CULTUURMONITOR HEERLEN 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "CULTUURMONITOR HEERLEN 2014"

Transcriptie

1 CULTUURMONITOR HEERLEN 2014 Maart 2015 Bureau Onderzoek & Statistiek Gemeente Heerlen

2

3 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding Algemeen Doel van het onderzoek Leeswijzer 6 2. Begrippenlijst 7 3. Samenvatting 9 4. Culturele activiteiten in vrije tijd Zelf beoefenen van culturele activiteiten Redenen om niet (meer) deel te nemen aan cultuur Lidmaatschap Tijdsbesteding Steun aan culturele sector Erfgoed Interesse in erfgoed Erfgoedbeoefening Bezoek aan cultureel erfgoed en galerieën Bezoek aan culturele voorzieningen en activiteiten Bezoek aan culturele voorstellingen Beschikking over passen Gebruik maken van uitleeninstellingen Bezoek aan (besloten) feesten Cultuur in Heerlen Bezoek aan Heerlense culturele voorzieningen Bezoek aan festivals en evenementen Beperkingen Cultuur in de wijk Cultuur op straat Media Bekijken en beluisteren van culturele uitvoeringen of vertoningen via media Boeken Informatie verkrijgen over culturele activiteiten Stellingen over cultuur Cultuur in het algemeen Cultureel aanbod in Heerlen Achtergrondkenmerken 57

4 11. Conclusies en aanbevelingen Literatuurlijst 63 Bijlage I: Onderzoeksverantwoording I Bijlage II: Cultuur in de Atlas voor gemeenten 2014 V Bijlage III: Natuurgebieden en stadsparken VII

5 1. INLEIDING 1.1 Algemeen In het beleid van de gemeente Heerlen bestaat veel aandacht voor cultuur. In het coalitieakkoord is te lezen dat de culturele lente die in het verleden is ingezet in Heerlen een goede keuze is geweest en daarom ook de komende bestuursperiode wordt voortgezet. Met name de volgende prioriteiten en accenten worden gelegd: - het toegankelijker maken van cultuur in de buurten; - de nadruk leggen op ons erfgoed; - urban culture. Om zicht te krijgen op de effecten van lokaal/regionaal kunst- en cultuurbeleid is er in 2012 voor de eerste keer onderzoek gedaan naar cultuurparticipatie van inwoners in de gemeente Heerlen. Dit onderzoek kan als een nulmeting gezien worden. Om de ontwikkelingen te kunnen volgen is het onderzoek naar cultuurparticipatie in 2014 herhaald. 1.2 Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om de cultuurparticipatie van de inwoners van de gemeente Heerlen, het publieksbereik van cultuur én de beleving van cultuur in beeld te brengen én om het cultuurbeleid van de gemeente Heerlen beter te kunnen monitoren en evalueren. Daarnaast wordt beoogd inzicht te verkrijgen in de wijze waarop de cultuurparticipatiegraad kan worden verhoogd. De vraagstelling luidt dan ook als volgt: In hoeverre maken inwoners van de gemeente Heerlen gebruik van culturele voorzieningen en nemen ze deel aan culturele activiteiten, hoe beoordelen ze cultuur en het cultuuraanbod in Heerlen, op welke wijze kan de cultuurparticipatie worden verhoogd en wat zijn de ontwikkelingen ten opzichte van 2012? Middels dit onderzoek wordt inzichtelijk: - in hoeverre de inwoners van de gemeente Heerlen actief zijn in het zelf uitoefenen van culturele activiteiten in 2012 en 2014; - in hoeverre Heerlenaren culturele voorstellingen in 2012 en 2014 bezoeken; - in hoeverre Heerlenaren erfgoed en galerieën in 2012 en 2014 bezoeken; - in hoeverre inwoners van de gemeente Heerlen gebruik maken van culturele voorzieningen in 2012 en 2014; - in hoeverre Heerlenaren gebruik maken van het lokale cultuuraanbod in 2012 en 2014; - hoe ze cultuur en het cultuuraanbod in Heerlen beoordelen in 2012 en

6 1.3 Leeswijzer Hieronder worden enkele punten toegelicht die van belang zijn bij het lezen en interpreteren van de onderzoeksuitkomsten die in dit rapport gepresenteerd zijn. Voor onderzoekstechnische achtergrondinformatie wordt verwezen naar de onderzoeksverantwoording die als bijlage I bij dit rapport is opgenomen. Hierin wordt meer informatie gegeven over zaken als onderzoeksmethode, respons, representativiteit, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid. Algemeen Het grootste gedeelte van het onderzoek is gebaseerd op enquête-onderzoek. Aan de inwoners van Heerlen is naar hun gedrag en mening met betrekking tot cultuur gevraagd. Het gaat dus om subjectief gerapporteerd gedrag. Uitkomsten kunnen dus afwijken van objectieve cijfers over bijvoorbeeld cultuurdeelname. Een ander aandachtspunt is dat er in de onderzoeksgroep waarschijnlijk sprake is van zelfselectie aangezien bewoners zelf bepalen of ze wel of niet meedoen aan het onderzoek. Mensen die zelf deelnemen aan cultuur, zowel passief als actief, zullen eerder geneigd zijn om het onderzoek in te vullen dan mensen die weinig interesse in cultuur hebben. De cijfers hebben daarom met name meerwaarde wanneer ze vergeleken kunnen worden met cijfers uit eerdere Heerlense cultuuronderzoeken hetgeen nu op dit onderzoek van toepassing is. Er kan nu daadwerkelijk gekeken worden naar ontwikkelingen en verschillen. Om ook een inschatting te maken van de stand van zaken op cultureel gebied op landelijk niveau is in deze rapportage ook gekeken naar uitkomsten van andere cultuuronderzoeken (bijvoorbeeld onderzoek van Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). De vragen in het onderzoek hebben grotendeels betrekking op de periode van 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. Het onderzoek is in oktober-november 2014 uitgevoerd dus de periode waar de cijfers betrekking op hebben ligt 12 maanden hiervoor. Het onderzoek is uitgevoerd onder inwoners van de gemeente Heerlen vanaf 12 jaar. De uitkomsten worden gepresenteerd in de vorm van figuren, tabellen en aanvullende commentaren. Afhankelijk van de inhoudelijke relevantie worden de uitkomsten al dan niet uitgesplitst naar geslacht, leeftijdsklassen en stadsdelen. Indeling In de volgende hoofdstukken worden de resultaten van het onderzoek beschreven. Na de begrippenlijst volgt de samenvatting, gevolgd door hoofdstuk 4 dat gaat over het zelf beoefenen van culturele activiteiten. Hoofdstuk 5 behandelt over erfgoed, en hoofdstuk 6 gaat over het bezoek aan culturele voorzieningen en activiteiten. Cultuur in Heerlen komt in hoofdstuk 7 aan bod, media en de mening over cultuur in de hoofdstukken 8 en 9. In hoofdstuk 10 worden de achtergrondkenmerken in relatie tot cultuur bekeken en de rapportage wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen en de literatuurlijst. 6

7 2 BEGRIPPENLIJST Tijdens het onderzoek hebben we gemerkt dat bepaalde begrippen met betrekking tot cultuur niet door iedereen eenduidig worden gebruikt. Om misverstanden te voorkomen geven we hieronder voor een aantal begrippen een korte uitleg. Actieve cultuurparticipatie: alle vormen van het actief beoefenen en artistiek ontwikkelen van, of betrokken zijn bij cultuur in de vrije tijd, dus buiten school en werk 1. Bereik van het cultuuraanbod: het aantal mensen dat een bezoek brengt aan culturele of uitgaansvoorzieningen. Cultuur: In brede zin wordt het gebruikt voor 'alles wat door de samenleving wordt voortgebracht'. 'Cultuur' wordt dan tegenover natuur' gesteld. In engere zin wordt het woord gebruikt voor kunstuitingen of voor kunst en wetenschap, inclusief literatuur, architectuur, en dergelijke. 2 Deze laatste betekenis wordt voor dit onderzoek gehanteerd. Cultureel erfgoed : musea, archieven, archeologische opgravingen, bezienswaardige gebouwen, dorpen en stadsdelen en historische evenementen. Culturele voorzieningen: instellingen/plaatsen waar men voorstellingen, (feesten met) optredens of tentoonstellingen op het gebied van cultuur kan bezoeken zoals schouwburg, poppodia, musea, bibliotheken, muziekscholen. Culturele activiteiten: bezigheden op het gebied van beeldende kunst, muziek, nieuwe media, heemkunde, creatief schrijven, dansen en theater. Media: radio, televisie, internet als bronnen van informatie. Receptieve cultuurparticipatie: het bezoeken, beschouwen van cultuur 3 Uitleeninstellingen: voorzieningen waar men terecht kan voor het lenen van materiaal zoals bibliotheek, fonotheek (muziekuitleen) en artotheek (kunstuitleen). 1 LKCA (2015). Definities kernbegrippen sector. Verkregen op 26 maart 2015 van kennis-a-z/begrippen 2 FOV. (2015). Begrippenlijst sociaal-cultuur volwassenwerk. Verkregen op 26 maart 2015 van 3 LKCA (2015). Definities kernbegrippen sector. Verkregen op 26 maart 2015 van kennis-a-z/begrippen 7

8 8

9 3. SAMENVATTING Cultuur leeft in Heerlen! Uit het onderzoek blijkt dat een zeer groot gedeelte van de inwoners van de gemeente Heerlen zowel zelf actief bezig is met cultuur als gebruik maakt van het culturele aanbod. Zo heeft 60% van de inwoners zich in de afgelopen 12 maanden in zijn vrije tijd beziggehouden met kunstbeoefening. Met name activiteiten die vallen onder beeldende kunst zijn populair, gevolgd door nieuwe media en muzikale activiteiten. Het overgrote deel (45%) van de kunstbeoefenaars doet dit alleen of in persoonlijke kring, bijna een derde doet dit in verenigingsverband en 7% via een culturele instelling. De meeste inwoners besteden 1 tot 4 uur per week aan deze activiteiten. Bijna de helft van de inwoners (48%) geeft steun aan de culturele sector door actief te zijn als vrijwilliger, lid te zijn van een vereniging of donateur. Van de Heerlenaren die zelf cultureel actief zijn, steunt een groter deel de culturele sector dan van de Heerlenaren die niet zelf amateurkunst beoefenen. Dit geldt ook voor de receptieve cultuurparticipanten; een groter deel van de inwoners die wel voorstellingen bezoeken (in vergelijking met inwoners die geen voorstellingen bezoeken), steunt de culturele sector. De voornaamste redenen om niet actief deel te nemen aan culturele activiteiten liggen in de interessesfeer, het ervaren van tijdgebrek en de eraan verbonden kosten. Het blijkt dat (hoge) kosten niet alleen een barrière zijn die inwoners belemmeren om zelf actief deel te nemen aan activiteiten maar ook om (meer) voorstellingen of culturele voorzieningen te bezoeken. Meer dan de helft van de inwoners geeft aan dat financiën een lichte, matige of ernstige belemmering vormen om deel te nemen aan cultuurbezoek. En het blijkt dat de inwoners van Heerlen graag culturele en/of uitgaansvoorzieningen bezoeken. Bijna negen op de tien inwoners (87%) heeft culturele voorstellingen bezocht. Als hierin filmvoorstellingen niet worden meegerekend, heeft nog steeds 79% van de Heerlenaren de afgelopen 12 maanden een culturele voorstelling bezocht. In vergelijking met 2012 zijn de bezoekerspercentages gelijk of iets lager. De grootste daling is te zien bij de bezoekerspercentages aan films in Heerlen zelf. Van de burgers heeft 85% de afgelopen 12 maanden een lokale Heerlense voorziening bezocht. Het Parkstad Limburg Theater is door het overgrote deel van de inwoners bezocht (53%), gevolgd door de Bioscoop Quatro 4 (35%), Schunck* Cultuur (35%) en Kasteel Hoensbroek (34%). Iedere inwoner kan wel een Heerlens festival of evenement opnoemen en 86% heeft er minstens één bezocht. De carnavalsoptocht in het centrum van Heerlen is het meest bekend onder en bezocht door de Heerlenaren, gevolgd door de kermis in Heerlen, de braderie in Hoensbroek en Cultura Nova. De bekendheid van The Notorious IBE, het Charles Hennen Concours/Orlando Festival en Heerlen Jazzt is duidelijk toegenomen de afgelopen twee jaar. Het bezoek aan de braderie Hoensbroek en de kermis in Heerlen is afgenomen in vergelijking met 2012 en bezoeken aan The Notoriuous IBE zijn toegenomen. Meer dan 60% van de inwoners van Heerlen is in de afgelopen 12 maanden minstens één keer naar een besloten feest geweest. Dit betreft dan met name besloten feesten met livemuziek of met dj/vj. Meer dan driekwart (76%) van de Heerlenaren heeft de afgelopen 12 maanden cultureel erfgoed en galerieën bezocht. Met name bezienswaardige gebouwen, dorpen en stadsdelen en galerieën is door een groot deel van de Heerlenaren bezocht. 9

10 Iets meer dan 40% van de inwoners maakt gebruik van uitleeninstellingen, waarvan de bibliotheek de meest populaire is. Van de inwoners heeft 80% de afgelopen 12 maanden minstens één boek gelezen. Iets meer dan vier op de tien inwoners weten dat er culturele activiteiten in de wijk worden aangeboden, ongeveer een even groot deel geeft aan niet te weten of dit in hun wijk het geval is (41%). Van de inwoners die bekend zijn met de wijkactiviteiten doet minder dan de helft van de inwoners hier (wel eens) mee. Dit aandeel is in de afgelopen 2 jaar afgenomen. Meer dan 60% van de inwoners heeft korter dan een maand geleden stil gestaan bij een beeld, schilderij of muziek op straat. Via televisie, radio en internet worden door 94% van de inwoners van de gemeente Heerlen culturele voorstellingen of vertoningen bekeken en beluisterd. Deze mediamiddelen worden met name gebruikt om films te bekijken. Veruit de meeste inwoners krijgen hun informatie over voorstellingen via de huisaan-huisbladen. Andere veel voorkomende manieren zijn vrienden, familie, kennissen of collega s, affiches, uithangborden en posters, brochures, folders, flyers, programmaboekjes en lokale/regionale dagbladen. De inwoners geven aan dat de informatie nu nog te verspreid wordt aangeboden en dat dit verbetering behoeft. Er bestaat behoefte aan een duidelijke verzamelplek voor alle informatie over culturele activiteiten. Cultuur vinden veel Heerlenaren (ongeveer 75%) belangrijk voor hun eigen gemeente en voor de Nederlandse samenleving. Het percentage dat cultuur van belang vindt voor de inwoner ligt lager; iets meer dan 60% van de burgers in Heerlen vindt dat belangrijk. Blijkbaar vinden inwoners cultuur belangrijker voor hun gemeente en voor Nederland dan voor henzelf. Meer dan de helft van de inwoners is tevreden over het cultureel aanbod voor wat betreft variatie, aantal en bekendheid. Over de betaalbaarheid zijn een stuk minder inwoners tevreden. Maar 37% vindt dat het cultureel aanbod voldoende betaalbaar is. De verschillen tussen 2012 en 2014 zijn minimaal. Wel valt op dat in vergelijking met 2012 in 2014 de jongeren meer tevreden zijn over de verschillende aspecten van het cultureel aanbod. Ter verbetering worden met name zaken genoemd die betrekking hebben op het aanbod zoals meer voorstellingen, een breder aanbod, meer gericht op kinderen of ouderen, meer aanbod vanuit wijk en straat, multicultureel aanbod, meer historie benadrukken. Ook het kostenaspect wordt genoemd. Zo worden de toegangsprijzen met name voor Cultura Nova en theater als hoog ervaren, vooral voor inwoners met een laag inkomen. Rondom de informatievoorziening kan er volgens de burgers ook nog van alles verbeterd worden. Te denken valt aan meer reclame, meer gebruik van sociale media en een centraal informatiepunt. 10

11 4. CULTURELE ACTIVITEITEN IN VRIJE TIJD Dit hoofdstuk richt zich op actieve cultuurparticipatie; met andere woorden het zelf beoefenen van of deelnemen aan kunst en cultuur. Allereerst wordt uitgebreid ingegaan op het zelf beoefenen van culturele activiteiten. Vervolgens wordt gekeken naar redenen om niet (meer) deel te nemen aan cultuur. Aansluitend komen lidmaatschap van culturele verenigingen, tijdsbesteding en steun aan de culturele sector aan bod. De antwoorden hebben betrekking op de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. 4.1 Zelf beoefenen van culturele activiteiten Van de inwoners van Heerlen beoefent in % één of meerdere culturele activiteiten in zijn vrije tijd. In 2012 bedroeg dit percentage 58%. De categorieën streekhistorie en heemkunde worden in andere onderzoeken naar cultuur niet als amateurkunst aangemerkt. Als we deze categorieën weglaten, dan daalt het percentage mensen dat deelneemt aan culturele activiteiten in 2014 met 2 procentpunten naar 58%. Figuur 1 geeft per activiteit aan hoeveel procent van de inwoners deze activiteit actief beoefent, zowel in 2014 als in Figuur 1 : Percentage deelname aan culturele activiteiten Tekenen, schilderen, grafisch werk Fotografie, film, video Zingen Muziekinstrument bespelen Verhalen, gedichten schrijven Streekhistorie Websites ontwerpen Werken met textiel Heemkunde Muziek maken op computer Beeldhouwen, boetseren, etc (Volks)dans, (jazz)ballet Spelen in een band 19% 18% 15% 16% 17% 15% 17% 13% 10% 10% 8% 9% 8% 9% 7% 7% 7% 8% 7% 11% 5% 6% 5% 24% Hiphop, rap etc. 3% Toneel, mime Cabaret of stand-up comedy Anders 2% 3% 4% 7% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 11

12 Te zien is dat tekenen, schilderen en grafisch werk de activiteiten zijn die het meest beoefend worden, namelijk door bijna een kwart (24%) van de Heerlenaren. Fotografie/film/video, zingen en een muziekinstrument bespelen zijn vervolgens met 18%, 16%, en 15% de meest ondernomen culturele activiteiten. Iets meer dan één op de tien inwoners (13%) heeft zich de afgelopen 12 maanden bezig gehouden met verhalen en gedichten schrijven. De overige activiteiten zijn door 10% of minder van de inwoners de afgelopen 12 maanden beoefend. In vergelijking met 2012 zijn in 2014 iets meer inwoners (+5 procentpunten) gaan tekenen, schilderen of grafisch werk uitoefenen. Beeldhouwen en boetseren is iets minder populair geworden (-4 procentpunten) de afgelopen twee jaar. Bij de overige activiteiten zijn de verschillen klein (3 procentpunten of minder). De activiteiten kunnen onderverdeeld worden in 7 disciplines: Beeldende kunst: tekenen/schilderen/grafisch werk, beeldhouwen/boetseren/pottenbakken / sieraden maken en werken met textiel; Muziek: zingen, muziekinstrument bespelen en spelen in een band; Theater: toneel, mime en cabaret/stand-up comedy; Dans: (volks)dans/(jazz)ballet en hiphop, rap etc.; Creatief schrijven: verhalen/gedichten schrijven; Nieuwe media: fotografie/film/video, muziek maken op de computer en websites ontwerpen; Heemkunde: heemkunde en streekhistorie. In figuur 2 is te zien welk aandeel van de inwoners actief is in de onderscheiden disciplines. Figuur 2: Culturele activiteiten onderverdeeld in disciplines Beeldende kunst Nieuwe Media Muziek 23% 27% 25% 26% 29% 28% Creatief Schrijven Heemkunde 10% 11% 13% Dans 8% Theater 3% 5% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% Meer dan een kwart (29%) van de inwoners heeft de afgelopen 12 maanden minstens één activiteit beoefend die onder de discipline beeldende kunst valt. Van de Heerlense bevolking heeft 27% activiteiten op het gebied van Nieuwe media beoefend en één op de vier inwoners is actief geweest op het vlak van muziek. Dansen en toneel zijn disciplines waarin minder Heerlenaren actief zijn. 12

