Waterschap Roer en Overmaas

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Waterschap Roer en Overmaas"

Transcriptie

1 Waterschap Roer en Overmaas

2 Waterschap Roer en Overmaas Sittard, 4 oktober 202 AAN HET DAGELIJKS BESTUUR UITNODIGING voor de vergadering van het dagelijks bestuur, te houden op dinsdag 9 oktober 202, om 0.00 uur in de Bestuurskamer van het waterschapshuis te Sittard../. De agenda en de daarbij behorende stukken treft u hierbij aan. Aansluitend vindt zoals bekend eveneens in het waterschapshuis de 'Heidag' van het dagelijks bestuur plaats. De voorzitter, 2237/TI

3 Waterschap Roer en Overmaas AGENDA VOOR DE VERGADERING VAN HET DAGELIJKS BESTUUR VAN 9 OKTOBER 202 nr. onderwerp/voorstel besluit Besluitenlijst van de vergadering van het dagelijks bestuur van 25 september 202 Voorstel: vaststellen. Ingekomen stukken, openstaande vragen en acties. WBL-. BsGW-. UvW- en GR HWH-aangelegenheden, beantwoording van vragen en mededelingen Voorstel: besluiten conform de geformuleerde voorstellen. Lijst van te verzenden stukken Voorstel: instemmen met verzending van de in de lijst omschreven brief. Beroepschriften tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding Voorstel: instemmen met de afwijzingen en betrokkenen hiervan in kennis stellen. Gezamenlijk draaiboek 'Botulismebestriidino in Limburg' van WRO. WPM en RWS Voorstel:. het draaiboek 'Botulismebestrijding in Limburg' vaststellen; 2. het draaiboek ter vaststelling voorleggen aan de beide Veiligheidsregio's teneinde zodoende de rol van gemeenten bij botulismebestrijding te bekrachtigen. Onderzoeken in het kader van het Stroomgebiedbeheerplan Maas 200-' 205 Voorstel: kennis nemen van de resultaten van onze onderzoeken in het kader van het 22372H"! /2

4 Waterschap Roer en Overmaas 2 nr. onderwerp/voorstel besluit Stroomgebiedbeheerplan Maas en de resultaten meenemen bij de betreffende toekomstige planvormingen. 7 Interimc-lan Waterkerinaen Voorstel: instemmen met de bijgevoegde conceptnotitie aan de commissie Watersystemen. 8 Vaststellen Normenkader 202 Voorstel: instemmen met de bijgevoegde conceptnotitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid. 9 NaiaarsraDDortaqe 202: 2 e begrotinoswiiziaina 202 Voorstel: instemmen met de bijgevoegde conceptnotitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid 0 Vaststelling Programmabegroting 203 Voorstel: instemmen met de bijgevoegde conceptnotitie aan de commissies Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden, Middelen en Financieel Beleid en Watersystemen. Wijziging van de Verordening watersvsteemheffing. de Verordening zuiveringsheffing en de Verordening verontreinigingsheffing Voorstel: instemmen met de bijgevoegde conceptnotitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid inzake de gewijzigde vaststelling van de Verordening watersysteemheffing, de Verordening zuiveringsheffing en de Verordening verontreinigingsheffing. 2 Rondvraag 22372/TI 2/2

5 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING VAN HET DAGELIJKS BESTUUR VAN 25 SEPTEMBER 202 Aanwezig: de heren L.H. Dohmen, H.M.G. Hartmann, C.H.J.M. Lebens, J.H.J. van der Linden en R.L.M. Sleijpen voorzitter: secretaris/directeur: adjunct-directeur: de heer J.J. Schrijen de heer J.M.G. In den Kleef mevrouw M.H.M.G. Leenders-Stassen Afwezig: nr. onderwerp/voorstel besluit Besluitenlijst van de verqadering van het Conform voorstel besloten. daaeliiks bestuur van september 202 Voorstel: vaststellen. 2 Inqekomen stukken, openstaande vraqen en acties. WBL-. BsGW-. UvW- en GR HWH-aanqeleqenheden. beantwoordinq van vraqen en mededelinqen I Ingekomen stukken. Uitnodiging Rivierendag op 3 oktober 202 te Lent Voor kennisgeving aangenomen. Voorstel: bespreken. 2. Uitnodiging Symposium Berwijn- Geul-Voer op 5 oktober 202 te Henri-Chapelle Voorstel: bespreken. 3. Uitnodiging OSO-congres op 8 november 202 te 77e/ De heren Lebens, Van der Linden, Dohmen en Sleijpen, alsmede de secretaris/directeur zullen het symposium bezoeken. Voor kennisgeving aangenomen. Voorstel: bespreken. 2234/KL /5

6 Waterschap Roer en Overmaas nr. onderwerp/voorstel besluit 4. Bestuurlijk overleg Buitenring 3 oktober 202 De heer Sleijpen zal dit bestuurlijk overleg bijwonen. Voorstel: bespreken. 5. Voorbespreking aandeelhouders vergadering NWB 8 oktober 202 De heer Sleijpen zal de voorbespreking bijwonen. Voorstel: bespreken. II Openstaande vragen en acties Lijsten van openstaande vragen en acties uit het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur en de commissies Conform voorstel besloten. Voorstel: voor kennisgeving aannemen. Ill WBL-aangelegenheden Niet voorhanden. - IV BsGW-aangelegenheden Niet voorhanden. - V UvW-aangelegenheden. Nieuwsbrief voorzitters en secretarissen/directeuren van de Unie van Waterschappen, week 36 en week 37 Conform voorstel besloten. Voorstel: voor kennisgeving aannemen. 2. Agenda van Uniecommissie Watersystemen van 2 september 202 met daarbij gevoegd het verslag van deze commissie van 8 juni 202 Conform voorstel besloten. Voorstel: voor kennisgeving aannemen en ter kennis brengen van de commissie Watersystemen. 3. Agenda van Uniecommissie Waterkétens en Emissies van 2 september 202 met daarbij gevoegd het verslag van deze commissie van 8 juni 202 Conform voorstel besloten. 2234/KL 2/5

7 Waterschap Roer en Overmaas 2 nr. onderwerp/voorstel besluit Voorstel: voor kennisgeving aannemen en ter kennis brengen van de commissie Watersystemen. VI GR HWH-aangelegenheden Niet voorhanden. - VII Beantwoording van vragen Niet voorhanden. - VIII Mededelingen. Op 2 september 202 heeft een terreinbezoek plaatsgevonden op verzoek van de heren J. van der Linden en L. Dohmen. Tijdens dit terreinbezoek zijn onderstaande locaties bezocht: - toevoervoorziening/erosiestrook buffer Zwarte Brugweg oost ter hoogte van de Zwarte Brugweg Eijs; - meanderstrook Selzerbeek Wahlwiller; - Selzerbeek Nijswiller ter hoogte van kavel Ploemen en buffer Nijswiller; - erosiestrook in kavel VanWersch Partij. Het DB spreekt zijn verwondering en teleurstelling uit over de in het veld gehanteerde werkwijze in relatie tot de schriftelijke toezeggingen aan betrokkenen. Het verdere traject dient conform de gemaakte afspraken te worden uitgevoerd. De genoemde locaties zijn in eerste instantie (heringericht danwel aangepast door de Dienst Landelijk Gebied in het kader van de Herinrichting Mergelland Oost. In de bijgevoegde memo is, op verzoek van de beide bovengenoemde DB-leden, kort weergegeven hoe het waterschap is omgegaan met de definitieve inrichting en het gebruik van de betreffende locaties (stroken en buffer). Voorstel: voor kennisgeving aannemen. 2. Mededeling inzake stand van zaken uitvoeringsdiensten Conform voorstel besloten. 2234/KL 3/5

8 Waterschap Roer en Overmaas nr. onderwerp/voorstel besluit Voorstel: voor kennisgeving aannemen. 3 Aangehouden beroepschriften teaen Conform voorstel besloten. afgewezen verzoeken om kwijtschelding Voorstel: de in deze voorstel aangehaalde beroepschriften alsnog ongegrond verklaren. 4 Sponsorverzoeken Conform voorstel besloten. Voorstel: de in dit voorstel aangehaalde sponsorverzoeken afwijzen. 5 Aanvraag afkoppelsubsidie van de Conform voorstel besloten. gemeente Echt-Susteren Voorstel: positief beschikken op de aanvraag en een bijdrage van 9.020,- beschikbaar stellen voor het project Herinrichting MariaveJd te Susteren. 6 Aanvraag afkoppelsubsidie van de gemeente Sittard-Geleen Conform voorstel besloten. Voorstel: positief beschikken op de aanvraag en een bijdrage van ,02 beschikbaar stellen voor het project Fatimaplein te Munstergeleen. 7 Sluitstukkaden Maasdal Cluster D - Maastricht: besluit m.e.r.-beoordelina Conform voorstel besloten. Voorstel: besluiten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld voor het projectplan Waterwet 'Sluitstukkaden Maasdal Cluster D - Maastricht'. 8 Vaststelling legger 202 Voorstel: instemmen met de bijgevoegde conceptnotitie aan de commissies Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden en Watersystemen. Conform voorstel besloten. Compensatie buffer Industrieterrein Holtum II goed regelen. 2234/KL 4/5

9 Waterschap Roer en Overmaas nr. onderwerp/voorstel besluit 9 Rondvraag Geen gebruik van gemaakt. Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van De secretaris/directeur, De voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen 2234/KL 5/5

10 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 2 Onderwerp Ingekomen stukken, openstaande vragen en acties, WBL-, BsGW-, UvW- en GR HWHaangelegenheden, beantwoording van vragen en mededelingen Portefeuillehouders) Diverse Afdeling Diverse Bestuursprogramma Niet van toepassing. Waterbeheersplan Niet van toepassing. Programma begroting Niet van toepassing. Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA 30 oktober 202 Commissie MFB - Commissie WS - Algemeen bestuur 27 november 202 Voorstel Besluiten conform de geformuleerde voorstellen voor afdoening. nr. omschrijving voorstel voor afdoening I Niet II ingekomen stukken voorhanden. Openstaande vragen en acties./. Lijsten van openstaande vragen en acties uit het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur en de commissies. Ill WBL-aangelegenheden./. Managementrapportage 2e kwartaal 202 van het Waterschapsbedrijf Limburg. Voor kennisgeving aannemen. Voor kennisgeving aannemen en ter kennisneming opnemen op de lijst van ingekomen stukken en mededelingen voor het algemeen bestuur /2

11 Waterschap Roer en Overmaas nr. omschrijving voorstel voor afdoening IV BsGW-aangelegenheden./. Bestuursrapportage 2e kwartaal 202 van BsGW. V UvW-aangelegenheden./. Brief van de Unie van Waterschappen van 4 september 202 inzake voorbereidingen aansluiten LV WOZ. 2./. Brief van de Unie van Waterschappen van 5 september 202 inzake wijziging belastingstelsel waterschappen. 3./. Nieuwsbrief voorzitters en secretarissen/ directeuren van de Unie van Waterschappen, week 38 en week /. Agenda van de Ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 5 oktober 202 met daarbij gevoegd het verslag van deze vergadering van 29 juni 202. VI Niet VII Niet VIII GR HWH-aangelegenheden voorhanden. Beantwoording van vragen voorhanden. Mededelingen Voor zover voorhanden, zullen mededelingen mondeling ter vergadering worden gedaan. Voor kennisgeving aannemen en ter kennisneming opnemen op de lijst van ingekomen stukken voor het algemeen bestuur. Voor kennisgeving aannemen. Voor kennisgeving aannemen. Voor kennisgeving aannemen. Voor kennisgeving aannemen en ter kennis brengen van de commissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef /2

12 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering LIJST VAN OPENSTAANDE VRAGEN EN ACTIES UIT HET DAGELIJKS BESTUUR DATUM VERGADERING VRAAG/ACTIE UIT HET DAGELIJKS BESTUUR RICHTDATUMVOOR AFHANDELING STAND VAN ZAKEN 3/03/202 Naar aanleiding van het artikel 'Twitterverkeer kan crisis helpen indammen' uit Binnenlands Bestuur van 6 maart 202, is gevraagd een voorstel hieromtrent in het DB aan de orde te stellen. 4/08/202 Naar aanleiding van een bericht van L over het opleggen van een boete door WPM wegens het doodspuiten van begroeiing op een onderhoudspad van het waterschap, is gevraagd in het DB een voorstel aan de orde te stellen over hoe (preventief) te handelen (met bestrijding van distels). 0/2/202 0/0/

13 Waterschap Roer en Overmaas LIJST VAN OPENSTAANDE VRAGEN EN ACTIES UIT HET ALGEMEEN BESTUUR DATUM VERGADERING VRAAG/ACTIE UIT HET ALGEMEEN BESTUUR 26/06/202 Toegezegd is dat te zijner tijd over de invulling van de 200 miljoen die in het Lenteakkoord zijn gereserveerd voor natuur en intensivering natuur, een notitie zal worden geagendeerd voor de commissie Watersystemen RICHTDATUM VOOR AFHANDELING 05/02/202 STAND VAN ZAKEN 22364

14 Waterschap Roer en Overmaas LIJST VAN OPENSTAANDE VRAGEN EN ACTIES UIT DE COMMISSIE ALGEMEEN BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN DATUM VERGADERING VRAAG/ACTIE UIT DE COMMISSIE ALGEMEEN BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN RICHTDATUMVOOR AFHANDELING STAND VAN ZAKEN 30/08/20 In 202 zal een nieuw klanttevredenheidsonderzoek met betrekking tot het watertoetsloket worden uitgevoerd. 27/03/202 Toegezegd is, dat de commissie te zijner tijd zal worden geïnformeerd over de eindbalans landbouwkundige onttrekkingen. 28/08/202 De in voorbereiding zijnde lijst van de top 50 van de belangrijkste overstorten te zijner tijd ook in de commissie ABA aan de orde stellen. 28/08/202 Evaluatie Waterpaviljoen Floriade in een volgende commissievergadering aan de orde stellen. 0/0/203 05/02/203 30/0/202 05/02/

15 Waterschap Roer en Overmaas LIJST VAN OPENSTAANDE VRAGEN EN ACTIES UIT DE COMMISSIE MIDDELEN EN FINANCIEEL BELEID Datum Vergadering Vraag/actie uit de Commlsele middelen en financieel beleid Rtehtdatum voor afhandeling Stand van zaken 0//20 Gevraagd is om een evaluatie van de stimuleringsregeling NKG. 30/0/

16 Waterschap Roer en Overmaas LIJST VAN OPENSTAANDE VRAGEN EN ACTIES UIT DE COMMISSIE WATERSYSTEMEN DATUM VERGADERING VRAAG/ACTIE UIT DE COMMISSIE WATERSYSTEMEN RICHTDATUM VOOR AFHANDELING STAND VAN ZAKEN Er zijn momenteel geen openstaande vragen en acties uit de commissie Watersystemen

17 W A T E R S C H A P S B E D R I J F L I M B U R G ISO 900 ISO 400 OHSAS 800 WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG Maria Theresialaan 99 Postbus KH Roermond KvK-nr Bank Waterschap Roer en Overmaas het Algemeen Bestuur Postbus AD SITTARD JVÖ"TM33S - OKT. 202 efnmewaviinaaia i tan 4~~. I P Tel: Fax: [email protected] UW KENMERK UW BRIEF VAN : ONS KENMERK : BIJLAGE(N) ONDERWERP porten/ geen Managementrapportage (MARAP) t/m juni 202 BEHANDELD DOOR : W A S Pörteners TELEFOONNUMMER : [email protected] DATUM : 20 september 202 Geacht Bestuur,. Inleiding Op 2 september 202 is de Managementrapportage (MARAP) t/m juni 202 (2 e kwartaal) besproken en vastgesteld in het Algemeen Bestuur van het WBL. Hierbij sturen wij u ter informatie een korte samenvatting van de belangrijkste punten van deze MARAP. Indien u geïnteresseerd bent in de gehele MARAP dan is deze toegankelijk via de internetside: (zie Organisatie/publicaties -> MARAP). 2. Exploitatieoverschot/-tekort t/m 2 e kwartaal 202 Tijdens het jaar wordt het exploitatiesaldo beoordeeld door vergelijking van het begrote exploitatiesaldo met het t/m het kwartaal gerealiseerde exploitatiesaldo. Dit resultaat wordt vervolgens verlaagd met het totaal van de nog niet gecodeerde facturen Het positief verschil tussen begroot en gerealiseerd exploitatiesaldo t/m juni 202 bedraagt,4 min waarvan na verrekening met de nog niet gecodeerde facturen ad 0,3 min per saldo een positief resultaat resteert van, min. Reeds bekende nog door te voeren kostenverhogingen (totaal 0,2 min) bestaan uit hogere sociale lasten en de uit het CAO-akkoord voortkomende hogere vergoeding voor woon-werk verkeer. Deze extra kosten kunnen worden opgevangen uit tiet hoger dan geraamde ontvangen dividend over 20 van BioMill. Daarnaast zijn budgettair ën formatief neutraal een aantal verschuivingen over de units van formatieplaatsen doorgevoerd. Daartoe strekte de aan deze Marap gekoppelde begrotingswijziging. Waterschapsbedrijf Limburg is een samenwerkingsverband van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas llllllilulliliillul

18 Rekening houdend met deze begrotingswijziging wordt verwacht dat het exploitatiesaldo op jaarbasis, min -/- 0,2 min = 0,9 min hoger zal uitkomen dan geraamd (geraamd werd een positief exploitatiesaldo van 3,8 min). Deze verwachting is enerzijds gebaseerd op prognoses van de onderscheiden units en anderzijds op de prognose ten aanzien van de kapitaallasten. In de toelichting bij de Marap is aangegeven dat het positieve resultaat over het 2 e kwartaal voor een groot deel ( 0,4 min) te verklaren is uit incidentele posten (ontvangen dividend BioMill is 0,3 min groter dan geraamd; een positieve afrekening over 20 van 0, min door een lager energieverbruik. Het restant van 0,7 min is met name te verklaren uit lagere personeelslasten en uit het saldo van hogere kosten voor diensten door derden en lagere kosten voor onderhoud door derden De prognose van het eindejaarresultaat wordt bemoeilijkt door de introductie bij het recent bereikte CAO-akkoord van het Individuele KeuzeBudget (KB). De daarin besloten keuzemogelijkheden voor de werknemer maken de uitkomst van het totaal van de personeelslasten onzeker. Begrotingswijzigingen bii Marap t/m 2 e kwartaal 202 Bij de Marap t/m juni 202 is de onderstaande door de directeur goedgekeurde (budgettair neutrale) wijzigingen in de begroting doorgevoerd: binnen de unit HRM is de post diensten door derden verhoogd met onder gelijktijdige verlaging van de post personeelslasten met en verhoging van de geraamde opbrengst diensten aan derden met Redenen voor deze verschuivingen zijn de bekostiging van de inhuur van derden voor de innovatiesalon en de inzet van derden voor externe communicatie. Bij deze Marap is een begrotingswijziging voorgesteld, bestaande uit: een budgettair neutrale verschuiving van formatieplaatsen: o door taakverschuiving is fte budgetneutraal overgeheveld van unit Operations naar unit IT, product- en procesontwikkeling; o voor een periode van drie jaar wordt budgetneutraal fte overgeheveld vanuit unit Operations naar de unit Financiën, Planning, Concerncontrol om het proces van "continue verbeteren" in de ontwikkelfase beter te managen middels een centrale ondersteuning van de verbeterprojecten; verhoging van het budget sociale lasten verhoogd met totaal (verdeeld over de units), ter dekking van de kostenstijging door de hogere percentages voor sociale lasten dan waarmee in de begroting is gerekend; verhoging van het budget woon-werk verkeer met (verdeeld over de units), ter dekking van de volgens het CAO-akkebrd overeengekomen hogere vergoeding voor woonwerk verkeer;

19 hogere raming van het van BioMill te ontvangen dividend (de ontvangst van dit hogere dividend is inmiddels gerealiseerd), ter dekking van de hogere sociale lasten en de hogere kosten van woon-werk verkeer. Investeringsuitgaven t/m 2 e kwartaal 202 Het uitgavenniveau voor het gehele jaar 202 is gesteld op De t/m juni 202 begrote investeringsuitgaven bedragen,7 min. De t/m juni gerealiseerde uitgaven zijn 0,7 min incl. de nog niet gecodeerde facturen. De realisatie van de investeringsuitgaven t/m juni 202 is dus,0 min lager dan begroot. Zie de Marap voor een verdere toelichting. Bij deze Marap t/m 2 e kwartaal 202 wordt voorgesteld om het niveau van de investeringsuitgaven te verlagen met 2,3 min tot 29,9 min. Wijziging investeringskredieten projecten Met ingang van 202 wordt per kwartaal bekeken welke projecten volledig zijn afgerond en waarvan derhalve het krediet kan worden afgesloten. Op deze projecten kunnen geen uitgaven meer plaatsvinden. Ze blijven wel nog onderdeel uitmaken van de rapportage over 202 voor zover er op betreffende projecten uitgaven in 202 zijn gepland resp. gerealiseerd. Als gevolg van het afsluiten van projecten is een verlaging van het kredietvolume voorgesteld van 32,7 min naar 26,8 min. Operations Prestaties: Zuiveren afvalwater CZV-verwijdering 9,5% 92,4% P-verwijdering 77,4% 77,6% N-verwijdering 78,3% 78,3% Drogestofgehalte ontwaterd slib 24,3% 24,% Prestaties: Verwerken en afzetten van zuiveringsslib - Technisch rendement ) 84,0 80,7 Procesrendement 2) 90,0 79,0 Totaal rendement 3) 75,6 63,8 Droge stofgehalte gedroogd slib -y' 93,0 92,8 ) technisch rendement: geplande draaiuren/ max. draaiuren; gerealiseerde draaiuren/max. draaiuren 2) procesrendement : geplande draaiuren/ capaciteit; gerealiseerde draaiuren/capaciteit 3) totaal rendement. technisch rendement x proces rendement/00

20 De droger van Hoensbroek is met ingang van 8 maart uit bedrijf genomen. De doorzet van de hoeveelheid ontwaterd slib voor de droger Susteren is gelijk gebleven, echter door het aanbod van ontwaterd slib met een hoger droge stof gehalte op de droger van Susteren, hoeft er minder water te worden verdampt voor de korrelproductie. Een verlaging van de hoeveelheid te verdampen water leidt ook tot minder gasverbruik, wat zal leiden tot lagere kosten. Een en ander heeft geen gevolgen voor de contractuele verplichting met BioMill; t/m juni zijn ton geleverd bij een planning van ton t/m juni (op jaarbasis wordt volgens contract uitgegaan van een levering van ton). Onderhoud Preventief Onderhoud (planmatig onderhoud gericht op het voorkomen van storingen): Met ingang van 20 is gestart met het gebundeld uitvoeren van Preventief Onderhoud bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het gebundeld uitvoeren van het Preventief Onderhoud heeft een positieve arbeidsbeleving in de zin van provinciale samenwerking, meer kennisdeling en ervaring opdoen bij meerdere locaties. Het bundelen van het Preventief Onderhoud resulteert in een betere kwaliteit van onderhoud en een grotere realisatie van de planning. Prognose is dat per meer dan 90% Preventief Onderhoud gerealiseerd is. Correctief Onderhoud (planmatig onderhoud waarbij een geconstateerd gebrek wordt verholpen): Met betrekking tot het Correctief Onderhoud is het streven dat per % van de openstaande werkzaamheden binnen normtijd worden uitgevoerd. Tot en met juni is 82% van de openstaande werkzaamheden binnen normtijd uitgevoerd. IBA's: In 20 hebben de IBA systemen, als gevolg van diverse verbeteracties die door het WBL in gang zijn gezet, verbetering opgeleverd op het gebied van werking en kosten. Tot en met periode 6 is er sprake van een afname van het aantal storingen met 8% ten opzichte van dezelfde periode in 20. Storingen bij gemeenten en WPM: Het aantal storingen voor het totaal van de gemeenten is lager dan in de vergelijkbare periode vorig jaar (nu 5 storingen tegen 70 storingen in 20); Het aantal storingen bij de gemeente Roermond is beduidend hoger dan dezelfde periode in 20. Gemaal Muggebroek is verantwoordelijk voor ca. 2/3 van het aantal storingen binnen de gemeente Roermond. Actie ligt op dit moment bij de gemeente Roermond. Het aantal storingen bij WPM bedraagt 8 tegen 9 in dezelfde periode vorig jaar. Opgemerkt wordt dat de facturen voor gemeenten en WPM door WBL op basis van nacalculatie worden opgemaakt. Laboratorium De productie van Intertek bedroeg in 202 toten met juni circa laboratoriumpunten. Volgens het contract mogen jaarlijks.339ü900 laboratoriumpunten worden besteed (gemiddeld.659 punten per maand). De bij de aanvang van het contract afgesproken verdeling is 60% voor WBL + BsGW, 20% voor WRO en 20% voor WPM.

21 Tabel laboratoriumpunten: - t v.ï ;r r 7 :'? jgg Totaal WBL ' * BsGW " r WRO r r WPM " r HRM. bestuurs- en juridische ondersteuning, facilitaire zaken In 20 is een huurcontract voor 0 jaar met BsGW afgesloten. In het huurcontract zijn o.a. afspraken gemaakt over de huursom en de facilitaire dienstverlening aan BsGW. Het aanbestedingstraject voor uitzendkrachten en inhuur van technisch personeel voor de units Operations en Onderhoud is afgerond. 0. Financiën. Planning, Concerncontrol Met de invoering van het Handboek Inkoop en Aanbesteding is afgesproken dat verantwoording met betrekking tot nieuwe opdrachten omtrent de toegepaste wijze van inkoop- en aanbesteding steeds per kwartaal plaats vindt. De kwartaalrapportage omtrent deze verantwoording treft u als bijlage aan in de Marap. Uit de bijlage blijkt dat in totaal t/m het 2e kwartaal 93 verantwoordingsformulieren zijn ingevuld, waarbij: 6 formulieren (66%) betrekking hebben op enkelvoudig onderhands aanbestede opdrachten (leveringen/diensten en werken) met een waarde van ,-; 9 formulieren (20%) betrekking hebben op meervoudig aanbestede opdrachten (leveringen/diensten en werken) met een waarde van ,-; 3 formulieren (4%) betrekking hebben op nationaal/europees aanbestede (leveringen/diensten en werken) met een opdrachttotaal van ,-. De op deze manier verantwoorde inkopen voldoen alle aan de rechtmatigheidcriteria. Namens het Algemeen Bestuur, Hoogachtend, de directeur, ing/è/m. Pelzer MMO mr. A.M.G. Gresel

22 BsGW IIHIPI Belastingsamenwerking Genieenten en Waterschappen BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Maria Theresialaan CX Roermond Postbus KG Roermond T: E: :. W:.wyvw, BsGW. ht KvKrnr.: Aan het Algemeen bestuur van het waterschap Roer en Overmaas Postbus AD Sittard OKT. 202 Lu PM Uw ke'in-e-k: Uw bne" van: O-"*- kt - 'noi < ü-ce'iwerp: BS2.225 Bestuursrapportage 2 e 202 van BsGW kwartaal -MÜËLUS^. BG"iande!c door: Te efcor"~un:,ne' Di;t..!r. Planning & Control K. van Bergen [email protected] 28 september 202 Geacht bestuur,. Inleiding Onlangs is de Bestuursrapportage BsGW kwartaal besproken in het Algemeen Bestuur van BsGW. Hierbij sturen wij u ter informatie een korte samenvatting van de belangrijkste punten uit deze Bestuursrapportage. De volledige Bestuursrapportage is ter kennisname bijgevoegd. 2. Exploitatieresultaat In het 2 e kwartaal realiseert BsGW een negatief resultaat ad 382 duizend. Dit is een tijdelijk effect als gevolg van een verschuiving in de tijd doordat bepaalde kosten voornamelijk in de eerste helft van het jaar worden uitgegeven, terwijl de opbrengsten grotendeels gelijkmatig over het jaar worden ontvangen in de vorm van bijdragen van deelnemers. 3. Prognose exploitatieresultaat In de (interne) prognose exploitatieresultaat zijn de volgende zekere externe ontwikkelingen, welke zich voornamelijk in de tweede helft van 202 voordoen, verwerkt: de verhoging van het BTW-tarief van 9% naar 2% per oktober 202 hetgeen resulteert in een kostenstijging in 202 van 30 duizend. de nieuwe cao, die met terugwerkende kracht geldt vanaf januari 202. Dit resulteert in een kostenstijging in 202 van 69 duizend. het afbouwen van de bijdrage kadastraal recht van 90 naar 37 duizend in 202 (vanaf 203 is deze vervallen) waardoor de opbrengsten 202 afnemen met 53 duizend. Deze zekere ontwikkelingen waren niet voorzien in de begroting 202 en meerjarenraming Ook de implementatiekosten van de 8 toetredende gemeenten waren niet voorzien in de begroting 202. Deze kosten zijn vooralsnog niet opgenomen in de (interne) prognose exploitatie. Pas wanneer de financiële effecten zijn geformaliseerd na de bestuurlijke behandeling van de financiering hiervan, zullen deze worden opgenomen in de (interne) prognose en de begroting. Gemeente Sergei Gemeente Nede'weeiL TïsG'.V P.c-ii'^ii'"(>;:~'erwe''k.n:] cvmwur en»va'.e"sc"apden s. een? c>~x'<~wrkii>asverbcnc Gerveente Venlo vro!'f!! i"c en 'M-II-Q vf- co"eenre >.e- belsst * «! en wate<sena^sbelesti r ser e".jitvce-ing Weterscau Peel en Maasvallei, ;. n tic,ve: WO7 ven Waterschap Roei en Ove-maas

23 BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen 4. Begrotingswijzigingen In het 2 e kwartaal zijn geen begrotingswijzigingen doorgevoerd. 5. Investeringsuitgaven De investeringsuitgaven 202 lopen in de pas met de raming van de uitgaven in Belastingheffing & invordering en de uitvoering wet WOZ De belastingheffing is in de l e helft van 202 goed verlopen. Ruim 99% van de geprognosticeerde belastingen zijn opgelegd BsGW-breed. De taakstelling van 95% is gehaald voor de deelnemers WRO, WPM en de gemeente Venlo. De prognoses voor de gemeenten Bergen en Nederweert zijn in concept opgesteld. De realisatiecijfers voor de gemeenten Bergen en Nederweert zijn in lijn met de gemaakte afspraken. In vergelijking met de gemeente Venlo is de realisatie procentueel lager aangezien beide gemeenten een andere spreiding van aanslagoplegging kennen (onder andere door diftar). De volgende tabel laat per deelnemer de stand van zaken zien van de realisaties op belastinggebied. De tabel vergelijkt de realisatie in de l e helft van 202 ten opzichte van de totale prognoses 202. Een deel van de belastingaanslagen van het belastingjaar 202, wordt pas na afloop van het kalenderjaar ontvangen (,093 miljoen euro). Van de opgelegde belastingen 202 is per 30 juni ,2 miljoen als ontvangsten afgedragen aan de deelnemers. De afdrachten aan de gemeenten liggen tot en met het 2 e kwartaal 202 op of boven de prognose. De afdrachten aan de waterschappen WRO en WPM zijn lager dan geprognosticeerd doordat de belastinggelden die in de laatste dagen van juni zijn ontvangen en verwerkt, net na de rapportagedatum van 30 juni zijn afgedragen.

24 Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Belastingen Belastingjaar 202 Realisatie bedragen x.000,- Prognose % cum 202 % WRO ,4% WPM ,5% Gemeente Venlo ,5% Gemeente Bergen ,6% Gemeente Nederweert ,8% Aanslagoplegging ,0% ,3% WRO ,8%.865 2,3% WPM 94,8% 750,4% Gemeente Venlo.373 3,%.204 2,7% Gemeente Bergen 9 0,4% 2 0,4% Gemeente Nederweert 2 0,2% 5 0,% Kwijtschelding ,4% ,% WRO 399 0,5% 37 0,0% WPM 259 0,5% 24 0,0% Gemeente Venlo 223 0,5% 37 0,% Gemeente Bergen 2 0,5% - 0,0% Gemeente Nederweert 30 0,5% - 0,0% Oninbaar 932 0,5% 98 0,% Netto te innen belasting ,% ,% WRO ,0% ,9% WPM ,0% ,0% Gemeente Venlo ,0% ,7% Gemeente Bergen ,0% ,7% Gemeente Nederweert ,0% ,6% Afdracht ,0% ,% - waarvan netto te innen in ,0% ,0% - waarvan netto te innen in ,0% - 0,0%

25 BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschoppen Openstaand saldo belastingen bedragen x miljoen Totaal WRO WPM Venlo Bergen belastingjaar ,03 0,03 0,02 0,0 belastingjaar ,4 0,4 0,9 0,2 0,0 belastingjaar 200,04,04 0,47 0,25 0,32 belastingjaar 20 2,6 2,6,03 0,65 0,93 belastingjaar ,00 69,00 28,88 9,83 6,20 0,98 3, Nog te ontvangen 73,09 73,09 30,59 20,86 7,55 0,98 3, waarvan vervallen 7,73 7,73 30,2 20,40 7,03 0,98 3, Nederweert In verhouding tot de opgelegde aanslagen Neder Totaal WRO WPM Venlo Bergen weert belastingjaar ,0% 0,0% 0,0% 0,0% belastingjaar ,6% 0,2% 0,2% 0,3% 0,2% belastingjaar 200,4% 0,6% 0,6% 0,5% 0,8% belastingjaar 20 3,6%,5%,3%,3% 2,2% belastingjaar ,4% 37,2% 36,% 38,0% 36,7% 28,8% 55,5% Nog te ontvangen 00,0% waarvan vervallen 98,% Het openstaand saldo van de belastingvorderingen bestaat voor 94% uit aanslagen welke betrekking hebben op het belastingjaar 202. Ruim 98% van het totaal openstaand saldo bestaat uit vervallen aanslagen. In 202 zijn geen overschrijdingen van de wettelijke doorlooptijden voor het afhandelen van kwijt - scheldingsverzoeken, woz-bezwaren en overige bezwaren. 7. Ontwikkelingen In het kader van de samenwerking met andere gemeenten zijn er in de afgelopen periode met diverse gemeenten gesprekken gevoerd en zijn met gemeenten onderzoeken gestart. Een en ander heeft medio 202 geleid tot principebesluiten van de colleges van B&W van de gemeenten Roermond, Beek, Leudal, Nuth, Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en Peel & Maas om deel te nemen in de Gemeenschappelijke Regeling BsGW per januari 203. In het 3 e kwartaal is een samenwerkingsondefzoek opgestart die de mogelijkheden en gevolgen van samenwerking tussen de Limburgse Belastingsamenwerking (Libel, bestaande uit GBRD Parkstad, Maastricht, Sittard-Geleen) en BsGW in beeld zal brengen. Dit onderzoek is onderhanden

26 Belastingsamenwerking Gemeenten on Waterschappen Het Dagelijks Bestuur BsGW De directeur De voorzitter W.C.G. Fiddelaers mr. J.H.G.M. Teeuwen H:\Planning en Control\202\bestuursvoorstellen 202\Berap kwartaal 2 202\Aanbiedlngsbrief gemeente of waterschap Bestuursrapportage BsGW 2ekw 202 versie..doe - 5 -

27 UNIL: VAN WATERSCHAPPEN Bezoekadres Koningskade 4.0.fu 2596 AA Den Haag Postadres Postbus AE Den Haag 0 5 SEP. 202 Telefoon Fax Ledenwaterschappen i.a.a. de belastingkantoren.:'/-.?/ -, / ;/.vim I **cl 'TitirKiiiyon Atgsdatn d.d datum 4 september 202 ons kenmerk JR contactpersoon M.A.H. van Esch bijlage(n) uw kenmerk [email protected] betreft Voorbereidingen aansluiten LV WOZ doorkiesnummer Geachte leden, In de brief van juni 202, kenmerk 6394 JR, heb ik u bericht over de stand van zaken van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). Deze LV WOZ maakt onderdeel uit van het wetsvoorstel modernisering Wet WOZ. De waterschappen betalen vanaf 203 mee aan de landelijke kosten voor exploitatie en beheer. In deze brief wordt nader toegelicht wat de invoering voor het waterschap of belastingkantoor zal betekenen. De WOZ is een deel van het stelsel van basisregistraties. Bij basisregistraties is afgesproken dat het Rijk de ontwikkelingskosten financiert van de landelijke voorziening en de andere overheden zelf de aansluitingskosten betalen. Daarnaast betalen de waterschappen een bijdrage aan exploitatie en beheer van de LV WOZ. Zij moeten derhalve zelf zorgen voor technische en organisatorische veranderingen die de nieuwe wijze van levering van de WOZ-gegevens met zich mee zal brengen. En moeten derhalve tijdig voorbereidingen worden getroffen om aanpassingen te implementeren. Dat heeft gevolgen voor de interne werkwijzen, procedures en dergelijke. Wat doet het Rijk in het landelijk project? Tot de ontwikkelingskosten behoren de kosten van specificatie, bouw en testen van het systeem, kosten voor inrichten infrastructuur, licenties, project en changemanagement en de kosten voor de noodzakelijke aansluitcontroles. Deze aansluitcontroles betreffen het aansluiten van gemeenten op de LV WOZ. Op deze manier wordt de kwaliteit van de WOZ-gegevens in de LV WOZ gewaarborgd, zodat waterschappen en andere afnemers kunnen vertrouwen op de gegevëns in de LV WOZ. Uit het budget voor exploitatie en beheer worden betaald de kosten voor de infrastructuur en hosting, de kosten voor het onderhoud van het systeem en de personeelskosten voor technisch beheer en ondersteuning (helpdesk). Bij de structurele kosten voor exploitatie en beheer gaat het ook om het gebruik maken van het datacenter van het Kadaster en het applicatiebeheer

28 Pagina 2 van 2 door Gouw IT, de partij die de LV WOZ momenteel bouwt. De waterschappen betalen 5% van deze kosten voor de exploitatie en beheer van de LV WOZ (cfm de WOZ-kostenverdeelsleutel). In het landelijk project LV WOZ wordt er rekening mee gehouden dat de afnemers van de WOZgegevens, waaronder de waterschappen en de samenwerkingsverbanden, in de tweede helft van 204 aangesloten kunnen worden op de LV WOZ die dan operationeel zal zijn en volledig gevuld. In de loop van 203 starten gemeenten met het aansluiten op de LV WOZ en vanaf dat moment is het voor waterschappen ook mogelijk om het gebruik van WOZ-gegevens direct vanuit de LV WOZ te beproeven. Zolang een gemeente nog niet is aangesloten op de LV WOZ zullen de afnemers de Stuf WOZ-bestanden in de bestaande vorm ontvangen en verwerken. Zodra een gemeente is aangesloten op de LV WOZ komt dit Stuf WOZ-bestand echter uit de LV WOZ. We gaan er van uit dat deze overgangsperiode soepel gaat verlopen. Wanneer de gemeente is aangesloten op de LV WOZ zal het aantal bilaterale contacten met de gemeente over de aanlevering van de gegevens sterk verminderen. De LV WOZ vereenvoudigt de verwerking van deze gegevens. Voor de afname van WOZ-gegevens is er nog slechts één digitaal loket en de gegevens worden gecontroleerd, voordat ze in de LV WOZ worden opgenomen. Ook zijn de WOZ-gegevens gekoppeld aan gegevens uit de Basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), zodat het aansluiten op de LV WOZ waterschappen ook ondersteunt bij het aansluiten op deze basisregistraties. De LV WOZ maakt gebruik van de generieke voorzieningen van het stelsel van basisregistraties en van open standaarden. Dat geldt voor het gebruik van digikoppeling, digilevering en digimelding en voor het gebruik van de Stuf standaard (zie bijgevoegd overzicht). Op de informatiebijeenkomst van 27 juni jl bij de Waarderingskamer is uitgebreid ingegaan op de voorbereidingen die nodig zullen zijn. In de komende maanden bereiden de gemeenten en hun ICT-dienstverleners zich al voor op de aansluiting op de LV WOZ (vanaf 203). En binnen de Waarderingskamer en het Kadaster vindt de afstemming plaats over het verloop van het landelijk project. Het aansluiten van afnemers op de LV WOZ gebeurt dus zodra voldoende gemeenten zijn aangesloten. De afnemers hebben dus meer tijd dan de gemeenten om de aanpassing van de ICT-systemen te realiseren. De heer ing. K. Rampersad van de Waarderingskamer zal in visites aan de contactpersonen van de waterschappen, die hij in september 202 brengt, ook uitgebreid aandacht besteden aan de technische veranderingen bij de invoering van de LV WOZ. Hij is voor meer informatie hierover te bereiken per telefoon: of per k.ramoersad(s).waarderinaskamer.nl. Mocht u op grond van het bovenstaande nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de heer M. Koster van de Unie (tel ; mkosterfibuvw.nl) die per september 202 de werkzaamheden op het dossier WOZ en Waarderingskamer van de heer R. van Esch bij de Unie zal overnemen. Mevrouw M. Krug van de Unie is lid van de Commissie Gegevensuitwisseling van de Waarderingskamer en derhalve ook op de hoogte van de ontwikkelingen (tel ; [email protected]). Hoogachtend, «ft V

29 co co ca ra en CU co to GO f II f \ f CD cu GO CU cu r-4 O CO O ï 00 CU "53b cao SU O OA.euo co CU CU II i ï aoa D D O O G ao a a

30 UNIE VAN WATERSCHAPPEN Bezoekadres Koningskade AA Den Haag Postadres Postbus AE Den Haag Telefoon 0 7 SEP Fax De leden-waterschappen i Oir AO/iOx.van Ter.7-lcl ''-r!w.»ing«5.i Afg.it rjaa'i d.i datum 5 september 202 ons kenmerk 6460 LB "TOTtsetpersoon mw. V.M. Anches bijlage(n) uw kenmerk [email protected] betreft wijziging belastingstelsel waterschappen doorkiesnummer Geachte leden, De afgelopen week ontvingen wij een brief van Staatssecretaris Atsma waarin hij ons informeert over de aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen. De staatssecretaris geeft in deze brief aan dat hij geen voorstel tot wijziging van het belastingstelsel van de waterschappen in procedure zal brengen. Hij noemt hiervoor de volgende redenen: - het feit dat met het amendement Dijkgraaf - Ortega-Martijn een (voorlopige) oplossing voor de zogenaamde weeffout is gevonden; het feit dat de waterschapsvoorstellen die eind vorig jaar ter consultatie zijn gebracht niet op maatschappelijk draagvlak konden rekenen; - het feit dat extern onderzoek heeft bevestigd dat de te hanteren methode voor het bepalen van de waterschapsbijdrage aan het HWBP (met zijn projectgebonden aandeel van 0%), niet tot een onevenwichtige ontwikkeling van lokale lasten leidt; en - de demissionaire status van het kabinet. De staatssecretaris besluit zijn brief met de opmerking dat nieuwe wensen tot stelselwijziging door een volgend kabinet kunnen worden opgepakt. Een afschrift van de brief doen wij u hierbij ter kennisneming toekomen. Het bericht van de staatssecretaris kan als een koerswijziging van het departement ten opzichte van de afspraken uit het Bestuursakkoord Water worden geduid. De komende tijd zal binnen onze vereniging besproken worden hoe verder met dit onderwerp om te gaan. Deze discussie zal via de reguliere gremia lopen. Wij zullen ü hiervan uiteraard op de hoogte houden. De Uniebrief van 4 juni jl. waarnaar de staatssecretaris in zijn reactie verwijst, hebben wij u op 22 juni jl. (ons kenmerk 6453/EV) in afschrift toegestuurd. Informatie over het amendement Dijkgraaf - Ortega-Martijn vindt u teug in onze ledenbrief van 0 juli jl. (ons kenmerk 6423 EV).

31 Pagina 2 van 2 Voor de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer over de contra expertise inzake het projectgebonden aandeel voor het nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma, kunt u terecht op de site van het Ministerie van l&m. Ik verwacht u voor dit moment geïnformeerd te hebben. Hoogachtend ir.ing. A.J. VèMië/ Algemeen njmet^ur

32 Bijlage Ministerie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 2Q EX Oen Haag Unie van Waterschappen de voorzitter mr. drs. P.C.G. Glas Postbus AE DEN HAAG Unie van Waterschappen Archief - Bibliotheek 2 9 AUG 202 No. bm M ^ - DG Ruimte en Water Plesmanweg -6 Oen Haag Postbus S00 EX Den Haag Contactpersoon mr. drs. M. Erkens Senior Beleidsmedewerker T 070-4S68084 M +3(0) Marco.ErkensQmlnlenm.nl Datum Betreft 27MIU02 Wijziging belastingstelsel waterschappen Ons kenmerk IenM/BSK-202/30876 Uw kenmerk 64028/EV Geachte heer Glas, In uw brief van 4 juni 202 schrijft u dat het bestuur van de Unie van Waterschappen er vanuit gaat dat de inzet van het departement is gericht op een herziening van het belastingstelsel van de waterschappen per januari 204. U verwijst hierbij naar de afspraken die zijn gemaakt in het bestuursakkoord water. In het bestuursakkoord water is afgesproken dat de evaluatie van het stelsel en voorstellen van de Unie het vertrekpunt vormen voor een herziening van het belastingstelsel. Aanleiding voor de voorgenomen herziening zijn tweeërlei: de problematiek met de agrarische tarieven, met name in Delfland en de (mogelijke) effecten van de bijdrage van de waterschappen aan de kosten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma op de tarieven. Sinds de ondertekening Is hard gewerkt aan uitwerking in wetgeving. Er hebben drie belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden. In de eerste plaats heeft de Tweede Kamer op 5 juli 202 het amendement Dijkgraaf - Ortega-Martijn aangenomen, dat regelt dat de bestaande tariefdifferentiatie voor verharde wegen wordt verhoogd van 00% naar 400% voor waterschappen die nu al deze differentiatie toepassen. Deze oplossing is conform de uitkomst van het bestuurlijk overleg hieromtrent dat is gehouden op 9 maart 202. De problematiek in Delfland en de zogenoemde weeffout zijn hiermee voorlopig opgelost. In de tweede plaats Is de evaluatie uitgevoerd^döor de door de Unie Ingestelde Taskforce. De voorstellen die op basis hiervan zijn gedaan zijn door mij omgezet in een wetsvoorstel dat in consultatie is gebracht. Uit de consultatlereacties op het concept wetsvoorstel bleek dat er onvoldoende draagvlak is voor de voorgestelde veranderingen In de kostentoedeling. Pagina van 2

33 In de derde plaats is in het wetsvoorstel nieuw-hoogwaterbeschermingsprogramma gekozen voor een projectgebonden bijdrage van 0%. Bij brief van 29 juni 202 heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd dat een projectgebonden aandeel van 0% volgens een onafhankelijk rapport leidt tot een evenwichtige balans tussen een prikkel om doelmatigheid en beheersbaarheid van het HWBP te vergroten en een evenwichtige ontwikkeling van de regionale lasten. In het wetsvoorstel of in de consultatiereacties hierop is dan ook niet opgenomen dat als gevolg hiervan het belastingstelsel aanpassing zou behoeven. DG Ruimte en Water Directie AWV Ons kenmerk IenM/BSK-202/30876 Gelet op deze ontwikkelingen in combinatie met het feit dat het kabinet momenteel demissionair Is, zal er geen stelselwijziging door mij in procedure worden gebracht. Nieuwe wensen tot wijziging kunnen door een volgend kabinet worden opgepakt. Hoogachtend, DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU -Atsma Pagina 2 van 2

34 S UNIC VAN WATERSCHAPPEN fa*-***" ' lil.*»* Nieuwsbrief voorzitter en secretarissen/directeuren week 38 Brief aan de formateur Bij deze digitale nieuwsbrief vindt u als bijlage de brief van de Unie van Waterschappen aan de formateur betreffende regionaal waterbeheer in het regeerakkoord. Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze brief, dan kunt u contact opnemen met Nanninq Mol. Stuurgroep nhwbp De stuurgroep nhwbp stemde in met het stappenplan om via urgentiebepaling en categorisering in de komende vergadering te komen tot een conceptprogramma. De procesbeheersing in het nieuwe programma wordt opnieuw met de waterschappen besproken. Ook het vroegtijdig starten met koploperprojecten bij beheerders die hiervoor met hun organisatie klaar staan vond steun bij de stuurgroep. De stuurgroep gaf verder aan dat het programma nog niet goed genoeg van de grond is gekomen en dat beheerders en beleidsmakers het nog niet als "hun" gezamenlijke programma beschouwen. Het programmamanagement pakt dit op. Opening Zuiderdijk van Hoorn naar Enkhuizen door HHNK Ter gelegenheid van de aanstaande oplevering van dit HWBP2 project organiseerde hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een relatiemiddag. Gemeenten, bewoners en belanghebbenden konden hun mening geven over het verloop van dit project. HHNK gaf aan dat de ervaringen van dit project een belangrijke les zijn voor het vervolg: de dijkversterking van de Markermeerdijk van Hoorn naar Amsterdam. Programmaraad Stelsel van Basisregistraties (PSB) De PSB besprak de uitgevoerde gateway review en voorstellen voor de inputfinanciering. De review bevatte kritische punten over het urgentiebesef en de politiek/bestuurlijke aantakking bij de ontwikkeling van de basisregistraties naast sturingsmogelijkheden en doorzettingsmacht van de PSB. Het secretariaat inventariseert de verbetervoorstellen. Over de inputfinanciering gaf de Unie van Waterschappen aan, dat de door de waterschappen in te brengen financiële middelen ten behoeve van de basisregistraties, niet worden herkend. Bovendien ontbreken aspecten als besturing, verantwoording en risicomanagement als overgegaan wordt tot een centraal fonds ten behoeve van de (door)ontwikkeling van de basisregistraties. Andere partijen deelden deze opvatting.

35 Bestuurlijk overleg Rijkswaterstaat - Unie van Waterschappen De samenwerkingsafspraken over vergunningverlening en handhaving tussen de Unie van Waterschappen en RWS werden bekrachtigd. Deze samenwerkingsafspraken, die zijn voorbereid door de betreffende overlegorganen van RWS en waterschappen, zijn een uitwerking van het Bestuursakkoord Water. Ze dienen om in de regio tot een efficiënte samenwerking te komen. Enkele voorbeelden zijn gezamenlijk controles uitvoeren en een gezamenlijk ICT-systeem aanschaffen. cws EU fondsen GLB en EFRO Na een presentatie van Lydia Harkink van de Unie van Waterschappen zijn de kansen besproken, die deze fondsen bieden om voor maatregelen in de regio tot 50% subsidie te ontvangen. Het is belangrijk om in de GLB-lobby samen met de agrarische sector op te trekken. De insteek voor EFRO moet zich in belangrijke mate in de regio richten op landsdelen. We proberen nu mee te praten op programmaniveau, in plaats van op projectniveau. Het is dus belangrijk om te blijven aandringen op het betrekken van waterschappen in de regio. Decentralisatie natuur, PAS en KR W/N BW Er zijn nog veel onzekerheden in het natuurdossier. Op 0 oktober is er een bestuurlijk overleg met de staatssecretaris en IPO. Standpunt van de waterschappen is dat de provincie verantwoordelijk is voor het obstakelvrij maken. Het is belangrijk om de provincies aan te sporen om synergie tussen natuurmaatregelen en KRW-maatregelen te stimuleren. Er is bij de CWS brede steun voorde lijn van dit voorstel. De Unie van Waterschappen blijft in overleg en trekt gezamenlijk met IPO op. Verder waren er mededelingen over de Omgevingswet, het Deltaprogramma, Water en Ruimte, Grondwater, SIKB en Waterbodem. Stuurgroep Water De Stuurgroep Water is het bestuurlijk overleg tussen i&m en de koepels over het Bestuursakkoord Water en Waterbeleid, voorheen onderdeel BKO en Stuurgroep Doelmatig waterbeheer. Op 9 september vond dit overleg voor het eerst plaats. De heren Glas, Hieltjes en Vermuë waren namens de waterschappen aanwezig. Er is afgesproken om een voorstel te maken voor het volgende overleg, waarbij de maatschappelijke opgaven in beeld gebracht worden. Er is een rapport vastgesteld met de nulmeting voor het Bestuursakkoord Water en er zijn een aantal knelpunten in het Bestuursakkoord besproken. Voor meetnetten is een businesscase afgesproken. Voor ICT moet het knelpunt nader bekeken worden. Voor belastingsamenwerking is het Rijk terughoudend met het aanpassen van wetgeving. Er wordt een businesscase gemaakt met taakstellingen per categorie, om te bekijken hoe de laatste miljoen uit het Bestuursakkoord kan worden ingevuld. De hydrologische maatregelen in relatie tot Natura2000/EHS en de KRW worden binnenkort met Bleker en Atsma besproken. De LTO hield een presentatie over het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en vroeg geld voor waterambassadeurs en coördinatoren. Hier werd door de overheid terughoudend op gereageerd. Bestuurlijk Kernteam Delta program ma Het BKT besprak de korting van 600 miljoen op het Deltafonds tot Voor 203 betekent dit een korting van 7 miljoen euro. Er wordt niet gekort op de bijdrage in het nhwbp. De Unie van Waterschappen neemt de nieuwe commissie van l&m mee naar een HWBP-project dat niet goed loopt, om de complexiteit te kunnen duiden. De verwachting van het BKT is dat het jaarlijks uitvoeren van de HWBP-gelden moeilijk wordt. Het BKT vraagt dé Unie om het uitstellen van de evaluatie Wet herverdeling Wegbeheer te beschouwen op consequenties en consistenties met de afspraken in het BAW. 2

36 De komende periode gaat het Deltaprogramma over van mogelijke naar kansrijke strategieën, waarbij ook tegenstellingen tussen waterschappen aan de orde kunnen komen. Het BKT heeft de Unie gevraagd om de tegenstellingen in beeld te brengen. De Uniestructuur moet goed gebruikt worden om tot een synthese te komen. In het BKT wordt informatie gedeeld over de besluitvorming binnen het Deltaprogramma. De bestuurlijke dilemma's uit het Nationaal Bestuurlijk Overleg in juni zijn besproken. Het BKT mist hierbij het Haringvliet als strategische zoetwatervoorziening. Het proces van het Deltaprogramma is defensief. Er wordt bij Zoetwater te veel geredeneerd vanuit de huidige functie. Wat zijn de kansen voor de economie en wat zijn de onzekerheden? De meerlaagsbenadering voor zoetwater is dodelijk voor de integraliteit. Bij veiligheid zijn maatregelen in de 2e en 3e laag geen ruilmiddel voor preventie. De discussie over de normen moet minder technisch. Het BKT benadrukte ook dat het regioproces de kans moet krijgen om te bloeien, voordat in Den Haag de keuzes gemaakt worden. Het BKT vraagt de Unie een reactie te geven op de dilemma's. De bestuurders verwachten dat het lukt om de achterban te raadplegen in de periode van december tot februari. CINTER Presentatie verdere invulling samenwerking metfocusland Zuid-Afrika Aan het slot van de presentatie wordt aan de CINTER het volgende gevraagd: Welke leden hebben interesse in een coördinerende functie in de samenwerking en/of een bijdrage aan de expertpool voor dit project. Mandaat om het projectvoorstel af te ronden. Mandaat voor opstart projectorganisatie en expertpool. Mandaat voor subsidiegesprekken met VNG en het NWB Fonds. De vergadering gaat akkoord met de gevraagde mandaten. Een groot aantal waterschappen heeft interesse in een bijdrage aan de expertpool. Monitoring WASH-akkoord Over 2 jaar wordt de monitor herhaald. CINTER gaat akkoord met het beschikbaar stellen van de gegevens voor publicatie door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Stand van zaken krachtenbundeling internationale samenwerking De commissie gaat akkoord met het voorstel om in de vergadering van 22 februari 203 een tussentijdse evaluatie te agenderen. Stand van zaken Business Case Topsector Water/Cluster Water NL Een belangrijke lijn is dat waterschappen als "launching customer" willen fungeren maar geen risicodragend kapitaal willen inbrengen. Bijdragen geschieden tegen kostendekkende tarieven. CINTER stemt in met het procesvoorstel voor het vervolgtraject. Gevraagd wordt dit ook als mededeling voor de Uniecommissie Emissies te agenderen. Het volledige verslag van deze commissievergadering vindt u op Sharepoint. Bestuurlijk Overleg Financiële Verhouding De staatssecretaris van l&m was aanwezig bij het BOFV-overleg van 7 september. Portefeuillehouder Financiën Huub Hieltjes vertegenwoordigde de waterschappen. Het kabinet en de Unie van Waterschappen kwamen niet nader tot elkaar wat betreft de ruimte in het EMUsaldo voor de waterschappen in 203. Het kabinet wil vasthouden aan de oude afspraak van 0,05% BBP en de waterschappen verwachten meer ruimte nodig te hebben. De waterschappen vinden dat zij, gegeven de decentralisatie van de muskusrattenbestrijding en HWBX recht op meer ruimte hebben. Het kabinet meldde dat het wetsvoorstel Houdbare overheidsfinanciën binnenkort naar de Tweede Kamer gaat en geen betrekking heeft op het begrotingsjaar 203. De partijen besloten te werken aan een gezamenlijke monitor van de lokale lasten. Het schatkistbankieren komt aan de orde in een nader te plannen apart overleg. Op 9 september werd afgesproken dat in het volgende overleg een tussenevaluatie plaatsvindt van de financiële aspecten van de Bestuursafspraken , het Bestuursakkoord Water en het Begrotingsakkoord

37 Bestuurlijk Overleg Open Teelt en veehouderij 2 september Besloten wordt om het Bestuurlijk Overleg Open Teelt en veehouderij om te vormen tot een bestuurlijk platform. Hierin wordt dan onder meer de operationele aansturing en monitoring van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en de implementatie van het Activiteitenbesluit in de agrarische sector besproken. Het BOOT-overleg monitort daarbij de voortgang wat betreft de samenwerking met het agrarisch bedrijfsleven, adviseert en verleent beleidsadviezen aan de Stuurgroep Water. Het BOOT-overleg zal worden voorbereid door een ambtelijke werkgroep bestaande uit de deelnemende partijen. Ter ondersteuning van de processen in de regio wordt een projectstructuur ingericht. Deze bestaat uit een programmaleider, 3 themawerkgroepen, driehoeksoverleggen in de 7 deelstroomregio's en 3 landbouwambassadeurs die verbinding leggen tussen rijk en regio. De processen in de regio beginnen op gang te komen. Het is belangrijk om het gedachtegoed van het DAW en de uitvoering daarvan goed in de regio's neer te zetten. Dit geldt zowel voor de regionale LTO's als voor de waterschappen. Op onze website Werkprogramma Europese Commissie 203 Rapport: Verspreiden van bagger op het land in klei- en veengebieden Studiecongres EUROPA decentraal 'Bepaal uw koers met Europese regels' 4

38 UNIE VAN WATERSCHAPPEN Koningskade aa Oen Haag Postadres Postbus ab Den Haag Telefoon Fax De heren H.G.J. Kamp en drs. W.J. Bos Ministerie van Algemene Zaken Binnenhof 9 Postbus EA DEN HAAG datum ons kenmerk contactpersoon 24 september /EV A.J. Vermuë betreft uw kenmerk regionaal waterbeheer in het - [email protected] regeerakkoord doorkiesnummer Geachte heren Kamp en Bos, De tweede Kamer der Staten-Generaal heeft u verzocht een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid een regeringscoalitie te vormen tussen de WD en de PvdA. Het nieuwe kabinet zal worden geconfronteerd met aanzienlijke uitdagingen: de economie moet weer groeien, er moet meer grip komen op de overheidsfinanciën en de publieke dienstverlening moet op peil blijven en zo mogelijk verbeteren. Waterschappen: Sterk door focus op kerntaken De waterschappen leveren een aanzienlijke bijdrage aan het oplossen van deze uitdagingen. Dit doen wij door onze kerntaken goed uit te voeren: het beschermen van Nederland tegen overstromingen, het zorgen voor voldoende en schoon zoetwater en het zuiveren van het afvalwater. Dit zijn fysieke basisvoorwaarden om te kunnen wonen en werken in onze delta. Om deze taken ook in de toekomst goed uit te kunnen voeren, werken we dagelijks aan nieuwe technieken om slimmer en goedkoper onze dijken te bouwen en ons water te zuiveren. Een succesvolle samenwerking met het Rijk is daarbij noodzakelijk. Wij vertrouwen er daarom op dat het nieuwe kabinet met ons over de volgende onderwerpen afspraken wil maken:. Besparen door uitvoering Bestuursakkoord Water 2. Ambitieuze afspraken over innovatie en duurzaamheid 3. Gezonde overheidsfinanciën in tijden van economische crisis 4. Directe verkiezing waterschapsbesturen, gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen. Besparen door uitvoering Bestuursakkoord Water Op 23 mei 20 is het Bestuursakkoord Water ondertekend door Rijk, waterschappen, provincies, gemeenten en drinkwaterbedrijven. De besparingen uit dit akkoord lopen op tot 750 miljoen euro per jaar in 2020, waarvan de waterschappen ruim 300 miljoen euro voor hun rekening nemen. Daarbij wordt de Rijksbegroting sinds 20 met 00 miljoen euro, in 204 met 50 miljoen euro en vanaf 205 met 200 miljoen euro per jaar ontlast. Deze bedragen zijn

39 Pagina 2 van 2 reeds meegenomen in de rijksbegroting. Om de besparingen te realiseren worden verregaande maatregelen getroffen. Wij richten ons volledig op een goede uitvoering van het bestuursakkoord. Ondanks de extra taken die wij hebben overgenomen, houden wij de lastenontwikkeling gematigd, zodat het waterbeheer voor burgers en bedrijven betaalbaar blijft. Tegelijkertijd houden wij de investeringen op peil om Nederland veilig, bewoonbaar en leefbaar te houden. Wij hopen wel dat u beseft dat de uitvoering het uiterste van onze organisaties vergt. Van het kabinet vragen wij om door te gaan met de benodigde aanpassing van wet- en regelgeving, waarmee ook de administratieve lasten voor ons worden teruggebracht. 2. Ambitieuze afspraken over innovatie en duurzaamheid De waterschappen werken dagelijks aan innovaties, zoals nieuwe concepten van waterzuivering, waarmee wij energie en grondstoffen, zoals fosfaat, terugwinnen uit afvalwater. Deze nieuwe zuiveringen zijn bekende voorbeelden van de samenwerking tussen overheid, het bedrijfsleven en universiteiten. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de ecologische opgaven en dragen bovendien bij aan de ontwikkeling van nieuwe technologie die ons land economisch sterker maakt. Een helder en stimulerend beleid van het Rijk op dit terrein is echter noodzakelijk. Wij willen met het kabinet afspraken maken over de ambities die Rijk en waterschappen koesteren ten aanzien van innovaties op het terrein van waterveiligheid, groene energie en het terugwinnen van grondstoffen. 3. Gezonde overheidsfinanciën in tijden van economische crisis Jaarlijks investeren de waterschappen voor ongeveer miljard euro in waterveiligheid, waterbeheer en afvalwaterzuivering. Deze investeringen worden nagenoeg volledig door het bedrijfsleven uitgevoerd. De in voorbereiding zijnde Wet Houdbaarheid Overheidsfinanciën (HOF) beperkt onze ruimte voor investeringen en maakt het ons onmogelijk de afspraken uit het Bestuursakkoord Water na te komen. Via het schatkistbankieren zullen de waterschappen met administratieve lasten worden geconfronteerd, terwijl wij geen bijdrage leveren aan de beoogde verlaging van de overheidsschuld. Volgens ons zijn er alternatieven om de overheidsfinanciën beheersbaar te houden, waarbij onze investeringen op peil kunnen blijven. Samen met IPO en VNG willen wij deze alternatieven met het Rijk op korte termijn uitwerken. 4. Directe verkiezingen, gelijktijdig met de gemeenteraad De meeste politieke partijen pleiten in hun verkiezingsprogramma's voor directe waterschapsverkiezingen, tegelijkertijd met de gemeenteraadsverkiezingen. Deze combinatie levert een kostenvoordeel in de uitvoering op. Bovendien heeft de opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen een positief effect op de opkomst voor de waterschapsverkiezingen. Wij verzoeken een nieuw kabinet vaart te zetten achter de realisatie van een nieuw wetsvoorstel, zodat wij de organisatie van de verkiezingen in 204 op tijd kunnen starten. Uiteraard hopen wij dat u onze inbreng betrekt bij de gesprekken over het nieuwe kabinet. Wij zijn uiteraard te allen tijde bereid om hierover met u in overleg te treden. Graag, en wellicht ten overvloede, merken wij op dat in de gemaakte bestuursafspraken tussen Rijk, IPO, VNG en Unie van Waterschappen onder paragraaf 3. is vastgelegd dat de kabinets(in)formateur de waterschappen consulteert wanneer tijdens de (in)formatie van een nieuw kabinet wordt gesproken over de bestuurlijke en financiële verhouding met de medeoverheden. Hoogachtend, mr. drs. P.C.G. Glas Voorzitter

40 UNIE VAN WATERSCHAPPEN ««f :[:::::::::H:tmss)«!Ü:tJÜS!::::a:::::t:tii:::::s :::::::::::::::::::;:::::::::::::::::::::::::::::::::::::^^ Nieuwsbrief voorzitter en secretarissen/directeuren week 39 Stuurgroep Programma Uitvoering met Ambitie De stuurgroep, bestaande uit l&m, BZK, Justitie, VNG, IPO en de Unie van Waterschappen, vergaderde over de voortgang in de vorming van regionale uitvoeringsdiensten. Momenteel lijkt het er op dat in RUD's zullen starten of gestart zijn met onder andere de uitvoering van de Wabo-taken. Het landelijke ondersteunende programma is echter al op januari 203 afgerond. In de volgende vergadering komt dit knelpunt aan de orde. Daarnaast is afgesproken het landelijke Project Informatie-uitwisseling Milieu (PIM) voort te zetten, koplopers aan te laten sluiten en een plan op te stellen zodat andere RUD's hier op een later moment op kunnen aansluiten. Overleg Waterschapshuis - Unie van Waterschappen In het periodieke overleg is gesproken over de start van AHN3, de aanpak van cybersecurity en de wijze waarop vanuit de Uniegremia al dan niet opdrachten of richtinggevende uitspraken kunnen worden gedaan in de richting van het Waterschapshuis. Afgesproken is dat in een directieoverleg deze onderwerpen verder worden besproken, voordat hierover in de desbetreffende gremia besluiten kunnen worden genomen. Geo-impuls De jaarlijkse bijeenkomst van dit netwerk van kennisinstellingen, opdrachtgevers en opdrachtnemers stond in het teken van de bereikte resultaten met betrekking tot het versterken van het geo-risicomanagement in projecten. Voor de eerste keer was ook de Unie van Waterschappen uitgenodigd. Waterschappen zijn belangrijke opdrachtgevers voor dijkversterkingprojecten waarbij de ondergrond en de onbekende factoren in de ondergrond van groot belang zijn. Geconstateerd werd dat, hoewel diverse werkgroepen zijn gestart in dit kader en er ook al producten gerealiseerd zijn, de bekendheid nog onvoldoende is en de dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de geo-risico's nog onvoldoende van de grond komt. Hierop zal het werkprogramma voor 203 zich richten. Meer informatie vindt u op de website van Geo-impuls.

