Archeologische Quick Scan
|
|
|
- Koenraad Verhoeven
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Archeologische Quick Scan Plangebied Brediushal Stadsdeel Westerpark, Amsterdam Quick Scan BMA 33 Amsterdam 2006
2
3 Inhoud Inleiding 4 1 De locatie Kadastrale gegevens 5 2 Beleid Verdrag van Valletta Archeologiebeleid provincie Noord-Holland Archeologiebeleid gemeente Amsterdam Plangebied Brediushal 8 3 Beknopte geologie en bewoningsgeschiedenis Algemeen Historische inventarisatie Archeologische inventarisatie 13 4 Evaluatie en aanbeveling 14 Literatuur 16 Bijlage 1 Archeologische beleidskaart plangebied Brediushal 17
4 Inleiding Deze waardestelling heeft betrekking op de bouwlocatie van de Brediushal in het Stadsdeel Westerpark, Amsterdam. De sporthal is in 2004 door brand verwoest en zal op deze locatie worden herbouwd. Tevens komen er woningen en een kinderdagverblijf op het terrein. Vanwege de artikel 19 WRO procedure zullen de te verwachten archeologische waarden worden geïnventariseerd. In dit kader heeft het bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam de voorliggende waardestelling uitgevoerd. In het plangebied heeft tot op heden geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Concrete aanwijzingen over de aanwezigheid van archeologische overblijfselen zijn dan ook niet voorhanden. De archeologische waardestelling is gebaseerd op een historisch topografische inventarisatie waarbij gebruik is gemaakt van historisch kaartmateriaal, literatuur en archiefstukken. De quick scan biedt een overzicht van archeologische c.q. cultuurhistorische verwachtingen. De daaruit voortvloeiende waardestelling is weergegeven middels een beleidskaart van het plangebied Brediushal. De quick scan bevat ten slotte een specificatie van maatregelen voor de inplanning van archeologische zorg binnen de voorgenomen ontwikkeling van de Brediushallocatie. 4
5 1 De locatie Het plangebied Brediushal ligt ingeklemd tussen de Zaanstraat in het oosten, het Brediuszwembad in het westen en de spoorlijn in het zuiden. Het gebied bevindt zich langs een restant van de voormalige Spaarndammerdijk, ten westen van de Transformatorweg. Het plangebied is grotendeels bebouwd. 1.1 Kadastrale gegevens Provincie Noord-Holland Kaartblad 25B X-coördinaat ,00 Plaats Amsterdam Y-coördinaat ,00 Fig. 1 Locatie plangebied Brediushal (rood omlijnd). 5
6 2 Beleid 2.1 Verdrag van Valletta Aan het einde van de jaren tachtig groeide op Europees niveau het besef dat grootschalige infrastructurele werken, bouwprojecten en intensivering van de landbouw het archeologisch erfgoed in toenemende mate aantastten en onder druk zetten. Om deze tendens te keren besloten de Europese ministers van Cultuur in 1992 tot ondertekening van het Verdrag van Valletta inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (ook wel bekend als Verdrag van Malta). Een belangrijk uitgangspunt in dit verdrag is dat in iedere fase van de planontwikkeling behoud van archeologisch erfgoed dient te worden meegewogen. Het streven is behoud ter plaatse, maar als dat vanwege omstandigheden of technisch gesproken niet haalbaar is, is archeologisch onderzoek nodig voor de documentatie en berging van het erfgoed. De initiatiefnemer van het bouw- of inrichtingsplan dat tot bodemverstoring leidt is verantwoordelijk voor de planologische en financiële inpassing van de archeologische zorg. Sinds 2001 is, vooruitlopend op de implementatie van de Maltawetgeving, door de Staatsecretaris van Cultuur het interim-beleid vastgesteld. Dit houdt in dat een aantal punten van de Maltawetgeving al van kracht zijn, in het bijzonder daar waar het kwaliteitsbestel (KNA) en de vergunningverlening van uitvoerend werk betreft. Op 4 april 2006 is door de Tweede Kamer het wetsvoorstel archeologische monumentenzorg aangenomen waarmee wijzigingen in het kader van het Verdrag van Valletta wettelijk worden doorgevoerd. 2.2 Archeologiebeleid provincie Noord-Holland Voor de implementatie van het Verdrag van Valletta heeft de provincie Noord- Holland diverse maatregelen getroffen voor de inpassing van archeologie in de ruimtelijke ordening. Culturele planologie en cultureel behoud behoren tot de vier kerntaken, zoals de provincie die heeft geformuleerd in de Cultuurnota (Provincie Noord-Holland 2004). Hiermee sluit de provincie aan op de Nota Belvedère uit 1999, waarin behoud van cultuurhistorie door ontwikkeling wordt nagestreefd. De provincie betrekt nadrukkelijk culturele waarden, waaronder ook archeologie, bij de inrichting van de ruimtelijke- en stedelijke vernieuwing. Bestemmingsplannen worden getoetst op aanwezigheid van beleid ten aanzien van archeologie. De provincie heeft tevens de speerpunten met betrekking tot de artikel 19-procedure WRO verscherpt. Wanneer hoge of zeer hoge archeologische waarden in de aanvraag voor vrijstelling van het bestemmingsplan in het geding zijn, moet de gemeente een door de provincie af te geven verklaring van geen bezwaar krijgen. Een dergelijke verklaring wordt alleen afgegeven indien er een waardestelling voorhanden is in de vorm van een archeologisch rapport (quick scan), opgesteld door een gekwalificeerde archeologische instantie of bedrijf. Als er sprake is van een lage waarde is geen archeologisch onderzoek vooraf nodig. Wanneer het rapport de aanwezigheid van archeologische waarden 6
7 bevestigt, dient de initiatiefnemer technische of bouwkundige maatregelen te treffen waardoor de monumenten alsnog in de bodem kunnen worden behouden. Indien dergelijke maatregelen niet mogelijk zijn is de initiatiefnemer verplicht tot de inpassing van een archeologische opgraving of een archeologische begeleiding. 