelde bloemen in de oksels van een bractee (=steunblaadje van een bloem). De bladstand van de bracteeën en bloemen is verspreid met een 2/5 bladstand (=144 graden verspringend) spiraalsgewijs rondom de bloemtak. Leffring (1978) concludeerde uit microscopisch onderzoek van vele scheuten dat de laagst geplaatste knoppen vegetatief waren, terwijl in de oksels van de bladeren hogerop de scheut of pseudobulb bloemknoppen gevonden konden worden. De allerhoogste knoppen waren meestal nog niet gedifferentieerd. Zowel bij vroege als late variëteiten verschijnen de vegetatieve en generatieve knoppen tegelijkertijd, maar bij de vroegbloeiende types ontwikkelen eerst de bloemstengels en bij de laatbloeiende ontwikkelen eerst de scheuten (Figuur 1.). Een Cymbidiumscheut heeft veel slapende okselknoppen. Leffring concludeert dat lagere temperaturen zowel overdag als s nachts deze knoppen tot activiteit kunnen brengen en dat de lage temperatuur zowel de ontwikkeling van scheuten als bloemstengels kan stimuleren. Figuur 1. Ontwikkeling van vroegbloeiende (links) en laatbloeiende (rechts) Cymbidiums (overgenomen uit Leffring, 1978). 11
12 Een Cymbidiumstengel bestaat uit 3 zones (Figuur 2.). Een dun deel onderaan (zone A) waarvan de okselknoppen nauwelijks gedifferentieerd zijn en zich niet ontwikkelen. Daarboven bevindt zich een iets verdikt middenstuk (zone B) met vier tot vijf okselknoppen die vrij ver ontwikkeld zijn en nieuwe scheuten of bloemtakken kunnen vormen. Boven deze twee zones bevindt zich een sterk verdikt groot deel (zone C) met okselknoppen waarvan de ontwikkeling door apicale dominantie wordt geremd en die zich niet verder ontwikkelen. Een klein aantal van de knoppen op zone B ontwikkelt zich wel. De onderste okselknoppen op zone B vormen vegetatieve knoppen die uitgroeien tot nieuwe scheuten en daarboven een aantal generatieve knoppen die kunnen uitgroeien tot bloemtakken (Blacquière en Uitermark, 2000). Figuur 2. Opbouw van een bulb van Cymbidium (overgenomen uit literatuurstudie naar factoren die van invloed zijn op de bloei van Cymbidium van Blaquière en Uitermark, 2000). Zone A = Basale zone met okselknoppen die niet ontwikkeld zijn en niet uitlopen. Zone B = Overgangszone met ontwikkelde okselknoppen die uit kunnen lopen. Zone C = Bovenste, verdikte zone die de pseudobulb vormt met nauwelijks ontwikkelde okselknoppen die niet uit lopen. Went (1951) beschrijft dat de bladachtige structuren bij Cymbidium in 3 types ingedeeld kunnen worden: 1. Bladschedes die worden gevormd voordat de echte bladeren verschijnen en die geen bladschijf dragen. 2. De echte bladeren. Deze bestaan uit een basaal bladschede-achtige structuur waarvan de bladschijf afgescheiden is door een abscissielaagje waarlangs het blad af zal breken als het geel of bruin wordt. 3. Bracteeën. Dit zijn kleine steunbladeren aan de bloemsteel met in de oksel van elke bractee een bloemknop. In een vegetatieve Cymbidiumscheut of pseudobulb, worden aan de basis eerst ongeveer 8 bladschede bladeren in verschillende groottes gevormd en daarna volgen 7 tot 15 echte bladeren. De onderste bladschedes zijn zo klein dat ze op een volwassen pseudobulb niet meer zichtbaar zijn. De hogere zijn wel zichtbaar op de jonge pseudobulben, maar verdwijnen als de pseudobulb ouder wordt. Bij een bloemsteel worden eerst ongeveer 15 bladschedes gevormd gevolgd door 5-20 bracteeën met elke een bloemknop in de oksel. De meristemen van zowel bladschedes als gewone bladeren staan in een groeipunt recht tegenover elkaar (180 graden). Daarom is er in de okselknoppen geen onderscheid zichtbaar in meristemen van gewone bladeren en van bladschedes onder een bloemtak. Pas na ongeveer 15 primordia van bladschedes onder een bloemtak wordt in de okselknop zichtbaar dat het een bloemtak wordt. Pas als de aanleg van de bracteeën begint wordt aan de stand van de meristemen van de bracteeën die 144 graden rondom het hoofdgroeipunt staan, zichtbaar dat de okselknop een bloemtak gaat worden. 12
13 Blacquière en Uitermark (2000) hebben op basis van Went (1951) een tabel gemaakt van de ontwikkeling van vegetatieve en generatieve okselknoppen (Tabel 1.). Ongeveer een maand vanaf begin fase 2 worden de scheuten zichtbaar en dan is ook pas aan de oriëntatie van de primordia te zien of het een scheut of een bloeitak wordt. Zij denken dat er bij de generatieve knoppen van de vroegbloeiende cultivars geen ruststadium is, zoals wel verondersteld is door Went. Tabel 1. Ontwikkeling van vegetatieve en generatieve knoppen volgens Went (1951). (Tabel overgenomen uit Blacquière en Uitermark, 2000). Soort knop Fase 1 Rust Fase 2 Vegetatief ½ inch (= 1,3 cm) en 12 primordia?? 3-10 primordia er bij (blad-) Generatief ½ inch (= 1,3 cm) en 15 primordia?? 5-20 primordia er bij (bractiee-) In het jaarverslag van het Proefstation voor de Bloemisterij van 1980 staat vermeld dat stadiumonderzoek is gedaan bij laatbloeiende Cymbidiums (Bonninga en Leffring, 1980). Zij hebben onderscheid gemaakt in een ongedifferentieerd groeimeristeem en vier verschillende bloemknopstadia (Figuur 3.): 1. Bloemknopstadium 1: Meristeem met enkele kleine schutblaadjes. Het eerste schutblaadje kan al een kleine onvolledige bloemknop bevatten. 2. Bloemknopstadium 2: Er worden nog steeds schutblaadjes en bloemknoppen gevormd. De eerste gevormde bloemknop heeft 5 bloemblaadjes. Het meristeem is nog duidelijk te zien. 3. Bloemknopstadium 3: Het meristeem is overgroeid door de bloemschubben. In dit stadium worden er geen nieuwe bloemkknoppen meer gevormd. De knop als geheel is van buiten al te zien als een dikke ronde knop. 4. Bloemknopstadium 4: De bloemknoppen groeien onder hun schutblad uit. Stadium 1 werd in dit onderzoek bij laatbloeiende cultivars gevonden in juli, eind augustus. 13
14 Figuur 3. Een ongedifferentieerd groeipunt en 3 generatieve bloemknopstadia bij Cymbidium (overgenomen uit Bonninga en Leffring, 1980). In het rapport van Hermes (1986) staan resultaten van het groeipuntonderzoek bij laatbloeiende grootbloemige Cymbidium beschreven waarbij elke twee weken groeipuntonderzoek bij Cymbidium is gedaan aan een groot aantal okselknoppen. Een ongedifferentieerd groeipunt is plat en de bladeren staan recht tegenover elkaar (180 graden), zoals ook de bladeren aan een Cymbidium bulb recht tegenover elkaar staan. In dit ongedifferentieerde stadium is nog niet te zien of de knop een scheut of een bloemtak gaat worden. Bij een generatief groeipunt zal de knop zich ontwikkelen tot bloemtak. Een generatief groeipunt komt omhoog en de schutbladeren van de individuele bloemen staan spiraalsgewijs om het groeipunt in een hoek van 144 graden. 14
