Niet-technische samenvatting
|
|
|
- Ruben Molenaar
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beschrijving van de inrichting als onderdeel van de aanvraag voor een revisie omgevingsvergunning voor de inrichting van Gansewinkel Ede Niet-technische samenvatting van Gansewinkel Ede
2 Gegevens inrichting Naam inrichting : van Gansewinkel Ede Adres inrichting : Max Planckstraat 17, 6716 BD Ede Aard inrichting : Op- en overslag van (gevaarlijke) afvalstoffen in afwachting van be- of verwerking op een andere locatie door een erkend be- en/of (eind)verwerker. Gegevens aanvrager en contactpersoon Rechtspersoon : Van Gansewinkel Nederland B.V. Handelsnaam : van Gansewinkel, vestiging Ede Postadres : De Lier 2, 9206 BH Drachten Naam contactpersoon : Willem van Tuijl Functie : SHEQ Officer Telefoonnummer : adres : [email protected] Aanleiding revisievergunning De aanleiding voor de aanvraag om een revisie omgevingsvergunning is tweeledig. Als gevolg van een inspectie door de Omgevingsdienst regio Arnhem op 4 juni 2014 moeten een aantal zaken door middel van een vergunningprocedure worden aangepast. Tijdens de inspectie is geconstateerd dat een aantal bedrijfsactiviteiten niet meer in lijn zijn met de aanvraag uit 2006, te weten: - Een gewijzigde terreinindeling. - Het verkleinen van A-en B-hout met een mobiele kraan alvorens het in een container wordt gelost. - Opslag van (volle) rolcontainers in de voormalige werkplaats (nu: stalling). - Aflevering van brandstof aan de niet voor de weg bestemde mobiele machines (shovel en mobiele kraan). Naast de verplichting tot aanpassing van de vergunning wil van Gansewinkel Ede de mogelijkheid vergund krijgen om meer afvalstoffen met meerdere euralcodes te mogen accepteren en deze op een flexibelere wijze op het terrein te mogen op- en overslaan. Het voordeel hiervan is dat niet bij elke kleine wijziging een vergunningprocedure hoeft te worden opgestart. Dit is in het voordeel van zowel van Gansewinkel als het bevoegd gezag. De basis voor de flexibelere opslag is gelegen in de aanwezige voorzieningen, namelijk de vloeistofdichte voorzieningen. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 2 van 19
3 Omschrijving bedrijsactiviteiten De bedrijfsactiviteiten van de inrichting van Gansewinkel Ede (hierna: inrichting) worden uitgevoerd op de locatie aan de Max Planckstraat 17 in Ede. Het terrein is niet in eigendom van van Gansewinkel, maar wordt van derden gehuurd. De inrichting is op het bedrijventerrein Heestereng gelegen, welke deel uitmaakt van het bestemmingsplan Galvanistraat e.o.. De kadastrale ligging van de inrichting is weergegeven in de bijlage Situatietekening milieu. Deze bijlage is aan de aanvraag toegevoegd. De inrichting is van maandag t/m vrijdag voor derden (particulieren & bedrijven) geopend van 07:00 uur t/m 17:00 uur en op zaterdag van 07:00 uur t/m 17:00 uur. Binnen deze tijden kunnen door derden op de locatie afvalstoffen worden aangevoerd. De bedrijfsactiviteiten van het eigen personeel, hoofdzakelijk de chauffeurs, vinden plaats van maandag t/m zaterdag tussen 04:00 uur en 19:00 uur. Het komt voor dat enkele chauffeurs na 19:00 op het terrein aankomen. De inrichting houdt zich in hoofdzaak bezig met het accepteren van (gevaarlijke) afvalstoffen van derden (particulieren & bedrijven). Dit kan o.a. door de inzameling van afvalstoffen op locaties van derden. Het betreft hier zowel route inzameling als niet-route inzameling. Daarnaast kunnen derden zich van afvalstoffen op het terrein van de inrichting ontdoen. De afvalstoffen worden op het terrein van de inrichting op- en overgeslagen. De op- en overslag van afvalstoffen kan in bulk (los gestort) of in containers plaatsvinden. Afvalstoffen die qua aard en samenstelling gelijk zijn kunnen worden samengevoegd. Ook wel opbulken genoemd. Het grof sorteren van afval en het verkleinen van hout (A- en B-hout) met een mobiele kraan behoort ook tot de mogelijkheden. Daarnaast worden diverse handelsgoederen verkocht, namelijk diverse schone grond- en zandsoorten en grind. De afvalstoffen die op het terrein worden aangevoerd worden op de weegbrug ingewogen. Aanvoer van afvalstoffen vindt zowel plaats door eigen chauffeurs (als gevolg van inzameling) als door derden. Hetzelfde geldt voor de afvoer van de afvalstoffen. Afgevoerde afvalstoffen worden op de weegbrug uitgewogen. Op basis van de in- en uitwegingen kan een massabalans worden opgesteld. De weegbrug wordt door de medewerker weegbrug bedient. De medewerker weegbrug is in het kantoorpand naast de weegbrug gezeten. Bezoekers dienen zich te allen tijde bij de medeweker weegbrug te melden. De medewerker weegbrug geeft instructies aan de bezoekers waar en hoe de afvalstoffen moeten worden gelost c.q. geladen. Ook worden de afval begeleidingsbrieven door de medewerker weegbrug getekend. De medewerker weegbrug staat per mobilofoon in contact met de terreinmedewerkers. Afbeelding 1: Weegbrug met kantoor Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 3 van 19
4 In het kantoorpand is tevens een kantine aanwezig voor de chauffeurs en plaats voor het overige kantoorpersoneel. Chauffeurs, kantoorpersoneel en bezoekers kunnen langs de Max Planckstraat parkeren. Op het terrein van de inrichting zijn ca. 16 parkeerplaatsen voor personenwagens aanwezig. Daarnaast bevinden zich langs de openbare weg parkeerplaatsen. Aangrenzend aan het kantoorpand bevindt zich de voormalige werkplaats. De voormalige werkplaats doet nu dienst als stalling voor materieel en (hulp)middelen. (Hulp)middelen zijn o.a. diverse oliën, zakken voor in containers, strooizout, e.d.. In de stalling staan o.a. de niet voor de weg bestemde mobiele machines gestald, zoals de shovel, mobiele kraan en de elektrische heftruck. Deze mobiele machines worden ingezet ten behoeve van de op- en overslag, het samenvoegen (= opbulken), grof sorteren en het verkleinen (geldt alleen voor A- en B-hout) van de afvalstoffen. Verder kunnen in de stalling voertuigen worden gestald die gevoelig zijn voor vorst, zoals o.a. kraakpersvoertuigen (vuilniswagens). In de stalling staan ook de hulpstoffen (oliën) voor het eerstelijns onderhoud aan de motorvoertuigen opgesteld. Ten behoeve van het aftanken van de niet voor de weg bestemde mobiele machines staat in de stalling een bovengrondse dubbelwandige opslagtank met diesel opgesteld. De opslagtank heeft een inhoud van L en is voorzien van een tankconformiteitsbewijs en installatiecertificaat. Ook zijn een aantal IBC s met AdBlue aanwezig. Het installatiecertificaat is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. In de stalling kunnen voor een specifieke klant ook rolcontainers met niet gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen worden opgeslagen. Deze containers kunnen zowel vol als leeg zijn. Afbeelding 2: Stalling divers (voormalige werkplaats) Het terrein van de inrichting wordt door gevels van gebouwen en betonnen schermen afgeschermd voor onbevoegden. Het achterterrein wordt aan de zuidzijde met een gaashekwerk van de buren gescheiden. Vroeger was dit één terrein. De ingang tot de inrichting wordt met een schuifpoort afgesloten. Het terrein wordt verlicht met lichtmasten en armaturen die aan de gevels van de gebouwen zijn bevestigd. Op het terrein is een overkapping aanwezig met daarin en stortbordes gelegen. Vanaf het stortbordes kunnen afvalstoffen in containers of in op- en overslagvakken worden gelost. Onder de overkapping kunnen (niet) inerte afvalstoffen in bulk of in containers worden op- en overgeslagen. Los gestorte afvalstoffen kunnen met een mobiele kraan grof worden gesorteerd. De vloer van het stortbordes en de overkapping zijn vloeistofdicht. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 4 van 19
