Concept Strategisch Plan. Nationaal Leger
|
|
|
- Esther van den Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Concept Strategisch Plan Nationaal Leger
2 STRATEGISCH PLAN NATIONAAL LEGER INHOUDSOPGAVE 2 Deel I Voorwoord Samenvatting Strategie Defensie Organisatie in het algemeen 1. Inleiding 2. Overheidsbeleid inzake nationale veiligheid 2.1 Het Overheidsbeleid inzake Defensie 3. Het Nationaal Leger 3.1 Grondwettelijke en bijzondere taken 3.2 Gezag en bevel over het Leger 3.3 Bestaande structuur 3.4 Personeel 4. Strategische uitgangspunten 4.1 Missie 4.2 Visie 4.3 Kernwaarden 4.4 Doelstellingen 5. Interne analyse 5.1 Sterkten en Zwakten 5.2 Kernactiviteiten 5.3 Voorgestelde organisatiestructuur 5.4 Financiering Financieringsstructuur NL Financieringsmethode NL Opbrengsten bijzondere taken NL 6. Externe analyse 6.1 Kansen en bedreigingen 7. Strategieën en beleidsprioriteiten 7.1 Strategieën 7.2 De beleidsprioriteiten 7.3 Geselecteerde projecten Prioriteitsprojecten ( Project ) planning Begroting van de projecten Literatuur Verklarende woordenlijst 2/50
3 Bijlagen 1. INLEIDING 3 Het Nationaal Leger heeft een zeer belangrijke taak binnen ons staatsapparaat als instrument van de regering bij de verdediging van de souvereiniteit en territoriale integriteit van Suriname. Daarnaast zijn er, conform de moderne opvattingen over de inzet van legers bij de ontwikkeling van een land, bijzondere taken aan het Nationaal Leger opgedragen, die hun wettelijke basis vinden in de Wet Nationaal Leger. Om optimaal en planmatig gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden van het Nationaal Leger en om efficiënt ontwikkelingsprocessen binnen dit apparaat te begeleiden en te sturen, is er de afgelopen jaren door een grote groep functionarissen binnen de defensie-organisatie gewerkt aan een Strategisch Plan. Dit Strategisch Plan bestaat uit 2 delen; een eerste, algemeen deel, waarin de strategie van de defensieorganisatie in het algemeen wordt besproken; en een tweede deel, waarin de plannen van de krijgsmachtdelen en de zelfstandige onderdelen worden uitééngezet. Na de inleiding in Hoofdstuk 1 worden het overheidsbeleid inzake nationale veiligheid en inzake defensie besproken in Hoofdstuk 2. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op verschillende zaken het Nationaal Leger rakende: de grondwettelijke en bijzondere taken; het gezag en bevel over het leger; en de bestaande structuren en het personeel. De strategische uitgangspunten zoals missie, visie, kernwaarden en doelstellingen zijn neergelegd in Hoofdstuk 4. Dan volgt in Hoofdstuk 5 de interne analyse, waarin de kernactiviteiten, de organisatiestructuur, de financiëringsstructuur en financiëringsmethode, de opbrengsten vanuit de bijzondere taakstelling en de sterkten en zwakten besproken worden. Hoofdstuk 6 geeft een externe analyse [kansen en bedreigingen]. Tot slot worden in Hoofdstuk 7 de strategieën en beleidsprioriteiten behandeld, waaronder ook de geselecteerde projecten en prioriteitsprojecten. Het Strategisch Plan, zoals het hier is gepresenteerd, heeft door de indeling in projecten een grote mate van realiseerbaarheid. Immers, per project kan door de Overheid gezocht worden naar mogelijkheden ter verwezenlijking. De samenstellers van het plan menen dat met de implementatie van hetgeen hierin is neergelegd de professionaliteit van het Nationaal Leger wordt gegarandeerd en dat de dienstverlening naar de Surinaamse gemeenschap toe beter dan ooit tot zijn recht zal komen. 2. OVERHEIDSBELEID INZAKE NATIONALE VEILIGHEID In de visie van de huidige Surinaamse regering dient de defensie-organisatie een conditie te helpen scheppen voor nationale ontwikkeling, namelijk veiligheid. Het begrip veiligheid heeft thans een gemodificeerde conceptie met een grotere dimensie dan voorheen. Was veiligheid in het verleden slechts gerelateerd aan geografische integriteit en souvereiniteit en werd dit concept veelal geplaatst in een puur politiek-militaire context, thans heeft veiligheid vooral te maken met vrede, economische ontwikkeling, bestrijding van drugsgerelateerde misdaad, bestrijding van corruptie, armoede en geweld, bevordering van sociale rechten en mensenrechten, dus bescherming en bevordering van de rechtsstaat, milieubescherming, een goede voorbereiding op calamiteiten en het ontwikkelen van vertrouwen tussen de overheid en de bevolking en tussen staten onderling. Veiligheid en politieke stabiliteit in de regio worden echter bedreigd door de toenemende drugshandel en het groeiende drugsverkeer, armoede en sociale onrust, grensgeschillen, mensensmokkel, illegale grensoverschrijding, milieuverontreiniging en natuurrampen. 3/50
4 4 Het bewaken van veiligheid is tegen deze achtergrond niet slechts een aangelegenheid van de ministeries van Defensie en van Justitie en Politie, maar een collectieve verantwoordelijkheid van alle ministeries van algemeen bestuur, het maatschappelijk middenveld en zelfs de gehele bevolking. Het Nationaal Leger is primair bedoeld om de nationale integriteit en souvereiniteit te beschermen terwijl het een grote bijdrage kan leveren aan de nationale en internationale veiligheid die onder meer belangrijke voorwaarden zijn voor nationale ontwikkeling en politieke stabiliteit van het land. Aangezien het de grootste gewapende macht is, is het Nationaal Leger een belangrijke drager van de Surinaamse rechtsstaat. Volgens de Wet kan het Nationaal Leger middels het uitoefenen van zijn bijzondere taken op verzoek van het bevoegd gezag ondersteuning bieden aan criminaliteitsbestrijding, toezicht op het vreemdelingenverkeer, handhaving van de inwendige veiligheid, tegengaan van smokkel van mensen en goederen, bewaking van de wettelijke regelingen, voorkoming van epidemieën waaronder malaria, humanitaire operaties, milieubescherming in met name het binnenland en op zee, ontwikkeling van het binnenland en infrastructurele en andere civiele werken. 2.1 HET OVERHEIDSBELEID INZAKE DEFENSIE De defensie-organisatie zal optimaal participeren in bilaterale en multilaterale samenwerkingsverbanden ter vestiging van een nationaal en internationaal klimaat dat vrede en zelfs veiligheid garandeert en daardoor vooruitgang van de wereldgemeenschap mogelijk maakt. Dit klimaat zal onze nationale ontwikkeling bevorderen. Het defensiebeleid is gebaseerd op de volgende inzichten: - Surinaamse en buitenlandse illegaal opererende groepen zullen voortdurend trachten delen van het Surinaams grondgebied af te sluiten voor en te onttrekken aan het centraal gezag. - De souvereiniteit en de territorial integriteit van Suriname worden bedreigd door allerlei vormen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals drugsactiviteiten, illegale goudwinning met kwikvervuiling van kreken en rivieren, illegale bosbouw met ontbossing en goud-, wapen- en mensensmokkel. - Een soortgelijk gevaar bedreigt alle landen die grenzen aan het Amazonewoud. Dit vereist beleid dat gericht is op de totstandkoming van een samenwerkingsverband waarin deze landen samen met andere naties tegen dit gemeenschappelijk gevaar ten strijde trekken. - Ten einde derving van staatsinkomsten uit onder andere de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen zoveel mogelijk tegen te gaan, zal het Nationaal Leger op steeds effectievere wijze worden ingezet bij de bewaking van staatsgrenzen, het grondgebied en de economische zone. - Een sterke uitbouw van de civiel-militaire relaties moet het Leger op voldoende grote schaal betrekken bij de rehabilitatie en bouw van civiele werken. - Suriname dient ernstig rekening te houden met de mogelijkheid dat zij wordt geconfronteerd met buitenlandse agressie. 4/50
5 5 In verband met de rol, de taak en vooral de plaats van het Nationaal Leger in onze democratische rechtsstaat, is het van belang dat het beleid met betrekking tot opleidingen, trainingen en doctrines bevordert, dat het leger conform de wet zijn taken blijft uitvoeren onder verantwoordelijkheid van en in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag. Voor een succesvolle taakuitoefening door het leger, zal het personeelsbeleid gebaseerd zijn op een deugdelijke beleidsvisie over het nodige instromend personeel, het niet actief dienend personeel en het uitstromend personeel. Binnen het personeelsbeleid is ook voorzien in de instelling van een reservistenkorps, dat binnen de komende 5 jaren gerealiseerd zal worden. Hierdoor kan op efficiënte en effectieve wijze gebruik gemaakt worden van de vaardigheden van gewezen militairen en andere burgers voor de uitvoering van de bijzondere taken hetgeen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van civiel-militaire relaties in Suriname. Naast de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen zal voor het garanderen van een optimale taakuitoefening door het leger aandacht geschonken moeten worden aan de verbetering van logistieke procedures, infrastructuur, materiaal en materieel. De optimalisering van de medische zorg in het algemeen en de geestelijke gezondheidszorg in het bijzonder, zal adequaat ter hand moeten worden genomen. Het medisch beleid is gericht op het instandhouden en verder verbeteren van het bestaande dienstverleningspakket, dat gebaseerd is op eerstelijnsgezondheidszorg. Daartoe zal de poliklinische functie van het Militair Hospitaal voltooid worden, terwijl structuren ervan aangewend zullen worden om ondersteuning te verlenen aan de gezondheidszorg in het kader van voorkoming en bestrijding van rampen. Het in het Militair Hospitaal accommoderen van andere gewapende machten zal in beschouwing worden genomen. 5/50