2.3 Archeologiebeleid gemeente Amsterdam Vanwege de spreiding van de verantwoordelijkheid voor het archeologisch erfgoed dienen gemeenten hun eigen archeologiebeleid nader in te vullen. Tegen deze achtergrond is in 2005 de beleidsnota Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam door de gemeenteraad vastgesteld (BMA 2005). In het kader van het nieuwe beleid heeft de afdeling Archeologie van BMA als centraal stedelijke dienst diverse maatregelen ontwikkeld om archeologie meer te integreren in het planologische proces. Aansluiting met ruimtelijke ordening is een voorwaarde om adequaat en op tijd in te kunnen spelen op bouwontwikkelingen in de stad en verlies van waardevol bodemarchief te voorkomen. Al in 2001 is de afdeling Archeologie gestart met de ontwikkeling van archeologische verwachtingskaarten voor de afzonderlijke stadsdelen. De kaarten zijn een verfijning van de Cultuur Historische Waardenkaart van de provincie. De CHWkaart is bedoeld als een algemeen uitgangspunt en behoeft voor specifieke plangebieden op een gedetailleerder niveau nadere invulling van de archeologische verwachting. Met deze invullingen kunnen archeologische programma s effectiever worden ingepast in bouwprocessen. De uitwerking van het beleid houdt in dat bij bodemverstorende (bouw)activiteiten een waardestelling in de planning dient te worden opgenomen in de vorm van een bureauonderzoek (quick scan). De quick scan behelst een inventarisatie van de archeologische waarden binnen het specifieke plangebied en een advies met betrekking tot het daarbij behorende beleid. Het beleidsmatige vervolgtraject bestaat uit twee opties: - een eventueel vervolgonderzoek, te weten een IVO (Inventariserend Veldonderzoek) of een AO (Archeologische Opgraving); - geen maatregelen vooraf vanwege een lage verwachting. In het laatste geval geldt wel een meldingsplicht. Dit houdt in dat wanneer tijdens het bouwrijp maken van het terrein of de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische sporen worden aangetroffen, documentatie en berging van de bodemvondsten vanwege de Monumentenwet noodzakelijk is. Hierover dient per ommegaande melding te worden gemaakt aan de afdeling Archeologie. In gezamenlijk overleg kan dan worden bepaald of en in welke mate maatregelen nodig zijn voor archeologische zorg. In geval van veldonderzoeken (IVO of AO) is een PvE (Plan van Eisen) vereist om de uitgangspunten, de werkwijze en de planning vast te leggen. De duur van een dergelijke IVO of AO is afhankelijk van de omvang en de ligging van de bouwlocatie. 7
8 2.4 Plangebied Brediushal Het plangebied Brediushal ligt volgens de Cultuur Historische Waardenkaart van de provincie Noord-Holland (CHW) buiten zones met een archeologische waardering. Het plangebied grenst wel aan de (nog zichtbare) historische Spaarndammerdijk (fig. 2). Binnen het plangebied zijn geen wettelijk beschermde archeologische monumenten aangewezen. Ten behoeve van een meer specifieke waardestelling is het voorliggende historisch topografisch onderzoek uitgevoerd. Als uitgangspunt voor de topografische analyse diende de Topografische Militaire Kaart (1854) in combinatie met gegevens van de kaart van Visscher (ca. 1700), de Kadastrale Minuut (1832) en de Chromotopografische Kaart ( ). Dit kaartmateriaal toont aan dat binnen het plangebied sporen van ontginnings- en bewoningsactiviteiten uit de laatmiddeleeuwse periode kunnen worden verwacht, evenals bewoningssporen uit de periode daaropvolgend (Nieuwe Tijd). Fig. 2 Kaartuitsnede Cultuur Historische Waardenkaart provincie Noord-Holland. Het plangebied (rood omlijnd) ligt direct ten zuiden van het nog zichtbare deel van de historische Spaarndammerdijk. 8
9 3 Beknopte geologie en bewoningsgeschiedenis 3.1 Algemeen Het huidige bewoningslandschap in en om Amsterdam vindt zijn oorsprong in een enkele millennia durend geologisch proces. De diepere ondergrond van Amsterdam (vanaf ca. 12 m -NAP) is opgebouwd uit lagen zand en klei die zich hier in het Pleistoceen (ca v. Chr.) hebben afgezet. Na de laatste IJstijd, vanaf ongeveer v. Chr., trad een toenemende vernatting van het kustgebied op. Hierdoor ontstonden uitgestrekte veengebieden, waar permanente bewoning slechts op hoger gelegen oeverwallen en kreekruggen mogelijk was. Op gezette tijden was de invloed van de zee zo groot, dat op het veen pakketten klei werden afgezet, waarna de veengroei zich weer voortzette (fig. 3). Aan deze ongeveer jaar durende natuurlijke landschapsvorming kwam vanaf de late tiende eeuw n. Chr. een eind: toen startte de systematische ontginning van het hoogveen door de mens (Veerkamp 1997). Fig. 3 De geomorfologie van het plangebied Brediushal (groen omlijnd) in stadsdeel Westerpark. Aangezien het stadsgebied van Amsterdam oorspronkelijk uit nat hoogveen bestond, was het voor de twaalfde eeuw nauwelijks geschikt voor bewoning. Overblijfselen van menselijke activiteiten uit deze periode zijn in Amsterdam dan ook tot op heden niet bekend. De vroegste bewoning buiten Amsterdam (op de zandruggen in Noord-Holland bijvoorbeeld) dateert uit de Bronstijd (ca v. Chr.). Uit de daaropvolgende IJzertijd ( v. Chr.) en de Romeinse Tijd (12 v. Chr n. Chr.) zijn er op Amsterdams grondgebied enkele vondsten gedaan. Deze overblijfselen bevonden zich in ophogingslagen en 9
10 kunnen niet direct aan bewoning ter plaatse worden gerelateerd. De oudste resten van permanente bewoning zijn tot nu toe teruggevonden op de oevers van de Amstel (bijv. Nieuwendijk). Ze dateren uit de ontginningsperiode die in Amsterdam begon aan het einde van de twaalfde eeuw (de Late Middeleeuwen). De nederzetting aan de rivier groeide vanaf de veertiende eeuw uit tot een stad. In de zeventiende eeuw bereikte de stedelijke ontwikkeling zijn hoogtepunt met de aanleg van de halfcirkelvormige stadsmuur met 26 bolwerken langs de Singelgracht. Pas aan het einde van de negentiende eeuw begon de stadsuitbreiding buiten de historische binnenstad. Ook het gebied waar stadsdeel Westerpark nu deel van uitmaakt is tot de vorige eeuw grotendeels onbebouwd gebleven. 3.2 Historische inventarisatie Het plangebied Brediushal ligt in de voormalige Overbrakerpolder. De polder werd in 1631 van de zuidelijker gelegen Sloterpolder gescheiden door de aanleg van de Haarlemmertrekvaart. De Spaarndammerdijk vormde de grens tussen de binnendijks gelegen Overbraker Binnenpolder en het buitendijks aangeslibde land van de Overbraker Buitenpolder (fig. 4). Fig. 4 Uitsnede van de Topografisch Militaire Kaart uit De locatie van het plangebied is rood aangegeven. De ontginning van de polders ten zuiden van het IJ kwam vermoedelijk in de elfde of twaalfde eeuw op gang. Het ontginningssysteem had diverse startpunten, waarbij doorgaans een waterloop als uitvalsbasis diende. Haaks op het water werden percelen uitgezet met een onderlinge afstand van 30 tot 100 m. Aan de kopse kant verrezen boerderijen op huisterpen en ontstond de voor het veenlandschap typerende lintbebouwing. De ontginningspercelen werden van elkaar gescheiden door middel van sloten. Deze sloten dienden tevens om het natte veengebied te ontwateren. Door de ontwatering kwam het veen droog te 10
