BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 1 juli 2003
|
|
|
- Roeland Bram Aalderink
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 1 juli 2003 Vonnisnummer : 2001/343 Datum : 1 juli 2003 Rechters : mrs. L. van Gijn, J.W. Ilsink en C.W.M. van Ballegooijen Middel : AOV en AWW Artikel : 39 resp 40 Belastingjaar : Plaats : Aruba Essentie : LAOV en LAWW bepalen dat de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende rechtsmiddelen van overeenkomstige toepassing zijn. Deze rechtsbescherming schiet tekort. De wetgever heeft nagelaten te verwijzen naar de heffing van de loonbelasting ingeval de werknemer de verschuldigde premies bij wijze van inhouding op het loon doet betalen. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid dat de werkgever opkomt tegen de afdracht van de ingehouden premies en tegen de voldoening van de premies volksverzekeringen die hij als inhoudingsplichtige zelf verschuldigd is. 1. Loop van het geding Voor zover de inhoudingsplichtige (loonbelasting of) premies AOW/AWW op het loon van haar werknemers heeft ingehouden en het bedrag van de inhouding heeft afgedragen, is niet te veel afgedragen door de inhoudingsplichtige Voor een vrijstelling van de AOV/AWW is een aanwijzing door de Minister van Sociale Zaken nodig, die had moeten worden aangevraagd vóór de aanvang van het heffingstijdvak. De kosten zijn niet zodanig hoog dat de premieheffing AOV/AWW neerkomt op een ontneming zonder compensatie en een regulerende inmenging van de staat in het recht van burgers op het ongestoorde genot van bezittingen als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. 1.1 Appellante heeft maandelijks premies AOV/AWW over de tijdvakken van maart 2000 tot en met maart 2001 op aangifte afgedragen en, voor zover het om het werkgeversgedeelte van de premies ging, voldaan. Zij heeft tegen de afdracht en voldoening van premies AOV/AWW voor acht werknemers op 4 april 2001 bezwaar ingediend. De Inspecteur heeft bij beschikking van 5 april 2001 afwijzend uitspraak op het bezwaar gedaan. 1.2 Namens appellante heeft mr. J, hierna: de gemachtigde, daartegen een beroepschrift ingediend bij de Raad op 18 april 2001, dus tijdig. Daarop is een aanvulling ingezonden door de gemachtigde bij brief van 9 augustus De Inspecteur heeft een
2 vertoogschrift ter griffie doen inkomen door een faxbericht van 24 maart Aan de gemachtigde is een kopie gezonden. 1.3 Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad op 2 april 2003, alwaar appellante en de Inspecteur, beide deugdelijk vertegenwoordigd, zijn verschenen. De gemachtigde heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd. 2. Vaststaande feiten 2.1. Appellante heeft werknemers met de Amerikaanse nationaliteit in dienst. Deze werknemers verblijven hier te lande gedurende twee of drie jaar. Er worden voor hun wettelijk verplichte verzekering van ouderdomspensioen, weduwepensioen en ongevallenverzekering (de zogeheten Old Age/Survivors and Disabilty Insurance, hierna: de OASDI) premies betaald ingevolge de Federal Insurance Contribution Act (FICA). De FICA-premies worden zowel bij de werkgever als van de werknemers geheven. De Inspecteur heeft op verzoek van de gemachtigde bevestigd dat de OAISDI naar Arubaanse maatstaven kwalificeert als een pensioenaanspraak, zodat de FICA-premies niet tot het loon worden gerekend. 2.2 Appellante betaalt maandelijks ook de verschuldigde premies AOV/AWW voor deze werknemers. Deze premies bestaan wettelijk uit een werknemers- en een werkgeversdeel. In de tijdvakken van maart 2000 tot en met maart 2001 heeft appellante Afl ,91 aan premies AOV op aangifte afgedragen/voldaan en Afl.7.459,36 aan premies AWW. 2.3 Volgens artikel 2, aanhef en onder c, van het Landsbesluit van 6 januari 1994, nr. 4 wordt niet als verzekerde voor de algemene ouderdomsverzekering aangemerkt degene die niet geacht kan worden blijvend in Aruba te wonen, en die verzekerd is krachtens een buitenlandse wettelijke regeling inzake geldelijke gevolgen van ouderdom, in de gevallen door de minister van Welzijnszaken aan te wijzen. Volgens artikel 1, aanhef en onder c, van het Landsbesluit van 21 december 1965, nr. 196 wordt niet als verzekerde voor de algemene weduwen- en wezenverzekering aangemerkt degene, die niet geacht kan worden blijvend binnen de Nederlandse Antillen te wonen en die verzekerd is krachtens een buitenlandse soortgelijke wettelijke regeling inzake weduwen- en wezenpensioenen, in de gevallen door de Minister van Sociale Zaken aan te wijzen. 