Oplegnotitie. Objectenhandboek BAG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Oplegnotitie. Objectenhandboek BAG"

Transcriptie

1 Oplegnotitie Aan Bronhouders en Afnemers BAG Van Secretariaat BAG BAO Onderwerp Wijzigingen objectenhandboek Datum april 2014 Objectenhandboek BAG Bijlagen: - Oplegnotitie bij het besluit BAG BAO t.a.v. studentencomplexen d.d. november Stappenplan en afbakeningsvoorbeeld studentencomplexen - Oplegnotitie bij het besluit BAG BAO t.a.v. zorgcomplexen d.d. oktober Objectenhandboek basisregistraties adressen en gebouwen Versie 2009 met aanpassingen volgens besluit BAG BAO afbakening zorgcomplexen d.d. oktober 2012 en afbakening studentencomplexen d.d. november 2013; Toelichting: Het objectenhandboek is gewijzigd n.a.v. de besluiten van het BAG BAO met betrekking tot studenten- en zorgcomplexen. Blad 1 van 1 Partner in BAG

2 Oplegnotitie Aan Bronhouders en Afnemers BAG Van Secretariaat BAG BAO Onderwerp Besluit BAG BAO tav studentencomplexen Datum november 2013 Studentencomplexen en het objectenhandboek BAG Besluit BAG BAO: Het BAG BAO heeft op 16 oktober 2013 een besluit genomen over de afbakening van verblijfsobjecten in studentencomplexen. Een consistente en kwalitatief hoogwaardige BAG is essentieel voor doorwerking in het Stelsel van Basisregistraties, en daarmee voor allerlei afnemers van de BAG binnen en buiten de overheid. Bij het BAG BAO waren signalen binnengekomen dat de BAG voor studentencomplexen, in de vorm van studentenflats, niet consistent gevuld is. Het BAGobjectenhandboek was op het onderdeel studentenflats niet in lijn met de generieke afbakeningsprincipes in de BAG wet-en regelgeving. In de praktijk blijkt dat een deel van de gemeenten studentenflats conform een beschrijving in het objectenhandboek heeft afgebakend en een deel conform de formele afbakeningsprincipes uit de BAG wet- en regelgeving. De essentie van het besluit van het BAG BAO van oktober 2013 is dat ook voor studentencomplexen de gewone afbakeningsregels van de BAG moeten worden toegepast. Toelichting: Het gevolg is dat gemeenten studentencomplexen voor 31 december 2016 moeten afbakenen op basis van de reguliere afbakeningsvoorschriften. De uitzonderingen ten aanzien van studentencomplexen vervallen hiermee. Pagina 53 van het objectenhandboek is aangepast. Een gang in een studentenflat is niet per definitie aan te merken als een gedeelde verkeersruimte. Dit hangt namelijk af van de verblijfsobjectafbakening. Op pagina 57 is de verwijzing naar studentenkamers in grachtenpanden geschrapt. Op pagina 61 is de uitzondering ten aanzien van oorspronkelijk als studentenhuisvesting ontworpen en gebouwde wooneenheden geschrapt. Ter verduidelijking van de afbakening verwijzen we graag naar de Memorie van toelichting op de wet BAG, blz De kern van de definitie van verblijfsobject wordt gevormd door het begrip eenheid van gebruik. Daarmee wordt verduidelijkt dat de afbakening met name afhangt van het gebruiksdoel van de ruimte. Het begrip eenheid van gebruik is op zichzelf nog onvoldoende onderscheidend om tot een eenduidige objectafbakening te komen. Daarom zijn er nog nuancerende kenmerken vastgesteld zoals zelfstandigheid. Dit is in de praktijk het makkelijkst te toetsen door te controleren op een eigen en afsluitbare toegang vanaf een openbare weg, een eigen erf of een gedeelde verkeersruimte. Daarnaast dient de eenheid duurzaam met de aarde verbonden te zijn. Tenslotte bestaat de mogelijkheid dat het object van registratie onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen, Blad 1 van 2 Partner in BAG

3 zoals koop en verkoop. Hiermee worden objecten uitgesloten die aan de overige kenmerken voldoen maar die gezien hun aard niet voldoen aan het begrip verblijfsobject, zoals hotelkamers en cellen in een gevangenis. Blad 2 van 2 Partner in BAG

4 Stappenplan en voorbeeld afbakening studentencomplexen Versie 1.0 Auteur(s) Kadaster (met inhoudelijke instemming van Ministerie van Infrastructuur en Milieu) Status Definitief Versiehistorie Versie Datum Auteur Opmerking juni 2014 Kadaster Inhoudsopgave 1 Voorbeeld afbakenen studentencomplexen Criteria verblijfsobjecten Duiding van de criteria aan de hand van wettelijke documenten Stappen bij het afbakenen van woongebouwen Uitwerking casus Optie 1: 8 verblijfsobjecten (juist) Optie 2: 2 verblijfsobjecten (onjuist) Optie 3: 10 verblijfsobjecten (onjuist) Casus 2: afbakening bij niet-aaneengesloten voorzieningen...9

5 1 Voorbeeld afbakenen studentencomplexen In oktober 2013 heeft het BAG BAO besloten dat studentencomplexen volgens de wettelijke voorschriften afgebakend moeten worden. Het BAG BAO heeft het Kadaster gevraagd ondersteuning te bieden bij het uitvoeren van dit besluit. Het Kadaster heeft op 22 januari 2014 een informatiebijeenkomst georganiseerd voor gemeenten met studentencomplexen. Tijdens deze bijeenkomst bleek dat het voor gemeenten niet duidelijk is hoe invulling gegeven moet worden aan de afbakening van studentencomplexen. Gemeenten hebben het Kadaster verzocht een document op te stellen waarin concrete invulling wordt gegeven aan de wettelijke voorschriften. Het Kadaster heeft in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu dit document opgesteld waarin aan de hand van een concrete casus de afbakening toegelicht wordt. Het Ministerie heeft dit advies bevestigd. De plattegrond die als casus besproken is, staat hieronder afgebeeld. In de bijeenkomst zijn drie opties ter sprake gekomen; 8 verblijfsobjecten (optie 1), 2 verblijfsobjecten (optie 2) en 10 verblijfsobjecten (optie 3). Wij vragen gemeenten op basis van bovenstaande plattegrond 8 verblijfsobjecten af te bakenen (optie 1). Gebaseerd op de wettelijke definitie en de uitleg die daaraan gegeven wordt in de Memories van Toelichting en het objectenhandboek hebben we een stappenplan opgesteld. Dit stappenplan biedt een gestructureerde werkwijze om verblijfsobjecten af te bakenen. De opties worden aan de hand van dit stappenplan uitgewerkt. Ons advies geldt niet alleen voor studentencomplexen. Het is de bedoeling dat alle verblijfsobjecten op uniforme wijze worden afgebakend, ongeacht de hoedanigheid van de gebruikers ervan. De functie van het pand c.q. de verblijfsobjecten op zichzelf, speelt wel een rol, omdat het gebruiksdoel onderdeel is van de definitie van verblijfsobject ( eenheid van gebruik ). Omdat bij de casus een aantal zaken niet duidelijk is, zoals de afsluitbaarheid, beschrijven we mogelijke situaties en de achterliggende redenering voor de afbakening. Een veel voorkomende situatie met niet-aaneengesloten voorzieningen komt niet in bovenstaande casus voor. hebben we een tweede casus opgenomen in dit document. 2 Partner in BAG

6 2 Criteria verblijfsobjecten De afbakening van een verblijfsobject in het kader van de BAG staat in het teken van een goede, doelmatige BAG registratie. In de wettelijke definitie van verblijfsobject is een aantal criteria opgenomen. Er is pas sprake van een verblijfsobject als aan al deze eisen wordt voldaan. Deze eisen zijn: - kleinste eenheid van gebruik - binnen één of meer panden gelegen - voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikt - ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, - vatbaar voor goederenrechtelijke rechtshandelingen - in functioneel opzicht zelfstandig. 2.1 Duiding van de criteria aan de hand van wettelijke documenten De documenten die we hebben gebruikt zijn: de wet BAG, de Memorie van Toelichting 1 (Kamerstukken II, 2006/07, , nr. 3) en de Memorie van Toelichting bij de aanpassing van de wet 2 (Kamerstukken II, 2008/09, , nr. 3). Kleinste eenheid van gebruik, voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikt en in functioneel opzicht zelfstandig Het begrip eenheid van gebruik is de kern van de definitie van verblijfsobject volgens de Memorie van Toelichting. In deze definiëring staat het samenhangende gebruik binnen de eenheid centraal. 3 Alle andere eisen zijn bedoeld om het begrip te nuanceren en te toetsen. 4 Om een kleinste eenheid van gebruik te kunnen afbakenen als verblijfsobject, moet die eenheid functioneel zelfstandig zijn. Voor zover voor het gebruik (bijvoorbeeld voor woondoeleinden) bepaalde basisvoorzieningen nodig zijn, moeten die voorzieningen dus binnen het af te bakenen verblijfsobject aanwezig zijn. Als een eenheid van gebruik niet functioneel zelfstandig is, maar samen met andere eenheden wel een functioneel zelfstandig geheel vormt, dan kunnen zij samen een kleinste, functioneel zelfstandige eenheid van gebruik en dus een verblijfsobject vormen. Dit is het principe van van binnen naar buiten redeneren. Bij het afbakenen van verblijfsobjecten geldt voorts het criterium van nabijheid en verbondenheid. Een eenheid van gebruik die (functioneel) onlosmakelijk is verbonden met en ondersteunend is aan een bepaalde nabijgelegen andere eenheid van gebruik, standplaats of ligplaats, wordt in elk geval geacht te behoren tot die andere eenheid en wordt niet als afzonderlijk verblijfsobject aangemerkt. 5 Alleen indien een eenheid, hoewel op zichzelf ondersteunend, geen directe relatie heeft met een bepaalde andere eenheid, kan sprake zijn van een afzonderlijk verblijfsobject. Dit is bijvoorbeeld het geval met garageboxen. Binnen één of meer panden gelegen Verblijfsobjecten zijn bij de bouw altijd gelegen binnen een enkel pand. Als gevolg van beperkte wijzigingen in de bouwkundige constructie, zoals het doorbreken van een muur, kan een verblijfsobject in meerdere panden komen 1 Regels omtrent de basisregistraties adressen en gebouwen (Wet basisregistraties adressen en gebouwen) 2 Wijziging van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en de Kadasterwet (aanvulling, verduidelijking en enige technische verbeteringen van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en aanvulling van de Kadasterwet in verband met de toedeling van taken aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers ten aanzien van de landelijke voorziening voor de basisregistraties adressen en gebouwen) 3 (Kamerstukken II, , nr. 3, blz. 25) 4 (Kamerstukken II, 2006/07, , nr. 3, blz. 27) 5 (Kamerstukken II, 2008/09, , nr. 3, blz. 6) 3 Partner in BAG

7 te liggen. 6 Bij de wooneenheden gaan we ervan uit dat ze in één of meer panden liggen en dat dus aan dit criterium voldaan is. Dit criterium komt daarom niet terug in het stappenplan. Ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte De Memorie van Toelichting noemt als reden voor dit criterium dat het begrip zelfstandigheid in de praktijk het eenvoudigst blijkt te toetsen door te bezien in hoeverre de genoemde eenheid over een eigen toegang beschikt. 7 Bij de aanpassing van de wet is in de toelichting nader aangegeven dat de eis van afsluitbaarheid in dit verband inhoudt dat het gebruik van de desbetreffende eenheid exclusief moet zijn. 8 In wezen gaat het hierbij dus om een meer fysieke benadering van de zelfstandigheid van de eenheid. In de praktijk blijkt dat het begrip gedeelde verkeersruimte ruim geïnterpreteerd kan worden. De gedeelde verkeersruimte van verschillende verblijfsobjecten kan tegelijkertijd ook onderdeel zijn van een verblijfsobject. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld ook verblijfsobjecten in ziekenhuizen, verzorgingshuizen en twee-over-één trap woningen afgebakend worden, indien ze aan de criteria voldoen en het daarom, gezien hun aard, wenselijk is dat ze als zodanig worden opgenomen in de BAG. Vatbaar voor goederenrechtelijke rechtshandelingen De eis onderwerp kunnen zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen is bedoeld om bepaalde soorten eenheden die gezien al de voorgaande nuanceringen als verblijfsobject zouden kunnen worden aangemerkt, maar dat gezien hun aard niet zijn, niet als zodanig aan te merken 9, zoals hotelkamers en gevangeniscellen. Alle nuanceringen zijn terug te voeren op de doelstelling van het afbakenen van verblijfsobjecten: een doelmatige, uniforme, landelijk homogene registratie van zogeheten adresseerbare objecten Stappen bij het afbakenen van woongebouwen Gebaseerd op de wettelijke definitie en de uitleg die daaraan gegeven wordt in de Memories van Toelichting en het objectenhandboek hebben we een stappenplan opgesteld. Dit stappenplan biedt een gestructureerde werkwijze om verblijfsobjecten af te bakenen. Met de duiding van de wettelijke afbakeningsregels kunnen verblijfsobjecten met gebruiksdoel wonen aan de hand van de volgende stappen afgebakend worden: 1. Bepaal de kleinste eenheid van functioneel zelfstandig gebruik met het gebruiksdoel wonen. Verblijfsobjecten met het gebruiksdoel wonen moeten geschikt zijn voor zelfstandige bewoning. Hierbij kan de gemeente kijken naar de aanwezigheid van voorzieningen zoals keuken, douche en toilet. Bekijk welke voorzieningen aanwezig zijn om aan de functie wonen te voldoen. Redeneer van binnen naar buiten, dus begin bij de kleinste eenheid: de (woon)kamer of wooneenheid. In de praktijk komen ook wooneenheden voor die bijvoorbeeld een eigen keuken en toilet hebben, maar waarbij de gedeelde douche zich op de gang bevindt. Hoe moet men afbakenen bij een situatie waarbij een deel van de voorzieningen in de ene ruimte aanwezig is, en een deel van de voorzieningen gedeeld wordt en zich in een andere ruimte bevindt? Dan kunnen deze afzonderlijke eenheden niet worden beschouwd als kleinste eenheid van gebruik in de zin van de BAG. De afzonderlijke ruimten zijn daardoor immers niet aan te merken als zelfstandige eenheden van gebruik, omdat er gebruik gemaakt wordt van voorzieningen buiten de ruimte. Het samenhangend gebruik strekt zich in dit geval uit tot alle wooneenheden die gebruik maken van deze voorziening. Die ruimten samen vormen dan het verblijfsobject. 6 Kamerstukken II, 2006/07, , nr. 3, blz Kamerstukken II, 2006/07, , nr. 3, blz Kamerstukken II, 2008/09, , nr. 3, blz. 6 9 Kamerstukken II, 2006/07, , nr. 3, blz Kamerstukken II, 2006/07, , nr. 3, blz Partner in BAG

8 Een eenheid met eigen (niet gedeelde) voorzieningen buiten deze eenheid, kan echter wél een afzonderlijk verblijfsobject vormen. NB: Uit informatiekundig oogpunt kan het merkwaardig lijken dat de waarde van een attribuut van een object (zoals gebruiksdoel) bepalend kan zijn voor het al dan niet bestaan van het object. Niettemin leidt het begrip eenheid van gebruik met het criterium van functionele zelfstandigheid er bijvoorbeeld toe dat een garage bij een woning geen verblijfsobject wordt als er een bed in wordt gezet, terwijl wel een verblijfsobject kan ontstaan indien er een bureau in wordt geplaatst voor de uitoefening van een beroep of bedrijf. 2. Bepaal of wordt voldaan aan afsluitbaarheid. Dit criterium kan ruim geïnterpreteerd worden. De ruimte die voldoet aan eenheid van functioneel zelfstandig gebruik hoeft niet afgesloten te zijn door een deur met slot. Wellicht zou een afsluitbare deur ingebouwd kunnen worden. Daarmee voldoet de eenheid vaak ook aan de volgende 2 criteria. Ook als een deur niet afsluitbaar is, kan er nog steeds sprake zijn van meerdere verblijfsobjecten. 3. Bepaal of het verblijfsobject ligt aan een gedeelde verkeersruimte. Dit is ruim interpreteerbaar. Een deel van een verblijfsobject kan tegelijkertijd dienen als gedeelde verkeersruimte voor andere verblijfsobjecten. Het begrip gedeelde verkeersruimte is in de definitie opgenomen om duidelijk te maken dat een eenheid geen eigen ingang aan de straat hoeft te hebben om een VBO te zijn. Het begrip sluit niet uit dat een gedeelde verkeersruimte onderdeel is van een ander VBO. Het opnemen van de gedeelde verkeersruimte in de definitie van verblijfsobjecten heeft een verruiming van de definitie als doel en geen beperking. 4. Bepaal of het verblijfsobject onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen. Als het gebied functioneel zelfstandig is, en voldoet aan criteria 2 en 3, wordt meestal ook voldaan aan dit criterium. Dit criterium is opgenomen om te voorkomen dat bijvoorbeeld hotelkamers en cellen als VBO worden afgebakend. Dit is een toets of de eenheid ook juridisch, als een goed, op zichzelf zou kunnen staan (vatbaarheid voor goederenrechtelijke rechtshandelingen). Dit betekent dat dit criterium het afbakenen van wooneenheden als verblijfsobjecten binnen studentencomplexen niet in de weg staat. 5 Partner in BAG

9 3 Uitwerking casus Bronhouders hebben aangegeven dat het onduidelijk is welke invulling aan bepaalde criteria gegeven moet worden. Dit document gaat specifiek in op een casus in een studentencomplex, maar geldt voor alle woongebouwen. De opties worden aan de hand van het stappenplan uitgewerkt. 3.1 Optie 1: 8 verblijfsobjecten (juist) Redenerend vanuit het stappenplan komen we tot de volgende afbakening: 1. Eenheid van functioneel zelfstandig gebruik die het gebruiksdoel wonen mogelijk maakt. De bovenste wooneenheden hebben elk alle voorzieningen om te kunnen wonen. Daarom kunnen ze ieder een verblijfsobject vormen. De onderste 3 kamers aan weerszijden van het trappenhuis delen deze voorzieningen. Daarom vormen deze 3 kamers samen één verblijfsobject. 2. Afsluitbaarheid. De twee gedeeltes links en rechts van het trappenhuis zijn door het trappenhuis gescheiden en kunnen afgesloten worden door een deur. Daarom behoren de gedeeltes links en rechts van het trappenhuis niet tot hetzelfde verblijfsobject. Binnen die twee gedeeltes zijn de deuren van de verschillende wooneenheden afsluitbaar. 3. Toegang tot een gedeelde verkeersruimte. Het trappenhuis zien we als gedeelde verkeersruimte. In dit voorbeeld is er sprake van een collectieve ingang. Deze ingang dient als voordeur voor verblijfsobjecten 7 en 8. De bewoners van eenheden 1,2 en 3 en 4,5 en 6 hebben elk een eigen voordeur. De gangen van de twee gedeeltes hebben twee functies: a. gedeelde verkeersruimte voor verblijfsobjecten 1, 2, 3, 4, 5 en 6. b. onderdeel van de verblijfsobjecten 7 en Onderwerp van goederenrechtelijke rechtshandelingen. Voor de goederenrechtelijke rechtshandeling geldt dat dit criterium is opgenomen om te voorkomen dat bijvoorbeeld hotelkamers en cellen als VBO worden afgebakend. Dit is een toets of de eenheid ook juridisch, als een goed, op zichzelf zou kunnen staan (vatbaarheid voor goederenrechtelijke rechtshandelingen). Dit criterium staat hier niet in de weg aan afbakening. Omdat verblijfsobjectafbakening van binnen naar buiten wordt uitgevoerd, voldoet deze optie aan de afbakeningsvoorschriften in de Wet BAG. Deze optie is daarom juist. 6 Partner in BAG

10 3.2 Optie 2: 2 verblijfsobjecten (onjuist) Ook in dit voorbeeld is de deur vanaf het trappenhuis afsluitbaar naar de twee delen. In deze situatie dient deze deur als voordeur voor alle wooneenheden per vleugel, omdat de eenheden afzonderlijk niet over een eigen afsluitbare toegang beschikken. De redenatie achter deze afbakening is dat er niet wordt voldaan aan het criterium afsluitbaarheid voor de bovenste ruimtes. De redenatie volgens het stappenplan: 1. Bij afbakening volgens deze optie wordt voorbijgegaan aan het zelfstandige karakter van de bovenste ruimten en het op dat punt bestaande verschil met de andere ruimten. Als men van binnen naar buiten kijkt, ziet men dat de bovenste ruimten functioneel zelfstandig zijn. Dat betekent dat deze optie niet in lijn is met de geest en de letter van de Wet BAG. Het is niet de bedoeling dat eenheden die voldoen aan de wettelijke voorschriften, niet als verblijfsobject worden afgebakend. In deze optie wordt er onvoldoende gekeken naar de kleinste eenheid van gebruik. 2. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de afzonderlijke wooneenheden in de praktijk geen eigen afsluitbare toegang hebben. De bouwkundige constructie staat wel toe dat er eigen afsluitbare toegangen gecreëerd kunnen worden. Afsluitbaarheid is daarom geen overtuigend argument om de verschillende wooneenheden gezamenlijk als verblijfsobject af te bakenen. 3. Het ligt daarom voor de hand om de ruimte achter de voordeur als gedeelde verkeersruimte aan te merken. Dit is in analogie met een portiekflat. 4. Zie optie 1. Omdat verblijfsobjectafbakening van binnen naar buiten wordt uitgevoerd, voldoet deze optie niet aan de afbakeningsvoorschriften in de Wet BAG. Deze optie is geen juiste afbakening op basis van de reguliere afbakeningsvoorschriften, omdat functioneel zelfstandige eenheden niet als verblijfsobject worden afgebakend. 7 Partner in BAG

