GHP Reactor SmartPump
|
|
|
- Jurgen de Valk
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 GHP Reactor SmartPump Installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. U bent verantwoordelijk voor de veilige en voorzichtige besturing van uw vaartuig. De stuurautomaat is een hulpmiddel waarmee u de boot beter kunt besturen. Dit ontheft u echter niet van uw verantwoordelijkheid om de boot veilig te besturen. Voorkom gevaarlijke navigatie en zorg ervoor dat het roer nooit onbemand is. Wees altijd in staat om snel de handmatige besturing van uw boot over te nemen. Oefen de bediening van de stuurautomaat op kalm en open water dat vrij is van gevaren. Wees voorzichtig met het bedienen van de stuurautomaat in de buurt van gevaren op het water, zoals dokken, palen en andere boten. LET OP Pas tijdens het gebruik op voor hete motoronderdelen en elektromagnetische onderdelen en voorkom beklemming tussen bewegende onderdelen. Het niet in overeenstemming met deze instructies installeren en onderhouden van dit toestel kan leiden tot schade of letsel. Om schade aan uw boot te voorkomen, moet de stuurautomaat door een gekwalificeerde nautische installateur worden gemonteerd. Voor een juiste installatie is speciale kennis van hydraulische stuurinrichtingen en nautische elektronische systemen vereist. De installatie voorbereiden De stuurautomaat bestaat uit diverse onderdelen. Lees alle aandachtspunten betreffende de montage en aansluiting van de onderdelen goed door voordat u met de installatie begint. Om de installatiewerkzaamheden op de boot goed te plannen, moet u weten hoe de onderdelen samenwerken. Raadpleeg de schema's (Schema voedings-/ gegevensaansluiting) voor een beter begrip van de aandachtspunten bij montage en aansluiting. Leg bij het plannen van de installatie alle onderdelen op hun plaats op de boot om te controleren of uw kabels lang genoeg zijn om elk onderdeel te bereiken. Zo nodig zijn verlengkabels (afzonderlijk te koop) voor verschillende onderdelen verkrijgbaar bij uw Garmin dealer of op Noteer het serienummer van elk onderdeel ten behoeve van de registratie en garantie. Benodigd gereedschap Veiligheidsbril Boormachine en boren Moersleutels 90 mm (3,5 in.) gatenzaag of slijptol Draadtangen/strippers Kruiskop- en platte schroevendraaiers Kabelbinders Waterdichte draadconnectors (draadmoeren) of krimpkousen en een brander Watervaste kit Corrosieremmende spray voor boten Draagbaar of handheld kompas (voor testen op magnetische interferentie) Hydraulische slang met krimpfittingen of vervangbare fittingen die een minimale classificatie hebben van 1000 lbf/in 2 Hydraulische T-fittingen Inline hydraulische terugslagkleppen Hydraulische vloeistof Schroefdraadkit Hydraulisch ontluchtingsgereedschap Smeermiddel tegen vastlopen (optioneel) OPMERKING: Bij de hoofdonderdelen van de stuurautomaat worden montageschroeven geleverd. Als de schroeven niet geschikt zijn voor het montageoppervlak, moet u zelf voor de juiste schroeven zorgen. Overwegingen bij montage en aansluiting De onderdelen van de stuurautomaat zijn via de meegeleverde kabels aangesloten op elkaar en op de voeding. Controleer of voor elk onderdeel de juiste kabel is gekozen en of elk onderdeel op een goede plaats staat voordat u de onderdelen monteert of aansluit. Overwegingen betreffende de montage van de roerbediening Dit toestel dient te worden gemonteerd op een locatie die niet wordt blootgesteld aan extreme temperaturen of omstandigheden. Het temperatuurbereik voor dit toestel wordt vermeld in de productspecificaties. Langdurige blootstelling aan temperaturen boven het opgegeven temperatuurbereik, in opslag- of gebruiksomstandigheden, kan tot storingen in het toestel leiden. Schade door extreme temperaturen en gerelateerde gevolgen vallen niet onder de garantie. Het montageoppervlak moet vlak zijn, zodat het toestel niet wordt beschadigd wanneer het is gemonteerd. Met de meegeleverde hardware en sjabloon kunt u het toestel verzonken monteren op het dashboard. Als u het toestel op een andere manier wilt monteren waarbij het scherm op gelijke hoogte als het dashboard ligt, moet u een pakket voor vlakke montage (installatie door een deskundige aanbevolen) aanschaffen bij uw Garmin dealer. Houd rekening met deze overwegingen wanneer u een montagelocatie selecteert. De montagelocatie moet zich op of onder ooghoogte bevinden voor optimaal zicht tijdens het besturen van het vaartuig. Mei 2015 Gedrukt in Taiwan _0B
2 De montagelocatie moet gemakkelijk toegang bieden tot de knoppen op het toestel. Het montageoppervlak moet sterk genoeg zijn om het gewicht van het toestel te dragen en het te beschermen tegen overmatige trillingen of schokken. Teneinde interferentie met een magnetisch kompas te voorkomen, mag het toestel niet dichter bij een kompas worden geïnstalleerd dan op de kompasveilige afstand die is vermeld in de productspecificaties. Het gebied achter de montageplaats moet voldoende ruimte bieden voor plaatsing en aansluiting van de kabels. Aandachtspunten bij de aansluiting van de roerbediening De roerbediening moet worden aangesloten op het NMEA 2000 netwerk. Optionele NMEA 0183 toestellen, zoals windsensors, watersnelheidsensors of GPS-toestellen, kunnen met een gegevenskabel worden aangesloten op de roerbediening (Overwegingen betreffende NMEA 0183 verbinding). Aandachtspunten bij de montage en aansluiting van de CCU De CCU is de primaire sensor van de GHP Reactor SmartPump stuurautomaat. Kies voor de beste prestaties een montageplaats aan de hand van deze aandachtspunten. U moet een handkompas gebruiken om op magnetische interferentie te testen in de zone waar u de CCU wilt monteren. Als op de plaats waar u van plan bent de CCU te installeren de naald van het handkompas beweegt, is daar sprake van magnetische interferentie. Kies een andere plaats en voer de controle opnieuw uit. De CCU dient voor optimale prestaties op een solide ondergrond te worden gemonteerd. Hoewel de CCU op uw boot in elke richting kan worden geplaatst, kunt u het instellen van het noorden in de installatieprocedure overslaan als u bij het kiezen van een montageplaats (optioneel) de volgende punten in acht neemt. De connectors op de CCU moeten in de richting van de boeg wijzen. De voet van de CCU moet loodrecht op de roll- en pitch-as van de boot staan. De CCU moet dicht bij het draaipunt van de boot worden geplaatst, zo nodig iets dichter bij de voorkant. De CCU-kabel verbindt de CCU met de SmartPump en is 5 m (16 ft.) lang. Als de CCU-stuurautomaat niet op 5 m (16 ft.) van de SmartPump kan worden geïnstalleerd, kunt u verlengkabels aanschaffen bij uw lokale Garmin dealer of op Deze kabel mag niet worden ingekort. De beste montageplaats bepalen 1 Maak een lijst van alle geschikte montageplaatsen voor de CCU, waar zich binnen een afstand van 60 cm (2 ft.) geen ijzeren onderdelen, magneten of hoogspanningsdraden bevinden. Binnen een afstand van 1,5 m (5 ft.) van deze locaties mogen zich geen grote magneten, zoals van een subwoofer of luidspreker, bevinden. 2 Bepaal het draaipunt van de boot en meet de afstand tussen het draaipunt en elk van de geschikte montageplaatsen op de in stap 1 gemaakte lijst. 3 Selecteer de locatie die het dichtst bij het draaipunt is gelegen. Als er meer locaties zijn op ongeveer dezelfde afstand van het draaipunt, kiest u de locatie die het best voldoet aan al deze aandachtspunten. De beste locatie is de locatie die zich het dichtst bij het draaipunt van de boot bevindt. De beste locatie is de laagst mogelijke locatie in de boot. De beste locatie is de locatie die iets meer naar de voorkant van de boot toe ligt. Overwegingen betreffende de montage van de pomp Raadpleeg de hydraulische schema's in deze instructies om de installatielocatie van de pomp te bepalen (Hydraulische schema's). Monteer de pomp op een plaats waar de hydraulische stuurlijnen van de boot kunnen komen. De pomp moet indien mogelijk in horizontale positie worden gemonteerd. Als de pomp in verticale positie moet worden gemonteerd, moet deze met de aansluitingen van de pompkop naar boven gericht worden gemonteerd. De pomp heeft vijf hydraulische fittingen, maar slechts drie daarvan worden gebruikt wanneer de aanbevolen installatiemethode voor de pomp wordt gebruikt. Aan de hand van de pompklep-illustratie in deze instructies kunt u bepalen welke fittingenlay-out het meest geschikt is voor uw installatielocatie (Kleppen en fittingen van de pomp). Overwegingen betreffende de hydrauliek van de pomp Wanneer er een hydraulische leiding wordt toegevoegd aan het systeem, gebruik dan alleen leidingen met machinaal vervaardigde of zelf te vervangen fittingen met een minimum belasting van kpa (1000 lbf/in²). Gebruik geen loodgieterstape voor hydraulische fittingen. Gebruik een schroefdraadborging die speciaal is bedoeld voor nautische toepassingen op alle pijpdraden in het hydraulische systeem. Gebruik de stuurautomaat nooit om de boot te besturen voordat elk onderdeel van het hydraulische systeem is ontlucht. Raadpleeg de hydraulische schema's vanaf Hydraulische schema's om te bepalen op welke wijze de pomp het beste in de hydraulische besturing van de boot kan worden geïnstalleerd. Bij de aanbevolen methode is installatie van T-fittingen en terugslagkleppen vereist, zodat de pomp kan worden verwijderd voor onderhoud zonder dat het stuursysteem wordt uitgeschakeld. Voor deze installatie hebt u slechts drie van de vijf poorten in het pompspruitstuk nodig. Hoewel dit niet wordt aanbevolen, kunnen alle vijf poorten worden gebruikt in plaats van terugslagkleppen te installeren. Zie Kleppen en fittingen van de pomp voor meer informatie over de fittingen en andere verbindingsmethoden. Kleppen en fittingen van de pomp De pomp kan op twee manieren worden aangesloten op de hydraulische besturing. Bij de aanbevolen methode met drie aansluitingen worden alleen de fittingen H1 en H2 gebruikt, en een T-connector die de verbinding tussen het roer en de cilinder splitst. De fitting van de retourleiding wordt alleen op het roer aangesloten. De controlekleppen à moeten niet opnieuw worden geconfigureerd als de boot is uitgerust met een gebalanceerde cilinder. Als de boot een niet-gebalanceerde cilinder heeft, moeten de controlekleppen wel opnieuw worden geconfigureerd (De pomp configureren voor een nietgebalanceerde cilinder). De bypassklep Ä wordt alleen voor hydraulische ontluchting geopend en moet tijdens normaal bedrijf geheel gesloten zijn. 2
3 Indien nodig kunnen de fittingen C1 Å en C2 Æ bij de aanbevolen installatie met drie aansluitingen worden gebruikt in plaats van de fittingen H1 en H2. De pomp kan eventueel ook met alle vijf aansluitingen worden geïnstalleerd. Hierbij worden fittingen C1 en C2 gebruikt voor de aansluiting van de pomp op de cilinder, en worden de fittingen H1 en H2 voor de verbinding tussen pomp en roer gebruikt. Dit type installatie wordt niet aanbevolen omdat de pomp dan niet voor onderhoud kan worden verwijderd zonder de besturing van de boot uit te schakelen. De pomp configureren voor een niet-gebalanceerde cilinder Houd alle onderdelen schoon en stofvrij tijdens het configureren van de pomp voor een stuurinrichting met een nietgebalanceerde cilinder om te voorkomen dat de pomp beschadigd raakt. Als u de terugslagkleppen verwijdert nadat het hydraulische systeem is ontlucht, moet dit opnieuw worden ontlucht. Door het configureren van de terugslagklep komt er mogelijk weer lucht in het hydraulische systeem. Als de boot een besturing met niet-gebalanceerde cilinder heeft, moet u de pomp configureren zodat deze goed met de besturing werkt. 1 Verwijder de controlekleppen van het pompspruitstuk. 2 Trek de zuigers uit het pompspruitstuk. De pomp is in de fabriek ingesteld met de zuigers in de gebalanceerde configuratie. 3 Verwijder de O-ringen à van de zuigers en gooi de ringen weg. Als u de O-ringen niet gemakkelijk van de zuigers kunt trekken, zult u ze mogelijk moeten lossnijden. 