1 Marcus Vitruvius Pollio
|
|
|
- Gabriël de clercq
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 1 Marcus Vitruvius Pollio Over het leven van Vitruvius is niet veel bekend, alleen datgene wat hij in zijn De Architectura heeft geschreven. Hij leefde in de eerste eeuw voor Christus en was behalve architect tevens militair en ingenieur. Zijn werk is duidelijk opgedragen aan een keizer, die hij in elk boek vermeldt. Gezien de tijd waarin hij leefde is de algemene consensus dat dit Augustus geweest moet zijn. Hieronder zal dieper worden ingegaan op het werk van Vitruvius. Gezien het onderwerp dat gekozen is voor mijn scriptie, zal ik uitsluitend ingaan op die delen van De Architectura die te maken hebben met tempelarchitectuur of forums. Hiervoor heb ik gekozen omdat het binnen de gestelde tijd, niet mogelijk is om de omvangrijke geschriften van Vitruvius te behandelen. Tevens zou het toevoegen van alle boeken ervoor zorgen dat er veel informatie wordt verstrekt dat niet van toepassing is op het onderzoek. Om een overzichtelijk beeld te creëren van zijn werk over dit boeiende onderwerp, zal de volgorde aangehouden worden die hijzelf heeft gebruikt. Hierdoor kan het voorkomen dat alleen bepaalde gedeelten van één van de boeken behandeld wordt en aan de resterende pagina s voorbij wordt gegaan. 1.1 Boek De locaties voor openbare gebouwen De Romeinen waren zeer strikt in het vastleggen van reglementen over alle onderdelen van hun leven 1, zo ook voor de plaatsing van de tempels. Vitruvius is dan ook zeer uitgesproken in de locatiekeuze voor de tempels. Hierbij wordt er gekeken naar de godheid aan wie de tempel gewijd gaat worden en de mogelijkheden die de omgeving biedt. Wanneer een tempel gewijd wordt aan een godheid onder wiens bescherming de staat valt en voor Jupiter, Juno en Minerva, moet deze gebouwd worden op het hoogste punt met uitzicht over het grootste gedeelte van de stad. Wanneer een tempel voor Mercurius gebouwd wordt, dient deze geplaatst te worden op een forum. Dit geldt tevens voor tempels voor Isis en Serapis. Het is de bedoeling dat deze tempels gebouwd worden op een marktplaats. Indien de tempel bestemd is voor Apollo of Bacchus, moet deze gebouwd worden nabij een theater. Een tempel voor Herakles moet nabij een gymnasium worden gebouwd. Wwanneer deze niet voorhanden is moet het nabij een circus geplaatst worden (Vitruvius De Architectura, 1.7.1). Hierboven zijn de goden weergegeven die een tempel in een stad mogen hebben. Wanneer er gekeken wordt naar Mars, Venus, Vulcanus en ook Ceres wordt duidelijk vermeld dat de tempels buiten de stadsmuren moeten liggen. Ook deze tempels mogen niet zomaar ergens worden gebouwd. Hoewel een tempel voor Mars buiten de stad moet liggen, is het wel belangrijk dat deze nabij trainingsvelden wordt gebouwd. Voor Venus geldt dat deze nabij een haven moet liggen en voor Ceres op een plaats waar men alleen komt voor het brengen van offers. Deze plaats moest onder de bescherming staan van religie, puurheid en goede moraliteit. Voor Vulcanus worden geen epliciete voorwaarden vermeld, zolang het maar buiten de stad is (Vitruvius De Architectura, 1.7.1). De reden waarom Vitruvius hier heel beslist over is heeft te maken van de invloed die deze goden zouden hebben op de populus 2. Zo zou de plaatsing van een tempel voor Mars tot gevolg kunnen hebben dat de inwoners tegen elkaar ten strijde zouden trekken. Tevens zou Mars op die manier de stad beter kunnen beschermen tegen vijanden en het zo behoeden voor 1 Adamy 1883: Volk 7
2 een oorlog. Voor de tempels van Venus was men bang dat de invloed van deze godin jonge stellen tot onbetamelijke gedachten zou leiden. De keuze om tempels van Vulcanus buiten de stad te bouwen had een meer praktische reden, namelijk het gevaar dat de omliggende gebouwen vlam zouden vatten gedurende de rituelen (Vitruvius De Architectura, 1.7.1). Voor de mogelijke bouw van tempels moeten de passende locaties aan de kant gezet worden om te behoeden dat hier andersoortige bouwwerken geplaatst zouden worden. Deze locaties moesten in overeenstemming zijn met de soort offerandes die verbonden waren aan de desbetreffende cultus (Vitruvius De Architectura, 1.7.1). Wat Vitruvius hier precies mee bedoeld heeft wordt niet verder toegelicht. 1.2 Boek 3 Boek 3 dat hieronder beschreven zal worden richt zich volledig op de tempelarchitectuur. Vitruvius heeft daarbij veel aandacht besteed aan de soorten tempels die er zijn. Hij geeft duidelijk zijn voorkeuren hierin aan. Hij gaat diep in op thema s zoals symmetrie, verhoudingen en het intercolumnium. Ook is er ruim aandacht voor de Ionische tempel Symmetrie en verhoudingen Een belangrijk onderwerp in het werk van Vitruvius is symmetrie, zowel in tempels als in het menselijk lichaam dat hij als voorbeeld neemt. Het ontwerp van een tempel zou afhankelijk zijn van symmetrie, dit uiteraard weer een gevolg van de gebruikte verhoudingen. Om een duidelijk beeld te kunnen verkrijgen over wat hij precies bedoelt met de veelgebruikte termen geeft hij een korte definitie van de term verhoudingen. Hiermee wordt bedoeld dat er overeenstemming moet zijn tussen de maten van de leden van een geheel werk, en van het geheel tot een klein deel dat als standaard is gekozen. Het gebruik van deze beide onderdelen is, in Vitruvius mening, zo belangrijk dat zonder symmetrie en de juiste verhoudingen een tempel niet ontworpen kan worden (Vitruvius De Architectura, 3.1.1). Om een goed voorbeeld te geven van symmetrie gaat hij dieper in op het menselijk lichaam, daarmee bedoelend een goed gebouwde, jonge man. Afb. 1. De Man van Vitruvius volgens Leonardo da Vinci, uit: Zo zou het gezicht van de kin tot aan de haargrens precies 1/10 zijn van zijn gehele lengte. Hetzelfde geldt voor een open hand van de pols naar het puntje van de middelvinger. De lengte van de voet is 1/8 van zijn gehele lichaamslengte en de onderarm 1/4. Een tempel zou, 8
3 net als het menselijk lichaam, in grote mate harmonie moeten vertonen in de symmetrische relaties tussen de verschillende onderdelen. Zo zou men wanneer een man plat gaat liggen en de navel als middelpunt neemt, een volmaakte cirkel kunnen trekken en ook een vierkant. Dit is afhankelijk van de positie van de armen en benen (afb. 1), (Vitruvius De Architectura, 3.1.2). Eén ding kan van Vitruvius zeker gesteld worden, hij geeft duidelijk aan dat een aantal regels niet door hem zelf bedacht zijn. De regel betreffende symmetrie zou een overlevering zijn. Hij geeft aan dat deze voorgangers het niet zonder een goede reden hebben opgesteld, omdat het menselijk lichaam op eenzelfde manier is gebouwd. Deze zelfde voorgangers zijn tevens degenen die het nummer 10 hebben aangegeven als het perfecte getal. De mathematici zijn het hier niet volledig mee eens. In hun mening is 6 het perfecte getal. Alle Griekse staten volgden dit principe. Dit is, onder andere, terug te vinden in de munteenheden die zij hebben toegepast. Eén drachme bestond uit 6 obolen. De Romeinen hebben het getal 10 daarvoor genomen, één denarius bestond uit 10 bronzen munten. Op een later tijdstip werden deze beide getallen samengevoegd om zo het meest perfecte getal te vormen (Vitruvius, De Architectura, ) De classificatie van tempels In totaal zijn er zeven elementaire tempelvormen door Vitruvius onderscheidden aan de hand van de plattegrond, namelijk (afb. 2-3): 1. De tempel in antis: antae voor de muren die de cella afsluiten. Tussen deze antae zijn twee zuilen geplaatst met daarboven hun fronton (Vitruvius De Architectura, 3.2.2); 2. De prostyle tempel: heeft veel overeenkomsten met de tempel in antis, behalve dat deze tempelvorm tevens twee zuilen tegenover de antae heeft staan. Ook heeft het niet alleen aan de voorkant een architraaf, maar tevens aan de linker- en rechterkant (Vitruvius De Architectura, 3.2.3) ; 3. De amphiprostyle tempel: gelijk aan de prostyle met daarbij hetzelfde aantal zuilen aan de achterkant van de tempel (Vitruvius De Architectura, 3.2.4) ; 4. De peripterale tempel: zes zuilen aan de voor- en achterkant, met 11 zuilen aan de beide lange zijden, inclusief de hoekzuilen. De zuilen zijn dusdanig geplaatst dat er een ruimte ter breedte van één intercolmnium overblijft tussen de muur van de cella en de zuilen (Vitruvius De Architectura, 3.2.5); 5. De pseudodipterale tempel: acht zuilen aan de voor- en achterkant en 15 aan de beide lange zijden, inclusief hoekzuilen. De muren van de cella aan de voor- en achterkant moeten recht tegenover de vier middelste zuilen staan. Tussen de muur en de zuilen blijft een ruimte over van twee keer het intercolumnium, plus één keer de onderste diameter van een zuil (Vitruvius De Architectura, 3.2.6); 6. De dipterale tempel, tevens octastyle: heeft acht zuilen aan de voor- en achterkant en 15 aan de beide lange zijden, maar heeft een dubbele rij zuilen rondom de tempel (Vitruvius De Architectura, 3.2.7); en, 7. De hypaethrale tempel: tevens decastyle: heeft 10 zuilen aan de voor- en achterkant met 15 aan de beide lange zijden. Ook deze tempel heeft een dubbele rij zuilen rondom de tempel. Tevens heeft deze vorm twee rijen zuilen in de cella, waarvan het middelste gedeelte niet voorzien is van een dak. Aan beide zijden van de tempel zijn vouwdeuren geplaatst (Vitruvius De Architectura, 3.2.8). 9
4 Afb Plattegronden van de verschillende tempelvormen, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: Verhoudingen van de intercolumnia en van de zuilen Wanneer er gekeken wordt naar de intercolumnia en de zuilen zijn er vijf tempelvormen te onderscheiden, namelijk: 1. Pycnostyle: de zuilen staan dicht op elkaar, intercolumnium van 1,5 keer de onderste diameter van de zuil. Voor de dikte van de zuil wordt de hoogte verdeeld in 10, en de dikte moet vervolgens overeenkomen met één deel daarvan (Vitruvius De Architectura, 3.3.2); 2. Systyle: het intercolumnium is iets breder, intercolumnium van 2 keer de onderste diameter van de zuil. Voor de breedte wordt de hoogte opgedeeld in 9,5 delen en de dikte moet overeenkomen met één deel (Vitruvius De Architectura, 3.3.2); 3. Diastyle: een meer open stijl, intercolumnium van 3 keer de onderste diameter van de zuil. Voor de dikte wordt ook bij deze vorm de hoogte opgedeeld, deze keer in 8,5 delen waarvan de dikte gelijk moet zijn aan één deel (Vitruvius De Architectura, 3.3.4); 4. Araeostyle: zuilen staan verder uit elkaar dan ze volgens Vitruvius zouden moeten, intercolumnium van 4 keer de onderste diameter van de zuil. De dikte van de zuilen moet gelijk zijn aan 1/8 van de hoogte van de zuil (Vitruvius De Architectura, 3.3.5); 5. Eustyle: de intervallen tussen de zuilen precies goed, duidelijk de voorkeur van Vitruvius, intercolumnium van 2,15 de onderste diameter van de zuil. Dit met uitzondering van de ruimte tussen de middelste twee zuilen aan de voor- en achterkant. Deze hebben een intercolumnium van 3 keer de onderste diameter Voor de dikte van de tempel wordt bij deze vorm de hoogte opgedeeld in 9,5 delen, waarbij de dikte gelijk moet zijn aan één deel (Vitruvius De Architectura, 3.3.6). Het nadeel van de eerste twee stijlen, volgens Vitruvius, is dat de matrones niet met hun armen om elkaar heen geslagen tussen de zuilen kunnen doorlopen. Door de geringe afstand tussen de zuilen is het tijdens rituelen niet mogelijk om naast elkaar tussen de zuilen door te lopen. Tevens geeft Vitruvius aan dat de vouwdeuren van de tempel hun effect verliezen 10
5 doordat ze niet goed zichtbaar zijn tussen de zuilen door. Ook de beelden van de tempel komen door de zuilen in de schaduw en het wandelen rondom de cella wordt bemoeilijkt. Bij het bredere intercolumnium van de diastyle tempel loopt met het gevaar dat de architraaf breekt onder zijn eigen gewicht, als gevolg van de grotere ruimte. Het probleem bij de araeostyle tempel is dat voor deze tempel geen marmer of steen gebruikt kan worden voor de architraaf. Eerst moet een aantal houten planken over de balken heen worden gelegd. Vitruvius is van mening dat deze tempels een lomp uitziend dak hebben, ze lijken laag en heel erg breed. Het fronton van deze tempels is op de Etruskische manier versierd met beelden van terracotta of verguld brons. Dit ongetwijfeld om het gewicht zo laag mogelijk te houden. De eustyle tempel heeft duidelijk de voorkeur van Vitruvius. Volgens hem is de plattegrond van deze tempel gebaseerd op de beginselen van gepastheid, schoonheid en kracht. Door het bredere intercolumnium bij de middelste zuilen is er geen obstakel om richting de ingang van de tempel te lopen of bij het rondlopen. De regel voor dit type is het beste te illustreren aan de hand van een voorbeeld. Hermogenes wordt door Vitruvius aangewezen als de bedenker voor deze vorm, samen met de pseudodipterale tempel. In de behandeling van Hermogenes wordt hier dieper op in gegaan (zie bijlage 2). Het plaatsen van een zuilengang langs de zijkanten, of pteroma, was niet zonder reden. In samenwerking met plaatsing van de zuilen geeft dit het intercolumnium een idee van hoog reliëf en biedt het mensen een plaats om te schuilen bij een stortbui. Wel is het bij een zuilengang belangrijk dat de zuilen groter worden gemaakt in verhouding tot het groter worden van het intercolumnium. De hoekzuilen moeten 1/50 van zijn eigen diameter dikker zijn dan de resterende zuilen om te voorkomen dat deze zuil dunner lijkt (Vitruvius, De Architectura, ). Ook voor de bovenkant van een zuil zijn regels opgesteld. Zo moet de afname aan omvang aan de bovenkant van een zuil bij de halsvorming gerelateerd zijn aan het volgende (Vitruvius De Architectura, ): Wanneer een zuil 15 voet of kleiner is, dan moet de onderste diameter verdeeld worden in zes delen. Het bovenste gedeelte van de zuil mag vervolgens niet meer zijn dan vijf van deze delen; Is een zuil tussen de 15 en 20 voet, dan wordt de onderste diameter verdeeld in 6,5 delen en mag de zuil bovenin niet meer zijn dan 5,5 van deze delen; Wanneer de zuil tussen de 20 en 30 voet is, dan wordt deze opgedeeld in 7 delen. Het bovenste gedeelte van deze zuil mag niet meer zijn dan 6 van deze delen; Is een zuil tussen de 30 en 40 voet, dan wordt deze opgedeeld in 7,5 delen en mag het bovenste gedeelte niet meer zijn dan 6,5 delen; Wanneer een zuil tussen de 40 en 50 voet is wordt deze opgedeeld in acht delen en dan mag het bovenste gedeelte niet meer zijn dan 7 van deze delen De fundering en onderbouw van een tempel Het bovengenoemde is waarschijnlijk al een indicatie, maar het zal niemand verbazen dat Vitruvius ook over de fundering en onderbouw van een tempel het nodige heeft geschreven. Hij heeft daarbij niet alleen aandacht besteed aan de grond waarop een tempel gebouwd wordt, maar ook aan het materiaal dat gebruikt moet worden en hoe de trap en zuilen geplaatst moeten worden. Voor de fundering geeft Vitruvius aan dat de voorkeur altijd moet gaan naar vaste grond, indien deze gevonden kon worden, en dit moest zo diep mogelijk worden uitgegraven. De gehele onderbouw van een tempel moet zo solide mogelijk zijn. Wanneer er geen vaste grond gevonden kan worden moet het gebied voor de tempel volledig worden afgegraven. Vervolgens wordt het opgevuld met stapels verkoolde els, eik of olijvenboom. Deze stapels 11
6 worden dicht op elkaar de grond in gedreven. De intervallen tussen de stapels moeten worden opgevuld met houtskool. Bovenop deze constructie wordt vervolgens het fundament geplaatst. Op de fundering wordt de stylobaat geplaatst (Vitruvius De Architectura, ). Boven de grond moeten muren worden geplaatst onder zuilen. Deze muren moeten de helft dikker zijn dan de zuil, zodat het onderstel altijd sterker is dan datgene wat erboven geplaatst wordt. De basementen van de zuilen mogen dan ook niet buiten deze solide muren uitsteken. Ook boven de grond moet de dikte van de muren bewaard blijven. De gebieden tussen de muren moeten worden overkoepeld of gevuld worden met aarde dat stevig aangestampt is, zodat de muren elkaar niet kunnen raken. Voor de trap heeft Vitruvius gesteld dat dit altijd een oneven aantal treden moet hebben. Bij de benadering van de tempel begint men met de rechtervoet, en de rechtervoet is tevens de eerste voet die op hetzelfde niveau als de tempel geplaatst wordt. De hoogte van de treden mag niet meer bedragen dan 22,8 tot 25,4cm bedragen. Voor de diepte van de treden geeft hij aan dat dit, bij voorkeur, niet meer kan zijn dan 46 tot 60cm. Wanneer een tempel een podium heeft aan drie zijden, dan moeten de plinten, basementen, coronae en dergelijke passend zijn aan de stylobaat. Deze moet in het midden iets verdikt zijn om te voorkomen dat het hol lijkt (Vitruvius De Architectura, 3.4.5) Verhoudingen van de basementen, kapitelen en het entablement in de Ionische orde Hoewel deze orde in de bovenstaande catalogus niet besproken is, kies ik ervoor om dit wel te behandelen. De reden daarvoor is uiteraard dat de onderdelen van deze orde, zoals het entablement maar ook de basementen, worden gebruikt in tempels in de Korinthische orde. Om te beginnen met de basementen. Wanneer de architect kiest voor een Attisch basement, laat dan de hoogte zo verdeeld zijn dat het bovenste gedeelte 1/3 van de dikte van de zuil is daarbij 2/3 overlatend voor de rest van de plint. Het resterende gedeelte van de plint, eclusief plint, moet vervolgens worden opgedeeld in vier delen. De bovenste torus is gelijk aan 1/4 en de resterende 3/4 worden verdeeld over de onderste torus, riem en scotia. Het Ionische basement mag in de breedte gelijk zijn aan de dikte plus 3/8 van deze dikte van de zuil. Zonder plint, moet het basement worden opgedeeld in zeven delen. De bovenste torus is gelijk aan drie van deze delen en de resterende vier delen worden evenwijdig verdeeld. Eén deel vormt de bovenste scotia met zijn astragaal en vooruitspringend deel 3. De onderste scotia lijkt groter omdat deze uitsteekt naar de rand van de plint en het astragaal moet 1/8 deel zijn van de scotia. Ook voor het uitsteken van het basement is een regel opgesteld, namelijk dat deze 3/16 deel van de dikte van de gebruikte zuilen moet zijn (Vitruvius De Architectura, 3.5.3) Voor de kroonlijst van de architraaf heeft Vitruvius dezelfde regels opgesteld. Deze moet 1/7 deel zijn van de gehele hoogte van de architraaf. De architraaf zelf, eclusief kroonlijst, moet worden opgedeeld in 12 delen. De onderste fasciae is gelijk aan drie van deze delen, de middelste aan vier delen en de bovenste aan vijf van deze delen. Het fries is 1/4 minder hoog dan de architraaf, behalve wanneer er reliëfs op zijn aangebracht. In dat geval moet het fries 1/4 hoger zijn dan het architraaf om de beeldhouwwerken imposanter te laten lijken. De kroonlijst van het fries is 1/7 van de gehele hoogte van het fries. Bovenop het fries komt het arrangement aan tandlijsten met in totaal eenzelfde hoogte als de middelste fasciae. Het snijpunt van deze lijsten is zo verdeeld dat het aanzicht van elke tandlijst half zo breed is als het hoog is. De corona en de kroonlijst van een Ionische tempel, eclusief sima, is even hoog als de middelste fasciae en de totale projectie van de corona en 3 Voor uitleg termen, zie bijlage 1 12
7 zijn tandlijsten moet gelijk zijn aan de hoogte van het fries tot aan de kroonlijst. De sima moet 1/8 hoger zijn dan de corona. Aan de zijkanten van de tempel moet de sima op een bepaald aantal plaatsen leeuwenhoofden hebben, namelijk direct boven het middelpunt van elke zuil en voor de rest op gelijke afstand van elkaar. De leeuwenhoofden die boven een zuil zijn geplaatst zijn hebben gaten voor de afvoer van regenwater (Vitruvius De Architectura, ). Het wordt als een algemene regel gesteld dat de projecterende delen mooier zijn wanneer hun projectie gelijk is aan de hoogte. Tevens moeten alle delen die boven de zuilen zijn geplaatst 1/12 van hun hoogte naar voren hellen. Dit heeft te maken met het zichtveld van de toeschouwer. Wanneer dit niet wordt toegepast lijkt het alsof deze delen naar achteren hellen. De zuilen zelf moeten 24 cannelures hebben (Vitruvius De Architectura, ). 1.3 Boek 4 Boek 4 richt zicht op de tempel zelf. Niet alleen de oorsprong van verschillende ordes, maar ook de oriëntatie van de tempel en de cella en pronaos worden behandeld. Hieronder zal hier kort op in worden gegaan. De oorsprong zal ik grotendeels buiten beschouwing laten omdat dit niet rechtstreeks een connectie heeft met het onderzoek zoals die in dit werk beschreven wordt De oorsprong van de drie ordes en de proporties van het Korinthische kapiteel Zoals eerder is aangegeven zal ik niet aangaan op Vitrivius beschrijving van het ontstaan van de verschillende ordes. Hieronder zal dan ook voornamelijk aandacht besteedt worden aan Korinthische orde. De Korinthische zuil is, met uitzondering van het kapiteel, gelijk aan de Ionische zuil. Het zou een imitatie zijn van de slankheid van een meisje. Door de hoogte van het kapiteel lijkt een Korinthische zuil slanker dan zijn Ionische tegenhanger (Vitruvius De Architectura, 4.1.1). Voor het entablement van deze orde zijn geen regels opgesteld. De proporties van een Korinthisch kapiteel moeten als volgt zijn: Hoogte, inclusief abacus, is gelijk aan de dikte van het basement; Breedte van de abacus is zo geproportioneerd dat de diagonalen van één hoek naar de andere twee keer de hoogte is van de kapitelen. Het aanzicht van de abacus moet naar binnen hellen met een diepte van 1/9 van de gehele breedte van het aanzicht; Onderaan is het kapiteel even breed als het bovenste gedeelte van de schacht; De hoogte van de abacus is 1/7 van de hoogte van het kapiteel; De rest van het kapiteel, eclusief abacus, wordt opgedeeld in drie delen waarvan één deel wordt gebruikt voor het onderste gebladerte. Een tweede blad bekleedt het middelste deel. De caliculi waaruit de voluten voortkomen, en deze ondersteunen, zijn van dezelfde hoogte en lopen tot aan de uiterste punten van de abacus. De kleinere spiralen moeten onder de bloem van de abacus samenkomen. Deze bloem is aan alle vier zijden van het kapiteel gelijk en net zo hoog als de abacus (afb. 20) De cella en pronaos Uiteraard heeft Vitruvius over dit belangrijke onderdeel van de tempel het nodige geschreven. Zo stelt hij dat de lengte van een tempel dusdanig is aangepast dat de breedte gelijk is aan de helft van de lengte. De cella is vervolgens 1/4 langer dan dat hij breed is, en de pronaos is 3/4 van de breedte. De anten van de tempel moeten net zo dik zijn als de gebruikte zuilen (Vitruvius De Architectura, 4.4.1). 13
8 Ook over het aantal zuilen en intercolumnia zijn regels opgesteld, namelijk (Vitruvius De Architectura, ): Tempel breder dan zes meter: twee zuilen tussen de anten. De drie intercolumnia tussen de anten en de zuilen moeten worden afgesloten door een lage muur gemaakt van marmer of timmerwerk; Tempel breder dan 12,19 meter: twee zuilen tussen de anten en twee zuilen daar tegenover. Deze zuilen hebben dezelfde hoogte als de zuilen uit de zuilengalerij, maar de diameter van deze zuilen is wel aangepast. Wanneer een zuil in de galerij een diameter heeft van 1/8 van de hoogte, heeft de zuil tussen de anten een diameter van 1/10 van de hoogte. Lijken ze daardoor dunner, dan is het toegestaan om het aantal cannelures, van de voorgeschreven 24, te verhogen naar 28 of 32. Hierdoor zal de zuil breder lijken. Het is nu tijd om de cellamuren te overwegen. De muren van de cella moeten dik zijn in verhouding tot zijn hoogte, maar dit moet niet worden doorgevoerd in de anten. Wanneer de muren opgetrokken worden uit metselwerk, dan moet het gebruikte materiaal zo klein mogelijk zijn. Wanneer er grotere stukken in voorkomen moet dit marmer of steen zijn. Wel is het daarbij belangrijk dat alle stukken uniform zijn en van gelijke grootte (Vitruvius De Architectura, 4.4.4) De oriëntatie van de tempel Wanneer er geen obstructies zijn moet zowel de tempel als het cultusbeeld naar het westen gericht zijn. De reden daarvoor is dat wanneer er geofferd wordt, de aanbidder naar het oosten kijkt. Indien dit niet mogelijk is, dan moet de tempel op een dusdanige locatie gebouwd worden dat hij uitzicht heeft over het grootste gedeelte van de stad. Als een tempel naast een rivier wordt gebouwd, dan moet het gericht zijn op de rivier. Hetzelfde geldt voor tempels die langs een weg gebouwd worden (Vitruvius De Architectura: ) Deuren Ook de deuren worden beschreven en in regels vastgelegd. Zoals bij de zuilen, zijn er voor de deuren drie typen: Dorisch, Ionisch en Attisch. Hieronder zal er kort worden ingegaan op de verschillende typen: Dorisch (afb. 4): De bovenkant van de corona van de deur, die boven op de behuizing is geplaatst, ligt op hetzelfde niveau als de bovenkant van de kapitelen van de pronaos; De deuropening wordt bepaald door de hoogte van de tempel. Deze wordt van de grond tot aan het plafond in 3,5 stukken opgedeeld. Daarvan worden 2,5 delen genomen voor de hoogte van de deuropening. De hoogte wordt vervolgens weer opgedeeld in 12 stukken. Daarvan vormen 5,5 delen van de breedte van het onderste gedeelte de opening. Bovenin wordt de deur minder breed. Ook voor deze vermindering in breedte zijn richtlijnen opgesteld: o hoogte 4,87m dan is de bovenkant 1/3 minder breed dan de onderkant; o hoogte tussen de 4,87 en 7,62m, dan 1/4 minder; o hoogte tussen de 7,62 en 10,66m is het 1/8 minder breed; o bij een deuropening hoger dan 10,66m moet het loodrecht zijn. De deurposten zelf moeten bovenin 1/14 minder breed zijn en de hoogste bovendorpel moet gelijk zijn aan de breedte van de deurstijl bovenin; De kroonlijst is 1/6 van de breedte van de deurposten; 14
9 Boven de bovendorpel komt een fries met dezelfde hoogte als de bovendorpel zelf; De corona en kroonlijst boven het fries moet onversierd zijn met een projectie gelijk aan de hoogte; Aan de linker- en rechterkant van de bovendorpel moeten er delen uitsteken die lijken op basementen (Vitruvius De Architectura, ). Afb. 4. Dorische en Ionische deur naar de richtlijnen van Vitruvius, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: 119 Ionisch (afb. 4): Hoogte van de deuropening is op dezelfde manier bepaald als de Dorische tegenhanger; De breedte van de deur wordt berekend door de hoogte van de deur te delen door 2,5. Vervolgens wordt één deel gebruikt voor de breedte onderaan. De vermindering in breedte aan de bovenkant komt overeen met de Dorische deur; De breedte van het aanzicht van de deurstijlen moeten 1/14 van de hoogte van de deuropening zijn; De kroonlijst van de deur is 1/6 deel van de hoogte van de opening; De resterende delen van de deurstijl wordt verdeeld in 12 stukken. Drie daarvan vormen de eerste fasciae met zijn astragaal, vier delen de tweede fasciae en vijf delen de derde fasciae. De fasciae en hun astragaal lopen rondom de gehele deur; De kroonlijst van de deur moet op dezelfde manier worden gemaakt als bij een Dorische deur. Aan de rechter- en linkerkant lopen consoles naar beneden tot de onderkant van de bovendorpel; De breedte van het aanzicht van de deur is 2/3 van de breedte van de deurstijl, maar is onderaan 1/14 dunner; De scharnieren voor de deur zelf moeten 1/12 van de gehele opening zijn. Panelen tussen de scharnieren moeten elk drie van de 12 delen beslaan (Vitruvius De Architectura, ). Attisch (Vitruvius De Architectura, 4.6.6): De Attische deur heeft dezelfde verhoudingen als de Dorische variant; Net als bij de Ionische deur heeft deze fasciae onder de kroonlijst lopen en langs de deuropening; Geen dubbele deuren, maar een vouwdeur die naar buiten toe open gaat. 15
10 1.3.5 De Etruskiche tempel Hoewel in de bovenstaande catalogus geen aandacht is besteed aan een tempel van dit type, zal ik hier wel kort aandacht aan besteden. De reden daarvoor is uiteraard dat onderdelen van dit type tempel terugkomen bij de latere Romeinse tempels. Voor deze tempelvorm wordt er specifiek gekeken naar de afmetingen van de locatie waar deze gebouwd gaat worden. De manier waarop Vitruvius de regels neerlegt roept een aantal vraagtekens op, wat kan liggen aan de vertaling. Hij stelt dat de locatie in de lengte wordt opgedeeld in zes delen. Daarvan trekt men één deel af en de resterende delen worden gebruikt voor de breedte. Vervolgens moet de lengte door tweeën worden gedeeld, waarvan het binnenste gedeelte gereserveerd moet worden voor de cella en het gedeelte aan de linker voorkant voor de zuilen (Vitruvius De Architectura, 4.7.1). Aan de hand van de reconstructie op afbeelding 83 kan men afleiden wat daarmee precies bedoeld werd. De lengte is 1/6 langer dan dat de tempel breed is. Vervolgens wordt het over de breedte in tweeën gedeeld waarbij de rechterkant gereserveerd wordt voor de cella en de linkerkant voor de zuilen. Afb. 5. Plattegrond van Vitruvius Etruskische tempel, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: 212, detail van afbeelding De breedte van de tempel wordt voor het bepalen van de cellae verdeeld in 10 stukken. Drie van deze delen worden gebruikt voor de kleinere cellae aan de linker- en rechterkant, de resterende vier voor de cella in het midden. In de pronaos worden de hoekzuilen recht tegenover de antae geplaatst, op dezelfde lijn als de buitenmuur. De twee middelste zuilen worden geplaatst tegenover de muren die geplaatst zijn tussen de antae en het midden van de tempel. Tussen de voorste rij zuilen en de antae worden een tweede zuilenrij geplaatst op dezelfde lijn als de voorste (Vitruvius De Architectura, 4.7.2) Ronde tempels en andere varianten Hierboven zijn de meest voorkomende vormen besproken van een Romeinse en ook Griekse tempel. Het wordt nu tijd om de minder voorkomende tempelvormen te bespreken: de ronde en rechthoekige tempels. Volgens Vitruvius zijn er twee soorten ronde tempels aan te wijzen, namelijk (Vitruvius De Architectura, ): Monopterale tempel: een ronde tempel met zuilen rondom, maar geen cella. Het podium waarop de tempel staat is verhoogd, met een trap die ernaar toe leidt. De breedte van de tempel is gelijk aan 1/3 van de diameter van het podium. Voor de hoogte van de zuilen die op de stylobaat geplaatst zijn is ook gekeken naar de afmetingen van de stylobaat zelf. De hoogte is gelijk aan de diameter van de stylobaat. 16
11 Voor de breedte wordt 1/10 van de hoogte genomen, inclusief de kapitelen en het basement. De architraaf van dit type tempel heeft de hoogte van de helft van de diameter van een zuil. Het fries komt overeen met de regels die zijn opgesteld voor een Ionische tempel; Peripterale tempels (afb.69 ): deze tempelvorm is rond van vorm en heeft een cella geplaatst op een stylobaat en bereikbaar door twee trappen. De cella is 1/5 van de breedte van de stylobaat naar binnen geplaatst, om ruimte te creëren voor een omloop. In het midden van de cella is een deur geplaatst met vouwende deuren. De verhoudingen van het midden van het dak moeten dusdanig gebouwd zijn dat de hoogte van de rotunda, eclusief de kruisbloem, gelijk is aan de helft van de diameter van het gehele bouwwerk (afb. 6). Voor de kruisbloem, eclusief driehoekig basement, geldt dat de verhoudingen overeen moeten komen met die van een kapiteel. Het gehele dak moet symmetrisch en in de juiste verhoudingen gebouwd worden (Vitruvius De Architectura, 4.8.3). Afb. 6. De verhoudingen van het dak van een ronde monopterale of peripterale tempel, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: 124 Naast de hierboven behandelde tempels, is er nog een andere tempel vorm aan te wijzen, namelijk een meer rechthoekige tempel. De cella van deze tempels is twee keer zo lang als dat hij breed is. Voor de verhoudingen wordt bij deze tempelvorm gehouden aan de verhoudingen die hierboven zijn beschreven voor een Ionische tempel (Vitruvius De Architectura, 4.8.4). Vitruvius geeft tevens aan dat wat bij de meeste tempels aan de voorkant geplaatst is, bij deze tempels naar de zijkanten zijn verplaatst. Wat hij daarmee precies bedoelt wordt niet verder uitgelegd. Bij dit soort tempels is het tevens niet ongebruikelijk om een combinatie te maken tussen een Etruskische tempel en een Griekse tempel door de cella van een Griekse tempel te combineren met de zuilen en intercolumnium van een Etruskische tempel. Een andere variant van de hierboven beschreven tempel is de zogenaamde pseudoperipterale tempel. Hierbij zijn de muren van de tempel weg gehaald en geplaatst tussen de zuilen van de tempel. De cella van de tempel wordt hierdoor aanzienlijk groter (Vitruvius De Architectura, 4.8.6). De grote verscheidenheid aan typen voor een tempel is volgens Vitruvius van belang. Het is niet de bedoeling dat voor alle goden dezelfde tempel gebouwd wordt. Hiervoor moet gekeken worden naar de soort offers dat gebracht moeten worden. 17
12 1.3.7 Altaren Een altaar van een tempel moet te allen tijde gericht zijn op het oosten. Ook moet deze altijd lager liggen dan de beelden in de tempel. Hoe hoog een altaar moet zijn is afhankelijk van de godheid die vereerd wordt. Voor Jupiter en alle hemellichamen (Mars, Mercurius, Venus) moet het altaar zo hoog mogelijk zijn. Voor Vesta en moeder aarde moet het altaar echter zo laag mogelijk zijn (Vitruvius De Architectura, 4.9). 18
13 De tempels in Rome 19
14 2 De Tempel van Mars Ultor, Rome Afb. 7. Het vooraanzicht van de tempel van Mars Ultor, uit: Ramage en Ramage, 2000: 98, afb Locatie van de tempel: het Forum van Augustus: De Tempel van Mars Ultor is gebouwd op het Forum van Augustus, ook wel het Forum Augustum genoemd (afb. 8). Dit Forum ligt dwars op het eerder aangelegde Forum van Julius Caesar, de adoptief vader van Augustus (afb. 9). Deze locatie zou een bewuste keuze zijn geweest om een verband te leggen met de vergoddelijkte vader en tevens zou het de prestige van zijn keizerlijke status vergroten. De connectie tussen de beide fora zou de heerschappij van Augustus legitimeren door de relatie met de geliefde vader van Rome aan te halen. Ook zou de bovengenoemde verbinding met Julius Caesar, volgens Stamper 4, een symbolische manifestatie zijn van Augustus autoriteit en macht. Afb. 8. Het Forum van Augustus met de Tempel van Afb. 9. De Keizer Fora te Rome, uit: Ramage en Ramage 2000: 99, afb. 3.3 Mars ULtor, uit: Stamper 2005: 137, afb Stamper 2005:
15 Het forum is een grote, rechthoekige en symmetrische ruimte met aan beide zijden een zuilengalerij en een eedra (afb. 7). De galerijen waren 14,9m breed met een façade van 9,5m hoge Korinthische zuilen opgetrokken uit giallo antico 5. De tweede verdieping van de zuilengalerij had kariatiden in plaats van zuilen. Tussen deze kariatiden bevonden zich grote, gebeeldhouwde panelen met schilden en hoofden van goden in hoog reliëf. Een voorbeeld daarvan is het hoofd van Jupiter Ammon (afb. 10). De afmetingen van het plein waren, bij benadering, als volgt: lengte breedte, 70m 54m 2. De eacte lengte van het forum is niet meer te achterhalen omdat een gedeelte begraven ligt onder de Via Fori Imperiali. Daarmee kwam de vorm van dit forum dicht in de buurt van de voorschriften van Vitruvius dat een forums breedte gelijk moet zijn aan twee derde van de lengte (Stamper 2005: 136). Afb. 10. Kariatiden en het hoofd van Jupiter Ammon, uit: Stamper 2005: 138, afb. 101 Het Forum van Augustus is gebouwd op grond dat in bezit was van de keizer. Een feit dat Augustus afzet tegen de keizers die na hem kwamen. Hij kon niet alle benodigde gronden in bezit krijgen, waardoor de architect visuele trucage moest toepassen om alsnog de gewenste symmetrie te krijgen. Dit resulteerde in een schuine lopende, 35m hoge, vuurwerende muur. Deze deed tevens dienst als afscherming van het forum van de achterliggende subura 6. Dat de muur niet alleen als vuurpreventie dienst deed is af te zien aan de hoogte daarvan. Hij is namelijk hoger dan de tempel zelf. Ook was het forum aan één kant langer dan de andere. De architect loste dit op door aan de lange kant een ruimte te creëren voor een kolossaal beeld van Augustus. De symmetrie van het forum benadrukte de as die door het midden liep. Dit hielp de aandacht van de toeschouwers te vestigen op het midden van de façade en op de ruimte voor de tempel waar, volgens Ramage en Ramage 7, een standbeeld van een quadriga stond ter ere van Augustus. Echter volgens Sear 8 was dit een bronzen beeld van Augustus op een voetstuk. In de eedra aan de noordzijde stond grote beelden van Aeneas, Anchises en Ascanius. In de zuilengalerij zelf stonden in nissen beelden van leden van het Julische geslacht en de koningen van Alba Longa. Een beeld van Romulus was geplaatst in de eedra aan de zuidkant, met in de nissen van de zuilengalerij beelden van grote namen uit de Republiek. 5 Gele marmersoort 6 Volksbuurt 7 Ramage en Ramage 2000: Sear 1982: 61 21
16 2.2 De tempel Afb. 11. De ruïnes van de Tempel van Mars Ultor, uit: Ramage en Ramage 2000: 98, afb. 3.2 Zoals uit afbeelding 11 naar voren komt is er vandaag de dag niet veel meer over van deze eens imposante tempel. Het podium is voor een groot gedeelte nog intact en de vuurwerende muur staat nog steeds. Ook is de trap nog in redelijke staat. Van de tempel zelf staan nog een drietal Korinthische zuilen overeind, met daarboven een gedeelte van het entablement. De vorm van de apsis is nog zichtbaar is in achterliggende muur. Afb. 12. Plattegrond van de Tempel van Mars Ultor, ui: Stamper 2005: 133, afb. 97 De Tempel van Mars Ultor was een rechthoekig, aiaal en symmetrisch bouwwerk met een noordoostelijke oriëntatie. Het stond op een hoog podium bereikbaar door een marmeren trap met 17 treden (afb. 12) en was 45 35,5m 2 (l b). In het midden van deze trap zou een rechthoekig altaar aanwezig zijn geweest. Volgens Stamper 9 is er een Etruskische invloed waar te nemen in de grootte van de tempel zelf, maar ook in de hoogte van het podium. 9 Stamper 2005:
17 Het gaat hier om een pycnostyle tempelplattegrond met een diepe pronaos en acht Korinthische zuilen aan de voorkant en nog een tweede rij zuilen aan de binnenkant aan weerszijden van de middenas. De zuilen stonden dicht op elkaar met een ratio van 1 staat tot 1,50, waarbij werd gekeken naar de diameter van de zuil in verhouding tot het intercolumnium. Ook aan de zijkanten van de tempel stonden acht Korinthische zuilen. Thompson 10 geeft dan ook aan dat de façade van de tempel octastyle was met Korinthische zuilen, overeenkomend met het Odeion van Agrippa. De tempel had een getrapt architraaf met een eenvoudig fries. Het plafond aan de zijkanten van de cella was verfraaid met cassetten met daarin rozetten (Stamper 2005: 136). De cella zou voldoen aan de canon van Hermogenes 11 (bijlage 2). Aan de buitenkant was de wand gemarkeerd met verzonken Korinthische kapitelen met daartussen cassetten (afb. 13). De kapitelen zelf waren op één lijn gebracht met de daadwerkelijke zuilen. Van buiten af gezien was de tempel, en vooral de cella, zeer traditioneel. Echter de binnenkant was meer innovatief. Dit is terug te zien in onder andere de vloer. Deze bestond uit vierkante marmeren platen, afgewisseld in africano 12 en pavonazetto 13. Aan beide zijden van de cella was een verhoging met daarop 12 Korinthische zuilen. Voor elke zuil was een corresponderende pilaster aan de muur aangebracht. De verhogingen liepen door tot aan het podium in de apsis. Op dit podium stonden beelden van Mars, Venus en de vergoddelijkte Julius Caesar. 2.3 De zuilen aan de buitenkant van de tempel Aan de buitenkant van de cella stonden in totaal 29 gecanneleerde, Korinthische zuilen met een lengte van 17,76m. Wanneer de totale lengte van de zuil en de lengte van alleen de schacht tegen over elkaar zet, komt men tot een ratio van 5 staat tot 6. De diameter van de zuil, gemeten aan de onderkant, was 1,77m. Als men deze afzet tegen de lengte van de zuil, kom je op een ratio van 10 staat tot 1. Stamper 14 geeft aan dat deze verhoudingen veel voorkomen binnen de Romeinse architectuur. Afb. 13. Detail van het entablement en het kapiteel van een Korinthische zuil van de Tempel van Mars Ultor, uit: Stamper 2005: 135, afb Thompson 1987: 9 11 Hellenistische architect 12 Africano: zwart marmer met rode, beige, witte en grijze stippen 13 Pavonazetto: fijnkorrelig marmer uitgevoerd in wit met grijs 14 Stamper 2005:
18 2.3.1 De kapitelen: De kapitelen waren opgebouwd uit twee blokken en waren rijkelijk versierd. De abacus van het kapiteel lijkt relatief lang te zijn in vergelijking met de rest van het kapiteel. Dit gaf ruimte in het ontwerp voor een prominent middengedeelte, dat volgens Stamper 15 een belangrijk detail is in het ontwerp. De acanthusbladeren liepen tot ongeveer de helft van het kapiteel en waren gegroepeerd in drie tot vier lobben met een diepe, peervormige ruimte waar de lobben bij elkaar komen. Ook dit zou typisch Augusteïsch zijn. Verder waren de caliculi verticaal gecanneleerd en afgewerkt met een horizontale gecanneleerde rand. De bovenkant van elke acanthusstengel was versierd met een halfrond blad dat naar buiten toe krult (afb. 6). 2.4 De zuilen aan de binnenkant van de cella De zuilen aan de binnenkant van de cella wijken af van de zuilen aan de buitenkant. Om dit zo duidelijk mogelijk aan te geven wordt de zuil hieronder van beneden naar boven beschreven. De basementen van deze zuilen zijn zeer opvallend. Ze bestonden uit een plint met twee tori, waarvan de onderste was versierd met een verticaal tong patroon. De bovenste was versierd met een patroon van in elkaar gedraaide strengen en palmetten. Ze werden gescheiden door twee scotia s, die zelf weer door het midden werden gedeeld door twee astragaals versierd met touwmotieven (afb. 14). Afb. 14. Basement van de Korinthische zuil aan de binnenkant Afb. 15. Paard op het kapiteel in de cella van de Tempel van Mars van de cella van de Tempel van Mars Ultor, fragment uit de Ultor, fragment uit de illustratie van B. Peruzzi, uit: Ganzert 1996 illustratie van B. Peruzzi, uit: Ganzert 1996:25, Afb. 21 : 25, afb. 21 Bij 9, de bovenste tori, gevolgd door de eerste scotia, gevolgd door de astragaals met touwmotief. Daaronder de onderste scotia en de tori met het verticale tong patroon. De kapitelen van de zuilen in de cella zijn Korinthisch. Opvallend is wel dat de voluten zijn vervangen door de voorbenen en het hoofd van een paard (afb. 15), mogelijk een Pegasus 16. De acanthusbladeren onder het paard voldeden meer aan de canoniek, maar de bladeren daarboven waren vertoonden iets meer krul. 15 Stamper 2005: Pegasus: mythologisch gevleugeld paard. In de afbeelding lijkt het alsof het paard vleugels aan de schoft bevestigd heeft. 24
