MEMORIE VAN TOELICHTING
|
|
|
- Louisa Smits
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 WET van..., betreffende de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (Wet openbare registers) MEMORIE VAN TOELICHTING A. Algemeen Tot de wetgeving die ter begeleiding van de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is vereist, behoort een aangepaste regeling van de openbare registers, waarin feiten betreffende zgn. registergoederen - onroerende zaken alsmede teboekgestelde schepen en luchtvaartuigen, en tevens beperkte rechten op die zaken - ter kennisneming van belanghebbenden worden ingeschreven. Artikel 3:16, tweede lid, BW verlangt uitwerking van de verschillende onderwerpen bij wet. Onder het geldende recht wordt in een dergelijke behoefte voorzien door de bepalingen tot regeling van het ambt van Hypotheekbewaarder en van zijn boekhouding in Suriname. Op de hierin gelegde grondslag kan voor het nieuwe recht worden voortgebouwd, doch niet zonder zodanige ingrijpende wijzigingen dat dit zonder gedeeltelijke vervanging door de thans ontworpen wet kan geschieden. De voorstellen die daartoe worden gedaan, behelzen in het bijzonder een andere indeling van de registers en een veel uitvoeriger uitwerking van de regels omtrent de vereisten die aan de ter inschrijving in de registers aangeboden stukken worden gesteld, zulks ter verhoging van de betrouwbaarheid en de toegankelijkheid der registers. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de technische ontwikkeling in de administratieve technieken. De nieuwe regels, die uiteraard in het systeem van de registergoederen van het nieuw Burgerlijk Wetboek moeten passen, zijn afgestemd op de desbetreffende regels uit de Nederlandse Kadasterwet, die gelijktijdig met de Boeken 3, 5 en 6 van het Nederlandse BW in werking zijn getreden. In deze Kadasterwet zijn niet slechts - in Hoofdstuk 2 - regels omtrent deze openbare registers opgenomen, maar ook regels omtrent de kadastrale registratie - de grondboekhouding - en de daarmede vergelijkbare registratie van schepen en luchtvaartuigen. Beide - openbare registers en (kadastrale) registratie - zijn nauw met elkaar verbonden: de laatste identificeert, door middel van de precisering door de kadastrale indeling en dergelijke, de registergoederen, waarvan de rechtstoestand door inschrijving van daarop betrekking hebbende stukken als notariële akten in belangrijke mate wordt bepaald, en die aldus de basis van het titelonderzoek naar rechthebbenden vormt. Omgekeerd ontleent de (kadastrale) registratie een belangrijk deel van haar gegevens omtrent de rechtstoestand der registergoederen aan de stukken die in de openbare registers worden ingeschreven. Het beheer over beide is dan ook in één hand. Op dit ogenblik is het echter nog niet mogelijk zulk een complete regeling als de Nederlandse Kadasterwet is, voor te stellen. Het onderhavige ontwerp beperkt zich dan ook tot die regels omtrent het bijhouden van de openbare registers die op het nieuwe Burgerlijk Wetboek moeten zijn afgestemd en om die reden ook tegelijk met dat wetboek moeten worden ingediend. Het ontwerp vormt aldus een deel van een toekomstige Kadasterwet. Daarnaast blijven voorlopig de bepalingen van de bestaande regelgeving gehandhaafd. Evenals de inhoud der voorgestelde bepalingen is ook hun nummering afgestemd op die van de Nederlandse Kadasterwet, dit ter vergemakkelijking van de onderlinge vergelijkbaarheid,
2 alsmede de raadpleging der Nederlandse parlementaire geschiedenis (zie Parlementaire Geschiedenis van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Invoering Boeken 3, 5 en 6, Kadasterwet, ed. W.H.M. Reehuis e.a., 1990), litteratuur en jurisprudentie. Het onderhavige ontwerp bestaat uit drie hoofdstukken. In het eerste zijn de begripsbepalingen opgenomen. Hoofdstuk 2 is afgestemd op Hoofdstuk 2 van de Nederlandse Kadasterwet. De artikelen van Hoofdstuk 3 stemmen overeen met de gelijkgenummerde artikelen der Nederlandse Kadasterwet omtrent enkele afzonderlijke onderwerpen. Van de tekst van deze wet is uiteraard afgeweken waar de omstandigheden of de wetgeving hier te lande verschilt van die in Nederland, waar bijvoorbeeld de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers is verzelfstandigd en zelf ook een beperkte regelgevende bevoegdheid heeft. In de toelichting op de artikelen is de aandacht op deze afwijkingen gevestigd, waar deze materiële betekenis hebben. B. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen) Het hoofdstuk bevat enige definities en verder een algemene bepaling. Afwijking van de bestaande toestand is hiermede niet beoogd, met dien verstande dat voor nadere detaillering de weg wordt geopend door toekenning van regelgevende bevoegdheid van de Minister van Financiën. Hoofdstuk 2 (Openbare registers voor registergoederen) Titel 1 (Algemene bepalingen) Afdeling 1 Omschrijving en vorm van de openbare registers; aantekeningen in de openbare registers, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen; vervanging van de inhoud van de openbare registers. Artikel 8 Onder de huidige regelgeving zijn de volgende registers aangewezen: A. het dagregister, B. het register van inschrijvingen, C. het register van overschrijvingen, D. het register voor inbeslagnemingen, E. het repertorium, F. de alphabetische naamwijzer op het repertorium. In het onderhavige artikel 8 wordt deze indeling geheel gewijzigd. In het eerste lid worden de registers genoemd met de categorieën van goederen waarop zij betrekking hebben, namelijk de onroerende zaken, de zeeschepen en de luchtvaartuigen; in het tweede lid wordt aangekondigd dat bij uitvoeringsregeling nader zal worden geregeld, uit welke onderdelen elk van deze registers zal zijn samengesteld. Opmerking verdient dat, overeenkomstig titel 1, afdeling 2, van Boek 3 BW, daarbij het onderscheid tussen in- en overschrijvingen zal vervallen. Voor deze onderindeling zal voorts worden voortgebouwd op de bestaande toestand van, naast registers van overdracht van zaken, afzonderlijke registers voor de inschrijving van hypotheekrechten, processen-verbaal van inbeslagneming en overige stukken, en voor schepen en luchtvaartuigen tevens voor verzoeken tot teboekstelling. Het tegenwoordige afzonderlijke dagregister zal vervallen, omdat in- en overschrijving met de pen niet meer nodig is, aangezien voor inschrijving in de toekomst voldoende is dat op de aan te bieden stukken slechts de datum en het uur der aanbieding behoeven te worden gesteld (zie artikel 12). 2
