Uitgangspuntendocument BMI, OAI en sprinkler

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitgangspuntendocument BMI, OAI en sprinkler"

Transcriptie

1 Uitgangspuntendocument BMI, OAI en sprinkler Uitgangspuntendocument voor brandmeld-, ontruimingsalarm- en sprinklerinstallatie voor Danzigerkade te Amsterdam Status definitief Versie 001 Rapport B R001 Datum 21 oktober 2016

2 Colofon Opdrachtgever Contactpersoon Heren 2 B.V. Danzigerkade AP Amsterdam de heer T. Béguin Msc. Project Danzigerkade Betreft Uitgangspuntendocument BMI, OAI en sprinkler Danzigerkade Uw kenmerk - Rapport B R001 Datum 21 oktober 2016 Versie 001 Status definitief Uitgevoerd door Informatie Auteur Verantwoordelijk Verwerkt door DGMR Bouw B.V. Casuariestraat VB Den Haag Postbus CJ Den Haag ing. A.V. (Alexander) Winthorst [email protected] ing. A. (Auke) van Dam [email protected] ir. P.H.E. (Peter) van de Leur [email protected] LE OZU 2

3 Goedkeuring betrokken partijen Eisende partij(en) Gegevens Handtekening voor akkoord Bevoegd gezag Gemeente Amsterdam Stadsloket Westpoort Postbus AL Amsterdam Opdrachtgever Contactpersoon: n.t.b. Heren 2 B.V. Danzigerkade AP Amsterdam Contactpersoon: de heer T. Béguin Msc. Overige betrokken partijen (geen eisende partijen) Gegevens Handtekening UPD-opsteller Casuariestraat VB DEN HAAG Auteur: Ing. A. (Auke) van Dam Eindverantwoordelijke: Prof ir. P.H.E. (Peter) van de Leur Voor deze en met betrekking tot het Programma van Eisen brandmeldinstallaties: Ing. J.C. (Johan) Hoogeweg DGMR Bouw B.V. is een door CIBV B.V. erkend PvE-opsteller brandmeldinstallaties volgens de LPCB Regeling UPD/IPB Opsteller (certificaatnummer nr. 1) 3

4 Inhoud 1. Inleiding Algemeen Doel van dit document Leeswijzer 6 2. Versiebeheer en geldigheid van het document Versiebeheer Geldigheid van het document 7 3. Betrokken partijen Algemeen 8 4. Situatie en gebruik Situatie Gebruikskenmerken Uitgangspunten Doel installaties Algemeen Sprinklerinstallatie Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie Wet- en regelgeving en van toepassing zijnde richtlijnen Wet- en regelgeving Toegepaste literatuur en methodieken Herkomst eisen Algemeen Sprinklerinstallatie Brandmeldinstallatie en sprinklermeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie Doormelding brandalarmen Technische eisen sprinklerinstallatie Ontwerpcriteria Watervoorziening Sprinklerleidingen/onderdelen installatie Leidingen door onbeveiligd gebied Corrosie in leidingen Beproevingsvoorziening (ITC) Bewaking (afsluiters) Zonering van de sprinklerinstallatie Keuken inrichting en ventilatie Technische eisen brandmeld- en sprinklermeldinstallatie Systeemopbouw 26 4

5 9.2 Ontwerpgegevens brandmeld- en sprinklermeldinstallatie Technische eisen ontruimingsalarminstallatie Technische eisen ontruimingsalarminstallatie type A Technische eisen ontruimingsalarminstallatie luid alarm type B Sturingen Algemeen Uit te voeren sturen Overige eisen Beperking uitbreiding van brand naar het met sprinklers beveiligde gebied Plafondconstructies Draftstops Pomp-opstelruimte Verwarming bouwdelen Toetreding brandweer Luchtsnelheden/ventilatie Brandwerendheid van de draagconstructie op het criterium bezwijken Organisatorische aspecten Beheer algemeen Ontruimingsplan Alarmopvolging Beheernormen Opslag in het gebouw Afstand tussen sprinklerkop en opslag Afwijkingen en interpretaties Besluiten Commissie van Deskundigen/Deskundigenpanel Projectspecifieke afwijkingen en interpretaties sprinkler Projectspecifieke afwijkingen en interpretaties brandmeldinstallatie Projectspecifieke afwijkingen en interpretaties ontruimingsalarminstallatie Kwaliteitswaarborging brandbeveiligingssystemen Algemeen Vorm kwaliteitswaarborging Geldigheid inspectiecertificaat Certificeren op afgeleide doelstellingen Sprinklerinstallatie indeling in brandcompartimentsklassen 49 Bijlagen Bijlage 1 Afstemming NFPA-voorschriften op de Nederlandse situatie Bijlage 2 Sectie-indeling sprinklerinstallatie Bijlage 3 Zone-indeling brandmeldinstallatie Bijlage 4 Beveiliging van verborgen ruimten (NFPA 13:2016) 5

6 1. Inleiding 1.1 Algemeen Voor het nieuwbouwproject Danzigerkade in Amsterdam heeft DGMR Bouw B.V. een uitgangspuntendocument (hierna: UPD) opgesteld voor de onderstaande installaties: 1 sprinklerinstallatie 2 brandmeldinstallatie 3 ontruimingsalarminstallatie Het betreft een nieuw te bouwen kantoorgebouw aan de Danzigerkade. In het gebouw zullen de hierboven genoemde brandbeveiligingsinstallaties worden aangebracht. Dit document is gebaseerd op de casco situatie van het gebouw. Toelichting: voor de naamgeving van documenten waarin eisen worden vastgelegd worden ook wel de begrippen basisontwerp, Programma van Eisen en Masterplan gehanteerd. Binnen dit document wordt hiervoor uitsluitend het begrip uitgangspuntendocument (hierna: UPD) gehanteerd. 1.2 Doel van dit document Dit document dient om de eisen aan de hiervoor genoemde installatie vast te leggen. Dit betreft niet alleen de technische eisen maar ook de bouwkundige en organisatorische voorwaarden die van toepassing zijn om de werking van deze installaties te waarborgen. Dit document dient dan ook als: Programma van Eisen voor de brandmeldinstallatie zoals bedoeld in bijlage A van de NEN 2535; Programma van Eisen voor de ontruimingsinstallatie zoals in bijlage A van de NEN 2575; Owner s information Certificate zoals bedoeld in de NFPA 13, paragraaf 4.3; basisontwerp zoals genoemd in de CCV inspectie- en certificeringschema s. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de betrokken partijen en de geldigheid van dit document. In hoofdstuk 4 is een omschrijving van het object weergegeven. Beschreven zijn onder meer de omgeving, huisvestingskenmerken en gebruiksfuncties. In hoofdstuk 5 zijn de doelstellingen waarvoor deze installaties worden aangelegd aangegeven. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op welke wetgeving en richtlijnen van toepassing zijn. In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan waarom de voorzieningen van toepassing zijn en wat de omvang van de voorzieningen is. In hoofdstuk 8 t/m 11 wordt nader ingegaan op de technische eisen (ontwerpcriteria) die van toepassing zijn op de installaties. In hoofdstuk 12 en 13 worden de installatie- en organisatorische voorwaarden aangegeven waaraan invulling gegeven dient te worden. Hoofdstuk 14 omvat eventuele afwijkingen ten opzichte van de voorschriften. In hoofdstuk 15 is vastgelegd hoe de kwaliteitswaarborging moet worden ingevuld. 6

7 2. Versiebeheer en geldigheid van het document 2.1 Versiebeheer Tijdens de ontwikkeling, (ver)bouw en gebruiksfasen is het mogelijk dat de uitgangspunten worden bijgesteld en dat dit uitgangspuntendocument daardoor aangepast moet worden. In de volgende tabel zijn de wijzigingsdata en de reden van wijziging van dit document aangegeven. tabel 1: versiegeschiedenis versie datum omschrijving/reden van wijziging 001 eerste concept 26 september 2016 eerste versie uitgangspuntendocument 001 definitief 21 oktober 2016 Opmerkingen en antwoorden opdrachtgever verwerkt, o.a. gevaarklassen aangepast en principeschema installaties aangepast. 2.2 Geldigheid van het document Er geldt geen limitering aan de geldigheid van dit uitgangspuntendocument. Bij wijzigingen aan het gebouw, de installaties, het gebruik en/of de regelgeving moet een ter zake deskundige beoordelen of de uitgangspunten en de hierbij behorende voorzieningen resulteren in een situatie die voldoet aan de van toepassing zijnde eisen. 7

8 3. Betrokken partijen 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk zijn de partijen aangegeven die betrokken zijn bij de inhoud van dit uitgangspuntendocument en/of waarvan goedkeuring nodig is voor de uitgangspunten en te realiseren voorzieningen zoals aangegeven in dit UPD. tabel 2: betrokken partijen rol betrokken partij naam goedkeuring UPD? bevoegd gezag gemeente Amsterdam ja opdrachtgever opstellen UPD Heren 2 B.V. ja gebruiker/eigenaar zie toelichting A verzekeraar zie toelichting B opsteller UPD DGMR Bouw B.V. Zie colofon Toelichting A: in de eisen van de opdrachtgever zijn de eisen van de toekomstige huurders/gebruiker(s) meegenomen. Toelichting B: deze partij is niet betrokken bij de inhoud van dit uitgangspuntendocument. 8

9 4. Situatie en gebruik 4.1 Situatie Het gebouw bestaat uit vijf bovengrondse bouwlagen en twee ondergrondse bouwlagen. Op de begane grond bevinden zich bijeenkomstgebied en een passage. De eerste verdieping tot en met de vierde verdieping zijn kantoorlagen. Het gebouw is gelegen aan de Danzigerkade Aan de noord- en zuidzijde grenst het gebouw aan de buurpercelen, aan de oost- en westzijde grenst het gebouw aan de openbare weg. In figuur 1 is de situatie van het gebouw in de omgeving weergeven, met de positie van de brandweeringang. figuur 1: situatietekening 4.2 Gebruikskenmerken Het gebouw heeft een totale gebruiksoppervlakte van circa m 2. De hoogste verblijfsgebiedsvloer is gelegen op 17.5 meter boven maaiveldniveau. De laagste verblijfsgebiedsvloer van de parkeergarage is gelegen op 5.7 meter onder maaiveldniveau. Het atrium in het gebouw heeft een interne hoogte van circa 22.3 meter. In het beveiligde gebied komen de volgende gebruiksfuncties voor: 1 Overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen met een gebruiksoppervlakte van circa m 2. 2 Kantoorfunctie met een gebruiksoppervlakte van circa m 2. 3 Bijeenkomstfunctie met een gebruiksoppervlakte van circa m 2. In het gebouw wordt bij de bovengrondse bouwlagen voor deze aanvraag uitgegaan van een bezetting van 335 personen op de verdiepingen en 868 personen op de begane grond. 9

10 In de volgende tabel zijn de kenmerken van het gebouw opgenomen. tabel 3: gebouwkenmerken bouwdeel plafonds luifels mechanisch ventilatiesysteem/verwarming transportsystemen overhead/roldeur bevriezingsgevaar/vorstgevaar lichtkoepels/lichtstraten ventilatievoorzieningen in het dak dakhelling brandslanghaspels/blusmiddelen droge blusleiding transportleidingen van brandbare gassen opslag gevaarlijke stoffen/pgs 15 ruimten die vallen onder de ATEX-richtlijn brandwerendheid op bezwijken van de draagconstructie onder brandomstandigheden omschrijving beton en verlaagde systeemplafonds boven de entree, geen opslag toegestaan mechanische ventilatie (geen brandventilatie aanwezig in de parkeergarage) liften speedgate/slagbomen in-uitrit parkeergarage met uitzondering van de aangegeven ruimten is bevriezingsgevaar niet aanwezig binnen het gebied voorzien van een sprinklerinstallatie. In onderstaande ruimten/gebieden is dit risico wel aanwezig: koel- en vriescellen (indien aanwezig) parkeergarage opmerking: binnen de sprinklervoorschriften wordt vorstgevaar aanwezig beschouwd als de ruimtetemperatuur lager is dan 4 o C. onder het glazen atrium en glazen lichtkoepels en lichtstraat is geen zonwering aanwezig. niet aanwezig vlak dak atrium helling < 10 graden aanwezig, de brandslanghaspels zijn niet aangesloten op de sprinklerinstallatie aanwezig, niet aangesloten op de sprinklerinstallatie niet aanwezig niet aanwezig niet aanwezig 90 minuten. Het materiaalgebruik van het gebouw is in de volgende tabel aangegeven. tabel 4: materiaalgebruik constructieonderdeel uitvoering/materiaal brandklasse draagconstructie staal en beton NEN-EN brandklasse A1 dakconstructie en dakafwerking isolatie beton, staal, bitumineuze dakbedekking minerale wol NEN-EN brandklasse A1 NEN 6063: niet brandgevaarlijk gevelconstructie, gevelafwerking metselwerk, beton, staal en glas NEN-EN brandklasse A1 isolatie minerale wol binnenwanden steenachtig NEN-EN brandklasse A1 4.3 Uitgangspunten Bij het opstellen van dit UPD zijn de onderstaande documenten/tekeningen als uitgangspunt gehanteerd: 1 Rapportage aanvraag omgevingsvergunning bouwen met kenmerk B R001, opgesteld door DGMR van 21 oktober De DO-tekeningen van Dedato ontwerpers en architecten van 21 oktober 2016 met projectnummer

11 5. Doel installaties 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de doelen van de in dit UPD beschreven installaties. Per doel is aangegeven welke van de betrokken partijen dit op het project van toepassing heeft verklaard. De van toepassing zijnde gelijkwaardigheden die voortvloeien uit toepassing van artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 zijn nader uitgewerkt in het in hoofdstuk 4.3 aangegeven document. 5.2 Sprinklerinstallatie De doelen waarvoor de sprinklerinstallatie wordt gerealiseerd zijn in de volgende tabel weergegeven. tabel 5: doelen sprinklerinstallatie doel installatie betrokken partij bevoegd gezag (A) opdrachtgever schadebeperking (A) sturen brandbeveiligingsinstallaties (A) bescherming milieu - - continuering bedrijfsvoering - - gelijkwaardigheid zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2012, artikel 1.3 voor: beheersbaarheid van brand: realiseren grote brandcompartimenten (beperking (A) uitbreiding van brand) beheersbaarheid van brand: voorkomen van brandoverslag spiegelsymmetrie (A) realiseren functiebehoud van transmissiewegen (NPR 2576) (A) = eis van toepassing, - = eis niet van toepassing/de installatie wordt niet gebruikt om de aangegeven doelstellingen te behalen. Toelichting A: De aanwezigheid van een sprinklerinstallatie is niet rechtstreeks voorgeschreven vanuit het Bouwbesluit, het bevoegd gezag is dan ook primair geen eisende partij ten aanzien van de aanwezigheid van een sprinklerinstallatie. De opdrachtgever heeft deze keuze echter wel gemaakt op basis van de gelijkwaardigheidsbepaling vanuit het Bouwbesluit. Het bevoegd gezag heeft dan ook een rol in het beoordelen of met de uitgangspunten zoals verwoord in het UPD en de wijze waarop de kwaliteitswaarborging plaatsvindt afdoende invulling wordt gegeven aan de voorgestelde gelijkwaardigheid. Daardoor is het bevoegd gezag als betrokken partij aangegeven. 5.3 Brandmeldinstallatie De doelen waarvoor de brandmeldinstallatie wordt gerealiseerd zijn in de volgende tabel weergegeven. tabel 6: doelen brandmeldinstallatie doel installatie betrokken partij bevoegd gezag opdrachtgever persoonlijke veiligheid schadebeperking - - sturen brandbeveiligingsinstallaties bescherming milieu - - continuering bedrijfsvoering - - = eis van toepassing, - = eis niet van toepassing/de installatie wordt niet gebruikt om de aangegeven doelstellingen te behalen. 11

12 5.4 Ontruimingsalarminstallatie De doelen waarvoor de ontruimingsalarminstallatie wordt gerealiseerd zijn in de volgende tabel weergegeven. tabel 7: doelen ontruimingsinstallatie doel installatie het alarmeren van de aanwezige personen na het ontdekken van een brand zodat een snelle en ordelijke evacuatie van deze personen kan plaatsvinden. het alarmeren van de aanwezige personen bij een calamiteit buiten het gebouw zodat een snelle en ordelijke evacuatie van deze personen kan plaatsvinden. het alarmeren van de aanwezige personen bij een calamiteit in het gebouw anders dan brand zodat een snelle en ordelijke evacuatie van deze personen kan plaatsvinden. betrokken partij bevoegd gezag opdrachtgever = eis van toepassing, - = eis niet van toepassing/de installatie wordt niet gebruikt om de aangegeven doelstellingen te behalen. 12

13 6. Wet- en regelgeving en van toepassing zijnde richtlijnen 6.1 Wet- en regelgeving Op basis van de Woningwet worden er op het gebied van brandveiligheid eisen gesteld aan de bouwkundige uitvoering van het gebouw, de aanwezige brandbeveiligingsinstallatie(s) en het brandveilige gebruik van het gebouw. Voor dit gebouw is de regelgeving genoemd in de volgende tabel van toepassing. tabel 8: van toepassing zijnde regelgeving Regelgeving Uitgave Inclusief laatste wijziging Bouwbesluit 2012 Staatsblad 2011:416 (29 augustus 2011) Staatsblad 2015:425 (12 november 2015) Regeling Bouwbesluit 2012 Staatscourant 2011:23914 (29 december 2011) Staatscourant 2015:33491 (1 juli 2016) 6.2 Toegepaste literatuur en methodieken Naast de formele wet- en regelgeving kan ook gebruikgemaakt worden van praktijkrichtlijnen en handboeken. De relevante documenten zijn aangegeven in onderstaande tabel. tabel 9: van toepassing zijnde literatuur en methodieken Richtlijn Uitgave Onderdeel/hoofdstuk Handboek Brandbeveiligingsinstallaties 3e druk, juni 2012 hoofdstuk 1: Brandmeldinstallaties van Brandweer Nederland hoofdstuk 2: Ontruimingsinstallaties hoofdstuk 6: Sprinklerinstallatie hoofdstuk 10: Voorzieningen aan deuren hoofdstuk 13: Luchtbehandeling en ventilatie installatie hoofdstuk 17: Roltrappen en (brandweer)liften hoofdstuk 18: Brandweeringang hoofdstuk 19: Certificatie brandbeveiligingssystemen Brandweer Amsterdam-Amstelland 13 april 2015 Leidraad brandweerpanelen volledig document parkeergarages en repressieve info De van toepassing zijnde eisen zijn opgenomen in dit document en dienen als uitgangspunt voor de te realiseren voorzieningen. 13

14 7. Herkomst eisen 7.1 Algemeen Om de doelstellingen van de brandbeveiligingsinstallaties, zoals aangegeven in hoofdstuk 5, te behalen, moeten de installaties afgestemd worden op het aanwezige risico in het gebouw. De eisen op basis van het wettelijk kader worden in dit hoofdstuk geïnventariseerd. Ook worden eventuele aanvullende eisen van de opdrachtgever meegenomen waarbij een afweging plaatsvindt of deze niet strijdig zijn met het wettelijk kader. 7.2 Sprinklerinstallatie Keuze ontwerpvoorschrift Voor het ontwerp van de sprinklerinstallatie schrijft de regelgeving geen specifieke ontwerpvoorschriften voor. Gezien de eisen op het gebied van certificering (zie hoofdstuk 15) moet het te hanteren voorschrift voorkomen in het CCV-document Inspectie brandbeveiliging - Specifieke normen en verwijzingen, versie 4 van 15 april Er kan gebruikgemaakt worden van onder meer de volgende normen: NEN-EN A2 + NEN 1073: Vaste brandblusinstallaties - Automatische sprinklerinstallaties: Ontwerp, installatie en onderhoud (hierna: NEN-EN 12845). Voorschriften uitgegeven door de National Fire Protection Association zoals de NFPA 13: Standard for the installation of sprinkler systems (hierna: NFPA 13). Voorschriften uitgegeven door FM Global onder de naam Property Loss Prevention Data Sheets (hierna: FM-datasheets). Algemeen Alle hiervoor genoemde voorschriften bieden geschikte ontwerpcriteria voor het behalen van de gestelde doelen. Op basis van de volgende overwegingen moet de installatie aangelegd worden volgens de NFPA-voorschriften: Het hanteren van de NFPA-voorschriften is het uitgangspunt van het brandbeveiligingsconcept van het gebouw, zie de documenten in hoofdstuk 4.3. De NFPA-voorschriften zijn moderner dan de NEN-EN en maken het mogelijk om extended coverage sprinklers toe te passen. Atria Daarnaast wordt voor hoge ruimten (>15 meter), vanuit Technisch Bulletin 73, de daarbij horende FMdatasheets (2-0 en 3-26) aangestuurd. Deze voorschriften zullen gehanteerd worden om tot een werkende sprinklerbeveiliging te komen in het atrium. Aanpassen aan Nederlandse situatie De richtlijn NFPA 13 en FM is in eerste instantie opgesteld voor de Amerikaanse markt. Op een aantal aspecten moet deze aangepast worden aan de Nederlandse situatie, dit is aangegeven in bijlage 1. Voor de specifieke zaken die aangepast moeten worden aan de Nederlandse situatie zijn de eisen uit NEN-EN van toepassing. 14