4 Plaats de zuigers opnieuw in het pompspruitstuk in de nietgebalanceerde configuratie Ä. 5 Plaats de terugslagkleppen in het pompspruitstuk en draai ze vast. Aandachtspunten bij de Shadow Drive montage OPMERKING: De Shadow Drive is een sensor die u installeert in de leidingen van de hydraulische stuurinrichting van uw boot. Deze detecteert wanneer u handmatig de besturing van het roer overneemt en schakelt de stuurautomaat uit. De Shadow Drive moet horizontaal en zo vlak mogelijk worden gemonteerd en stevig vastgezet met kabelbinders. Monteer de Shadow Drive op een afstand van minimaal 305 mm (12 inch) van magnetische materialen of toestellen, zoals luidsprekers en elektrische motoren. Monteer de Shadow Drive dichter bij het roer dan bij de pomp. Monteer de Shadow Drive lager dan het roer, maar hoger dan de pomp. Sluit de Shadow Drive niet rechtstreeks aan op de fitting aan de achterkant van het roer. Zorg voor een bepaalde slanglengte tussen de fitting op het roer en de Shadow Drive. Sluit de Shadow Drive niet rechtstreeks aan op een hydraulische T-connector in de hydraulische leiding. Zorg voor een bepaalde slanglengte tussen de T-connector en de Shadow Drive. Bij enkele bediening mag u geen T-connector tussen het roer en de Shadow Drive plaatsen. Bij dubbele bediening installeert u de Shadow Drive tussen de pomp en de hydraulische T-connector naar het roer boven en het roer onder, dichter bij het roer dan bij de T-connector. Installeer de Shadow Drive ofwel in de stuurboordleiding of de bakboordleiding. Installeer de Shadow Drive niet in de retourleiding of de hogedrukleiding, indien van toepassing. Overwegingen bij montage en aansluiting van het alarm Monteer het alarm in de buurt van de primaire bediening. Het alarm kan onder het dashboard worden gemonteerd. De bedrading van het alarm kan indien nodig worden verlengd met een 28 AWG (0,08 mm 2 )-draad. Aandachtspunten bij de NMEA 2000 verbinding De CCU en de roerbediening moeten op een NMEA 2000 netwerk worden aangesloten. Als er nog geen NMEA 2000 netwerk op uw boot is geïnstalleerd, kunt u zelf een netwerk opzetten met de meegeleverde NMEA 2000 kabels en connectors (Een standaard NMEA 2000 netwerk voor de stuurautomaat opzetten). U kunt de geavanceerde functies van de stuurautomaat gebruiken door optionele NMEA 2000 toestellen, zoals een windsensor, een watersnelheidsensor of een GPS-toestel, aan te sluiten op het NMEA 2000 netwerk. Schema voedings-/gegevensaansluiting WAARSCHUWING Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of schade aan het product door brand of oververhitting te voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de garantie op het product. 3
4 Onderdeel Beschrijving Belangrijke aandachtspunten È É Alarm Het alarm geeft geluidssignalen van de stuurautomaat, en moet nabij de roerbediening worden geïnstalleerd (Het alarm installeren). Shadow Drive De Shadow Drive moet correct worden geïnstalleerd in de hydraulische besturingslijn en worden verbonden met de CCU-kabel (Installatie van Shadow Drive). Schema van onderdelen Schema enkele bediening Onderdeel Beschrijving Belangrijke aandachtspunten Roerbediening CCU De CCU kan in een willekeurige richting worden bevestigd op een droge locatie nabij het midden van de boot (Aandachtspunten bij de montage en aansluiting van de CCU). Plaats de CCU niet in de buurt van magnetische interferentie. Gegevenskabel roerbediening Installeer deze kabel alleen als u de stuurautomaat aansluit op optionele NMEA 0183 toestellen, zoals een windsensor, een watersnelheidsensor of een GPS-toestel (Overwegingen betreffende NMEA 0183 verbinding). Ã Ä Å Æ Ç 4 NMEA 2000 netwerk CCU-kabel SmartPump De roerbediening en de CCU moeten worden aangesloten op een NMEA 2000 netwerk via de meegeleverde T-connectors (Aandachtspunten bij de NMEA 2000 verbinding). Als er geen bestaand NMEA 2000 netwerk op uw boot is geïnstalleerd, kunt u zelf een netwerk opzetten met de meegeleverde kabels en connectors (Een standaard NMEA 2000 netwerk voor de stuurautomaat opzetten). Als u deze kabel wilt verlengen naar de ECU, hebt u mogelijk een verlengkabel nodig (apart verkrijgbaar)(aandachtspunten bij de montage en aansluiting van de CCU). Deze kabel wordt aangesloten op het alarm en de Shadow Drive. In dit schema worden geen hydraulische verbindingen getoond. Raadpleeg de hydraulische schema's voor meer informatie Hydraulische schema's. NMEA 2000 Installeer deze kabel alleen als u een voedingskabel NMEA 2000 netwerk opzet. Gebruik deze kabel niet als uw boot beschikt over een bestaand NMEA 2000 netwerk. De NMEA 2000 voedingskabel moet worden aangesloten op een voedingsbron van 9-16 V gelijkstroom. Voedingskabel pomp De pomp moet worden aangesloten op een voedingsbron van 12 tot 24 VDC. Als u deze kabel wilt verlengen, moet u de juiste draaddiameter gebruiken (Voedingskabel verlengen). OPMERKING: Dit schema is alleen bedoeld voor planningsdoeleinden. Indien nodig, kunt u specifieke aansluitingsschema's vinden in de gedetailleerde installatieinstructies bij elk onderdeel. Hydraulische verbindingen worden in dit schema niet aangegeven. Onderdeel Beschrijving Belangrijke aandachtspunten Roerbediening SmartPump 12 tot 24 VDC De pomp moet worden aangesloten op accu een voedingsbron van 12 tot 24 VDC. Als u deze kabel wilt verlengen, moet u de juiste draaddiameter gebruiken (Voedingskabel verlengen). De NMEA 2000 voedingskabel moet worden aangesloten op een voedingsbron van 9-16 V gelijkstroom. Ã CCU De CCU kan in een willekeurige richting worden bevestigd op een droge locatie nabij het midden van de boot (Aandachtspunten bij de montage en aansluiting van de CCU). Plaats de CCU niet in de buurt van magnetische interferentie. Ä NMEA 2000 netwerk De roerbediening en de CCU moeten worden aangesloten op een NMEA 2000 netwerk via de meegeleverde Tconnectors (Aandachtspunten bij de NMEA 2000 verbinding). Als er geen bestaand NMEA 2000 netwerk op uw boot is geïnstalleerd, kunt u zelf een netwerk opzetten met de meegeleverde kabels en connectors (Een standaard NMEA 2000 netwerk voor de stuurautomaat opzetten). Richtlijnen voor schema met dubbele bediening
5 OPMERKING: Dit schema is alleen bedoeld voor planningsdoeleinden. Indien nodig, kunt u specifieke aansluitingsschema's vinden in de gedetailleerde installatieinstructies bij elk onderdeel. Hydraulische verbindingen worden in dit schema niet aangegeven. Onderdeel Beschrijving Belangrijke aandachtspunten Roerbediening 12 tot 24 VDC accu De pomp moet worden aangesloten op een voedingsbron van 12 tot 24 VDC. Als u deze kabel wilt verlengen, moet u de juiste draaddiameter gebruiken (Voedingskabel verlengen). De NMEA 2000 voedingskabel moet worden aangesloten op een voedingsbron van 9-16 V gelijkstroom. SmartPump à CCU De CCU kan in een willekeurige richting worden bevestigd op een droge locatie nabij het midden van de boot (Aandachtspunten bij de montage en aansluiting van de CCU). Plaats de CCU niet in de buurt van magnetische interferentie. Ä NMEA 2000 netwerk De roerbediening en de CCU moeten worden aangesloten op een NMEA 2000 netwerk via de meegeleverde T- connectors (Aandachtspunten bij de NMEA 2000 verbinding). Als er geen bestaand NMEA 2000 netwerk op uw boot is geïnstalleerd, kunt u zelf een netwerk opzetten met de meegeleverde kabels en connectors (Een standaard NMEA 2000 netwerk voor de stuurautomaat opzetten). Schema enkel stuurwiel zonder stuurbekrachtiging Shadow Drive Stuurboordleiding Retourleiding à Pomp Ä Bakboordleiding Å Terugslagkleppen Æ Roer Ç Stuurcilinder Schema dubbele bediening zonder stuurbekrachtiging Hydraulische schema's Indien de stuurinrichting van uw boot niet overeenkomt met een van de hydraulische schema's in deze handleiding en u niet zeker weet hoe u de pomp moet installeren, neem dan contact op met Garmin Product Support. Voordat u de pomp installeert, moet u bepalen welk type hydraulische besturing in uw boot aanwezig is. Elke boot is anders. Daarom moet u rekening houden met bepaalde aspecten van het bestaande hydraulische schema voordat u een montageplaats voor de pomp kiest. Belangrijke aandachtspunten De pomp moet opnieuw worden geconfigureerd als de boot is uitgerust met een niet-gebalanceerde stuurcilinder (De pomp configureren voor een niet-gebalanceerde cilinder). Garmin raadt het gebruik van T-connectors aan voor de aansluiting van de hydraulische leidingen op de pomp. Voor het eenvoudig uitschakelen en verwijderen van de pomp, raadt Garmin aan de terugslagkleppen te installeren in de hydraulische leidingen tussen het pompspruitstuk en de T- connectors. Gebruik geen Teflon tape voor hydraulische fittingen. Gebruik een geschikte schroefdraadafdichting op alle pijpdraden in het hydraulische systeem. Ã Ä Å Æ Ç È Retourleiding Shadow Drive Stuurboordleiding Bakboordleiding Terugslagkleppen Pomp Bovenste bediening Onderste bediening Stuurcilinder Schema enkele bediening met stuurbekrachtiging De pomp moet voor een goede werking worden geïnstalleerd tussen de cilinder en de stuurbekrachtiging. OPMERKING: Het kan nodig zijn de stuurbekrachtiging te verwijderen om bij de fittingen, slangen en ontluchtingsfitting te kunnen komen. 5
6 P L T R P L T R Ã Ä Å Æ Ç È É Shadow Drive Ã Ä Å Æ Ç È Stuurboordleiding Bakboordleiding Stuurcilinders Bakboordleiding Terugslagkleppen Retourleiding Pomp Shadow Drive Stuurboordleiding Bedieningen Uflex MasterDrive voedingseenheid Hogedrukleiding - NIET DOORKNIPPEN Installatieprocedures Retourleiding LET OP Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren. Roer Stuurbekrachtiging Terugslagkleppen Pomp Stuurcilinder Schema enkele bediening met Uflex MasterDrive P L T R LET OP Let op dat u bij het installeren van de pomp in een systeem met een Uflex MasterDrive nooit de hogedrukleiding doorsnijdt die de voeding met het roer verbindt om letsel of beschadiging van eigendommen te voorkomen. Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de andere kant van het oppervlak bevindt. Wanneer u de installatie van de stuurautomaat hebt gepland en aan alle vereisten voor montage en bedrading van uw specifieke installatie hebt voldaan, kunt u de onderdelen monteren en aansluiten. Bediening installeren Installeer de bediening verzonken in het dashboard naast het roer en sluit deze aan op een NMEA 2000 netwerk. U kunt de geavanceerde functies van de stuurautomaat gebruiken als u optionele NMEA 2000 compatibele of NMEA 0183 compatibele toestellen, zoals een windsensor, watersnelheidsensor of GPS toestel, aansluit op het NMEA 2000 netwerk of aansluit op de bediening via NMEA De roerbediening monteren Ã Ä Å Æ Ç È É Roer Shadow Drive Stuurboordleiding Stuurcilinders Bakboordleiding Hogedrukleiding - NIET DOORKNIPPEN Retourleiding Terugslagkleppen Uflex MasterDrive voedingseenheid Pomp Schema dubbele bediening met Uflex MasterDrive LET OP Let op dat u bij het installeren van de pomp in een systeem met een Uflex MasterDrive nooit de hogedrukleiding doorsnijdt die de voeding met het roer verbindt om letsel of beschadiging van eigendommen te voorkomen. 6 Als u het toestel op glasvezel monteert, is het raadzaam om bij het boren van de vier gaten met een kleine verzinkboor alleen in de bovenste gellaag een kleine verdieping aan te brengen. U voorkomt hiermee dat er scheuren in de gellaag ontstaan als de schroeven worden aangedraaid. Roestvrijstalen schroeven kunnen zich gaan binden wanneer ze in het glasvezel worden geschroefd en te strak worden aangedraaid. Garmin raadt het aanbrengen van zuurvrij smeermiddel op schroeven aan voordat u deze installeert. Kies eerst de plaats waar u de roerbediening wilt monteren (Overwegingen betreffende de montage van de roerbediening). 1 Knip de sjabloon voor verzonken montage op maat en controleer of deze past op de gekozen montageplaats. De sjabloon voor verzonken montage wordt meegeleverd in de verpakking van de roerbediening. 2 Bevestig de sjabloon op de gekozen montageplaats. 3 Als u het gat met een slijptol wilt maken in plaats van met een gatenzaag van 90 mm (3,5 in.), moet u een boor van 10
