INSPECTIERICHTLIJN 2005
|
|
|
- Jasper Sasbrink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 VROM-Inspectie Regio Noord Stoffen & Producten INSPECTIERICHTLIJN 2005 controle leidingwaterinstallaties door waterleidingbedrijven 5202 Cascadeplein 10 Postbus RM Groningen Telefoon Fax
2 Voorwoord Deze Inspectierichtlijn bevat de invulling van de controletaak volgens artikel 15 van het Waterleidingbesluit. De richtlijn is aangepast aan de meest recente wijziging van het Waterleidingbesluit. Onder hoofdstuk IIIC van het Besluit zijn nieuwe regels voor legionellapreventie opgenomen. De controletaak wordt uitgevoerd door de waterleidingbedrijven in het kader van het toezicht dat aan de VROM-Inspectie is opgedragen. De controle richt zich op alle aangesloten leidingwaterinstallaties en heeft ook betrekking op collectieve leidingwaterinstallaties waar aanvullende eisen worden gesteld om groei van de legionellabacterie te beperken. Een nieuwe indeling van risicoklassen wordt geïntroduceerd. Een hoger risico geeft aanleiding tot een hogere controlefrequentie. De doelgroep voor legionellapreventie vormt ook een risicoklasse. De richtlijn gaat uit van de geïntegreerde uitvoering van de 15.1-controletaak ( bescherming van de waterkwaliteit van het openbare net) en de 15.2-controletaak ( bescherming van de waterkwaliteit aan de tap). Bij de uitvoering van de controletaak door de waterbedrijven wordt de eigenaar van de leidingwaterinstallatie zonodig aangesproken op verbetering van de veiligheid van de installatie. Op basis van de controles zal de VROM-Inspectie waar nodig handhavend optreden. Dit kan preventief zijn (toezichthoudend) dan wel repressief (bestuurs- en/of strafrechtelijk). Het gemeenschappelijk doel is het verbeteren van de veiligheid voor de gebruiker. De inspecteur-generaal VROM Mr. G.J.R. Wolters VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 2/42
3 Voorwoord 2 1 Inleiding 4 2 Nadere uitwerking van de controletaak Gevaar voor verontreiniging Wettelijke verplichtingen Technische eisen installatie Beheer De controletaak 12 3 Wijze waarop de controle wordt uitgeoefend Integratie van de en taak Aandachtspunten bij integratie Indeling in risicoklassen Uitgangspunten voor het controleprotocol Controleprotocol In geval van beperkt risico In geval van verhoogd risico In geval van sterk verhoogd risico 19 4 Financiering Wijze van financieren per controleactiviteit 22 5 Communicatie Communicatie van de verplichtingen Communicatieplan op hoofdlijnen Communicatiematrix 26 6 Bijlagen 27 Bijlage 1: Begrippenlijst 28 Bijlage 2: Verplichtingen voor eigenaren/verbruikers 30 Bijlage 3: Artikelverwijzingen voor de juridische verankering van beheer 32 Bijlage 4: Stapsgewijze beschrijving van het controleprotocol 33 Bijlage 5: Legionelladoelgroep in BIK codes 36 Bijlage 6: Checklist controle-activiteiten waterbedrijven 38 Bijlage 7: Toelichting checklist 40 Bijlage 8: Beoordelingsaspecten 41 VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 3/42
4 1 Inleiding In de wijziging van het Waterleidingbesluit van 2004 is in artikel 15 de eigenaar van het waterleidingbedrijf aangewezen als controleur van de aangesloten woninginstallaties en collectieve installaties op gevaar voor verontreiniging. Gevaar voor verontreiniging omvat iedere negatieve beïnvloeding door de installatie die leidt tot een afname van de kwaliteit van het leidingwater. Het kan hierbij dus gaan om verkeerd materiaalgebruik, onvoldoende doorstroming, kruisverbindingen waardoor water van slechte kwaliteit in contact kan komen met drinkwater of groei van bacteriën. Om gevaar voor verontreiniging te voorkomen moet de installatie blijvend voldoen aan de technische eisen zoals genoemd in de NEN 1006, nader ingevuld in de Werkbladen. Een verontreiniging in de installatie bereikt de tappunten waardoor derden worden blootgesteld. De verontreiniging kan ook via terugstroming het openbare net bereiken en via dit net de aangesloten installaties en de gebruiker bereiken. De eigenaar van het waterbedrijf is daarom volgens artikel 15.1 Wlb verplicht om de aangesloten installaties te controleren op gevaar voor verontreiniging van het leidingnet van zijn bedrijf (terugstroming in openbaar net) en tevens volgens artikel 15.2 op gevaar van verontreiniging van het via de collectieve installaties aan derden ter beschikking gestelde leidingwater ( aan de tap ). Onderdeel van de controle in het kader van artikel 15.2 is controle op een verhoogd risico op legionellagroei. Gedurende twee jaar is op dit domein een Tijdelijke Regeling Legionellapreventie (TRL) in werking geweest. Legionellapreventie is opgenomen in hoofdstuk IIIc van het Waterleidingbesluit. Met ingang van 2005 wordt de controle op legionellapreventie geïntegreerd met de controle van de collectieve installatie. De controletaak omvat controle op circa collectieve installaties en 5,4 miljoen woninginstallaties. In de wijziging van het Waterleidingbesluit met het oog op legionellapreventie is een beperkt aantal eigenaren (ca ) verplicht om een risicoanalyse uit te voeren, een logboek bij te houden en periodieke analyses te doen. Dit betekent dat de waterbedrijven voor de uitvoering van de integrale controletaak in de overgrote meerderheid van de gevallen geen documenten, maar de installatie zelf moeten controleren. Het gaat in potentie dus om een omvangrijke taak. De opbouw van de controletaak is door de bedrijven gefaseerd opgezet en zal in 2006 resulteren in een landelijke uitvoering van ca controlebezoeken per jaar. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 4/42
5 De voorliggende Inspectierichtlijn gaat uit van integratie van de 15.1-taak en 15.2-taak. Redenen hiervoor zijn: 1. Efficiëntere uitvoering. 2. De twee controles zijn gericht op dezelfde klanten. De klanten zouden een aparte benadering, door dezelfde instantie, niet begrijpen. 3. Kennis, benodigd voor de uitvoering van de 15.2-taak (inhoudelijke kennis en kennis van de klanten) is aanwezig bij de uitvoerders van de 15.1-taak. De precieze inhoud van de controletaak wordt in deze richtlijn omschreven. Daarmee geeft de inspecteurgeneraal van VROM op dit punt duidelijkheid aan de waterbedrijven. De richtlijn bevat een controleprotocol. Dit protocol beschrijft de beide wettelijke controletaken van de waterleidingbedrijven in relatie tot de handhaving. De effectiviteit van het toezicht is afhankelijk van een goede afstemming over de uitvoering tussen waterbedrijven en VROM-Inspectie. De handhavingsmethodiek is opgenomen in de VIP (VROM-inspectieprocedure 2005) die afzonderlijk wordt gepubliceerd. De richtlijn start met een nadere uitwerking van het begrip gevaar voor verontreiniging en een beschrijving van de wettelijke verplichtingen. De wettelijke verplichtingen worden vertaald naar de controletaak (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 wordt de controletaak uitgewerkt tot een controleprotocol. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens kort in op de financiering van de controletaak. Hoofdstuk 5 bevat een communicatieplan op hoofdlijnen. In deze richtlijn worden begrippen gebruikt die enige toelichting behoeven. In bijlage 1 is een begrippenlijst opgenomen. Belangrijke documenten zijn: - Waterleidingbesluit (herzien ). - Model-Aansluitvoorwaarden Model-Leveringsvoorwaarden VEWIN-werkbladen NEN1006, 2002 incl. wijzigingsblad VROM-Inspectieprocedure 2005 (handhavingscriteria). VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 5/42
6 2 Nadere uitwerking van de controletaak Dit hoofdstuk brengt de huidige verplichtingen ten aanzien van aanleg en beheer van de installatie in kaart. Beschreven wordt in hoeverre deze wettelijke verplichtingen toereikend zijn voor voldoende reductie van het gevaar voor verontreiniging van zowel de tap als het eigen openbare net ( 2.1 en 2.2 ). Deze analyse leidt tot de formulering van de controletaak (2.3). 2.1 Gevaar voor verontreiniging Centraal in het Waterleidingbesluit staat de kwaliteit van het water en de zorgplicht van de eigenaar om deze kwaliteit voldoende te waarborgen. Artikelen 14 en 15 bevatten het begrip gevaar voor verontreiniging. Aangezien de controle gericht is op vermindering van dit gevaar voor verontreiniging is het van belang om dit begrip nader in te vullen en consequenties te benoemen voor de invulling van de controleactiviteiten. De omschrijving van de controleplicht in het Waterleidingbesluit (art. 15.1) luidt als volgt: De eigenaar van een waterleidingbedrijf controleert de middellijk of onmiddellijk op het leidingnet van zijn bedrijf aangesloten woninginstallaties, collectieve watervoorzieningen, collectieve leidingnetten en overige leidingwaterinstallaties op gevaar voor verontreiniging van het leidingnet van zijn bedrijf. Tevens controleert de eigenaar van een waterleidingbedrijf (art.15.2) de middellijk of onmiddellijk op het leidingnet van zijn bedrijf aangesloten collectieve watervoorzieningen en collectieve leidingnetten op gevaar van verontreiniging van het aan derden ter beschikking gestelde leidingwater. In de toelichting van het Besluit wordt gesproken over controle op aangesloten installaties en leidingnetten met het oog op de kwaliteit van het aan de afnemer ter beschikking gestelde leidingwater. De waterbedrijven oefenen de controle uit mede op basis van regels uit de Model-Aansluitvoorwaarden. Indien gebreken worden geconstateerd dienen de betreffende toezichthouders te worden geïnformeerd. Gevaar voor verontreiniging omvat iedere negatieve beïnvloeding door de installatie die leidt tot een afname van de kwaliteit van het leidingwater. De installatie moet voldoen aan de eisen als genoemd in de NEN 1006, nader ingevuld in de Werkbladen. Deze controles zijn niet rechtstreeks gericht op parametercontrole in het drinkwater, maar gericht op de fysische condities waarop het water aan de tap wordt gebracht. Zoals: gebruikte materialen, deugdelijke installatie, beheer van de installatie, beveiligingen, ongewenste opwarming, ingestelde temperaturen, voldoende verversing en waterbehandeling. Waterbedrijven controleren in het kader van het voorgeschreven meetprogramma ook de kwaliteit van het water. De bemonstering hiervoor volgt een ander traject en wordt steekproefsgewijs door de waterlaboratoria in opdracht van de waterbedrijven uitgevoerd gedurende productie en transport, maar ook aan de tap bij de verbruiker in het distributiegebied. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 6/42
7 De omvang en frequentie van die bemonstering is bij wet geregeld. Leidingwater moet voldoen aan de normtabellen 1 van bijlage A van het Waterleidingbesluit. De waterkwaliteitsgegevens worden jaarlijks gerapporteerd in het REWAB project. Daarnaast moeten installaties die zijn aangewezen in het kader van legionellapreventie voldoen aan een normstelling van 100 kolonievormende eenheden legionellabacteriën per liter drinkwater bij een aërosolvormend tappunt. Deze normstelling is in hoofdstuk IIIc van het Besluit opgenomen. 2.2 Wettelijke verplichtingen In deze paragraaf worden de diverse verplichtingen in kaart gebracht. De verplichtingen zijn onder te verdelen in verplichtingen ten aanzien van de kwaliteit van de installatie en die van het beheer van de installatie. De verplichtingen ten aanzien van de technische aspecten van de installatie worden over het algemeen goed gecommuniceerd. Dit geldt minder voor beheersaspecten. Deze zijn voor een deel verankerd in de VEWIN-werkbladen. Er bestaat echter bij de controlerende waterbedrijven de behoefte om dit nader te operationaliseren Technische eisen installatie Figuur 2.1 geeft een overzicht van de wettelijke verplichtingen voor eigenaren van installaties. Daarbij is uitgegaan van het Waterleidingbesluit van 28 december Dat heeft geen gevolgen voor de huidige omvang van het aantal collectieve installaties (ca ). De doelgroep voor legionellapreventie omvat ca locaties. Een relatief klein aantal collectieve installaties kent dus extra verplichtingen door de legionellapreventie. Het stroomschema is onderverdeeld naar doelgroepen. Er worden drie categorieën van doelgroepen onderscheiden: - woninginstallatie; - geen woninginstallatie en geen collectieve installatie; - collectieve installatie (= collectieve watervoorziening en/of collectief leidingnet). Per categorie is een nadere specificatie nodig om te bepalen wat de verplichtingen zijn. Binnen woninginstallaties wordt vanwege het verschil in risicoklassen onderscheid gemaakt in standaardinstallaties en niet-standaardinstallaties 2. Bij de collectieve installaties wordt onderscheid gemaakt tussen installaties die aangesloten zijn op het net van het waterbedrijf en installaties die daar niet op zijn aangesloten. Bij deze laatste groep heeft het waterbedrijf geen controlerende taak. Hier treedt de VROM-Inspectie op als controlerende instantie. Daarnaast is aan de orde de vraag of bij de betreffende collectieve installatie sprake is van een behandeling van het water (eigen winning, ontharding, of andere behandeling), dan wel distributie van meer dan 100 m 3 drinkwater (drw) gemiddeld per dag dan wel meer dan 30 m 3 warm tapwater (wtw) gemiddeld per dag. Als dit het geval is geldt naast de algemene verplichtingen omtrent de deugdelijkheid van het water een plicht tot het opstellen en uitvoeren van een meetprogramma met de bijbehorende voorschriften. Indien bijvoorbeeld een toestel in het leidingnet wordt geplaatst voor legionellapreventie zal niet alleen moeten worden voldaan aan de voorschriften van de Bestrijdingsmiddelenwet en artikel 17g en 17h van het Waterleidingbesluit, maar moet ook een meetprogramma worden opgesteld en uitgevoerd. 1 Een normstelling voor Legionella ontbreekt in deze tabellen, maar wordt wel genoemd in hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit. 2 Onder niet-standaardinstallaties vallen bijvoorbeeld regenwateropvang en huishoudwater. Het gaat om de aanwezigheid van andere waterleidingnetten met water van een mogelijk slechtere kwaliteit. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 7/42