3 Ten slotte wordt in het eerste lid onder b onderscheiden het register van voorlopige aantekeningen, dat een uitwerking beoogt te geven aan artikel 3:20 BW. In het derde lid wordt een nadere regeling omtrent de - verplichte en toegelaten - aantekeningen in het vooruitzicht gesteld; het aantal daarvan zal beperkter zijn dan onder het huidige recht, omdat in veel gevallen de aantekening zal worden vervangen door inschrijving van een feit. Artikel 9 Het artikel stelt de mogelijkheid tot vervanging van in te schrijven stukken door mechanische reproducties open, bijvoorbeeld in de vorm van microfilm, waardoor beheer en raadpleging kunnen worden gemoderniseerd. Afdeling 2 (Plaats van inschrijving) Artikel l0 De bepaling geeft een voor de hand liggende regeling van de tot inschrijving bevoegde kantoren. Afdeling 3 (Vereisten voor inschrijving en de wijze waarop deze geschiedt) Afdeling 4 (Voorlopige aantekeningen en bewijs van ontvangst) Artikel 11 De verklaring van eensluidendheid, bedoeld in het eerste tot en met derde lid kan worden afgelegd door een notaris en door degene die het in te schrijven stuk heeft ondertekend; zie overigens het zevende lid. Het vierde lid ziet in het bijzonder op de verplichte aangifte door de eigenaar van schepen en luchtvaartuigen ter zake van de teboekstelling. Artikel 12 De ontwikkeling der techniek heeft ertoe geleid de term inschrijving te omschrijven in de - oneigenlijke - zin van het eerste lid, respectievelijk het vierde lid. Het tweede en derde lid zijn afgestemd op de artikelen 3:19, tweede lid, en 3:21 BW; de woorden zo veel mogelijk in het tweede lid ziet op de inschrijving van de aanvankelijk door de bewaarder geweigerde stukken (artikel 3:20, derde lid, BW). Afdeling 4 regelt de boeking in het register van voorlopige aantekeningen wanneer een inschrijving in eerste instantie wordt geweigerd. Wordt de inschrijving na de voorgeschreven procedure alsnog toegelaten, dan regelt artikel 14, hoe deze tot stand komt. Artikel 17 geeft een aanvulling met betrekking tot de bewijzen van ontvangst van de stukken die tot een voorlopige inschrijving aanleiding hebben gegeven. Titel 2 (Vereisten met betrekking tot in te schrijven stukken) De titel behelst, systematisch in vier afdelingen ingedeeld, de vereisten waaraan in te schrijven stukken moeten voldoen. Doen ze dat niet, dan moet de inschrijving worden geweigerd. De sanctie is derhalve niet nietigheid of vernietigbaarheid van de rechtshandeling zelf, zoals het gevolg is van het niet voldoen aan de materiële, door het Burgerlijk Wetboek gestelde, vereisten, noch ongeldigheid van de akte die niet aan de daaraan gestelde eisen voldoet. Wordt niet voldaan aan de vereisten, bij de onderhavige titel gesteld, maar wordt desondanks de 3
4 inschrijving niet geweigerd, dan kan nadien op het ontbreken van het vereiste geen beroep meer worden gedaan: artikel 3:22 BW. Op de bewaarder rust niet de verplichting te controleren, of aan andere vereisten dan bij de onderhavige wet gesteld, is voldaan, waarbij echter rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van samenval - zo bij verscheidene vereisten omtrent materiële akten die ook in de wetgeving op het notarisambt worden gesteld. Voorzover deze overeenstemming niet bestaat, geeft het negatieve stelsel dan ook niet de garantie die een positief stelsel van registratie zou bieden. Zo'n stelsel zou echter een verstrekkende controleverplichting op de bewaarder der registers leggen en deze belasten met een niet goed te dragen verantwoordelijkheid. In de praktijk wordt het verschil tussen beide stelsels echter goeddeels overbrugd, in de eerste plaats door de voorgeschreven notariële tussenkomst - ook voor die gevallen waarin voor het rechtsgevolg niet een notariële akte is vereist. Vergelijk de artikelen 26, 30, 34 en 36 met als sluitstuk artikel 37; waar gegevens ontbreken, voorzien artikelen als 18, derde lid, en 23 in de mogelijkheid van inschrijving, terwijl artikel 43 latere aanvulling mogelijk maakt. In de tweede plaats wordt de werking van het negatieve stelsel in de richting van het positieve uitgebreid door ook aan het eerste een stelsel van bescherming van de derde-verkrijger te goeder trouw te verbinden, dat in het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder de artikelen 3:24 tot en met 3:26 en 3:88 BW, zijn grondslag vindt. In dit verband dient mede te worden gewezen op de mogelijkheid van de inschrijving van de aanvang van een procedure en van de instelling van een rechtsmiddel; zie hieromtrent nader de artikelen 38 tot en met 40 van het ontwerp. Afdeling 1 (Algemene vereisten waaraan in te schrijven stukken moeten voldoen) Artikel 18 Het eerste lid ziet blijkens het onder 1 en 3 bepaalde in het bijzonder op partij-akten, niet op notariële processen-verbaal of notariële verklaringen van erfrecht. Onder 3 moet worden gedacht aan degene die op naam van een partij - hetzij krachtens (onder)volmacht, hetzij in zijn hoedanigheid, bijvoorbeeld als bestuurder van een rechtspersoon - optreedt; daarvoor is dan tevens inschrijving van de aard der aldus uitgeoefende bevoegdheid vereist. De naam van een partij kan ontbreken - men denke aan een akte van hypotheek, gevestigd ten behoeve van een schuldeiser van een vordering aan toonder. Daarnaast ziet het eerste lid op notariële verklaringen, die door één partij kunnen zijn uitgelokt om een bepaald feit vast te stellen - de eventuele wederpartij van deze persoon is dan niet zelf een partij in de zin van het eerste lid. Opmerking verdient dat voor de beoordeling van bijvoorbeeld de geldigheid van een rechtshandeling raadpleging van de hier bedoelde openbare registers ten aanzien van de persoonsgegevens niet steeds voldoende zal zijn, doch dat deze door raadpleging van andere registers, zoals die van de burgerlijke stand, de huwelijksgoederenregisters of het handelsregister zal moeten worden aangevuld. Artikel 19 Bij in te schrijven stukken die betrekking hebben op eerder ingeschreven stukken denke men aan verklaringen van waardeloosheid en van verbetering en dergelijke. Artikel 20 Het artikel formuleert de vereisten van algemene aard voor de inschrijving van rechten op onroerende zaken. Onder de aard van de onroerende zaak zal zijn te verstaan gebruik als 4