11 3.3 Optie 3: 10 verblijfsobjecten (onjuist) De gedachte achter optie 3 is dat eenheden 4, 5 en 9 en 10 toch zelfstandige eenheden zijn. Ook al beschikken ze niet over eigen voorzieningen. De eenheden zouden zelfstandig zijn omdat deze niet dienstbaar zijn aan de overige eenheden. Opvallend is dat deze redenering leidt tot afbakening zoals oorspronkelijk stond beschreven in het objectenhandboek. Deze gedachte is niet in lijn met de wet én het besluit studentencomplexen. Wanneer geredeneerd wordt volgens het stappenplan, gaat het bij stap 1 al mis: eenheden 4, 5, 9 en 10 beschikken ieder niet over alle voorzieningen om functioneel zelfstandig het gebruiksdoel wonen mogelijk te maken. Bij de afbakening van verblijfsobjecten staat het samenhangend gebruik centraal. In deze casus zijn de onderste eenheden gericht op samenhangend gebruik. Deze optie gaat er aan voorbij dat voor een samenhangend gebruik met een zelfstandig karakter, meerdere ruimten nodig kunnen zijn. De ruimten 4 en 5 c.q. 9 en 10 worden pas in combinatie met elkaar en met gemeenschappelijke voorzieningen, een functioneel zelfstandige eenheid. Dit betekent dat de afzonderlijke eenheden 4,5 en 9 en 10 niet als zelfstandig kunnen worden aangemerkt. De kleinste eenheden waarbinnen er in dit geval sprake is van zelfstandig, samenhangend gebruik, worden daarom gevormd door het samenstel van de eenheden 4 en 5 met gedeelde voorzieningen, respectievelijk het samenstel van de eenheden 9 en 10 met gedeelde voorzieningen (zie 7 en 8 zoals aangegeven bij optie 1). Hoewel de eenheden 4,5 en 9 en 10 niet dienstbaar zijn aan een andere eenheid, zijn deze eenheden niet zelfstandig. Deze optie is geen juiste afbakening op basis van de reguliere afbakeningsvoorschriften, omdat onzelfstandige eenheden als verblijfsobject worden afgebakend. 8 Partner in BAG

12 4 Casus 2: afbakening bij niet-aaneengesloten voorzieningen In onderstaande tekening ziet u een veel voorkomende situatie. De voorzieningen van een wooneenheid bevinden zich niet in of direct naast het woongedeelte. In dit voorbeeld worden drie verblijfsobjecten afgebakend. De afbakening gaat als volgt: 1. Eenheid van functioneel zelfstandig gebruik die het gebruiksdoel wonen mogelijk maakt. Van binnen naar buiten geredeneerd beschikt iedere wooneenheid over eigen douche, toilet en keuken. De voorzieningen zijn niet aaneengesloten maar wel in elkaars nabijheid. Daarom kan er van samenhangend gebruik worden gesproken. De ruimten samen vormen het verblijfsobject. 2. Afsluitbaarheid. De kamers hebben een deur dus zijn afsluitbaar. Daarnaast is er een afsluitbare deur van het pand naar buiten. 3. Toegang tot een gedeelde verkeersruimte. Bepaal of het verblijfsobject ligt aan een gedeelde verkeersruimte. Dit is ruim interpreteerbaar. Een deel van een verblijfsobject kan tegelijkertijd dienen als gedeelde verkeersruimte voor andere verblijfsobjecten. De gang is zowel onderdeel van de verblijfsobjecten waar de douche en toilet aan de overkant van de gang liggen, als gedeelde verkeersruimte voor de drie verblijfsobjecten aan die gang. Het begrip gedeelde verkeersruimte is in de definitie opgenomen om duidelijk te maken dat een eenheid geen eigen ingang aan de straat hoeft te hebben om een VBO te zijn. Het begrip sluit niet uit dat een gedeelde verkeersruimte onderdeel is van een ander VBO. Het opnemen van de gedeelde verkeersruimte in de definitie van verblijfsobjecten heeft een verruiming van de definitie als doel en geen beperking. 4. Onderwerp van goederenrechtelijke rechtshandelingen. Bepaal of het verblijfsobject onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen. Als het gebied functioneel zelfstandig is, en voldoet aan criteria 2 en 3, wordt meestal ook voldaan aan dit criterium. Dit criterium is opgenomen om te voorkomen dat bijvoorbeeld hotelkamers en cellen als VBO worden afgebakend. Dit is een toets of de eenheid ook juridisch, als een goed, op zichzelf zou kunnen staan (vatbaarheid voor goederenrechtelijke rechtshandelingen). Dit betekent dat dit criterium het afbakenen van wooneenheden als verblijfsobjecten binnen studentencomplexen niet in de weg staat. 9 Partner in BAG

13 Oplegnotitie Aan Bronhouders en Afnemers BAG Van Secretariaat BAG BAO Onderwerp Besluit BAG BAO tav zorgcomplexen Datum januari 2013 Zorgcomplexen en het objectenhandboek BAG Besluit BAG BAO: Het BAG BAO heeft in oktober 2012 een besluit genomen over de afbakening van verblijfsobjecten in zorgcomplexen. In het Objectenhandboek stond aanvankelijk bij verzorgings(te)huizen dat daarin geen verblijfsobjecten worden afgebakend, omdat de kamers niet voor goederenrechtelijke rechtshandelingen in aanmerking komen. De omschrijving van een verzorgings(te)huis is dat daar mensen gehuisvest zijn en verzorgd worden die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. In de praktijk zijn steeds meer verschillende vormen van huisvesting en zorg ontstaan. De terminologie en de afbakening is onduidelijk voor zowel bronhouders als afnemers. De essentie van het besluit van het BAG BAO van oktober 2012 is dat ook voor zorgcomplexen (de gebruikte verzamelterm) de gewone afbakeningsregels van de BAG moeten worden toegepast. Toelichting: Het gevolg is dat gemeenten deze zorgcomplexen (voor 1 juli 2013) zullen moeten afbakenen op basis van de reguliere afbakeningsvoorschriften. Hierbij geldt dat de vraag over goederenrechtelijke rechtshandeling op grond van het besluit van het BAO standaard met JA wordt beantwoord. De uitzonderingen ten aanzien van verzorgings(te)huizen vervallen hiermee, evenals de betreffende teksten op pagina 62 en 63 van het objectenhandboek. Voor de afbakening betekent dit dat beoordeeld moet worden hoeveel verblijfsobjecten zich in de betrokken zorgcomplexen bevinden. Gebleken is dat de invulling van enkele criteria nadere toelichting behoeft. Het gaat om de beantwoording van onderstaande vragen. 1. Wanneer is een kamer of eenheid te beschouwen als een verblijfsobject? Of, in de termen van de BAG: wanneer is die te beschouwen als een functioneel zelfstandige eenheid van gebruik? 2. Hoe moet de toegankelijkheid via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte hierbij worden toegepast? 1. Gezien de vragen op het gebied van de functionele zelfstandigheid heeft het BAO als indicatoren voor de functionele zelfstandigheid meegegeven dat de gemeente hierbij kan Blad 1 van 2 Partner in BAG

14 kijken naar de aanwezigheid van een douche, een toilet en een eenvoudige keuken. Ten aanzien van de vraag hoe de term eenvoudige keuken kan worden gehanteerd kan vervolgens worden gekeken naar de aanwezigheid van een aanrecht, spoelbak en stromend water, en naar de aanwezigheid (dan wel de mogelijkheid zonder vergunning of meldplicht plaatsen van) koelkast en kooktoestel. 2. Het kan zijn dat een gedeelte van het complex per kamer zal worden afgebakend, terwijl een ander deel één verblijfsobject vormt, dat dan bestaat uit bijvoorbeeld een bijeenkomstruimte, verpleegkamers, keuken en dergelijke. Daarbij kan zich de situatie voordoen dat de hal en gang van het grote VBO ook dienen als gedeelde verkeersruimte ter ontsluiting van de los afgebakende kamers. Dit is mogelijk, onder verwijzing naar de beschrijving zoals die in dit objectenhandboek is opgenomen bij ziekenhuizen (pag. 64 en 65). Blad 2 van 2 Partner in BAG

15 Objectenhandboek basisregistraties adressen en gebouwen versie 2009 met aanpassingen volgens besluit BAG BAO afbakening zorgcomplexen oktober 2012 en het besluit BAG BAO afbakening studentencomplexen oktober Datum Oktober 2009

16 Colofon Versie 2009 Contactpersoon Y. Ellenkamp Portefeuille Plaatsvervangend Secretaris-Generaal Directie Informatievoorziening Afdeling Beleid Geo-informatie - Postbus EZ Den Haag Interne postcode 865 Auteurs R. Wevers M. Rietdijk Y. Ellenkamp Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 2/98

17 Voorwoord De basisregistratie gebouwen is één van de basisregistraties, die deel uit maakt van een landelijk stelsel van basisregistraties. Deze basisregistraties zijn erop gericht de informatievoorziening in Nederland beter te ordenen. Dit moet een aantal voordelen opleveren: hogere efficiëntie, betere dienstverlening door de overheid, betere fraudebestrijding en betere beleidsinformatie. In essentie moeten binnen de basisregistratie gebouwen alle gebouwen in Nederland bijgehouden worden. Hierbij worden twee niveau s onderscheiden: panden en verblijfsobjecten. Het belangrijkste doel van de basisregistratie gebouwen is het uniek identificeren en aanduiden van al deze objecten. Hierdoor kunnen gegevens uit verschillende bronnen correct en volledig aan elkaar gekoppeld kunnen worden. In 2003 heeft een landelijk proefproject plaats gevonden naar het opzetten van de basisregistratie gebouwen. Tijdens dit proefproject en vele andere bijeenkomsten die in het land hebben plaats gevonden en waaraan door vele gemeenten is deelgenomen, is de afbakening van de objecten veelvuldig onderwerp van gesprek geweest. Op basis van de vele suggesties en vragen is dit objectenhandboek samengesteld. Het handboek tracht de voorschriften voor de afbakening van objecten inzichtelijk te maken. Het is vooral bedoeld een handreiking te bieden aan diegenen binnen gemeenten, die verantwoordelijk zullen worden voor de bijhouding van de basisregistratie gebouwen en daarmee voor de feitelijke afbakening van panden en verblijfsobjecten. Daarnaast kan het ook de afnemers meer inzicht verschaffen in de feitelijke inhoud van de registratie. Daarnaast bevat de basisregistratie gebouwen (permanente) ligplaatsen van woonboten en (permanente) standplaatsen van woonwagens. Naar aanleiding van ervaringen zijn in 2008 en 2009 enkele voorbeelden aan het objectenhandboek toegevoegd en zijn enkele correcties aangebracht. Juni 2009 Marcel Rietdijk Robin Wevers Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 3/98

18 1 Inleiding De basisregistratie gebouwen Relatie met adressen en geometrie...7 Uitgangspunten bij de objectafbakening Leeswijzer Pandafbakening Inleiding pandafbakening Beslisboom pandafbakening Vrijstaand gebouw Vrijstaand gebouw voor bewoning Aanbouwen Garageboxen, schuren, stallen Stations Kiosken Gebedshuizen Bedrijfsruimten Recreatieve gebouwen Overige gebouwen Uitzonderingen Repeterende laagbouw Rijtjeswoningen Bovenwoning, benedenwoning Twee onder één kap-woning Hoogbouw Woonflatgebouwen Kantoorflatgebouwen Overige hoogbouw Aaneengesloten bebouwing Grachtenpanden Historische rijtjesbouw Bedrijfshal(lencomplex) Nutsvoorzieningen Verblijfsobjectafbakening Inleiding verblijfsobjectafbakening Beslisboom verblijfsobject-afbakening Wonen Verblijfsobjectafbakening voor woonruimten Verblijfsobjecten in laagbouwpanden (woonruimten) Verblijfsobjecten in hoogbouwpanden, gebruikelijke bewoning (woonruimten) Verblijfsobjecten in hoogbouwpanden, bijzondere bewoning (woonruimten) Verblijfsobjecten in bijzondere panden (woonruimten) Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 4/98

19 3.3.6 Uitzonderingen Bedrijfsruimte Verblijfsobjectafbakening voor bedrijfsruimten Kantoorgebouwen Bedrijfsgebouwen Nutsvoorzieningen Verkeer en vervoer Winkels Praktijkruimten Agrarische objecten Voorzieningen Bijzondere objecten Niet-bedrijfsmatige of woon-objecten Garageboxen Sportgebouwen Uitgaansleven Recreatieve objecten (geen sport) Overige recreatieve gebouwen Gebedshuizen Geen pand en geen verblijfsobject Standplaatsen en ligplaatsen Inleiding afbakening standplaatsen en ligplaatsen Standplaatsen Ligplaatsen Index Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 5/98

20 1 Inleiding 1.1 De basisregistratie gebouwen De basisregistratie gebouwen is één van de basisregistraties die de kern zullen gaan vormen van de gegevenshuishouding van de overheid. Binnen een dergelijke (verplicht te gebruiken) basisregistratie wordt het fundament gelegd voor de eenduidige benoeming van een aantal binnen veel overheidsprocessen gebruikte objecten. Hierdoor worden de binnen deze verschillende processen gebruikte objecten onderling consistent en kunnen gegevens uit verschillende processen zo nodig aan elkaar gekoppeld worden. Het eenduidig benoemen van te registreren objecten is dan ook de belangrijkste functie van een basisregistratie. Daarnaast wordt in een basisregistratie ook een aantal gegevens vastgelegd, die binnen meerdere processen gebruikt worden en waarvan de enkelvoudige inwinning dus belangrijke voordelen kan opleveren. In de basisregistratie gebouwen worden alle met gebouwen samenhangende objecten geregistreerd. De registratie is dus een zogenaamde objectenregistratie. Dit betekent dat in de registratie bepaalde objecten concreet worden afgebakend en van een unieke aanduiding voorzien. Het zijn deze objecten waaraan vervolgens de te registreren gegevens worden opgehangen. In de basisregistratie gebouwen worden daarbij vier objecten onderscheiden: Panden Verblijfsobjecten Standplaatsen Ligplaatsen In tegenstelling tot hetgeen de naam van de registratie suggereert, komt er binnen de registratie dus geen object gebouw voor. Het definiëren van een dergelijk object bleek in de praktijk te leiden tot een onvoldoende aansluiting op de gewenste toepassing van een gebouwenregistratie. Om die reden is ervoor gekozen in plaats daarvan het object pand te definiëren. In het vervolg van dit objectenhandboek zal kortheidshalve verder worden gesproken over gebouwenregistratie. Ongeacht de gebruikte benaming (pand of gebouw) blijken er zowel in het dagelijks spraakgebruik als binnen processen verschillende betekenissen aan deze benamingen te worden toegekend. Iedereen heeft een intuïtief beeld bij een gebouw of een pand, maar niet iedereen heeft daarbij hetzelfde beeld. Het is daarom belangrijk de verschillende objecten op een goede wijze te definiëren. Van de binnen de gebouwenregistratie te registreren objecten zijn dan ook definities opgesteld. Deze in de wetgevingvoor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 vastgelegde definities luiden: Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 6/98

21 Een PAND is de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Een VERBLIJFSOBJECT is de kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is. Een LIGPLAATS is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. Een STANDPLAATS is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon -, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte. Deze definities zijn zonder veel problemen toepasbaar voor een groot aantal objecten. Vanwege de complexiteit van verschillende gebouwen is niet altijd vanzelfsprekend hoe deze definitie toegepast moet worden. In dit objectenhandboek wordt daarom een toelichting gegeven voor het op een juiste en landelijk uniforme wijze interpreteren van de definities. Een goede interpretatie van de definities is namelijk belangrijk om tot een goede objectafbakening te komen. Met de in dit objectenhandboek centraal staande term afbakening wordt daarbij bedoeld af te bakenen wat wel en wat niet een pand, verblijfsobject, standplaats of ligplaats is. In deze context wordt dus niet een geometrische afbakening (meetvoorschriften) bedoeld. In dit objectenhandboek wordt geen aandacht geschonken aan de van de verschillende objecten vast te leggen gegevens (behoudens de opmerkingen hierna over adressen en gebouwen). Deze te registreren gegevens worden beschreven in de Catalogus basisregistraties adressen en gebouwen. Gemeenten die meer willen registreren dan in de gebouwenregistratie is voorgeschreven, worden daarin nadrukkelijk vrij gelaten mits de minimaal voorgeschreven set van gegevens wordt bijgehouden. 1.2 Relatie met adressen en geometrie Alhoewel dit handboek zich richt op de gebouwenregistratie, is het van groot belang om hier de relatie met adressen en met geometrie te belichten. In de traditionele benadering speelde het begrip adres een belangrijke rol. In de basisregistraties adressen en gebouwen staan de fysieke objecten centraal (verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen). Het zijn deze objecten die in de basisregistraties adressen en gebouwen worden opgenomen en die van een nummeraanduiding/adres worden voorzien. Dit adres wordt als een eigenschap van dat object geregistreerd. Hetzelfde geldt ook voor de objectafbakening in relatie tot de wijze waarop de geometrie van het object in het terrein moet worden ingemeten. Geometrie is feitelijk niets meer en niets minder dan een verzameling coördinaten, al dan niet in combinatie met de afbeelding van het fysieke object in een model van lijnen en vlakken (de kaart). Ook geometrie is daarmee een eigenschap van het feitelijke object. De wijze waarop met adressen moet worden omgegaan is bepaald binnen de basisregistratie adressen. Adressen worden daarbij aangemerkt als een vereenvoudigde officiële naamgeving van een beperkt aantal objecten. Officiële adressen kunnen alleen nog toegekend worden aan drie soorten Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 7/98

22 (zogenaamde) adresseerbare objecttypen: verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen. Deze objecten worden dus bijgehouden in de gebouwenregistratie. De basisregistratie adressen kan worden beschouwd als een overzichtstabel van alle officiële adressen die binnen de Nederlandse overheid mogen worden gebruikt. Op deze wijze kunnen ook knelpunten bij het koppelen van registraties worden voorkomen die het gevolg zijn van de schrijfwijze. Officiële adressen toekennen aan andere objecten is dan ook niet meer mogelijk. Een adres is dus niet iets zelfstandigs met een eigen locatie (bijvoorbeeld een niet scherp afgebakend stuk grond of een plek ergens aan een straat), maar wordt aangemerkt als een eigenschap van één van deze drie objecttypen: In de oude situatie is het namelijk zeker niet altijd zo dat onder dezelfde adresgegevens in twee verschillende registraties hetzelfde iets wordt verstaan. Een adres toegekend aan een woning wordt ook gebruikt voor de monumentale pomp die zich achterin de tuin bevindt. Een sloopvergunning voor deze woning zal bij het zonder meer koppelen van registraties op adres dus worden geweigerd omdat aan de woning een vermeende status als monument hangt. De beperking tot het slechts kunnen toekennen van adressen aan enkele adresseerbare objecttypen is bedoeld om dergelijke onduidelijkheden te voorkomen. Ook geometrie wordt binnen de gebouwenregistratie gezien als een eigenschap. Binnen de gebouwenregistratie is momenteel voor panden het registreren van minimaal vlakken vanuit een bovenaanzicht voorgeschreven. Voor verblijfsobjecten is het registreren van minimaal een puntcoördinaat voorgeschreven. De keuze om voor verblijfsobjecten slechts een puntcoördinaat te registreren is gemaakt vanuit het oogpunt van haalbaarheid: het registreren van vlakken voor verblijfsobjecten is vaak gewenst maar wordt voor de meeste gemeenten niet binnen redelijke termijn haalbaar geacht. Voor de toekomst is het registreren van vlakgeometrie voor verblijfsobjecten in de gebouwenregistratie wel een serieuze optie. De geometrie waarover in dit objectenhandboek gesproken wordt, is tweedimensionale geometrie. Ook hier is een toekomstige uitbreiding van de gebouwenregistratie denkbaar door de derde dimensie toe te voegen. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 8/98

23 1.3 Uitgangspunten bij de objectafbakening Bij het afbakenen van de verschillende objecten binnen de gebouwenregistratie wordt (in samenhang met de daarbij behorende adressering) een aantal uitgangspunten gehanteerd: 1. Panden en verblijfsobjecten worden onafhankelijk van elkaar afgebakend. 2. Een object wordt als een pand afgebakend als het aan de daarvoor geldende criteria voldoet. 3. Een object wordt als een verblijfsobject afgebakend als het aan de daarvoor geldende criteria voldoet. 4. Een verblijfsobject heeft altijd minimaal één adres en bij voorkeur precies één adres. 5. Verblijfsobjecten worden binnen de panden gepositioneerd waarbinnen zij zich bevinden. Uitgangspunt 1 : panden en verblijfsobjecten worden onafhankelijk van elkaar afgebakend. Binnen het gegevensmodel van de basisregistratie gebouwen wordt onderscheid gemaakt tussen (kleinste) bouwkundige eenheden en (kleinste) gebruikseenheden. Panden zijn gedefinieerd als de (kleinste) bouwkundige eenheden; verblijfsobjecten als de (kleinste) gebruikseenheden. Bij de afbakening van panden en verblijfsobjecten wordt aan dit onderscheid vastgehouden: de afbakening van een pand vindt plaats onafhankelijk van de afbakening van verblijfsobjecten. Dit neemt natuurlijk niet weg dat er wel relaties bestaan tussen beide objecten. Verblijfsobjecten maken altijd deel uit van een pand (of van meerdere panden). Panden hoeven geen verblijfsobjecten te bevatten. Dit kan als volgt worden weergegeven: Uitgangspunt 2 : een object wordt als een pand afgebakend als het aan de daarvoor geldende criteria voldoet. Bij het afbakenen van panden geldt een aantal criteria. Deze worden in hoofdstuk 3 beschreven. Aan de hand van die criteria kan worden vastgesteld of een object als een pand moet worden aangemerkt. Voor de in hoofdstuk 3 beschreven voorbeelden heeft deze bepaling reeds plaatsgevonden en dienen de daarbij gegeven aanwijzingen te worden gevolgd. In alle gevallen geldt dat indien een object aan de criteria van een pand voldoet, dit object altijd als een pand moet worden afgebakend en in de registratie worden opgenomen. Uitgangspunt 3: een object wordt als een verblijfsobject afgebakend als het aan de daarvoor geldende criteria voldoet. Ook bij het afbakenen van verblijfsobjecten geldt een aantal criteria. Deze worden in hoofdstuk 4 beschreven. Aan de hand van die criteria kan worden vastgesteld of een object als een verblijfsobject moet worden aangemerkt. Voor de in hoofdstuk 4 beschreven voorbeelden heeft deze bepaling reeds plaatsgevonden en dienen de daarbij gegeven aanwijzingen te worden gevolgd. In alle gevallen geldt Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 9/98