11 liggen en werd het land geschikt voor akkerbouw. Inherent aan de ontwatering van het veen was de daling van het maaiveld, waardoor de akkers bloot kwamen te staan aan overstromingsgevaar. Om ze hiertegen te beschermen werden achter- en zijkaden aangelegd. Desondanks trad vernatting van de percelen toch op. Men bracht daarom een nieuwe strook veen in cultuur. Omdat de bewerking van de akkers zeer intensief was schoof bij de verlenging van de kavel vaak ook de bewoning op. De achterkade werd dan als secundaire ontginningsas in gebruik genomen (Stol 1993). De bodemdaling was niet alleen nadelig voor de akker, ook de huisplaatsen moesten voordurend worden opgehoogd. Op de zo ontstane huisterpen stonden boerderijen die waren opgetrokken uit hout, leem en riet. De eerste boerderijen bestonden uit een woonruimte en waren ongeveer zes meter lang. Rond het midden van de twaalfde eeuw ontwikkelden de boerderijen zich tot zogenoemde woonstalhuizen; het woon- en stalgedeelte was niet van elkaar gescheiden, maar ondergebracht in één gebouw. De boeren voerden een gemengd bedrijf waar veeteelt samen met akkerbouw plaatsvond. Gedurende de veertiende eeuw veranderde dit en kwam de nadruk op veeteelt te liggen. De aanhoudende vernatting van de bodem had akkerbouw nagenoeg onmogelijk gemaakt (Hoppenbrouwer 2002). Ook na de ontginningsperiode hielden de problemen met de waterhuishouding aan. Door de daling van het maaiveld vonden regelmatig overstromingen plaats waarbij grote stukken land verloren gingen. De overstromingen vormden een grote schadepost voor de graven van Holland, die dit gebied in bezit hadden. Om hun bezit en de daaraan gerelateerde inkomsten veilig te stellen lieten zij op meerdere plekken in Holland dijken, sluizen en dammen aanleggen. In 1220 gaf graaf Willem II toestemming tot het opwerpen van een stormvloedkering, de Spaarndammerdijk (Hogenes 1997). De dijk zou onderhouden worden door de heerlijkheden Sloten, Osdorp, De Vrije Geer en Sloterdijk. Dit werd echter meestal verzaakt, waardoor er vaak dijkdoorbraken plaatsvonden. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft dit onderhoud daarom in 1544 op zich genomen. De kronkelige dijk was tot de aanleg van de Haarlemmertrekvaart in 1631 de belangrijkste landroute naar Haarlem (Kruizinga 2002). Langs de dijk vond bewoning plaats, in elk geval vanaf de zeventiende eeuw, mogelijk ook al direct na de aanleg van de dijk. Via sluizen bij Sloterdijk, Spaarndam en vanaf 1492 ook via sluizen bij Halfweg, werd overtollig water vanuit de polders op het IJ geloosd (fig. 5). 11
12 Fig. 5 Uitsnede van de kaart van Gerrit Drogenham (uitgegeven door Nicolaes Visscher rond 1700). De locatie van het plangebied is door middel van een rode ovaal aangegeven. Langs de Spaarndammerdijk zijn diverse gebouwen (boerderijen en/of hofsteden) afgebeeld (bron: Hofman, 1979). Vanwege de economische bloei en de internationale welvaart groeide in de zeventiende eeuw het Amsterdamse bevolkingsaantal. Hierdoor nam ook de afzetmarkt van groenten van de stad toe. In de loop van de zeventiende eeuw, maar vooral in de achttiende eeuw, werd de directe omgeving van Amsterdam van steeds groter belang voor de groentevoorziening (Schmall 1987). Het buitengebied was tevens een gewild stedelijk recreatiegebied. Amsterdamse patriciërs lieten in de landelijke omgeving van de stad hofsteden bouwen. Aanvankelijk hadden deze hofsteden een overwegend agrarische functie, maar werden ook als beleggingsobject beschouwd. In de zomers werden de hofsteden door recreanten bewoond (Meischke 1958). De groeiende overzeese handelsbetrekkingen in die periode resulteerden eveneens in een toenemende vraag naar industriële producten. Industrieën die gepaard gingen met overlast, vervuiling of gevaar werden van oudsher aan de rand van de stad gevestigd. In 1862 werd in de ten noorden van het plangebied gelegen Amsterdammer Polder de Petroleum Haven aangelegd. De haven was bestemd voor de opslag en distributie van petroleum, dat gebruikt werd door tankstoomschepen (Hart 1959). De goederenspoorlijn van en naar deze haven liep dwars over de locatie van de Brediushal. De Overbrakerpolder behoorde tot halverwege de twintigste eeuw tot de rand van de stad. Een groot deel van de polder was nog een landelijk gebied. Op het moment dat het Algemeen Uitbreidingplan rechtsgeldig werd in 1939 werd de polder opgenomen binnen de stad. Een groot deel van de polder kreeg een industriële bestemming, wat ten koste ging van grote stukken Spaarndammerdijk. Het plangebied kreeg echter de bestemming van een park/plantsoen (Lowenthal 1992). Hierdoor is de aangrenzende Spaarndammerdijk behouden gebleven. 12
13 3.2 Archeologische inventarisatie In of bij het plangebied is tot op heden geen officieel archeologisch onderzoek uitgevoerd. Concrete aanwijzingen over de kwaliteit van archeologische sporen zijn daarom niet voorhanden. De kwaliteit van eventuele archeologische resten dient daarom op basis van archeologische gegevens afkomstig van opgravingen uit de naaste omgeving te worden ingeschat. In de nabije omgeving van het plangebied Brediushal is in het verleden één archeologische vindplaats gelokaliseerd die vondsten en sporen heeft opgeleverd die vergelijkbaar zijn met het verwachtingsbeeld van het plangebied. De vindplaats lag ten noorden van de dorpskerk te Sloterdijk. In een bouwput is door de Archeologische Werkgemeenschap Nederland (AWN) een fragment van steengoed aardewerk aangetroffen. Het fragment is afkomstig van een gebruiksvoorwerp dat in de vijftiende eeuw kan worden gedateerd. Tevens is een beschoeiing aangetroffen. Deze beschoeiing maakte mogelijk deel uit van een voormalige dijkconstructie (Schmitz 1981). 1 Wat betreft de archeologische kwaliteit van de ondergrond van het plangebied dient met (sub)recente verstoringen rekening te worden gehouden. De kans is groot dat bij de bouw van utiliteitsgebouwen op het terrein van de Brediushal de bodem is ontgraven. Dit betekent dat eventuele oorspronkelijke archeologische resten waarden hier verstoord zijn. Derhalve geldt voor het voormalig bebouwde deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. In de bodem van de onbebouwde delen binnen het plangebied kunnen nog wel archeologische overblijfselen bewaard zijn. 1 ARCHIS waarnemingsnummer:
