NIVEAU 1 - OPSTARTEN VAN ENERGIEZORG...

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NIVEAU 1 - OPSTARTEN VAN ENERGIEZORG..."

Transcriptie

1 Inhoudstafel 1. INLEIDING NIVEAU 1 - OPSTARTEN VAN ENERGIEZORG WAT? WAAROM? WERKING BINNEN DE EIGEN DIENSTEN Aanduiden van een energiecoördinator Wat? Waarom? Taken Rapportering Vermelden of zij samenwerkt met haar elektriciteitsdistributiebeheerder Wat? Waarom? Rapportering Inventariseren van alle entiteiten Wat? Waarom? Taken Rapportering Voeren van een energieboekhouding Wat? Waarom? Taken Rapportering Energetisch optimaliseren van de entiteiten Wat? Waarom? Taken Rapportering Sensibilisatie binnen de eigen diensten of werking Rapportering WERKING NAAR BUITEN UIT Sensibilisatie naar de burgers of andere doelgroepen toe Rapportering Ondersteunt gemeenten en steden bij het voeren van hun luik duurzaam energie Rapportering NIVEAU 2 - UITBOUWEN VAN ENERGIEZORG WERKING BINNEN DE EIGEN DIENSTEN Uitbreiden van de energieboekhouding Screenen van de lastenboeken Wat? Waarom? Taken Rapportering Actie rond hernieuwbare energie binnen de eigen diensten of werking Wat Waarom? Rapportering WERKING NAAR BUITEN UIT Actie rond hernieuwbare energie naar burgers of andere doelgroepen toe Rapportering TREFWOORDEN... 52

2 1. Inleiding Handleiding cluster Energie voorlopige niet-gelayoute versie Om te kunnen voldoen aan internationale akkoorden met betrekking tot de vermindering van broeikasgassen (Rio 1992 en Kyoto 1997), moet elke maatschappelijke schakel een bijdrage leveren. Het broeikasgas koolstofdioxide (CO 2 ) levert de grootste bijdrage aan de totale uitstoot van broeikasgassen. Dit gas komt voornamelijk vrij bij het verbruik van energie. Om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan heeft de Vlaamse overheid het Vlaams klimaatbeleidsplan opgesteld. Ondermeer in dat kader werd de cluster energie opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst, een milieuconvenant tussen enerzijds de Vlaamse overheid en anderzijds de ondertekenende gemeenten/steden en provincies. Het voorliggende document is een praktische handleiding voor deze lokale overheden bij de uitvoering van de cluster energie. De handleiding heeft als eerste doel het thema energiezorg uitvoerig toe te lichten. De term energiezorg staat namelijk centraal in de contracttekst van de samenwerkingsovereenkomst. Eerst en vooral zal de handleiding de nodige technische achtergrondkennis leveren om de in de samenwerkingsovereenkomst gestelde principes en termen duidelijk te begrijpen. De handleiding zal vervolgens stap voor stap uitleggen hoe de taken uit de cluster energie zowel op organisatorisch niveau als op technisch niveau geïmplementeerd kunnen worden. De handleiding gaat evenwel niet in op alle mogelijke aspecten van energiezorg. Er is voor gekozen om vooral het organisatorische aspect en de concrete technische toepassingen op vlak van rationeel energiegebruik binnen de gemeentelijke infrastructuur toe te lichten. De andere elementen van energiezorg worden in deze handleiding slechts zeer kort toegelicht maar worden wel binnen het kader van de Samenwerkingsovereenkomst weergegeven. Op die plaats wordt voor verdere informatie telkens naar de niet-limitatieve lijsten van acties doorverwezen die zijn toegevoegd als aanvullende teksten bij de handleiding. In deze handleiding worden alle onderdelen van energiezorg toegelicht. Voor elk onderdeel worden ook het belang en de voordelen gepresenteerd. Nadat u inzicht heeft verkregen in het wat en waarom van elk onderdeel kan u op een efficiënte manier overgaan tot handelen. In de vorm van taken wordt gedetailleerd uitgelegd hoe u energiezorg op een efficiënte manier, en conform de richtlijnen van de Samenwerkingsovereenkomst, succesvol kan implementeren. Indien de instructies in de handleiding gevolgd worden, zal er automatisch voldaan zijn aan de verplichtingen van de cluster energie. Dit wil niet zeggen dat dit document in de plaats komt van de contracttekst bij de samenwerkingsovereenkomst. De handleiding vormt een instrument tot het succesvol implementeren van energiezorg op lokaal niveau. De handleiding wordt afgesloten met een trefwoordenlijst met bijkomende achtergrondinformatie. Als bijlage wordt er bij deze handleiding ook een rekenblad geleverd. Deze toepassing zal voor vele lokale overheden een handig hulpmiddel zijn bij het realiseren van de technische aspecten van energiezorg. Wij hopen dat deze handleiding een grote steun zal zijn bij het realiseren van een duurzaam lokaal energiebeleid. Samenwerkingsovereenkomst

3 2. Niveau 1 - opstarten van energiezorg 2.1. Wat? Op basis van successen en mislukkingen met betrekking tot energiebesparingsacties in de jaren zeventig en tachtig werd in Nederland de energiezorg methodiek ontwikkeld. Het realiseren van het energiezorgsysteem is een belangrijk onderdeel van het hele energiezorg gebeuren. Het energiezorgsysteem heeft betrekking op het management gedeelte van energiezorg, ondermeer het rapporteren en het vastleggen van verantwoordelijkheden. De andere energiezorg taken hebben betrekking op de uitvoering van concrete acties zoals het realiseren van energiezorg in overheidsgebouwen, openbare verlichting en bij gezinnen en ondernemingen. Volgens de officiële Nederlandse definitie is energiezorg het op structurele en economisch verantwoorde wijze uitvoeren van organisatorische, technische en gedragsmaatregelen om het gebruik van energie te minimaliseren. Energiezorg kent dus drie invalshoeken: - De organisatie Energiezorg is ingebed in de bedrijfsvoering en de organisatiestructuur. Wezenlijke aspecten hiervan zijn planning, monitoring, informatievoorziening, management en het vastleggen van verantwoordelijkheden. - De techniek Technische maatregelen zijn altijd onderdeel van energiezorg, zowel binnen de processen als bij de informatievoorziening. - Het gedrag De aanpak van energiezorg houdt rekening met de sociale factoren van de bedrijfsvoering, zoals de stijl van leidinggeven, attitude en gedrag van werknemers en de organisatiecultuur. Energiezorg is in principe hetzelfde als energiemanagement of energiebeheer. Deze termen worden echter vaak gebruikt voor het beschrijven van deelaspecten van energiezorg, zoals energieboekhouding of het investeren in energiebesparende technieken. Energiezorg omvat nadrukkelijk ALLE aspecten van organisatie, techniek en gedrag. Deze Nederlandse energiezorg methodiek wordt, vertaald naar de Vlaamse lokale overheden, verder meer gedetailleerd beschreven in de voorliggende handleiding. Meer info op het internet: Waarom? Om in de periode aan de internationale engagementen bij het kaderverdrag inzake de klimaatsverandering (Rio, 1992) en het Protocol van Kyoto (Kyoto, 1997) te kunnen voldoen, moet Vlaanderen haar totale broeikasgasemissies in 2005 stabiliseren op het niveau van De emissies van broeikasgassen zijn in Vlaanderen tussen 1990 en Samenwerkingsovereenkomst

4 2002 met 3,7 procent gestegen. Deze trend moet dringend omgebogen worden. Het Protocol stelt immers dat België in de periode haar totale broeikasgasemissies gemiddeld met 7,5% moet verlagen ten opzichte van Het is duidelijk dat om dit te verwezenlijken elke schakel in de maatschappij een belangrijke rol dient te spelen. De realisatie van energie-efficiëntie en energiebesparing blijkt in praktijk echter minder gemakkelijk dan men denkt. In het verleden hebben heel wat goed bedoelde initiatieven weinig effecten gerealiseerd of verloren energiebesparende maatregelen na enige tijd hun effect. De hoge energieprijzen en de hieruit resulterende energiebesparingsactiviteiten in de eerste helft van de jaren tachtig leidde bij heel wat ondernemingen tot een daling van de energieverbruiksindex (=energieverbruik per eenheid product): zie Figuur 1. Ondermeer door de daling van de energieprijzen in de tweede helft van de jaren tachtig verminderde in heel wat ondernemingen de aandacht voor energiebesparing en verdween een groot gedeelte van de gerealiseerde besparingen. Via het opzetten van een energiezorgsysteem kan het besparingseffect behouden of zelfs verder vergroot worden. Figuur 1: energieverbruiksindex tussen 1979 en 1987 energieverbruikindex (1979=100) met energiezorg zonder energiezorg Het realiseren van energiezorg gaat niet vanzelf. In het algemeen moet er uiteraard zowel in mensen als in middelen geïnvesteerd worden. De realisatie van meer specifiek het energiezorgsysteem, het management gedeelte, onderstelt voornamelijk een investering van tijd door uw eigen personeel. De voordelen van energiezorg overtreffen in de meeste gevallen de ermee gepaard gaande kosten. In de volgende paragrafen gaan we wat dieper in op deze voordelen. De algemene voordelen van energiezorg zijn de volgende: - Een substantiële besparing in uw energiekosten en het behoud van deze besparing over de tijd. De ervaring leert dat alleen al door een goed beheer van de bestaande installatie in praktijk 5 tot 15% energiebesparing gerealiseerd kan worden. Indien men bovendien de meer ingrijpende, financieel rendabele investeringsmaatregelen doorvoert, zijn besparingen tot 60% geen uitzondering. Ook dergelijke investeringen hebben een gunstig effect op de begroting aangezien de jaarlijkse bespaarde kosten hoger zijn dan de jaarlijkse afbetalingen. - Het behouden van deze besparingen gedurende langere tijd zoals hiervoor reeds werd toegelicht. Samenwerkingsovereenkomst

5 - Veel energiebesparingsmaatregelen creëren een hoger comfort en dus ook een hogere tevredenheid en efficiëntie bij het personeel. Bijvoorbeeld door het installeren van een ergonomische verlichting. - Het realiseren van een duurzaam energiebeleid genereert een positieve maatschappelijke uitstraling van uw lokale overheid. - Dankzij een beter inzicht in energiestromen en energieverbruik, krijgt men dikwijls ook een beter inzicht in de bedrijfsvoering en management en de mogelijkheden tot verbetering in dit domein. De realisatie van energiezorg heeft voor de lokale overheden nog bijkomende dimensies: - Lokale overheden hebben een voorbeeldrol te vervullen voor burgers en bedrijven. - Via hun beleid (vb. bouwvergunningen) kunnen zij invloed uitoefenen op de energieefficiëntie van de gezinnen en ondernemingen op hun grondgebied. Elk onderdeel van energiezorg heeft specifieke voordelen. Wij zullen deze toelichten in de volgende paragrafen Werking binnen de eigen diensten Aanduiden van een energiecoördinator Wat? De energiecoördinator is verantwoordelijk voor de algemene coördinatie van de energiezorg taken binnen de gemeente Waarom? In een energiezorgsysteem is het belangrijk dat iedereen binnen de organisatie duidelijk omschreven verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft. Dit gebeurt via uitgeschreven, en door het management goedgekeurde, taakomschrijvingen, bevoegdheidstoekenningen en procedures Taken Volgende taken kunnen uitgevoerd worden bij het vastleggen van de verantwoordelijkheden binnen de gemeente: - Taak 1: aanduiden van een energiecoördinator - Taak 2: aanstellen van een stuurgroep energie Terwijl de aanduiding van een energiecoördinator een duidelijke verplichting uit de samenwerkingsovereenkomst is, blijft het aanstellen van een stuurgroep optioneel. Taak 1: aanduiden van een energiecoördinator Samenwerkingsovereenkomst

6 Bij ondertekening van Niveau 1 of hoger moet de gemeente/stad of provincie een energiecoördinator aanduiden. De gemeente/stad of provincie mag, naast de energiecoördinator, ook coördinatoren aanduiden voor specifieke energietaken (vb. coördinator energie overheidsgebouwen, coördinator energie openbare verlichting,...) of voor specifieke energieacties (vb. coördinator energieaudit stedelijk cultureel centrum). De samenwerkingsovereenkomst vraagt niet dat er een extra aanwerving gebeurt. De energiecoördinator kan gerust iemand zijn die nu reeds in dienst is. In heel wat gevallen wordt het duurzaam energiebeleid in een eerste fase geïnspireerd en opgestart door de milieudienst. Toch is het veelal aangewezen dat de energiecoördinator werkt voor de technische dienst en niet voor de milieudienst. Heel wat energie acties zullen immers voorbereid en gerealiseerd worden door de technische diensten en intensieve communicatie en goede samenwerking van de energiecoördinator met deze dienst is dus hoe dan ook noodzakelijk. Door het toewijzen van de energiecoördinator aan de technische diensten verhoogt de efficiëntie en wordt vermeden dat de technische diensten het gevoel hebben dat ze acties van buiten uit opgedrongen krijgen. Het is belangrijk dat de energiecoördinator een duidelijk omschreven, en door het beleid goedgekeurde verantwoordelijkheid en bevoegdheid krijgt. Hierdoor verhoogt haar motivatie en kan zij, binnen de grenzen van haar bevoegdheid, effectief tot actie overgaan. Taak 2: aanstellen van een stuurgroep energie Net zoals bij de energiecoördinator is het belangrijk dat de Stuurgroep energie een duidelijk omschreven, en door het beleid goedgekeurde verantwoordelijkheid en bevoegdheid krijgt. Hierdoor verhoogt de motivatie van de leden en kan de stuurgroep, uiteraard binnen de grenzen van haar bevoegdheid, ook effectief tot actie overgaan. De stuurgroep energie bestaat uit de volgende leden: - De voorzitter De voorzitter heeft geen uitvoerende taken, zijn rol is het vertalen en promoten van de energiezorg acties bij de beslissingsorganen. Deze persoon staat positief ten opzichte van energiezorg activiteiten en heeft een beleidsfunctie zodat hij de beslissingen ook effectief kan promoten bij het College van Burgemeester en Schepenen of bij de Bestendige Deputatie. vb. Schepen of Bestendig Afgevaardigde verantwoordelijk voor Leefmilieu of Technische Diensten - De secretaris Deze persoon doet de praktische coördinatie van de stuurgroep. Zij stelt een ontwerp agenda op en verzorgt de verslaggeving. Deze functie wordt het best waargenomen door de energiecoördinator. - De duurzaamheidsambtenaar en/of milieuambtenaar. Zijn lidmaatschap is belangrijk voor de integratie van de energiezorg projecten in het volledige milieuzorg systeem. - Andere leden, bijvoorbeeld... - het hoofd van de technische dienst of milieudienst - een gebouwgebruiker die sterk gemotiveerd blijkt te zijn om mee te werken aan een demo energiezorg actie Samenwerkingsovereenkomst

7 - De andere leden kunnen eventueel tijdelijk opgenomen worden in een stuurgroep, bijvoorbeeld totdat de energiezorg actie waarin zijn actieve participatie belangrijk is, afgerond is. Door de participatie van personen duidelijk af te bakenen in tijd zullen mensen zich gemakkelijker engageren en wordt vermeden dat mensen in de stuurgroep zetelen die geen nuttige bijdrage (meer) kunnen leveren. Het is aangewezen om het aantal leden van de stuurgroep te beperken tot 4 à 5 mensen omwille van de volgende redenen: - Door het beperken van het aantal stuurgroepleden verhoogt de betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de individuele leden. - In een kleinere groep ontstaat gemakkelijker een team gevoel; grotere stuurgroepen vallen dikwijls uiteen in subgroepen hetgeen niet bevorderlijk is voor de samenwerking. - Communicatie en het nemen van beslissingen gebeurt efficiënter in een kleine groep Rapportering In het jaar dat de energiecoördinator wordt aangeduid of gewijzigd, wordt hierover gerapporteerd in het milieujaarprogramma. De gemeente deelt hierbij de coördinaten van de energiecoördinator mee en geeft een korte beschrijving van zijn taken en realisaties. Indien hierover reeds werd gerapporteerd dan verwijst de gemeente in haar milieujaarprogramma naar het milieujaarprogramma waarin over deze aanduiding of wijziging van de energiecoördinator werd gerapporteerd Vermelden of zij samenwerkt met haar elektriciteitsdistributiebeheerder Wat? Op verzoek van een lokaal bestuur moet de netbeheerder het lokaal bestuur bijstaan bij de planning en implementatie van het energiebeleid. De netbeheerder moet hiertoe zelfstandig een aanbod uitwerken voor de lokale besturen. De ondersteuning van de gemeente door de netbeheerder kan o.a. bestaan uit: - voortgangscontrole van de energieboekhouding die het lokale bestuur bijhoudt - de ondersteuning van de uitvoering van energieaudits door energiedienstenbedrijven - de begeleiding van energiezorgsystemen - het aanbieden van formules van derdepartijfinanciering - de uitbouw van energieloketten Samenwerkingsovereenkomst

8 Waarom? Het besluit van de Vlaamse regering van 29 maart 2002, gewijzigd door het besluit van 26 september 2003 legt aan de distributienetbeheerders en elektriciteitsleveranciers een aantal openbaredienstverplichtingen op ter bevordering van het rationeel energieverbruik Rapportering Jaarlijks vermeldt de gemeente of zij samenwerkt met de netbeheerder, wat deze eventuele samenwerking inhoud en hoe ze verloopt. In het geval de gemeente niet samenwerkt met de netbeheerder rapporteert zij over de reden. In het geval de gemeente samenwerkt met de netbeheerder rapporteert zij over de inhoud van deze samenwerking. Volgende vragen kunnen hierbij gesteld worden: - Heeft de gemeente premies aangevraagd bij haar netbeheerder? Zo ja, voor welke maatregel, wat was de tegemoetkoming? - Heeft de gemeente beroep gedaan op specifieke ondersteuning van de netbeheerder (bv. voor het opzetten van een energieboekhouding) - Heeft de gemeente gebruik gemaakt van de informatiebrochures of ander campagnemateriaal van de netbeheerders om burgers of andere doelgroepen te sensibiliseren (bv. bekendmaking premies voor de bevolking van de netbeheerder) Daarnaast rapporteert de gemeente of zij tevreden is over de samenwerking met de netbeheerder. Waar liep het goed, wat kan er beter? Inventariseren van alle entiteiten Wat? Vooraleer er duidelijke beslissingen kunnen genomen worden over energiebesparende maatregelen is het essentieel om de verbruiksstromen binnen de gebouwen te kennen. Voor elk gebouw wordt basisinformatie zoals functie, adres, gebouwverantwoordelijke, oppervlakte, bouwjaar en aanwezigheid van koeling vastgelegd. Verder wordt telkens het totale verbruik (kwh en m³) en specifieke verbruik (kwh en l per m²) van elektriciteit, brandstof en water berekend en wordt het specifieke verbruik vergeleken met gemiddelde waarden in Vlaanderen. U kan een overzicht aanmaken van uw gebouwen door middel van het rekenblad Inventaris gebouwen toegevoegd als bijlage E 01 van de handleiding. Via de inventaris kan ook het totale verbruik van het gebouwenpark en de verdeling van het verbruik over de verschillende functies (administratie, cultuur,...) berekend worden Waarom? De voordelen van een inventarisatie zijn ondermeer het verzamelen van strategische informatie voor het plannen en uitvoeren van energiezorg in de gebouwen. Via de inventaris Samenwerkingsovereenkomst

9 kan bijvoorbeeld het totale verbruik van het gebouwenpark en de verdeling van het verbruik over de verschillende functies (administratie, cultuur,...) berekend worden (zie Figuur 2). Via deze informatie weet men in welke sectoren in eerste instantie energiezorg acties moeten gepland worden. Figuur 2: voorbeeld van de verdeling van het brandstofverbruik in het gebouwenpark over de verschillende functies (totaal brandstofverbruik = kwh) kwh % % % 12% 7% 2% 1% 0 Administratie Andere Cultuur Gezondheid Onderhoud Onderwijs Sport Brandstof % 2% 12% 17% 1% 7% 54% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Ook de gebouwen waar specifieke energie acties wenselijk zijn, zoals gebouwen met een hoog totaal verbruik of een hoog kengetal, kunnen via deze inventaris eenvoudig opgespoord worden. Het inventariseren is een belangrijke eerste stap in het realiseren van energiezorg. Daarom is het belangrijk dat er mensen en middelen worden vrijgemaakt. Deze investering zal het verloop van het energiezorg proces verder bespoedigen Taken Het inventariseren van de entiteiten bestaat uit een aantal taken die in de volgende paragrafen zullen worden toegelicht: - Taak 1: verzamelen bestaande gebouwinformatie - Taak 2: opstarten bestand Inventaris gebouwen en Historisch verbruik gebouwen - Taak 3: opvolgen bestand Inventaris gebouwen Taak 1: verzamelen bestaande gebouwinformatie De bestaande gebouweninformatie verzamelen, bijvoorbeeld op basis van informatie verstrekt door de technische diensten of eventueel door een enquête bij de gebouwverantwoordelijken. Taak 2: opstarten bestand Inventaris gebouwen en Historisch verbruik gebouwen Met behulp van het rekenblad Inventaris gebouwen kunnen een aantal belangrijke gebouwgegevens geïnventariseerd worden die belangrijk zijn bij het realiseren van energiezorg van uw gebouwen. De gebruiksaanwijzing van het rekenblad is terug te vinden op het eerste werkblad van het rekenblad Inventaris gebouwen zelf of onder het trefwoord Gebruiksaanwijzing Inventaris gebouwen. Samenwerkingsovereenkomst

10 Het rekenblad Inventaris gebouwen is toegevoegd als bijlage E 01 van de handleiding. Taak 3: opvolgen bestand Inventaris gebouwen Op regelmatige tijdstippen moet de informatie in Inventaris gebouwen worden bijgewerkt. Als hierbij verregaande veranderingen optreden wordt hierover gerapporteerd in het milieujaarprogramma en wordt een nieuwe inventaris in bijlage aan het milieujaarprogramma toegevoegd. Bij de eerste rapportage over de cluster energie in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst wordt de inventaris van alle entiteiten in bijlage aan het milieujaarprogramma toegevoegd. Nadien, indien er geen wijzigingen hebben plaats gevonden, wordt er verwezen naar het milieujaarprogramma waarin de inventaris is opgenomen Rapportering Voor de cluster energie volstaat het dat de gemeente een inventaris opmaakt van alle entiteiten met een jaarlijks elektriciteitsverbruik boven de kwh of een jaarlijks warmteverbruik hoger dan kwh ( kwh verwarming komt overeen met 180 GJ of ongeveer 5000 m³ gas). Toch is het voor elke gemeente interessant alle entiteiten op te nemen in de inventaris en dit om volgende reden: - om te kunnen onderhandelen met de energieleverancier en eventuele fouten bij de facturatie op te sporen - om een correct beeld te krijgen van de energiebehoefte (en het patrimonium) van de gemeente, desgewenst per dienst - om die entiteiten op te sporen waarin specifieke acties nodig zijn In het jaar dat de inventaris wordt opgemaakt of gewijzigd, voegt de gemeente de inventaris van alle entiteiten met een jaarlijks elektriciteitsverbruik boven de kwh of een jaarlijks warmteverbruik hoger dan kwh ( kwh verwarming komt overeen met 180 GJ of ongeveer 5000 m³ gas) als bijlage toe aan het milieujaarprogramma. Hiervoor kan de gemeente gebruik maken van het rekenblad Inventaris gebouwen dat als bijlage E 01 is terug te vinden in de handleiding. De volgorde van de entiteiten in de inventaris wordt bepaald door de prioriteit van opname in de energieboekhouding. Indien de inventaris van alle entiteiten reeds werd toegevoegd aan een eerder milieujaarprogramma en er zijn sindsdien geen wijzigingen gebeurd, volstaat het dat de gemeente verwijst naar het milieujaarprogramma waaraan de inventaris werd toegevoegd Voeren van een energieboekhouding Wat? Energieboekhouding is een controle-instrument voor energiezorg dat het energie- en waterverbruik van gebouwen in beeld brengt en analyseert. Energieboekhouding is gebaseerd op een regelmatige registratie, analyse en rapportage van het elektriciteits-, brandstof- en waterverbruik. Hierbij worden de opgemeten verbruiken vergeleken met referentiewaarden en verwachte verbruiken. Samenwerkingsovereenkomst

11 Figuur 3: vergelijking in de energieboekhouding van het maandelijkse energieverbruik voor en na een REG-maatregel Ele ktr icit eit (k W jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec voor na De basisinformatie van de energieboekhouding wordt geleverd door het registreren van de energiemeterstanden op regelmatige, minimaal maandelijkse, tijdstippen. Dit kan handmatig gebeuren door het opschrijven van de meterstanden op vaste tijdstippen of automatisch via energiemeters aangesloten op een modem zoals bij telemetrie. De term telemetrie verwijst naar een methode waarbij meterstanden (of algemener: meetgegevens) vanop afstand uitgelezen worden via elektronische weg. Door het toepassen van telemetrie wordt het manueel uitlezen van meters overbodig, d.w.z. men hoeft zich dus niet meer ter plaatse bij de meter te begeven om de meterstand uit te lezen. De tijdsbesparing die het automatisch uitlezen van meters met zich meebrengt, betekent ook dat men desgewenst meetgegevens veel frequenter kan gaan ophalen waardoor men gedetailleerde verbruiksprofielen bekomt. Dergelijke verbruiksprofielen kunnen nuttig zijn voor ondermeer het volgende: - het opsporen van lekken, vb. via telemetrie kan men vaststellen dat er ook gedurende de nacht een permanent waterverbruik is hetgeen kan wijzen op een waterlek; - onderhandelingen met de leveranciers in de vrije energiemarkt; - controle van het functioneren van de regeling van de klimatisatie vb. in een groot kantoor werd vastgesteld dat de regeling van de HVAC-installatie niet goed was afgesteld waardoor de ventilatoren ook tijdens feestdagen bleven functioneren (zie Figuur 4). Door een correcte afstelling van de regeling kon het erop volgende jaar EUR aan elektriciteit en brandstofkosten worden uitgespaard. Figuur 4: vergelijking van elektriciteitsverbruik voor verschillende dagen via energieboekhouding met telemetrie Samenwerkingsovereenkomst

12 Ventilatie blijft aan op Goede Vrijdag en 2e Paasdag Het algemene werkingsprincipe telemetrie gaat als volgt (zie ook Figuur 5): - Meterstanden worden volgens een bepaalde frequentie bijv. elk kwartier, elk uur, etc. elektronisch overgedragen aan een datalogger. Het kan gaan om de klassieke elektriciteits-, gas- en watermeters maar ook om bijvoorbeeld een temperatuur buitenvoeler. De geregistreerde verbruiksgegevens worden in de datalogger gebufferd tot ze worden uitgelezen door het energieboekhoudsysteem. - Permanent of alleszins op regelmatige tijdstippen (vb. om de 24 uur tijdens de nacht) worden de gebufferde verbruiksgegevens overgehaald naar de energieboekhoudingdatabank. Het toegepaste communicatie medium voor deze overdracht kan een gewone telefoonlijn zijn of een internet verbinding. - Nadat de verbruiksgegevens in de databank verwerkt zijn, zijn ze beschikbaar voor de normale analyse en rapportage doeleinden van een energieboekhoudsysteem. De raadpleging kan gebeuren via het energieboekhoudsysteem geïnstalleerd op een PC bij de gebruiker of via het internet. In dat laatste geval is het energieboekhoudsysteem geïnstalleerd op de server bij de leverancier van het energieboekhoudsysteem. Figuur 5: principe schema energieboekhouding met telemetrie Samenwerkingsovereenkomst

13 Energieboekhouding Databank Communicatiemedium (internet, lokaal netwerk,...) Datalogger Datalogger Datalogger E E E G G G W W W Q Q Q E: Elektriciteit B: Brandstof W: Water Q: Warmte T: Temperatuur P: Puls... T P Waarom? Voor het opstarten en opvolgen van een energieboekhouding moeten kosten gemaakt worden in de vorm van enerzijds de tijdsinvestering door het personeel van uw organisatie en anderzijds het aankopen van producten (vb. software en hardware zoals loggers bij telemetrie) en diensten (vb. dienstverlening door energie advies bureau). Energieboekhouding is echter een onmisbare schakel bij het realiseren van energiezorg: in de meeste gevallen zullen de baten de kosten ruim overtreffen. In de volgende paragrafen gaan we wat dieper in op de voordelen van energieboekhouding. De voordelen van energieboekhouding zijn de volgende: - Motivatie Internationale onderzoeken tonen steevast aan dat het zichtbaar maken van het energieverbruik op zichzelf al het energiebewustzijn verhoogt en besparingen teweegbrengt. In een studie werd een evaluatie gemaakt van 185 Limburgse overheidsgebouwen die in de periode werden opgevolgd via energieboekhouding. In 155 gebouwen werd een gemiddelde besparing gerealiseerd van 4,4 % op het elektriciteitsverbruik hoewel er geen technische maatregelen werden uitgevoerd. In 89 gebouwen werd een Samenwerkingsovereenkomst

