Rotterdamse Risicogroepen 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rotterdamse Risicogroepen 2013"

Transcriptie

1 Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren J. de Boom A. Weltevrede Y. Seidler M. van San P. Hermus P. van Wensveen

2 Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren Concept (v ) J. de Boom A. Weltevrede Y. Seidler M. van San P. Hermus P. van Wensveen

3 Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren J. de Boom, A. Weltevrede, Y. Seidler, M. van San, P. Hermus, P. van Wensveen Rotterdam: Risbo / Erasmus Universiteit. September 2013 Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus DR Rotterdam tel.: fax: Copyright RISBO Contractresearch BV. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de Directie van het Instituut.

4 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... iii Hoofdstuk 1 Inleiding... 4 Hoofdstuk 2 Demografie... 5 Hoofdstuk 3 Onderwijs Hoofdstuk 4 Arbeid en uitkeringen Hoofdstuk 5 Criminaliteit Bijlagen Begrippenlijst iii

5 Hoofdstuk 1 Inleiding In dit rapport wordt de maatschappelijke positie geschetst van Rotterdammers van Antilliaanse 1 en Marokkaanse afkomst op basis van bestaande registraties. Van alle Nederlandse gemeenten heeft Rotterdam in absolute zin veruit de grootste populatie Nederlanders van Antilliaanse afkomst en de op één na grootste populatie (na Amsterdam) Nederlanders van Marokkaanse afkomst. Met een groot deel van deze groepen gaat het goed maar met een klein deel doen zich sinds jaren ernstige problemen voor op het gebied van criminaliteit en overlast. De Directie Veiligheid van de gemeente laat daarom jaarlijks de maatschappelijke positie van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in een samenhangend geheel in kaart brengen. In deze rapportage is meer dan in voorgaande jaren nadruk gelegd op jongeren tot en met 23 jaar. Om de resultaten in perspectief te kunnen plaatsen wordt er ook gerapporteerd over andere grote bevolkingsgroepen zoals Rotterdammers van Surinaamse, Turkse en Kaapverdische afkomst, alsmede autochtonen. 2 Cijfers over deze afzonderlijke groepen worden in de grafieken en tabellen in de hoofdstukken en bijlagen gepresenteerd, echter niet in de tekst beschreven en toegelicht. In deze monitor wordt, evenals in voorgaande rapportages, informatie gepresenteerd over migratie en demografische kenmerken (hoofdstuk 2), onderwijspositie, schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (hoofdstuk 3), arbeid en uitkeringen (hoofdstuk 4) en criminaliteit (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 5 wordt ook ingegaan op de vraag of en in welke mate factoren, zoals bijvoorbeeld schoolverzuim en uitkeringsafhankelijkheid, samenhangen met criminaliteit. Deze monitor gaat in op de situatie in Daar waar mogelijk zal worden teruggeblikt op de situatie in Onder Rotterdammers van Antiliaanse afkomst worden personen verstaan waarvan een van de ouders is geboren op één van de eilanden die tot het grondgebied van de Nederlandse Antillen en Aruba van vóór 10 oktober 2010 behoorden. Het gaat om de eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius,Sint-Maarten en Aruba. Om praktische redenen worden deze groepen in de tabellen en grafieken kortweg Antillianen, Marokkanen, Surinamers, Turken en Kaapverdianen genoemd. 4

6 Hoofdstuk 2 Demografie Inleiding Om inzicht te krijgen in de omvang en samenstelling van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst zetten we in dit hoofdstuk eerst hun demografische kenmerken uiteen. Achtereenvolgens gaan we in op de stand, de ontwikkeling en de prognose van het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Vervolgens kijken we naar de ruimtelijke spreiding, de buitenlandse en binnenlandse migratie, de generatie- en leeftijdsopbouw, de huishoudensamenstelling, tot slot kijken we naar het aandeel jonge moeders. Demografie Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam personen van Antilliaanse afkomst. Zij vormen daarmee 3,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking en zijn daarmee de op drie na grootste etnische minderheid in Rotterdam (zie figuur 2.1). Het aantal Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is aanzienlijk groter. Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam personen van Marokkaanse afkomst. Zij vormen daarmee 6,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking en zijn na de Rotterdammers van Surinaamse en Turkse afkomst de grootste etnische minderheid in Rotterdam. Onder jongeren zien we dat de percentages bij de herkomstgroepen allemaal hoger liggen. Onder de jongeren van 0 tot en met 23 jaar vormen de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst met 11,0 procent de grootste etnische minderheid, gevolgd door de jongeren van Turkse (10,5 procent), Surinaamse (8,9 procent) en Antilliaanse afkomst (5,6 procent). 5

7 Hoofdstuk 2 Totale bevolking Jongeren van 0 t/m 23 jaar Figuur 2.1: Rotterdammers naar afkomst (bron: RSO-OBI/GBA) Ontwikkeling van de bevolking In figuur 2.2 is de ontwikkeling van de bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst vanaf 1999 weergegeven. De lijnen geven aan hoe hoog het percentage is ten opzichte van de totale bevolking. Net als in figuur 2.1 geven we het beeld voor de hele bevolking en voor de jongeren van 0 tot en met 23 jaar. Het percentage Rotterdammers van Antilliaanse afkomst stijgt van 2,7 procent eind 1999 naar 3,7 procent eind De relatieve omvang van 0-23-jarige jongeren van Antilliaanse afkomst neemt met name in de periode toe. Eind 1999 is 4,5 procent van de 0-23-jarigen van Antilliaanse afkomst, eind 2002 is dit opgelopen naar 5,5 procent. In de jaren daarna is het aandeel jongeren van Antilliaanse afkomst relatief stabiel. In figuur 2.1 zagen we dat 6,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking van Marokkaanse afkomst is. In 1999 was dit 5,1 procent en sindsdien is het langzaam gestegen. De laatste jaren vlakt de stijging af. Bij de jongeren van Marokkaanse afkomst zien we een vergelijkbaar beeld. Het percentage stijgt van 9,8 per 31 december 1999 tot 11,0 per 31 december

8 Demografie Figuur 2.2: Ontwikkeling van het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse herkomst, alle leeftijden en 0 t/m 23 jaar, per 31 december (bron: RSO-OBI/GBA) Prognose Volgens een prognose van het COS uit 2012 groeit het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in de toekomst. 3 De bevolking van Antilliaanse herkomst zal toenemen naar ongerveer in 2020 en verder naar in Daarmee neemt het aandeel personen van Antilliaanse afkomst in de bevolking toe tot 5,8 procent in Ook de bevolking van Marokkaanse afkomst zal volgens verwachting blijven groeien. Volgens de prognose van het COS groeit de bevolking van Marokkaanse afkomst naar ruim in 2020 en verder naar in Daarmee neemt het aandeel personen van Marokkaanse afkomst in de bevolking toe tot 7,6 procent in Bevolkingsprognose Rotterdam Centrum voor Onderzoek en Statistiek

9 Hoofdstuk 2 Ruimtelijke spreiding van de bevolking van Antilliaanse afkomst In figuur 2.3a is per buurt de bevolking van Antilliaanse afkomst als aandeel van de totale Rotterdamse bevolking in de betreffende buurt gepresenteerd. Zoals al eerder gezegd is 3,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking van Antilliaanse afkomst. Bekijken we dit gegeven per deelgemeente, dan zien we dat in Charlois, IJsselmonde, Hoogvliet en Feijenoord het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse afkomst bovengemiddeld is. In Charlois is het aandeel personen van Antilliaanse afkomst ten opzichte van de totale bevolking met 6,8 procent het grootst. Binnen de deelgemeenten is de bevolking van Antilliaanse afkomst geconcentreerd in bepaalde buurten (zie figuur 2.3a). In de deelgemeente Charlois is er een relatief hoge concentratie personen van Antilliaanse afkomst in de Tarwewijk (8,6 procent), in Pendrecht (8,6 procent) en op de Heijplaat (7,2 procent). Andere buurten waar hoge concentraties voorkomen zijn Delfshaven (9,4 procent) in de gelijknamige deelgemeente Delfshaven, Beverwaard (9,9 procent) in de deelgemeente IJsselmonde, Hoogvliet-Noord (7,4 procent van de bevolking) in de deelgemeente Hoogvliet en Katendrecht (6,7 procent ) in de deelgemeente Feijenoord (zie ook tabel b2.2 en b2.3 in de bijlage bij dit hoofdstuk). <1% 1-2% 2-3,7% 3,7-4% 4-5% 5-6% 6-7% 7-8% >8% Figuur 2.3a: Ruimtelijke concentratie van Antillianen naar buurt (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 8

10 Demografie Ruimtelijke spreiding van de bevolking van Marokkaanse afkomst In figuur 2.3b is per buurt de bevolking van Marokkaanse afkomst als aandeel van de totale Rotterdamse bevolking in de betreffende buurt gepresenteerd. Zoals al eerder gezegd is 6,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking van Marokkaanse afkomst. Bekijken we dit gegeven per deelgemeente, dan zien we dat in Delfshaven (13,2 procent), Feijenoord (10,6 procent), Noord (9,8 procent), Kralingen-Crooswijk (9,7 procent) en Charlois (6,9 procent) een bovengemiddeld deel van de bevolking van Marokkaanse afkomst is. Binnen deze deelgemeenten zijn personen van Marokkaanse afkomst geconcentreerd in bepaalde buurten (zie figuur 2.3b). In de deelgemeente Delfshaven wonen relatief veel Rotterdammers van Marokkaanse afkomst in Spangen. In deze buurt is 19,2 procent van de bevolking van Marokkaanse afkomst. Andere buurten met hoge concentraties inwoners van Marokkaanse afkomst zijn Tussendijken (17,5 procent), Bospolder (17,4 procent), het Nieuwe Westen (15,2 procent), het Oude Noorden (16,7 procent), Nieuw- en Oud- Crooswijk (15,8 procent respectievelijk 18,9 procent) en Feijenoord (16,4 procent) (zie ook tabel b2.2 en b2.3 in de bijlage bij dit hoofdstuk). <2,4% 2,4-4,4% 4,4-6,6% 6,6-8,4% 8,4-10,4% 10,4-12,4% 12,4-14,4% 14,4-16,4% >16,4% Figuur 2.3b: Ruimtelijke concentratie van personen van Marokkaanse afkomst naar buurt (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 9

11 Hoofdstuk 2 Buitenlandse migratie De afgelopen twintig jaar fluctueert het aantal immigranten van Antilliaanse afkomst dat vanuit het buitenland naar Rotterdam migreert sterk. In de periode komen jaarlijks gemiddeld zo n duizend Antillianen vanuit het buitenland naar Rotterdam. In de eerste helft van de jaren negentig is de immigratie met gemiddeld ongeveer zeshonderd immigranten per jaar aanzienlijk lager. Na 1996 neemt de immigratie sterk toe met als hoogtepunt het jaar In dat jaar komen er bijna tweeduizend Antillianen naar Rotterdam. De sterke toename van het aantal immigranten wordt gevolgd door een al even scherpe afname in de jaren daarna. In 2005 komen er nog slechts 370 Antillianen naar Rotterdam. In datzelfde jaar vertrekken er bijna vanuit Rotterdam naar het buitenland (zie figuur 2.4a). Sinds 2005 neemt de immigratie weer toe en de emigratie af. In 2007 houden de immigratie en emigratie elkaar daardoor nagenoeg in evenwicht. Van 2008 tot 2011 is er weer sprake van een vestigingsoverschot; de immigratie in 2011 betreft 941 personen en de emigratie 562 personen. In 2012 is de immigratie weer sterk gedaald naar 661 personen, waarmee deze weer in de buurt is komen te liggen van de emigratie. De emigratie ligt in 2012 namelijk op 602 personen (zie ook tabel b2.4a in de bijlage). Figuur 2.4a: Buitenlandse migratie van Antillianen (bron: CBS, statline) 10

12 Demografie Ook het aantal immigranten van Marokkaanse afkomst dat vanuit het buitenland naar Rotterdam migreert, fluctueert in de afgelopen twintig jaar. De immigratie is het hoogst in 1989, er komen dan Marokkanen vanuit het buitenland naar Rotterdam. De immigratie neemt vervolgens tot het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw sterk af tot ruim 400 in Vanaf 1996 neemt de immigratie vervolgens weer toe tot boven de 800 in Deze toename van het aantal immigranten uit Marokko wordt gevolgd door een geleidelijke afname in de jaren daarna. In 2008 is de immigratie bijna gelijk aan de emigratie. Vanaf 2009 daalt de emigratie enigszins waardoor er sinds dat jaar sprake is van een klein vestigingsoverschot (zie ook tabel b2.4b in de bijlage). In 2012 betreft de immigratie 208 personen. In hetzelfde jaar vertrekken er 122 personen vanuit Rotterdam naar het buitenland (zie figuur 2.4b). Figuur 2.4b: Buitenlandse migratie van Marokkanen (bron: CBS, statline) 11

13 Hoofdstuk 2 Binnenlandse migratie De binnenlandse migratie, dat wil zeggen de personen die zich in Rotterdam vestigen vanuit een andere gemeente in Nederland of vanuit Rotterdam vertrekken naar een andere Nederlandse gemeente, fluctueert minder sterk dan de buitenlandse migratie. Dit geldt zowel voor de bevolking van Antilliaanse afkomst als voor de bevolking van Marokkaanse afkomst. Gegevens in figuur 2.5a laten zien dat zowel vestiging als vertrek van Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van 2002 tot 2007 is afgenomen. Van ongeveer in 2002 tot rond de in Het aantal vestigers is na 2007 elk jaar gestegen, Het aantal vetrekkers stijgt na Figuur 2.5a maakt ook duidelijk dat vestiging en vertrek elkaar gemiddeld genomen redelijk in evenwicht hielden. Sinds 2008 is het verschil tussen het aantal vestigers en vertrekkers relatief groot, en is er sprake van een vestigingsoverschot. In 2012 vestigen zich Nederlanders van Antilliaanse afkomst vanuit een andere gemeente in Nederland zich in Rotterdam en vertrekken er naar een andere gemeente. Figuur 2.5a: Binnenlandse migratie van Antilliaanse Nederlanders (bron: RSO- OBI) 12

14 Demografie Onder de bevolking van Marokkaanse afkomst ligt het aantal vestigers en vertrekkers lager dan onder de bevolking van Antilliaanse afkomst. Onder de bevolking van Marokkaanse afkomst zien we vanaf 2001 een klein vertrekoverschot. Dat wil zeggen dat er meer Nederlanders van Marokkaanse afkomst vanuit Rotterdam vertrekken naar andere gemeenten dan dat Nederlanders van Marokkaanse afkomst uit andere gemeenten naar Rotterdam verhuizen. Sinds 2008 liggen het aantal vestigers en vertrekkers dicht bij elkaar. In 2012 vestigen zich 821 Nederlanders van Marokkaanse afkomst en vertrekken er 903. Figuur 2.5b: Binnenlandse migratie van Marokkaanse Nederlanders (bron: RSO-OBI) 13

15 Hoofdstuk 2 Generatie Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is ruim een derde (35,7 procent) in Nederland geboren (zie figuur 2.6). Figuur 2.6: Rotterdammers naar generatie en afkomst (bron: RSO-OBI/GBA) De tweede generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is in relatieve zin veel kleiner dan de tweede generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst. Van de Antilliaanse bevolking is iets meer dan een derde (35,7 procent) van de tweede generatie (in Nederland geboren personen met één of twee in het herkomstland geboren ouders). Van de bevolking van Marokkaanse afkomst is meer dan de helft (54,5 procent) van de tweede generatie. De tweede generatie onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is daarmee in relatieve zin de grootste van alle onderscheiden bevolkingsgroepen. 14

16 Demografie Leeftijd In figuur 2.7 wordt de leeftijdsopbouw van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst vergeleken met andere minderheden in Rotterdam. Van de bevolking van Antilliaanse afkomst is 27,9 procent jonger dan 17 jaar. De bevolking van Marokkaanse afkomst heeft met 36,6 procent het grootste aandeel minderjarigen (0-17 jaar). In vergelijking tot de andere onderscheiden groepen is het aandeel jongeren onder Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst groot. Ongeveer een vijfde (18,8 procent) van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst en bijna een kwart (24,9 procent) van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is jonger dan twaalf jaar. Van de Rotterdamse bevolking is gemiddeld 13,4 procent jonger dan twaalf jaar. Figuur 2.7: Rotterdammers naar leeftijd en afkomst (bron: RSO-OBI/GBA) 15

17 Hoofdstuk 2 Figuur 2.8a laat zien dat er een sterke samenhang is tussen leeftijd en generatie. Het grootste deel van de Rotterdamse kinderen van Antilliaanse afkomst is in Rotterdam geboren (2 e generatie). In de leeftijdsgroep 15 t/m 19 jaar is de eerste generatie van Antilliaanse afkomst al ongeveer even groot als de tweede generatie. Vanaf de leeftijdsgroep 45 jaar en ouder zijn er nauwelijks nog tweede generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Figuur 2.8a: Bevolking van Antilliaanse afkomst naar leeftijd en generatie (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 16

18 Demografie Voor de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst geldt nog sterker dat het grootste deel van de jongeren in Nederland is geboren (2 e generatie) (figuur 2.8b). Vanaf de leeftijdsgroep 25 t/m 29 jaar is het aantal eerste generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst groter dan de tweede generatie. Vanaf de leeftijdsgroep 35 t/m 39 jaar zijn er nauwelijks nog tweede generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst. Figuur 2.8b: Bevolking van Marokkaanse afkomst naar leeftijd en generatie (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 17

19 Hoofdstuk 2 Personen in huishoudens Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is 40,7 procent alleenstaand. Dit is iets hoger dan het gemiddelde in Rotterdam (30,6 procent). Het aandeel eenouderhuishoudens onder de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse afkomst is veel groter dan gemiddeld. Van de kinderen van Antilliaanse afkomst woont het merendeel in een gezin met één ouder. Onder de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is het aandeel eenouderhuishoudens juist relatief klein. De grote meerderheid van de Rotterdamse kinderen van Marokkaanse afkomst woont dan ook in een gezin met twee ouders. Meer dan een kwart van de personen van Marokkaanse afkomst woont samen met een partner en kinderen (zie figuur 2.9, tabel b2.5). Figuur 2.9: Personen naar gezinssituatie en afkomst (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 18

20 Demografie Jonge moeders Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam vrouwen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar. Hiervan hebben er 335 één of meerdere kinderen. Van de Rotterdamse vrouwen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar is dus 15,4 procent moeder (zie ook tabel b2.6 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam vrouwen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar. Hiervan hebben er 149 één of meerdere kinderen. Dit betekent dat 5,1 procent van de vrouwen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder is (zie ook tabel b2.6 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Dit is iets lager dan gemiddeld in Rotterdam (6,2 procent) en veel lager dan het percentage onder jonge vrouwen van Antilliaanse, Kaapverdiaanse en Surinaamse afkomst. Figuur 2.10 geeft het percentage moeders weer onder de vrouwelijke bevolking van 16 t/m 23 jaar waarbij onderscheid is gemaakt in drie leeftijdsklassen. We zien dat 1,1 procent van de meisjes van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 17 jaar moeder is. Het aantal tienermoeders onder meisjes van Antilliaanse afkomst is dus beperkt, maar wel groter dan gemiddeld (0,4 procent). Onder de jongvolwassen vrouwen van Antilliaanse afkomst van 18 t/m 20 jaar en 21 t/m 23 jaar is het percentage moeders respectievelijk 10,8 procent en 24,1 procent. Ook binnen deze leeftijdscategorieën is het aandeel moeders substantieel groter dan gemiddeld. We zien dat moederschap onder vrouwen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 15 t/m 20 jaar niet of nauwelijks voorkomt. Van de vrouwen van Marokkaanse afkomst van 21 t/m 23 jaar is het percentage moeders met 11,8 procent veel lager dan onder vrouwen van Antilliaanse afkomst in dezelfde leeftijdscategorie. Van de jonge moeders van Marokkaanse afkomst heeft een relatief groot deel een partner (zie tabel b2.7), namelijk 67,8 procent. Van de jonge moeders van Antilliaanse afkomst heeft veruit het grootste deel juist geen partner. Van de 335 jonge moeders van Antilliaanse afkomst is 88,7 procent alleenstaand. 19

21 Hoofdstuk 2 Figuur 2.10: Aandeel moeders naar leeftijd en afkomst (bron: RSO-OBI, bewerking Risbo) Jonge moeders Het aandeel jonge moeders is in vergelijking met situatie eind 2004 gedaald. Eind 2004 was 21,6 procent van de meisjes van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder, per eind 2012 is dit gedaald naar 15,4 procent. In de jongste leeftijdsgroep, van 16 t/m 17 jaar, zien we deze daling ook, van 4,4 procent eind 2004 naar 1,1 procent eind 2012 (zie tabel b2.8 in de bijlage). Het aandeel jonge moeders van Marokkaanse afkomst is ook sterk gedaald in de afgelopen jaren. Eind 2004 was 11,5 procent van de meisjes van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder, eind 2012 is dit gedaald naar 5,1 procent. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2011 toen 4,7 procent van de jonge vrouwen van Marokkaanse afkomst moeder was. Voor de meeste andere bevolkingsgroepen zien we een soortgelijke trend (zie tabel b2.8 in de bijlage). 20

