Sectorplan 28 Dierlijk afval
|
|
|
- Jan Verstraeten
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Sectorplan 28 Dierlijk afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Slachtafval, kadavers (waaronder gezelschapsdieren), diermeel 2. Belangrijkste bronnen Slachterijen, veehouders, dierenartsen, destructiebedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 344 kton categorie 1 en 2 materiaal 4. % nuttige toepassing in % (circa 45% van het categorie 1 en 2 materiaal wordt tijdens destructieproces afgevoerd als waterdamp) 5. % verwijdering in % 6. Verwacht aanbod in kton categorie 1 en 2 materiaal 7. Verwacht aanbod in kton 8. Bijzondere kenmerken Euralcodes: en alle categorieën onder Afbakening sectorplan In dit sectorplan is het beleid uitgewerkt voor dierlijk afval. Onder dierlijk afval wordt al het afval verstaan dat onder de werkingssfeer van de Verordening dierlijke bijproducten (1774/2002) tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (kortweg Verordening dierlijke bijproducten) valt. Met dierlijke bijproducten worden in deze Verordening alle dierlijke producten bedoeld, die niet voor menselijke consumptie bestemd zijn. Voor alle handelingen met dierlijk afval is de Verordening leidend ten opzichte van de Wet milieubeheer (Wm). Dit sectorplan is aanvullend ten aanzien van het beleid voor opslag en verwerking. In de Verordening dierlijke bijproducten wordt een driedeling in dierlijke bijproducten gehanteerd op basis van gezondheids- en veterinaire risico s, te weten respectievelijk categorie 1-,2- en 3-materiaal. Het onderscheid tussen de groepen is gebaseerd op een afnemend risico voor mens en dier. Categorie 1 materiaal bevat het grootste risico voor mens en dier, hieronder wordt onder meer verstaan: Gespecificeerd risicomateriaal (o.a. ruggemerg, hersenen van herkauwers) en kadavers die dit materiaal bevatten Kadavers (en delen daarvan) van met BSE besmette dieren Kadavers (en delen daarvan) van andere dieren dan vee en wilde dieren Kadavers (en delen daarvan) van wilde dieren waarvan wordt vermoed dat die met een op mens of dier overdraagbare ziekte zijn besmet Kadavers (en delen daarvan) van proefdieren Dierlijk materiaal met residuen van verboden of gevaarlijke stoffen Keukenafvallen en etensresten uit internationale middelen van vervoer Mengsels met categorie 1 materiaal Categorie 2 materiaal bevat materialen die minder gevaarlijk worden geacht, maar zeker niet in de voedselketen terecht dienen te komen. Te denken valt aan: Mest en inhoud van het maagdarmkanaal
2 Dierlijk materiaal dat wordt opgevangen bij de behandeling van afvalwater van slachthuizen Producten met residuen diergeneesmiddelen Andere kadavers dan die onder categorie 1-materiaal vallen Categorie 3 materiaal is materiaal dat, al dan niet nadat het een bewerking heeft ondergaan, in een aantal gevallen geschikt wordt geacht om als grondstof voor veevoer te dienen. Belangrijke stromen zijn: Vlees ongeschikt of (om commerciële redenen) niet bestemd voor menselijke consumptie Huiden, hoeven, veren e.d. afkomstig van voor het slachten goedgekeurde dieren Dierlijke bijproducten verkregen bij de productie van voor menselijke consumptie bestemde producten (restmaterialen, misproducties, dierlijke vetten) Voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong Etensresten en groente-, fruit en tuinafval (gft-afval) afkomstig van huishoudens. Dierlijk afval en bewerkt dierlijk afval, zoals diermeel, zijn afvalstoffen. Het predikaat afvalstof blijft minimaal gehandhaafd totdat (bewerkt) dierlijk afval als grondstof in een productieproces wordt ingezet. Bij het opslaan en verbranden van diermeel blijft sprake van een afvalstof. Bij biodiesel, dat is ontstaan na chemische omzetting van dierlijk vet en dat voldoet aan de hiervoor geldende kwaliteitseisen en dat ingezet wordt als brandstof, is geen sprake meer van een afvalstof Het beleid ten aanzien van dierlijk afval waarvan de inzameling en verwijdering zijn onderworpen aan speciale richtlijnen teneinde infectie te voorkomen ( Eural code 18 02) is niet beschreven in dit sectorplan. Hiervoor wordt verwezen naar het sectorplan over specifiek ziekenhuisafval (sectorplan 