15 Te hanteren voorschriften De sprinklerinstallatie moet aangelegd worden volgens de in de volgende tabel aangegeven voorschriften. tabel 10: ontwerpvoorschriften installaties voorschrift uitgave aspect NFPA 13: Standard for the Installation of Sprinkler Systems 2016 algemeen NFPA 20: Standard for the Installation of Stationary Pumps for Fire 2016 sprinklerpomp Protection NFPA 22: Standard for Water Tanks for Private Fire Protection 2013 waterreservoir FM Global 2-0 installation guidelines for automatic sprinklers 2011 atrium hoger dan 15.2 meter FM Global datasheet 3-26 fire protection water demand for non-storage sprinklered properties 2014 atrium hoger dan 15.2 meter NEN-EN NEN 1073: Vaste brandblusinstallaties Automatische sprinklerinstallaties Ontwerp, installaties en onderhoud 2010 afstemming op de Nederlandse situatie Omvang van de beveiliging Uitgangspunt is dat bijna het volledige gebouw wordt voorzien van een sprinklerinstallatie 1. Een aantal ruimten vormt hierop een uitzondering, deze zijn aangegeven in tabel 11. Indien van toepassing, is aangegeven onder welke voorwaarden deze beveiliging in deze gebieden niet noodzakelijk is. tabel 11: bijzondere ruimten/toelichting gesprinklerd gebied gebied/situatie voorzien van toelichting/voorwaarden sprinklers verborgen ruimten zoals ruimten boven verlaagde plafonds en tussen wanden ja, tenzij in eerste instantie moeten alle verborgen ruimten worden voorzien van een sprinklerbeveiliging. Als voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de NFPA , is het niet noodzakelijk sprinklerkoppen in verborgen ruimten aan te brengen. Deze voorwaarden zijn weergegeven in bijlage 3. toiletten ja de toiletten behoren overeenkomstig de NFPA 13 tot het beveiligde gebied. schachten nee de schachten worden niet gesprinklerd. Voor de bouwkundige voorwaarden zie paragraaf afzuigkanalen voor vethoudende ja, tenzij zie paragraaf 8.9. dampen (koken/frituren) trappenhuizen ingericht als extra beschermde vluchtroute 2 nee de trappenhuizen worden niet gesprinklerd. Voor de bouwkundige voorwaarden zie paragraaf traforuimte nee de traforuimte wordt niet gesprinklerd. Voor de bouwkundige voorwaarden zie paragraaf gasruimte nee de gasruimte wordt niet gesprinklerd. Voor de bouwkundige voorwaarden zie paragraaf liftmachinekamer nee de liftmachinekamer wordt niet gesprinklerd. Voor de bouwkundige voorwaarden zie paragraaf liftschachten nee De liftschachten worden niet gesprinklerd. Voor de bouwkundige voorwaarden zie paragraaf in luchtbehandelingskasten nee op basis van NFPA (8) is het aanbrengen van sprinklers in luchtbehandelingskasten niet noodzakelijk. In draaideuren/tourniquet nee op basis van NFPA is het aanbrengen van sprinklers in draaideuren niet noodzakelijk. 1 Niet het gehele gebouw is voorzien van een sprinklerbeveiliging binnen de NFPA 13, dit is binnen de NFPA 13 toegestaan. Hierdoor is er sprake van een limited area system zoals bedoeld in NFPA Zoals bedoeld in het Bouwbesluit

16 7.2.3 Bepaling gevarenklasse De uitvoering van de sprinklerinstallatie moet worden afgestemd op de aanwezige risico s in het gebouw. De gevarenklasse van de sprinklerinstallatie en de bijbehorende randvoorwaarden moeten afgestemd worden op het gebruik. In tabellen 12 en 13 is het gebruik en de hierbij behorende gevarenklasse aangegeven. tabel 12: wijze van gebruik gevarenklassen gebieden zonder opslag gebied gebruik ruimten gevarenklasse herkomst indeling in gevarenklasse kantoorruimten standaard kantoorgebruik Ordinary Hazard Group 2 (OH-2) 1 NFPA 13 A.5.2 parkeergarage stallen van motorvoertuigen Ordinary Hazard Group 2 (OH-2) 1 NFPA 13 A.5.3 passage en restaurant, vergaderruimten Ordinary Hazard Group 2 (OH-2) 1 NFPA 13 A.5.3 bijeenkomstruimten technische ruimten luchtbehandelingsruimte, stookruimte Ordinary Hazard Group 2 (OH-2) NFPA 13 A.5.4 pompopstelruimte (sprinklerpompruimte) opstelruimte voor een elektrisch aangedreven drukverhogingspomp. Ordinary Hazard Group 2 (OH-2) 1 NFPA 20: goederen worden niet opgeslagen in deze ruimte atrium bijeenkomstgebied met tafels, banken Hazard Category 1 FM 3-26 tabel 1 en stoelen Toelichting 1: In het gebouw komt een aantal ruimten voor waar kan worden volstaan met een lagere gevaarklasse, namelijk de kantoorplekken, passage, parkeergarage en bijeenkomstruimten. Daar kan worden volstaan met de gevaarklasse Ordinary Hazard 1 (OH-1). Om meer flexibiliteit te bieden (functiewijzigingen, opslaggebieden) wordt overal, uitgezonderd het atrium, de gevarenklasse verhoogd van OH-1 naar OH-2. Dit past binnen de benodigde watercapaciteit die nodig is voor de maatgevende gevarenklasse die wordt gehanteerd in het atrium. tabel 13: wijze van gebruik gevarenklassen gebieden met opslag aspect opslagruimten omschrijving opslag van diverse goederen kenmerkend voor een kantoor en restaurant categorie-indeling van de opgeslagen goederen class I 3.7 meter (commodity class) class II 3.7 meter class III 3.7 meter class IV 3.0 meter group A plastics 1.5 meter opslagconfiguratie goederen op pallets gesloten (legbord) stellingen bulkopslag op de grond indeling in gevarenklasse NFPA 13: Ordinary Hazard Group 2 (OH-2) herkomst indeling in gevarenklasse gebieden die ingericht worden voor het opslaan van goederen moeten beveiligd worden volgens voorschriften die van toepassing zijn voor opslag (NFPA 13, hoofdstuk 12 t/m 20). Voor opslag van class I/IV goederen met een hoogte van niet meer dan 3.7 meter en van group plastics tot 1.5 meter zijn de eisen uit NFPA 13 hoofdstuk 13 van toepassing. hoogte ruimte maximaal 3.7 meter Uitvoering watervoorziening Er moet voorzien worden in een adequate watervoorziening. Deze watervoorziening moet op basis van het sprinklervoorschrift minimaal bestaan uit één waterbron en indien noodzakelijk één drukverhogingspomp. Vanuit het brandveiligheidsconcept (zie de in hoofdstuk 4.3 genoemde documenten) en de sprinklervoorschriften is er geen verhoogde betrouwbaarheid van de sprinklerinstallatie vereist. Voor de te realiseren watervoorziening kan dan ook volstaan worden met één waterbron en één drukverhogingspomp. 16

17 7.3 Brandmeldinstallatie en sprinklermeldinstallatie Omvang van de bewaking Eisen van het bevoegd gezag In Bouwbesluitartikel 6.20, lid 1, is aangegeven in welke situaties een brandmeldinstallatie vereist is. Als een installatie vereist is op basis van dit artikel is ook aangegeven welke bewakingsomvang zoals bedoeld in de NEN 2535 vereist is. In de volgende tabel is aangegeven welke bewakingsomvang vereist is voor een aanwezige gebruiksfunctie. tabel 14: omvang van de brandmeldinstallatie - eisen bevoegd gezag op basis van gebruiksfunctie gebruiksfunctie bewakingsomvang toelichting/herkomst eis kantoorfunctie niet-automatische bewaking in een kantoorfunctie met geen vloer van een verblijfsruimte boven de 50 meter is, is een brandmeldinstallatie met niet-automatische bewaking vereist. bijeenkomstfunctie overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen algemeen gedeeltelijke bewaking volledige bewaking ruimtebewaking middels automatische bewaking in een bijeenkomstfunctie met een gebruiksoppervlakte > m 2 is een brandmeldinstallatie met gedeeltelijke bewaking vereist. in een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen met een gebruiksoppervlakte > m 2 is een brandmeldinstallatie met volledige bewaking vereist. als vanuit een uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht (doodlopend eind), zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert en de aan die ruimten grenzende verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, indien: de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is; de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 m² is, of het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee is. De bewakingsomvang (met uitzondering van de ruimte bewaking) geldt voor het gehele brandcompartiment waarin de gebruiksfunctie zich bevindt. Als er meer dan één gebruiksfunctie in een brandcompartiment aanwezig is, geldt de zwaarste eis in dat brandcompartiment (Bouwbesluitartikel 6.20, lid 2). In dit geval betekent dit dat er voor de bewakingsomvang van de kantoorfunctie moet worden uitgegaan van gedeeltelijke bewaking omdat deze is gelegen in hetzelfde brandcompartiment als de bijeenkomstfunctie. Eisen van de opdrachtgever De opdrachtgever wenst dat een aantal deuren in brandscheidingen in de dagelijkse praktijk, in geopende stand staan. Deze deuren worden met gestuurde deurdrangers of met kleefmagneten vastgezet die gekoppeld zijn aan de brandmeldinstallatie, conform bijlage C van de NEN Omvang van de te realiseren bewaking conform NEN 2535 De eisen gesteld door de betrokken partijen zijn niet strijdig met elkaar. De omvang van de bewaking, zoals die gerealiseerd moet worden, is weergegeven in volgende tabel. 17

18 tabel 15: brandmeldinstallatie te realiseren omvang van de bewaking omvang van de bewaking omschrijving/gebied volledige bewaking parkeergarage gedeeltelijke bewaking begane grond t/m vierde verdieping ruimtebewaking middels automatische bewaking indien aanwezig t.p.v. doodlopend einde (in relatie tot ontvluchten) niet-automatische bewaking ruimtebewaking middels automatische bewaking (het bewaken van een ruimte) objectbewaking conform bijlage C van de NEN 2535 deurvastzetinrichtingen - = eis niet van toepassing Ontwerpvoorschrift Eisen van het bevoegd gezag Op basis van Bouwbesluitartikel 6.20, lid 1, is een brandmeldinstallatie vereist zoals bedoeld 3 in de NEN 2535: C1:2010. Eisen van de opdrachtgever Vanuit de opdrachtgever zijn de volgende eisen gesteld: 1 De brandmeldinstallatie dient aangelegd te worden volgens de NEN 2535:2009+C1:2010 (hierna: NEN 2535). 2 De sprinklermeldinstallatie dient te voldoen aan de eisen zoals aangegeven in de NEN-EN Te hanteren voorschriften De door de betrokken partijen gestelde eisen zijn niet strijdig met elkaar. De installatie moet voldoen aan de in volgende tabel aangegeven eisen. tabel 16: voorschriften aanleg en ontwerp brandmeld-/sprinklermeldinstallatie installatieonderdeel voorschrift uitgave onderdeel/hoofdstuk brandmeldinstallatie NEN 2535: Brandveiligheid van gebouwen C1:2010 geheel Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen sprinklermeldinstallatie NEN-EN NEN 1073: Vaste 2010 hoofdstuk 16 brandblusinstallaties Automatische sprinklerinstallaties Ontwerp, installaties en onderhoud bekabeling met functiebehoud NPR 2576: Functiebehoud bij brand - Richtlijn voor bekabeling, ophanging en montage van transmissiewegen 2005 geheel 7.4 Ontruimingsalarminstallatie Aanwezigheid Eisen van het bevoegd gezag In situaties waarin een brandmeldinstallatie vereist is op basis van het Bouwbesluit is ook een ontruimingsalarminstallatie vereist (Bouwbesluitartikel 6.23, lid 1). Eisen van de opdrachtgever Door de opdrachtgever zijn geen aanvullende eisen gesteld. 3 Met het begrip bedoeld wordt binnen het Bouwbesluit aangegeven dat een voorziening functioneel moet voldoen aan de doelstellingen zoals aangegeven in de betreffende norm zonder deze norm en de inhoud hiervan bindend voor te schrijven. 18

19 Te realiseren ontruimingsalarminstallatie De door de betrokken partijen gestelde eisen zijn niet strijdig met elkaar. Het gebouw moet worden voorzien worden van een ontruimingsalarminstallatie Ontwerpvoorschrift Eisen van het bevoegd gezag Op basis van Bouwbesluitartikel 6.23, lid 1, is een ontruimingsalarminstallatie vereist zoals bedoeld 4 in de NEN 2575:2012/2013. Eisen van de opdrachtgever De ontruimingsalarminstallatie moet worden aangelegd volgens de NEN 2575:2012/2013. Te hanteren voorschriften De door de betrokken partijen gestelde eisen zijn niet strijdig met elkaar. De ontruimingsalarminstallatie moet voldoen aan de in volgende tabel aangegeven eisen. tabel 17: voorschriften aanleg en ontwerp ontruimingsalarminstallatie installatieonderdeel voorschrift uitgave ontruimingsalarminstallatie NEN :Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 1: Algemeen NEN : Brandveiligheid van gebouwen Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen- Deel 2: Luidalarm -Ontruimingsalarminstallatie type A NEN : Brandveiligheid van gebouwen A1:2013 Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 3: Luidalarm - Ontruimingsalarminstallatie van type B NEN : Brandveiligheid van gebouwen - Ontrmingsalarminstallaties Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen - Deel 4: Stilalarminstallatie, draadloos bekabeling met functiebehoud NPR 2576: Functiebehoud bij brand - Richtlijn voor bekabeling, ophanging en montage van transmissiewegen Uitvoering van het ontruimingssignaal Eisen van het bevoegd gezag Bij Ministeriële Regeling kunnen voorschriften worden voorgeschreven voor de uitvoering van het ontruimingssignaal (Bouwbesluitartikel 6.23, lid 2). In de Ministeriële Regeling Bouwbesluit 2012 zijn voor de aanwezige gebruiksfuncties geen eisen opgenomen. Eisen van de opdrachtgever Overeenkomstig bijlage B van de NEN moet er, omdat de oppervlakte > m 2, voorzien worden in een ontruimingsalarm luid alarm A-installatie. De parkeergarage (overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen) heeft een oppervlakte < m 2. In de parkeergarage moet worden voorzien in een luid alarm type B-installatie. 4 Met het begrip bedoeld wordt binnen het Bouwbesluit aangegeven dat een voorziening functioneel dient te voldoen aan de doelstellingen zoals aangegeven in de betreffende norm zonder deze norm en de inhoud hiervan bindend voor te schrijven. 19

20 Daarnaast moeten optische signaalgevers (flitslichten) in ruimten geplaatst worden als er op basis van de Arboregelgeving gehoorbescherming gedragen/aangeboden wordt (bij een equivalent geluidsniveau > 80 db(a) (NEN )). Te realiseren ontruimingsalarminstallatie De door de betrokken partijen gestelde eisen zijn niet strijdig met elkaar. Het gehele beveiligde gebied moet voorzien worden van: 1 Een luid alarm A-installatie in de bovenbouw. 2 Een luid alarm B-installatie in de parkeergarage. 3 Optische signaalgevers (flitslichten) als er op basis van de Arboregelgeving gehoorbescherming gedragen/aangeboden wordt (bij een equivalent geluidsniveau > 80 db(a) (NEN )). Bij het opstellen van dit UPD is als uitgangspunt gehanteerd dat deze situatie zich voordat in de sprinklerpompruimte. 7.5 Doormelding brandalarmen Eisen van het bevoegd gezag Er zijn geen gebruiksfuncties aanwezig waarbij, op basis van Bouwbesluitartikel 6.20, lid 1, een doormelding naar de Regionale Alarmcentrale/gemeenschappelijke meldkamer (RAC/GMK) van de brandweer verplicht is. Eisen van de opdrachtgever Onderdeel van de gehanteerde gelijkwaardige oplossing voor het realiseren van grote brandcompartimenten is het toepassen van een sprinklerinstallatie. Brandmeldingen van een sprinklerinstallatie moeten doormelden naar een 24-uursbezet ontvangststation voor brandmeldingen. De brandmeldingen voor de sprinklerinstallatie moeten doormelden naar de RAC/GMK. Brandmeldingen (sprinkler/automatische/niet automatisch) dienen doorgemeld te worden naar een particuliere alarmcentrale (PAC). Te realiseren doormelding De eisen zoals gesteld door de betrokken partijen zijn niet strijdig met elkaar. De eisen met betrekking tot de doormelding van brandalarmen naar een ontvangstlocatie van brandmeldingen zijn weergegeven in de volgende tabel. tabel 18: doormelding brandmeldinstallatie naar ontvangststation van brandmeldingen installatie RAC/GMK PAC bevoegd opdrachtgever bevoegd opdrachtgever gezag gezag brandmeldinstallatie - niet-automatische melders brandmeldinstallatie automatische melders sprinkler brandmeldingen - - RAC/GMK: regionale alarmcentrale van de brandweer/gemeenschappelijke meldkamer PAC: particuliere alarmcentrale = eis van toepassing, - = eis niet van toepassing 20

21 8. Technische eisen sprinklerinstallatie 8.1 Ontwerpcriteria De ontwerpuitgangspunten voor de sprinklerbeveiliging zijn weergegeven in de volgende tabel. tabel 19: ontwerpcriteria sprinkler aspect verborgen ruimten bijv. algemeen tenzij anders atrium >15.2 meter boven verlaagde plafonds (indien noodzakelijk) aangegeven gevarenklasse NFPA 13: Light Hazard NFPA 13: Ordinary hazard FM 3-26: Hazard Category 1 group 2 type sprinkler spray sprinkler spray sprinkler spraysprinkler minimale K-factor (metrisch) K40 K80 K360 of K360EC extended coverage toegestaan (A) toegestaan (A) toegestaan (A) aanspreektemperatuur ordinary (57-77 o C) (B) ordinary (57-77 o C) (B) intermediate ( o C) B) aanspreeksnelheid (RTI) quick response 50 (m s) 0,5 quick response 50 (m s) 0,5 (F) quick response 50 (m s) 0,5 positionering sprinkler pendent/upright pendent/upright/sidewall pendent/upright upright voor parkeergarage minimale sproeitijd 30 minuten 60 minuten 60 minuten (C) soort installatie nat (D) nat nat (D) parkeergarage droog minimaal sproeivlak 139 m 2 (E) 181 m 2 (139 m2 + 30% i.v.m. 6 EC koppen of 12 koppen droog systeem) voor parkeergarage 139 m 2 (E) voor andere gebieden minimale druk op de sprinklerkop 0.5 bar 0.5 bar 1.4 bar bij EC sprinklerkoppen en 0.5 bij standard coverage sprinklerkoppen minimale sproeidichtheid 4.1 mm/min (E) 8.1 mm/min (E) - Toelichting A: het toepassen van extended coverage sprinklerkoppen is toegestaan. De sprinklerkop moet goedgekeurd zijn (zie hoofdstuk 8.3.2) als extended coverage sprinklerkop. Bij de toepassing van dit type koppen moet er, behalve aan de NFPA 13, ook voldaan worden aan de voorwaarden die genoemd zijn in de datasheet van de sprinklerkop. Toelichting B: de aanspreektemperatuur van de sprinklerkoppen moet minimaal 30 o C boven de te verwachten maximale omgevingstemperatuur liggen. Toelichting C: de installatie meldt door naar de alarmcentrale van de brandweer, alle afsluiters zijn elektronisch bewaakt, de storingen worden doorgemeld naar een ontvangststation voor storingen. Op basis van deze voorzieningen is een sproeitijd van 60 minuten conform NFPA toegestaan. Toelichting D: in gebieden waar lokaal vorstgevaar (< 4⁰C) kan optreden (bijvoorbeeld in koel- en vriescellen als die binnen dit plan gerealiseerd worden), moet gebruikgemaakt worden van dry-pendent/dry-sidewall sprinklers (mits goedgekeurd voor opslag). Toelichting E: het kiezen van een ander punt op de area/density curve zoals aangegeven in de NFPA is niet toegestaan. Toelichting F: bij opslag dienen sprinklerkoppen met de aanspreeksnelheid standard response te worden toegepast. 21