13 In vergelijking met 2012 wijken de percentages in 2014 niet veel af. Het beoefenen van culturele activiteiten op het gebied van Nieuwe media is met 4 procentpunten toegenomen. Wanneer we kijken naar de disciplines verdeeld naar geslacht en leeftijdsgroep (tabel 1), dan zien we dat heemkunde en nieuwe media disciplines zijn die in meerderheid door mannen uitgeoefend worden. De overige kunstvormen worden meer door vrouwen uitgeoefend, met als uitschieter de discipline dans waar twee derde van de beoefenaars van het vrouwelijke geslacht is. Bij alle disciplines, met uitzondering van heemkunde, neemt het percentage beoefenaars af naarmate de leeftijd toeneemt. Tabel 1: Disciplines uitgesplitst naar geslacht en leeftijdsgroep Man Vrouw jaar jaar 65 jaar en ouder Heemkunde 62% 38% 7% 10% 18% Nieuwe media 58% 42% 51% 24% 17% Creatief schrijven 44% 56% 23% 12% 5% Muziek 42% 58% 44% 22% 18% Toneel 42% 58% 10% 5% 2% Beeldende kunst 38% 62% 47% 28% 21% Dans 33% 67% 17% 7% 4% Bepaalde activiteiten worden door inwoners frequenter uitgeoefend dan anderen. In onderstaande tabel is weergegeven hoe vaak de inwoners elke activiteit gedurende 12 maanden hebben uitgevoerd. Tabel 2: Aantal keren dat inwoners culturele activiteiten beoefend hebben, in procenten 0 KEER 1-3 KEER 4-11 KEER 12 KEER Tekenen, schilderen, grafisch werk 76% 11% 5% 8% Fotografie/film/video 82% 9% 4% 5% Zingen 84% 5% 3% 9% Muziekinstrument bespelen 85% 5% 2% 8% Verhalen/gedichten schrijven 87% 7% 3% 3% Streekhistorie 90% 6% 2% 2% Websites ontwerpen 91% 5% 1% 2% Werken met textiel, wandkleden maken, weven 91% 7% 1% 1% Beeldhouwen, boetseren, pottenbakken, sieraden maken 93% 5% 1% 1% Muziek maken op de computer 93% 4% 1% 2% Heemkunde 93% 4% 2% 2% Spelen in een band 95% 1% 0% 4% (Volks)dans, (jazz)ballet 95% 2% 1% 3% Toneel, mime 97% 2% 1% 0% Hiphop, rap et cetera 97% 2% 0% 1% Cabaret of stand-up comedy 98% 2% 0% 0% In figuur 1 hebben we gezien dat tekenen, schilderen e.d. en fotografie/film/video de actieve culturele bezigheden zijn die het vaakst genoemd zijn door de inwoners. Als inwoners echter actief zijn met deze bezigheden dan is dit met name 1 tot 4 keer in een jaar (tabel 2). 13

14 Zingen en een muziekinstrument bespelen zijn activiteiten die vaker minimaal maandelijks (12 keer of meer) uitgeoefend worden. Dit is te verklaren doordat deze activiteiten, in tegenstelling tot de beeldende kunst, vaker in georganiseerd verband beoefend worden zoals een fanfare of een koor en deze waarschijnlijk regelmatig repeteren. Dit is ook in tabel 3 te zien waar het aandeel beoefenaars van activiteiten in georganiseerd verband wordt weergegeven. Tabel 3: Aandeel beoefenaars dat activiteiten (vooral) in georganiseerd verband uitoefent Culturele activiteit Percentage Spelen in een band 64% Toneel, mime 62% (Volks)dans, (jazz)ballet 57% Muziekinstrument bespelen 50% Zingen 45% Heemkunde 45% Muziek maken op de computer 43% Streekhistorie 41% Cabaret of stand-up comedy 39% Verhalen/gedichten schrijven 38% Hiphop, rap et cetera 35% Websites ontwerpen 34% Beeldhouwen, boetseren, pottenbakken, sieraden maken 33% Werken met textiel, wandkleden maken, weven 30% Tekenen, schilderen, grafisch werk 28% Fotografie/film/video 28% Te zien is dat bepaalde activiteiten meer dan andere activiteiten in georganiseerd verband worden uitgevoerd. Met georganiseerd verband worden instellingen voor kunstzinnige vorming bedoeld evenals lidmaatschap van een vereniging, club of gezelschap. Spelen in een band en toneel gebeurt meestal in georganiseerd verband. Dit geldt ook voor activiteiten die met meerdere mensen worden uitgevoerd zoals (volks)dans en (jazz)ballet. Ook een muziekinstrument bespelen en zingen gebeurt voor een groot deel, door bijna de helft van de beoefenaars, in een vereniging, club, gezelschap of instelling. Het betreft dus met name activiteiten in de disciplines muziek, dans en theater. 14

15 In figuur 3 wordt het aandeel inwoners van Heerlen dat culturele activiteiten beoefent verder uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en stadsdeel. Figuur 3: Percentage Heerlenaren dat culturele activiteiten beoefent, uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en stadsdeel 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 60% 63% 59% 61% 58% 54% 77% 68% 58% 54% 60% 57% % 63% 63% 57% 58% 60% 56% 51% In 2014 beoefenen iets meer vrouwen (63%) dan mannen (59%) culturele activiteiten. Het percentage Heerlenaren dat cultureel actief is, is het hoogst in de leeftijdscategorie jaar; meer dan driekwart (77%) van de jongeren is cultureel actief. In de stadsdelen varieert het percentage van 56% op Heerlerbaan tot 63% in Heerlerheide en Heerlen-Stad. In vergelijking met 2012 zijn in 2014 iets meer bewoners cultureel actief. Er is met name een stijging te zien bij de mannen (+ 5 procentpunten), de jongeren (+ 9 procentpunten) en de bewoners van Heerlerheide (+5 procentpunten). Vergelijking met landelijke cijfers Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft in 2012 de Vrijetijdsomnibus (VTO) uitgevoerd waarin mensen naar hun betrokkenheid bij sport en cultuur is gevraagd. Dit onderzoek vervangt het onderzoek naar aanvullende voorzieningengebruik (AVO) en is dusdanig anders van opzet dat de cijfers van het VTO niet vergeleken kunnen worden met de cijfers uit de eerdere AVO s. De onderzoekspopulatie van het VTO is 6 jaar en ouder en verschilt hiermee met de onderzoekspopulatie van het cultuuronderzoek in Heerlen waaraan burgers van 12 jaar en ouder hebben deelgenomen. Daarnaast hebben de cijfers van het VTO betrekking op 2012 en de cijfers van Heerlen op Hierdoor en doordat er altijd verschillen in onderzoeksmethodiek en gehanteerde definities en categorieën zijn, is enige voorzichtigheid geboden bij het met elkaar vergelijken van de landelijke en de Heerlense cijfers. 15

16 Toch is het interessant om naar de landelijke gegevens te kijken om zo een idee te krijgen van de situatie in Heerlen ten opzichte van het landelijk beeld (tabel 4). Bij het totaal percentage in Heerlen zijn streekhistorie, heemkunde en anders buiten beschouwing gelaten om zo een vergelijking te kunnen maken met de landelijke cijfers waarin deze categorieën ook niet zijn meegenomen. Tabel 4: Kunstbeoefening Heerlen en landelijk Kunstbeoefening Landelijk SCP ( 6 jaar) 2012 Heerlen ( 12 jaar) 2014 Algemeen 55% 55%* Man 51% 51%* Vrouw 58% 59%* jaar 78% 76%* jaar 62% 64%* jaar 51% 57%* jaar 49% 48%* 65 jaar 45% 44%* Zingen 25% 16% Film, videokunst, grafisch ontwerp met de computer of fotografie 23% 18% Tekenen, schilderen, grafisch werk zonder computer 22% 24% Een muziekinstrument bespelen 19% 15% Verhalen/gedichten of weblogs schrijven 13% 13% Beeldhouwen, boetseren, pottenbakken, sieraden maken of textiele 12% 7% werkvormen Volksdans, tango, salsa, stijldans, street- of breakdance 8% ** Toneel spelen 7% 3% Klassiek ballet of moderne dans 3% ** Cabaret/stand up comedy 2% 2% (Volks)dans, (jazz)ballet ** 5% Hiphop, rap etc. ** 3% *percentage zonder categorieën heemkunde, streekhistorie en anders. ** categorieën dans niet vergelijkbaar wegens andere indeling Uit tabel 4 blijkt dat de percentages van actieve cultuurbeoefenaars in Heerlen niet veel afwijken van de landelijke percentages, zowel algemeen, qua geslacht als qua leeftijd. Wanneer we naar de afzonderlijke activiteiten kijken, komen de meeste activiteiten qua percentages ongeveer overeen. Zingen, beeldhouwen, boetseren, pottenbakken, sieraden maken of textiele werkvormen en toneel worden landelijk door een groter aandeel van de bevolking beoefend maar dit percentage is met name zo hoog door de groep 6-11-jarigen. Bij zingen geeft meer dan de helft (53%) aan deze activiteit beoefend te hebben. Ook het percentage deelnemers aan toneel en beeldhouwen e.d. ligt landelijk hoger doordat een derde van de 6-11-jarigen aangeeft hieraan deel te nemen. Deze leeftijdsgroep is in het Heerlens onderzoek niet meegenomen dus daardoor liggen de percentages in Heerlen bij deze drie activiteiten lager dan de landelijke percentages. 16

17 Naast het SCP zijn er ook andere organisaties die cijfers over cultuur publiceren. Kunstfactor is een landelijk sectorinstituut voor amateurkunst. In 2013 hebben zij een vernieuwde monitor ontwikkeld om de amateurkunstsector cijfermatig in kaart te brengen: de Monitor Amateurkunst (MAK). Het betreft landelijke cijfers van Nederlanders van 6 jaar en ouder. Omdat hier echter ook de onderzoekspopulatie verschilt met het onderzoek van Heerlen en er ook verschillen zullen zijn in methodiek, is één op één vergelijken lastig. In de onderstaande tabel zijn de cijfers uit de MAK en het onderzoek van Heerlen naast elkaar gezet. Tabel 5: Percentages deelname in diverse disciplines uit verschillende onderzoeken Landelijk (MAK) 2013 ( 6 jaar) Heerlen 2014 ( 12 jaar) Totaal 41% 55%* waarvan: Beeldend kunst 20% 29% Muziek 18% 25% (Nieuwe) Media 12% 27% Dans 9% 8% Creatief schrijven 6% 13% Theater 4% 5% Mannen 42% 60% Vrouwen 58% 64% 6-11 jaar 60% / jaar 58% 76% jaar 44% 64% jaar 36% 57% jaar 35% 48% 65 jaar en ouder 38% 44% *percentage zonder categorieën heemkunde, streekhistorie en anders. Het landelijk percentage uit de MAK ligt beduidend lager dan het percentage van Heerlen en ook lager dan het landelijke onderzoek van het SCP. Ook bij de diverse disciplines liggen de cijfers in Heerlen (m.u.v. dans) hoger dan de landelijke cijfers. Waarschijnlijk is dit het gevolg van een andere definitiehantering. In het MAK wordt namelijk voor een amateurkunstenaar de grens aangehouden dat hij meer dan 50 minuten per week bezig is met amateurkunst. Zowel landelijk als in Heerlen zijn beeldende kunst en muziek de meest populaire disciplines. In Heerlen geniet (nieuwe) media eveneens een hoge populariteit. Deze discipline is in het onderzoek van Heerlen breder geformuleerd dan in het MAK. In Heerlen valt hier fotografie/film/video, muziek maken op de computer en websites ontwerpen onder en bij het MAK wordt er gesproken over kunstzinnige fotografie, film, video en computerkunst. Uit alle drie de onderzoeken komt naar voren dat meer vrouwen dan mannen culturele activiteiten beoefenen. Ook qua leeftijdsopbouw is te zien dat de actieve participatie afneemt naarmate de leeftijd toeneemt. 17

18 4.2 Redenen om niet (meer) deel te nemen aan cultuur Aan de inwoners die niet actief deelnemen aan cultuur is gevraagd naar de belangrijkste reden hiervan (figuur 4). Figuur 4: Redenen om niet actief deel te nemen aan cultuur Onvoldoende aanbod Onvoldoende 3% bekendheid 10% Gezondheidsklachten 9% Geen interesse 43% Te duur 15% Geen tijd 20% Als voornaamste reden wordt aangegeven dat men geen interesse hierin heeft (43%). Een vijfde van de inwoners geeft aan dat men geen tijd heeft en 15% vindt het te duur om actief deel te nemen aan culturele activiteiten. Andere redenen die gegeven worden zijn onvoldoende bekendheid over het aanbod (10%), gezondheidsklachten (9%) of onvoldoende aanbod in de buurt (4%). Tabel 6 geeft een vergelijking weer tussen 2012 en 2014 van de redenen om niet actief deel te nemen aan cultuur. In 2014 is er een groter aandeel van de niet-actieven dat als reden aangeeft dat ze geen interesse hebben om deel te nemen aan cultuur (+10 procentpunten). Het aandeel inwoners dat aangeeft geen tijd te hebben is de afgelopen twee jaar licht afgenomen (-6 procentpunten). Tabel 6: Redenen om niet actief deel te nemen aan cultuur, 2014 en Geen interesse 43% 33% Geen tijd 20% 26% Te duur 15% 18% Onvoldoende aanbod in de buurt 3% 4% Gezondheidsklachten 9% 9% Onvoldoende bekendheid in de buurt 10% 10% 18

19 Vergelijking met landelijke cijfers In het MAK is gevraagd naar redenen waarom burgers gestopt zijn met hun creatieve of kunstzinnige hobby. Deze redenen zijn in tabel 7 te zien. Deze percentages zijn niet te vergelijken met de resultaten uit het Heerlense onderzoek omdat het in het MAK gaat om burgers die eerst wel cultureel actief zijn geweest en dus betreft het een andere doelgroep. Tabel 7: Redenen om te stoppen met creatieve of kunstzinnige hobby Geen tijd, andere activiteiten gingen meer tijd kosten 29% Moeilijk te combineren met gezin en/of werk 20% De activiteit (project of cursus) was afgelopen 16% Ben iets anders gaan doen in vrije tijd 15% Financiële redenen 12% Lessen zijn gestopt 12% Vond het niet leuk meer 9% Gezondheidsredenen 6% Genoeg geleerd, kan het nu zelf 3% De groep waarin ik zat is uit elkaar gevallen 3% Er was geen geschikte ruimte of accommodatie meer in de buurt 3% Uit deze tabel blijkt dat gebrek aan tijd de belangrijkste reden voor mensen om te stoppen met kunstbeoefening. 4.3 Lidmaatschap Aan de inwoners van Heerlen is gevraagd of ze voor één of meer activiteiten ingeschreven waren bij een instelling voor kunstzinnige vorming (muziekschool, creativiteitscentrum, etc.) of lid waren van een vereniging, club of gezelschap. In figuur 5 worden de uitkomsten weergegeven. Figuur 5: Lidmaatschap van inwoners die culturele activiteiten ontplooien Bij een instelling voor kunstzinnige vorming ; 9% Met anderen in persoonlijke kring; 20% Alleen; 31% Lid van een vereniging, club, gezelschap; 29% 19

20 Van de inwoners van Heerlen die een culturele activiteit beoefenen, doet het merendeel dit alleen (31%) of als lid van een vereniging, club, gezelschap (29%). Eén op de vijf (20%) inwoners ontplooien culturele activiteiten met anderen in persoonlijke kring. Minder dan 10% is aangesloten bij een instelling voor kunstzinnige vorming. Wanneer we het lidmaatschap onderverdelen naar disciplines levert dit de volgende tabel op: Tabel 8: Lidmaatschap amateurkunstenaars onderverdeeld naar disciplines Alleen In persoonlijke kring Instelling voor kunstzinnige Lid van vereniging, club, gezelschap vorming Beeldende Kunst 41% 26% 12% 21% Creatief schrijven 38% 30% 15% 28% Nieuwe Media 34% 23% 12% 25% Muziek 27% 23% 14% 41% Heemkunde 26% 31% 9% 37% Dans 17% 16% 16% 41% Toneel 13% 21% 29% 39% De verenigingsdeelname is het hoogst bij de disciplines dans en muziek. Toneel en Heemkunde wordt ook door meer dan een derde uitgevoerd in verenigings- en clubverband. De meeste mensen die hun hobby alleen uitoefenen zijn te vinden in de disciplines beeldende kunst, gevolgd door creatief schrijven en nieuwe media. 4.4 Tijdsbesteding Gevraagd is aan de inwoners hoeveel tijd ze wekelijks gemiddeld besteden aan het beoefenen van de culturele activiteiten. De uitkomsten worden in de onderstaande figuur gepresenteerd. Figuur 6: Tijdbesteding 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 40% 23% 18% 10% 9% < 1 uur per week 1-3 uur per week 4-6 uur per week 7-10 uur per week > 10 uur per week Bijna 60% van de actieve inwoners besteedt tot 4 uur per week aan culturele activiteiten. Het grootste gedeelte hiervan besteedt tussen de één en drie uur hieraan. 20

21 Wanneer we de tijdsbesteding per week naar discipline uitsplitsen, is in tabel 9 te zien dat in bijna alle disciplines de meeste actieve amateurkunstenaars tussen de 1 tot 3 uur tijd eraan besteden. De inwoners die in hun vrije tijd actief zijn met creatief schrijven, besteden meer tijd aan hun hobby dan de inwoners die andere disciplines actief zijn. Hier is de groep die meer dan 7 uur per week tijd steekt in de kunstvorm het grootst. (27%). Tabel 9: Tijdsbesteding per week naar discipline < 1 uur 1-3 uur 4-6 uur 7-10 uur >10 uur Beeldende Kunst 20% 36% 23% 13% 8% Creatief schrijven 10% 38% 25% 18% 9% Nieuwe Media 12% 38% 26% 13% 10% Muziek 12% 44% 24% 9% 11% Heemkunde 15% 37% 28% 13% 8% Dans 10% 64% 13% 9% 3% Toneel 13% 52% 24% 6% 5% Landelijke cijfers In het MAK is aan de amateurkunstenaars gevraagd hoeveel uur per week ze besteed hebben aan hun hobby in de peilmaand april 2013 (tabel 10). Om in deze peilmaand meegerekend te worden moest men gemiddeld minimaal 50 minuten per week actief zijn. Dat is de reden dat het percentage < 1 uur in dit onderzoek duidelijk lager ligt dan in het onderzoek van Heerlen. Tabel 10: Landelijke cijfers tijdsbesteding per week < 1 uur 5% 1-5 uur 72% 6-10 uur 14% >10 uur 9% Bijna drie kwart van de amateurkunstenaars besteedt tussen de 1 en 5 uur per week aan amateurkunst. 4.5 Steun aan de culturele sector Aan de inwoners van de gemeente Heerlen is gevraagd of ze de afgelopen 12 maanden een cultureel evenement, een culturele organisatie of vereniging hebben gesteund. Dit kan zijn als vrijwilliger, als lid of als donateur van een vereniging. De resultaten, zowel van Heerlen als landelijk, zijn terug te vinden in onderstaande tabel. Tabel 11: Steun aan de culturele sector Heerlen (2014) Landelijk (SCP, 2012) Vrijwilliger 19% 10% Lid vereniging 22% 9% Donateur 26% 21% Eén van deze vormen van steun 48% 33% 21

