MEE-Sectorrapport Overige industrie
|
|
|
- Tessa van den Pol
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie
2
3 Colofon Projectnaam: MEE-monitoring 2015 Sector: Overige industrie Datum: Status: Definitief Kenmerk: HVDK/ Locatie: Utrecht Contactpersoon: Ir J.M. van der Knaap
4 Inhoud Hoofdstuk 1. Inleiding... 1 Hoofdstuk 2. Overzicht ontwikkeling energieverbruik... 2 Hoofdstuk 3. Verklaring verandering energieverbruik... 3 Hoofdstuk 4. Spiegeling aan de geaggregeerde EEP s... 4 Hoofdstuk 5. Resultaten per pijler... 5 Hoofdstuk 6. Tabellen... 8 I
5 Samenvatting Kerngegevens Sectorgegevens Overige industrie Aantal MEE-deelnemers in Aantal beschouwde bedrijven voor 2015 in dit rapport 13 Aantal toetreders in Aantal uittreders in Werkelijk energieverbruik 2015 (TJ) Effecten van maatregelen 2015 t.o.v t.o.v Procesefficiencyverbetering 1,4% 9,3% Besparing in de keten [TJ] Duurzame energie [TJ] Resultaten Energieverbruik Het totale werkelijke energieverbruik van de sector bedroeg TJ in Dit is ongeveer 4,3% lager dan in Deze afname is voornamelijk het gevolg van de afname van het productievolume met 688 TJ en energiebesparende maatregelen met 253 TJ. Uitvoering van de EEP's van de sector In de Energie Efficiency Plannen (EEP's ) heeft de sector toegezegd maatregelen te treffen die in 2016 tot een jaarlijkse geaggregeerde besparing van TJ leiden. Na drie jaar bedraagt het jaarlijkse effect van maatregelen 994 TJ. Hiermee is 90% van de sectordoelstelling gerealiseerd. Energiebesparing in het proces Procesmaatregelen in 2015 hebben een besparing van 253 TJ opgeleverd. De belangrijkste procesmaatregelen zijn: restwarmte benutting warmte kracht installatie; reststoom benutten voor voorwarmen suppletiewater; proces optimalisaties in verdamping en voorverwarming. In 2015 komen de cumulatieve besparingen op het gebied van PE-maatregelen op 9,3% van het energieverbruik ten opzichte van II
6 Energiebesparing in de keten Ketenmaatregelen hebben in 2015 een totale besparing van 369 TJ opgeleverd. De belangrijkste ketenmaatregelen zijn: minder drogen van product noodzakelijk; minder gedroogde grondstof door vergisting; in bedrijf nemen van een tweede biogasmotor. De besparing door ketenmaatregelen in 2015 komt overeen met een intensivering ten opzichte van het basisjaar 2009 van 366 TJ ( + 2,1% ). Inzet duurzame energie De totale inzet van duurzame energie in de sector bedraagt 869 TJ in De belangrijkste duurzame-energiemaatregelen zijn: vergistingsinstallatie; anaerobe reactor, levering groen gas; vergistingsinstallatie, levering groen gas. Algemene ontwikkelingen De sector Overige Industrie vertegenwoordigt verschillende sectoren, waardoor het niet mogelijk is een eenduidig beeld te schetsen Convenantactiviteiten Naast diverse maatregelen om te besparen op elektriciteitsgebruik, heeft MARS in 2015 vooral de focus gelegd op het besparen van aardgas. De belangrijkste maatregelen die hieraan hebben bijgedragen zijn: in gebruik name van een warmtepomp, warmteterugwinning uit flashstoom en meer productie en gebruik van biogas. Cargill heeft geïnvesteerd in de betrouwbaarheid van zijn WKK- en boiler installaties. Dit draagt bij tot een verhoogde efficiëntie en warmte recuperatie. Tevens werd een aanzienlijk deel aardgas vervangen door biogas. Bij een van de productielocaties van Suiker Unie is er geïnvesteerd in efficiënter verdamping, wat een energiebesparing van ca. 10% oplevert op primair verbruik. Op haar locatie Foxhol heeft Avebe afgelopen jaar een rookgascondensor geplaatst in de schoorsteen van de stoomketel. Het heet water wordt benut om in een nabij gelegen productielijn de productstroom voor te warmen alvorens het gedroogd wordt. Hiermee wordt op jaarbasis 2000 ton CO2 bespaard. De klinkerproductie bij ENCI Maastricht wordt uiterlijk medio 2019 gestopt. ENCI richt zich op verdere verduurzaming, onder meer via het verder verlagen van het klinkeraandeel in cement en de toepassing van meer recyclebare materialen. III