10). Het beleid in dit sectorplan is grotendeels niet van toepassing op gft-afval, keukenafval (inclusief swill) en mest. Voor gft-afval en keukenafval wordt verwezen naar sectorplan 9 Organisch afval. Voor mest is in het LAP geen beleid geformuleerd. Wel stelt de Verordening dierlijke bijproducten eisen aan alle bedrijven die categorie 3 materiaal verwerken, waaronder ook composteer- en vergistingsbedrijven die gft-afval, swill en voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong verwerken. Al deze bedrijven moeten daarom worden erkend op basis van de Verordening (zie paragraaf 4). Ten aanzien van een deel van de eisen ten aanzien van composteren en vergisten heeft Nederland een derogatie tot 31 december Dan treden de eisen ten aanzien van validering van processen en reductie van pathogenen in compost in werking. Tot die tijd geldt nationale regelgeving. 3 Beleid Het beleid voor dierlijk afval is gericht op het waarborgen van de volksgezondheid en het minimaliseren van veterinaire risico s. Het belangrijkste juridisch kader voor de inzameling, opslag en verwerking van dierlijk afval is in de Verordening en daaruit voortvloeiende uitvoeringsbesluiten en -regelingen beschreven. Europese Verordeningen zijn rechtstreeks werkend. Nationale wetgeving (zoals het Destructiebesluit) voorziet in noodzakelijke uitvoeringsvoorschriften, strafbaarstelling en overgangsmaatregelen. In aanvulling hierop, regelt de Destructiewet zaken waar de Verordening niet in voorziet. Naar verwachting eind 2006 of in 2007 zal de Destructiewet worden vervangen door een nieuw hoofdstuk in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. De minister van LNV is de eerste verantwoordelijke voor de uitvoering van Verordening dierlijke bijproducten. De Voedsel en Warenautoriteit (VWA) van het ministerie van LNV is in veel gevallen aangewezen als de bevoegde autoriteit en ziet toe op de naleving van de Verordening. Het ministerie van LNV is momenteel bezig het nationale destructiebeleid dat zich voornamelijk richt op de inzameling van dierlijke bijproducten en de financiering van inzameling en verwerking te evalueren. Het bestel heeft als belangrijkste kenmerken dat inzameling en verwerking van (de meeste stromen) categorie 1- en 2-materiaal zijn voorbehouden aan erkende verwerkingsbedrijven, die daartoe exclusieve werkgebieden toegewezen krijgen. In de loop van 2006 zal een besluit worden genomen of dit bestel wordt herzien, opdat meer marktwerking op dit gebied mogelijk wordt. Het programma alternatieve verwerking slachtafvallen (PAV) richt zich in deze planperiode op het stimuleren van alternatieve verwerkingsmethoden. Het programma is bedoeld om na te gaan of alternatieven op slachterij niveau economisch rendabel te maken zijn en/of dat binnen de kaders van de
3 Wm inpasbaar is. Hierdoor kan de marktwerking worden bevorderd. Het programma wordt uitgevoerd door SenterNovem, in opdracht van LNV en in overleg met gemeenten en provincies. De Europese regelgeving rondom dierlijke bijproducten is complex en nog volop in ontwikkeling. Nadat de Verordening dierlijke bijproducten van kracht is geworden zijn al vele aanpassingen, overgangsmaatregelen en derogaties doorgevoerd. Deze ontwikkelingen zullen zich ook na inwerkingtreding van deze wijziging van het LAP voortzetten. Op dit moment is de Europese Commissie van oordeel dat op de overbrenging van dierlijk afval zowel de EVOA als de Verordening dierlijke bijproducten van toepassing is. In Nederland wordt deze lijn gevolgd. Bij de herziening van de EVOA wordt specifiek op de samenloop van de EVOA en de Verordening dierlijke bijproducten ingegaan. Bij de wijziging van de EVOA is aangegeven dat overbrengingen van afvalstoffen die onder Verordening dierlijke bijproducten vallen en waarop uit hoofde van die Verordening of andere daarmee samenhangende wetgeving soortgelijke of strengere procedurele bepalingen van toepassing zijn, zijn uitgezonderd van de procedurele bepalingen van de EVOA. De nieuwe EVOA treedt in de loop van 2007 in werking. 