technisch verslag CRB
|
|
|
- Renée Smets
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 technisch verslag CRB
2
3 CRB DEF CM/V/CVC/SDh Technisch verslag van het secretariaat over de maximale beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling 21 december 2012
4 2 CRB DEF De wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen schrijft voor dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een Technisch verslag moet publiceren over de maximale beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling. Dezelfde wet schrijft een tweede verslag voor over de ontwikkeling van de werkgelegenheid en van de loonkosten, met als doel de aspecten van het structurele concurrentievermogen te analyseren. Dit Technisch verslag van het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven komt aan beide voorschriften tegemoet. De wet van 26 juli 1996 steunt aldus op twee pijlers, waarmee één doel wordt nagestreefd: de werkgelegenheid aanzwengelen. De eerste pijler is bedoeld om de loonkosten op macro-economisch niveau in de pas te doen blijven met die van drie landen: Frankrijk, Duitsland en Nederland. De tweede pijler van de wet betreft de structurele aspecten van het concurrentievermogen (innovatie ) en van de werkgelegenheid.
5 3 CRB DEF 1. Boordtabellen De boordtabel die in dit Technisch verslag is opgenomen bevat de gegevens met betrekking tot de macro-economische context, de uurloonkostenontwikkeling in de privésector tot in 2012, de totale werkgelegenheid in de privésector, onderzoek en ontwikkeling, opleiding en de elementen van de looncontext. I. Macro-economische context (7) 2013 p 2014 p p Jaarlijkse veranderingspercentages Gecumuleerde veranderingspercentages Bruto binnenlands product, economie in haar geheel, volume (1) 2,9% 1,0% -2,8% 2,4% 1,8% -0,1% 1,8% 0,7% 1,6% 3,9% -0,5% 1,7% Uurproductiviteit, economie in haar geheel (1) 1,4% 0,2% -1,8% 1,5% 0,5% -0,3% 0,9% -0,1% 0,6% 1,5% -0,4% 0,2% Deflator van het bbp, economie in haar geheel (1) 2,4% 2,1% 1,2% 2,0% 2,0% 2,1% 1,9% 2,1% 1,8% 4,6% 3,2% 4,1% Consumptieprijsindex (2) 1,8% 4,5% -0,1% 2,2% 3,5% 2,9% 2,1% 1,6% 1,8% 6,4% 2,1% 6,5% Gezondheidsindex (2) 1,8% 4,2% 0,6% 1,7% 3,1% 2,7% 1,9% 1,8% 1,8% 6,1% 2,3% 5,9% Interne ruilvoet (3) 0,7% -0,8% -1,2% 1,5% -0,4% -0,7% 0,0% 0,1% 0,1% -0,1% 0,2% -1,1% Schuldgraad van de ondernemingen, niveau (4) 38,7% 41,5% 44,9% 41,2% 41,3% 42,2% Kapitaal-arbeidratio (gefilterde reeks) (5) 0,4% 0,3% 0,3% 0,2% 0,2% 0,2% 0,5% Loonaandeel in de verwerkende industrie (6) Niveau 64,1% 67,1% 71,5% 67,5% 66,1% 66,5% 66,0% 65,6% 69,5% 66,3% Veranderingspercentage 0,8% 4,6% 6,7% -5,6% -2,1% 0,6% 0,0% 5,4% 0,7% -1,5% (1) Verhouding: deflator van de toegevoegde waarde privé-sector/gezondheidsindex, een ruilvoetverbetering vindt plaats wanneer de deflator van de toegevoegde waarde sneller stijgt dan de gezondheidsindex (2) Door kredietinstellingen (binnen euro) verstrekte kredieten en vastrentende effecten (excl. kredieten van de niet-financiële sector), in % van het bbp (3) Aan de zelfstandigen wordt het gemiddeld loon van een werknemer toegekend (4) Uurloonkosten gedefleerd met de gezondheidsindex (5) jaarlijkse gemiddelde groeipercentages over de periode ; behalve voor de schuldgraad van ondernemingen en het niveau van het gecorrigeerd loonaandeel (gewoon rekenkundig gemiddelde). e = raming; p = voorspelling
6 4 CRB DEF II. Uurloonkostenontwikkeling in de privésector p p Gecumuleerde veranderingspercentages Index (1996=100) van de relatieve loonkostenontwikkeling : België / Gemid ,2 105,1 Gemiddelde 3 (1) 3,9% 5,5% 44,4% België 3,5% 6,3% 51,7% waarvan : -indexering (2) 3,1% 5,7% 35,1% - bruto-uurlonen buiten indexering -0,1% 0,7% 10,8% - effect van de sociale werkgeversbijdragen (3) 0,5% -0,2% 1,4% waarvan : - betaald aan overheid 0,3% 0,6% 0,2% - betaald aan privésector 0,0% -0,3% 1,2% - toegerekende bijdragen (4) 0,2% -0,4% -0,1% (1) Waarde van de index aan het einde van de periode (1) Op basis van de loonkosten per persoon, afkomstig van de nationale rekeningen tot 2011 en van AMECO voor 2012 en gecorrigeerd door de ontwikkeling van de arbeidsduur, afkomstig van de EAK tot 2011 en door het secretariaat geëxtrapoleerd voor 2012 (2) Bron: fod Werkelegenheid (3) Groeiverschil tussen de uurloonkosten en het bruto-uurloon (4) Voornamelijk de gewaarborgde lonen (ziekte), ontslagvergoedingen en overige sociale voordelen (pensioenen die rechtstreeks door de werkgever worden betaald aan de ex-werknemers, kinderbijslagen...