22 In Heerlen is bijna een vijfde van de inwoners actief geweest als vrijwilliger in de culturele sector. Iets meer dan een vijfde is lid van een vereniging en een kwart heeft een cultureel evenement, organisatie of vereniging financieel gesteund. Bijna de helft van de Heerlenaren heeft één van de drie bovengenoemde vormen van steun gegeven de afgelopen 12 maanden. Landelijk liggen de cijfers lager en heeft een derde van de burgers de culturele sector ondersteund. In 2012 is er aan de inwoner gevraagd of deze in de afgelopen 12 maanden onbetaald werk verricht had voor een culturele organisatie. Destijds gaf 15% aan dat ze als vrijwilliger actief waren geweest. Indien we een onderscheid maken naar actieve en niet-actieve beoefenaars in Heerlen (tabel 12) dan zien we dat een groter aandeel van de actieve beoefenaars van cultuur de culturele sector steunt. Burgers die zelf cultureel actief zijn, steunen dus eerder de culturele sector. Dit verschil is significant. Tabel 12: Steun aan de culturele sector, gesplitst naar actieve en niet-actieve kunstbeoefenaars Actieve kunstbeoefenaars Niet-actief kunstbeoefenaars Vrijwilliger 26% 8% Lid vereniging 30% 8% Donateur 27% 23% Eén van deze vormen van steun 57%* 34%* *=statistisch significant (kans op geen samenhang < 5%) Hoe zit dit met burgers die voorstellingen bezoeken? Steunt een groter deel van hen de culturele sector in vergelijking met inwoners die geen voorstellingen de afgelopen 12 maanden bezocht hebben? Tabel 13 geeft hier inzicht in. Tabel 13: Steun aan de culturele sector, gesplitst naar bezoekers en niet-bezoekers Bezoekers Niet-bezoekers Vrijwilliger 20% 9% Lid vereniging 24% 10% Donateur 27% 13% Eén van deze vormen van steun 51%* 27%* *=statistisch significant (kans op geen samenhang < 5%) Inderdaad steunt een groter deel van de bezoekers de culture sector (51%) in vergelijking met nietbezoekers (27%). Dit verschil is ook significant. 22

23 5. ERFGOED In deze cultuurmonitor is voor de eerste keer gevraagd naar de interesses van burgers in erfgoed en de actieve uitoefening van erfgoed als hobby. Ook naar het bezoek aan erfgoed is gevraagd. In de volgende paragrafen worden deze resultaten besproken. Aangezien de eerste twee onderwerpen nieuw in de monitor zijn toegevoegd is geen vergelijking mogelijk met eerdere resultaten. Wel kan er gekeken worden naar beschikbare landelijke cijfers. 5.1 Interesse in erfgoed Aan de inwoners van Heerlen is gevraagd in hoeverre zij geïnteresseerd zijn in diverse erfgoedaspecten. Slechts 17% geeft aan in geen enkele vorm van erfgoed geïnteresseerd te zijn. Dit betekent dat meer dan 80% van de inwoners aangeeft interesse te hebben in een vorm van erfgoed. Tabel 14 geeft inzicht in welke mate de inwoners geïnteresseerd zijn. Tabel 14: Interesse in erfgoed Niet of nauwelijks geïnteresseerd Best wel geïnteresseerd Heel erg geïnteresseerd Familiegeschiedenis, regionale of lokale geschiedenis 40% 46% 14% Geschiedenis in het algemeen 38% 46% 16% Historische steden, dorpen of gebouwen 31% 52% 18% Historische voorwerpen 49% 42% 9% Oude gebruiken, tradities en ambachten 37% 52% 11% Voor alle vormen geldt dat meer dan de helft van de inwoners aangeeft er best wel of heel erg in geïnteresseerd te zijn. Inwoners interesseren zich het sterkst voor historische steden, dorpen of gebouwen (70%). Historische voorwerpen scoort het laagst, maar toch nog altijd net iets meer dan de helft (51%) van de inwoners geeft aan dat zij er best wel of heel erg in geïnteresseerd zijn. 5.2 Erfgoedbeoefening Hoe groot is nu het aandeel inwoners dat zich ook daadwerkelijk bezig houdt met erfgoedbeoefening? Het blijkt dat 39% van de inwoners op de een of andere manier actief met erfgoed is geweest de afgelopen 12 maanden. Landelijk ligt dit percentage op 26%. Figuur 7 laat de onderverdeling zien naar de activiteiten van erfgoedbeoefening. 23

24 Figuur 7: Bereik van erfgoedbeoefening Onderzoek naar historische gebeurtenissen of personen gedaan Onderzoek naar lokale of regionale geschiedenis gedaan Stamboomonderzoek gedaan Een oud ambacht uitgeoefend of gedemonstreerd of historische gebeurtenissen nagespeeld Historische documenten of voorwerpen verzameld 5% 11% 14% 22% 25% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% Een kwart van de inwoners geeft aan dat hij de afgelopen 12 maanden onderzoek naar historische gebeurtenissen of personen gedaan heeft. Een vijfde van de inwoners (22%) geeft aan onderzoek naar lokale of regionale geschiedenis te hebben gedaan. Stamboomonderzoek is met 14% ook nog een vorm van erfgoed dat door een aanzienlijk deel van de inwoners uitgevoerd is. In tabel 15 is te zien hoe de cijfers van Heerlen en de landelijke cijfers zich tot elkaar verhouden. De landelijke cijfers zijn gebaseerd op het minstens 12 keer per jaar het uitoefenen van erfgoed, de Heerlense cijfers zijn hier ook op herberekend. Tabel 15: Erfgoedbeoefening, minstens 12 keer per jaar Heerlen 2014 Landelijk 2012 Algemeen 6% 8% Stamboomonderzoek gedaan 2% 6% Onderzoek naar lokale of regionale geschiedenis gedaan 2% 11% Onderzoek naar historische gebeurtenissen of personen gedaan 3% 15% Historische documenten of voorwerpen verzameld 1% 5% Een oud ambacht uitgeoefend of gedemonstreerd of historische gebeurtenissen nagespeeld 2% 3% Landelijk heeft 8% van de inwoners minstens 12 keer of meer per jaar zich met erfgoed bezig gehouden. In Heerlen ligt dit percentage op 6%. Dit percentage ligt duidelijk lager dan het percentage inwoners dat aangegeven heeft zich minstens 1 keer per jaar actief met erfgoed bezig te hebben gehouden. De Heerlense cijfers liggen zowel algemeen als bij de diverse activiteiten lager dan de landelijke cijfers. 5.3 Bezoek aan cultureel erfgoed en galerieën Aan de inwoners is gevraagd hoe vaak ze een museum, galerie/atelier, archief, archeologische opgraving, bezienswaardig gebouw/dorp/stadsdeel en/of historisch evenement bezocht hebben. Musea, archieven, opgravingen en historische bezienswaardigheden en evenementen kunnen onder de 24

25 term cultureel erfgoed geschaard worden. Galerieën/ateliers vallen hier ietwat buiten de boot vandaar dat gekozen is voor de term cultureel erfgoed én galerieën. Uit het onderzoek blijkt dat 76% van de inwoners uit Heerlen in de afgelopen 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek minstens één van de bovengenoemde instellingen/plaatsen bezocht heeft. Wanneer we het bezoek van cultureel erfgoed zonder galerieën in kaart brengen blijkt overigens dat nog steeds 74% van de inwoners een museum, archief, opgraving, bezienswaardigheid of historisch evenement bezocht heeft. Blijkbaar is er dus maar een hele kleine groep die alleen een galerie bezoekt maar niet één van de andere vijf plaatsen/instellingen. Figuur 8 laat de bezoekerspercentages per instelling/plaats zien. Figuur 8: Bezoek aan cultureel erfgoed en galerieën/ateliers 80% 70% 67% Totaal Heerlen 60% 50% 53% 40% 35% 34% 30% 20% 10% 24% 19% 21% 11% 19% 9% 9% 6% 0% Bezienswaardige gebouwen Museum Galerie, atelier Historisch evenement Archeologische opgraving Archief Twee derde van de inwoners (67%) heeft bezienswaardige gebouwen, dorpen of stadsdelen bezocht, iets meer dan de helft bezocht een museum (53%) en een derde een galerie of atelier (34%). Een vijfde heeft een archeologisch opgraving bezocht (21%) en eveneens een vijfde (19%) een historisch evenement. Slechts één op de tien inwoners (9%) heeft de afgelopen 12 maanden een archief bezocht. Van de Heerlenaren heeft de helft (50%) minstens één instelling of plaats in Heerlen bezocht. Een derde van de inwoners (35%) is naar bezienswaardige gebouwen, dorpen of stadsdelen in de eigen gemeente geweest. Ongeveer een kwart (24%) is de afgelopen 12 maanden minstens één keer naar een museum in Heerlen geweest. Voor het bezoek aan een galerie/atelier is dit een vijfde (19%). Voor een historisch evenement, opgraving of Heerlens archief liggen deze percentage op respectievelijk 11%, 9% en 6%. Wanneer we de gegevens verder uitsplitsen zien we dat het bezoek aan musea, galerieën/ateliers, archieven, opgravingen en historische evenementen toeneemt naarmate men ouder wordt. Bezienswaardige gebouwen, dorpen of stadsdelen worden door een groter aandeel jongeren bezocht in vergelijking met 27-plussers. 25

26 Wanneer we de percentages van 2014 totaal en Heerlen vergelijken met 2012 (tabel 16) is te zien dat de verschillen tussen 2012 en 2014 variëren van 0 tot 7 procentpunten. De grootste daling in 2014 is te zien bij het bezoeken van bezienswaardige gebouwen, dorpen of stadsdelen, zowel totaal als in Heerlen. Tabel 16: Bezoek aan cultureel erfgoed en galerieën/ateliers, totaal en Heerlen, Totaal 2014 Totaal 2012 Heerlen 2014 Heerlen 2012 Museum 53% 52% 24% 24% Galerie/atelier 34% 36% 19% 22% Archief 9% 10% 6% 6% Archeologische opgraving 19% / 9% / Bezienswaardige gebouwen 67% 73% 35% 42% Historisch evenement 21% / 11% / In figuur 9 zijn de bezoeken aan cultureel erfgoed en galerieën gesplitst naar achtergrondkenmerken en kan een vergelijking gemaakt worden tussen 2012 en Figuur 9: Bezoek aan erfgoed en galerie/atelier, totaal uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en stadsdeel * *2012 is zonder archeologische opgraving en historisch evenement In vergelijking met 2012 is het bezoek aan erfgoed en galerieën in 2014 licht afgenomen (-2 procentpunten), ondanks dat er twee extra categorieën zijn toegevoegd (archeologische opgraving en historisch evenement). In 2014 is het percentage mannen en vrouwen dat erfgoed en/of galerie/atelier bezocht heeft ongeveer gelijk. Bij mannen is het bezoek t.o.v. twee jaar geleden licht gestegen en bij vrouwen licht gedaald. Het bezoekpercentage ligt bij de jongeren duidelijk hoger dan bij de overige leeftijdsgroepen. Met name bezienswaardige gebouwen, dorpen of stadsdelen wordt door een groter aandeel jongeren (77%) bezocht en dit is ook de afgelopen 2 jaar toegenomen. Hierdoor is het bezoekerspercentage aan erfgoed en galerieën bij jongeren de afgelopen twee jaar toegenomen (+9 procentpunten), bij de andere twee leeftijdsgroepen is het aandeel licht gedaald. In 2014 is in het stadsdeel Heerlerheide het bezoekpercentage het laagst (71%) en in Heerlen-Stad het hoogst (81%). 26

27 Vergelijking met landelijke cijfers Het SCP heeft het bereik van de erfgoedinstellingen en plaatsen niet uitgesplitst zodat er geen landelijke vergelijking mogelijk is. Wel kunnen we het museumbezoek vergelijken. Landelijk heeft 49% van de inwoners van 6 jaar en ouder in 2012 minstens 1 bezoek gebracht aan een museum. Dit wijkt niet veel af van het cijfer van Heerlen dat op 53% uitkomt. 27

28 28

29 6. BEZOEK AAN CULTURELE VOORZIENINGEN EN ACTIVITEITEN In het hoofdstuk 4 is gesproken over actieve cultuurparticipatie, dus het zelf beoefenen van culturele activiteiten. In dit hoofdstuk betreft het vormen van cultuur waarbij het gaat om het bezoeken, bekijken, beluisteren van cultuuruitingen van anderen oftewel receptieve cultuurparticipatie. Het aantal bezoeken aan culturele voorstellingen, activiteiten en instellingen zowel buiten als binnen de gemeente Heerlen wordt in kaart gebracht. De antwoorden hebben betrekking op de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. In de eerste paragraaf komt het bezoek aan culturele voorstellingen aan de orde. Vervolgens wordt het bezoek aan uitleenvoorzieningen bekeken en het hoofdstuk eindigt met het bezoek aan (besloten) feesten. 6.1 Bezoek aan culturele voorstellingen Van de inwoners uit de gemeente Heerlen heeft 87% minstens één culturele voorstelling bezocht in de afgelopen 12 maanden voor het onderzoek. Dit kunnen zowel voorstellingen binnen als buiten de gemeente Heerlen zijn. Als hierin filmvoorstellingen niet worden meegerekend, heeft nog steeds 79% van de Heerlenaren de afgelopen 12 maanden een culturele voorstelling bezocht. Figuur 10 geeft een overzicht van de diverse voorstellingen die bezocht zijn, zowel totaal (binnen als buiten de gemeente) als alleen voor Heerlen. Figuur 10: Bezoeken van voorstellingen, totaal en in Heerlen, 2014 Film in bioscoop of filmhuis Concert overige muziek Toneelvoorstelling Cabaret of kleinkunst Concent harmonie, fanfare, brassband Musical Muziekcafe Uitvoering van een koor Concert klassieke muziek Jazz/bluesconcert Ballet-/dansvoorstelling Dance/houseparty Literaire bijeenkomst Lezing over kunst/kunstgeschiedenis Opera of operette 15% 10% 15% 9% 10% 7% 9% 6% 7% 4% 26% 31% 22% 26% 18% 25% 17% 24% 12% 22% 14% 21% 15% 19% 12% 15% 9% 41% 48% 65% Totaal Heerlen 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 29

30 Te zien is dat ongeveer twee derde van de Heerlenaren (65%) de afgelopen 12 maanden een film in de bioscoop of het filmhuis heeft gezien. Een muziekconcert van de genres pop, hardrock, hiphop etc. is door meer dan 40% van de Heerlenaren bezocht. Bijna een derde (31%) van de inwoners heeft een toneelvoorstelling bezocht. Ongeveer een kwart van de Heerlenaren is naar een cabaret- of andere kleinkunstvoorstelling geweest. Dit geldt ook voor een concert van harmonie, fanfare of brassband en het bezoek aan een musical. De percentages van de andere voorstellingen liggen onder de 24%. Drie kwart (75%) van de inwoners uit Heerlen hebben de afgelopen 12 maanden een voorstelling binnen de gemeente Heerlen bezocht. Blijkbaar is het cultureel aanbod in Heerlen voor inwoners gevarieerd genoeg om vooral binnen de eigen gemeenten voorstellingen te bezoeken. Bijna de helft van de Heerlenaren (48%) heeft in Heerlen een film in de bioscoop of in het filmhuis gezien. Concerten popmuziek e.d., cabaret/kleinkunst, toneelvoorstelling en concerten van muzikale verenigingen zijn de andere voorstellingen die door Heerlenaren het meest bezocht worden in Heerlen. Uit dit onderzoek blijkt overigens dat mensen die zelf actief zijn op het vlak van cultuurbeoefening ook meer culturele voorstellingen bezoeken. Dit percentage is 94% terwijl het percentage mensen dat een voorstelling bezocht heeft en geen kunstbeoefenaar is op 76% ligt. In figuur 11 wordt het totaal bezoek aan voorstellingen van 2012 en 2014 weergegeven. Figuur 11: Bezoekers van voorstellingen totaal in 2012 en 2014 Film in bioscoop of filmhuis Concert overige muziek Toneelvoorstelling Cabaret of kleinkunst Concert harmonie, fanfare, brassband 31% 26% 32% 25% 41% 42% 65% 69% Musical Muziekcafe Uitvoering van een koor Concert klassieke muziek Jazz/bluesconcert Ballet-/dansvoorstelling Dance/houseparty Literaire bijeenkomst Lezing over kunst/kunstgeschiedenis Opera of operette 24% 26% 22% 21% 22% 19% 22% 15% 14% 15% 16% 15% 14% 10% 9% 7% 11% Voorstellingen totaal 2014 Voorstellingen totaal % 20% 40% 60% 80% 30

31 Te zien is dat de bezoekerspercentages van de verschillende voorstellingen de afgelopen twee jaar licht gedaald zijn of vrijwel onveranderd zijn gebleven. Deze daling is het grootst bij cabaret/ kleinkunst (-6 procentpunten), filmbezoek (-4 procentpunten) en opera/operette (-4 procentpunten). Wanneer we kijken naar de bezoekerspercentages van voorstellingen in Heerlen (figuur 12) zien we dezelfde trend als bij voorstellingen totaal namelijk een lichte daling of onveranderde percentages. Uitzondering hierop is het aandeel inwoners dat in Heerlen naar de film gaat. Dit is duidelijk gedaald (-9 procentpunten). Waarschijnlijk hebben de sluiting van de Royal in 2014 en de opening van de grote megabioscoop in Kerkrade in 2013 hier aan bijgedragen. Figuur 12: Bezoekers van voorstellingen Heerlen in 2012 en 2014 Film in bioscoop of filmhuis 48% 57% Concert overige muziek 26% 29% Toneelvoorstelling Cabaret of kleinkunst Concent harmonie, fanfare, brassband 18% 17% 17% 22% 22% 23% Musical 12% 17% Muziekcafe Uitvoering van een koor Concert klassieke muziek Jazz/bluesconcert Ballet-/dansvoorstelling Dance/houseparty Literaire bijeenkomst Lezing over kunst/kunstgeschiedenis Opera of operette 14% 16% 15% 16% 12% 15% 9% 10% 10% 11% 9% 9% 7% 6% 6% 5% 4% 7% Voorstellingen Heerlen 2014 Voorstellingen Heerlen % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 31