8 Doelgroep Nadere specificering Risicoklasse Verplichtingen eigenaar/verbruiker Woninginstallatie Standaard Niet s tandaard NEN 1006/Werkbla - den Aa nsluit - en leverings - voorwaarden Geen woninginstallatie en geen collectieve installatie 1-5 Wlb: art. 14 Bouwbesluit Collectieve installatie Niet * aangesloten Aangesloten Geen behandeling en geen distributie 100 m 3 drw/d of 30 m 3 wtw/d Behandeling: - eigen winning - ontharding - productie 30 m 3 wtw/d - andere behandeling Wlw: 15a jo. 4 t/m 8, 15e Wlb: 4, 4a, 4b, 4c, 4d, 5, 14, 15 lid 4, 24 lid 2 Wlb: 6, 6a, 6b, 7, 25, 63 Distributie: m 3 drw/d - 30 m 3 wtw/d 1-5 Aerosol-vormende tappunten - zorginstelling - verblijfaccommodatie - asielzoekerscentrum - penitentiaire inrichting - badinrichting - kampeerterrein - jachthaven 1-5 legionellapreventie Wlb: 17j t/m 17n * geen controle door waterbedrijf Figuur 2.1 Overzicht van de verplichtingen per doelgroep VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 8/42
9 Elke tak van het stroomdiagram eindigt in een verplichting voor de eigenaar/verbruiker. Hieronder worden de verplichtingen kort omschreven. Bijlage 2 gaat hier meer specifiek op in. NEN 1006 / Vewin-werkbladen Technische voorschriften voor installatie en onderhoud van alle leidingwaterinstallaties, zowel woninginstallaties, collectieve installaties als installaties die niet als woninginstallatie of collectieve installatie worden aangemerkt. Aansluit- en leveringsvoorwaarden Deze voorschriften gelden voor alle installaties, tenzij er geen aansluiting is op het net van het waterbedrijf. De voorschriften maken onderdeel uit van de privaatrechtelijke overeenkomst tot levering van leidingwater tussen waterbedrijf en verbruiker. Omdat de aansluit- en leveringsvoorwaarden per waterbedrijf kunnen verschillen, wordt hier vanwege eenvoud uitgegaan van het door de VEWIN opgestelde Model Aansluit- en Leveringsvoorwaarden. Hieronder volgen de voor de controle meest relevante voorwaarden. Model-Aansluitvoorwaarden Bevat het recht van het waterbedrijf om levering te beëindigen, onder meer als controle niet kan worden uitgevoerd. Drinkwaterinstallaties moeten voldoen aan de recente versie van NEN Het waterbedrijf is bevoegd (niet verplicht) om de installatie te controleren en kan kosten hiervoor in rekening brengen. De verbruiker is verplicht de leidingwaterinstallatie op een zorgvuldige en doeltreffende wijze te beheren, opdat deze installatie redelijkerwijs geen gevaar voor verontreiniging van het leidingnet van het bedrijf of het aan derden ter beschikking gestelde water oplevert. Deze verplichting geldt voor alle installaties. Voor een installatie die op grond van de VEWIN-publicatie advies over de indeling in risicoklassen van aansluitingen op het waterleidingnet is ingedeeld in risicoklasse 4 of 5, geldt dat de verbruiker aantoonbaar moet voldoen aan het gestelde in het Werkblad 1.4 G. Model-Leveringsvoorwaarden Bevat de bevoegdheid van het waterbedrijf om de drinkwaterinstallatie te onderzoeken en eventueel de eigenaar te verplichten tot herstel. Het waterbedrijf is bevoegd de levering te onderbreken als de drinkwaterinstallatie niet voldoet aan aansluitvoorwaarden. De aanvrager/verbruiker is verplicht tot medewerking bij o.a. controle op de naleving van de voorwaarden. Indien de aanvrager of verbruiker geen eigenaar is van het perceel staat hij ervoor in dat eigenaar akkoord gaat met alle handelingen noodzakelijk voor onder meer de levering. NB: De Aansluit- en Leveringsvoorwaarden leggen verplichtingen op aan de verbruiker, terwijl Waterleidingwet/Waterleidingbesluit zich richt op de eigenaar van de installatie. Waterleidingwet Bevat de zorgplicht voor deugdelijkheid leidingwater en leidingnet. Eigenaren moeten op verzoek inlichtingen verstrekken en medewerking verlenen aan VROM-Inspectie. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 9/42
10 Zij moeten metingen uitvoeren, de resultaten bewaren en normoverschrijdingen melden en door VROM- Inspectie opgelegde maatregelen uitvoeren. VROM-Inspectie kan levering verbieden. Eigenaren hebben de plicht tot het informeren van verbruikers bij risico voor de volksgezondheid. Waterleidingbesluit Eigenaren hebben een zorgplicht om verontreiniging te voorkomen van zowel het leidingnet waarop men is aangesloten als het ter beschikking gesteld leidingwater. Eigenaren moeten zorgen voor deugdelijk leidingwater bij het tappunt door een deugdelijke inrichting en onderhoud van de installatie, maar hebben beperkte verantwoordelijkheid als een normoverschrijding veroorzaakt wordt door een installatie waaraan doorgeleverd wordt. Normstelling, eisen aan monstername en analyses zijn opgenomen en de relatie tussen toezichthouder en eigenaar bij normoverschrijdingen wordt geregeld. Artikel 14 bevat de zorgplicht om verontreiniging te voorkomen van zowel leidingnet waarop men is aangesloten als het ter beschikking gestelde leidingwater. Eigenaren moeten medewerking verlenen aan controle door het waterbedrijf. Artikel 17 van het Waterleidingbesluit bevat verplichtingen voor legionellapreventie; een risicoanalyse, het opstellen van een beheersplan, een logboek en het nemen van monsters voor de analyse op legionellabacteriën Beheer Definitie van beheer: Preventief en correctief onderhoud door controles en bijstellende maatregelen. Invloed van beheer op risico: Uit controles van leidingwaterinstallaties is gebleken dat wanneer geen of onvoldoende beheer wordt uitgevoerd het risiconiveau ten aanzien van veiligheid verslechterd. Twee concrete voorbeelden zijn: 1. Het niet bijhouden van wijzigingen en aansluiten van nieuwe toestellen met als gevolg het niet of verkeerd plaatsen van beveiligingen of het plaatsen van verkeerde beveiligingen. 2. Toename van risico op groei van legionellakolonies. Wanneer niet regelmatig temperaturen worden gecontroleerd en temperatuurregelingen worden afgesteld kan dit uiteindelijk leiden tot te lage temperaturen bij warmwater en/of te hoge bij koudwater in leidingen, opslag of aan de tappunten. Beide voorbeelden kunnen leiden tot gevaar voor verontreiniging van het eigen net en het aan derden geleverd water aan tappunten. Bij risicovolle installaties draagt beheer bij aan een veilige installatie en valt onder de zorgplicht als geformuleerd in artikel 14 van het Waterleidingbesluit. Controle op beheer is gewenst, zowel uit hoofde van artikel 15.1 als van artikel 15.2 van het waterleidingbesluit. Verplichtingen ten aanzien van beheer Voor alle drinkwatersystemen is goed beheer noodzakelijk. Echter, het ontbreken van beheer leidt niet in alle gevallen tot een onacceptabel risico. Ook eigenaren van installaties in risicoklasse 1 of 2 (paragraaf 3.3 ) moeten zorgen voor een adequate installatie. Actief beheer wordt bij deze eigenaren niet gevraagd. Ook is het, vanuit praktische overwegingen en ervaringen met de uitvoering van de TRL, niet zinvol gebleken om beheerstaken voor legionellapreventie verplicht te stellen bij laagrisico installaties. Bij een aantal complexe systemen en systemen waar met gevaarlijke vloeistoffen wordt gewerkt is beheer gewenst. De hoge risicoklasse-indeling in combinatie met andere criteria bepaalt dan of een eigenaar verplicht is beheerspakket A of B uit te voeren. De eigenaar van een prioritaire installatie waar legionellapreventie wel verplicht moet worden toegepast zal beheer uitvoeren volgens pakket C. Pakket D bevat wettelijke meetprogramma s voor waterbehandeling, drinkwaterreservoirs, legionellabemonstering en alternatieve legionellapreventie. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 10/42
11 In tabel 2.1 zijn de beheerstaken per pakket in beeld gebracht. Het betreft hier een selectie van eisen die VROM-Inspectie als minimaal noodzakelijk typeert. Tabel 2.1 Overzicht van de verplichte beheerstaken van pakketten A,B,C,D. Nr Verplichte beheerstaken A B C D 1 Periodieke controle op toestelbeveiligingen v v 2 Beschikbaar hebben van actuele installatietekeningen v 3 Controle op doorstroming en verversing v 4 Uitvoeren van verplicht meetprogramma v 5 Uitvoeren beheersplan legionellapreventie v 6 Bijhouden lijst toestellen en beveiligingen v v 7 Bijhouden van een logboek v 8 Bijhouden van controlelijsten v Welk pakket van toepassing is wordt bepaald door de aanwezigheid van criteria zoals weergegeven in tabel 2.2. Het begrip risicoklasse wordt verder behandeld in hoofdstuk 3.3. Tabel 2.2 Criteria voor de verplichting tot beheerspakketten Pakket A Pakket B Pakket C Pakket D Risicoklasse Kans wijzigen >Qn6 Kwetsbaarheid Meetprogramma 4 5 x x x x x x Toepassing van alleen de risicoklasse-indeling zou er toe leiden dat òf beheer van complexe systemen in risicoklasse 4 niet wordt gecontroleerd, òf dat van alle eenvoudige systemen in risicoklasse 4 (bijvoorbeeld veel agrarische bedrijven) beheer wordt gevraagd. Terwijl dit eigenlijk niet altijd nodig is. Om uit deze impasse te komen wordt een eigenaar/verbruiker verplicht de beheerstaken volgens pakket A uit te voeren, wanneer het object is ingedeeld in risicoklasse 4 èn er kans op wijzigen is èn de watermeter in de aansluiting groter is dan Qn6, als maat voor het debiet. Een eigenaar/verbruiker wordt verplicht de beheerstaken volgens pakket B uit te voeren, wanneer het object is ingedeeld in risicoklasse 5 èn er kans op wijzigen is èn de watermeter in de aansluiting groter is dan Qn6. Dit beheer is opgenomen in de aansluitvoorwaarden. Eigenaren/verbruikers van installaties die ingedeeld zijn in risicoklasse 3 worden niet verplicht om beheerstaken uit te voeren, omdat consequenties van slecht beheer beperkt zijn. Indien er wel sprake is van onacceptabel risico, dan behoort de installatie ingedeeld te zijn (of te worden) in risicoklasse 4 of 5. De verplichting tot het naleven van meerdere beheerspakketten kan ook optreden: bijvoorbeeld pakket A samen met C en D. Bij een beperkt aantal eigenaar/verbruikers wordt beheer dus echt afgedwongen. Dit is direct afhankelijk van de risico-indeling. Omgekeerd betekent het, wanneer er sprake is van onacceptabel risico door het ontbreken van beheer, de installatie ingedeeld behoort te worden in risicoklasse 4 of 5. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 11/42
12 Bronverwijzing van de beheerstaken: De periodieke controle van toestelbeveiligingen (beheerstaak 1) is in VEWIN werkblad 1.4G verankerd. In NEN 1006 wordt verplicht gesteld dat controle zo gemakkelijk mogelijk moet zijn. De verplichting tot het beschikken over installatietekeningen die actueel zijn (beheerstaak 2) is genoemd in de werkbladen onder verwijzing naar de NEN 1006 en in hoofdstuk IIIC, Wlb. Controle op adequate doorstroming/verversing van essentiële leidingdelen (nr. 3) is genoemd in de werkbladen en in hoofdstuk IIIC, Wlb. Verplichte meetprogramma s (nr. 4) zijn voldoende omschreven. Het meetprogramma voor drinkwaterreservoirs is opgenomen in de VEWIN-werkbladen. De meetverplichting voor verbruiken hoger dan gemiddeld 100 m 3 per dag drinkwater of 30 m 3 per dag warmtapwater is opgenomen in het Waterleidingbesluit. Bij behandeling van drinkwater (plaatsen van een toestel b.v. voor desinfectie) is een meetprogramma voorgeschreven. Zie hiervoor de modelmeetprgramma s. Het meetprogramma voor legionellapreventie is beschreven in art.17 Wlb. Het uitvoeren van beheersmaatregelen conform het beheersplan legionellapreventie (nr. 5) is vastgelegd door middel van de wijziging van het Waterleidingbesluit Het bijhouden van een overzicht met toestellen en hun beveiligingen (nr. 6) is in de werkbladen verplicht gesteld, evenals het bijhouden van een logboek (nr. 7). 2.3 De controletaak De in het Waterleidingbesluit omschreven controletaak kan aangrijpen op drie punten: - De kwaliteit van het leidingwater. - De kwaliteit van de installatie. - De kwaliteit van de manier waarop de eigenaar omgaat met de installatie. De kwaliteit van het leidingwater wordt voor eigenaren met een meetverplichting geoperationaliseerd door controle op aanwezigheid en uitvoering van het meetprogramma. De juridische basis is hiervoor voldoende aanwezig. De controle van de kwaliteit van de installatie wordt geoperationaliseerd door een visuele controle van de installatie op het voldoen aan NEN 1006 en de VEWIN-werkbladen. De juridische basis is hiervoor voldoende aanwezig. Het controleren op beheer dient twee doelen. Het eerste doel is het bevorderen van goed beheer. Het tweede doel is het vereenvoudigen van de controletaak. Immers, indien een eigenaar goed beheert dan is goede informatie beschikbaar voor de controle door het waterbedrijf. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 12/42
13 Belangrijke elementen in de controle zijn daarom: o toetsen op de aanwezigheid van bijgewerkte informatie; o een juiste beveiliging; o bewijs van uitvoering van beheer. In de praktijk betekent dit dat tijdens de visuele controle de controleur onderzoekt of de eventuele risico s bekend zijn en er beheer wordt uitgevoerd. De controles hebben betrekking op zeer veel installaties, die qua ouderdom grote verschillen vertonen. De regelgeving, waaronder de NEN-1006 norm en de daarvan afgeleide VEWIN-werkbladen, wordt voortdurend aangepast aan de nieuwste inzichten. In redelijkheid kan niet verlangd worden dat iedere instrumentele wijziging c.q. verbetering leidt tot een vervanging van het bestaande. Daarom wordt de volgende gedragsregel gehanteerd bij de controles: - Hanteer de regelgeving ten tijde van de aanleg van de installatie. - Hanteer voor relevante volksgezondheidsaspecten altijd de nieuwe inzichten voor alle installaties. - Bij wijziging van de installatie gelden voor het gewijzigde deel de nieuwe regels. - Bij uitbreiding van de installatie gelden voor het nieuwe deel de nieuwe regels. Een apart aspect vormt de controle bij nieuwbouw. De controle op de bouwkundig gewenste voorzieningen wordt uitgeoefend door de gemeente. De specifieke leidingwatertechnische kennis is aanwezig bij de controleurs van de waterbedrijven. Uit eerdere controles bij nieuwbouw is gebleken dat een hoog percentage niet deugdelijke installaties wordt opgeleverd. Ook de nieuwe preventievoorschriften voor de legionellabacterie dienen deels tijdens de bouwfase geïmplementeerd te worden. Achteraf is een bouwkundig noodzakelijke wijziging niet, of tegen hoge kosten, te corrigeren. Voorlichting vanuit de overheid naar de opdrachtgever, aannemer en installateur zal hier verbetering moeten bewerkstelligen. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 13/42