7 ROCKWOOL heeft afgelopen jaar haar externe logistieke processen verbetert door gebruik te maken van transporteurs die energiezuinige LZV s (Lange Zware Vrachtvoertuigen) inzetten. Hiermee wordt zowel energie als CO2 gereduceerd. IV
8 Hoofdstuk 1. Inleiding Dit rapport bevat de resultaten van de sector in het kader van het MEE-convenant. De grafieken in hoofdstuk 2 tot en met 5 geven de overzichten van: de ontwikkeling van het energieverbruik van de sector vanaf 2009; de verklaring van de verandering in energieverbruik ten opzichte van vorig jaar; de spiegeling ten opzichte van de geaggregeerde energie-efficiencyplannen (EEP's) van de sector; de ontwikkeling van het effect van de PE-, KE- en DE-maatregelen vanaf Hoofdstuk 6 geeft de achterliggende informatie weer in tabellen. Dit sectorrapport is opgesteld op basis van de door bedrijven aangeleverde gegevens in het kader van de jaarlijkse MEE-monitoring. De berekeningen in dit rapport zijn gebaseerd op de methodiek energie-efficiency zoals die is vastgelegd in de Handreiking monitoring MEE. Details over de methodiek kunt u vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 1 van 10
9 Hoofdstuk 2. Overzicht ontwikkeling energieverbruik Onderstaande grafiek laat het jaarlijkse energieverbruik van de sector vanaf 2009 zien. Voor 2009 is het primaire energieverbruik niet in verschillende energiedragers gesplitst omdat deze gegevens niet bekend zijn. Vanaf 2010 is dit wel het geval. Het totale werkelijke energieverbruik van de sector bedroeg TJ in Dit is 4,3% lager dan in Deze afname is onder meer het gevolg van een volume verlagend effect van 688 TJ, hoewel er grote verschillen zijn tussen bedrijven: 7 bedrijven rapporteren een afname, waarbij 1 bedrijf een afname van 46%, en 6 bedrijven rapporteren een lichte toename van productie. Het aandeel van gas in het energieverbruik is 76%, 3%-punten meer dan in 2014, het aandeel van elektriciteit is 16%, 3%-punten minder dan in Twee bedrijven leveren warmte door aan derden, dit jaar voor 198 TJ, hetgeen zichtbaar is in bovenstaande grafiek als een klein balkje onder de nullijn. Zes locaties passen WKK toe voor de eigen opwekking van energie. Een wisselende mix van warmte, biogas en overige brandstoffen vormen de resterende 8 %. Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 2 van 10
10 Hoofdstuk 3. Verklaring verandering energieverbruik Onderstaande grafiek geeft aan in welke mate verschillende factoren de verandering in het energieverbruik tussen het verslagjaar en het jaar daarvóór verklaren Verklaring verandering energieverbruik 2015 t.o.v Energie [TJ-primair] Energieverbruik PE-maatregelen (besparend) Volume-effect (verlagend) Overige invloedsfactoren (ontsparend) 133 Onverklaard (ontsparend) 14 Energieverbruik Maatregelen in het proces (PE-maatregelen) hebben een besparend effect tot doel (het energieverbruik wordt minder). In 2014 gaven de bedrijven voor 253 TJ aan besparende maatregelen op. Het volume-effect (effect door verschil in productiehoeveelheid) is verhogend (meer energieverbruik) bij hogere productie of verlagend bij lagere productie. In deze sector is door afname van de productie sprake van 688 TJ besparing. Het deel overige invloedfactoren is de optelsom van alle invloedfactoren die de sector heeft gerapporteerd, zoals hogere/lagere capaciteitsbezetting ten opzichte van vorig jaar of gunstige/ongunstige weersomstandigheden ten opzichte van vorig jaar. Deze optelsom kan uiteindelijk besparend of ontsparend zijn. Bij de Overige Industrie is sprake van 133 TJ ontsparing; 10 bedrijven rapporteerden in totaal 14 ontsparende en 7 besparende invloedfactoren. De post onverklaard is de restpost. Deze restpost is besparend wanneer het verwachte energieverbruik in het monitoringjaar (de optelsom van de eerste vier posten in de grafiek) hoger is dan het werkelijke energieverbruik. De restpost is ontsparend wanneer het verwachte energieverbruik lager is dan het werkelijke energieverbruik. Hoe kleiner de restpost, des te beter het werkelijke energieverbruik in de sector is verklaard. In deze sector is deze post 14 TJ ontsparend, hetgeen relatief 0,1 % van het energieverbruik bedraagt en daarmee zeer klein is. Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 3 van 10