19 2.5 Het entablement en fronton Het entablement van de Tempel van Mars Ultor was redelijk traditioneel (afb. 13). Het had een getrapte architraaf met een eenvoudig fries met daarboven een astragaal, eierlijst en tandlijst. Dit werd afgedekt met een kroonlijst en consoles. Aan de zijkanten was de corona gebeeldhouwd in de vorm van leeuwenkoppen met daarbij antefien met palmetten en acanthusbladeren. De consoles zelf waren een combinatie van elementen ontleend aan klassieke krulsteunen en traditionele Romeinse consoles. Ze waren versierd met een rol aan de voorzijden en aan de zijkanten. Een rollend filet volgde de onderste rand. De ruimte tussen de bovenkant van de console en de filet is gevuld met een half palmet, dat ontspringt aan een bladkelk. Een band van guilloche 17 bevond zich aan de onderkant geflankeerd door cannelures. Tussen de consoles in was de ruimte gevuld met verzonken cassetten. Deze waren omlijst met een versierde rand met daarin een enkele rozet in hoog reliëf. Wanneer we kijken naar de reconstructie van het fronton moeten we uitgaan van secundaire bronnen, in dit geval een reliëf daterend uit de Claudische periode. Het laat een fronton zien met in het midden Mars Ultor leunende op zijn lans. Daarbij valt volgens Sear 18 op dat Mars, zoals hij is uitgebeeld, veel overeenkomsten vertoont met Augustus. Aan de linkerkant van Mars bevindt zich een representatie van Venus en aan de rechterkant Fortuna. Ook de hoeken van het fronton waren gevuld met beeldhouwwerk. De linkerhoek zou een reliëf van een zittende Romulus en een liggende personificatie van de Palantijn bevatten. In de rechterhoek was Roma zichtbaar samen met de god van de Tiber. 2.6 Materialen Zoals bij menigeen bekend, was Augustus beroemd om zijn uitspraak dat hij Rome gevonden heeft als een stad van baksteen en haar heeft achtergelaten in marmer. De Tempel van Mars Ultor is hier een voorbeeld van. Als kanttekening moet daarbij opgemerkt worden dat het niet altijd om massief marmer ging. In sommige gevallen werd bijvoorbeeld travertijn bekleed met marmeren platen. Bij de cella was dit zeker het geval. De onderste lagen van de muur waren opgetrokken uit massief marmer, maar de lagen daarboven waren in de meeste gevallen marmeren platen aangebracht op een minder dure ondergrond. De zuilen daarentegen waren wel opgetrokken uit massief marmer. Het podium van de tempel bestond uit een combinatie van Romeins cement met tufsteen en travertijnblokken in opus quadratum. Het was vervolgens bedekt met Carrara marmeren platen. Het gebruik van cement doet vermoeden dat er Grieken aan het werk gezet waren voor de bouw van de tempel. In de vroege Keizertijd werd, volgens Lyttelton 19, deze manier van bouwen niet toegepast door Romeinse werkers. De vuurwerende muur achter de tempel was opgetrokken uit peperino en tufsteen blokken. Net als het podium was dit gedaan in opus quadratum en werd de muur opgelicht door vakken van travertijn. 17 Guilloche: een patroon van gebogen banden die meestal de vorm aannemen van cirkels in gladde gebogen lijnen. 18 Sear 1982: Lyttelton 1974: 15 25
20 2.7 Datering De bouw van de tempel is begonnen in 37 voor Chr., maar hij is uiteindelijk in 2 voor Chr. door Augustus gewijd aan Mars Ultor. De eacte datum van voltooiing is onderhevig aan discussie. In eerste instantie ging men ervan uit dat de tempel op 1 augustus gewijd was, omdat de Ludi Martiales werden gehouden op deze datum. Simpson 20 beargumenteert echter dat deze datum niet klopt. Aan de hand van geschriften van Ovidius en verschillende kalenders komt hij uit op 12 mei. Of de tempel verschillende fasen heeft gekend van herbouw en renovatie is niet duidelijk. Zo wordt er verwezen naar de renovatie van het Forum van Augustus door Hadrianus, maar daaraan is niet af te leiden dat de tempel daarbij is meegenomen. Een aanname zou zijn dat daar wel sprake van is geweest. Wat de deze renovatie geweest zou zijn is niet bekend. Een ander onderdeel van de geschiedenis van deze monumentale tempel wat vraagtekens oproept is de vernietiging daarvan. Uit onderzoek komt naar voren dat de bouw van de tempel en ook de architectuur die daarbij is gebruikt goed is onderzocht. De uiteindelijke vernietiging van de tempel komt niet ter sprake. Het is mogelijk dat hier nog geen duidelijkheid over is. 2.8 De redenering achter de bouw De overlevering geeft aan dat de tempel is gebouwd naar aanleiding van een gelofte die Augustus heeft gemaakt aan Mars Ultor in 42 voor Chr. In het gevecht bij Philippi tegen de moordenaars van Julius Caesar, Brutus en Cassius, beloofde Augustus dat wanneer hij als winnaar naar voren zou komen, hij een monumentale nieuwe tempel zou bouwen voor Mars de Wreker in Rome. De bouw van de tempel werd tevens aangegrepen om het respect van Augustus te tonen voor zijn ouders, daarmee werd uiteraard Julius Caesar bedoeld. Omdat Mars tevens de geliefde was van Venus, was de wijding van de tempel aan deze god ook een goede manier om balans te creëren. In het aangelegen Forum van Julius Caesar stond immers de Tempel van Venus Genetri Simpson 1977: 94 26
21 3 De Tempel van Venus en Roma, Rome Afb. 16. De reconstructie van de Tempel van Venus en Roma, uit: Stamper 2005: 209, afb De locatie van de tempel De tempel is gebouwd op een platform van m 2, vlakbij de Velia 21 (afb. 17). Het keek enerzijds uit over het Forum Romanum richting het Capitool en de Palantijn en anderzijds richting het Colosseum. Het platform waarop de tempel is gebouwd was gedeeltelijk opgetrokken uit natuurlijk tufsteen. Betonnen pijlers en gewelven vormden het oostelijke gedeelte van dit platform. De ruimten die daardoor werden gecreëerd waren gebruikt voor het Colosseum als opslag. Het aanzicht van het platform was volledig opgetrokken uit peperino in opus quadratum. Apollodorus had hierbij als commentaar dat wanneer de tempel op een hoger gelegen gebied zou zijn gebouwd, de machines voor het Colosseum ongezien getransporteerd hadden kunnen worden (Dudley 1967: ). Aan beide korte zijden werd toegang gegeven tot het platform. Vanuit het Forum Romanum aan de westzijde van de tempel, werd de top bereikt door een brede trap. Aan de oostzijde kon men het platform bereiken door middel van twee kleinere trappen, elk in een hoek. De beide lange zijden van het platform hadden zuilengalerijen. De zuilen daarvan waren opgetrokken uit rood en grijs Egyptisch graniet met witte, marmeren, Korinthische kapitelen. Ze waren niet gecanneleerd. In het noorden was de galerij 5,90m diep en werd afgesloten door een muur. De zuidelijke galerij bestond uit twee rijen zuilen die zicht op de tempel vanaf de Via Sacra afschermden en was 7,60m diep. Bij beide galerijen werden de middelste baaien gemarkeerd door een propyleeën dat naar binnen toe uitstak (afb. 18). Elk propyleeën waren vijf baaien breed. De zuilen onderscheiden zich van de rest van de zuilengalerij door het gebruik van Cipollino marmer. De beide propyleeën lagen recht tegenover elkaar aan weerszijden van het plein. Het tempelgebied kon, volgens Stamper 22, vanuit deze propyleeën niet betreden worden van buitenaf. Ze dienden daarmee niet als toegang. Waarvoor ze dienden heb ik tot op heden nog niet kunnen achterhalen. Aan de oostzijde van de tempel, tussen de tempel en het Colosseum, was door Hadrianus een bronzen beeld geplaatst van de god Sol Invictus/Helios (afb. 9). Van origine 21 Velia: heuvel in Rome waarop het zevenheuvelenfeest, Septimontium, gevierd werd. Toch behoort deze heuvel niet tot de oorspronkelijke zeven heuvels waarop Rome zou zijn gesticht. 22 Stamper 2005:
22 was het een kolossaal beeld in de gelijkenis van Nero, maar deze was door Vespasianus veranderd in Sol Invictus 23. Afb. 17. Top van de heuvel Velia met uitzicht op de boog van Titus Afb. 18. Plattegrond van de Tempel van Venus en Roma en en de ruïnes van de Tempel van Venus en Roma. Op de achtergrond haar platform, uit: Stamper 2005: 210, afb. 155 het Colosseum., uit: File:RomeArchofTitus02.jpg, fotograaf Aleander Z Het stond in eerste instantie in de vestibule van het gouden huis van Nero. Antieke bronnen geven aan dat er 24 olifanten nodig zijn geweest om het beeld te verslepen naar zijn uiteindelijke rustplaats. Het beeld werd geplaatst op een sokkel van beton en bakstenen dat volledig bedekt was met marmer en heeft tot 121 na Chr. op deze locatie gestaan. Wat het uiteindelijke lot van het standbeeld is geworden is onbekend. Hoewel het beeld niets met de tempel zelf te maken heeft, vertelt het ons wel iets over de moeite die is gedaan voor de aankleding van het plein waarop de tempel is gebouwd. De site van de tempel is gedeeltelijk overbouwd door de kerk van San Francesca Romana. In de achtermuur is nog een gedeelte van de cella zichtbaar (afb. 19 en plattegrond afb. 15). 3.2 De tempel Weinig rest ons vandaag de dag nog van deze grote tempel. In afbeelding 12 is te zien wat er nog staat. De half ronde apsis van de cella van Venus uit de herbouw door Maentius (afb.23) is nog zichtbaar samen met de resten van een aantal zuilen en delen van de trap. Afb.19. Vooraanzicht van de ruïne van de Tempel van Venus en Roma gezien vanaf de kant van het Colosseum, uit: Ramage en Ramage 2000: 217, afb Welke god het precies was staat ter discussie. Het was een zonnegod, maar of dit Sol Invictus was of Helios moet nog blijken. 28
23 De tempel zou bijna volledig Grieks zijn met een vierzijdige zuilengalerij en was op het noordwesten georiënteerd. De reconstructie van de plattegrond van de tempel staat tegenwoordig nog wel ter discussie. Volgens Sear 24 zou het gaan om een decastyle, peripterale tempel (afb. 20) met een enkele zuilengalerij rondom de tempel met als afmetingen 52,5m 105m 2. Daardoor zou het een perfect rechthoekig stylobaat hebben. Stamper 25 voert daarentegen aan dat gedurende recent onderzoek naar voren is gekomen dat het gaat om een dipterale tempelplattegrond (afb. 20). Hij zou twee zuilenrijen hebben aan de lange kanten en drie aan de korte zijden. De hoogte van de tempel wordt niet vermeld. Wat wel wordt aangegeven is dat het dak vergulde bronzen dakpannen zou hebben gehad. Daarnaast zou het dak uit hout zijn opgetrokken, wat heeft meegedragen aan de brand in 307 A.D., die de complete herbouw door Maentius noodzakelijk maakte. De zuilen zelf waren 16,90m hoog met een diameter van 1,90m, vergelijkbaar met de zuilen van de Tempel van Olympische Zeus in Athene. Aan de oost- en westkant van de tempel waren de zuilen dusdanig geplaatst dat de middelste baai het breedste was met een geleidelijke reductie in breedte naar de hoeken toe (Stamper 2005: ). De interaiale 26 breedte van deze middelste baaien 27 was 6m en die van de buitenste kwam neer op 5,035m. Bij latere bouwwerken zouden deze afmetingen vaker worden toegepast. Het meest opvallende kenmerk aan deze tempel is de cella. Gewijd aan twee godinnen, is de cella in tweeën gedeeld. Richting het oosten was de cella voor Venus, richting westen de cella van Roma. De beide gedeelten waren door een muur in het midden van de cella van elkaar gescheiden, maar door deuren aan beide zijkanten was het mogelijk om van de een naar de ander te lopen. Beide ruimten hadden een pronaos en de herbouw van Maentius had vier zuilen in antis. Langs de zijkanten stonden tevens acht zuilen 28. Aan de orde van de zuilen wordt geen aandacht besteed. Gezien de zuilen die toegepast worden in de zuilengalerij op het platform en in de zuilengalerij om de tempel, is het een aanname dat hiervoor Korinthische zuilen zijn gebruikt. Het welbekende plattegrond met de halfronde apsissen behoort vermoedelijk tot de latere versie door Maentius. Door de zuilen aan weerszijden van de cella is dit, net als een kerk, verdeeld in drie beuken. De vloer van de zijbeuken lag gemiddeld 20cm hoger dan de vloer van de middenbeuk. Over de versieringen in de cella, wordt net als bij de zuilen, niet gesproken. Stamper 29 merkt op dat wanneer men kijkt naar de details van de kapitelen, het lijstwerk en de manier van beeldhouwen, deze beïnvloed waren door de Hellenistische architectuur van Klein Azië. Wat hij hier precies mee bedoelt, en om welke details het precies gaat wordt verder niet uitgelegd. 24 Sear 1982: Stamper 2005: Interaiaal: ruimte tussen twee zuilen, gerekend van hart tot hart. 27 Baaien: ruimte tussen de zuilen en de cellamuur, inclusief intercolumnium. 28 Stamper geeft in zijn boek aan dat aan beide zijden acht zuilen liepen, maar laat in de plattegrond zes zuilen staan. 29 Stamper 2005:
24 Afb. 20. Peripterale en dipterale tempelplan volgens Vitruvius, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgen 1960: Het entablement en fronton Het entablement van de Tempel van Venus en Roma vertoont veel overeenkomsten met het Trajaneum in Pergamon en zou, volgens Lyttelton 30, kunnen suggereren dat Hadrianus een architect uit Pergamon heeft gehaald. De reconstructie laat een getrapte architraaf zien die is afgedekt met een astragaal, eierlijst en cavetto 31 (afb. 21). Een simpel fries met consoles, dat werd afgedekt door een cyma reversa 32 ondersteunt een kroonlijst met corona en sima 33. Deze worden van elkaar gescheiden door een eierlijst (Sear 1982: 182). De sima is als een losstaand onderdeel gebeeldhouwd en heeft een motief van palmetten en leeuwenhoofden, waarbij de palmetten afwisselend open en dicht zijn. De uiteinden van de palmetten krulden daarmee alternatief naar binnen en buiten. De onderste gedeelten van de sima worden afgedekt door acanthusbladeren en kelk waaruit twee stengels naar voren komen die gescheiden worden in twee rollen. Het geheel wordt afgedekt door een simpele afronding. Afb. 21. Architraaf van de Tempel van Venus en Roma met eierranden, console en gootlijst, uit: Strong 1953: 128, afb Lyttelton 1974: Cavetto: concaaf lijstwerk in de vorm van een kwart cirkel in doorsnede. 32 Cyma reversa: lijstwerk voor een kroonlijst in een S-vorm, maar met de bovenkant conve en de onderkant concaaf. 33 Sima: naar boven gebogen rand van een dak dat als goot dient. 30
25 Over het fronton is niet veel bekend. Op munten staat het fronton van deze tempel afgebeeld met een staande Roma die een scepter vasthoudt in het midden. Ze wordt geflankeerd door twee andere staande figuren waarvan de identiteit onbekend is. 3.4 Materiaal De tempel en zijn platform waren uit verschillende materialen opgetrokken. Het platform was, zoals eerder vermeld, gedeeltelijk opgebouwd uit natuurlijk tufsteen en gedeeltelijk uit betonnen pijlers en gewelven. De noord- en oostkant van het platform waren bekleed met vierkante blokken peperino en travertijn. Aan de zuidkant zijn ongebruikelijk licht gekleurde bakstenen gebruikt. Resten van eerdere bouwwerken zouden zijn opgenomen in deze door de mens gemaakte verhoging. Op een aantal plaatsen bestond het aggregaat uit een mengeling van tufsteen, travertijn, vuursteen en baksteen (Blake 1973: 40). De trappen waren van marmer. Voor de cella was gebruik gemaakt van beton met baksteen dat vervolgens aan zowel de buiten- als de binnenkant bekleed was met marmer. Het entablement was opgebouwd uit twee soorten marmer, namelijk Lunensisch 34 marmer en Proconnesisch 35 marmer. De zuilen zijn opgetrokken uit het eerder vermelde Cipollino 36 marmer. 3.5 Datering De bouw van de tempel is begonnen op 21 april 121 na Chr., maar de tempel is pas gewijd in 135 na Chr. De eacte datum van bouw is bekend omdat Hadrianus deze liet samenvallen met het festival van Parilia. Ten tijde van de officiële wijding van de tempel was deze nog niet voltooid. Pas tussen na Chr., onder Antoninus Pius, was de tempel compleet. In 306 na Chr. was de tempel bijna compleet verwoest door brand en is door Maentius volledig herbouwd. Hij zou ook verantwoordelijk zijn voor de halfronde apsissen voor de beide cella (afb. 22). Ook de met cassetten voorziene halve koepels zouden innovatief zijn in deze herbouw. Een zware aardbeving in de negende eeuw na Chr. zou de tempel opnieuw verwoest hebben. Als gevolg liet Paus Leo IV 37 rond 850 na Chr. de kerk Santa Maria Nova op de ruïnes bouwen. In 1612, na uitgebreide verbouwingen, werd het omgedoopt tot de kerk San Francesca Romana. 34 Lunensisch marmer: marmer afkomstig uit Luni. Het eerste gebruik daarvan in Rome was onder Augustus en werd in de Romeinse architectuur veelvuldig gebruikt (Herz et al 1988: 403) 35 Proconnesisch marmer: marmer afkomstig uit het antieke eiland Prokonnessos, het huidige Marmara, Turkije. 36 Grijze marmersoort met een natuurlijke structuur die lijkt op een geschilde ui. 37 Paus Leo IV: opvolger van Sergius II. Hij was paus van 10 april 847 tot 17 april
26 Afb. 22. Plattegrond van de Tempel van Venus en Roma van Maentius, uit: Ramage en Ramage 200: 217, afb De redenering achter de bouw Waarom de tempel gebouwd is, wordt niet breed uitgemeten. Hadrianus zou als doel hebben gehad om de gehele Romeinse wereld samen te trekken in één tempel. Daarbij niet alleen kijkend naar de goden, cultuur en de kunst, maar ook naar het Oosten en Westen. Hetzelfde deed de Tempel voor Olympische Zeus voor de Griekse wereld, het is dan ook niet verwonderlijk dat deze is voltooid onder de heerschappij van Hadrianus (Stamper 2005: 207). Dat Hadrianus trots was op zijn bouwwerk is algemeen geaccepteerd. Dio Cassius gaat hier in zijn Romeinse historie dieper op in. Hij geeft aan dat Hadrianus de plannen van deze tempel naar Apollodorus 38 zou hebben gestuurd om aan te geven dat ook zonder zijn inbreng grootse bouwwerken tot stand konden komen. Dit zou zijn voortgekomen uit een eerder dispuut tussen hem en Apollodorus voordat Hadrianus keizer was. De response van Apollodorus zou negatief zijn geweest en tot zijn dood hebben geleid (Dudley 1967: 118). Everitt 39 geeft in zijn biografie van Hadrianus aan dat dit fictie is en dat de keizer Apollodorus bij latere projecten heeft gebruikt. 38 Apollodorus van Damascus: Grieks/Syrische architect. Hij was de officiële architect van Trajanus en zou betrokken zijn geweest bij onder andere het ontwerp van de Markten van Trajanus. Zette na de dood van Trajanus zijn werk voort onder Hadrianus. 39 Everitt 2009:
27 4. De Tempel van Antoninus en Faustina, Rome Afb. 23. Vooraanzicht van de reconstructie van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Adamy 1883: 207, afb De locatie van de tempel Doordat de tempel is omgebouwd tot kerk, is hij goed bewaard gebleven. De locatie is dan ook precies aan te geven. De tempel is gebouwd op het Forum Romanum ten noordoosten van de Basilica Aemilia (afb. 24). Verdere uitleg over de locatiekeuze wordt niet gegeven. Afb. 24. Plattegrond van het Forum Romanum met in het noordoosten de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Patterson 1992: 191, afb. 1 33
28 4.2 De tempel Afb. 25. Vooraanzicht van de Tempel van Antoninus en Faustina en de kerk van San Lorenzo in Miranda, uit: Ramage en Ramage 2000: 237, afb. 8.3 Voor een tempel die zo goed bewaard is gebleven is er verbazend weinig over geschreven. Zo staan de afmetingen van de tempel nergens vermeld. Voor het alsnog kunnen bepalen van de afmetingen heb de ik onderstaande reconstructie gebruikt. Indien de schaalverdeling op de reconstructie correct is betreft het hier een tempel van 40 22m 2. Zoals in afbeelding 25 te zien is heeft de tempel een hoge, frontale trap die leidt naar een pronaos met zes zuilen aan de voorzijde en drie zuilen aan de zijkanten. Tevens was het op het zuidoosten georiënteerd. De cella was een lang gerekt vierkant, nog net geen rechthoek. In het midden van de achterwand zou het cultusbeeld hebben gestaan (afb. 26). Rondom de cella loopt een hoge, versierde plint. Volgens Adamy 40 gaf dit een idee van samenhang. De tempel had een cassettenplafond met daarin rozetten. Voor de tempel heeft een altaar gestaan met voluten aan de zijkanten. Afb. 26. Plattegrond van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Stamper 2005: 217, afb Adamy 1883:
29 Om een duidelijk voorbeeld te geven van het onderzoek dat naar deze tempel is verricht, is de opmerking van Adamy zeer toepasselijk, namelijk: Ueber den inneren Schmuck dieser Tempel wissen wir ausser dem bereits Gesagten wenig mitzutheilen (Adamy 1883: 209). Hij was van mening dat de tempel fantasieloos was en daarmee een goed voorbeeld van de architectuur van de latere keizertijd. Ook Stamper is van mening dat deze tempel niet erg origineel is in zijn architectuur. Hij geeft aan dat het een samenstelling is van onderdelen geleend van andere tempels. Het plan zou Augusteïsch zijn, de zuilen een aftreksel van de zuilen van het Pantheon en het architraaf van de Tempel van Venus en Roma (Stamper 2005: 218). 4.3 De zuilen De tempel heeft zes Korinthische zuilen aan de voorkant en drie aan de zijkanten met pilaster op de hoeken van de cella. Het gaat in dit geval om niet gecanneleerde zuilen van Cipollino marmer. Over de kapitelen wordt weinig geschreven, waardoor ik genoodzaakt ben om zelf tot een accurate beschrijving te komen. Dit heb ik gedaan in de vorm van een vergelijkend onderzoek. Door de kapitelen van de Tempel van Mars Ultor naast die van de Tempel van Antoninus en Faustina te zetten zijn het vooral de overeenkomsten die opvallen (afb. 27 en 28). Net als de kapitelen van de Tempel van Mars Ultor is het kapiteel opgebouwd uit twee blokken. Ook hier liepen de acanthusbladeren tot ongeveer halverwege het kapiteel en waren gegroepeerd in drie á vier lobben. Net als bij de Tempel van Mars Ultor waren de caliculi verticaal gecanneleerd, maar deze waren niet afgewerkt met een horizontaal gecanneleerde rand. De caliculi loopt iets taps toe, samenkomend in een kelkje. Het middelste gedeelte is zeer smal en loopt vervolgens wijder uit in kleine, halfronde blaadjes. Een ander verschil dat duidelijk zichtbaar is, zijn de randen die langs de voluten bovenin het kapiteel lopen. Afb. 27. Kapiteel van de Tempel van Mars Ultor, uit: Afb. 28, Kapiteel van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Stamper 2005: 135, detail uit afb. 99 Adamy 1883: 119, detail afb. 26 De zuilen zelf waren van dezelfde hoogte als die van het Pantheon, namelijk 14,2m. Wilson Jones 41 geeft dan ook aan dat deze met elkaar gewisseld konden worden. Het basement van de zuil verschilde echter wel van het basement van een zuil uit de zuilengalerij van het Pantheon. Voor de Tempel van Antoninus en Faustina bestond deze uit twee tori die van elkaar werden gescheiden door een scotia, terwijl deze van het Pantheon bestond uit twee tori die werd gescheiden door twee scotia. De werden op hun buurt weer door midden gedeeld door een astragaal (afb. 29). 41 Wilson Jones 2000:
30 Afb. 29. Basement van de zuilen van de Tempel van Antoninus en Faustina (links) en de zuilengalerij van het Pantheon (rechts), uit: Wilson Jones 2000: 148, afb Het entablement en fronton De tempel had een getrapte architraaf, vergelijkbaar met de Tempel van Venus en Roma. Op het architraaf was aan de voorkant een inscriptie aangebracht: DIVAE FAUSTINA EX S C. Later, na de door van Antoninus Pius was op het fries de volgende inscriptie toegevoegd: DIVO ATONINO ET. De totale inscriptie leest als volgt: Voor de vergoddelijkte Antoninus en voor de vergoddelijkte Faustina, bij besluit van de Senaat. De zijkanten van de tempel waren versierd met griffioenen, acanthusrollen, kandelaars en offer vaten (afb. 30 en 31). Tevens geeft Adamy 42 aan dat het sima van de tempel geen consoles had. Het soffiet 43 had cassetten met daarin rozetten en was omlijst door een doorlopende achtvormige versiering (afb. 25) Afb. 30. Detail van het entablement van de Tempel van Afb. 31. Architraaf, sima en kapitelen van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Stamper 2005: 217, afb. 162 Antoninus en Faustina, uit: Adamy 1883: 119, afb Adamy 1883: Ondervlak van een architraaf, kroonlijst, latei, galerij of een dergelijk overstek, veelal versiert met onder andere rozetten. 36
31 Afb. 32. Soffiet van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Adamy 1883: 14, afb, Materiaal Over het gebruikte materiaal voor deze tempel, wordt net als over de ornamentatie en architectuur zelf, weinig geschreven. De zuilen zijn opgetrokken uit Cipollino marmer. Verder geeft Ramage 44 aan dat er travertijn verwerkt is in de tempel, zonder daarbij aan te geven waar. 4.6 Datering De tempel is gewijd in 150 na Chr. Wanneer met de bouw begonnen is wordt daarbij niet gespecificeerd. Zoals uit het bovenstaande al naar voren is gekomen is de tempel goed bewaard gebleven. Dit is grotendeels te danken aan de in gebruik name als kerk, St. Lorenzo in Miranda. Oorspronkelijk is deze kerk in 1050 begonnen als klooster. De façade die vandaag de dag nog staat is gebouwd door Orazio Torriani 45 in Op de zuilen van de tempel waren tot 1898 ruwe figuratieve gravures van heiligen en inscripties te zien (Coates- Stephens 1997). 4.7 De redenering achter de bouw De tempel is gebouwd uit liefde van Antoninus Pius voor zijn vroegtijdig overleden vrouw Faustina, maar de bouw heeft plaatsgevonden in opdracht van de Senaat. Dit komt onder andere naar voren uit het onderstaande citaat. In the third year of his reign (Antoninus) lost his wife Faustina. The Senate deified her, and she was voted games, a temple, priestesses, and statues of silver and gold. To these the emperor added that her statue be set up in all the circuses. When the Senate voted her a golden statue, he paid for it to be erected (Dudley 1967: 114) Zij werd ook als een van de eerste vrouwen vergoddelijkt. Na het overlijden van Antoninus Pius in 161 na Chr. werd zijn naam toegevoegd aan de tempel in opdracht van de Senaat. Waarom er gekozen is voor juist deze locatie voor de tempel heb ik niet kunnen achterhalen. 44 Ramage en Ramage 2000: Orazio Torriani: Italiaanse architect 37
32 5 De tempels van Augustus in Rome Hieronder zal een overzicht worden gegeven van de tempels die in opdracht van Augustus zijn gebouwd. Dit uiteraard met uitzondering van de eerder beschreven Tempel van Mars Ultor. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat daarmee de tempels in opdracht van Octavianus behandeld zullen worden. Hij kreeg later in zijn leven, in 27 v. Chr. pas de titel Augustus (Potter 2008: 47). Dit gebeurde rond dezelfde tijd als de voltooiing van Vitruvius De Architectura. Dit handboek zou hij aan Augustus hebben opgedragen en heeft aangedrongen dat hij zijn publieke werken zou ontwerpen met waardigheid en autoriteit die consistent was met de Hellenistische traditie (Stamper 2005: 107). De tempels die kort besproken zullen worden zijn: De Tempel van Divus Julius; De Tempel van Apollo Palatinus; De Tempel van Jupiter Feretrius. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is de Tempel van Saturnus en ook de Tempel van Castor en Pollu en de Tempel van Concordia niet in opdracht van Augustus gerestaureerd. Tiberius, de adoptiefzoon van Augustus, was hier verantwoordelijk voor. 5.1 De Tempel van Divus Julius Afb. 33. Reconstructie van de Tempel van Divus Julius en de triomfboog, uit : Stamper 2005: 109, afb De locatie van de tempel De tempel is gebouwd op de plaats waar het lichaam van Julius Caesar is gecremeerd. Tevens is dit de locatie waar aanhangers van de Vader van Rome een altaar hadden geplaatst in zijn naam. Deze werd een jaar na de oprichting weer verwijderd. De tempel was geplaatst in de buurt van oudere tempels, zoals de Tempel van Castor en Pollu en de Tempel van Vesta. Naast de tempel liet Augustus op een later tijdstip een triomfboog bouwen ter ere van zijn overwinning op Marcus Antonius en Cleopatra (White 1988: 337). 38
33 5.1.2 De tempel Afb. 34. Plattegrond van de Tempel van Divus Julius, uit: Stamper 2005: 110, afb.80 De Tempel van Divus Julius is een prostyle en pycnostyle tempel met zes zuilen aan de voorkant die dicht op elkaar geplaatst waren (afb. 34). De zij- en achtermuur van de cella waren onversierd, met uitzondering van de hoeken aan de voorkant. Hier waren pilasters geplaatst. Het stond op een breed podium van 30 26,9m 2 en was opgetrokken in opus caementicum. Aan de beide zijkanten van het podium waren trappen geplaatst wat overeenkomt met de Tempel van Venus Genetri op het Forum van Julius Caesar. Aan de voorkant van het podium was een halfronde nis verwerkt met daarin een rond altaar. Dit altaar stond op de eacte plek waar het lichaam van Julius Caesar was gecremeerd. Rond 14 v. Chr. is dit altaar verwijderd en de halfronde nis opgevuld De zuilen Op munten wordt de tempel vaak afgebeeld met Ionische of Composiet zuilen en zo worden de meeste reconstructies uitgebeeld. In de buurt van deze tempel zijn resten gevonden van Korinthische kapitelen. Dit heeft de hypothese ondersteund dat de tempel mogelijk Ionische zuilen heeft gehad, maar de pilasters van de cella Korinthisch zijn geweest. Stamper 46 is het hier niet mee eens. Naar zijn mening zijn de afbeeldingen op de munten dusdanig slecht uitgebeeld dat het aannemelijk is dat de gehele tempel Korinthisch is Het entablement Het entablement van de tempel was rijkelijk versierd. Op het fries was een terugkerend rolpatroon te zien dat onderbroken werd door vrouwenhoofden, gorgonen en gevleugelde figuren. De kroonlijst had tandlijsten en werd ondersteund door een vroege vorm van console. De consoles waren recht van voren en plat aan de onderkant. Ze werden bekroond door een cyma reversa. De sima van de tempel is een cyma recta, dat verdeeld wordt door filets en een cyma reversa van de kroonlijst. Bloemmotieven in laag reliëf versierden de platte gedeelten tussen de consoles (Strong 1963: 75). 46 Stamper 2005:
34 5.1.5 Materiaal De tempel was in principe opgetrokken uit drie soorten materiaal, namelijk tufsteen uit de Anio regio, travertijn en marmer. Voor het podium was voornamelijk tufsteen gebruikt samen met travertijn. Wel was er gebruik gemaakt van marmeren beschoeiing. De cella was volledig gemaakt van travertijn, terwijl de zuilen en het entablement volledig zijn opgetrokken uit marmer Datering De bouw van de tempel is gestart in 42 v. Chr., maar hij is gewijd in 29 v. Chr.. Met de wijding van de tempel heeft men gewacht tot Augustus terug was in Rome en de festiviteiten ter ere van zijn drie overwinningen waren gehouden. De tempel was al enige tijd voltooid, voordat hij in gebruik werd genomen Redenering achter de bouw Uit de naam van de tempel komt naar voren dat hij is gebouwd naar aanleiding van de vergoddelijking van Julius Caesar. Niet alleen liet Augustus deze tempel bouwen ter ere van zijn adoptief vader, maar tevens benadrukte dit zijn status als zoon van een god. Of het ontwerp van de tempel alleen de verantwoordelijkheid is geweest van Augustus is niet bekend. 40
35 5.2 De Tempel van Apollo Palatinus Afb. 35. Tempel van Apollo Palatinus (E), samen met A: Tempel van Mater Magna, B: Tempel van Victoria C: Domus van Livia, D: Domus van Augustus, uit: Stamper 2005: 117, afb De locatie van de tempel De tempel is gebouwd op de Palantijn, een van de zeven originele heuvels van Rome. Het stond aan de noord-oostkant van een groot platform die bereikt werd door een brede trap die opgedeeld was in etapes. Zoals in afbeelding 35 duidelijk te zien is, was het platform niet uitsluitend bestemd voor de Tempel van Apollo Palatinus. De locatie van de tempel zou gekozen zijn aan de hand van een blikseminslag. Hoewel er vandaag de dag weinig van over is gebleven had het platform mogelijk een zuilengalerij met daarin Korinthische zuilen van giallo antico 47. Het platform zelf was aflopend, waardoor men genoodzaakt was het in terrassen op te bouwen De tempel De Tempel van Apollo Palatinus was Korinthisch (Strong 1963: 74). Het was een pseudoperipterale en diastyle tempel met een pronaos met zes Korinthische zuilen voor en het was drie zuilen diep. De tempel had mogelijk zeven pilasters langs de cellawand (Stamper 2005: 116). Over hoe de cella eruit gezien moet hebben is weinig bekend. De deuren van de tempel zouden zijn versierd met ivoren reliëfs. Aan de ene kant toonde het de redding van Delfi van de Kelten en op de andere deur stond het lot van Niobe weergegeven. In de zuilengallerij aan de voorkant van de tempel zou een beeld hebben gestaan van Apollo met een lyre (Jones Roccos 1989: 190). Het podium van de tempel van 22,4m lang Aedes_Apollinis_Palatini.html 41
36 5.2.3 De zuilen Van de zuilen van deze tempel is zeer weinig overgebleven. Het is bekend dat de tempel zes Korinthische zuilen heeft gehad. In totaal is er één fragment van een kapiteel terug gevonden. Aan de hand daarvan heeft Stamper 48 de hoogte berekend, wat neer zou komen op 14m. Naar mijn mening is en blijft dit een aanname zonder aanvullende bewijsstukken en een manier om deze hypothese te testen Het entablement Wanneer er gekeken wordt naar de literaire bronnen, wordt vermeld dat de tempel rijkelijk versierd was. Wat deze versieringen precies zijn geweest wordt daarbij in de meeste gevallen buiten beschouwing gelaten. Op het dak van de tempel zou een strijdwagen zijn geplaatst van de zonnegod. Hoe het entablement en fronton eruit gezien hebben is vandaag de dag niet meer te reconstrueren, gezien hier niets van bewaard is gebleven Materiaal Net als de hierboven beschreven Tempel van Divus Julius was voor deze tempel tufsteen gebruikt uit de Anio regio en travertijn. Verder zou de cella zijn opgetrokken uit Carrara marmer Datering Aan de bouw van de tempel is begonnen in 36 v. Chr., maar de tempel is voltooid en gewijd in 28 v. Chr. Wat de eacte datum van de wijding is geweest is vrij nauwkeurig bepaald aan de hand van antieke bronnen. Volgens Jones Roccos 49 heeft deze plaats gevonden op 9 oktober, Babcock 50 daarentegen houdt het op 8 oktober. Op 18 maart 363 is de tempel vernietigd door een grote brand De redenering achter de bouw De tempel is gebouwd als aandenken aan de overwinning van, toen nog, Octavianus op Setus Pompeii een aantal jaren daarvoor. Om de waarde van de tempel te benadrukken heeft Augustus de Sibillijnse boeken van de Tempel van Jupiter Capitolinus over laten brengen naar deze tempel (Stamper 2005: 116). 48 Stamper 2005: Jones Roccos 1989: Babcock 1967:
37 5.3 De Tempel van Jupiter Feretrius Afb. 36. Munt uit 44/38 v. Chr. die de Tempel van Jupiter Feretrius afbeeldt, Uit: Favro 1996: 92, afb. 44 Over deze kleine tempel is zeer weinig bekend. Een reconstructie of zelfs een plattegrond heb ik tot op heden nog niet kunnen achterhalen. Alleen een munt met daarop een gestileerde representatie van de tempel (afb. 36) geeft een indicatie over hoe de tempel eruit gezien moet hebben. Er is dan ook voor gekozen om deze zeer summiere beschrijving onder één kopje weer te geven De locatie, de tempel, datering en redenering De tempel was gebouwd op het Capitool nabij de Tempel van Jupiter Capitolinus. Voor een Romeinse tempel is de Tempel van Jupiter Feretrius zeer klein. Het is ongeveer 4m lang. Het was niet opdracht van Augustus gebouwd, maar het betreft hier een restauratie van een eerdere tempel. De Romeinen zelf waren van mening dat deze kleine tempel gebouwd was door Romulus om de oorlogsbuit te bewaren. Militaire leiders die een vijandige generaal in een één-op-één gevecht hadden, mochten tevens oorlogsbuit in de tempel plaatsen. Dit kwam niet veel voor (Favro 1996: 92). Augustus zou de tempel voor eenzelfde doel hebben gebruikt, totdat de Tempel van Mars Ultor voltooid was. De restauratie van de tempel door Augustus nam plaats tussen 22 en 30 v. Chr. Vandaag de dag is er niets van deze tempel bewaard gebleven. Tot op heden heb ik zelfs nog geen referentie kunnen ontdekken over het vinden van de fundamenten daarvan. 43
38 6 De tempels van Hadrianus in Rome In opdracht van Hadrianus zijn niet veel tempels gebouwd in Rome, in totaal twee. De eerder besproken Tempel van Venus en Roma is hier één van. Eén van de meeste bekende tempels van Rome, als niet de wereld, is de tweede tempel: het Pantheon. Hieronder zal een beknopte beschrijving worden gegeven van deze tempel. Voor uitgebreidere informatie wil ik de lezer verwijzen naar de werken van Stamper 51 en Wilson Jones Het Pantheon van Hadrianus Afb. 37. Aanzicht van het Pantheon, uit: Adamy 1883: 222, afb De locatie van de tempel Het Pantheon van Hadrianus was gelegen op een rechthoekig forum met aan twee zijden een zuilengalerij. Deze werden afgesloten door een monumentale boog (afb. 38). Dit forum had dezelfde breedte als het Forum van Augustus, maar was twee keer zo lang (60m 150m 2 ). De boog, die recht voor de ingang van de tempel lag, werd de Arcus Pietatis genoemd en had veel weg van een triomfboog. Vandaag de dag is van het forum en de zuilengalerij niets overgebleven. Afb. 38. Het forum van het Pantheon, uit Stamper 2005: 187, afb Stamper Wilson Jones
39 6.4.2 De tempel Afb. 39. Plattegrond van het Pantheon, uit: Stamper 2005: 190, afb. 140 Het Pantheon is één van de best bewaard gebleven en best onderzochte Romeinse tempels ter wereld. Zoals viel te verwachten is de hoeveelheid informatie over deze bijzondere tempel dan ook overweldigend. Zo weinig als er geschreven is over de Tempel van Jupiter Feretrius, zoveel is er geschreven over het Pantheon. Hieronder zal een beknopte beschrijving gegeven worden van de tempel. De tempel is opgebouwd uit drie delen: de pronaos, een middenstuk en de rotunda. Als eerste zal ik kijken naar de pronaos en het middenstuk, om mij vervolgens te richten op de rotunda (afb. 39) De pronaos, het middenstuk en het podium Zowel de Korinthische pronaos als het middenstuk is gebaseerd op de traditionele Romeinse tempel en vertonen veel overeenkomsten met de Tempel van Mars Ultor (Stamper 2005: 188). Volgens Wilson Jones 53 is het een samenstelling van een Griekse façade met een Romeinse rotunda, iets wat verantwoordelijk zou zijn voor de indruk dat de tempel niet helemaal kloppend zou zijn. Aan de voorkant had de tempel acht Korinthische, monolithische zuilen, die niet gecanneleerd waren met nog vier rijen van twee zuilen daar achter (Sear 1982: 167). Hierdoor werd het opgedeeld in drie delen, waarvan de middelste aansloot op de hoofdingang van de tempel en de resterende twee eindigden in een apsis. Het Pantheon heeft bronzen deuren die nog steeds te bewonderen zijn. De ruimte tussen deze zuilen bedraagt gemiddeld 3m. Het was gebouwd op een relatief laag podium met een frontale trap van zeven treden. Hiervan is niets bewaard gebleven door het verhogen van het moderne loopoppervlak De rotunda De rotunda van deze tempel zou gebaseerd zijn op, onder andere, de Ronde Tempel bij de Tiber. Over de binnenste diameter van de tempel is nog enige discussie. Volgens Sear 54 is dit 43,2m, terwijl Stamper 55 aangeeft dat dit 43,8m moet zijn. Wanneer uitgegaan wordt van de eerst genoemde diameter is de hoogte hier bijna gelijk aan. Deze is namelijk 43,2m. De aanzet van de koepel ligt precies 21,6m boven de grond. De buitenkant van de rotunda is niet versierd, de binnenkant daarentegen wel. 53 Wilson Jones 2000: Sear 1989: Stamper 2005:
40 Net als de tempel zelf, is de binnenkant van de rotunda opgebouwd uit drie delen: twee banden boven elkaar met daar bovenop de koepel (afb. 40). In de onderste band zijn de pijlers en Korinthische zuilen aangebracht. In tegenstelling tot de zuilen van de pronaos waren de zuilen aan de binnenkant wel gecanneleerd. In de pijlers zijn nissen aangebracht met afwisselend een driehoekig en gewelfd fronton. De tweede band bestond uit verschillende Afb. 40. Dwarsdoorsnede van het Pantheon, uit: Wilson Jones 2000: 179, detail uit afbeelding 9.3 panelen met daartussen ramen. Een aantal van deze ramen hebben een driehoekig fronton. Deze worden niet ondersteund door pilasters. Het geheel wordt gecompleteerd door de koepel. Deze bestond uit 28 delen, die elke weer bestonden uit getrapte cassetten. Dit aantal komt overeen met het totale aantal zuilen en pilasters die gebruikt zijn in de tempel. De oculus van de tempel heeft een breedte van 8,16m (Adamy 1883: 223). De vloer van de tempel is opgedeeld in vierkanten. Hierin is een compositie gemaakt van vierkanten en cirkels van verschillende kleuren marmer. In elk groot vierkant is daarmee of een kleiner vierkant geplaatst of een cirkel. Tevens is de vloer niet plat, maar licht conve. Dit had in eerste instantie het doel om regenwater weg te laten lopen dat door de oculus naar binnen was gekomen. Bij een latere renovatie zijn daar afvoerputjes voor geplaatst De zuilen De zuilen van deze tempel vertonen, zoals hierboven vermeld, veel overeenkomsten met de zuilen van de Tempel van Mars Ultor op het Forum van Augustus. Het verschil tussen de zuilen is dat de zuilen van het Pantheon niet gecanneleerd zijn en tevens uit één stuk zijn gemaakt in plaats van verschillende trommels. Ook zijn deze zuilen minder hoog, namelijk 14,2m. Ze staan op een vierkante plint en het basement is opgebouwd uit drie tori waarvan de middelste gescheiden wordt door twee convee lijsten. De kapitelen van deze zuilen tonen tevens veel overeenkomsten met de kapitelen van de Tempel van Mars Ultor. Beide bestaan uit twee blokken die rijkelijk versierd zijn met acanthusbladeren. De caliculi zijn verticaal gecanneleerd en afgewerkt met een rand en naar boven wijzende halfronde bladeren (afb. 41). 46
