Algemene getijtheorie
|
|
|
- Francisca Mulder
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Algemene getijtheorie De wisselende waterstanden en de in richting en snelheid veranderende getijstromen zijn bijna geheel het gevolg van de wisselende aantrekkingskrachten van de maan en de zon op de watermassa s van de aarde. Bij nieuwe en volle maan versterken de krachten van zon en maan elkaar en treedt springtij op, bij het eerste en laatste kwartier staan beide krachten haaks op elkaar en treedt doodtij op. Door analyse van een lange reeks waterstanden van een locatie kan men harmonische constanten verkrijgen. Met behulp van deze harmonische componenten kan men een getijvoorspelling maken. Men noemt dit het astronomisch getij; de waterstanden op basis van het astronomisch getij zijn gegeven in de jaarlijks uitkomende getijtafels HP33 Waterstanden Stromen en de digitale getijtafels HP33D NLTides van de Dienst der Hydrografie. Het getij in de Noordzee vindt zijn oorsprong in de zuidelijke IJszee, waar tussen 55 en 65 graden zuiderbreedte de watermassa zich ononderbroken tussen de continenten door kan voortbewegen. Via de Atlantische oceaan beweegt de getijgolf zich voort met een snelheid van ongeveer 400 knopen om binnen ongeveer twee tot drie dagen de Belgische en Nederlandse kust te bereiken. Hierdoor valt het springtij ruim twee etmalen na volle en nieuwe maan (van Katwijk tot Texel omstreeks 3 etmalen). Doodtij valt ruim twee etmalen na het eerste en laatste kwartier (van Katwijk tot Texel omstreeks 3 etmalen). In het zuidelijk deel van de Noordzee bewegen zich tegengesteld aan de draairichting van de klokwijzers om twee centra, z.g. amfidromische punten, die gelegen zijn op ongeveer getijgolven 52º30'N - 03º03'E en 55º27'N - 05º18'E. Bevindt de lijn van gelijktijdig hoogwater (de top van de getijgolf) zich aan de ene zijde van een amfidromisch punt, dan bevindt de lijn van gelijktijdig laagwater (het dal van de golf) zich aan de andere zijde. In amfidromische punten is vrijwel geen verticaal getij, maar wel getijstroom.
2 Het reductievlak Het reductievlak is het vlak waaraan de dieptes in de zeekaart en de getijvoorspellingen gerefereerd worden. Dat vlak dient dermate laag te liggen dat het tijdens normale meteorologische omstandigheden zelden minder diep zal zijn dan dat er in de zeekaarten wordt aangegeven. Per station verschilt de vorm van de getijkromme en ook de afstand van het vlak van de gemiddelde zeestand tot het reductievlak. Het reductievlak dient aan de volgende voorwaarden te voldoen; 1. Het reductievlak dient zo laag gedefinieerd te zijn dat het waterniveau zelden lager zal zijn 2. Niet zo laag dat de diepten onrealistisch laag zijn 3. Er dient een geleidelijke overgang van gebied naar gebied en van kaart naar kaart te zijn
3 Overgang van GLLWS naar LAT Voorheen werd, op volle zee en op de wateren die daarmee in open verbinding staan, gekarteerd ten opzichte van het reductievlak gemiddeld laag laagwaterspring (GLLWS). Als gevolg van internationale standaardisatie wordt er overgegaan naar Lowest Astronomical Tide (LAT). Het overgangsproces zal een aantal jaren in beslag nemen. LAT is de laagst voorspelde waterstand op basis van de aantrekkingskracht van de maan en de zon. Ook het reductievlak Overeengekomen Lage Waterstand (OLW), dat voorkomt bij stations stroomopwaarts van Hoek van Holland, is aangepast aan het LAT vlak op zee. Alle Nederlandse grootschalige kaarten (1: tot 1: ) zijn reeds omgezet naar LAT. De Nederlandse kleinschalige en middelgrote kaarten (1: tot 1: ) worden in de komende jaren naar LAT omgezet. Het kan voorkomen dat een haven op de ene kaart met diepten t.o.v. LAT afgebeeld staat en op de andere kaart met diepten t.o.v. GLLWS. Dit wordt veroorzaakt door de overlap in dekking tussen kaarten en, door de uitgave van hetzelfde gebied op verschillende schalen. Op iedere papieren kaart en Electronic Navigational Chart (ENC) wordt het reductievlak vermeld. Het is belangrijk om die randinformatie goed te lezen en toe te passen. Van de ons omringende landen gebruikt de Britse hydrografische dienst (UKHO) approximately LAT, de Duitse hydrografische dienst (BSH) bevindt zich in de overgangsfase tussen GLWS en LAT en de Vlaamse Hydrografie bevindt zich in de overgangsfase tussen GLLWS en LAT. In de HP33 wordt LAT als reductievlak gebruikt. Ter informatie staat bovenaan iedere stationspagina in de HP33 de omrekening van de waterstand in GLLWS naar de waterstand in GLLWS. In de digitale versie HP33D NLTides kan men zelf kiezen welk reductievlak gebruikt wordt. Voor iedere positie op het Nederlandse Continentale Plat kan men het verschil, op decimeter niveau, tussen GLLWS en LAT bepalen met het programma PCTrans dat via gratis te downloaden is. LAT ligt over het algemeen lager dan GLLWS. Dit betekent dat in een kaart gebaseerd op LAT in de meeste gevallen de gekarteerde diepten minder zijn dan in een kaart gebaseerd op GLLWS. Dit heeft uiteraard geen gevolgen voor de werkelijke waterdiepte, omdat er meer getijhoogte moet worden opgeteld bij de kaartdiepte om tot de werkelijke/voorspelde waterdiepte te komen. Gemiddeld zijn de verschillen tussen GLLWS en LAT 2 à 3dm, 60km uit de kust van Zeeland kan het verschil oplopen tot 5dm. De figuren hieronder tonen het verschil in dieptebeeld tussen een kaart met een dieptebeeld ten opzichte van GLLWS en een kaart met een dieptebeeld ten opzichte van LAT.