3.1 Preventiemogelijkheden Ten aanzien van het voorkomen danwel beperken van het ontstaan van dierlijk afval zijn gezondheidskundige en veterinaire aspecten leidend, en in mindere mate milieuoverwegingen. Naar verwachting neemt de hoeveelheid dierlijk afval de komende jaren af door onder meer de ontwikkelingen binnen de agrarische sector in Nederland. Dit vindt echter niet plaats in het kader van het afvalstoffenbeleid. 3.2 Inzamelen en opslaan Tot 2000 werd dierlijk afval voor het overgrote deel nuttig toegepast als materiaal, met name als veevoeder. Om veterinaire en volksgezondheidsrisico s te verminderen is het toepassen van verwerkte dierlijke eiwitten in diervoerders eind 2000 beperkt. Het nationale beleid inzake de inzameling van dierlijk afval wordt, zoals hierboven aangegeven, momenteel door LNV herzien. Het opslaan van dierlijk afval dient milieuhygiënisch verantwoord plaats te vinden. In de Wm-vergunning kunnen hiertoe voorschriften worden opgenomen. 3.3 Be- en verwerken Dierlijk afval wordt, na een voorbewerking, momenteel op grote schaal verwijderd door verbranden of nuttig toegepast als brandstof. Op 1 juli 2001 is de Europese TSE Verordening 999/2001 in werking getreden. De reeds genoemde Verordening dierlijke bijproducten is op 1 mei 2003 in werking getreden. De TSE-Verordening verbiedt het vervoederen aan landbouwhuisdieren van bepaalde dierlijke bijproducten, om de terugkeer van die producten in de voedselketen te voorkomen. De Verordening dierlijke bijproducten geeft aan welke (andere) voorbewerkings-, verwerkings- en verwijderingstechnieken er zijn. 4 Aspecten van vergunningverlening Voor de algemeen geldende bepalingen bij vergunningverlening wordt verwezen naar Toelichting bij de sectorplannen. Aanvullingen op en afwijkingen van deze algemeen geldende bepalingen zijn hierna gegeven. Alle inrichtingen die dierlijke bijproducten opslaan, be- of verwerken moeten (naast een milieuvergunning) in het bezit zijn van een erkenning op basis van de Verordening dierlijke bijproducten. De minister van LNV, voor deze de Voedsel- en Warenautoriteit, is bevoegd gezag voor het afgeven en controleren van de erkenningen op grond van de Verordening dierlijke bijproducten. Om erkend te kunnen worden moet worden voldaan aan de eisen die in de Verordening dierlijke bijproducten aan de erkenning worden
4 gesteld. Dit zijn eisen met betrekking tot onder meer de algemene hygiëne, inrichting van bedrijfsruimten en verwerkingsnormen, toezicht op de productie, de validatieprocedures, het afvalwater en de residuen. Als een afvalverbrandingsinstallatie aan de eisen van de Richtlijn Verbranden (2000/76) voldoet, hoeft voor verbranding van dierlijke bijproducten geen separate erkenning te worden afgegeven in het kader van de Verordening. Dit is anders bij dierencrematoria; deze inrichtingen moeten wel worden erkend in het kader van de Verordening. In Nederland is de Richtlijn Verbranden geïmplementeerd in de Besluit Verbranding Afvalstoffen Wet milieubeheer (BVA). Inrichtingen die een vergunning hebben op basis van het BVA, worden daarmee geacht te zijn erkend om dierlijke bijproducten te mogen verwerken. Voor het opslaan en verwerken van dierlijk afval, waaronder inbegrepen het verwijderen van diermeel (door verbranden) en nuttig toepassen als brandstof, is een Wm-vergunning vereist. 4.1 Inzamelen en opslaan Op grond van de Destructiewet mag categorie 1 en 2 materiaal, behoudens uitzonderingen, slechts worden ingezameld, opgeslagen én verwerkt door verwerkingsbedrijven die beschikken over een erkenning op grond van artikel 13 van de Verordening en aan wie een exclusief werkgebied is toegewezen. Ten aanzien van categorie 1 materiaal is er in Nederland vooralsnog één bedrijf (Rendac in Son), dat erkend is om dit in te zamelen en op te slaan. Uitzonderingen hierop zijn etensresten afkomstig van internationaal opererende middelen van vervoer, kadavers van gezelschapsdieren (voor zover deze worden begraven of gecremeerd in een erkend crematorium), kadavers van paarden (voor zover deze worden gecremeerd in een erkend crematorium), mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal, kadavers van pelsdieren (mits deze worden onthuid in een erkend intermediair bedrijf) en dierlijke bijproducten die met toestemming van de VWA worden gebruikt voor onderwijs, diagnose en