5 bouwland, bos, enz. of, bij een appartement, woning, winkel, enz. De plaatselijke aanduiding zal zijn het adres. Voorzover er (voorshands nog) geen kadastrale aanduiding bestaat, wordt - ter aanvulling van hetgeen het overeenkomstige artikel der Nederlandse Kadasterwet, en met gebruikmaking van de terminologie van artikel 20, derde lid, van die wet - een voldoende identificatie geëist. Bij het ontbreken van de vereiste vermeldingen zal de bewaarder de inschrijving moeten weigeren. Praktijk is dat de kadastrale aanduiding in de akte niet door de notaris zelf met kracht van authenticiteit wordt vastgesteld, maar dat hij in de akte deze aanduiding volgens opgave van partijen vermeldt. Voorts houde men er rekening mede dat een zakelijk recht, zoals een hypotheek, op een deel van een kadastraal aangeduid perceel kan worden gevestigd; dat deel zal dan nader moeten worden aangeduid. Komt in de akte zowel een kadastrale aanduiding als een feitelijke omschrijving voor, dan zal juridisch de laatste in de regel prevaleren; zie voor de vragen die hier kunnen rijzen, de memorie van toelichting bij het ontwerp van artikel 3:89 BW. Artikel 21 Het artikel formuleert de vereisten van algemene aard voor de inschrijving van rechten op zeeschepen. De tekst verschilt alleen in zoverre van het overeenkomstige artikel van de Nederlandse Kadasterwet, dat hier te lande een nadere onderscheiding, zoals die in Nederland wordt gemaakt tussen zeeschepen, zeevisvaartuigen en binnenschepen, achterwege kan blijven. Artikel 22 Het artikel formuleert de vereisten van algemene aard voor de inschrijving van rechten op luchtvaartuigen. Artikel 23 Het artikel behelst voor ontbrekende zaaksgegevens een soortgelijke regel als artikel 18, derde lid, tweede volzin, voor ontbrekende persoonsgegevens. Afdeling 2 (Vereisten waaraan ter inschrijving aangeboden stukken moeten voldoen in verband met de aard van het ingeschreven feit) Artikel 24 Het artikel bevat in zijn eerste, tweede en vierde lid de voorschriften betreffende de - in het eerste lid op grond van het BW vermelde - verschillende soorten van akten van levering ten aanzien van registergoederen. Deze akten zijn partijakten en de inschrijving vormt een constitutief vereiste voor het beoogde rechtsgevolg. Ingeschreven wordt (de minuut van) de akte, een authentiek afschrift of een authentiek uittreksel. Het laatste moet de uit de akte weergegeven onderdelen woordelijk overnemen; een zakelijk uittreksel - borderel - komt voortaan niet meer voor inschrijving in aanmerking. Behelst de akte een bijkomstig beding, zoals een kettingbeding, dan wordt dit mede ingeschreven, zonder verandering van zijn, zuiver obligatoire, werking: zakelijke werking wordt daaraan niet verbonden, en de beantwoording van de vraag of een derde door het sluiten van een met het beding tegenstrijdige overeenkomst een onrechtmatige daad pleegt, hangt van de omstandigheden af (vergelijk de Antilliaanse zaak HR , NJ 1986, 760). Het derde lid stelt voor het eerste en tweede lid met een leveringsakte op één lijn een procesverbaal van toewijzing, dat geen partijakte is en waarop bijvoorbeeld artikel 28 dan ook niet van toepassing is. Het vijfde lid voegt daaraan enige akten toe die vergelijkbaar zijn met de akte van levering en waarbij eveneens de inschrijving constitutief vereiste voor het rechtsgevolg is. In het tweede lid, onderdeel b, onder 3, wordt overeenkomstig de overgangsregeling, nog de 5
6 inschrijving van de levering van een grondrente genoemd; in Nederland kent het overeenkomstige artikel van de Overgangswet meer zgn. oude vaderlandse rechten, die niet meer kunnen worden gevestigd, doch voorzover zij nog bestaan, wel kunnen worden overgedragen. Artikel 25 Het artikel behelst de vereisten voor inschrijving van voor inschrijving vatbare rechterlijke uitspraken, waarbij enige categorieën worden onderscheiden. In de eerste plaats zijn er die van artikel 3:301 BW, welke voor levering van een registergoed in de plaats treden, doch ook valt onder andere te denken aan die van de artikelen 3:17, eerste lid, onder d of e (in verbinding met artikel 3:168, tweede en derde lid), 3:237, vierde lid, en 6:252 BW, alsmede die van de artikelen 3:27, 3:29, 8:199 en 8:1306 BW. Omtrent laatstgenoemde reeks, waartoe ook andere gevallen behoren, bepaalt het BW dat zij slechts kunnen worden ingeschreven nadat zij in kracht van gewijsde zijn gegaan. Voor deze reeks geldt het eerste lid, onder a, van het onderhavige artikel, voor de andere geldt onderdeel b van dat lid. Artikel 26 Het eerste lid heeft betrekking op de inschrijving van een notariële verklaring (buiten de in artikel 28 genoemde akten). Dit begrip is ruimer dan dat van de notariële akte die is beperkt tot hetgeen de notaris zelf heeft waargenomen of verricht, omdat zij ook kan inhouden een oordeel omtrent de, deels feitelijke, deels juridische, vraag of een rechtshandeling inderdaad is verricht - zie artikel 37, eerste lid, onder b en c; wel komt aan zo'n verklaring de bewijskracht van een notariële akte toe, voorzover daarin partijverklaringen zijn gerelateerd of bijvoorbeeld de aanwezigheid van bewijsstukken wordt geconstateerd. Dit neemt niet weg, dat waar de wet inschrijving van een notariële akte vereist, niet het eerste lid, doch het tweede lid van toepassing is, en dat, waar zo'n akte niet is vereist, doch wel is opgemaakt, het derde lid een keuze uit toepassing van het eerste lid en het tweede lid toelaat. Het eerste lid is derhalve, onverminderd het derde lid, van toepassing op inschrijving van verklaringen van bijvoorbeeld cessie van door hypotheek versterkte vorderingen, buitengerechtelijke vernietiging, opzegging van een beperkt recht op een registergoed, huwelijk in enige gemeenschap van goederen, en ook van een uiterste wil. In het laatste