6 HET NATIONAAL LEGER GRONDWETTELIJKE EN BIJZONDERE TAKEN De taken van het Nationaal Leger zijn bij de grondwetswijziging van 1992 [S.B no. 38] in het artikel 177 als volgt vastgelegd: 1. Het Nationaal Leger heeft tot taak de verdediging van de souvereiniteit en de territoriale integriteit van Suriname tegen buitenlandse gewapende militaire agressie. 2. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het Leger belast worden met bijzondere taken bij wet te regelen. 3. Het Leger oefent zijn taak uit onder verantwoordelijkheid van en in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregelen. 4. De inrichting van het Nationaal Leger en de rechtspositie van de militairen worden bij wet geregeld. De bijzondere taken waar lid 2 van art. 177 over spreekt, zijn uitgewerkt in art. 3 van de Wet Nationaal Leger [S.B no. 2]: 1. Het Leger wordt belast met de volgende bijzondere taken: a. het bewaken van de grenzen met inachtneming van de geldende regelingen; b. het verlenen van bijstand aan de politie, ingeval zulks ter handhaving van de inwendige veiligheid of de openbare orde door het bevoegde gezag noodzakelijk wordt geacht; c. het verlenen van hulp en bijstand ter voorkoming van rampen en ongevallen en de bestrijding van de gevolgen daarvan, zulks onverminderd de verantwoordelijkheid van anderen; d. het verlenen van bijstand bij de bewaking van de economische zone en het continentaal plateau en het toezicht houden op de naleving van de geldende wettelijke regelingen, één en ander met inachtneming van het internationaal recht; e. het verlenen van bijstand bij het voorbereiden en uitvoeren van projecten in verband met de sociaaleconomische ontwikkeling van Suriname dan wel het verlenen van hulp aan andere overheidsorganen daarbij; f. het verlenen van bijstand aan internationale organisaties, indien en voor zover daartoe door het bevoegde gezag opdracht wordt gegeven. 2. Bij of krachtens staatsbesluit kunnen met betrekking tot het bepaalde in lid 1 nadere regels worden gesteld. De grondwettelijke taak van het Nationaal Leger, de verdediging van de souvereiniteit en territoriale integriteit, is een taak die van oudsher aan ieder leger is toebedeeld. Het mag echter duidelijk zijn dat het niet zo vaak voorkomt dat er werkelijk invulling gegeven dient te worden aan deze taak. In de wereld van vandaag kan men zich zelfs afvragen of een klein land als Suriname met een klein leger als het Nationaal Leger wel in staat is hier invulling aan te geven. Inderdaad, als de buitenlandse gewapende militaire agressie zou uitgaan van een van de grootmachten in de wereld, zal het Nationaal Leger grote moeite hebben de souvereiniteit van ons land te verdedigen. In geval het om een agressieve daad van een kleiner land gaat, is er natuurlijk sprake van een andere situatie. En hoe denkbeeldig dit ook jarenlang is geweest, de huidige ontwikkelingen laten toch wel zien dat dit laatste niet tot de onmogelijkheden gerekend dient te worden. 6/50
7 7 De afgelopen jaren is men internationaal tot het besef gekomen dat een leger, vanwege de aard van de organisatie, en de inzetbaarheid van het personeel, vele andere nuttige diensten kan bewijzen aan de gemeenschap die de kosten draagt voor de instandhouding ervan. Het mes snijdt zo aan 2 kanten: de gemeenschap vaart er wel bij en het personeel blijft geoefend en gemotiveerd. Vandaar dat het zo belangrijk is dat de bijzondere taken bij wet zijn vastgesteld en dat het leger de mogelijkheid krijgt invulling te geven aan deze taken. De Memorie van Toelichting van de Wet Nationaal Leger wijst erop dat het leger, voor wat de primaire [grondwettelijke] taak betreft, in een monopoliepositie verkeert. Dit geldt niet voor de bijzondere taken die vaak een bijstandverlenend karakter hebben. De opsomming van de bijzondere taken in de wet is wel limitatief, d.w.z. dat er geen andere taken toegevoegd kunnen worden, tenzij er een wetswijziging plaatsvindt. Er wordt steeds meer een beroep gedaan op het Nationaal Leger invulling te geven aan de bijzondere taken. 3.2 Gezag en bevel over het Leger Het gezag en bevel over het Leger zijn geregeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet Nationaal Leger. Deze grijpen terug op artikel 177 lid 3 van de Grondwet waarin staat dat het Leger zijn taak uitoefent onder verantwoordelijkheid van en in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregelen. De Memorie van Toelichting op de wijziging van de Grondwet in 1992 geeft aan dat in dit verband met bevoegd gezag bedoeld wordt " de middels vrije en geheime verkiezingen democratisch tot stand gekomen Regering, met de geen militairen zijnde President als Opperbevelhebber en de Minister van Defensie als politiek verantwoordelijke organen." De Memorie van Toelichting op de Wet Nationaal Leger refereert hieraan en bespreekt vervolgens de verhouding tussen de President, de Minister van Defensie en de Bevelhebber, (de commandoketen). De President is ten opzichte van welke minister dan ook, binnen het kader van de ordening van de uitvoerende macht, het hoger gezag; de ministers zijn aan hem verantwoording schuldig. Bovendien is aan de President expliciet het opperbevel over de strijdkrachten toevertrouwd [art. 100 van de Grondwet]. De Memorie van Toelichting op de Wet Nationaal Leger stelt dan ook dat het duidelijk is dat er tussen de President enerzijds en de Bevelhebber en de overige militairen anderzijds een hierarchische verhouding bestaat. De Minister is belast met de zorg voor defensieaangelegenheden; hij geeft leiding aan de activiteiten die tot vervulling van deze taak moeten leiden. Hij moet, om deze taak deugdelijk te kunnen vervullen en zich adequaat te kunnen verantwoorden tegenover de President, gezag over het Leger en zijn commandanten kunnen uitoefenen. De Memorie van Toelichting sluit dan haar bespreking van dit onderwerp met te stellen dat de commandoketen in beginsel loopt van de President naar de Minister en vervolgens naar de Bevelhebber en de overige legercommandanten. 7/50
8 De Wet Nationaal Leger geeft deze keten als volgt aan [art. 4]: 8 1. De President is Opperbevelhebber van de strijdkrachten en heeft als zodanig het hoogste gezag over het Leger. 2. De President neemt bij de uitoefening van zijn in lid 1 vermelde functie en bevoegdheid de bepalingen van de Grondwet van de Republiek Suriname en andere wetten in acht. 3. Met inachtneming van de aanwijzingen van de President is de Minister belast met het beheer over en het toezicht op de uitoefening van de taken van het Leger. 4. In ondergeschiktheid aan de President en de Minister en met inachtneming van de door hen gegeven instructies is de Bevelhebber belast met de bevelvoering over het Leger. Artikel 5 van de Wet Nationaal Leger geeft daarna aan dat de President de bevoegdheid heeft, na overleg met de Minister, om de Bevelhebber, de plaatsvervangend Bevelhebber, de Chef Staf en de onderdeelscommandanten te benoemen, te ontheffen, buiten functie te stellen, te schorsen en te ontslaan. De Bevelhebber dient gehoord te worden wanneer het in dezen de plaatsvervangend Bevelhebber, de Chef Staf of de onderdeelscommandanten betreft. 3.3 BESTAANDE STRUCTUUR Bestaande organisatiestructuur Ministerie van Defensie Inleiding Vanwege de meer direkte taakstelling die het Ministerie van Defensie heeft in relatie tot het Nationaal Leger zoals vervat in de omschrijving van de bijzondere taakstelling van het Ministerie van Defensie opgenomen in het Besluit Taakomschrijving Departementen 1991 zullen in deze paragraaf respectievelijk aan de orde worden gesteld de bestaande hoofdstructuur van het Ministerie van Defensie en de hoofdstructuur van het Nationaal Leger. Opgemerkt dient te worden dat de feitelijke organisatiestructuur van het Ministerie van Defensie afwijkt van de formele organisatiestructuur van dit ministerie. Een korte omschrijving van doelstelling en kerntaken zal bij de diverse functies van de hoofdstructuren worden opgenomen. De formele hoofdstructuur Ministerie van Defensie Op pagina 11 is de formele hoofdstructuur van het Ministerie van Defensie schematisch weergegeven. Deze structuur werd op 06 augustus 1993 bij resolutie vastgesteld. Een wijziging van deze formele hoofdstructuur werd in januari 1997 door de Raad van Ministers goedgekeurd op voorstel van de toenmalige minister van Defensie ( vide missive van de waarnemend voorzitter van de Raad van Ministers d.d. 07 januari 1997 ) maar werd niet geformaliseerd. De feitelijke hoofdstructuur van het Ministerie van Defensie Op pagina 12 is de bestaande hoofdstructuur van het Ministerie van Defensie weergegeven. De afwijkingen tussen deze en de formele hoofdstructuur zijn evident. Zo maakt de dienstplichtraad geen deel meer uit van de feitelijke structuur vanwege het facultatief gesteld hebben van de dienstplicht in Suriname. Voorts zijn de afdelingen Juridische Zaken & Verdragen en Public Relations en Voorlichting onder verantwoordelijkheid gesteld van de Minister van Defensie in plaats van de Direkteur van Defensie, terwijl de afdeling Studie en Ontwikkeling tot thans niet geoperationaliseerd is. 8/50
9 9 De afdeling Kabinet Militaire Zaken is opgeheven en is in de plaats hiervoor ingesteld de afdeling Defensie Strategische Planning en Opleiding. Onder deze afdeling ressorteren de afdelingen Strategische Dienst, Buro Internationale Betrekkingen en Civiel Militaire Relaties, welke afdelingen eerder een zelfstandige status hadden en deel uitmaakten van de Staf van het ministerie. Volledigheidshalve zij vermeld dat de afdeling Strategische Dienst als voortzetting van de afdeling Kabinet Militaire Zaken kan worden beschouwd en dat de 2(twee) stichtingen, t.w. Stichting Sociaal Fonds en Stichting Steunfonds thans deel uitmaken van de feitelijke structuur terwijl de Stichting Nazorg Militair Personeel thans wordt aangegeven als Stichting Nazorg Dienstplichtigen en ex-militairen. Het onderdirectoraat Personeel en Algemeen is reeds geruime tijd operationeel in tegenstelling tot het onderdirectoraat Materieel, Logistiek en Financiën. De feitelijke hoofdstructuur Nationaal Leger In de hoofdstructuur van het Ministerie van Defensie is tevens opgenomen de hoofdstructuur van het Nationaal Leger. Vide artikel 4 van de Wet Nationaal Leger heeft de President in de functie van Opperbevelhebber het hoogste gezag over het Nationaal Leger en is de Minister van Defensie belast met het beheer over en het toezicht op de uitoefening van de taken van het Leger. De Bevelhebber van het Nationaal Leger is belast met de bevelvoering over het Nationaal Leger. Hij wordt daarbij ondersteund door de commandanten van de 3(drie) krijgsmachtdelen (Landmacht, Marine en Luchtmacht) en de commandant van het zelfstandig onderdeel de Militaire Politie ( Het zelfstandig onderdeel reservistenkorps is thans niet geoperationaliseerd ). De opname in de hoofdstructuur van het instituut Plaatsvervangend Bevelhebber is tot thans niet gerealiseerd. (beschouw het art.5 lid 3 en volgende de artikelsgewijze toelichting, op art. 4 en 5 Wet Nationaal Leger.) 9/50
10 ORGANOGRAM MILITAIR HOSPITAAL 10 Algemene Direkteur ARCH./AGENDA BBBB Secretariaat Pers. Zaken Staf Interne Controle Economische Direkteur Medische Direkteur FINANCIËLE ZAKEN VOORRAAD BEHEER GEZINS POLI MANNEN PPOLI MEDISCHE REGISTRATIE OPNAME/ ONTSLAG SPEC POLI POLI AGGZ TRANSPORT HUISHOUDELIJKE DIENST TANDHK. POLI O.K./ AGD CIVIEL/TECHN DIENST APOTHEEK RÖNTGEN AFDELING VERPLEEG AFDELING BEWAKING MED/CHEM LAB Opmerking: Huishoudelijke dienst omvat: 1. Keuken 2. Wasserij 3. Schoonmaakdienst 10/50
11 ORGANOGRAM VAN HET NATIONAAL LEGER 11 B - NL CGS GENERALE STAF SPECIALE STAF C - LAMA C - LUMA C - MP MARINE 11/50
