Sectorplan 8 Afval van verlichting
|
|
|
- Krista van de Velden
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Sectorplan 8 Afval van verlichting 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Hoge- en lagedruk kwiklampen, hoge- en lagedruk natriumlampen en fluorescentiepoeder 2. Belangrijkste bronnen Dienstverlening, industrie, winkels en huishoudens 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 1,8 kton 4 4. % nuttige toepassing in % 5. % verwijdering in % 6. Verwacht aanbod in ,1 kton 7. Verwacht aanbod in ,3 kton 8. Bijzondere kenmerken Euralcodes * en Afbakening sectorplan In dit sectorplan is het beleid uitgewerkt voor afgedankte gasontladingslampen en fluorescentiepoeder. Gasontladingslampen zijn lampen die licht geven doordat een elektrische stroom door een met gas gevulde buis wordt gestuurd. Het betreft: lagedruk kwiklampen (TL-buizen, spaarlampen PL- en SL, neonlichtreclame); hogedruk kwiklampen (HP, ML); hogedruk natriumlampen (SON); en lagedruk natriumlampen (SOX). Voor het beleid met betrekking tot overige afvalstoffen van verlichting wordt verwezen naar het beleidskader. 4 Dit betreft de hoeveelheid gasontladingslampen en het fluorescentiepoeder die is aangeboden aan vergunninghouders voor gevaarlijk afval. Naar verwachting wordt nog een keer eenzelfde hoeveelheid afgedankt samen met bedrijfsafval en huishoudelijk restafval.
2 3 Beleid Het beleid voor gasontladingslampen is gericht op het bevorderen van gescheiden inzameling en adequate verwerking van alle gasontladingslampen, zodat de diffuse verspreiding van milieuschadelijke stoffen zoals kwik en antimoon wordt voorkomen, en materiaalhergebruik wordt gerealiseerd. De Europese Richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE) die in voorbereiding is, stelt eisen aan een systeem van inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van onder meer gasontladingslampen. De zorg voor de financiering van dit systeem is toebedeeld aan de producenten. De laatste houders en distributeurs van gasontladingslampen moeten deze gratis in kunnen leveren. Distributeurs moeten bij levering van nieuwe gasontladingslampen, afgedankte lampen innemen wanneer deze worden aangeboden ( oud voor nieuw ). Er wordt gestreefd naar 80% nuttige toepassing van gescheiden ingezamelde gasontladingslampen. De richtlijn wordt naar verwachting in de eerste helft van 2003 vastgesteld en zal daarna in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. 3.1 Preventiemogelijkheden Preventie is mogelijk door verlenging van de gebruiksduur van de lampen en door het gebruik van gasontladingslampen met minder schadelijke bestanddelen. Op grond van het Besluit kwikhoudende producten Wms 1998 mogen met ingang van 1 januari 2003 geen nieuwe kwikhoudende gasontladingslampen op de markt worden gebracht. Een uitzondering is gemaakt voor een aantal gasontladingslampen met een kwikgehalte van minder dan 10 of 20 mg. Ook de Europese Richtlijn betreffende de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (ROHS) legt vanaf 2007 beperkingen op aan het gebruik van gevaarlijke stoffen (ondermeer kwik en lood) in onder andere verlichtingsapparatuur. De richtlijn wordt naar verwachting in de eerste helft van 2003 vastgesteld. De TL-lampen die door de Nederlandse producent op de markt worden gebracht, bevatten minder dan 8 mg kwik per lamp. Afhankelijk van het type kunnen de TL-lampen antimoonhoudend fluorescentiepoeder bevatten. De nieuwe generatie TL-lampen, die begin 2000 een marktaandeel in Nederland van 60% vormde, bevat geen antimoon. 