4 Voorbeeld verandering dieptebeeld. Links data gerefereerd aan GLLWS, rechtszelfde data gerefereerd aan LAT Internationale overgang naar LAT betekent op termijn dat op de hele Noordzee hetzelfde reductievlak gebruikt wordt. Door gebruik van de laagst voorspelbare waarde als reductievlak zullen er geen negatieve waarden meer voorkomen in de getijvoorspellingen. Bij gemiddelde weersomstandigheden zal het altijd minimaal even diep zijn als op de zeekaart staat aangegeven. De nul meter dieptelijn zal door de overgang zeewaarts opschuiven, waardoor tevens de daarop gebaseerde zonegrenzen, bijvoorbeeld de 12 mijls buitengrens van de territoriale zee, zeewaarts zullen opschuiven. De wijzigingen in de buitengrenzen van de zones kunnen enige zeemijlen bedragen. Wijziging zonegrenzen noordelijk kustgebied. In rood de laagwaterlijn gebaseerd op GLLWS, in blauw de laagwaterlijn gebaseerd op LAT en een vernieuwd dieptebeeld.
5 NAP In Nederland wordt voor het land als hoogtereferentie NAP (Normaal Amsterdams Peil) aangehouden. Het NAP-vlak is langs de kust ongeveer gelijk aan de gemiddelde zeestand (plus of min een decimeter). Voor alle getijtafellocaties aan de Nederlandse kust is, in de curve voorafgaand aan de tabellen in de HP33 en via een tabel in de digitale HP33D - NLTides, aangegeven waar het NAP vlak zich bevindt ten opzichte van LAT. In veel gevallen wordt door walautoriteiten (havenmeesters, sluiswachters) de waterstand in NAP bekend gesteld. Voor de omrekening van NAP waterstanden naar LAT waterstanden wordt in de HP33 op de pagina met de getijcurve de formule uurstand in LAT = uurstand in NAP + XXdm gebruikt. OLW/OLR Het OLW ( Overeengekomen Laag Water ) wordt zodanig bepaald dat het een vloeiende overgang vormt van het LAT (voorheen : GLLWS ) te Hoek van Holland tot de OLR te Tiel op de Waal. De OLR (Overeengekomen Lage Rivierstand) is het plaatselijk peil, overeenkomend met de OLA (Overeengekomen Lage Afvoer ) te Lobith, voor stations op de Bovenrijn, de IJssel en de Waal t/m Tiel en tegenwoordig ook de Lek en benedenrijn. In de figuur hiernaast wordt in blauw weergegeven het rivierengebied waar OLW geldt, in rood geldt OLR, in groen een lokaal stuwpeil. Alle peilen worden gedefinieerd ten opzicht van NAP en zijn als zodanig met elkaar te vergelijken.
6 Getijtafels HP33 en HP33D - NLTides De getijvoorspellingen in de HP33 en HP33D NLTides zijn gebaseerd op berekeningen van Rijkswaterstaat Waterdienst. In de HP33 worden voor 15 Nederlandse en 2 Belgische locaties de voorspelde uurstanden en hoog- en laagwaters in dm t.o.v. het reductievlak gegeven voor het gehele jaar. De digitale getijtafel HP33D-NLTides wordt opcd-rom uitgegeven. Overeenkomstig met SOLAS V/2.2 en V/ is NLTides het officiële equivalent van de papieren HP33. Onder voorwaarde dat er een eschikt reserve exemplaar (b.v. een tweede geïnstalleerd programma of een afdruk faciliteit) aanwezig is, kan NLTides de HP33 vervangen. Naast de Nederlandse getijtafels en stroomgegevens in deze HP33 bevat HP33D NLTides een groot aantal waterstanden van andere Nederlandse locaties. De getijvoorspellingen voor de Belgische en de Duitse havens zijn gelijk aan de voorspellingen in de United Kingdom Hydrographic Office (UKHO) getijvoorspellingssoftware TotalTide. Met onderstaand voorbeeld wordt aangegeven hoe deze gegevens gebruikt kunnen worden bij de reisvoorbereiding. Het voorbeeld gaat uit van de informatie in de papieren HP33. In de HP33D NLTides is dezelfde informatie te vinden. De gegevens in onderstaand voorbeeld verwijzen niet naar gegevens in de huidige uitgave.
7 Stroomgegevens in HP33 en HP33D NLTides De stroomgegevens in de HP33 en HP33D NLTides zijn gebaseerd op de getijmodellen van het Deltares (in opdracht van rijkswaterstaat). Door gebruik van een wiskundig model krijgt de stroominformatie in een gebied meer samenhang en wordt het eenvoudiger om in te spelen op veranderende omstandigheden als bijvoorbeeld een tweede Maasvlakte of kunstmatige eilanden in zee. Metingen ter plaatse van de belangrijkste Nederlandse havens, in de Waddenzee en Deltagebied tonen aan dat de modellen goed aansluiten bij de werkelijke stroomrichtingen en snelheden. Het zijn gemiddelden in de voor de scheepvaart meer belangrijke bovenste waterlagen bij gemiddeld doodtij en gemiddeld springtij tijdens een periode van gemiddelde weersomstandigheden (wind ZW kracht 3-4). Het is niet mogelijk om alle details van plaatselijke aard in de atlassen te verwerken. Voor nadere bijzonderheden van afzonderlijke vaarwaters wordt verwezen naar de stroombeschrijving in de Netherlands Coast Pilot (HP1) en Digipilot (HP1D).
