Tabaksrook in de werkomgeving
|
|
|
- Adriaan Willems
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tabaksrook in de werkomgeving Resultaten van het PARA-meter onderzoek onder werknemers. door: drs. T.M.C.E. Zeegers Dit is een publicatie van STIVORO voor een rookvrije toekomst Postbus BB Den Haag Tel / c Den Haag, 2005 Overname van gegevens met bronvermelding is toegestaan. PARA-meter onderzoek werknemers 1
2 Inhoudsopgave Voorwoord 3 Management Summary 4 1 Inleiding Sectorindeling Doelstelling Onderzoeksvragen 6 2 Materialen en methoden Dataverzameling Steekproef Weging Instrument: Vragenlijst 10 3 Resultaten Achtergrondkenmerken Kenmerken respondenten Bedrijfskenmerken en functie kenmerken Overlast Blootstelling Hinder Rookbeleid Rookbeleid Planmatige aanpak Kennis werknemers Wettelijke bepalingen Schadelijkheid tabaksrook Assertiviteit Gedrag Betrokken partijen Attitude Subjectieve norm Eigen effectiviteit 50 4 Vergelijking Kenmerken respondenten Overlast Rookbeleid Reden voor rookregels Kennis werknemers Assertiviteit Eigen effectiviteit 87 Bijlage I: Sectoren 91 Bijlage II: Vragenlijst 94 2 PARA-meter onderzoek werknemers
3 Voorwoord 1 januari 2004 is de Tabakswet ingevoerd. Voor zowel werkgevers als werknemers betekende deze nieuwe wetgeving een omslag. Werkgevers zijn per 1 januari 2004 verplicht om hun werknemers te beschermen tegen tabaksrook van anderen en rokende werknemers mogen niet langer in het bijzijn van niet-rokende collegae roken. Met behulp van het PARA-meter onderzoek heeft STIVORO geïnventariseerd in hoeverre bedrijven de nieuwe wetgeving hebben doorgevoerd. Dit rapport bespreekt de resultaten van twee onderzoeken onder werknemers in Nederland. In navolging op het eerste werknemersonderzoek, dat in 2002 is uitgevoerd, is in 2004 een tweede meting uitgevoerd met als doel het inventariseren van de stand van zaken met betrekking tot de aanpassingen van rookbeleid en de blootstelling aan en hinder van tabaksrook voor de verschillende sectoren en bedrijfsgrootten Dit rapport is tot stand gekomen door de bijdrage van diverse personen. De auteur van dit rapport wil de volgende personen bedanken: Dewi Segaar, Marc Willemsen en Dominique Hamerlijnck van STIVORO, Yvette Teeboom en Cyrille Koolhaas van TNS NIPO en Hollandse Meesters (voor de vormgeving van het rapport). PARA-meter onderzoek werknemers 3
4 Management Summary Het in dit rapport beschreven onderzoek onder werknemers naar roken en de werkplek is een vervolg op eerder onderzoek uit 2002 in Nederland dat alle bedrijfssectoren omvat en waarin ook bedrijven die onder de tabakswet vallen zijn opgenomen. Een tweede uniek element aan dit onderzoek is dat er onderscheid is gemaakt tussen bedrijfssectoren én tussen kleine (1-10), middelgrote (10-100) en grote (100+) bedrijven. Er zijn veel significante verschillen gevonden in de werknemerssamenstelling van bedrijven uit verschillende sectoren. Ook tussen bedrijven van verschillende grootte zijn significante verschillen gevonden, echter aanzienlijk minder dan tussen sectoren. Bedrijven uit verschillende sectoren verschillen sterk wat betreft personeelssamenstelling. Zowel wat betreft de persoonlijke eigenschappen van werknemers als het soort werk dat werknemers uitvoeren. Ook de bedrijfskenmerken verschillen sterk per sector. Verder zijn er sterke sectorverschillen in blootstelling van werknemers aan tabaksrook en rookbeleid. De bedrijfsgrootten verschillen vooral sterk in het rookbeleid. Belangrijkste resultaten 69% van de werknemers rookt niet. Van de rokers, rookt 35% niet op het werk, variërend van 47% dat niet rookt in de sectoren zorg en verhuur, zakelijke dienstverlening tot 14% in de horeca. Het percentage werknemers dat tijdens zijn of haar werk in aanraking komt met tabaksrook varieert van 22% bij financiële instellingen tot 72% in de horeca. In alle sectoren is het percentage werknemers dat in zijn of haar werkomgeving te maken krijgt met tabaksrook significant gedaald ten opzichte van Indien men in aanraking komt met tabaksrook op het werk, komt respectievelijk 33% en 28% hiermee in aanraking in de kantine of werkruimte van anderen. Het probleem van tabaksrook op de werkplek is momenteel het grootst in de sectoren horeca, bouwnijverheid en vervoer, opslag en communicatie en het kleinst in de sectoren financiële instellingen, onderwijs en openbaar bestuur en sociale verzekeringen. 43% van de werknemers in het onderzoek ondervond wel eens hinder van tabaksrook in de werkomgeving. Van de niet rokers was dit 52% en van de rokers 15%. Of een werknemer tabaksrook in de werkomgeving als hinderlijk ervaart, hangt voor een groot deel af van de mate waarin een werknemer denkt dat roken en meeroken schadelijk zijn voor de gezondheid. 69% van de werknemers werkt in een bedrijf waar een adequaat rookbeleid wordt gevoerd, variërend van 47% in de bouwnijverheid tot 87% in het onderwijs en openbaar bestuur en sociale verzekeringen. Een adequaat rookbeleid is gedefinieerd als een rookbeleid waarbij de getroffen regelingen zodanig zijn dat geen enkele niet-rokende werknemer wordt blootgesteld aan tabaksrook. Dit rookbeleid is conform de gewijzigde tabakswet. 74% van alle werknemers ziet een adequaat rookbeleid als het ideale rookbeleid variërend van 52% in de sectoren horeca en landbouw en visserij tot 90% in het onderwijs. 33% van alle werknemers die niet (op het werk) roken vraagt wel eens aan een rokende collega om niet te roken. Hiervan doet slechts 4% dit regelmatig tot vaak. 9% van de werknemers heeft wel eens een probleem dat te maken had met roken bij een leidinggevende of ander aanspreekpersoon aangekaart. 79% van de werknemers denkt dat hun werkgever verplicht is om een rookvrije werkplek aan te bieden. Over de nieuwe tabakswet heeft maar liefst 99% van alle werknemers wel eens iets gehoord. 4 PARA-meter onderzoek werknemers
5 Volgens 91% van de werknemers is roken schadelijk voor de gezondheid. Daarentegen denkt slechts 72% denkt dat een rokerige werkomgeving schadelijk is voor de gezondheid. Aanbevelingen 69% van alle werknemers werkt inmiddels in een bedrijf met een adequaat rookbeleid. Toch zijn er een aantal sectoren waar beduidend minder vaak sprake is van adequaat rookbeleid. In de sectoren bouwnijverheid, landbouw en visserij, industrie en horeca* is er volgens respectievelijk 52%, 49%, 45% en 37% van de werknemers nog geen sprake van adequaat rookbeleid. Het is met name ook in deze sectoren waar werknemers nog in grote mate worden blootgesteld aan tabaksrook. Echter, volgens alle werknemers in deze probleemsectoren is het ideale rookbeleid stricter dan het huidige rookbeleid. Aangezien werknemers nog steeds minder overtuigd zijn van het feit dat een rokerige werkomgeving schadelijk is dan dat roken schadelijk is (72% versus 91%), lijkt het zaak de voorlichting op dit punt te continueren. Doel is om kennis over de schadelijkheid van meeroken verder te vergroten, en met name in die sectoren waar nog niet sprake is van adequaat rookbeleid en werknemers in grote mate nog steeds worden blootgesteld aan tabaksrook.werkgevers spelen een grote rol bij het invoeren van adequaat rookbeleid en de naleving van rookregels en daarom dienen zij verder gestimuleerd te worden om het huidige rookbeleid aan te scherpen indien er nog geen sprake is van adequaat rookbeleid. Voorlichting kan hier een grote rol in spelen. De nadruk van voorlichting zal gelegd dienen te worden op de hierboven genoemde probleemsectoren waarbij (meestal) meer dan de helft van de bedrijven nog geen adequaat rookbeleid heeft. Tegelijkertijd dienen zowel werkgevers als ook werknemers (nog) meer overtuigd te raken van het feit dat ook meeroken schadelijk is voor de gezondheid en voorlichting kan ook hier een grote rol bij spelen om deze kennis over te dragen. Met de nadruk van de voorlichting op zowel werkgevers als ook werknemers, ontstaat er een zogenaamde push- en pull-strategie. Aan de ene kant worden werkgevers gestimuleerd om te voldoen aan de Tabakswet aan de andere kant worden werknemers gestimuleerd om te vragen om een rookvrije werkplek (met als argument dat meeroken schadelijk is voor de gezondheid). *In de horeca is er sprake van een andere definitie van adequaat rookbeleid. Adequaat rookbeleid is in deze een rookbeleid met uitzonderingen, met speciale rookruimten of een volledig rookverbod. PARA-meter onderzoek werknemers 5
6 1. Inleiding 1.1 Sectorindeling In dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfssectoren. De sectoren zijn afgeleid uit de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) van het CBS. Deze indeling is de Nederlandse afleiding van de Classificatie van Economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE). De SBI onderscheidt de volgende 15 sectoren: - Landbouw - Visserij - Delfstofwinning - Industrie - Openbare voorzieningsbedrijven - Bouwnijverheid - Reparatie consumentenartikelen, handel - Horeca - Vervoer, opslag en communicatie - Financiële instellingen - Verhuur, zakelijke dienstverlening - Openbaar bestuur; sociale verzekeringen - Onderwijs - Gezondheids- en welzijnszorg - Cultuur, recreatie en overige dienstverlening De sectoren landbouw en visserij zijn samengevoegd in verband met het sterk overeenkomstige karakter van de twee sectoren. Aangezien de delfstofwinning in 2000 slechts werk verschafte aan werknemers ofwel 0,1% van alle Nederlandse werknemers, is deze sector in het onderzoek buiten beschouwing gelaten. Bovendien is van deze sector bekend dat er in de meeste gevallen een streng rookbeleid heerst, omdat men er vaak met brandbare stoffen werkt. In BIJLAGE I: Sectoren is van iedere sector een beschrijving gegeven om een beter beeld te kunnen vormen van de verschillende sectoren. Hierin is een typering gegeven van de bedrijven die tot de sector behoren. Verder is het aantal bedrijven, het aantal vestigingen (een bedrijf kan meerdere vestigingen hebben) en het aantal werknemers per sector aangegeven. 1.2 Doelstelling De doelstelling van het onderzoek is op te splitsen in twee delen. Het eerste doel was het inventariseren van de huidige stand van zaken, na invoering van de Tabakswet per 1 januari 2004, met betrekking tot rookbeleid en blootstelling, hinder en assertiviteit in kaart brengen, voor de verschillende sectoren en bedrijfsgrootten. Het tweede doel was de meningen van werknemers inventariseren met betrekking tot rookbeleid en een planmatige aanpak bij de invoering hiervan. 1.3 Onderzoeksvragen Met het onderzoek is geprobeerd de onderzoeksvragen die hierna genoemd worden te beantwoorden. Bij beantwoording van de eerste 8 onderzoeksvragen zal onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende sectoren en bedrijfsgrootten. 6 PARA-meter onderzoek werknemers
7 Overlast: 1. Hoe groot is de blootstelling aan tabaksrook in de werkomgeving? 2. Hoeveel hinder is er van tabaksrook in de werkomgeving? Rookbeleid: 3. Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot rookbeleid? 4. Wat vinden werknemers een goed rookbeleid? 5. Wat vinden werknemers van een planmatige aanpak bij de invoering van rookbeleid? Kennis werknemers: 6. Zijn werknemers op de hoogte van de wettelijke stand van zaken op het gebied van roken en de werkplek? 7. Wat weten werknemers over de schadelijkheid van (mee)roken? Assertiviteit: 8. Hoe assertief zijn werknemers ten aanzien van roken op hun werkplek? PARA-meter onderzoek werknemers 7
8 2. Materialen en methoden 2.1 Dataverzameling De dataverzameling is uitbesteed aan TNS NIPO en heeft plaatsgevonden van 22 januari t/m 1 februari Voor de dataverzameling is gebruik gemaakt van NIPOBase (voorheen NIPO Capi@home) NIPOBase is een database van circa respondenten. Binnen NIPOBase zijn verschillende methoden van ondervraging mogelijk. Evenals bij de voorgaande meting is gebruik gemaakt van de CASI-methode (Computer Assisted Self completion via de computer door de respondent). Via hun eigen PC hebben de geselecteerde respondenten meegewerkt aan het onderzoek. De vragenlijst is via modem of internet naar de respondenten verstuurd. De vragen zijn met behulp van NIPO software doorlopen en teruggestuurd via de centrale computer bij TNS NIPO. Van de personen uit huishoudens die deelnemen aan NIPOBase zijn zeer veel gegevens bekend, waaronder de sector waarin men werkzaam is. Hierdoor was het mogelijk zonder screening een steekproef te trekken uit werknemers van de verschillende sectoren. In 2001 werd het Casi onderzoek uitgevoerd in NIPO Capi@home. De NIPO Capi@home database is geïntegreerd in de NIPOBase. 2.2 Steekproef De onderzoekspopulatie bestond uit werknemers uit de 13 verschillende sectoren. Deze personen moesten 18 jaar of ouder zijn en minimaal 2 dagen per week betaald werkzaam zijn. De steekproef is op een gestratificeerde disproportionele wijze getrokken. Hiervoor is gekozen aangezien de aantallen mensen die per sector werkzaam zijn te ver uit elkaar liggen om middels een representatieve steekproef uit de gehele Nederlandse beroepsbevolking voldoende gegevens per sector te krijgen om een uitspraak te doen over elke afzonderlijke sector. De steekproef is per sector getrokken uit de werknemers in NIPOBase die in de betreffende sector werkzaam waren. Er is gestreefd naar 100 (Landbouw en Openbare voorzieningsbedrijven) of 150 werknemers (de overige 11 sectoren) per sector. Uiteindelijk hebben werknemers de vragenlijst ingevuld. In tabel 2.1 is het aantal respondenten per sector én bedrijfsgrootte weergegeven. 8 PARA-meter onderzoek werknemers
9 Tabel 2.1 Aantal respondenten per sector per bedrijfsgrootte klein middelgroot groot onbekend totaal Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids- en welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumenten artikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie Totaal Weging In tabel 2.2 is het aantal respondenten per sector én bedrijfsgrootte weergegeven. In werkelijkheid liggen de verhoudingen echter heel anders. Om uitspraken te doen over het totaal van de sectoren zijn de sectoren in 2004 herwogen naar de verhoudingen in de arbeidsmarkt. Hiervoor zijn de meest recente CBS data gebruikt (CBS 2002). In 2002 zijn er geen wegingsfactoren meegenomen. Door dit verschil in weging is een vergelijking op totaalniveau tussen 2002 en 2004 niet mogelijk. Met totaalniveau wordt bedoeld het gemiddelde per vraag over alle sectoren of bedrijfsgrootten. Tabel 2.2 Aantal respondenten per sector gewogen en ongewogen Gewogen Ongewogen Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids- en welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare vz.bedrijven Reparatie consumenten artikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie Totaal PARA-meter onderzoek werknemers 9
10 2.4 Instrument: Vragenlijst De steekproef van werknemers is ondervraagd door middel van een vragenlijst. In deze vragenlijst zijn vragen gesteld waarmee de eerder genoemde onderzoeksvragen beantwoord kunnen worden. De vragenlijst is bijgevoegd als bijlage II. In deze bijlage is per vraag weergegeven in welke paragraaf deze aan de orde komt. De vragen in de vragenlijst zijn op basis van de onderzoeksvragen ingedeeld in een aantal categorieën, namelijk persoonskenmerken, kenmerken van bedrijf waar men werkt, overlast, rookbeleid, kennis werknemers en assertiviteit. In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven waarin per onderzoeksvraag is weergegeven welke vragen in de vragenlijst daarop betrekking hebben. Overlast: 1. Hoe groot is de blootstelling aan tabaksrook in de werkomgeving? Om de blootstelling aan tabaksrook in de werkomgeving te meten is gevraagd of er in de werkomgeving werd gerookt (vraag 17) en hoeveel tabaksrook er gemiddeld gedurende dag in de werkomgeving aanwezig was (vraag 18). Ook is gevraagd in welke ruimte de werknemers wel eens in aanraking kwamen met tabaksrook (vraag 21). De resultaten hiervan zijn weergegeven in Hoeveel hinder is er van tabaksrook in de werkomgeving? Om de mate van ervaren hinder te bepalen is gevraagd hoe hinderlijk werknemers tabaksrook in de werkomgeving vonden (vraag 19) en hoe vaak men hinder van tabaksrook ondervond (vraag 20). De resultaten voor deze vragen zijn weergegeven in Met betrekking tot blootstelling en hinder is bij de weergave van de resultaten ook een splitsing gemaakt naar rokers en niet-rokers. Rookbeleid: 3. Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot rookbeleid? Om een beeld te krijgen van de huidige stand van zaken met betrekking tot rookbeleid is naar een aantal aspecten van rookbeleid in het bedrijf gevraagd. In de eerste plaats is gevraagd wat voor rookbeleid er in het bedrijf was (vraag 29), verder is gevraagd wat volgens de werknemers in het bedrijf waar zij werkten de belangrijkst reden voor het hebben van rookbeleid was (vraag 30). Ook is gevraagd naar de naleving van het rookbeleid (vraag 31)en naar de partijen die betrokken zijn bij de ontwikkeling, invoering en handhaving van het rookbeleid (vraag 32). De resultaten zijn weergegeven in Wat vinden werknemers een goed rookbeleid? Aan werknemers is gevraagd welk rookbeleid volgens hen het meest ideale rookbeleid is (vraag 33). Het antwoord op deze vraag is ook weergegeven in Met betrekking tot het meest ideale rookbeleid van werknemers is eveneens een splitsing gemaakt naar rokers en niet-rokers. 5. Wat vinden werknemers van een planmatige aanpak bij de invoering van rookbeleid? Om achter de houding van werknemers ten aanzien van een planmatige aanpak te komen is ze een aantal stellingen voorgelegd met betrekking tot de stappen van het stappenplan (vraag 35 t/m 37). Hiervan moesten de werknemers aangeven in hoeverre ze het ermee eens waren. Ook is gevraagd naar de ver- 10 PARA-meter onderzoek werknemers
11 wachte tijd die het kost om een succesvol rookbeleid in te voeren (vraag 34), dit is een indicatie voor het beeld dat werknemers hebben van de complexiteit van het invoeren van een succesvol rookbeleid. De resultaten voor deze vragen zijn weergegeven in Kennis werknemers: 6. Zijn werknemers op de hoogte van de wettelijke stand van zaken op het gebied van roken en de werkplek? Werknemers is een aantal stellingen voorgelegd met betrekking tot de wettelijk verplichting van werkgevers ten aanzien van rookbeleid (vraag 40 t/m 43). Ook is gevraagd of ze al iets gehoord hadden over de nieuwe tabakswet (vraag 58). De resultaten zijn weergegeven in Wat weten werknemers over de schadelijkheid van (mee)roken? Aan de werknemers is gevraagd aan te geven in hoeverre roken (vraag 22) en meeroken (vraag 23) schadelijk zijn voor de gezondheid. Tevens is een aantal ziekten genoemd, waarbij gevraagd is of meeroken door deskundigen als een belangrijke risicofactor voor deze ziekten wordt gezien (vraag 24 t/m 27). De antwoorden van werknemers op deze vragen zijn weergegeven in Assertiviteit: 8. Hoe assertief zijn werknemers ten aanzien van roken op hun werkplek? Met betrekking tot assertief gedrag is aan werknemers gevraagd of en hoe vaak ze aan rokende collega s vragen om niet te roken (vraag 50), of en hoe vaak ze het probleem van roken op het werk aankaarten bij een leidinggevende (vraag 56) en hoe vaak collega s aan anderen vragen om niet te roken (vraag 49). Deze resultaten zijn weergegeven in PARA-meter onderzoek werknemers 11
12 3. Resultaten De namen van de sectoren zullen in de tabellen worden afgekort. Tabel 3.1 geeft een toelichting bij de afkortingen. Tabel 3.1 Afkortingen voor sectoren Afkorting Sector bouw Bouwnijverheid cult Cultuur, recreatie en overige dienstverlening fin Financiële instellingen zorg Gezondheids- en welzijnszorg hor Horeca ind Industrie lv Landbouw en visserij ond Onderwijs obsv Openbaar bestuur en sociale verzekeringen ovz Openbare voorzieningsbedrijven rch Reparatie consumenten artikelen en handel vzd Verhuur en zakelijke dienstverlening voc Vervoer, opslag en communicatie tot Totaal 3.1 Achtergrondkenmerken Kenmerken respondenten De gemiddelde leeftijd van de respondenten was 41 jaar (SD= 13 jaar). In de sectoren horeca en reparatie consumentenartikelen en handel waren de werknemers significant jonger dan gemiddeld en in de sectoren industrie, onderwijs en openbare voorzieningsbedrijven waren de werknemers gemiddeld ouder (zie tabel 3.2.). Tabel 3.2 Gemiddelde leeftijd werknemers, per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Gemiddelde leeftijd Standaard deviatie ( p<0,05) Licht gearceerd= significant jongere werknemers dan gemiddeld Donker gearceerd= significant oudere werknemers dan gemiddeld 12 PARA-meter onderzoek werknemers
13 De gemiddelde leeftijd per bedrijfsgrootte is weergegeven in tabel 3.3. Er waren geen significante verschillen tussen de drie bedrijfsgrootten. Tabel 3.3 Gemiddelde leeftijd werknemers, per bedrijfsgrootte klein middelgroot groot Gemiddelde leeftijd Standaard deviatie ( p<0,05) In de totale steekproef was 62% van de werknemers man en 38% vrouw. Tussen de sectoren waren grote verschillen in de man / vrouw verdeling. In tabel 3.4 zijn de percentages mannelijke werknemers per sector weergegeven. In de sectoren bouw, industrie, landbouw en visserij, openbare voorzieningsbedrijven en vervoer, opslag en communicatie was het aandeel mannelijke werknemers significant hoger dan gemiddeld en in de sectoren cultuur, recreatie en overige dienstverlening, gezondheidszorg, horeca en onderwijs was het aandeel mannelijke werknemers lager dan gemiddeld. Tabel 3.4 Percentage mannelijke werknemers, per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot % mannelijke werknemers ( p<0,01) Licht gearceerd= significant lager percentage mannelijke werknemers dan gemiddeld Donker gearceerd= significant hoger percentage mannelijke werknemers dan gemiddeld Ook tussen de bedrijfsgrootten verschilde het aandeel mannelijke werknemers significant. In de grote bedrijven waren significant meer mannelijke werknemers dan in kleine en middelgrote bedrijven. In tabel 3.5 zijn de resultaten voor de verschillende bedrijfsgrootten weergegeven. Tabel 3.5 Percentage mannelijke werknemers, per bedrijfsgrootte klein middelgroot groot % mannelijke werknemers % van de respondenten is in Nederland geboren. Dit geeft een indicatie van het percentage werknemers in de steekproef met een Nederlandse nationaliteit. Het gevonden percentage komt overeen met het percentage van de totale in Nederland wonende bevolking dat in 2003 de Nederlandse nationaliteit had (Bron: CBS). In de sectoren onderwijs en openbare voorzieningsbedrijven was het aandeel Nederlandse werknemers hoger dan gemiddeld. Er waren geen significante verschillen tussen de bedrijfsgrootten. Wat opleiding betreft verschilden de bedrijfssectoren significant. In de sectoren bouw, horeca, landbouw en visserij, reparatie consumentenartikelen en handel en vervoer, opslag en communicatie waren de werknemers gemiddeld lager opgeleid dan gemiddeld over alle sectoren. In de financiële sector, de PARA-meter onderzoek werknemers 13