32 Figuur 13 laat de achtergrondgegevens zien van de inwoners die voorstellingen (binnen en buiten Heerlen) in 2014 bezoeken. Figuur 13: Bezoekerspercentages voorstellingen naar geslacht, leeftijd en stadsdeel Tussen 2012 en 2014 is het bezoekerspercentage algemeen licht gedaald, van 90% in 2012 naar 87% in Het aandeel vrouwen dat in 2014 voorstellingen in zijn algemeenheid bezoekt in vergelijkbaar met het percentage mannen. Tussen 2012 en 2014 is met name het percentage bij de vrouwen licht gedaald (-5 procentpunten). In de leeftijdsgroep 12 tot en met 26 jaar is het grootste aandeel bezoekers aan voorstellingen te zien en dit percentage neemt af naarmate de leeftijdsgroep toeneemt (97% naar 88% naar 82%). Wanneer we hier genuanceerder naar kijken zien we dat dit niet voor alle voorstellingen geldt. Het geldt bijvoorbeeld wel voor filmbezoek. Dit is met name onder de jongeren erg populair; het bezoek aan bioscopen neemt af naarmate de leeftijd toeneemt. Dit geldt ook voor voorstellingen op het gebied van popmuziek/house en muziekcafé. Het brengen van een bezoek van klassieke muziekuitvoeringen, opera/-ette, uitvoering van een koor en concerten van de harmonie/fanfare etc. daarentegen is juist bij ouderen meer in trek. Tussen 2012 en 2014 is het percentage bezoekers van de twee categorieën tot 65 jaar aan voorstellingen licht gedaald (-2 respectievelijk -3 procentpunten). Bij de groep ouderen bleef het gelijk. In het stadsdeel Heerlerbaan is het bezoekerspercentage met 94% het hoogst. In dit stadsdeel is het percentage de afgelopen 2 jaar met 10 procentpunten toegenomen terwijl het in de andere stadsdelen (licht) gedaald is. Vergelijking met landelijke cijfers Wederom kunnen we de gegevens van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) naast de cijfers van het Heerlense onderzoek leggen (tabel 17). Niet alle categorieën kunnen met elkaar vergeleken worden omdat het SCP een andere indeling hanteert. Zo hebben zij meer categorieën voor muziek en dans dan de Heerlense indeling. De muziek- en dansvoorstellingen kunnen daarom ook niet met elkaar vergeleken worden. 32

33 Tabel 17: Gegevens over het bezoek van voorstellingen landelijk en Heerlen in procenten Nederland (2012, 6 jaar) Heerlen (2014, 12 jaar) Film 64% 65% Musical 30% 24% Pop-, rock- of bluesmuziek 27% Jazzmuziek 8% Concert overige muziek (pop, hardrock, hiphop) 41% Jazz/blues concert 15% Toneel 25% 31% Cabaret of stand-up comedy 18% 26% Beeldende kunst 18% Klassieke muziek 16% 19% Dance- of housefeest 15% 15% Wereldmuziek 10% Volksdans, tango, salsa, stijldans of street- of breakdance 9% Klassiek ballet of moderne dans 8% 15% Literaire avond of voorleesavond 7% 10% Levenslied 7% Urban, rap of hiphop 6% Opera of operette 5% 7% In tabel 17 is te zien dat filmbezoeken zowel landelijk als in Heerlen de meest bezochte voorstellingen zijn. Bij de overige voorstellingen, die met elkaar vergeleken kunnen worden, ligt musicalbezoek in Heerlen iets lager dan landelijk. Dit kan ermee te maken hebben dat musicals vaak op vaste plaatsen in het midden van Nederland gespeeld worden en deze reisafstand Heerlenaren ervan weerhoudt om naar musicalvoorstellingen te gaan kijken. Toneel en cabaret/stand-up comedy trekken in Heerlen dan juist weer hogere bezoekerspercentages dan landelijk. Het percentage Heerlenaren dat dance- en housefeesten, concerten van klassieke muziek, literaire bijeenkomst en opera/operette bezoekt, komt overeen met het landelijk beeld. 6.2 Beschikking over passen In 2014 is aan de inwoners gevraagd of ze gebruik maken van de volgende passen: museumkaart, Cultureel Jongeren Paspoort (CJP), 65+-pas, Parkstadpas of van geen enkele pas. Figuur 14 laat de uitkomsten zien. 33

34 Figuur 14: Percentage inwoners dat over pas beschikt 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 61% 30% 9% 6% 5% Geen van deze Parkstadpas Museumkaart Pas 65+ CJP Het overgrote deel van de inwoners (61%) beschik niet over een pas. Bijna een derde (30%) beschikt over een Parkstadpas. Minder dan 10 procent beschikt over een museumkaart, pas 65+ of CJP. 6.3 Gebruik maken van uitleeninstellingen Aan de inwoners van Heerlen is gevraagd in hoeverre ze culturele objecten (boeken, muziek en kunst) lenen voor gebruik thuis. Het betreft zowel publieke als particuliere/commerciële instellingen. In 2012 is deze vraag ook gesteld en werd ook gevraagd naar het gebruik van de videotheek. Gezien de ontwikkelingen op het gebied van filmaanbod via internet, is in 2014 niet meer naar deze uitleenvoorziening gevraagd. Iets meer dan 40% (43%) van de Heerlenaren heeft de afgelopen 12 maanden minstens één keer gebruik gemaakt van de volgende uitleeninstellingen: bibliotheek, fonotheek (muziekuitleen) en artotheek (kunstuitleen). In 2012 bedroeg dit percentage (zonder videotheek) 42%. In figuur 15 worden de gegevens per instelling zichtbaar. Figuur 15: gebruik van uitleeninstellingen, totaal en in Heerlen 50% 42% 38% 40% Totaal Heerlen 30% 20% 10% 0% 3% 2% 2% 1% Bibliotheek Fonotheek/muziekuitleen Artotheek/kunstuitleen Te zien is dat ongeveer vier op de tien (42%) inwoners naar de bibliotheek is geweest. Een hele kleine groep maakt gebruik van kunst- en muziekuitleen. Er is niet veel verschil tussen de percentages bezoekers aan uitleeninstellingen in totaal en specifiek in Heerlen. Dit is verklaarbaar doordat mensen deze uitleeninstellingen normaliter dicht bij huis zoeken. Het aanbod zal in andere gemeenten meestal ook niet erg veel verschillen met het aanbod van uitleeninstellingen in de gemeente Heerlen. 34

35 Tabel 18 geeft de verschillen tussen 2012 en 2014 weer. Te zien is dat er niet veel veranderd is in de afgelopen 2 jaar. Tabel 18: Gebruik van uitleenvoorzieningen, totaal en Heerlen, Totaal 2014 Totaal 2012 Heerlen 2014 Heerlen 2012 Bibliotheek 42% 41% 38% 38% Fonotheek/muziekuitleen 3% 3% 2% 2% Artotheek/kunstuitleen 2% 2% 1% 1% Figuur 16 geeft een verdere uitsplitsing naar het gebruik van uitleenvoorzieningen naar achtergrondkenmerken weer. Figuur 16: Gebruik van uitleenvoorzieningen, naar achtergrondkenmerken, Tussen 2012 en 2014 is het gebruik van uitleenvoorzieningen nagenoeg onveranderd gebleven. Het percentage mannen (42%) dat gebruik maakt van uitleeninstellingen is vergelijkbaar met het percentage vrouwen (43%). In 2014 is er t.o.v een groter aandeel mannen dat gebruik maakt van uitleenvoorzieningen (+7 procentpunten) en een kleiner aandeel vrouwen (-6 procentpunten). Van de verschillende leeftijdsgroepen maken de jongeren het meeste gebruik van de uitleeninstellingen; 60% van deze groep heeft de afgelopen 12 maanden gebruik gemaakt van een uitleeninstelling. Dit is met name de bibliotheek. Dit percentage is ook toegenomen de afgelopen 10 jaar (+10 procentpunten). Als we naar de vier verschillende stadsdelen kijken, dan heeft in het stadsdeel Hoensbroek bijna de helft van de inwoners gebruik gemaakt van een uitleeninstelling. Dit percentage ligt in Heerlerheide met 11 procentpunten minder een stuk lager. Tussen 2012 en 2014 is in Hoensbroek een groter aandeel inwoners gebruik gaan maken van uitleenvoorzieningen (+6 procentpunten). 35

36 Vergelijking met landelijke cijfers Uit het landelijke onderzoek van de SCP komt naar voren dat in % van de Nederlanders (6 jaar en ouder) minstens 1 bezoek heeft gebracht aan de bibliotheek. Dit percentage komt precies overeen met het Heerlense cijfer. 6.4 Besloten feesten Meer dan zes van tien inwoners van Heerlen (62%) is in de afgelopen 12 maanden minstens één keer naar een besloten feest geweest. Figuur 17 laat zien dat 50% naar een besloten feest met livemuziek is geweest, een derde (34%) naar een feest met dj/vj en bijna een kwart (23%) naar een feest met vooral dans, toneel en/of cabaret/stand-up comedy. De percentages besloten feesten in Heerlen liggen lager. Figuur 17: Bezoekers besloten feest, Heerlen en totaal, % 50% 50% Totaal Heerlen 40% 37% 34% 30% 20% 10% 24% 23% 14% 0% Feest met live muziek Feest met dj/vj Feest met dans, toneel of cabaret/stand up comedy Het grootste gedeelte van deze feesten speelt zich af in feestzalen/zalencentrum (50%), op straat/plein/park (44%), bij mensen thuis (36%) en in hotels/cafés/restaurants (33%). Wanneer we de cijfers van 2014 naast die van 2012 zetten (zie tabel 19), dan zien we dat het bezoek zowel totaal als in Heerlen licht is toegenomen. Tabel 19: Bezoekers besloten feesten, totaal en Heerlen, Totaal 2014 Totaal 2012 Heerlen 2014 Heerlen 2012 Algemeen 62% 56% 48% 41% Feest met livemuziek 50% 46% 37% 31% Feest met dans, toneel of 23% 21% 14% 13% cabaret/stand up comedy Feest met vooral dj/vj 34% 31% 24% 21% In figuur 18 zijn de bezoekers aan besloten feesten verder uitgediept naar de kenmerken geslacht, leeftijd en stadsdeel. 36

37 Figuur 18: Bezoekers besloten feest, totaal, uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en stadsdeel in percentages In 2014 bezocht een groter aandeel mannen (63%) dan vrouwen (60%) besloten feesten. In 2012 was dit andersom. De percentages zijn ten opzichte van 2012 in 2014 gestegen; bij mannen zelfs met +10 procentpunten. Het aandeel bezoekers van besloten feesten is het hoogst bij de jongeren (71%) en neemt af naarmate de leeftijd toeneemt (65% bij de middengroep en 46% bij de ouderen). In 2014 zijn de bezoekerspercentages in alle leeftijdsgroepen licht gestegen. In de stadsdelen schommelt het bezoekerspercentage aan besloten feesten tussen de 59% (Hoensbroek en Heerlen-Stad) en 67% (Heerlerheide). In 2014 is in vergelijking met 2012 in alle stadsdelen het aandeel bezoekers toegenomen. Vergelijking met landelijke cijfers In tabel 20 worden de landelijke en de Heerlense cijfers weergegeven met betrekking tot het bereik van (besloten) feesten. Opgemerkt dient te worden dat in het vrijetijdsonderzoek van de SCP niet specifiek is aangegeven dat het over besloten, niet openbare feesten gaat. In het Heerlens onderzoek was dit wel het geval. Desondanks komen de landelijke en Heerlense cijfers goed overeen. Tabel 20: Bereik besloten feesten, landelijk en Heerlen Nederland (2012, 6 jaar) Heerlen (2014, 12 jaar) Feest met een optreden van muzikanten 48% 50% Feest met een dansoptreden, toneel, cabaret of stand-up comedy 23% 23% Ongeveer de helft van de inwoners van Nederland (48%) en Heerlen (50%) hebben een feest bezocht met een optreden van muzikanten en ongeveer een kwart (23%) hebben een feest met dans, toneel of cabaret/stand-up comedy bezocht. 37

38 38

39 7. CULTUUR IN HEERLEN In dit hoofdstuk komt het bezoek aan Heerlense culturele voorzieningen zoals Thermenmuseum, Kasteel Hoensbroek, Nieuwe Nor etc. aan bod. Tevens wordt de bekendheid en bezoek aan Heerlense festivals en evenementen in kaart gebracht. Tot slot wordt cultuur in de wijk en op de straat uitgelicht. De antwoorden hebben betrekking op de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. 7.1 Bezoek aan Heerlense culturele voorzieningen Aan de inwoners van Heerlen is gevraagd hoe vaak ze naar instellingen/plaatsen zijn geweest voor voorstellingen, (feesten met) optredens en tentoonstellingen. In vergelijking met 2012 zijn er in 2014 twee voorzieningen minder namelijk de Royal en Kunstuitleen Parkstad. In totaal heeft in % van de inwoners van de gemeente Heerlen één of meer Heerlense culturele voorzieningen bezocht. Als hierin filmvoorstellingen niet worden meegerekend, heeft nog steeds 82% van de Heerlenaren de afgelopen 12 maanden een culturele voorstelling bezocht. In figuur 19 is te zien om welke culturele voorzieningen in Heerlen het precies gaat. Parkstad Limburg Theaters is door meer dan de helft van de Heerlenaren (53%) minstens één keer bezocht. De bioscoop Quatro 4 wordt door meer dan een derde van de Heerlenaren bezocht, evenals Schunck* Cultuur en Kasteel Hoensbroek. De overige voorzieningen zijn door minder dan 30% van de inwoners bezocht gedurende 12 maanden. Figuur 19: Percentage bezoekers aan Heerlense culturele instellingen/plaatsen, in procenten Parkstad Limburg Theaters 53% 56% Royal Bioscoop Quatro 4 (voormalig H5) Schunck* Cultuur Kasteel Hoensbroek Schunck* Bibliotheek Buurthuis, wijkhuis Cultuurhuis Heerlen Nieuwe Nor Thermenmuseum Galerie/Atelier Filmhuis De Spiegel Nederlands Mijnmuseum Schunck* Muziekschool Kunstuitleen Parkstad Streekarchief Rijckheyt Kunstencentrum Signe 4% 6% 5% 14% 14% 13% 11% 12% 11% 10% 9% 10% 28% 27% 22% 24% 22% 19% 18% 19% 35% 35% 31% 34% 41% 45% 53% % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 39

40 In vergelijking met 2012 zijn de meeste bezoekerspercentages ongeveer gelijk gebleven. Bij bioscoop Quatro 4 en Kasteel Hoensbroek wijken de bezoekerspercentages in 2014 wel duidelijk af in vergelijking met 2012 (-10, respectievelijk 7 procentpunten). Wanneer we kijken naar de instellingen/plaatsen die bezocht worden (zie tabel 21), dan blijkt dat de bezoekersfrequentie het vaakst tussen de 1-3 keer per jaar ligt. Parkstad Limburg Theaters heeft het hoogste percentage bezoekers die 1-3 keer per jaar gaan (40%), gevolgd door Kasteel Hoensbroek (32%). Het theater heeft met 10% ook het hoogste percentage bezoekers die 4-11 keer per jaar komen. Dit is te verklaren doordat het theater een meer wisselend en diverser programma heeft dan bijvoorbeeld Kasteel Hoensbroek. Schunck* Bibliotheek heeft het hoogste percentage bezoekers die 12 keer of meer per jaar de bibliotheek bezoekt. Ook dit is logisch gezien de aard van het aanbod en de werkwijze van een bibliotheek. Tabel 21: Percentage bezoekers aan Heerlense culture instellingen naar aantal keren 0 keer 1-3 keer 4-11 keer 12 keer Parkstad Limburg Theaters 47% 40% 10% 3% Kasteel Hoensbroek 66% 32% 2% 0% Schunck* Cultuur 65% 28% 4% 3% Bioscoop Quatro 4 65% 27% 7% 1% Cultuurhuis Heerlen 78% 18% 3% 1% Buurthuis, wijkhuis 78% 17% 4% 1% Nieuwe Nor 82% 15% 3% 1% Schunck* Bibliotheek 72% 14% 7% 8% Thermenmuseum 86% 13% 1% 0% Galerie/atelier 87% 12% 1% 1% Nederlands Mijnmuseum 89% 11% 0% 0% Filmhuis De Spiegel 90% 8% 2% 0% Schunck* Muziekschool 91% 5% 1% 3% Streekarchief Rijckheyt 95% 4% 1% 0% Kunstencentrum Signe (KUS) 96% 4% 0% 0% Figuur 20 heeft een onderverdeling gemaakt naar geslacht, leeftijdsgroepen en stadsdelen. Vergelijking met 2012 is mogelijk door het bezoek aan Kunstuitleen Parkstad en Bioscoop Royal eruit te filteren. Figuur 20: Percentage bezoekers culturele voorzieningen naar achtergrondkenmerken,

41 In vergelijking met 2012 is het bezoekerspercentage aan culturele voorzieningen in 2014 gedaald (-5 procentpunten). Dit verschil kan niet verklaard worden door de sluiting van de Royal omdat deze percentages niet zijn meegenomen in de cijfers van In 2014 is het percentage mannen dat in een jaar minstens één instelling/plaats heeft bezocht gelijk aan het percentage vrouwen. Deze percentages zijn in beide groepen afgenomen de laatste twee jaar, met name bij vrouwen (-7 procentpunten). Bij de leeftijdsgroepen is te zien dat het bezoekpercentage het hoogst onder de jongeren is. In vergelijking met 2012 is in alle groepen het bezoek afgenomen, met name in de leeftijdsgroep jaar (-6 procentpunten). De percentages in de stadsdelen liggen in 2014 rond de 85% en zijn de afgelopen 2 jaar, met uitzondering van Heerlerbaan, afgenomen. Tabel 22 laat zien dat inwoners die zelf actief zijn, ook meer voorstellingen, optredens en tentoonstellingen in Heerlen (91%) bezoeken dan inwoners die niet actief zijn (74%). Tabel 22: Cultuurparticipatie in relatie tot bezoek culturele voorzieningen Bezoek Heerlense culturele instellingen/plaatsen Niet Wel Zelf actief Niet 26% 74% bezig zijn Wel 9% 91% Meer dan de helft van de respondenten (52%) geeft aan dat ze de afgelopen 12 maanden naar voorstellingen buiten Heerlen zijn geweest. In 2012 bedroeg dit percentage 54%. Redenen hiervoor worden in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel 23: Redenen om voorstellingen, optredens e. d. buiten Heerlen te bezoeken, Redenen Bepaalde voorstellingen worden niet in Heerlen gegeven. 65% 67% Ik ga met vrienden/familie die elders wonen. 22% 22% Voor de afwisseling. 19% 15% Het aanbod van culturele instellingen is elders aantrekkelijker. 13% 7% Weet niet 12% 2% Ik vind het elders gezelliger. 8% 6% Het aanbod van horecagelegenheden is elders aantrekkelijker. 7% 5% Anders, namelijk 6% 10% Ik vind het praktischer omdat ik elders werk/naar school ga/ andere dingen doe. 3% 3% Als voornaamste reden wordt aangegeven dat bepaalde voorstellingen niet in Heerlen worden gegeven (65% in 2014). Andere redenen zijn dat mensen met vrienden/familie gaan die elders wonen (22%) of voor de afwisseling (19%). In vergelijking met 2012 is er in 2014 een groter percentage dat aangeeft dat het aanbod van culturele instellingen elders aantrekkelijker is (+6 procentpunten). 41