14 gemiddelde besparing gerealiseerd van 4,1 % op het gecorrigeerd aardgasverbruik hoewel er geen technische maatregelen werden uitgevoerd. In de gebouwen waarin wel technische maatregelen werden uitgevoerd was de besparing nog veel hoger. - Abnormale afwijkingen in het energie- en waterverbruik opsporen Door de geregistreerde verbruiken te vergelijken met die uit vorige periodes en berekende verwachte verbruiken komen onregelmatigheden aan het licht. Hierdoor kunnen fouten tijdig worden gelokaliseerd. Omdat u direct kan ingrijpen worden verliezen tot een minimum beperkt. - Controle op de energiefacturen Een energieboekhouding kan fouten in de facturen aanduiden. vb. In een gebouwencomplex in Oost-Vlaanderen werd bij de inventarisatie tijdens de opstart van de energieboekhouding, een aantal niet-gebruikte grote gastellers vastgesteld. De jaarlijkse besparing bedroeg EUR! - Evalueren van maatregelen Een energieboekhouding toont het besparingseffect van de genomen maatregelen duidelijk aan. Dat motiveert de verbruikers, overtuigt de financiers van het nut van de geleverde inspanningen en bevordert een gericht beleid. vb. In een kantoorgebouw te Boechout werd de stookplaats gerenoveerd. Het werkelijk verbruik bleek aanzienlijk lager te zijn dan het verwacht (streef) verbruik (zie Figuur 6). Dankzij de rapportering in de energieboekhouding kan dit op een goede manier gecommuniceerd worden naar de beslissingnemers. Figuur 6: energiebesparing door renovatie stookplaats in Boechout - Diverse andere voordelen: - onafhankelijke evaluatie van de prestaties van onderhoudsfirma's; - optimaliseren van tarieven en keuze van energieleverancier in vrije energiemarkt; - budgetten kunnen opstellen. Een professioneel energieboekhoudsysteem heeft heel wat voordelen tegenover zelf ontworpen systemen in rekenbladen zoals Excel. De praktijk wijst uit dat heel wat tijd moet geïnvesteerd worden om een systeem te programmeren in Excel en dat de resultaten Samenwerkingsovereenkomst

15 hiervan toch onbevredigend blijven. Bovendien blijken de meeste gebruikers na enige tijd toch over te schakelen naar een professioneel energieboekhoudsysteem. In de volgende paragrafen schetsen we de voordelen van een professioneel energieboekhoudsysteem. De voordelen van, een professioneel energieboekhoudsysteem zijn de volgende: Bij manuele meteropname zal een professioneel energieboekhoudsysteem een correctie uitvoeren voor het feit dat de meteropnameperiode niet samenvalt met de rapporteringperiode (zie Figuur 7). Deze mogelijkheid tot corrigeren wordt nog belangrijker indien een meteropname een keer niet werd opgenomen. Een goed energieboekhoudsysteem zal bij deze correctie niet alleen rekening houden met de tijd maar ook met andere verklarende variabelen zoals graaddagen en bezetting van het gebouw. Figuur 7: meteropname momenten vallen zelden samen met het begin en het einde van de rapporteringsperiode - Een professioneel energieboekhoudsysteem laat ook een automatische en gebruiksvriendelijke rapportering toe, bijvoorbeeld: - dezelfde verbruikgegevens in grafieken en tabellen voorstellen op kwartier 1, uur, week, maand of jaarbasis; - de mogelijkheid om maandverbruiken voor verschillende jaren of kwartuurverbruiken voor verschillende dagen langs elkaar in één grafiek te plaatsen. Dit is bijvoorbeeld interessant bij de analyse van maandelijkse elektriciteitsverbruiken (zie Figuur 8). Figuur 8: maandelijks elektriciteitsverbruik in een school te Linter 1 Alleen relevant voor telemetrie Samenwerkingsovereenkomst

16 Stijging elektriciteitsverbruik in 2000 t.o.v door plaatsen van containerklassen met elektrische verwarming Elektriciteit (kwh) jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Diverse voordelen met betrekking tot de invoer van meterstanden: - de aansluitbaarheid op gebouwbeheer- en telemeteringsystemen verbruiksgegevens kunnen veelal ingegeven worden via internet, intranet of - mogelijkheid van het systeem om meterkaarten af te drukken waarmee meterstanden kunnen opgenomen worden - mogelijkheid voor gebruik van meterfactoren voor omrekenen van tellerstand naar verbruik vb. één teller eenheid komt overeen met 40 kwh elektriciteit, dus meterfactor is 40 Diverse bewerkingen en berekeningen: - kostopvolging: toewijzing kosten energie naar afdelingen en producten, vergelijking tarieven verschillende energieleveranciers,... - berekening kengetallen (vb. verbruik per m² per persoon) en vergelijking van deze kengetallen - berekening gemiddeld verbruik, minimum verbruik en maximum verbruik - berekening van het verwacht verbruik - berekening van het klimaat gecorrigeerd verbruik, dus verbruik in een normaal klimatologisch jaar Taken De realisatie van de energieboekhouding bestaat uit een aantal taken die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht: - Taak 1: rangschikken gebouwen naar prioriteit - Taak 2: bepalen aantal gebouwen Samenwerkingsovereenkomst

17 - Taak 3: bepalen welke gebouwen - Taak 4: bepalen strategie energieboekhouding 1: via internet of via PC? - Taak 5: bepalen strategie energieboekhouding 2: manuele ingave of telemetrie - Taak 6: ramen investering en jaarlijkse kost energieboekhouding - Taak 7: toetsen van geraamde kosten met beschikbare (financiële) middelen - Taak 8: bepalen procedure voor offerteaanvraag en bestelling - Taak 9: offerteaanvraag opstellen - Taak 10: mogelijke leveranciers selecteren en offerteaanvraag versturen - Taak 11: energieboekhoudsysteem bestellen - Taak 12: opstarten energieboekhouding - Taak 13: opvolgen energieboekhouding Taak 1: rangschikken gebouwen naar prioriteit Opdat u conform bent met de samenwerkingsovereenkomst moet elk van de minimaal op te volgen gebouwen in de energieboekhouding een voldoende hoog energieverbruik hebben: meer specifiek een jaarlijks elektriciteitsverbruik boven de kwh of een jaarlijks warmteverbruik hoger dan kwh ( kwh verwarming komt overeen met 180 GJ of ongeveer 5000 m³ gas). Dit kan u bepalen aan de hand van de Inventaris gebouwen. Voorgaande formele voorwaarden laten nog heel wat keuzevrijheid toe. De volgende beslissingstabel kan u helpen bij het rangschikken van gebouwen in functie van de prioriteit waarmee ze opgevolgd dienen te worden via energieboekhouding. Tabel 1: beslissingstabel voor rangschikken van gebouwen Beslissingscriterium energieaudit of belangrijke energiebesparingsmaatregelen gepland beheer door onderhoudsfirma waarvan vergoeding afhankelijk van energieprestatie hoog energiebesparingspotentieel gebouwgebruiker is gemotiveerd om mee te werken aan energiezorg Opnemen in energieboekhouding? altijd altijd bij voorkeur bij voorkeur Bij voorgaande tabel maken wij de volgende begeleidende opmerkingen: - Een energieboekhouding levert basisinformatie voor een energieaudit en bij het uitvoeren van energiebesparingsmaatregelen is het noodzakelijk om de gerealiseerde besparing te kunnen berekenen. Samenwerkingsovereenkomst

18 - Energieboekhouding is een noodzakelijk instrument voor een correcte en onafhankelijke evaluatie van de energieprestaties van een onderhoudsfirma. - Bij gebouwen met een hoog energiebesparingspotentieel krijgt men dankzij energieboekhouding een gedetailleerder inzicht in het energiegedrag van het gebouw waardoor een efficiënte omzetting van het besparingspotentieel in een reële besparing mogelijk wordt. - Een gemotiveerde gebouwgebruiker maakt een efficiënte opstart en opvolging van de energieboekhouding mogelijk en is ook belangrijk bij een vlotte realisatie van energiebesparingsmaatregelen die kunnen resulteren uit de energieboekhouding. Taak 2: bepalen aantal gebouwen Het minimaal aantal gebouwen dat volgens de samenwerkingsovereenkomst moet opgevolgd worden via energieboekhouding bij gemeenten/steden bedraagt: - niveau 1: 1 gebouw per aangesneden schijf van inwoners met een minimum van 1 gebouw - niveau 2: 1 gebouw per aangesneden schijf van inwoners met een minimum van 2 gebouwen - niveau 3: een hoger aantal gebouwen dan in niveau 2 Het minimaal aantal gebouwen dat volgens de samenwerkingsovereenkomst moet opgevolgd worden via energieboekhouding bij provincies bedraagt: - niveau 1: 10 gebouwen - niveau 2: 15 gebouwen - niveau 3: een hoger aantal gebouwen dan in niveau 2 Voor kleinere gemeenten/steden zal het aantal gebouwen dat moet opgevolgd worden in het kader van de samenwerkingsovereenkomst beperkt zijn. Omwille van de volgende redenen is het minimaal opvolgen van 5 à 10 gebouwen aangewezen: - energieboekhouding heeft, onafhankelijk van de subsidies in het kader van de samenwerkingsovereenkomst, een aantal belangrijke financiële voordelen voor lokale overheden: Hoe meer gebouwen u opvolgt, hoe meer u kan profiteren van de voordelen. - Terwijl de voordelen evenredig stijgen in functie van het aantal opgevolgde gebouwen, nemen de opstart- en opvolgingskosten veel minder sterk toe: - het opstarten en opvolgen van een energieboekhouding onderstelt een niet onbelangrijke vaste tijdsinvestering door de ambtenaren (opbouwen knowhow over energieboekhouding, procedure doorlopen voor aankoop energieboekhoudsysteem, procedure opzetten voor opstarten en opvolgen energieboekhouding,..). Deze vaste tijdsinvestering neemt nauwelijks toe bij een toenemend aantal opgevolgde gebouwen. - de softwarekost per bijkomend opgevolgd gebouw is, zeker indien u uw energieboekhouding via PC opvolgt, beperkt. Samenwerkingsovereenkomst

19 Taak 3: bepalen welke gebouwen In de voorgaande taken werd enerzijds de prioriteit bepaald waarmee gebouwen in de energieboekhouding kunnen worden opgenomen en anderzijds het aantal op te nemen gebouwen vastgelegd. Met deze informatie kan men ondubbelzinnig de gebouwen bepalen die dienen te worden opgenomen in de energieboekhouding. Taak 4: bepalen strategie energieboekhouding 1: via internet of via PC? In de hierna volgende taken gaan wij ervan uit dat de lokale overheid overgaat tot de aankoop van een professioneel energieboekhoudsysteem. Het gebruik van een professioneel energieboekhoudsysteem kan immers als waardevol hulpmiddel beschouwd worden voor het implementeren van een effectief energiezorgsysteem. De voordelen van energieboekhouding via internet zijn de volgende: - beperkte leertijd, hoge gebruiksvriendelijkheid; - een groot deel van de dienstverlening (configureren gebouwen, opsporen en rapporteren overschrijdingen,...) gebeurt in veel gevallen door leverancier; - meteodata gewoonlijk inbegrepen in de dienstverlening. De voordelen van energieboekhouding via PC zijn de volgende: - lage (software)kost per gebouw, zeker indien een groter aantal gebouwen wordt opgevolgd; - uitgebreide mogelijkheden zoals gepersonaliseerde rapportages en maken van complexe berekeningen. De volgende tabel kan u helpen bij het bepalen van uw strategie. Tabel 2: beslissingstabel voor keuze tussen energieboekhouding via internet of via PC Beslissingscriterium minder dan 20 gebouwen opvolgen 20 tot 60 gebouwen opvolgen en u wenst niet te investeren in knowhow om energieboekhouding software te installeren, te onderhouden en op te volgen 20 tot 60 gebouwen opvolgen en u wenst wel te investeren in knowhow om energieboekhouding software te installeren, te onderhouden en op te volgen meer dan 60 gebouwen opvolgen Kies bij voorkeur voor... energieboekhouding via internet energieboekhouding via PC Taak 5: bepalen strategie energieboekhouding 2: manuele ingave of telemetrie Samenwerkingsovereenkomst

20 De voordelen van energieboekhouding telemetrie zijn de volgende: - manueel uitlezen van meters is overbodig, d.w.z. men hoeft zich dus niet meer ter plaatse bij de meter te begeven om de meterstand uit te lezen; - verbruiksgegevens zijn sneller beschikbaar (minimaal dagelijks en soms continu) waardoor problemen sneller worden gedetecteerd en dus ook sneller kunnen worden opgelost; - zeer frequente uitlezing van meterstanden, bijvoorbeeld om het kwartier, waardoor men gedetailleerde verbruiksprofielen bekomt. Dit is bijvoorbeeld nuttig voor eventuele onderhandelingen met toekomstige leveranciers in de vrije energiemarkt en voor het snel detecteren van fouten in de regeling van de HVAC-installatie of van waterlekken. De voordelen van energieboekhouding manuele ingave zijn de volgende: - (aanzienlijk) lagere investeringskost en jaarlijkse kosten; - een aantal voordelen van telemetrie kunnen geheel of gedeeltelijk gerealiseerd worden door systemen met manuele opname vb. defecten in de regeling van de HVAC-installatie en waterlekken kunnen ook gedetecteerd worden door gedurende een aantal dagen 's morgens en 's avonds de meterstanden op te nemen en in te geven en door vervolgens het verbruiksprofiel te evalueren via het energieboekhoudsysteem. Binnen de gebouwen die u gaat opvolgen met energieboekhouding, volgt u bij voorkeur die gebouwen met telemetrie op die prioritair met energieboekhouding in het algemeen moesten opgevolgd worden (zie Taak 1). Taak 6: ramen investering en jaarlijkse kost energieboekhouding Indien u een raming wenst te maken van de investeringskost en jaarlijkse kost moet u rekening houden met een aantal kostenposten die we in de volgende paragrafen omschrijven. Met betrekking tot de investeringskost moet u rekening houden met de volgende mogelijke componenten: - voorstudie Bij telemetrie wordt door sommige producenten een voorstudie voorzien. In deze voorstudie wordt ondermeer nagegaan welke meters nog vervangen moeten worden door pulsmeters en welk type datalogger en modem moet voorzien worden. - loggers en modem Dit is de kostprijs van de logger en de modem. - softwarelicentie Dit is de kostprijs van de software die men bij energieboekhouding via PC eenmalig moet aankopen. - in bedrijfstelling en opstart Dit kan bij internet+manuele ingave ondermeer de volgende diensten door de leverancier omvatten: - rondgang in de gebouwen met ondermeer lokaliseren en identificeren van de meters; Samenwerkingsovereenkomst

21 - invoeren van algemene gebouwgegevens - zoals adres, oppervlakte en gebruiksuren- en van historische verbruiksgegevens; - het configureren van de gebouwen en de tellers in de energieboekhouding. Bij telemetrie zal de leverancier in een aantal gevallen in deze fase de instelling en opstart van de loggers realiseren. - opleiding en cursus Dit is de kost van de cursus die dient gevolgd te worden door de gebruikers van energieboekhouding via PC. - eigen personeel (investering andere) Het betreft hier ondermeer de tijd voor het begeleiden van de experts, de tijd voor het verzamelen van de gebouwinformatie, cursustijd (bij energieboekhouding via PC) en de tijd voor het configureren van de tellers en gebouwen in de software (bij energieboekhouding via PC). - meters De kost voor het vervangen van de meters is zeer sterk afhankelijk van de situatie en in sommige gevallen zelfs gratis. In de verder gepresenteerde kostengrafieken worden deze kosten niet opgenomen. - bekabeling De kost hiervan is zeer variabel. Zoals toegelicht verder in de handleiding (zie Taak 9) wordt de bekabeling best uitgevoerd door uw eigen technische diensten. In de verder gepresenteerde kostengrafieken worden deze kosten niet opgenomen. Met betrekking tot de jaarlijkse kost moet u rekening houden met de volgende mogelijke componenten: - opvolging Deze dienstverlening kan ondermeer het maandelijks aanmaken en versturen van meterkaarten, de herinnering bij laattijdige ingave van meterstanden en de terugkoppeling van de verbruiksoverschrijdingen omvatten. - onderhoudsabonnement Via een onderhoudsabonnement wordt gewoonlijk telefonische ondersteuning gegeven bij vragen over software. Dit is vooral relevant bij energieboekhouding via PC. - telefoon datatransmissie Dit is de mogelijke telefoonkost voor het doorsturen via modem van de verbruiksgegevens. In veel gevallen worden verbruiksgegevens eenmaal per dag via een gewone telefoonlijn doorgestuurd. - eigen personeel Het betreft hier de tijd nodig voor het verzamelen en ingeven van de verbruiksgegevens (alleen bij manuele ingave) en voor het opsporen, analyseren en terugkoppelen van de overschrijdingen. Samenwerkingsovereenkomst

22 In de volgende grafieken presenteren wij een aantal kengetallen die een raming geven van de investeringskost en de jaarlijkse kost voor vier energieboekhoudingstrategieën bij de opvolging van 5 en 50 gebouwen 2. Wij wijzen erop dat de gepresenteerde totale investeringskost en jaarlijkse kost zeer sterk kan afwijken van de cijfers van producten en diensten in de praktijk. Een indicatie van de mogelijke afwijking wordt gegeven door de staafjes in de figuren. Zo is de kost van een onderdeel sterk afhankelijk van de diensten die door een leverancier met betrekking tot dit onderdeel geleverd worden. We onderstelden bijvoorbeeld een uitgebreide dienstverlening in het geval van energieboekhouding via internet en een beperkte dienstverlening bij energieboekhouding via PC. Er werd in de tabel verder bijvoorbeeld ook geen rekening gehouden met eventuele tegemoetkomingen door uw netbeheerder of promotionele kortingen door leveranciers. Verder werd in deze tabel geen rekening gehouden met eventuele investeringskosten voor pulsmeters en bekabeling. Omwille van deze redenen raden wij u ten zeerste aan om voor uw specifieke situatie een meer correcte raming te maken voor uw energieboekhoudsysteem bijvoorbeeld in overleg met uw netbeheerder en één of twee leveranciers van energieboekhoudsystemen. De raming van de investeringskost bij 5 en 50 gebouwen wordt op grafische wijze voorgesteld in Figuur 9. Bij energieboekhouding telemetrie is de investeringskost hoger, ondermeer door de noodzakelijke investering in logger en modems. Merk daarbij echter ook op dat energieboekhouding via telemetrie een aantal belangrijke kwalitatieve voordelen heeft (zie Taak 5). Ook wordt zoals eerder vermeld bij telemetrie bespaard op de jaarlijkse kost van eigen personeel voor het verzamelen en ingeven van de verbruiksgegevens. Een tweede vaststelling is dat de investeringskosten per gebouw afnemen bij de uitbreiding van 5 naar 50 gebouwen. Dit is vooral het geval bij energieboekhouding via PC. Bij energieboekhouding via PC moet namelijk, onafhankelijk van het aantal gebouwen, eenmalig geïnvesteerd worden in software en basiscursus en blijkt de extra kost per bijkomend gebouw relatief beperkt te zijn. Dit is met name zeer sterk het geval bij energieboekhouding via PC+manuele ingave aangezien daar per bijkomend gebouw niet moet geïnvesteerd worden in logger en modems. Figuur 9: raming initiële investeringskosten energieboekhouding per gebouw (excl. kost eigen personeel en excl. BTW) 3 2 Voor meer informatie omtrent de verschillende rekenhypothesen achter het cijfermateriaal verwijzen we naar het trefwoord Rekenhypothesen achter kostramingen energieboekhouding 3 Exclusief eventuele tegemoetkomingen door netbeheerder en exclusief kosten voor meters en bekabeling. Samenwerkingsovereenkomst

23 EUR per gebouw excl. BTW gebouwen 50 gebouwen internet+manueel internet+telemetrie PC+manueel PC+telemetrie Bij het ramen van de initiële tijdsinvestering door eigen personeel (zie Figuur 10) werd rekening gehouden met de tijd nodig voor het uitvoeren van de volgende taken: - Het begeleiden van de leverancier bij de rondgang in de gebouwen. Bij telemetrie systemen onderstelden we dat er twee rondgangen per gebouw nodig zijn: een eerste maal voor het lokaliseren en identificeren van de tellers en een tweede maal voor het in werking stellen van de loggers en meters; - het verzamelen en ingeven van de gebouwgegevens en verbruiken; - enkel bij energieboekhouding via PC: - het volgen van een cursus door 2 personen; - installeren, opstarten en instellen van de software en het configureren van het gebouw en de tellers. - Bij telemetrie werd geen rekening gehouden met de eventuele tijd die uw technisch personeel nodig heeft om de bekabeling en meters te plaatsen. In functie van enerzijds de specifieke omstandigheden van uw project en anderzijds de dienstverlening geleverd door uw leverancier (een meer uitgebreide dienstverlening zal minder tijdsinvestering vereisen van uw eigen personeel en omgekeerd), zal u de gepresenteerde richtcijfers moeten aanpassen om ze zinvol te kunnen gebruiken in uw project. De initiële tijdsinvestering door eigen personeel is in het geval van energieboekhouding via internet aanzienlijk lager dan via PC (zie Figuur 10). Dit is logisch aangezien wij in onze berekening onderstelden dat bij energieboekhouding via PC de gebruiker zelf instaat voor het opvolgen en configureren van de software. Bij een toenemend aantal gebouwen neemt de tijdsinvestering bij energieboekhouding via PC enigszins sterk af omdat de vaste tijdsinvestering (aanleren software, ) kan verspreid worden over meerdere gebouwen. Figuur 10: raming initiële tijdsinvestering eigen personeel energieboekhouding (dagen per gebouw) Samenwerkingsovereenkomst

24 dagen per gebouw 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 5 gebouwen 50 gebouwen internet+manueel 0,6 0,4 internet+telemetrie 1,0 0,6 PC+manueel 2,2 0,8 PC+telemetrie 2,8 1,1 internet+manueel internet+telemetrie PC+manueel PC+telemetrie In Figuur 11 wordt de jaarlijkse kost per gebouw weergegeven. Bij energieboekhouding via PC is die beperkt tot het onderhoudsabonnement en de telefoonkosten voor datatransmissie (bij telemetrie). De kosten blijken aanzienlijk lager te zijn dan bij energieboekhouding via internet waar jaarlijks voor de dienstverlening moet betaald worden. Figuur 11: raming jaarlijkse kosten energieboekhouding per gebouw (excl. kost eigen personeel en excl. BTW) EUR per gebouw excl. BTW gebouwen 50 gebouwen internet+manueel internet+telemetrie PC+manueel PC+telemetrie Bij het ramen van de jaarlijkse tijdsbesteding door eigen personeel (Figuur 12) werd rekening gehouden met de tijd nodig voor het uitvoeren van de volgende taken: - alleen bij energieboekhouding met manuele ingave: maandelijks opnemen en ingeven van de data. Bij de internet toepassing onderstelden we dat de meerderheid van de meterstanden decentraal door de gebruikers van de 4 Exclusief eventuele tegemoetkomingen door netbeheerder. Samenwerkingsovereenkomst

25 gebouwen werden opgenomen en vervolgens ingegeven via het internet. Deze methode heeft als voordeel dat ze efficiënt is en dat de gebruikers sterker betrokken worden bij de energieverbruiksopvolging 5. Bij de PC toepassing onderstelden we dat de meterstanden van alle gebouwen door één persoon werden opgenomen en ingegeven 6 ; - alleen bij energieboekhouding via PC: - maandelijks berekenen van de overschrijdingen door het berekende verwacht verbruik te vergelijken met het werkelijk verbruik. Vervolgens de eventuele overschrijdingen rapporteren aan de gebouwgebruikers; - jaarlijks het bewaakmodel berekenen; - software onderhouden, ondermeer upgrades installeren. Bij telemetrie werd ondersteld dat deze taken door de leverancier worden uitgevoerd. - voor alle systemen: - het maandelijks 7 lezen en verwerken door de gebouwgebruiker van eventuele rapporten waarin overschrijdingen gesignaleerd werden. De tijd voor het in detail opsporen van de reden van de overschrijding (vb. regeling nakijken) noch het oplossen van de oorzaak is inbegrepen in de geschatte tijdsbesteding. De tijdsbesteding bij telemetrie systemen beperkt zich tot het opsporen, analyseren en terugkoppelen van de overschrijdingen. Bij manuele systemen moet extra tijd geïnvesteerd worden in het maandelijks opnemen en ingeven van de meterstanden. In Figuur 12 wordt de jaarlijkse tijdsbesteding gepresenteerd. Opvallend is de lagere tijdsbesteding bij telemetriesystemen die veroorzaakt wordt door de besparing op de tijd voor het opnemen en ingeven van de meterstanden. Verder neemt de jaarlijkse tijdsbesteding per gebouw af bij 50 gebouwen omdat de efficiëntie toeneemt door de grotere schaal. Figuur 12: raming jaarlijkse tijdsbesteding eigen personeel energieboekhouding (dagen per gebouw per jaar) 5 Een efficiënt alternatief zou het opnemen van de meterstanden in alle gebouwen door één persoon met behulp van een handterminal (vb. PSION, ) kunnen zijn. 6 Door het gebruiken van een handterminal zou deze tijdsinvestering sterk kunnen verminderd worden. Met deze mogelijkheid werd in de tijdraming geen rekening gehouden. 7 Bij telemetriesystemen kan het zinvol zijn om op meer regelmatige basis, bijvoorbeeld dagelijks of wekelijks, de overschrijdingen op te sporen en te rapporteren. In dat geval dient de hier weergegeven jaarlijkse tijdsinvestering verhoogd te worden met de benodigde extra tijd. Samenwerkingsovereenkomst

26 6,0 dagen per gebouw per jaar 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 5 gebouwen 50 gebouwen internet+manueel 1,5 1,1 internet+telemetrie 0,7 0,5 PC+manueel 3,5 1,8 PC+telemetrie 1,4 0,8 internet+manueel internet+telemetrie PC+manueel PC+telemetrie In Figuur 13 wordt de gecumuleerde kost per gebouw over 5 jaar van energieboekhouding voor de opvolging van 5 en 50 gebouwen voorgesteld 8. De lage kost van energieboekhouding via PC met manuele ingave bij een hoger aantal gebouwen springt in het oog. De investeringskost voor dit systeem is zoals hiervoor besproken relatief laag en bovendien blijft de jaarlijkse kost gewoonlijk beperkt tot een onderhoudsabonnement. De hoogste gecumuleerde kost over vijf jaren wordt gegenereerd door een energieboekhouding telemetrie via internet. Figuur 13: raming gecumuleerde kosten energieboekhouding over 5 jaar excl. kost eigen personeel en excl. BTW) EUR excl. BTW per gebouw gebouwen 50 gebouwen internet+manueel internet+telemetrie PC+manueel PC+telemetrie 8 Dit werd berekend door bij de initiële investeringskost vijf maal de jaarlijkse kost te tellen en vervolgens dit bedrag te delen door het aantal gebouwen. 9 Exclusief eventuele tegemoetkomingen door netbeheerder en exclusief kosten voor meters en bekabeling. Samenwerkingsovereenkomst