8 Onderstaand voorbeeld toont hoe men de stroomgegevens in de HP33 dient te gebruiken. De getoonde berekeningen worden in HP33D NLTides automatisch uitgevoerd. De gegevens in onderstaand voorbeeld verwijzen niet naar gegevens van dit jaar. Locatie Texelstroom ten zuiden van Oudeschild Datum 7 oktober 2009 Tijd 10:20u plaatselijke tijd In de tabel met uurstanden Harlingen kan men vinden dat het gezochte tijdstip ongeveer twee uur voor HW Harlingen is. Het desbetreffende stroomkaartje geeft voor dit tijdstip een NO gaande stroom aan met een kracht van 0.7 knopen bij doodtij en 1.0 knopen voor springtij. In dezelfde tabel kan men opzoeken dat op 4 oktober het Volle Maan is. Aangezien langs de Nederlandse en Belgische kust het springtij ruim twee etmalen (en van Katwijk tot Texel omstreeks 3 etmalen) na Nieuwe en Volle Maan plaatsvindt, betekent dit dat het op 7 oktober springtij is. De stroming is dus 1.0 knopen sterk. De procedure is dus als volgt: Bepaal welke stroomkaartjes het gebied dekken en welk referentiestation gebruikt moet worden; Zoek in tabel uurstanden in dm t.o.v. LAT op wat het dichtstbijzijnde tijdstip van HW is; Bekijk het desbetreffende stroomkaartje (of interpoleer tussen twee stroomkaartjes) en bepaal de stroomrichting en stroomsterkte bij dood- en springtij; Bepaal aan de hand van de tabel uurstanden in dm t.o.v. LAT of het dood- of springtij is of een periode tussen deze twee fasen, zodat en moet interpoleren.
9 Verticale getijgegevens in de kaart Ook op de kaarten wordt een indicatie gegeven van het verticale getij door middel van kleine vierkanten, voorzien van een letter, die verwijzen naar een tabel elders op de kaart. Verder komen in sommige tabellen de getijgegevens voor van enkele kustplaatsen. In de tabel worden naast de positie in graden en minuten van de betreffende locatie respectievelijk weergegeven: Mean Mean Mean Mean High Water Spring (MHWS / gem. HW spring) High Water Neap (MHWN / gem. HW doodtij) Low Water Neap (MLWN / gem. LW doodtij) Low Water Spring (MLWS / gem. LW spring). Alle waarden zijn gegeven ten opzichte van het voor de kaart geldende reductievlak. Stroomgegevens in de kaart In Zee- en Hydrogafische kaarten zijn de te verwachten getijstromen voor bepaalde plaatsen in tabelvorm opgenomen. In tegenstelling tot het verticale getij heeft een dergelijke stroomtabel minder algemene waarde. De tabel geldt vrijwel uitsluitend voor de aangegeven positie en geeft slechts een indicatie van de te verwachtten stroom in een groter gebied. Voor nauwkeuriger waarden kan men beter gebruik maken van de HP33 of HP33D - NLTides. Bij het gebruik van de HP33 wordt aangeraden gebruik te maken van de meest grootschalige stroomkaart van het gebied. In dat gebied is de relatie met het referentiestation het best aan te geven. Het verschil in looptijd tijdens springtij en looptijd tijdens doodtij van het getij tussen twee ver uit elkaar gelegen locaties kan oplopen tot ruim een uur. Hierdoor is het gebruik van een ander referentiestation dan dat aangegeven op de meest grootschalige stroomkaart niet aan te raden, indien men veel belang hecht aan een nauwkeurige bepaling van bijvoorbeeld het tijdstip van kentering.
10 Invloed van meteorologische omstandigheden Er kunnen aanzienlijke verschillen ontstaan tussen de voorspelde (astronomische), zoals te vinden in de HP33 of HP33D - NLTides, en actuele (gemeten) waterstanden. Deze verschillen zijn vrijwel altijd het gevolg van meteorologische omstandigheden die slechts op korte termijn te voorspellen zijn. Aanlandige wind veroorzaakt over het algemeen een hogere waterstand en tevens een vervroeging van het tijdstip van HW en LW. Aflandige wind veroorzaakt het tegenovergestelde effect. Ook de luchtdruk is van invloed op de waterstand. Hoe hoger de luchtdruk, des te lager de waterstand, en andersom. De invloed van meteorologische omstandigheden op het stroombeeld is moeilijk met behulp van enkele parameters te bepalen, omdat ook weersomstandigheden op grote afstand (b.v. voor de Noorse kust) invloed kunnen uitoefenen op het stroombeeld nabij de Nederlandse kust. De belangrijkste meteorologische omstandigheden, die aanleiding geven tot verandering van de in de atlas gegeven stroombeelden zijn windvelden en in mindere mate luchtdrukverschillen boven de Noordzee. Omstandigheden, die leiden tot een verhoging van het zeeniveau in het zuidelijke deel van de Noordzee, veroorzaken een stroming van de Noordzee naar Het Kanaal. Omgekeerd leiden omstandigheden, die aanleiding geven tot een verlaging van het zeeniveau in het zuidelijke deel van de Noordzee, tot een stroming van Het Kanaal naar de Noordzee. De invloed van deze omstandigheden op de getijstroom is merkbaar als een toename in duur en sterkte in de ene richting en een vermindering in duur en sterkte in de tegengestelde richting. Nadat de oorzaken van de genoemde stromingen zijn verdwenen, duurt het nog enige tijd voordat de normale situatie is teruggekeerd. Van de meer plaatselijke weersinvloeden op open water kan in het algemeen worden gezegd, dat de wind de stroomsnelheid vergroot of verkleint afhankelijk van de richting van de wind en die van de stroom. Een vuistregel ter bepaling van de windinvloed op open zee is dat de wind een stroom van 2% van de windsnelheid veroorzaakt (wind met een snelheid van 40 knopen veroorzaakt een stroom van 0,8 knoop). De richting van deze, door de wind veroorzaakte stroom is ongeveer 10 geruimd ten opzichte van de richting waarin de wind waait (een NW wind veroorzaakt in open zee in het algemeen een zuidoost ten zuiden gaande stroom).
