Installatierichtlijn voor alarmapparatuur
|
|
|
- Nathalie Annemie Smets
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Installatierichtlijn voor alarmapparatuur Index 1 Inleiding Geen wijzigingen 2 Omvang alarminstallatie algemeen Geen wijzigingen 3 Omvang alarminstallatie niveau Ed (Grade 1) Geen wijzigingen 4 Omvang alarminstallatie niveau E1 (Grade 2) Geen wijzigingen 5 Omvang alarminstallatie niveau E2 (Grade 2) Geen wijzigingen 6 Omvang alarminstallatie niveau E3 (Grade 3) Geen wijzigingen 7 Afscherming en kwaliteit van componenten Geen wijzigingen 8 Het leidingnet Geen wijzigingen 9 Aanleggen Geen wijzigingen 10 CCS (centrale controle en stuureenheid) Geen wijzigingen 11 Magneetcontacten Geen wijzigingen 12 Bewegingsdetectoren Geen wijzigingen 13 Anti-maskering Geen wijzigingen 14 Draadloze detectoren Geen wijzigingen 15 Seismische detectoren Geen wijzigingen 16 Glasbreukdetectoren Geen wijzigingen 17 Overvalvoorzieningen Geen wijzigingen 18 Mistgeneratoren Geen wijzigingen 19 Alarmgevers Geen wijzigingen 20 Alarmoverdracht Geen wijzigingen 21 Bediening Geen wijzigingen 22 Bediening op afstand Geen wijzigingen 23 Voeding en noodstroomvoorziening Gewijzigd: Oplevering Geen wijzigingen 1. Inleiding 1. Voorwoord: Voor de installatiemonteurs en technici. Deze kaartenbak met de installatierichtlijn is speciaal voor u gemaakt. Deze kaartenbak is dus geen officiële norm of standaard. Wat is het wel? Zoals u weet bestaan er vele normen en voorschriften in de beveiligingswereld. Veel van die documenten zijn gemaakt door internationale commissies. Nederland is daar ook vertegenwoordigd. In Nederland zijn er nog enkele voorschriften aan toegevoegd waaronder de installatierichtlijn. Deze kaartenbak is een aanvulling daarop geschreven in begrijpelijke taal en vooral praktisch. Gebruikmakend van dit document zal de door u geïnstalleerde alarminstallatie voldoen aan de eisen die worden gesteld in verschillende kwaliteitsregelingen zoals BORG en VEB. Wat is nog handig om te weten? Als u naar een klant gaat met de opdracht voor het aanleggen van een alarminstallatie is het wel belangrijk dat u alle documenten, (blok)schema s, tekeningen en mogelijk de offerte bij u heeft. Als er geen offerte beschikbaar is dan wel een beveiligingsplan. Daarin staat welke ruimten op welke wijze worden voorzien van detectie enz. Met de klant maakt u een rondgang en verteld, eventueel met voorbeelden (PIR, magneetcontact, glasbreukmelder enz.) waar en hoe u deze gaat monteren. Dit is vooral gewenst als u bij particulieren werkt. Na deze rondgang moet u in staat zijn om met behulp van deze kaartenbak de installatie op de juiste wijze en functionerend aan te leggen, te programmeren en op te leveren. 1.1 Leeswijzer: Waar in deze installatierichtlijn wordt gesproken over 'alarminstallatie' wordt bedoeld: een inbraak & overvalalarmsysteem, een inbraak & overvalalarminstallatie, alarmapparatuur en installaties met een 1 / 13
2 beveiligingsfunctie. In de teksten staat regelmatig woord 'installateur'. In dit document wordt u daarmee aangeduid. 1.2 Toepassing en uitvoering: De Installatierichtlijn voor alarmapparatuur is van toepassing op het aanleggen, programmeren en opleveren van alarminstallaties, alarmapparatuur en installaties met beveiligingsfuncties. 1.3 Geldigheid: Deze installatierichtlijn is een vervanging voor: Document Installatievoorschriften voor alarmapparatuur juli 2000 versie 2 Document D01/026 Installatievoorschriften Mistgeneratoren oktober 2001 versie Overgangstermijn De Installatierichtlijn kan met ingang van 1 mei worden toegepast en wordt per de geldende richtlijn. Installateurs hebben hiermee 8 maanden de tijd om de installatierichtlijn te implementeren in hun kwaliteitssysteem. 1.5 Voldoen aan de eisen: Bestaande installaties voldoen aan de op het moment van aanleg geldende voorschriften. Nieuwe installaties en wijzigingen in bestaande installaties voldoen aan de nieuwe installatierichtlijn. 1.6 Ontwerp en projecterings-eisen: Naast de installatierichtlijn zijn ook de ontwerp- en projecterings-eisen van toepassing. Zie de kaartenbak ontwerp- en projecterings-eisen. Deze kaartenbak bevat een samenvatting van de regels die worden gebruikt door ontwerpers, verkopers, calculators en werkvoorbereiders. 2. Omvang alarminstallatie algemeen Artikel Omvang alarmapparatuur: De in deze installatierichtlijn bedoelde alarmapparatuur bestaat ten minste uit de volgende, volledig werkend geïnstalleerde, componenten: centrale controle- en stuureenheid (CCS); bedieningsapparatuur; detectoren; sirene(s) flitslichten enz. bekabeling tussen bovengenoemde componenten (kan ook draadloos zijn bij E1 en E2 woningen en E1 bedrijven); aansluiting op de netspanning en noodstroomvoorziening; alarmdoormelding (indien van toepassing); aanvullende toepassingen (zie onder 2.2). 2.2 Aanvullende toepassingen: Aanvullende toepassingen zoals brand-, overval-, kluis- en technische alarmen mogen alleen op een aparte lus of groep worden aangesloten op de CCS. De ontstane onveilige situaties worden als afzonderlijk herkenbare meldingen doorgemeld naar de PAC. Hierbij moet rekening worden gehouden met eventuele voorschriften van de alarmopvolgers. Aanvullende toepassingen mogen de goede werking van de alarmapparatuur niet nadelig beïnvloeden. 2 / 13
3 3. Omvang alarminstallatie niveau Ed (Grade 1) Artikel 3. De omvang van de installatie is bepaald in de offerte en de daarin opgenomen risicoklasse. Die is samen met de opdrachtgever bepaald. De (ontwerp) tekening is bepalend hoe de installatie moet worden aangelegd. Als er geen tekening is dan voldoet de omschrijving van de beveiligde gebieden als leidraad voor de monteur. Let in dat geval extra op de plaatsing van detectoren en houdt u aan de instructies van de fabrikant. 4. Omvang alarminstallatie niveau E1 (Grade 2) Artikel 4. De omvang van de installatie is bepaald in de offerte en de daarin opgenomen risicoklasse. Die is samen met de opdrachtgever bepaald. De (ontwerp) tekening is bepalend hoe de installatie moet worden aangelegd. Als er geen tekening is dan voldoet de omschrijving van de beveiligde gebieden als leidraad voor de monteur. Let in dat geval extra op de plaatsing van detectoren en houdt u aan de instructies van de fabrikant. 5. Omvang alarminstallatie niveau E2 (Grade 2) Artikel 5. De omvang van de installatie is bepaald in de offerte en de daarin opgenomen risicoklasse. Die is samen met de opdrachtgever bepaald. De (ontwerp) tekening is bepalend hoe de installatie moet worden aangelegd. Als er geen tekening is dan voldoet de omschrijving van de beveiligde gebieden als leidraad voor de monteur. Let in dat geval extra op de plaatsing van detectoren en houdt u aan de instructies van de fabrikant. 6. Omvang alarminstallatie niveau E3 (Grade 3) Artikel 6. De omvang van de installatie is bepaald in de offerte en de daarin opgenomen risicoklasse. Die is samen met de opdrachtgever bepaald. De (ontwerp) tekening is bepalend hoe de installatie moet worden aangelegd. Als er geen tekening is dan voldoet de omschrijving van de beveiligde gebieden als leidraad voor de monteur. Let in dat geval extra op de plaatsing van detectoren en houdt u aan de instructies van de fabrikant. 7. Afscherming en kwaliteit van componenten Artikel Afscherming componenten: Op plaatsen waar beschadiging of niet juist functioneren van alarmapparatuur ten gevolge van inwerking van omgevingsinvloeden te verwachten is, moeten deze componenten hiertegen worden beschermd of dusdanig geconstrueerd dat die voor deze omgeving geschikt zijn. 7.2 Bevestiging componenten: Alle componenten van de alarmapparatuur moeten deugdelijk zijn bevestigd, waarbij rekening is gehouden met: het gewicht en hoedanigheid van de componenten en de aard van de ondergrond waarop of waartegen deze worden bevestigd en bijzondere omstandigheden zoals trillingen en/of schokken; activiteiten in de omgeving en extreme temperaturen en vocht. 7.3 Kwaliteit componenten: 3 / 13