24 dat indien een object aan de criteria van een verblijfsobject voldoet, dit object altijd als een verblijfsobject moet worden afgebakend en in de registratie worden opgenomen. Uitgangspunt 4 een verblijfsobject heeft altijd minimaal één adres en bij voorkeur precies één adres. In het kader van het stelsel van basisregistraties is het van belang dat een verblijfsobject altijd wordt aangeduid met tenminste één adres. Het aanwezig zijn van een adres voor een verblijfsobject is van essentieel belang voor het in het maatschappelijk verkeer kunnen aanduiden van het betreffende object. Hierbij geldt het volgende: Adressen worden alleen toegekend aan objecten die zijn aangemerkt als adresseerbaar objecttype (verblijfsobject, ligplaats en standplaats). Aan objecten die niet voldoen aan de criteria van één van deze objecttypen wordt dus geen adres toegekend. Er wordt in principe aan elk adresseerbaar object slechts één adres toegekend. Alleen in het geval dat een verblijfsobject meerdere toegangen heeft aan verschillende straten en deze toegangen een wezenlijke betekenis hebben bij het aanduiden van het object (zoals een relevante distributie ingang aan de achterzijde van een winkelstraat) kunnen nevenadressen worden toegekend. Daarbij geldt dat een nevenadres een eigenschap is van hetzelfde adresseerbaar object als het bijbehorende hoofdadres. Met het nevenadres wordt expliciet niet een bepaald gedeelte van een adresseerbaar object aangeduid. Uitgangspunt 5: verblijfsobjecten worden binnen de panden gepositioneerd waarbinnen zij zich bevinden. De als verblijfsobject aangemerkte eenheden worden altijd binnen één of meerdere panden gepositioneerd, waarbinnen zij geheel of gedeeltelijk zijn gelegen. Op het moment dat er binnen een pand geen verblijfsobjecten aanwezig zijn (bijvoorbeeld een schuur in de tuin van een woning), zal dit dus betekenen dat er sprake is van een pand zonder daarbinnen gelegen verblijfsobjecten. Hiermee ontstaat een situatie dat er verschillende soorten relaties tussen panden en verblijfsobjecten kunnen ontstaan. De volgende situaties zijn in principe mogelijk: Pand Verblijfsobject Omschrijving 1 0 Een pand zonder verblijfsobjecten. De situatie waarin een bijgebouw alleen als zodanig van belang is, zonder dat het een zelfstandige gebruikseenheid is; het gebouw is dienstbaar aan een hoofdgebouw. Een pand zonder verblijfsobjecten is in principe een bijgebouw. Een pand zonder verblijfsobjecten heeft geen adres. 1 1 Een pand met één verblijfsobject. Veel voorkomende situatie bij bijvoorbeeld vrijstaande woningen en eengezinswoningen. 1 M Een pand met een aantal verblijfsobjecten. Veel voorkomende situatie bij bijvoorbeeld flatgebouwen met portiekwoningen of galerijwoningen. N 1 Een verblijfsobject dat zich uitstrekt over meerdere panden. Soms voorkomende situatie bij doorbraken van winkels tussen enkele panden. N M Een aantal verblijfsobjecten die zich uitstrekken over meerdere panden. Weinig voorkomende situaties dat er op meerdere plaatsen doorbraken ten behoeve van verschillende verblijfsobjecten tussen meerdere panden hebben plaatsgevonden. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 10/98

25 Er is dus voor gekozen toe te laten dat een pand (in het geval van bijgebouwen) geen verblijfsobjecten kan bevatten. Door deze keuze is het toekennen van een grote hoeveelheid adressen aan nieuwe objecten niet noodzakelijk. Nadeel van deze variant is dat er van deze bijgebouwen geen eigenschappen worden bijgehouden die als attribuut op verblijfsobject-niveau zijn gedefinieerd. Indien deze gegevens voor gemeenten van belang zijn, kunnen deze eventueel als vrij gegeven in het eigen gedeelte van de registratie worden opgenomen. 1.4 Leeswijzer Het objectenhandboek is primair bedoeld voor diegenen die direct of indirect betrokken zijn bij de bijhouding van gegevens in de gebouwenregistratie en voor degenen die zich een helder beeld willen vormen van de betekenis die aan de te registreren objecten in deze registratie moet worden gegeven. De doelgroep van het objectenhandboek is dan ook: beheerders van de gebouwenregistratie leveranciers van gegevens aan de gebouwenregistratie en afnemers van informatie uit de gebouwenregistratie. In dit eerste hoofdstuk zijn de belangrijkste uitgangspunten beschreven die gehanteerd worden bij het afbakenen van panden en verblijfsobjecten. Deze uitgangspunten vormen de onderliggende logica bij de afbakening en zijn daarmee tevens het handvat voor het afbakenen van mogelijk nieuwe objecten en van objecten die in het objectenhandboek niet expliciet benoemd zijn. Hoofdstuk 2 beschrijft hoe de feitelijke afbakening van panden moet plaatsvinden. Van alle gangbare gebouwen wordt de afbakening toegelicht, veelal aan de hand van voorbeelden. Dit hoofdstuk is ingedeeld in een aantal paragrafen: vrijstaand gebouw, repeterende laagbouw, hoogbouw, aaneengesloten bebouwing, bedrijfshallencomplex en nutsvoorzieningen. Het enige doel van deze indeling is te komen tot een overzichtelijke en toegankelijke presentatie van de pandafbakening. De indeling heeft binnen de gebouwenregistratie geen andere functie. In hoofdstuk 3 komt de feitelijke afbakening van verblijfsobjecten aan de orde. Van alle gangbare eenheden van gebruik wordt de afbakening toegelicht, veelal aan de hand van voorbeelden. Ook hier is de indeling in paragrafen (wonen, bedrijfsruimte en niet-bedrijfsmatige of woonobjecten) slechts de basis voor een heldere presentatie van de afbakening en heeft deze indeling binnen de gebouwenregistratie geen andere functie. In de voorbeelden van hoofdstuk 2 en 3 wordt de afbakening aangegeven met gekleurde lijnen. Deze hebben de volgende betekenis: pandafbakening verblijfsobjectafbakening (De weergegeven lijnen beogen niet de geometrische afbakening aan te geven. Deze geometrische afbakening is een bovenaanzicht, terwijl de foto s een zijaanzicht geven. De lijnen zijn slechts een aanduiding, die aangeeft welk object bedoeld wordt.) Hoofdstuk 4 geeft een opsomming van een aantal veel voorkomende objecten, die binnen de gebouwenregistratie niet als een pand en dus ook niet als verblijfsobject worden onderscheiden (een verblijfsobject moet immers altijd zijn gelegen binnen één of meerdere panden). Omdat sommige gemeenten aan dergelijke objecten momenteel een adres toekennen, zou ten onrechte verondersteld kunnen worden dat deze objecten in de registratie opgenomen moeten worden. Het feit dat deze Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 11/98

26 objecten geen verblijfsobject zijn, impliceert overigens dat hieraan ook geen formeel adres (zoals bedoeld in de basisregistratie adressen) kan worden toegekend. In hoofdstuk 5 wordt een beschrijving gegeven van een aantal specifieke afbakeningsvraagstukken rondom standplaatsen en ligplaatsen. In tegenstelling tot de afbakening van verblijfsobjecten en panden wordt de afbakening van standplaatsen en ligplaatsen in hoge mate bepaald door de afbakeningskeuzen die een gemeente daarbij maakt. Het aantal afbakeningseisen rondom standplaatsen en ligplaatsen is dan ook beperkt. Het objectenhandboek wordt afgesloten met een index. Aan de hand van deze index is voor een groot aantal benamingen die in het dagelijks spraakgebruik worden gehanteerd bij verschillende soorten gebouwen aangegeven waar in dit handboek de afbakening van de panden en / of verblijfsobjecten wordt beschreven. Deze index is de aanbevolen ingang op het objectenhandboek. Ook de in deze index gebruikte benamingen hebben geen andere betekenis binnen de gebouwenregistratie. Om de leesbaarheid van het objectenhandboek te bevorderen, worden sommige situaties op meerdere plaatsen behandeld. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 12/98

27 2 Pandafbakening 2.1 Inleiding pandafbakening De afbakening van panden is gebaseerd op de definitie van panden: Een PAND is de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Dit betekent dat de pandafbakening afhangt van de bouwkundige constructie. In dit hoofdstuk wordt een aantal bouwkundige constructies behandeld en de wijze waarop deze constructies worden afgebakend. In veel gevallen is het bij de pandafbakening zinvol de volgende vraag te stellen: Wat gebeurt er met de rest van de bouwkundige constructie als een significant gedeelte van de constructie gesloopt zou worden? Als de rest van de constructie niet overeind zou blijven, is geen sprake van een bouwkundigconstructief zelfstandige eenheid en is het gesloopte deel dus geen afzonderlijk pand. Als de rest van de constructie wel overeind blijft, is het gesloopte deel meestal wel een afzonderlijk pand. Voorbeelden: Rijtjeswoningen: als één woning uit een serie rijtjeswoningen wordt gesloopt, blijven de andere woningen overeind staan. De verschillende rijtjeswoningen vormen afzonderlijke panden. Een portiekflatgebouw: als er één portiek tussenuit gehaald wordt, blijft de rest staan. Elk portiekflatgebouw is een afzonderlijk pand. Een galerijflatgebouw: als er een verticale eenheid tussenuit gehaald wordt, is de rest instabiel. Bovendien is het geen functioneel zelfstandige eenheid meer. Een galerijflatgebouw vormt in zijn geheel één pand. Bovenstaande voorbeelden illustreren al enkele van de problemen, die zich voor kunnen doen bij de pandafbakening. Er zijn nog legio andere vragen, die een eenduidige pandafbakening bemoeilijken: de definitie spreekt van de totstandkoming van een eenheid, wat impliceert dat een gebouw, dat in meerdere fasen is gebouwd uit meerdere panden bestaat. Het is echter niet altijd duidelijk of sprake is van meerdere bouwfasen. Bovendien zou dit betekenen, dat later aangebouwde erkers afzonderlijke panden zouden zijn. Om dergelijke ongewenste neveneffecten te voorkomen is in de definitie opgenomen dat er ook sprake moet zijn van een bij de totstandkoming functioneel zelfstandige eenheid. In het geval van een erker is daarvan geen sprake. De definitie spreekt van bouwkundig constructief zelfstandige eenheden. Een gebouw kan bestaan uit meerdere delen, die van elkaar gescheiden zijn door dilatatievoegen (bewegingsvoegen om de uitzetting en krimp tussen bouwdelen op te vangen). Een leek zal deze voegen niet of nauwelijks waarnemen; een bouwkundige zal de delen direct als afzonderlijke eenheden opvatten. Een ander probleem, dat zich voordoet bij de afbakening van panden zijn de afmetingen van een object. Bijvoorbeeld transformatorhuisjes kunnen een grootte hebben variërend van kleine blokvormige betonnen ruimtes tot objecten ter grootte van een woonhuis. Voor de kleinere transformatorhuisjes bestaat geen behoefte deze als pand af te bakenen. Daarom is in de definitie als criterium de Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 13/98

28 betreedbaarheid van een object opgenomen: een object dat niet betreedbaar is en waar een volwassen persoon niet rechtop in kan staan, wordt niet als pand aangemerkt. Een pand moet tevens afsluitbaar zijn; een open muziektent of een open kapelletje wordt niet als pand afgebakend. Een eenduidige pandafbakening is dus lastig en leidt onvermijdelijk tot het maken van keuzen. Onderstaand is aan de hand van voorbeelden uitgewerkt hoe de definitie in de praktijk moet worden geïnterpreteerd en toegepast. De pandafbakening gebeurt op bouwkundige overwegingen, de verblijfsobjectafbakening op functionele overwegingen. Veel benamingen van gebouwen zijn echter gebaseerd op de functie van het gebouw, zoals boerderij, garage, molen, postkantoor, praktijkruimte, transformatorhuisje, station en winkel. Bij de pandafbakening kan dit soms verwarrend zijn: functionele termen worden gehanteerd voor het beschrijven van de bouwkundige (pand-)afbakening. De definitie van pand spreekt van duurzaam met de aarde verbonden. Een pand is in elk geval duurzaam met de aarde verbonden als het gebouwd is op funderingen. Maar ook zonder funderingen kan een object duurzaam met de aarde verbonden zijn. Als criterium wordt binnen de gebouwenregistratie gehanteerd dat een object duurzaam met de aarde verbonden is, als het object naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Met andere woorden: een object is duurzaam met de aarde verbonden als het object geschikt is permanent te blijven staan en daar ook geplaatst is met de intentie er permanent te blijven staan. Het is dan niet meer van belang of in principe de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen. Er bestaan uitzonderlijke situaties, dat panden deels over elkaar gebouwd zijn. Dat is voor de gebouwenregistratie geen probleem. Omdat de gebouwenregistratie een objectenregistratie is, zullen deze objecten een elkaar overlappende geometrie hebben. Hoe deze gegevens op een kaart gepresenteerd worden, speelt binnen de gebouwenregistratie geen rol en is een zaak van de gebruiker van de gegevens. 2.2 Beslisboom pandafbakening Onderstaand is een beslisboom voor de pandafbakening opgenomen. Deze beslisboom is bedoeld om als toelichting te dienen op de afbakening. In de tekstuele beschrijving in de volgende paragrafen wordt de afbakening van vele objecten in detail beschreven. Bij twijfel is de definitie met de toelichting doorslaggevend en niet de beslisboom. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 14/98

29 Beslisboom pand-afbakening Was het bouwwerk bij de totstandkoming een bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid? JA NEE Het bouwwerk is geen pand Was het bouwwerk bij de totstandkoming een functioneel zelfstandige eenheid? NEE Het bouwwerk is geen pand JA Is het bouwwerk direct met de aarde verbonden? NEE Het bouwwerk is geen pand JA Is het bouwwerk duurzaam met de aarde verbonden? NEE Het bouwwerk is geen pand JA Is het bouwwerk betreedbaar? NEE Het bouwwerk is geen pand JA Is het bouwwerk afsluitbaar? NEE Het bouwwerk is geen pand JA Is het bouwwerk de kleinste eenheid die aan de bovenstaande criteria voldoet? NEE Het bouwwerk is geen pand JA Betreft het bouwwerk een uitzondering? NEE Het bouwwerk is een pand JA Het bouwwerk is geen pand Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 15/98

30 2.3 Vrijstaand gebouw Omschrijving Een vrijstaand gebouw is een gebouw dat aan alle zijden is omsloten door een eigen erf of door openbaar gebied en dat niet is verbonden met andere gebouwen. Pandafbakening Vrijstaand hoofdgebouw Een vrijstaand hoofdgebouw vormt één pand. Vrijstaand bijgebouw Een vrijstaand bijgebouw, zoals een vrijstaande garagebox, stal of boerenschuur vormt een pand. (Noot: deze bijgebouwen zijn wel een pand, maar in het algemeen geen verblijfsobject). Toelichting In de meeste gevallen wordt een vrijstaand gebouw afgebakend als één pand. Onder vrijstaand gebouw wordt onder meer niet verstaan een serie rijtjeswoningen, geschakelde woningen of een serie grachtenpanden. Gebouwen die in verschillende fasen zijn gebouwd, zijn veelal meerdere panden, omdat er sprake is van meerdere bouwkundige constructies. Erkers en dakkapellen zijn geen functioneel zelfstandige eenheden, zodat deze niet als afzonderlijk pand worden afgebakend. Eventuele ondergrondse verbindingen met andere gebouwen worden bij de pandafbakening genegeerd: de afbakening vindt plaats alsof deze ondergrondse verbinding er niet is. Flatgebouwen zijn ook vrijstaande gebouwen, maar worden in een andere paragraaf afzonderlijk behandeld (in de paragraaf hoogbouw ). Een pand wordt afgebakend op het moment van totstandkoming. Als twee vrijstaande panden door een latere verbouwing met elkaar worden verbonden (bijvoorbeeld een vrijstaande garagebox komt door een aanbouw tegen de bijbehorende woning aan te liggen), dan blijven dit in de BAG twee afzonderlijke panden. De verbindende aanbouw wordt onderdeel van één van de bestaande panden, tenzij het zelf een pand is. Dit geldt ook als één van de oorspronkelijke panden niet meer zelfstandig toegankelijk is Vrijstaand gebouw voor bewoning Vrijstaande villa s, bungalows, woonboerderijen, woonmolens, enz. zijn afzonderlijke panden. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 16/98

31 Vrijstaande Woning, Villa, Bungalow Een vrijstaande woning is altijd een pand. Daarbij is het niet van belang of de woning ook als woonruimte in gebruik is of dat er mogelijk een bedrijfsruimte in gevestigd is. Woonboerderij Een woonboerderij is een pand Aanbouwen Een aanbouw, zoals een erker of dakkapel is in het algemeen geen functioneel zelfstandige eenheid en wordt niet als afzonderlijk pand afgebakend. Ook bij een garagebox aan een woning, die later aangebouwd is, is ervoor gekozen deze garagebox niet als afzonderlijk pand af te bakenen, maar deze te beschouwen als onderdeel van de woning. Geen pand: Aanbouw Een aanbouw aan een woning is geen afzonderlijk pand. Het gebouw als geheel vormt één pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 17/98

32 Geen pand: Dakkapel Een dakkapel is geen afzonderlijk pand. De woning als geheel vormt één pand. Geen pand: Erker Een erker is geen afzonderlijk pand. De woning als geheel vormt één pand Garageboxen, schuren, stallen Een garagebox is een gebouw dat primair bedoeld is en gebruikt wordt als garage voor één of meer voertuigen. Parkeergarages vallen hier niet onder en worden anders afgebakend. Net als alle objecten moeten garageboxen, schuren en stallen voldoen aan alle criteria om als pand onderscheiden te worden. Een garagebox, schuur of stal met een open gedeelte aan een zijde (of een muur die met een doek is dichtgemaakt) voldoet niet aan het criterium afsluitbaar en wordt in de BAG niet als pand afgebakend. Een schuur of stal met op circa één meter hoogte openingen wordt wel als afsluitbaar beschouwd en als pand afgebakend. De hoofdregel bij garageboxen is dat een garagebox alleen als een pand wordt afgebakend als deze vrijstaand is. Een garagebox aan of in een woning wordt niet als afzonderlijk pand onderscheiden, maar worden gezien als onderdeel van het pand. Een vrijstaande garagebox is wel een pand (maar geen verblijfsobject, tenzij sprake is van bewoning, bedrijfsmatig of recreatief gebruik; zie voor meer details het hoofdstuk over verblijfsobjectafbakening). Er is sprake van een vrijstaande garagebox (respectievelijk stal, schuur of tuinhuisje) als de bijbehorende woonruimte en de garagebox geen gedeelde muur hebben èn de woonruimte vanuit de garagebox niet bereikt kan worden zonder in de open lucht te komen (zie onderstaande figuur). Als de garagebox en de woonruimte wel een gedeelde muur hebben òf de woonruimte bereikt kan worden zonder in de open lucht te komen (via een afgesloten ruimte, niet via een overkapping), dan is sprake van een garagebox aan of in een woning en wordt de garagebox (stal/schuur) niet als Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 18/98

33 afzonderlijk pand onderscheiden. Hierbij maakt het niet uit of de garagebox eventueel een latere bouwdatum heeft dan de woning. Hetzelfde geldt voor schuren, stallen en tuinhuisjes. Als een schuur niet aangebouwd is aan de erbij horende woning, maar aan de buurwoning, wordt deze schuur ook als vrijstaand aangemerkt en dus als pand afgebakend, aangezien de schuur met de buurwoning geen functioneel zelfstandige eenheid vormt. Gedeelde muur Alleen bereikbaar via de open lucht Geen vrijstaande garagebox Gedeelde muur Bereikbaar via binnendeur Geen vrijstaande garagebox Geen gedeelde muur Alleen bereikbaar via de open lucht Vrijstaande garagebox Geen gedeelde muur Bereikbaar via afgesloten verbinding Geen vrijstaande garagebox De schuur heeft een gedeelde muur met de buurwoning Vrijstaande garagebox Een serie garageboxen wordt afgebakend als meerdere panden: elke garagebox is een pand. Ook als er sprake is van twee series garageboxen, die ruggelings tegen elkaar aan liggen, geldt dat elke garagebox als afzonderlijk pand wordt afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 19/98

34 Ook een stal, silo, schaapskooi, boerenschuur, kas, of loods is een afzonderlijk pand als deze vrijstaand is en direct en duurzaam met de aarde verbonden is. Dat betekent dat bijvoorbeeld ook Romneyloodsen als pand in de BAG opgenomen worden, tenzij deze voor tijdelijk gebruik zijn. Silo s, die bestaan uit verplaatsbare, verticale containers met een opening aan de onderkant, zijn geen pand. Hobbykassen (meestal voor privé-gebruik in tuinen bij particulieren) worden niet als pand afgebakend. Ook hooibergen zijn geen pand. Vrijstaande schuren worden soms wel en soms niet als pand afgebakend. Een schuur die naar aard en inrichting bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven, wordt wel als pand afgebakend; een schuur waarbij dat niet het geval is, wordt niet als pand afgebakend. Dat betekent dat een vrijstaande schuur in elk geval wel als pand wordt afgebakend als: deze vergunningplichtig is òf het een stenen schuur is òf de schuur een eigen fundering heeft òf de schuur deel uitmaakt van de oorspronkelijke bouwplannen voor een kavel. Een schuur is vrijwel altijd vergunningplichtig als deze meerdere verdiepingen heeft, een oppervlak heeft groter dan 50 m 2, als het perceel voor meer dan de helft bebouwd is, of als de hoogte meer is dan 3 meter. Een schuur is geen pand als: het een houten of kunststof schuur betreft, die niet vergunningplichtig is en die geen eigen fundering heeft en geen deel uitmaakt van het oorspronkelijke bouwplan en die naar aard en inrichting beperkte duurzaamheid heeft. Een schuur die naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven, is een pand. Dat geldt ook als deze schuur één bouwkundig geheel vormt met de schuur van de buurwoning. Toelichting: vaak zijn schuren van naast elkaar gelegen woningen aan elkaar gebouwd (bijvoorbeeld de schuren van huisnummers 1 en 3 zijn één bouwkundige constructie met twee gescheiden ruimten). Van buitenaf is veelal niet zichtbaar in hoeverre de tussenmuur deel uitmaakt van de bouwkundige constructie en of er volgens de panddefinitie sprake is van één dan wel twee panden. Daarom is ervoor gekozen dergelijke aangrenzende schuren altijd als afzonderlijke panden af te bakenen. Als twee schuren aan elkaar grenzen, en één van die schuren staat wel vrij van de bijbehorende woning en de andere niet, dan wordt alleen de vrijstaande schuur als pand afgebakend (mits deze naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.) Vrijstaande garagebox Een vrijstaande garagebox is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 20/98

