De opbouw van het examenprogramma vwo
|
|
|
- Anja van den Berg
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 De opbouw van het examenprogramma vwo Het examenprogramma is als volgt opgebouwd. Het bestaat uit een vaardighedendeel en een inhoudelijk deel concepten en contexten. Dit ziet er als volgt uit: A. Vaardigheden - domein A1: Algemene vaardigheden - domein A2: Wiskundige, natuurwetenschappelijke en technische vaardigheden - domein A3: Biologische vakvaardigheden B. Concepten en contexten - domein B1: Biologische eenheid - domein B2: Regulatie en zelforganisatie - domein B3: Interactie - domein B4: Reproductie - domein B5: Evolutie. Het inhoudelijk deel van het examenprogramma is samengevat in een matrix van de, naar het inzicht van de commissie, vijf belangrijke overkoepelende biologische begrippen - systeemconcepten genoemd en zeven organisatieniveaus van het leven: Molecuul, Cel, Orgaansysteem, Organisme, Populatie, Ecosysteem, Biosfeer. In de cellen van de matrix zijn een vijftigtal concepten geplaatst. De algemene formulering van de officiële eindtermen is vervolgens per concept: De kandidaat kan het systeemconcept X gebruiken op niveau Y met behulp van het concept / de concepten Z. Op de volgende bladzijden is het complete experimentele programma voor vwo weergegeven. Daarbij is de zwart gedrukte tekst de officieel door de minister vastgestelde tekst (voor de duur van het experiment). De blauwe gedeeltes zijn toelichtingen die door de CVBO geschreven zijn.
2 SYSTEEMCONCEPT B1 Biologische B2 Zelfregulatie/ B3 Interactie B4 Reproductie B5 Evolutie eenheid zelforganisatie Molecuul DNA Genexpressie DNA-replicatie Mutatie Recombinatie Cel Cel Transport Metabolisme Celdifferentiatie Celcommunicatie Celcyclus Celdood Instandhouding/ groei ORGANISATIENIVEAU Orgaansysteem Organisme Orgaan Prokaryoot Eukaryoot Virus Ademhaling Spijsvertering Uitscheiding Transport Afweer Bewegen Homeostase Fotosynthese Voeding Levenscyclus Gezondheid Zintuigen Zenuwstelsel Hormoonhuishouding Interactie met (a-) biotische factoren Gedrag Voortplanting Erfelijkheid Fossiel Populatie Soort Populatie Genetische variatie Natuurlijke selectie Soortvorming Energiestroom Ecosysteem Ecosysteem Kringloop Dynamiek Voedselrelaties Evenwicht Biosfeer Biosfeer Duurzame ontwikkeling Ontstaan van het leven Biodiversiteit
3 Examenprogramma Biologie vwo 1 A. Vaardigheden Domein A1: Algemene vaardigheden profieloverstijgendniveau A1.1 Informatievaardigheden De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken. A1.2 Communiceren De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over onderwerpen uit het desbetreffende vakgebied. A1.3 Reflecteren op leren De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces. A1.4 Studie en beroep De kandidaat kan toepassingen en effecten van vakkennis en vaardigheden in verschillende studie- en beroepssituaties herkennen en benoemen. Daarnaast kan de kandidaat een verband leggen tussen de praktijk van deze studies en beroepen en de eigen kennis, vaardigheden en belangstelling. Domein A2: Wiskundige en natuurwetenschappelijke vaardigheden - bètaprofielniveau A2.1 Onderzoeken De kandidaat kan een vraagstelling in een geselecteerde context analyseren, gebruik makend van relevante begrippen en theorie, vertalen in een vakspecifiek onderzoek, dat onderzoek uitvoeren, en uit de onderzoeksresultaten conclusies trekken. A2.2 Ontwerpen De kandidaat kan een ontwerp op basis van een gesteld probleem voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen/theorie gebruiken. A2.3 Modelvorming De leerling kan een