14 4 Evaluatie en aanbeveling Uit de in paragraaf 3 geschetste ontwikkelingsgeschiedenis blijkt dat binnen het plangebied Brediushal rekening moet worden gehouden met de (gedeeltelijke) aanwezigheid van archeologische overblijfselen. Op grond van de beschikbare historische gegevens is een archeologische beleidskaart opgesteld (zie bijlage). Op deze kaart is aangegeven of en welke archeologische overblijfselen kunnen worden verwacht en waar deze zich mogelijk kunnen bevinden. Afhankelijk van de mate waarin bodemverstoring plaatsvindt, is het beleid ten behoeve van archeologische zorg opgesteld. De beleidskaart maakt een onderscheid in de volgende gebieden: A B C D E Spaarndammerdijk (aangegeven in oranje). Zone langs de Spaarndammerdijk met mogelijke (bewonings)sporen uit de ontginningsperiode (twaalfde-dertiende eeuw) en de Nieuwe Tijd (zestiende-negentiende eeuw) (aangegeven in groen). Het voormalige poldergebied van de Overbrakerpolder met bewoningssporen en verkavelingsporen uit de ontginningsperiode (twaalfde-dertiende eeuw) en bewoningssporen uit de Nieuwe Tijd (zestiende-negentiende eeuw), (aangegeven in lichtgeel, verkaveling in lichtbruin). Tracé van de voormalige spoorweg naar de Petroleumhaven (aangegeven in bruin/zwart). Zone met huidige bebouwing utiliteitsgebouwen Brediushal (aangegeven d.m.v. arcering). Elk van de bovengenoemde zones maakt onderdeel uit van het plangebied Brediushal. Op basis van de archeologische verwachting gelden binnen het plangebied de volgende beleidsmaatregelen. Beleid zone A en B Vanwege de ligging aan de Spaarndammerdijk en binnen de strook met mogelijke bewoningsresten (vanaf de middeleeuwen) hebben deze zones hebben een hoge archeologische verwachting. Aangezien toekomstige ontgravingen archeologische waarden aan zullen tasten, geldt hier als beleid dat bij ontgraving van de oorspronkelijke bodem in de verdere bouwplanvorming een inventariserend veldonderzoek (IVO) dient te worden opgenomen. Het IVO kan mogelijk worden gevolgd door een Archeologische Opgraving (AO). Voor alle onderzoeken is een PvE (Programma van Eisen) vereist om de uitgangspunten, de werkwijze, de eventuele beperkingen en de planning vast te leggen. 14
15 Beleid zone C Vanwege de grote afstand ten opzichte van de Spaarndammerdijk hebben eventuele archeologische waarden binnen deze zone een lage concentratie. Er bestaat een geringe kans dat deze waarden tijdens ontgravingswerkzaamheden worden verstoord. Daarom geldt voor deze zone een lage archeologische verwachting. Een archeologisch veldonderzoek voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is niet nodig. Indien tijdens het bouwrijp maken van het terrein of de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische sporen worden aangetroffen, is documentatie en berging van de bodemvondsten vanwege de Monumentenwet noodzakelijk. Hierover dient per ommegaande melding te worden gemaakt aan de afdeling Archeologie (bureau Monumenten & Archeologie). In gezamenlijk overleg kan dan worden bepaald of en in welke mate maatregelen nodig zijn voor archeologische zorg. Beleid zone D Deze zone heeft een lage archeologische verwachting. Bij herinrichting van het terrein is de spoorweg naar de Petroleumhaven vermoedelijk geruimd. Een archeologisch veldonderzoek voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is niet nodig. Indien tijdens het bouwrijp maken van het terrein of de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onverhoopt archeologische sporen worden aangetroffen, dient hierover per ommegaande melding te worden gemaakt aan de afdeling Archeologie (bureau Monumenten & Archeologie). Vanwege de Monumentenwet is documentatie en berging van de bodemvondsten noodzakelijk. In gezamenlijk overleg kan worden bepaald of en in welke mate maatregelen nodig zijn voor archeologische zorg. Beleid zone E Vanwege de (sub)recente bebouwing op dit deel van het terrein is hier de kans op aanwezigheid van archeologische waarden gering. Toekomstige ontwikkeling op dit deel van het terrein vormt vanwege deze waardestelling geen bedreiging van het bodemarchief. Het is niet nodig voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een archeologisch veldonderzoek uit te voeren. 15
16 September Gemeente 2006 Amsterdam Bijlage 1 Archeologische beleidskaart plangebied Brediushal Begrenzing plangebied. A Spaarndammerdijk B Strook met bewoningssporen langs de Spaarndammerdijk C Overbrakerpolder (met verkaveling aangegeven in bruine arcering) D Tracé van de voormalige spoorlijn naar de Petroleumhaven E Ontgravingen ten behoeve van de aanleg bestaande bebouwing Beleid zones A en B. Hoge archeologische verwachting. Indien ontgraving van de oorspronkelijk aanwezige bodem plaats vindt, dient in de verdere planvorming rekening te worden gehouden met een inventariserend veldonderzoek (IVO). Het IVO kan mogelijk worden gevolgd door een Archeologische Opgraving (AO). Voor alle onderzoeken is een PvE (Programma van Eisen) vereist om de uitgangspunten, de werkwijze, de eventuele beperkingen en de planning vast te leggen. Beleid zones C en D: Lage archeologische verwachting. Een archeologisch veldonderzoek voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is niet nodig. Indien tijdens het bouwrijp maken van het terrein of de uitvoering van de bouwwerkzaamheden toch archeologische sporen worden aangetroffen, dient hierover per ommegaande melding te worden gemaakt aan de afdeling Archeologie (bureau Monumenten & Archeologie). Vanwege de Monumentenwet is documentatie en berging van de bodemvondsten noodzakelijk. In gezamenlijk overleg kan worden bepaald of en welke maatregelen nodig zijn voor archeologische zorg. Beleid zone E: Lage archeologische verwachting. Bij de aanleg van de bebouwing is het bodemarchief dermate verstoord dat de kans op aanwezigheid van archeologische waarden gering is. Het is daarom niet noodzakelijk om voorafgaand aan de ontgravingen archeologisch onderzoek in de planning op te nemen. Opmerkingen bij de kaart 1. De situatie op de kaart is een interpretatie van historische gegevens. De werkelijke locaties of begrenzingen van de cultuurhistorische elementen in situ, bijvoorbeeld de strook met bewoningssporen, kan daarom afwijken van de op de kaart afgebeelde situatie. Onderzoek in het veld is noodzakelijk voor nadere verificatie. 2. Dit advies geldt alleen voor het met rood omlijnde gebied. Voor het omliggende gebied is geen definitief archeologisch beleid vastgesteld.