3.2 Inzamelen Op dit moment wordt naar schatting niet meer dan de helft van de verkochte gasontladingslampen na afdanking gescheiden ingezameld en voor adequate verwerking aangeboden. Gescheiden inzameling is een voorwaarde om te komen tot nuttige toepassing van de samenstellende delen van gasontladingslampen (glas, metaalkapjes en fluorescentiepoeder) en om het aanwezige kwik en antimoon uit het milieu te houden. Nagenoeg alle gasontladingslampen die gescheiden vrijkomen, worden via KGA-inzamelaars afgevoerd naar specifieke verwerkingsbedrijven. Het gaat hierbij veelal om grote partijen uit dienstverlening en industrie. Kleine aantallen gasontladingslampen die vrijkomen bij kleine bedrijven komen vaak niet terecht bij KGA-inzamelaars. Afgifte van KGA bij een depot met enkel een vergunning voor het innemen en opslaan van KCA is niet toegestaan. Uit een onderzoek is gebleken dat de inzamelrespons kan worden verbeterd, door de elektrotechnische groothandel een plaats te geven bij de inname en afvoer van gasontladingslampen. Om dit mogelijk te maken is wijziging van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit en/of de AMvB opslag- en transportbedrijven milieubeheer noodzakelijk. Op basis van het Besluit beheer elektrische en elektronische apparaten en de Regeling beheer elektrische en elektronische apparaten, welke op 13 augustus 2004 in werking zijn getreden, is producentenverantwoordelijkheid voor deze afvalstroom geïntroduceerd. De regeling voorziet in een gratis inname van apparatuur van particuliere huishoudens door gemeenten, eventueel via de detailhandel, en daarnaast worden de producenten, waaronder importeurs, verantwoordelijk voor de inname bij gemeenten en bij bedrijven en instellingen.
3 Huishoudens kunnen zich van gasontladingslampen ontdoen via de KCA-inzamelstructuur. 3.3 Be- en verwerken Storten van gescheiden ingezamelde of afgegeven gasontladingslampen is verboden op grond van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (categorie 3). 4 Aspecten van vergunningverlening Voor de algemeen geldende bepalingen bij vergunningverlening wordt verwezen naar Toelichting bij de sectorplannen. Aanvullingen op en afwijkingen van deze algemene bepalingen zijn hierna gegeven. 4.1 Inzamelen en opslaan Om breuk tijdens transport te voorkomen, wordt gebruik gemaakt van specifiek voor gasontladingslampen bedoelde opslagmiddelen. Dit is met name van belang bij de inzameling van neonlichtreclame met grillige vormen. Opslag van gasontladingslampen bij de installateurs, de detailhandel en de groothandel die een rol spelen bij de verwijdering van deze afvalstoffen is doelmatig. Daarnaast wordt een Wm-vergunning verleend voor het opslaan van gasontladingslampen aan KGA-inzamelaars en de bedrijven die de gasontladingslampen verwerken of demonteren en over voldoende opslagvoorzieningen beschikken. 4.2 Be- en verwerken In het MJP-GA II was als minimumstandaard voor fluorescentiepoeder geformuleerd: immobilisatie van fluorescentiepoeder gericht op nuttige toepassing. Momenteel zijn in Nederland en in de ons omringende landen geen mogelijkheden meer beschikbaar voor de verwerking van de fluorescentiepoeders overeenkomstig de in het MJP-GA II geformuleerde minimumstandaard. In het MER voor het LAP is een onderscheid gemaakt in fluorescentiepoeder waarvan de metalen geschikt kunnen worden gemaakt voor hergebruik in nieuw fluorescentiepoeder en overig fluorescentiepoeder. Met betrekking tot het eerste type zijn vergeleken: shredden, scheiden, hergebruik van de glas en metalen, terugwinnen van kwik uit het fluorescentiepoeder; end-cut/airpush met selectie-eenheid, hergebruik van glas en metalen, terugwinnen van kwik en zeldzame aardoxiden uit het fluorescentiepoeder. Voor het overig fluorescentiepoeder zijn vergeleken: shredderen, scheiden, hergebruik van de glas en metalen, terugwinnen van kwik uit het fluorescentiepoeder; end-cut/airpush, hergebruik van de glas en metalen, terugwinnen van kwik uit het fluorescentiepoeder. Uit het MER komt geen verwerkingstechniek naar voren die in alle opzichten milieuhygiënisch significant beter is dan andere. De overeenkomst tussen de vergeleken be- en verwerkingstechnieken is dat het kwik wordt afgescheiden. Dit is uit oogpunt van beleid gericht op het voorkomen van diffuse verspreiding een minimumeis.