realistische contextsituatie analyseren, inperken tot een hanteerbaar probleem, vertalen naar een model, modeluitkomsten genereren en interpreteren en het model toetsen en beoordelen. A2.4 Redeneren De kandidaat kan met gegevens van wiskundige en natuurwetenschappelijke aard consistente redeneringen opzetten van zowel inductief als deductief karakter. A2.5 Analyse van en reflectie op natuurwetenschap en techniek De kandidaat kan beschrijven hoe natuurwetenschappelijke en technische kennis ontstaat, en hoe deze op juistheid wordt beoordeeld en toegepast. A2.6 Waarderen en oordelen De kandidaat kan een beargumenteerd oordeel over een situatie in de natuur of een technische toepassing geven, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten en persoonlijke uitgangspunten. A2.7 Rekenkundige en wiskundige vaardigheden De kandidaat kan een aantal voor het vak relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden correct en geroutineerd toepassen bij vakspecifieke probleemsituaties. 1 juni 2007, versie 13 ; Deel A zal in de toekomst waarschijnlijk domein genoemd worden, A1, A2, A3 zijn dan subdomeinen, en de domeinen B1 tot en met B5 zullen waarschijnlijk B, C, D, E, F genoemd gaan worden, dit conform de indeling van de andere natuurwetenschappelijke vakken.
4 Domein A3: Biologische vakvaardigheden A3.1 Beleven en waarderen De kandidaat kan gevoelens en betekenissen expliciteren die worden opgeroepen door het omgaan met biologische eenheden en aandacht schenken aan de gevoelens en betekenissen die anderen daarbij expliciteren. A3.2 Kiezen De kandidaat kan een keuze maken of een standpunt bepalen ten aanzien van met biologische kennis verworven mogelijkheden op basis van afweging van de mogelijkheden en daarmee samenhangende maatschappelijke en ethische consequenties. A3.3 Technisch-instrumentele vaardigheden De kandidaat kan op een verantwoorde manier omgaan met voor het vak relevante instrumenten, apparaten en ICT-toepassingen. A3.4 Vaktaal, conventies en notaties De kandidaat kan de correcte vakspecifieke taal en terminologie interpreteren en produceren, inclusief de daarbij inbegrepen formuletaal, conventies en notaties. A3.5 Vakspecifiek gebruik van de computer De kandidaat kan de computer gebruiken bij modelleren en visualiseren van verschijnselen en processen en voor het verwerken van gegevens. A3.6 Risico-inventarisatie en veilig werken De kandidaat kan een risico-inventarisatie opstellen, experimenten veilig uitvoeren en de risicoinventarisatie evalueren. A3.7 Vakspecifieke activiteiten De kandidaat kan de in biologische praktijken voorkomende activiteiten: beheren, behandelen, verzorgen, consumeren en produceren, onderkennen en daarbij opvattingen en criteria inventariseren, vergelijken en becommentariëren A3.8 Vormfunctie denken De kandidaat kan redeneringen hanteren waarbij vanuit een gegeven vorm van een biologische eenheid naar een bijbehorende functie wordt gezocht en andersom. A3.9 Ecologisch denken De kandidaat kan redeneringen hanteren waarbij uitgewerkt wordt wat de gevolgen van interne of externe veranderingen in een levensgemeenschap of ecosysteem zijn. A3.10 Evolutionair denken De kandidaat kan redeneringen hanteren waarbij uiteen wordt gezet wat het adaptieve voordeel is van veranderingen die zich in de loop van de tijd hebben voorgedaan. A3.11 Systeemdenken De kandidaat kan een onderscheid maken tussen verschillende organisatieniveaus, relaties binnen en tussen organisatieniveaus uitwerken en uiteenzetten hoe biologische eenheden op verschillende organisatieniveaus zichzelf in stand houden en ontwikkelen.
