DE ARBEIDSTIJDENWET. in 2003
|
|
|
- Geert de Koning
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving Afdeling CAO-onderzoek en Beleidsinformatie DE ARBEIDSTIJDENWET in 2003 Een onderzoek naar de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit in CAO s JUNI 2004 S. Pott P. Feenstra L. Junger C. Klaassen G. Wiggers
2
3 INHOUDSOPGAVE BLZ. SAMENVATTING I t/m VIII 1 INLEIDING Opzet van het onderzoek 1.2 Onderzoeksmethode 1.3 De ATW en het ATB 1.4 Belangrijkste resultaten uit het ATW-onderzoek in Doel van het huidige onderzoek 1.6 Kernbegrippen 2 ANALYSE VAN CAO-AFSPRAKEN Algemeen 2.2 Cluster bepalingen en specifieke bepalingen 2.3 Voorkomen van bepalingen over arbeidsen rusttijden in CAO s 3 ARBEIDSTIJD, NACHTARBEID EN ZONDAGSARBEID Algemeen 3.2 Maximum arbeidstijd (structureel) 3.3 Maximum arbeidstijd (inclusief overwerk, incidenteel) 3.4 Nachtarbeid 3.5 Nachtarbeid en gezondheid 3.6 Zondagsarbeid 4 RUSTTIJDEN EN PAUZES Algemeen 4.2 Rusttijden 4.3 Pauzes
4 5 OVERIGE ONDERWERPEN Algemeen 5.2 Medezeggenschapsorgaan en nadere regeling arbeids- en rusttijden 5.3 Zeggenschap van werknemers bij vaststelling arbeids- en rusttijden 5.4 Consignatie 6 VERGELIJKING VAN DE CAO-ONDERZOEKEN 1998 T.O.V Algemeen 6.2 Ontwikkelingen arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid 6.3 Ontwikkelingen rusttijden en pauzes 6.4 Ontwikkelingen overige onderwerpen BIJLAGEN: I Samenstelling van de steekproef in 2003 II Resultaten van hoofdstuk 2 naar economische sector III Resultaten van hoofdstuk 3 naar economische sector IV Resultaten van hoofdstuk 4 naar economische sector V Resultaten van hoofdstuk 5 naar economische sector VI Overzicht van de belangrijkste resultaten van hoofdstuk 2 t/m 5 VII Resultaten van hoofdstuk 6 naar economische sector VIII Overzicht van de belangrijkste resultaten uit de vergelijking van specifieke bepalingen LITERATUURLIJST
5 SAMENVATTING In de onderhavige rapportage wordt verslag gedaan van het in oktober-december 2003 uitgevoerde CAO-onderzoek Arbeidstijdenwet in 2003: Een onderzoek naar de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit in CAO s. Doelstelling van het onderzoek is om een beeld te geven in hoeverre en op welke wijze in CAO s afspraken worden gemaakt m.b.t. de arbeidstijden van werknemers. Aanleiding tot het onderzoek zijn de plannen om de Arbeidstijdenwet (ATW) te herzien 1 waardoor een behoefte is ontstaan om het onderzoek dat ook in 1998 is gedaan opnieuw uit te voeren. In het kader van de discussie die hierover gevoerd zal gaan worden is het van belang een antwoord te kunnen geven op de vraag op welke onderwerpen op dit moment in CAO s afspraken zijn gemaakt en hoe deze afspraken zich inhoudelijk verhouden tot de normen in de huidige regelgeving. De Arbeidstijdenwet is in werking getreden in januari Sindsdien zijn de wet en de daarop gebaseerde regelgeving op meerdere punten aangepast en aangevuld. Bijzonder aan deze wetgeving is een dubbele normering door het hanteren van standaardnormen (de standaardregeling) en overlegnormen (de overlegregeling) voor arbeids- en rusttijden. De standaardregeling vormt de basis van de wet. Zijn er geen collectieve afspraken gemaakt tussen werkgever en werknemers ten aanzien van de arbeids- en rusttijden (bijvoorbeeld vastgelegd in een CAO of door afspraken met een medezeggenschapsorgaan), dan gelden de normen van de standaardregeling. Van de standaardnormen kan door het maken van collectieve afspraken worden afgeweken, waarbij echter de normen van de overlegregeling niet mogen worden overschreden. 1 Zie o.a.: Tweede kamer der Staten-Generaal, Vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet, TK 29376, nr.1, Brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 18 december 2003, vergaderjaar Zie o.a. Staatsblad, Wet van 23 november 1995, Stb. 598, houdende bepalingen inzake arbeids- en rusttijden. I
6 Naast de bepalingen in de ATW, zijn de ruimere normen van het Arbeidstijdenbesluit (ATB) van toepassing op sommige categorieën werknemers en bedrijfstakken. Specifieke normen voor de sector vervoer zijn neergelegd in het Arbeidstijdenbesluit vervoer (ATBv). Deze zijn in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Algemene onderzoeksresultaten Onderzocht zijn 113 CAO s van toepassing op ongeveer 4,7 miljoen werknemers. De stand van zaken heeft betrekking op de dataverzamelingsperiode oktober/november De wet onderscheidt twee clusters met standaardnormen over respectievelijk arbeidstijden, nachtarbeid en zondagsarbeid (cluster arbeidstijd) en rusttijden en pauzes (cluster rusttijd) waarover bij collectieve regeling nadere afspraken mogelijk zijn tot aan de grenzen van de overlegnormen in de wet. Cluster Arbeidstijd: Arbeidstijd, nachtarbeid en zondagarbeid Figuur S1: CAO s met bepalingen uit het cluster arbeidstijd van de ATW maximum arbeidstijd; cluster arbeidstijd; 100% 80% zondagsarbeid; % CAO's uit de steekproef 60% 40% nachtarbeid; 20% 0% 91% 21% 43% 98% Zoals figuur S.1 laat zien heeft 98% van de onderzochte CAO s (111/113) ten minste één bepaling over een onderwerp uit het cluster arbeidstijd (clusterbepaling). In 91% (103/113) van deze CAO s is minstens een specifieke bepaling opgenomen over de maximum arbeidstijd. Over nachtarbeid zijn in 21% van de CAO s afspraken gemaakt II
7 (24/113). Specifieke bepalingen over zondagsarbeid komen voor in 43% van de CAO s (49/113). Bedrijven onder de werkingssfeer van CAO s die minstens één bepaling over (maximum) arbeidstijd, nacht- of zondagsarbeid hebben, kunnen afspraken met het medezeggenschapsorgaan maken tot de normen van de overlegregeling, uiteraard met inachtneming van de bepalingen in de CAO. Indien geen (nadere) afspraken met het medezeggenschapsorgaan worden gemaakt, gelden de normen van de wettelijke standaardregeling. Cluster rusttijd: Rusttijden en pauzes Figuur S2: CAO s met bepalingen uit het cluster rusttijd van de ATW 100% 80% cluster rusttijd % CAO's uit de steekproef 60% 40% rust pauzes 20% 0% 26% 29% 75% In 75% van de onderzochte CAO s (85/113) is minstens één bepaling uit het cluster rusttijd (zie figuur S2 hierboven) opgenomen. De 85 CAO s zijn van toepassing op circa 79 % van de werknemers die onder de onderzochte CAO s vallen, en hebben tevens ook ten minste één bepaling uit het cluster arbeidstijd. Voor bedrijven/organisaties die onder deze CAO s vallen, geldt derhalve dat met het medezeggenschapsorgaan over alle onderwerpen in beide clusters tot de normen van de overlegregeling (nadere) afspraken kunnen worden gemaakt, uiteraard met inachtneming van de bepalingen in de CAO. III
8 28 CAO s (waaronder 21% van de werknemers onder de onderzochte CAO s vallen) bevatten geen enkele afspraak met betrekking tot het cluster rusttijd. Werkgevers die onder deze CAO s vallen kunnen voor wat betreft de rusttijden en pauzes de standaardregeling van de wet toepassen. In 26% (29/113) van de CAO s is een specifieke bepaling in de CAO opgenomen over wekelijkse en/of dagelijkse rust. Over het onderwerp pauzes zijn in een 29% (33/113) van de CAO s specifieke afspraken gemaakt. Specifieke CAO-bepalingen Het huidige onderzoek geeft met betrekking tot de CAO s waarin wel concrete afspraken over arbeids- of rusttijden zijn vastgelegd een divers beeld te zien. Het niveau van de normen op het gebied van arbeids- en rusttijden varieert van onder de standaardnormen tot boven de normen van de overlegregeling in de wet. De diversiteit in de afspraken blijkt uit de volgende voorbeelden: De maximale arbeidstijd per dienst (structureel) ligt in 41% van de CAO s (46/113 ) op of onder de normen van de standaardregeling, in 18% (20/113 ) op of onder de overlegnormen en in één CAO (1/113) ligt de afspraak onder de ATB-norm voor de betreffende sector. 41% van de CAO s (46/113 ) heeft geen bepaling op dit punt. De maximale arbeidstijd per dienst (incidenteel, inclusief overwerk) ligt in 7% van de CAO s (8/113 ) op of onder de standaardnormen van de wet, in 12% (14/113 ) worden de overlegnormen gevolgd en in 81% van de CAO s (91/113) is hierover niets geregeld. Het maximum aantal achtereenvolgende nachtdiensten ligt in 7% van de CAO s (8/113) onder of op de standaardnorm, in 3% van de CAO s (3/113 ) tussen standaard- en overlegnorm, in 3% van de CAO s (3/113) op de overlegnorm en in <1% (1/113) van de CAO's wordt de ATB-norm voor de betreffende sector gehanteerd. In 87% CAO s ( 98/113) is niets geregeld. Dit houdt dat 63% (15/24) van IV
9 de CAO s met een afspraak over nachtarbeid ook specifieke afspraken heeft op dit gebied. Er zijn geen afspraken over nachtarbeid en gezondheid aangetroffen in de 113 cao s uit de steekproef. Dit betekent dat ook in de 24 CAO s met bepalingen over nachtarbeid geen nadere afspraken zijn gemaakt omtrent maatregelen om de gezondheid van de werknemer zo min mogelijk te belasten bij nachtarbeid. In 24% van de CAO s (27/113) is een zondagsbepaling aangetroffen. Een dergelijke bepaling geeft het minimum aantal vrije zondagen per periode van 13 of 52 weken aan. Bij 5% (6/113) ligt de zondagbepaling onder de standaardnorm, in 4% (4/113) op het niveau van de standaardnorm, in 10% (11/113) onder de overlegnorm en bij de overige 5% CAO s worden de overlegnormen gevolgd (6/113). Per saldo is niets over dit onderwerp geregeld in 76% (86/113) van de CAO s in de steekproef. Ten opzichte van het aantal CAO s met afspraken over zondagsarbeid heeft ongeveer de helft, (27/49) een zondagsbepaling. De rest heeft alleen een bepaling over het verbod om op zondag te werken. De wekelijkse rusttijd ligt in 9% van de CAO s (10/113) onder de norm, 12% van de CAO s (13/113) is conform de norm en in één CAO wordt de ATB-norm voor de betreffende sector gehanteerd. 79% van de CAO s (89/113) heeft geen bepaling op dit punt. De pauze per dienst langer dan 5,5 uur ligt in 2% van de CAO s (2/113) onder de standaardnormen van de wet, in 21% van de CAO s (24/113) worden de standaardnormen gevolgd, en in 4% van de CAO s (5/113) zijn de bepalingen boven het niveau van de standaardnormen of gelijk aan de normen van de overlegregeling. In 73% van de CAO s (82/113) zijn geen bepalingen over pauzes per dienst langer dan 5,5 uur aangetroffen. Overige onderwerpen Ongeveer de helft van het aantal onderzochte CAO s heeft een algemene bepaling opgenomen waarin expliciet is vastgelegd dat met het medezeggenschapsorgaan (OR/PV) een (nadere) regeling zal worden opgesteld op het gebied van maximum V
10 arbeidstijd (44%; 50/113 CAO s), arbeid op zondag (6%; 7/113 CAO s ), nachtarbeid ( 8%; 9/113 CAO s) of rusttijden en/of pauzes (21%, 24/113 CAO s). Ook is in 47% van de CAO s (53/113) vastgelegd dat dienstroosters in overleg met de ondernemingsraad zullen worden vastgesteld. Uiteraard geldt, ook als er in de CAO geen nadere afspraken zijn gemaakt, onverkort de wettelijke regeling dat werkgevers in hun beleid rekening moeten houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Algemene afspraken waarin is bepaald dat de dienstroosters in overleg met de werknemer(s) zullen worden vastgesteld, komen vaker in CAO s voor en zijn aangetroffen in 53% (60/113) van de CAO s in de steekproef. In 27% (30/113) van de onderzochte CAO s zijn expliciete afspraken opgenomen dat rekening moet worden gehouden met persoonlijke omstandigheden van de werknemer bij de vaststelling van de arbeids- en rusttijden, bijvoorbeeld in verband met zorgtaken, of die werknemers zeggenschap geven over hun arbeidstijd. In 25% van de onderzochte CAO s (28/113) komen afspraken voor over consignatie. De afspraken in deze CAO s geven aan dat de consignatieregeling uit de wet zal worden toegepast. Van deze 28 CAO s hadden 6 een bepaling over de mogelijkheid om van de consignatienorm af te wijken. Vergelijking van de CAO-onderzoeken (1998 t.o.v. 2003) De vergelijking van de resultaten uit 1998 met die van het onderzoek uit 2003 geschiedt op basis van de 71 CAO s die in beide steekproeven werden meegenomen. Deze CAO s vertegenwoordigen circa 46% van het totale aantal werknemers onder CAO in Nederland in 2003 en hebben betrekking op alle onderzochte sectoren met uitzondering van de landbouw. Sinds 1998 zijn de bepalingen over arbeids- en rusttijden in CAO s, die opnieuw werden afgesloten, gewijzigd en is het beeld, zoals dat uit het vorige onderzoek naar voren kwam, op hoofdlijnen veranderd. VI
11 Nog steeds geldt dat met betrekking tot de meeste onderwerpen in de wet die in dit rapport aan de orde komen, in het merendeel van de CAO s geen concrete afspraken of kwantitatieve normen zijn vastgelegd. Uitzonderingen vormen de structurele maximale arbeidsduur per week en per dienst (structureel). Over deze onderwerpen is in het merendeel van de CAO s wel een bepaling opgenomen. Figuur S3: Onderzoeksresultaten 1998 v 2003 * Onderzoeksresultaten 1998 & 2003 % cao's met afspraken 100% 80% 60% 40% 20% 0% 77% 92% 44% 18% max. nacht arb.tijd arbeid 63% 39% 99% 93% zondag cluster arbeid I 55% 18% rust 58% 27% 75% pauzes cluster II 72% % 44% 63% 93% 55% 58% 75% % 18% 39% 99% 18% 27% 72% * Cluster I = cluster arbeidstijd, cluster II = cluster rusttijd. Zoals figuur S3 hierboven laat zien zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het cluster arbeidstijd anders dan bij het cluster rusttijd. Het cluster arbeidstijd laat een toename zien van het aantal CAO s met clusterbepalingen over arbeidstijden (van 93% naar 99%). Binnen de groep specifieke bepalingen is ook een stijging te zien van het percentage CAO s met bepalingen over maximum arbeidstijd (van 77% naar 92%). In vergelijking met de gegevens uit 1998 zijn er in 2003 minder CAO s met afspraken over nachtarbeid. Hier is een daling geconstateerd van 44% naar 18%. Dit geldt ook voor arbeid op zondag (van 63% naar 39%). Het cluster rusttijd laat andere ontwikkelingen zien. Hier is een daling van zowel het aantal CAO s met clusterbepalingen als met specifieke afspraken over rusttijden en pauzes VII