15 Een okselknop van Cymbidium blijft erg lang ongedifferentieerd (Hermes, 1986). In nieuwe jonge scheuten vanaf circa 8 cm lengte worden al okselknoppen zichtbaar in de bladoksels en deze groeien mee met de scheut tot een grootte van 1-1,5 cm. Zo blijven ze in de bladoksels zitten tot een volgend groeiseizoen. In het knopstadium is aan het groeipunt nog niet te zien of de knop vegetatief of generatief is. Bij de laatbloeiende grootbloemige cultivars in het onderzoek van Hermes werden pas eind juni generatieve groeipunten gevonden toen de knoppen zich gingen strekken. Dit viel bijna gelijk met het moment dat de knoppen zwellen en groeien en daardoor ook aan de plant zichtbaar worden. Hermes geeft ook aan dat scheutknoppen onderaan de bulb zitten, met daarboven de bloemtakknoppen. Boven de bloemtakknoppen zit nog een groot aantal knoppen die in het algemeen niet uitlopen. Verder kwam ook naar voren dat een aantal knoppen helemaal onderaan de bulb meestal blijven zitten en niets doen. Powell et al. (1988) geven aan dat bij okselknoppen vanaf ongeveer 20 mm onder de microscoop (met vergroting van 60x) vast gesteld kan worden of het om een vegetatieve of generatieve okselknop gaat. De kleinste knop die zij als generatief konden vaststellen was 15 mm lang. Dit was bij Cymbidium Astronaut Rajah. Bij knoppen groter dan 40 mm kon zonder microscoop vast gesteld worden of het een generatieve of vegetatieve okselknop was. 15
16 16
17 4 Resultaten stadiumonderzoek 4.1 Stadiumonderzoek 2009 Op 9 april 2009 is gestart met stadiumonderzoek aan okselknoppen van scheuten van Cymbidium Beauty Fred nr. 60 uit het afgeronde CO 2 -onderzoek bij Cymbidium. Om het ontwikkelingsstadium in een okselknop vast te kunnen stellen zijn onder een binoculair alle bladeren van een okselknop afgepeld totdat het groeipunt zichtbaar werd. Bij okselknoppen van 2 en 1,5 cm lengte werden alleen ongedifferentieerde eindgroeipunten gevonden, zoals beschreven in Figuur 3. in hoofdstuk 3. Op 9 april is ook een okselknop van circa 4 cm lengte onderzocht. Bij deze okselknop was na het weghalen van 11 blaadjes al duidelijk een aangelegde bloemtak zichtbaar (Foto 1.). Als knoppen al 4 cm groot zijn, kunnen telers aan de vorm van de knop al bijna zien of het een generatieve of vegetatieve knop is en heeft stadiumonderzoek voor de praktijk weinig toegevoegde waarde. Daarom zijn in het vervolg kleinere okselknoppen onderzocht om na te gaan of daar al eerdere generatieve stadia in gevonden konden worden. Foto 1. Aangelegde bloemtak van Cymbidium Beauty Fred nr. 60 in een okselknop van 4 cm lengte na verwijderen van 11 bladeren en bracteeën van onderste 2 bloemen (links) en verwijderen van schutbladeren van alle bloemen (rechts). Foto s gemaakt onder binoculair op 9 april Op 4 en 5 mei zijn opnieuw diverse okselknoppen van Cymbidium Beauty Fred nr. 60 scheuten onderzocht, variërend van 0,6 tot 3,3 cm lengte. In geen enkele okselknop werden duidelijke generatieve stadia gevonden. Foto 2. laat een ongedifferentieerd eindgroeipunt zien, dat werd gevonden in een okselknop van 3 cm lengte na het weg halen van alle bladeren. De vorm van de gevonden ongedifferentieerd eindgroeipunten komt overeen met de beschrijving en tekening in Figuur 3. in hoofdstuk 3. 17
18 Foto 2. Ongedifferentieerd groeipunt van Cymbidium Beauty Fred 60 in een okselknop van 3 cm lengte na weg halen van bladeren op 5 mei Rechts met dezelfde vergroting van de binoculair als Foto 1. en links extra vergroot. November 2009 zijn, samen met een teler die regelmatig groeipunten uit okselknoppen van Cymbidium prepareert voor weefselkweekvermeerdering van Cymbidium, groeipunten van Cymbidium geprepareerd en onder een binoculair bekeken. In de okselknoppen van een scheut van de cultivar Esther van 53 cm lengte en een scheut van de cultivar Bonnie van 60 cm lengte werden op dat moment alleen ongedifferentieerde eindgroeipunten gevonden. 4.2 Stadiumonderzoek 2010 Omdat in 2009 pas in april gestart kon worden met stadiumonderzoek, zijn een deel van de stadiumonderzoeken uitgesteld tot 2010 om ook al eerder in het jaar bij vroegbloeiende cultivars te kunnen kijken of beginselen van generatieve stadia zichtbaar zijn. Op 23 februari zijn okselknoppen van een scheut van de cultivar Esther uit de praktijk onderzocht (Foto 3.). Daarin werden ongedifferentieerde groeipunten gevonden (Foto 4. links) en één groeipunt dat wat breder leek dan in de andere okselknoppen (Foto 4. - rechts). Dit zou een eerste begin van de bloemtakvorming kunnen zijn, maar deze scheut was echter wel enige tijd in een koelcel bewaard voorafgaand aan het stadiumonderzoek. Foto 3. Onderzochte scheut en okselknoppen van Cymbidium Esther op 23 februari
19 Foto 4. Ongedifferentieerd eindgroeipunt (links) en verbreed groeipunt (rechts) in onderzochte okselknoppen van Cymbidium Esther op 23 februari Op 9 maart 2010 is opnieuw een scheut van de cultivar Esther uit de praktijk onderzocht. Dit was een scheut van 40 cm lengte met een brede basis, waarvan de leden van de BCO-Cymbidium verwachten dat er al een bloemtakknop in zou kunnen zitten (Foto 5. links). Na het weghalen van de bladeren werd van onder naar boven een korte brede afgeronde okselknop zichtbaar (breedte 12 mm, hoogte 14 mm en dikte 3 mm), een lange smalle knop met een meer spitse punt (breedte 10 à 11 mm, hoogte 20 mm en dikte 2 à 3 mm) en een derde kleinere okselknop (breedte 7 à 8 mm en hoogte 12 mm) die wat minder spits was dan de 2 e knop (Foto 5. midden en rechts). In de onderste korte brede okselknop werd na het verwijderen van 11 bladeren een ongedifferentieerd groeipunt zichtbaar. Ook in de andere twee okselknoppen zijn alleen ongedifferentieerde eindgroeipunten gevonden. Foto 5. Onderzochte scheut en okselknoppen van Cymbidium Esther op 9 maart