geval heeft de inschrijving bijzondere betekenis, zolang zij nog niet op grond van artikel 3:17, eerste lid, onder b, BW tot de inschrijving van de erfopvolging heeft geleid, derhalve vooral als de uiterste wil in het buitenland is opgemaakt en zolang hij niet tot afgifte van een verklaring van erfrecht heeft geleid. Bij de in het vierde lid bedoelde exploten denke men bijvoorbeeld aan opzeggingen - zijn zij tevoren mondeling of schriftelijk gedaan, dan kunnen zij, ter wille van de mogelijkheid van inschrijving tijdig - dit wil zeggen vóór het verlopen van de opzegtermijn - bij exploot worden bevestigd. Voor de inschrijving van een afwijkend beding als bedoeld in artikel 8:1, vijfde lid, BW - inhoudende dat een stuk scheepstoebehoren niet aan de eigenaar van het schip toebehoort - wijkt het vijfde lid af van de vorige leden: een notariële verklaring is hier niet vereist. In de Nederlandse Kadasterwet wordt deze bepaling nog voorafgegaan door een lid waarin de inschrijving van scheepshuurkoop volgens artikel 8:800 Nederlands BW wordt geregeld; deze regeling is hier te lande niet overgenomen. Artikel 27 Vergelijk artikel 3:17, eerste lid, onder b, BW bij dit en het volgende artikel. Het artikel introduceert in het eerste lid de verklaring van erfrecht. 6
7 Artikel 28 Men zie hierbij ook artikel 3:24, tweede lid, onder d, BW dat de, al dan niet beneficiaire aanvaarding en de verwerping der nalatenschap tot feiten verklaart die ook zonder inschrijving aan derden te goeder trouw kunnen worden tegengeworpen. Zie evenwel voorts het derde lid van dat artikel, dat een derde-verkrijger van een registergoed uit een nalatenschap die te goeder trouw is, wel tegen een erfgenaam beschermt, als diens erfopvolging of zijn testamentaire titel niet binnen drie maanden na het overlijden van de erflater is ingeschreven. Artikel 29 Vergelijk artikel 3:24, tweede lid, onder a, BW. Artikel 30 Vergelijk artikel 3:17, eerste lid, onder c, BW. Artikel 31 Vergelijk artikel 3:17, eerste lid, onder d, BW. Het reglement, bedoeld in artikel 5:111, onder d, BW valt niet onder deze bepaling, doch wordt, als onderdeel van de akte van splitsing in appartementen, tezamen met deze akte ingeschreven. Artikel 32 Vergelijk bij het eerste lid artikel 3:17, onder g, BW. Het in dit lid buiten toepassing verklaarde tweede tot en met vijfde lid van artikel 18 worden hier vervangen door de voorschriften die voor het beslagexploot zelf gelden. Het derde en vierde lid verwijzen naar de bevoorrechte vorderingen in het zee- en luchtrecht die zaaksgevolg hebben, doch slechts een beperkte tijd in stand blijven. Artikel 33 Vergelijk artikel 3:17, eerste lid, onder h, BW. Het eerste lid van artikel 33 onderscheidt, conform Boek 1 BW, tussen (wijzigingen in) de geslachtsnaam en de voornaam. Voorzover op de naamsverandering dat Boek van toepassing is geweest, of anderszins, de naamsverandering in de registers van de Burgerlijke Stand is aangetekend, zal een afschrift of uittreksel van de akte kunnen worden geproduceerd. Anders zal dat veelal zijn bij naamsveranderingen waarop het hier te lande geldende recht niet van toepassing was; komt het daarvan aangebrachte bewijs de bewaarder van het register onvoldoende voor, dan kan hij overeenkomstig artikel 3:20 BW inschrijving weigeren. Het tweede lid betreft de naamsverandering van rechtspersonen, waarvoor inschrijving van een notariële opgave is vereist, tenzij het een publiekrechtelijke rechtspersoon is die van naam verandert. Artikel 34 Vergelijk artikel 3:17, eerste lid, onder i, BW, alsmede artikel 3:24, tweede lid, onder e, van dat wetboek dat een beroep op een niet openbaar gemaakte verjaring niet ontzegt: inschrijving van de verjaring heeft hier de functie van waarschuwing van een derde die beoogt een rechtshandeling te verrichten met degene die vóór die inschrijving als rechthebbende stond ingeschreven. Gedacht moet worden aan de verjaringsregeling van de artikelen 3:99 tot en met 3:104 en aan die van de artikelen 3:105, 3:106 en 3:323 BW. Hier is een notariële verklaring - of een authentiek afschrift daarvan - vereist. 7
8 Artikel 35 Het eerste en tweede lid regelen de inschrijving van de verklaringen van waardeloosheid, die aan de controle van de notaris worden onderworpen. Het derde en vierde lid sluiten aan bij de artikelen 3:273 en 3:274 BW, die de doorhaling van een hypothecaire inschrijving na het tenietgaan van de hypotheek betreffen. Artikel 36 Zie bij het eerste lid artikel 5:61, eerste lid, onder c, en tweede lid, BW omtrent het rechtsfeit - dat niet een rechtshandeling is - van het eindigen van het nut van een tevoren mandelige zaak voor alle erven is geëindigd, met als gevolg dat de mandeligheid teniet gaat. Het tweede lid heeft betrekking op het bij het overgangsrecht gehandhaafde recht van grondrente waar deze reeds bestaat, en het derde lid op de onder het oude recht door bestemming of herleving ontstane erfdienstbaarheden welke nadien worden gehandhaafd. De artikelen 100, respectievelijk 111 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek bepalen daaromtrent dat deze grondrenten en erfdienstbaarheden kunnen worden ingeschreven, maar dat op het ontbreken van inschrijving niet de sanctie van de toepasselijkheid van artikel 3:24, eerste lid, BW, inzake derdenbescherming staat. Artikel 37 Het artikel betreft inschrijving van rechtshandelingen die als restgroep zijn te beschouwen (artikel 26) en van rechtsfeiten die geen rechtshandeling zijn (artikelen 30, 34 en 36); voor deze alle wordt vereist dat hun voorvallen notarieel wordt gecontroleerd en zo mogelijk vastgesteld. Voor deze controle wordt in de eerste plaats (eerste lid, onder a) de instemming van alle betrokkenen verlangd, maar niet altijd is deze nodig - bijvoorbeeld wanneer er reeds een notariële akte omtrent de handeling of het feit bestaat - of ook mogelijk - bijvoorbeeld overgang van een aan toonder luidende, door hypotheek verzekerde vordering. Alsdan wordt het eerste lid, onder b, en eventueel het eerste lid, onder c, van toepassing, in het laatste geval met de in het tweede tot en met vierde lid omschreven gevolgen. Daar de bewaarder in dit geval verplicht is tot voorlopige inschrijving