2.4 De Ministerraad heeft in zijn vergadering van 21 november 1995 op advies van de Sociale Verzekeringsbank zijn beslissing van 6 april 1994 bevestigd dat de mogelijkheid tot ontheffing van de premieplicht ingevolge de AOV/AWW voor buitenlandse werknemers werd afgeschaft ter waarborging van de sociale zekerheid. 2.5 Appellante heeft op 26 maart 2001 aan de Minister van Economische en Sociale Zaken verzocht om een ontheffing van de premieplicht voor haar buitenlandse werknemers. Hetzelfde verzoek is op 6 mei 2001 gedaan aan de Sociale Verzekeringsbank. Op geen van beide verzoeken is beslist. 3. Omschrijving geschil en standpunten van partijen
3 3.1 Partijen worden verdeeld gehouden door het antwoord op twee vragen; ten eerste: is belanghebbende ontvankelijk in haar beroep, en ten tweede: dienen de afgedragen en voldane premies vanwege de samenloop van de AOV/AWW en de OASDI te worden gerestitueerd? 3.2 De Raad verwijst voor de standpunten van partijen naar de gedingstukken en de pleitnota. 4. Overwegingen omtrent het geschil 4.1. De Inspecteur stelt dat appellante niet-ontvankelijk is in haar beroep. Er zijn volgens hem geen afdrachten gedaan op naam van M A. In de administratie van de Inspectie komt de naam M A niet voor en ook bij de Kamer van Koophandel is die naam niet bekend. Het door de gemachtigde genoemde persoonsnummer is bij de Inspecteur noch bij de Ontvanger bekend. De gemachtigde van appellante heeft in zijn pleitnota erkend dat hij een verkeerde naam en een verkeerd persoonsnummer heeft gebruikt in het beroepschrift en de aanvulling daarop. Appellante heet: M B NV en het juiste persoonsnummer is xyz. Appellante gebruikt de naam M A als handelsnaam om time share units te verkopen. Ter zitting heeft de Inspecteur niet betwist dat voornoemde Naamloze Vennootschap de omstreden afdrachten van premies AOV/AWW heeft gedaan en de echte naam is van appellante. De Raad houdt het ervoor dat de gemachtigde zich alleen maar vergist heeft in de naam en het persoonsnummer van appellante. De Inspecteur is niet in zijn verdediging geschaad. De Raad oordeelt dat appellante ontvankelijk is in haar beroep Artikel 39, eerste lid, van de Landsverordening AOV en het gelijkluidende artikel 40, eerste lid, van de Landsverordening AWW bepalen dat naar gelang de ingevolge deze landsverordening verschuldigde premies bij wege van aanslag dan wel bij wijze van inhouding worden geheven, de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende regelen inzake de rechtsmiddelen van overeenkomstige toepassing zijn. Naar het oordeel van de Raad schiet deze wettelijke regeling van rechtsbescherming op twee manieren tekort. De wetgever verwijst alleen naar de heffing van de inkomstenbelasting en heeft vermoedelijk bij vergissing nagelaten te verwijzen naar de heffing van de loonbelasting ingeval de werknemer de verschuldigde premies bij wijze van inhouding op het loon doet betalen. De wetgever heeft in de tweede plaats niet voorzien in de mogelijkheid dat de werkgever opkomt tegen de afdracht van de ingehouden premies en tegen de voldoening van de premies volksverzekeringen die hij als inhoudingsplichtige zelf verschuldigd is. De Raad neemt aan dat dit omissies van de wetgever zijn en dat in de genoemde eerste leden tevens gelezen moet worden dat de werknemer bezwaar kan maken tegen de inhouding van premies AOV/AWW overeenkomstig de regelen inzake de rechtsmiddelen op het stuk van de loonbelasting en dat de inhoudingsplichtige tegen de afdracht alsmede tegen de voldoening bezwaar kan maken, ook overeenkomstig de voor de heffing van de loonbelasting geldende regelen Op grond van artikel 16, lid 3, van de Landsverordening Loonbelasting kan de inhoudingsplichtige die te veel heeft afgedragen, dat wil zeggen meer dan is ingehouden,