41 CWE Medicijnresten en microverontreinigingen in afvalwater en oppervlaktewater De CWE gaf aan het Rijk als probleemeigenaar te zien. Speel als waterschappen een actieve rol bij het agenderen, maar voorkom datje als probleemhouder wordt gezien. Samenwerken aan schoon water in de agrarische sector Op landelijk niveau ligt de focus op het overdragen van kennis en het uitwisselen van ervaringen. In de regio's moeten de daadwerkelijke inspanningen en resultaten plaatsvinden. Stand van zaken en aanpak EU fondsen GLB en EFRO Ingestemd werd met de oproep om, daar waar provincies actief zijn op POP3 en EFRO, zelf actief te gaan lobbyen om voor de toekomst middelen voor waterschapsprojecten te reserveren. De CWE ging akkoord met het voortzetten van de lobby GLB en EFRO op EU-niveau en nationaal door het Uniebureau. Bestuursakkoord Water: overdracht Zwemwatertaken Er bestaat behoefte aan duidelijkheid bij enkele waterschappen over de invulling van de zwemwatertaken. Er wordt een notitie opgesteld door het Uniebureau met inbreng van de waterschappen die daarbij betrokken willen zijn. Er wordt een zwemwater-app gemaakt. Indirecte lozingen Er is van gedachten gewisseld over de concept UvWA/NG notitie Indirecte lozingen, de voorgestelde scenario's met betrekking tot de indirecte lozingen op het gebied van vergunningverlening en handhaving en in het bijzonder de voorkeursscenario's. Deze scenario's gaan er vanuit dat met betrekking tot: - vergunningverlening VNG en UvW: er landelijk afspraken moeten zijn om gemeenten en waterschappen te stimuleren en ondersteunen bij het verbeteren van de uitvoeringspraktijk op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; - handhaving: bij wet moet zelfstandige handhavingbevoegdheid aan waterschappen toegekend worden voor indirecte lozingen door bedrijven op het riool. Deze toedeling komt in aanvulling op de handhavingbevoegdheid van gemeenten voor het lozen op de riolering. Van bestuursakkoord naar bestuurspraktijk Onder het motto 'Van bestuursakkoord naar bestuurspraktijk: samen doen' treffen dijkgraven en gedeputeerden Water elkaar op 4 oktober in Utrecht. Op deze bijeenkomst wordt stilgestaan bij de praktijk van bestuurlijke samenwerking tussen provincies en waterschappen. De bijeenkomst is voorafgegaan door individuele interviews met alle aanwezigen. Met deze avond wordt een bestuurlijk platform geboden om ervaringen en inzichten uit te wisselen, met het Bestuursakkoord Water en de eigen ervaringen als vertrekpunt. De bijeenkomst wordt geopend door IPO-voorzitter Remkes en afgesloten door Unievoorzitter Glas. SAW tekst 202 vastgesteld Begin juli is het CAO akkoord getekend. Vervolgens zijn de afspraken voor 202 uitgewerkt en opgenomen in de SAW. De SAW tekst 202 is op 27 september in het LAWA vastgesteld. Van modelregelingen naar basisregelingen Eind september zijn in overleg met de vakbonden de conceptteksten vastgesteld van de huidige modelregelingen die per januari 203 overgaan naar basisregeling. Het gaat om: 2

42 . De overlegregeling 2. Tijd- en plaatsonafhankelijk werken 3. Modelformulieren gesprekscyclus De komende maanden kunnen de basisregelingen in het lokale overleg besproken worden. U kunt met de medezeggenschap overeenkomen de basisregeling te gaan volgen. U kunt overeenkomen uw huidige regelingen te handhaven, of u kunt nieuwe afspraken maken. Maakt u in uw waterschap geen afspraken over de basisregeling, dan zijn er 2 mogelijkheden: - U hebt op dit moment een regeling over het onderwerp. Deze regeling loopt onverminderd door. - U hebt op dit moment geen regeling over het onderwerp. De basisregeling wordt dan automatisch de regeling voor uw waterschap en u kunt de regeling op januari in uitvoering nemen. In de sector leeft de wens de regionale arbeidsvoorwaarden gedeeltelijk te harmoniseren. Er loopt een onderzoek naar de regelingen die onder deze ambitie vallen. De nu voorliggende 3 basisregelingen bieden de sector de mogelijkheid om een eerste stap in harmoniseren te realiseren en de regelingen dichter bij elkaar te brengen. De nieuwe SAW is op de website van de Unie van Waterschappen te downloaden. Reactie aan Tweede Kamer op Wet Hof De afgelopen maanden hebben de waterschappen zich samen met de gemeenten en provincies op verschillende momenten kritisch uitgelaten over de invulling door het kabinet van het wetsvoorstel houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof). Op 24 september heeft de minister van Financiën het uiteindelijke wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden. Uit dit wetsvoorstel blijkt, dat het kabinet de decentrale overheden op het punt van het laten vervallen van de individuele EMU-norm tegemoet is gekomen, maar voor het overige weinig van de kritiek in het wetsvoorstel heeft laten neerslaan. In de Memorie van Toelichting blijft ontkend worden dat het baten-lastenstelsel in geval van investeren en de inzet van reserves tot een structureel EMU-tekort leidt en is de nationale sanctie gehandhaafd. Het eveneens op 24 september naar buiten gekomen advies van de Raad van State bevat vergelijkbare punten van kritiek als dat van de decentrale overheden, maar ook hiermee heeft het kabinet in het wetsvoorstel nauwelijks iets gedaan. Dit betekende dat onze kritiekpunten grotendeels zijn blijven bestaan. Samen met VNG en IPO heeft de Unie van Waterschappen inmiddels een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer gericht. Het IPO heeft deze brief mede namens de VNG en de Unie verstuurd. Op de website van de Unie van Waterschappen vindt u de brief aan de Tweede Kamer, een artikel over het advies van de Raad van State en het wetsvoorstel. Op onze website Waterschappen verbeteren dienstverlening Afspraken met RWS over vergunningverlening en handhaving 3

43 UNIE VAN WATERSCHAPPEN Koningskade AA Den Haag Postadres Postbus ae Den Haag Telefoon Fax De ledenvergadering van de Unie van Waterschappen datum ons kenmerk contactpersoon 20 september /EV dr. P.J.R. de Vries bijlage(n) uw kenmerk LV 2-30 t/m 39 - [email protected] betreft doorkiesnummer vergadering dd. 5 oktober AGENDA voor de ledenvergadering te houden op: vrijdag 5 oktober 202 bii Het Waterschapshuis te Amersfoort, aanvang 0.30 uur.. Opening. 2. Concept-verslag van de ledenvergadering gehouden op 29 juni 202 (bijlage LV 2-30). Bespreekpunten 3. Politieke actualiteit (mondeling). 4. Presentatie Routekaart (bijlagen LV 2-3 a en b). 5. Concept-begroting 203 (bijlagen LV 2-32a t/m e). Hamerstukken 6. Archiefconvenant (bijlagen LV 2-33at/m c).

44 Pagina 2 van 2 Algemeen 7. Invulling vacature bestuur (bijlagen LV 2-34a en b; VERTROUWELIJK, wordt u seperaat per post toegezonden). 8. Mededelingen (bijlagen LV 2-35 t/m 39). 9. Rondvraag. 0. Sluiting.

45 UNIE VAN WATERSCHAPPEN Verslag Bijlage LV 2-30 Agendapunt Concept-verslag van de ledenvergadering gehouden op vrijdag 29 juni 202 te Amersfoort Aanwezig: mr.drs. P.C.G. Glas (voorzitter), M.J.C.M. Arts, ir. R.W. Bleker, J. de Bondt, ir. H.H.G. Dijk, ir. P.A.E. van Erkelens, ing. J.M. Geluk, mr. A.M.G. Gresel, mr. MAP. van Haersma Buma, mr. A. van Hall, mr. H.B. Hieltjes, drs. L.H.M. Kohsiek, M.M. Kool, prof.dr. S.M.M. Kuks, drs. L.P. Middel, drs. J.M.P. Moons, mr. J.H. Oosters, drs. H.Th.M. Pieper, H. Pluckel (plv. G.J. Doornbos), P.J.M. Poelmann, mr.drs. A.J.G. Poppelaars, dr. J.J. Schrijen, mr.ir. H.L. Tiesinga, drs. L.H.J. Verheijen, ir. G. Verwolf, A. van Vliet-Kuiper en J.A.M. Vos Her Waterschapshuis: drs. J.W.A. van Enst, M.H. van der Veen-Brouwer en drs. M. de Vries (agendapunt 5) Uniebureau: ing. H. Kraaij, mr. P.M. Landstra, drs. C. de Vries (verslag) en ir.ing. A.J. Vermuë (secretaris) Afwezig: G.J. Doornbos Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom bij deze laatste LV voor het zomerreces. De heer Doornbos is wegens EUREAU-verplichtingen absent en laat zich vertegenwoordigen door de heer Pluckel. Vervolgens geeft spreker het woord aan mevrouw Kool, die een toelichting geeft op het onlangs verschenen rapport 'Warm aanbevolen! Aanbevelingen Stuurgroep Watereducatie: advies voor vervolg aanpak watereducatie'. Het waarom van deze rapportage is het gebrek aan samenhang en focus binnen het wateronderwijs op scholen. Er is wel aandacht voor bijvoorbeeld klimaat, maar nog weinig aandacht voor water. Er is behoefte aan 'verinnerlijking' van waterkennis. Leerlingen zouden al vroeg kennis moeten maken met de verschillende facetten van water, want onbekend maakt onbemind. Er is sprake van urgentie. Immers, er zijn (zeker ook in de toekomst) veel vacatures in de watersector. De website is inmiddels in de lucht. Spreker beveelt het rapport van harte aan. Gisteren is het ook uitgedeeld tijdens de NME-dag. Bewaak de implementatie van de conclusies en aanbevelingen. Wissel 'best practices' uit. Leer van elkaar en werk samen. Spreker verzoekt om watereducatie dit najaar op de agenda van de LV te plaatsen en overhandigt een exemplaar aan de voorzitter. De voorzitter bedankt mevrouw Kool voor haar uiteenzetting. Het belang en de urgentie is goed verwoord. In 2020 zal de waterbouwsector een tekort te zien geven van mensen. Het raakt ons enorm. De relatie tussen wa#éreducatie en de arbeidsmarkt is een belangrijke drijfveer. We moeten jong en oud betrekken bij ons waterwerk. Immers, 'Nederland heeft mensen nodig die van water weten'. Dit item komt terug in een volgende ledenvergadering.

46 Pagina 2 van 0 2 Concept-verslag van de ledenvergadering gehouden op 23 maart 202 (bijlage LV 2-4) De voorzitter stelt vast dat de ledenvergadering inhoudelijk en redactioneel instemt met de notulen van de vorige ledenvergadering. Naar aanleiding van het verslag (Actiepuntenlijst) merkt de heer Vermuë op dat de evaluatie van de subsidiëring van Het Watermuseum later zal plaatsvinden dan de vermelde meimaand 202. De overige Actiepunten zijn reeds in gang gezet of afgerond. Bespreekpunten 3 Kadernota begroting 203 (bijlage LV 2-5) De voorzitter stelt het kader voor de Uniebegroting voor volgend jaar aan de orde. De heer Vos heeft een praktische vraag. Er is een aantal 'onzekerheden' benoemd. Wanneer die worden ingevuld, leidt dat dan tot tegenvallers in de cijfers? De heer Van Erkelens wijst op de nullijn in combinatie met een 3% stijging van de contributie. De heer Van Haersma Buma brengt twee inmiddels 'vaste' punten in omtrent de begroting: () De verdeling/toerekening van de kosten over de waterschappen: spreker wil graag een fundamentele discussie hierover door de afname van het aantal waterschappen; (2) De vergaderkosten: veel vergaderingen vinden plaats in Het Waterschapshuis, terwijl toch ook het Uniekantoor in Den Haag in de begroting wordt opgevoerd: een 'dubbeling'. De heer Oosters ziet graag alle activiteiten terug in de begroting, dus liever geen extracomptabele zaken, zoals kosten voor een gezamenlijke communicatie. De heer Poelmann informeert naar het LCCM-budget (muskusratten). De heer Verheiien heeft een vraag over het redactiebeleid van het tijdschrift 'Het Waterschap': wat doet een column van een futuroloog over een 'stadstaat' in dit blad? Spreker ziet graag dat de ledenvergadering meer wordt betrokken bij de strategische positiebepaling in politiek Den Haag. Op de agenda voor de ledenvergadering staat bijvoorbeeld niets over de politieke programma's. De heer Hieltjes, penningmeester, licht de 'O-lijn + 3%' toe. De extracomptabele kosten zijn meegenomen in de reguliere begroting. Het uitgavenniveau is gelijk gebleven. Dat is dus de 0- lijn. De 'voeding' van de begroting gaat in twee stappen: eerst is een deel uit de Algemene Reserve gebruikt; vervolgens is dit jaar en volgend jaar sprake van een stijging van de contributie met 3% omdat de voeding uit de algemene reserve afneemt. Het is een combinatie van een efficiencyslag en een prioriteitenstelling in de uitgaven die zorgen voor het opvangen van de beperking van de middelen door inflatie. Tevens is rekening gehouden met uitgaven voor het Watermuseum (sponsoring). Reagerend op de opmerking van de heer Oosters: de uitgaven voor een gezamenlijke communicatie zitten nog niet in de begroting: het Uniebestuur zal hier nog over moeten besluiten. De toerekening/verdeelsleutel is gehanteerd met instemming van de ledenvergadering: destijds hebben de leden deze systematiek geaccordeerd. We houden nu aan deze globale lijn vast. Het muskusrattenbudget is geregeld via een andere verdeelsleutel, maar maakt wel onderdeel uit van de begroting In het Uniepand staat thans anderhalve verdieping te huur: er wordt gezocht naar nieuwe huurders. De definitieve Uniebegroting 203 zal in een latere ledenvergadering worden gepresenteerd LV/EV 64264

47 Pagina 3 van 0 De heer Vermuë zet uiteen dat er voldoende middelen zijn voor communicatie inzake de kabinetsformatie. De voorzitter reageert op de opmerking van de heer Verheijen: in de ledenvergadering hebben we al zeer uitvoerig gediscussieerd over het (consequente) lobbytraject en alles wat samenhangt met de komende landelijke verkiezingen in september. Zo is er bijvoorbeeld een 'balboekje' met wie is of nog wordt gesproken en is er een Q&A-lijst over tal van onderwerpen. Suggesties zijn altijd welkom. Ook worden indien nodig klankbordbijeenkomsten georganiseerd. Spreker stelt vervolgens vast dat de ledenvergadering instemt met de korte kademota van de begroting 203. Er is het streven de verhoging van de contributiebijdrage in 203 t.o.v. 202 maximaal 3% te laten zijn. Dit behelst een nullijn qua uitgaven. Er is nog een aantal onzekerheden. Definitieve besluiten hieromtrent worden in de herfst van 202 gepresenteerd. 4 Verdeling kosten Tax-i (bijlagen LV 2-6a t/m d) De voorzitter zegt dat de voorgeschiedenis bekend is. Een driemanschap (heren Van Haersma Buma, Poppelaars en Dijk) bekijkt de verrekening van de kosten van het project Tax-i onder de waterschappen en brengt een advies uit. Na behandeling daarvan in de ledenvergadering wordt advies uitgebracht aan het Stichtingsbestuur van Het Waterschapshuis. Eenheid zou moeten prevaleren boven verdeeldheid. Op 25 april 202 was er een informele bijeenkomst en het onderwerp is tevens aan bod gekomen in de CBCF vergadering van juni 202. De vraag die thans voorligt is of de ledenvergadering er mee instemt het voorstel inzake de verdeling van de kosten van Tax-i met een positief advies voor te leggen aan het Stichtingsbestuur. Er is een compleet en zorgvuldig voortraject geweest: daar moeten nu via een advies conclusies aan worden verbonden. Via een schriftelijke inbreng hebben de volgende drie waterschappen aangegeven niet akkoord te gaan met het advies van het Uniebestuur:. Wetterskip Fryslan: de heer Van Erkelens is van mening dat het Uniebestuur weliswaar akkoord gaat met het voorgestelde bedrag, maar is bezorgd dat niet alle leden akkoord zullen gaan. 2. Waterschap Aa en Maas: de heer Verheiien stelt dat diens waterschap een groot deel van de kosten krijgt voorgeschoteld, maar dat het een deel (betreffende de UBS) niet zal betalen. Arbitrage zou uitkomst moeten bieden. 3. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht: de heer De Bondt laat weten geen lang betoog te zullen voeren. Diens waterschap is het volstrekt niet eens met het bestuursvoorstel. Een tussenweg lijkt niet mogelijk in het eindverslag: er is geen ruimte voor compromissen. Spreker is overtuigd van zijn standpunt om niet te betalen; Amstel, Gooi en Vecht heeft immers nooit aan het betreffende project deelgenomen. Een rechterlijke uitspraak heeft de voorkeur boven arbitrage. Dit indringende geschil leidt er toe dat niet met het voorliggende voorstel kan worden ingestemd. De voorzitter maakt een tussenbalans op: twee waterschappen zijn nog niet akkoord, maar bieden wel een 'opening'. Aa en Maas bijvoorbeeld in de vorm van een arbitrage. De heer Van Haersma Buma vraagt zich af waar we naar toe gaan. Hier in de ledenvergadering ligt het eindvoorstel van het Uniebestuur: oordeel daar nu over en geleidt dit (geaccordeerd door een meerderheid, maar voorzien van 'aantekeningen') door naar Het Waterschapshuis. Daar kan dan de knoop worden doorgebakt en een volgende stap in het traject worden gezet. Het betreft immers een werkbaar voorstel. De voorzitter stelt aan de heer Vos (voorzitter van het Stichtingsbestuur van Het Waterschapshuis) voor om arbitrage te organiseren; dat is geen taak van de Unie. Tracht een gerechtelijke LV/EV 64264

48 J22f Pagina 4 van 0 procedure te voorkomen. Bijna alle leden-waterschappen zijn akkoord met het bestuursvoorstel. Het proces moet netjes worden afgerond. De vraag is welke precieze formulering wordt gehanteerd: de formulering dat de ledenvergadering met overgrote meerderheid (met twee aantekeningen van waterschappen) akkoord gaat met het bestuursvoorstel (en dit vervolgens neerlegt bij het Stichtingsbestuur) óf een alternatieve formulering waarbij het Stichtingsbestuur HWS een arbitragevoorstel doet aan enkele waterschappen voor de hoogte van hun bijdrage aan de kosten. Dit zal dan ook een bindend advies moeten zijn. De heer Tiesinqa is voorstander van een bindende arbitrage. Daarna kan Het Waterschapshuis weer in een positiever licht komen. De heer Van Hall is het hier niet mee eens. Dat zou een 'juridificering' van het probleem zijn: een 'schijnunanimiteit'. Arbitrage is een stap te ver: niet doen. Het Stichtingsbestuur is nu aan zet en zal te maken hebben met eventuele dubieuze debiteuren. De heer Van Erkelens sluit zich hier bij aan. Hopelijk komt het Stichtingsbestuur snel met een brief met de rekening, zodat er meer duidelijk is. De heer Vos zegt toe dat de rekeningen op basis van de verdeling volgende week worden verzonden Ook mevrouw Kool is het eens met de opvatting van de heer Van Hall. De heer De Bondt laat weten dat nog niet vast stond of het arbitrage of een rechtszaak zou worden. Spreker voelt de collectieve druk van de leden, maar is nog niet geneigd tot compromissen. Wat kan het Stichtingsbestuur nog: het kan geen kant op. De discussie is al gevoerd. Spreker stemt niet in met arbitrage. De voorzitter constateert dat de alternatieve formulering (met optie van 'bindende arbitrage') van tafel is. De strekking wordt nu: 'de overgrote meerderheid van de ledenvergadering (met de aantekening dat twee waterschappen [= Aa en Maas respectievelijk Amstel, Gooi en Vecht] het niet eens zijn met het UBS-deel = 'Uitwerking voor het Belastingsysteem') stemt in met het voorstel van het Uniebestuur over de verdeling van de kosten van het project Tax-i; de gevolgen worden gematerialiseerd via stappen van het Stichtingsbestuur van Het Waterschapshuis'. Een transitie van een Stichting naar een Gemeenschappelijke Regeling is nog steeds wenselijk. Spreker stelt vast dat (een overgrote meerderheid van) de ledenvergadering het voorstel zoals verwoord in de brief van de bestuurlijke commissie Tax-i met een positief advies van de ledenvergadering onder de aandacht brengt van het Stichtingsbestuur van het Waterschapshuis. Inbreng Het Waterschapshuis 5 Ontwerpbegroting 203 Het Waterschapshuis (bijlagen a t/m e) De voorzitter overhandigt voor dit agendapunt tijdelijk de voorzittershamer aan de heer Vos, voorzitter van het Stichtingsbestuur van het Waterschapshuis. De heer Vos spreekt van een 'hybride situatie', omdat de overgang naar een GR nog niet heeft plaatsgevonden en er sprake is van een 'dubbele' begroting. Er zijn twee procedures:. De afspraak om de begroting in de ledenvergadering te bespreken 2. Een governance die past bij éen Gemeenschappelijke Regeling. De ontwerp-begroting is voorzien van een beleidsmatige reactie van het Stichtingsbestuur. De heer Van Erkelens stelt dat het goed is wanneer Het Waterschapshuis kijkt naar het eigen ambitieniveau. Wat is bijvoorbeeld de architectuurvisie? De raming voldoet nog niet aan de vereisten. Een kritiekpunt: sluit tijdig de contracten LV/EV 64264

49 Pagina 5 van 0 Mevrouw Kool sluit zich hier bij aan. Er is altijd kritisch naar Het Waterschapshuis gekeken, maar spreker is aangenaam getroffen door de zorgvuldige terugkoppeling. De heer Pieper keurt de begroting goed. De heer Dijk spreekt van een ambivalentie inzake het ambitieniveau van Het Waterschapshuis. Het idee van een 'shared service' is goed. Het vertrouwen in Het Waterschapshuis moet terugkomen: het moet producten leveren en duidelijk maken wat die producten kosten. De producten zijn door fusies van waterschappen 3% duurder geworden. De heer Van Haersma Buma heeft de reactie gelezen en is teleurgesteld. Nog niet alle kosten zijn terug te vinden in de producten. Spreker gaat niet akkoord met de begroting. Door fusies zijn de kosten per waterschappen verhoogd: daar graag goed naar kijken. De heer Poppelaars stemt in met de begroting, maar is het niet eens met de verhoging van het aantal formatieplaatsen. De heer Kohsiek zet graag een streep onder de ambitie. Spreker is voorstander van shared service: dit moet helder zijn; daarna pas over de inhoud beginnen. De niet-begrote kosten vormen een risicopost. De manier waarop de begroting is aangeboden is vreemd: de toelichting had vooraan moeten staan en niet halverwege. Spreker is nog niet akkoord. De heer Geluk is wel akkoord. Graag de verschillende acties in een overzichtelijke spreadsheet plaatsen. De heer Vos reageert op de ingebrachte opmerkingen, die volgens spreker van bestuurlijke aard zijn. Qua ambitieniveau is er één lijn in ontwikkeling. Er volgt nog een 'najaarsnota' waarin mogelijke toekomstige projecten een plaats krijgen. Dit jaar is er hopelijk een gezamenlijke visie op de toekomst. De kritiekpunten hebben te maken met de lastige situatie: veel energie lekt weg door 'gedoe'. Het sluiten van contracten is van belang, maar daar is het nog niet in alle gevallen van gekomen. Het Waterschapshuis zat destijds namelijk in een pioniersfase. Nieuwe producten kennen wel een contractvorm. De wens van de ledenvergadering is overgekomen: het is zaak om daar inhoud aan te geven. De algemene kosten zijn onvoldoende toegerekend: daar wordt nog goed naar gekeken. Reagerend op de opmerking van de heer Poppelaars over de formatieplaatsen: het betreft 'going concern' en niet een uitbreiding van formatieplaatsen. In de praktijk willen waterschappen meer producten en dat vraagt om meer formatie. Een overzicht in een spreadsheet volgt. Het Stichtingsbestuur van Het Waterschapshuis zal zijn voordeel doen met de door de ledenvergadering ingebrachte voorstellen Spreker stelt vast dat de ledenvergadering instemt met de concept-begroting 203. In het vervolg zal de voortgang van de verschillende activiteiten beter in beeld worden gebracht. Hamerstukken 6 Convenant Kabels en leidingen in waterkeringen (bijlagen LV 2-7a en b) De voorzitter constateert dat de ledenvergadering instemt met het 'Convenant Kabels en leidingen in waterkeringen'. Het doel is om de samenwerking tussen de waterbeheerder en de netbeheerder op het terrein van veiligheid van de waterkering bij veiligheid en leveringszekerheid van kabels en leidingen te stimuleren. Een algemene tekst met uitgangspunten en procesafspraken op hoofdlijnen zal als vertrekpunt fungeren voor het opstellen van regionale convenanten. 7 Uitvoeringsagenda vermindering regeldruk (bijlagen LV 2-8a en b) De voorzitter stelt de 'Uitvoeringsagenda vermindering regeldruk' aan de orde, LV/EV 64264

50 Pagina 6 van 0 De heer Pieper refereert aan de Keur 2009, waarin de vergunningsplicht over ging in een meldingsplicht. Het is lastig om 5% reductie van de regeldruk te halen. Spreker gelooft niet in generieke maatregelen. De heer Pluckel heeft geen goede praktijkervaring met 'mediation'. Bij uniformering van een systeem blijft lokaal maatwerk van belang. De heer Hieltjes stelt dat er meer acties lopen. De keur is slechts een van de elementen, een ander voorbeeld is de elektronische aangifte. Een reductie van de regeldruk met 5% moet haalbaar zijn. De voorzitter constateert dat de ledenvergadering akkoord gaat met de Uitvoeringsagenda vermindering regeldruk. In de Bestuursafspraken hebben het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen afgesproken de regeldruk voor burgers, bedrijven, instellingen en medeoverheden te verminderen. Het gaat concreet over een reductie van de administratieve lasten van minimaal 5% per jaar vanaf 202 en een verbetering van de dienstverlening. Deze afspraken worden in de vorm van een convenant door de voorzitter en de Minister van BZK ondertekend. 8 Onderhandelingsresultaat CAO (bijlagen LV 2-9a t/m c) De voorzitter geeft aan dat, door de afwezigheid van de heer Doornbos, de heer Oosters (ook een CAO-onderhandelaar namens de Unie) de vragen van de leden zal beantwoorden. De heer Vos verwijst naar het eerder dit jaar bereikte onderhandelaarsakkoord, gevolgd door het 'Lente-akkoord' en de daaraan gekoppelde versoberingsmaatregelen, waaronder een nullijn voor ambtenarensalarissen. Er is nu toch sprake van een hogere budgetbehoefte, ondanks het sobere akkoord met de vakbonden. Een voorbeeld is een hogere premie ABP. Mevrouw Kool vraagt naar de ervaringen die inmiddels zijn opgedaan met het Individueel Keuze Budget (KB). Dit KB is opgehoogd (het is geen primaire loonsverhoging). Dit systeem lijkt formalistischer en minder flexibel. De heer Pieper ziet graag het totaalpakket in beeld gebracht: CAO, pensioen, WW etc. Het KB is arbeidsintensief voor de afdeling P&O. Spreker opteert voor een 40-urige werkweek. De heer Van Haersma Buma stelt het bestuur voor om de ervaringen met het KB te evalueren: wat kost het allemaal? Er is een nullijn, maar het KB maakt het 'ingewikkelder'. Door de individuele keuzes van de medewerkers zou er een 'uitvoeringstoets' moeten komen. De heer Oosters spreekt zijn dank uit voor de waardering van de leden voor het bereikte akkoord. Het is een sober akkoord, maar toch zijn er kosten aan verbonden (pensioenpremie etc). Dit is conform het mandaat dat de ledenvergadering destijds aan de werkgeversdelegatie heeft verstrekt. Het KB is verhoogd. De arbeidsvoorwaarden zijn verruimd: ze zijn minder star dan vroeger. Er is rekening gehouden met het 'Lente-akkoord': geen primaire loonsverhoging, zoals bij de VNG. Het KB wordt later door het A&O Fonds geëvalueerd. Het systeem is door de werkgever bedacht en niet door de bonden. Het biedt meer keuze/flexibiliteit voor de werknemer. Het vraagt wel om gewenning. Een 40-urige werkweek is geen 'recht' van de werknemer en zal gekoppeld zijn aan een managementtoets. De voorzitter stelt vast dat de ledenvergadering instemt met het onderhandelingsresultaat CAO, dat binnen de grenzen van het onderhandelingsmandaat tot stand is gekomen. De leden zien graag bij een volgende CAO-ronde eerst een uitwerking van de gevolgen van bepaalde (nieuwe) maatregelen tegemoet (uitvoeringstoets). Het Uniebestuur zegt een evaluatie van het KB toe LV/EV 64264

51 Pagina 7 van 0 9 Vacature Uniebestuur (bijlagen LV 2-20a en b) De voorzitter informeert de leden dat de heer Verwolf per 5 oktober 202 diens lidmaatschap van het Uniebestuur zal beëindigen. In de Uniestatuten is de benoemingsprocedure voor bestuursleden beschreven: onderdeel hiervan is het instellen van een Vertrouwenscommissie. Mevrouw Kool zou graag meer vrouwen in de Uniegremia zien, bijvoorbeeld in de Selectiecommissie. De heer Tiesinaa ziet eveneens graag meer vrouwen en DB-leden in het Uniebestuur, maar meent dat het gegeven dat het een onbezoldigde QQ-functie betreft een belemmering kan zijn om te solliciteren. Spreker verzoekt het Uniebestuur hier nog eens naar te kijken. De heer Vos memoreert de heftige QQ-discussie van destijds. Een vergoeding is toen geschrapt. De Commissie Doornbos heeft er reeds over gedelibereerd. De voorzitter laat weten dat een vergoeding wettelijk niet kan: het heeft een geschiedenis dat de vergoeding op nul is gezet. Er wordt nagegaan hoe de discussie toen is verlopen. Het is van belang om consistent te zijn. Spreker stelt vervolgens vast dat de ledenvergadering instemt met de samenstelling van de Vertrouwenscommissie en deze vier personen benoemt: De heer Doornbos (lid Uniebestuur); De heer Bleker (lid ledenvergadering); o De heer Kolkman (DB-lid Waterschap Velt en Vecht); n De heer Vermuë (algemeen directeur Unie; secretaris). Op 4 juni 202 is een ledenbrief verzonden met een oproep voor kandidaatstelling, profiel en procedure. Algemeen 0 Mededelingen (bijlagen LV 2-2 t/m 29) 0. Verkiezingen (bijlage LV 2-22) De voorzitter spreekt hieromtrent van 'dagkoersen'. Inmiddels heeft staatssecretaris Atsma een vierde nota van wijziging naar de Kamer gestuurd voor het wetgevingsoverleg van maandag a.s. (Commissie BZK). Het voorstel behelst uitstel van de waterschapsverkiezingen met twee jaar: eind 204 verkiezingen op de klassieke manier. Het is mogelijk dat een nieuw kabinet later nog met nieuwe initiatieven komt. De heer Schrijen vindt dat er sprake is van een grote wisselvalligheid in politiek Den Haag. De waan van de dag heerst. De heer Van Hall wil graag weten welke strategie het Uniebestuur de komende maanden hanteert. Hoe ziet de nota van wijziging er nu precies uit? De agenda lijdt onder de besteldiscussie. De eerstvolgende ledenvergadering vindt pas begin oktober plaats. De waan van de dag baart spreker zorgen, onder andere betreffende de geborgde zetels. Een Staatscommissie die een en andëf kan expliciteren zou een goede zaak zijn. De heer Van Haersma Buma complimenteert het Uniebestuur met diens positionering in 'Den Haag', hoewel spreker zich realiseert dat de koers van de dag regeert. Het eventueel opgeven van de geborgde zetels zou een prijs kunnen zijn voor directe verkiezingen. Bij een enveloppenverkiezing graag kijken naar een snelle aanbesteding LV/EV 64264

52 Pagina 8 van 0 De heer Oosters wil graag weten welke boodschap we straks uitstralen bij de kabinetsformatie (na de landelijke verkiezingen van 2 september a.s.). De voorzitter gaat uit van de consistente lijn uit het Bestuursakkoord Water. We gaan voor directe waterschapsverkiezingen en een koppeling met de gemeenteraadsverkiezingen. Onze verkiezingen zijn in politiek vaarwater terecht gekomen. Wat betreft de weg naar de verkiezingen van 2 september, is er een met veel activiteit. Het Uniebestuur faciliteert en beïnvloedt het proces op de achtergrond. We monitoren wat er in de diverse verkiezingsprogramma's van de politieke partijen wordt vermeld over water(schappen). Het lobbywerk loopt. De vandaag ingebrachte reacties van de leden worden meegenomen naar de bestuursvergadering van volgende week. Het is mogelijk dat de LV eind augustus a.s. nog eens samenkomt om een aantal scenario's omtrent de landelijke verkiezingen te bespreken: een vertrouwelijke gedachtewisseling vóór de reguliere ledenvergadering van 5 oktober. Als we straks aanschuiven bij de kabinetsformateur, dan dienen de standpunten van de leden-waterschappen helder te zijn. Een 'handvat' voor een Staatscommissie is al aan te treffen in de verschillende conceptverkiezingsprogramma's van de politieke partijen. 0.2 Voortgang Topsector Water (bijlagen LV 2-23a en b) De heer Vos is van opvatting dat er te veel focus ligt op de Topsector Water. Er liggen tevens kansen bij andere Topsectoren (bijvoorbeeld duurzaamheid). De heer Kuks vult aan dat de Topsector Energie en Agrifood eveneens van belang is. 0.3 Terugkoppeling BOFV0 mei 202 (bijlage LV 2-24) 0.4 Terugkoppeling Overhedenoverleg 4 juni 202 (bijlage LV 2-25) 0.5 Schatkistbankieren (bijlage LV 2-26) 0.6 Wet HOF (bijlagen LV 2-27a en b) De heer Pieper spreekt de wens uit dat het 'Wetsvoorstel Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF)' geen doorgang zal vinden. Het Ministerie van Financiën wil vooralsnog echter niet luisteren. Voor de waterschappen kan invoering van de wet potentieel een grote negatieve invloed hebben op de investeringsagenda. Ook gemeenten en provincies hebben er last van: denk bijvoorbeeld aan extra inspanningen ten behoeve van Natura De heer De Bondt brengt naar voren dat de drinkwatersector niet onder de Wet HOF valt. Dit zou dus heel goed tevens kunnen gelden voor de zuiveringstaken van de waterschappen. Mocht dit zo zijn, dan halveert dat het effect van de Wet HOF: hier graag naar kijken. In Brussel beoordeelt men NV's op 'prijs en prestatie'. Ook de heer Pluckel legt de vinger op het risico van de Wet HOF voor de (noodzakelijke) investeringen van de waterschappen. Hoe komen we hier onder uit? Juridisch zou sprake kunnen zijn van een 'status aparte' bij de zuiveringstaken van de waterschappen. De voorzitter verzekert de leden dat de Unie er boven op zit, wetende dat begrotingsdiscipline zeer belangrijk is in de huidige context. De Wet HOF is een serieuze zaak waar serieus naar wordt gekeken. Er is specifiek aandacht voor het punt van de waterzuivering. Net als VNG en IPO 'lusten we deze wet niet' LV/EV 64264

53 Pagina 9 van Samenhangende strategie financiële dossiers (bijlage LV 2-28) 0.8 Evaluatie Tax-i (bijlagen LV 2-29a t/m c) Het Stichtingsbestuur van Het Waterschapshuis stelt in Fase 3 (Evaluatie) dat lering uit het verleden moet worden getrokken voor de toekomst. Vandaar dat een evaluatie onder leiding van de Unie wordt uitgevoerd. De ledenvergadering neemt de overige mededelingen voor kennisgeving aan. Er zijn twee aanvullende mededelingen: () De heer Hieltjes verwijst naar een recente wetswijziging. Hierin is sprake van kwijtschelding van kinderopvangkosten. Het Rijk heeft de waterschappen conform de Bestuursafspraken een bedrag van twee miljoen euro toegekend. Het bedrag kan onder de waterschappen worden verdeeld volgens een verdeelsleutel. Het is een generieke/ruwe compensatie voor alle waterschappen. Een ledenbrief hierover volgt. (2) De heer Geluk informeert de leden over het 'Programmabureau Nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma': een gezamenlijk [l&m en Unie] programmabureau Uitvoering waterveiligheidsmaatregelen. - Per januari 203 is de heer ir. R. Jorissen (projectdirecteur RWS) aangesteld als programmadirecteur/kwartiermaker. - De heer ing. H. Kraai) (directeur Unie van Waterschappen) zal plaatsvervangend directeur zijn. Het bureau is thans voor twee jaar gehuisvest in het kantoor van de Unie van Waterschappen in Den Haag. De programmaorganisatie zal vanaf 204 operationeel moeten zijn. Er wordt een schriftelijke toelichting uitgedeeld. Later gaat een bericht op de site. Rondvraag De voorzitter vraagt of de leden gebruik wensen te maken van de rondvraag. De heer Tiesinga informeert de leden over werk van de Stuurgroep Doelmatig Waterbeheer. Deze stuurgroep bekijkt de effecten/besparingen van het Bestuursakkoord Water. Er is de vrees dat een generieke methode wordt ontwikkeld die nadelig kan zijn voor de tariefontwikkeling van individuele waterschappen. De heer Hieltjes licht toe dat de Uniecommissie bestuurszaken, communicatie en financiën al bij het punt van de monitoring van doelmatig waterbeheer heeft stilgestaan. Er is sprake van een 'collectieve norm' bij stijging van de waterschapstarieven: hoe vertaalt dit zich precies door naar individuele gevallen? De heer Verwolf vult aan dat ook de Uniecommissie waterketens en emissies aandacht aan dit probleem heeft geschonken. Voorkom dat waterschappen individueel worden beoordeeld en tegen elkaar zou kunnen worden uitgespeeld. Als de 0,8%-norm niet wordt gehaald, dan wordt een waterschap niet publiekelijk aan de schandpaal gezet. Ook mevrouw Moons is tegenstander-van een collectief tarief: een waterschap kan last hebben van een te lage normering. De voorzitter rondt de discussie af. Het betreft een 'intern werkdocument'. De vraag is hoe zich de collectieve opgave vertaalt naar individuele waterschappen. Transparantie als waterschapssector blijft gewenst LV/EV 64264

54 Pagina 0 van 0 2 Sluiting Na dankzegging voor de inbreng van de aanwezigen sluit de voorzitter de vergadering. De volgende ledenvergadering vindt plaats op vrijdag 5 oktober 202. Actielijst Actie Wie Wanneer Opening: watereducatie zal in een volgende LV worden Pierre de Vries Oktober 202 geagendeerd Kadernota begroting 203: later volgt de definitieve Pieter Landstra Oktober 202 Uniebegroting 203 Verdeling kosten Tax-i: bestuursvoorstel (voorzien van Pierre de Vries z.s.m. 'aantekening') voorleggen aan Stichtingbestuur WSH Ontwerpbegroting 203 Het Waterschapshuis: najaarsbegroting WSH Najaar 202 en overzicht in spreadsheet Convenant Kabels en leidingen in waterkeringen: opstellen Efrath Silver t.z.t. van regionale convenanten Uitvoeringsagenda vermindering regeldruk: afspraken Peter Glas t.z.t. worden in de vorm van een convenant door de voorzitter en de Minister van BZK ondertekend Onderhandelingsresultaat CAO: evaluatie van het KB Uniebestuur t.z.t. Vacature Uniebestuur: QQ-functie of toch vergoeding? Arjan Guijt gerealiseerd Mededelingen: Verkiezingen: wellicht extra vertrouwelijk LV over scenario's Rob Uijterlinde Gerealiseerd 4/ LV/EV 64264

55 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 3 Onderwerp Lijst van te verzenden stukken Portefeuillehouder J.H.J. van der Linden / L.H. Dohmen Afdelingen Strategie en Beleid Bestuursprogramma Niet van toepassing. Waterbeheersplan Niet van toepassing. Programma begroting Plannen Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA Commissie MFB Commissie WS Algemeen bestuur Voorstel Instemmen met verzending van de in de lijst omschreven brief. nr brief aan Gedeputeerde Staten van Limburg Afdeling Ruimtelijke Ordening Mevrouw M. Pörteners Postbus MA MAASTRICHT als reactie op brief van onderwerp 2 augustus 202 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 204 en concept Nota Reikwijdte en Detailniveau De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 22442/WIJ

56 CONCEPT Waterschap Roer en Overmaas Gedeputeerde Staten van Limburg Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Mevrouw M. Pörteners Postbus MA MAASTRICHT Sittard, uw kenmerk : 202/36237 uw brief van : 2 augustus 202 ons kenmerk : behandeld door : H.J. Winteraeken doorkiesnummer : [email protected] onderwerp Provinciaal Omgevingsplan Limburg 204 concept Nota Reikwijdte en Detailniveau Geacht college, U stuurde ons per brief van 2 augustus 202 de kennisgeving voor de integrale herziening van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg en de concept Nota Reikwijdte en Detailniveau. Hierbij sturen wij u ons advies hieromtrent. Over het algemeen hebben wij een positieve indruk van uw gepresenteerde voornemens. Hiermee kunnen wij dan ook instemmen. De kennisgeving Voornemen tot integrale herziening van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg nemen wij voor kennisgeving aan. Over de concept Nota Reikwijdte en Detailniveau voor de Plan-MER POL204 hebben wij een aantal opmerkingen. Algemene kaders beheer regionaal watersysteem Hoewel u op diverse plaatsen aandacht besteedt aan 'water', zijn wij van mening dat de voorliggende conceptnota wat het waterbeheer betreft onvoldoende breedte heeft. De nota en daarmee POL204, zouden wellicht meer moeten aansluiten bij de afspraken die zijn gemaakt in het Bestuursakkoord Water (BAW). Wij verwijzen u hierbij naar het 'tweebestuurslagenmodel' en de provincie als de gebiedsregisseur voor het ruimtelijk domein. Volgens het BAW hoeft de provincie geen afzonderlijk waterplan meer vast te stellen. Daarentegen dient het POL204 als integraal beleidsplan richting te geven aan het beheerprogramma dat ons waterschap moet gaan opstellen. Verder verzoeken wij u het waterbeleid in POL204 te behandelen in een integrale 'waterparagraaf'. Postbus 85, 630 AD Sittard Parklaan 0, 63 KG Sittard telefoon fax [email protected] website Nederlandse Waterschapsbank N.V btw-nummer NL B0 ISO 900:2008 GECERTIFICEERD

57 Waterschap Roer en Overmaas Pagina 2 van 2 Herijking EHS Een van de majeure onderwerpen van deze conceptnota is de herijking van de EHS en het natuurbeleid in het algemeen. Deze herijking heeft intensieve relaties met de doelrealisatie van het waterbeheer en in het bijzonder beekherstel. Dat de herijking van de EHS wordt gekoppeld aan de realisatie van Natura2000 en KRWdoelstellingen, is in het recente verleden al door ons onderschreven. U geeft aan dat bij het invullen van ha te ontwikkelen nieuwe natuur in elk geval rekening gehouden moet worden met de nieuwe natuur voor de Maaswerken en alle nieuwe natuur nodig voor de veiligstelling van de Natura2000-gebieden en KRW-beken'. Uit een recente beoordeling van de conceptkaart voor de herijking van de EHS blijkt evenwel dat dit uitgangspunt niet overal wordt gevolgd. Wij doen u in de toelichting op deze brief (bijlage ) voor deze herijking een zevental aanbevelingen. Wij zijn graag bereid om het bovenstaande in de uitvoering van het beekherstel ca. mee te ondersteunen. Daarvoor is een 'partnercontract' met concrete afspraken over ieders rol en bijdragen in voorbereiding. Voor een nadere toelichting op het bovenstaande plus aantal detailopmerkingen verwijzen wij u eveneens naar bijlage bij deze brief. Wij vertrouwen erop u hiermee vooralsnog voldoende te hebben geïnformeerd. Daarbij bieden wij u voor de verdere uitwerking van de waterhuishoudkundige doelen in het nieuwe POL204 ondersteuning van onze ambtelijke dienst aan. U kunt hiervoor contact opnemen met H. Winteraeken. Een afschrift van deze brief hebben wij gestuurd naar Waterschap Peel en Maasvallei. Hoogachtend, het dagelijks bestuur, de secretaris/directeur, de voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen

58 Waterschap Roer en Overmaas BIJLAGE Toelichting op brief dagelijks bestuur Waterschap Roer en Overmaas inzake Provinciaal Omgevingsplan Limburg 204 en het Concept Nota Reikwijdte en Detailniveau Algemene kaders beheer regionaal watersysteem Wat betreft de afspraken die zijn gemaakt in het Bestuursakkoord Water (23 mei 20) en de specifieke taken voor provincies bij het waterbeheer kan het volgende ter toelichting dienen: (BAW blz. 3 e.v.): de provincie dient voor het waterbeheer de doelen, kaders, normen en beleid voor het regionale watersysteem en de regionale waterkeringen te stellen. De provincie stelt geen nieuw afzonderlijk waterplan meer op, maar maakt integrale plannen (POL). Het POL204 dient naar ons inzicht voor het waterbeheer een integraal plankader te bieden dat alle facetten van het waterbeheer omvat. De belangrijkste zijn het voorkomen van regionale wateroverlast en de bijbehorende normering, het op basis van EU richtlijnen stellen van normen voor chemische en ecologische waterkwaliteit voor de regionale wateren, en de toekenning van functies van regionale wateren en grondwater. Voor het verbeteren van de doelmatigheid in de waterketen is een regionale aanpak gewenst. Het POL204 dient richting te geven aan het beheerprogramma dat ons waterschap moet gaan opstellen voor de periode Het stellen van kaders houdt ons inziens ook in dat er realistische doelen moeten worden geformuleerd voor het gehele regionale waterbeheer en dat er hiervoor ook financiële kaders moeten worden gesteld. Omdat conform het BAW de provincie geen afzonderlijk waterplan meer hoeft vast te stellen, gaan wij ervanuit dat POL204 een volwaardig waterplan op hoofdlijnen bevat. Het zou dan ook niet meer nodig noch gewenst zijn, om direct daarna nog een Provinciaal Waterplan als POL-aanvulling op te stellen. Wij sluiten hierbij aan bij de richtinggevende uitspraak van Provinciale Staten in de Agenda voor POL204 op Hoofdlijnen blz. 5: 'Zorg verder voor een actualisatie op onderdelen van het waterbeleid, reduceer daarbij de overlap tussen POL en POL-aanvulling Provinciaal Waterplan'. Wij onderschrijven dan ook niet de daaropvolgende opmerking op blz. 24 dat het Provinciaal Waterplan Limburg gehandhaafd kan blijven, ook vanwege het feit dat dit plan vanwege het spoedig bereiken van het einde van de werkingsduur geactualiseerd dient te worden. Wij verzoeken u tevens dat het waterbeleid in POL204 niet verspreid wordt behandeld bij diverse onderwerpen, maarzoals gebruikelijk in ruimtelijke plannen, een integrale 'waterparagraaf krijgt in een apart hoofdstuk. Ten aanzien van de verplichtingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water moeten daarin ook de status en doelstellingen per KRWwaterlichaam worden verwoord. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de meest recente landelijke inzichten en richtlijnen. Herijking EHS Ter toelichting van het proces 'herijking van de EHS' en het natuurbeleid over het algemeen nog het volgende. Veel beken hebben tevens de functie van ecologische verbindingszone tussen EHSnatuurgebieden. Bij beekherstel en het behalen van de doelstellingen van de KRW is het ook van groot belang om de ecologische verbindingen te realiseren of versterken. BIJ.2547 /3

59 Waterschap Roer en Overmaas 2 Het rendement van investeringen in natuurontwikkeling langs beken is dan ook groot uit oogpunt van het beter functioneren van ecologische verbindingszones en dus ook van verbonden natuurgebieden. Ook het financieel rendement van de investering in hectares natuur langs beken is groot omdat deze investeringen worden gecombineerd met de investeringen in het beekherstel door het waterschap en uw provincie. Dit leidt tot de volgende aanbevelingen:. Bij de nieuwe EHS wordt een complete samenhang met Natura2000, KRWbeekherstel en verdrogingsbestrijding GGOR / TOP-gebieden gevolgd. 2. Er dreigt een onduidelijk beeld te ontstaan door de mix van natuurdoelen en -ontwikkelingsgebieden (de herijking van de EHS op basis van het rijksbeleid en de provinciale aanvullende doelstellingen en ambities) en de inzetbare instrumenten (gedecentraliseerde rijksmiddelen, provinciale instrumenten en middelen en andere bronnen). Het is aanbevelenswaardig dat de provincie eenduidig op kaart aangeeft welke gebieden voor natuurontwikkeling in aanmerking komen. Daarnaast biedt de provincie een overzicht van de instrumenten en middelen die hiervoor inzetbaar zijn. Als kaart en instrumenten worden losgekoppeld, ontstaat er meer flexibiliteit bij de realisatie. Daarmee kunnen kansen beter worden benut. 3. Hieraan wordt een fasering gekoppeld, waarbij voor de EHS die niet op korte termijn tot stand wordt gebracht, reservering van de betreffende ruimte plaatsvindt (bijvoorbeeld waar ook beekherstel pas later zal plaatsvinden). Ook deze gebieden dienen te worden behoed voor onomkeerbare ontwikkelingen. Dit dient dan te leiden tot een toevoegen van Alternatief 3 bij 'invulling herijkte EHS' (tabel blz. 24): 'zo nodig temporiseren van de totale natuurdoelstellingen met toepassing van een planologische basisbescherming'. 4. Bij de herijking van de EHS ook gebieden uit Perspectief 2 Provinciale ontwikkelingszone Groen die ecologische verbindingszones langs beken vormen, aan de nog te ontwikkelen nieuwe natuur toevoegen. 5. Onder de Europese verplichtingen valt ook de soortenbescherming op basis van de Habitatrichtlijn. Hierbij dient voor de uitvoering ook rekening te worden gehouden met vissen en andere watergebonden soorten. De provincie kan dan hier mede verantwoordelijkheid nemen onder andere voor het oplossen van vismigratieknelpunten. 6. Daar waar beken door de bebouwde kom lopen, is het van groot belang dat de ecologische verbindingen met natuurgebieden in het buitengebied worden versterkt en dat de provincie hier zijn verantwoordelijkheid neemt. De recent herstelde Rode beek in Schinveld is hiervan een goed voorbeeld. 7. De provinciale ambitie 'mensgericht groen' wordt gecombineerd met beekherstel in de nabijheid van de bebouwde omgeving. De vanuit 'mensgericht groen' gestelde inrichtingseisen dienen dan wel te worden meegenomen. Overige opmerkingen Blz. 20: Voorgesteld wordt om de gebieden met POL-perspectieven P2 en P3 samen te voegen. Deze gebieden zijn divers van samenstelling. De doelstellingen in het kader van het waterbeheer dienen door deze samenvoeging niet veronachtzaamd te worden (zie ook het voorgaande punt 4.). Dit geldt zowel voor gebieden in de beekdalen als ook op de steilere hellingen in Zuid-Limburg die onderdeel uitmaken van de doelstelling 'veerkrachtig watersysteem'. BIJ /3

60 Waterschap Roer en Overmaas Gezien de grote interactie tussen de herijking van de EHS en in het bijzonder het overhevelen van EHS-gebieden naar de perspectieven P2/P3, onderschrijven wij dan ook uw voornemen om de gevolgen van de integratie van de perspectieven P2 en P3 in de plan-mer mee te nemen (blz. 22 Agenda POL204). Dit lijkt overigens niet in overeenstemming met blz. 20 & 23 waar bij de Fase 'Beoordeling alternatieven voor een beperkt aantal onderwerpen' wel de invulling van de herijkte EHS en de provinciale ambities 'mensgericht groen' wordt meegenomen, maar niet de consequenties van de gemaakte keuzes voor de nieuwe P2/P3. Blz. 2 Ondergrond: wij onderschrijven dat onder dit hoofdstuk aandacht wordt besteed aan de bodembescherming, enerzijds in relatie tot de bescherming van het grondwater en anderzijds vanwege de bestrijding van bodemerosie. Zowel de bescherming van het grondwater als de bodemerosie hebben weer een rechtstreekse relatie met de waterkwaliteit en -kwantiteit van het oppervlaktewater. (Zie ook het overzicht op blz. 30, 4.3 Beoordelingscriteria) Blz. 30 tabel, focus 'water' en focus 'gezonde, veilige leefomgeving': het POL204 dient op hoofdlijnen de (integrale) doelstellingen voor het gehele waterbeheer te bevatten. Een samenhangende behandeling in een apart hoofdstuk heeft de voorkeur. Hierbij dient er afstemming plaats te vinden met de plancyclus van het waterbeheer, waarvan de volgende periode is. (Zie opmerkingen Algemene kaders beheer regionaal watersysteem.) Blz. 37 'relevant beleid': bij Europese wet- en regelgeving a.u.b. Kaderrichtlijn Water en Europese Richtlijn Overstromingsrisico's toevoegen. BIJ /3

61 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 4 Onderwerp Beroepschriften tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding, Portefeuillehouders) C.H.J.M. Lebens Afdeling Middelen Bestuursprogramma Niet van toepassing Waterbeheersplan Niet van toepassing Programma begroting Bestuur, externe communicatie en belastingen Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA Commissie MFB Commissie WS Algemeen bestuur Voorstel Instemmen met de afwijzingen en betrokkenen hiervan in kennis stellen. Toelichting Op grond van het thans geldende kwijtscheldingsbeleid kunnen degenen aan wie een aanslag watersysteemheffing ingezetenen en/of een aanslag zuiverings/verontreinigingsheffing is opgelegd, in aanmerking komen voor kwijtschelding. De formele basis voor het gevoerde kwijtscheldingsbeleid ligt vast in artikel 26 van de Invorderingswet 990 en de ter uitvoering van dit artikel gestelde nadere regelgeving, in casu de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 990. In laatstgenoemde regelgeving zijn de regels van het te voeren kwijtscheldingsbeleid opgenomen en is vastgelegd onder welke voorwaarden al dan niet kwijtschelding kan worden verleend. Op basis van deze bepalingen kan kwijtschelding worden verleend indien de belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen /3

62 Waterschap Roer en Overmaas De bevoegdheid om (in eerste aanleg) te beschikken op ingediende kwijtscheldingsverzoeken berust op grond van artikel 44 van de Waterschapswet bij de ambtenaar belast met de invordering (= directeur Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen). Tegen de afwijzende beslissing kunnen verzoekers in beroep komen bij uw bestuur (administratief beroep). Bij de beoordeling van het beroepschrift wordt uitgegaan van de gegevens die zijn vermeld in het eerste verzoek alsmede van de kwijtscheldingsnormen die van toepassing waren bij de beoordeling van het eerste verzoek. Tegen een afwijzing van het beroepschrift staan geen verdere rechtsmiddelen open. Onderstaande heffingsplichtigen hebben een beroepschrift ingediend tegen de afwijzende beslissingen op ingediende kwijtscheldingsverzoeken. Om privacyredenen zijn alleen de namen van de betrokkenen vermeld.. D.E.H. Geurts (202) 2. H.M.P. Smeets(202) Reclamanten voeren aan ten onrechte een afwijzende beslissing op hun verzoek om kwijtschelding te hebben gekregen omdat zij over voldoende betalingscapaciteit zouden beschikken. De door reclamanten verstrekte gegevens vormen de basis voor de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek en de berekening van de betalingscapaciteit. Gelet op de verstrekte informatie heeft er een herberekening plaatsgevonden, waaruit is gebleken dat bovengenoemde belastingplichtigen over voldoende betalingscapaciteit beschikken om de betreffende aanslag (geheel of gedeeltelijk) te voldoen. Gelet op bovenstaande argumentatie wordt voorgesteld de beroepschriften van bovenvermelde reclamanten ongegrond te verklaren en de beroepen af te wijzen. 3. E. Mendryk (200, auto) 4. E. Mendryk (20, auto) 5. L. Assabre (202, auto) 6. M. Mouna (202, auto + voldoende betalingscapaciteit) 7. B. El. Ajjouri (202, banksaldo) 8. E.H.C.J. Joosten (202, banksaldo) 9. J. Schreibers (202, banksaldo) 0. N.H.C. van Eijk (202, banksaldo). P.D. Wong (202, banksaldo) Bovenvermelde reclamanten voeren aan ten onrechte een afwijzende beslissing op hun verzoek om kwijtschelding te hebben gekregen omdat zij over vermogen zouden beschikken. Onder vermogen wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen, verminderd met de schulden van de belastingschuldige. Genoemde reclamanten hebben voldoende saldo op de bankrekening dat (vrij) opneembaar is of hebben vermogen in de vorm van onroerend goed, het bezit van een gemotoriseerd voertuig met een waarde van meer dan 2.269,00 of het bezit van meer daja-ëén gemotoriseerd voertuig. Gelet op bovenstaande argumentatie wordt voorgesteld de beroepschriften van bovenvermelde reclamanten ongegrond te verklaren en de beroepen af te wijzen /3

63 Waterschap Roer en Overmaas 2 Beoogd effect Afhandeling van ingediende beroepschriften. Communicatie De beslissingen zullen aan betrokkenen worden meegedeeld. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef /3

64 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 5 Onderwerp Gezamenlijk draaiboek 'Botulismebestrijding in Limburg' van WRO, WPM en RWS Portefeuillehouders) J.J. Schrijen Afdeling Nieuwe Werken en Onderhoud Bestuursprogramma Niet van toepassing Waterbeheersplan Niet van toepassing Programma begroting Veiligheid Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA Commissie MFB Commissie WS Algemeen bestuur Voorstel. het draaiboek 'Botulismebestrijding in Limburg' vaststellen; 2. het draaiboek ter vaststelling voorleggen aan de beide Veiligheidsregio's teneinde zodoende de rol van gemeenten bij botulismebestrijding te bekrachtigen. Toelichting Jaarlijks komen bij de gezamenlijke Vuilwaterwacht van Rijkswaterstaat Dienst Limburg en de Limburgse waterschappen meldingen over dode vissen, eenden en andere watervogels binnen. In bepaalde gevallen is botulisme de oorzaak. Het is van belang uit oogpunt van de volksgezondheid en om verdere verspreiding te voorkomen, dat kadavers zo snel mogelijk worden verwijderd. Waterschap Roer en Overmaas, Waterschap Peel en Maasvallei en Rijkswaterstaat Dienst Limburg hebben als coördinerende instanties bij botulisme in Limburg in het kader van de nadere samenwerking (het convenant tot samenwerking in de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Waterkolom Limburg) een "gezamenlijk draaiboek 'Botulismebestrijding in Limburg' opgesteld. Doelgroep voor het draaiboek zijn met name de gemeenten. In het draaiboek is vermeld wat botulisme is, hoe men bij botulisme dient te handelen en wordt afgesproken welke partij (waterbeheerders, gemeenten, natuurbeherende organisaties en particuliere terreinbeheerders) welke acties neemt /VIN /2

65 Waterschap Roer en Overmaas Gezamenlijke aanpak Botulisme wordt veroorzaakt door een vergiftiging met een sterk toxine (gif). Vooral vogels worden vaak het slachtoffer van botulisme. Het toxine waaraan de dieren sterven is afkomstig van de bacterie Clostridium botulinum. Het is bij botulisme van groot belang dat kadavers zo snel mogelijk worden verwijderd. Er is echter geen juridische duidelijkheid, ook niet met de nieuwe Waterwet, omtrent de verantwoordelijkheid voor het verwijderen van kadavers. In 997 is door het voormalige zuiveringschap met de betrokken organisaties (waterbeheerders, gemeenten, natuurbeherende instanties) afgesproken dat botulismebestrijding als een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt gezien. Ook zijn concrete werkafspraken gemaakt. Uitgangspunt is dat de eigenaar van de oever van het betreffende water verantwoordelijk is voor het verwijderen van de kadavers. Deze zijn vastgelegd in het 'Draaiboek Botulisme' uit 997, dat ook na de waterschapfusie voor WRO van kracht is gebleven. In augustus 200 heeft de laatste actualisatie plaatsgevonden van dit draaiboek. Afgelopen jaren is gebleken dat de afspraken zoals opgenomen in het (oude) draaiboek goed werken. Deze zijn in het nieuwe gezamenlijke draaiboek overgenomen. Uitzondering vormt botulismebestrijding op particulier terrein. Zeker als de particuliere eigenaar niet bereid is medewerking te verlenen, heeft de waterbeheerder weinig aangrijpingspunten om een particulier kadavers te laten opruimen, terwijl handelen juist snel geboden is. Omdat de gemeenten deze mogelijkheden wel hebben vanuit hun verantwoordelijkheid voor volksgezondheid en milieuhygiëne, vragen wij de gemeenten in dit nieuwe draaiboek om in geval van botulisme bij particulieren aanspreekpunt te zijn voor de particulier (en pers) en zo nodig handhavend op te treden. Het is de bedoeling de afspraken met de gemeenten te bekrachtigen door het draaiboek ter vaststelling voor te leggen aan beide Veiligheidsregio's. Op 2 mei 20 en 20 juni 20 hebben de Limburgse Waterschappen en Rijkswaterstaat Dienst Limburg tijdens een ambtelijk overleg van de gemeenten van respectievelijk de Veiligheidsregio Limburg-Noord en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg de nieuwe aanpak voorgelegd. Het voorstel is in beide Veiligheidsregio's ambtelijk goed ontvangen. Afgesproken is dat het plan na vaststelling door de waterbeheerders (WPM, WRO en RWS) ter vaststelling wordt voorgelegd aan beide Veiligheidsregio's. De aanpak van de botulismebestrijding in Limburg zal door de gezamenlijke waterbeheerders jaarlijks worden geëvalueerd. Op basis hiervan worden zo nodig nieuwe afspraken gemaakt. Communicatie Na vaststelling door de waterbeheerders en de Veiligheidsregio's wordt op de volgende wijze over het draaiboek gecommuniceerd: - Het draaiboek wordt naar de natuurbeherende instanties en de exploitanten van zwemlocaties verzonden met het verzoek conform draaiboek te handelen. - De particuliere terrein-eigenaren zullen niet apart benaderd worden, maar via een algemene communicatiecampagne gericht op de burger worden geïnformeerd over botulisme en het draaiboek. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 22408/VIN 2/2

66 3 W Waterschap Waterschap Peel en Maasvallei Roer en Overmaas Ministerie van Infrastructuur en Milieu

67 Botulismebestrijding in Limburg Versie: Auteurs: Reviewer:.0 30 augustus 202 Jean-Paul van den Beuken, Rijkswaterstaat Dienst Limburg Brigit Smit, Waterschap Peel en Maasvallei Bert Pex, Waterschap Roer en Overmaas Chantal Vink, Waterschap Roer en Overmaas Peter van Tulden, Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR te Lelystad Hans Ruiter, Rijkswaterstaat Waterdienst 22409

68 Inhoudsopgave Algemeen 2 Wat is botulisme? 2 3 Aanpak botulismebestrijding Limburg 3 3. Coördinatie botulismegevallen Verantwoordelijkheden verwijderen kadavers Vernietiging kadavers Onderzoek naar type botulisme Zwemlocaties in oppervlaktewateren Zieke, besmette vogels Risico voor vee? Advies aan vissers bij botulisme type E Botulisme explosies Waterhuishoudkundige maatregelen 6 3. Communicatie 7 4 Hoe te handelen bij botulisme (stappenplan)? 8 4. Inleiding Herkenning verschijnselen Melding bij de vuilwaterwacht Opruimen van kadavers Hoe te handelen bij het opruimen van kadavers Melden en aanbieden kadavers bij destructiebedrijf Onderzoek Zieke vogels 0 Bijlage : Meldingsformulier botulisme Bijlage 2: Belangrijke telefoonnummers 2 I Waterbeheerders 2 II Vogelopvangcentra voor zieke watervogels 2 III GGD's 2 IV Overige instanties 3 V Destructiebedrijf 3 Bijlage 3: Inzendformulier botulisme 4 Bijlage 4: Persbericht

69 Algemeen Jaarlijks komen bij de Vuilwaterwacht van Rijkswaterstaat (RWS) en de Limburgse waterschappen meldingen van dode vissen, eenden en andere watervogels binnen. In veel gevallen is botulisme de doodsoorzaak. Het is van belang, mede uit oogpunt van de volksgezondheid, dat kadavers zo snel mogelijk uit het water worden verwijderd. Om de aanpak van botulismegevallen gestructureerd te laten verlopen, is door Waterschap Peel en Maasvallei, Waterschap Roer en Overmaas en Rijkswaterstaat Dienst Limburg dit draaiboek opgesteld. Hierin is vermeld wat botulisme eigenlijk is en hoe men gevallen van botulisme kan herkennen. Verder is o.a. opgenomen hoe men dient te handelen wanneer botulisme wordt geconstateerd en welke acties van derden worden gevraagd. Ook is een lijst met telefoonnummers en contactpersonen opgenomen van de bij botulisme betrokken instanties. Omdat niet altijd duidelijk is wie juridisch verantwoordelijk is voor het opruimen van de kadavers is, in het kader van dit draaiboek, afgesproken dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. De taakverdeling is vastgelegd tussen Waterschap Peel en Maasvallei, Waterschap Roer en Overmaas, Rijkswaterstaat waarbij gemeenten, natuur beherende organisaties en particuliere terreinbeheerders ook een rol hebben. De twee waterschappen en Rijkswaterstaat vervullen bij de bestrijding van botulisme een coördinerende rol. De vuilwaterwacht vervult hierin een loketfunctie als onderdeel van de Limburgse waterschappen en Rijkswaterstaat Dienst Limburg (zie figuur : Schema botulismebestrijding).