14 gezondheidszorg, het onderwijs, het openbaar bestuur en sociale verzekeringen en de verhuur en zakelijke dienstverlening waren de werknemers gemiddeld hoger opgeleid. MBO en HAVO/VWO zijn voor de berekening van het gemiddelde in één categorie samengenomen, omdat geen van beide categorieën boven de ander gesteld kan worden. De resultaten zijn weergegeven in tabel 3.6. Tabel 3.6 Hoogst genoten opleiding, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot LBO of lager MAVO MBO HAVO/VWO HBO Universiteit Licht gearceerd= werknemers significant lager opgeleid dan gemiddeld, Donker gearceerd= werknemers significant hoger opgeleid dan gemiddeld In kleine en middelgrote bedrijven was het gemiddelde opleidingsniveau significant lager dan in grote bedrijven (zie tabel 3.7). Tabel 3.7 Hoogst genoten opleiding, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot LBO of lager MAVO MBO HAVO/VWO HBO Universiteit Er waren significante verschillen tussen sectoren met betrekking tot het rookgedrag van werknemers. In de sectoren horeca en vervoer, opslag en communicatie rookten significant meer werknemers (dagelijks) dan gemiddeld en in de sectoren gezondheids- en welzijnszorg en onderwijs rookten significant minder werknemers (dagelijks) dan gemiddeld. In tabel 3.8 is per sector de verdeling dagelijkse rokers, af en toe rokers en nooit rokers weergegeven. Tabel 3.8 Rookgedrag werknemers, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Dagelijks Af en toe Nooit Licht gearceerd= significant minder rokende werknemers dan gemiddeld Donker gearceerd= significant meer rokende werknemers dan gemiddeld 14 PARA-meter onderzoek werknemers
15 In kleine bedrijven waren significant meer rokers (dagelijks) dan in middelgrote bedrijven. In tabel 3.9 is per bedrijfsgrootte de verdeling van werknemers naar rookgedrag weergegeven. Tabel 3.9 Rookgedrag werknemers, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Dagelijks Af en toe Nooit Ook het percentage ex-rokers onder de niet-rokers verschilde tussen sectoren. In de sectoren financiële instellingen en reparatie consumentenartikelen en handel waren significant minder ex-rokers dan gemiddeld. In tabel 3.10 zijn de percentages ex-rokers per sector weergegeven. Tabel 3.10 Percentage ex-rokers, per sector (van de niet-rokers) bouw cult fin zorg hor ind lv ond Obsv ovz rch vzd voc tot % van niet-rokers Licht gearceerd= significant minder ex-rokers dan gemiddeld Donker gearceerd= significant meer ex-rokers dan gemiddeld Het percentage ex-rokers onder de niet-rokers verschilde niet significant tussen bedrijfsgrootten. Het percentage per bedrijfsgrootte is weergegeven in tabel Tabel 3.11 Percentage ex-rokers, per bedrijfsgrootte (van de niet-rokers) klein middelgroot groot % van niet-rokers Er waren significante verschillen tussen sectoren in het gebruik van de drie voornaamste soorten rookwaar, te weten: sigaretten, shag en sigaren. In de sectoren financiële instellingen en horeca was het percentage sigarettenrokers hoger dan gemiddeld. In de sectoren bouwnijverheid, industrie, landbouw en visserij en vervoer, opslag en communicatie werd significant minder vaak sigaretten gerookt dan gemiddeld. In de bouw werd wel meer shag en sigaren gerookt en in de industrie meer shag dan gemiddeld. Het percentage sigarenrokers was lager dan gemiddeld in de sectoren cultuur, recreatie en overige dienstverlening, gezondheidszorg, horeca en onderwijs. In tabel 3.12 is per sector het percentage rokers dat sigaretten, shag of sigaren rookt weergegeven. Tabel 3.12 Soort rookwaar, per sector (%) (basis : indien rookt) bouw cult* fin zorg* hor ind lv* ond* obsv* ovz* rch vzd voc tot Sigaretten Shag Sigaren Licht gearceerd= rookwaar significant minder gerookt dan gemiddeld Donker gearceerd= rookwaar significant meer gerookt dan gemiddeld * = percentage indicatief door lage n PARA-meter onderzoek werknemers 15
16 In kleine en middelgrote bedrijven was het aantal rokers dat sigaretten rookte significant hoger dan in grote bedrijven (zie tabel 3.13). Tabel 3.13 Soort rookwaar, per bedrijfsgrootte (%) (basis : indien rookt) klein middelgroot groot Sigaretten Shag Sigaren Van de rokers rookte 65% op het werk. Tussen de sectoren waren grote verschillen. In de horeca en landbouw en visserij rookte een significant groter percentage rokers op het werk dan gemiddeld in de overige sectoren. In tabel 3.14 zijn de resultaten per sector weergegeven. Tabel 3.14 Percentage rokende werknemers dat op het werk rookt, per sector bouw cult* fin zorg* hor ind lv* ond* obsv* ovz* rch vzd voc tot Percentage Licht gearceerd= significant lager percentage rokende werknemers dat op het werk rookt Donker gearceerd= significant hoger percentage rokende werknemers dat op het werk rookt * = percentage indicatief door lage n De bedrijfsgrootten verschilden niet significant van elkaar in percentage rokers dat op het werk rookt. In tabel 3.15 zijn de percentages naar bedrijfsomvang weergegeven. Tabel 3.15 Percentage rokende werknemers dat op het werk rookt, per bedrijfsgrootte klein middelgroot groot Percentage De hoeveelheid tabak die gemiddeld per dag op het werk gerookt werd, was acht eenheden. Een eenheid kan één sigaret, één shagje, één sigaar of één portie pijptabak zijn. In de sectoren zorg en openbaar bestuur en sociale verzekeringen werd per roker op het werk gemiddeld minder eenheden tabak gerookt dan gemiddeld. In tabel 3.16 is per sector weergegeven hoeveel tabak er gemiddeld per roker op het werk werd gerookt. Tabel 3.16 Hoeveelheid tabak gemiddeld per dag gerookt op het werk, per sector (basis : indien rookt op het werk) bouw* cult* fin* zorg* hor Ind* lv* ond* obsv* ovz* rch* vzd* voc tot Eenheden per roker Licht gearceerd= significant lagere hoeveelheid tabak op het werk gerookt * = percentage indicatief door lage n 16 PARA-meter onderzoek werknemers
17 In kleine bedrijven werden door rokers significant grotere hoeveelheden tabak op het werk gerookt dan in grote bedrijven. Dit is te zien in tabel Tabel 3.17 Hoeveelheid tabak gemiddeld per dag gerookt op het werk, per bedrijfsgrootte (basis : indien rookt op het werk) klein middelgroot groot Eenheden Buiten het werk werden eveneens gemiddeld acht eenheden tabak per roker gerookt. Geen van de sectoren verschilde significant van het gemiddelde. De waarden per sector zijn weergegeven in tabel Tabel 3.18 Hoeveelheid tabak gemiddeld per dag gerookt buiten het werk, per sector (basis : indien rookt) bouw cult fin zorg hor ind lv* ond* obsv* ovz* rch vzd voc tot Eenheden * = percentage indicatief door lage n Tussen bedrijfsgrootten waren geen significante verschillen in de hoeveelheid tabak die gemiddeld per roker per dag buiten het werk werd gerookt. In tabel 3.19 zijn de hoeveelheden per bedrijfsgrootte weergegeven. Tabel 3.19 Hoeveelheid tabak gemiddeld per dag gerookt buiten het werk, naar bedrijfsgrootte (basis : indien rookt) klein middelgroot Groot Eenheden Aan de werknemers die op het werk rookten is gevraagd waarom zij dit doen. De betreffende vraag was meervoudig en bevatte voorgecodeerde antwoorden. De antwoorden zijn weergegeven in tabel Doordat de werknemers meer dan één antwoord konden geven, komt het totaal percentage boven de 100 procent uit. De bedrijfssectoren en bedrijfsgrootten verschilden op enkele redenen significant van elkaar. In de bouw wordt er minder vaak dan gemiddeld gerookt om te kunnen pauzeren of omdat de meeste van de directe collega s roken. In de sector zorg worden om de concentratie te verhogen en omdat de meeste van de directe collega s roken minder vaak als reden genoemd. In de industrie is omdat de meeste van mijn directe collega s roken eveneens minder vaak een motivatie om te gaan roken en in de sector reparatie van consumentenartikelen is om mijn concentratie te verhogen een minder voorkomende reden dan gemiddeld. PARA-meter onderzoek werknemers 17
18 Tabel 3.20 Redenen om op het werk te roken (basis : indien rookt op het werk) Redenen % genoemd (n=451 ongewogen/n=424 gewogen) Ik rook regelmatig, dus ook op m n werk 77 Om te ontspannen 24 Reden om te pauzeren 17 Voor de gezelligheid 11 Om mijn concentratie te verhogen 8 De meeste van mijn directe collega s roken Bedrijfskenmerken en functie kenmerken De verdeling van de respondenten naar bedrijfsgrootte is weergegeven in tabel In deze tabel staat zowel de gewogen als ongewogen n vermeld. Voor uitleg over de weging zie paragraaf 2.1. Tabel 3.21 Verdeling respondenten naar bedrijfsgrootte n in steekproef % gew. Klein (1-10 werknemers) 332 gewogen / 353 ongewogen 16 Middelgroot ( werknemers) 868 gewogen / 845 ongewogen 41 Groot (100 + werknemers) 891 gewogen / 930 ongewogen 42 Weet niet 10 gewogen / 15 ongewogen 0 Totaal 2122 De sectoren verschilden significant van elkaar wat betreft het gemiddeld aantal werkuren per werknemer per week. In de sectoren bouw, financiële instellingen, industrie, landbouw en visserij, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en verhuur en zakelijke dienstverlening werkten werknemers significant meer uren dan gemiddeld. In de sectoren gezondheidszorg, horeca en reparatie consumentenartikelen en handel werkten werknemers significant minder uren dan gemiddeld. In tabel 3.22 is voor iedere sector het gemiddeld aantal werkuren per week weergegeven. Tabel 3.22 Gemiddeld aantal werkuren per week, per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Werkuren per week Standaard deviatie Licht gearceerd= werknemers werken significant minder uren dan gemiddeld Donker gearceerd= werknemers werken significant meer uren dan gemiddeld Bedrijven van verschillende bedrijfsgrootte verschilden significant van elkaar wat betreft het aantal uren dat werknemers er gemiddeld werkten. In kleine bedrijven maken werknemers gemiddeld meer uren dan in middelgrote of grote bedrijven. Het aantal uren per bedrijfsgrootte is weergegeven in tabel Tabel 3.23 Gemiddeld aantal werkuren per week, naar bedrijfsgrootte klein middelgroot groot Werkuren per week Standaard deviatie Het percentage bedrijven dat een overheidsinstelling of een door de overheid gesubsidieerde instelling 18 PARA-meter onderzoek werknemers
19 is verschilde sterk tussen sectoren. Vooral in de sectoren onderwijs en openbaar bestuur en sociale verzekeringen behoorden vrijwel alle bedrijven tot deze groep. Verder behoorde van de sectoren zorg, openbare voorzieningsbedrijven en cultuur, recreatie en overige dienstverlening een aanzienlijk deel tot deze groep. In tabel 3.24 is per sector weergegeven welk percentage bedrijven een overheidsinstelling of een overheidsgesubsidieerde instelling is. Tabel 3.24 Percentage bedrijven dat een overheidsinstelling of een overheidsgesubsidieerde instelling is, per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ja Nee Weet niet Het percentage overheidsinstellingen of door de overheid gesubsidieerde instellingen verschilde significant tussen de bedrijfsgrootten. Van de grote bedrijven behoorden significant meer bedrijven tot de overheidsinstellingen of door de overheid gesubsidieerde instellingen dan van de kleinere bedrijven. In tabel 3.25 zijn de resultaten voor de verschillende bedrijfsgrootten weergegeven. Tabel 3.25 Percentage bedrijven dat een overheidsinstelling of een overheidsgesubsidieerde instelling is, per bedrijfsgrootte klein middelgroot groot Ja Nee Weet niet In tabel 3.26 is per sector de verdeling van werknemers over bedrijven met één vestiging en bedrijven met meerdere vestigingen weergegeven. Bij bedrijven met meerdere vestigingen werd tevens onderscheid gemaakt tussen hoofdvestigingen en nevenvestigingen. Tabel 3.26 Verdeling van bedrijven naar hoofd, neven- en enige vestiging van een bedrijf, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Hoofdvestiging Nevenvestiging Enige vestiging In tabel 3.27 is per bedrijfsgrootte de verdeling van werknemers over bedrijven met één vestiging en bedrijven met meerdere vestigingen weergegeven, met bij bedrijven met meerdere vestigingen onderscheid tussen hoofdvestigingen en nevenvestigingen. PARA-meter onderzoek werknemers 19
20 Tabel 3.27 Verdeling van bedrijven naar hoofd-, neven en enige vestiging van een bedrijf, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot Groot Hoofdvestiging Nevenvestiging Enige vestiging In 60% van de bedrijven met meerdere vestigingen werd het rookbeleid volledig centraal geregeld voor alle vestigingen. In 16% van de gevallen waren er centrale regels, maar werden vestigingen voor de exacte uitvoering vrijgelaten en in 18% van de gevallen bepaalden de vestigingen volledig zelf hun eigen rookbeleid. Zes procent van de werknemers wist niet of het rookbeleid centraal of decentraal geregeld werd. Er waren significante verschillen tussen sectoren in de mate van centralisatie van rookbeleid. In de sectoren horeca, landbouw en visserij en industrie werd het rookbeleid minder vaak dan gemiddeld centraal uitgevoerd. De vrijheid van de vestigingingen in de vaststelling van het rookbeleid was in deze sectoren het grootst. In de sectoren openbaar bestuur en openbare voorzieningsbedrijven was juist in sterkere mate sprake van een centraal rookbeleid. In de sectoren financiële instellingen, gezondheidszorg, onderwijs, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en openbare voorzieningsbedrijven hadden de vestigingen relatief weinig de mogelijkheid het rookbeleid zelf te bepalen. In tabel 3.28 zijn de resultaten per sector weergegeven. Tabel 3.28 Mate waarin vestigingen het rookbeleid centraal hebben geregeld, per sector (%) (Basis: bedrijven met meerdere vestigingen) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Centraal rookbeleid Centrale regels, vrije uitvoering Vestiging eigen rookbeleid Weet niet Licht gearceerd= rookbeleid significant minder centraal geregeld dan gemiddeld Donker gearceerd= rookbeleid significant meer centraal geregeld dan gemiddeld In tabel 3.29 is de mate van centralisatie in de verschillende bedrijfsgrootten weergegeven. De mate van centralisatie is significant voor de verschillende bedrijfsgrootten: hoe groter het bedrijf des te vaker het rookbeleid centraal is geregeld. Tabel 3.29 Mate waarin vestigingen het rookbeleid centraal hebben geregeld, naar bedrijfsgrootte (%)(Basis: bedrijven met meerdere vestigingen) klein middelgroot groot Centraal rookbeleid Centrale regels, vrije uitvoering Vestiging eigen rookbeleid Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers
21 In tabel 3.30 is per sector het percentage werknemers dat in ploegendiensten werkt weergegeven. In de sectoren gezondheidszorg, industrie en vervoer, opslag en communicatie werkten significant meer werknemers in ploegendiensten dan gemiddeld. In de sectoren bouwnijverheid, financiële instellingen, landbouw en visserij, onderwijs, reparatie consumentenartikelen en handel en verhuur en zakelijke dienstverlening werkten significant minder werknemers in ploegendiensten dan gemiddeld. Tabel 3.30 Percentage werknemers dat in een ploegendienst werkt, per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ploegendienst Licht gearceerd= significant lager percentage werknemers dat in ploegendiensten werkt Donker gearceerd= significant hoger percentage werknemers dat in ploegendiensten werkt In tabel 3.31 is het percentage werknemers dat in ploegendiensten werkt per bedrijfsgrootte weergegeven. In middelgrote bedrijven werkten significant meer werknemers in ploegendiensten dan in kleine bedrijven en in grote bedrijven werkten significant meer werknemers in ploegendiensten dan in middelgrote bedrijven. Tabel 3.31 Percentage werknemers dat in een ploegendienst werkt, naar bedrijfsgrootte klein middelgroot groot Ploegendienst In tabel 3.32 is per sector weergeven op welke plaatsen de werknemers het grootste deel van hun tijd doorbrachten; deze plaatsen verschilden sterk tussen sectoren. Tabel 3.32 Plaats waar werknemers tijdens hun werk het grootste deel van hun tijd doorbrengen, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Kantoor Vervoermiddel Buiten Balie/toonbank/kassa Werkplaats/productiehal Horecagelegenheid Bij mensen thuis Klaslokaal Wisselend Anders In tabel 3.33 is per bedrijfsgrootte weergeven op welke plaatsten de werknemers het grootste deel van hun tijd doorbrachten, deze plaatsten verschilden significant tussen bedrijfsgrootten. Hoe groter het bedrijf hoe significant vaker werknemers in een kantoor werkten. Het tegenovergestelde is waar bij het werken achter een toonbank, balie of kassa en in een horeca gelegenheid. PARA-meter onderzoek werknemers 21
22 Tabel 3.33 Plaats waar werknemers tijdens hun werk het grootste deel van hun tijd doorbrengen, naar bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Kantoor Vervoermiddel Buiten Balie/toonbank/kassa Werkplaats/productiehal Horecagelegenheid Bij mensen thuis Klaslokaal Wisselend Anders In tabel 3.34 is per sector weergegeven welk soort functie de werknemers hadden. Er waren significante verschillen tussen sectoren. In de sectoren cultuur en overige dienstverlening, openbaar bestuur en openbare voorzienings-bedrijven hadden werknemers significant vaker een beleidsmatige functie. Werknemers in de zorg en horeca hadden daarentegen significant minder vaak een beleidsfunctie. Commerciële functies waren significant vaker dan gemiddeld aanwezig in de sectoren financiële dienstverlening en reparatie consumentenartikelen en handel en in verhouding minder vaak in de zorg, de industrie, het onderwijs en het openbaar bestuur. Leidinggevende functies kwamen significant vaker dan gemiddeld voor in de horeca en minder vaak in de sector reparatie consumentenartikelen en handel. In de sector verhuur en zakelijke dienstverlening werkten vaker werknemers met een ondersteunende functie en in de sectoren bouw, horeca, landbouw en visserij en vervoer, opslag en communicatie waren relatief weinig werknemers met een ondersteunende functie werkzaam. De sectoren zorg, horeca, landbouw en visserij en vervoer, opslag en communicatie kenden in verhouding significant meer werknemers met uitvoerende taken terwijl er in de sectoren financiële dienstverlening, openbaar bestuur en verhuur en zakelijke dienstverlening minder werknemers met uitvoerende taken dan gemiddeld werkzaam waren. Tabel 3.34 Soort functie van werknemers, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Cstand p Beleidsmatig ,33 <0,01 Commercieel ,37 <0,01 Leidinggevend ,19 <0,01 Ondersteunend ,24 <0,01 Uitvoerend ,30 <0,01 Licht gearceerd= significant lager percentage werknemers met betreffende functie Donker gearceerd= significant hoger percentage werknemers met betreffende functie 22 PARA-meter onderzoek werknemers
23 In tabel 3.35 is het soort functie van werknemers per bedrijfsgrootte weergegeven; op leidinggevende functies na waren er significante verschillen tussen bedrijfsgrootten. In grote bedrijven werkten significant meer werknemers met een beleidsmatige of ondersteunende functie dan in middelgrote of kleine bedrijven. Commerciële functies werden daarentegen significant vaker in kleine bedrijven gevonden. In middelgrote bedrijven is vaker sprake van werknemers met een uitvoerende functie dan in grote bedrijven. Tabel 3.35 Soort functie van werknemers, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Cstand p Beleidsmatig ,09 <0,05 Commercieel ,11 <0,01 Leidinggevend n.s. Ondersteunend ,21 <0,01 Uitvoerend ,08 <0,01 De mate waarin werknemers invloed kunnen uitoefenen op beslissingen die door het bedrijf worden genomen over zaken als roken op het werk verschilde niet significant tussen sectoren. Tabel 3.36 Mate waarin werknemers invloed kunnen uitoefenen op beslissingen die door het bedrijf worden genomen over zaken als roken op het werk, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Veel invloed Een beetje invloed Geen invloed Weet niet Donker gearceerd = significant meer invloed dan gemiddeld Licht gearceerd = significant minder invloed dan gemiddeld Ook tussen bedrijfsgrootten waren significante verschillen in de mate van invloed die de werknemers hebben. Hoe kleiner het bedrijf hoe meer invloed werknemers hadden. De resultaten voor de bedrijfsgrootten zijn weergegeven in tabel Tabel 3.37 Mate waarin werknemers invloed kunnen uitoefenen op beslissingen die door het bedrijf worden genomen over zaken als roken op het werk, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Veel invloed Een beetje invloed Geen invloed Weet niet De sectoren verschilden significant van elkaar in de mate waarin werknemers invloed wilden uitoefenen op beslissingen in het bedrijf. In de sectoren onderwijs en reparatie en verhuur van consumenten artikelen willen werknemers significant meer invloed uitoefenen dan gemiddeld en in de sectoren industrie en openbaar bestuur juist minder. In tabel 3.38 zijn de resultaten per sector weergegeven. PARA-meter onderzoek werknemers 23
24 Tabel 3.38 Mate waarin werknemers invloed willen uitoefenen op beslissingen die door het bedrijf worden genomen over zaken als roken op het werk, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Veel invloed Een beetje invloed Geen invloed Donker gearceerd = significant meer invloed dan gemiddeld Licht gearceerd = significant minder invloed dan gemiddeld Tussen bedrijven van verschillende grootte waren wel significante verschillen in de mate waarin werknemers invloed willen kunnen uitoefenen. In kleine bedrijven wilden significant meer werknemers invloed uitoefenen dan in middelgrote of grote bedrijven. In tabel 3.39 zijn de resultaten voor de bedrijfsgrootten weergegeven. Tabel 3.39 Mate waarin werknemers invloed willen uitoefenen op beslissingen die door het bedrijf worden genomen over zaken als roken op het werk, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Veel invloed Een beetje invloed Geen invloed Overlast Blootstelling Sinds 1 januari 2004 is de nieuwe tabakswet van kracht. Door deze wet hebben alle werknemers vanaf 1 januari recht op een rookvrije werkplek. Om vast te stellen in hoeverre werknemers na 1 januari op het werk in aanraking komen met tabaksrook zijn een aantal vragen gesteld. Uit deze vragen blijkt dat bij 38% van de werknemers in de werkomgeving werd gerookt. Bij 6% van de ondervraagden was gemiddeld genomen tamelijk veel tot zeer veel tabaksrook in de werkomgeving aanwezig. In tabel 3.40 is het percentage werknemers per sector weergegeven, dat in de werkomgeving in aanraking kwam met tabaksrook. In de sectoren horeca, bouw en vervoer, opslag en communicatie was het percentage werknemers dat in hun werkomgeving in aanraking komt met tabaksrook significant hoger dan gemiddeld. In de sectoren financiële instellingen, openbaar bestuur en sociale verzekeringen, onderwijs, verhuur en zakelijke dienstverlening en gezondheids- en welzijnszorg was dit juist lager dan gemiddeld. 24 PARA-meter onderzoek werknemers
25 Tabel 3.40 Percentage werknemers dat in hun werkomgeving in aanraking kwam met tabaksrook, per sector. Sector Tabaksrook in werkomgeving Horeca 72 Bouwnijverheid 61 Vervoer, opslag, communicatie 51 Landbouw, visserij 44 Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 43 Industrie 42 Openbare voorzieningsbedrijven 38 Reparatie consumenten artikelen/handel 35 Gezondheids-, welzijnszorg 33 Verhuur/zakelijke dienstverlening 33 Onderwijs 27 Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 27 Financiële instellingen 22 Totaal 38 Licht gearceerd= significant lager percentage werknemers in aanraking met tabaksrook Donker gearceerd= significant hoger percentage werknemers in aanraking met tabaksrook De mate van blootstelling verschilde significant tussen sectoren. In de financiële instellingen, het onderwijs, het openbaar bestuur en sociale verzekeringen en in de sector verhuur en zakelijke dienstverlening was de gemiddelde hoeveelheid tabaksrook waaraan werknemers werden blootgesteld significant lager dan gemiddeld onder de overige sectoren. In de sectoren horeca en vervoer, opslag en communicatie was de blootstelling significant hoger dan gemiddeld. In tabel 3.41 is de gemiddelde hoeveelheid aanwezige tabaksrook weergegeven per sector. Tabel 3.41 Blootstelling aan tabaksrook: Gemiddelde hoeveelheid aanwezige tabaksrook in werkomgeving (% genoemd), per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal geen Zeer weinig Weinig Niet weinig, niet veel Tamelijk veel Veel Zeer veel Weet niet Licht gearceerd= significant kleinere hoeveelheid tabaksrook in werkomgeving Donker gearceerd= significant grotere hoeveelheid tabaksrook in werkomgeving De blootstelling aan tabaksrook is voor rokers over het algemeen hoger dan voor niet-rokers. De hoeveelheid blootstelling per sector is voor de rokers weergegeven in tabel 3.42 en voor de niet rokers in tabel PARA-meter onderzoek werknemers 25