4 Minimumstandaard De minimumstandaard voor de verwerking van gasontladingslampen en fluorescentiepoeder is afscheiding van kwik, en zodanige verwerking van kwik dat diffuse verspreiding in het milieu wordt voorkomen. Tevens moeten glas en de metaalkapjes die vrijkomen bij de be- en verwerking van gasontladingslampen nuttig worden toegepast in de vorm van materiaalhergebruik. Het residu dat overblijft na afscheiden van glas en metaalkapjes en ontkwikken, en niet nuttig toepasbaar is, mag worden verwijderd door storten. Overwegingen bij het vaststellen van de minimumstandaard De minimumstandaard sluit aan bij technieken die operationeel zijn voor de be- en verwerking van gasontladingslampen en fluorescentiepoeder, en is daarmee uitvoerbaar en bedrijfszeker. De kosten van be- en verwerking conform de minimumstandaard zijn aanvaardbaar. Een hoogwaardiger verwerking is slechts voor een beperkt aantal typen gasontladingslampen mogelijk. Het storten van het residu dat overblijft is uit oogpunt van milieueffecten niet gewenst, maar er zijn geen technieken operationeel waarmee dit kan worden vermeden. Gelet op de MER is be- en verwerking conform de minimumstandaard uit milieuoogpunt gewenst. De wijze van verwerking in het buitenland is in een aantal gevallen laagwaardiger dan de minimumstandaard. Gelet op het tegengaan van verspreiding van met name kwik in het milieu is toch gekozen voor deze minimumstandaard. Gelet op het streven om het storten van residuen van de be- en verwerking van gasontladingslampen en fluorescentiepoeders te voorkomen en de verdere ontwikkeling van alternatieve verwerkingstechnieken bestaat de mogelijkheid dat de minimumstandaard in de volgende planperiode wordt herzien. In afwijking van de algemene bepalingen bij vergunningverlening worden daarom vergunningen voor be- en verwerking van gasontladingslampen en fluorescentiepoeder wanneer hierbij sprake is van storten van residustromen, verleend met een looptijd van maximaal 5 jaar. 5 In- en uitvoer Het toetsingskader, de bezwaargronden en de bijbehorende procedures voor in- en uitvoer zijn opgenomen in hoofdstuk 12 van het beleidskader. De uitwerking voor afval van verlichting is hierna gegeven. 5.1 Verwijderen In beginsel is invoer van gasontladingslampen en reststoffen van gasontladingslampen voor storten op basis van nationale zelfverzorging en/of omdat de overbrenging niet in overeenstemming is met nationale wettelijke bepalingen niet toegestaan. In beginsel is uitvoer van gasontladingslampen en reststoffen van gasontladingslampen voor storten op basis van nationale zelfverzorging niet toegestaan. Uitgezonderd is uitvoer van fluorescentiepoeder dat wordt aangemerkt als C2-afval en waarvoor in Nederland geen alternatieve verwerking mogelijk is. Hiervoor kan uitvoer voor storten in een daarvoor geschikte deponie worden toegestaan. Gelet op de aard van de afvalstoffen is verbranden als vorm van verwijdering geen reële verwerkingoptie en in- en uitvoer voor verbranden als vorm van verwijdering wordt daarom in beginsel niet toegestaan. 5.2 Nuttige toepassing Gasontladingslampen staan niet op één van de lijsten van de EVOA. Derhalve geldt bij in- en uitvoer de procedure voor rode-lijst-afvalstoffen. Tegen invoer van gasontladingslampen en reststoffen van gasontladingslampen voor nuttige toepassing wordt in beginsel geen bezwaar gemaakt wanneer de beoogde verwerking in lijn is met de Nederlandse minimumstandaard en als zodanig is vergund aan de beoogde verwerker.