35 Garagebox verbonden met woning via een overkapping Een garagebox (respectievelijk stal, schuur of tuinhuisje) die geen gedeelde muur heeft met de woning èn die niet bereikt kan worden zonder in de open lucht te komen, geldt als vrijstaand en is daarom een pand. Serie garageboxen Een serie garageboxen bestaat uit meerdere panden: elke garagebox is een pand. Geen pand: Garagebox aan woning Een garagebox aan een woning wordt beschouwd als onderdeel van de woning en is geen afzonderlijk pand. Ook als de garageboxen van een later datum zijn dan de woning, is de garagebox geen pand. Geen pand: Garagebox in woning Een garagebox in een woning wordt beschouwd als onderdeel van de woning en is geen afzonderlijk pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 21/98

36 Silo Een vrijstaande silo, die direct en duurzaam met de aarde verbonden is, is een pand. Stal Een stal met een open gedeelte op circa één meter hoogte, is een pand. Geen pand: Container -silo Een verplaatsbare container -silo is geen afzonderlijk pand. Busgarage Een (aflsuitbare) busgarage is een zelfstandig pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 22/98

37 Stenen schuur Een vrijstaande stenen schuur wordt als pand afgebakend. Schuur Een vrijstaande houten schuur bij nieuwbouw, die deel uitmaakt van het oorspronkelijke bouwplan wordt als pand afgebakend. Twee (of meer) aangrenzende stenen schuren Twee (of meer) vrijstaande aangrenzende schuren worden als twee (of meer) panden afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 23/98

38 Geen pand: Prefab schuur Een prefab houten schuur (zoals verkocht in bijvoorbeeld bouwmarkten en tuincentra) wordt niet als afzonderlijk pand afgebakend. Noot: Dit betreft de prefab schuren zoals verkocht in bijvoorbeeld bouwmarkten. Overige prefab gebouwen worden afzonderlijk getoetst aan de criteria voor pand. (Romney-)loods Een loods (bijvoorbeeld een Romneyloods) wordt als pand afgebakend, tenzij deze voor tijdelijk gebruik is neergezet. Kas Een kas wordt als pand afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 24/98

39 Geen pand: Hobbykas Een hobbykas wordt niet als pand afgebakend. Tuinhuisje Een vrijstaand tuinhuisje wordt als pand afgebakend Stations Stationsgebouwen (zowel bus-, metro-, -, tram-, - als treinstationsgebouwen) zijn er in diverse soorten en maten. Op stations die enkel bestaan uit een perron met een afgesloten wachtruimte (eventueel met kaartautomaat) wordt geen pand en dus geen verblijfsobject onderscheiden. Bij grotere stations die beschikken over een afsluitbare ruimte ingericht voor commerciële activiteiten (zoals bemande kaartverkoop en bemande snackbar) wordt het stationsgebouw wel als pand afgebakend. Ondergrondse metrostations worden altijd als afzonderlijk pand afgebakend, ook als deze eventueel niet afsluitbaar zijn. Stationsgebouw / NS-stationsgebouw / busstationsgebouw / tramstationsgebouw /metrostationsgebouw Een stationsgebouw met een afsluitbare ruimte ingericht voor commerciële activiteiten, (zoals bemande kaartverkoop en bemande snackbar) wordt als pand afgebakend. Een ondergronds metrostation is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 25/98

40 Klein stationsgebouw Een klein stationsgebouw met commerciële activiteiten (zoals bemande kaartverkoop en bemande snackbar) wordt als pand afgebakend. Geen pand: Klein stationsgebouw Een stationsgebouw dat enkel bestaat uit een wachtruimte is geen pand Kiosken Een kiosk is een op pleinen of in brede straten of op stations gesitueerd paviljoenachtig, vaak houten gebouwtje, waar onder meer kranten, versnaperingen en bloemen verkocht worden. Een kiosk wordt in het algemeen als pand afgebakend als de kiosk naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Met andere woorden: als de kiosk een permanent karakter heeft. Bovendien moet de kiosk afsluitbaar en betreedbaar zijn. Een open muziektent is geen pand. Indien zich onder de muziektent een afsluitbare en betreedbare opslagruimte bevindt, wordt deze opslagruimte aangemerkt als pand (en als verblijfsobject). Een kiosk van tijdelijke aard, zoals bijvoorbeeld een tijdelijke bloemenkiosk, viskraam of oliebollentent wordt niet als pand wordt afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 26/98

41 (Vrijstaande) Kiosk Een kiosk is een pand als de kiosk naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Vaak betreft het snackbars, tijdschriften- en bloemenkraampjes. Geen pand: Niet-verankerde kiosk Een kiosk, die niet naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven is geen pand. Noot: een niet-verankerde kiosk wordt ook niet als standplaats benoemd. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 27/98

42 Geen pand: Muziektent Een (open) muziektent is geen pand Gebedshuizen Een kerk, kapel, dom, moskee of synagoge, is in de praktijk altijd een afzonderlijke bouwkundige constructie en wordt als afzonderlijk pand afgebakend, mits deze afsluitbaar en betreedbaar is. Kerk, Kapel, Dom, Moskee, Synagoge Een vrijstaande kerk, kapel, dom, moskee of synagoge is een pand Bedrijfsruimten Bedrijfsruimten zijn in veel gevallen ook vrijstaande gebouwen, die eveneens als pand afgebakend worden. Denk hierbij aan bedrijfsgebouwen, kantoorgebouwen, boerderijen, (vrijstaande) postkantoren, postsorteerbedrijven en vrijstaande praktijkruimten van onder meer huisarts, tandarts en fysiotherapeut. Maar ook meer exotische gebouwen als molens en vuurtorens zijn panden. Bij een benzinestation wordt het bijbehorende gebouw (meestal met de kassa en een eventuele winkel) als pand afgebakend. Dat geldt zowel voor bemande als onbemande benzinestations. Een onbemand benzinestation zonder gebouw is geen pand. Een windturbine is geen pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 28/98

43 (Vrijstaand) Bedrijfsgebouw / (vrijstaand) kantoorgebouw Een vrijstaand bedrijfsgebouw of kantoorgebouw is een zelfstandig pand. Het soort bedrijvigheid (industrie, kantoorruimte of anderszins) heeft geen invloed op de pandafbakening. Benzinestation Een benzinestation is een zelfstandig pand. Vrijstaande huisartsenpraktijk / tandartsenpraktijk / fysiotherapiepraktijk Een vrijstaande praktijkruimte is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 29/98

44 Molen Een molen is een pand. Dit geldt zowel voor windmolens als voor watermolens. (Vrijstaand) Postkantoor Een vrijstaand postkantoor is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 30/98

45 Vuurtoren Een vuurtoren is een pand Recreatieve gebouwen Veel gebouwen hebben een recreatieve functie: bioscoop, concertgebouw, evenementenhal, expositiehal, kinderboerderij, museum en sporthal. In brede zin vallen hieronder ook: bibliotheek, buurtcentrum en wijkcentrum. Vrijwel altijd betreft dit zelfstandige constructies die als pand afgebakend worden. Ook een recreatiewoning of vakantiebungalow in een bungalowpark wordt als pand afgebakend, mits deze naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Tourcaravans voldoen daar niet aan. Stacaravans, die veel te vinden zijn op recreatieterreinen, voldoen daar evenmin aan: stacaravans worden meestal met een trailer aangevoerd en kunnen desgewenst per seizoen op een andere plaats neergezet worden. Wanneer meerdere stacaravans aaneen worden gebouwd of anderszins sprake is van een samenvoeging van "verplaatsbare" delen wordt in dit objectenhandboek gesproken van een chalet. Een chalet wordt als pand afgebakend. Een stadion als geheel is niet een pand: de afzonderlijke bouwkundige eenheden van een stadion vormen afzonderlijke panden, mits het afsluitbare eenheden zijn. Een tribune is geen pand. Bibliotheek Een (vrijstaande) bibliotheek is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 31/98

46 (Tour)caravan Een (tour)caravan is geen afzonderlijk pand. Stacaravan Een stacaravan is geen afzonderlijk pand. Chalet Een chalet (al dan niet op een recreatieterrein) is een afzonderlijk pand Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 32/98

47 Recreatiewoning Een recreatiewoning (al dan niet op een recreatieterrein) is een pand. Stadion De afzonderlijke bouwkundige eenheden van een stadion vormen afzonderlijke panden, mits het afsluitbare eenheden zijn. Een tribune is geen afzonderlijk pand Overige gebouwen Een aantal gebouwen valt niet onder één van de voornoemde categorieën, zoals congrescentrum, congresgebouw, fort, gevangenis en school. Ook deze gebouwen zijn vrijwel altijd zelfstandige constructies, die één pand zijn. Ook kastelen, sloten, paleizen, kazernegebouwen en kloosters zijn panden. Een brugwachtershuisje dat betreedbaar en afsluitbaar is, wordt als pand afgebakend. Openbare toiletten die overwegend het karakter hebben van straatmeubilair zijn geen pand.hieronder vallen naast mobiele toiletboxen, onder meer ook geautomatiseerde toiletten (waarbij volautomatisch de toiletten worden gereinigd; meestal tegen betaling) en in de straat wegzinkbare urinoirs. Een afsluitbaar toiletgebouw van grotere omvang is wel een pand (en tevens een verblijfsobject). Een toiletgebouw op een camping wordt eveneens als pand afgebakend. Multifunctionele gebouwen worden voor de pandafbakening beoordeeld op bouwkundige aspecten: elke bouwkundige eenheid is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 33/98

48 Fort Een fort is een pand. Klooster Een klooster is een pand. Paleis, kasteel, slot Een paleis, kasteel of slot is een pand. School Een school is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 34/98

49 Brugwachtershuisje Een brugwachtershuisje dat betreedbaar en afsluitbaar is, is een pand Uitzonderingen Ondergrondse metrostations voldoen niet altijd geheel aan de definitie van pand. De in Nederland voorkomende ondergrondse metrostations zijn echter alle van zodanige afmetingen dat het gewenst wordt geacht deze afzonderlijk als pand te onderscheiden. Huizenblokken, rijtjeswoningen, twee onder één kap-woningen en series grachtenpanden worden niet behandeld als vrijstaande gebouwen, ook al zijn ze als geheel meestal omsloten door openbaar grondgebied en zijn ze niet verbonden met andere gebouwen. De afhandeling van deze gebouwen wordt besproken in de volgende paragrafen. Garageboxen aan een woning die later aangebouwd zijn, vormen geen afzonderlijk pand ook al betreft het een zelfstandige bouwkundige constructie. Een windturbine voldoet in principe aan de criteria voor een pand, maar wordt toch niet als zodanig afgebakend. 2.4 Repeterende laagbouw Omschrijving Bij repeterende laagbouw gaat het om gebouwen die bestaan uit meerdere objecten, die onderling zijn verbonden en die een repeterende dakconstructie hebben. Vaak betreft dit woonruimte. Ook repeterende (laagbouw-) bedrijfsruimten kunnen als repeterende laagbouw worden aangemerkt. Pandafbakening Repeterende laagbouw Elke afzonderlijke verticale eenheid in repeterende laagbouw wordt als afzonderlijk pand afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 35/98

50 Twee onder één kap-woning De twee onder één kap-woning is een speciale vorm van repeterende laagbouw: beide eenheden vormen een afzonderlijk pand. Toelichting Elke eenheid van de repeterende laagbouw is een pand. Als één van de eenheden in een rijtje gesloopt zou worden, blijven de andere eenheden staan. Ze worden daarom als afzonderlijke panden beschouwd Rijtjeswoningen Elke woning in een serie rijtjeswoningen is een afzonderlijk pand. Woningen die worden beschouwd als speciale voorkomens van rijtjeswoningen en dus op dezelfde wijze behandeld worden zijn hoekwoningen en tussenwoningen. Hoekwoning, Een hoekwoning is de laatste rijtjeswoning van een rijtje. Tussenwoning Elke rijtjeswoning die geen hoekwoning is, is een tussenwoning. Een geschakelde woning is eveneens een bijzonder voorkomen van rijtjeswoningen. Een geschakelde woning is door een aanbouw verbonden met een ander gebouw. Deze gebouwen hebben een repeterende dakconstructie. De aanbouw betreft meestal een garagebox; deze garagebox is geen pand maar wordt gezien als onderdeel van het pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 36/98

51 Rijtjeswoning Elke rijtjeswoning is een pand Bovenwoning, benedenwoning Een rijtjeswoning kan gesplitst zijn in een benedenwoning- en een bovenwoning. Beneden- en bovenwoning vormen gezamenlijk één pand. Incidenteel bevindt zich tussen boven- en benedenwoning nog een tussenwoning. Ook deze maakt deel uit van het pand. Bovenwoning, benedenwoning, tussenwoning Een bovenwoning en een benedenwoning vormen gezamenlijk één pand. Een eventuele tussenwoning maakt eveneens deel uit van het pand Twee onder één kap-woning Twee onder één kap-gebouwen zijn gebouwen, die bestaan uit twee zelfstandige eenheden meestal woningen met één doorlopende dakconstructie. Deze beschouwen we hier als een bijzondere vorm van repeterende laagbouw. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 37/98

52 Als één van de twee woningen gesloopt zou worden, blijft de andere woning staan en de twee woningen worden daarom als afzonderlijke panden beschouwd. Om die reden worden de beide eenheden van een twee onder één kap-woning als afzonderlijke panden afgebakend. Eventuele garageboxen aan een woning zijn geen panden, maar worden beschouwd als deel van het pand waar de garagebox bij hoort. Twee onder één kap-woning De twee eenheden worden afgebakend als twee panden. 2.5 Hoogbouw Omschrijving De meeste hoogbouw betreft flatgebouwen. Een flatgebouw is een sterk repeterend gebouw bestaande uit vele bouwlagen. Pandafbakening Flatgebouw Een flatgebouw, bestaande uit een aantal bouwlagen en met een enkele centrale ingang, is één pand. Flatgebouw met meerdere ingangen/trappenhuizen (portiekflatgebouwen) Elk blok behorende bij een trappenhuis is een pand. Een flatgebouw met meerdere ingangen met trappenhuizen bestaat uit evenveel panden als er ingangen met trappenhuizen zijn. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 38/98

53 Galerijflatgebouw Een bouwkundige constructie van een galerijflatgebouw is één pand. Hoogbouw met loopbrug De hoogbouw wordt afgebakend volgens bovenstaande regels. De loopbrug zelf wordt alleen als pand onderscheiden als er zich in of op de loopbrug één of meer verblijfsobjecten bevinden. Toelichting De gedachtengang achter de afbakening van hoogbouw is de constructie: een galerijflatgebouw is één geheel dat instabiel wordt als er een deel wordt verwijderd. Galerijflatgebouwen met eigen ingangen die bestaan uit twee bouwkundige eenheden worden daarom ook als twee panden afgebakend, bijvoorbeeld een knikgalerij zoals deze in de Bijlmer te vinden zijn. Flatgebouwen met meerdere hoofdingangen en trappenhuizen bestaan uit zelfstandige constructieve eenheden, die in principe blijven staan als de andere portieken zouden worden gesloopt. Een hoofdingang is daarbij een collectieve ingang, die tevens bedoeld is voor bezoekers en leveranciers, en waarbij zich een trappenhuis en/of lift bevindt. Meestal bevinden zich daar de brievenbussen Woonflatgebouwen Voorbeelden van flatgebouwen voor bewoning zijn bejaardentehuizen, seniorenwoningen en verzorgingstehuizen. Ziekenhuizen zijn geen flatgebouwen voor bewoning, maar worden wel in deze paragraaf behandeld. Trappenhuizen bij flatgebouwen maken meestal deel uit van het flatgebouw. Incidenteel is een trappenhuis een zelfstandig bouwwerk dat slechts met het flatgebouw verbonden is door galerijen of loopbruggen. Als dat het geval is en het trappenhuis bovendien afsluitbaar is, wordt het trappenhuis als pand afgebakend. Hetzelfde geldt voor liften: als een liftgebouw bestaat uit een zelfstandig bouwwerk dat slechts met het flatgebouw verbonden is door galerijen of loopbruggen en het liftgebouw bovendien afsluitbaar is, wordt het liftgebouw als pand afgebakend. Publieke liften in openbaar gebied (bijvoorbeeld van perron naar perron) zijn geen pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 39/98

54 Galerijflatgebouw Een galerijflatgebouw ofwel een flatgebouw met een enkele hoofdingang vormt één pand. Trappenhuis of liftgebouw Een vrijstaand, afsluitbaar trappenhuis of liftgebouw is een pand. Noot: het trappenhuis of liftgebouw is geen verblijfsobject. Geen pand: Trappenhuis of liftgebouw Een niet afsluitbaar publiek trappenhuis of liftgebouw is geen pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 40/98

55 Flatgebouw met meerdere ingangen De woonobjecten behorende bij één hoofdingang vormen één pand. Een flatgebouw met meerdere hoofdingangen bestaat uit evenveel panden als dat er hoofdingangen zijn. Aanleunwoning Elke afzonderlijke bouwkundige constructie met aanleunwoningen is een pand. Bejaardentehuis Een bejaardentehuis is een pand. Seniorenwoning Een seniorenwoning is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 41/98

56 Verzorgingstehuis Een verzorgingstehuis is een pand. Ziekenhuis Een ziekenhuis is één of meer panden Kantoorflatgebouwen Kantoorflatgebouw Een kantoorflatgebouw is één pand als het een zelfstandige bouwkundige constructie is. Als het kantoorflatgebouw uit meerdere bouwkundige eenheden bestaat, is sprake van meerdere panden. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 42/98

57 Hoogbouw met loopbrug De afzonderlijke gebouwen worden afzonderlijk als pand afgebakend. De loopbrug is een pand als er zich bijvoorbeeld een restaurant, winkels of woonobjecten bevinden Overige hoogbouw Een parkeergarage die een zelfstandig geheel vormt, is een afzonderlijk pand. Dat geldt ook voor ondergrondse parkeergarages. Parkeergarage Een parkeergarage is een zelfstandig pand, mits de parkeergarage afsluitbaar is. (Een parkeergarage enkel afgesloten met een slagboom geldt niet als afsluitbaar). Ondergrondse parkeergarage Een ondergrondse parkeergarage is een zelfstandig pand, mits de parkeergarage afsluitbaar is. (Een parkeergarage enkel afgesloten met een slagboom geldt niet als afsluitbaar). Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 43/98

58 2.6 Aaneengesloten bebouwing Omschrijving Aaneengesloten bebouwing betreft woningen, die je veelal aantreft in huizenblokken in steden: aaneengesloten series afzonderlijke woningen. Bijvoorbeeld grachtenpanden of herenhuizen. De woningen zijn direct aansluitend gelegen, maar zijn meestal niet gelijktijdig of middels een andere bouwconstructie gebouwd. Pandafbakening Aaneengesloten bebouwing De woningen binnen aaneengesloten bebouwing vormen elk een pand. Toelichting Een grachtenpand of herenhuis is een zelfstandige bouwkundige constructie en wordt daarom afgebakend als een afzonderlijk pand Grachtenpanden Grachtenpanden en herenhuizen worden als afzonderlijke panden afgebakend. Een reeks grachtenpanden bestaat uit meerdere panden. Grachtenpand, Herenhuis Elk afzonderlijk grachtenpand wordt als één pand afgebakend Historische rijtjesbouw Historische rijtjesbouw: Onder historische rijtjesbouw wordt verstaan het in veel wijken uit de eerste helft van de vorige eeuw voorkomende type bebouwing, waarbij sprake was van het in een enkele bouwstroom bouwen van twee- of drielaagse woningen. Visueel uit dit zich onder meer in het duidelijk herkenbaar zijn van een bepaald repeterend uiterlijk. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 44/98

59 Historische rijtjeswoningen worden behandeld als aaneengesloten bebouwing. Elke afzonderlijke woning is een pand. Historische rijtjesbouw Bij historische rijtjesbouw wordt elke woning als één pand afgebakend. 2.7 Bedrijfshal(lencomplex) Omschrijving Een bedrijfshallencomplex is een complex waarin een aantal bedrijfshallen is gelegen en dat als geheel in eenmaal is gebouwd. Pandafbakening Bedrijfshallencomplex Een bedrijfshallencomplex bestaat uit een constructie met stalen raamwerken. Een bedrijfshallencomplex is één pand. Toelichting Het afbakenen van een bedrijfshallencomplex als één pand wijkt af van de gehanteerde logica. Als er één raamwerk wordt verwijderd, blijven de overige raamwerken staan. Dit zou leiden tot het afbakenen van één pand per raamwerk. In de praktijk blijkt dit niet goed uitvoerbaar te zijn. Om deze reden is ervoor gekozen een bedrijfshallencomplex als één pand af te bakenen. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 45/98

60 Bedrijfshallencomplex Een bedrijfshallencomplex wordt als pand afgebakend. 2.8 Nutsvoorzieningen In de elektriciteitsvoorziening wordt de opgewekte stroom gedistribueerd via hoogspanningskabels. Deze hoogspanning wordt vanuit elektriciteitscentrales (hoofdvoedingsstations) getransporteerd naar verdeelstations, van waaruit het getransporteerd wordt naar transformatorhuisjes. De gebouwen in elektriciteitscentrales en de verdeelstations worden als pand afgebakend. Transformatorhuisjes zijn er in vele soorten en maten: de hedendaagse transformatorhuisjes zijn prefab huisjes in verschillende standaard maten meestal ongeveer 2x2 meter en 1½ meter hoog. Deze huisjes zijn niet betreedbaar; onderhoud vindt van buitenaf plaats. Deze hedendaagse transformatorhuisjes worden niet als pand afgebakend (en evenmin als verblijfsobject). Oudere transformatorhuisjes hebben open systemen en zijn kwetsbaar voor water. Daarom vindt onderhoud binnen plaats. Deze transformatorhuisjes zijn daarom toegankelijk: ze hebben één of meer deuren en zijn goed betreedbaar. Ze hebben vaak de grootte van een klein woonhuis. Deze transformatorhuisjes worden wel als pand (en als verblijfsobject) afgebakend. Voor telecommunicatie bestaat een groot aantal gebouwen en andere voorzieningen: telefooncentrales, straalzendertorens, opstelpunten, straalzendmasten, versterkerkasten, kabelverdelerhuisjes en straatmeubilair. Telefooncentrales zijn grote en minder grote (vanaf circa 30 m 2 ) centrale punten in de telecommunicatie. Het zijn grote gebouwen die als pand afgebakend worden. Vaak staat bij een telefooncentrale ook een straalzendertoren: een hoge toren van waaruit de signalen doorgestuurd worden. Straalzendertorens komen ook op diverse plaatsen in de natuur voor. Een straalzendertoren wordt eveneens als afzonderlijk pand onderscheiden. Opstelpunten zijn straalzendmasten: wat kleinere torens van 30 à 40 meter hoogte, die dienst doen als steunpunten voor een netwerk. Hieronder vallen bijvoorbeeld de GSM-masten en C2000-masten. Deze opstelpunten worden niet als pand afgebakend. Aan de voet van een mast staat soms een bouwwerk dat in grootte vergelijkbaar is met een betreedbaar transformatorhuisje; een dergelijk gebouw bij een mast wordt als pand afgebakend. Versterkerkasten zijn relatief kleine gebouwen (van circa 2x2 meter op een stuk grond van meestal zo n 20 m 2 ) zonder ramen, waar het binnenkomend signaal versterkt en verspreid wordt. Versterkerkasten worden niet als pand afgebakend. Kabelverdelerhuisjes of kabelverdelers zijn kastjes van enkele tientallen centimeter hoogte en zijn derhalve geen pand. Straatmeubilair zijn kleinere voorzieningen zonder toegangsdeur en dus niet betreedbaar. Straatmeubilair wordt niet als pand afgebakend. In het kader van waterbeheer zijn verschillende panden te onderscheiden. Allereerst zijn er de (riool)waterzuiveringsinstallaties. Dit zijn grote installaties met grote waterbakken en één of meer gebouwen. De gebouwen worden als afzonderlijke panden afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 46/98