17 Literatuur BMA, 2005: Ruimte voor Geschiedenis. Beleidsnota Monumenten en Archeologie Amsterdam Hart, S., 1959: Van de boekentafel: De ontwikkeling van de Amsterdamse Petroleumhaven door H. Spiekman. In: Amstelodamum, jaargang 46, p Hofman, W., 1978: Historische plattegronden van Nederlandse steden. Deel 1 Amsterdam. Hogenes, K., 1997: Costelijk Stadswater. Geschiedenis van de Amsterdamse waterhuishouding in vogelvlucht. Hoppenbrouwer, P.C.M., 2002: De Hollandse economie ca. 975-ca. 1570, in: Nijs, de T. & E. Beukens (red.), Geschiedenis van Holland tot 1572, pp Kruizinga, J.H., 2002: Het XYZ van Amsterdam, p Löwenthal, F., 1982: Geschiedenis van het bestemmingsplangebied Overbrakerpolders. In: Ons Amsterdam, jaargang 34, pp Meischke, R., 1958: Het Amsterdamse buitenhuis in de eerste helft van de zeventiende eeuw. In: Amstelodamum, jaargang 45, pp Provincie Noord-Holland, 2004: Cultuur Verbindt. Cultuurnota Provincie Noord-Holland. Schmall, H., 1987: De rand van de stad. Agrarische en industriële activiteiten. Heinemijer, W.F. & Wagenaar, M.F.: Amsterdam in kaarten. Verandering van de stad in vier eeuwen carthografie, pp Schmitz, E., 1981: Een verkenning bij Sloterdijk. Het Profiel. December pp. 3-4 Stol, T., 1993: Wassend water, dalend land. Geschiedenis van Nederland en het water. Veerkamp, J.A.G., 1997: Inventarisatie archeologische aandachtspunten bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn, pp
18 Colofon Datum: Status: Definitief Aanvrager: Stadsdeel Westerpark Postbus AC Amsterdam Contactpersoon: C. Stor Redactie: dr. J.H.G. Gawronski Tekst: drs. L.F. de Leeuw Tekeningen: drs. L.F. de Leeuw Inhoudelijke controle: dr. J.H.G. Gawronski Copyright: 19
Archeologische Quick Scan Bestemmingsplangebieden Midden-Noord, Osdorp Noordoosthoek en Osdorp Zuidoosthoek, stadsdeel Osdorp, Amsterdam 2006
Archeologische Quick Scan Bestemmingsplangebieden Midden-Noord, Osdorp Noordoosthoek en Osdorp Zuidoosthoek, stadsdeel Osdorp, Amsterdam 2006 Inhoud Inleiding 4 1 De locatie 5 1.1 Kadastrale gegevens 5
OMnummer: Datum: Archeologische Quickscan Klaprozenweg (QSnr ) Opdrachtgever (LS01)
OMnummer: 43567 Datum: 21-10-2010 Archeologische Quickscan Klaprozenweg (QSnr.10-122) Opdrachtgever (LS01) Naam / organisatie: Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer Contactpersoon: Mevr. H. van der
Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat 88-126 (QSnr 14-036) Stadsdeel: Centrum Adres: Eerste Oosterparkstraat 88-126
OMnummer: 61324 Datum: 23-04-2014 Archeologische Quickscan Eerste Oosterparkstraat 88-126 (QSnr 14-036) Opdrachtgever (LS01) Naam / organisatie: Stadsdeel Oost Contactpersoon: Robbert Leenstra Postbus:
Archeologische Quickscan
Document: Archeologische Quickscan versie 2 Plangebied: Polderpark, Oudesluis, gemeente Schagen Adviesnummer: 16185 Opsteller: drs. C.M. Soonius (senior archeoloog) & drs. S. Gerritsen (senior archeoloog)
Quickscan Inleiding Resultaten quickscan
Quickscan Kenmerk Betreft 1 Inleiding Provincie Noord-Holland heeft het voornemen om de provinciale weg N244 tussen de A7 bij Purmerend en de N247 bij Edam-Volendam op te waarderen tot een regionale weg.
HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse
HOOFDSTUK 2 Gebiedsanalyse 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet. De ruimtelijke structuur is beschreven
Bijlage 4 Archeologisch onderzoek
39 Bijlage 4 Archeologisch onderzoek Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) 40 Bodemverstoringsvergu nning Archeologie Plangebied: Gemeente:
Verkenning N345 Voorst Notitie Archeologie
Verkenning N345 Voorst Notitie Archeologie Provincie Gelderland 10 december 2010 Definitief Documenttitel Verkenning N345 Voorst Notitie Archeologie Verkorte documenttitel Verkenning N345 Voorst Status
VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN CHEMELOT SITTARD-GELEEN VERKENNEND ARCHEOLOGISCH EN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK
VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN CHEMELOT SITTARD-GELEEN VERKENNEND ARCHEOLOGISCH EN CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK 1. Wettelijk kader In 1992 werd het Verdrag van Valletta ( Malta ) opgesteld. Dit Verdrag stelt
Quick scan archeologie Vaartstraat Loonsevaert (perceel 2954), Kaatsheuvel gemeente Loon op Zand
Quick scan archeologie Vaartstraat Loonsevaert (perceel 2954), Kaatsheuvel gemeente Loon op Zand 12 augustus 2010 Inleiding Het plangebied ligt in het noorden van de bebouwde kom van Kaatsheuvel in de
ADVIES ARCHEOLOGIE 16 dec 2013
NAW plan: Plan: Opp plangebied: RO-procedure: Opsteller: Aanvrager: Inrichting openbare ruimte plangebied Pantarhei aanleg ontsluitingsweg, parkeergelegenheid, openbaar groen ca. 5000 m² (locatie Pantarhei);
Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554
Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554 NOTITIE TML554 Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht, (gemeente Zuidplas).
