De fungerend voorzitter van de commissie Aptroot
|
|
|
- Patricia Wauters
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs ter aanpassing van de profielen in de tweede fase van het vwo en het havo (aanpassing profielen tweede fase vwo en havo) Nr. Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld d.d. Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 1 hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake de examenprogramma s wiskunde havo en vwo per 1 augustus Bij brief van... heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De fungerend voorzitter van de commissie Aptroot Adjunct-griffier van de commissie Boeve Inhoudsopgave I II Vragen en opmerkingen vanuit de fracties 1. Besluiten naar aanleiding van het standpunt van de resonansgroep wiskunde over wiskunde De onderwerpen in de examenprogramma s en de ce-syllabi 2 3. Het centraal examen en het tijdpad Reactie van de minister I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties 1. Besluiten naar aanleiding van het standpunt van de resonansgroep wiskunde over wiskunde 2007 De leden van de CDA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van de besluiten van de minister over de examenprogramma s wiskunde vwo en havo. Naar het oordeel van deze leden is, gezien de korte termijn waarbinnen de programma s in werking moeten treden, het uiterste gedaan om de wensen van de Kamer, de resonansgroep (het hoger onderwijs) en de leraren wiskunde te honoreren. De leden hopen dat deze keuzes bijdragen aan een betere aansluiting en doorstroming. Dat leerlingen het voortgezet onderwijs verlaten met de juiste basisvaardigheden is voor deze leden van eminent belang. Een goed examenprogramma biedt dan ook mogelijkheden om dit naar behoren vast te stellen, zo vinden deze leden. De leden van de PvdA-fractie hebben met enige zorg kennisgenomen van de onderhavige brief. De leden hebben niet alleen de besluiten gelezen naar aanleiding van het standpunt van de resonansgroep wiskunde over wiskunde, maar ook de brief 1 2 syllabi ten behoeve van de centrale examens
2 van Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (NVvW) aan de minister d.d. 22 november In deze brief geeft deze vereniging haar reactie op het standpunt van de resonansgroep. De minister schrijft nu in haar brief dat zij ook rekening heeft gehouden met het oordeel van de lerarenvereniging wiskunde over het standpunt van de resonansgroep. Kan de minister specificeren in hoeverre zij in deze brief aanleiding heeft gezien om tegemoet te komen aan de bezwaren van de NVvW, zo vragen deze leden. De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de beslissingen van de minister inzake de examenprogramma s wiskunde. Zij vinden het jammer dat de nu voorliggende examenprogramma s per 2007 niet de meest ideale kunnen zijn, vanuit het perspectief van de resonansgroep, leraren en andere deskundigen. Voor de langere termijn is er de commissie Toekomst van het Wiskunde Onderwijs (ctwo). De leden vragen de minister in hoeverre de beslissingen die in december vorig jaar zijn genomen, in overeenstemming zijn met de laatste inzichten rond het niveau van leerlingen havo en vwo. Er is veel kritiek in de media verschenen over het te lage niveau van het voortgezet onderwijs. De leden vragen in hoeverre de minister rekening houdt met deze berichten, ook als het gaat om de vernieuwing op de lange termijn. De leden van de VVD-fractie hebben met veel belangstelling kennisgenomen van de brief van de minister met betrekking tot de aanpassing van de profielen waar het gaat om het wiskundeonderwijs in het havo en vwo. Zij hebben hier enkele vragen en opmerkingen bij. De leden spreken hun waardering uit voor het werk dat de profielcommissie heeft gedaan. De commissie had zeer weinig ruimte nog wezenlijke veranderingen in het examenprogramma voor te stellen. Toch is de commissie er in geslaagd enige verbeteringen voor te stellen voor de korte termijn. Zoals steeds benadrukt hechten de leden van deze fractie zeer aan de kwaliteit van het wiskundeonderwijs. 