onderzoek. De inzameling van deze producten mag door elk bedrijf gebeuren dat voldoet aan de eisen gesteld in de Verordening. De opslag van deze producten mag in erkende intermediaire bedrijven gebeuren. Voor het vervoeren, inzamelen, verhandelen en bemiddelen van al het dierlijk afval in Nederland is vermelding op de VIHB-lijst verplicht. Ook zijn de verplichtingen voortkomend uit 'Besluit melden van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen' van toepassing op handelingen met dierlijk afval. Voor de opslag van dierlijk afval is zowel een Wm- vergunning als een erkenning op basis van de Verordening dierlijke bijproducten nodig. De vergunningvoorschriften voor verantwoorde, tijdelijke opslag van diermeel zijn opgenomen in het rapport Verifiëring milieu-eisen voor opslag van diermeel (DHV 2001).
5 4.2 Be- en verwerken Een verwerkingsbedrijf dat categorie 1 en 2 materiaal bewerkt moet over een erkenning beschikken die wordt verleend door de Minister van LNV en moet een exclusief werkgebied zijn toegewezen. In Nederland is momenteel één bedrijf (Rendac) operationeel dat categorie 1 materiaal verwerkt. Rendac is verplicht om voor de totale productie van diermeel over afzetmogelijkheden te beschikken. De uitzonderingen genoemd in paragraaf 4.1 zijn ook voor be- en verwerken van toepassing. Zo worden etensresten afkomstig van internationale middelen van vervoer in Nederland verbrand in AVI s. Feitelijk wordt in Nederland ook al het categorie 2 materiaal verwerkt in het categorie 1 verwerkingsbedrijf. Composteerinstallaties die categorie 2 materiaal (anders dan mest) verwerken bestaan (nog) niet in Nederland. Categorie 3-materiaal wordt in het algemeen verwerkt door nuttige toepassing in technische producten (als cosmetica, farmaceutische producten), compostering, vergisting en voeder voor gezelschapsdieren. Minimumstandaard De Verordening dierlijke bijproducten geeft per categorie dierlijk afval aan welke wijze van verwerking toegestaan is. De VWA, namens het ministerie van LNV, toetst verwerkingsroutes aan deze Verordening en geeft de noodzakelijke erkenning af. De Verordening biedt voor lidstaten geen ruimte om beperkingen op te leggen ten aanzien van de toegestane verwerkingsroutes. Overwegingen bij het vaststellen van de minimumstandaard Op grond van de Verordening dierlijke bijproducten is voor categorie 1 materiaal toegestaan: directe verbranding of voorbewerking gevolgd door verbranding of stort. Storten verdient hierbij, uit milieuoverwegingen, niet de voorkeur. Andere verwerkingsmethoden van categorie 1 materiaal, zoals verwerking tot biodiesel, zijn toegestaan na toestemming van de minister van LNV. Voor categorie 2 is als verwerkingswijze toegelaten dezelfde verwerkingswijzen als voor categorie 1 plus (na een voorbewerking) als materiaalhergebruik in bepaalde technische toepassingen, meststoffen en bodemverbeteraars. Voor categorie 3 materiaal staat de Verordening toe: directe verbranding, composteren, vergisten en toepassingen als petfood, technische en farmaceutische toepassingen. Voor de minimumstandaard voor gft-afval en etensresten wordt verwezen naar sectorplan 9. De minimumstandaard betekent dat in beginsel alleen vergunning mag worden verleend voor het thermisch verwerken van onbewerkt categorie 1 en 2 materiaal. Na bewerking (tot diermeel) biedt de Verordening een aantal andere mogelijkheden tot toepassing. In Nederland is het inzetten van diermeel als brandstof de operationele techniek. Onder voorwaarden zijn er voor categorie 3 materiaal ruimere mogelijkheden. Verwerking van dierlijk afval in diervoeders voor landbouwhuisdieren is in beginsel niet toegestaan. 5 In- en uitvoer Op de in- en uitvoer van dierlijk afval is, zoals in paragraaf 3 aangegeven, vooralsnog de EVOA van toepassing. De bezwaargronden van hoofdstuk 12 van het beleidskader zijn dus van toepassing. Ook de Verordening dierlijke bijproducten stelt voorwaarden aan de in- en uitvoer. Zoals in paragraaf 3 van dit sectorplan aangegeven, zijn vooralsnog in beginsel beide Europeesrechtelijke administratieve regimes van toepassing op de in- en uitvoer van dierlijk afval. Na inwerkingtreding van de gewijzigde EVOA verandert dit.