14 3 Wijze waarop de controle wordt uitgeoefend De geïntegreerde controletaak is vertaald naar een controleprotocol. Dit controleprotocol geeft weer op welke wijze de beoordeling van een situatie resulteert in acties van het waterbedrijf. 3.1 Integratie van de en taak Waterbedrijven zijn verplicht alle aangesloten installaties te controleren op gevaar voor verontreiniging van het openbare net (art. 15.1) en voor derden (art. 15.2). Deze controle op circa collectieve installaties en 5,4 miljoen woninginstallaties vraagt echter dat de leidingwaterinstallatie op locatie en met een zekere frequentie moet worden gecontroleerd. Integratie van de en 15.2-taak leidt tot een efficiënte uitvoering van de controletaak. Integratie heeft ook andere voordelen: 1. Het gaat bij beide taken over dezelfde eigenaar en installatie en de klant zou een aparte benadering, door dezelfde instantie, niet begrijpen. 2. Kennis voor de uitvoering van de 15.2-taak is aanwezig bij de uitvoerders van de 15.1-taak. 3. Het 15.2-klantensegment valt nagenoeg geheel binnen het 15.1-klantensegment. 4. De 15.1-klanten mogen deels bekend verondersteld worden bij het waterbedrijf. Bij de uitvoering van de 15.2-taak kan gebruik gemaakt worden van deze informatie. Overigens beschikken de waterbedrijven op dit moment niet over voldoende informatie om de 15.2-klanten goed te kunnen benaderen. Op grond van de voordelen en hun belang voor de waterbedrijven is bij het opstellen van het controleprotocol uitgegaan van geïntegreerde uitvoering van de en 15.2-taak. Nadelen kunnen zijn: de vermenging van de verantwoordelijkheden van waterbedrijf en overheid en er is geen transparante kostentoedeling mogelijk voor de afzonderlijke taken. In het controleprotocol worden deze aandachtspunten meegewogen. 3.2 Aandachtspunten bij integratie Vermenging verantwoordelijkheden waterbedrijf en overheid Het waterbedrijf heeft als kerntaak het betrouwbaar leveren van drinkwater met betrouwbare kwaliteit. De klant betaalt hiervoor. De meeste klanten zijn gebonden aan het waterbedrijf. Alleen sommige grote klanten hebben alternatieven. Het waterbedrijf is gebaat bij een goede relatie met de klant. Deze relatie is gebaat bij transparantie en een duidelijke rolafbakening. De 15.1-taak ligt direct in het verlengde van de kerntaak van het waterbedrijf. Immers, het waterbedrijf is verantwoordelijk voor de levering van water met een betrouwbare kwaliteit. Terugstroming van verontreiniging in het net bedreigt de kerntaak. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 14/42
15 In het kader van de aansluitvoorwaarden en de leveringsvoorwaarden is het voor de klant acceptabel dat het waterbedrijf de installatie en de eigenaar controleert op de kwaliteit van (het beheer van) de binneninstallatie. Als dit niet voldoet dan kan het waterbedrijf ver gaan in het afdwingen van verbetering. Het is wat anders als het waterbedrijf geen directe schade kan oplopen door terugstroming van verontreiniging. Als alleen de derde die gebruik maakt van water aan tappunten mogelijk gevaar loopt, zal een eigenaar het als ongewenste inmenging kunnen ervaren wanneer het waterbedrijf dan maatregelen afdwingt (deze situatie komt overigens zelden voor). In gevallen van sterk verhoogd risico is bijna altijd sprake van gevaar voor verontreiniging aan zowel tappunten als voor het openbare net, als gevolg van terugstroming. In al deze gevallen kan het waterbedrijf dwingend optreden vanuit het beschermen van de eigen kerntaak. Wanneer alleen sprake is van gevaar voor verontreiniging van water aan tappunten en sprake is van een sterk verhoogd risico (in de praktijk slechts een zeer klein aantal gevallen), dan kan het waterbedrijf direct contact opnemen met VROM- Inspectie en samen optrekken. De meeste van de controles leiden tot de constatering van tekortkomingen op het gebied van de installaties en/of het beheer waarbij sprake is van verhoogd risico, maar waar nog geen sprake is van sterk verhoogd risico. In die situaties kan zowel vanuit de 15.1-taak als vanuit de 15.2-taak de eigenaar een termijn gegeven worden voor het verbeteren van de situatie. In deze situaties is het optreden van het waterbedrijf sowieso minder dwingend. Komt een eigenaar vervolgens niet in actie, dan zal het waterbedrijf in het kader van handhaving de VROM-Inspectie inschakelen. Geen transparante kostentoerekening aan de beide taken De relatie tussen het waterbedrijf en de klant is gebaat bij transparantie van kosten. Integratie van 15.1 en 15.2 maakt het niet meer mogelijk om aan de klant duidelijk te maken dat bepaalde kosten zijn gemaakt ter bescherming van de afnemer via het eigen net en dat andere kosten zijn gemaakt voor bescherming van de afnemer vanuit de collectieve installatie. Als de taak geïntegreerd wordt uitgevoerd is onderscheid in kosten tussen de taken niet meer mogelijk. Dit kan niet worden vermeden. Wel is het mogelijk om er voor te zorgen dat klanten die een goede invulling geven aan hun zorgtaak niet de kosten dragen die veroorzaakt worden door klanten die geen goede invulling geven aan de zorgtaak. Dit leidt tot twee aandachtspunten: 1. Als er op basis van de basiscontrole in de binneninstallatie geen afwijkingen worden geconstateerd, dan meldt de controleur dat de installatie op de gecontroleerde punten voldoet, maar dat de eigenaar verantwoordelijk is en blijft voor het blijvend voldoen van de gehele installatie aan de richtlijnen. De controle kan hierdoor beperkt en gelijk van omvang voor klanten in een bepaalde risicoklasse blijven. Additionele kosten voor hercontrole, etc. kunnen wel in rekening worden gebracht (facturering of boetes). De hercontrole kan diepgaander zijn. 2. Vanuit de voorlichtingtaak wordt los van de controletaak voorlichting gegeven hoe de eigenaar kan (blijven) voldoen aan de normen. 3.3 Indeling in risicoklassen De waterbedrijven controleerden voorheen hun klanten in het kader van de 15.1-taak. Hierbij werd gebruik gemaakt van de gevarenklasse-indeling. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 15/42
16 De indeling van een klant in een gevarenklasse bepaalde of en zo ja, met welke frequentie klanten werden gecontroleerd. De indeling in een gevarenklasse is een maat voor het gevaar van terugstroming van verontreiniging naar het net van het waterbedrijf 3. Nu de waterbedrijven de 15.1 en de 15.2 controletaken integreren is deze indeling niet meer toereikend. Immers, de 15.2-taak betreft controle op gevaar voor verontreiniging van aan derden geleverd water. Het gaat hierbij dus niet alleen om de kans op verontreiniging, maar ook om het mogelijke effect. Het mogelijke effect wordt mede bepaald door wie de derden zijn. Als dit kwetsbare verbruikers zijn, dan moet de betreffende installatie een hogere prioriteit krijgen. Een objectieve maat hiervoor wordt gevormd door de lijst met legionelladoelgroepen die is opgenomen in hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit en is vertaald naar de BIK-codes (zie bijlage 5). De nieuwe risicoklassenindeling is gebaseerd op het Advies over de indeling in risicoklassen van aansluitingen op het leidingwaternet (VEWIN, jan. 2005). De risicoklassenindeling bepaalt de mate van het gezondheidsrisico voor gebruikers van leidingwaterinstallaties, zowel via de tap (art.15.2) als teruggeleverd via het distributienet naar andere verbruikers (art.15.1). Bij de bepaling van de risicoklasse wordt de objectmatrix voor het betreffende bedrijf ingevuld. Uitgangspunten van de nieuwe indeling: 1. Moet 15.1 en 15.2 afdekken. De oude gevaren- en kwetsbaarheidklasse is daarmee vervallen. 2. Heeft als basis de nieuwe risicoklassenindeling van In verband met de wijziging van aanduiding van watermeters is Qn5 vervangen door Qn6. 3. Benut het eindrapport van de Werkgroep Frontbeveiliging: Evaluatie bedrijfstakbeleid m.b.t. beveiliging hoofdleidingnet tegen terugstroming d.d. maart Moet rekening houden met: risico = kans x gevolg. 5. Gaat uit van beveiliging op toestelniveau. Wanneer het aan de tap safe is, geldt dat ook voor de veiligheid voor het net en daarmee voor indirecte gebruikers van installaties bij de buren. Hiermee is art en ten dele art zeker gesteld. Blijft over risico op bacteriëngroei Maakt voor wat betreft de indeling in een klasse geen gebruik meer van het criterium zeer groot c.q. toegang beperkt van de voormalige gevarenklasse indeling. Deze parameter leidt tot een hogere gevarenklasse en daarmee kortere inspectietermijn. Echter in de praktijk is het object juist niet of moeilijk te controleren. Beoordeling van een installatie op dit criterium kan wel leiden tot een zwaardere additionele frontbeveiliging. Tabel 3.1 Objectmatrix van de risicoklasse-indeling, zie advies risicoklassen VEWIN 2005 Vloeistof Grootte/Soort Extra risico Kwetsbaarheid contact met Qn andere risico van LCI categorie <6 >6 leiding netten wijzigen indeling laag middel hoog 5 3 Controle in het kader van de Tijdelijke Regeling voor Legionellapreventie maakte gebruik van een kwetsbaarheidindeling. De nieuwe risicoklassenindeling combineert de oude gevarenklassenindeling met de prioritaire legionella doelgroepen. 4 Overigens zijn er ten aanzien van artikel 15.2 meer aspecten dan alleen toestelbeveiligingen die tot overschrijding van de norm kunnen leiden. Deze aspecten zijn voldoende meegenomen door de grootte van de watermeter mede bepalend te maken voor de indeling in risicoklassen. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 16/42
17 Tabel 3.2 geeft vervolgens de controlefrequenties voor de vijf risicoklassen. De installaties met de hoogste risico s, waaronder legionellapreventie, worden relatief frequent geïnspecteerd. Voor de risicoklasse 2 betekent het een statistisch verantwoorde steekproef. Communicatie over de resultaten van de steekproef moet de naleving bevorderen. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat alle doelgroepen voor legionellapreventie zoals aangewezen in hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit een eerste controle ondergaan binnen een termijn van 3 jaar. Afhankelijk van de resultaten worden daarna de controletermijnen van klasse 4 of klasse 5 doorgevoerd. Tabel 3.2 Controletermijn per risicoklasse in jaren. risicoklasse controletermijn 0 steekproef Uitgangspunten voor het controleprotocol In het controleprotocol worden acties afhankelijk gemaakt van een inschatting van het risico. Hierbij zijn de termen beperkt, verhoogd en sterk verhoogd risico gehanteerd. Deze termen zijn in bijlage 1 gedefinieerd. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd bij het formuleren van het controleprotocol: 1. Een geïntegreerde uitvoering van de en 15.2-taak. 2. Een nieuwe installatie voldoet aan NEN 1006 en de VEWIN-werkbladen, recente uitgave. 3. Wijzigingen worden uitgevoerd volgens NEN 1006 en de VEWIN-werkbladen, recente uitgave. 4. Relevante volksgezondheidsaspecten worden beoordeeld volgens de nieuwste inzichten. 5. Voor de werkwijze is er vanuit gegaan dat het basiscontroledeel, indien mogelijk, beperkt wordt tot een deel van de installatie en dat uitbreiding van de controle in een hercontrole afhankelijk wordt gesteld van de bevindingen. 6. Uitgangspunt is dat in principe de gebruiker 5 van de installatie wordt aangesproken op de installatie en dat deze zonodig de eigenaar informeert. 7. Tijdens de controle wordt de eigenaar/beheerder voorgelicht over de verantwoordelijkheden en de gevolgen van het niet nakomen van afspraken/aanwijzingen. 8. De termijnen voor het opheffen van aangetroffen gebreken zijn in principe zo kort mogelijk gesteld, rekening houdend met de haalbaarheid. 9. Handhaving door de VROM-Inspectie vindt in voorkomende gevallen zo snel mogelijk plaats. 10. De afbakening van een hercontrole is als volgt: het bezoek dat leidt tot het constateren van een gebrek en leidt tot het stellen van een termijn wordt gezien als eerste bezoek van de hercontrole. Het tweede bezoek, waarbij de inspecteur bepaalt of voldaan is aan de gestelde eisen, rondt deze hercontrole af. Leidt dit tweede bezoek wederom tot de constatering van gebreken en het stellen van een termijn, dan vormt dit bezoek tevens het eerste bezoek van de volgende hercontrole. 5 In het stroomdiagram wordt steeds gesproken van eigenaar. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 17/42