5 Tegen uitvoer voor nuttige toepassing wordt in beginsel geen bezwaar gemaakt. 5.3 Voorlopige verwijdering of voorlopige nuttige toepassing Worden gasontladingslampen of reststoffen van gasontladingslampen na overbrenging verkleind, gescheiden, gemengd, geïmmobiliseerd of anderszins voorbehandeld, dan is in het algemeen sprake van voorlopige nuttige toepassing (R12/R13) of van voorlopige verwijdering (D13/D14/D15). Tegen in- en uitvoer van gasontladingslampen of reststoffen van gasontladingslampen voor voorlopige verwijdering wordt in beginsel bezwaar gemaakt op grond van nationale zelfverzorging wanneer als vervolghandeling een deel van het overgebrachte afval wordt gestort. Uitgezonderd is uitvoer waarbij de te storten fractie uitsluitend bestaat uit fluorescentiepoeder dat wordt aangemerkt als C2-afval en waarvoor in Nederland geen alternatieve verwerking mogelijk is. Tegen invoer van gasontladingslampen of reststoffen van gasontladingslampen voor voorlopige nuttige toepassing wordt in beginsel geen bezwaar gemaakt wanneer de beoogde verwerking in lijn is met de Nederlandse minimumstandaard en als zodanig is vergund aan de beoogde verwerker. Tegen uitvoer van gasontladingslampen of reststoffen van gasontladingslampen voor voorlopige nuttige toepassing wordt bezwaar gemaakt wanneer als vervolghandeling zoveel van het overgebrachte afval wordt gestort dat de mate van nuttige toepassing de overbrenging niet rechtvaardigt. Het toetsingskader hiervoor is paragraaf 12.4 beleidskader. Als uitgangspunt geldt hierbij dat het storten van iedere andere component dan fluorescentiepoeder dat wordt aangemerkt als C2-afval in beginsel betekent dat de mate van storten te hoog is om de overbrenging te rechtvaardigen, aangezien voor de andere componenten in beginsel nuttige toepassing mogelijk is. Wanneer de kennisgeving onvoldoende gegevens bevat over de vervolghandeling(en) wordt in beginsel bezwaar gemaakt, zowel bij voorlopige nuttige toepassing als bij voorlopige verwijdering. 6 Monitoring De monitoring van gasontladingslampen die worden afgevoerd door KGA-inzamelaars vindt plaats via het meldingen- en registratiesysteem voor gevaarlijk afval.
sectorplan 8 Afval van verlichting
sectorplan Afval van verlichting 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Hoge- en lagedruk kwiklampen, hoge- en lagedruk natriumlampen en fluorescentiepoeder 2. Belangrijkste bronnen Dienstverlening,
Sectorplan 19 Kunststofafval
Sectorplan 19 Kunststofafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kunststofverpakkingen, land- en tuinbouwfolies, industrieel productieafval, (kunststof) autoafval, PVC 2. Belangrijkste
sectorplan 30 Accu s
sectorplan Accu s 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Startaccu s, tractiebatterijen, stationaire batterijen 2. Belangrijkste bronnen Garagebedrijven, autodemontagebedrijven, schadeherstelbedrijven
Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten
Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Veegafval, marktafval, drijfafval, zwerfafval en slib 2. Belangrijkste bronnen diversen 3. Aanbod
Sectorplan 24 PCB-houdende afvalstoffen
Sectorplan 24 PCB-houdende afvalstoffen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties PCB-bevattende apparaten en PCB-houdende olie 2. Belangrijkste bronnen Elektriciteitsbedrijven en industrie
Sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden
Sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Organisch afval, papier/karton, kunststoffen 2. Belangrijkste bronnen HDO-sectoren 3. Aanbod
Sectorplan 15 Wit- en bruingoed
Sectorplan 15 Wit- en bruingoed 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Elektrische en elektronische apparaten 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
sectorplan 18 Papier en karton
sectorplan Papier en karton 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Papier en karton 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens, kantoren en grafische industrie 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 4.160
Sectorplan 11 Auto-afval
Sectorplan 11 Auto-afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Autowrakken en autobanden 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland) 410 kton 4. % nuttige
sectorplan 15 Wit- en bruingoed
sectorplan Wit- en bruingoed 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Elektrische en elektronische apparaten 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden
sectorplan Restafval van handel, diensten en overheden 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Organisch afval, papier/karton, kunststoffen 2. Belangrijkste bronnen HDO-sectoren. Aanbod in
Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen verpakkingsafval.