2. De onderwerpen in de examenprogramma s en de ce-syllabi De leden van de CDA-fractie zijn van oordeel dat het belangrijk is dat nu het subdomein Algebraïsche vaardigheden expliciet is opgenomen in het eindexamenprogramma. Deze leden vragen een reactie van de regering op het commentaar van het Freudenthal Instituut d.d. 22 december waarin ervoor gepleit wordt om het onderdeel Rekenregels niet op te nemen in het centraal examen. Ook maakt men bezwaar tegen het voor 100% vastleggen van het programma in het centraal eindexamen wiskunde A. Er wordt tegelijkertijd gewerkt aan ingrijpende vernieuwingen van het wiskundeonderwijs op de langere termijn. Deze leden hechten daarbij aan een nauwe afstemming tussen het traject van de Vernieuwingscommissie wiskunde en het traject van de doorlopende leerlijn voor rekenen/wiskunde en taal. Kan de minister aangeven hoe deze trajecten op elkaar aansluiten? De leden vinden het belangrijk dat de ketenaanpak niet gefrustreerd wordt door bijvoorbeeld de CEVO 4 of andere deelbelanghebbenden, die misschien geen boodschap hebben aan de conclusies die voortkomen uit het onderzoek naar de doorlopende leerlijn. Kan de minister dat garanderen? Is de resonansgroep ook betrokken bij het onderzoek naar de doorlopende leerlijn voor rekenen/wiskunde? Wanneer dit niet het geval is, vragen deze leden of de 3 OCW CEVO Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven
3 minister het verstandig vindt om de resonansgroep alsnog hierbij te betrekken. Kan de minister overigens aangeven of dit traject op schema ligt en wanneer de conclusies te verwachten zijn van het aanvullende onderzoek naar de aard van de problemen, zo vragen de leden van deze fractie, ook naar aanleiding van de brief van 2 juni Deelt de minister de mening van de HBO-raad 6 dat een en ander te lang op zich laat wachten, zo vragen zij. Kan de minister aangeven hoe wordt gegarandeerd dat de noodzakelijke verbeteringen worden aangebracht in de kwalificatieprofielen en examens in het MBO? Hoe voorkomt de regering dat als gevolg van een eventuele gebrekkige of onvolledige implementatie van de aanbevelingen in het MBO de doorlopende leerlijn niet wordt gerealiseerd, zo vragen de leden van de CDA-fractie. Beschikt de minister daartoe over machtsmiddelen? De leden van de CDA-fractie zijn vooral zo bezorgd over het MBO omdat uit het eerste onderzoek blijkt dat de problemen van MBO ers groter zijn dan die van leerlingen uit het havo en er vooral sprake lijkt te zijn van ontbrekende kennis en dus ingrijpende maatregelen nodig zijn. Acht de minister het verstandig om de resonansgroep hierover een advies te vragen? Is de minister het met deze leden eens dat een advies over de bekwaamheidseisen voor leerlingen in het MBO het beste gegeven kan worden door experts vanuit het hoger onderwijs die het kader van bekwaamheidseisen ten aanzien van havo-leerlingen helder voor ogen hebben. Dit om een goede doorstroming van álle leerlingen naar het hoger onderwijs te bevorderen. De leden van de PvdA-fractie wijzen op recente klachten over de tekortschietende rekenvaardigheid van studenten in het hoger beroepsonderwijs. De leden Hamer en Besselink hebben over dit onderwerp vragen gesteld (ingezonden 18 januari 2007). De leden van deze fractie zijn van oordeel dat dit probleem in het voortgezet onderwijs moet worden ondervangen. De leden vernemen graag of de minister hun mening deelt. De leden merken op dat er nog steeds zorg bestaat om het vak wiskunde B, waarvan de studielast ingrijpend werd gereduceerd met de aanpassing van de profielen. De diepe teleurstelling waarover de resonansgroep schrijft, neemt die zorg ook niet weg. Vanuit de NVvW klinkt ook de klacht dat de leerlingen de studielasturen nu vaak bijlange niet halen. Ziet de minister mogelijkheden voor controle door de Inspectie van de besteding van de uren bij wiskunde B, namelijk dat de 600 uren op vwo echt aan wiskunde wordt besteed? Bij wiskunde is het voor leerlingen noodzakelijk dat er een actieve docent is, die te hulp kan schieten als leerlingen vast blijven zitten of de stof verkeerd leren. Hoe staat de minister tegenover de gedachte dat dit voor wiskunde B in het vwo vier wiskundelessen in de week moet betekenen, mede omdat voor wiskunde nu eenmaal geldt dat je het niet zo makkelijk zelfstandig uit een boekje leert, omdat het in dat geval bij oppervlakkige kennis blijft? De minister wil de wensen van de resonansgroep ten aanzien van wiskunde A in het vwo, met als consequentie dat vrijwel 100 % van de examenstof centraal wordt getoetst. Welk problemen worden hiermee opgelost? Bestaan er aanwijzingen dat wiskundeleraren gedeelten van de schoolexamenstof (moeten) overslaan? Kunt u deze aanwijzingen dan toelichten, zo vragen de leden. De leden van de VVD-fractie staan positief tegenover het vergroten van het aandeel stof van het vak wiskunde A in het centraal examen, dat met dit besluit bijna tegen de 100% loopt. Het vak wordt daarmee gelijkwaardig aan wiskunde B en krijgt terecht een zware status. Eén van de aanbevelingen van de resonansgroep luidt: Zorg ervoor 5 Kamerstuk 27923, nr Persbericht HBO-Raad d.d. 16 januari 2007,