11 Waarschuwingen bij stroomgegevens Nadrukkelijk wordt er op gewezen, dat de stroomgegevens in de producten van de Dienst afkomstig zijn van modellen. De omstandigheden die afwijkingen van deze waarden veroorzaken, zijn zo talrijk en uiteenlopend van aard, dat de te verwachten stroom nimmer met absolute zekerheid te voorspellen zal zijn. Afhankelijk van de positie en de lokale bodemconfiguratie (bijvoorbeeld geulen, zandribbels enz.), kunnen vooral op grotere diepten afwijkingen, zowel in richting als snelheid van de getijstroom, optreden. Dit kan met name van invloed zijn op diepstekende schepen. In tegenstelling tot de algemene verwachtingen kan in sommige geulen de stroom bij gemiddeld doodtij een grotere snelheid hebben dan bij gemiddeld springtij; dit is afhankelijk van de dwarsdoorsnede in droogvallingsgebieden. In vaargebieden met banken trekt de stroom door de geulen; daarbij komt de stroomrichting overeen met de strekking van de banken; tegen de tijd dat de waterstand voldoende is gerezen, trekt de stroom meer over de banken. In het gebied van de benedenrivieren is vrijwel uitsluitend de in de lengterichting van het vaarwater heen en weer gaande stroom van belang. Bij havenbekkens, nevenvaarwaters en dergelijke kan het stroombeeld soms gecompliceerd zijn. Bij Hoek van Holland hebben extreme Rijnafvoeren duidelijke invloed op het stroombeeld. Bij afvoeren boven 6000 m3/s (te Lobith) staan de Haringvlietsluizen geheel open; de afvoer via de Nieuwe Waterweg is dan niet constant te houden. Tijdens het spuien kunnen bij de Haringvlietsluizen sterke stromingen ontstaan. Te IJmuiden treedt er tijdens spuien of malen een zeegaande stroom op in het Buitenspuikanaal en voor de mond daarvan (noordelijk van de Noordersluis). Schepen die niet dieper steken dan 5 m kunnen hinder verwachten, want tijdens het spuien is de stroomsnelheid in de laag 0 tot 5 m maximaal 1 knoop; beneden deze laag staat nauwelijks stroom. Tijdens malen zijn de stroomsnelheden circa 50% lager. Dubbele vloedkop vóór Zeegat van Texel. In het zeegebied vóór het Zeegat van Texel doet zich gedurende 3, 4 en 5 uur na LW Den Helder het verschijnsel voor van de dubbele vloedkop; dit gebied is op de betrokken uurkaarten aangegeven met een blauwe arcering. In het noordelijke deel is het tweede HW iets hoger dan het eerste; in het zuidelijke deel is het eerste HW iets hoger dan het tweede; in het midden van het gebied treedt gedurende de tijd slechts één langgerekt HW van vrijwel constante hoogte op. Stroomsnelheidveranderingen (Westerschelde). De scheepvaart wordt er op geattendeerd dat als gevolg van verdiepingswerkzaamheden op drempels in de Westerschelde en haar monding ( ) in met name de nevenvaargeulen stroomsnelheidsveranderingen kunnen optreden ten opzichte van de in de stroomatlas HP15 Westerschelde/Oosterschelde gegeven waarden. Wanneer de stroomsnelheden gestabiliseerd zijn, zal indien nodig de stroomatlas worden aangepast. Platen van Ossenisse (Westerschelde).Tijdens sterke springtijen kan er een zeer sterke dwarsstroom (van 2,5 tot 5 knopen) het Zuidergat oversteken. De dwarsstroom treedt op 10 minuten voor HW Hansweert vanaf 56dm LAT (+2.80 m t.o.v. NAP) en hoger op het tijdstip van HW Hansweert tot 40 minuten na HW Hansweert. Een oostelijke dwarsstroom staat vanaf het oostelijke gedeelte van de Platen van Ossenisse (ten noorden van Hoek van Ossenisse) tussen de boeien No. 51 en No. 53 in de richting van de noordwestelijke inloop van de Schaar van Waarde. Tevens staat er op dat moment tussen de boei No. 53 en boei No. 55 een westelijke dwarsstroom richting de uitloop van de Schaar van Ossenisse. De dwarsstroming kan tevens voorkomen tijdens minder ontwikkelde springtijen welke als gevolg van opstuwing een waterstand te Hansweert > 61 dm LAT (3,35 m. t.o.v. NAP) tot gevolg hebben. Wantijgebieden (Waddenzee). In de Waddenzee is het stroomverloop gecompliceerd; in wantijgebieden ontmoeten twee vloedstromen uit verschillende zeegaten elkaar. Door de geringe stroom slibt een dergelijk gebied meer aan dan het omringende gebied; het wantijgebied strekt zich doorgaans slingerend uit tussen het vaste land en de eilanden. Bij langdurige oostelijke winden kunnen waterstandsverlagingen en verschuivingen van de stroombeelden in de Waddenzee aanzienlijk zijn.