26 Tabel 3.42 Blootstelling aan tabaksrook door rokers: Gemiddelde hoeveelheid aanwezige tabaksrook in werkomgeving van dagelijkse rokers (% genoemd), per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal geen Zeer weinig Weinig Niet weinig, niet veel Tamelijk veel Veel Zeer veel Weet niet * indicatief door lage n Tabel 3.43 Blootstelling aan tabaksrook door niet-rokers: Gemiddelde hoeveelheid aanwezige tabaksrook in werkomgeving van niet-rokers (% genoemd), per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal geen Zeer weinig Weinig Niet weinig, niet veel Tamelijk veel Veel Zeer veel Weet niet * indicatief door lage n Ook bedrijfsgrootte was significant geassocieerd met de blootstelling aan tabaksrook. De hoeveelheid tabaksrook per bedrijfsgrootte is weergegeven in tabel In grote bedrijven was de gemiddelde hoeveelheid aanwezige tabaksrook significant lager dan in middelgrote bedrijven. Tabel 3.44 Blootstelling aan tabaksrook: Gemiddelde hoeveelheid aanwezige tabaksrook in werkomgeving (% genoemd), per sector. Klein Middelgroot Groot (n=332/353) (n=845/868) (n=930/891) Helemaal geen Zeer weinig Weinig Niet weinig, niet veel Tamelijk veel Veel Zeer veel Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers
27 Werknemers kwamen op het werk in diverse ruimten in aanraking met tabaksrook. De kantine werd het meest genoemd, gevolgd door werkruimten van anderen. De mate waarin werknemers in de verschillende ruimten in contact kwamen met tabaksrook verschilde significant tussen sectoren en bedrijfsgrootten. In tabel 3.45 is per sector weergegeven hoeveel procent van de werknemers die op het werk in aanraking komen met tabaksrook in de verschillende ruimten te maken hadden met tabaksrook. Aan tabaksrook blootgestelde werknemers in de sectoren bouw, horeca en landbouw en visserij hadden significant vaker dan gemiddeld in de kantine te maken met tabaksrook. In de horeca was dit eveneens vaker dan gemiddeld het geval in de eigen werkruimte en in de vergaderruimte. In de sector openbaar bestuur en sociale zekerheid kwamen significant meer werknemers in de werkruimte van anderen en in de toiletten in contact met tabaksrook. Werknemers in de sector verhuur en zakelijke dienstverlening kwamen in de gangen significant vaker in aanraking met tabaksrook. In de buitendienst werden werknemers uit de sectoren zorg en vervoer, opslag en communicatie significant vaker aan tabaksrook blootgesteld. Tot slot kwamen werknemers in de financiële dienstverlening significant vaker dan gemiddeld bij de koffieautomaat in aanraking met tabaksrook. Tabel 3.45 Ruimten waar werknemers tijdens hun werk in aanraking komen met tabaksrook (% genoemd), per sector (Basis: indien ondervind wel eens hinder) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv* ovz rch vzd voc tot Kantine Werkruimte anderen Gangen Buitendienst Koffieautomaat Eigen werkruimte Toiletten Vergaderruimte In/bij rookruimte Kleedruimten Bij mensen thuis Opmerking bij tabel: n=896 en bestaat uit de respondenten die ooit wel eens hinder ondervinden van tabaksrook. Licht gearceerd = significant minder vaak dan gemiddeld ruimte waar werknemers in aanraking komen met tabaksrook. Donker gearceerd = significant vaker dan gemiddeld ruimte waar werknemers in aanraking komen met tabaksrook. * = percentage indicatief door lage n In de kantine kwamen werknemers uit middelgrote bedrijven vaker in aanraking met tabaksrook dan werknemers uit grote bedrijven. In de werkruimten van anderen was het omgekeerde het geval. Werknemers uit middelgrote bedrijven kwamen in de gangen vaker in aanraking met tabaksrook dan werknemers uit kleine bedrijven en in de buitendienst was dit wederom precies andersom. PARA-meter onderzoek werknemers 27
28 Bij de koffieautomaat werden werknemers uit grote bedrijven significant vaker aan tabaksrook blootgesteld dan werknemers uit kleine bedrijven. In kleine bedrijven kwamen werknemers in de eigen kamer vaker in contact met tabaksrook dan in middelgrote of grote bedrijven. In vergaderruimten en toiletten was de blootstelling aan tabaksrook in verhouding het sterkst in grote bedrijven. Tabel 3.46 Ruimten waar werknemers tijdens hun werk in aanraking komen met tabaksrook (% genoemd), naar bedrijfsgrootte (Basis: indien ondervind wel eens hinder) klein middelgroot groot Kantine Werkruimte anderen Gangen Buitendienst Koffieautomaat Eigen werkruimte Toiletten Vergaderruimte In/bij rookruimte Kleedruimten Bij klanten thuis Opmerking bij tabel: n=896 en bestaat uit de respondenten die ooit wel eens hinder ondervinden van tabaksrook Hinder Van de respondenten heeft 64% aangegeven het hinderlijk te vinden als er in hun werkomgeving werd gerookt; 20% vond het een beetje hinderlijk en 44% vond het hinderlijk tot zeer hinderlijk. Tussen de sectoren waren significante verschillen. In de industrie omschreef een significant kleiner deel van de werknemers dan gemiddeld rook in hun werkomgeving als hinderlijk. In tabel 3.47 is per sector de mate waarin werknemers het hinderlijk vonden als er in hun werkomgeving werd gerookt weergegeven. Tabel 3.47 Mate waarin werknemers het hinderlijk vinden als er in hun werkomgeving wordt gerookt (% genoemd), per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal niet Niet Een beetje Hinderlijk Zeer Weet niet Licht gearceerd= significant minder hinderlijk dan gemiddeld, Donker gearceerd= significant hinderlijker dan gemiddeld 28 PARA-meter onderzoek werknemers
29 Tussen de bedrijfsgrootten waren geen significante verschillen in de mate waarin werknemers het hinderlijk vonden als in hun werkomgeving werd gerookt. In tabel 3.48 zijn de waarden weergegeven voor de verschillende bedrijfsgrootten. Tabel 3.48 Mate waarin werknemers het hinderlijk vinden als er in hun werkomgeving wordt gerookt (% genoemd), naar bedrijfsgrootte. Klein Middelgroot Groot Helemaal niet Niet Een beetje Hinderlijk Zeer Weet niet Van de ondervraagden gaf 57% aan nooit hinder te ondervinden van tabaksrook, 36% ondervond soms hinder en 6% ondervond regelmatig tot vaak hinder van tabaksrook. Tussen de sectoren waren significante verschillen in de frequentie waarmee hinder werd ondervonden. In de sectoren financiële instellingen, onderwijs en openbaar bestuur en sociale verzekeringen werd significant minder vaak hinder ondervonden dan gemiddeld. In de sectoren horeca en verhuur en zakelijke dienstverlening werd significant vaker hinder ondervonden dan gemiddeld (zie tabel 3.49). Tabel 3.49 Frequentie waarmee werknemers in hun werkomgeving hinder ondervinden van tabaksrook, (% genoemd), per sector bouw cult* fin* zorg* hor ind lv* ond* obsv* ovz* rch vzd voc tot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Licht gearceerd= significant minder vaak hinder dan gemiddeld, Donker gearceerd= significant vaker hinder dan gemiddeld * = percentage indicatief door lage n Niet rokende werknemers ondervonden significant vaker hinder van tabaksrook dan rokende werknemers. Ruim de helft (52%) van de niet-rokende werknemers gaf aan wel eens hinder te ondervinden van tabaksrook. Onder rokende werknemers lag dit percentage op 14%. In tabel 3.50 is de frequentie van hinder van tabaksrook door rokende werknemers weergegeven en in tabel 3.51 is de frequentie van hinder door niet-rokende werknemers weergeven. PARA-meter onderzoek werknemers 29
30 Tabel 3.50 Frequentie waarmee dagelijks rokende werknemers in hun werkomgeving hinder ondervinden van tabaksrook, (% genoemd), per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Tabel 3.51 Frequentie waarmee niet-rokende werknemers in hun werkomgeving hinder ondervinden van tabaksrook, (% genoemd), per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Ook tussen bedrijfsgrootte werden significante verschillen gevonden in de frequentie van hinder. Door werknemers van middelgrote bedrijven werd significant vaker hinder van tabaksrook ondervonden dan door werknemers van kleine of grote bedrijven. Dit is te zien in tabel Tabel 3.52 Frequentie waarmee werknemers in hun werkomgeving hinder ondervinden van tabaksrook, (% genoemd), per bedrijfsgrootte klein middelgroot groot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Rookbeleid Rookbeleid Gemiddeld zag de helft van de respondenten een algemeen rookverbod met rookruimten als ideaal. Door 23% van de respondenten werd de voorkeur aan een volledig rookverbod gegeven. 5% van de werknemers vond een beleid zonder rookbeperking de beste oplossing. De verschillen tussen de sectoren, met betrekking tot het rookbeleid dat werknemers als ideaal voor het 30 PARA-meter onderzoek werknemers
31 bedrijf waar men werkt ziet, waren groot en significant. In tabel 3.53 zijn de resultaten per sector weergegeven. In de sectoren bouw, horeca, landbouw en visserij en vervoer, opslag en communicatie was het gemiddelde rookbeleid dat werknemers ideaal noemden significant minder streng dan gemiddeld. In de sectoren financiële instellingen, zorg, onderwijs en openbaar bestuur en sociale verzekeringen was het ideale rookbeleid van werknemers significant strenger dan gemiddeld. Tabel 3.53 Het ideale rookbeleid van werknemers, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod Algemeen met uitzonderingen Algemeen met speciale rookruimten Volledig rookverbod Licht gearceerd= significant minder streng rookbeleid als ideaal dan gemiddeld Donker gearceerd= significant strenger rookbeleid als ideaal dan gemiddeld Rokers en niet-rokers verschillen significant van mening over welk rookbeleid ideaal is. In tabel 3.54 is het ideale rookbeleid van rokers per sector weergegeven en in tabel 3.55 het ideale rookbeleid van niet-rokers per sector. Door de uitsplitsing naar rokers en niet rokers is de steekproefgrootte voor een aantal sectoren in onderstaande tabellen aan de lage kant. Percentages per betreffende sector zijn daardoor indicatief (zie *). Tabel 3.54 Het ideale rookbeleid van rokende werknemers, per sector (%) bouw* cult* fin* zorg* hor ind lv* ond* obsv* ovz* rch vzd* voc tot Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod Algemeen met uitzonderingen Algemeen met speciale rookruimten Volledig rookverbod PARA-meter onderzoek werknemers 31
32 Tabel 3.55 Het ideale rookbeleid van niet-rokende werknemers, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod Algemeen met uitzonderingen Algemeen met speciale rookruimten Volledig rookverbod Het ideale rookbeleid van werknemers in de middelgrote en grote bedrijven was significant strenger dan in kleine bedrijven. Werknemers uit middelgrote bedrijven wilden vaker een volledig rookverbod. De resultaten per bedrijfsgrootte zijn weergegeven in tabel Tabel 3.56 Het ideale rookbeleid van werknemers, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod Algemeen met uitzonderingen Algemeen met speciale rookruimten Volledig rookverbod Er zijn veel significante verschillen tussen de sectoren met betrekking tot het huidige rookbeleid van het bedrijven. In tabel 3.57 zijn de resultaten per sector weergegeven. In de sectoren bouw, horeca, industrie en landbouw en visserij was het rookbeleid significant minder streng dan gemiddeld. In de sectoren financiële instellingen, zorg, onderwijs, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en verhuur en zakelijke dienstverlening was het rookbeleid significant strenger dan gemiddeld. Tabel 3.57 Het rookbeleid in het bedrijf waar men werkzaam is, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod Algemeen met uitzonderingen Algemeen met speciale rookruimten Volledig rookverbod Licht gearceerd= significant minder streng rookbeleid dan gemiddeld Donker gearceerd= significant strenger rookbeleid dan gemiddeld 32 PARA-meter onderzoek werknemers
33 Het rookbeleid in de grote bedrijven was significant strenger dan in middelgrote bedrijven. Het rookbeleid in middelgrote bedrijven was op zijn beurt significant strenger dan dat van kleine bedrijven. De resultaten per bedrijfsgrootte zijn weergegeven in tabel Tabel 3.58 Het rookbeleid in het bedrijf waar men werkzaam is, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod Algemeen met uitzonderingen Algemeen met speciale rookruimten Volledig rookverbod Begin 2004 waren wettelijk bepalingen de belangrijkste reden voor het hebben van rookregels. Op redelijke afstand volgen gezondheidsrisico s en het voorkomen van hinder bij medewerkers. Er waren veel verschillen tussen sectoren en tussen bedrijfsgrootten in de mate waarin de redenen als belangrijkste voor het hebben van regels over roken werden gezien. Wel was in alle sectoren de wettelijke bepaling veruit de belangrijkste reden. In de sector openbaar bestuur was deze reden belangrijker dan gemiddeld over alle sectoren. De op een na belangrijkste reden (gezondheidsrisico s) werd in de sector financiële instellingen belangrijker dan gemiddeld gevonden. De derde reden: Hinder bij medewerkers werd met name in de sector verhuur en zakelijke dienstverlening van belang gevonden. In de zorgsector wordt hinder bij klanten vaker dan gemiddeld als belangrijkste reden genoemd. Hygiëne speelt in de horeca een relatief belangrijke rol en veiligheid wordt vaker dan gemiddeld als reden door werknemers uit de industrie opgegeven. In tabel 3.59 zijn de resultaten per sector weergegeven en in tabel 3.60 de resultaten per bedrijfsgrootte. Tabel 3.59 Belangrijkste reden voor het hebben van regels over roken, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Wettelijke bepalingen Gezondheids risico s Hinder medewerkers Hinder klanten Hygiëne Veiligheid Licht gearceerd= significant minder vaak genoemd dan gemiddeld Donker gearceerd= significant vaker genoemd dan gemiddeld PARA-meter onderzoek werknemers 33
34 Tabel 3.60 Belangrijkste reden voor het hebben van regels over roken, naar bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Wettelijke bepalingen Gezondheidsrisico s Hinder medewerkers Hinder klanten Hygiëne Veiligheid Volgens 87% van de werknemers die werkzaam waren in een bedrijf waar rookbeperkingen golden, werd het rookbeleid in het algemeen goed tot zeer goed nageleefd. De sectoren verschilden significant van elkaar in naleving van het rookbeleid. In de industrie en verhuur en zakelijke dienstverlening werd het rookbeleid significant minder goed nageleefd dan gemiddeld. In de sector reparatie consumenten-artikelen en handel werd het rookbeleid significant beter nageleefd. In tabel 3.61 zijn de resultaten per sector weergegeven. Tabel 3.61 Hoe goed leeft men op uw werk in het algemeen de regels over roken na, per sector (%) (Basis: indien rookbeperking) bouw cult fin zorg hor Ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Zeer goed Goed Niet goed/ niet slecht Slecht Heel slecht Licht gearceerd= significant slechtere naleving dan gemiddeld, Donker gearceerd= significant betere naleving dan gemiddeld Ook tussen bedrijfsgrootten waren significante verschillen met betrekking tot naleving van het rookbeleid. In kleine bedrijven werden de regels over roken gemiddeld significant beter nageleefd dan in grote bedrijven. De resultaten zijn weergegeven in tabel Tabel 3.62 Hoe goed leeft men op uw werk in het algemeen de regels over roken na, per bedrijfsgrootte (%)(Basis: indien rookbeperking) klein middelgroot groot Zeer goed Goed Niet goed/niet slecht Slecht Heel slecht PARA-meter onderzoek werknemers
35 De mate waarin verschillende partijen zijn betrokken bij de ontwikkeling, invoering en handhaving van rookbeleid op het werk verschilt significant tussen de sectoren. Dit is te zien in tabel Tabel 3.63 Partijen betrokken bij ontwikkeling, invoering en handhaving van rookbeleid op het werk, per sector (%) meerdere antwoorden mogelijk bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Arbo-dienst Bestuur/ directie/eig. Branchevereniging Directe leidinggevende GGD MZR/OR PZ Vakbond Werknemers Licht gearceerd= significant vaker genoemd dan gemiddeld Donker gearceerd= significant minder vaak genoemd dan gemiddeld In tabel 3.64 zijn de resultaten voor de bedrijfsgrootten weergegeven, deze verschillen ook significant van elkaar. Tabel 3.64 Partijen betrokken bij ontwikkeling, invoering en handhaving van rookbeleid op het werk, per bedrijfsgrootte (%) meerdere antwoorden mogelijk klein middelgroot groot Arbo-dienst Bestuur/directie/eigenaar Branchevereniging Directe leidinggevende GGD MZR/OR PZ Vakbond Werknemers Planmatige aanpak Een eerste indicatie van het beeld dat werknemers hebben van de complexiteit van het invoeren van een succesvol rookbeleid is de verwachte tijd die het een bedrijf kost om met succes een rookbeleid te ontwikkelen en in te voeren. De variatie in de gegeven antwoorden op deze vraag is groot: 31% van de werknemers ging er vanuit dat een (nieuw) rookbeleid binnen een maand te realiseren is, een bijna even groot percentage (33%) dacht dat er 1 maand tot een half jaar voor nodig is, 14% was in de veronderstelling dat het een half jaar tot een jaar zou duren en 11% was van mening dat het langer dan een jaar zou duren. In tabel 3.65 zijn de resultaten voor de verschillende sectoren weergegeven. Werknemers uit de sectoren PARA-meter onderzoek werknemers 35
36 bouwnijverheid, zorg en horeca gingen ervan uit dat de ontwikkeling en invoering van een succesvol rookbeleid langer duurt, terwijl werknemers in de industrie verwachtten dat het minder tijd kost dan gemiddeld. Tabel 3.65 Verwachte duur van de ontwikkeling en invoering van een succesvol rookbeleid, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot < dan 1 week week - 1 maand maanden maanden maanden - 1 jaar > dan 1 jaar Weet niet Licht gearceerd= verwachte benodigde tijd significant korter dan gemiddeld Donker gearceerd= verwachte benodigde tijd significant langer dan gemiddeld In tabel 3.66 zijn de resultaten voor de verschillende bedrijfsgrootten weergegeven. In grote bedrijven verwachtten de werknemers dat er een significant langere periode nodig was voor de ontwikkeling en invoering van een succesvol rookbeleid dan in middelgrote of kleine bedrijven. In kleine bedrijven was de verwachtte duur significant korter dan in middelgrote bedrijven. Tabel 3.66 Verwachte duur van de ontwikkeling en invoering van een succesvol rookbeleid, naar bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot < dan 1 week week - 1 maand maanden maanden maanden - 1 jaar > dan 1 jaar Weet niet Voor de acceptatie van een rookbeleid is het van belang dat er draagvlak is voor het rookbeleid. Om de acceptatie van het rookbeleid te vergroten is het zaak aandacht te besteden aan het onderwerp roken op het werk voordat het rookbeleid daadwerkelijk wordt ingevoerd. Zo kunnen werknemers zich al een beetje voorbereiden op wat er gebeuren gaat en hun mening uiten alvorens het rookbeleid van kracht is. In tabel 3.67 is per sector aangegeven in hoeverre werknemers het eens waren met de stelling Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat er vóór invoering van een rookbeleid op het werk al veel aandacht aan roken op het werk is besteed. In deze tabel is te zien dat circa vier van de vijf werknemers het helemaal tot een beetje belangrijk vonden dat dit gebeurt. 12% was neutraal in zijn oordeel en 8% was het niet eens met deze stelling. De werknemers uit de verschillende sectoren verschilden wat betreft hun mening op dit punt niet significant van elkaar. De bedrijfsgrootten verschilden ook niet significant van elkaar, de waarden per bedrijfsgrootten zijn dan ook niet in een tabel weergegeven. 36 PARA-meter onderzoek werknemers
37 Tabel 3.67 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;.. er vóór invoering van een rookbeleid op het werk al veel aandacht aan roken op het werk is besteed. Per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal eens Een beetje eens Niet eens/oneens Een beetje oneens Helemaal oneens Weet niet Om de situatie met betrekking tot tabaksrook in het bedrijf goed in beeld te krijgen is het van belang dat de werknemers om hun mening over roken op het werk wordt gevraagd. Met de stelling Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat het personeel een vragenlijst over roken op het werk krijgt (of op een andere manier wordt ondervraagd) was 69% van de werknemers het een beetje tot helemaal eens. In tabel 3.68 zijn de resultaten per sector weergegeven. Er waren significante verschillen tussen sectoren in de mate waarin de werknemers het met de stelling eens zijn. In de sectoren horeca en landbouw en visserij vonden werknemers een vragenlijst over roken op het werk significant vaker van belang, terwijl werknemers in de openbaar bestuur en sociale verzekeringen en verhuur en zakelijke dienstverlening er minder dan gemiddeld het nut van inzagen. Tabel 3.68 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;.. het personeel een vragenlijst over roken op het werk krijgt (of op een andere manier wordt ondervraagd), om een goed beeld te krijgen van hoe het in het bedrijf is gesteld met roken en rookoverlast. Per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal eens Een beetje eens Niet eens/oneens Een beetje oneens Helemaal oneens Weet niet Tussen de verschillende bedrijfsgrootten waren eveneens significante verschillen. In de kleine bedrijven waren werknemers het significant meer eens met de stelling dan in middelgrote en grote bedrijven. In tabel 3.69 zijn de resultaten per bedrijfsgrootte gegeven. PARA-meter onderzoek werknemers 37
38 Tabel 3.69 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;.. het personeel een vragenlijst over roken op het werk krijgt (of op een andere manier wordt ondervraagd), om een goed beeld te krijgen van hoe het in het bedrijf is gesteld met roken en rookoverlast. Per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Helemaal eens Een beetje eens Niet eens/oneens Een beetje oneens Helemaal oneens Weet niet Een derde stelling die ter beoordeling aan de respondenten is voorgelegd was Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat zowel rokers als niet-rokers kunnen meedenken over hoe het rookbeleid er precies uit zal komen te zien. Uit tabel 3.70 blijkt dat werknemers het erg belangrijk vonden dat bij de ontwikkeling en invoering van het rookbeleid zowel rokers als niet-rokers worden betrokken. 64% van alle werknemers was het helemaal met de stelling eens en nog eens 20% was het er een beetje mee eens. Er waren significante verschillen tussen sectoren. De grootste voorstanders waren de werknemers uit de horeca en landbouw. In het onderwijs was men het minder vaak dan gemiddeld met de stelling eens. Tabel 3.70 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;..zowel rokers als niet-rokers kunnen meedenken over hoe het rookbeleid er precies uit zal komen te zien, per sector (%) bouw cult fin zorg hor Ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal eens Een beetje eens Niet eens/oneens Een beetje oneens Helemaal oneens Weet niet Licht gearceerd=significant minder eens dan gemiddeld, Donker gearceerd= significant meer eens dan gemiddeld Tussen de bedrijfsgrootten waren eveneens significante verschillen. In kleine bedrijven konden werknemers zich meer vinden in deze stelling dan in middelgrote of grote bedrijven. 38 PARA-meter onderzoek werknemers