7 5 CRB DEF III. Totale werkgelegenheid in de privésector e e Jaarlijkse veranderingspercentages gecumuleerde veranderingspercentages Personen Gemid. 3-0,8% 0,2% 1,3% 0,5% -0,6% 1,9% 14,3% België -0,6% 0,7% 1,7% 0,1% 0,1% 1,8% 17,2% Gewerkte uren Gemid. 3-2,4% 0,5% 1,0% 0,6% -1,9% 1,6% 6,4% e = raming; p = voorspelling België -2,3% 0,8% 1,2% 0,4% -1,5% 1,5% 14,6% IV. Onderzoek en ontwikkeling (1) België 1,83% 1,86% 1,89% 1,97% 2,03% 2,01% EU-15 1,89% 1,92% 1,93% 2,02% 2,11% 2,1% Gemid. 3 2,29% 2,30% 2,27% 2,36% 2,49% 2,47% (1) Totale binnenlandse O&O-uitgaven als % van het bbp e = raming; p = voorspelling
8 6 CRB DEF V. Opleiding (4) Investeringen van werkgevers ten gunste van werknemers CVTS-ENQUETE België 1,4% 1,6% 1,6% n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. Gemid.3 1,6% 2,0% 1,8% n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. SOCIALE BALANSEN: ECONOMIE IN HAAR GEHEEL (2) Cursussen en stages (3) n.a. 1,3% 1,06% 1,08% 1,13% 1,15% 1,06% 1,02% 1,04% Participatiegraad SOCIALE BALANSEN: ECONOMIE IN HAAR GEHEEL n.a. 30,4% 32,7% 32,5% 32,6% 31,8% 32,6% 32,7% 34,0% ARBEIDSKRACHTENENQUÊTE Alle vormen van opleiding n.a. n.a. 24,1% 22,7% 23,1% 22,0% 22,9% 22,0% 22,6% Financiële tegemoetkoming van de werkgever n.a. n.a. 16,9% 16,6% 17,3% 17,0% 17,7% 17,1% 17,6% Structurele indicator Lissabon (25-64, 4 weken) 6,9% 8,3% (1) 7,5% 7,2% 6,8% 6,8% 7,2% 7,1% Opleidingsuren in % van de gewerkte uren Cursussen en stages n.a. 0,7% 0,69% 0,71% 0,77% 0,76% 0,71% 0,66% 0,67% Opleidingsuren per deelnemer Cursussen en stages n.a ,6 32,2 32, ,7 25,9 (1) Gegevens op jaarbasis vanaf 2005 (2) Bijkomende gegevens over de formele en informele vormingsinspanningen zijn beschikbaar in de boordtabel bij het hoofdstuk 4 over Voortgezette beroepsopleiding (3) Deze gegevens zouden in pricipe eveneens de bijdragen van de ondernemingen ten gunste van het betaald educatief verlof moeten bevatten. (4) De gegevens voor 2011 met betrekking tot de vormingsinspanningen uit de sociale balansen zijn gebaseerd op de voorlopige gegevens van het constant staal van de NBB (versie oktober 2012). n.a.= niet beschikbaar
9 7 CRB DEF VI. Elementen van de looncontext Impact van de (para)fiscaliteit op de koopkrachtontwikkeling over de periode Ontwikkeling van het reële bruto alternatief beschikbaar inkomen per Belgische inwoner 1 (jaarlijkse veranderingspercentages) Loonniveau (in % van het gemiddelde loon) Alleenstaande Koppel, twee identieke inkomens Koppel met kinderen, twee identieke inkomens 50% 13,0% 12,1% 15,3% 100% 2,3% 2,8% 4,8% 250% 3,4% 3,4% 4,4% ,6% 0,6% 2,0% -1,9% -0,8% 1 Het reële bruto alternatief beschikbaar inkomen per inwoner is het bruto beschikbaar inkomen van de particulieren, verhoogd met de sociale overdrachten in natura, gedeflateerd door het indexcijfer van de consumptieprijzen en gedeeld door de totale bevolking
10 8 CRB DEF 2. Vier scenario s inzake vooruitzichten Aangezien de Oeso in haar economische vooruitzichten van de maand juni niet langer gegevens publiceert voor het jaar t+2, heeft het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) de publicatie op 7 november 2012 van de European Economic Forecast Autumn 2012 van de Europese Commissie afgewacht om gegevens te produceren betreffende de loonkostenontwikkeling in de referentielidstaten (Duitsland, Frankrijk, Nederland) voor de jaren 2013 en Op verzoek van de ondervoorzitters van de Raad heeft het secretariaat van de CRB, gelet op de grondige onzekerheid omtrent de ontwikkeling van de groei en van de inflatie, scenario