4 De kwaliteit van de componenten (Klasse en/of Grade) is bepaald bij het ontwerp van de alarminstallatie. 8. Het leidingnet Artikel Leidingaanleg en toebehoren: Het leidingnet, de montage en de verbindingen in de installatie zijn zodanig uitgevoerd dat de goede werking van de alarmapparatuur optimaal wordt gegarandeerd. De bekabeling is deugdelijk ondersteund en bevestigd, en waar nodig afgeschermd. De wijze van leidingaanleg, de techniek van verbinden en het gebruik van gereedschappen is in deze installatierichtlijn niet in detail beschreven. Een en ander moet worden geïnterpreteerd en uitgevoerd volgens de eisen van goed vakmanschap en de door uw bedrijf gespecificeerde methoden en de beschikbaar gestelde middelen. Bedrade verbindingen moeten geschikt zijn voor de toegepaste apparatuur en worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant. 8.2 Bedrade verbindingen: Bedrade verbindingen moeten binnen het beveiligd gebied worden aangelegd. Indien het niet praktisch uitvoerbaar is om de bedrade verbindingen binnen het beveiligd gebied aan te leggen, moeten deze worden voorzien van geschikte sabotagebescherming, bijvoorbeeld door een metalen buis. 8.3 Lange kabellengtes: De installateur zorgt ervoor dat de spanning naar elke systeemcomponent niet minder bedraagt dan de minimale gespecificeerde bedrijfsspanning, De meting moet worden uitgevoerd in alarmsituatie. Met andere woorden: alarm en sirenes / flitslichten zijn in werking. 8.4 Onderlinge beïnvloeding: Elektrische interferentie kan tot ongewenst alarm leiden. De alarminstallaties werken op zwakstroom meestal 12 VDC. Om beïnvloeding door andere kabelnetten met andere hogere (wissel)spanning te verminderen moet bij voorkeur het kabelnet worden gescheiden Bedrading voor de alarminstallatie moet niet door dezelfde kabelgoot of mantelbuis worden geleid als kabels met hoge spanning, zoals netspanningskabels of kabels met hoogfrequente signalen, tenzij deze fysiek zijn gescheiden en/of op geschikte wijze zijn afgeschermd om onderlinge interferentie te voorkomen. 8.5 Bedrade verbindingen voor meerdere functies: Als een kabelnet wordt gebruikt voor meerdere functies moet rekening worden gehouden met de mogelijke invloed op de prestaties van de alarminstallatie door andere systemen die deze verbindingen delen. Denk daarbij aan toegangscontrole en camerasystemen. 8.6 Mechanische beschadiging: Leidingen en kabels die aan mechanische beschadiging of aan omgevingsinvloeden worden blootgesteld, moeten zijn beschermd of dusdanig geconstrueerd dat zij voor deze omgeving geschikt zijn. Buis en kabel moeten deugdelijk worden ondersteund door bevestigingen met een maximale onderlinge afstand zoals vermeld in onderstaande tabel. Soort bescherming / bevestiging Bevestiging verticaal (meter) Bevestiging niet verticaal (meter) Stalen buis / slagvaste kunststof buis Kunststof buis 0,5 0,4 Flexibele buis / beschermslang 0,4 0,3 Onbeschermde kabel (niet in buis) 0,4 0,2 Opmerking: Er behoort een bevestigingsmiddel aan weerszijde van een bocht te zijn aangebracht. Leidingen in werkplaatsen, magazijnen en fabrieken, die lager dan 2,80 meter boven de vloer zijn aangebracht; altijd uitvoeren in gesloten buis of kabelwegen. Indien in leidingen mechanische krachten kunnen optreden, zijn 4 / 13
5 deze voorzien van een trekontlasting. Kabels in de grond moeten ten minste op een diepte van 0,5 m worden aangebracht. Kabels zonder wapening mogen alleen zijn toegepast indien deze deugdelijk tegen mechanische beschadiging zijn beschermd door aanleg in daarvoor bestemde buizen, kokers, goten of kanalen. Kabeldoorvoeringen in vloeren moeten zijn beschermd met slagvaste buis die ten minste 4 cm boven de vloer doorloopt of moeten zijn beschermd door de constructie waarin zij zijn opgenomen. Kabeldoorvoeringen in brandwerende wanden en vloeren moeten voldoen aan de daarvoor geldende bepalingen en eisen. In dit soort situaties is het noodzakelijk om de klant van te voren te informeren. Er kunnen grote gevolgen zijn als er zomaar door brandwerende wanden wordt geboord. Het herstellen van de brandwerendheid is vakwerk. 8.7 Elektrische verbindingen: Elektrische verbindingen kunnen zijn uitgevoerd als soldeer-, schroef-, klem of daarmee gelijk te stellen verbindingen. Bij schroefverbindingen klemmen toepassen die afknellen van de verbinding voorkomen. In het kabelnet van alarmapparatuur mogen geen aardlussen voorkomen. Aardlussen worden onder meer voorkomen door de afscherming van afgeschermde kabel slechts aan één zijde aan aarde te leggen. Maak in dat geval de aarding aan de centrale zijde. 8.8 Lasdozen: De toepassing van lasdozen moet zoveel mogelijk worden vermeden. Indien lasdozen toch noodzakelijk zijn gelden de volgende eisen: lasdozen moeten zijn voorzien van sabotagedetectie bij openen van de lasdoos; lasdozen moeten zijn voorzien van aansluitklemmen die vast met de behuizing zijn verbonden; lasdozen mogen uitsluitend worden gemonteerd binnen het beveiligd gebied; lasdozen moeten toegankelijk zijn en vast zijn bevestigd; in lasdozen mogen alleen stroomketens zijn opgenomen die vanuit de alarminstallatie worden gevoed. Wanneer het niet te vermijden is dat stroomketens van andere systemen worden opgenomen in een lasdoos van de alarminstallatie, moet worden gewaarborgd dat de goede werking van de alarminstallatie niet wordt beïnvloed; de plaats van de lasdozen moet worden vermeld op de plattegrondtekening en in de systeemdocumentatie. 8.9 Draadloze (RF) verbindingen: Bij draadloze verbindingen moet rekening worden gehouden met de invloed van opzettelijke of onopzettelijke transmissies met dezelfde frequentie en/of methode van signaalmodulatie als die van de alarminstallatie. Dergelijke transmissies kunnen ertoe leiden dat de alarminstallatie sabotage- of storingscondities genereert, of de correcte werking van verbinding wordt belemmerd. RF-verbindingen moeten worden bewaakt overeenkomstig de eisen van het E niveau of de Grade van de alarminstallatie. De indicatie of doormelding van storingen is afhankelijk van het E niveau of de Grade en het soort storing dat door de bewakingsfunctie wordt gedetecteerd. De volgende verstoringen moeten worden gedetecteerd: uitval van de periodieke communicatie; interferentie. Tijdens de installatie is dit niet zomaar vast te stellen. Volg nauwkeurig de instructies van de fabrikant. Meestal wordt er een test voorgesteld die u uitvoert voordat de detectoren zijn geplaatst. Als er een grote hoeveelheid stoorsignalen zijn dan moet er worden overwogen om bedrade detectoren te plaatsen. 5 / 13
6 9. Aanleggen Artikel Aanleggen:. Het systematisch en overzichtelijk aanleggen van alarmapparatuur, zodanig dat inspectie, beproeving en onderhoud op eenvoudige wijze kan geschieden. Onder systematisch en overzichtelijk aangelegd wordt tevens verstaan: het nummeren of op andere wijze coderen van kabels in afgemonteerde toestand; het aanduiden van de locatie van componenten (detectoren, lasdozen en overige componenten) op een plattegrond/tekening van het object of bij kleine objecten* door middel van een omschrijving: zoals: woonkamer, hal, meterkast e.d. een op papier vastgelegde groepenindeling. *Met kleine objecten worden objecten bedoeld waarbij voor het risico van het object een installatie passend is die bestaat uit maximaal 4 detectoren (bijvoorbeeld: 2 ruimtelijk werkende detectoren en 2 magneetcontacten). Het gaat niet om de oppervlakte van het object. 9.2 Voorschriften fabrikant/leverancier: Alle componenten moeten worden toegepast, aangebracht, aangesloten en afgeregeld overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant/leverancier. 9.3 Afwijkingen: Alarmapparatuur dient te worden geplaatst volgens deze installatierichtlijn en omschrijving in werkopdracht. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij delen van deze richtlijn niet kan worden toegepast. In dat geval dient u contact op te nemen met de ontwerper van de installatie. Hij kan nadere afspraken maken met de opdrachtgever. De overeengekomen en toegepaste afwijkingen worden vastgelegd in het Opleveringsrapport en in de systeemdocumentatie. 10. CCS (centrale controle en stuureenheid) Artikel Elektrische veiligheid: De elektrotechnische voorzieningen voor alarmapparatuur moet worden uitgevoerd door een (elektro) monteur die aantoonbare kennis bezit voor werkzaamheden aan laagspanningsinstallaties en daar voor bevoegd is Projectie van de CCS: De CCS moet binnen het beveiligd gebied zijn geplaatst en wel zodanig dat detectie niet vertraagd plaatsvindt voordat de CCS kan worden bereikt. De CCS moet te allen tijde goed bereikbaar zijn voor onderhoud en service Subsysteem: Een subsysteem is een deel van een inbraakalarminstallatie dat zich in een gedefinieerd deel van het beveiligd gebied bevindt en dat onafhankelijk van andere delen van het de inbraakalarmsysteem kan functioneren I/O modules: Een I/O module is een onderdeel van de CCS waarop zich lusaansluitingen van detectoren bevinden, uitgangen voor alarmgevers aanwezig kunnen zijn en eventueel over een eigen voeding en noodvoeding beschikt. Deze I/O module kan op een andere plaats worden gemonteerd dan de CCS. De I/O module moet binnen beveiligd gebied zijn geplaatst en wel zodanig dat detectie niet vertraagd plaatsvindt voordat de I/O module kan worden bereikt. De eisen die gelden voor aansluiting van de CCS op de netspanning zijn ook voor I/O modules met een eigen voeding van toepassing. 6 / 13
7 10.5 programmering van de CCS Het op de juiste wijze programmeren van de CCS is een onderdeel van de installatiewerkzaamheden. Als u niet bent aangewezen of bevoegd bent voor programmering dan is het wenselijk om de installatie niet onder spanning te zetten totdat de bevoegde persoon aanwezig is Aansluiting CCS op de netspanning: Bij een alarminstallatie van niveau Ed, E1 en Grade 1 en 2 is een stekerverbinding op een wandcontactdoos toegestaan. Bij de desbetreffende groepsschakelaar(s) moet een tekstplaatje of sticker zijn aangebracht met de waarschuwing: 'Niet uitschakelen!'. Bij de desbetreffende netsteker(s) moet een tekstplaatje, sticker of label zijn aangebracht met de tekst: 'Niet uitnemen!'. Bij alarminstallaties van niveau E2, E3 en Grade 3 en 4 moet de installatie bij voorkeur op een vaste aansluiting worden aangesloten op een aparte eindgroep zonder gemeenschappelijke aardlekschakelaar van de laagspanningsinstallatie. Op die groep mag niets anders worden aangesloten dan de alarminstallatie en de daarbij behorende componenten, UPS voor de router, voedingen voor switches e.d. Bij de desbetreffende groepschakelaar moet een tekstplaatje of sticker zijn aangebracht met de waarschuwing: 'Niet uitschakelen!'. 11. Magneetcontacten Artikel Magneetcontacten: Magneetcontacten zijn geschikt om het openen van deuren of ramen of de verwijdering van voorwerpen te detecteren. Bij de keuze voor de plaatsbepaling en montage van magneetcontacten moet met de volgende aspecten rekening worden gehouden: installatie binnen het beveiligd gebied; opbouwcontacten mogen niet aan de aanvalszijde van deuren of ramen worden geplaatst; toepassing op ijzeren constructies; hierbij moeten de instructies van de fabrikant nauwkeurig worden gevolgd, inclusief het gebruik van voorgeschreven hulpmaterialen (spacers, nonferrobevestigingsmateriaal enz.); uit zowel esthetisch als beveiligingsoogpunt heeft toepassing van inbouwversies de voorkeur; magneetcontacten op industriële roldeuren, rolluiken of overheaddeuren (zogenoemde poortcontacten ) moeten altijd dicht bij de onderzijde (openingszijde) van de deur of rolluik worden gemonteerd, niet halverwege of bovenaan de deur Anti-sabotagevoorzieningen: Magneetcontacten moeten anti-sabotagevoorzieningen bevatten. Deze voorzieningen signaleren het doorknippen of overbruggen van de bekabeling Selectieve uitlezing: Magneetcontacten moeten individueel kunnen worden geïdentificeerd als veroorzaker van een alarmconditie en voorzien zijn van end-of-line weerstanden. Zie ook Bewegingsdetectoren Artikel Type detector: Detectoren worden gemonteerd en aangesloten conform de voorschriften van de fabrikant en moeten het bereik en detectiepatroon hebben zoals bepaald tijdens het ontwerp van de alarminstallatie. Bij de keuze van het type detector (waaronder ook actief infrarood detectoren) en de plaatsbepaling van deze 7 / 13
8 detectoren is bij het ontwerp rekening gehouden met de omvang, vorm en inrichting van de te detecteren ruimte en mogelijke storingsbronnen Adresseringsfunctie: Als de alarmapparatuur niet is voorzien van adresseringsfunctionaliteit voor de detectoren, mag per detectielus maximaal één detector worden aangesloten Groepen van detectoren: Individuele detectoren mogen afzonderlijk worden geïdentificeerd of worden gegroepeerd (subsystemen). Voorbeeld: ten behoeve van gedeeltelijk inschakelen/uitschakelen of om de oorsprong van een alarmconditie gemakkelijker te kunnen bepalen Sabotagedetectie: Alle apparatuur moet anti-sabotagevoorzieningen bevatten. Deze voorzieningen signaleren het openen of forceren van de behuizing en het doorknippen of overbruggen van de bekabeling of beïnvloeden van een draadloze transmissieweg. Alle bij de apparatuur aanwezige anti-sabotagecontacten worden aangesloten op 24 uurs bewaakte sabotagegroep(en). Sabotagesignaleringen kunnen ook onderdeel zijn van een lus of groep waarin selectieve uitlezing plaatsvindt (inbraakalarm, afdekalarm, sabotagealarm). Lussen en groepen die 24 uur worden bewaakt, kunnen niet door de gebruiker worden uitgeschakeld Looptestindicatie: De looptest-indicatie van een detector moet zijn uitgeschakeld in de dag situatie tenzij de opdrachtgever uitdrukkelijk verzoekt deze indicatie niet uit te schakelen. Deze afwijking is vastgelegd in de systeemdocumentatie. 13. Anti-maskering Artikel Anti-maskering: Het type AM detector is bepaald door de ontwerper van de alarminstallatie Normering: Een masking alarm is geen tamper (sabotage) en ook geen fault (storing). Masking is een other condition. Hier wordt bedoeld dat masking een derde signaal is vanuit een detector en dient daarom apart te worden gemeld. Zie Niet alle CCS en zijn hiervoor geschikt! Masking moet gesignaleerd worden als de alarminstallatie uitgeschakeld is. Masking detectie bij een ingeschakelde alarminstallatie is niet verplicht Bewegingsdetectoren met antimaskering (AM): Indien detectoren beschikken over AM die op afstand kan worden uitgeschakeld, moet de AM werken wanneer de alarminstallatie is uitgeschakeld. Maskeringsignalen of -berichten moeten door de bewegingsdetector met AM binnen 180 seconden worden gesignaleerd aan de centrale controle- en stuureenheid (CCS) als specifiek bericht van maskering Indicatie van maskering: Bij AM alarm moet bij het inschakelen van de alarminstallatie op het bedieningspaneel een waarschuwing aan bevoegde gebruikers worden getoond, en duidelijk maken dat er een bijzondere situatie (zoals maskering) bestaat. Wanneer een bewegingsdetector is gemaskeerd mag de alarminstallatie niet kunnen worden ingeschakeld, tenzij de AM-conditie is overbrugd door een bevoegde gebruiker. Bij de plaatsing van AM-bewegingsdetectoren behoort erop te worden gelet dat bij normaal gebruik van de ruimte 8 / 13