5 Afbeelding 3: Overkapping met stortbordes Voor de overkapping is een terrein aanwezig voor de opstelling van volle containers met (niet) inerte afvalstoffen. De vloer van de overkapping is vloeistofdicht. Half onder de overkapping / half op de opstelplaats voor volle containers kunnen motorvoertuigen worden afgespoten. Afbeelding 4: Opstelplaats volle containers (niet) inerte afvalstoffen Verder zijn op het terrein diverse op- en overslagvakken aanwezig. De op- en overslagvakken zijn door betonnen wanden of betonnen megablokken gecreëerd. De op- en overslagvakken aan de noordzijde zijn voorzien van een vloeistofdichte ondergrond met uitzondering van het meest noordoostelijke vak. De op- en overslagvakken aan de noordzijde zijn bestemd voor zowel inerte als niet inerte afvalstoffen en inerte handelsgoederen. De op- en overslagvakken aan de oostzijde zijn voorzien van een vloeistofkerende ondergrond. Deze op- en overslagvakken zijn alleen bestemd voor inerte afvalstoffen en inerte handelsgoederen. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 5 van 19
6 Afbeelding 5: Op- en overslagvakken langs de noordzijde Afbeelding 6: Op- en overslagvakken langs de oostzijde De zuidzijde van het achterterrein is bestemd voor de stalling van lege containers en de stalling van volle containers met inerte afvalstoffen en/of vloeistofdichte containers. Afbeelding 7: Stalling containers (leeg/vol) langs de zuidzijde Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 6 van 19
7 In het midden van het achterterrein is plaats voor de stalling van de voor de weg bestemde mobiele machines en eventueel lege/volle containers. Het betreft hier ook alleen de opslag van volle containers met inerte afvalstoffen. Afvalstoffen die in vloeistofdichte containers worden bewaard mogen in principe overal op het terrein staan, ongeacht de ondergrond. De indeling van het terrein is weergegeven in de bijlage Plattegrond milieu. Deze bijlage is aan de aanvraag toegevoegd. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 7 van 19
8 Milieuaspecten Beste Beschikbare Technieken (BBT) De bedrijfsactiviteiten van de inrichting vallen onder categorie 5.5 van de Richtlijn industriële emissies. In het overzicht BREF s en BBT-conclusies op de website van Infomil staat bij de categorie 5.5 geen primaire BREF genoemd. BREF s die toch van toepassing op de bedrijfsactiviteiten kunnen zijn betreffen de BREF Afvalbehandeling en de BREF Op- en overslag bulkgoederen. Met betrekking tot de BREF Afvalbehandeling worden de volgende beste beschikbare technieken binnen de inrichting toegepast: - Milieuzorgsysteem (o.a. ISO 14001). - A&V-beleid en AO/IC (van Gansewinkel heeft speciale werknemers in dienst voor de beoordeling van afvalstromen). - Specifieke voorzieningen voor de opslag van bodembedreigende afvalstoffen. - Opvang, behandeling en bemonstering van afvalwater. - Scheiding van verontreinigd en niet-verontreinigd hemelwater. Met betrekking tot de BREF Op- en overslag van bulkgoederen worden de volgende beste beschikbare technieken toegepast: - Opslag van (afval)stoffen onder een overkapping en/of in op- en overslagvakken (4 respectievelijk 3 zijden afgeschermd; windreductie). - Sproei-installatie aanwezig in de overkapping. - Aandacht voor valhoogte beperking bij laden/lossen (afval)stoffen. - Maximum snelheid op terrein ingesteld. - Periodiek vegen terrein. - Terrein geheel verhard. De van toepassing zijnde Nederlandse informatie documenten over de beste beschikbare technieken betreffen: - Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012 (NRB 2012). - Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR). - Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15). - Vloeibare brandstoffen - bovengrondse tankinstallaties en afleverinstallaties (PGS 30). Of de beste beschikbare technieken worden toegepast als omschreven in de Nederlandse informatie documenten volgt hieronder. Bodem Binnen de inrichting worden diverse bodembedreigende bedrijfsactiviteiten uitgevoerd, zoals o.a. de op- en overslag van bodembedreigende afvalstoffen en bodembedreigende hulpstoffen. Deze activiteiten zijn beschreven in een bodemrisicoanalyse inclusief welke maatregelen zijn getroffen om bodemverontreiniging te voorkomen. De bodemrisicoanalyse is conform de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012 opgesteld. Uit de bodemrisicoanalyse blijkt dat aan de beste beschikbare technieken voor het milieuaspect bodem wordt voldaan; wat betekent dat voor alle bodembedreigende activiteiten een verwaarloosbaar bodemrisiconiveau is gerealiseerd. De Bodemrisicoanalyse van Gansewinkel Ede is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 8 van 19
9 Voorzieningen die op het terrein van de inrichting zijn genomen om bodemverontreiniging te voorkomen zijn: - Vloeistofdichte vloeren. - Vloeistofdichte rioleringen. - Vloeistofkerende vloeren. - Opslag hulpstoffen boven lekbakken. - Opslag diesel in een bovengrondse dubbelwandige opslagtank met lekdetectie. De vloeren en de riolering zijn voorzien van een verklaring vloeistofdichte voorziening. De jaarlijkse bedrijfsinterne controles en zesjaarlijkse inspecties zijn in de onderhoudsdatabase vastgelegd. Op het terrein zijn altijd medewerkers aanwezig die toezicht houden en zijn geïnstrueerd om bij een incident te kunnen handelen. Op de locatie is absortpegrid aanwezig voor het geval zich en morsing heeft voorgedaan. Bij een calamiteit, bijvoorbeeld een hydraulieklekkage, wordt indien nodig een extern bedrijf ingeschakeld om de vervuiling op te ruimen. De nulsituatie van de bodem is vastgelegd in het bodemonderzoek Nulsituatie bodemonderzoek Max Planckstraat te Ede van november 2004 met registratienummer HD/SKI/CA/AmB/V-2393, versie 1. Het onderzoek is destijds uitgevoerd in verband met de ingebruikname van de locatie door van Gansewinkel. Het nulsituatie bodemonderzoek is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Afvalwater Op het terrein van de inrichting komen de volgende afvalwaterstromen vrij, namelijk: 1. Huishoudelijk afvalwater. 2. Niet-verontreinigd hemelwater. 3. Verontreinigd hemelwater. 4. Spoelwater. Ad 1. Het huishoudelijk afvalwater komt vrij als gevolg van toilet- en douchegebruik en het gebruik van water in de kantine. Het huishoudelijk afvalwater wordt op het gemeentelijk vuilwaterriool geloosd. Hoeveelheid per jaar (schatting): Uitgangspunten: werkdagen (schatting). - Gemiddeld dag verbruik in kantoor per werknemer: 20 L (bron: waterwerkblad Berekeningsgrondslagen gemiddeld waterverbruik per etmaal voor mens, dier en plant d.d ) werknemers. - Enkele bezoekers. Berekening: 312 x 15 x 20 = L = 94 m 3 = 100 m 3. Ad 2. Het niet-verontreinigd hemelwater is afkomstig van de daken van de gebouwen (kantoor, stalling divers en overkapping) en de rest van het terrein van de inrichting (m.u.v. de vloeistofdichte vloeren). Het niet-verontreinigd hemelwater wordt op het gemeentelijk hemelwaterriool geloosd. Hoeveelheid per jaar (schatting): Uitgangspunten: - Lozend oppervlak is m 2. - Gemiddelde neerslag per jaar is 800 mm = 0,80 m (bron: Berekening: x 0,80 = m 3. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 9 van 19
10 Ad 3. Het verontreinigd hemelwater is afkomstig van de vloeistofdichte vloeren waarop (niet) inerte afvalstoffen worden op- en overgeslagen. Het verontreinigd hemelwater wordt op het gemeentelijk vuilwaterriool geloosd. Hoeveelheid per jaar (schatting): Uitgangspunten: - Lozend oppervlak is m 2. - Gemiddelde neerslag per jaar is 800 mm = 0,80 m (bron: Berekening: x 0,80 = m 3. Ad 4. Het spoelwater is afkomstig van het afspuiten van motorvoertuigen onder de overkapping (zonder reinigingsmiddelen) en in de mobiele wasinstallatie. Het spoelwater wordt op het gemeentelijk vuilwaterriool geloosd. Schatting waterverbruik ca. 350 m 3. Alvorens het verontreinigd hemelwater en spoelwater op het gemeentelijk vuilwaterriool wordt geloosd wordt het afvalwater in diverse zuiveringtechnische voorzieningen behandeld. Eind 2014 zijn achter de bestaande slibvangputten achtereenvolgens een sedimentatiebekken en een kogellamellenafscheider geplaatst. Ter controle van de waterkwaliteit is achter de kogel-lamellenafscheider een controleput gesitueerd. De technische gegevens van de sedimentatiebekken MSA 2500 N betreffen: Type: Capaciteit: 24 l/s. Olieopslag: L. Slibopslag: L. De technische gegevens van de kogel-lamellenafscheider NEBOdrop 20/100 betreffen: Type: NEBOdrop 20/100 Capaciteit: 20 l/s. Olieopslag: 565 L. Slibopslag: L. De technische specificaties en de certificaten van de zuiveringtechnische voorzieningen zijn als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. In het sedimentatiebekken worden grove resten en olie afgevangen. Hiermee wordt voorkomen dat deze resten in de kogel-lamellenafscheider terechtkomen. In de kogel-lamellenafscheider worden vaste bezinkbare bestanddelen en de restanten lichte minerale vloeistoffen uit het verontreinigde hemel- en spoelwater afgescheiden. De laatst genoemde zuiveringtechnische voorzieningen zijn geplaatst omdat niet aan de lozingseisen uit de Wvo-vergunning met kenmerk 2006/3650 van 31 juli 2007 kon worden voldaan. De kwaliteit van het geloosde afvalwater wordt conform de vigerende Wvo-vergunning 2 keer per jaar bemonsterd en geanalyseerd. De analysecertificaten van het afvalwater over het jaar 2014 zijn als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. De zuiveringtechnische voorzieningen worden 2 keer per jaar conform de NEN-EN door een vakkundige geïnspecteerd. Het onderhoud van de zuiveringtechnische voorzieningen inclusief de overige straatkolken is in de onderhoudsdatabase opgenomen. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 10 van 19
11 De ligging van de bedrijfsriolering is weergegeven op de bijlage Plattegrond milieu. Deze bijlage is aan de aanvraag toegevoegd. Afvalstoffen die in de inrichting ontstaan De inrichting betreft geen productiebedrijf. Binnen de inrichting ontstaan daarom geen grote hoeveelheden afvalstoffen. Afvalstoffen die ontstaan zijn papier/karton (opslag in rolcontainer/kliko), klein chemisch afval (o.a. TL-lampen, batterijen, cartridges, absorptiegrid, lege ongereinigde emballage) en bedrijfsrestafval (opslag in rolcontainer). De grootste afvalstroom die op de locatie ontstaat, zijn olie-/water-/slib-mengsels. Deze mengsels blijven achter in de zuiveringtechnische voorzieningen. In de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) is de laatste genoemde afvalstof daarom alleen in de tabel Overzicht afvalstoffen die in de inrichting ontstaan gespecificeerd. Lucht Op het terrein van de inrichting worden door motorvoertuigen diverse luchtverontreinigende stoffen geëmitteerd. In het kader van mogelijke overschrijdingen zijn de luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM) het belangrijkst om te noemen. Voor diverse luchtverontreinigende stoffen zijn in bijlage 2 van de Wet milieubeheer grenswaarden opgenomen. Van deze luchtverontreinigende stoffen wordt, met uit zondering van stikstofdioxide en fijn stof, veelal aangenomen dat de concentraties van deze stoffen ruim onder de normen blijven. Het effect van de bedrijfsactiviteiten van de inrichting op de luchtkwaliteit is met een luchtkwaliteitsonderzoek onderzocht. Het luchtkwaliteitsonderzoek is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Naast de emissie van luchtverontreinigende stoffen door motorvoertuigen kunnen er ook diffuse stofemissies optreden als gevolg van de handeling en sortering van stuifgevoelige (afval)stoffen. De omvang van de diffuse stofemissies is afhankelijk van de stuifgevoeligheid van de (afval)stoffen en de mogelijkheid tot bevochtiging van deze (afval)stoffen. In de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) wordt in bijlage 4.6 voor diverse (afval)stoffen de stuifklasse weergegeven. Sommige (afval)stoffen die op het terrein van de inrichting worden op- en overgeslagen worden in de klasse-indelingslijst genoemd, zoals bijvoorbeeld puin. Voor andere afvalstoffen geldt dat op basis van gelijksoortige stoffen de klasse-indeling kan worden bepaald. Voor de inrichting geldt dat de (afval)stoffen hoofdzakelijk vallen binnen de stuifklasse 4 en 5. Stuifklasse 4 houdt in dat deze (afval)stof licht stuifgevoelig is in tegenstelling tot stuifklasse 5. Deze is nauwelijks tot niet stuifgevoelig. De beste beschikbare technieken voor opslag is inpandige opslag. Bij de (afval)stoffen uit de stuifklasse S4 en S5 mag in bestaande situaties ook een open uitvoering worden toegepast. Hierbij moeten wel aanvullende maatregelen worden getroffen om stofemissies te voorkomen en/of te beperken. In de Eural-acceptatielijst is op basis van de bijlage 4.6 van de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) aangegeven of de afvalstof stuifgevoelig is. De Eural-acceptatielijst is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. De diffuse stofemissies zijn tevens in het luchtkwaliteitsonderzoek beschouwd. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 11 van 19
12 Om diffuse stofemissies als gevolg van de opslag van (afval)stoffen in de buitenlucht zoveel mogelijk te voorkomen en/of beperken zijn de volgende maatregelen getroffen: - De (afval)stoffen worden opgeslagen onder een overkapping (4-zijden afgesloten), in op- en overslagvakken en/of containers, waardoor het verwaaibaar oppervlak wordt beperkt. Er worden minder sterke (wind)krachten op het verwaaibare materiaal uitgeoefend. Hierdoor wordt de stofemissie beperkt. - Het licht stuifgevoelig bouw- en sloopafval, bedrijfsafval en/of huishoudelijk afval worden onder de overkapping op- en overgeslagen en kan indien nodig worden bevochtigd. - In de overkapping is een sproei-installatie aanwezig. - Het terrein is rondom voorzien van schermen (gevels gebouwen, betonnen wanden) waardoor windreductie optreedt. - De storthoogtes bij het laden/lossen van containers wordt zoveel mogelijk beperkt tot 1 meter. Opwaaiend stof als gevolg van transportbewegingen op het terrein van de inrichting wordt voorkomen en/of beperkt door het terrein regelmatig te vegen en de snelheid op het terrein te beperken tot 10 km/h. De bovengenoemde maatregelen worden genoemd in de Nederlandse emissierichtlijn lucht (Factsheets op- en overslag en bewerken) maar ook in de BREF Op en overslag bulkgoederen. Daarom mag verondersteld worden dat de genomen maatregelen voldoen aan de beste beschikbare technieken. N.B. In de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) wordt bij het milieuaspect lucht op enig moment gevraagd of er ook installaties aanwezig zijn die warme lucht uitstoten. Op het terrein van de inrichting zijn twee CV-installaties en twee gasheaters aanwezig die warme lucht uitstoten. Als in de module lucht de vraag Zijn er binnen het bedrijf installaties aanwezig die warme lucht uitstoten? met ja wordt beantwoord moet de tabel Overzicht warmte-emissie worden ingevuld. De invoervelden in deze tabel zijn verplicht. De gegevens die in deze tabel moeten worden ingevuld, zoals uittreesnelheid en afgastemperatuur, zijn bij de drijver van de inrichting niet bekend. Om de module lucht toch te kunnen afronden is de vraag Zijn er binnen het bedrijf installaties aanwezig die warme lucht uitstoten? daarom met nee beantwoord. Deze vraag is daarentegen alleen relevant voor emissies van omvangrijke procesemissies. Geluid/trillingen De inrichting is op het bedrijventerrein Heestereng gelegen. Het bedrijventerrein is niet gezoneerd. De geluidbelasting van de bedrijfsactiviteiten op de omgeving is door middel van een geluidonderzoek in kaart gebracht. Het geluidonderzoek is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Trillingshinder als gevolg van de bedrijfsactiviteiten in de omgeving is niet te verwachten. Energie Het energieverbruik van de inrichting betrof de afgelopen 2 jaren: Tabel: Energieverbruik Energie Jaartal Elektriciteit in [kwh] Gas in [m 3 ] Water in [m 3 ] Diesel in [L] Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 12 van 19