42 7.2 Bekendheid en bezoek aan festivals en evenementen Wanneer aan de Heerlenaar gevraagd wordt naar het bezoek aan en bekendheid met Heerlense festivals en evenementen blijkt dat bijna alle Heerlenaren (99,7%) minstens één van de festivals/evenementen kennen en 86% er minstens één heeft bezocht. Figuur 21 geeft weer welk aandeel van de inwoners bekend is met een festival. De carnavalsoptocht in Heerlen-Centrum geniet de grootste bekendheid (93%), gevolgd door de kermis in Heerlen (89%) en de braderie in Hoensbroek (88%). Figuur 21: Bekendheid festivals en evenementen Carnavalsoptocht Centrum Kermis Heerlen Braderie Hoensbroek Cultura Nova Carnavalsoptocht Heerlerheide BOOCH? Carnavalsoptocht Hoensbroek Carnavalsoptocht overig in Heerlen Kermis Hoensbroek Raboronde Circus in Heerlen Carnavalszitting(en)/-activiteiten Parkcity Live Limburgs Mooiste Parkstad Culinair Kermis overig in Heerlen Oranje-activiteit The Notorious IBE Heerlen Jazzt Charles Hennen Concours / Orlando Festival Avondvierdaagse Hoensbroek Cyclocross Mondriaan Run Kunstmarkt Hoensbroek Dutch Mountain Film Festival Fietsvierdaagse Pijl van Heerlerheide Tango Brutal Kerstcross Jeugdronde Molenberg 93% 89% 88% 84% 83% 82% 82% 80% 80% 78% 78% 77% 77% 71% 67% 67% 66% 65% 61% 60% 58% 57% 55% 54% 49% 48% 44% 43% 42% 40% 0% 20% 40% 60% 80% 100% In het onderzoek van 2014 is een aantal nieuwe evenementen/festivals in de vragenlijst toegevoegd. De vergelijking met 2012 is daarom beperkt. Figuur 22 geeft de bekendheid van evenementen weer in 2012 en

43 Figuur 22: Bekendheid evenementen Carnavalsoptocht Centrum Kermis Heerlen Braderie Hoensbroek Cultura Nova Carnavalsoptocht Heerlerheide BOOCH? Carnavalsoptocht Hoensbroek Carnavalsoptocht overig in Heerlen Kermis Hoensbroek Circus in Heerlen Carnavalszitting(en)/-activiteiten Parkcity Live Kermis overig in Heerlen The Notorious IBE Heerlen Jazzt Charles Hennen Concours / Orlando Festival 35% 43% 48% 93% 92% 89% 91% 88% 85% 84% 82% 83% 78% 82% 83% 82% 78% 80% 74% 80% 78% 78% 78% 77% 72% 77% 68% 67% 61% 65% 61% 60% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Ten opzichte van 2012 is in 2014 de bekendheid van het evenement The Notoriuous IBE duidelijk toegenomen (+30 procentpunten). De bekendheid van het Charles Hennen Concours/Orlando Festival (+17 procentpunten) en van Heerlen Jazzt (+13 procentpunten) is eveneens duidelijk toegenomen. Er zijn geen evenementen waarvan de bekendheid duidelijk is afgenomen. 43

44 Wanneer we kijken naar het bezoek dan heeft 86% van de inwoners één van de 30 evenementen in Heerlen bezocht in de afgelopen 12 maanden. In figuur 23 worden de bezoekerspercentages per evenement getoond. Figuur 23: Bezoek festivals en evenementen Carnavalsoptocht Centrum Kermis Heerlen Cultura Nova Braderie Hoensbroek Raboronde Carnavalszitting(en)/-activiteiten in Heerlen Carnavalsoptocht overig in Heerlen Carnavalsoptocht Heerlerheide BOOCH? Carnavalsoptocht Hoensbroek Parkcity Live Oranje-activiteit Kermis Hoensbroek The Notorious IBE Parkstad Culinair Limburgs Mooiste Kunstmarkt Hoensbroek Kermis overig in Heerlen Heerlen Jazzt Circus in Heerlen Pijl van Heerlerheide Avondvierdaagse Hoensbroek Cyclocross Dutch Mountain Film Festival Charles Hennen Concours / Orlando Festival Jeugdronde Molenberg Mondriaan Run Tango Brutal Kerstcross Fietsvierdaagse 20% 20% 19% 19% 17% 16% 16% 16% 13% 11% 10% 10% 9% 8% 8% 7% 6% 6% 5% 5% 4% 4% 4% 3% 3% 26% 34% 31% 31% 44% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Het drukst bezochte evenement is de carnavalsoptocht in de centrum van Heerlen (44%), gevolgd door de kermis (34%), Cultura Nova (31%) en de braderie in Hoensbroek (31%). Over het algemeen geldt dat hoe bekender een festival of evenement is, hoe hoger de bezoekersgraad. Dit geldt bijvoorbeeld voor de carnavalsoptocht in Heerlen, de kermis in het centrum, Cultura Nova en de braderie. Een hoog bekendheidsgehalte leidt echter niet automatisch tot een hoog bezoekgehalte. Zo is het circus in Heerlen bij 78% van de inwoners bekend maar gaat 8% van de inwoners er daadwerkelijk heen. 44

45 Figuur 24 geeft het bezoek aan de evenementen weer in 2012 en Figuur 24: Bezoek aan evenementen Carnavalsoptocht Centrum Kermis Heerlen Cultura Nova Braderie Hoensbroek 34% 31% 32% 31% 44% 43% 40% 40% Carnavalszitting(en)/-activiteiten in Heerlen Carnavalsoptocht overig in Heerlen Carnavalsoptocht Heerlerheide BOOCH? Carnavalsoptocht Hoensbroek Parkcity Live Kermis Hoensbroek The Notorious IBE 5% 20% 19% 20% 19% 20% 19% 21% 17% 16% 17% 16% 20% 13% Kermis overig in Heerlen Heerlen Jazzt Circus in Heerlen Charles Hennen Concours / Orlando Festival 9% 8% 8% 6% 8% 11% 5% 4% 0% 10% 20% 30% 40% 50% Het bezoek in 2014 is in vergelijking met 2012 afgenomen bij de braderie Hoensbroek (-9 procentpunten) en de kermis in Heerlen (-6 procentpunten). Het bezoek aan The Notorious IBE is met 8 procentpunten toegenomen. 45

46 Figuur 25 laat de bezoekpercentages zien naar geslacht, leeftijdsgroepen en stadsdelen. Figuur 25: Bezoekpercentages uitgesplist naar geslacht, leeftijdsgroep en stadsdeel 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 86% 87% 84% 91% 89% 74% 86% 84% 88% 79% Over het algemeen bezoekt een iets groter aandeel mannen Heerlense evenementen (87%) in vergelijking met vrouwen (84%). Hoe jonger de inwoners, hoe actiever ze festivals en evenementen bezoeken. In de stadsdelen variëren de percentages van 79% in Heerlerbaan tot 88% in Heerlen-Stad. Wanneer we een vergelijking met 2012 willen maken voor de algemene bezoekpercentages kan dit voor een aantal evenementen, namelijk BOOCH?, Braderie Hoensbroek, Carnavalsoptocht Centrum- Heerlerheide-Hoensbroek-overig Heerlen, carnavalszittingen-/activiteiten, Charles Hennen Concours/Orlando Festival, Circus, Cultura Nova, Heerlen Jazzt, Kermis Heerlen-Hoensbroek-overig Heerlen, Parkcity Live en The Notorious IBE (zie figuur 26). Figuur 26: Bezoekpercentages uitgesplist naar geslacht, leeftijdsgroep en stadsdeel, in %, Tussen 2012 en 2014 zijn de bezoekpercentages algemeen niet veel veranderd. Dit geldt ook voor de mannen en vrouwen. Bij de leeftijdsgroepen valt op het dat bezoekpercentage bij de ouderen wel duidelijk gedaald is (-11 procentpunten). In de stadsdelen zijn de percentages licht afgenomen met uitzondering van Hoensbroek. 46

47 7.3 Beperkingen In 2014 is aan de inwoners van Heerlen gevraagd om aan te geven in hoeverre bepaalde aspecten de mogelijkheden beperken om voorstellingen, voorzieningen, plaatsen en evenementen te bezoeken. Het betrof de volgende aspecten: (algemeen) lichamelijke gezondheid, fysiek functioneren, geestelijke gezondheid, taal/cultuur, financieel, gevoel er niet bij te horen/ niet thuis te voelen en anders. De antwoordmogelijkheden waren: nauwelijks tot geen belemmering, lichte belemmering, matige belemmering, ernstige belemmering en niet van toepassing (n.v.t.). Ongeveer twee derde van de inwoners (65%) geeft aan belemmeringen (licht, matig of zwaar) te ervaren bij het bezoeken van voorstellingen, voorzieningen, plaatsen en evenementen. Wanneer we het aspect financiën weglaten daalt dit percentage naar 39%. In figuur 27 wordt bij ieder aspect het percentage inwoners getoond dat aangegeven heeft dat het een lichte tot ernstige belemmering ondervindt bij het bezoeken van cultuur. Figuur 27: Beperkingen 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 52% Financieel 22% 20% (Algemene) lichamelijke gezondheid Fysiek functioneren (bewegen) 16% Gevoel 'er niet bij te horen' / 'niet thuis te voelen' 8% 6% 5% Geestelijke gezondheid Taal / cultuur Anders Opvalt dat met name het aspect financiële belemmeringen hoog scoort; meer dan de helft van de inwoners geeft aan dat financiën een lichte, matige of ernstige belemmering vormen om deel te nemen cultuurbezoek. Lichamelijke gezondheid vormt voor 22% van de Heerlenaren een beperking en fysiek bewegen voor een vijfde deel van de inwoners. 7.4 Cultuur in de wijk In tabel 25 wordt weergegeven hoeveel procent van de inwoners weet dat er culturele activiteiten aangeboden worden in hun wijk. Tabel 25: Bekendheid met aanbod culturele activiteiten in de wijk, in procenten Bekendheid aanbod in de wijk Bekend met aanbod van culturele activiteiten 44% 40% Niet bekend met aanbod van culturele activiteiten 15% 18% Weet niet 41% 43% 47

48 Van de inwoners geeft 44% aan er in hun wijk culturele activiteiten worden aangeboden. Dit percentage is in vergelijking met 2012 licht toegenomen (+ 4 procentpunten). Deze bewoners noemen dan met name activiteiten in buurt- of clubhuis (80%), community-art projecten (21%) en activiteiten in een BMV (Brede Maatschappelijke Voorziening) (20%). Van de inwoners geeft 15% aan dat er geen culturele activiteiten in de wijk worden aangeboden en een groot deel weet niet of er wijkgerichte culturele activiteiten (41% in 2014) plaats vinden. Tabel 26 laat zien dat van de inwoners die aangegeven hebben dat ze bekend zijn met het aanbod van culturele activiteiten, 7% er vaak aan meedoet, 35% soms en 58% nooit. In vergelijking met 2012 is er in 2014 een groter aandeel inwoners dat nooit deelneemt aan culturele activiteiten in de wijk; we zien op dit punt een toename van 13 procentpunten. Tabel 26: deelname aan culturele activiteiten in de wijk Deelname aanbod in de wijk Ja, vaak 7% 7% Ja, soms 35% 48% Nee, nooit 58% 45% 7.5 Cultuur op straat Aan de inwoners in Heerlen is gevraagd hoe lang het geleden is dat hij/zij stil heeft gestaan bij een kunstwerk of kunstvoorstellingen op straat, in een park, in een winkelgebied of ergens anders in de openbare ruimte. Het betrof beeld/schilderwerk, toneel/dans/straatvoorstelling en muziek. Iets meer dan 60% (61%) van de inwoners heeft aangegeven korter dan een maand geleden bij één van de drie genoemde kunstvormen stil te hebben gestaan. Iets meer dan een vijfde deel (21%) geeft aan dat het langer dan een half jaar geleden is dat hij stil heeft gestaan bij cultuur op straat. In de onderstaande tabel wordt weergegeven hoe lang het geleden is dat de inwoners van Heerlen (letterlijk) stil hebben gestaan bij een kunstwerk of voorstelling. Te zien is dat bijna de helft van de inwoners nog minder dan een maand geleden stil heeft gestaan bij een beeld of schilderwerk (48%) en muziek (40%). Bij toneel en dans ligt dit percentage lager (23%) en is het zelfs voor meer dan 40% van de Heerlenaren langer dan een half jaar geleden dat ze stil hebben gestaan bij deze podiumkunsten in de openbare ruimte. Tabel 27: Cultuur op straat korter dan 1 maand geleden 1 tot 6 maanden geleden 6 maanden of langer geleden Beeld, schilderwerk 48% 41% 19% 26% 32% 33% Toneel, dans 23% 24% 34% 25% 44% 51% Muziek 40% 42% 31% 29% 29% 29% In vergelijking met 2012 heeft in 2014 een groter deel van de inwoners pas geleden nog stil gestaan bij een beeld of schilderwerk. Dit was in % en in %. Ook bij toneel en dans is te zien dat in 2014 (34%) een groter deel 1 tot 6 maanden geleden stil heeft gestaan dan in 2012 (25%). Het deel dat langer dan zes maanden geleden heeft stilgestaan bij toneel/dans is afgenomen (-7 procentpunten). 48

49 8. MEDIA In dit hoofdstuk gaat het over cultuur en de rol die media hierin spelen. Allereerst wordt beschreven welk percentage inwoners culturele uitvoeringen of vertoningen beluistert en bekijkt via radio, televisie en internet. De tweede paragraaf geeft een indruk over het boekenleesgedrag van de Heerlenaar en het hoofdstuk eindigt met een paragraaf over het informatiebereik met betrekking tot culturele activiteiten. De antwoorden hebben betrekking op de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. 8.1 Bekijken en beluisteren van culturele uitvoeringen of vertoningen via media Van de inwoners van de gemeente Heerlen luistert / kijkt 94% wel eens via radio, televisie en internet naar onderstaande culturele voorstellingen of vertoningen (figuur 28). In 2012 bedroeg dit percentage 96%. Te zien is dat de media met name gebruikt worden om films te bekijken (84%). Ruim de helft (58%) van de Heerlenaren kijkt naar historische uitzendingen via media en naar concerten van pop, hardrock, hiphop, etc. (54%). Wanneer we de categorie film weglaten, maakt nog steeds 89% van de Heerlenaren gebruik van media om voorstellingen en vertoningen te bekijken/beluisteren. Inwoners gebruiken media dus niet alleen om films te bekijken. Figuur 28: Percentage inwoners dat cultuur beleeft via media, in procenten, Film Historische uitzendingen Concert pop-, hardrock-, hiphopmuziek Cabaret/kleinkunst Wereldmuziek Musical Concert klassieke muziek jazz/bluesconcert Toneelvoorstelling Ballet/dansvoorstelling Opera of operette 20% 20% 22% 19% 21% 16% 21% 36% 32% 31% 34% 31% 34% 58% 63% 54% 56% 48% 55% 84% 86% % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 49

50 Tussen 2012 en 2014 zijn de percentages gelijk gebleven of licht gedaald. De grootste daling is te zien bij mediagebruik om cabaret/kleinkunst te bekijken (-7 procentpunten). Alleen het mediagebruik voor wereldmuziek is toegenomen (+4 procentpunten). 8.2 Boeken Het merendeel van de inwoners van de gemeente Heerlen (80%) heeft de afgelopen 12 maanden minstens één boek heeft gelezen. Er is gevraagd naar het aantal gedrukte boeken en het aantal e-books. Tabel 28 geeft een overzicht van de uitkomsten. Tabel 28: Aantal gelezen boeken de afgelopen 12 maanden in percentage van Heerlense bevolking Aantal Gedrukt E-books Geen 23% 72% 1-3 boeken 32% 14% 4-11 boeken 28% 7% 12 boeken of meer 17% 7% Bijna een kwart (23%) van de inwoners heeft geen gedrukt boek gelezen en ruim 70% (72%) heeft geen e-book gelezen. Het percentage inwoners dat geen enkel boek gelezen heeft, zowel gedrukt als e-book, is 20%. In 2012 bedroeg dit percentage 19%. Landelijk (2014) ligt het percentage burgers dat geen boek gelezen heeft op 12 % (GFK, februari 2014). Het percentage in Heerlen ligt dus hoger dan landelijk. 8.3 Informatie verkrijgen over culturele activiteiten Een groot gedeelte (91%) van de Heerlenaren maakt gebruik van minstens één van de informatiebronnen genoemd in figuur 25 om informatie te krijgen over de locatie en tijdstip van culturele activiteiten. In 2012 bedroeg dit percentage 93%. Figuur 29 geeft per informatiekanaal weer hoeveel procent van de inwoners hier gebruik van maakt in 2012 en

51 Figuur 29: Informatiekanaal culturele activiteiten, in procenten, Huis-aan-huisbladen Via vrienden, familie, kennissen of collega's Affiches, uithangborden, posters Brochures, folders, flyers, programmaboekjes Lokale/regionale dagbladen Internetsites van culturele instellingen Gemeentelijke informatie via de Stadskrant Landelijke televisie Lokale/regionale televisie Andere internetsites Lokale/regionale radio Weekbladen Landelijke radio Tijdschriften Gemeentelijke informatie via de internetsite Landelijke dagbladen Anders Kabelkrant, teletekst Via de internetsite 13% 12% 14% 11% 13% 10% 12% 5% 4% 4% 5% 2% 3% 51% 41% 42% 38% 43% 36% 43% 26% 30% 26% 38% 24% 24% 27% 19% 21% 18% 21% 15% 20% Ruim de helft van de inwoners van de gemeente Heerlen, 53%, ontvangt de informatie over culturele activiteiten zoals films, tentoonstellingen, theatervoorstellingen, concerten et cetera via huis-aanhuisbladen zoals de Trompetter en gezien. Via vrienden, familie, kennissen of collega s krijgt ook de helft (51%) van de burgers informatie. Andere veel voorkomende manieren zijn via affiches, uithangborden en posters (41%), brochures, folders, flyers, programmaboekjes (38%) en lokale/regionale dagbladen (36%). In vergelijking met 2012 is het aandeel inwoners dat in 2014 gebruik maakt van de diverse informatiekanalen ongeveer gelijk gebleven of gedaald. Deze daling is met name te zien bij de Stadskrant (-12 procentpunten) en huis-aan-huisbladen (-11 procentpunten). Er is de afgelopen twee jaar geen duidelijke toename te zien in het gebruik van informatiekanalen. Het antwoord anders is door 5% van de inwoners genoemd. Sociale media zoals Facebook wordt dan met name als medium genoemd. Wanneer we kijken naar de leeftijdsgroepen en de manieren waarop zij informatie vergaren valt op dat de jongeren veel vaker informatie krijgen via vrienden, familie, kennissen of collega s en via internet dan de burgers van 27 jaar en ouder. Ouderen maken meer gebruik van regionale informatie via radio, tv en dagbladen en huis-aan-huisbladen. 53% 64% % 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 51

52 52

53 9. STELLINGEN OVER CULTUUR Aan de inwoners van Heerlen is een aantal stellingen over cultuur voorgelegd. Dit betreft zowel stellingen over cultuur in algemene zin als over het culturele aanbod in Heerlen. 9.1 Cultuur in het algemeen Er zijn drie stellingen aan de inwoners voorgelegd over het belang van cultuur waarover zij hun oordeel konden uitspreken. Figuur 30 laat zien welk aandeel van de inwoners aangeeft dat cultuur (heel) belangrijk is. Figuur 30: Belang van cultuur uitgedrukt in percentage inwoners die dit (heel) belangrijk vinden 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Belang cultuur voor: 80% 80% 75% 77% 62% 62% de inwoner de gemeente Heerlen de Nederlandse samenleving Meer dan 60% van de inwoners geeft aan dat ze cultuur voor zichzelf (heel) belangrijk vinden. Drie kwart vindt cultuur (heel) belangrijk voor de gemeente en 77% voor de Nederlandse samenleving. Het lijkt alsof de inwoners cultuur voor zichzelf minder belangrijk vinden dan voor Heerlen en Nederland. Zouden ze zich realiseren dat cultuur voor een stad belangrijk is, dat een aantrekkelijk cultureel aanbod mensen aantrekt of vasthoudt en positief werkt op het imago? In vergelijking met 2012 is in 2014 het aandeel inwoners, dat cultuur voor de gemeente en de Nederlandse samenleving (heel) belangrijk vindt, licht afgenomen. 9.2 Cultureel aanbod in Heerlen Belangrijk is om te weten hoe de inwoners denken over het cultureel aanbod binnen de gemeente Heerlen. Er is naar verschillende aspecten gevraagd zoals variatie, kwantiteit aanbod, betaalbaarheid en bekendheid. 53