12 geconstateerd. Het aantal CAO s met afspraken over dit cluster is gedaald (van 75% naar 72%). De specifieke bepalingen over rust en pauzes zijn meer dan gehalveerd. Wat de overige onderwerpen betreft is het beeld sinds 1998 veranderd. Destijds had 18% (13/71) van de CAO s een of meer bepalingen over nadere afspraken met het medezeggenschapsorgaan over nadere regelingen m.b.t. arbeidstijd, nacht- en zondagsarbeid; 5 jaar later is dit percentage gestegen tot 48% (34/71). Ook de nadere afspraken met de OR/PV over rusttijden en/of pauzes laten een toename zien van 13% (9/71) in 1998 naar 24% (17/71) in Hieruit kan geconcludeerd worden dat de afname van het aantal specifieke afspraken over nachtarbeid, zondagsarbeid, rusttijden en pauzes gepaard gaat met een toename van het aantal afspraken op decentraal niveau. Deze cijfers tonen een tendens aan dat CAO-partijen steeds vaker gebruik maken van de mogelijkheid om op decentraal niveau invulling te geven aan de eisen van de ATW/ATB. Het percentage CAO s met bepalingen waarin er rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer bij de vaststelling van arbeids- en rusttijden is toegenomen van 8% (6/71) in 1998 naar 27% (19/71) in VIII
13 1 INLEIDING 1.1 Opzet van het onderzoek Dit rapport is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 begint met een korte beschrijving van het opzet van dit onderzoek, de onderzoeksmethode en de achtergronden van de ATW en het ATB. Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste onderzoeksresultaten uit het onderzoek van de Arbeidsinspectie over de Arbeidstijdenwet in CAO s uit Bovendien worden in paragraaf 1.5 de doelstellingen en in 1.6 de kernbegrippen van de rapportage nader toegelicht. Hoofdstuk 2 geeft een analyse van CAO-afspraken op hoofdniveau m.b.t. de aanwezigheid van clusterbepalingen en specifieke bepalingen over arbeids en rusttijden. In hoofdstukken 3 en 4 volgt een weergave van de belangrijkste onderzoeksresultaten over arbeidstijd, nachtarbeid, zondagarbeid, rusttijden en pauzes. De overige onderwerpen afspraken over de rol van de ondernemingsraad (OR)/ personeelsvertegenwoordiging (PV) en van werknemers bij de vaststelling van dienstroosters (nieuw t.o.v. de vorige rapportage), bepalingen over de manier waarop de werkgever rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en regelingen over consignatie - worden behandeld in hoofdstuk 5. Tot slot bevat hoofdstuk 6 een vergelijking van de huidige onderzoeksresultaten met de rapportage uit Voor de indeling van de onderwerpen wordt aangesloten bij de clustering van onderwerpen in de ATW. In tegenstelling tot het onderzoek in 1998 is nu geen onderzoek gedaan naar CAO-afspraken over kinderen en jongeren en naar nachtarbeid en zwangerschap 1
14 1.2 Onderzoeksmethode De belangrijkste onderzoeksresultaten worden gepresenteerd in hoofdstukken 2 t/m 5 en geven de stand van zaken medio november 2003 (dataverzamelingsperiode 15 oktober tot 15 november 2003). Het onderzoek is gebaseerd op (volledige) CAO-teksten met een definitieve status. Er is uitgegaan van de laatst geldende CAO vermeld in de CAO-databank die door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor CAO-onderzoek wordt gebruikt. In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een standaardsteekproef, bestaande uit 113 CAO s en overheidsakkoorden. Onder de standaardsteekproef vallen alle bedrijfstak- CAO s met of meer werknemers en alle ondernemings-cao s met of meer werknemers. Gezamenlijk zijn deze steekproef-cao s van toepassing op circa 4,7 miljoen werknemers. Zij vertegenwoordigen 72% van het totale aantal werknemers onder CAO in de markt-, overheid- en zorgsector. Een lijst van de in het onderzoek betrokken CAO s is opgenomen in Bijlage I. In onderstaande tabel is de indeling van CAO s naar economische sector in beeld gebracht. Voor de presentatie van de gegevens is uitgegaan van de Bedrijfsindeling Kamers van Koophandel 2003 (BIK 03). De CAO s zijn geclusterd in 7 sectoren: landbouw, industrie, bouwnijverheid, handel en horeca, communicatie, zakelijke dienstverlening, en overige dienstverlening (waaronder de overheidssectoren). 2
15 Tabel 1.1: Onderzochte CAO s naar economische sector Economische sector Aantal CAO s % Werknemers in steekproef-caos in een sector t.o.v. alle werknemers in die sector in Nederland waar een CAO van toepassing is* Landbouw 4 77% Industrie 25 62% Bouwnijverheid 6 74% Handel en horeca 29 73% Communicatie** 8 63% Zakelijke dienstverlening 16 86% Overige dienstverlening 25 71% Totaal % *Bron: Arbeidsinspectie, Voorjaarsrapportage CAO-afspraken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mei 2003, Den Haag. ** Omdat de CAO s in de subsector vervoer buiten de afbakening van dit onderzoek vallen, is de naam van de sector transport en communicatie gewijzigd in communicatie. De totalen van tabel 1.1. zijn gecorrigeerd voor de afwezigheid van deze CAO s. Tot slot is het belangrijk om op te merken dat in tegenstelling tot het onderzoek in 1998, de CAO s in de subsector vervoer niet zijn onderzocht. Reden hiervoor is het karakter van deze CAO s, waarvoor specifieke bepalingen uit het Arbeidstijdenbesluit-vervoer, (ATB-Vervoer) steeds voor verschillende groepen werknemers gelden. 1.3 De Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit In deze rapportage worden de resultaten gepresenteerd van een onderzoek van de Arbeidsinspectie (AI) in 2003 naar de toepassing van de Arbeidstijdenwet (ATW) en het Arbeidstijdenbesluit (ATB) in collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO s). 3
16 De Arbeidstijdenwet (ATW) is op 1 januari 1996 in werking getreden 3. Voor sectoren waar de CAO op een later tijdstip expireerde was deze wet van toepassing vanaf de dag na de expiratiedatum van de CAO. Dat houdt in dat de ATW overal van toepassing was per 1 januari De Arbeidstijdenwet fungeerde als vervangmiddel voor alle toenmalige losse wettelijke regelingen over arbeids- en rusttijden voor zowel de publieke als commerciële instellingen. De Nederlandse overheid had twee hoofddoelstellingen bij de invoering van de ATW. De ATW is in de eerste plaats, in aansluiting bij de Arbeidsomstandighedenwet, gericht op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers in relatie tot hun arbeid. Daarnaast beoogde de wet een verruiming van de mogelijkheden voor werknemers om arbeid te kunnen combineren met zorgtaken en/of andere verantwoordelijkheden buiten de arbeid. In de ATW wordt verder onderscheid gemaakt naar twee clusters. Het cluster rusttijd omvat de normen over (dagelijkse en wekelijkse-) rusttijden en pauzes, het cluster arbeidstijd omvat de normen over arbeidstijden, nachtarbeid en zondagsarbeid. Er kunnen alleen afspraken op decentraal niveau over een bepaald onderwerp worden gemaakt wanneer het cluster geopend is 4. Een cluster is geopend wanneer ook de CAO ten minste één bepaling bevat over een onderwerp uit het betreffende cluster. Dit kan zowel een specifieke bepaling zijn, als een clusterbepaling (algemene bepaling ). 5 Door het opnemen in de CAO van ten minste één bepaling die betrekking heeft op één van de onderwerpen in een cluster, kan de werkgever (nadere) afspraken maken met het medezeggenschapsorgaan over alle onderwerpen in het betreffende cluster. Het maakt niet uit of de bepaling in de CAO inhoudelijk of procedureel van aard is. 3 Zie voetnoot 2. 4 Indien in de tekst wordt gesproken over cluster arbeidstijd of rusttijd dan wordt - tenzij anders is vermeld - bedoeld het cluster arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid dan wel het cluster rusttijd en pauzes. 5 Zie deel 2.2 voor de definitie van specifieke en clusterbepalingen. 4
17 De Arbeidstijdenwet stelt concrete normen voor maximale werktijden, minimale rusttijden, nachtarbeid, pauzes, overwerk en consignatie. Ten slotte gelden bijzondere regels voor speciale groepen van werknemers: kinderen (jonger dan 16 jaar ), jeugdigen (16 en 17 jaar) en zwangere en pas bevallen vrouwen 6. De ATW kent een systeem van dubbele normering door het hanteren van standaardnormen (standaardregeling) en overlegnormen (overlegregeling) voor arbeidsen rusttijden. De standaardregeling vormt de basis van de wet. Zijn er geen collectieve afspraken 7 gemaakt tussen werkgever en werknemers ten aanzien van de arbeids- en rusttijden (bijvoorbeeld vastgelegd in een CAO of door afspraken met een medezeggenschapsorgaan), dan gelden de normen van de standaardregeling. Van de standaardnormen kan door het maken van collectieve afspraken worden afgeweken, waarbij echter de normen van de overlegregeling niet mogen worden overschreden. De normen van de overlegregeling bieden werkgever en werknemers in het algemeen een grotere ruimte dan de normen van de standaardregeling. Een van de achtergronden van de wet is het tegemoet komen aan de wensen van zowel werkgevers als werknemers op het gebied van flexibilisering van de arbeid in casu de arbeidsduurpatronen. Door het vastleggen van arbeids- en rusttijden in de CAO kan bijvoorbeeld het kader van een regeling op dit gebied worden aangegeven. Decentraal kunnen de CAO-regelingen nader worden uitgewerkt door (meer gedetailleerde) afspraken tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan waarbij rekening kan worden gehouden met de specifieke bedrijfssituatie en de wensen van werkgever en werknemers. In het kort komt het er dus op neer dat door het maken van (globale) afspraken over arbeids- en rusttijden in CAO s voor individuele werkgevers de mogelijkheid ontstaat om - in overleg met de werknemers - invulling te geven aan de ruimte tussen de normen van de standaardregeling en de normen van de overlegregeling in de wet. 6 Deze groepen vallen buiten de afbakening van dit onderzoek, zie ook deel 1.1 van deze rapportage. 7 Collectieve afspraken/collectief overleg: het CAO-overleg tussen de sociale partners. Voor de instellingen/bedrijven zonder CAO, of waar de CAO die ruimte biedt kan ook tussen werkgever en ondernemingsraad worden overlegd. In kleine ondernemingen zonder ondernemingsraad kan een 5
18 Verder wordt in de ATW onderscheid gemaakt tussen twee clusters, door het opnemen van een bepaling in de CAO over enerzijds arbeidstijd, nacht- of zondagsarbeid (het cluster arbeidstijd ) en anderzijds over rusttijd of pauze (het cluster rusttijd ) wordt het betreffende cluster geopend. De algemene werking van de wettelijke regeling in relatie tot de CAO ziet er als volgt uit: Als er geen CAO geldt, kan de werkgever met het medezeggenschapsorgaan (ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PV) in zijn onderneming afspraken maken over arbeids- en rusttijden tot de grenzen van de overlegregeling; Als er wel een CAO geldt, maar er is niets geregeld over arbeids- en rusttijden, dan geldt de standaardregeling en dienen de werktijdregelingen in de onderneming binnen deze normen te worden vastgesteld; Als er een CAO geldt waarin ten minste één bepaling is opgenomen over arbeidstijd, nachtarbeid of arbeid op zondag, maar niet over rusttijden of pauzes dan kan de werkgever met de OR/PV afspraken over arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid maken tot de grenzen van de overlegregeling (met inachtneming van de CAO-afspraken). Ten aanzien van rusttijden en pauzes geldt echter de standaardregeling; Als er een CAO geldt waarin ten minste één bepaling is opgenomen over rusttijden of pauzes, maar niet over arbeidstijd, nachtarbeid of zondagsarbeid dan kan de werkgever met de OR of PV afspraken over rusttijden en pauzes maken tot de grenzen van de overlegregeling (uiteraard moeten daarbij de CAO-afspraken in acht worden genomen). Ten aanzien van de arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid geldt echter de standaardregeling; Als er in de CAO zowel een bepaling over rusttijden of pauzes als over arbeidstijd, nachtarbeid of zondagsarbeid voorkomt dan kan de werkgever personeelsvertegenwoordiging overleg voeren met de werkgever en deze afspraken schriftelijk 6
19 met de OR/PV afspraken over alle onderwerpen maken tot de grenzen van de overlegregeling (met inachtneming van de CAO-afspraken). De wet stelt dat de bepalingen in de CAO-regeling en de bepalingen in de regeling met het medezeggenschapsorgaan naast elkaar van toepassing (kunnen) zijn. In geval van strijd zijn de bepalingen van de CAO van toepassing (artikel 1:4 ATW) 8. Naast de ATW is het Arbeidstijdenbesluit (ATB) tegelijkertijd in werking getreden. Dit besluit bestaat uit bijzondere regelingen wat betreft de toepasselijkheid van de ATW en een aantal uitzonderingen op sectorniveau. Het ATB richt zich voornamelijk op drie soorten bepalingen: a) afwijkingen op het gebied van de toepasselijkheid van de wet, o.a. met betrekking tot leidinggevenden b) algemene afwijkingen en aanvullingen wat betreft de arbeids- en rusttijden (o.a. bij dreigend letsel of schade) en c) bijzondere afwijkingen en aanvullingen voor enkele (sub)sectoren (o.a. Brandweer en Horeca). 1.4 Belangrijkste resultaten uit het ATW-onderzoek in 1998 In 1997 is door de Arbeidsinspectie onderzoek gedaan naar de naleving van de ATW 9, in het bijzonder naar de mate waarin (commerciële) instellingen gebruik maken van de mogelijkheid om van de standaardregeling af te wijken. Een jaar later werd hetzelfde onderzoek opnieuw uitgevoerd 10 met deels dezelfde onderzoeksvragen als het onderzoek in 1997 en deels nieuwe vragen. Uit het onderzoek van de AI bleek in 1998/1999 (peildatum april 1999, alle CAO s afgesloten na 1 januari 1996) dat het beeld zoals dat uit het onderzoek uit 1996 naar voren kwam op hoofdlijnen nauwelijks was gewijzigd. Het merendeel van de 121 onderzochte CAO s had geen specifieke afspraken (kwantitatieve normen vastgelegd). Een uitzondering vormde de structurele maximale arbeidsduur per dienst en het verbod vastleggen. 8 Voor de definitie van het begrip CAO : zie voetnoot 7 en artikel 1:3 van de ATW. 9 Akkermann, K. en Jong, de F. en Sardjoe, U., Arbeidstijdenwet: Een onderzoek naar de ATW in CAO s en in bedrijven, Ministerie van SZW, Arbeidsinspectie, mei 1998, Den Haag. 7