22 8.2 Watervoorziening Algemeen De eisen aan de watervoorziening zijn aangegeven in de volgende tabel. tabel 20: eisen watervoorziening uitvoering pompen en watervoorziening aspect uitvoering primaire drukverhogingspomp (sprinklerpomp): waterbron betonnen reservoir, locatie: parkeerlaag -2 met 100% van de vereiste capaciteit aandrijving drukverhogingspomp één elektrisch aangedreven drukverhogingspomp met 100% capaciteit energievoorziening openbaar elektriciteitsnet drukhandhavingspomp (jockeypomp): waterbron drinkwaterleidingnet of uit reservoir, zie toelichting A aandrijving drukverhogingspomp elektromotor energievoorziening openbaar elektriciteitsnet storingsmelding indien deze pomp langer dan 5 minuten geactiveerd is, dient dit te resulteren in een storingsmelding (mogelijke lekkage aanwezig). overige aspecten: hose stream allowance (afnamepunt brandweer) niet vereist, zie paragraaf 13.2 fire department connector (voedingspunt niet vereist, zie paragraaf 13.2 brandweer) vulling reservoir na calamiteit na een calamiteit moet het reservoir binnen 8 uur weer gevuld kunnen worden (NFPA 22:14.4.2). automatische suppletie t.b.v. aanvullen van het vereist, minimaal 75 dm 3 /min reservoir t.g.v. lek, test verlies en verdamping. Toelichting A: de aansluiting op het drinkwaterleidingnet moet voldoen aan VEWIN-werkblad WB 4.5B, Brandblusinstallaties: automatische sprinklerinstallaties. Een directe aansluiting van onderdelen van de sprinklerinstallatie op het drinkwaterleidingnet is niet toegestaan. De drukhandhavingspomp moet het water betrekken uit een buffertankje (break tank) of uit het reservoir Beproevingsvoorziening drukverhogingspomp De sprinklerinstallatie moet worden voorzien van een vast opgestelde beproevingsinrichting (flowmeter). De beproevingsinrichting heeft tot doel een indicatie te geven omtrent het functioneren van de watervoorziening (geleverde druk en opbrengst). Het testwater moet teruggevoerd worden naar het reservoir. De waterniveausignaleringen mogen niet in werking kunnen worden gesteld door het terugstromende testwater Capaciteit watervoorziening/inhoud waterkelder De installatie moet geheel hydraulisch berekend worden volgens de in NFPA 13 beschreven methode, waarbij uitgegaan moet worden van de aanwezige ongunstig gelegen sproeivlakken in het gebouw. De indicatief noodzakelijke netto capaciteit van het reservoir is aangegeven in de volgende tabel. Het atrium is maatgevend voor het bepalen van de capaciteit van de watervoorziening. De exact noodzakelijke capaciteit van de watervoorzieningen (pomp en minimale inhoud reservoir) moet door de installateur bepaald worden. tabel 21: eisen watervoorziening indicatieve capaciteit extended coverage aspect capaciteit de noodzakelijke capaciteit is te bepalen met onderstaande formule: Q = K * p * aantal sprinklers * sproeitijd Q = 360 * 1.4 * 6 * m 3 hydraulische onbalans 25% 39 m 3+ minimale vereiste capaciteit watervoorziening (extended coverage) 192 m 3 22

23 tabel 22: eisen watervoorziening indicatieve capaciteit standard coverage aspect capaciteit de noodzakelijke capaciteit is te bepalen met onderstaande formule: Q = K * p * aantal sprinklers * sproeitijd Q = 360 * 0.5 * 12 * m 3 hydraulische onbalans 25% 46 m 3 + minimale vereiste capaciteit watervoorziening 230 m 3 Uitgangspunt bij de bepaling van de indicatief aangegeven hoeveelheid water is dat sprinklers normaal worden geprojecteerd (geen verdichte projectering van b.v. extended coverage sprinklers om een maximale vrije indeelbaarheid te realiseren). 8.3 Sprinklerleidingen/onderdelen installatie Leidingen algemeen De leidingen moeten in de standaard handelskwaliteit gebeitst, gemenied of verzinkt worden toegepast Materiaalkeuren De toe te passen componenten moeten geschikt zijn voor de toepassing in sprinklerinstallaties. Waar noodzakelijk op basis van het van toepassing zijnde voorschrift, moeten deze beschikken over een verklaring van goedkeuring (NFPA: listed). De componenten waarop deze eis van toepassing is, moeten voor hun specifieke toepassing en gebruik zijn goedgekeurd (bijvoorbeeld CE-markering) door een geaccrediteerd beproevingslaboratorium (erkend volgens ISO/IEC 17025). Het beproevingslaboratorium moet zijn geaccrediteerd voor beproeving van de betreffende component tegen de van toepassing zijnde norm. De accreditatie moet verleend zijn door de nationale accreditatie-instelling die de Multilateral Agreement (MLA) met de European Co-operation for Accreditation heeft ondertekend, of de Multilateral Recognition Agreement (MRA) met de International Laboratory Accreditation Cooperation van het International Accreditation Forum. Goedkeuringen kunnen onder meer worden afgegeven door: Loss Prevention Certification Board (LPCB) VdS Schadenverhütung (VdS) FM approvals LCC (FM) Underwriters Laboratories (UL) Indien materialen conform de NFPA-voorschriften goedgekeurd ( approved ) moeten worden door de Authority Having Jurisdiction (AHJ), wordt deze beoordeling als onderdeel van de certificering uitgevoerd door de inspectie-instelling. 8.4 Leidingen door onbeveiligd gebied De uitgangspunten bij het ontwerp van de sprinklerinstallatie zijn: De sprinklerinstallatie dient niet voor het waarborgen van brandscheidingen (bijvoorbeeld window sprinklers). Het systeem hoeft alleen te functioneren bij een brand in het beveiligde gebied. Als binnen het gesprinklerde gebied, gebieden onbeveiligd mogen blijven (als voldaan wordt aan de voorwaarden hiervoor zoals gesteld in de norm) worden deze gebieden als beveiligd beschouwd. 23

24 Op basis hiervan hoeven leidingen door een gebied waar op basis van het voorschrift geen beveiliging noodzakelijk is, of leidingen die in een ander brandcompartiment zijn gelegen, niet aanvullend beschermd te worden, een en ander conform CCV Technisch Bulletin 65, Classificatie van certificaten naar brandcompartimentering. 8.5 Corrosie in leidingen Op basis van de huidige inzichten zoals gesteld in de NFPA 13 moet er aandacht worden besteed aan het voorkomen van ongewenste schade of verminderde werking van de installatie door corrosie zoals Microbiologically Influenced Corrosion (MIC). Om te voorkomen dat schade (lekkage) of een verminderde werking van de installatie ontstaat, kunnen de volgende maatregelen genomen worden: 1. Het toepassen, tijdens de aanlegfase, van een leidingnet dat ongevoelig is voor corrosie. 2. Het toevoegen van een MIC-voorkomend middel (biocide) aan het water. Dit middel mag de blussende werking van de sprinkler niet nadelig beïnvloeden. 3. Het planmatig onderzoeken van de kwaliteit en de staat van de leidingen van de installatie, waarbij indien nodig het noodzakelijke onderhoud wordt uitgevoerd. In dit plan moet worden uitgegaan van optie 3: het opstellen van een beoordelingsplan waarbij indien nodig het noodzakelijke onderhoud/reparaties worden uitgevoerd. Doel hiervan is het op planmatige basis beoordelen van de staat van de installatie en op basis hiervan tijdig corrigerende maatregelen nemen om schade aan of verminderde werking van de installatie te voorkomen. 8.6 Beproevingsvoorziening (ITC) Voor de beproeving van het brandalarm moet per stromingsschakelaar/alarmklep een ITC op het leidingnet worden aangebracht. De ITC s moeten voorzien zijn van een vaste waterafvoer die het testwater afvoert naar het riool. De ITC mag bij een nat systeem op elke locatie achter de betreffende alarmklep/stromingschakelaar worden aangebracht (NFPA 13: ) 8.7 Bewaking (afsluiters) De installatie moet worden voorzien van apparatuur waarmee de bedrijfstoestand wordt bewaakt (bewaakte afsluiters). Meldingen van het bewakingssysteem moeten worden weergegeven op de sprinklermeldinstallatie. 8.8 Zonering van de sprinklerinstallatie Een sprinklermelding moet tot een gebied herleidbaar zijn. Hiertoe moet de installatie ingedeeld worden in secties/zones. De indeling moet minimaal voldoen aan artikel van de NFPA 13. Dit betekent dat een sectie een maximale oppervlakte mag hebben van m 2. In de volgende tabel is de minimaal vereiste indeling aangegeven. Dit wordt ook aangegeven op de definitieve tekeningen en vervolgens opgenomen in bijlage 2. 24

25 Tabel 22: zone-indeling sprinkler alarmklep zone gebied uitvoering 1 A) 1.1 begane grond nat 1 A) 1.2 begane grond nat 1 A) 1.3 atrium nat 1 A) 1.4 eerste verdieping nat 1 A) 1.5 eerste verdieping nat 1 A) 1.6 tweede verdieping nat 1 A) 1.7 tweede verdieping nat 1 A) 1.8 derde verdieping nat 1 A) 1.9 derde verdieping nat 1 A) 1.10 Vierde verdieping nat 1 A) 1.11 vierde verdieping nat parkeerlaag -1 droog parkeerlaag -1 droog parkeerlaag -2 droog parkeerlaag -2 droog Opmerking A: Binnen de NFPA 13 is het toepassen van een alarmklep in natte systemen niet vereist. Er mag gebruikgemaakt worden van een combinatie van afsluiters, drukmeting, terugslagkleppen en flowswitches. De ruimte/het gebied waarin de afsluiters van de installatie zich bevinden, moet eenvoudig toegankelijk zijn en moet gemarkeerd worden volgens de in hoofdstuk 15.2 van NEN-EN en NEN 1073 aangegeven wijze. Boven elke alarmklep dient een afsluiter te worden geplaatst zodat het onderhoud aan deze klep mogelijk zonder is zonder het systeem geheel leeg te laten lopen. De alarmkleppen moeten geplaatst worden in de pompopstelruimte. 8.9 Keuken inrichting en ventilatie Dit UPD is gebaseerd op de casco situatie. Indien er bij de inrichting wordt voorzien in een keuken is het volgende van toepassing. In en onder de afzuigkap en in de afzuigkanalen van de keuken moeten, als deze vethoudende dampen afvoeren, overeenkomstig artikel NFPA 13:7.9 sprinklers aangebracht worden (voorkomen brandvoortplanting en uitbreiding via het afzuigkanaal). Indien er een goedgekeurd vetfilter listed grease extractor wordt toegepast mogen sprinklers komen te vervallen in het gebied en de kanalen die achter dit filter zijn gelegen (geen brandbaar vet aanwezig). Indien er een automatisch blussysteem (b.v. een vetblusysteem) wordt toegepast behoeven er geen sprinklers onder de afzuigkap te worden aangebracht. Indien er frituur mogelijkheden zijn dienen deze beveiligd te worden met een goedgekeurd listed vetblussyteem. In geval van een brandmelding dient de energievoorziening naar de keukenapparatuur uitgeschakeld te worden, zie paragraaf

26 9. Technische eisen brandmeld- en sprinklermeldinstallatie 9.1 Systeemopbouw De sprinklerinstallatie moet voorzien worden van een sprinklermeldcentrale (SMC) en de brandmeldinstallatie moet voorzien worden van een brandmeldcentrale (BMC). Voor de uitvoering en koppeling van deze installaties zijn er twee mogelijkheden: 1 Afzonderlijke installaties, waarbij de centrales onderling gekoppeld zijn; hierbij moet voldaan worden aan hoofdstuk 7 van NEN Gecombineerde installatie. In dit uitgangspuntendocument wordt uitgegaan van optie 1. In figuur 2 is de principeopzet van de systeemopbouw weergegeven. De ontruimingsalarminstallatie type B, kan worden geïntegreerd in de brandmeldcentrale. De ontruimingsalarminstallatie type A-installatie kan niet worden geïntegreerd in de brandmeldcentrale en zal onderling gekoppeld worden met de brandmeld- en sprinklermeldcentrale. figuur 2: principeschema opbouw installatie In paragraaf 9.2 zijn de ontwerpgegevens verwoord waaraan de brandmeld- en sprinklermeldinstallatie moet voldoen. 26

27 9.2 Ontwerpgegevens brandmeld- en sprinklermeldinstallatie NEN NEN-EN omschrijving eis Omvang van de brandmeldinstallatie volledige bewaking gedeeltelijke bewaking ruimtebewaking (in relatie tot ontvluchten) niet-automatische bewaking ruimtebewaking (het bewaken van een ruimte) objectbewaking Toelichting: Voor eisen aan en omvang van de bewaking per gebied: zie hoofdstuk Brandgrootte 1) polyurethaan matten 2) beukenhouten blokjes 5) pvc-draad volgens BS ) brandspiritus 8) andere brandgrootte ruimte(n) nummer brandgrootte proefbrand uitvoeren Atrium 1 Zie toelichting Parkeergarage 7 Zie toelichting Overige ruimten 1 of 2 Zie toelichting Toelichting: Brandgrootte Met uitzondering van situaties met specifieke risico s, moet primair een brandmeldinstallatie worden gekozen die in staat is om een brandgrootte 1 of 2 te detecteren (NEN ). In situaties met specifieke risico s of in situaties waarbij met brandgrootte 1 of 2 niet kan worden voldaan aan de prestatie-eisen voor ongewenste meldingen (volgens NEN ) of voor systeembeschikbaarheid (volgens NEN ) mag op basis van de NEN 2535 een andere brandgrootte van toepassing worden verklaard. Uitgangspunt is dan in eerste instantie ook het toepassen van detectie op basis van rook, waar dit niet mogelijk/wenselijk is zal thermische detectie worden toegepast. Proefbrand omschrijving Proefbranden mogen achterwege blijven wanneer: 1. de desbetreffende ruimte wordt overeenkomstig NEN 2535: als standaardruimte aangemerkt en 2. de projectierichtlijnen volgens NEN 2535: hoofdstuk 10 worden gehanteerd en 3. er zijn geen situatie waar de projectierichtlijnen volgens NEN 2535: hoofdstuk 10 niet in voorzien; 4. er worden geen bijzondere detectietechnieken toegepast waarvoor in de NEN 2535 geen projectievoorschriften zijn opgenomen. Proefbranden mogen ook achterwege blijven wanneer een beproevingsrapport kan worden overlegd waaruit de correcte werking van de gekozen brandmelder blijkt in gelijkwaardige toepassingen. Dit beproevingsrapport moet door een bevoegde autoriteit zijn gewaarmerkt. 4.3 Prestatie-eis voor ongewenste en onechte brandmeldingen risicoklasse extern risicoklasse intern Gebruiksfunctie: bijeenkomstfunctie A B C B D E kantoorfunctie A B C B D E Overige gebruiksfunctie A B C B D E Toelichting: Het maximale aantal ongewenste en onechte meldingen moet bij inbedrijfstelling of oplevering in het logboek worden vastgelegd. Overige gebruiksfunctie Voor overige gebruiksfuncties zijn in de NEN 2535 geen risicoklassen aangegeven. Voor deze gebieden is de zwaarste eis uit de norm van toepassing verklaard. 27

28 NEN NEN-EN omschrijving Bijzondere omgevingsinvloeden voor het voorkomen van ongewenste en onechte meldingen eis ruimte omstandigheden Gebieden met Vandalisme (ongewenst handbrandmelders indrukken handbrandmelder) Parkeergarage Uitlaatgassen / vocht / temperaturen < 4 graden Toelichting: 4.4 Prestatie-eis voor de systeembeschikbaarheid De prestatie-eis voor systeembeschikbaarheid is: 99.7%. Toelichting bijzondere situaties: en bijlage D Indeling detectiezones brandmeldinstallatie sprinklerinstallatie zie bijlage 3 zie bijlage 2 Toelichting: 8.6 Sturingen automatische brandbeveiligingsinstallaties (C en/of G) veilig vluchten en interne alarmering: ALG DZ AM HM SM ontruimingsalarminstallatie type A Ontruimingsalarminstallatie type B ontgrendelen vluchtdeuren liften Beheersbaarheid van brand: ALG DZ AM HM SM vastzetinrichtingen (b.v. deuren op kleefmagneten) Overige installaties: ALG DZ AM HM SM gebouwbeheerssysteem (GBS) Luchtbehandelingsinstallatie - kantoor Luchtbehandelingsinstallatie parkeergarage (o.a. inductieventilatoren) optische alarmering NEN 2443 In-uitrit beveiliging parkeergarage Sleutelkluis Toelichting: ALG DZ AM HM SM = = = = = algemeen (sturing uitgevoerd in het beveiligde gebied) detectiezone (sturing alleen uitgevoerd in de aangegeven detectiezone) automatische melder handmelder sprinklermelding Toelichting: In hoofdstuk 11.2 wordt nader ingegaan op de uit te voeren sturingen en welke acties er bij een brandmelding moeten worden uitgevoerd Plaats brandweeringang n.v.t. zie figuur 1 en bijlage 2 en 3. Flitslicht brandweeringang ja Kleur: Rood nee Toelichting: Voor de parkeergarage zijn vanuit de leidraad Brandweerpanelen parkeergarages en repressieve info aanvullende eisen gesteld. Voor een goede brandweerinzet zijn er meerdere trappenhuizen die toegang 28

29 NEN 2535 NEN-EN omschrijving eis geven tot de parkeerlagen. Elk trappenhuis dat toegang geeft tot de parkeergarage is een neveningang en moet op de begane grond voorzien zijn van een flitslicht. Bij een brandmelding van een thermische melder in de parkeergarage, moet het flitslicht activeren dat is gekoppeld aan de detectiezone van waaruit de brandmelding komt. Bij een brand in de parkeergarage activeren dus maximaal twee flitslichten. Zie hoofdstuk 12.6 voor een nadere toelichting over de toetreding door de brandweer. Brandweerpaneel vereist ja nee Toelichting: Locatie brandweerpaneel n.v.t. Op voorhand zijn er geen specifieke afwijkingen/interpretaties bekend c.q. van toepassing. Toelichting: Uitvoering brandweerpaneel n.v.t. geen specifieke eisen (tekstpaneel of alfanumeriek paneel) tekstpaneel of alfanumeriek paneel met tekening geografisch paneel volgens de uitvoeringseisen zoals aangegeven in de: NEN-EN 12845: hoofdstuk 16 NEN 2535: hoofdstuk 6.5 Leidraad Brandweerpanelen parkeergarages en repressieve info, brandweer Amsterdam-Amstelland datum 13 april Herstelmogelijkheid voor de brandweer op brandweerpanelen Aanvullende eisen veiligheidsregio: Volgens de leidraad moet de eerste brandmelding knipperen van de detectiezone die als eerste in alarm komt door een automatische melder in de parkeergarage. Daarnaast moet met een blauwe led op het paneel worden aangegeven welke brandweeringang/aanvalsroute moet worden gebruikt om de betreffende detectiezone te bereiken. De blauwe led mag alleen worden geactiveerd bij de ingang waarop de detectiezones zijn aangewezen, die als eerste is geactiveerd door een automatische melder. Er moet worden voorzien in een bedieningsknop om de ventilatie (inductieventilatoren) op spoelen te kunnen zetten (eis veiligheidsregio). n.v.t. niet noodzakelijk noodzakelijk Toelichting: De installatie moet door de gebruiker hersteld worden. Zie ook hoofdstuk 13. Brandweerpanelen ter goedkeuring Toelichting: n.v.t. ja, door de brandweer nee Opties brandmeldcentrale alarmteller verificatie van meldingen vertraging van de uitgangssignalen naar C (ontruimingsalarminstallatie) 29

30 NEN 2535 NEN-EN omschrijving Toelichting: Doormelding van storing naar 24-uursbezet ontvangststation voor storingsmeldingen Toelichting: eis vertraging van de uitgangssignalen naar G (brandbeveiligingsinstallaties) vertraging van de uitgangssignalen E (doormelding brandweer) genormaliseerde in- en uitgangsinterface uitschakelen van adresseerbare brandmelders en andere elementen intern, locatie: extern : Particuliere AlarmCentrale (PAC) andere locatie: Storings-, technische en supervisiemeldingen dienen naar onderstaand ontvangstation voor storingsmeldingen te worden doorgemeld: Naar RAC/GMK Categorie: type 1 type 2 Naar PAC: type 1 type Doormelding van het brandalarm geen doormelding vereist Naar RAC/GMK Categorie: type 1 type 2 Naar PAC: type 1 type 2 Toelichting: Doormelding naar RAC/GMK: De brandmeldingen moeten door middel van onderstaande criteria worden doorgemeld: 1. Sprinklermeldingen Doormelding naar PAC: De brandmeldingen moeten door middel van onderstaande criteria worden doorgemeld: 2. Sprinklermeldingen 3. Automatische brandmeldingen 4. Niet automatische brandmeldingen Signalering interne organisatie brandmeldcentrale locatie: receptie bedienings- en signaleringspaneel (nevenpaneel) locatie: akoestische signaalgevers stil ontruimingsalarminstallatie (NEN 2575) luid ontruimingsalarminstallatie A (NEN 2575) brandweerpaneel Toelichting: 30

31 10. Technische eisen ontruimingsalarminstallatie 10.1 Technische eisen ontruimingsalarminstallatie type A paragraaf NEN Omschrijving Eis NEN Systeem beschikbaarheid Toelichting: Alleen specificeren in afwijkende situaties waarbij moet worden afgeweken van de NEN % Afwijking op de systeembeschikbaarheid is niet van toepassing. De systeem beschikbaarheid zoals aangegeven in NEN :4.4 (99,7%) is van toepassing De taal of talen Nederlands waarin een bericht moet worden Engels uitgezonden Toelichting: de gesproken teksten conform vastleggen in het rapport van oplevering De wijze van activering BP HBM BM Ext BM in relatie tot samenvallende vluchtroutes Toelichting bij wijze van activering BP = bedieningspaneel HBM = handbrandmelder BM = automatische brandmelder Ext = externe melder Opmerking: Indien er sprake is van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking in relatie tot ontvluchting, zie NEN 2535 en het Gebruiksbesluit (samenvallende vluchtroutes), moeten minimaal de luidsprekers in het desbetreffende deel automatisch worden aangestuurd bij het in alarm komen van een automatische melder in dat deel. Toelichting: Externe melder Externe melders zijn brandmeldingen vanuit de sprinklermeldinstallatie Vertraging in de activering door automatische brandmelders ja nee Toelichting: 9.3 Doormelding van storingen intern, locatie: extern: Particuliere Alarm Centrale(PAC) andere locatie: Toelichting: Doormelding van storingen moet op dezelfde wijze worden doorgemeld als bij de brandmeldinstallatie(zie paragraaf 9.2 Doormelding van storing naar 24-uursbezet ontvangststation voor storingsmeldingen ) Uitvoering bedieningspaneel Alleen specificeren wanneer een tekstpaneel niet toereikend is. Geografisch paneel Toelichting: In deze situatie volstaat een tekstpaneel Beveiliging tegen onbewuste en onbevoegde bediening Toelichting: Toegangsniveau 1 Toegangsniveau 2 Beveiliging tegen onbewuste bediening Beveiliging tegen onbevoegde bediening 11.2 en Wit 31