70 2 Wat is botulisme? Botulisme wordt veroorzaakt door een vergiftiging met een sterk toxine(gif). Vooral vogels worden vaak het slachtoffer van botulisme. Het toxine waaraan de dieren sterven is afkomstig van de bacterie Clostridium botulinum. C. botulinum is een sporenvormende bacterie die overal in het milieu kan worden aangetroffen, maar vooral in sediment (waterbodem). Deze sporen zijn niet erg gevoelig voor invloeden van buitenaf en kunnen lang in de omgeving aanwezig en levensvatbaar blijven, variërend van enkele maanden tot zelfs jaren. In het algemeen is blootstelling aan de sporen ongevaarlijk. De sporen van deze bacterie kunnen uitsluitend groeien in een eiwitrijk (dierlijk) substraat van bijvoorbeeld kadavers van vissen of eenden. De bacteriën produceren in die omstandigheden toxines (botuline) die in zeer kleine hoeveelheden dodelijk kunnen zijn voor mens of dier. De toxines komen vooral via de mond in het lichaam terecht. Botuline is een van de meest giftige stoffen die in de natuur aanwezig zijn. Bijna alle vogels dragen deze bacterie bovendien bij zich. Onder 'gunstige' omstandigheden kan de bacterie zich gaan vermeerderen. In kadavers zijn de omstandigheden voor de bacterie ideaal, vooral bij hoge (water)temperaturen in de zomer. Dat is ook mede de reden dat uitbraken van botulisme meestal in de (na)zomer plaatsvinden. Door het afweersysteem in levende dieren kan de bacterie zich normaal gesproken niet vermeerderen. De vogels gaan dus niet dood van de bacterie zelf, maar aan de effecten van het toxine. Ook vissen kunnen slachtoffer worden van botulisme. Net als vogels dragen ook bijna alle vissen deze bacterie bij zich. Vooral de bacteriestam die in vissenkadavers botuline type E produceert is voor de mens gevaarlijk. Gevallen van botulisme bij mensen door waterrecreatie in Nederland zijn echter niet bekend. Overigens vindt optimale groei en toxineproductie pas plaats boven de 20 C. bij een zuurgraad tussen 6 en 7. Afbraak van het toxine in het milieu vindt in het algemeen snel plaats. In kadavers van eenden komt vooral type C toxine voor, dat voor de mens aanmerkelijk minder gevaarlijk is dan type E toxine. Alleen in de directe omgeving van kadavers (van vissen) zou de concentratie toxines hoog genoeg kunnen zijn om vergiftigingsverschijnselen te kunnen veroorzaken bij de mens. Contact met kadavers dient dan ook vermeden te worden. Hoe komt het toxine nu in levende vogels en vissen terecht? In dode dieren (vis, vogel, maar ook bijv. schelpdieren) die in of in de buurt van het water liggen, leggen vliegen hun eieren. De vliegenlarven (maden) kunnen in enkele dagen in zeer grote aantallen in en rond het kadaver worden aangetroffen. De maden in het kadaver nemen het toxine op, maar hebben hier zelf geen last van. In de maden vindt een ophoping van het toxine plaats. Voor vogels zijn deze maden een lekkere, maar helaas vaak dodelijke, traktatie. Ook kunnen dieren kadaverdeeltjes binnenkrijgen op zoek naar voedsel. Als een vogel of vis doodgaat, kan de bacterie zich weer vermeerderen en zo komt er steeds meer toxine vrij. Hierdoor ontstaat dus weer een nieuwe besmettingshaard, een vicieuze cirkel. Daarom is het van groot belang dat dode dieren zo snel mogelijk worden opgeruimd en naar een destructiebedrijf worden gebracht! Het botulismetoxine blokkeert de overdracht van signalen tussen zenuwen en spieren. Bij watervogels uit botulisme zich dan ook bijna altijd met duidelijke verlammingsverschijnselen aan 2

71 vleugels en kop. Uiteindelijk stikken de dieren, omdat de spieren van het ademhalingsorgaan ook verlamt raken. Gestorven dieren worden meestal aangetroffen met gestrekte poten en een slappe, enigszins verdraaide nek. Indien zieke dieren tijdig worden doorgespoeld met schoon zuurstofrijk water, bestaat de kans dat ze herstellen en weer kunnen worden teruggezet. Ook bij vissen kunnen verlammingsverschijnselen worden waargenomen en ook zal de vis niet actief zijn (bijvoorbeeld niet bijtlustig). Vaak zal een vis naar de bodem zakken en daar sterven, uiteindelijk zal de dode vis na uren of dagen (afhankelijk van de watertemperatuur) boven komen drijven. Honden, katten en de meeste aaseters zijn gelukkig vrijwel immuun voor het toxine. Hoe gevaarlijk is botulisme nu eigenlijk voor de mens? Er bestaan zeven typen botulisme, aangeduid met de letters A t/m G. Mensen zijn gevoelig voor de typen A, B, E en F, waarvan type E de meest gevaarlijke is. Niet al deze typen komen ook in Nederland voor. In Limburgse oppervlaktewateren wordt meestal botulisme type C aangetroffen. De botulisme-bacterie is nauwelijks te bestrijden. Wel kan er voor worden gezorgd dat het uitbreken van botulisme zoveel mogelijk wordt voorkomen en eventuele uitbraken worden beperkt. Een belangrijk element hierbij is het opruimen van kadavers. Elke dode vogel of vis kan een bron van besmetting vormen en moet daarom zo snel mogelijk worden opgeruimd. De kans op nieuwe sterfgevallen onder vogels en vissen neemt hierdoor af en de omvang van de botulisme-uitbraak wordt beperkt. Het verwijderen van alle kadavers is ook vanuit het oogpunt van de volksgezondheid gewenst (wanneer een kadaver achter blijft raakt het water in de directe omgeving verontreinigd met het toxine). Een andere mogelijkheid om een uitbraak te beperken en het risico op botulisme te doen afnemen is het in beweging brengen van het water of doorstroming bevorderen of creëren. Enerzijds wordt dan het al aanwezige toxine verdund, anderzijds wordt meer zuurstof in roulatie gebracht wat minder gunstig is voor de bacterie om het toxine te gaan produceren. 3 Aanpak botulismebestrijding Limburg 3. Coördinatie botulismegevallen Het is van groot belang dat bij het uitbreken van botulisme de kadavers en ernstig zieke dieren (watervogels en/of vissen) zo snel mogelijk worden opgeruimd. Het verwijderen van dode dieren is zowel vanuit het oogpunt van de volksgezondheid als ter voorkoming van verdere verspreiding van botulisme van groot belang. In geval van botulisme in regionale oppervlaktewateren treedt de verantwoordelijke waterbeheerder (Waterschap Roer en Overmaas, Waterschap Peel en Maasvallei) op als coördinerende instantie. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de botulismebestrijding in rijkswateren, dat wil voor Limburg zeggen: de Maas, aangrenzende grindplassen die in het winterbed liggen en (de meeste) kanalen. Om een goede coördinatie mogelijk te maken dienen alle gevallen van botulisme gemeld te worden bij de Vuilwaterwacht van de waterbeheerders (dag en nacht bereikbaar via het gratis nummer ). Dit is het gezamenlijk meldpunt van de Limburgse waterschappen en Rijkswaterstaat. Alle meldingen worden in behandeling genomen en aan de verantwoordelijke proceseigenaar/verantwoordelijke waterbeheerder doorgezet met het verzoek maatregelen te treffen. Alle belanghebbenden zullen worden ingelicht. 3

72 3.2 Verantwoordelijkheden verwijderen kadavers Het is bij botulisme van groot belang dat kadavers zo snel mogelijk worden verwijderd om zo verdere verspreiding te voorkomen. Uit onderzoek van de landelijke IPO-werkgroep botulismebestrijding is echter gebleken dat er geen (juridische) duidelijkheid is met betrekking tot de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van botulisme. In beginsel is de waterkwaliteitsbeheerder verantwoordelijk voor het verwijderen van kadavers uit het oppervlaktewater. De eigenaar is verantwoordelijk voor het verwijderen van kadavers die op de oevers liggen. Het zal duidelijk zijn dat dit in praktijk een onwerkbare situatie is. Duidelijkheid over verantwoordelijkheden bij botulisme vanuit de wetgeving wordt voorlopig nog niet verwacht. Tot er hierover meer duidelijkheid komt, is het van belang dat de diverse betrokken instanties de botulismebestrijding als een gezamenlijke verantwoordelijkheid zien en dat besmette dieren en kadavers zo snel mogelijk worden opgeruimd. De Limburgse waterschappen en Rijkswaterstaat Dienst Limburg nemen hierin het initiatief. Daar de meeste kadavers over het algemeen op de oevers worden aangetroffen, wordt er uit doelmatigheidsoverwegingen voorgesteld de in het water liggende kadavers bij het opruimen van de oevers mee te nemen. De volgende instanties zullen in voorkomende gevallen worden ingeschakeld om het ruimen van kadavers op zich te nemen: Rijkswaterstaat voor de Maas, de Maasplassen in het winterbed van de Maas en de (meeste) kanalen; gemeenten voor wateren in eigendom van de gemeente, zoals stadswateren; de waterschappen voor wateren waarvan zij eigenaar zijn; natuur beherende instanties voor wateren in natuurgebieden; de eigenaar van het betreffende particuliere water/terrein. In hoofdstuk 4 is weergegeven wat men kan doen indien zich gevallen van botulisme voordoen. Botulisme bij particulieren: Ervaringen van de afgelopen jaren hebben ons geleerd dat het bestrijden van botulisme op particulier terrein niet altijd even makkelijk verloopt. Zeker als de eigenaar niet bereid is medewerking te verlenen, zijn er als waterbeheerder weinig aangrijpingspunten om een particulier de kadavers te laten opruimen. Dit terwijl snel handelen juist geboden is om een botulisme explosie te voorkomen (zie 3.9.). Omdat de gemeenten deze mogelijkheden wel hebben vanuit hun verantwoordelijkheid voor volksgezondheid en milieuhygiëne vragen wij gemeenten in geval van botulisme bij particulieren aanspreekpunt te zijn voor de particulier en voor de pers en zo nodig handhavend op te treden. 3.3 Vernietiging kadavers Bij verwijdering van kadavers dient door de betreffende instantie aangifte te worden gedaan bij een destructiebedrijf op grond van artikel 8g van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Andere methoden om kadavers te verwijderen, zoals het deponeren op de vuilstort of begraven, brengen grote risico's mee voor nieuwe besmetting en zijn daarom niet toegestaan. Het adres en telefoonnummer van het destructiebedrijf is opgenomen in hoofdstuk 4 onder punt 6 en in de adressenlijst in bijlage 2 onder V. Het destructiebedrijf is verplicht het materiaal op te halen, te vervoeren en te verwerken. 4

73 Het materiaal dient hierbij op een dusdanige wijze te worden aangeboden dat het vanaf de openbare verharde weg binnen het bereik ligt van de laadkraan van het vervoermiddel van het destructiebedrijf. 3.4 Onderzoek naar type botulisme Om vast te kunnen stellen of de dode dieren daadwerkelijk zijn gestorven aan botulisme en om te achterhalen welk type botulisme het betreft, in verband met het gevaar voor de volksgezondheid, kan de verantwoordelijke eigenaar in overleg met de coördinerende waterbeheerder één of meerdere kadavers voor onderzoek op sturen naar het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR te Lelystad. Voor de wijze van verzending en het adres waar de kadavers heen moeten worden gestuurd wordt verwezen naar hoofdstuk 4 onder punt 7. De betreffende onderzoeksresultaten dienen door de inzender te worden terug gemeld aan de waterbeheerder, zodat eventuele vervolgacties kunnen worden afgestemd. De onderzoekskosten komen voor rekening van de inzender/verantwoordelijke eigenaar. In bijlage 3 is een voorbeeld van een inzendformulier voor watervogels en vis aan het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR te Lelystad opgenomen. 3.5 Zwemlocaties in oppervlaktewateren Aanspreekpunt voor botulisme in zwemwateren is de toezichthouder Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen en Zwemgelegenheden (WHVBZ) van het desbetreffende waterschap. In geval van botulisme in zwemgelegenheden in oppervlaktewateren is met het oog op de veiligheid en hygiëne van zwemmers extra alertheid geboden. Bij sterfte van vogels en vissen op deze locaties dienen altijd één of meerdere kadavers te worden opgestuurd voor onderzoek. De beheerder/exploitant van de betreffende zwemgelegenheid draagt in overleg met toezichthouder WHVBZ zorg voor het opsturen ervan. Voor de wijze van verzending en het onderzoek adres wordt verwezen naar hoofdstuk 4 onder punt 7. De onderzoeksresultaten dienen altijd te worden gemeld aan het waterschap. Voor zwemgelegenheden in oppervlaktewateren is het waterschap in het kader van de Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen en Zwemgelegenheden bevoegd gezag. Indien het voor de mens gevaarlijke botulisme type E wordt vastgesteld in ingerichte zwemgelegenheden in oppervlaktewateren mag de beheerder geen gelegenheid meer geven tot zwemmen. Zo nodig kan het waterschap een schriftelijke last tot sluiting geven. Uit hygiënische overwegingen kan door het waterschap in overleg met de GGD ook een zwemverbod worden ingesteld bij massale vogel- en vissterfte door voor de mens ongevaarlijke botulismevormen. Daarnaast kunnen in de kadavers bijvoorbeeld ook andere voor de mens gevaarlijke pathogene bacteriën ontwikkelen. De telefoonnummers van de GGD's zijn opgenomen in bijlage 2C. 3.6 Zieke, besmette vogels Watervogels met duidelijke verlammingsverschijnselen moeten uit het water worden verwijderd. Neem hierbij de persoonlijke voorzorgsmaatregelen in acht (zie 4.5.). Licht besmette dieren kunnen soms nog worden gered indien hun darmen tijdig worden doorgespoeld met schoon zuurstofrijk water. Deze behandeling kan in diverse faunaopvangcentra worden uitgevoerd. Voor de opvang van zieke dieren kunt u contact opnemen met de in bijlage 2. onder II vermelde vogelopvangcentra en dierenpensions. 5

74 3.7 Risico voor vee? Vergiftiging van vee door het drinken van water waarin botulisme voorkomt is niet erg waarschijnlijk. Meestal komt botulisme in Limburg voor in stilstaande en ondiepe (stads)wateren, waar de temperaturen makkelijk op kunnen lopen. In stromende wateren, die gebruikt worden voor het drenken van vee, wordt zelden botulisme geconstateerd. Vooralsnog lijkt het dan ook niet noodzakelijk, buiten het ruimen van kadavers, hiervoor speciale maatregelen te treffen. In voorkomende gevallen zal het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) worden ingelicht. 3.8 Advies aan vissers bij botulisme type E Juridisch is het niet eenvoudig om een visverbod af te kondigen, dan wel om het visrecht te beperken. Indien vissterfte als gevolg van botulisme is vastgesteld (type E), is het uit oogpunt van de volksgezondheid gewenst om een dringend advies af te geven aan (sport)vissers om ter plaatse niet te vissen en wordt de handel en consumptie van vis ernstig ontraden. In dit soort gevallen kunnen door de betreffende waterbeheerder de volgende instanties worden ingelicht: Inspectie Gezondheidszorg van de Nieuwe voedsel en Warenautoriteit (NVWA), betreffende gemeente(n), politie, brandweer en plaatselijke visvereniging(en). Via de lokale omroepen zal het publiek worden ingelicht. Eventueel kunnen waarschuwingsborden worden geplaatst. 3.9 Botulisme explosies De coördinerende waterbeheerders zullen afhankelijk van de aard en omvang van de sterfte en het gebied waarbinnen de botulisme-uitbraak plaatsvindt, beoordelen of er sprake is van een botulisme-explosie. Bijvoorbeeld, indien zich binnen enkele honderden meters 50 of meer dode vogels worden aangetroffen. De eigenaren zullen in dit geval worden verzocht extra alert te zijn en de wateren regelmatig op dode dieren te inspecteren. In kleinere (stads)wateren is dit meestal geen probleem, omdat deze beperkt van grootte en dus overzichtelijk zijn. Grotere wateren, zoals de Maasplassen, zijn veel minder overzichtelijk door bijvoorbeeld rietkragen, inhammen en dergelijke. Vaak is patrouillering met een boot noodzakelijk. De coördinerende waterbeheerder zal met de betreffende eigenaar kortsluiten welke maatregelen genomen moeten worden. Indien een botulisme-uitbraak dreigt uit te groeien tot een ernstige ramp, kan de burgemeester van de betreffende gemeente op grond van artikel 75 van de Gemeentewet bevelen geven die hij/zij ter beperking van het gevaar noodzakelijk acht. Op grond van artikel 76 van deze wet is de burgemeester ook bevoegd algemeen verbindende voorschriften te geven die ter beperking van het gevaar nodig zijn. Daarbij heeft de politie tot taak, in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag, in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde (artikel 2 Politiewet). In de gevallen waarin sprake is van dreigende rampen die van meer dan plaatselijke betekenis zijn, speelt de Commissaris van de Koningin van Limburg een coördinerende rol. 3.0 Waterhuishoudkundige maatregelen Om botulisme te voorkomen of verdere verspreiding te beperken kan het in sommige gevallen zinvol zijn om preventieve waterhuishoudkundige maatregelen te nemen. Hierbij kan worden gedacht aan onder andere het (versneld) doorspoelen van wateren, beluchten van water (extra 6

75 zuurstof), en het opzetten van peil. Ook het verwijderen van het slib in de plassen behoort tot de mogelijkheden. Om verdere verspreiding te voorkomen kan worden gewerkt met een zuiger en kan het slib ter plaatse worden ontwatert middels zeefbandpersen en membraanfiltratie (retourwater is schoon en kan voor doorspoeling zorgen). Dergelijke maatregelen zijn altijd maatwerk en worden uitgevoerd in samenspraak met de coördinerende waterbeheerder. 3. Communicatie Het is van groot belang dat het publiek vanuit volksgezondheidsoogpunt wordt geïnformeerd over botulisme. Door publiek tijdig voor te lichten over botulismedreigingen of -haarden kan veel gezondheidsklachten voorkomen worden. Melding botulisme: De melding wordt geregistreerd door de Vuilwaterwacht (gratis telefoonnummer: ). De Vuilwaterwacht leidt de melding door naar de coördinerende waterbeheerder. De coördinerende waterbeheerder zorgt ervoor dat de melder wordt geïnformeerd over de verdere afhandeling van de melding. De eigendom situatie is doorslaggevend voor de partij die als verantwoordelijk actiehouder wordt aangesproken. De actiehouder is verantwoordelijk voor het opruimen van de botulismehaard en coördineert de communicatie naar externen (zoals de informatie richting de pers en omwonenden). Hierbij vindt afstemming met de coördinerende waterbeheerder plaats. Een uitzondering hierop vormt de particulier. Dan fungeert de gemeente als aanspreekpunt richting de pers (zie 3.2.). De coördinerende waterbeheerder kan de verantwoordelijk actiehouder hierbij ondersteunen. Omgeving: De omgeving (zoals direct omwonenden) bij een botulismehaard dient tijdig geïnformeerd te worden. Het betreft hier informatie over de gezondheidsrisico's en maatregelen die men zelf kan nemen om verdere verspreiding van botulisme te voorkomen. Voorbeeld hiervan is te adviseren om te stoppen met het voeren van eendjes. Voeren leidt tot concentratie van vogels en mogelijke verspreiding van botulisme. Een ander voorbeeld is het plaatsen van waarschuwingsborden. Botulisme in zwemwateren: Wordt botulisme in zwemwateren geconstateerd, dan wordt door de waterbeheerder ook de toezichthouder Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen en Zwemgelegenheden (WHVBZ) van het Waterschap Roer en Overmaas of Waterschap Peel en Maasvallei en de betreffende GGD hierbij betrokken. De eigenaar zorgt voor het opruimen en de communicatie verloopt via de toezichthouder WHVBZ. Een publieksfolder kan worden afgehaald op het waterschap, gemeenten, jachthavens, recreatiepiassen, vogelopvangcentra en bibliotheken. Deze folder kan ook worden gedownload op de website van Waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei.. 7

76 4 Hoe te handelen bij botulisme (stappenplan)? 4. Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we stap voor stap hoe u kunt handelen in geval van botulisme. In figuur achter in dit draaiboek is de aanpak bij botulisme schematisch weergegeven. In dit schema wordt naar de relevante paragrafen en bijlagen in dit hoofdstuk verwezen. 4.2 Herkenning verschijnselen (Water)vogels die besmet zijn met botulisme vertonen veelal verlammingsverschijnselen aan kop en vleugels. Aan botulisme overleden dieren worden meestal aangetroffen met gestrekte poten en een slappe enigszins gedraaide kop en nek (typisch voor botulisme vergiftiging). Ook bij vissen kunnen verlammingsverschijnselen worden waargenomen. Zieke vissen zullen meestal niet actief zijn. 4.3 Melding bij de vuilwaterwacht Gevallen van dode of zieke vogels (eenden, zwanen, meeuwen, futen e.d.) en vissen kunnen worden gemeld bij de Vuilwaterwacht: (gratis, dag en nacht bereikbaar). Bij melding zullen de volgende vragen worden gesteld ten behoeve van de registratie (ook van belang indien derden bij u melding maken van botulisme): meldende instantie en/of naam melder adres telefoonnummer datum vindplaats (nauwkeurig omschreven met x en y coördinaten) aantal exemplaren (dood of ziek) soort dier Deze gegevens worden door de vuilwaterwacht geregistreerd. In bijlage treft u een voorbeeld van een meldingsformulier van het waterschap aan. 4.4 Opruimen van kadavers Meldingen van botulisme in zwemwateren of in wateren in eigendom van de waterbeheerder worden door de waterschappen of Rijkswaterstaat opgepakt. Indien botulisme optreedt in alle overige wateren, geeft de waterbeheerder de melding door aan de betreffende gemeente met het verzoek de kadavers te ruimen (gemeentelijk eigendom) of om de particulier te verzoeken zorg te dragen voor het verwijderen van kadavers (zie 3.2.). Verzocht wordt het betreffende water te blijven controleren op kadavers en deze te blijven verwijderen totdat de sterfte stopt. 4.5 Hoe te handelen bij het opruimen van kadavers Kadavers niet met blote handen aanraken. Draag altijd handschoenen (na gebruik vernietigen of grondig reinigen). Kadavers verpakken in een stevige (dubbele) plastic zak en/of plastic emmer. Kadavers deponeren in gemeentelijke kadaverkisten. 8

77 Kadavers melden bij en aanbieden aan het destructiebedrijf dat verder kosteloos zorg zal dragen voor de verdere verwijdering. NOOIT BEGRAVEN! Handen goed wassen met desinfecterende zeep. Let op met wondjes. Indien infecties optreden, dient men contact op te nemen met de huisarts. 4.6 Melden en aanbieden kadavers bij destructiebedrijf Kadavers dienen op grond van artikel 8 g van de Gezondheids en welzijnswet voor dieren aangemeld te worden bij een destructiebedrijf. In Limburg dient u hiervoor aangifte te doen bij: Destructiebedrijf Rendac Son B.V. Kanaaldijk Noord 20/2 569 NM S ON Telefoon: Algemeen: Grote kadavers: Kleine kadavers: (klantnummer invoeren) Fax: Melden kan dag en nacht via bovenstaande nummers. Het is hierbij van belang dat u aangeeft dat het om botulisme-slachtoffers gaat. Het destructiebedrijf maakt dan verdere afspraken met u over de wijze van aanbieden en het ophalen van de kadavers. 4.7 Onderzoek In overleg met de coördinerende waterbeheerder wordt bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Indien hiertoe wordt besloten dienen zo vers mogelijke exemplaren voor onderzoek te worden opgestuurd naar: Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR te Lelystad Postbus AB LELYSTAD Houtribweg RA Lelystad telefoon [email protected] (Gaarne vooraf aankondigen via of per telefoon dat kadavers worden gebracht) Een inzendformulier treft u in bijlage 3 aan. U wordt verzocht vlak voor het weekend geen dieren op te sturen, maar deze goed verpakt in een koelkast of diepvries tot na het weekend te bewaren. De onderzoeksresultaten dienen altijd te worden terug gemeld aan de coördinerende waterbeheerder. Deze zal dan, indien noodzakelijk, verdere acties voorstellen. Geadviseerd wordt voor verzending in ieder geval eerst contact op te nemen met het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR te Lelystad. Zij geven u advies over de wijze van verzenden. De onderzoekskosten komen in principe voor rekening van de toesturende instantie. 9

78 4.8 Zieke vogels Zieke watervogels die duidelijke verlammingsverschijnselen vertonen dienen uit het water te worden verwijderd. Licht besmette dieren kunnen vaak nog worden gered. Door de darmen van de zieke dieren door te spoelen met schoon en zuurstofrijk water kunnen ze weer herstellen. De dieren kunnen dan na herstel uiteindelijk hopelijk weer worden uitgezet. Na de melding van zieke vogels aan de Vuilwaterwacht draagt de verantwoordelijke waterbeheerder zorg voor de coördinatie en zal de verantwoordelijk waterbeheerder contact opnemen met het vogelopvangcentrum. De opvang van zieke vogels wordt verzorgd door vogelasiels. Voor het adres van het dichtstbijzijnde vogelopvangcentrum wordt verwezen naar de lijst met telefoonnummers in dit draaiboek (bijlage 2. onder II). 0

79 Bijlage : Meldingsformulier botulisme Instantie: Naam: Adres: Telefoonnummer: Datum Aantal dode dieren Soort Vindplaats Opgestuurd voor onderzoek Opmerkingen Gegevens melden aan: Waterschap / Vuilwaterwacht (gratis, dag en nacht bereikbaar) Telefoon tijdens kantoortijd: Waterschap Roer en Overmaas /Waterschap Peel en Maasvallei

80 Bijlage 2: Belangrijke telefoonnummers I Waterbeheerders waterbeheerder adres en contactpersoon telefoon tijdens kantooruren telefoon na kantoortijd Waterschap Roer en Overmaas Postbus AD SITTARD Contactpersonen: Lianne Duisings / Ruud van Heel Waterschap Peel en Maasvallei Postbus RJ VENLO Contactpersoon: Anke Verschuijten Rijkswaterstaat Dienst Limburg Postbus MA MAASTRICHT II Vogelopvangcentra voor zieke watervogels plaats naam adres telefoon Born Dierenpark Bom Kasteelpark XK BORN Roermond Vogel- en vleermuizenopvang Roermond Kasteel Aerwinkelstraat XV ROERMOND Venlo Stichting Dierenambulance Limburg-Noord (coördinatie opvang Limburg-Noord) Alberickstraat BL VENLO [email protected] of Fax: III GGD's GGD contactpersoon adres telefoon telefoon na kantoortijd fax Zuid Limburg Locatie Geleen De heer G. Seetsens Postbus HA Geleen Zuid Limburg Locatie Heerlen De heer Th. Vullers Verantwoordelijke: de heer F. Klaasen Postbus HA Geleen Zuid Limburg Locatie Maastricht De heer J. De Munter Postbus HA Geleen Limburg-Noord Postbus 50, 5900 BD Venlo info@ggdlimburg noord.nl 2

81 IV Overige instanties Instantie Adres Telefoon Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR te Lelystad Houtribweg RA Lelystad V Destructiebedrijf Instantie Adres Telefoon Destructiebedrijf Rendac Son B.V. Kanaaldijk Noord NM Son (algemeen) Grote kadavers: Kleine kadavers: Fax

82 Bijlage 3: Inzendformulier botulisme CENTBAAI V ET E RINAI «INSTITUUT WAaCNINGCNBII PMkii CS. «2M AS. UtrtUd. T»l:.3 (0)320 r.»- (0) 370 7S8307 UWW: mmm.owr.nl. hwl: <«su.cviowui.nl InnandrWmulier voor hrt onorrxocii van Wilde Fauna in hei kruier van het opsporen va» wetsovertredingen en/of verdenking van botulism* of vergiftiging door bforranrrertrkinen ImMHlfotnuJicr» wrredig moffit Ifivuflcn! [Voor «oc<fxmi<fae!n(l. ac o*«wcb»a: w**v..\t_in*.»!) Gegeven» iniendcr i islkltc Stm' ArtW Dieut: A*e ItatosV Motxd Knul! '[(fcfoo. IWI * faertfutcn eftckrwcjafipaort i vsfórn maaianl Mar tfcrt drewurjfci via dc fnwvitr Vinder: Nam OrgantsHc Tdcfeim MeUcr: Nuni Urtwfaik VRwopb>n Wefoe* Uw kenmerk van intending i CUJf lütcuftcrit wvrdt vetmetd op towtf her utoiaenppcrl *k ru raawrr, max. 26 karaktra) lngrnonden materiaal *; AsnuUcn: cn Soorten: K«W O Aa Datum Irurnding* dag maand Jaar Maam invaller* ^ N B Fw^«>»rlf4fr.rt Miayvi a.» v afc «jwlf gaww fratidw* bjrtrfw» 2 vwart ft*r>or>bfapr»afvdw taatattg /2 4

83 A CENTRAAL VETERINAIR INBTITU UT WAQCNINBtN PeMfetr* CS. ttxoo AS. UiytlarJ, T«i..3 (0) ft» «3 CO) i*i«ae(: «vm.evi wui M. tnum: out utfiwut r-l Vlndgt>jovnu dag GnncvfHff PlWMKfc ^trmtaf^rrnat Soort Kfirin T<* J*uucjMiraft4rta«IacV<t«r«ti (umaftm <*i mmntnr Wuifnwmtn WdttrrcfKriittutltr. Vrtdtve fcrjuif*d*4faedca: ïe on<l«ntartken op (aankni«rn)'; O AtWhrn Vtrtintjlag Rembbg O Bmtturv Kim Daium": dag m«*nd >ur Handtekening'; Voor aaamjliapa voor vwxrradtac, / procedure o«4cnracjti lie btyïsgv luuintfaraittrlcr VBde Faaae op wwamirlinmiol EXMKKIV avmtfcmovi «AW ai tanlar; turn fmt<whtrkniwkt^m<ffm«mr^vj*<k Milas 2/2 5

84 Formulier met bijbehorende materiaal sturen aan: Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR Postbus AB LELYSTAD afleveradres: Houtribweg 39 Inlichtingen over botulisme: Peter van Tulden Inlichtingen over uitslagen: Peter van Tulden Kopie uitslag aan: Waterschap Roer en Overmaas Postbus AD SITTARD Waterschap Peel en Maasvallei Postbus RJ VENLO Rijkswaterstaat Dienst Limburg Postbus MA MAASTRICHT 6

85 Bijlage 4: Persbericht PERSINFORMATIE Sittard, Botulisme in vijvers De dode eenden die de afgelopen dagen in diverse vijvers... in... zijn gevonden, zijn waarschijnlijk gestorven aan botulisme. Definitief uitsluitsel moet nog volgen via onderzoek door Centraal Veterinair Instituut in Lelystad. Er zijn nog diverse nieuwe zieke en dode eenden aangetroffen. Het waterschap en de gemeente nemen echter geen risico en adviseren iedereen om dode dieren niet aan te raken en niet met blote handen op te pakken. Ook geldt het advies om voorzichtig te zijn met vissen in water waarin dode dieren liggen. Honden, katten en aaseters zijn vrijwel immuun voor het gif. Ook vee dat water drinkt waarin botulisme voorkomt, loopt zelden gevaar. Snel reageren Iedere zomer steekt botulisme de kop op. Bij constatering is het van belang om snel en zorgvuldig te handelen. Iedere dode eend of andere watervogel moet snel en op de juiste wijze worden opgeruimd om een verdere botulisme-uitbraak te voorkomen. Voor iedereen is een waakfunctie weggelegd. Voor het publiek gelden twee regels:. Ruim de dode eend of watervogel niet zelf op maar laat deze liggen. 2. Bel onmiddellijk het gratis nummer van de Vuilwaterwacht: tel dat dag en nacht en zeven dagen in de week bereikbaar is. Wat is botulisme? Botulisme is een vorm van voedselvergiftiging. Vooral eenden en andere watervogels worden het slachtoffer. Het gif waaraan de dieren sterven, is afkomstig van de bacterie Clostridium botulinum. Bijna alle vogels dragen deze bacterie bij zich. Onder 'gunstige omstandigheden' kan de bacterie zich vermeerderen. In kadavers zijn de omstandigheden voor de bacterie ideaal, vooral bij hoge (watertemperaturen in de zomer. En hierbij komt nu juist het gif vrij. De vogels gaan dus niet dood van de bacterie zelf maar van het gif. Ook vissen kunnen slachtoffer worden van botulisme. In levende dieren kan de bacterie zich niet vermeerderen. De maden in het kadaver nemen het gif op. Voor vogels zijn deze maden een lekkere, maar helaas vaak dodelijke traktatie. Ook kunnen dieren op zoek naar voedsel kadaverdeeltjes binnenkrijgen. Als een vogel of vis dood gaat, kan de bacterie zich weer vermeerderen en komt meer gif vrij. Zo ontstaat weer een nieuwe besmettingshaard. Daarom is het van groot belang dat dode dieren snel en hygiënisch worden opgeruimd en naar een destructiebedrijf worden afgevoerd. Hoe te herkennen? Zieke (water)vogels zijn te herkennen aan verlammingsverschijnselen aan kop, nek, vleugels en poten. Bij tijdig doorspoelen met schoon en zuurstofrijk water, kunnen zieke dieren herstellen. Dode dieren worden meestal aangetroffen met gestrekte poten en een slappe, enigszins verdraaide nek. Ook vissen zijn herkenbaar aan botulisme: ze tonen verlammingsverschijnselen en zijn passief. De botulismebacterie is nauwelijks te bestrijden. Wel kan een uitbraak worden voorkomen door de kadavers snel op te ruimen. Hiermee neemt de kans op nieuwe sterfgevallen onder vogels of vissen af. Gevaarlijk? Er zijn verschillende soorten botulisme. Het tot nu toe aangetroffen type botulisme in Limburg (type C) is ongevaarlijk voor mensen. In verband met de veiligheid en ontstaan van verdere ontsmettingshaarden wordt aangeraden om kadavers niet met blote handen op te pakken. Zo wordt ook aangeraden om voorzichtig te zijn met zwemmen in water waarin dode dieren liggen. Honden, katten en aaseters zijn vrijwel immuun voor het gif. Vee dat water drinkt waarin botulisme voorkomt, loopt zelden gevaar. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met van telefoon 7

86 Figuur : Schema botulismebestrijding A B U vindt dode dieren en vermoedt botulisme (zie 4.2) Melding doen (zie 4.3) bij: Vuilwaterwacht (gratis, dag en nacht bereikbaar) Hulpmiddel: meldingsformulier botulisme (bijlage 3) U vindt zieke dieren en vermoedt botulisme (zie 4.8) Melding doen (zie 4.3) bij: Vuilwaterwacht (gratis, dag en nacht bereikbaar) Hulpmiddel: meldingsformulier botulisme (bijlage 3) I Verantwoordelijk waterbeheerder coördineert het verdere verloop (zie 3.) Verantwoordelijk waterbeheerder coördineert het verdere verloop (zie 3.) Eigenaar is gemeente, jachthavenbeheerder of natuurbeherende instantie U wordt verzocht om: kadavers te verwijderen; hierbij persoonlijke voorzorgsmaatregelen in acht te nemen (zie 4.5.); kadavers af te voeren naar destructor (zie 4.6); de locatie te blijven controleren (en ruimen) totdat sterfte ophoudt (zie 4.4). Bij onduidelijkheid t.a.v. doodsoorzaak: Kadaver(s) i.o.m. de waterbeheerder voor onderzoek opsturen naar CVI (zie 4.7). Voor verzend- formulier en informatie zie bijlage 3. > Eigenaar is particulier Gemeente is aanspreekpunt voor particulier en communicatie met de pers. De particulier is verantwoordelijk voor het opruimen van de kadavers (zie 3.2.). Neemt contact op met een vogelopvangcentrum (zie 4.8). Adressenlijst: zie bijlage 2. Resultaten van het onderzoek a.u.b. terugmelden aan waterbeheerder. 4 Afhankelijk van de resultaten worden in overleg met de waterbeheerder eventuele aanvullende acties genomen. Melding afronden en afmelden bij waterbeheerder. 8

87 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 6 Onderwerp Onderzoeken in het kader van het Stroomgebiedbeheerplan Maas Portefeuillehouders) H.M.G. Hartmann Afdeling Beleid, onderzoek en advies Bestuursprogramma Niet van toepassing. Waterbeheersplan Hoofdstuk 5 en bijlage C6a Programma begroting Instrumenten Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA Commissie MFB Commissie WS Algemeen bestuur Voorstel Kennis nemen van de resultaten van onze onderzoeken in het kader van het Stroomgebiedbeheerplan Maas en de resultaten meenemen bij de betreffende toekomstige planvormingen. Toelichting In de maatregelentabel van het Stroomgebiedbeheerplan Maas en ons eigen waterbeheersplan zijn zeven zogenaamde onderzoeksmaatregelen opgenomen waarvan ons waterschap trekker is. De onderzoeken zijn in de eerste helft van de planperiode uitgevoerd en verwoord in een aantal afzonderlijke notities. Het betreft nadere technischinhoudelijke verkenningen voor vismigratie en doelstellingen van enkele waterlichamen. De samenvattingen zijn hieronder verwoord onder 'beoogd effect'. Beoogd effect Vismigratie Geul Uit het onderzoek blijkt dat er een risico is dat vanuit de Maas ongewenste niet-inheemse vissoorten (zogenaamde invasieve exoten) het stroomgebied van de Geul en zijbeken kunnen gaan koloniseren. De belangrijkste aanbeveling is om enkele vismigratiebarrières (Grote Molen-Meerssen, monding Gulp en monding Zieverbeek) vanuit ecologisch oogpunt gezien voorlopig niet optrekbaar te maken voor vissen /VBU /3

88 Waterschap Roer en Overmaas 2 Consequentie Het knelpunt Grote Molen Meerssen was als uitvoeringsmaatregel aangemeld voor het Stroomgebiedbeheerplan Maas Hiervoor zal een fasering naar een van de volgende planperioden worden aangevraagd. Vooralsnog betekent dit voor de e planperiode een vermindering van de geraamde en voorziene financiële inspanning van Tussentijds zal de ontwikkeling van de vispopulatie worden gevolgd. Meetgoot Susteren De meetgoot Susteren in de Rode Beek blijkt voor vissen een migratieknelpunt te zijn. Consequentie Er wordt voorgesteld om binnen het toekomstige herinrichtingsproject Millen-Susteren (voorzien voor de planperiode of ) naar een passende oplossing te zoeken. Meetgoot Munstergeleen De meetgoot Munstergeleen in de Geleenbeek blijkt voor de visdoelsoorten géén migratieknelpunt te zijn. Consequentie Er is vanuit vismigratie geen noodzaak om de meetgoot op te heffen of aan te passen. Inrichtingsmogelijkheden Cranenweyer en benedenloop Anselderbeek Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een masterstage van een (Duitse) studente van de Universiteit Münster en Nijmegen. In het rapport is op basis van het in Duitsland ontwikkelde 'stapsteen-principe' gezocht naar de meest voor de hand liggende maatregelen. Consequentie Het uitvoeren van de voorgestelde maatregelen zal in een uitvoeringsplan moeten worden uitgewerkt. Dit kan in de KRW-planperiode of plaatsvinden. Tussentijds vindt afstemming plaats met de gemeente Kerkrade, naar aanleiding van hun initiatief voor de ontwikkeling van het gebied rond de Cranenweyer. Voor de bovenloop waren maatregelen voorzien voor de huidige planperiode. Daarbij kan worden voortgebouwd op het enkele jaren geleden uitgevoerde herstelproject en een recent initiatief van Wasserverband Eifel-Rur voor het grensscheidende deel. Doelstellingen Maasnielderbeek Er zijn drie onderzoeken uitgevoerd naar de ecologische doelstellingen voor de waterlichamen Maasnielderbeek-bovenloop en Maasnielderbeek-benedenloop. Consequenties De uiteindelijke keuze voor het vastleggen van doelstellingen (en het uitvoeren van maatregelen) zal in een uitvoeringsplan moeten worden uitgewerkt. Dit kan in de KRWplanperiode of plaatsvinden. Risico's Het landelijk Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland (CSN) heeft aangegeven dat er momenteel geen formele richtlijn is om KRW-onderzoeksmaatregelen vast te stellen. De initiatiefnemer kan zelf besluiten hoe en op welk niveau de resultaten worden vastgesteld /VBU 2/3

89 Waterschap Roer en Overmaas 2 Het CSN wil wel graag hiervan in kennis worden gesteld. De rapportage naar de Europese Commissie ('Brussel') en het Rijk (Tweede Kamer) vindt uiteindelijk per waterlichaam plaats via het landelijke KRW-portaal. Hierin wordt aangegeven of het onderzoek is uitgevoerd en bestaat de mogelijkheid om door te verwijzen naar achtergronddocumenten. De eerstvolgende gelegenheid hiervoor is medio 203. Financiële consequenties De financiële consequenties van de resultaten van de onderzoeken worden te zijner tijd afgewogen en meegenomen bij de uitvoering van de daadwerkelijke inrichtingsmaatregelen. Hiervoor worden onze gebruikelijke procedures binnen de begrotingscyclus gevolgd. Communicatie Het Coördinatiebureau Stroomgebieden Nederland in kennis stellen van het feit dat wij onze KRW-onderzoeksmaatregelen voor de planperiode hebben uitgevoerd. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 22290/VBU 3/3

90 Waterschap Roer en Overmaas BIJLAGE Onderzoek naar het handhaven van enkele migratie barrières ter bescherming van de Beekdonderpad in het stroomgebied Geul tegen oprukkende invasieve exoten vanuit de Maas Mogelijke consequenties van invasieve vissoorten voor het optrekbaar maken van het stroomgebied van de Geul De Geul, een uniek leefgebied voor stromingsminnende vissen Het stroomgebied van de Geul vormt een van Nederlands meest bijzondere beeksystemen met een zeer kenmerkende stromingsminnende visfauna. Op basis van visbemonsteringen uit 2005 (Crombaghs et al., 2006) en 200 (Crombaghs, 200) zijn 32 vissoorten aangetroffen waaronder voor Nederland zeer bijzondere soorten als elrits, beekprik, beekdonderpad en gestippeld alver. Van de twee laatst genoemde soorten herbergt de Geul zelfs de enige stabiele populaties in Nederland. Bovendien is de Geul het enige Nederlandse beeksysteem waar natuurlijke voortplanting van beekforel is aangetoond. Om hun levenscyclus ongestoord te kunnen afronden, is het noodzakelijk dat stromingsminnende vissoorten migreren. Het betreft migraties van zomerhabitat naar overwinteringshabitat en van overwinteringshabitat naar de paaigronden. Vooral de laatste vorm van migratie is vaak over langere afstand binnen de beek zelf, maar ook tussen hoofdbeek en zijbeken. In de Geul zijn dergelijke migraties vastgesteld bij soorten als kopvoorn, elrits, beekprik en bermpje. Uit recent onderzoek (Pasmans, 20) is gebleken dat er naast vissoorten die standpopulaties vormen in de Geul en migreren binnen het Geulsysteem ook diverse vissoorten zijn die vanuit de Maas en zelfs vanuit de Noordzee de Geul willen optrekken om zich voort te planten in de stroomopwaarts gelegen grindbanken. Het betreft bijzondere stromingsminnende vissoorten als barbeel, sneep en rivierprik. Migratiebarrières in het Geulsysteem Zoals vrijwel alle Nederlandse beeksystemen kenmerkt de Geul zich door de aanwezigheid van stuwen. In het Nederlandse deel van de Geul betreft het ongeveer tien molenstuwen en verdeelwerken, verspreid gelegen over de gehele beek. De meest benedenstroomse stuw wordt gevormd door de molenstuw van de Grote Molen te Meerssen. De meest bovenstroomse stuw is de molenstuw van de Volmolen te Epen. Ook in de grotere zijbeken van de Geul zoals de Gulp, Selzerbeek en Eijserbeek zijn stuwen aanwezig. Stuwen verhinderen migratie. De consequentie hiervan is dat de beekvispopulatie in de Geul en zijbeken is opgedeeld in diverse subpopulaties waarvan de verschillende vissoorten hun levenscyclus dienen af te ronden binnen de afzonderlijke, fysiek gescheiden beekpanden. Voor een aantal beekvissoorten is dat geen probleem, zeker niet wanneer het grotere beekpanden betreft. Voor een ander deel van de beekvispopulatie is er wel degelijk sprake van een probleem. Zij zijn niet of slechts ten dele in staat zijn om hun levenscyclus volledig af te wikkelen, met name niet in kleinere beekpanden. Bovendien is het Geulsysteem bovenstrooms van de eerste stuw te Meerssen onbereikbaar voor riviervissen die vanuit de Maas de Geul willen optrekken. Huidige beleid waterschap met betrekking tot opheffen migratiebarrières Het huidige beleid van het waterschap met betrekking tot vismigratiebarrières is om alle, voor beek- en riviervissen relevante beken, vrij optrekbaar te maken. Dit beleid geeft invulling aan de KRW ten aanzien van het bewerkstelligen van de doorgankelijkheid van stromende wateren. Doorgaans betekent dit dat het waterschap bij stuwwerken een vispassage probeert aan te leggen. Soms wordt een stuw geamoveerd. Een aantal migratiekeknelpunten in de Geul en zijbeken is de afgelopen vijftien jaar opgeheven. Vispassages zijn aangelegd in de Geul te Houthem, Geulhem en Valkenburg. Planvorming loopt voor het opheffen van twee knelpunten te Epen. Belangrijke knelpunten die resteren zijn de molenstuwen te Meerssen, Oud-Valkenburg, Wylre en Mechelen /GUB /5

91 Waterschap Roer en Overmaas 2 Opmars van rivierdonderpad In 2006 is vastgesteld dat er in Nederland sprake is van twee soorten donderpadden: rivierdonderpad en beekdonderpad. De beekdonderpad is de in de Grensmaas en zijbeken inheemse donderpadsoort. In de Grensmaas is de soort uitgestorven. In de Geul (en enkele zijbeken: Zieversbeek, Gulp) komt de beekdonderpad voor in de midden- en bovenloop. Het betreft de enige levensvatbare populatie in Nederland. De rivierdonderpad is uit het verleden niet uit Limburg bekend. Zeer waarschijnlijk heeft de soort zich pas in de negentiger jaren van de vorige eeuw vanuit de grote rivieren en het IJsselmeer naar het Limburgse Maassysteem verspreid. De invasieve rivierdonderpad heeft inmiddels de Grensmaas en de benedenloop van de Geul gekoloniseerd. Zoals bovenstaand geschetst komen in de Geul beide donderpadsoorten voor. Het verspreidingsgebied van beide soorten in de Geul wordt strikt gescheiden door de stuw van de Grote Molen te Meerssen; bovenstrooms van de molen leeft de beekdonderpad, benedenstrooms de rivierdonderpad. Opmars van Ponto-Kaspische exoten Behalve de opmars van de 'inheemse' rivierdonderpad in Limburgse beken is er tegenwoordig ook sprake van een invasie van 'echte' exotische vissen uit het Ponto-Kaspische gebied. Via het in 992 geopende Main-Donaukanaal bereiken allerlei vissoorten, met name grondelachtigen, via het kanaal en de Rijn het stroomgebied van de Maas. In 2002 hebben zich in de Nederlandse Rijntakken exotische grondels gevestigd. In 20 zijn ook met zekerheid de Zand- en Grensmaas gekoloniseerd. In de Zandmaas zijn inmiddels de marmergrondel, zwartbekgrondel en kesslers grondel aangetoond. In de Grensmaas en de benedenloop van de Geul betreft het vooralsnog alleen de marmergrondel. Effecten rivierdonderpad en Ponto-Kaspische vissoorten op de inheemse visfauna Het is op dit moment niet bekend in hoeverre kolonisatie van de Geul door rivierdonderpad en/of exotische grondels negatief zal uitpakken op de inheemse vissoorten. Mogelijkerwijs beperkt het snelstromende karakter van de Geul de negatieve effecten en zijn inheemse, stromingsminnende soorten bestand tegen de concurrentie van invasieve soorten. Er zijn echter diverse aanwijzingen dat de invasieve vissoorten zeer wel in staat zijn om zich in snelstromend habitat, zoals in de Geul aanwezig is, te handhaven. De snelstromende Grensmaas is in dit verband een voorbeeld. In dat geval zouden de negatieve effecten op de inheemse visfauna van de Geul, met name op met de invasieve vissoorten vergelijkbare soorten als beekdonderpad, bermpje en riviergrondel, enorm kunnen zijn. De achteruitgang of zelfs het verlies van een voor Nederland unieke vissoort als de beekdonderpad zou dramatisch zijn. Toekomstige monitoring en experimenten kunnen antwoord geven op dit hiaat in kennis. Conclusies ) Zolang niet exact bekend is wat het effect van invasieve vissoorten als de rivierdonderpad en exotische riviergrondels is op de inheemse visfauna (met onder andere de zeer zeldzame beekdonderpad) is het wenselijk om de stuw van de Grote Molen te Meerssen voorlopig niet optrekbaar te maken opdat stroomopwaarts migrerende exoten de Geultrajecten in de midden- en bovenloop niet kunnen bereiken. 2) Voor de migratiebarrières die gelegen zijn stroomopwaarts van de Grote Molen geldt het tegenovergestelde. Het opheffen van de huidige migratiebarrières kan het verdere herstel van de populatie beekdonderpadden (en andere soorten) bevorderen waarbij marginale beektrajecten makkelijker ge(re)koloniseerd worden vanuit optimale trajecten. 3) Speciale aandacht dient uit te gaan naar de Zieversbeek en de Gulp. Beide zijbeken van respectievelijk de Selzerbeek en Geul huisvesten een grote populatie beekdonderpadden. Deze beide populaties hebben in het recente verleden gefungeerd als belangrijke refugia van waaruit de (re)kolonisatie van de Geul heeft plaatsgevonden. Om de refugium-functie van deze zijbeken in de toekomst te kunnen waarborgen, is het wenselijk om de barrière in de monding van de Gulp en Zieversbeek te handhaven. In het geval de Geul onverhoopt toch gekoloniseerd wordt door de rivierdonderpad of (een van de ) exotische grondels, dienen de te handhaven migratieknelpunten als een dubbel slot ter bescherming en behoud van vooral de beekdonderpad in het Geulsysteem /GUB 2/5

92 Waterschap Roer en Overmaas Consequenties ) De volgende projecten niet uitvoeren in de planperiode , maar vooralsnog faseren tot de periode : Vismigratiebelemmeringen in de Geul, wat betreft knelpunt Grote Molen Meerssen (P0/00/5) - Vismigratie Gulp (P3/00/04) 2) Wanneer de Geul niet optrekbaar wordt gemaakt, impliceert dit dat terugkeer van diadrome vissoorten als Atlantische zalm, Zeeforel en Rivierprik in principe niet mogelijk is. Het is noodzakelijk om overleg te voeren met Belgische waterbeheerders/overheden om de keuze van de Nederlandse waterbeheerder te verduidelijken en de consequenties van deze keuze voor de visfauna in het Geulsysteem, zowel aan Nederlandse als aan Belgische zijde van de grens, in beeld brengen, mede in relatie tot de door beide landen gestelde KRW-doelen. 3) Ontwikkeling visstand blijven monitoren. Literatuur Crombaghs, B., G. Hoogerwerf & J. Jeucken, Visstandbemonstering & visstandbeoordeling Geul Een onderzoek naar de samenstelling van de visfauna in een achttal beken in het stroomgebied van de Geul. Natuurbalans-Limes Divergens BV, Nijmegen. Crombaghs, B., 200. Visstandbemonstering & visstandbeoordeling Geul 200. Een onderzoek naar de samenstelling van de visfauna in een achttal beken in het stroomgebied van de Geul. Natuurbalans-Limes Divergens BV, Nijmegen. Pasmans, R., 20. Studie voorjaarsmigratie van vissen vanuit de Grensmaas naar de benedenloop van de Geul en omgekeerd. Provinciale Hogeschool Limburg, Hasselt. Notitie opgesteld door: R. Gubbels, senior ecoloog Afdeling beleid, onderzoek en advies Waterschap Roer en Overmaas, Sittard 22298/GUB 3/5

93 Waterschap Roer en Overmaas BIJLAGE 2 Onderzoek naar de barrièrewerking van de meetgoot Susteren (Rode Beek) Meetgoot Rode Beek Susteren: een vismigratieknelpunt? Inleiding In het Waterbeheersplan wordt het Geleenbeeksysteem genoemd als een van de beeksystemen waar een duidelijke noodzaak aanwezig is om in de planperiode (een deel van) de bestaande vismigratieknelpunten op te heffen. De migratieknelpunten in de Rode Beek, behorend tot het Geleenbeeksysteem, zijn voor een deel opgeheven in recentelijk uitgevoerde herinrichtingsprojecten. Er resteren in de Rode Beek nog drie grote knelpunten, namelijk de watermolen te Millen, de overkluizing onder de steenberg te Brunssum en een stuw op de Brussummerheide. Bovendien bevindt zich in Susteren nog een potentiële barrière waarvan nader onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk sprake is van een migratieknelpunt. Deze potentiële barrière betreft een meetgoot, behorend tot het primaire meetnet waterkwantiteit. In voorliggende notitie wordt op basis van hydrologische en ecologische parameters bekeken of de meetgoot een migratieknelpunt is. Locatie meetgoot De meetgoot (figuur ) is gelegen in de Rode Beek te Susteren, benedenstrooms van de instroom Roothgraaf (figuur 2). Figuur. Beeld van de meetgoot in de Rode beek te Susteren 22298/GUB 4/5

94 Waterschap Roer en Overmaas «Figuur 2. Locatie van de meetgoot (rode blokje) in de Rode Beek te Susteren Visfauna Rode Beek benedenloop De vissoorten die tijdens het in 2007, in het kader van de KRW, uitgevoerde visstandonderzoek in het stroomgebied van de Geleenbeek (Crombaghs & Zweep, 2007) werden aangetroffen in de benedenloop van de Rode Beek (benedenstrooms Millen) staan vermeld in tabel. De waterkwaliteit van de Maas is de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. Deze ontwikkeling reflecteert zich in een verbetering van de visfauna. Ter hoogte van de monding van de Geleenbeek (beek waar de Rode Beek in uitmondt) in de Maas (via de Stevolplas) is het aantal vissoorten toegenomen, onder andere met soorten als rivierdonderpad en elrits. Wanneer in de nabije toekomst de monding van de Geleenbeek wellicht verplaatst wordt van de Stevolplas naar een locatie dichter bij de Maas ligt het voor de hand dat genoemde Maassoorten (inclusief kopvoorn) via de Geleenbeek ook de Rode Beek weten te bereiken. Tabel. Overzicht van de actuele en potentiële visfauna in de benedenloop van de Rode Beek vissoort KRW-onderzoek (2007) potentieel in de toekomst aanwezig 3-doornige stekelbaars X 0-doornige stekelbaars X bermpje X riviergrondel X rivierdonderpad X elrits X kopvoorn X 22298/GUB 5/5

95 Waterschap Roer en Overmaas Habitateisen vissoorten benedenloop Rode Beek met betrekking tot passeren meetgoot Elke vissoort migreert. Er kunnen globaal drie grote typen van migraties onderscheiden worden, namelijk voorjaarsmigraties (van winter- naar paaihabitat), zomermigraties (dagelijkse verplaatsingen ten behoeve van fourageren en schuilen) en najaarsmigraties (van zomer- naar winterhabitat). De voorjaarsmigratie is voor veel vissoorten normaliter de migratie met de meeste impact: er worden de grootste afstanden afgelegd en een groot deel van de geslachtsrijpe dieren binnen een populatie nemen er aan deel. Elke vissoort stelt tijdens verplaatsingen (migraties) eisen aan zijn habitat. Zo mag onder andere de stroomsnelheid niet te groot zijn en de waterdiepte niet te gering. De habitateisen zijn niet alleen soortspecifiek maar ook afhankelijk van een groot aantal abiotische en biotische factoren (Adam, 200.). Zo is de maximale stroomsnelheid die een bepaalde vissoort over een relatief kleine afstand van of 2 m kan overbruggen aanzienlijk groter dan de maximale stroomsnelheid die dezelfde vissoort over een lengte van tientallen meters kan overwinnen. De eisen die (potentieel) in de middenloop van de Geleenbeek voorkomende, migrerende, vissoorten stellen aan het aquatisch habitat wat betreft (maximale) stroomsnelheid en (minimale) waterdiepte bij een te overbruggen afstand van 3 m (zie hydraulische karakteristiek meetgoot) staan vermeld in tabel 2. Tevens is per soort aangegeven welke maanden de voorjaarsmigratie beslaat. Tabel 2. Habitateisen vissoorten benedenloop Rode Beek tijdens migraties vissoort voorjaarsmigratie in: maximale stroomsnelheid (m/s) 3-doorn april,5 0,02 0-doorn n.v.t.,0 0,02 bermpje april,5 0,04 riviergrondel april-mei,6 0,06 rivierdonderpad april 0,9 0,06 elrits april-juli,5 0,06 kopvoorn april-mei 3,0 0,3 Hydraulische karakteristiek meetgoot Algemeen De meetgoot kent de volgende hydraulische karakteristiek: Trapeziumvormige meetgoot Keelbreedte op de bodem is 0,60 m. De keellengte is,20 meter. De keelhoogte is 0,35 m ten opzichte van de bodem van de meetgoot. Meetbereik is 0,2 m 3 /s tot 4,90 m 3 /s minimale waterdiepte (m) helling Gemeten stroomsnelheid en waterdiepte bij Q = m 3 /s In de keel van de meetgoot zijn in oktober 20 op negen verschillende punten de stroomsnelheid en waterdiepte gemeten (figuur 3). Het debiet ten tijde van de meting bedroeg 0,072 m 3 /s /GUB 6/5

96 2 Waterschap Roer en Overmaas «*. Figuur 3. Aanduiding van de negen locaties in de keel van de meetgoot waar de stroomsnelheid en de waterdiepte gemeten zijn In tabel 3 zijn de gemeten stroomsnelheden en waterdiepten voor de negen onderzochte locaties in de keel van de meetgoot weergegeven. Tabel 3. Gemeten waterdiepte en stroomsnelheid op negen locaties in de keel van de meetgoot bij een debiet van 0,072 m 3 /s locatie waterdiepte (m) stroomsnelheid m/s) 0, m/s 2 0, m/s 3 0, m/s 4 0,05,7 m/s 5 0,05,84 m/s 6 0,05,60 m/s 7 0,05 2,0 m/s 8 0,05 2, m/s 9 0,05 2,2 m/s Wanneer ten aanzien van de hydraulische parameters stroomsnelheid en waterdiepte de waarden uit tabel 3 vergeleken worden met de waarden uit tabel 2 dan kan geconcludeerd worden dat bij Q = 0,072 m 3 /s de keel van de meetgoot een duidelijk knelpunt vormt voor de aanwezige, migrerende vissoorten. De minimaal benodigde waterdiepte is nauwelijks aanwezig. Voor de kopvoorn is de waterdiepte absoluut te gering. De maximale stroomsnelheid is met name aan de benedenstroomse zijde van de keel, maar ook halverwege de keelhelling (veel) te groot. Alleen de kopvoorn zal de keel waarschijnlijk weten te passeren. Wanneer wordt uitgegaan van het gemiddelde voorjaarsdebiet in de Rode Beek benedenloop, dat hoger zal liggen dan de gemeten 0,072 m 3 /s, zal de situatie ten aanzien 22298/GUB 7/5

97 Waterschap Roer en Overmaas van de waterdiepte weliswaar gunstiger worden, maar de maximale stroomsnelheid zal daarentegen nog groter worden. Conclusie De meetgoot in de Rode Beek te Susteren vormt een duidelijk migratieknelpunt. De meetgoot dient derhalve aangepast te worden. In het rapport 'Meetplan Waterkwantiteit' (Waterschap Roer en Overmaas, 2007) staat de meetgoot reeds te boek als een van de aan te passen meetgoten ten behoeve van vismigratie. Literatuur Adam, B., 200. Fischaufstiegsanlagen und fischpassierbare Bauwerke: Gestaltung, Bemessung, Qualitatssicherung. Deutsche Vereinigung für Wasserwirtschaft, Abwasser und Abfall, Hennef (Deutschland). Crombaghs, B. & W. Zweep, Visstandbemonstering & visstandbeoordeling Geleenbeeksysteem. Een onderzoek naar de samenstelling van de visfauna in een zevental beken van het stroomgebied van de Geleenbeek. Natuurbalans-Limes Divergens, Nijmegen. Waterschap Roer en Overmaas, Meetplan Waterkwantiteit. Monitoring van de kwantiteit van het oppervlaktewater in het beheersgebied van Waterschap Roer en Overmaas. Waterschap Roer en Overmaas, Sittard. Notitie opgesteld door: R. Gubbels, senior ecoloog Afdeling beleid, onderzoek en advies Waterschap Roer en Overmaas, Sittard 22298/GUB 8/5

98 Waterschap Roer en Overmaas 2 BIJLAGE 3 Onderzoek naar de barrièrewerking van de meetgoot Munstergeleen (Geleenbeek) Meetgoot Geleenbeek Munstergeleen een vismigratieknelpunt? Inleiding In het Waterbeheersplan wordt het Geleenbeeksysteem genoemd als een van de beeksystemen waar een duidelijke noodzaak aanwezig is om in de planperiode (een deel van) de bestaande vismigratieknelpunten op te heffen. Diverse migratieknelpunten in de Geleenbeek zijn inmiddels verwijderd in recentelijk uitgevoerde herinrichtingsprojecten. Van de resterende migratiebarrières is van enkele objecten niet geheel duidelijk in hoeverre en in welke mate ze de migratie belemmeren. Een van deze potentiële migratieknelpunten is de meetgoot te Munstergeleen. In voorliggende notitie wordt op basis van hydrologische en ecologische parameters bekeken of de meetgoot te Munstergeleen daadwerkelijk een migratieknelpunt is. Locatie meetgoot De meetgoot (figuur ) is gelegen in de Geleenbeek te Munstergeleen (figuur 2). AM watertand NAP* m Figuur. Beeld van de meetgoot in de Geleenbeek te Munstergeleen 22298/GUB 9/5

99 Waterschap Roer en Overmaas 2 Geleenbeek Debtetrneting bij Munstergeleen Leotnda n tam Dutar La*ng Om ƒ A «ar A Brao UriQtnweg War** MM* Brug Patar Karei / Brug B6dlG9bvBt Pvt-t?s*s t «BCfraTj; /.«8 Auteur PUK Huw Datum: ~A=Mklanm~ OM Aan dn*mwwgtuihmn nt» 2Mè Schaal 0000 Figuur 2. Locatie van de meetgoot (zwarte respectievelijk Munstergeleen (bron: Erdbrink et al., 20) rode blokje) in de Geleenbeek te Visfauna Geleenbeek middenloop De vissoorten die tijdens het in 20Ö7, in het kader van de KRW, uitgevoerde visstandonderzoek in het stroomgebied van de Geleenbeek (Crombaghs & Zweep, 2007) werden aangetroffen in de middenloop van de Geleenbeek (tussen Sittard en Schinnen) staan vermeld in tabel. De waterkwaliteit van de Maas is de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. Deze ontwikkeling reflecteert zich in een verbetering van de visfauna. Ter hoogte van de monding van de Geleenbeek in de Maas (via de Stevolplas) is het aantal vissoorten in de Maas toegenomen, onder andere met soorten als rivierdonderpad en elrits. Wanneer in de nabije toekomst de monding van de Geleenbeek wellicht verplaatst wordt van de Stevolplas naar een locatie dichter bij de Maas en bovendien de migratieknelpunten in de sifon van het Julianakanaal (een plan van aanpak wordt momenteel door RWS en WRO opgesteld) en terplaatse van de Poolmolen te Holtum worden opgeheven, ligt het voor de hand dat genoemde Maassoorten ook het stroomgebied van de Geleenbeek weten te bereiken. Tabel. Overzicht van de actuele en potentiële visfauna in de middenloop van de Geleenbeek vissoort 3-doornige stekelbaars bermpje riviergrondel kopvoorn rivierdonderpad elrits KRW-onderzoek (2007) X X X X potentieel in de toekomst aanwezig X X 22298/GUB 0/5

100 Waterschap Roer en Overmaas Habitateisen vissoorten middenloop Geleenbeek mbt passeren meetgoot Elke vissoort migreert. Er kunnen globaal drie grote typen van migraties onderscheiden worden, namelijk voorjaarsmigraties (van winter- naar paaihabitat), zomermigraties (dagelijkse verplaatsingen ten behoeve van fourageren en schuilen) en najaarsmigraties (van zomer- naar winterhabitat). De voorjaarsmigratie is voor veel vissoorten normaliter de migratie met de meeste impact: er worden de grootste afstanden afgelegd en een groot deel van de geslachtsrijpe dieren binnen een populatie nemen er aan deel. Elke vissoort stelt tijdens verplaatsingen (migraties) eisen aan zijn habitat. Zo mag onder andere de stroomsnelheid niet te groot zijn en de waterdiepte niet te gering. De habitateisen zijn niet alleen soortspecifiek maar ook afhankelijk van een groot aantal abiotische en biotische factoren (Adam, 200.). Zo is de maximale stroomsnelheid die een bepaalde vissoort over een relatief kleine afstand van of 2 m kan overbruggen aanzienlijk groter dan de maximale stroomsnelheid die dezelfde vissoort over een lengte van tientallen meters kan overwinnen. De eisen die (potentieel) in de middenloop van de Geleenbeek voorkomende, migrerende, vissoorten stellen aan het aquatisch habitat wat betreft (maximale) stroomsnelheid en (minimale) waterdiepte bij een te overbruggen afstand van 3 m (zie hydraulische karakteristiek meetgoot) staan vermeld in tabel 2. Tevens is per soort aangegeven welke maanden de voorjaarsmigratie beslaat. Tabel 2. Habitateisen vissoorten middenloop Geleenbeek tijdens migraties vissoort voorjaarsmigratie in: maximale minimale stroomsnelheid waterdiepte (m/s) (m) 3-doornige stekelbaars april,5 0,02 bermpje april,5 0,04 riviergrondel april-mei,6 0,06 kopvoorn april-mei 3,0 0,3 rivierdonderpad april 0,9 0,06 elrits april-juli,5 0,05 Hydraulische karakteristiek meetgoot Algemeen De meetgoot kent de volgende hydraulische karakteristiek: trapeziumvormige meetgoot keelbreedte op de bodem: m. keellengte: 3 meter. Keelhoogte: 0 m ten opzichte van de bodem van de meetgoot. Meetbereik: 2,5 m 3 /s tot 35 m 3 /s De meetgoot staat onder invloed van het opstuwende effect van de circa 200 meter stroomafwaarts gelegen Ophovenermolen. Door het opstuwende effect zijn tot een afvoer van ongeveer 2,5 m 3 /s de in de keel van de meetgoot gemeten gemiddelde stroomsnelheid en waterdiepte hoger dan de berekende waarden voor beide hydraulische parameters bij een bepaalde waterafvoer. Dit verschil tussen de gemeten en berekende waarden voor stroomsnelheid en waterdiepte wordt naar verhouding steeds kleiner naar mate de afvoer dichter bij de 2,5 m 3 /s komt te liggen. Gemeten stroomsnelheid en waterdiepte bij Q = 0.75 m 3 /s In de keel van de meetgoot zijn op negen verschillende punten de stroomsnelheid en waterdiepte gemeten (figuur 3). De stroomsnelheid werd halverwege de waterkolom bepaald. Het debiet ten tijde van de meting bedroeg 0,75 m 3 /s /GUB /5

101 Waterschap Roer en Overmaas Figuur 3. Aanduiding van de negen locaties in de keel van de meetgoot waar de stroomsnelheid en de waterdiepte gemeten zijn In tabel 3 zijn de gemeten stroomsnelheden en waterdiepten voor de negen onderzochte locaties in de keel van de meetgoot weergegeven. Tabel 3. Gemeten waterdiepte en stroomsnelheid debiet van 0,75 m3/s locatie waterdiepte (m) stroomsnelheid m/s) 0, m/s 2 0, m/s 3 0, m/s 4 0, m/s 5 0, m/s 6 0, m/s 7 0, m/s 8 0, m/s 9 0, m/s op negen locaties in de keel van de meetgoot bij een Berekende gemiddelde stroomsnelheid en waterdiepte bij Q - 0,75 m 3 /s Erdbrink et al. (20) geven voor de meetgoot te Munstergeleen een theoretische relatie tussen debiet, gemiddelde waterdiepte en gemiddelde stroomsnelheid. Hieruit kan herleid worden dat bij een afvoer van 0,75 m 3 /s de gemiddelde stroomsnelheid en waterdiepte in de keel van de meetgoot respectievelijk 0,4 m/s en 0,47 m bedragen. Uit tabel kan worden berekend dat bij een afvoer van 0,75 m 3 /s de gemiddelde gemeten stroomsnelheid 0,6 m/s is. De gemiddelde berekende stroomsnelheid is hiermee een factor,52 lager dan de gemiddelde gemeten stroomsnelheid (bij een afvoer van 0,75 m 3 /s). De gemiddelde gemeten waterdiepte bedraagt 0,6 m. De gemiddelde berekende waterdiepte is dus een factor,3 kleiner dan de gemiddelde gemeten waterdiepte /GUB 2/5

102 Waterschap Roer en Overmaas 2 Daadwerkelijke gemiddelde stroomsnelheid en waterdiepte bij een gemiddelde vooriaarsafvoer van 0.9 m 3 /s De gemiddelde afvoer in de periode april-mei (ter plaatse van de meetgoot) is ongeveer 0,9 m 3 /s (gebaseerd op een meetreeks in de periode ). De gemiddelde stroomsnelheid en waterdiepte in de keel van de meetgoot zijn niet gemeten. Uit de theoretische relatie tussen debiet, stroomsnelheid en waterdiepte kan herleid worden dat deze bij een afvoer van 0,9 m 3 /s respectievelijk 0,44 m/s en 0,5 m bedragen. Met behulp van de eerder bepaalde correctiefactoren kan een indicatie verkregen worden van de daadwerkelijk optredende gemiddelde stroomsnelheid en waterdiepte in de keel van de meetgoot, namelijk: gemiddelde stroomsnelheid: gemiddelde waterdiepte: 0,44 x,52 = 0,67 m/s 0,5 x,3 = 0,66 m Daadwerkelijke maximale stroomsnelheid bij Q = 0.9 m 3 /s Uit tabel blijkt dat de maximaal optredende stroomsnelheden bij een debiet van 0,75 m 3 /s een factor,3 hoger liggen dan de gemiddelde stroomsnelheid. Wanneer dezelfde factor toegepast wordt op de situatie dat er 0,9 m 3 /s water door de keel van de meetgoot stroomt dan zal de maximaal optredende stroomsnelheid circa 0,9 m/s bedragen. Samenvattend, bij Q = 0.9 m 3 /s maximale stroomsnelheid: 0,9 m/s gemiddelde waterdiepte: 0,66 m Meetgoot Geleenbeek Munstergeleen een vismigratieknelpunt? Wanneer ten aanzien van de hydraulische parameters stroomsnelheid en waterdiepte bovenstaande waarden vergeleken worden met de ecologische randvoorwaarden uit tabel 2 dan kan geconcludeerd worden dat ten tijde van voorjaarsmigratie de keel van de meetgoot in principe geen knelpunt vormt voor de aanwezige, migrerende vissoorten. Zowel de waterdiepte als de maximale stroomsnelheid voldoen ruimschoots aan de habitateisen van de onderscheiden vissoorten. Een uitzondering vormt wellicht de rivierdonderpad.voor deze soort lijkt de stroomsnelheid een grensgeval, het is net wel of net niet de beperkende migratiefactor. Wanneer uitgegaan wordt van het feit dat de rivierdonderpad voornamelijk over de bodem migreert, alwaar stroomsnelheden aanzienlijk lager zijn dan halverwege de waterkolom (waar de stroomsnelheid gemeten werd), is ook voor deze soort stroomsnelheid naar alle waarschijnlijkheid geen migratiebelemmering. Conclusie De meetgoot in de Geleenbeek te Munstergeleen vormt geen knelpunt met betrekking tot de paaimigratie van vissen in het voorjaar. De meetgoot behoeft derhalve geen aanpassing. Literatuur Adam, B., 200. Fischaufstiegsanlagen und fischpassierbare Bauwerke: Gestaltung, Bemessung, Qualitatssicherung. Deutsche Vereinigung für Wasserwirtschaft, Abwasser und Abfall, Hennef (Deutschland). Crombaghs, B. & W. Zweep, Visstandbemonstering & visstandbeoordeling Geleenbeeksysteem. Een onderzoek naar de samenstelling van de visfauna in een zevental beken van het stroomgebied van de Geleenbeek. Natuurbalans-Limes Divergens, Nijmegen. Erdbrink, Ch., B. Blok & T. Jongeling, 20. Debietmeetsysteem Geleenbeek. Deltares, Delft. Opgesteld door: R. Gubbels, senior ecoloog Afdeling beleid, onderzoek en advies Waterschap Roer en Overmaas, Sittard /GUB 3/5