20 op zondag te werken, tenzij dit noodzakelijk is en de instemming heeft van de werknemers (-vertegenwoordiging). Een van de conclusies van het rapport uit 1998/1999 was dat CAO-partijen de nadere invulling van arbeids- en rusttijden aan de decentrale overlegorganen binnen de ondernemingen overlaten. Voor de bedrijven onder vrijwel alle onderzochte CAO s (97%, 117/121 CAO s) was dit (op grond van de wet) mogelijk waar het ging om afspraken over arbeidsduur, nachtarbeid en zondagsarbeid. Ten aanzien van de rusttijden en de pauzes was dit mogelijk voor 69% (84/121) van de CAO s in de toenmalige steekproef. Verder is uit de bovengenoemde rapportage - evenals in gebleken dat 5 CAO s afspraken over nachtarbeid en zwangerschap hadden. Afspraken over consignatiediensten zijn in 27% (33/121) van de CAO s gevonden. Ongeveer een kwart van de 121 onderzochte CAO s had bepalingen over jeugdigen en arbeid; afspraken over kinderarbeid in het bijzonder zijn in 4% (5/121) van de CAO s aangetroffen. 1.5 Doel van het huidige onderzoek Zoals eerder aangegeven is de aanleiding tot het huidige onderzoek een wetsvoorstel tot vereenvoudiging van de arbeidstijdenregelgeving door zowel vermindering van de bestaande als een verruiming van de overblijvende normen. Evenals in 1998 heeft het onderzoek als doel na te gaan welke afspraken CAO-partijen ten aanzien van arbeids- en rusttijden in CAO s hebben vastgelegd en met name hoe deze CAO-afspraken zich verhouden tot de normering van de ATW en/of ATB. Met behulp van deze informatie kan inzicht worden verkregen in hoeverre afspraken tussen werkgevers en werknemers aansluiten bij de mogelijkheden die de wet biedt. Bovendien kunnen de gegevens uit 2003 dienen als basis voor een vergelijking met het onderzoek uit Akkermann,K. en de Jong, F., Arbeidstijdenwet in 1998: Een onderzoek naar de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit in CAO s en in bedrijven, Ministerie van SZW, Arbeidsinspectie
21 1.6 Kernbegrippen In het onderzoek zijn de volgende begrippen en hun definities gebruikt 11 : Arbeid: elk lichamelijke of geestelijke inspanning die de werkgever van de werknemer verlangt. Woon-werkverkeer valt niet onder het begrip arbeid, maar zogenoemd werk-werkverkeer wel. Arbeidstijd: de tijd waarin de werknemer arbeid verricht. Dienst: een periode waarin arbeid wordt verricht. De duur van de dienst wordt begrensd door een dagelijkse rusttijd. De maximale arbeidstijd is korter dan de maximale duur van een dienst. Voor bijzondere diensten gelden uitzonderingen. Rusttijd: een periode waarin geen arbeid wordt verricht. De dagelijkse rusttijd is gelegen tussen twee diensten. Pauze: een pauze is gelegen binnen een dienst. Het is een onderbreking van minimaal 15 minuten, gedurende welke de werknemer geen enkele verplichting ten aanzien van de bedongen arbeid heeft. Onderbrekingen van korter dan 15 minuten worden beschouwd als arbeidstijd en niet als pauze. Nachtdienst: een dienst waarbij tussen middernacht (00.00uur) en uur arbeid wordt verricht. Begint de werknemer om uur dan is er sprake van een nachtdienst. Voor nachtdiensten gelden aanvullende regels. Een reeks van nachtdiensten bestaat minstens uit 3 achtereenvolgende nachtdiensten. Zondagsbepaling: een CAO-bepaling die het minimum aantal vrije zondagen per periode regelt. 11 Ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid, folder: Arbeidstijdenwet, één regeling voor bedrijven én overheid, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,(gewijzigde herdruk), maart 2003, bestelnummer 102, Den Haag. 9
22 Overwerk: een afwijking van de maximale bij wet voorgeschreven arbeidstijd. Deze afwijking is toegestaan 1) wanneer zich een onvoorziene wijziging in de omstandigheden, incidenteel en niet-periodiek voordoet 2) of wanneer de aard van arbeid het incidenteel en voor korte tijd noodzakelijk maakt. Dit laatste houdt in dat het overwerk voorzienbaar kan zijn en daardoor in te roosteren. Incidenteel is een relatief begrip, het kan bijvoorbeeld betekenen één dag per week of één maand per jaar. De aard van de arbeid kan het dus bijvoorbeeld noodzakelijk maken dat een werknemer één dag per week over moet werken. Consignatie: een periode tussen twee elkaar opvolgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer geen arbeid verricht, maar wel verplicht is om bereikbaar te zijn. Bij onvoorziene omstandigheden moet hij, na oproep de bedongen arbeid zo spoedig mogelijk verrichten. Leidinggevenden/Hoger personeel: Onder andere vallen leidinggevenden en hoger personeel niet onder de regels voor arbeids- en rusttijden. Leidinggevenden zijn werknemers die in hoofdzaak of uitsluitend leidinggeven (dus niet meewerken als voorman). Zij moeten op jaarbasis meer verdienen dan twee maal het minimumloon. Hoger personeel is ook de groep werknemers die op jaarbasis meer verdienen dan drie maal het minimum loon. 10
23 2 ANALYSE VAN CAO-AFSPRAKEN 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt op hoofdniveau ingegaan op de aanwezigheid van zowel clusterbepalingen als van specifieke bepalingen over arbeids- en rusttijden in CAO s. Deel 2.2 gaat in op het verschil tussen de twee soorten bepalingen. In deel 2.3 worden de resultaten van het onderzoek huidige onderzoek gepresenteerd. Bijlage II geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van hoofdstuk 2 naar economische sector. 2.2 Clusterbepalingen en specifieke bepalingen Met clusterbepalingen worden bedoeld zowel specifieke als algemene afspraken die verwijzen naar een van de onderwerpen van de Arbeidstijdenwet. Specifieke bepalingen duiden alleen op CAO-afspraken waarin een onderwerp uit de Arbeidstijdenwet, binnen de afbakening van dit onderzoek, concreet wordt ingevuld en waardoor een mogelijkheid tot vergelijking met de standaard en overlegregeling van de ATW c.q. de ATB-normen ontstaat. Figuur 2.1 hieronder geeft een afbeelding van de relatie tussen clusterbepalingen en specifieke bepalingen. Figuur 2.1: De relatie tussen clusterbepalingen en specifieke bepalingen Alle CAO-afspraken Clusterbepalingen (specifieke + algemene) Specifieke bepalingen 11
24 Het in CAO s opnemen van clusterbepalingen over arbeidstijden, nachtarbeid en zondagsarbeid enerzijds en rusttijden en pauzes anderzijds is een noodzakelijke voorwaarde in de wet om nadere afspraken met het medezeggenschapsorgaan in de onderneming/organisatie te (kunnen) maken over de onderwerpen binnen de hiervoor genoemde twee clusters. 2.3 Voorkomen van bepalingen over arbeids- en rusttijden in CAO s Het cluster arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid Zoals figuur 2.2 hieronder laat zien, is in 98% van alle onderzochte CAO s (111/113) ten minste één bepaling over een onderwerp uit het cluster arbeidstijd opgenomen 12. Dit betekent dat in de bedrijven die onder de werking van deze CAO s vallen in elk geval nadere afspraken met het medezeggenschapsorgaan over arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid tot de normen van de overlegregeling kunnen worden gemaakt, uiteraard met inachtneming van de bepalingen in de CAO. Figuur 2.2:Het voorkomen van bepalingen in CAO s uit het cluster arbeidstijd van de ATW Cluster arbeidstijden zonder afspraken; 2% met afspraken met afspraken; 98% zonder afspraken 12 Voor het cluster arbeidstijd is ook de aanwezigheid van clusterbepalingen per onderwerp geïnventariseerd. De verdeling van dit soort bepalingen is als volgt: clusterbepalingen over arbeidstijden 98% van de CAO s (111/113), nachtarbeid 37% van de CAO s (42/113) en zondagsarbeid 73% van de CAO s (82/113). 12
25 Ter illustratie een voorbeeld van een clusterbepaling m.b.t. het cluster arbeidstijd uit de CAO van Accordis 1: De werkgever is gehouden ervoor zorg te dragen, dat er zo weinig mogelijk arbeid wordt verricht buiten de normaal voor de werknemer geldende werktijden In 2 CAO s ontbreken clusterafspraken over het cluster arbeidstijd. Het gaat om 1 CAO in de uitzendbranche (ABU-uitzendkrachten) en de CAO van Pinkroccade, beide CAO s uit de sector zakelijke dienstverlening. Hierbij moet worden opgemerkt dat in de CAO voor de uitzendbranche (ABU-uitzendkrachten) een bepaling is opgenomen dat de regelingen op het gebied van werktijden, die gelden in het bedrijf waar de uitzendkracht werkzaam is, van toepassing zullen zijn. In de CAO van Pinkroccade zijn geen bepalingen gevonden die direct/indirect naar de onderwerpen van dit cluster verwijzen. Uit tabel 2.1 hieronder blijkt dat van de CAO s met ten minste één specifieke bepaling over een onderwerp uit het cluster arbeidstijd het onderwerp in de meeste CAO s de maximum arbeidstijd betreft. In 91% (103/113) van de CAO s is een bepaling over maximum arbeidstijd opgenomen. Over het onderwerp nachtarbeid zijn in een kleiner aantal CAO s afspraken gemaakt (21%; 24/113), vooral in de sector communicatie. Nadere afspraken m.b.t. zondagsarbeid zijn in 43% (49/113) van de CAO s geregeld, voornamelijk in de sector communicatie en in de handel en horeca. Over zondagsarbeid is meestal bepaald dat in beginsel niet wordt gewerkt op zondag, tenzij dit noodzakelijk is. Ook bevatten veel CAO s de afspraak dat werknemers niet kunnen worden verplicht om op zondag (over) te werken (deel 3.5 van deze rapportage zal verder ingaan op dit onderwerp). Bedrijven onder de CAO s die een bepaling over (maximum) arbeidstijd, nacht- of zondagsarbeid hebben, kunnen afspraken met het medezeggenschapsorgaan maken tot de normen van de overlegregeling. Indien geen afspraken met het medezeggenschapsorgaan worden gemaakt dan gelden de normen van de standaardregeling of van de CAO. 13
26 Tabel 2.1: Het voorkomen van bepalingen in CAO s over maximum arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid Soort bepaling % van de steekproef- Aantal CAO s CAO s CAO s met één of meer specifieke 91% 103/113 bepalingen over maximum arbeidstijd CAO s met een of meer specifieke 21% 24/113 bepalingen over nachtarbeid CAO s met één of meer specifieke 43% 49/113 bepalingen over zondagsarbeid Totaal met tenminste één bepaling over een onderwerp uit het cluster arbeidstijd 98% 111/113 Het cluster rusttijd rusttijden en pauzes In 75% (85/113) van de CAO s is naast een clusterbepaling uit het cluster arbeidstijd tevens één clusterbepaling opgenomen over een onderwerp uit het cluster rusttijd. In de sector landbouw hebben zelfs alle onderzochte CAO s bepalingen uit beide clusters. De 85 CAO s zijn van toepassing op bijna 79% van alle werknemers van de steekproef- CAO s. Voor bedrijven/organisaties die onder deze CAO s vallen, geldt derhalve dat met het medezeggenschapsorgaan over alle onderwerpen in beide clusters tot de normen van de overlegregeling (nadere) afspraken kunnen worden gemaakt, uiteraard met inachtneming van de bepalingen in de CAO. Figuur 2.3 weerspiegelt de aanwezigheid van CAO s met clusterbepalingen uit het cluster rusttijd. 14
27 Figuur 2.3:Het voorkomen van bepalingen in CAO s uit het cluster rusttijd van de ATW Cluster rusttijden met afspraken; 75% zonder afspraken; 25% met afspraken zonder afspraken Ten aanzien van de 85 CAO s met afspraken ter zake moet worden opgemerkt dat in 39 van deze CAO s wel een bepaling voorkomt over rusttijd of pauze (en dus dat cluster opent ), maar dat verder in deze CAO s over geen van de onderwerpen uit het cluster specifieke afspraken voorkomen. Per saldo bevatten 28 CAO s (waaronder 21 % van de werknemers onder de onderzochte CAO s vallen) geen enkele afspraak met betrekking tot het cluster rusttijd. Het gaat vooral om CAO s in de sectoren industrie en zakelijke dienstverlening. Bedrijven die onder deze CAO s vallen dienen voor wat betreft de rusttijden en pauzes de standaardregeling van de wet toe te passen. Tabel 2.2 hieronder geeft een overzicht van het percentage CAO s met minstens één bepaling over de onderwerpen uit het cluster rusttijd. In 26% (29/113) van de CAO s is een specifieke bepaling in de CAO opgenomen over wekelijkse en/of dagelijkse rust. Over het onderwerp pauzes zijn in een 29% (33/113) CAO s afspraken gemaakt. 15
28 Tabel 2.2 Het voorkomen van bepalingen in CAO s over rusttijd en pauzes Soort bepaling % van de steekproef- CAO s Aantal CAO s CAO s met één of meer specifieke bepalingen over wekelijkse en/ of dagelijkse rust CAO s met een of meer specifieke bepalingen over pauzes 26% 29/113 29% 33/113 Totaal met tenminste één bepaling over een onderwerp uit het cluster rustijd 75% 85/113 Hieronder een voorbeeld van een specifieke bepaling uit het cluster rusttijd over pauzes uit de CAO van KPN- Callcenters: Een aaneengesloten arbeidstijd van meer dan 5,5 uur wordt onderbroken door een pauze. De pauze bedraagt in dat geval tenminste 30 minuten. Specifieke afspraken over de wekelijkse en/of dagelijkse rust en pauzes zijn vooral in de CAO s van de sector communicatie aangetroffen. 16
29 3 ARBEIDSTIJD, NACHTARBEID EN ZONDAGSARBEID 3.1 Algemeen Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de specifieke CAO-bepalingen met betrekking tot deelonderwerpen van het cluster Arbeidstijd. Deel 3.2 behandelt de maximum arbeidstijd op structurele basis terwijl deel 3.3 zich richt op de maximum arbeidstijd inclusief overwerk (incidenteel). Hierna gaat de analyse verder met de presentatie van statistieken over nachtarbeid en in het bijzonder de link tussen nachtarbeid en gezondheid. Tot slot deel 3.5 een weergave specifieke afspraken in CAO s over zondagsarbeid. Bijlage III geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van hoofdstuk 3 naar economische sector. 3.2 Maximum arbeidstijd (structureel) Tabel 3.1 geeft een overzicht van het aantal CAO s met bepalingen over de maximale (structurele) arbeidstijd en het niveau ten opzichte van de normen in de ATW en het ATB. Tabel 3.1 CAO-bepalingen over maximum arbeidstijd (structureel) Onderwerp max. arbeidstijd per dienst met bepaling over betreffende onderwerp bepaling onder standaard norm bepaling gelijk aan standaardnorm bepaling onder overlegnorm bepaling gelijk aan overlegnorm bepaling onder ATBnorm max. arbeidstijd per week geen overlegnorm max. arbeidstijd per 4 weken 21 geen standaardnorm 17 4 max. arbeidstijd per 13 weken