13 In de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) is het energieverbruik als volgt ingevuld: kwh elektriciteit m 3 aardgas m 3 diesel. De inrichting is derhalve niet energierelevant (artikel 2.15, lid 4 Activiteitenbesluit). Verkeer, vervoer en mobiliteit In de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) wordt bij het milieuaspect verkeer, vervoer en mobiliteit op enig moment gevraagd hoeveel transportkilometers door derden en eigen vervoerders per jaar worden gemaakt. Deze gegevens zijn niet relevant omdat het maken van transportkilometers inherent is aan de bedrijfsvoering van de inrichting. Om de module verkeer, vervoer en mobiliteit toch te kunnen afronden zijn de vragen Hoeveel kilometers worden per jaar door de verladers en uitbesteed vervoer gemaakt? en Hoeveel kilometers worden per jaar door eigen vervoerders gemaakt? met 0 beantwoord. Van Gansewinkel is ISO gecertificeerd. Dit betekent dat van Gansewinkel altijd streeft naar een zo laag mogelijke milieubelasting en dus ook zo weinig mogelijk transportkilometers. Om het aantal transportkilometers zoveel mogelijk te beperken zijn de motorvoertuigen met een boordcomputer uitgerust. De boordcomputer geeft de af te werken orders, inclusief de route, per werkdag aan. Met behulp van bepaalde software worden de routes zo ingepland dat het aantal af te werken orders per uur en het aantal transportkilometers per order zo efficiënt mogelijk zijn. Hiermee worden werkuren, transportkilometers en brandstoffen bespaard en daarmee emissies naar het milieucompartiment lucht. Geur Op het terrein van de inrichting worden afvalstoffen op- en/of overgeslagen die kunnen geuren en daardoor geur relevant kunnen zijn. Geurrelevante afvalstoffen zijn bijvoorbeeld huishoudelijk afval, bedrijfsrestafval en GFT-afval. In de Eural-acceptatielijst is per afvalstof aangegeven of de afvalstof mogelijk geur relevant kan zijn. De Eural-acceptatielijst is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Op basis van de Handleiding geur zijn de activiteiten op het terrein van de inrichting geur relevant. De locatie betreft een zogenaamd 1 bedrijf. Volgends de handleiding betekent dit: Activiteiten waar geur relevant is. Het geurprobleem kan met eenvoudige organisatorische en technische maatregelen worden opgelost. Een geurmeetonderzoek is niet nodig. Door de inrichting worden de volgende maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat buiten de inrichting geen geur waarneembaar is, namelijk: - Periodieke afvoer van afvalstoffen waarin zich organische fracties bevinden, en/of; - Sterk geurende afvalstoffen worden in afgesloten containers op- en overgeslagen. Door de periodieke afvoer van afvalstoffen met organische fracties wordt voorkomen dat rottingsgassen kunnen ontstaan en daarmee geurhinder buiten de inrichting. In aanvulling op de bovengenoemde organisatorische en technische maatregelen worden huishoudelijk restafval, bedrijfsrestafval, GFT-afval en incontinentiemateriaal onder een overkapping op- en/of overgeslagen. Door de overkapping wordt de windsnelheid ter plekke van de opslag gereduceerd. Er worden hierdoor minder sterke windkrachten op de geurrelevante afvalstoffen uitgeoefend. Hierdoor wordt de geuremissie naar de omgeving beperkt. Gelet op het feit dat de inrichting deze bedrijfsactiviteiten reeds jaren uitoefent, en hier nagenoeg nooit klachten over heeft ontvangen, is de effectiviteit van deze technische maatregel reeds aangetoond. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 13 van 19
14 De handeling met GFT-afval en incontinentiemateriaal onder de overkapping beperkt zich tot het overslaan van het afval vanuit het inzamelmiddel in een container. De container wordt na de handeling afgesloten. Dit kan door middel van een deksel of een zeil. Verder geldt met uitzondering van groenafval en incontinentiemateriaal dat de genoemde geurrelevante afvalstoffen in de Eural-acceptatielijst, in tegenstelling tot de overige afvalstromen, niet structureel op het terrein van de inrichting aanwezig zullen zijn. Verder is het zo dat binnen de inrichting geen be- en of verwerking, met uitzondering van grove sortering en verkleinen van hout, aan de afvalstoffen plaatsvindt. De inrichting betreft een op- en overslaglocatie met een snelle doorzet. Het enige contactmoment met de afvalstoffen betreft het laden en lossen. Bij de be- en verwerking van geurende afvalstoffen, zoals compostering, zijn er veel meer contactmomenten met het afval waarbij hinderlijke geuren kunnen vrijkomen. Uit het bestemmingsplan Galvanistraat e.o. blijkt dat de bedrijfswoningen op voldoende afstand van de inrichting zijn gelegen. Op basis van het bovenstaande is het niet aannemelijk dat er bij deze woningen geur van de inrichting waarneembaar zal zijn. In het geval er bij de inrichting toch klachten binnen komen over geurhinder wordt door de afdeling SHEQ (Safety-Health-Environment-Quality) onderzoek gedaan naar de toedracht. Hierbij worden indien nodig correctieve en/of corrigerende maatregelen getroffen. De genoemde technische en organisatorische maatregelen moeten voldoende zijn om te voorkomen dat buiten de inrichting geurhinder optreedt. Brandveiligheid De risico s van brandoverslag- en doorslag als gevolg van de op- en overslag van de afvalstoffen op het terrein van de inrichting zijn onderzocht. Het brandveiligheidsrapport is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Natuurbescherming De Natuurbeschermingswet 1998 bepaalt dat nieuwe economische activiteiten (of uitbreiding van bestaande) in en rond Natura 2000-gebieden moeten worden getoetst op hun effect op de natuur. De effecten van stikstof zijn een belangrijk aspect. Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in heel Europa. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Om de effecten van de bedrijfsactiviteiten van de inrichting op Natura 2000-gebieden en natuurmomenten inzichtelijk te maken is er een depositieberekening uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Uit de berekeningen in AERIUS blijkt een depositiebijdrage van 0,07 mol N/ha/jaar op de Veluwe. Op alle andere gebieden heeft de inrichting geen depositie tot gevolg. Op 25 juli 2015 is de depositieruimte voor de grenswaarden voor de Veluwe van rechtswege verlaagd van 1 mol naar 0,05 mol per hectare per jaar. Dit betekent dat voor de berekende depositie in dit gebied nu niet meer kan worden volstaan met een melding, maar een vergunningplicht geldt en ontwikkelingsruimte nodig is. Dit blijft mogelijk, zolang er ontwikkelingsruimte beschikbaar is. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 14 van 19
15 Kanttekening De berekende bijdrage is een worst-case berekening, aangezien in de berekeningen alle activiteiten zijn meegenomen. Aangezien de inrichting al langer bestaat (sowieso o.b.v. van een Wm revisievergunning d.d ) is de bijdrage van alle vergunde activiteiten reeds opgenomen in de achtergrondconcentratie. Voor de vigerende vergunde situatie is een quickscan opgesteld om te beoordelen of voor de inrichting na inwerkingtreding van de PAS een Nbw-vergunningplicht zou gelden. Daaruit blijkt dat de vergunde situatie een jaarlijkse NOx-emissie heeft van kg. In de (nieuwe) aangevraagde situatie bedraagt de jaarlijkse hoeveelheid NOx-emissie kg. De jaarlijkse hoeveelheid NOx-emissie ten gevolge van de nu aangevraagde situatie zal daarmee afnemen ten opzichte van de reeds vergunde situatie. Zouden alleen de wijzigingen worden beschouwd, dan zal de nu berekende bijdrage fors lager zijn en minder bedragen dan 0,05 mol N/ha/jaar. Daarmee vervalt dan de vergunningplicht. Tevens is dan de zekerheid verkregen dat de activiteiten ten gevolge van het inwerking zijn van de inrichting, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van habitattypen of leefgebieden in een Natura 2000-gebied niet verslechteren. (Externe) veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan op het terrein van de inrichting. De daaraan verbonden risico s moeten aanvaardbaar blijven. De bedrijfsactiviteiten vallen niet onder het Besluit risico s zware ongevallen 2015 of het Besluit externe veiligheid inrichtingen met bijbehorende Regeling. Voor de opslag van diesel(olie) is de Publicatiereeks Gevaarlijk Stoffen 30 (PGS 30) van toepassing. De bovengronds opslagtank is voorzien van een installatiecertificaat en voldoet verder aan de overige van toepassing zijnde voorschriften uit de PGS 30. Voor de opslag van gevaarlijke stoffen in emballage is de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15) van toepassing. De opslag van gevaarlijke stoffen in emballage is dermate gering dat dit op basis van de PGS 15 als werkvoorraad kan worden beschouwd. De inrichting heeft de beschikking over een bedrijfsnoodplan en een bedrijfshulpverleningsorganisatie welke voorziet in de veiligheid van personen bij calamiteiten en de preventie en bestrijding van brand en calamiteiten. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 15 van 19