12 Afwijkingen t.o.v. de Waddenzee atlassen kunnen na verloop van tijd ontstaan als gevolg van wijzigingen in de vaarwaters, samenhangend met wijzigingen in het stroombeeld. Ten gevolge van de aanleg van Maasvlakte 2 verandert het stroombeeld in de directe omgeving daarvan. Deze veranderingen zijn het meest merkbaar direct ten noorden van Maasvlakte2, in de omgeving van de Maasgeul en de Havenmonding. De vloedstroom verplaatst zich in de directe omgeving van de nieuwe kustlijn meer zeewaarts. Hierdoor verandert de stroomsnelheid en de stroomrichting bij de havenmonding minder abrupt dan in de oude situatie en wordt de stroomkentering eerder ingezet. Tijdens afnemend tij zijn er vooralsnog geen effecten van belang waargenomen. De zeevarende moet zich ervan bewust zijn dat de stroomsituatie gedurende de landaanwinning blijft veranderen. De verwachting is dat de landaanwinning voor Maasvlakte 2 eind 2010 is afgerond waarna er geen belangrijke stroomveranderingen worden verwacht. Actuele stroominformatie kan via VHF11 bij verkeerscentrale (VTS) Hoek van Holland worden opgevraagd. Getijlinks Uitgebreide uitleg over het ontstaan van het getij Eenvoudige uitleg over springtij en doodtij met leuke animaties Mooie site over scheepvaart en getij Zeer uitgebreide uitleg over het ontstaan van het getij
INLEIDING GETIJTAFELS
INLEIDING GETIJTAFELS Algemene getijtheorie De wisselende waterstanden en de in richting en snelheid veranderende getijstromen zijn bijna geheel het gevolg van de wisselende aantrekkingskrachten van de
INLEIDING GETIJTAFELS
INLEIDING GETIJTAFELS Algemene getijtheorie De wisselende waterstanden en de in richting en snelheid veranderende getijstromen zijn bijna geheel het gevolg van de wisselende aantrekkingskrachten van de
Overgang van GLLWS naar LAT
+ Overgang van GLLWS naar LAT Overgang van GLLWS naar LAT Voor een schipper is het van cruciaal belang de diepte tot het bodemoppervlak en het getij te kennen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van nautische
Reisvoorbereiding. Ivar ONRUST
Reisvoorbereiding Ivar ONRUST Op ruim water is een andere voorbereiding nodig dan voor het varen op plassen en rivieren. Men heeft hier dan ook een andere uitrusting nodig van schip en bemanning Sinds
Hoofdstuk 3. Getijden- en Stromingsleer. - Jonathan Devos -
Hoofdstuk 3 Getijden- en Stromingsleer - Jonathan Devos - 22-10-2017 Getijden- en Stromingsleer 2 22-10-2017 Getijden- en Stromingsleer 3 Algemene inhoud Topografie, kennis van zee & strand Getijdenleer
Hoofdstuk 3. Getijden- en Stromingsleer. Algemene inhoud 27/09/2012. Topografie, kennis van zee & strand. Getijdenleer.
27-9-2012 Getijden- en Stromingsleer 1 Hoofdstuk 3 Getijden- en Stromingsleer - Jonathan Devos - Algemene inhoud Topografie, kennis van zee & strand Getijdenleer Stromingsleer 27-9-2012 Getijden- en Stromingsleer
Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T.
Getijtafels 2015 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T. De getijtafels t.o.v. L.A.T. T.A.W. worden opgezonden na voorafgaande betaling
wadkanovaren.nl pdf versie
wadkanovaren.nl pdf versie waterdiepten bepalen a.h.v. de kaartdiepten laatst bijgewerkt: 24 april 2011 Waterhoogtes tussen doodtij en springtij en tussen laagwater en hoogwater, berekend aan de hand van
Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T
Getijtafels 2016 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T 1 Tijdsaanduiding: De aangegeven tijden zijn in lokale tijd uitgedrukt. Tijdens
STROOMATLAS BENEDEN ZEESCHELDE VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS
MOD 78 WATERBOUWKUNDIG LABORATORIUM FLANDERS HYDRAULICS RESEARCH VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS SPRINGTIJ WATERBOUWKUNDIG LABORATORIUM EN HYDROLOGISCH ONDERZOEK Mod. 78 STROOMATLAS BENEDEN - ZEESCHELDE
Extreme getijden: niet enkel astronomie!
Extreme getijden: niet enkel astronomie! Jan Haelters Inleiding Veel strandbezoekers met interesse voor fauna en flora brengen een bezoek aan het strand na storm of tijdens periodes van springtij. Zeker
Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T.
Getijtafels 2012 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T. De getijtafels t.o.v. L.A.T. T.A.W. worden opgezonden na voorafgaande betaling
wadkanovaren.nl waterdiepten a.h.v. de kaartdiepten
pagina 1 van 8 wadkanovaren.nl waterdiepten a.h.v. de kaartdiepten Waterhoogtes tussen doodtij en springtij en tussen laagwater en hoogwater, berekend aan de hand van de op de waterkaart opgegeven waterdieptes
Getijtafels. Voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T
Getijtafels 2013 Voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T 1 Tijdsaanduiding: De aangegeven tijden zijn in lokale tijd uitgedrukt. Tijdens
Errata/Aanvullingen 10 e druk Kustnavigatie, handboek voor instructie en praktijk. Auteurs: Toni Rietveld, Adelbert van Groeningen en Janneke Bos
Errata/Aanvullingen 10 e druk Kustnavigatie, handboek voor instructie en praktijk. Auteurs: Toni Rietveld, Adelbert van Groeningen en Janneke Bos pag. 12 We noemen zo n koers een loxodroom. RK, r-2 vb
Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge
Getijtafels 2010 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge Getijtafels 2010 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge + Het getij Getij wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht
Getijtafels 2017 T.A.W. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam.
Getijtafels 2017 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W www.vlaamsehydrografie.be 1 Tijdsaanduiding: De aangegeven tijden zijn in lokale
-21- GETIJDEN (2) De veelvormigheid van het getij: de Noordzee
-21- GETIJDEN (2) De veelvormigheid van het getij: de Noordzee In deze aflevering zullen we eens gaan kijken hoe het getij zich voordoet op verschillende plaatsen. Om te beginnen beperken we ons tot de
Rekenen aan Waterstanden en Getijstromen
Getijden 2 Rekenen aan Waterstanden en Getijstromen Arend Jan Klinkhamer Rekenen aan Getijden V2.1 1 Inhoud Samenvatting Oorzaken en verschijnselen van Getijden Rekenen aan waterstanden Rekenen aan getijstromen
Navigatiereader. 9 e editie 14 oktober tot en met 19 oktober 2014. Versie: 26-9-2014 Definitief
9 e editie 14 oktober tot en met 19 oktober 2014 Versie: 26-9-2014 Definitief Inhoudsopgave 1. Inleiding p. 3 2. De aarde p. 4 Een indeling op de aarde p. 4 Lengte en breedte p. 4 3. De zeekaart p. 6 Het
De Waterstanden. Kunstwerk in het kader van het project Nederland leeft met water. Zeezeilen i.s.m. horst4dsign 2016
De Waterstanden Kunstwerk in het kader van het project Nederland leeft met water Zeezeilen i.s.m. horst4dsign 2016 Waarom een kunstwerk? drieledig: - Vanuit het toeristisch netwerk werd aangegeven dat
Getijtafels voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam TAW.