18 3.5 Controleprotocol Deze paragraaf beschrijft globaal het controleprotocol. Het controleprotocol is meer in detail schematisch opgenomen in figuur 3.1. Bijlage 4 bevat een stapsgewijze beschrijving van het controleprotocol. De controle start met de selectie van de te benaderen klanten op basis van de termijnen behorende bij de risicoklasse waarin de installatie van de eigenaar/verbruiker is ingedeeld. De eigenaar/verbruiker wordt schriftelijk geïnformeerd en de controle op installatie en/of beheer wordt uitgevoerd. Als de controleur geen gebreken constateert, ontvangt de eigenaar een brief en wordt de controle administratief afgerond In geval van beperkt risico Wanneer de installatie of het beheer niet voldoet en er sprake is van beperkt risico (zie bijlage 1) dan ontvangt de eigenaar/verbruiker een brief waaruit blijkt dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden en wordt de eigenaar/verbruiker verzocht dit te verbeteren. Er wordt geen termijn gesteld en er vindt geen hercontrole plaats, maar er wordt wel gecommuniceerd dat de controle periodiek is In geval van verhoogd risico Is er sprake van een verhoogd risico (zie bijlage 1) voor het openbare net en voor derden die het water gebruiken dan wordt de eigenaar schriftelijk een termijn gegeven voor verbetering. Hij moet na uitvoering het waterleidingbedrijf informeren dat de verbetering is doorgevoerd. Vervolgens bepaalt het waterleidingbedrijf of een hercontrole wordt uitgevoerd of dat genoegen wordt genomen met de melding van de aanpassing. Is er geen aanleiding voor een hercontrole of voldoet de installatie bij de hercontrole, dan ontvangt de eigenaar een brief en wordt de controle administratief afgehandeld. Indien bij 1e hercontrole blijkt dat de installatie/het beheer (nog) gebreken vertoont en het hier alleen gaat om gevaar voor derden die aan de tap water gebruiken, dan draagt het waterbedrijf het dossier over aan VROM-Inspectie. De VROM-Inspectie informeert het waterbedrijf over genomen acties. De eigenaar/verbruiker wordt hierover geïnformeerd. Is er tevens sprake van verhoogd gevaar voor verontreiniging van het openbare net, dan geeft het waterbedrijf schriftelijk een termijn voor verbetering. Voldoet de installatie bij de tweede hercontrole, dan wordt dit schriftelijk gemeld en worden de hercontrolekosten van het waterbedrijf in rekening gebracht. Indien bij de 2e hercontrole blijkt dat de installatie/het beheer (nog steeds) gebreken vertoond, dan wordt de eigenaar/verbruiker de mogelijkheid geboden een additionele (front)beveiliging aan te brengen. Doet hij dit, dan wordt het dossier overgedragen aan VROM-Inspectie. De VROM-Inspectie informeert het waterbedrijf over genomen acties. De eigenaar wordt hierover geïnformeerd. Hercontrolekosten van het waterbedrijf worden doorberekend. Brengt de eigenaar/verbruiker geen frontbeveiliging aan, dan wordt de installatie losgekoppeld van het openbare net. Hercontrolekosten worden doorberekend en een schriftelijke bevestiging volgt waarin wordt aangeven op welke wijze heraansluiting kan plaatsvinden. De VROM-Inspectie wordt hierover geïnformeerd. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 18/42
19 In geval van sterk verhoogd risico Geconstateerde gebreken kunnen ook ernstiger van aard zijn. Als er sprake is van sterk verhoogd risico (zie bijlage 1), dan wordt de eigenaar/verbruiker mondeling gesommeerd de benodigde aanpassing(en) binnen een vastgestelde termijn uit te voeren. Als de installatie bij de 1e hercontrole voldoet, dan ontvangt de eigenaar/verbruiker een brief en wordt de controle administratief afgerond. Blijkt de installatie niet in orde, en betreft het alleen gevaar voor derden die het water aan de tap gebruiken, dan wordt het dossier aan de VROM-Inspectie overgedragen. De eigenaar/verbruiker wordt hiervan in kennis gesteld. De VROM-Inspectie informeert het waterbedrijf over genomen acties. Hercontrolekosten worden doorberekend. Is er niet alleen gevaar voor derden via de tap, maar ook gevaar voor het openbare net, dan wordt de installatie losgekoppeld van het openbare net. Hercontrolekosten worden doorberekend en een schriftelijke bevestiging volgt waarin wordt aangeven op welke wijze heraansluiting kan plaatsvinden. De VROM- Inspectie wordt hierover geïnformeerd. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 19/42
20 Start Selectie Brief aan eigenaar Uitvoeren controle Installatie/ beheer gebreken geconstateerd? Ja Beperkt risico? Nee Ja Brief aan eigenaar Brief aan eigenaar Nee verhoogd Sterk verhoogd gev./risico? sterk verhoogd Brief aan eigenaar - eigenaar sommeren Melding aan i WLB i t ll - schriftelijke bevestiging Hercontrole? Nee Brief aan eigenaar 1e Hercontrole Ja Installatie/ beheer gebreken geconstateerd? Nee 1e Hercontrole Ja A B C D Figuur 3.1a Schematische weergave van het controleprotocol VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 20/42
21 Figuur 3.1b Schematische weergave van het controleprotocol A B C D Brief aan eigenaar Installatie/ beheer gebreken geconstateerd? Nee Brief aan eigenaar Ja Nee (alleen 15.2) - Brief aan eigenaar; - overdracht VROM-Inspectie i.v.m.handhaving Ja - - Brief aan eigenaar - Melding eigenaar aan WLB install. gereed Hercontrole 2e Vrom-Insp - Inst. Loskoppelen - Hercontrole kosten doorberekenen - Schriftelijke bevestiging Installatie/ beheer gebreken geconstateerd? Nee - Brief aan eigenaar - Hercontrole kosten doorberekenen Ja Additionele beveiliging plaatsen? Nee Ja - Brief aan eigenaar; - overdracht VROM-Inspectie i.v.m.handhaving - Hercontrole kosten doorberekenen - Inst. Loskoppelen - Hercontrole kosten doorberekenen - Schriftelijk bevestigen Administratief afhandelen STOP VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 21/42
22 4 Financiering De uitvoering van de controletaak zoals die is bedoeld in 15.1 en 15.2 is opgebouwd uit een aantal basisactiviteiten en activiteiten die het gevolg zijn van het niet voldoen van de installatie of het beheer. De financieringswijze moet: 1. Maatschappelijk aanvaardbaar zijn. 2. Eenvoudig zijn. 3. Eenduidig een betaler aanwijzen. 4. Acceptabel zijn voor de klanten. 5. Lage administratieve lasten met zich meebrengen (inclusief incasso). 6. Waterbedrijven zo weinig mogelijk benadelen ten opzichte van andere aanbieders van water (voor die klanten die kunnen kiezen van wie zij hun water betrekken). 4.1 Wijze van financieren per controleactiviteit Tabel 5.1 geeft een overzicht van de activiteiten ten behoeve van de uitvoering van de controle. In het overzicht gaan we er vanuit dat de basiscontroleactiviteiten in het kader van 15.1 en 15.2 zo beperkt mogelijk worden gehouden. Dat houdt in dat beoordeling van installatie en beheer plaats vindt op de reële risico s en dat advieswerk aan de markt wordt overgelaten. De basiscontroleactiviteiten worden gedekt door een tarief. Extra controleactiviteiten, veroorzaakt door eigenaren van installaties die niet voldoen, mogen worden doorberekend aan de betreffende eigenaren. Dit doorberekenen gebeurt dan in principe via in rekening gebrachte werkelijke kosten. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 22/42
23 Tabel 5.1 Overzicht van de controleactiviteiten en financieringswijzen Controleelement Basiscontrole Aanvullende controle Financiering Nieuwbouw Installatieontwerp Controle art.15 Aansluitkosten Controlekosten Controlelegionellapreventie Hercontrole Bij aansluiting in rekening brengen Bestaande bouw Mutaties Controle van beheersplannen Controle art.15 Controlelegionellapreventie Beoordeling van tekeningen of beheerspakket Controle art.15 Controlelegionellapreventie Hercontrole Hercontrole Niet apart in rekening brengen In rekening brengen Niet apart in rekening brengen In rekening brengen Bij het in rekening brengen gelden drie criteria: 1. De eigenaar voldoet na een gegeven termijn nog steeds niet aan de gestelde norm. 2. De eigenaar kan hiervoor geen rechtsgrond aanvoeren. 3. De normen zijn duidelijk gesteld. Ook moeten de verplichtingen en de wijze waarop de eigenaar aan de verplichting kan voldoen helder zijn gecommuniceerd. Het in rekening brengen gaat als volgt: o Tijdens de basiscontrole zijn gebreken geconstateerd en de controleur heeft een termijn gegeven voor verbeteringen. o Tijdens het eerste hercontrole blijkt dat de verbruiker (en daarmee de eigenaar) zonder rechtsgrond niet voldoet aan duidelijk gestelde normen. De kosten worden in rekening gebracht. Is het wel in orde dan worden geen geen kosten in rekening gebracht. o Indien meer hercontroles volgen, worden die kosten inclusief de eerste hercontrole in rekening gebracht. Dit gebeurt in principe op basis van werkelijke kosten. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 23/42
24 5 Communicatie 5.1 Communicatie van de verplichtingen Eigenaren van collectieve installaties zijn zich nauwelijks bewust van bestaande verplichtingen, laat staan van veranderingen in die verplichtingen. Ze staan in de regel niet stil bij de kwaliteit van hun installaties en het beheer daarvan. Aan de waterinstallatie wordt alleen maar aandacht geschonken als er sprake is van nieuwbouw, speciale bedrijfsprocessen (bijvoorbeeld in de gezondheidszorg) of van buitengewone omstandigheden (verontreinigd of besmet water). Controle op de naleving van de verplichtingen (zie hoofdstuk 2) kan alleen maar effectief worden uitgevoerd als de eigenaren zich bewust zijn van hun verplichtingen en beheerstaken. 5.2 Communicatieplan op hoofdlijnen In dit plan op hoofdlijnen wordt kort ingegaan op de communicatie van de controletaak van waterleidingbedrijven richting doelgroep(en). Belangrijke onderdelen zijn het doel, de boodschappen (wat wordt gecommuniceerd en door wie), het middel (hoe wordt gecommuniceerd) en de planning (wanneer wordt gecommuniceerd). Doelgroepen Eigenaren/beheerders van (collectieve) leidingwaterinstallaties (risicoklasse 3-5) vormen de belangrijkste doelgroep (primaire doelgroep) in de communicatie van de controletaak van waterleidingbedrijven. De aandacht richt zich dan ook op deze doelgroep. Belangrijk daarbij is dat communicatie gefaseerd plaatsvindt. Het informeren van en via de brancheverenigingen vormt hierbij een apart spoor. Met name speelt het feit dat bij de planning van nieuwbouw de juiste richtlijnen worden gehanteerd. Indien controle achteraf tot aanpassing aanleiding geeft zijn hiermee onevenredig hoge kosten gemoeid. Eigenaren van woningen (standaard en niet-standaard, risicoklasse 1-2) en bedrijven in risicoklasse 1 en 2 vormen geen primaire doelgroep, aangezien in de praktijk nauwelijks tot geen controle bij hen zal plaatsvinden. Zij moeten echter wel geïnformeerd worden over de herziening van het Waterleidingbesluit en (voor risicoklasse 2) de aanscherpingen in de VEWIN werkbladen, NEN 1006 en de Inspectierichtlijn. Doel (in termen van kennis, houding en gedrag) Er kunnen in eerste instantie twee fasen in de communicatie worden onderscheiden. In de eerste fase wordt de primaire doelgroep op de hoogte gebracht van de wijzigingen in het Waterleidingbesluit, de aanscherping van verplichtingen (zorgplicht) en de daarbij behorende beheerstaken. De doelgroep zal zelf een indruk kunnen krijgen over de risicoklasse waarin men valt. Doel van deze fase is het vergroten van kennis bij de doelgroep en het creëren van een bewustzijn en positieve houding ten aanzien van de hen opgedragen beheerstaken. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 24/42
25 In de tweede fase zal de primaire doelgroep bij aankondiging van de eerste controle door de waterbedrijven nogmaals worden geïnformeerd over de eigen verantwoordelijkheid en de controletaak van de waterleidingbedrijven. De doelgroep wordt aangespoord en gestimuleerd daadwerkelijk tot actie over te gaan nu een controle in het verschiet ligt. Eigenaren van woningen en bedrijven in risicoklasse 1-2 worden bij de herziening van het Waterleidingbesluit geïnformeerd over onder meer de wijzigingen in dit besluit. Aangezien het gevaar voor verontreiniging van het openbare net en voor derden aan de tap beperkt is, ligt de nadruk in de communicatie niet bij deze groep 6. Boodschappen Richting primaire doelgroep zullen de volgende principes worden gecommuniceerd: o eigen verantwoordelijkheid eigenaar/beheerder (inclusief eigen indeling in risicoklasse); o verantwoordelijkheid waterleidingbedrijf over de kwaliteit van het leidingnet; o opgedragen rol controle door waterleidingbedrijven op gevaar voor verontreiniging van aan derden geleverd water; o bij in gebreke blijven betaalt de eigenaar de hercontrolekosten; o (mogelijk) wijze waarop de controlekosten worden doorberekend (via verhoging van het vastrecht). Alle eigenaren van woningen en bedrijven (in risicoklasse 1-5) worden geïnformeerd over de herziening van het Waterleidingbesluit en de consequenties daarvan. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij VROM. Mogelijke informatiekanalen zijn: o de websites van VROM, VEWIN en de waterbedrijven; o zenden van infobladen; o de eindafrekening water. Bij de herziening van het Waterleidingbesluit en naar aanleiding van de aanscherping van de VEWINwerkbladen en de Inspectierichtlijn ontvangt de primaire doelgroep een informatieblad van VROM/VEWIN. Bij aankondiging van de eerste controle ontvangt de primaire doelgroep een brief en nogmaals het informatieblad van VROM/VEWIN. Andere communicatiemomenten vormen de aanpassing van NEN 1006 en /of regelgeving. Voor acties richting eigenaren van woningen en bedrijven in risicoklasse 1-2: zie onder 5.3 Communicatiematrix. 6 Hangt uiteraard wel af van de kwaliteit van de installatie. Het waterbedrijf zal alleen installaties in risicoklasse 2 via een audit (2% van alle klanten) controleren. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 25/42
26 5.3 Communicatiematrix Doelgroep Doel Boodschap Middel Planning Eigenaren/beheerders van (collectieve) leidingwaterinstallaties Risicoklasse 3-5 Woningeigenaren (standaard en nietstandaard) en bedrijven in risicoklasse Informeren, kennis vergroten -Positieve houding creëren tov wijzigingen in Waterleidingbesluit - Aansporen, stimuleren tot actie tav beheerstaken - Informeren / kennis vergroten - Aanscherping verplichtingen (beheerstaken, zorgplicht, controlekosten - Eigen indeling in risicoklassen - Controletaak waterleidingbedrijven - Wijzigingen waterleidingbesluit en eventuele gevolgen voor woningeigenaren - Indelingsformulier risicoklasse en informatieblad bij herziening Waterleidingbesluit - Modelbrief en informatieblad bij aankondiging eerste controle - Website VROM, VEWIN, waterbedrijven - Brief bij eindafrekening water - Website VROM, VEWIN, waterbedrijven - Herziening Waterleidingbesluit - Aanscherping VEWIN werkbladen en Inspectierichtlijn -Bij aankondiging eerste controle -Aanscherping NEN Herziening Waterleidingbesluit. (risicoklasse 2) -Aanscherping VEWIN werkbladen en Inspectierichtlijn -Bij eindafrekening water -Aanscherping NEN 1006 VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 26/42