22 Hoofdstuk 3 Onderwijs Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de onderwijssituatie van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Er wordt stilgestaan bij hun positie in het basis onderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo. Tevens wordt er gerapporteerd over (relatief) schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten. In onderstaande figuur is het Nederlandse onderwijsstelsel schematisch weergegeven. 4 e Figuur 3.0: Het Nederlandse onderwijsstelsel (bron: CBS) 4 Onderwijs wordt door de overheid dermate belangrijk geacht dat in 2007 de leerplichtige leeftijd is uitgebreid van zestien naar achttien jaar. Het doel hiervan is schoolverzuim en schooluitval onder zestienjarige tot achttienjarige jongeren terug te dringen. Per 1 augustus 2007 geldt de kwalificatieplicht. Alle leerlingen blijven volledig leerplichtig tot het einde van het schooljaar waarin ze zestien jaar worden. Na het laatste schooljaar van de leerplicht begint de kwalificatieplicht. Met de kwalificatieplicht wordt de leerplicht verlengd tot de dag dat de leerling een startkwalificatie heeft gehaald, of tot de dag dat de leerling 18 jaar wordt. Een startkwalificatie is een havo-, vwo- of mbo-niveau 2-, 3-, of 4- diploma. 21

23 Hoofdstuk 3 Leerlingen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in het basisonderwijs In Nederland is ieder kind vanaf vijf jaar verplicht om naar school te gaan. Leerlingen verlaten het basisonderwijs in elk geval aan het einde van het schooljaar waarin zij veertien jaar worden. Onderstaande analyse heeft betrekking op Rotterdamse kinderen in de leeftijd van vijf tot en met dertien jaar. Veruit het grootste deel van deze kinderen volgt het reguliere basisonderwijs. Daarnaast krijgt een deel les op een school voor speciaal basisonderwijs. Het speciaal basisonderwijs is bedoeld voor kinderen die meer hulp nodig hebben bij de opvoeding en het leren dan het reguliere basisonderwijs kan bieden. Vergeleken met scholen voor regulier basisonderwijs hebben scholen voor speciaal basisonderwijs kleinere groepen leerlingen en beschikken ze over meer afzonderlijke deskundigen om de leerlingen met leer- en gedragsproblemen te begeleiden (CBS 2008:31). Figuur 3.1 laat zien dat een aanzienlijk deel (6,6 procent) van de kinderen van Antilliaanse afkomst dit type onderwijs volgt. Het aandeel kinderen van Marokkaanse afkomst dat speciaal basisonderwijs volgt is met 3,1 procent vergelijkbaar met het gemiddelde in Rotterdam. Figuur 3.1: Kinderen in het speciaal (basis)onderwijs naar afkomst, schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Daarnaast zijn er de speciale scholen. Speciale scholen zijn bedoeld voor basis- en voortgezet onderwijs aan leerlingen met een functiebeperking. Het gaat hier om kinderen met een visuele, auditieve of lichamelijke handicap. Daarnaast bieden deze scholen plaats aan zeer moeilijk lerende of moeilijk 22

24 Onderwijs opvoedbare kinderen en langdurig zieken. Van de kinderen van Antilliaanse afkomst zit 4,7 procent op zo n speciale school. Ook dit cijfer is aanzienlijk hoger dan gemiddeld. Van de kinderen van Marokkaanse afkomst zit 2,2 procent op zo n speciale school. Dit cijfer is relatief laag. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat jongens van Antilliaanse afkomst relatief vaker speciaal (basis) onderwijs volgen dan meisjes van Antilliaanse afkomst. Dit verschil tussen jongens en meisjes zien we ook bij de andere onderscheiden bevolkingsgroepen (zie tabel b3.1 in bijlage). Tussen de jongens en meisjes van Marokkaanse afkomst zien we weinig verschil. Leerlingen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in het voortgezet onderwijs De analyse in deze paragraaf heeft betrekking op Rotterdamse schoolgaande jongeren in de leeftijd van 12 t/m 22 in het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs is onderverdeeld in het praktijkonderwijs, het vmbo, de havo en het vwo. Daarnaast is er het speciaal onderwijs voor leerlingen met een functiebeperking. Figuur 3.2: Jongeren (12 t/m 22 jaar) in het speciaal en praktijkonderwijs, schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Uit figuur 3.2 wordt duidelijk dat een aanzienlijk deel van de Rotterdamse jongeren van Antilliaanse afkomst speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgt. Het aandeel van de jongeren van Marokkaanse afkomst dat speciaal 23

25 Hoofdstuk 3 onderwijs of praktijkonderwijs volgt is daarentegen nauwelijks hoger dan gemiddeld. Het praktijkonderwijs is ontstaan uit het speciaal voortgezet onderwijs en herbergt jongeren met leer- en opvoedmoeilijkheden. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat jongens van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst relatief vaker speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgen dan meisjes van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Dit verschil tussen jongens en meisjes zien we bij nagenoeg alle onderscheiden bevolkingsgroepen (zie tabel b3.2 in de bijlage). Het aandeel meisjes van Antilliaanse afkomst in het praktijkonderwijs is ten opzichte van de meisjes en jongens van andere afkomst overigens groot. Figuur 3.3: Jongeren (12 t/m 22 jaar) in bovenbouw van het voortgezet onderwijs schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Figuur 3.3 gaat specifiek in op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Leerlingen in het speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en de onderbouw (de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs) zijn in deze figuur buiten beschouwing gelaten. Van de totale groep leerlingen in de bovenbouw zit bijna de helft op het vmbo (47,7 procent). Onder jongeren van Antilliaanse afkomst is dit aandeel met 73,7 procent veel hoger. Tevens zien we dat binnen het vmbo jongeren van Antilliaanse afkomst veel vaker dan gemiddeld de lagere leerwegen (de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg) van het vmbo volgen en daarbij ook relatief vaak een indicatie hebben voor het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Dit betekent dat zij meer 24

26 Onderwijs ondersteuning en individuele begeleiding nodig hebben bij het volgen van het vmbo. Ook onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het aandeel vmbo-ers met 64,5 procent hoger dan het gemiddelde van 47,7 procent. Zij doen het daarmee wel beter dan jongeren van Antilliaanse afkomst. Ook van de jongeren van Marokkaanse afkomst volgt een bovengemiddeld aandeel de lagere leerwegen (de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg) van het vmbo. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat een groter aandeel van de meisjes van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst havo of vwo volgt dan van de jongens. Bij de totale Rotterdamse bevolking is dit verschil er niet (zie tabel b3.3 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Deelnemers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in het mbo De analyse in deze paragraaf heeft betrekking op Rotterdamse schoolgaande jongeren in de leeftijd van 15 t/m 22 in het mbo. Het mbo kent met name in de beroepsbegeleidende leerweg een aanzienlijk aantal deelnemers dat ouder is dan 22 jaar. Deze deelnemers blijven hier noodgedwongen buiten beschouwing omdat er geen gegevens over beschikbaar zijn. Figuur 3.4: Jongeren (15 t/m 22 jaar) in het mbo schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Figuur 3.4 laat zien dat van alle deelnemers van Antilliaanse afkomst aan het mbo 15,7 procent een assistent-opleiding, dat wil zeggen een opleiding op 25

27 Hoofdstuk 3 het laagste niveau binnen het middelbaar beroepsonderwijs, volgt. Dit percentage is veel hoger dan gemiddeld. Verder zien we dat 34,4 procent van de deelnemers van Antilliaanse afkomst de basisberoepsopleiding (niveau 2) en 25,1 procent de vakopleiding (niveau 3) volgt. Bijna een kwart van de bevolking van Antilliaanse afkomst in het mbo volgt een opleiding op het hoogste niveau, namelijk een middenkader- of specialistenopleiding (24,8 procent). Zij blijven daarmee achter bij het gemiddelde van de mbo studenten in Rotterdam. In vergelijking met de jongens volgen meer meisjes van Antilliaanse afkomst een opleiding op het mbo 3 niveau, en minder meisjes een opleiding op niveau 1 (zie tabel b3.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Het niveau waarop deelnemers van Marokkaanse afkomst mbo onderwijs volgen komt min of meer overeen met het niveau van alle Rotterdamse deelnemers aan het mbo. 7,9 procent doet een assistent-opleiding, dat wil zeggen een opleiding op het laagste niveau binnen het mbo. Bij een derde (31,9 procent) van de deelnemers van Marokkaanse afkomst volgt een mboopleiding op niveau 2. Bijna een kwart (23,2 procent) volgt de vakopleiding (niveau 3). Verder zien we dat ruim een derde van de deelnemers van Marokkaanse afkomst een mbo opleiding volgt op niveau 4 (37,0 procent). Dit percentage is iets lager dan het gemiddelde van 39,1 procent. Van de meisjes van Marokkaanse afkomst volgt een groter deel een opleiding op niveau 3 of niveau 4 dan van de jongens van Marokkaanse afkomst (zie tabel b3.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Absoluut schoolverzuim Als een leerplichtige leerling langer dan vier weken niet is ingeschreven op een school is er sprake van absoluut verzuim. Het totaal aantal gevallen van absoluut verzuim is beperkt. Uitsplitsing naar bevolkingsgroep laat zien dat in 2011/2012 0,9 procent van de jongeren van Antilliaanse afkomst in de leeftijd 5 t/m 17 jaar langer dan vier weken niet was ingeschreven op een school. Voor de jongeren van Marokkaanse afkomst geldt dit voor 0,5 procent (zie tabel b3.5 in bijlage). Het gemiddelde percentage absoluut verzuim ligt eveneens op 0,5 procent. 5 5 In totaal zijn er in 2011/ gevallen van (vermoedelijk) absoluut verzuim geregistreerd. Hiervan kan slechts een deel (418) worden gekoppeld aan de in de GBA ingeschreven bevolking per Mogelijk gaat het in de resterende 341 absoluut verzuimgevallen deels om personen die zich na 1 januari 2012 in de GBA hebben ingeschreven. Het gepresenteerde absoluut verzuimcijfer is dus per definitie een onderschatting. 26

28 Onderwijs Relatief schoolverzuim Als een leerling incidenteel of geregeld ongeoorloofd afwezig is, is er sprake van relatief verzuim. Relatief verzuim dat korter duurt dan drie dagen of dan een achtste van de lestijd binnen vier weken hoeft wettelijk niet te worden gemeld door de school. In de praktijk doen veel scholen dat echter wel, daarbij aangespoord door Leerplicht. Als het relatief verzuim langer duurt, is het volgens de Leerplichtwet 1969 zorgwekkend en is de school wel verplicht om het verzuim te melden (JOS 2007: 64). 6 In figuur 3.5 is het aandeel leerlingen in de leeftijd van 5 t/m 17 jaar opgenomen dat in Rotterdam woont en van wie in schooljaar 2011/2012 minimaal één verzuimincident is gemeld. Figuur 3.5: Relatief schoolverzuim in schooljaar 2011/2012 naar afkomst (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Van alle leerlingen in deze leeftijdscategorie heeft in het schooljaar 2011/2012 5,3 procent minimaal één keer verzuimd. Van de jongeren van Antilliaanse afkomst heeft een veel groter deel (10,8 procent) verzuimd. Onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het verzuim met 6,4 procent iets hoger dan gemiddeld, maar veel lager dan onder jongeren van Antilliaanse afkomst. Het schoolverzuim onder leerlingen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst is wel hoger dan onder de totale populatie Rotterdamse leerlingen waarvan 5,3 procent verzuimd. Uitsplitsing naar geslacht, generatie en leeftijd laat zien dat jongens vaker verzuimen dan meisjes. Dit geldt ook voor leerlingen van Antilliaanse en 6 JOS (2007). Jaarverslag Leerplicht, schooljaar Rotterdam: JOS 27

29 Hoofdstuk 3 Marokkaanse afkomst. Het verzuim bij de eerste generatie jongeren van Antilliaanse afkomst (jongeren die geboren zijn in het afkomstland) is aanmerkelijk hoger dan in de tweede generatie (jongeren die in Nederland zijn geboren met een Antilliaanse vader en/of moeder). Dit geldt tevens voor leerlingen van Marokkaanse afkomst en voor de andere onderscheiden herkomstgroepen. Vanaf de leeftijd van 13 jaar is er een sterke toename van het relatieve schoolverzuim. Van de Rotterdamse leerlingen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 5 t/m 8 jaar en van 9 t/m 12 jaar verzuimen respectievelijk 5,7 en 4,3 procent. Na de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs neemt het verzuim sterk toe naar 16,4 procent onder jarige leerlingen van Antilliaanse afkomst (figuur 3.6a). Het verzuim is het hoogst onder 15, 16 en 17-jarigen. Hiervan komt in het schooljaar 2011/2012 respectievelijk 22,4, 21,0 en 22,0 procent in aanraking met leerplicht omdat zij één of meerdere keren ongeoorloofd van school afwezig waren. Figuur 3.6a: Relatief schoolverzuim Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Van de Rotterdamse leerlingen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 5 t/m 12 jaar verzuimt ongeveer 2 procent. Na de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs neemt ook bij deze groep het verzuim sterk toe naar 8,5 procent onder de jarigen en 15,6 procent onder 15-jarigen. Onder Rotterdamse jongeren van Marokkaanse afkomst is het verzuim het hoogst onder 17-jarigen, 20,4 procent van deze groep is in 28

30 Onderwijs het schooljaar 2011/2012 één of meerdere keren ongeoorloofd van school afwezig geweest (zie figuur 3.6b en tabel b3.6 in bijlage). schoolverz (5-17) 6,4 1e generatie 8,5 2e generatie 6,3 Mannen Vrouwen 6,0 6,9 5-8 jaar 9-12 jaar 1,8 2, jaar 8,5 15 jaar 15,6 16 jaar 19,3 17 jaar 20,4 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 Figuur 3.6b: Relatief schoolverzuim Rotterdammers van Marokkaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Relatief schoolverzuim 2004/2005 tot en met 2011/2012 Figuur 3.7 toont het aandeel leerlingen in de leeftijd van 5 t/m 17 jaar dat in Rotterdam woont en van wie minimaal één verzuimincident is gemeld voor de periode 2004/2005 tot en met 2011/2012. Het verzuim onder alle Rotterdamse leerlingen neemt in deze periode toe van 3,0 procent in 2004/2005 naar 5,3 procent in 2011/2012. De stijging is vooral sinds 2008/2009 te zien. De scherpe stijging van de afgelopen jaren komt niet doordat er veel meer wordt verzuimd, maar wordt waarschijnlijk voornamelijk veroorzaakt doordat er meer en beter gemeld wordt. 7 Onder leerlingen van Antilliaanse afkomst is het verzuim ten opzichte van 2009/2010 in 2010/2011 gestegen van 9,8 procent naar 11,4 procent. In 2011/2012 is dit percentage enigszins gedaald naar 10,8 procent. Het verzuim onder leerlingen van Marokkaanse afkomst nam in de periode 7 Met name in het voortgezet onderwijs en op het mbo is er sterk stijgend aantal verzuimmeldingen. Dat het mbo meer is gaan melden, komt niet doordat er meer verzuimd wordt, maar doordat deze scholen mede door het project verzuimaanpak op het Jongerenloket, er steeds meer op gewezen worden dat ongeoorloofd verzuim gemeld moet worden. De stijging van het aantal verzuimmeldingen op in het voortgezet onderwijs heeft te maken met de steeds betere samenwerking tussen Leerplicht en school. Leerplicht heeft veel voorlichting gegeven op de scholen en verzocht het verzuim eerder te melden. Hierdoor kan het verzuim preventiever worden aangepakt (Jaarverslag Leerplicht , p14-15, Rotterdam: JOS). 29

31 Hoofdstuk /2010 tot 2010/2011 van 4,9 procent naar 6,2 procent in 2010/2011. Afgelopen schooljaar 2011/2012 is dit percentage nog iets verder gestegen tot 6,4 procent. Ook onder de leerlingen van de meeste andere onderscheiden bevolkingsgroepen zien we dat de stijging afgelopen schooljaar iets is afgevlakt. Figuur 3.7: Relatief schoolverzuim naar afkomst 2004/2005 tot en met 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Nieuwe voortijdig schoolverlaters Een andere indicator voor de onderwijspositie is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters (vsv-ers). Onder de nieuwe vsv-ers worden alle leerlingen van 12 tot 23 jaar verstaan, die in een schooljaar zonder startkwalificatie (diploma van havo, vwo of mbo met minimaal niveau 2) het onderwijs verlaten. Voor de berekening van het percentage nieuwe vsv-ers is het aantal nieuwe vsv-ers in het schooljaar 2011/2012 gedeeld door het totaal aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in de leeftijd van 12 tot 23 jaar in Rotterdam en vermenigvuldigd met 100%. 8 In figuur 3.8 is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters in schooljaar 2011/2012 gepresenteerd. Van alle Rotterdamse 12 tot 23-jarige onderwijsdeelnemers heeft in schooljaar 2011/2012 5,2 8 De hier gehanteerde definitie van nieuwe voortijdig schoolverlaters sluit aan bij de definitie van het Ministerie van OCW. Het betreft voorlopige cijfers die in maart beschikbaar komen. De definitieve cijfers komen in oktober beschikbaar. In voorgaande rapportages werd een andere definitie van voortijdig schoolverlaten gehanteerd. Voor de cijfers op basis van deze oude definitie wordt verwezen naar tabel b3.10 en b3.11 in de bijlage bij dit hoofdstuk. 30

32 Onderwijs procent de school voortijdig verlaten. Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is met 8,9 procent aanzienlijk hoger dan dit gemiddelde. Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is met 5,6 procent iets hoger dan gemiddeld maar duidelijk lager dan het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Figuur 3.8: Aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar) in schooljaar 2011/2012 naar afkomst (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder de eerste generatie is groter dan onder de tweede generatie. Dit beeld zien we zowel bij jongeren van Antilliaanse afkomst als bij jongeren van Marokkaanse afkomst (zie figuur 3.9a/b en tabel b3.8 in bijlage). 9 Onder jongens is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters groter dan onder meisjes. Ook dit beeld zien we zowel bij jongeren van Antilliaanse als bij jongeren van Marokkaanse afkomst (en de jongeren van andere afkomst). Onder Rotterdamse meisjes van Antilliaanse afkomst is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters 6,8 procent, onder jongens van Antilliaanse afkomst 11,2 procent. Van de Rotterdamse meisjes van Marokkaanse afkomst heeft in schooljaar 2011/2012 3,3 procent de school voortijdig verlaten en van de jongens van 9 Het verschil tussen de eerste en tweede generatie is grotendeels het gevolg van het verschil in de leeftijdsopbouw. Onder de eerste generatie Marokkaanse Nederlanders is het aandeel jarigen groter dan onder de tweede generatie en het aandeel vsv-ers onder 17- t/m 22-jarige jongeren is veel groter dan onder de 12 t/m 16-jarige jongeren. 31

33 Hoofdstuk 3 Marokkaanse afkomst 8,1 procent. Verder zien we dat voortijdig schoolverlaten vooral voorkomt onder jongeren vanaf 17 jaar. 10 Figuur 3.9a: Aandeel nieuwe vsv-ers (12 tot 23 jaar) van Antilliaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Figuur 3.9b: Aandeel nieuwe vsv-ers (12 tot 23 jaar) van Marokkaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) 10 Dit is logisch omdat 12 t/m 16-jarige jongeren leerplichtig zijn. 32

34 Onderwijs Voortijdig schoolverlaten 2008/ /2012 Het aandeel nieuwe vsv-ers onder Rotterdamse 12 tot 23-jarige onderwijsdeelnemers is gedaald van 6,0 procent in schooljaar 2010/2011 naar 5,2 procent in schooljaar 2011/ Onder jongeren van Antilliaanse afkomst is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters gedaald van 10,5 procent in schooljaar 2010/2011 naar 8,9 procent in schooljaar 2011/2012. Ook onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het aandeel nieuwe vsv-ers gedaald. In schooljaar 2010/2011 verliet 6,7 procent van de jongeren van Marokkaanse afkomst de school voortijdig, in schooljaar 2011/2012 is dat 5,6 procent (zie figuur 3.10). Figuur 3.10: Aandeel voortijdig schoolverlaters naar afkomst, schooljaar 2008/2009 t/m schooljaar 2011/2012, voorlopige cijfers (bron: DUO, bewerking Risbo) 11 De gepresenteerde cijfers over nieuwe voortijdig schoolverlaters zijn vanwege de vergelijkbaarheid voor alle schooljaren steeds gebaseerd op voorlopige cijfers. De voorlopige cijfers kunnen afwijken van definitieve cijfers die steeds per oktober beschikbaar komen. 33

35

36 Hoofdstuk 4 Arbeid en uitkeringen Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de arbeids- en uitkeringsituatie van de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Er wordt gerapporteerd over: het aandeel en de achtergrondkenmerken van nietwerkende werkzoekenden en uitkeringsontvangers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. 12 Daarbij maken we onderscheid tussen de hele beroepsbevolking van 15 tot en met 64 jaar en zoomen we in op de jongeren van 16 tot en met 23 jaar. Werkzoekenden van 15 tot en met 64 jaar Eind 2012 is van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van 15 tot en met 64 jaar 17,4 procent als niet-werkende werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf ingeschreven (zie figuur 4.1). Het aandeel werkzoekenden van Antilliaanse afkomst is daarmee bovengemiddeld, maar wel lager dan onder de bevolking van Marokkaanse afkomst waarvan per eind ,1 procent als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf is geregistreerd. Figuur 4.1: Werkzoekenden (15-64 jaar) als % van de bevolking, (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) 12 Het betreft uitkeringen in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers, respectievelijk Zelfstandigen (IOAW en IOAZ). 35