Getijtafels 2018 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam www.vlaamsehydrografie.be 1 Tijdsaanduiding De aangegeven tijden zijn in lokale tijd
2 C A (g in sourcediagram) 3 B A 2 Zie de titel van de kaart. 4 D C 2 Een S-cardinaal (kaart 1 symbool Q 130.3)
Examen Theoretische Kust Navigatie, 8 april 2017 Beknopte verklaring van de antwoorden versie 24 april 2017. Bij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke studiematerialen.
Navigatiereader Race of the Classics
Navigatiereader Race of the Classics Zondag 29 maart tot en met zondag 5 april 2015 Inhoud Inleiding De aarde De zeekaart Drift, stroom en koersrekening Invullen van het logboek Eenheden, termen en afkortingen
Getijtafels voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam TAW.
Getijtafels 2019 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam www.vlaamsehydrografie.be 1 Tijdsaanduiding De aangegeven tijden zijn in lokale tijd
Examen Theoretische Kust Navigatie 20 april 2013 versie 29 april 2013
Examen Theoretische Kust Navigatie 20 april 2013 versie 29 april 2013 Beknopte verklaring van de antwoorden Bij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke studiematerialen.
Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W.
Getijtafels 2016 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W. 1 Tijdsaanduiding: De aangegeven tijden zijn in lokale tijd uitgedrukt. Tijdens
Getijtafels 2017 T.A.W. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam.
Getijtafels 2017 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W www.vlaamsehydrografie.be 1 Tijdsaanduiding: De aangegeven tijden zijn in lokale
Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W.
Getijtafels 2014 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W. 1 Tijdsaanduiding: De aangegeven tijden zijn in lokale tijd uitgedrukt. Tijdens
Deel A Vraag Versie BB Versie SB Punten 1 D A 2 Zie Kaart 1, symbool IQ130.4
Examen Theoretische Kust Navigatie, 26 november 2016 Beknopte verklaring van de antwoorden versie 29 november 2016. Bij vragen waar geen verklaring is gegeven, is de verklaring te vinden in de gebruikelijke
Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W.
Getijtafels 2012 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam T.A.W. De getijtafels t.o.v. L.A.T. T.A.W. worden opgezonden na voorafgaande betaling
1 A 1 De Mercator-kaart heet ook wel een wassende kaart : de staande randdelen worden groter ( wassen ) met toenemende breedte.
Antwoorden Voorbeeldexamen Theoretische Kust Navigatie 2017 Beknopte verklaring van de antwoorden Deel A Vraag Punten 1 A 1 De Mercator-kaart heet ook wel een wassende kaart : de staande randdelen worden
Getijboekje voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge.
Getijboekje 2018 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge www.vlaamsehydrografie.be Getijboekje 2018 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge www.vlaamsehydrografie.be HET GETIJ
Oosterschelde, stroomsnelheden Veiligheidsbuffer Oesterdam.
Belanghebbenden Rijkswaterstaat Zeeland Meetadviesdienst Zeelandll Poelendaelesingel JA Middelburg Postadres: Postbus KA Middelburg T () F () Doorlaatmiddel. Inleiding. Oosterschelde, stroomsnelheden Veiligheidsbuffer
Duitse en Nederlandse wad Woudschoten 30 januari 2011 Holten 5 feb 2011
Duitse en Nederlandse wad Woudschoten 30 januari 2011 Holten 5 feb 2011 Michiel Eijsvogel 1 2 3 Tochtplanning wan.j, diepte berekenen! 1. Keuze NAP of LAT 2. Bekijk met dieptetabel wat knelpunt is 3. Bereken
Inventarisatie van het sublitorale wilde mosselbestand in de westelijke Waddenzee in het voorjaar van 2009
onderzoek en advies mariene ecologie, visserij en schepldierkweek Elkerzeeseweg 77 4322 NA Scharendijke tel./fax: 0111-671584 GSM: 06-44278294 e-mail: [email protected] RAPPORT 2009.79 - CONCEPT Inventarisatie
Watermanagement en het stuwensemble Nederrijn en Lek. Voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren
Watermanagement en het stuwensemble Nederrijn en Lek Voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren Rijkswaterstaat beheert de grote rivieren in Nederland. Het stuwensemble Nederrijn en Lek speelt hierin een
Stroom informatie U4 Roompot 2014
Stroom informatie U4 Roompot 2014 Door Mick van der Meer Er zijn verschillende type stromingen: - door getij - door wind - door riviermondingen - door warm/koud water Op water met getij zoals op de Roompot
Stormvloedflits van 13 en 14 januari Noordwesterstorm veroorzaakt hoge waterstanden langs de kust
Stormvloedflits 2017-03 van 13 en 14 januari 2017 Noordwesterstorm veroorzaakt hoge waterstanden langs de kust Donderdag 12 t/m zaterdag 14 januari is het team Stormvloedwaarschuwingen Kust van het Watermanagementcentrum
Navigatie, Logboek en Marifoonreader
Navigatie, Logboek en Marifoonreader 12 e editie 11 oktober tot en met 15 oktober 2017 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding p. 3 2. De aarde p. 4 Een indeling op de aarde p. 4 Lengte en breedte p. 4 3. De zeekaart
Zeemanschap - de getijden. Om de werking van de getijden goed te verstaan kijken we even naar de hemel...