27 We wijzen er op dat de tijdsbesteding van eigen personeel bij telemetriesystemen significant lager ligt dan bij systemen met manuele invoer. Taak 7: toetsen van geraamde kosten met beschikbare (financiële) middelen De geraamde kosten worden vergeleken met de beschikbare financiële middelen. Indien de geraamde kosten veel hoger of lager zijn dan de beschikbare middelen kan u... - het energieboekhoudconcept aanpassen met behulp van de beslissingsrichtlijnen weergegeven in de voorgaande paragrafen, vb. - meer of minder gebouwen opvolgen - meer, minder of geen gebouwen via telemetrie opvolgen - energieboekhouding via PC i.p.v. internet realiseren - de beschikbare middelen (budgetten) aanpassen Taak 8: bepalen procedure voor offerteaanvraag en bestelling Conform de Wettelijke procedures m.b.t. gunnen van een overheidsopdracht legt u de procedure vast voor het toewijzen van de energieboekhouding. Wij maken hierbij de volgende opmerkingen: - sommige netbeheerders leveren energieboekhouding gratis: contacteer uw netbeheerder voor verdere informatie omtrent de te volgen procedure; - indien de energieboekhouding niet gratis of tegen een verwaarloosbare kost wordt aangeboden, is het, onafhankelijk van de wettelijke verplichtingen hieromtrent, aangewezen om een offerte te vragen bij 2 à 3 leveranciers. Bij kleine budgetten kan u de opdracht toewijzen aan de geselecteerde leverancier via een bestelbon. Taak 9: offerteaanvraag opstellen Met betrekking tot het opstellen van een offerteaanvraag geven we in de volgende paragrafen een aantal suggesties. a) Omschrijving systemen via Formulier omschrijving energieboekhoudsysteem Ten einde een snelle en correcte evaluatie van de systemen mogelijk te maken is het belangrijk dat de eigenschappen van de energieboekhoudsystemen in de verschillende offertes op een uniforme manier gepresenteerd worden. Omwille van deze reden is het aangeraden in de offerteaanvraag aan de verschillende leveranciers op te leggen om het door hun geleverde systeem te omschrijven via het Formulier omschrijving energieboekhoudsysteem. b) Gunningscriteria In de offerte aanvraag geeft u een goede omschrijving van uw gunningscriteria die de leverancier moet toelaten om een voor u goede offerte op te stellen: - noodzakelijke specificaties van het toekomstige systeem Samenwerkingsovereenkomst

28 - Het aantal op te volgen gebouwen. Bij voorkeur wordt een lijst van de op te volgen gebouwen gegeven (naam, functie, adres,...) met voor elke gebouw een opsomming van de op te volgen meters (vb. elektriciteitsmeter hoogspanning, 2 watermeters,...); - strategie energieboekhouding 1: via internet of via PC; - strategie energieboekhouding 2: manuele ingave, telemetrie of een combinatie. Geef in dat laatste geval op welke gebouwen u via telemetrie wenst op te volgen. - niet-noodzakelijke specificaties waarmee wel rekening zal gehouden worden bij de evaluatie van een systeem. c) Gunstige prijs/kwaliteit van energieboekhouding telemetrie realiseren en behouden Om een gunstige prijs/kwaliteit verhouding te kunnen garanderen bij het opstarten en opvolgen van uw energieboekhouding in het algemeen en energieboekhouding telemetrie in het bijzonder is het belangrijk dat de leveranciers van de diensten maximaal in concurrentie gebracht worden... - bij de aankoop van energieboekhouding telemetrie voor de eerste gebouwen - bij de aankoop van energieboekhouding telemetrie voor bijkomende gebouwen - tijdens de opvolging In de volgende paragrafen geven we een aantal suggesties voor het realiseren van een gunstige prijs/kwaliteit verhouding. Het is aangewezen om de plaatsing van de pulsmeters, dit zijn energie- of watermeters die in een telemetrie systeem via elektronische pulsen de verbruiksgegevens doorgeven, niet op te nemen in de hoofdofferte energieboekhouding telemetrie en dit omwille van de volgende reden: - Wat betreft de hoofdtellers gas- en elektriciteit: - in het kader van de liberalisering van de energiemarkt worden er een aantal verplichtingen opgelegd aan de netbeheerder, zo moet de netbeheerder bij nieuwe meetinrichtingen de pulsen gratis ter beschikking stellen. - De netbeheerder is niet verplicht om gratis pulsmeters te plaatsen. Hij is in het kader van de liberalisering van de energiemarkt wél verplicht ze tegen een redelijke nietdiscriminerende kost en binnen een redelijke termijn te plaatsen. Dit zal ze in principe tegen een lagere kost moeten kunnen doen dan een derde partij gezien het feit dat de netbeheerder de meters in veel gevallen op termijn toch moest vervangen, gezien het feit dat ze alle technische informatie heeft over de bestaande tellers en gezien het vervangen en plaatsen van meters een kernactiviteit van de netbeheerder is. Indien de plaatsing van de pulsmeters onlosmakelijk moet opgenomen worden in de offerte energieboekhouding telemetrie zullen de leveranciers andere dan de netbeheerder geen gunstige offerte kunnen opstellen. Enerzijds omdat zij de pulsmeters niet tegen zulk een lage kost kunnen plaatsen en anderzijds omdat ze bij het realiseren van hun energieboekhouding afhankelijk zullen worden van de medewerking van de concurrerende netbeheerder (i.v.m. het vervangen van de Samenwerkingsovereenkomst

29 bestaande hoofdmeters 10 ). De concurrentie wordt omwille van deze reden grotendeels uitgeschakeld bij het aanbesteden van uw energieboekhouding hetgeen uiteraard niet gunstig is voor de uiteindelijke prijs/kwaliteit van uw systeem. - Wat betreft watermeter, stookoliedebietmeters en eventuele tussenmeters aardgas- en elektriciteit: - over het plaatsen van andere meters (watermeter, stookoliedebietmeters, tussenmeters aardgas- en elektriciteit,...) zal bij het uitschrijven van de offerte gewoonlijk heel wat belangrijke informatie ontbreken, bijvoorbeeld: - de capaciteit van de meter, een variabele die in belangrijke mate de kost van de meter bepaalt, zal in veel gevallen onbekend zijn bij het opstellen van de telemetrie offerte aanvraag. De leverancier van de energieboekhouding telemetrie zal omwille van deze reden geneigd zijn een maximale prijs aanrekenen in zijn offerte. - de watermeters worden mogelijk tegen een lage kost vervangen door uw watermaatschappij. Aangezien de leverancier hiervan op voorhand niet zeker is zal hij uitgaan van een ongunstig scenario en de volle prijs aanrekenen. Omwille van voorgaande redenen is het dus niet aangewezen de plaatsing van de pulsmeters op te nemen in de hoofdofferte energieboekhouding telemetrie. Een goede alternatieve procedure m.b.t. tot het plaatsen van de pulsmeters is daarentegen de volgende: - u geeft, buiten de offerte energieboekhouding telemetrie om, uw netbeheerder opdracht om uw bestaande hoofdmeters voor gas en elektriciteit gratis of tegen een beperkte kost te vervangen door pulsmeters. - u vraagt aan uw watermaatschappij om de watermeter te vervangen door een pulsmeter. Indien dit niet lukt volgt u dezelfde procedure als bij de andere tellers (zie verder). - de stookoliedebietmeters en eventuele tussenmeters aardgas- en elektriciteit en eventueel de watermeter laat u, buiten de offerte energieboekhouding telemetrie om, vervangen door uw eigen technische diensten of door een door u aangestelde aannemer. Bij het plaatsen van de pulsmeters kan u wel begeleiding vragen aan de leverancier van de energieboekhouding telemetrie. Hij kan u adviseren ondermeer met betrekking tot het volgende: - uw wettelijke rechten i.v.m. plaatsen van pulsmeters voor aardgas- en elektriciteit door uw netbeheerder. - het plaatsen van de pulsmeters voor stookolie e.d. ondermeer door de technische karakteristieken van de meters op te nemen tijdens de eerste rondgang en door u mogelijke leveranciers van pulsmeters door te geven. Het is aangewezen dit weliswaar beperkte advieswerk van uw leverancier op te nemen in uw offerteaanvraag. 10 Ideaal is immers dat de pulsmeter in het telemetriesysteem dezelfde is als de hoofdmeter van de netbeheerder. Op deze manier worden bijvoorbeeld verschillen tussen verbruik volgens de hoofdteller van de netbeheerder en verbruik volgens uw eigen tellers vermeden. Samenwerkingsovereenkomst

30 Indien u de plaatsing van de pulsmeters toch wenst op te nemen in de offerte aanvraag energieboekhouding telemetrie kan u dit luik als een afzonderlijk onderdeel laten opnemen in de offerte. Vermeld daarbij in de offerteaanvraag dat de leverancier voor dit onderdeel geen prijs hoeft op te geven en dat de opdracht kan toegewezen worden aan een inschrijver exclusief de plaatsing van de pulsmeters. Stel verder als voorwaarde in de offerte aanvraag dat de dataloggers moeten kunnen uitgelezen worden door meerdere energieboekhoudprogramma s. Stipuleer daarbij dat de leverancier op uw eenvoudig verzoek alle technische informatie ter beschikking moet stellen (formaat van de output data e.d.) die noodzakelijk is voor een derde partij om de output-data van de dataloggers te kunnen lezen. Indien hieraan kosten verbonden zijn (vb. uitleessoftware) dient de leverancier de kost hiervan op te geven in de offerte. Bij het evalueren van de offerte kan u verder rekening houden met het gemak waarmee de dataloggers door meerdere energieboekhoudprogramma s zullen kunnen uitgelezen worden. Merk op dat, indien de dataloggers alleen kunnen uitgelezen worden door de energieboekhoudingsoftware van de leverancier u in de toekomst nagenoeg volledig afhankelijk zal zijn van deze leverancier. U zal bijvoorbeeld de energieboekhouding nog moeilijk kunnen toevertrouwen aan een andere leverancier (omdat deze de bestaande loggers niet zal kunnen uitlezen), u zal wellicht nieuwe dataloggers ook moeten bestellen via uw bestaande leverancier en u zal in het algemeen weinig druk kunnen uitoefenen op uw bestaande leverancier om de kwaliteit van zijn dienstverlening te verbeteren. Verder is het belangrijk dat uw energieboekhoudsoftware meerdere merken van dataloggers en verder ook data uit gebouwbeheersystemen kan uitlezen. Vraag in uw offerte aanvraag een lijst van dataloggers en gebouwbeheersystemen die kunnen uitgelezen worden door de energieboekhoudsoftware. Vraag verder ook een indicatie van de kosten voor het lezen van de verschillende soorten dataloggers of van gebouwbeheersystemen. Neem in het algemeen de openheid van de energieboekhoudsoftware op als evaluatiecriterium van de offertes. Indien de energieboekhoudsoftware van uw leverancier slechts de dataloggers van de leverancier kan uitlezen, zal u in de toekomst bij het aanbesteden van extra loggers verschillende leveranciers van loggers niet meer in concurrentie kunnen brengen. Om ook tijdens de opvolging invloed te kunnen uitoefenen op de dienstverlening van de leverancier dient u bij de offerteaanvraag te bepalen dat de dienstverlening jaarlijks opzegbaar is. Indien deze opzegging niet gratis kan, kan u de leverancier vragen om de uitstapkosten op te geven in de offerte. Het is tenslotte aangewezen om de plaatsing van de bekabeling niet op te nemen in de offerte aanvraag energieboekhouding telemetrie maar daarentegen te laten uitvoeren door uw eigen technische diensten en dit omwille van de volgende redenen: - bij uitbesteding van de bekabeling is er weinig garantie dat bekabeling door de leverancier ook gelegd wordt op de goede plaats en op de goede manier; - er zal veel tijd kruipen in het uitschrijven van de offerte en het begeleiden van de plaatsing van de kabel (specificeren waar de kabels moeten liggen, waar de muren mogen doorboord worden,...); - het vraagt relatief weinig tijd voor het gemeentepersoneel om het zelf te doen. Samenwerkingsovereenkomst

31 Ook wat betreft de bekabeling kan u advies omtrent type kabels e.d vragen aan de leverancier van de energieboekhouding telemetrie. Het is aangewezen om ook dit beperkte advieswerk op te nemen in uw offerteaanvraag. Taak 10: mogelijke leveranciers selecteren en offerteaanvraag versturen In de aanvullende teksten van de handleiding worden een aantal leveranciers van energieboekhoudsystemen gepresenteerd. Taak 11: Energieboekhoudsysteem bestellen Conform de wettelijke voorschriften en conform de evaluatieprocedure zoals eventueel omschreven in uw offerteaanvraag (vb. gewicht van verschillende criteria in de eindevaluatie), wordt een evaluatie uitgevoerd van de verschillende offertes. Na deze evaluatie kan de bestelling worden geplaatst bij de geselecteerde leverancier en worden ook andere leveranciers op de hoogte gebracht van hun niet-selectie. Taak 12: opstarten energieboekhouding Deze taak bestaat gewoonlijk uit de volgende deeltaken: - bezoek aan de gebouwen ter plaatse; - configureren gebouw, meters en schermen in het energieboekhoudsysteem; - verzamelen en ingeven van volgende gebouwgegevens: - algemene gebouwgegevens zoals adres, oppervlakte en gebruiksuren; - verbruiksgegevens van laatste drie jaren; - berekening van het bewaakmodel (indien aanwezig in energieboekhoudsysteem); - gebruikersnamen en paswoorden doorgeven (bij energieboekhouding via internet). In functie van de dienstverlening zoals overeengekomen met de leverancier van uw energieboekhoudsysteem zullen voorgaande taken geheel of gedeeltelijk uitgevoerd worden door uw leverancier. De tijdsplanning voor het realiseren van de opstartfase van de energieboekhouding is volgens de samenwerkingsovereenkomst de volgende: - voor gemeenten/steden: Eén jaar na de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst moet de energieboekhouding voor 50% operationeel zijn, met een minimum van 1 gebouw, en twee jaar na de ondertekening voor 100%. Een bijkomende tijdsvoorwaarde is verder dat 1 jaar vóór het einde van de looptijd van het convenant het boekhoudingsysteem alleszins volledig operationeel moeten zijn. vb. voor een gemeente van inwoners betekent dit: Niveau 1: - aantal inwoners delen door en dit getal naar boven afronden / = 2,375 afgerond naar boven geeft dit 3 Samenwerkingsovereenkomst

32 - 3 gebouwen te boekhouden, dus 1 jaar na de intekening moet de energieboekhouding voor minimum 1 gebouw volledig operationeel zijn en opstartend in een tweede gebouw. Opstartend wordt in deze zin ruim geïnterpreteerd, het moet duidelijk zijn dat de gemeente bezig is met de verdere uitbreiding van de energieboekhouding. Het tweede jaar na intekening moet de energieboekhouding voor 100 % operationeel zijn, dus in dit voorbeeld voor 3 gebouwen. Niveau 2 - aantal inwoners delen door en naar boven afronden / = 3,166 afgerond naar boven geeft dit 4-4 gebouwen te boekhouden, dus 1 jaar na de intekening moet de energieboekhouding voor minimum 2 gebouwen volledig operationeel zijn. Het tweede jaar na intekening moet de energieboekhouding voor 100 % operationeel zijn, dus in dit voorbeeld voor 4 gebouwen. - voor provincies: Eén jaar na de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst moet de energieboekhouding voor 50% operationeel zijn en twee jaar na de ondertekening voor 100%. Een bijkomende tijdsvoorwaarde is verder dat 1 jaar vóór het einde van de looptijd van het convenant het boekhoudingsysteem alleszins volledig operationeel moeten zijn. vb. voor de provincies: Niveau 1: 10 gebouwen te boekhouden, dus 1 jaar na de intekening moet de energieboekhouding voor minimum 5 gebouwen volledig operationeel zijn. Het tweede jaar na intekening moet de energieboekhouding voor 100 % operationeel zijn, dus voor minimum 10 gebouwen. Niveau 2: 15 gebouwen te boekhouden, dus 1 jaar na de intekening moet de energieboekhouding voor minimum 7 gebouwen volledig operationeel zijn en opstartend in een achtste gebouw. Opstartend wordt in deze zin ruim geïnterpreteerd, het moet duidelijk zijn dat de provincie bezig is met de verdere uitbreiding van de energieboekhouding. Het tweede jaar na intekening moet de energieboekhouding voor 100 % operationeel zijn, dus voor minimum 15 gebouwen. Taak 13: opvolgen energieboekhouding Deze taak bestaat gewoonlijk uit de volgende deeltaken: - faxen of mailen van de meterkaarten naar de gebouwgebruikers die vervolgens met behulp van deze meterkaart de meterstanden gaan opnemen. Een alternatief voor deze procedure is het opnemen van meterstanden van alle gebouwen door één persoon die daarbij bijvoorbeeld kan gebruik maken van een handterminal (). - maandelijkse ingave van de meterstanden gedecentraliseerd door de gebouwgebruikers of gecentraliseerd door de (medewerker van de) energiecoördinator in het energieboekhoudsysteem (). Indien een meterstand niet of niet tijdig wordt doorgegeven, kan de volgende procedure gevolgd worden: Samenwerkingsovereenkomst

33 - de energiecoördinator of de leverancier stuurt een herinnering waarbij hij de gebruiker erop wijst dat het tijdig doorgeven van de meterstanden noodzakelijk is voor het tijdig vaststellen van problemen vb. van waterlekken - indien de meterstanden regelmatig niet of laattijdig worden doorgegeven is het aangewezen om telefonisch contact op te nemen met de gebruiker. In dit gesprek polst de energiecoördinator of leverancier naar problemen en wijst hij de gebruiker op het belang van zijn medewerking in de energieboekhouding. Indien voorgaande procedure wordt gevolgd blijkt het in praktijk mogelijk te zijn om voor nagenoeg alle gebouwen tijdig alle meterstanden te verzamelen. - maandelijkse berekening van de afwijking (overschrijding of energiebesparing) tussen verwacht verbruik en werkelijk verbruik. - aanmaken van afwijkingrapport indien het werkelijk verbruik 15% hoger of lager is dan het verwacht verbruik en terugkoppeling van dit afwijkingrapport naar de gebruiker. () Niet bij telemetrie Ook hier zullen voorgaande taken, in functie van hetgeen u overeengekomen bent met de leverancier van uw energieboekhoudsysteem, geheel of gedeeltelijk uitgevoerd worden door uw leverancier Rapportering Het eerste jaar dat de gemeente intekent op de cluster energie geeft de gemeente aan voor hoeveel en welke entiteiten binnen de gemeente een energieboekhouding wordt opgezet. Vervolgens rapporteert zij jaarlijks over de voortgang van de energieboekhouding. - Na één jaar moet de energieboekhouding voor 50 % operationeel zijn en dit voor minimum één gebouw. Dit wil zeggen dat de gemeente voor de helft van de verplicht op te volgen gebouwen moet kunnen aantonen dat de energieboekhouding operationeel is aan de hand van maandelijkse overzichtstabellen of -grafieken van het energieverbruik in de opgevolgde entiteiten. - Voor het einde van de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst (ten laatste 2007) moet de energieboekhouding voor 100 % operationeel zijn. - Bij gemeenten die reeds voor 2005 intekenden op de cluster energie moet de energieboekhouding reeds 100 % operationeel zijn. Jaarlijks voegt de gemeente de maandelijkse overzichtstabellen of -grafieken van het energieverbruik in de opgevolgde entiteiten, met bijhorende kengetallen en referentiegebruik als bijlage toe aan het milieujaarprogramma Energetisch optimaliseren van de entiteiten Samenwerkingsovereenkomst

34 Wat? In een energiezorgsysteem moet er aandacht zijn voor de organisatie, de techniek en het gedrag. Voor bestaande gebouwen betekent dit concreet: - aandacht voor de organisatie: het gebouw en de aanwezige installaties moeten goed beheerd en goed onderhouden worden, de regelaars moeten juist worden ingesteld, defecten moeten hersteld worden - aandacht voor de techniek: de energie-efficiëntie van het gebouw en de installaties kan verbeterd worden door het uitvoeren van energiebesparende maatregelen zoals het verbeteren van de isolatie, het installeren van een meer efficiënte ketel of verlichting - aandacht voor het gedrag: aangezien de gebouwgebruikers een belangrijke invloed hebben op het energieverbruik moeten ze gesensibiliseerd worden en informatie krijgen over hoe zij kunnen bijdragen tot een rationeel energiegebruik. We denken aan het uitschakelen van computers en verlichting tijdens afwezigheid, het correct gebruik van thermostaatkranen De energieaudit is een doeltreffend middel om een gebouw door te lichten op energetisch vlak en om de mogelijke energiebesparende maatregelen voor de drie aandachtsvelden in kaart te brengen. Soorten energieaudits We onderscheiden drie types energieaudits voor gebouwen: de globale energieaudit, de snelle energieaudit en de één-thema-audit. - Globale energieaudit: deze audit bestaat uit een complete inventarisatie van het gebouw en de installaties en een analyse van de energie- en waterhuishouding. De energie- en waterstromen, de energiebalansen en de mogelijke besparingsmaatregelen worden uitgebreid gerapporteerd. Alle significante energietoepassingen worden bestudeerd: gebouwenschil, verlichting, warmwatersystemen en HVAC-systemen. - Snelle energieaudit: deze audit bestaat uit een korte inventarisatie en resulteert in een beknopte rapportage. De energiestromen worden slechts in beperkte mate geanalyseerd en er worden geen gedetailleerde energiebalansen opgesteld. De rapportage bestaat hoofdzakelijk uit een opsomming van mogelijke maatregelen met een indicatie van hun besparingspotentieel. Met deze audit kunnen besparingsmogelijkheden opgespoord worden die geen of geringe investeringen vergen. Ook kunnen maatregelen voorgesteld worden die een verdere analyse vergen. Een snelle energieaudit geeft een eerste beeld van de situatie en het besparingspotentieel, maar blijft natuurlijk beperkter in gegevensverzameling en inschatting van de mogelijkheden. - Eén-thema-audit: hierbij wordt een grondige technische en financiële analyse gemaakt van een onderdeel van een gebouw of installatie. Een één-thema-audit kan zich bijvoorbeeld richten op de verlichting of op de verwarmingsinstallatie. Metingen De diepgang en de kwaliteit van een energieaudit kan sterk worden verbeterd door het uitvoeren van metingen. Metingen kunnen bij elk type energieaudit worden uitgevoerd. We onderscheiden éénmalige metingen en schrijvende metingen. Samenwerkingsovereenkomst

35 - Eénmalige metingen: tijdens de rondgang kunnen diverse éénmalige metingen worden uitgevoerd. Het betreft momentane metingen van de buitentemperatuur, de binnentemperaturen, de relatieve vochtigheid, de CO2-concentratie, de luchtsnelheid, de verlichtingssterkte, het opgenomen vermogen van toestellen Figuur 14: enkele meetapparaten - Schrijvende metingen: gedurende 1 à 3 weken worden ieder kwartier metingen uitgevoerd en opgeslagen in een datalogger. Op deze manier kunnen ondermeer energieverbruiken, vermogens, draaiuren van motoren, branduren van verlichting, temperaturen en vochtigheidsgraden permanent gemeten worden. Bij de analyse van de meetresultaten worden gebruikspatronen in kaart gebracht en knelpunten opgespoord. Schrijvende metingen zijn zeer interessant om de werking van de regeling van de klimaatinstallaties na te gaan (zie Figuur 15). Figuur 15: voorbeeld van een schrijvende meting in een kantoorgebouw Samenwerkingsovereenkomst

36 Defecte regeling: de verwarming start elke werkdag om 1u en warmt lokalen op tot 26 à 28 C. Vanaf 7u: dagregime = 22 C jan 0:00 21 jan 0:00 22 jan 0:00 23 jan 0:00 Buitentemperatuur Kantoortemperatuur Bron: metingen Cenergie Waarom? De voordelen van energie-optimalisatie van bestaande gebouwen door bijvoorbeeld het uitvoeren van energieaudits en het uitvoeren van de maatregelen voorgesteld in deze audits, zijn in de meeste gevallen aanzienlijk: - energiebesparing van 30 tot 60% via financieel rendabel maatregelen; - verhoging van het comfort, bijvoorbeeld door een betere regeling van de HVAC-installatie of door nieuwe, energie efficiënte verlichtingstoestellen. De kosten voor de energetische optimalisatie van gebouwen worden veroorzaakt door de tijdsinvestering van uw eigen personeel, ondermeer voor de opvolging en begeleiding van het optimalisatieproces, de diensten aangeboden door externe energieaudit bureaus en de investeringen in besparingsmaatregelen Taken De optimalisering van het energieverbruik van bestaande gebouwen bestaat uit een aantal taken die worden toegelicht in de volgende paragrafen: - Taak 1: selecteren van de gebouwen - Taak 2: keuze van de geschikte audit strategie voor elk gebouw - Taak 3: ramen investeringskost audits - Taak 4: toetsen van geraamde kosten met beschikbare (financiële) middelen - Taak 5: bepalen procedure voor offerteaanvraag en bestelling - Taak 6: offerteaanvraag opstellen en versturen - Taak 7: energieaudits bestellen en realiseren Samenwerkingsovereenkomst

37 - Taak 8: energiebesparende maatregelen uitvoeren Taak 1: selecteren van de gebouwen Het minimaal aantal gebouwen dat volgens de samenwerkingsovereenkomst moet opgenomen worden in het energiezorgsysteem bij gemeenten/steden bedraagt: - niveau 1: 1 gebouw per aangesneden schijf van inwoners met een minimum van 1 gebouw - niveau 2: 1 gebouw per aangesneden schijf van inwoners met een minimum van 2 gebouwen - niveau 3: een hoger aantal gebouwen dan in niveau 2 Het minimaal aantal gebouwen dat volgens de samenwerkingsovereenkomst moet opgenomen worden in het energiezorgsysteem bij provincies bedraagt: - niveau 1: 10 gebouwen - niveau 2: 15 gebouwen - niveau 3: een hoger aantal gebouwen dan in niveau 2 Taak 2: keuze van de geschikte audit strategie voor elk gebouw Er zijn verschillende soorten energieaudits voor verschillende toepassingen. Om te bepalen welke audit het best geschikt is voor elk gebouw, kunt u gebruik maken van onderstaande tabel. Tabel 3: beslissingstabel voor keuze van audit strategie voor gebouwen Beslissingscriterium Gebouwen met: een gebruiksoppervlakte < m² of een elektriciteitsverbruik < kwh en een brandstofverbruik < kwh Gebouwen met: een gebruiksoppervlakte > m² en een elektriciteitsverbruik > kwh of een brandstofverbruik > kwh Gebouwen met: een hoog kengetal voor brandstofverbruik of een verouderde stookinstallatie Kies bij voorkeur voor... Snelle energieaudit Globale energieaudit Eén-thema-audit verwarming Gebouwen met: een hoog kengetal voor elektriciteitsverbruik of een verouderde verlichtingsinstallatie Eén-thema-audit verlichting Taak 3: ramen investeringskost audits Samenwerkingsovereenkomst

38 Op basis van onderstaande tabel kan een eerste ruwe raming gemaakt worden van de kostprijs van verschillende energieaudits. Tabel 4: indicatieve kosten voor verschillende audit strategieën Type audit Snelle energieaudit Globale energieaudit Ruwe richtprijs % van de energiefactuur 2 per m² (exclusief schrijvende metingen) % van de energiefactuur 1-2 per m² (exclusief schrijvende metingen) Eén-thema-audit verwarming % van de brandstoffactuur 0,5 1 per m² Eén-thema-audit verlichting Schrijvende metingen 1 3 weken: Klimaatmeting (temperatuur, relatieve vochtigheid) Elektriciteitsprofiel % van de elektriciteitsfactuur 0,5 1 per m² per meetpunt per meetpunt Voorstelling van het rapport van de energieaudit Het rapport van een energieaudit is vaak een lijvig document. Omwille van tijdgebrek gebeurt het vaak dat het rapport niet door alle belanghebbenden wordt gelezen. Daarom is het aangewezen dat de uitvoerders het rapport van de energieaudit voorstellen aan alle betrokkenen, ondermeer aan de bevoegde schepen, de energiecoördinator, de duurzaamheids- of milieuambtenaar, de gebouwverantwoordelijke Tijdens deze voorstelling wordt het rapport overlopen en krijgt iedereen de kans om bijkomende vragen te stellen. De extra kosten die deze voorstelling met zich meebrengt worden terugverdiend door een efficiëntere implementatie van de maatregelen. Taken voor de gemeente/stad of provincie Energieaudits worden meestal uitbesteed aan externe adviseurs. Dit betekent echter niet dat er door de gemeente/stad of provincie zelf geen inspanning moet geleverd worden. De gemeente/stad of provincie moet gebouwinformatie ter beschikking stellen en moet de adviseur begeleiden bij de gebouwbezoeken. De gebouwinformatie bestaat naast de gegevens van de inventaris gebouwen uit de grondplannen van het gebouw en de energieen waterfacturen van de laatste 3 à 5 jaar. Taak 4: toetsen van geraamde kosten met beschikbare (financiële) middelen De geraamde kosten worden in deze taak vergeleken met de beschikbare financiële middelen. Indien de geraamde kosten veel hoger of lager zijn dan de beschikbare middelen kan u... - De audit strategie aanpassen met behulp van de beslissingsrichtlijnen weergegeven in de voorgaande paragrafen, bijvoorbeeld: Samenwerkingsovereenkomst