103 Waterschap Roer en Overmaas BIJLAGE 4 Vision' Amstelbach (D) /Anselderbeek (NL). In Anlehnung an das NRW-Verfahren zur Erstellung eines Konzepts zur naturnahen Entwicklung von FlieBgewassern (KNEF) & Eine Anwendung des Strahlwirkungs- und Trittsteinkonzepts' & Eine Betrachtung der deutsch-niederlandischen Kooperation im Grenzbereich der Waterschap Roeren Overmaas Het volledige stagerapport is opgeslagen in Corsa onder stuknr:. Samenvatting Deze studie geeft antwoord op de vraag van het Waterschap Roer en Overmaas welke aanvullende hydromorfologische maatregelen moeten worden uitgevoerd zodat de Anselderbeek, in Duitsland Amstelbach genoemd, een Duits-Nederlandse grensoverschrijdende beek, de status van een 'goed ecologisch potentieel', conform de Europese Kaderrichtlijn Water kan bereiken. De beek is sterk door de mens beïnvloed. De studie is gebaseerd op een concept voor de natuurlijke ontwikkeling van de stromende wateren in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een onderliggende kartering van de actuele en gewenste hydromofologische kwaliteit van het water. Het maartregelenconcept is gebaseerd op zogenaamde straalwerking- en stapsteenprincipes die verder zijn uitgewerkt door de Deutschen Rat für Landespflege. De Anselderbeek is geclassificeerd als 'sterk veranderd waterlichaam'. In het beekdal ligt het enige stuwmeertje van Nederland, de Cranenweyer. Dit meertje ligt vrij benedenstrooms in de waterloop en vormt een bottleneck voor de ecologie van de beek. Als gevolg van andere beperkingen, zoals het stedelijk gebied van Eygelshoven, is het niet mogelijk om de ideale aanpak van het straalwerking- en stapsteen-concept overal te realiseren. Daarom is het behalen van de doelstelling 'goed ecologisch potentieel' vóór 205 op dit moment twijfelachtig. De in dit rapport voorgestelde maatregelen om de ecologie van de beek te verbeteren, kunnen waarschijnlijk alleen gerealiseerd worden op middenlange of lange termijn (na 205). De maatregelen zullen positief uitwerken op de parameters van vis, macrofauna en macrofyten. Daarvoor moet vooral de doorgankelijkheid verbeterd. Daarnaast zijn van belang: ontwikkeling van een natuurlijke waterbodem, het inbrengen van dood hout, oeverbeschoeiing verwijderd en toelaten van dynamiiek van de oevers. Op bepaalde plaatsen kan een nieuwe tracering van de waterloop woorden aangebracht. Om het probleem van de Cranenweyer op te lossen worden twee planvarianten beschreven Het rapport is opgesteld door: Alrun Mertens Stagiair Universiteit Munster (D) /Radboud Universiteit Nijmegen Stageplaats bij de afdeling beleid, onderzoek en advies Waterschap Roer en Overmaas, Sittard 22298/GUB 4/5

104 Waterschap Roer en Overmaas BIJLAGE 5 Dorenbosch, M., 20. Huidige en toekomstige ecologische toestand van de Maasnielderbeek. Onderzoeksmaatregelen voor het maatregelenprogramma Europese Kaderrichtlijn Water Stroomgebiedbeheersplan Maas , nr. NL58-425, NL en NL Natuurbalans - Limes Divergens BV, Nijmegen. In opdracht van Waterschap Roer en Overmaas. Het volledige rapport is opgeslagen in Corsa WATERLICHAAM MAASNIELDERBEEK BENEDENLOOP - NL58WRO0B Maatregel NL , uitvoeren onderzoek - Maasnielderbeek- Benedenloop: onderzoek naar haalbaarheid doelstellingen stedelijke vijvers en Maatregel NL uitvoeren onderzoek - Maasnielderbeek: onderzoek mogelijkheden realisatie doelstellingen vissen: Conclusies en consequenties: Het handhaven van de R4 typering (=stromende laaglandbeek) voor de kwaliteitselementen macrofauna, diatomeeën, vissen en waterkwaliteit voor de benedenloop is vanwege de huidige bestemming en habitattypering van de stadsvijvers niet zinvol. De benedenloop kan beter als Ma of M3 type aangemerkt worden waarbij een M3 (ondiepe plas) type waarschijnlijk het meest functioneel is. Indien de benedenloop getypeerd wordt als M3 type wordt de GEP score voor vissen wel al behaald. De actuele visstand is namelijk typerend voor zowel een M3 als Ma type, de ecologische score is het hoogst bij de M3 typering. Om de habitatkwaliteit van de stadsvijvers in de benedenloop verder te verbeteren worden diverse maatregelen voorgesteld, o.a. een hogere doorstroming, vermindering nutriënten belasting vanuit overstorten, plaatselijk verwijderen van bagger en slib en het omvormen van de huidige beschoeide oevers naar natuurvriendelijke oevers. Indien te zijner tijd wordt gekozen voor het handhaven van watertype R4 voor de Maasnielderbeek-Benedenloop, zal het MEP en GEP voor enkele biologische kwaliteitselementen naar beneden moeten worden bijgesteld. Conform de thans geldende landelijke afspraken zal deze 'doelverlaging' waarschijnlijk pas in het derde Stroomgebiedbeheerplan Maas kunnen worden voorgesteld. Ditzelfde geldt voor het aanpassen van het watertype van R4 naar M3. Er wordt voorgesteld om monitoringsresultaten vooralsnog met de maatlatten van beide typen te toetsen. WATERLICHAAM MAASNIELDERBEEK BOVENLOOP - NL58WRO0A Maatregel NL58-42, uitvoeren onderzoek - Maasnielderbeek : onderzoek mogelijkheden realisatie doelstellingen vissen: Conclusies en consequenties: de huidige habitat- en waterkwaliteit is voor de meeste R4- visdoelsoorten voldoende. Het grootste probleem voor het herstel van populaties van bermpje, tiendoornige stekelbaars en riviergrondel is het ontbreken van een verbinding met het Maasdal. De benedenloop vormt een onneembare barrière die alleen door grootschalige en kostbare ingrepen in het beekdal valt te herstellen. Terugkeer van de doelsoorten in de bovenloop door middel van herintroductie wordt echter realistisch geacht. Van belang voor de waterkwaliteit voor de bovenloop is het verkleinen van het risico van vervuiling en/of calamiteiten vanuit puntbronnen in de bovenloop /GUB 5/5

105 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 7 Onderwerp Interimplan Waterkeringen Portefeuillehouders) LH. Dohmen / H.M.G. Hartmann Afdeling Beleid, Onderzoek en Advies Bestuursprogramma Niet van toepassing. Waterbeheersplan Programma Plannen Programma begroting Plannen Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA Commissie MFB Commissie WS 30 oktober 202 Algemeen bestuur 27 november 202 Voorstel Instemmen met de bijgevoegde concept-notitie aan de commissie Watersystemen. Toelichting./. Hierbij doe ik u toekomen een concept-notitie aan de commissie Watersystemen inzake het Interimplan Waterkeringen De bijgevoegde concept-notitie spreekt naar mijn oordeel voor zich. Kortheidshalve volsta ik verder dan ook met een verwijzing daarnaar. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 22386/MBE

106 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt: Sittard, AAN DE COMMISSIE WATERSYSTEMEN Onderwerp: Ontwerp Interimplan Waterkeringen Inleiding Het Beheersplan Waterkeringen (BpWk), dat door het algemeen bestuur op 24 november 2008 is vastgesteld, geeft een overzicht van het door het waterschap te voeren beleid ten aanzien van de primaire en regionale waterkeringen. De werkingsduur van dit plan loopt dit jaar af. Uit een evaluatie van dit plan is naar voren gekomen dat er geen grote beleidswijzigingen noodzakelijk zijn. Daarnaast maakt het huidige BpWk impliciet onderdeel uit van het Waterbeheersplan Waterschap Roer en Overmaas Omdat de planperiodes van beide plannen niet gelijk lopen, hebben wij besloten om een interimplan op te stellen waarin het beleid en de maatregelen met betrekking tot de waterkeringen zijn opgenomen voor de periode Het concept interimplan heeft met instemming van de Provincie Limburg de verkorte vaststellingsprocedure doorlopen. In het kader van deze verkorte procedure is het plan niet formeel ter visie gelegd, maar zijn wel de betrokken overheden geconsulteerd. Consultatie Van eind juni 202 tot september 202 hebben de betrokken overheden (Rijkswaterstaat Dienst Limburg, Provincie Limburg, de Veiligheidsregio's en de gemeenten langs de Maas) de mogelijkheid gekregen om een reactie te geven op het plan. In totaal hebben vier partijen een ambtelijke of bestuurlijke reactie gegeven. Voor de inbreng uit deze./. consultatieronde verwijs ik u naar de bijgevoegde notitie 'Opmerkingen concept Interimplan Waterkeringen '. De reacties hebben niet geleid tot het aanpassen van de uitgangspunten en de strekking van dit plan. Er zijn alleen ter verduidelijking van het plan enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Financiële consequenties Van de meeste maatregelen zijn de financiën geregeld in bestaande budgetten of te rangschikken onder inzet van eigen personeel. Voor een aantal nog nader uit te werken maatregelen is dit nog niet duidelijk. Zodra dat wel het geval is, zullen ter zake separate voorstellen worden geformuleerd../. Het Interimplan Waterkeringen treft u hierbij aan. Kortheidshalve volstaan wij verder met een verwijzing daarnaar. Wij zijn voornemens het algemeen bestuur voor te stellen het bijgevoegde Interimplan Waterkeringen vast te stellen /MBE

107 Waterschap Roer en Overmaas Graag vernemen wij uw advies ter zake. Het dagelijks bestuur, de secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef de voorzitter, dr. J.J. Schrijen 22382/MBE 2

108 Waterschap Roer en Overmaas NOTITIE OPMERKINGEN CONCEPT INTERIMPLAN WATERKERINGEN Het concept Interimplan Waterkeringen is ter consultatie toegezonden aan de betrokken overheden (Rijkswaterstaat Dienst Limburg, Provincie Limburg, Veiligheidsregio's en de gemeenten langs de Maas). Tot september 202 is er gelegenheid geweest hier op- en/of aanmerkingen op te maken. Vier partijen hebben ambtelijk of bestuurlijk gereageerd. Hieronder volgt een weergave van de opmerkingen, met een voorstel ter afdoening. Provincie Limburg Hoofdstuk 3 Landelijke Wet- en regelgeving en hoofdstuk 4 Beleid Waterschap Roer en Overmaas (deelprogramma veiligheid): Kan de richting van de heroverweging van de normen worden aangegeven? Gaan de normen naar verwachting omhoog of omlaag? Voorstel voor de tweede zin in alinea deelprogramma veiligheid: 'Hiervoor worden o.a. de kosten van normverhoging vergeleken met de potentiële schade binnen de dijkringen. Mogelijk leidt dit voor (sommige) dijkringen uiteindelijk tot een verhoging van de norm.' De veiligheidsnormering van de primaire waterkeringen is vastgelegd in de Waterwet en wordt nationaal bepaald. Het waterschap heeft ten aanzien van de veiligheidsnormering van de primaire waterkeringen dan ook geen vastgesteld (eigen) beleid. In het kader van het Deltaprogramma vindt een heroverweging van de huidige veiligheidsnormering plaats. De regio moet in de komende regioprocessen (die in het kader van dit programma zullen worden opgestart) hierover een advies geven. Het regioproces is in Limburg medio augustus gestart met het instellen van een 'Breed Bestuurlijk Overleg Maas'. In het regioproces zal het waterschap zich (bestuurlijk) een visie vormen en een standpunt formuleren over de huidige in ons beheersgebied vastgestelde veiligheidsnormering en een eventuele aanpassing hiervan. WRO wil in dit plan nog niet vooruit lopen op het regioproces. De huidige tekst blijft gehandhaafd. Paragraaf 4.2 Aanleg en verbetering: Het tweede aandachtspunt van de uitgangspunten roept de vraag op wat het principe Robuust Ontwerpen van de Leidraad Rivieren inhoudt en wat de toepassing van het Ontwerpkader Maaskaden inhoudt. Kan hier kort wat over worden gezegd? Ik heb in een vergadering over Cluster D (dijkverbetering Maastricht) gehoord dat jullie de dijken in de praktijk zo robuust ontwerpen dat ze eenvoudig tot /250 niveau zouden kunnen worden verhoogd. Klopt dat? Zo ja, dan lijkt me dat wel vermeldenswaard. De uitwerking van het principe Robuust Ontwerpen en de toepassing in het Ontwerpkader Maaskaden wordt in dit plan niet verder uitgewerkt, aangezien dit een plan op hoofdlijnen is. De daadwerkelijke invulling van het Robuust Ontwerpen wordt in de projectplannen als maatwerk uitgevoerd. Tevens heeft de Provincie Limburg nog -een aantal tekstuele opmerkingen gemaakt. Deze zijn grotendeels overgenomen en waar nodig is de tekst verduidelijkt /WI /2

109 Waterschap Roer en Overmaas Gemeente Maastricht Ten aanzien van dit plan zijn er vanuit de gemeente Maastricht twee vragen/opmerkingen. Op pagina 7 (paragraaf 4. Beleidsvorming-recente beleidsontwikkelingen: deelprogramma Veiligheid) wordt aangegeven dat het principe van de meerlaagse veiligheid wordt toegepast, dit is op zich een goed streven. Uit de pilot voor dijkring 90, waaraan Maastricht heeft deelgenomen, is gebleken dat zo'n onderzoek leidt tot verrassende conclusies en aanbevelingen. Dit onderzoek heeft zich vooralsnog beperkt tot dijkring 90. De voor de gemeente Maastricht relevante dijkringen 9, 92, 93 en 94 zijn echter niet op zo'n basis onderzocht, op basis van dit voorliggende plan is het niet duidelijk of voor deze dijkringen een soortgelijk onderzoek wordt uitgevoerd. Dit heeft echter wel duidelijk onze voorkeur. Wordt meegenomen en uitgewerkt in het gebiedsproces Deltaprogramma rivieren, trajectoveheg Eijsden-Borgharen. Op pagina 0 (paragraaf 4.3 Instandhouding: beheer en onderhoud: Beheer) wordt gesproken over de compartimenteringsdijk tussen Randwijck en het centrum, deze dijk is voor het eerst genoemd in de pilot meerlaagse veiligheid voor dijkring 90. Wellicht ten overvloede wijs ik u erop dat het grondlichaam van de dijk wel aanwezig is maar dat er nog een aantal grote openingen ter hoogte van de Limburglaan, fietstunnel Heugemerveld, spoorlijn, Gerardusweg en A2 aanwezig zijn. Het zal financieel-technisch nog behoorlijk wat impact hebben om deze dijk als compartimenteringdijk te kunnen inzetten. We zijn dan ook met name geïnteresseerd in het voorgestelde vervolgtraject ten aanzien van deze dijk. Goed aandachtspunt en wordt meegenomen bij de nadere uitwerking. Gemeente Eijsden-Margraten Reactie ontvangen; geen op- of aanmerkingen Gemeente Maasgouw Reactie ontvangen; geen op- of aanmerkingen Conclusie De gemaakte op- en/of aanmerkingen hebben niet geleid tot het aanpassen van de uitgangspunten en de strekking van dit plan. De aangegeven tekstuele aanpassingen zijn ter verduidelijking van het plan wel overgenomen /WI 2/2

110 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 8 Onderwerp Vaststellen Normenkader 202 Portefeuillehouders) R.L.M. Sleijpen Afdeling Middelen Bestuursprogramma Bladzijde 7, 3e bullet Waterbeheersplan Niet van toepassing. Programma begroting Bedrijfsvoering Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA - Commissie MFB 30 oktober 202 Commissie WS - Algemeen bestuur 27 november 202 Voorstel Instemmen met de bijgevoegde concept-notitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid. Toelichting./. Hierbij doe ik u toekomen een concept-notitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid inzake vaststellen Normenkader 202. De bijgevoegde concept-notitie spreekt naar mijn oordeel voor zich. Kortheidshalve volsta ik verder dan ook met een verwijzing daarnaar. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 2247/PDA

111 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt: Sittard, AAN OE COMMISSIE MIDDELEN EN FINANCIEEL BELEID Onderwerp: Vaststellen Normenkader 202 Inleiding In verband met de inwerkingtreding van de Wet modernisering waterschapsbestel en de regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen (BBVW) heeft met ingang van januari 2009 de rechtmatigheid zijn intrede gedaan. Rechtmatigheid kan worden omschreven als 'het voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving'. Hierbij gaat het niet alleen om de zogenaamde externe regelgeving, zoals Europese en nationale wetgeving, maar ook om de eigen regels en kaders van het waterschap. Tot deze laatste groep behoren de verordeningen, beleidsregels en interne regels. Rechtmatigheid is dus een breed begrip, dat alle regels en voorschriften omvat waaraan een waterschap zich dient te houden. De Waterschapwet legt een specifiek accent op het onderdeel 'financiële rechtmatigheid'. Dit begrip omvat de vraag of baten en lasten en de balansmutaties, zoals opgenomen in de jaarrekening, rechtmatig tot stand zijn gekomen. In het kader van de financiële rechtmatigheid zijn het financieel beheer en de naleving van de verslaggevingsvoorschriften zoals bedoeld in de artikelen 08 en 09 van de Waterschapswet van groot belang. Ook besluiten die het algemeen bestuur neemt op grond van haar kaderstellende rol, die invloed hebben op de financiële beheershandelingen, vallen onder financiële rechtmatigheid. Het gaat immers om de rechtmatigheid van posten uit de jaarrekening. Het begrip 'financiële rechtmatigheid' wordt dan ook 'rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole' genoemd. Vaststellen normenkader in het kader van rechtmatigheid De invoering van de rechtmatigheid heeft tot gevolg dat de accountant bij de controle van de jaarrekening naast een verklaring over de getrouwheid ook een oordeel over de rechtmatigheid moet geven. De rechtmatigheid maakt dan ook deel uit van de jaarrekening 202 die in juni 203 aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. Hierdoor zal de accountant als onderdeel van de controle van de jaarrekening beoordelen of het waterschap de rechtmatigheid heeft geborgd en getoetst. Normenkader Het waterschap dient, zoals aangegeven, in het kader van de rechtmatigheid te voldoen aan de interne en externe regelgeving gericht op de financiële beheersmaatregelen. Deze regelgeving wordt vastgelegd in een normenkader dat jaarlijks door het algemeen bestuur dient te worden vastgesteld. Het normenkader vormt de basis voor de controle van de 22468/PDA /2

112 Waterschap Roer en Overmaas 2 accountant voor het onderdeel rechtmatigheid. Omdat de wet- en regelgeving, gelet op het dynamisch karakter, aan verandering onderhevig is, dient het normenkader zo laat mogelijk in het jaar te worden vastgesteld. Dit om een zo volledig mogelijk beeld te hebben van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Vaststelling van het definitieve normenkader 202 door het algemeen bestuur dient dan ook (thans) plaats te vinden, voor aanvang van de accountantscontrole over 202, die eind 202 start met een interimcontrole. Op basis van het concept-normenkader dat op 2 juni 202 door het dagelijks bestuur is vastgesteld vindt gedurende het jaar de interne toetsing door middel van controles en audits op rechtmatigheid plaats. De vaststelling van het concept-normenkader dient in principe elk jaar opnieuw te gebeuren. In het algemeen bestuur van 24 november 2009 is besloten dat het definitieve normenkader van enig jaar het concept-normenkader van het volgende jaar is. Dit betekent dan ook dat definitieve normenkader 202, behoudens uiteraard fundamentele wijzigingen, tevens het concept-normenkader 203 is. In 200 is door het algemeen bestuur het controleprotocol vastgesteld. Aangezien de looptijd van het controleprotocol gelijk is aan de duur van de opdrachtverstrekking aan de accountant van de jaarrekening (tot en met het dienstjaar 203) hoeft het controleprotocol niet meer opnieuw vastgesteld te worden. Gelet op het vorenstaande zijn wij voornemens het algemeen bestuur voor te stellen het normenkader 202 vast te stellen. Graag vernemen wij uw advies ter zake. Het dagelijks bestuur, de secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef de voorzitter, dr. J.J. Schrijen 22468/PDA 2/2

113 Waterschap Roer en Overmaas Normenkader 202 Waterschap Roer en Overmaas voor de accountantscontrole op de jaarrekening Vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 22469

114 Externe wetgeving Aanbestedingsreglement Werken (ARW 2005) 2 Activiteiten Amvb Inrichten 3 Activiteitenbesluit 4 Afspraken EMU (Economische en Monetaire Unie) beleid 5 Algemene wet bestuursrecht 6 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen 7 Ambtenarenwet 8 Arbeidsomstandighedenwet Arbeidstijdenwet (-besluit) 0 Archiefbesluit 995 Archiefwet BBP-systematiek (beleids- en beheersproces) 3 Belemmeringenwet Privaatrecht 4 Belemmeringenwet Verordeningen 5 Besluit Aanbestedingsrichtlijnen Overheidsopdrachten 6 Besluit Bodemkwaliteit 7 Besluit Glastuinbouw 8 Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water (BKMW 2009) 9 Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen milieubeheer (bedrijfeafvalwater) 20 Besluit Ruimtelijke Ordening 2 Binnenvaartpolitiereglement 22 Burgerlijk Wetboek (de boeken 2, 3, 5, 6, 7 en 7A) 23 Delegatiebesluit grondwatertaken 24 Delegatiebesluit muskusrattenbestrijding 25 Drinkwaterrichtlijn (richtlijn 75/440) 26 Europese aanbestedingsrichtlijnen 27 Faillissementswet 28 Fiscale wet- en regelgeving 29 Flora- en Faunawet 30 Gemeentewet 3 Grondwet 32 Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EG) 33 Hoogwaterrichtlijn 34 Invorderingswet IPPC-richtlijn (richtlijn (96/9) 36 Kadasterwet 37 Kaderrichtlijn Water 38 Kostenwet invordering rijksbelastingen 39 Lozingen buitengebied provincie 40 Lozingenbesluit bodemsanering en proefbronnering 4 Lozingenbesluit glastuinbouw 42 Lozingenbesluit open teelt en veehouderij 43 Lozingenbesluit WVO huishoudelijk afvalwater 44 Mededingingswet 45 Meet en registratiebesluit 46 Monumentenverordening 47 Monumentenwet 48 Nationaal Bestuursakkoord Water 49 Natuurbeschermingswet 50 Nitraatrichtlijn (richtlijn 9/676) 5 Nota Waterhuishouding 52 Onteigeningswet 53 Pachtnormenbesluit 54 Pensioenwet 55 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 56 Wet inrichting landelijk gebied

115 Externe wetgeving Regeling bijzondere subsidies waterkeren en waterbeheren (regeling van V&W feb. 2006) Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (RUDDO) Reglement voor Waterschap Roer en Overmaas Richtlijn stedelijk afvalwater (richtlijn 9/27) Rijks, provinciale en gemeentelijke subsidieregelingen (diverse) Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschapspersoneel Selectielijst archiefbescheiden waterschappen (bewaartermijnen) Sociale verzekeringswetten (diverse) Verordening Waterkering Limburg Visserijwet 963 Viswaterrichtlijn (richtlijn 78/659) Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EG) Waterbesluit Waterregeling Waterschapsbesluit Waterschapswet Waterwet Werkloosheidswet Wet bescherming persoonsgegevens Wet Bibob Wet economische delicten Wet Elektronische Bekendmaking Wet financiering decentrale overheden (wet FIDO) Wet gemeenschappelijke regelingen Wet gewasbescherming en biociden Wet Implementatie Rechtsbeschermingsrichtlijnen Aanbesteden (WIRA) Wet Inkomen en Arbeid (WIA) Wet inkomstenbelasting Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen Wet Markt en Overheid Wet Milieubeheer Wet op de loonbelasting 964 Wet op de omzetbelasting Wet op de Ondernemingsraden Wet openbaarheid van bestuur Wet Ruimtelijke Ordening Wet Waardering Onroerende Zaken Wetboek van burgerlijke rechtsvordering Ziektewet Zwemwatem'chtlijn (richtlijn 76/60)

116 Interne wetgeving Algemene Inkoopvoorwaarden DB F 2 Arbobeleidsnota DB F 3 Archieferordening AB F 4 Baggerbeleidsplan DB F 5 Beheer- en onderhoudsovereenkomsten AB F 6 Beheerplan Waterkeringen AB F 7 Beleidsnota stedelijk waterbeheer AB F 8 Beleidsnota's afvalwaterproblematiek DB F 9 Beleidsregels aanwijzing belastingplichtigen (inzake het toekennen van ambtshalve verminderingen, fiscale bestuurlijke boeten e.d.) AB F 0 Beleidsregels inzake vergunningen- en ontheffingenbeleid DB F Beleidsregels Keur AB F 2 Beleidsregels vergunningverlening AB F 3 Beleidsregels WVO AB F 4 Besluit informatiebeheer AB F 5 Calamiteitenplan AB F 6 Compensatienota vernattingsschade AB F 7 Gedragscode voor muskus- en beverrattenbestrijding AB F 8 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) AB F 9 Gemeenschappelijke Regeling Waterschapsbedrijf Limburg (WBL AB F 20 Gezamenlijke handhavingsstrategie Limburg AB F 2 Kostentoedelingsverordening Watersysteembeheer 20 AB F 22 Kwijtscheldingsbeleid AB F 23 Nota activabeleid 202 AB F 24 Nota grondverwervingsbeleid AB F 25 Nota reserves en voorzieningen 202 AB F 26 Nota uurtarieven 202 DB F 27 Regeling Budgetbeheer en Financieel mandaat AB F 28 Secundaire arbeidsvoorwaarden regelingen DB F 29 Sponsorbeleid DB F 30 Stimuleringsregeling aanpak rioolstorten AB F 3 Stimuleringsregeling afkoppelen verhard oppervlak WRO AB F 32 Stimuleringsregeling niet kerende grondbewerking AB F 33 Treasurystatuut Waterschap Roer en Overmaas 20 AB F 34 Uitvoeringsregels Inkoop- en Aanbestedingsbeleid AB F 35 Verordening verontreinigingsheffing Waterschap Roeren Overmaas 200 AB F 36 Verordening watersysteemhefffing Waterschap Roer en Overmaas 2009 AB F 37 Verordening zuiveringsheffing Waterschap Roer en Overmaas 2009 AB F 38 Waterbeheersplan AB F 39 Hydrologisch Meetplan DB NF 40 Inspraakverordening AB NF 4 Integraal Meetplan Water AB NF 42 Integriteitsbeleid AB NF 43 Kademota Stedelijk water AB NF 44 Keur inclusief leggers AB NF 45 Klachtenprocedure sexuele intimidatie DB NF 46 Klachtenverordening AB NF 47 Meetplan waterkwantiteit DB NF 48 Notitie recreatief medegebruik AB NF 49 Notitie verhuur jachtrechten, beheer en schadebestrijding AB NF 50 Procedure ziekteverzuim DB NF 5 Reglement van orde voor de vergaderingen van het AB AB NF 52 Reglement van orde voor de vergaderingen van het OB DB NF 53 Verordening aanwijziging toezichthouders AB NF 54 Verordening behandeling bezwaarschriften DB NF 55 Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie WRO (artikel 08 Waterschapswet) AB NF 56 Verordening bestuurscompensatie DB NF 57 Verordening commissies van advies en bijstand aan het DB DB NF 58 Verordening controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van WRO (artikel 09 Waterschapswet) AB NF 59 Waterakkoord AB NF

117 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt 9 Onderwerp Najaarsrapportage 202; 2 e begrotingswijziging 202 Portefeuillehouders) R.L.M. Sleijpen Afdeling Middelen Bestuursprogramma Niet van toepassing Waterbeheersplan Niet van toepassing Programma begroting Bedrijfsvoering Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA - Commissie MFB 30 oktober 202 Commissie WS - Algemeen bestuur 27 november 202 Voorstel Instemmen met de bijgevoegde concept-notitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid Toelichting./. Hierbij doe ik u een concept-notitie toekomen aan de commissie Middelen en Financieel Beleid betreffende de Najaarsrapportage 202. Deze concept-notitie spreekt naar mijn oordeel voor zich. Kortheidshalve volsta ik verder dan ook met een verwijzing daarnaar. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 2238/VER

118 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt: Sittard, AAN DE COMMISSIE MIDDELEN EN FINANCIEEL BELEID Onderwerp: Najaarsrapportage 202; 2e begrotingswijziging 202 Hierbij bieden wij u de Najaarsrapportage 202 met peildatum september 202 aan. In deze rapportage, die de periode januari 202 tot september 202 omvat, wordt teruggekeken op de afgelopen acht maanden en is een doorkijk gemaakt naar de rest van het jaar. Deze rapportage kenmerkt zich evenals voorgaande jaren, door informatie over de programma's, de investeringskredieten, de kostensoorten en de onttrekkingen aan de bestemmingsreserves en voorzieningen. De programma's (Hoofdstuk 2) bevatten gecomprimeerde informatie over wat de realisatie betreft van de voornemens. Verder wordt ter onderbouwing van deze informatie gebruik gemaakt van kengetallen. Evenals in de begroting wordt in een afzonderlijke paragraaf de procedure over de investeringskredieten (paragraaf 2.8) nader toegelicht en wordt gerapporteerd over de door het dagelijks bestuur verleende kredieten. Tevens wordt een doorkijk gemaakt naar de resterende maanden van het jaar, die resulteert in voorgestelde bijstellingen van de kredietvotering van de programma's plannen en watersysteem. De kostensoorten (Hoofdstuk 3) geven in één oogopslag de bij de voornemens behorende financiële informatie. Ten siotte worden de onttrekkingen aan de overige bestemmingsreserves en voorzieningen (Hoofdstuk 4) nader toegelicht. In de verslagperiode is een deel van de kosten voor de beëindiging van het belastingsysteem TAX-i verantwoord ten laste van de voorziening TAX-i. Financiële consequenties Op basis van de huidige inzichten is het resultaat van de Najaarsrapportage positief. Dit wordt voor 95% veroorzaakt door de uitbetaling van het positieve rekeningresultaat 20 van het Waterschapsbedrijf Limburg en de hogere waterschapsbelastingen. De resterende 5% zijn het resultaat van lagere kapitaallasten, lagere personeelslasten, hogere rente-opbrengsten, terugontvangen onverschuldigde btw over de huur Parklaan 5 en hogere kosten van diensten van derden. Aangezien resultaatsbestemming een bevoegdheid is van het algemeen bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening, wordt het positieve resultaat van deze rapportage 22380/VER /2

119 Waterschap Roer en Overmaas toegevoegd aan de post onvoorzien, waardoor deze bedraagt (primitief , voorjaarsrapportage en najaarsrapportage ). Kortheidshalve volstaan wij verder met een verwijzing naar de Najaarsrapportage 202. Wij zijn voornemens het algemeen bestuur voor te stellen:. de Najaarsrapportage 202 vast te stellen; 2. het resultaat van toe te voegen aan de post onvoorzien; 3. de begroting 202 te wijzigen conform de bij deze notitie behorende 2 e begrotingswijziging 202; 4. de kredietvotering van het programma plannen te verhogen met en van het programma watersysteem te verlagen met Graag vernemen wij uw advies ter zake. Het dagelijks bestuur, de secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef de voorzitter, dr. J.J. Schrijen 22380/VER 2/2

120 Waterschap Roer en Overmaas 2 DB-vergadering Agendapunt 0 Onderwerp Vaststelling Programmabegroting 203 Portefeuillehouders) R.L.M. Sleijpen Afdeling Middelen Bestuursprogramma Niet van toepassing. Waterbeheersplan Niet van toepassing. Programma begroting Bedrijfsvoering Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA 30 oktober 202 Commissie MFB 30 oktober 202 Commissie WS 30 oktober 202 Algemeen bestuur 27 november 202 Voorstel Instemmen met de bijgevoegde concept-notitie aan de commissies Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden, Middelen en Financieel Beleid en Watersystemen. Toelichting./. Hierbij doe ik u toekomen een concept-notitie aan de commissies Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden, Middelen en Financieel Beleid en Watersystemen inzake vaststelling van de Programmabegroting 203. Opgemerkt zij, dat in de bijgevoegde concept-notitie op pagina wordt verwezen naar de 'project factsheets', behorende bij het meerjarig investeringsplan. Het desbetreffende boekwerk ligt momenteel echter nog bij de drukker en zal ter vergadering aan u worden uitgereikt. Verder zij voor wat betreft de verdere procedure nog opgemerkt, dat u naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek van de commissie Middelen en Financieel Beleid in de vergadering van november 20 heeft besloten de programmabegroting voortaan eerst in een themabijeenkomst voor het algemeen bestuur te presenteren en deze daarna te behandelen in de commissies /PDA

121 Waterschap Roer en Overmaas De Programmabegroting 203 zal worden gepresenteerd tijdens de themabijeenkomst voor het algemeen bestuur op 23 oktober 202. Behandeling in de commissies is voorzien op 30 oktober 202. De bijgevoegde concept-notitie spreekt overigens voor zich. Kortheidshalve wordt verder dan ook volstaan met een verwijzing daarnaar. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 22429/PDA 2

122 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt: Sittard, AAN DE COMMISSIES ALGEMEEN BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN, MIDDELEN EN FINANCIEEL BELEID EN WATERSYSTEMEN Onderwerp: Vaststelling Programmabegroting 203 Hierbij treft u de Programmabegroting 203 aan, bestaande uit het programmadeel, de verplichte paragrafen en een aantal bijlagen (waaronder de project factsheets). Programmabeqrotinq 203 Bij de programmabegroting ligt het accent op besturen op hoofdlijnen. De begroting wordt evenals voorgaande jaren op drie invalshoeken gepresenteerd, te weten programma's, kostendragers en kosten en opbrengsten. Doordat de meerjarenraming op 26 juni 202 is vastgesteld, wordt in de begroting ook ingegaan op de afwijking die zich voordoet ten opzichte van de meerjarenraming. Het investeringsniveau wordt in de voorliggende begroting per programma gerubriceerd. Kredietvotering zal evenals voorgaande jaren plaatsvinden per programma bij de vaststelling van de begroting. Dit is ook de lijn die vastligt in de artikelen 6 en 7 van de verordening ex artikel 08 'beleids- en verantwoordingfunctie Waterschap Roer en Overmaas', die op 29 september 2008 door het algemeen bestuur is vastgesteld. De kredietverlening per individueel project, dat onderdeel uitmaakt van een programma, is in de voorliggende opzet de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. Over de individuele kredietverlening wordt in de voorjaarsrapportage, de najaarsrapportage en de jaarrekening aan het algemeen bestuur gerapporteerd. Voor een uitgebreide toelichting op het onderscheid tussen kredietvotering en kredietverlening kan worden verwezen naar paragraaf 2.8 van de voorliggende begroting. Tot slot zij nog vermeld dat in de begroting (bijlage K) het meerjarig investeringsplan (MIP) wordt gepresenteerd, waarin de opbouw van de programma's vanuit de individuele projecten is weergegeven. In het verlengde hiervan treft u ook de 'project factsheets' aan. Hierin wordt de inhoudelijke stand van zaken van alle relevante waterstaatkundige projecten zoals opgenomen in het MIP in beeld gebracht. Hiermee wordt niet alleen inzichtelijk gemaakt in welke fase de projecten zich bevinden, maar wordt ook aandacht besteed aan het doel en de uitvoering en wordt een link gelegd naar de partijen die hierbij betrokken zijn. Bijdrage Waterschapsbedriif (taak zuivering) Voor de bepaling van de verplichte bijdrage aan het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) heeft zich vanaf 203 een significante verandering voorgedaan die, om ongewenste schommelingen in het belastingniveau te voorkomen, noopt tot een aanpassing van het beleid aangaande inzet van de egalisatiereserve zuiveringsheffing /PDA /6

123 Waterschap Roer en Overmaas Tot en met de begroting van 202 was het uitgangspunt van het bestuur van het WBL om de bijdrage voor de meerjarenraming niet te wijzigen waardoor fluctuaties in de exploitatie voorkomen werden. Hierdoor had de meerjarenraming van ons waterschap een constant karakter en waren fluctuaties op het stijgingspercentage van de waterschapslasten voor het aandeel van het WBL (zuiveringsdeel) beperkt. Vanaf 203 is de bijdrageregeling van het WBL echter gewijzigd. In verband met de problematiek omtrent de reservevorming is door het bestuur van het WBL voor de begroting 203 en de meerjarenperiode ervoor gekozen om de bijdrage van de waterschappen gelijk te stellen aan de nettokosten van het WBL. Hierdoor is op jaarbasis bij het WBL sprake van een sluitende begroting en wordt van de waterschappen nooit een te hoge of te lage bijdrage gevraagd. Echter de bijdrage over de jaren kan wel fluctueren. Verder leidt deze systematiek ertoe dat de verantwoordelijkheid voor de reservevorming bij de waterschappen ligt. Op basis van de door het bestuur van het WBL op 27 juli 202 vastgestelde begroting 203 en meerjarenraming , ziet het bijd rageverloop ten opzichte van 202 er voor ons waterschap als volgt uit. Begroting WBL (afgerond op.000) Bijdrage WRO * Mutatie t.o.v. voorgaand jaar n.v.t * bijdrage exclusief laboratorium Doordat de bijdrage de komende jaren wijzigt, ontstaan schommelingen in de exploitatie die leiden tot aanzienlijke fluctuaties in opbrengstontwikkeling van de zuiveringsheffing. Indien de netto-kosten, waarin begrepen de bijdrage aan het WBL, na de inzet van de egalisatiereserves (zoals opgenomen in de vastgestelde meerjarenraming ) volledig zouden worden gedekt door de belastingopbrengsten zou dit betekenen dat in 203 binnen ons waterschap sprake zou zijn van een opbrengstdaling van de zuiveringsheffing met 7,9%, terwijl in 205 en 206 de opbrengst van de zuiveringsheffing zou moeten toenemen met respectievelijk 7,7% en 3,30%. In tabelvorm ziet dit er als volgt uit. Stijgingspercentage ZulveriTrg^effing *" '7^0%,0% 7,70% 3^30% 2~00% Bestendige opbrengstontwikkelinq / egalisatiereserve zuiveringsheffing Omdat deze situatie onwenselijk en maatschappelijk gezien niet verantwoord is, is binnen de kaders die voorhanden zijn gezocht naar mogelijkheden om een meer bestendige opbrengstontwikkeling te bewerkstelligen. Hierbij is nadrukkelijk gekeken naar het meerjarig effect en is de stip aan de horizon dan ook leidend geweest. Ook is de focus gelegd op de optimale benutting van de mogelijkheden om te komen tot de nullijn in de opbrengstontwikkeling voor de komende jaren. Dit heeft er toe geleid dat, door op een andere wijze om te gaan met de egalisatiereserve zuiveringsheffing, het mogelijk is om de nullijn voor de gemiddelde opbrengstontwikkeling voor de jaren te bewerkstelligen. Hiervoor is het noodzakelijk dat de inzet van de egalisatiereserve zuiveringsheffing in 203 en 204 achterwege blijft en wordt 22376/PDA 2/6

124 Waterschap Roer en Overmaas doorgeschoven naar , de tariefsverlaging van de zuiveringsheffing in 203 en 204 wordt beperkt en het begrotingsoverschot in 203 en 204 binnen de taak zuivering wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve zuiveringsheffing. In concreto ziet dit als volgt uit: 203 Opbrengstdaling zuiveringsheffing 203 beperken tot 0,03%. Onttrekking egalisatiereserve zuiveringsheffing 203 ad achterwege laten en doorschuiven naar Exploitatieoverschot begroting 203 ad toevoegen aan egalisatiereserve zuiveringsheffing. Rekeningresultaat WBL 20 (aandeel WRO uitbetaald in 202) toevoegen aan egalisatiereserve zuiveringsheffing. 204 Opbrengstdaling zuiveringsheffing 204 beperken tot %. Onttrekking egalisatiereserve zuiveringsheffing ad in 204 achterwege laten en doorschuiven naar Exploitatieoverschot begroting 204 ad toevoegen aan egalisatiereserve zuiveringsheffing. Rekeningresultaat WBL over 202 (aandeel WRO wordt uitbetaald in 203) toevoegen aan egalisatiereserve zuiveringsheffing. 205/206/207 Egalisatiereserve zuiveringsheffing volledig inzetten. De voorgestelde beleidslijn is vertaald in de herziene meerjarenraming die onderstaand is weergegeven. Verder is ter bevordering van de inzichtelijkheid de opbrengstontwikkeling eveneens grafisch weergeven. Omschrijving x (.000) Netto kosten programmatotaal Af: inzet egalisatiereserves - watersysteemheffing zuiveringsheffing Benodigde belastingopbrengst Belastingopbrengst Exploitatiesaldo (tekort - / overschot +) Stijgingspercentage opbrengst Watersysteemheffing 0,04%,75% 4,00% 3,90% 3,00% Zuiveringsheffing -0,03% -,00% -2,40% -2,50% -2,00% Gemiddeld stijgingspercentage 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 22376/PDA 3/6

125 Waterschap Roer en Overmaas 5,00% 4,00% 3,00% 2fl0% -Watersysteemheffing,00% 0,00% -,00% Zuiveringsheffing -Gemiddelde -2,00% -3,00% Opbrengststijging / tarieven 203 Door een andere inzet van de egalisatiereserve zuiveringsheffing in combinatie met een beperking van de zuiveringsheffing zoals beschreven in de vorige paragraaf kunnen wij voor 203 een begroting presenteren waarbij sprake is van de nullijn voor de gemiddelde opbrengstontwikkeling. Dit percentage is gelijk aan het percentage zoals opgenomen in de vastgestelde meerjarenraming en ligt ruim onder het te verwachten inflatieniveau. Indien de opbrengstontwikkeling per taak inzichtelijk wordt gemaakt is in 203 bij de watersysteemheffing sprake van een stijging van 0,04% en bij de zuiveringsheffing sprake van een daling van 0,03%. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van de programmabegroting. Zoals reeds meerdere malen onder de aandacht gebracht, is een opbrengststijging niet gelijk aan een tariefstijging. De tarieven worden bepaald door de opbrengst watersysteemheffing en zuiveringsheffing te relateren aan de belastingmaatstaven, die aan fluctuaties onderhevig zijn. Dit heeft voor bepaalde categorieën een verhogend effect op de tarieven 203 (zie ook hoofdstuk 8 van de programmabegroting). Om een sluitende begroting 203 te presenteren zijn we voornemens het algemeen bestuur voor te stellen om te onttrekken aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing' en toe te voegen aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing'. De aangehaalde onttrekking aan de egalisatiereserve watersysteemheffing is conform de vastgestelde meerjarenraming en de toevoeging aan de egalisatiereserve zuiveringsheffing noodzakelijk om de nullijn tot en met 207 te kunnen hanteren /PDA 4/6

126 Waterschap Roer en Overmaas Door middel van het overzicht 'lastendruk 202 versus 203' wordt inzichtelijk gemaakt wat de voorliggende tarieven betekenen voor een huurder, eigenaar en agrariër../. Dit overzicht treft u eveneens als bijlage hierbij aan (bijlage 2). Voor een toelichting op de programmabegroting verwijzen wij u kortheidshalve naar de voorliggende begroting. Wij zijn voornemens het algemeen bestuur voor te stellen:. de programmabegroting voor het dienstjaar 203 vast te stellen; 2. per programma voor 203 een krediet beschikbaar te stellen conform onderstaand overzicht: Programma Te voteren krediet Uitgaven Inkomsten Netto Plannen Watersysteem Herinrichting oppervlaktewateren landelijk gebied Herinrichting stedelijk gebied Vismigratie Wateroverlast Algemeen Totaal Watersysteem Veiligheid Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering TotaaT programma's om een sluitende begroting 203 te presenteren, te onttrekken aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing' en toe te voegen aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing'; de tarieven 203 voor de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing als volgt vast te stellen: I Watersysteembeheer: Ongebouwd openbare landwegen 23,40 per ha overig ongebouwd 24,68 per ha Natuur Gebouwd Ingezetenen 2,36 per ha 0,020 % van de WOZ-waarde 35,68 per wooneenheid II III Zuiveringsbeheer: Zuiveringsheffing Verontreinigingsheffing: Verontreinigingsheffing 49,96 per vervuilingseenheid 49,96 per vervuilingseenheid 22376/PDA 5/6

127 Waterschap Roer en Overmaas Graag vernemen wij uw advies ter zake. Het dagelijks bestuur, de secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef de voorzitter, dr. J.J. Schrijen 22376/PDA 6/6

128 BIJLAGE 2 nrjssi Huurder Uitgangspunt - aanslag ingezetenen - aanslag zuiveringsheffing BwotiÊB tarief aanslag tarief aansfad aanslag ingezetenen 35,95 35,95 35,68 35,68 aanslag zuiveringsheffing - 3 vervuilingseenheden 49,73 49,9 49,96 49,88 TOTAAL 85,4 #5,56 \Stijging [23% I 22377

129 \Eigenaar Uitgangspunt - woning van aanslag ingezetenen - aanslag zuiveringsheffing Begroting tarief aanslag tarief aanslag aanslag gebouwd 47,94 47,24 - percentage van WOZ-waarde 0,0204% 0,020% aanslag ingezetenen 35,95 35,95 35,68 35,68 aanslag zuiveringsheffing 49,9 49,88-3 vervuilingseenheden 49,73 49,96 TOTAAL 233,08 232,80 \sqging 0,2% * * Indien de WOZ-waarde van de woning in 203 conform de waardedaling In ons beheersgebied met 2,8% daalt bedraagt de daling 0,69%

130 \Eigenaar I ongebouwd Uitgangspunt - woning van aanslag ingezetenen - aanslag zuiverinsgheffing - perceel landbouwgrond 20 hectare Beoroünu tarief aanslag tarief aanslag aanslag gebouwd 47,94 47,24 - percentage van WOZ-waarde 0,0204% 0,020% aanslag Ingezetenen 35,95 35,95 35,68 35,68 aanslag zuiveringsheffing 49,9 49,88-3 vervuilingseenheden 49,73 49,96 aanslag ongebouwd 642,60 493,60-20 hectare 32,3 24,68 TOTAAL 875,68 m,4ó -f7,05* I* * Indien da WOZ-waarde van da woning In 202 conform de waardedaling In ons beheersgebied met 2,8% daalt bedraagt de daling 7,20%

131 Begroting aanslag aanslag Huurder 85,4 85,56 Eigenaar 233,08 232,80 Eigenaar / ongebouwd 875,68 726,

132 Begroting aanslag aanslag Huurder 85,4 0,23% Eigenaar 233,08-0,2% Eigenaar / ongebouwd 875,88-7,05% 22377

133 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt Onderwerp Wijziging van de Verordening watersysteemheffing, de Verordening zuiveringsheffing en de Verordening verontreinigingsheffing Portefeuillehouders) H.M.G. Hartmann / C.H.J.M. Lebens Afdeling Middelen Bestuursprogramma Niet van toepassing. Waterbeheersplan Niet van toepassing. Programma begroting Bestuur, externe communicatie en belastingen Routing Dagelijks bestuur 9 oktober 202 Commissie ABA Commissie MFB 30 oktober 202 Commissie WS Algemeen bestuur 27 november 202 Voorstel Instemmen met de bijgevoegde concept-notitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid inzake de gewijzigde vaststelling van de Verordening watersysteemheffing, de Verordening zuiveringsheffing en de Verordening verontreinigingsheffing. Toelichting./. Hierbij doe ik u toekomen een concept-notitie aan de commissie Middelen en Financieel Beleid inzake wijziging van de Verordening watersysteemheffing, de Verordening zuiveringsheffing en de Verordening verontreinigingsheffing. Beoogd effect Aanpassing belastingverordeningen aan belastingtarieven 203. Communicatie Het voornemen om het algemeen bestuur een voorstel te doen tot wijziging van belastingverordeningen, is niet aan inspraak onderhevig. Na vaststelling worden de verordeningen gepubliceerd en ter kennis gebracht van het college van Gedeputeerde Staten /WIJ /2

134 Waterschap Roer en Overmaas./. De bijgevoegde concept-notitie spreekt voor zich. Kortheidshalve wordt verder dan ook volstaan met een verwijzing daarnaar. De secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef 22433/WIJ 2/2

135 Waterschap Roer en Overmaas DB-vergadering Agendapunt: Sittard, AAN DE COMMISSIE MIDDELEN EN FINANCIEEL BELEID Onderwerp: Wijziging Verordening verontreinigingsheffing, Verordening zuiveringsheffing en Verordening watersysteem heffing In verband met de jaarlijkse tariefvaststelling is het noodzakelijk de belastingverordeningen te wijzigen. Dit omdat de belastingtarieven op basis van artikel van de Waterschapswet expliciet moeten worden vermeld in de belastingverordeningen. De belastingverordeningen behoeven geen goedkeuring van het college van Gedeputeerde Staten en de ontwerpen zijn niet aan inspraak onderhevig. Ze worden wel ter kennis gebracht van het college van Gedeputeerde Staten. Wij zijn voornemens om het algemeen bestuur voor te stellen om in te stemmen met de bijgevoegde concept-besluiten tot wijziging van de 'Verordening verontreinigingsheffing Waterschap Roer en Overmaas 200', van de 'Verordening op de watersysteemheffing Waterschap Roer en Overmaas 2009' en van de 'Verordening zuiveringsheffing Waterschap Roer en Overmaas 2009'. De tarieven zijn overgenomen uit de concept-begroting 203. Graag vernemen wij uw advies ter zake. Het dagelijks bestuur, de secretaris/directeur, ing. J.M.G. In den Kleef de voorzitter, dr. J.J. Schrijen 22434/WIJ

136 CONCEPT Waterschap Roer en Overmaas WIJZIGING VERORDENING OP DE WATERSYSTEEMHEFFING 2009 Het algemeen bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas van waterschapsblad 202, nummer...; gelet op het bepaalde in hoofdstuk XVI en hoofdstuk XVII van de Waterschapswet; BESLUIT:. De Verordening op de watersysteemheffing 2009, zoals vastgesteld op 24 november 2008, als volgt te wijzigen: I II Ill IV V Aan de considerans wordt toegevoegd: Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. waterschapsblad 202, nummer...; Artikel 4 komt te luiden: Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas 203, bedraagt het tarief van de watersysteemheffing voor de categorie ingezetenen 35,68 per woonruimte. Artikel 6 komt te luiden: Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas 203, bedraagt het tarief van de watersysteemheffing voor ongebouwde roerende zaken 24,68 per hectare. 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in artikel 4 van de Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas 203, bedraagt het tarief voor verharde openbare wegen 23,40 per hectare. Artikel 8 komt te luiden: Met inachtneming van het bepaalde dienaangaande in de Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas 203, bedraagt het tarief van de heffing voor natuurterreinen 2,36 per hectare. Artikel 0 komt te luiden: Met inachtneming dienaangaande van het bepaalde in de Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas 203, bedraagt het tarief van de heffing voor gebouwde onroerende zaken 0,020% van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 3, onderdeel c van deze verordening. 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. : 3. De datum van ingang van de heffing is januari /WIJ /2

137 CONCEPT Waterschap Roer en Overmaas Aldus besloten in de openbare vergadering van De secretaris/directeur, De voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen 22435WIJ 2/2

138 CONCEPT Waterschap Roer en Overmaas 2 WIJZIGING VERORDENING ZUIVERINGSHEFFING 2009 Het algemeen bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas van waterschapsblad 202, nummer...; gelet op het bepaalde in hoofdstuk XVI en hoofdstuk XVIIb van de Waterschapswet en hoofdstuk 6, paragraaf 2 van het Waterschapsbesluit; BESLUIT:. De Verordening zuiveringsheffing 2009, zoals vastgesteld op 24 november 2008, als volgt te wijzigen: I II Aan de considerans wordt toegevoegd: Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. waterschapsblad 202, nummer...; Artikel 8 komt te luiden: Het tarief bedraagt 49,96 per vervuilingseenheid. 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is januari 203. Aldus besloten in de openbare vergadering van... De secretaris/directeur, De voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen 22436/WU

139 CONCEPT Waterschap Roer en Overmaas WIJZIGING VERORDENING VERONTREINIGINGSHEFFING 200 Het algemeen bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas van waterschapsblad 202, nummer...; gelet op het bepaalde in hoofdstuk XVI van de Waterschapswet, hoofdstuk 7 van de Waterwet en hoofdstuk 6, paragraaf 2, van het Waterschapsbesluit; BESLUIT:. De Verordening verontreinigingsheffing 200, zoals vastgesteld op 24 november 2009, als volgt te wijzigen: I II Aan de considerans wordt toegevoegd: Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. waterschapsblad 202, nummer...; Artikel 2 komt te luiden: Het tarief bedraagt 49,96 per vervuilingseenheid. 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is januari 203. Aldus besloten in de openbare vergadering van De secretaris/directeur, De voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen /

140 5 -t, 4 m m 2 Waterschap Roer en Overmaas Postbus AD Sittard T F E [email protected]

141 Wate

142 Inhoud Inleiding / samenvatting 3. Inleiding 3.2 Samenvatting 4.3 Begrotingstechnische aspecten 8 2 Programmaplan 3 2. Programma Plannen Programma Watersysteem Programma Veiligheid Programma Zuiveren Programma Instrumenten Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen Programma Bedrijfsvoering Investeringskrediet 34 3 Kostendrager / kostentoerekening / dekkingsmiddelen Kostentoerekening Kostendrager Dekkingsmiddelen 4 4 Kostensoorten De begroting naar kosten en opbrengsten Toelichting op kosten en opbrengsten Toelichting op kosten Toelichting op opbrengsten 50 5 Overige paragrafen Algemene ontwikkelingen en uitgangspunten Ontwikkelingen ten opzichte van Meerjarenraming Incidentele opbrengsten en kosten Onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen De financiering Rentevisie Liquiditeitspositie Treasurybeheer Het weerstandsvermogen Risico's Verbonden partijen Bedrijfsvoering EMU-saldo 69 6 Waterschapsbedrijf Limburg Relatie Ontwikkelingen Begroting 74 Waterschap Roer en Overmaas 22457

143 7 Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen 7. Relatie 7.2 Ontwikkelingen 7.3 Begroting 7.4 Geldstroom 8 9 De tarieven Voorstellen Bijlagen A B C D E F G H I J K Vaste activa Reserves en voorzieningen Vaste schulden Personeelslasten Berekening van het rente omslagpercentage Kostenverdeelstaat met toelichting Begroting Waterschapsbedrijf Limburg en BsGW Kostendragers, programma's en beleidsproducten inclusief dekkingsmiddelen Treasury Opbouw EMU-saldo Meerjarig investeringsplan 2 Programmabegroting 203

144 Inleiding / samenvatting. Inleiding Hierbij treft u de programmabegroting 203 aan. Dit is de vierde begroting van de bestuursperiode , die op basis van de huidige inzichten met 2 jaar wordt verlengd tot 204. Op 7 februari 2009 heeft het algemeen bestuur het bestuursprogramma vastgesteld. Het bestuursprogramma is een richtlijn voor de in de bestuursperiode te nemen besluiten. Het betreft geen formulering van concreet beleid maar voornemens. Bij het opstellen van deze begroting is hiermee, samen met de op 26 juni 202 vastgestelde meerjarenraming , rekening gehouden. De gevolgen van de aanhoudende eurocrisis en de daarbij behorende economische effecten hebben zich op Rijksniveau vertaald in een aanzienlijk bezuinigingspakket. Door de gedeeltelijke overname van de kosten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) dragen de waterschappen hier niet alleen in 203 maar ook de komende jaren hun steentje aan bij. Verder is ook nog onduidelijk wat de gevolgen zijn van de uitkomst van de regeringsformatie voor de financiële huishouding van de waterschappen. In het licht hiervan moge het duidelijk zijn dat de financiële positie van het waterschap zich de komende jaren - evenals voorgaande jaren - zal kenmerken door soberheid en kostenbewustzijn, waarbij de nadruk ligt op kostenbeheersing. De bepaling van de verplichte bijdrage aan het Waterschapsbedrijf (WBL) heeft vanaf 203 een significante wijziging ondergaan. Doordat de bijdrage vanaf genoemde datum bepaald wordt op basis van de nettokosten ontstaan fluctuaties in de opbrengstontwikkeling van de zuiveringsheffing. Om dit te voorkomen heeft de beleidslijn voor de inzet van de egalisatiereserve, waarbij de meerjarige nullijn voor de gemiddelde opbrengstontwikkeling leidend is geweest, een aanpassing ondergaan. Rekening houdende met de aangehaalde aspecten is het mogelijk om u in 203 een begroting aan te bieden waarin de nullijn wordt gehanteerd voor de gemiddelde opbrengstontwikkeling van beide taken samen. Indien de opbrengstontwikkeling per taak inzichtelijk wordt gemaakt is bij de opbrengst watersysteemheffing sprake van een stijging met 0,04% en de opbrengst zuiveringsheffing sprake van een daling met 0,03%. De nullijn voldoet ruimschoots aan het bestuursprogramma waarin een gematigde ontwikkeling van de waterschapslasten een belangrijk voornemen is, en gelet op de huidige tijd ook op zijn plaats is. Benadrukt dient te worden dat een opbrengststijging niet gelijk is aan een tariefstijging. De tarieven worden bepaald door de opbrengst watersysteemheffing en zuiveringsheffing te delen door de belastingmaatstaven, die aan fluctuaties onderhevig zijn. Ondanks de beperkte opbrengststijging voor de watersysteemheffing heeft dit voor bijna alle categorieën van het watersysteembeheer een positief (lees verlagend) effect op het tarief 203. Door de verruiming van de tariefdifferentiatie verharde openbare wegen van 00% naar 400% (vermeende weeffout) is de kostentoedelingsverordening gewijzigd en is de 'Kostentoedelingsverordening Watersysteembeheer 203' vastgesteld. Het tarief 203 van de zuiveringsheffing is ondanks de opbrengstverlaging als gevolg van de afname van het aantal vervuilingseenheden beperkt toegenomen (zie ook hoofdstuk 7). Waterschap Roeren Overmaas

145 Om een sluitende begroting te kunnen presenteren is conform de meerjarenraming ingezet vanuit de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing. Verder is om meerjarig de nullijn te kunnen blijven hanteren in toegevoegd aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing'. Het algemeen bestuur stuurt op hoofdlijnen op programmaniveau, zoals ook de intentie van de wet is. Om het algemeen bestuur goed zijn werk te laten doen rapporteert het dagelijks bestuur periodiek over de programma's. Ook in 203 bieden wij twee tussentijdse rapportages aan het algemeen bestuur aan. De voorjaarsrapportage, met peildatum mei, en de najaarsrapportage, met peildatum september..2 Samenvatting In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen het resultaat van de exploitatie, de mutatie van de exploitatie ten opzichte van de gewijzigde begroting 202, de investeringen en de tarieven weergegeven en kort toegelicht. Exploitatie De begroting kan op basis van de netto kosten per programma als volgt worden weergegeven. Programma 203 Begroting Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Programmatotaal Onvoorzien Waterschap Roer en Overmaas Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg Goodwill toetreders BsGW Totaal nette kosten Opbrengst waterschapsbelastingen, inclusief kwijtschelding en oninbaarverklaringen Exploitatieresultaat Voor een nadere toelichting op de programma's wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Aangezien in deze begroting de verschillen ten opzichte van 202 op kostensoortenniveau wordt verklaard kan het gecomprimeerde resultaat van de begroting volgens de indeling van de kostensoorten als volgt worden weergegeven: 4 Programmabegroting 203

146 Kosten / Opbrengsten 20» Begroting Kosten Opbrengsten Exploitatieresultaat ; Ten opzichte van de gewijzigde begroting 202 nemen de kosten af met , ofwel 5,%. De opbrengsten zijn inclusief de heffingsopbrengsten, waarbij voor 203 rekening is gehouden met de nullijn voor de gemiddelde opbrengstontwikkeling voor beide taken. Deze is gelijk aan de opbrengstontwikkeling zoals opgenomen in de meerjarenraming In 203 is hierdoor sprake van een exploitatieoverschot van Om een sluitende begroting te presenteren wordt voorgesteld in te onttrekken aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling watersysteemheffing (conform meerjarenraming ) en om de (meerjarige) nullijn te kunnen realiseren toe te voegen aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing'. Mutatie van de exploitatie ten opzichte van de gewijzigde begroting 202 Onderstaand worden de voornaamste mutaties van de kosten en de opbrengsten ten opzichte van de gewijzigde begroting 202 (voorjaarsrapportage) weergegeven en kort toegelicht. Kosten (afgerond op.000) Bedrag Rente en afschrijvingen Personeelslasten Goederen en diensten van derden Bijdrage aan het WBL Bijdrage aan de BsGW Bijdragen aan derden Toevoegingen aan voorzieningen/onvoorzien De rente en afschrijving nemen af. Enerzijds stijgen de afschrijvingen met als gevolg van het reguliere netto geraamde investeringsvolume 203, de structurele doorwerking van het investeringsniveau 202 en de beperkte extra afschrijving (indien de boekwaarde kleiner is dan 2.500). Anderzijds nemen de rentekosten af met als gevolg van lagere berekende rente eigen financieringsmiddelen. De personeelslasten stijgen vooral als gevolg van de CAO, waarin is opgenomen dat in 203 een extra impuls wordt gegeven aan het individueel keuzebudget (KB). Ook de sociale premies, met name de pensioenpremies en zorgverzekeringswet, nemen toe. De goederen en diensten van derden nemen voornamelijk toe als gevolg van de laboratoriumdiensten die met ingang van 203 worden overgeheveld van het WBL naar het waterschap en het afsluiten van een nieuw leasecontract voor bedrijfsauto's voor de buitendienstmedewerkers. De verschuldigde bijdrage aan het Waterschapsbedrijf Limburg neemt af als gevolg van de gewijzigde systematiek voor de te bepalen bijdrage, zie hoofdstuk 6. Waterschap Roer en Overmaas

147 De verschuldigde bijdrage aan de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen daalt als gevolg van de schaalvergroting door toetreding van acht nieuwe deelnemers, zie hoofdstuk 7. De bijdragen aan derden nemen vooral af omdat de stimuleringsregeling 'niet kerende grondbewerking met bodembedekking' (vastgesteld voor de periode ) vanaf 203 vervalt. De toevoegingen voorzieningen/onvoorzien daalt als gevolg van de in 202 tussentijds (voorjaarsrapportage) bijgestelde post onvoorzien. Opbrengsten (afgrond op.000) Bedrag Financiële baten Personele baten Goederen en diensten aan derden Bijdragen van derden Waterschapsbelastingen De financiële baten nemen af als gevolg van lagere berekende rente eigen financieringsmiddelen. De personele baten dalen doordat de bijdrage in de kosten van gedetacheerd personeel in verband met de beëindiging van een gemeentelijke samenwerking vervalt. De goederen en diensten aan derden nemen toe in verband met de verwachte opbrengst van de verkoop de auto's van de buitendienst en een stijging van het jachtrecht. De bijdragen van derden stijgen in het bijzonder door de te ontvangen goodwill van 8 gemeenten, vanwege de toetreding tot de BsGW met ingang van 203. Verder is de bijdrage in de kosten van de beverratbestrijding toegenomen. De waterschapsbelastingen zijn als gevolg van de nullijn nagenoeg gelijk gebleven op het niveau van 202. Voor een uitgebreidere toelichting op de kosten en opbrengsten zie hoofdstuk 4. Investeringen De netto investeringsuitgaven in de begroting 203 zijn gelijk aan de eerste schijf van de meerjarenraming en kunnen als volgt worden weergegeven: 203 P r 9 r a m m a Begroting Plannen Watersysteem Veiligheid Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Totaal netto Investeringsuitgaven in De investeringsprojecten betreffende plannen, watersysteem en instrumenten zijn voor het merendeel gebaseerd op het Waterbeheerplan en het Beheersplan Waterkeringen Ook is rekening gehouden met de inspanningsverplichtingen zoals opgenomen in de Europese Kaderrichtlijn Water, Waterbeleid 2 e eeuw (WB2) en 6 Programmabegroting 203

148 het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Evenals met de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). De investeringsuitgaven in het kader van veiligheid hebben betrekking op de bijdrage in de kosten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en het budgettair neutrale project 'Bestuursovereenkomst Sluitstukkaden Maasdal'. In de investeringsprojecten van de bedrijfsvoering heeft betrekking op de realisatie van de centrale opslag calamiteitenmateriaal en steunpunt buitendienst. De uitgaven en inkomsten van de individuele investeringsprojecten, gerubriceerd per programma, zijn opgenomen in het meerjarig investeringsplan (MIP) wat integraal deel uitmaakt van de begroting (zie bijlage K). Verder treft u een boekwerk aan waarin de project factsheets zijn opgenomen. Hierin wordt de inhoudelijke stand van zaken van alle relevante projecten zoals opgenomen in het MIP in beeld gebracht. Tarieven Bij de berekening van de tarieven 203 is rekening gehouden met de 'Kostentoedelingsverordening Watersysteembeheer 203'. Verder is rekening gehouden met de nullijn in de opbrengst waterschapslasten 203 voor het gemiddelde van de beide taken. Bij de watersysteemheffing is voor 203 sprake van een stijging van 0,04% en bij de zuiveringsheffing sprake van een daling van 0,03%. Dit betekent niet per definitie dat de tarieven van de diverse categorieën van de taak watersysteembeheer met hetzelfde percentage als de opbrengststijging toenemen. Dit kan positiever of negatiever uitvallen en is afhankelijk van de maatstaven die gehanteerd worden bij de berekening van de tarieven van de diverse categorieën van de taak watersysteembeheer, te weten ingezetenen, zakelijk gerechtigden gebouwd, zakelijk gerechtigden ongebouwd en natuur. De verruiming van de tariefdifferentiatie wegen per januari 203 naar 400% heeft in ieder geval een aanzienlijk verlagend effect op de tarieven van de categorie ongebouwd. Ondanks de afname van de bevolking en de daarmee samenhangende leegstand, vooral in Zuid-Limburg, blijft het aantal woningen toenemen. Het aantal ingezetenen dat voor 203 wordt geprognosticeerd is op basis van de realisatiegegevens van de afgelopen jaren en is door een verdere optimalisatie van het heffingen proces t.o.v. 202 toegenomen met In verband met de jaarlijkse herwaardering in het kader van de wet WOZ worden door de gemeenten (met waardepeildatum ) nieuwe WOZ waarden aangeleverd. Voor de effecten hiervan is op basis van de voorlopige inzichten uitgegaan van een waardedaling van 2,55% waardoor de WOZ-waarden voor de categorie zakelijk gerechtigden gebouwd zijn afgenomen. Bij de totstandkoming van de tarieven van het ongebouwd en natuur wordt de te realiseren opbrengst gedeeld door het aantal hectares voor de betreffende categorieën, exclusief de waterschapseigendommen. Dit is een gevolg van het feit dat waterschapseigendommen zijn vrijgesteld van belastingheffing. De opbrengst die niet gegenereerd wordt door de waterschapseigendommen dient dan ook door de betreffende categorieën (vooral ongebouwd) te worden opgebracht. De aangehaalde effecten hebben vooral een verhogend effect op de tarieven van de categorie ongebouwd omdat de waterschapeigendommen voor het merendeel uit ongebouwde percelen bestaan. Waterschap Roer en Overmaas

149 Ondanks dat de opbrengst zuiveringsheffing licht gedaald is, heeft de afname van het aantal vervuilingseenheden in 203 ten opzichte van 202 een negatieve uitwerking op het tarief. Een en ander en heeft dan ook geleid tot een verhoging van het tarief van de zuiveringsheffing in 203. De tarieven voor 203 kunnen als volgt worden weergegeven. Watersysteem Zuivering» Verontrefnigings Categorie beheer beheer Heffing Ongebouwd (per hectare): Openbare landwegen 23,40 Overig ongebouwd 24,68 Natuur (per hectare) 2,36 Gebouwd (percentage van WOZ-waarde) 0,020% Ingezetenen (per wooneenheid) 35,68 Zuiveringsheffing (per heffingseenheid) - 49,96 Verontreinigingsheffing (per heffingseenheid) ,96 In hoofdstuk 8 worden de tarieven voor zowel de watersysteemheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing nader toegelicht..3 Begrotingstechnische aspecten In de programmabegroting 203 worden beleid, doelstellingen en daaraan verbonden kosten toegelicht. Op basis hiervan worden de tarieven 203 voor de watersysteemheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing vastgesteld. De functie van de voorliggende programmabegroting is meerledig: Allocatiefunctie: toewijzen van middelen naar programma's (hoofdstuk 2), kostendragers (hoofdstuk 3) en kostensoorten (hoofdstuk 4). Autorisatiefunctie: door het vaststellen van de programmabegroting machtigt het algemeen bestuur het dagelijks bestuur de opgenomen activiteiten uit te voeren en de middelen conform de begroting in te zetten. Taakstellende functie: de begroting houdt voor het dagelijks bestuur de taakstelling in dat de opgenomen activiteiten binnen de beschikbaar gestelde middelen worden uitgevoerd. Beheersfunctie: tijdens het jaar via de voor- en najaarsrapportage en aan het einde van het jaar via de jaarrekening worden de werkelijke resultaten getoetst aan de in de begroting opgenomen activiteiten en financiële middelen. Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de artikelen 77, 00 en 0 van de Waterschapswet. Ook is rekening gehouden met de Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen (BBVW). In de BBVW is de programmabenadering verplicht voorgeschreven waardoor het accent in deze begroting op de programma's ligt. Verder is rekening gehouden met de verplichtingen van de Economische Monetaire Unie (EMU) voor waterschappen. 8 Programmabegroting 203