7 mm (3/8 in.) gebruiken voor het voorboorgat, als beginpunt voor het uitslijpen van het montageoppervlak. 4 Zaag met de gatenzaag of slijptol het montageoppervlak uit langs de binnenkant van de streepjeslijn op de sjabloon. 5 Gebruik indien nodig een vijl en schuurpapier om het gat heel precies op maat te krijgen. 6 Plaats de roerbediening in de opening en controleer of de vier gaten op de sjabloon goed zijn afgetekend. 7 Als de montagegaten niet correct zijn, markeer dan de juiste locaties voor de vier montagegaten. 8 Haal de roerbediening uit de opening. 9 Boor de vier voorboorgaten van 2,8 mm ( 7 / 64 in.). Als u de bediening monteert op een glasvezeloppervlak, wordt aanbevolen om een kleine verzinkboor te gebruiken. 10Verwijder de rest van de sjabloon. 11Installeer de meegeleverde pakking aan de achterzijde van het toestel. U kunt rond de pakking watervaste kit aanbrengen om lekkage achter het dashboard te voorkomen (optioneel). 12Plaats de bediening in de opening. 13Draai de bediening goed vast op de montageplaats met de meegeleverde schroeven. Als u de bediening monteert op een glasvezeloppervlak, wordt aanbevolen om een zuurvrij smeermiddel te gebruiken. 14Klik de decoratieve ring op zijn plaats. De CCU monteren 1 Kies de bevestigingsplek. 2 Gebruik de CCU als sjabloon en markeer de twee voorboorgaten op het montageoppervlak. 3 Gebruik een boor van 3 mm ( 1 / 8 in.) om de gaatjes te boren. 4 Gebruik de meegeleverde schroeven om de CCU op het montageoppervlak te bevestigen. De pomp installeren De pomp monteren Als uw boot een besturing met niet-gebalanceerde cilinder heeft, moet u de pomp opnieuw configureren voordat u de pomp kunt monteren (De pomp configureren voor een niet-gebalanceerde cilinder). Kies eerst een plaats voor de pomp (Overwegingen betreffende de montage van de pomp) en bepaal welk bevestigingsmateriaal u nodig hebt (Benodigd gereedschap). 1 Plaats de pomp op de gewenste montageplaats en teken de montagegaten op de ondergrond af. Gebruik de pomp zelf als sjabloon. 2 Gebruik een boortje dat geschikt is voor het bevestigingsmateriaal en boor de vier gaten in het bevestigingsoppervlak. 3 Gebruik het betreffende bevestigingsmateriaal om de pomp op de plaats te bevestigen. De hydraulische leidingen aansluiten op de pomp Raadpleeg de indelingsschema's in Schema enkele bediening met stuurbekrachtiging voor hulp. 1 Koppel de benodigde leidingen los van het hydraulische systeem. 2 Voeg een T-connector toe aan de stuurboord- en bakboordleidingen van het systeem tussen het roer en de stuurcilinder. OPMERKING: Als de boot een stuurbekrachtiging heeft, voegt u de T-connectors toe tussen de stuurbekrachtiging en de stuurcilinder. 3 Voer een van onderstaande handelingen uit: Als de boot geen stuurbekrachtiging heeft, voegt u voldoende hydraulische slang toe om de retourfitting op het roer te verbinden met de pompfitting met het label T. Als de boot wel stuurbekrachtiging heeft, moet reeds een retourleiding aanwezig zijn tussen het roer en de stuurbekrachtiging. Voeg een T-connector toe aan de retourleiding van het systeem tussen de stuurbekrachtiging en het roer. 4 Voeg hydraulische slang toe aan de ongebruikte fitting op elke T-connector. Gebruik voldoende slang om de T- connector te verbinden met de pompfittingen. 5 Verbind de T-connector van de stuurboordleiding met een pompfitting met het label C1 of C2. 6 Verbind de T-connector van de bakboordleiding met de pompfitting met het label C1 of C2 die u niet in stap 4 hebt gebruikt. 7 Voer een van onderstaande handelingen uit: Als de boot geen stuurbekrachtiging heeft, verbindt u de retourfitting op het roer met de pompfitting met het label T. Als de boot wel stuurbekrachtiging heeft, sluit u de T- connector van de retourleiding aan op de pompfitting met het label T. 8 Installeer de Shadow Drive in de hydraulische leiding aan stuurboord of bakboord tussen het roer en de T-connector (Installatie van Shadow Drive). 9 Installeer een terugslagklep (niet meegeleverd) op elke hydraulische leiding die rechtstreeks met de pomp is verbonden. 10Plaats, indien dat nog niet is gebeurd, de meegeleverde stoppen in de ongebruikte pompfittingen, draai ze vast en verzegel ze. De pomp aansluiten op voeding WAARSCHUWING Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of schade aan het product door brand of oververhitting te voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de garantie op het product. Sluit indien mogelijk de voedingskabel van de pomp rechtstreeks aan op de bootaccu. Hoewel dit niet wordt aanbevolen, moet u een zekering van 40 A gebruiken als u de voedingskabel aansluit op een accublok of een andere bron. Als u de pomp via een zekeringautomaat of schakeling in de nabijheid van de besturing wilt voeren, moet u een relais en controledraad van de juiste grootte gebruiken. Verleng in dit geval niet de voedingskabel van de pomp. 1 Leid het uiteinde met de connector van de voedingskabel naar de pomp, maar sluit de kabel niet aan op de pomp. 2 Leid het gestripte draadeinde van de voedingskabel naar de bootaccu. 7
8 AIs de kabel niet lang genoeg is, kan deze worden verlengd door verbinding met een langere draad (Voedingskabel verlengen). Neem de waarschuwingen betreffende het verlengen van de voedingskabel aan het begin van dit gedeelte in acht. 3 Sluit de zwarte draad (-) aan op de negatieve (-) accupool. 4 Sluit de rode draad (+) aan op de positieve (+) accupool. 5 Sluit de voedingskabel nu nog niet aan op de pomp. Sluit de voedingskabel pas aan als u alle andere onderdelen voor de stuurautomaat hebt geïnstalleerd om ongewenste activiteit van de pomp te voorkomen. Voedingskabel verlengen Indien nodig kunt u de voedingskabel verlengen met een kabel van de juiste dikte en lengte. Onderdeel Onderdeel Ã Ä Å Æ Onderdeel Ã Ä Å Æ Onderdeel Ã Ä Beschrijving Zekering Accu 2,7 m (9 ft.) geen verlenging Beschrijving Verbinding 10 AWG (5,26 mm²) verlengdraad Zekering 20,3 cm (8 inch) Accu 20,3 cm (8 inch) Max. 4,6 m (15 ft.) Beschrijving Verbinding 8 AWG (8,36 mm²) verlengdraad Zekering 20,3 cm (8 inch) Accu 20,3 cm (8 inch) Max. 7 m (23 ft.) Beschrijving Verbinding 6 AWG (13,29 mm²) verlengdraad Zekering 20,3 cm (8 inch) Accu Onderdeel Å Æ Beschrijving 20,3 cm (8 inch) Max. 11 m (36 ft.) Het hydraulische systeem ontluchten Dit is een algemene procedure voor het ontluchten van een hydraulische stuurinrichting. Raadpleeg de instructies van de fabrikant van de stuurinrichting voor meer specifieke informatie over de ontluchting van het systeem. Controleer voordat u het hydraulische systeem ontlucht of alle slangaansluitingen zijn geïnstalleerd en volledig zijn aangedraaid. 1 Selecteer een optie: Als het vloeistofniveau in het roerreservoir te laag is, moet u het reservoir bijvullen. Als het roerreservoir te veel vloeistof bevat, verwijdert u hydraulische vloeistof om overlopen tijdens het ontluchten te voorkomen. 2 Plaats een bypassslang tussen de cilinderontluchtingspoorten. TIP: Als u voor deze bypass een transparante plastic slang gebruikt, kunt u tijdens het ontluchten luchtbelletjes zien. 3 Draai het roer handmatig naar bakboord. 4 Open beide bypasskleppen bij de cilinderfittingen. 5 Open de bypassklep op het pompspruitstuk. 6 Draai het roer met de hand langzaam naar bakboord gedurende drie minuten. TIP: U kunt stoppen met draaien als u geen luchtbellen meer door de bypassslang ziet passeren. 7 Schakel de stuurautomaat in en schakel de Shadow Drive uit. Raadpleeg de documentatie bij de stuurautomaat voor meer informatie over het uitschakelen van de Shadow Drive. 8 Houd (bakboord) op de roerbediening ten minste 10 seconden ingedrukt. TIP: U kunt loslaten als u geen luchtbellen meer ziet passeren door de bypassslang. 9 Sluit de beide bypasskleppen bij de cilinderfittingen. 10Sluit de bypassklep op het pompspruitstuk. 11Voeg indien nodig vloeistof toe aan het roerreservoir. 12Herhaal de stappen 3 tot en met 11 voor de stuurboordkant. 13Houd (bakboord) op de roerbediening ingedrukt tot de besturing stopt en Hydr. pomp afgeslag. wordt weergegeven op de roerbediening. 14Houd de (stuurboord) op de roerbediening ingedrukt tot de besturing stopt en Hydr. pomp afgeslag. wordt weergegeven op de roerbediening. 15Selecteer een optie: Als Hydr. pomp afgeslag. niet wordt weergegeven binnen 2 tot 3 seconden nadat de cilinder is gestopt, herhaalt u de stappen 1-15 om het systeem nogmaals te ontluchten. Als Hydr. pomp afgeslag. wordt weergegeven binnen 2 tot 3 seconden nadat de cilinder is gestopt, is het systeem ontlucht. Schakel de Shadow Drive weer in nadat het hydraulische systeem is ontlucht. Corrosiebescherming Breng voor een lange levensduur van alle onderdelen minstens twee keer per jaar een roestpreventiemiddel aan op de pomp. 8
9 Breng na de installatie van alle hydraulische en elektrische verbindingen en na ontluchting van de hydraulische besturing een corrosiebescherming met nautisch keurmerk aan op de pomp. Een Garmin roerfeedbacksensor installeren Een roerfeedbacksensor, zoals de GRF 10 (afzonderlijk verkrijgbaar), is niet vereist voor een correcte werking van de stuurautomaat, maar verhoogt wel de prestaties, voorziet in een roerindicatie op het scherm en verlengt de levensduur van de SmartPump. Volg de bij uw GRF roerfeedbacksensor geleverde installatieinstructies om deze te verbinden met uw roerbediening en stuurautomaat. De CCU aansluiten 1 Leid het connectoruiteinde van de CCU-kabel naar de SmartPump en sluit de kabel aan. 2 Leid de oranje en blauwe draden van het gestripte kabeldeel van de CCU-kabel naar de plaats waar u het alarm wilt installeren (Het alarm installeren). Als de kabel niet lang genoeg is, kunt u de betreffende draden verlengen door middel van een draad met een dikte van 0,08 mm 2 (28 AWG). 3 Leid de bruine en zwarte draden van het gestripte deel van de CCU-kabel naar de plaats waar u de Shadow Drive wilt installeren (Installatie van Shadow Drive). Als de kabel niet lang genoeg is, kunt u de betreffende draden verlengen door middel van een draad met een dikte van 0,08 mm 2 (28 AWG). Installatie van Shadow Drive De Shadow Drive aansluiten op het hydraulische systeem Voordat u de Shadow Drive kunt installeren, dient u te bepalen waar de Shadow Drive moet worden aangesloten op het hydraulische stuursysteem van uw boot (Aandachtspunten bij de Shadow Drive montage). Raadpleeg voor verdere hulp de schema's van het hydraulische systeem (Hydraulische schema's). Gebruik hydraulische connectors (niet inbegrepen) om de Shadow Drive in de juiste hydraulische leiding te installeren. De Shadow Drive aansluiten op de CCU 1 Leid het gestripte draadeinde van de CCU-kabel naar de Shadow Drive. Als de kabel niet lang genoeg is, kunt u de desbetreffende draden verlengen met een 28 AWG-draad (0,08 mm²). 2 Verbind de kabels volgens het schema in deze tabel. Kleur van draad Shadow Drive Rood (+) Bruin (+) Zwart (-) Zwart (-) 3 Soldeer en isoleer alle gestripte draadeinden. Kleur van draad CCU-kabel Het alarm installeren Voordat u het alarm kunt bevestigen, moet u een montageplaats kiezen (Overwegingen bij montage en aansluiting van het alarm). 1 Leid de alarmkabel naar het gestripte draadeinde van de CCU-kabel. Als de kabel niet lang genoeg is, kunt u de desbetreffende draden verlengen met een draad van 0,08 mm 2 (28 AWG). 2 Verbind de kabels volgens het schema in deze tabel. Kleur van alarmdraad Wit (+) Oranje (+) Zwart (-) Blauw (-) Kleur van draad CCU-kabel 3 Soldeer en isoleer alle gestripte draadeinden. 4 Bevestig het alarm met kabelbinders of andere bevestigingsmaterialen (niet bijgeleverd). NMEA 2000 en de stuurautomaatonderdelen Als u beschikt over een bestaand NMEA 2000 netwerk op uw boot, hoort dit reeds te zijn aangesloten op de voeding. Sluit de NMEA 2000 voedingskabel niet op een bestaand NMEA 2000 netwerk aan omdat er slechts één voedingsbron mag worden aangesloten op een NMEA 2000 netwerk. U kunt de roerbediening via een bestaand NMEA 2000 netwerk aansluiten op de CCU. Als er geen bestaand NMEA 2000 netwerk op uw boot is geïnstalleerd, zijn alle benodigde onderdelen voor het netwerk meegeleverd in het stuurautomaatpakket (Een standaard NMEA 2000 netwerk voor de stuurautomaat opzetten). Om de geavanceerde functies van de stuurautomaat te gebruiken, kunt u optionele NMEA 2000 toestellen, zoals een GPS-toestel, aansluiten op het NMEA 2000 netwerk. Als u niet vertrouwd bent met NMEA 2000, kunt u het beste het hoofdstuk 'NMEA 2000 Network Fundamentals' van de Technical Reference for NMEA 2000 Products lezen. Als u dit document wilt downloaden, selecteert u Handleidingen op de productpagina voor uw toestel op Een standaard NMEA 2000 netwerk voor de stuurautomaat opzetten Als u een NMEA 2000 voedingskabel installeert, moet u deze verbinden met de contactschakelaar van de boot of via een andere onderbrekingsschakelaar. NMEA 2000 toestellen zullen uw accu leegtrekken indien de NMEA 2000 voedingskabel rechtstreeks is aangesloten op de accu. 1 Verbind de drie T-connectors met elkaar zoals getoond. 2 Sluit de meegeleverde NMEA 2000 voedingskabel aan op een 9 tot 12 VDC voedingsbron via een schakelaar Ã. Sluit de voedingskabel zo mogelijk aan op de contactschakelaar van de boot, of leid de kabel via een inline schakelaar (niet meegeleverd). OPMERKING: De omvlochten aardedraad (blank) van de NMEA 2000 voedingskabel moet worden verbonden met dezelfde aarding als de zwarte draad van de NMEA 2000 voedingskabel. 3 Sluit de NMEA 2000 voedingskabel aan op een van de T- connectors. 4 Sluit een van de meegeleverde NMEA 2000 netwerkkabels Ä aan op een van de T-connectors en de roerbediening Å. 5 Sluit de andere meegeleverde NMEA 2000 netwerkkabel aan op de andere T-connector en de CCU Æ. 6 Sluit de mannelijke en vrouwelijke afsluitweerstanden Ç aan op de uiteinden van de gecombineerde T-connectors. 9