27 6 Bijlagen Bijlage 1 : Begrippenlijst Bijlage 2 : Verplichtingen voor eigenaren/verbruikers Bijlage 3 : Artikelverwijzingen voor de juridische verankering van beheer Bijlage 4 : Stapsgewijze beschrijving van het controleprotocol Bijlage 5 : Legionelladoelgroep in BIK-codes Bijlage 6 : Checklist controle-activiteiten waterbedrijven Bijlage 7 : Toelichting checklist Bijlage 8 : Beoordelingsaspecten VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 27/42
28 Bijlage 1: Begrippenlijst Beheer Preventief- en correctief onderhoud door controles en bijstellende maatregelen. Productcertificatie Borging van de kwaliteit van het eindproduct, de leidingwaterinstallatie, door toetsing van het eindproduct zelf aan vooraf vastgestelde criteria, bijvoorbeeld normen. Procescertificatie Borging van de kwaliteit van het eindproduct, de leidingwaterinstallatie, door toetsing van de beheerprocessen. Beperkt risico Het betreft een risico waarbij contact wordt mogelijk geacht met vloeistof tot en met vloeistofklasse 2 (vloeistofklasse 1 is drinkwater). Verhoogd risico Er wordt gesproken van verhoogd risico voor de gebruiker als een onbeveiligde (pers)kruisverbinding met een vloeistof van de vloeistofklasse 3 in het geding is en/of er is sprake van het niet voldoen aan de verplichtingen in het kader van de legionellapreventie in een installatie die behoort tot de prioritaire groep. Sterk verhoogd risico Er wordt gesproken van een sterk verhoogd risico voor de gebruiker als een onbeveiligde (pers)- kruisverbinding met een vloeistof van de vloeistofklassen 4 of 5 in het geding is en/of er is sprake van het niet voldoen aan de verplichtingen in het kader van legionellapreventie in een installatie die behoort tot de prioritaire groep. Aërosol Uiterst fijne nevel van vaste of vloeibare deeltjes in de atmosfeer of in een ander gas met afmetingen van 1 micrometer tot 10 micrometer. Leidingwater Water, bestemd om te drinken, te koken, voedsel te bereiden of andere huishoudelijke doeleinden, dat door een waterleidingbedrijf of een collectieve watervoorziening aan derden ter beschikking wordt gesteld. Voorbeelden: o Drinkwater; o Warm tapwater; o Huishoudwater. Periodieke controle Een verbruiker ingedeeld in de risicoklassen 3-5 zal periodiek bezocht worden door een controleur van het waterbedrijf. De maximale periode tussen twee periodiek controles hangt af van de indeling in risicoklasse. Basiscontrole Dit is de eerste fase van de controle vanaf aankondiging tot aan de eerste hercontrole door de controleur van het waterbedrijf. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 28/42
29 Hercontrole Onder de hercontrole verstaat de projectgroep een extra controle, noodzakelijk omdat geconstateerde gebreken van de installatie of het beheer daarvan leiden tot verhoogd of sterk verhoogd risico. Het bezoek dat leidt tot het constateren van een gebrek en leidt tot het stellen van een termijn wordt gezien als eerste bezoek van de hercontrole. Het tweede bezoek, waarbij de inspecteur bepaalt of voldaan is aan de gestelde eisen, rondt deze hercontrole af. Leidt dit tweede bezoek wederom tot de constatering van gebreken en het stellen van een termijn, dan vormt dit bezoek tevens het eerste bezoek van de volgende hercontrole. Woninginstallatie Leidingen, fittingen en toestellen, aangesloten op het distributienet van een waterleidingbedrijf of van een collectieve watervoorziening of op een collectief leidingnet, en deel uitmakend van een woning. Collectieve leidingwaterinstallatie Collectieve watervoorziening, collectief leidingnet of huishoudwatervoorziening; onder huishoudwatervoorziening wordt voor de toepassing van deze regeling verstaan een voorziening voor de winning of behandeling van water, dat met behulp van een leiding of distributienet als huishoudwater, zijnde water dat niet voldoet aan bijlage A van het Waterleidingsbesluit en uitsluitend bestemd is voor toiletspoeling, gebruik in wasmachine of het besproeien van de tuin, aan derden ter beschikking wordt gesteld. Collectief leidingnet De leidingen en fittingen en toestellen, tijdelijk maar anders dan voor bevoorrading, of permanent aangesloten op het distributienet van een waterleidingbedrijf of van een collectieve watervoorziening, met behulp van waarvan leidingwater aan derden ter beschikking wordt gesteld. Voorbeelden: o het leidingnet van een appartementengebouw (flatgebouw) vanaf het leveringspunt tot de woninginstallatie; o het leidingnet in kantoren, scholen, ziekenhuizen, hotels, etc.; o het leidingnet op kampeerterreinen etc.; o het leidingnet op en in industriële complexen, voor zover dit leidingwater bestemd is om te drinken, te koken, voedsel te bereiden of voor andere huishoudelijke doeleinden. Collectieve watervoorziening 1. Landgebonden voorziening, niet zijnde een waterleidingbedrijf, voor de winning of behandeling van water, waarmee met behulp van een leiding of distributienet leidingwater ter beschikking wordt gesteld. 2. Voorziening voor de winning, behandeling of distributie van water dat als leidingwater ter beschikking wordt gesteld, die aanwezig is op een mijnbouwinstallatie, aangewezen krachtens de Mijnwet 1903 of de Mijnwet continentaal plat. Voorbeelden van 1: o eigen winning en/of ter beschikking stelling van leidingwater op een kampeerterrein; o het opwarmen en/of ontharden van door een waterleidingbedrijf ter beschikking gesteld drinkwater, dat na behandeling als leidingwater ter beschikking wordt gesteld, zoals bijvoorbeeld de levering van warm tapwater door en energiebedrijf. Het opvoeren van de druk wordt niet als een behandeling beschouwd. Eigenaar De juridisch eigenaar van een collectieve leidingwaterinstallatie. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 29/42
30 Bijlage 2: Verplichtingen voor eigenaren/verbruikers NEN 1006/Vewin-werkbladen Deze voorschriften gelden voor alle installaties, zowel woninginstallaties, collectieve installaties als installaties die niet als woninginstallatie of collectieve installatie worden aangemerkt. De toepassing van deze voorschriften is terug te leiden naar Woningwet/Bouwbesluit (voor installaties die onderdeel zijn van gebouw), Waterleidingwet/Waterleidingbesluit (voor installaties die geen onderdeel zijn van gebouw) en de Aansluit- en leveringsvoorwaarden (voor installaties aangesloten op het net van het waterbedrijf). Aansluit- en leveringsvoorwaarden Deze voorschriften gelden voor alle installaties, tenzij er geen aansluiting is op het net van het waterbedrijf. De voorschriften maken onderdeel uit van de privaatrechtelijke overeenkomst tot levering van leidingwater tussen waterbedrijf en verbruiker. Omdat de aansluit- en leveringsvoorwaarden per waterbedrijf kunnen verschillen, wordt hier vanwege eenvoud uitgegaan van het door de VEWIN opgestelde model aansluit- en levervoorwaarden. Hieronder volgen de voor de controle meest relevante voorwaarden. Model-Aansluitvoorwaarden: 1.3.2: recht waterbedrijf levering te beëindigen, onder meer als controle niet kan worden uitgevoerd; 5.1.2: drinkwaterinstallaties moeten voldoen aan NEN 1006; 5.3 : beheer van leidingwaterinstallatie; 6.1.1: waterbedrijf is bevoegd doch niet verplicht installatie te controleren; 6.1.2: waterbedrijf kan voor controle kosten in rekening brengen; Model-Leveringsvoorwaarden 5.1: drinkwaterinstallatie moet voldoen aan aansluitvoorwaarden; 5.4: bevoegdheid waterbedrijf leidingwaterinstallatie te onderzoeken; plicht eigenaar tot eventueel herstel; 9.1a: bevoegdheid waterbedrijf levering te onderbreken als leidingwaterinstallatie niet voldoet aan aansluitvoorwaarden; 19.2: verplichting aanvrager/verbruiker tot medewerking bij o.a. controle op de naleving van de voorwaarden, onder meer door het waterbedrijf toegang tot het perceel te verlenen, mede ten behoeve van de uitvoering van een van overheidswege op het bedrijf rustende verplichting; 19.4: indien aanvrager of verbruiker geen eigenaar is van het perceel staat hij ervoor in dat eigenaar akkoord gaat met alle handelingen noodzakelijk voor onder meer de levering. NB: de Aansluit- en leveringsvoorwaarden leggen verplichtingen op aan de verbruiker, terwijl Waterleidingwet/Waterleidingbesluit zich richt op de eigenaar van de installatie. Waterleidingwet (Wlw) en Waterleidingbesluit (Wlb) Wlb: art : zorgplicht om verontreiniging te voorkomen van zowel leidingnet waarop men is aangesloten als ter beschikking gestelde leidingwater. Wlw: art 15a jo. 4 t/m 8, 15c, 15d, 15e 15a: zorgplicht voor deugdelijkheid leidingwater; artt. 4 t/m 8 van overeenkomstige toepassing; 4: deugdelijkheid leidingwater; 5: op verzoek verstrekken inlichtingen en verlenen medewerking aan VROM-Inspectie; VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 30/42
31 6: melding normoverschrijding; 7: uitvoeren van door VROM-Inspectie opgelegde maatregelen; 8: VROM-InspectieI kan levering verbieden; 15c: plicht tot informeren verbruikers bij risico volksgezondheid; 15d: uitvoeren metingen en bewaren resultaten; melding overschrijding aan VROM-Inspectie; 15 e : zorgplicht voor deugdelijkheid leidingnet. Wlb: art 4, 4a, 4b, 4c, 4d, 5, 14, 15 lid 4, 24 lid 2 4: deugdelijkheid leidingwater bij tappunt; 4a: beperking verantwoordelijkheid als normoverschrijding veroorzaakt wordt door installatie waaraan doorgeleverd wordt; 4b: informeren toezichthouder en verbruikers bij normoverschrijding; 4c: aanvragen ontheffing bij Minister; 4d: aanvragen ontheffing bij VROM-Inspectie; 5: inrichting/onderhoud installatie; 14: zorgplicht om verontreiniging te voorkomen van zowel leidingnet waarop men is aangesloten als ter beschikking gestelde leidingwater; 15 lid 4: medewerking verlenen aan controle door waterbedrijf; 24 lid 2: informeren verbruikers over verleende ontheffing. Wlb: art. 6, 6a, 6b, 7, 25, 63 6, 6a, 6b, 7: meetprogramma; 25: bij verplicht meetprogramma: ter inzage leggen kwaliteitsgegevens en opstellen/ter inzage leggen jaaroverzicht; 63c: op verzoek verschaffen inlichtingen t.b.v. jaarlijks verslag Minister over kwaliteit leidingwater. Wlb:legionellapreventie, hfdst IIIC 17j: normstelling; 17o: plicht tot herstel en melding bij normoverschrijding; 17q: frequentie monstername; 17k: risicoanalyse; 17l: beheersplan; 17m: terinzagelegging/toezending beheersplan; 17n: logboek. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 31/42
32 Bijlage 3: Artikelverwijzingen voor de juridische verankering van beheer Voor de beheersmaatregelen van model-aansluitvoorwaarden en werkblad 1.4G: 1. periodieke controle toestelbeveiligingen; 2. installatietekeningen; 3. controle doorstroming/verversing van essentiële leidingdelen; 4. verplichte meetprogramma s (ook op drinkwaterreservoirs); 5. overzicht met toestellen en hun beveiligingen, keerkleppen. Ad 1: periodieke controle toestelbeveiligingen. Is indirect in de VEWIN-werkbladen (WB) verankerd. WB 2.1 verwijzend naar WB 3.8: de verbruiker moet controleren of de installatie aan de grondslagen voldoet. Eventueel WB 1.4G (dit gaat wellicht niet ver genoeg). NEN verplicht verder dat controle gemakkelijk moet kunnen. Ad 2: installatietekeningen. Is genoemd in WB 1.4G art. 2.2 en 2.3 (verwijzing naar NEN 1006, WB 4.3). Verplichtingen in Hoofdstuk IIIc, Wlb. Ad 3: controle doorstroming/verversing van essentiële leidingdelen. WB 3.1, art. 3.1 en hoofdstuk IIIC, Wlb. Ad 4: verplichte meetprogramma s (ook op drinkwaterreservoirs). Is geregeld als meetverplichting in hoofdstuk IIIC Wlb voor legionellapreventie. Werkblad 1.4G in artikel 8 voor drinkwaterreservoirs. Levering van > 100 m 3 drinkwater per dag en levering van warmtapwater >30 kuub per dag is geregeld in Wlb en NEN Waterbehandeling is geregeld in NEN 1006 en Werkblad 1.4G art. 7. Ad 5: overzicht met toestellen en hun beveiligingen. WB 1.4G artikel 2.3 stelt overzicht van locatie van toestellen en beveiliging verplicht. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 32/42
33 Bijlage 4: Stapsgewijze beschrijving van het controleprotocol 1. De selectie vindt plaats op basis van de termijnen die volgen uit de indeling in risicoklassen. 2. De eigenaar wordt schriftelijk geïnformeerd over de uit te voeren controle. 3. De controle op installatie en/of beheer wordt uitgevoerd. 4. Ten aanzien van installatie / beheer worden op het eerste gezicht geen gebreken geconstateerd. Het is niet waarschijnlijk dat de installatie / het beheer gevaar op voor het openbare net en/of risico voor het gebruik door derden oplevert De eigenaar ontvangt een brief waaruit blijkt dat, voorzover de beoordeling heeft plaatsgevonden, er geen reden is om aan te nemen dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden (de eigenaar blijft verantwoordelijk). 5. De installatie / het beheer voldoet niet aan NEN 1006 en/of de VEWIN-werkbladen en/of de Aansluitvoorwaarden Het betreft gebreken die geen gevaar voor de menselijke gezondheid opleveren en dan ook een beperkt risico opleveren voor de verontreiniging van het openbare net en/of gebruik door derden De eigenaar ontvangt een brief waaruit blijkt dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden en wordt verzocht er voor zorg te dragen dat dit in orde gemaakt wordt. Er wordt geen termijn gegeven, maar wel gecommuniceerd dat de controle periodiek is Het betreft gebreken die een verhoogd risico op gevaar voor de gezondheid kunnen opleveren, zowel door de verontreiniging van het openbare net alsmede door gebruik van derden. Het betreft evenwel geen sterk verhoogd risico De eigenaar ontvangt een brief waaruit blijkt dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden en wordt verzocht er voor zorg te dragen dat dit in orde gemaakt wordt binnen een bepaalde termijn en na uitvoering hiervan melding te maken bij het waterleidingbedrijf Het waterleidingbedrijf bepaalt of een hercontrole wordt uitgevoerd of dat genoegen wordt genomen met de melding van de aanpassing Indien wordt besloten geen hercontrole uit te voeren ontvangt de eigenaar een brief waaruit blijkt dat, op grond van de door hem gemelde aanpassingen, er geen reden is om aan te nemen dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden (de eigenaar blijft verantwoordelijk) Indien bij de 1e hercontrole blijkt dat de installatie / het beheer geen gebreken vertoont ontvangt de eigenaar een brief waaruit blijkt dat, voorzover de beoordeling heeft plaatsgevonden, er geen reden is om aan te nemen dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden (eigenaar blijft verantwoordelijk) Indien bij 1e hercontrole blijkt dat de installatie / het beheer (nog) gebreken vertoont wordt afgewogen wordt of de artikelen 15.1 en 15.2 gezamenlijk in het geding zijn of dat alleen 15.2 van toepassing is. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 33/42