9 geen objecten zoals deuren of ramen zo dicht bij de detector kunnen komen dat de AM wordt geactiveerd. 14. Draadloze detectoren Artikel Draadloze detectoren: Draadloze detectoren worden gekenmerkt door: een draadloze RF-verbinding met een RF-ontvanger; een eigen voedingsbron (batterij) met een beperkte levensduur. Draadloze transmissie van signalen kan in sterke mate worden beïnvloed door reflectie en absorptie van gebouwconstructies en inventaris. Voor inbedrijfstelling van de alarminstallatie wordt door metingen vastgesteld dat alle detectoren binnen de door de fabrikant opgegeven specificaties met betrekking tot de RF signaalsterkte functioneren. Deze meetresultaten worden vastgelegd in de systeemdocumentatie Supervisie en jamming: Uitval van de periodieke communicatie (supervisie) en interferentie door stoorsignalen (jamming) moeten door de RF-ontvanger worden gesignaleerd. Bij aansluiting op een PAC moeten bij ingeschakelde installatie de meldingen van uitval en interferentie worden doorgemeld Batterijvoeding: Batterijen moeten van het door de fabrikant voorgeschreven type zijn. Een 'batterij laag' signaal dient door het systeem lokaal te worden aangegeven. Niet tijdig vervangen van de batterij zal leiden tot vermindering van zendvermogen van de detector waardoor geen detectie meer zal plaatsvinden. 15. Seismische detectoren Artikel Trillingsdetectoren: Montage volgens de bij het product geleverde montagevoorschriften. Na de montage wordt de detector getest volgens de voorgeschreven methode van de fabrikant gebruikmakend van eventuele voorgeschreven hulpmiddelen. Die testresultaten moeten aan de systeemdocumentatie en in het logboek worden toegevoegd en bij onderhoud worden geverifieerd Trillingsdetectie systemen: Schildetectie en hekwerkdetectie kan ook bestaan uit systemen op basis van coaxkabel of glasvezel. Volg de montagerichtlijnen die voor die producten beschikbaar zijn Kluisdetectoren: Montage volgens de bij het product geleverde montagevoorschriften. Na de montage wordt de detector getest volgens de voorgeschreven methode van de fabrikant gebruikmakend van eventuele voorgeschreven hulpmiddelen. Die testresultaten moeten aan de systeemdocumentatie en in het logboek worden toegevoegd en bij onderhoud worden geverifieerd. 16. Glasbreukdetectoren Artikel Passieve glasbreukdetectoren: Bij montage op het glas moet gebruik worden gemaakt van geschikte lijm, overeenkomstig de instructies van de 9 / 13
10 fabrikant. Glasbreukdetectoren moeten niet worden bevestigd op gebroken glas of op glas dat niet trillingvrij in het kozijn is gemonteerd. Rekening moet worden gehouden met verminderde prestaties bij toepassing op gelaagd glas of glas met een kunststoffolie. Of het detectiebereik voldoende is dient na de montage te worden vastgesteld met de daarvoor geschikte testapparatuur overeenkomstig de instructies van de fabrikant Actieve glasbreukdetectoren: zie akoestische glasbreukdetectoren: Vooraf de juiste plaats voor montage van de detector bepalen en het testen van het detectiebereik met de bij de detector behorende testapparatuur / glasbreuksimulator. 17. Overvalvoorzieningen Artikel Overvalalarmknoppen: Overvalknoppen en overige overvalalarmapparatuur moeten worden geïnstalleerd conform de voorschriften van de fabrikant. Bij toepassing van overvalalarmapparatuur moet met de volgende aspecten rekening worden gehouden: overvalalarmapparaten moeten in geval van een bedreigende situatie gemakkelijk en discreet toegankelijk zijn voor gebruikers; ter voorkoming van onbedoelde activering moeten overvalalarmapparaten niet worden geplaatst in de nabijheid van of op dezelfde hoogte als elektrische schakelaars en wandcontactdozen; 17.2 Doormelden, doorgeven van overvalmeldingen: Zie de ontwerp- en projecterings-eisen. 18. Mistgeneratoren Artikel Installatie en oplevering: De installatie, de aansluiting op de CCS en aansturing van de mistgeneratoren moet worden uitgevoerd volgens de gegevens die door de ontwerper van de alarminstallatie aan de monteur zijn verstrekt. Hierbij behoort ook de testmethode die bij oplevering moet worden uitgevoerd. Testresultaten worden vastgelegd in de systeemdocumentatie en bij onderhoud geverifieerd Kwalificaties De monteur die verantwoordelijk is voor de installatie van de mistgenerator(en) moet over passende kwalificaties beschikken. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door een bewijs van deelname aan een producttraining bij de fabrikant of leverancier van de mistgenerator(en). 19. Alarmgevers Artikel Alarmgevers: 10 / 13
11 Alarmgevers worden geplaatst zoals in de opdracht is aangegeven. Akoestische alarmsignalen worden gegenereerd door één of meer sirenes Binnensirenes: Binnensirenes moeten zo worden geplaatst dat het geluid ervan duidelijk is waar te nemen bij: 1. de toegangsdeuren en nooddeuren van het beveiligd gebied. 2. in de ruimten waar zich de attractieve goederen en/of attractieve zaken van de inboedel bevinden. 3. op de plaats(en) waar de alarminstallatie wordt bediend. 4. bij woningen geldt ook: slaapvertrekken Bij de montage van meerdere sirenes moet bij kortsluiting of onderbreking van 1 van de sirenes de ander blijven functioneren; 19.3 Buitensirenes: Buitensirenes en de daarbij behorende leidingen die buiten zijn aangebracht, moeten waar mogelijk buiten handbereik (3,20 meter) worden gemonteerd zodat mechanische sabotage wordt bemoeilijkt; een buitensirene moet zijn voorzien van een beveiliging tegen kortsluiting of onderbreking zodat sabotage van de buitensirene en/of bijbehorende bekabeling het functioneren van de overige componenten van alarminstallatie niet beïnvloedt. bij kortsluiting of onderbreking van de buitensirene moet de binnensirene(s) blijven functioneren; 19.4 Optische alarmgevers: Een optische alarmgever moet zo worden geplaatst dat het lichtsignaal waarneembaar is vanaf de openbare weg, aanrijdroute van alarmopvolgers of andere plaats van waaruit sociale controle mogelijk is. Bij optische alarmgevers bestaat onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid deze te monteren achter een vanaf de openbare weg goed zichtbaar raam. Dit reduceert het risico van sabotage. Let op: het flitslicht moet ook bij daglicht goed waarneembaar zijn. 20. Alarmoverdracht Artikel Alarmoverdracht: Alarmoverdracht over IP netwerken: Het Alarmtransmissiesysteem (ATS) voldoet aan de prestatie-eisen zoals in het ontwerp is bepaald Prestatie-eisen: Alarm over IP zal in de meeste gevallen worden geïntegreerd in de bestaande netwerkinfrastructuur van een gebouw waarop andere toepassingen en ook andere vormen van communicatie en toegang worden gebruikt. (denk daarbij ook aan PIN betaalsystemen) Advies: Maak bij de installatie gebruik van de installatierichtlijn routers, alarmering i.v.m. Pin verkeer Communicatie formaten: Er bestaan vele communicatieformaten voor de overdracht van berichten tussen een alarmoverdrager en een PAC. De installateur test bij oplevering en periodiek onderhoud of de PAC signalen van de alarmoverdrager ontvangt en alle signalen correct verwerkt Alarmoverdracht over analoge netwerken: Voice over IP / VoDSL Telefonie via internet protocol. Bijvoorbeeld internetplusbellen, VoDSL modems en VoIP kabelmodems zijn vaak voorzien van een aansluiting voor analoge telefonie randapparatuur. Deze aansluiting mag niet worden gebruikt voor doormelding naar een PAC. Er dient bij gebruik van AoIP een IP-kiezer of IPconverter te worden toegepast die op een netwerkpoort van de router wordt aangesloten. 11 / 13