10 De stuurautomaatonderdelen verbinden met het bestaande NMEA 2000 netwerk 1 Bepaal waar u de roerbediening en de CCU wilt aansluiten op uw bestaande NMEA 2000 backbone. 2 Koppel op de plaats waar u de roerbediening wilt aansluiten één kant van een NMEA 2000 T-connector à los van het netwerk. 3 Sluit zo nodig een NMEA 2000 backboneverlengkabel (niet bijgeleverd) aan op de kant waar de T-connector is losgekoppeld, als de NMEA 2000 netwerkbackbone moet worden verlengd. 4 Koppel een bijgeleverde T connector voor de roerbediening aan op de NMEA 2000 backbone door deze aan te sluiten op de kant waar de T-connector is losgekoppeld of op de backboneverlengkabel. 5 Leid de bijgeleverde netwerkkabel Ä naar de roerbediening en naar de onderkant van de T-connector die u in stap 4 hebt toegevoegd. Als de bijgeleverde netwerkkabel niet lang genoeg is, kunt u een netwerkkabel van maximaal 6 m (20 ft.) gebruiken (niet bijgeleverd). 6 Sluit de netwerkkabel aan op de roerbediening en de T- connector. 7 Herhaal de stappen 2 tot en met 6 voor de CCU. Optionele NMEA 2000 toestellen aansluiten op de stuurautomaat U kunt de geavanceerde functies van de stuurautomaat gebruiken door optionele NMEA 2000 compatibele toestellen, zoals een windsensor, een watersnelheidsensor of een GPStoestel, aan te sluiten op het NMEA 2000 netwerk. OPMERKING: Optionele toestellen die niet NMEA 2000 compatibel zijn, kunt u aansluiten op de roerbediening via NMEA 0183 (Overwegingen betreffende NMEA 0183 verbinding). 1 Voeg een extra T-connector (niet meegeleverd) toe aan het NMEA 2000 netwerk. 2 Volg de instructies die bij het toestel zijn geleverd om het optionele NMEA 2000 toestel aan te sluiten op de T- connector. De stuurautomaat configureren De stuurautomaat moet worden geconfigureerd en afgesteld op de dynamiek van uw boot. Gebruik voor de configuratie van de stuurautomaat de Dockside Wizard en de Sea Trial Wizard op de bediening. Volg de instructies in deze wizards om de vereiste configuratiestappen te voltooien. De Dockside Wizard Als u de Dockside Wizard uitvoert terwijl uw boot op het droge ligt, moet u zorgen dat het roer vrij kan bewegen om schade aan het roer of andere voorwerpen te voorkomen. U kunt de Dockside Wizard zowel in het water als op het droge uitvoeren. Als de boot in het water ligt, moet deze stationair draaien terwijl u de wizard uitvoert. De Dockside Wizard uitvoeren Als uw boot stuurbekrachtiging heeft, schakelt u de stuurbekrachtiging in voordat u de Dockside Wizard uitvoert. Zo voorkomt u beschadiging van de stuurinrichting. 1 Schakel de stuurautomaat in. Als u de stuurautomaat voor het eerst inschakelt, wordt u gevraagd om een korte configuratieprocedure uit te voeren. 2 Als de Dockside Wizard na de configuratieprocedure niet automatisch wordt opgestart, selecteert u Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Wizards > Dockside Wizard. 3 Selecteer het type vaartuig. 4 Kalibreer indien nodig de roersensor (Het roer kalibreren). 5 Test de stuurrichting (De stuurrichting testen). 6 Selecteer indien nodig de snelheidsbron (De bron van de snelheid selecteren). 7 Controleer indien nodig de tachometer (De tachometer controleren). 8 Test de bediening lock-to-lock. 9 Bekijk de resultaten van de Dockside Wizard (Het resultaat van de Dockside Wizard bekijken). Het roer kalibreren OPMERKING: Als tijdens deze stappen een foutmelding wordt gegeven, heeft de roerfeedbacksensor zijn limiet mogelijk bereikt. In dat geval is de roerfeedbacksensor wellicht niet correct geïnstalleerd. Als het probleem zich blijft voordoen, kunt u doorgaan met kalibreren door het roer naar de uiterste positie te bewegen waar geen fout wordt gemeld. 1 Plaats het roer zo dat de boot volledig naar stuurboord zou varen en selecteer OK. 2 Nadat de stuurboordkalibratie is voltooid, plaatst u het roer zodanig dat de boot volledig naar bakboord zou varen en selecteert u OK. 3 Nadat de bakboordkalibratie is voltooid, plaatst u het roer in de centrale stand, laat u het roer los en selecteert u Begin. De stuurautomaat neemt de besturing van het roer over. 4 Laat het roer of de roerbediening los en laat de stuurautomaat het roer kalibreren. 5 Selecteer een optie: Als het kalibratieproces niet met succes is voltooid, herhaalt u stap 1 t/m 4. Als het kalibratieproces met succes is voltooid, selecteert u OK. De stuurrichting testen 1 Selecteer en, terwijl u op lage snelheid vaart. Als u selecteert, moet het roer de boot naar links sturen. Als u selecteert, moet het roer de boot naar rechts sturen. 2 Selecteer Doorgaan. 10
11 3 Selecteer een optie: Als de boot tijdens de test in de juiste richting vaart, selecteert u Ja. Selecteer Nee als de boot bij de test van de stuurrichting in de tegenovergestelde richting vaart en herhaal stap 1 t/m 3. De bron van de snelheid selecteren Selecteer een optie: Als u een NMEA 2000 compatibele motor (of motoren) op het NMEA 2000 netwerk hebt aangesloten, selecteert u Tach. - NMEA 2000 of eigen. Als er geen NMEA 2000 tachometergegevens beschikbaar zijn of als deze onbruikbaar zijn, selecteert u GPS als bron van snelheid. Als u geen NMEA 2000 tachometer of GPS-toestel als bron van snelheid hebt aangesloten, selecteert u Geen. OPMERKING: Als de stuurautomaat met de instelling Geen als bron van snelheid niet goed werkt, raadt Garmin u aan een tachometer aan te sluiten via het NMEA 2000 netwerk of een GPS-toestel te gebruiken als de bron van snelheid. De tachometer controleren Deze procedure wordt niet weergegeven als GPS of Geen is geselecteerd als de snelheidsbron. Hiermee kunt u bij draaiende motor(en) de RPM-waarden op de bediening vergelijken met die op de tachometer (of tachometers) op het dashboard van uw boot. Als de RPM-waarden niet overeenkomen, is er mogelijk een probleem met de NMEA 2000 snelheidsbron of de aansluiting. Het resultaat van de Dockside Wizard bekijken De bediening geeft de waarden aan die u in de Dockside Wizard hebt geselecteerd. 1 Bekijk het resultaat van de Dockside Wizard. 2 Selecteer eventuele onjuiste waarden en kies Selecteer. 3 Corrigeer de waarde. 4 Herhaal de stappen 2 en 3 voor elke waarde die u wilt corrigeren. 5 Selecteer OK als u klaar bent. De Sea Trial Wizard Met de Sea Trial Wizard configureert u de belangrijkste sensoren op de stuurautomaat. Het is heel belangrijk om de wizard uit te voeren onder omstandigheden die geschikt zijn voor uw boot. Belangrijke overwegingen met betrekking tot de Sea Trial Wizard De Sea Trial Wizard moet in kalm water worden uitgevoerd. Wat kalm water is, hangt af van de grootte en vorm van uw boot. Voordat u begint met de Sea Trial Wizard, moet de boot zich dan ook op een geschikte locatie bevinden. De boot mag niet schommelen terwijl deze stil ligt of zeer langzaam vaart. De boot mag geen last hebben van de wind. Terwijl u de Sea Trial Wizard uitvoert, moet u op de volgende punten letten. Het gewicht op de boot moet in balans zijn. Terwijl u de stappen van de Sea Trial Wizard uitvoert, mag u niet rondlopen op de boot. De Sea Trial Wizard uitvoeren 1 Vaar met de boot naar een open stuk kalm water. 2 Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Wizards > Sea Trial Wizard. 3 Configureer indien nodig de RPM bij planeren. Deze stap geldt alleen voor motorboten met planerende romp waarvan de snelheidsbron is ingesteld op Tach. - NMEA 2000 of eigen. 4 Configureer indien nodig de planeersnelheid. Deze stap geldt alleen voor motorboten met planerende romp waarvan de snelheidsbron is ingesteld op GPS. 5 Configureer indien nodig de hoge RPM-limiet. Deze stap geldt alleen voor motorboten waarvan de snelheidsbron is ingesteld op Tach. - NMEA 2000 of eigen of GPS. 6 Configureer indien nodig de maximumsnelheid. Deze stap geldt alleen voor motorboten waarvan de snelheidsbron is ingesteld op GPS. 7 Kalibreer het kompas (Het kompas kalibreren). 8 Voer de procedure Automatisch afstemmen uit (De procedure Automatisch afstemmen uitvoeren). 9 Stel Noord (Het noorden instellen) in als GPSkoersinformatie beschikbaar is, of stel de instelling voor de voorliggende koers bij (De koersinstelling aanpassen) als er geen GPS-koersinformatie beschikbaar is. Het kompas kalibreren 1 Selecteer een optie: Als u de kalibratie uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, selecteert u Begin. Als u de kalibratie niet uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, selecteert u vanuit het koersscherm Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Kompas instellen > Kalibreer kompas > Begin. 2 Volg de instructies op de roerbediening op tot de kalibratie is voltooid. Zorg er daarbij voor dat u de boot zo stabiel en vlak mogelijk houdt. Zorg dat de boot tijdens het kalibreren niet overhelt. 3 Selecteer een optie: Selecteer OK als de kalibratie is voltooid. Als het kalibratieproces niet met succes is voltooid, selecteert u Opnieuw en herhaalt u stap 1 t/m 3. Als de kalibratie is voltooid, worden kalibratiewaarden weergegeven. U kunt deze waarden gebruiken om de kwaliteit van het kalibratieproces te bepalen. Kompaskalibratiewaarden Als het kompaskalibratieproces is voltooid, kunt u aan de hand van de resultaten op de roerbediening bepalen hoe succesvol de kalibratie is. Magnetische omgeving: Geeft de mate van vervorming van het aardmagneetveld op de montageplaats aan. Een waarde van 100 geeft aan dat het toestel geen magnetische interferentie ondervindt op de montageplaats. Als deze waarde laag is, moet u de CCU mogelijk verplaatsen en het kompas nogmaals kalibreren. Een waarde van 100 is ideaal, maar is niet noodzakelijk voor een juiste werking van de stuurautomaat. Als de CCU is geïnstalleerd op een optimale locatie op uw boot, kunt u verder gaan met het configureren van de stuurautomaat en de werking ervan later nogmaals evalueren. Kalibratiekwaliteit: Geeft aan hoe vlak de ligging van de boot was tijdens het kalibreren van het kompas. Een waarde van 100 geeft aan dat de boot volkomen vlak heeft gelegen tijdens het kalibreren van het kompas. Als deze waarde laag is, moet u het kompas mogelijk opnieuw kalibreren. De procedure Automatisch afstemmen uitvoeren Voer deze procedure uit op open water. 11
12 1 Pas uw snelheid aan zodat de boot op normale kruissnelheid vaart zodat u goed kunt corrigeren. 2 Selecteer een optie: Als u de kalibratie uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, selecteert u Begin. Als u de kalibratie niet uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, selecteert u vanuit het koersscherm Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Stuurautomaat afstemmen > Automatisch afstemmen > Begin. De boot voert een aantal zigzagbewegingen uit terwijl Automatisch afstemmen wordt uitgevoerd. 3 Nadat de procedure is voltooid, volgt u de instructies op het scherm. 4 Selecteer een optie: Als de procedure Automatisch afstemmen niet met succes is voltooid en u de maximale kruissnelheid nog niet hebt bereikt, verhoogt u de snelheid en herhaalt u stap 1 t/m 3 tot de procedure Automatisch afstemmen met succes is voltooid. Als de procedure Automatisch afstemmen niet met succes is voltooid en u wel de maximale kruissnelheid hebt bereikt, verlaagt u de snelheid tot de initiële snelheid voor Automatisch afstemmen en selecteert u Alt. automatisch afstemmen om een alternatieve procedure te starten. Als de procedure Automatisch afstemmen is voltooid, worden de versterkingswaarden weergegeven. Aan de hand van deze waarden kunt u de kwaliteit van de procedure Automatisch afstemmen bepalen. Versterkingswaarden voor automatisch afstemmen Als de procedure voor automatisch afstemmen is voltooid, kunt u op de roerbediening de versterkingswaarden bekijken. U kunt deze getallen noteren en raadplegen als u de procedure voor automatisch afstemmen later wilt uitvoeren of als u de versterkingsinstellingen handmatig wilt aanpassen (niet aanbevolen) (Instellingen stuurautomaatversterking aanpassen). Versterking: Stelt in hoe strak de stuurautomaat de voorliggende koers vasthoudt en hoe snel koerswijzigingen worden gemaakt. Tegencorrectie: Stelt in hoe snel de stuurautomaat oversturing na een koerswijziging corrigeert. Het noorden instellen Voer deze procedure uit op open water. OPMERKING: Als u de instructies hebt gevolgd bij het installeren van de CCU, is deze procedure wellicht niet nodig (Aandachtspunten bij de montage en aansluiting van de CCU). Deze procedure wordt weergegeven als op de stuurautomaat een optioneel GPS-toestel is aangesloten (Optionele NMEA 2000 toestellen aansluiten op de stuurautomaat) en dit toestel een GPS-positie heeft verkregen. Tijdens deze procedure wordt de koersinformatie van de GPS gebruikt om op de stuurautomaat het noorden te kalibreren. Als u geen GPS-toestel hebt aangesloten, wordt u gevraagd om de instelling voor de voorliggende koers bij te stellen (De koersinstelling aanpassen). 