39 Tabel 3.71 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;..zowel rokers als niet-rokers kunnen meedenken over hoe het rookbeleid er precies uit zal komen te zien, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Helemaal eens Een beetje eens Niet eens/oneens Een beetje oneens Helemaal oneens Weet niet Kennis werknemers Wettelijke bepalingen Circa acht van de tien werknemers dacht terecht dat hun werkgever wettelijk verplicht was om ze een rookvrije werkplek aan te bieden als daar behoefte aan is. In de sectoren financiële dienstverlening en landbouw en visserij werd dit door een significant hoger percentage werknemers dan gemiddeld gedacht. In het onderwijs dacht een significant lager percentage werknemers dan gemiddeld dit (zie tabel 3.72). Tabel 3.72 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om ze een rookvrije werkplek aan te bieden als ze daar behoeften aan hebben en percentage dat denkt dat het niet zo is, per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ja Nee Weet niet Licht gearceerd=denkt significant minder vaak dan gemiddeld dat werkgever een rookvrije werkplek moet bieden Donker gearceerd= denkt significant vaker dat werkgever een rookvrije werkplek moet bieden Ook tussen de bedrijfsgrootten zijn er verschillen. Uit tabel 3.73 valt af te leiden dat werknemers uit grote bedrijven significant vaker dachten dat werkgevers een wettelijke verplichting heeft om, indien gewenst, voor een rookvrije werkplek te zorgen dan dat werknemers uit kleine bedrijven dachten. Tabel 3.73 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om ze een rookvrije werkplek aan te bieden als ze daar behoeften aan hebben en percentage dat denkt dat het niet zo is, per bedrijfsgrootte. klein middelgroot groot Ja Nee Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers 39
40 Het percentage werknemers dat dacht dat werkgevers wettelijk verplicht zijn regels in te stellen over waar wel en niet gerookt mag worden is significant hoger dan het percentage werknemers dat bevestigend antwoordde op voorgaande vraag naar de verplichte rookvrije werkplek. Gemiddeld was 94% van de respondenten in de veronderstelling dat hun werkgever verplicht was om regels in te stellen over waar wel en waar niet gerookt mag worden. In de horeca werd dit door significant minder werknemers gedacht dan gemiddeld en in de sectoren onderwijs en openbare dienstverlening dacht een significant hoger percentage werknemers dat hun werkgever deze wettelijke verplichting heeft. Tabel 3.74 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om regels in te stellen over waar wel en waar niet gerookt mag worden en percentage dat denkt dat het niet zo is, per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ja Nee Weet niet Licht gearceerd=denkt significant minder vaak dan gemiddeld dat werkgever regels moet instellen Donker gearceerd= denkt significant vaker dat werkgever regels moet instellen In tabel 3.75 is te zien dat in grotere bedrijven meer werknemers dachten dat hun werkgever wettelijk verplicht is om regels in te stellen over waar wel en waar niet gerookt mag worden dan in middelgrote en kleinere bedrijven. Tabel 3.75 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om regels in te stellen over waar wel en waar niet gerookt mag worden en percentage dat denkt dat het niet zo is, naar bedrijfsgrootte. klein middelgroot groot Ja Nee Weet niet Circa twee op de vijf werknemers (39%) dachten ten onrechte dat werkgevers verplicht waren om rokers een plaats te geven waar ze kunnen roken. De kennis omtrent dit punt verschilt per sector. De resultaten zijn in tabel 3.75 weergegeven. In de sector bouwnijverheid dachten werknemers significant vaker dan gemiddeld dat hun werkgevers verplicht is om rokers een plaats te geven waar ze kunnen roken. In de sectoren openbaar bestuur en verhuur en zakelijke dienstverlening werd dit door een significant lager percentage werknemers gedacht. Tussen de bedrijfsgrootten werden geen significante verschillen geconstateerd. Tabel 3.76 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever verplicht is om rokers een plaats te geven waar ze kunnen roken en percentage dat denkt dat het niet zo is, per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ja Nee Weet niet Donker gearceerd=denkt significant vaker dan gemiddeld dat werkgever rokers een plaats moeten geven waar ze kunnen roken 40 PARA-meter onderzoek werknemers
41 Zeven procent van de werknemers dacht dat hun werkgever hen kon ontslaan als ze werk weigerden omdat ze ziek werden van de tabaksrook op de werkplek. Zesenzeventig procent van de werknemers dacht van niet en achttien procent wist het niet. In de sectoren industrie en openbaar bestuur werd dit door een significant kleiner percentage werknemers gedacht dan gemiddeld. De bedrijfsgrootten verschilden niet significant van elkaar. De resultaten per sector zijn in tabel 3.77 weergegeven. Tabel 3.77 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever hen kan ontslaan als ze werk weigeren omdat ze ziek worden van tabaksrook op de werkplek en percentage dat denkt dat het niet zo is, per sector bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ja Nee Weet niet Sinds 1 januari 2004 is de nieuwe tabakswet in werking getreden. Het veldwerk voor dit onderzoek heeft eind januari 2004 plaats gevonden. Op het moment van ondervragen hadden zo goed als alle ondervraagden (99%) van de nieuwe tabakswet gehoord. In de sectoren gezondheidszorg en openbaar bestuur was de bekendheid van de nieuwe wet zelfs 100% en daarmee significant hoger dan in de overige sectoren. Tussen bedrijfsgrootte en het op de hoogte zijn van de wet was geen significante associatie. In tabel 3.78 zijn de waarden per sector weergegeven. Tabel 3.78 Percentage werknemers dat wel eens iets gehoord heeft over de nieuwe tabakswet en het percentage dat nooit iets heeft gehoord over deze nieuwe wet, per sector. bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Wel Niet Schadelijkheid tabaksrook Volgens 91% van de werknemers was roken schadelijk voor de gezondheid. Het percentage werknemers dat van mening was dat een rokerige werkomgeving schadelijk is voor de gezondheid ligt significant lager, namelijk op 72%. In de sectoren zorg en onderwijs waren werknemers zich meer bewust van de schadelijkheid van roken terwijl men er in de horeca minder sterk van overtuigd was. Over de mate waarin een rokerige werkomgeving schadelijk is bestond ook verschil van mening tussen de sectoren. In de industrie dachten werknemers dat het schadelijker is dan gemiddeld in de overige sectoren en in de sectoren bouwnijverheid en verhuur en zakelijke dienstverlening waren werknemers zich minder dan gemiddeld bewust van de schadelijkheid van een rokerige werkomgeving. De meningen van de werknemers over de schadelijkheid van roken en meeroken per sector zijn weergegeven in tabel 3.79 en tabel PARA-meter onderzoek werknemers 41
42 Tabel 3.79 Mate waarin werknemers denken dat roken schadelijk is voor de gezondheid, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal niet Niet Een beetje Schadelijk Zeer schadelijk Weet niet Licht gearceerd=significant minder schadelijk dan gemiddeld Donker gearceerd=significant schadelijker dan gemiddeld Tabel 3.80 Mate waarin werknemers denken dat een rokerige werkomgeving schadelijk is voor de gezondheid, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Helemaal niet Niet Een beetje Schadelijk Zeer schadelijk Weet niet Licht gearceerd=significant minder schadelijk dan gemiddeld Donker gearceerd=significant schadelijker dan gemiddeld De grootte van het bedrijf waarin men werkt is ook van invloed op de mening over de schadelijkheid van een rokerige werkomgeving; in kleine bedrijven was men minder overtuigd van de schadelijkheid dan in middelgrote bedrijven. Tussen bedrijfsgrootte en de mate van schadelijkheid van roken werden geen significante verschillen gevonden. Tabel 3.81 Mate waarin werknemers denken dat een rokerige werkomgeving schadelijk is voor de gezondheid, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Helemaal niet Niet schadelijk Een beetje Schadelijk Zeer schadelijk Weet niet Het merendeel van de werknemers bleek te weten dat meeroken door deskundigen wordt gezien als een belangrijke risicofactor voor luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten en longkanker. Slechts 8% denkt(onterecht) dat de kans op reuma door meeroken toeneemt. Tussen de sectoren worden enkele significante verschillen gevonden. Zo is volgens werknemers in de gezondheidszorg het risico op lucht- 42 PARA-meter onderzoek werknemers
43 wegaandoeningen significant groter terwijl men er in de horeca minder van overtuigd was. Tot slot waren medewerkers uit het onderwijs zich in verhouding meer bewust van het feit dat deskundigen meeroken een risicofactor voor longkanker vinden. Tabel 3.82 Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor (%) Luchtwegaandoeningen Reuma Hart- en vaatziekten Longkanker Waar Niet waar Weet niet Assertiviteit Gedrag Door de nieuwe tabakswet hebben alle werknemers vanaf 1 januari 2004 recht op een rookvrije werkplek. Om vast te stellen wat voor actie werknemers ondernemen bij aanwezigheid van tabaksrook of rokende collega s zijn een aantal vragen gesteld. In deze paragraaf komt de mate waarin werknemers mondeling iets proberen te doen aan het roken van anderen op het werk aan de orde. Werknemers kunnen bijvoorbeeld aan rokende collega s vragen niet te roken. Eénderde van de ondervraagden die zelf niet op het werk roken heeft dit wel eens gevraagd; 29% vroeg het soms en 4% regelmatig tot vaak. 64% vroeg nooit aan een rokende collega om niet te roken en 1% weet het niet. Tussen de sectoren waren significante verschillen. De frequentie waarin deze vraag aan rokende collega s werd gesteld was significant lager in de sectoren financiële dienstverlening, zorg en reparatie consumentenartikelen en handel. In de industrie werd deze vraag frequenter dan gemiddeld gesteld. In tabel 3.83 zijn de resultaten voor de verschillende sectoren weergegeven. Tabel 3.83 Frequentie waarmee door werknemers aan hun rokende collega s wordt gevraagd om niet te roken, per sector (%) (Basis: indien rookt niet op het werk) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Licht gearceerd=significant minder gevraagd dan gemiddeld Donker gearceerd=significant vaker gevraagd dan gemiddeld In kleine bedrijven werd deze vraag significant minder frequent gesteld dan in middelgrote en grote bedrijven. PARA-meter onderzoek werknemers 43
44 Tabel 3.84 Frequentie waarmee door werknemers aan hun rokende collega s wordt gevraagd om niet te roken, per bedrijfsgrootte (%) (Basis: Indien rookt niet op het werk) klein middelgroot groot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Een andere optie is het rookgedrag van collega s bespreken met een leidinggevende. Van alle respondenten had 9% wel eens een probleem dat te maken had met roken aangekaart bij een leidinggevende, 91% had dat nooit gedaan. In de zorgsector had een significant lager percentage werknemers een aan roken gerelateerd probleem met de leiding besproken dan gemiddeld over alle sectoren. Dit is te zien in tabel Tabel 3.85 Heeft u wel eens een probleem dat te maken had met roken aangekaart bij een leidinggevende of een ander aanspreekpersoon? Per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ja Nee Licht gearceerd=significant minder vaak een aan roken gerelateerd onderwerp aangekaart dan gemiddeld Donker gearceerd=significant vaker een aan roken gerelateerd onderwerp aangekaart dan gemiddeld Tussen bedrijfsgrootten was eveneens een significant verschil. In middelgrote bedrijven werd significant vaker met een leidinggevende over een probleem met betrekking tot roken gesproken dan in kleine en grote bedrijven. In tabel 3.86 zijn de percentages per bedrijfsgrootte weergegeven. Tabel 3.86 Heeft u wel eens een probleem dat te maken had met roken aangekaart bij een leidinggevende of een ander aanspreekpersoon? Per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Ja Nee Aan alle respondenten is gevraagd of men personen die roken op plaatsen waar dat niet is toegestaan aanspreekt op hun rookgedrag. Op deze vraag antwoordden vier op de tien ondervraagden dat zij er zeker iets van zouden zeggen. Daarnaast zou een derde van de werknemers de roker er waarschijnlijk wel op aanspreken. Er zijn significante verschillen tussen sectoren. In de sectoren bouwnijverheid en vervoer, opslag en communicatie waren werknemers minder geneigd rokers hier op aan te spreken dan gemiddeld in de andere sectoren. In tabel 3.87 is per sector weergegeven hoeveel procent van de respondenten een reactie zou geven. 44 PARA-meter onderzoek werknemers
45 Tabel 3.87 Als iemand, bijvoorbeeld een collega, zou roken op plaatsen waar volgens de regels niet gerookt mag worden, zou u deze persoon daar dan op aanspreken? Per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien wel/niet Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Licht gearceerd=significant minder geneigd om een persoon aan te spreken op rookgedrag op plaatsen waar dat niet mag dan gemiddeld Donker gearceerd= significant meer geneigd om een persoon aan te spreken op rookgedrag op plaatsen waar dat niet mag dan gemiddeld Ook de omvang van het bedrijf hangt samen met de assertiviteit van werknemers. In kleine en grote bedrijven waren werknemers meer geneigd om collega s op hun rookgedrag aan te spreken dan in middelgrote bedrijven. Tabel 3.88 Als iemand, bijvoorbeeld een collega, zou roken op plaatsen waar volgens de regels niet gerookt mag worden, zou u deze persoon daar dan op aanspreken? Per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien wel / niet Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Als iemand rookt op een plaats waar dat niet is toegestaan dan zal men significant vaker de betreffende persoon er op aanspreken dan dat men het tegen zijn of haar leidinggevende zegt. Van alle ondervraagden gaf slechts 8% te kennen het zeker aan de leidinggevende te melden. Per sector waren er geen significante verschillen; tussen bedrijfsgrootten wel. In kleine bedrijven werd het roken van collega s in mindere mate dan in middelgrote bedrijven aan een leidinggevende gemeld. In grote bedrijven werd het vervolgens weer in mindere mate doorgegeven dan in kleine bedrijven. In tabel 3.89 en 3.90 is per sector en per bedrijfsgrootte weergegeven hoeveel mensen aan de leidinggevende zouden melden dat iemand rookt waar dat niet is toegestaan. PARA-meter onderzoek werknemers 45
46 Tabel 3.89 Als iemand, bijvoorbeeld een collega, zou roken op plaatsen waar volgens de regels niet gerookt mag worden, zou u daar dan tegen uw leiding iets van zeggen? Per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien wel / niet Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Tabel 3.90 Als iemand, bijvoorbeeld een collega, zou roken op plaatsen waar volgens de regels niet gerookt mag worden, zou u daar dan tegen uw leiding iets van zeggen? Per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien wel /misschien niet Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Betrokken partijen Eénentachtig procent van de werknemers wist bij wie ze op het werk terecht kunnen met een probleem dat te maken heeft met roken. Er waren geen significante verschillen tussen sectoren. De resultaten voor de sectoren zijn weergegeven in tabel Tabel 3.91 Weet u bij wie u terecht kunt als u op het werk een probleem zou hebben dat te maken heeft met roken, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Ja Nee In middelgrote bedrijven wist een significant hoger percentage werknemers bij wie ze terecht konden met problemen over roken dan in grote bedrijven. De resultaten voor de bedrijfsgrootten zijn weergegeven in tabel Tabel 3.92 Weet u bij wie u terecht kunt als u op het werk een probleem zou hebben dat te maken heeft met roken, per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Ja Nee PARA-meter onderzoek werknemers
47 Op de vraag waar men op het werk terecht kan met problemen met betrekking tot roken antwoordde zeventig procent van degenen die weten waar zij dit moeten melden met bij het afdelingshoofd of leidinggevende. En andere relatief vaak gegeven antwoord was bij de directie (42%). Werknemers uit zowel bedrijven uit verschillende sectoren als uit bedrijven van verschillende grootte verschilden significant van elkaar in de plaats die ze noemden. In tabel 3.93 en tabel 3.94 zijn de resultaten voor de sectoren en bedrijfsgrootten weergegeven. Tabel 3.93 Waar kunnen werknemers terecht als ze op het werk een probleem hebben dat maken heeft met roken, per sector (%) (Basis: indien bekend, meer antwoorden mogelijk) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Afdelingshoofd/ leidinggevende Arbo-dienst Bedrijfsarts Beheerder gebouw Directie Klachten-commissie MZR/OR Geen van deze Tabel 3.94 Waar kunnen werknemers terecht als ze op het werk een probleem hebben dat maken heeft met roken, per bedrijfsgrootte (%)(Basis: indien bekend, meer antwoorden mogelijk) klein middelgroot groot Afdelingshoofd/leidinggevende Arbo-dienst Bedrijfsarts Beheerder gebouw Directie Klachtencommissie MZR/OR Geen van deze Negen procent van de werknemers heeft ooit een probleem dat te maken had met roken aangekaart bij een leidinggevende of ander aanspreekpersoon. Hierdoor konden slechts 194 personen aangeven of en bij wie het voorleggen van het probleem succesvol was. In 21% van de gevallen had de melding geen succes. De grootste kans op een positieve uitkomst leek te zijn verkregen bij de directie of afdelingshoofd / leidinggevende. Dit kan echter niet met zekerheid worden vastgesteld omdat er niet bekend is bij wie de niet-succesvolle meldingen zijn gedaan. Er blijven te weinig personen over om betrouwbare uitspraken te doen over de afzonderlijke sectoren en bedrijfsgrootten. Om deze reden zijn alleen de totalen weergegeven. Dit is te zien in tabel PARA-meter onderzoek werknemers 47
48 Tabel 3.95 Bij wie is het aankaarten van een probleem dat te maken had met roken wel eens succesvol geweest(%) totaal (n=194) Bij niemand 21 Afdelingshoofd/ leidinggevende 37 Arbo-dienst 3 Directie 39 MZR/OR Attitude Een overgrote meerderheid van de werknemers (91%) vond het een goede zaak als een collega aan een andere collega vraagt om niet te roken. Slecht één procent vond het niet zo n goed idee en zeven procent stond er neutraal tegenover. Er waren significante verschillen tussen sectoren in de mate waarin werknemers dit goed vonden. In de bouwnijverheid en reparatie consumentenartikelen en handel waren werknemers minder positief over een dergelijk verzoek dan gemiddeld in de overige sectoren. Dit is te zien in tabel De omvang van een bedrijf was niet van invloed op de mening over deze vraag. Tabel 3.96 Mening van werknemers over het door een collega aan een rokende collega vragen om niet te roken, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Heel goed Goed Niet goed/ niet slecht Niet zo goed Helemaal niet goed Weet niet Licht gearceerd = significant minder positief over assertiviteit ten aanzien van rokers dan gemiddeld Donker gearceerd = significant positiever over assertiviteit ten aanzien van rokers dan gemiddeld Subjectieve norm De vraag Hoe vaak wordt er op uw werk door collega s aan een rokende collega gevraagd om niet te roken is gesteld aan alle respondenten. Dit in tegenstelling tot de vraag naar de eigen assertiviteit die alleen werd beantwoord door mensen die niet op hun werk roken. Bij de helft van de werknemers kwam het op het werk niet voor dat door niet-rokers aan rokende collega s werd gevraagd niet te roken. In tabel 3.97 zijn de resultaten per sector weergegeven. Er was een significante associatie tussen sector en de frequentie waarmee collega s aan rokers op het werk vragen om niet te roken. In de sectoren openbaar bestuur en sociale verzekeringen en vervoer, opslag en communicatie gebeurde dit significant vaker dan gemiddeld en in de sectoren financiële dienstverlening, zorg, onderwijs en reparatie consumentenartikelen en handel gebeurde dit significant minder vaak dan gemiddeld. 48 PARA-meter onderzoek werknemers
49 Tabel 3.97 Frequentie waarmee door collega s aan rokers wordt gevraagd om niet te roken, per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Licht gearceerd= minder vaak dan gemiddeld gevraagd niet te roken Donker gearceerd=vaker dan gemiddeld gevraagd niet te roken Ook bedrijfsgrootte was significant geassocieerd met de mate waarin aan rokende collega s werd gevraagd niet te roken. In middelgrote en grote bedrijven werd dit significant vaker gevraagd dan in kleine bedrijven. In tabel 3.98 zijn de waarden per bedrijfsgrootte weergegeven. Tabel 3.98 Frequentie waarmee door collega s aan rokers wordt gevraagd om niet te roken, naar bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Nooit Soms Regelmatig Vaak Zeer vaak Weet niet Zes op de tien werknemers gaven aan dat de meerderheid van hun collega s het goed tot zeer goed vond als aan rokende collega s gevraagd wordt om niet te roken. Slechts 4% was van mening dat de meerderheid van hun collega s het niet zo tot helemaal niet goed vond en 15% stond er neutraal tegenover. Er waren significante verschillen tussen sectoren. In de sectoren openbaar bestuur en verhuur en zakelijke dienstverlening vond de meerderheid van de collega s het significant beter als aan een rokende collega gevraagd werd om niet te roken dan gemiddeld. In de horeca, industrie en vervoer, opslag en communicatie vond de meerderheid het minder goed dan gemiddeld. Dit is in tabel 3.99 te zien. Tabel 3.99 Wat vindt de meerderheid van uw collega s ervan als aan rokende collega s gevraagd wordt om niet te roken? per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Heel goed Goed Niet goed/niet slecht Niet zo goed Helemaal niet goed Weet niet Licht gearceerd = significant minder goed gevonden dan gemiddeld, Donker gearceerd is significant beter gevonden dan gemiddeld. PARA-meter onderzoek werknemers 49
50 Op dit punt verschilden alle bedrijfsgrootten significant van elkaar. Hoe kleiner het bedrijf hoe positiever de meerderheid van de collega s tegenover een dergelijk verzoek stond. Tabel Wat vindt de meerderheid van uw collega s ervan als aan rokende collega s gevraagd wordt om niet te roken? Naar bedrijfsgroottte (%) klein middelgroot groot Heel goed Goed Niet goed/niet slecht Niet zo goed Helemaal niet goed Weet niet Eigen effectiviteit Zevenenvijftig procent van de rokers die op het werk roken zou naar eigen zeggen zeker zijn of haar sigaret uitmaken als een collega daar om zou vragen. Ruim een kwart (27%) maakte zijn/haar sigaret waarschijnlijk wel uit, tien procent twijfelde en vijf procent zou dit zeker of waarschijnlijk niet doen. Zowel tussen sectoren als bedrijfsgrootten waren er significante verschillen. In de zorg, het openbaar bestuur en sociale verzekeringen en vervoer en zakelijke dienstverlening waren rokers meer bereid hun sigaret uit te maken dan gemiddeld terwijl rokers in de sector reparatie consumenten artikelen en handel juist minder bereidwillig waren. Tabel Zou u uw sigaret uitmaken als een collega daar om zou vragen? Per sector (%) (Basis: Indien rookt op het werk, n=451) bouw* cult* fin* zorg* hor ind* lv* ond* obsv* ovz* rch* vzd* voc tot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Licht gearceerd=significant minder geneigd een sigaret uit te maken als collega daar om zou vragen Donker gearceerd=significant meer geneigd een sigaret uit te maken als een collega daar om zou vragen * = percentage indicatief door lage n In grote bedrijven zou men eerder een sigaret voor een collega uitmaken dan in kleine of middelgrote bedrijven. 50 PARA-meter onderzoek werknemers