Quickscan Archeologie
Quickscan Archeologie Project : Emplacement Enschede Projectleider : F. Bakermans Versie : EDMS nr. : xxx Status : Concept Inhoud INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel- en vraagstelling van het onderzoek 1.3
Quick scan archeologie De Horst Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Quick scan archeologie De Horst Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand 18 november 2010 Inleiding Het plangebied ligt ten westen van de bebouwde kom van Kaatsheuvel in de gemeente Loon op Zand (afb. 1). De
Figuur 1 Geulafzettingen (Bron: CHS)
Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie Naar de archeologie in onder andere de Groeneveldse Polder is een bureaustudie gedaan door de heer Bult van het Vakteam Archeologie i. De in weergegeven
Buro de Brug Rapporten Quickscan Archeologie Kabeltracé Waarderpolder - Vijfhuizen B09-38
Buro de Brug Rapporten Quickscan Archeologie Kabeltracé Waarderpolder - Vijfhuizen B09-38 Administratieve gegevens 3 1. Inleiding 4 2. De uitgangspunten 4 3. Beschrijving van de historische situatie 4
Archeologietoets. locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle
Archeologietoets locatie kerkstraat 57 Riel gemeente Goirle Archeologietoets Locatie Kerkstraat 57, Riel projectleider: B. van Spréw Datum: 13 oktober 2006 Uitgevoerd in opdracht van SAB Eindhoven contactpersoon:
Pagina 1 van 7 Archeologie West-Friesland, Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn, Postbus 603, 1620 AR Hoorn
Document: Archeologische Quickscan Plangebied: Oosterdijk 54, Oosterdijk, gemeente Enkhuizen Adviesnummer: 16078 Opsteller: F.C. Schinning (archeoloog) & C.M. Soonius (regio-archeoloog) Datum: 09-05-2016
Heesch - Beellandstraat
Archeologische Quickscan Heesch - Beellandstraat Gemeente Bernheze 1 Steller Drs. A.A. Kerkhoven Versie Concept 1.0 Projectcode 12110023 Datum 22-11-2012 Opdrachtgever LWM Ewislaan 12 1852 GN Heiloo Uitvoerder
Hoofdweg 39 te Slochteren (gemeente Slochteren) Een Archeologisch Bureauonderzoek
Hoofdweg 39 te Slochteren (gemeente Slochteren) Een Archeologisch Bureauonderzoek Administratieve gegevens provincie: gemeente: plaats: Groningen Slochteren Slochteren toponiem: Hoofdweg 39 bevoegd gezag:
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Toetsingskader Verdrag van Valetta Monumentenwet 1988 Interimbeleid archeologie gemeente Terneuzen De onderste steen boven? Europees beleid Verdrag van Valetta
GEMEENTE WIERDEN ARCHEOLOGISCHE INVENTARISATIE EN VERWACHTINGSKAART
BAAC rapport GEMEENTE WIERDEN ARCHEOLOGISCHE INVENTARISATIE EN VERWACHTINGSKAART BAAC rapport V-09.0172 januari 2010 Status definitief Auteur(s) drs. A. Buesink drs. M.A. Tolboom H.M.M. Geerts ARCHEOLOGIE
B i j l a g e 5. A r c h e o l o g i s c h e q u i c k s c a n
B i j l a g e 5. A r c h e o l o g i s c h e q u i c k s c a n Document: Archeologisch Advies Plangebied: Herenweg 28a, Hoogwoud, gemeente Opmeer Adviesnummer: 15048 Opsteller: J. van Leeuwen (archeoloog)
Archeologisch bureauonderzoek
Archeologisch bureauonderzoek Plangebied Bedrijvencentrum Osdorp Stadsdeel Nieuw-West BO 13-001 Amsterdam 2013 Inhoud Samenvatting 4 Inleiding 5 1 Administratieve gegevens plangebied 6 1.1 Administratieve
Hoorn. 1 h APR. Gemeente Opmeer t.a.v. dhr. M. Goverde Postbus ZK Spanbroek. Hoorn, Geachte heer Goverde,
Wŗ X GEMEENTE Hoorn 1 van Afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving Gemeente pmeer t.a.v. dhr. M. Goverde Postbus 199 1715ZK Spanbroek Bureau Erfgoed Contactpersoon : Drs. Carla M. Soonius Telefoonnr.
Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.
1. ALGEMENE GEGEVENS Titel Auteur(s) Autorisatie Gemeente Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.0) H.
Project 434: Bureaustudie Actualisering archeologische verwachting nieuwbouwlocatie Stadhuiskwartier. Interne Rapportages Archeologie Deventer 55
Interne Rapportages Archeologie Deventer 55 Mei 2012 Project 434: Bureaustudie Actualisering archeologische verwachting nieuwbouwlocatie Stadhuiskwartier COLOFON 2012, Gemeente Deventer, Deventer. Auteur:
Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)
Administratieve gegevens Advies Archeologie NAW-gegevens plan: Plan: Oppervlakteplangebied: RO-procedure: Smidsvuurke 5 te Veldhoven Realisatie van een woning. De totale oppervlakte van het plangebied/perceel
V&L. Selectiebesluit archeologie Breda, Klokkenberg. Bijlage 5 bij besluit 2017/2000-V1
Gemeente Breda Ruimtelijke Ontwikkeling Bureau Cultureel Erfgoed Erfgoedbesluit 2009-22 V&L Bijlage 5 bij besluit 2017/2000-V1 Selectiebesluit archeologie Breda, Klokkenberg Ruimtelijke Ontwikkeling Controle
Cultuurhistorische inventarisatiescan nieuwe scoutingterrein Broekpolder
Cultuurhistorische inventarisatiescan nieuwe scoutingterrein Broekpolder Adviescode: 2015.020 Auteur: R. Terluin, archeoloog gemeente Vlaardingen Oktober 2017 Inleiding Scoutinggroepen worden verplaatst
Archeologische Beleid
Archeologische Waarden- en Beleidskaart Rotterdam Archeologisch Beleid. Toelichting. Colofon. Archeologische Beleid 1. Archeologisch Belangrijke Plaatsen 2. Gebieden met een zeer hoge archeologische verwachting.
Archeologische Quickscan
Document Archeologische Quickscan Plangebied Bestemmingsplan Burgerfarm, Middenweg 56, Dirkshorn, gemeente Schagen Adviesnummer 17059 Opsteller drs. C.M. Soonius (regio-archeoloog) Datum 31-03-2017 Advies
Modelvoorschriften archeologie in de omgevingsvergunning
Op grond van artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kunnen ten aanzien van archeologie voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, indien hier in het bestemmingsplan een grondslag
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 3 juli 2014 Status definitief
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum 3 juli 2014 Status definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat ICG Informatie Contractenbuffet RWS, N.Landsman Telefoon 088 7972502 Email [email protected]
Dordrecht Ondergronds 51. Gemeente Dordrecht, Schrijversstraat 7. Een archeologisch bureauonderzoek.
Gemeente Dordrecht, Schrijversstraat 7. Een archeologisch bureauonderzoek. M.C. Dorst Afbeelding: De Schrijversstraat in 1960 (RAD archiefnr. 552_302207). 2014 Gemeente Dordrecht Stadsontwikkeling/Ruimtelijke
MEMO. Alphen aan den Rijn. Stevinstraat 9 2405 CR ALPHEN AAN DEN RIJN. Contactpersoon opdrachtgever Dhr. R. Teunisse; (0172) 245 611 / (06) 2021 06 09
MEMO Van : Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie Aan : Dhr. R. Teunisse namens Stichting Ipse de Bruggen Onderwerp : Quickscan Drietaktweg te Datum : 13 oktober 2010 Ons Kenmerk : V10-22710 / V10-1944
Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden
Bijlage 1 Aanvullend advies archeologisch onderzoek, Wozoco Giessenburg, Neerpolderseweg 19, Giessenburg, Gemeente Giessenlanden 0 SOB Research, 26 juni 2014 1 1. Archeologisch onderzoek 1.1 Inleiding
Archeologisch bureauonderzoek
Archeologisch bureauonderzoek Plangebied Bos en Lommer Noord Stadsdeel West BO 12-051 Amsterdam 2012 2 Inhoud Samenvatting 4 Inleiding 5 1 Administratieve gegevens plangebied 6 1.1 Administratieve gegevens
Archeologiebeleid op Walcheren
Archeologiebeleid op Walcheren Netwerkbijeenkomst Erfgoed en Ruimte RCE 12 december 2012 Walcherse Archeologische Dienst, december 2012 Archeologie op Walcheren Verdrag van Malta 1992: bescherming archeologie
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie. Datum 6 april 2011 Status Definitief
3 Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum 6 april 2011 Status Definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat DI-IMG Informatie Contractenbuffet IMG, N. Landsman Telefoon 088 7972502 Fax [email protected]
Quickscan Archeologie. Bedrijfsunits te Deil. Gemeente Geldermalsen
Quickscan Archeologie Bedrijfsunits te Deil Opdrachtgever: Van Es architecten Hazenberg AMZ-publicaties 2009-12 Auteur Datum Versie Status dr. W.K. Vos 24 juli 2009 1.1 Definitief Contactgegevens Hazenberg
Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport
Gemeente Haarlem Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport Om archeologisch erfgoed te beschermen, kan bij een vergunningsaanvraag een waardestellend
Het is van belang dat Archeologie West-Friesland minstens een week van tevoren wordt geïnformeerd over de start van de werkzaamheden.