1 Breng uw boot op kruissnelheid en vaar in een rechte lijn. 2 Selecteer een optie: Als u de kalibratie uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, selecteert u Begin. Als u deze procedure niet uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, selecteert u vanuit het koersscherm Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Kompas instellen > Noord instellen > Begin. 3 Blijf met de boot op kruissnelheid in een rechte lijn varen en volg de instructies op het scherm. 4 Selecteer een optie: Selecteer OK als de kalibratie is voltooid. Als de kalibratie niet met succes is voltooid, herhaalt u stap 1 t/m 3. De koersinstelling aanpassen Deze procedure wordt alleen weergegeven als op uw stuurautomaat geen optioneel GPS-toestel is aangesloten (Optionele NMEA 2000 toestellen aansluiten op de stuurautomaat). Als op de stuurautomaat een GPS-toestel is aangesloten dat een GPS-positie heeft verkregen, wordt u gevraagd om in plaats daarvan het noorden in te stellen (Het noorden instellen). 1 Zoek het noorden met een handkompas. 2 Selecteer een optie: Als u deze procedure uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, past u de koersinstelling aan totdat het noorden gelijk staat met het noorden op het magnetische kompas. Als u de kalibratie niet uitvoert als onderdeel van de Sea Trial Wizard, selecteert u vanuit het koersscherm Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Kompas instellen > Kleine koersaanpassing en stelt u de instelling voor de voorliggende koers bij tot deze overeenkomt met het noorden op het magnetische kompas. 3 Selecteer OK. De configuratie testen en aanpassen Test de stuurautomaat bij een lage snelheid. Nadat de stuurautomaat is getest en ingesteld bij een lage snelheid, dient u de stuurautomaat bij een hogere snelheid te testen om normale gebruiksomstandigheden te simuleren. 1 Vaar de boot in één richting met de stuurautomaat ingeschakeld (in Heading Hold). De boot kan licht schommelen, maar niet bovenmatig. 2 Draai de boot in één richting met de stuurautomaat en let op hoe de boot zich houdt. De boot moet rustig draaien, niet te snel of te langzaam. Als u de boot draait met de stuurautomaat, moet de boot op de gewenste koers komen met minimale overschrijding en schommelingen van de koers. 3 Selecteer een optie: Als de boot te snel of te traag draait, past u de acceleratiebeperking van de stuurautomaat aan (Instellingen voor acceleratiebeperking aanpassen). Als de koers te zeer schommelt of als de boot de koerswijziging niet corrigeert, moet u de stuurautomaatversterking aanpassen (Instellingen stuurautomaatversterking aanpassen). Als de boot rustig draait, de koers slechts lichtjes of helemaal niet schommelt en de boot goed koers houdt, dan is de configuratie goed en hoeft u verder geen instellingen te wijzigen. Instellingen voor acceleratiebeperking aanpassen 1 Schakel Dealermodus in (De dealerconfiguratie inschakelen). 2 Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Stuurautomaat afstemmen > Snelheidsbegrenzer. 3 Selecteer een optie: Verhoog de waarde als de stuurautomaat te snel draait. Verlaag de waarde als de stuurautomaat te langzaam draait. 12
13 Als u de acceleratiebeperking handmatig aanpast, moet u relatief kleine aanpassingen maken. Test de wijziging voordat u verdere aanpassingen uitvoert. 4 Test de configuratie van de stuurautomaat. 5 Herhaal de stappen 3 en 4 totdat de stuurautomaat naar wens werkt. Instellingen stuurautomaatversterking aanpassen 1 Schakel Dealermodus (De dealerconfiguratie inschakelen) in. 2 Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Stuurautomaat afstemmen > Roerversterking. 3 Selecteer een optie op basis van het type boot: Als u een zeilboot, een motorboot met waterverplaatsende romp of een motorboot waarvan de snelheidsbron is ingesteld op Geen hebt, selecteert u Versterking en stelt u in hoe strak het roer de voorliggende koers vasthoudt en koerswijzigingen maakt. Als u deze waarde te hoog instelt, kan de stuurautomaat overactief reageren door bij de geringste afwijking voortdurend te proberen om de voorliggende koers aan te passen. Een overactieve stuurautomaat kan de accu sneller dan normaal leegtrekken. Als u een zeilboot, een motorboot met waterverplaatsende romp of een motorboot waarvan de snelheidsbron is ingesteld op Geen hebt, selecteert u Tegencorrectie en stelt u in hoe nauwkeurig het roer het doorschieten bij het draaien corrigeert. Als u deze waarde te laag instelt, kan de stuurautomaat bij het corrigeren van de oorspronkelijke draai de boot opnieuw laten doorschieten bij het draaien. Als u een motorboot met planerende romp hebt waarvan de snelheidsbron is ingesteld op Tach. - NMEA 2000 of eigen of GPS, selecteert u Lage snelheid of Hoge snelheid en stelt u in hoe nauwkeurig het roer de voorliggende koers vasthoudt en bij een lage of hoge snelheid draait. Als u deze waarde te hoog instelt, kan de stuurautomaat overactief reageren door bij de geringste afwijking voortdurend te proberen om de voorliggende koers aan te passen. Een overactieve stuurautomaat kan de accu sneller dan normaal leegtrekken. Als u een motorboot met planerende romp hebt waarvan de snelheidsbron is ingesteld op Tach. - NMEA 2000 of eigen of GPS, selecteert u Tegencorr. lage snelh. of Tegencorr. hoge snelh. en stelt u in hoe nauwkeurig het roer het doorschieten bij het draaien corrigeert. Als u deze waarde te laag instelt, kan de stuurautomaat bij het corrigeren van de oorspronkelijke draai de boot opnieuw laten doorschieten bij het draaien. 4 Test de configuratie van de stuurautomaat en herhaal de stappen 2 en 3 totdat de stuurautomaat naar wens werkt. Geavanceerde configuratie Onder normale omstandigheden zijn er geen geavanceerde configuratieopties beschikbaar op de bediening. Als u geavanceerde configuratie-instellingen voor de stuurautomaat wilt gebruiken, moet u eerst Dealermodus inschakelen (De dealerconfiguratie inschakelen). De dealerconfiguratie inschakelen 1 Selecteer in het startscherm Menu > Stel in > Systeem > Systeeminformatie. 2 Houd de centertoets gedurende 5 seconden ingedrukt. Dealermodus wordt geactiveerd. 3 Selecteer Terug > Terug. De procedure is voltooid als de optie Dealerinstelling stuurautomaat beschikbaar is in het instelscherm. Geavanceerde configuratie-instellingen U kunt zonder wizards de procedure voor automatisch afstemmen uitvoeren, het kompas kalibreren en het noorden bepalen op de stuurautomaat. U kunt ook elke instelling afzonderlijk maken, zonder de configuratieprocedures te doorlopen. De geautomatiseerde configuratieprocedures handmatig uitvoeren 1 Schakel Dealermodus (De dealerconfiguratie inschakelen) in. 2 Selecteer in het koersscherm Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat. 3 Selecteer een automatisch proces: Selecteer Kompas instellen > Kalibreer kompas om de kompaskalibratieprocedures te starten (Het kompas kalibreren). Selecteer Kompas instellen > Noord instellen om de procedures voor het instellen van het noorden te starten (Het noorden instellen). Selecteer Stuurautomaat afstemmen > Automatisch afstemmen om de procedures voor automatische afstemming van de stuurautomaat te starten (De procedure Automatisch afstemmen uitvoeren). 4 Volg de instructies op het scherm. Handmatig afzonderlijke configuratie-instellingen maken Wanneer u bepaalde configuratie-instellingen maakt, is het soms nodig andere instellingen te wijzigen. Zie het gedeelte over gedetailleerde configuratie-instellingen (Gedetailleerde configuratie-instellingen) voordat u een instelling wijzigt. 1 Schakel Dealermodus in (De dealerconfiguratie inschakelen). 2 Selecteer in het startscherm Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat. 3 Selecteer een instellingscategorie. 4 Selecteer een instelling die u wilt wijzigen. Een beschrijving van alle instellingen vindt u in de appendix (Gedetailleerde configuratie-instellingen). 5 Wijzig de waarde van de instelling. Appendix NMEA 0183 aansluitingsschema's Deze bedradingsschema's zijn voorbeelden van verschillende situaties die u kunt tegenkomen tijdens het aansluiten van uw NMEA 0183 toestel op de bediening. Overwegingen betreffende NMEA 0183 verbinding Raadpleeg de installatie-instructies die bij uw NMEA 0183 compatibele toestel zijn geleverd voor informatie over het herkennen van de polen A (+) en B (-) van de zendende (Tx) en de ontvangende draad (Rx). Als u NMEA 0183 toestellen aansluit met twee zendende en twee ontvangende draden, is het niet nodig om de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183 toestel op een gemeenschappelijke aarding aan te sluiten. Als u een NMEA 0183 toestel met slechts één zendende draad (Tx) of slechts één ontvangende draad (Rx) aansluit, moeten de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183 toestel wel op een gemeenschappelijke aarding worden aangesloten. 13
14 Tweerichtings NMEA 0183 communicatie Slechts één zendende draad Als uw NMEA 0183 compatibele toestel slechts één zendende draad (Tx) heeft, moet deze worden aangesloten op de bruine draad (Rx/A) van de bediening. Sluit de groene draad (Rx/B) van de bediening aan op NMEA 0183 aarde. NMEA 2000 netwerk (levert voeding aan de bediening) Voedingsbron van 12 Vdc Bediening à NMEA 0183 compatibel toestel Draad Kleur en functie van draad bediening Functie van draad NMEA 0183 compatibel toestel Ê n.v.t. Voeding Ë n.v.t. NMEA 0183 aarde Ì Blauw Tx/A (+) Rx/A (+) Í Wit Tx/B (-) Rx/B (-) Î Bruin Rx/A (+) Tx/A (+) Ï Groen Rx/B (-) Tx/B (-) OPMERKING: Als u een NMEA 0183 toestel aansluit met twee zendende en twee ontvangende leidingen, is het niet nodig om de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183 toestel op een gemeenschappelijke aarding aan te sluiten. Slechts één ontvangende draad Als uw NMEA 0183 compatibele toestel slechts één ontvangende draad (Rx) heeft, moet deze worden aangesloten op de blauwe draad (Tx/A) van de stuurautomaat, en moet de witte draad (Tx/B) van de stuurautomaat niet worden aangesloten. NMEA 2000 netwerk (levert voeding aan de bediening) Voedingsbron van 12 Vdc Bediening à NMEA 0183 compatibel toestel Draad Kleur en functie van draad bediening Functie van draad NMEA 0183 compatibel toestel Ê n.v.t. Voeding Ë n.v.t. NMEA 0183 aarde Ì Blauw Tx/A (+) Rx Í Wit niet aangesloten n.v.t. Î Bruin Rx/A (+) Tx/A (+) Ï Groen Rx/B (-) Tx/B (-) OPMERKING: Als u een NMEA 0183 toestel met slechts één ontvangende draad (Rx) aansluit, moeten de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183 toestel op een gemeenschappelijke aarding worden aangesloten. NMEA 2000 netwerk (levert voeding aan de bediening) Voedingsbron van 12 Vdc Bediening à NMEA 0183 compatibel toestel Draad Kleur en functie van draad besturing Functie van draad NMEA 0183 compatibel toestel Ê n.v.t. Voeding Ë Groen Rx/B (-) (aansluiten op NMEA 0183 aarde NMEA 0183 aarde) Ì Blauw Tx/A (+) Rx/A (+) Í Wit Tx/B (-) Rx/B (-) Î Bruin Rx/A (+) Tx/A (+) OPMERKING: Als u een NMEA 0183 toestel met slechts één zendende draad (Tx) aansluit, moeten de NMEA 2000 bus en het NMEA 0183 toestel op een gemeenschappelijke aarding worden aangesloten. Specificaties SmartPump Specificatie Waarde Afmetingen (H B D) 197 x 190 x 244 mm (7,75 7,48 9,61 in.) Gewicht Temperatuurbereik 7,5 kg (16,5 lb.) Van -15 tot 55 C (van 5 tot 131 F) Materiaal ECU (Electronics Control Unit): Volledig afgedicht, aluminiumlegering Steun: Koolstofstaal Spruitstuk: Aluminiumlegering Motor: Aluminiumlegering Lengte voedingskabel Ingangsspanning Zekering 2,7 m (9 ft.) Van 11,5 tot 30 V gelijkstroom 40 A, plat Stroomverbruik Stand-by: Minder dan 1 A Normaal gebruik: 5 tot 10 A Piek: 34 A CCU Specificatie Afmetingen (L B H) Gewicht Temperatuurbereik Materiaal Waterbestendigheid Lengte CCU-kabel NMEA 2000 ingangsspanning Waarde 170 x 90 x 50 mm (6,7 x 3,5 x 2 in.) 200 g (7 oz.) Van -15 tot 70 C (van 5 tot 158 F) Volledig afgedicht, schokbestendig kunststof IEC IPX7* 5 m (16 ft.) Van 9 tot 16 V gelijkstroom 14