51 Tabel Zou u uw sigaret uitmaken als een collega daar om zou vragen? Per bedrijfsgrootte (%) (Basis: Indien rookt op het werk, n=451) klein middelgroot groot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Ruim zes van de tien niet op het werk rokende werknemers vonden het (heel) makkelijk om aan een rokende collega te vragen om niet te roken. Negentien procent van de niet-rokers had er moeite mee. Tussen de sectoren werden de volgende verschillen geconstateerd: in de sector reparatie consumentenartikelen en handel vonden niet-rokende werknemers het relatief moeilijk en in de sector vervoer, opslag en communicatie vond men het makkelijker dan gemiddeld. De resultaten per sector zijn weergegeven in tabel Tabel Hoe makkelijk of moeilijk zou u het vinden om een rokende collega te vragen om niet te roken? per sector (%) (Basis: indien rookt niet op het werk) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Heel makkelijk Makkelijk Niet makkelijk/ niet moeilijk Moeilijk Heel moeilijk Weet niet Licht gearceerd=significant minder moeilijk om te vragen aan een rokende collega om niet te roken Donker gearceerd=significant moeilijkerer om te vragen aan een rokende collega om niet te roken Tussen bedrijfsgrootten waren eveneens significante verschillen. In kleine bedrijven vonden werknemers het makkelijker om deze vraag te stellen dan in middelgrote of grote bedrijven. Tabel Hoe makkelijk of moeilijk zou u het vinden om een rokende collega te vragen om niet te roken? Per bedrijfsgrootte (%) (Basis: indien rookt niet op het werk) klein middelgroot groot Heel makkelijk Makkelijk Niet makkelijk/ niet moeilijk Moeilijk Heel moeilijk Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers 51
52 Door bijna tweederde van de werknemers die niet op het werk roken werd aangegeven dat zij het (heel) makkelijk vonden om aan de leiding om een rookvrije werkplek te vragen. In de sectoren zorg, industrie en openbaar bestuur en sociale verzekeringen vond men het significant minder moeilijk om een rookvrije werkplek te vragen dan gemiddeld. In de sector reparatie consumentenartikelen en handel vond men het significant moeilijker om dit te vragen. In tabel zijn de resultaten per sector weergegeven. Tabel In hoeverre zou u het makkelijk of moeilijk vinden om bij de leiding om een rookvrije werkplek te vragen? per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Heel makkelijk Makkelijk Niet makkelijk/ niet moeilijk Moeilijk Heel moeilijk Weet niet Licht gearceerd=significant moeilijker om bij de leiding een rookvrije werkplek te vragen Donker gearceerd=significant minder moeilijk om bij de leiding een rookvrije werkplek te vragen Ook tussen bedrijfsgrootten waren significant verschillen in de mate waarin werknemers het moeilijk vonden om aan hun leidinggevende een rookvrije werkplek te vragen. In middelgrote bedrijven vonden werknemers dit gemiddeld significant moeilijker dan in kleine of grote bedrijven. Dit is te zien in tabel Tabel In hoeverre zou u het makkelijk of moeilijk vinden om bij de leiding om een rookvrije werkplek te vragen? per bedrijfsgrootte (%) klein middelgroot groot Heel makkelijk Makkelijk Niet makkelijk/niet moeilijk Moeilijk Heel moeilijk Weet niet Volgens ruim zeven op de tien werknemers die niet op het werk roken zouden rokende collega s hun sigaret zeker of waarschijnlijk uitmaken als ze daar om zouden vragen. De mening van een aantal sectoren verschilde significant van de gemiddelde mening op dit punt. In de zorg en verhuur en zakelijke dienstverlening achtte men de kans groter dat rokende collega s op verzoek hun sigaret uitmaken, terwijl de verwachting in de sectoren horeca en vervoer, opslag en communicatie lager is dan gemiddeld. Tussen bedrijfsgrootten waren geen significante verschillen.in tabel zijn de resultaten voor de sectoren weergegeven. 52 PARA-meter onderzoek werknemers
53 Tabel Zouden rokende collega s hun sigaret uitmaken als u er om zou vragen? per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien wel/ misschien niet Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Licht gearceerd=significant hogere verwachting dat collega s sigaret uitmaken als men daar om zou vragen Donker gearceerd=significant lagere verwachting dat collega s sigaret uitmaken als men daar om zou vragen Tweederde van de niet op het werk rokende werknemers verwachtte zeker of waarschijnlijk een rookvrije werkplek te krijgen als daarom werd gevraagd. Tien procent dacht dat dit verzoek zeker of waarschijnlijk niet ingewilligd zou worden. Sectoren verschilden significant van elkaar. In de industrie dachten significant meer werknemers dan gemiddeld een rookvrije werkplek te krijgen. In de sectoren reparatie consumentenartikelen en handel en verhuur en zakelijke dienstverlening dachten significant minder werknemers dan gemiddeld een rookvrije werkplek te krijgen. In tabel zijn de resultaten per sector weergegeven. Tabel Als u uw leidinggevende zou vragen om een rookvrije werkplek zou u die dan ook krijgen? per sector (%) bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv ovz rch vzd voc tot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien wel/ misschien niet Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet Licht gearceerd=significant lagere verwachting over verkrijgen rookvrije werkplek Donker gearceerd=significant hogere verwachting over verkrijgen rookvrije werkplek Ook tussen bedrijfsgrootten waren significante verschillen. In grote bedrijven was de bereidheid om werknemers te voorzien van een rookvrije werkplek hoger dan in kleine of middelgrote bedrijven. PARA-meter onderzoek werknemers 53
54 Tabel Als u uw leidinggevende zou vragen om een rookvrije werkplek zou u die dan ook krijgen? per sector (%) klein middelgroot groot Zeker wel Waarschijnlijk wel Misschien wel / misschien niet Waarschijnlijk niet Zeker niet Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers
55 4 Vergelijking Het onderzoek van 2004 is grotendeels een herhaling van het eerste PARAMETER onderzoek uit In dit hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten van 2004 vergeleken met De vergelijking wordt steeds per sector en per bedrijfsgrootte gemaakt. De opbouw van dit hoofdstuk is vergelijkbaar met hoofdstuk Kenmerken respondenten In de afgelopen twee jaar is het rookgedrag per sector zo goed als niet veranderd. In onderstaande tabel is zichtbaar dat het percentage dagelijkse rokers in 2004 in vrijwel alle sectoren gelijk is aan dat van De enige significante verschillen worden gevonden in de sectoren openbaar bestuur en sociale verzekeringen en openbare voorzieningen; in de sector openbaar bestuur en sociale verzekeringen is het percentage werknemers dat af en toe rookt toegenomen en het percentage werknemers dat nooit rookt afgenomen. In de sector openbare voorzieningen wordt eveneens een toename van het percentage werknemers dat af en toe rookt geconstateerd. Tabel 4.1 Rookgedrag werknemers, per sector (percentage) Dagelijks Af en toe Nooit Dagelijks Af en toe Nooit bouw cult fin zorg hor ind lv ond obsv * 68* ovz * 68 rch vzd voc Ook per bedrijfsgrootte zijn de verschillen beperkt; ten opzichte van 2002 is alleen het percentage dagelijks rokende werknemers in middelgrote bedrijven significant gedaald. PARA-meter onderzoek werknemers 55
56 Tabel 4.2 Rookgedrag werknemers, per bedrijfsgrootte (percentage) Dagelijks Af en toe Nooit Dagelijks Af en toe Nooit klein middelgroot * 7 71 groot Het percentage ex-rokers (van de niet-rokende werknemers) is in 2004 zowel op sector- als op bedrijfsgrootte-niveau gelijk aan dat van Dit is zichtbaar in tabel 4.3 en 4.4. Tabel 4.3 Percentage ex-rokers, per sector (van de niet-rokers) Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie Tabel 4.4 Percentage ex-rokers, per bedrijfsgrootte (van de niet-rokers) klein middelgroot groot Het percentage rokers dat op het werk rookt is vergeleken met 2002 in vrijwel alle sectoren gedaald. Er heeft een significante daling plaatsgevonden in de sectoren industrie, verhuur en zakelijke dienstverlening en vervoer, opslag en communicatie. In de landbouw en visserij is het percentage rokers dat op het werk rookt gestegen. Door de kleine steekproefgrootte dient deze stijging echter als zeer indicatief te worden beschouwd. 56 PARA-meter onderzoek werknemers
57 Tabel 4.5 Percentage rokende werknemers dat op het werk rookt, per sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie 91 70* Landbouw, visserij * Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening * Vervoer, opslag, communicatie 91 72* + = percentage indicatief door lage n De significante afname van het percentage rokende werknemers dat op het werk rookt geldt voor alle bedrijfsgrootten. Tabel 4.6 Percentage rokende werknemers dat op het werk rookt, per bedrijfsgrootte klein 84 69* middelgroot 79 63* groot 76 65* In de sector verhuur en zakelijke dienstverlening is er een significante daling in het percentage werknemers dat op het werk rookt. In veruit de meeste overige sectoren is het percentage werknemers dat op het werk rookt indicatief gedaald (niet significant). Door het verschil in weging tussen 2002 en 2004 (zie paragraaf 2.1) kunnen geen vergelijkingen op totaalniveau tussen beide jaren worden gemaakt maar uit bovenstaande kan min of meer worden afgeleid dat er in Nederland vergeleken met 2002 percentueel minder werknemers op het werk roken. PARA-meter onderzoek werknemers 57
58 Tabel 4.7 Percentage werknemers dat op het werk rookt, per sector (basis: rokers en nietrokers) Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening 27 16* Vervoer, opslag, communicatie In middelgrote bedrijven wordt er in 2004 door significant minder werknemers op het werk gerookt dan in Tabel 4.8 Percentage werknemers dat op het werk rookt, per bedrijfsgrootte (basis: rokers en niet-rokers) klein middelgroot 27 18* groot *= significant hoger of lager percentage dan in 2002 (p<0,05) Vergeleken met 2002 is in 2004 de hoeveelheid tabak die gemiddeld per dag op het werk wordt gerookt in verschillende sectoren gedaald. Een eenheid kan één sigaret, één shagje, één sigaar of één portie pijptabak zijn. In de sectoren cultuur, recreatie en overige dienstverlening, zorg, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en openbare voorzieningsbedrijven wordt per roker op het werk gemiddeld minder eenheden tabak gerookt dan in In tabel 4.9 is per sector voor beide jaren weergegeven hoeveel tabak er gemiddeld per roker op het werk wordt gerookt. Zoals eerder vermeld kan er door een verschil in weging geen vergelijking op totaalniveau tussen beide jaren worden gemaakt. Uit onderstaande tabel valt echter af te leiden dat de hoeveelheid tabak die per roker op het werk wordt gerookt gelijk is gebleven danwel licht is gedaald. 58 PARA-meter onderzoek werknemers
59 Tabel 4.9 Eenheden tabak op het werk per roker, per sector Eenheden per roker Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening+ 10 7* Financiële instellingen+ 7 7 Gezondheids-, welzijnszorg+ 9 6* Horeca Industrie 9 8 Landbouw, visserij+ 9 8 Onderwijs+ 7 8 Openbaar bestuur/sociale verzekeringen+ 10 6* Openbare voorzieningsbedrijven+ 13 8* Reparatie consumentenartikelen/handel+ 8 8 Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie = percentage indicatief door lage n Uit een analyse per bedrijfsgrootte blijkt dat de hoeveelheid tabak die in 2004 gemiddeld per dag op het werk wordt gerookt niet verschilt van het aantal eenheden dat in 2002 werd gerookt. Tabel 4.10 Eenheden tabak op het werk per roker, per bedrijfsgrootte Eenheden per roker klein middelgroot 10 8 groot 8 8 Het aantal sigaretten en/of shagjes dat in 2004 gemiddeld per dag per roker buiten het werk wordt gerookt verschilt niet van Alleen in de sector openbare voorzieningsbedrijven worden vergeleken met 2002 significant minder eenheden tabak buiten het werk gerookt. PARA-meter onderzoek werknemers 59
60 Tabel 4.11 Eenheden tabak buiten het werk per roker, per sector Eenheden per roker Bouwnijverheid 8 7 Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen+ 7 8 Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie 9 7 Landbouw, visserij+ 7 7 Onderwijs+ 7 7 Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven+ 11 7* Reparatie consumentenartikelen/handel+ 9 9 Verhuur/zakelijke dienstverlening+ 8 8 Vervoer, opslag, communicatie = percentage indicatief door lage n Per bedrijfsgrootte zijn er geen significante verschillen in de gemiddelde hoeveelheid rookwaar die een roker gemiddeld buiten het werk rookt. Tabel 4.12 Eenheden tabak buiten het werk per roker, per bedrijfsgrootte Eenheden per roker klein 9 8 middelgroot 9 9 groot Overlast In alle sectoren is het percentage werknemers dat in zijn of haar werkomgeving te maken heeft met tabaksrook significant gedaald. Aangenomen kan worden dat het totaal aantal werknemers in Nederland dat last heeft van tabaksrook in 2004 lager is dan in PARA-meter onderzoek werknemers
61 Tabel 4.13 Percentage werknemers dat in hun werkomgeving niet in aanraking kwam met tabaksrook, per sector. Sector Bouwnijverheid 16 39* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 39 57* Financiële instellingen 49 79* Gezondheids-, welzijnszorg 59 77* Horeca 16 26* Industrie 29 58* Landbouw, visserij 41 52* Onderwijs 54 73* Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 40 74* Openbare voorzieningsbedrijven 34 66* Reparatie consumentenartikelen/handel 31 65* Verhuur/zakelijke dienstverlening 43 66* Vervoer, opslag, communicatie 24 46* In tabel 4.14 en 4.15 is het verschil in blootstelling aan tabaksrook tussen 2002 en 2004 voor respectievelijk rokers en niet-rokers weergegeven. Tabel 4.14 Percentage rokers dat in hun werkomgeving niet in aanraking kwam met tabaksrook, per sector. Sector Bouwnijverheid 13 34* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening * Financiële instellingen * Gezondheids-, welzijnszorg Horeca 8 20 Industrie 26 58* Landbouw en visserij Onderwijs * Openbaar bestuur/sociale verzekeringen * Openbare voorzieningsbedrijven * Reparatie consumentenartikelen/handel * Verhuur/zakelijke dienstverlening * Vervoer, opslag, communicatie 20 46* + = percentage indicatief door lage n, PARA-meter onderzoek werknemers 61
62 Tabel 4.15 Percentage niet-rokers dat in werkomgeving niet in aanraking kwam met tabaksrook, per sector Sector Bouwnijverheid 18 42* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen 50 82* Gezondheids-, welzijnszorg 45 71* Horeca Industrie 30 58* Landbouw, visserij Onderwijs 56 72* Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 39 67* Openbare voorzieningsbedrijven 37 66* Reparatie consumentenartikelen/handel 34 68* Verhuur/zakelijke dienstverlening 46 67* Vervoer, opslag, communicatie 26 47* Het percentage werknemers dat op het werk gemiddeld te maken heeft met een relatief grote hoeveelheid tabaksrook (tamelijk tot zeer veel) is in de verschillende sectoren ten opzichte van 2002 gelijk gebleven of gedaald. Het blijkt dat significant minder werknemers in de zorg, industrie, openbaar bestuur en sociale verzekeringen, openbare voorzieningsbedrijven, reparatie consumentenartikelen en handel en verhuur en zakelijke dienstverlening worden blootgesteld aan tamelijk tot zeer grote hoe-veelheden tabaksrook. In het algemeen lijkt er sprake van een dalende trend in het percentage werknemers dat te maken heeft met tamelijk tot zeer veel tabaksrook. Tabel 4.16 geeft hier een indicatie voor. Tabel 4.16 Percentage werknemers dat gemiddeld te maken heeft met tamelijk tot zeer veel tabaksrook in werkomgeving, per sector Sector Bouwnijverheid 15 9 Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 12 6 Financiële instellingen 5 4 Gezondheids-, welzijnszorg 14 5* Horeca Industrie 16 6* Landbouw, visserij 7 7 Onderwijs 3 1 Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 12 3* Openbare voorzieningsbedrijven 14 6* Reparatie consumentenartikelen/handel 16 6* Verhuur/zakelijke dienstverlening 9 2* Vervoer, opslag, communicatie PARA-meter onderzoek werknemers
63 Voor rokers en niet-rokers geldt hetzelfde. In veel sectoren hebben beide groepen werknemers in 2004 significant minder vaak te maken met tamelijk tot zeer veel tabaksrook in de werkomgeving. Rokers hebben minder te maken met tamelijk tot zeer veel tabaksrook in de sectoren cultuur, recreatie en overige dienstverlening, zorg, industrie en openbaar bestuur en sociale verzekeringen. Voor niet-rokers geldt dat er minder vaak tamelijk tot zeer veel tabaksrook is in de sectoren zorg, industrie, openbaar bestuur en sociale verzekeringen, reparatie consumentenartikelen en handel, verhuur en zakelijke dienstverlening en vervoer, opslag en communicatie. De verschillen per sector zijn voor rokers weergegeven in tabel 4.17 en voor de niet rokers in tabel Tabel 4.17 Percentage rokers dat gemiddeld te maken heeft met tamelijk tot zeer veel tabaksrook in werkomgeving, per sector Sector Bouwnijverheid 17 8 Cultuur, recreatie, overige dienstverlening+ 19 5* Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg+ 23 8* Horeca Industrie 21 6* Landbouw en visserij Onderwijs+ - - Openbaar bestuur/sociale verzekeringen+ 17 -* Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening+ 7 3 Vervoer, opslag, communicatie = percentage indicatief door lage n, Tabel 4.18 Percentage niet-rokers dat gemiddeld te maken heeft met tamelijk tot zeer veel tabaksrook in werkomgeving, per sector Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 8 7 Financiële instellingen 4 2 Gezondheids-, welzijnszorg 11 4* Horeca Industrie 13 6* Landbouw, visserij 5 8 Onderwijs 4 2 Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 11 4* Openbare voorzieningsbedrijven 10 4 Reparatie consumentenartikelen/handel 15 4* Verhuur/zakelijke dienstverlening 9 2* Vervoer, opslag, communicatie 20 7* PARA-meter onderzoek werknemers 63
64 In middelgrote bedrijven is het percentage werknemers dat tamelijk tot zeer veel tabaksrook in de werkomgeving heeft ten opzichte van 2002 significant gedaald. Tabel 4.19 Percentage werknemers dat gemiddeld te maken heeft met tamelijk tot zeer veel tabaksrook in werkomgeving, per bedrijfsgrootte. Bedrijfsgrootte klein middel 22 14* groot Zoals eerder in het rapport vermeld is aan alle werknemers die wel eens hinder van tabaksrook ondervinden gevraagd in welke van de in de vragenlijst genoemde ruimten men in aanraking komt met tabaksrook. De basis voor de onderstaande resultaten vormen alle werknemers die in de werkomgeving wel eens hinder ondervinden van tabaksrook. In tabel 4.20 wordt per sector weergegeven in hoeverre de blootstelling in de 6 meest genoemde rookruimten is gewijzigd. Gezien de beperkte hinder van tabaksrook in de overige ruimten is de keuze gemaakt alleen de 6 meest genoemde ruimten te rapporteren. Het percentage werknemers dat in de kantine in aanraking komt met tabaksrook is ten opzichte van 2002 gedaald. Kijken we naar de verschillende sectoren dan blijkt een significante daling voor zes van de dertien ondervraagde sectoren te gelden, te weten voor de zorg, industrie, openbaar bestuur en sociale verzekeringen, openbare voorzieningsbedrijven, reparatie consumentenartikelen handel en vervoer, opslag en communicatie. Ook in de werkruimte van anderen worden minder werknemers blootgesteld aan tabaksrook. In de volgende zes sectoren is de verbetering significant: bouwnijverheid, zorg, horeca, industrie, onderwijs en openbare voorzieningsbedrijven. Ten opzichte van 2002 is er weinig veranderd aan de blootstelling aan tabaksrook in de gangen van een bedrijf. Alleen in de sector vervoer, opslag en communicatie is er sprake van een significante daling. In de buitendienst is er in de meeste sectoren juist sprake van een stijging van de blootstelling aan tabaksrook. De stijging is significant in de sectoren zorg, landbouw en visserij en vervoer, opslag en communicatie. Het percentage werknemers dat bij de koffie-automaat in aanraking komt met tabaksrook is in de meeste sectoren onveranderd gebleven of gedaald. Significante dalingen hebben zich voorgedaan in de sectoren zorg, onderwijs, openbare voorzieningsbedrijven en vervoer, opslag en communicatie. Ook in de eigen werkruimte is de blootstelling aan tabaksrook minder. In de sectoren bouwnijverheid, industrie, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en verhuur en zakelijke dienstverlening hebben significant minder werknemers die er hinder van ondervinden te maken met tabaksrook. 64 PARA-meter onderzoek werknemers
65 Tabel 4.20 Ruimten waar werknemers tijdens hun werk in aanraking komen met tabaksrook (percentage genoemd), per sector (Basis: indien ondervindt wel eens hinder) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Kantine * * Werkruimte anderen 41 22* * 32 15* 54 36* Gangen Buitendienst * * Koffie-automaat * Eigen werkruimte 29 16* * Sector ond obsv ovz rch vzd voc Kantine * 55 24* 71 43* * Werkruimte anderen 58 30* * Gangen * Buitendienst * Koffie-automaat 29 3* * * Eigen werkruimte * * Uit tabel 4.21 blijkt dat in kleine bedrijven de blootstelling aan tabaksrook in de kantine significant is gedaald. Daarentegen hebben meer werknemers (zie definitie) in de buitendienst te maken met tabaksrook. In middelgrote bedrijven worden eveneens significant minder werknemers blootgesteld aan tabaksrook in de kantine. Daarnaast is de blootstelling lager in de werkruimte van anderen, bij de koffie-automaat en in de eigen werkruimte. In grote bedrijven is de situatie in alle genoemde ruimten veranderd ten opzichte van Vergeleken met 2002 komen minder werknemers in de kantine, werkruimte van anderen, gangen, koffie-automaat en eigen werkruimte in aanraking met tabaksrook. In de buitendienst is de blootstelling juist hoger. Tabel 4.21 Ruimten waar werknemers tijdens hun werk in aanraking komen met tabaksrook (percentage genoemd), per bedrijfsgrootte (Basis: indien ondervindt wel eens hinder) Sector klein middel groot Kantine 43 28* 60 38* 55 29* Werkruimte anderen * 47 32* Gangen * Buitendienst 12 26* * Koffie-automaat * 39 20* Eigen werkruimte * 20 7* PARA-meter onderzoek werknemers 65
66 Het percentage werknemers dat roken in de werkomgeving een beetje tot zeer hinderlijk vindt is in de afgelopen twee jaar in geen van de sectoren gewijzigd. Wel vinden werknemers in sectoren horeca en reparatie consumentenartikelen tabaksrook in 2004 gemiddeld significant minder hinderlijk dan in Tabel 4.22 Hoe hinderlijk vinden werknemers het als er in hun werkomgeving wordt gerookt, per sector (percentage) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Helemaal niet * Niet hinderlijk * Een beetje Hinderlijk Zeer hinderlijk Totaal beetje - zeer Weet niet Sector ond obsv ovz rch vzd voc Helemaal niet Niet hinderlijk * Een beetje * Hinderlijk Zeer hinderlijk Totaal beetje - zeer Weet niet Gemiddeld genomen wordt roken in de werkomgeving in middelgrote bedrijven significant hinderlijker gevonden dan in 2002 (P<0,05). Voor alle drie de bedrijfsgroottes geldt dat er tussen 2002 en 2004 geen verschil is in het percentage werknemers dat roken in de werkomgeving een beetje tot zeer hinderlijk vindt. Tabel 4.23 Hoe hinderlijk vinden werknemers het als er in hun werkomgeving wordt gerookt, per bedrijfsgrootte (percentage) Omvang klein middel groot Helemaal niet * Niet hinderlijk * 19 14* Een beetje Hinderlijk Zeer hinderlijk * Totaal beetje - zeer Weet niet 0 3* PARA-meter onderzoek werknemers