4 dat het ontwikkelen van reken- en formulevaardigheden weer als een rode draad door het gehele wiskundeonderwijs heenloopt. Hoe gaat de minister om met deze aanbeveling? Wordt deze aanbeveling meegenomen in de kerndoelen in de onderbouw? De resonansgroep stelt dat het nu voorgestelde programma voor wiskunde A beslist onvoldoende is voor bepaalde vervolgopleidingen. Is het programma met de beperkte aanpassingen die nog gepleegd kunnen worden wel voldoende in de ogen van de minister? Zo niet, welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat de leerlingen die in 2008 examen doen alsnog de benodigde kennis en vaardigheden kunnen opdoen? Zo niet, deelt de resonansgroep die mening? Graag een toelichting van de minister. De resonansgroep stelt voor het programma voor wiskunde C nog eens kritisch te bezien in het licht van de behoefte aan wiskundige vaardigheden bij de maatschappijwetenschappen. Wordt dit aspect meegenomen door de Vernieuwingscommissie wiskunde, zo willen de leden weten. De minister heeft de CEVO gevraagd zich uit te spreken over de aanbeveling van de resonansgroep om het ce op te splitsen naar een deel waarbij de grafische rekenmachine en formulekaart wel, en een deel waarbij deze instrumenten niet kunnen worden gebruikt. Waarom wordt deze vraag bij de CEVO en niet bij de Vernieuwingscommissie wiskunde neergelegd, zo vragen de leden van deze fractie. 3. Het centraal examen en het tijdpad De leden van de CDA-fractie onderkennen dat het aanpassen van kerndoelen en examenprogramma s geen eenvoudige zaak is en zorgvuldigheid vraagt. Tegelijkertijd zijn deze leden van oordeel dat de noodzakelijk geachte verbeteringen zo spoedig mogelijk in werking moeten treden. Deze leden doelen daarbij met name op de basisvaardigheden rekenen en taal voor alle onderwijsdeelnemers. Zolang dat niet op orde is, zijn de toetsen en remediërende programma s nodig en dat zijn naar het oordeel van de leden slechts noodmaatregelen die niet een optimale aansluiting realiseren. De leden van de VVD-fractie zien het examenprogramma van 2007 als een overgangsjaar. Zij betreuren het dat dit programma niet het meest ideale is voor de verschillende belanghebbenden, zoals de minister stelt. Is het juist te concluderen dat er voldoende tijd en aandacht zal zijn om het wiskundeprogramma al vanaf 2008 aan te passen? De minister stelt in haar brief dat er niet veel tijd beschikbaar is om beslissingen te nemen over de centrale examens 2009 en Kan de minister aangeven welk tijdpad gevolgd moet worden en waar de deadlines liggen om aanpassingen te kunnen plegen voor de jaren 2009 en 2010, zo vragen deze leden. II Reactie van de minister 1. Besluiten naar aanleiding van het standpunt van de resonansgroep wiskunde over wiskunde 2007 De leden van de CDA-fractie stellen vast, dat in de onderhavige besluiten zo goed mogelijk tegemoet is gekomen aan onderscheiden wensen van enerzijds de Kamer, anderzijds hoger onderwijs en leraren wiskunde. De reacties die ik heb gekregen vanuit resonansgroep en lerarenvereniging bevestigen dat ook waarmee ik niet beweer dat iedereen helemaal tevreden is: dat is nu eenmaal niet mogelijk waar vakinhoudelijk keuzen moeten worden gemaakt.
5 Ik deel de mening van deze leden dat een goed examenprogramma een noodzakelijke voorwaarde is om te bereiken dat leerlingen het voortgezet onderwijs verlaten met de juiste basisvaardigheden. Ik merk echter nog eens op, dat het niet een voldoende voorwaarde is: juist waar het basisvaardigheden betreft moet een goede grondslag worden gelegd in primair onderwijs en onderbouw, en ook moet daaraan een vervolg worden gegeven voor de leerlingen die het mbo volgen: ik streef naar een doorlopende leerlijn voor het hele onderwijs voor wiskunde/rekenen (en taal). De leden van de PvdA-fractie hebben zorg over de besluiten. Zij vragen zich af, op welke punten tegemoet is gekomen aan de kritische reactie van de lerarenvereniging wiskunde op de voorstellen van de resonansgroep. De voornaamste van die punten zijn, dat meetkunde niet is geschrapt uit het programma wiskunde B en dat niet statistiek en kansrekening in dat programma is opgenomen. Ik deel overigens het pleidooi van de vereniging om te komen tot een doorlopende leerlijn, die tot stand moet komen doordat alle sectoren van het onderwijs rekening houden met elkaars wensen en mogelijkheden. Ik zal voor zo n doorlopende leerlijn vanuit mijn verantwoordelijkheden een kader laten ontwerpen. De leden van de SP-fractie vragen, in hoeverre de beslissingen (van december) in overeenstemming zijn met de laatste inzichten rond het niveau zij verwijzen