15 Specificatie NMEA 2000 LEN Waarde 4 (200 ma) *Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga voor meer informatie naar Bediening Specificatie Afmetingen zonder zonneklep (H B D) Afmetingen met zonneklep (H B D) Gewicht zonder zonneklep Gewicht met zonneklep Temperatuurbereik Kompasveilige afstand Materiaal Waterbestendigheid Stroomverbruik Max. voedingsspanning NMEA 2000 ingangsspanning NMEA 2000 (LEN) Waarde 110 x 115 x 30 mm (4,33 x 4,53 x 1,18 in.) 115 x 120 x 35,5 mm (4,53 x 4,72 x 1,40 in.) 247 g (8,71 oz.) 283 g (9,98 oz.) Van -15 tot 70 C (van 5 tot 158 F) 209 mm (8,25 inch) Behuizing: Volledig afgedicht polycarbonaat Lens: Glas met antireflecterende behandeling IEC IPX7* 2,5 W max. 32 V gelijkstroom 9 tot 16 V gelijkstroom 6 (300 ma bij 9 V gelijkstroom) *Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga voor meer informatie naar Alarm Specificatie Afmetingen (L diameter) Gewicht Temperatuurbereik Kabellengte NMEA 2000 PGN-informatie CCU Afmetingen mm ( 29 / 32 1 inch) 68 g (2,4 oz.) Van -15 tot 60 C (5 tot 140 F) 3,0 m (10 ft.) Type PGN Beschrijving Zenden en ontvangen Alleen zenden Alleen ontvangen ISO bevestiging ISO aanvraag ISO adresreservering NMEA: Opdracht/Aanvraag/Bevestiging (groepfunctie) PGN-lijst verzenden en ontvangen (groepfunctie) Productinformatie Gedragsgegevens zenden/ontvangen Draaisnelheid zenden/ontvangen Voorliggende koers van vaartuig Magnetische variatie Motorparameters: Snelle update Watersnelheid Positie: Snelle update COG en SOG: Snelle update Koersfout Navigatiegegevens Windgegevens Bediening Type PGN Beschrijving Zenden en ontvangen Alleen zenden Alleen ontvangen ISO Bevestiging ISO Aanvraag ISO Adresreservering NMEA - Opdracht/Aanvraag/Bevestiging (groepfunctie) PGN List Group-functie verzenden/ ontvangen Productinformatie Watersnelheid Positie - Snelle update COG & SOG - Snelle update Koersafwijking Navigatiegegevens GNSS-satellieten in weergavemodus Windgegevens Roergegevens Koers van schip Motorparameters - Snelle update Watersnelheid Positie - Snelle update GNSS-positiegegevens Koersafwijking Navigatiegegevens Navigatie - Route/WP-gegevens Windgegevens Status kleine vaartuigen NMEA 0183 informatie Als optionele NMEA 0183 compatibele toestellen op de stuurautomaat zijn aangesloten, worden op de stuurautomaat de volgende NMEA 0183 telegrammen gebruikt. Type Zenden Ontvangen Telegram hdg wpl gga grme gsa gsv rmc bod bwc dtm gll rmb vhw mwv xte 15
16 Fout- en waarschuwingsberichten Foutbericht Oorzaak Actie van stuurautomaat Lage ECUspanning Stuurautomaat ontvangt geen navigatiegegevens. Stuurautomaat heeft vaste voorliggende koers. Geen verbinding met stuurautomaat Geen windgegevens (alleen zeilboot) Lage GHC toevoerspanning Fout: Hoge ECUspanning Fout: ECUspanning is snel gedaald Fout: Hoge ECUtemperatuur Fout: Communicatie tussen ECU en CCU verbroken (bij ingeschakelde stuurautomaat) De pompvoedingsspanning is langer dan 6 seconden tot lager dan 10 V gelijkstroom gedaald. De stuurautomaat ontvangt geen geldige navigatiegegevens tijdens het uitvoeren van een Route-naar-manoeuvre. Dit bericht wordt ook weergegeven als de navigatie wordt gestopt op een kaartplotter voordat de stuurautomaat wordt gedeactiveerd. De roerbesturing heeft geen verbinding meer met de CCU. De stuurautomaat ontvangt geen geldige windgegevens meer. Het voedingsspanningsniveau is gedaald tot onder de waarde die is opgegeven in het menu voor het laagspanningsalarm. De pompvoedingsspanning is tot boven 33,5 V gelijkstroom gestegen. De ECU-spanning is snel gedaald tot lager dan 7,0 V gelijkstroom. De ECU-temperatuur is gestegen tot hoger dan 100 C (212 F). Time-out van communicatie tussen de CCU en de pomp. Er klinkt een alarm gedurende 5 seconden De normale werking wordt hervat Er klinkt een alarm gedurende 5 seconden Stuurautomaat schakelt over naar vaste voorliggende koers N.v.t. Er klinkt een alarm gedurende 5 seconden Stuurautomaat schakelt over naar vaste voorliggende koers N.v.t. Er klinkt een alarm gedurende 5 seconden De ECU wordt uitgeschakeld Er klinkt een alarm gedurende 5 seconden De fout wordt opgeheven wanneer de ECU-spanning tot boven 7,3 V gelijkstroom is gestegen. Er klinkt een alarm gedurende 5 seconden De ECU wordt uitgeschakeld De roerbesturing piept en de stuurautomaat schakelt over naar stand-by. Gedetailleerde configuratie-instellingen Hoewel de configuratie meestal met een wizard wordt uitgevoerd, kunt u elke instelling handmatig wijzigen om de stuurautomaat af te stellen. Geavanceerde configuratie-instellingen zijn alleen beschikbaar als u Dealermodus gebruikt (De dealerconfiguratie inschakelen). Gebruikersinstellingen zijn beschikbaar tijdens normale activiteit van de stuurautomaat. Zie voor meer informatie het gedeelte over configuratie in de gebruikershandleiding die bij de stuurautomaat is geleverd. OPMERKING: Afhankelijk van de configuratie van de stuurautomaat, zijn bepaalde instellingen niet beschikbaar. OPMERKING: Als u op een motorboot de instelling Bron snelheid inschakelt, moet u de van toepassing zijnde instellingen voor Controleer tachometer, Lage RPM-limiet, Hoge RPM-limiet, Planeer-RPM, Planeersnelheid of Maximum snelheid controleren voordat u de stuurautomaat automatisch afstemt (De procedure Automatisch afstemmen uitvoeren). Instellingen voor het afstemmen van de stuurautomaat Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat om het scherm met de instellingen voor het afstemmen van de stuurautomaat te openen. Snelheidsbegrenzer: Hiermee beperkt u de snelheid waarmee de stuurautomaat koerswijzigingen maakt. Verhoog het percentage om de snelheid van koerswijzigingen te beperken. Verlaag het percentage om de snelheid van koerswijzigingen te verhogen. De bron van de snelheid instellen OPMERKING: De bron van de snelheid kan alleen voor motorboten worden ingesteld. Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Bron snelheid instellen om het scherm met instellingen te openen. Bron snelheid: Hiermee kunt u de gewenste bron selecteren. Controleer tachometer: Hiermee kunt u de RPM-waarden op de bediening vergelijken met die van de tachometers op het dashboard van uw boot. Planeer-RPM: Hiermee past u de RPM-waarden op de bediening aan als uw boot overgaat van verplaatsing naar planeersnelheid. Als de waarde niet overeenkomt met de waarde op de bediening, kunt u deze waarde aanpassen. Planeersnelheid: Hiermee past u de planeersnelheid van uw boot aan. Als de waarde niet overeenkomt met de waarde op de bediening, kunt u deze waarde aanpassen. Lage RPM-limiet: Hiermee past u het laagste RPM-punt van uw boot aan. Als de waarde niet overeenkomt met de waarde op de bediening, kunt u deze waarde aanpassen. Hoge RPM-limiet: Hiermee past u het hoogste RPM-punt van uw boot aan. Als de waarde niet overeenkomt met de waarde op de bediening, kunt u deze waarde aanpassen. Maximum snelheid: Hiermee past u de maximumsnelheid van uw boot aan. Als de waarde niet overeenkomt met de waarde op de bediening, kunt u deze waarde aanpassen. Instellingen voor de roerversterking OPMERKING: Als u deze waarde te hoog of te laag instelt, kan de stuurautomaat overactief reageren door bij de geringste afwijking voortdurend te proberen om de voorliggende koers aan te passen. Een overactieve stuurautomaat zorgt voor snelle slijtage van de pomp en trekt ook de accu sneller leeg dan normaal. Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Roerversterking. OPMERKING: Deze instellingen gelden uitsluitend voor zeilboten, motorboten met waterverplaatsende romp en motorboten waarvan de bron van snelheid is ingesteld op Geen. Versterking: Hiermee stelt u in hoe strak het roer de voorliggende koers vasthoudt en koerswijzigingen maakt. Tegencorrectie: Hiermee stelt u in hoe strak het roer een overschrijding van de koerswijziging corrigeert. Als u een te hoge waarde instelt, kan de stuurautomaat een koerswijziging overschrijden bij een poging de oorspronkelijke koerswijziging te corrigeren. OPMERKING: Deze instellingen gelden uitsluitend voor motorboten met planerende romp waarvan de snelheidsbron is ingesteld op Tach. - NMEA 2000 of eigen of GPS. 16
17 Lage snelheid: Hiermee kunt u de roerversterking bij lage snelheden instellen. Deze instelling is van toepassing als het vaartuig onder de planeersnelheid vaart. Tegencorr. lage snelh.: Hiermee kunt u de tegencorrectie voor de roerversterking bij lage snelheden instellen. Deze instelling is van toepassing als het vaartuig onder de planeersnelheid vaart. Hoge snelheid: Met deze instelling kunt u de roerversterking bij hoge snelheden instellen. Deze instelling is van toepassing als het vaartuig boven de planeersnelheid vaart. Tegencorr. hoge snelh.: Met deze instelling kunt u de tegencorrectie voor de roerversterking bij hoge snelheden instellen. Deze instelling is van toepassing als het vaartuig boven de planeersnelheid vaart. De besturing instellen Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Stuursysteem instellen om het scherm met instellingen te openen. Control. stuurrichting: Hiermee stelt u de richting in waarin het roer moet bewegen om het vaartuig naar bakboord en naar stuurboord te draaien. U kunt de stuurrichting vervolgens testen en omdraaien. Instellingen voor de roersensor OPMERKING: Instellingen voor de roersensor zijn alleen van toepassing als er een roersensor op de stuurautomaat is aangesloten. Selecteer Menu > Stel in > Dealerinstelling stuurautomaat > Stuursysteem instellen > Roersensor instellen om het scherm met instellingen te openen. Max. hoek bakboord: Hiermee stelt u de maximale hoek in die door het roer naar bakboord wordt gemaakt. Max. hoek stuurboord: Hiermee stelt u de maximale hoek in die door het roer naar stuurboord wordt gemaakt. Kalibreer roersensor: Hiermee start u een procedure waarmee de maximale bewegingsuitslag van het roer wordt bepaald en de roerpositiesensor wordt gekalibreerd. Als tijdens kalibratie een fout ontstaat, heeft de roerpositiesensor waarschijnlijk de maximumwaarde bereikt. De sensor is mogelijk niet goed geïnstalleerd. Als het probleem zich blijft voordoen, kunt u deze fout overslaan door het roer naar de uiterste positie te bewegen waar geen fout wordt gemeld. Kalibreer midden roer: Hiermee start u een procedure waarmee de middenpositie van het roer wordt bepaald. Gebruik deze kalibratie als de roerpositieaanduiding op het scherm niet overeenkomt met de echte middenpositie op uw boot. Het toestel registreren Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodat wij u beter kunnen helpen. Ga naar Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een veilige plek. Contact opnemen met Garmin Product Support Ga naar en klik op Contact Support voor ondersteuningsinformatie in uw regio. Bel in de VS met (913) of (800) Bel in het VK met Bel in Europa met +44 (0)
18 Garmin en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. GHP, GHC, Reactor en Shadow Drive zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin. NMEA, NMEA 2000 en het NMEA 2000 logo zijn handelsmerken van de National Maritime Electronics Association. Uflex en MasterDrive zijn gedeponeerde handelsmerken van de UltraFlex Group. Teflon is een handelsmerk van DuPont Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
GHP Reactor Hydraulisch
GHP Reactor Hydraulisch Installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en
GHP Reactor Mechanisch
GHP Reactor Mechanisch Installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere
Hydraulische pomp 2,1 L - Installatieinstructies
Hydraulische pomp 2,1 L - Installatieinstructies Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw boot te voorkomen, moet u de hydraulische pomp 2,1 L van Garmin aan de hand van de volgende instructies
Hydraulische pomp 1,2 L en 2,0 L - Installatie-instructies
Hydraulische pomp 1,2 L en 2,0 L - Installatie-instructies Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw boot te voorkomen, moet u de hydraulische pomp 1,2/2,0 L van Garmin aan de hand van de
GHP 12 - Installatie-instructies
Belangrijke veiligheidsinformatie GHP 12 - Installatie-instructies Deze revisie betreft softwareversie 2.2 van de GHP 12, die is uitgebreid met comptabiliteit voor de elektromagnetische aandrijfeenheid.