30 Zoals de tabel laat zien zijn de meest voorkomende bepalingen in CAO s de afspraken over maximum arbeidstijd per week. In 80% (90/113) van de onderzochte CAO s is de maximum arbeidsduur per week geregeld. Dit in tegenstelling tot de maximum arbeidsduur per 4 weken en per 13 weken die in minder dan 1/5 van de onderzochte CAO s zijn geregeld. Ter illustratie een voorbeeld van een afspraak over maximum arbeidstijd per week (structureel) uit de CAO van de Bloemendetailhandel: De maximum arbeidstijden zijn voor werknemers van 18 jaar en ouder ( ) per week (structureel) 40 uur Maximum arbeidstijd per dienst (structureel) Bepalingen over de maximum arbeidsduur per dienst zijn aangetroffen in 59% (67/113) van de CAO s in de steekproef, voornamelijk in de sectoren landbouw en visserij en communicatie. In bijna de helft van de CAO s (33/67) met een bepaling over de maximum arbeidsduur per dienst is deze gelijk aan de standaardnormen van de wet (9 uur per dienst). Dit is met name het geval in CAO s in de sectoren industrie en handel en horeca. In 13 CAO s, verspreid over de verschillende economische sectoren, ligt de bepaling onder de standaardnorm. Maximum arbeidstijd per week (structureel) 80% (90/113) van de onderzochte CAO s bevatten bepalingen die betrekking hebben op de maximum arbeidstijd per week. Ten aanzien van de maximum arbeidsduur per week geldt dat, in de CAO s met een bepaling ter zake, alle bepalingen op of onder de wettelijke norm van 45 uur per week ligt (de ATW kent geen aparte overlegnorm ten aanzien van de maximum arbeidstijd per week). CAO s met een bepaling komen het meest voor in de landbouw en visserij en in de bouwnijverheid: in deze 2 sectoren hadden alle onderzochte CAO s een afspraak hierover. 18
31 Maximum arbeidstijd per 4 weken (structureel) In het grootste deel van de CAO s zijn geen bepalingen opgenomen ten aanzien van de maximale arbeidstijd per 4 weken. Dit geldt in het bijzonder voor alle CAO s van de steekproef in de sectoren landbouw en bouwnijverheid. Per saldo heeft 19% van de onderzochte CAO s een soortgelijke bepaling (21/113), het meest in de sector handel en horeca. In 17 van de 21 CAO s, die wel een bepaling betreffende de maximum arbeidstijd per 4 weken kennen, ligt het niveau van deze bepalingen onder het niveau van de overlegnorm (gemiddeld 50 uur per week). Maximum arbeidstijd per 13 weken (structureel) In het grootste deel van de CAO s in alle sectoren zijn evenmin bepalingen opgenomen ten aanzien van de maximale arbeidstijd per 13 weken. Van de 15% (17/113) CAO s met een bepaling ligt het niveau in 9 CAO s op of onder de standaardnorm en in 8 CAO s op of onder de overlegnorm. De standaardnorm is maximaal 520 uur per 13 weken (gemiddeld 40 uur per week) en de overlegnorm is maximaal (over 13 weken) 585 uur (gemiddeld 45 uur per week). CAO s met een bepaling hierover komen het meest voor in de sector industrie. 19
32 3.3 Maximum arbeidstijd (inclusief overwerk, incidenteel) Tabel 3. 2 geeft een overzicht van het aantal CAO s met bepalingen over de maximale arbeidstijd (inclusief overwerk) en het niveau van de bepalingen ten opzichte van de ATW en het ATB. Tabel 3.2 Onderwerp CAO-bepalingen over maximum arbeidstijd (inclusief overwerk, incidenteel) met bepaling over betreffende onderwerp bepaling onder standaard norm bepaling gelijk aan standaard norm bepaling onder overlegnorm bepaling gelijk aan overlegnorm bepaling onder ATB-norm max. arbeidstijd per dienst max. arbeidstijd per week max. arbeidstijd per 13 weken Uit tabel 3.2 blijkt dat steeds in iets meer dan 1/6 van alle onderzochte CAO s een of meer specifieke bepalingen over maximum arbeidstijd inclusief overwerk per dienst/week/13 weken (incidenteel) zijn aangetroffen. Binnen deze groep CAO s heeft ongeveer de helft (11 CAO s), bepalingen van alle drie categorieën. De CAO s van de bouwnijverheid hadden geen specifieke afspraken over de hiervoor genoemde onderwerpen. Ter illustratie een voorbeeld van een afspraak over maximum arbeidstijd per week inclusief overwerk (incidenteel) uit de CAO van de Confectie-industrie: De arbeidstijd bedraagt exclusief overwerk per week maximaal 45 uur en inclusief overwerk per week maximaal 54 uur en minimaal per week 24 uur 20
33 Maximum arbeidstijd per dienst inclusief overwerk, (incidenteel) De bepalingen over de maximum arbeidstijd inclusief overwerk per dienst in CAO s laten zien dat, in vergelijking met bepalingen over de structurele maximum arbeidstijd, relatief vaker de overlegnormen worden gehanteerd in plaats van de standaardnormen. Bepalingen over de maximum tijd per dienst zijn aangetroffen in 19% van de CAO s (22/113), voornamelijk in de sector communicatie. Verder valt op dat de maximum arbeidstijd per dienst inclusief overwerk in het merendeel van de CAO s niet is vastgelegd in tegenstelling tot de structurele maximum arbeidstijd per dienst. Maximum arbeidstijd per week inclusief overwerk, (incidenteel) In 20% van de CAO s (23/113) zijn bepalingen gevonden over de maximale arbeidstijd per week inclusief overwerk. Ook hier zijn relatief gezien de meeste bepalingen aangetroffen in de sector communicatie. In tegenstelling tot de soortgelijke bepalingen voor wat betreft de structurele werktijden, liggen de meeste bepalingen hier of op het niveau van de standaardnorm of zijn gelijk aan de overlegnorm. In de CAO van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) is een bepaling onder de ATB-norm aangetroffen. Maximum arbeidstijd per week 13 weken inclusief overwerk, (incidenteel) In 19% van de CAO s in de steekproef (21/113) is iets geregeld over de maximum arbeidstijd per 13 weken inclusief overwerk, met name in de CAO s van de sector zakelijke dienstverlening. Ten aanzien van de maximum arbeidstijd per 13 weken inclusief overwerk wordt in 1 CAO in de sector overige dienstverlening de norm onder de grenzen van het ATB gehanteerd. Evenals bij de maximum arbeidstijd per week inclusief overwerk gaat het hier om de CAO voor de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ). 21
34 3.4 Nachtarbeid In tabel 3.3 wordt een overzicht gegeven van het voorkomen van bepalingen in CAO s over nachtarbeid (aantal CAO s en niveau van de bepalingen ten opzichte van de ATW en/of ATB). Tabel 3.3 CAO-bepalingen over nachtarbeid onderwerp met bepaling bepaling bepaling bepaling bepaling bepaling bepaling bepaling over onder de gelijk aan onder gelijk aan boven onder gelijk aan betreffende standaardn standaardn overleg- overlegnorm overleg- ATB- ATB- onderwerp orm orm norm norm norm norm max. arbeidstijd per nachtdienst max. arbeidstijd nachtdienst per 13 weken min. rust na nachtdienst min. rust na reeks nachtdiensten max. aantal nachtdiensten max. aantal nachtdiensten achtereen max. arbeidstijd per nachtdienst inclusief overwerk max. arbeidstijd nachtdienst inclusief overwerk per 13 weken standaard- en 13 1 overlegnorm zijn gelijk standaard- en 7 1 overlegnorm zijn gelijk 22
35 Tabel 3.3 laat zien dat de meerderheid van de onderzochte CAO s geen specifieke bepalingen over nachtarbeid heeft. Het percentage CAO s met afspraken varieert tussen de 7% (8/113) voor de bepalingen over maximum arbeidstijd per 13 weken bij nachtdienst en overwerk en 14% (16/113) voor afspraken over maximum arbeidstijd per nachtdienst en maximum aantal nachtdiensten. Hieronder een voorbeeld van een afspraak over maximum arbeidstijd per nachtdienst, uit de CAO van Koninklijke TPG Post: De arbeidstijd per nachtdienst bedraagt ten hoogste 9 uren Maximum arbeidstijd per nachtdienst Ongeveer 14% (16/113) van de CAO s in de steekproef heeft een bepaling over de maximale arbeidstijd per nachtdienst. In meer dan de helft van de CAO s met een bepaling m.b.t. dit onderwerp liggen de afspraken op het niveau van de overlegnorm (9/16; 56%). In de sectoren landbouw en visserij en bouwnijverheid zijn geen afspraken hierover gevonden; relatief gezien komen deze afspraken het meest voor in de sector communicatie. Maximum arbeidstijd per nachtdienst per13 weken In 7% (8/113) van de CAO s wordt de maximale arbeidstijd per 13 weken geregeld. Ook hier zijn geen bepalingen boven het niveau van de overleg of van de ATB-norm aangetroffen. In de CAO s van de sectoren landbouw en visserij, bouwnijverheid en communicatie zijn geen bepalingen hierover opgenomen. Minimum rust na nachtdienst Bepalingen over minimum rust na een nachtdienst zijn aanwezig in 12% (14/113) van de CAO s van de steekproef. Evenals bij de afspraken over maximum arbeidstijd per nachtdienst zijn het vooral de CAO s van de sector communicatie die bepalingen omtrent het onderwerp bevatten. Meer dan de helft (8/14) van de bepalingen hebben afspraken gelijk aan de overlegnorm. 23
36 Minimum rust na reeks nachtdiensten In ongeveer 12% (14/113) van de CAO s is iets geregeld over de minimum rust naar een reeks nachtdiensten. Met betrekking tot dit onderwerp zijn in 13/14 CAO s de standaarden overlegnorm gelijk aan de wettelijke norm. In de CAO voor het bakkersbedrijf is de betreffende bepaling gelijk aan de ATB-norm. Er zijn geen afspraken hierover aangetroffen in de CAO s van de landbouw en visserij, bouwnijverheid en zakelijke dienstverlening. Maximum aantal nachtdiensten In 14% (16/113) van de CAO s zijn bepalingen gevonden over de toegestane hoeveelheid nachtdiensten, vooral in de sector communicatie. Met betrekking tot het maximum aantal nachtdiensten wordt in 4 CAO s (geheel of gedeeltelijk) de norm voor de betreffende sector op grond van het ATB gehanteerd. In 2 CAO s (1 uit de sector handel en horeca en 1 uit de overige dienstverlening) liggen de afspraken boven de overlegnorm. Maximum aantal nachtdiensten achtereen In 13% (15/113) van de CAO s zijn afspraken gemaakt over hoeveel nachtdiensten achtereen een werknemer mag werken. Ten aanzien van het maximum aantal nachtdiensten achtereen ligt de CAO-bepaling onder de overlegnorm (tussen standaarden overlegnorm) in 3 CAO s. In 3 CAO s wordt de overlegnorm van maximaal 7 nachtdiensten achtereen gehanteerd. Evenals bij de bepalingen over maximum aantal nachtdiensten komen deze afspraken het meest voor in de sector communicatie en zijn geen soortgelijke afspraken aangetroffen in de sectoren landbouw en visserij, bouwnijverheid en zakelijke dienstverlening. 24
37 Maximum arbeidstijd per nachtdienst inclusief overwerk De Arbeidstijdenwet heeft ook bepalingen omtrent de combinatie nachtdienst en overwerk. Uit dit onderzoek is gebleken dat 9% (10/113) van de CAO s bepalingen hebben opgenomen over dit onderwerp. 6 van de 10 CAO s met afspraken hierover hebben bepalingen die gelijk aan de overlegnorm zijn. De sectoren landbouw en visserij en bouwnijverheid hadden geen CAO s met concrete afspraken hierover. Maximum arbeidstijd per nachtdienst inclusief overwerk per 13 weken Ten slotte overwerk in het kader van nachtdiensten per 13 weken. In 7% (8/113) van de CAO s zijn dit soort afspraken gevonden. De meerderheid van de bepalingen liggen op het niveau van de overlegnorm (88%; 7/8). Ook hier zijn geen afspraken aangetroffen in de sectoren landbouw en visserij en bouwnijverheid. 3.5 Nachtarbeid en gezondheid In geen van de 113 CAO s in de steekproef is een bepaling aangetroffen die specifiek betrekking heeft op nachtarbeid en de gezondheid van de werknemer. Dit houdt in dat ook in de 24 CAO s met afspraken over nachtarbeid geen nadere afspraken zijn vastgelegd om de gezondheid van de werknemer extra te beschermen tegen de mogelijke negatieve gevolgen van nachtarbeid. 25
38 3.6 Zondagsarbeid Tabel 3.4 geeft een overzicht van het voorkomen van bepalingen in CAO s over zondagsarbeid (aantal CAO s en het niveau van de bepalingen ten opzichte van de ATW). Tabel 3. 4 CAO-bepalingen over zondagsarbeid Onderwerp met bepaling bepaling bepaling bepaling onder bepaling over betreffende onder gelijk aan overleg- gelijk aan onderwerp standaard standaard norm overleg- norm norm norm verbod zondagsarbeid de standaardnorm =overlegnorm tenzij... zondagsbepaling Verbod zondagsarbeid tenzij Met betrekking tot het voorwaardelijk verbod voor arbeid op zondag in de wet ( verbod op zondagsarbeid, tenzij ) zijn in 32% van de CAO s (36/113) bepalingen opgenomen waarvan in 28 van de 36 CAO s de formulering ongeveer gelijk is aan de wettelijke norm. In 77 CAO s ontbreken dergelijke afspraken. In beide gevallen geldt dat zondagsarbeid alleen mogelijk is op grond van de wettelijke voorwaarden. Hieronder een voorbeeld van een bepaling type verbod zondagsarbeid tenzij van de CAO voor de Open teelten: Op zaterdag en op zondag wordt, behoudens het bepaalde in de volgende artikelen, geen arbeid verricht Dit soort bepalingen zijn relatief gezien voornamelijk in de CAO s van de sectoren communicatie en landbouw en visserij aangetroffen. Geen enkele van de CAO s in de bouwnijverheid had bepalingen over het onderwerp. 26
39 Zondagsbepaling 24% (27/113) van de CAO s heeft een zogenaamde zondagsbepaling. Een dergelijke bepaling geeft het minimum aantal vrije zondagen per periode van 13 of 52 weken aan. De bepalingen in 10 CAO s liggen op of onder de norm van de standaardregeling, hetgeen inhoudt dat het aantal vrije zondagen gelijk is aan of hoger ligt dan de standaardnorm (4 of meer vrije zondagen per 13 weken). Ter illustratie hieronder een voorbeeld van een zondagsbepaling uit de CAO van de Thuiszorg: De werknemer heeft ten minste 21 vrije weekeinden per jaar; tijdens deze vrije weekeinden mag geen bereikbaarheidsdienst worden opgedragen. Op deze bepalingen zijn twee uitzonderingsmogelijkheden: - de werknemer die uitsluitend in weekeinden werkt, heeft ten minste 13 vrije zondagen per 52 weken; - de overige werknemers kunnen er op verzoek van de werkgever voor kiezen om in plaats van ten minste 21 vrije weekeinden, ten minste 13 vrije zondagen per 52 weken te nemen Relatief gezien zijn het vooral de CAO s in de sectoren overige dienstverlening en communicatie waarin deze bepalingen vaker worden gevonden. 27
40 28 De arbeidstijdenwet in 2003