16 Activiteiten Gevaarlijke stoffen in verpakking Binnen de inrichting worden gevaarlijke stoffen in verpakking opgeslagen. De opslag is echter minimaal. Het betreffen hulpstoffen voor het eerstelijns onderhoud aan de motorvoertuigen. Het betreft maximaal de opslag van 2 x 60 L ADR Klasse 3 (ruitensproeier vloeistof). De hulpstoffen worden op een lekbak opgeslagen. Op basis van voorschrift en van de PGS 15 is van Gansewinkel van mening dat de gevaarlijke hulpstoffen kunnen worden beschouwd als werkvoorraad. Eén van de 2 vaten is in gebruik voor het eerstelijns onderhoud het tweede vat dienst als reserve. De vaten staan op een aparte lekbak in de stalling (voormalige werkplaats). Graag verneemt van Gansewinkel van het bevoegd gezag of zij hier mee kan instemmen. N.B. In de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) is de activiteit Gevaarlijke stoffen in verpakking derhalve niet opgenomen. Bodembedreigende stoffen in verpakking Binnen de inrichting worden bodembedreigende stoffen in verpakking opgeslagen. De grootte van de verpakkingen varieert van enkele liters tot 1000 L (IBC). Het betreffen hulpstoffen voor het eerstelijns onderhoud aan de motorvoertuigen. De hulpstoffen worden op een lekbak opgeslagen. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de maximaal aanwezig hulpstoffen. Tabel: Hulpstoffen Hulpstof Maximaal aanwezige hoeveelheid Max. per verpakking Eenheid in [L] of [kg] AdBlue L Oliën L Koelmiddelen L Smeervetten kg Veiligheidsinformatiebladen van de bodembedreigende hulpstoffen zijn binnen de inrichting aanwezig. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 16 van 19
17 Stuifgevoelige stoffen Binnen de inrichting worden (afval)stoffen op- en overgeslagen die mogelijk stuifgevoelig kunnen zijn. De module Stuifgevoelige stoffen is in de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) niet als activiteit toegevoegd. In de Eural-acceptatielijst is namelijk op basis van de bijlage 4.6 van de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) aangegeven of de afvalstof stuifgevoelig is, wat de maximale opslagcapaciteit op enig moment is en wat de jaarlijkse doorzet is. De lijst Eural-acceptatielijst is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. In de onderstaande tabel is de stuifgevoeligheid van de handelsgoederen aangegeven. Tabel: Handelsgoederen Handelsgoed Stuifklasse in [S1 t/m S5] Opslagwijze Opslaghoogte in [m] Maximaal aanwezige hoeveelheid in [m 3 ] Doorzet per jaar in [ton] Vulzand S Betonzand S Metselzand S Vloerenzand S Voegzand S4 1 Opslagvakken 2, Speelzand S Tuingrond S Grind S X 4 S4 of S Toelichting: (1): handelsgoed vergelijkbaar met betonzand, metselzand, speelzand en tuingrond (deze worden met naam in bijlage 4.6 van de NeR genoemd genoemd). (2): de handelsgoederen worden in aparte vakken opgeslagen. De grootte van de vakken varieert van 50 m 3 t/m 150 m 3. De inrichting wil de mogelijkheid hebben om de handelsgoederen naar behoefte (vraag en aanbod) in de vakken te kunnen opslaan. Vandaar dat voor alle handelsgoederen is uit gegaan van een maximaal aanwezige hoeveelheid van 150 m 3. Dit bewerkt een flexibelere bedrijfsvoering en voorkomt dat voor elke wijziging een melding of een vergunningprocedure moet worden gedaan respectievelijk moet worden opgestart. (3): de doorzet van ton heeft betrekking op de totale doorzet aan handelsgoederen per jaar. Dit bewerkt een flexibelere bedrijfsvoering en voorkomt dat voor elke wijziging een melding of een vergunningprocedure moet worden gedaan respectievelijk moet worden opgestart. (4): handelsgoed dat nu nog niet wordt verkocht, maar afhankelijk van de vraag uit de markt in de toekomst wel wordt verkocht. Voorwaarde is dat het handelsgoed qua aard en samenstelling gelijkwaardig is aan de overige handelsgoederen. Bij de beschrijving van het milieuaspect lucht is aangegeven welke maatregelen binnen de inrichting worden getroffen om diffuse emissies van stuifgevoelige (afval)stoffen te voorkomen. Vloeistoffen in tanks De opslag van diesel voldoet aan de publicatie Vloeibare brandstoffen - bovengrondse tankinstallaties en afleverinstallaties (PGS 30) en daarmee aan de beste beschikbare technieken voor de bovengrondse opslag van vloeibare brandstoffen. Afvalstoffen van derden algemeen Binnen de inrichting worden diverse afvalstoffen van derden geaccepteerd. Welke afvalstoffen dit zijn is weergegeven in de lijst Eural-acceptatielijst. De Eural-acceptatielijst is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Hoe de afvalstoffen worden geaccepteerd is in het acceptatie- en verwerkingsbeleid, administratieve organisatie en interne controle (A&V-beleid en AO/IC). Het acceptatie- en verwerkingsbeleid, administratieve organisatie en interne controle is als bijlage aan de aanvraag toegevoegd. Het A&V-beleid en AO/IC is vertaald in diverse procedures. Deze procedures maken onderdeel uit van het gecertificeerde managementsysteem. Binnen de wordt conform de procedures uit het managementsysteem gewerkt. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 17 van 19
18 N.B. Voor bepaalde afvalstoffen die op het terrein van de inrichting kunnen worden geaccepteerd is een erkenning nodig in het kader van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 (basisverordening dierlijke bijproducten). Dit betreffen afvalstoffen als: - dierlijke bijproducten die ontstaan bij de productie van voor menselijke consumptie bestemde levensmiddelen; - voormalige voedingsmiddelen, bijvoorbeeld voedingsmiddelen waarvan de exploitant besluit ze niet meer voor humane consumptie te bestemmen; - keukenafval en etensresten die niet afkomstig zijn van internationale middelen van vervoer. De acceptatie van afvalstoffen die dierlijke bijproducten bevatten betreffen afvalstoffen die vooralsnog incidenteel zullen worden geaccepteerd. Als dit zich zal voordoen wordt bij de Nederlandse Voedselen Warenautoriteit een erkenning aangevraagd. Voor het transport van dierlijke bijproducten is van Gansewinkel landelijk geregistreerd. Op- en overslag van afvalstoffen van derden De afvalstoffen kunnen op het terrein van de inrichting los gestort en in containers worden op- en overgeslagen. De bodembedreigendheid van een afvalstof bepaalt of deze op een vloeistofdichte vloer of vloeistofkerende vloer wordt op- en overgeslagen. Afvalstoffen die in een vloeistofdichte container worden op- en overgeslagen kunnen worden gestald op die delen van het terrein die bestemd zijn voor de op- en overslag van containers. De grootte van de opslagvakken voor (niet) inerte goederen varieert van 50 m 3 t/m 800 m 3. De inrichting wil de mogelijkheid hebben om de afvalstoffen naar behoefte in de op- en overslagvakken te kunnen op- en overslaan. Dit betekent dat voor bepaalde afvalstromen de maximale opslaghoeveelheid op enig moment in m 3 in de Eural-acceptatielijst hetzelfde kan zijn. Dit bewerkt een flexibelere bedrijfsvoering en voorkomt dat voor elke wijziging een melding of een vergunningprocedure moet worden gedaan respectievelijk moet worden opgestart. Doorslaggevend voor de opslaglocatie is of de afvalstof bodemdreigend is of niet. In de Eural-acceptatielijst is aangegeven hoeveel afvalstoffen op enig moment op het terrein van de inrichting aanwezig kunnen zijn. Verder is een indicatie van de jaarlijkse doorzet gegeven. De jaarlijkse doorzet is echter een dynamisch begrip. Afhankelijk van o.a. het klantenbestand en de economische situatie kan de jaarlijkse doorzet sterk fluctueren. Van Gansewinkel verzoekt het bevoegd gezag de jaarlijkse doorzet niet in de vergunning vast te leggen. Transportmiddelen De module Transportmiddelen is in de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) niet als activiteit toegevoegd. In deze module moet het aantal verkeersbewegingen worden aangegeven. Dit wordt al in het geluid onderzoek gedaan. Op dit moment beschikt de inrichting over motorvoertuigen, zoals kraakpersvoertuigen, haakvoertuigen, kraanvoertuigen, portaalvoertuigen. Dit betreffen de voor de weg bestemde mobiele voertuigen. Verder zijn een mobiele kraan, shovel en elektrische heftruck aanwezig. Dit betreffen de niet voor de weg bestemde mobiele machines. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 18 van 19