6 5.1 (Voorlopige) verwijdering Invoer van dierlijke bijproducten voor verwijdering wordt op basis van de Verordening niet toegestaan. In- en uitvoer van bewerkt dierlijk afval (waaronder diermeel en van dierlijke vetten) voor storten is op basis van het zelfverzorgingsbeginsel van de EVOA in beginsel niet toegestaan. Invoer van dode gezelschapsdieren bestemd voor verbranding in een dierencrematorium wordt in bepaalde gevallen toegestaan. In- en uitvoer voor verwijderen door verbranden van diermeel en van dierlijke vetten wordt toegestaan. 5.2 (Voorlopige) nuttige toepassing Op basis van de Verordening dierlijke bijproducten wordt invoer uit derde landen slechts beperkt toegestaan en over het algemeen alleen voor nuttige toepassing. Invoer uit lidstaten is voor categorie 1- en 2-materiaal vergunningplichtig en wordt slechts bij uitzondering toegestaan. Invoer uit lidstaten van verwerkt categorie 1-materiaal en verwerkte eiwitten van categorie 2-materiaal idem. Ook het invoerbeleid van LNV met betrekking tot intraverkeer - wordt op dit moment geëvalueerd. Op basis van de EVOA wordt in- en uitvoer van bewerkt dierlijk afval voor (voorlopige) nuttige toepassing in beginsel toegestaan. 6 Monitoring Op basis van de Verordening dierlijke bijproducten en het Besluit Melden is al het dierlijk afval onderhevig aan vergaande eisen inzake registratie en monitoring.
sectorplan 18 Papier en karton
sectorplan Papier en karton 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Papier en karton 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens, kantoren en grafische industrie 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 4.160
sectorplan 9 Organisch afval
sectorplan Organisch afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Gescheiden ingezameld GFT-afval, organisch bedrijfsafval en groenafval 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens; handel, diensten
Sectorplan 24 PCB-houdende afvalstoffen
Sectorplan 24 PCB-houdende afvalstoffen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties PCB-bevattende apparaten en PCB-houdende olie 2. Belangrijkste bronnen Elektriciteitsbedrijven en industrie
Sectorplan 9 Organisch afval
Sectorplan 9 Organisch afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Gescheiden ingezameld GFT-afval, organisch bedrijfsafval en groenafval 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens; handel, diensten
sectorplan 10 Specifiek ziekenhuisafval
sectorplan Specifiek ziekenhuisafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Afval afkomstig van de gezondheidszorg van mens en dier 2. Belangrijkste bronnen Intramurale instellingen, extramurale
sectorplan 8 Afval van verlichting
sectorplan Afval van verlichting 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Hoge- en lagedruk kwiklampen, hoge- en lagedruk natriumlampen en fluorescentiepoeder 2. Belangrijkste bronnen Dienstverlening,
sectorplan 30 Accu s
sectorplan Accu s 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Startaccu s, tractiebatterijen, stationaire batterijen 2. Belangrijkste bronnen Garagebedrijven, autodemontagebedrijven, schadeherstelbedrijven
sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden
sectorplan Restafval van handel, diensten en overheden 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Organisch afval, papier/karton, kunststoffen 2. Belangrijkste bronnen HDO-sectoren. Aanbod in
Sectorplan 8 Afval van verlichting
Sectorplan 8 Afval van verlichting 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Hoge- en lagedruk kwiklampen, hoge- en lagedruk natriumlampen en fluorescentiepoeder 2. Belangrijkste bronnen Dienstverlening,
Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten
Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Veegafval, marktafval, drijfafval, zwerfafval en slib 2. Belangrijkste bronnen diversen 3. Aanbod
Titel Feedban Nummer DV-01 Datum januari 2017