en de rechterlijke beslissing moet afwachten, komen volgens het derde lid de gedingkosten voor rekening van de eiser, of eventueel van degene die tegen de inschrijving vergeefs verweer heeft gevoerd; alleen in het in het vierde lid omschreven geval zal dit dan de Staat zijn - zie artikel 3:30 BW. Afdeling 3 (Vereisten waaraan stukken moeten voldoen, aangeboden ter inschrijving van de instelling van een rechtsvordering of indiening van een verzoekschrift, van tegen rechterlijke uitspraken ingestelde rechtsmiddelen of van de waardeloosheid van zodanige inschrijvingen) Artikel 38 De mogelijkheid tot inschrijving van de in dit artikel bedoelde stukken wordt geopend in artikel 3:17, eerste lid, onder f, BW. Ter inschrijving wordt aangeboden een afschrift, dat bij het kantongerecht wordt ingediend. Wegens het verschil in de regeling van de rechtsingang wijkt het artikel enigszins af van artikel 38 der Nederlandse Kadasterwet. Artikel 39. De mogelijkheid tot inschrijving van ingestelde rechtsmiddelen wordt in artikel 3:17, eerste lid, onder e, geopend. Ook hier is, in afwijking van artikel 39 der Nederlandse Kadasterwet, aangesloten bij de inrichting van het hier te lande geldende procesrecht. Artikel 40. Vergelijk voor de vereisten tot inschrijving ook de artikelen 8, derde lid, en 39, 8
9 alsmede artikel 513a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Afdeling 4 (Overige bepalingen betreffende inschrijvingen) Artikel 41 De strekking van het artikel is dat de in de registers op te nemen inschrijvingen worden aangeboden in de vorm van in de Nederlandse of Engelse taal gestelde stukken. Zijn de stukken in een andere dan deze talen gesteld, dan blijven die stukken onder de bewaarder, doch wordt een in het Nederlands of het Engels gestelde vertaling ingeschreven. In de regel moet deze vertaling door de aanbieder van het stuk worden geleverd, doch het tweede lid maakt, op grond van het Verdrag van Genève van 19 juni 1948 (Trb. 1952, 86) hierop een uitzondering voor processenverbaal van inbeslagneming van luchtvaartuigen. Artikel 42 Veelal zal een correctie van een reeds ingeschreven stuk worden aangebracht in een soortgelijk stuk - dat voor de inschrijving daarvan de bepalingen van Hoofdstuk 2 gelden, spreekt dan wel vanzelf. Denkbaar is ook een correctie van een rechterlijke uitspraak bij een tweezijdige notariële akte, waarin partijen zich met de correctie verenigen. In zo'n geval zal het in te schrijven stuk moeten voldoen aan de vereisten die voor die akte zijn gesteld. Artikel 43 Het artikel biedt de gelegenheid om aangeboden, doch nog niet ingeschreven stukken, die gebreken vertonen, door aanvulling op eenvoudige wijze voor inschrijving vatbaar te maken. Verzet de aard van het stuk zich tegen zodanige aanvulling - zoals bij een rechterlijke uitspraak het geval zal zijn - dan kan toepassing van artikel 18, derde lid, of artikel 23 baat brengen. Artikel 44 Overgelegde bewijsstukken worden volgens het eerste lid slechts in uitzonderingsgevallen ingeschreven, doch volgens het tweede lid wordt wel van het stuk melding gemaakt op het ter inschrijving aangeboden stuk en op het afschrift daarvan; bij mechanische reproductie overeenkomstig artikel 11, zevende lid, zal de aantekening op het stuk worden gesteld vóórdat de reproductie wordt gemaakt. Degene die het register raadpleegt wordt aldus verwittigd van het (hebben) bestaan van het bewijsstuk. Artikel 45 Het artikel biedt de gelegenheid om bij uitvoeringsmaatregel nadere vereisten te stellen voor de, niet door de voorafgaande artikelen bestreken, restgroep van inschrijvingen, die moeilijk is te overzien. Daaronder nemen de, in artikel 3:17, eerste lid, onder j, BW bedoelde, overheidsbeschikkingen - daaronder begrepen de in die bepaling voorziene inschrijving van de vernietiging, intrekking of wijziging daarvan - een belangrijke plaats in. Het tweede lid geeft met betrekking tot de inschrijving daarvan nog een algemene bepaling. Titel 3 (Inschrijfbaarheid van andere stukken en van verandering van woonplaats) Artikel 46 Betroffen de voorafgaande bepalingen steeds inschrijving van feiten die voor de rechtstoestand van een bepaald registergoed van belang zijn, artikel 46 heeft het oog op inschrijving van algemene voorwaarden, modelreglementen - zie bijvoorbeeld artikel 5:111, onder d, BW inzake appartementen - en dergelijke, die geregeld in in te schrijven stukken van toepassing worden 9
10 verklaard. Door ook deze regelingen zelf voor inschrijving vatbaar te maken, kan telkens bij de inschrijvingen inzake individuele registergoederen met verwijzing worden volstaan. Op de inschrijving van deze reglementen enz. zijn de voorgaande artikelen van het ontwerp, evenals die van titel 1, afdeling 2, van Boek 3 BW slechts van toepassing voorzover in het onderhavige artikel wordt bepaald, juist omdat zij niet een bepaald registergoed op het oog hebben. Artikel 47 Het artikel behelst een aantal regels omtrent de inschrijving van de woonplaats. De woonplaats zelf is niet een zelfstandig inschrijfbaar feit, maar vormt blijkens artikel 18, eerste lid, van het ontwerp een element van de inschrijving van natuurlijke en rechtspersonen die als partijen bij een akte optreden, welke bepaling in artikel 18, tweede lid, tot de inschrijving van andere stukken in het algemeen wordt uitgestrekt; van dit vereiste wordt in de artikelen 32 en 38 afgeweken voor in te schrijven processuele stukken, maar in deze stukken zelf komt de woonplaats als gegeven voor. Als regel geldt dat de wettelijke woonplaats wordt ingeschreven, zoals die volgens de regels van de artikelen 1:10 tot en met 1:14 BW wordt bepaald. In een enkel geval schrijft de wet echter de keuze van een woonplaats voor: zie artikel 18, vierde lid, voor degene die geen woonplaats hier te lande heeft, alsmede artikel 3:260, eerste lid, BW voor hypotheek en artikel 6:252, tweede lid, BW voor het kwalitatieve beding. Daarnaast zal in de stukken die overeenkomstig de hierboven genoemde artikelen 32 en 38 worden ingeschreven, ook veelal de processueel verplichte gekozen woonplaats voorkomen. Ten slotte laat artikel 1:15 BW in beperkte mate de keuze van een woonplaats toe. Het eerste lid van artikel 