37 Hoofdstuk 4 Ontwikkeling werkzoekenden van 1999 tot en met 2012 Het percentage werkzoekenden onder Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst is aanzienlijk, maar is sinds eind 2003 wel sterk afgenomen. Per 31 december 2003 was 27,2 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst werkzoekend. Per 31 december 2008 was dit met zestien procentpunten gedaald tot 11,3 procent. De afgelopen vier jaar is er een stijging te zien. Per 31 december 2012 is 17,4 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst werkzoekend. Ook onder de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst neemt het aandeel werkzoekenden van 2003 tot 2008 sterk af. Eind 2003 was 26,2 procent van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst werkzoekend. Sindsdien is dit met tien procentpunten gedaald tot 15,3 procent per 31 december 2010 (zie figuur 4.2). Sinds 2010 is het percentage werkzoekenden onder de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst, net als bij de andere onderscheiden groepen, weer aan het oplopen. In het afgelopen jaar is het percentage werkzoekenden van Marokkaanse afkomst met 2,3 procentpunt gestegen. Het percentage werkzoekenden van Antilliaanse afkomst met maar liefst 3,3 procentpunt. Overigens zien we ook onder de totale bevolking een forse stijging van het aandeel werkzoekenden in het afgelopen jaar. Figuur 4.2: Aandeel werkzoekenden (15-64 jaar) ultimo (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) 36

38 Arbeid en uitkeringen Werkzoekende jongeren 16 tot en met 23 jaar Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdamse jongeren is duidelijk lager dan onder de hele bevolking. Van de jongere Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van 16 tot en met 23 jaar is 4,9 procent als niet-werkende werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf ingeschreven (zie figuur 4.3). Het aandeel werkzoekenden van Antilliaanse afkomst is daarmee groter dan gemiddeld. Van de jongeren van Marokkaanse afkomst was eind ,1 procent als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf geregistreerd. Figuur 4.3: Werkzoekende jongeren (16-23 jaar) als % van de bevolking, (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) Ontwikkeling werkzoekende jongeren van 1999 tot en met 2012 Het verloop van het aandeel jongere werkzoekenden laat een sterke daling zien van 2003 tot 2008 (zie figuur 4.4). Daarna neemt het aandeel werkzoekenden weer toe. De jeugdwerkloosheid onder jongeren van Antilliaanse afkomst is in de periode 2003 tot 2008 sterker gedaald dan gemiddeld. Eind 2003 was het aandeel werkzoekenden met 17,2 procent nog zeer hoog, deze daalde tot 3,4 procent eind Eind 2011 is de jeugdwerkloosheid onder Rotterdamse jongeren van Antilliaanse afkomst gestegen naar 6,3 procent. Per december 2012 is deze weer gedaald tot 4,9 procent. Het percentage werkzoekenden onder jongeren van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar daalde van 13,1 procent eind 2003 tot 2,5 procent in eind Ook onder deze groep is de werkloosheid daarna 37

39 Hoofdstuk 4 toegenomen tot 6,5 procent per eind Per 31 december 2012 is het percentage werkzoekenden onder jongeren van Marokkaanse afkomst weer gedaald tot 5,1 procent. Figuur 4.4: Aandeel werkzoekenden jongeren (16-23 jaar) ultimo (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) Werkzoekenden van Antilliaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Van alle Rotterdamse jongeren in de leeftijd van 15 t/m 24 jaar is 3,8 procent als werkzoekende ingeschreven bij UWV WERKbedrijf (zie tabel b4.1 in de bijlage). Het aandeel werkzoekenden onder jongeren van Antilliaanse afkomst in deze leeftijdsgroep is met 5,3 procent dus hoger dan gemiddeld. In de oudere leeftijdsgroepen ligt het percentage werkzoekenden aanzienlijk hoger. Onder de 45 t/m 54-jarigen van Antilliaanse afkomst zien we het hoogste percentage werkzoekenden. Een kwart (25,3 procent) van deze groep is werkzoekend. Het percentage werkzoekenden van Antilliaanse afkomst onder de eerste generatie is met 19,9 procent veel hoger dan onder de tweede generatie (8,2 procent). Dit is deels het gevolg van het verschil in leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel werkzoekenden onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Om te voorkomen dat het verschil in het aandeel werkzoekenden tussen generaties onterecht wordt toegeschreven aan een generatie-effect, terwijl er eigenlijk sprake is van een leeftijdseffect corrigeren we voor verschillen in leeftijdsopbouw van de generaties. In tabel 38

40 Arbeid en uitkeringen b4.1 is dit gedaan door de generaties te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen. Ook na deze correctie is het percentage werkzoekenden onder de eerste generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst (met uitzondering van de jongste leeftijdscategorie) aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. Het aandeel werkzoekenden onder mannen van Antilliaanse afkomst is met 17,6 procent iets hoger dan het aandeel werkzoekenden onder vrouwen van Antilliaanse afkomst (17,2 procent). Figuur 4.5a: Werkzoekenden van Antilliaanse afkomst als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) Werkzoekenden van Marokkaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Het aandeel werkzoekenden onder jongeren van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 15 t/m 24 jaar is met 5,5 procent hoger dan het gemiddelde onder de Rotterdamse bevolking (3,8 procent) (zie ook tabel b4.1 in de bijlage). In de oudere leeftijdsgroepen van de bevolking van Marokkaanse afkomst ligt het percentage werkzoekenden aanzienlijk hoger. Onder de 45 t/m 54-jarigen van Marokkaanse afkomst zien we het hoogste percentage werkzoekenden. Ruim een kwart (28,1 procent) van deze groep is werkzoekend. Dit percentage ligt ver boven het gemiddelde van 13,0 procent van de Rotterdamse bevolking in deze leeftijdsgroep. Ook bij Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is het percentage werkzoekenden onder de eerste generatie veel hoger dan onder de tweede generatie. Zoals gezegd is dit 39

41 Hoofdstuk 4 deels het gevolg van het verschil in de leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel werkzoekenden onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Ook als we hiervoor corrigeren door generaties te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen is het aandeel werkzoekenden onder de eerste generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie (zie ook tabel b4.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Het percentage werkzoekenden onder mannen van Marokkaanse afkomst is hoger dan onder de vrouwen (respectievelijk 19,0 procent en 17,2 procent). Figuur 4.5b: Werkzoekenden van Marokkaanse afkomst als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) 40

42 Arbeid en uitkeringen Uitkeringen van 15 tot en met 64 jaar Per 31 december 2012 ontvangt 18,0 procent van de 15 t/m 64-jarige Rotterdammers van Antilliaanse afkomst een uitkering in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers, respectievelijk Zelfstandigen (IOAW en IOAZ). Daarmee is de uitkeringsafhankelijkheid onder Rotterdammers van Antilliaanse afkomst veel groter dan gemiddeld (9,1 procent). Van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is per 31 december ,0 procent afhankelijk van een uitkering in het kader van de WWB of IOA. 13 Figuur 4.6: Aandeel personen (15-64 jaar) met een WWB, WIJ of IOA uitkering, (bron: RSO-OBI; SoZaWe, bewerking Risbo) Ontwikkeling uitkeringen van 1999 tot en met 2012 Er is een trendanalyse gemaakt waarin het aandeel personen met een uitkering naar herkomstgroep is bekeken voor de afgelopen dertien jaar. Deze analyse laat zien dat de uitkeringsafhankelijkheid van Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in de periode sterk is afgenomen. Eind 2004 was 25,3 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst afhankelijk van een uitkering. Eind 2008 was dat 15,9 procent (zie figuur 13 In tabel b6.1 en b6.2 in de bijlage 6 is het aandeel uitkeringsontvangers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar deelgemeente en buurt gepresenteerd. 41

43 Hoofdstuk 4 4.7). Daarna zien we een toename van de uitkeringsafhankelijkheid naar 18,0 procent eind Ook de uitkeringsafhankelijkheid onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is afgenomen in de periode Eind 2005 kreeg 17,1 procent van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst een uitkering, eind 2008 was dit afgenomen tot 14,3 procent. De daling was hiermee minder sterk dan onder de bevolking van Antilliaanse afkomst en veel andere herkomstgroepen. Sinds 2008 is de uitkeringsafhankelijkheid onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst toegenomen naar 21,0 procent eind De scherpe stijging wordt grotendeels veroorzaakt doordat er vanaf ultimo 2009 door SoZaWe andere gegevens aan COS worden geleverd. 14 Figuur 4.7: Aandeel personen (15-64 jaar) met een uitkering, ultimo (bron: RSO-OBI, SoZaWe, bewerking Risbo) 14 Tot en met 2008 werd in het algemeen alleen het gezinshoofd als uitkeringsontvanger geteld en werden gegevens geleverd van gezinshoofden die een uitkering ontvingen. Daarna zijn ook eventuele uitkeringsafhanklijke partners als uitkeringsontvanger geteld. Dit is mede ingegeven door het beleid van SoZaWe waarbij uitkeringen worden verdeeld over beide partners, met als achterliggende gedachte de emancipatie en activering positief te beïnvloeden. Een en ander geldt voor alle onderscheiden bevolkingsgroepen, maar is in de statistiek voor Rotterdammers van Antilliaanse (en Surinaamse) afkomst minder zichtbaar omdat het bij de uitkeringsontvangers in deze groepen vaak gaat om alleenstaanden of alleenstaande moeders. 42

44 Arbeid en uitkeringen Uitkeringen onder jongeren 16 tot en met 23 jaar Net als hiervoor bij het aandeel werkzoekenden is het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren veel lager dan onder de hele beroepsbevolking. Van alle jongeren Rotterdammers ontvangt 1,9 procent een uitkering. Het aandeel jongere Rotterdammers van Antilliaanse afkomst met een uitkering is met 3,0 procent duidelijk hoger. Ook de uitkeringsafhankelijkheid onder jarige Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is groter dan gemiddeld (3,6 procent). Figuur 4.8: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een WWB, WIJ of IOA uitkering, (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) Ontwikkeling uitkeringen onder jongeren van 2000 tot en met 2012 In de trendanalyse voor de jongeren valt vooral de daling op van het aandeel jongeren van Antilliaanse afkomst met een uitkering. Met name in de periode van 2000 tot-2008 (zie figuur 4.9). Eind 2000 ontving 18,1 procent van de 16 t/m 23-jarige jongeren van Antilliaanse afkomst een uitkering. Eind 2008 was nog slechts 3,3 procent van deze jongeren afhankelijk van een uitkering. Na 2008 is het aandeel jongeren van Antilliaanse afkomst met een uitkering weer gestegen, eind 2010 heeft 5,6 procent van de jongeren van Antilliaanse afkomst een uitkering. In de afgelopen twee jaar zien we weer een afname naar 3,0 procent per Ook het aandeel jongeren van Marokkaanse afkomst met een uitkering is in de periode gedaald. Eind 1999 ontving 7,1 procent van de 43

45 Hoofdstuk 4 jongeren van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar een uitkering. Eind 2008 is dit gedaald naar 2,0 procent. Na 2008 is ook hier een stijging te zien. Eind 2010 is het aandeel jongeren van Marokkaanse afkomst met een uitkering 4,5 procent. Sinds 2010 neemt het aandeel jongeren van Marokkaanse afkomst met een uitkering weer af. Eind 2012 krijgt 3,6 procent van 16 t/m 23-jarige jongeren van Marokkaanse afkomst een uitkering. Figuur 4.9: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een uitkering, ultimo (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) Uitkeringsontvangers van Antilliaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Vrouwen van Antilliaanse afkomst zijn vaker afhankelijk van een uitkering dan mannen van Antilliaanse afkomst en de uitkeringsafhankelijkheid van ouderen is veel groter dan die van jongeren. Verder blijkt dat de tweede generatie veel minder vaak afhankelijk is van een uitkering dan de eerste generatie (zie figuur 4.10a). Deels is dit het gevolg van het verschil in leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Voor een valide vergelijking van het aandeel uitkeringsontvangers tussen generaties is gecorrigeerd voor verschillen in leeftijdsopbouw van de generaties. Dit is gedaan door het aandeel uitkeringsontvangers in de eerste en tweede generatie te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen (zie tabel b4.4 in de bijlage). Ook na deze correctie is het percentage uitkeringsontvangers onder de eerste 44

46 Arbeid en uitkeringen generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. Figuur 4.10a: Rotterdammers van Antilliaanse afkomst met een WWB of IOA uitkering als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) Uitkeringsontvangers van Marokkaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Uit figuur 4.10b blijkt dat mannen van Marokkaanse afkomst iets minder vaak afhankelijk zijn van een uitkering dan vrouwen. Evenals bij alle andere bevolkingsgroepen is de uitkeringsafhankelijkheid van ouderen van Marokkaanse afkomst veel groter dan die van jongeren. De tweede generatie is veel minder vaak afhankelijk van een uitkering dan de eerste generatie (zie figuur 4.10b). Dit is deels het gevolg van het verschil in de leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Ook na correctie, waarbij we generaties vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen (zie ook tabel b4.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk), is het percentage uitkeringsontvangers onder de eerste generatie aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. 45

47 Hoofdstuk 4 Figuur 4.10b: Rotterdammers van Marokkaanse afkomst met een WWB of IOA uitkering als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) 46

48 Hoofdstuk 5 Criminaliteit In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de omvang en aard van criminaliteit onder Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het aandeel verdachten onder andere grote herkomstgroepen en onder de totale bevolking van Rotterdam. We starten met een overzicht van de omvang van de criminaliteit onder de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. We kijken daarbij naar de situatie in 2012 en de ontwikkeling in de afgelopen jaren. Ook maken we het onderscheid naar geslacht en geven een overzicht van het aandeel verdachten naar leeftijd. Jongeren worden vaker verdacht dan ouderen, daarom zoomen we vervolgens in op de jongeren van 12 tot en met 23 jaar. Hierbij kijken we ook naar de criminaliteit onder schoolverzuimers en voortijdig schoolverlaters. Daarna kijken we naar het aandeel recidivisten in de periode Tot slot besteden we aandacht aan de aard van de misdrijven en wordt er kort stilgestaan bij cijfers over de vervolging van jonge verdachten door het Openbaar Ministerie. 47

49 Hoofdstuk 5 Verdachten 2012 Uit registraties van verdachten door de politie blijkt dat in ,3 procent van de Rotterdammers van twaalf jaar en ouder geregistreerd staat als verdachte van een misdrijf. 15 Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is een groter deel, namelijk 7,3 procent verdacht van een misdrijf. Van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst wordt 5,2 procent verdacht van een misdrijf. 16 Figuur 5.1: Percentage verdachten naar afkomst (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Van de bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst wordt een groter deel verdacht dan van de totale Rotterdamse bevolking. Ook indien we de cijfers corrigeren voor demografische kenmerken waarvan bekend is dat zij sterk samenhangen met criminaliteit zoals leeftijd en geslacht, blijft het beeld overeind. Met andere woorden, ook als Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst wat betreft leeftijd en geslacht zo verdeeld zouden zijn als de totale populatie Rotterdammers, komen zij vaker in aanraking met de politie op verdenking van een misdrijf (zie tabel b5.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk) De in dit hoofdstuk gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op registraties van verdachten van een misdrijf in het Herkenningsdienstsysteem (HKS) door de Politie Rotterdam-Rijnmond. Er is gebruik gemaakt van de door de Dienst IPOL, KLPD verrijkte versie van HKS. Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Voor een verdere methodologische toelichting verwijzen we naar de bijlage bij dit hoofdstuk. In tabel b6.1 en b6.2 in de bijlage 6 is het aandeel verdachten van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar deelgemeente en buurt gepresenteerd. 48

50 Criminaliteit Verdachten De trendanalyse in figuur 5.2 brengt het percentage verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen dertien jaar in beeld. We kijken allereerst naar de totale Rotterdamse bevolking. We zien een toename van het percentage verdachten in de periode gevolgd door een stabilisatie van het verdachtenpercentage in de vier jaar daarna. Vanaf 2009 neemt het aandeel verdachten onder de Rotterdamse bevolking af. De afgelopen jaren ligt het percentage verdachten rond de 2,3 procent (figuur 5.2). Ook van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst zijn er in de periode relatief steeds meer verdacht van criminaliteit. In 2000 wordt 8,2 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van twaalf jaar en ouder verdacht van betrokkenheid bij een misdrijf, in 2004 is dit gestegen naar 10,0 procent. Na 2004 zien we een dalende trend, eerst naar 8,7 procent in 2006, in 2007 is er nog wel een kleine toename, maar daarna zet de daling zich voort tot 8,8 procent in Vervolgens zien we een scherpe daling in 2009 naar 8,0 procent. Het percentage verdachten is de afgelopen jaren nog verder gedaald. In 2012 ligt het percentage verdachten op 7,3 procent. Van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst van twaalf jaar en ouder wordt in ,8 procent verdacht van betrokkenheid bij een misdrijf, in 2004 is dit gestegen naar 6,7 procent. Na 2004 stabiliseert het percentage rond de 6 procent. In 2009 zien we een scherpe daling naar 5,4 procent. In 2010 stijgt het percentage verdachten naar 6,0 procent om vervolgens in 2011 weer te dalen naar 5,3 procent en in 2012 naar 5,2 procent. 49

51 Hoofdstuk 5 16,0 14,0 12,0 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië autochtoon totaal 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0, Figuur 5.2: Percentage verdachten naar afkomst ( ) (bron: HKS, bewerking Risbo) Verdachten naar geslacht Mannen worden veel vaker verdacht dan vrouwen. Dit geldt voor elk van de onderscheiden herkomstgroepen (zie figuur 5.3). Van alle Rotterdamse vrouwen van 12 jaar en ouder wordt in ,8 procent verdacht van een misdrijf. We zien dat vrouwen van Antilliaanse afkomst relatief vaak worden verdacht. In 2012 wordt 3,3 procent van de vrouwen van Antilliaanse afkomst verdacht van een misdrijf. Van de vrouwen van Marokkaanse afkomst wordt in ,3 procent verdacht van een misdrijf. Van alle Rotterdamse mannen van 12 jaar en ouder is in ,8 procent verdacht van een misdrijf. Onder Rotterdamse mannen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst ligt dit percentage een stuk hoger. Van de mannen van Antilliaanse afkomst is 11,5 procent verdacht, van de mannen van Marokkaanse afkomst 9,0 procent. 50

52 Criminaliteit Figuur 5.3: Percentage verdachten naar afkomst en geslacht (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Verdachten naar leeftijd Het algemene criminaliteitspatroon laat zien dat de criminaliteit sterk afneemt naarmate de leeftijd toeneemt (figuur 5.4). Dit patroon zien we ook bij Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Van de minderjarige Rotterdammers van Antilliaanse afkomst wordt 7,1 procent verdacht, van de jongvolwassenen 9,0 procent. Het percentage verdachten onder de 25 t/m 44-jarigen is met 8,2 procent in vergelijking met de andere groepen zeer hoog. Onder de 45 t/m 64-jarigen ligt dit percentage lager, namelijk op 4,8 procent. De criminaliteit onder de jongeren van Marokkaanse afkomst volgt het algemene criminaliteitspatroon. Van de minderjarigen Marokkaanse afkomst is 7,9 procent verdacht, van de jongvolwassenen is 10,8 procent verdacht. Daarna zien we een sterke daling optreden. Onder de groep 25 t/m 44- jarigen van Marokkaanse afkomst is het percentage verdachten meer dan gehalveerd, namelijk naar 4,4 procent. 51

53 Hoofdstuk 5 Figuur 5.4: Percentage verdachten naar afkomst en leeftijd (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jongeren Jongere verdachten In het vervolg van dit hoofdstuk gaan we nader in op de jongere verdachten, waarbij we kijken naar jongeren 12 tot en met 23 jaar. In 2012 staat 4,5 procent van de Rotterdammers van 12 tot en met 23 jaar geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is een groter deel, namelijk 8,4 procent verdacht van een misdrijf. Ook bij Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is het percentage verdachten duidelijk hoger dan gemiddeld, namelijk op 9,5 procent. 52

54 Criminaliteit Figuur 5.5: Percentage jongere verdachten (12-23 jaar) naar afkomst (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jonge verdachten De trendanalyse in figuur 5.6 brengt het percentage jongere verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen twaalf jaar in beeld. Als we kijken naar de totale Rotterdamse bevolking zien we een toename van het percentage verdachten in de periode gevolgd door een afname van het verdachtenpercentage in de jaren daarna. In 2007 is 6,4 procent van de jongeren in Rotterdam verdacht van een misdrijf, in 2012 is dit gedaald naar 4,5 procent (figuur 5.6). De ontwikkeling bij de jonge Rotterdammers van Antilliaanse afkomst heeft een ander verloop. Vanaf 2000 is er ook in deze groep een stijging te zien, maar van 2004 tot met 2008 is het aandeel verdachten redelijk stabiel. Na 2008 volgt er een scherpe daling, maar in het jaar daarna is er weer een kleine stijging. De afgelopen twee jaar is het percentage jonge verdachten weer gedaald tot 8,4 procent. Het verloop van het aandeel verdachte jonge Rotterdammers van Marokkaanse herkomst lijkt op dat van de jonge verdachten van Antilliaanse herkomst. Van 2000 tot 2003 is er eerst sprake van een stijging. Vervolgens is er een aantal jaar met bescheiden veranderingen tot er na 2008 een scherpe daling te zien is. Na 2009 zien we weer een stijging en in de afgelopen twee jaar een daling in het aandeel verdachten tot 9,5 procent. 53