39 - meer of minder gebouwen onderwerpen aan een globale energieaudit - meer of minder metingen laten uitvoeren - De beschikbare middelen (budgetten) aanpassen. Taak 5: bepalen procedure voor offerteaanvraag en bestelling Conform de Wettelijke procedures m.b.t. gunnen van een overheidsopdracht legt u de procedure vast voor het toewijzen van de energieboekhouding. Wij maken hierbij de volgende opmerkingen: - sommige netbeheerders leveren gratis energieaudits of kennen premies toe voor de uitvoering van audits: contacteer uw netbeheerder voor verdere informatie omtrent de te volgen procedure; - indien de energieaudits niet gratis of tegen een verwaarloosbare kost worden aangeboden, is het, onafhankelijk van de wettelijke verplichtingen hieromtrent, aangewezen om een offerte te vragen bij 2 à 3 leveranciers. Bij kleine budgetten kan u de opdracht toewijzen aan de geselecteerde leverancier via een bestelbon. Taak 6: offerteaanvraag opstellen en versturen Met betrekking tot het opstellen van een offerteaanvraag geven we in de volgende paragrafen een aantal suggesties. Kwalitatieve omschrijving van de gevraagde diensten Het is belangrijk dat duidelijk omschreven wordt welke kwaliteit verwacht wordt door onderstaande tabel in de offerteaanvraag op te nemen. De resultaten van een energieaudit worden steeds beschreven in een schriftelijk rapport. In onderstaande tabel geven we aan welke onderdelen moeten gerapporteerd worden in functie van het type energieaudit. Tabel 5: inhoud rapportage in functie van het type energieaudit Onderdeel Globale audit Snelle audit 1-thema audit Samenvatting: Totale energiekosten van het afgelopen jaar en de verdeling van de energieen waterkosten Berekend besparingspotentieel per energiedrager Overzicht van de belangrijkste besparingsmaatregelen Algemene projectbeschrijving: Benaming van het gebouw Ligging Bouwjaar en jaartal van renovaties Bouwvorm, aantal verdiepingen Beschrijving hoofdfunctie en bijfuncties Bruto vloeroppervlakte van het beschermd volume Gebruikstijden Aantal gebouwgebruikers Samenwerkingsovereenkomst

40 Onderdeel Handleiding cluster Energie voorlopige niet-gelayoute versie Beschrijving van het gebouw en de installaties: Gebouwschil: opbouw van de verschillende bouwdelen Isolatie en kierdichting van het gebouw Aanwezigheid van tochtsassen Centrale verwarmingsinstallatie type ketel, bouwjaar, brandstof, nominale belasting, nominaal vermogen distributiesystemen afgiftesystemen regeling Ventilatie-installaties ventilatiestrategie: natuurlijk/mechanisch ventilatorvermogen type en vermogen bevochtiging Koeling strategie: geen/plaatselijk/geheel gebouw type en vermogen koelgroep Verlichting: type lampen, ballast, armatuur geïnstalleerd vermogen schakelmogelijkheden Type warmwaterbereiding Centraal/decentraal Doorstroom/voorraad Kantoorapparatuur Keukenapparatuur Koel- en vriesmeubelen Beschrijving van het comfort: vergelijking van het gemeten comfort met het gewenste comfort Thermisch comfort (temperatuur, relatieve vochtigheid ) Visueel comfort (verlichtingssterkte ) Analyse van het verbruik en bepalen energiebalansen Evolutie van de energie- en waterkosten over de laatste 3 à 5 jaar Evolutie van het klimaatgecorrigeerd brandstofverbruik over de laatste 3 à 5 jaar Evolutie van het elektriciteitsverbruik over de laatste 3 à 5 jaar Evolutie van het waterverbruik over de laatste 3 à 5 jaar Indien mogelijk analyse van de maandelijkse energie- en waterverbruiken. Berekende kengetallen worden vergeleken met kengetallen van gebouwen van hetzelfde type. Kengetal elektriciteit = totaal elektriciteitsverbruik per m² bruto vloeroppervlakte Kengetal brandstof = klimaatgecorrigeerd brandstofverbruik per m² bruto vloeroppervlakte Kengetal water = totaal waterverbruik per m² bruto vloeroppervlakte Energiebalansen: 90 % van het energieverbruik moet verklaard worden Elektriciteitsbalans: aandeel van verlichting, ventilatie, koeling, pompen, kantoor- en keukenapparatuur Brandstofbalans: ruimteverwarming, warm waterbereiding Energiebesparende maatregelen: technische maatregelen, organisatorische maatregelen en gedragsmaatregelen. Bij iedere maatregel wordt volgende informatie gegeven: Beschrijving van de maatregel Waar is de maatregel toepasbaar Kosten-batenanalyse van de maatregel: kosten, baten, terugverdientijd, Kost van Bespaarde Energie of Netto Contante Waarde Bijkomende voordelen van de maatregel Subsidiemogelijkheden te rapporteren U uitgebreid te rapporteren B beknopt te rapporteren uitgebreid te rapporteren indien relevant voor het betreffende thema Globale audit U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U U Snelle audit B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B 1-thema audit Kwantitatieve omschrijving van de gevraagde diensten Samenwerkingsovereenkomst

41 In de offerteaanvraag moet minimaal de volgende informatie worden gegeven die de uitvoerder moet toelaten om een goede offerte op te stellen: - Een overzicht van de betreffende gebouwen met hun functie, hun gebruiksoppervlakte en hun energieverbruik (deze informatie komt uit de inventaris gebouwen); - Een overzicht met het type energieaudit voor elk gebouw, de gewenste metingen en het gewenst aantal meetpunten per gebouw; - De gewenste planning en uitvoeringstermijn voor de audits; - De melding of een voorstelling van het rapport wenselijk is. Bekwaamheid van de uitvoerder De kwaliteit van een energieaudit is sterk afhankelijk van de competentie van de uitvoerder. Daarom is het belangrijk om in de offerteaanvraag de kwalificaties van de uitvoerder op te laten nemen. De uitvoerder moet ervaring hebben met alle energieaspecten van de betreffende gebouwen en moet dit kunnen staven met referenties. Tenslotte moet de onafhankelijkheid van de uitvoerder zijn gewaarborgd. Op basis van deze criteria kan een duidelijke offerteaanvraag worden opgesteld die zal toelaten om een goede vergelijking te maken wat betreft de prijs/kwaliteit verhouding van de verschillende aanbieders. De offerteaanvraag wordt naar een selectie van mogelijke uitvoerders verstuurd. Taak 7: energieaudits bestellen en realiseren Conform de wettelijke voorschriften en conform details met betrekking tot de evaluatieprocedure zoals eventueel omschreven in uw offerteaanvraag (vb. gewicht van verschillende criteria in de eindevaluatie), voert u een evaluatie uit van de verschillende offertes. Na deze evaluatie kan u de bestelling plaatsen bij de uitvoerder aan wie de opdracht gegund wordt. U brengt ook de andere uitvoerders op de hoogte van hun nietgunning. Vervolgens kunnen de energieaudits worden uitgevoerd volgens de vooropgestelde timing. Taak 8: energiebesparende maatregelen uitvoeren Nadat het rapport van de energieaudit werd afgeleverd, moet er actie ondernomen worden door de gemeente/stad of provincie. De maatregelen die slechts een beperkte investering vergen kunnen prioritair behandeld worden, aangezien deze beperkte investeringen binnen de normale onderhoudsbudgetten kunnen uitgevoerd worden. Voor de maatregelen die niet binnen de beschikbare budgetten kunnen uitgevoerd worden, moeten middelen voorzien worden in de begroting. Sommige netbeheerders bieden een overbruggingskrediet aan waarmee investeringen kunnen voorgefinancierd worden Rapportering Samenwerkingsovereenkomst

42 Jaarlijks rapporteert de gemeente over de besparingsmaatregelen en ondernomen acties per entiteit opgenomen in de energieboekhouding met vermelding van bijhorende resultaten en gebruikte middelen. Bij de rapportering beschrijft de gemeente welke opvolging werd gegeven aan de resultaten van de energieboekhouding of de audits. De gemeente beschrijft welke maatregelen werden uitgevoerd en voor welke andere maatregelen een budget werd vastgelegd. De gemeente geeft bij het bepalen van de maatregelen voorrang aan de knelpunten die naar voren komen bij de energieboekhouding en eventuele audits Sensibilisatie binnen de eigen diensten of werking De effectiviteit (E) van een energiezorg activiteit wordt bepaald door de volgende formule: E = K x A waarbij: K de kwaliteit van de activiteit is A de acceptatie van de activiteit in de organisatie is Aan het element K van de functie wordt in vele gevallen voldoende aandacht besteed. Kwaliteit alleen blijkt echter onvoldoende om een goed resultaat te bekomen. Een goed evenwicht tussen kwaliteit en acceptatie is zeer belangrijk. Deze acceptatie moet gerealiseerd worden door de beleidsverklaring en de betrokkenheid van de diensten en het personeel. Met name de diensten en hun verantwoordelijken die een grote invloed hebben op het energieverbruik, ondermeer de technische dienst, of die grote energieverbruiken genereren, bijvoorbeeld de sportdienst en verzorgingsinstellingen, dienen maximaal betrokken te worden bij het energiezorg beleid. Voor het stimuleren van deze betrokkenheid presenteren wij in de volgende paragrafen een aantal concrete suggesties. Bij het ontwikkelen van ideeën door bijvoorbeeld de energiecoördinator of de stuurgroep is het belangrijk dat maximaal ingepikt wordt op bestaande ideeën en initiatieven. Mensen zullen zich immers meer betrokken voelen indien de energie acties door hen zelf voorgesteld werden of indien ze intensief betrokken werden bij het formuleren en uitwerken van de acties. Acties die opgedrongen worden van buitenaf zijn gewoonlijk tot mislukken gedoemd. Zorg ervoor dat in de organisatie ook duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor het energieverbruik. Als dit niet duidelijk is, kan er ook niemand op aangesproken worden. Zorg ervoor dat de verschillende diensten (sport, cultuur,...) ook de energiekosten van hun eigen infrastructuur (gebouwen e.d.) betalen. Dit kan georganiseerd worden via de (analytische) boekhouding van de lokale overheid. Een dienst die een energiezuinig beleid voert, wordt hiervoor beloond in de vorm van vrijgekomen budgetten. Het presenteren van energiezorg acties gebeurt het best door, of in samenspraak met, één van de personeelsleden van de dienst wiens medewerking vereist is. vb. sensibilisatieacties (vb. lichten doven,...) bij een bepaalde dienst worden best voorgesteld door, of samen met, een voor deze actie gemotiveerde medewerker van deze dienst. Samenwerkingsovereenkomst

43 Betrokkenheid, inzichten en nieuwe ideeën worden ook gestimuleerd door het bijwonen van studiedagen en informatie uitwisseling. Een niet-limitatieve lijst van mogelijke acties in het kader van sensibilisatie binnen de eigen werking of diensten is als aanvullende tekst toegevoegd bij de handleiding. Deze zal op geregelde basis worden aangevuld Rapportering De gemeente voert jaarlijks minstens één sensibilisatiecampagne rond duurzaam energiegebruik uit binnen de eigen diensten of werking. Jaarlijks voegt de gemeente het eigen sensibilisatiemateriaal of een kopie hiervan als bijlage toe in het milieujaarprogramma. Indien de gemeente hiervoor het materiaal van anderen heeft gebruikt volstaat een verwijzing hiernaar Werking naar buiten uit Sensibilisatie naar de burgers of andere doelgroepen toe Lokale overheden kunnen energiezorg bij de gezinnen en ondernemingen op hun grondgebied stimuleren door zelf het goede voorbeeld te geven, bijvoorbeeld door het realiseren van energiebesparing in hun eigen gebouwen. Ze kunnen echter ook energiebesparing bij gezinnen en ondernemingen rechtstreeks stimuleren door sensibilisatieacties (vb. informatieavonden over energiezuinig bouwen) of door in stedenbouwkundige plannen richtlijnen op te nemen met betrekking tot energiezuinig bouwen (compact bouwen, zuidelijke oriëntatie,...). Een niet-limitatieve lijst van mogelijke acties in het kader van sensibilisatie naar burgers of andere doelgroepen toe is als aanvullende tekst toegevoegd bij de handleiding. Deze zal op geregelde basis worden aangevuld Rapportering De gemeente voert jaarlijks minstens één sensibilisatiecampagne rond duurzaam energiegebruik naar burgers of andere doelgroepen toe. Jaarlijks voegt de gemeente het eigen sensibilisatiemateriaal of een kopie hiervan als bijlage toe in het milieujaarprogramma. Indien de gemeente hiervoor het materiaal van anderen heeft gebruikt volstaat een verwijzing hiernaar Ondersteunt gemeenten en steden bij het voeren van hun luik duurzaam energie Provincies kunnen de steden en gemeenten ondersteunen in hun energiezorgbeleid, bijvoorbeeld door het organiseren van provinciale informatieavonden met betrekking tot een Samenwerkingsovereenkomst

44 specifiek energiezorg thema of door het opzetten van demonstratieprojecten waarin een nieuwe energiezorg methodiek wordt gedemonstreerd. Een niet-limitatieve lijst van mogelijke acties in het kader van ondersteunen gemeenten en steden is als aanvullende tekst toegevoegd bij de handleiding. Deze zal op geregelde basis worden aangevuld Rapportering Jaarlijks rapporteert de provincie over hoe zij de gemeenten ondersteunt bij de uitvoering van hun duurzaam energiebeleid 3. Niveau 2 - uitbouwen van energiezorg 3.1. Werking binnen de eigen diensten Uitbreiden van de energieboekhouding Op het niveau 2 van de cluster energie breidt de energieboekhouding en het energieboekhoudsysteem uit. Op dit niveau wordt door de gemeenten 1 gebouw per aangesneden schijf van inwoners met een minimum van 2 gebouwen opgenomen i.p.v. 1 gebouw per aangesneden schijf van inwoners. Provincies moeten op dit niveau 15 gebouwen opnemen i.p.v. 10 gebouwen op het niveau 1. Voor het overige blijft de werkwijze gelijk aan deze van het niveau 1 van de cluster energie Screenen van de lastenboeken Wat? Het preventiebeginsel leert ons dat voorkomen beter is dan genezen. Het screenen van de lastenboeken met als uitgangspunt duurzaam bouwen en renoveren heeft als doel een kwalitatief gebouw te realiseren waar in optimale comfortomstandigheden kan gewerkt, gewoond of geleefd worden en waarbij er op een rationele manier gebruik gemaakt wordt van energie, water en materialen. In de eerste plaats zal het ontwerp van een gebouw en zijn installaties van cruciaal belang zijn voor het levenslang verbruik van energie, water en grondstoffen. Daarom is het zeer belangrijk om aan de ontwerpfase voldoende aandacht te schenken. De kostprijs van energiebesparende maatregelen ligt immers gevoelig hoger voor een bestaand gebouw dan voor een nieuwbouw. Ook kunnen schijnbare meerkosten gecompenseerd worden door Samenwerkingsovereenkomst

45 vermeden kosten. Zo zullen bijvoorbeeld de hogere kosten voor een betere isolatie geheel of gedeeltelijk gecompenseerd worden door een besparing op de verwarmingsinstallatie, vermits deze kleiner en bijgevolg goedkoper wordt. Het screenen van de lastenboeken op de toepassing van duurzame maatregelen en technieken is een belangrijk onderdeel in het proces van duurzaam bouwen en renoveren. Duurzaam bouwen en renoveren vergt een integrale aanpak in de verschillende fasen van het ontwerpproces: Opdrachtformulering In de fase van de opdrachtformulering moeten de behoeften, wensen, eisen en verwachtingen van de bouwheer, met name de gemeente/stad of provincie, duidelijk kenbaar gemaakt worden. De bundeling van alle behoeften, wensen, eisen en verwachtingen gebeurt in het programma van eisen. Indien de bouwheer een energie-efficiënt gebouw wenst, dan moeten bepaalde eisen die betrekking hebben op het comfort en het energieverbruik in het programma van eisen worden opgenomen. De gemeente/stad of provincie dient daarom een aantal basiscriteria te formuleren met betrekking tot rationeel energieverbruik die worden opgenomen in het programma van eisen van ieder nieuwbouw- en renovatieproject. De ontwerpers kunnen vervolgens van in het begin rekening houden met deze basiscriteria. Belangrijk hierbij is dat er aandacht wordt besteed aan alle facetten die het energieverbruik van het gebouw beïnvloeden. Dit impliceert dat er naast aandacht voor de thermische isolatie van de gebouwenschil ook criteria moeten vastgelegd worden voor de installaties voor verwarming, ventilatie, verlichting, koeling Voorontwerp In de fase van het voorontwerp van nieuwbouw- en renovatieprojecten kan een overleg georganiseerd worden met de ontwerpers, de bouwheer en een onafhankelijk duurzaam bouwen adviseur. Het doel van dit overleg is enerzijds na te gaan of aan de basiscriteria van het programma van eisen werd voldaan en anderzijds het algemeen bouwconcept onder de loep te nemen. Vervolgens kan de energieadviseur nog maatregelen voorstellen die voor dat specifieke project interessant zijn. Definitief ontwerp In de fase van het definitief ontwerp dient er nog een controle te gebeuren op de plannen en de lastenboeken om na te gaan of de basiseisen en de voorgestelde maatregelen in het definitieve ontwerp werden opgenomen Waarom? Door het volgen van deze integrale aanpak is duurzaam bouwen en renoveren mogelijk zonder meerkosten. De hogere ontwerpkosten ten gevolge van de extra diensten van een duurzaam bouwen adviseur worden meestal reeds terugverdiend door een lagere bouwkost. In ieder geval zal de totale kostprijs van het gebouw (afschrijving bouwkosten, energie- en waterkosten, onderhoudskosten ) gunstiger zijn dan bij een conventioneel gebouw Taken Het screenen van de lastenboeken bestaat uit een aantal taken die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht: - Taak 1: formuleren van basiscriteria voor energie en comfort Samenwerkingsovereenkomst

46 - Taak 2: beoordeling van het voorontwerp van alle nieuwbouw- en renovatieprojecten - Taak 3: controle van plannen en lastenboeken van alle nieuwbouw- en renovatieprojecten Taak 1: formuleren van basiscriteria voor energie en comfort De gemeente/stad of provincie dient een aantal basiscriteria te formuleren met betrekking tot rationeel energiegebruik die worden opgenomen in het programma van eisenn van ieder nieuwbouw- en renovatieproject. In deze handleiding wordt een pakket van criteria aangereikt waaruit kan geput worden voor het formuleren van deze basiscriteria. Uiteraard kunnen bijkomende basiscriteria worden toegevoegd. Het pakket van criteria bestaat uit vier delen en is toegevoegd als aanvullende tekst bij de handleiding: - Criteria comfort (zie Criteria comfort): dit betreft een groep van criteria die betrekking hebben op het comfort van gebouwen. Er is aandacht voor het thermisch comfort, de binnenluchtkwaliteit en het visueel comfort. Het betreft criteria die toepasbaar zijn voor alle soorten gebouwen en die bijgevolg best integraal in de basiscriteria opgenomen worden. - Basiscriteria duurzaam bouwen en renoveren (zie Criteria duurzaam bouwen en renoveren: basiscriteria): dit betreft een groep van criteria die betrekking hebben op het energie-, water en materialengebruik van gebouwen. Het is een selectie van basiscriteria die een onbetwist milieuvoordeel hebben, die toepasbaar zijn voor alle gebouwen, die geen of slechts een marginale verhoging van de bouwkosten vergen en een korte terugverdientijd hebben. Deze selectie wordt best integraal in de basiscriteria opgenomen. - Extra criteria duurzaam bouwen en renoveren (zie Criteria duurzaam bouwen en renoveren: extra criteria): dit betreft eveneens een groep van criteria die betrekking hebben op het energieverbruik van gebouwen. Het is een selectie van extra criteria die ook een onbetwist milieuvoordeel hebben, maar die niet toepasbaar zijn voor alle gebouwen, die doorgaans wel een verhoging van de bouwkosten vergen en die een langere terugverdientijd hebben. Steden/gemeenten en provincies die een progressief beleid inzake duurzaam bouwen en renoveren wensen te voeren, kunnen deze criteria opnemen in hun basiscriteria en zo een belangrijke voorbeeldfunctie vervullen op het vlak van duurzaam bouwen. De haalbaarheid van deze extra criteria kan ook project per project beoordeeld worden. - Criteria hernieuwbare energie (zie Criteria hernieuwbare energie): dit betreft criteria die betrekking hebben op de toepassing van hernieuwbare energiebronnen in gebouwen. Deze criteria worden best in de basiseisen opgenomen aangezien een actie rond hernieuwbare energie op lokaal niveau een actiepunt is vanaf niveau 2 van de samenwerkingsovereenkomst. Als de basiscriteria geformuleerd zijn, volgt een formele goedkeuring door het College van Burgemeester en Schepenen en door de gemeenteraad. Vervolgens moeten de basiscriteria bij alle nieuwbouw- en renovatieprojecten kenbaar gemaakt worden aan de ontwerpers in de fase van de opdrachtformulering. Samenwerkingsovereenkomst

47 Taak 2: beoordeling van het voorontwerp van alle nieuwbouw- en renovatieprojecten In de fase van het voorontwerp van nieuwbouw- en renovatieprojecten kan een overleg georganiseerd worden met de ontwerpers, de bouwheer en een onafhankelijk duurzaam bouwen adviseur. Het doel van dit overleg is enerzijds na te gaan of aan de basiscriteria van het programma van eisen werd voldaan en anderzijds om het algemeen bouwconcept onder de loep te nemen. Vervolgens kan de energieadviseur nog maatregelen voorstellen die voor dat specifieke project interessant zijn. Taak 3: controle van plannen en lastenboeken van alle nieuwbouw- en renovatieprojecten Bij nieuwbouw en renovatieprojecten dient er een controle te gebeuren van plannen. De bedoeling van deze controle is enerzijds nagaan of het definitief ontwerp voldoet aan de basiscriteria en anderzijds nagaan of de extra maatregelen die tijdens de voorontwerpfase werden voorgesteld werden geïmplementeerd. Deze taak kan door eigen personeel worden uitgevoerd of kan worden uitbesteed aan een duurzaam bouwen adviseur Rapportering In het jaar dat de werkwijze voor de screening wordt uitgewerkt of gewijzigd, wordt hierover gerapporteerd in het milieujaarprogramma. Vervolgens verwijst de gemeente jaarlijks naar het milieujaarprogramma waarin de werkwijze voor de screening van de lastenboeken werd gerapporteerd. In het jaar dat de checklist wordt opgesteld of gewijzigd voegt de gemeente de checklist als bijlage toe aan het milieujaarprogramma. Vervolgens verwijst de gemeente jaarlijks naar het milieujaarprogramma waaraan de checklist werd toegevoegd. Jaarlijks vermeldt de gemeente of er (ver)bouwwerken werden uitgevoerd waarop een screening plaatsvond Actie rond hernieuwbare energie binnen de eigen diensten of werking Zonne-energie Wat Zonne-energie kan op verschillende manieren nuttig gebruikt worden: als lichtbron, als drijvende kracht bij natuurlijke ventilatie, voor warmteproductie en voor elektriciteitsproductie. Ruimer bekeken ontstaat ook windenergie door wisselende zonnewarmte en doet zonlicht planten groeien die we als biomassa kunnen gebruiken voor energieproductie. Bij de toepassing van zonne-energie binnen gebouwen kan naast een optimaal gebruik van daglicht ook de rechtstreekse bezonning via de ramen bijdragen aan de ruimteverwarming. Dat kan door een doorgedreven isolatie, optimaal ontwerp en de oriëntatie van de beglazing (voldoende zuidgerichte verticale ramen, minimale noordgerichte ramen), en aandacht voor zonwering en daglichttoetreding. Dit wordt dikwijls passieve zonne-energie genoemd. Samenwerkingsovereenkomst

48 a) Actieve thermische zonne-energie Een eerste vorm van actieve zonne-energie is actieve thermische zonne-energie. Een zonnecollector vangt het invallende licht op en zet het om in warmte. Die warmte wordt doorgegeven aan een warmtetransporterende vloeistof. Actieve thermische zonne-energie heeft volgende toepassingen: - De zonneboiler Een thermisch zonne-energiesysteem voor de verwarming van sanitair water. - Woningverwarming Grote oppervlakten van zonnecollectoren kunnen ook voor ruimteverwarming gebruikt worden door warmteopslag in een vloer- of wandverwarming. - Zwembadverwarming Openluchtzwembaden worden overwegend gebruikt in de zomer bij het grootste zonneaanbod en bij hoge omgevingstemperatuur. Het zwemwater stroomt rechtstreeks door de collector. - Hoge-temperatuur-collectoren Hierbij wordt het zonlicht via spiegels of lenzen geconcentreerd op een warmtetransporterende vloeistof. De zonnewarmte wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken in een stoomturbine of Stirlingmotor. Minder van belang voor Vlaanderen door de beperkte directe zonnestraling. b) Fotovoltaïsche zonne-energie In fotovoltaïsche zonne-energiesystemen zetten zonnecellen het opgevangen licht rechtstreeks om in elektriciteit via een totaal ander werkingsprincipe dan de thermische systemen. Fotovoltaïsche zonne-energie kent volgende toepassingen: - Autonome industriële toepassingen (1 W 10 W): telecommunicatie, telemetrie, verkeerssignalisatie, - Autonome elektrificatie van dorpen (100 W 10 kw): oppompen van grondwater, bevloeiing, verlichting, - Netgekoppelde systemen (100 W 200 kw): PV-systemen op gebouwen (daken, gevels, zonneweringen) en andere structuren. Warmtepompen In de natuur gebeurt warmtetransport van objecten op hoge temperatuur naar objecten op lage temperatuur. Een voorwerp dat warmer is dan de omgeving zal afkoelen, zijn warmte afgeven aan de omgeving. Een warmtepomp doet het omgekeerde. Een warmtepomp is een apparaat dat thermische energie (warmte) onttrekt aan een medium (warmtebron) op een bepaalde temperatuur en deze thermische energie bij een hogere temperatuur aan een ander medium (warmteafgiftesysteem) afgeeft. De warmtepomp pompt de natuurlijke warmte op van een laag temperatuursniveau (waarbij de warmte onbruikbaar was) naar een hoger temperatuursniveau waarbij ze voor verwarmingsdoeleinden kan gebruikt worden. De warmtepomp benut de laagwaardige warmte die in overvloed aanwezig is in de natuur: in de lucht, het water of de grond. Samenwerkingsovereenkomst

49 Het oppompen van deze warmte gaat natuurlijk niet vanzelf, maar vergt een bepaalde hoeveelheid energie E. De verhouding van de geproduceerde warmte Q t.o.v. de opgenomen energie E wordt de winstfactor of COP (Coefficient Of Performance) van de warmtepomp genoemd: COP = Q/E. Om de oppomp energie zo klein mogelijk te houden (hoe groter het COP), is het nodig het temperatuursverschil tussen warme en koude zijde zo klein mogelijk te houden. Biomassa Met biomassa wordt al het organisch materiaal van plantaardige of dierlijke oorsprong bedoeld dat in natuurlijke of beheerde ecosystemen werd geproduceerd en dat al dan niet reeds industriële transformaties heeft ondergaan. Energie uit deze massa wordt kortweg bioenergie genoemd, met een onderscheid tussen energie uit afval en uit energieteelten. In Vlaanderen is het gebruik van biomassa gericht op warmte- en/of elektriciteitproductie. We onderscheiden verschillende soorten organisch afval: - Biomassa uit afval: - afval uit land- of tuinbouw (stro, mest, groenafval, dierlijk afval) - houtafval uit bosbeheer en houtverwerkende nijverheid (takhout, resthout, schors, zaagmeel) - huishoudelijk afval (GFT, slib van waterzuiveringsinstallaties) - afval uit de voeding-, papier- en textielindustrie - Biomassa uit energieteelten: - energieteelten die suiker, zetmeel of olie bevatten - olifantgras (Miscanthum), sorghum, hennep en korte rotatie hakhoutteelt van voornamelijk wilg en populier De energie in biomassa kan afhankelijk van de conversietechniek omgezet worden in warmte, elektriciteit of afgeleide brandstoffen. De omzetting kan gebeuren door: - rechtstreekse verbranding - omzetting naar een brandbaar gas - omzetting naar een vloeibare brandstof Windenergie De technologie van moderne windmolens heeft in twintig jaar tijd een enorme evolutie gekend. Begin jaren 80 hadden de windturbines diameters van meter en vermogens van kw. Nu, twintig jaar later, zijn commerciële molens verkrijgbaar met diameters van meer dan 70 meter en vermogens van 2 MW en meer. De opbrengst van een windturbine hangt in sterke mate af van de windsnelheid. Algemeen wordt aangenomen dat windenergie economisch haalbaar kan zijn vanaf een gemiddelde windsnelheid van 4 m/s gemeten op 10 m hoogte. De Vrije Universiteit Brussel en de Organisatie voor Duurzame Ontwikkeling onderzochten mogelijke locaties voor windturbines. Dit Windplan voor Vlaanderen kadert in het Vlaamse Impulsprogramma Energietechnologie (VLIET). Het windplan omvat technische kaarten (windsnelheid en specifieke energie) en natuurlijke kaarten ( met een opdeling van bestemmingsgebieden in vier klassen, afhankelijk van de geschiktheid voor de inplanting van windturbines). Samenwerkingsovereenkomst