54 In de onderstaande figuur is te zien welk aandeel van de inwoners het eens is met de stellingen dat het aanbod in Heerlen voldoende is voor wat betreft de aspecten variatie, kwantiteit, betaalbaarheid en bekendheid. Figuur 31: Aandeel inwoners dat het eens is met de stellingen m.b.t. het cultureel aanbod 60% 50% 54% 55% 54% 52% 51% 53% 40% 37% 36% 30% 20% % 0% Voldoende in variatie Voldoende in aantal Voldoende betaalbaar Voldoende bekend Meer dan helft van de inwoners vindt dat het cultureel aanbod in Heerlen voldoende gevarieerd is (54%), voldoende in aantal (52%) is en voldoende bekend is (51%). Met de stelling dat het aanbod betaalbaar is, is maar iets meer dan een derde (37%) van de Heerlenaren het eens. In vergelijking met 2012 verschillen de percentages in 2014 niet veel. Tabel 29 geeft alle antwoordcategorieën weer. Tabel 29: Beoordeling cultureel aanbod Aanbod is voldoende in: Variatie Aantal Betaalbaarheid Bekendheid Helemaal mee eens 10% 10% 5% 6% Mee eens 44% 42% 31% 45% Niet mee eens, niet mee oneens 22% 21% 28% 22% Mee oneens 6% 7% 14% 12% Helemaal mee oneens 3% 3% 8% 5% Weet niet / Geen mening 15% 17% 14% 11% Wanneer we kijken naar het percentage mensen dat het (helemaal) oneens is met de stellingen, valt vooral het relatief hoge percentage bij de stelling over de betaalbaarheid op (22%). Bij alle stellingen is te zien dat ongeveer een vijfde aangeeft neutraal te denken over de stellingen. Tussen 11% en 17% van de inwoners weet het niet of heeft geen mening. In tabel 30 worden de stellingen over het aanbod van cultuur uitgesplitst naar geslacht, leeftijdsgroep en stadsdeel. 54

55 Tabel 30: Cultureel aanbod in Heerlen, uitgesplitst naar geslacht, leeftijdsgroep en stadsdeel Voldoende variatie Voldoende aantal Voldoende betaalbaar Voldoende bekend Man 53% 53% 38% 47% Vrouw 54% 51% 35% 55% jaar 48% 43% 42% 43% jaar 53% 51% 33% 50% 65 jaar en ouder 60% 64% 41% 60% Hoensbroek 55% 53% 36% 47% Heerlerheide 50% 53% 28% 51% Heerlen-Stad 56% 54% 42% 55% Heerlerbaan 52% 50% 35% 48% Tabel 25 maakt duidelijk dat er voor de meeste stellingen geen duidelijk verschil is tussen het aandeel mannen en vrouwen dat het eens is met de verschillende stellingen. Dit geldt wel voor de stelling over bekendheid. Het blijkt namelijk dat een kleiner percentage mannen het eens is met de stelling dat het cultureel aanbod voldoende bekend in vergelijking met vrouwen. Meer dan de helft (55%) van de vrouwen is het hiermee eens tegenover 47% van de mannen. Bij drie stellingen zien we dat het aandeel inwoners dat het eens is met de stellingen toeneemt naarmate de leeftijd ook toeneemt. Alleen bij de stelling over betaalbaarheid is dit niet het geval. Het lijkt er dus op dat de jongeren kritischer zijn over de diverse culturele aspecten. De inwoners van Heerlen-Stad denken positiever over het culturele aanbod dan de inwoners uit de overige stadsdelen. Met name bij het aspect betaalbaarheid is er een duidelijk verschil tussen het aandeel inwoners uit Heerlen-Stad en het aandeel ervan in de andere stadsdelen. Tabel 31 laat de verschillen tussen 2012 en 2014 zien. Tabel 31: Cultureel aanbod in Heerlen, uitgesplitst naar geslacht, leeftijdsgroep en stadsdeel, Voldoende variatie Voldoende aantal Voldoende betaalbaar Voldoende bekend Man 53% 55% 53% 53% 38% 42% 47% 54% Vrouw 54% 55% 51% 55% 35% 31% 55% 52% jaar 48% 37% 43% 41% 42% 31% 43% 32% jaar 53% 59% 51% 56% 33% 37% 50% 56% 65 jaar en ouder 60% 61% 64% 61% 41% 39% 60% 61% Hoensbroek 55% 48% 53% 47% 36% 31% 47% 49% Heerlerheide 50% 49% 53% 49% 28% 31% 51% 46% Heerlen-Stad 56% 63% 54% 60% 42% 45% 55% 59% Heerlerbaan 52% 57% 50% 58% 35% 31% 48% 53% 55

56 In vergelijking met 2012 zijn in 2014 de jongeren tevredener over de verschillende aspecten van het cultureel aanbod. Een groter aandeel (+11 procentpunten) vindt dat er voldoende variatie is, dat het aanbod betaalbaar is en voldoende bekend is. Aan de inwoners van Heerlen is gevraagd wat er volgens hen zou moeten veranderen aan het culturele aanbod zodat ze hier actiever aan zouden deelnemen. Op deze open vraag zijn 421 antwoorden gegeven. Ook hebben diverse respondenten meer dan één antwoord gegeven. Daarom is het onzinnig om percentages te berekenen. De absolute verdeling van de gerubriceerde antwoorden spreekt al voor zich. De antwoorden zijn in tabel 32 onderverdeeld in zes categorieën. Tabel 32: Voorgestelde veranderingen aan culturele aanbod binnen de gemeente Heerlen Categorie Aantal keren genoemd Aanbod 167 Kosten 136 Informatie 95 Randvoorwaarden/faciliteiten 32 Locatie 20 Overige opmerkingen 65 De meeste opmerkingen konden ingedeeld worden onder het kopje aanbod. Zaken die regelmatig benoemd worden zijn: meer voorstellingen, een breder aanbod, meer gericht op kinderen of ouderen, meer aanbod vanuit wijk en straat, multicultureel aanbod, meer historie benadrukken. Een veel gemaakte opmerking is dat de toegangsprijzen erg hoog zijn, vooral voor mensen met een laag inkomen zoals uitkering of pensioen. Ook de hoge prijzen van Cultura Nova en in het theater worden meermaals genoemd. Ook het verbeteren van de informatievoorziening wordt vaak genoemd. Te denken valt aan meer reclame, meer gebruik van sociale media en een centraal informatiepunt. 56

57 10. ACHTERGRONDKENMERKEN In dit hoofdstuk wordt actieve en receptieve cultuurparticipatie nader bekeken aan de hand van enkele achtergrondgegevens. In tabel 33 wordt weergegeven wat opleiding en woonsituatie voor effect hebben op de cultuurparticipatie zowel actief als receptief. Tabel 33: Cultuurparticipatie en bereik cultureel aanbod naar opleidingsniveau en woonsituatie Zelf actief bezig zijn (incl. streekhistorie en heemkudne) Bezoek voorstellingen met film Bezoek voorstellingen zonder film Bezoek aan cultureel erfgoed en galerieën Totaal 60% 58% 87% 90% 79% 83% 76% 78% 43% 42% 85% 90% 62% 56% 83% 84% Gebruik van uitleeninstellingen Lokale culturele voorzieningen Besloten feesten Bezocht evenementen / festivals* Opleidingsniveau Laag 49% 49% 78% 85% 67% 76% 61% 69% 29% 37% 78% 88% 59% 56% 82% 86% Middelbaar 67% 57% 89% 91% 83% 84% 80% 78% 50% 45% 88% 90% 63% 55% 84% 85% Hoog 67% 66% 94% 95% 90% 89% 89% 87% 48% 45% 90% 94% 63% 57% 83% 82% Woonsituatie Zelfstandig wonend 63% ** 84% ** 77% ** 77% 32% 77% 51% ** 75% Thuiswonend 74% ** 99% ** 88% ** 80% 68% 94% 79% ** 93% Samenwonend/ 58% ** 84% ** 80% ** 78% 35% 84% 57% ** 79% gehuwd Samenwonend/ 55% ** 90% ** 81% ** 79% 49% 92% 71% ** 91% gehuwd met kinderen Alleenstaand met kinderen* *gebaseerd op 16 evenementen 57

58 Het aandeel Inwoners met een laag opleidingsniveau dat zelf cultureel actief is, is lager dan inwoners met een middelbaar en hoog opleidingsniveau. In vergelijking met 2012 is het aandeel middelbaar opgeleiden inwoners dat zelf cultureel actief is met 10 procentpunten toegenomen. Opleidingsniveau heeft ook invloed op het gegeven in hoeverre mensen gebruik maken van het cultureel aanbod. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe groter het aandeel inwoners dat gebruik maakt van het cultureel aanbod. Dit is met name te zien bij het bezoeken van voorstellingen, bezoek aan cultureel erfgoed en galerieën en bezoek aan lokale culturele voorzieningen. Wanneer we kijken naar het gebruik van uitleenvoorzieningen, de bezoeken aan de algemene festivals/evenementen en besloten feesten is hier geen duidelijk onderscheid tussen de verschillende opleidingsniveaus. In vergelijking met 2012 zien we dat lager opgeleiden minder bezoeken hebben gebracht aan culturele voorstellingen (met en zonder film), aan cultureel erfgoed en galerieën, en minder gebruik hebben gemaakt van uitleenvoorzieningen. Besloten feesten worden in 2014 meer bezocht door middelbaar en hoog opgeleiden. Mensen met kinderen oefenen minder culturele activiteiten uit dan mensen zonder kinderen. Waarschijnlijk hebben mensen met kinderen minder tijd, hetgeen ook al eerder als voornaamste reden genoemd werd op de vraag wat de reden is dat men niet (meer) actief deelneemt aan cultuur (zie paragraaf 4.2). Thuiswonende inwoners bezoeken het vaakst voorstellingen en maken het meest gebruik van uitleeninstellingen. Ook gaat deze groep het vaakst naar lokale culturele voorstellingen, besloten feesten en evenementen & festivals. 58

59 11. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In de onderstaande tabel wordt nog eens een totaaloverzicht gegeven van de meest belangrijke bevindingen. Tabel 34: Cultuurparticipatie en bereik cultureel aanbod naar achtergrondkenmerken Zelf actief bezig zijn (incl. streekhistorie en heemkudne) Bezoek voorstellingen met film Bezoek voorstellingen zonder film Bezoek aan cultureel erfgoed en galerieën Totaal 60% 58% 87% 90% 79% 83% 76% 78% 43% 42% 85% 90% 62% 56% 84% 83% Gebruik van uitleeninstellingen Lokale culturele voorzieningen Besloten feesten Bezocht evenementen / festivals* Geslacht Man 59% 54% 88% 89% 82% 81% 78% 76% 42% 35% 85% 88% 63% 53% 84% 82% Vrouw 63% 61% 87% 92% 78% 85% 77% 80% 43% 49% 85% 92% 60% 58% 85% 83% Leeftijd jaar 77% 68% 97% 99% 88% 87% 82% 73% 60% 50% 91% 95% 71% 68% 89% 90% jaar 58% 54% 88% 91% 79% 84% 77% 79% 38% 41% 85% 91% 65% 57% 84% 85% 65 jaar e.o. 57% 60% 82% 82% 79% 78% 77% 81% 39% 39% 86% 86% 46% 42% 81% 70% Stadsdeel Hoensbroek 59% 57% 89% 90% 77% 80% 78% 81% 49% 43% 83% 92% 59% 57% 81% 84% Heerlerheide 63% 58% 84% 90% 75% 82% 71% 68% 38% 40% 87% 90% 67% 59% 87% 82% Heerlen-Stad 63% 60% 86% 94% 83% 88% 81% 82% 42% 43% 86% 93% 59% 55% 87% 84% Heerlerbaan 56% 51% 94% 84% 87% 78% 76% 72% 40% 40% 88% 86% 64% 59% 80% 76% *op basis van 16 evenementen 59

60 Het algemene beeld van de cultuurparticipatie van Heerlenaren is ten opzichte van 2012 niet wezenlijk veranderd. Wel zijn er lichte verschuivingen te zien die interessant genoeg zijn om nader te bekijken. Actieve cultuurparticipatie Uit tabel 34 blijkt dat in % van de inwoners uit Heerlen in zijn vrije tijd cultureel actief is. In 2012 bedroeg dit percentage 58%. Met name activiteiten in de discipline beeldende kunst, nieuwe media en muziek zijn populair. Dans en theater worden minder actief beoefend. Het Heerlens percentage is vergelijkbaar met het landelijke percentage. Een iets groter aandeel vrouwen dan mannen is cultureel actief. Drie kwart van de jongeren in de leeftijd 12 tot 27 jaar beoefent culturele activiteiten. Dit is duidelijk hoger dan de andere twee leeftijdsgroepen. Deze groep is ook in 2014 in vergelijking met 2012 actiever geworden. Het aandeel inwoners met een middelbaar of hoog opleidingsniveau dat cultureel actief is, is groter dan het aandeel actieve Heerlenaren met een laag opleidingsniveau. Mensen met kinderen beoefenen minder culturele activiteiten dan mensen zonder kinderen. Redenen om zelf niet actief deel te nemen aan het uitvoeren van culturele activiteiten zijn op de eerste plaats geen interesse, gevolgd door geen tijd en te hoge kosten. Bijna 4 op de tien inwoners (39%) is in de afgelopen 12 maanden op de een of andere manier actief met erfgoed bezig geweest. Meer dan 80% geeft aan geïnteresseerd te zijn in erfgoedzaken zoals geschiedenis, historische dorpen of voorwerpen. Receptieve cultuurparticipatie Het cultureel aanbod is onder te verdelen in verschillende categorieën. Zo is er gevraagd naar het bezoek van algemene culturele voorstellingen zoals film, concerten, musicals et cetera. Het blijkt dat 87% van de inwoners jaarlijks zo n voorstelling bezoekt. Verder zijn bezoeken aan cultureel erfgoed en galerieën in kaart gebracht; drie kwart (76%) van de Heerlenaren bezoekt zo n instelling/plaats. Wanneer gericht gekeken wordt naar het bezoek aan Heerlense culturele voorzieningen, dan brengt 85% van de inwoners een bezoek aan een Heerlense voorziening. Uitleenvoorzieningen worden door 43% van de Heerlenaren gebruikt. Meer dan de helft (60%) is naar een besloten feest geweest in een tijdsbestek van 12 maanden en 86% naar een van de 30 Heerlense evenementen/festivals. De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn niet groot. Wel is duidelijk te zien dat het aandeel jongeren waarbij sprake is van receptieve cultuurparticipatie bij alle vormen groter is dan bij de groep 27-plussers. Bij het opleidingsniveau valt op dat er een relatie bestaat tussen een hoger opleidingsniveau en een hogere receptieve cultuurparticipatie. In de stadsdelen is er niet een stadsdeel dat er bovengemiddeld uitspringt. Ten opzichte van 2012 zijn er enkele verschuivingen zichtbaar. Het aandeel vrouwen dat voorstellingen (zonder film) bezoekt is de afgelopen twee jaar afgenomen (-7 procentpunten). Het aandeel jongeren dat cultureel erfgoed en galerieën bezocht heeft is toegenomen met 9 procentpunten. Vrouwen en jongeren zijn meer gebruik gaan maken van uitleenvoorzieningen. Het aandeel vrouwen dat lokale culturele voorzieningen bezoekt is afgenomen (-7 procentpunten). Het aandeel mannen dat besloten feesten heeft bezocht is toegenomen (+10 procentpunten). Het aantal ouderen dat evenementen/festivals bezocht heeft is afgenomen met 11 procentpunten. 60

61 Hieronder volgt een aantal conclusies die kunnen dienen als uitgangspunten of weegfactoren voor het handhaven of ontwikkelen van (verder) beleid: De actieve cultuurparticipatie is licht toegenomen. Het lijkt erop dat inwoners niet bezuinigd hebben op het uitvoeren van culturele activiteiten. De receptieve cultuurparticipatie is op een aantal gebieden licht gedaald, zowel bezoek aan voorstellingen, als bezoek aan erfgoed en galerieën, als lokale culturele voorstellingen. Het kan goed zijn dat mensen nu pas goed de gevolgen van de crisis ervaren en daardoor bezuinigen op culturele bezoeken. De percentages laten niet overal hele grote verschillen zien maar wel een signaal dat in de gaten gehouden moet worden om te kijken of het geen blijvende (negatieve) trend is/wordt. Het bezoek aan evenementen/festivals en het gebruik van uitleenvoorzieningen is nagenoeg gelijk gebleven. Het bezoek aan besloten feesten is toegenomen. Hier mag niet voorbij gegaan worden aan de forse Rijksbezuinigingen op cultuur. Die bezuinigingen zijn in 2014 duidelijk voelbaar geworden, vooral in het podiumaanbod. Minder en kwalitatief lager aanbod betekent in het algemeen ook een daling van de vraag. Interesse in historisch erfgoed lijkt duidelijk aanwezig te zijn onder de inwoners. Ook geeft een groot gedeelte van inwoners aan hier actief mee bezig te zijn. Aangezien dit een speerpunt is in het cultureel beleid biedt dit zeker verdere mogelijkheden. Het bezoek aan filmvoorstellingen in Heerlen is duidelijk afgenomen. Waarschijnlijk komt dit mede door de sluiting van de Royal en de opening van een nieuw filmtheater in Kerkrade. Het lijkt erop dat meer inwoners bekend zijn met activiteiten in de wijk maar dat tegelijkertijd de deelname hieraan is gedaald. Omdat dit wel een belangrijk aandachtsgebied is binnen cultuur, verdient dit extra aandacht. Financiën wordt door een groot deel van de inwoners als een belemmering ervaren. Het is de moeite waard om hier aandacht aan te besteden. Jongeren zijn het meest kritisch over cultuur in Heerlen maar hun tevredenheid t.o.v is duidelijk toegenomen. 61

62 62

63 11. LITERATUURLIJST Afdeling Welzijn. Evenementenbeleid Heerlen, (2013). FOV. (2015). Begrippenlijst sociaal-cultuur volwassenwerk. Verkregen op 26 maart 2015 van GfK. (Februari 2014). Rapportage boekenbranche meting 27, 1e reguliere meting van 2014, naar het kopen, lezen en lenen van boeken. Kunstfactor, sectorinstituut amateurkunst. Factsheet Amateurkunst 2013 (2013). LKCA. (2015). Definities kernbegrippen sector. Verkregen op 26 maart 2015 van Marlet G.A., Woerkens van C.M.C.M. (2013). Atlas voor gemeenten Nijmegen: VOC Uitgevers. Marlet G.A., Woerkens van C.M.C.M. (2014). Atlas voor gemeenten Nijmegen: VOC Uitgevers. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Cultuur in beeld (2014). Sociaal en Cultureel Planbureau. Culturele activiteiten in 2012: bezoek, beoefening en steun (2014). 63