12 12 ORGANOGRAM VAN DE LANDMACHT C - LAMA SECRETARIAAT S - 1 S 2/3 S - 4 SSV - BAT C - INFBAT KST 12/50
13 ORGANOGRAM VAN DE MARINE 13 COMMANDANT MARINE CHEF DE KABINET S - 1 S - 2 S - 3 S - 4 VARENDE EENHEID STAFSTAFVERZORGING Cdt Marine Vloot TD Wacht Eenheid Vbdd Gnkd P01/P02/P03 P04/P05/P06 P07/P08 Wapenkamer Keuken SHARKI Kazco 13/50
14 ORGANOGRAM VAN DE LUCHTMACHT 14 C - LUCHTMACHT B SECRETARIS S1,S2, S3, S4 PLV C-LUCHTMACHT QUALITY CONTROL S1 S2 S3 S4 VLIEG- DIENST TD 14/50
15 ORGANOGRAM KORPS MILITAIRE POLITIE 15 MP Plv. CMP Kabinet CMP C-STAF/ Plv S - 1 S - 2 S - 3 S - 4 BSD RECH DIV. 1 DIV. 2 15/50
16 PERSONEEL Inleiding Het Leger bestaat, volgens artikel 6 van de Wet Nationaal Leger uit vrijwillig dienenden en eventueel dienstplichtigen, Sinds 1970 was de dienstplicht in Suriname van kracht, maar bij de grondwetswijziging van 1992 is de dienstplicht facultatief gesteld, vandaar de hierboven vermelde formulering in de Wet Nationaal Leger. Wel spreekt de Memorie van Toelichting van deze wet zich uit vóór handhaving van de dienstplicht; echter is dit een zaak van de wetgever geworden. Feit is nu, dat het leger uitsluitend bestaat uit vrijwillig dienenden, die dan onderscheiden kunnen worden in beroepsmilitairen en op arbeidsovereenkomst dienende militairen. De rechtspositie van beide groepen vrijwillig dienenden is geregeld in de Wet Rechtspositie Militairen, die vanaf juni 1996 van kracht is. In de nu volgende beschouwing worden enige aandachtspunten naar voren gebracht, die in de projecten Herstructurering personeelsbeleid en In- en uitstroombeleid personeel verder worden uitgewerkt. Opbouw van het personeelsbestand Vanwege het facultatief stellen van de dienstplicht en het onregelmatig oproepen van lichtingsploegen van arbeidscontractanten is er een relatieve vergrijzing opgetreden in het personeelsbestand van het leger. Lagere functies werden in het verleden door dienstplichtigen vervuld waardoor er een regelmatige roulatie plaatsvond. Het feit dat er geen of weinig carrièremogelijkheden waren voor degenen die dienden in deze functies, was geen bezwaar omdat men na anderhalf jaar afzwaaide om in de burgermaatschappij emplooi te vinden. De gemiddelde leeftijd van een geweerschutter [vroeger een dienstplichtige functie] nadert de 30 jaar, hetgeen niet gezond genoemd mag worden. De fysieke conditie van betrokkenen en het gebrek aan toekomstperspectief zijn zaken die in het te voeren personeelsbeleid meegenomen dienen te worden. Het aantal vrouwelijke militairen is laag, ongeveer 3.3 procent van het geheel. Opvallend is het relatief hoog opleidingsniveau van vrouwelijke militairen binnen de organisatie. Naast militair personeel kent de organisatie een groep burgerpersoneelsleden van zo'n 14 procent van het totale personeelsbestand. Hiervan is ongeveer eenderde deel geplaatst op het Centraal Kantoor. Voor nadere informatie over de opbouw van het personeelsbestand wordt verwezen naar de sterkte overzichten en grafische voorstellingen op de pagina s 23 tot en met 27. Personeelszorg a. Arbeidsomstandigheden De arbeidsomstandigheden laten over het algemeen te wensen over. Er is een groot tekort aan middelen op alle terreinen, varierend van kantoorbenodigdheden tot voertuigen en van de Persoonlijke Standaard Uitrusting tot munitie. Ook de voeding voldoet niet aan de vastgestelde standaarden. Vrijwel de totale infrastructuur dient met spoed aangepakt te worden. b. Arbeidsvoorwaarden De financiële voorzieningen voor militaire landsdienaren zijn niet geheel aangepast aan de sociaaleconomische realiteit [bij voorbeeld de gestegen kosten van levensonderhoud]. Dit geldt ook voor het burgerpersoneel. 16/50
17 17 De hoogte van de militaire en bijzondere toelagen, die in 1997 voor het laatst zijn bijgesteld, dient aangepast te worden. De medische voorzieningen zijn, zeker in vergelijking met de rest van het overheidsapparaat, goed te noemen. c. Maatschappelijke zorg De Militaire Sociale Dienst [binnen het Nationaal Leger] en de afdeling Personeelszorg [op het Centraal Kantoor] houden zich bezig met de maatschappelijke zorg binnen de organisatie. De maatschappelijke problemen binnen de gehele samenleving bemoeilijken een effectieve maatschappelijke zorg, evenals het gebrek aan adequate voorzieningen binnen de defensie-organisatie. De 2(twee) steunfondsen die in het leven zijn geroepen met de bedoeling urgente financiële noden van het personeel te lenigen, beschikken over onvoldoende middelen dit daadwerkelijk te doen. Werving en trainingsverloop Het is gebleken dat er een ruime mate van belangstelling bestaat om als vrijwilliger in dienst te treden van het Ministerie van Defensie. Degenen met wie nu een dienstverband wordt aangegaan, krijgen een arbeidsovereenkomst aangeboden en genieten bijna dezelfde voorzieningen als het beroepspersoneel. Na een elementaire opleiding van 2(twee) maanden volgen voortgezette en specialistische opleidingen. Een gedeelte van de arbeidscontractanten krijgt, nadat hun arbeidsovereenkomst geexpireerd is, de mogelijkheid over te gaan in beroepsdienst. Studie- en ontwikkelingsmogelijkheden De defensieorganisatie heeft door haar samenwerkingsovereenkomsten met buitenlandse defensieorganisaties de mogelijkheid haar personeel voor verdere training en opleiding naar het buitenland te sturen, zonder dat hieraan al te veel kosten verbonden zijn. Interne opleidingen worden vanwege het gebrek aan financiele middelen niet met de nodige frequentie en op continue basis verzord. In- en uitstroombeleid Door de gewijzigde opvattingen over het soort leger waarover Suriname dient te beschikken, de taken van het leger en de wijze waarop er invulling gegeven moet worden aan deze taken, is de situatie ontstaan dat een aantal militairen -voornamelijk dienend in een hoge rang en voor wie eigenlijk geen functie beschikbaar is - inactief is, terwijl er een gebrek is aan lager kader. Om aan deze situatie een eind te maken en een gezonde opbouw van het personeelsbestand te bewerkstelligen, is er een in- en uitstroombeleid geformuleerd dat in de komende periode uitgevoerd dient te worden. Zo zal in de toekomst voorkomen worden, dat er een gebrek is aan jongeren die in de lagere functies en rangen kunnen dienen, terwijl langdurig dienende militairen in hoge functies na het bereiken van de top van hun carrière, nog jaren verwijderd zijn van hun pensionering. Beeindiging dienstverband Het dienstverband wordt beëindigd op eigen verzoek ofwel op gronden die de wet aangeeft zoals plichtsverzuim en veroordeling tot een vrijheidsstraf. Daarnaast verlaten personeelsleden jaarlijks de organisatie vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In het kader van de uitstroommogelijkheden van personeel wordt nagegaan of het dienstverband met diegenen die daarvoor belangstelling hebben, op een bevredigende wijze beeindigd kan worden vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. 17/50
18 Relatie werkgever/werknemer 18 Ondanks het feit dat de Wet Rechtspositie Militairen dwingend voorschrijft dat er een commissie van overleg in militaire rechtspositonele aangelegenheden dient te zijn die de Minister van advies dient, is een dergelijke commissie tot op heden niet geinstalleerd. Het militair personeel is slechts georganiseerd in messverband of op recreatieve basis, waardoor de belangenbehartiging van het militair personeel slechts plaats kan vinden door de werkgever zelf.. De burgerpersoneelsleden zijn wel georganiseerd in een bond. Reservistenkorps De Wet Nationaal Leger geeft aan dat het leger naast de krijgsmachtdelen landmacht, luchtmacht en marine en het zelfstandige onderdeel de Militaire Politie uit een ander zelfstandig onderdeel bestaat, namelijk het reservistenkorps. Dit reservistenkorps heeft tot nu toe nog geen gestalte gekregen, maar de ideeën om tot de instelling van dit korps te komen zijn in een vergevorderd stadium. De bedoeling is dat door op efficiënte en effectieve wijze gebruik te maken van de vaardigheden van ex-militairen en andere burgers voor de uitvoering van de bijzondere taken van het Nationaal Leger, de civiel-militaire relaties bevorderd zullen worden. Herstructurering personeelsbeleid Om te geraken tot een adequaat personeelsbeleid is er een project herstructurering personeelsbeleid van start gegaan, dat ervoor moet zorgen dat het personeelbeleid gestroomlijnd en transparant gemaakt wordt. Dit zal de motivatie van de personeelsleden vergroten, omdat zij dan niet alleen weten wat er van hun verwacht wordt bij hun taakuitoefening, maar ook wat zij van de organisatie kunnen verwachten op rechtspositioneel gebied. Verdergaande automatisering van de personeelszuil is een noodzaak voor de uitvoering van het nieuwe personeelsbeleid. Human Resource Management De nieuwe defensieorganisatie zal niet kunnen buiten een modern Human Resource Management. De omvang van het personeelsbestand, de wijze waarop een militaire organisatie gestructureerd is, en vooral de zware druk die op de militair gelegd kan worden bij de uitoefening van zijn taken, maken dit eens te dwingender. 18/50
19 19 4. STRATEGISCHE UITGANGSPUNTEN 4.1 MISSIE Het Nationaal Leger is het constitutioneel instituut dat belast is met de verdediging van de souvereiniteit en de territoriale integriteit van Suriname en bijzondere taken ter waarborging van de veiligheid van de gemeenschap. 19/50
20 VISIE Om de missie adequaat te verwezenlijken wil het Nationaal Leger: Een professionele, hiërarchische en slagvaardige organisatie zijn; Voortdurend de hoogste kwaliteit van dienstverlening bieden; Civiel-militaire relaties bevorderen gericht op maatschappelijke integratie, waarbij er naar gestreefd wordt een gewaardeerd deel van de Surinaamse samenleving te zijn; Zijn bijdrage leveren aan het gezamenlijk scheppen van een veilig klimaat als garantie voor stabiliteit en ontwikkeling; Te allen tijde klaar staan voor een adequate uitvoering van zijn grondwettelijke taak; Een werkklimaat creëren dat inspirerend is en gekenmerkt wordt door individuele kwaliteiten, zelfstandig handelen, kameraadschap, mentale, fysieke hardheid, discipline en gemeenschappelijke inzet van militairen, burgerpersoneel en reservisten. 20/50