Catharijnesingel 59 3511 GG Utrecht Postbus 43006 3540 AA Utrecht www.nvwa.nl Contactpersoon T 088 223 33 33 F 088 223 33 34 [email protected] Titel Feedban Nummer DV-01 Om de verspreiding van BSE en soortgelijke
Sectorplan 19 Kunststofafval
Sectorplan 19 Kunststofafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kunststofverpakkingen, land- en tuinbouwfolies, industrieel productieafval, (kunststof) autoafval, PVC 2. Belangrijkste
Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen verpakkingsafval.
TEKST SECTORPLAN 41 (onderdeel LAP) Sectorplan 41 Verpakkingen algemeen I Afbakening Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen
2002R1774 NL 24.07.2007 007.001 1
2002R1774 NL 24.07.2007 007.001 1 Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen B VERORDENING (EG) Nr. 1774/2002 VAN HET EUROPEES
Titel Feedban Nummer DV-01 Datum juli 2016
Catharijnesingel 59 3511 GG Utrecht Postbus 43006 3540 AA Utrecht www.nvwa.nl Contactpersoon T 088 223 33 33 F 088 223 33 34 [email protected] Titel Feedban Nummer DV-01 Om de verspreiding van BSE en soortgelijke
Sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden
Sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Organisch afval, papier/karton, kunststoffen 2. Belangrijkste bronnen HDO-sectoren 3. Aanbod
sectorplan 27 Industrieel afvalwater
sectorplan Industrieel afvalwater 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Industriële afvalwaterstromen (niet reinigbaar in biologische afvalwaterzuiveringsinstallaties) 2. Belangrijkste bronnen
Regeling dierlijke bijproducten 2008
LNV Regeling dierlijke bijproducten 2008 Regeling van de Minister van Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit van 11 december 2007, TRCJZ/2007/ 3758, houdende voorschriften over dierlijke bijproducten (Regeling
Publicatieblad van de Europese Unie L 326/3
24.11.2012 Publicatieblad van de Europese Unie L 326/3 UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1097/2012 VAN DE COMMISSIE van 23 november 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 tot uitvoering van
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Omzendbrief met betrekking tot erkenning-/registratievoorwaarden van opslagbedrijven van dierlijke bijproducten en afgeleide producten die niet
(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.
TEKST SECTORPLAN 8 (onderdeel LAP) Sectorplan 8 Gescheiden ingezameld groenafval I Afbakening Gescheiden ingezameld groenafval komt vrij bij de aanleg en onderhoud van openbaar groen, bosen natuurterreinen.
sectorplan Ernstig verontreinigde grond
sectorplan Ernstig verontreinigde grond 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Ernstig verontreinigde grond 2. Belangrijkste bronnen Gemeenten en aannemers 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS verleend aan Afvalbrengstation Vinkhuizen Zuid ten behoeve van inzamelen van afval (grofvuil) van particulieren (locatie: Electronstraat 2 te Groningen) Groningen,
drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader
TEKST SECTORPLAN 45 (onderdeel LAP) Sectorplan 45 Brandblussers I Afbakening Dit sectorplan heeft betrekking op de verwerking van brandblussers. Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Ons kenmerk C2129844/3498482 op de op 10 september 2013 bij hen ingekomen aanvraag van Plastic Recycling Company BV, om vergunning krachtens de Wet
sectorplan 15 Wit- en bruingoed
sectorplan Wit- en bruingoed 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Elektrische en elektronische apparaten 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
sectorplan 19 Kunststofafval
sectorplan Kunststofafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kunststofverpakkingen, land- en tuinbouwfolies, industrieel productieafval, (kunststof) autoafval, PVC 2. Belangrijkste bronnen
(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.