19 Overig Diverse bedrijfsactiviteiten op het terrein van de inrichting vallen onder de reikwijdte van het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Het verzoek aan het bevoegd gezag is om de aanvraag met nummer (Omgevingsloket) tevens als een melding in het kader van het Activiteitenbesluit te beschouwen. De aanvraag bevat alle gegevens die tevens van belang zijn voor een melding in het kader van het Activiteitenbesluit. Activiteiten die vallen onder de algemene regels zijn: - Afdeling 2.1 Zorgplicht. - Afdeling 2.2 Lozingen. - Afdeling 2.3 Lucht. - Afdeling 2.4 Bodem Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening Het in werking hebben van een stookinstallatie, niet zijnde een grote stookinstallatie In werking hebben van een koelinstallatie Het uitwendig wassen en stallen van motorvoertuigen of werktuigen of van spoorvoertuigen Opslaan en overslaan van goederen Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank. Versie: 2 Datum: 20 november 2015 Pagina 19 van 19
Bodemrisicoanalyse van Gansewinkel Ede
Bodemrisicoanalyse van Gansewinkel Ede Opgemaakt door afdeling SHEQ Versie 2, 20 november 2015 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. Werkwijze bodemrisicoanalyse... 4 2. Bedrijfsactiviteiten... 5 3. Bodembedreigende
Notitie m.e.r.-beoordeling locatie van Gansewinkel Ede. Aanvraag revisie omgevingsvergunning locatie van Ganswinkel Ede
Notitie m.e.r.-beoordeling locatie van Gansewinkel Ede Aanvraag revisie omgevingsvergunning locatie van Ganswinkel Ede Van Gansewinkel Regio Noord-Nederland 24-11-2015 Van Gansewinkel Nederland Regio Noord-Nederland
Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3)
Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3) 1 Veranderingen Beschrijf de voorgenomen veranderingen van de inrichting. 1. De volgende afvalwaterstromen
Niet technische beschrijving revisie vergunning
Niet technische beschrijving revisie vergunning Zandwinning Zuidbroek Definitief Zeldenrust Zand en grinthandel Grontmij Nederland B.V. Groningen, 04 december 2015 Verantwoording Titel : Niet technische
Bodemrisico-analyse NRB 2012 OOC Terminals BV locatie T2 bij het opsplitsen van de bedrijfsactiviteiten van Bulk Terminal Oss
Projectdocument Datum 22 maart 2016 Auteur Ing. Th.J.M. Brienen / Ing. R.M. Nijdam Projectnummer 8.5091 Betreft Bodemrisico-analyse NRB 2012 OOC Terminals BV locatie T2 bij het opsplitsen van de bedrijfsactiviteiten
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Ontwerpbeschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Van Gansewinkel Nederland B.V. Aangevraagde activiteiten : Ambtshalve wijziging in verband met IPPC toets Locatie
OMGEVINGSVERGUNNING. milieuneutraal veranderen van een inrichting. Industrieweg 16 te Noordhorn. datum besluit: 13 oktober 2017
OMGEVINGSVERGUNNING voor: het wijzigen van een inrichting bedoeld voor het op- en overslaan en bewerken van afvalstoffen van derden en op- en overslaan van gevaarlijke afvalstoffen van meer dan 50 ton.
Beschrijving van de inrichting als onderdeel van de aanvraag voor een revisie omgevingsvergunning Niet-technische samenvatting
Beschrijving van de inrichting als onderdeel van de aanvraag voor een revisie omgevingsvergunning Niet-technische samenvatting Van Gansewinkel Amsterdam Niet-technische samenvatting Van Gansewinkel Amsterdam
Betonindustrie onder algemene regels
Betonindustrie onder algemene regels Schakel november 2012 7 december 2012 Chris Alblas Inhoud presentatie Aanleiding en achtergrond betonindustrie onder algemene regels Wat zijn de veranderingen voor
R01. Recycling Van Werven BV in Hattemerbroek M03 Beschrijving wijziging. datum: 12 oktober 2015
21520126.R01 Recycling Van Werven BV in Hattemerbroek M03 Beschrijving wijziging datum: 12 oktober 2015 m i l i e u g e l u i d b o u w a d v i e s b r a n d v e i l i g h e i d r u i m t e l i j k e o
Antwoorden AIM sessie Auznl3qpx2n
en AIM sessie Auznl3qpx2n In de AIM heeft u tijdens sessie Auznl3qpx2n op 21 12 2016 de volgende antwoorden op de gestelde vragen gegeven. Introductie Wat is de reden van uw bezoek aan de AIM? Bedrijfstype
odijmond REGIO WATERLAND
Gemeente Waterland - k MRĨ 2015 INGEKOMEN Gemeente Waterland O 4 MRT 2015 GESCAND odijmond REGIO WATERLAND Gemeentewerf Monnickendam De heer J.A.J. Borst Postbus 1000 1140 BA MONNICKENDAM VERZONDEN -3
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie A42v0btrj0j
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie A42v0btrj0j Dit pdf bestand kunt u gebruiken als checklist bij de controle of een maatregel is uitgevoerd. In dit bestand staan per relevante activiteit uit
WIJZIGING VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING
*D180277372* D180342797 WIJZIGING VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING Bedrijf : V.O.F. T.H.M. Hoogveld Datum besluit : 15 augustus 2018 Onderwerp : Ambtshalve wijziging vergunningvoorschriften en gedeeltelijk
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Aw4k7idfksg
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Aw4k7idfksg Dit pdf bestand kunt u gebruiken als checklist bij de controle of een maatregel is uitgevoerd. In dit bestand staan per relevante activiteit uit
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Aut3e4ci92n
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Aut3e4ci92n Dit pdf bestand kunt u gebruiken als checklist bij de controle of een maatregel is uitgevoerd. In dit bestand staan per relevante activiteit uit
*15.182956* 15.182956
omgevingsvergunning wijzigen van vergunningvoorschriften (ogv art 2.31 WABO) wijzigen van vergunningvoorschriften (ogv art 2.31 WABO) Beschikking 236848 *15.182956* 15.182956 ONTWERP-OMGEVINGSVERGUNNING
TOEZICHTPLAN <naam bedrijf> <tijdvak>
TOEZICHTPLAN Afdeling Toezicht en Handhaving Team Specialismen Laatst geactualiseerd op Toezichthouder (opsteller) Tweede toezichthouder Vergunningverlener Printdatum 6 september
VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting. Sunny-Egg-Systems BV te Rogat
1 VOORSCHRIFTEN behorende bij het ontwerpbesluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting Sunny-Egg-Systems BV te Rogat INHOUDSOPGAVE 1 AFVALSTOFFEN 3 1.1. Afvalscheiding 3 2 BODEM 3 2.1. Doelvoorschriften
Overzicht maatregelen bij AIM-sessie Avgq7pvrihs
Overzicht maatregelen bij AIM-sessie Avgq7pvrihs 15-02-2017 13:59 m0418 Keuring en controle Ga na hoe vaak u een stookinstallatie moet laten keuren. In werking hebben van een stookinstallatie - Keuring
Overzicht maatregelen bij AIM-sessie Atbkd25i9m7
Overzicht maatregelen bij AIM-sessie Atbkd25i9m7 08-06-2016 14:42 Nr. Maatregel Activiteit Frequentie Thema Activiteitenbesluit Activiteitenregeling m31 Laden en lossen schepen: Houd bij het laden en lossen
Voedingsmiddelen onder algemene regels
Kenniscentrum Infomil Voedingsmiddelen onder algemene regels 22 en 27 november 2012 Margreet van der Honing Rommy Ytsma Inhoud presentatie Voedingsmiddelen: 3 categorieën Voedingsmiddelenindustrie Grenzen
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Au1fl0pooft
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Au1fl0pooft Dit pdf bestand kunt u gebruiken als checklist bij de controle of een maatregel is uitgevoerd. In dit bestand staan per relevante activiteit uit
LOS nummer: Z Correspondentieadres: Romhof 7, 9411 SB Beilen. Locatie activiteit: Dr. A.F. Philipsweg 51, 9403 AD Assen
Pagina 1 van 5 LOS nummer: Z2017-00000922 Houder: J en L metalen Correspondentieadres: Romhof 7, 9411 SB Beilen Activiteit: opslag van schroot, met inbegrip van autowrakken Locatie activiteit: Dr. A.F.