5 B: Concepten en contexten Toelichting (1) De kandidaat kan de concepten die hieronder zijn aangegeven gebruiken in leefwereldcontexten en in wetenschappelijke contexten en/of beroepscontexten. Alleen die beroepscontexten zijn relevant waarvoor een universitaire opleiding is vereist. (2) Op het examen wordt getoetst of leerlingen concepten in één van de typen contexten die zijn aangegeven kunnen gebruiken. Met gebruiken wordt in onderstaande eindtermen bedoeld dat de kandidaat: een beschrijving kan volgen van de wijze waarop het concept bij uitvoering van een of meer activiteiten in een context wordt gehanteerd en aan een discussie daarover kan deelnemen; kan uitzoeken hoe het concept bij uitvoering van een of meer activiteiten in een context wordt uitgewerkt of gehanteerd en daarover kan rapporteren; een standpunt kan bepalen ten aanzien van de normatieve kwesties die een rol spelen bij de wijze waarop het concept bij uitvoering van een of meer activiteiten wordt gehanteerd; het concept bij uitvoering van activiteiten kan hanteren en criteria kan formuleren waaraan daarbij moet worden voldaan (alleen in sommige leefwereldcontexten). Domein B1: Biologische eenheid Een biologische eenheid is een levend systeem met een grens en een te omschrijven structuur. Binnen deze biologische eenheid is er sprake van zelf organisatie, regulatie en reproductie, wordt gereageerd,worden reacties opgeroepen en is er interactie met de omgeving. In het kader van de zeven organisatieniveaus is DNA de kleinste biologische eenheid en de biosfeer de grootste. Biologische eenheden kunnen met elkaar op een hoger niveau een nieuwe biologische eenheid vormen met een eigen organisatiestructuur. Zo vormen cellen met elkaar een organisme en kunnen verschillende populaties van organismen samen een ecosysteem vormen. Door deze opbouw maken biologische eenheden enerzijds deel uit van biologische eenheden van een hogere orde (organisatieniveau), anderzijds kunnen binnen een biologische eenheid veelal biologische eenheden van een lagere orde (organisatieniveau) worden onderscheiden. De kandidaat kan in een context biologische eenheden herkennen en de kenmerken ervan beschrijven op het niveau van moleculen, cellen, organen, organismen, populaties, ecosystemen en de biosfeer. de samenhang en onderlinge afhankelijkheid van biologische eenheden in eenzelfde of een verschillend organisatieniveau herkennen en beargumenteren hoe de samenhang en afhankelijkheid is georganiseerd. redeneringen hanteren waarbij vanuit een gegeven vorm van een biologische eenheid naar een bijbehorende functie wordt gezocht, en andersom B1.1 De kandidaat kan het systeemconcept biologische eenheid gebruiken op moleculair niveau met behulp van het concept DNA. B1.2 De kandidaat kan het systeemconcept biologische eenheid gebruiken op cellulair niveau met behulp van het concept cel. B1.3 De kandidaat kan het systeemconcept biologische eenheid gebruiken op orgaansysteem niveau met behulp van het concept orgaan. B1.4 De kandidaat kan het systeemconcept biologische eenheid gebruiken op organisme niveau met behulp van de concepten prokaryoot, eukaryoot en virus. B1.5 De kandidaat kan het systeemconcept biologische eenheid gebruiken op populatie niveau met behulp van de concepten soort en populatie. B1.6 De kandidaat kan het systeemconcept biologische eenheid gebruiken op ecosysteem niveau met behulp van het concept ecosysteem