32 paragraaf NEN Omschrijving Eis NEN Kleur optische signaalgevers Rood anders: Toelichting: bij het activeren van het ontruimingsalarm moet ook de optische signaalgever in de sprinklerpompruimte worden geactiveerd Omvang ontruimingsgebied gehele gebouw volledig gebouw, uitgezonderd de -1 en -2 laag. Ruimten die van het ontruimingsgebied worden uitgesloten bergruimten < 4 m 2 1) liftschachten en kooien 1) schachten 1) gas-, water- en elektraruimten < 4 m 2 1) toilet- en doucheruimten (voorruimte wel) 1) koel- en vriescellen 1) kruipruimten 1) ruimten boven verlaagde plafonds 1) ruimten waar signaleringspanelen hangen van de brandmeldcentrale 2) trafo ruimte Toelichting: 1) De ruimten kunnen van het ontruimingsgebied worden uitgesloten omdat deze ruimten niet geschikt zijn om personen voor een langere tijd te laten verblijven en of niet betreedbaar zijn door de gebruiker. 2) Een akoestisch signaal van het ontruimingsalarm is in deze ruimten niet wenselijk, omdat hier personen aanwezig kunnen zijn die een taak vervullen bij een ontruiming/brandmelding en deze gehinderd kunnen worden door het luide signaal. Binnen een afstand van 5 meter tot de positie van de microfoon moet geen slow whoop of luidspreker worden aangebracht Alarmeringszones Afzonderlijke alarmeringszones Aangestuurd door detectie zone Prioriteit 1 Volledig gebouw Alle detectiezones en sprinklersecties 1, zie toelichting Bij atria: Alle ruimten die aan de atria grenzen Toelichting: Het gebouw wordt ingedeeld in één alarmingszone. De bovenbouw is uitgevoerd in één brandcompartiment en de kans op ongewensten/onechte meldingen in de parkeergarage is dermate klein dat er voor wordt gekozen om het gebouw in één alarmeringszone in te delen. Prioriteit: Bij een automatische afhandeling kunnen alarmeringszones onderling ook een andere prioriteit hebben, eventueel afhankelijk van de plaats van de brand. Bij dit project is een prioriteit op basis van het brandveiligheidsconcept niet van toepassing, alle zones hebben dezelfde prioriteit (1) Aanvullende opties ontruimingsalarmcentrale (NEN-EN 54-16) akoestische signalering uitgang ontruiming actief gefaseerde ontruiming uitgang naar brandalarmapparatuur uitgang ontruimingsalarm actief alarmeringszone uitgeschakeld handmatige bediening voor ontruiming interface voor externe bediening prioriteit commandomicrofoon Toelichting: en Locatie en aantal bedieningspanelen Hoofdbedieningspaneel Prioriteit Bediening functie ontruimingszones locatie: bij de receptie 1 Ontruimingszone 1 Hoofdpaneel voor BHV 32

33 paragraaf NEN Omschrijving Eis NEN Nevenbedieningspaneel Prioriteit Bediening functie ontruimingszones Toelichting: Alleen een hoofdpaneel volstaat in deze situatie. 15.4/5 en 8.1 Bijzondere omgevingsinvloeden Ruimte: alsmede akoestische eigenschappen van ruimten die algemeen van invloed kunnen zijn op de standaardruimten. Toelichting: Dit betreft minimaal de onderstaande ruimten/gebieden: Omstandigheden In het gebouw komen ruimten voor die overeenkomstig /3 (NEN ) niet worden beschouwd als standaardruimten. Door middel van geluidsmetingen zal moeten worden aangetoond dat in niet standaardruimten aan de prestatieeisen uit hoofdstuk 4 van NEN wordt voldaan. - Aanvullende eisen Sturen voorzieningen: Bij het handmatig activeren van het ontruimingsalarm via het bedienpaneel dienen ook alle sturingen zoals aangegeven in het Programma van Eisen brandmeldinstallatie bij het aspect veilig vluchten en interne alarmering uitgevoerd te worden (zie paragraaf 9.3: Sturingen ). 33

34 10.2 Technische eisen ontruimingsalarminstallatie luid alarm type B Paragraaf Omschrijving Eis NEN Systeem beschikbaarheid Toelichting: Alleen specificeren in afwijkende situaties waarbij moet worden afgeweken van de NEN % Afwijking op de systeembeschikbaarheid is niet van toepassing. De systeembeschikbaarheid zoals aangegeven in NEN :4.4 (99,7%) is van toepassing De wijze van activering BP HBM BM Ext BM in relatie tot samenvallende vluchtroutes Toelichting bij wijze van activering BP = bedieningspaneel HBM = handbrandmelder BM = automatische brandmelder Ext = externe melder Toelichting: Externe melder Externe melders zijn brandmeldingen vanuit de sprinklermeldinstallatie Vertraging in de activering door automatische brandmelders ja nee Toelichting: 9.3 Doormelding van storingen intern, locatie: extern PAC Andere locatie: Toelichting: Doormelding van storingen moet op dezelfde wijze worden doorgemeld als bij de brandmeldinstallatie(zie paragraaf 9.2 Doormelding van storing naar 24-uursbezet ontvangststation voor storingsmeldingen ) Uitvoering bedieningspaneel Toelichting: Alleen specificeren wanneer een tekstpaneel niet toereikend is. Geografisch paneel Kleur optische signaalgevers Wit Rood anders: Toelichting: bij het activeren van het ontruimingsalarm moet ook de optische signaalgever in de sprinklerpompruimte worden geactiveerd Omvang gehele gebouw ontruimingsgebied parkeergarage Ruimten die van het ontruimingsgebied worden uitgesloten geen Toelichting: in de parkeergarage worden geen ruimten uitgesloten van het ontruimingssignaal Alarmeringszones Afzonderlijke alarmeringszones Aangestuurd door detectie zone 1 Volledig gebouw Alle detectiezones en sprinklersecties Bij atria: Alle ruimten die aan de atria grenzen Prioriteit 1, zie toelichting 34

35 Paragraaf Omschrijving Eis NEN en Toelichting: Het gebouw wordt ingedeeld in één alarmingszone. De bovenbouw is uitgevoerd in één brandcompartiment en de kans op ongewensten/onechte meldingen in de parkeergarage is dermate klein dat er voor wordt gekozen om het gebouw in één alarmeringszone in te delen. Locatie en aantal Hoofdbedieningspaneel Prioriteit Bediening functie bedieningspanelen ontruimingszones locatie: Wordt behandeld in het Programma van Eisen voor het luid alarm type A Toelichting: 15.4 Bijzondere omgevingsinvloeden alsmede akoestische eigenschappen van ruimten die van invloed kunnen zijn op de standaardruimten. Nevenbedieningspaneel Prioriteit Bediening ontruimingszones functie locatie: Wordt behandeld in het Programma van Eisen voor het luid alarm type A Ruimte: Omstandigheden Toelichting: er zijn geen bijzondere omgevingsinvloeden te verwachten binnen het ontruimingsgebied. 35

36 11. Sturingen 11.1 Algemeen Bij een brandmelding in het gebouw dienen er diverse sturingen door andere installaties te worden uitgevoerd. Wanneer een sturing dient te worden uitgevoerd dan is dit aangegeven in hoofdstuk 9.2. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan wat de actie is van de betreffende sturing Uit te voeren sturen In tabel 23 zijn de uit te voeren sturingen aangegeven met daarbij de uit te voeren acties. tabel 23: uit te voeren sturingen Sturing Actie Ventilatie De ventilatie moet, conform het advies uit het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties, bij een brandmelding worden uitgeschakeld. Via sleutelschakelaars op het brandweerpaneel moet de ventilatie voor de bovenbouw te beïnvloeden zijn: Toevoer: uit/automatisch/100% Afvoer: uit/automatisch/100% Zie voor een nadere toelichting paragraaf Inductieventilatoren Ontruimingsalarminstallatie Luid Alarm Type A Ontruimingsalarminstallatie Luid Alarm Type B Deurvastzetinrichtingen Inductieventilatoren moeten bij een (niet) automatische brandmelding/sprinklermelding worden uitgeschakeld. Afzuigventilators worden op 100% worden geschakeld. Er moet worden voorzien in een bedieningsknop om de inductieventilatoren op spoelen te kunnen zetten. Bij een brandmelding moet het ontruimingsalarm direct geactiveerd worden. Bij een brandmelding moet het ontruimingsalarm direct geactiveerd worden. Bij een brandmelding dienen brandwerende deuren vrijgegeven te worden, zodat deze automatisch sluiten en het brandscherm dient gesloten te worden. De uitvoering moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de uitgave Brandbeveiligingsinstallaties van Brandweer Nederland en bijlage C van NEN Ontgrendeling vluchtdeuren Bij een brandmelding moeten alle deuren in de vluchtroute (wanneer voorzien van elektronische sloten) vrijgegeven worden, zodat deze in de vluchtrichting te openen zijn. Bij iedere deur voorzien van een elektrische vergrendeling dient een groene handmelder aangebracht te worden. De uitvoering moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de uitgave Brandbeveiligingsinstallaties van Brandweer Nederland. Liften In-uitrit beveiliging parkeergarage Optische alarmering conform NEN 2443 Gebouwbeheerssysteem (GBS) Liften (zoals bedoeld in het Warenwetbesluit liften moeten bij een brandmelding naar de begane grond worden gestuurd waarna de deuren in geopende stand moeten blijven staan en het niet meer mogelijk is om (kooi)opdrachten te geven. Bij een brandmelding / sprinklermelding moeten de slagbomen van de uit- en toeritten van de parkeergarage worden gesloten. De verkeerslichten bij de slagbomen moeten op rood worden gezet. (bron: Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland) Bij een brandmelding / sprinklermelding moet de optische alarmering conform de NEN 2443 worden geactiveerd. Naar het GBS dienen de volgende meldingen doorgestuurd te worden: 1) brand (niet) automatische, verzamelmelding 2) brand sprinkler, verzamelmelding 3) storing, verzamelmelding 36

37 Gasleidingen In het gebouw zijn gasleidingen aanwezig. Het afschakelen van de aardgastoevoer in gebouwen bij sprinkler brandalarm behoeft niet als generieke maatregel altijd te worden doorgevoerd. Bij brand in een gebouwdeel waar de aardgasleiding doorheen loopt is afschakeling niet nodig (bron: CCV Deskundigenpanel VBB-systemen Besluitenlijst) Overbruggen van sturingen De centrale moet voorzien worden van een mogelijkheid om de sturingen algemeen of selectief te overbruggen (ten behoeve van het testen van de installatie). Vanuit de NEN-EN dient er voorzien te worden in een mogelijkheid voor het overbruggen van sturingen. Doel hiervan is: Om te voorkomen dat bij het beproeven van sprinklermeldinstallaties steeds dezelfde sturingen, zoals kleefmagneten, brandkleppen e.d. opnieuw worden geactiveerd moeten de uitgaande sturingen kunnen worden overbrugd/uitgeschakeld door een sleutelschakelaar. De beproevingsstand moet als storing worden doorgemeld. Met betrekking tot deze voorziening zijn de onderstaande eisen van toepassing: Deze voorziening moet door middel van een sleutelschakelaar gerealiseerd worden. De overbrugging moet als storingsmelding op de brandmeldcentrale weergegeven worden. Dit mag ook opgelost worden door een sleutel op de toegangsdeur tot het sprinklermeldpaneel. Op het sprinklermeldpaneel zal dan vervolgens de mogelijkheid geboden moeten worden om de sturingen te blokkeren. 37

38 12. Overige eisen 12.1 Beperking uitbreiding van brand naar het met sprinklers beveiligde gebied Algemeen Een sprinklerinstallatie is in eerste instantie niet geschikt voor het beheersen van een brand die buiten het beveiligde gebied is ontstaan en zich uitbreidt naar het beveiligde gebied. Om de werking van het systeem te kunnen waarborgen kan het noodzakelijk zijn om eisen te stellen op het gebied van: de brandwerendheid van inwendige scheidingen tussen onbeveiligde gebieden en gebieden voorzien van sprinklers; de brandwerendheid van de buitengevels; de afstand tussen buitenopslag en het beveiligde gebied; de brandwerendheid van de pomp-opstelruimte. De noodzaak tot het stellen van eisen op deze gebieden vindt zijn herkomst in het brandveiligheidsconcept van het gebouw (zie hoofdstuk 4.3) en de sprinklervoorschriften Brandwerende scheidingen De vereiste brandwerendheid van de scheidingen is aangegeven in de volgende tabel. De posities van de brandscheidingen zijn aangegeven in bijlage 2. tabel 24: brandwerendheid scheidingen situatie eis brandwerendheid herkomst eis conform NEN minuten conform brandveiligheidsconcept inwendige scheidingen tussen niet-beveiligd en beveiligd gebied liftschacht 60 minuten conform brandveiligheidsconcept buitengevels 60 en 0 minuten conform brandveiligheidsconcept, zie ook hoofdstuk 16 pomp-opstelruimte 60 minuten NFPA tussen gesprinklerde ruimten en ruimten die onbeveiligd mogen blijven op basis van het sprinklervoorschrift (verborgen ruimten) 0 minuten NFPA 13 De brandwerendheid moet beoordeeld worden vanuit ongesprinklerd naar gesprinklerd gebied. De brandwerende scheiding rondom de pomp-opstelruimte moet beschouwd worden in de richting van de pomp-opstelruimte. De beoordeling van de aangegeven brandscheidingen maakt onderdeel uit van de certificering van de sprinklerinstallatie Afstand tot onbeveiligde buitenopslag op eigen perceel In de NFPA 13 worden geen eisen gesteld aan de inrichting rondom het gebouw in relatie tot de buitenopslag van materialen (zoals vuilcontainers). De opslag rondom het gebouw moet zodanig worden uitgevoerd/ingericht dat er geen kans aanwezig is dat een brand in de opgeslagen materialen/goederen zich kan uitbreiden naar het met sprinklers beveiligde gebied. Omdat de NFPA 13 hier geen richtlijnen voor geeft wordt aansluiting gezocht bij de criteria uit het CCV Technisch Bulletin 65. Op basis hiervan zijn voor dit project de onderstaande eisen van toepassing: 38

39 Binnen een afstand van 10 m tot de beveiligde gebieden geen opslag van brandbare goederen plaatsvindt. Als er sprake is van buitenopslag hoger dan 6.7 m, moet de afstand tot de beveiligde gebieden tenminste anderhalf maal de stapelhoogte bedragen Plafondconstructies Sterkte dak- en plafondconstructies Dak- en plafondconstructies moeten sterk genoeg zijn om het met water gevulde sprinklerleidingnet en de optredende reactiekrachten te kunnen opvangen. Een indicatie van de verschillende met water gevulde stalen leidingen in kg per meter, exclusief puntlast, is weergegeven in de volgende tabel. tabel 25: leidinggewicht (kg/m) DN 25 DN 32 DN 40 DN 50 DN 65 DN 80 DN 100 DN 125 DN 150 DN Volgens NEN-EN en NEN 1073 moet per ophangpunt worden gerekend met een puntlast gelijk aan de belasting van de door het ophangpunt ondersteunde, met water gevulde leiding, vermeerderd met 1,15 kn Verlaagde plafonds Verlaagde plafonds waaronder sprinklers worden aangebracht, moeten een zodanige sterkte bezitten dat deze hun gesloten karakter behouden tot op het moment dat de sprinkler geactiveerd wordt Geslotenheid plafonds Verlaagde plafonds (waar aanwezig) moeten, om de goede werking van de sprinklerinstallatie te waarborgen, gesloten zijn. Na werkzaamheden boven een verlaagd plafond moet het verlaagde plafond direct weer gesloten worden Ruimten in verbinding met ruimte boven een verlaagd plafond Ruimten zoals bijvoorbeeld werkkasten/e-kasten mogen niet in open verbinding staan met een ongesprinklerde ruimte boven een plafond. De verbinding tussen deze ruimten en de ruimte boven het plafond moet zijn dichtgezet (niet-brandwerend) Draftstops De aanwezige openingen in de vloeren (bij trappenhuizen en vides) vormen geen brand- of rookscheiding. Op basis van artikel van de NFPA 13 zijn voor dit plan geen draftstops en-/of sprinklerverdichting noodzakelijk langs de openingen in de vloeren Pomp-opstelruimte Voor de pomp-opstelruimte zijn, overeenkomstig de NFPA 20, de volgende eisen van toepassing: Sprinklerapparatuur moet voldoende beschermd zijn tegen negatieve invloeden zoals vorst, vandalisme, ongedierte, e.d. Deze ruimte mag alleen gebruikt worden voor de sprinklerinstallatie. De wanden en het plafond moeten onbrandbaar worden uitgevoerd (klasse A1/A2 volgens NEN-EN ). Er moet voldoende geventileerd worden. 39

40 De ruimtetemperatuur moet gedurende het gehele jaar hoger zijn dan 4 C als de leverancier van de sprinklerpomp dit voorschrijft. De ruimte moet voorzien worden van een vloerput om ervoor te zorgen dat water dat eventueel op de vloer aanwezig is (bijvoorbeeld water afkomstig van de sprinklerinstallatie in bedrijf), afgevoerd kan worden, zodat componenten die noodzakelijk zijn voor de goede werking van de sprinklerinstallatie niet in het water komen te staan. De sprinklerpompruimte is niet direct van buiten toegankelijk en ook niet direct bereikbaar vanuit een extra beschermde vluchtroute. De sprinklerpompruimte kan alleen niet veilig worden bereikt bij een brand in de parkeergarage. Dit kan wel tot gevolg hebben dat de sprinklerinstallatie later kan worden uitgeschakeld, met mogelijk meer waterschade tot gevolg. De opdrachtgever heeft aangegeven dit te accepteren Verwarming bouwdelen Alle bouwdelen waarin onderdelen, zoals leidingen, van een nat sprinklersysteem aanwezig zijn, moeten gedurende het gehele jaar vorstvrij gehouden worden. Dat wil zeggen dat de temperatuur van de ruimte niet lager mag worden dan 4 o C. Als er natte leidingen lopen door gebieden waar een omgevingstemperatuur kan optreden van minder dan 4 o C moeten deze worden geïsoleerd en voorzien van leidingverwarming (tracing) en isolatie Toetreding brandweer Om een snelle en adequate inzet mogelijk te maken, moet de brandweer een bouwwerk op eenvoudige wijze kunnen betreden. Het is daarom van groot belang dat de brandweer direct weet waar het gebouw kan worden betreden (bron: Bouwbesluit 2012, artikel 6.36). Bij de brandweeringang moet dan ook een rood flitslicht geplaatst worden om deze aan te duiden. Dit flitslicht moet vanuit de aanrijroute van de brandweer zichtbaar zijn. Daarnaast wordt bij het activeren van de eerste thermische melder uit de parkeergarage, een selectief flitslicht geactiveerd nabij een neveningang die is gekoppeld aan de detectiezone van waaruit de brandmelding komt. Het activeren van een tweede thermische melder, mag niet leiden tot het activeren van nog een ander flitslicht. De flitslichten moeten vanuit de aanrijroute van de brandweer zichtbaar zijn. De brandweeringang moet bij brand automatisch opengaan of kunnen worden geopend met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald (bron: Bouwbesluit 2012, artikel ). De veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland wenst een sleutelkluis. In deze voorziening moeten de sleutels geplaatst worden die toegang geven tot de brandweeringang en alle inpandige deuren in het beveiligd gebied Luchtsnelheden/ventilatie De door de aanwezige luchtbehandelingsinstallaties veroorzaakte luchtstromingen in het gebouw mogen de werking van de sprinklerinstallatie niet negatief beïnvloeden. Algemeen De NFPA 13 stelt geen eisen aan de optredende luchtsnelheden in het gebouw ten gevolge van de aanwezige luchtbehandeling. De ventilatie moet dan ook, conform het advies uit het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties, bij een brandmelding worden uitgeschakeld. 40

41 Brandweerpaneel Op het brandweerpaneel moet een handmatige schakeling aanwezig zijn om de luchtbehandeling van de bovenbouw te sturen. Deze schakeling moet uitgevoerd worden als een sleutelschakelaar met onderstaande functies: toevoer: automatisch, 0% en 100%; afvoer: automatisch, 0% en 100%. Er moet worden voorzien in een bedieningsknop om de ventilatie (inductieventilatoren) in de parkeergarage op spoelen te kunnen zetten (bron: veiligheidsregio) Brandwerendheid van de draagconstructie op het criterium bezwijken De eisen die het Bouwbesluit stelt aan de brandwerendheid van de draagconstructie op het criterium bezwijken bij brand zijn onverminderd van toepassing. De aanwezige installaties hebben niet tot doel een reductie op de eis te realiseren. Binnen het sprinklervoorschrift is het in een aantal situaties (b.v. grootschalige opslag) noodzakelijk de draagconstructie brandwerend te bekleden of anderszins te beschermen om de werking van de sprinklerinstallatie te waarborgen (voorkomen bezwijken constructie voordat de sprinkler geactiveerd wordt). De NFPA 13 schrijft op dit gebied voor de aanwezige risico s geen eisen voor. 41