s ontwikkeld die het mogelijk maken om het foutenrisico met betrekking tot de vooruitzichten voor de loonkostenontwikkeling in de referentielidstaten en van de indexering in België te beperken. Twee methoden werden ten uitvoer gelegd. Een eerste methode houdt rekening met de door de internationale instellingen ontwikkelde scenario s, die een licht foutenrisico vertonen inzake groei en ontwikkeling van de prijs per olievat. Een tweede methode houdt rekening met de fouten in de vooruitzichten die in het verleden werden waargenomen. Die verschillende scenario s zijn beschikbaar in tabel I van dit Technisch verslag.
11 9 CRB DEF Ramingen van de uurloonkosten en van indexatie voor 2013 en 2014 Gecumuleerde veranderingspercentages Scenario 1 (1) -Gemiddelde van de 3 5,0% - Indexering BE 3,7% Scenario 2 (2) -Gemiddelde van de 3 5,8% - Indexering BE 4,9% Scenario 3 (3) -Gemiddelde van de 3 4,5% - Indexering BE 3,5% Scenario 4 (4) -Gemiddelde van de 3 4,6% - Indexering BE 4,3% 1) Op basis van de vooruitzichten voor de loonkosten per persoon van AMECO, gecorrigeerd door de extrapolaties van de arbeidsduur en een foutenrisico m.b.t. het economische beleid, en op de indexeringsvooruitzichten van het Federaal Planbureau (2) Op basis van scenario 1, maar rekening houdend met een olieprijs die 19% hoger is in 2013 en 40% hoger is in 2014 (3) Op basis van scenario 1, maar rekening houdend met een economische groei die 1,74pp lager is in 2013 en 1,43 pp lager in 2014 (4) Op basis van scenario 1 (maar niet gecorrigeerd voor het foutenrisico m.b.t. het economische beleid), met correctie door de historische gemiddelde fout in de vooruitzichten van de kosten per persoon van AMECO en de indexering van het Federaal Planbureau 3. De sociale gesprekspartners hebben akte genomen van de intenties van de regering met betrekking tot de loonkostenontwikkeling en de opleiding, namelijk: - de aanbeveling van de regering aan de sociale partners dat er voor het eerstvolgende IPA enkel voorzien wordt in de indexering van de brutolonen en eventuele baremieke verhogingen en dat er dus geen reële loonsverhogingen daarboven worden toegekend. Op basis van de huidige vooruitzichten werkt dit 0,9% van de loonkloof weg ; - dat een deel van de loonkloof zal worden weggewerkt via een vermindering van de loonkosten voor de werkgever ten bedrage van 400 miljoen op jaarbasis, d.i. 0,3% van de loonkosten; - de wil van de regering dat het indexcijfer nauwkeuriger en sneller het reële consumptiegedrag van de huishoudens weerspiegelt en dat men ervan kan uitgaan dat die betere weerspiegeling van de consumptiegewoonten de nu komende jaren een impact op de loonkostenontwikkeling van 0,4% zal kunnen hebben ;
12 10 CRB DEF - de wil van de regering om de wet ter bevordering van de werkgelegenheid en van het concurrentievermogen aan te passen; - het feit dat een college van deskundigen (dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Nationale Bank, van het Planbureau, van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, van de ADSEI, van de CRB en van Eurostat), ten eerste, binnen de zes maanden de nettoloonkloof zal bepalen, alsook de subsidies die de loonlasten in België en in de ons omringende landen verlichten; ten tweede, per sector een uitvoerige analyse zal verrichten van de verschillen inzake de loonkosten en de productiviteit t.o.v. de buurlanden; ten derde, een advies zal uitbrengen over de interpretatie met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de norm van 1,9% die inzake opleiding werd vastgesteld; - dat de regering uitdrukkelijk vraagt dat die 1,9%-doelstelling wordt gehaald in de volgende IPA-periode. 4. Bovendien verbinden de sociale gesprekspartners zich ertoe te zorgen voor een monitoring van de hierboven beschreven maatregelen in het kader van de CRB. 5. De sociale gesprekspartners zullen de verschillende hoofdstukken die het Technisch verslag gewoonlijk bevat in de loop van het eerste trimester 2013 voltooien.