67 In 2004 is het percentage werknemers dat geen last heeft van tabaksrook in acht van de dertien sectoren significant hoger dan in In de vijf overige sectoren, te weten bouwnijverheid, industrie, landbouw en visserij en onderwijs en verhuur en zakelijke dienstverlening is sprake van een min of meer gelijk percentage of een indicatieve stijging. Tabel 4.24 Percentage werknemers dat in werkomgeving geen hinder ondervindt van tabaksrook, per sector Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 42 61* Financiële instellingen 52 70* Gezondheids-, welzijnszorg 48 59* Horeca 38 53* Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 34 66* Openbare voorzieningsbedrijven 35 53* Reparatie consumentenartikelen/handel 41 63* Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie 43 55* Het percentage rokers met last van tabaksrook is gedaald in de sectoren bouwnijverheid en reparatie consumentenartikelen. Een stijging van de overlast onder rokers is te vinden in de industrie. Uit een analyse per sector tussen 2002 en 2004 voor rokers en niet-rokers afzonderlijk, komt naar voren dat in 2004 vooral niet-rokers significant minder vaak overlast ondervinden van tabaksrook. Vergeleken met 2002 lijkt het percentage rokers dat in de werkomgeving geen hinder ondervindt van roken eveneens te stijgen maar deze stijging is vaak niet significant. Dit wordt (deels) veroorzaakt doordat de steekproef minder rokers dan niet-rokers bevat waardoor verschillen tussen rokers minder snel significant zijn dan verschillen tussen niet-rokers. In 2004 is het percentage rokers dat geen hinder ondervindt van tabaksrook significant hoger in de industrie en reparatie consumentenartikelen en handel. PARA-meter onderzoek werknemers 67
68 Tabel 4.25 Percentage rokers dat in werkomgeving geen hinder ondervindt van tabaksrook, per sector Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie 85 67* Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel * Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie = percentage indicatief door lage n Vergeleken met 2002 ondervinden minder niet-rokers hinder van tabaksrook in de sectoren bouwnijverheid, cultuur, recreatie, overige dienstverlening, financiële instellingen, horeca, openbaar bestuur en sociale verzekeringen, openbare voorzieningsbedrijven en reparatie consumenten artikelen en handel. Tabel 4.26 Percentage niet-rokers dat in werkomgeving geen hinder ondervindt van tabaksrook, per sector Sector Bouwnijverheid 21 36* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 35 56* Financiële instellingen 40 68* Gezondheids-, welzijnszorg Horeca 18 39* Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 23 53* Openbare voorzieningsbedrijven 24 46* Reparatie consumentenartikelen/handel 30 51* Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie PARA-meter onderzoek werknemers
69 4.3 Rookbeleid Vergeleken met 2002 lijkt het huidig rookbeleid strenger te zijn geworden. In alle sectoren is er significant vaker sprake van een volledig rookverbod. Een algemeen rookverbod met rookruimten komt eveneens vaker naar voren in de meeste sectoren. Alleen in de sectoren zorg en landbouw en visserij is er ten opzichte van 2002 geen significante stijging van het percentage werknemers met een algemeen rookverbod met rookruimten, in de overigen sectoren wel. Tabel 4.27 Huidig rookbeleid, per sector (percentage genoemd) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Geen 45 22* 20 10* 8 3* * 39 18* rookbeperkingen Beperkt rookverbod 31 14* 16 6* 9 3* * 27 8* Algemeen met * 44 15* 39 14* uitzonderingen Algemeen met 6 30* 15 33* 36 51* * 25 50* speciale rookruimten Volledig rookverbod 3 17* 12 31* 4 29* 14 39* 4 11* 3 14* 7 25* Sector ond obsv ovz rch vzd voc Geen 1-4 -* 14 3* 27 4* 26 5* 25 9* rookbeperkingen Beperkt rookverbod * 14 4* 18 10* 14 5* 20 11* Algemeen met 25 13* 42 12* 45 11* 37 18* 28 15* 30 20* uitzonderingen Algemeen met 45 33* 42 62* 25 66* 9 27* 16 50* 20 41* speciale rookruimten Volledig rookverbod 29 54* 6 25* 2 16* 8 41* 16 26* 6 19* Vergeleken met 2002 hebben zowel rokers als niet-rokers uit verschillende sectoren significant vaker te maken met een volledig rookverbod. Voor rokers zijn dit de sectoren cultuur, recreatie en overige dienstverlening, financiële dienstverlening, zorg, onderwijs, reparatie consumentenartikelen en handel en vervoer, opslag en communicatie. PARA-meter onderzoek werknemers 69
70 Tabel 4.28 Huidig rookbeleid, per sector voor rokers (percentage genoemd) Sector bouw cult+ fin+ zorg+ hor ind lv Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod * * Algemeen * 42 17* met uitzonderingen Algemeen met 4 29* 14 37* * speciale rookruimten Volledig rookverbod * 4 18* 13 38* Sector ond+ obsv+ ovz+ rch+ vzd+ voc Geen rookbeperkingen * 37 11* 30 9* 36 14* Beperkt rookverbod Algemeen met uitzonderingen 28 7* 45 11* 44 11* 35 16* Algemeen met * 9 31* 19 52* speciale rookruimten Volledig rookverbod 25 57* * * += percentage indicatief door lage n Voor de niet rokers geldt dat in 2004 in bijna alle sectoren, uitgezonderd horeca en vervoer en zakelijke dienstverlening, significant vaker een volledig rookverbod van kracht is. 70 PARA-meter onderzoek werknemers
71 Tabel 4.29 Huidig rookbeleid, per sector voor niet-rokers (percentage genoemd) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Geen 42 16* * * 39 17* rookbeperkingen Beperkt rookverbod 30 13* * * 24 7* Algemeen * 45 13* 38 14* met uitzonderingen Algemeen met 7 31* 16 31* 34 52* * 24 48* speciale rookruimten Volledig rookverbod 3 21* 16 33* 4 32* 14 39* * 9 26* Sector ond obsv ovz rch vzd voc Geen 1-5 -* 13 2* 23 1* 24 3* 18 5* rookbeperkingen Beperkt rookverbod * 13 1* 21 9* Algemeen met * 46 11* 38 20* 30 16* 36 20* uitzonderingen Algemeen met * 26 65* 10 25* 15 49* 21 48* speciale rookruimten Volledig rookverbod 30 53* 5 23* 1 21* 9 46* * In 2004 geven werknemers uit zowel kleine, middelgrote als grote bedrijven significant vaker aan dat ze werkzaam zijn in een bedrijf waar een algemeen rookverbod met rookruimten of een volledig rookverbod geldt. In tabel 4.30 staat het huidige rookbeleid per bedrijfsgrootte vermeld. Tabel 4.30 Huidig rookbeleid, per bedrijfsgrootte (percentage genoemd) Sector klein middel groot Geen rookbeperkingen 42 20* 20 6* 6 2* Beperkt rookverbod * 13 3* Algemeen met uitzonderingen * 39 17* Algemeen met speciale rookruimten 7 14* 19 31* 36 58* Volledig rookverbod 14 37* 10 36* 5 20* Ten opzichte van 2002 zijn binnen elf van de dertien sectoren verschuivingen waar te nemen in de omschrijving van het ideale rookbeleid. De meest opvallende is een stijging van het percentage werknemers dat de voorkeur geeft aan een volledig rookverbod in de sectoren bouwnijverheid, financiële instellingen, zorg, industrie, landbouw en visserij, onderwijs en reparatie consumentenartikelen en handel. In een aantal sectoren zijn er vergeleken met 2002 opmerkelijke verschuivingen in het ideale rookbeleid. PARA-meter onderzoek werknemers 71
72 Zo is het ideale rookbeleid in de bouw verschoven van geen of een beperkt rookverbod naar met name een algemeen rookverbod met rookruimten. In de horeca en het openbaar bestuur en sociale verzekeringen kiezen werknemers significant vaker voor een een algemeen rookverbod met rookruimten en ten opzichte van 2002 minder vaak voor een algemeen rookverbod met uitzonderingen. In de landbouw en visserij en het onderwijs geeft men in 2004 minder vaak de voorkeur aan algemeen rookverbod met rookruimten en vaker aan een volledig rookverbod dan in In tabel 4.31 staat het ideale rookbeleid van werknemers per sector vermeld. Tabel 4.31 Ideaal rookbeleid, per sector (percentage genoemd) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod 29 12* * Algemeen met * 16 8* 31 17* uitzonderingen Algemeen met 26 41* * * speciale rookruimten Volledig rookverbod 9 18* * 16 25* * 11 30* Sector ond obsv ovz rch vzd voc Geen rookbeperkingen * Beperkt rookverbod * Algemeen met uitzonderingen * * Algemeen met 59 47* 52 64* 43 58* * speciale rookruimten Volledig rookverbod 32 43* * Ook het ideale rookbeleid van rokers en niet-rokers is in de afgelopen twee jaar in een aantal sectoren gewijzigd. Rokers uit de sectoren reparatie consumentenartikelen en handel en vervoer, opslag en communicatie kiezen significant vaker dan in 2002 voor een volledig rookverbod. Deze voorkeur wordt ook vaker aangegeven door niet-rokers in de sectoren financiële dienstverlening, zorg, industrie, landbouw en visserij en reparatie consumentenartikelen en handel. Uit tabel 4.32 blijkt eveneens dat rokers in de bouwnijverheid in 2004 minder vaak voor een beperkt rookverbod kiezen. Zij neigen naar een strenger rookbeleid. In de financiële dienstverlening zijn rokers minder overtuigd van een algemeen rookverbod met uitzonderingen dan in Ook zij zijn vaker voorstander van een strenger beleid (indicatief). In de industrie en openbare voorzieningsbedrijven kiezen rokers minder vaak voor een beperkt rookverbod. Dit in het voordeel van een algemeen rookverbod met rookruimten. 72 PARA-meter onderzoek werknemers
73 Overige significante verschillen tussen 2002 en 2004 voor rokers en niet-rokers zijn gevisualiseerd in tabel 4.32 en 4.33 tabel. Tabel 4.32 Ideaal rookbeleid, per sector voor rokers (percentage genoemd) Sector bouw cult+ fin+ zorg+ hor ind lv Geen rookbeperkingen Beperkt 46 19* * rookverbod Algemeen met * uitzonderingen Algemeen met * speciale rookruimten Volledig rookverbod Sector ond+ obsv+ ovz+ rch vzd voc Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod * Algemeen met uitzonderingen Algemeen met speciale * rookruimten Volledig rookverbod * * + = percentage indicatief door lage n Tabel 4.33 Ideaal rookbeleid, per sector voor niet-rokers (percentage genoemd) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Geen rookbeperkingen Beperkt rookverbod 19 8* * 14 6* Algemeen met * 31 16* uitzonderingen Algemeen met * * speciale rookruimten Volledig rookverbod * 20 31* * 14 35* Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Geen * 7 4 rookbeperkingen Beperkt rookverbod * Algemeen met uitzonderingen * * 13 5* Algemeen met speciale * 49 65* rookruimten Volledig rookverbod * PARA-meter onderzoek werknemers 73
74 Per bedrijfsgrootte zijn eveneens significante verschillen tussen 2002 en 2004 in het ideale rookbeleid. In kleine en middelgrote bedrijven kiezen werknemers significant vaker voor een volledig rookverbod dan in In grote bedrijven wordt een algemeen rookverbod met speciale rookruimten vaker als ideaal gezien in vergelijking met 2002 (zie ook tabel 4.34) Tabel 4.34 Ideaal rookbeleid, per bedrijfsgrootte (percentage genoemd) Sector klein middel groot Geen rookbeperkingen 17 9* 7 3* 3 4 Beperkt rookverbod * 7 5* Algemeen met uitzonderingen 21 14* 21 14* 20 12* Algemeen met speciale rookruimten * 56 61* Volledig rookverbod 16 27* 16 27* Reden voor rookregels In 2002 is de vraag Wat is op uw werk de belangrijkste reden voor het hebben van rookregels voorgelegd aan werknemers die te maken hebben met een rookbeperking. In 2004 is deze vraag aan alle werknemers gesteld. Om een vergelijking te kunnen maken tussen beide jaren zijn alle percentages in tabel 4.35 berekend op basis van het aantal werknemers dat te maken heeft met rookregels op het werk. De resultaten van 2004 op deze vraag hebben dus betrekking op minder respondenten dan in hoofdstuk 3 en wijken daardoor iets af van die in het voorgaand hoofdstuk. In de volgende tabel wordt voor de zes meest genoemde redenen een vergelijking gemaakt tussen 2002 en De overige redenen zijn niet in de analyse meegenomen omdat zij door relatief weinig respondenten zijn genoemd. In 2004 zijn wettelijke bepalingen de belangrijkste reden voor het hebben van rookregels. In bijna alle sectoren, uitgezonderd zorg en onderwijs, worden wettelijke bepalingen significant vaker dan in 2002 als hoofdreden voor het hebben van rookregels genoemd. Het percentage werknemers dat gezondheidsrisico s als belangrijkste reden voor het hebben van rookregels noemt is in de diverse sectoren vergelijkbaar met Het percentage werknemers dat hinder van medewerkers als voornaamste reden voor het hebben van rookregels noemt is in bijna alle sectoren significant lager dan in Uitzondering vormen de bouwnijverheid, het onderwijs, openbare voorzieningsbedrijven en reparatie consumentenartikelen en handel waar het percentage vergelijkbaar is met Indien naar de afzonderlijke sectoren wordt gekeken dan zijn er verschuivingen zichtbaar wat betreft hinder voor klanten. In de sectoren bouwnijverheid en reparatie consumentenartikelen en handel is het belang van deze reden significant gedaald, terwijl het belang in de sectoren zorg en onderwijs significant is toegenomen. In 2004 wordt hygiëne door werknemers in het algemeen minder vaak als voornaamste reden genoemd 74 PARA-meter onderzoek werknemers
75 dan in Uit een analyse per sector blijkt dat het belang van deze reden in de sectoren cultuur, recreatie en overige dienstverlening, horeca, industrie, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en reparatie consumentenartikelen en handel significant is gedaald. Veiligheid is eveneens een significant minder belangrijk issue geworden in het kader van het vaststellen van rookregels. In 2004 wordt veiligheid significant minder vaak als voornaamste reden genoemd in de sectoren bouwnijverheid, cultuur, recreatie en overige dienstverlening, industrie, landbouw en visserij en vervoer, opslag en communicatie. Tabel 4.35 Belangrijkste reden voor het hebben van regels over roken, per sector (percentage) (Basis: Indien rookregels**) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Wettelijke 11 53* 25 55* 15 45* * 20 58* 13 46* bepalingen Gezondheidsrisico s Hinder * 55 21* 21 10* 13 3* 28 12* 36 19* medewerkers Hinder klanten 11 1* * Hygiëne * * 10 2* 9 10 Veiligheid 10 2* 11 2* * 16 3* Sector ond obsv ovz rch vzd voc Wettelijke bepalingen * 33 55* 13 48* 17 55* 16 56* Gezondheidsrisico s Hinder medewerkers * * 31 17* Hinder klanten - 6* * Hygiëne * * Veiligheid * ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 In de volgende tabel wordt per bedrijfsomvang weergegeven in hoeverre het belang van de 6 meest genoemde redenen bij het vaststellen van het rookbeleid is gewijzigd. In 2004 spelen wettelijke bepalingen in kleine, middelgrote en grote bedrijven vaker een doorslaggevende rol bij het vaststellen van het rookbeleid dan in Het belang van gezondheidsrisico s is voor alle drie de bedrijfsgrootten onveranderd gebleven. Om hinder van medewerkers te beperken wordt in 2004 minder vaak als belangrijkste reden voor het hebben van rookregels genoemd dan in Dit geldt voor alle drie de bedrijfsgrootten. In middelgrote bedrijven wordt de reden hinder van klanten beperken minder vaak doorslaggevend genoemd dan in PARA-meter onderzoek werknemers 75
76 In 2004 worden zowel in kleine, middelgrote als grote bedrijven rookregels significant minder vaak als vastgesteld om reden van hygiëne en veiligheid dan in Tabel 4.36 Belangrijkste reden voor het hebben van regels over roken, per bedrijfsgrootte (percentage) (Basis: indien rookregels) Sector klein middel groot Wettelijke bepalingen 16 35* 23 56* 32 55* Gezondheidsrisico s Hinder medewerkers 24 13* 31 17* 31 14* Hinder klanten * 2 3 Hygiëne 12 4* 9 2* 3 1* Veiligheid 10 3* 5 2* 4 2* ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 Vergeleken met 2002 worden rookregels in het algemeen beter nageleefd. Uit een analyse per sector blijkt dat werknemers uit de sectoren bouwnijverheid, cultuur, recreatie en overige dienstverlening, financiële instellingen, zorg, industrie, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en openbare voorzieningsbedrijven in 2004 significant vaker aangeven dat de rookregels goed tot zeer goed worden nageleefd. Tabel 4.37 Percentage werknemers waarbij op het werk in het algemeen de regels over roken (zeer) goed worden nageleefd, per sector (Basis: indien rookbeperking) Top 2 (Zeer) goed Sector Bouwnijverheid 61 76* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 77 89* Financiële instellingen 87 96* Gezondheids-, welzijnszorg 77 90* Horeca Industrie 74 88* Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 67 83* Openbare voorzieningsbedrijven 65 87* Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie Uit een analyse naar bedrijfsgrootte blijkt dat bij middelgrote en grote bedrijven in 2004 de regels over roken vaker goed tot zeer goed worden nageleefd dan in PARA-meter onderzoek werknemers
77 Tabel 4.38 Percentage werknemers waarbij op het werk in het algemeen de regels over roken (zeer) goed na worden geleefd, per bedrijfsgrootte (Basis: indien rookbeperking) Top 2 (Zeer) goed Bedrijfsgrootte klein middel 79 86* groot 74 89* 4.4 Kennis werknemers Het percentage werknemers dat weet dat het recht heeft op een rookvrije werkplek lijkt in het algemeen te zijn gestegen. Uit een analyse per sector blijkt dat de kennis van deze wettelijke regel in 2004 significant is toegenomen in de sectoren bouwnijverheid, financiële instellingen, horeca, landbouw en visserij en reparatie consumenten artikelen en handel. In het onderwijs is de bekendheid van deze regel vergeleken met 2002 significant gedaald. Tabel 4.39 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om hen een rookvrije werkplek aan te bieden als ze daar behoeften aan hebben, per sector. Sector Bouwnijverheid 72 83* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen 62 86* Gezondheids-, welzijnszorg Horeca 64 76* Industrie Landbouw, visserij 75 90* Onderwijs 80 68* Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel 67 82* Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie Uit tabel 4.40 blijkt dat het percentage werknemers dat weet dat hun werkgever wettelijk verplicht is hen een rookvrije werkplek aan te bieden significant is gestegen in middelgrote en grote bedrijven. PARA-meter onderzoek werknemers 77
78 Tabel 4.40 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om hen een rookvrije werkplek aan te bieden als ze daar behoeften aan hebben, per bedrijfsgrootte. Bedrijfsgrootte klein middel 72 78* groot 74 81* Ook het percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om regels op te stellen over waar wel en niet gerookt mag worden is gestegen. De bekendheid van deze regel is toegenomen in alle sectoren. Alleen in de sector zorg is de stijging niet significant. Tabel 4.41 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om regels in te stellen over waar wel en waar niet gerookt mag worden, per sector. Sector Bouwnijverheid 60 89* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 78 94* Financiële instellingen 67 94* Gezondheids-, welzijnszorg Horeca 67 80* Industrie 69 96* Landbouw, visserij 62 91* Onderwijs 93 99* Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 94 99* Openbare voorzieningsbedrijven 85 97* Reparatie consumentenartikelen/handel 62 93* Verhuur/zakelijke dienstverlening 67 95* Vervoer, opslag, communicatie 67 96* In zowel kleine als middelgrote en grote bedrijven is men eveneens significant vaker bekend met deze regel dan in Tabel 4.42 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever wettelijk verplicht is om regels in te stellen over waar wel en waar niet gerookt mag worden, per bedrijfsgrootte. Bedrijfsgrootte Klein 64 91* Middel 73 94* Groot 80 96* 78 PARA-meter onderzoek werknemers
79 In vergelijking met 2002 denken per sector hetzelfde percentage of zelfs minder werknemers ten onrechte dat de werkgever verplicht is rokers op het werk een plaats te geven waar ze kunnen roken. In twee van de dertien sectoren, te weten openbaar bestuur en sociale verzekeringen en vervoer, opslag en communicatie zijn significant minder werknemers van mening dat de werkgever deze verplichting heeft. Tabel 4.43 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever verplicht is om rokers een plaats te geven waar ze kunnen roken, per sector. Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 45 31* Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie 56 44* In middelgrote en grote bedrijven zijn eveneens minder werknemers van mening dat werkgevers rokers een rookplaats dienen te bieden dan in Tabel 4.44 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever verplicht is om rokers een plaats te geven waar ze kunnen roken, per bedrijfsgrootte. Bedrijfsgrootte klein middel 49 40* groot 43 38* In 2004 denken werknemers in alle sectoren even vaak als in 2002 ten onrechte dat werkgevers het recht hebben werknemers te ontslaan bij het weigeren van werk omdat ze ziek worden van tabaksrook. Ook per sector zijn er geen significante verschillen tussen beide jaren. PARA-meter onderzoek werknemers 79
80 Tabel 4.45 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever hen kan ontslaan als ze werk weigeren omdat ze ziek worden van tabaksrook op de werkplek, per sector Sector Bouwnijverheid 7 8 Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 9 5 Financiële instellingen 5 9 Gezondheids-, welzijnszorg 4 5 Horeca Industrie 3 4 Landbouw, visserij 7 5 Onderwijs 5 5 Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 3 5 Openbare voorzieningsbedrijven 6 2 Reparatie consumentenartikelen/handel 9 8 Verhuur/zakelijke dienstverlening 9 9 Vervoer, opslag, communicatie 8 5 Ook per bedrijfsgrootte is er geen verschil in verwachting op dit punt tussen 2002 en Tabel 4.46 Percentage werknemers dat denkt dat hun werkgever hen kan ontslaan als ze werk weigeren omdat ze ziek worden van tabaksrook op de werkplek, per bedrijfsgrootte Bedrijfsgrootte klein 9 8 middel 6 6 groot 6 7 De bekendheid van de nieuwe tabakswet is drastisch toegenomen. Dit geldt voor werknemers van alle sectoren. De bekendheid van deze wet ligt in elke sector op minimaal 96%. Tabel 4.47 Percentage werknemers dat wel eens iets gehoord heeft over de nieuwe tabakswet, per sector. Sector Bouwnijverheid 31 96* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 33 97* Financiële instellingen 31 99* Gezondheids-, welzijnszorg * Horeca 28 98* Industrie 37 98* Landbouw, visserij 35 99* Onderwijs 39 96* Openbaar bestuur/sociale verzekeringen * Openbare voorzieningsbedrijven 27 98* Reparatie consumentenartikelen/handel 33 99* Verhuur/zakelijke dienstverlening 33 99* Vervoer, opslag, communicatie 34 99* 80 PARA-meter onderzoek werknemers
81 Ook in kleine, middelgrote en grote bedrijven hebben werknemers significant vaker van de nieuwe tabakswet gehoord dan in Tabel 4.48 Percentage werknemers dat wel eens iets gehoord heeft over de nieuwe tabakswet, per bedrijfsgrootte. Bedrijfsgrootte klein 30 98* middel 35 98* groot 35 99* Gemiddeld genomen denken werknemers in de sectoren zorg, horeca, openbaar bestuur en sociale verzekeringen en vervoer en zakelijke dienstverlening in 2004 dat tabaksrook minder schadelijkheid is vergeleken met Het percentage werknemers dat van mening is dat een rokerige werkomgeving een beetje tot zeer schadelijk is voor de gezondheid blijft wel hoog; de percentages van de verschillende sectoren liggen tussen de 86% (bouwnijverheid) en 99% (onderwijs). In de horeca is dit percentage in de afgelopen twee jaar significant gedaald, maar is nog steeds hoog (92%). Tabel 4.49 Hoe schadelijk denken werknemers dat een rokerige werkomgeving is voor de gezondheid, per sector (percentage) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Helemaal niet Niet schadelijk * Een beetje Schadelijk * Zeer schadelijk Totaal beetje - zeer * Weet niet Sector ond obsv ovz rch vzd voc Helemaal niet Niet schadelijk * Een beetje Schadelijk * Zeer schadelijk Totaal beetje - zeer Weet niet Vergeleken met 2002 zijn werknemers in middelgrote bedrijven zich meer bewust van de schadelijkheid van roken in de werkomgeving. In kleine en grote bedrijven denken werknemers daarentegen dat roken in de werkomgeving gemiddeld schadelijker is dan in Het percentage werknemers dat roken in de PARA-meter onderzoek werknemers 81