42 13. Organisatorische aspecten 13.1 Beheer algemeen Zoals alle voorzieningen moeten ook de brandveiligheidsvoorzieningen doelmatig onderhouden worden. Om de brandbeveiligingsinstallaties in bedrijf te houden en de gewenste beveiliging te waarborgen, moet een beheerder worden aangesteld. Deze beheerder moet op de hoogte zijn van de diverse brandveiligheidsaspecten en is verantwoordelijk voor: het uitvoeren van controles; het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden; het opvolgen van storingsmeldingen; het opvolgen van brandalarmen; het nemen van organisatorische maatregelen bij buitenbedrijfstellingen; het administratief afhandelen van bovenstaande werkzaamheden; de aanwezigheid van een geldig inspectiecertificaat voor de installaties; het bijhouden van logboeken. De beheerder moet bovendien zorgdragen voor het informeren van de gebruikers over de aanwezige voorzieningen en de eventuele gevolgen van het niet-functioneren van deze voorzieningen Ontruimingsplan De aanwezigheid van een brandmeldinstallatie leidt ertoe dat er voor het gebouw een ontruimingsplan moet worden opgesteld (bron: Bouwbesluitartikel ). Zo n ontruimingsplan geeft inzicht in de eigenschappen van het bouwwerk en de rol van brandbeveiligingsinstallaties bij de alarmeringsprocedure. Op basis van het ontruimingsplan kunnen verdere afspraken worden gemaakt over de bij een ontruiming te nemen maatregelen. Doel is dat de gebruikers van het bouwwerk weten wat zij bij een brandmelding moeten doen, zodat de risico s bij brand zoveel mogelijk worden beperkt. Geadviseerd wordt om het ontruimingsplan op te stellen aan de hand van NEN 8112: Leidraad voor ontruimingsplannen voor gebouwen. Op basis van het Bouwbesluit 2012 artikel 7.11a dienen er voldoende personen aanwezig te zijn om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen Alarmopvolging Er moeten procedures worden vastgelegd over de alarmopvolging door de beheerder in geval van een brandmelding. Bij een brandmelding moet een beheerder naar het brandmeldpaneel komen (binnen een nader met de brandweer af te stemmen tijd). De installatie moet door de beheerder hersteld kunnen worden Beheernormen De eisen met betrekking tot beheer en controle van de brandveiligheidsinstallaties zijn aangegeven in deze Bouwbesluitartikelen: Bouwbesluitartikel 6.20, lid 8 voor wat betreft de brandmeldinstallatie; Bouwbesluitartikel 6.23, lid 5 voor wat betreft de ontruimingsalarminstallatie. 42

43 Het Bouwbesluit schrijft voor het beheer en de controle van de sprinklerinstallatie geen specifieke norm voor. Voor het onderhoud en beheer wordt aansluiting gezocht bij de norm behorende bij de van toepassing zijnde voorschriften van de sprinklerinstallatie. De brandveiligheidsinstallaties moeten beheerd en onderhouden worden volgens de in de volgende tabel aangegeven normeringen/richtlijnen. tabel 26: beheer- en onderhoudsnormen en -voorschriften norm datum type installatie sprinkler BMI OAI NEN 2654: Beheer, controle en onderhoud van brandbeveiligingsinstallaties, Deel 1: brandmeldinstallaties A) NEN 2654: Beheer, controle en onderhoud van brandbeveiligingsinstallaties, Deel 2: Ontruimingsalarminstallaties B) NFPA 25: Standard for the Inspection, Testing, and Maintenance of Water- laatste versie - - Based Fire Protection Systems (toelichting C) Besluitenlijst Deskundigenpanel VBB-systemen laatste versie (toelichting D) - - onderhoudsvoorschriften van de leverancier(s) van de toegepaste materialen = van toepassing, - = niet van toepassing laatste versie (toelichting D) Toelichting A: van deze norm zijn onderdeel 5.3, met uitzondering van onderdeel 5.3.6, en de onderdelen 5.4, 5.6 en 5.7 van toepassing. Toelichting B: van deze norm zijn onderdeel 5.3, met uitzondering van onderdeel 5.3.5, en de onderdelen 5.4, en 5.6 van toepassing. Toelichting C: de laatst beschikbare versie van dit document moet toegepast worden, ook als deze verschenen is na het opstellen van dit UPD. Toelichting D: de laatst beschikbare versie van dit document moet toegepast worden, ook als deze verschenen is na het opstellen van dit UPD, mits de aangewezen wijzigingen van dien aard zijn dat deze ook met terugwerkende kracht van toepassing zijn op bestaande installaties Opslag in het gebouw Maximale stapelhoogte brandbare goederen De maximale stapelhoogte van goederen/materialen/producten wordt bepaald door diverse eisen. De afstand tussen de spreidplaat van de sprinkler en de bovenkant van de opgeslagen goederen moet minimaal voldoen aan de eisen zoals aangegeven in paragraaf Ook mag de stapelhoogte van de goederen nooit meer mag bedragen dan de hierna aangegeven hoogten (tabel 27). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in opslag en niet opslagruimten. In de volgende tabel is de commodity class-indeling van verschillende veel voorkomende materialen weergegeven. Een uitgebreider overzicht is te vinden in NFPA 13 A tabel 27: commodity class NFPA 13 goederencategorie (commodity class) class I class II class III class IV group A plastics, unexpanded group A plastics, expanded product bureaus met kunststof werkbladen etenswaren in blik in kartonnen dozen dranken met alcoholpercentage < 20% in glazen flessen plastic flessen met vloeistoffen (dranken) stoelen, hout papierproducten (boeken, archiefdozen e.d.) houten stoelen stapelbaar, kunststof (geen schuimvulling) melkpakken in kunststof kratten dvd s/cd s luiers schuimkunststoffen zoals EPS (piepschuim) 43

44 Ordinary Hazard Group 2: (niet opslagruimten) Het plaatsen/uitstallen van inrichtingselementen en incidentele opslag van producten/materialen die voldoen aan commodity class I t/m IV is toegestaan tot een hoogte van 3.7 meter. Producten die vallen binnen commodity class Group A-plastics zijn toegestaan tot een hoogte van 2,4 meter. Wanneer er sprake is van specifieke opslag zijn de eisen zoals aangegeven in tabel 28 van toepassing. Ordinary Hazard Group 2: (opslagruimten) In gebieden specifiek ingericht voor opslag van goederen, zoals een expeditie (magazijn), gelden de opslagvoorwaarden zoals aangegeven in de volgende tabel. tabel 28: maximale opslaghoogte opslaggebieden Opslagwijze maximale opslaghoogte solid piled class I = 3.7 meter class II = 3.7 meter class III = 3.7 meter class IV = 3.7 meter group A plastics = 1.5 meter (zie toelichting A) Palletized class I = 3.7 meter class II = 3.7 meter class III = 3.7 meter class IV = 3.7 meter group A plastics = 1.5 meter (zie toelichting A) bin box class I = 3.7 meter class II = 3.7 meter class III = 3.7 meter class IV = 3.7 meter group A plastics = 1.5 meter (zie toelichting A) Shelf class I = 3.7 meter class II = 3.7 meter class III = 3.7 meter class IV = 3.7 meter group A plastics = 1.5 meter (zie toelichting A) back to back shelf class I = 3.7 meter class II = 3.7 meter class III = 3.7 meter class IV = 3.0 meter group A plastics = 1.5 meter (zie toelichting A) rack class I = 3.7 meter class II = 3.7 meter class III = 3.7 meter class IV = 3.0 meter group A plastics = 1.5 meter (zie toelichting A) Opslag FM beveiligde gebied Opslag binnen het volgens FM beveiligde gebied is niet toegestaan. Een gebruik vergeleken met een kantoor/bijeenkomstfunctie, plaatsen van stoelen is wel toegestaan Afstand tussen sprinklerkop en opslag Om de sprinklers adequaat te kunnen laten functioneren, moet een vrije ruimte van ten minste 450 mm worden gerealiseerd tussen de sprinklers en de aanwezige brandbare materialen. Daarnaast moet in zijn algemeenheid rekening worden gehouden met obstructies onder de sprinkler. 44

45 14. Afwijkingen en interpretaties 14.1 Besluiten Commissie van Deskundigen/Deskundigenpanel Er zijn zaken die zich in de praktijk voordoen waarover, in het kader van certificatie en inspectie, een algemeen geldende afspraak moet zijn gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in Technische Bulletins (TB s). Deze TB s gaan over een technisch onderwerp of een onderwerp dat met de beveiliging te maken heeft. Zij kunnen in aanvulling op de sprinklervoorschriften gebruikt worden. Een deel van de TB s is geschreven om in samenhang met de NEN-EN gelezen te worden en zijn niet van toepassing voor NFPA-installaties. In de volgende tabel zijn de beschikbare TB s aangegeven met daarbij een vermelding of deze op dit project van toepassing zijn. Waar aangegeven is dat een TB niet van toepassing is komt de situatie die het TB beschrijft niet voor binnen dit plan of heeft het TB geen relatie met het sprinklervoorschrift (NFPA). tabel 29: technische bulletins Technisch Bulletin datum van toepassing 59A Sprinklers voor de woonomgeving n.v.t. 60A Voorschriften voor sprinkler-, brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties in n.v.t. vuurwerk(buffer)bewaarplaatsen en verkoopruimten voor vuurwerk overeenkomstig ADR-klasse 1.4s en 1.4g 61 Hi-ex inside air systemen in CPR 15-2 objecten n.v.t. 61A Hi-ex inside air systemen in PGS 15 objecten n.v.t. 62 Collectieve bluswatervoorziening t.b.v. bedrijventerreinen met meerdere n.v.t. gebruikers 64B Schuimbijmengsystemen n.v.t. 65 Classificatie van certificaten naar brandcompartimentering ja 66A Bronpompsystemen ten behoeve van sprinklerinstallaties + Bijlage bij Technisch n.v.t. Bulletin 66A, Bronpompen: branchedocument) 67A Inspectie- en onderhoudsregime voor waterreservoirs ja 68 Bepaling van diameters van armpijpen bij grote doorstroomhoeveelheden n.v.t. 69 Thermoplastische spanplafonds in gesprinklerde gebouwen n.v.t. 70 Onderwaterpompen in sprinklerinstallaties n.v.t. 71A Onderdrukbeveiliging in sprinklerinstallaties n.v.t. 72 Zuurkasten n.v.t. 73 Atria ja 74A Toelichting op de voeding van elektrisch aangedreven sprinklerpompen ja 76 Onderhoud van voetkleppen ja 77a Pompsets voor VBB-systemen + Deskundigenrapport bij Technisch Bulletin ja 78 Spuitopslag beveiligen met Hi-Ex Outside Air + Achtergrondinformatie bij n.v.t. Technisch Bulletin Aanvullende voorschriften voor beugeling van sprinklerleidingen met een grote diameter ja In de volgende tabel staan de van toepassing zijnde algemene besluiten. tabel 30: besluiten deskundigenpanel document datum type installatie sprinkler BMI OAI CCV: Harmonisatie-afspraken voor inspectie VBB-BMI-OAI-RBI op 1 december 2012 afgeleide doelstellingen CCV: Deskundigenpanel VBB-systemen Besluitenlijst laatste versie (A) - - CCV: Interpretatiebesluiten Deskundigenpanel BMI-OAI laatste versie (A) - CCV: Interpretatiebesluiten Deskundigenpanel VBB-systemen laatste versie (A) - - Toelichting A: de laatst beschikbare versie van dit document moet toegepast worden, ook als deze verschenen is na het opstellen van dit UPD, mits de aangewezen wijzigingen van dien aard zijn dat deze ook met terugwerkende kracht van toepassing zijn op bestaande installaties. 45

46 14.2 Projectspecifieke afwijkingen en interpretaties sprinkler Anders dan de aanpassingen van de NFPA-voorschriften aan de Nederlandse situatie zoals aangegeven in bijlage 1 zijn de in de volgende tabel aangegeven afwijkingen en interpretaties van toepassing. Waar een afwijking van het voorschrift van toepassing is, is aangegeven waarom de situatie zoals aanwezig acceptabel is. tabel 31: afwijking/interpretaties afwijking/interpretaties NFPA de pomp-opstelruimte is niet direct van buitenaf toegankelijk. NFPA NFPA er wordt geen hose stream demand meegerekend. er wordt niet voorzien in een brandweeraansluiting. toelichting doel van het voorschrift is dat bij een brand in het gebouw de pompkamer veilig door de brandweer bereikt kan worden zonder door het gesprinklerde gebied te hoeven lopen. De pompkamer kan worden bereikt via de parkeergarage. In een situatie dat hier brand is, kan dat tot gevolg hebben dat de sprinklerinstallatie later kan worden uitgezet met als gevolg dat er mogelijk meer waterschade is. de brandweer betrekt het bluswater vanuit de brandkranen in het openbaar gebied en niet vanuit een door de sprinklerinstallatie gevoed afnamepunt. deze brandweeraansluiting heeft overeenkomstig de NFPA 13 als doel: het buiten de aanwezige watervoorziening om extra water en druk in het systeem te krijgen; het kunnen controleren of in geval van brand de sprinklerkoppen geopend zijn. Indien er via de brandweeraansluiting geen water in het systeem kan stromen, is het aannemelijk dat er geen sprinklerkop is geopend of dat er een afsluiter in het systeem is gesloten. In Nederland is het niet gebruikelijk dat de brandweer een brandweeraansluiting gebruikt voor deze doelstellingen. Deze aansluiting wordt daarom niet gerealiseerd. De NFPA-voorschriften maken het mogelijk om binnen de betreffende norm gelijkwaardigheid toe te passen (US: equivalency). Van dit principe wordt binnen het UPD geen gebruik gemaakt Projectspecifieke afwijkingen en interpretaties brandmeldinstallatie Op voorhand zijn er geen specifieke afwijkingen/interpretaties bekend c.q. van toepassing Projectspecifieke afwijkingen en interpretaties ontruimingsalarminstallatie Op voorhand zijn er geen specifieke afwijkingen/interpretaties bekend c.q. van toepassing. 46

47 15. Kwaliteitswaarborging brandbeveiligingssystemen 15.1 Algemeen In dit hoofdstuk is vastgelegd voor welke vorm van kwaliteitsborging voor de brandbeveiligingssystemen gekozen is, op basis van de eisen van de betrokken partijen. Ook komt de frequentie van kwaliteitsbeoordeling aan de orde Vorm kwaliteitswaarborging Eisen van het bevoegd gezag De eisen met betrekking tot de certificering van de brandbeveiligingssystemen zijn aangegeven in de volgende tabel. Eisen vanuit de opdrachtgever De installaties moeten opgeleverd worden volgens de eisen uit de NEN 2535, NEN 2575 en het sprinklervoorschrift. Te realiseren kwaliteitswaarborging De kwaliteit van de installatie moet op de in de volgende tabel aangegeven wijze aangetoond worden. tabel 33: kwaliteitswaarborging brandbeveiligingsinstallaties Installatie type certificaat volgens schema/voorschrift door tabel 32: vorm kwaliteitswaarborging eisen bevoegd gezag installatie Bouwbesluit- eis/toelichting artikel brandmeldinstallatie 6.20, lid 6 aangezien er een bijeenkomstfunctie met een oppervlakte van meer dan m 2 aanwezig is en een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen met een oppervlakte van meer dan m 2, is een geldig inspectiecertificaat vereist. ontruimingsalarminstallatie 6.23, lid 4 omdat de brandmeldinstallatie moet beschikken over een inspectiecertificaat, geldt eveneens dat voor de ontruimingsalarminstallatie een inspectiecertificaat vereist is. sprinklerinstallatie 6.32, lid 1 de sprinklerinstallatie moet voorzien zijn van een geldig inspectiecertificaat. brandmeldinstallatie verklaring van conformiteit B) NEN 2535, artikel B.5, lid b installateur inspectiecertificaat CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties A) inspectie-instelling type A volgens ISO/IEC ontruimingsalarminstallatie verklaring van conformiteit B) NEN 2575, artikel B.5 installateur inspectiecertificaat CCV-inspectieschema Ontruimingsalarminstallaties A) inspectie-instelling type A volgens ISO/IEC sprinklerinstallatie inspectiecertificaat CCV-inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen A) inspectie-instelling type A volgens ISO/IEC Opmerking A: dit certificatieschema is opgenomen in het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging Inspectie Brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen ). Opmerking B: de installateur moet een installatieattest overleggen, waarin wordt verklaard dat de installatie in bedrijf is gesteld en volgens het PvE functioneert. Ook moet in het installatieattest worden verklaard dat alle toegepaste componenten en onderdelen van de installatie voldoen aan de in deze norm gestelde eisen aangaande kwaliteit en compatibiliteit. Dit installatieattest is een eigen verklaring van de installateur en geen installatiecertificaat (productcertificaat) zoals bedoeld in de CCV-schema s Geldigheid inspectiecertificaat De geldigheidsduur van een inspectiecertificaat is aangegeven in de volgende tabel. 47

48 tabel 34: geldigheidsduur certificaat installatie betrokken partij bevoegd gezag opdrachtgever brandmeldinstallatie 3 jaar volgens Regeling Bouwbesluit 2012 art ontruimingsalarminstallatie 3 jaar volgens Regeling Bouwbesluit 2012 art sprinklerinstallatie 1 jaar conform Regeling Bouwbesluit = deze partij heeft geen eis gesteld aan de geldigheidsduur. Toelichting: de brandmeldinstallatie hoeft op basis van het Bouwbesluit niet door te melden naar de meldkamer van de brandweer. Daarom kan er worden volstaan met een geldigheidsduur van 3 jaar Certificeren op afgeleide doelstellingen Binnen de in hoofdstuk 15.2 aangegeven certificeringschema s vindt certificering plaats op basis van zogenaamde afgeleide doelstellingen. In hoofdstuk 5 zijn primaire doelstellingen geformuleerd. Deze zijn vertaald naar afgeleide doelstellingen zoals gedefinieerd in de van toepassing zijnde CCV-schema s. De afgeleide doelstellingen zijn weergeven in de volgende tabel. tabel 35: afgeleide doelstellingen installatie afgeleide doelstelling brandmeldinstallatie Een beginnende brand tijdig ontdekken, lokaliseren en signaleren, waarna de aangesloten brandbeveiligingsvoorzieningen tijdig in werking worden gesteld, binnen de context van het basisontwerp. ontruimingsalarminstallatie ontruiming, om veilig vluchten te initiëren, binnen de context van het basisontwerp. Tijdig in voldoende mate akoestisch en/of optisch informatie geven aangaande de sprinklerinstallatie Een beginnende brand in een vroeg stadium detecteren, signaleren en onder controle houden zodat het bestrijden ervan door de interne en externe brandbestrijdingsorganisaties kan plaatsvinden, binnen de context van het basisontwerp. Het verhogen van de bescherming van een bouwwerk en/of object in geval van blootstelling aan een brand (exposure protection) waardoor de kans op brandoverslag wordt geminimaliseerd en schade aan het bouwwerk en/of object wordt beperkt, in de context van het basisontwerp. A) Toelichting A: Op basis van het CCV document HARMONISATIE-AFSPRAKEN VOOR INSPECTIE VBB-BMI-OAI-RBI OP AFGELEIDE DOELSTELLINGEN versie 1.5, december 2012 is bij de toepassing van de sprinklerinstallatie voor het realiseren van functiebehoud door de sprinklerinstallatie de afgeleide doelstelling exposure protection van toepassing. 48

49 16. Sprinklerinstallatie indeling in brandcompartimentsklassen Een sprinklerinstallatie moet, op basis van CCV Technisch Bulletin 65, Classificatie van certificaten naar brandcompartimentering (hierna: TB 65), ingedeeld worden in een brandcompartimentsklasse. Het TB 65 is niet bedoeld om een waardeoordeel te geven over de verschillende brandcompartimentsklassen en vanuit die gedachte een klasse voor te schrijven. De brandcompartimentsklasse die volgt uit de methode van het Technisch Bulletin moet gezien worden als een instrument (middel) om de gekozen maatregelen op hoofdlijnen te presenteren en op eenvoudige wijze vast te leggen. In de volgende tabel zijn de verschillende klassen zoals beschreven in TB 65 aangegeven. tabel 36: brandcompartimentsklassen volgens CCV Technisch Bulletin 65 brandcompartimentsklasse omschrijving (conform TB 65) A: volledige beveiliging het gebouw is geheel voorzien van een gecertificeerde brandblusinstallatie. B: gedeeltelijke beveiliging met het gebouw is ingedeeld in brandcompartimenten die niet allemaal zijn voorzien van een brandcompartimentering gecertificeerde brandblusinstallatie. C: gedeeltelijke beveiliging zonder brandcompartimentering het gebouw is gedeeltelijk voorzien van een gecertificeerde brandblusinstallatie. De brandscheidingen tussen beveiligd en onbeveiligd gebied voldoen aan het uitgangspuntendocument maar niet aan de minimumwaarden voor brandcompartimentering. D: objectbeveiliging object- of installatiebeveiliging. In een ruimte (brandcompartiment) of in de buitenlucht is alleen een installatie of een object beveiligd met een gecertificeerde brandblusinstallatie. De beveiliging zoals omgeschreven in dit uitgangspuntendocument wordt ingedeeld in brandcompartimentsklasse C. Dit vanwege het feit dat er buitenopslag op het aangrenzende perceel is gesitueerd, waarbij niet wordt voldaan aan de eisen die gelden voor brandcompartimentsklasse B. Aan de andere eisen (opslag eigen terrein en brandscheidingen op eigen perceel) wordt voldaan aan de criteria behorende bij brandcompartimentsklasse B. In het Bouwbesluit worden geen eisen gesteld aan opslag op een naastgelegen perceel. Vanuit het Bouwbesluit is het dan ook niet nodig om brandwerende voorzieningen te treffen in de gevel. ir. P.H.E. (Peter) van de Leur DGMR Bouw B.V. 49