41 Afb. 41. Zuilen en architraaf van het Pantheon, uit: Stamper 2005: 193, afb. 143 Het basement en het gedeelte zuil die worden afgebeeld zijn van de binnenkant van de tempel, gezien deze aan de buitenkant niet gecanneleerd zijn Het entablement en fronton Zoals in afbeelding 41 te zien is, heeft de tempel een drieledige architraaf en een simpel fries. Deze wordt van de architraaf gescheiden door een cyma reversa en een dekstuk. De kroonlijst is versierd met een eierlijst en heeft consoles in de vorm van voluten. Aan de onderkant, tussen de consoles, is deze lijst versierd met cassetten met daarin rozetten (afb. 41). Het opvallende aan deze tempel is dat het twee frontons heeft. De achterste daarvan is niet versierd. Het fronton van de pronaos was versierd met beeldhouwwerken waarvan de bevestigingsgaten nog zichtbaar zijn. Wanneer hier naar gekeken wordt doet het vermoeden dat er een adelaar met een eikenkrans op bevestigd was (Wilson Jones 2000: 200). Op de tempel was uiteraard ook de bekende inscriptie te zien. Deze leest: M. AGRIPPA.L.F.COS.TERTIUM.FECIT : M. Agrippa, zoon van Lucius, heeft dit gebouwd toen hij Consul was voor de derde keer. Deze inscriptie is vandaag de dag nog goed te zien (afb. 42) Afb. 42. Inscriptie op het Pantheon, foto door: N. Wildeman Materiaal 47
42 Gezien de tempel nog staat is het materiaal waaruit het is opgetrokken grondig onderzocht. De voorste acht zuilen zijn gemaakt van grijs graniet afkomstig uit de groeven op Mons Claudianus. De resterende zuilen van de tempel zijn gemaakt van rood graniet uit de groeven van Aswan in Egypte. Zowel de kapitelen als de basementen zijn vervaardigd uit Pentalisch marmer. De binnenkant van de tempel is opgebouwd uit verschillende materialen. Wanneer er gekeken wordt naar de vloer is deze gemaakt van travertijn, maar bekleed met verschillende kleuren marmer. De eerste band van de rotunda is opgebouwd uit travertijn en tufsteen en ook deze is bekleed met marmer. Vervolgens is de laag daarboven opgedeeld in tweeën, bestaande uit vijf soorten materiaal. Het heeft zowel travertijn en tufsteen als baksteen en tufsteen. Uiteraard is ook dit gedeelte volledig bekleed met marmer. De bovenste rand, vlak onder de koepel, is volledig gemaakt van baksteen en de koepel zelf uit puimsteen en onderin tevens een combinatie van puimsteen en baksteen. Het marmer dat gebruikt is voor de bekleding van de tempel heeft verschillende kleuren, namelijk: geel, rood, wil, grijs en geaderd wit Datering De tempel is gebouwd in opdracht van Hadrianus tussen 118 en 128 n. Chr. Zoals bekend betreft het hier een herbouw op dezelfde locatie als eerdere restauraties van onder andere Domitianus. Deze restauratie is in 110 n. Chr. afgebrand, wat volgens Rivoira 56 een indicatie is dat het dak gemaakt was van hout. De plattegrond van de tempel zou hetzelfde zijn gebleven als deze eerdere bouwwerken (Everritt 2009: 198). In 202 na Chr. hebben Septimius Severus en Caracalla restauraties verricht aan het Pantheon, maar wat deze precies hebben ingehouden is niet achterhaald. De inscriptie die zij hebben toegevoegd aan de tempel geeft aan dat het in grote staat van verval was. De tempel is zo goed bewaard gebleven omdat het in 608 na Chr. door de Byzantijnse keizer Phocas is gegeven aan de toenmalige Paus Bonifatius IV 57. Hij heeft de tempel laten ombouwen tot de kerk Santa Maria ad Martyres (Sear 1982: 166) De redenering achter de bouw Waarom de tempel is gebouwd is niet met zekerheid te achterhalen. In eerste instantie dacht men dat het Pantheon, zoals het nu nog staat, het originele bouwwerk was van Agrippa uit 29 v. Chr. Wanneer er gekeken wordt naar de (mogelijke) decoratie van het fronton zou afgeleid kunnen worden dat Hadrianus dit heeft gedaan om een connectie te creëren met Augustus. De adelaar met eikenkrans komt voor op veel munten uit de Augusteïsche periode. Het zou de symboliek van de huishoudgoden van de Julische familie en de familie van Augustus indiceren, waarnaar Hadrianus veel refereert als basis van zijn autoriteit als keizer (Stamper 2005: 194). De tempel zou gewijd zijn aan alle goden, vandaar ook het Pantheon genoemd. Adamy 58 is het daar niet mee eens. Hij geeft aan dat Hadrianus de tempel gewijd heeft aan Mars Ultor. 7 De tempels van Antoninus Pius in Rome 56 Rivoira 1925: Sear geeft hier aan dat het gegeven is aan Paus Bonifatius VIII, na onderzoek is gebleken dat in deze periode Bonifatius IV paus was. 58 Adamy 1883:
43 Ondanks zijn lange heerschappij heeft Antoninus Pius niet veel tempels laten bouwen in Rome. Net als zijn adoptief vader Hadrianus heeft hij, naast de Tempel van Antoninus en Faustina, één andere tempel laten bouwen in Rome, namelijk de Tempel van Divus Hadrianus. Deze zal hieronder kort worden toegelicht. 7.1 De Tempel van Divus Hadrianus Afb. 43. Reconstructie van de Tempel van Divus Hadrianus, uit: Stamper 2005: 213, afb De locatie van de tempel De tempel is gebouwd op een rechthoekig, geplaveid forum op de Campus Martius nabij het Pantheon. Aan alle zijden was dit forum afgesloten met een zuilengalerij, met aan beide korte zijden een ingang. Wat ongebruikelijk was voor de keizertijd is dat deze tempel, net als de Tempel van Venus en Roma, gebouwd was midden op het forum. Het was gebruikelijk in de keizertijd dat een tempel aan één zijde van het forum werd gebouwd, zoals de Tempel van Mars Ultor. De keuze voor het plaatsen van de tempel zou te maken hebben gehad met de manier waarop het forum benaderd kon worden, vanuit het westen vanaf het Pantheon of vanuit het oosten over de Via Flaminia (Stamper 2005: 214). 7.3 De tempel De Tempel van Divus Hadrianus zou een peripterale tempel zijn. Wanneer er gekeken wordt naar het intercolumnium is het tevens pycnostyle (Blake 1973: 68). Het heeft acht Korinthische zuilen aan de voor- en achterkant met 13 aan de zijkanten (afb. 44). Aan alle vier de zijden was de zuilengalerij gewelfd en was het plafond versierd met cassetten. De cellamuur had aan de buitenkant pilasters 59 op één lijn met de zuilen van de galerij (Stamper 2005: 213). Het stond op een verhoogd podium dat bereikt kon worden via een brede frontale trap. Blake 60 geeft aan dat de trap ondergronds werd gedragen door een gewelf. Het podium was 27 45m 2 en was bekleed met marmeren panelen met daarop reliëfs die de provinciën 59 In de reconstructie van Stamper (afb. 44) zijn deze pilasters niet terug te vinden 60 Blake 1973: 68 49
44 moesten voorstellen. Deze zouden een indicatie zijn van de welwillendheid van Hadrianus richting de provinciën en fragmenten hiervan zijn zichtbaar in de tuin van het Capitolijns Museum. De binnenkant van de cella had, net als de buitenkant, pilasters. De sokkels waar deze op stonden boden ruimte voor beelden die, net als de panelen op het podium, representaties waren van de provinciën. Tevens had de cella aan de binnenkant een rijkelijk versierd entablement met een conve fries. Het fries was versierd met spiralen opgemaakt uit acanthusbladeren en kandelaars. Het had geen sima. De cellavloer lag vier treden hoger dan de vloer van het podium. Afb. 44. Plattegrond van de Tempel van Divus Hadrianus en het forum, uit: Stamper 2005: 214, afb De zuilen Over de zuilen is weinig geschreven, ondanks dat een aantal nu nog overeind staan. Het had gecanneleerde, Korinthische zuilen van 15m hoog. De schachten van deze zuilen waren opgebouwd uit trommels en waren 12,3m hoog. Dit komt neer op een verhouding tussen de totale hoogte en de hoogte van de schacht op 6 staat tot Het entablement en fronton Het entablement van deze tempel lijkt op die van de Tempel van Venus en Roma. Ook hier is de architraaf opgebouwd uit twee fasciae die gekroond worden door drie verschillende lijsten, namelijk een cavetto, eierlijst en astragaal (afb. 45). Het fries was, net als aan de binnenkant, gewelfd en had een projecterende kroonlijst. In zijn behandeling van deze tempel geeft Sear 61 aan dat de consoles die deze kroonlijst droegen niet versierd waren. Op de corona waren leeuwenhoofden aangebracht afgewisseld met palmetten. De sima van de tempel was tevens versierd met palmetten die afwisselend naar boven en naar beneden krulden (Strong 1953: 124) Sear 1982:
45 Afb. 45. Reconstructie van de architraaf van de Tempel van Divus Hadrianus, uit: Stamper 2005: 215, afb Materiaal De tempel is voor het grootste gedeelte opgebouwd uit drie verschillende materialen. De vloer van het podium onder de zuilen is opgetrokken uit travertijn. De resterende vloerdelen bestaan uit peperino. Ook de cellamuren waren opgetrokken uit peperino, maar dan bekleed met Proconnesisch marmer. Volgens Blake 62 moeten de dragers voor het dak uit hout zijn gemaakt. De reden die zij daarvoor aangeeft is het ontbreken van een tweede zuilenrij. De zuilen die zijn gebruikt bij de ingang van het forum waren opgetrokken uit giallo antico. Vreemd genoeg is het niet onderzocht waaruit de zuilen van de tempel bestonden, ondanks dat een aantal nog overeind staan. 7.7 Datering Met de bouw van de tempel is tussen 139 en 140 na Chr. begonnen, maar de wijding heeft plaatsgevonden in 145 na Chr. (Sear 1982: 184). Over mogelijke restauraties in de antieke tijd wordt geen melding gemaakt. Ook heb ik tot op heden niet kunnen ontdekken wanneer de tempel uit gebruik is geraakt. Zoals eerder vermeld staat één zijkant van de tempel, qua zuilen, nog in zijn geheel. Dit is te bezichtigen bij het beursgebouw op Piazza di Pietra. Het entablement dat daarbij zichtbaar is komt voort uit een latere restauratie. Wanneer dit heeft plaatsgevonden is niet bekend. Gezien het is opgetrokken uit stucco, vermoed ik een vrij recente datum. Tevens is de restauratie niet waarheidsgetrouw uitgevoerd. Stamper 63 vermeld dat alleen het middelste gedeelte van het entablement overeenkomsten vertoond met het origineel. 7.8 De redenering achter de bouw Waarom de tempel gebouwd werd is niet uitvoerig onderzocht. Gezien de moeite die Antoninus heeft gedaan om Hadrianus te vergoddelijken is het mijn aanname dat hij de tempel heeft laten bouwen als eerbetoon. 62 Blake 1973: Stamper 2005:
46 De tempels uit het Midden Oosten: Baalbek 52
47 8 De Tempel van Jupiter, Baalbek Afb. 46. Reconstructie van de Propyleeën van de Tempel van Jupiter, Baalbek, uit: Lyttelton 1974: 155, afb De locatie van de tempel Het heiligdom van Jupiter lag in Heliopolis, het huidige Baalbek in Libanon en is in 1984 opgenomen op de Unesco Werelderfgoedlijst. De stad was gedurende de heerschappij van de Feniciërs een klein dorpje. Pas onder Romeins bewind groeide het uit tot een stad. De plaats zelf is gelegen in de Beka-vallei. Het heiligdom is gelegen aan de rand van het huidige Baalbek dat doet vermoeden dat het ook buiten de antieke stad heeft gelegen aan de voet van de zuidwest helling van de Anti-Libanon op een hoogte van 1150m 64 De Tempel van Jupiter was gesitueerd binnen dit uitgebreide heiligdom. Deze bestond uit een propyleeën, twee pleinen en de tempel zelf (afb. 47). Om een goed beeld te geven van hoe dit eruit gezien moet hebben voor de bevolking, wordt elk onderdeel kort besproken op volgorde van binnenkomst. Afb. 47. Het heiligdom van Jupiter te Baalbek, bestaande uit: 1. De Propyleeën, 2. het Heagonale Plein, 3. het Grote Plein, 4. altaar, 5. bassins, 6. Tempel van Jupiter, uit: Lyttelton 1974: 220, afb Htttp://whc.unesco.org/en/list/249 53
48 De Propyleeën (afb. 47, nr. 1) De Propyleeën vormden de monumentale ingang die leidde naar het eerste plein van het heiligdom van Jupiter. Zoals op afbeelding 47 zichtbaar is, was de trap in drie gedeelten opgebouwd. Het bestond uit een lange zuilengalerij, met 12 grote Korinthische zuilen, met torens van twee verdiepingen aan beide zijden. Deze torens waren versierd met twee soorten pilasters. Lyttelton 65 geeft aan dat deze pilasters aan de onderzijde Korinthisch waren, maar de bovenste rij Ionisch. De ruimte tussen de middelste zuilen was breder dan de ruimte tussen de resterende zuilen en was vermoedelijk gekroond met een boog in het entablement. Het fronton zou laag zijn uitgevallen (afb. 46). Net als de rest van het heiligdom lagen de Propyleeën 10m boven het normale loopoppervlak. De binnenkant van de Propyleeën is zeer slecht bewaard gebleven, waardoor hier weinig uitspraken over gedaan kunnen worden. Volgens Lyttelton 66 lijkt het alsof er twee rijen op elkaar geplaatste nissen zijn gevormd door middel van kleine zuilen die op projecterende sokkels zijn geplaatst. Ook het entablement zou hebben uitgestoken. De bovenste zuilen zouden zijn bekroond met afwisselend een driehoekig en gesegmenteerd fronton. Ook waren de bovenste rij nissen breder dan die daaronder. Als resultaat werd hun fronton gedragen door vier zuilen in plaats van twee. Naast de hoofdingang, waren er in de achtermuur van de Propyleeën twee zijdeuren geplaatst. Beide waren één baai verwijderd van de hoofdingang en waren geplaatst tussen de hierboven beschreven nissen. De hoogte van deze deuren zouden gelijk zijn geweest aan de hoogte van de onderste rij nissen. Wat de afmetingen geweest zijn, is helaas niet meer te achterhalen. Zoals eerder vermeld is er weinig overgebleven van deze monumentale ingang. Grote delen zijn door de Arabieren hergebruikt voor hun citadel. Daarna volgden er nog meerdere bewoningsfasen. Zo heeft er ook een Christelijke basilica gestaan. De reconstructie van Lyttelton en de beschrijving hierboven zijn gedaan aan de hand van de resten die nog aanwezig zijn op de site Het Heagonale Plein (afb. 47, nr. 2) Zoals de naam al doet vermoeden gaat het hier om een zeshoekig plein. Op het breedste punt was deze even breed als de hierboven besproken Propyleeën. Een zuilengalerij, met grote Korinthische zuilen, omsloot het plein. Alle zuilen waren op dezelfde afstand van elkaar geplaatst, met uitzondering van de doorgangen richting het Grote Plein en de Propyleeën. Aan de laterale zijden bevinden zicht rechthoekige eedrae, die door een rij grote Korinthische zuilen werd afgesloten van de zuilengalerij. In de achtermuur van de eedrae waren nissen geplaatst op een dusdanige manier dat het leek alsof deze tussen de zuilen zaten. Lyttelton geeft aan dat de versieringen daarvan doen denken aan die van de eedrae van het Grote Plein dat hieronder beschreven zal worden Lyttelton 1974: Lyttelton 1974: Lyttelton 1974:
49 8.1.3 Het Grote Plein (afb. 47, nr. 3) Dit betreft een groot, vierkant plein van ongeveer 100m 100m Aan drie zijden was het plein omsloten door een zuilengalerij van niet gecanneleerde Korinthische zuilen, opgetrokken uit Egyptisch graniet. De tempel lag verzonken in het midden van de westelijke muur van het plein en daardoor kon men er niet omheen lopen. In de zijmuren van het Grote Plein zaten drie rechthoekige eedrae, van elkaar gescheiden door twee halfronde. In de oostelijke muur zaten tevens twee rechthoekige eedrae, elk aan een kant van de toegang vanuit het Heagonale Plein. De middelste, rechthoekige eedra werd van de zuilengalerij afgesloten door zes zuilen en de resterende twee door vier zuilen. De halfronde eedrae werden afgesloten door twee zuilen. Omdat deze eedrae het meest kenmerkende is aan dit plein zal ik hieronder de beide vormen apart behandelen. Tevens stonden op het Grote Plein een altaar en een grote kubusvormige toren. Beide zullen eveneens kort besproken worden De rechthoekige eedrae De rechthoekige eedrae waren versierd met kleine, boven elkaar geplaatste Korinthische zuilen. Deze waren zo gegroepeerd dat zij nissen vormden, ook wel aediculae genoemd. De onderste zuilen stonden op een plint, terwijl de bovenste rij zuilen direct op het entablement van de onderste zuilen rustten. Zoals in afbeelding 48 zichtbaar is, heeft de bovenste rij nissen afwisselend een driehoekig en halfrond mini-fronton. De hoeken van de eedrae zijn, zowel boven als onder, gemarkeerd door één zuil. Om ervoor te zorgen dat de hoek werd opgevuld, zo vermeld Lyttelton 69, was de zuil in de bovenste rij geplaatst bovenop een kwart fronton. Ook geeft zij aan dat de nissen op geruime afstand van elkaar stonden, zonder daarbij te vermelden wat deze afstand is. Aan de hand van de reconstructie in afbeelding 47, en de daarbij vermelde schaalverdeling, zou dit uitkomen op ongeveer 0,84m. Deze ruimte is gelijk aan de afstand tussen de zuilen die de eedra afsloten. De opstelling van de zuilen aan de zijmuren van de eedrae wijken af van de opstelling aan de achtermuur. Aan elke uiteinde van de muur staat een zuil, geïsoleerd, op een sokkel. De onderste rij zuilen zouden, volgens Lyttelton 70, een uitstekend deel van het entablement ondersteunen. Wanneer er gekeken wordt naar de bovenste rij zuilen, ondersteund deze geïsoleerde zuilen een kwart fronton. Verder geeft zij aan dat de resterende acht zuilen van de zijmuren een groot, onderbroken fronton ondersteunen bovenop het entablement. Het entablement zou in het midden verzonken zijn in de muur. Aan beide uiteinden daarvan zou dit, volgens haar, uitgebroken zijn om zo de twee uitstekende delen van het fronton te creëren. In de gevonden afbeeldingen en de reconstructie komt dit niet terug. 68 Afmetingen zijn inclusief de zuilengalerij, maar eclusief de eedrae. 69 Lyttelton 1974: Lyttelton 1974:
50 Afb. 48. Ruïne van de rechthoekige eedra van het Grote Plein van de Tempel van Jupiter, Baalbek, Lyttetlon 1974: 150, afb. 127 Wanneer men kijkt wat er nu nog staat van de rechthoekige eedrae is het moeilijk om een voorstelling te maken over hoe het eruit gezien moet hebben. Hoewel de achtermuur en de mini-frontons nog staan, is er van de zuilen weinig overeind blijven staan, wat voor de beeldvorming veel vraagt van de fantasie De halfronde eedrae In vergelijking met de rechthoekige eedrae, zijn de halfronde varianten aanzienlijk uitgebreider gedecoreerd. Het ontwerp zou veel overeenkomsten vertonen met de versieringen aan de binnenkant van de Tempel van Bacchus, die later besproken zal worden. Deze overeenkomsten komen prominent naar voren in de reusachtige Korinthische zuilen en de twee boven elkaar geplaatste rijen nissen. Het dak van de eedra is een stenen gewelf, waarvan de decoraties niet meer te achterhalen zijn. Het meest opvallende aan de nissen is dat er geen afbakening is tussen de onderste rij nissen en die daarboven. De bovenste rij is direct op de kroonlijst geplaatst van de rij daaronder (afb. 49). Een ander opvallend kenmerk van deze eedrae is de cyma reversa. Dit is het lijstwerk voor de kroonlijst in de vorm van een omgekeerde S. Het blad dat hierbij gebruikt is als versiering wordt in tweeën gespleten. Dit is te zien boven de tandlijst. In de tweede eeuw na Christus komt dit buiten Libanon niet voor. 56
51 Afb. 49. Reconstructie van de halfronde eedra van het Grote Plein van de Tempel van Jupiter, uit: Lyttetlon 1974: 104, afb. 13 Elke eedra heeft twee boven elkaar geplaatste rijen van vijf nissen. Deze zijn van elkaar gescheiden door reusachtige, niet gecanneleerde, Korinthische pilasters met daarboven een compleet entablement. Boven elke pilaster zou dit entablement iets zijn uitgebroken, maar dit is in de reconstructie van Lyttelton niet te zien. De onderste rij nissen waren gewelfd met een rondlopend entablement. Deze was compleet met uitzondering van de architraaf. De consoles hiervan zijn versierd met acanthusbladeren en palmetten die vervolgens omlijst werden door een eierlijst. In andere bouwwerken in Baalbek komt dit niet voor. De hierboven genoemde gewelven hebben twee verschillende motieven. Het meest voorkomende was het schelpmotief zoals die te zien is in afbeelding 50. De schelp liep naar beneden toe uit. Het tweede motief bestond uit schubben (afb. 51). Dit motief komt alleen voor in de eedra aan de zuidkant van het plein. Lyttelton 71 merkt op dat het bij één van deze nissen lijkt alsof de schubben uit elkaar gaan om een godheid te tonen. Afb. 50. Schelpmotief van nis uit de halfronde eedra Afb. 51. Schubben motief van nis uit de halfronde eedra Het altaar en de hoge toren Op het plein stond een altaar op de lengteas van de tempel (afb. 52). Deze stond op eact dezelfde plaats als het altaar dat daar stond voordat het heiligdom van Jupiter gebouwd werd. Het was een stenen bouwwerk met twee smalle, steile trappen aan de binnenkant. De hoogte 71 Lyttelton 1974:
52 was gelijk aan de laatste overloop van de monumentale trap van de tempel. Jidejian 72 geeft aan dat op de façade van het altaar, aan de kant van de tempel, buisvormige kanalen waren geplaatst die naar de twee bassins liepen (afb. 47, nr. 5). Afb. 52. Het altaar en de grote toren op het Grote Plein van Afb. 53. Reconstructie van de grote toren met dwarsdoorsnede, uit:: de Tempel van Jupiter, uit: Jidejian 1975: 115, afb. 41 Jidejian 1975: 116, afb. 42 Achter het altaar was nog een groter monument gebouwd (afb. 53). Het ging om een hoge kubusvormige toren van 17m hoog. Aan de binnenkant zouden twee trappen, onafhankelijk van elkaar, naar boven lopen. Volgens Jidejian 73 was dit zo opgezet zodat de gelovigen naar boven en naar beneden konden lopen zonder dat er opstoppingen ontstonden. Zowel het plafond als de gangen zouden rijkelijk versierd zijn geweest, maar hier is weinig van bewaard gebleven. De buitenkant van de toren was, waarschijnlijk, bekleed met bronzen platen. Resten hiervan zijn terug gevonden op de drempels, dorpels en het entablement (Jidejian 1975: 26). Een dusdanig bouwwerk kwam normaliter niet voor in een Romeins heiligdom 8.2 De tempel Van de tempel staat nog weinig overeind, namelijk een aantal zuilen, een gedeelte van het entablement en een paar fragmenten van de versieringen. Van de cella is niets bewaard gebleven en er kan dan ook weinig over gezegd worden. Hetgene wat hieronder vermeld wordt is afgeleid van de resten zoals die nu nog zichtbaar zijn. De tempel had een monumentale trap dat in drie gedeeltes was opgedeeld door het gebruik van overlopen. Het had 11 treden. In haar onderzoek vermeld Jidejian 74 dat het loopoppervlak van het Grote Plein lager was geworden, wat de toevoeging van drie etra treden nodig had gemaakt. Om een oneven aantal te behouden zou er een etra overloop aan de trap zijn toegevoegd. Waarom het loopoppervlak zou zijn verlaagd wordt in haar werk niet verder uitgelegd en zelf heb ik ook geen reden kunnen achterhalen. Het is mogelijk dat dit is gebeurd als gevolg van een aardbeving, maar dat is en blijft een aanname. Het podium van de Tempel van Jupiter bevat het beroemde trilithon. Dit zijn drie perfect samengevoegde blokken 72 Jidejian 1975: Jidejian 1975: Jidejian 1975: 24 58
53 van ,75m. De afmetingen van de tempel waren m 2, dit is inclusief het stylobaat (48 88m 2 ) Het is mogelijk dat de tempel in eerste instantie een pseudodipterale plattegrond zou hebben met acht zuilen aan de voor- en achterkant en 15 aan de beide zijkanten. Door latere aanpassingen van het plattegrond werden dit 10 zuilen aan de voor- en achterkant met 19 zuilen aan de beide zijkanten. Het fries van de zuilengalerij van de tempel had decoraties in de vorm van guirlandes die van elkaar werden gescheiden door grote consoles. Deze zijn vervolgens weer versierd met acanthusbladeren. Daarboven waren hoofden aangebracht in de vorm van een leeuw (afb. 54) en stieren. Afb. 54. Leeuwenhoofd, uit: Lyttelton 1974: 140, afb De zuilen De Tempel van Jupiter had niet gecanneleerde Korinthische zuilen van 22m hoog. Wanneer er gekeken wordt naar de kapitelen laten zij zowel Romeinse als meer Oosterse trekken zien. Zo vertoont het kapiteel overeenkomsten met die van het Forum van Augustus in Rome (afb. 55 en 56). Wel moet ik daarbij opmerken dat de opzet van de kapitelen van het Forum van Augustus ruimer was. Afb. 55. Kapiteel van de Tempel van Jupiter, Baalbek Afb. 56. Kapitaal afkomstig van het Forum van Augustus, Rome, uit: Uit: Lyttelton 1974: 139, afb. 100 Lyttelton 1974: 139, afb. 103 Beide kapitelen zijn opgebouwd uit twee delen. De caliculi zijn verticaal gecanneleerd en afgewerkt met een brede rand. In tegenstelling tot de kapitelen van het forum was deze brede 59
54 band versierd met halfronde bladeren die naar beneden wijzen 75. Zoals in afbeelding 55 duidelijk naar voren komt zijn de middelste nerven van de acanthusbladeren versierd met inkepingen. Bij de kapitelen van het forum is dit minder goed zichtbaar, maar dat kan een gevolg zijn van conservatie. Lyttelton 76 geeft in haar werk aan dat de typisch Romeinse vorm cyma reversa in het miniatuur voorkomt in deze kapitelen, namelijk aan de bovenkant van de caliculi met in elkaar grijpende lussen. Uit de bovenstaande afbeelding kan ik dit niet terug zien. 8.4 Het entablement en fronton Van het entablement is, net als van de rest van de tempel, weinig bewaard gebleven. Een gedeelte staat nog overeind, maar dit is te weinig om een voorstelling te maken van het gehele entablement. Wat wel op valt is de architraaf. Deze is drieledig en gekroond door een astragaal, eierlijst, nogmaals een astragaal en een cyma. In Rome komt het in deze volgorde niet voor. Ook de consoles zouden kenmerkend zijn. Ze waren gebogen met twee groeven aan de onderzijde. Daarom heen was een eierlijst gebeeldhouwd. Wat is overgebleven van de kroonlijst van de tempel is tevens versierd, in dit geval met een meander. De kroonlijst werd gescheiden van de sima door een band met daarop een niet veel voorkomend motief, dat Lyttelton 77 een kurkentrekker lijst noemt. 8.5 Materiaal Waar de tempel uit opgebouwd is, heb ik tot op heden nog niet kunnen ontdekken. Het kan zijn dat dit in het onderzoek dat is verricht naar deze tempel nog niet is meegenomen. Wel is bekend dat de zuilen van de galerij van het Grote Plein gemaakt waren van Egyptisch graniet. 8.6 Datering De tempel kent een lange geschiedenis. In de Augusteïsche periode bestonden de eerste plannen voor deze tempel al, maar daar werd verder niets mee gedaan. Het is ook opmerkelijk dat geen enkele Romeinse keizer de bouw van de tempel op zijn naam heeft gezet (Jidejian 1975: 22). Wanneer men precies met de bouw is begonnen is niet bekend. Onder de heerschappij van Nero was de tempel nog onder constructie. Dit was af te leiden van een inscriptie die is terug gevonden bovenop de laatste trommel van één van de zuilen. Ook werd het plan van zowel het Grote Plein en de façade van de tempel aangepast. Ze werden groter dan in eerste instantie gepland. De tempel is mogelijk onder Septimius Severus voltooid, maar dit is niet met zekerheid te zeggen (Jidejian 1975: 27). Wilson Jones 78 geeft aan dat de tempel is voltooid in de eerste helft van de eerste eeuw na Christus. De pleinen van de tempel stammen voornamelijk uit de tweede eeuw na Christus en de Propyleeën waren pas voltooid begin derde eeuw na Christus (Lyttelton 1974: 220). Niet lang na de voltooiing van het heiligdom begon de langzame vernietiging daarvan. Rond 312 na Chr., aan het begin van de heerschappij van Constantijn de Grote, waren de tempels in Baalbek al gesloten. Rond 440 na Chr., onder de Byzantijnse keizer Theodosius 75 Er is weinig gepubliceerd over de zuilen van de Tempel van Jupiter in Baalbek. Hierdoor is een groot gedeelte van de hier verstrekte informatie verkregen door het bekijken en vergelijken van de kapitelen en het zoeken naar parallellen. 76 Lyttelton 1974: Lyttelton 1974: Wilson Jones 2000:
55 zouden de tempels vernietigd zijn. Tevens wordt hij verantwoordelijk gehouden voor het bouwen van een basilica op de ruïnes van de Tempel van Jupiter. Baalbek werd tussen 635 en 661 na Chr. veroverd door de Arabieren In welk jaar dit precies heeft plaatsgevonden is niet bekend. Hetzelfde geldt voor degene onder wiens leiding de verovering heeft plaatsgevonden. Onder Arabische heerschappij werden de tempels, met uitzondering van de Tempel van Venus, opgenomen in de bouw van hun citadel. 8.6 De redenering achter de bouw Waarom de tempel gebouwd is en waarom er gekozen is voor die specifieke locatie is een van de vele onderwerpen die nog open staan voor toekomstig onderzoek. Jidejian 79 geeft aan dat de tempel een manier van de Romeinen is geweest om te laten zien wat hun architectonische en bouwkundige vaardigheden zijn door alle andere religieuze monumenten in het Midden- Oosten te overtreffen. De tempel is gebouwd op een plek die voor de lokale bevolking al het middelpunt van het religieuze leven in de stad was. Het is een aanname, maar in mijn mening is dit niet zonder belang. Gezien de Romeinse gewoonte een stad te assimileren door middel van de goden, zoals gedaan bij het Etruskische Veii, lijkt het mij geen onmogelijke hypothese dat de keuze voor de locatie en het toestaan van het altaar en de grote toren een middel is geweest voor de romanisering van de bevolking. De bouw van de toren op het Grote Plein zal tevens eenzelfde reden hebben gehad. Hierdoor hield de plaatselijke bevolking gedeeltelijk vast aan de oude gebruiken, met goedkeuring van de Romeinse heersers. 79 Jidejian 1975:
56 9 De Tempel van Bacchus, Baalbek Afb. 57. Plattegrond van de Tempel van Bacchus: 1 zuilengalerij, 2 cella, 3 adyton, 4 pronaos, 5 trap aan de binnenkant geflankeerd door reusachtige pijlers, uit :Lyttelton 1974: 230, afb De locatie van de tempel Net als de Tempel van Jupiter, ligt ook de Tempel van Bacchus in het oude Heliopolis. De tempel is gesitueerd ten zuiden van het heiligdom van Jupiter. Afb. 58. Ruïnes van het heiligdom van Jupiter met aan de rechterkant de Tempel van Bacchus, omsloten door de verdedigingswerken van de Arabische citadel, uit: Jidejian 1975: 246, afb. 354 Zoals uit afbeelding 58 naar voren komt, ligt de tempel direct naast het heiligdom van Jupiter. De tempel was gebouwd op een plein, maar hoe dit eruit gezien heeft is niet meer te achterhalen. 62
57 9.2 De tempel De Tempel van Bacchus, ook wel de Kleinere Tempel genoemd, is een van de best bewaard gebleven Romeinse tempels ter wereld. In afbeelding 57 is duidelijk te zien dat grote delen van de cella en de zuilengalerij nog overeind staan. Lyttelton 80 geeft aan dat het hier gaat om een octastyle, prostyle en peripterale tempel. Wat neer zou komen op een tempel met acht zuilen aan de voor- en achterkant met twee zuilen tegenover de antae. Dit komt inderdaad naar voren uit de reconstructie van de plattegrond. Een peripterale tempel daarentegen heeft zes zuilen aan de voor- en achterkant en 11 zuilen aan de zijkanten. Dit is niet in overeenstemming met de reconstructie. Aangezien de tempel acht zuilen aan de voor- en achterkant heeft met 15 zuilen aan de beide zijkanten, doet het denken aan een pseudodipterale tempel zoals door Vitruvius 81 beschreven. De ruimte tussen de zuilen en de cella is voor dit type daarentegen weer veel te smal. Om wat voor type tempel het precies gaat wil ik, voor dit moment, buiten beschouwing laten in afwachting van verder onderzoek. De tempel had een frontale trap met 33 treden. Het intercolumnium van de zuilen is precies anderhalf keer de onderste diameter van de zuilen en daarmee pycnostyle. De afstand tussen de middelste twee zuilen staan iets verder uit elkaar. Wanneer er naar de cella gekeken wordt valt op dat deze twee keer zo lang is als hij breed is. De breedte is weer gelijk aan de hoogte van de cella. De hieronder volgende beschrijving zal zich voornamelijk richten op de binnenkant van de cella. Over de buitenkant van de cella is niet veel geschreven, behalve kleine verwijzingen naar versieringen bij de deur. Om het overzichtelijk te houden zal ik eerst ingaan op het plafond van de zuilengalerij en de hierboven genoemde deur om mij vervolgens te richten op de binnenkant van de cella. Aan de noordzijde van de tempel is het plafond van de zuilengalerij goed bewaard gebleven. Grote heagonale cassetten, met daarin representaties van goden of mythen afgebeeld, worden omlijst door een bloemen rinceau. Dit is een versierde rand met gestileerde wijnranken met bladeren en, in dit geval, bloemen. Deze grote cassetten worden van elkaar gescheiden door kleinere, diamantvormige cassetten met daarin bustes. Ook deze kleinere cassettes zijn afgezet met die hierboven beschreven bloemen rinceau, terwijl de ruimte tussen de cassetten gevuld zijn met driehoeken gevuld met bloemen en bladeren (afb. 59). Het clair-obscur 82 effect dat de reliëfs creëren is door de goede conservatie nog steeds aanwezig. Afb. 59. Detail van het plafond van de zuilengalerij met Tyche zichtbaar, van de Tempel van Bacchus, Baalbek, uit: Lyttelton 1974: 152, afb Lyttelton 1974: Vitruvius De Architectura: Clair-obscur: effect waarbij de licht-donker contrasten sterker naar voren komen dan ze in werkelijkheid zijn. Dit wordt voornamelijk toegepast in de schilderkunst, film en fotografie. 63
58 Er zijn verschillende cassetten terug gevonden met daarin Tyche. Zij was de godin van geluk, ongeluk en het lot en was daarmee de tegenhanger van de Griekse Fortuna. Bij de Tempel van Bacchus is zij vaak afgebeeld met een kroon versierd met torens (afb. 59). Deze reliëfs, zouden volgens Jidejian 83 kunnen wijzen naar steden in Syrië die religieuze connecties hadden met het heiligdom of daaraan hebben meebetaald. De deur van de tempel was 13 6,5m 2 en rijkelijk versierd. Tevens is het redelijk goed bewaard gebleven. Hetzelfde geldt voor het kozijn. Jidejian 84 merkt op dat deze, aan de zijkanten, versierd waren met boeketten met maïs, klaprozen die uit hun kelk komen, tarwe, eikels, guirlandes en wijnbladeren. Deze omringden nimfen, satyrs en bacchanten (afb. 60 en 61). Ook de bovenkant van de bovendorpel, die bestond uit drie grote projecterende blokken, zou deze versiering hebben. Afb. 60. Versiering van het deurkozijn, uit: Afb. 61. Reconstructie van de versiering van het deurkozijn, uit: Jidejian 1975: 191, afb. 256 Jidejian 1975: 190, afb. 255 Wanneer de bovenstaande versieringen en de reconstructie daarvan in acht worden genomen, kan ik de genoemde versieringen hierin niet terug vinden. Duidelijk aanwezig is een lijst met palmetten, een eierlijst gevolgd door een bredere lijst met daarin een doorlopende heli waarin figuren worden afgebeeld. In afbeelding 60 is zichtbaar dat deze gewaden droegen, wat op de reconstructie niet terug te zien is. De tweede brede lijst is beter bewaard gebleven en vertoont meer overeenkomsten met de beschrijving van Jidejian. Duidelijk te zien zijn de tarwe aren en ook de wijnbladeren. Maïs daarentegen kan ik niet herleiden en ook de klaprozen vind ik niet overtuigend. Waar de reconstructie in afbeelding 61 op gebaseerd is, wordt in de tekst niet vermeld. Wanneer dit gedaan is aan de hand van de reliëfs zoals die zichtbaar zijn in afbeelding 60, heeft de artiest veel ruimte overgelaten voor vrije interpretatie. Wat bewijst dat men binnen de archeologie altijd voorzichtig moet zijn bij het gebruik van reconstructies in onderzoek. Door het uitsteken van de bovendorpel, vormt het een kroonlijst met consoles. Onder de bovendorpel zou een reliëf zichtbaar zijn van een adelaar met een gevleugelde caduceus 85 in zijn klauwen. Jidejian 86 geeft hierbij aan dat de adelaar tussen twee genii heeft gestaan die 83 Jidejian 1975: Jidejian 1975: Caduceus: gevleugelde slangenstaf van Mercurius 86 Jidejian 1975: 31 64
59 guirlandes droegen van een soort dennenappels en granaatappels. Of dit ook daadwerkelijk het geval is geweest valt te bezien, omdat maar een klein gedeelte hiervan nog zichtbaar is. In tegenstelling tot de buitenkant van de cella, is de gehele binnenkant van de cella versierd. Direct aan de binnenkant, aan weerszijden van de deur, stonden zeer grote, niet gecanneleerde pijlers. Deze verborgen smalle trappen die naar het dak van de cella leidden. In plaats van een zuilengalerij heeft de cella aan de lange zijden grote, gecanneleerde, Korinthische halfzuilen die verbonden waren aan pijlers, die twee meter vanaf de muur uitstaken. Lyttelton 87 geeft aan dat de halfzuilen daarnaast ook nog op sokkel stonden die uit drie delen bestonden. Afb. 62. Halfzuilen en nissen aan de binnenkant van de cella van de Tempel van Bacchus, uit: Jidejian 1975: 265, afb. 196 De halfzuilen dragen een volledig entablement, die rond de bovenkant van de cellamuur loopt en direct boven de zuilen naar voren komt (afb. 62). In de ruimte tussen de zuilen zijn twee, boven elkaar geplaatste nissen zichtbaar. Zoals in afbeelding 62 zichtbaar is, is de onderste nis gewelfd en heeft de bovenste een driehoekig fronton. De bogen in de onderste nissen zijn versierd met een doorlopende heli gemaakt van bladrollen en wijnranken. Van de bovenste nissen is alleen het entablement en de frontons over gebleven, samen met een projecterend basement (afb. 62). Lyttelton 88 geeft aan dat de zuilen van deze nissen op het naar voren komend basement gestaan moeten hebben. De versieringen aan de onderzijde van het basement komen volgens haar overeen met die van een kroonlijst, namelijk een tandlijst, consoles en een gebeeldhouwde sima. Vanuit de cella was het adyton (afb. 57, nr. 3) te bereiken via een trap met negen treden. Deze was in twee gedeelten opgedeeld door een smalle overloop en leidde naar een kansel dat was opgedeeld in een centraal heiligdom en twee zijbeuken. Op de bovenste trede van de trap was een afscheidingsmuur gebouwd. Hiervan staat een groot gedeelte nog overeind. Aan het einde van het adyton gaf een deur toegang tot twee, ondergrondse, kamers met een gewelfd plafond. Aan de zijkant van het adyton leidde een trap van zeven treden naar een zijkamer (Jidejian 1975: 31-32). De grote halfzuilen die eerder behandeld zijn, lopen tevens rond het centrale altaar. Lyttelton 89 geeft aan dat van het altaar zelf weinig over is gebleven, behalve het podium waarop deze gestaan zou hebben. Deze was versierd met taferelen uit het leven van Bacchus. Aan beide zijden van het altaar stonden grote pijlers met Korinthische halfzuilen die te vergelijken zijn met de hierboven zuilen en pijlers van de rest 87 Lyttelton 1974: Lyttelton 1974: Lyttelton 1974:
60 van de cella. In tegenstelling tot de rest van de cella was tussen deze zuilen in plaats van een gewelfde nis, een open boog geplaatst (afb. 63) Afb. 63. Reconstructie van het adyton van de Tempel van Bacchus, Uit: Jidejian 1975: 216, afb. 292 De trap liep door onder de linker boog waardoor een verbinding werd gevormd tussen het adyton en de rest van de cella. Aan de binnenkant van het adyton, achter de afscheidingsmuur, zijn resten zichtbaar van twee baaien die gevormd werden door smalle pilasters met aan elke kant een etra kwartpilaster. De pilasters hadden Korinthische kapitelen en droegen het fries van de cella. Boven de pilasters komt het fries naar voren. De kwart-pilasters komen in de hoogte ongeveer tot halverwege de grote pilasters. Daarmee komen zij op dezelfde hoogte als een kleine, projecterende kroonlijst. Deze komt overeen met de kroonlijst in de nissen van de cella. Onder de kroonlijst komen de kwart-pilasters weer tevoorschijn, maar dan als dragers voor de onderste nissen. Deze vullen de ruimten tussen de hiervoor genoemde pilasters (Lyttelton 1974: 233). 9.3 De zuilen Net als bij de tempel van Antoninus en Faustina, waren de zuilen van de tempel niet uitvoerig onderzocht. Een groot gedeelte van de hieronder vermelde informatie is dan ook naar voren gekomen uit een vergelijkend onderzoek tussen de kapitelen van de Tempel van Bacchus (afb 64) en die van het Forum van Augustus en de zuilen van de hierboven genoemde Tempel van Antoninus en Faustina. Gezien de tempel bestempeld is als de Kleinere Tempel is een van de eerste meldingen die Jidejian 90 maakt over de zuilen dat deze 2,5m korter waren dan die van de Tempel van Jupiter. Dit is de tevens de eerste melding waardoor de hoogte met enige zekerheid is vast te stellen. De zuilen van de Tempel van Jupiter waren 22m hoog, daarmee waren die van de zuilengalerij van de Tempel van Bacchus 19,5m. Ze waren niet gecanneleerd en bestonden uit drie gedeelten die bij elkaar werden gehouden door vierkante pluggen (Jidejian 1975: 42). Het eerste wat mij opviel bij het onderzoeken van de kapitelen van deze tempel zijn de in het oog springende overeenkomsten met die van het Forum van Augustus (afb.56) en de Tempel van Antoninus en Faustina (afb. 28). Ook deze kapitelen bestaan uit twee gedeelten. De eerste 90 Jidejian 1975: 31 66