34 Als alleen legionellapreventie van toepassing is (er is geen gevaar voor verontreiniging van het openbare net) wordt het dossier aan VROM-Inspectie ter handhaving overgedragen. De eigenaar ontvangt een brief waaruit blijkt dat de installatie / het beheer nog steeds gebreken vertoont, dat hiermee niet aan de aansluitvoorwaarden wordt voldaan en VROM-Inspectie op grond van de risico s voor derden de behandeling over neemt Als zowel 15.1 als 15.2 in het geding zijn ontvangt de eigenaar een brief waaruit blijkt dat de installatie / het beheer nog steeds gebreken vertoont, dat hiermee niet aan de aansluitvoorwaarden wordt voldaan en wordt verzocht de nodige aanpassing(en) alsnog uit te voeren binnen een bepaalde termijn en na uitvoering hiervan melding te maken bij het waterleidingbedrijf. Er vindt een melding plaats bij VROM- Inspectie op basis van de 15.2-taak Na melding door de eigenaar vindt een 2e hercontrole plaats Indien bij de 2e hercontrole blijkt dat de installatie / het beheer geen gebreken vertoont ontvangt de eigenaar een brief waaruit blijkt dat, voorzover de beoordeling heeft plaatsgevonden, er geen reden is om aan te nemen dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden (eigenaar blijft verantwoordelijk). Hercontrolekosten worden doorberekend Indien bij de 2e hercontrole blijkt dat de installatie / het beheer (nog steeds) gebreken vertoont wordt de eigenaar de mogelijkheid geboden een additionele (front)beveiliging aan te brengen Indien de eigenaar een additionele (front)beveiliging aanbrengt is alleen 15.2 nog in het geding (er is geen gevaar voor verontreiniging van het openbare net). Het dossier wordt aan de VROM- Inspectie ter handhaving overgedragen. De eigenaar ontvangt een brief waaruit blijkt dat de installatie / het beheer nog steeds gebreken vertoont, dat hiermee niet aan de aansluitvoorwaarden wordt voldaan en VROM-Inspectie op grond van de risico s voor derden de behandeling over neemt. Hercontrolekosten worden doorberekend Indien de eigenaar geen additionele (front)beveiliging aanbrengt wordt de installatie losgekoppeld van het openbare net. Hercontrolekosten worden doorberekend en een schriftelijke bevestiging volgt waarin wordt aangeven op welke wijze heraansluiting kan plaatsvinden Het betreft gebreken die een sterk verhoogd risico op gevaar voor de gezondheid kunnen opleveren, zowel door de verontreiniging van het openbare net alsmede door gebruik van derden De eigenaar wordt gesommeerd met schriftelijke bevestiiging de benodigde aanpassing(en) binnen een vastgestelde termijn uit te voeren. Er vindt een melding plaats bij de VROM-Inspectie op basis van de 15.2-taak. Dit wordt schriftelijke bevestigd Indien bij de 1e hercontrole blijkt dat de installatie / het beheer geen gebreken vertoont ontvangt de eigenaar een brief waaruit blijkt dat, voorzover de beoordeling heeft plaatsgevonden, er geen reden is om aan te nemen dat de installatie niet voldoet aan de aansluitvoorwaarden (eigenaar blijft verantwoordelijk) Indien bij 1e hercontrole blijkt dat de installatie / het beheer(nog) gebreken vertoont wordt afgewogen of de artikelen 15.1 en 15.2 gezamenlijk in het geding zijn of dat alleen 15.2 van toepassing is. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 34/42
35 Als alleen 15.2 van toepassing is (er is geen gevaar voor verontreiniging van het openbare net) wordt het dossier aan de VROM-Inspectie ter handhaving overgedragen. De eigenaar ontvangt een brief waaruit blijkt dat de installatie / het beheer nog steeds gebreken vertoond, dat hiermee niet aan de aansluitvoorwaarden wordt voldaan en VROM-Inspectie op grond van de risico s voor derden de behandeling over neemt. Hercontrolekosten worden doorberekend Als zowel 15.1 als 15.2 in het geding zijn wordt de installatie losgekoppeld van het openbare net. Hercontrolekosten worden doorberekend en een schriftelijke bevestiging volgt waarin wordt aangeven op welke wijze heraansluiting kan plaatsvinden. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 35/42
36 Bijlage 5: Legionelladoelgroep in BIK codes Hoofdgroep Ziekenhuisvoorzieningen en AWBZ-verblijfs-instellingen / en daarmee vergelijkbare inrichtingen De AWBZ-instellingen die naast verblijf één of meer vormen van zorg bieden (persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding en behandeling), staan wel bekend als: verzorgingshuizen, verpleeginrichtingen, instellingen voor gehandicapten, Het Dorp te Arnhem,egionale instellingen voor beschermd wonen (RIBW s), psychiatrische ziekenhuizen en psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ en), ziekenhuizen en instellingen voor revalidatie Kleinschalige woonvoorzieningen die omschreven zijn in de Regeling uitzondering inrichting WZV Omschrijving BIK-code BIKcode Kwetsbaarheid gebruikers ZIEKENHUIZEN Academische ziekenhuizen Hoog Algemene ziekenhuizen Hoog Revalidatie-instellingen met overnachting Hoog Categorale ziekenhuizen (geen revalidatie-instellingen) Hoog Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg met overnachting Hoog Sanatoria Hoog Centra voor epileptici Hoog INSTELLINGEN DIE ZORG VERLENEN Abortus klinieken Middel Oncologische en radiotherapeutische instituten Middel Gezondheidscentra Middel Overige instellingen voor curatieve somatische gezondheidszorg Middel zonder overnachting Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg zonder overnachting Middel Psychiatrische aandoening Middel Psychosociaal probleem Middel Verpleeghuizen Middel Huizen voor gehandicapten (geen verpleeghuizen) Middel Verstandelijke handicap Middel Lichamelijke handicap Middel Zintuiglijke handicap of psychosociaal probleem Middel Verzorgingshuizen Middel Jeugdzorg waarbij huisvesting wordt geboden (GVT) Middel Maatschappelijke opvang voor volwassenen waarbij huisvesting Middel wordt geboden (geen asielzoekerscentra) herstellingsoorden Middel Gebouwen met logiesfuncties logiesfunctie: gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan mensen die hun hoofdverblijf elders hebben Het betreft geen woningen die dienen als hoofdverblijf van de eigenaar, waarin één of meer kamers worden verhuurd aan anderen. Eigenaar van individuele, op zich zelf staande zomerhuisjes niet onderwerpen aan verplichtingen van dit besluit 5510 Hotels, motels, pensions, conferentieoorden Middel Hotel-restaurants Middel Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentieoorden Middel Hotels (geen hotel-restaurants) Middel Pensions Middel Conferentieoorden Middel 5523 Bungalowparken 5521 Kamphuizen 5521 Jeugdherbergen - Opvangcentra voor asielzoekers, niet vertreklocaties en tijdelijke noodvoorzieningen; woning, hotel of pensioen Asielzoekerscentra Middel Gebouwen met een celfunctie TBS klinieken, Forensisch Psychiatrische Centrums / gevangenissen Middel VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 36/42
37 Hoofdgroep celfunctie: gebruiksfunctie voor dwangverblijf van mensen; Omschrijving BIK-code BIKcode Kwetsbaarheid gebruikers Gevangenissen / huizen van bewaring Middel Penitentiaire inrichtingen Middel Inrichting voor justitiële jeugdbescherming Middel Inrichtingen voor insluiting van drugskoeriers Middel Cellen bij politie / Koninklijke Marechaussee Middel Badinrichtingen Het betreft een voor publiek of personen toegankelijke plaats die is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen of baden tezamen met daarbij behorende voorzieningen Kampeerterreinen Het gaat om een terrein of plaatsen, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd, om daarop ten behoeve van recreatief nachtverblijf gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van tenten, tentwagens, kamperauto s of andere voertuigen Zwembaden (exploitatie) Middel Sauna s (exploitatie) Middel Badhuizen Middel 9304 Massagesalons 552 Kampeerterreinen en overige voorzieningen voor recreatief verblijf Middel 5521 Kampeerboerderijen, SVR-campings, Vekabo-campings Middel Jachthavens Het betreft havens met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen (en aërosolvormende tappunten (douchekop(pen) aanwezig zijn Jachthavens Middel VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 37/42
38 Bijlage 6: Checklist controle-activiteiten waterbedrijven Algemene gegevens inspectieadres Bedrijfsnaam gebruiker Adres Postcode / plaats Contactpersoon Telefoonnummer Fax Bik code en omschrijving Bouwjaar van de installatie voor tot of later Risicoklasse: (volgt uit:) vloeistofklasse ander water kans op wijzigen kwetsbaarheid gebruikers (derden) Q n (m 3 /h) ja / nee ja / nee laag/middel/hoog Beheersverplichting nee / ja, de pakket(ten) A B C D Naam inspecteur waterbedrijf Datum vorige controle Datum controle VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 38/42
39 Beoordelingsaspect Akkoord Beperkt risico Verhoogd risico Sterk verhoogd risico Toestel overzicht met beveiligingen inclusief controle beveiliging Inventarisatie aërosolvormende tappunten Volledigheid risico-analyse Waterbehandeling / alternatieve technieken Installatietekeningen Materialen Ongewenste opwarming Onvoldoende verversing Hoofdfunctie + componenten drinkwaterinstallatie Hoofdfunctie + componenten warmwaterbereiding Hoofdfunctie + componenten warmtapwaterinstallatie Uitvoering van beheersmaatregelen Eindoordeel installatie Akkoord Beperkt risico Verhoogd risico Sterk verhoogd risico Te beoordelen door inspecteur waterleidingbedrijf: VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 39/42
40 Bijlage 7: Toelichting checklist Toelichting op de checklist die gebruikt wordt door de waterleidingbedrijven voor controle op de bewaking van de waterkwaliteit tussen het leveringspunt en het tappunt. De uitgangspunten zijn: Het water bij de tappunten - met het oog op volksgezondheid is betrouwbaar voor het gebruiksdoel. De checklist is de basis van de wettelijke controletaak van de waterleidingbedrijven conform artikel 15 van het Waterleidingbesluit. De checklist moeten uniforme beoordelingscriteria bevatten. Duidelijkheid richting klant en duidelijkheid richting inspecteur. Per bedrijfsgebouw met een eigen leidingwaterinstallatie moet een checklist aanwezig zijn. NEN 1006 is de basis, met de VEWIN-werkbladen als praktische uitwerking. ISSO 55.1 is een hulpmiddel voor het uitvoeren van de RA/BP Na invulling van de checklist moet duidelijk zijn of de eigenaar/beheerder de verantwoordelijkheid goed invult. De checklist heeft drie aangrijpingspunten 1. kwaliteit van het leidingwater; 2. kwaliteit van de installatie; 3. kwaliteit van de manier waarop de beheerder/eigenaar omgaat met de installatie. Deze checklist vormt de basis voor alle collectieve leidingwaterinstallaties daarnaast zal voor een aantal leidingwaterinstallaties aanvullende voorschriften gelden; zie hiervoor de beheerspakketten A, B, C en D. VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 40/42