20 Op 30 maart 2010 zijn opnieuw okselknoppen van 2 Cymbidium scheuten onderzocht (Foto 6.). Deze okselknoppen hadden een lengte van maximaal 21 mm en breedte van maximaal 18 mm. In de 4 okselknoppen van de 1 e scheut en 6 okselknoppen van de 2 e scheut zijn alleen ongedifferentieerde eindgroeipunten gevonden. Foto 6. Onderzochte scheut en okselknoppen op 30 maart Op 29 april 2010 zijn 2 scheuten van Cymbidium Esther uit de praktijk onderzocht. Van de eerste scheut was de buitenste bladschede al gescheurd (Foto 7-boven). Dit wordt vaak als voorbode gezien dat de okselknop van de bloemtak door gaat breken. De okselknoppen in deze scheut waren echter niet groter dan in eerder onderzochte scheuten en in de okselknoppen zijn alleen ongedifferentieerde eindgroeipunten gevonden. De tweede scheut was korter (40 cm) met ook een brede basis, maar daar was de buitenste bladschede nog niet gescheurd (Foto 8.). Wat opviel, was dat bij deze scheut bij de onderste bladeren geen okselknoppen aanwezig waren. De wel aanwezige okselknoppen daarboven waren kleiner dan in de eerste scheut en daarin zijn alleen ongedifferentieerde eindgroeipunten gevonden. Foto 7. Eerste onderzochte scheut en okselknoppen van Cymbidium Esther op 29 april 2010 met buitenste blad gescheurd. 20
21 Foto 8. Tweede onderzochte scheut en okselknoppen van Cymbidium Esther op 29 april 2010 met buitenste blad nog niet gescheurd en zonder okselknoppen in onderste bladoksels. Op verzoek van de BCO-Cymbidium is op 3 mei 2010 een scheut onderzocht van Cymbidium Remella die wat later knoppen maakt en van Cymbidium California Cascade een laabloeiende cultivar. Bij Remella hadden de okselknoppen een lengte tot maximaal 14 mm en breedte van 13 mm. In de 4 okselknoppen zijn bij deze cultivar alleen ongedifferentieerde eindgroeipunten gevonden. Bij de scheut van Cymbidium California Cascade was er al een vrij grote knop (lengte 37 mm) zichtbaar helemaal onderaan de scheut zonder dat bladeren weggehaald zijn (Foto 9.). Na het verwijderen van de bladeren werden okselknoppen gevonden met een lengte van 30, 27, 20 en 11 mm. De knoppen waren dus wat groter dan bij de eerder onderzochte scheuten van vroegbloeiende cultivars. In alle okselknoppen zijn alleen ongedifferentieerde groeipunten gevonden. Foto 9. Onderzochte scheut en okselknoppen van Cymbidium California Cascade op 3 mei
22 22
23 5 Conclusies en discussie 5.1 Conclusies Uit de literatuurstudie bleek dat zowel vegetatieve als generatieve Cymbidium okselknoppen beide eerst ongeveer 15 bladeren maken die recht tegenover elkaar staan. Het eindgroeipunt is dan plat en in die fase is er nog geen verschil te zien tussen een eindgroeipunt van een vegetatieve en generatieve okselknop. Daarom wordt dit stadium aangeduid een ongedifferentieerd eindgroeipunt genoemd. Pas als het groeipunt van een generatieve knop daarna omhoog komt en bracteeën van de bloemen aan gaat leggen wordt aan de spiraalsgewijze stand van de bracteeën rondom het groeipunt zichtbaar dat de okselknop een bloemtak gaat vormen. In eerder stadiumonderzoek bij laatbloeiende cultivars viel de zichtbare omslag van ongedifferentieerd naar generatief groeipunt, vrijwel gelijk met het moment dat okselknoppen gaan zwellen en aan de plant zichtbaar worden. In de onderzochte okselknoppen kleiner dan 3,5 cm zijn in april, mei, november 2009 en februari, maart, april en mei 2010 alleen ongedifferentieerde groeipunten onder een binoculair gevonden. Daardoor kon niet worden vastgesteld of het vegetatieve of generatieve okselknoppen waren. Bij een okselknop van circa 4 cm werd wel een duidelijk generatief stadium gevonden. In deze okselknop was al duidelijk een aangelegde bloemtak zichtbaar. Als knoppen al 4 cm groot zijn, is aan de vorm van de knop al bijna te zien of het een generatieve of vegetatieve knop is. In die fase heeft stadiumonderzoek voor de praktijk weinig toegevoegde waarde. 5.2 Discussie Tussenliggende stadia tussen een ongedifferentieerde groeipunt en de aangelegde bloemtak in een okselknop van 4 cm zijn in dit onderzoek niet gevonden. Dit onderzoek is echter maar aan een beperkt aantal scheuten en op een beperkt aantal tijdstippen uitgevoerd en er is een grote variatie tussen scheuten op één Cymbidiumplant en ook tussen Cymbidiumplanten onderling. Op eenzelfde plant kunnen zowel scheuten staan met als zonder bloemtakken en in eerder onderzoek zijn grote variaties in aantal bloemtakken per plant vast gesteld. Door het beperkte aantal onderzochte scheuten is het daarom niet uit te sluiten dat toevallig alleen scheuten met vegetatieve en ongedifferentieerde okselknoppen zijn onderzocht en dat generatieve knoppen op dat moment misschien wel aanwezig waren in andere scheuten of andere planten, maar net zijn gemist. Hermes heeft in 1986 vastgesteld dat de omslag van ongedifferentieerd naar generatief ongeveer gelijk valt met het moment dat okselknoppen gaan zwellen en zichtbaar worden aan de planten. Bij vroegbloeiende Cymbidium cultivars worden meestal in de loop van mei de eerste bloemtakknoppen zichtbaar. Als dan pas aan het groeipunt te zien is dat deze generatief gaat ontwikkelen, zou dit kunnen verklaren waarom in dit oriënterende onderzoek nauwelijks generatieve groeipunten zijn gevonden, aangezien dit onderzoek er op gericht was om na te gaan of juist al eerder vóórdat de bloemtakknoppen in de loop van mei visueel zichtbaar worden, met behulp van stadiumonderzoek al vast gesteld kon worden of de okselknoppen generatief zijn. Arditti et al. (1997), geeft aan dat de geschikte temperatuur voor bloemknopdifferentiatie bij Cymbidium Mary Pinchess The King tussen de 9,8 en 16,3 o C ligt en dat een cumulatieve temperatuur nodig is voor bloemknopdifferentiatie van graad uren (veelvoud van uren onder 9,8-16,3 o C en de temperatuur). Dit zou ook een verklaring kunnen zijn voor het positieve effect van een lage temperatuur in de winter bij vroegbloeiende Cymbidiums. Hoewel nog niet zichtbaar aan het groeipunt wordt de ontwikkeling van de bloemtakknoppen dan in de winter mogelijk al wel in gang worden gezet. Dit zou ook de min of meer vaste temperatuursom van januari tot de oogst kunnen verklaren die door adviseurs in de praktijk wordt gehanteerd (v.d. Ende, pers. med.). Het is dan nog niet aan het groeipunt zichtbaar omdat in de bloemtakknoppen net als in de vegetatieve okselknoppen eerst de aanleg van ongeveer 15 recht tegen over elkaar staande bladprimordia plaats vindt, zoals beschreven door Went (1951). Het lijkt er op dat dan pas als de knoppen gaan zwellen en groeien de primordia van de bracteeën en individuele bloemen van een bloemtak worden gevormd (Hermes, 1986). Dan is pas aan de ligging van de primordia spiraalsgewijs rondom het groeipunt in een hoek van 144 graden te zien dat het een generatieve knop is. 23