61 laag acanthusbladeren loopt tot ongeveer halverwege het kapiteel. Net als bij de bovengenoemde kapitelen waren ze gebundeld in 3 á 4 lobben. De caliculi waren tevens verticaal gecanneleerd en zijn afgewerkt met een band met daaronder halfronde bladeren die naar beneden wijzen. Deze zijn minder prominent aanwezig dan bij de tempels in Rome. Dit vertoont weer sterke overeenkomsten met de kapitelen van de Tempel van Jupiter (afb. 55). De middennerf van de acanthusbladeren zijn, zover zichtbaar, simpel en niet versierd. Afb. 64. Detail van een Korinthisch kapiteel van de Tempel van Bacchus, uit: Jidejian 1975: 205, afb. 264 De voluten van het kapiteel komen in de hoeken samen, waar ze met elkaar verbonden worden door een kleine, onversierde overbrugging. Op dit kleine gedeelte na staan de twee gedeelte niet in contact met elkaar. Er blijft ruimte bestaan tussen deze gedeelten. De abacus is rijkelijk versierd met een tandlijst en eierlijst. Deze etra ornamentatie hebben de kapitelen bij de tempels in Rome niet. 9.4 Het entablement en fronton Het entablement van de Tempel van Bacchus vertoont veel overeenkomsten met die van de Tempel van Jupiter. Ten eerste is ook bij deze tempel hier vrij weinig van bewaard gebleven. De architraaf is drieledig en gekroond op de volgende manier: een astragaal, eierlijst, astragaal en cyma overeenkomend met de Tempel van Jupiter. De consoles waren gebogen met twee groeven aan de onderzijde en daar om heen een eierlijst. Dit was rechtstreeks gekopieerd van de Tempel van Jupiter. Het fries werd volgens Lyttelton 91 gekroond door een veel voorkomende Romeinse cyma reversa. Wat zij daar precies onder verstaat wordt verder niet toegelicht in. 9.5 Materiaal Over het materiaal wat gebruikt is bij de bouw van de tempel kan ik heel kort zijn. De gehele tempel is namelijk opgetrokken uit lokaal verworven kalksteen. 9.6 Datering 91 Lyttelton 1975:89 67
62 De datering van deze tempel is niet zeker, net als de wijding daarvan aan de god Bacchus. Gezien de vele overeenkomsten met de daarnaast gelegen Tempel van Jupiter is een datering in de eerste eeuw voor Christus aannemelijk. Jidejian 92 geeft echter aan dat Antoninus Pius een van de mogelijke opdrachtgevers voor de tempel is geweest. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de overeenkomsten in de kapitelen met de Tempel van Antoninus en Faustina. Veel bouwfasen heeft deze tempel niet gekend. De geschiedenis na de voltooiing toont ook veel overeenkomsten met die van de Tempel van Jupiter. Ook deze tempel is onder Constantijn de Grote gesloten rond 312 na Chr. Wel is duidelijk dat de Tempel van Bacchus de vernietiging onder de Byzantijnse keizer Theodosius beter heeft doorstaan dan zijn directe buurman. Dit is uiteraard afgeleid aan het feit dat een groot gedeelte nog staat. Na de verovering van Heliopolis door de Arabieren werd de tempel geïncorporeerd in hun citadel. Ze bouwden hoge vestigingsmuren van 3m dik en waterreservoirs in het heiligdom. Op de zuilen van de zuidoost hoek was een gevechtstoren gebouwd. De vestigingsmuren zijn in 1870 weer verwijderd. 9.7 Redenering achter de bouw Waarom de tempel is gebouwd is niet bekend. De opdrachtgever voor de tempel is niet met zekerheid te achterhalen en dit maakt het moeilijk om een hypothese op te stellen over de redenering die eraan vooraf ging. Er zijn geen resten gevonden van een ouder heiligdom onder deze tempel, maar dit wil uiteraard niet zeggen dat die er niet geweest is. Aan wie de tempel is gewijd is eenzelfde mysterie als het waarom. Het wordt de Tempel van Bacchus genoemd aan de hand van reliëfs gevonden op de tempel die de kindertijd van Bacchus voor zouden moeten stellen. Tevens zijn er afbeeldingen gevonden van bacchanten en satyrs, wat de aanname versterkt. Daarentegen zijn tevens afbeeldingen gevonden van attributen horende bij onder andere Venus en Mercurius. Dit kan een teken zijn dat de tempel gewijd was aan de triade van Heliopolis: Jupiter, Mercurius en Venus. Gezien de verschillende mogelijkheden die de tempel biedt wanneer er gekeken wordt naar deze afbeeldingen ben ik het eens met zowel Lyttelton als Jidejian. Zij geven aan dat Bacchus een redelijke aanname is, maar dat we dit waarschijnlijk nooit met zekerheid kunnen achterhalen. Behalve uiteraard als er geschreven bronnen naar voren komen stammende uit de tijd van de bouw of vlak daarna. 10 De Tempel van Venus 92 Jidejian 1975: 32 68
63 Afb. 65. Reconstructie van de Tempel van Venus, Baalbek, uit: Lyttelton 1974: 238, afb De locatie van de tempel Net als de voorgaande tempels, is de Tempel van Venus gebouwd in Heliopolis. Het huidige Baalbek in Libanon. Het bevond zicht ten zuidwesten van het grote heiligdom van Jupiter. Het is bekend dat de tempel op een plein heeft gestaan, maar hier is weinig van over. Door middel van opgravingen heeft men achterhaald dat het een mozaïeken bestrating heeft gehad. Tevens was het plein omsloten door een muur met halfzuilen en een zuilengalerij. De Tempel van Venus was niet de enige tempel binnen dit plein, vlakbij lag de Tempel van de Muzen (afb. 66) Afb. 66. Locatie van de Tempel van Venus met ten noordwesten daarvan de Tempel van de Muzen, uit: Jidejian 1975: 222, afb De tempel 69
64 Van de tempel is weinig overgebleven, alleen een klein gedeelte is nog te bezichtigen (afb. 68). De gehele noordzijde, met daarbij inbegrepen de pronaos en de deur, zijn door aardbevingen volledig vernietigd. Ook van het dak is weinig bewaard gebleven, maar Lyttelton 93 geeft aan dat dit een koepel zou zijn geweest. De Tempel van Venus is een ronde tempel met een cella en is daarmee een peripterale tempel (Vitruvius De Architectura, ). De plattegrond van de tempel was gebaseerd op een octogoon met gebogen zijden die verbonden zijn aan de cella (afb. 67) Vergeleken met de andere tempels in Baalbek, is de Tempel van Venus erg klein. De diameter van de cella bedraagt 10m. Het had een pronaos met acht zuilen aan de voorkant die opgedeeld waren in twee rijen. Hierop ruste het fronton van de tempel. Zoals in afbeelding 67 is te zien was de tweede en derde zuil verbonden aan de cella in de vorm van een halfzuil. Ook zou het intercolumnium tussen deze twee zuilen groter zijn dan bij de rest. In tegenstelling tot de ronde tempels in Rome en Tivoli, was deze tempel niet geheel rond. De noordzijde van de tempel, de ingang, bestond uit een rechte muur. Afb. 67. Plattegrond van de Tempel van Venus, uit: Afb. 68. Ruïnes van de Tempel van Venus, uit: Jidejian 1975: Jidejian 1975: 220, afb , afb. 299 Zoals in bovenstaande afbeeldingen 67 en 68 duidelijk zichtbaar is, heeft de tempel een frontale trap aan de noordzijde van de tempel. De trap is, net als die van de Tempel van Bacchus, opgebouwd uit drie delen die van elkaar gescheiden worden door een overloop. Voor de vier Korinthische zuilen zijn de uitstekende delen van het podium gebruikt als sokkel. De plattegrond van deze tempel is volgen Lyttelton 94 uniek door het opvallende entablement. Zij geeft daarnaast aan dat een soortgelijke tempel in Tivoli heeft gestaan, maar daar is niets van bewaard gebleven om dit te toetsen. Net als het entablement loopt het podium in een golvende beweging om de tempel (afb. 67). Rondom de gehele cella zijn nissen geplaatst, geflankeerd door niet gecanneleerde pilasters (Jidejian 1975: 34). De nissen waren gewelfd en de bovenkant was gebeeldhouwd in de vorm van een schelp en met duiven versierd (afb. 69 en 70). Lyttelton 95 geeft aan dat in deze nissen sokkels zijn terug gevonden die bestemd waren voor cultusbeelden. De schelpvormige koepels komen overeen met die van de halfronde eedrae van het Grote Plein dat eerder besproken is. De deur van de cella zou zijn voorzien van een rijkelijk 93 Lyttelton 1974: Lyttelton 1974: Lyttelton 1974:237 70
65 versierde lijst, maar omdat hier niets van over is gebleven kan daar weinig over gezegd worden. Afb. 69. Reconstructie van een nis van de Tempel van Venus Afb. 70. Detail van de semi-koepel van een nis van de Tempel van uit: Jidejian 1975: 223, afb. 305 Venus met gebeeldhouwde duif, uit: Jidejian 1975: 222, afb. 304 Ook de binnenkant van de tempel was versierd. Net als aan de buitenkant waren binnen in de cella nissen. Aan beide zijden werden deze geflankeerd door twee zuilen. Jidejian 96 geeft aan dat in tegenstelling tot de buitenkant hier twee rijen nissen boven elkaar waren geplaatst. De bovenste rij had afwisselend een driehoekig en gesegmenteerd mini-fronton. Tussen de zuilen die zijn gebruikt voor het vormen van de nis, is een geïsoleerde zuil geplaatst. Deze zuilen waren, volgens Lyttelton 97, waarschijnlijk niet gekroond met een fronton De zuilen Zoals hierboven als is aangegeven had de Tempel van Venus acht niet gecanneleerde zuilen aan de voorkant met nog eens vier zuilen rondom de tempel. De zuilen hadden vijfhoekige kapitelen die, met één uitzondering, op een vijfhoekige sokkel waren geplaats (Lyttelton 1974: 237). Net als bij de voorgaande tempels zijn de kapitelen van deze tempel niet beschreven, de vermelding dat ze vijfhoekig zijn buiten beschouwing latend. Hieronder zal, zoals voorheen, een beschrijving worden gegeven aan de hand van de afbeeldingen die voorhandig zijn. Hierbij moet ik opmerken dat afbeeldingen van een goede kwaliteit niet voorradig zijn voor dit onderzoek en ik gebruik heb moeten maken van uitvergrotingen. Dit resulteerde in iets wazige foto s (afb ). Wanneer gekeken wordt naar de acanthusbladeren lijken deze prominenter naar buiten te krullen dan die van de Tempel van Jupiter en Bacchus. Op de hoeken van de kapitelen zijn de, voor Korinthische kapitelen, gebruikelijke voluten geplaatst. Zover zichtbaar is, zijn de 96 Jidejian 1975: Lyttelton 1974:
66 midden nerven niet versierd of in hoog reliëf weergegeven. De caliculi van de kapitelen zijn niet dusdanig zichtbaar dat hier uitspraken over gedaan kunnen worden. Afb. 71 Afb. 72 Afb. 73 Afb : 71. Zuidzijde van de Tempel van Venus, 72: vergroting van de zuil aan de linkerkant; 73: vergroting van het kapiteel, uit: Jidejian 1975: 218, afb. 297, uitvergrotingen zijn eigen werk Het entablement en fronton De buitenkant van de tempel Zoals in afbeelding 71 zichtbaar is, loopt het entablement in vijf, concave curves rondom de cella. Wanneer er gekeken wordt naar deze curves van het entablement, geeft Lyttelton 98 aan dat het mogelijk is dat er een boog in het fronton geplaatst was boven de middelste twee zuilen van de pronaos. De architraaf was drieledig en het fries was rijkelijk versierd met rozetten omringd door bladrollen en acanthusbladeren. Het fries was bekroond met een eierlijst. Net als de Tempels van Jupiter en Bacchus, heeft deze tempel een bijzondere vorm consoles. Ze waren aan de onderzijde gebeeldhouwd met twee groeven en waren afgezet met een eierlijst (Lyttelton 1974: ). De kroonlijst van de tempel was gecanneleerd en van de sima gescheiden door een astragaal. Op de sima waren leeuwenhoofden en acanthusbladeren aangebracht De binnenkant van de tempel Aan de bovenkant van de cella was een grootschalig entablement aangebracht. Qua omvang lijkt deze, volgens Lyttelton 99, niet geassocieerd te zijn met de zuilen in de cella, maar met die van de pronaos en zuilengalerij. Op veel punten komt dit entablement overeen met die aan de buitenkant van de tempel. Toch zijn er een aantal verschillen. Het fries heeft aan de binnenkant een kenmerkend cyma reversa die aan de buitenkant niet wordt toegepast. Het bestaat, net als bij de Tempel van Jupiter, uit een blad dat in tweeën is gesplitst. Ook de eierlijst van de kroon van het fries wijkt af. De tong of pijl die normaliter aanwezig is tussen de eieren, is hier sporadisch vervangen door een blad of een abstracte, korte, kronkelende lijn (Lyttelton 1974: 240) Materiaal 98 Lyttelton 1974: Lyttelton 1974:
67 Waaruit de tempel is opgetrokken is niet geheel bekend. Voor grote delen van de tempel is uiteraard gebruik gemaakt van marmer. Wat voor marmer dit is en waar het vandaan is gekomen is niet bekend Datering Wanneer de tempel precies gebouwd is staat nog ter discussie. Lyttelton 100 geeft aan dat deze mogelijk gebouwd is in de eerste helft van de tweede eeuw of in de eerste helft van de derde eeuw na Chr.. Ramage 101 houdt de datering op de eerste helft van de derde eeuw na Chr. Wanneer er uitsluitend gekeken wordt naar de plattegrond van de tempel en de gebruikte versieringen lijkt een datering in de eerste helft van de tweede eeuw een goede optie. De tempel zou niet gelijk voltooid zijn wat een verklaring kan zijn van de numismatische bronnen die de tempel laten zien op munten geslagen onder Philip I. Dit zou vervolgens overeenkomen met een einddatum van de bouw rond na Chr., zoals Lyttelton 102 aangeeft in haar behandeling van deze tempel. Door aardbevingen in het gebied en de vele overstromingen die plaatsvonden bij etreme regenval is een groot gedeelte van de tempel verloren gegaan. Zoals eerder in dit betoog is aangegeven gaat het om de noordzijde van de tempel met de pronaos en de ingang. Ook de omzetting naar Christelijke kerk in de vroeg Christelijke periode, ter ere van St. Barbara heeft de continuïteit van de tempel geen goed gedaan (Jidejian 1975: 7). Gedurende de bezetting van Baalbek door Arabieren is deze tempel niet meegenomen in de citadel, wat als resultaat heeft gehad dat de tempel is opgeslokt door de Middeleeuwse stad. De tempel zelf was gedeeltelijk gebruikt voor behuizing en zelfs als tuin, wat de conservatie uiteraard niet ten goede is gekomen. In is de ruïne van de tempel uit elkaar gehaald. Deze was in dusdanig slechte staat dat de zuilen onder een gevaarlijke hoek stonden en de muren uit het lood waren. Het enige wat de tempel overeind hield waren de zware stenen gebruikt voor het entablement. Wat vandaag de dag te zien is van de tempel is de heropbouw in de hiervoor genoemde jaren 30 van de vorige eeuw De redenering achter de bouw Aangezien de datering van de tempel niet eenduidig te bepalen is, is ook de opdrachtgever van de tempel tot op heden onbekend. Dat er restauraties hebben plaatsgevonden onder het bewind van Philip I komt naar voren uit de munten uit de desbetreffende periode. Ook de wijding van de tempel staat open voor discussie. Net als de Tempel van Bacchus, is de naam van de tempel afgeleid van reliëfs gevonden op de tempel. In dit geval de schelp en duif in de nissen. De tempel had tevens gewijd kunnen zijn aan Tyche of Fortuna van Heliopolis (Jidejian 1975: 34). Kort samengevat kan worden aangegeven dat behalve de architecturale eigenschappen van de tempel, er zeer weinig bekend is wanneer gekeken wordt naar het waarom. Dit geldt, zoals in de voorgaande hoofdstukken al naar voren is gekomen niet alleen voor deze tempel, maar ook voor de tempels van Jupiter en Bacchus. 100 Lyttelton 1974: Ramage en Ramage 2000: Lyttelton 1974:
68 Tempels uit overige provinciën 74
69 11 Het Maison Carrée, Nîmes Afb. 74. Het Maison Carrée in Nîmes, uit: Ramage en Ramage 2000: 104, afb De locatie van de tempel Het Maison Carrée was gebouwd in de Romeinse plaats Nemausus, het moderne Nîmes. Van het originele forum is niets bewaard gebleven, behalve de vorm die nog terug te vinden is in het moderne plein. Het forum zou rechthoekig zijn geweest met een lengte van 80 meter. Aan het einde van het forum, achter de tempel, liep het iets taps toe. Het werd omgeven door een zuilengalerij (Picart1967: 98). De tempel stond aan de zuidkant van het forum. Het plein rondom het podium van de tempel lag 1,10m hoger dan de rest. Een veel voorkomend verschijnsel in plaatsen waar van nature geen hoogte verschillen merkbaar waren De tempel Het Maison Carrée is een pseudoperipterale tempel. Dit houdt in dat de zes Korinthische zuilen aan de achterkant en acht zuilen aan de zijkanten pilasters waren en daarmee verbonden aan de cellawand (afb. 75). Zoals bij veel Romeinse tempels was het intercolumnium tussen de middelste twee zuilen groter dan die tussen de rest. Het Maison Carrée wordt gezien als de ultieme Romeinse tempel, met een frontale trap bestaande uit 11 treden. De voorkant van de tempel doet denken aan de Tempel van Mars Ultor op het Forum van Augustus. Volgens Ramage 103 is in het hoge podium, de frontale trap en ook de pronaos de Etruskiche traditie waar te nemen. De tempel had een podium van 31,8 15m 2 (lengte breedte) met een hoogte van drie meter. Door gebruik te maken van een complete zuilengalerij aan de voorkant van de tempel werd de ingang van de tempel 103 Ramage 2000:
70 benadrukt. Tegelijkertijd maakte deze manier van bouwen volgens Wilson Jones 104 een monumentale en stedelijke indruk. Wilson Jones 105 geeft aan dat deze tempel ook een goed voorbeeld is wanneer er aandacht besteed wordt aan het plattegrond van de tempel. Om de symmetrie te kunnen behouden zou Afb. 75. Plattegrond van het Maison Carrée, uit: Wilson Jones 2000: 67, afb de hoogte van de tempel zijn aangepast en de plattegrond iets kleiner zijn gemaakt, waardoor het een perfect vierkant werd. De cella van de tempel is, met uitzondering van de pilaster, niet versierd. Het plafond van de pronaos is versierd met vierkante cassetten die diep zijn ingesneden. In deze cassetten zijn gebeeldhouwde rozetten geplaats (afb. 76). Dit plafond is onderdeel van een latere reconstructie van de tempel in de eerste helft van de 19 e eeuw en geeft daarmee geen getrouwe weergave van het plafond gedurende de Romeinse periode. Afb 76. Detail van de binnenkant van de pronaos, uit: Wilson Jones 2000: 69, afb Een ander zeer opvallend kenmerk van het Maison Carrée is een lichte bolling die zichtbaar is aan de lange zijden van de tempel (afb. 77). Dit is, onder andere, te zien in de kroonlijst die in het midden ongeveer 12,7cm afwijkt. De bolling zelf wordt tevens veroorzaakt door het naar buiten leunen van de cellamuur en de daaraan verbonden pilasters vlakbij het midden van deze muur. Wanneer er naar de kroonlijst gekeken wordt kan de plaatsing van de stenen daarvan ook een onderdeel zijn van de bolling, maar door de versiering en tandlijsten is dit niet met zekerheid te zeggen. Het metselwerk boven de kroonlijst is verborgen onder de moderne goot 104 Wilson Jones 2000: Wilson Jones 2000: 66 76
71 en het dak, waardoor dit ook geen uitkomst biedt. Ook op het niveau van de stylobaat is deze bolling zichtbaar, zij het moeilijk. Door deze bolling lijkt de tempel hoger aan de lange zijden wanneer deze bekeken wordt onder een hoek van 45 graden (Goodyear 1895: 4). Het gebruik van dit soort krommingen komt tevens voor in het Parthenon in Athene. Men heeft dan ook lang gedacht dat dit een puur Griekse gewoonte was. In het geval van het Maison Carrée zou het te herleiden zijn naar de stichting van Nîmes door Aleandrische Grieken. Afb. 77. Welving zichtbaar in de kroonlijst van het Maison Carrée, uit: Goodyear 1895: De zuilen Zoals in de bovenstaande afbeelding duidelijk te zien is, heeft het Maison Carrée Korinthische, gecanneleerde zuilen van 8,9m hoog. Ze stonden op een eenvoudig Attisch basement, bestaande uit twee tori gescheiden door een scotia. Hetzelfde arrangement als het basement van de tempel van Antoninus en Faustina. Het kapiteel van de tempel vertoont veel overeenkomsten met de kapitelen van de Tempel van Mars Ultor en Antoninus en Faustina. Het bestaat uit twee blokken en draagt een astragaal en abacus. De abacus heeft twee verschillende versierde lijsten waarvan de bovenste een eierlijst is (Picart 1967: 100). Vanuit de bovenste rij acanthusbladeren komen aan alle vier de zijden twee paar kelken naar buiten. Deze ontspruiten aan de caliculi, die verticaal gecanneleerd zijn. Ze lijken te zijn afgewerkt met een brede band. Naar een kant bot de kelk uit in een voluut. Op elke hoek komen deze voluten bij elkaar, waar ze verbonden worden door een kleine, onversierde overbrugging (afb. 78). Ditzelfde komt, onder andere, voor in de kapitelen van de Tempel van Bacchus in Baalbek. 77
72 Afb. 78. Kapiteel van het Maison Carrée, uit: Wilson Jones 2000: 69, detail uit afb De acanthusbladeren die zijn gebruikt in deze kapitelen zijn op te delen in elk vijf lobben. De middennerf van de bladeren is niet versierd en lijkt niet te zijn aangebracht in hoog reliëf Het entablement en fronton Het entablement van de tempel is rijkelijk versierd. Wanneer men kijkt naar het fries is deze groter dan wat gebruikelijk is bij Griekse tempel. Tevens was deze aan de lange zijden versierd. Banden van doorlopende acanthusbladeren versieren de lange zijden en aan de westzijde zijn daarin rozetten terug te vinden. Wanneer men goed kijkt naar deze versieringen zouden er zelfs drie kleine vogeltjes verstopt moeten zitten. Gezien deze versieringen is Picart 106 van mening dat dit gemaakt moet zijn door dezelfde mensen die verantwoordelijk zijn voor het beeldhouwwerk van de Ara Pacis. Aan de voorzijde heeft op het fries een inscriptie gestaan, maar deze wordt bij de datering verder besproken. De kroonlijst steekt uit boven het fries en is, zoals eerder in deze bespreking aangegeven, ligt gebold. De consoles die de kroonlijst steunen zijn gebeeldhouwd in de vorm van acanthusbladeren en rondom afgezet met een bladmotief. Het geheel wordt gekroond door een eierlijst. Tussen de consoles bevinden zich vierkante cassetten met daarin rozetten in hoog reliëf. De kroonlijst zelf heeft behalve de tandlijst die eerder genoemd is, een abstracte versiering in de vorm van een doorlopende meander Materiaal Het Maison Carrée is opgetrokken uit voornamelijk marmer dat mogelijk gewonnen is uit plaatselijke groeves (Anderson 2001: 70) Datering en redenering achter de bouw Bij deze tempel heb ik ervoor gekozen om de datering en de redenering samen te behandelen. De reden daarvoor is de nauwe samenhang tussen deze beide onderwerpen. Zou ik dit apart van elkaar gaan behandelen is veelvuldige herhaling niet te vermijden, waardoor de het niet overzichtelijker wordt. Wanneer het Maison Carrée gebouwd is blijft een punt van discussie. Zo wijst Picart 107 de tempel toe aan Agrippa en geeft daarbij aan dat de tempel voor 19 v. Chr. 106 Picart 1967: Picart 1976: 98 78
73 gebouwd is. Ramage 108 en Esperandieu 109 ondersteunen deze datering, maar Goodyear 110 plaatst de tempel ergens tussen de eerste en tweede eeuw na Christus. J-F Séguier 111 geeft aan dat de tempel gebouwd zou zijn in 2 na Chr., dit wordt vervolgens ondersteund door onder andere Amy 112. Een van de redenen waarom er zoveel verschillende dateringen zijn gegeven aan één tempel is dat de datering werd gedaan aan de hand van de inscriptie. Een bronzen inscriptie die vandaag de dag niet meer aanwezig is en is afgeleid aan de bevestigingspunten van de verschillende letters in het fries (afb. 79). Aan de hand van de hieronder zichtbare uitstekende delen of pluggen zou de inscriptie te herleiden zijn. Afb. 79. Diagram van de keerzijde van een hypothetische bronzen letter E van het Maison Carrée, uit: Anderson 2001: 69, afb. 2 Een eenduidige datering ontlenen aan de reconstructie van een inscriptie is geen overtuigend medium. Afbeelding 80 laat de inscripties zien die door verschillende, in dit geval Franse, onderzoekers zijn gefabriceerd. Ook moet in gedachten worden gehouden dat bijvoorbeeld Hadrianus op zijn bouwwerken en restauraties de originele inscripties terug laat zetten. Afb. 80. Mogelijke inscripties van het Maison Carrée. De bovenste: Sëguier, de middelste: Seguier s aangepast door Amy en de onderste de inscriptie van Esperandieu, uit: Anderson 2001: 70, afb. 3 De inscriptie van Séguier, en aangepast door Amy, zou zijn: C(aio) CAESARI AUGUSTI F(ilio) CO(n)S(suli) DESIGNATO : Voor Gaius Caesar, zoon van Augustus, Consul (en) voor Lucius Caesar, zoon van Augustus, Consul aangewezen. De tempel zou gewijd zijn ter ere van de aangenomen zonen van Augustus, Gaius en Lucius Caesar. Deze datering en ook de wijding zijn niet met zekerheid vast te stellen zonder dat hiervoor ondersteunende meldingen worden terug gevonden in bijvoorbeeld de antieke bronnen. 108 Ramage 2000: Anderson 2001: Goodyear 1895: Anderson 2001: Anderson 2001: 70 79
74 Een andere manier om tot een datering te komen is door te kijken naar degene die de opdracht zou hebben gegeven voor de bouw. Ook dit punt staat open voor discussie. Picart 113 geeft aan dat de tempel gebouwd zou zijn na het bezoek van Augustus aan de stad, maar in opdracht van Agrippa. Hij zou het aan de koloniestad hebben aangeboden ter ere van de vele veteranen uit de oorlog tegen Egypte die zich daar hebben gevestigd. Tot op heden is het bezoek van Augustus aan Nîmes niet met zekerheid vast te stellen (Anderson 2001: 75). Onder het Maison Carrée zijn resten gevonden van eerdere bouwwerken. Het gaat hierbij mogelijk om een tempel met daaronder de resten van een woonhuis. Wanneer deze eerdere tempel gewijd was aan Gaius en Lucius Caesar, zou een datering voor de huidige tempel aannemelijk zijn voor de tweede eeuw na Christus. Deze datering wordt ondersteund door het toenemende belang van Nîmes aan het eind van de eerste eeuw voor Christus als de mogelijke geboortestad van Pompeia Plotina, de vrouw van keizer Trajanus. Door de commemoratie van Plotina door Hadrianus in de vorm van een basilica nam het belang van de stad toe. Het hoogte punt van de stad werd bereikt onder Antoninus Pius in 138 na Chr. Tevens zouden de kapitelen van de tempel meer overeenkomsten vertonen met die uit de tweede eeuw na Christus dan met kapitelen uit de Augusteïsche periode 114. Anderson 115 geeft daarmee aan dat een datering in de eerste helft van de tweede eeuw na Christus de eerste geloofwaardige datering zou zijn, maar dat dit altijd een discussiepunt zou blijven. Wanneer men het hierboven geschrevene in gedachten neemt komt men tot de conclusie dat deze tempel een aantal restauraties gekend zou kunnen hebben. Of dit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden wordt daarbij niet beschreven. Wel is bekend dat de tempel in de moderne tijd een aantal reconstructies te verduren heeft gehad. Tot aan de 19 e eeuw zou het verbonden zijn geweest aan een aantal gebouwen in de omgeving en pas toen de tempel tot museum is omgebouwd is hij tot zijn oorspronkelijke vorm hersteld. In de eerste helft van de 19 e eeuw werd de pronaos tevens gerestaureerd toen deze een nieuw dak kreeg (afb. 76). De deur zoal die vandaag de dag te zien is zou stammen uit Tussen 1988 en 1992 werden er verdere restauraties gepleegd aan niet alleen de tempel, maar ook het plein. Het kreeg een volledig nieuw dak en het plein werd vrijgemaakt zodat de originele vorm weer naar voren kwam. 113 Picart 1967: Hier ben ik het niet volledig mee eens. Naar mijn mening vertonen de kapitelen overeenkomsten met zowel kapitelen van de tempel van Mars Ultor als met de Tempel van Antoninus Pius en Faustina. 115 Anderson 2001: 76 80
75 12 De Tempel van Vesta, Tivoli Afb. 81. Vooraanzicht van de Tempel van Vesta, Tivoli, uit: Sear 1982: 21, afb De locatie van de tempel Zoals hierboven al genoemd wordt, ligt deze tempel in de huidige plaats Tivoli, Tibur genoemd in de Romeinse tijd. De tempel stond hoog op een klif op ongeveer 28,9km van Rome en lag vlakbij de rivier Anio. Het was gebouwd op een door de mens gemaakt platform bestaand uit twee verdiepingen die met hoge gewelven doorsneden was. Dit was geplaatst op de hoge rotsachtige klif die boven genoemd wordt. Het water van de Anio stroomde door de onderste verdieping van dit bouwwerk (Adamy 1883: 215). Vanuit deze constructie laag tuimelde het water van de klif naar beneden (afb. 82). Onder de tempel zijn natuurlijke grotten aangetroffen. Afb. 82. Reconstructie van de Tempel van Vesta en omgeving, uit: Adamy 1883: 216, afb
76 12.2 De tempel De Tempel van Vesta is een van de best bewaard gebleven ronde tempels en een klassiek voorbeeld van een peripterale tempel met 18 Korinthische zuilen (afb. 83), zoals beschreven door Vitruvius. De ruimte tussen de zuilen bedraagt +/- 2,30m en wat opvalt is dat deze afstand rond de gehelde tempel hetzelfde blijft. Het heeft niet, zoals de rechthoekige tempels, een grotere afstand tussen de zuilen voor de ingang van de cella. Wat tevens opvallend anders is bij deze ronde tempel, in vergelijking met zijn rechthoekige tegenhangers, is de aanwezigheid van twee ramen in de cellamuur, elk aan één kant van de deur. De tempel staat op een cilindervormig podium en wordt bereikt door een frontale trap en was op het zuiden gericht. Inclusief zuilengalerij heeft het een diameter van 14,20m. Hiermee is het voor een Romeinse tempel, en al helemaal voor een Republikeinse, klein. De diameter van de cella is 7,10m, dit is gelijk aan de hoogte van de zuilen van de tempel. Hiermee voldoet de tempel aan het principe zoals die is uitgezet door Vitruvius, dat de hoogte van de zuilen in overeenstemming moet zijn met de binnenste diameter van de cella. Wel houdt dit voor deze tempel in dat de cella is verzonken in de stylobaat, wanneer men de diameter van de gehele tempel vergelijkt met die van de cella. Het verschil is niet 1/5 zoals door Vitruvius is voorgeschreven, maar volgens Stamper 116 1/4. Afb. 83. Plattegrond van de Tempel van Vesta, Tivoli, uit: Stamper 2005: 75, afb. 55 De tempel is een goed voorbeeld van de zogenaamde symmetria. De hoogte van het podium en de breedte van de deuropening zijn 1/6 deel van de totale diameter van de tempel. Dit komt neer op ongeveer 2,36m. De breedte van de raamopeningen waren 1/12 deel, en daarmee 1,18m. De hoogte van de complete façade van de tempel zou overeenkomen met 3/4 deel van de tempel en daarmee rond de 10,65m. Dit is niet met zekerheid na te gaan, omdat de bovenkant van de tempel niet bewaard is gebleven (Adamy 1883: 219). De muren van de cella zijn opgebouwd in opus incertum en zouden ooit bekleed zijn geweest met een ander materiaal. Hier is vandaag de dag niets van terug te vinden. De cellamuren zijn, voor zover bekend, niet versierd. Het plafond van de zuilengalerij was versierd met cassetten. Hierin waren rozetten aangebracht in hoog reliëf. 116 Stamper 2005: 75 82
77 12.3 De zuilen Van de 18 gecanneleerde, Korinthische zuilen, staan vandaag de dag nog 10 zuilen overeind. Zoals eerder in deze beschrijving al naar voren is gekomen, hebben de zuilen een totale lengte van 7,10m. Het kapiteel heeft een hoogte van 0,80m. Het basement van de tempel is Attisch met twee tori die van elkaar worden gescheiden door een scotia (afb. 84). In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, hadden de basementen niet een plint maar rusten direct op het podium van de tempel. De cannelures van de zuilen zijn aan de bovenkant van de zuil recht afgesneden (afb. 85). Dit is een motief dat veel voorkomt in Pompeï en Palestrina in de laatste jaren van de tweede eeuw voor Christus. Afb. 84. Basement van de Tempel van Afb. 85. Replica van een kapiteel van de Vesta, uit: Richardson 2003: 131, detail uit Tempel van Vesta, uit: Richardson 2003: 131, afb. 9 afb. 8 De kapitelen van deze tempel zijn opvallend. Het heeft dikke, zeer krullende acanthusbladeren samen met een varenachtig gebladerte. Hiervan waren er aan elke kant van het kapiteel twee aanwezig en staken uit boven de tweede rij acanthusbladeren. Het varenachtige blad krult als een kurkentrekker en loopt rond het gehele kapiteel. Ze raken bijna de bloem die op de abacus is gebeeldhouwd (Lyttelton 1974: 57). Deze bloem is zeer groot en bestaat uit zes bloemblaadjes die naar buiten staan (afb. 85). De voluten van deze kapitelen doen, volgens Sear 117, qua vorm denken aan Ionische kapitelen Het entablement en fronton Het entablement van deze tempel is een paar centimeter lager dan het ideaal zoals die is opgesteld door Vitruvius. De architect zou hiervoor hebben gekozen om te voorkomen dat de tempel voor de toeschouwer ongewenste proporties zou hebben. Het entablement zelf is Ionisch. Het fries is, als enig onderdeel van de tempel, rijkelijk versierd (afb. 86). Op het fries zijn gebeeldhouwde hoofden van ossen aangebracht met daartussen zware guirlandes, rozetten en paterae 118. Vanaf de Augusteïsche periode werden er in de plaats van ossenhoofden, schedels gebruikt. 117 Sear 1982: Paterae: oud-romeinse houders in de vorm van een ondiepe kom zonder handvaten. De bodem komt in het midden iets omhoog. Het werd gebruikt voor plengoffers bij religieuze ceremonies. 83
78 Afb. 86. Detail van het fries van de Tempel van Vesta met daaronder een gedeelte van de inscriptie uit: Richardson 2003: 131, detail uit afb. 7 De architraaf van deze tempel was relatief laag en was twee ledig. De beide fasciae werden van elkaar gescheiden door een trede. Het werd afgesloten door een cyma reversa en een cavetto. Dit werd niet vaak gebruikt en komt, volgens Lyttelton 119, in de keizertijd niet voor. Op het architraaf is een inscriptie aanwezig: L GELLIUS POPLICOLA, een consul in 72 v. Chr. (Richardson 2003: 132). Voor de rest was de architraaf en ook de kroonlijst zeer eenvoudig. Er zijn geen tandlijsten of consoles aangebracht. Een groot gedeelte van de bovenkant van de tempel is niet bewaard gebleven. Over hoe het dak eruit gezien moet hebben kan alleen gespeculeerd worden. Daar zal ik dan ook niet verder op ingaan Materiaal Het materiaal waaruit deze tempel is opgetrokken is ondanks de goede staat van conservatie niet uitgebreid beschreven. Zoals eerder al naar voren is gekomen was de cella opgetrokken in opus incertum, dus er is gebruik gemaakt van kleinere stukken materiaal. Wat voor materiaal dit geweest is, is niet bekend. Het podium was bekleed met travertijn, maar of dit ook heeft gegolden voor de bekleding van de cellamuur is niet met zekerheid vast te stellen Datering De tempel zou rond 80 v. Chr. gebouwd zijn. Dit is in overeenstemming met de inscriptie die op de architraaf is aangetroffen. Nu kan dit uiteraard een latere aanvulling zijn geweest, maar hier zijn geen aanwijzingen voor gevonden. Of de tempel verschillende bouwfasen heeft gekend is onbekend. Er wordt aangegeven dat de tempel, zoals die nu te zien is, een restauratie is. Wanneer deze restauratie heeft plaatsgevonden en door wie daar de opdracht toe is gegeven is niet bekend. 119 Lyttelton 1974: 76 84
79 12.7 Redenering achter de bouw Wie de opdracht heeft gegeven tot de bouw van de tempel is door de inscriptie aannemelijk te maken. De reden voor de bouw is echter daarbij niet te achterhalen. Wanneer we kijken naar de voorgeschiedenis van L. Gellius Publicola en aan wie de tempel gewijd is zou men kunnen zeggen dat het is gebouwd ter ere van de ondergang van Spartacus. De slavenopstand die door hem geleid werd duurde van 73 tot 71 v. Chr. en Publicola was een van de mensen die aan het gevecht tegen deze beroemde slaaf heeft meegedaan. Vesta is de Romeinse godin van de haard en daarvan afgeleid de veiligheid van de staat. Gezien hier geen directe aanwijzingen over terug te vinden zijn is en blijft dit uiteraard een aanname. 85
80 13 De Tempel van Bel, Palmyra Afb. 87. Reconstructie van de Tempel van Bel, uit: Browning 1979: 116, afb De locatie van de tempel Wanneer er gekeken wordt naar de locatie van een tempel, zal ook de plaats waarbij het is gebouwd kort behandeld moeten worden. Het heiligdom van Bel is gebouwd bij de antieke stad Palmyra, dat 230 km te noordoosten van Damascus ligt (Browning 1979: 13). De Tempel van Bel is gelegen op een rechthoekig plein, van m 2, met aan drie zijden een dubbele zuilengalerij met Korinthische zuilen. Achter deze zuilen is de muur verdeeld in baaien door niet gecanneleerde Korinthische pilasters. In elke baai, in het lager gelegen deel, is een langwerpig raam gecreëerd met daarboven een driehoekig fronton. Het fronton wordt niet ondersteund door zuilen of pilasters. De kroonlijst rust direct op de architraaf. Er is geen gebruik gemaakt van een fries. Aan de westzijde ligt in het midden een propyleeën recht tegenover de monumentale ingang van de tempel. Deze zal hieronder apart behandeld worden. De zijde met de propyleeën heeft maar één rij zuilen, maar deze zijn wel aanzienlijk groter. Deze zuilen hebben sokkels voor beelden en ondersteunen een rijkelijk versierd entablement. Het heeft een gebeeldhouwde architraaf en een fries in hoog reliëf met dierlijke protomen die naar voren komen uit het midden van de plantenrollen die het fries versieren. De kapitelen van deze grotere zuilen wijken af van die in de omliggende zuilengalerijen. Ze zijn volgens Lyttelton 120 dieper uitgesneden en hebben bladeren en voluten die er dunner en brozer uitzien. Het plein lijkt vlak na de voltooiing van de tempel te zijn verbouwd. De kapitelen die gebruikt zijn voor de zuilen aan de noordzijde van het plein lijken te dateren uit de Flavische periode. 120 Lyttelton 1974:
81 De Propyleeën Net als de Propyleeën van het heiligdom van Jupiter heeft de Propyleeën meerdere ingangen. Het heeft uiteraard een hoofdingang met aan weerszijden kleinere zijingangen en werd het bereikt door een trap die 35m breed was (Browning 1979: 104). Daarnaast heeft deze Propyleeën nog vier kleinere deuren. Boven elke van de grotere zijdeuren zitten drie gekoppelde nissen, wat een van de meest opmerkelijke details van de façade is. Direct naast de hoofdingang aan elke kant, is een smallere deur gecreëerd met daarboven een nis met schelp-dak. De nis wordt bekroond met een driehoekig fronton die rust op zuilen, en de basementen daarvan rusten direct op de kroonlijst van de daaronder gelegen deur. Tussen de zijdeuren en de hoofdingang en tevens tussen deze deuren en de pilasters op de hoeken van de Propyleeën, zijn de vier eerder genoemde kleinere deuren geplaatst. Ook deze hebben een driehoekig fronton. Boven deze deuren, op dezelfde hoogte als de nissen van de grotere deuren, zit een projecterend basement en driehoekig fronton. Vermoedelijk werden deze verbonden door zuilen. De projecterende frontons zijn op hun beurt weer verbonden met de frontons boven de schelp-nissen. Dit is gedaan door een verlening van het entablement zodat het langs de muur tussen de frontons loopt en de nissen in de drie groepen verdeeld aan elke kant van de hoofdingang (Lyttelton 1974: 252) De tempel Afb. 88. Plattegrond van de Tempel van Bel, uit: Lyttelton 1974: 94, afb. 22 De Tempel van Bel is een pseudodipterale, octastyle tempel. Het heeft acht Korinthische zuilen aan de voor en achterzijde met 15 zuilen aan beide lange zijden. Op de hoeken van de zuilen zijn pilasters aangebracht. Deze hadden een nekband van rozetten. De ruimte tussen de middelste zuilen, aan zowel de voor- als achterzijde, was groter dan tussen de resterende zuilen. De tempel had een rechthoekige cella, met een breedte van 13m (Browning 1979: 116). Wanneer er gekeken wordt naar de plattegrond van de tempel geeft Murray 121 aan dat het opvalt dat dit een Griekse lay-out heeft, met Oosterse invloeden. Zo kan de cella niet betreden worden vanuit de pronaos, maar via een deur gelegen in de lange westzijde van de cella. De tempel is niet voor niets beroemd om zijn afwijkende plan en uiteraard de fusie tussen klassieke en Oosterse elementen. Zo heeft ook deze cella ramen en hebben de cella en 121 Murray 1917: 9 87
82 de zuilengalerij elk hun eigen plafond. Het terras van de cella steekt uit boven het dak van de zuilengalerij (Bounni 1988: 42-43). Een groot deel van de tempel is versierd met een kenmerkende cyma reversa. Dit onderscheid zich door het omkrullen van de armen van de middennerf. Op deze manier wordt er een peervormig gat gecreëerd tussen de middennerf en de contouren van de boog. Vooral de grotere cyma reversa s zijn gebeeldhouwd in hoog reliëf. Dit type komt in de latere bouwwerken van Palmyra niet voor. Ook heeft deze tempel een opmerkelijke vorm astragaal, die gebruikt wordt in grote gedeelten van de tempel. De hoofdvorm hierbij is een langwerpige kraal tussen haspels. Dit verschilt alleen op die plaatsen waar de lijst wordt samengedrukt om volledig overeen te kunnen komen met enkele andere lijsten daarboven. Wanneer dit plaats vindt zijn de kralen rond en de haspels worden uitgeschoven tot dunne schijven. Dit is onder andere te zien langs de onderzijde van de ligger aan de binnenzijde van de zuidelijke thalamus die later besproken zal worden. Net als de cyma reversa die hierboven is besproken, wordt deze vorm van astragaal in de latere bouwwerken van Palmyra niet terug gevonden. Het eerste wat opvalt wanneer er naar een afbeelding van de ingang wordt gekeken is de deur. Deze bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deel letterlijk verbonden is met de zuilen aan beide zijden (afb. 87 en 88). Daarachter ligt de werkelijke toegang tot de cella. De fasciae van de deur is gebeeldhouwd met afbeeldingen van olijven, wijnranken en een bloemenrinceau. Het dak van de zuilengalerij wordt gedragen door steunbalken die aan beide zijden zijn versierd met beeldhouwwerk. Twee van deze balken zijn nog bijna volledig intact en zullen hieronder besproken worden. De beschrijvingen zullen lopen van rechts naar links De eerste balk De eerste balk, gevonden aan de rechterkant van de tempel, heeft aan beide zijden decoraties die goed bewaard zijn gebleven. Het laat zuilen zien van een tempel, vervolgens een god met een maansikkel op zijn schouder. Dit is een representatie van de god A glibol. Daarna laat het een altaar beladen met fruit en een tweede god zien. Deze is minder goed bewaard gebleven waardoor de identiteit niet is vast te stellen. Wel is zichtbaar dat hij de hand schudt van A glibol. Na deze godheid wordt een tweede altaar afgebeeld met een geit en verschillende producten en twee personages is een vorm van overal. Deze zijn met zekerheid aan te wijzen als bedienden. De bovenstaande afbeeldingen zijn een representatie van een ander heiligdom in de stad gewijd aan de god A glibol en zijn broer Malakbel. Wat de aanname dat de tweede, niet geïdentificeerde god Malakbel moet voorstellen niet onwaarschijnlijk maakt. Ook de andere kant van deze balk is rijkelijk versierd. Het laat een gevecht zien tussen een god op een strijdwagen en een god te paard, die worstelen met een anguiped. Dit monster heeft een menselijke torso met vijf slangen in plaats van benen. Naast deze twee goden, binden zes andere goden tevens de strijd aan met dit kwaad. Zij moeten de assemblage van goden voorstellen. Dit zou doen denken aan het gevecht van Bel-Marduk tegen Tiamat, de oerzee, of van Zeus tegen Typhon (Bounni 1988: 46) De tweede balk Op de tweede balk wordt een processie getoond dat mogelijk de oprichting van het heiligdom moet voorstellen (afb. 89). Het begint met een kameel, deze draagt een hoog paviljoen, dat geleidt wordt door een persoon. Deze wordt zelf weer geleidt door een paard/ezel die zijn eigen hoofdstel voortsleept. De processie wordt begeleidt door gesluierde vrouwen, wat een van de meest opvallende details is. Vier personages zijn nog zichtbaar die hun rechterhand 88