41 Bijlage 8: Beoordelingsaspecten Beoordelingsaspect Toesteloverzicht met beveiligingen inclusief controle beveiligingen Goed overzicht van soorten tappunten met de daarbij behorende beveiligingstoestellen Doel: inventarisatie door klant van de risico factoren; -vaststellen of vanuit een aangesloten toestel een verontreiniging kan optreden -vaststellen of andere watersystemen een risico vormen voor de waterkwaliteit door verbindingen met de leidingwaterinstallatie Inventarisatie aërosolvormende tappunten Goed overzicht van soorten tappunten met daarbij risico van relevante hoeveelheden inadembare aërosolen bij gebruik Doel: In beeld brengen van alle aërosolvormende tappunten met risico van besmetting Volledigheid risico-analyse Scheiding aanbrengen tussen een RA voor gehele collectieve installatie of voor een beperkt deel met EA bij aftakking Doel: bepaling van het hebben van een RA voor collectieve leidingwaterinstallaties in de aangewezen locaties WLB IIIC Waterbehandeling/ alternatieve technieken Toepassing van behandelingstechniek voor een tappunt Doel: vaststellen of de waterkwaliteit na een waterbehandeling voldoet aan de kwaliteitseisen voor tappunten ten behoeve van consumptieve of hygiënische doeleinden Installatietekeningen Het hebben van actuele (installatie) tekeningen Doel vaststellen van het hebben van voldoende informatie over essentiële leidingdelen; toestellen; appendages en tappunten. Materialen Welke risico s zijn er door de toegepaste materialen? Doel vaststellen of toegepaste materialen invloed kan hebben op drinkwaterkwaliteit Ongewenste opwarming Zijn de omgevingsgegevens meegenomen Doel: vaststellen of omgeving invloed kan hebben op groei van bacteriën (hot-spots). Indien van toepassing hoe risico s worden geëlimineerd en/of beheerst. Wettelijk kader en Richtlijnen NEN 1006 (1.4.1) Zodanig onderhoud dat de kwaliteit gewaarborgd blijft en het beheer/onderhoud NEN 1006 (3.8.2 en 3.8.3) Gevaarlijk toestel moet zijn voorzien van terugstroombeveiliging en worden onderhouden NEN 1006 (3.7) Er mogen geen rechtstreekse verbindingen worden gemaakt WLB: 1.1.2; plaats; type en beoordeling tappunt WLB: 17i; Locaties die vallen onder WLB IIIC1 WLB:2.1.1; Scheiding tussen beperkt en volledige RA(+BP) WLB: 1.2.1b. Behandelingstechniek, scheiding tussen beperkt en volledige RA(+BP) NEN 1006 artikel 4.6 Behandeld leidingwater mag geen bezwaar voor de volksgezondheid opleveren Meetprogramma conform het Waterleidingbesluit WLB: 2.1: Verzameling van gegevens NEN Toelaatbaarheid van materialen en toestellen NEN Rekening moet worden gehouden met de permeabiliteit NEN 1006 Artikel De temperatuur mag in uittapleidingdelen niet onbedoeld boven de 25 0 C komen WLB: 2.1; 2.2 ; 4.3.1; Hulpmiddel Werkblad 1.4G Per aangesloten toestel de benodigde beveiliging aangeven: de plaats en het beheer/onderhoud WB 1.4 G: art 10.1 Inventarisatieformulier ISSO 55.1 Tappunten ISSO 55.1 bijlage 8 LCI-lijst ISSO 55.1 Model meetprogramma WB 1.4 G: art 15; 17 ISSO 55.1 WB 1.4 G: art 11; 17 Werkblad 2.2 Materialen conform toepassingsgebied WB 1.4 G: art 10.3; 17 WB 2.5 art 5 WB 3.1 art 5.1 ISSO 55.1: checklist tappunten; bijlage 6 bijlage 7 Controle Overzicht + logboek Beveiligingstoestellen voor toestellen met een (sterk) verhoogd risico. Markering andere watersystemen Inventarisatie van de aangesloten tappunten met relevante hoeveelheden inadembare aërosolen. RA voor collectieve leidingwaterinstallatie RA tappunten met behandelingstechniek BP beheersmaatregelen Meetprogramma Maatregelen bij niet voldoen aan kwaliteitseisen. Grondstof Verzameling van leidingnet gegevens: - plattegrond+principeschema - plattegrond + isometrische tekening - installatietekening Ondeugdelijke materialen moeten worden vervangen Bij een bodemverontreiniging moet permeatie worden voorkomen Inventarisatie in RA: - ver verwijderde tappunten - temperatuur in ruimten - plafonds; vloeren en wanden met andere (warme) leidingen Bij ongewenste opwarming > 25 0 C - risicokwalificatie in RA - beheersmaatregelen BP VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 41/42
42 Onvoldoende verversing Is aandacht gegeven aan risico van onvoldoende verversing? Doel: vaststellen of er tappunten aanwezig zijn met onvoldoende verversing. Mogelijk veroorzaakt door overdimensionering; verblijftijd (voorraad) of weinig of geen afname. Voorkoming van dood water, afzetting sediment en biofilmvorming. Hoofdfunctie + componenten drinkwaterinstallatie Is aandacht gegeven aan risicovolle componenten: drinkwaterreservoir; drukverhogingsinstallatie. Doel: vaststellen of componenten invloed hebben op de kwaliteit van het drinkwater Hoofdfunctie + componenten warmwaterbereiding Is aandacht gegeven aan risicovolle componenten: voorraadtoestellen; doorstroomtoestellen; meerdere toestellen, veilige warmwaterinstallatie? Doel: vaststellen of componenten invloed hebben op risico s voor warmtapwaterinstallatie Hoofdfunctie + componenten warmtapwater installatie Is aandacht gegeven aan risicovolle componenten: circulatiesystemen; uittapleidingen; mengtoestellen. Doel: - Vaststellen of watertemperatuur aan de tappunten ten minste 60 0 C kan bereiken warmtapwaterinstallatie - Voorkomen van verbranding als gevolg van toepassing van warm tapwater. Uitvoering van beheersmaatregelen Is bekend wie en wat nodig is voor het bedienen en onderhouden en controleren van de leidingwaterinstallatie? Doel: vaststellen van de informatie nodig voor uitvoering met de werkinstructies. Met de bevoegdheden en verantwoordelijkheden wettelijk kader - richtlijnen NEN 1006 artikel Zodanig uitvoering dat bij normaal gebruik een zodanige doorstroming wordt bereikt dat een voldoende verversing is gewaarborgd WLB: 2.3; 4.3.1; NEN 1006 artikel 4.1 Het reservoir mag de hygiënische kwaliteit niet nadelig beïnvloeden WLB 2.4; NEN 1006 artikel 4.4 Warmtapwaterinstallaties WLB2.4; 3.2; 4.3.5; 4.3.6; 17 l.5b NEN 1006 artikel 4.4 Warmtapwaterinstallaties WLB 2.4; 3.2; WLB 17l 5g Ziekenhuisvoorzieningen (17i a) en Inrichtingen (17i b) ter bescherming van de hogere risico groepen WLB 17l 5e; 17n; 17o a ; 17o b; Hulpmiddel WB 1.4 G: art 10.2; 17 WB 3.1 art. 3 ISSO 55.1: checklist tappunten bijlage 6 WB 1.4 G: art 6; 8; 17 WB 4.1; Art. 2; 3; 4; 7 WB 3.1 art. 3 ISSO 55.1: bijlage 6 Werkblad 4.4 A, 4.4 B en 4.4.C ISSO 55.1 Werkblad 4.4 A, 4.4 B en 4.4.C ISSO 55.1 WB 1.4 G: art 13; 14; 15; 16;; 17 ISSO 55.1 Werkvoorschriften Controle Inventarisatie in RA -bedrijfstijden; gebruiksfrequentie; gebruiksintensiteit; dode leidingen Bij onvoldoende verversing - EA bij aftakking RA - beheersmaatregelen; controle EA of waarborging verversing BP Inventarisatie in RA -materiële gegevens; - watertoevoer; - overloop - wateronttrekking - materialen - risicokwalificatie in RA - beheersmaatregelen BP; - meetprogramma Inventarisatie in RA -materiële gegevens; - temperatuur van component; - naam - risicokwalificatie in RA - beheersmaatregelen BP; Inventarisatie in RA -materiële gegevens; - temperatuur van component; - naam - risicokwalificatie in RA - beheersmaatregelen BP; - Registratielijst taken en bevoegdheden - Registratielijst beheersmaatregelen VROM-Inspectie 1 juli 2005 INSPECTIERICHTLIJN 2005 Pagina 42/42
Controleresultaten Legionellapreventie Cluster 1: zwembaden en sauna's. Datum 25 september 2009 Status Definitief
Controleresultaten Legionellapreventie 2009 Cluster 1: zwembaden en sauna's Datum 25 september 2009 Status Definitief Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Schoon en Veilig water Rijnstraat
Risicoklasse-indeling van drinkwaterinstallaties
Risicoklasse-indeling van drinkwaterinstallaties Beheerder document: Vewin-Platform Controle & Handhaving Vewin Postbus 90611 2509 LP Den Haag Datum: Augustus 2018 Versie: 3.4 Dit document is te vinden
Richtlijn voor de indeling in risicoklassen van drinkwaterinstallaties die aangesloten zijn op het drinkwaternet
Richtlijn voor de indeling in risicoklassen van drinkwaterinstallaties die aangesloten zijn op het drinkwaternet Organisatie: Vewin Postbus 1019 2280 CA Rijswijk Auteurs - Treur (Waternet), De Veer (PWN),
Resultaten legionellapreventie Cluster 4: Hotels, bed&breakfasts, campings en jachthavens. Datum 1 juni 2010 Status Definitief
Resultaten legionellapreventie 2009 Cluster 4: Hotels, bed&breakfasts, campings en jachthavens Datum 1 juni 2010 Status Definitief Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Schoon en Veilig
Controleresultaten legionellapreventie 2009. Cluster 3: Zorginstellingen. Datum 1 juni 2010 Status Definitief
Controleresultaten legionellapreventie 2009 Cluster 3: Zorginstellingen Datum 1 juni 2010 Status Definitief Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Schoon en Veilig Water Rijnstraat 8 Postbus
Controle drinkwaterinstallaties door de waterbedrijven. Caleffi Academy 24 maart 2015 Eindhoven. March 11, 2015 1
Controle drinkwaterinstallaties door de waterbedrijven Caleffi Academy 24 maart 2015 Eindhoven March 11, 2015 1 Waterleidingbedrijven in Nederland March 11, 2015 2 Programma Waarom controles Wettelijk
Richtlijn voor de indeling in risicoklassen van drinkwaterinstallaties die aangesloten zijn op het drinkwaternet
Richtlijn voor de indeling in risicoklassen van drinkwaterinstallaties die aangesloten zijn op het drinkwaternet Organisatie: Vewin Postbus 1019 2280 CA Rijswijk Auteurs - Treur (Waternet), De Veer (PWN),
Controleresultaten Legionellapreventie Cluster 1: Ziekenhuizen en buitenpoliklinieken. Datum 5 november 2010 Status Definitief
Controleresultaten Legionellapreventie 2010 Cluster 1: Ziekenhuizen en buitenpoliklinieken Datum 5 november 2010 Status Definitief Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Schoon en veilig
Controle en toezicht op kwaliteit en beheer van collectieve leidingwaterinstallaties
Controle en toezicht op kwaliteit en beheer van collectieve leidingwaterinstallaties Bent u eigenaar of beheerder van een leidingwaterinstallatie of bent u verbruiker (klant) van het waterbedrijf? Dan
Inspectierichtlijn Uitvoering controles artikel 15 Waterleidingbesluit. Datum 16 september 2010 Status Definitief
Inspectierichtlijn 2010 Uitvoering controles artikel 15 Waterleidingbesluit Datum 16 september 2010 Status Definitief Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Schoon en veilig drinkwater Rijnstraat
De legionellacontrole van collectieve drinkwaterinstallaties in 2011 en 2012
De legionellacontrole van collectieve drinkwaterinstallaties in 2011 en 2012 Colofon Inspectie Leefomgeving en Transport Water, Bodem en Bouwen Graadt van Roggenweg 500 Utrecht Pagina 2 van 10 Colofon
Uitvoering controles artikel 24 Drinkwaterwet
Inspectierichtlijn 2012 Uitvoering controles artikel 24 Drinkwaterwet Versie 16 maart 2012 Datum 16 maart 2012 Status Definitief Colofon Versie 16 maart 2012 Contactpersoon H.R. de Vries M 06-21522771
Betekenis van collectieve leidingwaterinstallaties
leidingwater. Scheffer Beheer wordt een belangrijk aspect Betekenis van collectieve leidingwaterinstallaties Nederland telt zo n 600.000 collectieve leidingwaterinstallaties. e regelgeving hiervoor is
Legionella, uw zorg?!
Legionella, uw zorg?! Toezicht en handhaving op legionellapreventie Hans de Vries Projectleider Legionella Inhoud van de presentatie - Afbakening van het onderwerp - Wettelijke plicht eigenaar/exploitant
NEN1006 rapportage Inspectie Drinkwaterveiligheid
NEN1006 rapportage Inspectie Drinkwaterveiligheid Locatienaam Adres Plaats Datum Opdrachtgever Inhoudsopgave 1. Achtergrondinformatie over deze NEN1006 rapportage................................... 4 2.
Aansluitvoorwaarden Drinkwater
Brabant Water N.V. Aansluitvoorwaarden Drinkwater Telefoon 073 683 88 88 Fax 073 683 89 99 Internet www.brabantwater.nl Postadres Postbus 1068 5200 BC s-hertogenbosch Algemene bepalingen Artikel 1.1 Aard
Aansluitvoorwaarden drinkwater 2004
Aansluitvoorwaarden drinkwater 2004 Verbouwing van uw bedrijf Een verbouwing kan een verplaatsing van de aansluiting (en mogelijk ook de meteropstelling) met zich meebrengen. Wij adviseren u graag over
Beheer en onderhoud van leidingwaterinstallaties
Beheer en onderhoud van leidingwaterinstallaties Cursusboek Nieuwegein, 2012 w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l Stichting Wateropleidingen, november 2012 Groningenhaven 7 3433 PE Nieuwegein Versie
WATERWERKBLAD DEFINITIES DATUM: JAN 2018
Herziening van (voormalig WB 1.2) juni 2004 WATERWERKBLAD WB 1.3 DEFINITIES DATUM: JAN 2018 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot definities 1 is in artikel 1.3.1 van NEN 1006 (2015) het volgende
CONCEPT WATERWERKBLAD TERMEN EN DEFINITIES DATUM: OKT 2014
CONCEPT WATERWERKBLAD WB 1.3 TERMEN EN DEFINITIES DATUM: OKT 2014 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot termen en definities 1 is in artikel 1.3 van NEN 1006 (AVWI-2014) het volgende gesteld:
Controle van leidingwaterinstallaties
Controle van leidingwaterinstallaties Cursusboek Nieuwegein, 2012 w w w. w a t e r o p l e i d i n g e n. n l Stichting Wateropleidingen, november 2012 Groningenhaven 7 3433 PE Nieuwegein Versie 8.3 Niets
Onderzoek naar de uitvoering van legionellapreventie bij collectieve leidingwaterinstallaties
VROM-Inspectie Regio Noord Stoffen en producten Onderzoek naar de uitvoering van legionellapreventie bij collectieve leidingwaterinstallaties Cascadeplein 10 Postbus 30020 9700 RM Groningen Interne postcode
Versie Aansluitvoorwaarden Drinkwater Vitens
Versie 2007 Aansluitvoorwaarden Drinkwater Vitens Deze Aansluitvoorwaarden zijn gebaseerd op het model van VEWIN. 2 VOORWOORD Sedert de inwerkingtreding van het vorige Model in 1994 heeft zich een aantal
Het nieuwe Waterleidingbesluit Gevolgen voor eigenaren van collectieve leidingwaterinstallaties
Juni 2001 Informatieblad Het nieuwe Waterleidingbesluit Gevolgen voor eigenaren van collectieve leidingwaterinstallaties Het nieuwe Waterleidingbesluit is met ingang van 9 februari 2001 in werking getreden
Titel: protocol legionellabeheer
Protocol: legionellabeheer. Zorgcentrum Sint Franciscus heeft samen met woonstichting Leystromen afspraken gemaakt betreffende het legionellabeheer binnen de nieuwbouw (GW, ZA en algemene ruimtes) en de
1. Vraagstuk. 2. Juridisch kader
1. Vraagstuk Ondernemers zijn zich op dit moment vaak niet bewust van hun juridische positie is als zij een recreatiegebouw (laten) bouwen dan wel een recreatiebedrijf inrichten. In deze notitie geven
WERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES BEHEER VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES
Herziening van februari 1999 VEWIN WERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES BEHEER VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES WB 1.4 G DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Dit werkblad heeft betrekking op het beheer
WATERWERKBLAD TERMEN EN DEFINITIES circulatiesysteem systeem waarin warm water in een warmtapwaterinstallatie in beweging wordt gehouden
WATERWERKBLAD TERMEN EN DEFINITIES WB 1.2 DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot termen en definities 1 is in artikel 1.2.1 van NEN 1006 (AVWI-2002) het volgende gesteld: 1.2.1.1
Beheer en Onderhoud Legionella. Richard Peet
Beheer en Onderhoud Legionella Richard Peet 1 Programma Relatie tussen Legionella en Beheer en onderhoud Inspectierichtlijn en ILen T Wateropleidingen 2 Legionella Aangetoond 1976, bijeenkomst Legionairs
de dynamiek van water oplossingen voor legionella preventie
de dynamiek van water oplossingen voor legionella preventie 2 omgaan met legionella Zekerheid Schoon of besmet water, met het blote oog kunnen we het niet van elkaar onderscheiden. Toch willen we graag
WATERWERKBLAD. BRANDBLUSINSTALLATIES Algemeen
WATERWERKBLAD BRANDBLUSINSTALLATIES Algemeen WB 4.5 DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot brandblusinstallaties is in artikel 4.5 van NEN 1006 (AVWI- 2002) het volgende gesteld:
Het inspectiebeleid voor drinkwaterinstallaties!