TEKST SECTORPLAN 41 (onderdeel LAP) Sectorplan 41 Verpakkingen algemeen I Afbakening Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen
sectorplan 10 Specifiek ziekenhuisafval
sectorplan Specifiek ziekenhuisafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Afval afkomstig van de gezondheidszorg van mens en dier 2. Belangrijkste bronnen Intramurale instellingen, extramurale
sectorplan 19 Kunststofafval
sectorplan Kunststofafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kunststofverpakkingen, land- en tuinbouwfolies, industrieel productieafval, (kunststof) autoafval, PVC 2. Belangrijkste bronnen
Voor deze afvalstoffen Batterijen, accu s Sectorplan 13: Batterijen en accu s Shredderafval dat ontstaat bij het shredderen van autobanden
TEKST SECTORPLAN 52 (onderdeel LAP) Sectorplan 52 Autobanden I Afbakening Afgedankte autobanden komen vrij bij demontage van autowrakken en bij onderhoud en reparatie van auto s en aanhangwagens. Dit sectorplan
drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader
TEKST SECTORPLAN 45 (onderdeel LAP) Sectorplan 45 Brandblussers I Afbakening Dit sectorplan heeft betrekking op de verwerking van brandblussers. Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat
(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.
TEKST SECTORPLAN 17 (onderdeel LAP) Sectorplan 17 Reststoffen van drinkwaterbereiding I Afbakening Reststoffen van drinkwaterbereiding komen vrij bij de bereiding van drinkwater. Deze reststoffen zijn
sectorplan 27 Industrieel afvalwater
sectorplan Industrieel afvalwater 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Industriële afvalwaterstromen (niet reinigbaar in biologische afvalwaterzuiveringsinstallaties) 2. Belangrijkste bronnen
Sectorplan 6 Reststoffen van Afvalverbranding
Sectorplan 6 Reststoffen van Afvalverbranding 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Bodemassen, vliegassen en rookgasreinigingsresiduen van AVI s, DTO s en SVI s 2. Belangrijkste bronnen
Sectorplan 2 Procesafhankelijk industrieel afval
Sectorplan 2 Procesafhankelijk industrieel afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Resten van oliehoudende zaden, plantaardig afval, hoogovenslakken, grondtarra. 2. Belangrijkste bronnen
Sectorplan 9 Organisch afval
Sectorplan 9 Organisch afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Gescheiden ingezameld GFT-afval, organisch bedrijfsafval en groenafval 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens; handel, diensten
sectorplan 11 Auto-afval
sectorplan Auto-afval 1 Achtergrondgegevens Voor deze stromen. zie deze sectorplannen olie en oliefilters 23 oliehoudende afvalstoffen lpg-tanks, airbagmodules en aanspan- 16 explosieve afvalstoffen en
sectorplan 21 Metaalafvalstoffen
sectorplan Metaalafvalstoffen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Ferro en non-ferro metaalafvalstoffen 2. Belangrijkste bronnen Metaalindustrie, huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000
De minimumstandaard voor het be- en verwerken van shredderafval is thermisch verwerken.
TEKST SECTORPLAN 27 (onderdeel LAP) Sectorplan 27 Shredderafval I Afbakening Shredderafval resteert na het verkleinen van samengestelde producten in installaties die in hoofdzaak autowrakken, welvaartschroot
Sectorplan 26: Sectorplan 32: Cellenbeton
TEKST SECTORPLAN 31 (onderdeel LAP) Sectorplan 31 Gips I Afbakening Gips komt vrij bij het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen en bouwwerken. Gips wordt aan de bron gescheiden (op de lokatie van de
sectorplan 21 Metaalafvalstoffen
sectorplan Metaalafvalstoffen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Ferro en non-ferro metaalafvalstoffen 2. Belangrijkste bronnen Metaalindustrie, huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000
sectorplan 6 Reststoffen van afvalverbranding
sectorplan Reststoffen van afvalverbranding 1 Achtergrondgegevens 3.1 PREVENTIEMOGELIJKHEDEN 1. Belangrijkste afvalfracties Bodemassen, vliegassen en rookgasreinigingsresiduen van AVI s, DTO s en SVI s
Sectorplan 34 Fotografisch afval
Sectorplan 34 Fotografisch afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Zwart/wit-vloeistoffen, kleurvloeistoffen, film/fotopapier 2. Belangrijkste bronnen Grafische industrie en uitgeverijen,