11 Hoofdstuk 4. Spiegeling aan de geaggregeerde EEP's Onderstaande grafiek geeft de jaarlijkse ontwikkeling aan van het effect van de getroffen maatregelen binnen de sector ten opzichte van De horizontale lijn is de sectordoelstelling voor 2016 (1110 TJ, 6 % ) op basis van zekere en voorwaardelijke maatregelen van PE en KE. Na drie jaren van de huidige EEP-periode , is gerapporteerd dat aan PEmaatregelen 876 TJ (4,5%) is gerealiseerd. Aan KE-maatregelen is 369 TJ gerapporteerd, hetgeen een toename is ten opzichte van de gerapporteerde hoeveelheid KE-maatregelen in 2012 met 118 TJ (0,7 %) Opgeteld levert dit aan gerealiseerde PE- en KE-maatregelen een besparing ten opzichte van de doelstelling van 994TJ, 5,2%. In vergelijking met de doelstelling van het MJP (1110 TJ in 2016 = 6 %) is dit dan een realisatie van 90 %. Indien duurzame energie wel zou worden meegeteld is de besparing hiervan in TJ, hetgeen 45 TJ meer is dan in 2014 en 553 TJ meer is dan in Op basis van PE-, KE-, en DE-maatregelen is in de huidige EEP-periode in totaal 1547 TJ bespaard, hetgeen 8,3% besparing is in vergelijking met Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 4 van 10
12 Hoofdstuk 5. Resultaten per pijler Het MEE-convenant kent twee pijlers: procesefficiency en ketenefficiency. De grafieken geven de jaarlijkse effecten per pijler vanaf 2010 weer. Deze resultaten zijn aangegeven als percentage van het energieverbruik van de sector. DE-inspanningen vallen buiten het convenant, maar zijn voor de volledigheid wel weergegeven. De bedrijven hebben in 2015 nieuwe maatregelen op het gebied van procesefficiency genomen met een besparing van 253 TJ, 1,4%. De belangrijkste procesmaatregelen zijn: restwarmte benutting warmte kracht installatie; reststoom benutten voor voorwarmen suppletiewater; proces optimalisaties in verdamping en voorverwarming. Cumulatief over 2010 tot en met 2015 zijn voor 1784 TJ aan PE-besparingsmaatregelen getroffen. Door de 1,4% besparing die in 2015 is gerealiseerd, komt de cumulatieve besparing daarmee op 9,3%. Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 5 van 10
13 Ketenmaatregelen hebben in 2015 een besparing van 369 TJ opgeleverd, hetgeen ten opzichte van 2012 een toename van 118 TJ is ( 0,7% ). Ten opzichte van het jaar 2009 is dit een intensivering van 366 TJ, hetgeen overeenkomt met 2,0 % van het energieverbruik. De belangrijkste ketenmaatregelen zijn: minder drogen van product noodzakelijk; minder gedroogde grondstof door vergisting; in bedrijf nemen van een tweede biogasmotor. Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 6 van 10
14 Vijf bedrijven rapporteren maatregelen op het gebied van duurzame energie, bijna geheel door eigen opwekking uit afval en biomassa, van in totaal 869 TJ. Dit betekent een toename in de rapportage van DE ten opzichte van 2014 met 45 TJ. De totale intensivering van DE ten opzichte van 2009 is 836 TJ. Twee bedrijven rapporteren grote hoeveelheden groen gas ( samen bijna 21 miljoen m 3 ) dat geleverd wordt aan het aardgasnet. Daarnaast gebruiken zij ook biogas voor de eigen energieopwekking op locatie. Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 7 van 10
15 Hoofdstuk 6. Tabellen De eerste tabel hieronder bevat de gerapporteerde gegevens over het jaarlijkse energieverbruik en de uitgevoerde maatregelen vanaf Alle waarden in tabel 1 en 2 zijn in TJ primair per jaar. Tabel 1 Energie- en besparingscijfers. Resultaten per jaar [TJ] Werkelijk energieverbruik Besparing door PE-maatregelen KE-besparing in de productieketen KE-besparing in de productketen Inkoop van duurzame energie Opwekking van duurzame energie Duurzame energie wordt wel door de bedrijven gerapporteerd maar is geen pijler van het MEE-convenant. Het wordt niet opgenomen in tabel 2 voor het bepalen van het effect. Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 8 van 10