83 opsteken in groet of zegening. Aan de linkerkant van het reliëf lijkt het alsof een vrouw een voorwerp neerlegt. Afb. 89. De processie met aan de rechterkant de gesluierde vrouwen, uit: Bounni 1988: 45 Aan de noord- en zuidzijde van de cella was een thalamus gecreëerd. Deze werden bereikt door zeer uitgebreid bewerkte deuren en geflankeerd door zuilen. De thalamoi zouden volgens Lyttelton 122 niet tot het originele plan van de tempel behoort hebben, maar een latere modificatie zijn geweest De noordelijke thalamus (afb. 90) De noordelijke thalamus lijkt het belangrijkst te zijn geweest. Dit is af te leiden aan de ruimte die gebruikt is voor de façade de aandacht die eraan besteed lijkt te zijn. De façade lag op geruime hoogte vanaf het loopoppervlak en men gaat ervanuit dat deze bereikt werd door een grote trap. Het heeft drie verschillende baaien, waarvan de middelste breder is. Lyttelton 123 geeft aan dat deze baai belangrijker is dan de andere twee. Dit wordt ook benadrukt omdat het gevormd is door Ionische halfzuilen samen met een kwart-zuil aan elke kant. De gehele breedte van de cella, en bijna de gehele hoogte worden ingenomen door de ingang van de thalamus. Deze is zelfs zo breed dat het lijstwerk uitsteekt tot in de flankerende zuilen. Het bedelft een groot gedeelte van de binnenste halfzuilen. Deze manier van manifesteren is mogelijk beïnvloedt door Egypte. Het zou het belang van de ingang benadrukken. De kleinere baaien aan beide kanten hebben een kleine nis versierd met een fronton en zuilen. Direct daarboven is een altaar in laag reliëf gebeeldhouwd. Bij beide baaien wordt de nis en het altaar samen uitgevoerd, waardoor de voet van het altaar direct boven de bovenkant van het fronton van de nis komt. Het feit dat de nis en het altaar samen uitgevoerd worden maakt van hen een aanvullend element. Ze versterken de verticaliteit van de façade en weerspiegelen de versmelting van de Ionische zuilen. In het ontwerp van de noordelijke thalamus zitten geen onafhankelijke elementen, alles leidt naar de ingang. De gehele façade is met elkaar verbonden door middel van de horizontale lijnen van het entablement. Deze steekt iets uit boven de ingang van de thalamus (Lyttelton 1974: 193). Achter de linker muur van de thalamus zat een trap waarmee het dak bereikt kon worden (Browning 1979: 122). 122 Lyttelton 1974: Lyttelton 1974:
84 Afb. 90. Ingang van de noordelijke thalamus, uit: Lyttelton Afb. 91. Plafond met koepel van de noordelijke thalamus, uit: 1974: 194, afb. 24 Browning 1979: 123, afb. 62 Het plafond van deze thalamus bestaat uit één monoliet. Het was sterk versierd en had een koepel. In deze koepel waren de zeven planeten afgebeeld met Jupiter in het midden (afb. 91). Hieromheen zijn de twaalf tekens van de zodiac afgebeeld. Op de bovendorpel is een adelaar met gespreide vleugels in een sterrenhemel afgebeeld. Dit is het teken van Jupiter/Bel en zou ervoor staan dat hij de beweging van de sterren waakte en daarmee over het geluk van de mens (Browning 1979: 122) De zuidelijke thalamus De façade van deze thalamus bestond uit vijf baaien die gevorm worden door vier Korinthische zuilen, met een kwart-zuil op elke hoek (afb. 92). Net als bij de noordelijke thalamus, is ook hier de middelste baai breder dan de rest en hoger. De hoofdingang en zijn zware entablement en bijbehorend lijstwerk zijn net als in de noordelijke variant, uitgesneden in de flankerende zuilen. Deze flankerende zuilen zijn aan de onderkant kwart-zuilen wegens de randen van de deur. Vervolgens worden dezelfde zuilen volledig gemaskeerd door de kroonlijst van deze zelfde deur. Boven de kroonlijst komen ze weer tevoorschijn, maar dan in de vorm van halfzuilen. Niet alle halfzuilen liggen op één lijn met de kwart-zuilen daaronder.. Het entablement boven de vier zuilen en de trap is licht uitgebroken. Dit zou kunnen suggereren dat het bekroond is geweest met een fronton dat even breed is als de trap. De trap van de thalamus komt de cella in over de gehele breedte van de drie middelste baaien en loopt onder de deuropening door. Hierdoor creëert het een link tussen het binnenste van de thalamus en de cella. Deze zuidelijke thalamus heeft een zeer rijk versierd plafond, tevens een monoliet, dat goed bewaart is gebleven. Het heeft een centraal bloemvignet van acanthus en lotus bloemblaadjes, dat omzoomd wordt door een band met meandermotief (afb. 93). Deze is weer omringd door kleine, octogonale cassettes met rozetten, met elkaar verbonden door stervormige configuraties van vierkanten en driehoeken die samen een oneindige serie van geometrische figuren vormen (Lyttelton 1974: 195). 90
85 Afb. 92. Ingang van de zuidelijke thalamus, uit: Lyttelton Afb. 93. Bloemvignet en versieringen zuidelijke thalamus, uit: 1974: 154, afb. 109 Browning 1979: 125, afb De zuilen De zuilen van de tempel waren gedeeltelijk gecanneleerd. Het onderste gedeelte was glad gehouden om te voorkomen dat bij grote drukte mensen zich eraan konden bezeren (Browning 1979: 116). Hoe de kapitelen van de zuilengalerij er uitgezien moeten hebben, is vandaag de dag niet meer te achterhalen. De versieringen waren niet gebeeldhouwd, maar bestonden uit verschillende bronzen onderdelen die bevestigd waren aan het kapiteel door deuvels. Deze onderdelen zijn niet bewaard gebleven, alleen de deuvelgaten die zijn gebruikt voor de bevestiging zijn nog zichtbaar Het entablement en fronton Van het entablement van de tempel is weinig bewaard gebleven. Wat nu nog zichtbaar is laat een tweeledige architraaf zien. Daarboven was een rijkelijk versierd fries geplaats met daarop gevleugelde en bemantelde genii die guirlandes vast hielden die bestonden uit fruit en dennenappels. De kroonlijst was diep uitgesneden met daarboven op merlons die met acanthusbladeren versierd zijn (afb. 94). Afb. 94. Met acanthusbladeren gedecoreerde merlon, uit: Lyttelton 1974: 124, afb Materiaal 91
86 Waar deze grote, monumentale tempel uit is opgebouwd is tot op heden niet gepubliceerd Datering De tempel is gebouwd in de eerste helft van de eerste helft na Christus en gewijd in 32 na Chr. Niet alleen een inscriptie gevonden bij de tempel, maar ook het type cyma reversa wijst op een datering in deze eerste helft. Het is gebouwd op de resten van een eerder bouwwerk, maar wat hier eerst heeft gestaan staat nog open voor onderzoek. De thalamoi zijn mogelijk van een latere datum. Wanneer gekeken wordt naar het arrangement van bloemen op de plafonds van beide is een datering in de tweede eeuw na Christus aannemelijk (Murray 1917: 24). Rond 273 na Chr. begon de tempel langzaam af te brokkelen na de tweede verovering van Marcus Aurelius van Palmyra. Net als de Tempel van Jupiter en de Tempel van Bacchus in Baalbek is deze tempel opgenomen in een Arabisch fort. In werd het door Abdul Hassan Yussuf ibn Fairouz omgebouwd (afb. 95). Afb. 95. Propyleëen opgenomen in de vestigingswerken van de Arabieren, uit: Browning 1979: 105, afb. 45 De cella is in de twaalfde eeuw tot moskee opgebouwd en was in gebruik tot 1929 (Browning 1979: 126). Het was tevens op de bovengenoemde datum dat het heiligdom voor archeologisch onderzoek volledig vrij gemaakt kon worden. Met de bouw van de moderne stad Palmyra/Tadmor konden de mensen hun kleistenen huizen verlaten voor de stad Redenering achter de bouw Waarom deze tempel is gebouwd en door wie is niet bekend. Zoals uit de naam naar voren komt was deze gewijd aan de god Bel. Hij zou de vergeleken kunnen worden met de Griekse Zeus en Romeinse Jupiter. Over de cultus van Bel is weinig geschreven en wat vandaag de dag naar voren komt is door de verschillende historici samengesteld uit archeologisch materiaal (Teiidor 1979: 1). Dus wanneer er gekeken wordt naar de origine van de tempel en de god waaraan deze gewijd is komt duidelijk naar voren dat zij hun mysteriën niet makkelijk prijs geven. 92
87 14 Tempel versus tempel: een analyse Binnen dit onderdeel van het onderzoek zullen de verschillende aandachtspunten uit de voorgaande hoofdstukken naast elkaar gezet worden. Hiervoor heb ik gekozen omdat dit de snelste en meest simpele manier is om mogelijke patronen en/of afwijkingen te ontdekken. Om het overzicht te behouden, zal voor de onderstaande analyse dezelfde volgorde worden aangehouden als in de beschrijving van de tempels. Om tot een analyse te komen heb ik eerst alle informatie in een tabel verwerkt om daar vervolgens diagrammen uit op te stellen. Er is gekozen om, naast de tabellen, ook diagrammen te gebruiken omdat dit een duidelijker beeld laat zien dan een tabel alleen. Alle tempels zijn meegenomen, met uitzondering van de Tempel van Jupiter Feretrius. De reden daarvoor is het gebrek aan informatie over deze tempel. Om de datering van de tempels mee te kunnen nemen in het onderzoek, heb ik ervoor gekozen de tijdslijn onder te verdelen in vakken van 50 jaar. Hoewel dit niet volledig overeenkomt met de regeringsperioden van de eerder genoemde keizers geeft deze verdeling alsnog een accuraat en overzichtelijk beeld. De Tempel van Vesta, de enige Republikeinse tempel valt in het vak v. Chr., gevolgd door de tempels gebouwd in opdracht van Augustus in het vak 50-0 v. Chr. Hoewel de regeringsperiode van Augustus langer doorliep, hij overleed in 14 n. Chr. 124, zijn de tempels behandelt voor het vak 0-50 n. Chr. niet gebouwd in opdracht van Augustus. Ook is het niet met zekerheid te stellen dat deze zijn gebouwd gedurende zijn heerschappij. Om vast te houden aan de vakken van 50 jaar, is ervoor gekozen de laatste twee periodes niet samen te voegen. Binnen het vak n. Chr. zijn geen tempels behandeld, met uitzondering van de hieronder kort genoemde Tempels van Vespasianus en Minerva. Alsnog is dit vak niet samen gevoegd met het daaropvolgende n. Chr. waarbinnen alle behandelde tempels vallen die zijn gebouwd in opdracht van Hadrianus en Antoninus Pius Locatie, locatie, locatie Voor de analyse van de locatie van de tempel heb ik gekeken naar een aantal onderdelen daarvan, namelijk: Lag de tempel op een forum, een heiligdom of een keizerforum; Wat was de oriëntering van de tempel; Lag de tempel binnen of buiten de stad. Binnen het onderzoek naar Romeinse tempels bestaat een groot verschil in de terminologie die gebruikt wordt. Wat de één aangeeft als plein, wordt door een ander weer omschreven als zijnde een forum. Daarom heb ik alle pleinen die zijn afgesloten door een zuilengalerij meegenomen in het begrip forum. Onder het begrip heiligdom wordt binnen dit onderzoek een tempel met daarbij een één of meerdere pleinen bedoeld dat toegankelijk is middels een propyleeën. Een keizerforum is uiteraard een forum gebouwd door een specifieke keizer die tevens de naam draagt van deze keizer. Naar mijn mening zijn dit de meest kenmerkende aspecten wanneer een locatie behandeld wordt. Deze heb ik vervolgens verwerkt in de onderstaande diagram (1). Uit het diagram komt duidelijk naar voren dat het grootste gedeelte van de tempels gebouwd is op een forum en daarmee ook binnen de stad. Waar binnen de antieke stad de fora precies zijn gebouwd, wordt binnen de meeste onderzoeken niet meegenomen en is daarmee ook niet met zekerheid te achterhalen. 124 Potter 2008: 47 93
88 De locatiekeuze Diagram 1. De locatie van de tempel Wanneer er gekeken wordt naar de keuze om een tempel binnen of buiten de stad te bouwen, levert de toevoeging van een datering geen ander beeld op. Hetzelfde geldt voor de keuze om een tempel te bouwen op een forum, heiligdom of keizerforum. Wel valt op dat, met uitzondering van de Tempel van Vesta in Tivoli, alle tempels die buiten de stad zijn gebouwd uit het Midden Oosten komen. Ook de keuze voor de aanleg van een heiligdom lijkt samen te gaan met de situering in het Midden Oosten. Buiten Baalbek en Palmyra, zijn geen van de onderzochte tempels geplaatst binnen een heiligdom De oriëntatie Diagram 2. Oriëntering van de tempels, zonder de tempels van Vespasianus en Minerva Zoals uit de bovenstaande diagram naar voren komt zijn de meeste tempels gericht op het noordoosten. Wanneer er naast de bovenstaande onderdelen ook wordt gekeken naar de datering van de tempels wordt het beeld anders. Als er alleen wordt gekeken naar de losstaande onderdelen is er bij de oriëntatie een uitschieter te zien. Als er daarnaast ook naar de datering wordt gekeken wordt dit weer teniet gedaan. Hoewel het grootste gedeelte van de 94
89 tempels op het noordoosten zijn gericht, is er uit bijna elke periode een tempel met deze oriëntatie. Er is niet één periode met een groter aantal tempels met deze oriëntatie. Tevens gaat het bij de bovenstaande vergelijking om tempels gedateerd tussen 0-50 n. Chr. en n. Chr.. Het gat n. Chr.. heeft als oorzaak dat er geen tempels in het bestand zijn opgenomen uit die periode. Wanneer de Tempel van Vespasianus en de Tempel van Minerva in Rome daarbij in acht wordt genomen gaat er een verschuiving plaats vinden. Deze beide tempels zijn gebouwd tussen n. Chr.. en beide zijn gericht op het zuidoosten (zie bijlage 3, diagram 2). Wanneer ook deze beide tempels meegenomen worden in de analyse, komt naar voren dat qua datering de voorkeur noordoost of zuidoost is geweest. Als laatste zal ik nog kort ingaan op de decoratie van de verschillende fora, heiligdommen en keizerfora. Wat hierbij opvalt, is dat alleen de heiligdommen en het keizerforum uitgebreidere versieringen hadden met, onder andere, eedrae. De fora van de overige tempels hadden alle, voor zover bekend, een zuilengalerij en mogelijk ruimte voor beelden. Geen van hen had daarnaast nog eedrae of kariatiden in plaats van zuilen, zoals het Forum van Augustus Analyse van de locatie v. Chr. De Tempel van Vesta in Tivoli lag buiten de stad en was gebouwd op een verhoogd forum nabij een rivier. Het was op het zuidwesten gericht v. Chr. Van de drie onderzochte tempels lag alleen de Tempel van Mars Ultor op een keizerforum, de restende twee op een forum. Alle drie tempels waren gebouwd binnen de stad. Wanneer er naar de oriëntering wordt gekeken is daar geen lijn op te trekken. De Tempel van Mars Ultor is op het zuidoosten gericht, de Tempel van Divus Julius op het noordoosten en de Tempel van Apollo Palatinus op het noordwesten n. Chr. Zowel de Tempel van Jupiter als de Tempel van Bel lagen binnen een heiligdom buiten de stad. De Tempel van Jupiter was daarbij op het noordoosten gericht en de Tempel van Bel op het westen. Zoals eerder al opgemerkt waren beide tempels gelegen in het Midden Oosten n. Chr. Alle vier tempels lagen op een forum binnen de stad. De oriëntatie verschilt ook bij deze tempels aanzienlijk. De Tempel van Venus en Roma is gericht op het noordwesten, de Tempel van Antoninus en Faustina op het zuidoosten, het Pantheon op het noorden en de Tempel van Divus Hadrianus op het noordoosten. Onbekend Alle drie tempels waarvan de datering niet zeker is lagen op een forum. Het Maison Carrée lag binnen de stad, terwijl de Tempels van Bacchus en Venus buiten de stad waren gebouwd. Tevens waren deze beide tempels gericht op het noordoosten. Van het Maison Carrée heb ik de oriëntatie niet kunnen achterhalen. Wanneer er puur en alleen gekeken wordt naar de keuze voor een locatie van een tempel en de oriëntatie daarvan is er geen patroon te achterhalen dat verschild tussen de Augusteïsche periode of de midden keizertijd onder Hadrianus en Antoninus Pius. Voor beide geldt dat een groot aantal tempels gebouwd is binnen de stad op een forum met een noordoostelijke 95
90 oriëntatie. Voor de tempels gebouwd in Baalbek geldt wel dat alle tempels gericht waren op het noordoosten en buiten de stad lagen Wat heeft Vitruvius hierover te zeggen? Wanneer men naar het bovenstaande kijkt en vervolgens de richtlijnen van Vitruvius erbij pakt (hfd. 1) zet men toch een paar vraagtekens. Om te beginnen met de keuze om een tempel binnen of buiten de stad te plaatsen. Voor de tempels gewijd aan Mars en ook Venus wordt duidelijk aangegeven dat deze buiten de stad gebouwd dienen te worden, om te voorkomen dat de inwoners beïnvloed worden door deze goden (Vitruvius De Architectura: 1.7.1). Ook wordt vermeld dat een tempel gewijd aan Mars te allen tijde dicht bij trainingsvelden moet liggen, en niet zoals de Tempel van Mars Ultor, omringd door andere keizerfora en de subura. Voor Venus geeft Vitruvius aan dat een tempel gewijd aan haar bij een haven gebouwd moet worden. Voor zowel de Tempel van Venus en Roma en de Tempel van Venus uit Baalbek geld dit niet. Wel moet erbij vermeld worden dat in Baalbek de Tempel van Venus daadwerkelijk buiten de stad is gebouwd. Voor goden onder wiens bescherming de staat (of stad) valt en Jupiter, Juno of Minerva geeft hij aan dat deze altijd op het hoogste punt gebouwd moeten worden met uitzicht over het grootste gedeelte van de stad. De Tempel van Jupiter is dan ook gebouwd op een verhoogd platform buiten de stad, maar of het ook daadwerkelijk uitzicht had over het grootste gedeelte van Heliopolis valt nog te bezien. Omdat de site volledig overbouwd is en er in voorgaand onderzoek geen aandacht is besteed aan dit aspect kan ik hier moeilijk uitspraken over doen. Wanneer het antieke Heliopolis op dezelfde plaats heeft gelegen als het huidige Baalbek, is het te twijfelachtig of de tempel een goed uitzicht had over de stad. Dit omdat het huidige Baalbek richting de bergen loopt en daarmee langzaam omhoog. Een tempel gewijd aan Bacchus dient nabij een theater te liggen. Of dit in Heliopolis ook het geval is geweest, durf ik niet met zekerheid te zeggen. Tot op heden heb ik geen vermelding van een theater nabij de Tempel van Bacchus kunnen ontdekken. Gezien de vele vraagtekens die geplaatst worden bij de wijding van deze tempel, vraag ik mij af of het van waarde is om hier veel aandacht aan te besteden. Zoals uit diagram 2 al naar voren komt is het grootste gedeelte van de tempels gericht op het noordoosten. Dit is niet volledig in overeenstemming met de geschriften van Vitruvius. Hij geeft aan dat wanneer er geen obstructies zijn, de tempel op het westen gericht moet zijn zodat de aanbidders naar het oosten kijken (Vitruvius De Architectura: ). In de onderzochte tempels zijn in totaal drie, mogelijk 4 enigszins richting het westen gebouwd. De overige tempels, zoals hierboven aangegeven richting noordoost. Omdat de tempels voornamelijk zijn gebouwd binnen de steden, kan dit een verklaring zijn voor deze afwijking. Als enige is de Tempel van Vesta nabij een rivier gebouwd. Wanneer de gravure van Adamy (afb. 58) kloppend is, dan was deze tempel in overeenstemming met de geschriften van Vitruvius. Kortom, het merendeel van de tempels voldoen niet aan de regels die zijn opgesteld door Vitruvius voor de locatiekeuze en oriëntatie, namelijk: tempel gewijd aan Mars en Venus dienen buiten de stad te liggen. Voor Mars geldt dat deze tevens bij een trainingsveld moet liggen en voor Venus nabij een haven; een tempel gewijd aan Bacchus moet nabij een theater zijn gebouwd; een tempel voor Jupiter moet op het hoogste punt zijn gebouwd met uitzicht over het grootste gedeelte van de stad; de tempels moeten bij voorkeur gericht zijn op het westen. 96
91 14.2 De tempelgronden Voor de analyse van de tempel heb ik, net als bij de beschrijvingen van de tempels, ervoor gekozen om een aantal onderdelen apart te behandelen. In de onderstaande analyse zal aandacht worden besteed aan: de plattegrond van de tempel; het intercolumnium; de grootte van de tempel; de aan- of afwezigheid van nissen in de cella; de aan- of afwezigheid van zuilen in de cella De plattegronden Voor een analyse van de plattegronden heb ik in eerste instantie alle onderzochte tempels op een rijtje gezet, met als resultaat tabel 1. Tempel Prostyle Peripterale Pseudo dipterale Mars Ultor? Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus? Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Tabel 1. De tempelplattegronden Pseudoperipterale Dipterale Peripterale rond? Daar waar ik niet volledig zeker was van het type plattegrond heb ik een vraagteken geplaatst in plaats van. Bij de analyse heb ik dit wel meegenomen als een aangenomen feit. Om een duidelijker beeld te krijgen heb ik ook van deze gegevens een diagram opgezet (diagram 3). Diagram 3. Tempelplattegronden 97
92 Zoals uit het bovenstaande diagram naar voren komt is, dat wanneer er uitsluitend gekeken wordt naar het plattegrond van de tempel er een voorkeur schijnt te zijn geweest voor de peripterale tempel en peripterale ronde tempel. Zowel de pseudodipterale en pseudoperipterale tempel komen daarbij op een gedeelde tweede plaats. Wanneer er tevens gekeken wordt naar de tijdslijn veranderd het beeld aanzienlijk. Omdat er maar één tempel is opgenomen gebouwd tussen v. Chr. is deze niet van belang voor de analyse, omdat dit een vertekend beeld op zou kunnen leveren. Voor het tijdvak 50-0 v. Chr. zijn drie tempels behandeld, namelijk de Tempel van Mars Ultor, de Tempel van Apollo Palatinus en de Tempel van Divus Julius, alle gebouwd in opdracht van Augustus. Elke tempel heeft een ander tempelplattegrond, dus hier is geen voorkeur in te bemerken. Uit de periode 0-50 n. Chr. zijn twee tempels opgenomen, beide pseudodipterale tempels, waarvan één niet gewijd aan een Romeinse god (Bel). Wel zijn beide tempels gebouwd in het Midden Oosten, namelijk in Baalbek en Palmyra. Wanneer er gekeken wordt naar de vier tempels gebouwd tussen n. Chr. valt op dat ook hier geen lijn in te ontdekken is. Alle vier de tempels hebben een andere plattegrond. De Tempel van Venus en Roma is dipteraal, de Tempel van Antoninus en Faustina prostyle, het Pantheon is uiteraard een ronde tempel en de Tempel van Divus Hadrianus is een peripterale tempel. Ook wanneer er gekeken wordt naar de tempels waarvan de datering niet met zekerheid is vast te stellen zijn geen overeenkomende plattegronden terug te vinden. Nu gaat het hier dan ook om drie compleet verschillende tempels, namelijk het Maison Carrée, de Tempel van Bacchus en de Tempel van Venus. In kort een pseudoperipterale tempel, een peripterale tempel en een ronde, peripterale tempel. Er komt een ander beeld naar voren wanneer de datering van het Maison Carrée op 19 v. Chr. gezet wordt. Zowel deze tempel als de Tempel van Apollo Palatinus (28 v. Chr.) zijn pseudoperipterale tempels. Wanneer er gekeken wordt naar de tempels die daarvoor zijn gebouwd, zijn meer pseudoperipterale tempels te achterhalen. Hierbij valt te denken aan de Tempel van Portunus in Rome, de Tempel van Sybil in Tivoli en de Tempel van Hercules in Cori. In Bath, Engeland, is tevens een pseudoperipterale tempel terug gevonden, namelijk de Tempel van Minerva. Deze is, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde tempels, gebouwd in het midden van de tweede eeuw na Christus. De bovengenoemde tempels, eclusief de Tempel van Minerva, zou een indicatie zijn dat de pseudoperipterale tempelplattegrond meer in gebruik was in de Republiek en vroege keizertijd. Tot op heden heb ik, behalve de tempel in Engeland, geen voorbeelden kunnen vinden van dit tempeltype later in de keizertijd. Voor de keuze van tempelplattegrond moet uiteraard ook gekeken worden naar het aantal die gebruikt zijn in de eerste rij. Gaat het om een tetrastyle, een heastyle, een octastyle of misschien een decastyle? Of simpeler gezegd: had de tempel vier, zes, acht of tien zuilen in de eerste rij van de pronaos staan? Hierbij is de Tempel van Vesta buiten beschouwing gelaten, omdat het betrekking heeft op het aantal zuilen in de eerste rij van de pronaos. De Tempel van Vesta had dit niet. Diagram 4 geeft een duidelijk overzicht van de verhoudingen in de onderzochte tempels. De helft van de onderzochte tempels waren octastyle en een derde waren heastyle. Gezien het hierboven besprokene, komt dit vreemd over. Wanneer de datering buiten beschouwing wordt gelaten is de meest gebruikte tempelplattegrond de peripterale. Een type dat volgens Vitruvius zes zuilen aan de voorkant moet hebben, en niet acht. Hier zal later verder op in worden gegaan. 98
93 Het intercolumnium Bij de analyse van het intercolumnium geldt hetzelfde als bij de tempelplattegronden. Wanneer het niet geheel zeker is, heb ik in de tabellen gebruik gemaakt van een vraagteken, maar dit voor waarheid aangenomen in de verdere behandeling. Hiervoor heb ik gekozen om ook over dit onderdeel een uitspraak te kunnen doen. Bij de onderzochte tempels zijn er drie typen naar voren gekomen, namelijk: pycnostyle; systyle; diastyle. Wat deze typen precies inhouden is naar voren gekomen in de eerdere behandeling van Vitruvius (blz. 9), en er zal hier niet verder op worden ingegaan. Na dit te hebben onderzocht zijn de verhoudingen naar voren gekomen, zoals zichtbaar in diagram 4. Diagram 4. Het intercolumnium Wat duidelijk naar voren springt wanneer er naar dit diagram gekeken wordt is de oververtegenwoordiging van het pycnostyle type. Zoals bij de voorgaande vergelijkingen is hierbij nog niet gekeken naar de dateringen. Gezien de grote hoeveelheid pycnostyle tempels, is het mijn vermoeden dat er geen grote veranderingen plaats zullen vinden wanneer de datering wel wordt meegenomen in de redenering. Het aantal diastyle en systyle tempels is dusdanig laag, dat dit geen grote verschuivingen op zal leveren. Uiteraard heb ik de datering wel meegenomen in de behandeling van dit onderwerp en zoals verwacht verandert dit weinig aan het algemene beeld. Van de twee systyle tempels was één gebouwd in 80 v. Chr., namelijk de Tempel van Vesta te Tivoli. De tweede systyle tempel is de Tempel van Venus in Baalbek, maar omdat de datering van deze tempel niet zeker is voegt dit weinig toe aan de analyse. Wanneer naar alle tempels gekeken wordt komt het volgende naar voren: v. Chr.: één systyle tempel; 50-0 v. Chr.: twee pycnostyle en één diastyle tempel; 0-50 n. Chr. twee pycnostyle tempels; n. Chr.: vier pycnostyle tempels; Datering niet zeker: twee pycnostyle tempels en één systyle tempel. Uit het bovenstaande valt af te leiden dat gedurende de vroege en midden keizertijd de pycnostyle tempel de voorkeur genoot. 99
94 De grootte van de tempel Ook voor de grootte van de tempel 125 heb ik de gegevens verwerkt in een aantal tabellen, namelijk één voor de lengte en één voor de breedte (bijlage 3, tabellen ). Om een overzichtelijk beeld te krijgen heb ik ervoor gekozen de grootte van de tempels te plaatsen in groepen afgerond op hele meters. Wanneer de twee worden samengevoegd komt een redelijk uniform beeld naar voren (diagram 5). Hierbij zijn de ronde tempels, in eerste instantie, buiten beschouwing gelaten. Zoals in de diagram te zien is vallen een groot aantal tempels onder drie verschillende categorieën, namelijk m 2, m 2 en m 2. Voor de grootte van de tempels geldt hetzelfde als voor het intercolumnium. Wanneer de datering van de tempel als variabele wordt meegenomen, verandert dit niet veel aan het hierboven geschetste beeld. Voor het tijdvak 50-0 v. Chr. is 2/3 van de te tempels tussen de m 2. Twee tempels vallen in het tijdvak 0-50 n. Chr., maar de grootte van deze twee tempels verschillen aanzienlijk van elkaar. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat het gaat om grote tempels, namelijk de Tempel van Jupiter: m 2 en de Tempel van Bel: m 2, en beide zijn gesitueerd in het Midden Oosten. In het laatste tijdvak, n. Chr. is 2/3 van de tempels tussen de m 2. Diagram 5. De grootte van de tempels in m 2 Wanneer er niet gekeken wordt naar de datering, maar naar de locatie van de tempel, valt op dat in het Midden Oosten een voorkeur bestaan heeft voor grotere tempels. Dit uiteraard met uitzondering van de Tempel van Venus, hoewel deze voor een ronde tempel vrij groot was. De Tempel van Vesta had een diameter van 7,10m tegen de 10m van de Tempel van Venus De aan- of afwezigheid van zuilen in de cella De aanwezigheid van zuilen in de cella, samen met de aanwezigheid van nissen, kan een idee geven over wat populair was binnen een bepaalde periode. Daarvoor zal ik alle onderzochte tempels op een rij zetten om deze met elkaar te vergelijken. In onderstaand diagram (6) komt naar voren dat het percentage tempels met zuilen in de cella hoger is dan de cellae zonder zuilen. Bij de Tempel van Jupiter is niet te achterhalen of er zuilen in de cella hebben gestaan. In recent onderzoek heb ik daar geen meldingen over kunnen vinden. 125 Voor de grootte van de tempel is het podium meegenomen in de metingen 100
95 Wanneer de datering als variabele wordt toegevoegd, komt er een iets ander beeld naar voren. Diagram 6 laat een vereenvoudigd beeld daarvan zien. Wanneer de aan- of afwezigheid per tijdvak bekeken wordt, komt er toch het volgende patroon naar voren. Tussen 100 en 50 en 50 en 0 v. Chr. heeft het merendeel geen zuilen in de cella, met uitzondering van de Tempel van Mars Ultor. Over deze beide tijdvakken komt dat neer op drie tempels zonder en één met zuilen in de cella. Wanneer er vervolgens gekeken wordt naar de tempels gebouwd onder Hadrianus en ook Antoninus, komt er een ander beeld naar voren. Om precies te zijn het omgekeerde. Binnen deze periode hadden drie van de onderzochte tempels zuilen in de cella en één niet, namelijk de Tempel van Antoninus en Faustina. Met zekerheid is het op dit punt nog niet te zeggen, maar het kan een aanwijzing zijn dat het gebruik van zuilen in de cella in de midden keizertijd populair was, terwijl het in de vroege keizertijd niet tot nauwelijks werd gebruikt. Als er alleen wordt gekeken naar de locatie van de tempels en niet de datering, omdat deze niet voor alle tempels is bepaald, komt naar voren dat in het Midden Oosten een duidelijke voorkeur was voor het gebruik van zuilen in de cella. Dit geldt voor zowel de Tempel van Bacchus als de Tempel van Venus. Ook de niet Romeinse Tempel van Bel had zuilen in de cella. Omdat de voorkeur voor zuilen voor dit gebied duidelijk naar voren komt, is het waarschijnlijk dat ook de Tempel van Jupiter zuilen in de cella heeft gehad. Diagram 6. De aan- of afwezigheid van zuilen in de cella De aan- of afwezigheid van nissen in de cella Nu de zuilen behandeld zijn, zal er naar de nissen worden gekeken. Voor één tempel was het niet te achterhalen of er nissen in de cella aanwezig zijn geweest. Er is, zoals eerder vermeld, niets bewaard gebleven van de cella van de Tempel van Jupiter te Baalbek. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat ook van de Tempel van Mars Ultor en de Tempel van Venus en Roma weinig tot niets is overgebleven van de cella. Het verschil is hierbij dat over deze beide tempels voldoende onderzoek is gepubliceerd waardoor de informatie wel beschikbaar is gemaakt. Na alle tempels op een rij te hebben gezet, komt al snel naar voren dat het merendeel geen nissen in de cella had (diagram 7). Wanneer buiten de tempels ook naar de datering wordt gekeken valt op dat tussen 0-50 n. Chr. één van de tempels nissen heeft in de cella en van de tweede het niet bekend is. Het gaat hier om de Tempels van Bel en van Jupiter, beide gesitueerd in het Midden Oosten. Ook de Tempels van Bacchus en van Venus uit Baalbek hebben nissen in de cella. Hieruit zou men kunnen afleiden dat de kans groot is dat ook de Tempel van Jupiter nissen heeft gehad in de cella. De aan- of afwezigheid van deze nissen kan 101
96 meer te wijten zijn aan de locatie dan aan populariteit binnen een bepaalde periode. Ook het Pantheon heeft nissen in de cella, maar dit is de enige tempel meegenomen in het onderzoek met nissen die niet in het Midden Oosten is gebouwd. Diagram 7. De aan- of afwezigheid van nissen in de cella van een tempel Analyse van de tempelplattegronden Nu alle onderdelen apart zijn beschreven zal ik voor de verschillende tijdvakken alles op een rij zetten v. Chr. De tempel van Vesta in Tivoli is een peripterale ronde tempel met een systyle intercolumnium en een diameter van 7,20m. Het heeft geen zuilen en nissen in de cella v. Chr. Binnen dit tijdvak zijn drie tempels onderzocht, het Maison Carrée is in eerste instantie niet meegerekend. De Tempel van Apollo Palatinus is gewijd in 28 v. Chr., de Tempel van Divus Julius in 27 v. Chr. en de Tempel van Mars Ultor in 2 v. Chr. Alle drie tempels hebben een andere tempelplattegrond, namelijk een pseudoperipterale, prostyle en peripterale. Wanneer er gekeken wordt naar het aantal zuilen in de eerste rij van de pronaos verschild dit ook, maar in mindere mate. De Tempels van Divus Julius en Apollo Palatinus hebben elk zes zuilen en de Tempel van Mars Ultor acht. Wanneer het intercolumnium daarin wordt meegenomen blijken er twee pycnostyle tempels te zijn en één diastyle, namelijk de Tempel van Apollo Palatinus. Ook in de grootte heb je de verdeling twee staat tot één. Twee tempels vallen binnen de categorie m 2 en de Tempel van Mars Ultor valt binnen de categorie m 2. Dit is tevens de enige tempel met zuilen in de cella. Geen van de tempels heeft nissen. Wanneer de datering van 19 v. Chr. wordt aangenomen voor het Maison Carrée verandert dit het beeld enigszins. Vooral als daarnaast een aantal tempels uit de Republiek worden meegenomen. Hierbij valt te denken aan de Tempel van Portunus in Rome, maar ook de Tempel van Hercules in Cori en de Tempel van de Sybille in Tivoli. Alle drie tempels zijn pseudoperiperale en zoals eerder al aangegeven ben ik deze tempelplattegrond, met uitzondering van de Tempel van Minerva in Bath, niet tegengekomen na 28 v. Chr. Het is op dit moment nog een aanname, maar het kan gesteld worden dat dit type tempel na de Republiek en vroege keizertijd niet meer populair was. 102
97 Uit het bovenstaande komt geen duidelijke trend naar voren voor dit tijdvak. Er kan vanuit worden gegaan dat de pycnostyle tempels veel voorkomend waren, samen met iets kleinere tempels n. Chr. Binnen dit tijdvak zijn twee tempels onderzocht, waarvan één niet Romeins. Het gaat hier uiteraard om de Tempel van Jupiter en de Tempel van Bel. De laatste is in 32 n. Chr. gewijd, wat de eacte datering is voor de Tempel van Jupiter is niet zeker. Wilson Jones 126 stelt deze op de eerste helft van de eerste eeuw n. Chr.. Beide tempels zijn pseudodipteraal en groot 127. Tevens gaat het hier om pycnostyle tempels met allebei acht zuilen in de eerste rij. De Tempel van Bel had zowel zuilen als nissen in de cella, iets wat voor de Tempel van Jupiter niet is te achterhalen. Zoals eerder binnen deze analyse al is beschreven is het waarschijnlijk dat ook deze tempel beide in de cella had. Tevens zijn beide gesitueerd in het Midden Oosten n. Chr. Binnen dit laatste tijdvak zijn vier verschillende tempels onderzocht, namelijk de Tempel van Venus en Roma, de Tempel van Antoninus en Faustina, het Pantheon en de Tempel van Divus Hadrianus. Wanneer er voor deze tempels gekeken wordt naar de plattegronden valt het op dat elke tempel anders is. De Tempel van Venus en Roma is dipteraal, de Tempel van Antoninus en Faustina is prostyle, het Pantheon is uiteraard rond en de Tempel van Divus Hadrianus is peripteraal. Tevens verschilt het aantal zuilen in de eerste rij van de pronaos. Zowel het Pantheon als de Tempel van Divus Hadrianus zijn octastyle. De Tempel van Venus en Roma is decastyle en de Tempel van Antoninus en Faustina is heastyle. Alle vier tempels hebben een pycnostyle intercolumnium. Wanneer er gekeken wordt naar de grootte van de tempel valt op dat de Tempel van Venus en Roma aanzienlijk groter is, m 2. Zowel de Tempel van Antoninus en Faustina als de Tempel van Divus Hadrianus vielen binnen de categorie m 2. Het Pantheon heb ik hierbij buiten beschouwing gelaten omdat het een ronde tempel is. Nu de grootte van de tempel en het plattegrond besproken is, zal ik verder kijken naar de binnenkant van de cella. Bij drie van de vier tempels zijn zuilen aanwezig in de cella. De uitzondering hierop is de Tempel van Antoninus en Faustina. Voor de aanwezigheid van nissen geldt het tegenovergestelde. Geen van de tempels, met uitzondering van het Pantheon, heeft nissen in de cella. Onbekend De Tempel van Bacchus was een peripterale tempel met een pycnostyle intercolumnium en acht zuilen in de eerste rij. Voor de Tempel van Venus geld dat dit een vorm van peripterale ronde tempel was met een systyle intercolumnium en vier zuilen in de eerste rij. Wanneer naar de grote wordt gekeken valt op dat ook de Tempel van Bacchus vrij groot is. Hij valt in de categorie m 2, ook de Tempel van Venus is voor een ronde tempel vrij groot met een diameter van 10m. Uit het bovenstaande kan afgeleid worden dat pycnostyle tempels populair waren gedurende de midden keizertijd. Ook de aanwezigheid van zuilen met daarnaast de afwezigheid van nissen lijkt veel te zijn toegepast. Onder Hadrianus lijken de tempels groter te zijn dan onder Antoninus. Zowel de Tempel van Venus en Roma als ook het Pantheon zijn aanzienlijk groter dan naar voren komt bij de resterende onderzochte tempels in Rome. Met een diameter van 126 Wilson Jones 2000: m en m 103
98 43,8m is het Pantheon voor een ronde tempel uitzonderlijk groot. Wilson Jones 128 geeft dan ook aan dat het feit of het wel of niet een tempel is nog ter discussie staat. Voor de tempels in het Midden Oosten is het opvallend dat deze aanzienlijk groter zijn dan de tempels in de rest van het Romeinse rijk Wat heeft Vitruvius hierover te zeggen? Gezien zijn zeer uitgebreide behandeling van de tempelplattegrond, is het mijn vermoeden dat Vitruvius genoeg op of aan te merken zou hebben gehad op de hierboven beschreven tempels. Zo behoort een peripterale tempel zes zuilen te hebben aan de voor- en achterzijde en niet acht. Tevens zou een dipterale tempel acht zuilen moeten hebben in de eerste rij en niet 10, zoals het geval bij de Tempel van Venus en Roma. Tevens wordt zijn favoriete eustyle type voor het intercolumnium niet gebruikt. In De Architectura 129 geeft hij aan dat de afstand bij een pycnostyle intercolumnium te krap is en ook afbreuk doet aan het effect van de deuren van de tempel. Over het Pantheon valt hierbij weinig te zeggen. Bij zijn beschrijvingen van tempels, en al helemaal ronde tempels, komt geen enkel type overeen met het Pantheon De zuilen Voor de analyse van de zuilen zal ik voornamelijk aandacht besteden aan het volgende: de hoogte van de zuilen; gecanneleerd of niet gecanneleerd; de kapitelen De hoogte van de zuilen Er is voor gekozen de hoogte van de zuilen mee te nemen in de analyse omdat dit inzicht zou kunnen verschaffen in de voorkeur voor kolossale zuilen of de meer bescheiden variant. Om de gegevens te kunnen verwerken in tabellen en diagrammen heb ik ervoor gekozen de hoogte te plaatsen in categorieën van 5m, met uitzondering van de laatste. Dit heeft te maken met het hoogte verschil tussen de zuilen van de Tempel van Jupiter en Bacchus. Dit zou in één categorie geplaatst kunnen worden, maar dat zou in mijn mening een vertekend beeld opleveren. Als eerste zullen de percentages, net als bij de voorgaande onderdelen, besproken worden om hier vervolgens de datering als variabele aan toe te voegen. In diagram 8 komt naar voren dat een redelijk percentage zuilen, 30,76%, tussen de 10 en 15m hoog waren. Dit komt erop neer dat vier van de 13 tempels zuilen met deze afmetingen hadden. 15,38% van de tempels hadden zuilen tussen de 5 en 10m en 15 en 18m. De zeer grote zuilen kwamen aanzienlijk minder voor. Tevens is van een groot aantal tempels de hoogte van de zuilen niet omschreven en was het aan de hand van afbeeldingen niet mogelijk om dit na te rekenen. 128 Wilson Jones 2000: Vitruvius De Architectura:
99 Diagram 8. De hoogte van de zuilen Wanneer de datering hier aan toe wordt gevoegd, blijft het beeld gelijk. De Tempel van Mars Ultor had iets hogere zuilen, namelijk 17,76m, daarentegen had de Tempel van Apollo Palatinus zuilen van 14m. Nu is de hoogte hiervan niet geheel zeker aangezien dit door Stamper 130 is berekend aan de hand van de kapitelen. Van de Tempel van Bel is de hoogte van de zuilen niet vermeld. Wanneer er gekeken wordt naar de andere tempels in het Midden Oosten valt op dat deze aanzienlijk hogere zuilen hebben dan de tempels gebouwd in Rome en ook Nîmes. Met een hoogte van 22m zijn de zuilen van de Tempel van Jupiter het grootst, gevolgd door de zuilen van de Tempel van Bacchus, 19,5m. Voor de ronde tempel van Venus uit Baalbek is de hoogte van de zuilen niet beschreven. Gezien de grootte van de Tempel van Bel, is het waarschijnlijk dat dit, net als zijn Romeinse tegenhangers in Baalbek, grote zuilen heeft gehad Gecanneleerd of niet gecanneleerd Een opvallend groot gedeelte van de zuilen was niet gecanneleerd. Wanneer de percentages tegen elkaar worden afgezet in diagram 9 is dit niet over het hoofd te zien. 46,15% van de zuilen was niet gecanneleerd tegen 30,76% wel gecanneleerde zuilen. Tevens is het verrassend dat één tempel zowel gecanneleerde als niet gecanneleerde zuilen heeft. Het gaat hier om de Tempel van Bel, waarvan de zuilen aan de onderzijde niet gecanneleerd zijn, maar de bovenzijde wel. Dit zou te maken hebben gehad met het tussen de zuilen door kunnen lopen zonder dat iemand zicht bezeert aan de cannelures. 130 Stamper 2005:
100 Diagram 9. Gecanneleerde of niet gecanneleerde zuilen Ook na het toevoegen van de datering blijft dit beeld onveranderd. Het merendeel van de onderzochte tempels hebben niet gecanneleerde zuilen, onafhankelijk van de periode waarin ze zijn gebouwd. De tempels in het Midden Oosten sluiten zich in dit geval aan bij de algemene tendens. Alle drie tempels uit Baalbek hebben niet gecanneleerde zuilen, de Tempel van Bel is hierboven reeds besproken De kapitelen Als eerste moet hierbij gelijk worden opgemerkt dat (bijna) alle behandelde tempels Korinthische kapitelen hebben. De mogelijke uitzondering hierop is de Tempel van Divus Julius. Hieronder zal dan ook voornamelijk worden gekeken naar overeenkomsten en verschillen in het ontwerp en de algemene indruk die een kapiteel geeft. In diagram 10 is duidelijk zichtbaar dat van een groot aantal kapitelen het niet bekend is of de caliculi gecanneleerd waren. In sommige gevallen houdt dit tevens in dat er geen informatie beschikbaar was over deze kapitelen en dat er geen geschikte afbeelding beschikbaar was om zelf een beschrijving op te stellen. Voor de kapitelen waarbij dit wel te achterhalen was heb ik in eerste instantie gekeken naar de caliculi. Waren deze gecanneleerd en hoe waren ze afgewerkt. Daarbij heb ik gekeken naar de manier van canneleren, of het was afgewerkt met een brede band, naar beneden wijzende halfronde bladeren of naar boven wijzende halfronde bladeren. Ook de abacus wordt behandeld. Bij negen van de 13 kapitelen was te achterhalen of deze versierd waren of niet. In het onderstaande diagram is zichtbaar dat de wijze van afwerking gelijkmatig verdeeld was over de drie vormen. Wanneer de datering hierin wordt meegenomen verandert er niet uitzonderlijk veel aan dit beeld. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat van niet alle kapitelen deze informatie tot mijn beschikking staat. De Tempel van Mars Ultor heeft een brede band die de caliculi afwerkt, maar of dit bij de Tempels van Divus Julius en Apollo Palatinus ook het geval was, is niet bekend. Zoals hierboven al opgemerkt, is het niet zeker wat voor kapitelen de Tempel van Divus Julius had. Ook voor het tijdvak 0-50 n. Chr. is weinig bekend over de kapitelen. Van de twee tempels die daarbinnen zijn beschreven is alleen bij de Tempel van Jupiter meer informatie beschikbaar over de kapitelen. Deze hadden naar beneden wijzende halfronde bladeren als afwerking. 106
101 Diagram 10. De kapitelen. Voor het tijdvak n. Chr. geldt dat van de vier tempels, van twee tempels de kapitelen beschreven konden worden. Van de Tempel van Divus Hadrianus en de Tempel van Venus en Roma is geen beschrijving voor handen en heb ik geen geschikte afbeelding kunnen vinden om dit zelf te doen. De overige twee tempels hadden gecanneleerde caliculi die waren afgewerkt met naar boven wijzende halfronde bladeren. In het bovenstaande diagram heb ik niet alle informatie kunnen verwerken die naar voren is gekomen bij het onderzoek naar de kapitelen. Vaak omdat dit alleen bij één tempel voorkwam. Zo heeft de Tempel van Jupiter in elkaar grijpende spiralen die ik tot op heden nog niet ben tegen gekomen bij andere Romeinse tempels binnen en buiten Rome (afb. 55). Ook de kapitelen van de zuilen in de cella van de Tempel van Mars Ultor vertonen bijzonderheden die ik niet bij andere tempels ben tegen gekomen. In plaats van voluten op de hoeken van de kapitelen hebben deze zuilen paarden, mogelijk representaties van de gevleugelde Pegasus (afb. 8). Voor de Tempel van Bel, de enige niet gewijd aan een Romeinse god, waren de versieringen bevestigd in de vorm van bronzen platen. Hier is niets van bewaard gebleven. Het meest opvallende aan alle onderzochte kapitelen is de overeenkomst met de kapitelen van de Tempel van Mars Ultor (of het Forum van Augustus). Van de zes tempels waarvan de zuilen duidelijk zijn omschreven, vertonen er vier sterke overeenkomsten met de Tempel van Mars Ultor (of het Forum van Augustus). Zo heeft een groot aantal kapitelen verticaal gecanneleerde caliculi en inkepingen op de middennerf van de acanthusbladeren. Een ander opvallende kenmerk is de versierde abacus. Van de negen kapitelen waarbij de abacus is onderzocht, hadden drie een versiering in de vorm van twee lijsten. Het gaat hierbij om een tandlijst en eierlijst. Met uitzondering van het Maison Carrée lagen de resterende twee tempels met deze versiering in Baalbek, namelijk de Tempel van Bacchus en de Tempel van Jupiter. De zes overgebleven tempels waarbij de abacus is onderzocht waren onversierd. 107
102 Analyse van de zuilen v. Chr. De Tempel van Vesta in Tivoli had gecanneleerde Korinthische zuilen van 7,10m hoog. Opvallend aan de kapitelen van deze tempel is het varenachtige blad dat is gebruikt naast acanthusbladeren. Bij de latere tempels wordt hier geen melding van gemaakt. Op de beschikbare afbeeldingen was het niet zichtbaar of de caliculi gecanneleerd waren en wat hier de afwerking van was v. Chr. Van de drie onderzochte zuilen is het van de Tempel van Divus Julius niet bekend hoe hoog deze zijn geweest. De Tempel van Mars Ultor had Korinthische zuilen van 17,76m hoog en de Tempel van Apollo Palatinus had Korinthische zuilen met een hoogte van 14m. Gezien de overeenkomsten in de afmetingen tussen de Tempel van Apollo Palatinus en de Tempel van Divus Julius is het aannemelijk dat de zuilen qua hoogte ook eenzelfde overeenkomst vertoonden. Of de zuilen van de Tempels van Divus Julius en Apollo Palatinus gecanneleerd waren is niet bekend. De Tempel van Mars Ultor had gecanneleerde zuilen. Tevens hadden de kapitelen van deze tempel verticaal gecanneleerde caliculi die waren afgewerkt met een brede band. Van de overige twee tempels is dit niet bekend n. Chr. Alleen van de Tempel van Jupiter is de hoogte van de zuilen bekend, namelijk 22m. Deze waren Korinthisch en niet gecanneleerd. De zuilen van de Tempel van Bel waren aan de onderkant niet gecanneleerd, maar aan de bovenkant wel. Van deze niet Romeinse tempel is het niet te achter halen hoe de kapitelen eruit hebben gezien. De Tempel van Jupiter had verticaal gecanneleerde caliculi die waren afgewerkt met naar beneden wijzende, halfronde bladeren. Bijzonderheden bij deze twee tempels zijn hierboven al vermeld en betreffen de in elkaar grijpende spiralen bij de kapitelen van de Tempel van Jupiter en de bronzen, inmiddels verdwenen, versieringen van de kapitelen van de Tempel van Bel n. Chr. Van de vier onderzochte tempels hadden drie zuilen in de categorie 10-15m, namelijk de Tempel van Antoninus en Faustina, het Pantheon en de Tempel van Divus Hardrianus. Tevens hadden drie van de vier tempels niet gecanneleerde zuilen, het Pantheon was hier de uitzondering op. Voor de Tempel van Antoninus en Faustina en het Pantheon is zichtbaar dat de caliculi verticaal gecanneleerd waren en zijn afgewerkt met naar boven wijzende halfronde bladeren. Onbekend De zuilen van de Tempel van Bacchus zijn 19,5m hoog en de zuilen van het Maison Carrée zijn 8,9m hoog. De zuilen van de tempel in Baalbek waren aanzienlijk groter. Van de Tempel van Venus heb ik de hoogte van de zuilen niet kunnen achterhalen. Voor deze drie tempels geldt dat alleen het Maison Carrée gecanneleerde zuilen heeft. Tevens heeft deze tempel gecanneleerde caliculi afgewerkt met een brede band. De Tempel van Bacchus had dit ook, maar dan afgewerkt met naar beneden wijzende halfronde bladeren. Wanneer er naar de zuilen wordt gekeken is alleen op basis van het feit of de zuil wel of niet gecanneleerd was een uitspraak te doen qua mogelijke trend. Bij de kapitelen ontbreekt de benodigde informatie om daar uitspraken over te doen. Ook voor de hoogte is dit niet altijd ideaal. Voor het tijdvak 50-0 v. Chr. is van de drie tempels van één tempel informatie bekend 108
103 over de zuilen, anders dan dat deze Korinthisch waren. Dit uiteraard met uitzondering van de Tempel van Divus Julius. Hetzelfde geldt voor het tijdvak 0-50 n. Chr. Hierbinnen zijn twee tempels onderzocht, waarvan bij één voldoende informatie te achterhalen was over de zuilen. Alsnog zal de hoogte wel worden meegenomen in de onderstaande behandeling. Wanneer er gekeken wordt naar de hoogte valt het op dat in het tijdvak n. Chr. onder zowel Hadrianus en Antoninus Pius van de vier tempels er drie zuilen hadden met een hoogte in de categorie 10-15m. Alleen de Tempel van Venus en Roma had hogere zuilen, maar was dan ook meer gebaseerd op de grotere antieke Griekse tempels. Wanneer ervan wordt uitgegaan dat de hoogte van de zuilen van de Tempel van Divus Julius overeen kwamen met die van de Tempel van Apollo Palatinus dan geldt ook voor de Augusteïsche periode een lichte voorkeur voor zuilen in de categorie 10-15m, met uitzondering van de Tempel van Mars Ultor. Op het moment dat de datering wordt los gelaten en er alleen wordt gekeken naar de locatie van een tempel, valt wel op dat twee van de tempels gebouwd in het Midden Oosten aanzienlijk grotere zuilen hadden dan in de rest van het keizerrijk. Of de zuilen gecanneleerd waren is voor meer tempels bekend, met uitzondering van het tijdvak 50-0 v. Chr. Voor de tempels in het Midden Oosten geldt dat geen van de tempels gecanneleerde zuilen had, met uitzondering van de Tempel van Bel. Deze had, zoals eerder aangegeven, zuilen die alleen aan de onderkant niet gecanneleerd waren. Ook onder Hadrianus en Antoninus Pius had het merendeel niet gecanneleerde zuilen, met uitzondering van het Pantheon. Wanneer er naast de caliculi ook gekeken wordt naar de abacus valt op dat ook hier een verdeling is te zien tussen het Midden Oosten en Rome. Bij de Tempels van Jupiter en Bacchus heeft deze versieringen in de vorm van twee lijsten: een tandlijst en een eierlijst. Dit ben ik in mijn onderzoek alleen tegengekomen bij het Maison Carrée en bij geen van de tempels in Rome. Samenvattend kan gezegd worden dat voor de vroege Keizertijd en de midden Keizertijd een voorkeur was voor niet gecanneleerde zuilen met een hoogte tussen de 10-15m. Tevens had het merendeel van de onderzochte zuilen verticaal gecanneleerde caliculi. Wat mij het meeste opvalt binnen dit onderdeel is dat ook hier een verschil merkbaar is tussen het Midden Oosten en de tempels in de rest van het rijk en niet zozeer tussen de verschillende perioden. De Tempel van Bel daarbij uiteraard wel buiten beschouwing gelaten Wat heeft Vitruvius hierover te zeggen? Verrassend genoeg is dit een van de onderdelen waar Vitruvius niet heel diep op ingaat. Hij geeft zijn mening over de verhoudingen van de zuil en hoe deze aan de bovenkant slanker moet zijn dan aan de onderzijde. Over de hoogte van de zuil zelf, vermelde hij weinig. Wanneer er gekeken wordt naar de Korinthische kapitelen heeft hij wel richtlijnen voor de verhoudingen daarvan. Zo moet de hoogte van het kapiteel gelijk zijn aan de onderste diameter van de zuil. Omdat dit voor de onderzochte tempels niet bekend is, kan ik daar ook geen uitspraken over doen. Tevens geeft hij aan dat alle zuilen in voluten in de hoeken samen moeten komen. Dit geldt inderdaad voor de beschreven tempels, met uitzondering van de zuilen in de cella van de Tempel van Mars Ultor. De kleinere spiralen moeten onder de bloem op de abacus samen komen, ook dit is bij alle kapitelen het geval. De bloem zelf moet even hoog zijn als de abacus, ook dit klopt voor alle kapitelen behalve die van de Tempel van Vesta in Tivoli. 109
104 14.4 Het entablement en fronton Dit onderdeel van een tempel is vaak ruim voorzien van verschillende decoraties, mogelijk afhankelijk van waar het gebouwd is. Om te kijken of hier een trend in te vinden is heb ik mij geconcentreerd op een aantal onderdelen hiervan, namelijk: de aan- of afwezigheid van leeuwenhoofden op de sima; de vorm van het architraaf, is deze twee of drieledig. De reden waarom ik voor een versimpelde analyse heb gekozen is, omdat het anders heel makkelijk wordt om te verzanden in de details van de decoraties. Daardoor kan het grotere beeld uit het oog worden verloren De aan- of afwezigheid van leeuwenhoofden op de sima en de vorm van het architraaf De leeuwenhoofden heb ik gekozen omdat Vitruvius duidelijk aangeeft in zijn leidraad dat elke tempel deze aan de zijkanten zou moeten hebben op het middelpunt van elke zuil en daartussen op gelijke afstand. De hoofden boven de zuilen moeten hol zijn voor de afvoer van regenwater. In de vorm van de architraaf zit verschil, dat mogelijk een patroon kan vormen in samenwerking met de overige onderdelen. Dit is dan ook de reden waarom ik ervoor heb gekozen ook dit mee te nemen in de onderstaande analyse. Van de 13 onderzochte tempels was alleen van de Tempel van Apollo Palatinus niets bekend over het entablement en fronton. Zoals bij de voorgaande onderdelen heb ik ook voor het entablement en fronton de informatie verwerkt in een tabel en deze vervolgens omgezet in een diagram. Uit diagram 11 komt naar voren dat minder dan de helft van de tempels leeuwenhoofden op de sima had. Van de 13 onderzochte tempels hadden er vijf leeuwenhoofden, zeven niet en van één tempel is het onbekend. Daarnaast is van één van de tempels met leeuwenhoofden de datering niet met zekerheid te zeggen, namelijk de Tempel van Bacchus. Diagram 11. Entablement Voor de architraaf is duidelijk zichtbaar dat er evenveel tweeledige als drieledige voorkomen. Wanneer voor beide onderdelen de datering erbij wordt genomen wordt het beeld iets anders. Voor de tijdvakken v. Chr. tot en met 0-50 n. Chr. is er geen duidelijke lijn te zien. Dit kan te maken met de hoeveelheid tempels binnen deze perioden, de late Republiek en de vroege Keizertijd. De architraven onder Hadrianus en Antoninus vertonen daarentegen wel een voorkeur, namelijk voor een tweeledige architraaf. Van de vier onderzochte tempels hadden er drie een tweeledige architraaf, met het Pantheon als de uitzondering. 110
105 Analyse van het entablement en fronton v. Chr. De Tempel van Vesta in Tivoli had geen leeuwenhoofden op de sima. Daarnaast had het een tweeledige architraaf v. Chr. Binnen dit tijdvak zijn de resultaten weer verdeeld. De Tempel van Mars Ultor heeft leeuwenhoofden op de sima en daarnaast een drieledige architraaf. Wanneer naar de andere twee onderzochte tempels gekeken wordt, valt op dat de Tempel van Divus Julius geen leeuwenhoofden had en een tweeledige architraaf. Van de Tempel van Apollo Palatinus is niets bekend met betrekking tot het entablement n. Chr. De twee tempels die binnen dit tijdvak vallen verschillen tevens van elkaar. Hoewel beide gelokaliseerd zijn in het Midden Oosten heeft de Tempel van Jupiter wel leeuwenhoofden met daarnaast een drieledige architraaf. De Tempel van Bel daarentegen heeft dit niet en een tweeledige architraaf n. Chr. Zoals hierboven ook al opgemerkt is er binnen deze periode meer uniformiteit vast te stellen binnen de architraven van de onderzochte tempels. Voor de aan- of afwezigheid van leeuwenhoofden op de sima gaat het gelijk op. Twee van de tempels, de Tempel van Venus en Roma en de Tempel van Divus Hadrianus, hebben dit wel en de resterende twee niet. Voor de architraven geldt dat drie van de vier tempels een tweeledige architraaf hadden. Onbekend Wanneer er gekeken wordt naar tempels waarvan de datering niet zeker is valt op dat de Tempel van Bacchus wel leeuwenhoofden heeft op de sima, in tegenstelling tot de Tempel van Venus en het Maison Carrée. Alle drie tempels hebben een drieledige architraaf. Een ander opvallen aspect wat naar voren bij het Maison Carrée is de bolling in de kroonlijst van het fries. Dit ben ik tot op heden nog niet tegen gekomen bij andere Romeinse tempels. Daarbij moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat dit mogelijk te wijten is aan het gebrek aan onderzoek in deze richting en het ontbreken van geschikte foto s om dit zelf te onderzoeken. Samenvattend kan gesteld worden dat wanneer er naar populariteit gekeken wordt door de tijd heen alleen voor de midden Keizertijd vast is te stellen dat er een voorkeur is geweest voor een tweeledige architraaf. Voor de leeuwenhoofden op de sima verschilt het beeld per periode te veel om daar uitspraken over te kunnen doen. Ook wanneer alleen de locatie van de tempel wordt meegenomen binnen de zoektocht naar populariteit en patronen, kan alleen gesteld worden dat hier een voorkeur bestaan heeft voor het drieledige architraaf. De Tempel van Bel daarbij buiten beschouwing gelaten, omdat deze niet Romeins is Wat heeft Vitruvius hierover te zeggen? Zoals eerder al is aangegeven heeft Vitruvius duidelijk omschreven dat een tempel leeuwenhoofden op de sima behoort te hebben. Deze moeten boven de zuilen op de as van de zuil geplaatst zijn en daarnaast dienen zij hol te zijn. Dit om het regenwater af te voeren. De leeuwenhoofden die niet recht boven een zuil geplaatst waren moesten op gelijke afstand zijn 111
106 van elkaar. Voor de architraaf waren geen van de foto s geschikt om te meten of de fasciae voldoen aan de voorschriften van Vitruvius Materiaal Voor het materiaal is gekeken naar de volgende aspecten: welk materiaal is er gebruikt; was dit regionaal verkregen, uit hetzelfde land gehaald of van ver geïmporteerd Wat voor materiaal is er gebruikt Bij dit onderdeel moet ik gelijk opmerken dat het mij is opgevallen dat bij een aantal die nog bestaan weinig tot niets gepubliceerd is over het gebruikte materiaal. Alsnog heb ik voor de meeste tempels een gedeelte van het gebruikte materiaal kunnen achterhalen en in een tabel geplaats waaruit diagram 12 verkregen is. Voor een groot aantal tempels geldt dat er meerdere materialen bekend zijn, waardoor de optellende som voor de onderstaande diagram groter is dan 100%. Diagram 12. Het gebruikte materiaal In de bovenstaande diagram komt duidelijk naar voren dat voor het grootste gedeelte van de tempels marmer is gebruikt met travertijn als een goede tweede. Tevens was er voor een redelijk percentage tempels tufsteen gebruikt voor de bouw. Bij een groot aantal van de onderzochte tempels is travertijn gebruikt voor de bouw en vervolgens afgedekt met een dunne laag marmer. Voor het Pantheon geldt dat alle bovenstaande materialen zijn toegepast, met uitzondering van kalksteen. Wanneer ook de datering een rol gaat spelen bij het bekijken van het materiaal verandert er niet veel. In bijna alle perioden wordt marmer gebruikt, met uitzondering van v. Chr. en 0-50 n. Chr., maar dit kan liggen aan het gebrek aan informatie. Van de Tempel van Vesta is alleen bekend dat er travertijn is gebruikt en voor de Tempel van Jupiter is alleen bekend dat de zuilen van graniet waren. Ook travertijn wordt in bijna alle perioden gebruikt. Wat wel naar voren komt is dat tufsteen in de vroege Keizertijd meer gebruikt werd dan in de midden Keizertijd. Het omgekeerde geldt voor het gebruik van baksteen. Hier wordt alleen melding van gemaakt bij het Pantheon. Dit kan een gevolg zijn van het ontbreken van de benodigde informatie. 112
107 Zoals voor de Tempels van Vesta en Jupiter al wordt opgemerkt, is het beeld dat hierboven wordt geschetst niet volledig accuraat. Van veel tempels zijn alleen een klein aantal gebruikte materialen bekend en van een aantal helemaal niets. Doordat het onderzoek naar de gebruikte materialen hiaten open laat, is het niet mogelijk een compleet beeld te creëren van dit onderdeel. Zo wordt er bijvoorbeeld van het materiaal dat gebruikt is voor de funderingen en ophogingen van de podia bijna geen melding gemaakt. Hetzelfde geldt voor het materiaal dat is gebruikt voor de decoratieve elementen Was het materiaal regionaal verkregen, verkregen uit eigen land of van ver geïmporteerd Een ander onderdeel binnen het onderzoek naar het gebruikte materiaal is waar dit verkregen is. Tot mijn verbazing wordt hier bij veel tempels geen melding van gemaakt. Alsnog is het voor een aantal tempels gelukt de herkomst van het materiaal te achterhalen en te verwerken in diagram 13. Onder het kopje Italië worden de tempels bedoeld die gebouwd zijn in Italië en waarvoor materiaal is gebruikt uit Italië, niet dat er materiaal is geïmporteerd uit Italië naar de provinciën. Diagram 13. De herkomst van het materiaal gebruikt in tempels. Zoals het bovenstaande diagram laat zien is dat voor een groot gedeelte van de tempels materiaal wordt gebruikt uit de regio, hierbij heb ik alle groeven genomen binnen een straal van 150 km. Ook komt hier naar voren dat voor de tempels uit Italië materiaal is gebruikt dat wel uit Italië komt, maar niet uit de regio. Het is wel over enige afstand vervoerd voor het gebruik in de tempels. Hieronder zal ik verder ingaan op niet alleen de datering, maar ook de locatie van de tempels om na te gaan of er een verschil waarneembaar is. Als eerste zal ik ingaan op de herkomst van het materiaal en de verschillende perioden. Binnen het tijdvak 50-0 v. Chr. valt op dat het materiaal voornamelijk regionaal verkregen is, en bij de Tempels van Mars Ultor en Apollo Palatinus tevens uit Italië zelf. Voor de Tempel van Divus Julius is het niet bekend welke marmersoort er is gebruikt. Voor het daaropvolgende tijdvak is alleen bekend waaruit de zuilen zijn gemaakt en dit alleen van de Tempel van Jupiter. Deze zijn opgetrokken uit Egyptisch marmer en daarmee uit het buitenland geïmporteerd. Voor de midden Keizertijd valt op dat bij bijna alle tempels materiaal is geïmporteerd uit het buitenland. Alleen voor de Tempel van Antoninus en Faustina lijkt geen geïmporteerd materiaal gebruikt te zijn. Wanneer ook de datering van de tempels wordt meegenomen valt het duidelijk op dat er in de vroege Keizertijd voornamelijk 113
108 gebruik is gemaakt van materiaal verkregen uit de regio en in ieder geval binnen Italië. In de midden Keizertijd onder Hadrianus en ook Antoninus Pius komt daar verandering in. Bij bijna alle tempels wordt materiaal geïmporteerd, in sommige gevallen zelfs uit Egypte. Vervolgens heb ik gekeken naar de locatie van de tempel en het materiaal dat gebruikt is. Omdat er van de tempels uit de provinciën weinig bekend is, was hier weinig informatie te verkrijgen. Voor de Tempel van Bacchus wordt aangegeven dat deze in zijn geheel is opgetrokken uit lokaal gewonnen kalksteen, maar of dit voor de Tempels van Jupiter en Venus ook is gebuikt is niet gepubliceerd. Voor de Tempel van Venus is marmer gebruikt, maar ook hierbij wordt niet vermeld wat voor soort marmer het is. De zuilen van de Tempel van Jupiter zijn opgetrokken uit Egyptisch graniet, of dit uit dezelfde groeve is gekomen als het graniet gebruikt in het Pantheon is niet te bekend Analyse van het materiaal v. Chr. Van de Tempel van Vesta in Tivoli is alleen bekend dat er gebruik is gemaakt van travertijn. Gezien Tivoli een belangrijke vindplaats is van travertijn is het aannemelijk dat dit lokaal gewonnen is v. Chr. Van de drie onderzochte tempels, de Tempels van Mars Ultor, Divus Julius en Apollo Palatinus, is voor allen marmer, travertijn en tufsteen gebruikt. De travertijn en tufsteen die is gebruikt zijn regionaal verkregen. Voor de Tempels van Mars Ultor en Apollo Palatinus is er gebruik gemaakt van Carrara marmer dat verkregen wordt uit noord Italië n. Chr. Zoals eerder al opgemerkt is alleen van de Tempel van Jupiter het materiaal bekend, en dan alleen van de zuilen. Deze zijn in het buitenland verkregen, namelijk Egypte n. Chr. Voor de Tempels van Venus en Roma, Antoninus en Faustina, het Pantheon en de Tempel van Divus Hadrianus is marmer gebruikt. Bij een aantal tempels is dit geïmporteerd uit Turkije en Griekenland. Het travertijn dat voor de tempels is gebruikt is zover bekend regionaal gewonnen en hetzelfde geldt voor het tufsteen. Het graniet dat is gebruikt voor het Pantheon is onder andere gewonnen in Egypte, in de groeve van Aswan Wat hier bij naar voren komt is dat van de vier tempels bij drie gebruik is gemaakt van geïmporteerd materiaal. Onbekend De Tempel van Bacchus is volledig opgetrokken uit lokaal kalksteen en het Maison Carrée uit marmer dat uit een lokale groeve is gewonnen. Voor de Tempel van Venus is bekend dat er marmer is gebruikt, maar waar dit vandaan is gekomen is daarbij onbekend. Wanneer er gekeken wordt naar het materiaal, en dan voornamelijk waar het vandaan is gekomen, is een verschuiving zichtbaar. In de vroege Keizertijd werd het materiaal voornamelijk gehaald uit de regio, maar in ieder geval uit Italië zelf. Hierbij valt te denken aan travertijn uit Tivoli, tufsteen uit de Anio regio en Carrara marmer. In de midden Keizertijd verandert dit. Een groot gedeelte van het materiaal dat gebruikt wordt is gewonnen uit de regio en Italië, maar daarnaast wordt er marmer en ook graniet geïmporteerd uit Griekenland, Turkije en Egypte. Naar mijn mening kan dit te maken hebben met het verkrijgen van meer prestige en uiteraard het groeien van het Rijk. Tevens was het een 114
109 rustigere periode voor het Romeinse rijk waardoor het importeren van materialen mogelijk werd gemaakt Wat heeft Vitruvius hierover te zeggen? Hierover kan ik heel kort zijn. Vitruvius heeft materiaal wel opgenomen in zijn werk, maar dan specifiek kijkend naar de samenstelling van bijvoorbeeld baksteen. Voor het bovenstaande is dit niet van toepassing Redenering achter de bouw Omdat de datering van de tempels in alle geanalyseerde onderdelen is meegenomen, zal ik deze niet apart behandelen en gelijk verder gaan met de reden waarom de tempel gebouwd is. Hierin heb ik onderscheid gemaakt in de volgende redenen: de verering van een voorganger of partner; ter ere van een behaalde overwinning; romanisering; een connectie leggen met een geïdealiseerde voorganger; als representatie van het gehele Romeinse rijk; onbekend. Hierbij wordt met romanisering bedoeld een manier om een nieuwe stad/provincie over te laten gaan op de Romeinse manier van leven/geloven. Uiteraard heb ik ook hier een diagram van opgezet. Diagram 14. Redenering achter de bouw Waarom is de tempel gebouwd Zoals uit bovenstaand diagram naar voren komt was het grootste gedeelte van de tempels gebouwd om een voorganger of partner te vereren. Ook waren er een redelijk aantal tempels ter ere van een overwinning gebouwd en voor het leggen van een connectie met een geïdealiseerde voorganger, zoals Augustus of Julius Caesar. Helaas is voor bijna hetzelfde aantal tempels niet bekend waarom deze gebouwd zijn. Zowel romanisering als de representatie van het rijk zijn niet veel voorkomend, beide één keer. Wanneer de datering van de tempels als variabele wordt toegevoegd veranderd er niet veel aan het bovenstaande. De Tempel van Vesta uit 80 v. Chr. is gebouwd ter ere van de 115
110 overwinning op Spartacus. In het tijdvak 50-0 v. Chr. waren van de drie tempels twee gebouwd ter ere van een overwinning, de Tempel van Mars Ultor en de Tempel van Apollo Palatinus. Tevens waren er twee gebouwd als connectie met een geïdealiseerde voorganger en tevens één voor de verering van een voorganger. Als de bovenstaande redeneringen bij elkaar worden opgeteld komt men uit op meer redeneringen dan tempels die onderzocht zijn binnen dit vak. De reden daarvoor is dat zowel de Tempel van Mars Ultor als de Tempel van Divus Julius zijn gebouwd om meerdere redenen. Zo is de Tempel van Mars Ultor gebouwd om de overwinning op Brutus en Cassius, de moordenaars van Caesar, te vieren en daarmee ook een connectie te leggen met zijn adoptief vader, Julius Caesar. De Tempel van Divus Julius is gebouwd om Julius Caesar te eren, maar tevens om zijn band met deze, nu vergoddelijkte, adoptief vader aan te halen. Voor de tempels gebouwd in de eerste eeuw v. Chr. is het alleen voor de Tempel van Jupiter mogelijk een hypothese op te stellen betreffende de redenering. De tempel is gebouwd op dezelfde plaats als een eerder heiligdom. Het toestaan van het altaar en de grote toren binnen het nieuwe heiligdom is, naar mijn mening, mogelijk een poging geweest tot romanisering. De vier tempels onderzocht tussen n. Chr. hadden verschillende redenen. Twee tempels waren gebouwd om een voorganger te eren, hiermee worden uiteraard de Tempel van Antoninus en Faustina en de Tempel van Divus Hadrianus bedoeld. Daarnaast zou de Tempel van Venus en Roma zijn gebouwd als representatie van het gehele Romeinse rijk en het Pantheon mogelijk om een connectie te leggen met Augustus via Agrippa Analyse van de redenering v. Chr. De Tempel van Vesta in Tivoli is gebouwd om de overwinning op Spartacus te eren v. Chr. Binnen dit tijdvak zijn twee van de drie tempels gebouwd om een overwinning te vieren en om een connectie te leggen met een geïdealiseerde voorouder. Het vereren van een vergoddelijkte voorouder komt één keer voor. De reden daarvoor kan uiteraard zijn dat in de Republiek en de zeer vroege keizertijd het vergoddelijken van een heerser niet gebruikelijk was n. Chr. Voor de Tempel van Jupiter kan het aannemelijk worden gemaakt dat deze is gebouwd om de bewoners van Heliopolis te romaniseren n. Chr. Van de vier tempels zijn er twee gebouwd om ter ere van een persoon, beide gebouwd onder Antoninus Pius. Het gaat hier natuurlijk om de Tempel van Antoninus en Faustina en de Tempel van Divus Hadrianus. Daarnaast is er één tempel gebouwd als vertegenwoordiging van het gehele rijk, niet alleen qua religie, maar ook kunst en cultuur daarin meenemend. Zoals hierboven al vermeld, was het Pantheon mogelijk gebouwd om een link te leggen tussen Hadrianus en Augustus. Onbekend Van de drie tempels waarvan de datering niet zeker is, is van één tempel de redenering te achterhalen al zij het gebrekkig. Het Maison Carrée is gebouwd om een persoon of personen te vereren. Voor wie de tempel precies is gebouwd is daarbij niet zeker. Mocht de tempel gebouwd zijn door Hadrianus is het zelfs nog mogelijk dat het gaat om een connectie tussen hem en Augustus. 116
111 Samenvattend kan gesteld worden dat de redenering achter de bouw van een tempel dusdanig verschild dat hier geen trend in te ontdekken is. In zowel de vroege als de midden keizertijd werden tempels gebouwd ter ere van een overwinning, maar ook om een voorganger/ouder te eren. In het totaal plaatje zijn twee tempels afwijkend. De Tempel van Jupiter die mogelijk gebouwd is voor de romanisering van de lokale bevolking en de Tempel van Venus en Roma dat als representatie moest dienen voor het gehele Keizerrijk Wat heeft Vitruvius hierover te zeggen? Vitruvius behandeld in zijn werk de manier van bouwen en de achterliggende gedacht van symmetrie en proporties. Waarom een tempel gebouwd zou moeten worden laat hij daarbij achterwege De analyse v. Chr. Binnen dit tijdvak is één tempel onderzocht, namelijk de Tempel van Vesta in Tivoli. Deze was buiten de stad gebouwd op een verhoogd forum nabij een rivier en heeft een zuidwestelijke oriëntatie. De tempel had 18 gecanneleerde, Korinthische zuilen van 7,10m hoog, waarvan er nu nog 10 overeind staan. Het heeft opvallende kapitelen, omdat naast acanthusbladeren ook een soort varenachtig blad is gebruikt. Op de sima zijn geen leeuwenhoofden aangebracht en het had een tweeledige architraaf. Qua materiaal is het alleen bekend dat er gebruik is gemaakt van travertijn. Gezien Tivoli een belangrijke vindplaats is van travertijn is het aannemelijk dat dit lokaal gewonnen is. De Tempel van Vesta is gebouwd om de overwinning op Spartacus te eren v. Chr. Voor dit tijdvak zijn drie tempels onderzocht namelijk de Tempel van Mars Ultor, de Tempel van Divus Julius en de Tempel van Apollo Palatinus. In eerste instantie zal ik het Maison Carrée hier niet in meenemen. Twee van de drie tempels zijn gebouwd op een forum en alle binnen de stad. De oriëntatie van de tempels is voor elke tempel verschillend en ook het plattegrond verschilt per tempel. Hieruit is geen trend te achterhalen. Het pycnostyle type lijkt binnen dit tijdvak preferent te zijn samen met zes zuilen in de eerste rij. Voor de grote vallen twee van de drie tempels binnen de categorie m 2, namelijk de Tempel van Divus Julius en de Tempel van Apollo Palatinus. Het was binnen deze periode niet gebruikelijk om zuilen en nissen in de cella te plaatsen, met uitzondering van de Tempel van Mars Ultor. Deze had wel zuilen, maar geen nissen in de cella. De zuilen van de tempels waren moeilijker te onderzoeken. Voor de zuilen van de Tempel van Apollo Palatinus was wel de hoogte bekend en dat deze Korinthisch waren, maar niet of ze daarnaast gecanneleerd zijn geweest. Voor de Tempel van Divus Julius is geen informatie bekend over de zuilen. Ook over het entablement van deze tempels is gezamenlijk te weinig bekend om uitspraken over te doen. De Tempel van Mars Ultor had leeuwenhoofden op de sima en een drieledige architraaf. Van de Tempel van Divus Julius weten we dat deze geen leeuwenhoofden op de sima had en een tweeledige architraaf. Over het entablement van de Tempel van Apollo Palatinus is niets bekend. Over het materiaal is weten we meer. Zo is voor alle drie de tempels marmer, travertijn en tufsteen gebruikt. Het materiaal is voornamelijk uit de regio verkregen en uit Italië zelf. Er heeft geen import van materiaal plaatsgevonden. Voor de redenering geld dat twee van de drie zijn gebouwd ter ere van een overwinning en twee om een link te leggen met een geïdealiseerde, en in dit geval 117
112 vergoddelijkte, voorganger, Julius Caesar. Hierbij komt weer duidelijk naar voren dat een tempel om meerdere redenen gebouwd kan worden. Wanneer het Maison Carrée in 19 v. Chr. wordt gedateerd komt er wel degelijk een mogelijke trend naar voren, alleen niet binnen de Keizertijd. Het Maison Carrée heeft een pseudoperipterale plattegrond net als de Tempel van Apollo Palatinus. Als er ook wordt gekeken naar tempels in de late Republiek lijkt dit tempel type populair te zijn geweest. In de latere keizertijd ben ik dit type alleen tegen gekomen in een tempel voor Minerva in Engeland uit de tweede eeuw na Christus n. Chr. Binnen deze periode zijn twee tempels onderzocht, namelijk de Tempel van Jupiter en de Tempel van Bel. Beide zijn gebouwd binnen een heiligdom en lagen buiten de stad. De oriëntatie verschilt wel, de Tempel van Jupiter is naar het noordoosten gericht en de Tempel van Bel naar het westen. Beide tempels hebben een pseudodipterale plattegrond met een pycnostyle intercolumnium en waren groot. Ook hadden ze allebei acht zuilen in de eerste rij. Van de Tempel van Bel is het bekend dat deze zowel zuilen als nissen in de cella had. Van de cella van de Tempel van Jupiter is weinig van overgebleven, maar omdat zuilen en nissen in de nabij gelegen tempels ook is gebruikt is het gebruik daarvan wel aannemelijk. Alleen van de Tempel van Jupiter is de hoogte van de zuilen bekend, namelijk 22m. Deze zijn Korinthisch en niet gecanneleerd. Voor de Tempel van Bel geld dat de zuilen alleen aan de onderkant niet gecanneleerd waren. Het meest opvallende aan de zuilen van de Tempel van Jupiter zijn de in elkaar grijpende spiralen. Van de Tempel van Bel is er niets overgebleven van de versiering van de kapitelen. Het entablement verschilt ook bij deze beide tempels. Jupiter heeft leeuwenhoofden en een drieledige architraaf terwijl Bel dit niet heeft en een tweeledige architraaf. Verder is alleen van de Tempel van Jupiter informatie beschikbaar over het materiaal en de redenering. De gevonden zuilen zijn opgetrokken uit Egyptisch graniet en daarmee dus geïmporteerd vanuit het buitenland. Voor de redenering is het aannemelijk dat dit is gedaan als middel ter romanisering van de lokale bevolking n. Chr. Voor deze periode zijn vier tempels onderzocht, namelijk de Tempel van Venus en Roma, de Tempel van Antoninus en Faustina, het Pantheon en de Tempel van Divus Hadrianus. Alle lagen op een forum binnen de stad. Net als bij de voorgaande perioden verschilt de oriëntatie per tempel. Hetzelfde geld voor de plattegronden van de tempels. Wanneer er gekeken wordt naar het aantal zuilen in de eerste rij valt op dat van de vier tempels, twee tempels octastyle waren, namelijk het Pantheon en de Tempel van Divus Hadrianus. Daarnaast waren alle tempels pycnostyle. Voor de grote van de tempel laat ik het Pantheon buiten beschouwing omdat dit een ronde tempel is. Van de drie overgebleven tempels vallen twee in de categorie m 2. De Tempel van Venus en Roma is aanzienlijk groter, namelijk m 2. Ook over de aan- of afwezigheid van zuilen in de cella kan ik kort zijn. Van de vier tempels hadden er drie zuilen in de cella, namelijk de Tempel van Venus en Roma, het Pantheon en de Tempel van Divus Hadrianus. Voor de nissen geldt het omgekeerde, alleen het Pantheon had nissen. Bij de zuilen zelf komt men dezelfde verhoudingen tegen. Drie van de vier tempels hadden zuilen binnen de categorie 10-15m en drie van de vier waren niet gecanneleerd. Voor het entablement komt men een kleine verschuiving daarin tegen. Twee van de vier tempels 118
113 hadden leeuwenhoofden op de sima, maar vervolgens hebben drie van de vier tempels een tweeledige architraaf. Tevens is het binnen deze periode voor het eerst te zien dat er op enige regelmaat materiaal uit het buitenland wordt geïmporteerd voor de bouw van tempels. Hierbij valt te denken aan Proconnesisch marmer en ook graniet uit de groeves bij Aswan, Egypte. Wanneer men gaat kijken naar de redenering achter de bouw valt op dat twee tempels zijn gebouwd ter ere van een keizer of partner, deze zijn dan ook (gedeeltelijk) vernoemd naar de persoon in kwestie Antoninus en Faustina en Divus Hadrianus. Daarnaast is één tempel gebouwd als representatie van het gehele rijk en één als mogelijke connectie naar Augustus. Gebieden Wat opvalt in de gegevens zoals zij binnen dit hoofdstuk zijn weergegeven, is dat de tempels gebouwd in het Midden Oosten aanzienlijk groter waren dan in de rest van het Rijk. Tevens werd er gebruik gemaakt van grotere zuilen en lagen alle tempels buiten de stad. Helaas is van twee van de vier tempels niet met zekerheid te achterhalen wanneer deze zijn gebouwd. Ook het waarom blijft bij drie van deze tempels een vraagteken Vitruvius draait zicht om? Bij de bovenstaande onderdelen is elke keer aangegeven of datgene wat gebouwd is in overeenstemming is met de geschriften van Vitruvius. Hieronder zal kort worden ingegaan of hier een verschil per periode heeft plaatsgevonden. Ook dit zal per onderdeel besproken worden Locatie Voor beide perioden, zowel onder Augustus als onder Hadrianus en Antoninus Pius, zijn de tempels binnen de stad gebouwd. Ook wanneer het gewijd is aan Mars of Venus. In dit geval wordt er in geen van de perioden rekening gehouden met de geschriften van Vitruvius. Hij geeft duidelijk aan dat wanneer er een tempel aan Mars of Venus wordt gebouwd, deze buiten de stad moet worden geplaats. Dit om te voorkomen dat de lokale bevolking onder invloed komt van deze goden. Tevens is de oriëntatie in beide perioden voor elke tempel verschillend, met een voorkeur richting oosten, of dit nu noordoost of zuidoost is. Twee tempels uit deze perioden zijn westelijk georiënteerd, de Tempel van Apollo Palatinus en de Tempel van Venus en Roma. Sinds Virtuvius voorschrijft dat tempels westelijk georiënteerd moeten zijn wordt hier in beide perioden niet aan voldaan De tempel Uiteraard heeft Vitruvius ook voor de tempelplattegronden genoeg regels opgesteld. Zo moet een peripterale tempel zes zuilen hebben. De peripterale tempels in beide perioden hebben er acht en komen dus niet overeen. Ook het eustyle type voor het intercolumnium, die de voorkeur draagt van Vitruvius, komt in de onderzochte perioden niet voor. De voorkeur gaat sterk uit naar het pycnostyle type, die volgens Vitruvius te smal zou zijn De zuilen Voor de zuilen heb ik voornamelijk gekeken naar de kapitelen, omdat de afmetingen van de zuilen aan de hand van de voorradige foto s niet te herleiden waren. De kapitelen moeten volgens Vitruvius eindigen in voluten die in de hoeken samenkomen. Dit is bij alle tempels het geval, met uitzondering van de Tempel van Mars Ultor. In de cella van deze tempel zijn de voluten vervangen door een paard, mogelijk Pegasus. 119