61 Daarnaast kennen we gemalen. Bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie bevindt zich een (riool)gemaal, dat zorgt voor de aanvoer van rioolwater naar de installatie. Dit zijn industrieel gebouwde ruimten (veelal prefab), meestal bestaande uit een betonnen ruimte met een flinke pomp. Rioolgemalen bevinden zich vaak deels ondergronds. Bovengronds zie je in dat geval veelal slechts een kleine ruimte met een toegangsdeur. Ondergrondse rioolgemalen of andere ondergrondse objecten zijn niet of nauwelijks herkenbaar en worden alleen dan als pand afgebakend, als er sprake is van een verticale toegangsdeur en een betreedbare ruimte. Bovengrondse rioolgemalen hebben altijd een toegangsdeur en een betreedbare ruimte en worden altijd als pand afgebakend. De meer bekende gemalen zijn de gemalen, die het waterpeil in een gebied op het gewenste niveau houden. Dit gebeurt met hoofdgemalen en onderbemalingen. Hoofdgemalen zijn daarbij grote gebouwen met grote installaties, die oppervlaktewater uitpompen op rivieren en randmeren. Onderbemalingen betreft betonnen ruimtes van circa 2x2 meter circa 2 meter hoog/diep, vaak ondergronds. Bovengronds zie je in dat geval enkel een kastje voor de stroomvoorziening en eventueel een (roestvrijstalen) toegangsdeur. De kelders zijn betreedbaar voor onderhoud. De gebouwen van een hoofdgemaal worden als panden afgebakend. Ondergrondse onderbemalingen zijn niet of nauwelijks herkenbaar en worden alleen dan als pand afgebakend, als zich bovengronds een toegangsdeur en een betreedbare ruimte bevindt. Volledig bovengrondse onderbemalingen hebben altijd een toegangsdeur en een betreedbare ruimte en worden als pand afgebakend. Sluizen zijn beweegbare waterkeringen. Een sluis kan open en dicht met deuren of schuiven. Er bestaan verschillende soorten sluizen: schutsluizen, keersluizen, in- en uitlaatsluizen of combinaties hiervan. Sluizen zijn geen gebouwen en ze worden niet als pand afgebakend. Wel kunnen zich bij de sluizen gebouwen bevinden met technische installaties. Deze sluisgebouwen worden op dezelfde wijze afgebakend als de onderbemalingen: een sluisgebouw wordt als pand afgebakend als deze een toegangsdeur en een betreedbare ruimte heeft. Met stuwen wordt de waterstand geregeld in bijvoorbeeld een sloot of een beek. Het is meestal een beweegbare klep in het water, waarachter het water blijft staan. Soms worden ze met de hand bediend. Steeds vaker werken ze automatisch en zijn ze op afstand met computers te bedienen. Stuwen zijn nodig om te voorkomen dat water te snel wegstroomt waardoor de aangrenzende landbouwgronden en natuurgebieden zouden verdrogen. Stuwen zijn geen gebouwen en ze worden niet als pand afgebakend. Elektriciteitscentrale, Hoofdvoedingsstation Elk afzonderlijk gebouw in een elektriciteitscentrale (een zogenaamd hoofdvoedingsstation waar hoogspanningskabels binnenkomen en lagere spanning uit gaat) is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 47/98

62 Verdeelstation elektriciteit Verdeelstations bevinden zich tussen elektriciteitscentrales en transformatorhuisjes. Een verdeelstation heeft de grootte van een woning en vormt een afzonderlijk pand. Transformatorhuisje Een betreedbare transformatorhuisje met normale toegangsdeur(en) vormt een pand. Verdeelstations en ouderwetse transformatorhuisjes zijn moeilijk te onderscheiden. Voor de pandafbakening en de verblijfsobjectafbakening maakt het geen verschil: beide zijn één pand met één verblijfsobject. De hedendaagse prefab transformatorhuisjes waar onderhoud van buitenaf plaats vindt, zijn geen pand. Telefooncentrale Een telefooncentrale is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 48/98

63 Straalzendertoren Een straalzendertoren is een pand. Telefooncentrale Een telefooncentrale is een pand. Geen pand: Kabelverdelerhuisjes Een kabelverdelerhuisje is geen pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 49/98

64 Geen pand: C2000-mast Een C2000-mast is geen pand (en geen verblijfsobject). Geen pand: GSM-mast Een GSM-mast is geen pand (en geen verblijfsobject). Gebouw bij GSM-mast of C2000-mast Een gebouw bij een C2000-mast of een GSMmast is een pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 50/98

65 Hoofdgemaal Een hoofdgemaal is een pand. Onderbemaling Een onderbemaling is een pand als zich bovengronds een toegangsdeur en een betreedbare ruimte bevindt. Geen pand: Onderbemaling Een onderbemaling is geen pand als zich bovengronds geen verticale toegangsdeur en betreedbare ruimte bevindt. Rioolgemaal Een rioolgemaal is een pand als zich bovengronds een toegangsdeur en een betreedbare ruimte bevindt. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 51/98

66 Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 52/98

67 Geen pand: Rioolgemaal Een rioolgemaal is geen pand als er geen (verticale) toegangsdeur en betreedbare ruimte is. Waterzuiveringsinstallatie Een waterzuiveringsinstallatie bestaat uit één of meer vrijstaande gebouwen. Elk afzonderlijk gebouw is een pand. De waterbakken vormen geen panden. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 53/98

68 3 Verblijfsobjectafbakening 3.1 Inleiding verblijfsobjectafbakening De afbakening van verblijfsobjecten is gebaseerd op de definitie van verblijfsobjecten: Een VERBLIJFSOBJECT is de kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is. In deze definitie (waarin dus de functie van een eenheid centraal staat) worden enkele aanduidingen gebruikt die toelichting behoeven: Gedeelde verkeersruimte Met gedeelde verkeersruimten worden ruimten bedoeld als portalen en trappenhuizen, die gedeeld worden door meerdere verblijfsobjecten. Gedeelde verkeersruimten verbinden verblijfsobjecten met de openbare ruimte. Deze portalen en trappenhuizen maken geen deel uit van een verblijfsobject. De gangen in een studentenflat worden ook beschouwd als gedeelde verkeersruimte. Een gang met daaraan alleen kantoorruimten geldt niet als gedeelde verkeersruimte. Goederenrechtelijke rechtshandelingen Er dient sprake te zijn van een eenheid van gebruik die zelfstandig onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen, zoals koop of verkoop. Hiermee wordt beoogd eenheden van gebruik die dienstbaar zijn aan een andere eenheid van gebruik (bijvoorbeeld een garage in de tuin van een woning) niet als een afzonderlijke eenheid van gebruik aan te merken, tenzij er duidelijk sprake is van een afwijkende vorm van gebruik (zie hierna). Ook wordt hiermee voorkomen dat cellen in een gevangeniscomplex of kamers in een hotel als afzonderlijk verblijfsobject worden aangemerkt. Samenhangend gebruik / kleinste eenheid Een object kan alleen een verblijfsobject zijn als er sprake is van de kleinste eenheid : in de praktijk betekent dit, dat sprake moet zijn van aaneengesloten samenhangend gebruik (waarbij het gaat om samenhangend gebruik in de ruimte en niet in de tijd). Het kan zijn dat er weliswaar sprake is van een samenhangend gebruik, maar dat er geen sprake is van aaneengesloten gebruik, omdat het gebruik is verspreid over uit elkaar gelegen eenheden binnen één of meer panden. Voorbeelden hiervan zijn een kelderbox bij een flatwoning of een vrijstaande garagebox. Deze objecten maken geen deel uit van het verblijfsobject (de flatwoning respectievelijk de woning) en krijgen pas een concrete betekenis in termen van een verblijfsobject indien het gebruik ervan een zelfstandig karakter krijgt (voorbeeld: er vestigt zich een bedrijf in een garage). Het aaneengesloten samenhangend gebruik kan zich uitstrekken over meerdere aaneengesloten panden. Dit is het geval bij doorbraken tussen eenheden in naast elkaar gelegen panden. Afsluitbaarheid Een verblijfsobject moet afsluitbaar zijn. Kamers in ziekenhuizen zijn niet afsluitbaar en zijn dus geen verblijfsobjecten. Er kan sprake zijn van meerdere afsluitbare schillen: bijvoorbeeld een afsluitbare winkel in een afsluitbaar overdekt winkelcentrum. Bij het vaststellen van de afbakening van een verblijfsobject wordt gezocht naar de feitelijke eenheid van gebruik. Hierbij geldt dat van binnen naar buiten wordt geredeneerd. De binnenste Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 54/98

69 eigen voordeur wordt daarbij als bepalend aangemerkt. Achter de binnenste (afsluitbare) voordeur begint het verblijfsobject. Voor de afsluitbare winkel in het afsluitbare winkelcentrum betekent dit, dat deze winkel een verblijfsobject vormt. Een ander voorbeeld is de dokterspraktijk. Indien er sprake is van een dokterspraktijk met een voordeur waarachter zich de doktersruimte bevindt èn een toegang tot de woning is sprake van een enkel verblijfsobject. Indien de toegang tot de dokterspraktijk via een zij-ingang is, is sprake van een tweetal verblijfsobjecten. Geen dienstbaarheid Een verblijfsobject moet functioneel zelfstandig zijn. Dat betekent dat afzonderlijke afbakening van een verblijfsobject niet plaats vindt in die gevallen dat er sprake is van een object dat wat betreft het daadwerkelijke gebruik dienstbaar moet worden geacht aan een andere eenheid van gebruik (bijvoorbeeld een garage in de tuin). In het vervolg van dit hoofdstuk worden vele voorbeelden gegeven als toelichting. Daarbij geldt, dat voor het afbakenen van verblijfsobjecten de definitie met bovenstaande toelichting leidend is. Voorbeeld: als bij de voorbeelden staat, dat een kapel als verblijfsobject wordt afgebakend, dan geldt dat voor gangbare kapellen. Betreft het echter een open, niet-afsluitbare kapel, dan wordt deze niet als verblijfsobject afgebakend, omdat afsluitbaarheid voorwaarde is voor het afbakenen van een verblijfsobject. Definitie en toelichting op de definitie zijn dus belangrijker dan de voorbeelden. Bijzondere aandacht verdient het criterium van het functioneel zelfstandig zijn. Dit speelt met name bij bijgebouwen. Bijgebouwen zijn gebouwen die een ondersteunende functie hebben voor een ander gebouw. Voorbeelden zijn vrijstaande garageboxen, silo s, stallen, schaapskooien, toiletgebouwen op campings en schuren. Bijgebouwen zijn wel afgebakend als pand, maar worden in principe niet als verblijfsobject afgebakend. Als een bijgebouw een zelfstandige functie krijgt (bijvoorbeeld als een bedrijf zich in een garage heeft gevestigd of als een deel van een bedrijfsruimte als zelfstandige woonruimte in gebruik is genomen), dan is er geen sprake meer van een bijgebouw en wordt het wel als verblijfsobject afgebakend. Ook bedrijfsruimten blijken in de praktijk tot veel onduidelijkheid te leiden. In principe geldt dat een ruimte als verblijfsobject wordt aangemerkt als van daaruit een bedrijf zelfstandig opereert. Een dergelijke situatie doet zich in elk geval niet voor als er achter een gemeenschappelijke voordeur geen sprake is van eigen eenheden, omdat alle voorzieningen worden gedeeld en er geen afgesloten eenheden vallen te onderscheiden (innovatiecenters met startende bedrijfjes). Er is sprake van een verblijfsobject als vanuit dit object een bedrijf zelfstandig opereert, zonder dat er sprake is van een substantiële afhankelijkheid van voorzieningen in andere ruimten binnen het pand. Dit betekent dat er bij kantoorgebouwen in het algemeen sprake is van een afzonderlijk verblijfsobject per zelfstandig opererende gebruiker. Hierbij geldt dat in verband met adrestoekenningen één en ander vaak niet eenvoudig beheerbaar blijkt te zijn. In die gevallen gelden de volgende aanbevelingen: Binnen panden waarbinnen zich initieel een enkel bedrijf vestigt, wordt een enkel verblijfsobject afgebakend. Indien het pand zich leent voor de vestiging van meerdere bedrijven, wordt aanbevolen vooraf rekening te houden met het mogelijk op een later tijdstip moeten toekennen van meerdere adressen. Hiertoe kan eventueel vooraf met de eigenaar een concept nummeringplan worden vastgesteld, waarbij bepaalde nummers worden gereserveerd voor bepaalde gedeelten binnen een pand. In panden waarin meerdere bedrijven gehuisvest zijn, worden veelal meerdere verblijfsobjecten onderscheiden. Als zich in een dergelijk pand nieuwe bedrijven vestigen, kunnen nieuwe verblijfsobjecten ontstaan. Het wordt aanbevolen deze nieuwe eenheden pas de status van verblijfsobject (en dus een eigen adres) te geven, indien daartoe door de beheerder/verhuurder Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 55/98

70 of huurder een verzoek wordt ingediend (ook wel bekend als het piep-systeem ). Op deze wijze wordt de uitvoerbaarheid van het kunnen benoemen van verblijfsobjecten gekoppeld aan de wens van bedrijven een eigen adres te verkrijgen. Deze wens wordt overigens alleen gehonoreerd, als deze past binnen logica van de adresseerbare objecten. Indien een dergelijk verzoek niet wordt ingediend (niet elk bedrijf zal een eigen adres even belangrijk vinden) zullen er geen extra verblijfsobjecten worden gecreëerd en kunnen er dus meerdere gebruikers in een enkel verblijfsobject gevestigd zijn. Eventuele vraagstukken voortvloeiend uit het ontbreken van afzonderlijke verblijfsobjecten (bijvoorbeeld in de sfeer van belastingen) zouden in dat geval ten laste van de eigenaar / beheerder moeten komen. Overigens kan in zo n geval ook een melding van een afnemer aanleiding geven om een situatie opnieuw te bekijken. In alle gevallen geldt dat van de beheerder van de gebouwenregistratie pas onderzoeksactiviteiten worden verwacht indien zij een melding ontvangen (geen verplichte actieve opsporing dus). 3.2 Beslisboom verblijfsobject-afbakening Onderstaand is een beslisboom voor de verblijfsobjecten opgenomen. Deze beslisboom is bedoeld als toelichting op de afbakening. In de tekstuele beschrijving in de volgende paragrafen wordt de afbakening van vele objecten in detail beschreven. Bij twijfel is de definitie met de toelichting doorslaggevend en niet de beslisboom. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 56/98

71 Beslisboom verblijfsobject-afbakening Is de ruimte gelegen binnen één of meer panden? JA NEE De ruimte is geen verblijfsobject Is er sprake van aaneengesloten samenhangend gebruik? JA NEE De ruimte is geen verblijfsobject Is de ruimte geschikt voor woondoeleinden? NEE Is de ruimte geschikt voor bedrijfsmatige doeleinden? NEE Is de ruimte geschikt voor recreatieve doeleinden? NEE Betreft het een garagebox deel uitmakend van een serie? NEE De ruimte is geen verblijfsobject JA JA JA JA Is de ruimte ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg? NEE Is de ruimte ontsloten via een eigen toegang vanaf een erf? NEE Is de ruimte ontsloten via een eigen toegang vanaf een gedeelde verkeersruimte? NEE De ruimte is geen verblijfsobject JA JA JA Is de ruimte dermate groot dat een persoon er duurzaam kan verblijven? JA Heeft de ruimte een afsluitbare toegang? JA Kan de ruimte onderwerp zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen? JA Is de ruimte de kleinste eenheid die aan de bovenstaande criteria voldoet? JA Is de ruimte dienstbaar aan een andere eenheid van gebruik? NEE Betreft het bouwwerk een uitzondering? NEE De ruimte is een verblijfsobject NEE NEE NEE NEE JA JA De ruimte is geen verblijfsobject De ruimte is geen verblijfsobject De ruimte is geen verblijfsobject De ruimte is geen verblijfsobject De ruimte is geen verblijfsobject De ruimte is geen verblijfsobject Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 57/98

72 3.3 Wonen Verblijfsobjectafbakening voor woonruimten Woonobjecten zijn verblijfsobjecten als ze deel uitmaken van een pand en een eigen afsluitbare toegang hebben vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte. Dit geldt ongeacht het soort pand waarin het woonobject zich bevindt zoals vrijstaande woning, rijtjeshuis, twee onder één kap-woning, flatwoning en galerijflatwoning. Dat betekent dat als een pand uit meerdere zelfstandige afsluitbare woonobjecten bestaat, elk van deze woonobjecten wordt onderscheiden als afzonderlijk verblijfsobject, mits deze een eigen afsluitbare toegang heeft vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte. Is er geen eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte), dan wordt het woonobject niet als afzonderlijk verblijfsobject onderscheiden. Voorbeelden van woonobjecten zijn appartementen, semi-bungalows, bungalows, villa s, landhuizen, woonboerderijen en molens die als woning in gebruik zijn Verblijfsobjecten in laagbouwpanden (woonruimten) Een villa, bungalow of semi-bungalow is één pand met in het algemeen één verblijfsobject. Bij meervoudige bewoning met meerdere toegangen (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) worden meerdere verblijfsobjecten afgebakend. Elke rijtjeswoning wordt aangemerkt als een verblijfsobject. Een hoekwoning, tussenwoning of historische rijtjesbouw wordt op dezelfde wijze afgebakend: bij enkelvoudige bewoning is het één pand met één verblijfsobject. In het geval dat er een afzonderlijke boven- en benedenwoning zijn met eigen toegang is het één pand met twee verblijfsobjecten. Ook geschakelde woningen worden overeenkomstig afgebakend. Geschakelde woningen zijn met elkaar verbonden middels een aanbouw. Meestal betreft deze aanbouw een garagebox. Deze garagebox is geen pand of verblijfsobject, maar wordt gezien als onderdeel van het pand en van het verblijfsobject. Bij een grachtenpand kan sprake zijn van enkelvoudige bewoning of er kan een onderverdeling zijn aangebracht in afzonderlijke eenheden. Een grachtenpand dat is onderverdeeld in een aantal studentenkamers kamergewijs wordt verhuurd, zal in het algemeen slechts één toegang hebben en daarom één verblijfsobject zijn. Een herenhuis wordt op dezelfde wijze afgehandeld als een grachtenpand. Een benedenwoning is een etagewoning onder een ander object. Een bovenwoning is een etagewoning boven een ander object. Beneden- en bovenwoning vormen samen één geheel en vormen gezamenlijk één pand met twee verblijfsobjecten. Een eventuele tussenwoning met eigen toegang wordt eveneens als verblijfsobject afgebakend. Een vakantiehuisje, zomerhuisje, chalet of recreatiewoning is een eenheid, die oorspronkelijk bedoeld is voor tijdelijke bewoning gedurende vakantieperiodes. In de praktijk komt ook permanente bewoning voor. Hieronder vallen alle vakantiehuisjes of bungalows op bungalowparken en recreatieterreinen. Deze worden als afzonderlijke verblijfsobjecten afgebakend, voor zover deze als panden afgebakend zijn. Een type woning dat in oude kernen soms voorkomt, zijn de twee-over-één-trap woningen. In een twee-over-één-trap woning moet men via het trappenhuis de (hal van de) woning van iemand anders Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 58/98

73 doorkruisen om de eigen woning te bereiken. Er is geen sprake van een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg of een gedeelde verkeersruimte. Volgens de definitie van verblijfsobjecten zouden deze eenheden geen verblijfsobjecten zijn. In deze gevallen is dat ongewenst en wordt een uitzondering op de definitie gemaakt: de eenheden bij een twee-over-één-trap woning worden wel als afzonderlijke verblijfsobjecten afgebakend. Benedenwoning / Bovenwoning / Tussenwoning Een benedenwoning is een verblijfsobject. Een bovenwoning is een verblijfsobject. Een eventuele tussenwoning is een verblijfsobject. Bungalow Een bungalow is bij enkelvoudige bewoning (één pand met) één verblijfsobject. Chalet Een chalet (al dan niet op een recreatieterrein) is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 59/98

74 Grachtenpand Elke zelfstandige afsluitbare eenheid van het grachtenpand met een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) is een verblijfsobject. Rijtjeswoning Elke rijtjeswoning wordt aangemerkt als een verblijfsobject. In het geval de rijtjeswoning is onderverdeeld in een beneden- en bovenwoning met een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) worden beide als afzonderlijke verblijfsobjecten onderscheiden. Twee onder één kap-woning Een twee onder één kap-woning, waarvan elke eenheid enkelvoudig bewoond wordt, bestaat uit twee verblijfsobjecten. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 60/98