150 Voor wat betreft de vergelijkende cijfers geldt dat, conform de voorschriften, bij de kostensoorten de realisatie 20 en de gewijzigde begroting 202 worden gepresenteerd. De vergelijkende cijfers van de kostendragers en dekkingsmiddelen inclusief toelichting zijn opgenomen in bijlage H, wat de leesbaarheid ten goede komt. De begroting 203 is op de volgende wijze tot stand gekomen. In eerste instantie is rekening gehouden met de uitkomsten van de jaarrekening 20, vastgesteld op 26 juni 202. Deze vormde samen met de gewijzigde begroting 202 en de te hanteren uitgangspunten de bouwstenen voor de meerjarenraming Verder is rekening gehouden met de op 27 juli 202 vastgestelde begroting van het WBL en de op 28 juni 202 vastgestelde begroting 203 van de BsGW. Ten slotte is op 26 juni 202 de meerjarenraming vastgesteld. De eerste jaarschijf van deze meerjarenraming is in principe de begroting 203. Vanaf het moment van opstellen van de meerjarenraming tot het opstellen van de begroting 203 hebben nadere inzichten geleid tot wijzigingen ten opzichte van de meerjarenraming. Hiermee is in de begroting rekening gehouden. Zie ook paragraaf 5.2. De begroting is, evenals voorgaande jaren, ook digitaal beschikbaar. Waterschap Roer en Overmaas

151 Het waterschap beschermt tegen wateroverlast zorgt voor schoon en voldoende water laat beken weer kronkelen onderhoudt beken en kades langs de Maas bestrijdt muskus- en beverratten Waterschap Roeren Overmaas 22457

152 2 Programmaplan In het programmaplan wordt het naar de programma's onderscheiden en te realiseren beleid voor het waterschap financieel voor 203 weergegeven. Het programmaplan is opgebouwd uit zeven, op 2 april 2008 vastgestelde, programma's. Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten op basis waarvan het bestuur het beleid van het waterschap vaststelt. Program fc Begroting Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Programmatotaal Het programma bedrijfsvoering heeft een bijzondere functie. Het bevat alle ondersteunende activiteiten bij het realiseren van de bestuurlijke doelstellingen. De kosten hiervan worden binnen bedrijfsvoering verantwoord en uiteindelijk doorberekend naar de overige programma's. Het betreft de kosten met betrekking tot de huisvesting, informatiebeleid en automatisering. Evenals de kosten van juridische, facilitaire, financiële en personele aangelegenheden. Ook de salariskosten en de rente en afschrijvingen worden in eerste instantie verantwoord binnen dit programma. De netto investeringsuitgaven 203 kunnen als volgt worden weergegeven. Programma 203 Begroting Plannen Watersysteem Veiligheid Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Netto investeringsuitgaven In onderstaande paragrafen wordt per programma de inhoud weergegeven en ingegaan op de volgende onderdelen: Wat willen we bereiken Wat doen we ervoor Wat mag het kosten; kosten Welk investeringsniveau is hiermee gemoeid; Investeringen Waterschap Roer en Overmaas

153 Om de leesbaarheid te bevorderen worden de onderdelen 'wat willen we bereiken' en 'wat doen we ervoor' ten opzichte van de begroting 202 op een andere wijze gepresenteerd. Deze presentatiewijze is geïntroduceerd bij de meerjarenraming en met als gevolg ook in het eerstvolgend document van de planning- en controlcyclus, te weten de begroting 203. Wat willen we bereiken Wat doen we ervoor Wat willen we bereiken wordt gepresenteerd als 'kop' en wat we vervolgens doen om dit te bereiken wordt puntsgewijs weergegeven. Daarnaast is een aparte paragraaf (2.8) gewijd aan de procedure met betrekking tot het tot stand komen van een investeringskrediet van een individueel project. 4 Programmabegroting 203

154 2. Programma Plannen Programma-inhoud Dit programma is vooral gericht op het opstellen van eigen plannen en overige beleidsaspecten. Ook de kosten voor studie en onderzoek voor het formuleren van nieuw beleid maken hier deel van uit. Het belangrijkste beleidsplan is het waterbeheersplan met de nieuwe beleidsaspecten zoals de Kaderrichtlijn Water, waterbeheer 2 e eeuw / Nationaal Bestuursakkoord Water en Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Maar ook hiervan afgeleide werkprocessen en beleidsplannen, zoals plannen van derden, gebiedsgericht werken, landinrichting, watertoets en wateradvies, het beheersplan waterkeringen en het calamiteitenplan, het grondbeleid, recreatief medegebruik, cultuurhistorische waarden, visserij en jacht worden tot dit programma gerekend. Op 29 september 2009 is het Waterbeheerplan (WBP) vastgesteld waarin opgenomen de Kaderrichtlijn Water, waterbeheer 2 e eeuw/nationaal Bestuursakkoord Water, Gewenst Grond en Oppervlaktewater Regime (GGOR) en andere beleidsvelden die de komende jaren richtinggevend zijn voor onze werkzaamheden. Het waterbeheersplan maakt deel uit van de algemene plansystematiek, met onder andere het Provinciaal Waterplan en het Stroomgebiedsbeheersplan Maas. Op de maatregelen die voor de Kaderrichtlijn Water in het Stroomgebiedsbeheersplan Maas zijn opgenomen, is een resultaatverplichting van toepassing. WBP en afgeleide processen en plannen Een meer systematische monitoring van de beleidsdoelen en -uitvoering van het WBP onder andere ten behoeve van de bestuursrapportages 203 en volgende jaren; beleidsmonitoring WBP. Het beheersgebied van het waterschap bestaat uit circa 30 stroomgebieden, waarvoor (stroomgebied) factsheets zijn opgesteld. Hiermee wordt een actueel overzicht geboden van de stand van zaken per stroomgebied voor de duur van het beheersplan op het gebied van waterkwaliteit, waterkwantiteit en de keringen (wat hebben we al). Daarnaast geeft de factsheet aan welke voornemens vanuit het beheersplan nog dienen te worden uitgevoerd (war moeten we nog). Grondverwerving op minnelijke basis biedt niet in alle gevallen voldoende zekerheid over de realisatie van projecten. Bij grondverwerving van projecten voor veiligheid zal nadrukkelijker gekeken worden naar de mogelijkheden van het opleggen van gedoogplichten en onteigenen op grond van de Waterwet en Onteigeningswet. Uitwerken onderzoeken en acties uit WBP. Het betreft onder andere onderzoek naar gebruiksmogelijkheden van nieuwe technieken op het gebied van het opstellen van hydrologische modellen, verbetering van waterkwaliteit, onderzoek naar hormoonverstorende stoffen en medicijnresten, onderzoek naar de waterkwaliteit van oppervlakkig afstromend water bij hevige neerslag, en zogenaamde onderzoeksmonitoring voor de Europese Kaderrichtlijn Water (voor het invullen van kennishiaten). De uitvoering van deze onderzoeken valt onder het Programma Watersysteem of Instrumenten. Waterschap Roer en Overmaas

155 In 203 wordt op landelijk- en Maasbreed niveau begonnen met de voorbereiding van het 2 e KRW Stroomgebiedbeheerplan Maas Dit betekent dat binnen ons beheersgebied moet worden gestart met publieke participatie in de vorm van gebiedsprocessen tussen waterschap, provincie, gemeenten en extern betrokken partijen. Instrument watertoets heeft zowel landelijk als regionaal (zo wijzen evaluaties uit) zijn rol bewezen. In een vroegtijdig stadium bij planvorming de waterbelangen inbrengen betekent effectief en efficiënt aan het ontstaansproces van een nieuwe ruimtelijke situatie meebouwen. Kostenbesparing Samenwerken in de afvalwaterketen. Verwachting is dat in alle gemeenten binnen ons beheersgebied een samenwerking operationeel zal zijn en dat inzicht is verkregen in de mogelijke besparingen op samenwerkingsniveau, en mogelijk al doelen hebben gerealiseerd op gebied van Kwetsbaarheid, Kwaliteit en Kostenverlaging. Veiligheid Samen met de provincie Limburg en de Waterdienst de Europese Richtlijn Overstromings Risico's (ROR) implementeren wat zal resulteren in een Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP) voor het Maasstroomgebied in 205. Kengetallen programma plannen Aantal adviezen / beoordelen plannen (watertoetsen) 203 Begroting 200 Kosten Programma plannen 203 Begroting Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan Het WBL en doorberekende kosten Bijdrage aan het WBL Van programma bedrijfsvoering: Rente en afschrijvingen Personeelskosten Overige kosten Netto kosten Investeringen Programmaplannen Begroting Uitgaven Inkomsten Netto investeringsuitgaven 9O Programmabegroting 203

156 2.2 Programma Watersysteem Programma-inhoud Dit programma betreft het realiseren en onderhouden van waterhuishoudkundige werken van het watersysteem, zijnde het waterkwantiteit- en het passieve waterkwaliteitsbeheer. Het programma omvat de inrichting van stromende en stilstaande wateren in zowel het landelijke gebied als de bebouwde omgeving. Hiertoe behoren ook beekherstel en maatregelen ten behoeve van de verbetering van vismigratie evenals duurzaam stedelijk waterbeheer, waterbodemsanering (baggeren), aanpak diffuse bronnen van watervervuiling en andere (fysieke) maatregelen voor de verbetering van de waterkwaliteit. Verder behoren de inrichting van het watersysteem op basis van de nieuwe normering, voorkomen van wateroverlast, aanleg regenwaterbuffers en retentie, aanpak van bodemerosie en oppervlakkige afstroming in hellend gebied, gewenst grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) en peilbeheer tot dit programma. In de planperiode worden de maatregelen uitgevoerd die zijn opgenomen in het Waterbeheerplan Hierin is opgenomen dat de wateren gedeeltelijk zijn, of worden, ingericht zodat ze voldoen aan de eisen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Ook dient het watersysteem te voldoen aan de nieuwe normering Waterbeheer 2 e eeuw (WB2) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Beschermen tegen wateroverlast / droogte Oplossen van wateroverlastproblemen en het voldoen aan de normering wordt o.a. bereikt door vergroten van circa 30 bestaande (stedelijke) regenwaterbuffers (2 e tranche). Van 20 tot en met 204 neem het waterschap deel aan het project Deltaplan Hoge Zandgronden. In dit project wordt voor Zuidoost Nederland een visie ontwikkeld om te komen tot een klimaatbestendig regionaal watersysteem in 2050, vooral gerelateerd aan droogteproblematiek. In 203 vindt op basis van nieuwe klimaatscenario's van het KNMI een nieuwe watersysteemtoets plaats (toetsing van de wateroverlastnormering voor onze beken en regenwaterbuffers). Herinrichting Centraal Plateau. Herinrichting Mergelland-Oost. Verbetering waterverdeling Maasnielderbeek - Vijverpartijen Roermond. Oppervlaktewateren optrekbaar maken voor vissen Oplossen van de vismigratieknelpunten bij o.a. de Volmolen, Wittemermolen Wittem. Waar mogelijk verwijderen van overkluizingen binnen stedelijk gebied Ontkluizing van de Caumerbeek in Heerlen. Herinrichting en ontkluizing Keutelbeek, kern Beek. Waterschap Roer en Overmaas

157 Optimaliseren kwaliteit oppervlaktewater en ecologie Stimuleren van het reduceren van de overstortfrequenties op (zeer) kwetsbare oppervlaktewateren. In het kader van het Gewenst grond- en oppervlakte regime (GGOR) bekijken hoe de waterhuishouding dient te zijn zodat de gewenste natuurwaarden zich kunnen ontwikkelen. Sanering verontreinigde waterbodems Voorbereiding en uitvoering van het (sanerings)project Kanjel en Gelei in Maastricht. (SEF-)beken dienen natuurlijk of bijna natuurlijk te worden ingericht Uitvoeren van een gedeelte van in het WBP opgenomen ca. 0 km ecologisch beekherstel, zoals: o o o o Herinrichting van de Geul benedenstrooms kern Valkenburg fase 2 (Leeuw brouwerij), Herinrichting brongebied Maasnielderbeek, Herinrichting van de Middelsgraaf, Herinrichting Geleenbeek Corio Glana. Duurzaam stedelijk waterbeheer Samenwerken in de afvalwaterketen. Voor alle gemeenten moet een samenwerking operationeel zijn wat leidt tot besparingen op samenwerkingsniveau en doelrealisaties. Dit wordt vormgegeven door het programmamanagement stedelijke water en accountmanagement. Als waterschap participeren wij in de 4 samenwerkende regio's zijnde: Limburgse Peelen, Parkstad, Westelijke Mijnstreek en Maas en Mergelland. Stimuleren van afkoppelen van regenwater. Een Grondgebruiksmogelijkhedenkaart Met het Actueel grond- en oppervlaktewaterregime (AGOR) wordt tot en met 203 de huidige grondwaterstanden in het gebied ten noorden van Sittard in beeld gebracht. Met de resultaten hiervan kunnen de GGOR-projecten worden ondersteund en wordt een grondgebruiksmogelijkhedenkaart opgesteld. Juist en goed afgestemd onderhoudsniveau van het watersysteem, rekening houdend met de hydrologische en ecologische functies Op een efficiënte wijze onderhouden van het complete watersysteem waarbij wordt gestreefd naar een goedwerkend watersysteem en een positieve beleving van de omgeving. Implementeren van een Onderhoudsbeheersysteem waarin alle onderhoudsactiviteiten (voor zover mogelijk) worden gepland en geregistreerd op basis van vooraf vastgestelde onderhoudsconcepten. Uitvoering van onderhoudsbaggerwerkzaamheden. Voor muskus- en beverratbestrijding onder het gestelde landelijke normeringgetal blijven Effectief en efficiënt bestrijden van de muskus- en beverrat. Met ingang van januari 20 is de taak van de bestrijding van de muskus- en beverraten formeel overgegaan naar het waterschap. Het waterschap blijft de komende jaren kritisch kijken naar de bestrijding in relatie tot de benodigde inzet, waarbij de borging van het bereikte niveau van de afgelopen jaren voorop staat. 8 Programmabegroting 203

158 Kengetallen programma watersysteem 20 a Begroting; Aantal projecten in voorbereiding 25 Aantal projecten in uitvoering 20 Aantal meldingen mbt het watersysteem 350 Aantal muskusrattenvangsten per uur 0,2 Aantal beverrattenvangsten per uur 0, Kosten Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL en doorberekende kosten Bijdrage aan het WBL - ; Van programma bedrijfsvoering: Rente en afschrijvingen j Personeelskosten ; Overige kosten ; Netto kosten Investeringen ~ Begroönflf Uitgaven Inkomsten Netto investeringsuitgaven Waterschap Roer en Overmaas

159 2.3 Programma Veiligheid Programma-inhoud Dit programma omvat de aanleg en onderhoud van waterkeringen, de hoogwateractiviteiten (dijkbewaking) en de calamiteitenbestrijding. Onder deze noemer zijn de (uitvoerings)maatregelen gebracht die voortkomen uit het Beheersplan Waterkeringen Veilige keringen Start uitvoering van de verbetermaatregelen om de waterkeringen te versterken en gedeeltelijk te verhogen. Leveren van een bijdrage, capaciteit, aan het Delta programma voor het ontwikkelen en actualiseren van een nieuwe normering. Daadkrachtig en efficiënt optreden bij calamiteiten Maken en actualiseren van bestrijdingsplannen voor bijzondere en dreigende situaties. De crisisorganisatie wordt verder opgeleid en geoefend op basis van het Meerjarig Beleidsplan Opleiding Training en Oefeningen (OTO) Het aantal oefeningen/trainingen 203 is afgestemd op de haalbaarheid (jaarplan OTO 203). Integreren en afstemmen van activiteiten op het terrein van crisisbeheersing en rampenbestrijding door uitvoering te geven aan het op 2 februari 202 getekende convenant Samenwerking Crisisbeheersing Waterkolom Limburg. In 203 verder uitvoering geven aan de in Programma Veiligheid en ISO calamiteitenzorg gedefinieerde actiepunten. Optimaliseren onderhoud waterkeringen Uitvoeren van inspecties, regulier onderhoud en bijhouden van het beheerregister. Controleren en inspecteren van de waterkeringen en de kunstwerken op basis van een vastgesteld inspectie en onderhoudsplan. Alle primaire, regionale- en overige waterkeringen worden minimaal twee keer per jaar geïnspecteerd. Ook worden de waterkeringen geïnspecteerd op de aanwezigheid van muskus- en beverratten of andere schadelijke dierlijke activiteiten zoals mollen en konijnen. Bevorderen bewustwording hoogwaterristco's De risicobeleving en het beleid ten aanzien van risico-communicatie wordt nader onderzocht, waarbij de diverse social media worden ingezet. AA4 4 Kengetallen programma veiligheid _., Begroting Aantal projecten in voorbereiding Aantal projecten in uitvoering Aantal opschalingen calamiteitenorganisatie waterkeringen 5 Aantal oefeningen /trainingen mbt calamiteitenbestrijding 3 Aantal meldingen / klachten mbtveiligheid 5 20 Programmabegroting 203

160 Kosten Programma veiligheid Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL en doorberekende kosten Bijdrage aan het WBL Van programma bedrijfsvoering: Rente en afschrijvingen Personeelskosten Overige kosten Netto kosten 20* Begrotlngi = r Investeringen Programma veiligheid Uitgaven Inkomsten 203' Begroting Netto investeringsuitgaven Waterschap Roer en Overmaas

161 2.4 Programma Zuiveren Programma-inhoud Dit programma omvat de investeringen en onderhoudskosten die gemaakt worden voor de waterketen, ofwel het zuiveringsbeheer. De investeringen, het beheer en onderhoud van zuiveringstechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, BBP: gezuiverd afvalwater) plus slibverwerking, het rioleringsbeleid en de kosten voor het rioolwatertransportsysteem (BBP: transport afvalwater) maken hier deel van uit. Ook de samenwerking in de waterketen behoort tot dit programma. In het bestuursprogramma van het Waterschap Roer en Overmaas is met betrekking tot het WBL opgenomen: de mogelijkheden voor samenwerking met gemeenten in de afvalwaterketen worden optimaal benut. duurzaamheid in de bedrijfsvoering wordt nagestreefd. Hierbij wordt de regio nadrukkelijk betrokken. Een en ander zal nader worden uitgewerkt in relatie tot het amoveren van installaties, het gebruik van andere technieken, het besparen/opwekken van energie, etc. Het gebruik van duurzame materialen en het realiseren van projecten waarbij zo min mogelijk onderhoud resteert, zijn aandachtspunt. In het bestuursakkoord van het Waterschap Peel en Maasvallei is hiervoor opgenomen: het stimuleren van samenwerking met gemeenten en bedrijven in de afvalwaterketen. de bedrijfsmatige aanpak van het WBL moet versterkt worden voorgezet. Sturing vindt plaats op afstand. In aansluiting hierop heeft het bestuur van het WBL onder andere de volgende uitgangspunten geformuleerd: versterking bedrijfsmatige focus. ambities in de afvalwaterketen zijn gericht op beheer en onderhoud van gemalen, databeheer, capaciteitsberekeningen en het projectmanagement van gemeenschappelijke projecten. Op basis van de geformuleerde bestuurlijke uitgangspunten, zijn in de bestuurlijke notitie 'Uitgangspunten Meerjarenraming en begroting 202' de missie en de visie van het bedrijf geformuleerd. Kwaliteitsverbetering en duurzamere bedrijfsvoering, versterking van de bedrijfsmatige focus, innovatie, samenwerken in de afvalwaterketen, kostenverlaging, hogere klant- en medewerker tevredenheid Vertalen van de effluenteisen in Meerjarig Investeringsplan en Meerjarenraming Uitbouwen van het aantal operatoronafhankelijke installaties. Verdere energiereductie met 2% per jaar overeenkomstig de landelijke meerjarenafspraak energie (MJA). Het in gebruik nemen van een nieuw procesautomatiseringssysteem waardoor het mogelijk wordt om installaties te besturen vanuit een centraal datacentrum en waardoor systemen als realtime control- en voorspellingstechnieken kunnen worden geïntegreerd. 22 Programmabegroting 203

162 Uitvoeren van studies voor de optimalisatie van de bedrijfsvoering gericht op verlagen van de netto kosten en het verduurzamen van de bedrijfsprocessen. Op niveau houden en waar nodig verder verbeteren van ARBO en veiligheid. WBL bevindt zich in een transitieproces naar een High Performance Organisatie, die zich op financiële en niet-financiële prestaties positief wil onderscheiden van vergelijkbare bedrijven. Het transitieproces kenmerkt zich verder door het proces van denken naar handelen als een bedrijf. WBL draagt bij aan de bezuinigingen volgens het Bestuursakkoord Water. Het referentiejaar daartoe is het jaar 20, waarbij in acht wordt genomen dat: o de ombuiging dienstbaar dient te zijn aan de missie en bedrijfsvisie van het WBL en tevens in lijn moet zijn met de door de Waterschappen gestelde strategische doelen; o extra maatregelen in het kader van de KRW (Kader Richtlijn Water) buiten het scenario voor ombuigen vallen. Voor de gehele planperiode gaat het WBL uit van een op jaarbasis sluitende begrotingen, waarbij het beheer van een egaliserende reserve volledig bij de beide moederorganisaties ligt. Ten aanzien van het nieuwbouwprogramma: o ten behoeve van de MJR is het investeringsvolume opnieuw beoordeeld, op grond van twee van belang zijnde ontwikkelingen. Enerzijds het streven om te komen tot verlaging van de kosten door de bestaande installaties langer respectievelijk zo lang mogelijk in bedrijf te houden en anderzijds een beweging naar een ander zuiveringsconcept - modulair van opzet - waarmee naar de toekomst toe een grotere flexibiliteit wordt gecreëerd om in te kunnen spelen op nieuwe technologische ontwikkelingen; o anticiperend daarop kenmerkt het nieuwe MIP zich vooral door het uitstellen van investeringen en het doen van onderhoudsinvesteringen; o het investeringsvolume in de periode wordt daardoor verlaagd naar gemiddeld 29 miljoen per jaar. Verdere uitbouw van (innovatieve) technologieën en technieken op de zuiverings- en slibverwerkingsprocessen, zoals de terugwinning van energie en nuttige grondstoffen uit afvalwater; Onderzoek naar verdere optimalisatie van het onderhoud, o.a. door verhoging van het planbaar onderhoud, inbesteden van onderhoud en inrichten van assetmanagement. Kengetallen programma zuiveren Begroting] Aantal m3 getransporteerd afvalwater (x.000) % voldoen aan afnameverplichting 00% Aantal ton slib ontwaterd en gedroogd Afzet gedroogd slib: aantal ton naar Biomill (Enci) Afzet ontwaterd slib: aantal ton naar verbrandingsinstallatie / stortplaats.500 NB bovenstaande kengetallen zijn 'Limburg breed', een uitsplitsing per waterschap is momenteel niet voorhanden. Waterschap Roer en Overmaas

163 Kosten Programma zuiveren Kosten Opbrengsten 203 _ begroting Netto, exclusief bijdrage aan het WBL en doorberekende kosten Bijdrage aan het WBL Van programma bedrijfsvoering: Rente en afschrijvingen Personeelskosten Overige kosten Netto kosten Investeringen De investeringen worden uitgevoerd door het WBL. De kapitaallasten van deze investeringen maken integraal onderdeel uit van de te betalen bijdrage aan het WBL. 24 Programmabegroting 203

164 2.5 Programma Instrumenten Programma-inhoud Dit programma omvat een aantal (beheers)instrumenten die het waterschap tot zijn beschikking heeft om de taakuitoefening op een adequate manier te kunnen uitvoeren. Hieronder vallen de Leggers, vergunningverlening en handhaving op grond van de Waterwet en de keur. Eveneens valt hieronder de veiligheidstoets van de waterkeringen. Daarnaast heeft het waterschap enkele financiële regelingen (stimuleringsregeling aanpak riooloverstorten zgn. overstortregeling - en de stimuleringsregeling afkoppelen verhard oppervlak). Tevens wordt de monitoring tot dit programma gerekend. Een actueel en adequaat beleid, regelgeving en instrumentarium Door de Unie is een herzieningstraject van de model keur ingezet. Om van de nieuwe ontwikkelingen (onder andere de bestuurlijke straf beschikking, digitaal aanvragen van vergunningen en vernieuwde grondwaterbepalingen) gebruik te kunnen maken wordt de Keur in 203 geactualiseerd. Om de Legger nog functioneler te maken voor onze klanten wordt bezien of en hoe de presentatievorm meer dynamisch en interactief vorm kan worden gegeven. Vergunningverlening en toezicht handhaving - klantgericht, samenwerkend, integraal en transparant Klantgericht werken betekent in elk geval dat instrumenten als deregulering, voorlichting en communicatie worden ingezet. In 203 wordt contact gezocht met gemeenten, in de vorm van creëren van partnership, om mee te kunnen sturen in ruimtelijke ontwikkelingen. Flankerend daaraan wordt ingezet op vergroten van de eigen verantwoordelijkheid (ten aanzien van het waterbeheer) van onze klanten. Vergunningverlening, meldingsafhandeling, toezicht en handhaving blijven qua intensiteit en impact de meest maatgevende basisinstrumenten. Op verzoek of melding van klanten wordt op een zo weinig mogelijk belastende en ondersteunende wijze meegewerkt aan de realisering van de klantenwens. Bij het toezicht worden in eerste aanleg de instrumenten preventie, informatie verstrekking en voorlichting ingezet. Waar nodig wordt handhavend opgetreden. Toezicht geschiedt, voor zover effectief en efficiënt, in samenwerking met handhavingspartners. Om de burger nog beter van dienst te kunnen zijn wordt in 203 de digitale dienstverlening verder uitgebreid. Binnen het landelijke digitale Omgevingsloket kunnen dan naast Omgevingswetvergunningen ook Waterwetvergunningen aangevraagd en behandeld worden. Met ingang van 203 voeren Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD) de taken uit van de Provincie Limburg en gemeenten in het kader van het omgevingsrecht. Samenwerking met deze RUD ligt voor de hand. Onderwerpen die in het opstartjaar aan de orde komen zijn in elk geval: indirecte lozingen en externe veiligheid. Financieel stimuleren Gemeenten worden gestimuleerd om maatregelen te treffen die de kwaliteit van het oppervlaktewater ten goede komt. De bestaande afkoppelregeling wordt geëvalueerd en in samenhang met de overstortregeling bezien hoe de komende jaren wordt omgegaan met stimulering van een duurzame inrichting van stedelijke watersystemen. Waterschap Roer en Overmaas

165 Veilige keringen Periodiek wordt getoetst of de waterkeringen aan de veiligheidsnormen voldoen. Waterkeringen waarover in de laatste (landelijk de 3 e ) veiligheidstoetsronde geen oordeel kon worden gegeven, worden verder onderzocht om toch tot een uitsluitsel te komen of de keringen voldoen of niet. In samenspraak met het Programmabureau nhwbp (nieuw Hoogwaterbeschermings programma) ontwikkelen, opstellen en vaststellen van maatregelenpakketten, die eind 203 gereed dienen te zijn, als vervolg op de bij de veiligheidstoetsronde geconstateerde tekortkomingen. Het betreft vooral invulling, c.q. effectuering, van gemaakte bestuurlijke afspraken rond de financiering van de Maaskaden. Beschikken over een kennisbank met actuele gegevens over ons watersysteem - monitoring In 203 wordt een nieuw contract voor het meten, bemonsteren en analyseren van de kwaliteit van het geloosde afvalwater en de kwaliteit van het water in oppervlaktewaterlichamen binnen het beheersgebied afgesloten. Dit gebeurt in samenwerking/samenspraak met de partners, WBL/WPM/BsGW. Het meetnet van het oppervlaktewater (kwaliteit en kwantiteit) wordt zo optimaal mogelijk ingezet. Door middel van monitoring worden gegevens verzameld noodzakelijk voor het uitvoeren van het dagelijkse waterbeheer, trenddetectie, effectiviteitbepaling van het gevoerde beleid, het KRW-beleid, inzetbepaling toezicht en advisering voor uitvoeringsprojecten. Kengetallen programma instrumenten 203 _ Begroting Aantal vergunningen 20 Nalevingspercentage bij toezicht en handhaving 95% Aantal meldingen 200 Aantal toezichtacties - controles.300 Juridische juisheid bij rechterlijke toets vergunning/melding 95% Aantal bestuursrechterlijke maatregelen 5 Aantal strafrechterlijke maatregelen 0 Aantal gegevensleveringen 60 Aantal m2 afgekoppeld verhard oppervlak Programmabegroting 203

166 Kosten Programma Instrumenten Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL en doorberekende kosten Bijdrage aan het WBL Van programma bedrijfsvoering: Rente en afschrijvingen Personeelskosten Overige kosten Netto kosten 20 Begroting] ; > ; Investeringen Programma instrumenten Uitgaven Inkomsten 203? Begrotlngj i Netto investeringsuitgaven ttwiottl Waterschap Roer en Overmaas

167 2.6 Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen Programma-inhoud Dit programma bevat alle aspecten die gemoeid zijn met het bestuur, de externe communicatie en de belastingheffing. Het vaststellen van de belastingtarieven is expliciet een taak van het bestuur. Bestuur De zittingsperiode van het huidige bestuur eindigt op grond van de huidige wet- en regelgeving op 3 december 202. Ondanks het verzet van de waterschappen, is in het Bestuursakkoord Water opgenomen dat het rijk een wetsvoorstel in procedure brengt dat indirecte verkiezingen van de vertegenwoordigers van de categorie ingezetenen van het waterschapsbestuur regelt. In verband met de val van het Kabinet, werd algemeen verwacht dat dit wetsvoorstel controversieel zou worden verklaard en dat de eind 202 te houden verkiezingen zouden worden uitgesteld. Tegen de verwachting in, is het wetsvoorstel echter niet controversieel verklaard, wat betekent dat dit toch in procedure is gebracht. De eind 202 te houden verkiezingen worden uitgesteld tot eind 204. Uitvoeren van het verlengde Bestuursprogramma De zittingsperiode van het huidige bestuur wordt met 2 jaar verlengd. De stand van zaken met betrekking tot het bestuursprogramma wordt geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd. Communicatie Vergroten bekendheid waterschap bij alle doelgroepen en bijdragen aan een positieve houding ten opzichte van dit waterschap. Meer doelgroepgerichte communicatie en daarmee een boodschap en inzet van communicatiekanalen die beter aansluiten bij behoeften van doelgroepen (burgers, jeugd, agrariërs, bedrijven, gemeenten, natuurorganisaties). Intensievere inzet van social media zoals Twitter, Facebook, Linkedin. Vroegtijdige, interactieve communicatie met burgers/belanghebbenden rondom (uitvoerings-)projecten. Burgerparticipatie (online burgerpanel) als manier om burgers te betrekken en draagvlak voor beleid te vergroten (link met social media). In dialoog gaan met professionele doelgroepen (agrariërs, natuurorganisaties) als manier om deze doelgroepen te betrekken en draagvlak voor beleid te vergroten. Het educatiebeleid continueren door ontwikkeling lespakket/leermethode voortgezet onderwijs; voortzetten Droppie Water, voortzetten Watch. Recreatief medegebruik en zichtbaarheid van het waterschap in het werkgebied: plaatsen van informatieborden bij waterschapswerken, watergangen en buffers, ontwikkeling van waterleerpaden. Aanbieden rondleidingen op rwzi's en langs beken onder leiding van een gids. 28 Programmabegroting 203

168 Belastingen De belastingheffing wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De BsGW zorgt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende waterschappen en gemeenten voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. De oprichters van en eerste deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling BsGW (per ) zijn het Waterschap Roer en Overmaas, het Waterschap Peel en Maasvallei en de Gemeente Venlo. Per januari 202 zijn de gemeente Bergen en Nederweert toegetreden en per januari 203 zullen nog een 8-tal gemeenten toetreden tot de BsGW, te weten de gemeenten Roermond, Leudal, Peel en Maas, Beek, Nuth, Maasgouw, Roerdalen en Echt. De BsGW werkt aan een verdere optimalisering van het maatschappelijk rendement door in te zetten op minimaliseren van de uitvoeringskosten, optimaliseren van de belastingopbrengsten, kwaliteit van de dienstverlening en risicospreiding in de bedrijfsvoering. Actief wordt ingezet op het uitbreiden van het aantal deelnemers in de BsGW. Kengetallen programma bestuur, externe communicatie en belastingen 20$ _ Begroting Aantal bezoekers website Aantal excursies / lezingen 60 Aantal perscontacten 400 Aantal volgers / contacten Facebook, Linkedin, Twitter % Opgelegde aanslag 00% % Afdracht ontvangsten 97,60% Kosten Programma bestuur, externe communicatie en belastingen Kosten Opbrengsten 203 Begroting: Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten Bijdrage aan het WBL Bijdrage aan de BsGW Van programma bedrijfsvoering: Rente en afschrijvingen Personeelskosten Overige kosten Netto kosten Waterschap Roer en Overmaas

169 Investeringen Programma bestuur, externe communicatie en belastingen Uitgaven Inkomsten 203 _ Begroting Netto investeringsuitgaven 30 Programmabegroting 203

170 2.7 Programma Bedrijfsvoering Programma-inhoud Dit programma bevat alle activiteiten voor het managen, adviseren en ondersteunen van de organisatie met het oog op het behalen van de door het bestuur vastgestelde doelen binnen de aangegeven kaders. Ons ontwikkelen tot een professionele partner voor onze omgeving. Dit betekent een organisatie die haar werkprocessen integraal beheerst en gericht is op externe en interne samenwerking en ondersteuning. Begrippen als efficiënt, effectief en rechtmatig zijn dan ook vanzelfsprekend. Kwaliteitsmanagement en control dragen bij aan het op peil houden van het prestatieniveau van onze organisatie. Programmamanagement Oppakken van Programmamanagement voor proces overstijgende thema's: bijv. Programma Stedelijk Waterbeheer en Programma Veiligheid. Risicomanagement Integreren van risicomanagement met bedrijfsvoering. Beoordelen van het weerstandsvermogen. Verbreden van de risico horizon, uitvoeren risico inventarisatie en in beeld brengen van de effecten van risico's in 203. Integriteit Op peil houden van kennis over het eigen integriteitsbeleid, verzorgen van trainingen en waterschap brede afstemming van het integriteitsbeleid. Door middel van gerichte audits wordt naleving van het integriteitsbeleid getoetst. Kwaliteit/control Uitvoering geven aan het continu verbeterproces van het kwaliteitssysteem ISO. Integraal toetsen van de aspecten doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid. Subsidies en overige externe financiering 203 is het jaar dat Europese subsidies ( ) aflopen, 'potten' leegraken en (ver)nieuwde Europese subsidies ( ) hun intrede doen. Innovatie, duurzaamheid en werkgelegenheid zijn voor de nieuwe periode sleutelbegrippen op basis waarvan het waterschap (in evt. nieuwe samenwerkingsverbanden zoals Publiek- Private) subsidies tracht te verwerven. Financiën Verder ontwikkelen van de planning- en control cyclus. Naast een verklaring in het kader van de getrouwheid dient de accountant ook een verklaring af te geven voor rechtmatigheid. Operationaliseren en optimaliseren van de nieuwe versie van het geautomatiseerde, financieel systeem Coda Waterschap Roer en Overmaas

171 Buitenland, internationale samenwerking Naar verwachting (mede afhankelijk van de behoeften van de Roemeense lokale overheid), wordt uitvoering gegeven aan kennisuitwisseling met het waterschap Somes Tisa in Cluj Napoca. Uitgangspunt is dat de beoogde samenwerking tot wederzijds voordeel strekt. Geografische informatievoorziening Verder invulling gegeven aan de standaardisatie, kwaliteitsverbetering en digitale ontsluiting van de interne en externe geografische basisregistraties. Automatisering Naast het reguliere beheer van de operationele ICT-infrastructuur wordt het activiteitenplan automatisering 202 t/m 203 uitgevoerd. Facilitaire aangelegenheden In 203 worden enkele noodzakelijke vervangingsinvesteringen uitgevoerd aangaande het gebouw en de installaties. Buitendienst Optimaliseren van het in 202 in gebruik genomen Onderhoud Beheersysteem (OBS). Kengetallen programma bedrijfsvoering 203 Begroting % Ziekteverzuim exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof 3% % Ziekteverzuim inclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof 4% Aantal poststukken.500 Aantal bijlagen bij poststukken Beschikbaarheid ICT omgeving onder werktijd 95% Aantal facturen Aantal bezwaarschriften 5 Aantal fte's 36,96 32 Programmabegroting 203

172 Kosten Programma bedrijfsvoering Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL en doorberekende kosten Bijdrage aan het WBL Van programma bedrijfsvoering: Rente en afschrijvingen Personeelskosten Overige kosten Naar programma's: Rente en afschrijvingen Personeelskosten Overige kosten 20É Begroting) i : ' ! j j J ! Netto kosten Investeringen Programma bedr^fsvoering Uitgaven Inkomsten 203 Begrotlngï Netto investeringsuitgaven Waterschap Roer en Overmaas

173 2.8 Investeringskrediet In de voorgaande paragrafen zijn per programma de iaarqebonden investeringsuitgaven en -inkomsten voor 203 getotaliseerd weergegeven. Voor de specificatie, per individueel investeringsproject, wordt verwezen naar bijlage K, het Meerjarig investeringsplan (MIP). Naast de jaarlijkse uitgaven en inkomsten zijn in het MIP per investeringsproject ook de beschikbaar gestelde kredieten en de in 203 nog beschikbaar te stellen kredieten opgenomen. Immers, een krediet is noodzakelijk om gelegitimeerd uitgaven van investeringsprojecten te mogen doen. Omdat deze uitgaven over meerdere jaren kunnen worden verantwoord, zijn kredieten dan ook iaaroverschriidend. In de 'verordening ex artikel 08 beleids- en verantwoordingfunctie Waterschap Roer en Overmaas' (art.6 en 7) is de procedure voor de autorisatie van investeringskredieten opgenomen en kan voor 203 als volgt worden weergegeven:. Bij de vaststelling van de programmabegroting 203 wordt door het algemeen bestuur per programma een krediet gevoteerd (voor toelichting zie volgende alinea); kredietvotering geldt dan ook per programma. 2. De kredietverlening van een individueel investeringsproject binnen een programma is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur; kredietverlening geldt per individueel project. 3. Over de door het dagelijks bestuur verleende kredieten wordt in de voorjaars- en najaarsrapportage 203 evenals de jaarrekening 203 gerapporteerd aan het algemeen bestuur. 4. In de jaarrekening 203 wordt door het algemeen bestuur het saldo van het gevoteerde krediet per programma ingetrokken. Dit saldo betreft de niet door het dagelijks bestuur verleende kredieten in 203. Kredietvotering per programma 203 (H9 voorstellen): Voor de programma's plannen, instrumenten, bedrijfsvoering en bestuur externe communicatie en belastingen is geen kredietvotering noodzakelijk. Voor de verantwoording van de uitgaven zijn al kredieten beschikbaar, of niet noodzakelijk. Binnen het programma watersysteem wordt gestart met de uitvoering van investeringsprojecten waarvoor nog geen krediet beschikbaar is. Om de uitgaven in 203, en komende jaren, van deze projecten te kunnen verantwoorden is kredietvotering noodzakelijk. Dit kan als volgt worden gespecificeerd: o herinrichting landelijk gebied ; o herinrichting stedelijk gebied ; o vismigratie ; o bestrijding van wateroverlast en o algemeen Binnen het programma veiligheid voor de bijdrage 203 Hoogwaterbeschermingsprogramma. 34 Programmabegroting 203

174 Schematisch kan de autorisatieprocedure van investeringskredieten dan ook als volgt worden weergegeven. AB: Kredietvotering per programma DB: Kredietverlening per project Investeringsuitgaven = basis voor kapitaallasten Waterschap Roer en Overmaas

175 Het waterschap heeft de zorg voor het watersysteembeheer en zuiveringsbeheer. Waterschap Roer en Overmaas

176 3 Kostendrager / kostentoerekening / dekkingsmiddelen In dit hoofdstuk wordt de begroting naar kostendrager weergegeven. Het waterschap kent twee kostendragers, te weten het watersysteembeheer en het zuiveringsbeheer. Watersysteembeheer Het watersysteembeheer bevat de kosten van het waterkwantiteitsbeheer, het waterkeringsbeheer en van het passieve kwaliteitsbeheer (verbeteringen van de waterkwaliteit in de diverse waterlichamen). Deze kosten worden betaald door inwoners en eigenaren van gebouwde en ongebouwde onroerende zaken en natuurterreinen. Bovendien bevat het watersysteembeheer een deel van de kosten voor de aanslagoplegging en invordering van de belastingopbrengsten. De uitvoering van de belastingheffing wordt met ingang van 20 uitgevoerd door de BsGW. Zuiveringsbeheer Het zuiveringsbeheer bevat de kosten voor het zuiveren en transporteren 'van afvalwater en de verwerking van het zuiveringsslib. Deze taak wordt uitgevoerd door het WBL. Ook het zuiveringsbeheer bevat een deel van de kosten voor de aanslagoplegging en invordering van de belastingopbrengsten. Verder wordt ook een gedeelte van de kosten van bestuur, externe communicatie en vergunningverlening en handhaving van de Wvo, waarvan uitvoering plaatsvindt door het Waterschap Roer en Overmaas, tot het zuiveringsbeheer gerekend. De kosten van het zuiveringsbeheer worden opgebracht door zowel de huishoudens als de bedrijven op basis van het aantal vervuilingseenheden. De wijze van toerekening van de kosten naar de beide kostendragers wordt onderstaand kort toegelicht. Bovendien wordt per kostendrager een toelichting gegeven op de dekking van deze kosten; de 'dekkingsmiddelen'. 3. Kostentoerekening De principes die gehanteerd zijn bij de kostentoerekening bepalen hoe de kosten worden toegerekend aan de uiteindelijke kostendragers (lees taken). Deze kostendragers vormen de basis voor de opbrengst waterschapslasten. Omdat de kostentoerekening van groot belang kan zijn op de hoogte van de belastingtarieven en bestuurlijke aandacht vergt, is in de voorschriften opgenomen dat hier in de begroting expliciet aandacht aan dient te worden geschonken. Binnen ons waterschap worden de interne kosten toegerekend op basis van bedrijfseconomische principes. Alle indirecte kosten worden doorberekend naar de producten die onderdeel uitmaken van programma's en bovendien onderdeel uitmaken van de taak watersysteembeheer en/of de taak zuiveringsbeheer. Een uitgebreide toelichting op de kostentoerekening is opgenomen in bijlage F. De kosten van het zuiveringsbeheer bestaan enerzijds uit het aandeel van het zuiveringsbeheer van de aan het WBL en de BsGW te betalen bijdragen. Anderzijds bestaan de kosten van het zuiveringsbeheer uit een gedeelte van de kosten van bestuur, externe communicatie en vergunningverlening en handhaving. In de bij deze begroting opgenomen bijlage G is de verdeling van de bijdrage aan het WBL en de BsGW over de beide kostendragers opgenomen. Van het WBL heeft (totale bijdrage) betrekking op het zuiveringsbeheer en van de BsGW Daarnaast wordt een deel van de kosten van bestuur, externe communicatie Waterschap Roer en Overmaas

177 en vergunningverlening en handhaving Wvo, ad , toegerekend aan de taak zuiveringsbeheer. Verder wordt deze taak verlaagd met het de ontvangen goodwill van de toetreders in de BsGW die op het zuiveringsbeheer betrekking heeft, groot Het totaal van de kosten van het zuiveringsbeheer komt hierdoor in 203 uit op (zie bijlage H). Het restant van de waterschapsbegroting is toegerekend aan het watersysteembeheer. 3.2 Kostendrager Het resultaat van de bovengenoemde kostentoerekening naar de kostendragers kan volgens de programma-indeling voor 203 als volgt worden weergegeven: Programma Kostendrager Watersysteem beheer Zutverlngs beheer Totaal Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Programmatotaal Onvoorzien Waterschap Roer en Overmaas Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg Goodwill toetreders BsGW Totaal netto kosten Voor een nadere opbouw van de programma's met bijbehorende beleidsproducten wordt verwezen naar bijlage H. 203 versus 202 Artikel 4.24 van het Waterschapsbesluit (regels met betrekking tot de waterschappen) geeft aan dat in de begroting naar kostendragers ook de bedragen van het vorige begrotingsjaar moeten worden opgenomen. Ter bevordering van de leesbaarheid is dit overzicht opgenomen in bijlage H en voorzien van een beknopte toelichting op de mutaties. 40 Programmabegroting 203

178 3.3 Dekkingsmiddelen De netto kosten per kostendrager worden gedekt door de opbrengst waterschapsbelastingen en de onttrekkingen aan de egalisatiereserves ontwikkeling waterschapslasten en bestemmingsreserves, ook wel dekkingsmiddelen genoemd. Onder de dekkingsmiddelen worden ook de opbrengsten verantwoord die niet in het kader van bedrijfsprocessen worden gerealiseerd. De specificatie 203 kan als volgt worden weergegeven: Dekklngsmiddelan Kostendrager Watersysteem beheer Zuivering» beheer Totaal Opbrengst waterschapsbelastingen Correctie kwijtschelding Correctie oninbaarverklaringen Onttrekking egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing Toevoeging egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing Totaal dekkingsmiddelen Opbrengst waterschapsbelastingen Voor een toelichting op de opbrengst waterschapsbelastingen, inclusief kwijtschelding en oninbaarverklaringen wordt verwezen naar paragraaf Toevoeging en onttrekking egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteem- en zuiveringsheffing Bij vaststelling van de meerjarenraming is besloten om de opbrengstontwikkeling van de waterschapsbelastingen te beperken door te onttrekken aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten'. Aangezien de bijdrage aan het WBL de komende jaren wijzigt en schommelingen in de exploitatie ontstaan die leiden tot aanzienlijke fluctuaties in de opbrengstontwikkeling van de zuiveringsheffing is gekozen voor een bestendige beleidslijn waarbij de (meerjarige) nullijn voor de gemiddelde opbrengstontwikkeling leidend is. Hierdoor blijft de inzet van de egalisatiereserve zuiveringsheffing in 203 achterwege en wordt het begrotingsoverschot toegevoegd aan de betreffende reserve. Om een sluitende begroting te kunnen presenteren is dan ook rekening gehouden met een onttrekking van aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing' en een toevoeging van aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing'. 203 versus 202 Artikel 4.24 van het Waterschapsbesluit (regels met betrekking tot de waterschappen) geeft aan dat in de begroting de verwachtte dekkingsmiddelen eveneens voor het begrotingsjaar en het vorige begrotingsjaar na wijziging worden weergegeven. Dit overzicht is eveneens opgenomen in bijlage H en voorzien van een beknopte toelichting op de mutaties. Waterschap Roer en Overmaas

179 De kosten en opbrengsten van het waterschap worden in beeld gebracht. Het is elk jaar een opgave om een sluitende begroting te presenteren. Waterschap Roer en Overmaas

180 4 Kostensoorten 4. De begroting naar kosten en opbrengsten Naast de programmabegroting blijft de begroting naar kostensoorten een verplichting. De begroting naar kosten- en opbrengstsoorten is ingedeeld volgens de voorgeschreven groepen van kosten- en opbrengstsoorten. 202 Kosten 20 Gewijzigde 203 Jaarrekening begroting Begroting 40 Externe rentelasten Interne rentelasten Afschrijvingen van activa Rente en afschrijvingen Salarissen huidig personeel en bestuurders Sociale premies Overige personeelslasten Personeel van derden Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders Pers onee Is laste n Duurzame gebruiksgoederen Overige gebruiks- en verbruiksgoederen Energie Huren en rechten Verzekeringen Belastingen Onderhoud door derden Overige diensten door derden Overige diensten door derden WBL Overige diensten door derden BsGW Goederen en diensten van derden Bijdragen aan overheden Bijdragen aan overigen Bijdragen aan derden Toevoegingen aan voorzieningen Onvoorzien Toevoegingen voorzieningen / onvoorzien Totaal kosten Waterschap Roer en Overmaas

181 Opbrengsten Gewijzigde Jaarrekening begroting 203 Begroting 80 Externe rentebaten 802 Interne rentebaten 803 Dvidenden en bonus uitkeringen 8 Financiële baten Baten in verband met salarissen en sociale lasten 8202 Uitlening van personeel 82 Personele baten 8302 Verkoop van duurzame goederen 8304 Opbrengst uit grond en w ater 8306 Densten voor derden 83 Goederen en diensten aan derden 840 Bijdragen van overheden 840 Bijdragen van overheden WPM 840 Bijdragen van overheden WBL 8402 Bijdragen van overigen 84 Bijdragen van derden 850 Opbrengst w atersysteemhef f ing gebouw d 8502 Opbrengst w atersysteemhef f ing ingezetenen 8503 Opbrengst watersysteemheffing ongebouwd 8504 Opbrengst watersysteemheffing natuur 8505 Opbrengst verontreinigingsheffing 8506 Opbrengst zuiveringsheffing bedrijven 8507 Opbrengst zuiveringsheffing huishoudens 8508 Oninbaarverklaringen 8509 Kwijtscheldingen 85 Waterschapsbelastingen 8603 Geactiveerde lasten 86 Interne verrekeningen , Totaal opbrengsten Exploitatieres ultaat: opbre ngste n m inus koste n Negatief exploitatieresultaat dekken uit reserves Positief exploitatieresultaat toevoegen aan reserves Programmabegroting 203

182 4.2 Toelichting op kosten en opbrengsten In de BBVW (lees voorschriften) is opgenomen dat de kostensoorten informatieve waarden hebben voor het algemeen bestuur waardoor een toelichting hierop niet verplicht is. Omdat een toelichting op kostensoorten het inzicht voor de besluitvorming ten goede komt wordt dit echter wel gedaan. Op hoofdlijnen wordt per kostensoort de begroting 203 kort toegelicht en worden de mutaties van de begroting 203 versus de gewijzigde begroting 202 geanalyseerd Toelichting op kosten Onderstaand is de verdeling van de kosten grafisch weergegeven. Goederen en diensten van derden 69.77% Overig 2,73% Bijdragen aan derden 2,60% Rente en afschrijvingen 3,44% Toevoegingen voorzieningen / onvoorzien 0,3% Personeelslasten 4,06% Rente en afschrijvingen Voor rente en afschrijving (kapitaallasten) is begroot, waarvan rente en afschrijvingen. De kapitaallasten hebben hoofdzakelijk betrekking op investeringsprojecten in materiële activa. De investeringsprojecten zijn grotendeels gebaseerd op het Waterbeheerplan De netto investeringsuitgaven in 203 worden geraamd op Bij de berekening van de kapitaallasten is evenals voorgaande jaren rekening gehouden met een structurele onderuitputting van Investeringen worden in principe gefinancierd met langlopende geldleningen. De kapitaallasten worden vervolgens verdeeld over de relevante producten. Het beleid van het waterschap betreffende de financiering wordt in paragraaf 5.5 nader toegelicht. Waterschap Roer en Overmaas

183 203 versus 202 De kapitaallasten nemen af met De rentekosten dalen met en de afschrijvingen stijgen met De mutatie in de rentekosten wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere berekende rente over de eigen financieringsmiddelen (interne rente). De toename van de afschrijvingen is het gevolg van het investeringsniveau 203, de structurele doorwerking van de investeringen 202 en de extra afschrijvingen van boekwaarden kleiner dan conform de 'nota activabeleid 202'. Personeelslasten Tot de begrote personeelslasten van behoren alle lasten die verband houden met het huidige en voormalige bestuur en personeel. Hiertoe worden gerekend: het salaris met vaste toelagen, de uitkeringen en pensioenen ten behoeve van het personeel en bestuur en de daarop betrekking hebbende sociale lasten. Ook de uitgaven die voortvloeien uit diverse vergoedingsregelingen en de kosten voor de tijdelijke inhuur van personeel worden tot deze kostensoort gerekend. Voor 203 is de begroting van de personele lasten gebaseerd op 36,97 fte (202 was 36,93 fte). In juli 202 is de CAO Waterschappen afgesloten die een looptijd heeft van januari 202 tot januari 204. Voor 203 is, naast de reguliere verhogingen, rekening gehouden met een verhoging van het Individueel keuzebudget (KB) met %. Daarnaast wordt door het anders aanwenden van middelen en tijd het KB met nog eens gemiddeld 2,2% structureel versterkt. Dit percentage varieert per salarisschaal versus 202 De personeelslasten zijn gestegen met , ofwel 5%. Deze toename is opgebouwd uit twee componenten, te weten de hogere salariskosten en uitkeringen van bestuur en personeel met en de lagere kosten voor de tijdelijke inhuur van personeel van : De toename van de salariskosten is vooral het gevolg van de extra impuls aan het KB, de plaatsing van diverse medewerkers in de functieschalen en de stijging van het werkgeversaandeel van de zorgverzekeringswet (Zvw). Ook de pensioenpremies stijgen, evenals de Ufo-premies (Ufo staat voor Uitkeringsfonds voor de overheid). Uit deze premie wordt de ziektewetuitkeringen en uitvoeringskosten UWV betaald). De afname van de kosten voor de inhuur van personeel derden wordt veroorzaakt doordat in tegenstelling tot 202 waar sprake was extra tijdelijk ingehuurd personeel voor vervanging wegens ziekte, nog niet vervulde vacatures en de opvang van de detachering van 2 medewerkers bij de gemeente Maastricht, in het kader van de versterking van de gemeentelijke samenwerking niet aan de orde is. Goederen en diensten van derden Voor deze kosten wordt begroot en zijn als volgt samengesteld: de bijdrage in de kosten van het WBL van In bijlage G zijn deze kosten onderverdeeld in de kosten per beleidsproduct, conform de vastgestelde begroting 203 WBL. de bijdrage in de kosten van de BsGW van In bijlage G zijn deze kosten onderverdeeld in de kosten per beleidsproduct. Gebaseerd op de vastgestelde begroting 203 BsGW en het financiële voordeel als gevolg van de toetreding van 8 gemeenten met ingang van januari 203 (zie hoofdstuk 7). 48 Programmabegroting 203

184 de resterende kosten van hebben vooral betrekking op 'Onderhoud door derden'; zoals het onderhoud van waterlopen en waterkeringen, het onderhoud van software en het onderhoud van het kantoorgebouw en de loodsen. En 'Overige diensten door derden'; zoals juridische, financiële en technische advisering derden, contributies, lidmaatschappen en bijdragen aan verenigingen (STOWA en Unie van Waterschappen) versus 202 De kosten van 'goederen en diensten van derden' dalen met , ofwel 6,7%: de bijdrage aan het WBL neemt af met (8,6%). In hoofdstuk 6 wordt deze afname nader toegelicht. de bijdrage aan de BsGW neemt af met (7, %). In hoofdstuk 7 wordt deze afname nader toegelicht. de resterende kosten stijgen met (4,9%). Een deel van de kosten is als gevolg van een kritische beoordeling gedaald. Dit betreft vooral de advieskosten in het kader van de vergunningverlening en handhaving, evenals de kosten voor de vervanging van het werkmaterieel en de huur- en schoonmaakkosten. De afname wordt gedeeltelijk teniet gedaan door hogere kosten voor de begeleiding en advisering van het applicatiebeheer van het onderhoudsbeheerssysteem (OBS) en voor advisering op het gebied van personeel en organisatie. De belangrijkste stijging van wordt veroorzaakt door de overgang, vanaf januari 203, van de laboratoriumdiensten van het WBL naar de beide waterschappen WPM en WRO. Bijdragen aan derden De bijdragen derden zijn begroot op Het grootste deel, 54%, betreft de bijdrage voor de kostenverrekening wet WOZ aan het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties van Verder heeft betrekking op kosten van de 'stimuleringsregeling aanpak riooloverstorten '. Ook wordt de bijdrage aan het Waterschapshuis gedeeltelijk verantwoord binnen deze kostensoort, evenals de inspanningsverplichtingen ten behoeve van de samenwerking om besparingen te realiseren in de afvalwaterketen (de besparing wordt naar verwachting op termijn gerealiseerd en leiden tot lagere kosten voor het WBL). 203 versus 202 De bijdragen aan derden nemen af met en wordt met name veroorzaakt doordat de stimuleringsregeling 'niet kerende grondbewerking met bodembedekking' vanaf 203 vervalt. Toevoegingen voorzieningen/onvoorzien In de begroting zijn geen toevoegingen aan voorzieningen geraamd en voor de dekking van onvoorziene uitgaven is opgenomen. 203 versus 202 Onvoorzien neemt af met omdat in de gewijzigde begroting 202 rekening is gehouden met het positief resultaat in de eerste vier maanden van 202, zoals opgenomen in de voorjaarsrapportage 202. Waterschap Roer en Overmaas

185 4.2.2 Toelichting op opbrengsten Grafisch kan de verdeling van de opbrengsten als volgt worden weergegeven: Interne verrekeningen 0,5% Goederen en diensten aan derden 0,0% Waterschapsbelastingen 98,45%.Personele baten 0,0% Financiële baten 0,20% Bijdragen van derden 0,64% Financiële baten De financiële baten van hebben betrekking op de interne renteopbrengsten van reserves en voorzieningen. 203 versus 202 De afname van de interne renteopbrengsten is het gevolg van het feit dat het gehanteerde rentepercentage gelet op de ontwikkeling op de internationale geld- en kapitaalmarkt is afgenomen (van 2% naar %), waardoor de interne rentebaten zijn gedaald. Personele baten Deze opbrengsten van hebben betrekking op bijdragen van de Uitkeringsinstantie voor Werknemers Verzekeringen (UWV) in de kosten wegens zwangerschap. Ook betreft het looncompensatie voor participatie in projecten. 203 versus 202 De opbrengsten zijn afgenomen omdat de tijdelijke detachering van 2 medewerkers bij de gemeente Maastricht in het kader van de gemeentelijke samenwerking is beëindigd. Goederen en diensten aan derden Van de opbrengsten van heeft bijna de helft betrekking op een bijdrage in de kosten van het beheer en onderhoud van 'Oolderveste'. Bovendien wordt een provinciale bijdrage ontvangen voor de controle van zwemwater. Daarnaast worden opbrengsten verwacht voor de verkoop van bedrijfsauto's en materieel en voor het verleende jacht- en visrecht. 50 Programmabegroting 203

186 203 versus 202 De opbrengsten nemen toe vanwege de verwachte opbrengst verkoop bedrijfsauto's. Bijdragen van derden De bijdragen van hebben voor betrekking op de te ontvangen goodwill van tot de BsGW toegetreden gemeenten (zie hoofdstuk7) en voor betreft dit de vergoeding van de Landelijke Coördinatie Commissie Muskusrattenbestrijding (LCCM) voor de beverrattenbestrijding. 203 versus 202 De hogere opbrengsten van zijn voor het gevolg van te ontvangen goodwill van de nieuwe toetreders tot de BsGW in 203. Bovendien stijgt de vergoeding voor de beverrattenbestrijding met De opbrengsten zijn met verlaagd omdat de vergoeding van de waarnemingen voor het Provinciaal Grondwaternet per februari 202 vervalt. Waterschapsbelastingen De opbrengst waterschapsbelastingen van is als volgt samengesteld: Watersysteemheffing Gebouwd Ingezetenen Ongebouwd Natuur Verontreinigingsheffing Verontreinigingsheffing Zuiveringsheffing Zuiveringsheffing bedrijven Zuiveringsheffing huishoudens Deze opbrengst wordt voor gecorrigeerd voor kwijtscheldingen en oninbaarverklaringen: Correctie belastingopbrengsten Kwijtscheldingen Oninbaarverklaringen versus 202 De opbrengst waterschapsbelastingen is afgenomen met De heffingen stijgen met Deze verwaarloosbare stijging wordt teniet gedaan door een toename van de kwijtscheldingen en oninbaarverklaringen met Het percentage voor de oninbaarheid is niet gewijzigd. Interne verrekeningen De interne verrekeningen van hebben betrekking op geactiveerde lasten. De uren van projectleiders, medewerkers projecten, landmeters en grondaankopers worden conform de nota activabeleid 202 geactiveerd voor de tijd die direct aan een herinrichtingsproject is toe te rekenen versus 202 De raming van de te activeren uren 203 is ongewijzigd ten opzichte van de bijgestelde begroting 202. Waterschap Roer en Overmaas

187 Om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen dient aandacht te worden besteed aan de meerjarenraming, de risico's en de financiering. Waterschap Roeren Overmaas

188 5 Overige paragrafen 5. Algemene ontwikkelingen en uitgangspunten Het algemeen bestuur heeft op 26 juni 202 de meerjarenraming inclusief de uitgangspunten vastgesteld. Voor een uitgebreide toelichting op de uitgangspunten wordt verwezen naar deze meerjarenraming. In de begroting 203 is met onderstaande interne en externe factoren rekening gehouden. Onderdeel Uitgangspunt 203 Interne factoren Basis Verplichte uitgaven Afschrijving Reserves Oninbaarheid Onvoorzien Investeringsniveau Externe factoren Kosten / Inflatie Personeelskosten Rente langlopende leningen Rente kortlopende leningen Rente reserves en voorzieningen Jaarrekening 20 Begroting 202, inclusief de wijzigingen toten met de AB-vergadering van 28 februari 202 Waterbeheersplan Bestuursprogramma Bepalingen beleidsvoorbereiding en verantwoording Waterschappen (BBVW) Burgerlijk Wetboek BWII Begroting Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) Begroting Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) Nota activabeleid 202 Nota reserves en voorzieningen 202 0,50% van het belastingvolume 0,40% van het begrotingstotaal en is als volgt samengesteld: netto investeringsniveau bijdrage in de kosten van het HWBP huisvesting buitendienst te activeren uren 2,00% 2,00% 4,00%,50%,50% Waterschap Roer en Overmaas

189 5.2 Ontwikkelingen ten opzichte van Meerjarenraming De eerste jaarschijf van de meerjarenraming is in principe de begroting 203 Ontwikkelingen tussen het moment van het opstellen van deze meerjarenraming en de begroting kunnen er toe leiden dat de eerste jaarschijf van de meerjarenraming niet volledig correspondeert met de begroting 203. Nadere inzichten hebben geleid tot een positieve bijstelling van de begroting ten opzichte van de eerste jaarschijf van de meerjarenraming. Programma 203/207 Meerjarenraming 203 Begroting Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Programmatotaal Onvoorzien Waterschap Roer en Overmaas Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg Goodwill toetreders BsGW Totaal netto kosten In de begroting 203 zijn de netto kosten van de diverse programma's ten opzichte van de meerjarenraming afgenomen met afgerond Onderstaand wordt op hoofdlijnen de mutaties in de kosten en opbrengsten weergegeven. Kosten / Opbrengsten (afgerond op.000) Bedrag Kosten Rente en afschrijvingen Personeelslasten Goederen en diensten van derden Bijdrage aan het WBL Bijdrage aan de BsGW Bijdragen aan derden Opbrengsten Financiële baten Goederen en diensten aan derden Bijdragen van derden Programmabegroting 203

190 Rente en afschrijvingen In de begroting 203 is het netto investeringsniveau gelijk aan het investeringsniveau waarmee rekening is gehouden in de meerjarenraming. Desondanks dalen de kosten van rente en afschrijving als gevolg van een lager rentepercentage. Personeelslasten De hogere personeelslasten zijn vooral het gevolg van de stijging van het werkgeversaandeel van de zorgverzekeringswet (Zvw) en het individueel keuzebudget (KB). Ook nemen de pensioenpremies en de Ufo-premies toe. Ufo staat voor Uitkeringsfonds voor de overheid. Uit deze premie worden de ziektewetuitkeringen en uitvoeringskosten van het UWV betaald. Goederen en diensten van derden In de meerjarenraming was nog geen rekening gehouden met de overheveling in 203 van de laboratoriumdiensten van het WBL naar de beide waterschappen, waardoor deze kosten toenemen met Verder zijn na een kritische beoordeling de advieskosten vergunningverlening en handhaving evenals de kosten vervanging werkmaterieel en huur- en schoonmaakkosten neerwaarts bijgesteld. Deze daling wordt gedeeltelijk teniet gedaan door de hogere kosten voor begeleiding en advisering van het applicatiebeheer van het onderhoudsbeheerssysteem OBS en advisering op het gebied van personeel en organisatie. Bijdrage aan het WBL Naast het vervallen van de bijdrage in de laboratoriumwerkzaamheden in 203, daalt de bijdrage vooral als gevolg van de vanaf 203 gewijzigde systematiek voor de bepaling van de bijdrage voor de waterschappen. Met ingang van 203 is deze gebaseerd op de netto kosten van het WBL, waarbij de reserves van het WBL overgaan naar de beide waterschappen (zie hoofdstuk 6). Bijdrage aan de BsGW Door de toetreding van 8 nieuwe gemeenten per januari 203 als deelnemer in de BsGW is de bijdrage afgenomen (zie hoofdstuk 7). Bijdragen aan derden. De afname is het gevolg van de verantwoording van een gedeelte van de bijdrage van het Waterschapshuis onder een andere kostensoort. Financiële baten Door een lager gehanteerd rentepercentage voor bespaarde rente zijn de financiële baten (verloopt budgettair neutraal, zie ook rente en afschrijvingen) lager uitgevallen. Goederen en diensten aan derden De toename is het gevolg van de verwachte opbrengst van de verkoop van bedrijfsauto's en materieel. Bijdragen van derden Vooral de goodwill die ontvangen wordt van de 8 nieuwe toetreders in de BsGW heeft een verhogend effect op de stijging (zie ook hoofdstuk 7). Ook de bijdrage in het kader van de beverrattenbestrijding neemt toe. De bijdrage van de Provincie Limburg voor de waarnemingen voor het Provinciaal Grondwaternet daarentegen is afgenomen. Waterschap Roer en Overmaas

191 5.3 Incidentele opbrengsten en kosten Incidentele opbrengsten en kosten kunnen leiden tot minder inzicht in het reguliere meerjarig beeld van opbrengsten en kosten, en dus de netto kosten. Daarnaast zijn deze elementen relevant voor het beoordelen van de financiële positie. In de voorschriften is opgenomen dat incidentele opbrengsten en kosten in een aparte paragraaf dienen te worden toegelicht. Bij de hantering van het begrip incidenteel is sprake indien opbrengsten en kosten zich maximaal drie jaar voordoen. Incidentele opbrengsten en kosten Opbrengsten Beheer en onderhoud Oolderveste Kosten Deltaplan Hoge Zandgronden Deltaprogramma Rivieren Jaar van vrijval Bedrag Beheer en onderhoud Oolderveste Het beheer en onderhoud van Oolderveste is overgedragen aan het waterschap. Tussen het waterschap, de gemeente Roermond en Oolderveste BV is overeengekomen dat Oolderveste over de jaren 2008 tot en met 205 hiervoor verschuldigd is aan het waterschap. Jaarlijks wordt verantwoord. Deltaplan Hoge Zandgronden Het project beoogt de realisatie van een klimaatbestendige watervoorziening op de hoge zandgronden van Zuid-Nederland. Behalve door de waterschappen wordt aan het project deelgenomen door de provincies Noord-Brabant en Limburg, ZLTO/LLTB, Rijkswaterstaat Dienst Noord-Brabant, Staatsbosbeheer en Brabant Water. Een belangrijk onderdeel van dit project is hoe om te gaan met de waterverdeling vanuit de Maas naar het Noord-Limburgse en Brabantse achterland. Verder wordt onderzoek gedaan hoe om te gaan met klimaatverandering op de hoge zandgronden, met name gerelateerd aan droogteproblematiek (kennisontwikkeling, analyse van kansen en knelpunten, strategieontwikkeling) en wordt een visie geformuleerd om te komen tot een klimaatbestendig regionaal watersysteem in Voor de periode 20 tot en met 204 neemt het waterschap voor deel aan het project Deltaplan Hoge Zandgronden. De bijdrage in 203 en 204 bedraagt respectievelijk en Deltaprogramma Rivieren Het Deltaprogramma Rivieren richt zich primair op veiligheid tegen overstromingen op de zeer lange termijn (zichtjaar 200 met bijbehorende afvoer van 4600 m 3 /s voor de Maas). Het is geen sectoraal veiligheidsprogramma. De opgaven vanuit onder meer natuur, waterkwaliteit, scheepvaart, delfgrondstoffenwinning en regionale ruimtelijke initiatieven krijgen een volwaardige plek in een integrale strategie voor het rivierengebied. Op 24 november 200 heeft de Stuurgroep Deltaprogramma Maas (SDM) ingestemd met het werkprogramma Deltaprogramma Rivieren, inclusief de daarin vervatte capaciteitsclaim. Voor het deelprogramma Maas betekent dit een bijdrage van,25 fte uit de regio. Deze bijdrage moet worden geleverd door de Provincie Limburg, Waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei. Tot en met 205 is een jaarlijkse bijdrage voorzien van Programmabegroting 203