Document: Archeologische Quickscan (versie 2) Plangebied: Westeinde 310a, Berkhout, gemeente Koggenland Adviesnummer: 15034 Opsteller: J.T. Verduin & C.M. Soonius (senior-archeoloog) Datum: 10-07-2015
Gemeente Amsterdam. Bureau Monumenten & Archeologie
Bezoekadres Herengracht 482 1017 CB Amsterdam Postbus 10718 1001 ES Amsterdam Telefoon 020 2514 900 Fax 020 2514 999 www.bma.amsterdam.nl X X Bureau Monumenten & Archeologie Dietist Zuidas T.a.v. mw. R.
Archeologie en cultuurhistorie Strijpsche Kampen
Archeologie en cultuurhistorie Strijpsche Kampen Bijlage 3 bij Nota van Uitgangspunten Strijpsche Kampen Definitief Gemeente Oirschot Grontmij Nederland bv Eindhoven, 11 mei 2007 Verantwoording Titel :
Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting
Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting In deze bijlage zijn voorbeeld planregels met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie opgenomen voor nieuwe bestemmingsplannen in de gemeente
Quickscan Archeologie Maasbree-Maasbreeseweg (gem. Peel en Maas) Quickscan en Advies Archeologie Maasbree-Maasbreeseweg gemeente Peel en Maas
Quickscan en Advies Archeologie Maasbree-Maasbreeseweg gemeente Peel en Maas Pagina 1 van 7 Projectnummer: P11155 Datum: 5 augustus 2011 Plan: bouwplan voor de uitbreiding van een varkensbedrijf op het
Archeologisch bureauonderzoek
Archeologisch bureauonderzoek Plangebied Schellingwoude Stadsdeel Noord BO 08-132 Amsterdam 2008 Inhoud Samenvatting 4 Inleiding 5 1 Administratieve gegevens plangebied 6 1.1 Administratieve gegevens
memo Locatiegegevens: Inleiding
memo van Bram Silkens afdeling RB Datum Contact 28-04-2016 Walcherse Archeologische Dienst (gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen) postbus 70 4330 AB Middelburg [email protected] (06-52552925)
Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA
Gemeente Breda Bureau Cultureel Erfgoed ErfgoedBesluit 2009-30 Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA Controle BCE Johan Hendriks Bureau Cultureel Erfgoed, Naam Afdeling/bedrijf Datum Paraaf
Veldheem Wezep en archeologie
Veldheem Wezep en archeologie In opdracht van Delta Wonen heeft de regioarcheoloog van De Regio Noord Veluwe in mei 2011 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de planontwikkelingen
BUREAUONDERZOEK NAAR DE ARCHEOLOGISCHE WAARDE VAN HET PLANGEBIED ELSHOF TE KLEINE SLUIS GEMEENTE ANNA PAULOWNA
BUREAUONDERZOEK NAAR DE ARCHEOLOGISCHE WAARDE VAN HET PLANGEBIED ELSHOF TE KLEINE SLUIS GEMEENTE ANNA PAULOWNA Colofon SCENH-rapport cultuurhistorie 62 Opdrachtgever: Bügel Hajema Adviseurs Titel: Bureauonderzoek
Brede Afspraak Archeologie
Rijkswaterstaat Brede Afspraak Archeologie Datum Status 7 oktober 2016 definitief Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat ICG Informatie Contractenbuffet RWS, Nico Landsman Telefoon 088 7972502 Email
Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat het besluit neemt of de vergunning verleent.
Archeologische Monumentenzorg stapsgewijs Proces Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Het opsporen en waarderen van archeologische vindplaatsen in het kader van ruimtelijke ingrepen vindt plaats in stappen.
Pagina 1 van 7. Archeologie West-Friesland Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn Postbus 603, 1620 AR Hoorn
Document Archeologische Quickscan Plangebied Bladstraat, Tuitjenhorn, gemeente Schagen Adviesnummer 18138 Opsteller(s) drs. C.M. Soonius (regio archeoloog) & F. Schinning (archeoloog) Datum 06-08-2018
Een verborgen verleden. Archeologie in Heerde. www.heerde.nl
Een verborgen verleden Archeologie in Heerde www.heerde.nl Een verborgen verleden De gemeente Heerde heeft een rijke geschiedenis. U als inwoner kent een deel van deze geschiedenis. Misschien zelf meegemaakt
Averboodse Baan (N165), Laakdal
Programma van Maatregelen Auteur: A. Schoups (veldwerkleider) Autorisatie: J.A.G. van Rooij (OE/ERK/Archeoloog/2017/00169) 1 Inleiding In opdracht heeft Vlaams Erfgoed Centrum in juni 2017 een archeologienota
Archeologische Quickscan
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Document: Archeologische Quickscan Adviesnummer: 13165 Projectnaam: Winkelcentrum De Boogerd te Wognum, gemeente Medemblik
8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente Horst aan de Maas
QUICKSCAN ARCHEOLOGIE KLAVER 8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente 8 2017 Horst aan de Maas Gemeente Horst aan de Maas 20 APRIL 2017 20 APRIL 2017 Contactpersonen KOOS MOL Arcadis Nederland B.V.
RMB NOTITIE Quickscan archeologie Uden Eikenheuvelweg/Munterweg. Inleiding
RMB NOTITIE 1015 Quickscan archeologie Uden Eikenheuvelweg/Munterweg Inleiding De gemeente Uden heeft als bevoegde overheid het RMB gevraagd een advies uit te brengen over de een plangebied aan de Eikenheuvelweg
Gemeente Deventer, archeologische beleidsadvies 767 Bestemmingsplan Cröddendijk 12. M. van der Wal, MA (Senior archeoloog)
Gemeente Deventer, archeologische beleidsadvies 767 Bestemmingsplan Cröddendijk 12 Toelichting Cröddendijk 12, Lettele Bestemmingsplan Adviesnummer: 767 Auteur: Namens Bevoegd gezag: M. van der Wal, MA
4 Archeologisch onderzoek
4 Archeologisch onderzoek 99044462 Inhoudsopgave ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 1 Inleiding... 2 1.1 Algemeen... 2 1.2 Aanleiding en doelstelling... 2 2 Bureauonderzoek... 3 2.1 Werkwijze... 3 2.2 Resultaten
7-11-2013. Archeologie en waterbodems. Meerdere gebruiksfuncties. Marie-Catherine Houkes. Maritiem Programma RCE 29 oktober 2013.