sectorplan Ernstig verontreinigde grond
sectorplan Ernstig verontreinigde grond 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Ernstig verontreinigde grond 2. Belangrijkste bronnen Gemeenten en aannemers 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
Sectorplan 17 KCA/KGA en Chemicaliënverpakkingen
Sectorplan 17 KCA/KGA en Chemicaliënverpakkingen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Kleine hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod
Sectorplan 22 Ernstig verontreinigde grond
Sectorplan 22 Ernstig verontreinigde grond 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Ernstig verontreinigde grond 2. Belangrijkste bronnen Gemeenten en aannemers 3. Aanbod in 2000 (in Nederland)
sectorplan 9 Organisch afval
sectorplan Organisch afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Gescheiden ingezameld GFT-afval, organisch bedrijfsafval en groenafval 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens; handel, diensten
Sectorplan 5 Afval van waterzuivering en waterbereiding
Sectorplan 5 Afval van waterzuivering en waterbereiding 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Communaal en industrieel slib, kalkkorrels, drinkwaterslib 2. Belangrijkste bronnen Waterwinbedrijven
ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR DE MILIEUSTRAAT GEMEENTE MIDDEN-DRENTHE, EURSING 2A TE BEILEN
ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw Y. Oostelbos (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor de Milieustraat gemeente Midden-Drenthe, Eursing 2a
sectorplan 17 KCA/KGA en chemicaliënverpakkingen
sectorplan KCA/KGA en chemicaliënverpakkingen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kleine hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen 2. Belangrijkste bronnen Huishoudens en bedrijven 3. Aanbod
Gasflessen en overige drukhouders LPG-tanks In beslag genomen munitie Sectorplan 46: Munitie Evenementen-, theater- en consumentenvuurwerk
TEKST SECTORPLAN 48 (onderdeel LAP) Sectorplan 48 Overig explosief afval I Afbakening Overig explosief afval bestaat uit explosief afval dat niet is aangemerkt als munitie (zie sectorplan munitie (46)
Toelichting bij de sectorplannen
Toelichting bij de sectorplannen In deze toelichting bij de sectorplannen is ingegaan op: de inhoud van de sectorplannen. Dit betreft een beknopte beschrijving van de inhoud van de verschillende paragrafen
sectorplan 34 Fotografisch afval
sectorplan Fotografisch afval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Zwart/wit-vloeistoffen, kleurvloeistoffen, film/fotopapier 2. Belangrijkste bronnen Grafische industrie en uitgeverijen,
Voor deze afvalstoffen Accuzuur Sectorplan 13: Batterijen en accu s. Vast en pasteus oliehoudend afval Sectorplan 63: Overig oliehoudend afval
TEKST SECTORPLAN 72 (onderdeel LAP) Sectorplan 72 Zwavelzuur, zuurteer en overig zwavelhoudend afval I Afbakening Zwavelhoudend afval is in hoofdzaak onder te verdelen in zwavelzuur, zuurteer en overig
TL-buizen en -armaturen
TL-buizen en -armaturen Omschrijving Kwikdamp-verlichtingselementen kunnen opgesplitst worden in twee fracties: - Armaturen; - Lampen. De verwerking van kwikdamp-verlichtingselementen houdt risico s in
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Ons kenmerk C2129844/3498482 op de op 10 september 2013 bij hen ingekomen aanvraag van Plastic Recycling Company BV, om vergunning krachtens de Wet
Afval is een Keus. Scheiding en nasortering Grof huishoudelijk (rest)afval. NVRD Regio Noord Nederland 20 juni Definities
Afval is een Keus Scheiding en nasortering Grof huishoudelijk (rest)afval Maarten Goorhuis Senior beleidsmedewerker, NVRD NVRD Regio Noord Nederland 20 juni 2013 Definities Grof huishoudelijk afval Afvalstoffen
Schema voor het bepalen van de meldplicht aan het LMA: voor toezichthouders, d.d. 6 juni 2016
Schema voor het bepalen van de meldplicht aan het LMA: voor toezichthouders, d.d. 6 juni 2016 Moet een inrichting aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA)? Valt de inrichting onder categorie 28.4
Het beleid voor bij het ontkwikken van actief kool vrijkomend metallisch kwik is opgenomen in sectorplan 82 van het LAP.