4 binnen een jaar na de afdracht een bezwaarschrift indienen tegen de afdracht; dit geldt voor de loonbelasting en dient overeenkomstig te gelden voor de afdracht en voldoening van premies AOV/AWW, zoals de Raad in zijn vorige rechtsoverweging overwoog. Voor zover de inhoudingsplichtige (loonbelasting of) premies AOW/AWW op het loon van haar werknemers heeft ingehouden en het bedrag van de inhouding heeft afgedragen, dient het bezwaar tegen de afdracht te worden afgewezen. Er is immers niet te veel afgedragen door de inhoudingsplichtige. Het beroep van appellante tegen de afdracht van het werknemersgedeelte van de premies AOW/AWW is om die reden ongegrond Appellante komt ook op tegen de voldoening van het werkgeversgedeelte van de premies AOV/AWW. Volgens haar zijn haar werknemers met de Amerikaanse nationaliteit geen premies verschuldigd ingevolge de AOV/AWW en behoeft zij daarom ook niet het werkgeversgedeelte van de premies AOV/AWW te voldoen. De Inspecteur betwist deze stelling; hij houdt deze werknemers voor premieplichtig voor de AOV/AWW en daarom is appellante het werkgeversgedeelte van de premie AOV/AWW verschuldigd. Niet in geschil is tussen partijen dat de werknemers van appellante met de Amerikaanse nationaliteit hier te lande tijdelijk verblijven en dat op hen een met de AOW/AWW overeenkomstige wettelijke regeling van verzekering in Amerika van toepassing is. Volgens appellante komt aan haar werknemers het recht van vrijstelling van verzekering en dus ook van premie toe, op grond van artikel 5, vierde lid, aanhef en onder b, van de Landsverordening AOV in verbinding met het Landsbesluit van 6 januari 1994, nr. 4 en op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van de Landsverordening AWW in verbinding met het Landsbesluit van 21 december 1965, nr De Raad kan appellante hierin niet volgen. Blijkens artikel 2 onder c van het eerstgenoemde Landsbesluit en artikel 1 onder c van het tweede Landsbesluit (zoals aangehaald onder 2.3) is een aanwijzing door de Minister van Sociale Zaken (voorheen: van Welzijnszaken) nodig voor een vrijstelling van de verzekering ingevolge de AOV/AWW. Vaststaat dat deze aanwijzing, die had moeten worden aangevraagd vóór de aanvang van het heffingstijdvak, niet is verkregen. Dat brengt mee dat de hoofdregel van de verzekeringsplicht ingevolge de AOV/AWW voor de betrokken werknemers geldt: ze zijn als ingezetenen verzekerings- en premieplichtig. Appellante heeft terecht het werkgeversgedeelte van de premies AOV/AWW voldaan. Het beroep van appellante is ook op dit punt ongegrond Appellante stelt zich tot slot op het standpunt dat de betrokken werknemers een zeer bescheiden pensioen opbouwen, waarop maandelijks de kosten van omwisseling in dollars en van overboeking naar Amerika in mindering zullen komen. Voorts moeten zij te zijner tijd periodiek akten van in leven zijn inzenden alsmede hun handtekening laten legaliseren door een Amerikaanse notaris. Aldus maken zij volgens appellante meer kosten dan zij aan pensioenuitkeringen ontvangen. Ter zitting heeft de gemachtigde echter erkend dat het saldo van uitkeringen en kosten niet negatief uitvalt wanneer de pensioengerechtigde zijn uitkering niet maandelijks overmaakt naar Amerika, maar spaart bij een bankinstelling in Aruba, hetgeen volgens hem is toegelaten, en jaarlijks overboekt, zodat de hoge kosten van overboeking slechts eenmaal per jaar worden gemaakt. Deze laatste mogelijkheid weerhoudt de Raad ervan de vraag te beantwoorden of de premieheffing AOV/AWW ten laste van de werknemers van appellante met de
5 Amerikaanse nationaliteit niet neerkomt op een ontneming zonder compensatie en of niet sprake is van een regulerende inmenging van de staat in het recht van burgers op het ongestoorde genot van bezittingen als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. 5. Beslissing De Raad verklaart het beroep ongegrond.
1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel
Op het bovenstaande geldt een aantal uitzonderingen. Niet verzekerd zijn de volgende categorieën ingezetenen:
Basisverzekering ziektekosten Per 1 februari 2013 is de Landsverordening basisverzekering ziektekosten (hierna: BVZ) van kracht geworden. Dit memo behandelt uitsluitend de heffing en inning van de inkomensafhankelijke
ECLI:NL:GHARL:2017:4777
ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante kan in haar beroep worden ontvangen, nu het beroepschrift binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend.
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 23 april 1998 Vonnisnummer : 1996-128 Datum : 23 april 1998 Rechters : mrs. Bijloos, Moltmaker en Groeneveld Middel : winstbelasting Artikel : Belastingjaar : 1995 Plaats
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 28 juli 2000
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 28 juli 2000 Vonnisnummer : 1998/125 Datum : 28 juli 2000 Rechters : mrs. A.W.M. Bijloos, C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout. Middel : Loonbelasting en premie AOV/AWW
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.
Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233
pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725
ECLI:NL:RBZWB:2015:8725 Instantie Datum uitspraak 20-10-2015 Datum publicatie 12-04-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 14 _ 3746 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht
tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen
Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak
Regeling zorgverzekering
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 september 2005, nr. Z/VV-2611957, houdende regels ter zake van de uitvoering van de Zorgverzekeringswet (), laatstelijk gewijzigd bij
2010 no. 99 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA
2010 no. 99 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSVERORDENING van 31 december 2010 houdende regels inzake het verstrekken van een toeslag aan werknemers in de private sector die een beperkt loon genieten en
Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK
Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 18 februari 1999
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 18 februari 1999 Vonnisnummer : 1997-144 Datum : 18 februari 1999 Rechters : mrs. A.W.M. Bijloos, voorzitter, J.K. Moltmaker en Th. Groeneveld, leden Middel : Winstbelasting
Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084
Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen
====================================================================
AB 1991 no. GT 63 Intitulé : Landsverordening loonbelasting Citeertitel: Landsverordening loonbelasting Vindplaats : AB 1991 no. GT 63 Wijzigingen: AB 1993 no. 73; AB 1997 nos. 34, 80; AB 2000 no. 101
de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,
Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
f,r'- J Wop uitspraak RECHTBAN ARNHEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) VM 1 o HAART 2008 inzake \f de erven van
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 8 augustus 2001
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 8 augustus 2001 Vonnisnummer : 2000/053, 2000/088 en 2000/089 Datum : 8 augustus 2001 Rechters : mrs. Van Gijn, Ilsink en Groeneveld Middel : Winstbelasting Artikel : 7 en 33
A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD
A 2012 N 2 PUBLICATIEBLAD MINISTERIËLE REGELING, MET ALGEMENE WERKING, van de 17 de januari 2012 tot wijziging van de Gezamenlijke beschikking AOV/AWW en loonbelasting 1976 1 DE MINISTER VAN FINANCIËN
Uitkeringen uit AO-verzekering belastbaar als periodieke uitkering
Uitkeringen uit AO-verzekering belastbaar als periodieke uitkering ECLI:NL:GHSHE:2014:4487 Instantie Gerechtshof s-hertogenbosch Datum uitspraak 30-10-2014 Datum publicatie 01-12-2014 Zaaknummer 13-01092
LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie:
LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW Datum uitspraak: 23-09-2010 Datum publicatie: 13-12-2010 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:
Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek
Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum
Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423. Uitspraak op het hoger beroep van
Uitspraak GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423 Uitspraak op het hoger beroep van de heer a, wonende te b, hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende
Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.
ECLI:NL:GHDHA:2017:1341
ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 17-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00396
2014 no. 9 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA
2014 no. 9 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSVERORDENING van 3 februari 2014 houdende regels ter zake van de aansprakelijkheid voor belastingschulden en schulden van premies volksverzekering (Landsverordening
ECLI:NL:GHARL:2017:9611
ECLI:NL:GHARL:2017:9611 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 07-11-2017 Datum publicatie 10-11-2017 Zaaknummer 16/01141 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2016:3790, Bekrachtiging/bevestiging
vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het
ECLI:NL:CRVB:2017:1283
ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht
1.3. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, dat is ontvangen op 3 april 2000.
BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 28 juli 2000 Vonnisnummer : 1999/275 Datum : 28 juli 2000 Rechters : mrs. A.W.M. Bijloos als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout. Middel : Winstbelasting
AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK)
AFSCHRIFT beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is
Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379
ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591
ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste
ECLI:NL:CRVB:2014:3463
ECLI:NL:CRVB:2014:3463 Instantie Datum uitspraak 21-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3170
TAX LAWYERS AND TAX CONSULTANTS PENSHONADOREGELING* * connectedthinking
TAX LAWYERS AND TAX CONSULTANTS PENSHONADOREGELING* * connectedthinking Indeling 1 Inleiding... 3 2 Voorwaarden... 3 3 Buitenlandse bronnen... 4 4 Keuze mogelijkheid... 5 5 Werkverbod / uitzonderingen...
Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg
Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-13/00338 Uitspraak van 3 januari 2014 in het geding tussen: [X], wonende te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst/
2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter
GERECHTSHOF s-hertogenbosch
Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00033 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/00546
ECLI:NL:GHAMS:2017:2886 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 13-07-2017 Datum publicatie 09-08-2017 Zaaknummer 16/00546 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser
Uitspraak Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/7254 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser (gemachtigde: mr. drs.