Archeologie en waterbodems Marie-Catherine Houkes Maritiem Programma RCE 29 oktober 2013 Het lijkt zo leeg Meerdere gebruiksfuncties Noord- Holland Almere 1 Watergerelateerde archeologie zoals bruggen,
Archeologie West-Friesland, Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn, Postbus 603, 1620 AR Hoorn
Document: Archeologische Quickscan (versie 2) Locatie: Plangebied Veenakkers 37, Wervershoof, Gemeente Medemblik Adviesnummer: 14135 Opsteller: J. van Leeuwen (archeoloog) en C. Soonius (regio archeoloog)
BUREAUONDERZOEK MOLENAKKERSTRAAT TE GEMERT
BUREAUONDERZOEK MOLENAKKERSTRAAT TE GEMERT WONINGCORPORATIE 'GOED WONEN' 26 mei 2010 074704539:0.1 B02034.000139.0120 Inhoud Samenvatting 3 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Onderzoeksgebied 5 1.3 Doel
Libau, 10 augustus 2010. Tracé Aduard - Dorkwerd Een Archeologisch Bureauonderzoek
Tracé Aduard - Dorkwerd Een Archeologisch Bureauonderzoek Administratieve gegevens provincie: gemeenten: plaats: toponiem: bevoegd gezag: opdrachtgever: Groningen Zuidhorn en Groningen Aduard en Dorkwerd
Afbeelding 1.1. Luchtfoto van de locaties (rood=alternatief, blauw=bestaand)
Afbeelding.. Luchtfoto van de locaties (rood=alternatief, blauw=bestaand). WET- EN REGELGEVING Rijksbeleid Archeologie Monumentenwet (Rijk, 988, gewijzigd 007) Het Verdrag van Malta werd in 99 ondertekend
Bijlage 1 Nadere toelichting cultuurhistorie en archeologie
Bijlage 1 Nadere toelichting cultuurhistorie en archeologie In onderstaand kader is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van provincie Noord-Brabant opgenomen. Voor de locatie aan de Kerkstraat
PARAPLUBESTEMMINGSPLAN ARCHEOLOGIE - TOELICHTING
1 PARAPLUBESTEMMINGSPLAN ARCHEOLOGIE TOELICHTING INHOUD 1. INLEIDING 2 1.1 Achtergrond 2 1.2 Doel 2 1.3 Situering en begrenzing plangebied 3 2. BELEIDSKADER 4 2.1 Wet op de Archeologische Monumentenzorg
Dordrecht Ondergronds Waarneming 6 VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT
VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT Een waarneming tijdens een bodemsanering J.A. Nipius 2011 Gemeente Dordrecht Bureau Monumentenzorg & Archeologie Colofon ISSN n.v.t. ISBN n.v.t. Tekst J.A. Nipius Redactie
Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). Figuur 1.
Een Archeologisch Bureauonderzoek voor het bestemmingsplan De Grift 3 in Nieuwleusen (gemeente Dalfsen, Overijssel). (Steekproef 2006-03/18, ISSN 1871-269X) Inleiding Voor De Lange, Bureau voor Stedebouw
Dordrecht Ondergronds 33
Dordrecht Ondergronds 33 Plangebied Vest 90-92 Gemeente Dordrecht Waarneming van de stadsmuur en de Nonnentoren M.C. Dorst 2012 Gemeente Dordrecht Stadsontwikkeling/Ruimtelijke Realisatie/Archeologie Colofon
Gemeente Deventer, archeologisch beleidsadvies 795
Gemeente Deventer, archeologisch beleidsadvies 795 Bestemmingsplan Hoornwerk Eiland 3 Datum: 01-04-2016 Opsteller: Bevoegd gezag: A. Oosterwegel, adviseur Ruimte en Archeologie gemeente Deventer B. Vermeulen
QUICKSCAN ARCHEOLOGIE ONTWIKKELING TWEE PLANGEBIEDEN BORCULOSEWEG, BARCHEM, GEMEENTE LOCHEM
QUICKSCAN ARCHEOLOGIE ONTWIKKELING TWEE PLANGEBIEDEN BORCULOSEWEG, BARCHEM, GEMEENTE LOCHEM Inleiding Op verzoek van Buytenhof Planontwikkeling BV uit Vriezenveen heeft Crevasse Advies een quickscan archeologie
Archeologische Quickscan
Archeologische Quickscan ten behoeve van Bestemmingsplan De Biezenkamp Leusden juli 2011 Opgesteld door: Drs. ML. Verhamme Regio-archeoloog Centrum voor Archeologie Gemeente Amersfoort 033-4637797 06-21950997
Archeologie West-Friesland, Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn, Postbus 603, 1620 AR Hoorn
Plangebied: Restaurant Koekenbier in het Koningin Emmapark, gemeente Medemblik Adviesnummer: 151 Opsteller: C. Schrickx, C. Soonius & M. H. Bartels Datum: 03-09-2012 Op verzoek van de gemeente Medemblik
BESTEMMINGSPLAN BORNEOKADE 62b. Vastgesteld op 27 september 2011
BESTEMMINGSPLAN BORNEOKADE 62b Vastgesteld op 27 september 2011 1. INLEIDING Op 28 april 2010 is er een overeenkomst gesloten waarin onder andere is overeengekomen, dat het stadsdeel middels een daarvoor
Cultuurhistorische verkenning en advies De Hoge Dijk Stadsdeel Zuidoost
10 Cultuurhistorische verkenning en advies De Hoge Dijk Stadsdeel Zuidoost C 12-036 Amsterdam 2012 Inhoud Inleiding 3 1 Beleidskader 4 2 Ontwikkelingsgeschiedenis en cultuurhistorische inventarisatie 5
Adviesdocument 742. Advies Archeologie in kader van Geluidwal Veldhuizen, gemeente Woerden. Project: Projectcode: 22697WOGV
Adviesdocument 742 Project: Advies Archeologie in kader van Geluidwal, gemeente Woerden Projectcode: 22697WOGV Opdrachtgever: Provincie Utrecht Datum: 10 maart 2015 ADVIES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Advies
Quick scan archeologie, gemeente Loon op Zand, Kaatsheuvel Van Heeswijkstraat / Horst
Quick scan archeologie, gemeente Loon op Zand, Kaatsheuvel Van Heeswijkstraat / Horst Opsteller: B. van Sprew Opdrachtgever: H. de Jongh (H. de Jongh Advies) Datum: 22-8-2012 Aanleiding en doelstelling
Advies Monitoring sloop + stelpost (mogelijke kosten voor initiatiefnemer)
Document: Archeologische Quickscan Plangebied: Spierdijkerweg 94-95, Spierdijk, gemeente Koggenland Adviesnummer: 16087 Opsteller: F.C. Schinning (archeoloog) & M.H. Bartels (senior archeoloog) Datum:
Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging
Ruimtelijke Onderbouwing Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Gemeente Tynaarlo September 2012 NL.IMRO.1730.ABYdermade3depunt-0301 Inhoudsopgave 2.1 Beschrijving van het projectgebied,