50 In 2000 stelde de Vlaamse Overheid de omzendbrief: EME/ op: Afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van windturbines. Hiermee werden duidelijke richtlijnen vastgelegd voor de inplanting van windturbines. In deze omzendbrief is tevens de werking en samenstelling van de Interdepartementale Windwerkgroep beschreven. Bedoeling van de Windwerkgroep is om het windenergiebeleid in Vlaanderen te stroomlijnen. Daarnaast kunnen vergunningverlenende instanties bij de beoordeling van een project steeds het advies van de windwerkgroep vragen. Omwille van de beperkte inplantingsmogelijkheden binnen het kader van de omzendbrief kunnen Ruimtelijke Uitvoeringsplannen opgesteld worden die de inplanting van windturbines en windturbineparken mogelijk maken buiten de voorwaarden vooropgesteld in de omzendbrief. Een aantal RUPS werden reeds opgemaakt (Meer - Hoogstraten, Gistel en Kruibeke, Beveren). Een aantal andere RUPS is in voorbereiding. Waterkracht Waterkracht ontstaat uit de beweging van water dat zich van hoger naar lager verplaatst. In het vlakke Vlaanderen wordt het geringe natuurlijke verval vergroot door het opstuwen van het water in de bedding van beken en rivieren. Het water gaat van de stuw naar de turbine of het waterwiel. Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk gewest tellen vandaag nog zowat 320 watermolens. De meeste watermolens zijn al een hele tijd buiten gebruik gesteld, alhoewel de molengebouwen meestal goed bewaard bleven. Het grootste gedeelte van de molens heeft een valhoogte tussen de 1 en 3 meter. Zelden is de valhoogte groter dan 5 meter. Bij molens gebeurt de restauratie meestal om historische redenen, maar in het algemeen is het mogelijk om aan de molen ook een energetische functie te geven. Bij bestaande stuwen is er niet altijd de mogelijkheid tot oprichten van een waterkrachtinstallatie. Er is meestal een aanpassing nodig van de bouwkundige structuur. Het komt er op aan bij de eventuele herinrichting van een stuw erop te letten om terzelfder tijd de mogelijkheid tot waterkrachtexploitatie te voorzien. Turbines voor toepassing bij kleine waterkracht zijn in het algemeen eenvoudig van constructie en daarom niet extreem duur Waarom? De oneindige beschikbaarheid van energie en energiebronnen is niet langer vanzelfsprekend. Toekomstige generaties zullen geconfronteerd worden met de oneindigheid van de reserves: steenkool, aardolie en aardgas raken ooit op. En terwijl de voorraad slinkt neemt de vraag toe. De wereldbevolking groeit aan en het energieverbruik per hoofd stijgt. Maar er is ook het gigantisch probleem van de milieuvervuiling. De energiesector doet daarbij een forse duit in het zakje. Zwavel- en koolstofdioxide, koolstofmonoxide, stikstofoxiden het zijn reststoffen uit de energiesector die een zware impact hebben op leefmilieu, atmosfeer en klimaat denk maar aan het broeikaseffect. Ook het nucleair afval is een risico en belasting voor de komende generaties. De opberging en berging blijven een maatschappelijk en technisch probleem en wordt steeds duurder door strengere milieunormen. Samenwerkingsovereenkomst

51 - Hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie, omgevingswarmte, biomassa en zelfs kleinschalige waterkracht zullen in de toekomst een belangrijkere rol spelen in onze energieproductie. Elke hernieuwbare energiebron onderstelt een specifieke aanpak. Voor deze wereldomvattende problemen moeten er dringend oplossingen gezocht worden. Duurzame ontwikkeling wil aan de behoefte van vandaag voldoen, zonder die van de toekomstige generatie in het gedrang te brengen. Hernieuwbare energie is daar een onderdeel van. Het heeft behalve milieu- nog andere voordelen: - Milieuvriendelijk en duurzaam: de diverse bronnen zijn onuitputtelijk en veroorzaken tijdens hun hele levenscyclus van bouw over gebruik tot afbraak een zeer lage uitstoot van schadelijke stoffen. - Spreiding van de energievoorziening: een groot aandeel hernieuwbare energie vermindert de afhankelijkheid van het buitenland en internationale spanningen. - Hernieuwbare energie kan voor meer werkgelegenheid zorgen en exportkansen bieden. Een niet-limitatieve lijst van mogelijke acties in het kader van hernieuwbare energie binnen de eigen werking of diensten is als aanvullende tekst toegevoegd bij de handleiding. Deze zal op geregelde basis worden aangevuld Rapportering Jaarlijks voert de gemeente minstens één actie rond hernieuwbare energie binnen de eigen diensten of werking uit. Tijdens de looptijd van de SO wordt minstens één concrete actie op het terrein uitgevoerd waarbij hernieuwbare energie wordt toegepast binnen de eigen diensten of werking. In het jaar dat de concrete actie rond hernieuwbare energie wordt toegepast binnen de eigen diensten of werking, wordt hierover gerapporteerd in het milieujaarprogramma. Vervolgens verwijst de gemeente jaarlijks naar het milieujaarprogramma waarin over de concrete actie op het terrein werd gerapporteerd. De uitvoering van de acties rond hernieuwbare energie wordt aangetoond aan de hand van facturen en/of documenten die de uitvoering kunnen aantonen 3.2. Werking naar buiten uit Actie rond hernieuwbare energie naar burgers of andere doelgroepen toe Lokale overheden kunnen de toepassing van hernieuwbare energie bij de gezinnen en ondernemingen op hun grondgebied stimuleren door zelf het goede voorbeeld te geven, bijvoorbeeld door het realiseren van hernieuwbare energie in hun eigen gebouwen. Ze kunnen echter ook hernieuwbare energie bij gezinnen en ondernemingen rechtstreeks stimuleren door sensibilisatieacties (vb. informatieavonden over hernieuwbare energie) of door premies toe te kennen voor de installatie van hernieuwbare energiebronnen (subsidiereglement zonneboilers, PV-installaties,...). Samenwerkingsovereenkomst

52 Een niet-limitatieve lijst van mogelijke acties in het kader van hernieuwbare energie naar burgers of andere doelgroepen toe is als aanvullende tekst toegevoegd bij de handleiding. Deze zal op geregelde basis worden aangevuld Rapportering Jaarlijks voert de gemeente minstens één actie rond hernieuwbare energie naar burgers of andere doelgroepen toe. Tijdens de looptijd van de SO wordt minstens één concrete actie op het terrein uitgevoerd rond hernieuwbare energie naar burgers of andere doelgroepen toe In het jaar dat de concrete actie rond hernieuwbare energie naar burgers of andere doelgroepen toe wordt uitgevoerd, wordt hierover gerapporteerd in het milieujaarprogramma. Vervolgens verwijst de gemeente jaarlijks naar het milieujaarprogramma waarin over de concrete actie op het terrein werd gerapporteerd. De uitvoering van de acties rond hernieuwbare energie wordt aangetoond aan de hand van documenten die de uitvoering kunnen aantonen 4. Trefwoorden De met stippellijn onderlijnde woorden in de basistekst hebben betrekking op één van de trefwoorden die nader worden toegelicht in de volgende paragrafen. Voor woorden die reeds in de basistekst worden toegelicht, wordt doorverwezen naar de pagina waar men meer uitleg kan vinden. Actueel aantal graaddagen Meer info onder het trefwoord: graaddagen Arbeidsfactor Meer info onder het trefwoord: Cos φ Bewaakmodel Meer info onder het trefwoord: verwacht verbruik Bovenste verbrandingswaarde Meer info onder het trefwoord: verbrandingswaarde Calorische bovenwaarde Meer info onder het trefwoord: verbrandingswaarde Calorische onderwaarde Meer info onder het trefwoord: verbrandingswaarde Cos phi of cos φ Het elektrisch vermogen bestaat uit twee componenten: Samenwerkingsovereenkomst

53 - actief vermogen dat het nuttige vermogen is - reactief vermogen dat geen nuttig vermogen is maar wel het elektriciteitsnet belast Het actief vermogen is gelijk aan Cos φ x vermogen. Indien de Cos φ gelijk is aan 1, is het actief vermogen gelijk aan het vermogen en is er geen reactief vermogen hetgeen optimaal is. Indien de Cos φ lager wordt dan 1 is er wel reactief vermogen. Zodra de Cos φ onder 0,89 zakt worden er extra kosten aangerekend in de elektriciteitsfactuur. Verbruikers die een lage Cos φ veroorzaken zijn motoren en sommige klassieke ballasten in een verlichtingsinstallatie. U kan een lage Cos φ verbeteren door ondermeer condensatorbatterijen te plaatsen. Criteria comfort 1. Thermisch comfort Het thermisch comfort is een samenspel van diverse factoren zoals de luchttemperatuur, de stralingstemperatuur, de luchtsnelheid en de luchtvochtigheid. Indien men prestatie-eisen wil stellen omtrent thermisch comfort in een binnenruimte, zal men moeten uitgaan van controleerbare referentieparameters omtrent het binnenklimaat (temperatuur en vochtigheid). 1a) Kwantificeerbare parameters voor thermisch comfort Waarden voor het verwachte thermisch comfort kunnen in een programma van eisen worden genoteerd, als basis voor een objectieve en energiezuinige oplossing voor de klimatisatie. In de volgende tabel wordt bijvoorbeeld een overzicht gegeven van de thermische comforteisen die overeenkomen met verschillende comfortniveaus volgens de criteria van ISO 7730, CR 1752 en de Nederlandse Rijksgebouwendienst. Tabel 6: mogelijke kwantificering van eisen inzake thermisch comfort Criteria Comforttemperatuur in zomer in winter Overschrijdingsuren (zomer) > 26 C (gesloten gevel) of > 28 C (opengaande vensters) Verticaal temperatuurverschil hoofd/enkels Stralingsasymmetrie door warm plafond door koud raam Kwalificatie van de eisen inzake thermisch comfort grenswaarde richtwaarde streefwaarde (minimale eis) (normale eis) (optimaal comfort) 22 C - 27 C 19 C - 25 C 23 C - 26 C 20 C - 24 C 150 h h 100 h h 23,5 C - 25,5 C 21 C - 23 C < 100 h (5% v.d. werktijd) 4 C 3 C 2 C 7 C 13 C 5 C 10 C 5 C 10 C Vloertemperatuur 17 C - 31 C 19 C - 29 C 19 C - 29 C Luchtsnelheid : in zomer (bij 24,5 C) in winter (bij 22 C) 0,25 m/s 0,21 m/s 0,22 m/s 0,18 m/s 0,18 m/s 0,15 m/s Relatieve vochtigheidsgraad 30% - 70% 30% - 70% 40% - 65% Bron: Vliet-bis E-GiDS 1b) Relatie met het energieverbruik Het is duidelijk dat de comforteisen uit de vorige tabel een impact hebben op het energieverbruik. Zo heeft bijvoorbeeld het instellen van een hogere comforttemperatuur in winteromstandigheden direct een verhoging van het energieverbruik tot gevolg, terwijl Samenwerkingsovereenkomst

54 hetzelfde fenomeen plaatsvindt bij een verlaging van de comforttemperatuur in zomeromstandigheden. Hoe dan ook is het noodzakelijk om de gestelde comforteisen te interpreteren met het oog op een efficiënt energieverbruik. Hierbij kan vermeld worden dat: - het systematisch kiezen voor de hoogste klasse van comfort, wellicht ook zal leiden tot hogere installatiekosten en een hoger energieverbruik; - om de stralingsasymmetrie te beperken een goede isolatie van de wanden van de gebouwschil noodzakelijk is in winteromstandigheden, zeker voor de beglazing; - een goede dakisolatie belangrijk is voor de beperking van de stralingsasymmetrie in zomeromstandigheden; - plafondverwarming ongunstig is zowel voor comfort als energieverbruik; - een goede vloerisolatie voor de onderste vloeren een absolute noodzaak is in het geval van vloerverwarming; - luchtbevochtiging in de meeste gevallen overbodig is. 1c) Richtwaarden voor parameters voor thermisch comfort De relatie tussen de comforteisen, die overeenkomen met de normale richtwaarden, en efficiënt energieverbruik wordt samengevat in de volgende tabel. Tabel 7: Relatie tussen comforteisen en energieverbruik Criteria Comforttemperatuur in zomer in winter Overschrijdingsuren (zomer) > 26 C (gesloten gevel) of > 28 C (opengaande vensters) Verticaal temperatuurverschil hoofd/enkels Stralingsasymmetrie door warm plafond Thermisch comfort in relatie tot efficiënt energieverbruik Thermisch comfort Aanbevelingen voor efficiënt Richtwaarde energieverbruik (normaal) 23 C - 26 C 20 C - 24 C 100 h h 3 C Temperatuur zo hoog mogelijk in de marge C Temperatuur zo laag mogelijk in de marge C Overschrijdingsuren zo hoog mogelijk binnen de aangegeven marge Kiezen voor een verwarmingssysteem met zo klein mogelijke temperatuurgradiënt 5 C Degelijke isolatie van ondoorschijnende door koud raam 10 C wanden Keuze HR-beglazing, beperking vensteroppervlakken Vloertemperatuur 19 C - 29 C Degelijke vloerisolatie noodzakelijk Luchtsnelheid : in zomer (bij 24,5 C) in winter (bij 22 C) 0,22 m/s 0,18 m/s Toepassing van nachtventilatie Verzorgen gebouwluchtdichtheid Relatieve vochtigheidsgraad 30% - 70 % Luchtbevochtiging meestal overbodig Bron: Vliet-bis E-GiDS Teneinde de technische installaties correct te dimensioneren, dienen voor alle lokalen ontwerp-binnentemperaturen 11 te worden gedefinieerd. In de volgende tabel worden een 11 De ontwerp-binnentemperatuur is niet hetzelfde als de reëel ingestelde temperatuur, doch een hulpmiddel om het overdimensioneren tegen te gaan. In principe dienen deze temperaturen bij volle werking van de verwarmingsinstallatie te kunnen worden gehaald, wanneer de ontwerp-buitentemperatuur de waarde uit de volgende tabel bedraagt. Samenwerkingsovereenkomst

55 aantal binnentemperaturen gegeven waarop de dimensionering van de verwarmingsinstallatie dient te gebeuren. Tabel 8: aanbevolen ontwerp-binnentemperaturen i (bovenste grens) Zone i Ruimtes met sterk verhoogde binnentemperatuur: Lokalen van hoge medische techniciteit, o.a. heelkundige ingrepen, verloskunde, reanimatie, intensieve zorgen, ernstig verbranden, neonatologie en zuigelingen, speciale isolementen, radiodiagnose Ruimtes met verhoogde binnentemperatuur: Lokalen waar mensen volledig of gedeeltelijk naakt zijn; Kleedkamers, douches, badruimtes Ruimtes met licht verhoogde binnentemperatuur: Logies of lokalen waar medische zorgen worden verstrekt of waar bejaarden of jongere kinderen zijn ondergebracht Ruimtes met normale binnentemperatuur: Kantoren, archieven, informaticalokalen, vergaderruimtes, leslokalen; Restaurants, refters, keukens; Verkoopsruimtes (winkels, loketten, enz.); Zalen: auditoria, expositiezalen, multidisciplinaire zalen, enz.; Ateliers en industriële ruimtes bestemd voor mechanische precisie Ruimtes met verlaagde binnentemperatuur: Gangen, trapzalen, toiletten; Bergingen en exploitatielokalen in directe verbinding met de werkruimtes; Sportzalen, inclusief bijbehorende lokalen zoals kleedkamers en douches; Ateliers en industriële ruimtes niet bestemd voor mechanische precisie Ruimtes met gematigde temperatuur: Opslagplaatsen, magazijnen, archieven (indien ontworpen als gescheiden klimatisatiezone); Verwarmde vertrekken van een naburig gebouw; Stookplaatsen. Niet-verwarmde ruimtes: 1( C) Garages, technische ruimtes, distributielokalen; Niet-verwarmde opslagplaatsen, (kruip)kelders en zolders; Onverwarmde vertrekken van een geïsoleerd naburig gebouw; Bron : NBN B voor de berekening van warmteverliezen in gebouwen, SIA 180/4 A5 Facteur de correction pour température de consigne. De ontwerp-buitentemperatuur eb waarmee rekening gehouden moet worden bij het ontwerpen van een verwarmingsinstallatie is genormaliseerd in de Belgische Norm NBN B voor de berekening van warmteverliezen in gebouwen en bedraagt voor Vlaanderen: 2. Binnenluchtkwaliteit eb = 7 à 9 C, afhankelijk van de geografische ligging. Het ventileren van ruimten kan op verschillende manieren gebeuren (natuurlijk, mechanisch) en volgens verschillende principes (mengen, verdringen). De totaal benodigde luchtverversing in een tertiair gebouw is afhankelijk van de bezettingsgraad en van het feit of er gerookt mag worden of niet. Daarnaast kan de keuze van bouwmaterialen de ventilatiebehoeften vermeerderen als gevolg van langdurige afgifte van stoffen die de gezondheid kunnen schaden. 12 In voorkomend geval bij goede thermische isolatie kan de evenwichtstemperatuur eq worden berekend volgens NBN B ; indien voorzieningen zijn getroffen voor het vorstvrij houden kan bij benadering als onderschatting 5 C worden aangenomen. Samenwerkingsovereenkomst

56 Als minimale eis wordt vaak een ventilatiedebiet aangehouden van 30 m³/h per persoon. Deze eis wordt ook door het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming (ARAB) opgelegd voor werknemers. Omdat er tegenwoordig naast de mens steeds meer andere verontreinigingen aanwezig zijn, zoals van afwerkingmaterialen, apparatuur, gebruiksartikelen en de installatie zelf, leidt deze minimale eis vaak niet tot een gewenste luchtkwaliteit. Indien de mens als belangrijkste verontreinigingsbron wordt beschouwd, is de CO 2 - concentratie een indicator voor de luchtkwaliteit, aangezien de productie van geurstoffen door de mens hiermee evenredig is. Algemeen kan gesteld worden dat, indien kan worden aangenomen dat andere bronnen van luchtverontreiniging zo veel mogelijk worden verwijderd uit het ontwerp, het CO 2 -gehalte in de omgevingslucht richtinggevend is voor de binnenluchtkwaliteit. Als eis kunnen de richtwaarden van de maximale CO 2 -gehalten van de volgende tabel gelden. Tabel 9: kwantificering van de eisen inzake maximum CO 2 -gehalte in binnenlucht (CR 1752) Kwalificatie van eisen inzake CO 2-gehalte Criterium minimaal aanvaardbaar redelijk tot goed goed tot comfortabel max. CO 2-gehalte 1000 < CO ppm 800 < CO ppm 800 ppm Bron: Vliet-bis E-GiDS Het is van belang om deze objectief evalueerbare prestatie-eis in het programma van eisen te vertalen in vereiste debieten. De benodigde ventilatiedebieten, in overeenstemming met de criteria uit CR 1752 (uitgedrukt in m³/h.m² en in m³/h.persoon) zijn bijvoorbeeld geïllustreerd in de volgende tabel voor diverse soorten ruimtes in tertiaire gebouwen. Tabel 10: benodigde ventilatiedebieten in bepaalde tertiaire ruimtes (CR 1752) Kwalificatie van de eisen inzake ventilatie Soort ruimte Bezetting grenswaarde richtwaarde streefwaarde (pers./m²) (minimaal) (normaal) (optimaal) m³/h.m² m³/h.pers m³/h.m² m³/h.pers m³/h.m² m³/h.pers Individueel kantoor 0,1 2,9 30 5,0 50 7,2 72 Landschapskantoor rookverbod 20% rokers Vergaderzaal rookverbod 20% rokers 0,07 2,5 3,6 0,5 8,6 15, ,1 28, ,6 39, Auditorium 1,5 23, , ,6 38 Mess, cafetaria rookverbod 20% rokers 0,7 11,5 21, ,2 38, ,8 28, Bron: Vliet-bis E-GiDS 3. Visueel comfort 3a) Algemeen Zowel daglicht als kunstlicht spelen in werk- en verblijfsituaties een belangrijke rol m.b.t. het uitvoeren van visuele taken, ruimtelijke waarneming en kleurbeleving. Daglicht is vooral psychologisch van belang omdat men in het algemeen een contact of uitzicht wenst. De aanwezigheid van ramen is daarvoor een belangrijk aspect, aangezien deze een uitzicht bieden op de buitenomgeving. 4,3 6, ,1 8, Samenwerkingsovereenkomst

57 Daglicht bereikt de werkplek via direct of indirect invallend zonlicht door middel van daglichtopeningen (meestal ramen, al dan niet via serres of atria) en via intern gereflecteerd licht (wanden, plafond, vloer). Dit betekent dat de oriëntatie van het gebouw, belemmeringen (tegenoverliggende bebouwing en eigen gebouw), reflecties in de omgeving van het gebouw, de grootte en positie van de ramen, de aard van de beglazing en zonwering, de vorm van de ruimte en de afwerking van vloer, wanden en plafond van invloed zijn op de aard en hoeveelheid daglicht op de werkplek. Kunstlicht zorgt ervoor dat mensen niet afhankelijk zijn van daglicht. Het gaat bij verlichting niet alleen om de hoeveelheid licht maar ook om de kwaliteit van het licht. Comfortproblemen ten gevolge van een gebrek aan, een teveel aan of een slecht geconcipieerde verlichting (daglicht of kunstlicht), kunnen niet alleen aanleiding geven tot hinder maar ook tot oogvermoeidheid en -irritaties en hoofdpijn. Ook de productiviteit en de visuele prestaties zijn verbonden met het comfort en met de tevredenheid van de gebruikers omtrent hun verlichting. Tot slot is het belangrijk te melden dat het verbruik voor de verlichting op verschillende manieren kan worden teruggedrongen, door efficiënte verlichtingstoestellen, controletechnieken en door een optimaal gebruik van daglicht. Ook is het vanuit het oogpunt energiebesparing nodig om de interne warmtelast ten gevolge van de verlichting en de beglazing te beperken, gezien deze een directe impact heeft op het zomercomfort en op het verbruik van een eventuele koelinstallatie. Er wordt sterk aanbevolen om te eisen dat er voor de verlichting optimaal gebruik gemaakt moet worden van daglicht. Deze eis zal vooral een impact hebben op de controletechnieken die gebruikt zullen worden in de kunstverlichting. Tevens moet het verlichtingsniveau aanpasbaar zijn aan de aard van de werkzaamheden in het vertrek. De verlichtingssterkten zijn afhankelijk van de aanwezigheid van vensters, type beglazing, type beeldschermen, etc. Men zal eventueel een hoger lichtniveau moeten kiezen als men vanaf de werkplek zicht heeft op een hoog lichtniveau (b.v. in aangrenzende ruimten of vanuit het vertrek op het venster), als de taak kleine details en zwakke contrasten bevat en tenslotte bij werknemers met een hogere leeftijd. 3b) Richtwaarden voor parameters voor visueel comfort Om (oog)taken in gebouwen langdurig zonder te grote inspanning te kunnen verrichten is een bepaalde verlichtingssterkte nodig, afhankelijk van de situatie en de taak variërend van 5 tot meer dan 1000 lux. Het minimumniveau van 300 lux is een wettelijk verplichte ondergrens (ARAB) voor administratieve taken, gebaseerd op visueel comfort. De verwachte waarden dienen a priori per lokaal te worden genoteerd, met verwijzingen naar geldende normen, richtlijnen en referentiedocumenten. Merk tevens op dat de kleurtemperatuur (in Kelvin) een maat is voor de lichtkleur: een hoge kleurtemperatuur (bv. daglicht: 6500 K) betekent een blauwachtig of 'koel' wit licht en een lage kleurtemperatuur (bv. een gloeilamp: 2800 K) geeft een eerder roodachtig, warmwit licht aan. Algemeen kan men stellen dat de voorkeur voor een bepaalde kleurtemperatuur zeer subjectief is, maar men houdt bij voorkeur de volgende waarden aan: Kleurtemperatuur: - administratieve ruimten: tussen 3000 K en 5300 K - recreatieve ruimten: < 3300 K Criteria duurzaam bouwen en renoveren: basiscriteria Samenwerkingsovereenkomst

58 1. Basiscriteria isolatie: maximaal toelaatbare U-waarden Deze eisen hebben betrekking op de individuele isolatie van de wanden van de gebouwschil. In de volgende tabel worden eisen gegeven voor de maximaal toelaatbare U-waarden (Umax, te berekenen volgens NBN B ) van de individuele wanden van de warmteverliesoppervlakte van het gebouw. Indien vloerverwarmingssystemen zijn voorzien, dient in alle gevallen een U-waarde voor de vloer van maximaal 0,25 W/m²K te worden gehanteerd. Tabel 11: isolatie-eisen m.b.t. de individuele wanden (maximaal toelaatbare U-waarden) Wanden van de warmteverliesoppervlakte van het gebouw U max (W/m²K) Bovenste daken of plafonds 0,25 Ondoorschijnende buitenwanden 13 (met inbegrip van koudebruggen) 0,40 Onderste vloeren 14 0,50 Doorschijnende wanden of wandelementen, van het verliesoppervlak van het gebouw (inclusief beglaasde deuren, lichtstraten, dakkoepels, glasbouwsteen, ); deuren en poorten U-waarde beglazing (of centraal deel) conform NBN EN 673, 674 of ,2 U-waarde beglazing (of centraal deel) inclusief schrijnwerk (incl. raamwerk, ingebouwde rolluiken, ventilatieroosters, ) 1,6 2. Basiscriteria inzake koudebruggen De beoordeling dient te gebeuren a.d.h.v. de temperatuursfactor f zijnde de verhouding van het verschil tussen de oppervlaktetemperatuur en de buitentemperatuur tot het verschil tussen de binnentemperatuur en de buitentemperatuur: f = (Tio Te ) / (Ti Te). Algemeen dient voor iedere structurele bouwknoop van de buitenschil van het gebouw en voor iedere aansluiting van de gebouwenschil met schrijnwerk de volgende eis te worden gehaald: f > 0,7. 3. Basiscriteria inzake K-peil Het globaal isolatiepeil van het gebouw, berekend volgens NBN B , mag niet meer bedragen dan K Basiscriteria inzake materiaalkeuze Het in de gebouwen gebruikte hout dient te komen van FSC (Forest Stewardship Council)- gecertificeerde bossen die voldoen aan de principes en criteria inzake duurzaam bosbeheer. 13 Bij voorkeur wordt de isolatie langs de buitenzijde aangebracht. Hierdoor kunnen koudebruggen worden vermeden en wordt de thermische massa van het gebouw vergroot. Een equivalentieprincipe (simulatie of meerdimensionale berekening) kan eventueel worden voorgelegd voor dubbele gevels, buitenwanden in contact met niet-beschermde maar vorstvrije ruimten of in contact met de volle grond, evenals voor gemeenschappelijke wanden tussen beschermde ruimtes. 14 Een gelijkwaardigheidsprincipe (simulatie of meerdimensionale berekening) kan worden voorgelegd voor vloeren boven nietbeschermde maar vorstvrije ruimten of vloeren op volle grond, evenals voor gemeenschappelijke vloeren tussen beschermde ruimtes. 15 Beglazing is nog steeds de zwakste schakel in de thermische isolatie van een gebouw en het vermijden van oververhitting. De evaluatie van de warmte-isolatie van beglazing gebeurt op basis van de U g-waarde centraal bepaald op het glasoppervlak, die voornamelijk afhankelijk is van het aantal glasplaten (enkel, dubbel, driedubbel), de aard van de spouwvulling tussen de glasplaten (droge lucht of gasvulling) en de aanwezigheid van warmtereflecterende coatings op de glasplaten. Om de warmteverliezen in het stookseizoen te beperken is een lage U g-waarde erg belangrijk. Door te kiezen voor verbeterd dubbel glas met gasvulling en warmtereflecterende coating kunnen U g-waarden tot 1,1 W/m²K bekomen worden. Deze beglazing heeft een relatief lage meerprijs ten opzichte van gewoon dubbel glas. NBN EN 673 is een rekenmethode voor het bepalen van de U-waarde. NBN EN 674 en 675 zijn experimentele methodes. Een norm EN 1098 is in ontwikkeling en behelst een bijkomende experimentele methode. Samenwerkingsovereenkomst