12 20.5 Alarmoverdragers: Alarmoverdragers worden geplaatst en aangesloten conform het ontwerp. Zie de projecterings-eisen artikel Draadloze alarmoverdrager: Bij het gebruik van een draadloze (back-up) oplossing verdient de installatie van de antenne en antenneverbindingen extra aandacht. De draadloze alarmoverdrager behoort voldoende ontvangst te hebben om ook onder minder gunstige omstandigheden in een storingsvrije communicatie te kunnen voorzien. Voordat tot definitieve installatie van de antenne wordt overgegaan, moet worden geverifieerd of de ontvangen RF-veldsterkte voldoet aan de door de fabrikant geadviseerde minimale eisen. Indien noodzakelijk dient een externe antenne te worden aangebracht om te voorzien in een goede ontvangst. De externe antenne behoort voor zover mogelijk in beveiligd gebied te worden geïnstalleerd. Indien de antenne buiten beveiligd gebied wordt geplaatst, behoort deze bij voorkeur buiten het directe zicht te worden geplaatst. Bij ingebruikstelling wordt getest of de communicatie storingsvrij werkt, ook bij netspanningsuitval Voeding en noodstroomvoorziening: De alarmoverdrager(s) worden selectief gevoed door de (12 volt) stroomvoorziening van de CCS. Zie de ontwerp- en projecterings-eisen. 21. Bediening Artikel Bediening van de alarminstallatie: De plaats en wijze van de bediening is bepaald in het ontwerp Bediening door de gebruiker: In het ontwerp is aangegeven welke verantwoordelijkheden de opdrachtgever en/of gebruiker van de alarminstallatie heeft voor de juiste bediening van de alarminstallatie Bedieningspaneel: Het bedieningspaneel moet binnen het beveiligde gebied worden geplaatst. Als dit niet mogelijk is, moeten de kabel en het bedieningspaneel tegen sabotage en manipulaties zijn beschermd en sabotagepogingen tot een alarmsituatie leiden Inschakelen: Zie de ontwerp- en projecterings-eisen Uitschakelen: Zie de ontwerp- en projecterings-eisen. 22. Bediening op afstand Artikel Bediening op afstand: Onder bediening op afstand van een alarminstallatie wordt verstaan het uitvoeren van bedieningshandelingen door een gebruiker zonder fysiek in het beveiligd gebied aanwezig te zijn bijvoorbeeld door gebruik van een App. Voor bediening op afstand is het vereist dat de gebruikte methode de eindgebruiker voorziet van voldoende informatie en terugkoppeling om een betrouwbare en foutloze bediening mogelijk te maken. 12 / 13
13 Powered by TCPDF ( Installatierichtlijn voor alarmapparatuur 23. Voeding en noodstroomvoorziening Artikel Voedingen: de capaciteit van de secundaire voedingsbron is door middel van berekeningen bepaald in het ontwerp. waar mogelijk dient de berekening te worden geverifieerd door metingen en zijn vermeld in de systeemdocumentatie Doormelden netspanningsuitval: Het doormelden van het uitvallen van de netspanning naar de PAC mag maximaal 30 minuten worden vertraagd. Bij doormelding via IP waarbij gebruik is gemaakt van een UPS dient de netspanningsuitval binnen 3 minuten plaats te vinden. Dit is een onderdeel van de programmering. De UPS moet dan wel op dezelfde 230v eindgroep zijn aangesloten als de CCS of over een voorziening beschikken die bij uitval van de primaire 230v op de UPS een aparte zone op de CCS in alarm brengt. 24. Oplevering Artikel Afronding installatiewerkzaamheden: Controleer of de installatie conform de opdracht is aangebracht, eventuele afwijkingen opnemen in het Opleveringsrapport. Controleer alle functies van de installatie op de juiste werking inclusief de alarmtransmissie. De meldingen naar de PAC moeten volledig worden uitgevoerd. Dat wil zeggen dat alle mogelijke alarmen, sabotage en masking alarmen zijn gegenereerd en doorgemeld. Het bewijs wordt bewaard in de PAC. Indien van toepassing: afmelden bij de PAC en proeftijd afspreken Oplevering aan de gebruiker: Bij de oplevering van de alarminstallatie moeten aan de opdrachtgever of hoofdgebruiker worden overhandigd: een door de installateur en opdrachtgever ondertekent Opleveringsrapport; de volledige bedienings- en gebruiksinstructies voor de alarminstallatie; indien van toepassing: instructies voor het contact met de PAC inclusief contactgegevens; een logboek voor het registreren van bijzonderheden. (voor kleine objecten* kunnen hier afwijkende afspraken over worden gemaakt). * zie artikel Instructies aan de gebruiker met betrekking tot: bediening en het beheer door gebruikers van de alarminstallatie; het overbruggen van detectoren en, indien van toepassing, overbruggen antimaskering; instructies betreffende, door de opdrachtgever uit te voeren, onderhoud of periodieke beproevingen; het bijhouden van het logboek van de alarminstallatie; het doorgeven van wijzigingen in gegevens van waarschuwingsadressen bij de PAC; OPMERKING: het logboek kan onderdeel uitmaken van het document dat de volledige bedieningsen gebruikersinstructies bevat. 13 / 13
Ontwerp- en projecterings-eisen
Ontwerp- en projecterings-eisen Index 1 Inleiding Geen wijzigingen 2 Omvang alarminstallatie algemeen Geen wijzigingen 3 Omvang alarminstallatie niveau Ed (Grade 1) Geen wijzigingen 4 Omvang alarminstallatie
6 EL - ELEKTRONISCHE MAATREGELEN
6 EL - ELEKTRONISCHE MAATREGELEN In de tabellen met beveiligingsmaatregelen in deel A van de VRKI 2.0 worden de elektronische maatregelen voor woningen en bedrijven aangeduid met de letters EL en een cijfer.
Algemene. Montagerichtlijnen. Elektrische Bediende. Beveiligingsrolluiken. NCP AMR augustus 2007 versie 1.0
Algemene Montagerichtlijnen Elektrische Bediende Beveiligingsrolluiken Algemene montage richtlijnen elektrische beveiligingsrolluiken Inleiding: Een rolluik is zo sterk als zijn bevestiging toelaat. Vandaar
Voorschriften voor beheer en onderhoud alarmapparatuur
Voorschriften voor beheer en onderhoud alarmapparatuur Document 002079 Voorschriften voor beheer en onderhoud alarmapparatuur wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het Verbond van BeveiligingsOrganisaties
VvBO Verbond van BeveiligingsOrganisaties
Advies Projectering Alarmverificatie Voorwoord De politie wenst meer zekerheid over de vraag of een alarm een echt alarm is of niet. Daarom heeft ze de eisen waaraan alarmsignalering moet voldoen aangescherpt.
DRAADLOZE ONTVANGER PC
DRAADLOZE ONTVANGER INSTALLATIE HANDLEIDING Rev. INS.MOD..V3.12.DSC.106TVE.V1.1.NL versie 3.12 INHOUDSOVERZICHT HOOFDSTUK Bladzijde 1. Inleiding...3 1.1 Inleiding...3 1.2 Specificaties...3 1.4 Batterijen...3
Installatievoorschriften voor alarmapparatuur
Installatievoorschriften voor alarmapparatuur Document 002080 Installatievoorschriften voor alarmapparatuur wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het Verbond van BeveiligingsOrganisaties (VvBO)
EV455AM / EV456AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 6 ma in rust (EV456AM - 6 ma) 18 ma tijdens alarm (EV456AM - 18 ma) Auto Focus
EV455AM / EV456AM Passief infrarood detector met precisie spiegeloptiek en autofocus. Biedt anti-mask detectie. Bezit 1 gordijnveld van 25 m. Instelbaar detectiebereik en een intelligente "4D" signaalverwerking.
9/12/15. Alarmsystemen. Met bedrading of draadloos? Een objec8eve kijk Luc De Ketelaere, senior inspector, ANPI
9/12/15 Alarmsystemen. Met bedrading of draadloos? Een objec8eve kijk Luc De Ketelaere, senior inspector, ANPI 1 9/12/15 Alarmsysteem - Met bedrading of draadloos Agenda Mogelijke toepassingen Voordelen
Algemeen... blz 2. Blokschema... blz 2. Beschrijving besturingseenheid type 1290... blz 2 en 3
Index Algemeen................................................................... blz Blokschema.................................................................. blz Beschrijving besturingseenheid type
9/12/15. Het ABC van een alarmsysteem Jacques Deschamps. Gillijns Erik, Docent beveiliging, Technisch instituut Don Bosco
9/12/15 Het ABC van een alarmsysteem Jacques Deschamps Gillijns Erik, Docent beveiliging, Technisch instituut Don Bosco 1 Inhoud 1. Nut van een alarmsysteem 2. Ontwerp van een beveiligingsinstallatie Risicoanalyse
EV475AM / EV476AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 5 ma in rust (EV476AM - 5 ma) 18 ma tijdens alarm (EV476AM - 18 ma) Auto Focus
EV475AM / EV476AM Passief infrarood detector met precisie spiegeloptiek en autofocus. Biedt anti-mask detectie. Bezit 9 gordijnvelden van 15 m. Instelbaar detectiebereik en een intelligente "4D" signaalverwerking.
EV435AM / EV436AM TECHNISCHE GEGEVENS V DC 2 V tt bij 12 V DC 5 ma in rust (EV436AM - 5 ma) 18 ma tijdens alarm (EV436AM - 18 ma) Auto Focus
EV435AM / EV436AM Passief infrarood detector met precisie spiegeloptiek en autofocus. Biedt anti-mask detectie. Bezit 9 gordijnvelden van 15 m. Instelbaar detectiebereik en een intelligente "4D" signaalverwerking.