47 kenmerkt de verandering en opheffing van een gekozen woonplaats en - voor het geval van artikel 1:15 - de keuze van een woonplaats als een zelfstandig inschrijfbaar feit en geeft aan, aan welke vereisten de verklaring ter inschrijving moet voldoen. Het tweede lid, beperkt tot de gekozen woonplaatsen bedoeld in artikel 18, vierde lid, van het ontwerp en de artikelen 3:260 en 6:252 BW, geeft het enige gevolg van de inschrijving van de gekozen woonplaats aan, namelijk dat daaraan met rechtsgevolg exploten alsmede wettelijk voorgeschreven mededelingen van de bewaarder kunnen worden gedaan. Het derde lid bepaalt dat de bewaarder de mededelingen waartoe de onderhavige wet hem verplicht, in elk geval aan de laatste hem bekende - wettelijke of gekozen - woonplaats moet doen. Hoofdstuk 3 (Verstrekking van inlichtingen uit de openbare registers) De bepalingen van het hoofdstuk vervangen de artikelen 1249 tot en met 1253 van het huidige BW, en zijn van overeenkomstige toepassing verklaard in de regelgeving ter zake van schepen en luchtvaartuigen. Artikel 99 Het artikel noemt naast de ingeschreven stukken de geboekte - onder deze laatste vallen de stukken die voorkomen in de registers van voorlopige aantekeningen die (nog) niet zijn ingeschreven. Inlichtingen omtrent personen kunnen worden verstrekt in antwoord op de vraag of zij rechthebbenden op een registergoed zijn of in andere hoedanigheid bij een registergoed zijn betrokken en hun naam enz. als zodanig is ingeschreven of geboekt. Bij de uitvoeringsmaatregel bedoeld in het tweede lid, kan onder meer rekening worden gehouden met de inhoud van op microfilms overgebrachte registers. 10
11 Artikel 100 Het eerste lid van het artikel heeft betrekking op - en is beperkt tot - doorhalingen van hypotheken en beslagen. De vermelding, evenals die van de in het tweede lid bedoelde voorlopige aantekeningen, dienen ter waarschuwing en kunnen aanleiding tot nader onderzoek vormen. Artikel 116 Deze bepaling delegeert een regeling van de wijze waarop vergissingen enz. worden hersteld, aan een Ministerieel besluit. Paramaribo, de... DESIRÉ D. BOUTERSE 11
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 190 Beschikking van de Minister van Justitie van 6 mei 2003, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Besluit kadastrale tarieven
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 12 DERDE NOTA
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 285 Wijziging van de Wet voorkeursrecht gemeenten (vereenvoudiging bekendmaking en aanbiedingsprocedure) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix,
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 212 Wijziging van de Wet op het notarisambt (Reparatiewet Wet op het notarisambt) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 9 maart 2004 Ea Het voorstel
LANDSVERORDENING van de 15de maart 2001 houdende het overgangsrecht ter zake van de wijzigingen die in de bestaande wetgeving in verban
Zoek regelingen op overheid.nl Koninkrijksdeel Curaçao Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op [email protected]! LANDSVERORDENING van de 15de maart 2001 houdende het overgangsrecht ter
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 727 Besluit van 26 oktober 2010, houdende vaststelling van de griffierechten en de bedragen, bedoeld in de artikelen 21, tweede lid, respectievelijk
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 608 Besluit van 11 december 2002, houdende regelen betreffende de inrichting en raadpleging van het boedelregister, bedoeld in artikel 186 van
==================================================================== Artikel 1
Intitulé : Landsverordening grensregeling Citeertitel: Landsverordening grensregeling Vindplaats : AB 1990 no. GT 23 Wijzigingen: Geen Artikel 1 1. Grensregeling wordt onderscheiden in: a. de geïsoleerde
Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht
Zoek regelingen op overheid.nl Nederlandse Antillen Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op [email protected]! LANDSVERORDENING van de 27ste april 2005 tot wijziging van de Boeken 5 en
MODEL LEVERINGSAKTE verkoper koper koopcontract verkochte Bron: VvERecht.nl Bron: VvERecht.nl
MODEL LEVERINGSAKTE Heden, @, verschenen voor mij, @, notaris gevestigd te @: 1. @ @toekomstig adres: @ hierna @tezamen@ te noemen: 'verkoper'; en 2. @ @en voornemens de hierna te vermelden woning te gaan
Gemeente/Verkoper en Panopticon/Koper hierna gezamenlijk te noemen: "Partijen".
F518/F999/31006123 Versie 5 juni 2018 ALLONGE BEHORENDE BIJ DE KOOPOVEREENKOMST D.D. 14 MAART 2017 Koepelgevangeniscomplex Haarlem De ondergetekenden: 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon: Gemeente Haarlem,
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van
Wijziging van Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten betreffende het uitspreken van de echtscheiding en ontbinding van het geregistreerd partnerschap door de ambtenaar van
Burgelijk wetboek Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer
Burgelijk wetboek Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer Titel 1. Algemene bepalingen Artikel 1 1. In dit wetboek worden onder schepen verstaan alle zaken, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens hun constructie
Artikel 99 wordt als volgt gewijzigd:
Wijziging van Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten betreffende het uitspreken van de echtscheiding en ontbinding van het geregistreerd partnerschap door de ambtenaar van
Artikelen 81 en 82. Ongewijzigd. Artikel 83
Doorlopende tekst van de gewijzigde artikelen van de titels 1.6, 1.7 en 1.8 BW (nieuw), alsmede van artikel V (overgangsbepaling), zoals deze luidt volgens Kamerstukken I 2008/09, 28 867, A (gewijzigd
Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1
Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit
inachtneming van het bepaalde in artikel 4 voorlegt aan de geschillencommissie.
Geschillenreglement VViN Artikel 1 - Definities In dit reglement gelden de volgende definities: 1. Eiser: de partij die een verzoek tot beslechting als bedoeld in lid 7 van dit artikel met inachtneming
De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed.