41 RUSTTIJDEN EN PAUZES 4.1 Algemeen Het vierde hoofdstuk van dit verslag gaat over de specifieke bepalingen van het cluster rusttijd. Voor de interpretatie van CAO-bepalingen over dit cluster moet de terminologie worden omgekeerd. In de CAO s waarin de bepaling over rusttijden/pauzes onder de wettelijke norm liggen zijn deze langer dan in de wet is voorgeschreven. Deel 4.2 geeft een overzicht van de bepalingen over de dagelijkse en wekelijkse rusttijd. Deel 4.3 behandelt de afspraken over pauzes naar de duur van de dienst. Bijlage IV geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van dit hoofdstuk naar economische sector. 4.2 Rusttijden Tabel 4.1 geeft een overzicht van het aantal CAO s met bepalingen over rusttijden en het niveau van deze bepalingen ten opzichte van de ATW/ATB. Met betrekking tot het onderwerp dagelijkse en wekelijkse rusttijd zijn de normen van de standaard- en de overlegregeling in de wet gelijk. Uit de tabel blijkt dat ongeveer 1/5 van de CAO s in de steekproef specifieke afspraken hebben over de dagelijkse/wekelijkse rust. Tabel 4.1 CAO-bepalingen over rusttijden onderwerp met bepaling over dagelijkse of wekelijkse rusttijd bepaling onder de norm bepaling gelijk aan de norm bepaling boven de norm dagelijkse rusttijd de standaardnorm =overlegnorm bepaling gelijk aan de norm van het ATB wekelijkse rusttijd de standaardnorm =overlegnorm 1 29
42 Dagelijkse rusttijd In 17% (19/113) van de CAO s komen bepalingen voor over de dagelijkse rusttijd. De CAO s van de sectoren landbouw en visserij en bouwnijverheid hebben geen afspraken hierover. In de CAO s waarin de bepaling gelijk is aan de wettelijke norm, gaat het vooral om CAO s in de sectoren handel en horeca en communicatie. In de CAO voor de schoonmaak ligt de bepaling boven de normen van de standaard- en overlegregeling. Hierbij van belang is dat voor de groep werknemers die gebouwen schoonmaken de ruimere bepalingen van het ATB gelden, t.o.v. die groep ligt de bepaling op het niveau van het ATB. Wekelijkse rusttijd In 21% (24/113) van de CAO s komen bepalingen voor over de wekelijkse rusttijd. Het merendeel van de CAO s met een bepaling gelijk aan de wettelijke normen valt onder de sectoren handel en horeca en overige dienstverlening.14 van de 24 CAO s met een bepalingen over de wekelijkse rusttijd hebben tevens een bepaling over de dagelijkse rusttijd. Hieronder een voorbeeld van een afspraak over de wekelijkse rusttijd uit de CAO van de Open teelten, waar de bepaling gelijk is aan de normen van het ATB: Ten behoeve van deze werknemers organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer een onafgebroken rusttijd heeft van hetzij ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren, hetzij ten minste 60 uren in elke aangesloten tijdruimte van 14 maal 24 uren 30
43 4.3 Pauzes Tabel 4.2 CAO-bepalingen over pauzes onderwerp met bepaling over pauzes bepaling onder de standaardregeling bepaling gelijk aan de normen van standaardregeling bepaling onder de overlegregeling bepaling gelijk aan normen van de overlegregeling Pauze per dienst>5,5uur Pauze per dienst>8uur Pauze per dienst>10uur Tabel 4.2 bevat een overzicht van het aantal CAO s met bepalingen over pauzes en het niveau van deze bepalingen ten opzichte van de ATW. In 29% (33/113) van de CAO s (zie hoofdstuk 2) zijn 1 of meer specifieke afspraken vastgelegd over de pauzes naar de duur van de dienst van de werknemer. Geen van de CAO s in de steekproef uit de sector bouwnijverheid heeft specifieke afspraken over pauzes. Pauze bij een dienst langer dan 5 ½ uur De meeste specifieke afspraken omtrent pauzes hebben betrekking op de diensten langer dan 5 ½ uur. Deze zijn gevonden in 27% (31/113) van de CAO s. Vooral in de sector communicatie zijn relatief gezien veel afspraken hierover gemaakt. In ruim ¾ (24/31) van de CAO s met deze afspraken liggen de bepalingen gelijk aan de normen van de standaardregeling. Vooral in de sector communicatie zijn relatief gezien veel afspraken over de pauzes bij een dienst langer dan 5 ½ uur gemaakt. Ter illustratie een voorbeeld van een CAO-afspraak over de pauze bij een dienst langer dan 5 ½ uur uit de CAO voor de Drogisterijenbranche: Pauze (tijdruimte van minimaal ¼ uur) - arbeidstijd per dienst >5 ½ uur ½ uur 31
44 Pauze bij een dienst langer dan 8 uur Voor diensten van ten minste 8 uur arbeid zijn in 17% (19/113) van de CAO s afspraken gevonden. Ook hier geldt dat de meerderheid van de CAO s met afspraken (14/19) een bepaling heeft opgenomen gelijk aan de normen van de standaardregeling en dat vooral de sector communicatie afspraken over dit onderwerp heeft gemaakt. Pauze bij een dienst langer dan 10 uur In 5% (6/113) van de CAO s zijn bepalingen gevonden die de pauze bij een dienst van ten minste 10 uur regelen. Omdat dat niet veel CAO s bepalingen hierover hebben is het niet mogelijk om een analyse naar sector te verrichten. Niettemin valt op dat in de CAO s in de sector communicatie, die wat betreft de diensten langer dan 5 ½ en 8 uur de meeste afspraken heeft, geen bepalingen hierover zijn gevonden. 32
45 5 OVERIGE ONDERWERPEN 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanwezigheid van een aantal onderwerpen die geen onderdeel vormen van de clusters arbeidstijd en rusttijd. Deel 5.2 gaat in op de aanwezigheid van bepalingen over het medezeggenschapsorgaan en een nadere regeling van de arbeids- en rusttijden. Deel 5.3 gaat over de bepalingen over zeggenschap van werknemers bij vaststelling van de arbeids- en rusttijden. Deel 5.4 gaat over consignatieafspraken en de mogelijkheid om van de consignatienorm af te wijken. Bijlage V geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van hoofdstuk 5 naar economische sector. 5.2 Medezeggenschapsorgaan en nadere regeling arbeids- en rusttijden Medezeggenschapsorgaan en nadere regeling over maximum arbeidstijd, arbeid op zondag en /of nachtarbeid In ongeveer de helft van de onderzochte CAO s is minstens één bepaling opgenomen waarin expliciet is vastgelegd dat met het medezeggenschapsorgaan (OR/PV) een (nadere) regeling zal worden opgesteld op het gebied van maximum arbeidstijd (44%; 50/113 van de CAO s), arbeid op zondag (6%; 7/113 van de CAO s), nachtarbeid (8%, 9/113 van de CAO s en/of rusttijden en/of pauzes (21%; 24/113 van de CAO s). De meeste afspraken gaan over de maximum arbeidstijd. Dit soort afspraken zijn vooral in de CAO s van de sector zakelijke dienstverlening aangetroffen. Hieronder een voorbeeld van een afspraak over het medezeggenschapsorgaan en een nadere regeling over maximum arbeidstijd afkomstig uit de CAO voor het Verzekeringsbedrijf binnendienst: 33
46 Binnen de wettelijke mogelijkheden en uitgaande van de in de onderneming geldende arbeidsduur kunnen systemen van glijdende of variabele arbeidstijden worden geïntroduceerd, mits na instemming van het vertegenwoordigend overleg Dienstroosters in overleg met de ondernemingsraad Ook is in CAO s vastgelegd dat dienstroosters in overleg met de ondernemingsraad (47%; 53/113; van de CAO s) zullen worden vastgesteld. Vooral de CAO s uit de industrie bieden deze mogelijkheid. Hieronder een tekstfragment uit de CAO van Akzo Nobel Chemicals waarin er de mogelijkheid is om dienstroosters in overleg met de ondernemingsraad vast te leggen: In een rooster met meervoudige diensten is het uitgangspunt een zo gelijk mogelijke spreiding van de arbeidsduur over de verschillende dienstsoorten. In overleg met de ondernemingsraad kan van dit uitgangspunt worden afgeweken, indien daarmee een zwaarwegend belang is gediend 34
47 5.3 Zeggenschap van werknemers bij vaststelling arbeids- en rusttijden Persoonlijke omstandigheden en de vaststelling van roosters In 27% (30/113) van de CAO s zijn expliciete bepalingen opgenomen die rekening houden met persoonlijke omstandigheden van de werknemer bij de vaststelling van werktijden (arbeids- en rusttijden), bijvoorbeeld in verband met zorgtaken, en die zeggenschap daarover aan werknemers toekennen. De meeste afspraken hierover werden aangetroffen in de handel en horeca. Ter illustratie een fragment uit de CAO van de Hema over persoonlijke omstandigheden en de vaststelling van roosters: Alle medewerkers zijn in principe flexibel inzetbaar. Er bestaat dus geen vast arbeidspatroon. Bij de vasstelling van de werktijden zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met aantoonbare zorgtaken en overige bijzondere sociale omstandigheden van de medewerker, mits de Hema hiervan tijdig in kennis is gesteld Dienstroosters in overleg met de werknemer Er is ook gekeken naar afspraken in CAO s waarin is bepaald dat het vaststellen van dienstroosters geschiedt in overleg met de werknemers. Meer dan de helft van de CAO s van de steekproef heeft afspraken hierover (53%; 60/113 CAO s), voornamelijk die uit de sectoren overige dienstverlening en bouwnijverheid. Hieronder een voorbeeld van een bepaling uit de CAO van de Bijzondere Universiteiten (Nederlandse Universiteiten deel II) waaruit blijkt dat de dienstroosters worden vastgesteld in overleg met de werknemer: De samenstelling van een dienstrooster geschiedt na overleg met de, aan het rooster, deelnemende, werknemers 35
48 5.4 Consignatie Consignatie In 25% (28/113) van de CAO s komen afspraken voor over consignatiediensten. Afspraken die betrekking hebben op de vergoeding van (arbeid verricht in) consignatiediensten zijn niet in de beschouwing betrokken. De meeste afspraken zijn gevonden in de sectoren industrie en overige dienstverlening. De CAO van de Jeugdhulpverlening biedt een voorbeeld van een afspraak over consignatie: Consignatie na een nachtdienst: de overlegregeling is van toepassing, dat wil zeggen: de werknemer heeft een onafgebroken rusttijd van ten minste 14 uren na het verrichten van arbeid in nachtdienst indien de arbeid eindigt na uur: deze rusttijd mag éénmaal in elke aaneengesloten periode van 7 x 24 uren worden bekort tot ten minste 8 uren De mogelijkheid om van de consignatienorm af te wijken Ook is gekeken naar het voorkomen van CAO-bepalingen die de mogelijkheid bieden om van de consignatienorm af te wijken. Zulke bepalingen werden aangetroffen in 6 CAO s, waarvan 2 in de sector zakelijke dienstverlening en 2 in de overige dienstverlening. Hieronder een voorbeeld van een bepaling over de mogelijkheid om van de consignatienorm af te wijken uit de CAO van de Postkantoren: Voor het verrichten van een waakdienst geldt hetgeen in artikel 5:11 ATW is bepaald, met dien verstande dat een werknemer ten hoogste eenmaal per periode van 4 weken 7 maal 24 uren aaneengesloten waakdienst kan verrichten Bijlage VI geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten uit 2003 eerder besproken in de hoofdstukken 2 tm 5. 36
49 6 VERGELIJKING VAN DE CAO-ONDERZOEKEN 1998 T.O.V Algemeen In hoofdstuk 6 staat de vergelijking van de resultaten uit dit onderzoek met die uit 1998 centraal. In de delen 6.2 tm 6.5 wordt de volgorde van de onderwerpen van de voorgaande 4 hoofdstukken gehanteerd om beide onderzoeksjaren met elkaar te vergelijken. Door een wijziging van steekproef hebben de hierna gepresenteerde resultaten betrekking op 71 van de 113 CAO s in de huidige steekpoef. Zoals tabel 6.1 laat zien, hebben deze CAO s betrekking op 46% van het totale aantal werknemers onder CAO in Nederland. Het is van belang om op te merken dat de sector landbouw niet is meegenomen in deze analyse. Bijlage VII geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van dit hoofdstuk naar economische sector en bijlage VIII en overzicht van het aantal specifieke bepalingen in beide jaren. Tabel 6.1: Onderzochte CAO s naar economische sector aanwezig zowel in 1998 als in 2003 Economische sector Aantal CAO s in de steekproef in 2003 Aantal CAO s aanwezig zowel in 1998 als in 2003 % werknemers in 2003 t.o.v. alle werknemers (in die sector) in Nederland waar een CAO van toepassing is Landbouw 4 0 0% Industrie % Bouwnijverheid % Handel en horeca % Communicatie % Zakelijke dienstverlening % Overige dienstverlening % Totaal % 37
50 6.2 Ontwikkelingen Arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid Zoals tabel 6.2 hieronder laat zien is binnen het cluster arbeidstijd sprake van een toename van zowel de clusterbepalingen als de specifieke bepalingen over maximum arbeidstijd. In 2003 hebben bijna alle CAO s een bepaling over dit cluster (99%). Dit betekent een stijging van 6%punten ten opzichte van 5 jaar eerder. De specifieke bepalingen laten een stijging zien van bijna 15%punten voor wat betreft afspraken over maximum arbeidstijd. Anderzijds in 2003 ten opzichte van 1998 een afname van het aantal CAO s met concrete afspraken over nachtarbeid (van bijna 60%) en zondagsarbeid (van bijna 40%). Tabel 6.2 Het voorkomen van bepalingen in CAO s met betrekking tot de (hoofd-)onderwerpen maximum arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid, in 1998 en in 2003 Soort bepaling % van de steekproef- CAO s Aantal CAO s Maximum arbeidstijd 77% 92% 55/71 65/71 Nachtarbeid 44% 18% 31/71 13/71 Zondagsarbeid 63% 39% 45/71 28/71 Totaal met tenminste één bepaling over een onderwerp uit het cluster arbeidstijd,nachtarbeid en zondagsarbeid 93% 99% 66/71 (70/71) Uit tabel VIII.1 van bijlage VIII blijkt verder dat de stijging in clusterbepalingen (en tevens specifieke bepalingen over arbeidstijd) vooral te danken is aan de toename van bepalingen over maximum arbeidstijd per week (structureel). In 1998 had 35% van de CAO s (25/71) afspraken hierover; 5 jaar later is het percentage gestegen tot 80% (57/71). 38
51 De afname in specifieke afspraken over nachtarbeid geldt voor alle bepalingen inclusief de afspraken over van de relatie nachtarbeid/overwerk. Wat betreft de bepalingen over nachtarbeid en gezondheid is ook sprake van een daling van 3% (2/71) in 1998 naar géén bepalingen in Binnen de groep specifieke afspraken over zondagsarbeid is de sterkste daling in het aantal zondagsbepalingen van 45% (32/71) in 1998 naar 17% (12/71) in Ontwikkelingen rusttijden en pauzes Tabel 6.3 hieronder toont dat de ontwikkelingen binnen het cluster rusttijd een dalende trend t.o.v. zowel de clusterbepalingen als de specifieke bepalingen. Op hoofdniveau is er sprake van een lichte daling van 3% punten het aantal clusterbepalingen (van 75% in 1998 naar 72% in 2003). De specifieke afspraken bevestigen dit beeld. Hier is er sprake van een halvering van het aantal CAO s met specifieke bepalingen over rust en pauzes. Figuur 6.3 Het voorkomen van bepalingen in CAO s met betrekking tot de onderwerpen rusttijd en pauzes in 1998 en in 2003 Soort bepaling % van de steekproef- CAO s Aantal CAO s Wekelijkse en/ of dagelijkse rust 55% 18% 39/71 13/71 Pauzes 58% 27% 41/71 19/71 Totaal met tenminste één bepaling over een onderwerp uit het cluster rustijd en pauzes 75% 72% 53/71 51/71 Tabel VIII.2 van bijlage VIII geeft een specificatie van de hierboven geanalyseerde cijfers. De afname van specifieke bepalingen over wekelijkse en/of dagelijkse rust is o.a. te zien aan de daling in het aantal afspraken over de wekelijkse rusttijd: in 1998 had 44% (31/71) van de CAO s afspraken hierover; 5 jaar later is dit percentage 13% (9/71). Binnen de groep specifieke afspraken over pauzes is het percentage CAO s met 39