50 Bijlage 1 Titel Afstemming NFPA-voorschriften op de Nederlandse situatie

51 Afstemming NFPA- en FM-voorschriften op de Nederlandse situatie In deze bijlage wordt nader ingegaan op de aanpassing van de NFPA-voorschriften aan de Nederlandse situatie. Basisuitgangspunt is dat er zoveel mogelijk wordt voldaan aan de eisen zoals aangegeven in de NFPA-normen. Waar dit tot praktische bezwaren leidt, zijn de eisen uit de NEN-EN van toepassing. Tabel B1.1: beveiliging algemeen criteria NEN-EN NFPA FM omvang van de beveiliging -, zie toelichting A, zie toelichting A gebouwlimieten (hoogte, dakhelling, etc.) - opslaglimieten (hoogte, configuratie, gangpaden, stellingtypen, vrije - ruimte, etc.) goederenclassificatie - gevarenklasse - maximum sproeivlak - sproeidichtheid - sprinklerprojectie, inclusief obstructieregelgeving - sprinklers in verborgen ruimten - classificatie van brandbaarheid/brandgedrag van (bouw)materialen -, zie toelichting B Toelichting A: de omvang van de beveiliging is aangegeven in hoofdstuk van dit uitgangspuntendocument. Toelichting B: in de NFPA 13 wordt verwezen naar de Amerikaanse testmethoden voor materialen. Deze moeten vertaald worden naar de Europese eisen. Hierop is de volgende conversie van toepassing: Limited-combustible material, zoals bedoeld in NFPA , moet gelezen worden als een materiaal dat voldoet aan klasse A1/A2 of B bepaald volgens de NEN-EN Noncombustible material, zoals bedoeld in NFPA , moet gelezen worden als een materiaal dat voldoet aan klasse A1 bepaald volgens de NEN-EN Tabel B1.2: sprinklermeldinstallatie criteria NEN-EN NFPA FM sprinklermeldinstallatie, zie - - toelichting A bewaking afsluiters - - Toelichting A: in de NFPA 13 is aangegeven dat de sprinklermeldinstallatie moet voldoen aan de NFPA 72, National Fire Alarm Code. Deze norm wijkt dusdanig af van de in Nederland gehanteerde normeringen dat het gebruik hiervan niet praktisch is; ook voldoen de toe te passen componenten niet aan de EN 54-serie. Daarom is ervoor gekozen de sprinklermeldinstallatie uit te voeren volgens de voorwaarden uit de NEN-EN A2 + NEN Tabel B1.3: leidingen, afsluiters e.d. criteria NEN-EN NFPA FM leidingmaterialen, afsluiters, etc., zie - - toelichting A positionering ITC s - - ophanging, zie - - toelichting B leidingafschot -- - maximum verzorgingsgebied per alarmklep -- - Toelichting A: in de NFPA-voorschriften wordt voor de toe te passen materialen voor onder andere leidingen verwezen naar veelal Amerikaanse normeringen die niet aansluiten op de Nederlandse bouwpraktijk. Voor leidingen, koppelingen en afsluiters moeten daarom de materialen worden gebruikt zoals aangegeven in de NEN-EN Alle overige eisen uit de NFPA blijven van toepassing. Toelichting B: voor de wijze van ophanging van leidingen worden de gangbare eisen (die bekend zijn in Nederland) gebruikt zoals aangeven in de NEN-EN

52 Tabel B1.4: hydraulische berekening criteria NEN-EN NFPA FM maximumsnelheid in leidingen -- - equivalente lengte appendages, zie - - toelichting A hydraulisch ongunstigst gelegen sproeivlak -- - hydraulisch gunstigst gelegen sproeivlak (Qmax) -- n.v.t. - restrictieplaten --, zie toelichting B - Toelichting A: de toe te passen leidingmaterialen en appendages moeten conform tabel B1.3 voldoen aan de NEN-EN De in de berekening te gebruiken uitgangspunten voor de equivalente lengte van de appendages moeten hiermee overeenkomen. Toelichting B: het gebruik van restrictieplaten is binnen de NFPA 13 niet toegestaan. Tabel B1.5: watervoorziening criteria NEN-EN NFPA FM configuratie en pompset(s) --, zie - toelichting A elektrische aansluiting -- - pompgrafiek -- - sproeitijd -- - reservoirafmeting en reservevoorraad/suppletie --, zie - toelichting B snelheid in zuigleiding -- - constructie-eisen waterreservoir -- - Toelichting A: conform de NFPA 20 moet een listed pump worden gebruikt. Bij toepassing in Nederland is het volgende van toepassing: De pomp moet listed zijn. De aandrijving mag non-listed zijn, maar moet wel voldoen aan de NFPA 20. De schakelkast mag non-listed zijn, maar moet wel voldoen aan de NFPA 20 en de aansluitingen moeten voldoen aan de NEN Onder listed wordt volstaan voldoet aan de eisen die worden gesteld aan goedgekeurde componenten volgens de CCV-certificatieschema s. Toelichting B: De netto beschikbare watervoorraad moet als volgt worden berekend: a. van elke hydraulisch ongunstigst gelegen sproeivlak moet de vereiste hoeveelheid water worden bepaald door de volumestroom op het snijpunt van de pompgrafiek met de K-lijn van het betreffende sproeivlak te vermenigvuldigen met de vereiste sproeitijd. b. de netto beschikbare watervoorraad dient ten minste gelijk te zijn aan de grootste waterhoeveelheid zoals berekend onder (a). De inhoudsbepaling van de netto watervoorraad volgens NFPA is het laagwaterpeil tot bovenzijde antikolkplaat. Tabel B1.6: overig criteria NEN-EN NFPA FM draftstops (uitvoering en aanwezigheid) --, zie hoofdstuk productkeur op materialen zie hoofdstuk zie hoofdstuk

53 Bijlage 2 Titel Sectie-indeling sprinklerinstallatie 53

54

55

56

57

58

59

60 Bijlage 3 Titel Zone-indeling brandmeldinstallatie

61

62

63

64

65

66

67 Bijlage 4 Titel Beveiliging van verborgen ruimten (NFPA 13:2016) Bron NFPA 13 Toelichting In deze bijlage zijn de eisen weergegeven waaronder het mogelijk is om af te zien van het aanbrengen van sprinklers in verborgen ruimten. Disclaimer: De eisen waaronder het mogelijk is om af te zien van het aanbrengen van sprinklers in verborgen ruimten vertaald naar het Nederlands zijn, hoewel zo volledig mogelijk vertaald, slechts informatief. Indien bepalingen in de Nederlandse tekst tegenstrijdig zijn met de Engelse tekst dan wel dubbelzinnig zijn, zullen de grammaticale uitleg en bedoelingen van de bepalingen in de Engelse tekst prevaleren.

68 Beveiliging van verborgen ruimten artikel NFPA 13 voorwaarden Concealed spaces of noncombustible and limited combustible construction with minimal combustible loading having no access shall not require sprinkler protection. Toelichting: Minor quantities of combustible materials such as but not limited to: cabling, nonmetallic plumbing piping, non-structural wood, etc. can be present in concealed spaces constructed of limited or noncombustible materials but should not typically be viewed as requiring sprinklers (see ). For example, it is not the intent of this section to require sprinklers, which would not otherwise be required, in the interstitial space of a typical office building solely due to the presence of the usual amount of cabling within the space. The threshold value at which sprinklers become necessary in the concealed space is not defined. Verborgen ruimten zonder toegang geconstrueerd van niet brandbare(klasse A1 bepaald volgens de NEN-EN ) of moeilijk brandbare materialen(klasse A1,A2 of B bepaald volgens de NEN-EN ) en met minimale brandbare materialen(zie toelichting) in de ruimte hoeven niet voorzien te worden van sprinklers. Toelichting: Minimale hoeveelheden van brandbare materialen zoals, maar niet gebonden aan: bekabeling, nietmetalen leidingen, hout (niet constructief), etc. kunnen aanwezig zijn in verborgen ruimten geconstrueerd uit brandbare of niet-brandbare materialen, maar hoeft in het algemeen niet van sprinklers voorzien te worden(zie paragraaf ). Bijvoorbeeld, het is niet de bedoeling van deze sectie om sprinklers voor te schrijven, die anders niet nodig zijn, in de tussenliggende ruimte van een typisch kantoorgebouw enkel door de aanwezigheid van de gebruikelijke hoeveelheid bekabeling in de ruimte The space shall be considered a concealed space even with small openings such as those used as return air for a plenum. The presence of openings in the ceiling, such as those for return air for a plenum, does not result in a perfunctory requirement for sprinklers in the concealed space. Evaluation of the size and number of openings in relation to the overall area of the ceiling is important. De ruimte zal worden beschouwd als verborgen ruimte, zelfs met kleine openingen voor bijvoorbeeld de afvoer van lucht via een plenum. De aanwezigheid van openingen in het plafond, voor bijvoorbeeld de afvoer van lucht via een plenum, resulteert niet in een plichtmatige eis voor sprinklers in de verborgen ruimte. Het is belangrijk om de grootte en het aantal openingen in vergelijking met het totale oppervlak van het plafond te beoordelen Small openings with a combined total area of not more than 20 percent of the ceiling, construction feature, or plane used to determine the boundaries of the concealed space shall be permitted where length greater than 4 ft. (1,2m) shall not have a width greater than 8 in. (200 mm). Kleine openingen waarvan het totale oppervlak niet meer bedraagt dan 20% van het plafond, constructieonderdeel of vlak dat gebruikt wordt om de grenzen van de verborgen ruimte te bepalen zijn toegestaan zolang er geen openingen zijn die breder zijn dan 200 mm met een lengte van meer dan 1.2 meter The space above cloud ceilings meeting the requirements in and having openings with a combined total area of not more than 20 percent of the ceiling, construction feature or plane used to determine the boundaries of the concealed space shall be permitted. De ruimte boven plafondeilanden die voldoen aan en waarvan de oppervlakte van de openingen in totaal niet meer bedraagt dan 20 procent van het plafond, constructieonderdeel of vlak dat gebruikt wordt om de grenzen van de verborgen ruimte te bepalen, is toegestaan.

69 artikel NFPA 13 voorwaarden Concealed spaces of noncombustible and limited combustible construction with limited access and not permitting occupancy or storage of combustibles shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten geconstrueerd van niet-brandbare en moeilijk brandbare materialen met beperkte toegang en waar bezetting of opslag van brandbare materialen niet toegestaan is, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers The space shall be considered a concealed space even with small openings such as those used as return air for a plenum. De ruimte zal worden beschouwd als verborgen ruimte, zelfs met kleine openingen voor bijvoorbeeld de afvoer van lucht via een plenum Concealed spaces formed by studs or joists with less than 6 in. (152 mm) between the inside or near edges of the studs or joists shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten, ontstaan door staanders of liggers met een afstand van minder dan 152 mm tussen of bij de buitenranden van de staanders of liggers, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces formed by bar joists with less than 6 in. (152 mm) between the roof or floor deck and ceiling shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten ontstaan door vakwerkliggers met een afstand van minder dan 152 mm tussen het dak of verdiepingsvloer en het plafond hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces formed by ceilings attached directly to or within 6 in. (152mm) of wood joist or similar solid member construction shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten ontstaan door plafonds die direct bevestigd zijn aan of binnen 152 mm van houten I-liggers of soortgelijk vast onderdeel van de constructie hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces formed by ceilings attached to composite wood joist construction either directly or onto metal channels not exceeding 1 in. (25.4 mm) in depth, provided the joist channels are firestopped into volumes each not exceeding 160 ft 3 (4.53 m 3 ) using materials equivalent to the web construction and at least 3½ in. (90 mm) of batt insulation is installed at the bottom of the joist channels when the ceiling is attached utilizing metal channels, shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten ontstaan door plafonds die bevestigd zijn aan samengestelde houten I-liggers (direct of via metalen profielen met een diepte van minder dan 25.4 mm), uitgaande dat de ruimte tussen de I-liggers brandwerend afgesloten zijn in delen met een volume die niet groter is dan 4.53 m³ waarbij gebruik gemaakt wordt van soortgelijk materiaal als het verbindingsstuk van de I-ligger en wanneer het plafond bevestigd is door middel van metalen richels en in de onderzijde van de kanalen tussen de balken dekenisolatie van minstens 90 mm dik bevestigd is, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces entirely filled with noncombustible insulation shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten compleet gevuld met niet-brandbare isolatie hoeven niet voorzien te worden van sprinklers A maximum 2 in. (50 mm) air gap at the top of the space shall be permitted. Er is een vrije ruimte van maximaal 50 mm toegestaan in de bovenzijde van de verborgen ruimte Concealed spaces within wood joist construction and composite wood joist construction having noncombustible insulation in the space from the ceiling up to the bottom edge of the joist of the roof or floor deck, provided that in composite wood joist construction the joist channels are firestopped into volumes each not exceeding 160 ft 3 (4.53 m 3 ) to the full depth of the joist with material equivalent to the web construction, shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten tussen (samengestelde) houten I-liggers voorzien van niet-brandbare isolatie in de ruimte tussen het plafond en de onderzijde van de ligger van het dak of de verdiepingsvloer, uitgaande dat de kanalen tussen de samengestelde houten I-liggers brandwerend afgesloten zijn met elk kanaal niet groter dan 4.53 m³ voor de volledige lengte van de ligger, waarbij gebruik gemaakt wordt van soortgelijk materiaal als het verbindingsstuk van de I-ligger, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers.

70 artikel NFPA 13 voorwaarden Concealed spaces over isolated small rooms not exceeding 55 ft 2 (5.1 m 2 ) in area shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten boven afgezonderde kleine ruimten met een oppervlakte niet groter dan 5.1 m² hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces where rigid materials are used and the exposed surfaces have a flame spread index of 25 or less, and the materials have been demonstrated not to propagate fire more than 10.5 ft (3.2 m) when tested in accordance with ASTM E 84, Standard Test Method of Surface Burning Characteristics of Building Materials, or ANSI/UL 723, Standard for Test for Surface Burning Characteristics of Building Materials, extended for an additional 20 minutes in the form in which they are installed, shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten waarin onbuigbare materialen worden gebruikt met een blootgesteld oppervlak met een vlamuitbreidingsindex van niet meer dan 25, en de materialen een maximale vlamuitbreiding beschikken van 3.2 m conform ASTM E 84, Standard Test Method of Surface Burning Characteristics of Building Materials, of ANSI/UL 723, Standard for Test for Surface Burning Characteristics of Building Materials, vermeerderd met een extra 20 minuten afhankelijk van de manier waarop ze bevestigd zijn, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces in which the exposed materials are constructed entirely of retardant-treated wood as defined by NFPA 703, Standard for Fire Retardant-Treated Wood and Fire Retardant Coatings for Building Materials, shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten waarin blootgestelde materialen geheel geconstrueerd zijn van brandvertragend behandeld hout (retardant-treated wood) zoals aangegeven in de NFPA 703, Standard for Fire Retardant- Treated Wood and Fire Retardant Coatings for Building Materials, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Noncombustible concealed spaces having exposed combustible insulation where the heat content of the facing and substrate of the insulation material does not exceed 1000 Btu/ft 2 (11,356 kj/m 2 ) shall not require sprinkler protection. Niet-brandbare verborgen ruimten met blootgestelde brandbare isolatie waarvan de warmtecapaciteit van de buitenlaag en het hoofdbestandsdeel van het isolatiemateriaal de kj/m 2 niet overschrijdt, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces below insulation that is laid directly on top of or within wood joists or composite wood joists used as ceiling joists in an otherwise sprinklered concealed space, with the ceiling attached directly to the bottom of the joists, shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten onder isolatie dat geplaatst is tussen of bovenop (samengestelde) houten I-liggers toegepast als plafondliggers in een anders gesprinklerde verborgen ruimte, met het plafond direct bevestigd aan de onderzijde van de liggers, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Vertical pipe chases under 10 ft 2 (0.93 m 2 ), where provided in multifloor buildings where the chases are firestopped at each floor using materials equivalent to the floor construction, and where such pipe chases shall contain no sources of ignition, piping shall be water filled or noncombustible and pipe penetrations at each floor shall be properly sealed and shall not require sprinkler protection. Verticale schachten bestemd voor pijpen met een totaal oppervlak van minder dan 0.93 m², waar voor gebouwen met meerdere verdiepingen de doorvoeringen door de vloerconstructie zijn afgesloten met materiaal dat overeenkomt met de vloerconstructie, en waarin zulke schachten geen bron van ontsteking kan zijn, de pijpen gevuld zijn met water of niet-brandbaar zijn en waar de pijpdoorvoeringen door elke vloer naar behoren afgesloten zijn hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Exterior columns under 10 ft 2 (0.93 m 2 ) in area, formed by studs or wood joist supporting exterior canopies that are fully protected with a sprinkler system, shall not require sprinkler protection.

71 artikel NFPA 13 voorwaarden Uitwendige kolommen met een oppervlakte kleiner dan 0.93 m², die ontstaan zijn door staanders of houten I-liggers die volledig met sprinklers beveiligde uitwendige luifels ondersteunen, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers Concealed spaces formed by noncombustible or limited combustible ceilings suspended from the bottom of wood joists, composite wood joists, wood bar joists, or wood trusses that have insulation filling all of the gaps between the bottom of the trusses or joists, and where sprinklers are present in the space above the insulation within the trusses or joists, shall not require sprinkler protection. Verborgen ruimten die zijn ontstaan door niet-brandbare of moeilijk brandbare plafonds hangend aan de onderzijde van de (samengestelde) houten I-liggers, houten vakwerkliggers of houten spanten waarbij alle openingen tussen de onderzijden van de liggers of spanten afgesloten zijn met isolatie, en waar sprinklers zijn aangebracht in de ruimte boven de isolatie tussen de liggers of spanten, hoeven niet voorzien te worden van sprinklers The heat content of the facing, substrate, and support of the insulation material shall not exceed 1000 Btu/ft 2 (11,356 kj/m 2 ). De warmtecapaciteit van de buitenlaag, het hoofdbestanddeel en ondersteuning van het isolatiemateriaal zal niet meer zijn dan kj/m Concealed spaces formed by noncombustible or limited combustible ceilings suspended from the bottom of wood joists and composite wood joists with a maximum nominal chord width of 2 in. (50.8 mm), where joist spaces are full of noncombustible batt insulation with a maximum 2 in. (50.8 mm) air space between the roof decking material and the top of the batt insulation shall not require sprinklers. Verborgen ruimten ontstaan door niet-brandbare of moeilijk brandbare plafonds hangend aan de onderzijde van (samengestelde) houten I-liggers met een maximale nominale breedte van de flenzen van 50.8 mm, waar ruimten tussen liggers gevuld zijn met niet-brandbare dekenisolatie met een maximale lege ruimte van 50.8 mm tussen het dakbeschot en de bovenzijde van de dekenisolatie hoeven niet voorzijn te zijn van sprinklers Facing that meets the requirements for non-combustible or limited-combustible material covering the surface of the bottom chord of each joist and secured in place per the manufacturer s recommendations shall not require sprinklers. De buitenlaag, gemaakt van niet-brandbaar of moeilijk brandbaar materiaal, die de onderflens van elke I-ligger bedekt en is gemonteerd volgens de producent voorgeschreven wijze hoeft niet voorzien te zijn van sprinklers Sprinklers shall be permitted to be omitted from within combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements that are constructed in accordance with through When combustible concealed spaces are formed by small decorative structures on the outside of sprinklered buildings and these spaces conform to , there is little or no chance of a fire in these spaces spreading into the building. Het is toegestaan om sprinklers weg te laten uit brandbare overstekken, dakranden, afdaken en decoratieve frame-elementen die geconstrueerd zijn volgens t/m Wanneer brandbare verborgen ruimten ontstaan door kleine decoratieve constructies aan de buitenzijde van het gesprinklerde gebouw en deze verborgen ruimten voldoen aan , dan is er weinig tot geen kans dat vuur zich vanuit deze ruimten het gebouw in kan uitbreiden Sprinklers shall be permitted to be omitted from within combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements that are constructed in accordance with through Sprinklers hoeven niet aangebracht te worden binnen in brandbare overstekken, dakranden, afdaken en decoratieve frame-elementen wanneer de constructie daarvan voldoet aan t/m

72 artikel NFPA 13 voorwaarden Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall not exceed 4 ft 0 in. (1.2 m) in width. Brandbare overstekken, dakranden, afdaken en decoratieve frame-elementen mogen maximaal een overstek hebben van 1.2 m Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall be draft stopped, with a material equivalent to that of the soffit, into volumes not exceeding 160 ft 3 (4.5 m 3 ). Brandbare overstekken, dakranden, afdaken en decoratieve frame-elementen moeten ingedeeld worden in delen met een maximaal volume van 4.5 m³ door verticale schotten (draft stops) van een soortgelijk materiaal als de overstek Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall be separated from the interior of the building by walls or roofs of noncombustible or limited combustible construction. Brandbare overstekken, dakranden, afdaken en decoratieve frame-elementen moeten gescheiden worden van de binnenkant van het gebouw door muren of daken geconstrueerd van niet-brandbare of moeilijk brandbare materialen Combustible soffits, eaves, overhangs, and decorative frame elements shall have no openings or unprotected penetrations directly into the building. Brandbare overstekken, dakranden, afdaken en decoratieve frame-elementen mogen geen openingen of niet beschermde doorvoeringen hebben die het gebouw in leiden.