Gepubliceerd. CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004. Arbeidsmarktbeleid. Inhoud van het Technisch Verslag 2003
Gepubliceerd Arbeidsmarktbeleid CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004 CRB (2003).. Brussel: CRB, CRB 2003/1000 CCR 11. De ontwikkeling van de uurloonkosten en de werkgelegenheid loopt volgens
Consumptieve bestedingen van de particulieren 2.0 2.6 1.4 Consumptieve bestedingen van de overheid 0.0 2.1 2.6 Bruto vaste kapitaalvorming 4.2 5.9 4.
Kerncijfers voor de Belgische economie Wijzigingspercentages in volume - tenzij anders vermeld Consumptieve bestedingen van de particulieren 2.0 2.6 1.4 Consumptieve bestedingen van de overheid 0.0 2.1
TECHNISCH VERSLAG VAN HET SECRETARIAAT OVER DE MAXIMALE BESCHIKBARE MARGES VOOR DE LOONKOSTENONTWIKKELING
CRB 2009-1500 DEF TECHNISCH VERSLAG VAN HET SECRETARIAAT OVER DE MAXIMALE BESCHIKBARE MARGES VOOR DE LOONKOSTENONTWIKKELING 12 november 2009 2 CRB 2009-1500 DEF Internet: Uhttp://www.ccecrb.fgov.be/U Verantwoordelijke
TECHNISCH VERSLAG VAN HET SECRETARIAAT OVER DE MAXIMALE BESCHIKBARE MARGES VOOR DE LOONKOSTENONTWIKKELING. Algemene Inleiding
TECHNISCH VERSLAG VAN HET SECRETARIAAT OVER DE MAXIMALE BESCHIKBARE MARGES VOOR DE LOONKOSTENONTWIKKELING Algemene Inleiding 4 november 2008 Internet: http://www.ccecrb.fgov.be/ Verantwoordelijke Uitgever
Kerncijfers voor de Belgische economie Wijzigingspercentages in volume - tenzij anders vermeld 2006 2007 2008 2009
Kerncijfers voor de Belgische economie Wijzigingspercentages in volume - tenzij anders vermeld Consumptieve bestedingen van de particulieren 2.0 2.6 1.4 0.8 Consumptieve bestedingen van de overheid 0.0
2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem
Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem
Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers
Moedige overheden Stille kampioenen = ondernemingen Gewone helden = burgers Vaststellingen Onze welvaart kalft af Welvaartscreatie Arbeidsparticipatie Werktijd Productiviteit BBP Capita 15-65 Bevolking
Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België
Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)
Groei van het BBP. Kwartaal op kwartaal, geannualiseerd. Bron: IMF
VKW Metena stelt voor: Outlook 2010 Met dank aan Groei van het BBP Kwartaal op kwartaal, geannualiseerd Bron: IMF Groei van het BBP Kwartaal op kwartaal, geannualiseerd Bron: IMF 2009 2010 VS Eurozone
De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing
De houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het licht van de vergrijzing Seminarie voor leerkrachten, 26 oktober 2016 Stefan Van Parys Bruno Eugène INTERN Departement Studiën Groep Overheidsfinanciën
Hoofdstuk 14 Conjunctuur
Hoofdstuk 14 Conjunctuur Open vragen 14.1 CPB: groei Nederlandse economie valt terug naar 1% in 2005 In 2005 zal de economische groei in Nederland licht terugvallen naar 1% ten opzichte van een groei van
DOCUMENTATIENOTA CRB
DOCUMENTATIENOTA CRB 2010-1261 Effecten van de (para)fiscale veranderingen op de ontwikkeling van de nettolonen tegen constante prijzen van 1996 tot 2009: globalisatie van de resultaten CRB 2010-1261 14
Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis
Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis Jan Smets 29ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, Gent, 19 november 2010 DS.10.09.340 Het Europees
Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen
Overheidsontvangsten en -uitgaven: analyse en aanbevelingen Seminarie voor leerkrachten, 26 oktober 2016 Ruben Schoonackers Bruno Eugène INTERN Departement Studiën Groep Overheidsfinanciën Structuur van
BETREFT: DE VERNIEUWDE SOCIALE BALANS.
Nr. 861 Bijlagen : 2 BETREFT: DE VERNIEUWDE SOCIALE BALANS. In het Belgisch Staatsblad van 26 februari 2008 verschenen 2 besluiten tot wijziging van de sociale balans m.n.: Koninklijk besluit van 10 februari
VBO-analyse. over de verhouding tussen het loonaandeel en de winsten van bedrijven
VBO-analyse over de verhouding tussen het loonaandeel en de winsten van bedrijven Dalend loonaandeel gaat niet naar dividenden, maar naar meer investeringen en belastingen Terwijl het loonaandeel daalt,
Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie
Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de
TITEL I TOEPASSINGSGEBIED
1/6 Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2014, gesloten in de schoot van het Paritair Comité voor het Glasbedrijf, betreffende de arbeids en loonvoorwaarden in 2013 en 2014 Artikel 1. TITEL I TOEPASSINGSGEBIED
technisch Verslag CRB
technisch Verslag CRB 2011-1200 CRB 2011-1200 Technisch verslag van het secretariaat over de maximale beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling 8 november 2011 2 CRB 2011-1200 Internet: http://www.ccecrb.fgov.be
Multiplicatoren: handleiding
Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Multiplicatoren: handleiding De multiplicatoren van het finaal gebruik behelzen een klassieke toepassing van het traditionele inputoutputmodel
Tabel 1: Economische indicatoren (1)
Tabel 1: Economische indicatoren (1) Grootte van de Openheid van de Netto internationale Saldo op de lopende rekening (% economie (in economie (Export + BBP per hoofd, nominaal (EUR) BBP per hoofd, nominaal,
INHOUDSTAFEL. Afdeling 1: Ontslag wegens technische redenen van arbeidsorganisatie Artikel 8
19.9.2011 PARITAIR COMITÉ VOOR HET VERZEKERINGSWEZEN INHOUDSTAFEL PROTOCOL VAN SECTORAKKOORD 2011-2012 Hoofdstuk 1: Toepassingsgebied Artikel 1 Hoofdstuk 2: Koopkracht Afdeling 1: Voor 2011 Artikel 2:
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin
Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies [email protected] Inhoudstafel: 1
Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?
vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar
De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel
Page 1 of 6 Gepubliceerd op DeWereldMorgen.be (http://www.dewereldmorgen.be) De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel en aan wat? door Phi-Rana di, 2013-11-12 15:45 Phi-Rana Er wordt vaak gezegd
Evaluatie van de effecten van bepaalde regeringsmaatregelen op de economische groei en de werkgelegenheid
Hoorzitting van de commissie Sociale Zaken van de Kamer van volksvertegenwoordigers Evaluatie van de effecten van bepaalde regeringsmaatregelen op de economische groei en de werkgelegenheid 4 februari
Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden
Nieuwe gewaarborgde rentevoeten voor de pensioenplannen die afgesloten worden door een onderneming Vragen & Antwoorden Employee Benefits Institute 1. Welke zijn de nieuwe rentevoeten die AXA Belgium waarborgt