21 4.3 KERNWAARDEN 21 Het Nationaal Leger wil zich hierbij laten leiden door de volgende kernwaarden die het hoog in zijn vaandel voert t.w.: - Rechtsstaatprincipe: Wij zullen de democratische rechtsstaat waarin de mensenrechten gewaarborgd zijn, te allen tijde erkennen, respecteren en dienen. - Patriottisme: Wij zullen het belang van Suriname boven alles stellen, in gehoorzaamheid aan de wetten en ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag. - Integriteit: Wij zullen ons onkreukbaar dienstbaar maken. - Discipline: Wij zullen overeenkomstig de militaire cultuur ons gedragen in overeenstemming met de vigerende gedragsregels. - Professionalisme: Wij zullen streven naar superieure prestaties in alles wat onze organisatie onderneemt. - Vertrouwen: Wij zullen onder alle omstandigheden zonder te schromen rekenen op onze kameraden. - Besluitvaardigheid: Wij zullen kordaat zijn in het nemen van beslissingen. - Creativiteit: Wij zullen een werkklimaat creëren waarin de vindingrijkheid, het nemen van initiatieven en het ontwikkelen van nieuwe ideeën worden gestimuleerd. - Respect: Wij zullen elkaar erkennen, waarderen en in eigen waarde laten. - Moed: Wij willen vastberaden zijn, zonder vrees. - Eer: Wij zullen algemeen erkend worden om onze hoge innerlijke waarde en zelfrespect. - Loyaliteit: Wij zullen trouw zijn aan de Republiek, gehoorzaam aan de wetten en ondergeschikt aan het bevoegd gezag. 21/50
22 4.4 DOELSTELLINGEN 22 Het Nationaal Leger zal als voortrekker op de genoemde gebieden aan een aantal doestellingen moeten voldoen. Deze doelstellingen zijn afgeleid van de 6 elementen uit de visie: 1. Ten aanzien van een professionele, hiërarchische en slagvaardige organisatie zijn : - een efficiënte organisatiestructuur; - een goed gevulde formatie; - kostenbesparing van minimaal 15%; - een hogere arbeidsproductiviteit; 2. Ten aanzien van voortdurend de hoogste kwaliteit van dienstverlening bieden : - het multifunctioneel inzetbaar zijn; - vermindering van het aantal klachten; - alle militairen moeten bekend zijn met de theorie van vredesoperaties; - tenminste 80% van de samenleving moet van mening zijn dat de dienstverlening van het Nationaal Leger goed is. 3. Ten aanzien van civiel-militaire relaties bevorderen gericht op maatschappelijke integratie, waarbij er naar gestreefd wordt een gewaardeerd deel van de Surinaamse samenleving te zijn : - een betere verhouding tussen burgers en militairen gebaseerd op wederzijds respect en onderling vertrouwen; - een transparant defensiebeleid; - binnen 2 jaar moet bij minimaal 75% van de gemeenschap het strategisch beleid van het Nationaal Leger bekend zijn; - binnen 2 jaar moet minstens 75% van de bevolking een positief denkbeeld hebben over het Nationaal Leger in het algemeen en de militair in het bijzonder. 22/50
23 23 4. Ten aanzien van zijn bijdrage leveren aan het gezamenlijk scheppen van een veilig klimaat als garantie voor stabiliteit en ontwikkeling : - preventief kunnen optreden; - een betere samenwerking tussen het Nationaal Leger en het Korps Politie Suriname; - effectieve samenwerking in de regio; 5. Ten aanzien van te allen tijde klaar staan voor een adequate uitvoering van zijn grondwettelijke taak : - effectieve gevechtskracht; - het vermogen om personeel en materieel onder alle omstandigheden in een zo kort mogelijk tijdsbestek in uiteenlopende gebieden in te zetten; - een hoog getraind en betaalbaar leger; - het vermogen hebben om voortdurend op nieuwe taken te anticiperen; - een efficiëntere logistiek en een verbeterde besteding van de financiële middelen; - modern en hoogwaardig materieel; 6. Ten aanzien van een werkklimaat creëren dat inspirerend is en gekenmerkt wordt door individuele kwaliteiten, zelfstandig handelen, kameraadschap, mentale, fysieke hardheid, discipline en gemeenschappelijke inzet van militairen, burgerpersoneel en reservisten : - een gemotiveerde organisatie; - verbeterde woon- en werkomstandigheden; - kwaliteitsverbetering van de medische zorg; - betere rechtspositie voor het personeel; - een effectieve communicatie; - perspectief en mogelijkheden aan het personeel bieden; - het ziekteverzuimcijfer terugdringen tot 5% ; - minstens 80% van alle werknemers vindt zijn werkzaamheden een uitdaging; - effectief leiderschap; - werknemers hebben die zowel innerlijke als uiterlijke discipline vertonen; - werknemers hebben die berekend zijn voor hun taak; - 25% minder tuchtvergrijpen; - een drugsvrij leger; - Implementatie van Human Resource Management binnen het Nationaal Leger; - een adequaat beoordelings- en beloningssysteem; - periodieke in- en uitstroom van personeel; 23/50
24 24 5. Interne analyse 5.1 STERKTEN EN ZWAKTEN INTERN STERKE PUNTEN - Een gedisciplineerde organisatie. - Geheimhouding. - Flexibiliteit en creativiteit. - Sterk ontwikkelde hiërarchische verhoudingen. - Plichtsbesef en plichtsbetrachting - Te allen tijde inzetbaar. - Het bestaan van een militair tucht- en strafrechtsysteem. - Relatief jonge top. - Zelfvertrouwen. - Constitutionele organisatie. - Goed opgeleid militair kader. - Relatief goede gezondheid. INTERN ZWAKKE PUNTEN - Onvoldoende gemotiveerd personeel. - Onvoldoende controle, sanctie en begeleiding inzake drugs- en overmatig alcoholgebruik. - Geen constante aanvulling van personeel. - Weinig training en oefening. - Belangenverstrengeling. - Gebrek aan materieel. - Ondeugdelijk technisch materieel. - Een zwak Human Resource Management(beleid). - Onvoldoende financiële middelen. - Inefficiënt logistiek systeem. - Slechte interne communicatie. - Onvoldoende controle en inspectie op de naleving van de voorschriften. - Onjuist gebruik van materieel en infrastructuur. - Inefficiënte organisatiestructuur. - Inadequaat aanschaffingsbeleid. - Geen decentralisatie begrotingsbeheer. - Geen structurele en consequente toepassing van militair tucht- en strafrecht. - Favoritisme bij opleidingen, benoemingen en bevorderingen. - Onvoldoende aandacht voor het milieu. 24/50
25 KERNACTIVITEITEN Onder kernactiviteiten worden verstaan die activiteiten die door het Leger moeten worden ontplooid teneinde invulling te geven aan de traditionele en bijzondere taken conform de wet. De kernactiviteiten moeten worden beschouwd als noodzakelijke voorwaarden voor de vervulling van taken in tijden van gewapend conflict en vrede. Tot kernactiviteiten worden gerekend: - opleidingen; - oefeningen; - onderhoud. Inherent aan deze activiteiten is het aankweken en bevorderen van discipline (vorming). Het voldoen aan deze drie condities verzekert de gevechtsklaarheid en efficiënte operatiecapaciteit van het Leger. Opleidingen: Opleidingen dienen ter verbreding en vergroting van kennis en inzichten voor een multifunctionele inzetbaarheid. Terwijl opleidingsactiviteiten in het verleden werden verricht in het kader van de uitoefening van de traditionele taken van het Leger, is er nu sprake van gewijzigde opleidingsmethoden en -technieken aan de hand van zowel de traditionele als de niet-traditionele militaire taken zoals civiel-militaire relaties, economische ontwikkeling etc. Opleidingen kunnen zijn: - korte en lange termijncursussen en opleidingen; - seminars; - workshops;. - conferenties; - stages etc 25/50
26 Oefeningen: 26 Middels oefeningen wordt theoretische kennis in praktijk gebracht ter garandering van de paraatheid. Oefeningen worden onderscheiden in o.a.: - veldoefeningen; - gezamenlijke oefeningen(nationaal en internationaal) - oefeningen anders dan die welke zijn bedoeld ter voorbereiding op gewapend conflict z.a voor: a. vredesoperaties en b. humanitaire operaties; - simulatie die dient ter bevordering van de flexibiliteit en de snelheid van besluitvorming welke kunnen worden getoetst aan de hand van varianten Onderhoud: - Voor de inzetbaarheid van materiaal en materieel te allen tijde is het verrichten van onderhoud en periodieke "total quality control" onontbeerlijk. - Hygiëne - "Sustainable Management" (beheersbaar beleid t.a.v. infrastructuur t.b.v. de optimale taakuitoefening ) 26/50
27 5.3 De voorgestelde organisatiestructuur Ministerie van Defensie 27 Als resultaat van de discussies gevoerd over onder andere de doel en taakstelling, taakuitvoering en organisatieversterking is een herziene hoofdstructuur Ministerie van Defensie/ Nationaal Leger wenselijk geacht. Dit organogram is weergeven op pagina 37. De kenmerkende verschillen die dit organogram vertoont met het bestaande / formele is dat er in de voorgestelde/wenselijke structuur onder ander zijn opgenomen: de samenvoeging van de functies van de functionaris die het hoogste gezag heeft over het Leger; de schematische weergave van de centrale aansturing van de afdeling Strategische Dienst, Buro Internationale Betrekkingen en Civiel Militaire Relaties; de invoering van een onderdirectoraat Materieel, Logistiek en Financiën; de toebedeling van taken die orginair behoren tot het taakgebied van Algemene Zaken aan respectievelijk de afdeling Gebouwen,Werken en Terreinen, de Materieel Logistieke Dienst en het Onderdirectoraat Personeel, met dien verstande dat Algemene Zaken als deel van het voornoemd onderdirectoraat ophoudt te bestaan; de opname van het instituut Plaatsvervanger Bevelhebber in de hoofdstructuur alsmede de functie Chef van de Staf van het Nationaal Leger instede van Generale Staf; het nog niet geoperationaliseerde zelfstandig legeronderdeel Reservisten Korps. 27/50
28 28 ORGANOGRAM MILITAIR HOSPITAAL Algemeen Direkteur Secretariaat Staf Human Resource Management Interne Controle Economisch Direkteur Medisch Direkteur FINANCIËLE ZAKEN VOORRAAD BEHEER POLI- KLINIEKEN Operatie Kamer/ Acute Geneeskundige Dienst ALGEMENE EN HUISHOUDELIJKE DIENST RÖNTGEN AFDELING VERPLEEG AFDELING Medisch/Chemisch Laboratorium MEDISCHE REGISTRATIE OPNAME/ ONTSLAG APOTHEEK Opmerking: Algemene en huishoudelijke dienst omvat: 1. Keuken 2. Wasserij 3. Schoonmaakdienst 4. Bewaking 5. Transport 6. Civiel/technische dienst Poliklinieken omvat: 1. Gezinspoli 2. Specialisten poli 3. Tandheelkundige poli 4. Militaire poli 5. Poli Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg 28/50
29 29 ORGANOGRAM VAN HET NATIONAAL LEGER BEVELHEBBER NATIONAAL Bnlbn LEGER PERSOONLIJKE STAF CHEF VAN DE STAF GENERALE STAF SPECIALE STAF LAND- MACHT MARINE LUCHT- MACHT KORPS MILITAIRE POLITIE RESERVISTEN KORPS 29/50
30 ORGANOGRAM VAN DE LANDMACHT 30 COMMANDANT LANDMACHT S - 1 PERSOONLIJKE STAF S - 2 S - 3 S - 4 STAFSTAF VERZORGING BATALJON INFANTERIE BATALJON KORPS SPECIALE TROEPEN 30/50
31 31 ORGANOGRAM VAN DE MARINE COMMANDANT MARINE S - 1 PERSOONLIJKE STAF S - 2 S - 3 S - 4 VLOOT TECHNISCHE DIENST STAFSTAFVERZORGING 31/50
32 32 ORGANOGRAM VAN DE LUCHTMACHT COMMANDANT LUCHTMACHT PERSOONLIJKE STAF S-1 QUALITY CONTROL S-2 S-3 S-4 VLIEGDIENST TECHNISCHE DIENST STAF EENHEID 32/50
33 ORGANOGRAM KORPS MILITAIRE POLITIE 33 COMMANDANT MILITAIRE POLITIE S - 1 PERSOONLIJKE STAF S - 2 S - 3 S - 4 BRIGADE SPECIALE DIENSTEN RECHERCHE DIVISIE 1 DIVISIE 2 33/50