Uitgangspuntendocument Olympic Plaza in Amsterdam

Uitgangspuntendocument Olympic Plaza in Amsterdam Uitgangspuntendocument Olympic Plaza in Amsterdam Uitgangspuntendocument voor brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie en sprinklerinstallatie voor het kantoorgebouw Olympic Plaza in Amsterdam

Nadere informatie

Uitgangspuntendocument nieuwbouw Triodos

Uitgangspuntendocument nieuwbouw Triodos Uitgangspuntendocument nieuwbouw Triodos Uitgangspuntendocument voor brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie en sprinklerinstallatie voor Triodos Status definitief Versie 003 Rapport B.2012.0035.12.R001

Nadere informatie

Uitgangspuntendocument brandbeveiligingsinstallaties

Uitgangspuntendocument brandbeveiligingsinstallaties Uitgangspuntendocument voor brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie en sprinklerinstallatie voor Valley te Amsterdam Status definitief Versie 002 Rapport B.2014.1218.21.R002 Datum 21 oktober

Nadere informatie

Nieuwbouw vrieshuis Aviko, Steenderen. UPD brandbeveiligingsinstallaties vrieshuis Aviko, Steenderen

Nieuwbouw vrieshuis Aviko, Steenderen. UPD brandbeveiligingsinstallaties vrieshuis Aviko, Steenderen UPD brandbeveiligingsinstallaties vrieshuis Aviko, Steenderen Status definitief Versie 002 Rapport F.2014.0682.04.R001 Datum 20 maart 2015 Colofon Opdrachtgever Contactpersoon Aviko bv Postbus 8 7221 CD

Nadere informatie

Nieuwbouw vrieshuis Aviko, Steenderen. UPD brandbeveiligingsinstallaties vrieshuis Aviko, Steenderen. Versie 003 F R001 Datum 2 juli 2015

Nieuwbouw vrieshuis Aviko, Steenderen. UPD brandbeveiligingsinstallaties vrieshuis Aviko, Steenderen. Versie 003 F R001 Datum 2 juli 2015 UPD brandbeveiligingsinstallaties vrieshuis Aviko, Steenderen Status definitief Versie 003 Rapport F.2014.0682.04.R001 Datum 2 juli 2015 Colofon Opdrachtgever Contactpersoon Aviko bv Postbus 8 7221 CD

Nadere informatie

Brandveiligheid door Blussystemen TVVL

Brandveiligheid door Blussystemen TVVL Brandveiligheid door Blussystemen TVVL Sprinklers en ISSO 42 R2B Inspecties B.V. Anton van Ballegooijen, Paul de Graaf en Niels Schoots Branden en statistiek Branden in Nederland totaal (CBS 2009) 97.000

Nadere informatie

15-6-2015. Sprinklertechniek. door Tim Beumer. Tim Beumer Unica Automatic Sprinkler Projectleider Brandpreventie Academy Docent

15-6-2015. Sprinklertechniek. door Tim Beumer. Tim Beumer Unica Automatic Sprinkler Projectleider Brandpreventie Academy Docent Sprinklertechniek door Tim Beumer EVEN VOORSTELLEN Tim Beumer Unica Automatic Sprinkler Projectleider Brandpreventie Academy Docent 1 Vogelvlucht door de sprinklerinstallatie VOGELVLUCHT SPRINKLERINSTALLATIE

Nadere informatie

1-12-2014. Sprinklertechniek. door Tim Beumer. Tim Beumer Unica Automatic Sprinkler Projectleider Brandpreventie Academy Docent

1-12-2014. Sprinklertechniek. door Tim Beumer. Tim Beumer Unica Automatic Sprinkler Projectleider Brandpreventie Academy Docent Sprinklertechniek door Tim Beumer EVEN VOORSTELLEN Tim Beumer Unica Automatic Sprinkler Projectleider Brandpreventie Academy Docent 1 Vogelvlucht door de sprinklerinstallatie VOGELVLUCHT SPRINKLERINSTALLATIE

Nadere informatie

Bijlage A. Programma van Eisen (PvE)

Bijlage A. Programma van Eisen (PvE) Bijlage A (normatief) Programma van en (PvE) A.1 Inleiding Om tot een verantwoorde brandmeldinstallatie te komen, moeten de uitgangspunten eenduidig zijn vastgelegd. Het PvE van de brandmeldinstallatie

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie conform NEN C1-2010

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie conform NEN C1-2010 conform NEN 2535-2009+C1-2010 Risico Object Naam : Zorg- en recreatieboerderij De Bult Adres : Beekstraat 13 Postcode : 7227 NC Plaats : TOLDIJK Opdrachtgever PvE Naam : Zorg- en recreatieboerderij De

Nadere informatie

Brandveiligheid in gesprinklerde parkeergarages. Presentatie: Ing. R van Riet EFPC BV

Brandveiligheid in gesprinklerde parkeergarages. Presentatie: Ing. R van Riet EFPC BV Brandveiligheid in gesprinklerde Presentatie: Ing. R van Riet EFPC BV Inhoud Sprinkleren van garages in relatie tot het BB Doel van een sprinklerinstallatie Soorten sprinklerinstallaties Sprinklervoorschriften

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallaties (BMI) Volgens NEN 2535:2017

Programma van Eisen Brandmeldinstallaties (BMI) Volgens NEN 2535:2017 1. Gegevens Documentnummer: Datum opmaak: Opsteller van het PvE: Naam: Bedrijf: Erkenningsnummer: n.v.t. Certificaat vereist: ja, voor de certificatieprocedure wordt het opleveringsrapport opgesteld. nee,

Nadere informatie

Blauwdruk Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging

Blauwdruk Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Blauwdruk Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Een uitgangspuntendocument brandbeveiliging kan uit een of meer documenten bestaan. Deel 1: Projectinformatie en doel brandbeveiliging 1.1 Algemeen 1.1.1

Nadere informatie

Programma van Eisen (PvE) Brandmeldinstallatie conform NEN 2535

Programma van Eisen (PvE) Brandmeldinstallatie conform NEN 2535 1. Gegevens Documentnummer: Datum opmaak: Opsteller van het PvE: Versie norm: Certificaat vereist: 0013712045bmi01 25 april 2016 Naam: NEN 2535:2009/A1:2010 JA, conform Risicocatagorie: J.N. Blom DPA CaubergHuygen

Nadere informatie

RICHTLIJN SPRINKLERINSTALLATIES

RICHTLIJN SPRINKLERINSTALLATIES RICHTLIJN SPRINKLERINSTALLATIES Richtlijn sprinklerinstallatie Normen Als Nederlandse sprinklernorm geldt het Voorschrift voor Automatische Sprinklerinstallaties (VAS). Het VAS is van origine een vertaling

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE LUIDALARM TYPE B

PROGRAMMA VAN EISEN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE LUIDALARM TYPE B PROGRAMMA VAN EISEN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE LUIDALARM TYPE B Lidl Vijf Meiplein 15 2321 BN Leiden Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders van Leiden BV. 151332-1860977 Document opgesteld

Nadere informatie

Programma van Eisen nr /PvE/BMI-OAI Revisie B. Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie. 4 november 2016

Programma van Eisen nr /PvE/BMI-OAI Revisie B. Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie. 4 november 2016 Boedelhofweg 38A 7211 BS Eefde 0575 544 966 [email protected] www.brandexpert.nl Programma van Eisen nr. 2203-1/PvE/BMI-OAI Revisie B Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie 4 november 2016

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE

PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE Lidl Vijf Meiplein 15 2321 BN Leiden Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders van Leiden BV. 151332-1860977 Document opgesteld door Document nummer

Nadere informatie

Programma van Eisen Ontruimingsinstallatie conform NEN 2575:2012

Programma van Eisen Ontruimingsinstallatie conform NEN 2575:2012 conform NEN 2575:2012 Risico Object Naam : Hotel Schiekade Adres : Schiekade 730 Postcode : 3032 AL Plaats : Rotterdam Opdrachtgever PvE Naam : Woningexploitatiemaatschappij Adres : Postbus 12027 Postcode

Nadere informatie

Brandveiligheid volgens plan

Brandveiligheid volgens plan Brandveiligheid volgens plan NEN 2535:2009 Een aantal markante wijzigingen op een rij Kennisbijeenkomst Techniek, 17 november 2010 Presentatie R2B Inspecties B.V. ISO 17020 type A geaccrediteerde inspectie-instelling

Nadere informatie

Programma van Eisen (PvE)

Programma van Eisen (PvE) Programma van Eisen (PvE) Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie Object: Hornbach Bouw- en Tuinmarkt te Apeldoorn Versiebeheer AIVN16.0012-003 0.5 03-01-2017 Opmerkingen bevoegd gezag verwerkt R. Dam

Nadere informatie

Programma van Eisen. Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie 671-1-1/PVE/BMI-OAI. 24 november 2014. Auma Benelux Le Pooleweg 9 Leiden

Programma van Eisen. Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie 671-1-1/PVE/BMI-OAI. 24 november 2014. Auma Benelux Le Pooleweg 9 Leiden Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders van Leiden BV. 142470-1555433 Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Ontruimingsalarminstallatie 671-1-1/PVE/BMI-OAI 24 november 2014 Auma Benelux

Nadere informatie

Brandpreventie. Werk nr. 2010-057 Datum: 15-09-2014 HOOFDGEBOUW (2014)

Brandpreventie. Werk nr. 2010-057 Datum: 15-09-2014 HOOFDGEBOUW (2014) Brandpreventie Project: Werk nr. 2010-057 Datum: 15-09-2014 Camping Oranjezon HOOFDGEBOUW (2014) Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemeen Hoofdstuk 2 Indeling brandcompartimenten Hoofdstuk 3 Indeling beschermde

Nadere informatie

MEMORANDUM 65 CLASSIFICATIE VAN CERTIFICATEN NAAR BRANDCOMPARTIMENTERING

MEMORANDUM 65 CLASSIFICATIE VAN CERTIFICATEN NAAR BRANDCOMPARTIMENTERING MEMORANDUM 65 CLASSIFICATIE VAN CERTIFICATEN NAAR BRANDCOMPARTIMENTERING 1 Inleiding Dit Memorandum gaat op de publicatiedatum in. Certificaten overeenkomstig de systematiek van dit Memorandum mogen pas

Nadere informatie

CERTIFICEREN BMI / OAI IN DE PRAKTIJK

CERTIFICEREN BMI / OAI IN DE PRAKTIJK CERTIFICEREN BMI / OAI IN DE PRAKTIJK Rob Verbiest Adviseur Brandbeveiliging Incendio BV Een vooruitblik... Certificering in Wet en Regelgeving Oude situatie (Gebruiksbesluit) Situatie vanaf 2012 (Bouwbesluit

Nadere informatie

T Lage temp leidingen TH M ITC. 9e t/m 19e verdieping. Testleiding. start/test setjes. Druktrap 2. optionele 2e sprinklerpomp LEGENDA TEKENSYMBOLEN

T Lage temp leidingen TH M ITC. 9e t/m 19e verdieping. Testleiding. start/test setjes. Druktrap 2. optionele 2e sprinklerpomp LEGENDA TEKENSYMBOLEN BWP P opstelplaats brandweerwagen C Overzicht pompruimte kelder schaal 1:500 0 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30 meter LGDA symbool omschrijving BWP C P flitslicht sleutelkluis brandweerpaneel sprinklermeldcentrale

Nadere informatie

VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE

VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE Bestemd voor een brandmeldinstallatie zonder doormelding naar de RAC (Dus zonder eis tot certificering) Pagina 1 van 7 Toelichting

Nadere informatie

Programma van Eisen (PvE) Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie van het Gastenhuis te Leusden

Programma van Eisen (PvE) Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie van het Gastenhuis te Leusden Programma van Eisen (PvE) Brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie van het Gastenhuis te Leusden Versiebeheer AIVN16.0040-001: 0.1 12-05-2015 PvE ter goedkeuring bevoegd gezag C.R. Duursema G.H. Boon

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010 Programma van en Brandmeldinstallatie Conform :2009 en correctie C1:2010 Naam : OTT Hoofddorp Adres : Arnolduspark 4 te Hoofddorp Woonplaats : Hoofddorp Projectnummer: 0014-A-01-Gerssen-OTT Hoofddorp 1.

Nadere informatie

<> Inhoudsopgave 1 Algemene projectgegevens Sterkte bij brand (afdeling 2.2) Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situa

<> Inhoudsopgave 1 Algemene projectgegevens Sterkte bij brand (afdeling 2.2) Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situa Adviesbureau VanderWeele Installatietechniek en Bouwfysica Brandveiligheid Marinegebouw 6 te Amsterdam Datum: eferentie: apport: 19 maart 2015, rev. 15 september 2015 2015106 309 J.P. van der Weele / S.

Nadere informatie

Programma van Eisen (PvE) branddetectie

Programma van Eisen (PvE) branddetectie Programma van Eisen (PvE) branddetectie Project Adres : Zorgkwekerij Paradijsvogelbloem : Paradijsweg 4 2461 TM Ter Aar Branddetectiebedrijf : Solar Nederland BV Adres : Effect 5 6921RG Duiven Erkenning

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeld- en Ontruimingsalarminstallatie

Programma van Eisen Brandmeld- en Ontruimingsalarminstallatie Programma van en Brandmeld- en Ontruimingsalarminstallatie PvE FQ - 170802 - Kulturhus - Rev.01.docx School en bijeenkomstgebouw Doctor van Noortstraat 92 2266 HA Leidschendam Opgesteld door: A. van Wijngaarden

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Brandmeldinstallatie (Conform NEN 2535, uitgave 2009+ C1:2010) Risico Object Naam : De Borkel Adres : De s Schakelweg 39 t/m 49 Postcode : 7213 CS Plaats : Gorssel Opdrachtgever PvE Naam : Van Dorp installaties

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN BMI & AOI

PROGRAMMA VAN EISEN BMI & AOI 1. Gegevens De gegevens moeten worden ingevuld door de opsteller van het PvE. Documentnummer: 10496EVB20130114 Datum opmaak: 29 mei 2015, Opsteller van het PVE: Naam: E. van Bijsteren Adres: Overveld 21

Nadere informatie

Belang van goede uitgangspunten bij brandbeveiligingsinstallaties

Belang van goede uitgangspunten bij brandbeveiligingsinstallaties Belang van goede uitgangspunten bij brandbeveiligingsinstallaties Ing. J.C. (Johan) Hoogeweg [email protected] 13-06-2018 Programma Waarom uitgangspunten vastleggen? Welke uitgangspunten moeten worden vastgelegd?

Nadere informatie

CLASSIFICATIE VAN CERTIFICATEN NAAR BRANDCOMPARTIMENTERING

CLASSIFICATIE VAN CERTIFICATEN NAAR BRANDCOMPARTIMENTERING Technisch bulletin 65 datum 23 april 2008 CLASSIFICATIE VAN CERTIFICATEN NAAR BRANDCOMPARTIMENTERING 1 INLEIDING Dit Technisch Bulletin gaat op de publicatiedatum in. Certificaten overeenkomstig de systematiek

Nadere informatie

A.3 Model PvE BEM

A.3 Model PvE BEM A.3 Model PvE BEM1502765 A.3.1 Gegevens gemeente Steenbergen De gegevens moeten worden ingevuld door de opsteller van het PvE. Documentnummer: 215164 Datum opmaak: 12 maart 2015 / C1 juni 2010 Opsteller

Nadere informatie

Hoogbouw First te Rotterdam Uitgangspuntendocument brandblussysteem 3976.300.01 30 november 2011

Hoogbouw First te Rotterdam Uitgangspuntendocument brandblussysteem 3976.300.01 30 november 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina 1 Inleiding... 5 1.1 Algemeen... 5 1.2 Doelstelling Uitgangspuntendocument... 5 1.3 Demarcaties... 6 1.4 Documentbeheer... 6 1.5 Geldigheid van het document... 6 2 Beschrijving van

Nadere informatie

Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017

Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017 Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017 verplicht vanaf 1 maart 2013 Vanaf 1 maart dient voor brandweerliften een PvE opgesteld te worden, dit in analogie met andere brandveiligheidsinstallaties.

Nadere informatie

Beschrijving. Vervallen trap in monumentaal gebouwtje. Advies Definitief

Beschrijving. Vervallen trap in monumentaal gebouwtje. Advies Definitief Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, brandveilig gebruik, monument, kantoorfunctie, gelijkwaardigheid, bestaande bouw, herbestemming, vluchtroute, rookmelders, brandmeldinstallatie (BMI) Datum: 16 december 2016

Nadere informatie

Brandveilig met Solar. Raymond Cremer Adviseur brandbeveiliging

Brandveilig met Solar. Raymond Cremer Adviseur brandbeveiliging Brandveilig met Solar Raymond Cremer Adviseur brandbeveiliging 1 Wijzigingen in het Bouwbesluit (Hfst 6 brandveiligheid) 2 Opleveren BMI met de nieuwe CCV- certificatieschema s 3 Uw voordelen Met het Solar

Nadere informatie

DE BRAND1HEID Specialist in brandbeveiliging

DE BRAND1HEID Specialist in brandbeveiliging Zandrug 1 8105 BJ LUTTENBERG 06-14482942 [email protected] www.brand1heid.nl Programma van Eisen brandmeldinstallatie (met niet automatische bewaking) Betreffende de brandmeld- en ontruimingsinstallatie

Nadere informatie

Seminar Functiebehoud 2018 Page Copyright protected Seminar Functiebehoud Wie ben ik Hans de Jong Vestigingsleider VdS Schadenverhütung GmbH

Seminar Functiebehoud 2018 Page Copyright protected Seminar Functiebehoud Wie ben ik Hans de Jong Vestigingsleider VdS Schadenverhütung GmbH 2018 Page 113 Wie ben ik Hans de Jong Vestigingsleider VdS Schadenverhütung GmbH Directeur VdS Nederland BV 22 jaar actief in de bandbeveiliging vanaf 1996 in de sprinklertechniek vanaf 2002 in andere

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Documentnaam: 6086BD54-PVE-2015-11-27 Pagina: 1 van 9 1. Gegevens Documentnummer: 6086BD54-PVE-2015-11-27 Datum opmaak: 27-11-2015 PvE-opsteller Certificaat vereist Bouwwerk: Doel installatie Bouwvergunning:

Nadere informatie

Programma van Eisen. Brandmeld- en Ontruimingsalarminstallatie Gezondheidszorgcomplex te Schagen

Programma van Eisen. Brandmeld- en Ontruimingsalarminstallatie Gezondheidszorgcomplex te Schagen Brandmeld- en Ontruimingsalarminstallatie Gezondheidszorgcomplex te Schagen. Erkenningsnummer: 7535-0175 Pagina: 1 van 11 1. Gegevens Documentnummer: PVE17041203APO Datum opmaak: 14-04-2017 PvE-opsteller

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010 Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010 Naam : VSO-De Hoge Brug Adres : Hillegondastraat 23-25 PC/Woonplaats : 3051PA Rotterdam Bedrijf : Opsteller: Documentnummer:

Nadere informatie

-Initiële inspectie- + -Vervolginspectie- .-Organisatorische maatregelen-

-Initiële inspectie- + -Vervolginspectie- .-Organisatorische maatregelen- Inspectieschema CCV t.b.v. AudiMAX Inspectie brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen Versie 11.0 En Goed- en afkeurcriteria brandbeveiligingssystemen Versie 5.0

Nadere informatie

AMSTERDAM ARENA ENERGIE OPSLAG Brandveiligheid 10 MEI 2017

AMSTERDAM ARENA ENERGIE OPSLAG Brandveiligheid 10 MEI 2017 AMSTERDAM ARENA ENERGIE OPSLAG Brandveiligheid 10 MEI 2017 Contactpersonen PETER RIKUMAHU Bouwkundig Specialist T +31884261261 M +31627060543 E [email protected] Arcadis Nederland B.V. Postbus

Nadere informatie

NIEUWBOUW KINDERDAGVERBLIJF DE ARK AGRA MATIC BV

NIEUWBOUW KINDERDAGVERBLIJF DE ARK AGRA MATIC BV W2N engineers b.v. Dopheide 2 Postbus 258 9200 AG Drachten T: 0512 544888 E: [email protected] W: www.w2n.nl B: NL79 RABO 0369 0496 83 k.v.k. Leeuwarden 59819588 NIEUWBOUW KINDERDAGVERBLIJF DE ARK AGRA MATIC

Nadere informatie

Nieuwbouw kantoor Bon Holding

Nieuwbouw kantoor Bon Holding W2N engineers b.v. Dopheide 2 Postbus 258 9200 AG Drachten T: 0512 544888 E: [email protected] W: www.w2n.nl B: NL79 RABO 0369 0496 83 k.v.k. Leeuwarden 59819588 Nieuwbouw kantoor Bon Holding BRANDPREVENTIE

Nadere informatie

Een goede brandveiligheidsinstallatie voldoet aan:

Een goede brandveiligheidsinstallatie voldoet aan: Een goede brandveiligheidsinstallatie voldoet aan: Het bouwbesluit NEN 2535 / NEN 2575 Dacht ik altijd Jurgen Lankamp, adviseur brandveiligheid. 6 oktober 2016 DGMR Adviseurs voor bouw, industrie, verkeer,

Nadere informatie

Beschrijving. Adviesvraag ADVIES

Beschrijving. Adviesvraag ADVIES ADVIES Registratienummer: Betreft: Branddetectie in gemeenschappelijke vluchtroute Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, woongebouw, overige gebruiksfunctie, gelijkwaardigheid, nieuwbouw, vluchtroute, brandmeldinstallatie

Nadere informatie

Zaanstreek-Waterland Zaanstad

Zaanstreek-Waterland Zaanstad Zaanstreek-Waterland Zaanstad Sector Voorbereidende Brandweerzorg, Afdeling Proactie en Bouwvergunningen Postadres: Postbus 150, 1500 ED Zaandam Bezoekadres: Prins Bernhardplein 112, 1508 XB Zaandam Tel:

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Programma van en Brandmeldinstallatie Zorgcentrum Maria Oord Hansweert Documentnummer 133.2.2134 PvE BMI A.3 Model PvE A.3.1 Gegevens De gegevens moeten worden ingevuld door de opsteller van het PvE. Documentnummer:

Nadere informatie

Programma van Eisen. Handleiding

Programma van Eisen. Handleiding Behoort bij besluit van Burgemeester en wethouders van Hardinxveld Giessendam van Handleiding 1 augustus 2017 Coördinator Klant Contact Centrum Dit Programma van en vormt een onderdeel van de CCV-certificatieschema

Nadere informatie

Programma van Eisen nr /PvE/SMC-BMI-OI Revisie C. Sprinklermeldsysteem Brandmeldinstallatie Ontruimingsinstallatie.