TEKST SECTORPLAN 17 (onderdeel LAP) Sectorplan 17 Reststoffen van drinkwaterbereiding I Afbakening Reststoffen van drinkwaterbereiding komen vrij bij de bereiding van drinkwater. Deze reststoffen zijn
Voor deze afvalstoffen Batterijen, accu s Sectorplan 13: Batterijen en accu s Shredderafval dat ontstaat bij het shredderen van autobanden
TEKST SECTORPLAN 52 (onderdeel LAP) Sectorplan 52 Autobanden I Afbakening Afgedankte autobanden komen vrij bij demontage van autowrakken en bij onderhoud en reparatie van auto s en aanhangwagens. Dit sectorplan
(Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN
26.2.2011 Publicatieblad van de Europese Unie L 54/1 II (Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN VERORDENING (EU) Nr. 142/2011 VAN DE COMMISSIE van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG)
Informatieblad Transport van levensmiddelen, diervoeders en dierlijke bijproducten.
Informatieblad Transport van levensmiddelen, diervoeders en dierlijke bijproducten. Nadere uitwerking van de Hygiënecode Transport Opslag en Distributie en de Hygiënecode Diervoedersector Wegtransport
sectorplan 11 Auto-afval
sectorplan Auto-afval 1 Achtergrondgegevens Voor deze stromen. zie deze sectorplannen olie en oliefilters 23 oliehoudende afvalstoffen lpg-tanks, airbagmodules en aanspan- 16 explosieve afvalstoffen en
Infoblad dierlijke bijproducten in de eiersector
Infoblad dierlijke bijproducten in de eiersector Wettelijk kader Verordening (EG) nr. 1069/2009, tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke
Bijlage III Inrichtingen waarvan de activiteiten onderworpen zijn aan een toelating door het Agentschap
Bijlage III Inrichtingen waarvan de activiteiten onderworpen zijn aan een toelating door het Agentschap 1. Voedingsmiddelen 1.1. Inrichtingen voor de De fabricage, de verwerking en het in de fabricage,
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS verleend aan Van Gansewinkel ten behoeve van het opslaan van afvalstoffen. (locatie: Duinkerkenstraat 50 te Groningen) Groningen, 5 september 2012 Nr. 418911 Procedure
VERORDENING (EU) /... VAN DE COMMISSIE. van
EUROPESE COMMISSIE Brussel, 6.2.2019 C(2019) 595 final VERORDENING (EU) /... VAN DE COMMISSIE van 6.2.2019 tot wijziging van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de
Sectorplan 11 Auto-afval
Sectorplan 11 Auto-afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Autowrakken en autobanden 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 410 kton 4. % nuttige
Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten
Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Aalten Inhoudsopgave 1 ALGEMEEN...3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen... 3 Artikel 2. Doelstelling... 3 2 HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN...3 Artikel 3. Aanwijzing inzameldienst...
Sectorplan 22 Ernstig verontreinigde grond
Sectorplan 22 Ernstig verontreinigde grond 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Ernstig verontreinigde grond 2. Belangrijkste bronnen Gemeenten en aannemers 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
2012R0028 NL 25.06.2012 001.001 1 Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen B VERORDENING (EU) Nr. 28/2012 VAN DE COMMISSIE van
HOOFDSTUK 1: DE AFVALSTOFFENVERORDENING
HOOFDSTUK 1: DE AFVALSTOFFENVERORDENING Algemene toelichting De afvalstoffenverordening heeft betrekking op die bepalingen die worden gesteld voor het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen.