34 5.4 FINANCIERING FINANCIERINGSSTRUCTUUR NATIONAAL LEGER Algemene uitgangspunten voor de defensiefinanciering De financieringsstructuur van het defensie-apparaat dient op dezelfde wijze te worden opgezet zoals die voor de overige departementen geldt: een redelijke mate van zekerheid verschaffen met betrekking tot de op langere termijn ter beschikking komende financiële middelen teneinde de uitvoering van de vastgestelde fysieke meerjarenplanning en de daarmee opgedragen of aanvaarde taken mogelijk te maken. Er zal moeten worden gewerkt aan een gedeeltelijke decentralisatie van het beheer van het budget naar het Nationaal Leger toe, met inachtneming van de financiële regelgeving, om zodoende de efficiëntie en de effectiviteit te vergroten bij de uitvoering van taken. De financiële planning dient een voortschrijdend karakter te hebben teneinde de continuïteit in het planningsproces te kunnen waarborgen. De financieringsmethode dient de mogelijkheid te bieden tot bijstelling van het financieel niveau, als gevolg van internationale politieke en militair-strategische ontwikkelingen. Onvoorziene economische ontwikkelingen die tot aanpassing van de totale overheidsuitgaven nopen, dienen - indien zij van toepassing zijn op de defensie-uitgaven -, evenals dit geldt voor andere ministeries, op overeenkomstige wijze tot bijstelling van het niveau van de defensie-uitgaven te geschieden. De financieringsmethode dient een optimale allocatie van de productiefactoren in de defensiehuishouding zo min mogelijk in de weg te staan en zij mag geen afbreuk doen aan een rationele afweging van genoemde factoren. De huidige financieringsstructuur bestaat uit de volgende begrotingsonderdelen : 1. Centraal Kantoor ; 2. Militair Hospitaal ; 3. Nationaal Leger t.w.: a. Hoofdkwartier ; b. Landmacht ; c. Marine ; d. Luchtmacht ; e. Korps Militaire Politie. Het streven is, om in de nabije toekomst de technische opbouw van de begroting te reorganiseren/modificeren, ten einde het uitgavenplaatje naar de juiste onderdelen/afdeling te brengen en uit te voeren. 34/50
35 KOSTENSOORT : 35 GEWONE DIENST : - Personeelsuitgaven ; - Overheidsbijdragen en Subsidies ; - Andere Uitgaven van Goederen en Diensten ; - Groot onderhoud/verwerving en het aanschaffen van vast kapitaal. BUITENGEWONE DIENST : - Bijzondere aanschaffingen defensiematerialen; - Bijzondere voorzieningen defensie. FINANCIËLE ANALYSE Ondanks dat het Nationaal Leger een constitutionele gewapende macht is en zijn rechtsbestaan heeft bewezen, werd het steeds geconfronteerd met budgetverkleining en heeft het nimmer de gewenste middelen kunnen verwerven ten opzichte van de raming van de totale Staatshuishouding. Een algemene beschouwing en de allocatie van het jaarlijks budget zijn alsvolgt; - in de periode werd aan defensiebudget toegewezen een gemiddeld percentage van 3% van de totale Staatshuishouding met inachtneming van opgetreden unificaties van de wisselkoersen in 1994, 1999 en 2000 ; - een grafische voorstelling van het defensiebudget geeft aan, dat bijkans 49% wordt besteed aan personele lasten in het bijzonder salarissen, waarbij kernaktiviteiten ( opleidingen/training en instandhouding ) onvoldoende tot hun recht kwamen; - de terbeschikkingstelling van financiële middelen was geheel afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen van de Staat m.u.v. die middelen die middels defensiesamenwerking met bevriende naties werden verkregen ; - de financiële terbeschikkingstelling naar structuur en/of afdeling was ontoereikend ; - van ontwikkeling was er nauwelijks sprake daar er geen meerjarenbegrotingen van de grond kwamen tegen de achtergrond van geen beleidsprogramma (adhoc besluiten) ; - in de goedgekeurde Meerjaren Ontwikkelingsprogramma s ( M.O.P. s) was het defensie-apparaat nauwelijks terug te vinden of te herkennen ; - de eenzijdige vaststelling van de raming van het defensiebudget ( jaarlijks ) door het Ministerie van Financiën, gaf weinig ruimte voor ontwikkeling en verbetering van de bestaande infrastructuur en innovatieve projecten gericht op professionalisme en perfectie ; - in het verleden werden er geen afspraken gemaakt voor de defensiefinanciering, daar er geen uitgesproken mening was voor langere termijn planning en investeringen. Regeringen van de afgelopen 15 (vijftien) jaren werden geconfronteerd met budgettaire problemen tengevolge van slechte financiële economische situaties. 35/50
36 36 Op het stuk van financiering van het defensie-apparaat dient een duidelijk beleid te worden geformuleerd. Plotselinge en sterke koerswijzigingen in het beleid tasten de arbeidsvreugde van het personeel aan, brengen hen in onzekerheid en hebben een negatief effect op de produktiviteit. Bovendien kan een radicale koerswijziging het nuttig rendement van eerder gepleegde investeringen verminderen of verloren doen gaan FINANCIERINGSMETHODE : De financieringsmethode geschiedde steeds vanuit goedgekeurde ontwerpbegrotingen zijdens het Ministerie van Financiën, waarvan de financiële middelen op kwartaalbasis werden geautoriseerd m.u.v. die middelen die bestemd zijn voor kleine aanschaffingen en investeringen. Een evenwichtige opbouw en uitbouw van een defensie-organisatie is gebaat bij een rustig en planmatig gevoerd beleid. Jaarlijkse begrotingen en jaarplannen dienen te geschieden op basis van realistische behoeften conform vastgestelde OTAS (Organisatie Tabel en Autorisatie Staat). Voor het uitvoeren van het defensiebeleid, de logistieke en financiële planning en doelgerichte taakuitvoering van het Nationaal Leger, dient de kredietopening te geschieden op halfjaarlijkse basis, ten einde voorgenomen plannen op korte termijn te verwezenlijken. Het autoriseren van voorgenomen investeringen dient vooraf te geschieden zoals vastgesteld in meerjarenbegrotingen voor fasenuitvoering van projecten. Alle andere middelen verkregen uit defensiesamenwerking met bevriende naties moeten worden gezien als aanvulling (zogeheten schenkingen ). Middelen (inkomsten) door het Nationaal Leger zelf gegenereerd, moeten direct terugvloeien naar de organisatie om daar, waar het Ministerie van Financien niet onmiddellijk kan voorzien/inspelen op de behoefte, beschikbaar te worden gesteld (met goedkeuring van de Raad van Ministers een Defensiefonds operationeel stellen) OPBRENGSTEN BIJZONDERE TAKEN NATIONAAL LEGER Een analyse van de verrichte bijzondere taken ( zoals bijstandverlening bij economische activiteiten ) geeft weer dat de activiteiten en de opbrengsten hieruit verkregen, incidenteel zijn. Teneinde middelen te genereren voor de zelfvoorziening van het Nationaal Leger in het kader van de uitvoering van bijzondere taken, alsmede de verdiencapaciteit van de Overheid te vergroten, dienen alle inspanningen te worden vergoed bij het verrichten van werkzaamheden voor derden ten behoeve van relevante ministeries (zoals de ministeries van FINANCIËN., L.V.V., N.H.E., R.O., TCT en Volksgezondheid). Enkele activiteiten die zijn verricht en waaraan een financiële tegenprestatie zou kunnen worden verbonden zijn: 1. Het inzetten van het transportvliegtuig van de luchtmacht voor commerciële en/of chartervluchten bij het ontbreken van facilitering door de burgerluchtvaart ; 2. Assistentie bij /contrôle op de exploitatie van goud, hout en houtproducten ; 3. Begeleiding bij transport en het doen springen van explosieven. 36/50
37 37 De structurering van het financieel beleid m.b.t. de bijzondere taken is een vereiste om te komen tot een realistische begroting voor het defensie-apparaat. Het een en ander vindt nadere uitwerking in het project Herstructurering financieel beleid. GRAFISCHE VOORSTELLING DEFENSIEBUDGET 2001 (INCL. N.v.W.) 26% 49% 1% 17% 7% Personele lasten Overheidsbijdragen/Subsidies Uitgaven goederen en diensten Grootonderhoud/Aanschaffingen Investeringen 37/50
38 38 6 EXTERNE ANALYSE 6.1 KANSEN EN BEDREIGINGEN EXTERN KANSEN - Toenemende belangstelling voor indiensttreding. - Goede opleidingsmogelijkheden in binnenen buitenland. - Inzetbaarheid van personeel voor civiele werken. - Uitbouw van civiel-militaire relaties. - Intensievere samenwerking met andere gewapende machten. - Toenemende steun van bevriende naties op defensiegebied. - Een trend naar een verbeterd imago. EXTERN BEDREIGINGEN - Slechte sociaal-economische situatie. - Politieke inmenging. - Infiltratie door georganiseerde en drugsgerelateerde misdaad. - Aanwezigheid van illegaal gewapende individuen. - Toenemend drugsgebruik bij jongeren in de samenleving. - Slecht imago bij delen van de bevolking. - Onvoldoende nationale politieke consensus en awareness omtrent de plaats, de functie en het belang van het Nationaal Leger. - Toename van Aids in de samenleving. - Normvervaging in de samenleving. - Grensoverschrijdende misdaad. 38/50
39 39 7 STRATEGIEEN EN BELEIDSPRIORITEITEN 7.1 STRATEGIEEN 1. Ten aanzien van een professionele, hiërarchische en slagvaardige organisatie zijn zal de aanpak bestaan uit: DOELSTELLING A A. efficiënte organisatiestructuur. B. een goed gevulde formatie; C. kostenbesparing van minimaal 15%; STRATEGIE - investeren in moderne informaticasystemen; - het administratief, logistiek en financieel proces automatiseren; - een veiligheidsbeleid ontwikkelen t.b.v. automatisering; - rekening houdende met de bestaande regelgeving het personeels-, materieel en financieel beleid decentraliseren en beheer van het budget overdragen aan de onderdelen; - het bijstellen en vastleggen van werkprocedures en beschrijving van processen; - standaardisatie van de Surinaamse militaire doctrine; - instructiekaart ontwikkelen met daarin missie, visie enz. van het Nationaal Leger; - optimalisatie van de organisatiestructuur van het Nationaal Leger: 1. binnen vastgesteld kader delegeren van verantwoordelijkheden in de diepte; 2. opstellen dan wel bijstellen van de OrganisatieTabel en Autorisatie Staten; - periodieke aanwezigheidscontrole uitvoeren (steekproefsgewijs); - een effectief en integraal formatieplan ontwikkelen en implementeren, de juiste personen op de juiste plaats; - militair inspectieproces intensiveren; - de verdeling tussen uitbesteden en zelfdoen economisch optimaliseren, (outsourcen); nader onderzoek naar uitbesteding van: a. onderhoud personenvoertuigen; b. kantinebeheer; c. schoonmaak; d. andere ondersteunende dienstactiviteiten - effectief financieel beleid ontwikkelen en implementeren; 39/50