6 B1.7 De kandidaat kan het systeemconcept biologische eenheid gebruiken op biosfeer niveau met behulp van het concept biosfeer. Domein B2: Zelfregulatie en zelforganisatie Biologische eenheden, van klein (cellen) tot groot (ecosystemen) handhaven zich door het opnemen van stoffen cq energie uit hun omgeving, door het herstel van opgelopen schade, door zich te verdedigen tegen indringers en tegen schadelijke stoffen, door het vertonen van adequaat gedrag en door het aanpassen aan of het veranderen van de omgeving. Onderdelen van een biologische eenheid kunnen zich daarbij specialiseren voor een bepaalde functie. Deze specialisatie gebeurt op alle organisatieniveaus. Biologische eenheden ontwikkelen zich door replicatie, door deling, door toename van onderdelen van de biologische eenheid en door specialisatie. Door zelforganisatie kunnen nieuwe structuren (biologische eenheden) van een hogere orde ontstaan die beschikken over emergente eigenschappen: het geheel is meer dan de som van de delen. De kandidaat kan in een context: uitleggen dat biologische eenheden van cellulair niveau tot aan het niveau van de biosfeer, zichzelf reguleren en organiseren, om zichzelf in stand te houden en te ontwikkelen; aangeven dat biologische eenheden nieuwe,emergente eigenschappen hebben vergeleken met de biologische eenheden van een niveau lager; aan de hand van een voorbeeld beschrijven hoe de steeds veranderende onderlinge relaties binnen en tussen biologische eenheden gereguleerd worden; uitleggen dat er opname, verwerking en afgifte van energie en materie is, en daarbij de relaties binnen en tussen biologische eenheden beschrijven. B2.1 De kandidaat kan het systeemconcept zelfregulatie en zelforganisatie gebruiken op cellulair niveau met behulp van de concepten transport, metabolisme, celdifferentiatie en celdood. B2.2 De kandidaat kan het systeemconcept zelfregulatie en zelforganisatie gebruiken op orgaansysteem niveau met behulp van de concepten instandhouding/groei, ademhaling, spijsvertering, uitscheiding, transport, afweer en bewegen. B2.3 De kandidaat kan het systeemconcept zelfregulatie en zelforganisatie gebruiken op organisme niveau met behulp van de concepten homeostase, fotosynthese, voeding, gezondheid en levenscyclus. B2.4 De kandidaat kan het systeemconcept zelfregulatie en zelforganisatie gebruiken op ecosysteem niveau met behulp van de concepten energiestroom, kringloop, dynamiek en evenwicht. B2.5 De kandidaat kan het systeemconcept zelfregulatie en zelforganisatie gebruiken op biosfeer niveau met behulp van het concept duurzame ontwikkeling. Domein B3: Interactie Biologische eenheden worden beïnvloed door hun omgeving, die zowel biotisch als abiotisch van aard kan zijn. Op deze beïnvloeding kunnen de biologische eenheden reageren door zich aan te passen, te verplaatsen of andere reacties te vertonen. Omgekeerd hebben biologische eenheden ook invloed op hun biotische en abiotische omgeving. De kandidaat kan in een context beargumenteren dat een biologische eenheid, van welk organisatieniveau dan ook, voortdurend in interactie is met de omgeving waaronder andere biologische eenheden redeneringen hanteren waarbij uitgewerkt wordt wat de gevolgen van interne of externe veranderingen in een biologische eenheid zijn voor die biologische eenheid en voor de hogere en lagere organisatieniveaus voor de effecten van veranderingen in een biologische eenheid de multicausale oorzaken noemen.