Programma van Eisen nr /PvE/SMC-BMI-OI Revisie C. Sprinklermeldsysteem Brandmeldinstallatie Ontruimingsinstallatie. Boedelhofweg 38A 7211 BS Eefde T 0575 544 966 F 084 22 95 618 [email protected] www.brandexpert.nl Programma van Eisen nr. 1300-1/PvE/SMC-BMI-OI Revisie C Sprinklermeldsysteem Brandmeldinstallatie

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN BEM ZK Behorend bij de installatie: Ouderenzorg Anders Van Glymesstraat LM Steenbergen

PROGRAMMA VAN EISEN BEM ZK Behorend bij de installatie: Ouderenzorg Anders Van Glymesstraat LM Steenbergen BEM1303967 gemeente Steenbergen PROGRAMMA VAN EISEN Behoort bij beschikking d.d. nr.(s) 11-09-2013 ZK13000730 Omgevingsmanager Behorend bij de installatie: Ouderenzorg Anders Van Glymesstraat 30 4651 LM

Nadere informatie

Bouwdeel F/G Brouwhuis aan de Ceresstraat te Breda

Bouwdeel F/G Brouwhuis aan de Ceresstraat te Breda Quickscan brandveiligheid Omgevingsvergunning Project: Bouwdeel F/G Brouwhuis aan de Ceresstraat te Breda Kenmerk: 2014139.qsb.mj.a1 Datum: 16-03-2015 Bijlage 7 bij besluit 2014/1642-V1 Bezoekadres Postadres

Nadere informatie

AMS1 Schiphol-Rijk. Brandveiligheid in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen

AMS1 Schiphol-Rijk. Brandveiligheid in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen AMS1 Schiphol-Rijk Brandveiligheid in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen Rapportnummer G 18007-5-RA-001 d.d. 28 februari 2017 AMS1 Schiphol-Rijk Brandveiligheid in het kader

Nadere informatie

Project: Verbouw van tot een kinderdagverblijf Kinderdagverblijf Dolfijn te Voorthuizen Adviesrapport brandpreventie

Project: Verbouw van tot een kinderdagverblijf Kinderdagverblijf Dolfijn te Voorthuizen Adviesrapport brandpreventie Project: Verbouw van tot een kinderdagverblijf Kinderdagverblijf Dolfijn te Voorthuizen Adviesrapport brandpreventie Project 20130202: Verbouw tot een kinderdagverblijf Kinderdagverblijf Dolfijn te Voorthuizen

Nadere informatie

Inspectiecertificaat Conform Bouwbesluit 2012

Inspectiecertificaat Conform Bouwbesluit 2012 Conform Bouwbesluit 2012 Inhoudsopgave: - Bij welke gebruiksfunctie dient het brandbeveiligingssysteem gecertificeerd te zijn met een Inspectiecertificaat? - Welke typen Inspecties zijn er en wat is de

Nadere informatie

Programma van Eisen. Het Programma van Eisen is onderverdeeld in een drietal blokken, te weten: 1. Gegevens 2. Eisen 3.

Programma van Eisen. Het Programma van Eisen is onderverdeeld in een drietal blokken, te weten: 1. Gegevens 2. Eisen 3. Handleiding Programma van Eisen Dit model Programma van Eisen vormt een onderdeel van de Regeling Brandmeldinstallaties 2002. Het Programma van Eisen is bedoeld voor de PvE-opsteller, conform de vernoemde

Nadere informatie

Eind- en toetstermen sprinkler 1. Aankomend sprinklertechnicus 2. Sprinklertechnicus

Eind- en toetstermen sprinkler 1. Aankomend sprinklertechnicus 2. Sprinklertechnicus Eind- en toetstermen sprinkler 1. Aankomend sprinklertechnicus 2. Sprinklertechnicus CertoPlan B.V. Postbus 510 3430 AM NIEUWEGEIN Nevelgaarde 50 3436 ZZ NIEUWEGEIN Telefoon +31 (0)88 998 3030 Website

Nadere informatie

Uitgangspuntendocument Brandveiligheidsinstallaties

Uitgangspuntendocument Brandveiligheidsinstallaties D170631283 D170631283 Uitgangspuntendocument Brandveiligheidsinstallaties 20150918-001-1 27/11/2015 V1.1 Nimma Stay Hotel Weurtseweg 478 Nijmegen BBAV b.v. Maastrichterweg 53 5554 GG Valkenswaard T: 040

Nadere informatie

Programma van Eisen. (Conform NEN2575:2004 met wijzigingsplan NEN2575:2004/C1:2006) : 20 mei 2011

Programma van Eisen. (Conform NEN2575:2004 met wijzigingsplan NEN2575:2004/C1:2006) : 20 mei 2011 Zaaksdossier:: O-000287 OLO: 11 mei 2011 Doc.ond.: 11.004109: Aanvraag omgevingsvergunning-rapport Product: Bouwen, Melding brandveilig gebruik, Toestemming brandveilig gebruik Beh. : Pb/WABO Programma

Nadere informatie

Programma van Eisen Ontruimingsalarminstallatie

Programma van Eisen Ontruimingsalarminstallatie Programma van Eisen Ontruimingsalarminstallatie Rivas Blok D Den Briel 1, 3351 HB Papendrecht Documentnummer PvE 60.16.386.0_O1.1 Het PvE is onderverdeeld in een drietal blokken, te weten: 1. Gegevens

Nadere informatie

Uitgangspuntendocument Brandveiligheidsinstallaties

Uitgangspuntendocument Brandveiligheidsinstallaties Uitgangspuntendocument Brandveiligheidsinstallaties 20170943-001-1 14/09/2017 V1.1 Short Stay Hotel Eendrachtsweg 71 Rotterdam BBAV b.v. Maastrichterweg 53 5554 GG Valkenswaard T: 040 290 80 40 [email protected]

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE

PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE FEC Sevenum Midden Peelweg 7 5975 MZ Sevenum Document opgesteld door Document nummer Status document : H.J.C.E. Jochijms Chubb Fire & Security B.V Vestiging Sittard

Nadere informatie

NU.VU en parkeergarage

NU.VU en parkeergarage NU.VU en parkeergarage Uitgangspuntendocument Brandmeld- ontruimingsalarminstallatie 30-3-2017 Versie 2.1 1160945 B1160945 Pagina 1 van 51 Documenttitel NU.VU en parkeergarage Uitgangspuntendocument Brandmeldontruimingsalarminstallatie

Nadere informatie

De Regeling UPD opsteller

De Regeling UPD opsteller De Regeling UPD opsteller Opstellen van Uitgangspuntendocumenten en IPB s ASPO 28 september 2012 Harrit Broos, LPCB Nederland Inhoud 1. Kennismaking met LPCB Nederland 2. Wat zijn UPD s en IPB s? 3. Waarom

Nadere informatie

rand rapport Project: Herinrichting 't Klooster Rilland Werknummer:ZF15-06 Datum:

rand rapport Project: Herinrichting 't Klooster Rilland Werknummer:ZF15-06 Datum: rand rapport Project: Herinrichting 't Klooster Rilland Werknummer:ZF15-06 Datum:31 03 2015 Buro Toetz Postbus 230, 4460 AE Goes [email protected] Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemeen 1.1 Projectgegevens

Nadere informatie

Roozen - van Hoppe Bouw en Ontwikkeling bv T.a.v. de heer Jeroen Pel Postbus 165 5080 AD HILVARENBEEK

Roozen - van Hoppe Bouw en Ontwikkeling bv T.a.v. de heer Jeroen Pel Postbus 165 5080 AD HILVARENBEEK Roozen - van Hoppe Bouw en Ontwikkeling bv T.a.v. de heer Jeroen Pel Postbus 165 5080 AD HILVARENBEEK datum: 13 augustus 2015 ons kenmerk: 5777S02 inzake: Abdij Koningsoord te Berkel Enschot Geachte heer

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Programma van en Brandmeldinstallatie Rivas Blok B Den Briel 23, 3351 HB Papendrecht Documentnummer PvE 60.16.156.0_B1.2 Programma van en Brandmeldinstallatie Het PvE is onderverdeeld in een drietal blokken,

Nadere informatie

Brandveiligheidsadvies Gelijkwaardigheid

Brandveiligheidsadvies Gelijkwaardigheid Gelijkwaardigheid Parkeerkelder Engelenhof Putstraat te Sittard Opdrachtgever: Maasbilt bv Europalaan 26 6199AB Maastricht-Airport Betreft: Projectnummer: Object: Gelijkwaardige brandveiligheid 15 243

Nadere informatie

UPD brandveiligheidsinstallaties

UPD brandveiligheidsinstallaties UPD Brandveiligheidsinstallaties Gebouw G, The Valley, kavel V2, Schiphol Trade Park te Hoofddorp In t Hart van de Bouw UPD brandveiligheidsinstallaties Gebouw G, The Valley, kavel V2, Schiphol Trade Park

Nadere informatie

Programma van Eisen. Programma van eisen nr. 1165MA10-PvE01. Logiesfunctie. Amsterdamsestraatweg 10 1165 MA Halfweg

Programma van Eisen. Programma van eisen nr. 1165MA10-PvE01. Logiesfunctie. Amsterdamsestraatweg 10 1165 MA Halfweg Programma van eisen nr. 1165MA10-PvE01 Naam: Betreft: Opgesteld door: Contactpersoon: Amsterdamsestraatweg 10 1165 MA Halfweg Brandmeld-, ontruimingalarminstallatie P.C.J. Buijs BJH installatietechniek

Nadere informatie

STAPPENPLAN BEOORDELING BRANDVEILIGHEID volgens Bouwbesluit 2012 UTILITEITSGEBOUWEN. Kenmerk: 2013-R-V1.2

STAPPENPLAN BEOORDELING BRANDVEILIGHEID volgens Bouwbesluit 2012 UTILITEITSGEBOUWEN. Kenmerk: 2013-R-V1.2 STAPPENPLAN BEOORDELING BRANDVEILIGHEID volgens Bouwbesluit 2012 UTILITEITSGEBOUWEN Kenmerk: 2013-R-V1.2 Datum rapport : Opdrachtgever : Project nummer : Behandeld door : Opmerking : STAPPENPLAN BEOORDELING

Nadere informatie

NIEUWBOUW 78 APPARTMENTEN HABITAGE TE HEERHUGOWAARD

NIEUWBOUW 78 APPARTMENTEN HABITAGE TE HEERHUGOWAARD RAPPORT BRANDVEILIGHEID NIEUWBOUW 78 APPARTMENTEN HABITAGE TE HEERHUGOWAARD Behoort bij besluit van Burgemeester en wethouders van Heerhugowaard Nr.: 16-1476-OMG Project 7016.016 8 juli 2016 Versie 1.0

Nadere informatie

Certificering en inspectie. Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties

Certificering en inspectie. Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties Certificering en inspectie Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties 1 Certificering en inspectie Behandeling van volgende punten: Relatie met de regelgeving Samenhang tussen certificatie-

Nadere informatie

MEMO 1. INLEIDING 2. UITGANGSPUNTEN

MEMO 1. INLEIDING 2. UITGANGSPUNTEN MEMO Aan: De heer B. Stolker, Bilfinger Real Estate B.V. Van: De heer H.T.M.T. Dirks / D. Machielsen Datum/versie: 16 augustus 2016, versie 02D Betreft: Club Sportive SOM-gebouw Amsterdam, beoordeling

Nadere informatie

AMSTERDAM ARENA ENERGIE OPSLAG Brandveiligheid 9 DECEMBER 2016

AMSTERDAM ARENA ENERGIE OPSLAG Brandveiligheid 9 DECEMBER 2016 AMSTERDAM ARENA ENERGIE OPSLAG Brandveiligheid 9 DECEMBER 2016 Contactpersonen PETER RIKUMAHU Bouwkundig Specialist T +31884261261 M +31627060543 E [email protected] Arcadis Nederland B.V. Postbus

Nadere informatie

De lettergrootte voor bijschriften is 12. Brand meester, maar hoe? Ontwikkeling brandbeveiligingsinstallaties

De lettergrootte voor bijschriften is 12. Brand meester, maar hoe? Ontwikkeling brandbeveiligingsinstallaties De lettergrootte voor bijschriften is 12 Brand meester, maar hoe? Ontwikkeling brandbeveiligingsinstallaties Den Haag 7 april 2016 Michael Haas Introductie Michael Haas Adviseur (senior projectleider)

Nadere informatie

Bestaande ontruimingsalarminstallaties

Bestaande ontruimingsalarminstallaties Rijnstraat 8 Postbus 20952 2500 EZ Den Haag Bestaande ontruimingsalarminstallaties Instructie Versie 1.0 Status Definitief Contactpersoon T 0800-899 1103 info.infofoon @rgd.minbzk.nl Betreft Bestaande

Nadere informatie

Programma van Eisen brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie

Programma van Eisen brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie Programma van Eisen brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie Programma van Eisen nr. 2484-11-P22-02 26 mei 2017 The Base Parkeergarage P22, Schiphol Adres: The Base Parkeergarage P22 Schiphol Betreft:

Nadere informatie

AVR Afvalverwerking BV Nieuwbouw Stortbordes december 2011

AVR Afvalverwerking BV Nieuwbouw Stortbordes december 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina 1 Inleiding... 4 1.1 Inleiding... 4 1.2 Doelstelling... 4 1.3 Gebruikte documenten bij het opstellen van dit rapport... 4 1.4 Uitgangspunten bij het opstellen van dit rapport... 4

Nadere informatie

Certificering van brandbeveiligingssystemen volgens het Bouwbesluit

Certificering van brandbeveiligingssystemen volgens het Bouwbesluit Certificering van brandbeveiligingssystemen volgens het Bouwbesluit 3 Colofon Uitgave van Infopunt Veiligheid van het Instituut Fysieke Veiligheid, juli 2015 Bij deze kennispublicatie hoort ook het online

Nadere informatie

STAPPENPLAN BEOORDELING BRANDVEILIGHEID (voor nieuwbouw utiliteitsgebouwen, op hoofdlijnen, volgens bouwbesluit 2012 versie 1.0)

STAPPENPLAN BEOORDELING BRANDVEILIGHEID (voor nieuwbouw utiliteitsgebouwen, op hoofdlijnen, volgens bouwbesluit 2012 versie 1.0) STAPPENPLAN BEOORDELING BRANDVEILIGHEID (voor nieuwbouw utiliteitsgebouwen, op hoofdlijnen, volgens bouwbesluit 2012 versie 1.0) Dit stappenplan biedt ontwerpers een richtlijn om te komen tot een brandveilig

Nadere informatie

ADVIES. Pagina 1 van 7. Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Secretariaat info@adviescommissiebrandveiligheid.

ADVIES. Pagina 1 van 7. Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Secretariaat info@adviescommissiebrandveiligheid. ADVIES Registratienummer: Betreft: Sprinklermeldinstallatie in plaats van brandmeldinstallatie Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, bestaande bouw, gelijkwaardigheid, handhaving, sprinkler, BMI : Status: Definitief

Nadere informatie

Programma van Eisen brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie

Programma van Eisen brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie Programma van Eisen brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie Programma van Eisen nr. 2484-11-D-01 26 mei 2017 The Base gebouw D + Parkeergarage D, Schiphol Adres: The Base gebouw D + Parkeergarage D Evert

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallaties

Programma van Eisen Brandmeldinstallaties Documentnaam: PVE KCAP Kooiplein plandeel fase 5a+b te Leiden Pagina: 1 van 11 Documentnummer: PVE Ontruiming: PVE-BMI-FRA-2013-06-002 PVE-ONT-FRA-2013-06-002 Datum opmaak: 10-6-2013 aangepast 19-2-2014

Nadere informatie

ERRATA WIJZIGINGEN JULI 1996 OP DE VOORSCHRIFTEN VOOR AUTOMATISCHE SPRINKLERINSTALLATIES

ERRATA WIJZIGINGEN JULI 1996 OP DE VOORSCHRIFTEN VOOR AUTOMATISCHE SPRINKLERINSTALLATIES ERRATA WIJZIGINGEN JULI 1996 OP DE VOORSCHRIFTEN VOOR AUTOMATISCHE SPRINKLERINSTALLATIES Bilthoven Zoals de oplettende lezer niet zal zijn ontgaan is er in de laatste wijzigingen op de VAS (juli 1996)

Nadere informatie

Brandmelding en Ontruimingsalarm Productbrochure

Brandmelding en Ontruimingsalarm Productbrochure Branddetectie, signalering en alarmering Brandmelding en Ontruimingsalarm Productbrochure Brandmelding en Ontruimingsalarm Een brandmeldinstallatie detecteert, lokaliseert en signaleert een beginnende

Nadere informatie

Beleid bestaande bouw - beleidspakket. Kwaliteit brandveiligheid

Beleid bestaande bouw - beleidspakket. Kwaliteit brandveiligheid Beleid bestaande bouw - beleidspakket Kwaliteit brandveiligheid 1 Voorwoord In dit rapport zijn de door het gemeentebestuur vastgestelde pakketten met de brandveiligheidseisen voor bestaande gebouwen weergegeven.

Nadere informatie

OMGEVINGSVERGUNNING. ProjectManagement Bureau Gemeente Amsterdam Postbus BG AMSTERDAM

OMGEVINGSVERGUNNING. ProjectManagement Bureau Gemeente Amsterdam Postbus BG AMSTERDAM Brandveiligheid Datum 2 juni 2017 Projectnummer 16015 Project Clubgebouw AFC Status Definitief Fase OMGEVINGSVERGUNNING Opdrachtgever ProjectManagement Bureau Gemeente Amsterdam Postbus 1269 1000 BG AMSTERDAM

Nadere informatie

Certificering van brandmeldinstallaties

Certificering van brandmeldinstallaties Certificering van brandmeldinstallaties Instructie Versie 1.0 Datum 21 december 2010 Status Definitief Colofon Versie 1.0 T 0800-899 1103 [email protected] Pagina 3 van 21 Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

Voor HEMA te Leiden (Haarlemmerstraat )

Voor HEMA te Leiden (Haarlemmerstraat ) Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders van Leiden BV. 130431 / 768083 Voor HEMA te Leiden (Haarlemmerstraat 130-138) MEBA beveiligingen B.V. 1 Handleiding Dit model Programma van Eisen

Nadere informatie

Beschrijving. Wel of geen brandmeldinstallatie in stallingsgarage. Advies Definitief

Beschrijving. Wel of geen brandmeldinstallatie in stallingsgarage. Advies Definitief Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, overige gebruiksfunctie, gelijkwaardigheid, nieuwbouw, compartimentering, brandmeldinstallatie (BMI), parkeren Datum: 26 maart 2019 Status: Definitief Dit advies is opgesteld

Nadere informatie

Bouwbesluit 2012, kantoorfunctie, nieuwbouw, vluchtroute, brandmeldinstallatie (BMI), Datum: 25 maart 2019 Status:

Bouwbesluit 2012, kantoorfunctie, nieuwbouw, vluchtroute, brandmeldinstallatie (BMI), Datum: 25 maart 2019 Status: Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, kantoorfunctie, nieuwbouw, vluchtroute, brandmeldinstallatie (BMI), Datum: 25 maart 2019 Status: Definitief Dit advies is opgesteld voor deze specifieke casus en is niet

Nadere informatie

Sortiva uitbreiding sorteerlijnen

Sortiva uitbreiding sorteerlijnen Sortiva uitbreiding sorteerlijnen Rapportnummer CA 1010-1-RA d.d. 1 juni 2016 Sortiva uitbreiding sorteerlijnen o p d r a c h t g e v e r S o rtiva r a p p o r t n u m m e r C A 1 0 1 0-1 - RA d a t u

Nadere informatie