40 - bestaande voorzieningen toetsen op doelmatigheid en oneigenlijk gebruik (o.a. terugdringen van privégebruik en diefstal van 's landsmiddelen, betere beheersing van telefoon, water, licht etc.); - betere besteding SZF- premie; 40 D. 20% hogere arbeidsproductiviteit. - invoeren van intranet en internet; - alle strategische functionarissen moeten een telefoon, fax en personal computer ter beschikking hebben; - het uitbannen van neringactiviteiten. 2. Ten aanzien van voortdurend de hoogste kwaliteit van dienstverlening bieden zal de aanpak bestaan uit: DOELSTELLING A. het multifunctioneel inzetbaar zijn; B. vermindering van het aantal klachten; C. alle militairen moeten bekend zijn met de theorie van vredesoperaties; D. tenminste 80% van de samenleving moet van mening zijn dat de dienstverlening van het Nationaal Leger goed is. STRATEGIE - gezamenlijke oefeningen en trainingen, nationaal en regionaal; - standaarden voor multiinzetbaarheid ontwikkelen; - instellen van een ombudsburo; - continue training van het personeel inzake cliëntgerichtheid en resultaatgerichtheid; - in de curricula van initiële en voortgezette opleidingen de theorie van vredesoperaties opnemen; - manschappen en infrastuctuur in staat van paraatheid brengen om op afroep te kunnen participeren in humanitaire en andere operaties t.b.v. de gemeenschap. 40/50
41 41 3. Ten aanzien van civiel- militaire relaties bevorderen gericht op maatschap-pelijke integratie, waarbij er naar gestreefd wordt een gewaardeerd deel van de Surinaamse samenleving te zijn zal de aanpak bestaan uit: DOELSTELLING A. een betere verhouding tussen burgers en militairen gebaseerd op wederzijds respect en onderling vertrouwen; B. een transparant defensiebeleid C. bij minimaal 75% van de gemeenschap moet het strategisch beleid van het Nationaal Leger bekend zijn; D. minstens 75% van de bevolking moet een positief denkbeeld hebben over het Nationaal Leger in het algemeen en de militair in het bijzonder. STRATEGIE - door middel van gezamenlijke professionele vorming en training een betere verhouding tussen burgers en militairen ontwikkelen; - in samenwerking met de universiteit een instituut voor strategische/militaire wetenschappen operationeel stellen; - sportontmoetingen plannen tussen buurtbewoners van kazernes c.q. legerplaatsen en militairen; - zichtbare bijdrage leveren aan ontwikkelingsprojecten in het binnenland; - instellen van een militair museum i.s.m. het Directoraat Cultuur; - sportfaciliteiten ter beschikking stellen van de burgerij, waar mogelijk; - meewerken aan de uitvoering van sociale projecten in de gemeenschap; - het bieden van ondersteuning bij de ontwikkeling en implementatie van een rampenplan; - informatie-uitwisseling met de Vaste Commissie van Defensie in de Nationale Assemblee op gang brengen; - middels persontmoetingen en anderszins de gemeenschap regelmatig informeren en voorlichten; - effectieve voorlichting ten aanzien van het strategisch beleid naar de gemeenschap toe; - periodiek uitgeven van infoblad en extra edities voor externen; - duurzame samenwerking met diverse instanties en organisaties in de gemeenschap stimuleren ter ontwikkeling van de samenwerking; - reeds bestaande militaire structuren aanwenden ter ondersteuning van de ontwikkeling van Suriname en de nationale veiligheid. 41/50
42 4. Ten aanzien van"bijdrage leveren aan het gezamenlijk scheppen van een veilig klimaat als garantie voor stabiliteit en ontwikkeling zal de aanpak bestaan uit : 42 DOELSTELLING A. preventief kunnen optreden; B. een betere samenwerking tussen het Nationaal Leger en het Korps Politie Suriname. C. effectieve samenwerking in de regio. STRATEGIE - in samenwerking met daarvoor in aanmerking komende departementen van algemeen bestuur bevorderen dat een nationaal veiligheidsbeleid wordt uitgestippeld; - een cultuur van overleg, samenwerking, discipline, motivatie, plichtsbetrachting, betrouwbaarheid, toewijding en collectieve verantwoordelijkheid tussen de medewerkers van de betrokken ministeries ontwikkelen; - in de curricula van de opleidingen van militairen het vak humanitair recht en de rechtsstaatprincipes introduceren; - voorstellen van de toekenning van algemene opsporingsbevoegdheid aan de Militaire Politie; - intensiveren van voorlichtingsactiviteiten. - het periodiek organiseren van lezingen, workshops, seminars en congressen; - het regelmatig organiseren van sportactiviteiten; - uitwisselen van relevante informatie; - het gezamenlijk houden van oefeningen; - de bestaande samenwerkingsverbanden verdiepen en nieuwe samenwerkingsver-banden aangaan met de daarvoor in aanmerking komende organisaties in de regio. 42/50
43 5. Ten aanzien van te allen tijde klaar staan voor een adequate uitvoering van zijn grondwettelijke taak zal de aanpak bestaan uit: 43 DOELSTELLING A. effectieve gevechtskracht; B. het vermogen om personeel en materieel onder alle omstandigheden in een zo kort mogelijk tijdbestek in uiteenlopende gebieden in te zetten; C. het vermogen hebben om voortdurend op nieuwe taken te anticiperen; D. een efficiëntere logistiek en een verbeterde besteding van de financiele middelen; E. modern en hoogwaardig materieel; STRATEGIE - beschikken over een uitvoeringscode bij iedere operatie; - het Nationaal Leger voorzien van personeel en materieel zodat het de bij wet opgedragen taken adequaat kan uitvoeren; - invoeren van een reservistenkorps (frequente herhalingsoefeningen ); - reorganiseren van het leger; - bij initiële en voortgezette opleidingen van militairen de Rules of Engagement (gedragsregels) introduceren; - eerste en tweede jaar 1 joint oefening per jaar, daarna 2 per jaar; - het voortdurend scholen, begeleiden en trainen van manschappen van alle eenheden op alle niveaus; - een effectief inkoopbeleid ontwikkelen; - onderhoudssystemen optimaliseren; - bevoorradingssystemen van de detachementen optimaliseren ; - tijdige voorraadaanvulling; - taakverbreding en verruiming; - tijdige bevoorrading en het garanderen van de continuïteit; - het optimaliseren van het distributiesysteem; - intensiveren van de controle op het financieel en logistiek gebeuren; - overtollig en afgeschreven materieel afstoten en vervangen; - aanschaf van kwalitatief hoogwaardig en effectief materieel alsmede het systematisch onderhouden en verantwoord standaardiseren hiervan; - het toepassen van benchmarking; - het optimaliseren van het beheersysteem. 43/50
44 6. Ten aanzien van een werkklimaat creëren dat inspirerend is en gekenmerkt wordt door individuele kwaliteiten, zelfstandig handelen, kameraadschap, mentale en fysieke hardheid, discipline en gemeenschappelijke inzet van militairen, burgerpersoneel en reservisten zal de aanpak bestaan uit: 44 DOELSTELLING A. een gemotiveerde organisatie; C. verbeterde woon- en werkomstandigheden; D. kwaliteitsverbetering van de medische zorg; STRATEGIE - pilot-onderzoek voor het opzetten van een personeelswinkel; - recreatiesport bevorderen; - recreatieoorden ten behoeve van het personeel operationeel stellen; - uitbreiding en restauratie van zwembaden en recreatieoorden; - verbeteren van de sportaccommodaties; - verbeteren van het welzijnszorgbeleid; - reactiveren van de messes en optimaliseren van de kantinedienst; - verbeteren van de sanitaire voorzieningen en hygienische omstandigheden in de kazernes; - verbeteren van de kwaliteit van legering, dekking en voeding. - bestaande infrastructurele voorzieningen verbeteren en deze systematisch onderhouden; - expertise van de Genie aanwenden t.b.v. zelfbouwprojecten voor medewerkers (reduceren van de woningnood); - het Militair Hospitaal wederom volledig operationeel stellen; - aanpassing van het Surinaams Medisch Keurings Reglement; - heractiveren van de periodieke medische en fysieke keuringen; - versterken van de M.G.D. faciliteiten op militaire locaties; 44/50
45 E. betere rechtspositie voor het personeel; 45 - de door de Wet Nationaal Leger en de Wet Rechtspositie Militairen voorgeschreven staatsbesluiten finaliseren (de Besluiten: Opleidingen, Bevorderingen, Vrije Geneeskundige Behandeling en Verzorging, Geestelijke Verzorging, Woonverplichtingen en Eedsaflegging liggen bij de Staatsraad.; de Besluiten: Georganiseerd Overleg, Kleding en Schoeisel, Loopbaan en Ancienniteit en het Rangenbesluit dienen op het Ministerie verder voorbereid te worden); - het operationaliseren van de commissie van overleg en de arbitragecommissie; F. perspectief en mogelijkheden aan het personeel bieden; G. de kwaliteit van de communicatie verbeteren; H. het (ziekte)verzuimcijfer terugdringen tot maximaal 5%; - het belonen en/of waarderen van hen die zich onderscheiden in prestatie en toegevoegde waarde; - de verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd van militairen in beschouwing nemen en voorstellen doen terzake; - het opzetten van een spaar- en kredietcoöperatie.; - effectieve horizontale en verticale intermenselijke communicatie bewerkstelligen door: - (doen) verzorgen van opleidingen c.q. trainingen - formaliseren van overlegstructuren zoals de Defensie Raad, Stafvergaderingen en Commandantenvergaderingen en regulier werkoverleg - het aanwenden van moderne middelen om de informatiestroom te verbeteren - informele contacten binnen de defensie-organisatie bevorderen - arbeidsomstandigheden verbeteren; - een correcte implementatie van de bestaande voorschriften voor wat ziekteverzuim betreft; - een rotatiesysteem voor het personeel ontwikkelen; I. minstens 80% van alle werknemers vindt zijn werkzaamheden een uitdaging; - cursussen en trainingen leiderschapsvaardigheden op alle niveaus verzorgen; 45/50
46 J. effectief leiderschap; - een gedragscode vaststellen en uitdragen. - implementatie van het kledingsvoorschrift; - consequente toepassing van het militair tuchtrecht; 46 K. werknemers hebben die zowel Innerlijke als uiterlijke discipline Vertonen; L. minder tuchtstraffen; - (vervolg) training van militairen t.a.v tuchtrecht, strafrecht, militaire vormen en gebruiken en inwendige dienst; - optimaliseren van het inleveren van overzicht straffen - onderzoek naar de oorzaken van tuchtvergrijpen; - cursus militair tuchtrecht t.b.v. tuchtrechters; - periodieke drugstesten invoeren; - door voorlichting preventief optreden tegen het gebruik van drugs; - sanctiebeleid ontwikkelen; M. een drugsvrij leger; N. het Human Resource Management van het Nationaal Leger optimaliseren; O. in- en uitstroombeleid van personeel formuleren en implementeren; - personeelsdienst op voldoende sterkte brengen; - een adequate personeelsadministratie en een effectief informatiesysteem invoeren; - personeelszorg verbeteren; - in het kader van reorganisatie een sociaal beleid ontwikkelen; - een betere nazorg bij overlijden aan de nabestaanden; - de menskracht op basis van (voor)opleiding, deskundigheid, ervaring, kwaliteitsfunctioneren en toekomstverwachtingen selecteren, opleiden en trainen; - psychologische testen toepassen op personeel dat een commandofunctie moet vervullen; - starten van om-, her- en bijscholingsactivi-teiten; - een objectief beoordelings- en belonings-systeem en prestatiebeloning invoeren. - de personeelsvulling van het Nationaal leger optimaliseren. 46/50