Installatie-instructies voor de stuurautomaat GHP 20
Belangrijke veiligheidsinformatie Installatie-instructies voor de stuurautomaat GHP 20 Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw boot te voorkomen, moet u de stuurautomaat GHP 20 van Garmin
Marifoon uit de VHF 100/200-serie - Installatie-instructies
Marifoon uit de VHF 100/200-serie - Installatie-instructies Deze installatie-instructies zijn bestemd voor de volgende VHF-marifoons en -handsets: Noord-Amerikaanse modellen VHF 100 VHF 200 GHS 10 Internationale
Montage-instructie. Rolluik RV40 - RV41
Montage-instructie Rolluik RV40 - RV41 Inhoud verpakking 1 1. pantser in kast 2. bediening a. handbediening: koord- of bandopwinder b. elektrisch: schakelaar + stekker c. afstandbediend: afstandbediening
GPSMAP 500/700 serie en echomap 50/70 serie installatieinstructies
GPSMAP 500/700 serie en echomap 50/70 serie installatieinstructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen
Montage-instructie. Rolpoort. RV55 - RV77 - Vision Door
Montage-instructie Rolpoort RV55 - RV77 - Vision Door Inhoud verpakking 1 1. pantser 2. kap met as 3. geleiders 4. ophangveren 5. afdekdopjes 6. bediening a. elektrisch: schakelaar + stekker b. afstandbediend:
Fusion MS-RA70/MS-RA70N installatie-instructies
Fusion MS-RA70/MS-RA70N installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING Geen gevolg geven aan deze waarschuwingen en aanbevelingen kan resulteren in persoonlijk letsel, schade aan
Installatie & Snelstart Gids BOATraNET
Installatie & Snelstart Gids BOATraNET SNELSTART GIDS BOATraNET VR1.00 1. Introductie Hartelijk dank voor het aanschaffen van BOATraNET. Het is aan te bevelen dat het nieuwe product wordt geïnstalleerd
Montage-instructie. Rolpoort RV55 - RV77
Montage-instructie Rolpoort RV55 - RV77 Montage-instructie Rolpoort Inhoud verpakking 1 1. pantser 2. kap met as 3. geleiders 4. ophangveren 5. afdekdopjes 6. bediening a. elektrisch: schakelaar + stekker
Montage-instructie. Screens. V599 Ritz V599R Ritz V599 Ritz XL
Montage-instructie Screens V599 Ritz V599R Ritz V599 Ritz XL Inhoud 1. screenkap met doek en motor 2. zijgeleiders a. achterprofiel b. inlager voorzien van neopreen (of ritslager) c. voorprofiel 3. montageset
HP Power Distribution Rack
HP Power Distribution Rack Installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING: Er is kans op letsel door elektrische schokken en gevaarlijk hoge spanningsniveaus. De elektrische aansluitingen
MONTAGE HANDLEIDING ROLLUIK
MONTAGE HANDLEIDING ROLLUIK Montage-instructies voor cassetteschermen ALVORENS U VAN UW ROLLUIK KUNT GAAN GENIETEN DIENT U EERST HET ROLLUIK TE MONTEREN INHOUD VERPAKKING VERPAKKING 1 1. PANTSER IN KAST
FUSION MS-RA70/MS-RA70N installatie-instructies
FUSION MS-RA70/MS-RA70N installatie-instructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING Geen gevolg geven aan deze waarschuwingen en aanbevelingen kan resulteren in persoonlijk letsel, schade aan
Montage-instructie Rolluik
Inhoud verpakking 1 1. pantser in kast 2. bediening a. elektrisch: schakelaar + stekker b. afstandbediend: afstandbediening + stekker 1 3 verpakking 2 3. 2 geleiders 4. afdekdopjes 5. afsluitdoppen (alleen
www.somfy.com ilmo 50 WT Ref. 5050496B
www.somfy.com FR DE IT ilmo 50 WT Ref. 5050496B CS PL HU RU EL PT ES EN Inhoud. Inleiding 6. Veiligheid 6. Algemeen 6. Algemene veiligheidsvoorschriften 6.3 Specifieke veiligheidsvoorschriften 7 3. Installatie
GMR 420/620/1220 xhd2 serie installatie-instructies
GMR 420/620/1220 xhd2 serie installatie-instructies Om de beste prestaties te garanderen en om schade aan uw boot te voorkomen, moet u het toestel aan de hand van de volgende instructies installeren. Lees
Wind, Sun & Rain Sensor Instructions
Awning Instructions Wind, Sun & Rain Sensor Instructions B C D Nederlands Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Inhoud Garantie Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door
Montage-instructie. Screens. V599R Ritz V599 Ritz XL
Screens V599 Ritz V599R Ritz V599 Ritz XL V540 Ritz Inhoud 1. screenkap met doek en motor 2. zijgeleiders a. achterprofiel b. inlage voorzien van neopreen (ofwel ritsgeleider) c. voorprofiel 3. montageset
Montage-instructie. Ritzscreen V540 V599 V599R V599 L V599 XL
Montage-instructie Ritzscreen V540 V599 V599R V599 L V599 XL Montage-instructie Ritzscreen V540 - V599 - V599R - V599 L - V599 XL Inhoud 1. screenkap met doek en motor 2. zijgeleiders a. achterprofiel
1. Installatie van de e-thermostaat 3. 2. Installatie van de hub 8
v.120110 1. Installatie van de e-thermostaat 3 2. Installatie van de hub 8 3. De webportal en smart phone app 10 Webportal...10 Smart phone App...10 4. Problemen oplossen - E-thermostaat 11 Het display
Installatie & Snelstart Gids iais Wireless(draadloos) AIS Ontvanger en NMEA Server
Installatie & Snelstart Gids iais Wireless(draadloos) AIS Ontvanger en NMEA Server SNELSTART GIDS iais VR1.01 1. Introductie Hartelijk dank voor het aanschaffen van de iais Ontvanger. Het is aan te bevelen
Montage-instructie. Ritzscreen V599R V599 XL
Ritzscreen V599 V599R V599 XL V540 Inhoud 1. screenkap met doek en motor 2. zijgeleiders a. achterprofiel b. inlage voorzien van neopreen (ofwel ritsgeleider) c. voorprofiel 3. montageset 4. bediening
ZORG ERVOOR DAT TIJDENS DE INSTALLATIE DE STROOM IS UITGESCHAKELD TEST HET SYSTEEM VOORDAT U DE BOOT WEER TE WATER LAAT
Trimdicator Installatie Handleiding LEES DEZE HANDLEIDING IN ZIJN GEHEEL VOORDAT U BEGINT MET DE INSTALLATIE VAN UW PRODUCT HET STANDAARD SYSTEEM WERKT OP EEN 12 VOLT-SPANNINGSBRON (EEN 24 & 32 VOLT CONVERTOR
FUSION MS-ARX70 I N S T R U C T I E S NEDERLANDS
FUSION MS-ARX70 I N S T R U C T I E S NEDERLANDS FUSIONENTERTAINMENT.COM 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in
Elektrische muurbeugel
E HANDLEIDING Elektrische muurbeugel IR ontvanger programmeren: (AB = afkorting voor afstandsbediening) STAP 1: Druk en houd voor 5 seconden ingedrukt totdat de LED gaat knipperen en aan blijft, dan druk
GPS repeater. Inleiding
NASA GPS repeater Inleiding De Clipper GPS repeater wordt geleverd met 10 meter kabel, een 9 pins RS 232 connector en een 12 Volt voedingkabel. Het apparaat neemt gegevens over zoals verzonden door een
MONTAGEHANDLEIDING. :metselwerk of beton
MONTAGEHANDLEIDING model type :ZEELAND :metselwerk of beton => Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. = => Volg gedurende de montage de 6 stappen in
Installatie & Snel Start Gids Aqua PC Serie AquaPro Versie
Installatie & Snel Start Gids Aqua PC Serie AquaPro Versie SNELSTARTGIDS AquaPro PC VR1.00 1. Introductie Hartelijk dank voor de aanschaf van uw AquaPro PC. Het is aan te bevelen dat uw nieuwe computer
Montage-instructies Rolpoorten Alu 55 - Alu 77
1788-151116 Montage-instructies Rolpoorten Alu 55 - Alu 77 1 Inhoud Inhoud verpakking 1 1. pantser 2. kap met as 3. geleiders 4. ophangveren 5. afdekdopjes 6. bediening a. elektrisch: schakelaar + stekker
Montage-instructie. Rolluik. RV40 - RV41 ecoline - RV49 Safe
Montage-instructie Rolluik RV40 - RV41 ecoline - RV49 Safe Montage-instructie Rolluik Inhoud verpakking 1 1. pantser in kast 2. bediening a. handbediening: koord- of bandopwinder b. elektrisch: schakelaar
echo - Installatie-instructies
echo - Installatie-instructies Waarschuwing Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. Let op Draag altijd
Contents Inhoud. Wind, Zon & Regen Sensor Instructies. Inhoud: Sensor Functies:
Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Contents Inhoud Sensor Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door te lezen. Het kan zo zijn dat u een beroeps electricien moet inschakelen
Inhoud Inhoud... 1 Veiligheidsinstructies... 1
Handleiding Alu Serie spiegels met externe led verlichting Hartelijk dank voor uw aankoop! Lees deze handleiding goed door voordat u het product monteert. Dit om lichamelijk letsel dan wel schade te voorkomen
MONTAGEHANDLEIDING WINDBEVEILIGING EOLIS 2
MONTAGEHANDLEIDING WINDBEVEILIGING EOLIS 2 Windbeveiliging Eolis 2 VOEDING 230 V - 50 Hz Pulsschakelaar Centralis IB INLEIDING Deze montagehandleiding bevat instructies voor de montage van de windbeveiliging
Montagehandleiding: Rolluiken
Montagehandleiding: Rolluiken Montage-instructie Rolluik Inhoud Verpakking 1 1 1. Pantser in de kast 2. Bediening a. Handbediening: Koord- of bandopwinder b. Elektrisch: Schakelaar + stekker c. Afstandbediend:
Het installatie handboek
Het installatie handboek Onze gelukwensen met uw keuze voor het C-pod systeem. Met een C-pod beschikt u over uw eigen jacht management systeem, waarmee u via uw mobiele telefoon of het Internet toegang
Switch. Handleiding 200.106.110117
Switch Handleiding 200.106.110117 Hartelijk dank voor uw aanschaf van deze uitbreiding van uw Plugwise systeem. Met de Switch kunt u draadloos de elektrische stroom naar de apparaten in uw Plugwise netwerk
Keystone OM13 - EPI-2 driedraads module Handleiding voor installatie en onderhoud
Voor installatie moeten deze instructies volledig zijn gelezen en begrepen Inhoud 1 Optionele module 13: driedraads module.. 1 2 Installatie... 2 3 OM13-module instellen en configureren... 8 4 OM13-pakketten...