55 Hoofdstuk 5 16,0 14,0 12,0 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië autochtoon totaal 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0, Figuur 5.6: Percentage jongere verdachten (12-23 jaar) naar afkomst ( ) (bron: HKS, bewerking Risbo) Jongeren verdachten naar geslacht Net als in de hele bevolking worden ook bij de jongeren mannen veel vaker verdacht dan vrouwen. Dit geldt voor elk van de onderscheiden herkomstgroepen (zie figuur 5.7). Van alle Rotterdamse vrouwen van 12 tot en met 23 jaar wordt in ,6 procent verdacht van een misdrijf. We zien dat jonge vrouwen van Antilliaanse afkomst relatief vaak worden verdacht (3,8 procent). Van de vrouwen van Marokkaanse afkomst wordt in ,2 procent verdacht van een misdrijf. Van alle Rotterdamse mannen van 12 tot en met 24 jaar is in ,4 procent verdacht van een misdrijf. Van de jonge mannen van Antilliaanse afkomst is 13,2 procent verdacht, van de jonge mannen van Marokkaanse afkomst is dit met 16,8 procent nog hoger. 54

56 Criminaliteit Figuur 5.7: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar afkomst en geslacht (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jongere verdachten naar generatie Uit figuur 5.8a blijkt dat het verdachtenpercentage onder jongeren van Antilliaanse afkomst van de eerste generatie iets hoger is dan onder de tweede generatie. Ook onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het percentage verdachten onder de eerste generatie hoger dan onder jongeren van de tweede generatie (zie ook tabel b5.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk). 55

57 Hoofdstuk 5 Figuur 5.8a: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar afkomst en generatie (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) De trendanalyse in figuur 5.8b laat het percentage verdachten onder de eerste en tweede generatie jongeren van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst zien in de periode Onder de eerste generatie jongeren van Antilliaanse afkomst is het verdachtenpercentage in het algemeen hoger dan onder de tweede generatie. Bij de jongeren van Marokkaanse afkomst is er geen eenduidig beeld te zien. Figuur 5.8b: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar afkomst en generatie ( ) (bron: HKS, bewerking Risbo) 56

58 Criminaliteit Jongere verdachten naar schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten Van de Rotterdamse minderjarigen (12 t/m 17 jaar) wordt 4,1 procent verdacht van een misdrijf (zie figuur 5.4). Bij de minderjarigen van Antilliaanse afkomst ligt dit percentage op 7,1 procent. Figuur 5.9 laat het percentage verdachten onder schoolverzuimers en voortijdig schoolverlaters zien. Van de minderjarigen van Antilliaanse afkomst die in 2012 niet van school hebben verzuimd wordt 4,9 procent verdacht en van de minderjarigen van Antilliaanse afkomst die één keer of meer verzuimd hebben van school wordt 17,5 procent verdacht. Schoolverzuimers van Antilliaanse afkomst komen ruim drie keer zo vaak in aanraking met de politie als minderjarigen van Antilliaanse afkomst die in 2012 niet hebben verzuimd. Van de minderjarigen van Marokkaanse afkomst (12 t/m 17 jaar) wordt 7,9 procent verdacht van criminaliteit. Van de minderjarigen van Marokkaanse afkomst die in 2012 niet van school hebben verzuimd wordt 5,8 procent verdacht, en van de minderjarigen van Marokkaanse afkomst die één keer of meer verzuimd hebben van school wordt 23,3 procent verdacht. Minderjarigen van Marokkaanse afkomst die in 2012 één keer of meer verzuimd hebben van school komen vier keer zo vaak in aanraking met de politie als minderjarigen van Marokkaanse afkomst die in 2012 niet hebben verzuimd. We zien deze relatie tussen schoolverzuim en criminaliteit bij elke onderscheiden herkomstgroep. Voor minderjarigen is schoolverzuim dus een indicator voor de betrokkenheid bij criminaliteit (figuur 5.9). Figuur 5.9: Percentage verdachten (12-17 jaar) naar afkomst en schoolverzuim (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 57

59 Hoofdstuk 5 Naast de registraties van schoolverzuim zijn er ook gegevens beschikbaar over nieuwe voortijdig schoolverlaters. Dit zijn 12 t/m 23-jarige jongeren die in schooljaar 2011/2012 de school zonder startkwalificatie hebben verlaten (zie ook hoofdstuk 3). Nieuwe voortijdig schoolverlaters worden vaker verdacht dan niet voortijdig schoolverlaters. Deze samenhang tussen voortijdig schoolverlaten en criminaliteit zien we zowel bij de Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst als bij andere onderscheiden herkomstgroepen. Ook hier is de conclusie helder. Er is samenhang tussen voortijdig schoolverlaten en de betrokkenheid bij criminaliteit (figuur 5.10). Figuur 5.10: Percentage verdachten (12 tot 23 jaar) naar afkomst en nieuw vsv (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jongere verdachten en recidive Voorts is onderzocht in welke mate verdachten na een eerste keer te zijn geregistreerd op verdenking van een misdrijf in de jaren daarna opnieuw worden aangehouden en dus recidiveren. We spreken hier van recidive als iemand in 2005 wordt verdacht en op enig moment in de periode opnieuw met de politie in aanraking komt op verdenking van een misdrijf. 17 We selecteren daarvoor jongeren die in t/m 23 jaar waren en dat jaar werden verdacht van een misdrijf. 18 We volgen deze groep jongeren in de tijd en bekijken welk deel gedurende de periode nogmaals Deze methodiek komt overeen met de door het CBS gehanteerde werkwijze in het jaarrapport integratie 2008 (CBS 2008). In 2012 bevinden deze personen zich dus in de leeftijdscategorie van 19 t/m 30 jaar. 58

60 Criminaliteit werd aangehouden. 19 In figuur 5.11 wordt een beeld gegeven van het percentage recidivisten onder verdachten van 12 t/m 23 jaar, uitgesplitst naar herkomstgroep. Het betreft cumulatieve percentages, dat wil zeggen dat voor ieder jaar het percentage recidivisten in de periode van 2006 tot en met het desbetreffende jaar wordt gegeven. Van alle 12 t/m 23-jarige verdachten in 2005 recidiveerde in de periode ,3 procent. Het percentage recidivisten is het hoogst onder jongeren van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Van de 12 t/m 23-jarige verdachten van Antilliaanse afkomst in 2005 recidiveerden in de periode ,5 procent en van de jonge verdachten van Marokkaanse afkomst 77,1 procent. Het percentage recidivisten is het laagst onder autochtone jongeren. Van de autochtone jongeren die in 2005 werden verdacht kwam in de periode ,1 procent opnieuw in aanraking met de politie op verdenking van een misdrijf. Figuur 5.11: Cumulatief percentage recidivisten onder degenen (12 t/m 23 jaar) die in 2005 als verdachte geregistreerd werden (bron: HKS, bewerking Risbo) Aard van de criminaliteit Tot op heden is ingegaan op de vraag of en in welke mate personen worden verdacht van criminaliteit. In deze paragraaf komt aan de orde van welk soort misdrijven deze personen worden verdacht. Allereerst gaan we kort in op de gebruikte begrippen. We maken onderscheid tussen verdachten, antecedenten en misdrijven. In het voorgaande is gerapporteerd over (het 19 Alleen degenen die zowel in 2005 als in 2012 in Rotterdam woonden worden in de analyses betrokken. 59

61 Hoofdstuk 5 percentage) verdachten. Een persoon staat als verdachte geregistreerd indien tegen hem proces-verbaal is opgemaakt ter zake van één of meer misdrijven/delicten. Zo n proces-verbaal wordt een antecedent genoemd. In een proces-verbaal of antecedent kunnen meerdere misdrijven worden geregistreerd. Men kan hierbij denken aan een winkeldiefstal waarbij ook mishandeling heeft plaatsgevonden. Indien van deze gebeurtenis procesverbaal wordt opgemaakt zullen hierin meerdere wetsartikelen worden vermeld. Uiteraard komt het ook voor dat in een bepaald jaar een persoon meer dan één keer met de politie in aanraking komt op verdenking van een misdrijf. Van een persoon die in een bepaald jaar drie keer is opgepakt door de politie voor een misdrijf en waartegen evenzoveel keer proces-verbaal is opgemaakt staan dan drie antecedenten geregistreerd. 20 Het totaal aantal geregistreerde antecedenten en misdrijven in een bepaalde periode is dus bijna per definitie groter dan het totaal aantal geregistreerde verdachten. Het gegeven dat van één verdachte meerdere misdrijven kunnen worden geregistreerd maakt de analyse en de interpretatie van de aard van de criminaliteit aanzienlijk complexer dan analyse van de omvang van de criminaliteit. Er zijn verschillende mogelijkheden om de aard van de criminaliteit in kaart te brengen. Vaak wordt dit gedaan op het niveau van het delict. Daarbij wordt per subgroep de omvang van een bepaald type delict gerelateerd aan het totaal aantal door deze subgroep verdachten gepleegde delicten. Tabel 5.1 geeft een overzicht van het aantal verdachten van 12 tot en met 23 jaar en de delicten waarvan zij verdacht zijn. In 2012 zijn 465 jonge Rotterdammers van Antilliaanse afkomst en 850 jonge Rotterdammers van Marokkaanse afkomst in aanraking gekomen met de politie op verdenking van een misdrijf. De 465 Rotterdammers van Antilliaanse afkomst worden verdacht van in totaal 762 misdrijven, de 850 Rotterdammers van Marokkaanse afkomst van misdrijven. Deze misdrijven zijn ingedeeld in categorieën (zie tabel b5.4 voor nadere typering van de categorieën). Van alle misdrijven die door Rotterdamse jongeren worden gepleegd, is bijna een derde een vermogensdelict zonder geweld. Bij jonge Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst is dit percentage hoger. Bij vermogendelicten zonder geweld gaat het in het overgrote deel om diefstal al dan niet met verbreking en in minder mate om heling. 16,3 procent van de door personen van Antilliaanse afkomst gepleegde misdrijven betreft geweld tegen personen. Daarbij gaat het in het overgrote deel om bedreiging en 20 Deze personen worden maar 1 keer als verdachte geteld. 60

62 Criminaliteit mishandeling en voor een (zeer) klein deel om (poging tot) doodslag en moord. Het aandeel door jongeren van Marokkaanse afkomst gepleegde geweldsmisdrijven tegen personen is met 13,7 procent iets lager dan het gemiddelde van 16,5 procent. Tabel 5.1: Criminaliteit naar delicttype en afkomst 2012 (voor jongeren van 12 tot en met 23 jaar) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal verdachten Misdrijven/delicten Misdrijven per verdachte 1,6 1,8 1,7 1,6 1,7 1,7 1,6 1,6 1,7 Geweld gewelddadige seksuele misdrijven 0,8 0,7 0,5 0,2 0,9 0,7 0,5 0,8 0,7 geweld tegen personen 16,3 13,7 17,2 15,8 19,4 18,8 13,4 18,4 16,5 vermogen met geweld 12,3 8,2 9,4 10,3 10,0 13,9 8,4 6,1 9,3 Vermogen vermogen zonder geweld 38,1 37,9 32,7 28,1 28,3 29,1 26,8 26,9 31,7 Openbare orde vernieling openbare orde en gezag 10,1 11,4 14,3 17,8 14,9 14,5 18,9 19,0 15,0 overige seksuele misdrijven 0,4 0,4 0,6 0,2 1,4 0,0 0,0 0,5 0,4 Verkeer 7,9 9,2 13,7 14,7 10,6 12,2 19,1 13,7 12,2 Drugs 5,5 9,2 3,6 4,0 6,3 4,2 5,2 4,1 5,5 Overig 8,7 9,3 8,0 8,8 8,3 6,7 7,7 10,5 8,8 (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) De analyse op delictniveau gaat vooral in op de door de verdachten gepleegde delicten. Daarmee verdwijnt de relatie met de relatieve omvang van de criminaliteit (de criminaliteitsgraad) uit beeld. Zo wordt bij de analyse van de aard van de criminaliteit op delictniveau bijvoorbeeld geconcludeerd dat 38,1 procent van de door jonge verdachten van Antilliaanse afkomst gepleegde delicten vermogensdelichten zonder geweld betreft. Hiermee is nog niet duidelijk welk deel van de bevolking van Antilliaanse afkomst hiervan verdacht wordt. In figuur 5.12 is per delictvorm aangegeven welk deel van de 12 t/m 23-jarige bevolking verdacht is (zie ook tabel b5.5). Daarin is bijvoorbeeld te zien dat 3,9 procent van de jonge Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in 2012 betrokken is bij een vermogensdelict en 3,2 procent bij een geweldsdelict. Uit figuur 5.12 blijkt dat jonge Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst sterk oververtegenwoordigd zijn op het gebied van geweldsdelicten en vermogensdelicten. 61

63 Hoofdstuk 5 Figuur 5.12: Jongere verdachten (12 tot en met 23 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst en delicttype (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Vervolging Voorgaande analyses hebben betrekking op verdachten van delicten. Deze paragraaf gaat in op de fase van vervolging. Hierbij gaat het dan om verdachten die worden vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM). De gegevens over vervolgingen zijn alleen beschikbaar voor verdachten in de leeftijd van 12 t/m 22 jaar. De gehanteerde onderzoeksmethodiek sluit aan bij die van de analyse van verdachten. 21 In 2012 zijn Rotterdammers in de leeftijd van 12 t/m 22 jaar vervolgd (zie tabel b5.9). Gerelateerd aan alle 12 t/m 22-jarige Rotterdamse jongeren betekent dit cijfer dat 2,7 procent in 2012 is vervolgd (zie figuur 5.13). Uitgesplitst naar afkomst zien we grote verschillen. Relateren we de vervolgde jongeren van Antilliaanse afkomst aan alle 12 t/m 22-jarige jongeren van Antilliaanse afkomst dan komt dit percentage op 5,3 procent. Voor de jongeren van Marokkaanse afkomst ligt dit cijfer op 5,2 procent. 21 Personen die in 2012 zijn vervolgd en wiens zaak in 2012 is afgedaan worden op basis van een geanonimiseerd nummers gekoppeld aan het bevolkingsregister. Vervolgens wordt berekend welk deel van de 12 t/m 22-jarigen in het onderzoeksjaar is vervolgd. Doordat de gegevens over vervolgingen zijn gekoppeld aan het bevolkingsregister is het tevens mogelijk uit te splitsen naar achtergrondkenmerken zoals geslacht, leeftijd en etnische afkomst. 62

64 Criminaliteit Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat het in het overgrote deel van de vervolgde verdachten gaat om mannen (zie tabel b5.9 in de bijlage). Figuur 5.13: Vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Vervolging De trendanalyse in figuur 5.14 brengt het percentage verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen vijf jaar in beeld. We kijken allereerst naar de totale Rotterdamse bevolking. We zien een min of meer stabiel percentage vervolgde jongeren in de periode gevolgd door een sterke afname van het percentage vervolgde jongeren in 2010, een lichte stijging in 2011 en weer een lichte daling in Bij de Rotterdamse jongeren van Antilliaanse afkomst zien we een soortgelijke trend. In 2007 werd 11,0 procent van de 12 t/m 22-jarige Rotterdammers van Antilliaanse afkomst vervolgd vanwege betrokkenheid bij een misdrijf, in 2010 is dit gedaald naar 6,3 procent, in 2011 weer iets gestegen naar 7,0 procent, om vervolgens in 2012 te dalen naar 5,3 procent. Van de 12 t/m 22-jarige Rotterdammers van Marokkaanse afkomst werd in ,1 procent vervolgd, in 2010 is dit gedaald naar 6,9 procent. Deze daling zet na 2010 door tot 6,7 procent in 2011 en 5,2 procent in Ook onder de andere onderscheiden herkomstgroepen zien we in 2012 een (lichte) daling van het percentage vervolgde jongeren ten opzichte van

65 Hoofdstuk 5 Figuur 5.14: Vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst ( ) (bron: OM, bewerking Risbo) 64

66 Bijlagen 65

67

68 Bijlage hoofdstuk 2 Tabel b2.1a: Demografische kerncijfers van de Rotterdamse bevolking, per 31 december 2012 Bevolkingsomvang Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal ultimo 2004 (N) ultimo 2005 (N) ultimo 2006 (N) ultimo 2007 (N) ultimo 2008 (N) ultimo 2009 (N) ultimo 2010 (N) ultimo 2011 (N) ultimo 2012 (N) Aandeel in de bevolking (%) 3,7 6,7 8,6 7,8 2,5 7,9 11,5 51,4 100,0 1e generatie (%) 64,3 45,5 56,0 48,7 56,9 64,9 56,6 0,0 55,7 2e generatie (%) 35,7 54,5 44,0 51,3 43,1 35,1 43,4 0,0 44,3 mannen (%) 48,4 50,8 46,9 50,8 48,1 49,4 48,7 49,4 49,2 vrouwen (%) 51,6 49,2 53,1 49,2 51,9 50,6 51,3 50,6 50, jaar (%) 18,8 24,9 11,8 16,4 11,5 18,3 11,7 11,1 13, jaar (%) 9,1 11,7 7,9 10,8 8,4 7,2 4,5 4,4 6, jaar (%) 17,4 12,0 11,7 13,1 12,7 13,1 10,5 8,8 10, jaar (%) 33,8 31,8 33,8 36,2 30,9 39,1 38,2 25,9 30, jaar (%) 17,5 15,2 27,9 18,3 28,2 18,9 23,3 27,5 24,5 65 e.o. (%) 3,4 4,4 6,8 5,2 8,2 3,3 11,9 22,4 14,8 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo Tabel b2.1b: Demografische kerncijfers van de Rotterdamse jeugd 0 t/m 23 jaar, per 31 december 2012 Bevolkingsomvang Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal ultimo 2010 (N) ultimo 2011 (N) ultimo 2012 (N) Aandeel in de bevolking (%) 5,6 11,0 8,9 10,5 2,7 10,1 9,9 41,2 100,0 1e generatie (%) 33,4 6,0 9,3 5,2 9,2 24,7 38,0 0,0 17,8 2e generatie (%) 66,6 94,0 90,7 94,8 90,8 75,3 62,0 0,0 82,2 mannen (%) 49,4 50,4 50,2 51,4 50,9 49,8 50,6 51,3 50,8 vrouwen (%) 50,6 49,6 49,8 48,6 49,1 50,2 49,4 48,7 49, jaar 57,9 70,3 57,5 61,5 55,3 63,5 60,1 61,4 61, jaar 7,4 7,7 9,3 9,2 9,3 6,7 6,0 6,4 7, jaar 34,7 22,0 33,2 29,3 35,4 29,8 33,9 32,3 31,0 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 67

69 Bijlagen In de tabellen b2.2 en b2.3 is de totale bevolking en de bevolking van Antilliaanse afkomst per deelgemeente en buurt weergegeven. Per deelgemeente en buurt is het aandeel personen van Antilliaanse afkomst berekend. Voorbeeld: per 31 december 2012 wonen in totaal personen daarvan zijn er van Antilliaanse afkomst. Dit komt overeen met 3,7 procent. In bepaalde deelgemeenten is het aandeel personen van Antilliaanse afkomst aanzienlijk hoger (b.v. Charlois 6,8 procent). Als het percentage hoger is dan het Rotterdamse gemiddelde is het rood gekleurd. Als het percentage lager is dan het Rotterdamse gemiddelde is het groen gekleurd. Ten slotte is het percentage Rotterdammers van Antilliaanse afkomst berekend dat in een deelgemeente of buurt woont ten opzichte van de totale populatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. We zien daar bijvoorbeeld dat 19,0 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in Charlois woont. Tabel b2.2: Ruimtelijk concentratie van personen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar deelgemeente, Totaal Antillianen Marokkanen Bevolking aantal % in deelgemeente % van Antilliaanse aantal % in deelgemeente % van Marokkaanse. Rotterdam ,7 100, ,7 100,0 Stadscentrum ,8 3, ,1 4,5 DG Delfshaven ,7 11, ,2 23,9 DG Overschie ,2 1, ,2 2,5 DG Noord ,6 5, ,8 12,1 DG Hillegersberg-Schiebroek ,6 3, ,3 3,5 DG Kralingen-Crooswijk ,2 4, ,7 12,0 DG Prins Alexander ,0 8, ,1 4,8 DG Feijenoord ,9 15, ,6 18,5 DG IJsselmonde ,5 16, ,0 5,7 DG Charlois ,8 19, ,9 10,9 Pernis ,3 0,5 37 0,8 0,1 DG Hoogvliet ,7 8, ,5 1,3 DG Hoek van Holland ,6 0,2 49 0,5 0,1 DG Rozenburg ,5 0,8 34 0,3 0,1 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 47 68