47 7.2 BELEIDSPRIORITEITEN 47 Om de effectieve taakuitoefening door het Nationaal Leger mogelijk te maken zal het beleid consequent en streng geconditioneerd prioriteit geven aan de : 1. herstructurering van de defensie-organisatie; 2. effectuering van consistent "Human Resource Management"; 3. rehabilitatie van de infrastructuur; 4. aanpassing der regelgeving en 5. internationale samenwerking. Ad 1: De herstructurering omvat o.a: - de instelling van het Overlegorgaan genoemd in de Wet Rechtspositie Militairen; - de aanpassing van de organisatiestructuur van het Nationaal Leger; - de instelling van het Reservistenkorps; - de formulering van beleid inzake civiel-militaire relaties en - de aanpassing c.q. decentralisatie van het financieel beleid. Ad 2: Terzake van de effectuering van consistent "Human Resource Management" is het noodzakelijk te komen tot: - werving van militair personeel ten behoeve van de landmacht, de marine en het Militair Hospitaal; - formulering, vaststelling en uitvoering van beleid inzake de Stichting Militaire Gezondheiszorg en het Militair Hospitaal; - formulering, vaststelling en uitvoering van beleid m.b.t. instromend en uitstromend personeel; - evaluatie, vaststelling en uitvoering van het opleidingsplan; - evaluatie van de ontslagprocedure terzake van militairen; - introductie van periodieke drugstesten voor militairen; - reactivering van de Stichting Nazorg ex-militairen; - uitvoering van woningbouwprojecten. 47/50
48 Ad 3: 48 De rehabilitatie van de infrastructuur omvat zowel logistieke als civiele werken, gebouwen en terreinen. Ten einde dit te realiseren zal: - het logistiek beleid moeten worden geherstructureerd; - de marinevloot moeten worden aangepast; - de infrastructuur (gebouwen, werken, terreinen etc.) moeten worden verbeterd; - de infrastructuur ten behoeve van de luchtmacht (vliegtuigen, hangar, landingsbaan) moeten worden aangepakt; - het vervoersprobleem Nationaal Leger moet worden opgeheven; - de aankleding van het Nationaal Leger moeten worden verbeterd; - de marinehaven te Boxel worden afgebouwd; - de automatisering ter hand moeten worden genomen. Ad 4: De aanpassing van de regelgeving houdt o.a. in de : - formulering van "Rules of Engagement"; - evaluatie en vaststelling van de Wet Militaire Politie; - evaluatie van de stand van zaken met betrekking tot de staatsbesluiten voortvloeiend uit de Wet Nationaal Leger en de Wet Rechtspositie Militairen en de afronding hiervan. Ad5: Zowel ten behoeve van de samenstelling van de begroting als het overzicht in en de intensiteit van deelname aan de diverse samenwerkingsvormen moet: - evaluatie en eventueel voortzetting geschieden van bilaterale defensieprojecten met respectievelijk Nederland, de Verenigde Staten van Amerika, China, Brazilie, Venezuela etc.; - de deelname aan SIVAM/SIPAM gestalte krijgen. 48/50
49 7.3 GESELECTEERDE PROJECTEN 49 Ter realisatie van de vastgestelde doelen en strategieën zoals vastgelegd in dit document in een twaalftal projecten geselecteerd. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat de projecten, te weten Herstructurering financieel beleid en Aanpassing regelgeving tot heden niet gekwantificeerd zijn in tegenstelling tot de overige projecten. De volledige opsomming van de projecten is de volgende: 1. Project Aanpassing organisatiestructuur Nationaal Leger 2. Project Herstructurering personeelsbeleid 3. Project Automatisering 4. Project In- en uitstroombeleid personeel 5. Project Verbetering infrastructuur 6. Project Aanpassing regelgeving 7. Project Herstructurering logistiek beleid 8. Project Herstructurering opleidingsbeleid 9. Project Reservistenkorps 10. Project Herstructurering financieel beleid 11. Project Formulering beleid civiel-militaire betrekkingen 12. Project Herstructurering gezondheidszorg Deze projectprofielen zijn opgenomen in de vorm van overheidsmaatregelen in de beleidsmatrix van de ontwikkelingsissue Rechtsstaat en Democratie als onderdeel van het concept Meerjaren Ontwikkelings Programma onder de paragraaf Nationale Veiligheid. De volledige projectbeschrijving en de uitvoering van de geformuleerde projecten is opgedragen aan afzonderlijke werkgroepen. 49/50
50 7.3.1 Prioriteitsprojecten 50 Van de twaalf geselecteerde projecten zijn 5(vijf) opgebracht als prioriteitsprojecten. Deze zijn de volgende: 1. Project Aanpassing organisatiestructuur Nationaal Leger 2. Project Herstructurering personeelsbeleid 3. Project Automatisering 4. Project In- en uitstroombeleid personeel 5. Project Verbetering infrastructuur Bij de selectie van bovenstaande projecten is onder meer rekening gehouden met de volgende criteria: - hoge prioriteitsstelling; - resultaatgerichtheid(relatief snel het beoogd resultaat opleverend); - het bereiken van het minimaal vereist niveau om op verantwoorde wijze de taakuitoefening aan te gaan; - de beoogde transitie van de Defensie-organisatie. 50/50
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1
WET van 27 mei 1996, houdende regelen met betrekking tot de inrichting, taakomschrijving en organisatie van het Nationaal Leger (Wet Nationaal Leger) (S.B. 1996 no. 27). HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit
Reglement College van Bestuur Onderwijsstichting Esprit Amsterdam, vastgesteld, na goedkeuring door de Raad van Toezicht op 4 december 2015, door het College van Bestuur in haar vergadering van 7 december
VERTROUWELIJK. 2. De dienst bezit generlei executieve bevoegdheden.
VERTROUWELIJK No. 51 BESLUIT van 8 augustus 1949, zoals sedert gewijzigd, houdende nadere regelen met betrekking tot de organisatie, de werkwijze, de taak en de samenwerking van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT No. 6 Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid 1 1 Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel 1 1. Ingesteld worden de volgende ministeries:
ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,
WET van..., houdende regels inzake de financiële verhouding tussen de Staat en de districten (Wet Financiële Verhoudingen) ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, In overweging genomen hebbende,
REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR ONZE LIEVE VROUWE GASTHUIS (OLVG)
REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR ONZE LIEVE VROUWE GASTHUIS (OLVG) Dit reglement Raad van Bestuur vervangt het reglement Raad van Bestuur van kracht sinds 01-04-2006, is goedgekeurd en vastgesteld door de Raad
WET van 3 juni 2002, houdende instelling van het Instituut voor Bevordering van Investeringen in Suriname (Wet Investsur) (S.B no. 41).
WET van 3 juni 2002, houdende instelling van het Instituut voor Bevordering van Investeringen in Suriname (Wet Investsur) (S.B. 2002 no. 41). HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 In deze wet en daarop
Managementsstatuut 22.09 6.5
Managementsstatuut 22.09 6.5 Artikel 1. In dit statuut wordt verstaan onder: a. managementstatuut: een reglement met taken en bevoegdheden van het college van bestuur en de van bestuurswege gemandateerde
Reglement voor de Raad van Bestuur Stichting RIBW Groep Overijssel
blad 1 Reglement voor de Raad van Bestuur Stichting RIBW Groep Overijssel 1. De Bestuurstaak 1.1. De Raad van Bestuur bestuurt de stichting onder Toezicht van de Raad van Toezicht. 1.2 Bij de vervulling
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 1987 Wet van 3 december 1987, Stb. 635, houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten Zoals deze is gewijzigd bij de wetten van 02-12-1993(Stb.759)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
(Tekst geldend op: 05-03-2012) Besluit van 22 december 1988, houdende vaststelling van een algemene maatregel van rijksbestuur tot regeling van de vrijwillige hulpverlening aan gewonden, zieken, krijgsgevangenen,
1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.
Artikel PM1 A.4 Bijlage 4 De Wet veiligheidsregio s wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een puntkomma, toegevoegd korpschef:
Samen aan de IJssel Inleiding
Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden
2012 STAATSBLAD No. 169 VAN DE REPUBLIEK SURINAME
2012 1 2012 STAATSBLAD VAN DE REPUBLIEK SURINAME WET van 29 oktober 2012, houdende goedkeuring van de toetreding van de Republiek Suriname tot de International Convention for the Suppression of the Financing
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden Raad van Toezicht.
6. Raad van Toezicht 14-04-2014 Versie 6.02 Huishoudelijk reglement Raad van Toezicht Status Definitief Artikel 1: Positionering Raad van Toezicht Ingevolge de statuten bestuurt het College van Bestuur
http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm.
wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Wet op het primair onderwij. http://wetten.overheid.n1/b WBR0003420/Hoofdstukl/Titelll/Afdelm. Wet op het primair onderwijs, Artikel 17c Artikel 17c. Inhoud intern
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 600 X Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 1998 Nr. 55 BRIEF VAN
MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN
MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN INLEIDING Voorwoord Commandant der Strijdkrachten CONTEXT De complexe omgeving waarin bij Defensie leiding wordt gegeven
Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)
Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING
af over het gevoerde beleid en de door de Raad van Bestuur in dat kader verrichte werkzaamheden.
sdw REGLEMENT RAAD VAN BESTUUR DEFINITIES Cliëntenraad: het door de stichting ingestelde orgaan dat binnen de doelstellingen van de stichting in het bijzonder de gemeenschappelijke belangen van de cliënten
Reglement Raad van Bestuur Zorgwaard
Reglement Raad van Bestuur Zorgwaard 1. De bestuurstaak 1.1 Ingevolge de statuten bestuurt de Raad van Bestuur de stichting onder toezicht van de Raad van Toezicht. 1.2 De Raad van Bestuur dient primair
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME
Wet van... houdende nadere wijzigingen van de Grondwet van de Republiek Suriname (S.B. 1987 No.116, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B.1992 No.38) ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME In overweging
Willem de Zwijger College
Functieprofiel Raad van Toezicht 17 september 2018 Willem de Zwijger College 1 Functieprofiel Raad van toezicht Hoofdtaak De raad van toezicht functioneert als eenheid en waakt over het integrale belang
Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?
Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting In de 21 ste eeuw is de invloed van ruimtevaartactiviteiten op de wereldgemeenschap, economie, cultuur, milieu, etcetera steeds groter geworden. Ieder land dient
TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN. JAARGANG 1951 No. 4 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken
3 (1950) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN JAARGANG 1951 No. 4 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL UNIEZAKEN Memorandum houdende een
Directiereglement Voorgesteld door de directie op: 14 juni 2011 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011
Directiereglement Voorgesteld door de directie op: 14 juni 2011 Vastgesteld door de raad van toezicht op: 14 juni 2011 HOOFDSTUK I. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit Reglement is opgesteld
Verordening brandveiligheid en hulpverlening
Verordening brandveiligheid en hulpverlening Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 238 Wijziging van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met het wettelijk regelen van kwaliteitseisen
Bestuursreglement Zadkine
Bestuursreglement Zadkine Dit reglement dient tot nadere uitwerking van artikel 6 lid 5 van de statuten van de Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs Zadkine Algemeen Artikel 1 In dit reglement wordt
Reglement Raad van Bestuur Stichting Koninklijke Visio. 1 De bestuurstaak. 2 Verantwoording en verantwoordelijkheid
Reglement Raad van Bestuur Stichting Koninklijke Visio 1 De bestuurstaak 1.1 Ingevolge de statuten bestuurt de Raad van Bestuur de stichting onder toezicht van de Raad van Toezicht. 1.2 De Raad van Bestuur
WlJ JULIANA, BU DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, PRINSES VAN ORANJE-NASSAU, ENZ., ENZ., ENZ.
No. 51. VERTROUWELIJK BESLUIT van 8 Augustus 1949, houdende nadere regelen met betrekking tot de organisatie, de werkwijze, de taak en de samenwerking van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. WlJ JULIANA,
Reglement Bestuur. Inleiding. 1. De bestuurstaak
Reglement Bestuur Inleiding Dit is het reglement van het (collegiaal) bestuur van Stichting SVn als bedoeld in artikel 14 lid 1 van de Statuten van die stichting. Het wordt vastgesteld door het bestuur
Reglement College van Bestuur IJsselgroep
Reglement College van Bestuur IJsselgroep Vastgesteld door de Raad van Toezicht d.d. 12 maart 2014 0. Inleiding In de statuten d.d. 19 december 2009 van de Stichting IJsselgroep Educatieve Dienstverlening
Toezichtkader Raad van Toezicht
Toezichtkader Raad van Toezicht 1 Toezichtkader Raad van Toezicht dr. Aletta Jacobs College De Raad van Toezicht houdt integraal toezicht, dat wil zeggen toezicht op alle aspecten van de stichting en de
Artikel Slotbepaling In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist de raad van toezicht.
Reglement voor de raad van toezicht van de Stichting openbaar onderwijs aan de Amstel Artikel 1 - Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a) Stichting : de Stichting openbaar onderwijs
In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen.
In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. Relevante wet-en regelgeving BHV1 1. Arbeidsomstandighedenwet (van kracht sinds 1 januari 2007) N.B. Achter de artikelen
VOORSTEL STRUCTURELE WIJZIGINGEN VAN DE BEGROTINGEN
VOORSTEL STRUCTURELE WIJZIGINGEN VAN DE BEGROTINGEN Paramaribo, 26 maart 2015 Inleiding Reeds vele jaren hebben we te maken met een onnauwkeurige en ondoorzichtige wijze van de opstelling en presentatie
Reglement Raad van Commissarissen Focus op Zorg B.V.
Reglement Raad van Commissarissen Artikel 1 Inleiding 1. Dit reglement is, ter aanvulling van de statuten van, opgesteld voor de Raad van Commissarissen Focus Op Zorg BV en is gebaseerd op de uitgangspunten
REGLEMENT DIRECTIE - De directie van de stichting: Stichting SOS-Kinderdorpen Nederland, statutair gevestigd te Amsterdam (hierna: "de stichting");
REGLEMENT DIRECTIE - De directie van de stichting: Stichting SOS-Kinderdorpen Nederland, statutair gevestigd te Amsterdam (hierna: "de stichting"); in aanmerking genomen het volgende: A) de statutaire
Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie)
Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie) Op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van * 2012, nummer
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van t/m heden
Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van 01-01-2013 t/m heden Wet van 29 mei 2006 tot vaststelling van regels met betrekking tot de bijzondere opsporingsdiensten en de instelling van het functioneel
Samenwerkingsovereenkomst cliëntenraad en Bureau Beckers.
Samenwerkingsovereenkomst cliëntenraad en B. Inleiding In de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) wordt genoemd dat er tussen de cliëntenraad en B een samenwerkingsovereenkomst moet zijn.
Beleidsplan Stichting ter behoud van de kerkelijke gebouwen van Oudehaske en Haskerhorne
Beleidsplan 2018-2022 Stichting ter behoud van de kerkelijke gebouwen van Oudehaske en Haskerhorne Plaats Oudehaske Datum 07-05-2018 Inhoud 1. INLEIDING... 3 2. Organisatie... 3 3. Visie en missie... 3
Onderwerp: Instelling werkgeverscommissie griffie ex artikel 83 Gemeentewet
Raadsvergadering, 26 oktober 2010 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Instelling werkgeverscommissie griffie ex artikel 83 Gemeentewet Nr.: 411 Agendapunt: 10 Datum: 11 oktober 2010 Voorgesteld besluit 1)
Heeft, na goedkeuring door De Nationale Assemblee, de Staatsraad gehoord, bekrachtigd de onderstaande wet:
Wet van houdende vaststelling van de status van Personen van Surinaamse Afkomst en de Rechten en Plichten die uit die status voortvloeien (Wet PSA) ---------------------------------------------------------------
Raadsbijlage Voorstel tot het vaststellen van de Verordening brandveiligheid
gemeente Eindhoven Dienst Brandweer en Rampenbestrijding Raadsbijlage nummer xa Inboeknummer oxroox64r Beslisdatum Blkw 22 januari 2002 Dossiernummer 204.104 Raadsbijlage Voorstel tot het vaststellen van
GOEDGEKEURDE VERSIE. Centrum voor Strategische Defensiestudies Zuid Amerikaanse Defensieraad Unie van Zuid Amerikaanse Naties.
PRELIMINAIR RAPPORT VAN HET CEED VOOR DE ZUID-AMERIKAANSE DEFENSIERAAD BETREFFENDE REFERENTIETERMEN VOOR DE CONCEPTEN VEILIGHEID EN DEFENSIE IN DE ZUID- AMERIKAANSE REGIO Het (CEED) is een kennisinstantie
Directiereglement Waarborgfonds voor de Zorgsector
Directiereglement Waarborgfonds voor de Zorgsector Inleiding De Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (hierna aangeduid als: 'WFZ') wordt bestuurd door een eenhoofdige directie (hierna aangeduid als:
PROFIELSCHETS RAAD VAN COMMISSARISSEN WONINGSTICHTING VAALS
PROFIELSCHETS RAAD VAN COMMISSARISSEN WONINGSTICHTING VAALS 1. De functie van de Raad van Commissarissen In deze profielschets wordt eerst ingegaan op de achtergronden en bevoegdheden van de Raad van Commissarissen
Profielschets Raad van Commissarissen
Profielschets Raad van Commissarissen Vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 18 maart 2009 en laatstelijk gewijzigd in 2014. 1. Doel profielschets 1.1 Het doel van deze profielschets is om uitgangspunten
De gedragscode Goed Bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid- Kennemerland. (STOPOZ)
De gedragscode Goed Bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid- Kennemerland. (STOPOZ) Vastgesteld in de vergadering van het bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid- Kennemerland
de positie van de verzekerde/patiënt in Nederland en daarbuiten in het licht van de voorgenomen wijziging van art 13 Zvw (EU-aspecten)
de positie van de verzekerde/patiënt in Nederland en daarbuiten in het licht van de voorgenomen wijziging van art 13 Zvw (EU-aspecten) Jac Rinkes Workshop SKGZ 3-10-13 Zorgverzekeringswet Artikel 13 1.
Directiestatuut CSG. Artikel 1. Taakverdeling en structuur
Directiestatuut CSG Artikel 1. Taakverdeling en structuur 1. De directeur-bestuurder oefent in de rol van bestuur van de stichting de hem bij of krachtens wettelijk voorschrift, statuten of het Reglement
Europees Handvest inzake lokale autonomie
(Tekst geldend op: 04-02-2010) Europees Handvest inzake lokale autonomie (vertaling: nl) Europees Handvest inzake lokale autonomie PREAMBULE De Lidstaten van de Raad van Europa die dit Handvest hebben
Conflictregeling Raad van Toezicht en directeur Stichting Allegoeds
Bijlage 2 artikel 4.2 Governance Code Allegoeds Conflictregeling Raad van Toezicht en directeur Stichting Allegoeds Preambule Conflicten tussen de directeur-bestuurder en de raad van toezicht kunnen verlammend
Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam
Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper
Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202
Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of
Beslisdocument college van Peel en Maas
298634 Beslisdocument college van Peel en Maas Document openbaar: Ja Besluitnummer: 43 5b Onderwerp: Opstellen beleid Nota integraal toezichts- en handhavingsbeleid fysieke leefomgeving Advies: 1. Vast
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD houdende benoeming
Reglement Raad van Bestuur
Reglement Raad van Bestuur vergadering van 24 oktober 2005 Pagina 1 van 7 Inhoudsopgave: pagina Hoofdstuk 1 Bestuurstaak 3 Hoofdstuk 2 Verantwoording en Verantwoordelijkheid 3 Hoofdstuk 3 Besluitvorming
EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE
CRI(97)36 Version néerlandaise Dutch version EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE TWEEDE ALGEMENE BELEIDSAANBEVELING VAN DE ECRI: SPECIALE ORGANEN OP NATIONAAL NIVEAU GERICHT OP DE BESTRIJDING
DIERENOPVANGCENTRUM AMSTERDAM. Reglement. Raad van Toezicht. november 2018
DIERENOPVANGCENTRUM AMSTERDAM Reglement Raad van Toezicht november 2018 Vastgesteld door de RvT in de vergadering van 19 november 2018 Inleiding Binnen de Stichting Dierenopvangcentrum Amsterdam II (Stichting)
PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS
BIJLAGE II PROFESSIONEEL STATUUT VOOR EEN HUISARTS IN DIENST BIJ EEN HUISARTS Overwegende: - dat overeenkomstig artikel 5 onder a van de CAO HID/DA de huisarts zijn werkzaamheden zal verrichten met inachtneming
Bestuursreglement. Bestuursreglement Stichting Verpleeghuis het Parkhuis Vastgestelde versie 15 april 2014 Pagina 1 van 6
Bestuursreglement Vastgestelde versie 15 april 2014 Pagina 1 van 6 Definities In dit reglement wordt verstaan onder: - Bestuur: de raad van bestuur van Stichting Verpleeghuis Het Parkhuis - Raad van Toezicht:
Instructie gemeentesecretaris gemeente Overbetuwe 2011
Onderwerp: Instructie gemeentesecretaris gemeente Overbetuwe 2011 Ons kenmerk: 11BWB00022 Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe; gelet op artikel(en) 103, tweede lid van de Gemeentewet;
Statuten Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek- Waterland
Statuten Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek- Waterland Naam, zetel en duur Artikel 1 1 De Stichting is genaamd: Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie
Allen hierboven genoemde betrokkenen mogen rekenen op een duidelijk, behulpzaam en toegankelijk apparaat.
Gedragscode Prins Claus Fonds 3 Prins Claus Fonds Jaarverslag 2002 Zo zijn onze manieren! Inleiding Een gedragscode voor het Prins Claus Fonds dient rekening te houden met de aard van de organisatie, het