64 64

65 BIJLAGEN

66 II

67 BIJLAGE 1: ONDERZOEKSVERANTWOORDING Hieronder wordt de opzet van het cultuuronderzoek 2014 en de verantwoording van de uitvoering beschreven. Aan de orde komen achtereenvolgens de onderzoeksmethode, steekproeftrekking, responsverantwoording, representativiteit, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid. Onderzoeksmethode Als methode is in dit onderzoek gekozen voor een digitale vragenlijst. Vragenlijst- of survey-onderzoek is de meest geschikte methode om een breed beeld te krijgen over gedrag en opvattingen van een grote groep mensen, in dit geval de inwoners van de gemeente Heerlen. Mensen die niet over internet beschikken, konden een schriftelijke vragenlijst aanvragen. Het onderzoek is gehouden onder een steekproef van de bevolking van 12 jaar en ouder. De personen die voor het onderzoek zijn geselecteerd, hebben per post een brief van de gemeente Heerlen ontvangen. Hierop stond het internetadres vermeld waar de inwoners de vragenlijst konden invullen. Tevens was een antwoordkaart toegevoegd voor mensen die een schriftelijke versie wilden aanvragen. Om de privacy te kunnen waarborgen zijn aan de respondenten geen naam- en adresgegevens gevraagd, behalve de postcode (nodig om de uitkomsten te kunnen herleiden naar stadsdelen). Om de respons te verhogen is er na 10 dagen schriftelijk gerappelleerd. Het veldwerk is uitgevoerd in de periode oktober-november Steekproeftrekking De gegevens uit het onderzoek dienden niet alleen te genereren te zijn naar gemeenteniveau maar ook naar stadsdeelniveau en naar één specifiek buurtniveau namelijk Passart. Ook diende het onderzoek representatief voor diverse leeftijdscategorieën te zijn. Daarom is in de onderzoeksopzet uitgegaan van een gestratificeerde steekproef. Daartoe is voor de vier stadsdelen van Heerlen en voor de buurt Passart een afzonderlijke steekproef getrokken. Gestreefd werd naar 200 geslaagde enquêtes per stadsdeel en 100 per buurt. Rekening houdend met eerdere onderzoeken diende de steekproef derhalve minimaal personen per stadsbuurt en 450 voor de buurt Passart te bevatten. Op basis van dat principe is in september 2014 uiteindelijk uit de Basisregistratie Personen (BRP) een aselecte steekproef getrokken van in totaal inwoners van 12 jaar en ouder. Gelet op de omvang en moeilijkheidsgraad van de vragenlijst is er mede op basis van eerdere ervaringen met burgeronderzoek voor gekozen bewoners van verzorgings- of verpleegtehuizen buiten de steekproeftrekking te laten. De totale Heerlense onderzoekspopulatie van 12-plussers waaruit de steekproef is getrokken omvatte in inwoners. Responsverantwoording Er hebben 944 personen de vragenlijst ingevuld en geretourneerd, hetgeen een onderzoeksrespons van 13% betekent. Er zijn 87 vragenlijsten schriftelijk ingevuld en 857 via internet. Tabel I geeft een overzicht van de respons per stadsdeel. Weergegeven zijn het aantal verzonden en geretourneerde vragenlijsten, en het daaruit resulterende responspercentage. III

68 Tabel I: Responsverantwoording cultuuronderzoek 2014 Heerlen Vragenlijsten Onderzoekspopulatie verzonden (bruto (12+) steekproef) Vragenlijsten retour (netto steekproef) Responspercentage Hoensbroek ,3% Heerlerheide ,4% (Passart ,7%) Heerlen-Stad ,2% Heerlerbaan ,9% Niet ingedeeld / / 177 GEMEENTE HEERLEN ,6% De onderzoeksrespons per stadsdeel ligt tussen de 7,4% en de 14,2%. Voor de buurt Passart ligt de respons op 8,7%. Voor de stadsdelen is de netto-steekproef voldoende om representatieve uitspraken te doen. Dit geldt helaas niet voor de buurt Passart. Representativiteit Bij enquête-onderzoek bestaat het risico dat bepaalde bevolkingsgroepen oververtegenwoordigd dan wel ondervertegenwoordigd zijn in de responsgroep. In dat geval zijn de respondenten geen goede afspiegeling van de totale bevolking en is het onderzoek daarmee niet representatief. In tabel II wordt de groep respondenten van het cultuuronderzoek afgezet tegen de feitelijke bevolking, getoetst op de kenmerken geslacht en leeftijd. Daarmee wordt voor deze kenmerken inzichtelijk gemaakt in hoeverre de personen die aan het onderzoek hebben deelgenomen een goede afspiegeling vormen van de totale (volwassen) bevolking van Heerlen. Tabel II: Representativiteit cultuuronderzoek 2014 in Heerlen naar geslacht en leeftijd Responsgroep cultuuronderzoek Totale bevolking Heerlen (12+) Geslacht - mannen 47% 49% - vrouwen 53% 51% Leeftijd 12 t/m 17 jaar 18% 7% - 18 t/m 26 jaar 13% 12% - 27 t/m 44 jaar 15% 24% - 45 t/m 64 jaar 31% 34% - 65 jaar en ouder 24% 23% Uit tabel III valt af te lezen dat de deelnemers aan het onderzoek qua geslacht een redelijke afspiegeling vormen van de Heerlense bevolking. Dit geldt niet voor de leeftijd. De groep 12 t/m 17 jaar is oververtegenwoordigd en de inwoners 27 t/m 44 jaar zijn ondervertegenwoordigd. IV

69 Om deze afwijkingen naar geslacht en leeftijd te corrigeren heeft weging plaatsgevonden. Dit is een bij steekproefonderzoek gebruikelijke statistische techniek waarbij de onderzoeksgegevens (door middel van een vermenigvuldigingsfactor) zodanig worden herberekend dat de samenstelling van de responsgroep vrijwel exact gelijk is aan de feitelijke bevolkingssamenstelling. Behalve op geslacht en leeftijd zijn de onderzoeksresultaten verder ook nog gewogen naar stadsdeel. Op die manier is ervoor gezorgd dat de personen die aan het onderzoek hebben meegedaan representatief zijn voor de totale bevolking van het deel waarin ze wonen. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid De essentie van steekproefonderzoek is, dat door het ondervragen van een beperkt deel (steekproef) van de bevolking niet alleen uitspraken worden gedaan over degenen die geënquêteerd zijn maar ook over de totale populatie waaruit die steekproef is getrokken, in dit geval de (volwassen) bevolking van Heerlen. Daarbij dient men wel steeds te beseffen dat dit steekproefonderzoek een benádering van de werkelijkheid vormt: geen enkele steekproef is een exacte afspiegeling van de totale bevolking. Dit hoeft op zich geen bezwaar te zijn zolang de marges waarbinnen de steekproefonnauwkeurigheid valt bekend (en acceptabel) zijn. Daartoe kunnen de zgn. nauwkeurigheidsmarges van de steekproef worden berekend; binnen deze marges vallen de werkelijke uitkomsten voor de totale bevolking. Normaliter wordt bij het berekenen van de nauwkeurigheidsmarges uitgegaan van 95% betrouwbaarheid. Dit betekent dat wanneer het onderzoek 100 maal herhaald wordt, 95 keer een waarde gevonden wordt die binnen de berekende nauwkeurigheidsmarges ligt. Tabel III laat - uitgaande van een betrouwbaarheid van 95% - voor verschillende steekproefgroottes en voor verschillende mogelijke antwoordpercentages zien hoe groot de nauwkeurigheidsmarges zijn. Tabel III: Nauwkeurigheidsmarges steekproefgroottes, op basis van 95% betrouwbaarheid Netto steekproefgrootte Antwoordpercentages in onderzoek (= aantal respondenten) 10% of 90% 20% of 80% 30% of 70% 40% of 60% 50% 100 6,4% 7,8% 9,0% 9,6% 9,8% 200 4,2% 5,5% 6,4% 6,8% 6,9% 300 3,4% 4,5% 5,2% 5,5% 5,7% 400 2,9% 3,9% 4,5% 4,8% 4,9% 500 2,6% 3,5% 4,0% 4,3% 4,4% ,9% 2,5% 2,8% 3,0% 3,1% ,3% 1,8% 2,0% 2,1% 2,2% ,1% 1,4% 1,6% 1,8% 1,8% ,9% 1,2% 1,4% 1,5% 1,5% Een voorbeeld: bij een steekproefgrootte van 500 respondenten en een antwoordpercentage van bijv. 20% is de nauwkeurigheidsmarge plus of min 3,5%, dat wil zeggen dat het werkelijke percentage in de onderzoekspopulatie tussen 16,5% en 23,5% ligt. V

70 Door de netto steekproefgrootte van Heerlen en de afzonderlijke staddelen (zie tabel I, derde kolom) te projecteren op bovenstaande tabel kunnen de nauwkeurigheidsmarges van de in dit rapport gepresenteerde uitkomsten worden ingeschat. Voor Heerlen als geheel (met een netto steekproefgrootte van ca. 1000) betekent dit dat de nauwkeurigheidsmarges van de uitkomsten afgelezen kunnen worden in de zesde regel van de tabel; deze bedragen afhankelijk van de antwoordpercentages 3,1% en minder, een relatief kleine onnauwkeurigheid dus. Voor de afzonderlijke stadsdelen (met netto steekproefgroottes variërend van ca. 100 tot 300) zijn de nauwkeurigheidsmarges van ca. 6% à 10% weliswaar groter, maar nog altijd voldoende om betrouwbare indicaties op stadsdeelniveau te geven. VI

71 BIJLAGE II: CULTUUR IN DE ATLAS VOOR GEMEENTEN 2014 Heerlen vergeleken met 10 referentiesteden Ieder jaar wordt de Atlas voor gemeenten gepubliceerd. Daarin worden de vijftig grootste gemeenten van Nederland vergeleken op een aantal punten die ook worden gebruikt voor het berekenen van bijvoorbeeld woonaantrekkelijkheid en sociaal-economische positie van de steden. De vijftig grootste gemeenten van Nederland verschillen natuurlijk van elkaar. Tot die groep behoren steden als de G-4 maar ook steden die qua bevolkingsomvang veel kleiner zijn dan Heerlen. Denk aan gemeenten zoals Bergen op Zoom met inwoners en Velsen met inwoners. In deze bijlage bekijken we de belangrijkste resultaten met betrekking tot het thema cultuur voor 2014 (cijfers uit 2013). Om de plaats van Heerlen in het (culturele) rijtje van deze vijftig zeer verschillende gemeenten te nuanceren hebben we ervoor gekozen om Heerlen te vergelijken met tien min of meer vergelijkbare steden. De referentiesteden hebben eenzelfde soort industriehistorie, een vergelijkbare grensligging, een min of meer vergelijkbare bevolkingsomvang en/of een centrumfunctie. Op basis van deze referenties is Heerlen derhalve vergeleken met Maastricht, Sittard-Geleen, Almelo, Dordrecht, Emmen, Helmond, Hengelo, Leeuwarden, Leiden en Venlo. De referentiesteden krijgen in deze alternatieve Atlas een nieuwe rangorde (1 tot en met 11) op basis van de rangorde binnen de reguliere Atlas voor gemeenten (1 t/m 50). In de onderstaande tabel worden onder andere de woonaantrekkelijkheids- en sociaal-economische index en verschillende culturele indicatoren van de tien referentiesteden vergeleken. Hieronder volgt een beknopte omschrijving van onderwerpen in de tabel. Woonaantrekkelijkheidsindex: Index om aan te geven hoe aantrekkelijk een gemeente gevonden wordt om in te wonen, gebaseerd op feitelijk (woon)gedrag; Sociaal-economisch index: Sociaal-economische positie op basis van kwalitatieve kennis over arbeidsmarkt, werkgelegenheid en lokale economie; Podiumkunsten: Aantal uitvoering in de podiumkunsten, per 1000 inwoners; Toneel: Aantal toneeluitvoeringen, per 1000 inwoners; Klassiek: Aantal concerten klassieke muziek, per 1000 inwoners; Pop: Aantal popconcerten, per 1000 inwoners. Een plaats in de top 3 van de referentiesteden is in groen gedrukt en een plaats bij de laatste drie in het rood. Kijken we naar de gemiddelde score van de 50 grote gemeenten (G50) dan wordt bij een bovengemiddelde score (= positief) de cel in de tabel grijs gearceerd. VII

72 Tabel IV: vergelijking van 11 referentiesteden op index en indicatoren Atlas voor gemeenten 2014 Heerlen Maastricht Sittard-Geleen Almelo Dordrecht Emmen Helmond Hengelo Leeuwarden Leiden Venlo Woonaantrekkelijkheidsindex 8 e 3 e 10 e 6 e 2 e 11 e 7 e 5 e 4 e 1 e 9 e Sociaal-economische index 9 e 5 e 4 e 10 e 7 e 11 e 8 e 3 e 2 e 1 e 6 e Podiumkunsten 1 e 2 e 9 e 7 e 5 e 11 e 10 e 6 e 4 e 3 e 8 e Toneel 2 e 1 e 6 e 4 e 7 e 10 e 11 e 9 e 5 e 3 e 8 e Klassieke concerten 2 e 1 e 10 e 9 e 4 e 7 e 11 e 8 e 5 e 3 e 6 e Popconcerten 1 e 9 e 8 e 10 e 4 e 11 e 6 e 3 e 2 e 5 e 7 e Gearceerd: score is hoger dan gemiddelde G-50. Niet gearceerd: score is lager dan gemiddelde G-50. De eerste twee indexen zijn algemeen van aard en hierop is te zien dat de sociaal-economische structuur van Heerlen, zoals bekend, ondanks de positieve ontwikkelingen nog steeds zwak is. Heerlen heeft een 8-ste c.q. 9-de plaats in vergelijking met de andere 10 steden. Wanneer bij de complete lijst (G50) bekijken, blijkt dat 8 van de 11 vergeleken gemeenten op de beide indexen laag scoren. Al deze gemeenten scoren beneden gemiddeld in vergelijking met de 50 grootste gemeenten. Bij de culturele indicatoren (het aantal uitvoeringen in de podiumkunsten, theatervoorstellingen, klassieke concerten en popconcerten per inwoner) is te zien dat Heerlen het goed doet zowel in vergelijking met de referentiesteden als in vergelijking met de G50-gemeenten. De indicator aantal podiumplaatsen (cultureel aanbod) is in 2013 ook gemeten. Heerlen had toen een vijfde plaats in de ranking van de 50 gemeenten. In 2014 is Heerlen twee plaatsen opgeschoven naar een derde plaats, een positieve ontwikkeling dus. De bovenstaande tabel en toelichting daarop kunnen worden gebruikt bij het in perspectief plaatsen en interpreteren van de resultaten van het cultuuronderzoek. VIII

73 BIJLAGE III: NATUURGEBIEDEN EN STADSPARKEN Aan de deelnemers van het cultuuronderzoek is gevraagd of ze vinden dat er in het algemeen in Heerlen voldoende natuurgebieden en stadsparken zijn. Figuur I laat zien dat bijna twee derde van de inwoners van mening is dat er voldoende stadsparken en natuurgebieden zijn. Bijna een kwart (24%) vindt dat dit onvoldoende is en 12% weet het niet of heeft geen mening. Figuur I: Aandeel inwoners over (on)voldoende natuurgebieden en stadsparken 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 64% 24% 12% Voldoende Onvoldoende Weet niet-geen mening Vervolgens is gevraagd hoe vaak inwoners de verschillende natuurgebieden en stadsparken bezocht hebben. Figuur II laat dit zien. Figuur II: Aandeel inwoners dat minstens 1 keer in afgelopen 12 maanden natuurgebied of stadspark bezocht heeft 80% 70% 69% 60% 50% 40% 30% 20% 52% 43% 38% 25% 15% 10% 0% Brunssumerheide Terworm Imstenrade Ander natuurgebied Ander stadspark Stadspark Weggebekker, Heidsepark of Carisborg Een groot deel van de inwoners (69%) van Heerlen heeft minstens 1 keer de afgelopen 12 maanden een bezoek gebracht aan de Brunssumerheide. Ook heeft meer dan de helft van de inwoners (52%) Terworm bezocht. Stadsparken worden door een minder groot deel van de inwoners bezocht (circa 15%-25%). IX

CULTUURMONITOR. Onderzoek naar cultuurparticipatie 2017

CULTUURMONITOR. Onderzoek naar cultuurparticipatie 2017 CULTUURMONITOR Onderzoek naar cultuurparticipatie 2017 November 2017 Bureau Onderzoek & Statistiek Gemeente Heerlen 2 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 5 1.1 Algemeen 5 1.2 Doel van het onderzoek 5 1.3 Leeswijzer

Nadere informatie

CULTUURMONITOR HEERLEN VOLWASSENEN

CULTUURMONITOR HEERLEN VOLWASSENEN CULTUURMONITOR HEERLEN VOLWASSENEN September 2012 Bureau Onderzoek & Statistiek Gemeente Heerlen INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 5 1.1 Algemeen 5 1.2 Doel van het onderzoek 5 1.3 Leeswijzer 6 2. Begrippenlijst

Nadere informatie

Hoofdstuk 21. Cultuur

Hoofdstuk 21. Cultuur Hoofdstuk 21. Cultuur Samenvatting Evenals in 2003, heeft driekwart van de Leidenaren in de afgelopen 12 maanden één of meerdere culturele voorstellingen of voorzieningen bezocht. De bioscoop is veruit

Nadere informatie

Bijlage B Sport en cultuur. Annet Tiessen-Raaphorst Andries van den Broek

Bijlage B Sport en cultuur. Annet Tiessen-Raaphorst Andries van den Broek Bijlage B Sport en cultuur Annet Tiessen-Raaphorst Andries van den Broek Ter toelichting Deze bijlage bevat beschrijvende tabellen van de deelname aan diverse specifieke vormen van cultuurbezoek en cultuurbeoefening

Nadere informatie

Grafiek 23.1a Bezoek aan culturele voorstellingen en voorzieningen de afgelopen 12 maanden, 2002-2013 29% 26% 26% 26% 19% 17% 12% 10%

Grafiek 23.1a Bezoek aan culturele voorstellingen en voorzieningen de afgelopen 12 maanden, 2002-2013 29% 26% 26% 26% 19% 17% 12% 10% 23 CULTUURPARTICIPATIE De bekendheid en het gebruik van de diverse culturele voorzieningen, instellingen, plekken en festivals staan centraal in dit hoofdstuk. Daarnaast wordt ingegaan op de mate waarin

Nadere informatie

VTO-cultuurvragen. Pagina 1 van 12 Cultuurvragen uit VTO SCP/CBS

VTO-cultuurvragen. Pagina 1 van 12 Cultuurvragen uit VTO SCP/CBS VTO-cultuurvragen Onderstaand zijn de vraagformuleringen zoals gehanteerd in VTO2012 afgedrukt. De respondenten kregen een brief toegestuurd waarin ze uitgenodigd werden om de VTOenquête via het internet

Nadere informatie

CULTUURPARTICIPATIE (2015)

CULTUURPARTICIPATIE (2015) CULTUURPARTICIPATIE (2015) 80% van de Eindhovenaren heeft het afgelopen jaar (peilmoment najaar 2015) een of meerdere culturele voorstellingen bezocht. In 2014 was dat 78%. Het vaakst ging men naar de