70 Bijlagen Tabel b2.3: Ruimtelijk concentratie van personen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar buurt, Totaal Antillianen Marokkanen Bevolking aantal % in buurt % van Ant aantal % in buurt % van Mar. Rotterdam ,7 100, ,7 100,0 Cool/Nieuwe Werk/Dijkzigt ,2 1, ,4 0,7 Stadsdriehoek/C.S. Kwartier ,4 1, ,0 0,7 Oude Westen ,6 1, ,7 3,2 Delfshaven ,4 2, ,9 1,3 Bospolder ,5 0, ,4 3,1 Tussendijken ,1 1, ,5 3,0 Spangen ,9 1, ,2 4,8 Nieuwe Westen ,9 2, ,2 7,0 Middelland ,5 1, ,0 2,0 Oud-Mathenesse/Witte Dorp ,9 1, ,0 1,1 Schiemond ,4 0, ,5 1,6 Kleinpolder ,7 0, ,7 1,9 Overschie/Noord- Kethel/Schieveen/Zestienhoven/Land ,8 0, ,4 0,5 Agniesebuurt ,9 0, ,6 1,3 Provenierswijk ,8 1, ,2 0,8 Bergpolder ,3 0, ,1 0,9 Blijdorp/Blijdorpse Polder ,3 0, ,3 0,3 Liskwartier ,2 0, ,0 1,8 Oude Noorden ,7 2, ,7 6,9 Schiebroek ,9 2, ,9 2,7 Hillegersberg-Zuid ,9 0,3 49 0,6 0,1 Hillegersberg-Noord ,2 0, ,6 0,5 Terbregge ,4 0,1 62 1,8 0,2 Molenlaankwartier ,6 0,2 23 0,3 0,1 Rubroek ,5 0, ,9 2,0 Nieuw-Crooswijk ,6 0, ,8 1,0 Oud-Crooswijk ,9 1, ,9 3,7 Kralingen-West ,8 1, ,8 4,4 Kralingen-Oost/Kralingse-Bos ,1 0,4 75 1,0 0,2 De Esch ,7 0, ,0 0,4 Struisenburg ,3 0, ,7 0,3 s-gravenland ,8 0,7 88 1,1 0,2 Kralingseveer ,7 0,1 9 0,5 0,0 Prinsenland ,8 0, ,3 0,6 Het Lage Land ,5 1, ,0 0,5 Ommoord ,5 1, ,0 1,2 Zevenkamp ,2 2, ,9 1,2 Oosterflank ,4 1, ,0 0,8 Nesselande ,2 0, ,4 0,4 Kop van Zuid/(KvZ-Entrepot) ,9 2, ,8 2,4 Vreewijk ,4 2, ,0 1,6 Bloemhof ,4 3, ,6 3,6 Hillesluis ,8 2, ,4 3,7 Katendrecht ,7 1, ,5 0,9 Afrikaanderwijk ,5 1, ,6 3,0 Feijenoord ,5 1, ,4 2,9 Noordereiland ,6 0, ,5 0,4 Oud-IJsselmonde ,1 0, ,7 0,3 Lombardijen ,0 3, ,5 2,1 Groot-IJsselmonde ,0 7, ,7 2,5 Beverwaard ,9 5, ,0 0,9 Tarwewijk ,6 4, ,1 2,4 Carnisse ,3 2, ,1 1,3 Zuidwijk ,7 3, ,0 2,0 Oud-Charlois ,7 3, ,3 2,3 Wielewaal ,0 0,1 19 2,1 0,0 Zuidplein/Zuiderpark/Zuidrand ,0 0,3 65 2,5 0,2 Pendrecht ,6 4, ,8 2,5 Heijplaat ,2 0,4 34 2,4 0,1 Pernis ,3 0,5 37 0,8 0,1 Hoogvliet-Noord ,4 4, ,4 0,7 Hoogvliet-Zuid ,7 4, ,0 0,5 Hoek van Holland ,6 0,2 49 0,5 0,1 Rozenburg ,5 0,8 34 0,3 0,1 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 69

71 Bijlagen Tabel b2.4a: Buitenlandse en binnenlandse migratie van Antillianen Buitenlandse migratie Binnenlandse migratie Jaar Immigratie Emigratie Vestiging Vertrek Tabel b2.4b: Buitenlandse en binnenlandse migratie van Marokkanen Buitenlandse migratie Binnenlandse migratie Jaar Immigratie Emigratie Vestiging Vertrek

72 Bijlagen Tabel b2.5: Personen in huishoudens, 31 december 2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal alleenstaand 40,7 18,0 34,8 17,8 29,9 36,1 44,2 39,4 36,0 lid paar zonder kind 2,9 6,0 6,4 11,2 6,2 7,2 13,1 20,1 14,5 lid paar met kind 8,6 27,0 15,7 29,9 17,6 17,9 18,0 16,6 18,2 alleenstaande ouder 14,1 4,7 13,0 5,2 14,3 7,4 5,0 3,6 5,7 kind in 2 ouder gezin 8,9 35,1 13,4 27,8 14,3 18,7 13,5 14,5 16,8 kind in 1 ouder gezin 24,9 9,2 16,8 8,1 17,7 12,7 6,2 5,8 8,8 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo Tabel b2.6: Jonge moeders als aandeel (%) van de vrouwelijke bevolking van 16 t/m 23 jaar, 31 december 2012 overig Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië niet-westers westers autochtoon totaal vrouwen jaar (N) moeders jaar (N) moeders jaar (%) 15,4 5,1 10,2 3,7 10,9 6,8 6,6 4,1 6, jaar 1,1 0,0 0,7 0,1 0,4 0,5 0,2 0,3 0, jaar 10,8 2,1 5,5 1,3 5,4 4,3 4,4 2,3 3, jaar 24,1 11,8 18,9 8,1 21,4 10,7 9,7 6,7 10,6 1e generatie 15,5 11,9 13,4 9,8 13,7 9,2 8,7 10,9 2e generatie 15,2 4,1 9,6 3,0 10,4 4,4 3,8 6,2 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 7 Tabel b2.7: Jonge moeders naar gezinsverhouding, 31 december 2012 overig Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië niet-westers westers autochtoon totaal jaar (N) partner (%) alleenstaand (%) 100,0-100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100, jaar (N) partner (%) 14,6 33,3 13,6 41,2 5,0 25,0 35,8 29,8 23,9 alleenstaand (%) 85,4 66,7 86,4 58,8 95,0 75,0 64,2 70,2 76, jaar (N) partner (%) 10,3 74,4 10,3 79,1 9,9 26,9 50,3 49,0 36,4 alleenstaand (%) 89,7 25,6 89,7 20,9 90,1 73,1 49,7 51,0 63, jaar (N) partner (%) 11,3 67,8 10,8 73,4 8,9 26,1 46,7 44,5 33,4 alleenstaand (%) 88,7 32,2 89,2 26,6 91,1 73,9 53,3 55,5 66,6 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 47 71

73 Bijlagen Tabel b2.8: Jonge moeders als aandeel (%) van de vrouwelijke bevolking van 16 t/m 23 jaar, 31 december Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal jaar ,4 0,1 0,8 0,1 0,3 2,8 1,0 0,5 0, ,6 0,3 0,7 0,1 0,3 1,6 0,4 0,4 0, ,9 0,1 1,3 0,1 0,3 1,3 0,7 0,5 0, ,4 0,1 0,9 0,0 0,7 0,7 0,7 0,5 0, ,7 0,0 1,0 0,0 0,4 0,8 1,1 0,4 0, ,0 0,1 1,3 0,0 0,4 1,5 0,4 0,4 0, ,1 0,0 0,8 0,0 0,4 1,1 0,6 0,3 0, ,8 0,0 1,0 0,1 0,8 0,4 0,9 0,2 0, ,1 0,0 0,7 0,1 0,4 0,5 0,2 0,3 0, jaar ,0 4,2 8,6 5,9 9,0 16,4 4,6 2,8 6, ,4 3,7 7,2 4,4 8,0 12,2 4,3 3,0 5, ,2 2,4 6,9 2,1 6,9 9,4 3,4 2,4 4, ,1 1,6 6,7 1,3 6,4 5,6 3,8 2,5 4, ,5 1,8 7,2 1,4 6,9 4,5 3,0 2,7 4, ,4 1,6 7,1 1,0 8,4 4,7 3,7 2,6 4, ,0 1,7 8,5 1,3 8,8 4,6 4,0 2,7 4, ,6 2,4 7,3 0,9 6,8 5,0 4,2 2,4 4, ,8 2,1 5,5 1,3 5,4 4,3 4,4 2,3 3, jaar ,3 25,3 20,8 33,6 20,7 21,3 10,6 6,2 15, ,1 22,2 20,3 27,9 23,4 21,9 10,2 6,5 15, ,5 21,8 19,6 24,6 22,9 22,5 9,5 7,1 14, ,7 17,1 18,8 20,5 22,4 21,2 9,6 6,5 13, ,5 12,8 18,8 14,4 22,9 17,0 8,7 6,6 12, ,0 11,8 18,5 10,0 21,1 14,0 9,7 6,6 11, ,0 11,5 18,3 8,5 21,0 11,5 10,2 6,6 10, ,1 10,5 17,8 9,4 21,5 10,6 10,1 6,8 10, ,1 11,8 18,9 8,1 21,4 10,7 9,7 6,7 10, jaar ,6 11,5 11,6 16,0 10,9 16,5 7,1 3,9 9, ,2 10,2 10,8 12,7 11,6 15,3 6,6 4,0 8, ,7 9,2 10,7 10,5 11,0 14,4 6,0 4,1 8, ,4 6,7 10,3 7,9 10,9 12,0 6,2 3,9 7, ,5 5,2 10,6 5,6 11,9 9,7 5,6 4,1 6, ,3 5,0 10,8 4,0 12,0 8,5 6,4 4,1 6, ,3 4,8 11,1 3,7 12,0 7,3 6,8 4,1 6, ,0 4,7 10,5 4,1 11,3 7,0 6,9 4,1 6, ,4 5,1 10,2 3,7 10,9 6,8 6,6 4,1 6,2 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 72

74 Bijlagen 73

75

76 Bijlage hoofdstuk 3 Tabel b3.1: Rotterdammers in het basisonderwijs naar geslacht en afkomst, schooljaar Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal bao 88,7 94,7 94,1 94,1 90,1 94,2 96,1 94,9 94,3 sbao 6,6 3,1 3,4 3,3 5,5 2,6 2,1 2,4 3,0 so 4,7 2,2 2,5 2,6 4,4 3,2 1,8 2,7 2,7 Mannen bao 85,0 94,1 91,9 92,8 86,0 91,5 95,0 93,2 92,6 sbao 7,8 3,0 4,4 3,8 6,8 3,5 2,4 2,7 3,5 so 7,2 2,9 3,7 3,4 7,1 5,0 2,6 4,0 4,0 Vrouwen bao 92,4 95,3 96,4 95,4 94,2 97,1 97,2 96,7 96,1 sbao 5,3 3,3 2,4 2,7 4,2 1,7 1,8 2,0 2,5 so 2,2 1,4 1,3 1,9 1,6 1,3 1,0 1,3 1,4 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.2: Rotterdammers in het speciaal voortgezet en praktijkonderwijs naar geslacht en afkomst, schooljaar Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal speciaal onderwijs 8,0 4,1 3,8 3,6 4,8 4,3 2,8 4,2 4,2 praktijkonderwijs 12,1 5,4 5,4 6,9 8,7 4,8 3,0 2,4 4,7 Mannen speciaal onderwijs 11,8 5,5 5,6 4,3 7,4 5,2 3,9 5,6 5,6 praktijkonderwijs 13,2 6,3 5,7 7,7 9,3 5,7 3,3 2,8 5,2 Vrouwen speciaal onderwijs 3,8 2,8 1,9 2,9 2,3 3,4 1,6 2,8 2,7 praktijkonderwijs 11,0 4,6 5,0 5,9 8,1 3,9 2,5 2,1 4,1 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.3: Rotterdammers in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs naar geslacht en afkomst, schooljaar Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal vmbo bb/kb-lwoo (lj 3-4) 25,4 15,8 14,5 14,9 20,9 10,4 7,7 6,2 10,8 vmbo bb/kb (lj 3-4) 22,3 16,1 15,0 17,8 16,8 10,0 10,4 8,4 12,2 vmbo gtl (lj 3-4) 26,0 32,6 28,1 28,9 33,0 22,6 18,8 21,6 24,7 havo (lj 3-5) 14,7 22,0 25,3 23,0 21,5 27,6 28,1 27,8 25,6 vwo (lj 3-6) 11,7 13,5 17,1 15,4 7,8 29,5 35,0 36,1 26,7 Mannen vmbo bb/kb-lwoo (lj 3-4) 30,5 17,4 13,4 14,7 23,2 8,8 6,9 6,7 11,0 vmbo bb/kb (lj 3-4) 20,6 16,5 18,3 16,0 18,7 9,8 9,9 9,6 12,7 vmbo gtl (lj 3-4) 26,0 32,8 27,6 31,4 32,0 24,2 20,1 20,3 24,5 havo (lj 3-5) 13,0 20,4 26,2 23,2 19,9 29,0 31,2 27,4 25,7 vwo (lj 3-6) 9,8 12,9 14,4 14,7 6,2 28,2 31,9 36,1 26,0 Vrouwen vmbo bb/kb-lwoo (lj 3-4) 24,5 14,9 12,1 15,8 18,4 10,1 6,2 6,3 10,5 vmbo bb/kb (lj 3-4) 17,3 13,6 11,6 15,6 11,3 7,9 8,8 7,7 10,4 vmbo gtl (lj 3-4) 28,6 31,0 31,8 29,2 35,3 19,2 19,7 21,9 25,2 havo (lj 3-5) 16,2 25,1 24,3 23,5 24,8 30,2 28,5 27,8 26,2 vwo (lj 3-6) 13,5 15,4 20,2 16,0 10,2 32,6 36,8 36,3 27,6 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo 75

77 Bijlagen Tabel b3.4: Rotterdammers in het mbo naar geslacht en afkomst, schooljaar Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal mbo, niveau 1 15,7 7,9 6,9 6,7 7,9 11,5 7,5 3,6 7,2 mbo, niveau 2 34,4 31,9 26,9 31,7 32,6 28,0 26,2 25,3 28,7 mbo, niveau 3 25,1 23,2 26,3 23,3 28,4 22,0 22,4 26,7 25,0 mbo, niveau 4 24,8 37,0 39,9 38,3 31,2 38,5 43,9 44,4 39,1 Mannen mbo, niveau 1 21,6 11,7 8,8 8,8 12,0 14,3 8,5 4,3 9,3 mbo, niveau 2 36,6 36,6 33,0 35,6 38,5 29,4 28,7 29,4 32,6 mbo, niveau 3 18,0 18,7 22,5 22,1 20,7 19,2 20,6 24,5 21,8 mbo, niveau 4 23,8 33,0 35,7 33,5 28,9 37,1 42,2 41,8 36,3 Vrouwen mbo, niveau 1 10,8 4,5 5,1 4,7 3,4 8,8 6,3 3,0 5,2 mbo, niveau 2 32,6 27,5 21,4 28,1 26,0 26,6 23,4 21,0 24,8 mbo, niveau 3 31,0 27,3 29,9 24,4 36,9 24,8 24,5 29,0 28,2 mbo, niveau 4 25,6 40,7 43,7 42,8 33,8 39,8 45,8 47,0 41,8 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.5: Absoluut schoolverzuim (5-17 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal bevolking 5-17 jaar (N) schoolverzuim (N) schoolverzuim (5-17 jr) 0,9 0,5 0,4 0,4 0,6 0,7 1,5 0,2 0,5 1e generatie 2,3 2,7 1,7 1,6 3,8 2,6 3,9-2,9 2e generatie 0,4 0,4 0,3 0,4 0,3 0,3 0,4-0,4 mannen 1,0 0,6 0,5 0,5 0,8 0,6 1,6 0,2 0,5 vrouwen 0,8 0,5 0,3 0,3 0,4 0,8 1,3 0,2 0,5 5 t/m 8 jaar 0,1 0,1 0,2 0,1 0,0 0,2 0,6 0,1 0,2 9 t/m 12 jaar 0,5 0,2 0,0 0,2 0,4 0,4 0,7 0,1 0,2 13 t/m 14 jaar 1,0 0,5 0,3 0,4 0,2 0,6 2,2 0,1 0,5 15 jaar 0,8 0,3 0,4 0,2 1,1 1,2 1,8 0,0 0,5 16 jaar 1,1 1,8 1,0 0,9 1,2 1,4 4,5 0,4 1,2 17 jaar 4,8 3,0 2,2 1,8 2,3 3,3 3,7 1,4 2,3 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo 76

78 Bijlagen Tabel b3.6: Relatief schoolverzuim (5-17 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, schooljaar Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking 5-17 jaar (N) schoolverzuim (N) schoolverzuim (5-17 jr) 10,8 6,4 7,1 6,8 6,7 5,6 6,0 2,8 5,3 1e generatie 15,5 8,5 10,2 12,0 7,7 7,1 11,1-10,7 2e generatie 9,1 6,3 6,9 6,6 6,7 5,3 3,6-6,3 mannen 12,1 6,9 7,9 7,4 8,4 6,0 6,2 2,8 5,7 vrouwen 9,6 6,0 6,4 6,2 5,2 5,3 5,7 2,7 4,9 5 t/m 8 jaar 5,7 1,8 2,2 2,4 2,2 2,7 3,5 1,0 2,1 9 t/m 12 jaar 4,3 2,4 2,6 2,4 1,8 2,9 3,3 0,9 2,1 13 t/m 14 jaar 16,4 8,5 10,3 9,4 8,7 9,0 7,7 4,3 7,7 15 jaar 22,4 15,6 16,0 12,6 11,6 10,8 11,8 6,4 11,4 16 jaar 21,0 19,3 16,2 15,2 15,6 11,8 14,7 6,6 12,6 17 jaar 22,0 20,4 15,3 18,8 16,5 13,5 11,2 7,7 13,4 5-8 jaar 5,7 1,8 2,2 2,4 2,2 2,7 3,5 1,0 2,1 1e generatie 7,6 4,2 4,5 6,1 0,0 1,1 7,7-5,8 2e generatie 5,4 1,8 2,1 2,3 2,3 2,9 1,8-2, jaar 4,3 2,4 2,6 2,4 1,8 2,9 3,3 0,9 2,1 1e generatie 6,7 2,5 4,8 0,9 2,4 3,3 6,8-5,1 2e generatie 3,7 2,4 2,4 2,4 1,7 2,9 1,8-2, jaar 16,4 8,5 10,3 9,4 8,7 9,0 7,7 4,3 7,7 1e generatie 17,5 8,2 8,3 13,8 2,4 9,8 14,2-12,3 2e generatie 15,7 8,5 10,5 9,1 9,3 8,8 4,6-9,1 15 jaar 22,4 15,6 16,0 12,6 11,6 10,8 11,8 6,4 11,4 1e generatie 22,4 15,3 13,7 16,7 17,6 10,8 19,0-16,8 2e generatie 22,3 15,6 16,4 12,3 11,0 10,7 6,8-13,7 16 jaar 21,0 19,3 16,2 15,2 15,6 11,8 14,7 6,6 12,6 1e generatie 22,0 13,1 17,7 19,3 12,5 8,6 20,9-16,9 2e generatie 20,1 19,8 16,0 14,9 16,2 13,0 11,3-15,9 17 jaar 22,0 20,4 15,3 18,8 16,5 13,5 11,2 7,7 13,4 1e generatie 21,7 15,7 17,3 25,5 16,7 14,4 15,1-17,4 2e generatie 22,2 20,9 15,1 18,4 16,5 13,0 9,0-16,9 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.7: Relatief schoolverzuim (5-17 jaar) naar afkomst, schooljaar t/m schooljaar Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal 2004/2005 6,2 3,3 3,8 3,0 2,7 4,8 3,0 1,8 3,0 2005/2006 5,8 2,8 3,2 2,8 2,7 3,7 3,1 1,7 2,7 2006/2007 6,9 4,0 4,0 3,9 3,5 4,7 3,5 2,0 3,4 2007/2008 7,3 4,0 4,6 3,8 4,0 4,4 3,4 1,9 3,4 2008/2009 6,8 3,9 4,3 4,0 4,0 3,6 3,0 1,9 3,3 2009/2010 9,8 4,9 5,6 5,1 4,7 4,1 4,1 2,2 4,1 2010/ ,4 6,2 6,3 6,1 7,6 5,4 5,6 2,6 5,1 2011/ ,8 6,4 7,1 6,8 6,7 5,6 6,0 2,8 5,3 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo 77