naar berichten in de media. Deze berichten bevatten echter geen nieuwe informatie en de beslissingen zijn in overeenstemming met die informatie: verschillende besluiten zijn erop gericht basale vaardigheden op het gebied van rekenen/algebra (daarover gaan de berichten vooral) te verbeteren. Zie met name paragraaf 2, onder Alle examenprogramma s: reken- en formulevaardigheden en contexten. Daarmee is niet alles opgelost: ik verwijs nogmaals naar de te ontwikkelen doorlopende leerlijn en naar de vernieuwing van de examenprogramma s voor de langere termijn. Waar de leden van de VVD-fractie aangeven te hechten aan de kwaliteit van het wiskundeonderwijs hoop ik, met de verschillende aangegeven maatregelen (de besluiten per 1 augustus 2007, de vernieuwing voor de lange termijn, de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn voor het hele onderwijs) concreet te kunnen aantonen dat ik deze opvatting van de VVD-fractie deel. 2. De onderwerpen in de examenprogramma s en de ce-syllabi De leden van de CDA-fractie vragen een reactie op het voorstel van het Freudenthal Instituut om het onderdeel Rekenregels (onderdeel van differentiaalrekening) niet op te nemen in het centraal examen voor wiskunde A. Als fundamentele onderbouwing van dit voorstel wordt gesteld, dat wiskunde A voor een andere doelgroep is dan wiskunde B. Dat heeft de resonansgroep echter wel degelijk overwogen en uit die stelling op zichzelf volgt niet dat het voorstel van de resonansgroep onjuist is. Waar het om gaat is, dat ook voor de doelgroep van leerlingen wiskunde A deze rekenregels van wezenlijke betekenis zijn in een groot deel van de vervolgopleidingen die deze leerlingen zullen volgen, bijvoorbeeld economie. In de door mij genomen besluiten wordt daarvoor vervolgens tijd, nodig voor de verwerking van deze vaardigheden, vrij gemaakt. Ook verwijzen deze leden naar het bezwaar dat het Freudenthal Instituut heeft tegen het feit dat daardoor weer (bijna) 100% van de stof in het centraal examen aan de orde komt. De wijze waarop dit bezwaar wordt omschreven wekt de indruk dat men daarmee de algemene mening van wiskundeleraren op dit punt vertolkt. Dat is
6 echter niet zo. Veel wiskundeleraren, waarschijnlijk een meerderheid, kunnen met dit voorstel juist heel goed leven. Deze leden merken verder op, dat er een relatie moet worden gelegd tussen de vernieuwing van wiskunde (lange termijn: vernieuwingscommissie en resonansgroep) en de aanpak van de doorlopende leerlijn. Dat is zeker zo, en in de uitwerking van die doorlopende leerlijn is dat een belangrijk punt: wat betreft organisatie en de betrokkenheid van personen. Het kan verder niet zo zijn dat gebeurt wat deze leden vrezen, namelijk dat de daarbij beoogde ketenaanpak zou worden gefrustreerd door bijvoorbeeld CEVO of andere deelbelanghebbenden. Dat moet worden voorkomen. Voor het eindexamenprogramma is de minister verantwoordelijk, en dat is ook de reden dat ik in het onderhavige geval voorstellen van de resonansgroep heb overgenomen (en sommige andere voorstellen niet, o.a. gelet op wat leraren vinden), ook al weet ik dat bijvoorbeeld het Freudenthal Instituut als deelbelanghebbende zich uitdrukkelijk verzet tegen de benadering van de resonansgroep, die uitgaat van de doorlopende leerlijn en die het instituut als eenzijdig ziet (zie ook de brief van het Freudenthal Instituut van 11 december 2006 aan de resonansgroep, in afschrift gezonden aan de Tweede Kamer). Het antwoord op de vragen van de leden van de CDA-fractie over de aanpak van de doorlopende leerlijn als zodanig en het tijdpad daarbij zal ik opnemen in een afzonderlijke brief over die aanpak van de doorlopende leerlijn die ik de Kamer een dezer dagen zend. Daarin zal ook aandacht worden besteed aan het mbo, waarin, zo stellen deze leden, ingrijpende maatregelen op het gebied van kennis van wiskunde/rekenen en taal nodig zijn. In antwoord op hun vraag over de machtsmiddelen daartoe merk ik op, dat de eindtermen van het mbo door de minister worden vastgesteld (artikel van de Wet educatie en beroepsonderwijs). Ik ben het verder eens met deze leden dat er een afstemming moet plaatsvinden tussen de eisen van het havo en die van het mbo (voor zover voorbereidend op het hoger onderwijs). Deze horizontale afstemming is een belangrijk punt van aandacht in de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn, welke ontwikkeling mede zal worden afgestemd met de activiteiten van de resonansgroep. De leden van de PvdA-fractie wijzen op recente klachten over de tekortschietende rekenvaardigheid van studenten in het hoger beroepsonderwijs. Ten