75 Recreatiewoning Een recreatiewoning (vrijstaand of als onderdeel van een rijtje) is een verblijfsobject, mits het een pand is en er een eigen afsluitbare toegang is (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Vakantiehuisje Een vakantiehuisje (vrijstaand of als onderdeel van een rijtje) is een verblijfsobject, mits er een eigen afsluitbare toegang is (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Vrijstaande woning, villa, bungalow Een vrijstaande woning of villa is bij enkelvoudige bewoning (één pand met) één verblijfsobject Verblijfsobjecten in hoogbouwpanden, gebruikelijke bewoning (woonruimten) De verblijfsobjectafbakening in een flatgebouw, een flatgebouw met portieken, een galerijflatgebouw, en hoogbouw met loopbrug vindt alle op deze wijze plaats: elk afzonderlijk woonobject (flatwoning, galerijwoning) met een eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) is een verblijfsobject. Een maisonnette is een etagewoning met een eigen toegang die deel uitmaakt van een complex van woningen, waarbij woon- en slaapverdieping boven elkaar liggen. Elke maisonnette is een verblijfsobject. Een appartement is een zelfstandig afsluitbaar woonobject in een groter geheel. Een appartement bevindt zich veelal in een flatgebouw of een grachtenpand, maar kan ook in andere panden voorkomen. Elk appartement met een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 61/98

76 Studentenhuisvesting kan betrekking hebben op alle vormen van bewoning: studentenhuizen, studentenflats en appartementen. De pandafbakening is niet anders dan bij andere bewoning. Voor het afbakenen van de verblijfsobjecten gelden de reguliere afbakeningsvoorschriften. dat de individuele woonobjecten alleen dan als afzonderlijke verblijfsobjecten worden afgebakend als deze oorspronkelijk ontworpen en gebouwd zijn als studentenhuisvesting. De gemeenschappelijke gang wordt in dat geval beschouwd als een gedeelde verkeersruimte, terwijl de gang in een studentenhuis op dezelfde wijze wordt beoordeeld als een gang in een woonhuis en derhalve niet als gedeelde verkeersruimte wordt gezien. Met andere woorden: bij studentenhuisvesting in studentenflats worden de individuele studenteneenheden als verblijfsobject afgebakend, maar bijvoorbeeld studentenkamers in studentenhuizen die door kamerverhuurbedrijven worden verhuurd, zijn geen verblijfsobjecten. Ook studentenkamers bij een hospes/hospita of in een pension zijn geen verblijfsobject. Gewijzigd: Deze uitzondering vervalt, zie toelichting in bijgevoegde oplegnotitie. Flatwoning, Galerijwoning De afzonderlijke flatwoningen zijn afzonderlijke verblijfsobjecten Verblijfsobjecten in hoogbouwpanden, bijzondere bewoning (woonruimten) Een bejaardenwoning of seniorenwoning is een pand of complex van panden waar senioren of bejaarden gehuisvest zijn. De gebruikelijke situatie voor een bejaardentehuis zal zijn een groot bejaardentehuis dat beschouwd wordt als één pand met vele verblijfsobjecten. Een verzorgings(te)huis is een pand waar mensen gehuisvest zijn en verzorgd worden die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Als het verzorgingshuis bestaat uit een complex van meerdere panden, wordt elk pand als verblijfsobject onderscheiden (mits ook aan de andere criteria voor het afbakenen van verblijfsobjecten is voldaan). De afzonderlijke woonobjecten zijn geen onderwerp van goederenrechtelijke rechtshandelingen (zoals koop of verkoop) en daarom geen verblijfsobject. Gewijzigd: Deze uitzondering vervalt, zie toelichting in bijgevoegde oplegnotitie. Aanleunwoningen zijn op zichzelf staande eenheden in de buurt van een verzorgingstehuis, waarbij bewoners terug kunnen vallen op voorzieningen van het verzorgingstehuis. Aanleunwoningen kunnen bijvoorbeeld vrijstaand zijn, één van een rijtje, flatwoningen of appartementen. Elke aanleunwoning met een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) is één verblijfsobject. Een ziekenhuis is een pand voor de verzorging van zieken. Er is geen sprake van bewoning. Een ziekenhuis als geheel zal in het algemeen als één verblijfsobject aangemerkt worden. Als er echter meerdere zelfstandige panden zijn, kunnen deze als afzonderlijke verblijfsobjecten onderscheiden worden. De gebruikelijke situatie zal zijn, dat een groot ziekenhuis beschouwd wordt als één pand met één verblijfsobject. Een kliniek is hetzelfde als een ziekenhuis. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 62/98

77 Eventuele inpandige zelfstandige ruimten (zoals bijvoorbeeld een zelfstandig afsluitbaar restaurant of een zelfstandig functionerende en afsluitbare praktijk voor fysiotherapie) worden als verblijfsobject onderscheiden mits ze beschikken over een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Dat geldt ook als de toegang tot deze ruimte loopt via een hal of gang van het ziekenhuis. Bekeken vanuit de zelfstandige praktijkruimte of restaurant in het ziekenhuis functioneren de hal en de gangen van het ziekenhuis als gedeelde verkeersruimte. Ruimtes voor specialistische artsen en poliklinieken worden beschouwd als integraal onderdeel van het ziekenhuis en worden niet als verblijfsobjecten afgebakend. Een kazernegebouw heeft geen woonobjecten met eigen toegangen vanaf een openbare ruimte en wordt afgebakend als één pand met één verblijfsobject. Aanleunwoning Elke afzonderlijke aanleunwoning is een verblijfsobject. Bejaardentehuis, Seniorenwoning Elke afzonderlijke eenheid in een bejaardentehuis is een verblijfsobject. Verzorgingstehuis Een verzorgingstehuis bestaat meestal uit één verblijfsobject, omdat de wooneenheden geen onderwerp kunnen zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen. Gewijzigd: Deze uitzondering vervalt, zie toelichting in bijgevoegde oplegnotitie. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 63/98

78 Ziekenhuis Een ziekenhuis is één verblijfsobject. Als een ziekenhuis uit meer dan één pand bestaat, worden deze panden als verblijfsobject afgebakend als deze een zelfstandige functie hebben. Kazernegebouw Een kazernegebouw is een verblijfsobject Verblijfsobjecten in bijzondere panden (woonruimten) Een woonboerderij is een voormalige boerderij waarin alléén gewoond wordt en geen bedrijfsmatige activiteiten meer worden ondernomen. De agrarische bedrijfsruimten zijn veelal als woonruimten in gebruik. Een woonboerderij wordt afgebakend als een pand met één verblijfsobject; bij meervoudige bewoning worden meerdere verblijfsobjecten onderscheiden, mits er sprake is van een eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Een molen, die als woonruimte in gebruik zijn, wordt afgebakend als één pand met één verblijfsobject. Een kasteel, paleis of slot die als woonruimte in gebruik is, wordt afgebakend als één pand met één of meer verblijfsobjecten: elk woonobject met een eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) is een verblijfsobject. Een klooster dat nog in gebruik is als klooster zal in het algemeen bestaan uit één pand met één verblijfsobject, omdat geen sprake is van zelfstandige afsluitbare eenheden, die onderwerp kunnen zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen. Is het klooster anderszins in gebruik (conferentiecentrum, bewoning), dan vindt verblijfsobjectafbakening plaats conform de voorschriften voor de betreffende objecten. Ook bij een kindertehuis zijn geen zelfstandige afsluitbare eenheden en worden de afzonderlijke eenheden niet als verblijfsobjecten afgebakend. Eventuele garageboxen in of aan de woning, die geen zelfstandige woon-, bedrijfsmatige of recreatieve functie hebben, zijn geen pand en ook geen verblijfsobject (zie voor meer details de betreffende paragraaf). Vrijstaande garageboxen zijn wel als pand onderscheiden, maar zijn geen Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 64/98

79 verblijfsobject. Uitzondering daarop zijn series garageboxen, waarbij elke garagebox als pand èn als verblijfsobject wordt afgebakend (met dus een eigen adres). Een gevangenis wordt als één verblijfsobject afgebakend. De cellen in de gevangenis zijn geen verblijfsobject, omdat deze geen onderwerp kunnen zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen Uitzonderingen De eenheden in een twee-over-één-trap woningen worden als afzonderlijke verblijfsobjecten afgebakend. Dit is in strijd met de definitie van verblijfsobject, maar strikte toepassing van de definitie zou hier tot een ongewenste afbakening leiden. 3.4 Bedrijfsruimte Verblijfsobjectafbakening voor bedrijfsruimten Een bedrijfsruimte is een verblijfsobject, als deze deel uitmaakt van een pand en een eigen afsluitbare toegang heeft vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte. Dit geldt ongeacht het soort pand waarin de bedrijfsruimte zich bevindt zoals in een woning, onderin een flatgebouw, in een kantoorgebouw en in een fabriek. Het geldt ook, als het pand gelegen is op een (groot) bedrijfsterrein van één bedrijf met mogelijk een centrale toegang en een centraal hoofdgebouw. De panden op een dergelijk terrein, die bedrijfsmatig in gebruik zijn en zelfstandig voldoen aan de criteria die gelden voor de verblijfsobject-afbakening, worden als verblijfsobject afgebakend en krijgen dus ook een eigen adres. Dit geldt bijvoorbeeld voor kantoorpanden op haventerreinen, die deel uit maken van het bedrijfsterrein van een groot bedrijf/multinational. Als een pand uit meerdere zelfstandige afsluitbare bedrijfsruimten bestaat, wordt elk van deze bedrijfsruimten onderscheiden als verblijfsobject, mits deze een eigen afsluitbare toegang heeft vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte. Is er geen eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte), dan wordt de bedrijfsruimte niet als afzonderlijk verblijfsobject onderscheiden. Bij bedrijfsruimten is deze wijze van verblijfsobjectafbakening minder eenvoudig en eenduidig dan bij woonruimten. In hoeverre is er bij bedrijven sprake van een eigen toegang vanaf een gedeelde verkeersruimte in bijvoorbeeld een bedrijfsverzamelgebouw? Hoe gaan we om met winkels in afsluitbare winkelcentra? Eén en ander wordt onderstaand geïllustreerd aan de hand van voorbeelden Kantoorgebouwen Voorbeelden van kantoorgebouwen zijn een gemeentehuis, stadhuis of politiebureau. Ook een kasteel of klooster dat in gebruik is als kantoorruimte wordt op de zelfde wijze afgebakend: elke bedrijfsruimte, die zich in een pand bevindt en een eigen toegang heeft (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) is een verblijfsobject. Een kantoorpand is een laagbouw-pand dat kantoorruimte bevat. Er kan één bedrijf in gehuisvest zijn of meerdere bedrijven. Een kantoorpand met één bedrijf is één verblijfsobject. Zijn er meer bedrijven in een kantoorpand gevestigd dan is elke bedrijfsruimte met een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) een verblijfsobject. Een kantoorflatgebouw is een flatgebouw met kantoorruimte. Er kan één bedrijf in gehuisvest zijn of meerdere bedrijven. Als er meerdere bedrijven in het kantoorflatgebouw gehuisvest zijn, bevinden zich op de respectievelijke verdiepingen de toegangen tot de afzonderlijke bedrijven (anders is sprake van een bedrijfsverzamelgebouw). Er is dan een gezamenlijke toegangshal, maar geen centrale receptie. Elke verdieping wordt in principe als verblijfsobject afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 65/98

80 Consequentie van deze wijze van afbakenen kan zijn, dat er voor een bedrijf dat op meerdere verdiepingen gehuisvest is in een kantoorflatgebouw er meerdere verblijfsobjecten worden afgebakend (voor elke verdieping één). De gemeente kan ervoor kiezen deze afbakening direct volledig te hanteren (en alle verdiepingen van een adres te voorzien) op het moment, dat zich een tweede bedrijf in een kantoorflatgebouw vestigt. De gemeente kan er ook voor kiezen pas adressen toe te kennen telkens op het moment dat daaraan behoefte ontstaat, namelijk op de momenten dat zich op een nieuwe verdieping een nieuw bedrijf vestigt. In het laatste geval is het raadzaam op voorhand een huisnummerplan op te stellen. De afbakening van verdiepingen als verblijfsobject vindt plaats als de gemeente via één van de werkprocessen erachter komt, dat sprake is van een extra bedrijf of als de beheerder hier om vraagt. Van de gemeente wordt niet verwacht dat deze actief onderzoek gaat plegen. Een bedrijfsverzamelgebouw is bestemd voor de huisvesting van meerdere bedrijven (meestal kantoren). Het bedrijfsverzamelgebouw beschikt over een gemeenschappelijke toegangsvoorziening (een centrale receptie). Er is daarom sprake van één verblijfsobject. Bedrijven aan huis of bedrijven onderin een flatgebouw betreffen veelal kantoorruimten. Deze bedrijven worden als verblijfsobjecten afgebakend, mits ze een eigen afsluitbare toegang hebben (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) en tevens aan de andere criteria voldoen voor het afbakenen van verblijfsobjecten. Bedrijf aan huis Een bedrijf aan huis (veelal een kantoorruimte) is een verblijfsobject als dit een eigen afsluitbare toegang heeft (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Bedrijf onder flatgebouw Een bedrijf onderin een flatgebouw veelal een kantoorruimte is een verblijfsobject als dit een eigen afsluitbare toegang heeft (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 66/98

81 Bedrijfsverzamelgebouw Een bedrijfsverzamelgebouw wordt aangemerkt als één pand met één verblijfsobject. Kantoorflatgebouw met één organisatie Een kantoorflatgebouw met één bedrijf of organisatie is één verblijfsobject. Kantoorpand Een kantoorpand met één toegang is een verblijfsobject. Stadhuis / Gemeentehuis Een stadhuis of gemeentehuis is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 67/98

82 3.4.3 Bedrijfsgebouwen Op bedrijfsterreinen bevinden zich naast vele kantoorgebouwen ook veel bedrijfshallen en fabrieken. In een fabriek worden stoffen of goederen uit grondstoffen geproduceerd. Een fabriek is doorgaans één verblijfsobject. Een bedrijfshal is veelal onderdeel van een bedrijfshallencomplex: een complex van bedrijfshallen dat als geheel in eenmaal is gebouwd. De scheidingen tussen de bedrijfshallen zijn meer of minder duurzaam, maar zijn in principe zonder bouwkundige consequenties te verwijderen, omdat de constructie veelal bestaat uit een stalen raamwerk. Elke afgescheiden hal met een eigen toegang vormt een verblijfsobject dat begrensd wordt door de afscheidingen binnen het gebouw. Een garagebedrijf, een garagewerkplaats en een (bemand of onbemand) benzinestation, die als pand afgebakend is, is een verblijfsobject, tenzij het benzinestation integraal onderdeel is van het garagebedrijf; in dat geval is slechts sprake van één verblijfsobject. Een onbemand benzinestation zonder gebouw krijgt dus géén eigen adres. Een laboratorium en een studiogebouw zijn verblijfsobjecten, mits het een zelfstandige ruimte betreft met een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Een intern magazijn is geen verblijfsobject. Een groot magazijn/distributiecentrum is een verblijfsobject. Bij (veelal inpandige) opslagruimtes voor bijvoorbeeld tijdelijke opslag van meubels en dergelijke vormen de afzonderlijke eenheden geen verblijfsobject. Vaak betreft dit verhuurbare eenheden. Het totaal van eenheden (mits in één pand) vormt in zijn geheel één verblijfsobject. Benzinestation Een benzinestation is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 68/98

83 Magazijn Een magazijn met een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte) is een verblijfsobject. Opslagruimte Bij opslagruimten vormen de afzonderlijke eenheden geen verblijfsobject. Het totaal van eenheden vormt in zijn geheel één verblijfsobject. Bedrijfshal Een bedrijfshal bestaat meestal uit meerdere verblijfsobjecten. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 69/98

84 3.4.4 Nutsvoorzieningen Het hoofdpand van een elektriciteitscentrale wordt als verblijfsobject afgebakend. Een verdeelstation wordt ook als verblijfsobject afgebakend. Een betreedbaar transformatorhuisje is eveneens een verblijfsobject. Een niet-betreedbaar transformatorhuisje is geen pand (zie voor meer details het hoofdstuk over pandafbakening) en geen verblijfsobject. De gebouwen voor telecommunicatie, die als pand zijn afgebakend, zijn tevens verblijfsobjecten. Dit geldt voor telefooncentrales en straalzendertorens. Opstelpunten, straalzendmasten, versterkerkasten, kabelverdelerhuisjes en GSM-masten zijn geen pand en geen verblijfsobject. Het hoofdpand van een waterzuiveringsinstallatie wordt als verblijfsobject afgebakend. Het hoofdpand van een waterleidingstation of een gasdistributiestation wordt tevens als verblijfsobject afgebakend. Een ondergrondse of bovengrondse onderbemaling die als pand is afgebakend, is ook een verblijfsobject. Ondergrondse onderbemalingen die niet als pand zijn afgebakend, zijn dus ook geen verblijfsobject. Een gemaal dat als pand is afgebakend is tevens een verblijfsobject. Transformatorhuisje Een betreedbaar transformatorhuisje met normale toegangsdeur(en) vormt een verblijfsobject. De hedendaagse prefab transformatorhuisjes waar onderhoud van buitenaf plaats vindt, zijn geen pand en geen verblijfsobject. Telefooncentrale Een telefooncentrale is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 70/98

85 Straalzendertoren Een straalzendertoren is een verblijfsobject. Telefooncentrale Een telefooncentrale is een verblijfsobject. Waterzuiveringsinstallatie Het hoofdgebouw van een waterzuiveringsinstallatie is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 71/98

86 Hoofdgemaal Een hoofdgemaal is een verblijfsobject. Onderbemaling Een onderbemaling, die als pand is afgebakend is tevens een verblijfsobject Verkeer en vervoer Bij de beschrijving van de pandafbakening van stationsgebouwen (zowel bus-, metro-, tram-, als treinstationsgebouw) is aangegeven, wanneer stations al dan niet als pand worden afgebakend. Stationsgebouwen, die niet als pand zijn afgebakend, zijn per definitie ook geen verblijfsobject: bijvoorbeeld een wachtruimte op een perron is geen verblijfsobject. Een ondergronds metrostation is altijd één pand en één verblijfsobject (als het ondergrondse metrostation meerdere ingangen heeft, kan er overigens sprake zijn van een hoofdadres en meerdere nevenadressen). In grote stations bevinden zich veelal winkels, kiosken en dergelijke. Deze objecten vormen eveneens een verblijfsobject als ze een eigen afsluitbare toegang hebben (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Bekeken vanuit de winkels en kiosken in het station functioneert de hal van het station als gedeelde verkeersruimte. Dat betekent dat winkels in stationshallen in het algemeen als verblijfsobject worden afgebakend. Een parkeergarage, die als pand is afgebakend is tevens een verblijfsobject. Ook een gezamenlijke garage onder een flatgebouw is een verblijfsobject mits deze afsluitbaar is. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 72/98

87 Stationsgebouw / NS-stationsgebouw / busstationsgebouw / tramstationsgebouw /metrostationsgebouw Een stationsgebouw, dat een pand is, is tevens een verblijfsobject. Bevinden zich bedrijven of winkels in het station, dan vormen deze eveneens een verblijfsobject als ze een eigen afsluitbare toegang hebben (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Parkeergarage Een parkeergarage die als pand is afgebakend is een verblijfsobject Winkels Ervan uitgaande dat elke winkel een eigen afsluitbare toegang heeft (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte), vormt elke winkel een afzonderlijk verblijfsobject. Veelal bevinden winkels zich onder woningen of flatgebouwen. Voor de pandafbakening en de verblijfsobjectafbakening maakt dit geen verschil. De panden worden afgebakend zoals dat is voorgeschreven en de winkels zijn ook hier afzonderlijke verblijfsobjecten. Ook een kiosk die als pand afgebakend is, is een verblijfsobject. Een autoshowroom is een bijzondere vorm van een winkel en wordt op dezelfde wijze afgebakend. Een complicatie kan zich voordoen als onder een aantal (oorspronkelijk afzonderlijke) panden muren op de begane grond zijn doorgebroken om daar winkelruimte te creëren (bijvoorbeeld een supermarkt op de begane grond van een flatgebouw). De oorspronkelijke indeling in panden blijft van kracht. De winkel wordt als één verblijfsobject onderscheiden. Er kan zo een n-op-m relatie tussen pand en verblijfsobject ontstaan. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 73/98

88 Kiosk Elke kiosk, die als pand is afgebakend, is tevens een verblijfsobject. Winkel Een winkel onder een woning is een verblijfsobject. Winkel in overdekt winkelcentrum Een winkel in een overdekt winkelcentrum is een verblijfsobject. Winkel in winkelstraat Een winkel in een winkelstraat is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 74/98

89 Winkel op een loopbrug Een winkel op een loopbrug is een verblijfsobject Praktijkruimten Een vrijstaande praktijkruimte van huisarts, tandarts of voor fysiotherapie is altijd een verblijfsobject als dit als pand is afgebakend. Vaak zijn praktijkruimten van huisarts of tandarts inpandig in bijvoorbeeld het woonhuis van de huisarts of tandarts; in dat geval wordt de praktijkruimte alleen dan als verblijfsobject afgebakend als de ruimte beschikt over een eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Beschikt de ruimte niet over een dergelijke eigen toegang dan is de ruimte geen verblijfsobject. Huisartsenpraktijk / tandartsenpraktijk / fysiotherapiepraktijk Een praktijkruimte vormt een afzonderlijk verblijfsobject, mits deze een eigen afsluitbare toegang heeft (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Een inpandige praktijkruimte zonder eigen toegang is geen afzonderlijke verblijfsobject Agrarische objecten Een boerderij is een boerenbedrijf met meestal één of meer bijgebouwen en omliggend land, van waaruit agrarische activiteiten worden ondernomen. De boerderij heeft vrijwel altijd tevens woonvoorzieningen. Het hoofdgebouw van de boerderij is een verblijfsobject. Veelal bestaat dit hoofdgebouw uit een woongedeelte en een agrarisch gedeelte (bijvoorbeeld een stal). Dit agrarische gedeelte wordt beschouwd als dienstbaar en wordt niet als afzonderlijk verblijfsobject onderscheiden. Dat geldt ook als de bedrijfsvoering van het boerenbedrijf bijvoorbeeld in een maatschap wordt gevoerd. Er worden bij de boerderij alleen dan extra verblijfsobjecten onderscheiden als er sprake is van een object (of objecten) dat volledig aan de definitie voor verblijfsobjecten voldoet, bijvoorbeeld een zelfstandige woning of een zelfstandig bedrijf. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 75/98