Installatiehandleiding Precision-9
Installatiehandleiding Precision-9 Algemeen Het Precision-9-kompas is ontworpen voor het uitzetten van een magnetische koers voor zeil- en motorboten. Het kan worden verbonden met het NMEA 2000-netwerk
Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een metselwerk- of betonmuur
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 6 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
Montage-instructie Screen
Inhoudsopgave pagina Inhoud verpakking Benodigd gereedschap 3 3 1. Montage (L)HTF geleider 4 1.1 4 1. Boren montage-gaten in geleiders 5 1.3 Monteren geleiders 6. Gat bediening 7 3. Plaatsen screenkast
GPRS-A. Universele monitoringsmodule. Quick start. De volledige handleiding is verkrijgbaar op Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18
GPRS-A Universele monitoringsmodule Quick start De volledige handleiding is verkrijgbaar op www.osec.nl Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
Sensoren bereik. Display status
Algemeen installatiediagram LED Digitale display Display Hoofdunit Bij het achteruit rijden zal het display weergeven: 1.5m Veilig Groen 1.3-1.4m Veilig Groen 1.0-1.2m Veilig Groen 0.7-0.9m Alarm Geel
Handleiding. Standard LED (LED ST) Serie spiegels
Handleiding Standard LED (LED ST) Serie spiegels Hartelijk dank voor uw aankoop! Lees deze handleiding goed door voordat u het product monteert. Dit om lichamelijk letsel dan wel schade te voorkomen aan
Reliance DuraStar INSTALLATIE-, BEDIENINGS- en ONDERHOUDSINSTRUCTIES
Wereldleider in instrumentatie voor ketelbinnenwerk Reliance DuraStar INSTALLATIE-, BEDIENINGS- en ONDERHOUDSINSTRUCTIES Sectie: R500 R500.E235A Bulletin: 1-9-06 Datum: Vervangt: NIEUW Het Reliance DuraStar
Uw gebruiksaanwijzing. HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP
Voorwoord: Cool 150/250 Basis set. Cool 150/250 DeLuxe set. Lees eerst de hele handleiding door alvorens met de installatie te beginnen.
Voorwoord: Lees eerst de hele handleiding door alvorens met de installatie te beginnen. De installatie is zeer eenvoudig en voor iedereen goed te doen. Cool 150/250 Basis set Maar voorzichtigheid is geboden.
MONTAGEHANDLEIDING. :cellenbeton of gipsblokken
MONTAGEHANDLEIDING model type :ZEELAND :cellenbeton of gipsblokken => Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. => Volg gedurende de montage de 7 stappen
Montagehandleiding Screens screenstotaalshop.nl 1. Instructie plaatsen screen. 1.1 Aftekenen montage gaten
Montagehandleiding Screens screenstotaalshop.nl 1. Instructie plaatsen screen Neem het screen uit de verpakking. Om beschadiging van het screen te voorkomen raden wij u aan hierbij geen mes te gebruiken.
Quality Heating elektrische vloerverwarming
1 Quality Heating elektrische vloerverwarming Wij willen u feliciteren met uw aankoop van één van de producten van Quality Heating. Elk product van Quality Heating is gemaakt op kwalitatief hoogstaande
Montage-instructie. Screens V585 V595
Montage-instructie Screens V585 V595 Montage-instructie Screen V585 - Screen V595 Inhoudsopgave pagina Inhoud verpakking 2 Benodigd gereedschap 2 Specificaties screens 3 Specificaties geleiders 4 1. Montage
Montagehandleiding voor SolidDutch wasbakken Type: wandmontage voor een metselwerk- of betonmuur
ken Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 8 stappen in deze handleiding tijdens de montage. o De montage dient uitgevoerd te worden door
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
Lumination TM LED-verlichting (BL-serie Optie ononderbroken bedrading)
GE Verlichting Installatiehandleiding Lumination TM LED-verlichting (BL-serie Optie ononderbroken bedrading) VOORDAT U BEGINT Lees de instructies volledig en nauwkeurig door. WAARSCHUWING GEVAAR VOOR EEN
GPSMAP 8500 installatie-instructies
LET OP Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren. GPSMAP 8500 installatie-instructies De GPSMAP 8500 is een volledig aanpasbaar watersportnavigatie-
installatiehandleiding Bewegingsmelder
installatiehandleiding Bewegingsmelder INSTALLATIEHANDLEIDING Gefeliciteerd met de aankoop van de Egardia bewegingsmelder. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice Meer informatie over de installatie
V280 - Ipanema. Montagehandleiding 681-081015
V280 - Ipanema Montagehandleiding 681-081015 Pakketinhoud, benodigd gereedschap en belangrijk voor het monteren Pakketinhoud (tekening 1): A: V280-Ipanema knikarmscherm B: 2x Zijkappen C: 2x Montagebeugels
Gebruikersveiligheid. Elektrische veiligheid. Phaser 4500-laserprinter
Gebruikersveiligheid De printer en de aanbevolen verbruiksartikelen zijn getest en voldoen aan strikte veiligheidsnormen. Als u de volgende informatie in acht neemt, bent u verzekerd van een ononderbroken
Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een cellenbeton- of gipsblokkenmuur
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 7 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
Roll Up 28 WT. Ref A. EN Instructions NL Handleiding IT Manuale SV Bruksanvisning NO Bruksanvisning DA Brugsvejledning FI Käyttöohje
Roll Up 28 WT Ref. 5122340A EN Instructions NL Handleiding IT Manuale SV Bruksanvisning NO Bruksanvisning DA Brugsvejledning FI Käyttöohje Copyright 2013 Somfy SAS. All rights reserved - V1-02/2013 1 INHOUD
Quality Heating elektrische vloerverwarmingsfolie
1 Quality Heating elektrische vloerverwarmingsfolie Wij willen u feliciteren met uw aankoop van één van de producten van Quality Heating. Elk product van Quality Heating is gemaakt op kwalitatief hoogstaande
Montage-instructie Rolluik
1. Instructie plaatsen rolluik (buiten) Neem het rolluik uit de verpakking. Om beschadiging van het rolluik te voorkomen raden wij u aan hierbij geen mes te gebruiken. De beschermfolie mag u laten zitten.
Alleen voor Trip 2, 2L, 3 en 5W Gebruikershandleiding. NEDERLANDS
Alleen voor Trip 2, 2L, 3 en 5W Gebruikershandleiding. NEDERLANDS WELKOM. Hartelijk dank voor je aankoop van een Bontrager Trip -computer. We hopen dat je vele kilometers lang plezier aan deze computer
nüvi verkorte handleiding
nüvi 510 verkorte handleiding Belangrijke informatie Lees de gids Belangrijke veiligheidsen productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. Waarschuwing:
1. Naam van het product Bubbelpaneel. 2. Product code Kleur Zwart of wit
1. Naam van het product Bubbelpaneel 2. Product code 18523 3. Kleur Zwart of wit 4. Korte beschrijving Het best van twee werelden - een paneel en een bubbelunit in één! Een schitterend product van ROMPA.
Airco Electra kabel Afstandsbediening
Haal de airco uit de doos, controleer deze op beschadigingen en controleer of de inhoud compleet is met instructie manual: Airco Electra kabel Afstandsbediening Verwijder de plakband op de airco binnenunit
Inhoudsopgave. Inhoudsopgave
1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Overzicht 3 De headset opladen 4 De headset dragen 4 De headset inschakelen 4 De headset voor dicteren aansluiten 5 De adapter 5 De geluidsinstellingen van
Montage instructie Mechanisch codeslot. Montage instructie Mechanisch codeslot met krukbediening Type KNSV 5150 SCP
Mechanisch codeslot met krukbediening Type KNSV 5150 SCP Mechanisch codeslot Situatie : Op bestaand DIN slot Mechanisch codeslot met krukbediening Type KNSV 5150 SCP Mechanisch codeslot Situatie : Met
INTELLISTART 4 INSTALLATIE
Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu
MOTOPLAT VC-09ST. Handleiding Versie
MOTOPLAT VC-09ST Handleiding 2015 Versie De Motoplat VC-09ST wordt gebruikt voor het testen en kalibreren van de Valeo ST-serie alternators. Dit zijn omkeerbare start/stop alternators, welke de accu opladen
Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION W5000
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION W5000. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION W5000 in de gebruikershandleiding
installatiehandleiding Rookmelder
installatiehandleiding Rookmelder INSTALLATIEHANDLEIDING ROOKMELDER Gefeliciteerd met de aankoop van de WoonVeilig rookmelder. Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer informatie over de
Montagehandleiding voor Squarish Type: wandmontage voor een cellenbeton- of gipsblokkenmuur
Type: Lees voordat u overgaat tot montage van het product eerst deze handleiding zorgvuldig door. Volg de 6 stappen in deze handleiding tijdens de montage. De montage dient uitgevoerd te worden door een
Video Doorbell. Aan de slag
Video Doorbell Getoond shown in in Satin Satijn-Nikkel Nickel Aan de slag Download de Ring-app De app begeleidt je bij het installeren en beheren van de Ring Video Doorbell. De Ring-app is beschikbaar
PACK TYXIA 541 et 546
PACK 54 et 546 FR EN Notice d installation Installation instructions PL Instrukcja instalacji Installatie-instructies Inhoud van packs Inhoudsopgave Set 54 7 Set 546 7 6 5630 5730 / Installatie van de
GPSMAP 8000 serie installatieinstructies
GPSMAP 8000 serie installatieinstructies Belangrijke veiligheidsinformatie WAARSCHUWING Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere
ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN
ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK VEILIGHEIDSINSTRUCTIES De fabrikant adviseert een juiste toepassing van de verlichtingsarmaturen!
Zonne-energie voor iedereen. Installatiehandleiding. zonnepaneelset camper, boot of caravan
Zonne-energie voor iedereen Installatiehandleiding zonnepaneelset camper, boot of caravan Inhoud zonnepaneelset Hoekstukken set Zonnepaneel Montagekit Laadregelaar Connectorset mc4 Solar kabel Optioneel
HANDLEIDING VOOR DE INSTRUCTIES
HANDLEIDING VOOR DE INSTRUCTIES LUXE SEMI-PRO 04/04/09 LEES DEZE HANDLEIDING VOOR GEBRUIK WAARSCHUWINGEN VOOR GEBRUIK SPRONGEN / Basis sprong / Controle sprong 3/ Op handen en voeten springen 4/ Knisprong
MONTAGE-INSTRUCTIE. Spaart levens. ACTIEF WAARSCHUWINGSSYSTEEM voor de dode hoek Verhoogt de verkeersveiligheid
Patenthouder www.intertruck.nl ACTIEF WAARSCHUWINGSSYSTEEM voor de dode hoek Spaart levens Voorkomt voertuigschade Verhoogt de verkeersveiligheid MONTAGE-INSTRUCTIE Voorkomt imagoschade door ongelukken
LED Digitale display. Algemeen installatiediagram. Sensoren bereik. Display. 0.3-0.0 Gevaar. 1.5-1.1 Veilig. 2.5-1.6 Veilig. 1.0-0.4 Alarm.
Algemeen installatiediagram LED Digitale display Display Hoofdunit 2.5-1.6 1.5-1.1 1.0-0.4 Alarm 0.3-0.0 Gevaar Belemmering Achteruitrijdlicht Links Midden links Middel rechts Rechts Sensoren bereik Sensor
installatiehandleiding Bewegingsmelder
installatiehandleiding Bewegingsmelder INSTALLATIEHANDLEIDING Gefeliciteerd met de aankoop van de WoonVeilig bewegingsmelder. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig [email protected]
Video Intercom Systeem
Video Intercom Systeem AC-563 buiten unit INSTALLATIE HANDLEIDING 2 Functies RVS torqbouten met veiligheidsnok nachtzicht LED verlichting kleuren CCD camera luidspreker beldrukknop naamlabel vensters microfoon
Powerpack. gebruikshandleiding
Powerpack gebruikshandleiding 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding De RMA powerpack is een hulpmiddel voor de begeleiding. Het vergemakkelijkt het duwen van een rolstoel gebruiker. De hulpmotor is niet ontworpen