Korte handleiding bijeenkomst 5. Overdracht van goederen. 3:83 en volgende BW Definitie overdracht: rechtsovergang van het ene rechtssubject naar het andere op basis van een een levering. Overdracht is
Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap]
Overeenkomst van (ver)koop van aandelen in [naam vennootschap] Tussen: 1. [Statutaire naam], statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam] aan de [adres], hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door
DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N):
Pagina 1 van 5 DE ONDERGETEKENDE(N): DISCLAIMER verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp Naam rechtspersoon: Plaats statutaire zetel: Kantooradres: Nummer Kamer van Koophandel: e-mailadres:
Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken
Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Verlangend
ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE KOOPOVEREENKOMST GROND VOOR EENGEZINSHUIZEN, VERSIE
ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE KOOPOVEREENKOMST GROND VOOR EENGEZINSHUIZEN, VERSIE 1-1-2010 Bij deze algemene voorwaarden horen: - Koopovereenkomst Grond voor eengezinshuizen, versie 1-1-2010 Definities
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 221 Besluit van 5 juni 2015 tot wijziging van het Besluit boedelregister in verband met Artikel 2 van de Uitvoeringswet Verordening Erfrecht
Autoriteit Financiële Markten. Captin B.V., statutair gevestigd te Amsterdam. handelsfaciliteit
REGLEMENT STICHTING BEWAARINSTELLING CAPTIN 1. DEFINITIES 1.1 In dit Reglement wordt verstaan onder: "Account" "AFM" "Bestedingsruimte" (i) een Ledenaccount als bedoeld in het Handelsreglement, (ii) een
Bijlage * Modelakte derde recht van hypotheek 2014 HYPOTHEEK
HYPOTHEEK Heden, *, verschenen voor mij, *, notaris te *: 1. * hierna te noemen: hypotheekgever; 2. * hierna te noemen: hypotheekhouder. De verschenen personen, handelend als gemeld, verklaarden als volgt:
REGELING MELDING ONREGELMATIGHEDEN UNIVERSITEIT LEIDEN
REGELING MELDING ONREGELMATIGHEDEN UNIVERSITEIT LEIDEN INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Algemene bepalingen Interne procedure De Commissie integriteit Universiteit
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht 2015 1 INHOUD Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Definities... 3 Artikel 2 Wettelijke
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 352 24 139 Regels met betrekking tot naar buitenlands recht opgerichte, rechtspersoonlijkheid bezittende kapitaalvennootschappen die hun werkzaamheid
ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752
ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 04-10-2010 Datum publicatie 07-10-2010 Zaaknummer 205064 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste aanleg
MODEL AKTE VAN WIJZIGING SPLITSING
MODEL AKTE VAN WIJZIGING SPLITSING (MET TOELICHTING) Heden, *, verscheen voor mij, *, notaris te *: Hier worden de comparanten vermeld, zijnde de eigenaars van alle appartementsrechten het gebouw. Gegevens
BIJZONDERE VEILINGVOORWAARDEN Rustenburgerweg 12 te 1636 WH Schermerhorn
BIJZONDERE VEILINGVOORWAARDEN Rustenburgerweg 12 te 1636 WH Schermerhorn Nagenoemde bijzondere veilingvoorwaarden zijn nog niet definitief vastgesteld. De definitief vastgestelde bijzondere veilingvoorwaarden
Besluit van 23 juli 1987, tot uitvoering van de wet houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten
(Tekst geldend op: 12-04-2011) Besluit van 23 juli 1987, tot uitvoering van de wet houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten Wij Beatrix, bij de
Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3
Artikel 1 1. Dit verdrag is van toepassing op de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken, gewezen op het grondgebied van een andere Staat dan die waar de erkenning en tenuitvoerlegging
Mandaat en delegatie. mr. M.C. de Voogd
Mandaat en delegatie mr. M.C. de Voogd Artikel 1:1 Awb 1. Onder bestuursorgaan wordt verstaan: a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of b. een ander persoon of college,
Koopovereenkomst De Bleek 13 te Woerden
Koopovereenkomst De Bleek 13 te Woerden 1 KOOPOVEREENKOMST De ondergetekenden: 1. Robeco Structured Properties I Limited, gevestigd te Caymaneilanden, rechtsgeldig vertegenwoordigd door naam/namen, als
Overzicht notariële werkzaamheden bij aankoop van een woning
1 Overzicht notariële werkzaamheden bij aankoop van een woning Veel mensen vragen zich af wat de notaris allemaal doet in verband met de overdracht van een woning. Hieronder vindt u een overzicht van alle
Privacyreglement EVC Dienstencentrum
PRIVACYREGLEMENT Privacyreglement EVC Dienstencentrum De directie van het EVC Dienstencentrum: Overwegende dat het in verband met een goede bedrijfsvoering wenselijk is een regeling te treffen omtrent
X X X Eerste Amsterdamse Onroerend Goed Veiling
X X X Eerste Amsterdamse Onroerend Goed Veiling Frans van Mierisstraat 59, 1071 RL AMSTERDAM Tel. 020-6733322/ fax 020-6733325 Email: [email protected] Aan: MR H.W.J.M. POLDERMANS FORMULIER S.V.P.
ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN DOOR DE GEMEENTE BEDUM
ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN DOOR DE GEMEENTE BEDUM Bedingen die van toepassing zijn op de verkoop van alle onroerende zaken. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 :
Gemeenteblad Nijmegen. Jaartal / nummer 2007 / 47. Naam Besluit Algemene bepalingen voor geldleningen 2006. Publicatiedatum 14 februari 2007
Gemeenteblad Nijmegen Jaartal / nummer 2007 / 47 Naam Besluit Algemene bepalingen voor geldleningen 2006 Publicatiedatum 14 februari 2007 Opmerkingen - Vaststelling van de bepalingen bij besluit van Burgemeester
Verkrijgende verjaring
Verkrijgende verjaring Hendrik Ploeger 10 mei 2007 1 Agenda Vereisten voor verkrijging door verjaring De registerverklaring Erfdienstbaarheid door verjaring 10 mei 2007 2 Bezitsgrens Feitelijke grens Bezit:
Doorlopende tekst van Titel 7 van Boek I per
Doorlopende tekst van Titel 7 van Boek I per 1-1-2018 Artikel 1:93 BW Bij huwelijkse voorwaarden kan uitdrukkelijk of door de aard der bedingen worden afgeweken van bepalingen van deze titel, behalve voor
Volksgezondheidswetgeving GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST
GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST 13 Geneeskundige behandelingsovereenkomst (P.B. 2000, no. 118) Landsverordening van de 23ste oktober 2000 houdende vaststelling van de tekst van Boek 7 van het Burgerlijk
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 829 Wet van 16 december 2010 tot tweede aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 822 Invoering Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte (Overgangsrecht) Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan
Besluit teboekstellen van schepen
Besluit teboekstellen van schepen Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 24 januari 1991, nr. MJZ24191043, Centrale Directie Juridische
Privacyreglement Werkcontact
Privacyreglement Werkcontact Privacyreglement cliëntregistratie in het kader van de wet Bescherming Persoonsgegevens. Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement en de toelichting wordt verstaan onder:
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,
WET van..., houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot het handelsregister (Handelsregisterwet) ------------------------------------ ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, In overweging genomen
BURGERLIJK WETBOEK BW 5 De wettelijke bepalingen in zake het appartementsrecht, zijn als volgt in de wet neergelegd: Afdeling 1: Algemene bepalingen Artikel 106: splitsing in appartementsrechten Artikel
1. De stichting, strijdig met de openbare orde, is verboden.
WET van 19 juli 1968, houdende wettelijke regeling van stichtingen (G.B. 1968 no. 74), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1970 no. 81, S.B. 1983 no. 1. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE
Reglement van orde van het College van Beroep voor de examens
Reglement van orde van het College van Beroep voor de examens Artikel 1 - Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.
Wetgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:3 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2. Onder beschikking
Levering van aandelen Artikel 7 1. Voor de levering van een aandeel, waaronder begrepen de verkrijging van een aandeel door de vennootschap, en de
STATUTEN Naam en zetel Artikel 1 1. De vennootschap draagt de naam: [ ]. 2. De vennootschap heeft haar zetel in de gemeente [ ]. Doel Artikel 2 De vennootschap heeft ten doel: a. [ ]; b. het oprichten
You created this PDF from an application that is not licensed to print to novapdf printer (
REGLEMENT STICHTING TUCHTRECHTSPRAAK MEDIATORS Artikel 1 Definities In dit reglement wordt verstaan onder: Stichting: Aangesloten Instelling: Mediator: Gedragsregels: Klachtenregeling: Tuchtcommissie:
Algemene voorwaarden - Natura verzekeringen
Polisvoorwaarden: MV-99-100 Algemene voorwaarden - Natura verzekeringen Inhoudsopgave Artikel 1: Artikel 2: Artikel 3: Artikel 4: Artikel 5: Artikel 6: Artikel 7: Artikel 8: Artikel 9: Artikel 10: Algemeen
KMA / 7 Overdracht zakelijke rechten Bergum Drachten 807 (Liander Nadine)
Blad 1 van 14 KMA - 20113083 / 7 Overdracht zakelijke rechten Bergum Drachten 807 (Liander Nadine) - 1 Vandaag, tweeëntwintig december tweeduizend en veertien, verscheen voor mij, mr. Johan Jozef Henry
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet van 28 april 1994, tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet
Stichting Administratiekantoor Renpart Vastgoed BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Artikel 2
20150354 1 Doorlopende tekst van de administratievoorwaarden van de stichting: Stichting Administratiekantoor Renpart Vastgoed, statutair gevestigd te Den Haag, zoals deze luiden na wijziging bij akte,
Een onderzoek naar het openbaar lichaam Saba en de kadastrale registratie van grondeigendom na verjaring en rechterlijke uitspraak
Rapport Waar ligt de grens? Een onderzoek naar het openbaar lichaam Saba en de kadastrale registratie van grondeigendom na verjaring en rechterlijke uitspraak Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de
Algemene Bepalingen voor de verkoop en levering van bloot eigendom van gronden der gemeente s-gravenhage 2008
Algemene Bepalingen voor de verkoop en levering van bloot eigendom van gronden der gemeente s-gravenhage 2008 Verkoopvoorwaarden bloot eigendom: Vastgesteld door burgemeester en wethouders van s-gravenhage
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 137 Aanpassing van de wetgeving aan en invoering van de wet tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het
BIJZONDERE VEILINGVOORWAARDEN Kadedijk 85 te 4793 RP Fijnaart
BIJZONDERE VEILINGVOORWAARDEN Kadedijk 85 te 4793 RP Fijnaart ARTIKEL 6. ALGEMENE EN BIJZONDERE VEILINGVOORWAARDEN 6.1 Algemene veilingvoorwaarden Deze openbare verkoop zal worden gehouden voor zover daarvan
Wet voorkeursrecht gemeenten
Behoort bij kennisgeving aan belanghebbenden d.d. 27 januari 2010 omtrent de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Wet voorkeursrecht gemeenten 1.
WET van 14 april 1978, betreffende huurkoop van onroerend goed (Wet Huurkoop Onroerend Goed) (G.B. 1978 no. 32).
WET van 14 april 1978, betreffende huurkoop van onroerend goed (Wet Huurkoop Onroerend Goed) (G.B. 1978 no. 32). Artikel 1 1. Huurkoop in de zin van deze wet is de koop en verkoop van onroerend goed, waarbij
Plaatsen van vuilroosters, zandvang en aanpassing constructie op de onbevaarbare waterlopen van 2 de categorie in de Provincie Antwerpen
PROVINCIE ANTWERPEN OFFERTEFORMULIER Plaatsen van vuilroosters, zandvang en aanpassing constructie op de onbevaarbare waterlopen van 2 de categorie in de Provincie Antwerpen Gebruikte eenheid in het inschrijvingsbiljet:
AKTE VAN VESTIGING HYPOTHEEK EN PANDRECHTEN
1 AKTE VAN VESTIGING HYPOTHEEK EN PANDRECHTEN Heden, +, verschenen voor mij, mr. Jan Wim Weggemans, notaris in de gemeente Bellingwedde: HYPOTHEEKGEVER 1. de heer KOENO NOMDEN, wonende te 9566 PK Veelerveen,
Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime,
Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende
WAALS MINISTERIE VOOR UITRUSTING EN VERVOER
WAALS MINISTERIE VOOR UITRUSTING EN VERVOER 10 SEPTEMBER 1998. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de begeleidingsmaatregelen voor de eerste zone van het plan m.b.t. de blootstelling aan
A D M I N I S T R A T I E V O O R W A A R D E N
A D M I N I S T R A T I E V O O R W A A R D E N van: Stichting Jubileumfonds 1948 en 2013 voor het Concertgebouw statutair gevestigd te Amsterdam d.d. 1 september 2011 Definities. Artikel 1. In deze administratievoorwaarden
HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen
GERECHTELIJK WETBOEK - Deel IV : BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. HOOFDSTUK XI. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen Afdeling II. Echtscheiding door onderlinge toestemming. Art.
BEGRIPSBEPALINGEN. Artikel 1. Artikel 2 MD/817570.001
MD/817570.001 Doorlopende tekst van de administratievoorwaarden van de te Den Haag gevestigde stichting: Stichting Administratiekantoor Ren part Vastgoed, kantoorhoudende te 2514 JS 's-gravenhage, Nassaulaan
Onroerende Zaken Hyp4 : 62814/ :29
Blad 1 van 6 *, 20130021 20130021/NL 1 Heden, zes en twintig april tweeduizend dertien, verklaar ik mr. Kees-Jan van der Zijden, wonende te Amsterdam, hierna te noemen: notaris, als waarnemer van de te
Volgens het overgangrecht blijven de huidige regels gelden als voor de datum van inwerkingtreding de executie is aangezegd
Wetsvoorstel 33484 inzake executieveilingen goedgekeurd De Eerste Kamer heeft recentelijk ingestemd met het wetsvoorstel 33484 tot verbetering van de executieveilingen van onroerende zaken. Hierdoor zullen