52 bepalingen over de pauzes bij diensten langer dan 8 uur gelijk gebleven, het aantal CAO s met afspraken over pauzes bij diensten langer dan 5 ½ uur en dan 10 uur is met minstens 35% zijn afgenomen. 6.4 Ontwikkelingen overige onderwerpen Gezien de verschillen in afbakening is het niet mogelijk om alle overige onderwerpen met elkaar te vergelijken. Deze analyse zal zich beperken tot de afspraken over: Medezeggenschapsorganen en nadere regelingen over arbeids- en rusttijden; Zeggenschap van werknemers bij vaststelling van arbeids- en rusttijden voor wat betreft rekening houden met persoonlijke omstandigheden. In 1998 had 18% (13/71) van de CAO s een of meer bepalingen over nadere afspraken met het medezeggenschapsorgaan m.b.t. arbeidstijd, nacht- en zondagsarbeid. 5 jaar later is dit percentage gestegen tot 48% (34/71). De nadere afspraken met de OR/PV over rusttijden en/of pauzes laten ook een toename zien van 13% (9/71) in 1998 naar 24% (17/71). Deze ontwikkelingen laten zien dat de afname in specifieke afspraken eerder besproken in deel 6.2. en 6.3 parallel gaat aan een toename van het aantal afspraken over arbeids- en rusttijden met de OR/PV. Tot slot is het percentage CAO s met bepalingen waarin rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer bij de vaststelling van arbeids- en rusttijden toegenomen van 8% (6/71) in 1998 naar 27% (19/71) in
53 BIJLAGEN 41
54 BIJLAGE I: SAMENSTELLING VAN DE STEEKPROEF IN Tabel I.1 Lijst van CAO s in de steekproef in 2003 en in 1998 CAO-naam Datum ingang Datum expiratie Sector 14 Steekproef 1998 Open Teelten (vh. landbouw 1-jan dec-00 L Tuinbouw 1-jan dec-00 L Hoveniersbedrijf 1-mrt-02 1-mrt-04 L Landbouwwerktuigen exp. Ond. 01-mrt-97 1-mrt-99 L Unilever 1-jun feb-01 I X Bakkersbedrijf 1-feb-03 1-feb-04 I X Heineken Nederland Beheer B.V. 1-jan-01 1-jul-02 I X Textielindustrie 1-mei-01 1-mei-03 I X Confectie-industrie 1-mei-02 1-mei-04 I X Timmerfabrieken 1-jan-03 1-jan-04 I X Kartonnage- & flex. verpakkingsbedrijf 1-jul-02 1-okt-03 I X Grafi-media 1-feb-02 1-feb-03 I Akzo Nobel Chemicals 1-apr-01 1-jun-04 I X Akzo Nobel Nederland B.V. (HP) 1-apr-01 1-jun-04 I X DSM Limburg B.V. 1-apr-03 1-apr-04 I X Akzo Nobel Pharma B.V. 1-apr-01 1-jun-04 I X Acordis 1 1-jan dec-99 I Betonproductenindustrie 1-mrt-02 1-mrt-03 I X Metaal- en elektrotechnische industrie 1-jul-00 1-jul-02 I X Metaalindustrie Hoger Personeel 1-jul jun-04 I X Corus Staal B.V. (vh. Hoogovens) 1-feb-02 1-apr-04 I Metaalbewerking (metaalnijverheid) 1-mrt mrt-03 I Oce Nederland B.V. 1-jul-02 1-jul-03 I X Philips (cao A) 1-jan-02 1-mei-03 I X Philips (cao B) 1-jan-02 1-mei-03 I X Carrosseriebedrijf (metaalnijverheid) 1-jan feb-99 I Meubelindustrie en meub.bedrijven 1-apr-02 1-jul-03 I X Sociale werkvoorziening 1-jul-02 1-jul-03 I Energie- en nutsbedrijven, sector distributie 1-apr-03 1-apr-04 I X Bouwbedrijf 1-jan-02 1-apr-04 B Bouwbedrijf UTA-personeel 1-mrt-02 1-apr-04 B X Elektrotechnischbedrijf (metaalnijverheid) 1-mrt mrt-03 B Loodgieters-fitters- en cv (metaalnijverheid) 1-mrt mrt-03 B Schilders- afwerkings- en glaszetbedrijf 1-mei-01 1-mrt-03 B X Afbouw (vh.o.a. Stukadoors- afbouw) 1-jan-02 1-jan-04 B X Motorvoertuigen (metaalnijverheid) 1-mrt mrt-03 H&H Bloemen en planten (groothandel) 1-jul-02 1-jul-04 H&H Levensmiddelen (groothandel) 1-jun-02 1-jun-04 H&H X 13 De kleurcontrasten in tabel I.1. hebben te maken met de overgang naar een andere economische sector. 14 Legenda: L&V= Landbouw en visserij, I = Industrie, B= Bouwnijverheid, H&H = Handel en Horeca, C = Communicatie, ZD = Zakelijke dienstverlening en OV = Overige dienstverlening. 42
55 CAO-naam Datum ingang Datum expiratie Sector Steekproef 1998 Vleessector ( vh. Vleesgroothandel) 1-apr-02 1-okt-03 H&H X Technische groothandel 1-apr-00 1-apr-03 H&H X Textielgoederen ; Groothandel 1-apr-03 1-apr-04 H&H X Informatie-,Communicatie- 1-apr-01 1-apr-02 H&H X Kantoortechn.branche Detailhandel (VAD) 1-jul-03 1-jul-04 H&H X Bijenkorf B.V. 1-feb jan-99 H&H X Hema 1-feb-03 1-feb-04 H&H Levensmiddelen (grootwinkelbedrijven) 1-apr-01 1-apr-02 H&H X Levensmiddelenbedrijf 1-apr-02 1-apr-03 H&H X Vroom en Dressman B.V. 1-feb-01 1-feb-03 H&H Aardappelen groenten fruit (detailhandel) 1-apr-01 1-apr-03 H&H X Slagersbedrijf 1-apr-02 1-apr-04 H&H X Apotheken 1-apr-02 1-apr-04 H&H Drogisterijbranche 1-apr-03 1-apr-04 H&H X Bloemendetailhandel 1-apr-02 1-apr-03 H&H X Doe het zelf branche 1-apr-03 1-apr-04 H&H X Elektrotechnische detailhandel 1-jul-02 1-jul-04 H&H X Gemengde- en speelgoedbranche 01-okt okt-02 H&H X Mode- en Sportdetailhandel 1-apr-02 1-apr-03 H&H Schoenendetailhandel 1-jul-02 1-jul-03 H&H X Textiel grootwinkelbedrijven 1-apr-00 1-apr-02 H&H X Tuincentra 1-apr-01 1-apr-03 H&H X Wonen 1-apr-01 1-apr-03 H&H X Horeca- en aanverwant bedrijf 1-jan-03 1-jan-05 H&H X Verblijfsrecreatie 1-jul-02 1-jul-04 H&H X Contract-cateringbedrijf 01-mrt-03 1-jul-04 H&H X KLM-grondpersoneel 1-apr-00 1-apr-02 C X ANWB 1-apr-01 1-apr-03 C Reisbranche 1-apr-01 1-apr-03 C X TPG Post Koninklijke (vh.tnt Postgroep) 01-mei mei-04 C Postkantoren 1-apr-02 1-apr-04 C Zaterdagbestellers (v/h PTT Zaterdagbestellers) 01-mei mei-04 C KPN Callcenter Agents 1-apr-00 1-nov-02 C KPN N.V. 1-jan-02 1-jan-04 C ABN-AMRO 1-jun-03 1-jun-04 ZD X Fortis-bank 1-jun-02 1-jun-03 ZD X ING-bank 01-mei mei-03 ZD X Rabo-bank 1-jul-01 1-jul-02 ZD X Achmea B.V. 1-apr-02 1-jun-03 ZD X ABP/Loyalis 1-apr-02 1-apr-04 ZD SNS Reaal Groep 1-jun-02 1-jun-03 ZD X Verzekeringsbedrijf (binnendienst) 1-jun mei-03 ZD X Woondiensten (vh.woningcorporaties) 1-jan-02 1-jan-04 ZD X Atos Origin 01-mei mei-03 ZD Pinkroccade 1-apr mrt-03 ZD Uitzendondernemingen vaste medewerkers 1-apr mrt-01 ZD X Uitzendkrachten (ABU) 1-jan mrt-04 ZD X 43
56 CAO-naam Datum ingang Datum expiratie Sector Steekproef 1998 Uitzendkrachten (NBBU) 1-jan-99 1-jan-04 ZD X Beveiligingsorganisaties (particuliere) 1-apr-02 1-apr-04 ZD X Schoonmaak 1-jan-03 1-jan-04 ZD Rijkspersoneel 1-dec-02 1-jan-04 OV Politie-personeel 1-jan-01 1-jan-04 OV X Sociale Verzekeringsbank 1-jul-02 1-jul-04 OV CWI (Centrum voor werk en inkomen) 01-mrt mei-04 OV UWV 1-apr-02 1-apr-04 OV X Primair Onderwijs 1-aug jul-04 OV X Voortgezet Onderwijs 1-feb-02 1-jan-03 OV X Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie 1-feb-03 1-feb-04 OV X Hoger Beroepsonderwijs 1-jun-02 1-sep-03 OV Nederlandse universiteiten (deel 1) 1-sep-00 1-sep-02 OV Nederlandse universiteiten (deel 2) 1-jun mei-03 OV Arbo Unie Nederland 1-jul-02 1-jan-04 OV Academische ziekenhuizen 01-mrt mrt-04 OV Huisartsenzorg (v/h doktersassistenten) 01-mei mei-03 OV X Tandartsassistenten 1-jan-03 1-jan-04 OV Ziekenhuizen 1-jul-02 1-jan-04 OV X Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 1-jul-03 1-jul-04 OV Gehandicaptenzorg 1-sep-02 1-jan-04 OV X Jeugdhulpverlening 1-jun-02 1-jan-03 OV Kinderopvang 1-jan-01 1-jan-02 OV Thuiszorg 1-apr-02 1-jul-03 OV X Verpleeg- en verzorgingstehuizen 1-apr-02 1-jul-03 OV X Welzijnswerk 1-jan-01 1-jan-02 OV Holland Casino's 1-apr mrt-03 OV X Kappersbedrijf 1-jul-02 1-jul-04 OV X 44
57 BIJLAGE II: RESULTATEN VAN HOOFDSTUK 2 NAAR ECONOMISCHE SECTOR Tabel II.1 Aantal CAO s met bepalingen uit het cluster arbeidstijd naar sector, % werknemers binnen de sectoren Economische sector Aantal CAO s in de steekproef Aantal CAO s met een bepaling van het cluster arbeidstijd Aantal werknemers t.o.v. alle werknemers in de CAO s van de steekproef ( %) Landbouw en visserij % Industrie % Bouwnijverheid % Handel en horeca % Communicatie % Zakelijke dienstverlening % Overige dienstverlening % Totaal % Tabel II.2 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster arbeidstijd over maximum arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid naar sector Economische sector/ Maximum Nachtarbeid Zondagsarbeid Aantal CAO s s met bepalingen t.o.v. aantal CAO s steekproef Arbeidstijd Landbouw en visserij Industrie Bouwnijverheid Handel en horeca Communicatie Zakelijke dienstverlening Overige dienstverlening Totaal 103/113 24/113 49/113 45
58 Tabel II.3 Aantal CAO s met bepalingen uit het cluster rusttijd naar sector Economische sector Aantal CAO s in de steekproef Aantal CAO s met een bepaling van cluster rusttijd Aantal werknemers t.o.v. alle werknemers in de CAO s van de steekproef ( %) Landbouw en visserij % Industrie % Bouwnijverheid % Handel en horeca % Communicatie % Zakelijke dienstverlening % Overige dienstverlening % Totaal % Tabel II.4 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster rusttijd over wekelijkse en of dagelijkse rust en pauzes naar sector Economische sector/ Wekelijkse en of dagelijkse Pauzes Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef rust Landbouw en visserij 1/4 1/4 Industrie 2/25 6/25 Bouwnijverheid 1/6 0/6 Handel en horeca 10/29 12/29 Communicatie 5/8 6/8 Zakelijke dienstverlening 2/16 3/16 Overige dienstverlening 8/25 5/25 Totaal 29/113 33/113 46
59 BIJLAGE III: RESULTATEN VAN HOOFDSTUK 3 NAAR ECONOMISCHE SECTOR Tabel III.1 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster arbeidstijd over maximum arbeidstijd (structureel) naar sector Economische sector/ Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef Max. Arbeidstijd per dienst (structureel) Max. Arbeidstijd per week (structureel) Max. Arbeidstijd per 4 weken (structureel) Max. Arbeidstijd per 13 weken (structureel) Landbouw en visserij 4/4 4/4 0/4 0/4 Industrie 17/25 21/25 3/25 6/25 Bouwnijverheid 4/6 6/6 0/6 1/6 Handel en horeca 24/29 27/29 10/29 4/29 Communicatie 7/8 6/8 1/8 1/8 Zakelijke dienstverlening 3/16 9/16 3/16 1/16 Overige dienstverlening 8/25 17/25 4/25 4/25 Totaal 67/113 90/113 21/113 17/113 Tabel III.2 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster arbeidstijd over maximum arbeidstijd (incidenteel) naar sector Economische sector/ Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef Max. Arbeidstijd per dienst (inclusief overwerk, incidenteel) Max. Arbeidstijd per week (inclusief overwerk, incidenteel) Max. Arbeidstijd per 13 weken (inclusief overwerk, incidenteel) Landbouw en visserij 0/4 1/4 1/4 Industrie 4/25 3/25 4/25 Bouwnijverheid 0/6 0/6 0/6 Handel en horeca 10/29 6/29 5/29 Communicatie 5/8 5/8 1/8 Zakelijke dienstverlening 1/16 3/16 6/16 Overige dienstverlening 2/25 5/25 4/25 Totaal 22/113 23/113 21/113 47
60 Tabel III.3 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster arbeidstijd over nachtarbeid (max. arbeidstijd en min.rust) naar sector Economische sector/ Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef Max. Arbeidstijd per Max. Arbeidstijd per Min. Rust na nachtdienst Min. Rust na reeks nachtdiensten nachtdienst nachtdienst per 13 weken Landbouw en visserij 0/4 0/4 1/4 0/4 Industrie 2/25 2/25 1/25 3/25 Bouwnijverheid 0/6 0/6 0/6 0/6 Handel en horeca 6/29 2/29 4/29 5/29 Communicatie 3/8 0/8 4/8 4/8 Zakelijke dienstverlening 1/16 1/16 0/16 0/16 Overige dienstverlening 4/25 3/25 4/25 2/25 Totaal 16/113 8/113 14/113 14/113 Tabel III.4 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster arbeidstijd over nachtarbeid (max. aantal nachtdiensten en max. arbeidstijd inclusief overwerk) naar sector Economische sector/ Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef Max. aantal nachtdiensten Max. aantal nachtdiensten achtereen Max. Arbeidstijd per nachtdienst inclusief overwerk Max. Arbeidstijd per nachtdienst inclusief overwerk per 13 weken Landbouw en visserij 0/4 0/4 0/4 0/4 Industrie 2/25 2/25 1/25 1/25 Bouwnijverheid 0/6 0/6 0/6 0/6 Handel en horeca 4/29 4/29 2/29 1/29 Communicatie 4/8 3/8 4/8 2/8 Zakelijke dienstverlening 0/16 0/16 1/16 1/16 Overige dienstverlening 6/25 6/25 2/25 3/25 Totaal 16/113 15/113 10/113 8/113 48
61 Tabel III.5 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster arbeidstijd over zondagsarbeid (zondagsverbod, zondagsbepaling) naar sector Economische sector/ Verbod zondagsarbeid Zondagsbepaling Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef tenzij Landbouw en visserij 2/4 1/4 Industrie 8/25 3/25 Bouwnijverheid 0/6 1/6 Handel en horeca 12/29 7/29 Communicatie 5/8 5/8 Zakelijke dienstverlening 2/16 1/16 Overige dienstverlening 7/25 9/25 Totaal 36/113 27/113 49
62 BIJLAGE IV: RESULTATEN VAN HOOFDSTUK 4 NAAR ECONOMISCHE SECTOR Tabel IV.1 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster rusttijd over rust (dagelijkse/wekelijkse) naar sector Economische sector/ Dagelijkse rusttijd Wekelijkse rusttijd Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef Landbouw en visserij 0/4 1/4 Industrie 2/25 1/25 Bouwnijverheid 0/6 1/6 Handel en horeca 7/29 7/29 Communicatie 5/8 5/8 Zakelijke dienstverlening 2/16 1/16 Overige dienstverlening 3/25 8/25 Totaal 19/113 24/113 Tabel IV.2 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster rusttijd over pauzes per dienst (>5,5 uur, >8 uur en > 10 uur) naar sector Economische sector/ Aantal cao s met bepalingen t.o.v. Pauze per dienst > 5,5 uur Pauze per dienst > 8 uur Pauze per dienst > 10uur steekproef Landbouw en visserij 1/4 0/4 0/4 Industrie 6/25 2/25 1/25 Bouwnijverheid 0/6 0/6 0/6 Handel en horeca 11/29 10/29 3/29 Communicatie 6/8 4/8 0/8 Zakelijke dienstverlening 2/16 2/16 1/16 Overige dienstverlening 5/25 1/25 1/25 Totaal 31/113 19/113 6/113 50