16 De tweede tabel geeft een overzicht van het effect van geplande en gerealiseerde maatregelen op jaarbasis ten opzichte van Er is daarbij niet gecorrigeerd voor gewijzigde omstandigheden (bijvoorbeeld het productieniveau). Tabel 2 Effecten van uitgevoerde maatregelen in Effect [TJ] ten opzichte van 2012 Categorie Subcategorie Verwacht eindresultaat in 2016 (MJP) Gerealiseerd jaarlijks effect t/m verslagjaar Procesmaatregelen Installaties en gebouwen Procesefficiency Energiezorg en gedragsmaatregelen Strategische projecten Subtotaal procesefficiency Maatregelen in de productieketen Ketenefficiency Maatregelen in de productketen Subtotaal ketenefficiency Totaal Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 9 van 10
17 De derde tabel geeft een overzicht van alle bedrijven die vanaf 2010 hebben gerapporteerd. Van deze bedrijven zijn alle beschikbare en relevante cijfers vanaf 2006 tot en met 2015 in het sectorrapport verwerkt. In de derde kolom is per bedrijf aangegeven of de gegevens over 2015 in dit rapport zijn meegenomen. Tabel 3 Deelnemende bedrijven binnen de sector inclusief toe-/ uitgetreden bedrijven in Bedrijfsnaam Status in 2015 Meegenomen in 2015? Toelichting AVEBE locatie Foxhol Deelnemer Ja AVEBE locatie Gasselternijveen Deelnemer Ja AVEBE locatie Ter Apelkanaal Deelnemer Ja Cargill Benelux B.V. Sas van Gent Deelnemer Ja Enci B.V. Vestiging IJmuiden Deelnemer Ja Enci B.V. Vestiging Maastricht Deelnemer Ja Enci B.V. Vestiging Rotterdam Deelnemer Ja Masterfoods Veghel B.V. (Mars B.V.) Veghel Deelnemer Ja Rockwool B.V. Roermond Deelnemer Ja Suiker Unie locatie Dinteloord Deelnemer Ja Suiker Unie locatie Vierverlaten Deelnemer Ja TATE & LYLE Netherlands B.V. Koog aan de Zaan Deelnemer Ja Vlisco Netherlands B.V. Helmond Deelnemer Ja *** N.v.t. Definitief MEE-Sectorrapport 2015 Overige industrie Pagina 10 van 10
MEE-Sectorrapport Papier- en kartonindustrie
MEE-Sectorrapport 2014 Papier- en kartonindustrie Colofon Projectnaam: MEE-monitoring 2014 Sector: Papier- en kartonindustrie Datum: 150626 Status: Definitief Kenmerk: HVDK/156028 Locatie: Utrecht Contactpersoon:
MJA-Sectorrapport 2014 ICT
MJA-Sectorrapport 2014 ICT Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: ICT Datum: 150716 Status: definitief Kenmerk: 1235678/HVDK/156011 Locatie: Utrecht Contactpersoon: Ir J.M. van der Knaap Ondersteunend
MJA-Sectorrapport 2013 Frisdranken, Waters en Sappen
MJA-Sectorrapport 2013 Frisdranken, Waters en Sappen Colofon Projectnaam: MJA-monitoring Frisdranken, Waters en Sappen Datum: 13 juni 2014 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/nnb/TDL/nnb/158002 Locatie:
MJA-Sectorrapport 2013 Gieterijen
MJA-Sectorrapport 2013 Gieterijen Colofon Projectnaam: MJA-monitoring Gieterijen Datum: 7 juli 2014 Status: definitief 2 Kenmerk: TG/156008 Locatie: Utrecht Contactpersoon: T.W.A. Goossens Ondersteunend
MJA-Sectorrapport 2012 ICT
MJA-Sectorrapport 2012 ICT Colofon Projectnaam: MJA-monitoring ICT Datum: 13 06 13 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/223/HVDK/CC/156011 Locatie: Utrecht Contactpersoon: Hans van der Knaap Ondersteunend
MJA- Sectorrapport 2013 ICT
MJA- Sectorrapport 2013 ICT Colofon Projectnaam: MJA-monitoring ICT Datum: 140717 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/223/HVDK/CC/156011 Locatie: Utrecht Contactpersoon: Ir. J.M. van der Knaap Ondersteunend
MJA-Sectorrapport 2015 Koffiebranderijen
MJA-Sectorrapport 2015 Koffiebranderijen Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2015 Sector: Koffiebranderijen Datum: 22 augustus 2016 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/JRI/158004 Locatie: Utrecht Contactpersoon:
MJA-Sectorrapport 2013 Hoger beroepsonderwijs
MJA-Sectorrapport 2013 Hoger beroepsonderwijs Colofon Projectnaam: MJA-monitoring Hoger beroepsonderwijs Datum: 26-6-2014 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/U&W/WJW/MS/157002 Locatie: Utrecht Contactpersoon:
MJA-Sectorrapport 2014 Koffiebranderijen
MJA-Sectorrapport 2014 Koffiebranderijen Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: Koffiebranderijen Datum: 18 juni 2015 Status: definitief Kenmerk: 1235678/RHA/158004 Locatie: Utrecht Contactpersoon:
MJA-Sectorrapport 2014 Frisdranken, Waters en Sappen
MJA-Sectorrapport 2014 Frisdranken, Waters en Sappen Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: Frisdranken, Waters en Sappen Datum: 17 juni 2015 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/TDL/158002 Locatie:
MJA-Sectorrapport 2015 Hoger beroepsonderwijs
MJA-Sectorrapport 2015 Hoger beroepsonderwijs Het I/O-gebouw van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2015 Sector: Hoger beroepsonderwijs Datum: 7-7-2016 Status: Definitief
MJA-Sectorrapport 2015 Tankopslag en -overslagbedrijven
MJA-Sectorrapport 2015 Tankopslag en -overslagbedrijven Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2015 Sector: Tankopslag en -overslagbedrijven Datum: 7 juli 2016 Status: Definitief Kenmerk: FVDP/156022 Locatie:
MJA-Sectorrapport 2014 Grofkeramische industrie
MJA-Sectorrapport 2014 Grofkeramische industrie Colofon Projectnaam: MJA-monitoring Grofkeramische industrie Datum: 9 juni 2015 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/BW/156007 Locatie: Utrecht Contactpersoon:
MJA-Sectorrapport 2014 Financiële dienstverleners
MJA-Sectorrapport 2014 Financiële dienstverleners Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: Financiële dienstverleners Datum: 22-juni-2015 Status: Definitief Kenmerk: 22062015/WW/156015 Locatie:
MJA-Sectorrapport 2014 Asfaltindustrie
MJA-Sectorrapport 2014 Asfaltindustrie Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: Asfaltindustrie Datum: 13 mei 2015 Status: Definitief Kenmerk: FVDP/156001 Locatie: Roermond Contactpersoon: Frank
MJA-Sectorrapport 2012 Tankopslag en -overslagbedrijven
MJA-Sectorrapport 2012 Tankopslag en -overslagbedrijven Colofon Projectnaam: MJA-monitoring Tankopslag en -overslagbedrijven Datum: 6 juni 2013 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/223/LM/NWK/156022 Locatie:
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. MJA-Sectorrapport 2014 Oppervlakte Behandelende Industrie
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland MJA-Sectorrapport 2014 Oppervlakte Behandelende Industrie Colofon Projectnaam: MJA-monitoring Oppervlakte Behandelende Industrie Datum: 26 juni 2015 Status: Definitief
MJA-Sectorrapport 2014 Tankopslag en -overslagbedrijven
MJA-Sectorrapport 2014 Tankopslag en -overslagbedrijven Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: Tankopslag en -overslagbedrijven Datum: 01 juni 2015 Status: Definitief Kenmerk: FVDP/156022 Locatie:
MJA Sectorrapport 2011 Aardappelverwerkende industrie
MJA Sectorrapport 2011 Aardappelverwerkende industrie Pagina 1 van 1 Colofon Projectnaam Locatie Contactpersoon Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Versienummer Datum Status Kenmerk Sectorrapport
MJA-Sectorrapport 2015 Metallurgische industrie
MJA-Sectorrapport 2015 Metallurgische industrie Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2015 Sector: Metallurgische industrie Datum: 20 juli 2016 Status: Definitief Kenmerk: TG/MLI/156013 MJA Locatie: Utrecht
MJA-Sectorrapport 2014 Groenten- en fruitverwerkende industrie
MJA-Sectorrapport 2014 Groenten- en fruitverwerkende industrie Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: Groenten- en fruitverwerkende industrie Datum: 18 juni 2015 Status: Definitief Kenmerk:
MJA-Sectorrapport 2015 Asfaltindustrie
MJA-Sectorrapport 2015 Asfaltindustrie Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2015 Sector: Asfaltindustrie Datum: 7 Juli 2016 Status: Definitief Kenmerk: FVDP/156001 Locatie: Roermond Contactpersoon: Frank
MJA-Sectorrapport 2014 Vleesverwerkende industrie
MJA-Sectorrapport 2014 Vleesverwerkende industrie Colofon Projectnaam: MJA-monitoring 2014 Sector: Vleesverwerkende industrie Datum: 21 juli 2015 Status: Definitief Kenmerk: 1235678/TDL/158006 - versie