OMGEVINGSVERGUNNING. het in gebruik nemen van een nieuwe voorbreker ter vervanging van de huidige. milieuneutraal veranderen van een inrichting
OMGEVINGSVERGUNNING voor: het in gebruik nemen van een nieuwe voorbreker ter vervanging van de huidige. activiteiten: milieuneutraal veranderen van een inrichting verleend aan: Berger Recycling B.V. locatie:
Wet milieubeheer. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Melding artikel ENCI te Maastricht. Zaaknummer:
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Wet milieubeheer Melding artikel 8.19 ENCI te Maastricht Zaaknummer: 2015-0968 Kenmerk: 2015/48998 d.d. 16 juli 2015 Verzonden: INHOUDSOPGAVE 1 Melding 3 1.1
CHECKLIST PROJECT TRANSPORTBEDRIJVEN
CHECKLIST PROJECT TRANSPORTBEDRIJVEN 1. Gegevens bedrijfsdossier 1.1 Algemeen Naam bedrijf Adres Plaats / postcode Telefoon Contactpersoon Inrichtingsnummer Procedurenummer Gecontroleerd door Datum controle
Overzicht maatregelen bij AIM-sessie As8o91oea60
Overzicht maatregelen bij AIM-sessie As8o91oea60 02-02-2016 15:13 Nr. Maatregel Activiteit Frequentie Thema Activiteitenbesluit Activiteitenregeling m27 Hergebruik het afvalwater dat in contact is geweest
Omgevingsdienst Regio Nijmegen OMGEVINGSVERGUNNING. Aanvrager Datum besluit Onderwerp
Omgevingsdienst Regio Nijmegen D161392657 D161392657 OMGEVINGSVERGUNNING Aanvrager Datum besluit Onderwerp Gemeente / locatie OLO-nummer Zaaknummer Activiteit ARN B.V. 25 augustus 2016 Verwerking luiers,
Op 19 april 2011 is een melding Activiteitenbesluit geaccepteerd welke op 22 maart 2011 is ingediend.
Controlerapport Gegevens controle Zaaknummer 021433213 Zaaktype Controle uitvoeren Zaakomschrijving een inventarisatie worden uitgevoerd van de bestaande (bedrijfs)activiteiten c.q. het gebruik en de inrichting
Toelichting milieuneutrale verandering Abbott Healthcare Products B.V.
REPORT Weesp, The Netherlands Health, Safety & Environment Issue Date: 19 mei 2016 Toelichting milieuneutrale verandering Abbott Healthcare Products B.V. COPYRIGHT AND PROPERTY ABBOTT HEALTHCARE PRODUCTS
BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Algemene wet bestuursrecht/wet milieubeheer INLEIDING Op 6 juni 2006 hebben wij het verzoek van De Jong Gameren B.V.
WIJZIGING VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING
*D180952120* D180952120 WIJZIGING VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING Bedrijf : V.O.F. T.H.M. Hoogveld Datum besluit : 18 oktober 2018 Onderwerp : Ambtshalve wijziging vergunningvoorschriften en gedeeltelijk
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Asatgpng2x2
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Asatgpng2x2 Opslaan en overslaan van goederen algemeen m31 m30 m22 t4 122 m23 m26 m27 Laden en lossen schepen: Houd bij het laden en lossen de afstand tussen
Voorschriften behorende bij de omgevingsvergunning m.b.t. art. 2.1 lid 1 onder e Wabo (milieu)
Bijlage 3: Voorschriften behorende bij de omgevingsvergunning m.b.t. art. 2.1 lid 1 onder e Wabo (milieu) VOORSCHRIFTEN BEHORENDE BIJ DE MILIEUVERGUNNING VAN: Mts. Vroege Burg. ten Holteweg 39 7751 CR
Bij de installatie worden ook de volgende ondersteunende installaties geplaatst:
Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3) 1 Veranderingen Beschrijf de voorgenomen veranderingen van de inrichting. 1. Bouw en in gebruikname
Omgevingsvergunning voor een project voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van een inrichting
Omgevingsvergunning voor een project voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van een inrichting EFR Nederland B.V. Rijksweg A9 oostzijde Heemskerk Opgesteld in opdracht van: Gemeente Heemskerk
Bodembescherming. en de NRB in het Bal. Bodembescherming. verandert, het bodembeschermingsniveau blijft gelijkwaardig
Bodembescherming en de NRB in het Bal Bodembescherming verandert, het bodembeschermingsniveau blijft gelijkwaardig Kees Jonker Rijkswaterstaat WVL afd. Bodem en Ondergrond/Bodem+ 25 juni 2019 1 Wat verandert
VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting. Avebe u.a. te Gasselternijveen
1 VOORSCHRIFTEN behorende bij het ontwerpbesluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting Avebe u.a. te Gasselternijveen 2 INHOUDSOPGAVE 1 ALGEMEEN 3 1.1. Algemeen 3 2 AFVALSTOFFEN 3 3 BODEM
Opslagtanks en NRB in de Omgevingswet
Opslagtanks en NRB in de Omgevingswet Kees Jonker RWS WVL/ Bodem en Ondergrond (Bodem+) Inhoud presentatie Omgevingswet Opbouw van het Bal Waar staan de inhoudelijke voorschriften voor opslagtanks wat
L3G Bodembescherming, Bijlage Bodemrisico inventarisatie (checklist)
Deze bodemrisicoanalyse is opgesteld aan de hand van de Bodemrisicochecklist uit de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) 2012. Alle genoemde combinaties van voorzieningen en maatregelen (CVM) voldoen
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Directie Ecologie Ons kenmerk C2053302/2841963 op de op 11 oktober 2011 bij hen ingekomen aanvraag van Heros Vastgoed BV, om vergunning krachtens de
Aanvraag omgevingsvergunning Dijkdoorvoer en overkluizing tankput H43 even. 24 december 2015 Versie 1.0
Aanvraag omgevingsvergunning Dijkdoorvoer en overkluizing tankput H43 even 24 december 2015 Versie 1.0 i Documenttitel Aanvraag omgevingsvergunning dijkdoorvoer en overkluizing tankput H 43 even Status
WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT BESCHIKKING MILIEUASPECT INRICHTINGEN (artikel 3.10 lid 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht )
WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT BESCHIKKING MILIEUASPECT INRICHTINGEN (artikel 3.10 lid 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ) Nummer aanvraag : 2013118440 Gegevens aanvrager Naam aanvrager
VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting
VOORSCHRIFTEN behorende bij het ontwerpbesluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting Jellice Pioneer Europe te Kapitein Antiferstraat 31 te Emmen 2 INHOUDSOPGAVE 1 OPSLAG GEVAARLIJKE STOFFEN
Activiteitenbesluit Metaalrecycling
Activiteitenbesluit Metaalrecycling Sinds 1 nuari 2011 vallen de meeste metaalrecyclingbedrijven onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en bijbehorende regeling (hierna: Activiteitenbesluit
1 ALGEMEEN Algemeen BODEMBESCHERMING Voorzieningen en beheermaatregelen Nulsituatiebodemonderzoek 17
INHOUDSOPGAVE 1 ALGEMEEN 17 1.1 Algemeen 17 2 BODEMBESCHERMING 17 2.1 Voorzieningen en beheermaatregelen 17 2.2 Nulsituatiebodemonderzoek 17 3 AFVALSTOFFEN 18 3.1 Toegestane activiteiten 18 4 GELUID 18
Regeling art Verwijzingen en overige eisen Belangrijkste wijzigingen
Sinds 1 december 2013 verwijst de Activiteitenregeling naar de nieuwste versies van de PGS-richtlijnen 28 en 30 voor de opslag in ondergrondse en bovengrondse opslagtanks. Deze wijziging van de Activiteitenregeling
Bijlage 6 Aanvraag Oprichtingsvergunning Wabo Definitief
Bijlage 6 Bodemrisico inventarisatie Voor Scheepswerf Reimerswaal B.V. (hierna: SWR) is ten behoeve van de aanvraag van de oprichtingsvergunning milieu een bodemrisico inventarisatie (BR) volgens de Nederlandse
ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU
*D152097259* D152097259 ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU Aanvrager : P.C. van Tuijl Kesteren b.v. Datum besluit : Onderwerp : uitbreiding bedrijfsgebouw Van Tuijl Marsdijk Lienden Gemeente
Rutte Groep te Amsterdam; beschrijving van de milieuneutrale wijziging van de inrichting aan de Santoriniweg 29 te Amsterdam
Rutte Groep te Amsterdam; beschrijving van de milieuneutrale wijziging van de inrichting aan de Santoriniweg 29 te Amsterdam Onderdeel van de vergunningaanvraag voor het veranderen van de inrichtingen
omgevingsdienst HAAGLANDEN
Renewi Contrans B.V. T.a.v. mevrouw N. Donkers Postbus 201 2290 AE WATERINGEN omgevingsdienst Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070)21 899 02
Activiteitenbesluit Gemeentewerven
Activiteitenbesluit Gemeentewerven Sinds 1 januari 2011 vallen gemeentewerven, milieustraten en KCA-depots onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en bijbehorende Regeling (hierna:
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Atkqkqrorav
Beknopt overzicht maatregelen bij AIM sessie Atkqkqrorav Opslaan en overslaan van goederen algemeen m31 m30 m22 m t4 122 m23 m26 m27 m21 m29 Laden en lossen schepen: Houd bij het laden en lossen de afstand
ODMH Omgevingsdienst Midden-Holland
WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT BESCHIKKING MILIEUASPECT INRICHTINGEN (artikel 3.10 lid 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) Datum Nummer aanvraag Gegevens aanvrager Naam aanvrager Postbus
Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu) en aanverwante artikelen
1 Aanvulling revisie besl u i t : 1 Gegevens inrichting Behoort bij besluit van Burgem eester en Wethouders da t u m : 25 september 2015 r eg.n r. : Z-HZ_WABO-2014-02205 toegekend Nam ens dezen, de m anager
Meldingsformulier Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer
Meldingsformulier Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer Dit meldingsformulier kan naar onderstaand adres gestuurd worden: Gemeente Oosterhout Afdeling BWO, cluster milieu t.a.v. de heer /
Omgevingsvergunning. Ontwerpbesluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Mengvoederbedrijf. Agrifirm Feed B.V. te Wanssum. Zaaknummer: 2012-0855
Ontwerpbesluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Omgevingsvergunning Mengvoederbedrijf Agrifirm Feed B.V. te Wanssum Zaaknummer: 2012-0855 Kenmerk: 2013/22297 d.d. 18 april 2013 Verzonden: INHOUDSOPGAVE
Aanvulling aanvraag omgevingsvergunning ITR, Weverstraat 6a te Uden
datum: Pagina - 1 - Aanvulling aanvraag omgevingsvergunning ITR, Weverstraat 6a te Uden OLO formulier Aanvraaggegevens De reden voor het indienen van de aanvraag is dat voor het uitoefenen van de aangevraagde
De volgende stukken uit het Activiteitenbesluit heeft u nodig om de juiste lozingenroutes te kunenn bepalen:
Bijlage bij oefeningen agrarische lozingen. De volgende stukken uit het Activiteitenbesluit heeft u nodig om de juiste lozingenroutes te kunenn bepalen: Riolering: Lozen in vuilwaterriool: toegestaan,
VOORSCHRIFTEN. behorende bij het besluit. betreffende de Wet milieubeheer. voor de inrichting. G. Hindriks, Oosterwijk WZ 24 H te Nieuw-Dordrecht
VOORSCHRIFTEN behorende bij het besluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting G. Hindriks, Oosterwijk WZ 24 H te Nieuw-Dordrecht 2 INHOUDSOPGAVE VOORSCHRIFTEN BESLUIT BEHEER AUTOWRAKKEN 3
VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm
VOORSCHRIFTEN behorende bij de veranderingsvergunning Wm betreffende het voornemen tot het reinigen van afvalwater van derden in de bestaande Biologische Voorzuivering Installatie (BVZI) Attero Noord BV
M.E.R. beoordelingsbesluit
1 1 NOV 1014 r. OMGEVINGSDIENST FLEVOLAND & GOOI EN VECHTSTREEK M.E.R. beoordelingsbesluit Schenk Recycling B.V. Bolderweg 22, 1332 AV Almere rd" 11111. OMGEVINGSDIENST FLrvoLArmo 6 GOOI EN Vr.-. TTTTTT
Bodemrisicoanalyse Locatie Amsterdam
Bodemrisicoanalyse Locatie Amsterdam Opgemaakt door afdeling SHEQ Versie 3, Mei 2016 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. Werkwijze bodemrisicoanalyse... 4 2. Bedrijfsactiviteiten... 5 3. Bodembedreigende
Aanmeldnotitie Besluit Mer
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Aanmeldnotitie Besluit Mer Geerlings Metaalrecycling BV te Venlo Zaaknummer 2012-0164 d.d. 5 april 2012 Verzonden: INHOUDSOPGAVE 1 Besluit 3 2 Procedure 4 2.1
Bodemrisicoanalyse AVR Brielselaan 175 Rotterdam
Bodemrisicoanalyse AVR Brielselaan 175 Rotterdam AVR-Bedrijven 6 december 2011 Definitief rapport 9W2623.01 Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen +31 (0)24 328 42 84 Telefoon +31 (0)24 323
Hightide surf&food/kennemerstrand/802/ijmuiden
Hightide surf&food/kennemerstrand/802/ijmuiden 11 augustus 2016 Kennemerstrand 802 1976 GA IJmuiden Inhoudspagina Inhoudspagina Hightide surf&food/kennemerstrand/802/ijmuiden Samenvatting Checklistvragen
Omgevingsdienst Brabant Noord
ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING WIJZIGEN Omgevingsdienst Brabant Noord Onderwerp Gemeente Uden heeft op 16 december 216 een verzoek ontvangen van de Provincie Noord-Brabant (hierna de provincie) voor
Vragenlijst controle autobedrijven
Opslag van afvalstoffen inclusief autowrakken Bewaart u gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen gescheiden? Ja Nee Voert u afvalstoffen gescheiden af naar een erkend inzamelaar? Ja Nee Slaat u accu
Meldingsformulier Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)
Meldingsformulier Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) Aan Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enkhuizen/Hoorn/Andijk/Wervershoof/Medemblik (doorhalen wat niet
Antwoorden AIM sessie As42vxso84s
en AIM sessie As42vxso84s In de AIM heeft u tijdens sessie As42vxso84s op 18 01 2016 de volgende antwoorden op de gestelde vragen gegeven. Introductie Wat is de reden van uw bezoek aan de AIM? Starten
Cubri Pallet en Handelsmaatschappij B.V. t.a.v. de heer G.J. Brinks Kanaalweg PH SCHOONEBEEK. Datum verzending: 27 mei 2019
Cubri Pallet en Handelsmaatschappij B.V. t.a.v. de heer G.J. Brinks Kanaalweg 14 7761 PH SCHOONEBEEK Provincie Drenthe Postadres Postbus 122 9400 AC Assen Bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen t 0592-36
Gemeente Barneveld Raadhuisplein 2 tel: (0342) Postbus 63 fax: (0342) AB BARNEVELD
Gemeente Barneveld Raadhuisplein 2 tel: (0342) 495 402 Postbus 63 fax: (0342) 495 376 3770 AB BARNEVELD e-mail: [email protected] Datum toetsing Toetsing melding 20 november 2009 Nummer 759/2009 Inspecteur
Bovengrondse (olie)tanks bij agrarische bedrijven (regels vanaf 1 juni 2011)
Bovengrondse (olie)tanks bij agrarische bedrijven (regels vanaf 1 juni 2011) 2 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2. Welke regels gelden er voor (olie)tanks? a) Komt mijn tank in aanmerking voor (her)keuring? b)