SPCE120 Indication Expander Gebruikershandleiding
SPCE120 Indication Expander Gebruikershandleiding 3.4 Copyright Copyright Technische specificaties en beschikbaarheid kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Copyright Alle rechten op
Brandmeldcentrale BMC-V
Brandmeldcentrale BMC-V Beknopte gebruikers handleiding Gebruiksaanwijzing voor brandmeldcentrale Handleiding / gebruik Logboek Handleiding onderhoud Versie 0805-1 Beknopte gebruiksaanwijzing Brandmeldcentrale
COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN
COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,
GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4
Art.-Nr.: Art.-Nr.: Montage handleiding Inhoud Algemene omschrijving...p. Montage handleiding en functies...p. Instellingen van magneet contacten...p. Aansluiting met draadloos magneet contact...p. Aansluiting
Beveiligingssysteem voor optimale integratie
Beveiligingssysteem voor optimale integratie Guardall bewaakt 24/7 uw bedrijf of woning Alarmeert Inbraak, Brand, Overval en Technische meldingen Eenvoudige bediening en makkelijk uitbreidbaar Conform
Technische handleiding Versie 01/11 SERVER-CONTROL
Technische handleiding Versie 01/11 SERVER-CONTROL Deze handleiding voor het installeren en bedienen van de server-control zorgvuldig doorlezen en navolgen. Deze handleiding binnen handbereik van de airconditioner
OPTISCHE-AKOESTISCHE BUITEN SIRENE/FLITSER SP-4002
OPTISCHE-AKOESTISCHE BUITEN SIRENE/FLITSER SP-4002 sp4002_nl 12/09 De SP-4002 sirene voorziet in informatie bij alarm situaties door optische en akoestische signalering (rood is de SP-4002 R, blauw is
NPS-16 Burenalarmeringssysteem
Handleiding voor Alphatronics B.V. de gebruiker NPS-16 Burenalarmeringssysteem Burenalarmeringssysteem Revisie A Uitgave 10-1998 Alphatronics B.V. (MDK) INHOUD INHOUD... Pagina 1 Introductie... Pagina
In het kader van dit hoofdstuk en in de genoemde referentie documenten worden de volgende afkortingen gebruikt:
6 ALARMERING 6.1 VOORGESCHIEDENIS In de revisie van hoofdstuk 6 is een aansluiting gemaakt tussen de niveaus (AL0 t/m AL3) voor de alarmtransmissie trajecten en de indeling in Security Grades die worden
Algemene omschrijving... blz 2. Blokschema... blz 2. Omschrijving van de produkten... blz 3, 4 en 5. Opbouw... blz 5
Index Algemene omschrijving........................................................ blz 2 Blokschema................................................................. blz 2 Omschrijving van de produkten..................................................
STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit
STAKA Handleiding elektrische bediening Algemeen Deze handleiding geeft u de juiste instructies voor een correcte aansluiting en een goede bediening van de elektrische bedieningsset van Staka. De installatie
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AMST-606 DRAADLOOS MAGNEETCONTACT
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AMST-606 DRAADLOOS MAGNEETCONTACT OMSCHRIJVING Dit draadloze magneetcontact kan op iedere gewenste plaats bevestigd worden, zonder gedoe met draden of hoge spanning. Met het
1. Bekabeling. 2. Codeklavier NX148. Installatiegids inbraakalarm. Naar centrale 1 / 7
positive common data + - DATUM HERZIENING: 5/5/2017 1 / 7 Deze installatiegids omschrijft de meest voorkomende items welke kunnen worden aangesloten op de NX8 inbraakcentrale Indien vragen, opmerkingen
geï ntegreerde netaansluiting - 3x25A Specificaties
geï ntegreerde netaansluiting - 3x25A Specificaties Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Algemene Uitgangspunten... 3 3. Wensen... 4 4. Omgeving... 4 5. Fundering... 5 6. Beveiligen en aansluiten... 5 7. Metereisen...
MiniAir BEKNOPTE HANDLEIDING EN INSTRUCTIEHANDLEIDING
MiniAir BEKNOPTE HANDLEIDING EN INSTRUCTIEHANDLEIDING Volledige Complete connectiviteitsoplossingen Connectivity Solutions CSL - de the vertrouwde trusted choice keus www.csldual.com @CSLDualCom CSL DualCom
INSTALLATIE HANDLEIDING. CD 400 Trildetector
INSTALLATIE HANDLEIDING CD 400 Trildetector Rev 2.2008.07.19 NL 1 (7) ALARMTECH CD 400 Trildetector Introductie De CD 400 is een selectieve, piezo-electrische trildetector. Het detecteert en analyseert
Het draadloze alarmsysteem van Somfy zorgt voor uw gemoedsrust
Het draadloze alarmsysteem van Somfy zorgt voor uw gemoedsrust Met het draadloze Protexial io alarm heeft u een hoogwaardige bescherming en het gemak van Home Motion by Somfy: Actieve veiligheid Het Somfy
Draadloos alarmsysteem
Draadloos alarmsysteem Het draadloze alarmsysteem van Somfy zorgt voor uw gemoedsrust Met het draadloze Protexial io alarm heeft u een hoogwaardige bescherming en het gemak van een op maat gemaakt systeem.
Geïntegreerde netaansluiting 3x25A
Geïntegreerde netaansluiting 3x25A Deel 1A. Algemene Specificaties voor een geïntegreerde netaansluiting in een AC laadstation met enkele laadsocket Enexis, Liander, Stedin, Cogas en Endinet 25-7-2014
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding
GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding Rho-Delta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +03110-4795755 Fax. +03110-2927461 www.rhodelta.nl [email protected] - OMSCHRIJVING De GT-912 /GT-913/GT-914
RUKRA REMOTE DIGIT IO_44_NL ARTIKELNUMMER: RK-3004
ARTIKELNUMMER: RK-3004 Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u start met de montage of programmering RUKRA EUROPE B.V. WWW.RUKRA.EU [email protected] Handleiding ALGEMENE INFORMATIE De Remote DIGIT
De informatie in deze handleiding mag niet zonder toestemming van HRS worden gekopieerd of gepubliceerd. Fouten en drukwijzigingen zijn voorbehouden.
CE-keur EN50131-8 De informatie in deze handleiding mag niet zonder toestemming van HRS worden gekopieerd of gepubliceerd. Fouten en drukwijzigingen zijn voorbehouden. 2013 High Risk Solutions 1. Over
VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman
Montagehandleiding voor de vakman VIESMANN Vitotrol 100 type UTD-RF Klokthermostaat met digitale schakelklok en draadloze ontvanger Bestelnr.: 7160 432 VITOTROL 100 12/2007 Na montage deze handleiding
Let op! Sluit de modem niet aan op een verlengde telefoonaansluiting op bijvoorbeeld de studeer- of woonkamer. De hoofdaansluiting is meestal in de me
Aansluiten ADSL of VDSL modem Wanneer u uw internetverbinding gaat aansluiten dan heeft u een modem nodig. Het modem dient aangesloten te worden direct op de hoofdtelefoonaansluiting. Als de apparatuur
Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied.
Richtlijn bouwkasten TOEPASSINGSGEBIED: Het gehele Cogas elektriciteitsgebied. 1 DOELSTELLING Eisen voor bouwkasten t.b.v. tijdelijke en bouw- aansluitingen met een maximale doorlaatwaarde van 3x80A. 2
VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE
VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE Bestemd voor een brandmeldinstallatie zonder doormelding naar de RAC (Dus zonder eis tot certificering) Pagina 1 van 7 Toelichting
INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.
NETVOEDINGEN AC-1200 1200.190813 1201EL, 1202EL, 1203EXL, 1205EXL ALGEMENE INFORMATIE Deze netvoedingen zijn alleen bedoeld voor installatie door gekwalificeerde installateurs. Er zijn geen door de gebruiker
Kerntaak 1: Installeert technische installaties
Kerntaak 1: Installeert technische installaties Werkproces 1.1: Voorbereiden isolatie-/installatiewerkzaamheden De eerste monteur elektrotechnische installaties ontvangt de werkopdracht van de leidinggevende.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Jaarlijks onderhoud verplicht conform Europese norm EN14637! Voor meer informatie zie pag. 3 GEBRUIKERSHANDLEIDING Brand- en/of rookwerend rolscherm + Firescreen Control Type: Bouwjaar: Fabrikant / leverancier
BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren
, besturing voor handbediende schuifdeuren HW V1.0 SW V1.0 NL. Inhoudsopgaven: 1 Veiligheidsvoorschriften 2 2 Werking 3 3 Overzicht 4 4 Aansluiten 6 5 Storingen/specificaties 9 1 1 Veiligheidsvoorschriften:
PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften
POM ( MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften Inhoudstafel VEILIGHEIDS - & VOORZORGSMAATREGELEN 3 PRODUCTBESCHRIJVING 4 GEBRUIKSTOEPASSING 4 TECHNISCHE GEGEVENS 4 STANDAARDEN 4 OPERATIONELE DIAGRAMMEN
Samenvatting van de eisen die in de T 015/2 Ed. 5 beschreven zijn Algemene voorschriften voor inbraakalarminstallaties
Samenvatting van de eisen die in de T 015/2 Ed. 5 beschreven zijn Algemene voorschriften voor inbraakalarminstallaties Al 15 jaar lang is INCERT het kwaliteitslabel bij uitstek voor elektronische gebouwbeveiliging.