114 Entablement en fronton De regels voor de fasciae van de architraaf zijn aan de hand van de beschikbare foto s niet te controleren. Wel is het mogelijk geweest een ander regelement na te gaan, namelijk de aanwezigheid van leeuwenhoofden op de sima. Van de tempels die zijn gebouwd in opdracht van Augustus, had één tempel de voorgeschreven hoofden. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat van de Tempel van Apollo Palatinus niets bewaard is gebleven van het entablement, waardoor dit mogelijk een vertekend beeld oplevert. Twee van de vier tempels gebouwd onder Hadrianus en Antoninus Pius hebben de leeuwenhoofden op de sima. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat gedurende de regering van Hadrianus en Antoninus Pius er meer aandacht wordt geschonken aan de richtlijnen van Vitruvius betreffende het entablement van een tempel Conclusie Het algemene plaatje laat zien dat er geen verschil aanwezig is tussen de tempels gebouwd onder Augustus en de tempels gebouwd onder Hadrianus en Antoninus Pius, wanneer er wordt gekeken naar het werk van Vitruvius. Voor het entablement houden de tempels onder deze laatst genoemden zich iets meer aan de voorschriften. Dit kan een vertekend beeld zijn door het ontbreken van informatie over de Tempel van Apollo Palatinus en het aantal tempels dat is onderzocht. 120
115 15 Romeinse provinciën: Jupiter versus Mithras? In dit hoofdstuk zal verder worden gekeken naar de tempels in de Romeinse provinciën. Hierbij zal ik geen aandacht wijden aan de architectuur die is toegepast, maar aan de goden aan wie de tempel is gewijd. De reden waarom de architectuur hierbij niet behandeld wordt, heeft te maken met een ernstig gebrek aan bruikbare informatie. Hoewel tempels uit de provinciën in meerdere werken genoemd worden, zijn er maar een aantal die ook daadwerkelijk goed worden uitgewerkt. Voor dit onderdeel van mijn onderzoek heb ik een aantal gebieden afgebakend, namelijk: de noordelijke provinciën, daarmee kijkend naar Romeinse tempels in het huidige Groot Brittannië, Duitsland en Frankrijk; Klein Azië ofwel Turkije; Griekenland; Afrika, daarmee kijkend naar Tunesië, Egypte en Libië; Het Midden Oosten, daarmee uiteraard kijkend naar Libanon en Syrië; Spanje. Net als in de analyse hier voorafgaand, zal ik per onderdeel, of in dit geval gebied, de wijding van de tempels doornemen. Hierbij zal aandacht worden besteed aan de wijding, maar ook de datering van de tempels. Voor de wijding van de tempels heb ik onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën: Capitolijnse goden: hiermee bedoel ik niet uitsluitend het trio Jupiter, Juno en Minerva samen, maar ook de goden onafhankelijk van elkaar; Keizercultus: alle tempels gewijd aan een keizer of diens partner; Romeinse goden: alle Romeinse goden, met uitzondering van de Capitolijnse goden; Geïmporteerde goden: alle goden die vereerd worden in de provinciën zijn voor de lokale bevolking geïmporteerd. Hiermee doel ik dan ook op de goden vanuit de provinciën die zijn overgenomen door de Romeinen De noordelijke provinciën Het grootste gedeelte van de tempels die zijn onderzocht voor de noordelijke provinciën komen uit het huidige Groot Brittannië. Er zijn tempels meegenomen uit: Londen; Bath; Rudchester; Carrawburgh; Housesteads; Wroeter; Colchester. Uit Duitsland is één plaats onderzocht, namelijk Trier en voor Frankrijk twee: Vienne en Nîmes. De wijding en datering van de tempels is terug te zien in diagram 15. Omdat het aantal tempels per gebied niet erg groot is, heb ik ervoor gekozen binnen de diagrammen geen gebruik te maken van percentages maar van de daadwerkelijke aantallen. Het eerste wat opvalt, is dat er geen tempels gewijd zijn aan de standaard Romeinse goden en daarnaast een groot aantal, vijf, die gewijd zijn aan de geïmporteerde goden. Aan de keizercultus zijn drie van tempels gewijd en twee aan een van de Capitolijnse goden. 121
116 Diagram 15. Wijding en datering. Net als bij de analyse hiervoor, zal er nu worden gekeken wat er gebeurt op het moment dat ook de datering van deze tempels een rol gaat spelen. Er zijn geen tempels meegenomen uit de eerste eeuw voor Christus, dus er zal eerst gekeken worden naar de eerste eeuw na Christus. Binnen deze periode zijn drie tempels bekeken. De eerste tempel is gelegen nabij het huidige Colchester. Lewis 131 geeft aan dat deze tempel gewijd was aan keizer Claudius. Ook de tempel in Vienne is gewijd aan de keizercultus, in dit geval aan Augustus en Livia (Wilson Jones 2000: 222). De laatste tempel, gelegen in Trier, was gewijd aan een geïmporteerde god, namelijk de Griekse god Asclepius (Kuhnen 2001: 76). Kortom, van de drie tempels waren er drie gewijd aan de keizercultus en één aan een geïmporteerde god. Uit de tweede eeuw na Christus is één tempel bekeken, namelijk de Tempel van Sulis Minerva in Bath. Deze was daarmee gewijd aan één van de Capitolijnse goden (Sear 1982: 23). Voor de derde eeuw na Christus zijn een groter aantal tempels gevonden, namelijk vijf. Van deze vijf tempels waren er vier gewijd aan een geïmporteerde god, Mithras, en één aan één van de Capitolijnse goden, mogelijk Jupiter. Opvallend is dat er voornamelijk in de derde eeuw na Christus meer tempels gewijd zijn aan geïmporteerde goden, één geïmporteerde god om precies te zijn, Mithras. In de voorgaande perioden is hij niet naar voren gekomen. Gezien het geringe aantal tempels wil dit uiteraard niet zeggen dat deze er niet geweest zijn. Als er niet gekeken wordt naar de datering van de tempels, maar naar het gebied waarin deze zijn gevonden, valt op dat in Groot Brittannië er nog enige differentiatie aanwezig is binnen de wijding van de goden. Voor Duitsland en Frankrijk zijn er in principe te weinig tempels gevonden om hier daadwerkelijk iets over te zeggen. Wat wel opvalt, is dat er geen tempels zijn gewijd aan Mithras in Frankrijk en Duitsland. Dit kan uiteraard weer verbonden zijn aan de datering van deze tempels, gezien twee van de drie uit de eerste eeuw voor Christus stammen en van de derde is de datering niet zeker. 131 Lewis 1965:
117 15.2 Klein Azië Binnen dit onderdeel zijn alle bekeken tempels gelegen in het huidige Turkije en gaat het om de volgende plaatsen: Ankara; Cyzicus; Ephesus, drie tempels; Pergamon; Antioch. De informatie van deze zeven tempels heb ik samengevat in diagram 16. Diagram 16. Wijding en datering van de tempels in Klein Azië. De bovenstaande diagram laat het in principe al zien. In Klein Azië waren het grootste aantal tempels gewijd aan een keizer. Drie van de zeven tempels waren gewijd aan Hadrianus, in Pergamon bevond zich het Trajaneum en in Ephesus bevond zich naast een tempel voor Hadrianus tevens een tempel gewijd aan Domitianus. De vroegste tempel, uit Ankara, is gewijd aan Rome en Augustus (Lyttelton 1974: 59). In Ephesus is tevens de enige tempel gewijd aan een geïmporteerde god te vinden, namelijk de Tempel van Serapis (Lyttelton 1987: 39). Er is gekozen om drie tempels uit één plaats te bekijken, omdat het een goede indicatie kan geven van de tendens in Klein Azië. Binnen één plaats zijn twee tempels gebouwd die beide gewijd zijn aan een keizer en één aan een geïmporteerde god. 123
118 15.3 Griekenland Binnen Griekenland heb ik in Athene twee tempels bekeken en in Korinthe tevens twee tempels. De gegevens zijn vervolgens verwerkt in diagram 17. Diagram 17. De wijding en datering van Romeinse tempels in Athene en Korinthe. In Griekenland vinden we de eerste tempel die gewijd is aan een standaard Romeinse god, namelijk de Tempel van Venus in Korinthe (Williams 1987: 29). Van de resterende drie tempels zijn er twee gewijd aan de keizercultus, namelijk de Tempel van Octavia in Korinthe en de Tempel van Rome en Augustus in Athene, en één aan een Capitolijnse god, de Tempel van Olympische Zeus in Athene. Het aantal tempels is te laag om daadwerkelijk iets te kunnen zeggen over de datering in samenwerking met de wijding. Twee van de vier tempels zijn gebouwd in de eerste eeuw na Christus, namelijk de Tempels van Venus en Octavia. De Tempel van Rome en Augustus is gebouwd in de eerste eeuw voor Christus terwijl de Tempel van Olympische Zeus gebouwd is in de tweede eeuw na Christus Afrika Bij dit onderdeel heb ik gekeken naar tempels in de volgende plaatsen: Dougga, ook wel Dugga of Thugga genoemd (vijf keer); Aleandrië; Philae; Lepcis Magna. Wanneer de gegevens van deze acht plaatsen samen worden gevoegd heeft dit diagram 18 als gevolg. Ook hier is ervoor gekozen om meerdere tempels uit één plaats te nemen om te kijken of hier een trend in waar te nemen is. Zoals uit het diagram naar voren komt zijn er evenveel tempels gebouwd gewijd aan een Capitolijnse god als aan de keizercultus. Tevens zijn twee tempels gewijd aan standaard Romeinse goden, namelijk Mercurius en Saturnus (Pfeiffer 1931: 148). Het opvallende daarbij is dat beide tempels zijn gebouwd in Dougga. De tempels in Egypte zijn beide gewijd aan de keizercultus, namelijk het Caesarium in Aleandrië en de Tempel van Augustus op Philae. Ook in Lepcis Magna gaat het om een tempel gewijd aan de keizercultus, namelijk Rome en Augustus (Tomlinson 2000: 192). 124
119 Diagram 18. Wijding en datering van de tempels in Afrika. Wanneer ook de datering wordt meegenomen valt op dat in de eerste eeuw voor en de eerste eeuw na Christus alle bekeken tempels gewijd zijn aan de keizercultus. In de tweede eeuw na Christus vond er een verschuiving plaats naar de Capitolijnse goden en de standaard Romeinse goden. Ook de tempel uit de derde eeuw na Christus was gewijd aan een Capitolijnse god. Het opvallende bij de tempels in Afrika is dat er geen enkele tempel gewijd is aan een geïmporteerde god. Nu moet daarbij opgemerkt worden dat een groot aantal goden die zijn opgenomen door de Romeinen van Egyptische afkomst zijn. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan de godin Isis Midden Oosten Binnen dit onderdeel zijn alleen tempels in Baalbek, Libanon, bekeken. Deze zijn uiteraard in de vorige hoofdstukken al uitvoerig beschreven. Zo weten we dat het gaat om de Tempel van Jupiter uit de eerste helft van de eerste eeuw voor Christus. Van de Tempel van Bacchus en de Tempel van Venus is de datering niet met zekerheid vast te stellen. Ook de wijding van deze laatste twee tempels is niet zeker. Het enige wat gezegd kan worden over deze tempels is dat er één gewijd is aan de Capitolijnse god Jupiter en de resterende twee (mogelijk) aan standaard Romeinse goden Spanje In Spanje is gekeken naar een zestal tempels uit de volgende plaatsen: Saguntum; Augusta Emerita; Belo; Microbriga (twee tempels); Tarraco. Wat in onderstaand diagram 19 opvalt, is de aanwezigheid van een redelijk aantal tempels gewijd aan geïmporteerde goden. Van de zes tempels zijn er drie hieraan gewijd. Twee van de zes tempels zijn gewijd aan standaard Romeinse goden, in dit geval Diana in Augusta Emerita en Venus in Microbriga (Mierse 1999: 65 en 220). 125
120 Diagram 19. Wijding en datering van tempels in Spanje. Wanneer de datering van de tempels wordt toegevoegd veranderd het beeld weinig. In zowel de eerste eeuw voor als na Christus werd er een tempel gewijd aan een geïmporteerde god, in dit geval Serapis en Isis. Geen van de tempels die bekeken zijn dateren uit de tweede eeuw na Christus. In de derde eeuw na Christus wordt het merendeel van de tempels gewijd aan de standaard Romeinse en de geïmporteerde goden, maar komen we tevens de eerste tempel tegen die gewijd is aan de keizercultus. Het gaat hier om de Tempel van Augustus in Tarraco (Boatwright 2000: 111) De analyse Hierboven zijn alle bestudeerde delen van het Romeinse rijk afzonderlijk besproken. Nu wordt het dan ook tijd om deze informatie samen te voegen. Daarvoor heb ik alle besproken plaatsen, het soort wijding en de datering verzameld in een tabel en deze vervolgens weer omgezet in onderstaande tabel 20. Diagram 20. Overzicht van alle wijdingen en dateringen van de bekeken tempels. 126
121 In het diagram is duidelijk te zien dat de tempels gewijd aan een keizer in de meerderheid zijn met 34,47%. Met 23,68% komen de tempels gewijd aan geïmporteerde goden op de tweede plaats. Opvallend genoeg zijn het minste aantal tempels gewijd aan een Capitolijnse god. Wanneer de datering van de verschillende tempels worden gekoppeld aan de wijding van de tempels, komt een duidelijk patroon naar voren. In de eerste eeuw voor Christus was de helft van de tempels gewijd aan een keizer of diens partner met daarnaast 25% aan de standaard Romeinse goden en geïmporteerde goden. Als men vervolgens naar de eerste eeuw na Christus kijkt valt het gelijk op dat de tempels gewijd aan de keizercultus aanzienlijk zijn gestegen van 50% naar 66,66%. Het aantal tempels gewijd aan geïmporteerde goden blijft gelijk terwijl de wijding aan standaard goden niet meer naar voren komt. Wel was er één tempel gewijd aan een Capitolijnse god, namelijk de Tempel van Jupiter in Baalbek. In de tweede eeuw na Christus daarentegen komt hier alweer een verandering in. Het aantal tempels gewijd aan de keizercultus loopt sterk terug van 66,66% naar 36,36% en het aantal wijdingen aan één van de Capitolijnse goden (25%) en de standaard Romeinse goden (27,27%) lopen weer op. Met de komst van de derde eeuw na Christus is de wijding aan de keizercultus uit het beeld verdwenen. Een hoog percentage, 44,44%, van de tempels zijn gewijd aan geïmporteerde goden, 33,33% aan de standaard Romeinse goden en 22,22% aan één van de Capitolijnse goden. Zoals uit het bovenstaande duidelijk naar voren komt is dat er wel degelijk een voorkeur is geweest qua wijding van de tempel binnen de verschillende perioden. Laten we nu gaan kijken wat er gebeurt wanneer niet de datering maar de locatie de belangrijkste factor is. Om dit zo overzichtelijk mogelijk weer te geven heb ik ervoor gekozen dit in onderstaande tabel 2 weer te geven. Locatie Capitolijns 1 e eeuw v. Chr. 1 e eeuw n. Chr. 2 e eeuw n. Chr. 3 e eeuw n. Chr. Onbekend Keizer Romeins Geïmporteerd Noordelijk 20% 30% - 50% - 30% 10% 50% 10% Klein Azië - 71,42% - 14,28% 14,28% 71,42% - - Griekenland 25% 50% 25% - 25% 50% 25% - - Afrika 37,5% 37,5% 25% - 12,5% 25% 50% 12,5% - Spanje - 16,66% 33,33% 50% 33,33% 33,33% - 33,33% - Tabel 2. Overzicht van de wijdingen en dateringen per locatie Zoals in de bovenstaande tabel te zien is, ligt bij de noordelijke provinciën van het Romeinse rijk de nadruk op geïmporteerde goden met daarbij tevens het merendeel van de tempels gebouwd in de derde eeuw na Christus. In het hierboven beschrevene is al naar voren gekomen dat het grootste aantal van deze tempels in het huidige Groot Brittannië liggen. In Klein Azië daarentegen was het merendeel van de tempels gewijd aan de keizercultus met daarnaast een klein gedeelte gewijd aan geïmporteerde goden. Het grootste percentage van deze tempels waren gebouwd in de tweede eeuw na Christus. Voor Griekenland is het beeld meer verdeeld. 50% van de tempels zijn gewijd aan de keizercultus met 25% van de tempels gewijd aan zowel één van de Capitolijnse goden en de standaard Romeinse goden. Dezelfde verdeling is terug te vinden in de dateringen van de tempels, 50% is gebouwd in de eerste eeuw na Christus met daarnaast 25% in de eerste eeuw voor Christus en de tweede eeuw na Christus. 127
122 In Afrika is voor de wijding van de tempels een vrijwel evenredig verdeeld beeld naar voren gekomen met 37,5% gewijd aan zowel een Capitolijnse god als de keizercultus en 25% aan de standaard Romeinse goden. Hier is wel meer verspreiding te zien in de dateringen dan in, bijvoorbeeld Griekenland. Het grootste gedeelte van de tempels, 50%, is gebouwd in de tweede eeuw na Christus, met daarnaast 25% in de eerste eeuw na Christus en 12,5% in de eerste eeuw voor Christus en de derde eeuw na Christus. Voor Spanje zijn de percentages ongeveer gelijk aan die van de noordelijke provinciën, behalve dan dat deze zijn gewijd aan andersoortige goden. Net als in deze noordelijke provinciën is 50% gewijd aan geïmporteerde goden, maar daarnaast is 33,33% gewijd aan de standaard Romeinse goden en 16,66% aan de keizercultus. De dateringen zijn evenredig over drie eeuwen verspreid, namelijk 33,33% is gebouwd in de eerste eeuw voor Christus, de eerste eeuw na Christus en de derde eeuw na Christus. Uit het bovenstaande komt duidelijk naar voren dat er ook binnen de verschillende locaties/gebieden een voorkeur is geweest in de wijding van de tempels. Zo ging in het noorden de voorkeur uit naar de geïmporteerde goden met een duidelijke preferentie voor Mithras. In Klein Azië en Griekenland was de keizercultus populair. Voor Afrika werden zowel de Capitolijnse goden als de keizercultus vaak geëerd en in Spanje gaat de voorkeur vervolgens weer uit naar geïmporteerde goden. Hierbij is geen preferentie te achterhalen voor een bepaalde godheid. 128
123 16 Conclusie Het onderzoek zoals dat hierboven gepresenteerd is heeft als einddoel een antwoord te geven op de volgende onderzoeksvraag: Welke patronen en ontwikkelingen zijn waarneembaar binnen de Romeinse tempelarchitectuur onder de regering van Augustus en welke onder de regering van Hadrianus en Antoninus Pius? Hiervoor is gekeken naar een aantal tempels in Rome en de provinciën en zijn er een drietal deelvragen opgesteld, namelijk: Is er gebruik gemaakt van lokale materialen of werd voor de bouw materiaal geïmporteerd vanuit Italië? Gekeken naar de gebruikte tempelarchitectuur, is er een verschil waarneembaar in het gebruik van de canon van Vitruvius? Werd dit meer of minder aangehouden in de vroege Keizertijd of de midden Keizertijd?; Is er een voorkeur merkbaar in de wijding van de tempels in de provinciën? Zo ja, welke? Eerst zal hieronder een korte samenvatting worden gegeven van het onderzoek. Vervolgens zal ik ingaan op de deelvragen om te eindigen met de onderzoeksvraag en verschillende onderwerpen voor vervolgonderzoek. Zoals uit de analyse naar voren is gekomen zijn de meeste tempels gebouwd op een forum en daarmee binnen de stad gebouwd. Het merendeel was daarnaast op het noordoosten georiënteerd. De uitzondering hierop zijn de tempels in het Midden Oosten. Deze tempels waren buiten de stad gebouwd en in het geval van de Tempel van Jupiter en Bel tevens geplaatst binnen een heiligdom. Bij de tempelplattegronden was er een duidelijke voorkeur voor een pycnostyle intercolumnium en acht zuilen in de eerste rij van de pronaos. Een groot aantal tempels had zuilen in de cella, maar nissen werden niet toegepast. Dit met uitzondering van het Pantheon en de tempels in het Midden Oosten. Onder Hadrianus werden de tempels groter, maar konden qua grootte niet meten met de veel grotere tempels in Baalbek. Wanneer er naar de zuilen wordt gekeken valt op dat er een voorkeur bestaat voor niet gecanneleerde zuilen met een hoogte tussen de 10 en 15 meter. Alle tempels waren Korinthisch en bij het merendeel van de kapitelen waren de caliculi verticaal gecanneleerd. De zuilen gebruikt in het Midden Oosten waren groter dan in Rome. Voor het entablement geldt dat er in de midden Keizertijd een voorkeur bestond voor een tweeledige architraaf. In Baalbek hadden de tempels allemaal een drieledige architraaf. De aan- of afwezigheid van een leeuwenhoofd op de sima verschilt per tempel. Hierbij was niet aan te tonen of er in een bepaalde voorkeur een voorkeur heeft bestaan voor het gebruik van deze hoofden. Het soort materiaal dat gebruikt wordt is vrij uniform. Voor het merendeel van de tempels is travertijn en marmer gebruikt. Daarnaast werd er ook tufsteen en in een aantal gevallen, zoals het Pantheon, graniet gebruikt. Het gebruik van baksteen wordt bij een aantal tempels vermeld. De herkomst van het gebruikte materiaal verschilt per periode. In de vroege Keizertijd werd het materiaal regionaal of in ieder geval uit eigen land gewonnen werd. Binnen dit onderzoek wordt daarmee Italië bedoeld. De midden Keizertijd laat duidelijk zien dat er materiaal van ver geïmporteerd werd. Zo is er bij de constructie van het Pantheon materiaal uit Egypte gebruikt. De redenering achter de bouw van een tempel verschilt. Vaak werden tempels om meerdere redenen gebouwd. Zo werd de Tempel van Mars Ultor niet alleen gebouwd ter ere 129
124 van de overwinning op Brutus en Cassius, maar was het tevens een middel om een connectie te leggen met Julius Caesar. In hoeverre er werd gehouden aan de richtlijnen van Vituvius als ook de wijding van tempels in de provinciën zal hieronder besproken worden bij de deelvragen. De eerste deelvraag: Is er gebruik gemaakt van lokale materialen of werd voor de bouw materiaal geïmporteerd vanuit Italië? Deze vraag is hierboven reeds beantwoord. In de vroege Keizertijd werd er voornamelijk regionaal materiaal gebruikt en materiaal uit het land waarin de tempel is gebouwd. Met de midden Keizertijd kwam hier verandering in. Voor de tempels werd in deze periode materiaal van ver geïmporteerd. Voor zover bekend werd er in geen van de onderzochte perioden materiaal vanuit Italië naar de provinciën geëporteerd. De tweede deelvraag: Gekeken naar de gebruikte tempelarchitectuur, is er een verschil waarneembaar in het gebruik van de canon van Vitruvius? Werd dit meer of minder aangehouden in de vroege Keizertijd of de midden Keizertijd? De conformiteit aan de richtlijnen van Vitruvius verschilt weinig tussen de vroege en midden Keizertijd. Ongeacht de wijding van een tempel lag de voorkeur bij een locatie in de stad. Ook de oriëntatie was niet conform Vitruvius. Hij gaf aan dat een tempel, indien mogelijk, op het westen georiënteerd moet zijn, en niet naar het noordoosten zoals bij de meeste onderzochte tempels het geval is geweest. Een eustyle intercolumnium, zo geliefd door Vitruvius, komt bij de onderzochte tempels niet voor en ook het voorgeschreven aantal zuilen wordt niet nagevolgd. In de midden Keizertijd werd er voor het entablement meer gekeken naar deze richtlijnen, maar daar houdt het mee op. Het bovenstaande onderzoek geeft geen indicatie dat het werk van Vitruvius verplichte kost was voor de architecten van de vroege en midden Keizertijd. De enige richtlijn die gevolgd is in zowel de vroege als de midden Keizertijd heeft betrekking op de kapitelen. Deze moeten eindigen in voluten en, met uitzondering van de zuilen in de cella van de Tempel van Mars Ultor, is dit bij alle tempels toegepast. De derde deelvraag: Is er een voorkeur merkbaar in de wijding van de tempels in de provinciën? Zo ja, welke? Wanneer er gekeken wordt naar de wijding van tempels in de Romeinse provinciën door de eeuwen heen, is er inderdaad een voorkeur waar te nemen. Voor de noordelijke provinciën, met het merendeel in Groot Brittannië, werden het grootste aantal tempels gebouwd in de derde eeuw na Christus. Daarnaast was er een sterke voorkeur aanwezig voor geïmporteerde goden, voornamelijk Mithras. In Klein Azië werden de meeste, onderzochte, tempels gewijd aan de keizercultus. Het merendeel van deze tempels waren gebouwd in de tweede eeuw na Christus. Ook in Griekenland was het merendeel van de onderzochte tempels gewijd aan de keizercultus. De bouw van deze tempels vond voornamelijk plaats in de eerste eeuw na Christus. Van de onderzochte tempels in Afrika werden de meeste gewijd aan een Capitolijnse god of aan de keizercultus. De tempels werden voornamelijk gebouwd in de tweede eeuw na Christus. Voor Spanje geldt dit niet. Het merendeel van de tempels waren gewijd aan geïmporteerde goden, maar zonder de voorkeur voor Mithras. De bouw van de onderzochte tempels was evenredig verspreid over de eerste eeuw voor Christus, de eerste eeuw na Christus en de derde eeuw na Christus. Uit het bovenstaande komt naar voren dat er per gebied wel degelijk een voorkeur was voor de wijding van een tempel. De nadruk ligt daarbij op de geïmporteerde goden en de keizercultus. Het is in mijn mening opvallend dat de traditionele Romeinse goden en ook de Capitolijnse goden minder aanwezig waren. 130
125 De onderzoeksvraag: Welke patronen en ontwikkelingen zijn waarneembaar binnen de Romeinse tempelarchitectuur onder de regering van Augustus en welke onder de regering van Hadrianus en Antoninus Pius? Uit de analyse is naar voren gekomen dat er wel degelijk patronen en ontwikkelingen te achterhalen zijn tussen beide perioden. De tempels werden later in de keizertijd groter en het materiaal werd van ver geïmporteerd. Er was tevens een duidelijke invloed vanuit de Augusteïsche periode op de werken onder Hadrianus en Antoninus, wanneer er gekeken wordt naar bijvoorbeeld de kapitelen. Daarnaast zijn er veel overeenkomsten tussen beide perioden. De tempels werden nog voornamelijk binnen de stad gebouwd, met uitzondering van de tempels in het Midden Oosten. Ook het intercolumnium bleef gedurende deze perioden hetzelfde, namelijk pycnostyle. Het gebruikte materiaal, zoals vermeld, werd later van ver geïmporteerd, maar bleef voornamelijk bestaan uit marmer, travertijn en tufsteen. Wat ik opvallend vond gedurende dit onderzoek is dat de goed geconserveerde tempels, zoals de Tempel van Antoninus en Faustina en bijvoorbeeld de Tempel van Vesta, weinig worden gerepresenteerd in publicaties. Terwijl aan tempels die al geruime tijd geleden zijn vernietigd, denk daarbij aan de Tempel van Jupiter Capitolinus, ruim vertegenwoordigd worden. Hoe komt het dat men eerder geneigd lijkt te zijn onderzoek te doen naar iets dat niet meer bestaat dan naar datgene wat nog lijfelijk aanwezig is? Het onderzoek naar Romeinse tempelarchitectuur laat veel ruimte over voor verder onderzoek. Gedurende mijn onderzoek liep ik meermaals tegen een algemeen gebrek aan informatie aan. Het materiaal waaruit de verschillende tempels zijn opgetrokken wordt niet systematisch onderzocht. In sommige gevallen is er meer bekend (of gepubliceerd) over het materiaal gebruikt in een niet meer bestaande tempel dan in bijvoorbeeld de Tempel van Vesta. Ook de herkomst van dit materiaal wordt vaak niet grondig onderzocht of simpelweg niet gepubliceerd. Wanneer het bekend is uit welke groeve het materiaal is gehaald en wanneer deze in gebruik was, geeft dit niet meer inzicht in de datering van een tempel? Voor het Maison Carrée zou dit zeker niet verkeerd zijn. Wanneer er verder wordt gekeken naar de tempels en de goden aan wie zij gewijd zijn, is er een verschil zichtbaar tussen de architectuur gebruikt voor een traditionele Romeinse god of een geassimileerde? Ziet een tempel voor Venus er anders uit dan een tempel gewijd aan Isis? Zo ja, hoe? Zijn dit kleine ornamentele verschillen of ook verschillen in het plattegrond? Vanaf welke periode komt dit prominent naar voren? Behalve de architectuur is ook de betekenis van de tempel, naar mijn mening, een punt voor verder onderzoek. Wat betekende een tempel nu precies? Verschilt dit wanneer wordt gekeken vanuit het standpunt van de aristocratie of het gewone volk? Dit is een moeilijk onderwerp om te onderzoeken, maar wanneer er wordt gekeken naar dedicaties en vermeldingen in antieke teksten is er mogelijk een antwoord mogelijk. Als laatste is het geen verspilde moeite om het bovenstaande onderzoek uit te voeren op grotere schaal en mogelijk over meerdere perioden. Niet alleen kijkend naar de tempels onder Augustus, Hadrianus en Antoninus in Rome, maar ook de daartussen liggende perioden en mogelijk de provinciën. Kortom, er is nog genoeg te onderzoeken 131
126 Gebruikte afbeeldingen, tabellen en diagrammen 1 Marcus Virtuvius Pollio Afb. 1. De Man van Vitruvius volgens Leonardo da Vinci, uit: Afb Plattegronden van de verschillende tempelvormen, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: Afb. 4. Dorische en Ionische deur naar de richtlijnen van Vitruvius, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: 119 Afb. 5. Plattegrond van Vitruvius Etruskische tempel, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: 212, detail van afbeelding Afb. 6. De verhoudingen van het dak van een ronde monopterale of peripterale tempel, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgan 1914: De Tempel van Mars Ultor Afb. 7. Het vooraanzicht van de tempel van Mars Ultor, uit: Ramage en Ramage, 2000: 98, afb. 3.1 Afb. 8. Het Forum van Augustus met de Tempel van Mars Ultor, uit: Stamper 2005: 137, afb. 100 Afb. 9. De Keizer Fora te Rome, uit: Ramage en Ramage 2000: 99, afb. 3.3 Afb. 10. Kariatiden en het hoofd van Jupiter Ammon, uit: Stamper 2005: 138, afb. 101 Afb. 11. De ruïnes van de Tempel van Mars Ultor, uit: Ramage en Ramage 2000: 98, afb. 3.2 Afb. 12. Plattegrond van de Tempel van Mars Ultor, ui: Stamper 2005: 133, afb. 97 Afb. 13. Detail van het entablement en het kapiteel van een Korinthische zuil van de Tempel van Mars Ultor, uit: Stamper 2005: 135, afb. 99 Afb. 14. Basement van de Korinthische zuil aan de binnenkant van de cella van de Tempel van Mars Ultor, fragment uit de illustratie van B. Peruzzi, uit: Ganzert 1996:25, Afb. 21 bij 9, de bovenste tori, gevolgd door de eerste scotia, gevolgd door de astragals met touwmotief. Daaronder de onderste scotia en de tori met het verticale tong patroon. Afb. 15 Paard op het kapiteel in de cella van de Tempel van Mars Ultor, fragment uit de illustratie van B. Perzuzzi, uit: Ganzert 1996: 25, afb
127 3 De Tempel van Venus en Roma Afb. 16. De reconstructie van de Tempel van Venus en Roma, uit: Stamper 2005: 209, afb. 154 Afb. 17. Top van de heuvel Velia met uitzicht op de boog van Titus en de ruïnes van de Tempel van Venus en Roma. Op de achtergrond d het Colosseum., uit: fotograaf Aleander Z Afb. 18. Plattegrond van de Tempel van Venus en Roma en haar platform, uit: Stamper 2005: 210, afb. 155 Afb.19. Vooraanzicht van de ruïne van de Tempel van Venus en Roma gezien vanaf de kant van het Colosseum, uit: Ramage en Ramage 2000: 217, afb.7.15 Afb. 20. Peripterale en dipterale tempelplan volgens Vitruvius, uit: Vitruvius vertaald door M.H. Morgen 1960: 76 Afb. 21. Architraaf van de Tempel van Venus en Roma met eierranden, console en gootlijst, uit: Strong 1953: 128, afb. 3 Afb. 22. Plattegrond van de Tempel van Venus en Roma van Maentius, uit: Ramage en Ramage 200: 217, afb De Tempel van Antoninus en Faustina Afb. 23. Vooraanzicht van de reconstructie van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Adamy 1883: 207, afb. 55 Afb. 24. Plattegrond van het Forum Romanum met in het noordoosten de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Patterson 1992: 191, afb. 1 Afb. 25. Vooraanzicht van de Tempel van Antoninus en Faustina en de kerk van San Lorenzo in Miranda, uit: Ramage en Ramage 2000: 237, afb. 8.3 Afb. 26. Plattegrond van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Stamper 2005: 217, afb. 161 Afb. 27. Kapiteel van de Tempel van Mars Ultor, uit: 99 Stamper 2005: 135, detail uit afb. Afb. 28. Kapiteel van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Adamy 1883: 119, afb. 26 Afb. 22. Basement van de zuilen van de Tempel van Antoninus en Faustina (links) en de zuilengalerij van het Pantheon (rechts), uit: Wilson Jones 2000: 148, afb Afb. 30. Detail van het entablement van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Stamper 2005: 217, afb
128 Afb. 31. Architraaf, sima en kapitelen van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Adamy 1883: 119, afb. 26 Afb. 32. Soffiet van de Tempel van Antoninus en Faustina, uit: Adamy 1883: 14, afb, 57 5 De tempels van Augustus Afb. 33. Reconstructie van de Tempel van Divus Julius en de triomfboog, uit : Stamper 2005: 109, afb. 79 Afb. 34. Plattegrond van de Tempel van Divus Julius, uit: Stamper 2005: 110, afb.80 Afb. 35. Tempel van Apollo Palatinus (E), samen met A: Tempel van Mater Magna, B: Tempel van Victoria, C: Domus van Livia, D: Domus van Augustus, uit: Stamper 2005: 117, afb. 88 Afb. 36. Munt uit 44/38 v. Chr. die de Tempel van Jupiter Feretrius afbeeldt, Uit: Favro 1996: 92, afb De tempels van Hadrianus Afb. 37. Aanzicht van het Pantheon, uit: Adamy 1883: 222, afb. 66 Afb. 38. Het forum van het Pantheon, uit Stamper 2005: 187, afb. 138 Afb. 39. Plattegrond van het Pantheon, uit: Stamper 2005: 190, afb. 140 Afb. 40. Dwarsdoorsnede van het Pantheon, uit: Wilson Jones , detail uit afbeelding 9.3 Afb. 41. Zuilen en architraaf van het Pantheon, uit: Stamper 2005: 193, afb. 143 Afb. 42. Inscriptie op het Pantheon, foto door: N. Wildeman De tempels van Antoninus Pius Afb. 43. Reconstructie van de Tempel van Divus Hadrianus, uit: Stamper 2005: 213, afb. 157 Afb. 44. Plattegrond van de Tempel van Divus Hadrianus en het forum, uit: Stamper 2005: 214, afb. 158 Afb. 45. Reconstructie van het architraaf van de Tempel van Divus Hadrianus, uit: Stamper 2005: 215, afb De Tempel van Jupiter, Baalbek Afb. 46. Reconstructie van de Propyleeën van de Tempel van Jupiter, Baalbek, uit: Lyttelton 1974: 155, afb
129 Afb. 47. Het heiligdom van Jupiter te Baalbek, bestaande uit: 1. De Propyleeën, 2. het Heagonale Plein, 3. het Grote Plein, 4. altaar, 5. bassins, 6. Tempel van Jupiter, uit: Lyttelton 1974: 220, afb. 39 Afb. 48. Ruïne van de rechthoekige eedra van het Grote Plein van de Tempel van Jupiter, Baalbek, Lyttetlon 1974: 150, afb. 127 Afb. 49. Reconstructie van de halfronde eedra van het Grote Plein van de Tempel van Jupiter, uit: Lyttetlon 1974: 104, afb. 13 Afb. 50. Schelpmotief van nis uit de halfronde eedra van het Grote Plein van de Tempel van Jupiter, uit: Jidejian 1975: 139, afb. 62 Afb. 51. Schubben motief van nis uit de halfronde eedra van het Grote Plein van de Tempel van Jupiter, uit: Jidejian 1975: 139, afb. 36 Afb. 52. Het altaar en de grote toren op het Grote Plein van de Tempel van Jupiter, uit: Jidejian 1975: 115, afb. 41 Afb. 53. Reconstructie van de grote toren met dwarsdoorsnede, uit: Jidejian 1975: 116, afb. 42 Afb. 54. Leeuwenhoofd, uit: Lyttelton 1974: 140, afb. 104 Afb. 55. Kapiteel van de Tempel van Jupiter, Baalbek uit: Lyttelton 1974: 139, afb. 100 Afb. 56. Kapiteel afkomstig van het Forum van Augustus, Rome, uit: Lyttelton 1974: 139, afb De Tempel van Bacchus, Baalbek Afb. 57. Plattegrond van de Tempel van Bacchus: 1 zuilengalerij, 2 cella, 3 adyton, 4 pronaos, 5 trap aan de binnenkant geflankeerd door reusachtige pijlers, uit: Lyttelton 1974: 230, afb. 43 Afb. 58. Ruïnes van het heiligdom van Jupiter met aan de rechterkant de Tempel van Bacchus, omsloten door de verdedigingswerken van de Arabische citadel, uit: Jidejian 1975: 246, afb. 354 Afb. 59. Detail van het plafond van de zuilengalerij met Tyche zichtbaar, van de Tempel van Bacchus, Baalbek, uit: Lyttelton 1974: 152, afb. 123 Afb. 60. Versiering van het deurkozijn, uit: Jidejian 1975: 191, afb. 256 Afb. 61. Reconstructie van de versiering van het deurkozijn, uit: Jidejian 1975: 190, afb. 255 Afb. 62. Halfzuilen en nissen aan de binnenkant van de cella van de Tempel van Bacchus, uit: Jidejian 1975: 265, afb. 196 Afb. 63. Reconstructie van het adyton van de Tempel van Bacchus, uit: Jidejian 1975: 216, afb
130 Afb. 64. Detail van een Korinthisch kapiteel van de Tempel van Bacchus, uit: Jidejian 1975: 205, afb De Tempel van Venus, Baalbek Afb. 65. Reconstructie van de Tempel van Venus, Baalbek, uit: Lyttelton 1974: 238, afb. 44. Afb. 66. Locatie van de Tempel van Venus met ten noordwesten daarvan de Tempel van de Muzen, uit: Jidejian 1975: 222, afb. 302 Afb. 67. Plattegrond van de Tempel van Venus, uit: Jidejian 1975: 220, afb. 301 Afb. 68. Ruïne van de Tempel van Venus, uit: Jidejian 1975: 220, afb. 299 Afb. 69. Reconstructie van een nis van de Tempel van Venus, uit: Jidejian 1975: 223, afb. 305 Afb. 70. Detail van de semi-koepel van een nis van de Tempel van Venus met gebeeldhouwde duif, uit: Jidejian 1975: 222, afb. 304 Afb. 71. Zuidzijde van de Tempel van Venus, uit: Jidejian 1975: 218, afb. 297 Afb. 72. Vergroting van de zuil aan de linkerkant, vergroot uit: Jidejian 1975: 218, afb. 297 Afb. 73. Vergroting van het kapiteel, vergroot uit: Jidejian 1975: 218, afb Het Maison Carrée Afb. 74. Het Maison Carrée in Nîmes, uit: Ramage en Ramage 2000: 104, afb. 3.7 Afb. 75. Plattegrond van het Maison Carrée, uit: Wilson Jones 2000: 67, afb Afb 76. Detail van de binnenkant van de pronaos, uit: Wilson Jones 2000: 69, afb Afb. 77. Welving zichtbaar in de kroonlijst van het Maison Carrée, uit: Goodyear 1895: 3 Afb. 78. Kapiteel van het Maison Carrée, uit: Wilson Jones 2000: 69, detail uit afb Afb. 79. Diagram van de keerzijde van een hypothetische bronzen letter E van het Maison Carrée, uit: Anderson 2001: 69, afb. 2 Afb. 80. Mogelijke inscripties van het Maison Carrée. De bovenste: Sëguier, de middelste: Seguier s aangepast door Amy en de onderste de inscriptie van Esperandieu, uit: Anderson 2001: 70, afb De Tempel van Vesta Afb. 81. Vooraanzicht van de Tempel van Vesta, Tivoli, uit: Sear 1982: 21, afb. 10 Afb. 82. Tempel van Vesta en omgeving, uit: Adamy 1883: 216, afb
131 Afb. 83. Plattegrond van de Tempel van Vesta, Tivoli, uit: Stamper 2005: 75, afb. 55 Afb. 84. Basement van de Tempel van Vesta, uit: Richardson 2003: 131, detail uit afb. 8 Afb. 85. Replica van een kapiteel van de Tempel van Vesta, uit: Richardson 2003: 131, afb. 9 Afb. 86. Detail van het fries van de Tempel van Vesta met daaronder een gedeelte van de inscriptie, uit: Richardson 2003: 131, detail uit afb De Tempel van Bel Afb. 87. Reconstructie van de Tempel van Bel, uit: Browning 1979: 116, afb. 57 Afb. 88. Plattegrond van de Tempel van Bel, uit: Lyttelton 1974: 94, afb. 22 Afb. 89. De processie met aan de rechterkant de gesluierde vrouwen, uit: Bounni 1988: 45 Afb. 90. Ingang van de noordelijke thalamus, uit: Lyttelton 1974: 194, afb. 24 Afb. 91. Plafond met koepel van de noordelijke thalamus, uit: Browning 1979: 123, afb. 62 Afb. 92. Ingang van de zuidelijke thalamus, uit: Lyttelton 1974: 154, afb. 109 Afb. 93. Bloemvignet en versieringen zuidelijke thalamus, uit: Browning 1979: 125, afb. 64 Afb. 94. Met acanthusbladeren gedecoreerde merlon, uit: Lyttelton 1974: 124, afb. 105 Afb. 95. Propyleëen opgenomen in de vestigingswerken van de Arabieren, uit: Browning 1979: 105, afb. 45 Bijlage 2: Hermogenes Afb. 96, De Tempel van Artemis Leukpphryene in Magnesia, uit: Hoepfner 1990: 9, detail uit afb. 11 Tabellen Tabel 1. De tempelplattegronden Tabel 2. Overzicht van de wijdingen en dateringen per locatie Diagrammen Tempel versus tempel: een analyse: Diagram 1. De locatie van de tempel Diagram 2. Oriëntering van de tempels, zonder de tempels van Vespasianus en Minerva 137
132 Diagram 3. Tempelplattegronden Diagram 4. Het intercolumnium Diagram 5. De grote van de tempels Diagram 6. De aan- of afwezigheid van zuilen in de cella Diagram 7. De aan- of afwezigheid van nissen in de cella van een tempel Diagram 8. De hoogte van de zuilen Diagram 9. Gecanneleerde of niet gecanneleerde zuilen Diagram 10. De kapitelen. Diagram 11. Entablement Diagram 12. Het gebruikte materiaal Diagram 13. De herkomst van het materiaal gebruikt in tempels Diagram 14. Redenering achter de bouw Wijding in de provinciën: Jupiter versus Mithras? Diagram 15. Wijding en datering met op de verticale as de aantallen Diagram 16. Wijding en datering van de tempels in Klein Azië. Op de verticale as staan de aantallen aangegeven. Diagram 17. De wijding en datering van Romeinse tempels in Athene en Korinthe. Op de verticale as staan de aantallen weergegeven. Diagram 18. Wijding en datering van de tempels in Afrika. Op de verticale as staan de aantallen aangegeven. Diagram 19. Wijding en datering van tempels in Spanje. Op de verticale as worden de aantallen aangegeven. Diagram 20. Overzicht van alle wijdingen en dateringen van de bekeken tempels. Op de verticale as staan de percentages. 138
133 Bibliografie ADAMY, R., 1883, Architektonik der Römer, Helwing sche Verlagsbuchhandlung, Hannover ANDERSON, J.C., 2001, Anachronism in the Roman Architecture of Gaul: The Date of the Maison Carrée at Nimes, uit: Journal of the Society of Architectural Historians, vol. 60 blz AKURGAL, E., 1990, Grundzüge der hermogeneischen Architektur, uit: Hermogenes und die Hochhellenistische Architektur, W. Hoepfner en E-L., Schwander, Verlag Philipp von Zabern, Mainz-am-Rhein BABCOCK, C.J., 1967, Horace Carm 1.32 and the Dedication of the Temple of Apollo Palatinus, uit: Classical Philology, vol 62, blz BLAKE, M., E., Roman Construction in Italy from Nerva through the Antonines, 1973, The American Philosophical Society, Philadelphia BOATWRIGHT, M.T., 2000, Hadrian and the Cities of the Roman Empire, Princeton University Press, Princeton BOUNNI, A. en K. AL-AS AD, 1988, Palmyra: History, Monuments and Museum, Damascus BROWNING, I., 1979, Palmyra, Chatto en Windus, Londen CLARKE, M.L., 1963, The Architects of Greece and Rome, uit: Architectural History, vol 6, blz COATES-STEPHENS, R., 1997, Dark Age Architecture in Rome, uit: Papers of the British School at Rome, vol. 65, blz DUDLEY, D.R., 1967, Urbs Roma: a source book of Classical Tets on the City and its monuments, selected and translated with a commentary, Phaidon Press, Aberdeen EVERITT, A., 2009, Hadrian and the Triumph of Rome, Random House, New York FAVRO, D., 1996, The Urban Image of Augustan Rome, Cambridge University Press, Cambridge GANZERT, J., 1996, Der Mars-Ultor Tempel auf dem Augustusforum in Rom, von Zabern, Mainz-am-Rhein GOODYEAR, H. 1895, A Discovery of Horizontal Curves in the Roman Temple called Maison Carrée at Nimes, uit: American Journal of Archaeology and of the History of Fine Arts, vol 10, blz HASLINGHUIS, E. J. en H. JANSE, 2005, Bouwkundige termen: verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie, Primavera Pers, Leiden 139