dele verwijs ik hier naar de antwoorden op de door deze leden genoemde vragen van de leden Hamer en Besselink. Waar deze leden vragen of ik hun mening deel dat dit probleem in het voortgezet onderwijs moet worden opgevangen, is mijn antwoord: nee. Het is een probleem van het hele onderwijs. Wat betreft de basisvaardigheden moet de grondslag gelegd worden in het primair onderwijs en moet de kennis worden onderhouden en uitgebreid in het voortgezet onderwijs én in het mbo (zie ook de opmerkingen die de leden van de CDA-fractie daarover maken). En tenslotte heeft dan ook het hoger onderwijs een eigen taak, óók in het vakmatige onderwijs. Hierin ben ik het eens met zowel de vereniging van de wiskundeleraren als het Freudenthal Instituut: niet alles kan en moet in het voortgezet onderwijs, dat heeft bredere doelen en ook het hoger onderwijs heeft een verantwoordelijkheid. De leden van de PvdA-fractie merken op, dat er nog steeds zorg bestaat over het vak wiskunde B. Waar zij menen dat er voor dat vak sprake is van een aanzienlijke reductie van het aantal studielasturen, merk ik nog eens op dat wiskunde B in het atheneum verreweg het grootste vak is. Ik onderken echter de door deze leden naar voren gebrachte zorg, maar meen dat het (nu, na de verhoging van het aantal
7 studielasturen in vergelijking met de oorspronkelijke voorstellen als gevolg van de discussie met de Kamer) met name een inhoudelijk probleem is. Daar heb ik (nogmaals) iets aan gedaan door deze besluiten: een verdere aanscherping van de eisen bij de algebraïsche vaardigheden. De leden van de PvdA-fractie stellen verder, dat de vereniging van wiskundeleraren naar voren zou brengen, dat de studielasturen (bij vwo wiskunde B 600) niet zouden worden gehaald. Dat is echter een misverstand, dit is niet het punt dat deze vereniging herhaaldelijk naar voren brengt, en het is ook niet waarschijnlijk dat dat zo zou zijn. Waar de wiskundeleraren op wijzen, is dat naar hun mening (sommige) scholen te weinig contacttijd voor wiskunde inroosteren. De totale studielast omvat de begeleide tijd op school ( contacttijd ) én de tijd die de leerling echt zelfstandig werkt, het huiswerk. De regelgeving gaat niet over het aantal uren dat aan huiswerk wordt besteed. De totale studielast voor de leerling wordt verondersteld 40 uur per week, 1600 uur per jaar, 4800 uur voor de hele bovenbouw vwo (havo 3200 uur) te zijn. Dat wordt verdeeld over de vakken, bijvoorbeeld de veronderstelling is dat aan wiskunde B vwo 600 uur wordt besteed, dus 1/8 van de tijd wordt besteed aan wiskunde B. Dat is vervolgens een norm om het examenprogramma te kunnen vaststellen: het moet een zodanige omvang hebben dat een gemiddelde leerling het in ongeveer 600 uur kan doen. Maar een individuele leerling kan er meer of minder tijd aan besteden, en de inspectie kan dat, anders dan deze leden veronderstellen, niet controleren. Dat zou ook zinloos zijn: een goede leerling kan het in minder uren en een zwakkere leerling heeft meer tijd nodig. De totale contacttijd moet in de bovenbouw vwo/havo 1000 uur per jaar zijn: dat controleert de inspectie en ik heb zoals bekend een traject ingezet om op dat gebied strikter te handhaven. Maar de inspectie controleert niet de verdeling van die 1000 uur over de vakken. Dat zou een wederinvoering veronderstellen van de verplichte lessentabellen. De bepaling van het aantal uren contacttijd per vak is een zaak van de school. Het is een didactische keuze, waarbij de leraren wiskunde veelal naar voren brengen dat voor hun vak relatief (dat wil zeggen in verhouding tot de studielast) meer contacttijd is vereist dan voor andere vakken (voor andere vakken wordt die stelling ook verdedigd). Of dat zo is, wordt mede bepaald door de gekozen methode van onderwijs, en de keuze van die methode is aan de school/de leraar. Verkeerde keuzen op dit gebied zullen leiden tot slechte resultaten op het examen voor dit vak en de school zal dan naar is aan te nemen zich aanpassen. Ik geef geen oordeel over de didactische wenselijkheden die deze leden naar voren brengen: die keuzen moet de school maken. Er zijn overigens niet weinig scholen die inderdaad voor sommige vakken relatief meer contacttijd inroosteren dan voor andere. De leden van de PvdA-fractie hebben tenslotte kanttekeningen bij het besluit ten aanzien van wiskunde A vwo, welk besluit als consequentie heeft dat weer bijna 100% van de stof aan de orde komt in het centraal examen. Zij vragen welk probleem darmee wordt opgelost, of het dan kennelijk zo is dat leraren delen van de stof van het schoolexamen overslaan? Dat laatste is niet het geval, maar het is wel zo dat het redelijk is dat vaardigheden die geacht worden tot de kern van het vak te behoren in het centraal examen aan de orde komen. En inderdaad, gelet op de eisen die het vervolgonderwijs stelt, is dat bij vwo wiskunde A kennelijk, gezien het advies van de resonansgroep, (bijna) de gehele stof. Daarbij moet bovendien worden bedacht dat het hier gaat om de rekenregels (bij het in het hoger onderwijs fundamentele onderdeel differentiëren), dat wil zeggen juist om het soort vaardigheden waarover de recente