Nadere informatie

GEMEENTE EMMEN CULTUURMONITOR 2014

GEMEENTE EMMEN CULTUURMONITOR 2014 GEMEENTE EMMEN CULTUURMONITOR 2014 RAPPORT // 14 MEI 2014 Opdrachtgever Gemeente Emmen Afdeling Beleid en Regie Team Jeugd, Cultuur en Onderwijs Contactpersoon Pieternel Teekens [email protected] Opdrachtnemer

Nadere informatie

Eerste resultaten cultuursurvey Maastricht 2017 versie mei 2018

Eerste resultaten cultuursurvey Maastricht 2017 versie mei 2018 Eerste resultaten cultuursurvey Maastricht 2017 versie mei 2018 In november en december 2017 ontvingen 12.000 inwoners van Maastricht van zes jaar en ouder een lijst met vragen over cultuurbeoefening,

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek cultuurparticipatie 2010

Samenvatting onderzoek cultuurparticipatie 2010 Samenvatting onderzoek cultuurparticipatie 2010 Belangrijkste uitkomsten van het onderzoek 2010 Deelname aan culturele activiteiten in shertogenbosch licht toegenomen Het opleidingsniveau is het meest

Nadere informatie

De mening van de inwoners gepeild. Cultuurpeiling 2011. gemeente. Onderzoek en Statistiek November 2011

De mening van de inwoners gepeild. Cultuurpeiling 2011. gemeente. Onderzoek en Statistiek November 2011 LelyStadsGeLUIDEN De mening van de inwoners gepeild Cultuurpeiling 2011 Onderzoek en Statistiek November 2011 gemeente Colofon Dit is een prognose gemaakt door: Team Onderzoek en Statistiek Deze prognose

Nadere informatie

Stadspanel Enkhuizen. Gemeente Enkhuizen Januari 2012

Stadspanel Enkhuizen. Gemeente Enkhuizen Januari 2012 Gemeente Enkhuizen Januari 2012 Colofon Uitgave : I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624NN Hoorn Tel. (0229) 282555 www.ioresearch.nl Rapportnummer : 2012-1815 Datum : Januari 2012 Opdrachtgever : Gemeente

Nadere informatie

Onderzoek Cultuurparticipatie

Onderzoek Cultuurparticipatie Rapportage Onderzoek cultuurparticipatie In opdracht van: Contactpersonen: Gemeente Kicky Daoud, Marjon Dankaart en Cees Trappenburg Utrecht, december 2015 DUO Market Research drs. Aart van Grootheest

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de inwoners gepeild. Cultuurpeiling 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de inwoners gepeild. Cultuurpeiling 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de inwoners gepeild Cultuurpeiling 2007 De huidige cultuurnota loopt tot en met 2008. De nieuwe nota zal betrekking hebben op de periode tot en met 2012. Om tot een goed

Nadere informatie

Cultuurbeoefening, cultuurbezoek en cultuurwaardering

Cultuurbeoefening, cultuurbezoek en cultuurwaardering veel respons Cultuurbeoefening, cultuurbezoek en cultuurwaardering Een Stadspanel en Jongerenpanel onderzoek Marjolein Kolstein November 2018 www.os-groningen.nl Inhoud Samenvatting... 3 1. Inleiding...

Nadere informatie

Gemeente Breda. Rapportage Digipanel. SSC Onderzoek en Informatie. "Hoe zit het eigenlijk met de jeugd van tegenwoordig?"

Gemeente Breda. Rapportage Digipanel. SSC Onderzoek en Informatie. Hoe zit het eigenlijk met de jeugd van tegenwoordig? Gemeente Breda SSC Onderzoek en Informatie Rapportage Digipanel "Hoe zit het eigenlijk met de jeugd van tegenwoordig?" Publicatienummer: 54321 Datum: december 2010 In opdracht van: Gemeente Breda Afdeling

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de inwoners gepeild. Theaterbezoek van Lelystedelingen in 2006

LelyStadsGeluiden. De mening van de inwoners gepeild. Theaterbezoek van Lelystedelingen in 2006 LelyStadsGeluiden De mening van de inwoners gepeild Theaterbezoek van Lelystedelingen in 2006 In november 2006 is aan leden van het LelyStadsPanel een vragenlijst voorgelegd over hun bezoek aan theater.

Nadere informatie

De slag om de vrije tijd

De slag om de vrije tijd De slag om de vrije tijd cultuurparticipatie en andere vormen van vrijetijdsbesteding Henk Vinken en Teunis IJdens Sinds 2007 daalt het percentage van de Nederlandse bevolking dat in de vrije tijd actief

Nadere informatie

Cultuur in cijfers Leiden 2011

Cultuur in cijfers Leiden 2011 Maart 2011 Cultuur in cijfers Leiden 2011 Leiden is een historische stad met een breed aanbod aan culturele voorzieningen. Zo is de oudste schouwburg van het land hier te vinden, zijn de musea flinke publiekstrekkers,

Nadere informatie

Gemeente Lelystad, team Onderzoek 1

Gemeente Lelystad, team Onderzoek 1 Gemeente Lelystad, team Onderzoek 1 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING...4 1. INLEIDING...8 1.1. Burgerpeilingen...8 1.2 Cultuurnota...8 1.3 Richtlijn Cultuurparticipatie Onderzoek...9 1.4 Leeswijzer...10 2. PODIUMKUNSTEN...11

Nadere informatie

Beleidskader Kunst & Cultuur 2013-2016 Stadspanel Den Haag, ronde voorjaar 2011

Beleidskader Kunst & Cultuur 2013-2016 Stadspanel Den Haag, ronde voorjaar 2011 Rapport Signaal Uitgave Auteurs Informatie Onderzoek en Integrale Vraagstukken Nr X, Jaargang 2004 Oplage Redactieadres Internet / Intranet X exemplaren Gemeente Den Haag OCW-intranet/Organisatie Postbus

Nadere informatie

Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2011

Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2011 Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2011 Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2011 drs. M. Heessels en drs. C. de Vries Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Augustus 2012 In opdracht van gemeente

Nadere informatie

Cultuurbeleving. Junipeiling Bewonerspanel. Utrecht.nl/onderzoek

Cultuurbeleving. Junipeiling Bewonerspanel. Utrecht.nl/onderzoek Cultuurbeleving Junipeiling Bewonerspanel Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 286 1350 [email protected] in opdracht van Cultuur Ontwikkelorganisatie Gemeente

Nadere informatie

Rapport Beleidskader Kunst & Cultuur 2013-2016

Rapport Beleidskader Kunst & Cultuur 2013-2016 Rapport Beleidskader Kunst & Cultuur 2013-2016 Stadspanel Den Haag, ronde voorjaar 2011 INHOUDSOPGAVE Inleiding - 2 - Wat vindt men belangrijk aan het aanbod van kunst en cultuur in Den Haag? - 3 - Hoe

Nadere informatie

Cultuur en uitgaan in Ede 2013

Cultuur en uitgaan in Ede 2013 Cultuur en uitgaan in Ede 2013 Cultuur en uitgaan in Ede 2013 2 Inhoudsopgave Kort overzicht van de resultaten... 5 Opzet van het onderzoek... 6 Actieve cultuurparticipatie... 8 Passieve cultuurparticipatie...

Nadere informatie

Museumbezoek meest favoriet cultureel uitje Rapport - onderzoek naar cultuurbeleving van Nederland 08-07-2014

Museumbezoek meest favoriet cultureel uitje Rapport - onderzoek naar cultuurbeleving van Nederland 08-07-2014 Museumbezoek meest favoriet cultureel uitje Rapport - onderzoek naar cultuurbeleving van Nederland 08-07-2014 Inhoudsopgave Colofon 1. Conclusies 2. Resultaten 1. Culturele uitstapjes 2. Favoriet museum

Nadere informatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie Afdeling Onderzoek & Statistiek Gemeente Deventer Karen Teunissen April 2006 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Bekendheid en betrokkenheid 4 Samenvatting 8 Hoofdstuk 2 Communicatie 9 Samenvatting 12

Nadere informatie

Vrije tijd & Cultuur in Almere 2014. De cultuurparticipatie van Almeerders

Vrije tijd & Cultuur in Almere 2014. De cultuurparticipatie van Almeerders Vrije tijd & Cultuur in Almere 2014 De cultuurparticipatie van Almeerders De cultuurparticipatie van Almeerders 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Volwassenen 1 Belangstelling voor kunst en cultuur en cultuurbezoek...

Nadere informatie

Gemeente Breda. Bestuursdienst Afdeling Onderzoek en Informatie. Cultuurparticipatie in Breda

Gemeente Breda. Bestuursdienst Afdeling Onderzoek en Informatie. Cultuurparticipatie in Breda Gemeente Breda Bestuursdienst Afdeling Onderzoek en Informatie Cultuurparticipatie in Breda In opdracht van: OntwikkelingsDienst Breda, Vakdirectie Cultuur Uitgave: Gemeente Breda, Bestuursdienst Afdeling

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten

Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten Gemeente s-hertogenbosch, afdeling Onderzoek & Statistiek, februari 2019 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Vrijwilligerswerk... 4 3. Mantelzorg... 8

Nadere informatie

Sportparticipatie Kinderen en jongeren

Sportparticipatie Kinderen en jongeren Sportparticipatie 2017 Kinderen en jongeren Onderzoek & Statistiek Juni 2017 Samenvatting Begin 2017 heeft de afdeling Onderzoek & Statistiek een onderzoek uitgezet onder ouders en jongeren uit de gemeente

Nadere informatie

Cultuuronderzoek Metropoolregio Amsterdam

Cultuuronderzoek Metropoolregio Amsterdam Cultuuronderzoek Metropoolregio Amsterdam In opdracht van: Provincie Noord-Holland Projectnummer: 14209 Museumles Rijksmuseum, fotograaf Edwin van Eis (2013) Anne Huijzer Stefan Zuurbier Carine van Oosteren

Nadere informatie

Culturele activiteiten in Noord

Culturele activiteiten in Noord Culturele activiteiten in Noord Samenvatting Wat vinden de inwoners van Amsterdam-Noord van het aanbod van culturele voorzieningen in hun stadsdeel? Deze vraag is gesteld aan het bewonerspanel van het

Nadere informatie

Praktische opdracht Maatschappijleer Cultuurdeelname

Praktische opdracht Maatschappijleer Cultuurdeelname Praktische opdracht Maatschappijleer Cultuurd Praktische-opdracht door een scholier 2583 woorden 1 maart 2004 6 15 keer beoordeeld Vak Maatschappijleer Inleiding Toen ik de opdracht had gekregen en de

Nadere informatie

Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2013

Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2013 rotterdam.nl/onderzoek Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2013 Onderzoek en Business Intelligence Cultuurparticipatie van Rotterdammers, 2013 drs. C. de Vries Dienstencentrum Onderzoek en Business

Nadere informatie

Onderzoek naar cultuurbeoefening, cultuurbezoek en cultuurwaardering in Maastricht Stadsdelen

Onderzoek naar cultuurbeoefening, cultuurbezoek en cultuurwaardering in Maastricht Stadsdelen Onderzoek naar cultuurbeoefening, cultuurbezoek en cultuurwaardering in Maastricht Stadsdelen Colofon Uitgave Stichting Tout Maastricht Batterijstraat SJ Maastricht Tel: [email protected] www.toutmaastricht.nl

Nadere informatie

Tabellen cultuurparticipatie. s-hertogenbosch. 2004, 2006, 2008 en 2010

Tabellen cultuurparticipatie. s-hertogenbosch. 2004, 2006, 2008 en 2010 Tabellen cultuurparticipatie s-hertogenbosch 2004, 2006, 2008 en O&S, december 1 2 Inhoudsopgave Totaal 5 Culturele voorzieningen en activiteiten 5 Amateurkunstbeoefening 11 Media 13 Cultuurbeleving 16

Nadere informatie

Definities kernbegrippen sector

Definities kernbegrippen sector Definities kernbegrippen sector De begrippen die binnen onze sector gehanteerd worden zijn flexibel en aan verandering onderhevig, vooral omdat het om abstracte begrippen gaat die vaak in een beleidsmatige

Nadere informatie

FACTS & FIGURES Trends in museum- en tentoonstellingsbezoek ( ) Mathijs De Baere

FACTS & FIGURES Trends in museum- en tentoonstellingsbezoek ( ) Mathijs De Baere Inleiding In deze fiche zal het museum- en tentoonstellingsbezoek van de Vlamingen in kaart gebracht worden op basis van de participatiesurveygegevens van 2004 (n=2849), 2009 (n=3144) en 2014 (n=3965).

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Rapportage cultuuronderzoeken Uitkomsten van het bevolkingsonderzoek cultuurparticipatie en de publieksonderzoeken bij de culturele podia

Rapportage cultuuronderzoeken Uitkomsten van het bevolkingsonderzoek cultuurparticipatie en de publieksonderzoeken bij de culturele podia Rapportage cultuuronderzoeken 007 Uitkomsten van het bevolkingsonderzoek cultuurparticipatie en de publieksonderzoeken bij de culturele podia O&S Nijmegen mei 008 Inhoudsopgave Samenvatting. Inleiding.

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

ontspanning en iets presteren

ontspanning en iets presteren ontspanning en iets presteren motieven en ambities van amateurkunstbeoefenaars Henk Vinken en Teunis IJdens Ontspanning, doelgericht leren, gezellig tijdverdrijf met anderen en de ambitie om een kunstzinnige

Nadere informatie

Cultuurparticipatie in Deelgemeente Kralingen-Crooswijk

Cultuurparticipatie in Deelgemeente Kralingen-Crooswijk Cultuurparticipatie in Deelgemeente Kralingen-Crooswijk Cultuurparticipatie in deelgemeente Kralingen-Crooswijk Maaike Dujardin & Chris de Vries Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Juli 2009 In

Nadere informatie

Pilot cultuurparticipatie Delfshaven

Pilot cultuurparticipatie Delfshaven Pilot cultuurparticipatie Delfshaven Pilot cultuurparticipatie Delfshaven Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) September 2008 In opdracht van Dienst Kunst en Cultuur Centrum voor

Nadere informatie

Amateurkunst & publiek

Amateurkunst & publiek Amateurkunst & publiek 2011 inhoudsopgave Inleiding 05 Bezoeken 06 Formele podia 07 Informele podia 10 Vergelijking formele en informele podia 15 Amateurs en professionals 17 Colofon 18 Inleiding Inleiding

Nadere informatie

Onderzoek Marktbeschrijving Podiumkunsten 2006

Onderzoek Marktbeschrijving Podiumkunsten 2006 Onderzoek Marktbeschrijving Podiumkunsten 2006 Samenvatting en conclusies TNS NIPO Bureau Promotie Podiumkunsten Onderzoeksmethode Dit is een herhalingsonderzoek, het is eerder uitgevoerd over 2002 en

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. Uitgaan, sport en cultuur 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. Uitgaan, sport en cultuur 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild Uitgaan, sport en cultuur 2007 In 2007 hebben 2.937 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat

Nadere informatie

Sociale samenhang in Groningen

Sociale samenhang in Groningen Sociale samenhang in Groningen Goede contacten zijn belangrijk voor mensen. Het blijkt dat hoe meer sociale contacten mensen hebben, hoe beter ze hun leefsituatie ervaren (Boelhouwer 2013). Ook voelen

Nadere informatie

CLIËNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK BREED SOCIAAL LOKET GEMEENTE EDAM-VOLENDAM

CLIËNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK BREED SOCIAAL LOKET GEMEENTE EDAM-VOLENDAM CLIËNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK BREED SOCIAAL LOKET GEMEENTE EDAM-VOLENDAM Cliënttevredenheidsonderzoek Breed Sociaal Loket gemeente Edam-Volendam Colofon Opdrachtgever Gemeente Edam-Volendam Datum April

Nadere informatie

Senioren en cultuur. Interesses, motieven, kansen en beperkingen

Senioren en cultuur. Interesses, motieven, kansen en beperkingen Senioren en cultuur Interesses, motieven, kansen en beperkingen Senioren en cultuur Interesses, motieven, kansen en beperkingen drs. E. Edelmann PON Instituut voor advies, onderzoek en ontwikkeling in

Nadere informatie

Stadspanel-onderzoek naar cultuur in de gemeente Assen

Stadspanel-onderzoek naar cultuur in de gemeente Assen Stadspanel-onderzoek naar cultuur in de gemeente Assen Wat is het Stadspanel? De gemeente Assen heeft een digitaal stadspanel. Iedere inwoner kan meedoen. Momenteel telt het stadspanel ruim 1000 leden.

Nadere informatie

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers Opdrachtnemer: Bureau O&S Heerlen Opdrachtgever: Bureau Economie Januari 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Onderzoeksvragen 3 3. Onderzoeksopzet 3 4.

Nadere informatie

Cultuurparticipatie in deelgemeente Charlois

Cultuurparticipatie in deelgemeente Charlois Cultuurparticipatie in deelgemeente Charlois Cultuurparticipatie in deelgemeente Charlois Maaike Dujardin en Chris de Vries Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Juli 2009 In opdracht van Dienst

Nadere informatie

Amateurkunst - de feiten. Monitor Amateurkunst in Nederland 2009

Amateurkunst - de feiten. Monitor Amateurkunst in Nederland 2009 Amateurkunst - de feiten Monitor Amateurkunst in Nederland 2009 Beeldende kunst Zang Instrumentale muziek Dans Theater Schrijven Nieuwe media Voorwoord Kunst ráákt mensen. Miljoenen Nederlanders houden

Nadere informatie

FACTS & FIGURES Participatie aan erfgoedactiviteiten Mathijs De Baere

FACTS & FIGURES Participatie aan erfgoedactiviteiten Mathijs De Baere Inleiding Erfgoed is een brede en overkoepelende term waarbinnen roerend, onroerend en immaterieel erfgoed wordt onderscheiden. Deze drie categorieën zijn in de praktijk sterk verweven met elkaar, maar

Nadere informatie

Digipanel Theater aan de Parade

Digipanel Theater aan de Parade Digipanel Theater aan de Parade 20 mei 2011 Afdeling Onderzoek en Statistiek Gemeente s-hertogenbosch Inleiding Het Theater aan de Parade is bijna 40 jaar oud. Op veel punten voldoet het niet meer aan

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder autochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017 Gemeente Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2016 Onderzoeksrapportage 26 juni 2017 DATUM 26 juni 2017 Dimensus Beleidsonderzoek Wilhelminasingel 1a 4818 AA Breda [email protected] www.dimensus.nl (076) 515

Nadere informatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie

Hoofdstuk 24 Financiële situatie Hoofdstuk 24 Financiële situatie Samenvatting De gemeente voert diverse inkomensondersteunende maatregelen uit die bedoeld zijn voor huishoudens met een lager inkomen. Zes op de tien Leidenaren zijn bekend

Nadere informatie

Hoofdstuk 9. Gemeentelijke website

Hoofdstuk 9. Gemeentelijke website Hoofdstuk 9. Gemeentelijke website Samenvatting Het percentage Leidenaren dat thuis kan beschikken over internet is, na een snelle toename in eerdere jaren, dit jaar vrijwel gestabiliseerd tot op 77%.

Nadere informatie

Quickscan Rotterdamse jongeren in hun vrije tijd, 2011

Quickscan Rotterdamse jongeren in hun vrije tijd, 2011 Quickscan Rotterdamse jongeren in hun vrije tijd, 2011 Quickscan Rotterdamse jongeren in hun vrije tijd, 2011 Chris de Vries & Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) november 2012

Nadere informatie