Het inspectiebeleid voor drinkwaterinstallaties! Caleffi Academy Zwolle, 26 maart 2015 N.V. Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) Felix Timmermans Korte introductie WMD Kentallen WMD * 32 miljard liter
Aansluitvoorwaarden drinkwater
Aansluitvoorwaarden drinkwater Inhoud Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 3 Artikel 1.1 Aard van de aansluitvoorwaarden 3 Artikel 1.2 Begripsomschrijvingen 3 Artikel 1.3 Aansluiten en leveren 4 Hoofdstuk 2
Gevolgen van nieuw Drinkwaterbesluit
VSK 2012: 7 februari 2012 De zorg voor de kwaliteit van drinkwater Legionellapreventie Gevolgen van nieuw Drinkwaterbesluit Will Scheffer Het nieuwe Drinkwaterbesluit vraagt om een strakke regie van de
AANSLUITVOORWAARDEN DRINKWATER 2015
DRINKWATER 2015 INHOUD ALGEMENE BEPALINGEN WIJZE VAN AANSLUITEN VAN DRINKWATER-EN ANDERE WATERINSTALLATIES AANGIFTE VAN DRINKWATERINSTALLATIES Artikel 1.1 Aard van de aansluitvoorwaarden 3 Artikel 1.2
Handboek Beheer van Scoutingkampeerterreinen. Infoblad 8.3 LEGIONELLA. Op dit infoblad vind je informatie over de volgende onderwerpen:
Infoblad 8.3 LEGIONELLA Op dit infoblad vind je informatie over de volgende onderwerpen: - Legionella - Regelgeving - Risicoanalyse - Verplichte monstername - De kosten - Meer informatie Als eigenaar en
WATERWERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES IN GEBOUWEN EN INRICHTINGEN VOOR BEHANDELING VAN AFVALWATER
Herziening van juni 2004 WATERWERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES IN GEBOUWEN EN INRICHTINGEN VOOR BEHANDELING VAN AFVALWATER WB 1.4 B DATUM: JAN. 2017 Auteursrechten voorbehouden Dit werkblad heeft betrekking
Theorie gedeelte examen bestaande uit meerkeuzevragen. Totaal 40 vragen / 40 punten
Theorie gedeelte examen bestaande uit meerkeuzevragen. Totaal 40 vragen / 40 1 Eisen van de BRL6010 kent en begrijpt de eisen die de BRL stelt aan een legionella risicoanalyserapport en een legionella
WATERWERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES IN AGRARISCHE BEDRIJVEN
WATERWERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES IN AGRARISCHE BEDRIJVEN WB 1.4 A DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Dit werkblad heeft betrekking op de aanleg en beveiliging van leidingwaterinstallaties
Uitvoering controles artikel 24 Drinkwaterwet
Inspectierichtlijn 2016 Uitvoering controles artikel 24 Drinkwaterwet Versie 4.3 Datum 1 maart 2016 Status Definitief Colofon Versie 1 maart 2016 Contactpersoon H.R. de Vries Inspectie Leefomgeving en
Aansluitvoorwaarden Drinkwater 2017
Aansluitvoorwaarden Drinkwater 2017 www.pwn.nl Inhoud Blz. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 3 Artikel 1.1 Aard van de aansluitvoorwaarden 3 Artikel 1.2 Begripsomschrijvingen 3 Artikel 1.3 Aansluiten en
Aansluitvoorwaarden 2014
Aansluitvoorwaarden 2014 Aansluitvoorwaarden Evides 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen 5 Artikel 1.1 - Aard van de aansluitvoorwaarden 5 Artikel 1.2 - Begripsomschrijvingen 5 Artikel
Legionellapreventie in leidingwater
Legionellapreventie in leidingwater Hoofdstuk IIIC van het Waterleidingbesluit Legionellabesmetting kan ernstige tot zeer ernstige en soms zelfs dodelijke gevolgen hebben. Om de mogelijkheid van deze besmetting
WATERWERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES IN GEBOUWEN EN INRICHTINGEN VOOR BEHANDELING VAN AFVALWATER
Herziening van januari 1990 WATERWERKBLAD LEIDINGWATERINSTALLATIES IN GEBOUWEN EN INRICHTINGEN VOOR BEHANDELING VAN AFVALWATER WB 1.4 B DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Dit werkblad heeft betrekking
G.04 Legionella beheersplan.
G.04 Legionella beheersplan. Protocol als bedoeld in artikel 9 lid 2 van het Huishoudelijk Reglement van de Tielse Watersportvereniging De Waal. Risicoanalyse & beheersplan legionella In de Drinkwater
WET- EN REGELGEVING LEGIONELLAPREVENTIE IN DRINK- EN WARM TAPWATER
NADERE UITLEG WET- EN REGELGEVING LEGIONELLAPREVENTIE IN DRINK- EN WARM TAPWATER Landelijk Overlegorgaan Preventie Legionella (LOPL) Werkgroep IWR-LPD 5 maart 2013 DOELSTELLING Veel marktpartijen ervaren
Wet- en regelgeving (alternatieve) Legionella beheerstechnieken voor leidingwaterinstallaties
ISSO-congres Alternatieve technieken tegen legionella Wet- en regelgeving (alternatieve) Legionella beheerstechnieken voor leidingwaterinstallaties Mr. Wilfred Reinhold, Minisiterie van Infrastructuur
Aansluitvoorwaarden drinkwater
Aansluitvoorwaarden drinkwater WMD Drinkwater BV Inhoud Aansluitvoorwaarden drinkwater Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 3 Artikel 1.1 Aard van de aansluitvoorwaarden 3 Artikel 1.2 Begripsomschrijvingen
WATERWERKBLAD BEHEER VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES
WATERWERKBLAD BEHEER VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES WB 1.4 G DATUM: NOV. 2005 Auteursrechten voorbehouden Dit werkblad heeft betrekking op het beheer van leidingwaterinstallaties. De verplichting tot beheer
Legionella- en installatietechnische aanpassingen gemeentelijke gebouwen. (wijziging begroting 2004 2007)
Stein 10 augustus 2004 Gemeenteblad Afdeling A 2004, no. 87 Agendapunt 17 Bijlagen div. Aan Betreft De Raad Legionella- en installatietechnische aanpassingen gemeentelijke gebouwen. (wijziging begroting
WATERWERKBLAD. WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen
WATERWERKBLAD WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen WB 4.4 B DATUM: SEPT. 2007 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de beveiliging van warmtapwaterinstallaties is in NEN 1006 (AVWI-2002) het
Beheer gebouw gebonden
Beheer gebouw gebonden Om bedrijven en de particulieren een totaalpakket te kunnen bieden is Taylor Elektrotechniek B.V. in 2008 een samenwerking aangegaan met PBK Technische Installaties B.V Voor een
WATERWERKBLAD TIJDELIJKE LEIDINGWATERINSTALLATIES. Dit werkblad heeft betrekking op de aanleg en beveiliging van tijdelijke leidingwaterinstallaties.
WATERWERKBLAD TIJDELIJKE LEIDINGWATERINSTALLATIES WB 1.4 H DATUM: JUNI 2004 Auteursrechten voorbehouden Dit werkblad heeft betrekking op de aanleg en beveiliging van tijdelijke leidingwaterinstallaties.
Eigen winning drinkwater
VRM-Inspectie Regio Zuid Stoffen en Producten Eigen winning drinkwater Kwaliteit van drinkwater en legionellapreventie onder de maat (vrom 6179). Kennedyplein 5-12 Postbus 850 5600 AW Eindhoven Telefoon
Golfclub Toxandria Meneer J. Berger. Veenstraat NC MOLENSCHOT
Brabant Water NV Telefoon 073 683 89 05 Fax 073 683 89 49 Golfclub Toxandria Meneer J. Berger Veenstraat 89 5124 NC MOLENSCHOT Internet www.brabantwater.nl Kindersite www.duikinbrabantwater.nl Postadres
CASE Thermografie toegepast bij brononderzoek legionella
CASE Thermografie toegepast bij brononderzoek legionella 2010002, CalamiteitenSupport gebouw X Document.doc, Versie 1.0 Opdrachtgever Xigna BV Postbus 960 7550 AZ Hengelo Ov Auteur Inspecteur Inhoudsopgaaf
Aansluitvoorwaarden drinkwater 2011
Aansluitvoorwaarden drinkwater 2011 Voorwoord De vervanging van de Waterleidingwet door de Drinkwaterwet heeft gevolgen voor de terminologie van de aansluitvoorwaarden. Het verzamelbegrip leidingwater
Update drinkwaterbesluit en BRL-903
Update drinkwaterbesluit en BRL-903 Update drinkwaterbesluit en BRL-903 Inhoud presentatie: 1. Huidige stand van zaken drinkwaterbesluit en BRL-903 2. Korte stand van zaken mbt drinkwaterbesluit 3. Korte
1. Informeren eigenaar, de directeur en de verantwoordelijke voor de drinkwaterinstallatie, of de vervangers hiervan;
Doel De wettelijke norm voor Legionella in leidingwater is
Wet- en regelgeving Legionellapreventie in drink- en warmtapwater
Informatieblad Wet- en regelgeving Legionellapreventie in drink- en warmtapwater Uitleg over zorgplicht, alternatieve technieken en risico-analyse Wat is úw verantwoordelijkheid? kennisinstituut voor de
BRL 6000 Deel 09 2005-11-18
BRL 6000 Deel 09 2005-11-18 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO INSTAL procescertificaat voor ONTWERPEN, INSTALLEREN EN BEHEREN VAN INSTALLATIES ONTWERPEN EN INSTALLEREN VAN TIJDELIJKE DRINKWATERINSTALLATIES
Geachte mevrouw, mijnheer,
Directoraat-Generaal Milieu Directie Bodem, Water, Landelijk Gebied Afdeling Water Platform Biociden, Aqua Nederland, leveranciers anodische oxidatie (zie adreslijst) Rijnstraat 8 Postbus 30945 2500 GX
BRL 6000 Deel 08C 30-04-2013
BRL 6000 Deel 08C 30-04-2013 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO INSTAL productcertificaat voor ONTWERPEN, INSTALLEREN EN BEHEREN VAN INSTALLATIES Techniek gebied INST Vastgesteld door het CCvD
Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels. Verslag uitgevoerde activiteiten 2010. Datum 13 december 2010 Status Definitief
Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels Verslag uitgevoerde activiteiten 2010 Datum 13 december 2010 Status Definitief Colofon Publicatienummer VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Bouwen
CIOT-bevragingen Proces en rechtmatigheid
CIOT-bevragingen Proces en rechtmatigheid 2015 Veiligheid en Justitie Samenvatting resultaten Aanleiding Op basis van artikel 8 van het Besluit Verstrekking Gegevens Telecommunicatie is opdracht gegeven
WIE IS ER NU EIGENLIJK VERANTWOORDELIJK?
WIE IS ER NU EIGENLIJK VERANTWOORDELIJK? 2 Wat zijn de risico s van legionella? Een paar legionellabacteriën zijn geen punt. En met legionella besmet water drinken, is ook niet gevaarlijk. Het wordt wél
Werkinstructies Thermische Desinfectie n.a.v. normoverschrijdingen Legionella
Werkinstructies Thermische Desinfectie n.a.v. normoverschrijdingen Legionella Bureau de Wit December 2013 Bureau de Wit 2013 1 Inhoudsopgave 1 Werkinstructies thermische desinfectie... 3 1.1 Plan van aanpak...
Aanvraag van een nieuwe aansluiting op het openbare net Wijziging/verwijdering van een bestaande aansluiting
Handleiding Aanvraag van een nieuwe aansluiting op het openbare net Wijziging/verwijdering van een bestaande aansluiting U heeft water nodig in uw huis of bedrijf. Indien u water aanvraagt voor een bestaand
Portefeuillehouder: P. Broeksma Behandelend ambtenaar J.G. Komduur, 0595 447792 [email protected] (t.a.v. J.G. Komduur)
Vergadering: 7 juni 2012 Agendanummer: 10 Status: Opiniërend Portefeuillehouder: P. Broeksma Behandelend ambtenaar J.G. Komduur, 0595 447792 E mail: [email protected] (t.a.v. J.G. Komduur) Aan de gemeenteraad,
Auditstatuut. Systeemtoezicht Wegvervoer
Auditstatuut Systeemtoezicht Wegvervoer Datum: 17 januari 2013 Status: vastgesteld versie 1.0 Pagina 1 van 9 Inhoud 1 Voorwoord 3 2 Audits 4 2.1 Systeemcriteria 4 3 Traject audit 5 3.1 Self-assessment
WATERWERKBLAD. WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen
WATERWERKBLAD WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen WB 4.4 B DATUM: OKT 2011 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de beveiliging van warmtapwaterinstallaties is in NEN 1006 (AVWI-2002) het volgende
WATERWERKBLAD. AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Algemeen
WATERWERKLAD AANLEG VAN LEIDINGWATERINSTALLATIES Algemeen W 3.1 DATUM: OKT 2011 Auteursrechten voorbehouden Met betrekking tot de aanleg van leidingwaterinstallaties is in artikel 3.1 van NEN 1006 (AVWI-2002)
Vragen en antwoorden toezichtondersteunende private kwaliteitssystemen Versiedatum: 13 september 2016
Vragen en antwoorden toezichtondersteunende private kwaliteitssystemen Versiedatum: 13 september 2016 Korte inleiding In 2014 heeft de Taskforce Voedselvertrouwen een set criteria opgesteld waaraan private
Na toezicht volgt handhaving
Na toezicht volgt handhaving Wat gebeurt er met een dossier als het is overgedragen aan de VROM- Inspectie? Hans de Vries Projectleider Legionella Inhoud van de presentatie - Afspraken bij overdracht van
Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein
Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein - Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Colofon Projectnaam
Aquatech: grotere reikwijdte
VNI pleit voor handhaving controles door Aquatech: grotere reikwijdte NEN 1006: vraag de installateur ernaar, en de kans is groot dat hij niet direct weet waarop deze norm betrekking heeft. De AVWI (1981)
-4 SEP. 2013. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag Leveranciers van alternatieve technieken voor legionellapreventie, Aqua Nederland en Platform Biociden Branche-organisaties
Factsheet Toezicht kermisattracties
Factsheet Toezicht kermisattracties 2012-2013 Datum: 17 juli 2014 1 Colofon Projectnaam Toezicht Kermisattracties 2012-2013 Projectnummer P3NT12 (2012) en PDNT0000 (2013) Versienummer 8 juli 2014 Projectleiders
Legionella beleidsplan. Documentinformatie. V Manager Health, Safety en Security - R. Kamst
2006-0037425 Toepassingsgebied RWE Generation NL Geldigheid tot 01-12-2020 Documentinformatie Versie Versiedatum Autorisatie V2.0 01-12-2017 Manager Health, Safety en Security - R. Kamst Wijzigingen t.o.v.
Alternatieve Technieken Legionellapreventie
Alternatieve Technieken Legionellapreventie 1 Programma Dagdeel 1 Inleiding en mag ik me even voorstellen? Wanneer welke techniek toepassen? Algemene wetgeving Legionellapreventie Drinkwaterbesluit (nieuw)
Inhoudsopgave. 1 Inleiding 1. 2 Doelstelling 2 2.1 Relevante wetgeving 2
Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 2 Doelstelling 2 2.1 Relevante wetgeving 2 3 De Toezichtonderzoeken 4 3.1 Controle modaliteiten 4 3.2 Toezicht op naleving van het Besluit 4 3.3 Werkwijze 4
Vervolgonderzoek Legionella in overdekte openbare zwembaden
VROM-Inspectie Vervolgonderzoek Legionella in overdekte openbare zwembaden Cascadeplein 10 Postbus 30020 9700 RM Groningen Interne postcode - ir. E.C.Th. Jansen Telefoon 050-599 2790 Fax 050-599 2699 [email protected]
water lucht energie woning keuring brand beveiliging asbest
water lucht energie woning keuring brand beveiliging asbest strooming Strooming onderzoekt, adviseert en beheert Strooming is specialist op het gebied van onderzoek, advies en beheer aangaande water, lucht
De 50 meest gestelde
VNI-informatieavonden druk bezocht De 50 meest gestelde In de maanden mei en juni heeft de afdeling Technologie van de VNI informatiebijeenkomsten gehouden over legionella-preventie in leidingwater. De
Checklist risico-inventarisatie Legionella
Checklist risico-inventarisatie Legionella Inleiding Vanaf augustus 2000 zijn er voor recreatiebedrijven, horeca, ziekenhuizen en andere instellingen waar met water wordt gewerkt, strengere regels om legionellabesmetting