59 Het gebruik van (H)CFK-houdende isolatiematerialen is verboden. Het gebruik van CFK s in koelcircuits is verboden. Bij behoud van een koelinstallatie dienen de CFK s te worden vervangen en op een milieuvriendelijke wijze te worden vernietigd. Vloeren dienen met materialen met hoge duurzaamheid te worden afgewerkt, rekening houdend met de mogelijke aantasting door kuisproducten en desinfectiemiddelen, het akoestisch effect van de materiaalkeuze en de eenvoud van het herleggen van mogelijk geïntegreerde bekabeling en luchtkanalen. Indien beton wordt gebruikt, dan is het gebruik van biologisch afbreekbare ontkistingsvloeistoffen/-smeermiddelen verplicht. 5. Basiscriteria verwarming 5a) Productie Er dient voor nieuwbouw te worden geopteerd voor productie van warmte door middel van een condenserende gasketel met een HR-Top label. Indien stookolie als brandstof wordt gebruikt, moet er een hoog rendementketel met een Optimaz label worden voorzien. Nieuwe gebouwen en gebouwen die gerenoveerd worden mogen niet elektrisch worden verwarmd. In het geval van reeds aanwezige ketels van meer dan 15 jaar oud is een volledige keuring van de verwarmingsinstallatie vereist en advies over vervanging of alternatieve oplossingen. Deze keuring omvat minimaal een beoordeling van het rendement van de ketel bij vol- en deellast en van de ketelgrootte vergeleken met de verwarmingseisen van het gebouw. Bij de keuring dient te worden gelet op het energieverbruik en de vermindering van de uitstoot van CO 2. Het keuringsrapport dient te beslissen over een eventuele vervanging door efficiëntere toestellen. Hierbij dient de nota te argumenteren of oude verwarmingselementen zoals radiatoren kunnen worden hergebruikt bij overschakeling op een systeem voor lagetemperatuur verwarming. 5b) Distributie Het toepassen van een verlaagd temperatuurregime voor de warmtedistributie (maximum 70 C/50 C) is verplicht, tenzij niet kan worden voldaan aan de isolatie-eisen. Bij goed geïsoleerde gebouwen is de hoeveelheid te leveren warmte vrij klein waardoor lage temperatuurverwarming of stralingsverwarming mogelijk wordt. Lage temperatuurverwarming (LT) heeft enkele interessante voordelen: - energiebesparend door een beter installatierendement (toepassing van condensatietechniek, verminderde distributieverliezen, beter afgifterendement) en minder verliezen door ventilatie (lagere luchttemperaturen); - verhoogt het comfort door stralingswarmte, goede warmteverdeling, geen koude vloeren en minder tocht verschijnselen door lagere luchttemperaturen; - betere luchtkwaliteit door minder luchtbeweging, minder stofverspreiding, geen stofschroei; - betere kansen voor toepassing van alternatieve duurzame energiebronnen als warmtepompen en zonnecollectoren. Inzake het vermijden van stralingsasymmetrie dienen verwarmingselementen langs de raamzijde van ruimtes te worden geplaatst. Verwarmingselementen kunnen slechts elders worden voorzien indien de U-waarde van beglazing+schrijnwerk kleiner dan of gelijk is aan 0,8 W/m²K. Samenwerkingsovereenkomst

60 Leidingen, kraanhuizen en pompen voor warmtetransport dienen van een aangepaste isolatie te worden voorzien. Op deze manier worden de distributieverliezen tot een minimum gereduceerd. 5c) Regeling Het toepassen van een geïntegreerde ketel- en kringsturing met weersafhankelijke temperatuurregeling en start/stop-optimalisering is verplicht, evenals het toepassen van goed regelbare thermostatische kranen. Een toerentalregeling op de pompen van de verwarmingsinstallatie is verplicht voor installaties met een thermisch vermogen groter dan 55 kw en voor alle kringen met een variabel debiet. 6. Basiscriteria ventilatie 6a) Productie Bij de keuze van natuurlijke luchttoevoer vanuit de buitenomgeving dienen bij nieuwbouw zelfregelende winddrukonafhankelijke roosters te zijn voorzien om te hoge ventilatiedebieten en eventuele tocht bij wind te vermijden. Het elektrisch vermogen per opgeleverd luchtdebiet mag bij nieuwe mechanische ventilatieeenheden maximaal 0,7 W/(m³.h) bedragen. Bij behoud van reeds aanwezige mechanisch ondersteunde ventilatiesystemen van meer dan 15 jaar oud is een volledige energetische keuring vereist. Bij negatief advies dient de ventilatiegroep te worden vervangen of dienen alternatieve oplossingen te worden gezocht. 6b) Distributie Volgende eisen worden opgelegd voor mechanisch ondersteunde ventilatie. De luchtsnelheid in luchtgroepen dient te worden beperkt tot maximaal 2 m/s. De luchtsnelheid in kanalen, dient te worden beperkt tot maximaal 4 m/s. Het maximaal drukverlies over installatie-onderdelen van de ventilatie dient van de klasse laag of normaal te zijn, volgens pren Ongecontroleerde verliezen dienen te worden vermeden door luchtdicht te installeren. Indien systematisch geen ronde kanalen met dubbele dichtingsring worden gebruikt, dan dienen luchtdichtheidstesten voor de ventilatie-installatie te zijn voorzien in het bestek ter verificatie van het voldoen aan gestelde prestatie-eisen. Teneinde de aanwezigheid van luchtlekken te beperken is voor mechanische luchttoevoer en -afvoer het gebruik van kanaalsystemen van Klasse B, volgens de normalisatie Eurovent 2/2, verplicht voor kanalen die buiten de bediende ventilatiezone liggen. De verbindingen in het kanalensysteem moeten perfect luchtdicht afgewerkt worden om een goede werking mogelijk te maken. Voor ventilatiezones die voorzien zijn van mechanische pulsie is in nieuwbouw warmterecuperatie door middel van warmtewisselaars verplicht. Warmte-wisselaars dienen minimaal een temperatuurrendement te hebben van 80%. Een testrapport ter zake kan worden opgevraagd. Samenwerkingsovereenkomst

61 Voor renovaties geldt: indien een luchtgroep wordt vernieuwd of indien enkel mechanische extractie of enkel mechanische pulsie aanwezig is, dan is een grondige kosten-batenstudie van de implementatie van warmterecuperatie verplicht. 6c) Regeling Voor alle bestaande en voorziene mechanische luchttoevoer- en afvoereenheden is een studie voor de implementatie van variabele luchtdebieten noodzakelijk. Bij mogelijkheden voor variabele luchtdebieten is de implementatie van een sturing in functie van aanwezigheid of luchtkwaliteit verplicht. Het toepassen van vraaggestuurde ventilatietechnieken in functie van aanwezigheid of luchtkwaliteit is verplicht voor mechanische ventilatie van tijdens kantooruren niet-permanent bezette ruimtes. Hiervoor kan enkel uitzondering worden gemaakt indien voor die luchtkring én een debiet lager dan 1000 m³/h wordt voorzien én warmterecuperatie wordt toegepast. 7. Basiscriteria koeling De behoefte aan een koelinstallatie dient te worden vermeden door minimalisatie van de koellast. In ons klimaat vergt het vermijden van koelinstallaties geen zware inspanningen, op voorwaarde dat bouwkundige ingrepen worden voorzien. Het ontwerp zal in sterke mate de koellast bepalen. Overhangende delen, buitenzonwering, kleinere ramen, lichtgekleurde façaden en daken behoren tot efficiënte maatregelen om de koellast te verlagen. Een goed ontwerp moet toelaten dat koudeproductie grotendeels kan worden vermeden. 7a) Productie De haalbaarheid dient te worden onderzocht van het beperken van de koellast en het vermijden van koeling door middel van aangepaste elektrische verbruikers en ingrepen op de gebouwenschil. Het resultaat van een dergelijke beoordeling dient beschikbaar te zijn voor raadpleging door alle betrokkenen. In het geval dat koelelementen worden geïmplementeerd in nieuwbouw of bij renovatie, mag het opgeslorpt elektrisch vermogen (in Watt elektrisch) in geen geval groter zijn dan de koelcapaciteit (uitgedrukt in Watt thermisch) vermenigvuldigd met een factor 0,2. Van ieder toestel dienen ter zake testrapporten te kunnen worden geleverd, opgesteld door een onafhankelijk testinstituut. Bestaande centrale airconditioningsystemen met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kw moeten, onafhankelijk van hun ouderdom, worden gekeurd. Deze keuring omvat minimaal een beoordeling van het rendement van de airconditioning bij vol- en deellast en van de dimensionering vergeleken met de koelbehoefte van het gebouw. 7b) Distributie Leidingen, kraanhuizen en pompen voor koudetransport dienen van een aangepaste isolatie te worden voorzien. Op deze manier worden de distributieverliezen tot een minimum gereduceerd. Bij renovaties dient een keuringsrapport te beslissen inzake het vervangen of toevoegen van isolatie. 7c) Regeling Samenwerkingsovereenkomst

62 Een toerentalregeling op de pompen van de koelinstallatie is verplicht voor installaties met een thermisch koelvermogen groter dan 55 kw en voor alle kringen met een variabel debiet. 8. Basiscriteria kunstlicht 8a) Productie De prestatie-eis voor het vermogen van de verlichting is maximaal 2 à 2,5 W/(m².100 lux). Voor renovatieprojecten dienen voor de basisverlichting gloeilampen en halogeenlampen te zijn vervangen door spaarlampen en ontladingslampen. Waar armaturen worden vervangen dient ook te worden gekozen voor armaturen met een hoog rendement. Waar nodig kan bijkomend taakverlichting op een werkvlak worden voorzien. Voor verlichtingsinstallaties ouder dan 15 jaar, is de renovatie van de verlichtingsinstallatie verplicht. De verlichtingstechnologie heeft de laatste 15 jaar immers een grote vooruitgang geboekt. Daardoor is het energieverbruik van verlichtingsinstallaties gemiddeld met 40% gedaald, terwijl het verlichtingscomfort sterk werd verbeterd. 8b) Regeling Bij nieuwe of te vervangen verlichting dient minimaal per lokaal, doch bij voorkeur per armatuur te kunnen worden geregeld naar behoefte. Er bestaat hiertoe keuze uit volgende mogelijkheden: - Automatisch traploos regelen van het lichtniveau afhankelijk van de hoeveelheid zonlicht (daglichtdimming); - Automatisch uitschakelen van de verlichting bij afwezigheid van personen; - Dimmen van de verlichting naar behoefte door lichtdimmers. 9. Basiscriteria gebouwbeheer Op gebouwniveau dient energieregistratie en beheer te worden voorzien door het implementeren van aangepaste energie- en watertellers met pulsuitgang. Gegevens inzake verbruik van energie en water dienen op één centrale plaats te kunnen worden afgelezen, opgeslaan en geanalyseerd. 10. Basiscriteria sanitair 10a) Sanitair warm water De temperatuur van het water dient niet hoger ingesteld te worden dan strikt noodzakelijk (max. 65 C na kortstondig naverwarmen: legionellabacteriën worden gedood vanaf 55 C). Het gebruik van elektrische waterverwarmers, verwarmingslinten en elektrische naverwarming moet worden vermeden. De plaats van de waterverwarmer en het leidingtracé zijn bij nieuwbouw te optimaliseren naar inhoud van het warm waternet. Het isoleren van alle warm waterleidingen dient te zijn voorzien. 10b) Sanitaire uitrusting Samenwerkingsovereenkomst

63 Douchekoppen dienen spaardouchekoppen te zijn met een verbruik van maximaal 4 à 6 l/min. Bij renovatie dienen ze waar nodig te worden vervangen. Waterkranen aan wastafels dienen in alle gevallen te zijn uitgerust met een schuimmondstuk of perlator met debietbegrenzingsring. Bij nieuwbouw of renovatie van sanitaire ruimtes dienen toiletten te zijn voorzien van waterbesparende spoelbakken met keuzeknop (3 en 6 liter) en dienen wastafels en urinoirs van collectieve toiletten te zijn voorzien van een automatische activering. 11. Basiscriteria liften Bij renovatie of implementatie van liften is het gebruik van hydraulische liften niet toegestaan voor transport van personen. Liften zonder machinekamer en met een zeer energiezuinige hefmotor verdienen de voorkeur. 12. Basiscriteria regenwater Captatie en gebruik van regenwater dient bij nieuwbouw te zijn opgenomen. Het gebruik van regenwater voor toiletspoeling, wasmachines en dienstkranen is verplicht voor nieuwbouwprojecten en verplicht in te voeren bij verbouwingen indien een regenwaterreservoir aanwezig is. Afvalwater en regenwater dienen langs afzonderlijke hoofdriolen te worden afgevoerd. Criteria duurzaam bouwen en renoveren: extra criteria 1. Extra criteria isolatie: maximaal toelaatbare U-waarden In de volgende tabel worden aanbevolen waarden gegeven voor de maximaal toelaatbare U- waarden (Umax, te berekenen volgens NBN B ) van de individuele wanden van de warmteverliesoppervlakte van het gebouw. Hierin wordt enkel een onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en renovatie, onafhankelijk van het type gebouw. Tabel 12: Aanbevelingen isolatie van de individuele wanden (Umax-waarden) Wanden van de warmteverliesoppervlakte van U max (W/m²K) het gebouw Renovatie richtwaarde Nieuwbouw richtwaarde Nieuwbouw streefwaarde 16 Bovenste daken of plafonds 0,25 0,20 0,20 0,16 < 0,11 Ondoorschijnende buitenwanden (met inbegrip 0,33 0,25 0,25 0,20 < 0,16 van koudebruggen) Onderste vloeren 17 0,50 0,33 0,40 0,33 < 0,20 Doorschijnende wanden of wand-elementen, van het verliesoppervlak van het gebouw (inclusief beglaasde deuren, lichtstraten, dakkoepels, glasbouw-steen, ); deuren en poorten centraal deel + schrijnwerk (incl. ingebouwde rolluiken, ventilatieroosters, ) 1,6 1,3 1,5 1,3 < 1 0,80 2. Extra criteria inzake materiaalkeuze 16 De voorgestelde streefwaarden liggen in het bereik van de passiefhuis-standaard. 17 Ook voor keldervloeren bij verwarmde kelders en voor scheidingswanden tussen verwarmde en niet-verwarmde binnenruimtes. Samenwerkingsovereenkomst

64 Voor de implementatie van houten schrijnwerk kan niet-verduurzaamd hout worden gebruikt. Voorwaarde is dat de juiste houtsoort en de juiste constructies en detailleringen gebruikt worden. Voor renovatiewerken aan kunststof of metalen schrijnwerk kan worden omschreven hoe het vervangen schrijnwerk wordt gerecupereerd of gerecycleerd. In Annex G Guidelines for low-polluting buildings van CR 1752 worden criteria gegeven voor de kwalificering van de luchtvervuilingsgraad van materialen. Aanbevolen wordt om oppervlakken behorende tot de categorie M3 te vermijden en oppervlakken behorende tot M2 lager te houden dan 20%. Het gebruik van watervervuilende dakbedekkingen wordt afgeraden. Het gebruik van PVC wordt afgeraden. Tegenwoordig bestaan er tal van alternatieven voor bouwproducten op de markt, waarbij PVC wordt vervangen door kunststoffen of andere materialen met een geringere milieu-impact. Het overdreven gebruik van producten op basis van portlandcement, beton en baksteen kan inzake de reductie van CO 2 -emissies in vraag worden gesteld. Het gebruik van klinkerarme cementsoorten wordt in ieder geval aangeraden. Beperk tevens het aandeel cement in pleisters door te opteren voor kalk- of leemvarianten. Indien beton wordt gebruikt dan kan dit beton voor structurele doeleinden voor minimum 30% bestaan uit recyclaatgranulaat van metselwerk- en/of betonpuin (als grindvervanger). Voor dekvloeren kan 100% recyclaatgranulaat worden gebruikt. Vermijd het metsen van bakstenen en opteer bij gebruik van bouwstenen voor gelijmde of drooggestapelde constructies. Streef naar schuim- en kitarme detaillering. Gebruik bij voorkeur skeletaire draagconstructies die achteraf worden ingevuld. Bevorder hierbij de mogelijkheid tot ontmantelen van het skelet achteraf. Er wordt aanbevolen om op een doorgedreven wijze materialen en bouwproducten toe te passen die eenvoudig ontmantelbaar, ontkoppelbaar en voor 100% herbruikbaar of recycleerbaar zijn. Gebruik bij gesloten verhardingen altijd zo veel mogelijk recyclaatmateriaal. Het gebruik van gesloten wegdekverhardingen wordt evenwel afgeraden. Indien de bodembedekking en de ondergrond voldoende doorlatend zijn en het grondwater niet tot aan het maaiveld reikt, zal het regenwater vrij snel de bodem intrekken. De doorlaatbaarheid mag niet verminderd worden door berijden tijdens en na aanleg. Bij vorstgevaar moet een onderfundering voorzien worden uit bijvoorbeeld grove grond. De verharding kan bestaan uit steenslag of dolomiet eventueel voorzien van een geotextiel, waterdoorlatende straatstenen of -platen, beton of polyethyleen grastegels, houtspaanders, enz. Het gebruik van watergebaseerde verven wordt aangeraden. 3. Extra criteria: daglichtontwerp van lokalen Bij voorkeur treedt daglicht toe in de meeste lokalen, zodanig dat lokalen met daglichttoetreding meer dan 80% van de totale vloeroppervlakte beslaan. In het bijzonder kunnen ook alle sanitaire ruimtes en traphallen worden voorzien van efficiënte daglichttoetreding zodat kunstlicht niet dient te worden ontstoken. De uitgangsvereiste is dat tijdens de dag, elke ruimte op een veilige wijze kan betreden worden zonder kunstlicht te ontsteken. 4. Extra criteria verwarming en koeling Samenwerkingsovereenkomst

65 Voor nieuwe gebouwen of renovaties met een totaaloppervlakte van meer dan 1000 m² dient de technische, milieutechnologische en economische haalbaarheid van het installeren van gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening, mogelijk gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen, warmtekrachtkoppeling (WKK), stadsverwarming of warmtepompen te worden beoordeeld. Het resultaat van een dergelijke beoordeling dient beschikbaar te zijn voor raadpleging door alle betrokkenen. Voorzie eenvoudig programmeerbare tijdschakelaars en optimizers en een goede regelbaarheid van de ruimtetemperatuur. Ontwerp vloeistofcircuits zodanig dat de drukval in componenten wordt verlaagd, bvb. maximum 2 à 3 bar in leidingen, bochten, warmtewisselaars, enz. Merk op dat balancerende inregelkranen hoge en permanente drukverliezen leveren. Voor de inregeling kan men ook werken met driewegkranen, toerentalgeregelde pompen en goed gedimensioneerde leidingen. Ontwerp verwarmingscircuits op een temperatuurregime van maximaal 60/40 C, en koelcircuits op een regime van relatief hoge temperatuur (bijvoorbeeld 12/18 C). Hanteer voor grote koelinstallaties een streefwaarde van de COP van minimaal 7,0. Voorzie voor pompen een rendement van minimaal 85%. 5. Extra criteria ventilatie De luchtsnelheid in de luchtgroepen en kanalen kan op eenvoudige wijze worden beperkt tot maximaal 2 m/s, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan het verlagen van de stromingsweerstanden (bvb. zo min mogelijk bochten en vernauwingen. Het maximaal drukverlies over installatie-onderdelen van de ventilatie kan van de klasse laag zijn, volgens pren Ventilatoren hebben voor grotere gebouwen een belangrijk aandeel in het totale energieverbruik van een gebouw. Dit energieverbruik kan worden beperkt door de ventilatoren zelf energiezuiniger te maken. Het elektrisch vermogen per opgeleverd luchtdebiet kan per ventilatiegroep worden beperkt tot maximaal 0,4 W/(m³.h). Teneinde de aanwezigheid van luchtlekken te beperken is het gebruik van ronde kanalensystemen van Klasse C volgens Eurovent 2/2 bij voorkeur te voorzien voor alle kanalen die buiten de bediende ventilatiezone liggen. Voor de diverse luchtgroepen kan een aansluiting worden voorzien op bodem/luchtwarmtewisselaars. Voorzie in de meeste lokalen bij voorkeur een werking op basis van aanwezigheidsdetectie of op basis van luchtkwaliteit, evenals goed regelbare ventilatiemonden. Het gebruik van CO 2 -sensoren kan zeker kosteneffectief worden aanbevolen voor maximale debieten vanaf 4000 m³/h. Voor niet-permanent gebruikte ruimtes en zones loont het gebruik van CO 2 - sensoren zeker vanaf 1000 m³/h. Luchtdichtheidstesten voor het gebouw kunnen worden voorzien in het bestek ter verificatie van het voldoen aan gestelde prestatie-eisen. 6. Extra criteria sanitair Samenwerkingsovereenkomst

66 Alle was- en afwasmachines kunnen bij nieuwbouw of renovatie van ruimtes hiervoor voorzien van het type hot-fillapparaten te zijn, die gebruik maken van warm tapwater. In geen geval mag het warm tapwater hiervoor afkomstig zijn van een elektrische boiler. Toiletten kunnen worden voorzien van een boostersysteem met een maximum waterverbruik van 2,5 of 4 liter (twee standen). Er kan worden bestudeerd of warmterecuperatie uit afvalwater zinvol kan worden toegepast. 7. Extra criteria groene daken Bij voorkeur wordt zo weinig mogelijk regenwater naar de rioleringen afgevoerd door het optimaliseren van regenwatergebruik en het toepassen van regenwaterbuffering en - infiltratie. Een groen dak is een warm dak met bovenop - i.p.v. van de traditionele grind- of tegelballast - een wortelwerende laag, een drainagemat, een laag substraat, een verankeringsnet en de begroeiing bestaande uit een dunne laag geselecteerde mossen. Deze daken vergen nauwelijks onderhoud. De dakdichting is beschermd tegen licht en thermische schokken. Deze daken kunnen aanzienlijk wat water opslaan welke hoofdzakelijk verdampt. Ook zwak hellende daken kunnen als groen dak uitgebouwd worden. 8. Extra criteria elektriciteit en communicatie 8a) Elektrische toestellen Het gebruik van gas- of inductiekookplaten wordt aanbevolen. Elektrische kookplaten worden vermeden. Alle droogkasten bij nieuwbouw, of renovatie van ruimtes hiervoor voorzien, kunnen van het type gasdroogkasten te zijn. De interne warmtewinsten van elektrische apparatuur dienen zo veel mogelijk te worden beperkt. Bij de keuze van apparatuur dient systematisch te worden gestreefd naar vergelijking van opgeslorpt elektrisch vermogen (zeker ook voor de keuze van computers, beeldschermen, telefooncentrales, enz.) 8b) Kabelnetwerken Er wordt aanbevolen om kabelnetwerken te beperken en bekabeling voor verschillende toepassingen zo veel mogelijk te integreren. Heden bestaan er diverse mogelijkheden om stroomvoorziening, telefonie, datacommunicatie, kabeldistributie, internet en dergelijke te combineren op multifunctionele dragers. Bij het ontwerpen van computerwerkposten, stroomvoorzieningen en draadloze communicatie besteedt men bij voorkeur extra aandacht aan de mogelijke effecten op de gezondheid. 8c) Noodsystemen Voor het ontwerp van noodstroomgeneratoren, brandbeveiligingssystemen, bewakingssystemen en no-break installaties kan bijzondere aandacht worden besteed aan de keuze van energiezuinige en milieuvriendelijke oplossingen. 9. Extra criteria innovatie Samenwerkingsovereenkomst

67 In het kader van een uitdrukking van het gelijkwaardigheidsprincipe wordt innovatie in de bouw aangemoedigd. Zo kunnen bijvoorbeeld mogelijkheden worden onderzocht om warmte of koude te bufferen in gebouwruimtes, in gebouwmassa, in microklimaatzones, in de bodem of in waterpartijen. Ook innovatieve systemen voor warmtewisseling kunnen hierbij worden bestudeerd (bijvoorbeeld de implementatie van bodem/luchtwarmtewisselaars). Het voorzien van passieve verwarmingstechnieken vereist het correct ontwerp van eventuele bufferzones en een grondige studie van het thermisch comfort in zomer- en in wintersituaties door middel van simulaties. Het toepassen van elektrische warmtepompen die op buitenlucht werken wordt afgeraden. Immers: elektriciteit is 3 à 4 keer duurder dan gas en warmtepompen zijn dure, ingewikkelde en onderhoudsintensieve installaties. Normaal zou een dergelijke warmtepomp voor 1 kwh elektriciteit 4 à 5 kwh warmte moeten leveren. In de praktijk blijken de gemeten rendementen echter tegen te vallen aangezien men veel warmte nodig heeft als de temperatuur buiten laag is en men dus weinig warmte kan ontrekken. Voor grond- en grondwaterwarmtepompen blijven de rendementen redelijk constant omdat die met een nagenoeg constante temperatuur werken. De energiebalans (vergelijking tussen condenserende ketel en warmtepomp) helt over in het voordeel van de warmtepomp, maar het financiële plaatje is het grootste nadeel. Bij toepassing van een dergelijk type systemen wordt aangeraden om een grondige kosten-batenanalyse te verrichten. 10. Extra criteria gebouwbeheer De toepassing van een gebouwbeheersysteem is verplicht. Dit gebouwbeheersysteem dient per ruimte/ gebouwdeel de volgende aspecten te registreren en per maand te rapporteren in functie van de eisen opgesteld in het programma van eisen: - aan- en uitschakelmomenten van de verwarming, koeling, verlichting, zonwering, ventilatie, pompen, bevochtiging; - temperaturen in referentieruimtes, ten minste aan iedere geveloriëntatie van het gebouw en op iedere verdieping; - de instelparameters van de productie-eenheden voor verwarming, koeling, bevochtiging en luchtbehandeling; - het energieverbruik van alle klimaat-, verlichtings-, laboratorium- en persluchtsystemen. Het gebouwbeheersysteem dient erop te zijn voorzien dat een directe koppeling kan worden verwezenlijkt met de invoer van factuurgegevens inzake verbruik van energie en water en dat minstens jaarlijks een energiebalans en rapport van het gebouw kan worden geleverd. Het bestek dient minimaal een volledige beschrijving van alle sensoren en hun ingestelde parameters te bevatten. Tevens dient de verificatie van de goede werking van de sensoren na plaatsing per sensor te worden voorzien. Het as-built dossier dient achteraf te beschrijven hoe de instelparameters van de sensor kunnen worden gewijzigd. Criteria hernieuwbare energie De toepassing van zonneboilers of fotovoltaïsche panelen wordt aangemoedigd doch bij toepassing dient de rendabiliteit per project te worden geëvalueerd. Samenwerkingsovereenkomst

68 Bij toepassing van actieve zonne-energie zoals thermische zonnepanelen of fotovoltaïsche panelen dienen deze minstens 85% van het dagelijks beschikbare zonlicht te kunnen ontvangen. Bij toepassing van thermische zonne-energiesystemen in nieuwbouwprojecten moet de warmte worden aangewend voor sanitair warm water, was- en vaatwasmachines, en eventueel (collectieve) verwarming op lage temperatuur. Datalogger Een datalogger is een elektronisch toestel dat de pulsen van de verschillende pulsmeters inleest, tijdelijk opslaat en vervolgens op regelmatige tijdstippen via bijvoorbeeld een modem en telefoonlijn doorstuurt naar het energieboekhoudprogramma. Meer info in de basistekst bij Eén-thema-audit Meer info in de basistekst bij Energieaudit Meer info in de basistekst bij Energiebesparingspotentieel Het energiebesparingspotentieel (= absoluut energieverbruik x potentieel besparingspercentage) kan op de volgende manier bepaald worden: - hoog absoluut energieverbruik (bepaald via Inventaris gebouwen) - hoog potentieel besparingspercentage geëvalueerd door: - informatie, van bijvoorbeeld gebouwgebruiker of technische diensten, die wijst op belangrijke besparingsmogelijkheden vb. mogelijk defecte regeling van de verwarming of inefficiënte armaturen gecombineerd met een hoog aantal branduren; - kengetallen voor brandstof, elektriciteit en water die hoger zijn dan de gemiddelde waarden in Vlaanderen (zie Inventaris gebouwen). Energieboekhouding Meer info in de basistekst bij Energieboekhouding telemetrie Meer info in de basistekst bij Energieboekhouding via internet Meer info in de basistekst bij Energieboekhouding via PC Meer info in de basistekst bij Samenwerkingsovereenkomst