192 5.4 Onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen In de voorschriften is opgenomen dat onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen expliciet dienen te worden toegelicht in de begroting. In de begroting 203 wordt onttrokken aan de overige bestemmingsreserves die volledig betrekking heeft op de 'reserve afkoppelen verhard oppervlak'. De onttrekking aan de voorzieningen is nihil. Reserve stimuleringsregeling afkoppelen Op 24 juni 2007 heeft het algemeen bestuur de regeling 'stimuleren afkoppelen bestaand verhard oppervlak' vastgesteld voor afkoppelprojecten van zowel gemeenten, particulieren en bedrijven. De regeling geldt voor de periode van en bestaat uit een vijfjaarlijkse bijdrage uit de exploitatie van Verder is in de regeling opgenomen dat aanvragen door de doelgroep kunnen worden ingediend tot 3 december 202, waardoor de definitieve financiële afwikkeling van de stimuleringsregeling voorzien is in 203. Doordat de uitgaven afhankelijk zijn van het aantal aanvragen en hierdoor fluctuaties in het uitgavenpatroon kunnen optreden is, conform de richtlijnen in de BBVW voor 'stimuleringsregelingen', de 'reserve afkoppelen verhard oppervlak' ingesteld. Indien in enig jaar het exploitatiebudget wordt onderschreden of overschreden vindt bij de resultaatsbestemming van de jaarrekening respectievelijk een storting of een onttrekking plaats vanuit de aangehaalde reserve. Naar verwachting wordt in aan deze reserve onttrokken. Verder kan in dit verband nog worden vermeld dat het algemeen bestuur op 5 oktober 200 heeft aangegeven dat indien de regeling 'stimuleren afkoppelen bestaand verhard oppervlak' wordt gesloten een eventueel restant wordt ingezet voor de 'stimuleringsregeling aanpak rioolstorten'. Een uitgebreide toelichting op de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage B. Waterschap Roer en Overmaas

193 5.5 De financiering De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's. De basis van treasuryfunctie wordt gevormd door het treasurystatuut. Het treasurystatuut van het Waterschap Roer en Overmaas is op maart 20 door het algemeen bestuur vastgesteld. Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. De treasuryfunctie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering hiervan verreist adequaat handelen in een steeds complexere geld- en kapitaalmarkt. Drie componenten zijn bij de financiering van belang, te weten:. rentevisie; 2. liquiditeitspositie; 3. treasurybeheer Rentevisie In de meerjarenraming is voor de rekenrente 203 uitgegaan van een rentepercentage van,5%. In de begroting 203 is dit rentepercentage neerwaarts bijgesteld tot %. Door de aanhoudende onrust op de financiële markten als gevolg van de schuldencrises en het feit dat het economische herstel niet doorzet is de korte rente nog altijd laag. Bij een doorzettend economisch herstel en de hiermee gepaard gaande inflatie zou de kortlopende rente voor 203 kunnen oplopen. Het moment waarop het economisch herstel echter daadwerkelijk doorzet is - gelet op de vele onzekerheden - momenteel volstrekt onduidelijk. Hierdoor is de renteontwikkeling moeilijk te voorspellen. Op basis van de huidige rentestand en gelet op de diverse financiële indicatoren kan worden geconstateerd dat het gehanteerde percentage voor de korte rente van % voor 203 wellicht nog iets te hoog is, echter gelet op het voorzichtigheidsprincipe verantwoord. Gelet op het feit dat de liquiditeitspositie van het waterschap in 203 een minder rooskleurig beeld laat zien heeft een eventuele verhoging van de korte rente boven de % uiteraard een financieel effect. In de meerjarenraming is voor de lange rente voor 203 uitgegaan van een rentepercentage van 4%. De ontwikkeling van de lange rente is moeilijker in te schatten, omdat deze niet wordt bepaald door de ECB, maar door de markt Liquiditeitspositie Liquiditeitspositie Wat betreft de liquiditeitspositie kan worden opgemerkt dat in 203 het hele jaar sprake is van een negatieve liquiditeitspositie die echter binnen de kaders van de wet Fido blijft. 60 Programmabegroting 203

194 Liquiditeitsprognose 203 o J Evenals voorgaande jaren is het beleid gericht op de beperking van de rekeningcourantrente. Indien (tijdelijke) liquiditeitstekorten, binnen de kaders van de Wet Fido, de kasgeldlimiet niet overschrijden kunnen deze door middel van het instrument van kasgeldleningen worden gefinancierd. In het Begrotingsakkoord 203 (afgesloten 25 mei 202 door CDA, VVD, Christen Unie, Groen Links en D66) is afgesproken dat decentrale overheden in 203 gaan schatkistbankieren zonder leenfaciliteiten. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Het verplicht schatkistbankieren zonder leenfaciliteiten wordt ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. De decentrale overheden zullen op de deposito's een rente vergoed krijgen die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaald op leningen die ze op de markt aangaat. Hierdoor dienen (tijdelijke) liquiditeitsoverschotten met ingang van januari 203 dan ook bij het Rijk te worden uitgezet, waarmee de richtlijnen van het 'treasurystatuut 20' op dit onderdeel niet meer van toepassing zijn. Kasgeldlimiet Indien bij een negatieve liquiditeitspositie van het waterschap de kasgeldlimiet, die voor bedraagt (te weten 23% van het begrotingstotaal) drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, is het op grond van de wet Fido verplicht de vlottende schuld te consolideren door middel van een vaste geldlening. Indien dit aan de orde is, diént het negatieve rekening-courantsaldo, dat uitstaat tegen de lage debetrente, te worden omgezet in een vaste geldlening. Waterschap Roer en Overmaas

195 5.5.3 Treasurybeheer Risicobeheer Dit onderdeel geeft inzicht in het te verwachten risicoprofiel van het waterschap. Onder risico's worden renterisico's, kredietrisico's, liquiditeitsrisico's, koersrisico's en voor zover relevant valutarisico's verstaan. Het renterisico op de vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt het begrotingstotaal aangehouden, vermenigvuldigd met het vigerende percentage zoals dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Dit kan als volgt worden weergegeven. Kasgeldtim iet 203 (x.000) e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Ruimte (+)/Overschrijding (-) Uit voorliggend overzicht is af te leiden dat de kasgeldlimiet op basis van de huidige inzichten in 203 alleen in het eerste kwartaal wordt overschreden. Omdat deze overschrijding beperkt blijft tot één kwartaal is het in het begrotingsjaar niet noodzakelijk om een langlopende geldlening aan te trekken. De berekening van de kasgeldlimiet is opgenomen in bijlage I. Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico's op de vaste schuld. In de wet Fido is de renterisiconorm voor de waterschappen bepaald op 30% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 30% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm kan voor 203 als volgt worden weergegeven: Toets renterisiconorm 203 Renterisiconorm Renterisico op vaste schuld Ruimte (+)/Overschrijding (-) Uit bovenstaand overzicht kan worden afgeleid dat het waterschap ruim voldoet aan de toets van de renterisiconorm. De berekening van de renterisiconorm is eveneens opgenomen in bijlage I. Kredietrisico's op verstrekte geldleningen zijn niet aan de orde, omdat geen leningen van dien aard aan derden zijn en naar verwachting ook niet worden verstrekt. Het liquiditeitsrisico wordt beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsprognose. Deze heeft een looptijd van minimaal een jaar. Het koersrisico op buitenlandse valuta is nihil aangezien het waterschap betalingen en ontvangsten verricht in euro's. Waterschapsfinanciering Conform het treasurystatuut gelden bij het aantrekken van financieringen voor een periode van een jaar en langer de volgende uitgangspunten: 62 Programmabegroting 203

196 slechts voor de uitoefening van de publieke taak worden financieringen aangetrokken; financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken om het renteresultaat te optimaliseren; toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse geldleningen, commercial paper (CP) en medium term notes (MTN). Met betrekking tot het saldo- en liquiditeitenbeheer worden de in het treasurystatuut 20 opgenomen richtlijnen strikt nageleefd. Kasbeheer Om de kosten voor het geldstroomverkeer te kunnen beperken, wordt de gehanteerde beleidslijn voortgezet. Dit betekent dat het liquiditeitsgebruik beperkt wordt door de geldstromen op waterschapsniveau op elkaar af te stemmen, het betalingsverkeer door één bank (NWB) elektronisch te laten uitvoeren en de betalingsopdrachten uitsluitend centraal door financiën te laten verwerken. Waterschap Roer en Overmaas

197 5.6 Het weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om risico's die niet op enige andere manier zijn afgedekt binnen de begroting op te kunnen vangen. Bij de bepaling van de weerstandcapaciteit worden de reserves (met name de algemene reserves), de post onvoorzien, de belastingcapaciteit en bezuinigingsmogelijkheden betrokken. De relatie tussen de omvang van de financiële restrisico's (geïnventariseerde risico's, na het nemen van preventieve, repressieve en correctieve maatregelen) en de weerstandscapaciteit wordt aangeduid als weerstandsvermogen. Schematisch kan het weerstandsvermogen als volgt worden weergegeven: Risico's Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Indien weerstandsvermogen aanwezig is, wordt voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen of inkomstenverhogende maatregelen. Hierdoor wordt voorkomen dat de door het bestuur vastgestelde kaders en de programmadoelstellingen schoksgewijs dienen te worden aangepast Risico's Op grond van de BBVW dient het waterschap jaarlijks in de begroting en jaarrekening een afzonderlijke paragraaf op te nemen waarin wordt ingegaan op het weerstandsvermogen waarbij een relatie dient te worden gelegd tussen risico's en weerstandscapaciteit. Samengevat kunnen de risico's en het weerstandsvermogen als volgt schematisch met elkaar in verband worden gebracht. 64 Programmabegroting 203

198 Bruto risico voorziening geen maatregel weerstandsvermogen voorziening Risicomanagement Het in beeld brengen van risico's en getroffen beheersmaatregelen vormt een belangrijk onderdeel van risicomanagement. Op 29 september 2009 heeft het algemeen bestuur de 'Kadernota Risicomanagement' vastgesteld. De methodiek voor het identificeren en kwantificeren van risico's is in de kadernota beschreven. Deze drukt het risico uit in: kans op optreden van een gebeurtenis; en het gevolg van deze gebeurtenis. Risico inventarisatie 20 / 202 Omdat de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen een jaarlijks terugkomende actie is zal eind 202 de risico inventarisatie 20 worden geactualiseerd naar de situatie per ultimo 202. Zoals aangegeven is de benodigde weerstandscapaciteit gelijk aan de som van de financiële restrisico's. Met het oog op de (meest recente) resultaten, te weten de 'risico inventarisatie 20' is de minimale hoogte van de algemene reserve bepaald op het bedrag van de geïnventariseerd risico's (bij een veronderstelde kans van optreden van 5% voor de categorie middelgrote risico's). De minimale stand van de algemene reserve is dan ook bepaald op De stand van de 'algemene reserve watersysteembeheer en zuiveringsbeheer' per januari 203 is In de risico inventarisatie ultimo 20 zijn 4 risico's opgenomen: 8 strategische risico's, 0 compliance risico's en 3 operationele risico's. Onderstaand zijn de belangrijkste financiële risico's nader toegelicht. Borgstelling Het Waterschapshuis Het algemeen bestuur van het waterschap heeft op 24 november 2008 een borgstelling van afgegeven ten behoeve van de kredietlimiet van de rekening-courant verhouding van 'Het Waterschapshuis' met de 'NWB bank'. Dit onder de voorwaarde, Waterschap Roer en Overmaas

199 dat voor de toekomst afdoende wordt geregeld dat de borgstelling slechts wordt aangesproken voor zover het waterschap participeert in projecten. Indien 'Het Waterschapshuis' in een positie terecht komt dat niet meer aan de financiële verplich-tingen ten opzichte van de NWB bank kan worden voldaan, kan ons waterschap hierop worden aangesproken en de borgstelling worden geëffectueerd. Opbrengst watersysteemheffing De heffing van de opbrengst watersysteemheffing zijn, naast de 'prognose opbrengst waterschapsheffingen' die jaarlijks voor de begroting door de BsGW wordt afgegeven, gebaseerd op prognosegegevens. In de praktijk (lees belastingoplegging) kan dit echter afwijken. Opbrengst zuiveringsheffing Voor de heffing van de opbrengst zuiveringsheffing is het aantal vervuilingseenheden in ons beheersgebied de basis. Dit aantal is gebaseerd op de 'prognose opbrengst waterschapsheffingen' die jaarlijks ten behoeve van de begroting door de BsGW wordt afgegeven. Omdat de afwikkeling van de zuiveringsheffing een periode van vijfjaar omvat en hierbij sprake is van voorlopige en definitieve aanslagen, kan de daadwerkelijke realisatie over de hele periode afwijken. Oninbaar / kwijtschelding Voor het bedrag van oninbaarheid wordt een percentage gehanteerd van 0,5% van de opbrengst waterschapslasten. Het effect van oninbaarheid is echter, gelet op het heffingen invorderingstraject, pas na enkele jaren duidelijk. Ook niet beïnvloedbare factoren kunnen een effect hebben op de oninbaarheid, zoals de gevolgen van de economische situatie en hogere aanslagen. Dit is ook van toepassing op de kwijtschelding, waarbij de economische situatie eveneens een belangrijke rol speelt. Renterisico's Renterisico's spelen bij de beoordeling van financieringsvraagstukken een belangrijke rol. Aangezien de rentepercentages van de geldleningportefeuille voor de restantlooptijd van de geldleningen vastliggen, is bij het renterisico slechts sprake van een kort termijnrisico. Plotselinge rentestijgingen kunnen tot een incidenteel tekort leiden op de begrootte rekeningcourantrente. Door het (eventueel) afsluiten van nieuwe langlopende geldleningen neemt het risico enigszins toe. De rentelasten worden verantwoord op de hulpkostenplaats kapitaallasten en verdisconteerd in het rente-omslagpercentage. Een stijging van de marktrente betekent een verhoging van de renteomslag en leidt tot een extra budgettaire last voor het waterschap. Voor het opvangen van mogelijke renteschommelingen is geen voorziening gevormd. Uitzetting bij Landsbanki Island Het waterschap heeft op 30 mei 2008 een deposito van geplaatst bij Landsbanki Island. De rating van de bank voldeed op het moment van plaatsing aan de Wet Fido. De looptijd van het deposito (5 december 2008) is verstreken en Landsbanki heeft niet aan de financiële verplichtingen kunnen voldoen. Na een langdurig juridisch proces heeft de Hoge Raad van IJsland op 28 oktober 20 de claim van de Noord-Hollandgroep, waar het waterschap deel van uit maakt, als preferent erkend. De preferente claim voor Roer en Overmaas is vastgesteld op door middel van een tweetal deelbetalingen is hierop inmiddels terugontvangen. Duidelijk is dat gelet op het recoverypercentage, dat volgens de Winding Up Board van Landsbanki al boven de 00% ligt van de preferente claims, het openstaande balansbe- 66 Programmabegroting 203

200 drag zal worden terugontvangen. Gelet op het advies van de accountant is in de jaarrekening 20 voor Landsbanki een recoverypercentage van 95% aangehouden. De overige 5% worden beschouwd als een restrisico. Van een restrisico is sprake als de activa van Landsbanki onvoldoende ten gelden kan worden gemaakt en/of door koersverschillen veroorzaakt, omdat de vordering in buitenlandse valuta wordt uitbetaald. WBL/BsGW Het waterschap staat garant voor eventuele tekorten van het WBL en de BsGW voor zover dit de reservepositie (lees weerstandsvermogen) van deze partijen, die tot stand is gekomen op basis van een risico-inventarisatie, overschrijdt. De netto risico's bij het WBL en de BsGW zijn op basis van een risico inventarisatie per ultimo 20 becijferd op respectievelijk en en vormen de basis voor de hoogte van de algemene reserve. Risico inventarisatie 203 en volgende jaren Ook voor de periode van de meerjarenraming blijft de beschreven systematiek van het risico inventarisatie gehandhaafd. Jaarlijks wordt een nieuwe risico inventarisatie opgesteld, geactualiseerd naar de situatie per ultimo van het betreffende dienstjaar. Risico's niet meegenomen in risico inventarisatie Uitkomst Tweede Kamer verkiezingen Het afgesloten bezuinigingsakkoord (lees lenteakkoord) om aan de Europese norm van 3% norm te voldoen zijn gelet op de onzekerheden hieromtrent nog niet meegenomen. De uitkomst van de Tweede Kamer verkiezingen van 2 september 202 en de daaruit voortvloeiende coalitieonderhandelingen kunnen nog tot andere resultaten leiden. Wet Houdbare Overheidsfinanciën Zie hoofdstuk 5.9 EMU saldo. (wet HOF) Lijst Geldelijke Regeling landelijk gebied De landinrichting Mergelland-Oost wordt afgesloten met de vaststelling van de Lijst Geldelijke Regelingen (LGR) door de rechtbank. In het kader van de procedure van de LGR kunnen belanghebbenden binnen deze herinrichting claims indienen die mogelijk bij het waterschap verhaald kunnen worden. Indien deze claims inclusief verrekening ten laste van het waterschap door de rechtbank worden toegewezen is deze uitspraak bindend. Omdat tijdens de procedure van de LGR pas duidelijk wordt of, en zo ja welke, claims door derden ten laste van het waterschap worden ingediend, blijft een zeker risico in de eindafrekening van de herinrichting bestaan waar pas na vaststelling van de LGR door de rechtbank duidelijkheid in komt. Om deze reden is in de (landinrichtings) begroting bij het Rijk respectievelijk waterschap geen rekening gehouden met financiële gevolgen voor partijen in de afrekening met deze partijen. Waterschap Roer en Overmaas

201 5.7 Verbonden partijen Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) Het WBL is een volledige dochter van de beide Limburgse waterschappen. Het is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de wettelijk kaders vastliggen in de 'Gemeenschappelijke Regeling Waterschapsbedrijf Limburg'. Voor een uitgebreide toelichting op de relatie met het WBL wordt verwezen naar hoofdstuk 6. Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) De BsGW is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de kaders vastliggen in de 'Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen'. Voor een uitgebreide toelichting op de relatie met de BsGW wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Nederlandse Waterschapsbank NV (NWB-bank) Waterschap Roer en Overmaas is één van de partijen die aandelen heeft in de NWBbank. De bank richt haar diensten exclusief op de overheidssector. De NWB-bank financiert provincies, gemeenten en waterschappen en verstrekt langlopende kredieten aan instellingen voor de volkshuisvesting, de gezondheidszorg en het onderwijs. Verder financiert de bank overheidsbedrijven die werkzaam zijn op het gebied van water en milieu. Voor de waterschappen is de bank huisbankier met diensten als betalingsverkeer, electronic banking en consultancy. De vennootschap wordt bestuurd door een directie die bestaat uit twee of meer directeuren. De raad van commissarissen bestaat uit minimaal zeven en maximaal elf leden en houdt onder meer toezicht op de directe. In de algemene vergadering van aandeelhouders heeft elk aandeel A één stem en een aandeel B vier stemmen. Het waterschap heeft 535 aandelen A en 46 aandelen B. Het Waterschapshuis Waterschap Roer en Overmaas is één van de 25 deelnemende waterschappen die participeert in de Gemeenschappelijke Regeling Het Waterschapshuis die op juli 200 in werking is getreden. 'Het Waterschapshuis' fungeert als ondersteunende organisatie en aankoopcentrale voor de waterschappen en levert zodoende een bijdrage aan het verbeteren van de informatie- en de bedrijfsprocessen van de waterschappen ter bevordering van de kwaliteit en efficiëntie van de taakuitvoering door de waterschappen. 5.8 Bedrijfsvoering Onder bedrijfsvoering wordt verstaan het geheel van interne organisatieonderdelen en processen die ondersteunend zijn ten behoeve van de primaire processen. Voor een toelichting op de bedrijfsvoering wordt verwezen naar paragraaf Programmabegroting 203

202 5.9 EMU-saldo Achtergrond EMU-problematiek In het kader van een verantwoorde ontwikkeling van de economie en het monetaire stelsel binnen de landen die deelnemen aan de EMU (Economische en Monetaire Unie), is in het Verdrag van Maastricht een aantal afspraken gemaakt. Een voor de overheden belangrijke afspraak is dat het EMU-tekort (lees overheidstekort) van een lidstaat niet hoger is dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het EMU-saldo is opgebouwd uit het totaal van het Rijk, de sociale fondsen, gemeenschappelijke regelingen en de decentrale overheden. Indien de overheden in een jaar meer uitgeven dan ontvangen (op kasbasis) is sprake van een negatieve bijdrage aan het EMU-saldo. Op basis van de huidige afspraken mogen de waterschappen maximaal 0,05% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bijdragen in het maximale toegestane EMU-tekort van Nederland, zijnde 3%. De EMU-grens voor medeoverheden wordt de macroreferentiewaarde genoemd. Schematisch kan de macroreferentiewaarde onderverdeeld naar bestuurslaag als volgt worden weergegeven. Macroreferentiewaarde per bestuurslaag 203 Macroreferentiewaarde 0,50% waarvan gemeenten 0,38% waarvan provincies 0,07% waarvan waterschappen 0,05% Wet Hof Om de eurocrisis te beteugelen, zijn de Europese afspraken aangescherpt omtrent beheersing van de EMU-saldi (voor begrotingstekort en schuld van de overheid). Deze eisen dat het Kabinet verdergaande afspraken maakt met medeoverheden (provincies, gemeenten en waterschappen) over de beheersing van het Nederlandse EMU-saldo en deze in regelgeving vastlegt. De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) gaat deze regels bevatten. De wet moet voor het eind van 202 zijn vastgesteld en op januari 203 in werking treden. Op basis van de huidige afspraken mogen de waterschappen maximaal 0,05% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bijdragen in het maximale toegestane EMU-tekort van Nederland, zijnde 3%. Verscherping van de regels, toezicht en toepassing van sancties kan gevolgen hebben voor ons waterschap. Als strenger moet worden gestuurd op het EMU-saldo zou dit kunnen betekenen dat dit effect heeft op de investeringsuitgaven (verlagen) en/of de belastingopbrengsten (verhogen). In hoeverre dit consequenties heeft of gaat hebben voor ons waterschap is echter nog niet aan te geven. Dit hangt onder andere af van het nationaal bestuurlijk overleg over de 'verdeling' van de 3% over de verschillende overheden. De deels door Europa opgelegde wateropgave en de inspanningen die we op ons hebben genomen vanwege het gesloten Bestuursakkoord, moeten inzet zijn om de huidige marge van 0,05% voor waterschappen te verruimen. Waterschap Roer en Overmaas

203 EMU-saldo 203 In de begroting dient een specificatie van het eigen EMU-saldo te worden opgenomen volgens de begroting van het begrotingsjaar als de begroting van het vorige begrotingsjaar. De moeilijkheid bij de bepaling van het EMU-saldo is dat waterschappen, net zoals de andere decentrale overheden, een ander boekhoudstelsel gebruiken dan waarop het EMU-saldo is gebaseerd. De waterschappen hanteren het baten- en lastenstelsel, terwijl het EMU-saldo is gebaseerd op transactiestelsel (lees kasbasis). De informatie ten behoeve van het EMU-saldo moet dan ook een vertaalslag ondergaan. Verder geldt dat bij de waterschappen de investeringen grote invloed op het EMU-saldo hebben, zeker omdat zij gemiddeld over alle waterschappen gezien een factor 3 groter zijn dan de jaarlijkse afschrijvingen. Omdat het investeringsvolume van de waterschappen aanzienlijk is, en de verwachting is dat dit als gevolg van het Nationaal Bestuursakkoord Water nog wel enige tijd zo blijft, hebben de waterschappen per definitie een EMU-tekort. Naast het eigen EMU-tekort zijn de waterschappen ook verantwoordelijk voor de EMUsaldo's van de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. In het geval van ons waterschap zijn dit het WBL en de BsGW. Bij ons waterschap is over 203 sprake van EMU-tekort van afgerond Het integrale EMU-tekort waarbij rekening is gehouden met ons aandeel in de gemeenschappelijk regelingen bedraagt Dit is niet verontrustend omdat dit onder de referentiewaarde ( ) van ons waterschap blijft. De berekening van het EMU-saldo is opgenomen in bijlage J. 70 Programmabegroting 203

204 De zuivering wordt uitgevoerd door het Waterschapsbedrijf Limburg. Waterschap Roer en Overmaas

205 6 Waterschapsbedrijf Limburg 6. Relatie Het Waterschap Roer en Overmaas maakt voor de uitvoering van het zuiveringsbeheer gebruik van de diensten van het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL). Het WBL is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de wettelijk kaders vastliggen in de 'Gemeenschappelijke Regeling Waterschapsbedrijf Limburg'. Voor de verhouding waterschappen ten opzichte van de gemeenschappelijke regeling geldt de hoofdregel dat het beleid voor de aan de regeling opgedragen taken een bevoegdheid blijft van de waterschapsbesturen. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een uitvoerings- en voorbereidingsbevoegdheid. Daarmee is de regeling een vorm van afgeleid bestuur. In de regeling zelf is aangegeven welke uitvoerende taken aan het WBL worden overgedragen. De beoogde bevoegdheidstoekenning aan het bestuur van de regeling wordt ingevuld via delegatie en mandaat. De verhouding tussen waterschappen en regeling betekent in dit verband dat: de reikwijdte van de gedelegeerde/gemandateerde bevoegdheid exact is omschreven; de waterschapsbesturen beleidsregels vaststellen voor de toepassing van bevoegdheden; bij mandaten de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat is opgenomen; per delegatie en mandaat rapportageverplichtingen over het gebruik worden afgesproken. Voor de relatie met het WBL worden een aantal randvoorwaarden gehanteerd om te komen tot een goed functionerende uitvoeringsorganisatie: een helder waterschapsbeleid waarbinnen en waarmee het WBL aan de slag kan; een goede onderlinge informatievoorziening tussen de organisaties waardoor een vaste opdracht- en verantwoordingscyclus kan groeien en past bij de beleidsverantwoordelijkheid van de waterschappen en de uitvoeringsorganisatie. een open en soepele samenwerkingshouding tussen de ambtelijke organisaties onderling vanwege de vele interacties in het dagelijkse werk tussen het systeem- en het ketenbeheer. heldere werkafspraken over een praktische invulling van advies- en voorbereidingstaken van het bedrijf ten behoeve van de besluitvorming door de waterschapsbesturen. integrale productverantwoordelijkheid als één van de belangrijkste organisatorische uitgangspunten. Aan de relatie met het WBL wordt de nodige aandacht besteed. Onderdelen die aandacht verdienen zijn de begroting, de begrotingswijzigingen en de tussentijdse rapportages. Gelet op het belang van de begroting wordt dit onderdeel naast de ontwikkelingen betreffende het zuiveringsbeheer in de volgende paragrafen nader uitgewerkt. Waterschap Roer en Overmaas

206 6.2 Ontwikkelingen Door de oprichting van de BsGW is de situatie ontstaan waarin het WBL nog maar één van de vier oorspronkelijke activiteiten, zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling van , zelfstandig uitvoert, namelijk het zuiveringsbeheer. Bovendien worden met ingang van 203 de laboratoriumwerkzaamheden niet meer aangestuurd via het WBL. Als gevolg van deze ontwikkelingen is bij de waterschappen Peel en Maasvallei en Roer en Overmaas de behoefte ontstaan om een verkennend onderzoek te doen naar de toekomst van het zuiveringsbeheer. De resultaten hiervan zullen aan beide besturen van de waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei worden voorgelegd. 6.3 Begroting In artikel 9 van de Gemeenschappelijke Regeling Waterschapsbedrijf Limburg is de procedure met betrekking tot de begroting van het WBL beschreven. De begrotingsprocedure geeft aan dat het dagelijks bestuur van het WBL de ontwerpbegroting zes weken voordat deze aan het algemeen bestuur van het WBL wordt aangeboden, toezendt aan de algemene besturen van de waterschappen. Deze kunnen dan hun zienswijze kenbaar maken. Op grond van artikel 9, lid 3, dient het algemeen bestuur van het WBL bij de vaststelling van de begroting rekening te houden met de zienswijzen van de waterschappen. De begroting van het WBL dient na de vaststelling, doch in ieder geval vóór augustus, aan Gedeputeerde Staten te worden toegezonden. De waterschappen kunnen desgewenst bij die gelegenheid hun zienswijze over de vastgestelde begroting bij Gedeputeerde Staten kenbaar maken. In 203 beoordelen wij de ontwerpbegroting van het WBL over 204 en geeft het algemeen bestuur een zienswijze hierover af. Deze beoordeling is naast een terugblik (lees follow-up) op de zienswijze van vorig jaar opgebouwd uit drie componenten, te weten een procedurele, een algemene en een financiële beoordeling: Bij de procedurele beoordeling wordt getoetst of de ontwerpbegroting tijdig, te weten binnen de daarvoor gestelde termijn, is aangeboden aan het bestuur van ons waterschap. Bij de algemene beoordeling wordt getoetst of de begroting voldoet aan de eis om te kunnen komen tot een verantwoord bestuurlijk oordeel. Zijn de bestuurlijke marges zichtbaar gemaakt en wordt voldoende gelegenheid geboden om keuzes te maken. Bij de financiële beoordeling worden de financiële aspecten getoetst. Voldoet men aan de financiële uitgangspunten en de meerjarenraming van vorig dienstjaar. Doen zich afwijkingen in positieve of negatieve zin voor en welke verklaring ligt hieraan ten grondslag. Op basis van de bevindingen van deze beoordeling komt de zienswijze tot stand die het bestuur in staat stelt een standpunt over de ontwerpbegroting in te nemen. Na vaststelling van de begroting van het WBL door het algemeen bestuur van het WBL is het aandeel van de beide waterschappen een verplichte bijdrage. Op basis van de begrotingsbijdrage van ons waterschap van (bijlage G) wordt maandelijks betaalbaar gesteld, de totale bijdrage gedeeld door 2 maanden. 74 Programmabegroting 203

207 De belastingheffing wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen waarvan WRO deelnemer is.

208 7 Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen 7. Relatie Het Waterschap Roer en Overmaas maakt, sinds de oprichting van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) per april 20, voor de uitvoering van de belastingheffing gebruik van de diensten van de BsGW. De BsGW is een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie waarvan de wettelijk kaders vastliggen in de 'Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen' (GR BsGW). De BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemers (gemeenten en waterschappen) de zorg voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. De oprichters en eerste deelnemers in de BsGW zijn Waterschap Roer en Overmaas, Waterschap Peel en Maasvallei en de Gemeente Venlo, de zogenaamde 'founding fathers'. Per januari 202 zijn de gemeente Bergen en Nederweert als deelnemers toegetreden. Voor de verhouding deelnemers ten opzichte van de gemeenschappelijke regeling geldt ook hier de hoofdregel dat het beleid voor de aan de regeling opgedragen taken een bevoegdheid blijft van de deelnemers. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een uitvoerings- en voorbereidingsbevoegdheid. Daarmee is de regeling een vorm van afgeleid bestuur. Ook aan de relatie met de BsGW wordt de nodige aandacht besteed. Onderdelen die aandacht verdienen zijn de begroting, de begrotingswijzigingen, de tussentijdse rapportages en de geldstroom van en naar de BsGW. Gelet op het belang hiervan zijn deze onderdelen naast de ontwikkelingen in de volgende paragrafen nader uitgewerkt. 7.2 Ontwikkelingen De BsGW werkt aan een verdere optimalisering van het maatschappelijk rendement door in te zetten op minimaliseren van de uitvoeringskosten, optimaliseren van de belastingopbrengst, kwaliteit van de dienstverlening en risicospreiding van de bedrijfsvoering. Een van de onderdelen waardoor dit bereikt kan worden is de uitbreiding van de deelnemers in de BsGW. Met ingang van januari 203 treden de gemeenten Roermond, Beek, Leudal, Nuth, Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en Peel en Maas toe als deelnemer tot de BsGW. Het totaal aantal deelnemers komt hiermee op 3. Van deze toetreders wordt goodwill ontvangen voor de in het verleden gedane investeringen van de 'founding fathers'. Bij het onderdeel 'geldstroom BsGW naar waterschap' wordt dit nader toegelicht. Waterschap Roer en Overmaas

209 7.3 Begroting In artikel 24 van de GR BsGW is de procedure met betrekking tot de begroting beschreven. Deze geeft aan dat het dagelijks bestuur van de regeling jaarlijks voor maart de ontwerpbegroting op stelt en deze, zes weken voordat deze aan het algemeen bestuur van de BsGW wordt aangeboden, toezendt aan de algemene besturen van de deelnemers (gemeenten en waterschappen). Deze kunnen dan hun zienswijze kenbaar maken. Op grond van artikel 24 lid 4, dient het algemeen bestuur van de BsGW bij de vaststelling van de begroting, uiterlijk 30 juni, rekening te houden met de zienswijzen van de deelnemers. De begroting van de BsGW dient na de vaststelling, in ieder geval vóór 5 juli, aan Gedeputeerde Staten te worden toegezonden. De deelnemers kunnen bij die gelegenheid hun zienswijze over de vastgestelde begroting bij Gedeputeerde Staten kenbaar maken. In 203 beoordelen wij de ontwerpbegroting van de BsGW over 204 en geeft het algemeen bestuur een zienswijze hierover af. Deze beoordeling is naast een terugblik (lees follow-up) op de zienswijze van vorig jaar opgebouwd uit drie componenten, te weten een procedurele, een algemene en een financiële beoordeling: Bij de procedurele beoordeling wordt getoetst of de ontwerpbegroting tijdig, te weten binnen de daarvoor gestelde termijn, is aangeboden aan het bestuur van ons waterschap. Bij de algemene beoordeling wordt getoetst of de begroting voldoet aan de eis om te kunnen komen tot een verantwoord bestuurlijk oordeel. Zijn de bestuurlijke marges zichtbaar gemaakt en wordt voldoende gelegenheid geboden om keuzes te maken. Bij de financiële beoordeling worden de financiële aspecten getoetst. Worden de financiële uitgangspunten en de meerjarenraming van vorig dienstjaar gehanteerd. Doen zich afwijkingen in positieve of negatieve zin voor en welke verklaring ligt hieraan ten grondslag. Op basis van de bevindingen van deze beoordeling komt de zienswijze tot stand die het bestuur in staat stelt een standpunt over de ontwerpbegroting in te nemen. Tot slot kan nog worden opgemerkt dat met de BsGW is afgesproken dat de kosteninflatie van gemiddeld 2% per jaar voor een periode van 5 jaar (202 tot en met 206) niet wordt doorberekend aan de deelnemers, maar wordt opgevangen door een taakstellende kostenreductie. In de begroting 203 heeft de BsGW hieraan dan ook invulling gegeven. 7.4 Geldstroom De geldstroom bestaat uit twee stromingen, te weten de stroom van de het waterschap naar de BsGW en vice versa. Waterschap Roer en Overmaas naar BsGW Vertrekpunt van deze geldstroom is de vastgestelde begroting van de BsGW. Na vaststelling van de begroting is het aandeel van de deelnemers een verplichte uitgave. Van de bijdrage 203 van (bijlage G) wordt maandelijks betaalbaar gesteld, de totale bijdrage gedeeld door 2 maanden. 78 Programmabegroting 203

210 BsGW naar Waterschap Roer en Overmaas Deze geldstroom bestaat uit de onderdelen 'aanslagoplegging en invordering' en 'goodwill'. Aanslagoplegging en invordering De door de BsGW geïncasseerde belastinggelden, de rechtstreekse inkomstenbron voor het waterschap, komt meteen ter beschikking aan het waterschap. Het gevolg hiervan is dat het hieraan verbonden liquiditeitsrisico en het hieruit vloeiende renterisico bij het waterschap ligt. De afspraak is dan ook dat de ontvangsten van de belastingaanslag rechtstreeks ten goede komt aan het waterschap, behoudens een bedrag van voor corrigerende effecten op de aanslag. De aanslag 203 wordt evenals voorgaande jaren gespreid opgelegd in het e kwartaal. Voor ons waterschap wordt belasting opgelegd. Dit dient echter gecorrigeerd te worden met een bedrag voor kwijtschelding en oninbaarverklaringen van waardoor een netto-opbrengst resteert van Onderstaand is weergegeven hoe op basis van ervaringscijfers het verwachte ontvangstenpatroon er uit ziet. Procentueel Ontvangstenpatroon belastingaanslag 203 Periode Cumulatief 203 februari 4,4% maart april mei juni juli augustus september oktober november december,3%,4% 20,5%,2% 4,6% 6,0% 5,2% 5,0% 4,5% 3,5% 4,4% 5,7% 27,% 47,6% 58,8% 73,4% 79,4% 84,6% 89,6% 94,% 97,6% 204 januari tm december 2,4% 00,0% Waterschap Roer en Overmaas

211 Grafisch kan de belastingontvangst van de aanslag 203 als volgt worden weergegeven. Verloop belastingontvangsten aanslag " feb-3 mrt-3 apr-3 mei-3 jun-3 jul-3 aug-3 sep-3 okt-3 nov-3 dec-3 Goodwill De founding fathers van BsGW worden door nieuwe toetreders in de BsGW gecompenseerd voor gedane investeringen door middel van een goodwillvergoeding van de betreffende toetreder ( 2,50 per inwoner). Deze vergoeding wordt op basis van het aandeel in de totaal gedane investering verdeeld: Founding father Gedane investering Absoluut Relatief Waterschap Roeren Overmaas Waterschap Rpeel en Maasvallei Gemeente Venlo ,85% 30,07% 4,08% Totaal ,00% Op grond hiervan ontvangt het waterschap via BsGW van tien toegetreden gemeenten goodwill. In principe wordt deze goodwill in 6 jaarlijkse termijnen betaald. In totaliteit wordt in 203 een bedrag van afgerond aan goodwill ontvangen (zie onderstaand overzicht). 80 Programmabegroting 203

212 Gemeente Toetredingsjaar Goodwill totaal 2033 Bergen * Nederweert Roermond Beek Leudal Nuth Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Peel en Maas Totaal * de gemeente Bergen heeft de goodw ill in één keer betaald Waterschap Roeren Overmaas

213 De belastingtarieven vormen de basis voor de aanslag waterschapslasten. Waterschap Roer en Overmaas

214 8 De tarieven De financieringsstructuur bestaat uit twee heffingen: een watersysteemheffing en een zuiveringsheffing (indirecte lozingen). Beiden zijn geregeld in de Waterschapswet. Daarnaast is de verontreinigingsheffing (directe lozingen op oppervlaktewater) op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewater (Wvo) blijven bestaan. De kosten van de waterkwantiteit, de waterkering en het zogenoemde passieve kwaliteitsbeheer (zoals o.a. integraal waterbeheer, monitoring en sanering van verontreinigde waterbodems), worden gefinancierd uit de watersysteemheffing. Deze wordt opgebracht door inwoners en de eigenaren van gebouwde, ongebouwde onroerende zaken en natuurterreinen. De zuiveringsheffing is toegespitst op de kosten van de zuivering, het transport van afvalwater en de verwerking van het zuiveringsslib. In verband met de verruiming van de tariefdifferentiatie wegen naar 400% heeft het algemeen bestuur de 'Kostentoedelingsverordening Watersysteembeheer 203' vastgesteld die de basis vormt voor de berekening van de tarieven van het watersysteembeheer. De kostentoedeling dient eenmaal op de 5 jaar opnieuw te worden vastgesteld. Door een gedeeltelijke inzet van de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing' en een toevoeging aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing' blijft de opbrengstontwikkeling waterschapslasten 203 voor het gemiddelde van beide taken op de nullijn. Indien de opbrengstontwikkeling per taak inzichtelijk wordt gemaakt is bij de watersysteemheffing voor 203 sprake van een stijgingspercentage met 0,04% terwijl bij de zuiveringsheffing sprake is van een daling met 0,03%. De belastingopbrengst kan als volgt worden weergegeven. Belastingopbrengst Begroting 203 Watersysteemheffing Zuiveringsheffing Verontreinigingsheffing Totaal Voor de berekening van de tarieven 203 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De geraamde opbrengst waterschapslasten op basis van de begroting 202 aangepast met het stijgingspercentage van de watersysteemheffing (0,04%) en het dalingspercentage van de zuiveringsheffing (0,03%). De voor het belastingjaar 202 gehanteerde belastingmaatstaven, de aannames van de nog op te leggen aanslagen en de ervaringsgegevens ten aanzien van de jaarlijkse ontwikkelingen daarin. De vertaling hiervan is verwoord in de notitie 'prognose opbrengst waterschapsheffingen 203' van de BsGW die als uitgangspunt bij de berekening is gehanteerd. Waterschap Roer en Overmaas

215 Watersysteemheffing Naast de verhoging van de opbrengsten hebben bij de watersysteemheffing nog zes elementen invloed op de vast te stellen tarieven. Dit betreft:. De kostentoedelingsverordening 203 betreffende het watersysteembeheer. Watersysteembeheer Ingezetenen Zakelijk gerechtigden gebouwd Zakelijk gerechtigden ongebouwd Zakelijk gerechtigden natuurterreinen Kostentoedelingsverordening ,00% 52,02% 7,90% 0,08% Totaal 00,00% 2. De tariefdifferentiatie voor verharde wegen waarbij een gedifferentieerd tarief wordt gehanteerd dat 400% hoger is dan het tarief voor het 'overig ongebouwd' (verhouding :5). 3. De rechtstreekse toedeling van categorie gebonden kosten aan de betreffende categorieën, te weten de perceptiekosten, de kosten van de wet WOZ en de kosten van verkiezingen. 4. Het reguliere accres en het effect van de hertaxatie bij het gebouwd als gevolg van de jaarlijkse herwaardering van de wet WOZ. Op basis van de voorlopige inzichten is uitgegaan van een waardedaling in ons beheersgebied van 2,55% (te weten accres +0,25% en hertaxatie -2,8%). 5. De doorvertaling van de belastingbestanden op perceelniveau voor de categorie natuur en ongebouwd. 6. De ontwikkeling van het aantal ingezetenen. Een direct gevolg van deze onderdelen is dat dit een complexe berekening van de tarieven tot gevolg heeft. Voor het gebouwd is de tariefs- c.q. heffingsmaatstaf een percentage van de WOZwaarde. Het tarief wordt dan ook berekend door het totale kostenaandeel van de categorie gebouwd te delen door de totale WOZ-waarde in het gebied van het waterschap. Bij de berekening van het tarief gebouwd wordt uitgegaan van een percentage van vier decimalen achter de komma. In verband met de jaarlijkse herwaardering van de WOZ is de waardepeildatum één jaar voor het begin van het kalenderjaar, waarvoor de WOZ-waarde geldt. De waardepeildatum voor het belastingjaar 203 is dus 202. Omdat de definitieve cijfers voor de ontwikkeling van de WOZ-waarde per individuele gemeente nog niet voorhanden zijn is uitgegaan van de door de Waarderingskamer en gemeenten in ons beheersgebied ontvangen indicatieve cijfers. Voor de effecten van de hertaxatie die gehanteerd zijn voor het belastingjaar 203 is voor de ontwikkeling van de WOZ-waarde uitgegaan van een waardedaling in ons beheersgebied van 2,55% (zie ook punt 4). Deze waardedaling is het gevolg van de eurocrisis en de daarmee verbonden negatieve economische effecten die nog altijd een dalend effect heeft op de huizenprijzen. In principe is deze daling het saldo van het accres in verband met de toename van het aantal woningen (positief effect) en waardedaling van de bestaande woningen (negatief effect). Doordat de gerealiseerde WOZ-waarden in 202 echter hoger zijn uitgevallen dan verwacht en dit de basis vormt voor de maatstaven 203 wordt de waardedaling volledig teniet gedaan. Ten opzichte van de geraamde maatstaven 202 is hierdoor voor 203 zelfs sprake van een bescheiden toename van de WOZ-waardes. 86 Programmabegroting 203

216 Voor de tariefberekening van het ongebouwd en natuur dient de te realiseren opbrengst gedeeld te worden door het aantal hectares voor de betreffende categorieën, exclusief de waterschapseigendommen. Dit is een gevolg van het feit dat de waterschapseigendommen vrijgesteld zijn van belastingheffing, niet worden meegenomen in de aanslagoplegging en ook geen opbrengst genereren. Dit heeft vooral een verhogend effect op de tarieven van de categorie ongebouwd omdat de waterschapeigendommen voor het merendeel uit ongebouwde percelen bestaan. Verder wordt in 203 rekening gehouden met een afname van het aantal hectares ongebouwd met 480 als gevolg van de aanwas van het gebouwd. Voor wat betreft de ingezetenen kan nog worden vermeld dat het aantal ingezetenen (huishoudens) in 203 voor ons waterschap wordt geprognosticeerd op en tot stand is gekomen op basis van de realisatiegegevens over 20 en 202. Ten opzichte van de maatstaven 202 is bij de ingezetenen sprake van een toename met ingezetenen ofwel % dat een gevolg is van de optimalisering van het heffingenproces. Bij de berekening van de belastingtarieven wordt volgens het beginsel van kostenveroorzaking het toerekenen van categorie gebonden kosten toegepast. Hierdoor worden o.a. de kapitaallasten betreffende de vangnetregeling wet WOZ en de verkiezingen rechtstreeks toegerekend aan de categorie gebouwd en ingezetenen. Dit alvorens de verdeling naar de diverse categorieën plaatsvindt op basis van het (algemeen) aandeel uit de kostentoedelingsverordening. Bij een vrijval van de genoemde kapitaallasten, waar geen vervangingsinvestering tegen overstaan en de financiële ruimte wordt ingevuld door njet categorie gebonden kosten, worden de kosten toegerekend op basis van het aandeel uit de kostentoedelingsverordening. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van categorie- naar taak gebonden kosten wat een verhogend effect heeft op de tarieven van de overige categorieën binnen het watersysteem. Dit betekent dan ook dat de vrijval van kosten die rechtstreeks toegerekend worden aan een belastingcategorie, zonder dat hier een vervanging tegen overstaat, een verhogend effect heeft de op de tarieven van de andere categorieën. Doordat de kapitaallasten van de vangnetregeling wet WOZ volledig vrijvallen (203/204) en door de indirecte verkiezingen heeft dit zijn doorwerking op de tarieven 203 en 204. Zuiveringsheffing De zuiveringsheffing wordt geheven op basis van het aantal vervuilingswaarden, geproduceerd door woningen en bedrijven. Deze waarden worden uitgedrukt in vervuilingseenheden (ve's). De ve's voor woningen worden toegerekend op basis van een forfaitaire heffing (één- en meerpersoonshuishoudens). De ve's van bedrijven zijn voor 90% afhankelijk van variabele factoren en (jaarlijks) gebaseerd op de werkelijke vervuiling. Verder kan nog worden vermeld dat de zuurstofnorm met ingang van januari ,8 kg per vervuilingseenheid per jaar is. Het tarief van de zuiveringsheffing wordt bepaald door de geraamde opbrengst zuiveringsbeheer te delen door het aantal ve's indirecte lozingen, te weten voor 203 (202 was indirecte lozingen). In 203 wordt op basis van de realisatiegegevens van de afgelopen jaren en een nauwkeurigere prognose rekening gehouden met een afname van het aantal vervuilingseenheden met ve's. Waterschap Roer en Overmaas

217 Ondanks dat het aantal inwoners binnen het beheergebied afneemt neemt het aantal woningen nog altijd toe. De toename van de woningvoorraad is het gevolg van een positief saldo van woningtoevoegingen (nieuwbouw, woonruimtesplitsing, bestemmingswijziging) en woningonttrekkingen (sloop, woonruimtesamenvoeging, bestemmingswijziging). Uit de praktijk blijkt verder dat het aantal éénpersoons-huishoudens ( ve) nog altijd toeneemt ten opzichte van de meerpersoonshuishoudens (3 ve's). In combinatie met de leegstand wordt hiermee het positieve effect van de toename van het aantal woningen gedeeltelijk teniet gedaan. Bij leegstand doet zich de situatie voor dat indien een woning die bij het begin van het heffingsjaar leeg staat en pas in de loop van het jaar wordt bewoond een aanslag naar tijdsevenredigheid krijgt opgelegd. Hierdoor heeft 'leegstand' niet een één op één effect op de afname van het aantal ve's. Hoe langer de gemiddelde periode van leegstand hoe hoger het negatieve effect op het aantal ve's. Voor de woningen wordt uitgegaan van een toename met 500 ve's Bij de bedrijven is als gevolg van saneringsmaatregelen, optimalisatie van bedrijfsprocessen, verbetering aan eigen zuiveringsinstallaties, afname van productieactiviteiten sprake van een afname van het aantal ve's. Verder speelt ook het economisch klimaat waarin we verkeren een belangrijke factor. De achterblijvende economische groei en de leegstand van bedrijfsruimte hebben eveneens een negatief effect op het aantal ve's. Voor de bedrijven is dan ook de verwachting dat het aantal ve's afneemt met Zoals al aangegeven is het aantal ve's ten opzichte van 202 afgenomen met Ondanks dat bij de zuiveringsheffing sprake is van een beperkte opbrengstdaling (0,03%), dat bij een gelijk aantal ve's tot een daling van het tarief zou leiden, heeft de afname van het aantal ve's (lees teller/noemer effect) een verhogend effect op het tarief. Doordat het effect van de afname van het aantal ve's de opbrengstdaling volledig teniet doet is per saldo sprake van een lichte toename van het tarief. Verontreinigingsheffing Zoals al aangegeven blijft de verontreinigingsheffing bestaan voor directe lozingen. Het tarief voor de verontreinigingsheffing is gelijk aan het tarief van de zuiveringsheffing. Deze heffing wordt - evenals de zuiveringsheffing - geheven op basis van het aantal vervuilingswaarde die directe lozers (woningen en bedrijven) produceren. Het aantal ve's van de directe lozingen in 203 is Dit aantal is gebaseerd op realisatiegegevens en is gelijk gebleven aan het aantal van vorig jaar. Tot slot geldt dat de opbrengst van deze heffing in mindering wordt gebracht op de kosten van het watersysteembeheer en hierop een positief effect heeft. Tarievenoverzicht Onderstaand zijn de tarieven weergegeven voor de twee taken. Voor het watersysteembeheer betreft het de totaaltarieven die zijn opgebouwd uit categorie- en taak gebonden kosten. Het zuiveringsbeheer betreft het tarief zuiveringsheffing (indirecte lozingen). Om het overzicht compleet te maken is tevens het tarief van de verontreinigingsheffing (directe lozingen) weergegeven. Verder zijn conform de voorschriften de tarieven 203 afgezet tegen die van 202 en Programmabegroting 203

218 Jaarrekening Begroting Begroting Watersysteembeheer Ongebouwd (per hectare): Openbare landwegen 63,68 64,26 23,40 Overig ongebouwd 3,84 32,3 24,68 Natuur (per hectare) 2,32 2,34 2,36 Gebouwd (percentage van WOZ-waarde) 0,099% 0,0204% 0,020% Ingezetenen (per wooneenheid) 35,54 35,95 35,68 Zuiveringsbeheer Zuiveringsheffing (per heffingseenheid) 49,2 49,73 49,96 Verontreinigingsheffing Verontreinigingsheffing (per heffingseenheid) 49,2 49,73 49,96 Waterschap Roer en Overmaas

219 9 Voorstellen Het algemeen bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas; Gezien de programmabegroting 203 en de hierin gepresenteerde voorstellen; Gelet op het bepaalde in de artikelen 77, 00 en 0 van de Waterschapswet; Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 9 oktober 202; BESLUIT:. de programmabegroting 203 vast te stellen; 2. per programma voor 203 een krediet te voteren conform onderstaand overzicht Programma Te voteren krediet Uitgaven Inkomsten Netto Plannen Watersysteem Herinrichting oppervlaktewateren landelijk gebied Herinrichting stedelijk gebied Vismigratie Wateroverlast Algemeen Totaal Watersysteem Veiligheid Instrumenten... Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Totaal programma's om een sluitende begroting 203 te presenteren, te onttrekken aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing' en toe te voegen aan de 'egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing'; 4. de tarieven 203 voor de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing als volgt vast te stellen: I II III Watersysteembeheer: Ongebouwd openbare landwegen 23,40 per ha overig ongebouwd 24,68 per ha Natuur 2,36 per ha Gebouwd 0,020% van de WOZ-waarde Ingezetenen 35,68 per wooneenheid Zuiveringsbeheer: Zuiveringsheffing Verontreinigingsheffing: Verontreinigingsheffing 49,96 per vervuilingseenheid 49,96 per vervuilingseenheid Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 november 202. De secretaris/directeur, De voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen Waterschap Roer en Overmaas

220

221

222 CO CM CO O) N CO CM 8? CO to r*. to co CM 3 <o r» r- co to CO CO CM CM CO CO o)o) CM in en in m oo eg (O O (C 00 en CO UJ <o w 8 CO 03 s O) a CO o CM in O) 8 CO r- CM r«- CM uo CM ** CM CM CO CM I 3 i i CM U) O ^ CO J* i e 00 CM m o s co r- in CM 3 in CO 3 CD 8 co r- 8 5 i CO N MO N CM O) O)O) O (N 3 CO ID CDO) r- CM O GO 8 r- O CO O CO CM CO OS CM, CO in toco CD o 00 i m CM to s co r CM 8 CO in CD 0 (O CO 33 O (O in t» I-. 9 CD 8 co «3 2 en in 8 in co to oo in r- oo IO N CO CM CM -* co CO CO s CT> CM <D m 3 CM CM CD 8 0) en in CO S 3 5 en CM to * oo «5 CO co en n 8 en S CO to in co 3 3 en CM 8S2 Si 4 s in r» O to N oo S tm CO CM CO i CO CM i in CM s CM CM CM CO I i 8 8 i i CD 2 ü I I»8 5 r in in V # i IV CM CO CM m en in co m en S S u) CO CO m in CM CO CO CM 3 oo m <o CM CO CM en 8 t co o o r- 3 cn o en CM CO N N tm CM 8 CO to in CO CD CO 00 CO CD CO 8 CD Q GO in r- cn en co in CO CM to to* to m CD CM 00 in in in o m in S en r- en o CO to 8 a s? 6 8 c in co CO r- CM in in co CD CO s So co en CD ^. CO ^ N cn CM S3 en CO to. i*- oo CM 8 m CD cn CM CO co in CM 8 o> CO CO CM 8 LU 03 I i I 5 s I 6! i D> 'E 2 I O) C II! C I o CO c Cn c O a, f CP i U M i I. cn A cn loll I s

223 O CM O O te. o LU co I - e i * i I S 8 S 3 (NI 8 g S O O g 8 ö c\i T 5 CO *~ T 5. T i 9 T i LU O LU O i 8 «4 z LU CO LU LU CO LU CC s I CD LU O < N S a a e co 5 i e.<2 8 CO V) I» *g g» 2 (B ru) 2 I r» è = 5 c E c c o S o <t> i f Ë t > E > E <B 2 <5.2 '5 «S 5 co N «C W EZ e» j» c» m UJ <g UJ J0 «I c > 0 i si ü < 2 i I 4 O 5 5 8

224 Mm o o O 00» S CM "t" Tt" IT) It) ^ 00 CO * 5 *» &2 a> 00 co CM CM CM CM CD r~- CO s CM CO 00 CO CO T i CM O O t>- * s to a i if il CD r- CO cn CÓ s r- CM in in i V CO s O 8 Ö CO i 8 S CM r- m 8 q q io rr S oo! C CD E O 5 o 2 2 TO co o o> </> S- " o c c <? CO TK s CO E CD «2 co e CD CO z t CO <f o I DC ' E CD Ö CO 00 > Z" 0) < 3

225 CO CM S 2 in co co CM oo oo CD CM CO CM CO CM CM CO CM CO CM cn CO CM m 8 CM CO CM CM CM CM in CM CD CM CM oo CD CM LU 03 M co co cn cn co co in co oo in CM in co cn CM oo in CD CM 3 00 co co cn CM co cn CD cn cn CM in CM CO in CM co CM CM CM O) s co CM co oo co co CM CM * m CM cn s CO CM CO CM CM CO CM CM 8 8 CM 00 CM i 2 co co CM CM in 00 O co co CM CO in co CM co co co CM CO CM CM CO s mm LU CO co cn CO in 00 oo CO co 00 CD m CM e 00 cn oo m CM co co co CM CO CM! LU LU CO LU CM co cn cn CM co CM co CO CM s? 2 ê 8 if co 05 CM CO CO CM cn cn cn co m CM CM o> CM co m CO CM I 8 8 CM in 00 CM cn co co CM CM CM 3 CM in 3 I 3 LU O CO 9 o i e t I f m o co & I I I I e> E

226 CM O S c a N S f 2 3> E Q 3 ö S 2 i 32 E e t? c O 5 m c 5 XI c S E E CM « O O K ^ O CO T O O (O O co co CO CM O ö ^ co' co S c Ger /2/3 co r O O CO CM CO O CM CM co lo CO cd O T- 00 CO I CO $ /2/ co I I S 5 2? 3 > «O is 5 O CM 5 cl o o> 3 > QJ 4» V) Z * a c CL * o «O c r ü c E? E CD CD m 8 co.o 0 H E o- f * i 3 If E xl "E $.2 Oï 5 É' 2 C O) *c = f g s co co c <S * * co «> 8 n ra «O) c s s i c o> c a c f 2 E C5

227 K CO O O) K 8cS co" ö co -*± t e» ir>co in ri oi ^ o co m S! o S O CO CO O) <D «CO CM CO CO CO CO o ui o m K CM IS ïn cd oico 0 «OOWPXOS^tMOt Nr(0nNS»-S(0»-plr) rt(\>-ifl«-oini»«-in$»- ^Ö^^'WÖÖCMCMCM^Ö aaaaioimnni-oinn 00 S If) <X) s ^- 00 TT CM m o CM LO o f- co r- Sa OS CA CO O ^ o>co oi cd ö m CM m OJco Acoco 00 in CD CO -* 5 ^ CM «- 00 o «-co 45 t >- o n r oco CM n o s J) s s o o r-lomco o 0 to CDco c» S CÓ N r' eg m"co 3 oi ^ co' 00 LO CM n co s co CO CM «- Cö Oj CO T- i co' 00 CM in oi co > CM CM f O) i I CM CO CM O CM O s CO O) 85" CM CM i ^- Oï * { e i «o co 0 co r- T- S CO M O CM CO cn TJ- co co cn co ö os *t co* co s it si' LO O) y- Ui Ui CM cp co 00 CO CM CM co oó cn' cn' S COcoco co O N S CM CO 00 O (D O CM O SOS* *t V) cn ^ cn coop SS s CO 0 ^ oico" ^* cd ö «O K co' K N CO CO CM mco «t co 5 cn co cp CM cn CO 0èn *- CM CO 3 en CM CM 35co *- co co cn R S 8 3 <» O CO O 8 ES P S cn' TT' to I? 8 É 00 CO S8 CO 00 coco CM CM ^ CM cn 00 CM N - O MN 00 t" 52^? co 3 CO K $ i 2 CM ^ cn O) 5 CM CO s s Oco CM Ö f r CO O CO y CM O CO CM 00 cn o' - (C s CM CM 8 CO 00 O 8 S ^' CO CM co o co co'co e o o o o o ö o co co o co co' co CM o co o 0 e r O) n 0 > tf) CM CD LO IA cd ai co' 0 W CO CM O O O * O f» K > CO' CM Ö ^ CM 88 in co 2 S CO O CD O s ui co' ui N O) CO S CM «' O» CO I O N IO 9 I CO CO 00 CM ' 0co toco co ^ o 00"coco ^co n n (O o K CO CM O CO CD CO Ö Ö CM 8. C ïl i = ï li w * SS, c e l _ 5) «o ï Üi CL E isss?! ' 5 "> { > I C O < GD < 0 r-» co 00 * e e CM s * 'I < S3 fsss >... is. CD tg gif J= N i c v v e f» C5 (5 > c N n J ^... i Ê «CD co CD 3 II I * & coa>a> o v ai I ca ca ca S x > I s s g r a S - CD W p JS g CD 2 i 5 o- 'II ie g l i II I $S 5 ui S 8 S i

228 O CM O O cc O lil 03 S (O S N O CO CM N O S i NlONfONCMCOaii COLOCOCOCMCOCN^-i!>-* co CN CN in"m" co" T- T- T- T- T- CN CM Tl- LO CO Ol Ö" LO CM T- CO t- X X X X I co _l LU LU O te. LU > z LU - CO O E O K K S Lf)CO CO X X X X X X e a E s Sï. «c cn cn JO a; c LU < -I -» ba o O S I co JS I I o O) o O O $ 5 ts ï ï 5 p O) 0) s o z O) 0) F 8» i i CO O) i_? B W (0 *~ ccc 8 && ) oi c c sco. CO co 8f» g F» E = = $ o> o> «ü c ; «c 8 s ' s s 2 ' 5 g> g> O) O O) I I O ob O) = := (D C C V O «ï= «= -g -5 4; ui in!r & li g a 2 s si (D CO w 2.?.2 $ O I = S» 'ai 5 5 ï 2. a. ca CO 0- co z z co 5 E 3 E a O) "03 CD n co cn 0.ïï 5rCD c ra ^ co O O 0- * m u f 2 e cn 2.2, oi oi c 2 p j, - '5 <D CO O) O T CO - CD '55 s I a <,CQ O E 2 c «CD - 0) (0 o S c T-Mrt^LOlOSCOOlO^CC 5 5 ü JE CO

229 BIJLAGE G BEGROTING WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG en BsGW BEGROTING 203 Programma's en beleidsproducten IrVaterschapsbedrijf Limburg Eigen plannen Rioleringsplannen en subsidies lozingen Plannen Bruto kosten Aand toe) Aandeel WRO i Overige opbrengsten Netto koeten Bulveringsbeheei Watersysteem Zuiveringsbeheer WatsiiMuem «al Getransporteerd afvalwater Gezuiverd afvalwater Verwerkt slib Zuiveren Monitoring watersystemen Vergunningen en meldingen Handhaving Instrumenten Bestuur Externe communicatie Bestuur, Externe communicatie en belastingen Programmatotaal V Onvoorzien Mutaties 'algemene' reserves Totaal netto kosten "V : '4' " " Geactiveerde lasten bouwprojecten Geactiveerde lasten Door baten gecompenseerde kosten van ondersteunende beheerproducten (reeds toegerekend) WATER8CHAPSBEDRUF LIMBURG Ei Programma's en beleidsproducten BsGW Bruto kosten 203 Aam leel Overige opbrengsten Netto kosten 4' * W Aandeel WRO Zuiveringsbshssi Watersysteem Zuiveringsbeheer Watsrsj^em Belastingheffing invordering Bestuur, Externe communicatie en belastingen Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen T.9lis49 i k

230 BIJLAGE H KOSTENDRAGERS, PROGRAMMA'S EN BELEIDSPRODUCTEN BEGROTING 203 INCLUSIEF DEKKINGSMIDDELEN Programma's en beleidsproducten 203 Watersysteem beheer Kostendrager Zuive rings beheer Talaal Eigen plannen Plannen van derden Rioleringsplannen en subsidies lozingen Plannen Aanleg, verbetering en onderhoud watersystemen Baggeren en saneren van waterlopen Aanpak difusse emissies derden Watersysteem Calamiteitenbestrijding watersystemen Aanleg en onderhoud waterkeringen Dijkbewaking en calamiteitenbestrijding Veiligheid Getransporteerd afvalwater Gezuiverd afvalwater Verwerkt slib Zuiveren Beheersinstrumenten waterkeringen Beheersinstrumenten watersystemen Beheer hoeveelheid water Monitoring watersystemen Keur Vergunningen Handhaving Meldingen ToezichtWHVBZ/advies WABO Vergunningverlening grondwaterbeheer Handhaving grondwaterbeheer Instrumenten Belastingheffing Invordering Bestuur Externe communicatie Bestuur, externe communicatie en belastingen Programmatotaal ? *75 Onvoorzien Waterschap Roer en Overmaas Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg Dividend en overige algemene opbrengsten Totaal netto kosten &È209 Opbrengst waterschapsbelasting Correctie kwijtschelding Correctie oninbaarverklaringen Toevoeging reserves Onttrekking reserves Dakklngsmiddelen

231 2073 versus 202 Onderstaand worden de kosten en de dekkingsmiddelen van het watersysteembeheer van de begroting 203 naast de gewijzigde begroting 202 weergegeven. Indien sprake is van een aanmerkelijk verschil wordt dit kort toegelicht (zie paragraaf 3.2 Kostendrager en 3.3 Dekkingsmiddelen). Programma'» vmtersytfeem.beheer 20 Jaarrekening 202 Gewijzigde begroting 203 Begroting Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Programmatotaal Onvoorzien Waterschap Roer en Overmaas Toevoeging reserve BsGW Toevoeging voorziening TAX-i Resultaat 200 WBL Dividend en overige algemene opbrengsten Opwaardering vordering Landsbanki Totaal netto kosten Opbrengst waterschapsbelasting Opbrengst verontreinigingsheffing Correctie kwijtschelding Correctie oninbaarverklaringen Onttrekking egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten watersysteemheffing Dekkingtmlddalen Programma's De kosten van het programma plannen nemen toe door de verdere vormgeving van de samenwerking met gemeenten in de afvalwaterketen. De afname van de kosten van het programma watersysteem wordt volledig veroorzaakt door de beëindiging van de stimuleringsregeling niet kerende grondbewerking met bodembedekking. De kosten van het programma veiligheid nemen toe als gevolg van de hogere kapitaallasten in verband met de bijdrage aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). De toename van de kosten van de programma instrumenten wordt volledig veroorzaakt door de hogere doorberekening in verband met de overheveling van de kosten van het laboratorium van het WBL naar de waterschappen waardoor de doorberekeningssleutel (directe kosten) een wijziging ondergaat. De kosten van het programma bestuur, externe communicatie en belastingen nemen af door de gedeeltelijke vrijval van de kapitaallasten van de vangnetregeling wet WOZ alsmede door de daling van de bijdrage aan de BsGW in verband met de 8 nieuwe toetreders per januari 203. De kosten van het programma bedrijfsvoering worden op begrotingsbasis doorberekend naar de overige programma's. Aangezien het overgrote deel van de kosten van dit programma eenmaal per jaar worden doorberekend is hiermee in de gewijzigde begroting 202 geen rekening gehouden. De netto kosten nemen verder af door een verlaging van de post onvoorzien met ruim In de gewijzigde begroting 202 is rekening gehouden met een positief resultaat dat zich heeft voorgedaan in de eerste 4 maanden van 202 volgens de vastgestelde voorjaarsrapportage 202.

232 Dekkinasmiddelen De afname van de dekkingsmiddelen wordt volledig veroorzaakt door de lagere onttrekking aan de egalisatiereserve waterschapslasten watersysteemheffing versus 202 Onderstaand worden de kosten en de dekkingsmiddelen van het zuiveringsbeheer van de begroting 202 naast de gewijzigde begroting 203 weergegeven. Indien sprake is van een aanmerkelijk verschil wordt dit kort toegelicht (zie paragraaf 3.2 Kostendrager en 3.3 Dekkingsmiddelen). Programma's zulverinaehehoer 20 Jaarrekening 202 r Gewijzigde begroting.!sa«3 Begj^Hng Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Programmatotaal Onvoorzien Waterschapsbedrijf Limburg Toevoeging voorziening TAX-i Toevoeging reserve BsGW Dividend en overige alg opbrengsten Resultaat 200 WBL Totaal nette kosten *03 Opbrengst waterschapsbelasting Correctie kwijtschelding Correctie oninbaarverklaringen Onttrekking/toevoeging egalisatiereserve ontwikkeling waterschapslasten zuiveringsheffing Dekkinasmiddelen ,06003 Programma's De daling van de kosten op het programma zuiveren wordt volledig veroorzaakt door de gewijzigde bijdrageregeling van het WBL waardoor vanaf 203 de bijdrage wordt bepaald op basis van de nettokosten. In totaliteit zorgt een en ander voor een aanzienlijke daling van de bijdrage aan het WBL. De afname van de kosten op het programma bestuur, extern communicatie en belastingen is een gevolg van de daling van de kosten van de BsGW in verband met de toetreding van een 8-tal gemeenten per januari 203. Dekkingsmiddelen De daling van de dekkingsmiddelen wordt volledig veroorzaakt door de toevoeging aan de egalisatiereserve waterschapslasten zuiveringsheffing om meerjarig de nullijn te kunnen realiseren.