24 In de praktijk wordt bij vroegbloeiende Cymbidiumcultivars in de winter een lage temperatuur (13 o C) aangehouden en vanaf februari de etmaaltemperatuur verhoogd tot circa 20 o C om in de herfst voldoende vroeg te kunnen oogsten. Uit eerder onderzoek is gebleken dat naarmate langer een lagere temperatuur van 13 o C wordt aangehouden de productie hoger is (Kromwijk, 2008). Arditti et al. (1997), geeft aan dat de geschikte temperatuur voor bloemknopdifferentiatie bij Cymbidium Mary Pinchess The King tussen de 9,8 en 16,3 o C ligt en dat een cumulatieve temperatuur nodig is voor bloemknopdifferentiatie van graad uren (veelvoud van uren onder 9,8-16,3 o C en de temperatuur). Het bloeitijdstip wordt echter vertraagd naarmate later gestart wordt met een hoge temperatuur van 20 o C in het voorjaar (Kromwijk, 2008). Het voldoende vroeg kunnen oogsten in het najaar is belangrijk voor de sterke vraag naar Cymbidiumbloemen in de tweede helft van oktober. Telers moeten dan in februari een afweging maken tussen enerzijds zo lang mogelijk de temperatuur laag houden voor een hoge productie en anderzijds op tijd starten met een hoge etmaaltemperatuur van 20 o C om voldoende vroeg te kunnen oogsten in het najaar. Op dat moment is echter aan het gewas nog niet te zien of de planten al zover zijn dat ze een voldoende hoge productie kunnen gaan geven. Dit oriënterende stadiumonderzoek was er o.a. op gericht om na te gaan of er dan in de groeipunten van de okselknoppen misschien al wel een verandering heeft plaatsgevonden, waaraan zichtbaar zou kunnen zijn of voldoende bloemtakken verwacht mogen worden en de temperatuur omhoog kan. In februari, maart en april 2010 zijn echter geen generatieve beginsels van bloemtakken gevonden. Omdat zowel in generatieve als vegetatieve okselknoppen eerst ongeveer 15 bladeren worden aangelegd, wordt pas laat zichtbaar of het eindgroeipunt al dan niet een bloemtak gaat vormen. Daarom lijkt het niet waarschijnlijk dat met stadiumonderzoek van groeipunten in februari al vastgesteld kan worden of de planten voldoende generatief zijn geworden. Wellicht dat wel andere kenmerken, zoals de vorm van de okselknoppen of het aantal of vorm van de afgesplitste bladeren een indicatie kunnen geven. Hiervoor is echter meer onderzoek nodig aan grotere aantallen scheuten en okselknoppen. Het bedrijf NSure ontwikkelt toetsen op basis van genactiviteit. Simpel gezegd wordt bekeken of bepaalde genen aan of uit staan. Zo is er bijvoorbeeld al een toets om de winterhardheid van vijf boomsoorten te bepalen om er voor te zorgen dat ze winterhard genoeg uit de grond gehaald worden voor ze in de koelcel worden gebracht. Inmiddels is er met financiering van het Productschap Tuinbouw een gewasoverstijgend onderzoeksproject gestart om na te gaan of dergelijke toetsen ontwikkeld kunnen worden om de bloeizekerheid van potplanten en snijbloemen te verbeteren. Cymbidium is één van de pilotgewassen in dit project. Doel is om een test te ontwikkelen waarmee in de winter wel vast gesteld kan worden wanneer de planten een voldoende generatieve impuls hebben gehad om in het najaar een goede productie te kunnen geven. 24
25 6 Literatuur Arditti J. en Pridgeon A. (1997). Flower induction in Cymbidum, Dendrobium and Phalaenopsis. Orchid biology: reviews and perspectives, VII Chapter 5: Orchid production and research in Japan Blacquiere, T. and K. Uitermark (2000). De factoren die van invloed zijn op de bloei van Cymbidium: literatuurstudie. Rapport 250, Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente, Vestiging Aalsmeer. Bonninga I.T. en Leffring L. (1980). Bloeibeïnvloeding vroege Cymbidiums. In: Bloemisterij onderzoek in Nederland over Jaarverslag Proefstation voor de Bloemisterij in Nederland, p Hermes, Y. (1986). Bloeibeïnvloeding, knopontwikkeling en groeipuntonderzoek bij laatbloeiende, grootbloemige Cymbidium. Intern verslag nr. 17, Proefstation voor de Bloemisterij in Nederland. Kromwijk, A., van Mourik, N., en Schrama, P. (2007). Invloed temperatuur in winter bij vroegbloeiende Cymbidium. Rapport projectnummer: Wageningen UR Glastuinbouw. Wageningen. Kromwijk, A., van Mourik, N., Schrama, P., en van Telgen, H.J. (2004). Invloed temperatuur op bloei Cymbidium. Rapport PPO nr / Prakijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Glastuinbouw. Aalsmeer. Powell, C.Ll. and Caldwell, K.I., Littler, R.A., Warrington, I. (1988). Effect of temperature regime and nitrogen fertilizer level on vegetative and reproductive bud development in Cymbidium Orchids. Journal of the American Society for Horticultural Science nr. 113(4): p Went, F.W., Cymbidium research. Cymbidium Society News 6:
26 26
27
28 Projectnummer: PT nummer:
Verbetering bloeizekerheid bij potplanten en snijbloemen met behulp van moleculaire toetsen
Verbetering bloeizekerheid bij potplanten en snijbloemen met behulp van moleculaire toetsen Arca Kromwijk, Filip van Noort (Wageningen UR Glastuinbouw) Nathalie Verhoef, Peter Balk, Riki Lamers (NSure)
Invloed temperatuur op bloei Cymbidium
Invloed temperatuur op bloei Cymbidium Arca Kromwijk, Nico van Mourik, Peter Schrama en Hendrik Jan van Telgen Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business Unit Glastuinbouw Oktober 04 PPO nr. 41705134/41704643
Knoponderzoek Lisianthus
Knoponderzoek Lisianthus Knoponderzoek ten behoeve van de sturing van de oogst van Lisianthus Caroline Labrie, Monica Kersten en Gerrit Heij Wageningen UR Glastuinbouw Januari 2008 2008 Wageningen, Wageningen
Mogelijkheden om vroeg tijdig bladrandproblemen te signaleren met MIPS bij Hortensia
Mogelijkheden om vroeg tijdig bladrandproblemen te signaleren met MIPS bij Hortensia Filip van Noort, Henk Jalink Rapport GTB-1027 2010 Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw Alle rechten voorbehouden.