79 Bijlagen Tabel b3.8: Nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, schooljaar Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Leerlingen vo/mbo (N) nieuw vsv (N) nieuw vsv (%) 8,9 5,6 5,8 5,5 7,5 6,0 4,4 4,0 5,2 1e generatie 9,9 9,3 8,4 8,3 9,6 10,5 5,6. 8,8 2e generatie 8,0 5,2 5,4 5,3 7,2 4,1 3,9. 5,3 Mannen 11,2 8,1 7,3 7,2 9,9 7,3 4,9 4,4 6,4 Vrouwen 6,8 3,3 4,3 3,8 5,2 4,8 4,0 3,6 4, jaar 2,0 1,5 1,8 1,4 2,7 1,9 1,3 1,2 1, jaar 15,2 11,6 9,9 12,0 11,9 10,6 10,1 8,6 10, jaar 16,1 14,5 13,7 10,5 15,1 15,6 10,8 8,4 12,1 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, voorlopige cijfers, bewerking Risbo, Tabel b3.9: Nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar), schooljaar 2008/2009 t/m 2011/2012 Antillen Marokko Suriname Turkije overig niet-westers westers autochtoon totaal 2008/2009 voorlopig 9,1 6,4 6,9 5,7 6,2 5,0 4,7 5,8 2008/2009 definitief 6,3 2009/2010 voorlopig 9,2 6,1 6,0 5,3 6,0 5,5 4,2 5,4 2009/2010 definitief ,0 2010/2011 voorlopig 10,5 6,7 6,8 6,6 7,1 5,4 4,2 6,0 2010/2011 definitief ,3 2011/2012 voorlopig 8,9 5,6 5,8 5,5 6,0 4,4 4,0 5,2 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, voorlopige cijfers, bewerking Risbo, de definitieve cijfers voor schooljaar 2008/2009 t/m 2010/2011 zijn overgenomen uit Aanval op de Uitval, voorjaarsrapportage 2013, p1 78

80 Bijlagen Tabel b3.10: Voortijdig schoolverlaters, (17-22 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, 1 januari 2012 (volgens de oude definitie) 22 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking jaar (N) VSV-ers (N) aandeel VSV (17-22 jr) 19,3 20,1 17,8 19,9 20,3 16,9 22,1 11,8 16,2 1e generatie 19,9 28,1 20,8 31,3 28,9 22,9 31,0-25,4 2e generatie 18,4 18,9 17,2 18,8 18,7 10,6 11,7-16,7 mannen 24,5 27,4 23,0 25,3 25,1 19,4 21,9 13,2 19,2 vrouwen 14,5 13,1 12,7 14,1 14,9 14,6 22,4 10,3 13, jaar 9,9 6,9 6,7 7,6 7,1 6,4 7,8 4,9 6, jaar 21,4 22,2 20,6 22,2 24,8 17,8 22,2 13,2 17, jaar 23,3 32,1 24,2 29,0 27,1 22,5 29,1 14,9 21, jaar 9,9 6,9 6,7 7,6 7,1 6,4 7,8 4,9 6,4 1e generatie 11,1 11,5 9,3 11,8 12,3 9,2 12,8-10,9 2e generatie 8,8 6,4 6,4 7,3 6,5 4,7 4,5-6, jaar 21,4 22,2 20,6 22,2 24,8 17,8 22,2 13,2 17,8 1e generatie 21,9 30,7 21,8 29,2 21,6 24,1 29,3-25,5 2e generatie 20,7 21,0 20,4 21,7 25,4 11,7 13,6-19, jaar 23,3 32,1 24,2 29,0 27,1 22,5 29,1 14,9 21,5 1e generatie 22,6 37,9 25,3 40,5 44,0 27,4 38,1-31,3 2e generatie 24,7 31,0 24,0 27,3 23,4 15,0 15,4-23,8 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.11: Voortijdig schoolverlaters (17-22 jaar), 1 januari (volgens de oude definitie) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal ,2 19,5 20,3 24,3 20,9 23,6 19,6 16,7 19, ,9 18,5 17,6 20,5 18,9 21,7 22,3 15,2 17, ,8 19,3 18,4 20,1 19,4 16,8 21,7 14,0 17, ,6 21,2 18,7 20,0 19,6 18,1 24,8 13,7 17, ,2 19,2 18,1 19,0 20,7 17,4 22,9 12,7 16, ,3 20,1 17,8 19,9 20,3 16,9 22,1 11,8 16,2 22 Voortijdig schoolverlaters volgens de oude definitie. Voortijdig schoolverlaters zijn daarbij gedefinieerd als leerlingen die het (bekostigd) onderwijs hebben verlaten zonder dat zij een startkwalificatie hebben behaald. Een leerling heeft een startkwalificatie als hij of zij ten minste een havo- of vwo-opleiding, of een basisberoepsopleiding (mbo niveau 2) heeft afgerond. In deze paragraaf zijn specifieke leeftijdsgrenzen gehanteerd bij de definitie van een voortijdig schoolverlater. De categorie onvermijdelijk vsv is hierin meegenomen. Concreet is het aandeel voortijdig schoolverlaters bepaald voor jongeren in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. 79

81

82 Bijlage hoofdstuk 4 Tabel b4.1: Werkzoekenden als percentage van de potentiële beroepsbevolking (15-64 jaar), 31 december 2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon Bevolking jaar (N) werkzoekenden (N) totaal % werkzoekenden (15-64) 17,4 18,1 13,5 14,9 11,8 15,8 8,4 6,3 10,1 1e generatie 19,9 23,3 15,0 18,8 12,9 18,5 9,0-16,2 2e generatie 8,2 9,5 10,9 9,2 9,9 5,0 7,3-8,7 Mannen 17,6 19,0 13,4 14,7 12,2 16,0 8,2 6,2 10,0 Vrouwen 17,2 17,2 13,5 15,0 11,4 15,6 8,6 6,4 10, jaar 5,3 5,5 5,2 5,2 5,1 3,9 2,8 2,6 3, jaar 20,5 18,1 15,9 15,1 14,9 14,3 7,4 5,6 10, jaar 22,6 24,0 15,1 18,8 14,9 19,6 9,3 6,4 12, jaar 25,3 28,1 16,1 22,0 12,5 24,3 11,4 7,9 13, jaar 24,4 23,3 15,1 17,5 12,3 26,3 12,1 8,2 11, jaar 5,3 5,5 5,2 5,2 5,1 3,9 2,8 2,6 3,8 1e generatie 5,3 8,0 5,8 6,3 7,0 5,1 2,9-4,8 2e generatie 5,3 5,1 5,1 5,1 4,7 2,7 2,7-4, jaar 20,5 18,1 15,9 15,1 14,9 14,3 7,4 5,6 10,4 1e generatie 22,5 19,4 15,0 16,2 14,5 16,1 7,5-14,4 2e generatie 13,1 16,8 16,4 14,3 15,1 8,0 7,0-13, jaar 22,6 24,0 15,1 18,8 14,9 19,6 9,3 6,4 12,0 1e generatie 24,3 24,7 15,3 19,6 14,6 20,7 10,1-18,1 2e generatie 9,8 16,3 14,5 14,4 16,2 6,3 8,0-10, jaar 25,3 28,1 16,1 22,0 12,5 24,3 11,4 7,9 13,0 1e generatie 26,1 28,2 16,2 22,0 12,5 24,7 13,3-20,1 2e generatie * * * * * * 9,1-9, jaar 24,4 23,3 15,1 17,5 12,3 26,3 12,1 8,2 11,5 1e generatie 24,4 23,3 15,1 17,5 12,3 26,5 13,0-17,9 2e generatie * * * * * * 10,5-10,6 Jongeren 16 t/m 23 Werkzoekenden (%) 4,9 5,1 4,7 4,8 4,5 3,8 2,4 2,4 3,4 1e generatie 4,6 7,1 5,7 5,2 6,0 5,1 2,4-4,3 2e generatie 5,3 4,8 4,5 4,7 4,2 2,6 2,4-4,2 Mannen 5,3 5,7 4,9 5,2 5,3 4,0 1,8 2,1 3,5 Vrouwen 4,6 4,6 4,5 4,3 3,5 3,6 2,9 2,6 3,4 Bron: GBA, UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. 81

83 Bijlagen Tabel b4.2: Werkzoekenden als percentage van de potentiële beroepsbevolking (15-64 jaar), 31 december Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië ov-nw westers autochtoon totaal ,2 23,0 15,9 22,7 12,0 19,7 10,2 7,6 12, ,2 23,6 15,0 21,8 11,5 19,1 9,4 7,1 11, ,8 19,1 11,6 16,7 8,8 15,5 7,3 5,8 9, ,4 19,0 10,4 15,4 8,1 14,9 6,5 5,1 8, ,3 15,9 8,5 12,5 7,0 13,7 5,5 4,1 7, ,9 15,9 10,2 12,6 8,2 13,3 6,6 4,8 7, ,5 15,3 10,9 12,6 9,4 12,7 6,5 4,9 8, ,1 15,8 11,1 12,6 10,0 13,1 6,7 5,0 8, ,4 18,1 13,5 14,9 11,8 15,8 8,4 6,3 10,1 Tabel b4.3: Aandeel Werkzoekenden jongeren (16-23 jaar) uitimo Antillen 15,1 13,4 12,9 13,6 17,2 13,9 9,2 4,9 3,6 3,4 4,9 4,7 6,3 4,9 Marokko 11,0 9,6 10,2 10,5 13,1 10,3 7,2 3,7 3,3 2,5 4,4 5,1 6,5 5,1 Suriname 8,6 6,7 7,6 8,2 9,8 8,2 6,0 3,2 2,6 2,5 4,5 4,9 5,3 4,7 Turkije 13,0 10,8 11,7 11,8 13,9 10,5 7,1 3,1 2,4 1,9 3,3 4,6 5,6 4,8 Kaapverdië 7,3 6,3 7,1 7,0 9,0 7,2 5,7 1,8 1,6 2,4 3,6 5,0 6,1 4,5 overig niet-westers 9,2 8,9 10,2 12,7 14,0 10,2 7,1 3,8 3,4 2,4 2,9 3,2 3,7 3,8 overig westers 5,2 4,5 4,9 5,0 6,4 4,7 3,1 1,8 1,3 1,1 2,4 2,9 2,4 2,4 autochtoon 3,2 2,8 2,7 2,9 3,8 3,9 2,4 1,4 0,9 0,8 1,7 1,8 2,0 2,4 totaal 7,2 6,4 6,8 7,5 9,1 7,0 4,7 2,5 1,9 1,6 2,8 3,2 3,7 3,4 82

84 Bijlagen Tabel b4.4: Uitkeringsafhankelijkheid naar achtergrondkenmerken en afkomst, 31 december 2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon Bevolking (15-64 jr) (N) uitkeringen (N) totaal % uitkering (15-64 jr) 18,0 21,0 12,4 12,6 9,1 17,8 5,7 4,8 9,1 1e generatie 21,3 28,1 14,8 17,5 10,0 21,6 5,8-16,4 2e generatie 6,0 9,1 8,2 5,7 7,7 3,1 5,6-6,5 Mannen 16,1 20,6 11,4 10,1 7,4 16,6 4,7 4,3 8,0 Vrouwen 19,9 21,4 13,2 15,2 10,7 18,9 6,6 5,4 10, jaar 3,7 4,0 3,3 2,0 3,6 3,7 1,1 1,1 2, jaar 17,5 20,3 12,0 10,5 11,1 14,8 3,3 2,7 7, jaar 26,6 27,8 13,2 16,6 11,7 22,3 5,8 4,5 10, jaar 30,0 34,3 16,1 21,1 9,6 28,9 8,9 6,9 12, jaar 30,8 34,4 18,9 22,5 10,7 33,0 11,9 8,0 12, jaar 3,7 4,0 3,3 2,0 3,6 3,7 1,1 1,1 2,1 1e generatie 4,3 7,0 4,0 2,3 3,6 5,5 0,9-3,5 2e generatie 2,9 3,5 3,2 2,0 3,6 1,9 1,3-2, jaar 17,5 20,3 12,0 10,5 11,1 14,8 3,3 2,7 7,8 1e generatie 19,4 21,8 11,4 11,7 10,3 17,9 2,9-12,5 2e generatie 10,6 18,7 12,4 9,7 11,7 4,0 4,3-10, jaar 26,6 27,8 13,2 16,6 11,7 22,3 5,8 4,5 10,8 1e generatie 28,8 28,8 13,4 17,3 11,2 23,6 5,9-17,8 2e generatie 10,1 16,7 12,3 13,0 13,7 5,1 5,5-9, jaar 30,0 34,3 16,1 21,1 9,6 28,9 8,9 6,9 12,8 1e generatie 31,1 34,4 16,2 21,2 9,6 29,4 9,4-21,1 2e generatie * * * * * * 8,4-8, jaar 30,8 34,4 18,9 22,5 10,7 33,0 11,9 8,0 12,7 1e generatie 30,9 34,4 18,9 22,5 10,7 33,5 13,4-21,9 2e generatie * * * * * * 9,4-9,7 Jongeren 16 t/m 23 Uitkeringsontvangers (%) 3,0 3,6 2,8 1,7 3,2 3,5 0,9 1,0 1,9 1e generatie 3,3 6,5 3,3 2,0 3,8 5,2 0,7-3,1 2e generatie 2,6 3,1 2,7 1,6 3,1 1,8 1,2-2,3 Mannen 3,5 4,4 2,5 1,6 3,7 3,5 0,7 0,8 1,8 Vrouwen 2,6 2,7 3,0 1,7 2,7 3,4 1,2 1,2 1,9 Bron: RSO-OBI, GBA, SoZaWe, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. 83

85 Bijlagen Tabel b4.5: Uitkeringsafhankelijkheid naar achtergrondkenmerken en afkomst, 31 december Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië ov-nw westers autochtoon totaal ,3 16,9 13,9 13,0 9,8 16,8 7,0 5,9 9, ,8 17,1 13,9 12,5 9,3 16,3 6,8 5,7 9, ,7 15,9 12,3 10,8 8,4 15,1 6,2 5,2 8, ,6 15,3 10,9 9,9 7,3 14,5 5,7 4,7 7, ,9 14,3 9,8 9,1 6,4 14,0 5,2 4,4 7, ,9 20,2 10,9 12,3 7,3 15,6 5,5 4,8 8, ,6 21,0 11,8 13,0 8,5 16,6 5,8 4,8 8, ,5 20,6 12,0 12,5 8,6 17,4 5,6 4,7 8, ,0 21,0 12,4 12,6 9,1 17,8 5,7 4,8 9,1 Tabel b4.6: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een WWB, WIJ of IOA-uitkering uitimo Antillen 17,9 18,1 15,8 13,5 12,5 11,4 10,3 5,8 4,7 3,3 4,9 5,6 4,6 3,0 Marokko 7,1 6,7 6,0 6,1 6,5 6,2 5,9 3,3 3,0 2,0 3,7 4,5 4,3 3,6 Suriname 7,5 7,3 6,2 5,7 5,7 5,8 5,5 3,6 2,7 1,9 3,1 4,5 3,8 2,8 Turkije 6,5 5,9 5,2 4,8 4,4 4,5 3,7 1,7 1,5 0,8 1,8 3,0 2,1 1,7 Kaapverdië 7,1 7,0 5,2 4,6 4,6 4,6 4,3 2,4 1,6 1,6 2,5 4,2 4,2 3,2 overig niet westers 12,6 13,4 11,5 12,7 10,1 9,0 7,4 4,8 3,9 2,3 3,3 4,4 4,3 3,5 overig westers 3,3 3,0 2,8 2,7 2,6 2,5 2,7 1,6 1,3 0,8 1,2 1,8 1,4 0,9 autochtoon 1,9 2,0 1,4 1,4 1,4 1,9 1,8 1,1 0,9 0,5 0,9 1,2 1,2 1,0 totaal 5,3 5,5 5,2 5,3 4,9 4,4 4,0 2,4 1,9 1,2 2,0 2,7 2,4 1,9 84

86 Bijlage hoofdstuk 5 Onderzoeksmethode Een belangrijk doel van de monitor is het kunnen leggen van kruisverbanden tussen de mate waarin bepaalde groepen worden verdacht van criminaliteit en de opleidings- en sociaal-economische positie van deze groepen. Om dit mogelijk te maken is een koppeling gemaakt van gegevens over verdachten van de politie aan gegevens van de bevolking van de gemeente. De databestanden kunnen worden gekoppeld doordat in beide bestanden een unieke persoonlijke code is opgenomen. De in dit hoofdstuk gepresenteerde resultaten zijn gebaseerd op dit gekoppelde databestand. Dit heeft tot gevolg dat de resultaten uitsluitend betrekking hebben op geregistreerde verdachten die per stonden ingeschreven in de Basis Administratie van de gemeente Rotterdam. De gegevens over verdachten zijn gebaseerd op registraties in het zogenaamde Herkenningsdienst Systeem (HKS) van de KLPD. Berekening van de omvang van de criminaliteit In het rapport worden verdachtenpercentages gepresenteerd. Het verdachtenpercentage is berekend door het aantal verdachten in een bepaalde (bevolkings)groep uit te drukken als een percentage van het totaal aantal personen vanaf twaalf jaar in de desbetreffende bevolkingsgroep. Zo wordt de criminaliteitsgraad voor personen van Antilliaanse afkomst in 2012 bijvoorbeeld berekend door de verdachten van Antilliaanse afkomst te delen door alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van twaalf jaar en ouder en de uitkomst vervolgens te percenteren. We kunnen criminaliteit ook over een langere periode bekijken. In de monitor is bijvoorbeeld onderzocht welk deel van de Rotterdammers op enig moment in de periode in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict. Iemand die in 2012 in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict telt daarbij als een verdachte. Iemand die niet in 2012 maar bijvoorbeeld wel in 2005 werd verdacht telt in deze cijfers ook mee als verdachte. Deze gegevens geven dus een beeld van het aandeel Rotterdammer dat ooit (in de periode ) in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict. Ook deze cijfers kunnen voor allerlei subgroepen (zoals mannen van Antilliaanse afkomst in de leeftijdscategorie jaar) worden berekend en gepresenteerd. 85

87 Bijlagen Evenals bij de jaarcijfers gaat het ook hier om unieke personen. Een Rotterdammer die in bijvoorbeeld 2002, 2004, 2005 en 2006 werd verdacht telt slechts 1 keer mee als verdachte. Een Rotterdammer die alleen in 2000 werd verdacht telt ook 1 keer mee. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar de zwaarte van een delict. Iemand die in 2000 werd verdacht van winkeldiefstal telt als 1 verdachte en iemand die bijvoorbeeld in 2000 werd verdacht van diefstal met geweld, in 2003 van heling, en in 2006 van moord telt ook als 1 verdachte. Toelichting bij het cijfer van 2012 Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Het cijfer is gebaseerd op registratie van verdachten van een misdrijf in het Herkenningsdienstsysteem (HKS) door de Politie Rotterdam-Rijnmond. Er is gebruik gemaakt van de door de Dienst IPOL, KLPD verrijkte versie van HKS. 86

88 Bijlagen Tabel b5.1: Verdachten (12 jaar en ouder) in 2012 (in procenten van de betreffende deelpopulatie) a Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal bevolking 12 jr eo (aantal) verdachten 12 jr eo (aantal) verdachten (%) 7,3 5,2 4,1 3,4 4,0 2,7 1,7 1,2 2,3 1e generatie 7,4 3,3 3,2 2,1 2,5 2,4 1,6-2,9 2e generatie 6,6 8,3 5,6 5,1 6,7 3,4 1,7-4,7 Mannen 11,5 9,0 7,0 5,9 7,1 4,4 2,6 2,0 3,8 Vrouwen 3,3 1,3 1,5 0,7 1,1 1,0 0,7 0,5 0, jaar 7,1 7,9 4,3 4,5 4,4 4,3 3,0 2,3 4, jaar 9,0 10,8 7,1 5,6 8,4 4,3 2,6 2,7 4, jaar 8,2 4,4 4,7 3,4 4,6 2,5 2,0 1,7 2, jaar 4,8 1,8 2,7 1,7 1,8 1,5 1,0 0,9 1,4 65 e.o. 0,9 0,4 0,4 0,3 1,0 0,3 0,3 0,2 0,3 1 e generatie jaar 9,0 10,6 4,8 3,4 2,8 4,9 3,5-5, jaar 8,7 10,9 6,7 4,1 7,1 4,2 2,5-5, jaar 9,0 3,8 4,2 2,7 3,5 2,6 1,9-3, jaar 4,8 1,8 2,7 1,7 1,8 1,4 1,1-2,0 65 e.o. 0,9 0,4 0,4 0,3 1,0 0,3 0,3-0,4 2 e generatie jaar 5,7 7,7 4,3 4,6 4,6 4,1 2,8-5, jaar 9,7 10,8 7,2 5,9 8,7 4,4 2,9-6, jaar 4,5 6,2 5,3 4,8 6,2 2,1 2,1-4, jaar 3,4 0,0 3,4 5,3 0,0 2,7 1,0-1,2 65 e.o. * * * * * * 0,5-0,5 Mannen jaar 10,9 13,7 7,0 7,8 7,6 7,0 4,6 3,3 6, jaar 14,2 19,6 11,8 10,0 14,6 7,3 4,2 4,2 7, jaar 12,7 7,9 8,3 6,1 8,9 4,2 3,0 2,6 4, jaar 8,2 3,0 4,4 2,8 3,0 2,4 1,8 1,4 2,1 65 e.o. 1,8 0,6 0,8 0,4 1,4 0,6 0,6 0,4 0,5 Vrouwen jaar 3,1 2,0 1,5 1,0 1,4 1,6 1,2 1,2 1, jaar 4,3 2,4 2,6 1,1 1,7 1,6 1,2 1,2 1, jaar 4,0 1,1 1,6 0,7 1,3 0,9 1,0 0,6 1, jaar 1,7 0,4 1,3 0,5 0,7 0,6 0,3 0,4 0,6 65 e.o. 0,2 0,2 0,2 0,2 0,6 0,0 0,1 0,1 0,1 Uitkering geen uitkering (% verdacht) 6,4 5,5 3,8 3,5 4,1 2,4 1,6 1,4 2,4 uitkering (% verdacht) 13,4 5,9 8,5 4,4 7,3 4,2 4,8 5,5 6,2 Werkzoekend niet werkzoekend (% verdacht) 6,8 5,6 4,0 3,4 4,1 2,6 1,7 1,5 2,5 werkzoekend (% verdacht) 12,7 5,7 7,7 4,9 7,5 3,7 3,4 3,6 5,3 a) Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Het cijfer is gebaseerd op registratie van verdachten van een misdrijf in het Herkenningsdienstsysteem (HKS) door de Politie Rotterdam-Rijnmond. Er is gebruik gemaakt van de door de Dienst IPOL, KLPD verrijkte versie van HKS. * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. Bron: HKS, bewerking Risbo Tabel b5.1 (vervolg): Verdachten (12 jaar en ouder) 2005 t/m 2012 (in procenten van de betreffende deelpopulatie) 87