8 discussie gaat. Just bij dit soort vaardigheden is het onderhouden belangrijk, en dat maakt het nodig dat de stof aan de orde komt tot het einde, dus tot in het centraal examen. Met een verondersteld wantrouwen over hoe leraren omgaan met het schoolexamen heeft dat dus niets te maken. De leden van de VVD-fractie staan positief tegenover deze maatregel: het is terecht, zo stellen zij, dat het vak zo in dit opzicht gelijkwaardig wordt met wiskunde B. In dat verband merk ik op, dat dat ook niet onlogisch is omdat wiskunde A ook in een bètaprofiel (natuur en gezondheid) voorkomt. Deze leden vragen, hoe is omgegaan met de aanbeveling van de resonansgroep, dat het ontwikkelen van reken- en formulevaardigheden weer als een rode draad door het gehele wiskundeonderwijs heenloopt. Ik verwijs daarvoor naar de besluiten onder paragraaf 2, onder Alle examenprogramma s: reken- en formulevaardigheid en contexten. Ik voeg daaraan toe, dat dat ook een aspect is dat wordt meegenomen in de specificaties van de kerndoelen wiskunde waaraan nu gewerkt wordt. Deze leden vragen verder, of het examenprogramma wiskunde A nu wel voldoende is voor in dit verband relevante vervolgopleidingen. Naar mijn mening moet dat zo zijn, omdat aan de belangrijkste wens op dat gebied van de resonansgroep is tegemoetgekomen (rekenregels bij het differentiëren in het centraal examen opnemen). Verder vragen deze leden of de inhoud van wiskunde C in het licht van de behoefte aan wiskundige vaardigheden bij de maatschappijwetenschappen wordt bezien door de vernieuwingscommissie wiskunde. Dat zal zeker het geval zijn. Deze leden vragen tenslotte, waarom aan de CEVO de vraag wordt voorgelegd over de aanbeveling van de resonansgroep om het centraal examen te splitsen in een deel waarin de grafische rekenmachine en de formulekaart wel en een deel waarin deze niet gebruikt mogen worden: waarom wordt deze vraag niet gesteld aan de vernieuwingscommissie? Het gaat hier om maatregelen op de korte termijn die betrekking hebben op de organisatie van het centraal examen: daarover moet de CEVO een oordeel geven. De vernieuwingscommissie ontwikkelt inhoudelijk meer fundamenteel aangepaste examenprogramma s voor de langere termijn, en zal in dat kader een oordeel geven over het gebruik van grafische rekenmachine en formulekaart. 3. Het centraal examen en het tijdpad De leden van de CDA-fractie onderkennen dat het aanpassen van inhoudelijke kwalificatie-eisen niet eenvoudig is en zorgvuldigheid vergt, maar zij merken ook op, dat er zo spoedig mogelijk verbetering moet komen in de basisvaardigheden rekenen en taal. Ik ben het daarmee eens, maar verwijs naar mijn in het voorgaande genoemde brief over de doorlopende leerlijnen voor het hele onderwijs. De aangepaste examenprogramma s vwo en havo treden overigens in werking per 1 augustus 2007 (voor de leerlingen die dan beginnen met leerjaar 4). Dat betekent dus dan al meer expliciete aandacht voor basisvaardigheden wiskunde. Voor het vak Nederlands betekent het in het aangepaste programma opnemen van de mogelijkheid van een keuzeonderwerp in het schoolexamen dat scholen kunnen reageren op de signalen uit maatschappij en vervolgonderwijs door bijvoorbeeld afzonderlijk grammatica te toetsen. Waar de leden van de VVD-fractie terecht stellen dat het examenprogramma 2007 een overgangssituatie is, is het echter niet zo dat al per 2008 weer een nieuw
9 examenprogramma in werking zou kunnen treden. Waar de vernieuwingscommissie werkt aan een nieuw examenprogramma voor de wat langere termijn moet gedacht worden aan invoering per De ontwikkeling van een examenprogramma vergt tijd en daarna hebben de uitgevers nog ongeveer twee jaar nodig om nieuwe leerboeken te maken. Iets anders is de productietijd van een concreet centraal examen (van een bepaald jaar). Die bedraagt ongeveer twee jaar. Dat betekent dus dat in de komende maanden een besluit moet worden genomen over een eventuele aanpassing in het centraal examen 2009 op het punt van het gebruik van grafische rekenmachine/formulekaart.