Vroege scheutontwikkeling bij tomaat
Vroege scheutontwikkeling bij tomaat Eindrapportage van onderzoek uitgevoerd in opdracht van Productschap Tuinbouw PT project 14247 Steven P.C. Groot en Marco Busscher, Plant Research International, Wageningen,
Onderzoek naar de vroege bloemaanleg bij de tulpencultivar Strong Gold
Onderzoek naar de vroege bloemaanleg bij de tulpencultivar Strong Gold In opdracht van V.O.F. Van Kampen, Den Helder. Martin van Dam en Peter Vink Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BV Sector Bloembollen
Optimale moment voor dompelen Zantedeschia in gibberellinezuur (GA) voor bloemaanleg. P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert
Optimale moment voor dompelen Zantedeschia in gibberellinezuur () voor bloemaanleg. P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bollen, Boomkwekerij & fruit PPO nr.
Bloemknopsturing Snijhortensia. Uitgevoerd door: DLV Facet Teake Dijkstra Helma Verberkt. Wageningen, Februari 2006
Facet Bloemknopsturing Snijhortensia Uitgevoerd door: DLV Facet Teake Dijkstra Helma Verberkt Wageningen, Februari 2006 In samenwerking met de landelijke Hortensia commissie LTO Groeiservice Gefinancierd
Bloem en vruchtvorming
//9 Bloem en vruchtvorming Leo Marcelis & Ep Heuvelink Wageningen UR: Leerstoel Plantenteelt in energiezuinige kassen & WUR Glastuinbouw ([email protected]) Leerstoelgroep Tuinbouwketens ([email protected])
Vroege bloemverdroging bij narcis cultivar Bridal Crown
Vroege bloemverdroging bij narcis cultivar Bridal Crown Voortgezet diagnostisch onderzoek 2012 Peter Vink, Peter Vreeburg en Paul van Leeuwen Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen
1 Kenmerken van de plant De uiterlijke kenmerken van een plant Het inwendige van de plant Afsluiting 21
Inhoud Voorwoord 5 Een aardig produkt 7 Inleiding 8 1 Kenmerken van de plant 11 1.1 De uiterlijke kenmerken van een plant 11 1.2 Het inwendige van de plant 17 1.3 Afsluiting 21 2 Onderdelen van een plant
Voorkomen bloemmisvorming en bloemverdroging in Zantedeschia
Voorkomen bloemmisvorming en bloemverdroging in Zantedeschia Effect van kasklimaat op bloemmisvorming P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij &
Opbrengstverhoging snij amaryllis. Arca Kromwijk en Steven Driever, Wageningen UR Glastuinbouw Marc Grootscholten, Improvement Centre
Opbrengstverhoging snij amaryllis Arca Kromwijk en Steven Driever, Wageningen UR Glastuinbouw Marc Grootscholten, Improvement Centre Onderzoek opbrengstverhoging snij amaryllis Op verzoek amarylliscommissie
Verspreiding van komkommerbontvirus (CGMMV) door vogels
Verspreiding van komkommerbontvirus (CGMMV) door vogels Ineke Stijger, Roel Hamelink, Daniël Ludeking Rapport GTB1213 Referaat Het komkommerbontvirus is een zeer persistent virus. De afgelopen jaren heeft
Slakken in Anthurium. A. Hazendonk PPO Glastuinbouw
Slakken in Anthurium A. Hazendonk PPO Glastuinbouw Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Glastuinbouw December 2003 2003 Wageningen, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Alle rechten voorbehouden.