Een vleugje sterrenkunde als inleiding Om de werking van de getijden goed te verstaan kijken we even naar de hemel... Gezien vanaf de Aarde draaien alle hemellichamen in één dag van oost naar west. Als
rijkswaterstaat notitie WWKZ -81.V276 adviesdienst Vlissingen Leden Projectgroep VWG Verdiepen Westerschelde
~ ~'7 rijkswaterstaat directie waterhuiehouding en waterbeweging dlstrlct kust en zee adviesdienst Vlissingen,prol~tpode~~~...~..- aan : ~. ~-.~!L h--!9_ IA.!.~i&! ven : Ir. W.T. Bakker dahm : Juni 1981
Memorie. Noordzee reductiematrix. Ministerie van Defensie. Dienst Hydrografie Geodesie & Getijden
Bezoekadres: Van der Burchlaan 31 Postadres: MPC 13 A Postbus 90701 2509LS Den Haag www.hydro.nl Memorie Steller: M.C. Kwanten Telefoon (070) 3162845 Fax (070) 3162843 E-mail: [email protected] Noordzee
Blauwe Eilanden. conceptontwikkeling in opdracht van Boskalis (maart 2008)
conceptontwikkeling in opdracht van Boskalis (maart 2008) met toestemming van Boskalis voor presentatie in het kader van DCC op 26 januari 2018 [ POSFORD 1] HASKONING Waterbeweging in de Noordzee De waterstanden
Meten in de Waddenzee
Meten in de Waddenzee Bestand tegen superstorm De waterkeringen langs de Waddenzee moeten bestand zijn tegen een superstorm die gemiddeld eens in de 4000 jaar kan optreden. Om de sterkte van de waterkering
Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160
Memo Aan Port of Rotterdam, T.a.v. de heer P. Zivojnovic, Postbus 6622, 3002 AP ROTTERDAM Datum Van Johan Valstar, Annemieke Marsman Aantal pagina's 5 Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 E-mail johan.valstar
Kenmerkende waarden. Getijgebied Datum 22 juli 2013
Kenmerkende waarden Getijgebied 2011.0 Datum 22 juli 2013 Status Definitief Kenmerkende waarden 2011.0 Getijgebied Colofon Uitgegeven door RWS Centrale Informatievoorziening Informatie Servicedesk Data
Getij. ir R.E. van Ree, oktober 2010
Getij ir R.E. van Ree, oktober 2010 Nederland ligt zo laag ten opzichte van gemiddeld zeeniveau, dat grote delen onder water zouden lopen als we de natuur aan zijn lot zouden overlaten. Met z n allen eisen
Getijden 2 Waterstanden en Getijstromen
Getijden 2 Waterstanden en Getijstromen 1 februari 2011 Arend Jan Klinkhamer Getijden, Arend Jan Klinkhamer, Jan 2011 1 Inhoud Samenvatting Getijden-Oorzaken en verschijnselen Rekenen aan waterstanden
Rondje Noord-Holland 2016
Rondje Noord-Holland 2016 Naarden-IJmuiden-Den Helder-Makkum- Enkhuizen-Naarden Woensdag 4 mei tot/met zondag 8 mei De Aemilia in actie tijdens het Rondje Noord-Holland 2015 V1.1 Voorwaarden: - Deelname
Beknopt Stormrapport 17 juli 2004
Beknopt Stormrapport 17 juli 24 1. ANALYSE Situatie op 17.7.24 12u GMT : langs de voorzijde van een koufront, dat zich uitstrekt over de nabije Atlantische Oceaan, wordt er warme, potentieel onstabiele
Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse
Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard 9T5318.A0 Definitief 24 maart 2010 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon
De Waddenzee. Lezing Door leden voor leden. Cees Spaanderman 22-1-2011
De Waddenzee Lezing Door leden voor leden Cees Spaanderman 22-1-2011 2011 De Waddenzee Paradijs voor droogvallers Nachtmerrie voor kieljachten? afbeeldingen : bron YouTube De Waddenzee drempelvrees? wat
HOE ONSTAAN GETIJDEN? Het getij
HOE ONSTAAN GETIJDEN? Het getij Het getij, de beweging van eb en vloed in de zee. Dit is een verschijnsel dat door iedereen die ooit aan de kust is geweest wel eens is gezien. Regelmatig komt het water
Navigatiereader 11e editie 12 oktober tot en met 16 oktober 2016
11 e editie 12 oktober tot en met 16 oktober 2016 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding p. 3 2. De aarde p. 4 Een indeling op de aarde p. 4 Lengte en breedte p. 4 3. De zeekaart p. 6 Het bepalen van de lengte en
Ministerie van Verkeer en Waterstaat opq. Zonewateren. 28 juli 2004
Ministerie van Verkeer en Waterstaat opq Zonewateren 28 juli 2004 Ministerie van Verkeer en Waterstaat opq Zonewateren 28 juli 2004 Inhoudsopgave........................................................................................
Rondje Noord-Holland 2015
Rondje Noord-Holland 2015 Naarden-IJmuiden-Oudeschild-Harlingen-Lelystad- Naarden Woensdag 13 mei tot/met zondag 17 mei Versie: 1.0 Voorwaarden: - Deelname voor eigen risico en verantwoordelijkheid. -
Met daarbij jullie toekomstige nachtelijke tocht op 22 april a.s. van Harlingen naar Oudeschild als voorbeeld.