233 BIJLAGE I TREASURY BEGROTING 203 KASOBJ3UWET (X.000) e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Begrotingstotaal Percentage 23% 23% 23% 23% Kasgeldlimiet Financieringstekort (-) / overschot (+) Ruimte f») / ovefbchrfding <-) Z TOETS RENTBTCICOttORM (x.000) Renterisico op vaste schulden a Renteherziening vaste schulden o/g b Renteherziening vaste schulden u/g Netto herziening vaste schulden (a - b) 2 Betaalde aflossingen Renterisico op vaste schuld (+2) Renterisiconorm 4.a Begrotingstotaal b Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 30% 30% 30% 30% 30% 4 Renterisiconorm (4ax4b) Toets renterisiconorm 4 Rerrterisiconorm Renterisico op vaste schuld Rute^M/OvenKiiTfJo%ig(-)(4-3) & f

234 BIJLAGE J OPBOUW EMU-SALDO BEGROTING 203 Onderdeel 202 bedrag x bedrag x.000. EMU-exploitatiesaldo Invloed investeringen - bruto-investeringsuitgaven + investeringssubsidies + verkoop materiële en immateriële vast activa + afschrijvingen 3. Invloed voorzieningen toevoegingen aan voorzieningen ten laste van de exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. de exploitatie - betalingen rechtstreeks uit voorzieningen Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies + + EMU-saldo volgens begroting (+ overschot / - tekort} *6 Aandeel EMU-tekort gemeenschappelijke regelingen 202 bedrag x ! bedrag x.000 -BsGW 8-6 -WBL EMU-saldo gemeenschappelijke regelingen (+ overschot / - tekort)

235 esp iigf 8 ï R a DOOS cc M "S s s S 5 s SS SS SS ir 8 ' Ï a ïï 3 * s = " Ï5 3S P? S S > i S 8 8 i S S 8 8 s 8 8 s $ R g S S g S fi 8 8 S 8 S 8 8 Is SS 8 Si sa n *" *~ 5 o n n?! gg S ' SS SS S R 8 S rr o o ï s 8 8 s s! J S S si 88 S 38 E *" ii ^ ~ SS n p SS n R S s ii 5 i $ s 8 8 g s g g g s g O K s s 8 O 8 i o g 8 s S ii * * s? ^ 5 3 ï ï S; m S 8 g g È 6 i 3 8 l i m cc m a. m CC i 0. m S * ï i ii BOA 3 ï ï i O lï Jl < o m P2/05/0 i cc & i e o o 5 Ui & < O m P2/05/02 m cc m cc ta cc at cc ta ac m cc a cc co ac ca cc co at al cc co ac ca cc co ac CO CC co cc co ac B) CC ca cc I t I I t I i \ l i <» V) IS i l CC C z s J i 3 i c S I co Si f ji i TE i.5 u i i a. > 3 i % I 5 m è i i S V) i > fl c? E? 5 % Ifl It E" O E S ï iï I i ca x i i II ï I i H! M t ïl X M CO n 8 8 n 8 s 8 s 8 s 8 if 8 5 s ii 8 8 O O o i P0/00/04 i CL O o O o O I CL i s a. ë 0. S 0. i i a. i O i a. O 8 s CL o o i a. a. O a. o i S a. o i CL II O i 8 a. o 8 a. O ï 8 8 a. i o i i 8 0. Herinrichting Geleenbeek Corlo Glana B ** (Terworm tol A76 Brom melen) O s I CL

236 e s p,500 RJ s 8 i s s O s O se 55 s- ó ' ' r i! 8» s f S 8 * S g e i i *" B S 8 s 8 B S 8 8 s 8! s e 8 Sr Sf SiS SS BS q 5 SU IJ ii 8 ' 88 i %' i 8 n 2 E S3 3 ai ö> 8S SS " 3 s~! = i' O r- S 5 r 8 SI 5 3 i se F is * 8 S 8 e * i s K s 8 r S R S 3 i 3 o q x g SS ra o: ffl cc 03 C m cc ca cc co C m cc m cc co cc O cc CO C ca cc CO C ca cc ca cc ca cc ca cc CO C ca cc CO C t I t < i I l O S ff ; Kunstwerken Vloedgraaf gemeente Susteren (Reminder) i 3 O ef i II Herinrichting Geul Valkenburg - Jullartakanaal Maastricht e Ti II I s %? z i li I! ï li s 8 li 8 i s s o P06/00/44 O s O. O ï i Cv O O O O 8 5 CL 8 O a. CL S 8, u S u i 4 H. iff ll'i? f = i 3 O I S CO I O O O i CL s ui CL CL ï s CL I % * f ï I 8, ET ta ï i i s s s s o O o i 8 Cv 8 S Cv 5 5) O. < O ca CL O s 8 oï s f s o ÓL s s. 5 i ï i O S CL i I O R a! I ï f! O s CL f i? i ï o o CL ca cc 2 ca cc S i Ê & o i P05/00/06 ca cc f 5! ii s O i CL

237 es? tip z>«2.200 S 6 8 g CM e 8 ' ' I s IS " IF IC «S n s i 3 3 $ 8 S 3 F * I $ 8 88 S! si IF «8 S ' s; IT 8 ' 8 *" IS S J 5 8 ' % Sg Eg l S Ril IF IF O O s Ï2 " S 3 s g S S ; "~ 8 K 8 8 s 8 Is Ü 8 EE S 8 g g o g if O O» S IS i co a m o: ta cc I 8 O i m cc 0 EC co a: co te CO0 CO CC co a: mec m cc CO CC E CO >. i i i i I i 3 a i! Ul r i 5 ll J «*! m %% I I il M 5 «g i 8 S * j i * % % If i i r Ï t s If g> EE il Si 8 3 s la* ! 3 X (0 o o = P06/020/03 o 8 a o i 8 3 s s a. III i s a. o I 8 8 a. o ï 8 a. E t % Ï fi ll i i! Si (s -4 Il o O o O O S CL CL CL S i L i CL i < 3 li M O ui O S s S a. I! f Hi W o 3 a 8 s CL fi i f CO CC CO cc m cc CO cc m ac CO cc I t i! E 2 ê Ë i i i 2 "S S- < > Herstel kademuren en \ispassage Commandeurs molen > > «m o P02/00/5 o 8 8 CL O ï CL E ï i I ï ï o i a I f JE O S 8 CL CO CC t t t s, I JS 03 ï o S i a.

238 'li' ill 8 s è 8 S * rï ir S ' s 8" ' Kr «o 5 ivi? "* i I 8 8 s s a 8 8 S fi 2F s 8 S 8 g 8 3S <o IO as j ; 9? li GS 5 5 Pt 8 8 s 8 nr 55 I s $ * 83 s 5 * ë 8- CS SS as. I! I" g i ï I s 8 i 3 O a 8 & 8 s S s te s 8 8 g 8 ii I* SS 8 S K 3 e w S a s i g i 3 ï! s R a mcc co ir cocc acc cacc cocc Occ co CC i I! S : ï??* s s I!! i s i i 2 I 5 t ff i e j i i 8 8 ï 8 II? 8 i 8! O cc i O O i s CL i s s 0. O S i CL I i li f s O f CD CC mcc mcc CO CC cocc cocc CO CC O CC CO CC cacc cocc i I i O O O O I 0 s 8 0. S a S i 0.? Z 5) 5 S s " ï o I s u. i i o i f co i s M ï S et i f r! 7 li 8 O ! 8 8 fi > 8 s cc 8 i CL i i o i CL 8 8 CL 8 O CL o i s 3 CL i f li t o i i CL i s co r i i o i 8 fi S > 5 I O i 8 0. * li f it il s, n Jl i e O o o CL CL i 3 CL CO CC i S Ë o 8 CL

239 V F 5.700! n R " CS sa SS 8 E 8 * SS 8 8 ' s s S 8 II IF 8 g ast r 5Ï s * si r r IF pr 8 Si K 8 S 8 J J SS ff g 8 8 s S 8 s s 5 3 s r 8T s a S5 S " a S ss ' s l ' S ' s * S S i s i s ss s S s 8! s «s E s s s ïït IT SS 8 S s a $ 3 SS 3 3 nr a» s a * s CO C i i ï E H s li BOA P2' 02/06 m c CD C e IA BOA P2/02/0 8. i 8 < s O i P2/30/0 co c cocc Ê J 2 ï E c! e E s? e? E II ll CO X O 2 8 S? 0. V) i I e f O g 8 3 IL cocc CD C» ï ï! i t? s f s cv Sï < O co P2/02/09! ï s iï 3 3 ll ll «3 li < O co CL cacc i f 8 P i CL co cc CO C CO C i j f E f 5 S? tï 4e Landelijke toetsing primaire waterkeringen!2 IA m II o i p P Cv P50/900/04 CL CO C CO C CO C cocc cocc ï i ê I i % I % f 3C. in 8 hi m E m o i i V) e s 8 f4 8 S Cv Ui cc S 2 p SI Cv cc 2 % 2 f!! e J U * * II» e s I CL

240 SI SS I'!' 8 i r sr? s s g 8 is SS s 8 s 8 SS r r s s i i a s SS SS 8 '? ' e s s 8 2; J s I6 S R S 00 DC CO CC m ac CD CC w IS < i i i i Ï i m Geodata op orde S <? ï < p ii e 2 P23/004/20 S e s a 0. a. O P23/004/25 Q S P23/004/26

241 i ~at.-ü-.- ±JmV, ÜÊÏ Najaarsrapportage 202 Waterschap Roer en Overmaas UW WATERSCHAP

242 Inhoudsopgave Inleiding 3 2 Programmaplan 5 2. Programma Plannen Programma Watersysteem Programma Veiligheid Programma Zuiveren Programma Instrumenten Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen Programma Bedrijfsvoering Investeringskredieten 27 3 Kostensoorten 3 3. Toelichting op kosten Toelichting op opbrengsten Onvoorzien 35 4 Onttrekkingen bestemmingsreserves en voorzieningen 36 Waterschap Roer en Overmaas

243 Inleiding In deze najaarsrapportage, met peildatum september 202, wordt aangehaald wat we in de eerste acht maanden 202 hebben bereikt en wat hiervoor is gedaan. Financieel wordt naast de realisatie een prognose afgegeven voor 202 voor de exploitatie, netto investeringsuitgaven en kredietverlening. De begroting is opgezet en vastgesteld op programmaniveau. Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten op basis waarvan het bestuur het beleid van het waterschap vaststelt. De volgende zeven programma's zijn gedefinieerd: Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur en externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering In de begroting wordt per programma ingegaan op de volgende onderdelen: Wat willen we bereiken Wat doen we Wat mag het kosten Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid Deze onderdelen vormen vervolgens de basis voor deze tussentijdse rapportage, waarbij de stand van zaken (realisatie) in combinatie met afwijkingen (prognose) wordt weergegeven, zie hoofdstuk 2. Dit betekent dan ook dat de volgende onderdelen in deze rapportage terugkomen: Wat hebben we bereikt. Dit onderdeel geeft weer wat in de rapportageperiode is bereikt, afgezet tegen het voornemen bij 'wat willen we bereiken'. Wat hebben we gedaan. Hier wordt aangegeven wat in de rapportageperiode is gedaan om datgene te bereiken wat we ons hadden voorgenomen. Tevens worden met kengetallen deze rapportage extra onderbouwd. Wat kost het. In dit onderdeel wordt de realisatie in de rapportageperiode weergegeven en wordt een prognose voor het gehele verslagjaar afgegeven. De bijstelling van de begroting wordt op hoofdlijnen toegelicht in hoofdstuk 3 kostensoorten. Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid. In dit onderdeel wordt eveneens de realisatie weergegeven en een prognose afgegeven voor 202. Evenals in de begroting is een aparte paragraaf (2.8) gewijd aan de procedure betreffende investeringskredieten. De kredietvotering per programma door het algemeen bestuur (AB) bij vaststelling van de begroting en de kredietverlening per individueel project door het dagelijks bestuur (DB). Ook hier wordt gerapporteerd over de realisatie en een prognose afgegeven voor 202. In hoofdstuk 4 wordt gerapporteerd over de onttrekkingen aan de overige bestemmingsreserves en voorzieningen. Waterschap Roer en Overmaas 3

244 2 Programmaplan In dit programmaplan wordt het naar de programma's onderscheiden en te realiseren beleid in 202 weergegeven, aangevuld met de realisatie hiervan in de eerste acht maanden en een prognose voor het gehele verslagjaar. Wat kost het Programmatotaat 202 Gewijzigde r* Begroting begroting ReaHsatie Prog#se Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Programmatotaal exclusief bijdrage aan het WBL, da BsGW en de doorberekening van bedrijfsvoering naar de programma's t! i 29.5Mi B2 Het programma bedrijfsvoering heeft een bijzondere functie heeft. Het bevat alle activiteiten die erop gericht zijn om de organisatie te ondersteunen bij de realisatie van de bestuurlijke doelstellingen. Hier worden de ondersteunende activiteiten verantwoord en uiteindelijk doorberekend naar de programma's. Alle kosten die betrekking hebben op huisvesting, informatiebeleid en automatisering behoren tot het programma bedrijfsvoering. Evenals de kosten van juridische, facilitaire, financiële en personeelsaangelegenheden. Ook de salariskosten en de rente en afschrijvingen worden verantwoord binnen dit programma. Aangezien het overgrote deel van bovengenoemde kosten eenmaal per jaar wordt doorberekend naar de programma's, bij het opmaken van de jaarrekening, wordt met deze doorberekening in deze najaarsrapportage geen rekening gehouden. Bovendien is in het programmatotaal de te betalen bijdrage 202 Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) van en Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) van buiten beschouwing gelaten. Deze verplichte bijdragen worden maandelijks voor /2 deel betaald. Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid Programma Plannen Watersysteem Veiligheid Zuiveren Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Begroting Gewijzigde begroting Realisatie ^ ProojfMs Totaal netto Invests rings uitgave n i4.44a$oo Waterschap Roer en Overmaas 5

245 2. Programmaplannen Programma-inhoud Dit programma is vooral gericht op het opstellen van eigen plannen en overige beleidsaspecten. Ook de kosten voor studie en onderzoek voor het formuleren van nieuw beleid maken hier deel van uit. Het belangrijkste beleidsplan is het waterbeheersplan met de nieuwe beleidsaspecten zoals de Kaderrichtlijn Water, waterbeheer 2 e eeuw / Nationaal Bestuursakkoord Water en Gewenst Gronden Oppervlaktewater Regime (GGOR). Maar ook hiervan afgeleide werkprocessen en beleidsplannen, zoals plannen van derden, gebiedsgericht werken, landinrichting, watertoets en wateradvies, het beheersplan waterkeringen en het calamiteitenplan, het grondbeleid, recreatief medegebruik, cultuurhistorische waarden, visserij en jacht worden tot dit programma gerekend. Wat willen we bereiken Waterbeheersplan Waterschap Roeren Overmaas De vastgestelde doelen en het voorgenomen beleid worden volgens planning gehaald. Van waterbeheersplan afgeleide werkprocessen en beleidsplannen opstellen Om deze doelen te behalen worden aanvullend plannen zoals het beheerplan waterkeringen, calamiteitenplan, maar ook plannen voor recreatief medegebruik vastgesteld. Door middel van samenwerking met gemeenten kosten besparen in de afvalwaterketen. Watertoets/ruimtelijke ordening Het overleg met gemeente over ruimtelijke plannen (o.a. watertoets) vindt in een vroegtijdig stadium plaats (voorafgaand aan het planproces, niet achteraf). Wat hebben we bereikt Waterbeheersplan Waterschap Roeren Overmaas De eerste fase van AGOR (Actueel Grond en Oppervlaktewater Regime) is afgerond. Daarmee zijn voor de Pilot gebieden Grootbroek/Eerselen en Flinkeven/Turfkoelen de actuele grondwaterstanden in beeld gebracht. Van waterbeheersplan afgeleide werkprocessen en beleidsplannen opstellen Met de gemeenten die lozen op de RWZI van Susteren is een Afvalwaterakkoord gesloten. Met WPM is overeengekomen om op 5 zogenaamde highlights intensief samen te werken, te weten gezamenlijke aanbesteding laboratoriumactiviteiten, watersysteemtoets, monitoring kwantiteit, modellenbeheer (Ibrahym) en de voortgangsrapportage van de Kaderrichtlijn Water (KRW) Duidelijkheid over de beleidsdoelstellingen voor de KRW voor twee grens scheidende beken (Selzerbeek en Rode beek). In juli 202 is het meerjarig Beleidsplan Opleiding Training en Oefeningen (OTO) plan en het bijbehorende jaarplan 202 vastgesteld. Wat hebben we ervoor gedaan Waterbeheersplan Waterschap Roeren Overmaas Om helder inzicht te verkrijgen in de (gewenste en actuele) toestand van het watersysteem en de voortgang van de maatregelen die in het Waterbeheersplan zijn opgenomen, worden factsheets ontwikkeld die per (deel)stroomgebied aangeven welke maatregelen nog uitgevoerd dienen te worden. Fase 2 van het AGOR-project is in uitvoering. 6 Najaarsrapportage 202

246 Van Waterbeheersplan afgeleide werkprocessen en beleidsplannen Het Beheersplan Waterkeringen is geëvalueerd en het interimplan Waterkeringen is in voorbereiding. Grondbeheer wordt vormgegeven waarbij al onze grondposities helder inzichtelijk worden weergegeven. De nog bestaande wateroverlastknelpunten in de Roer en Geleenbeek worden onderzocht. Voor de implementatie van de Europese Richtlijn Overstromings Risico's (ROR) wordt gebruik gemaakt van de expertise van ons waterschap. In het kader van het Interreg-project Floodwise zijn de mogelijkheden voor het opstellen van een grensoverschrijdend Overstromingsrisicobeheerplan geïnventariseerd. Om te komen tot duidelijke uitgangspunten voor het onderhoud van beken en regenwaterbuffers worden per beektraject Beheer- en Onderhoudsplannen opgesteld. De samenwerking met gemeenten wordt verder vormgegeven, afvalwaterakkoorden Kaffeberg Rimburg en Hoensbroek en 2 afvalwaterakkoorden binnen Maas en Mergellland zijn in voorbereiding. Het waterschap neemt deel aan het project Deltaplan Hoge Zandgronden waarin voor Zuidoost Nederland onderzocht wordt hoe met klimaatverandering om te gaan op de hoge zandgronden, vooral gerelateerd aan droogteproblematiek. Tevens wordt een visie geformuleerd om te komen tot een klimaatbestendig regionaal watersysteem in Het project loopt tot en met 204 en levert input voor het Deltaprogramma. Vanuit het Deltaprogramma wordt steeds duidelijker wat noodzakelijk is om tot een veilig én aantrekkelijk Nederland, nu maar ook in de toekomst, te komen. De ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. Samen met WPM wordt een plan van aanpak opgesteld voor het uitvoeren van de Watersysteemtoets in 203/204 en is de aanbesteding van de laboratoriumactiviteiten gestart. Veranderde inzichten en prioritering van speerpunten hebben geleid tot aanpassing van het meerjarig OTO-plan en het jaarplan OTO 202. Het aantal begrote oefeningen / trainingen 202 is naar beneden bijgesteld en afgestemd op de haalbaarheid. Voor de Kader Richtlijn Water (KRW) is de planvorming van de Duitse waterbeheerders,stadt Aachen (Selzerbeek) en de Kreis Heinsberg (Rode beek), begeleid en beoordeeld. Kengetallen 202 Gewijzigde r Begroting begroting Realisatie Prognose Aantal adviezen / beoordelen plannen Aantal oefeningen / trainingen mbt calamiteitenbestrijding Wat kost het Programma plannen Kosten Opbrengsten 202 Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten Waterschap Roer en Overmaas 7

247 Jaarlijks wordt door het waterschap financieel bijgedragen aan onderzoek dat in gemeenschappelijk belang voor het waterbeheer in Nederland wordt verricht. Een groot deel van de begroting op dit programma heeft hierop betrekking. De bijdrage wordt doorgaans in het begin van het jaar gedeclareerd en betaald waardoor de begroting op dit programma al voor een groot deel, 7%, is gerealiseerd. De bijdragen aan de waterpanels en onderzoeken in samenwerking met gemeenten zijn evenals de bijdrage aan het projectbureau Maas en Maasbrede KRW-onderzoeken voorzien in de resterende periode 202. De advieskosten voor het opstellen van het oefenplan calamiteiten zijn voordeliger dan gepland (3.). Bijstelling Ja, kosten -/ Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid 202 Programma plannen Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Uitgaven Inkomsten Netto investeringsuitgaven programma plannen Een hydrologische en hydraulische studie van de stroombekkens van de Jeker en de Geul wordt in het kader van Aquadra uitgevoerd. Evenals fase 2 van het Actueel Grond en Oppervlaktewater Regime (AGOR). In het kader van het Gewenst Grond en Oppervlaktewater Regime (GGOR) wordt het rekenmodel geactualiseerd (2.8). Van Aquadra is een bijdrage ontvangen, evenals in het kader van AGOR. Geen verdere inkomsten worden verwacht, waardoor de prognose wordt bijgesteld. Bijstelling Ja, uitgaven en inkomsten -/ Najaarsrapportage 202

248 2.2 Programma Watersysteem Programma-inhoud Dit programma betreft het realiseren en onderhouden van waterhuishoudkundige werken van het watersysteem, zijnde het waterkwantiteit- en het passieve waterkwaliteitsbeheer. Het programma omvat de inrichting van stromende en stilstaande wateren in zowel het landelijke gebied als de bebouwde omgeving. Hiertoe behoren ook beekherstel en maatregelen ten behoeve van de verbetering van vismigratie evenals duurzaam stedelijk waterbeheer, waterbodemsanering (baggeren), aanpak diffuse bronnen van watervervuiling en andere (fysieke) maatregelen voor de verbetering van de waterkwaliteit. Verder behoren de inrichting van het watersysteem op basis van de nieuwe normering, voorkomen van wateroverlast, aanleg regenwaterbuffers en retentie, aanpak van bodemerosie en oppervlakkige afstroming in hellend gebied, gewenst grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) en peilbeheer tot dit programma. Wat willen we bereiken In 202 worden de volgende maatregelen uit het Waterbeheersplan Waterschap Roer en Overmaas uitgevoerd. Concreet betekent dit onder andere: Stedelijke en landelijke gebieden zijn beschermd tegen wateroverlast conform de normering en toegekende functies. Oppervlaktewateren moeten optrekbaar zijn voor vissen. Het watersysteem is geschikt voor de functies die in het Waterbeheerplan zijn toegekend. Stedelijk water moet, tegen maatschappelijk verantwoorde kosten, meer zichtbaar worden gemaakt door ontkluizing. Zorgen dat schoon regenwater zo veel mogelijk terecht komt in de beeksystemen. In het kader van het GGOR de gewenste natuurwaarden laten ontwikkelen. Vervuilde waterbodems zijn gesaneerd. Juist en goed afgestemd onderhoudsniveau van het watersysteem, rekening houdend met de hydrologische en ecologische functies. Voor muskus- en beverratbestrijding onder het gestelde landelijke normeringgetal blijven. Wat hebben we bereikt We voldoen aan het beleid in het kader van de Nota Recreatief Medegebruik. Maatregelen in het kader van Onderzoeken Watersysteem Waterbeheersplan zijn uitgevoerd. Met de realisatie van de ontkluizing Rode beek in Schinveld is de oorspronkelijke Rode Beek, die in een buis onder de grond lag in de kern van Schinveld, nu een open beek is geworden, waardoor de aan de beek gelegen natuurgebieden boven- en benedenstrooms Schinveld voor de migratie van alle organismen weer bereikbaar zijn. De oorspronkelijke overkluisde beek is over een lengte van circa 800 meter in de kern Schinveld opengemaakt, waarbij zoveel mogelijk is aangesloten bij het karakter van de bestaande bebouwing. Dit komt de beleving van water ten goede. In 200 is na jaren van ambtelijke voorbereiding een overeenkomst gesloten tussen de gemeente Heerlen en het waterschap om de overkluizing van de Caumerbeek in de gemeente Heerlen zodanig aan te passen dat deze op termijn alleen nog afvalwater vervoert en dat parallel aan deze 'riolering' een nieuwe open Caumerbeek is aangelegd waarin het bronwater en eventueel afgekoppeld water en regenwater doorheen stroomt. Deze nieuwe open beekloop vormt een natuurlijke corridor tussen de wijk Palemig en de Geleenbeek in Hoensbroek, waaraan tevens recreatieve elementen zoals wandel- en fietspaden en kleine landschapselementen c.q. uitloopgebieden Waterschap Roer en Overmaas 9

249 worden toegevoegd. In 20 en 202 is de eerste fase van genoemd project gerealiseerd, het traject tussen buffer 'de Dem' en de Geleenbeek. Tevens is gestart met het opstellen van uitvoering gerede plannen voor de volgende fasen die in de komende jaren achtereenvolgens worden uitgevoerd. Reconstructie van de Geul fase 3 in Valkenburg is uitgevoerd. Met de realisatie van deze laatste fase van de Geultak in de gemeente Valkenburg aan de Geul komt een einde aan herstel en vervanging van de kademuren. Hierdoor wordt de kans op toekomstige wateroverlast aanzienlijk verkleind en het cultuurhistorische karakter van de Geul in de kern van Valkenburg opgewaardeerd c.q. in oude glorie hersteld. De uitvoeringswerkzaamheden zijn zover gevorderd dat zicht is op afronding. Omdat tijdens de uitvoeringswerkzaamheden door de gemeente werd besloten om ook de Geulbrug ter hoogte van de Groote Straat te vervangen, zijn de werkzaamheden vertraagd. In het kader van het project Herinrichting Centraal Plateau zijn de gronden betaald die het waterschap via het plan van toedeling van deze herinrichting heeft gekregen voor de inrichting van de lijnvormige elementen. Het overgrote deel van deze elementen (grasbanen al dan niet geprofileerd) is aangelegd. Het restant van deze elementen is opgenomen in het waterbestek dat bij DLG in voorbereiding is. Met de aanbesteding en uitvoering van dit bestek is in het najaar gestart. De regenwaterbuffer Horstergrub is aangelegd met een inhoud van ca. 350 m3 door middel van grensoverschrijdende samenwerking is opgeleverd. De herinrichting van een klein traject van de Eijserbeek in het stedelijk gebied van Simpelveld is afgerond. De werkzaamheden met betrekking tot de voetbrug molen Lombok inclusief lossluizen te Maastrichtzijn uitgevoerd. Wat hebben we gedaan Het treffen van voorzieningen voor recreatiefmedegebruik zit in een afrondende fase. Samen met de provincie en belanghebbenden wordt onderzocht welke (toekomstige) problemen en (gewenste) maatregelen er zijn voor het halen van doelstellingen voor de Europese Kaderrichtlijn Water en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (N2000) in de Geul ten aanzien van de aanwezigheid van watermolens. Na een gezamenlijk initiatief van de gemeenten Heerlen, Voerendaal, Nuth, Schinnen en Sittard- Geleen vond in 2008 de presentatie plaats van een herinrichtingsvisie van het project Herinrichting Geleenbeek Corio Glana. Die werd opgesteld voor de herinrichting van de Geleenbeek vanaf de bron in Benzenrade tot aan het stadspark in Sittard, inclusief de opwaardering van het aangrenzende gebied. Hierbij valt te denken aan de realisatie van nieuwe natuur, de aanleg van fiets- en wandelpaden, reconstructie van oude gebouwen en het in ere herstellen van cultuurhistorische waarden. Vanaf 2008 is zowel bestuurlijk als ambtelijk intensief overlegd om gezamenlijk de nodige commitment en de benodigde financiële middelen bij elkaar te krijgen. We zijn zover gevorderd, dat is gestart met het opstellen van uitvoeringsgerede plannen voor 5 aan de Geleenbeek gelegen zogenaamde highlights. De uitvoering van het project Vergroten buffers fase loopt is afgerond. Totaal is op alle locaties samen dan circa a m3 extra bergingsinhoud gerealiseerd. We zijn bezig met het opstellen van Onderhouds- en beheers- c.q. beplantingsplannen voor deze bufferlocaties. 0 Najaarsrapportage 202

250 Kengetal ten Gewijzigde ;i Begroting begroting Realisatie Progflfse Aantal projecten in voorbereiding Aantal projecten in uitvoering Aantal meldingen / klachten mbt het watersysteem Aantal muskusrattenvangsten per uur Aantal beverrattenvangsten per uur ,2 0,8 0,7 0,8 0, 0, 0,02 0, ** In de verslagperiode zijn 9 meldingen geregistreerd waarvan 69 betrekking hebben op het watersysteem. In de periode mei tot en met augustus zijn 3 gebeurtenissen vermeldenswaardig:. vloedgolf in Slenaken op 29 juli 202, zie programma veiligheid. 2. vooral eind juli en in augustus zijn ruim 20 meldingen ontvangen betreffende disteloverlast. Dit is aanleiding om eigen onderzoek te doen naar mogelijke preventieve bestrijding. 3. meldingen van o.a. blauwalgen en de eventuele negatieve zwemadviezen die hier het gevolg van waren. Hoewel het zwemseizoen loopt tot eind september kan eind augustus al aangegeven worden dat 0 negatieve zwemadviezen zijn afgegeven wegens de aanwezigheid van toxische blauwalgen. Op basis van normaal verloop en op basis van ervaringscijfers zullen in de periode september tm. december naar verwachting 40 meldingen / klachten binnenkomen waardoor de prognose uitkomt op 30. Wat kost het Programma watersysteem 202 Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten S3 Op basis van de huidige inzichten kunnen de kosten binnen dit programma neerwaarts kunnen worden bijgesteld om alle geplande activiteiten te kunnen uitvoeren. Enerzijds stijgen onderhoudskosten onder andere als gevolg van acties die worden ondernomen naar aanleiding van meldingen en klachten, zoals de wateroverlast in Slenaken en de disteloverlast. Ook stijgen de maaikosten vanwege verrekening van loon- en brandstofkostenstijging in de maaibestekken en door extra maaiwerk, zoals het bijmaaien van overhoeken, rondom kunstwerken en meetpunten. Anderzijds dalen de geplande onderhoudskosten van objecten die in het kader van de ruilverkaveling Mergelland-Oost nog niet zijn overgedragen, evenals de stortkosten maaibeheer. In de verslagperiode is de definitieve bijdrage muskusrattenbestrijding 20 vastgesteld en verrekend (3.). Bijstelling Ja, kosten -/ Waterschap Roer en Overmaas

251 Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid Programma watersysteem 202 Gewijzigd* Begroting begroting Realisatie Prognose Uitgaven Inkomsten Netto Investeringsuitgaven programma watersysteem Per de-peildatum is 50% van de geplande investeringsuitgaven gerealiseerd. Na een grondige analyse is dit volume dan ook bijgesteld. In de laatste maanden van dit jaar wordt nog 3,3 miljoen omgezet binnen diverse grote projecten zoals onder andere: Reconstructie kademuren Geultak Emmalaan-Walram en aanpassing molens en realisatie ecologische verbindingszone; Ontkluizing van de rode beek in Schinveld en de ontkluizing en herinrichting van de Eyserbeek kern Simpelveld; Herinrichting vlootbeek grens Nederland - Duitsland, Herinrichting geleenbeek corio Glana, Herinrichting gedeelte Caumerbeek bij Aambos en Herinirchting Geul Aquadra; Herstel lossluizen Lombok Maastricht; Maastrichterweg Grijzegrubben Nuth en Vergroten regenwaterbuffers fase 3. Ook het ambitieniveau van de inkomsten blijkt te ambitieus te zijn en is neerwaarts bijgesteld. Bijstelling Ja, uitgaven -/ en inkomsten -/ Najaarsrapportage 202

252 2.3 Programma Veiligheid Programma-inhoud Dit programma omvat de aanleg en onderhoud van waterkeringen, de hoogwateractiviteiten (dijkbewaking) en de calamiteitenbestrijding. Onder deze noemer zijn de (uitvoerings)maatregelen gebracht die voortkomen uit het Beheersplan Waterkeringen Wat willen we bereiken Uitvoering geven aan het Beheersplan Waterkeringen van Waterschap Roer en Overmaas. Voldoen aan de veiligheidsnormen: de waterkerende functie van de waterkeringen moet gehandhaafd blijven en dat de werking van kwelwatervoorzieningen en sluiting van demontabele keringen in hoogwatersituaties moeten gewaarborgd zijn. De waterkeringen langs de Maas zullen in 2020 een beschermingsniveau moeten hebben van :250. Voldoen aan de eisen van daadkrachtig en efficiënt optreden bij calamiteiten. Wat hebben we bereikt Daadkrachtig en goed gedoseerd optreden tijdens Hoog water situatie in januari van dit jaar. Opstarten daadwerkelijk voorbereiding 3 tracés project Sluitstukkades. Geactualiseerd bestrijdingsplan Hoog Water Maas. Ondertekend convenant Samenwerking Crisisbeheersing Waterkolom Limburg. Wat hebben we ervoor gedaan Calamiteitenzorg- en bestrijding In de eerste week van 202 is als gevolg van flinke neerslag in de Ardennen de afvoer van de Maas en de zijbeken in ons beheersgebied gestegen. Dit heeft geresulteerd in verhoogde afvoeren van de Maas en een hoge afvoer van de Geul en de Roer. De afvoer van de Maas heeft een uiteindelijk maximum bereikt van 669 m 3 /s, de Geul heeft een afvoer van 34 m 3 /s bereikt en de Roer een maximum van 8 m 3 /s. Van 5 januari 202 tot en met maandagochtend 9 januari is de calamiteitenorganisatie van het waterschap operationeel geweest. De calamiteitenorganisatie heeft goed gefunctioneerd. Afstemming heeft plaatsgevonden met Rijkswaterstaat, Veiligheidsregio's en gemeenten. Naar aanleiding van de calamiteit is een evaluatie gemaakt. In samenwerking met Rijkswaterstaat en de Limburgse waterschappen is gewerkt aan een bestrijdingsplan Botulisme. Daarnaast is in 20 gestart met het opstellen van het bestrijdingsplan droogte. Beide plannen worden in de 202 afgerond. In de verslagperiode is de droogteperiode 20 geëvalueerd. In deze evaluatie zijn verbeterpunten opgenomen ten aanzien van het functioneren van het systeem en het proces. In de avond en nacht van zaterdag 28 op zondag 29 juli 202 heeft een lokaal extreme regenbui in België, Hombourg plaatsgevonden. Deze hevige regenbui was niet te voorzien en is te beschouwen als zeer uitzonderlijk. Hombourg is gelegen op 5 km afstand van Slenaken. Het verval tussen beide plaatsen is ruim 70 meter. Als gevolg van de combinatie van een groot verval op korte afstand en de zeer heftige neerslag is een overstroming opgetreden in het benedenstroomse Nederlandse deel, Slenaken - Beutenaken, van het stroomgebied van de Gulp. Als gevolg van de overstroming is in drie hotels wateroverlast opgetreden. Daarnaast zijn vier woningen getroffen door wateroverlast en is een familie welke in een vakantiewoning verbleef getroffen door de overstroming. De calamiteitenorganisatie van het waterschap is operationeel geweest. Afstemming heeft plaatsgevonden met de gemeente Gulpen-Wittem en de Veiligheidsregio Zuid- Limburg. Waterschap Roer en Overmaas 3

253 In de tweede en derde week van september 202 is de calamiteitenorganisatie van het waterschap opgeschaald naar coördinatiefase, naar aanleiding van een melding van blauwalgen op de visvijver bij de Holsterbeek te Paarlo (Posterholt). Samen met de gemeente Roerdalen heeft afstemming plaatsgevonden over de bestrijdingsmaatregelen en communicatie. Er wordt gewerkt aan het calamiteitenbestrijdingsplan hoogwater Roer, afgestemd met de betrokken gemeenten. Ook wordt het calamiteitenbestrijdingsplan kwaliteit oppervlaktewater opgesteld. Op 2 februari jl. is het convenant Samenwerking Crisisbeheersing Waterkolom Limburg ondertekend door de Limburgse waterschappen en Rijkswaterstaat Dienst Limburg. De uitvoering van de punten uit de actielijst behorende bij het ondertekend convenant Samenwerking Crisisbeheersing Waterkolom Limburg is gestart. Sluitstukkades In de verslagperiode is gestart met het project Sluitstukkades. Volgens planning worden in 202 drie van de zes tracés voorbereid, zodat in de loop van 203 kan worden gestart met de daadwerkelijke uitvoering. Grensmaas De werkzaamheden aan de Grensmaas leiden tot het dalen van de waterstanden in een maatgevende afvoer. Aan de hand van de verwachtte gevolgen van deze werkzaamheden en de gemeten waterstanden is het bestrijdingsplan Hoogwater Maas geactualiseerd. Kengetallen Aantal projecten in voorbereiding Aantal projecten in uitvoering Aantal meldingen / klachten mbt veiligheid Aantal opschalingen calamiteitenorganisatie w aterkeringen am ; i Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose 2 5 Wat kost het Programma veiligheid 20tz Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten De onderhoudskosten van de keringen zijn seizoensgebonden en worden hoofdzakelijk in het najaar uitgevoerd. Ook oefeningen en de kosten van terugkomavonden van kadewachten worden in de regel in het najaar gehouden. Bijstelling Ja, kosten -/ Najaarsrapportage 202

254 Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid 202 Programma va Highs kt - Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Progat se Uitgaven Inkomsten Netto Invests rings uitgave n programma veiligheid : In de verslagperiode is gestart met de voorbereiding van het project Sluitstukkades, de uitgaven blijven achter bij de verwachting, waardoor het ambitieniveau van deze budgettair neutrale investering neerwaarts is bijgesteld met De Bijdrage hoogwaterbeschermingsprogramma 202 is verantwoord. Bijstelling Ja, uitgaven en inkomsten -/ Waterschap Roer en Overmaas 5

255 2.4 Programma Zuiveren Programma-inhoud Dit programma omvat de investeringen en onderhoudskosten die gemaakt worden voor de waterketen, ofwel het zuiveringsbeheer. De investeringen, het beheer en onderhoud van zuiveringstechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, BBP: gezuiverd afvalwater) plus slibverwerking, het rioleringsbeleid en de kosten voor het rioolwatertransportsysteem (BBP: transport afvalwater) maken hier deel van uit. Ook de samenwerking in de waterketen behoort tot dit programma. Wat willen we bereiken Kwaliteitsverbetering van de bedrijfsvoering, een versterking van de bedrijfsmatige focus, een duurzamere bedrijfsvoering, innovatie, samenwerken in de afvalwaterketen, (relatieve) kostenverlaging, hogere klant- en medewerker tevredenheid. Wat hebben we bereikt / Wat hebben we gedaan Dit programma wordt uitgevoerd door het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL). Het WBL rapporteert per kwartaal over de activiteiten door middel van de bestuursrapportage die ook aan het algemeen bestuur van ons waterschap wordt aangeboden. Daardoor wordt dan ook voor dit onderdeel verwezen naar de bestuursrapportage van het WBL. Wat kost het Programma zuiveren 202 Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Kosten - Opbrengsten - Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten.... Deze kosten hebben volledig betrekking op de bijdrage aan het WBL. Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid De kapitaallasten van de investeringen die worden uitgevoerd door het WBL maken integraal onderdeel uit van de te betalen bijdrage aan het WBL. 6 Najaarsrapportage 202

256 2.5 Programma Instrumenten Programma-inhoud Dit programma omvat een aantal (beheers)instrumenten die het waterschap tot zijn beschikking heeft om de taakuitoefening op een adequate manier te kunnen uitvoeren. Hieronder vallen de Leggers, de vergunningverlening en handhaving op grond van de Waterwet en de keur. Eveneens valt hieronder de veiligheidstoets van de waterkeringen.- Daarnaast heeft het waterschap enkele financiële regelingen (stimuleringsregeling aanpak riooloverstorten (zgn. overstortregeling), de stimuleringsregeling afkoppelen verhard oppervlak en de stimuleringsregeling Niet Kerende Grondbewerking). Tevens wordt de monitoring tot dit programma gerekend. Wat willen we bereiken Beschermen van de RWZI's en oppervlaktewater tegen ongewenste lozingen. In 203 voldoen de leggers aan de Waterwet en de keur conform de laatste inzichten. De klant op eenvoudige, integrale en transparante wijze helpen bij voorgenomen activiteiten die invloed hebben op het functioneren van het watersysteem. Meer inzicht in de toestand (veiligheid) van de waterkeringen langs de Maas; vooral in die gevallen waar bij de 3e toetsronde als conclusie 'geen oordeel' moest worden gegeven. Optimale informatieverstrekking met betrekking tot waterkwaliteit en -kwantiteit; dit zowel intern alsook extern. Bodemerosie en oppervlakkige afstroming verminderen met bronmaatregelen. Wat hebben we bereikt Water krijgt bij ruimtelijke planvorming de plaats die nodig is om te kunnen voldoen aan landelijke en Europese wetten en regelingen. Ons waterschap komt steeds meer in een vroegtijdig stadium hierbij aan tafel c.q. wordt bij het vooroverleg betrokken. Onze klant die een voorgenomen activiteit wil realiseren (bouwen, lozen, recreatief medegebruik, etc) wordt op een klantgerichte wijze geholpen. Informatie wordt actief en passief beschikbaar gesteld. Wat hebben we ervoor gedaan Gemeenten en provincie worden in accountgesprekken gestimuleerd om advies over ruimtelijke plannen (watertoets) en indirecte lozingen in een zo vroegtijdig stadium als mogelijk in te winnen. Bedrijfslozingen van afvalstoffen naar oppervlaktewater worden via de instrumenten vergunningverlening en toezicht-handhaving gereguleerd; dit gebeurt in een rechtstreeks contact met de bedrijven. Gemeenten en provincie worden geadviseerd bij te verlenen vergunningen over indirecte lozingen via de rioleringsstelsel. Ook worden ze ondersteund bij het uitvoeren van toezicht op deze indirecte lozingen. Per januari 203 moeten de Regionale Uitvoerings Diensten (die voor gemeenten en provincie onder andere gaan toezien op de indirecte lozingen) operationeel zijn. De provincie Limburg vervult hierbij de regisserende rol. Gewerkt is aan het tot stand komen van samenwerkingsafspraken met de 2 Limburgse RUD's. Andere samenwerkingspartners daarbij zijn Politie, Openbaar Ministerie, Rijkswaterstaat, beide Veiligheidsregio's en waterschap Peel en Maasvallei. Om de klant nog beter van dienst te kunnen zijn, is het project Bewijs van Goede Diensten opgestart. Dit project geeft inzicht in voor de klant relevante onderwerpen in onze dienstverlening en zijn kwalitatieve verwachting van die onderwerpen. Insteek is daar waar dienstig een verbetertraject op te starten. Waterschap Roer en Overmaas 7

257 De Legger is in concept vastgesteld en voor inspraak gepubliceerd. De ingekomen zienswijzen zijn beoordeeld om te komen een definitieve Legger voor het einde van dit jaar. Na vaststelling van de resultaten van de derde toetsronde hoogwaterveiligheid resteren een groter aantal situaties waaraan het resultaat 'geen oordeel' is toegekend. Het traject om dit aantal substantieel te gaan verkleinen is gestart. Deze zogenaamde 'Verlengde 3e landelijke toetsing' dient uiterlijk oktober 203 worden opgeleverd. Ons waterschap levert samen met WPM en de provincie Limburg een bijdrage aan het Deltaprogramma Rivieren (onderdeel van het landelijke Deltaprogramma). Insteek is om hoogwaterveiligheid te gaan onderzoeken als een gebiedsopgave; dat wil zeggen de oplossing ook zoeken in een op regionaal niveau afgestemde ruimtelijke vertaling. Volgens het Stroomgebiedbeheersplan Maas moet in 202 de toestand van de Maas voor de Europese Kaderrichtlijn Water opnieuw worden bepaald. Samen met de andere waterbeheerders is hier een aanzet toe gedaan. Door middel van monitoring van het grond- en oppervlaktewater zijn gegevens verzameld, geanalyseerd en gerapporteerd betreffende de waterkwantiteit (o.a. waterstanden afvoeren) en waterkwaliteit (fysisch-chemisch, biologisch, bacteriologisch) die noodzakelijk zijn voor het dagelijkse beheer, toestandbepaling en trenddetectie, modellering, toetsen effectiviteit van beleid, prioritering van toezicht en uitgevoerde maatregelen. Ge wijzigde Kengetallen Begroting begroting RSSefl&Stitiï Prognose 202 Aantal vergunningen Nalevingspercentage bij toezicht en handhaving 90% 95% 88% 90% Aantal meldingen Aantal toeziehtacties - controles Juridische juistheid bij rechterlijke toets vergunningen 90% 90% 00% 95% Aantal bestuursrechtelijke maatregelen Aantal strafrechtelijke maatregelen Aantal gegevensleveringen Aantal ILOW punten (fysisch chemische analyses) Aantal m2 afgekoppeld verhard oppervlak Aantal Ha Niet kerende grondbewerking (NKG) n.n.b Wat kost het Programma instrumenten 202 Gewijzigde Begroting begroting ReaHsatie Prognose Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten In de resterende maanden wordt naar aanleiding van wateroverlast in november 200 een kunstwerk aangebracht bij de uitstroom van de Kakkert in de Geleenbeek. Naar aanleiding van recente overlast, de overstroming in Slenaken, wordt advies ingewonnen in het kader van de monitoring van waterkwantiteit (3.). De actualisering van de website van het meetnetonderdeel wordt doorgeschoven naar 203(3.). Het onderhoud, reparaties en aanpassingen van de meetstations en waterregulerende kunstwerken wordt voornamelijk in het najaar uitgevoerd. 8 Najaarsrapportage 202

258 Bijstelling Ja, kosten Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid Programma instrumenten 202 Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Uitgaven Inkomsten Netto Investeringsuitgaven programma instrumenten Het geplande netto investeringsniveau blijft achter en kan worden bijgesteld. De bijstelling heeft betrekking op het project 'Uitvoering kwantiteitsmeetplan 2007' en de uitgaven in het kader van de 'Verlengde 3 e toetsing primaire waterkeringen'. Bijstelling Ja, uitgaven -/ Waterschap Roer en Overmaas 9

259 2.6 Programma Bestuur, externe communicatie en belastingen Programma-inhoud Dit programma bevat alle aspecten die gemoeid zijn met het bestuur, de externe communicatie en de belastingheffing. Het vaststellen van de belastingtarieven is expliciet een taak van het bestuur. Wat willen we bereiken Bestuur De activiteiten, zoals geformuleerd in het bestuursprogramma worden uitgevoerd. Communicatie Beter begrip van en hogere waardering voor (de activiteiten van) het waterschap bij de doelgroepen (burgers, gemeenten, agrariërs, natuurorganisaties). Belastingheffing De aanslag volledig, tijdig, rechtmatig juist en doelmatig wordt geheven en geïnd door de uitvoeringsorganisatie Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) tegen zo laag mogelijke uitvoeringskosten. Wat hebben we bereikt Communicatie Bijdragen aan kennis van het waterschap bij jeugd in het werkgebied. Zichtbaar maken van de meerwaarde van het waterschap bij bescherming tegen hoogwater aan een breed publiek. Profilering van het waterschap als waterpartner in Limburg bij burgers, jeugd, bedrijven en andere overheden (breder dan alleen Zuid- en Midden-Limburg). Zichtbaar maken van de bijdrage van het waterschap aan waterbeheer/ uitvoeringsprojecten in Maastricht, Heerlen, Simpelveld, Schinveld en op diverse overige plaatsen in het werkgebied. Bijdragen aan begrip voor werkzaamheden van het waterschap in Midden-Limburg op het gebied van grondwaterstanden. Belastingheffing Per januari 202 zijn de gemeente Nederweert en Bergen als nieuwe deelnemers toegetreden tot de BsGW. De aanslagoplegging 202 is conform planning opgelegd en heeft geen vertraging opgelopen. Per januari 203 zullen 8 gemeenten toetreden tot de BsGW, te weten Roermond, Beek, Leudal, Nuth, Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en Peel en Maas. Wat hebben we ervoor gedaan Bestuur De uitvoering van het bestuursprogramma verloopt volgens planning. Communicatie Pro-actieve publiekscommunicatie via website en Twitter rondom hoogwater Maas in januari. Actieve publiekscommunicatie via informatiebijeenkomst, Zondagsnieuws, website en Twitter rondom maatregelen tegen wateroverlast voor inwoners langs de Roer (St. Odiliënberg). 20 Najaarsrapportage 202

260 Deelname aan en pro-actieve communicatie naar burgers en bedrijven over deelname in Waterpaviljoen Floriade. In samenwerking met WML, WPM en WBL; via website, Twitter, Facebook, TV Limburg, advertentie Zondagsnieuws met prijsvraag voor inwoners, nieuwsbrief, filmpje en reclamespot L en de eigen kanalen van de overige waterpartners. Actieve communicatie met omgeving over uitvoeringsprojecten van het waterschap, waar mogelijk in samenwerking met de betreffende gemeente of andere organisatie. Dit vooral rondom de projecten: Herstel molen en sluizen Lombok Maastricht, ontkluizing eerste fase Caumerbeek Hoensbroek, ontkluizing Rode Beek Schinveld, ontkluizing/herinrichting Eyserbeek Simpelveld, vergroten 35 regenwaterbuffers eerste fase. Pro-actieve persbenadering wordt voortgezet door rondom bestuursbesluiten en bij projecten, onderzoeken en overige nieuwswaardige feiten persberichten uit te sturen en de informatie te delen via website, nieuwsbrief, Twitter, Facebook en Zondagsnieuws. Publiekscommunicatie betreffende AGOR. Hiervoor zijn informatieavonden georganiseerd voor betrokkenen, waar het beleid, lopend onderzoek en te nemen maatregelen zijn toegelicht. Verbetering van tentoonstelling Continium Kerkrade, voortzetting lespakket Rode Beek, voortzetting educatie (Droppie Water, Watch!, Opeduca) en beschikbaar stellen van informatie/educatiemateriaal aan rwzi's, milieuorganisaties en op verzoek aan scholen en burgers. Belastingheffing In de verslagperiode is de aanslag gespreid opgelegd tussen 3 januari en 3 maart 202. Voor het Waterschap Roer en Overmaas is per 3 augustus 202 door de BsGW voor 202 een bruto bedrag van opgelegd dat overeenkomt met 0,2% van de prognose. 202 Gewijzigde Kengetallen Begroting begroting Realisatie Prognose Aantal bezoekers website Aantal excursies / lezingen Aantal perscontacten Aantal bezoekers hyves, Facebook, Linkedin Aantal volgers op tw itter % Opgelegde aanslag 00% 00% 0,2% 00% % Afdracht ontvangsten 98,7% 98,7% 80,% 98,7% Wat kost het Programma bestuur, externe communicatie en 202 betastingen Gewijzigde ^ Begroting begroting Realisatie Prognose Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten ft Q.#5 Een groot deel van de kosten betreft de door ons waterschap betaalde bijdrage in de WOZ-kosten en de Unie-contributie waardoor de begroting verhoudingsgewijs al voor een groot deel is gerealiseerd. Ook de kosten van voormalig personeel behoren tot dit programma en worden bijgesteld. Vanwege verdere digitalisering van de communicatie verschuiven enkele budgetten (3. en 3.2). Waterschap Roer en Overmaas 2

261 Bijstelling Ja, kosten opbrengsten Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid Programma bestuur, externe communicatie en betastingen 202 Gewijaigde Begroting begroting Realisatie Prognose Uitgaven.... Inkomsten.... Netto invests rings uitgaven programma bestuur, externe communicatie en belastingen Bij vaststelling van de begroting zijn geen investeringsuitgaven voor dit programma verwacht. Bijstelling Niet noodzakelijk 22 Najaarsrapportage 202

262 2.7 Programma Bedrijfsvoering Programma-inhoud Dit programma bevat alle activiteiten voor het managen, adviseren en ondersteunen van de organisatie met het oog op het behalen van de door het bestuur vastgestelde doelen binnen de aangegeven kaders. Wat willen we bereiken Het waterschap wil een professionele (effectief, efficiënt en rechtmatig) organisatie zijn met integrale proces- en projectbeheersing en bevordering van interne en externe samenwerking. Wat hebben we bereikt Organisatie brede Certificering voor de norm ISO 900:2008. Vastgestelde nota's 'activabeleid 202', 'reserves en voorzieningen 202' en 'uurtarieven 202'. Vastgestelde programmarekening 20, meerjarenraming , voorjaarsrapportage 202. en zienswijzen op de begroting 203 en meerjarenraming van de BsGW en het WBL. Vastgestelde principes ten behoeve van de Informatiearchitectuur. Voorbereidingen gestart voor de invoering van het nieuwe geautomatiseerd arbeidsvoorwaardelijk keuzesysteem en een generiek functieboek voor de gehele organisatie. Een deel van de geografische kernregistraties is in het veld gecontroleerd en op orde gebracht. Wat hebben we ervoor gedaan Programmamanagement Aan de hand van een uitgebreide analyse zijn de bestaande knelpunten binnen het Programma Veiligheid in kaart gebracht. De knelpunten zijn geprioriteerd en de mogelijke oplossingsrichtingen zijn met de betrokken afdelingen besproken. In het laatste kwartaal van dit jaar vindt er definitieve besluitvorming plaats over de mogelijke oplossingsrichtingen. Risicomanagement In het vervolg op de voorbereiding van een training in het monitoren van de effecten van risicodempende maatregelen zijn contacten gelegd met externe deskundigen. Dit heeft nog niet geleid tot een keuze van de methode voor het monitoren van de effectiviteit, omdat de vereiste externe expertise moeilijk toegankelijk is. De geïnventariseerde risico's 20 worden ultimo 202 geactualiseerd en waar nodig gemuteerd en aangevuld. Op basis van de uitkomsten wordt geadviseerd over het benodigd weerstandsvermogen ultimo 202. Integriteit Ook in 202 wordt uitvoering gegeven aan het WRO integriteitsbeleid. Dit bestaat onder meer uit onderzoek naar de naleving van het integriteitsbeleid bij inkopen en aanbesteden en het organisatie breed bevorderen van de inzet van soft controls en overeenkomstige publicaties in het waterschapsblad. Subsidies en externe financiering In 202 is het onderzoek naar verbetermogelijkheden in de wijze van subsidie verwerving voortgezet. Dit heeft in de tussentijd geleid tot intensivering van de interne voorlichting op het gebeid van subsidies, gerichte advisering over mogelijkheden tot het verwerven van subsidies en een toegeno- Waterschap Roer en Overmaas 23

263 men bewustwording van de noodzaak tot netwerken bij het verwerven van subsidies. WRO is aangesloten bij het samenwerkingsverband van subsidieadviseurs van waterschappen. Binnen dit verband is WRO belast met voorlichting over externe financiering. Publiek Private Samenwerking (PPS) behoort tot de 'favoriete' financieringsvormen. In overleg en samenwerking met de Europese Investeringsbank en Rijkswaterstaat wordt gewerkt aan kennisverbreding van PPS voor waterschappen en het 'op maat brengen' van deze vorm van samenwerking. De wet Houdbaarheid Overheidsfinanciën (HOF) houdt de gemoederen van lagere overheden danig bezig, zoals recent nog is gebleken uit de brandbrief van Unie, VNG en IPO. Kwaliteitsmanagement ISO 900:2008 Na afronding van de nieuwe beschrijving van een verruimd aantal bedrijfsprocessen is in 202 het kwaliteitssysteem met succes aan een eerste certificatie audit onderworpen. Dit heeft geleid tot nagenoeg organisatie brede Certificering voor de norm ISO 900:2008. Repressieve maatregelen Conform controleprotocol en in afstemming met de accountant wordt een systeem-audit naar het proces inkopen en aanbesteden verricht. Evenals voorgaande jaren wordt op rechtmatigheid (en integriteit) getoetst. Anders dan voorgaande jaren wordt over de uitkomsten en aanbevelingen met ingang van 203 een keer per jaar gerapporteerd. Personeel en organisatie De activiteiten in het kader van de invoering van het geautomatiseerd arbeidsvoorwaardelijk keuzesysteem liggen op schema. Per januari 203 is de herijking van de organisatie en een nieuw generiek functieboek gerealiseerd. Financiën De upgrade van het financieel systeem van Coda die samen met het Waterschap Peel en Maasvallei en het WBL is opgepakt ligt op schema. De Implementatiedatum van januari 203 is dan ook realistisch. In de verslagperiode zijn de 'nota activabeleid 202', de 'nota reserves en voorzieningen 202' en de 'nota uurtarieven 202' opgesteld. In de verslagperiode is de programmarekening 20, de meerjarenraming , de voorjaarsrapportage 202 en de zienswijzen op de begroting 203 en meerjarenraming van de BsGW en het WBL opgesteld en door het bestuur vastgesteld, waarbij voor het WBL besloten is af te zien van het uitbrengen van een zienswijze. Informatievoorziening In de verslagperiode is gewerkt aan het in 20 gestarte informatiebeleidsplan en adequate informatiearchitectuur. De principes waarop de informatiearchitectuur is gebaseerd zijn vastgesteld en worden toepast op een aantal voorbeeldprojecten. E-overheid Voor 202 wordt gewerkt aan een verdere invulling van de e-dienstverlening voor de waterschappen om de dienstverlening naar de burger te vergroten. Uitgangspunt is dat het waterschap voldoet aan de hiervoor gestelde wettelijke richtlijnen. 24 Najaarsrapportage 202

264 Automatisering Naast het reguliere beheer van de operationele ICT-infrastructuur is in 202 gestart met het activiteitenplan automatisering voor 202 t/m 203. De centrale systemen van de virtuele omgeving zijn vervangen. Facilitaire aangelegenheden Een 0 jarig onderhoudsplan is opgesteld voor het kantoor op de Parklaan 0. Tevens is gestart om te komen tot een noodstroomoplossing met een warmtekrachtkoppeling (WKK) en is de vervanging van de dakbedekking in voorbereiding. De digitale informatievoorziening en digitalisering van documenten is verder doorontwikkeld en wordt uitgevoerd, onder ander in het project 'van zoeken naar vinden' (pilotproject: handhaving). Voor het einde van het jaar wordt een plan van aanpak opgesteld dat kan worden gebruikt voor de overige organisatie onderdelen. Geografische informatievoorziening Het project voor het daadwerkelijk op orde brengen van de geografische kerngegevens is gestart en in uitvoering. Een deel van de kunstwerken in de waterlopen en regenwaterbuffers zijn in het veld gecontroleerd en in de IRIS database opgeslagen. De eerste fase van het inmeten van de dwarsprofielen en kunstwerken in de modelbeken wordt voor de winter afgerond. De tweede fase wordt voor het einde van het jaar in de markt gezet en gestart. Verder is het onderzoek gestart voor het verbeteren van de inrichting en de in- en externe ontsluiting van de geografische kern- en basisregistraties. Buitendienst In de verslagperiode is het onderhoudsbeheerssysteem (OBS) verder geïmplementeerd. Per oktober 202 zal het systeem operationeel zijn. De oplossing van de huisvestingsproblematiek van de buitendienst en de opslag van de calamiteitenmaterialen is in een vergevorderd stadium. Definitieve besluitvorming hierover wordt in het 4e kwartaal van dit jaar verwacht. De financiële gevolgen hiervan zijn meegenomen in deze najaarsrapportage. kengetal lea 282 Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose % Ziekteverzuim exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof % Ziekteverzuim inclusief zw angerschaps- en bevallingsverlof Aantal poststukken Aantal bijlagen bij poststukken Beschikbaarheid ICT omgeving onder w erktijd Aantal facturen Aantal bezwaarschriften Aantal fte's 3% 4% % ,96 3% 4% % ,96 2,73% 3,43% ,99% , 3% 4% % ,00 Waterschap Roer en Overmaas 25

265 Wat kost het Programma bedrijfsvoering 202 Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Kosten Opbrengsten Netto, exclusief bijdrage aan het WBL, de BsGW en doorberekende kosten De realisatie over de rapportageperiode blijft verhoudingsgewijs achter bij de begroting en prognose. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de afschrijvingen eenmaal per jaar, vóór het opmaken van de jaarrekening, worden verantwoord. De diverse budgetmutaties worden toegelicht in 3. en 3.2. Bijstelling Ja, kosten -/ en opbrengsten Welke netto investeringsuitgaven zijn hiermee gemoeid 202 Programma bedrijfsvoering Gewijzigde Begroting begroting Realisatie Prognose Uitgaven Inkomsten - Netto investeringsuitgaven programma bedrijfsvoering De investeringen hebben voor het overgrote deel betrekking op de oplossing van de huisvestingsproblematiek van de buitendienst en de opslag van de calamiteitenmaterialen. De afwikkeling hiervan is voorzien eind 202, waardoor de uitgaven dienen te worden verhoogd. Naast deze verhoging worden de uitgaven die voortvloeien uit het beleidsplan informatievoorziening naar beneden bijgesteld omdat dit plan nog niet is vastgesteld. Bijstelling Ja, uitgaven Najaarsrapportage 202

266 2.8 Investeringskredieten In de voorgaande paragrafen zijn de iaarqebonden investeringsuitgaven en -inkomsten 202 per programma weergegeven. Naast de jaarlijkse uitgaven en inkomsten zijn in de begroting per investeringsproject ook de beschikbaar gestelde kredieten en de in 202 nog beschikbaar te stellen kredieten opgenomen. Immers, een krediet is noodzakelijk om gelegitimeerd investeringsuitgaven te mogen doen. Omdat deze uitgaven over meerdere jaren kunnen worden verantwoord, zijn kredieten dan ook iaaroverschriidend. Procedure investeringskredieten:. Bij de vaststelling van de begroting is door het algemeen bestuur (AB) per programma een krediet gevoteerd en in de voorjaarsrapportage (gewijzigde begroting) en/of najaarsrapportage (prognose) eventueel bijgesteld. 2. De kredietverlening van een individueel investeringsproject binnen een programma is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur (DB). 3. In de jaarrekening wordt door het AB het saldo van het gevoteerde krediet per programma ingetrokken. Dit saldo betreft de niet door het DB verleende kredieten in 202. Het AB heeft bij vaststelling van de begroting krediet gevoteerd en in de voorjaarsrapportage bijgesteld tot Het DB heeft in de eerste acht maanden totaal netto krediet verleend, waardoor in 202 en volgende jaren gelegitimeerd uitgaven op de betreffende projecten mogen worden gedaan. Onderstaand wordt dit per programma weergegeven. Netto kredietvotering / -verlening per programma Begroting Kredietvotering AB202 Gewijzigde begroting Prognose Kredietverlening DB 292 Rannen Watersysteem Veiligheid Instrumenten Bestuur, externe communicatie en belastingen Bedrijfsvoering Totaal netto kredietvotering / -verlening Conform de 'verordening ex artikel 08 beleids- en verantwoordingfunctie Waterschap Roer en Overmaas' (art.6 en 7) wordt over de door het DB verleende kredieten in de voorjaars- en najaarsrapportage evenals de jaarrekening gerapporteerd aan het AB. Aan deze verplichting wordt onderstaand per programma voldaan. Daarnaast wordt per programma indien relevant en/of noodzakelijk de prognose met bijstelling van de kredietvotering toegelicht. Programma plannen 'Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR)' aanvullend. Het GGOR-krediet was niet toereikend om samen met de Provincie Limburg, Waterschap Peel en Maasvallei en Waterleiding Maatschappij Limburg het rekenmodel 'IBRAHYM' up-to-date te houden, zodat het voldoet aan de kwaliteitseisen om het nu en in de toekomst te kunnen inzetten voor de doelstellingen van het waterschap. Waterschap Roer en Overmaas 27

267 Prognose / Bijstelling kredietvotering Met bovengenoemde aanvulling is in de (gewijzigde) begroting geen rekening gehouden, waardoor het noodzakelijk is de kredietvotering van dit programma te verhogen met Programma watersysteem 'Herinrichting deeltraject Kanjel en vernieuwing waterinlaat nabij de Nieuwe of IJzeren Molen te Rothem, inclusief de aanleg van een stapelmuur nabij de Willem Alexanderweg in de gemeente Maastricht' Om het watersysteem van de Kanjel en Gelei te voorzien van een permanente wateraanvoer vanuit het Geulke worden de lossluizen van de Rothemermolen geautomatiseerd. Ook wordt een nieuw tracé voor de Kanjel aangelegd bovenstrooms van de molen. Bovenstrooms van de huidige inlaat wordt een nieuwe loop gegraven die benedenstrooms het molengebouw aantakt. Bovenstrooms van de Maastrichterweg wordt een slibvang aangelegd. Deze zorgt ervoor dat overtollig zand en slib worden opgevangen en kunnen worden afgevoerd. Langs de tuinen van aanwonenden Willem-Alexanderweg in Maastricht wordt de oever van de Kanjel voorzien van stapelwerk. 'Ontkluizing Keutelbeek Sittard fase ' Het project maakt onderdeel uit van het deelproject 'Dobbelsteen' (2 bouwblokken) van de gemeente Sittard-Geleen, grenzend aan de in het centrum van Sittard gelegen overkluisde Keutelbeek. Over een lengte van circa 25 meter wordt de beek teruggebracht in open vorm en wordt water weer 'beleefbaar' gemaakt. Met het ontkluizen van de beek en het zo natuurlijk mogelijk inrichten van de rechteroever krijgt de natuur in de stad meer kans. De werkzaamheden van de ontkluizing zijn gepland in januari/augustus 206. De oplevering van het plan Dobbelsteen is gepland in augustus/september 206. 'Herinrichting Mergelland Oost' aanvullend, waarvan uitgaven en inkomsten. Sinds de vaststelling van het landinrichtingsplan voor de herinrichting Mergelland-Oost in 997 is de landinrichtingscommissie bezig om de in dit plan opgenomen waterbeheersingsmaatregelen uit te voeren. Deze uitvoering bevindt zich thans in de afrondende fase. Het krediet was niet toereikend om de nog resterende maatregelen, zoals kleinschalig beekherstel uit te kunnen voeren. Ook was geen financiële ruimte meer voor de afwikkeling van de behandeling van de bezwaren die zijn ingediend tegen de Lijst Geldelijke Regelingen (LGR). De inkomsten zijn hoger dan oorspronkelijk verwacht, ook Europa heeft bijgedragen in de kosten van dit omvangrijke project. 'Herinrichting Geul Aquadra' , waarvan uitgaven en inkomsten. Het betreft herinrichtingsmaatregelen ter verbetering van de morfologische en ecologische kwaliteit van de Geul-oevers in de benedenloop stroomafwaarts van de uitmonding van de Gulp. Bovendien worden waar mogelijk drainages, overkluizingen en puin verwijderd in kleine bronbeekjes en kwelzones. Ook worden anti-verdrogingsmaatregelen getroffen en de leefgebieden van amfibieën ingericht en onderhouden. Interreg IV-A (Aquadra) draagt voor 50% bij in de kosten. Om voor deze bijdrage in aanmerking te komen moet het project voor 3 maart 203 zijn uitgevoerd en betaald. Ook leveren de Provincie Limburg en terreinbeheerders een financiële bijdrage. 28 Najaarsrapportage 202

268 Prognose / Bijstelling kredietvotering Naar verwachting worden de resterende maanden 202 nog netto kredietvoorstellen van totaal aan het DB voorgelegd voor 'kleine investeringswerken', 'beekdalen geleen', vispassages 'epermolen en wittemermolen', 'verbetering waterverdeling maasnielderbeek', 'vergroten regenwaterbuffers fase 2' en 'regenwaterbuffer grub merkelbekerbeek'. Gezien de stand van zaken van een aantal voorbereidingsprojecten komen een aantal geplande voorstellen eerst in 203 aan de orde. Hierdoor kan het door het AB gevoteerde krediet met neerwaarts kan worden bijgesteld. Programma Veiligheid 'Bijdrage Hoogwaterbeschermingsprogramma 202' De waterschappen dragen van 20 t/m miljoen per jaar bij aan de waterschapsprojecten binnen het (tweede) HWBP. Dit is afgesproken tussen het Rijk en de Nederlandse waterschappen. Deze bijdrage stijgt in 204 naar 3 miljoen en in 205 naar 8 miljoen. De waterkeringen in het werkgebied van Waterschap Roer en Overmaas vallen niet onder deze programma's. Het betreft een solidariteitsbijdrage voor hoogwaterbescherming in Nederland. Projecten van Waterschap Roer en Overmaas komen vanaf 207 in aanmerking voor uitvoering binnen het (derde) HWBP. Prognose / Bijstelling kredietvotering In de resterende maanden worden geen kredietverleningen meer verwacht en is bijstelling niet noodzakelijk. Programma Instrumenten 'Verlengde 3 e toetsing primaire waterkeringen' De resultaten van de eerste veiligheidstoetsing van de primaire waterkeringen in ons beheersgebied kende drie oordelen: de waterkering 'voldoet' aan de wettelijke norm, de waterkering 'voldoet niet' aan de norm of er is door onvoldoende informatie 'geen oordeel' mogelijk. Voor ons waterschap was het beeld als volgt: 8 km 'voldoet' (% van het areaal), 28 km 'voldoet niet' (37%), 36 km 'geen oordeel' (47%) en 4 km 'nvt' (5%). Het Rijk wil het aantal gevallen met predicaat 'geen oordeel' substantieel terugbrengen. Landelijk is daarvoor een zogenaamde 'Verlengde 3e landelijke toetsing', met uiterste rapportagedatum oktober 203, verplicht gesteld. Prognose / Bijstelling kredietvotering In de resterende maanden worden geen kredietverleningen meer verwacht en is bijstelling niet noodzakelijk. Programma Bedrijfsvoering 'ICT vervangingen' In het kader van de doorontwikkeling van de automatisering en de documentaire informatievoorziening worden in 202 vijf ICT-projecten, waarvan enkelen doorlopen tot in 203. Het betreft vervanging van centrale systemen en grafische werkplekken, uitbreiding opslagcapaciteit, aanpassing/vervanging centrale backup-voorziening en doorontwikkeling documentaire informatievoorziening. 'Huisvesting buitendienst' Voor de aankoop en verbouwing van een pand aan de Rijksweg te Sittard. Na aankoop van het pand wordt zo snel mogelijk overgegaan tot de verkoop van de bestaande bedrijfspanden. Waterschap Roer en Overmaas 29