69 Energiecoördinator Handleiding cluster Energie voorlopige niet-gelayoute versie De energiecoördinator is de ambtenaar die binnen de gemeente/stad of provincie de cluster Energie in de Samenwerkingsovereenkomst praktisch coördineert Meer info in de basistekst Energie-eenheden omzettingstabel Een tabel voor de automatische omzetting van energieverbruiken van één eenheid naar een andere (vb. van MJ naar kwh) vindt u op het werkblad Omzettingstabellen in rekenblad Inventaris gebouwen toegevoegd als bijlage E 01 van de handleiding. Energiemanagement Dit is een synoniem voor energiezorg. Energiemeter Door de liberalisering van de energiemarkt wordt de netbeheerder verantwoordelijk voor het beheer en uitlezen van de energiemeters. Meer info op het internet: met name het document Technisch aspecten onder de rubriek Overheden Energiemonitoring Dit is een synoniem voor energieboekhouding. Energiezorg Meer info in de basistekst bij 2.1. en 2.2. Energiezorgsysteem Het energiezorgsysteem heeft betrekking op het management gedeelte van energiezorg, ondermeer de rapportering en het vastleggen van verantwoordelijkheden. Meer info in de basistekst bij 2.1 en 2.2. Entiteiten Met entiteiten worden de gemeentelijke/stedelijke gebouwen, infrastructuren en domeinen bedoeld. Onder domeinen wordt het geheel van gebouwen en/of infrastructuren verstaan die zich op één terrein bevinden en samen één geheel vormen. Gebouwen en/of infrastructuren die deel uitmaken van een domein en een individueel jaarlijks elektriciteitsverbruik boven de kwh of een jaarlijks warmteverbruik hoger dan kwh hebben, worden beschouwd als afzonderlijke entiteiten. Indien na het uitlichten van de gebouwen en/of infrastructuren met een individueel jaarlijks elektriciteitsverbruik boven de kwh of een jaarlijks warmteverbruik hoger dan kwh uit het domein, de overige gebouwen en/of infrastructuren van het domein samen nog een jaarlijks elektriciteitsverbruik boven de kwh of een jaarlijks warmteverbruik hoger dan kwh hebben, wordt dit domein eveneens geboekhoud. Naast rechtstreekse eigendommen worden eveneens entiteiten verstaan waarvan de energiefactuur geheel of gedeeltelijk door de stedelijke of gemeentelijke overheid wordt betaald in uitvoering van een juridische beheerovereenkomst met een derde partij, goedgekeurd door het College van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad. Samenwerkingsovereenkomst

70 Gebruiksaanwijzing Historisch verbruik gebouwen Om de verbruiken van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken dient u elk jaar de verbruiken naar dit overzichtsbestand te kopiëren. Hiervoor gaat u best als volgt te werk: 1 U activeert de functie Kopiëren verbruiken van de inventaris gebouwen (zie volgend trefwoord). 2 U gaat naar het bestand Historisch verbruik gebouwen waar u op de bovenaan verschenen functie Verbruiken wegschrijven klikt. Eerst wordt u gevraagd van welk jaar u de verbruiken wenst weg te schrijven. Daarna worden alle verbruiken van het opgegeven jaar die zich reeds in het historisch verbruik gebouwen zouden bevinden verwijderd, waarna de nieuwe verbruiksgegevens op het werkblad geplakt worden. U kan deze gegevens met de gebruikelijke sorteerfuncties van Excel naar wens sorteren, per gebouw, per jaar of per verbruik. Om de draaitabellen op de andere werkbladen te vernieuwen klikt u met de rechtermuisknop in één van de tabellen. Op het menu dat vervolgens verschijnt kiest u Vernieuw data (Refresh data). Gebruiksaanwijzing Inventaris gebouwen Het rekenblad Inventaris gebouwen is een hulpmiddel bij het oplijsten van het lokale gebouwenpark en kan u helpen om de samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse overheid op te volgen. Het merendeel van de velden die moeten worden ingevuld wijzen zichzelf uit dankzij commentaar dat verschijnt van zodra u in de desbetreffende cel komt te staan. In vele gevallen dient u te kiezen tussen een lijst die ook weer automatisch verschijnt. Cellen met een witte achtergrond kunnen ingevuld worden, cellen met een gele achtergrond worden automatisch berekend of liggen vast. Om vergissingen zoveel mogelijk te vermijden zijn de meeste werkbladen beveiligd. U kan deze beveiliging opheffen maar bedenk dan wel dat sommige aanpassingen zoals onder andere het invoegen of herschikken van kolommen of het hernoemen van werkbladen, de werking van de verschillende functies zal verstoren. Overzicht werkbladen: 1. Werkblad 'Algemeen': Enkele algemene info betreffende de inventaris gebouwen en de contactpersoon. 2. Werkblad 'Inventaris gebouwen': Dit is het belangrijkste werkblad met alle gebouwgegevens en jaarverbruiken voor een maximum van 500 gebouwen. Opgelet!: de brandstof- en elektriciteitsverbruiken dienen in kwh te worden ingevuld. Ook dienen de brandstofverbruiken te worden gecorrigeerd, u gebruikt hiervoor best het werkblad 'Berekenen verbruik'. Omzettingen kan u eventueel zelf uitvoeren via het werkblad 'Omzettingstabellen'. U kan kiezen welke informatie u invult en welke niet. Om een optimale werking van het document te verzekeren worden wel best alle velden met een aan ingevuld. Bovenaan het werkblad 'Inventaris gebouwen' verschijnt een extra menu 'Inventaris gebouwen' genaamd. Ook is er een extra gereedschapsbalk bijgevoegd met daarop dezelfde functies als deze op het menu. Al deze functies hebben betrekking op, en werken enkel op het werkblad 'Inventaris gebouwen'. Samenwerkingsovereenkomst

71 Hier volgt een korte uitleg bij de verschillende functies: - Lijn invoegen: voegt een lijn in waarin alle nodige formules en commentaren zijn vervat; - Lijn verwijderen: verwijdert de lijn waarin de geselecteerde cel zich bevindt en voegt onderaan een lege lijn toe; - Oplopend sorteren volgens huidige kolom: zal de gegevens van de kolom waarin de cursor zich bevindt oplopend sorteren (van een lage naar een hoge waarde, of alfabetisch van A naar Z); - Aflopend sorteren volgens huidige kolom: zal de gegevens van de kolom waarin de cursor zich bevindt aflopend sorteren (van een hoge naar een lage waarde, of alfabetisch van Z naar A); - Bepalen afdrukgebied: vooraleer u gegevens gaat afdrukken verstopt u best die kolommen die u niet mee wenst af te drukken. Om een bepaalde kolom niet af te drukken klikt u eenmaal op de rechthoek die bovenaan elke kolom staat. Als u vervolgens de functie 'Bepalen afdrukgebied' start zullen de onnodige kolommen verstopt worden. Ook zal het afdrukgebied worden beperkt tot die rijen die reeds werden ingevuld. Om te bepalen welke kolommen op dezelfde pagina moeten worden afgedrukt kan u manueel pagina-einden invoegen via de Excel functie Invoegen Pagina-einde ; - Alle kolommen tevoorschijn halen: Gebruik deze functie om alle kolommen weer op het scherm tevoorschijn te brengen nadat u de nodige gegevens hebt afgedrukt. Ook zullen enkel de meest logische pagina-einden worden ingesteld om een duidelijke afdruk te bekomen; - Herstellen instellingen: Als u bepaalde gegevens van andere bestanden hebt gekopieerd, kan het zijn dat er verschillende lettertypes, instellingen, op het blad voorkomen. Om het geheel terug eenvormig te maken start u deze functie waardoor alle oorspronkelijke instellingen worden hersteld. Aan de inhoud van de gegevens wordt niets veranderd; - Kopiëren verbruiken: Om de trend in het energieverbruik en CO 2 -uitstoot te kunnen volgen, schrijft u de gegevens van alle gebouwen best jaarlijks weg naar het bestand 'Historische verbruiken'. Deze functie kopieert alle relevante gegevens waarna u deze in het andere bestand kan wegschrijven; - Wissen verbruiksgegevens: Om het rekenblad niet elk jaar opnieuw volledig te moeten invullen werd er een functie voorzien die enkel de verbruiksgegevens wist maar alle andere info zoals adres, oppervlakte, behoudt. Het wissen van deze verbruiksgegevens is onherroepelijk. Zorg er dus voor dat u het bestand eerst ergens bewaart, de gegevens wegschrijft naar het bestand 'Historische verbruiken' en het bestand met de gewiste gegevens een andere naam geeft; Nog van het werkblad 'Inventaris gebouwen' vindt u hier de betekenis van enkele kolommen: - Oppervlakte: deze waarde wordt gebruikt om de kengetallen van brandstof, elektriciteit en water te berekenen. Om het verbruik van de straatverlichting te kunnen vergelijken kan u hier de oppervlakte van het grondgebied (in km²) invullen; - Op te volgen verbruiken: Als u hier eenmaal de energie- en waterstromen van het gebouw in oplijst, weet u meteen bij het werkblad 'berekenen verbruik' welke gegevens u dient in te vullen. 3. Werkblad 'Berekenen verbruik': Samenwerkingsovereenkomst

72 Als u niet over precieze jaarverbruiken beschikt, helpt dit werkblad u om deze jaarverbruiken te berekenen en eventueel te corrigeren aan de hand van de graaddagenmethode. Brandstofverbruiken worden omgezet in kwh, vul daartoe op het werkblad 'Omzettingstabellen' wel eerst de juiste energie-inhoud van de desbetreffende brandstof in. U kan elke energie- of waterstroom berekenen. Kies eerst het gebouw waarvoor u het verbruik wenst te berekenen en vul dan de verschillende verbruiken en data in. Als u op 'Verwerk gegevens' drukt, worden de verbruiken bij het juiste gebouw naar het werkblad 'Inventaris gebouwen' weggeschreven. Let op: tenzij er voor die energiestroom geen nieuwe gegevens werden ingevuld, worden reeds ingevulde gegevens overschreven. Per meter mag u slechts één regel invullen, anders worden er verbruiken tweemaal meegerekend. U kan de verbruiken aflezen van één (jaar)factuur, zelf eerst de som maken van een aantal op elkaar volgende facturen of éénmaal per jaar de meterstanden in het gebouw noteren, hou in het laatste geval wel rekening met een eventuele meterfactor. Samenwerkingsovereenkomst

73 4. Werkblad 'Omzettingstabellen': Hier vindt u alle gangbare omzettingsfactoren om verschillende energie-eenheden en vermogens om te rekenen. U kan ook de energie-inhoud van de door uw leverancier geleverde brandstoffen invullen. 5. Werkblad 'Graaddagen': Om brandstofverbruiken in de toekomst ook nog te kunnen corrigeren dient u de temperatuurgegevens op het werkblad 'Graaddagen' regelmatig aan te vullen. Daartoe surft u naar waar u de gemiddelde dagtemperaturen van Ukkel (Kolom D, Tm) van de gewenste maand kopieert. Deze temperaturen plakt u in kolom B van het werkblad 'Graaddagen', naast de overeenstemmende datum. De graaddagen 15/15 worden vervolgens automatisch berekend. 6. Werkblad 'Grafieken eerste tien': Door de gegevens op het werkblad 'Inventaris gebouwen' te sorteren kan u kiezen welke gebouwen als eersten staan gerangschikt. Hiervan vindt u vervolgens de grafieken van brandstof, elektriciteit, water en CO 2 -uitstoot. Deze grafieken kan u vervolgens kopiëren naar bijvoorbeeld een Word-document. 7. Werkblad 'Grafieken per functiegroep': Hierbij werden de gebouwen gegroepeerd volgens functiegroep zodat u per groep het elektriciteits-, brandstof- en waterverbruik kan bekijken alsook de CO 2 -uitstoot. Ook deze grafieken kan u vervolgens kopiëren. Gecorrigeerd verbruik Synoniem van het woord klimaat gecorrigeerd verbruik. Meer info onder het trefwoord: graaddagen Gemiddeld aantal graaddagen Meer info onder het trefwoord: graaddagen Globale energieaudit Meer info in de basistekst bij Graaddagen Het begrip graaddag is ingevoerd om verschillende brandstofverbruiken voor verwarming met elkaar te kunnen vergelijken zonder daarbij gehinderd te worden door verschillende weersomstandigheden. Iedereen weet tenslotte dat er meer brandstof nodig is bij strenge vorst, dan bij zacht weer. Met behulp van graaddagen kan men de weersinvloed uitschakelen. Het aantal graaddagen van een dag is 15 C min de gemiddelde etmaaltemperatuur, bijvoorbeeld: - De gemiddelde etmaaltemperatuur = 6 C het aantal graaddagen is dan 15-6 = 9 grd - De gemiddelde etmaaltemperatuur = - 4 C het aantal graaddagen is dan 15 - (- 4) = 19 grd - De gemiddelde etmaaltemperatuur is gelijk of hoger dan 15 C Samenwerkingsovereenkomst

74 het aantal graaddagen is dan 0 grd Door het aantal graaddagen voor de dagen van een maand of jaar op te tellen, kan het aantal graaddagen per maand of per jaar worden berekend. De meest gebruikte graaddagen zijn de graaddagen 15/15 (zie bovenstaand rekenvoorbeeld). Hierbij wordt het verschil genomen tussen 15 C en de buitentemperatuur en deze worden gerekend van zodra de buitentemperatuur lager is dan 15 C. Men veronderstelt dat de verwarming uitgeschakeld mag worden vanaf het ogenblik dat de buitentemperatuur 15 C is, omdat de extra warmtewinsten (zon, mensen en apparaten) het gebouw op de gewenste temperatuur brengen. De graaddagen 16,5/16,5 zijn voor Ukkel vrij verkrijgbaar op het internet: Voor de laatste jaren vindt u op deze site ook gemiddelde buitentemperaturen zodat u, met behulp van het rekenblad Inventaris gebouwen, zelf graaddagen 15/15 kan berekenen. De graaddagen 15/15 methode houdt geen rekening met de werkelijke binnentemperatuur die afhankelijk is van het gebruikspatroon van het gebouw, weekends en vakantieperiodes. In professionele energieboekhoudpakketten gebeurt dat veelal wel. Het klimaat gecorrigeerd verbruik is het verbruik dat men zou hebben in een bepaalde maand of jaar bij gemiddelde klimatologische omstandigheden. Dit verbruik wordt als volgt berekend: Klimaat gecorr. verbruik = Werkelijk verbruik x Gemiddeld aantal graaddagen Actueel aantal graaddagen - Het werkelijk verbruik is het gemeten verbruik gedurende een bepaalde periode; - Gemiddeld aantal graaddagen: aantal graaddagen gedurende een gemiddeld jaar of maand (januari,...). Dit gemiddelde komt overeen met het gemiddeld aantal jaarlijkse of maandelijkse graaddagen gedurende een lange tijdsperiode (vb ); - Actueel aantal graaddagen: feitelijk aantal graaddagen voor de maand of jaar waarvan het verbruik wordt gecorrigeerd. HVAC Engelse afkorting voor Heating, Ventilation en Air-Conditioning. De HVAC-installatie heeft betrekking op die technische onderdelen in het gebouw die instaan voor de verwarming, mechanische ventilatie 18, bevochtiging 18, koeling 18 en ontvochtiging 18 in het gebouw. Inventaris gebouwen Meer info in de basistekst bij De inventarisatie van gebouwen moet onderscheiden worden van energieboekhouding van gebouwen. De inventaris gebouwen heeft betrekking op alle gebouwen maar geeft alleen het jaarlijkse verbruik weer van de gebouwen terwijl energieboekhouding gewoonlijk betrekking heeft op een gedeelte van de gebouwen, meestal de grotere gebouwen, maar waarbij voor deze gebouwen dan wel meer nauwgezet, minimaal op maandelijkse basis, het energieverbruik opgevolgd wordt. 18 Indien aanwezig Samenwerkingsovereenkomst

75 KBE Synoniem van: Kost van de bespaarde energie Kengetallen Energiekengetallen geven het specifieke verbruik per m² of per personeelslid weer. In onderstaande tabel wordt het specifieke verbruik per m² vloeroppervlakte weergegeven voor elektriciteit, brandstof (aardgas en stookolie) en water. De gegevens zijn gebaseerd op de energie- en waterverbruiken van 500, hoofdzakelijk gemeentelijke/stedelijke en provinciale gebouwen in Vlaanderen. De brandstofverbruiken werden omgerekend naar een normaal klimatologisch jaar. Tabel 13: kengetallen energie- en waterverbruik van diverse soorten gebouwen Soort gebouw Elektriciteit Brandstof Water (kwh/m²) (kwh/m²) (l/m²) Laag Midden Hoog Laag Midden Hoog Laag Midden Hoog Sporthal + zwembad Sporthal Zwembad Administratief gebouw Cultureel centrum School Bibliotheek Loods Verzorgingssector Klimaat gecorrigeerd verbruik Meer info onder het trefwoord: graaddagen Kost van de bespaarde energie Kost van bespaarde energie of KBE is een rendabiliteitscriterium voor energiebesparende maatregelen. Door een bepaalde maatregel uit te voeren, kan men een hoeveelheid energie besparen. Door de extra kosten die deze maatregel met zich meebrengt te verdelen over de bespaarde hoeveelheid energie, bekomt men de Kost van Bespaarde Energie (KBE). De Kost van Bespaarde Energie wordt berekend als volgt: kostprijs maatregel (EUR/jaar) vermeden kost (EUR/jaar) KBE (EUR/kWh) energiebesparing (kwh/jaar) Zolang de KBE lager is dan de kwh-prijs, is het rendabel om de energiebesparende maatregel uit te voeren. Samenwerkingsovereenkomst

76 Bij wijze van voorbeeld berekenen we de KBE van de vervanging van een gloeilamp door een spaarlamp. Het plaatsen van een spaarlamp vergt een extra investering, maar resulteert in een lager energieverbruik. We baseren ons op de volgende gegevens: De kostprijs van de maatregel: een spaarlamp kost ongeveer 18; Vermeden kosten: een spaarlamp gaat gemiddeld uur mee, een gloeilamp slechts uur. Men moet dus 10 gloeilampen minder aankopen. Hierdoor bespaart men 10 gloeilampen van 1 = 10 (we rekenen hier de kost van de arbeidsuren niet eens bij); De energiebesparing: voor hetzelfde lichtniveau kan men een gloeilamp van 100 Watt vervangen door een spaarlamp van 20 Watt. Dit betekent een energiewinst van 80 Watt of 0,080 kw. De levensduur van de maatregel: stel dat de lamp uren per jaar brandt, dan bedraagt de levensduur van deze maatregel 5 jaar. Rekening houdend met een actualisatievoet van 4 % bedragen de jaarlijkse aflossingen of annuïteiten van de investeringskost van deze maatregel 4,04. Aangezien er jaarlijks twee gloeilampen minder moeten vervangen worden, bedraagt de vermeden kost 2 x 1 = 2 per jaar. De besparing op het elektriciteitsverbruik bedraagt: u/jaar x 0,080 kw = 160 kwh per jaar. De Kost van Bespaarde Energie bedraagt dan: kostprijs maatregel (EUR/jaar) vermeden kost (EUR/jaar) KBE energiebesparing (kwh/jaar) 4,04 2 KBE 0,01275 EUR/kWh of 1,27 ceur/kwh 160 Indien men deze maatregel zou uitvoeren, dan zou men 1,27 ceur per bespaarde kwh moeten betalen. Dit is heel wat goedkoper dan de prijs per kwh die men momenteel betaalt aan de elektriciteitsmaatschappij (stel 10 ceur/kwh). Aangezien de KBE lager is dan de kwh-prijs, is het rendabel om deze REG-investering uit te voeren. Liberalisering van de energiemarkt In de geliberaliseerde aardgas- en elektriciteitsmarkt worden ondermeer de volgende partijen onderscheiden: - de netbeheerder Dit is een maatschappij die verantwoordelijk is voor het beheer van het aardgas- en elektriciteitsnet, ondermeer de leidingen en de meters. Er zijn meerdere netbeheerders in Vlaanderen. De netbeheerder van gas en elektriciteit kunnen verschillend zijn. In tegenstelling met de energieleverancier kan u uw netbeheerder niet kiezen. Onder netbeheerder wordt hier de distributie-netbeheerder verstaan. - leverancier Dit is een maatschappij die aardgas en/of elektriciteit levert en die u zelf kan kiezen. Samenwerkingsovereenkomst

77 - de eindafnemer: Dit is de klant (vb. een gemeente) Meer info op de website van de VREG ( Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteitsen Gasmarkt ) : Netbeheerder Meer info onder het trefwoord: liberalisering energiemarkt Normaal aantal graaddagen Synoniem van gemiddeld aantal graaddagen. Meer info onder het trefwoord: graaddagen Onderhoudsfirma Een onderhoudsfirma is een bedrijf dat tegen een bepaalde vergoeding zorgt voor het onderhoud en functioneren van een HVAC-installatie. De vergoeding kan vast zijn maar ook variabel in functie van een aantal criteria. Zo kan de vergoeding stijgen in functie van de gerealiseerde energiebesparing. Onderste verbrandingswaarde Meer info onder het trefwoord: verbrandingswaarde Pay-back periode Synoniem van: Terugverdientijd Piekvermogen Het piekvermogen is het maximale vermogen dat in een maand wordt opgemeten. Bij hoogspanningsklanten worden extra kosten aangerekend in functie van het gerealiseerde piekvermogen. Professioneel energieboekhoudsysteem Meer info in de basistekst bij Pulsmeter Dit zijn energie- of watermeters die in een telemetrie systeem via elektronische pulsen de verbruiksgegevens doorgeven aan de dataloggers. Referentiegraaddagen Synoniem van gemiddeld aantal graaddagen. Meer info onder het trefwoord: graaddagen. Rekenhypothesen achter kostramingen energieboekhouding In de basistekst worden een aantal grafieken getoond met de investeringskost en de jaarlijkse kost van een energieboekhoudingsysteem voor de opvolging van 5 en 50 gebouwen (in de basistekst bij Taak 6). Om u inzicht te geven in de rekenhypothesen achter deze grafieken presenteren wij in Tabel 14 en Tabel 15 de gedetailleerde berekeningen. We vermeldden reeds in de basistekst dat de opgegeven totale Samenwerkingsovereenkomst

78 investeringskost en jaarlijkse kost zeer sterk kan afwijken van de cijfers voor concrete producten en diensten. Dit geldt des te meer voor de detail kost onderdelen die in de volgende tabellen worden gepresenteerd. Tabel 14: raming kosten energieboekhouding voor 5 gebouwen (EUR excl. BTW) 19 Component Eenheid via internet via PC manuele ingave telemetrie manuele ingave telemetrie INVESTERING Investering in EUR (A) EUR Voorstudie EUR Loggers&modem EUR Softwarelicentie EUR In bedrijfstelling&opstart EUR Opleiding&cursus EUR Investering andere Eigen personeel dag Meters nvt pm nvt pm Bekabeling nvt pm nvt pm JAARLIJKSE KOST Jaarlijkse kost in EUR (B) EUR/jaar Opvolging EUR/jaar Onderhoudsabonnement EUR/jaar Telefoon datatransmissie EUR/jaar Jaarlijkse kost andere Eigen personeel dag/jaar FINANC. PARAMETERS Gecum. kost 5 jaar (C) EUR (C = A + 5 x B) Gemidd. jaarlijkse kost EUR/jaar (D = C / 5) pm= pro memorie; nvt= niet van toepassing Tabel 15: raming kosten energieboekhouding voor 50 gebouwen (EUR exclusief BTW) Exclusief eventuele tegemoetkomingen door netbeheerder 20 Exclusief eventuele tegemoetkomingen door netbeheerder. Samenwerkingsovereenkomst

79 Component Eenheid via internet via PC manuele ingave telemetrie manuele ingave telemetrie INVESTERING Investering in EUR (A) EUR Voorstudie EUR Loggers&modem EUR Softwarelicentie EUR In bedrijfstelling&opstart EUR Opleiding&cursus EUR Investering andere Eigen personeel dag Meters nvt pm nvt pm Bekabeling nvt pm nvt pm JAARLIJKSE KOST Jaarlijkse kost in EUR (B) EUR/jaar Opvolging EUR/jaar Onderhoudsabonnement EUR/jaar Telefoon datatransmissie EUR/jaar Jaarlijkse kost andere Eigen personeel dag/jaar FINANC. PARAMETERS Gecum. kost 5 jaar (C) EUR (C = A + 5 x B) Gemidd. jaarlijkse kost EUR/jaar (D = C / 5) pm= pro memorie; nvt= niet van toepassing Snelle energieaudit Meer info in de basistekst bij Stookoliedebietmeter Een stookoliedebietmeter is een energiemeter die de verbruikte hoeveelheid stookolie meet. Een stookoliedebietmeter is noodzakelijk om op een zinvolle manier het stookolieverbruik via energieboekhouding te kunnen opvolgen. Stookolieleveringen tijdens een periode zijn een slechte indicator van het verbruik aangezien het verbruik tijdens een bepaalde periode nauwelijks overeenkomst met de leveringen in diezelfde periode. Ook een tijdsmeter van aantal draaiuren van de brander geeft weinig betrouwbare informatie over het feitelijke stookolieverbruik enerzijds omdat het door de branderproducent opgegeven stookolieverbruik per uur dikwijls niet overeenkomst met feitelijk verbruik en anderzijds omdat de brander ook draait bij de opstart van een brandercyclus zonder echter stookolie te injecteren in de ketel. Stookwaarde Samenwerkingsovereenkomst

80 Meer info onder het trefwoord: verbrandingswaarde Streefverbruik Synoniem van verwacht verbruik. Meer info onder het trefwoord: verwacht verbruik Stuurgroep energie Meer info in de basistekst bij Telemetrie Meer info in de basistekst bij Terugverdientijd Dit is het aantal jaren waarin een investering is terugverdiend. De terugverdientijd kan berekend worden door de initiële investering te delen door de jaarlijkse besparing van energie en onderhoudskosten. Een korte terugverdientijd kan wijzen op een hoge financiële rendabiliteit van de maatregel. Het evalueren van een investeringsmaatregel op basis van alleen de terugverdientijd leidt echter dikwijls tot foutieve investeringsbeslissingen ondermeer omdat bij de terugverdientijd geen rekening gehouden wordt met de levensduur van de maatregel. TVT Synoniem van: Terugverdientijd Verantwoordelijke cluster energie Deze persoon is ondermeer verantwoordelijk voor de evaluatie van de rapporten met betrekking tot de Cluster energie in het Milieujaarprogramma. Verbrandingswaarde De bovenste verbrandingswaarde is de hoeveelheid warmte die vrijkomt bij volledige verbranding van een energiedrager indien het bij de verbranding gevormde water gecondenseerd is en dus haar condensatieenergie heeft afgestaan. Het aardgasverbruik op energiefacturen is gewoonlijk uitgedrukt in de bovenste verbrandingswaarde. Een synoniem van bovenste verbrandingswaarde is de calorische bovenwaarde. De onderste verbrandingswaarde is de hoeveelheid warmte die vrijkomt bij volledige verbranding van een energiedrager indien het bij de verbranding gevormde water in gasfase blijft en dus haar condensatieenergie niet heeft afgestaan. Globaal gezien is het verschil tussen beide verbrandingswaarden bij aardgas 10%, bij olie 6% en bij steenkool 3%. Verbruik normale uren en stille uren Verbruik normale uren is het elektrisch verbruik overdag (vb. tussen 7:00 en 22:00) tijdens de werkdagen. Bij een aantal elektriciteitstarieven wordt het verbruik tijdens de normale uren apart gemeten en wordt per kwh, vergeleken met de kwh s verbruikt tijdens de stille uren, een hogere prijs aangerekend. Samenwerkingsovereenkomst