Voorkomen van voortakken bij Phalaenopsis
Voorkomen van voortakken bij Phalaenopsis Invloed kastemperatuur op voortakken Phalaenopsis (Project 42 527) Arca Kromwijk Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Glastuinbouw maart 23 PPO GT125
Banker plant systeem voor Delphastus catalinae tegen wittevlieg
Banker plant systeem voor Delphastus catalinae tegen wittevlieg Anton van der Linden Rapport GTB-1266 Abstract NL Kaswittevlieg Trialeurodes vaporariorum is voor verscheidene sierteeltgewassen een belangrike
Uitgevoerd door Teake Dijkstra, Dave van Marwijk en Helma Verberkt, DLV Plant Jeroen van Rest en Erwin van Zweth, TNO
Voorstudie van nietdestructieve bepaling van groeipunten en bloemknoppen DLV Plant Postbus 7001 6700 CA Wageningen Agro Business Park 65 6708 PV Wageningen T 0317 49 15 78 F 0317 46 04 00 In opdracht van
Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy
Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy Projectnummer PT: 14216.12 In opdracht van: Productschap Tuinbouw Postbus 280 2700 AG Zoetermeer Uitgevoerd door: Cultus Agro Advies Zandterweg 5 5973 RB
1 Bloeisturing met LED-belichting in de teelt van ranonkel
Verslag Doormeting LED-belichting Auteur: Bert Schamp 1 Bloeisturing met LED-belichting in de teelt van ranonkel Samenvatting In deze proef werd een LED-groeilamp van de firma FocusLED getest in vergelijking
SNOEIEN (LAAN) BOMEN
SNOEIEN (LAAN) BOMEN Snoeien van bomen Ideale boomvorm Een solitaire boom in de vrije ruimte behoeft géén snoei Begrippen binnen begeleiding snoei Scheut een nog niet verhouten stengel die max. 1 groeiseizoen
DE FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE BLOEI VAN CYMBIDIUM
Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente ISSN 1385-3015 Vestiging Aalsmeer Linnaeuslaan 2a, 1431 JV Aalsmeer Tel. 0297-352525, fax 0297-352270 DE FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE BLOEI VAN CYMBIDIUM
Invloed van CO 2 -doseren op de productie en kwaliteit bij Alstroemeria
Invloed van CO 2 -doseren op de productie en kwaliteit bij Alstroemeria F. van Noort Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector glastuinbouw januari 2004 PPO 411724 2003 Wageningen, Praktijkonderzoek
PRODUCTSPECIFICATIE PHALAENOPSIS IN POT
PRODUCTSPECIFICATIE PHALAENOPSIS IN POT mei 2015 Aanvullend op de Algemene Specificaties Kamerplanten gelden voor Phalaenopsis in pot de eisen genoemd in deze productspecificatie. De Productspecificatie
Teelt van lelies in goten in de grond in Drenthe, 2012
Teelt van lelies in goten in de grond in Drenthe, 2012 Casper Slootweg Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit Februari 2013 Programma
Bloeikwaliteit bij azalea: 4 jaar onderzoek in een notendop
Bloeikwaliteit bij azalea: 4 jaar onderzoek in een notendop In september 2008 werd het IWT-landbouw project Bloeiregulatie en kwaliteit bij azalea: interactie tussen genetische, fysiologische en teeltgebonden
vooronderzoek opdracht 1 In afbeelding hiernaast is een tak in de winter afgebeeld.
uitlopende knoppen b i o d o e n.n l > biologie / mens en natuur / landbouw > bloemen en planten > bouw van planten oriëntatie opdracht 2 Om een geschikte boom, heester of struik te vinden, kunnen vooraf
Rasbeschrijving. 1. Verwijsnummer opdrachtgever UIS 20 2. Aanvraagnummer buitenlandse instantie - 3. Voorlopige aanduiding Twinkling Stars
i Rasbeschrijving 1. Verwijsnummer opdrachtgever UIS 20 2. Aanvraagnummer buitenlandse instantie - 3. Voorlopige aanduiding Twinkling Stars 4.Aanvrager G.L.H. Turk, Lisse 5. Gewas (Lat.) Allium L. 6. Gewas
Bollen en knollen Les 1: bollen en knollen... 2 Werkblad bol en knol... 4 Bol en knol stripverhaal... 5 Achtergrondinformatie... 6
INHOUD Bollen en knollen Les 1: bollen en knollen... 2 Werkblad bol en knol... 4 Bol en knol stripverhaal... 5 Achtergrondinformatie... 6-1 - Les 1: Bollen en knollen Nodig: Van Milieueducatie: - Aardappel(en)
Het gewas centraal. Balans assimilatenaanmaak en gebruik (vraag) Wat komt er aan de orde? 11/14/2008. lichtonderschepping fotosynthese.
11/14/28 Het gewas centraal Ep Heuvelink & Leo Marcelis Wageningen UR: Leerstoelgroep Tuinbouwketens WUR Glastuinbouw Met medewerking van: Menno Bakker, Benno Burema, Anja Dieleman, Tom Dueck, Frank Maas,
Het voorkomen van Pseudo-kurkstip in tulpen
Het voorkomen van Pseudo-kurkstip in tulpen Voortgezet diagnostisch onderzoek 2009/2010 Peter Vink Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij
Overleving pepinomozaïekvirus in kleding
Overleving pepinomozaïekvirus in kleding Ineke Stijger, Roel Hamelink, Daniel Ludeking Wageningen UR Glastuinbouw, Bleiswijk Juli 2012 Rapport/Nota nummer 2011 Wageningen, Stichting Dienst Landbouwkundig
Bestrijding bladwespen bij rode bes in kassen en tunnels.
Verslaglegging demoproject Bestrijding bladwespen bij rode bes in kassen en tunnels. Gefinancierd door Productschap Tuinbouw In opdracht van de Nederlandse Fruitteelt Organisatie In het kader van het project
Effect methyljasmonaat op Botrytis bij roos en Lisianthus
Effect methyljasmonaat op Botrytis bij roos en Lisianthus G. Slootweg en M.A. ten Hoope Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Glastuinbouw December 2004 PPO nr. 41380143 2004 Wageningen, Praktijkonderzoek
Intern projectnummer: 3242084800 I PT nummer: 13645.26
Intern projectnummer: 3242084800 I PT nummer: 13645.26 Inzicht in het optreden van bolblad bij chrysant Wim van Ieperen 1), Ruud Maaswinkel 2), René Corsten 3), Theo Roelofs 3), Aike Post 4) 1) Wageningen
Precisieplant tulp. Basis voor precisielandbouw. A.H.M.C. Baltissen, H. Gude, A. van der Lans, A. Haaster
Precisieplant tulp Basis voor precisielandbouw A.H.M.C. Baltissen, H. Gude, A. van der Lans, A. Haaster Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij
Warmwaterbehandeling van Allium tegen krokusknolaaltje
Warmwaterbehandeling van Allium tegen krokusknolaaltje Onderzoek van 2003 t/m 2006 P.J. van Leeuwen, P. Vink en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Bollen november 2006 PPO nr.