90 Bij meervoudige bewoning zijn er meer verblijfsobjecten, mits deze beschikken over een eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Ook bij een manege en een viskwekerij wordt het hoofdgebouw als verblijfsobject afgebakend of eventueel als meerdere verblijfsobjecten bij meervoudige bewoning. Een stal, (boeren)schuur, kas of schaapskooi, wordt beschouwd als bijgebouw en wordt niet afgebakend als verblijfsobject. Uitzondering zijn daarbij stallen, schuren, kassen, garageboxen en schaapskooien, die niet in de nabijheid van de bijbehorende boerderij of woning staan en waarvan niet duidelijk is bij welke boerderij deze objecten horen. Deze stallen en schuren worden wel als verblijfsobject afgebakend. Als er sprake is van meer afgelegen stallen/schuren/kassen bij elkaar wordt bij deze stallen/schuren/kassen één object als verblijfsobject afgebakend als deze functioneel bij elkaar horen; anders worden meer verblijfsobjecten afgebakend. Boerderij Een boerderij is een verblijfsobject Voorzieningen Er zijn talloze voorzieningen, in de breedste zijn van het woord, die gehuisvest zijn in panden, die veelal de naam van de voorziening aangeven. De ruimten waarin deze voorzieningen gehuisvest zijn, worden afgebakend als afzonderlijke verblijfsobjecten. Het betreft onder andere: postkantoor brandweerkazerne regionaal opleidingscentrum (ROC) gerechtsgebouw distributiegebouw (voor goederen) postsorteerbedrijf school brugwachtershuisje crematorium Congrescentra zijn in het algemeen in grote gebouwen (congresgebouwen) met diverse grote zalen. In het algemeen is een congrescentrum één verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 76/98

91 Brugwachtershuisje Een brugwachtershuisje is een verblijfsobject. School Een school is een verblijfsobject Bijzondere objecten Een aantal objecten valt buiten de voornoemde categorieën. Deze worden hier behandeld. Een molen vuurtoren of watertoren is een zelfstandige ruimte die als verblijfsobject afgebakend wordt, mits deze beschikt over een eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Een loods wordt beschouwd als bijgebouw en wordt niet als verblijfsobject afgebakend, tenzij er sprake is van een zelfstandige gebruiksfunctie In multifunctionele gebouwen wordt elke afsluitbare eenheid, die toegankelijk is vanuit de gedeelde verkeersruime, als verblijfsobject afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 77/98

92 Molen Een molen is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 78/98

93 3.5 Niet-bedrijfsmatige of woon-objecten Garageboxen Garageboxen worden niet als verblijfsobjecten afgebakend; er zijn echter twee uitzonderingen. Uitzondering 1. Een garagebox die in gebruik is als zelfstandige woonruimte of als bedrijfsruimte en beschikt over een eigen toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte), wordt wel als verblijfsobject afgebakend. De afbakening als verblijfsobject vindt plaats als de gemeente via één van de werkprocessen (zoals vergunningen en WOZ) erachter komt, dat sprake is van een woonfunctie of bedrijfsmatige functie of als de burger hier om vraagt. Van de gemeente wordt niet verwacht dat deze actief onderzoek gaat plegen. Uitzondering 2. Een garagebox die zo gelegen is dat niet duidelijk is bij welk woonobject deze hoort, wordt eveneens wel als verblijfsobject afgebakend. Dit laatste geldt voor garageboxen die deel uitmaken van series garageboxen en voor garageboxen onder galerijflatgebouwen. Een garagebox die niet als pand of als deel van een pand is afgebakend, is nooit een verblijfsobject. Serie garageboxen Elke garagebox die deel uitmaakt van een serie garageboxen wordt afgebakend als verblijfsobject Sportgebouwen De meeste sportgebouwen zijn verblijfsobjecten. Voorbeelden zijn een clubhuis, fitnesscentrum, sportcentrum, sporthal en een zwembad. Van een stadion worden die delen, die als pand zijn afgebakend, ook als één of meer verblijfsobjecten afgebakend Uitgaansleven De meeste uitgaansgebouwen zijn verblijfsobjecten. Voorbeelden zijn een bioscoop, cinema, concertgebouw, evenementenhal, expositiehal, museum en een schouwburg Recreatieve objecten (geen sport) Een hotel of pension of restaurant is een verblijfsobject. Een vakantiehuisje of vakantiebungalow is een verblijfsobject, mits deze ook een pand is. Ook vakantiehuisjes op bungalowparken worden als afzonderlijke verblijfsobjecten afgebakend. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 79/98

94 Een camping is als zodanig (geen pand en) geen verblijfsobject. Gebouwen op de camping (receptie, winkels) kunnen verblijfsobjecten zijn als ze deel uitmaken van een pand en beschikken over een eigen afsluitbare toegang (vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte). Hotel Een hotel is een verblijfsobject. Restaurant Een restaurant is een verblijfsobject. Vakantiehuisje in bungalowpark Een vakantiehuisje in een bungalowpark is een verblijfsobject Overige recreatieve gebouwen De meeste overige recreatieve gebouwen zijn verblijfsobjecten. Voorbeelden zijn een bibliotheek, buurtcentrum, kinderboerderij en een wijkcentrum. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 80/98

95 Bibliotheek Een bibliotheek is een verblijfsobject. Kinderboerderij Een kinderboerderij is een verblijfsobject Gebedshuizen Een gebedshuis zoals dom, kapel, kerk, moskee of synagoge is een verblijfsobject, mits het ook een pand is. Eventuele aangebouwde delen zoals een eventuele pastorie of winkels in de hoeken van een dom zijn in het algemeen afzonderlijke verblijfsobjecten. Kerk, Kapel, Dom, Synagoge, Moskee Een kerk, kapel, dom, synagoge of moskee is een verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 81/98

96 4 Geen pand en geen verblijfsobject Onderstaand volgt een lijst met voorbeelden van gebouwen, die niet voldoen aan de definitie van pand zoals die wordt gehanteerd binnen de basisregistratie gebouwen Deze gebouwen worden dus niet opgenomen in de basisregistratie gebouwen. Deze objecten zijn geen pand en dus ook geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject zijn: Afvalstortkoker Bunker C2000-mast Garagebox aan woning Garagebox in woning GSM-mast Hoogspanningsmast Jachthaven Lichtmast Monumentale pomp Niet betreedbare onderbemaling Niet-betreedbaar rioolgemaal Niet-betreedbaar transformatorhuisje Niet-verankerde kiosk Openbaar toilet Pinautomaat Prefab schuur Stacaravan Stuw Terrein Tourcaravan Tribune UMTS-mast Volkstuin Wachtruimte op perron Windturbine Geen pand en geen verblijfsobject: Aanbouw Een aanbouw aan een woning is geen pand en geen verblijfsobject. Het gebouw als geheel vormt één pand. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 82/98

97 Geen pand en geen verblijfsobject: Afvalstortkoker Een afvalstortkoker is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Bunker Een vrijstaande bunker (in de zin van een ingegraven betonnen verdedigingsstelling) is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Garagebox aan woning Een garagebox aan een woning is geen pand en geen afzonderlijk verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Garagebox in woning Een garagebox in een woning is geen pand en geen verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 83/98

98 Geen pand en geen verblijfsobject: GSM-mast, C2000-mast, UMTS-mast Een GSM-mast, een C2000-mast of een UMTS-mast is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Hoogspanningsmast Een hoogspanningsmast is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Prefab schuur Een prefab houten schuur (zoals verkrijgbaar bij bouwmarkten) is geen pand en geen verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 84/98

99 Geen pand en geen verblijfsobject: Jachthaven Een jachthaven is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Monumentale pomp Een monumentale is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Niet-betreedbare onderbemaling Een niet-betreedbare onderbemaling is geen pand en geen verblijfsobject. Een onderbemaling wordt als niet-betreedbaar beschouwd als zich bovengronds geen verticale toegangsdeur en betreedbare ruimte bevindt. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 85/98

100 Geen pand en geen verblijfsobject: Niet-betreedbaar rioolgemaal Een niet-betreedbaar rioolgemaal is geen pand en geen verblijfsobject. Een rioolgemaal wordt als niet-betreedbaar beschouwd, als zich bovengronds geen verticale toegangsdeur en betreedbare ruimte bevindt. Geen pand en geen verblijfsobject: Niet-betreedbaar transformatorhuisje Een niet-betreedbaar transformatorhuisje is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Niet-verankerde kiosk Kiosken die niet duurzaam (structureel) met de aarde verbonden zijn, zijn geen pand en geen verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 86/98

101 Geen pand en geen verblijfsobject: Openbaar toilet Een openbaar toilet is geen pand en geen verblijfsobject. Een toiletgebouw van grotere omvang (ter grootte van een garagebox of groter) is wel een pand. Geen pand en geen verblijfsobject: Pinautomaat Een pinautomaat is geen pand en geen verblijfsobject. Noot: het bankgebouw op de foto is wel een pand en een verblijfsobject inclusief de pinautomaat. De pinautomaat is echter geen afzonderlijk (pand en) verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Pinautomaat Ook een vrijstaande pinautomaat is geen pand en geen verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 87/98

102 Geen pand en geen verblijfsobject: Stacaravan Ook een stacaravan is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Stuw Een stuw is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Terrein Een terrein is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: (Tour)caravan Ook een tourcaravan is geen pand en geen verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 88/98

103 Geen pand en geen verblijfsobject: Tribune Een tribune is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Volkstuin Een volkstuin is geen pand en geen verblijfsobject. Geen pand en geen verblijfsobject: Wachtruimte op perron Een wachtruimte op een perron is geen pand en geen verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 89/98

104 Geen pand en geen verblijfsobject: Windturbine Een windturbine is geen pand en geen verblijfsobject. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 90/98

105 5 Standplaatsen en ligplaatsen Een LIGPLAATS is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. Een STANDPLAATS is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon -, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte. 5.1 Inleiding afbakening standplaatsen en ligplaatsen Standplaatsen en ligplaatsen zijn plaatsen, die door de gemeente aangewezen zijn voor een bepaald gebruik, namelijk voor het afmeren dan wel plaatsen van een vaartuig respectievelijk ruimte, die geschikt is voor woon -, bedrijfsmatige -of recreatieve doeleinden. In het algemeen betreft dit plaatsen voor woonboten en stacaravans Standplaatsen In de definities voor standplaats is sprake van bestemd voor permanent plaatsen. Dat betekent, dat bijvoorbeeld seizoen- of jaarplaatsen op recreatieterreinen geen standplaatsen zijn. Er kan verwarring ontstaan over het onderscheiden van objecten op recreatieterreinen. Onderstaande beslisboom kan daarin een hulpmiddel zijn. Toelichting: Voorwaarde om een object als pand af te bakenen is dat het object naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven (zie de toelichting op de definitie van pand). Als ook aan de rest van de definitie van pand is voldaan, is het object een pand. Het al dan niet permanente gebruik is niet van belang. (Tour)caravans en stacaravans voldoen niet aan de voorwaarde naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 91/98

106 Als een object niet naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven (zoals (tour)caravans en stacaravans), maar het betreffende terrein is bedoeld voor het permanent plaatsen van een object (waarbij aan de definitie van een standplaats is voldaan), kàn de gemeente een standplaats aanwijzen. Hierbij wordt primair gedacht aan woonwagens. De beheerder van een recreatieterreinen heeft de vrijheid (al dan niet in overleg met bewoners) objecten op het recreatieterreinen te herordenen en de plaatsen te wijzigen. Daarom wordt aanbevolen terughoudend te zijn met het door de gemeente aanwijzen van standplaatsen op recreatieterreinen. Een strandtent of strandpaviljoen wordt geplaatst op een door de gemeente aangewezen standplaats. In de meeste gevallen worden deze in de winter afgebroken en is er feitelijk geen sprake van permanent plaatsen, maar omwille de behoefte van de gebruikers van de gebouwenregistratie wordt hier een uitzondering gemaakt en wordt een locatie voor een strandtent of strandpaviljoen wel als standplaats aangemerkt. Stacaravan/woonwagen Een stacaravan/woonwagen is geen verblijfsobject. De gemeente kan een (gedeelte van een) terrein als standplaats aanwijzen. Strandtent/strandpaviljoen Een strandtent/strandpaviljoen is geen verblijfsobject. De gemeente kan (een gedeelte van) het terrein als standplaats aanwijzen. Geen standplaats: Niet-verankerde kiosk Een kiosk die niet naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven is geen pand en geen verblijfsobject. Het betreffende (gedeelte van een) terrein wordt niet als standplaats benoemd. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 92/98

107 Bijgebouwen bij standplaatsen worden op dezelfde wijze afgebakend als bijgebouwen bij panden Ligplaatsen De hedendaagse woonboten lijken veelal meer op huizen dan op de klassieke woonboten. Ze worden veelal gebouwd volgens het bouwbesluit en kunnen zelfs een (drijvende) fundering hebben. Leveranciers bepleiten deze woonboten als onroerend goed te beschouwen en gebruiken benamingen als waterwoning. Binnen de BAG is het geen criterium of een object al dan niet onroerend goed is. De genoemde waterwoningen worden in de BAG hetzelfde behandeld als woonboten: de gemeente kan, als aan de definitie is voldaan, een ligplaats aanwijzen. Waterwoning Een waterwoning is geen verblijfsobject. De gemeente kan een locatie als ligplaats aanwijzen. Woonboot Een woonboot is geen verblijfsobject. De gemeente kan een locatie als ligplaats aanwijzen. Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 93/98

108 Index aanbouw... 17, 81 aaneengesloten bebouwing aanleunwoning...40, 61, 62 afvalstortkoker... 81, 82 appartement autoshowroom bedrijf aan huis bedrijf onder flatgebouw bedrijfsgebouw... 27, 28 bedrijfshal... 67, 68 bedrijfshallencomplex...44, 45, 67 bedrijfsruimte... 27, 64 bedrijfsverzamelgebouw... 65, 66 bejaardentehuis...38, 40, 62 bejaardenwoning benedenwoning...36, 57, 58 benzinestation... 28, 67 benzinestation (onbemand) bibliotheek...30, 79, 80 bioscoop... 30, 78 boerderij...27, 74, 75 boerenschuur...16, 19, 75 bovenwoning...36, 57, 58 brandweerkazerne brugwachtershuisje... 32, 34, 75, 76 bungalow... 16, 17, 57, 58, 60 bungalowpark bunker... 81, 82 busgarage busstationsgebouw...25, 71, 72 buurtcentrum... 30, 79 C2000-mast... 45, 49, 81, 83 camping caravan chalet... 30, 31, 57, 58 cinema clubhuis concertgebouw... 30, 78 congrescentrum... 32, 75 congresgebouw... 32, 75 crematorium dakkapel...16, 17, 18 distributiegebouw dom... 27, 80 elektriciteitscentrale...45, 46, 69 erker...16, 17, 18 evenementenhal... 30, 78 expositiehal... 30, 78 fitnesscentrum flatgebouw... 37, 60 flatgebouw met meerdere ingangen... 37, 40 flatgebouw met portieken flatwoning... 60, 61 fort... 32, 33 Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 94/98

109 fysiotherapiepraktijk...27, 28, 74 galerijflatgebouw...38, 39, 60 galerijwoning... 60, 61 garage onder flatgebouw garagebedrijf garagebox...16, 18, 78 garagebox (serie) garagebox (vrijstaand)... 18, 20 garagebox aan woning... 17, 18, 21, 34, 63, 81, 82 garagebox in woning... 18, 21, 63, 81, 82 garagebox verbonden met woning via overkapping garageboxen onder galerijflatgebouwen garagewerkplaats gasdistributiestation gebedshuis... 27, 80 gebouw bij mast... 45, 49 gemaal... 46, 50, 52, 69, 71, 84, 85 gemeentehuis... 64, 66 gerechtsgebouw geschakelde woning... 35, 57 gevangenis... 32, 64 grachtenpand...43, 57, 59 GSM-mast... 49, 69, 81, 83 herenhuis... 43, 57 historische rijtjesbouw... 35, 43, 44, 57 hobbykas... 19, 24 hoekwoning... 35, 57 hoofdgemaal...46, 50, 71 hoofdvoedingsstation hoogbouw hoogbouw met loopbrug...38, 42, 60 hoogspanningsmast... 81, 83 hooiberg hotel... 78, 79 huisartsenpraktijk...27, 28, 74 jachthaven... 81, 84 kabelverdeler kabelverdelerhuisje...45, 48, 69 kantoorflatgebouw... 41, 64 kantoorflatgebouw met één organisatie kantoorgebouw... 27, 28 kantoorpand... 64, 66 kapel... 27, 80 kas...19, 24, 75 kasteel... 32, 33, 63, 64 kazernegebouw...32, 62, 63 kerk... 27, 80 kinderboerderij... 79, 80 kinderboerderij kindertehuis kiosk... 25, 26, 72, 73 kiosk (niet-verankerd)... 27, 81, 85, 91 kiosk (open) kliniek klooster... 32, 33, 63, 64 laboratorium lichtmast liftgebouw... 38, 39 Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 95/98

110 loods...19, 24, 76 magazijn... 67, 68 maisonnette manege metrostation (ondergronds) metrostation (ondergronds) metrostation (ondergronds) metrostationsgebouw...25, 71, 72 molen... 27, 29, 76, 77 molen (bewoond) monumentale pomp... 81, 84 moskee... 27, 80 moskee, multifunctioneel gebouw... 32, 76 museum... 30, 78 muziektent muziektent) niet-verankerde kiosk...27, 85, 91 NS-stationsgebouw... 25, 72 nutsvoorzieningen... 45, 69 onderbemaling... 46, 50, 69, 71 onderbemaling (bovengronds) onderbemaling (niet-betreedbaar)... 81, 84 onderbemaling (ondergronds) ondergronds object ondergrondse verbinding openbaar toilet...32, 81, 86 opslagruimte opstelpunt... 45, 69 paleis...32, 33, 63 pand...7, 13 parkeergarage...42, 71, 72 parkeergarage (ondergronds) pension pinautomaat... 81, 86 politiebureau portiekflatgebouw postkantoor...27, 29, 75 postsorteerbedrijf... 27, 75 praktijkruimte... 27, 74 receptie recreatief gebouw recreatieterrein recreatiewoning... 30, 32, 57, 60 regionaal opleidingscentrum repeterende laagbouw restaurant... 78, 79 rijtjeswoning... 35, 36, 57, 59 rioolgemaal...46, 50, 52 rioolgemaal (bovengronds) rioolgemaal (niet-betreedbaar)... 81, 85 rioolgemaal (ondergronds) rioolwaterzuiveringsinstallatie ROC Romneyloods schaapskooi... 19, 75 school... 32, 33, 75, 76 schouwburg Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 96/98

111 schuren (aangrenzend) schuur... 18, 19, 20, 23, 75 schuur (prefab)...23, 81, 83 schuur (stenen) semi-bungalow seniorenwoning... 38, 40, 61, 62 serie garageboxen...19, 21, 78 silo...19, 21, 22 slot...32, 33, 63 sluis sportcentrum sporthal... 30, 78 stacaravan...31, 87, 91 stadhuis... 64, 66 stadion...30, 32, 78 stal... 16, 18, 19, 22, 75 stationsgebouw... 25, 72 stationsgebouw (klein) straalzendertoren... 45, 48, 69, 70 straalzendmast... 45, 69 straatmeubilair strandpaviljoen strandtent studentenkamer studiogebouw stuw...46, 81, 87 synagoge... 27, 80 tandartsenpraktijk...27, 28, 74 telefooncentrale... 45, 47, 48, 69, 70 terrein... 81, 87 toiletgebouw op camping tourcaravan... 31, 81 tramstationsgebouw...25, 71, 72 transformatorhuisje...45, 47, 69 transformatorhuisje (betreedbaar) transformatorhuisje (niet-betreedbaar)... 81, 85 trappenhuis... 38, 39 treinstationsgebouw...25, 71, 72 tribune...30, 81, 88 tuinhuisje... 18, 24 tussenwoning... 35, 36, 57, 58 twee onder één kap-woning...35, 37, 59 twee-over-één-trap woning... 57, 64 UMTS-mast... 81, 83 vakantiebungalow... 30, 78 vakantiehuisje...57, 60, 78 vakantiehuisje in bungalowpark verblijfsobject... 57, 64 verdeelstation...45, 47, 69 verdeelstation elektriciteit versterkerkast... 45, 69 verzorgingstehuis...41, 61, 62 villa... 16, 17, 57, 60 viskwekerij volkstuin... 81, 88 vrijstaand bijgebouw vrijstaand gebouw vrijstaand hoofdgebouw Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 97/98

112 vrijstaande garagebox... 18, 20 vrijstaande kiosk vrijstaande woning... 17, 60 vuurtoren...27, 30, 76 wachtruimte... 25, 81 wachtruimte op perron waterleidingstation watertoren waterwoning waterzuiveringsinstallatie... 45, 52, 69, 70 wijkcentrum... 30, 79 windmolen windturbine... 28, 34, 81, 89 winkel... 72, 73 winkel in overdekt winkelcentrum winkel in winkelstraat winkel op een loopbrug woonboerderij...16, 17, 63 woonboot woonmolen woonwagen ziekenhuis...41, 61, 63 zomerhuisje zwembad Objectenhandboek voor de basisregistraties adressen en gebouwen 2009 Pagina 98/98

Stappenplan en voorbeeld afbakening studentencomplexen

Stappenplan en voorbeeld afbakening studentencomplexen Stappenplan en voorbeeld afbakening studentencomplexen Versie 1.0 Auteur(s) Kadaster (met inhoudelijke instemming van Ministerie van Infrastructuur en Milieu) Status Definitief Versiehistorie Versie Datum

Nadere informatie

Basisregistraties: BAG

Basisregistraties: BAG inzicht Advies en Faciliteiten Informatie Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle Telefoon (038) 498 33 30 Fax (038) 498 28 59 [email protected] www.zwolle.nl Basisregistraties: BAG

Nadere informatie

Objectenhandboek Zwolle

Objectenhandboek Zwolle dank Advies en Faciliteiten Informatie Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle Telefoon (038) 498 33 30 Fax (038) 498 28 59 [email protected] www.zwolle.nl Objectenhandboek Zwolle Op

Nadere informatie

Producten- en Dienstencatalogus BAG Verstrekkingen. Bijlage A - Verklarende woordenlijst

Producten- en Dienstencatalogus BAG Verstrekkingen. Bijlage A - Verklarende woordenlijst Producten- en Dienstencatalogus BAG Verstrekkingen Bijlage A - Verklarende woordenlijst Versie 2011 Verklarende woordenlijst Deze verklarende woordenlijst bevat een uitleg van begrippen en afkortingen

Nadere informatie

Objectenhandboek Basis Gebouwen Registratie (2006)

Objectenhandboek Basis Gebouwen Registratie (2006) Gemeenschappelijke Dienst (GD) VROM Advies en Expert Dienst (VAED) ICT Advies en Projectmanagement Objectenhandboek Basis Gebouwen Registratie (2006) Rijnstraat 8 Postbus 20951 2500 EZ Den Haag Interne

Nadere informatie

Financiële/ personele/ juridische gevolgen? Nee. Is achteraf meetbaar of de doelstellingen gehaald zijn? Nee. Is er een tijdpad bijgevoegd?