82 werkomgeving een beetje tot zeer schadelijk vindt is in grote bedrijven eveneens significant lager dan in 2002, maar nog steeds erg hoog. Tabel 4.50 Hoe schadelijk denken werknemers dat een rokerige werkomgeving is voor de gezondheid, per bedrijfsgrootte (percentage) Omvang klein middel groot Helemaal niet Niet schadelijk Een beetje Schadelijk Zeer schadelijk Totaal beetje - zeer * Weet niet In tabel 4.51 is zichtbaar dat het percentage werknemers dat denkt dat meeroken een belangrijk risico vormt voor luchtweg aandoeningen de afgelopen twee jaar niet is gestegen. Dit geldt voor alle sectoren Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor luchtweg aandoeningen (percentage waar) Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie In 2004 wordt meeroken door een bijna even groot percentage werknemers omschreven als risicofactor voor hart-en-vaatziekten als in Het percentage werknemers in de sector openbare voorzieningsbedrijven dat niet weet of meeroken nu wel of geen risicifactor is voor hart- en vaatziekten is ten opzichte van 2002 significant gedaald van 27% naar 14% (niet in tabel 4.52 vermeld) 82 PARA-meter onderzoek werknemers
83 Tabel 4.52 Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor hart-envaatziekten (percentage waar) Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie In 2004 zijn circa vier op de vijf werknemers zich bewust van het feit dat deskundigen meeroken een risicofactor voor longkanker vinden. Op sector-niveau worden geen significante verschillen gevonden in het verwachte risico tussen beide jaren. Tabel 4.53 Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor longkanker (percentage waar) Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie PARA-meter onderzoek werknemers 83
84 4.5 Assertiviteit Vergeleken met 2002 vragen werknemers even vaak aan rokende collega s of zij niet willen roken. Per sector zijn er geen significante verschillen tussen 2002 en Tabel 4.54 Percentage werknemers dat soms - zeer vaak aan hun rokende collega s vraagt om niet te roken, per sector (basis: indien rookt niet op het werk**) Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie 53 42, ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 In 2004 is het percentage werknemers dat wel eens een rookprobleem heeft aangekaart bij een leidinggevende even groot als in Per sector zijn er geen significante verschillen. Tabel 4.55 Percentage dat wel eens een probleem dat te maken had met roken heeft aangekaart bij een leidinggevende of een ander aanspreekpersoon, per sector Sector Bouwnijverheid 7 11 Cultuur, recreatie, overige dienstverlening 7 10 Financiële instellingen 9 8 Gezondheids-, welzijnszorg 10 5 Horeca 7 7 Industrie 11 8 Landbouw, visserij 8 8 Onderwijs 13 9 Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel 9 12 Verhuur/zakelijke dienstverlening 9 9 Vervoer, opslag, communicatie PARA-meter onderzoek werknemers
85 Per bedrijfsgrootte wijkt het percentage werknemers dat met een rookprobleem bij een leidinggevende terecht is gekomen alleen in grote bedrijven significant af van 2002; zij doen dit nu minder vaak dan een jaar geleden. Tabel 4.56 Percentage dat wel eens een probleem dat te maken had met roken heeft aangekaart bij een leidinggevende of een ander aanspreekpersoon, per bedrijfsgrootte Bedrijfsgrootte klein 6 7 middel groot 13 8* In 2004 worden rokende collega s die roken op plaatsen waar niet gerookt mag worden even vaak op hun rookgedrag aangesproken als in Tabel 4.57 Percentage werknemers dat een collega zeker of waarschijnlijk zou aanspreken op roken op plaatsen waar volgens de regels niet gerookt mag worden, per sector Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie In financiële instellingen wordt roken vaker aan een leidinggevende gemeld dan in 2002 en in de landbouw en visserij juist minder vaak. PARA-meter onderzoek werknemers 85
86 Tabel 4.58 Als iemand, bijvoorbeeld een collega, zou roken op plaatsen waar volgens de regels niet gerookt mag worden, zou u daar dan tegen uw leiding iets van zeggen? Per sector (percentage zeker/waarschijnlijk wel) Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen 18 27* Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij 24 13* Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie In de sectoren bouwnijverheid en financiële instellingen zijn in vergelijking met 2002 significant minder collega s aan hun rokende collega s gaan vragen of zij niet op het werk willen roken. De overige sectoren vertonen geen verschil ten opzichte van Tabel 4.59 Percentage werknemers waarbij door collega s op het werk aan rokers wordt gevraagd om niet te roken, naar sector (basis: indien wordt in werkomgeving gerookt) Sector Bouwnijverheid 54 33* Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen 57 32* Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen Openbare voorzieningsbedrijven Reparatie consumentenartikelen/handel Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie De meerderheid van de collega s oordeelt in 2004 niet anders over het aan rokende collega s vragen niet te roken dan in 2002; de gemiddelde mening per sector en bedrijfsgrootte wijkt niet significant af van de mening in In alle sectoren en bedrijfsgrootten wordt het vragen om niet te roken even vaak goed tot zeer goed gevonden. 86 PARA-meter onderzoek werknemers
87 Tabel 4.60 Wat vindt de meerderheid van uw collega s ervan als aan rokende collega s gevraagd wordt om niet te roken? Per sector (basis: indien wordt in werkomgeving gerookt**) Sector bouw cult fin zorg hor ind lv Totaal (heel) goed Heel goed Goed Niet goed/ niet slecht Niet zo goed Helemaal niet goed Weet niet * Sector ond obsv ovz rch vzd voc Totaal (heel) goed Heel goed Goed Niet goed/niet slecht Niet zo goed Helemaal niet goed Weet niet ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 Tabel 4.61 Wat vindt de meerderheid van uw collega s ervan als aan rokende collega s gevraagd wordt om niet te roken? Per sector (basis: indien wordt in werkomgeving gerookt**) Omvang klein middel groot Totaal (heel) goed Heel goed Goed Niet goed/niet slecht Niet zo goed Helemaal niet goed Weet niet , ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk Eigen effectiviteit In 2004 vinden werknemers uit bijna alle sectoren het gemiddeld even makkelijk om aan een rokende collega te vragen niet te roken als in Alleen in de sector vervoer, opslag en communicatie vinden werknemers het significant minder makkelijk om deze vraag te stellen. Overige verschillen per sector zijn beperkt. PARA-meter onderzoek werknemers 87
88 Tabel 4.62 Hoe makkelijk of moeilijk zou u het vinden om een rokende collega te vragen om niet te roken? Per sector (percentage) (basis: indien rookt niet op het werk en er wordt in werkomgeving gerookt**) Sector bouw cult fin zorg hor ind Heel makkelijk Makkelijk Niet makkelijk/ niet moeilijk Moeilijk * Heel moeilijk Sector lv ond obsv ovz rch vzd voc Heel makkelijk Makkelijk * Niet makkelijk/ niet moeilijk * Moeilijk * Heel moeilijk ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 In 2004 vinden werknemers in de zorg het gemiddeld genomen moeilijker om de leiding om een rookvrije werkplek te vragen dan in In de sector reparatie consumentenartikelen en handel vinden werknemers het gemiddeld genomen makkelijker om deze vraag te stellen. Werknemers uit deze sector geven eveneens significant vaker aan dat ze het heel makkelijk vinden om dit aan de orde te stellen. 88 PARA-meter onderzoek werknemers
89 Tabel 4.63 In hoeverre zou u het makkelijk of moeilijk vinden om bij de leiding om een rookvrije werkplek te vragen? Per sector (percentage) (basis: indien wordt in werkomgeving gerookt**) Sector bouw cult fin zorg hor ind Heel makkelijk Makkelijk Niet makkelijk/ niet moeilijk Moeilijk Heel moeilijk Sector lv ond obsv ovz Rch vzd voc Heel makkelijk * Makkelijk Niet makkelijk/ niet moeilijk Moeilijk Heel moeilijk , ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 In middelgrote bedrijven geldt dat werknemers gemiddeld genomen significant minder moeite hebben met het stellen van deze vraag dan in Tabel 4.64 In hoeverre zou u het makkelijk of moeilijk vinden om bij de leiding om een rookvrije werkplek te vragen? Per bedrijfsgrootte (percentage) Sector klein middel groot Heel makkelijk Makkelijk Niet makkelijk/ niet moeilijk 31 18* Moeilijk Heel moeilijk 7 2* *, ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 In 2004 schatten werknemers de kans om een rookvrije werkplek te krijgen in het algemeen hoger in dan in In de sectoren industrie, openbaar bestuur en sociale verzekeringen, openbare voorzieningsbedrijven en reparatie consumentenartikelen en handel verwachten significant meer werknemers zeker tot waarschijnlijk een rookvrije werkplek te krijgen als zij daar om zouden vragen. PARA-meter onderzoek werknemers 89
90 Tabel 4.65 Percentage werknemers dat zeker tot waarschijnlijk een rookvrije werkplek verwacht te krijgen als er bij de leidinggevende om wordt gevraagd, per sector Sector Bouwnijverheid Cultuur, recreatie, overige dienstverlening Financiële instellingen Gezondheids-, welzijnszorg Horeca Industrie 43 71* Landbouw, visserij Onderwijs Openbaar bestuur/sociale verzekeringen 65 82* Openbare voorzieningsbedrijven 47 72* Reparatie consumentenartikelen/handel 30 48* Verhuur/zakelijke dienstverlening Vervoer, opslag, communicatie 46 50, ** 2004 andere basis dan in hoofdstuk 3 90 PARA-meter onderzoek werknemers
91 Bijlage I: Sectoren Voor het aantal werknemers en het aantal bedrijven in de sector zijn CBS-cijfers gebruikt van het jaar 2000 en Een bedrijf kan meerdere vestigingen hebben. Bouwnijverheid In 2000 en 2002 waren er respectievelijk in Nederland en bedrijven in de bouwnijverheid. Er waren zo n in 2002 en in 2002 mensen werkzaam (dit is exclusief de eigenaren). De bouwnijverheid omvat vrijwel alle bedrijven die betrokken zijn bij het bouwproces. Het gaat om bedrijven die ervoor zorgen dat een terrein bouwrijp wordt gemaakt (slopen oude bouwwerken, proefboren e.d.), en de bouw zelf, waaronder de grond-, water- en wegenbouw. Ook verhuur van voor de bouw benodigde machines inclusief bedienend personeel valt onder de bouwnijverheid. Tot slot vallen ook de bedrijven die zich bezig houden met de bouwinstallatie (elektrotechnische bouwinstallatie, loodgieters e.d.) en met het afwerken van gebouwen in deze sector. Cultuur, recreatie en overige dienstverlening In 200o waren er respectievelijk in Nederland in 2000 en in 2002 bedrijven in deze groep. Ze hebben tezamen zo n in 2000 en in 2002 mensen in dienst. Onder deze sector vallen alle organisaties (bedrijven) die iets met sport te maken hebben. Verder vallen radio en televisie, de pers, film en video en alles wat te maken heeft met kunst en cultuur hieronder en recreatiefaciliteiten zoals kermissen en dierentuinen. Ook werkgevers-, werknemers- en beroepsorganisaties en organisaties op het levensbeschouwelijke, politieke en ideële vlak vallen in deze groep. Onder overige dienstverlening vallen onder meer milieudienstverlening, kledingreiniging, kappers, schoonheidsverzorging en uitvaartverzorging. Financiële instellingen In 2000 en 2002 waren er in Nederland respectievelijk en bedrijven in deze groep, met gezamenlijk zo n in 2000 en in 2004 werknemers.tot de financiële instellingen behoren onder andere banken, fondsen en kredietverlenende instellingen, verder beleggingsinstellingen, pensioenfondsen, het verzekeringswezen en de optie- en effectenbeurzen. Gezondheids- en welzijnszorg In de gezondheids- en welzijnszorg waren in respectievelijk 2000 en 2002 zo n en werknemers werkzaam bij in 2000 en in 2004 bedrijven of instellingen. Tot deze sector behoren alle medische instellingen (ook tandartsen en dierenartsen), welzijnszorg met huisvesting (bejaarden-, verpleeghuizen) en maatschappelijke dienstverlening, maar ook jeugd- en jongerenwerk en andere welzijnszorg zoals wijkcentra en clubhuizen. Horeca In de horeca waren in respectievelijk 2000 en 2002 zo n en werknemers werkzaam bij respectievelijk en bedrijven. Tot de horeca behoren alle op verstrekking van logies en op maaltijden- en drankenverstrekking voor directe consumptie gerichte ondernemingen. Dit zijn ondernemingen als hotels, pensions, conferentieoorden, campings, vakantiehuisjes, restaurants, snackbars, eetkramen, cafés, kantines en catering. PARA-meter onderzoek werknemers 91
92 Industrie In de industrie waren in respectievelijk 2000 en 2002 zo n en werknemers werkzaam bij en bedrijven. Tot de industrie behoren alle bedrijven die zich bezig houden met de vervaardiging van producten (en de verwerking van grondstoffen). Van voedingsmiddelen tot elektrische apparaten, van glas tot meubels. Ook uitgeverijen en drukkerijen vallen in deze sector. Landbouw en visserij In 2000 en 2002 waren er respectievelijk in Nederland en bedrijven en in deze sector die samen zo n werknemers en in dienst hadden. Tot deze sector behoren akkerbouw, tuinbouw, veeteelt, jacht en dienstverlening voor de landbouw (met uitzondering van veterinaire diensten). Ook de bosbouw, visserij en kwekerijen van vis en schaaldieren vallen hier onder. Onderwijs In 2000 en 2002 waren er respectievelijk in Nederland en onderwijsinstellingen met samen zo n en werknemers. Tot het onderwijs behoren het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs, maar ook rijscholen en bedrijfsopleidingen/trainingen. Openbaar bestuur en sociale verzekeringen In 2000 en 2002 waren er in Nederland respectievelijk en organisaties in deze sector met samen zo n en werknemers. Tot deze sector behoren openbaar bestuur, overheidsdiensten, zoals buitenlandse zaken, defensie, politie en brandweer en de verplichte sociale verzekeringen. Openbare voorzieningsbedrijven In Nederland zijn in respectievelijk 2000 en 2002 in deze sector ongeveer en werknemers werkzaam, bij 340 en 395 bedrijven. In deze sector vallen alle bedrijven die zich bezig houden met de productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas en water. Reparatie consumentenartikelen en handel Deze sector is met zo n in 2000 en in 2002 werknemers bij en bedrijven de grootste sector in Nederland, zowel qua aantal werknemers als wat betreft het aantal bedrijven. Het is een tamelijk brede sector. De sector omvat namelijk de groothandel en handelsbemiddeling in alle mogelijke waren. Verder behoren tot deze sector de detailhandel (dit zijn alle soorten winkels), de markthandel, de straathandel en de reparatie van consumentenartikelen (onder meer auto s, fietsen, elektrische apparatuur, schoenen). Verhuur en zakelijke dienstverlening Deze sector is met in 2000 en werknemers bij bedrijven de op één na grootste sector. Tot deze sector behoren de verhuur van en de handel in onroerende goederen, zoals woningen en zalen en de bemiddeling in dezen. Verder behoren hiertoe de verhuur van transportmiddelen, machines en werktuigen zonder bedienend personeel en van overige roerende goederen (video s, leesmap, kleding, huisraad enz.). Dan vallen verder de computerservice- en informatietechnologiebureaus en dergelijke in deze sector evenals research- en development. Tenslotte vallen in deze sector nog de zakelijke dienstverlening zoals accountants, advocaten, architecten, keuringsdiensten, reclamebureaus, uitzendbureaus, beveiliging, reiniging van gebouwen en transportmiddelen, veilingen en de misschien iets minder voor de 92 PARA-meter onderzoek werknemers
93 hand liggende fotografie en ontwikkelen van foto s en films. Vervoer, opslag en communicatie In respectievelijk 20oo en 2002 telde Nederland en bedrijven met samen zo n en werknemers in de sector Vervoer, opslag en communicatie. De tot deze sector behorende bedrijven zijn te onderscheiden in vervoer over land (spoor, weg, pijpleidingen), vervoer over water, vervoer door de lucht, dienstverlening voor het vervoer (laden en lossen, parkeerbedrijven, reisbemiddeling) en post en telecommunicatie (telefoon, internet, radio/tv-distributie). PARA-meter onderzoek werknemers 93
94 Bijlage II: Vragenlijst QUESTION 1 De volgende vragen gaan over uw werk. Hoeveel uren werkt u in een gemiddelde werkweek? FORM QUESTION QUESTION 2 IF [ AANTAL1 = 0 ] CONTINUE AT QUESTION 999 Als u meerdere werkgevers heeft dienen de vragen te worden beantwoord voor het werk waar u in een gemiddelde werkweek het meeste tijd aan besteed. Is dit voor meerdere banen gelijk beantwoord de vragen dan voor het werk dat u al het langst doet. 9 Doorgaan QUESTION 3 In welke branche bent u (het grootste deel van uw werkweek) werkzaam? (Slechts 1 antwoord mogelijk) 1 Bouwnijverheid 2 Cultuur, recreatie en overige dienstverlening 3 Financiële instellingen 4 Gezondheids- en welzijnszorg 5 Horeca 6 Industrie 7 Landbouw en visserij 8 Onderwijs 9 Openbaar bestuur; sociale verzekeringen 10 Openbare voorzieningsbedrijven 11 Reparatie consumentenartikelen, handel 12 Verhuur, zakelijke dienstverlening 13 Vervoer, opslag en communicatie 14 Anders 19 Weet niet continue at question 998 QUESTION 301 Hoeveel uren werkt u in deze branche in een gemiddelde werkweek? FORM QUESTION 94 PARA-meter onderzoek werknemers
95 QUESTION 4 Werkt u (het grootste deel van uw werkweek) bij een overheidsinstelling of bij een door de overheid gesubsidieerde instelling? 1 Ja 2 Nee 9 Weet niet QUESTION 5 Hoeveel werknemers zijn er werkzaam op de vestiging waar u werkt? (slechts 1 antwoord mogelijk) 1 Minder dan 10 werknemers werknemers 3 Meer dan 100 werknemers 9 Weet niet QUESTION 6 Werkt u op de hoofdvestiging van het bedrijf of bij een nevenvestiging? 1 Hoofdvestiging 2 Nevenvestiging 3 Er is maar 1 vestiging 9 Weet niet QUESTION 7 IF [ Q6, 1 TO 2 ] Hebben de vestigingen een centraal rookbeleid of bepaalt elkevestiging zelf het rookbeleid? (Slechts 1 antwoord mogelijk) 1 Centraal rookbeleid; Iedere vestiging heeft hetzelfde rookbeleid 2 Centrale regels, maar de exacte uitvoering bepalen vestigingen zelf 3 Vestigingen bepalen zelf het rookbeleid 9 Weet niet QUESTION 8 Werkt u in ploegendiensten? 1 Ja 2 Nee PARA-meter onderzoek werknemers 95
96 QUESTION 9 Waar brengt u tijdens het werk het grootste deel van uw tijd door? (Slechts 1 antwoord mogelijk) 1 In een kantoorruimte 2 In vervoermiddelen voor personen 3 In vervoermiddelen voor goederen 4 In de open lucht\buiten 5 Achter een balie\toonbank\kassa 6 In een werkplaats\productiehal 7 In een horecagelegenheid 8 In een recreatieruimte anders dan horeca 9 In een ontvangstruimte 10 Bij mensen thuis 11 Wisselende locaties 18 Anders QUESTION 10 Welke van de volgende omschrijvingen past het beste bij uw functie? (Slechts 1 antwoord mogelijk) 1 Beleidsmatige functie 2 Commerciële functie 3 Leidinggevende functie 4 Ondersteunende functie 5 Uitvoerende functie 6 Andere functie 9 Weet niet QUESTION 11 Rookt u wel eens? 1 Ja, dagelijks 2 Ja, af en toe 3 Nee, helemaal niet QUESTION 12 Welke soorten rookwaar rookt u wel eens? (Meer antwoorden mogelijk) 1 Sigaretten 2 Shag 3 Sigaren \ cigarillos 4 Pijp MULTIPLE IF [ Q11, 1, 2 ] 96 PARA-meter onderzoek werknemers
97 QUESTION 13 IF [ Q11, 1, 2 ] Rookt u op uw werk? 1 Ja 2 Nee QUESTION 14 FORM QUESTION IF [ Q13, 1 ] Hoeveel sigaretten, shagjes, sigaren of pijp rookt u gemiddeld per dag op uw werk? QUESTION 141 Wat zijn voor u de redenen om op uw werk te roken? (meerdere antwoorden mogelijk) 1 Ik rook regelmatig, dus ook op m n werk 2 Om te ontspannen 3 Voor de gezelligheid 4 Om mijn concentratie te verhogen 5 Reden om te pauzeren 6 De meeste van mijn directe collega s roken 8 Anders 9 Weet niet MULTIPLE IF [ Q13, 1 ] QUESTION 15 FORM QUESTION IF [ Q11, 1 TO 2 ] Hoeveel sigaretten, shagjes, sigaren en\of pijp rookt u gemiddeldper dag buiten uw werk? QUESTION 16 IF [ Q11, 3 ] Heeft u vroeger gerookt? 1 Ja 2 Nee QUESTION 17 De volgende vragen gaan over uw werkomgeving. Met werkomgeving worden alle plaatsen bedoeld waar u komt tijdens het uitvoeren van uw werkzaamheden. Hieronder vallen ook alle openbare ruimten in het bedrijf (zoals een kantine, receptie, vergaderruimte, etc.) waar u tijdens een werkdag gebruik van maakt. Wordt er in uw werkomgeving gerookt? 1 Ja 2 Nee 9 Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers 97
98 QUESTION 18 IF [ Q17, 1 ] Denkt u eens aan de hoeveelheid tabaksrook die u gedurende uw werkdag in uw werkomgeving ziet \ ruikt. Hoeveel tabaksrook is erdan gemiddeld op een dag in uw werkomgeving? 1 Helemaal geen tabaksrook 2 Zeer weinig tabaksrook 3 Weinig tabaksrook 4 Niet weinig, maar ook niet veel tabaksrook 5 Tamelijk veel tabaksrook 6 Veel tabaksrook 7 Zeer veel tabaksrook 9 Weet niet QUESTION 19 Hoe hinderlijk vindt u het als er in uw werkomgeving gerookt wordt? 1 Helemaal niet hinderlijk 2 Niet hinderlijk 3 Een beetje hinderlijk 4 Hinderlijk 5 Zeer hinderlijk 9 Weet niet QUESTION 20 Hoe vaak ondervindt u in uw werkomgeving hinder van tabaksrook? 1 Nooit 2 Soms 3 Regelmatig 4 Vaak 5 Zeer vaak 9 Weet niet 98 PARA-meter onderzoek werknemers
99 QUESTION 21 In welke ruimte(n) komt u tijdens uw werk wel eens in aanraking met tabaksrook? (meerdere antwoorden mogelijk) 2 Bij koffie-automaat 3 Eigen werkruimte \ kamer 4 Kantine 5 Gangen 6 Kleedruimten 7 Tijdens buitendienst 8 Toiletten 9 Vergaderruimten 10 Werkruimte of kamer van anderen \ collega s 18 Anders MULTIPLE IF [ Q20, 2 TO 5 ] QUESTION 22 Hoe schadelijk denkt u dat een rokerige werkomgeving is voor de gezondheid? 1 Helemaal niet schadelijk 2 Niet schadelijk 3 Een beetje schadelijk 4 Schadelijk 5 Zeer schadelijk 9 Weet niet QUESTION 23 Hoe schadelijk denkt u dat roken is voor de gezondheid? 1 Helemaal niet schadelijk 2 Niet schadelijk 3 Een beetje schadelijk 4 Schadelijk 5 Zeer schadelijk 9 Weet niet QUESTION 24 Er volgen nu een aantal stellingen over meeroken. Wilt u steeds voor elke stelling aangeven of u denkt dat deze stelling waar is of niet. 9 Doorgaan PARA-meter onderzoek werknemers 99
100 QUESTION 241 Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor aandoeningen aan de luchtwegen 1 Waar 2 Niet waar 9 Weet niet QUESTION 241 Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor reuma 1 Waar 2 Niet waar 9 Weet niet QUESTION 241 Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor hart en vaatziekten 1 Waar 2 Niet waar 9 Weet niet QUESTION 241 Volgens deskundigen is meeroken een belangrijke risicofactor voor longkanker 1 Waar 2 Niet waar 9 Weet niet QUESTION 28 Dit onderdeel gaat over regels rond roken op het werk. In de komende vragen zullen we het vaak hebben over rookbeleid. Met rookbeleid bedoelen we: een combinatie van alles wat op uw werk geregeld is rond roken. Hierin zijn de regels rond roken opgenomen, maar ook alles wat te maken heeft met de invoering van deze regels. Ook ondersteunende zaken als voorlichting en stoppen-met-roken cursussen die uw werkgever u kan aanbieden vallen onderrookbeleid. 9 Doorgaan 100 PARA-meter onderzoek werknemers