Beste Sleattemermarders, Met groot genoegen heb ik proberen te voldoen aan jullie uitnodiging aan mij via de secretaris van onze vereniging Henk Baukema, om eens in een presentatie uitleg en advies en
Getijboekje. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge
Getijboekje 2012 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge Getijboekje 2012 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge + Het getij Getij wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht
Rondje Noord-Holland 2019
Rondje Noord-Holland 2019 Naarden-IJmuiden-Oudeschild-Harlingen- Enkhuizen-Naarden Woensdag 29 mei tot/met zondag 2 juni Borrelen in Stavoren na een mooie zeildag. RNH 2017. Voorwaarden: - Deelname voor
Examen versie: 999999NWG1-7-200909:00VBA Handmatig pagina 1 (1-7-2009) Antw.Pnt. VBA. Ministerie van Verkeer en Waterstaat AANVULLEND EXAMEN
Examen versie: VBA 999999NWG-7-200909:00VBA Handmatig pagina (-7-2009) Ministerie van Verkeer en Waterstaat Stichting VAMEX AANVULLEND EXAMEN KLEIN VAARBEWIJS II (Alle binnenwateren- artikel 6, Binnenvaartbesluit)
Watergetijden Wemeldinge
Watergetijden 2019 Wemeldinge Getijdengegevens beschikbaar gesteld door: Rijkswaterstaat Directie Zeeland Hydro Meteo Centrum Zeeland Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele schade
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2)
Afbakening Examens Klein Vaarbewijs (KVB2) Voorwoord bij de Afbakening examens Klein Vaarbewijs als samengesteld door de Examencommissie van de Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (VAMEX) Ø Aan de
VAMEX - VOORBEELDEXAMEN KLEIN VAARBEWIJS 2
VAMEX - VOORBEELDEXAMEN KLEIN VAARBEWIJS 2 Geachte belangstellende, U ziet hier een voorbeeld van een officieel examen Klein Vaarbewijs 2. Welke onderwerpen komen in de examenvragen aan bod? Voor het antwoord
Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Achter dit examen is een erratum opgenomen.
Eamen VW 04 tijdvak woensdag 8 juni.0-6.0 uur wiskunde B (pilot) Achter dit eamen is een erratum opgenomen. Dit eamen bestaat uit 6 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer
rijkswaterstaat directie zeeland
rijkswaterstaat directie zeeland Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat erstaat Dire«tie Zeeland Nummer: Bibliorheek, Koestr. 30, tel: 0118^86362 postbus 5014, 4330 KA
ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 13 maart 2010
Scheepvaartcontrole City atrium Vooruitgangstraat 56 1210 Brussel ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 13 maart 2010 Opmerking: De vermelding APSB heeft betrekking op het Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart
Nieuw in de april-update van WinGPS 5 2015 ten opzicht van de Boot Holland-release.
Nieuw in de april-update van WinGPS 5 2015 ten opzicht van de Boot Holland-release. WinGPS 5 Navigator 2015 Bijgewerkt en uitgebreid routenetwerk. Aanzienlijke wijziging toegestane dieptes netwerk in Friesland.
3 Aan: Geïnteresseerden Droogteberichtgeving
3 Aan: Geïnteresseerden Droogteberichtgeving Droogtebericht Droogtebericht voor waterbeheerders, Huidige situatie en verwachtingen voor rivierafvoeren, (water)temperaturen en grondwater Nadat begin mei
Hoofdstuk 3: Getijden- en stromingsleer - 1 - Hoofdstuk 3 Getijden- en Stromingsleer
Hoofdstuk 3: Getijden- en stromingsleer - 1 - Hoofdstuk 3 Getijden- en Stromingsleer Hoofdstuk 3: Getijden- en stromingsleer - 2 - Inhoudsopgave 1. ZEE EN STRAND... 3 1.1. De Noordzee... 3 1.1.1. Situering...
Beknopt stormverslag van 23 januari 2009
Beknopt stormverslag van 23 januari 29 De algemene synoptische situatie Op vrijdag 23/1/9 om Z 1 ligt een diepe depressie (kerndruk 938 hpa) tussen IJsland en Schotland. Op het koufront van deze depressie
Getijboekje. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge
Getijboekje 2016 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge Getijboekje 2016 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge + HET GETIJ Getij wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht
Speerpunt Ontwikkeling Havens
Speerpunt Ontwikkeling Havens Dr. ir. Hadewych Verhaeghe Projectingenieur Afdeling Maritieme Toegang Departement Mobiliteit en Openbare Werken Ontwikkeling Havens haven van Zeebrugge en haven van Oostende
Getijboekje. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge
Getijboekje 2014 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge Getijboekje 2014 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge + Het getij Getij wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht
LAGE WATERSTAND IN DE RIJN
ANTWOORDEN LAGE WATERSTAND IN DE RIJN Inleiding In de winter kende de Rijn een hoge waterstand door de relatief hoge temperaturen in noordwest Europa. In de zomer van 2018 was relatief warm en er viel
Beknopt stormverslag 15-16/10/2002
Beknopt stormverslag 15-16/1/22 Een grote Rossby-golf boven de Atlantische Oceaan zorgde er voor dat de depressies een vrij zuidelijke koers volgden. Boven Scandinavië lag een hogedrukgebied van 135 hpa
hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon
memo Witteveen+Bos Postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon datum
Beknopt stormverslag van 21 maart 2008
Beknopt stormverslag van 21 maart 28 De algemene synoptische situatie Een actieve depressiekern trekt tussen Z 1 op 21/3/8 en Z op 22/3/8 van Noord- Denemarken naar Noord-Duitsland. Het koufront dat bij
De ophoging van de zeebodem in de baai van Knokke-Heist
De ophoging van de zeebodem in de baai van Knokke-Heist Beschrijving van het fenomeen overzicht van de uitgevoerde studies Foto: BMM - KBIN 10 november 2009 Ir. Job Janssens Overzicht Even voorstellen...
Tijpoort in relatie tot het toelatingsbeleid. Voor een veilige en vlotte op- en afvaart in het Scheldegebied. Infobrochure
Tijpoort in relatie tot het toelatingsbeleid Voor een veilige en vlotte op- en afvaart in het Scheldegebied Infobrochure Het toelatingsbeleid: voor een veilige en vlotte scheepvaart in het Scheldegebied