Welke wiskunde in de bovenbouw havo op het Mondriaan College?
Welke wiskunde in de bovenbouw havo op het Mondriaan College? - 1 - EXAMENPROGRAMMA WISKUNDE A, B, D In het examenprogramma staan drie verschillende varianten van wiskunde. In de onderstaande tabel staat
Basiswiskunde: met of zonder context?
Jan van de Craats (UvA, OU) Basiswiskunde: met of zonder context? MathMatch eindconferentie Universiteit Twente, 15 februari 2007 KORTE (RECENTE) GESCHIEDENIS: begin 2006: Actie LieveMaria, debat Tweede
31 januari 2006. reacties
logoocw «Organisatie» «Afdeling» T.a.v. «Voorletters» «Achternaam» «Adres» «Postcode» «Woonplaats» Den Haag Ons kenmerk VO/OK/06/5150 Uw brief van 31 januari 2006 Onderwerp wiskunde in tweede fase vwo/havo
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van
Reactie van de Resonansgroep Wiskunde op de conceptexamenprogramma s 2011 voor havo wiskunde A en B en vwo wiskunde A, B en C
Reactie van de Resonansgroep Wiskunde op de conceptexamenprogramma s 2011 voor havo wiskunde A en B en vwo wiskunde A, B en C 8 november 2007 De resonansgroep wiskunde heeft met belangstelling kennisgenomen
1.Inleiding. 2.Profielen per 1 augustus 2007
logoocw De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk VO/OK/2003/53723 Uw kenmerk Onderwerp tweede fase havo/vwo 1.Inleiding In het algemeen
Toelichting bij de concretiseringen wiskunde in de vorm van tussendoelen voor 3 havo/vwo ctwo en SLO oktober 2010
Toelichting bij de concretiseringen wiskunde in de vorm van tussendoelen voor 3 havo/vwo ctwo en SLO oktober 2010 Achtergrond De globale kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs bieden
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 172 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 4 maart 2016 De vaste commissie voor Onderwijs,
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs
VELDRAADPLEGING CONCEPTSYLLABI BEDRIJFSECONOMIE, ONDERNEMERSCHAP EN FINANCIELE ZELFREDZAAMHEID
VELDRAADPLEGING CONCEPTSYLLABI BEDRIJFSECONOMIE, ONDERNEMERSCHAP EN FINANCIELE ZELFREDZAAMHEID CE 2020 (HAVO) EN 2021 (VWO) SAMENVATTING VAN DE RESULTATEN pagina 2 van 10 Inhoud 1 Digitale veldraadpleging
Friese taal en cultuur VWO. Syllabus centraal examen 2010
Friese taal en cultuur VWO Syllabus centraal examen 2010 oktober 2008 2008 Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden
Enkele rekenexperts, docenten en andere betrokkenen. Rekentoetswijzercommissie voortgezet onderwijs. Expertmeeting rekentoetsen vo
Uitnodiging Aan Enkele rekenexperts, docenten en andere betrokkenen Van Rekentoetswijzercommissie voortgezet onderwijs Datum 16 maart 2011 Agenda Expertmeeting rekentoetsen vo Datum overleg 12 april 2011
MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Nr. WJZ/2005/30013 (3764) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13602 25 juli 2011 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 juni 2011, nr. VO/309740, houdende
OVER DE VOORKENNIS WISKUNDE NU
Jan van de Craats (UvA, OU) OVER DE VOORKENNIS WISKUNDE NU SURF Conferentie Wiskundevoorkennis voor het hoger onderwijs Jaarbeurs Utrecht, 9 maart 2006 Aansluiting wiskunde VO naar HO: - wat zijn de problemen?
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG
>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Primair Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag
schoolleiders, besturen, decanen, leerlingen, universiteiten en hogescholen. Er is gewezen op andere manieren om de kunstvakken de positie te laten
leraren Verslag van een gesprek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Maria J.A. van der Hoeven met vertegenwoordigers van de organisaties van de in de kunstvakken en van het brede onderwijsveld
filmpje bewindslieden (http://www.taalenrekenen.nl/)
SLO oktober 2009 filmpje bewindslieden (http://www.taalenrekenen.nl/) Achtergrond Nederland heeft een goed onderwijssysteem. Maar, er is maatschappelijke zorg over de kwaliteit van het reken- en taalonderwijs.
FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO
FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2016 Inhoud Voorwoord 6 1 Examenstof van centraal examen en schoolexamen 7 2 Specificatie van de globale eindtermen voor het CE 8 Domein A: Leesvaardigheid
Het Wiskunde A1,2 examen
166 NAW 5/3 nr. 2 juni 2002 Het Wiskunde A1,2 examen Bert Zwaneveld Bert Zwaneveld afdeling Natuur- en Technische Wetenschappen Open Universiteit Nederland Postbus 2960, 6401 DL Heerlen [email protected]
De 2015 programma s wiskunde B van havo en vwo. 9 november 2013 Ruud Stolwijk Cito, Arnhem Alma Taal
De 2015 programma s wiskunde B van havo en vwo 9 november 2013 Ruud Stolwijk Cito, Arnhem Alma Taal 1 Inhoud - programma Even voorstellen Aanleiding vernieuwing wiskundeprogramma s Inhoud nieuwe programma
FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO
FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2019 Beschikbaar gesteld door Stichting Studiebegeleiding Leiden (SSL). Beschikbaar gesteld door Stichting Studiebegeleiding Leiden (SSL). 2017 College
Werkopdracht vierde ontwikkelsessie
Werkopdracht vierde ontwikkelsessie Wat hebben onze leerlingen nodig om uit te groeien tot volwassenen die bijdragen aan de samenleving, economisch zelfstandig zijn én met zelfvertrouwen in het leven staan?
vwo A deel 4 13 Mathematische statistiek 14 Algebraïsche vaardigheden 15 Toetsen van hypothesen 16 Toepassingen van de differentiaalrekening
vwo A deel 4 13 Mathematische statistiek 13.1 Kansberekeningen 13.2 Kansmodellen 13.3 De normale verdeling 13.4 De n -wet 13.5 Discrete en continue verdelingen 13.6 Diagnostische toets 14 Algebraïsche
Referentiekaders. Doorlopende leerlijn Taal en Rekenen (Meijerink) 2. Station en de referentiekaders 6
Referentiekaders Doorlopende leerlijn Taal en Rekenen (Meijerink) 2 Station en de referentiekaders 6 1 Doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen (Commissie Meijerink) Een beknopte samenvatting/ de belangrijkste
2 juli 2012 Antwoorden schriftelijk overleg over wijziging regelgeving in verband met examinering referentieniveaus vo en mbo
a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl
Werkopdracht vijfde ontwikkelsessie. Opbrengsten ontwikkelsessie 5. Wat zijn bouwstenen?
Werkopdracht vijfde ontwikkelsessie Wat hebben onze leerlingen nodig om uit te groeien tot volwassenen die bijdragen aan de samenleving, economisch zelfstandig zijn én met zelfvertrouwen in het leven staan?
De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG
>Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG Wetgeving en Juridische Zaken Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500
logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag BVE/IenI/2006-43667
logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk BVE/IenI/2006-43667 Onderwerp Inspectierapport 'Nederlands in het mbo' Bijlage(n) Rapport
Beeldende vakken HAVO
Beeldende vakken HAVO Syllabus centraal examen 2011 September 2009-1 - Verantwoording: 2009 Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze
PTA VWO wiskunde A 1518
PTA VWO wiskunde A 1518 Inleiding Wiskunde A is wiskunde waarin vooral gewerkt wordt vanuit realistische contexten. Vaak is het lastig om de wiskundige inhoud uit de context te halen en daar wordt dan
WISKUNDE A VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
WISKUNDE A VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
Op het vwo heb je wiskunde A, B, C en D. Wiskunde A, B en C horen bij een profiel, wiskunde D is een keuzevak.
Let op: In de wiskundefilm wordt gezegd dat je naast wiskunde B ook wiskunde A kunt kiezen als examenvak in het vrije deel. Dit is niet toegestaan. De enige combinatie die is toegestaan, is wiskunde B
Woudschoten Chemie Conferentie 7 november 2008 Chemie tussen context en concept. Nieuwe Scheikunde in het schoolexamen
Woudschoten Chemie Conferentie 7 november 2008 Nieuwe Scheikunde in het schoolexamen Tijdlijn Nieuwe Scheikunde 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Klassieke programma (1998) Aangepaste klassieke
Regelgeving referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen versie 1.2
Regelgeving referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen versie 1.2 Op 29 april 2010 is de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen vastgesteld. De wet legt het kader vast voor de lagere, meer
Het examenprogramma wiskunde A havo
Het examenprogramma wiskunde A havo Conferentie Hallo HBO, hier HAVO, 28 september 2016 Eindrapport van de vernieuwingscommissie ctwo: Wiskunde A op havo bereidt voor op hbo-opleidingen in met name de
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 39364 13 juli 2017 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 juli 2017, nr. VO/1188661,
FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO
FRIESE TAAL EN CULTUUR HAVO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2017 Inhoud Voorwoord 6 1 Examenstof van centraal examen en schoolexamen 7 2 Specificatie van de globale eindtermen voor het CE 8 Domein A: Leesvaardigheid
Besluiten naar aanleiding van de adviezen van de vakinhoudelijke lerarenverenigingen over de voorgestelde examenprogramma s havo/vwo 2007
Bijlage Besluiten naar aanleiding van de adviezen van de vakinhoudelijke lerarenverenigingen over de voorgestelde examenprogramma s havo/vwo 2007 Algemeen: Oriëntatie op studie en beroep De lerarenvereniging