Financiële/ personele/ juridische gevolgen? Nee. Is achteraf meetbaar of de doelstellingen gehaald zijn? Nee. Is er een tijdpad bijgevoegd? Oplegnotitie (In het kader van de invoering van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen moet er een nieuwe verordening naamgeving en nummering (adressen) vastgesteld worden.) Gemeenteblad nr. 2011/14

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 20 november 2007,

Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 20 november 2007, Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 20 november 2007, gelet op de Verordening straatnaamgeving en huisnummering gemeente Moerdijk 2006, gelet op de artikelen 3 en 7 van

Nadere informatie

Martijn Klomp Kadaster. Martijn Odijk IenM. Workshop BAG 2.0 GGB-regiobijeenkomst

Martijn Klomp Kadaster. Martijn Odijk IenM. Workshop BAG 2.0 GGB-regiobijeenkomst Martijn Klomp Kadaster Martijn Odijk IenM Workshop BAG 2.0 GGB-regiobijeenkomst Wet AMvB Wet BAG (1 e en 2 e Kamer 7/2/2017) Besluit BAG Regeling Regeling BAG Catalogus BAG (Informatiemodel) (bijlage bij

Nadere informatie

Beleidsregels inzake toekennen, intrekken en vernummeren van adressen

Beleidsregels inzake toekennen, intrekken en vernummeren van adressen Burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen; gelet op artikel artikel 160 Gemeentewet; besluiten vast te stellen de volgende: Beleidsregels inzake toekennen, intrekken en vernummeren van adressen

Nadere informatie

Aanvraag huisnummer (nummeraanduiding)

Aanvraag huisnummer (nummeraanduiding) Aanvraag huisnummer (nummeraanduiding) 1 Gegevens van de aanvrager 1a Naam en voorletters man vrouw 1b Correspondentieadres 1c Postcode en woonplaats 1d Telefoonnummer 1e E-mailadres Bent u de eigenaar

Nadere informatie

Beslisdocument college van Peel en Maas

Beslisdocument college van Peel en Maas Beslisdocument college van Peel en Maas Document openbaar: Ja Zaaknummer: 1894/2012/7424 Besluitnummer: 7 5c Onderwerp: Beslissing op bezwaar besluit tot toekennen van een huisnummer Diepenbroeklaan 69A

Nadere informatie

Catalogus basisregistraties adressen en gebouwen. Versie 2009

Catalogus basisregistraties adressen en gebouwen. Versie 2009 Catalogus basisregistraties adressen en gebouwen Versie 2009 Colofon Versie 2009 Contactpersoon Y. Ellenkamp Portefeuille Plaatsvervangend Secretaris-Generaal Directie Informatievoorziening Afdeling Beleid

Nadere informatie

Woningvoorraad naar gemeente, wijk, buurt en PC5, Kim van Zoonen en Wouter van Andel

Woningvoorraad naar gemeente, wijk, buurt en PC5, Kim van Zoonen en Wouter van Andel Woningvoorraad naar gemeente, wijk, buurt en PC5, 2016-2017 Kim van Zoonen en Wouter van Andel CBS, Centrum voor Beleidsstatistiek Juni, 2017 Inhoud Woningvoorraad Tabel 1 Woningvoorraad naar gemeente,

Nadere informatie

ONDERWERP: Vaststellen nieuwe Verordening naamgeving en nummering (adressen)

ONDERWERP: Vaststellen nieuwe Verordening naamgeving en nummering (adressen) Agendapunt: 13 No. 19/'12 Dokkum, 14 februari 2012 ONDERWERP: Vaststellen nieuwe Verordening naamgeving en nummering (adressen) SAMENVATTING: Op 1 juli 2009 is de Wet basisregistraties adressen en gebouwen

Nadere informatie

Woningtypering. Verschillende woningtypes We onderscheiden verschillende woningtypes, namelijk:

Woningtypering. Verschillende woningtypes We onderscheiden verschillende woningtypes, namelijk: Woningtypering Met Woningtypering krijgt u inzicht in het type woningen in uw adressenbestand. Inzicht in het woningtype is onmisbaar bij bijvoorbeeld het vaststellen van een verzekeringspremie of het

Nadere informatie

Rapport Handleiding voor woningdefinities enquete omgevingsvergunningen met activiteit bouwen

Rapport Handleiding voor woningdefinities enquete omgevingsvergunningen met activiteit bouwen w Rapport Handleiding voor woningdefinities enquete omgevingsvergunningen met activiteit bouwen Team SVW CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00

Nadere informatie

Wijzigingenoverzicht Referentiemodel Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens

Wijzigingenoverzicht Referentiemodel Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens Wijzigingenoverzicht Referentiemodel Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens Wijzigingen in versie 2.01 ten opzichte van versie 2.0 april 2010 Voorwoord In dit document zijn de wijzigingen opgesomd die

Nadere informatie

BRIDGIS EN DE BAG Opgesteld door Bridgis Geoservices BV Datum Mei 2013

BRIDGIS EN DE BAG Opgesteld door Bridgis Geoservices BV Datum Mei 2013 BRIDGIS EN DE BAG Opgesteld door Bridgis Geoservices BV Datum Mei 2013 INHOUD Wat is de BAG 3 Waarom de BAG? 4 Bridgis en de BAG 4 Het datawarehouse van Bridgis 4 Gevolgen van de BAG 5 Advies & Maatwerk

Nadere informatie

Samenhang BAG en WOZ objecten

Samenhang BAG en WOZ objecten WAARDERINGSKAMER Samenhang BAG en WOZ objecten In samenwerking met: SAMENHANG BAG EN WOZ OBJECTEN SAMENHANG BAG EN WOZ OBJECTEN Colofon Deze brochure is een gezamenlijke uitgave van het Ministerie van

Nadere informatie

Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen

Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Deze rapportage vormt de weerslag van de in opdracht van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wormerland bij hun gemeente op 10 november

Nadere informatie

Microdata-middag. Kenmerken woning gebruik registers. Gelske van Daalen 1 november 2018

Microdata-middag. Kenmerken woning gebruik registers. Gelske van Daalen 1 november 2018 Microdata-middag Kenmerken woning gebruik registers Gelske van Daalen 1 november 2018 Wat kunnen we met registers? 2 Regulier gepubliceerde woningvariabelen obv registers: Woningvoorraad Mutaties woningvoorraad

Nadere informatie

Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen

Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Deze rapportage vormt de weerslag van de in opdracht van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Groningen bij hun gemeente op 27 november

Nadere informatie

Vergunningvrij bouwen en mantelzorg. Henry de Roo

Vergunningvrij bouwen en mantelzorg. Henry de Roo Vergunningvrij bouwen en mantelzorg Henry de Roo Mantelzorg Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid

Nadere informatie

Verantwoordingsrapportage. Beheer en Bestuur Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Gemeente ZZ-ICTU-7. Datum

Verantwoordingsrapportage. Beheer en Bestuur Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Gemeente ZZ-ICTU-7. Datum Verantwoordingsrapportage Datum Beheer en Bestuur Basisregistratie Adressen en Gebouwen Gemeente ZZ-ICTU-7 Datum vaststelling rapportage: Datum collegebesluit vaststelling: Datum agendering gemeenteraad:

Nadere informatie

BAG Beheerauditrapportage

BAG Beheerauditrapportage 0.1 Toelichting Beheerauditrapportage BAG Beheerauditrapportage Datum 26 augustus 2014 Versie 2.0 DefinitiefMateriebeleid PPB-LVGeo- en Vastgoedinformatie en Advies Versiehistorie Versie datum locatie

Nadere informatie

Herinspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen

Herinspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Herinspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Deze rapportage vormt de weerslag van de in opdracht van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heeze-Leende bij hun gemeente op 19

Nadere informatie

Datum 4 augustus Onderwerp Uitwerking onderscheid panden en verplaatsbare objecten. Van Kadaster LV BAG

Datum 4 augustus Onderwerp Uitwerking onderscheid panden en verplaatsbare objecten. Van Kadaster LV BAG Onderwerp Van Kadaster LV BAG Contactgegevens T (088) 183 34 00 [email protected]. Achtergrond In de praktijk was het voor sommige gemeenten niet duidelijk hoe objecten op recreatieterreinen in de BAG geregistreerd

Nadere informatie

*5228* Gegevens aanvrager Naam en voorletters * : Gegevens ten behoeve van het nieuwe huisnummer Straat * :

*5228* Gegevens aanvrager Naam en voorletters * : Gegevens ten behoeve van het nieuwe huisnummer Straat * : *5228* Gemeente Weert Team Gegevensbeheer (BAG) Postbus 950 6000 AZ WEERT Aanvraag huisnummer Toelichting: Velden met een * moeten verplicht worden ingevuld. Er dient een bouwtekening op schaal ingeleverd

Nadere informatie

Semantiek (met de BAG als voorbeeld) Dienstverlening in verbinding Wetgeving in verbinding 12 maart 2014 Marco Brattinga (marco.brattinga@ordina.

Semantiek (met de BAG als voorbeeld) Dienstverlening in verbinding Wetgeving in verbinding 12 maart 2014 Marco Brattinga (marco.brattinga@ordina. 1 Semantiek (met de BAG als voorbeeld) Dienstverlening in verbinding Wetgeving in verbinding 12 maart 2014 Marco Brattinga ([email protected]) DIT is geen nummeraanduiding Meerdere werkelijkheden

Nadere informatie

Handreiking uniforme gegevenslevering Stelselcatalogus 2.0

Handreiking uniforme gegevenslevering Stelselcatalogus 2.0 Handreiking uniforme gegevenslevering Stelselcatalogus 2.0 Versie 1.1 (toevoeging metagegevens Toegankelijkheid en Gebruiksvoorwaarden, na afstemming in beheeroverleg d.d. 28-01-2014) Gegevenslevering

Nadere informatie

Verordening naamgeving en nummering (adressen) De raad van de gemeente Bergambacht;

Verordening naamgeving en nummering (adressen) De raad van de gemeente Bergambacht; Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2008 De raad van de gemeente Bergambacht; overwegende dat gelet op de invoering van de basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) medio 2009, het gewenst

Nadere informatie

Mandaatbesluit uitvoering Wet BAG. Burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst;

Mandaatbesluit uitvoering Wet BAG. Burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst; Mandaatbesluit uitvoering Wet BAG Burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst; overwegende: - dat in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet BAG), die op 1 juli 2009 in

Nadere informatie

BELEIDSREGEL NIET-ZELFSTANDIGE WOONRUIMTEN (KAMERVERHUUR)

BELEIDSREGEL NIET-ZELFSTANDIGE WOONRUIMTEN (KAMERVERHUUR) BELEIDSREGEL NIET-ZELFSTANDIGE WOONRUIMTEN (KAMERVERHUUR) (beleidsregel voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo van

Nadere informatie

N IVO. Inspectierapportage BAG-beheer Gemeente Borne

N IVO. Inspectierapportage BAG-beheer Gemeente Borne N IVO CONTROLE INSPECTIE AUDIT Deze inspectierapportage BAG-beheer geeft uitvoering aan en is gebaseerd op de Wet BAG Stb. 2008, 39 (+ wijzigingen), met bijbehorende Besluiten en Regelingen en het Inspectieprotocol

Nadere informatie

BAG registratie - FAQ. Wat gaat dit voor jou betekenen?

BAG registratie - FAQ. Wat gaat dit voor jou betekenen? BAG registratie - FAQ Wat gaat dit voor jou betekenen? Dit is een uitgave van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden naar: [email protected] Auteurs: Landelijke

Nadere informatie

Beknopte beschrijving van de attribuutinformatie in de database:

Beknopte beschrijving van de attribuutinformatie in de database: Leeswijzer Maatvast Beknopte beschrijving van de attribuutinformatie in de database: gebruiksopp_bn Indicatie of het object is voorzien van een bruto- danwel netto-gebruiksoppervlakte. gebruiksoppervlak_bew

Nadere informatie

BAG. Anke Wolters 20 mei Microdata Regio en Ruimte

BAG. Anke Wolters 20 mei Microdata Regio en Ruimte BAG Anke Wolters 20 mei 2014 Microdata Regio en Ruimte BAG Basis Registratie Adressen Woonplaats Nummeraanduiding Openbare ruimte Ligplaats Verblijfsobject Standplaats Pand Gebruiksdoel Basis Gebouwen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4929

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4929 ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4929 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-03-2012 Datum publicatie 04-05-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 11/5499 VEROR Bestuursrecht

Nadere informatie

Basisregistraties Adressen en Gebouwen. De BAG: niet omdat het moet, maar omdat we er wijzer van worden!

Basisregistraties Adressen en Gebouwen. De BAG: niet omdat het moet, maar omdat we er wijzer van worden! Basisregistraties Adressen en Gebouwen 1 De BAG: niet omdat het moet, maar omdat we er wijzer van worden! Agenda Wat is de BAG: inhoud, samenhang in stelsel Winstpakkers van de BAG Relatie WABO - BAG Wat

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Statistics Netherlands

Centraal Bureau voor de Statistiek Statistics Netherlands Divisie Sociale en ruimtelijke statistieken Aan het gemeentebestuur van de gemeente contactpersoon Rob Hoffmann en Marcel van Wijk doorkiesnummer (070) 337 43 96 ons kenmerk 05411SAV onderwerp Gevolgen

Nadere informatie

N IVO. Inspectierapportage BAG-beheer Gemeente GeldropMierlo

N IVO. Inspectierapportage BAG-beheer Gemeente GeldropMierlo N IVO CONTROLE INSPECTIE * AUDIT Deze inspectierapportage BAG-beheer geeft uitvoering aan en is gebaseerd op de Wet BAG Stb. 2008, 39 (+ wijzigingen), met bijbehorende Besluiten en Regelingen en het Inspectieprotocol

Nadere informatie

Inspectierapportage Wet BAG

Inspectierapportage Wet BAG Inspectierapportage Wet BAG Gemeente Menameradiel Datum inspectie : 10 en 11 december 2013 Naam inspectie-instelling : DEKRA Certification b.v. Naam leadauditor : De heer C.J.M. de Grijs CISA Eventuele

Nadere informatie

Ontwikkeling kwaliteit BAG 2011-2014

Ontwikkeling kwaliteit BAG 2011-2014 BAG BAO Apeldoorn, 30 april 2015 Inhoudsopgave 1 Samenvatting 3 2 Kwaliteitsrapportages aan bronhouders 3 3 Uitkomsten van de analyses 4 4 Conclusies per thema 8 4.1 Nummeraanduiding en postcode 8 4.2

Nadere informatie

0.1 LVBAG Bevragen Productbeschrijving. versie 1.0. Datum. 10 augustus Document versie. 1.0 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT

0.1 LVBAG Bevragen Productbeschrijving. versie 1.0. Datum. 10 augustus Document versie. 1.0 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT 0.1 LVBAG Bevragen Productbeschrijving versie 1.0 Datum 10 augustus 2016 Document versie 1.0 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT Versiehistorie Versie datum Omschrijving 1.0 10-08-2016 Definitieve

Nadere informatie

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) voor afnemers

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) voor afnemers Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) voor afnemers Opzet en structuur basisregistraties Een moderne, klantgerichte en goed geïnformeerde overheid moet kunnen beschikken over betrouwbare en hoogwaardige

Nadere informatie

Uniformering afbakening. Jan Willem de Joode (VNG)

Uniformering afbakening. Jan Willem de Joode (VNG) Uniformering afbakening Jan Willem de Joode (VNG) Uniformering objectafbakening Waarom? Verschillen? Welke objectafbakening? Uitwerking/nevenmaatregelen? Conclusie Waarom? Meer doelmatige uitvoering: eenmalige

Nadere informatie

I-R-E. Mandaatbesluit uitvoering Wet BAG

I-R-E. Mandaatbesluit uitvoering Wet BAG ( M E E N Ì- E I-R-E Mandaatbesluit uitvoering Wet BAG Burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre; overwegende: - dat in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet bag), die

Nadere informatie

De BAG van goed naar beter

De BAG van goed naar beter De BAG van goed naar beter Ronald Bokhove s-hertogenbosch, 22 november 2017 1 Hoe zat het ook al weer? Wet BAG sinds 2009 BAG belangrijk voor afnemers Goede beoordeling, maar kan beter Veel wensen worden

Nadere informatie

Samenwerkingsverbanden en de AVG

Samenwerkingsverbanden en de AVG Realisatie Handreiking Samenwerkingsverbanden en de AVG Deel 1 - Verwerkingsverantwoordelijke Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Verwerkingsverantwoordelijke...4 2.1 Wat zegt de AVG?...4 2.2 Wat betekent

Nadere informatie

Buitengebied; Hengelo/Vorden Wet BAG

Buitengebied; Hengelo/Vorden Wet BAG Buitengebied; Hengelo/Vorden Wet BAG gemeente Bronckhorst TOELICHTING INHOUD BLZ 1. INLEIDING... 3 1.1. Aanleiding en doelstelling... 3 1.2. Plangebied... 3 1.3. Planvorm... 3 1.4. Aanpak... 4 2. BELEIDSKADER...

Nadere informatie

Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen

Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Rapportnummer: RQA Datum rapport: 27-03-2013 Inspectierapportage Wet basisregistraties adressen en gebouwen Deze rapportage vormt de weerslag van de in opdracht van Burgemeester en wethouders van de gemeente

Nadere informatie

BAG-processen. Handreiking voor stadsdelen/ DMB

BAG-processen. Handreiking voor stadsdelen/ DMB BAG-processen Handreiking voor stadsdelen/ DMB Programma Kwaliteit BAG Deelprojecten 2 en 3 (Janine van Arnhem) september 2010 Inleiding De BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke

Nadere informatie

LSV-workshop 19 oktober 2006 afstemmen bronhouderdata grootschalige topografie

LSV-workshop 19 oktober 2006 afstemmen bronhouderdata grootschalige topografie LSV-workshop 19 oktober 2006 afstemmen bronhouderdata grootschalige topografie De GBK Rotterdam en de GBK (stad en haven) Topografie Producerende Gemeente voor eigen risico/rekening, volledig eigenaar

Nadere informatie

Processenhandboek basisregistraties adressen en gebouwen

Processenhandboek basisregistraties adressen en gebouwen Processenhandboek basisregistraties adressen en gebouwen versie 2009 Datum Juli 2009 Colofon Versie 2009 Contactpersoon Y. Ellenkamp Portefeuille Plaatsvervangend Secretaris-Generaal Directie Informatievoorziening

Nadere informatie

Specificatie en bijhouding

Specificatie en bijhouding 0.1 BRK-BAG koppeling Specificatie en bijhouding Datum Juni 2016 Versie 2.0 Versiehistorie Versie datum omschrijving 1.0 24/01/2014 Initieel opgezet voortkomend uit de Gebruikershandleiding BRK-BAG koppeltabel,

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda: gelet op het bepaalde in:

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda: gelet op het bepaalde in: CVDR Officiële uitgave van Breda. Nr. CVDR203418_1 17 oktober 2017 Beleidsregels naamgeving en nummering 2012 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda: gelet op het bepaalde in:

Nadere informatie

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie Zaaknummer: AVGWVS09 Onderwerp uitvoering Wet BAG Collegevoorstel Inleiding Om de kwaliteit van de dienstverlening en de efficiëntie binnen de overheid te bevorderen is op 1 juli 2009 de Wet basisregistraties

Nadere informatie

Basisregistraties: het aanbod, de uitdagingen. successen met het gebruik. Eén digitale overheid: betere service. Vicrea 22 mei 2014.

Basisregistraties: het aanbod, de uitdagingen. successen met het gebruik. Eén digitale overheid: betere service. Vicrea 22 mei 2014. Basisregistraties: cc het aanbod, ccc de uitdagingen cc en cc successen met het gebruik Marthe Fuld - inup/cluster STOUT Vicrea 22 mei 2014 Eén digitale overheid: betere service Den Haag ontdekt toekomst

Nadere informatie

Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela

Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela 2012 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Begrippen... 3 Het beleid uit 2005... 4 Vraagstelling... 4 Planologisch kader... 4 Juridisch

Nadere informatie

Processenhandboek BAG Basisregistraties adressen en gebouwen, versie 2012

Processenhandboek BAG Basisregistraties adressen en gebouwen, versie 2012 Processenhandboek BAG Basisregistraties adressen en gebouwen, BAG BAO Apeldoorn, december 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 8 1.1 Hoe is dit processenhandboek opgebouwd? 8 1.2 Processenhandboek 2012 9 1.3

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Digimelding voor bronhouders BAG

Gebruikershandleiding Digimelding voor bronhouders BAG Gebruikershandleiding Digimelding voor bronhouders BAG Versie 1.0 Datum 11 mei 2015 Status Definitief Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Waarom Terugmelden?... 3 1.2 Gerede Twijfel... 3 1.3 Digimelding voor afnemers...

Nadere informatie

Uitvoeringsbesluit kamerverhuurpanden Voorne Putten 2014

Uitvoeringsbesluit kamerverhuurpanden Voorne Putten 2014 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Spijkenisse. Nr. 8461 19 februari 2014 Uitvoeringsbesluit kamerverhuurpanden Voorne Putten 2014 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten op

Nadere informatie

Bouwen en wonen in het buitengebied

Bouwen en wonen in het buitengebied Gemeente Hof van Twente, Postbus 54, 7470 AB Goor Tel. 0547 85 85 85 Fax 0547 85 85 86 E-mail [email protected] Website: www.hofvantwente.nl Bouwen en wonen in het buitengebied Inleiding Op 9 januari

Nadere informatie

N I V O. Inspectierapportage BAG-beheer Gemeente Krimpen aan den IJssel

N I V O. Inspectierapportage BAG-beheer Gemeente Krimpen aan den IJssel N I V O CONTROLE INSPECTIE AUDIT Deze inspectierapportage BAG-beheer geeft uitvoering aan en is gebaseerd op de Wet BAG Stb. 2008, 39 (+ wijzigingen), met bijbehorende Besluiten en Regelingen en het Inspectieprotocol

Nadere informatie