7 de complexiteit van relaties in en tussen biologische eenheden en van biologische eenheden met hun abiotisch milieu beschrijven B3.1 De kandidaat kan het systeemconcept interactie gebruiken op molecuul niveau met behulp van het concept genexpressie. B3.2 De kandidaat kan het systeemconcept interactie gebruiken op cellulair niveau met behulp van het concept celcommunicatie. B3.3 De kandidaat kan het systeemconcept interactie gebruiken op orgaansysteem niveau met behulp van de concepten zintuig, zenuwstelsel en hormoonhuishouding. B3.4 De kandidaat kan het systeemconcept interactie gebruiken op organisme niveau met behulp van de concepten interactie met (a-)biotische factoren en gedrag. B3.5 De kandidaat kan het systeemconcept interactie gebruiken op ecosysteem niveau met behulp van het concept voedselrelaties. Domein B4: Reproductie Biologische eenheden repliceren zich. Daarbij ontstaat een eenheid die op dezelfde wijze georganiseerd is als de oorspronkelijke eenheid. DNA kan zich repliceren. Een cel kan zich repliceren. Meercellige organismen kunnen via voortplanting (geslachtelijk of ongeslachtelijk) nieuwe biologische eenheden voortbrengen. Populaties kunnen zich opdelen, bijvoorbeeld als geografische barrières ontstaan. De kandidaat kan in een context: verbanden leggen tussen replicatie die plaats vindt op de verschillende organisatieniveaus bediscussiëren dat fouten of ingrepen die plaatsvinden bij replicatie op het moleculaire niveau/op het celniveau, gevolgen kunnen hebben voor het functioneren van het organisme. discussiëren over de betekenis van seksualiteit, erfelijkheid en voortplanting voor de mens B4.1 De kandidaat kan het systeemconcept reproductie gebruiken op molecuul niveau met behulp van het concept DNA-replicatie. B4.2 De kandidaat kan het systeemconcept reproductie gebruiken op cellulair niveau met behulp van het concept celcyclus. B4.3 De kandidaat kan het systeemconcept reproductie gebruiken op organisme niveau met behulp van de concepten voortplanting en erfelijkheid. Domein B5: Evolutie Biologische eenheden zijn op alle organisatieniveaus met elkaar in interactie, beïnvloed door biotische en a-biotische factoren. Competitie om onder andere ruimte, licht en/of voedsel zijn aan de orde. De kans om te overleven en nakomelingen te krijgen is het grootst voor biologische eenheden die het best passen bij de omstandigheden, die de omstandigheden kunnen aanpassen of die de beste omstandigheden kunnen opzoeken. Evolutie beschrijft hoe competitie, adaptatie en selectiedruk, mutatie en recombinatie hebben geleid tot de nu aanwezige biodiversiteit. De kandidaat kan in een context toelichten hoe diversiteit van leven (volgens de evolutietheorie) ontstaan is toelichten dat het overeenkomstige systeem van erfelijke informatie van organismen opgevat wordt als een natuurwetenschappelijk argument voor een gemeenschappelijke oorsprong en verwantschap van al het leven. redeneringen hanteren waarbij de rol van adaptaties in biologische eenheden wordt uiteengezet.
8 redeneringen hanteren waarbij vanuit een gegeven vorm van een biologische eenheid naar een bijbehorende functie wordt gezocht en toelichten dat een bepaalde functionaliteit langs verschillende wegen tot stand kan komen. nagaan hoe evolutietheorie tot stand gekomen is en discussiëren over de wisselwerking van de evolutietheorie met wetenschap, maatschappij en levensovertuiging. B5.1 De kandidaat kan het systeemconcept evolutie gebruiken op moleculair niveau met behulp van de concepten mutatie en recombinatie. B5.2 De kandidaat kan het systeemconcept evolutie gebruiken op organisme niveau met behulp van het concept fossiel. B5.3 De kandidaat kan het systeemconcept evolutie gebruiken op populatie niveau met behulp van de concepten genetische variatie, natuurlijke selectie en soortvorming. B5.4 De kandidaat kan het systeemconcept evolutie gebruiken op biosfeer niveau met behulp van de concepten ontstaan van het leven en biodiversiteit.