Installatierichtlijn routers, alarmering i.v.m. Pin verkeer
Installatierichtlijn routers, alarmering i.v.m. Pin verkeer Inhoud 1. Inleiding 3 2. Beveiliging in combinatie met ander gebruik van de router 4 3. Configureren van de router 4 3.1. Gecertificeerd netwerk
AlphaVision New Generation Beveiligingssysteem. De high-security centrale voor de optimale beveiliging van zakelijke objecten
AlphaVision New Generation Beveiligingssysteem De high-security centrale voor de optimale beveiliging van zakelijke objecten KIES VOOR HET BESTE SLOT OP UW DEUR KIES VOOR DE BESTE VOORZORGS- MAATREGELEN
Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld.
MKP-300 DRAADLOOS BEDIENDEEL MKP300_NL 03/12 Met het MKP-300 bediendeel kunt u het MICRA Alarmsysteem bedienen. Deze werkt alleen als de MICRA module in de alarm module mode is ingesteld. 1. Eigenschappen
VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman. Vitotrol 100 type UTDB-RF
Montagehandleiding voor de vakman VIESMANN Vitotrol 100 type UTDB-RF Ruimtetemperatuurregelaar met digitale schakelklok en draadloze ontvanger Bestelnr.: 7426 466, 7426 539 VITOTROL 100 10/2009 Veiligheidsvoorschriften
Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave)
Technische handleiding Versie 11/11 PLC-INTERFACE (slave) Deze handleiding voor het installeren en bedienen van de PLC-interface (slave) zorgvuldig doorlezen en navolgen. Deze handleiding binnen handbereik
GfS Push Bar Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Opbouw GfS Push Bar Alarm...p. 3. Installatie GfS Push Bar Alarm...p. 4
Art.-Nr.: Montage handleiding GfS Push Bar Alarm Inhoud Algemene omschrijving...p. 2 Opbouw GfS Push Bar Alarm...p. 3 Installatie GfS Push Bar Alarm...p. 4 Functies GfS Push Bar Alarm...p. 5 Art.-Nr.:
Belangrijkste systeemeigenschappen: - Draadloossysteem - Biedtuitgebreidebeveiligingsoplossingen - NCPklasseII goedgekeurd -
Belangrijkste systeemeigenschappen: - Draadloossysteem - Biedtuitgebreidebeveiligingsoplossingen - NCPklasseII goedgekeurd - OptioneleComputer-enInternetinterface - Displaytekstenen gesproken meldingen
BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010
INHOUDSOPGAVE EN INLEIDING Blz Onderwerp 1 leiding 2 Algemene signaleringen 3 3 Signalering van storingen 4 stoetsen 5 - en inschakelen van een meldergroep 6 - en inschakelen van een relais dicatie van
Draadloze 30 groepen beveiligingscentrale
Draadloze 30 groepen beveiligingscentrale NCP nr. IQA01503-CCS Alphatronics b.v. versie 1.1./26 januari 2005 Geleverd door Alphatronics b.v. Watergoorweg 71 3861 MA NIJKERK wwww.alphatronics.nl Nieuw:
Draadloos alarmsysteem. alarm assortiment
Draadloos alarmsysteem alarm assortiment Protexial io Draadloos alarmsysteem In Protexial io is het beste van de huidige alarmtechnologie samengebracht. Met Somfy biedt u een op maat gemaakt beveiligingssysteem
Conformiteitslijst behorende bij het Informatieblad OMS-leveranciers d.d. 21 november 2018
Conformiteitslijst behorende bij het Informatieblad OMS-leveranciers d.d. 21 november 2018 Nummer Omschrijving 1. Uitgangspunten OMS 1.1. Voor het functioneel Programma van Eisen OMS geldt dat de prestatie-eisen
De compacte hybride AlphaBox centrale voor de particuliere en klein zakelijke markt
Geproduceerd door: De compacte hybride AlphaBox centrale voor de particuliere en klein zakelijke markt Alphatronics B.V. Watergoorweg 71 3861 MA NIJKERK Tel: 033-2459944 Fax: 033-2453149 www.alphatronics.nl
ARA-pro Installatie Dupline bus
ARA-pro Installatie Dupline bus ARA-pro is een geregistreerd handelsmerk van Adesys bv, Wateringen, NL uitgave 30-03-2012 1. Installatie Dupline bus Dupline is een bus systeem van Carlo Gavazzi. Op deze
Quality Heating elektrische vloerverwarmingsfolie
1 Quality Heating elektrische vloerverwarmingsfolie Wij willen u feliciteren met uw aankoop van één van de producten van Quality Heating. Elk product van Quality Heating is gemaakt op kwalitatief hoogstaande
Handleiding voor. Compact. Natte spons POROSITEIT DETECTOR
Handleiding voor Compact Natte spons POROSITEIT DETECTOR Voldoet aan de eisen als gegeven in: Australian Standard AS3894.2-2002 (Wet Sponge Testing), ASTM G62-A, NACE RP0274-98, ASTM G6 and AS1580.485.1
Aritech Comfort security systemen CS375 CS575 CS875. g GE Interlogix
Aritech Comfort security systemen CS375 CS575 CS875 g GE Interlogix Een gerustgevoel, comfortabele beveiliging De comfort security systemen van GE Interlogix zijn meer dan eenvoudige alarmsystemen, zij
Document D01/026 Installatievoorschriften Mistgeneratoren Oktober 2001 versie 2
Mistgeneratoren Installatievoorschriften Mistgeneratoren wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het Verbond van BeveiligingsOrganisaties (VvBO) Dit document is een revisie van bijlage 2 en 3 van
Wanneer Norm voor kabels volgens EN50577? De Europese verordening EN sluit kabels met Isolatiebehoud en/of (resistance to fire) expliciet uit. E
Agenda: wijzigingen in de NPR 2576:2018 pren 50577 Bouwkundige oplossingen en ondergronden Overgangen en accessoires Onderlinge uitwisselbaarheid van systemen Kabelsysteemoplossingen Page Wie ben ik? Ricardo
PIR DOUBLE TWIN OPTICS PIR- BEWEGINGSDETECTOR HANDLEIDING
PIR-9822 - DOUBLE TWIN OPTICS PIR- BEWEGINGSDETECTOR HANDLEIDING Handleiding PIR-9822 1. Beschrijving Uw PIR-9822 gebruikt 'Double-Twin-Optics'-technologie en de beveiligingslogica wordt geleverd door
APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19
APT-200 Tweeweg handzender Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 www.satel.eu BELANGRIJK Uw rechten op garantie vervallen
BEDIENINGSINSTRUCTIES
INHOUDSOPGAVE Blz Onderwerp 2 Aanzicht bedieningsgedeelte 3 Overzicht signaleringen en bedieningen 6 Het uit- en inschakelen van groepen, melders en relais 7 Het opvragen van een toestand en overzicht
Montagehandleiding. Voordat u start met het plaatsen van het Twist-Fix lijnsysteem, controleer of de volgende artikelen aanwezig zijn:
Montagehandleiding Het Twist-Fix lijnsysteem is conform de EN-795C voor platte daken en geschikt voor vier gebruikers tegelijkertijd. Het lijnsysteem wordt middels ankerpunten mechanisch bevestigd aan
PRODUCT DATASHEET. AlphaVision XL alarmsysteem. Eenvoudige installatie. Bedieningsmogelijkheden. Standaard met IP
WAAROM ALPHATRONICS - Compleet productenpakket - Ontwikkeling en productie in eigen huis - Uitgebreide technische support - Hands-on producttrainingen - Makkelijk online bestellen - ISO-9001 gecertificeerd
Draadloze openingsmelder
Draadloze openingsmelder Installationsanleitung Installation Guide Instructions d installation Installatie-instructies FU5120WB 497242 Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3 Afb. 4 Afb. 5 2 Voorwoord Geachte klant, Wij
BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010
BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010 LOGBOEK EN BEDIENINGSINSTRUCTIES Novar Nederland B.V. Postbus 233 4940 AE Raamsdonksveer T 0162 520290 F 0162 517858 LOGBOEK BLUSCENTRALE In het logboek dienen alle meldingen,
1. Fundamentele veiligheidsinstructies 3
307062 03 NL LED-straler met bewegingsmelder theleda E10 WH 1020911 theleda E10 BK 1020912 theleda E20 WH 1020913 theleda E20 BK 1020914 1. Fundamentele veiligheidsinstructies 3 Bedoeld gebruik 3 Afvoer
GT909NL. Gebruikershandleiding
GT909NL Gebruikershandleiding Rhodelta b.v. Escudostraat 2 2991 XV Barendrecht Tel. +31 102927461 Fax + 31 104795755 www.rhodelta.nl [email protected] 1.0 HANDZENDER OMSCHRIJVING GT889 GT969CH GT889: handzender
HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER
HANDLEIDING: BUITEN BEWEGINGSMELDER Inhoud INTRODUCTIE... 2 INSTALLATIE... 3 INSTELLINGEN... 4 SCHAKELAAR SW1... 5 SCHAKELAAR SW2... 5 JUMPER SCHAKELAAR JP1... 5 TESTEN... 6 LOOPTEST... 6 RADIO LINK TEST...
PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11
TD-1 PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11 1. Toepassingen De detector kan temperatuur meten en worden gebruikt om informatie te tonen over: Te lage temperatuur, bijv. in kassen, bloemenwinkels,
Draadloze glasbreukmelder
Draadloze glasbreukmelder Installatie-instructies FU5130 Afb. 1 1 2 3 4 5 6 Afb. 2 Geleiderbrugaansluiting LK3 inlees-led aan/uit Geleiderbrugaansluiting LK1 ingangen verwisselen Doorbraak Batterij Doorbraak
ELVA Security 03 886 66 56 www.elva.be
Gebruikershandleiding INIM Smartline brandmeldcentrale. 1. Front brandmeldcentrale 1 2. Bediening: A Sleutel Niveau 1 Niveau 2 Toetsen B C 4 scroll toetsen Stop sirene D Reset E F Evacuatie Onderzoek deze
HAM841K ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN
ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN IEIDING De (HA-841K) is een
Beveiligen van uw stookruimte:
Beveiligen van uw stookruimte: Doel is de stookruimte te beveiligen waar Aardgas wordt gebruikt. Aardgas / Methaan is lichter dan lucht en heeft wanneer het vrijkomt de neiging om te stijgen. Aardgas /
WEESVEILIG TEGEN BRAND EN INBRAAK
WEESVEILIG TEGEN BRAND EN INBRAAK WeesVeilig beveiligt WeesVeilig zorgt voor een goed gevoel WeesVeilig weet waar men op moet letten als het gaat om het voorkomen van brand en inbraak. Een modern alarmsysteem
Easy Series voor woningbouwprojecten Beveiligingsoplossingen voor luxe woningen en appartementcomplexen
Easy Series voor woningbouwprojecten Beveiligingsoplossingen voor luxe woningen en appartementcomplexen 2 Easy Series inbraakcentrale Betrouwbare beveiliging vereenvoudigd Toegevoegde waarde voor uw innovatieve
Inhoud van de doos. 1 x PIR Huisdier-Tolerante Draadloze Bewegingsdetector 1 x Beugel 1 x Gebruiksaanwijzing
NED Inhoud van de doos 1 x PIR Huisdier-Tolerante Draadloze Bewegingsdetector 1 x Beugel 1 x Gebruiksaanwijzing De ASA-40 is een geavanceerde draadloze PIR-bewegingsdetector immuun tegen huisdieren. Deze
Bedieningshandleiding. Netgelijkrichter 24 V, 5 A met UPS Oproepsysteem 834
Bedieningshandleiding Netgelijkrichter 24 V, 5 A met UPS 2973 00 Oproepsysteem 834 Veiligheidsaanwijzingen Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een elektrotechnicus.
De NX10-Green-Alarm Kit beveiligt uw hele huis!
De NX10-Green-Alarm Kit bevat de volgende items: 1 x Beveiligingscentrale voor max. 48 zones 1 x Telefoonkiezer voor doormelding 1 x Draadloos LCD-bediendeel 2 x Draadloze PIR detectoren 1 x Draadloos
Technische Handleiding Versie 07/05. CompTrol Signal 1. Signaalkabel
Technische Handleiding Versie 07/05 CompTrol Signal 1 Signaalkabel Deze handleiding voor het installeren van de optionele printplaat en bediening van de airconditioner zorgvuldig doorlezen. De voorschriften
Installatie instructies
1 Installatie instructies 04-2016 VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen. Uw garantie
Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL
Syncro AS Analoge Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Man-1100 030209V1.0NL Index Section Page 1. Inleiding...2 2. Bediening...2 3.1 Bedieningsniveau 1...2 3.2 Bedieningsniveau 2...2 3. Alarmen...2
Aritech Comfort security systemen CS175 CS275 CS375. g GE Interlogix
Aritech Comfort security systemen CS175 CS275 CS375 g GE Interlogix Een gerustgevoel, comfortabele beveiliging De comfort security systemen van GE Interlogix zijn meer dan eenvoudige alarmsystemen, zij
NPR 8136. Alarmtransmissie over IP. September 28, 2012 Hilversum, ASPO. NPR 8136 Alarmtransmissie over IP 1
NPR 8136 Alarmtransmissie over IP Juli 3, 2012 September 28, 2012 Hilversum, ASPO NPR 8136 Alarmtransmissie over IP 1 Taakgroep Alarmtransmissie even voorstellen Iwan Debets (voorzitter) Monique Bosboom
Lineaire Hitte Detectie Acculaadstations
Lineaire Hitte Detectie 1724 BL Oudkarspel F. +31 (0)88 9112 119 [email protected] 1 De nieuwste beveiliging tegen oververhitting van acculaadstations en tractiebatterijen tijdens opladen en gebruik!
TECHNISCHE HANDLEIDING
TECHNISCHE HANDLEIDING TIMER SCHAKELAAR Sleutelschakelaar met timerfunctie 230/380V / 4 x 10 Amp - 1 x 2 AMP inschakelbaar incl. LED controle, uitvoering opbouw ASW BV 2011 Technische Handleiding Documentversie
SEC-ALARM100/110/120. Alarmsystemen INSTRUCTIES NEDERLANDS
NEDERLANDS INSTRUCTIES SEC-ALARM100/110/120 Alarmsystemen Introductie: Multifunctioneel plug and play draadloos alarmsysteem. Eenvoudige en snelle installatie. Het werkt op batterijen en maakt transformatoren
GfS Nooduitgang beveiliging
GfS Nooduitgang beveiliging GfS Nooduitgang beveiliging (1) Paniekbeslag heeft als functie om in geval van nood een veilige en doeltreffende vluchtweg te bieden. De Europese normering beschrijft dat deuren
DIC WANDMODEL HANDLEIDING MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC wandmodel met plug and play systeem
DIC WANDMODEL HANDLEIDING MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC wandmodel met plug and play systeem INHOUDSOPGAVE DIC wandmodel met plug and play stysteem 1 Veiligheidsvoorschriften
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING
CP-508 GEBRUIKERS-HANDLEIDING 1. BEDIENING... blz. 2 1.1 Bedieningspaneel... blz. 2 1.1 a) De LED's 1 t/m 10... blz. 2 1.1 b) De middelste punt... blz. 3 1.1 c) De rechter punt... blz. 3 2. SCHAKELEN VAN
MINI INBOUW SCHAKELAAR
START-LINE AWS-3500S GEBRUIKERSHANDLEIDING Item 70230 Versie 1.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen MINI INBOUW SCHAKELAAR Lees deze eenvoudige instructies. Bij
www.klikaanklikuit.nl START-LINE ONTVANGER AFR-060 LEES ALTIJD EERST DEZE HANDLEIDING versie 2.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen FITTING SCHAKELAAR Lees voordat
MOD-I-XP. Vooraanzicht. Kenmerken. MOD-I-XP_ _NL Technische wijzigingen voorbehouden Pagina 1 van 8. Modem voor externe gegevensoverdracht
Vooraanzicht Kenmerken ISDN-industriemodem (digitaal gebruik) voor externe gegevensoverdracht in systeemoplossingen met de Frigodata XP-software Aansluiting op de gateway GTW-XP via lintkabel Aansluiting