Invloed van zaadfractionering op de uniformiteit van bloeitijdstip en kwaliteit van Lisianthus
Invloed van zaadfractionering op de uniformiteit van bloeitijdstip en kwaliteit van Lisianthus Resultaten herfstteelt 2004 G. Heij en R. Elgersma Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Business Unit Glastuinbouw
Cursus Boomopbouw en -architectuur
Cursus Boomopbouw en -architectuur Willy Verbeke, 2006 Wat is de architectuur van een boom? Het geheel van de structurele vormen die men kan observeren Het resultaat van het functioneren van de meristemen
Relatie zetmeelgehalte leliebol en takkwaliteit, onderzoek Casper Slootweg en Hans van Aanholt
Relatie zetmeelgehalte leliebol en takkwaliteit, onderzoek 2010 2012 Casper Slootweg en Hans van Aanholt Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit PPO nr.32 361444 00 PT nummer
PRODUCTSPECIFICATIE PHALAENOPSIS IN POT
PRODUCTSPECIFICATIE PHALAENOPSIS IN POT februari 2012 Aanvullend op de Algemene Specificaties Kamerplanten gelden voor Phalaenopsis in pot de eisen genoemd in deze productspecificatie. De Productspecificatie
Onderzoek bolblad chrysant
Onderzoek bolblad chrysant Resultaten praktijkonderzoek op bedrijven in De Lier en Hoek van Holland Ruud Maaswinkel 1) Wim van Ieperen 2) Monica Kersten 1) Rapport GTB-1079 1) Wageningen UR Glastuinbouw
De Meerwaarde van Diffuus Licht voor Gewas & Tuinder
De Meerwaarde van Diffuus Licht voor Gewas & Tuinder Zicht op Licht, 29 oktober 2013, Wageningen Tom Dueck, Wageningen UR Glastuinbouw Inleiding Natuurlijk zonlicht is gratis! Gratis licht voor groei,
Invloed UV-licht op bol blad bij chrysant PT projectnummer:
Invloed UV-licht op bol blad bij chrysant PT projectnummer: 13645.02 In opdracht van de landelijke commissie Chrysant van LTO Groeiservice Gefinancierd door Productschap Tuinbouw Postbus 280 2700 AG Zoetermeer
Status Groeimodel Gerbera
Status Groeimodel Gerbera 20 november 2013 Pieter de Visser, Frank van der Helm, Fokke Buwalda (Wageningen UR Glastuinbouw) i.s.m. Floriconsult, DLV Plant, telers, LTO Groeiservice Opbouw presentatie Aanleiding
Bladvlekken bij belichte potplanten
Bladvlekken bij belichte potplanten Onderzoek of de gele vlekken in belichte potplanten ontstaan door zetmeelophoping G.J.L. van Leeuwen N. Marissen M. Warmenhoven Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.
Gialte (E20B.0132) Teeltrichtlijnen. enzazaden.nl. Raseigenschappen
Teeltrichtlijnen Gialte (E20B.0132) Raseigenschappen Lichtgeel geblokte paprika Tm:0-3 resistent Niet gevoelig voor gedegenereerde planten Vrij open, maar relatief compact gewas Eenvoudige zetting Uniforme
Bossigheid in Zantedeschia
Bossigheid in Zantedeschia Is vervroegd afsterven van weefselkweekplantjes en het daarna koud bewaren van de knollen een van de oorzaken van bossigheid P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek
Projekt onderzoek CAMBRIA Verbeteren van het groei & bloei proces
Projekt onderzoek CAMBRIA Verbeteren van het groei & bloei proces Mijdrecht 1 december 2006 In opdracht van: LTO groeiservice potorchidee De nederlandse telers van Cambria. Gefinancieërd door: Productschap
Teelt de grond uit Zomerbloemen
Teelt de grond uit Zomerbloemen Teelt in kisten 2012-2013 Casper Slootweg en Marga Dijkema Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit
GROEP 1 GROEP 2 GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6
Juncus - Russen GROEP 1 GROEP 2 GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 zonder bladeren met bladeren met bladeren met bladeren onderaan met bladeren ook hogerop met bladeren schijnbare zijdelings (schutblad voortzetting
Overdracht van geelziek in Eucomis via zaad
Overdracht van geelziek in Eucomis via zaad Voortgezet diagnostisch onderzoek 2008/2009 Peter Vink, Paul van Leeuwen en Robert Dees Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business
Stuurlicht: wat kunnen we ermee 2. Licht Event 10 december 2014 Arca Kromwijk, Wageningen UR Glastuinbouw
Stuurlicht: wat kunnen we ermee 2 Licht Event 10 december 2014 Arca Kromwijk, Wageningen UR Glastuinbouw [email protected] Stuurlicht Freesia Normaal assimilatielicht (SON-T 35 µmol/m 2 /s) met stuurlicht
Op YouTube zijn een aantal goede instructie video s beschikbaar:
Fruitsoort Wanneer snoeien? Abrikoos Appel Kers Peer Perzik Pruim Vóór half september, direct na de pluk en/of direct na de bloei Jonge bomen: januari t/m eind maart. Oude bomen: juli t/m eind augustus
Waterlepeltje (Ludwigia)
Waterlepeltje (Ludwigia) LPW-Florasleutel samengesteld door Veerle Cielen Ludwigia Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides) Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora) kroonbladen 7-17 mm (12-)15-25 mm
Inventarisatie van slakken in Alstroemeria. A. Hazendonk PPO Glastuinbouw A. Ester PPO AGV
Inventarisatie van slakken in Alstroemeria A. Hazendonk PPO Glastuinbouw A. Ester PPO AGV Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Glastuinbouw / Sector AGV Oktober 2003 2003 Wageningen, Praktijkonderzoek
De minimale lichtbehoefte van Zantedeschia. P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert
De minimale lichtbehoefte van Zantedeschia P.J. van Leeuwen en J.P.T. Trompert Praktijkonderzoek Plant & Omgeving Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit 085 PPO 32 360851 00 PT 13637 Juni 2011 2011 Wageningen,
Het Nieuwe Telen bij tomaat. Marcel Raaphorst, Wageningen UR Glastuinbouw
Het Nieuwe Telen bij tomaat Marcel Raaphorst, Wageningen UR Glastuinbouw Onderwerpen Gevolgen HNT op temperatuur en gewas Plantbelasting Assimilatenbalans Generatief en vegetatief gewas Bladrandjes en
Bestrijding van koolvlieg in radijs
Bestrijding van koolvlieg in radijs A.A.E. Bulle, G.J. Messelink Wageningen UR Glastuinbouw, Wageningen augustus 2007 Projectnummer 3242018600 2007 Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw Alle rechten voorbehouden.
LPW-Florasleutel samengesteld door Bert Berten. Klokje (Campanula)
Klokje (Campanula) LPW-Florasleutel samengesteld door Bert Berten ALGEMENE SLEUTEL Bloemen zittend, gegroepeerd bovenaan Kluwenklokje Bloemen met lange of korte bloemsteeltjes Blad minstens 5 x zo lang
Werkgroep KNNV IJssel en Lek. Blauwe passiebloem (Passiflora caerulea)
1 Werkgroep KNNV IJssel en Lek Op de ALV 2017 aan de zaalwand getoonde foto s. Blauwe passiebloem (Passiflora caerulea) Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid Amerika. Redelijk winterhard. Een klimplant die
Intrinsieke plantkwaliteit Anthurium
Intrinsieke plantkwaliteit Anthurium Ad Schapendonk Dr ir A.H.C.M. Schapendonk Plant Dynamics BV Gefinancierd door Productschap Tuinbouw Juli 2005 2005 Wageningen, Plant Dynamics BV Alle rechten voorbehouden.