TEKST SECTORPLAN 25 (onderdeel LAP) Sectorplan 25 Actief kool I Afbakening Actief kool (in het afvalstadium) is toegepast in patronen of in een gepakt bed om verontreinigingen te verwijderen uit afgassen
Sectorplan 77: Sectorplan 76:
TEKST SECTORPLAN 73 (onderdeel LAP) Sectorplan 73 IJzerhoudend beitsbad op basis van zoutzuur I Afbakening IJzerhoudende beitsbaden op basis van zoutzuur komen in hoofdzaak vrij in de staalindustrie. Met
(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.
TEKST SECTORPLAN 8 (onderdeel LAP) Sectorplan 8 Gescheiden ingezameld groenafval I Afbakening Gescheiden ingezameld groenafval komt vrij bij de aanleg en onderhoud van openbaar groen, bosen natuurterreinen.
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS verleend aan Gruno Recycling ten behoeve van op- en overslag van metalen (locatie:duinkerkenstraat 100 te Groningen) Inhoudsopgave 1. OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE
LANDELIJK AFVALBEHEERPLAN
Directoraat-Generaal Milieu Directie Stoffen, Afvalstoffen, Straling Algemeen AfvalstoffenBeleid LANDELIJK AFVALBEHEERPLAN 2002-2012 Rijnstraat 8 Postbus 30945 2500 GX Den Haag Interne postcode 645 Telefoon
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Ons kenmerk C2130776/3505454 op de op 26 september 2013 bij hen ingekomen aanvraag van Heesbeen Recycling BV, om vergunning krachtens de Wet algemene
B.13 Grensoverschrijdend transport van afvalstoffen
B.13 Grensoverschrijdend transport van afvalstoffen B.13.1 Inleiding Verordening (EG) 1013/2006 betreffende de Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA) heeft betrekking op de overbrenging van afvalstoffen
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS verleend aan Van Gansewinkel ten behoeve van het opslaan van afvalstoffen. (locatie: Duinkerkenstraat 50 te Groningen) Groningen, 5 september 2012 Nr. 418911 Procedure
Onderstaand overzicht omvat afvalstoffen die overeenkomsten vertonen met de afvalstoffen in dit sectorplan, maar niet vallen onder dit sectorplan.
TEKST SECTORPLAN 54 (onderdeel LAP) Sectorplan 54 Sloopschepen I Afbakening Sloopschepen zijn schepen die worden gesloopt, of ontmanteld. In deze schepen kunnen vele stoffen, zoals asbest, olie, oliehoudende
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS
OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKTE MILIEUTOETS verleend aan Afvalbrengstation Vinkhuizen Zuid ten behoeve van inzamelen van afval (grofvuil) van particulieren (locatie: Electronstraat 2 te Groningen) Groningen,
Sectorplan 16 Explosieve afvalstoffen en drukhouders
Sectorplan 16 Explosieve afvalstoffen en drukhouders 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Explosieven en drukhouders 2. Belangrijkste bronnen Defensie, politie, domeinen, autodemontagebedrijven
Nieuwe Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
Nieuwe Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Met ingang van 14 februari 2014 is de nieuwe Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur van kracht. Deze vervangt de oude
16 februari 2010. Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP) Tekst na eerste wijziging. In werking vanaf 25 maart 2010. Bijlagen
Directoraat-Generaal Milieubeheer Directie Duurzaam Produceren Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP) Rijnstraat 8 Postbus 30945 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Bijlagen 16 februari 2010 Tekst na eerste
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Directie Ecologie Ons kenmerk C2053302/2841963 op de op 11 oktober 2011 bij hen ingekomen aanvraag van Heros Vastgoed BV, om vergunning krachtens de
Halogeenhoudende oplosmiddelen bevatten meer dan 0,5% fluor of meer dan 4% chloor of meer dan 4% broom of meer dan 4% jood.
TEKST SECTORPLAN 68 (onderdeel LAP) Sectorplan 68 Halogeenhoudende oplosmiddelen I Afbakening Een oplosmiddel is een vluchtige organische stof die alleen of in combinatie met andere stoffen wordt gebruikt