89 Bijlagen % verdachten in: Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal ,3 6,2 5,3 3,4 4,6 3,5 2,0 1,6 2, ,7 6,3 5,1 3,8 5,0 3,4 2,0 1,5 2, ,1 6,3 5,3 3,9 5,2 3,6 2,1 1,7 2, ,8 6,4 5,1 3,8 5,2 3,3 2,1 1,6 2, ,0 5,4 4,3 3,4 3,8 2,5 1,7 1,3 2, ,9 6,0 4,6 3,6 4,3 3,0 1,9 1,3 2, ,4 5,3 4,2 3,1 4,2 2,9 1,6 1,2 2, voorlopige cijfers 7,3 5,2 4,1 3,4 4,0 2,7 1,7 1,2 2,3 Tabel b5.1 (vervolg): Verdachte jongeren (12 t/m 23 jaar) in 2012 (in procenten van de betreffende deelpopulatie) a Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking, 12 tm 23 (aantal) Verdachten 12 t/m 23 (aantal) Verdachten, 12 t/m 23 (%) 8,4 9,5 5,9 5,1 6,8 4,4 2,8 2,5 4,5 1e generatie 8,8 11,3 6,0 3,9 5,0 4,5 2,7-5,4 2e generatie 8,0 9,2 5,9 5,2 7,2 4,3 2,9-6,1 Mannen 13,2 16,8 9,7 8,9 11,8 7,3 4,4 3,9 7,4 Vrouwen 3,8 2,2 2,1 1,1 1,7 1,6 1,2 1,2 1, jaar 6,4 6,1 4,2 3,6 2,9 3,6 2,7 1,8 3, jaar 9,1 11,4 6,7 5,9 8,3 4,7 2,8 2,8 5, jaar Niet verzuimers 4,9 5,8 3,4 3,4 3,3 3,2 2,3 1,7 3,0 schoolverzuimers 17,5 23,3 11,0 13,4 13,4 14,7 10,1 12,9 14, jaar geen nieuw vsv 8,0 8,9 5,4 4,8 4,7 2,8 2,5 4,3 nieuw vsv 15,9 26,7 18,6 12,1 15,1 12,7 8,6 14, jaar niet werkzoekend 7,8 8,9 5,6 4,8 6,4 4,2 2,7 2,5 4,3 werkzoekend 20,2 22,2 14,3 13,9 15,2 10,7 8,2 7,6 13, jaar geen uitkering 8,1 9,2 5,8 5,0 6,7 4,2 2,7 2,5 4,4 uitkering 17,6 21,2 12,5 13,5 11,7 10,2 9,3 11,2 13,6 a) Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. Bron: HKS, bewerking Risbo Tabel b5.2: Verdachten van jaar naar etniciteit en generatie Antillen 10,2 9,7 10,7 11,4 11,8 12,0 11,2 11,8 12,0 9,8 10,6 9,6 8,4 Marokko 7,8 9,3 9,8 11,3 11,2 10,4 11,3 11,6 11,8 9,8 10,8 10,4 9,5 Suriname 5,8 5,7 6,9 7,0 7,6 7,1 7,9 8,7 8,5 6,5 7,1 6,7 5,9 Turkije 3,3 3,6 3,8 4,9 5,1 5,0 5,6 6,0 5,9 5,3 5,9 5,3 5,1 Kaapverdië 5,9 6,1 6,6 7,5 8,0 7,5 7,9 9,0 8,8 6,7 7,7 7,2 6,8 ov. niet-westers 4,7 4,0 4,7 4,4 5,1 5,4 5,0 5,7 4,6 3,8 4,6 4,4 4,4 ov. westers 2,5 2,7 3,0 3,3 3,3 3,9 4,1 4,2 4,2 3,5 3,7 3,2 2,8 autochtonen 2,0 2,1 2,5 3,1 3,6 3,5 3,7 4,2 3,9 3,0 3,0 2,9 2,5 totaal 3,9 4,1 4,7 5,3 5,7 5,5 5,8 6,4 6,1 4,9 5,4 5,0 4,5 Antillen, 1e 11,2 10,9 11,9 12,5 13,1 12,9 11,8 11,8 12,8 10,3 11,1 10,4 8,8 Antillen, 2e 7,2 6,0 7,2 8,5 8,9 10,3 10,1 11,8 10,9 9,1 10,0 8,6 8,0 Marokko, ti 1e 7,7 8,5 10,0 11,2 10,9 10,8 10,0 10,7 10,7 10,2 9,2 11,6 11,3 Marokko, ti 2e 8,0 9,9 9,7 11,4 11,4 10,3 11,7 11,8 12,1 9,7 11,2 10,2 9,2 ti Bron: HKS, bewerking Risbo 88

90 Bijlagen Tabel b5.3: Percentage van bevolking van 12 jaar en ouder dat in de periode minimaal een keer in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict en per 1 januari 2012 in Rotterdam woont Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking (N) Verdachten (N) % verdachten 32,0 24,8 23,8 18,0 22,6 15,2 10,3 9,6 13,9 1e generatie 33,5 21,0 22,0 15,1 18,7 15,3 9,0-17,5 2e generatie 26,7 30,8 27,0 22,2 29,6 14,5 12,2-21,3 Mannen 44,5 38,4 37,3 29,9 35,2 22,9 15,4 15,0 21,5 Vrouwen 20,4 10,5 12,1 5,6 10,9 7,5 5,4 4,4 6, jaar 17,1 17,6 11,1 10,1 11,7 9,3 7,3 6,1 9, jaar 32,3 38,0 31,1 25,0 33,5 16,7 12,2 15,2 20, jaar 38,6 28,9 28,6 21,3 29,1 16,6 11,8 13,2 18, jaar 30,7 16,1 21,8 15,0 17,6 14,8 10,2 9,8 12,6 65 e.o. 10,7 5,9 8,4 3,4 8,4 5,4 4,7 3,6 4,0 1 e generatie jaar 18,0 18,3 10,8 9,2 8,5 10,9 7,8-12, jaar 30,3 35,4 28,1 18,6 24,3 15,3 9,1-18, jaar 40,8 25,6 26,1 17,5 24,8 16,7 9,7-20, jaar 31,1 16,1 21,9 15,0 17,5 14,8 10,0-17,3 65 e.o. 10,8 5,9 8,4 3,4 8,4 5,6 5,0-6,1 2 e generatie jaar 16,5 17,6 11,2 10,2 12,0 8,7 7,1-12, jaar 36,1 38,6 31,9 26,1 35,8 18,5 17,1-28, jaar 27,4 38,5 32,3 28,6 35,3 16,1 15,7-25, jaar 18,1 0,0 18,8 21,1 33,3 16,2 10,4-11,1 65 e.o Mannen jaar 25,0 28,9 17,0 16,1 18,6 14,3 10,7 8,6 15, jaar 44,6 59,9 44,2 41,4 45,7 25,4 17,8 22,0 30, jaar 51,4 46,4 44,4 36,0 47,7 24,8 17,4 19,4 27, jaar 45,6 24,7 36,0 25,0 29,4 22,9 15,5 15,0 19,5 65 e.o. 20,0 8,5 16,3 5,5 13,4 7,8 8,2 6,6 7,4 Vrouwen jaar 8,9 6,2 5,0 3,6 5,2 4,1 3,5 3,6 4, jaar 21,1 17,1 18,5 8,0 20,3 8,9 6,8 8,2 11, jaar 26,4 12,5 14,9 6,5 14,3 8,2 6,5 6,2 8, jaar 17,0 5,6 10,1 4,4 6,8 7,1 5,1 4,5 5,8 65 e.o. 4,4 1,4 3,0 1,1 2,2 2,9 1,8 1,4 1,6 Bron: HKS/BVH, bewerking Risbo. *zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. 89

91 Bijlagen Tabel b5.4: Indeling delicten gewelddadige seksuele delicten overige seksuele delicten gewelddadige delicten overig vermogensdelicten met geweld vermogensdelicten overig vernieling en openbare orde verkeer misdrijven Drugsdelicten overige delicten Verkrachting (SR242) Aanranding (SR246) Schennis eerbaarheid (SR239) Overige seksuele misdrijven (SR , SR ) Bedreiging (SR285) Moord en doodslag (poging) (SR287-SR292) Moord en doodslag (voltooid) (SR287-SR292) Mishandeling (SR300-SR306) Diefstal met geweld (SR312) Afpersing (SR317) Muntmisdrijven (SR208-SR211, SR213-SR214) Overige valsheid (SR216-SR232, SR234) Eenvoudige diefstal (SR310) Diefstal verbreking (SR311.) Overige gekwalificeerde diefstal (ov. SR311.) Verduistering (SR321-SR323) Bedrog (SR326-SR337, SR339) Heling (SR416, SR417) Tegen openbare orde (SR131-SR136, SR138-SR151A) Gemeengevaarlijke. misdrijven (SR157, SR158) Tegen openbaar gezag (SR177-SR206) Overige vernieling (SR350-SR354) rijden onder invloed (WVW26,WV8) Verlaten plaats ongeval (WVW30, WV7) Rijden na ontzegging (WVW32, WV9) Weigeren bloedproef (WV163, WVW) Dood/letsel door schuld (WVW36, WV6, WV175) Joyriding (WVW37, WV176.2, WV11) Overig misdrijven WVW Middelenlijst I (harddrugs) Middelenlijst II (softdrugs) Overige opiumwet Overige misdrijven SR Wet Wapens & munitie Misdrijven andere wetten Tabel b5.5: Kerncijfers aard criminaliteit, percentage verdachte naar type misdrijf en naar afkomst (12-23 jaar), 2012* Aard criminaliteit Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal verdachten delicten Antecedenten/ verdachte 1,6 1,8 1,7 1,6 1,7 1,7 1,6 1,6 1,7 Betrokken bij (%): Geweld 3,2 3,0 2,2 1,7 2,4 1,9 0,7 0,7 1,5 Vermogen 3,9 4,3 2,3 1,8 2,5 1,7 0,9 0,7 1,7 Openbare Orde 1,2 1,7 1,2 1,2 1,5 0,9 0,7 0,7 1,0 Verkeer 0,8 1,2 0,9 1,0 1,0 0,6 0,6 0,5 0,7 Drugs 0,6 1,2 0,3 0,3 0,6 0,3 0,2 0,2 0,3 Overig 1,1 1,4 0,7 0,7 0,9 0,5 0,3 0,3 0,6 * Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Het cijfer is gebaseerd op registratie van verdachten van een misdrijf in het HKS van de KLPD. Bron: HKS, bewerking Risbo 90

92 Bijlagen Tabel b5.6: Criminaliteit naar delicttype en afkomst 2012 (voor verdachten van 12 jaar en ouder) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal verdachten Misdrijven/delicten Misdrijven per verdachte 1,6 1,8 1,6 1,6 1,5 1,6 1,5 1,5 1,6 Geweld gewelddadige seksuele misdrijven 0,8 0,6 0,9 0,3 0,6 0,7 0,4 0,5 0,6 geweld tegen personen 19,7 17,6 21,3 22,0 21,8 20,7 18,4 20,4 20,1 vermogen met geweld 7,3 5,5 4,2 5,3 6,1 6,9 3,5 2,3 4,6 Vermogen vermogen zonder geweld 33,0 33,5 27,4 21,2 25,3 26,5 26,7 26,0 27,7 Openbare orde vernieling openbare orde en gezag 8,2 10,8 9,8 13,6 11,9 10,9 11,8 13,0 11,4 overige seksuele misdrijven 0,3 0,4 0,4 0,4 1,2 0,2 0,4 1,1 0,6 Verkeer 15,0 12,3 21,9 20,8 20,0 21,0 24,8 22,4 19,8 Drugs 7,7 10,6 6,3 8,0 5,1 6,0 5,9 6,3 7,2 Overig 8,0 8,8 7,9 8,4 8,0 7,0 8,1 8,0 8,1 * Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Bron: HKS, bewerking Risbo Tabel b5.7: Kerncijfers aard criminaliteit, percentage verdachte naar type misdrijf en naar afkomst (12 jaar en ouder), 2012* Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Aard criminaliteit verdachten delicten Misdrijven per verdachte 1,6 1,8 1,6 1,6 1,5 1,6 1,5 1,5 1,6 Betrokken bij (%): Geweld 2,5 1,7 1,3 1,1 1,3 0,9 0,4 0,3 0,7 Vermogen 2,7 1,9 1,2 0,8 1,2 0,8 0,5 0,3 0,7 Openbare Orde 0,9 0,8 0,6 0,6 0,6 0,4 0,2 0,2 0,4 Verkeer 1,4 0,9 1,0 0,8 1,0 0,7 0,5 0,3 0,6 Drugs 0,7 0,8 0,3 0,4 0,2 0,2 0,1 0,1 0,2 Overig 0,9 0,7 0,4 0,4 0,4 0,3 0,2 0,1 0,3 * Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Bron: HKS, bewerking Risbo 91

93 Bijlagen Tabel b5.8: Criminaliteit naar delicttype, afkomst en leeftijdscategorie, 2012* jaar Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal gewelddadige seksuele misdrijven 1,6 1,2 1,0 0,5 1,9 1,7 1,3 0,6 1,1 overige seksuele misdrijven 15,1 12,3 15,1 14,7 21,5 15,9 13,2 20,6 15,6 geweld tegen personen 19,9 10,6 17,0 17,5 20,6 27,6 15,1 11,8 15,7 vermogen met geweld 37,8 48,8 43,9 34,4 33,6 29,7 38,2 28,5 38,2 vermogen zonder geweld 13,1 13,1 12,5 21,0 12,1 16,3 22,4 23,2 16,9 vernieling openbare orde en gezag 0,4 0,7 1,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,6 0,5 verkeersmisdrijven 1,6 1,9 1,3 2,3 0,9 2,1 2,0 4,0 2,2 drugsmisdrijven 1,6 4,6 1,3 1,0 1,9 2,1 1,3 2,6 2,5 overige misdrijven 8,8 6,8 6,2 8,6 7,5 4,6 6,6 8,2 7, jaar gewelddadige seksuele misdrijven 0,5 0,4 0,3 0,0 0,4 0,2 0,0 0,8 0,4 overige seksuele misdrijven 19,0 15,0 17,6 17,4 17,6 20,4 15,1 17,4 17,4 geweld tegen personen 8,7 6,1 5,2 4,4 5,5 5,7 3,9 2,8 5,1 vermogen met geweld 36,1 27,6 26,3 23,1 25,3 28,5 20,0 24,4 26,7 vermogen zonder geweld 9,5 10,2 15,0 14,7 15,8 13,4 15,7 16,6 13,7 vernieling openbare orde en gezag 0,3 0,1 0,1 0,5 2,2 0,0 0,0 0,5 0,4 verkeersmisdrijven 10,7 16,1 22,1 24,2 15,4 18,8 30,2 20,1 19,2 drugsmisdrijven 6,6 13,1 4,7 6,2 7,3 5,9 6,9 5,6 7,2 overige misdrijven 8,5 11,3 8,6 9,4 10,6 7,1 8,2 11,8 9, jaar gewelddadige seksuele misdrijven 1,1 0,4 1,2 0,4 0,3 0,9 0,4 0,3 0,6 overige seksuele misdrijven 21,6 21,3 23,3 26,6 24,1 21,3 21,3 22,3 22,6 geweld tegen personen 4,3 2,1 1,8 1,8 3,3 2,3 1,9 1,3 2,1 vermogen met geweld 27,8 28,9 23,0 14,0 20,8 23,3 25,7 25,8 24,3 vermogen zonder geweld 7,2 10,8 7,7 10,3 10,4 8,4 10,1 10,9 9,5 vernieling openbare orde en gezag 0,1 0,5 0,2 0,1 0,6 0,4 0,3 0,8 0,4 verkeersmisdrijven 21,4 15,4 27,1 26,5 26,2 28,5 26,6 23,8 24,0 drugsmisdrijven 8,4 12,2 7,6 12,4 6,0 7,0 5,4 7,3 8,4 overige misdrijven 8,3 8,3 8,1 7,8 8,3 8,1 8,4 7,6 8, jaar gewelddadige seksuele misdrijven 0,0 0,0 1,1 0,0 1,0 0,6 0,4 0,4 0,5 overige seksuele misdrijven 19,3 31,7 24,5 28,6 25,0 25,4 16,9 21,1 22,7 geweld tegen personen 4,6 1,8 1,6 0,0 2,1 1,1 0,9 0,2 1,2 vermogen met geweld 38,8 32,3 30,0 21,4 29,2 29,4 30,7 26,6 29,3 vermogen zonder geweld 5,5 4,8 6,5 10,2 6,3 6,8 7,4 10,6 8,2 vernieling openbare orde en gezag 0,6 0,0 0,7 2,6 2,1 0,6 0,9 1,6 1,2 verkeersmisdrijven 13,2 13,2 19,8 22,4 33,3 22,0 26,0 26,5 22,5 drugsmisdrijven 12,1 10,8 8,5 6,6 0,0 7,9 9,5 7,3 8,2 overige misdrijven 6,0 5,4 7,4 8,2 1,0 6,2 7,4 5,6 6,2 65 jaar eo gewelddadige seksuele misdrijven 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 1,5 1,0 overige seksuele misdrijven 0,0 12,5 26,7 28,6 30,8 20,0 16,7 12,1 14,5 geweld tegen personen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 vermogen met geweld 50,0 37,5 33,3 42,9 46,2 20,0 30,6 27,1 29,8 vermogen zonder geweld 0,0 0,0 6,7 14,3 7,7 0,0 0,0 4,5 4,2 vernieling openbare orde en gezag 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 5,6 5,0 4,2 verkeersmisdrijven 50,0 37,5 33,3 0,0 15,4 60,0 30,6 43,2 39,1 drugsmisdrijven 0,0 0,0 0,0 14,3 0,0 0,0 2,8 3,0 2,8 overige misdrijven 0,0 12,5 0,0 0,0 0,0 0,0 13,9 3,5 4,5 * Het cijfer voor 2011 is een voorlopig cijfer. Bron: HKS, bewerking Risbo 92

94 Bijlagen Tabel b5.9: Kerncijfers vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) naar afkomst) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal % vervolgden in ,0 9,1 7,5 6,0 7,3 5,1 3,6 3,4 5, ,4 9,9 7,0 5,9 8,0 4,6 4,0 3,5 5, ,9 10,1 6,1 5,7 6,7 4,1 3,6 3,1 5, ,3 6,9 3,7 3,7 4,0 2,7 2,3 1,9 3, ,0 6,7 4,4 3,9 4,8 2,9 2,5 2,2 3, ,3 5,2 3,5 3,0 3,8 2,2 1,6 1,6 2,7 Bevolking, jaar vervolgden jaar % vervolgden ,3 5,2 3,5 3,0 3,8 2,2 1,6 1,6 2,7 1e generatie 5,1 6,1 2,6 2,4 3,7 2,2 1,4-2,9 2e generatie 5,6 5,1 3,7 3,0 3,9 2,2 1,7-3,5 Mannen 8,4 9,2 5,7 4,9 6,3 3,6 2,3 2,4 4,3 Vrouwen 2,4 1,3 1,2 0,9 1,3 0,8 0,8 0,7 1, jaar 5,6 5,0 3,2 3,2 3,7 3,0 2,0 1,8 3, jaar 5,2 5,6 3,7 2,7 3,9 1,5 1,2 1,4 2,4 Bron: OM, bewerking Risbo 93