63 BIJLAGE V: RESULTATEN VAN HOOFDSTUK 5 NAAR ECONOMISCHE SECTOR Tabel V.1 Aantal CAO s met bepalingen over nadere regelingen in overleg met de OR/PV op het gebied van maximum arbeidstijd, zondagsarbeid, nachtarbeid en rusttijden en pauzes naar sector Economische sector/ Aantal cao s met bepalingen t.o.v. steekproef OR/PV maximum arbeidstijd OR/PV arbeid op zondag OR/PV nachtarbeid OR/PV rusttijden en pauzes Landbouw en visserij 1/4 0/4 0/4 1/4 Industrie 12/25 1/25 2/25 7/25 Bouwnijverheid 2/6 0/6 0/6 2/6 Handel en horeca 14/29 3/29 4/29 3/29 Communicatie 2/8 0/8 0/8 0/8 Zakelijke dienstverlening 8/16 0/16 0/16 2/16 Overige dienstverlening 11/25 3/25 3/25 9/25 Totaal 50/113 7/113 9/113 24/113 Tabel V.2 Aantal CAO s met bepalingen over vaststelling van dienstroosters in overleg met de ondernemingsraad naar sector, % werknemers binnen de sectoren Economische sector Aantal CAO s in de steekproef Aantal CAO s met een bepaling over vaststelling van dienstroosters in overleg met de ondernemingsraad Aantal werknemers t.o.v. alle werknemers in de CAO s van de steekproef ( %) Landbouw en visserij 4 0 0% Industrie % Bouwnijverheid % Handel en horeca % Communicatie % Zakelijke dienstverlening % Overige dienstverlening % Totaal % 51
64 Tabel V.3 Aantal CAO s met bepalingen die rekening houden met persoonlijke omstandigheden van de werknemer naar sector, % werknemers binnen de sectoren Economische sector Aantal CAO s in de steekproef Aantal CAO s met bepalingen die rekening houden met persoonlijke omstandigheden van de werknemer Landbouw en visserij 4 1 Industrie 25 2 Bouwnijverheid 6 1 Handel en horeca Communicatie 8 2 Zakelijke dienstverlening 16 6 Overige dienstverlening 25 5 Totaal Tabel V.4 Aantal CAO s met bepalingen over vaststelling van dienstroosters in overleg met de werknemers naar sector, % werknemers binnen de sectoren Economische sector Aantal CAO s in de steekproef Aantal CAO s met een bepaling over vaststelling van dienstroosters in overleg met de werknemers Landbouw en visserij 4 1 Industrie Bouwnijverheid 6 4 Handel en horeca Communicatie 8 2 Zakelijke dienstverlening 16 9 Overige dienstverlening Totaal
65 Tabel V.5 Aantal CAO s met bepalingen over consignatie naar sector, % werknemers binnen de sectoren Economische sector Aantal CAO s in de steekproef Aantal CAO s met bepalingen over consignatie Landbouw en visserij 4 0 Industrie Bouwnijverheid 6 1 Handel en horeca 29 3 Communicatie 8 2 Zakelijke dienstverlening 16 4 Overige dienstverlening 25 8 Totaal Tabel V.6 Aantal CAO s met bepalingen over de mogelijkheid om van de consignatienorm af te wijken naar sector, % werknemers binnen de sectoren Economische sector Aantal CAO s in de steekproef Aantal CAO s met bepalingen over de mogelijkheid om van de consignatienorm af te wijken Landbouw en visserij 4 0 Industrie 25 1 Bouwnijverheid 6 0 Handel en horeca 29 0 Communicatie 8 1 Zakelijke dienstverlening 16 2 Overige dienstverlening 25 2 Totaal
66 BIJLAGE VI:OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE RESULTATEN VAN HOOFDSTUK 2 TM 5 Tabel VI.1 Aantallen CAO s en het niveau van CAO-bepalingen ten opzichte van de ATW/ATB uitgesplitst naar onderwerp binnen het cluster arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid* Aantal CAO s met een bepaling/ Onderwerp Max. arbeidstijd per dienst, structureel Max. arbeidstijd, per week, structureel Max. arbeidstijd per 4 weken, structureel Max. arbeidstijd, per 13 weken, structureel Max. arbeidstijd per dienst,incidenteel Max.arbeidstijd,per week,incidenteel Max. arbeidstijd per 13 weken,incidenteel Max. arbeidstijd per nachtdienst Max. arbeidstijd per nachtdienst, per 13 weken Min. rusttijd na nachtdienst Min rust, na reeks nachtdiensten Max. aantal nachtdiensten Max. achtereenvolgende nachtdiensten Max. arbeidstijd per nachtdienst inclusief overwerk Max. arbeidstijd per nachtdienst inclusief overwerk, per 13 weken Verbod tot arbeid op zondag, tenzij. < S =S <S O > = O > O <ATB/= ATB >ATB totaal*) Zondagsbepaling *) Verklaring tabel: S = Standaardnorm; O = Overlegnorm; < S O > = tussen standaard- en overlegnorm; = ATB = normen op grond van het Arbeidstijdenbesluit; <ATB = onder ATB-norm, =ATB = gelijk aan ATB-norm. Alle cijfers t.o.v. 113 CAO s in totaal. 54
67 Tabel VI.2 Aantallen CAO s en het niveau van CAO-bepalingen ten opzichte van de ATW/ATB, uitgesplitst naar onderwerp binnen het cluster rusttijd en pauzes onderwerp < S =S <S O > = O >O < ATB/ = ATB totaal*) dagelijkse rusttijd wekelijkse rusttijd pauzes dienst >5, uur pauzes dienst >8 uur Pauzes dienst >10uur *)Verklaring tabel: S = Standaardnorm; O = Overlegnorm; < S O > = tussen Standaard- en Overlegnorm; <ATB = onder ATB-norm, =ATB = gelijk aan ATB-norm. Alle cijfers t.o.v. 113 CAO s in totaal. 55
68 BIJLAGE VII: RESULTATEN VAN HOOFDSTUK 6 NAAR ECONOMISCHE SECTOR 15 Tabel VII.1 Aantal CAO s met bepalingen uit het cluster arbeidstijd naar sector, in 1998 en in 2003 Economische sector aantal cao s met een bepaling uit het cluster arbeidstijd Industrie 18/19 19/19 Bouwnijverheid 3/3 3/3 Handel en horeca 22/23 23/23 Communicatie 2/2 2/2 Zakelijke dienstverlening 9/12 11/12 Overige dienstverlening 12/12 12/12 Totaal 66 /71 70/71 Tabel VII.2 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit cluster rusttijd over maximum arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid naar sector, in 1998 en in 2003 Economische sector/ Aantal CAO s s met bepalingen t.o.v. aantal CAO s steekproef Maximum Arbeidstijd Nachtarbeid Zondagsarbeid Industrie 15/19 18/19 10/19 2/19 11/19 8/19 Bouwnijverheid 3/3 3/3 3/3 0/3 3/3 0/3 Handel en horeca 20/23 22/23 6/23 5/23 17/23 13/23 Communicatie 2/2 2/2 1/2 1/2 1/2 0/2 Zakelijke dienstverlening 9/12 10/12 6/12 1/12 7/12 2/12 Overige dienstverlening 6/12 10/12 5/12 4/12 6/12 5/12 Totaal 55/71 65/71 31/71 13/71 45/71 28/71 15 Zoals uitgelegd in hoofdstuk 6, wordt de sector landbouw en Visserij niet meegenomen in de vergelijking
69 Tabel VII.3 Aantal CAO s met bepalingen uit het cluster rusttijd naar sector, in 1998 en in 2003 Economische sector aantal cao s met een bepaling van het cluster rusttijd Industrie 15/19 11/19 Bouwnijverheid 3/3 2/3 Handel en horeca 18/23 20/23 Communicatie 2/2 1/2 Zakelijke dienstverlening 8/12 6/12 Overige dienstverlening 7/12 11/12 Totaal 53 /71 51/71 Tabel VII.4 Aantal CAO s met specifieke bepalingen uit het cluster arbeidstijd over wekelijkse en/of dagelijkse rust en pauzes naar sector, in 1998 en in 2003 Economische sector/ Aantal CAO s s met bepalingen Wekelijkse en/of Dagelijkse rust Pauzes t.o.v. aantal CAO s steekproef Industrie 14/19 1/19 11/19 4/19 Bouwnijverheid 3/3 0/3 3/3 0/3 Handel en horeca 11/23 8/23 14/23 9/23 Communicatie 2/2 1/2 2/2 1/2 Zakelijke dienstverlening 6/12 1/12 7/12 2/12 Overige dienstverlening 3/12 2/12 4/12 3/12 Totaal 39/71 13/71 41/71 19/71 57
70 BIJLAGE VIII: OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE RESULTATEN UIT DE VERGELIJKING VAN SPECIFIEKE BEPALINGEN Tabel VIII.1 Aantallen CAO s uitgesplitst naar onderwerp binnen het cluster arbeidstijd, nachtarbeid en zondagsarbeid Aantal CAO s met een bepaling/ Onderwerp Max. arbeidstijd per dienst, structureel Max. arbeidstijd, per week, structureel Max. arbeidstijd per 4 weken, structureel Max. arbeidstijd, per 13 weken, structureel Max. arbeidstijd per dienst,incidenteel Max.arbeidstijd,per week,incidenteel Max. arbeidstijd per weken,incidenteel 33 Max. arbeidstijd 8 per nachtdienst 29 Max. arbeidstijd 18 4 per nachtdienst, per 13 weken Min. rusttijd na 28 7 nachtdienst Min rust, na reeks 27 8 nachtdiensten Max. aantal 28 8 nachtdiensten Max. achtereenvolgende 29 7 nachtdiensten Max. arbeidstijd per nachtdienst 27 5 inclusief overwerk Max. arbeidstijd per nachtdienst 25 6 inclusief overwerk, per 13 weken Verbod tot arbeid op zondag, tenzij... Zondagsbepaling Let op! Het gaar hier om cijfers t.o.v. 71 CAO s in totaal (N=71). 58
71 Tabel VIII.2 pauzes Aantallen CAO s uitgesplitst naar onderwerp binnen het cluster rusttijd en Aantal CAO s met een bepaling/ Onderwerp Dagelijkse rusttijd 36 8 Wekelijkse rusttijd 31 9 Pauzes dienst >5,5 uur Pauzes dienst >8 uur Pauzes dienst >10uur
72 60 De arbeidstijdenwet in 2003
73 LITERATUURLIJST Arbeidsinspectie, Voorjaarsrapportage CAO-afspraken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mei 2003, Den Haag. Asscher-Vonk, I.P., Arbeidswetgeving 2003/2004, 2003, 21 e druk, Kluwer, Deventer. Akkermann, K., Jong, F. de en Sardjoe, U., Arbeidstijdenwet: Een onderzoek naar de ATW in CAO s en in bedrijven, Ministerie van SZW, Arbeidsinspectie, mei 1998, Den Haag. Akkermann K., en Jong, F. de, Arbeidstijdenwet in 1998: Een onderzoek naar de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit in CAO s en in bedrijven, Ministerie van SZW, Arbeidsinspectie, augustus 1999, Den Haag. Algra, N.E. en Gokkel, H.R.W., Fockema Andrea s Verwijzend en Verklarend Juridisch woordenboek, 12e druk, 2001, Martinus Nijhoff uitgevers, Groningen. Klein Hesselink, D.J., Verboon, F.C. en Berg, T.D.P.J. van den, Arbeidstijden en ziekteverzuim: Onderzoek naar het effect van afwijkende werktijdregelingen op veiligheid, gezondheid, vrije tijd en ziekteverzuim van werknemers, VUGA uitgeverij B.V., maart 1995, Den Haag. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, folder: Arbeidstijdenwet, één regeling voor bedrijven én overheid, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, (gewijzigde herdruk ), maart 2003, bestelnummer 102, Den Haag. Staatsblad, wet van 23 november 1995, Stb. 598, houdende bepalingen inzake arbeidsen rusttijden. Tjeenk Willink, W.E.J., bewerkt door Drongelen, J. van en Vos P. H., Arbeidstijdenwetgeving, Arbeidstijdenbesluit, Arbeidstijdenbesluit vervoer, Overige regelgeving, EG-verordeningen wegvervoer, AETR (49-II), Nederlandse Wetgeving editie schuurman en Jordens: derde druk 2001, Kluwer Deventer. Tweede kamer der Staten-Generaal, Vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet, TK 29376, nr.1, Brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 18 december 2003, vergaderjaar
2 Arbeidstijdenwet: hoofdlijnen en ontwikkelingen
2 Arbeidstijdenwet: hoofdlijnen en ontwikkelingen 2.1 De Arbeidstijdenwet 1996 De Arbeidstijdenwet (ATW) dateert van 1 januari 1996. De wet kwam in de plaats van de Arbeidswet 1919 en een groot aantal
Een werknemer mag maximaal 12 uur per dienst werken. Per week mag hij maximaal 60 uur werken.
DE NIEUWE ARBEIDSTIJDENWET Op 1 april 2007 is de nieuwe arbeidstijdenwet in werking getreden. De regels in de Arbeidstijdenwet zijn vereenvoudigd. Hierdoor krijgen werkgever en werknemer meer mogelijkheden
Overzicht normen Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit 2007
Overzicht normen Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit 2007 De Arbeidstijdenwet (Atw) is van toepassing op alle personen die onder het gezag van de werkgever arbeid verrichten (werknemer, leerlingen,
Notitie Arbeidstijden Uitvaartbranche
Notitie Arbeidstijden Uitvaartbranche I Waar is de regelgeving over arbeidstijden te vinden? In de Arbeidstijdenwet (ATW) staan de algemene wettelijke bepalingen (normen) voor werknemers van 18 jaar en
Werk en rusttijden. Wat regelt de Arbeidstijdenwet? Wat regelt de CAO GHZ? Wat regel je met de werkgever? CNV Vakcentrale
Werk en rusttijden Wat regelt de Arbeidstijdenwet? Wat regelt de CAO GHZ? Wat regel je met de werkgever? Sonja Baljeu Eur. Erg. Beleidsadviseur CNV Vakcentrale Drs. A. Mellema Bestuurder Zorg Wat regelt
Checklist Arbeidstijdenwet
Checklist Arbeidstijdenwet Overtreding van de arbeidstijdenregels heeft doorgaans een bedrijfseconomisch motief. De I-SZW streeft er daarom na om overtreders in hun portemonnee te raken. U kunt dit voorkomen
Arbeidstijdenbesluit. Arbeidstijdenbesluit Verpleging en verzorging
Arbeidstijdenbesluit Arbeidstijdenbesluit Verpleging en verzorging stelsel Arbeidstijdenwet (Atw) en Arbeidstijdenbesluit (Atb) Verpleging en Verzorging Rusttijden minimumrusttijden Wekelijkse rust Dagelijkse
Arbeids- en rusttijden voor artsen en arts-assistenten
Arbeids- en rusttijden voor artsen en arts-assistenten Werken kost energie, zowel fysiek als mentaal. Als het te lang duurt kan het leiden tot oververmoeidheid en verminderde alertheid. Dit is niet goed
Arbeidstijden, informatie voor werkgevers en werknemers
Arbeidstijden, informatie voor werkgevers en werknemers 32909_Arbeids_Omsl.indd 1 04-05-2006 16:36:27 32909_Arbeids_Omsl.indd 2 04-05-2006 16:36:33 Arbeids- en rusttijden Er zijn drie wettelijke regelingen
Kader wet- en regelgeving
Kader wet- en regelgeving De inzet van medewerkers in consignatie dient binnen de grenzen van de Arbeidstijdenwet en bepalingen uit de cao plaats te vinden. In dit instrument wordt de relevante regelgeving
Overzicht Normen Arbeidstijdenwet (Atw) en Arbeidstijdenbesluit (Atb)
Cao Ziekenhuizen 2017-2019 / 83 Bijlage B Overzicht enwet (Atw) en enbesluit (Atb) De enwet (Atw) is van toepassing op alle personen die onder het gezag van de werkgever arbeid verrichten (werknemer, leerlingen,
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Werk
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Werk Arbeidstijdenwet, één regeling voor bedrijven én overheid Arbeidstijdenwet, één regeling voor bedrijven én overheid Er zijn drie wettelijke regelingen
Het Arbeidstijdenbesluit: uitzonderingen op de ATW
Het Arbeidstijdenbesluit: uitzonderingen op de ATW De regels in de ATW zijn in de meeste gevallen voldoende. Er zijn echter situaties, bepaalde werkzaamheden en beroepsgroepen denkbaar waarbij gezien de
Hoe hou je Werk en Privé in Balans?
Hoe hou je Werk en Privé in Balans? Sandra Stalmeier (LAD) Wouter van Wijhe 28 oktober 2016 Programma Deel A: Werktijden voor aios en medisch specialist Deel B: Ouderschapsverlof Parttime werken Folder
Mitsubishi Elevator Europe Toolbox 2008-XX (alle afdelingen) XX-X Toolbox-meeting De nieuwe Arbeidstijdenwet
Mitsubishi Elevator Europe Toolbox 2008-XX (alle afdelingen) XX-X-2008 Toolbox-meeting De nieuwe Arbeidstijdenwet Mitsubishi Elevator Europe Toolbox 2008-XX (alle afdelingen) XX-X-2008 Inleiding Werken
AANGEPASTE CAO TEKST Op de volgende pagina s staat de vanaf 1 januari 2017 geldende cao artikelen in dit verband.