Examenprogramma biologie vwo
Bijlage 4 Examenprogramma biologie vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein
Examenprogramma biologie havo
Bijlage 3 Examenprogramma biologie havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Dynamisch evenwicht
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Dynamisch evenwicht kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen
Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo
Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Fundament
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor
Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo)
Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo) Voor meer informatie zie: Kerndoelen onderbouw Vakportaal Mens & maatschappij Vakportaal Natuur & techniek kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Evolutie
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Evolutie kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke
Examenprogramma natuur, leven en technologie havo
Examenprogramma natuur, leven en technologie havo Het eindexamen (februari 2007) Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden
Examenprogramma biologie vwo vanaf CE 2016
De onderstaande lijst bevat de complete examenprogramma s voor de bovenbouw VWO (4, 5 en 6 VWO) voor de vakken Biologie, Natuurkunde en Scheikunde. Daarnaast is het hele programma van het sportsciencecamp,
Examenprogramma natuur, leven en technologie vwo vanaf schooljaar 2014-2015
Examenprogramma NLT vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen en technologie
Examenprogramma natuurkunde havo
Bijlage 1 Examenprogramma natuurkunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden
Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau)
BIJLAGE 1 Examenprogramma NLT havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Exacte wetenschappen
Examenprogramma biologie havo
Examenprogramma biologie havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A1 Vaardigheden Domein A2 Analyse
Examenprogramma biologie vwo
Examenprogramma biologie vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Structuren
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11101 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/389632, houdende
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11699 8 juni 2012 Rectificatie Examenprogramma natuurkunde vwo van 28 april 2012, kenmerk VO2012/389632 In de regeling
Examenprogramma natuurkunde vwo
Examenprogramma natuurkunde vwo Ingangsdatum: schooljaar 2013-2014 (klas 4) Eerste examenjaar: 2016 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9161 26 mei 2011 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 april 2011, nr. VO/289008, houdende
Examenprogramma scheikunde vwo
Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen
Werkversie Syllabus biologie havo en vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen havo 2010 Examen vwo 2011
Werkversie Syllabus biologie havo en vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen havo 2010 Examen vwo 2011 Deze syllabus is identiek aan de syllabus voor examen havo 2009 en vwo 2010. Concept juli 2009
Scheikunde inhouden (PO-havo/vwo): Schaal, verhouding en hoeveelheid
Scheikunde inhouden (PO-havo/vwo): Schaal, verhouding en hoeveelheid kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 44: De leerlingen leren
Aansluiting op het actuele curriculum (2014)
Aansluiting op het actuele curriculum (2014) De verschillende modules van GLOBE lenen zich uitstekend om de leerlingen de verschillende eindtermen en kerndoelen aan te leren zoals die zijn opgesteld door
Examenprogramma wiskunde D havo
Examenprogramma wiskunde D havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kansrekening en statistiek
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11101 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/389632, houdende
Examenprogramma scheikunde havo
Examenprogramma scheikunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kennis
Examenprogramma wiskunde D vwo
Examenprogramma wiskunde D vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kansrekening en statistiek
Handreiking schoolexamen biologie havo/vwo
Handreiking schoolexamen biologie havo/vwo Bij het examenprogramma geldig vanaf schooljaar 2013-2014 Handreikingen tweede fase SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Handreiking schoolexamen
Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo), Biologische eenheid
Leerlijn Biologie inhouden (PO-havo/vwo), Biologische eenheid Voor meer informatie zie: Kerndoelen onderbouw Vakportaal Mens & maatschappij Vakportaal Natuur & techniek kerndoelen primair onderwijs kerndoelen
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11109 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/403948, houdende
BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V
BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
Werkversie Syllabus biologie vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2012
Werkversie Syllabus biologie vwo bij het examenprogramma van CVBO Examen 2012 Concept Juli 2009 Verantwoording: 2009 Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo, Utrecht Alle rechten
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11109 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/403948, houdende
BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V
BIOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
PTA scheikunde Belgisch park cohort 14 15-16
Het examenprogramma scheikunde is vernieuwd. In 2013 is in 4 HAVO met dat nieuwe examenprogramma scheikunde gestart. De methode Chemie Overal 4 e editie is geschreven voor dit nieuwe examenprogramma. Toegestaan
BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1
BIOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2017 V16.8.1 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de staatsexamens
NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor
LANDSEXAMEN VWO
Examenprogramma BIOLOGIE V.W.O. LANDSEXAMEN VWO 2017-2018 1 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het commissie-examen. Het centraal examen wordt afgenomen in één zitting van
NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
NATUUR, LEVEN, TECHNOLOGIE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Examens (CvE). Het CvE is verantwoordelijk voor de afname van
DOMEINBESCHRIJVING 27 MEI 2014 VOORLOPIG CONCEPT
DOMEINBESCHRIJVING 27 MEI 2014 VOORLOPIG CONCEPT 1 VOORSTEL NIEUW DOMEIN A VAARDIGHEDEN 1.1 Doel en inhoud Dit domein omvat algemene en vakspecifieke vaardigheden die verkaveld zijn in de subdomeinen A1
SCHEIKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2020
SCHEIKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2020 Versie: 2 april 2019 De vakinformatie is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de staatsexamens
Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap havo
Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap havo 27 MEI 2014 CONCEPT - VOORLOPIG Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit
PTA biologie havo Belgisch Park cohort
Domeinen biologie Het examenprogramma biologie kent de volgende (sub)domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Zelfregulatie o Subdomein B1 Eiwitsynthese o Subdomein B2 Stofwisseling van de cel o Subdomein
Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap vwo
Examenprogramma bedrijfseconomie en ondernemerschap vwo 27 MEI 2014 CONCEPT - VOORLOPIG Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit
LANDSEXAMEN HAVO
Examenprogramma BIOLOGIE H.A.V.O. LANDSEXAMEN HAVO 2017-2018 1 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het commissie-examen. Het centraal examen wordt afgenomen in één zitting
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Voortplanting
Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Voortplanting kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de
Examenprogramma's O&O voor havo en vwo
Examenprogramma's O&O voor havo en vwo Inleiding Op de volgende bladzijden staan de examenprogramma s voor het vak Onderzoek en ontwerpen. In nogal formele bewoordingen is beschreven wat leerlingen ( kandidaten
Samenvatting Biologie Thema 1 inleiding in de
Samenvatting Biologie Thema 1 inleiding in de biologie Samenvatting door E. 1726 woorden 5 november 2013 7,7 20 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie hoofdstuk 1, wat is biologie?
ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor
LANDSEXAMEN VWO Het examenprogramma Het examenprogramma voor het commissie-examen Wiskunde D bestaat uit de volgende (sub)domeinen:
LANDSEXAMEN VWO 2017-2018 Examenprogramma WISKUNDE D (V.W.O. ) ( oud examenprogramma) 1 Het eindexamen Wiskunde D kent slechts het commissie-examen. Er is voor wiskunde D dus geen centraal schriftelijk
Differentiëren met de nieuwe editie Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw
Differentiëren met de nieuwe editie Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw 31-e NIBI onderwijsconferentie, 13 januari 2017 Gijs van Hengstum, Hans Prins Programma van deze workshop Deel 1: hoe moet adaptiviteit
Examenprogramma scheikunde vwo
Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen,
Examenprogramma scheikunde havo
Examenprogramma scheikunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A1 Vaardigheden Domein A2
Examenprogramma Klassieke Talen vwo
Examenprogramma Klassieke Talen vwo Ingangsdatum: schooljaar 2014-2015 (klas 4) Eerste examenjaar: 2017 Griekse taal en cultuur (GTC) vwo Latijnse taal en cultuur (LTC) vwo Griekse taal en cultuur (GTC)
Bijlagen bij Van profielwerkstuk naar meesterproef