101 QUESTION 29 Welke van de volgende omschrijvingen geeft het beste de regels weer die er op uw werk zijn over waar gerookt mag worden? (Slechts 1 antwoord mogelijk) 1 Geen rookbeperkingen; het wordt volledig aan de werknemers zelf overgelaten waar en wanneer ze op het werk willen roken 2 Beperkt rookverbod; in bepaalde (delen van) openbare ruimten mag NIET worden gerookt, verder mag overal gerookt worden. 3 Algemeen rookverbod met uitzonderingen; er mag alleen gerookt worden op aangewezen plaatsen. Dit zijn bestaande plaatsen in het bedrijf waar gewoonlijk ook niet-rokers gebruik van maken, bv. de koffiehoek of een deel van de gang. 4 Algemeen rookverbod met speciale rookruimten: er mag alleen gerookt worden in afgesloten speciaal voor roken bestemde rookruimten, waar niet-rokers nooit hoeven te komen. 5 Volledig rookverbod: er mag zonder uitzondering nergens in het bedrijf worden gerookt. QUESTION 30 Wat is op uw werk de belangrijkste reden voor het hebben van regels over roken? (Slechts 1 antwoord mogelijk) 1 Gezondheidsrisico s van medewerkers beperken 2 Hygiëne 3 Schaderisico aan apparatuur voorkomen 4 Veiligheid 5 Voldoen aan wettelijke bepalingen 6 Voorkomen van hinder van tabaksrook bij medewerkers 7 Voorkomen van hinder van tabaksrook bij klanten 8 Anders 9 Weet niet QUESTION 31 IF [ Q29, 2 TO 5 ] Hoe goed leeft men op uw werk in het algemeen de regels over roken na? 1 Zeer goed 2 Goed 3 Niet goed\niet slecht 4 Slecht 5 Heel slecht 9 Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers 101
102 QUESTION 32 MULTIPLE Wie zijn volgens u betrokken bij de ontwikkeling, invoering en handhaving van rookbeleid op uw werk? (Meerdere antwoorden mogelijk) 2 Arbo-dienst 3 Bestuur\directie\eigenaar 4 Branchevereniging 5 Directe leidinggevende 6 Extern advies bureau 7 GGD 8 Medezeggenschapsraad\OR 9 PZ 10 Vakbond 11 Werknemers 18 Anders 19 Weet niet QUESTION 33 Welke van de volgende regels over waar wel \ niet gerookt mag worden is volgens u de meest ideale? (Slechts 1 antwoord mogelijk) 1 Geen rookbeperkingen; het wordt volledig aan de werknemers zelf overgelaten waar en wanneer ze op het werk willen roken 2 Beperkt rookverbod; in bepaalde (delen van) openbare ruimten mag NIET worden gerookt, verder mag overal gerookt worden. 3 Algemeen rookverbod met uitzonderingen; er mag alleen gerookt worden op aangewezen plaatsen. Dit zijn bestaande plaatsen in het bedrijf waar gewoonlijk ook niet-rokers gebruik van maken, bv. de koffiehoek of een deel van de gang. 4 Algemeen rookverbod met speciale rookruimten: er mag alleen gerookt worden in afgesloten speciaal voor roken bestemde rookruimten, waar niet-rokers nooit hoeven te komen. 5 Volledig rookverbod: er mag zonder uitzondering nergens in het bedrijf worden gerookt. QUESTION 34 Hoe lang denkt u dat het duurt om bij een bedrijf\organisatie met succes een rookbeleid te ontwikkelen en in te voeren? 1 korter dan 1 week 2 Van 1 week tot 1 maand 3 1 tot 3 maanden 4 3 tot 6 maanden 5 6 maanden tot 1 jaar 6 Langer dan 1 jaar 9 Weet niet 102 PARA-meter onderzoek werknemers
103 QUESTION 35 Er volgen weer een aantal stellingen. Wilt u bij iedere stelling aangeven in hoeverre u het met deze stelling eens bent. U kunt steeds kiezen uit de volgende antwoordmogelijkheden: 1. Helemaal mee eens 2. Een beetje mee eens 3. Niet mee eens\niet mee oneens 4. Een beetje mee oneens 5. Helemaal mee oneens 9 Doorgaan QUESTION 36 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;... er vóór invoering van een rookbeleid op het werk al veel aandacht aan roken op het werk is besteed 1 Helemaal mee eens 2 Een beetje mee eens 3 Niet mee eens\niet mee oneens 4 Een beetje mee oneens 5 Helemaal mee oneens 9 Weet niet QUESTION 36 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;... het personeel een vragenlijst over roken op het werk krijgt (of op een andere manier wordt ondervraagd), om een goed beeld te krijgen van hoe het in het bedrijf is gesteld met roken en rookoverlast. 1 Helemaal mee eens 2 Een beetje mee eens 3 Niet mee eens\niet mee oneens 4 Een beetje mee oneens 5 Helemaal mee oneens 9 Weet niet QUESTION 36 Om een rookbeleid met succes te ontwikkelen en in te voeren is het belangrijk dat;...zowel rokers als niet-rokers kunnen meedenken over hoe het rookbeleid er precies uit zal komen te zien. 1 Helemaal mee eens 2 Een beetje mee eens 3 Niet mee eens\niet mee oneens 4 Een beetje mee oneens 5 Helemaal mee oneens 9 Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers 103
104 QUESTION 38 Kunt u als werknemer invloed uitoefenen op beslissingen die door het bedrijf worden genomen over zaken als roken op het werk? 1 Ja, veel invloed 2 Ja, een beetje invloed 3 Nee, geen invloed 9 Weet niet QUESTION 39 Zou u als werknemer invloed willen hebben op beslissingen die door het bedrijf worden genomen over zaken als roken op het werk? 1 Ja, veel invloed 2 Ja, een beetje invloed 3 Nee, geen invloed QUESTION 40 Denkt u dat uw werkgever wettelijk verplicht is om regels in te stellen over waar wel en waar niet gerookt mag worden? 1 Ja 2 Nee 9 Weet niet QUESTION 41 Denkt u dat uw werkgever wettelijk verplicht is om rokers een plaats te geven waar ze kunnen roken? 1 Ja 2 Nee 9 Weet niet QUESTION 42 Denkt u dat uw werkgever wettelijk verplicht is om u een rookvrije werkplek te geven als u daar behoefte aan heeft? 1 Ja 2 Nee 9 Weet niet 104 PARA-meter onderzoek werknemers
105 QUESTION 43 Denkt u dat uw werkgever u kan ontslaan als u werk weigert omdat u ziek wordt van de tabaksrook op de werkplek? 1 Ja 2 Nee 9 Weet niet QUESTION 44 IF [ # Q13, 1 ] In hoeverre zou u het makkelijk of moeilijk vinden om een rokende collega te vragen om niet te roken? 1 Heel makkelijk 2 Makkelijk 3 Niet makkelijk\ niet moeilijk 4 Moeilijk 5 Heel moeilijk 9 Weet niet QUESTION 45 IF [ # Q13, 1 ] In hoeverre zou u het makkelijk of moeilijk vinden om bij de leiding om een rookvrije werkplek te vragen? 1 Heel makkelijk 2 Makkelijk 3 Niet makkelijk\ niet moeilijk 4 Moeilijk 5 Heel moeilijk 9 Weet niet QUESTION 46 IF [ # Q13, 1 ] Zouden rokende collega s hun sigaret uitmaken als u er om zou vragen? 1 Zeker wel 2 Waarschijnlijk wel 3 Misschien wel\misschien niet 4 Waarschijnlijk niet 5 Zeker niet 9 Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers 105
106 QUESTION 47 IF [ # Q13, 1 ] Als u uw leidinggevende zou vragen om een rookvrije werkplek zou u die dan ook krijgen? 1 Zeker wel 2 Waarschijnlijk wel 3 Misschien wel\misschien niet 4 Waarschijnlijk niet 5 Zeker niet 9 Weet niet QUESTION 48 Vindt u het goed als er door een collega aan een rokende collega gevraagd wordt om niet te roken? 1 Heel goed 2 Goed 3 Niet goed\ niet slecht 4 Niet zo goed 5 Helemaal niet goed 9 Weet niet QUESTION 49 Hoe vaak wordt er op uw werk door collega s aan een rokende collega gevraagd om niet te roken? 1 Nooit 2 Soms 3 Regelmatig 4 Vaak 5 Zeer vaak 9 Weet niet QUESTION 491 Wat vindt de meerderheid van uw collega s ervan als aan rokende collega s gevraagd wordt niet te roken? 1 Heel goed 2 Goed 3 Niet goed\ niet slecht 4 Niet zo goed 5 Helemaal niet goed 9 Weet niet 106 PARA-meter onderzoek werknemers
107 QUESTION 50 IF [ # Q13, 1 ] Hoe vaak vraagt u zelf aan een rokende collega om niet te roken? 1 Nooit 2 Soms 3 Regelmatig 4 Vaak 5 Zeer vaak 9 Weet niet QUESTION 51 IF [ Q13, 1 ] Zou u uw sigaret uitmaken als een collega daarom zou vragen? 1 Zeker wel 2 Waarschijnlijk wel 3 Misschien wel\misschien niet 4 Waarschijnlijk niet 5 Zeker niet 9 Weet niet QUESTION 52 Als iemand, bijvoorbeeld een collega, zou roken op plaatsen waarvolgens de regels niet gerookt mag worden, zou u deze persoon daar dan op aanspreken? 1 Zeker wel 2 Waarschijnlijk wel 3 Misschien wel\misschien niet 4 Waarschijnlijk niet 5 Zeker niet 9 Weet niet QUESTION 53 Als iemand, bijvoorbeeld een collega, zou roken op plaatsen waar volgens de regels niet gerookt mag worden, zou u daar dan tegen uw leiding iets van zeggen? 1 Zeker wel 2 Waarschijnlijk wel 3 Misschien wel\misschien niet 4 Waarschijnlijk niet 5 Zeker niet 9 Weet niet PARA-meter onderzoek werknemers 107
108 QUESTION 54 Weet u bij wie u op uw werk terecht kan als u op het werk een probleem zou hebben dat te maken heeft met roken? 1 Ja 2 Nee QUESTION 55 Bij wie zou u op uw werk dan terecht kunnen als u op het werk een probleem zou hebben dat te maken heeft met roken? (meerdere antwoorden mogelijk) 1 Afdelingshoofd\leidinggevende 2 Arbo-dienst 3 Bedrijfsarts 4 Beheerder gebouw 5 Directie 6 Klachtencommissie 7 Medezeggenschapsraad\ OR 8 Geen van deze MULTIPLE IF [ Q54, 1 ] QUESTION 56 Heeft u wel eens een probleem dat te maken had met roken aangekaart bij een leidinggevende of een ander aanspreekpersoon? 1 Ja 2 Nee QUESTION 57 Bij wie was het aankaarten van dit probleem succesvol? (meerdere antwoorden mogelijk) MULTIPLE IF [ Q56, 1 ] 2 Bij niemand 3 Bij het afdelingshoofd\leidinggevende 4 Bij de arbo-dienst 5 Bij de bedrijfsarts 6 Bij de beheerder van het gebouw 7 Bij de directie 8 Bij een instelling buiten het bedrijf 9 Bij een Klachtencommissie 10 Bij de medezeggenschapsraad\ OR 11 Geen van deze 19 Weet niet 108 PARA-meter onderzoek werknemers
109 QUESTION 58 Sinds 1 januari is de nieuwe Tabakswet in werking getreden. Alle werknemers hebben vanaf 1 januari recht op een rookvrije werkplek. Heeft u daar wel eens iets over gehoord? 1 Ja 2 Nee QUESTION 998 IF [ Q3, 19 ] Omdat u niet weet in welke branche u werkt, kunnen we u helaas geen vragen stellen over dit onderwerp. 9 Afsluiten QUESTION 999 IF [ AANTAL1 = 0 ] Omdat u niet werkt, kunnen we u helaas geen vragen stellen over dit onderwerp. 9 Afsluiten PAGE 12 PARA-meter onderzoek werknemers PAGE 13 PARA-meter onderzoek werknemers EMBED PBrush PARA-meter onderzoek werknemers 109
Tabaksrook in de werkomgeving
Tabaksrook in de werkomgeving Resultaten van het PARA-meter onderzoek onder werknemers Ir. D. Segaar & Dr. M. C. Willemsen Dit is een publicatie van STIVORO voor een rookvrije toekomst Correspondentieadres
De Tabakswet. Rapport. Onderzoek naar hinder en schadelijkheid van passief roken, houding t.a.v. en steun voor rookverboden Cyrille Koolhaas
Grote Bickersstraat 74 13 KS Amsterdam Postbus 247 00 AE Amsterdam t 0 522 54 44 f 0 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Rapport De Tabakswet Onderzoek naar hinder en schadelijkheid van passief
Roken onder volwassenen De harde feiten 2010
Roken onder volwassenen De harde feiten 2010 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 1958 1960 1962 1964 1966 1968 1970 1972 1974 1976 1978 1980 Percentage niet rokers onder de Nederlandse bevolking
Monitor naleving rookvrije werkplek 2006
Monitor naleving rookvrije werkplek 2006 METINGEN 2004 EN 2006 B. Bieleman A. Kruize COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail [email protected] Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam:
Meting stoppers-met-roken juli 2008
Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Consumer & Media Rapport Meting stoppers-met-roken juli 2008
Roken onder volwassenen De harde feiten 2012
Roken onder volwassenen De harde feiten 2012 10 9 8 Rokers 7 6 5 Niet-rokers Verdeling Nederlandse bevolking (15 jaar en ouder) naar % rokers en % niet-rokers 1975-2012 Percentage rokers naar categorie
Jongeren en de sociale druk om (niet) te roken
Jongeren en de sociale druk om (niet) te roken Veranderingen tussen 1998 en 2005 Cyrille Koolhaas en Dr. Marc Willemsen Dit is een publicatie van STIVORO voor een rookvrije toekomst Correspondentieadres
Rookverbod in de horeca dringt meeroken flink terug
Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Consumer & Media Rapport Rookverbod in de horeca dringt meeroken
Rookprevalentie
Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Consumer & Media Rapport Rookprevalentie -2008 Continu onderzoek
Waarschuwende teksten op sigarettenpakjes
nipo het marktonderzoekinstituut Postbus 247 00 ae Amsterdam Grote Bickersstraat 74 Telefoon (020) 522 54 44 Fax (020) 522 53 33 E-mail [email protected] Internet www.nipo.nl NIPO het marktonderzoekinstituut
Rapport. Roken en Zwangerschap. Jordy van der Steen. B-1272 Juli 2002. Bestemd voor: DEFACTO voor een rookvrije toekomst Den Haag
nipo het marktonderzoekinstituut Postbus 247 1000 ae Amsterdam Grote Bickersstraat 74 Telefoon (020) 522 54 44 Fax (020) 522 53 33 Email [email protected] Internet www.nipo.nl Rapport Roken en Zwangerschap
Houding van ouders ten aanzien van het rookgedrag van jongeren van jaar
Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Consumer & Media Rapport Houding van ouders ten aanzien van het
FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013
FACTSHEET MAART 2014 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 KERNPUNTEN Een kwart (25%) van de Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar rookt in 2013: 19% rookt dagelijks en 6% niet dagelijks. Het percentage
Onderzoek kopen tabak door jongeren
meting 214 Onderzoek kopen tabak door jongeren A Kruize B. Bieleman 1. Inleiding Vanaf 1 januari 214 is de leeftijdsgrens voor de verkoop van tabaksproducten van 16 naar 18 jaar gegaan. De verstrekker
Meeste mensen blij met rookverbod
Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding worden gebruikt (M. Heijmans & J. de Jong. Meeste mensen blij met rookverbod. NIVEL, juni 2008). Meeste mensen blij met
KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND
26% rookt 28% doet stoppoging 80% van plan om te stoppen 19 duizend sterfgevallen door roken KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND Een overzicht van recente Nederlandse basisgegevens over rookgedrag 2012 Roken
Werktijden van de werkzame beroepsbevolking
Werktijden van de werkzame beroepsbevolking Ingrid Beckers Ruim de helft van de werkzame beroepsbevolking werkte in 22 op onregelmatige tijden. Werken in de avonduren en op zaterdag komt het meeste voor.
WERKNEMERS EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID
WERKNEMERS EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID In opdracht van Delta Lloyd Maart 2015 1 Inhoudsopgave 1. Management Summary 2. Onderzoeksresultaten Verzuim Kennis en verzekeringen Communicatie Opmerkingen 3. Onderzoeksverantwoording
Kerncijfers roken in Nederland
20.000 sterfgevallen door roken Kerncijfers roken in Nederland Een overzicht van recente Nederlandse basisgegevens over rookgedrag 28% rookt 27% doet stoppoging 25 miljard verkochte sigaretten 2009 Inhoudsopgave
KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND
25% rookt 26% doet stoppoging 23 miljard verkochte sigaretten 19 duizend sterfgevallen door roken KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND Een overzicht van recente Nederlandse basisgegevens over rookgedrag 2011
Meting tevredenheid werkgevers AANSLUITING MBO-ARBEIDSMARKT [ ]
Meting tevredenheid werkgevers AANSLUITING MBO-ARBEIDSMARKT [12-3-2018 ] 1. Inleiding Op 14 oktober 2015 heeft Tweede Kamerlid Straus een motie ingediend om een indicator voor de tevredenheid van werkgevers
Presentatie WAI database November 2012. Hoe ziet het werkvermogen van de Nederlandse werkende beroepsbevolking eruit?
Presentatie WAI database November 2012 Hoe ziet het werkvermogen van de Nederlandse werkende beroepsbevolking eruit? Over de data De WAI vragenlijsten worden afgenomen door verschillende WAI licentienemers
Ondernemingspeiling 2015. Foto: Jan van der Ploeg
Ondernemingspeiling 2015 Foto: Jan van der Ploeg Kenniscentrum MVS Juni 2015 O n d e r n e m i n g s p e i l i n g 2 0 1 5 P a g i n a 2 Inleiding Op initiatief van het team Economische Zaken, Toerisme
Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann
Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder
Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen
nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel
Concurrentiebeding. Dataverzameling bij het LISS panel in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Dataverzameling bij het LISS panel in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid datum 18 december 2015 auteur(s) Maarten Streefkerk Suzan Elshout Boukje Cuelenaere versie 2.0 CentERdata,
Opzet van het onderzoek. A.1 Achtergrond van het AVP. A.2 Beoogde onderzoekspopulatie
Bijlage A Opzet van het onderzoek Arbeidsmarkt in kaart: werkgevers 2017 beschrijft de ontwikkelingen in de opvattingen en het personeelsbeleid van werkgevers ten aanzien van een aantal actuele beleidsthema
Factsheet Rookvrije scholen 2011 Voortgezet onderwijs Hoe is het gesteld met het Rookverbod? Handhaving rookverbod Negen op de tien scholen in het voortgezet onderwijs geven in 2011 aan medewerkers aan
Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 16 t/m 19. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.
Rapport monitor Opvang asielzoekers week 16 t/m 19 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 17 mei 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten
Werkgelegenheidsonderzoek 2010
2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek
Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h
TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e [email protected] www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630
Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 40 t/m 51. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.
Rapport monitor Opvang asielzoekers week 40 t/m 51 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 27 december 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten
Erratum Jaarboek onderwijs 2008
Centraal Bureau voor de Statistiek Erratum 13 december 2007 Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is een aantal zaken niet juist vermeld. Onze
FACTSHEET ROKEN ONDER VOLWASSENEN: KERNCIJFERS 2016 OKTOBER 2017 KERNPUNTEN
OKTOBER 2017 FACTSHEET ROKEN ONDER VOLWASSENEN: KERNCIJFERS 2016 KERNPUNTEN In 2016 rookte iets minder dan een kwart (24,1%) van de bevolking van 18 jaar en ouder. Dit is een daling ten opzichte van 2015
Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt
Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien
Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen
Hoge werktevredenheid geen garantie voor doorwerken tot pensioen 11 Meeste werknemers tevreden met het werk Acht op de tien werknemers (zeer) tevreden met hun werk Vrouwen vaker tevreden dan mannen Werknemers
Ouderschapsverlof. Ingrid Beckers en Clemens Siermann
Ouderschapsverlof Ingrid Beckers en Clemens Siermann Ruim een kwart van de werknemers in Nederland die in 24 recht hadden op ouderschapsverlof, hebben daarvan gebruik gemaakt. nemen veel vaker ouderschapsverlof
Hiv op de werkvloer 2011
Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Political & Social Samenvatting Hiv op de werkvloer 20 Natascha
Een onderzoek autoverzekeringen. Pricewise 26-11-2014. Rapportage Auteurs: Yvette Randsdorp, Rob Doornbos Project Z5003
Een onderzoek autoverzekeringen Pricewise Rapportage Auteurs: Yvette Randsdorp, Rob Doornbos Project Z5003 26-11-2014 Inhoudsopgave Achtergrond, doel- en probleemstelling Pagina 3 Conclusies Pagina 4 Methode
Monitor Werkgeversbijdragen Kinderopvang
Monitor Werkgeversbijdragen Kinderopvang Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Marieke Vossen
Rookvrij Opgroeien. Roken? Houd kinderen er buiten. Het bespreken van (mee)roken binnen de JGZ 4-19 jaar. 4-19 jaar
Rookvrij Opgroeien 4-19 jaar 4-19 jaar Roken? Houd kinderen er buiten. Het bespreken van (mee)roken binnen de JGZ 4-19 jaar Kinderen boven de vier jaar wonen relatief vaak in een huis waar gerookt mag
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Jan-Willem Bruggink en Clemens Siermann Werkenden van 45 jaar of ouder zijn weinig mobiel op de arbeidsmarkt. Binnen deze groep neemt de mobiliteit af met het stijgen
AFM Consumentenmonitor najaar 2014 Beleggers
AFM Consumentenmonitor najaar 2014 Beleggers November 2014 GfK 2014 AFM Consumentenmonitor November 2014 1 Beleggingsportefeuille GfK 2014 AFM Consumentenmonitor November 2014 2 Zes op de tien beleggers
Werkbelevingsonderzoek 2013
Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:
rokenendewet Informatie over de Tabakswet Wat staat er precies in de Tabakswet? Wat houdt het reclameverbod in? Waar moet je op letten als winkelier?
rokenendewet Informatie over de Tabakswet Wat staat er precies in de Tabakswet? Wat houdt het reclameverbod in? Waar moet je op letten als winkelier? Aan welke verplichtingen moeten werkgevers voldoen?
SIRE. Rapport. "Geef kinderen hun spel terug" Jonneke Heins. C0521b 29 oktober 2007
Grote Bickersstraat 74 3 KS Amsterdam Postbus 247 AE Amsterdam t 2 522 54 44 f 2 522 53 33 e [email protected] www.tnsnipo.com Rapport SIRE "Geef kinderen hun spel terug" Jonneke Heins C52b 29 oktober 27
Evaluatieonderzoek Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997. BIJLAGE I Resultaten enquête ondernemers
Evaluatieonderzoek Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 BIJLAGE I Resultaten enquête ondernemers drs B. van Bruggen Amsterdam, november 2001 71/november 2001 DIJK12 Beleidsonderzoek Adelaarsweg
koopzondagen 2012 def KOOPZONDAGEN EN KOOPAVONDEN DE MENING VAN DE BURGER
koopzondagen 2012 def KOOPZONDAGEN EN KOOPAVONDEN DE MENING VAN DE BURGER Oktober 2012 2 Opdrachtnemer: Opdrachtgever: Team Financieel Advies, Onderzoek & Statistiek Camiel De Bruijn Ard Costongs Economie
Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 12 t/m 15. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.
Rapport monitor Opvang asielzoekers week 12 t/m 15 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 15 april 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten
(Voor)oordelen over parttimers
Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tnsnipo.com Political & Social Rapport (Voor)oordelen over parttimers Echte
Bijlage. Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen
Bijlage Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen Behorend bij het rapport VMBO-opleiding Rijn- en binnenvaart in Nijmegen ; Onderzoek naar de behoefte aan een VMBO-opleiding Rijn-
ONDERZOEK LANGDURIG ZIEKTEVERZUIM Onder werkgevers klein MKB (2 tot 20 werknemers)
ONDERZOEK LANGDURIG ZIEKTEVERZUIM Onder werkgevers klein MKB (2 tot 20 werknemers) September 2014 GfK 2014 Kennis langdurig ziekteverzuim september 2014 1 Inhoudsopgave 1. Management Summary 2. Onderzoeksresultaten
Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland
Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland In april 2013 heeft TNS NIPO in opdracht van Thuiswinkel.org een herhalingsonderzoek uitgevoerd naar
Muziek telt! Onderzoek naar behoefte en imago van muziekonderwijs bij Nederlandse publiek (18 jaar en ouder). Joep Wils.
Grote Bickersstraat 7 1013 KS Amsterdam Postbus 1903 1000 BX Amsterdam tel 020 522 59 99 fax 020 22 15 44 e-mail [email protected] www.veldkamp.net Muziek telt! Onderzoek naar behoefte en imago van muziekonderwijs
Bekendheid Overijsselse regio s. Rapportage meting 4 (december 2012)
Bekendheid Overijsselse regio s Rapportage meting 4 (december 202) NBTCNIPO Research Postadres Postbus 63470 2502 JL Den Haag Bezoekadres Prinses Catharina Amaliastraat 5, Den Haag Grote Bickersstraat
Onderzoek voor de KNOV
Onderzoek voor de KNOV Inhoud 1 Samenvatting 3 Onderzoeksverantwoording 6 3 Behandeling en begeleiding tijdens de 10 zwangerschap 4 Beoordeling 17 1 Samenvatting Samenvatting - 1 Behandeling en begeleiding
FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2014
FACTSHEET APRIL 201 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2014 KERNPUNTEN Iets minr dan een kwart (23%) van Nerlandse bevolking vanaf 1 jaar rookte in 2014. Dat is een vergeleken met 2013 (2%). Ook
Vraag C Beslist het hoofdkantoor over sponsoraanvragen of doet elke vestiging dat apart? 1. Hoofdkantoor 2. Elke vestiging apart
Vragenlijst Bedrijven E4053/4 TNS NIPO houdt in opdracht van de Vrije Universiteit een onderzoek over maatschappelijk verantwoord ondernemen. MKB-Nederland en VNO-NCW steunen dit onderzoek van de Vrije
Betaalbaarheid van pensioen in de toekomst
Betaalbaarheid van pensioen in de toekomst Vereniging Bedrijfstakpensioenfondsen Jubileum / 21-4-2010 / P.1 / 21-4-2010 / P.1 Onderzoeksrapportage Amsterdam April 2010
Mexicaanse griep. Rapport. Geen nationale paniek, maar wel bereidheid tot vaccineren. Danielle van Wensveen. C6957J4 30 oktober 2009
Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Political & Social Rapport Mexicaanse griep Geen nationale paniek,