AANGEPASTE CAO TEKST Op de volgende pagina s staat de vanaf 1 januari 2017 geldende cao artikelen in dit verband. Artikel 3.3 Binnendienst Tot de categorie Binnendienst behoren de werknemers die uitsluitend
De brandweervrijwilliger en de Arbeidstijdenwet VNG februari 2010
De brandweervrijwilliger en de Arbeidstijdenwet VNG februari 2010 Inhoud Inleiding 1. De Arbeidstijdenwet en de brandweervrijwilliger 1.1 Hoofdbetrekking en de brandweervrijwilliger 1.2 Uitzonderingen
CAO UITVAARTBRANCHE Aangepaste cao tekst inzake werkdruk, roosters en beschikbaarheid geldend vanaf 1 januari 2017
CAO UITVAARTBRANCHE Aangepaste cao tekst inzake werkdruk, roosters en beschikbaarheid geldend vanaf 1 januari 2017 INLEIDING De bonden ontvangen vanuit hun achterban signalen over werkdruk in relatie tot
KINDERARBEID > KINDEREN IN VOORSTELLINGEN
KINDERARBEID > KINDEREN IN VOORSTELLINGEN INHOUD I. Kinderarbeid II. Arbeidstijden (standaardregeling - kinderen) III. Kunstkinderen IV. Mogen kinderen tot 13 jaar meewerken aan uitvoeringen? V. Regels
3. De (hoofd)norm(en) en de collectieve regeling De werktijdenregelingen van het ATB 7
Arbeidstijden in de mijnbouwsector November 2007 Inhoudsopgave 1. Voorwoord 3 2. Inleiding 4 3. De (hoofd)norm(en) en de collectieve regeling 5 4. De (hoofd)normen van de ATW 6 4.1 Hoofdnorm ATW 6 4.2
MATRANS hanteert in het kader van de Arbeidstijdenwet de overlegregeling. 4.2 Overzicht normen Arbeidstijdenwet voor werknemers 18 jaar
Arbeidstijden HOOFDSTUK 4 Arbeidstijden 4.1 Overlegregeling MATRANS hanteert in het kader van de Arbeidstijdenwet de overlegregeling. Toepassing overlegregeling in relatie tot overwerk Binnen de grenzen
Vereenvoudiging Arbeidstijdenwet
05 03 Vereenvoudiging Arbeidstijdenwet advies Vereenvoudiging Arbeidstijdenwet Uitgebracht aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Publicatienummer 3, 18 februari 2005 Sociaal- Economische
Basisinspectiemodule Normhantering Arbeidstijdenwet
Basisinspectiemodule Normhantering Arbeidstijdenwet Deze BasisInspectieModule (BIM) is opgesteld aan de hand van de stand van de wetenschap en is geschreven voor intern gebruik bij de Inspectie SZW. Verder
ARBEIDSTIJDEN VOOR AIOS EN ANIOS
ARBEIDSTIJDEN VOOR AIOS EN ANIOS 2 inhoud BELANGRIJKE DEFINITIES 4 ARBEIDS- EN RUSTTIJDEN OVERZICHT 6 CAO S 8 CAO GGZ 14 SLOTWOORD 19 Per 1 augustus 2011 is het Arbeidstijdenbesluit gewijzigd. De wijziging
Arbeidstijden voor aios en anios
Arbeidstijden voor aios en anios powered by: Mercatorlaan 1200 Postbus 20057 3502 LB Utrecht [email protected] www.dejongespecialist.nl @jongespecialist 3 4 Arbeidstijden voor aios en anios Belangrijke
Arbeidstijden voor aios en anios
Arbeidstijden voor aios en anios 2 3 Arbeidstijden voor aios en anios Belangrijke definities 5 Arbeids- en rusttijden overzicht 7 Cao Ziekenhuizen 11 Cao Universitaire Medische Centra 15 Cao GGZ 18 Tot
Werkgeverszaken Arbeidstijden
Werkgeverszaken Arbeidstijden Arbeidstijden Inhoudsopgave 1 Inleiding en leeswijzer 5 1.1 Algemeen 5 1.2 Aanleiding 5 1.3 Leeswijzer 5 2 Bronnen van arbeidstijdenregelgeving 7 2.1 Inleiding 7 2.2 Het
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE ONDERNEMINGEN, GEWIJZIGD DOOR DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 BIS VAN 10 NOVEMBER
Arbeidstijden in de mijnbouwsector Informatie voor werkgevers en werknemers
Arbeidstijden in de mijnbouwsector Informatie voor werkgevers en werknemers Arbeidstijden in de mijnbouwsector Informatie voor werkgevers en werknemers 2 Arbeidstijden in de mijnbouwsector Informatie
Werktijden 2 Vaststelling van werkroosters geschiedt voor voltijders met inachtneming van de volgende voorwaarden:
HOOFDSTUK 3 ARBEIDSDUUR EN ARBEIDSTIJDEN ARTIKEL 8 ARBEIDSDUUR, WERKTIJDEN EN COMPENSATIE-UREN Arbeidsduur 1 Op kalenderjaarbasis bedraagt de arbeidsduur van een voltijdwerknemer gemiddeld 36 uur per week.
Bekijk de nieuwe rij- en rusttijden voor taxichauffeurs
Bekijk de nieuwe rij- en rusttijden voor taxichauffeurs Gepubliceerd op 02-01-2015 om 09:29 De overheid heeft nieuwe rij- en rusttijden bepaald voor Nederlandse taxichauffeurs. De definitieve nieuwe regeling
INHOUD AFDELING 1 SITUERING 9 AFDELING 2 ARBEIDSDUUR 11
INHOUD AFDELING 1 SITUERING 9 AFDELING 2 ARBEIDSDUUR 11 1. HET BEGRIP ARBEIDSDUUR 11 1.1. Principe 11 1.2. Wettelijke afwijkingen 13 1.3. Reglementaire afwijkingen 13 1.4. Toepassingsgebied 13 2. ARBEIDSDUURVERMINDERING
De Landelijke Arbeidstijdenregeling (LAR) En de rol van de ondernemingsraden
De Landelijke Arbeidstijdenregeling (LAR) En de rol van de ondernemingsraden Rechtskracht van de LAR Looptijd 30 maanden Met ingang van 1 mei 2009 Afgesloten met de vakbonden Verplicht korpsen tot naleving
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 279 Besluit van 17 juni 2009, houdende wijziging van het Arbeidstijdenbesluit in verband met personenchauffeurs Wij Beatrix, bij de gratie Gods,
Handleiding arbeidstijdenwet AIOS s van het azm
Handleiding arbeidstijdenwet AIOS s van het azm Stafdirectoraat Personeelszaken/ARBO Datum: november 2010 1 Handleiding roosteren van arbeidstijden van artsassistenten azm De regels over hoe lang een werknemer
Specifieke regels: binnenvaart, zeescheepvaart en zeevisserij
Specifieke regels: binnenvaart, zeescheepvaart en zeevisserij Wat wordt met de samenloopregeling bedoeld? Soms kan het gebeuren dat een werknemer verschillende werkzaamheden verricht, waarbij in de ene
Artikel Wijzigingen (V) Communicatie Artikel 19B.1, onder definitie consignatie is ter verduidelijking
Hoofdstuk 19B Arbeidsvoorwaarden personenchauffeurs Voorblad A. Opmerkingen Artikel Wijzigingen (V) Communicatie Artikel 19B.1, onder definitie consignatie is ter verduidelijking Ja, P&O FBA b opgenomen
Handleiding arbeidstijdenwet AIOS s van het azm
Handleiding arbeidstijdenwet AIOS s van het azm Stafdirectoraat Personeelszaken/ARBO Versie: 2 definitief Datum: januari 2015 Handleiding arbeidstijdenwet AIOS s van het azm jan 2015 Handleiding roosteren
Hieronder geven we een uitleg van de regelgeving. Aan het eind komen we met een conclusie en met een aanbeveling voor de praktijk.
Diensten AIOS Inleiding In het kader van de toenemende werkdruk in organisaties en de krapte in diensten buiten kantoortijden, worden ook vaker de werkzaamheden buiten kantoortijden van de AIOS besproken
Artikel 54a, onder b: Begrip aangepast aan het begrip zoals opgenomen is in ATW, hierdoor eenduidigheid tussen de Wet en AMAR.
NOTA VAN TOELICHTING OP AMAR HOOFDSTUK 7 Georganiseerd overleg sector Defensie (SOD) verzonden 27-2-2014 briefnummer AFR/14.00110_ bijlage 2 zaaknummer ZD.018.3 status x Behandel Informatie Pieptermijn
De Lichtenvoorde Werktijdenregeling Nieuwe Stijl 2015
De Lichtenvoorde Werktijdenregeling Nieuwe Stijl 2015 1 Status Beleidsnotitie Notitie: werktijdenregeling nieuwe stijl Auteur(s) J.E.M. Abbink Datum Juni 2015 Datum bespreking MT Juli 2015 Datum vaststelling
Nieuwe Horeca Cao van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2010!!
Juni 2008 Nieuwe Horeca Cao van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2010!! Er is een akkoord tot stand gekomen betreffende een nieuwe Horeca Cao en deze zal lopen van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2010.
Wat regelt de Arbeidstijdenwet?
Info Arbeidstijden 1. Wettelijk kader 2. CAO VVT 3. CAO Thuiszorg Wettelijk kader Wat regelt de Arbeidstijdenwet? In de Arbeidstijdenwet staat hoe lang u per dag en per week mag werken en wanneer u recht
Onderzoek ten behoeve van de evaluatie Waa en Woa
Onderzoek ten behoeve van de evaluatie Waa en Woa Tabellenboek Datum 13 november 2003 Kenmerk SZW012 MuConsult B.V. Postbus 2054 3800 CB Amersfoort Tel. 033 465 50 54 Fax 033 461 40 21 E-mail Internet
18 Beloning overwerk/feestdagen
18 Beloning overwerk/feestdagen DE ARBEIDSREGELING 2000 Niet-Schemawerk(er) v/s Schemawerk(er) De Arbeidsregeling 2000 geeft voorschriften met betrekking tot ondermeer: de arbeidsduur, pauze, rusttijden,
17 ARBEIDSDUUR, PAUZE, RUSTTIJDEN EN OVERWERK
17 ARBEIDSDUUR, PAUZE, RUSTTIJDEN EN OVERWERK De Arbeidsregeling 2000 geeft voorschriften met betrekking tot onder meer: de arbeidsduur, pauze, rusttijden, arbeid in volcontinu dienst, overwerk, kinderarbeid,
De Arbeidstijdenwet De werking van de vernieuwde arbeidstijdenwet 2007
De Arbeidstijdenwet De werking van de vernieuwde arbeidstijdenwet 2007 0 Inhoudsopgave Inleiding 1. Een nieuwe ATW 1. Verantwoorde grenzen 2. Waar is de wet op gericht 3. Belangrijkste verschillen tussen
Arbeidstijdenwet gee1 flexibilisering Werkgever, vakbonden en or
Arbeidstijdenwet gee1 flexibilisering Werkgever, vakbonden en or elkaar aangewezen Vorige maand heeft de Eerste Kamer de nieuwe Arbeidstijdenwet goedgekeurd. De wet treedt, samen met het bijbehorende Arbeidstijdenbesluit,
Nedap healthcare CAO signaleringen voor het roosteren in Ons
CAO signaleringen voor het roosteren in Ons In Ons Planning en in het zelfroosterscherm van het medewerkerportaal worden, mits niet uitgeschakeld bij de instellingen van de dienst, signaleringen getoond
JUS. Jaarurensystematiek. een inhoudelijke toelichting bij de invoering in de gehandicaptenzorg. JaarUrenSystematiek (JUS)
JUS Jaarurensystematiek een inhoudelijke toelichting bij de invoering in de gehandicaptenzorg JaarUrenSystematiek (JUS) Inleiding In de CAO Gehandicaptenzorg 2007-2008 (CAO) is opgenomen dat per 1 januari
H7 Arbeidstijden, arbeidsomstandigheden, vakantie en verlof
Samenvatting Sharon 09-04-17 H7 Arbeidstijden, arbeidsomstandigheden, vakantie en verlof Inleiding Werknemers worden op een aantal manieren beschermd. Hieronder een overzicht van de regelingen/wetten:
Huidige tekst NRGA Nieuwe tekst NRGA Toelichting bij wijziging. Toelichting artikel 1.1, onder n en p
Bijlage bij B&W-flap d.d. 15 december 2015, BD2015-010709 Wijzigingen van hoofdstuk 1, 4 en 6 van de Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam in verband met de invoering van de Nieuwe Werktijdenregeling:
Service voorwaarden ABB b.v. Rev 8 april 2016
1 Service voorwaarden regeling ABB Nederland Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Definities 3. Arbeidstijd, roostervrije uren en tijd-voor-tijd uren 4. Consignatie 5. Vergoedingen 6. Bijlagen 1. Inleiding Doelstelling
Regeling arbeidsduur en werktijden gemeente Waddinxveen 2014
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Waddinxveen. Nr. 23928 30 april 2014 Burgemeester en wethouders van Waddinxveen; gelet op hoofdstuk 3 en 4 CAR-UWO; gelet op het instemmende advies van de Ondernemingsraad
Specifieke regels in de binnenvaart, zeescheepvaart en zeevisserij
Specifieke regels in de binnenvaart, zeescheepvaart en zeevisserij Welke regels gelden er in de binnenvaart? In het Arbeidstijdenbesluit vervoer is een apart hoofdstuk opgenomen voor de binnenvaart. De
Provinciaal blad. vast te stellen de Algemene werktijdenregeling provincie Noord-Holland 2008
Provinciaal blad 2007 Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord- Holland van 1 november 2007, nr. 2007-64538, tot afkondiging van hun besluit inzake de vaststelling van de Algemene werktijdenregeling provincie
Maak werk van gezonde werktijden (1) Door Nicole Pikkemaat op ma, 05/11/ :44
Maak werk van gezonde werktijden (1) Door Nicole Pikkemaat op ma, 05/11/2012 17:44 Heel wat mensen maken lange dagen of werken s nachts of op onregelmatige tijden. Vanwege het soort werk, zoals het werken
WERKT IJD ENR EG ELING
WERKTIJDENREGELING Artikel 1 Algemene bepalingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: 1. medewerker: diegene die op basis van een ambtelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst in
Projectverslag. Vakkenvullen jeugdigen supermarkten 2004
Projectverslag Vakkenvullen jeugdigen supermarkten 2004, Den Haag Inspectieonderwerpen - Verboden arbeid door kinderen - Werkdagen en werktijden voor kinderen AI bedrijfstakdirectie Commerciële Dienstverlening
In onderstaande tabel is de jaarlijkse arbeidsduur van een reeks jaren weergegeven:
BIJLAGE IX VORMGEVING 36-URIGE WERKWEEK 1 Inleiding: In artikel 8 is de arbeidstijd gedefinieerd. Per week werkt een werknemer met een fulltime contract gemiddeld 36 uur. Er zijn diverse mogelijkheden
Vaststelling nieuwe Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet
SZW Vaststelling nieuwe Beleidsregels en Arbeidstijdenbesluit Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 april 2007, nr. AV/IR/2007/7323, tot vaststelling van nieuwe Beleidsregels
De arbeidstijd van kaderpersoneel en leidinggevenden
De arbeidstijd van kaderpersoneel en leidinggevenden FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E [email protected] W www.forumadvocaten.be 1 Inleiding 24
Arbeids- en rusttijd in de binnenvaart
Arbeids- en rusttijd in de binnenvaart Een speciaal op de situatie in de binnenvaart gerichte richtlijn (2014/112/EU) mr. J.G. Kwakernaat Omzetting 2014/112/EU in NL regelgeving Inwerkingtreding richtlijn
16. Werktijden in het voortgezet onderwijs
16. Werktijden in het voortgezet onderwijs Inhoudsopgave Inleiding De arbeidstijdenwet Pauzes Rust Nachtdiensten Zondag Zwanger Weektaak van onderwijsondersteunend personeel Vakantieverlof voor onderwijsondersteunend
De wet maakt onderscheidt in kinderen en jeugdigen/ jongeren. Wettelijk ben je tot je 16 e kind. 16 en 17-jarigen worden beschouwd als jeugd.
Jeugd & werken Basis wetgeving jeugdigen Vooral wat betreft de jeugd zijn er nogal wat zaken waarmee rekening dient te worden gehouden. Deze informatie is tot stand gekomen met behulp van het ministerie
Gids arbeidstijden en gladheidbestrijding
Gids arbeidstijden en gladheidbestrijding Chauffeurs die in de winterperiode worden ingezet om te strooien, kunnen dit niet zomaar doen. Zij moeten rekening houden met wet- en regelgeving, zoals de zogenoemde
Arbeidstijden- en rusttijdenregeling Onderwijs Ondersteunend Personeel Purmerendse ScholenGroep
Arbeidstijden- en rusttijdenregeling Onderwijs Ondersteunend Personeel Purmerendse ScholenGroep Kenmerk : DB/skc/2015-3 Datum : 10 maart 2015 Betreft : Arbeids- en rusttijdenregeling Onderwijs Ondersteunend