95

96 Bijlage 6 VSV-ers, uitkeringsontvangers en verdachten: aantallen en percentages naar deelgemeente en buurt In de tabellen b6.1 en b6.2 zijn VSV-ers 23, uitkeringsontvangers en verdachten per deelgemeente en buurt weergegeven. Voorbeeld: per 1 januari 2012 wonen personen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar in Rotterdam. Daarvan staan er 611 geregistreerd als voortijdig schoolverlaters. Dit komt overeen met 19,3 procent van alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. Vervolgens is voor elke deelgemeente en buurt een soortgelijke berekening gemaakt. We zien dan bijvoorbeeld dat er in IJsselmonde 439 personen van Antilliaanse afkomst wonen in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. Daarvan staan er 111 geregistreerd als voortijdig schoolverlater. Dit komt overeen met 25,3 procent. Het percentage VSV-ers onder personen van Antilliaanse afkomst in IJsselmonde is dus hoger dan het gemiddelde percentage VSV-ers onder Antillianen in heel Rotterdam. Soortgelijke berekening is gemaakt voor uitkeringsontvangers en verdachten. Totaalscore In de laatste kolom is een totaalscore berekend. Deze totaalscore is berekend door voor de drie indicatoren (vsv, uitkeringen, verdachten) per deelgemeente/buurt een verschilscore ten opzichte van het gemiddelde van alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst te bepalen en deze vervolgens te sommeren. In Rotterdam is het aandeel voortijdig schoolverlaters van Antilliaanse afkomst 19,3 procent. In IJsselmonde is het aandeel voortijdig schoolverlaters van Antilliaanse afkomst 25,3 procent. De in IJsselmonde wonende Rotterdammers van Antilliaanse afkomst scoren daarmee (25,3-19,3=6,0 procent) slechter dan het gemiddelde van de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse afkomst; In IJsselmonde ontvangt 20,3 procent van de personen van Antilliaanse afkomst een uitkering. Van alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst ontvangt 18,1 procent een uitkering. De in IJsselmonde wonende 23 Deze analyse heeft betrekking op voortijdig schoolverlaters volgens de oude definitie. Voortijdig schoolverlaters zijn daarbij gedefinieerd als leerlingen die het (bekostigd) onderwijs hebben verlaten zonder dat zij een startkwalificatie hebben behaald. Een leerling heeft een startkwalificatie als hij of zij ten minste een havo- of vwo-opleiding, of een basisberoepsopleiding (mbo niveau 2) heeft afgerond. Concreet is het aandeel voortijdig schoolverlaters (inclusief onvermijdelijk vsv) bepaald voor jongeren in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. 95

97 Bijlagen personen van Antilliaanse afkomst scoren daarmee 2,2 procent (20,3-18,1) slechter dan gemiddeld; In IJsselmonde is het aandeel verdachten van Antilliaanse afkomst 8,0 procent. De in IJsselmonde wonende personen van Antilliaanse afkomst scoren daarmee 0,7 procent (8,0-7,3) slechter dan het gemiddelde van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst; In totaal scoort de bevolking van Antilliaanse afkomst in IJsselmonde 6,0+2,2+0,7=9 procent slechter dan het gemiddelde van de totale groep Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Opmerking: Als gevolg van kleine aantallen in een deelgemeente of buurt kunnen door toevalsfluctuaties grote verschilscores ontstaan. Voordat er conclusie over deelgemeenten kunnen worden getrokken is het daarom noodzakelijk om goed naar de aantallen te kijken. 96

98 Bijlagen Tabel b6.1a: Rotterdammers van Antilliaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar deelgemeente, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam , , ,3 0,0 Stadscentrum , , ,1-25,1 Delfshaven , , ,4-1,5 Overschie , , ,8 8,3 Noord , , ,1-5,9 Hillegersberg-Schiebroek , , ,1-4,1 Kralingen-Crooswijk , , ,6-6,7 Prins Alexander , , ,4-7,8 Feijenoord , , ,7 5,4 IJsselmonde , , ,0 9,0 Charlois , , ,9 4,9 Pernis , , ,3-14,1 Hoogvliet , , ,5-2,1 Hoek van Holland 2 0 0, , ,0-30,4 Rozenburg , , ,0-5,7 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, Tabel b6.1b: Rotterdammers van Marokkaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar deelgemeente, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam , , ,4 0,0 Stadscentrum , , ,3 1,2 Delfshaven , , ,3 3,6 Overschie , , ,6-6,0 Noord , , ,6 1,9 Hillegersberg-Schiebroek , , ,8-1,8 Kralingen-Crooswijk , , ,6 0,6 Prins Alexander , , ,0-7,1 Feijenoord , , ,4-3,2 IJsselmonde , , ,8 0,6 Charlois , , ,6-0,7 Pernis 5 0 0, , ,8-12,8 Hoogvliet , , ,3-5,8 Hoek van Holland 1 0 0, , ,8-7,4 Rozenburg 1 0 0, , ,2-26,9 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers 97

99 Bijlagen Tabel b6.2a: Rotterdammers van Antilliaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar buurt, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam , , ,3 0,0 Cool/Nieuwe Werk/Dijkzigt , , ,0-33,1 Stadsdriehoek/C.S. Kwartier , , ,0-32,8 Oude Westen , , ,9 2,8 Delfshaven , , ,9-11,5 Bospolder , , ,1 3,9 Tussendijken , , ,7 15,0 Spangen , , ,5-1,2 Nieuwe Westen , , ,5 4,1 Middelland , , ,8 3,6 Oud-Mathenesse/Witte Dorp , , ,0-14,0 Schiemond , , ,1 7,2 Kleinpolder , , ,9 3,3 Overschie/Noord- Kethel/Schieveen/Zestienhoven/La nd , , ,2 17,3 Agniesebuurt , , ,6-15,8 Provenierswijk , , ,6-28,1 Bergpolder , , ,0-9,6 Blijdorp/Blijdorpse Polder , , ,1-4,2 Liskwartier , , ,7-3,6 Oude Noorden , , ,3 16,7 Schiebroek , , ,4-4,0 Hillegersberg-Zuid , , ,2 35,6 Hillegersberg-Noord , , ,4-6,1 Terbregge 3 0 0, , ,3-36,4 Molenlaankwartier , , ,0-30,4 Rubroek , , ,9-15,0 Nieuw-Crooswijk , , ,3 10,8 Oud-Crooswijk , , ,4 8,1 Kralingen-West , , ,7-0,1 Kralingen-Oost/Kralingse-Bos , , ,5-18,7 De Esch , , ,7-15,5 Struisenburg , , ,0-28,0 s-gravenland , , ,8-39,4 Kralingseveer , , ,0-13,7 Prinsenland , , ,3-7,2 Het Lage Land , , ,0-12,3 Ommoord , , ,7-0,7 Zevenkamp , , ,3-10,1 Oosterflank , , ,0 16,0 Nesselande , , ,4-2,9 Kop van Zuid/(KvZ-Entrepot) , , ,7-24,5 Vreewijk , , ,2 12,6 Bloemhof , , ,5 10,3 Hillesluis , , ,8 8,1 Katendrecht , , ,3 3,9 Afrikaanderwijk , , ,9 9,2 Feijenoord , , ,8 18,6 Noordereiland , , ,8 15,8 Oud-IJsselmonde , , ,2 26,4 Lombardijen , , ,4 5,4 Groot-IJsselmonde , , ,6 12,7 Beverwaard , , ,2 2,8 Tarwewijk , , ,0-3,9 Carnisse , , ,3-4,4 Zuidwijk , , ,1 15,4 Oud-Charlois , , ,4 7,4 Wielewaal , , ,7 31,1 Zuidplein/Zuiderpark/Zuidrand , , ,1 36,1 Pendrecht , , ,9 9,0 Heijplaat , , ,8-3,9 Pernis , , ,3-14,1 Hoogvliet-Noord , , ,1-1,9 Hoogvliet-Zuid , , ,8-2,2 Hoek van Holland 2 0 0, , ,0-30,4 Rozenburg , , ,0-5,7 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers 98

100 Bijlagen Tabel b6.2b: Rotterdammers van Marokkaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar buurt, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam , , ,4 0,0 Cool/Nieuwe Werk/Dijkzigt , , ,8 6,4 Stadsdriehoek/C.S. Kwartier , , ,3-14,6 Oude Westen , , ,3 3,5 Delfshaven , , ,4 9,8 Bospolder , , ,8 9,1 Tussendijken , , ,1 6,8 Spangen , , ,0-3,5 Nieuwe Westen , , ,0 2,5 Middelland , , ,7 14,1 Oud-Mathenesse/Witte Dorp , , ,0-7,9 Schiemond , , ,4-0,3 Kleinpolder , , ,3-8,5 Overschie/Noord- Kethel/Schieveen/Zestienhoven/La nd , , ,1 4,1 Agniesebuurt , , ,5 15,0 Provenierswijk , , ,3-11,6 Bergpolder , , ,9 0,5 Blijdorp/Blijdorpse Polder , , ,5 21,4 Liskwartier , , ,1-6,8 Oude Noorden , , ,4 2,2 Schiebroek , , ,1 1,1 Hillegersberg-Zuid 2 0 0, , ,6-27,4 Hillegersberg-Noord , , ,0-0,3 Terbregge 7 0 0, , ,0-30,6 Molenlaankwartier , ,9 - Rubroek , , ,2 7,6 Nieuw-Crooswijk , , ,5-5,5 Oud-Crooswijk , , ,9 3,6 Kralingen-West , , ,9-3,1 Kralingen-Oost/Kralingse-Bos , , ,1 25,1 De Esch , , ,7-16,6 Struisenburg , , ,2 2,1 s-gravenland , , ,8-15,4 Kralingseveer , ,0-44,5 Prinsenland , , ,0-17,5 Het Lage Land , , ,4-22,5 Ommoord , , ,2-8,3 Zevenkamp , , ,5 5,0 Oosterflank , , ,8 15,0 Nesselande , , ,2-19,5 Kop van Zuid/(KvZ-Entrepot) , , ,1 3,7 Vreewijk , , ,3-5,2 Bloemhof , , ,1-0,6 Hillesluis , , ,4-9,0 Katendrecht , , ,8-4,1 Afrikaanderwijk , , ,3-0,8 Feijenoord , , ,4-3,9 Noordereiland , , ,5-5,2 Oud-IJsselmonde 6 0 0, , ,1-26,8 Lombardijen , , ,7 4,3 Groot-IJsselmonde , , ,4-2,0 Beverwaard , , ,9 6,3 Tarwewijk , , ,3-1,5 Carnisse , , ,3-5,8 Zuidwijk , , ,3-2,5 Oud-Charlois , , ,2-0,7 Wielewaal 1 0 0, , ,0-3,0 Zuidplein/Zuiderpark/Zuidrand , , ,0 10,6 Pendrecht , , ,2 3,6 Heijplaat , , ,9 13,4 Pernis 5 0 0, , ,8-12,8 Hoogvliet-Noord , , ,8-13,2 Hoogvliet-Zuid , , ,2 7,4 Hoek van Holland 1 0 0, , ,8-7,4 Rozenburg 1 0 0, , ,2-26,9 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers 99

101

102 Begrippenlijst Autochtoon Persoon van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren. Allochtoon Een allochtoon is daarbij gedefinieerd als een persoon van wie tenminste één van de ouders in het buitenland geboren is. Overig westers In de tabellen en grafieken wordt de groep overig westers onderscheiden. Hiermee wordt verwezen naar personen van wie tenminste één van de ouders geboren is in één van de landen in Europa (exclusief Turkije en de MOE-landen), Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië of Japan. Overig niet-westers In de tabellen en grafieken wordt de groep overig niet-westers onderscheiden. Tot deze categorie worden personen gerekend van wie tenminste één ouder is geboren in een land in Azië (m.u.v. Japan en Indonesië), Afrika of Latijns Amerika. De apart onderscheiden groepen; Rotterdammers van Antilliaanse, Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Kaapverdiaanse, Dominicaanse en Somalische afkomst behoren niet tot de categorie overige niet-westerse allochtonen. Gegevens over deze zeven grote niet westerse allochtone groepen in Rotterdam worden namelijk al apart gepresenteerd in deze rapportage. 101

103 Begrippenlijst Eerste generatie allochtoon Allochtonen die in het buitenland zijn geboren, worden gerekend tot de eerste generatie. Tweede generatie allochtoon Allochtonen die in Nederland zijn geboren, worden gerekend tot de tweede generatie. Misdrijf Strafbaar feit van de zware soort, als zodanig aangeduid in de strafwetten. Indeling van strafbare feiten is van belang bij het procesrecht (absolute competentie en rechtsmiddelen) en de strafbaarstelling. Berechting in eerste aanleg gebeurt in de meeste gevallen door de rechtbank. Absoluut schoolverzuim Als een leerplichtige leerling langer dan vier weken niet is ingeschreven op een school is er sprake van absoluut verzuim Relatief schoolverzuim Als een leerling incidenteel of geregeld ongeoorloofd afwezig is, is er sprake van relatief verzuim. Voortijdig schoolverlaters Voortijdig schoolverlaters zijn hier gedefinieerd als leerlingen die het (bekostigd) onderwijs hebben verlaten zonder dat zij een startkwalificatie hebben behaald. 102

104 Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren J. de Boom, A. Weltevrede, Y. Seidler, M. van San, P. Hermus, P. van Wensveen Rotterdam: Risbo / Erasmus Universiteit. Juli 2013 Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus DR Rotterdam tel.: fax: Copyright RISBO Contractresearch BV. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de Directie van het Instituut.

Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen

Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen Y. Seidler M. van San P. Hermus Rotterdamse Risicogroepen

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Rotterdam 2010

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Rotterdam 2010 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Rotterdam 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M.

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Schiedam 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Schiedam 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Schiedam 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y.

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Amersfoort 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Amersfoort 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Amersfoort 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Eindhoven 2010

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Eindhoven 2010 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Eindhoven 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M.

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2010

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2010 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M. van

Nadere informatie

Antilliaanse Nederlanders in Hellevoetsluis 2011

Antilliaanse Nederlanders in Hellevoetsluis 2011 Antilliaanse Nederlanders in Hellevoetsluis 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Lelystad 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Lelystad 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Lelystad 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y.

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Nijmegen 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Nijmegen 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Nijmegen 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y.

Nadere informatie

Antilliaanse Nederlanders in Dordrecht 2011

Antilliaanse Nederlanders in Dordrecht 2011 Antilliaanse Nederlanders in Dordrecht 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van

Nadere informatie

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2011

Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2011 Antilliaanse en Marokkaanse Nederlanders in Tilburg 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y.

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Veenendaal 2011

Marokkaanse Nederlanders in Veenendaal 2011 Marokkaanse Nederlanders in Veenendaal 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2011

Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2011 Marokkaanse Nederlanders in Utrecht 2011 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 2) J. de Boom P. van Wensveen A. Weltevrede P. Hermus Y. Seidler M. van San

Nadere informatie

Antilliaanse Nederlanders 2012

Antilliaanse Nederlanders 2012 Antilliaanse Nederlanders 2012 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 3) J. de Boom P. van Wensveen P. Hermus A. Weltevrede M. van San Antilliaanse Nederlanders

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E [email protected] I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders 2012

Marokkaanse Nederlanders 2012 Marokkaanse Nederlanders 2012 De positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit (meting 3) J. de Boom P. van Wensveen P. Hermus A. Weltevrede M. van San Marokkaanse Nederlanders

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Oosterhout 2010

Marokkaanse Nederlanders in Oosterhout 2010 Marokkaanse Nederlanders in Oosterhout 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M. van San P. Hermus

Nadere informatie

Signaal Rapport. Monitor IMAR 2006

Signaal Rapport. Monitor IMAR 2006 Signaal Rapport Monitor IMAR 2006 Plan van Aanpak Impuls Marokkaanse Risicojongeren 2006-2009 MONITOR IMAR 2006 INHOUDSOPGAVE Inleiding 2 1 Demografie 3 1.1 Aantal Marokkaanse Hagenaars van 12 tot en met

Nadere informatie

Marokkaanse Nederlanders in Gorinchem 2010

Marokkaanse Nederlanders in Gorinchem 2010 Marokkaanse Nederlanders in Gorinchem 2010 Een nulmeting van hun positie op de terreinen van onderwijs, arbeid en uitkering en criminaliteit J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen M. van San P. Hermus

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

JONGE MOEDERS IN ROTTERDAM. Stand van zaken 2008

JONGE MOEDERS IN ROTTERDAM. Stand van zaken 2008 JONGE MOEDERS IN ROTTERDAM. Stand van zaken 2008 Jo nge moeder s in Ro tterdam Stand van zaken 2008 L.P.M. van Dun en J.M. Reijnen Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) oktober 2008 In opdracht van

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 20 Fact sheet april 20 De totale werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Van de 14.000 Amsterdamse jongeren

Nadere informatie

BIJLAGE 1 Nulmeting Project Plan van Aanpak Marokkaanse risicojongeren

BIJLAGE 1 Nulmeting Project Plan van Aanpak Marokkaanse risicojongeren BIJLAGE 1 Nulmeting Project Plan van Aanpak Marokkaanse risicojongeren 2006-2009 1 Demografie 1.1 Marokkaanse Hagenaars van 12 tot en met 24 jaar Per 1 januari 2005 wonen in Den Haag 6.296 Marokkanen van

Nadere informatie

Erratum Jaarboek onderwijs 2008

Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Centraal Bureau voor de Statistiek Erratum 13 december 2007 Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is een aantal zaken niet juist vermeld. Onze

Nadere informatie

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs 7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs Vergeleken met autochtonen is de participatie in het hoger onderwijs van niet-westerse allochtonen ruim twee keer zo laag. Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/

Nadere informatie

Sterke toename alleenstaande moeders onder allochtonen

Sterke toename alleenstaande moeders onder allochtonen Carel Harmsen en Joop Garssen Terwijl het aantal huishoudens met kinderen in de afgelopen vijf jaar vrijwel constant bleef, is het aantal eenouderhuishoudens sterk toegenomen. Vooral onder Turken en Marokkanen

Nadere informatie

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Esther van Kralingen Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/ 2 is het aandeel van de niet-westerse allochtonen dat in het hoger onderwijs

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2015 Fact sheet juni 20 De werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar sterk gedaald. Van de 3.00 Amsterdamse jongeren in de leeftijd van 15

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt : een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Direct nadat zij school hadden verlaten, maar ook nog vier jaar daarna, hebben voortijdig naar verhouding vaak geen baan. Als

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters en Citotoets-gegevens,

Voortijdig schoolverlaters en Citotoets-gegevens, , Toelichting bij geleverde maatwerktabellen 2006/2007 en 2007/2008* Levering: 17 februari 2010 De maatwerktabel over voortijdig schoolverlaters 2006/2007 bevat gegevens over het voortgezet onderwijs (vo)

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

12. Vaak een uitkering

12. Vaak een uitkering 12. Vaak een uitkering Eind 2001 hadden niet-westerse allochtonen naar verhouding 2,5 maal zo vaak een uitkering als autochtonen. De toename van de WW-uitkeringen in 2002 was bij niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-015 13 februari 2006 9.30 uur Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 In 2005 is de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

Dordtse jeugd in cijfers

Dordtse jeugd in cijfers Dordtse jeugd in cijfers stand van zaken en ontwikkelingen kerncijfers Hoe staat het met de jeugd in? Hoeveel kinderen groeien op in een bijstandsgezin? Hoeveel jongeren zijn werkloos en welk aandeel heeft

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen

Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen Mila van Huis De vruchtbaarheid van vrouwen van niet-westerse herkomst blijft convergeren naar het niveau van autochtone vrouwen. Het kindertal

Nadere informatie

Langdurige werkloosheid in Nederland

Langdurige werkloosheid in Nederland Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011 Sociaal-economische schets van Zuidwest 2011 Zuidwest is onderdeel van het en bestaat uit de buurten Haagwegnoord en -zuid, Boshuizen, Fortuinwijk-noord en -zuid en de Gasthuiswijk. Zuidwest heeft een

Nadere informatie

Gestruikeld voor de start

Gestruikeld voor de start Bijlagen Gestruikeld voor de start De school verlaten zonder startkwalificatie Lex Herweijer Bijlage A... 2 Bijlage bij hoofdstuk 4... 3 Bijlage bij hoofdstuk 5... 4 Sociaal en Cultureel Planbureau Den

Nadere informatie

LAAGGELETTERDHEID IN HAAGSE HOUT

LAAGGELETTERDHEID IN HAAGSE HOUT LAAGGELETTERDHEID IN HAAGSE HOUT Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS ONTWIKKELD

Nadere informatie

Misdrijven en opsporing

Misdrijven en opsporing 4 Misdrijven en opsporing R.J. Kessels en W.T. Vissers In 2015 registreerde de politie 960.000 misdrijven, 4,6% minder dan in 2014. Sinds 2007 is de geregistreerde criminaliteit met ruim een kwart afgenomen.

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

Gemengd Amsterdam * in cijfers*

Gemengd Amsterdam * in cijfers* Gemengd Amsterdam * in cijfers* Tekst: Leen Sterckx voor LovingDay.NL Gegevens: O + S Amsterdam, bewerking Annika Smits Voor de viering van Loving Day 2014 op 12 juni a.s. in de Balie in Amsterdam, dat

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

Factsheet Jongeren buiten beeld 2013

Factsheet Jongeren buiten beeld 2013 Factsheet Jongeren buiten beeld 2013 1. Aanleiding en afbakening Het ministerie van SZW heeft CBS gevraagd door het combineren van verschillende databestanden meer inzicht te geven in de omvang en kenmerken

Nadere informatie