Bijlagen bij Van profielwerkstuk naar meesterproef Lessen uit vijf SLO-profielmeesterstukwedstrijden 2008-2012 SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Bijlagen bij Van profielwerkstuk naar
EINDTERMEN Bosbiotoopstudie
EINDTERMEN Bosbiotoopstudie Eerste graad A-stroom Vakgebonden eindtermen aardrijkskunde De mens en het landschap Het landelijk landschap 22 milieueffecten opnoemen die in verband kunnen gebracht worden
Eerste graad A-stroom
EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Vijverbiotoopstudie Eerste graad A-stroom Vakgebonden eindtermen aardrijkskunde Het natuurlijk milieu Reliëf 16* De leerlingen leren respect opbrengen voor de waarde van
Inleiding in de biologie
Examen Voorbereiding Inleiding in de biologie Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 1 Inleiding in de biologie Begrippenlijst: Begrip Biologische eenheden Prokaryoten Eukaryoten Populatie Levensgemeenschap
Examenprogramma scheikunde vwo
Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen,
1: Wat is biologie? 2: Organisatieniveaus van de biologie
1: Wat is biologie? - Een organisme (o.a. dieren, planten en mensen) vertoont levensverschijnselen, zoals voortplanting en stofwisseling: alle chemische reacties in een organisme. - Organismen kunnen ook
VWO 2007 CE Biologie 1 e tijdvak. Commentaar Kringvoorzittersvergadering Utrecht
- Via het NVONbestuur binnengekomen info: vanaf 2010 mag Binas en Biodata niet meer gebruikt worden tijdens het CE. Er zou teveel informatie in staan Waarschijnlijk hangt dit samen met een mogelijk volledig
Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen
Eindtermen educatief project Korstmossen, snuffelpalen van ons milieu 2 de en 3 de graad SO Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen I. Gemeenschappelijke
SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V
SCHEIKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
Citizen science Waterkwaliteit en de aansluiting bij het onderwijs. Reina Kuiper - SME Advies
Citizen science Waterkwaliteit en de aansluiting bij het onderwijs Reina Kuiper - SME Advies Inhoud Onderwijsontwikkeling Relevante vakken Kerndoelen Begrippen en concepten Waarde voor het onderwijs Onderwijsontwikkeling
LANDSEXAMEN MAVO
LANDSEXAMEN MAVO 2018-2019 Examenprogramma BIOLOGIE M.A.V.O. 1 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het commissie-examen. Het centraal examen wordt afgenomen in één zitting
Biologie ( havo vwo )
Tussendoelen Biologie ( havo vwo ) Biologie havo/vwo = Basis Biologische eenheid Levenskenmerk Uitleggen hoe bouw en werking van onderdelen van een organisme bijdragen aan de functies voeding, verdediging
SCHEIKUNDE VWO - NIEUWE EXAMENPROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
SCHEIKUNDE VWO - NIEUWE EAMENPROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk
NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
NATUURKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van
PTA scheikunde HAVO Belgisch park cohort
De methode Chemie Overal 4 e editie is geschreven voor het huidige examenprogramma. Toegestaan is het gebruik van de nieuwe BINAS (6 e editie) of ScienceData. Niet toegestaan is het gebruik van een Grafische
BIOLOGIE HAVO NIEUWE PROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2015
BIOLOGIE HAVO NIEUWE PROGRAMMA VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2015 juni 2014 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13602 25 juli 2011 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 juni 2011, nr. VO/309740, houdende
Examenprogramma informatica havo/vwo
Examenprogramma informatica havo/vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het schoolexamen Het schoolexamen heeft betrekking op: het gehele domein A in combinatie met: de domeinen
Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw 5e editie, verdeling eindtermen en (sub)domeinen havo. Inleiding
Biologie voor jou havo/vwo bovenbouw 5e editie, verdeling eindtermen en (sub)domeinen havo Inleiding In dit document is inzichtelijk gemaakt welke eindtermen in welk thema van Biologie voor jou staan opgenomen.
Examenprogramma Klassieke Talen vwo
Examenprogramma Klassieke Talen vwo Ingangsdatum: augustus 2014 Eerste examenjaar: 2017 Griekse taal en cultuur (GTC) vwo Latijnse taal en cultuur (LTC) vwo Griekse taal en cultuur (GTC) Het eindexamen
NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V
NATUURKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van
PTA scheikunde HAVO Belgisch park cohort 15 16-17
Het examenprogramma scheikunde is vernieuwd. In 2013 is in 4 HAVO met dat nieuwe examenprogramma scheikunde gestart. De methode Chemie Overal 4 e editie is geschreven voor dit nieuwe examenprogramma. Toegestaan
SCHEIKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2018 V
SCHEIKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2018 V17.03.2 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van