Beknopte snoeiinstructie door Leo van Mierlo voor Boomgaard De Steenen Camer, januari 2015
1 Snoeien doet groeien Beknopte snoeiinstructie door Leo van Mierlo voor Boomgaard De Steenen Camer, januari 2015 Botanische termen De STAM is de hoofdstengel van een boom. Een SCHEUT (of LOOT) is een
Pluktijdstip blauwe pruimenrassen
Pluktijdstip blauwe pruimenrassen 1 december 2010 Gerard Poldervaart Pluktijdstip blauwe pruimenrassen 1 Dit onderzoek is gefinancierd door het Productschap Tuinbouw PT-projectnummer: 14195 Uitvoerder:
INVLOED TOPPEN OPGROEI ENONTWIKKELING VAN POT- CHRYSANT EN KALANCHOE
Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente ISSN 185-015 Vestiging Aalsmeer Linnaeuslaan 2a, 11 JV Aalsmeer Tel. 0297-52525, fax 0297-52270 INVLOED TOPPEN OPGROEI ENONTWIKKELING VAN POT- CHRYSANT EN
Licht, belichting & kwaliteit. Tom Dueck, Wageningen UR Glastuinbouw KCB, 16 febr 2011
Licht, belichting & kwaliteit Tom Dueck, Wageningen UR Glastuinbouw KCB, 16 febr 2011 Licht en Belichting Waarom belichten wij? Jaarrond teelt Productieverhoging -> groeilicht Kwaliteitverbetering -> stuurlicht
In de Scheldevrijstraat maken we in het nieuwe ontwerp een onderscheid tussen de laanbomen en de pleinbomen.
Scheldevrijstraat 1. Boomkeuze In de Scheldevrijstraat maken we in het nieuwe ontwerp een onderscheid tussen de laanbomen en de pleinbomen. Langs de straat tussen de parkeerplaatsen planten we de laanbomen.
Onderzoekers: Ing. Monic M. Tomassen, Dr. Wouter G. van Doorn; ATO, Wageningen UR. Subsidie verstrekt door Productschap Tuinbouw
1 Eindverslag Onderzoek aan breekstelen bij anjers. Onderzoekers: Ing. Monic M. Tomassen, Dr. Wouter G. van Doorn; ATO, Wageningen UR. Subsidie verstrekt door Productschap Tuinbouw Doel van het onderzoek
Groene Detailhandel. Bol- en knolgewassen
kennen we vooral uit het voorjaar. Het zijn verdikte plantendelen die zich onder de grond bevinden. Veel bol- en knolbloemen worden als snijbloem gebruikt. Sommige bollen en knollen worden tot de groenten
Komkommerbontvirus en recirculatie van drainwater
Komkommerbontvirus en recirculatie van drainwater Ineke Stijger, Roel Hamelink Rapport GTB-1281 Referaat In het onderzoek is vastgesteld dat komkommerbontvirus via water kan worden verspreid. Lang voordat
Vragen. Manieren van vegetatieve vermeerdering
Manieren van vegetatieve vermeerdering Er zijn veel manieren waarop je planten kunt vermeerderen zonder dat daar bevruchting aan te pas komt. Bekende manieren zijn: stekken; scheuren; enten; oculeren.
Samenvatting. 07 sam+.indd :23:49
Samenvatting Planten zijn sessiel, met andere woorden, zij brengen hun hele leven door op één plek. Om te overleven moeten planten direct kunnen inspelen op een constant veranderend leefmilieu, wat betreft
Voortgezet diagnostisch onderzoek Peter Vink
Voortgezet diagnostisch onderzoek naar een betere beheersing van een aantasting door de schimmel Colletotrichum acutatum bij de bollenteelt van tulpen cv. Giuseppe Verdi Voortgezet diagnostisch onderzoek
Gialte (E20B.0132) enzazaden.nl. Teeltrichtlijnen. Raseigenschappen
Gialte (E20B.0132) Teeltrichtlijnen Raseigenschappen Lichtgeel geblokte paprika Tm:0-3 resistent Niet gevoelig voor gedegenereerde planten Vrij open, maar relatief compact gewas Eenvoudige zetting Uniforme
Onderzoek naar oorzaak van bloemschade bij potanthurium
Onderzoek naar oorzaak van bloemschade bij potanthurium Praktijkinventarisatie op bedrijven met bloemschade Anton van der Linden, Renata van Holstein en Nieves Garcia Rapport GTB-1155 Referaat Anthurium
Gewasgezondheid in relatie tot substraatsamenstelling (Input-output Fase IV)
Gewasgezondheid in relatie tot substraatsamenstelling (Input-output Fase IV) Effect twee vulgewichten op opbrengst en kwaliteit Johan Baars, Anton Sonnenberg & Pieter de Visser & Chris Blok Dit project
Bloei & Stuurlicht bij Phalaenopsis. Bloei-inductie door stuurlicht spaart energie. Rapport GTB-1343
Bloei & Stuurlicht bij Phalaenopsis Bloei-inductie door stuurlicht spaart energie Tom Dueck, Esther Meinen, Sander Hogewoning, Govert Trouwborst en Sander Pot 1. Wageningen UR Glastuinbouw, 2. Plant Lightings
Herinplantziekte bij pioenrozen
Herinplantziekte bij pioenrozen Verlenging grondproef Casper Slootweg Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit PPO-Projectnummer 32 361140 00 Lisse, November 2010 2010
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 5
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 5 6,8 Samenvatting door Syb 669 woorden 3 keer beoordeeld 4 maart 2018 Vak Biologie Biologie H3 Samenvatting PARAGRAAF 1 - Wortel Functies van de wortel: Het opnemen van
Onderzoek naar onderstammen en overmatige wortelgroei bij Aubergine
Onderzoek naar onderstammen en overmatige wortelgroei bij Aubergine Project PT: 14248 Bleiswijk 30 september 20 12 Onderzoek naar overmatige wortelgroei bij Aubergine PT Projectnummer 14248 LTO Groeiservice
Is het invriezen van narcissen cv. Tête-à-Tête op potjes tijdens of na de koeling risicovol?
Is het invriezen van narcissen cv. Tête-à-Tête op potjes tijdens of na de koeling risicovol? Voortgezet diagnostisch onderzoek in 2006 Peter Vink en Peter Vreeburg Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.
Effect van watergiftmethode en cultivar op biologische tripsbestrijding in alstroemeria
Effect van watergiftmethode en cultivar op biologische tripsbestrijding in alstroemeria Marieke van der Staaij en Amir Grosman Rapport GTB-1256 Referaat Het effect van watergift en cultivar op het verpoppingsgedrag
5 Borderonderhoud 70 BORDERONDERHOUD
5 Borderonderhoud 5 Borderonderhoud 70 5.1 Algemeen onderhoud 71 5.2 Groeien en snoeien 74 5.3 Afzetten en dunnen 75 5.4 Overig onderhoud 76 5.5 Afsluiting 78 70 BORDERONDERHOUD Alle vormen van tuinonderhoud
Beschrijving teeltcoach onkruid
Beschrijving teeltcoach onkruid MM Riemens Rapport nummer 539 Beschrijving Teeltcoach Onkruid M.M. Riemens Plant Research International, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Agrosysteemkunde Rapport