269 Prognose / Bijstelling kredietvotering In 202 was kredietverlening door het DB voorzien voor de uitvoering van projecten in het kader van de informatievoorziening, voortvloeiend uit het Beleidsplan informatievoorziening. Gezien de status van dit plan is dit niet haalbaar, waardoor het door het AB beschikbaar gestelde krediet neerwaarts kan worden bijgesteld met Najaarsrapportage 202

270 3 Kostensoorten Naast de programma's zijn de kostensoorten verplicht. Volgens de voorschriften zijn deze van informatieve waarde voor het AB waardoor een toelichting hierop niet verplicht is. Echter, gelet op het feit dat een toelichting de besluitvorming ten goede komt wordt, evenals in de begroting en de voorjaarsrapportage, op hoofdlijnen een korte toelichting gegeven. De nadruk ligt in deze najaarsrapportage op de afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting. Bovendien wordt aangegeven of deze afwijking van incidentele of structurele aard is. Tevens wordt per hoofdgroep gebruik gemaakt van een verkeerslichtsignaal, waardoor in één oogopslag de financiële stand van zaken inzichtelijk wordt: Rekening houdend met het bovenstaande kunnen de kosten en opbrengsten als volgt worden weergegeven: 202 Gewijzigde Omschrijving Begroting begroting Realisatie Prognose 4 Rente en afschrijvingen 42 Personeelslasten 43 Goederen en diensten van derden 43 Goederen en diensten van derden WBL 43 Goederen en diensten van derden BsGW 44 Bijdragen aan derden 45 Toevoegingen voorzieningen Totaal kosten Financiële baten 82 Personele baten 83 Goederen en diensten aan derden 84 Bijdragen van derden 84 Bijdragen van derden WBL 85 Waterschapsbelastingen 86 Interne verrekeningen Totaal opbrengsten Onvoorzien Exploitatieresultaat Waterschap Roer en Overmaas 3

271 3. Toelichting op kosten Rente en afschrijvingen De in de begroting opgenomen rentekosten van de rekening-courant rente zijn gebaseerd op de liquiditeitsprognose van 3 mei 20, op basis van een rentepercentage van 2%. Het rentepercentage voor kort geld is door de aanhoudende Eurocrisis aanzienlijk achtergebleven bij de verwachting en bedraagt momenteel 0,25%. Hierdoor vallen de rentekosten aanzienlijk positiever uit en kunnen gelet op de huidige inzichten neerwaarts worden bijgesteld. Op basis van het bijgestelde investeringsniveau 202 zijn de afschrijvingen opnieuw beoordeeld. Hieruit is gebleken dat de afschrijvingskosten naar beneden kunnen worden bijgesteld. Ook worden in 202 investeringsprojecten uit onderhanden werken die niet tot uitvoering komen financieel afgesloten. Het betreft voorbereidingskosten van die conform de 'nota vaste activa 2008' over een zo kort mogelijke periode (in één keer) dienen te worden afgeschreven. Bijstelling Ja, -/ , waarvan incidenteel en structureel. Personeelslasten Door het niet invullen van vacatures blijven de bruto salarissen lager dan gebudgetteerd. In verband met inhuur op detacheringsbasis is aanvulling van het budget voor tijdelijk personeel met noodzakelijk. In verband met ontslag is verhoging van het budget voor de uitkeringen aan voormalig personeel noodzakelijk met Bijstelling Ja, -/ incidenteel. Goederen en diensten van derden De prognose van deze kosten wijkt op een aantal onderdelen af van de gewijzigde begroting 202. Op diverse onderdelen blijken budgetten ontoereikend. Deze verhogingen hebben voor een incidenteel karakter en zijn voor van structurele aard. Extra budget is noodzakelijke voor: Aanschaf van een kunstwerk ter vervanging van het in 2008 gestolen bronzen beeld aan de voorzijde van het waterschapsgebouw. Incidentele bestrijding van disteloverlast op basis van meldingen en extra maaiwerk, zoals het bijmaaien van overhoeken, rondom kunstwerken en meetpunten. Verrekening van loon- en brandstofkostenstijging in de maaibestekken. Aanbrengen van terugslagkleppen bij de uitstroom van de Kakkert in de Geleenbeek in een nieuw te maken uitstroomput, naar aanleiding van wateroverlast in Schinnen. Verbetering communicatie instrumenten waaronder de rondleidingen op de rwzi's, educatie / lespakketten en waterbeleving via informatieborden bij beken en buffers. Audiovisuele producties, zoals 'animatie droge waterschapswerken' en 'erosie en game hoogwaterbestrijding'. Advieskosten betreffende personele aangelegenheden. Onderzoekskosten naar aanleiding van de overstroming in Slenaken op juli jl. 32 Najaarsrapportage 202

272 Naast bovengenoemde verhogingen kunnen diverse posten incidenteel voor en structureel voor neerwaarts worden bijgesteld en hebben betrekking op: Hulpmiddelen in het kader van de calamiteitenbestrijding en advieskosten bij het opstellen en uitwerken van een oefenplan. Druk- en bindwerk vanwege steeds meer verschuiving van printen naar online presentatie Diverse verzekeringspremies. Stortkosten in het kader van het maaibeheer, op basis van ervaringscijfers. Onderhoudskosten van waterstaatkundige objecten, die in het kader van de ruilverkaveling Mergelland-Oost door vertraging in de uitvoering nog niet zijn aangelegd. Het inkopen van externe meteodata. Het verbeteren van het meetnetonderdeel (Lizard) van de website van het waterschap wordt doorgeschoven naar 203. Bijstelling Ja, , waarvan -/ incidenteel en structureel. Waterschap Roer en Overmaas 33

273 3.2 Toelichting op opbrengsten Financiële baten Gelet op de renteontwikkeling is binnen de kaders van het treasurystatuut 202 en de wet Fido tijdelijk overtollig kasgeld direct opvraagbaar tot een bedrag van maximaal uitgezet bij de Rabobank via de Spaar Vrij Rekening. Hierdoor kan de post renteopbrengst worden bijgesteld. Bijstelling Ja, incidenteel. Goederen en diensten aan derden De inkomsten uit jachtrecht zijn hoger dan verwacht. Bijstelling Ja, incidenteel. Bijdragen van derden Over de huur Parklaan 5 is in de periode 2007 tm. 20 onverschuldigde btw betaald, die in de verslagperiode is terugontvangen. Bijstelling Ja, incidenteel. Bijdragen van derden WBL Bij vaststelling van de jaarrekening 20 van het WBL is besloten het positieve rekeningresultaat van uit te betalen aan de beide waterschappen in de verhouding van het aantal vervuilingseenheden volgens de waterschapsbijdrage 20. Bijstelling Ja, incidenteel. Waterschapsbelastingen Op basis van de in de verslagperiode opgelegde aanslagen is door BsGW een prognosewijziging uitgebracht: Een aanpassing van de opbrengst watersysteem gebouwd, ongebouwd, ingezetenen is noodzakelijk. Evenals de opbrengst verontreinigings- en zuiveringsheffing. De totale opbrengst neemt toe met De correcte van de belastingopbrengsten, de aan de opbrengst gerelateerde kwijtschelding en oninbaarheid, neemt eveneens toe met Bijstelling Ja, incidenteel. 34 Najaarsrapportage 202

274 3.3 Onvoorzien In deze najaarsrapportage worden de kosten verlaagd met en de inkomsten verhoogd met waarmee de najaarsrapportage 202 uitkomt op een positief resultaat van Aangezien resultaatsbestemming een bevoegdheid is van het algemeen bestuur bij vaststelling van de jaarrekening wordt het positieve resultaat van de voorjaarsrapportage volgens de voorschriften toegevoegd aan de post onvoorzien. Dit resulteert in een post onvoorzien van , samengesteld uit primitieve begroting , voorjaarsrapportage en najaarsrapportage Waterschap Roer en Overmaas 35

275 4 Onttrekkingen bestemmingsreserves en voorzieningen In de voorschriften is opgenomen dat onttrekkingen aan de overige bestemmingsreserves en voorzieningen expliciet dienen te worden toegelicht in de begroting. Over deze onttrekkingen wordt ook gerapporteerd in de tussentijdse rapportages. Bestemmingsreserve 'niet kerende grondbewerking In de begroting 202 is een onttrekking aan de overige bestemmingsreserve 'niet kerende grondbewerking' voorzien van Doel: het algemeen bestuur heeft in haar vergadering van 0 december 2007 besloten tot wijziging van het beleid ten aanzien van wateroverlast en bodemerosie. In dit verband zijn middelen in de exploitatiebegroting vrijgemaakt voor een stimuleringsregeling voor de toepassing van niet-kerende grondbewerking. Omvang: het betreft een bedrag van voor 2008 en per jaar voor de jaren 2009 t/m 202. Om een goede uitvoerbaarheid van deze regeling mogelijk te maken is de 'reserve nietkerende grondbewerking' ingesteld. Mutatie verslagperiode: in de verslagperiode is niet onttrokken aan deze reserve. Voorziening TAX-i TAX-i is de verzamelnaam voor de overheidsdatabase (ODB), belastingsoftware (UBS) en elektronische servicebus (ESB) die door 'Het Waterschapshuis' voor de waterschappen zou worden ontwikkeld. Door de waterschappen is eind 20 een commissie ingesteld ter afronding van het belastingsysteem TAX-i. Doel: bekostiging van de beëindiging van het belastingsysteem TAX-i. Omvang: ten laste van het exploitatieresultaat 20 is eenmalig toegevoegd. Mutatie verslagperiode: Op 29 juni 202 heeft de Ledenvergadering van de Unie van Waterschappen bij meerderheid geadviseerd om de financiële afronding van het project TAX-i ten uitvoer te brengen. Het bestuur van de Stichting Het Waterschapshuis heeft dit advies overgenomen en, eveneens op 29 juni, door middel van een besluit bekrachtigd. Het aandeel van WRO bedroeg en is in de verslagperiode aan deze voorziening onttrokken. In een later stadium worden de kosten verrekend waarvan de hoogte momenteel nog niet bekend zijn. 36 Najaarsrapportage 202

276 WIJZIGING VAN DE BEGROTING Dienstjaar 202 nummer 2; BESLUIT: de begroting van de exploitatie in bovengenoemd dienstjaar als volgt te wijzigen: Volgnr. Omschrijving Nieuwe of Nieuwe of verhoging van de verlaging van de begrotingspost begrotingspost Nieuwe raming na wijziging Kosten Programma plannen Overige diensten door derden Programma watersysteem Onderhoud door derden Programma veiligheid Overige gebruiks- en verbruiksgoederen Programma instrumenten Onderhoud door derden Overige diensten door derden Programma bestuur, externe communicatie en belastingen Uitkeringen voormalig personel en bestuurders Overige gebruiks- en verbruiksgoederen Verzekerignen 0\erige diensten door derden Programma bedrijfsvoering Externe rentelasten Afschrijvingen van activa Salarissen huidig personeel en bestuurders Personeel van derden Duurzame gebruiksgoederen Verzekerignen Overige diensten door derden Dekkingsmiddelen en saldo Onvoorzien Kwijtscheldingen Oninbaarverklaringen Totaal kosten Opbrengsten 8304 Programma bestuur, externe communicatie en belastingen Opbrengst uit grond en water Programma bedrijfsvoering Externe rentebaten Bijdragen van overigen Dekkingsmiddelen en saldo Bijdrage van overheden WBL Opbrengst watersysteemheffing gebouwd Opbrengst watersysteemheffing ingezetenen Opbrengst watersysteemheffing ongebouwd Opbrengst verontreinigingsheffing Opbrengst zuiveringsheffing bedrijven Opbrengst zuiveringsheffing huishoudens Totaal opbrengsten Aldus besloten in de openbare vergadering van De secretaris/directeur, De voorzitter, ing. J.M.G. In den Kleef dr. J.J. Schrijen Waterschap Roer en Overmaas 37

277 Interimplan Waterkeringen Waterschap Roer en Overmaas UW WATERSCHAP

278 Interimplan Waterkeringen Inhoud Inleiding 5 2 Beschrijving waterkeringen 7 3 Landelijke Wet- en regelgeving 8 4 Beleid Waterschap Roer en Overmaas 9 4. Beleidsvorming - recente beleidsontwikkelingen Aanleg en verbetering Instandhouding: Beheer en Onderhoud Toetsing Calamiteitenbestrijding 5 5 Uit te voeren maatregelen en financiële consequenties 7 6 Doorkijk 8 Bijlage Kaart waterkeringen WRO 9 Bijlage 2 Uit te voeren maatregelen in planperiode 2 Bijlage 3 Overzicht van nieuwe beleidsontwikkelingen

279 Interimplan Waterkeringen Inleiding Aanleiding Vanuit de Waterschapswet en het waterschapsreglement is Waterschap Roer en Overmaas (WRO) verantwoordelijk voor de waterstaatkundige verzorging binnen het eigen beheersgebied. Deze verzorging betreft de zorg voor de waterkwantiteit, waterkeringen en waterkwaliteit. In het kader van de waterkeringszorg is het waterschap conform de Provinciale Omgevingsverordening Limburg verplicht een Beheersplan Waterkeringen op te stellen. De planperiode van het huidige Beheersplan Waterkeringen loopt in 202 af. Dit nieuwe plan is noodzakelijk om nieuwe ontwikkelingen in het beleid van het waterschap te verankeren. Doel Het Beheersplan Waterkeringen wordt waarschijnlijk een (integraal) onderdeel van het nieuwe beheerprogramma voor het gehele watersysteem (voorheen waterbeheersplan). Dit beheerprogramma wordt opgesteld voor de periode Om de periode te overbruggen, is dit interimplan opgesteld. Dit Interimplan Waterkeringen is de beleidsmatige voortzetting van het Beheersplan Waterkeringen Uit de evaluatie van het Beheersplan Waterkeringen is gebleken dat het gestelde beleid nog altijd voldoet. Vandaar dat dit plan een kort en bondig interimplan is dat op hoofdlijnen inzicht geeft in de integrale beleidsvisie en werkwijze van het waterschap over de waterkeringen voor de periode Het plan bevat weinig nieuw beleid en is voornamelijk gericht op maatregelen. Veel recente landelijke beleidsontwikkelingen worden de komende jaren verder uitgewerkt en geconcretiseerd, zodat ze in de volgende planperiode tot uitvoering gebracht kunnen worden. Alle algemene beleidsuitgangspunten en maatregelen uit het Beheersplan Waterkeringen blijven van kracht, tenzij deze in dit plan zijn vermeld of reeds uitgevoerd. Het Beheersplan Waterkeringen is een middel voor het vastleggen van het waterkeringenbeleid. Hierbij gaat het om aspecten als aanleg en verbetering, instandhouding: beheer en onderhoud, toetsing en calamiteitenbestrijding. Het plan heeft een sturende werking om gebruiksfuncties, beheer en onderhoud op het gewenste niveau te brengen en te handhaven. Voor externe partijen geeft het beheersplan inzicht in de beleidsvoornemens en daaraan gerelateerde maatregelen van het waterschap. Het interimplan heeft geen externe juridische werking. De beleidsuitgangspunten en maatregelen die in de planperiode uitgewerkt worden in uitvoeringsplannen en die wel juridische consequenties voor derden kunnen hebben, worden open gesteld voor inspraak. Procedure en vaststelling Gezien de beperkte impact van dit interimplan heeft het dagelijks bestuur op 4 mei 202 besloten de Provincie Limburg te verzoeken tot het volgen van de verkorte procedure voor het actualiseren van het maatregelenplan conform artikel 3.9 lid 2 van de Omgevingsverordening Limburg. De Provincie Limburg heeft op 2 juni 202 hiermee ingestemd. Gezien de intensieve samenwerkingsverbanden zijn wel Rijkswaterstaat Dienst Limburg (RWS), de Provincie Limburg, de betrokken Maasgemeenten en de veiligheidsregio's geconsulteerd. Van eind juni 202 tot en met september 202 is deze partijen de gelegenheid geboden om opmerkingen in te brengen. Vier partijen hebben hier gebruik van gemaakt. Het algemeen bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas heeft het Interimplan Waterkeringen in de vergadering van ** november 202 vastgesteld

280 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft aan op welke waterkeringen het plan betrekking heeft. In hoofdstuk 3 is de nieuwe landelijke wet- en regelgeving verwoord. Hoofdstuk 4 beschrijft het te voeren beleid van Waterschap Roer en Overmaas voor de verschillende taakvelden van de waterkeringen. Hoofdstuk 5 geeft een overzicht van alle beschreven maatregelen en de financiële consequenties hiervan. In hoofdstuk 6 wordt een doorkijk naar de toekomst gegeven. Bijlage is een overzichtskaart van de waterkeringen binnen het beheersgebied van WRO. Bijlage 2 geeft de uit te voeren maatregelen in de planperiode weer. En bijlage 3 is een overzicht van nieuwe beleidsontwikkelingen. 6

281 Interimplan Waterkeringen Beschrijving waterkeringen Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen waterkeringen: de primaire, regionale en overige wateringen. De primaire waterkeringen zijn de keringen die een dijkring vormen en als zodanig in de Waterwet aangewezen zijn. WRO beheert circa 74,2 km primaire waterkeringen, zie bijlage. voor een overzichtskaart. De regionale waterkeringen zijn niet bij wet vastgesteld, maar worden door de provincie aangewezen. Voor WRO gaat het hierbij om één kering van 2,5 km, gelegen om Oolderveste (Roermond). De overige waterkeringen zijn wel op de legger opgenomen, maar niet als primaire of regionale kering aangewezen. In het beheersgebied van WRO wordt een aantal keringen langs de Maas, zoals de strekdammen bij Grevenbicht, Merum Oolderplas en Maasbracht, als overige kering geclassificeerd. Deze strekdammen ontlasten en zijn dienstig aan de primaire waterkering. In totaal heeft WRO 9,9 km overige waterkeringen in beheer. De zomerdijken langs de Roer en de keringen langs de Geleenbeek, de Rode Beek en de Vloedgraaf vallen niet onder de overige keringen en daarmee niet binnen de reikwijdte van dit plan. Ze zijn onderdeel zijn van het betreffende oppervlaktewater en daarmee van het regionale watersysteem. En zijn ook als zodanig op de legger vermeld. De waterkeringen liggen voornamelijk langs de Maas. Een aantal primaire waterkeringen ligt langs de Roer en Hambeek, benedenstrooms de Balgstuw (Roermond). Alle primaire waterkeringen zijn bedoeld om Maaswater te keren. Dit plan heeft betrekking op alle primaire, regionale en overige waterkeringen

282 3 Landelijke Wet- en regelgeving Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Hierin zijn negen wetten samengevoegd tot één wet. De Wet op de waterkeringen is een van de samengevoegde wetten. De Waterwet regelt het beheer en gebruik van watersystemen en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het watersysteem heeft hierbij een brede betekenis, namelijk het geheel van zoet en zout oppervlaktewater en de bijbehorende waterbodems, oevers, ecologie, waterkeringen en technische infrastructuur én grondwater. De veiligheidsnormering van de primaire waterkeringen is vastgesteld in deze wet. Momenteel geldt voor de primaire keringen (de Maaskeringen) een veiligheidsnorm tegen een hoogwater van de Maas met een statistische herhalingstijd van keer in 250 jaar. De maatgevende afvoer bij St. Pieter die hier op basis van de hydraulische randvoorwaarden 2006 (HR2006) bij hoort is m3/s. De vastgestelde veiligheidsnormering wordt in het kader van het Deltaprogramma heroverwogen. De verwachting is dat in de planperiode duidelijkheid ontstaat over een eventuele nieuwe norm voor de primaire waterkeringen. Voor de regionale waterkeringen is de veiligheidsnorm opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening Limburg. De regionale waterkering bij Oolderveste heeft een beschermingsniveau van /

283 Interimplan Waterkeringen Beleid Waterschap Roer en Overmaas Het uitgangspunt voor het beleid van het Waterschap Roer en Overmaas ten aanzien van het beheer van de waterkeringen is voldoen aan de veiligheidsnorm conform de Waterwet. Daarmee wordt de veiligheid van het achterland gewaarborgd tegen hoogwater van de Maas bij waterstanden lager dan de maatgevende waterstand. Dit betekent dat tot het hierbij horende waterpeil de waterkerende functie van de waterkeringen gehandhaafd moet blijven en dat de werking van kwelwatervoorzieningen en sluiting van demontabele keringen tot deze hoogwatersituaties gewaarborgd moet zijn. Via de toetsing (zie 4.4) wordt beoordeeld of het waterschap voldoende uitvoering geeft aan deze beleidsuitgangspunten. Dit Interimplan Waterkeringen is de beleidsmatige voortzetting van het Beheersplan Waterkeringen Alle algemene beleidsuitgangspunten en beleidskaders uit het Beheersplan Waterkeringen , tenzij in dit plan vermeld, blijven van kracht tot en met 205. Hieronder zijn per paragraaf de nieuwe uitgangspunten en beleidskaders van de waterkeringszorg uitgewerkt. 4. Beleidsvorming - recente beleidsontwikkelingen Voor de beleidsvorming van de waterkeringen zijn er ten opzichte van 2009 verschillende nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt op landelijk niveau gewerkt aan het Deltaprogramma voor de waterveiligheid en zoetwatervoorziening in de toekomst. Daarnaast is op 2 april 20 door het Rijk, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging van waterbedrijven (Vewin) en Unie van Waterschappen (UvW) het Bestuursakkoord Water getekend. Op regionaal niveau is op 27 september 200 door het Rijk en WRO de Bestuursovereenkomst planstudie sluitstukkaden Maasdal ondertekend. Op 0 november 20 is door het Rijk, de Provincie Limburg, Waterschap Peel en Maasvallei (WPM) en Waterschap Roer en Overmaas (WRO) de Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas 'Droge voeten voor Limburg! ondertekend. De gevolgen van deze beleidsvormingen zijn hieronder verder uitgewerkt. Deltaprogramma Het Deltaprogramma beoogt voor Nederland onder andere het op orde krijgen van de waterkeringen zodat de veiligheid voldoende is gewaarborgd, om daarmee voorbereid te zijn op de toekomst. En daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma worden de als nationaal programma geplande waterwerken opgenomen. Er worden vijf deltabeslissingen voorbereid in negen deelprogramma's. Het betreft drie algemene deelprogramma's zijnde Veiligheid, Zoetwatervoorziening en Nieuwbouw en herstructurering alsmede zes gebiedsgerichte deelprogramma's: Rivieren, Kust, IJsselmeergebied, regio Rijnmond / Drechtsteden, de Zuidwestelijke delta en het Waddengebied. Voor het waterkeringenbeleid van WRO zijn de deelprogramma's Veiligheid, Nieuwbouw en herstructurering en Rivieren (Maas) van belang. Financiën De komende jaren worden vanuit het Deltaprogramma verschillende landelijke waterbeleidskaders ontwikkeld. Jaarlijks wordt de stand van zaken gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Tevens worden er 5 'deltabeslissingen' aan de Tweede Kamer voorgelegd. In 205 moet een

284 en-ander een overzicht opleveren wat in de toekomst het Nederlandse waterveiligheids- en zoetwaterbeheer wordt. Om de maatregelen te financieren komt er in 2020 een Deltafonds. In het fonds worden de uitgaven opgenomen die de Rijksoverheid doet voor de aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van waterstaatswerken met het oog op waterveiligheid en zoetwatervoorziening - en het daarmee verband houdende waterkwaliteitsbeheer. Ook de uitgaven voor de daarmee samenhangende basisinformatie en onderzoeken vallen hieronder. Daarnaast wordt de zogenaamde 'dijkrekening' (het huidige nieuwe Hoogwaterbeschermingsfonds - nhwbp) ook onderdeel van het Deltafonds. De uitgaven vanuit deze dijkrekening zijn de subsidies voor de waterschapsprojecten voor het op orde brengen van de waterkeringen. Deelprogramma Veiligheid Het Deelprogramma Veiligheid moet in 204 een voorstel voor het vernieuwen van de veiligheidsnormen opleveren. Daarnaast wordt een verkenning gemaakt naar de kansen en beperkingen van 'deltadijken' (een dijk die niet doorbreekt als er onder extreme omstandigheden een beperkte hoeveelheid water overheen stroomt en die berekend is op thans geschatte effecten van klimaatverandering tot ). De waterveiligheid in buitendijks gebied wordt onderzocht. Verder zijn pilots uitgevoerd om het principe van meerlaagse veiligheid in beeld te brengen. Hierbij wordt naast preventie (laag ) ook gekeken naar de mogelijkheden van risicobeperking door rampenbeheersing (laag 3) en door aanpassingen in de ruimtelijke ordening (laag 2). Een mogelijkheid voor bescherming tegen overstromingen is het inzetten van compartimenteringsdijken zodat delen van dijkringen langer droog kunnen blijven bij een dijkdoorbraak in een ander compartiment. De bouwstenen uit deze pilots worden meegenomen in het Deelprogramma Rivieren (DeltaMaas) en in het deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering. Deelprogramma Rivieren Binnen het deelprogramma Rivieren worden gebiedsprocessen uitgevoerd om een maatregelenprogramma op te stellen voor de toekomstige waterveiligheid. Voor de Limburgse Maas is dit gebiedsproces op 28 augustus 202 opgestart met het instellen van een Breed Bestuurlijk Overleg Maas. Het gebiedsproces richt zich primair op veiligheid tegen overstromingen op de lange termijn. Onder trekkerschap van de Provincie Limburg wordt intensief samengewerkt door Rijk, provincie, gemeenten en de waterschappen en met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering Het deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering verkent hoe ruimtelijke maatregelen kunnen bijdragen aan het beperken van de gevolgen van een overstroming, een hevige regenbui, langdurige droogte en extreme hitte. Dit mondt in 204 uit in een Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie. Het principe van meerlaagse veiligheid wordt toegepast waarbij maatregelen uit de 2 e laag (ruimtelijke ordening) en de 3 e laag (de calamiteitenbestrijding) worden onderzocht. Tevens worden voorstellen gedaan voor de 'klimaatbestendige stad'. 0

285 Interimplan Waterkeringen Bestuursakkoord Water Via het Bestuursakkoord Water (23 mei 20, BAW) zijn nieuwe afspraken gemaakt over het hele waterbeheer van Nederland, maar met een belangrijk accent op waterkeringszorg. De belangrijkste afspraken zijn: De verantwoordelijkheden worden scherper toegedeeld volgens het tweelagenmodel. Het Rijk is kadersteller en stelt de doelen, normen en het beleid voor het hoofdwatersysteem en de primaire waterkeringen. De waterschappen zijn uitvoerende overheid voor de waterkeringszorg. Via het spoor van de ruimtelijke ordening en mogelijke gebiedsontwikkelingen (provincie is 'gebiedsregisseur') zijn de provincies betrokken bij de waterkeringszorg. De provincies kunnen de gebieds- en regioprocessen coördineren (zoals ook in Limburg gebeurt). Tevens keur de provincie de projectplannen voor dijkverbetering goed en legt deze de benodigde besluiten voor dijkverbetering gecoördineerd ter inzage. Daarnaast zijn de provincies kader-stellend voor de regionale waterkeringen. De waterschappen gaan in 50/50 verhouding meebetalen aan het Hoogwaterbeschermingspragramma. De financieringsbijdrage wordt hierbij waarschijnlijk 50% Rijk, 40% Vereveningsfonds waterschappen en 0% eigen bijdrage aan waterschapsprojecten. De discussie over de verhouding tussen het Vereveningsfonds en de eigen bijdrage is momenteel nog niet afgerond. Voor de meerjarenbegroting van het waterschap wordt wel uitgegaan van bovenstaande percentages. De normering voor de waterkeringen wordt geactualiseerd. De frequentie van de toetsing wordt van keer in de 6 jaar teruggebracht naar x per 2 jaar, waarbij het toetsproces een meer continu karakter krijgt. Deze landelijke afspraken en uitgangspunten vormen de basis voor de verdere beleidsontwikkeling in de komende jaren. Bestuursovereenkomst betreffende planstudie sluitstukkaden Maasdal Op 27 september 200 hebben de Staat der Nederlanden en het Waterschap Roer en Overmaas de Bestuursovereenkomst betreffende planstudie sluitstukkaden Maasdal ondertekend. In deze overeenkomst is in relatie tot de rivierverruimende maatregelen in het kader van de Maaswerken, voor een aantal kaden de realisatie van het beschermingsniveau van /250 geregeld. Het betreft de zogenaamde Sluitstukkaden. Hierbij is de financiering geregeld van de beschermingsmaatregelen die hierbij prioriteit dienden te krijgen. Dit heeft geleid tot het project Prioritaire Kademaatregelen. Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas De Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas 'Droge voeten voor Limburg' van 0 november 20 bevat afspraken over de volgende facetten. De verdere realisatie van het project Grensmaas. Dit is primair een overeenkomst tussen Rijk en Provincie Limburg waarbij aanpassingen zijn gedaan in de Uitvoeringsovereenkomst van juli 2005 met het Consortium Grensmaas B.V., dat de integrale zelfrealisatie van het Grensmaasplan uitvoert. Deze overeenkomst heeft vanwege de fasering van werkzaamheden en enkele aanpassingen beperkte gevolgen voor de aan te leggen of te verbeteren waterkeringen. De rol van de Provincie Limburg als trekker van gebiedsontwikkelingen en vanuit de verantwoordelijkheid van de provincie voor de ruimtelijke ordening, is voor het Maasdal nader ingevuld. Dit wordt in de planperiode verder uitgewerkt en geconcretiseerd, waarbij 2605

286 ook het waterschap als partner betrokken is. Het gaat hierbij om de afstemming van nietriviergebonden functies in de Maasvallei met het toepassingskader van de Beleidslijn Grote Rivieren. De uitvoering van de nog resterende noodzakelijke werken om het beschermingsniveau van de primaire waterkeringen van /250 jaar te realiseren bij een afvoer van m 3 /s, is financieel geregeld en van een tijdpad voorzien. Voor ons beheersgebied betreft het de 'sluitstukkaden' die niet via het project 'Prioritaire kademaatregelen' worden uitgevoerd. Dit heeft in het bijzonder betrekking op de nog uit te voeren werken bij de Alexanderhaven in Roermond. De financiering van deze verbeteringswerken is onder het regime gebracht van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma (zie ook de afspraken van het Bestuursakkoord Water). De Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas laat de hierboven genoemde bestuursovereenkomst van 27 september 200 over de realisatie van de prioritaire kademaatregelen in stand. 4.2 Aanleg en verbetering In de planperiode is een aantal projecten in voorbereiding / uitvoering, te weten het project Sluitstukkaden met als onderdeel hiervan de Prioritaire Kademaatregelen. Het project Sluitstukkaden zorgt ervoor dat de waterkeringen die nog niet voldoen aan het /250 beschermingsniveau, hier wel aan gaan voldoen. Deze tracés waterkeringen zijn in beeld gebracht en de keringen die de hoogste prioriteit krijgen, worden als eerste aangepakt: de prioritaire kademaatregelen. Voor een overzicht van de tracés en uitvoeringsmaatregelen zie projectplan sluitstukkaden. Daarnaast zijn er tot en met 2020 nog verschillende Maaswerkenprojecten in uitvoering door Rijkswaterstaat. Voor de Maaskaden geldt de specifieke eis dat de aanwezigheid van de kering geen invloed mag hebben op de benedenstroomse maatgevende randvoorwaarden. Dit betekent dat de waterkeringen in Limburg moeten overstromen bij waterafvoeren groter dan /250 per jaar, zodat de kans op overstromingen van Brabantse en Gelderse gebieden langs de Maas (beschermingsniveau is daar /250 per jaar) niet groter wordt. Om tegemoet te komen aan deze eis wordt in de planperiode onderzocht of beleid noodzakelijk is voor het aanleggen van noodoverlaten die volledig worden ingericht om de onvermijdelijke overstromingen bij waterafvoeren groter dan /250 per jaar in goede banen te leiden. Met deze overlaten kan de inundatie van een gebied gestuurd worden, waardoor onnodige schade aan waterkeringen, bebouwing en infrastructuur voorkomen wordt. Zodoende is het niet noodzakelijk dat alle binnendijkse taluds voldoen aan de eisen voor overstroombaarheid. Voor de aanleg en verbetering van waterkeringen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bestaande overdimensionering blijft gehandhaafd. Bij het ontwerp wordt het principe van 'Robuust Ontwerpen' gehanteerd, volgens de Leidraad Rivieren deel en met inachtneming van het Ontwerpkader Maaskaden. Om spoedig een erosiebestendige grasmat te krijgen wordt bij dijkverbetering of -verlegging een graskruidenmengsel ingezaaid. Waar mogelijk wordt de bestaande zode geplagd of gefreesd waarbij de wortelzone op de nieuwe dijk wordt teruggebracht. Bijzondere waterkerende constructies, zoals coupures, demontabele waterkeringen, damwanden en grindkoffers hebben tijdens hoogwater een grotere kans op falen. 2

287 Interimplan Waterkeringen Daarom wordt gestreefd om bij nieuwe waterkeringen of reconstructies deze zo te ontwerpen dat deze constructies verdwijnen en dat er geen nieuwe worden aangelegd. Nieuwe waterkerende objecten worden ontworpen op een verwachte situatie over 00 jaar en worden voorzien van dubbel uitgevoerde afsluitmiddelen. 4.3 Instandhouding: Beheer en Onderhoud Voor instandhouding van de waterkeringen is het uitvoeren van beheer en regulier onderhoud noodzakelijk. Het waterschap inspecteert de waterkeringen en kunstwerken regelmatig en neemt indien nodig maatregelen bij lokale beschadigingen. Voor de komende planperiode worden de volgende onderdelen opgepakt en uitgewerkt. Onderhoud De algemene beleidsuitgangspunten voor onderhoud zijn ten opzichte van het Beheersplan Waterkeringen niet gewijzigd. Optimaliseren onderhoudsbehoefte groene keringen Voor de landelijke derde toetsronde is een monitoringonderzoek uitgevoerd voor de groene waterkeringen. Hieruit is een globaal beeld gekomen van de huidige erosiebestendigheidssituatie van de waterkeringen. Om voor de 4 e toetsronde een continu en specifieker beeld te krijgen en dit te behouden wordt het monitoringsnetwerk uitgebreid en geoptimaliseerd. Visie Risicobeheersing Er wordt door WRO een visie op de risicobeheersing ontwikkeld, waarin de mogelijke risico's worden geïnventariseerd. Om deze risico's tot een aanvaardbaar niveau te verkleinen worden de uitvoering van beheer en onderhoud plus de inspecties en controles van de waterkeringen hierop afgestemd. Beheer Een aantal overige keringen is in 995 onder het publiekrechtelijke beheer van WRO gekomen omdat ze een belastingreductie geven op de achterliggende waterkering. Een voorbeeld hiervan is de waterkering Koeweide Grevenbicht die een belastingreductie geeft op de waterkering Grevenbicht - lllikhoven. Als met een belastingreductie op de achterliggende primaire of regionale waterkering gerekend mag worden dan moeten deze keringen wel voldoen aan de normen van de achterliggende primaire- dan wel regionale waterkeringen. In de planperiode wordt een kosten-batenafweging gemaakt over het voortzetten van het publiekrechtelijke beheer van deze waterkeringen. Mogelijk is het goedkoper de achterliggende waterkering aan te passen zonder dat rekening wordt gehouden met een belastingreductie

288 Een aantal dijkringen in het beheersgebied van WRO is door zogenaamde compartimenteringsdijken in meerdere compartimenten op te splitsen. Deze keringen kunnen schade bij het overstromen van de betreffende dijkring beperken. Bestaande compartimenteringsdijken zijn onder andere aanwezig bij Ohé en Laak, Stevensweert (Molendijk) en Maastricht (tussen Randwyck en het centrum). In de planperiode wordt een bestuurlijke afweging gemaakt of deze en andere compartimenteringsdijken onder het publiekrechtelijke beheer van het waterschap worden gebracht en welke consequenties dit heeft. WRO hanteert een standaard beschermingszone van 0 m breedte aan weerszijden van de kernzone omdat in veel gevallen niet bekend is waar de werkelijke invloedslijn van de waterkeringen ligt. Met het (her)berekenen van waterkeringen in de planperiode komt de werkelijke invloedslijn beschikbaar. In de planperiode wordt nagegaan of het zinvol is om gedifferentieerde beschermingszones in de legger op te nemen. Zeker in stedelijke gebieden zoals onder andere in het centrum van Roermond en bij de Hambeek is het wenselijk deze differentiatie in de beschermingszone aan te brengen. Hierdoor wordt de belasting voor de aanliggende eigenaren minder onnodig beperkt. Na afronden van de verlengde derde toetsronde (zie Toetsing) kunnen de beleidsuitgangspunten voor de gedifferentieerde beschermingszone opgesteld worden. Jachtrecht / beheer en schadebestrijding Voor het bestrijden van andere diersoorten dan mollen en muskusratten is het beleid van jachtrecht en beheer en schadebestrijding voor de kadastrale eigendommen van het waterschap opgenomen in de (vastgestelde) notitie Verhuur jachtrechten, beheer en schadebestrijding. Vooralsnog zijn jachtrecht, beheer en schadebestrijding nagenoeg volledig uitgegeven aan de Wildbeheereenheid die actief is in het betreffende gebied. Het beleid ten aanzien van jachtrecht, beheer en schadebestrijding wordt opgenomen in de nieuwe Natuurwet. Deze wet is in voorbereiding. In de planperiode wordt voor de waterke invloedszone ringen die grenzen aan of liggen in natuurgebieden nagegaan in hoe verre het beleid van het waterschap ten aanzien van jachtrecht en beheer en schadebestrijding afgestemd kan worden met de natuurbeherende instanties. Afstemming speelt voornamelijk langs het nog te realiseren Grensmaaspark. Nevenfuncties en medegebruik De beleidsuitgangspunten voor nevenfuncties en medegebruik zijn ongewijzigd, voor nadere toelichting van de functies bebouwing, kabels en leidingen, beplanting, recreatief gebruik en eigendom waterkeringen wordt verwezen naar het Beheersplan Waterkeringen beschermings zone kernzone beschermings zone \ t pnmaire waterkering keurgebied Zonering pnmaire waterkering 4

289 Interimplan Waterkeringen Toetsing Vanuit de Waterwet volgt sinds 20 de verplichting tot een zes jaarlijkse veiligheidstoetsing van de primaire waterkeringen. Deze toetsing geeft een actueel inzicht van de waterkeringen en is gebaseerd op de Hydraulische Randvoorwaarden en het Voorschrift Toetsen op Veiligheid primaire waterkeringen. Verlengde 3 e toetsronde De 3 e Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen is op 30 november 20 aangeboden aan de Tweede Kamer. Uit deze toetsing is naar voren gekomen dat verschillende trajecten 'geen oordeel' hebben gescoord. Om de score 'geen oordeel' te minimaliseren is in het Bestuursakkoord Water afgesproken een 'verlengde derde toetsing' voor deze keringen uit te voeren. Het doel hiervan is het wegwerken van 'nader onderzoek' om zo tot een compleet landelijk toetsbeeld te komen. Het toetsinstrumentarium uit de derde toetsronde wordt ook gebruikt voor deze verlenging. Eind 203 moeten de resultaten worden opgeleverd, zodat deze kunnen worden gebruikt bij het opstellen van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma. Nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma (nhwbp) Voor de waterkeringen die aan de hand van de wettelijke normering niet goedgekeurd zijn, moet een plan worden opgesteld, dat de maatregelen bevat die nodig zijn zodat deze waterkeringen wel aan de wettelijke norm voldoen. Alle maatregelenplannen worden opgenomen in het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma. Dit programma regelt de landelijke prioritering en financiering van de maatregelenplannen. Momenteel worden aan de hand van de toetsresultaten de maatregelenplannen voor de niet-goedgekeurde waterkeringen opgesteld. 4 e Toetsronde In het Bestuursakkoord Water is afgesproken dat de frequentie van toetsing van één keer per zes jaar teruggebracht wordt naar één keer per twaalf jaar, waarbij het toetsproces een meer continue karakter krijgt. De uitwerking hiervan moet (landelijk) nog plaatsvinden. 4.5 Calamiteitenbestrijding Voor het bestrijden van calamiteiten is een goed functionerende calamiteitenorganisatie noodzakelijk. Om een adequate en goed ingerichte crisisorganisatie te hebben en te houden bestaan wettelijke verplichtingen, leder waterschap is verplicht een calamiteitenplan vast te stellen en om zich door middel van oefeningen voor te bereiden op doeltreffend optreden bij gevaar voor waterstaatswerken (Waterwet art. 5.29). Om goed voorbereid te zijn op calamiteiten werkt het waterschap met een calamiteitenzorgsysteem. Als onderdeel van het calamiteitenzorgsysteem is een calamiteitenplan (parapluplan) opgesteld. Dit plan biedt structuur bij de voorbereiding en tijdens het optreden van calamiteiten. Onderdeel van het calamiteitenplan zijn de verschillende bestrijdingsplannen. Voor de waterkeringen is het bestrijdingsplan Hoogwater Maas van belang. Hierin staat vermeld welke acties wanneer genomen moeten worden tijdens hoogwater Maas. Daarnaast wordt op basis van het calamiteitenplan periodiek één keer in de vier jaar een meerjarig beleidsplan Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) opgesteld. Om aan de wettelijke verplichtingen van art.5.29 Waterwet te voldoen wordt in de planperiode het calamiteitenplan geactualiseerd en uitvoering gegeven aan het nieuw Beleidsplan OTO ( )

290 Wet op de Veiligheidsregio's Op oktober 200 is de Wet op de Veiligheidsregio's in werking getreden. Deze wet regelt de brandweerzorg, de geneeskundige hulpverlening en de rampenbestrijding. Doel van de wet is het tot stand te brengen van structurele samenwerking tussen hulporganisaties en gemeentes op regionaal niveau. Als een hoogwater van de Maas door overstromingen of doorbreken van de waterkeringen een ramp dreigt te worden, dan neemt de veiligheidsregio de verantwoordelijkheid voor de rampenbestrijding over. De voorzitter van het waterschap is formeel geen lid van het bestuur van de veiligheidsregio of het RBT (Regionaal Beleidsteam bij calamiteiten). Maar hij wordt indien nodig uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van het Veiligheidsbestuur. Het beheersgebied van het Waterschap Roer en Overmaas behoort tot twee veiligheidsregio's: de regio Limburg-Zuid (van Eijsden tot Echt-Susteren) en de regio Limburg-Noord (van Echt- Susteren tot Mook-Middelaar). Samenwerkingsconvenanten Op 2 februari 202 is het Convenant tot samenwerking in de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Waterkolom Limburg ondertekend. RWS Dienst Limburg, WPM en WRO (de Waterkolom Limburg) zijn in dit convenant overeengekomen de huidige samenwerking bij risicobeheersing en de voorbereiding daarop te vergroten. Dit krijgt zijn uitwerking in zowel de voorbereiding op en de bestrijding van calamiteiten. Over onderwerpen als 'Opleiden, Trainen en Oefenen', onderlinge vertegenwoordiging, communicatie, bereikbaarheid en voor de situatie hoogwater Maas worden gezamenlijke afspraken gemaakt. Hieruit zijn verschillende acties gekomen, die in de planperiode uitgewerkt worden. De vervolgstap van het Convenant Waterkolom is het aangaan van een convenant met de Limburgse Veiligheidsregio's. Dit convenant moet er voor zorgen dat tussen de waterkolom en de Limburgse Veiligheidsregio's optimaal samengewerkt wordt bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing. In de planperiode wordt dit convenant voorbereid en de acties, die hieruit voortkomen, uitgewerkt. Informatieverstrekking tijdens calamiteiten De mogelijkheden van informatieverstrekking tijdens calamiteiten zijn de laatste jaren enorm gegroeid. Daarnaast verwacht de omgeving tegenwoordig ook veel meer informatie dan voorheen. Om deze informatieverstrekking te structureren en controleren worden in de planperiode hiervoor kaders gesteld. 6

291 Interimplan Waterkeringen Uit te voeren maatregelen en financiële consequenties De maatregelen uit dit plan worden uitgevoerd binnen het nieuwe Programma Veiligheid. Medio 20 is WRO gestart om het inzicht, de sturing en de informatievoorziening van het thema Veiligheid te verbeteren. Dit krijgt vorm in het Programma Veiligheid. Vanuit dit programma worden initiatieven en voorstellen aangereikt en geïmplementeerd binnen de werkwijze en organisatie van het waterschap, die ervoor zorg dragen dat dit inzicht, oordeel en sturing in de nabije toekomst geborgd wordt. De maatregelen die uitgevoerd worden in de planperiode, staan vermeld in de tabellen van bijlage 2 en 3. De financiële consequenties worden hierin ook aangegeven. Voor de P.M.- posten geldt dat de financiële gevolgen van deze maatregelen nog niet bekend zijn. Wanneer duidelijk is hoe aan een maatregel invulling wordt gegeven en wat de financiële consequenties zijn, volgt afzonderlijke bestuurlijke besluitvorming. Van de meeste maatregelen zijn de financiën geregeld in bestaande budgetten of worden de maatregelen via de exploitatiebegroting uitgevoerd door inzet van eigen personeel

292 6 Doorkijk Van een aantal in dit plan genoemde beleidsontwikkelingen, zijn de consequenties voor het waterschap nog niet bekend. In de planperiode en erna wordt duidelijk wat het landelijke beleid gaat worden. Daarna kan een vertaalslag gemaakt worden naar het (regionale) waterschapsbeleid. Deltaprogramma Het hele landelijke beleid voor het Deltaprogramma is in ontwikkeling. Eind 204 moeten alle 'deltabeslissingen' genomen zijn. Onder andere de invulling van de veiligheid tegen overstroming op de lange termijn is dan in beeld. En er is dan duidelijk of en zo ja, welke nieuwe normering van toepassing is op de waterkeringen en op welke manier dit getoetst gaat worden. 4 e Toetsronde In het Bestuursakkoord Water is afgesproken dat de frequentie van toetsing van één keer per zes jaar teruggebracht wordt naar één keer per twaalf jaar, waarbij het toetsproces een meer continue karakter krijgt. De uitwerking hiervan moet (landelijk) nog plaats vinden. Het toets- en ontwerp-instrumentarium (TOI) wat hierbij hoort, is in ontwikkeling. Voor het jaarlijks inzicht op de actuele veiligheid van de waterkeringen is het noodzakelijk om de huidige werkprocessen anders vorm te geven. Deze werkprocessen worden door WRO binnen het nieuwe Programma Veiligheid vormgegeven. Programma Veiligheid Met het in 20 opgestarte Programma Veiligheid is een start gemaakt met het verbeteren van het inzicht, de sturing en de informatievoorziening van het thema Veiligheid binnen het waterschap. De inrichting van het programma moet leiden tot een optimale afstemming tussen alle processen en activiteiten die hierbij een rol spelen. Dit betekent dat de mate waarin de risico's binnen het beheersgebied van WRO worden beheerst ten aanzien van wateroverlast, erosie en overstromingen zowel binnen de gestelde normen alsook daarbuiten (calamiteiten) in beeld zijn gebracht en worden bewaakt. Het ontwikkelen van een goed plannings- en sturingsinstrument voor het Programma Veiligheid is hierbij van essentieel belang. Ook de komende jaren wordt WRO geconfronteerd met ontwikkelingen en beleidsvraagstukken die de nodige kennis en capaciteit kosten. Vanwege de beperkte schaalgrootte van WRO moeten mede vanuit het Programma Veiligheid de juiste prioriteiten gesteld gaan worden. 8

293 76Roermond Maasgouw 4700 Meters Legenda In legger vastgestelde waterkenngen primaire waterkering op basis van waterwet, omgevingsverordening Limburg en Waterschapswet Overige waterkeringen op basis van waterschapswet. Regionale waterkering p basis van omgevings verodening Limburg en waterschapswet vervallen dijkring Sittard dijkring op basis van waterwet beheersgebied Geulle a/d Maas Maastricht, 94^ Voorstel waterschap t.b.v. Provinciale verordening. Eijsden Get.: -06-'2 J.H. Gew.: 0-0-'2 H.D. Schaal: zie schaalbalk Tek.nr.. M24-93 Blad: Formaat: A3 Topografische Dienst Kadaster Roer en Overmaas Postbus AD Sittard Tel ^^^^p

294 Interimplari Waterkeringen Bijlage 2 Uit te voeren maatregelen in planperiode Acties Toelichting Wanneer Kostenraming Sluitstukkaden (zie Prioritaire Kademaatregelen en Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas) Waterkeringen die verbeterd worden in het kader van de bestuursovereenkomst Inzake planstudie sluitstukkaden Maasdal en de Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas (BWM) Prioritaire Kademaatregelen Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas (BWM) Onderzoek naar strekdammen Waterkeringen die met voorrang verbeterd worden in het kader van planstudie sluitstukkaden Maasdal. Waterkeringen die verbeterd worden in het kader van BWM Strekdammen behoren nu tot de 'overige' waterkeringen en maken daardoor geen deel uit van de primaire waterkeringen. Deze strekdammen zijn publiekrechtelijk beschermd. Mogelijk is er aanleiding om dit te wijzingen. De resultaten van het onderzoek dat RWS momenteel doet, worden afgewacht miljoen (budgettair neutraal) miljoen 203 P.M. Onderzoek naar compartimenteringsdijken Dit onderzoek wordt meegenomen in het regioproces van het Deltaprogramma Rivieren. Het principe Meerlaagse Veiligheid is hierop van toepassing. Start in augustus 202, realisatie voorzien in 203 P.M. Inventarisatie naar mogelijke locaties en inrichting van noodoverlaat- en inlaatconstructies voor retentiegebieden Deze inventarisatie wordt uitgevoerd na de realisatie van de huidige rivierkundige maatregelen (Maaswerken). Na Inzet eigen personeel Afstemmen beleid t.a.v. jachtrecht / beheer en schadebestrijding met natuurbeschermingsorganisaties. Afstemming is afhankelijk van nieuwe Natuurwet. Na 202 Inzet eigen personeel Verlengde 3 e toets-ronde primaire waterkeringen De 3 e toetsronde primaire waterkeringen is in 20 afgerond. Deze toetsronde wordt nu verlengd om het aantal keringen met 'geen oordeel' status te verminderen krediet beschikbaar Opstellen beleidsuitgangspunten gedifferentieerde beschermingszone Afhankelijk van de resultaten uit de Verlengde 3e Toetsronde primaire waterkeringen worden deze beleidsuitgangspunten opgesteld Inzet eigen personeel

295 Acties Toelichting Wanneer Kostenraming OTO Opleiden Trainen en Oefenen Optimaliseren onderhoudsbehoefte groene keringen Visie Risicobeheersing Informatie verstrekking tijdens calamiteiten Voor de calamiteiten organisatie is een nieuw opleiden trainen en oefen traject ingezet. In de planperiode wordt dit voortgezet en geïmplementeerd. Het monitoringsnetwerk voor de groene keringen wordt uitgebreid en geoptimaliseerd. Een visiedocument wordt opgesteld dat in beeld brengt welke risico's we bereid zijn te lopen en welke consequenties hieraan vast zitten. Tijdens calamiteiten verwacht de omgeving tegenwoordig andere informatie verstrekking dan voorheen. Hier moet beleid op ontwikkeld worden Valt onder budget jaarlijks budget van voor overige dienstverlening P.M Inzet eigen personeel Inzet eigen personeel 22

296 Interimplan Waterkeringen Bijlage 3 Overzicht van nieuwe beleidsontwikkelingen Onderstaande activiteiten komen voort uit landelijk beleid dat WRO na besluitvorming wordt geacht over te nemen, regionaal te vertalen en vervolgens uit te voeren. Nieuw landelijk beleid Toelichting Wanneer WRO Deltaprogramma Veiligheid Mogelijke nieuwe wettelijke beschermingsniveaus primaire waterkeringen Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering Meerlaagse Veiligheid Meerlaagse Veiligheid toepassen in de watertoets Deltaprogramma- Rivieren (Maas) Het Deltaprogramma is in ontwikkeling. Mogelijk worden er nieuwe wettelijke normen voor (sommige) Limburgse dijkringen en primaire waterkeringen ontworpen. Wettelijke vastlegging is voorzien in 207 en consequenties voor de uitvoering volgen waarschijnlijk pas na Via dit deelprogramma worden voorstellen ontwikkeld voor Meerlaagse Veiligheid en Klimaatbestendige Stad. Uitwerking van 3 lagen: preventie (waterkeringen), gevolgenbeperking (ruimtelijke ordening) en rampenbeheersing (veiligheidsregio) Bij concrete R.O.-plannen via de watertoets invulling geven aan laag 2 gevolgenbeperking. Voor het Deelprogramma Rivieren is voor de Maas een programmabureau opgericht dat een programma van maatregelen voorbereidt voor de veiligheid tegen overstromingen op de lange termijn Volgt de beleidsontwikkeling. Na besluitvorming volgt implementatie. 204 Volgt de beleidsontwikkeling. Na besluitvorming volgt implementatie Volgt de beleidsontwikkeling. Na besluitvorming volgt implementatie Volgt de beleidsontwikkelingen. Na besluitvorming volgt implementatie Wordt momenteel al in beperkte mate rekening mee gehouden Volgt de beleidsontwikkelingen. Na besluitvorming volgt implementatie. Bestuursakkoord Water (BAW) De afspraken van het BAW worden momenteel op Rijksen Unieniveau uitgewerkt Volgt de beleidsontwikkeling. Na besluitvorming volgt implementatie. Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas Deze afspraken worden momenteel op Limburg-niveau uitwerkt Volgt de beleidsontwikkelingen. Na besluitvorming volgt implementatie. Convenant Waterkolom Tijdens Hoogwater Maas wordt samengewerkt met WPM en RWS om één waterbeeld af te geven. Nadere uitwerking in 202 Implementatie volgt na nadere uitwerking. Convenant met veiligheidsregio's samenwerken in de rampenbestrijding en crisisbeheersing Naast samenwerking in de waterkolom wordt ook een convenant afgesloten met de veiligheidsregio's. 203 Na afsluiten convenant volgt implementatie beleidsafspraken. 2605

WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG Maria Theresialaan 99 Postbus 1315 6040 KH Roermond KvK-nr. 504.534.83 Bank: 63.67.60.464. - «ifpl NO. 2012.

WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG Maria Theresialaan 99 Postbus 1315 6040 KH Roermond KvK-nr. 504.534.83 Bank: 63.67.60.464. - «ifpl NO. 2012. W A T E R S C H A P S B E D R I J F L I M B U R G ISO 9001 ISO 14001 OHSAS 18001 WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG Maria Theresialaan 99 Postbus 1315 6040 KH Roermond KvK-nr. 504.534.83 Bank: 63.67.60.464 Waterschap

Nadere informatie

CONCEPT!! *2011.07782* Waterschap Roer en Overmaas Algemeen Bestuur t.a.v. Postbus 185 6130 AD SITTARD DIR. (MARAP) t/m juni 2011.

CONCEPT!! *2011.07782* Waterschap Roer en Overmaas Algemeen Bestuur t.a.v. Postbus 185 6130 AD SITTARD DIR. (MARAP) t/m juni 2011. Waterschap Roer en Overmaas Algemeen Bestuur t.a.v. Postbus 185 6130 AD SITTARD CONCEPT!! WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG Maria Theresialaan 99 Postbus 314 6040 AH Roermond KvK-nr. 504.534.83 Bank: 63.67.60.464

Nadere informatie

Voorstel: Voor kennisgeving aannemen.

Voorstel: Voor kennisgeving aannemen. DB-vergadering 19-02-2013 Agendapunt 1 BESLUITENLIJST VAN DE VERGADERING VAN HET DAGELIJKS BESTUUR VAN 5 FEBRUARI 2013 Aanwezig: de heren L.H. Dohmen, H.M.G. Hartmann, C.H.J.M. Lebens, J.H.J. van der Linden

Nadere informatie

CONCEPT-brief aan de waterschappen

CONCEPT-brief aan de waterschappen CONCEPTbrief aan waterschappen Waterschap Roer Waterschap Peel en en Maasvallei Overmaas ABvergaring: 6 cember 2012 Onrwerp: Managementrapportage (MARAP) tlm september 2012 Geacht Bestuur, 1. Inleiding

Nadere informatie

DB-vergadering 20-12-2011 Agendapunt 6

DB-vergadering 20-12-2011 Agendapunt 6 DB-vergadering 20-12-2011 Agendapunt 6 Onderwerp Bezwaarschrift Lijst Geldelijke Regelingen herinrichting Mergelland Oost Portefeuillehouder(s) J.H.J. van der Linden Afdeling Middelen Bestuursprogramma

Nadere informatie

: Nieuw belastingstelsel

: Nieuw belastingstelsel A L G E M E E N B E S T U U R Vergadering d.d. : 7 september 2011 Agendapunt: 7 Onderwerp : Nieuw belastingstelsel KORTE SAMENVATTING: In het Bestuursakkoord Water is overeengekomen dat de waterschappen

Nadere informatie

Aan de leden van het Algemeen Bestuur van Waterschap Roer en Overmaas Postbus 185 6130 AD SITTARD. Concept-brief!! Geldt ook als concept voor WPM

Aan de leden van het Algemeen Bestuur van Waterschap Roer en Overmaas Postbus 185 6130 AD SITTARD. Concept-brief!! Geldt ook als concept voor WPM STAF PLANNING EN CONTROL Maria Theresialaan 99 Postbus 314 6040 AH Roermond STAF PLANNING EN CONTROL Tel: 088-84201102 Fax: 0475-311605 www.wbl.nl [email protected] Aan de leden van het Algemeen Bestuur van

Nadere informatie

De voorzitter. W. van den Beucken

De voorzitter. W. van den Beucken BsGW Gemeenten en Waterscliappen Maria Theresialaan 99 BsGW Gemeenten en Waterschappen Limburg T 6043 CX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond 088 84 20 444 E [email protected] W www.bsgw.nl KvK-nr. 52426297

Nadere informatie

CABA Agendapunt: 2

CABA Agendapunt: 2 CABA 29-10-2013 Agendapunt: 2 BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE COMMISSIE ALGEMEEN BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN, GEHOUDEN OP 3 SEPTEMBER 2013 OM 16.30 UUR IN HET WATERSCHAPSHUIS TE SITTARD

Nadere informatie

Voorstel aan dagelijks bestuur

Voorstel aan dagelijks bestuur Voorstel aan dagelijks bestuur Datum vergadering 14-01-2014 Agendapunt 4 Steller / afdeling N. Rossel / Stafunit Algemene Dienst Openbaar Ja Bestuurder J.J. Schrijen Bijlage(n) 3 Programma Bedrijfsvoering

Nadere informatie

Voorstel aan dagelijks bestuur

Voorstel aan dagelijks bestuur Voorstel aan dagelijks bestuur Datum vergadering 22-04-2014 Agendapunt 7 Steller / afdeling R. Drummen / Staf unit Algemene Dienst Openbaar Ja Bestuurder C.H.J.M. Lebens Bijlage(n) 1 Programma Bestuur,

Nadere informatie

Graag vernemen wij uw advies ter zake. Het dagelijks bestuur, 120138/LUT 4/4

Graag vernemen wij uw advies ter zake. Het dagelijks bestuur, 120138/LUT 4/4 Het bijgevoegde rapport geeft u een beeld van de berekening van de omvang van de (financiële) risico s 2011 volgens de vastgestelde methodiek. Ook verschaft het rapport informatie over de opbouw van de

Nadere informatie

Voorstel aan het AB. llllllllllllllllll IIIMI. Van Dagelijks Bestuur Corsanr. zander/2016.05872

Voorstel aan het AB. llllllllllllllllll IIIMI. Van Dagelijks Bestuur Corsanr. zander/2016.05872 W A T E R S C H A P S B E D R J F L I M B U R G Voorstel aan het AB Van Dagelijks Bestuur Corsanr. zander/2016.05872 Onderwerp Werkbegroting 2016; 1e Begrotingswijziging 2016 Agendapuntnr. 5.1 AB-vergadering

Nadere informatie

Voorstel aan dagelijks bestuur

Voorstel aan dagelijks bestuur Voorstel aan dagelijks bestuur Datum vergadering 26-08-2014 Agendapunt 8 Steller / afdeling P. Daelmans / Middelen Openbaar Ja Bestuurder R.L.M. Sleijpen Bijlage(n) 1 Programma Bedrijfsvoering Registratiecode

Nadere informatie

AGENDAPUNT 3.3 ONTWERP. Onderwerp: Ontwerp begroting 2015 Nummer: 860110. Voorstel

AGENDAPUNT 3.3 ONTWERP. Onderwerp: Ontwerp begroting 2015 Nummer: 860110. Voorstel VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR AGENDAPUNT 3.3 Onderwerp: Ontwerp begroting 2015 Nummer: 860110 ONTWERP In D&H: 30 september 2014 Steller: A Peek In Cie: BMZ 29 oktober 2014 Telefoonnummer: 6013 SKK

Nadere informatie

Voorstel aan dagelijks bestuur

Voorstel aan dagelijks bestuur Voorstel aan dagelijks bestuur Datum vergadering 15-07-2014 Agendapunt 6 Steller / afdeling W. Coenen / Projecten en Waterkeringen Openbaar Ja Bestuurder J.H.J. van der Linden / L.H. Dohmen Bijlage(n)

Nadere informatie

De leden-waterschappen. pensioengrondslag minderwerk 070 351 98 66 en verlof. Geachte leden,

De leden-waterschappen. pensioengrondslag minderwerk 070 351 98 66 en verlof. Geachte leden, UNIL VAN WATHRSCHAPPUN Komngskade 40 2596 AA Den Haag Postadres Postbus 93218 2509 AE Den Haag Telefoon 070 35' 97 5" Fax 070 354 46 4^ De leden-waterschappen datum ons kenmerk contactpersoon 23 mei 2012

Nadere informatie

DB-vergadering 28-05-2013 Agendapunt 4

DB-vergadering 28-05-2013 Agendapunt 4 DB-vergadering 28-05-2013 Agendapunt 4 Onderwerp Klanttevredenheidsonderzoek vergunningverlening 2012 Portefeuillehouder(s) L.H. Dohmen / J.H.J. van der Linden Afdeling Beheer Bestuursprogramma Niet van

Nadere informatie

./. Hierbij doe ik u toekomen een concept-notitie aan de commissie Financiën inzake de eerste triaalrapportage per 30 april 2007.

./. Hierbij doe ik u toekomen een concept-notitie aan de commissie Financiën inzake de eerste triaalrapportage per 30 april 2007. DB 21-05-2007 Agendapunt: o16 Sittard, 15 mei 2007 AAN HET DAGELIJKS BESTUUR Onderwerp: Eerste triaalrapportage per 30 april 2007; 7e begrotingswijziging 2007./. Hierbij doe ik u toekomen een concept-notitie

Nadere informatie

CONCEPT-VERSLAG VERGADERING ALGEMEEN BESTUUR WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG

CONCEPT-VERSLAG VERGADERING ALGEMEEN BESTUUR WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG DIRECTIE Maria Theresialaan 99 Postbus 314 6040 AH Roermond DIRECTIE Tel: 0475-394240 Fax: 0475-311605 www.wbl.nl [email protected] CONCEPT-VERSLAG VERGADERING ALGEMEEN BESTUUR WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG DATUM

Nadere informatie

DB-vergadering 06-09-2010 Agendapunt 5

DB-vergadering 06-09-2010 Agendapunt 5 DB-vergadering 06-09-2010 Agendapunt 5 Onderwerp Verhoging krediet ten behoeve van project 'Aanpak van waterstaatkundige en ecologische knelpunten van de Geul in de gemeente Valkenburg aan de Geul'; 6e

Nadere informatie

DATUM BEHANDELING IN D&H 21 [Tiei 2013

DATUM BEHANDELING IN D&H 21 [Tiei 2013 DATUM VERGADERING 27 juľ1i 2013 BDLAGE(N) 2 AGENDAPUNTNUMMER ļ DATUM BEHANDELING IN D&H 21 [Tiei 2013 commissie 0 Water (10 juni 2013) 0 WWV (11 juni 2013) 0 MBH (12 juni 2013) AAN DE VERENIGDE VERGADERING

Nadere informatie

DB-vergadering Agendapunt 11

DB-vergadering Agendapunt 11 DB-vergadering 13-03-2012 Agendapunt 11 Onderwerp Nota Uurtarieven 2012 Portefeuillehouder(s) R.L.M. Sleijpen Afdeling Middelen Bestuursprogramma Niet van toepassing Waterbeheersplan Niet van toepassing

Nadere informatie

algemeen bestuur (financiële producten) Beraadslagen en besluiten Nee

algemeen bestuur (financiële producten) Beraadslagen en besluiten Nee Voorstel voor algemeen bestuur Vergaderdatum 2 januari 2014 Onderwerp Programmabegroting 2014-2017 Agendapunt 20 Portefeuillehouder/Aandachtsveldhouder Opsteller/indiener Fusieopdracht 8 (financiële producten)

Nadere informatie

Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01003 RV2011.108

Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01003 RV2011.108 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01003 RV2011.108 Gemeente Bussum Instemmen met de Verantwoording van het Programma Elektronische Dienstverlening

Nadere informatie

VERSLAG VERGADERING ALGEMEEN BESTUUR WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG

VERSLAG VERGADERING ALGEMEEN BESTUUR WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG DIRECTIE Maria Theresialaan 99 Postbus 314 6040 AH Roermond DIRECTIE Tel: 0475-394240 Fax: 0475-311605 www.wbl.nl [email protected] VERSLAG VERGADERING ALGEMEEN BESTUUR WATERSCHAPSBEDRIJF LIMBURG DATUM EN TIJDSTIP:

Nadere informatie

Voorstel aan het Algemeen Bestuur:

Voorstel aan het Algemeen Bestuur: DIRECTIE Maria Theresialaan 99 Postbus 314 6040 AH Roermond 0BDIRECTIE Tel: 0475-394240 Fax: 0475-311605 www.wbl.nl [email protected] Corsanr. UNIT STAF STAF WH ZVB P&C P&O pc/ps-2010.09160 Voorstel aan het

Nadere informatie

Dienstverleningsovereenkomst 2017 ter uitvoering van de basistaken en verzoektaken binnen de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord

Dienstverleningsovereenkomst 2017 ter uitvoering van de basistaken en verzoektaken binnen de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord BIJLAGE 1 zaakkenmerk 299496 RUD Limburg-Noord Pagina 1 van 8 Dienstverleningsovereenkomst 2017 ter uitvoering van de basistaken en verzoektaken binnen de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord De gemeenten:

Nadere informatie

Factuur Factuurdatum: 29 april 2015 Factuurnummer 1800004842 Debiteurnummer: 10072565

Factuur Factuurdatum: 29 april 2015 Factuurnummer 1800004842 Debiteurnummer: 10072565 bhared Services Organisatie IVlinisterie van Infrastructuur en Milieu > Retouradres Postbus 20906, 2500 EX DEN HAAG Bedrijf HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND T.A.V. HET DAGELIJKS BESTUUR Postbus 3061 2601

Nadere informatie

Verslag Dagelijks Bestuur

Verslag Dagelijks Bestuur Verslag Dagelijks Bestuur Datum : Maandag 24 oktober 2011 Plaats : Regiokantoor, Bestuurskamer Tijdstip : 14.30 uur Voorzitter : drs. F.A.M. Kerckhaert, plv. Secretaris : K. de Vries, a.i. Aanwezig : heren:

Nadere informatie

Vereniging van Zeeuwse Gemeenten. Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten. ledenbrief

Vereniging van Zeeuwse Gemeenten. Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten. ledenbrief Vereniging van Zeeuwse Gemeenten Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten ledenbrief 2016-001 status standpuntbepaling ons kenmerk BO bijlage(n) -2- contactpersoon bezoekadres

Nadere informatie

Raadsvoorstel inzake de toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen

Raadsvoorstel inzake de toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Betreft Raadsvoorstel inzake de toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Vergaderdatum 12 december 2013 Gemeenteblad 2013 / Agendapunt Aan de Raad

Nadere informatie