134 HERZ, N. en M. WAELKENS, 1988, Classical Marble: Geochemistry, Technology and Trade, Kluwer Academic, Dordrecht HOEPFNER, W., 1990, Bauten und Bedeutungen des Hermogenes, uit: Hermogenes und die Hochhellenistische Architektur, W. Hoepfner en E-L., Schwander, Verlag Philipp von Zabern, Mainz-am-Rhein JIDEJIAN, N. 1975, Baalbek: Heliopolis, City of the Sun, Dar El-Machreq Publishers, Beiroet JONES ROCCOS, L., 1989, Apollo Palatinus: The Augustan Apollo on the Sorrento Base, uit: American Journal of Archaeology, vol. 94, blz KREEB, M., 1990, Hermogenes- Quellen- und Datierungsprobleme, uit: Hermogenes und die Hochhellenistische Architektur, W. Hoepfner en E-L., Schwander, Verlag Philipp von Zabern, Mainz-am-Rhein KUHNEN, H.P., 2001, Das Römische Trier, Theiss, Stuttgart LAWRENCE, A.W., 1957, Greek Architecture, Penguin Books Ltd., Londen LEWIS, M.J.T., 1966, Temples in Roman Britain, Cambridge University Press, Cambridge LYTTELTON, M, 1974., Baroque architecture in classical antiquity, Thames and Hudson, Londen LYTTELTON, M., The Design and Planning of Temples and Sanctuaries in Asia Minor in the Roman Imperial Period, uit: Roman Architecture in the Greek World, S. Macready, F.H. Thompson, 1987, Society of Antiquaries, Londen MIERSE, W.E.,1999, Temples and Towns in Roman Iberia: The Social and Architectural Dynamics of Sanctuary Designs from the Third Century B.C. tot the Third Century A.D., University of California Press, Los Angeles MURRAY, S.B., 1917, Hellenistic Architecture in Syria, Princeton University Press, Princeton PATTERSON, J.R. 1992, The City of Rome: From Republic to Empire, uit: The Journal of Roman Studies, vol. 82, blz PFEIFFER, H.F., 1931, The Ancient Roman Theatre at Dugga, uit: Memoirs of the American Academy in Rome, vol. 9, blz PICART, G., 1967, Bouwkunst der Eeuwen: Romeinse bouwkunst, J.M. Meulenhof, Amsterdam POTTER, D., 2008, Emperors of Rome: Imperial Rome from Julius Caesar to the last emperor, Quercus Publishing Plc., Londen RAMAGE, N., H., en A. RAMAGE, 2000, Roman Art, Laurence King Publishing, Londen 140
135 RICHARDSON, M. 2003, John Soare and the Temple of Vesta at Tivoli, uit: Architectural History, vol. 46, blz RIVOIRA, G., T. 1925, Roman Architecture and its principles of construction under the Empire, Clarendon Press, Londen ROBERTSON, D.S., 1983, A Handbook of Greek and Roman Architecture, Cambridge University Press, Cambridge SEAR, F., 1982, Roman Architecture, Batsford Academy and Educational Limited, Londen SIMPSON, C.J. 1977, The Date of Dedication of the Temple of Mars Ultor, uit: The Journal of Roman Studies, vol 67, blz STAMPER, J.W., 2005, The Architecture of Roman Temples: The Republic tot the Middle Empire, Cambridge University Press, Cambridge STRONG, D.E., 1953, Late Hadrianic Architectural Ornament in Rome, uit: Papers of the British School at Rome, vol. 21, blz STRONG, D.E., 1963, Some Observations on Early Roman Corinthian, uit: The Journal of Roman Studies, vol. 53, blz TEIXIDOR, J. 1979, Pantheon of Palmyra, Brill, Leiden THOMPSON, H.A., 1987, The Impact of Roman Architects and Architecture on Athens, 170 B.C.-A.D. 170, uit: Roman Architecture in the Greek World, S. Macready, F.H. Thompson, 1987, Society of Antiquaries, Londen TOMLINSON, R. 2000, From Mycenae to Constantinople: the evolution of the ancient city, Routledge, Londen TZONIS, A., en L. LEFAIVRE, 1968, Classical Architecture: the poetics of order, The MIT Press, Massachusetts VITRUVIUS, De Architectura, vertaald door: M.H. Morgan, 1960, Dover Publications Inc., New York WARD-PERKINS, J.B., 1975, Architektur der Römer, Belser Verlag, Stuttgart WHITE, P., 1988, Julius Caesar in Augustan Rome, uit: Classical Association of Canada, vol. 42, blz WILLIAMS, C.K., 1987, The Refounding of Corinth: some Roman Religious Attitudes,, uit: Roman Architecture in the Greek World, S. Macready, F.H. Thompson, 1987, Society of Antiquaries, Londen WILSON JONES, M.,2000., Principles of Roman Architecture, Yale University Press, New Haven 141
136 Bijlagen Bijlage1: Verklarende woordenlijst; Bijlage 2: Hermogenes Bijlage 3: Tabellen en diagrammen 142
137 Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Vanwege het gebruik van terminologie zal hieronder een beknopte verklarende woordenlijst worden gepresenteerd. Alleen de termen die niet voorkomen in de behandeling van Vitruvius of als voetnoot in de tekst zijn verwerkt worden hieronder op alfabetische volgorde toegelicht. A Adyton: Astragaal: C Caliculi: ontoegankelijk heiligste gedeelte van de cella smal ringvormig profile tussen de schacht en het kapiteel van een zuil* onderdeel van een Korinthisch kapiteel D Decastyle: 10 zuilen op de eerste rij van de pronaos (zie P) E Entablement: Eedra: F Fasciae: breed horizontaal lijstwerk, naar klassiek voorbeeld bestaande uit een architraaf, fries en kroonlijst* halfronde stenen zetel of uitsparing* horizontale band of geleding van een architraaf* H Heastyle: zes zuilen op de eerste rij van de pronaos (zie P) I Intercolumnium: K Kariatiden: M Merlon: afstand tussen twee zuilen* pilaar in de vorm van een vrouwenfiguur op het hoofd waarvan het kapiteel rust kanteel O Octastyle: acht zuilen in de eerste rij van de pronaos (zie P) Oculus: ronde opening in de kruin van een gewelf* Opus caementicum aanwijzing voor metselwerk door de Romeinen gebruikt: stampmetselwerk* Opus incertum aanwijzing voor metselwerk door de Romeinen gebruikt: onregelmatig verband* Opus quadratum aanwijzing voor metselwerk door de Romeinen gebruikt: in grote blokken opgetrokken* P Palmet: palmbladvormig versieringselement in de Oudheid en van daaruit ook in het classicisme en neoclassicisme* Pronaos: ruimte aan de voorzijde van een tempel* 143
138 R Rinceau: lofwerk* S Scotia: hol profiel in een basement* T Tetrastyle: vier zuilen in de eerste rij van de pronaos (zie P) Thalamos: ontoegankelijk heiligste gedeelte van de cella Tori: halfrond profiel gebruikt bij het basement* *Informatie verkregen uit Haslinghuis
139 Bijlage 2: Hermogenes In het vorige hoofdstuk is dieper ingegaan op het werk van Vitruvius over tempelarchitectuur. Hieronder zal gekeken worden naar het werk van Hermogenes waar Vitruvius naar verwijst en wie tevens genoemd wordt in hoofdstuk 1. In tegenstelling tot De Architectura is het werk van Hermogenes niet bewaard gebleven (Tzonis 1986: 4). Voor een beschrijving van zijn stijl zal moeten worden uitgegaan van de geschriften van derden. Ook over het leven van Hermogenes is niet veel bekend. Het feit dat er in de antieke tijd meerdere personages bekend zijn met dezelfde naam helpt hier niet bij. Eerst zal ik ingaan op Hermogenes zelf om daarna verder te gaan met een behandeling van de aan hem toegekende regels. 3.1 Het leven van Hermogenes Zoals hierboven al wordt aangegeven is over het leven van Hermogenes niet veel bekend. Clarke 132 geeft aan dat hij mogelijk een zoon is van Harpalus, maar gezien deze in de vierde eeuw voor Christus leefde en behoorde tot het gevolg van Aleander de Grote, lijkt mij dit zeer onwaarschijnlijk. Wanneer hij precies leefde staat momenteel nog steeds ter discussie. Aan de hand van de bouwwerken die met zekerheid aan hem toe te kennen zijn wordt geschat dat hij geboren is tussen 220 en 190 v. Chr.. Lawrence 133 geeft aan dat hij een behoorlijke reputatie heeft opgebouwd, maar dan alleen om zijn theoretische werk. Ook hierover zijn de meningen verdeeld. Clarke 134 geeft aan dat hij niet alleen de tempels bedacht, maar ze ook daadwerkelijk liet bouwen. Iets wat ongebruikelijk was voor die tijd. In de Oudheid ontwierpen de architecten de tempels, maar lieten deze niet bouwen. Eén van de bouwwerken die met zekerheid aan Hermogenes is toegeschreven is de Tempel van Artemis Leukophryene in Magnesia, Klein-Azië (afb. 96). 3.2 Het reglement van Hermogenes Zoals bij de inleiding is aangegeven zijn de werken van Hermogenes niet bewaard gebleven. Wat de regels zijn die hij heeft opgesteld en/of aangescherpt zijn gedeeltelijk achterhaald uit het werk van Vitruvius, de enige auteur die epliciet naar hem verwijst. Volgens Kreeb 135 zou Hermogenes vijf punten hebben opgesteld waaraan gehouden moest worden bij de bouw van een tempel. Of hij tevens een reglement heeft opgesteld over ander soortige bouwwerken is niet bekend. Hermogenes zou één van de eerste architecten zijn geweest die aan gaf dat de Dorische orde niet geschikt zou zijn voor een tempel. Dat zou de reden zijn geweest waarom hij een nieuw reglement heeft opgesteld voor de ideale verhoudingen bij een Ionische tempel. Eén van deze regels heeft te maken met de relatie tussen de diameter van een zuil en zijn hoogte ten opzichte van het intercolumnium, namelijk: Pycnostyle: het intercolumnium moet gelijk zijn aan 1,5 keer de onderste diameter van de zuil, de ruimte tussen de zuil en de cella of tweede rui zuilen: 2,5 keer de onderste diameter; Systyle: 2 keer de onderste diameter, 3 keer voor de ruimte gelegen tussen de zuil en de cellamuur of tweede rij zuilen; Diastyle: 3 keer of 4 keer; 132 Clarke 1963: Lawrence 1957: Clarke 1963:9 135 Kreeb 1990:
140 Eustyle: 2,25 keer of 3,25 keer. Ook de hoogte van de zuilen heeft hij daarin meegenomen, namelijk: Pycnostyle: 10 keer de onderste diameter; Systyle: 9,5 keer de onderste diameter; Diastyle: 8,5 keer de onderste diameter; Eustyle: 9,5 keer de onderste diameter. Des te dichter de zuilen op elkaar staan, des te dunner deze worden. Of Hermogenes voor de areaostyle tempel de juiste verhoudingen heeft berekend, zoals Vitruvius, is niet bekend. Twee tempelvormen worden door, onder andere Vitruvius, aan hem toegekend, namelijk de pseudodipterale tempel en ook de eustyle. Of dit ook daadwerkelijk het geval is geweest staat ter discussie. Hoepfner 136 geeft aan dat er voorbeelden van zowel de pseudodipterale tempel als de eustyle voorkomen ver voordat Hermogenes geboren is, bijvoorbeeld de Ionische tempel van Metapont en de Tempel van Aphrodite op Lesbos. Wel zou hij de weg vrij hebben gemaakt voor deze tempel vorm. Gezien de onzekere datering van de levensspan van Hermogenes is dit, in mijn mening, als enige criteria niet afdoende. Momenteel worden er één tempel en één altaar met zekerheid aan Hermogenes toegekend. Dit is, uiteraard, de eerder genoemde Tempel van Artemis Leukophryene in Magnesia (afb. 96). Deze tempel heeft de standaard acht Ionische zuilen voor en 15 zuilen aan de beide lange kanten. Het is een pseudodipterale tempel. Hermogenes zou hierbij dus 34 zuilen, de gehele binnenste zuilenrij, achterwege hebben gelaten om de kosten te sparen zonder afbreuk te doen aan de schoonheid van de tempel. De tempel was 31,39 57,91m 2 en stond op een stenen podium. Het intercolumnium van deze tempel was iets minder dan de verhoudingen die Hermogenes had aangegeven voor een systyle tempel. Voor de zuilen van de tempel heeft hij gebruik gemaakt van Attische basementen, en het is mogelijk dat hij dit type basement geïntroduceerd heeft in Klein-Azië. De datering van deze tempel wordt op momenteel gezet op 130 v. Chr.. Het altaar in Priëne wordt gedateerd op 150 v. Chr.. Het gebruik van Attische bouwelementen bij een Ionische tempel werd al samen gebruikt sinds 400 v. Chr., maar zou volgens Akurgal 137 pas echt betekenis hebben gekregen in de bouwwerken van Hermogenes. Ook het gebruik van licht-en-schaduw effecten zou onder hem tot ontwikkeling zijn gekomen. Gezien de geringe informatie die over is geleverd betreffende deze architect is het moeilijk te achterhalen wat wel en wat niet aan hem toe te kennen is. Zonder meerdere bronnen en tempels die met zekerheid aan hem toe te schrijven zijn, ben ik van mening dat dit altijd een aanname zal blijven. 136 Hoepfner 1990: Akurgal 1990:
141 Afb. 96, De Tempel van Artemis Leukpphryene in Magnesia, uit: Hoepfner 1990: 9, detail uit afb
142 Bijlage 3: Tabellen en diagrammen Tabel 1. Locatie Tempel Forum Heiligdom Keizer fora Oriëntatie Binnen stad Mars Ultor zo Venus en Roma nw Antoninus en zo Faustina Jupiter no Bacchus no Venus no Maison Carrée? Vesta zw Bel w Divus Julius nw Apollo Palatinus zw Pantheon n Divus Hadrianus no Cirkeldiagram 1. De locatie Buiten stad Tabel 2 Oriëntatie van de tempel 148
143 Tempel Noord Noordoost Zuidoost Zuidwest West Noordwest Onbekend Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 2 Oriëntatie van de tempel, eclusief de Tempels van Vespasianus en Minerva Diagram 2. Oriëntatie van de tempel, inclusief de Tempels van Vespasianus en Minerva 149
144 Cirkeldiagram 3. De tempelplattegronden Tabel 3. Het Intercolumnium Tempel Pycnostyle Systyle Diastyle Mars Ultor Venus en Roma? Antoninus en Faustina? Jupiter? Bacchus Venus? Maison Carrée? Vesta Bel? Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon? Divus Hadrianus Cirkeldiagram 4 150
145 Tabel 4 Afmetingen, ecl. trap 4.1. Lengte: Tempel Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Maison Carrée Bel Divus Julius Apollo Palatinus Divus Hadrianus Breedte Tempel Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Maison Carrée Bel Divus Julius Apollo Palatinus Divus Hadrianus Diameter ronde tempels: 151
146 Tempel 5-10 Venus Vesta Pantheon Cirkeldiagram 5. Grootte van de tempel in m 2 Tabel 5 De aan- of afwezigheid van zuilen in de cella Tempel Zuilen in de cella Geen zuilen in de cella Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter - - Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 6. De aan- of afwezigheid van zuilen in de cella 152
147 Tabel 6. De aan- of afwezigheid van nissen in de cella Tempel Nissen Geen nissen Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter - - Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 7. De aan- of afwezigheid van nissen in de cella Tabel 7. De hoogte van de zuilen 153
148 Tempel 5-10m 10-15m 15-18m 18-20m 20-23m Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 8. De hoogte van de zuilen Tabel 8. Gecanneleerde of niet gecanneleerde zuilen Tempel Gecanneleerd Niet gecanneleerd Beide Mars Ultor Venus en Roma? Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius - - Apollo Palatinus - - Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 9. Gecanneleerde of niet gecanneleerde zuilen 154
149 Tabel 9. De kapitelen Tempel Verticaal gecannelee rde caliculi Onbekend Brede band Halfronde bladeren naar boven Halfronde bladeren naar beneden Versierde abacus Overeenkomste n Mars Ultor of Forum Augustus Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 10. De kapitelen 155
150 Tabel 10. Entablement en fronton Tempel Leeuwenhoofden op corona/sima Tweeledige architraaf Drieledige architraaf Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter - - Bacchus - - Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius? Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 11. Entablement en fronton 156
151 Tabel 11 Het gebruikte materiaal Tempel Marmer Travertijn Tufsteen Graniet Baksteen Kalksteen Onbekend Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 12. Het gebruikte materiaal 157
152 Tabel 12. De herkomst van het materiaal gebruikt in tempels Tempel Regionaal Uit Italië Buitenland Onbekend Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter Bacchus Venus Maison Carrée Vesta Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 13. De herkomst van het materiaal gebruikt in tempels Tabel 13. Redenering achter de bouw 158
153 Tempel Verering Overwinning Romanisering Connectie met geïdealiseerde voorganger Mars Ultor Venus en Roma Antoninus en Faustina Jupiter? Bacchus Venus Maison Carrée Vesta? Bel Divus Julius Apollo Palatinus Pantheon Divus Hadrianus Cirkeldiagram 14. Redenering achter de bouw Representatie gehele Rijk Onbekend Tabel 14. Locatie en wijding van de tempels in de provinciën 159
154 Plaats Capitolijnse goden Keizer cultus Romeinse goden Geïmpor teerde goden 1e E BC Noordelijk deel Romeinse Rijk Bath (Eng) Londen (Eng) Rudchester Carrawburgh Housesteads Wroeter (Eng) Colchester (Eng) Trier (Dld) Vienne (Fr.) Nîmes(Fr.)?? Klein-Azië Ankara (Trk) Cyzicus (Trk) Ephesus (Trk) Ephesus (Trk Ephesus (Trk) Pergamon (Trk) Antioch (Trk) Griekenland Athene Athene Korinthe Korinthe Afrika Dougga (Tun) Dougga Dougga Dougga Dougga Aleandrië (Eg) Philae (Eg) Lepcis Magna (Libië) Midden Oosten Baalbek (Libanon) Baalbek?? Baalbek?? Spanje Saguntum Augusta Emerita Belo Microbriga Microbriga Tarraco 1e E AD 2 E AD 3 E A D Cirkeldiagram 15. Wijding en datering van tempels in de provinciën 160
155 161
De Griekse Bouwkunst
De Oude Grieken De Oude Grieken Het land Griekenland ligt in het zuidoosten van Europa. Het bestaat uit een groot stuk vastland en een heleboel kleine eilandjes. Griekenland bestond uit allerlei staatjes.
Bouwkunst. A. Bespreek de kenmerken de oude GRIEKSE TEMPEL Onderdelen - het grondplan van een Griekse tempel
Bouwkunst A. Bespreek de kenmerken de oude GRIEKSE TEMPEL Onderdelen - het grondplan van een Griekse tempel * rechthoek * wiskundig in evenwicht * vaste verhoudingen * vrij eenvoudig * veel kleuren ( fresco
ART HISTORY Klassieke Oudheid. H 4 - profiel Grieken 500 v. Chr - 100
ART HISTORY Klassieke Oudheid H 4 - profiel Grieken 500 v. Chr - 100 De Griekse stadstaten Kreta is de bakermat van de Griekse beschaving. Door de ligging en handel met andere oudere culturen was hier
Romeinen. Romeinen. Germanen
Romeinen Romeinen Grieken en Romeinen lijken op elkaar qua levensstijl. Het Romeinse rijk is ontstaan in Rome (753 v. Chr.). De Romeinen kwamen 50 v. Chr. naar Nederland. De Romeinen hebben het Latijns
Werkstuk Geschiedenis Oude Grieken. Politiek 4,4. Werkstuk door een scholier 2360 woorden 26 oktober keer beoordeeld.
Werkstuk Geschiedenis Oude Grieken Werkstuk door een scholier 2360 woorden 26 oktober 2017 4,4 17 keer beoordeeld Vak Geschiedenis Politiek De eerste bestuursvorm in Athene was de monarchie. Dat betekent
Checklist toestellen Commissie Agility, Raad van Beheer 1
Hoogtesprong Vleugels De staander moet tenminste 100cm hoog zijn. Het begin van de vleugel begint op tenminste 75 cm hoogte op de staander. De breedte van de vleugel is 40 tot 60 cm. Het mag niet mogelijk
Romeinen. Bouwkunst. Beeldhouwkunst. Schilderkunst
Romeinen Romeinen Bouwkunst Beeldhouwkunst Schilderkunst Tijdlijn 750 0 500 Het Romeinse rijk De Romeinen hadden hun opkomst, bloei en ondergang tussen de jaren 750 v. Chr. en 500 n. Chr. Het Romeinse
Aan het Genootschap Leeuwen van het Centraal Station Ertskade BB Amsterdam. Rapportage verslag kijkoperatie vleugelgebouw C.S.
Aan het Genootschap Leeuwen van het Centraal Station Ertskade 47 1019 BB Amsterdam Rapportage verslag kijkoperatie vleugelgebouw C.S. Oostertoegang Kijkoperatie heeft plaats gevonden op 4 april 2016. Amsterdam,
Heilig Hart Kerk en Kapucijnen klooster te Langeweg. Kloosterlaan 6; 8; 10
Heilig Hart Kerk en Kapucijnen klooster te Langeweg Kloosterlaan 6; 8; 10 Foto's Heilig Hart Kerk en Kapucijnen klooster te Langeweg Kenmerken Postcode/plaats Kloosterlaan 6;8;10 4772 RA Langeweg Oorspronkelijke
Beschrijving schaal van Oegstgeest. Figure 1: Bovenaanzicht van de schaal. Foto: Restaura, Haelen.
Beschrijving schaal van Oegstgeest Figure 1: Bovenaanzicht van de schaal. Foto: Restaura, Haelen. Figure 2: Onderaanzicht van de schaal. Foto: Restaura, Haelen. De schaal heeft een diameter van 21 centimeter
Brugge, Sint-Salvatorskathedraal
Komvest 45 8000 Brugge T +32 [0]50 44 50 44 F +32 [0]50 61 63 67 E [email protected] www raakvlak.be Brugge, Sint-Salvatorskathedraal Dossiernr. 2010/067 onderzoek t.h.v. het koorgestoelte Elisabeth Van
Zelf een kinderbed maken - HORNBACH
Pagina 1 van 7 Zelf een kinderbed maken - HORNBACH Dit heb je nodig voor jouw project! Materialen Gereedschap 360 x JD Plus spaanplaatschroef verzonken kop 4 x 40 mm 70 x JD Plus spaanplaatschroef verzonken
VORMTEKENEN VIJFDE KLAS ZUILEN
VORMTEKENEN VIJFDE KLAS ZUILEN Luc Cielen EGYPTE : PALM Palmzuil Edfu Egypte Zo staat de tekening op het bord. Zonder de tekst 1-LC-vormtekenen-zuilen-5e klas-1 Eerste symmetrie-afwerking Tweede symmetrie-afwerking.
In het oude Rome De stad Rome
In het oude Rome De stad Rome In het oude Rome De stad Rome is héél oud. De stad bestaat al meer dan tweeduizend jaar. Rome was de hoofdstad van het grote Romeinse rijk. De mensen die naar Rome kwamen,
Artikel: De verborgen Kadesj-scenes in de tempel van Karnak. Patrick van Gils
Artikel: De verborgen Kadesj-scenes in de tempel van Karnak Patrick van Gils De slag bij Kadesj is één van de bekendste veldslagen uit de Egyptische geschiedenis. In zijn 5 e regeringsjaar trok Ramses
Basisbegrippen 3D-tekenen.
Basisbegrippen 3D-tekenen. Vroeger was het begrip 3D-tekenen onbestaande en tekende men gewoon in perspectief wanneer er een dieptezicht nodig was. Normaal werd er enkel in 2D getekend, dus enkel de aanzichten.
Romeinen. Bouwkunst. Beeldhouwkunst. Schilderkunst
Romeinen Romeinen Bouwkunst Beeldhouwkunst Schilderkunst Tijdlijn 750 0 500 Het Romeinse rijk De Romeinen hadden hun opkomst, bloei en ondergang tussen de jaren 750 v. Chr. en 500 n. Chr. Het Romeinse
Checklist toestellen 2016 Commissie Agility, Raad van Beheer 1
Hoogtesprong Hoogte L: 55-60 cm, M: 35-40 cm, S: 25-30 cm Vleugels De staander moet tenminste 100cm hoog zijn. Het begin van de vleugel begint op tenminste 75 cm hoogte op de staander. De breedte van de
Pagina 1 van 4 KNK CYNOPHILIA
sprong Muur Breedtesprong Slalom Vleugels De staander moet tenminste 100cm hoog zijn. Het begin van de vleugel begint op tenminste 75 cm hoogte op de staander. De breedte van de vleugel is 40 tot 60 cm.
FHN Reglementen. Behendigheid Toestellen
FHN Reglementen Behendigheid Toestellen Behendigheid Toestellen versie 2009 INHOUDSOPGAVE Blz. DE TOESTELLEN 3 FIGUUR 1: Hoogtesprongen 8 FIGUUR 2: De Muur 9 FIGUUR 3: De Borstelsprong 10 FIGUUR 4: De
Samenvatting KCV Griekse kunst Forum
Samenvatting KCV Griekse kunst Forum Samenvatting door een scholier 770 woorden 20 juli 2018 0 keer beoordeeld Vak Methode KCV Forum - K L A S S I E K E C U L T U U R - Griekse kunst Beeldhouwkunst De
Bouwstijlen van kerken in Nederland. De volgende bouwstijlen worden kort toegelicht met tekst en beeldmateriaal:
Bouwstijlen Bouwstijlen van kerken in Nederland De volgende bouwstijlen worden kort toegelicht met tekst en beeldmateriaal: Oudste stenen gebouw Romaans Gotiek Neogotiek Renaissance Neorenaissance Classicisme
Kyra van Leeuwen (Nederlands Jeugdkampioen golf van 2002 tot en met 2004)
Golfbaan. Bij golfen moet een speler vanaf de afslag proberen een golfballetje in zo weinig mogelijk slagen in een putje (of hole) aan het eind van de baan te slaan. Om te kunnen zien waar het putje zich
De Oude Grieken GEOMETRISCHE ARCHAÏSCHE KLASSIEKE HELLENISTISCHE ORIENTALISEERDE - ZWARTFIGURIG - ROODFIGUURIG
De Oude Grieken GEOMETRISCHE ARCHAÏSCHE KLASSIEKE HELLENISTISCHE 1050 720 480 323 140 0 1100 700 600 530 GEOMETRISCHE ORIENTALISEERDE - ZWARTFIGURIG - ROODFIGUURIG De Oude Grieken Het land Griekenland
Cursus KeyCreator. Oefening: tekenen van een dakkapel
Cursus KeyCreator Oefening: tekenen van een dakkapel Tekenen van een dakkapel. Op een dak komen regelmatig dakkapellen voor die verschillende vormen kunnen hebben. In deze cursus ziet men hoe men een rechte
De Eerste Ingenieur. Image not found or type unknown. Image not found or type unknown
De Eerste Ingenieur. Vanaf de 9e eeuw verschenen er in Europa plotseling grote kathedralen. Deze grote godshuizen of basilieken werden in eerste instantie in de romaanse bouwstijl opgetrokken en pas naderhand
Compositie op basis van geometrische vormen
Om goed heen en weer te kunnen springen tussen dia en afbeeldingen moet je dit bestand openen met Acrobat Reader. Voor het bekijken van de voorbeelden klik je op de blauwe link. Om terug te keren naar
Rijksmonument. St. Antoniusstraat 5-7-9. Korte omschrijving. Redengevende omschrijving Complex
St. Antoniusstraat 5-7-9 (Foto: Maarten van Loosbroek ) Korte omschrijving De STEENTJESKERK is gebouwd als KERK van de H. Antonius van Padua met PASTORIE EN KOSTERSWONING. Het ontwerp was ontleend aan
Cursus KeyCreator. Oefening 3D: Spiltrap
Cursus KeyCreator Oefening 3D: Spiltrap Tekenen van een spiltrap. Het tekenen van een spiltrap bestaat uit verschillende delen en bewerkingen. In het kort kan men zeggen dat volgende bewerkingen uitgevoerd
EXPERTISES CONSTRUCTIEVE PLAATSBESCHRIJVING
2016 2017 Faculteit Natuur en Techniek EXPERTISES CONSTRUCTIEVE PLAATSBESCHRIJVING PLOTERSGRACHT 24 GENT Louise Aers Olivia Boes Ine Decock Astrid Vertriest GROEP 3A Docent: Mevr. Vanhoutte 8 Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Geschiedenis van de Bouwkunst zie Wikipedia, LOI, Pinterest, Esthetica e.a voor Christus tot 1000 na Christus
2000 voor Christus tot 1000 na Christus Hoofdstuk 1 1 De Griekse en Romeinse cultuur liggen aan de basis van de huidige westerse cultuur. Op het gebied van architectuur is de invloed van deze basis door
Over het St Nikolaasaltaar boven de grafkelder van Heyendal waar Pothast de mis deed
Over het St Nikolaasaltaar boven de grafkelder van Heyendal waar Pothast de mis deed Uit tekeningen en teksten hierna ontstaat het volgende idee hoe de garfkelder uitzag in het zuid transept; -Staande
WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2006 60 Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500
WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2006 60 Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500 1 (20 punten) Viervlakken. Op een tafel vóór je staan vier viervlakken V 1, V 2, V 3 en V 4. Op elk grensvlak
Extra opgaven Aanzichten, oppervlakte en inhoud
Piramide (bewerking van opgave uit CE vmbo-gtl wis 2009-II) Hierboven is een piramide getekend. Het grondvlak ABC is een gelijkzijdige driehoek met zijden van 6,5 cm. De top T van de piramide ligt recht
Naam: De Romeinen. Vraag 1. De Romeinen hebben veel gebouwd. Noem vijf verschillende toepassingen. pagina 1 van 6
Naam: De Romeinen De Romeinse bouwkunst. De Romeinen behoren tot de beste bouwers uit de geschiedenis. Ze bouwden tempels, riolen, waterleidingen, wegen, kanalen, huizen, aquaducten, havens, bruggen en
Voormalig Mariaschool te Langeweg. De Langeweg 46, Langeweg
Voormalig Mariaschool te Langeweg De Langeweg 46, Langeweg Foto's Voormalig Mariaschool te Langeweg Kenmerken Adres De Langeweg 46 Huidige functie Kantoor Postcode/plaats Oorspronkelijke functie Bouwjaar
Taak Architectuurtypologie
Hogeschool Gent Voskenslaan 38 9000 Gent Taak Architectuurtypologie Bjärne Collyns 2015-2016 1LAMA 30/11/2015 1. Het gebouw Locatie: Gent Graaf van Vlaanderenplein 30 Bouwjaar: 1852 Type: herenhuis Perceelgrote:
BROERSMA SYSTEEMBOUW B.V. OPPERKOATSTERWEI 6, 9288 GK. KOOTSTERTILLE, TEL. 0511-542698 FAX. 0511-542060
BROERSMA IJZERSTERK IN HOUTCONSTRUCTIE Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, door middel van fotokopie of gereproduceerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Broersma Systeembouw
Gent Hoogstraat 51. Archeologisch verslag. Dienst Stadsarcheologie. Vergunning 2008/202 STAD GENT
Dienst Stadsarcheologie Gent Hoogstraat 51 Archeologisch verslag Vergunning 2008/202 STAD GENT Dienst Stadsarcheologie De Zwarte Doos Dulle-Grietlaan 12 9050 Gentbrugge Tel. 09/266 57 60 [email protected]
Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur wiskunde CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.
ASSEMBLAGE / PLAATSING VAN ONZE ZUILEN
ASSEMBLAGE / PLAATSING VAN ONZE ZUILEN Nota: Onze schachten kunnen door de meeste van onze decoratieve stukken (kop- en voetstukken, decoratieve ringen), behalve de Trompette, Temple, Deco en Fleur modellen.
1. C De derde zijde moet meer dan 5-2=3 zijn en minder dan 5+2=7 (anders heb je geen driehoek).
Uitwerkingen wizprof 08. C De derde zijde moet meer dan 5-=3 zijn en minder dan 5+=7 (anders heb je geen driehoek).. C De rode ringen zitten in elkaar, de groene liggen onder de rode ringen en zijn er
Pantheon. Door Thom Zagwijn (8365) V4B 2017/2018. Pantheon PO Thom Zagwijn V4B Pagina 1
Pantheon Door Thom Zagwijn (8365) V4B 2017/2018 Pantheon PO Thom Zagwijn V4B Pagina 1 Voorwoord In dit werkstuk vertel ik over het Pantheon, een monument uit de Romeinse oudheid. Naast een stukje geschiedenis
Checklist toestellen 2018
TOESTEL ONDERDELEN EISEN AKKOORD Hoogtesprong Hoogte L: 55-60 cm, M: 35-40 cm, S: 25-30 cm Vleugels De staander moet tenminste 100cm en maximaal 120 cm hoog zijn. Het begin van de vleugel begint op tenminste
3.2.7.3 Foto s ruimte 0.7...48 3.3 Eerste verdieping...51 3.3.1 Ruimte 1.1 kamer...51 3.3.1.1 Beschrijving...51 3.3.1.2 Planaanduiding foto s...
Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Identificatie... 3 2. Afbakening van de te onderzoeken zone... 4 3. Beschrijving en registratie van de bouwelementen... 5 3.1 Kelderverdieping... 5 3.1.1 Kelderruimte
Werkstuk Grieks Akropolis
Werkstuk Grieks Akropolis Werkstuk door een scholier 2240 woorden 15 mei 2002 5,6 168 keer beoordeeld Vak Grieks Geschiedenis van De Akropolis In 480 voor Christus vielen de Perzen onder leiding van koning
steen voor steen goed!
steen voor steen goed! het golven van de gevels wordt één met het glooiende landschap... steen voor steen goed! Steenfabriek De Rijswaard BV De Rijswaard 2, 5308 LV Aalst (Gld) T 0418-552221 F 0418-552900
Monumentenregister Nijmegen. Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Monumentenverordening
Register van beschermde monumenten krachtens de Nijmeegse Monumentenverordening Plaatselijke aanduiding monument Ganzenheuvel 71/ Lange Brouwerstraat 55 Aanwijzingsbesluit 11-11-2015 MON ID-code 2749 Redengevende
STUDIO FARRIS ARCHITECTS BVBA KORTE KLARENSTRAAT 4/ ANTWERP - BELGIUM T
1 STUDIO FARRIS ARCHITECTS BVBA KORTE KLARENSTRAAT 4/4 2000 ANTWERP - BELGIUM [email protected] T + 32 3 237 64 18 WWW.STUDIOFARRIS.COM BTW BE0807 219 251 2 STABLE Studio Farris Architects heeft
e l Hout B R I C O F I C H E
5043676 r u e Een d en s t a a l p t u o H E H I C F C O I B R Hout B R I C O F I C H E Inleiding Als u een deur zoekt, dan vindt u een ruim aanbod in de meest uiteenlopende en fijnste houtsoorten. De
De bouw van het Misjkan
De bouw van het Misjkan Laten wij nu eens een kijkje nemen op de plaats waar Betsalel en Oholiav en de overige mensen die hen helpen, bezig zijn met de bouw van het Misjkan, terwijl heel het volk hen steunt.
Het irrationaal getal phi (φ)
Het irrationaal getal phi (φ) De gulden snede Het irrationaal φ is ongeveer 1,6180339887 Dit getal is terug te vinden in veel maten en verhoudingen van lengtes van oude Griekse beeldhouwwerken, architectuur
De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.!
De renaissance Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis. Deze term betekent letterlijk de wedergeboorte, en is een kunststroming uit
Iepenlaan bij 1. Oorspronkelijke functie : Toegangskolommen. Datum foto : 20-07-2010
Iepenlaan bij 1 Straat en huisnummer : Iepenlaan (bij 1) Postcode en plaats : 2061 GG Bloemendaal Kadastrale aanduiding : A11671 Complexonderdeel : Naam object : Bouwjaar : 1924 Architect : Architectenbureau
HOE IK EEN BALG MAAK
HOE IK EEN BALG MAAK Gespreid over verschillende jaren, bouwde ik houten camera s. De grootste uitdaging was het zelf maken van een balg. Om het geheim hiervan te achterhalen, ontlede ik enkele oude balgen.
Complexnummer: Smallepad MG Amersfoort Postbus BP Amersfoort
Complexnummer: 527199 Smallepad 5 Aantal complexonderdelen: Monumentnummers van complexonderdelen: 2 527201, 527200 Woonplaats : Gemeente: Provincie: Hoofdadres van hoofdobject: Grindweg 97 Complexomschrijving:
Hand-out Portrettekenen verhoudingen
Hand-out Portrettekenen verhoudingen 1+2) 1. Hoofd: Omtrek van het hoofd tekenen in de vorm van een ovaal = eivorm 2. Verdeel deze verticaal van kruin tot kin door de helft 3. Verdeel de ovaal horizontaal
MARSIPULAMI VRIJWARINGSCLAUSULE PATROON. Vanja Grundman van Vertaling Charami.com
1/14 MARSIPULAMI Vanja Grundman van http://amigurumibb.com/ Vertaling Charami.com VRIJWARINGSCLAUSULE PATROON Dit patroon behoort toe aan Vanja Grundman (http://amigurumibb.com/). Charami.com maakte enkel
Stap 1. M o n t a g e h a n d l e i d i n g S p e e l J u w e e l
Stap 1 Benodigdheden: - 2 balken van 4,5 x 9 x 180 cm - 2 balken van 4,5 x 9 x 171 cm - 4 schroeven van 6 x 100 mm Uitleg: 1. Leg de balken neer zoals op de tekening is aangegeven. 2. Schroef in elke hoek
Maak hier de gaatjes voor in je multomap. Leerlingenboekje WELKOM BIJ DE ROMEINEN. Dit boekje is van
Maak hier de gaatjes voor in je multomap Leerlingenboekje WELKOM BIJ DE ROMEINEN _ Dit boekje is van Welkom bij de Romeinen! In Welkom bij de Romeinen maak je kennis met het Romeinse leven. Je zult merken
Cursus KeyCreator. Tekenen van een ratel
Cursus KeyCreator Tekenen van een ratel Maken van een ratel. Bij deze oefening gaat men gebruik maken van verschillende onderdelen van KeyCreator. Der tekening bestaat uit volgende onderdelen: Een blok
Romeinse Tempelarchitectuur
Romeinse Tempelarchitectuur De Ontwikkelingen van de Romeinse Tempelarchitectuur gedurende de Romeinse Republiek van 509-80 v.chr. Afbeeldingen Tale Idske Wolthuis Masterscriptie Archeologie Rijksuniversiteit
De vorm en samenstelling van het monument. De omgeving van het monument. 1) Hoe heet het plein waar het monument zich bevindt? één personage.
De vorm en samenstelling van het monument 1) Uit welke verschillende delen bestaat het monument? Kruis aan.. De omgeving van het monument 1) Hoe heet het plein waar het monument zich bevindt?... obelisk
MEETHANDLEIDING VOOR SHUTTERS DRIEDELIGE ERKER
Met behulp van deze informatie kunt u uw shutters op de juiste manier opmeten. Druk dit document bij voorkeur in kleur af, zodat u goed kunt zien wat u moet opmeten. MEETHANDLEIDING VOOR SHUTTERS MEETINSTRUCTIES
Programma van Eisen en Wensen BBT Testbaan
Programma van en en Wensen BBT Testbaan 1. BBT Testbaan Medewerkers van de brandweer worden periodiek medisch en fysiek gekeurd. Dit Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) bestaat uit de volgende
Aanzichten en inhoud. vwo wiskunde C, domein G: Vorm en ruimte
Aanzichten en inhoud vwo wiskunde C, domein G: Vorm en ruimte 1 Verantwoording 2015, SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling), Enschede Dit lesmateriaal is ontwikkeld in het kader van de nieuwe
Cursus KeyCreator. Oefening 18: Regelplaat
Cursus KeyCreator Oefening 18: Regelplaat Afmetingen regelplaat Tekenen van een regelplaat. Deze oefening is een toepassing op bogen, cirkels, hoeken en voornamelijk trimmen. Om het overzichtelijk te houden
Complexnummer: Smallepad MG Amersfoort Postbus BP Amersfoort
Complexnummer: 522705 Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl T 033 421 74 21 F 033 421 77 99 E [email protected] Complexnaam: Sonneheerdt Aantal complexonderdelen:
Wisknutselen in de klas: creatief met wiskunde
Wisknutselen in de klas: creatief met wiskunde Florine Meijer, Wisknutsels Inleiding Creativiteit en wiskunde, gaat dat samen? Kan je wiskunde doen en tegelijk knippen en plakken, of haken, breien en borduren?
Onderzoek naar ontsluitingsmogelijkheid Portiekontsluiting
Onderzoek naar ontsluitingsmogelijkheid Portiekontsluiting In dit verslag heb ik het over de ontsluitingsmogelijkheid via een portiek. Hierin zal ik het hebben over wat een portiekontsluiting nou precies
DE ROMEINEN KOMEN!! Groep 5 en 6. Vragenlijst Museumzaal Thermenmuseum. 1. Namen leerlingen: Naam van de school: Te:
DE ROMEINEN KOMEN!! Groep 5 en 6 Vragenlijst Museumzaal Thermenmuseum 1. Namen leerlingen: Naam van de school: Te: 1 In de museumzaal hangen banieren met tekst. Een banier is een soort vlag. Er staan ook
Teken een diagonaalvlak naar keuze in de originele kubus. Teken dit diagonaalvlak plat op je blad op ware grootte.
Deze toets bestaat uit 11 opgaven. Voor elk onderdeel is aangegeven hoeveel punten kunnen worden behaald. Er zijn 2 punten te behalen. Antwoorden moeten altijd zijn voorzien van een berekening, toelichting
Afmetingen Aanzicht zie basistekening 3 van 2D tekenen. Afmetingen van gleuf voor V- riem
2D naar Solid Afmetingen Aanzicht zie basistekening 3 van 2D tekenen Afmetingen van gleuf voor V- riem Veranderen van een 2D tekening naar een solid. Teken een 3D tekening van een aandrijfwiel vertrekkende
Donkerelaan 20. Straat en huisnummer : Donkerelaan 20 Postcode en plaats : 2061 JM Bloemendaal Kadastrale aanduiding : A9941 Complexonderdeel :
Donkerelaan 20 Straat en huisnummer : Donkerelaan 20 Postcode en plaats : 2061 JM Bloemendaal Kadastrale aanduiding : A9941 Complexonderdeel : Naam object : Oude Dorpshuis Bouwjaar : 1929 Architect : H.W.
Gecombineerd toestel. Vragen over de huidige toestand OK Niet OK. FC* Beschrijving - Commentaar. 1. Conform de EN-norm Permanente markering
Vragen over de huidige toestand Niet 1. Conform de EN-norm 1176 Is op het speeltoestel een markering aangebracht dat het in overeenstemming met de NBN/EN-norm 1176 is of kan de fabrikant een geschreven
Voorbeeld parameters voor hout Bekijken we onderstaand dubbel opendraaiend raam.
Voorbeeld parameters voor hout Bekijken we onderstaand dubbel opendraaiend raam. Technische kenmerken Afgewerkte breedte van het onderste kaderprofiel: 120 Afgewerkte breedte overige kaderprofielen 80
Materialen 481 m getwijnd of gevlochten katoenen touw, ø 4 mm Houten staaf van 1,2 m, dik en stevig genoeg om het gewicht van je gordijn te dragen
gordijn Een macramégordijn is prachtig in elke deuropening en is perfect om een open kast mee af te sluiten en de aandacht af te leiden van wat er allemaal in ligt. Dit is een ontwerp voor een gordijn
Romeinse architectuur De Romeinse architectuur komt in eerste instantie voort uit die van de Grieken, die immers behoorlijk ver ontwikkeld was voor de
Oude Egyptische architectuur Egyptische bouwkunst had als doel om zo ordelijk en constant mogelijk te zijn. Het beste voorbeeld hiervan is de Egyptische piramide, die symmetrisch is en door praktisch de
Cursus KeyCreator. Oefening 3D: éénvleugelraam
Cursus KeyCreator Oefening 3D: éénvleugelraam Tekenen van een éénvleugel raam. Een eenvleugel raam tekenen kan via meerdere methodes. Een eerste methode is een constructie met de vleugel als een geheel,
❶ Het centrale deel. De vorm en samenstelling van het monument. De omgeving van het monument
De vorm en samenstelling van het monument De omgeving van het monument 1. Kijk goed om je heen en duid aan wat het beste past voor dit monument. We kunnen het van ver zien. Het is gelegen aan een drukke
Bouwhistorisch onderzoek
Bouwhistorisch onderzoek BOUWHISTORISCHE NOTITIE Adres : Gedempte Zuiderdiep 8 Status : Gemeentelijk monument Periode : januari 2003 Onderzocht door : Taco Tel en Henk Wierts Auteur : Taco Tel Datum :
eryl is een compact huis met een vloeroppervlakte van 77m. Door met
eryl is een compact huis met een vloeroppervlakte van 77m. Door met B goedkope en hergebruikte materialen te werken blijven de kosten voor 2 materialen en installaties onder de 15.000. Het huis is ontworpen
BIJLAGE 5/1: REACTIE BIJ BRAND
0 PLATEN [De platen zijn opgenomen bij de betreffende tekst] Plaat 5.1 - Groendaken 1 VOORWERP De vereisten inzake de reactie bij brand en het gedrag bij een brand vanaf de buitenzijde die vermeld zijn
Ziet uw kubus er op dit moment niet zo uit? Maar wilt u hem wel zo krijgen? Dan zit u hier goed!
Ziet uw kubus er op dit moment niet zo uit? Maar wilt u hem wel zo krijgen? Dan zit u hier goed! Stap voor stap uitgelegd hoe u uw kubus van Rubik weer goed krijgt. Orginele versie http://rubik.tormentil.nl/
DE TOENEMENDE LAGENSNIT MET PROJECTIE (vanaf 120 )
DE TOENEMENDE LAGENSNIT MET PROJECTIE (vanaf 120 ) Algemeen Als klanten met lang haar geen massieve snit hebben, is het meer dan waarschijnlijk dat zij lagen in het haar hebben en meestal toenemende lagen.
De bouwonderdelen bij dit nummer
De bouwonderdelen bij dit nummer Bij deze aflevering ontvangt u houten latten voor de verschansingen en onderdelen voor het dekbeslag. Gevormde houten onderdelen 0 roosterelementen, 33 mm lang rondhout
WELSTANDSBEOORDELINGEN STADSBOUWMEESTER A M E R S F O O R T. Verslag d.d. 29-04-2014
WELSTANDSBEOORDELINGEN STADSBOUWMEESTER A M E R S F O O R T weeknummer: 18 Verslag d.d. 29-04-2014 Status: vastgesteld Aanwezig: Stadsbouwmeester: mevr. ir. L.L.M. Oudenaarde Ambtelijke ondersteuning:
Antwoorden Vorm en Ruimte herhaling. Verhoudingen
Antwoorden Vorm en Ruimte herhaling Verhoudingen 1. a. Tegenover elke 4 eenheden A staan 5 eenheden B en omgekeerd. b. 125 ; 80 c. A bevat 800 exemplaren, B bevat 1000 exemplaren. d. x ; y 2. a. 3 : 2
Het geheim van Cleopatra
Marian Hoefnagel Het geheim van Cleopatra VEERTIEN De tijd van je leven Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen Voorwoord Dit verhaal speelt meer dan 2000 jaar geleden, in Egypte. De wereld zag er
Eindexamen wiskunde vmbo gl/tl 2008 - I OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter. oppervlakte cirkel = π straal 2
OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter oppervlakte cirkel = π straal 2 inhoud prisma = oppervlakte grondvlak hoogte inhoud cilinder = oppervlakte grondvlak hoogte inhoud kegel = 1 3 oppervlakte
Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken
Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken Inleiding: topologische oppervlakken en origami Een topologisch oppervlak is, ruwweg gesproken, een tweedimensionaal meetkundig object. We zullen in deze tekst
Identificatie. Basisgegevens
Identificatie V. Herremans, Eenen loffelycken ende hoffelycken aultaer. Retabelplastiek in de Titel Hoogaltaar Gemeente Patroonheilige v/d kerk Basisgegevens Datering begin Datering einde Uitvoerder en/of
Werkstuk Wiskunde Magische Vierkanten
Werkstuk Wiskunde Magische Vierkanten Werkstuk door een scholier 1258 woorden 9 maart 2005 5,8 144 keer beoordeeld Vak Wiskunde De Chinezen waren de eerste die met magische vierkanten gingen werken. Volgens