81 Verbruik stille uren is het elektrisch verbruik s nachts (vb. tussen 22:00 en 7:00) tijdens de werkdagen en gedurende de hele dag tijdens het weekend en feestdagen. Verwacht verbruik Het verwacht verbruik is het verbruik dat men met de techniek, organisatie en gedrag van de uitgangsperiode zou verwachten. Het verwacht verbruik wordt berekend met behulp van een bewaakmodel dat in een energieboekhoudsysteem handmatig of statistisch opgesteld kan worden. Hoe het verwacht verbruik berekend wordt door een energieboekhoudsysteem illustreren we met een vereenvoudigd rekenvoorbeeld voor een sportcomplex in een Vlaams-Brabantse stad. In een eerste fase wordt het bewaakmodel berekend. Dit is de relatie tussen het verbruik en het aantal graaddagen voor de uitgangsperiode. Het maandelijkse verbruik in de uitgangsperiode komt in ons voorbeeld (zie Figuur 16) overeen met... - een constant maandelijks verbruik ondermeer voor de productie van sanitair warm water: 4605 m³ aardgas - een verbruik afhankelijk van het aantal graaddagen voor verwarming: 37 m³ aardgas per graaddag Figuur 16: berekening van relatie tussen verbruik en graaddagen Verbruik aardgas (m3) y = 36,93x ,5 R 2 = 0, Graaddagen In de tweede fase wordt het actueel aantal graaddagen per maand berekend voor de periode tijdens dewelke het verbruik zal geëvalueerd worden. In een derde stap wordt het verwacht maandelijkse verbruik berekend. Dit kunnen we berekenen door voor elke maand het actueel aantal graaddagen in het hiervoor berekende bewaakmodel te vullen. In het voorbeeld (zie Figuur 17) bleek het werkelijk verbruik hoger te zijn dan het verwacht verbruik tot en met de maand mei Dit hoger verbruik kan verklaard worden door een intensiever gebruik van het gebouw. In juni 2001 werd een energiebesparende condensatieketel geplaatst waardoor deze tendens werd omgekeerd. Het werkelijk verbruik wordt lager dan het verwacht verbruik. Figuur 17: vergelijking van het verwacht verbruik met het werkelijk verbruik in een sportcomplex Samenwerkingsovereenkomst

82 Aardgas (m3) janv févr. mars avr. mai juin juil. août sept. oct. nov. déc. janv févr. mars Werkelijk verbruik Verwacht verbruik Werkelijk verbruik Meer info onder het trefwoord: graaddagen Wettelijke procedures m.b.t. gunnen van een overheidsopdracht In volgende paragrafen wordt de wetgeving met betrekking tot het gunnen van een overheidsopdracht op een beknopte en wat intuïtieve manier omschreven. Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en Cenergie cvba kunnen op geen enkele manier verantwoordelijk of aansprakelijk worden gesteld voor fouten en/of gebreken die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg zijn van gegevens en/of voorstellen uit de volgende uitleg. Een fundamenteel uitgangspunt van de wetgeving op de overheidsopdrachten is dat een overheidsopdracht gegund wordt op basis van de concurrentie op de vrije markt. In onderstaande tabel worden de belangrijkste procedures kort omschreven. Veel gebruikte procedures bij het toewijzen van energiezorg diensten zijn in praktijk de bestelbon 21 (bij een kleine opdracht) en de onderhandelingsprocedure. De aanbesteding wordt zelden of nooit gebruikt bij het toewijzen van energiezorg diensten omdat bij deze toewijzingsprocedure alleen de prijs een criterium is. Tabel 16: procedure voor het gunnen van een overheidsopdracht Naam procedure Omschrijving Gunningscriteria bestelbon 21 Bedrag excl. BTW < EUR Prijs+kwaliteit onderhandelingsprocedure offerte algemeen Wijze van gunnen die wettelijk als uitzondering is voorzien maar door de overheden het meest van al wordt toegepast. Bedrag excl. BTW < EUR De overheidsopdracht wordt algemeen bekendgemaakt in het bulletin der aanbestedingen (Belgisch staatsblad). Iedereen die dit wenst en aan de voorwaarden voldoet, kan in principe zijn 21 Een bestelbon is strikt juridisch gezien een variante van de onderhandelingsprocedure. Prijs+kwaliteit Prijs+kwaliteit Samenwerkingsovereenkomst

83 offerte beperkt aanbesteding openbaar aanbesteding beperkt kandidatuur stellen om de gepubliceerde overheidsopdracht uit te voeren. In een eerste fase zal de opdrachtgevende overheid een aantal mogelijke kandidaten selecteren. In de tweede fase wordt aan de geselecteerde kandidaten een bestek toegestuurd op basis waarvan de gunning zal gebeuren. idem als offerte algemeen maar prijs is enige gunningcriterium idem als offerte beperkt maar prijs is enige gunningcriterium Prijs+kwaliteit Prijs Prijs Voor gedetailleerde informatie, modelformulieren e.d. adviseren wij u uw technische dienst of uw dienst financiën te contacteren. Meer info op het internet: onder de rubriek Overheidsopdrachten. De sub-rubriek Inleiding tot de wetgeving geeft een goede samenvatting van de wetgeving Samenwerkingsovereenkomst

Wat? Waarom? zo zie je meteen het licht! Invoeren van de energieboekhouding

Wat? Waarom? zo zie je meteen het licht! Invoeren van de energieboekhouding E1 zo zie je meteen het licht! Invoeren van de energieboekhouding Wat? Waarom? Energiebesparende acties bouw je niet op los zand. Het is belangrijk om eerst het energieverbruik in kaart te brengen en de

Nadere informatie

:: Energiezorg in scholen

:: Energiezorg in scholen :: Energiezorg in scholen www.cenergie.be Daisy Dierickx ([email protected] ) Cenergie, productmanager energie-audits Johan Coolen ([email protected]) Cenergie, productmanager onderzoek

Nadere informatie

Handleiding energiezorg lokale overheden

Handleiding energiezorg lokale overheden Handleiding energiezorg lokale overheden in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse overheid 12 juli 2002 Inhoudstafel Inhoudstafel INHOUDSTAFEL 2 1. INLEIDING 3 2. ENERGIEZORG WAT EN

Nadere informatie

Huishoudelijk elektriciteitsverbruik per aangesloten inwoner Hoeveelheid elektriciteit die verbruikt wordt binnen de Genkse huisgezinnen.

Huishoudelijk elektriciteitsverbruik per aangesloten inwoner Hoeveelheid elektriciteit die verbruikt wordt binnen de Genkse huisgezinnen. HUISHOUDELIJK ELEKTRICITEITSVERBRUIK Omschrijving Meeteenheid Beleidsdomein Relatie met de SO Gemeentelijke beleidsdoelstelling bron Dataleverancier Huishoudelijk elektriciteitsverbruik per aangesloten

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam Gebouw : ENERGIE

Opleiding Duurzaam Gebouw : ENERGIE 1 Opleiding Duurzaam Gebouw : ENERGIE Leefmilieu Brussel Monitoring, onmisbaar hulpmiddel in elke fase van energiebeheer Vincent DIERICKX Cenergie CVBA Doelstelling(en) van de presentatie Inzicht in de

Nadere informatie

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen MILIEUBAROMETER: INDICATORENFICHE ENERGIE 1/2 Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 Milieubarometer: Energieverbruik gemeentelijke gebouwen Indicatorgegevens Naam Definitie Meeteenheid Energieverbruik gemeentelijke

Nadere informatie

Energiezorgsysteem + premies voor gemeenten. Brussel, 29 juni 2007 Ronny Thevis

Energiezorgsysteem + premies voor gemeenten. Brussel, 29 juni 2007 Ronny Thevis Energiezorgsysteem + premies voor gemeenten Brussel, 29 juni 2007 Ronny Thevis Inhoud 1. Voorstelling Infrax 2. Energiezorgsysteem voor gemeenten 3. Premies voor gemeenten 1. Voorstelling Infrax WVEM IVEG

Nadere informatie

CO 2 -Prestatieladder

CO 2 -Prestatieladder CO 2 -Prestatieladder Energiemanagement actieplan Schilderwerken De Boer Obdam B.V. 2015 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 Auteur(s): R. de Boer (Schilderwerken

Nadere informatie

Energieboekhouding BRISE. Thomas Deville. Facilitator Duurzame gebouwen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Energieboekhouding BRISE. Thomas Deville. Facilitator Duurzame gebouwen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Energieboekhouding BRISE Thomas Deville Facilitator Duurzame gebouwen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Doelstelling(en) van de presentatie Het belang van de invoering van een energieboekhouding

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam gebouw:

Opleiding Duurzaam gebouw: Opleiding Duurzaam gebouw: Energiebeheer (energieverantwoordelijke) Leefmilieu Brussel Beheer van het verbruik: energieboekhouding Jonathan FRONHOFFS CENERGIE Doelstellingen van de presentatie Het nut

Nadere informatie

Energiezorg in de praktijk. Energiezorg. Inhoud. Energiezorg - Definitie

Energiezorg in de praktijk. Energiezorg. Inhoud. Energiezorg - Definitie Inhoud Energiezorg in de praktijk :: Jonathan Fronhoffs :: projectleider energiezorg Energiezorg Energiekadaster en benchmarking Energieboekhouding Principes Resultaten Energie-audits Types Resultaten

Nadere informatie

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope Energie management actieplan Conform 3.B.2 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 CO 2 -prestatieladder Niveau 3 Auteur(s): F. Reijm () A.T. Zweers (A.T.

Nadere informatie

Energie besparen door een correcte regeling van de verwarmingsinstallatie: praktijkvoorbeeld in een secundaire school

Energie besparen door een correcte regeling van de verwarmingsinstallatie: praktijkvoorbeeld in een secundaire school Energie besparen door een correcte regeling van de verwarmingsinstallatie: praktijkvoorbeeld in een secundaire school 1. INLEIDING Veel verwarmingsinstallaties in schoolgebouwen draaien op volle toeren,

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan Klaver Giant Groep B.V. Op basis van de internationale norm ISO , 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, en 4.6.

Energiemanagement actieplan Klaver Giant Groep B.V. Op basis van de internationale norm ISO , 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, en 4.6. CO2-Prestatieladder Energiemanagement actieplan Klaver Giant Groep B.V. Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 Auteur(s): A.C.A. Ham (Klaver Giant Groep

Nadere informatie

Energie aanpak eigen gebouwen: zelf doen? Energieprestatiecontract? Vlaams EnergieBedrijf

Energie aanpak eigen gebouwen: zelf doen? Energieprestatiecontract? Vlaams EnergieBedrijf Energie aanpak eigen gebouwen: zelf doen? Energieprestatiecontract? 7 mei 2015 Inge Goessens Vlaams EnergieBedrijf Inhoud Korte voorstelling VEB De overheid als energieverbruiker Uw energiefactuur verlagen

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam Gebouw:

Opleiding Duurzaam Gebouw: Opleiding Duurzaam Gebouw: Follow-up en monitoring van duurzame gebouwen Leefmilieu Brussel Energiemonitoring: uitdagingen, implicaties en voordelen Vincent DIERICKX Cenergie cvba Doelstelling(en) van

Nadere informatie

Energieboekhouding Professionele tools

Energieboekhouding Professionele tools Energieboekhouding Professionele tools :: Vorming Energieverantwoordelijken :: Brussels Hoofdstedelijk-Gewest :: 22 maart 27 :: Jonathan Fronhoffs, Cenergie cvba :: Elektriciteitsverbruik 1.6 1.4 Beste

Nadere informatie

Toelichting 03: Energiebeheermaatregelen

Toelichting 03: Energiebeheermaatregelen COMMISSIE ENERGIEBELEIDSOVEREENKOMST Toelichting 03: Energiebeheermaatregelen ISO50001 of energiebeheermaatregelen volgens bijlage 9 Volgens Art. 6(7) van de energiebeleidsovereenkomst (EBO) dient elke

Nadere informatie

Het Vlaams EnergieBedrijf Drie pijlers, één focus. Project ESCO Limburg 2020 Andries Gryffroy 28 maart 2014

Het Vlaams EnergieBedrijf Drie pijlers, één focus. Project ESCO Limburg 2020 Andries Gryffroy 28 maart 2014 Het Vlaams EnergieBedrijf Drie pijlers, één focus Project ESCO Limburg 2020 Andries Gryffroy 28 maart 2014 De Vlaamse Overheid als verbruiker De Vlaamse Overheid verbruikt circa 300 miljoen euro energie

Nadere informatie

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary)

Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary) Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015 Versie 3.0 (Summary) Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Update: Augustus 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue

Nadere informatie

FOLLOW-UP VAN HET ENERGIEVERBRUIK

FOLLOW-UP VAN HET ENERGIEVERBRUIK FOLLOW-UP VAN HET ENERGIEVERBRUIK Hoe kunt u de voorwaarden voor de follow-up van het energieverbruik in uw milieuvergunning naleven? WAAROM? U bent de beheerder van een gebouw en u wilt de exploitatievoorwaarden

Nadere informatie

Budgetmodule Budgetraming en -opvolging

Budgetmodule Budgetraming en -opvolging Budgetmodule Budgetraming en -opvolging Inleiding VEB wil u ontzorgen bij opmaak en opvolging van uw energiebudget Drie basisprincipes: Transparantie: identieke communicatie naar alle partijen, naar u

Nadere informatie

Ondersteuningspakket Werken rond kleine terugverdientijden in de gemeente

Ondersteuningspakket Werken rond kleine terugverdientijden in de gemeente Ondersteuningspakket Werken rond kleine terugverdientijden in de gemeente Klimaatneutrale Organisatie 2020 De ondersteuningscampagne voor gemeenten die zich engageren om in 2020 een klimaatneutrale organisatie

Nadere informatie

Eandis 1. Ondersteuning en premies openbare besturen 29 juni 2007

Eandis 1. Ondersteuning en premies openbare besturen 29 juni 2007 1 Ondersteuning en premies openbare besturen 29 juni 2007 Vlaamse gemengde distributienetbeheerders elektriciteit 2 Vlaamse gemengde distributienetbeheerders aardgas 3 Ondersteuning DNB: overzicht DNB

Nadere informatie

Actieplan Burgemeestersconvenant

Actieplan Burgemeestersconvenant Actieplan Burgemeestersconvenant Wat is het burgemeestersconvenant? Engagement van 6735 steden en gemeenten Om minimum 20 % CO 2 te gaan besparen tegen 2020 20 % CO 2 over het volledige grondgebied Opmaak

Nadere informatie

935,58 Totaal gefactureerde voorschotten -905,91-1.096,15 Subtotaal: 132,64 160,49. 0,05 Totaal gefactureerde voorschotten -78,64

935,58 Totaal gefactureerde voorschotten -905,91-1.096,15 Subtotaal: 132,64 160,49. 0,05 Totaal gefactureerde voorschotten -78,64 %BE %2350 %1 %K200637830 %2 %CN03/0040200 %A CREDITNOTA Pagina 1 van 6 Vragen omtrent deze nota? Email: [email protected] : +32 (0) 14 43 10 31 Adres: Industrieweg 35, 2330 Merksplas Kloosterstraat 11

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

Elektrisch tekenen: begeleiding

Elektrisch tekenen: begeleiding Elektrisch tekenen: begeleiding Vakinhoud: Deel I: residentieel Elektrische schema s leren lezen en tekenen AREI Oefeningen Deel II: industrieel Industriële motorschakelingen Oefeningen In het labo maken

Nadere informatie

Analyse energieverbruik

Analyse energieverbruik Analyse energieverbruik International School of Amsterdam (ISA) Jan 217 24-1-217 J.A. Meerkerk Advies Tel. 6-53319418 [email protected] 1 Inhoudsopgave 1 ENERGIEVERBRUIK... 3 2 GASVERBRUIK... 4 3

Nadere informatie

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 31 maart 2011 Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 1. Inleiding: samenstelling energiefactuur In de verbruiksfactuur van de energieleverancier zijn de kosten van verschillende marktspelers

Nadere informatie

Energiemanagement. Laaghangend fruit. !!! E. Huigen - Enervedo Energie Advies. ! www.enervedo.nl [email protected] 078-6184247

Energiemanagement. Laaghangend fruit. !!! E. Huigen - Enervedo Energie Advies. ! www.enervedo.nl e.huigen@enervedo.nl 078-6184247 Energiemanagement Laaghangend fruit E. Huigen - Enervedo Energie Advies www.enervedo.nl [email protected] 078-6184247 Definitie energiemanagement Energiemanagement of energiezorg' is het op structurele

Nadere informatie

Als u op 3 van deze 5 vragen met ja antwoordt moet u zeker blijven zitten!!! U wil besparen op uw water- en energieverbruik?

Als u op 3 van deze 5 vragen met ja antwoordt moet u zeker blijven zitten!!! U wil besparen op uw water- en energieverbruik? mevisco.be Als u op 3 van deze 5 vragen met ja antwoordt moet u zeker blijven zitten!!! U wil besparen op uw water- en energieverbruik? U wil uw verbruik en uw bedrijfsprocessen opvolgen? U wil uw verbruik

Nadere informatie

Energie Monitoring Systeem (EMS) Grip op uw energiekosten en verbruik

Energie Monitoring Systeem (EMS) Grip op uw energiekosten en verbruik Energie Monitoring Systeem (EMS) Grip op uw energiekosten en verbruik Specialisten in energiebeheer Wilt u weten hoeveel en wanneer uw bedrijf energie verbruikt? Wilt u meer duidelijkheid over de opbouw

Nadere informatie

RAPPORTERINGSYSTEEM VAN WATER- & WARMTE-ENERGIEVERBRUIK VOOR APPARTEMENTSGEBOUWEN. SynReporter

RAPPORTERINGSYSTEEM VAN WATER- & WARMTE-ENERGIEVERBRUIK VOOR APPARTEMENTSGEBOUWEN. SynReporter RAPPORTERINGSYSTEEM VAN WATER- & WARMTE-ENERGIEVERBRUIK VOOR APPARTEMENTSGEBOUWEN SynReporter 1. Wat is SynReporter? SynReporter is een meet- en rapporteringsysteem dat de syndicus toelaat om het water-

Nadere informatie

CO 2 Reductie doelstellingen

CO 2 Reductie doelstellingen CO 2 Reductie doelstellingen J.M. de Wit Groenvoorziening BV Hazerswoude-Rijndijk 11 juni 2015 Marco Hoogenboom. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave 0.0 Inhoud 1.0 Inleiding

Nadere informatie

Inhoud. Pagina 2 van 7

Inhoud. Pagina 2 van 7 Energie Audit 2014 Inhoud 1. Introductie... 3 2. Doelstelling... 3 3. Energie-aspecten... 3 Uitstoot door procesemissies... 3 Uitstoot door fabriek installaties... 3 Uitstoot vanuit de kantoorpanden...

Nadere informatie

Cadis Consumption Reporter

Cadis Consumption Reporter Geautomatiseerde verbruiksmonitoring: Cadis Consumption Reporter Eenvoudig en zorgeloos! Energie-transparantie bespaart u tijd en geld Nutsvoorzieningen zoals water, elektriciteit en gas zijn een belangrijke

Nadere informatie

Energiemanagementsysteem. Van de Kreeke Beheer BV en Habets-van de Kreeke Holding BV

Energiemanagementsysteem. Van de Kreeke Beheer BV en Habets-van de Kreeke Holding BV Van de Kreeke Beheer BV en Habets-van de Kreeke Holding BV Nuth,20augustus 2015 Auteur(s): Tom Kitzen Theo Beckers Geaccordeerd door: Serge Vreuls Financieel Directeur C O L O F O N Het format voor dit

Nadere informatie

Openbare verlichting in Avelgem

Openbare verlichting in Avelgem Openbare verlichting in Avelgem Lut Deseyn Schepen van Milieu [email protected] 1. Inleiding 2. Duiding 2. Het project 3. Kosten en Besparing 5. Opvolging en evaluatie 6. Conclusie 7. Vragen Agenda

Nadere informatie

Energiezorg en Energiezorgsystemen

Energiezorg en Energiezorgsystemen Energiezorg en Energiezorgsystemen Centexbel Frank Van Overmeire een gezamenlijk initiatief van: met steun van: Inhoud Energiezorg: is het op een structurele en economisch verantwoorde wijze uitvoeren

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam Gebouw:

Opleiding Duurzaam Gebouw: Opleiding Duurzaam Gebouw: Follow-up en monitoring van duurzame gebouwen Leefmilieu Brussel Energiemonitoring: uitdagingen, implicaties en voordelen Jonathan FRONHOFFS Cenergie cvba Doelstelling(en) van

Nadere informatie

Bijlage 2: ENGAGEMENTSVERKLARING VOOR EEN VERSTANDIG ENERGIEGEBRUIK

Bijlage 2: ENGAGEMENTSVERKLARING VOOR EEN VERSTANDIG ENERGIEGEBRUIK Bijlage 2: ENGAGEMENTSVERKLARING VOOR EEN VERSTANDIG ENERGIEGEBRUIK Vlaams minister Kris Peeters wil met een verstandig energiebeleid niet alleen het aanbod sturen maar ook en vooral de vraag beheersen.

Nadere informatie

Energiemeetplan Inclusief kwaliteitsmanagementplan en energiemanagement actieplan. Criteria

Energiemeetplan Inclusief kwaliteitsmanagementplan en energiemanagement actieplan. Criteria Energiemeetplan 2018-2022 Inclusief kwaliteitsmanagementplan en energiemanagement actieplan Criteria Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 3.0 en ISO50001 Opgesteld door Paul Jonk en Marco Vermeulen

Nadere informatie

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen -

De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn - Uitdagingen & oplossingen - De nieuwe energie-efficiëntierichtlijn l - Uitdagingen & oplossingen - DG Energie 22 juni 2011 ENERGIEVOORZIENING NOG AFHANKELIJKER VAN IMPORT Te verwachten scenario gebaseerd op cijfers in 2009 in % OLIE

Nadere informatie

Huiberts BV. Review CO 2 reductiesysteem 2.A.2_1. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

Huiberts BV. Review CO 2 reductiesysteem 2.A.2_1. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Huiberts BV Review CO 2 reductiesysteem 2.A.2_1 Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Invalshoek A: Inzicht 4 2.1. Footprintberekening 2.2. Kwaliteitsmanagement

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam gebouw : Energie

Opleiding Duurzaam gebouw : Energie Opleiding Duurzaam gebouw : Energie Leefmilieu Brussel Verbruiken beheer : het energiekadaster Emmanuel HECQUET ICEDD asbl Doelstellingen van de presentatie Het begrip «energiekadaster» verduidelijken

Nadere informatie

CO 2 Reductie doelstellingen

CO 2 Reductie doelstellingen CO 2 Reductie doelstellingen Gebr. Griekspoor BV Innovatief Proactief Duurzaam Betrokken Nieuw-Vennep 5 november 2013 Dilia van der Want. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Te factureren periode van 11/09/09 tot 09/09/10 822,35 995,04 Totaal gefactureerde voorschotten -928, ,20 Subtotaal: 101,63 123,86

Te factureren periode van 11/09/09 tot 09/09/10 822,35 995,04 Totaal gefactureerde voorschotten -928, ,20 Subtotaal: 101,63 123,86 %BE %2340 %1 %K000359102 %2 %CN03/0046800 %A CREDITNOTA Pagina 1 van 6 Vragen omtrent deze nota? Email: [email protected] : +32 (0) 14 43 10 31 Adres: Industrieweg 35, 2330 Merksplas Kloosterstraat 12

Nadere informatie

Energie management actieplan

Energie management actieplan Energie management actieplan Conform 3.B.2 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 Zwatra B.V. Auteur(s): R. Egas, directie & CO2-functionaris, Zwatra B.V.

Nadere informatie

BETER ZORGEN VOOR ONSZELF EN ONZE PLANEET

BETER ZORGEN VOOR ONSZELF EN ONZE PLANEET BETER ZORGEN VOOR ONSZELF EN ONZE PLANEET Meer dan 550.000 gezinnen hebben al een milieubewuste en verantwoorde kijk op energie. Omdat je energiebudget steeds belangrijker wordt, biedt Lampiris je verschillende

Nadere informatie

De module MJA voegt aan uw Erbis-versie de volgende mogelijkheden toe:

De module MJA voegt aan uw Erbis-versie de volgende mogelijkheden toe: MODULE MJA De module MJA voegt aan uw Erbis-versie de volgende mogelijkheden toe: Het kunnen registreren van besparingsmaatregelen en aan de hand hiervan berekenen van besparingseffecten en maken van prognoses.

Nadere informatie

Seminarie Duurzaam Gebouw

Seminarie Duurzaam Gebouw Seminarie Duurzaam Gebouw Een duurzaam energiebeheer voor iedereen Leefmilieu Brussel 31/01/13 PLAGE Scholen 2009-2013 St-Hubertuscollege Pierre URBAIN & Marc LEMYE SeGEC Secrétariat Général de l Enseignement

Nadere informatie

Nieuwe Energiepremies 2007. «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!»

Nieuwe Energiepremies 2007. «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!» PERSCONFERENTIE 17 JANUARI 2007 Evelyne Huytebroeck Brusselse Minister van Leefmilieu en Energie Nieuwe Energiepremies 2007 «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!» 1 Context

Nadere informatie

Energiebeleid lokaal bestuur. Joost Venken Schepen van Energie & Duurzaamheid Stad Hasselt

Energiebeleid lokaal bestuur. Joost Venken Schepen van Energie & Duurzaamheid Stad Hasselt Energiebeleid lokaal bestuur Joost Venken Schepen van Energie & Duurzaamheid Stad Hasselt Energiebeleid stad Hasselt Hasselt 20/20/20 stadsdiensten Hasseltse gemeenschap 20% reductie HEB Duurzaamheidsdienst

Nadere informatie

Team. Tijd. Tools. Eenvoudige, gebruiksvriendelijke en vlotte mobiele planning

Team. Tijd. Tools. Eenvoudige, gebruiksvriendelijke en vlotte mobiele planning Waarom? U beschikt over een onderneming van minstens 5 gebruikers en constateert dat u naast uw administratieve software meer en meer zaken moet bijhouden buiten deze software. biedt een volledig geautomatiseerd

Nadere informatie

HANDBOEK ENERGIE- EN CO 2 - MANAGEMENTSYSTEEM EN16001 ISO 14064

HANDBOEK ENERGIE- EN CO 2 - MANAGEMENTSYSTEEM EN16001 ISO 14064 HANDBOEK ENERGIE- EN CO 2 - MANAGEMENTSYSTEEM EN16001 ISO 14064 VAN AANNEMINGSBEDRIJF GEBR. DE KONING B.V. Naam Functie Datum Paraaf Opstelling: A.P. Kleiberg KAM-coördinator 12-03-2010 Autorisatie: M.

Nadere informatie

Toelichting Steunpunt DuBo dienst Energiebegeleiding EPC-haalbaarheid voor gemeenten en gemeenschapsvoorzieningen

Toelichting Steunpunt DuBo dienst Energiebegeleiding EPC-haalbaarheid voor gemeenten en gemeenschapsvoorzieningen Toelichting Steunpunt DuBo dienst Energiebegeleiding EPC-haalbaarheid voor gemeenten en gemeenschapsvoorzieningen Els Cornelis, Provincie Vlaams-Brabant, Klimaatteam 29 oktober 2015 Vlaams-Brabant Klimaatneutraal

Nadere informatie

Een kwaliteitsbeheersysteem. voor verbetering van binnenmilieu en energiegebruik bij renovatie van sociale meergezinswoningen

Een kwaliteitsbeheersysteem. voor verbetering van binnenmilieu en energiegebruik bij renovatie van sociale meergezinswoningen Een kwaliteitsbeheersysteem voor verbetering van binnenmilieu en energiegebruik bij renovatie van sociale meergezinswoningen 1 Renovatie van meergezinswoningen met behulp van het kwaliteitsbeheersysteem

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam gebouw:

Opleiding Duurzaam gebouw: Opleiding Duurzaam gebouw: Energiebeheer (energieverantwoordelijke) Leefmilieu Brussel Beheer van het verbruik: het energiekadaster Emmanuel HECQUET ICEDD asbl Doelstellingen van de presentatie Het begrip

Nadere informatie

Energie besparen door meten

Energie besparen door meten In deze brochure informeren wij u over het bij u toegepaste meetsysteem en hoe u op uw energiekosten kunt besparen. Energie besparen door meten radiografische warmtekostenverdeler Besparen op energiekosten

Nadere informatie

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten B. Kwantitatieve doelstellingen & beleid 1 INLEIDING Verhoef wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE

Nadere informatie

POM GROEPSAANKOOP: GROENE STROOM EN AARDGAS VOOR BEDRIJVEN

POM GROEPSAANKOOP: GROENE STROOM EN AARDGAS VOOR BEDRIJVEN POM GROEPSAANKOOP: GROENE STROOM EN AARDGAS VOOR BEDRIJVEN POM Groepsaankoop Een groepsaankoop voor de aankoop van 100 % groene stroom uit eigen streek en aardgas aan een vaste prijs tot 31/12/2015, gezamenlijk

Nadere informatie