Sectorplan 26: Sectorplan 32: Cellenbeton
TEKST SECTORPLAN 31 (onderdeel LAP) Sectorplan 31 Gips I Afbakening Gips komt vrij bij het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen en bouwwerken. Gips wordt aan de bron gescheiden (op de lokatie van de
Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen
2011R0142 NL 01.12.2013 005.001 1 Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen B VERORDENING (EU) Nr. 142/2011 VAN DE COMMISSIE van
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 5289 6 april 2010 Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 maart 2010, nr. 115877, houdende
Sectorplan 2 Procesafhankelijk industrieel afval
Sectorplan 2 Procesafhankelijk industrieel afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Resten van oliehoudende zaden, plantaardig afval, hoogovenslakken, grondtarra. 2. Belangrijkste bronnen
Raadsvergadering : 8 december 2015 Agendapunt : Commissie : Bestuur en Ruimte. Onderwerp : Verordening dode gezelschapsdieren Berkelland 2016
Raadsvergadering : 8 december 2015 Agendapunt : Commissie : Bestuur en Ruimte Onderwerp : Verordening dode gezelschapsdieren Berkelland 2016 Collegevergadering : 10 november 2015 Agendapunt : 21. Portefeuillehouder
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS verleend aan Gruno Recycling ten behoeve van op- en overslag van metalen (locatie:duinkerkenstraat 100 te Groningen) Inhoudsopgave 1. OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE
Afvalstoffenverordening Avri 2016
Afvalstoffenverordening Avri 2016 Auteur Avri Versie 1 Datum 3 december 2015 Afvalstoffenverordening Avri 2016 Het algemeen bestuur van Avri besluit, gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van
(Voor de EER relevante tekst)
L 171/100 26.6.2019 UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1084 VAN DE COMMISSIE van 25 juni 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de harmonisatie van de lijst van erkende of geregistreerde
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van (datum), nr., Directie Wetgeving en Juridische Zaken;
WIJ BEATRIX, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, PRINSES VAN ORANJE- NASSAU, ENZ. ENZ. ENZ. Besluit van... houdende regels inzake diervoeders (Besluit diervoeders 2012) Besluit van Op de voordracht
Sectorplan 5 Afval van waterzuivering en waterbereiding
Sectorplan 5 Afval van waterzuivering en waterbereiding 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Communaal en industrieel slib, kalkkorrels, drinkwaterslib 2. Belangrijkste bronnen Waterwinbedrijven
Sectorplan 15 Wit- en bruingoed
Sectorplan 15 Wit- en bruingoed 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Elektrische en elektronische apparaten 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
BIJLAGE 1: CHECKLIST AANVRAAG ERKENNING IN HET KADER VAN VERORDENING EG Nr. 1774/2002 ART COMPOSTEERINSTALLATIES
BIJLAGE 1: CHECKLIST AANVRAAG ERKENNING IN HET KADER VAN VERORDENING EG Nr. 1774/2002 ART. 15 - COMPOSTEERINSTALLATIES 1. Algemeen 1.1 Beschikt het bedrijf over een milieuvergunning? 0 JA * 0 NEEN * Indien
Leidraad voor de toepassing van de nieuwe Verordening (EG) nr. 1774/2002 inzake dierlijke bijproducten
Leidraad voor de toepassing van de nieuwe Verordening (EG) nr. 1774/2002 inzake dierlijke bijproducten Samengesteld door de eenheid Biologische risico's van het directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming
sectorplan 6 Reststoffen van afvalverbranding
sectorplan Reststoffen van afvalverbranding 1 Achtergrondgegevens 3.1 PREVENTIEMOGELIJKHEDEN 1. Belangrijkste afvalfracties Bodemassen, vliegassen en rookgasreinigingsresiduen van AVI s, DTO s en SVI s
bepalingen van de Wet milieubeheer (artikel 10.23, eerste lid), de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht
Onderwerp : Afvalstoffenverordening 2010 Samenvatting Deze verordening geeft onder meer aan hoe de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen gebeurt, wat wel en niet is toegestaan bij het ter inzameling
De Raad van State gehoord (advies van, nr. ); HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:
Concept Besluit van... houdende wijziging van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (zeer laag radioactief afval) Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Gemeente Langedijk. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouder van 29 december 2009, nummer 14;
Gemeente Langedijk De raad van de gemeente Langedijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouder van 29 december 2009, nummer 14; gelet op artikel 10.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer; b
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Ons kenmerk C2130776/3505454 op de op 26 september 2013 bij hen ingekomen aanvraag van Heesbeen Recycling BV, om vergunning krachtens de Wet algemene
